Kerngegevens sportdeelname
Kerngegevens sportdeelname Sportdeelname in Nederlandse gemeenten door het W.J.H. Mulier Instituut centrum voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport drs. Jeroen Hoyng drs. Colette Roques dr. Maarten van Bottenburg
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 6. Slotbeschouwing....................5 ISBN 90-77072-53-5 NUR 740 2003 W.J.H. Mulier Instituut, s-hertogenbosch 2003 Arko Sports Media, Nieuwegein 1. Inleiding............................5 2. Kerngegevens gemeentelijke sportdeelname en sportdeelname-onderzoek................................5 2.1 Inleiding........................5 2.2 Overzicht per gemeente........5 3. Vergelijking gemeentelijke sportdeelname.................................5 3.1 Kengetal sportparticipatie......5 3.2 Kengetal frequentie sportparticipatie.....................5 3.3 Kengetal aantal beoefende sporten.........................5 3.4 Kengetal populariteitsrangorde sporten.........................5 3.5 Kengetal organisatorisch verband sportbeoefening...........5 3.6 Kengetal trainingsverband/competitiesport.....................5 3.7 Kengetal zelfbeeld sporters.....5 3.8 COMPASS-schema.............5 BIJLAGEN Bijlage 1 Vragen achtergrondvariabelen RSO....................................5 Bijlage 2 Basismodule schriftelijke enquête RSO...........................5 Bijlage 3 asismodule telefonische enquête RSO...........................5 Lijst met figuren en tabellen...........5 Ontwerp: Boerma Reclame, Waddinxveen Opmaak en realisatie: PanArt reclamestudio, Rhoon Fotografie: PRO SHOTS, Almere Drukwerk: Krips bv, Meppel Behoudens uitzondering door de wet gesteld mag, zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht, c.q. de uitgever van deze uitgave door de rechthebbende(n) gemachtigd namens hem (hen) op te treden, niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking. De uitgever is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd de door derden verschuldigde vergoedingen voor kopiëren, als bedoeld in art. 17 lid 2. Auteurswet 1912 en in het KB van 20 juni 1974 (Stb. 351) ex artikel 16b., te innen en/of daartoe in en buiten rechte op te treden. 4. Richtlijnen voor het gebruik van de RSO.................................5 4.1 Algemeen.......................5 4.2.........5 4.3 Definitie sport..................5 4.4 Basismodule....................5 4.5 COMPASS-schema.............5 5. Evaluatie van de RSO...............5 5.1 Bekendheid.....................5 5.2 Gebruik.........................5 5.3 Ervaringen......................5 5.4 Suggesties voor aanvullende modules.........................5 5.5 Toekomstig gebruik.............5 4 De maatschappelijke betekenis van sport INHOUDSOPGAVE 5
1 Inleiding In deze bundel vindt u de meest recente kerngegevens over de sportdeelname en het sportdeelname-onderzoek in een groot aantal Nederlandse gemeenten. Daarnaast wordt de sportdeelname in een beperkter aantal gemeenten met elkaar vergeleken, voor zover een dergelijke vergelijking methodologisch verantwoord is. Een soortgelijk overzicht ontbrak tot dusverre. Vele gemeenten hebben in de afgelopen jaren een sportdeelname-onderzoek uitgevoerd. Toch weten we maar weinig over de onderlinge overeenkomsten en verschillen. Daarvoor bestaan twee redenen. In de eerste plaats zijn de gegevens van gemeentelijke sportdeelname-onderzoeken onderling veelal moeilijk vergelijkbaar, omdat de gehanteerde vragenlijsten en onderzoeksmethoden verschillen. In de tweede plaats krijgen de rapportages met de gegevens over de gemeentelijke sportdeelname weinig verspreiding. Ze zijn meestal bedoeld voor gebruik in de eigen gemeente en krijgen daarbuiten weinig bekendheid. Om het eerste probleem op te lossen, is de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) ontwikkeld: een standaardvragenlijst bestaande uit een basismodule en aanvullende modules (zie de bijlagen in deze bundel). De RSO wordt in toenemende mate door gemeenten gebruikt, waardoor de sportdeelnamegegevens van steeds meer gemeenten onderling vergelijkbaar zijn. Deze bundel geeft richtlijnen voor het gebruik van de RSO, vergelijkt gemeenten die de RSO hebben gebruikt en evalueert dit gebruik bij de gemeenten. Om het tweede probleem op te lossen en geeft deze bundel een overzicht van de kerngegevens over sportdeelname in de gemeenten die in de periode tussen 1999 en 2002 een sportdeelname-onderzoek hebben uitgevoerd, met of zonder gebruikmaking van de RSO. Dit overzicht is gebaseerd op een schriftelijke enquête die aan alle gemeenten met meer dan 40.000 inwoners is toegestuurd en op aanvullende informatie van Provinciale Sportraden over enkele kleinere gemeenten. In deze enquête is de gemeenten gevraagd of zij in de afgelopen drie jaar een sportdeelname-onderzoek hebben gehouden onder hun inwoners, wat hiervan de belangrijkste resultaten zijn en welke onderzoeksmethode zij daarbij hebben gebruikt. Ook vroegen wij deze gemeenten of zij de RSO kennen en wat hun ervaring met dit onderzoeksinstrument is. De bundel is als volgt samengesteld. Het tweede hoofdstuk geeft voor iedere Nederlandse gemeente waarvan wij informatie hebben verkregen, gegevens over het percentage sportbeoefenaars, de frequentie van sportbeoefening, de gemiddelde sportfrequentie per jaar, het gemiddelde aantal beoefende sporten, de meest beoefende sporten, het verband waarin wordt gesport en het type accommodatie waarvan gebruik is gemaakt. Daarnaast verschaft dit hoofdstuk onderzoekstechnische informatie, zoals over het onderzoeksjaar, het type onderzoek, de gehanteerde methode, de netto-steekproef en de gehanteerde sportdefinitie. In het derde hoofdstuk staan de gemeenten centraal die nauwgezet de RSO hebben gevolgd. De sportdeelnamegegevens van deze gemeenten kunnen onderling 6 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME INLEIDING 7
en met landelijke sportdeelnamegegevens worden vergeleken (op landelijk niveau heeft CentERdata in opdracht van NOC*NSF een bevolkingsonderzoek uitgevoerd op basis van de RSO). De hoofdstukken 4 en 5 gaan vervolgens in op het gebruik van de RSO in het sportdeelname-onderzoek. Hoofdstuk 4 geeft richtlijnen voor toepassing van de RSO; hoofdstuk 5 evalueert de bekendheid en het gebruik ervan onder de geënquêteerde gemeenten. De bundel wordt afgesloten met een aantal bijlagen, waarin de vragenlijsten van de RSO zijn opgenomen. Het Mulier Instituut is voornemens om het hier gepresenteerde overzicht van gemeentelijke sportdeelnamegegevens periodiek te publiceren, met naar verwachting een toenemend aantal gegevens van een steeds groter aantal gemeenten. Gemeenten of provincies die hun sportdeelnamegegevens in de volgende editie opgenomen willen hebben, kunnen zich richten tot het Mulier Instituut (via telefoonnummer 073-6126401 of per e-mail naar info@mulierinstituut.nl). Voor opname in het vergelijkende hoofdstuk is het van belang dat de RSO in het sportdeelname-onderzoek is gebruikt. Op www.mulierinstituut.nl kunt u onder Data & Documentatie meer informatie over de RSO vinden, waaronder te downloaden vragenlijsten, codeboeken (in Excel), data-invoerbestanden (in SPSS), een toelichting en aanvullende instructies. Ook vindt u hier informatie over aanvullende modules die in het kader van de RSO zijn en worden ontwikkeld, zoals voor jeugd, accommodatiegebruik, aangepast sporten, niet-sporters en vrijwilligers. 2 Kerngegevens gemeentelijke sportdeelname en sportdeelnameonderzoek 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een puntsgewijze opsomming van de belangrijkste gegevens uit de sportdeelname-onderzoeken die 54 gemeenten in de afgelopen drie jaar onder hun inwoners hebben uitgevoerd. Om tot dit overzicht te komen, is aan 86 gemeenten met meer dan 40.000 inwoners een schriftelijke enquête toegestuurd. Daarvan hebben zestien gemeenten niet gereageerd. Twaalf gemeenten reageerden wel, maar wilden of konden geen medewerking verlenen. Van de overige 58 gemeenten waren de aangeleverde gegevens van zestien gemeenten onbruikbaar voor deze bundel, ofwel omdat zij geen onderzoeksgegevens konden aanleveren, ofwel omdat de aangeleverde gegevens alleen betrekking hadden op de sportverenigingen of verenigingssporters en niet op de gehele plaatselijke bevolking. Van de resterende 42 gemeenten zijn de onderzoeksgegevens wel verkregen. Van twee van deze 42 gemeenten (Dordrecht en Zwijndrecht) kregen we bovendien de sportdeelnamegegevens van zes andere gemeenten (Alblasserdam, s-gravendeel, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht en Sliedrecht), omdat deze gemeenten gezamenlijk een sportdeelname-onderzoek in de hele regio (de Drechtsteden) hebben uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van de RSO. Hoewel zich hieronder ook gemeenten met minder dan 40.000 inwoners bevinden, hebben we gezien de kwaliteit van de onderzoeksgegevens toch besloten deze in de bundel op te nemen. Dat geldt ook voor het sportdeelonderzoek dat is uitgevoerd in de gemeenten Noordenveld, Schagen, Uitgeest, Sneek, Skarsterlân en Lemsterland. Ook over deze gemeenten hebben we sportdeelnamegegevens op basis van de RSO verkregen. Sneek, Skarsterlân en Lemsterland zijn tezamen met Heerenveen groepsgewijs onder de noemer Zuidwest- Friesland in deze bundel opgenomen, omdat het sportdeelname-onderzoek ook hier gezamenlijk is verricht. Met inbegrip van deze toegevoegde gemeenten kunnen in dit hoofdstuk in totaal dus van 54 gemeenten de sportdeelnamegegevens worden gepresenteerd. Deze gemeenten vertegenwoordigen in totaal 5,8 miljoen inwoners. De gegevens van de sportdeelnameonderzoeken in deze gemeenten worden achtereenvolgens conform het volgende stramien weergegeven: 8 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTDEELNAME-ONDERZOEK 9
Onderzoeksjaar Minimumfrequentie Definitie sport Toonblad Sportdeelname percentage Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport Gebruikte accommodaties ar waarin het sportdeelname-onderzoek heeft plaatsgevonden. Of er sprake is geweest van een schriftelijke of een telefonische enquête. Of er sprake is geweest van een specifiek sportonderzoek of een breder omnibus-, vrijetijds- of recreatieonderzoek waarvan sportdeelname een onderdeel vormt. Het totale aantal respondenten dat in de analyse is verwerkt. De afbakening van de inwoners naar leeftijd waarop het onderzoek zich heeft gericht. Of er in het onderzoek gebruik is gemaakt van de RSO. De periode waarover de respondenten zijn (terug)gevraagd naar hun sportdeelname. Hoeveel keer in welke periode een respondent aan sport moet hebben gedaan om meegeteld te worden als sporter. Welke definitie van sport er in het onderzoek is gehanteerd. Of er in het onderzoek gebruik is gemaakt van een toonblad en hoeveel sporten er op dat toonblad vermeld stonden. Naar welke achtergrondvariabelen er is gevraagd. Het percentage sporters op het totale aantal inwoners. Het percentage sporters naar frequentie van sportbeoefening. Het aantal keer dat de respondenten in de terugvraagperiode gemiddeld aan sport hebben gedaan. Het aantal sporten dat de respondenten in de terugvraagperiode gemiddeld hebben beoefend. De meest beoefende sporten onder de respondenten in de terugvraagperiode. Of de sportbeoefening plaats heeft gevonden in een vereniging, bij een commerciële sportaanbieder, op anders georganiseerde wijze of op ongebonden wijze. Van welk type accommodatie bij de sportbeoefening gebruik is gemaakt. Of de gegevens van het sportdeelname-onderzoek in een openbaar, opvraagbaar rapport zijn gepubliceerd. Wie de contactpersoon is voor informatie over het sportdeelname-onderzoek bij de betreffende gemeente. Wanneer er aan de rechterzijde een liggend streepje is vermeld, ontbreken over het betreffende aspect de benodigde gegevens. 2.2 Overzicht per gemeente Alblasserdam...........................3 Alkmaar................................5 Almelo.................................7 Almere.................................9 Alphen aan den Rijn..................11 Amersfoort............................12 Amstelveen............................14 Amsterdam............................16 Arnhem...............................18 Bergen op Zoom......................20 Breda.................................22 Den Helder...........................24 Deventer..............................26 Doetinchem...........................28 Dordrecht.............................30 Ede.................................32 Eindhoven............................34 Gouda................................36 s-gravendeel.........................38 s-gravenhage.........................39 Haarlem...............................41 Heerhugowaard.......................43 Heerjansdam..........................45 Heerlen...............................46 Hendrik-Ido-Ambacht................48 Hengelo...............................49 s-hertogenbosch......................51 Hilversum.............................53 Hoogeveen............................55 Hoorn.................................57 Leeuwarden...........................58 Lelystad...............................59 Maastricht.............................60 Nederland.............................62 Noordenveld..........................64 Papendrecht...........................66 Purmerend............................67 Rheden................................69 Rotterdam.............................71 Schagen...............................73 Sliedrecht.............................74 Tilburg................................76 Uitgeest...............................78 Utrecht................................80 Velsen.................................82 Venlo..................................84 Weert.................................86 Zaanstad..............................88 Zoetermeer............................89 Zuidwest-Friesland (Heerenveen, Sneek, Skarsterlân en Lemsterland)..........91 Zwijndrecht...........................93 Zwolle................................95 10 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTDEELNAME-ONDERZOEK 11
Alblasserdam Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 214 respondenten 15 tot en met 74 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - 8. Tennis 9. Bowling 9. Fitness kracht 9. Skiën/langlaufen/snowboarden Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. Zie Dordrecht Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Toonblad Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Leeftijd Sportdeelname percentage 62% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 32% 1-11 keer 6% 12-59 keer 20% 60-119 keer 14% Meer dan 120 keer 28% Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Meest beoefende sporten 88 keer per jaar 4,3 sporten per inwoner 1. Zwemsport 2. Wielrennen/toerfietsen 3. Fitness conditie 4. Schaatsen 5. Hardlopen/trimmen 5. Skeeleren/skaten 7. Veldvoetbal 12 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 13
Alkmaar Onderzoeksjaar 2001 Omnibusonderzoek 2.331 respondenten 18 jaar en ouder Nee Geen Minimumfrequentie - Definitie sport - Toonblad Er is geen toonblad gebruikt maar een open vraag. Zwembad 19% 42% Buurthuis/wijkcentrum 9% 4% Viswater 6% 5% Parken 6% 29% Manege/drafcentrum 2% 1% Squashhal 5% 5% Handboogschietcentrum 1% Denksportcentrum 2% Biljartcentrum 3% 4% Ballet-dansschool 5% 2% Kegelbaan 2% 1% Wielerbaan 1% 1% IJsbaan 7% 12% Café 5% 7% Anders 11% 6% - Sportdeelname percentage - Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Gemeente Alkmaar Afdeling Onderzoek en statistiek Naam G. de Boer Adres Postbus 53, 1800 GC Alkmaar Telefoon 072-5488950 E-mail gdeboer@alkmaar.nl Meest beoefende sporten - Verband waarin wordt gesport Vereniging 31% Ongeorganiseerd 55% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Openbare weg 12% 1 65% 2 Tennisbaan 17% 7% Sportschool/ fitnesscentrum 28% 11% Sporthal/gymzaal 23% 4% Atletiekbaan 2% 1% Sportveld 15% 3% Trimbaan 1% 1% 1 Gebruikte voorzieningen voor de georganiseerde sport 2 Gebruikte voorzieningen voor de ongeorganiseerde sport 14 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTONDERZOEK 15
Almelo Onderzoeksjaar 1998 Sportonderzoek 401 respondenten 15 tot en met 65 jaar Nee Geen Minimumfrequentie - Definitie sport - Toonblad Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 24 sporten. Verband waarin wordt gesport Vereniging 45% Anders georganiseerd 32% Ongeorganiseerd 64% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties - Gemeente Almelo Afdeling Samenleving Naam H. Letteboer Adres Postbus 5100, 7600 GC Almelo Telefoon 0546-541943 E-mail h.letteboer@almelo.nl Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Sportdeelname percentage 72% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten 1. Hardlopen/trimmen 2. Fitness 3. Tennis 4. Wielersport 5. Zwemsport 6. Voetbal 7. Schaatsen 8. Aerobics/steps 9. Wandelsport 10. Volleybal 16 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTONDERZOEK 17
Almere Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch Sportonderzoek 1.172 respondenten 6 jaar en ouder Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Meest beoefende sporten 1. Fitness conditie 2. Wielrennen/mountainbiken 3. Zwemsport 4. Hardlopen/joggen/trimmen 5. Wandelsport 6. Veldvoetbal 7. Aerobics/steps 8. Tennis 9. Squash 10. Fitness kracht Definitie sport Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Verband waarin wordt gesport Sportvereniging 22% Sportschool/fitness 17% Bedrijf 1% Soc.cult./sportbuurt 2% Georganiseerd sportvakantie 1% Georganiseerd sportevenementen 0% Ongeorganiseerd samen 16% Ongeorganiseerd alleen 14% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Toonblad Er is een toonblad gebruikt met 49 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Stadsdeel Gebruikte accommodaties Gemeentelijke sportvoorziening 24% Particuliere sportvoorziening 19% Openbare algemene voorziening 36% Particuliere algemene voorziening 3% Anders 2% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Sportdeelname percentage 65% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 31% 1-11 keer 4% 12-59 keer 20% 60-119 keer 20% 120 en meer 25% Weet niet 1% Gemeente Almere Afdeling Sport, Recreatie en Toerisme Naam J.M. Verburg Adres Postbus 200, 1300 AE Almere Telefoon 036-5491513 E-mail jverburg@almere.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - 18 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTONDERZOEK 19
Alphen aan den Rijn Onderzoeksjaar 2000 - Omnibusonderzoek - 16 jaar en ouder Nee Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie - Definitie sport - Toonblad - Geslacht Opleidingsniveau Sportdeelname percentage 61% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten - Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - - Gemeente Alphen aan den Rijn Afdeling Stichting sportcentrum Naam G. van Geer Adres Postbus 2067, 2400 CB Alphen aan den Rijn Telefoon 0172-474985 20 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTONDERZOEK 21
Amersfoort Onderzoeksjaar 1998 Omnibusonderzoek 1.623 respondenten 18 jaar en ouder Nee Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 1 keer per jaar aan sport doen Meest beoefende sporten Zwemmen Fitness Tennis Wielrennen/mountainbiken Hardlopen/joggen/trimmen Aerobics Wandelsport Skiën/snowboarden/langlaufen Voetbal Squash Definitie sport Toonblad Sportdeelname percentage 60% Sportdeelname frequentie Welke van de onderstaande sporten heeft u de afgelopen twaalf maanden beoefend? Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 48 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Betreft alleen sport die men het meest beoefent: Vrijwel dagelijks 8% Een paar keer per week 35% Eén keer per week 38% Een paar keer per maand10% Eén keer per maand 4% Een paar keer per jaar 6% Verband waarin wordt gesport Sportvereniging 32% Sportschool/fitness 24% Bedrijf 3% Onderwijsinstelling 1% Ongeorganiseerd samen 15% Ongeorganiseerd alleen 25% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Sporthal/sportzaal 25% Sportterrein/sportveld/ tennisbaan/atletiekbaan 19% Commerciële sportaccommodatie 16% Buurthuis/wijkgebouw 5% Park/trapveldje/ openbare weg 21% Sportfondsenbad 9% Ander zwembad 9% Ergens anders 22% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 2,4 sporten per sporter 1,5 sporten per inwoner 22 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME KERNGEGEVENS GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME EN SPORTONDERZOEK 23
Gemeente Amersfoort Afdeling Onderzoek en Statistiek Naam Ben van de Burgwal Adres Postbus 4000, 3800 EA, Amersfoort Telefoon 033-4694651 E-mail burb@amersfoort.nl 24 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 25
Amstelveen Onderzoeksjaar 2001 Omnibusonderzoek 1.679 respondenten 18 jaar en ouder Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Sportdeelname percentage 69% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht 1-11 keer 15% 12-50 keer 41% 51-99 keer 22% >100 keer 22% 1,7 sporten per sporter 2,7 sporten per inwoner Verband waarin wordt gesport Tennis Aerobics/steps etc. Wielrennen/toerfietsen etc. Wandelsport Hardlopen/joggen Golf Skiën/langlaufen Bridge Commercieel 44% Vereniging 31% Ongebonden 19% Anders georganiseerd 6% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Fitnesscentrum 40% Bos 24% Openbare weg 22% Zwembad/ijsbaan 21% Gymzaal/sporthal 20% Sportveld 19% Tennishal 15% Zee/rivier/meer 10% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemeente Amstelveen Afdeling Concernstat Naam C.A.M. Mensinga Adres Postbus 4, 1180 AB, Amstelveen Telefoon 020-5404680 E-mail c.a.m.mensinga@amstelveen.nl Meest beoefende sporten Fitness Zwemsport 26 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 27
Amsterdam Onderzoeksjaar 1999 Telefonisch, face to face Sportonderzoek 1.200 respondenten 6 tot en met 80 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 1 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 59 sporten. Verband waarin wordt gesport Voetbal Wielrennen/mountainbiken/fietsen Tennis Aerobics/steps Trimmen Wandelsport Squash Basketbal Sportvereniging 38% Sportschool/fitness 23% Ongeorganiseerd 31% Informele groepen 19% Anders 16% Weet niet 5% Sportdeelname percentage 64% Sportdeelname frequentie Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Stadsgebied Minimaal één keer per jaar 64% Minimaal één keer per maand 55% Minimaal twee keer per maand 50% Eén à twee keer per week 32% Meer dan twee keer per week 15% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Sportschool 18% Zwembad 18% Sportterrein 17% Sporthal/tennishal 12% Sportzaal 7% Op straat 7% Park 7% Buurthuis 6% Meer/sloot/water 6% Elders 30% Weet niet 5% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten Meest beoefende sporten 1,98 sporten per sporter 1,3 sporten per inwoner Zwemmen Fitness conditie Gemeente Amsterdam Afdeling Sport en Recreatie Naam M. Stam Adres Postbus 1840, 1000 BV, Amsterdam Telefoon 020-5522331 E-mail m.stam@dwa.amsterdam.nl 28 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 29
Arnhem Onderzoeksjaar 2000 Omnibusonderzoek 1.000 respondenten 18 en ouder 12 maanden Minimumfrequentie 1 Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van gehanteerde definitie van sport. Verband waarin wordt gesport Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters. Gebruikte accommodaties Ongeorganiseerd en individueel 29% Sportvereniging 28% Ongeorganiseerd met anderen 17% Sportschool/fitness 15% Soc. cult.- of sportbuurtwerk4% Bedrijf 2% Georganiseerde sportvakantie 1% Ander verband 5% Er is een toonblad gebruikt met 46 sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Politieke voorkeur Gemeente Arnhem Afdeling Beleid Naam P. Hilhorst Adres Telefoon 026-3774924 E-mail Sportdeelname percentage 52% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten 1. Fitnesssporten 2. Wandel- en fietssporten 3. Tennissporten 3. Zwemsporten 5. Joggen 5. Zaalsporten 5. Veldsporten 30 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 31
Bergen op Zoom Onderzoeksjaar 1996 Omnibusonderzoek 2.100 respondenten 18 tot en met 79 jaar Nee Geen Minimumfrequentie Geen Gebruikte accommodaties Sporthal 24% Sportschool 18% Tenniscentra 10% Zwembad 16% Sportveld/park 15% Tennispark 9% Anders 8% Definitie sport - Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Sportdeelname percentage 48% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Woonbuurt Gemeente Bergen op Zoom Afdeling Ondersteuning en Advies Naam G.C.J. Verschuren Adres Postbus 35, 4600 AA, Bergen op Zoom Telefoon 0164-277213 E-mail G.C.J.Verschuren@bergenopzoom.nl Gemiddeld aantal beoefende sporten - - Meest beoefende sporten 1. Zwemsport 2. Fitness 3. Fietsen 4. Tennis 5. Voetbal 6. Atletiek/trimmen 7. Gymnastiek 8. Badminton 9. Volleybal 10. Biljart Verband waarin wordt gesport In verenigingsverband 21% Buiten verenigingsverband 16% Zowel in als buiten ver. verband 10% Sport niet regelmatig 52% Onbekend 1% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. 32 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 33
Breda Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch Omnibusonderzoek 2.494 respondenten 6 tot en met 100 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Sportdeelname percentage 63% Sportdeelname frequentie Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 48 sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie District Geen enkele keer 34% 1-11 keer 3% 12-59 keer 24% 60-119 keer 19% Meer dan 120 keer 21% Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport 1,2 sporten per inwoner 1. Zwemsport 2. Toerfietsen/wielrennen 3. Fitness conditie 4. Tennis 5. Veldvoetbal 6. Hardlopen/joggen/trimmen 7. Wandelsport 8. Fitness kracht 9. Danssport 10. Hockey Verenigingsverband 40% Commercieel verband 24% Ongebonden 33% Anders 10% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Gemeentelijke sportvoorziening 28% Particuliere sportvoorziening 45% Openbare algemene voorziening 26% Particuliere algemene voorziening 4% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemeente Breda Afdeling Onderzoek en Informatie Naam M. Aarts Adres Claudius Prinsenlaan 10, 4811 DJ, Breda Telefoon 076-5293518 E-mail mwm.aarts@breda.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 1,9 sporten per sporter 34 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 35
Den Helder Onderzoeksjaar 1999 Jongeren omnibusonderzoek 1.095 respondenten 13 tot en met 22 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport - Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Sportdeelname percentage 77% Sportdeelname frequentie Er is geen toonblad gebruikt. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Woonwijk Bij vereniging of sportschool: Elke dag 7% Paar keer per week 64% Eén keer per week 28% Minder dan één keer per week 1% Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport Bij vereniging of sportschool: Voetbal Fitness Basketbal Aerobics/steps/BBB Tennis Paard/ponyrijden Streetdance Zaalvoetbal Volleybal Dansen Bij vereniging of sportschool: Georganiseerd 52% Ongeorganiseerd 58% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Gebruikte accommodaties - Gemeente Den Helder Afdeling Onderzoek en Statistiek Naam Yvette Vleugel Adres Postbus 36, 1780 AA, Den Helder Telefoon 0223-671456 E-mail YAV@denhelder.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar keer per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Bij vereniging of sportschool: 1,3 sporten per sporter 36 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 37
Deventer Onderzoeksjaar 1997 Omnibusonderzoek 1.069 respondenten Vanaf 15 jaar - Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Het buiten de vakantieperiode om, regelmatig beoefenen van activiteiten, die naast lichamelijke en/of geestelijke inspanning worden gekenmerkt door wedijver, prestatie of plezier/ontspanning. Het af en toe een stukje wandelen, fietsen of zwemmen bij mooi weer valt hier niet onder, maar regelmatig (individueel of in groepsverband) een half uurtje hardlopen, een baantje zwemmen, fitnessen e.d. wel. Gemiddeld aantal beoefende sporten Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport 2,1 sporten per sporter 0,8 sporten per inwoner 1. Fitness 2. Zwemmen 3. Fietsen 4. Hardlopen 5. Aerobics 6. Voetbal 7. Tennis 8. Volleybal 9. Schaatsen 10. Squash Ongeorganiseerd 24% Georganiseerd 41% Beide 35% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Sport op school en sport buiten de gemeente maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Gebruikte accommodaties Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Gemeente Deventer Afdeling Sportservice Centrum Naam H. Ferweda Adres Postbus 6095, 7401 JB, Deventer Telefoon 0570-659751 E-mail h.ferweda@descheg.nl Sportdeelname percentage 60% Sportdeelname frequentie Eén keer per week 24% Eén à twee keer per week 57% Twee keer per week 19% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - 38 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 39
Doetinchem Onderzoeksjaar 2002 Sportonderzoek 452 respondenten 6 jaar en ouder Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Gemiddeld aantal beoefende sporten - - Meest beoefende sporten 1. Zwemsport Verband waarin wordt gesport 2. Fitness conditie 3. Wandelsport 4. Hardlopen/joggen/trimmen 5. Wielrennen/mountainbiken/toerfietsen 6. Veldvoetbal 7. Tennis 8. Skeeleren/skaten 9. Aerobics/steps 10. Bowling Verenigingsverband 38% Commercieel 17% Ongebonden 60% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Sportdeelname percentage 62% Sportdeelname frequentie Er is een toonblad gebruikt met 44 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Beperking en/of chronische aandoening Geen enkele keer 30% 1-11 keer 8% 12-59 keer 23% 60-119 keer 20% Meer dan 120 keer 19% Gebruikte accommodaties Officiële sportaccommodatie34% Openbare ruimte 5% Andersoortige 22% Gemeente Doetinchem Afdeling Stadszaken, cluster educatie Naam J. Klemp Adres Postbus 9020, 7000 HA, Doetinchem Telefoon 0314-399679 E-mail beleidsport@doetinchem.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - 40 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 41
Dordrecht Onderzoeksjaar 2002 Vrijetijdsonderzoek 281 respondenten 15 tot en met 74 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport Gebruikte accommodaties 1. Fitness conditie 2. Zwemsport 3. Hardlopen/trimmen 4. Fitness kracht 5. Wielrennen/toerfietsen 6. Skiën/langlaufen/snowboarden 7. Wandelsport 8. Tennis 9. Biljart/poolbiljart/snookeren 10. Skeeleren/skaten/aerobics/steps Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Gemeente Dordrecht Afdeling SGB Naam n van der Weerd Adres Postbus 8, 3300 AA, Dordrecht Telefoon 078-6396220 E-mail J.vander.Weerd@Dordrecht.nl Sportdeelname percentage 58% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 35% 1-11 keer 7% 12-59 keer 22% 60-119 keer 16% Meer dan 120 keer 20% Gemiddelde sportfrequentie per jaar 58 keer per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten 3,1 sporten per inwoner 42 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 43
Ede Onderzoeksjaar 2002 en via internet Omnibusonderzoek 2.000 respondenten 15 jaar en ouder Nee Geen Minimumfrequentie Geen Definitie sport Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 25 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Verband waarin wordt gesport Sportvereniging 31% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties: - Gemeente Ede Afdeling Ontwikkeling en Ondersteuning Naam Hedwig Vermeulen Adres Postbus 9022, 6710 HK, Ede Telefoon 0318-680369 E-mail vehj@ede.nl Sportdeelname percentage 90% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 2,4 sporten per sporter 2,2 sporten per inwoner Meest beoefende sporten Recreatief fietsen Recreatief wandelen Zwemmen Fitness Gymnastiek/aerobics/steps Tennis Hardlopen Skaten/rolschaatsen Skiën Voetbal 44 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 45
Eindhoven Onderzoeksjaar 2000 Omnibusonderzoek 2.700 respondenten 16 tot en met 84 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 1 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 48 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Verband waarin wordt gesport: - Gebruikte accommodaties - Wielrennen/mountainbiken Biljarten Tennis Wandelsport Skeeleren Bowling Skiën Gemeente Eindhoven Afdeling Bio Naam n Vriens Adres Postbus 90150, 5600 RB, Eindhoven Telefoon 040-2382357 E-mail j.vriens@eindhoven.nl Sportdeelname percentage 69% Sportdeelname frequentie Elke dag 6% Paar keer per week 31% Wekelijks 35% Paar keer per maand 14% Maandelijks 14% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 3 sporten per sporter Meest beoefende sporten Fitness Zwemsport Hardlopen 46 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 47
Gouda Onderzoeksjaar 1998 Vrijetijdsonderzoek 735 respondenten 8 tot en met 65 jaar Nee Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 1 keer per jaar aan sport doen Verband waarin wordt gesport Verenigingsverband 27% Niet-verenigingsverband27% Zowel ver. als niet-ver. 50% Deze percentages zijn gebaseerd op aantal sporters en niet op aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Definitie sport Sport buiten de gemeente maakt deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Status Postcodegebied Gemeente Gouda Afdeling Sport en recreatie Naam E. Klatt Adres Antwerpseweg 5, 2800 BB, Gouda Telefoon 0182-588427 E-mail e.klatt@gouda.nl Sportdeelname percentage 55% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 39% 1-4 uur per week 42% > 5 uur per week 19% Gemiddelde sportfrequentie per jaar 2 keer per week Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten 1. Zwemmen 2. Aerobics 3. Joggen etc. 4. Tennis 5. Skiën/langlaufen 6. Schaatsen Gymnastiek 48 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 49
s-gravendeel Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 129 respondenten 15 tot en met 74 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen 4. Wandelsport 5. Skiën/langlaufen/snowboarden 5. Bowling 5. Aerobics/steps 8. Hardlopen/trimmen 9. Biljart/poolbiljart/snooker 10. Fitness kracht 10. Tennis Verband waarin wordt gesport - Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. Gebruikte accommodaties - Zie Dordrecht Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Toonblad Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Sportdeelname percentage 65% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 29% 1-11 keer 6% 12-59 keer 20% 60-119 keer 21% Meer dan 120 keer 24% Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten 90 keer per jaar 3,9 sporten per inwoner Meest beoefende sporten 1. Zwemsport 2. Fitness conditie 3. Wielrennen/toerfietsen 50 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 51
s-gravenhage Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch Sportonderzoek 1.800 respondenten 16 tot en met 70jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 48 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Stadsdeel Verband waarin wordt gesport Aerobics/steps Zwemsport Fitness kracht Veldvoetbal Hardlopen/joggen Tennis Wandelsport Wielrennen/mountainbiken Squash Sportvereniging 22% Commercieel 19% Ongebonden 36% Anders georganiseerd 11% Geen antwoord 1% Geen sporter 42% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Gebruikte accommodaties Gemeentelijke sportvoorziening 23 % Particuliere sportvoorziening 21 % Openbare algemene voorziening 15 % Particuliere algemene voorziening 3 % Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Sportdeelname percentage 56% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Geen enkele keer 41% 1-11 keer 3% 12-59 keer 22% 60-119 keer 17% Meer dan 120 keer 17% Gemeente s-gravenhage Afdeling Sport en Recreatie Naam Henriette van Rossum Adres Postbus 12652, 2500 DP, s-gravenhage Telefoon 070-3532554 E-mail h.v.m.vanrossum@ocw-denhaag.nl Gemiddeld aantal beoefende sporten 2,3 sporten per sporter 1,3 sporten per inwoner Meest beoefende sporten Fitness conditie 52 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 53
Haarlem Onderzoeksjaar 2002 Omnibusonderzoek 2.000 respondenten 15 tot en met 100 jaar Nee Geen Minimumfrequentie 26 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Aangegeven door sportlijst en nadere duiding frequentie. Sport buiten de gemeente maakt deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Verband waarin wordt gesport Schaatsen Squash Sportvereniging 32,6% Sportschool/fitness 22,9% Bedrijf 1,2% Lesgroep 6,1% Zelf georganiseerd 7,1% Buurt/wijkorganisatie 1,2% Individueel 27,5% Overig 1,4% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties - Er is een toonblad gebruikt met twaalf sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Stadsdeel Gemeente Haarlem Afdeling Sport en Recreatie Naam T. Gerlof Adres Postbus 3333, 2001 DH, Haarlem Telefoon 023-5115710 E-mail gerloftj@haarlem.nl Sportdeelname percentage 51,4% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - - Meest beoefende sporten Fitness conditie Wielrennen/mountainbiken Tennis Loopsport Zwemsport Voetbal Skeeleren/skaten Gymnastiek 54 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 55
Heerhugowaard Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Onderzoeksjaar 1993 Omnibusonderzoek 920 respondenten 18 tot en met 79 jaar Nee Geen Minimumfrequentie 4 keer per jaar aan sport doen Definitie sport - Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Gebruikte accommodaties Buitensportaccommodaties 24% Binnensportaccommodaties 42% Sportscholen 11% Anders 33% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemeente Afdeling Naam Adres Nee Heerhugowaard Onderzoek en statistiek / Welzijn, Onderwijs en Cultuur P.J. Holen / G. Eising Postbus 390, 1700 AJ, Heerhugowaard Telefoon 072-5761270 E-mail p.holen@heerhugowaard.nl Sportdeelname percentage 47% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 1,65 sporten per sporter 0,77 sporten per inwoner Meest beoefende sporten 1. Tennis 2. Zwemsport 3. Voetbal 4. Volleybal 5. Fietsen/wielrennen 6. Squash 7. Hardlopen 8. Aerobics/fitness 9. Hockey 10. Paardrijden Verband waarin wordt gesport Verenigingsverband 75% Anders georganiseerd 25% 56 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 57
Heerjansdam Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 96 respondenten 15 tot en met 74 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. 4. Wielrennen/toerfietsen 6. Schaatsen 7. Biljart/poolbiljart/snooker 8. Veldvoetbal 8. Wandelsport Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - Zie Dordrecht Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Toonblad Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Sportdeelname percentage 70% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Geen enkele keer 26% 1-11 keer 5% 12-59 keer 24% 60-119 keer 18% Meer dan 120 keer 28% 97 keer per jaar 3,5 sporten per inwoner Meest beoefende sporten 1. Hardlopen/trimmen 2. Zwemsport 3. Skiën/langlaufen/snowboarden 4. Fitness conditie 58 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 59
Heerlen Onderzoeksjaar 2001 Omnibusonderzoek 3.024 respondenten 18 jaar en ouder - Geen Minimumfrequentie 1 keer per maand aan sport doen Definitie sport gehanteerde definitie van sport. Sportdeelname percentage 47% Sportdeelname frequentie Sport buiten de gemeente maakt deel uit van de Er is geen toonblad gebruikt. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Burgerlijke staat Meer dan één keer per week 48% Eén keer per week 42% Meer dan één keer per maand 7% Eén keer per maand 1% Minder dan één keer per maand 1% Verband waarin wordt gesport Gymnastiek Joggen/atletiek Volleybal/handbal/basketbal Vechtsport Samen met anderen 70% Individueel 20% Individueel en samen met anderen 10% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Geen accommodatie 24% Accommodatie binnen de gemeente 52% Accommodatie buiten de gemeente 24% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemeente Heerlen Afdeling Onderzoek en Statistiek Naam M.M.P. Akkermans Adres Postbus 1, 6400 AA, Heerlen Telefoon 045-5604740 E-mail m.akkermans@heerlen.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten Fitness conditie Zwemsport Tennis/badminton/squash Voetbal Fietssport Wandelsport 60 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 61
Hendrik-Ido-Ambacht Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 262 respondenten 15 tot en met 74 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. 4. Fitness conditie 6. Skeeleren/skaten 7. Karting 8. Bowling 8. Tennis Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - Zie Dordrecht Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Toonblad Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Sportdeelname percentage 59% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Geen enkele keer 37% 1-11 keer 4% 12-59 keer 19% 60-119 keer 15% Meer dan 120 keer 25% 97 keer per jaar 4,2 sporten per inwoner Meest beoefende sporten 1. Zwemsport 2. Wielrennen/toerfietsen 2. Hardlopen/trimmen 4. Skiën/langlaufen/snowboarden 62 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 63
Hengelo Onderzoeksjaar 2002 Omnibusonderzoek 1.329 respondenten 18 tot en met 79 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 47 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Verband waarin wordt gesport Tennis Hardlopen/joggen Aerobics/steps Fitness kracht Wandelsport Veldvoetbal Gymnastiek/turnen Sportvereniging 30% Commercieel 20% Ongebonden 39% Anders georganiseerd 17% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Gebruikte accommodaties eigen gemeente: elders: Officiële sportaccommodatie 41% 19% Sportvoorziening in de openbare ruimte 4% 3% Andersoortige voorziening 21% 19% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Sportdeelname percentage 53% Nog niet Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Geen enkele keer 39% 1-11 keer 5% 12-59 keer 26% 60-119 keer 17% Meer dan 120 keer 12% Gemeente Hengelo Afdeling Sport en Recreatie Naam S.H. Vaneker Adres Postbus 18, 7550 AA, Hengelo Telefoon 074-2459732 E-mail s.vaneker@hengelo.nl Gemiddeld aantal beoefende sporten 3,4 sporten per sporter Meest beoefende sporten Fitness conditie Zwemsport Wielrennen/mountainbiken 64 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 65
s-hertogenbosch Onderzoeksjaar 2001 Sportonderzoek 2.412 respondenten 15 jaar en ouder Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport sportwereld. Activiteiten volgens gebruiken en regels uit de Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Verband waarin wordt gesport Tennis Zwemsport Wielrennen/mountainbiken/toerfietsen Hardlopen/joggen/trimmen Wandelsport Aerobics/steps Fitness kracht Skeeleren/skaten Veldvoetbal Niet georganiseerd 52% Georganiseerd in verenigingsverband 34% Georganiseerd in commercieel verband 31% Georganiseerd in ander verband 22% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Sportdeelname percentage 66% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Er is een toonblad gebruikt met 47 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Woonwijk Geen enkele keer 19% 1-11 keer 14% 12-59 keer 32% 60-119 keer 21% 120 keer en meer 13% Gebruikte accommodaties Gemeentelijke sportvoorziening 52% Particuliere sportvoorziening 26% Openbare algemene voorziening 31% Particuliere algemene voorziening 14% Gemeentelijke voorzieningen buiten Den Bosch 18% Particuliere voorzieningen buiten Den Bosch 14% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Gemeente s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek en Statistiek Naam Frank-Jos Braspenning Adres Postbus 12345, 5200 GZ, s-hertogenbosch Telefoon 073-6155485 E-mail frab@s-hertogenbosch.nl Gemiddeld aantal beoefende sporten 2,7 sporten per inwoner Meest beoefende sporten Fitness conditie 66 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 67
Hilversum Onderzoeksjaar 2002 Omnibusonderzoek 1.910 respondenten 18 jaar en ouder Nee Geen Minimumfrequentie 1 keer per week aan sport doen Gebruikte accommodaties Gemeentelijke sportvoorziening 24,0% Particuliere sportvoorziening 18,9% Openbare algemene voorziening 35,5% Particuliere algemene voorziening 2,5% Anders 2,1% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Definitie sport - Er is een toonblad gebruikt met 32 sporten. Sportdeelname percentage 52% Gemeente Hilversum Afdeling Beheer en Exploitatie van de dienst W.O. Naam Liesbeth Korting Adres Postbus 9900, GW, Hilversum Telefoon 035-6292868 E-mail l.korting@hilversum.nl Sportdeelname frequentie Eén keer per week 52% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten Fietsen Fitness Wandelen Zwemmen Tennis Hardlopen/joggen/trimmen Aerobics Verband waarin wordt gesport In verenigingsverband 24% Buiten verenigingsverband28% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. 68 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 69
Hoogeveen Onderzoeksjaar 2002 Telefonisch Sportonderzoek, vrijetijdsonderzoek 250 respondenten 8 tot en met 60 jaar, focus op vier groepen: 8, 15, 35 en 60 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente maakt deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 44 sporten. Sportdeelname percentage 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar 88% 80% 57% 46% Meest beoefende sporten 8 jaar: 1. Veldvoetbal 2. Gymnastiek/turnen 3. Zwemsport 4. Vecht-en verdedigingssporten 5. Paardensport 6. Korfbal 15 jaar: 1. Veldvoetbal 2. Danssport 3. Gymnastiek/turnen 4. Vecht-en verdedingssporten 5. Paardensport 6. Korfbal 7. Badminton 8. Fitness kracht en conditie 35 jaar: 1. Zwemsport 2. Hardlopen/joggen/trimmen 3. Fitness kracht 4. Fitness conditie 5. Badminton 6. Wielrennen/mountainbiken/toerfietsen 7. Volleybal Sportdeelname frequentie 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar Geen enkele keer 12% 20% 33% 51% 1-11 keer 0% 0% 10% 3% 12-59 keer 45% 22% 28% 21% 60-119 keer 23% 20% 18% 18% Meer dan 120 keer 20% 38% 11% 7% Weet niet Gemiddelde sportfrequentie per jaar 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar 86 124 84 85 Gemiddeld aantal beoefende sporten Sporten per inwoner: 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar 1,22 1,02 0,89 0,66 60 jaar: 1. Zwemsport 2. Wielrennen/mountainbiken/toerfietsen 3. Volleybal 4. Tennis 5. Hardlopen/joggen/trimmen 6. Aerobics/steps Verband waarin wordt gesport 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar Verenigingsverband 89% 86% 59% 30% Commercieel verband 0% 4% 2% 10% Ongebonden 11% 0% 31% 57% Anders georganiseerd 0% 0% 8% 3% 70 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 71
Gebruikte accommodaties 35 jaar 60 jaar Officiële sportaccommodatie 80% 74% Sportvoorzieningen in de openbare ruimte 26% 38% Andersoortige voorzieningen 28% 19% Organisatie Sport Drenthe Naam J. de Lang Telefoon 0528-233775 E-mail jdelang@sportdrenthe.nl 72 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 73
Hoorn Onderzoeksjaar 1998 Sportonderzoek 3.828 respondenten 13 tot en met 17 jaar Nee Geen Minimumfrequentie Geen Gemeente Hoorn Afdeling Sport en Recreatie Naam D-J. Fris Adres Nieuwe Steen 1, 1625 HV, Hoorn Telefoon 0229-252609 Definitie sport Sport buiten de gemeente maakt deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Etniciteit Opleidingsniveau Woonwijk Sportdeelname percentage 70,3% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten 1. Voetbal 2. Tennis 3. Fitness Verband waarin wordt gesport Sportvereniging in Hoorn 22,2% Andere sportaanbieders in Hoorn 37% Sportaanbieders buiten Hoorn 10% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet het op aantal sporters. Gebruikte accommodaties - 74 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 75
Leeuwarden Onderzoeksjaar 2002 Sportonderzoek 3.214 respondenten 11 tot en met 16 jaar - Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie - Gemeente Leeuwarden Afdeling Welzijn, SACU Naam C.J. Slotemaker Adres Postbus 21000, 8900 JA, Leeuwarden Telefoon 058-2338565 E-mail CSlotemaker@Leeuwarden.nl Definitie sport Sport op school en sport buiten de gemeente en maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 24 sporten. Geslacht Sportdeelname percentage 67% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten - Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties Sportvelden Sporthallen Zwembaden 76 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 77
Lelystad Onderzoeksjaar 2001 Omnibusonderzoek 940 respondenten 18 jaar en ouder Nee Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Gemeente Lelystad Afdeling Welzijn en stedelijk onderwijs Naam P.J. Frankema Adres Postbus 91, 8200 AB, Lelystad Telefoon 0320-278934 E-mail pj.frankema@lelystad.nl Definitie sport Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Sportdeelname percentage 50% Sportdeelname frequentie Meer dan één keer per week 50% Eén keer per week 30% Eén of meerdere keren per maand 20% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten - Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - Nee 78 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 79
Maastricht Onderzoeksjaar 2000 Telefonisch Sportonderzoek 1.385 respondenten 5 jaar en ouder Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 49 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie 4. Veldvoetbal 5. Toerfietsen 6. Aerobics/steps 7. Wielrennen/mountainbiken 8. Tennis 9. Hardlopen/joggen/trimmen 10. Gymnastiek/turnen Verband waarin wordt gesport Sportvereniging 10% Buiten vereniging 34% Beide 7% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Gemeentelijk Sportzaal 20% Zwembad 12% Sportveld/tennisbaan 12% Overige 2% Openbaar algemeen Openbare weg 25% In het bos 13% Overige 9% Sportdeelname percentage 51% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten Geen enkele keer 47% 1-11 keer 8% 12-59 keer 45% 60-119 keer - Meer dan 120 keer - Weet niet - 1. Wandelsport 2. Zwemsport 3. Fitness conditie Particulier Fitnesscentrum 9% Overige 5% Particulier algemeen Café, bar, tuin, thuis 7% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemeente Maastricht Afdeling Sportservice Maastricht Naam J. Hannon Adres Postbus 1992, 6201 BZ, Maastricht Telefoon 043-3503142 E-mail johan.hannon@maastricht.nl 80 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 81
Nederland (NOC*NSF) Onderzoeksjaar 2002 Sportonderzoek 2.558 respondenten 6 jaar en ouder Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Verband waarin wordt gesport 5. Veldvoetbal 6. Tennis 7. Gymnastiek/turnen 8. Hardlopen/joggen/trimmen 9. Aerobics/steps 10. Fitness kracht Sportvereniging 34,3% Commercieel verband 13,7% Ongebonden 46,1% Anders georganiseerd 22,2% Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 44 sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners. Sportvoorziening eigen gemeente 31% Openbare ruimte eigen gemeente 3% Andere voorziening in gemeente 24% Sportvoorziening elders 20% Openbare ruimte elders 2% Andere voorziening elders 20% Sportdeelname percentage 65% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 25% 1-11 keer 10% 12-59 keer 30% 60-119 keer 17% Meer dan 120 keer 18% Organisatie NOC*NSF Afdeling Breedtesport Naam A. Tiessen Adres Postbus 302, 6800 AH, Arnhem Telefoon 026-4834659 E-mail a.tiessen@noc-nsf.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 3,1 Meest beoefende sporten 1. Zwemsport 2. Fitness conditie 3. Wandelsport 4. Wielrennen/mountainbiken/toerfietsen 82 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 83
Noordenveld Onderzoeksjaar 2002 Telefonisch Sportonderzoek 250 respondenten 8 tot en met 60 jaar focus op vier groepen: 8, 15, 35 en 60 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Meest beoefende sporten 8 jaar: Veldvoetbal Gymnastiek en turnen Vecht- en verdedigingssporten Danssport Zwemsport Tennis Volleybal Handbal Hockey Atletiek Definitie sport Leeftijd Definitie vollgens de RSO Sport buiten de gemeente maakt deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 44 sporten. Sportdeelname percentage 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar 88% 79% 51% 54% Sportdeelname frequentie 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar Geen enkele keer 3% 15% 49% 43% 1-11 keer 5% 6% 0% 3% 12-59 keer 19% 21% 25% 33% 60-119 keer 58% 25% 18% 6% Meer dan 120 keer 16% 33% 8% 16% Weet niet 15 jaar: Veldvoetbal Paardensport Zwemsport Basketbal Danssport Gymnastiek en turnen Hockey Tennis Korfbal Vecht en verdedigingssporten 35 jaar: Zwemsport Fitness conditie Squash Wielersport Skeeleren Paardensport Hardlopen/joggen/trimmen Aerobics Gemiddelde sportfrequentie per jaar 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar 92 109 77 108 Gemiddeld aantal beoefende sportensporten per inwoner: 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar 1,53 1,19 0,86 0,79 60 jaar: Wielersport Toerfietsen Zwemsport Gymnastiek en turnen Badminton Tennis Wandelsport 84 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 85
Verband waarin wordt gesport 8 jaar 15 jaar 35 jaar 60 jaar Verenigingsverband 94% 91% 47% 42% Commercieel verband 3% 6% 16% 8% Ongebonden 2% 9% 47% 53% Anders georganiseerd 2% 0% 6% 6% Gebruikte accommodaties 35 jaar 60 jaar Officiële sportaccommodatie 63% 59% Sportvoorzieningen in de openbare ruimte 62% 41% Andersoortige voorzieningen 6% 51% Organisatie Sport Drenthe Naam J. de Lang Telefoon 0528-233775 E-mail jdelang@sportdrenthe.nl 86 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 87
Papendrecht Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 238 respondenten 15 tot en met 74 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. 4. Skiën/langlaufen/snowboarden 6. Skeeleren/skaten 7. Tennis 7. Wandelsport 7. Biljart/poolbiljart/snooker Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - Zie Dordrecht Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Toonblad Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Sportdeelname percentage 63% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Geen enkele keer 31% 1-11 keer 7% 12-59 keer 23% 60-119 keer 16% Meer dan 120 keer 24% 90 keer per jaar 3,5 sporten per inwoner Meest beoefende sporten 1. Zwemsport 2. Wielrennen/toerfietsen 2. Hardlopen/trimmen 4. Fitness conditie 88 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 89
Purmerend Onderzoeksjaar 2000 Omnibusonderzoek 2.466 respondenten 15 jaar en ouder Nee Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport - Sportdeelname percentage 48% Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Verband waarin wordt gesport Wielrennen/mountainbiken Hardlopen/joggen/trimmen Gymnastiek Squash Wandelsport Sportvereniging 33% Sportschool/fitness 23% Huur baan 5% Met sportorganisatie 6% Niet georganiseerd 28% Niet ingevuld 6% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Sportschool 15% Tennishal 4% Squashhal 4% Snookerhal 3% Biljartcentrum 2% Overdekt Zwembad 22% Manege 2% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners van 15 jaar en ouder en niet op het aantal sporters. Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Twee keer per week of vaker27% Eén tot vier keer per maand21% Enkele keren per jaar 9% Zelden of nooit 43% Gemeente Purmerend Afdeling Onderzoek en Statistiek Naam Bert Mentink Adres Postbus 15, 1440 AA, Purmerend Telefoon 0299-452496 E-mail aa.mentink@purmerend.nl Meest beoefende sporten Fitness conditie Aerobics/steps Zwemmen/duiken/waterpolo Tennis Veldvoetbal 90 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 91
Rheden Onderzoeksjaar 2002 Sportonderzoek 576 respondenten 6 tot en met 86 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Sportdeelname percentage 64,6% Sportdeelname frequentie Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 44 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Beperking en/of chronische aandoening Geen enkele keer 16% 1-11 keer 6% 12-59 keer 32,6% 60-119 keer 22,8% Meer dan 120 keer 22,6% Gemiddeld aantal beoefende sporten Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport 1,8 sporten per sporter 1,3 sporten per inwoner 1. Zwemsport 2. Fitness conditie 3. Wielrennen/mountainbiken/fietsen 4. Wandelsport 5. Tennis 6. Veldvoetbal 7. Hardlopen/joggen/trimmen 8. Fitness kracht 9. Gymnastiek/turnen 10. Aerobics/steps Sportvereniging 41,2% Commercieel 22,3% Ongebonden 49,4% Anders georganiseerd 28% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Gebruikte accommodaties Officiële sportaccommodatie 70,4% Sportvereniging openbare ruimte 11,1% Andersoortige voorziening 49,2% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters Gemeente Rheden Afdeling Samenlevingszaken Naam R. Schuring / R. Harbers Adres Postbus 9110, 6994 ZJ, De Steeg Telefoon 026-4976557 E-mail r.schuring@rheden.nl / r.harbers@rheden.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - 92 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 93
Rotterdam Onderzoeksjaar 2001 Vrijetijdsonderzoek 1500 respondenten 13 jaar tot en met 75 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 1 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Sportdeelname percentage 54,1% Sportdeelname frequentie Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 56 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Geen enkele keer 35,4% 1-11 keer 10,5% 12-59 keer 27,1% 60-119 keer 14,3% Meer dan 120 keer 12,6% Verband waarin wordt gesport 3. Wielrennen/mountainbiken/toerfietsen 5. Wandelsport 6. Veldvoetbal 6. Tennis 8. Aerobics/steps 9. Skeeleren/skaten 10. Vecht- en verdedigingssporten Ongeorganiseerd met anderen 53% Ongeorganiseerd individueel 36% Lid van een sportvereniging 35% Lid van een sportschool 27% Georganiseerd door gemeente 8% Georganiseerd door bedrijf 7% Georganiseerde sportvakantie 5% Geen antwoord 5% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Sporthal/sportzaal 33% Park/bos 30% Fitnesscentrum 25% Overdekt zwembad/ijsbaan 22% Openbare weg 26% Sportveld/sportterrein 21% Zee/meer/plas/sloot 16% Buurthuis/wijkgebouw 11% Thuis/tuin 11% Ski-, tennis-, klimhal 9% Openluchtzwembad/ijsbaan 7% Trapveldje 3% Halfpipe/skatebaan 1% Geen antwoord 6% Gemiddelde sportfrequentie per jaar 74 keer per jaar Dit percentage is gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemiddeld aantal beoefende sporten 3,48 Meest beoefende sporten 1. Fitness conditie 2. Zwemsport 3. Hardlopen/joggen/trimmen 94 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 95
Gemeente Rotterdam Afdeling Sport en Recreatie Naam Gerard van der Linden Adres Coolsingel 6, 3000 BE, Rotterdam Telefoon 010-4172444 E-mail g.vanderlinden@senr.rotterdam.nl 96 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 97
Schagen Onderzoeksjaar 2001 Sportonderzoek 317 respondenten 15 tot en met 75 jaar 4 weken Minimumfrequentie 10 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Sportdeelname percentage 78% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 47 sporten. Geslacht Opleidingsniveau Huishoudensituatie Geen enkele keer 31,0% 1-11 keer 3,5% 12-59 20,0% 60-119 19,9% 120 en meer 24,7% Weet niet 0,9% Verband waarin wordt gesport 5. Hardlopen 6. Fitness conditie 7. Zaalvoetbal 8. Fitness kracht 9. Skeeleren 10. Aerobics Sportvereniging Ongeorganiseerd, sociaal Sportschool Ongeorganiseerd alleen Anders Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Sporthal Sportveld Sportschool Openbare weg Zwembad Tennishal Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gemeente Schagen Afdeling Sportservice Noord Holland, sportontwikkeling Naam T.D. Onstenk Adres Postbus 338, 2000 AH, Haarlem Telefoon 023-5319475 E-mail tonstenk@sportservice_noordholland.nl Gemiddeld aantal beoefende sporten 3 sporten per sporter Meest beoefende sporten 1. Wielrennen 2. Tennis 3. Zwemsport 4. Wandelen 98 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 99
Sliedrecht Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 264 respondenten 15 tot en met 74 jaar Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. 4. Bowling 6. Skiën/langlaufen/snowboarden 6. Wandelsport 8. Skeeleren/skaten 8. Biljarten/poolbiljart/snooker 8. Karting 8. Schaatsen Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - Zie Dordrecht Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Toonblad Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Sportdeelname percentage 58% Sportdeelname frequentie Gemiddelde sportfrequentie per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten Geen enkele keer 33% 1-11 keer 9% 12-59 keer 21% 60-119 keer 17% Meer dan 120 keer 20% 79 keer per jaar 3,4 sporten per inwoner Meest beoefende sporten 1. Zwemsport 2. Wielrennen/toerfietsen 3. Hardlopen/trimmen 4. Fitness conditie 100 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 101
Tilburg Meest beoefende sporten - Onderzoeksjaar 2002 Telefonisch Omnibusonderzoek 1.252 respondenten 18 jaar en ouder Nee Geen Minimumfrequentie Geen Definitie sport Er is gevraagd: Doet u op de één of andere manier aan sport? Verband waarin wordt gesport Verenigingsverband 35,7% Ongeorganiseerd 49,2% Beide 14,9% Weet niet 0,3% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties - Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Werkzaamheid Gemeente Tilburg Afdeling Onderzoek en Informatie Naam M. Hutten Adres Postbus 717, 500 AS, Tilburg Telefoon 013-5429145 E-mail margot.hutten@tilburg.nl Sportdeelname percentage 59,6% Sportdeelname frequentie Minimaal 1 keer per week 92,2% Meerdere keren per jaar 5,8% Eén keer per maand 1,1% Minder dan één keer per maand 0,5% Weet niet 0,4% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - 102 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 103
Uitgeest Onderzoeksjaar 2001 Sportonderzoek 355 respondenten 15 tot en met 75 jaar 4 weken Minimumfrequentie 10 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 49 sporten. Verband waarin wordt gesport Sportvereniging 31,3% Ongeorganiseerd sociaal 22,3% Sportschool 19,9% Ongeorganiseerd alleen 15,2% Anders 11,1% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties Sporthal 16% Sportschool 13% Sportveld 12% Openbare weg 11% Zwembad 8% Bos 7% Tennis-/squashhal 5% Anders 9% Sportdeelname percentage 71% Sportdeelname frequentie Geslacht Opleidingsniveau Huishoudensituatie Gemeente Uitgeest Afdeling Sportservice Noord-Holland, sportontwikkeling Naam T.D. Onstenk Adres Postbus 338, 2000 AH, Haarlem Telefoon 023-5319475 E-mail tonstenk@sportservice_noordholland.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 3 sporten per sporter Meest beoefende sporten 1. Zwemmen 2. Tennis 3. Wielrennen 4. Fitness conditie 5. Hardlopen 6. Wandelen 7. Fitness kracht 8. Aerobics 9. Skeeleren 10. Skiën 104 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 105
Utrecht Onderzoeksjaar 1999 Telefonisch, face tot face Peiling sociale infrastructuur 7.000 respondenten 18 jaar en ouder geen Minimumfrequentie - Definitie sport Het gaat om bewegen, geen zitsport. Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van gehanteerde definitie van sport. Sport op school niet. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Verband waarin wordt gesport Hockey Dance/jazzballet Sportvereniging 25% Sportschool 13% Buurthuis 2% Anders georganiseerd 3% Ongeorganiseerd 30% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. Gebruikte accommodaties: - Gemeente Utrecht Afdeling Sport & Recreatie Naam Richard Makkinga en n Mentink Adres Postbus 2158, 3500 GD, Utrecht Telefoon 030-2862874 E-mail r.makkinga@utrecht.nl / j.mentink@utrecht.nl Sportdeelname percentage 57% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten Fitness Zwemmen Tennis Wielrennen/toerfietsen Joggen/hardlopen Voetbal Aerobics squash 106 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 107
Velsen Onderzoeksjaar 1996 Telefonisch Sportonderzoek 1.000 respondenten 6 tot en met 75 jaar - nuari tot en met oktober 1996 Minimumfrequentie 26 keer per jaar aan sport doen Gebruikte accommodaties Sportterreinen 23% Sportzalen 21% Openbare voorzieningen13% Zwembad 12% Sportschool 10% Gymzaal 8% Overig 13% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Definitie sport Sportdeelname percentage 63% Eén keer per twee weken één of meerdere sporten gedurende het hele jaar. Er is een toonblad gebruikt met 41 sporten. Geslacht Gemeente Velsen Afdeling Sport en Recreatie Naam P. Vermeulen Adres Heidestraat 47, 1971 HK, IJmuiden Telefoon 0255-547979 E-mail piet@sportenrecreatievelsen.nl Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar 26 keer per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten 2 sporten per sporter Meest beoefende sporten Fitness Voetbal Tennis Zwemmen Gymnastiek Wielersport Loopsporten Volleybal Verband waarin wordt gesport Georganiseerde sport 37% Individueel 20% Sportschool 16% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal inwoners en niet op het aantal sporters. 108 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 109
Venlo Onderzoeksjaar 2002 Omnibusonderzoek 1.901 respondenten Vanaf 18 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie Definitie sport Het gaat om activiteiten die in de afgelopen twaalf maanden zijn verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld, bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Meest beoefende sporten Verband waarin wordt gesport 1. Fitness conditie 2. Zwemsport 3. Tennis 4. Wielrennen/mountainbiken 5. Wandelsport 6. Hardlopen/joggen/trimmen 7. Fitness kracht 8. Veldvoetbal 9. Aerobics/steps 10. Squash Vereniging 46% Commerciële sportaanbieder 37% Ongeorganiseerd met anderen 43% Ongeorganiseerd alleen 31% Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties - Er is een toonblad gebruikt met 48 sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Gemeente Venlo Afdeling Sport en Bewegen Naam F.T.J. Nas Adres Postbus 3434, 5902 RK, Venlo Telefoon 077-3599490 E-mail ftjnas@venlo.nl Sportdeelname percentage 65% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 38% 1-11 keer 9% 12-59 keer 25% 60-119 keer 17% Meer dan 120 keer 12% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 3 sporten per sporter 110 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 111
Weert Onderzoeksjaar 1997 Sportonderzoek 1.197 respondenten 9 tot en met 18 jaar Nee Geen Minimumfrequentie 52 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Sport op school en sport buiten de gemeente maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met twintig sporten. Geslacht Etniciteit Opleidingsniveau Huishoudensituatie Verband waarin wordt gesport Sportvereniging 50% Sportschool/fitness 19% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Gebruikte accommodaties - Gemeente Weert Afdeling Onderwijs, Sport, Cultuur, Archief en Recreatie Naam Lisette Sickmann Adres Postbus 950, 6000 AZ,Weert Telefoon 0495-575464 E-mail l.sickmann@weert.nl Sportdeelname percentage 65,7% Sportdeelname frequentie Eén keer per week 32% Twee keer per week 33% Drie keer per week 22% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten 1 sport per sporter Meest beoefende sporten: Voetbal zz/ballet Fitness conditie Tennis Hockey Paardensport Judo/karate Zwemmen 112 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 113
Zaanstad Verband waarin wordt gesport - Onderzoeksjaar 2002 Omnibusonderzoek 1.650 respondenten 18 tot en met 90 jaar Nee Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie - Definitie sport Het gaat niet alleen om sport in georganiseerd verband, maar ook om bijvoorbeeld wandelen, toerfietsen of denksporten. Gebruikte accommodaties - Nee Gemeente Zaanstad Afdeling Statistiek en onderzoek Naam J. v.d. Velde Adres Bannehof 1, 1544 VX, Zaanstad Telefoon 075-6552338 E-mail Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Etniciteit Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Sportdeelname percentage 59% Sportdeelname frequentie - Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten 1. Fietsen/wielrennen 2. Wandelen 3. Fitness 4. Zwemsport 5. Trimmen/joggen 114 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 115
Zoetermeer Onderzoeksjaar 2002 Omnibusonderzoek 1.480 respondenten 18 jaar en ouder Nee Afgelopen jaar Minimumfrequentie Geen Verband waarin wordt gesport - Aerobics Voetbal Conditietraining (hardlopen, spinning) Zwemsport Fietsen Dansen Badminton Gymnastiek Definitie sport Onder sportieve activiteiten worden alle activiteiten verstaan die met lichaamsbeweging te maken hebben en die u minimaal dertig minuten per dag doet. Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Geslacht Inkomen Opleidingsniveau Huishoudensituatie Gebruikte accommodaties - Gemeente Zoetermeer Afdeling Vrijetijdsvoorzieningen en Accommodaties Naam Jela Kalt Adres Postbus 15, 2700 AA, Zoetermeer Telefoon 079-3468966 E-mail d.m.kalt@zoetermeer.nl Sportdeelname percentage 45% Sportdeelname frequentie Elke dag 5% Minimaal één keer per week 85% Meerdere keren per maand 7% Minder dan één keer per maand 3% Gemiddelde sportfrequentie per jaar - Gemiddeld aantal beoefende sporten - Meest beoefende sporten Fitness conditie Tennis 116 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 117
Zuid-west Fryslân (Heerenveen, Sneek, Skarsterlân en Lemsterland) Onderzoeksjaar 2002 Sportonderzoek 462 respondenten 6 tot en met 75 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Er is een toonblad gebruikt met 47 sporten. Geslacht Etniciteit Opleidingsniveau Inkomen Huishoudensituatie Beperking en/of chronische aandoening Gemiddeld aantal beoefende sporten Meest beoefende sporten3 Sporten per sporter: 6 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar 18 t/m 75 jaar 2,9 5,6 3,3 1. Fitness conditie 2. Wielersport/toerfietsen 3. Zwemsport 4. Tennis 5. Wandelsport 6. Hardlopen/trimmen 7. Fitness kracht 8. Veldvoetbal 9. Volleybal 10. Watersport Verband waarin wordt gesport 6 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar 18 t/m 75 jaar Verenigingsverband 78% 87% 36% Commercieel verband 15% 19% 22% Ongebonden 22% 56% 49% Anders georganiseerd 27% 41% 19% Gebruikte accommodaties 6 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar 18 t/m 75 jaar eigen elders eigen elders eigen elders Officiële sportaccommodatie 88% 20% 83% 33% 57% 31% Sportvoorz. i.d. openbare ruimte 8% 2% 37% 11% 6% 4% Andersoortige voorzieningen 23% 7% 52% 24% 35% 27% Sportdeelname percentage 6 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar 18 t/m 75 jaar 88% 96% 69% Sportdeelname frequentie 6 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar 18 t/m 75 jaar Geen enkele keer 8% 2% 23% 1-11 keer 3% 2% 7% 12-59 keer 17% 19% 30% 60-119 keer 48% 19% 21% Meer dan 120 keer 23% 59% 18% Gemeente Skarsterlân Naam J. van der Schalie Telefoon 0513-481240 E-mail j.vanderschalie@skarsterlan.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar - 118 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 119
Zwijndrecht Onderzoeksjaar 2001 Telefonisch, schriftelijk Vrijetijdsonderzoek 263 respondenten 15 tot en met 74 jaar - Geen Minimumfrequentie 12 keer per jaar aan sport doen Verband waarin wordt gesport - Gebruikte accommodaties - Skiën Hardlopen/trimmen Biljarten Aerobics Skeeleren Karting/bowling/wandelen Definitie sport Een menselijke activiteit die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar ook ongebonden kan worden verricht, doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving. Sport op school, sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Gemeente Zwijndrecht Afdeling Welzijnszaken Naam E. Versijde Adres Postbus 15, 3300 AA, Zwijndrecht Telefoon 078-6206547 E-mail eversijde@zwijndrecht.nl Er is geen toonblad gebruikt met sporten. Sportdeelname percentage 59% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 33% 1-11 keer 9% 12-59 keer 19% 60-119 keer 18% Meer dan 120 keer 25% Gemiddelde sportfrequentie per jaar 89 keer per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten 3,5 sporten per inwoner Meest beoefende sporten Zwemsport Fitness conditie Wielrennen Tennis 120 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 121
Zwolle Onderzoeksjaar 2003 Omnibusonderzoek 1.508 respondenten 18 tot en met 64 jaar, en leden in het huishouden jonger dan 18 jaar Afgelopen 12 maanden Minimumfrequentie Minimaal 12 keer per jaar Meest beoefende sporten Fitness conditie Zwemsport Wielrennen/mountainbiken Hardlopen/joggen/trimmen Wandelsport Fitness kracht Veldvoetbal Aerobics/steps Tennis Volleybal Definitie sport Definitie volgens RSO Sport buiten de gemeente en sport op vakantie maken deel uit van de gehanteerde definitie van sport. Verband waarin wordt gesport Verenigingsverband 42,8% Commercieel verband 41,7% Ongebonden 75,5% Anders georganiseerd 26,5% Er is een toonblad gebruikt met 47 sporten. Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Geslacht Etniciteit Opleidingsniveau Woonwijk Inkomen Huishoudensituatie Beperking en/of chronische aandoening Gebruikte accommodaties Gemeentelijke sportvoorziening 64,0% Particuliere sportvoorziening 48,7% Openbare algemene voorziening 64,6% Particuliere algemene voorziening 17,9% Deze percentages zijn gebaseerd op het aantal sporters en niet op het aantal inwoners. Sportdeelname percentage 77,3% Sportdeelname frequentie Geen enkele keer 17,7% 1-11 keer 5,9% 12-59 35,2% 60-119 23,4% 120 en meer 17,9% Gemeente Zwolle Afdeling Informatie Onderzoek en Statistiek Naam Roelien Dekker Adres Postbus 10007, 8000 GA, Zwolle Telefoon 038-4982928 E-mail r.dekker@zwolle.nl Gemiddelde sportfrequentie per jaar 65,8 keer per jaar Gemiddeld aantal beoefende sporten 3,8 sporten per sporter 3,2 sporten per inwoner 122 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME 123
3 Vergelijking gemeentelijke sportdeelname Steeds meer gemeenten gebruiken in hun sportdeelname-onderzoek de RSO. Van de 54 gemeenten die in het vorige hoofdstuk zijn vermeld, hebben er 31 in de periode van 1999 tot 2002 gebruikgemaakt van de gestandaardiseerde basismodule van de RSO (57%). 3 Hierdoor zijn er in toenemende mate gemeentelijke gegevens over sportdeelname beschikbaar die op een verantwoorde wijze met elkaar kunnen worden vergeleken. In dit hoofdstuk staat die vergelijking van sportdeelnamegegevens tussen gemeenten centraal. Die vergelijking is niet zo eenvoudig als het lijkt. Ten eerste blijken diverse gemeenten in hun sportdeelname-onderzoek een vragenlijst te hebben gebruikt die weliswaar van de RSO is afgeleid, maar hiermee toch niet helemaal overeenkomt. Door een opeenstapeling van kleine verschillen kon een aantal gemeenten niet in de vergelijking worden meegenomen. Ten tweede blijkt de verslaglegging van het onderzoek sterk per gemeente te verschillen, ook tussen gemeenten die de RSO wel strikt hebben toegepast. Op basis van de aangeleverde informatie bleek een vergelijking daardoor voor een aantal vragen niet voor alle gemeenten mogelijk. Ten derde hebben gemeenten verschillende doelpopulaties benaderd. Sommige gemeenten hebben de inwoners van zes jaar en ouder naar de sportdeelname gevraagd. Andere gemeenten enquêteerden de inwoners van 6 tot 87 jaar, 13 tot 76 jaar, 15 tot 76 jaar, 16 tot 71 jaar, 18 tot 80 jaar, 18 jaar en ouder, enzovoort. Ten vierde moet in een vergelijking van sportdeelnamegegevens tussen gemeenten rekening worden gehouden met verschillen in hun bevolkingssamenstelling. Voor deze eerste bundel met een overzicht en vergelijking van gemeentelijke sportdeelnamegegevens konden deze problemen slechts ten dele worden opgelost. Om de vergelijking zo zuiver mogelijk te houden, hebben we deze vergelijking beperkt tot de gemeenten die de RSO in strikte zin overnamen, dat wil zeggen: - de basismodule met exact dezelfde vraagstelling; - gebruik van een toonblad met nagenoeg hetzelfde aantal sporten (circa 47); - identieke omschrijvingen van de vermelde sporten op het toonblad, in het bijzonder voor wandelsport i.p.v. wandelen, zwemsport i.p.v. zwemmen en toerfietsen/wielrennen/mountainbiken i.p.v. fietsen); - een terugvraagperiode van twaalf maanden; - uitsluiten van sportbeoefening op school; meetellen van sportbeoefening buiten de gemeentegrenzen en tijdens de vakantie. Een strenge beoordeling op deze criteria resulteerde in de volgende groep gemeenten die zich het beste voor vergelijking lenen: (1) Almere, (2) Amstelveen, (3) s-hertogen- 3 Waarbij Heerenveen, Sneek, Skarsterlân en Lemsterland gewoon als vier gemeenten zijn meegerekend. 124 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 125
bosch, (4) s-gravenhage, (5) Doetinchem, (6) Drechtsteden, (7) Eindhoven, (8) Hengelo, (9) Rheden, (10) Rotterdam en (11) Venlo. De Drechtsteden bestaan in totaal uit acht afzonderlijke gemeenten: Alblasserdam, Dordrecht, s-gravendeel, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Wanneer deze gemeenten als afzonderlijke eenheden worden beschouwd, gaat het in de vergelijking om achttien gemeenten. In de presentatie zullen zij echter als één geheel worden beschouwd, onder meer omdat de steekproeven voor de afzonderlijke gemeenten te klein zijn om generaliserende uitspraken te doen. De vergelijking in dit hoofdstuk betreft dus elf gemeenten. Wat het aantal inwoners betreft, variëren zij van 45.000 (Rheden) tot 600.000 (Rotterdam) inwoners. De sportdeelname in deze gemeenten wordt in dit hoofdstuk bovendien vergeleken met de sportdeelname onder de gehele Nederlandse bevolking, zoals (in opdracht van NOC*NSF) gemeten door CentERdata op basis van een strikte toepassing van de RSO. 4 Bij twee gemeenten (Rheden en Doetinchem) zijn de onderzoeksgegevens gebaseerd op een betrekkelijk kleine netto-responsgroep. Met name bij uitsplitsingen naar meerdere deelcategorieën kunnen de gemeten verschillen met andere gemeenten daardoor eerder op toeval berusten. De netto-responsgroep van de onderzoeken in de overige vergeleken gemeenten is aanzienlijk groter. Tabel 1 van het RSO-onderzoek in de vergeleken gemeenten Gemeente Almere 1.172 Amstelveen 1.679 Doetinchem 452 Drechtsteden 1.747 Eindhoven 2.700 s-gravenhage 1.800 Hengelo 1.329 s-hertogenbosch 2.412 NEDERLAND 2.538 Rheden 576 Rotterdam 1.500 Venlo 1.901 In de vergelijking van gemeenten in dit hoofdstuk worden Almere en s-gravenhage apart genoemd. In deze gemeenten is het sportdeelname-onderzoek telefonisch afgenomen, terwijl de overige genoemde gemeenten een schriftelijke enquête hielden. Door de 4 Een probleem hierbij is dat allochtonen in de steekproef van CentERdata sterk ondervertegenwoordigd waren. beperktere mogelijkheden wordt er in een telefonische enquête gebruikgemaakt van een licht afwijkende vragenlijst. Het belangrijkste verschil is dat er in een telefonische RSOenquête doorgaans naar één sport wordt doorgevraagd en in een schriftelijke RSOenquête naar drie sporten. Almere en Amstelveen weken echter van deze richtlijn af en vroegen in hun vragenlijst naar twee sporten door. Voor de genoemde groep van elf gemeenten geldt dat afwijkingen in de sportdeelnamegegevens ten aanzien van de meeste RSO-vragen kunnen worden beschouwd als werkelijkheidsgetrouwe verschillen met beperkte methodologische invloeden. De sportdeelnamegegevens worden voor deze gemeenten vergeleken ten aanzien van de sporten die zijn beoefend, de frequentie van sportbeoefening, het organisatorische verband van sportbeoefening, de deelname aan lessen, trainingen, competitie of toernooien, en het zelfbeeld van de respondent als sporter. Deze sportdeelnamegegevens worden verder uitgesplitst naar geslacht en leeftijd. De vraag naar het locatiegebruik is niet opgenomen in de vergelijking, omdat de vragenlijsten ten aanzien van deze vraag in de diverse onderzoeken te veel van elkaar verschilden. Dit komt met name door de veranderingen die deze vraag in de RSO de laatste jaren heeft ondergaan. Om de vergelijking betrekking te laten hebben op dezelfde doelgroep, zijn de databestanden van de diverse onderzoeken opgevraagd en naar leeftijd gelijkgeschakeld. De in dit hoofdstuk gemaakte gemeentelijke vergelijking betreft de sportdeelname door hun inwoners in de leeftijd van achttien tot en met zeventig jaar. Door deze herberekening kunnen de weergegeven percentages voor de verschillende gemeenten afwijken van de cijfers die zijzelf in hun gemeentelijke rapporten hebben gepresenteerd. Bij de vergelijking tussen de gemeenten is er in dit hoofdstuk (nog) geen rekening gehouden met verschillen in de bevolkingssamenstelling. Naarmate we kunnen beschikken over meer gemeentelijke bestanden met individuele gegevens over de sportdeelname op basis van de RSO, zal dit wel mogelijk worden. Op basis van de al beschikbare databestanden wordt momenteel een model ontwikkeld waarmee de totale gemeentelijke sportparticipatie kan worden voorspeld op basis van leeftijd, geslacht, inkomen en etniciteit. Een dergelijke modelmatige voorspelling maakt het mogelijk om te beoordelen in hoeverre de gemeten sportdeelname in een gemeente overeenkomt met de verwachting gezien de bevolkingssamenstelling of hiervan afwijkt en dus door andere factoren wordt veroorzaakt. De vergelijking in deze bundel beperkt zich tot het identificeren van verschillen. Verklaringen voor de geconstateerde verschillen worden in deze bundel niet geboden. Daarvoor dient niet alleen het hiervoor genoemde model te worden ontwikkeld, maar zou er ook een meer diepgaande analyse moeten plaatsvinden van de verschillen in beleid, omgeving en sportontwikkeling tussen de betrokken gemeenten. In vervolgedities van deze bundel kunnen in dat opzicht vorderingen worden gemaakt. De in deze bundel geïdentificeerde verschillen in sportdeelname kunnen wel de basis vormen voor een dergelijke analyse. 126 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 127
3.1 Kengetal sportparticipatie Het sportparticipatiecijfer wordt berekend door het aantal mensen dat twaalf of meer keer per jaar sport beoefent te delen op de totale bevolking. Bij een representatieve steekproef is dit gelijk aan het percentage respondenten dat twaalf of meer keer per jaar sport beoefent. In de gemeenten Rheden en s-hertogenbosch wordt er door de inwoners meer aan sport gedaan dan in de andere gemeenten. Voor Rheden geldt dat zowel mannen als vrouwen hoog scoren, evenals alle leeftijdscategorieën. In s-hertogenbosch is het vooral de groep 55 jaar en ouder die het verschil maakt door een hogere sportparticipatie dan hun leeftijdsgenoten in andere gemeenten. In Venlo en Rotterdam ligt het sportparticipatiecijfer onder het kengetal van het landelijk onderzoek. Dit wordt in beide steden onder meer beïnvloed door het lage percentage sportende vrouwen en in Rotterdam ook door een kleiner aantal ouderen dat aan sport doet. Ook in s-gravenhage wordt het relatief lage sportparticipatiecijfer bepaald door de relatief kleine groep ouderen die minder sport. Het is eveneens mogelijk dat het betrekkelijk lage sportparticipatiecijfer in Rotterdam en s-gravenhage wordt beïnvloed door het grote aantal allochtone inwoners in deze gemeenten, maar die beïnvloeding is met de huidige gegevens niet goed te beoordelen. Daarvoor moet rekening worden gehouden met verschillen in de bevolkingssamenstelling tussen de gemeenten en met het verschil in sportparticipatie onder allochtone mannen en vrouwen in de verschillende leeftijdscategorieën. Tabel 2 Sportparticipatie (in % van het totaal aantal respondenten) naar sekse en leeftijd In het algemeen sporten mannen meer dan vrouwen. Dat verschil is in Rotterdam en Venlo het grootst. Almere is de enige gemeente waar mannen en vrouwen evenveel sporten. Figuur 1 Sportparticipatie naar sekse (in % van totaal aantal mannen en vrouwen) 100% 80% 60% 40% 20% 0% Amstelveen Drechtsteden Hengelo 's-hertogenbosch Nederland Rheden Rotterdam Venlo man vrouw Almere 's-gravenhage Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt het sportparticipatiecijfer bij alle gemeenten af. Helaas kunnen er geen uitspraken worden gedaan over de jeugdige inwoners (6-17 jaar) van de gemeenten, omdat te weinig gemeenten deze onderzoeksgroep in hun onderzoek hebben betrokken. In figuur 2 op de volgende bladzijde staan de sportparticipatiecijfers van de leeftijdsgroepen boven elkaar per gemeente. 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 62 65 60 78 66 69 61 47 54 Drechtsteden 63 66 59 76 71 59 63 52 49 Eindhoven 64 67 61 71 74 65 61 54 51 Hengelo 62 64 60 68 65 67 64 54 43 s-hertogenbosch 67 71 63 76 76 66 59 64 54 NEDERLAND 62 65 59 69 67 64 57 53 64 Rheden 78 81 76 82 78 77 77 83 69 Rotterdam 52 58 47 68 63 51 44 36 39 Venlo 56 61 51 71 54 59 55 50 41 Telefonisch Almere 65 65 65 75 71 73 57 53 45 s-gravenhage 54 55 53 72 66 54 49 39 39 128 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 129
Figuur 2 Sportparticipatie naar leeftijd Amstelveen Drechtsteden Hengelo 's-hertogenbosch Nederland Rheden Rotterdam Venlo Almere 3.2 Kengetal frequentie sportparticipatie Voor het bepalen van de sportfrequenties worden de respondenten ingedeeld in standaardcategorieën op basis van het aantal keer sporten per jaar. Voor de RSO is gekozen voor de indeling: niet sporters (0 keer), incidentele sporters (1-11 keer), onregelmatige sporters (12-59 keer), regelmatige sporters (60-119 keer) en intensieve sporters (120 keer of meer). Niet voor alle onderzoeken was het mogelijk om de data te hercoderen tot de RSO-categorieën. Dit kan alleen wanneer er in de vragenlijst een open vraag is gesteld naar het aantal keer dat de respondent sport heeft beoefend in de afgelopen twaalf maanden. Wanneer er sprake is van een gesloten vraag met afwijkende voorgedrukte keuzecategorieën, is hercodering niet mogelijk. Ook kan dan de gemiddelde sportfrequentie niet worden vastgesteld. Tabel 3 Frequentie sportparticipatie (in % van het totaal aantal respondenten) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 5 26 12 29 17 17 Drechtsteden 28 7 22 17 25 Hengelo 32 6 29 19 14 s-hertogenbosch 19 14 33 21 13 NEDERLAND 26 12 32 15 15 Rheden 15 7 36 23 18 Rotterdam 38 10 26 14 12 Venlo 35 9 26 18 13 Telefonisch Almere 31 4 22 20 23 s-gravenhage 44 3 22 16 17 's-gravenhage 0% 20% 40% 60% 80% 100% 65-70 jaar 35-44 jaar 55-64 jaar 25-34 jaar 45-54 jaar 18-24 jaar Voor alle gemeenten geldt dat betrekkelijk veel mannen 120 keer of meer sporten in vergelijking met het landelijk gehouden onderzoek. Vooral in de Drechtsteden zijn de mannen bijzonder sportief actief. 5 Amstelveen heeft een andere indeling gehanteerd, namelijk: 1-11 keer, 12-50 keer, 51-99 keer, 100 keer of vaker 130 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 131
Tabel 4 Frequentie sportparticipatie mannen (in %) Tabel 6 Frequentie sportparticipatie 18- tot 24-jarigen (in %) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 24 11 30 17 19 Drechtsteden 26 6 22 18 28 Hengelo 30 6 27 19 18 s-hertogenbosch 17 12 33 21 17 NEDERLAND 23 12 32 17 16 Rheden 12 8 35 23 22 Rotterdam 34 8 26 16 17 Venlo 30 9 26 19 16 Telefonisch Almere 30 5 21 19 25 s-gravenhage 42 3 20 16 19 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 12 11 35 14 28 Drechtsteden 15 8 22 18 38 Hengelo 27 5 36 11 21 s-hertogenbosch 8 16 35 25 17 NEDERLAND 15 16 33 19 17 Rheden 12 6 42 24 15 Rotterdam 22 10 30 21 17 Venlo 21 8 26 20 25 Telefonisch Almere 24 2 22 22 31 s-gravenhage 24 4 22 21 30 In Rotterdam is het verschil tussen intensief sportende vrouwen en mannen het grootst vergeleken met de andere gemeenten. Naast Rotterdam is ook in Venlo en Hengelo een groot aandeel van de vrouwen niet sportief actief. In Almere, Rheden en de Drechtsteden zijn er relatief veel vrouwen die intensief sporten (zestig keer en meer). Tabel 5 Frequentie sportparticipatie vrouwen (in %) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 28 12 28 16 15 Drechtsteden 31 8 23 16 22 Hengelo 35 5 32 18 10 s-hertogenbosch 22 16 33 21 8 NEDERLAND 29 12 31 14 13 Rheden 17 7 37 24 15 Rotterdam 41 12 27 13 8 Venlo 40 10 25 17 9 Telefonisch Almere 32 3 22 21 22 s-gravenhage 45 2 23 15 15 In de leeftijdscategorie 25 tot 34 jaar hebben s-gravenhage, Rotterdam, Venlo en Hengelo naar verhouding meer inwoners die niet of nauwelijks sporten dan de andere gemeenten. Rheden en s-hertogenbosch zijn de enige twee gemeenten waar het percentage niet-sporters in deze leeftijdscategorie lager ligt dan in het landelijk onderzoek naar voren is gekomen. Tabel 7 Frequentie sportparticipatie 25- tot 34-jarigen (in %) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 18 16 27 23 16 Drechtsteden 20 7 30 19 24 Hengelo 28 9 30 24 11 s-hertogenbosch 10 14 38 26 12 NEDERLAND 17 17 36 16 15 Rheden 9 14 32 25 20 Rotterdam 28 9 29 20 15 Venlo 31 14 24 20 11 Telefonisch Almere 25 4 26 18 27 s-gravenhage 32 2 27 21 18 Er zijn betrekkelijk weinig jongeren die niet sporten in s-hertogenbosch. In Hengelo, Rotterdam en Venlo zijn er daarentegen relatief veel jongeren die niet aan sport doen. Ook in Almere en s-gravenhage doet bijna een kwart van de jongeren niet of nauwelijks aan sport. In de Drechtsteden wordt door de jongeren het meest intensief gesport. In de leeftijdscategorie van 35 tot 44 jaar wordt sport het meest intensief beoefend in de Drechtsteden en Almere. In Rheden wordt de sport in deze leeftijdscategorie minder intensief beoefend, maar is er wel het laagste percentage niet-sporters. Het percentage niet-sporters ligt het hoogste in s-gravenhage, Rotterdam en Venlo. 132 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 133
Tabel 8 Frequentie sportparticipatie 35- tot 44-jarigen (in %) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 18 12 32 20 17 Drechtsteden 29 10 22 16 23 Hengelo 24 9 35 18 13 s-hertogenbosch 18 16 34 20 12 NEDERLAND 24 12 36 15 14 Rheden 13 10 31 28 19 Rotterdam 34 15 28 11 12 Venlo 32 9 31 19 10 Telefonisch Almere 23 4 25 26 22 s-gravenhage 42 4 23 17 14 De leeftijdsgroep 45- tot 54-jarigen laat vrijwel hetzelfde beeld zien. Het hoogste percentage dat het meest intensief sport beoefent, is te vinden in de Drechtsteden. In Rheden is het percentage matig intensieve sporters het hoogste. En in s-gravenhage, Rotterdam en Almere zijn de meeste niet-sporters in deze leeftijdscategorie te vinden. Maar ook in de andere gemeenten, met uitzondering van Rheden en s-hertogenbosch, is het percentage niet-sporters onder ouderen hoog (> 40%). Tabel 10 Frequentie sportparticipatie 55- tot 64-jarigen (in %) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 44 10 22 12 12 Drechtsteden 42 5 19 14 20 Hengelo 42 4 22 17 15 s-hertogenbosch 26 10 27 17 10 NEDERLAND 37 11 25 15 13 Rheden 13 4 40 24 19 Rotterdam 57 6 20 10 7 Venlo 44 6 22 16 12 Telefonisch Almere 41 7 11 12 30 s-gravenhage 59 1 16 10 13 Tabel 11 Frequentie sportparticipatie 65- tot 70-jarigen (in %) Tabel 9 Frequentie sportparticipatie 45- tot 54-jarigen (in %) 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 26 12 27 16 18 Drechtsteden 30 6 20 18 25 Hengelo 32 5 29 19 15 s-hertogenbosch 26 15 28 18 13 NEDERLAND 32 11 28 16 12 Rheden 17 6 38 22 17 Rotterdam 46 10 25 11 9 Venlo 36 9 27 18 10 Telefonisch Almere 41 2 21 20 17 s-gravenhage 48 4 22 14 13 In Almere doen ouderen het meest intensief aan sport. Dat geldt voor zowel de leeftijdscategorie 55 tot 64 jaar als 65 tot 70 jaar. Op minder intensieve wijze wordt sport in deze leeftijdscategorieën het meest beoefend in Rheden. Het hoogste percentage ouderen dat niet of nauwelijks aan sport doet, is te vinden in s-gravenhage en Rotterdam. 0 keer 1-11 keer 12-59 keer 60-119 keer >120 keer Amstelveen 41 5 31 10 13 Drechtsteden 44 5 14 19 19 Hengelo 55 1 18 13 13 s-hertogenbosch 35 11 27 17 10 NEDERLAND 32 3 30 12 23 Rheden 31 0 37 14 18 Rotterdam 58 4 20 9 10 Venlo 51 8 15 11 15 Telefonisch Almere 55 0 22 20 23 s-gravenhage 61 0 15 11 12 Ouderen sporten minder intensief dan jongeren. Deze daling onder oudere leeftijdscategorieën doet zich het sterkst voor in de steden Rotterdam, s-gravenhage en Amstelveen. De grootste verschillen zijn in de Drechtsteden, s-gravenhage en Venlo te vinden tussen de leeftijdsgroepen 18-24 jaar en 25-34 jaar. In Rotterdam daarentegen valt het percentage in-tensieve sporters vooral terug na het 34 e levensjaar, in Almere na het 44 e levensjaar en in Rheden na het 64 e. Helaas zijn er te weinig gegevens beschikbaar om een vergelijking tussen de gemeenten te maken van de sportparticipatie onder inwoners jonger dan achttien jaar. 134 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 135
Figuur 3 Intensieve sporters ( 60 keer per jaar) naar leeftijd 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 leeftijd Amstelveen Drechtsteden Hengelo 's-hertogenbosch Nederland Rheden Rotterdam Venlo Almere 's-gravenhage Bij de meeste gemeenten neemt het aantal niet-sporters geleidelijk toe naarmate de inwoners ouder zijn. Die toename van het aantal niet-sporters versnelt in Rotterdam op jongere leeftijd dan in de andere gemeenten. In Rheden daarentegen blijft het aantal nietsporters tot op latere leeftijd betrekkelijk laag en stijgt dat pas sterk boven 64 jaar. In Amstelveen stijgt het percentage niet-sporters sterk na het 54 e levensjaar, maar dit neemt weer af na het 64 e. Deze ontwikkeling komt ook uit het landelijke onderzoek naar voren. Figuur 4 Niet-sporters (0 keer per jaar) naar leeftijd De gemiddelde frequentie van sportbeoefening per sporter in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête is het hoogste in Almere en s-gravenhage. Afgaand op de verschillen tussen de eerste en de tweede groep in tabel 11 kan dit resultaat mede zijn bepaald door het feit dat het sportdeelname-onderzoek in Almere en s-gravenhage telefonisch is gehouden en in de andere gemeenten en Nederland schriftelijk. Het is goed mogelijk dat respondenten in een telefonisch interview sneller en grover schatten dan wanneer zij de vragenlijst schriftelijk invullen. Tabel 12 Gemiddelde sportfrequentie per sporter (in aantal keer per jaar) naar sekse en leeftijd 6 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Drechtsteden 98 102 95 115 87 98 99 98 111 Hengelo 82 90 74 80 79 78 86 88 90 Nederland 81 83 79 84 77 74 81 83 105 Rotterdam 82 94 71 87 87 78 72 81 103 Venlo 85 90 79 96 84 77 80 90 111 Telefonisch Almere 101 109 93 117 98 90 93 146 114 s-gravenhage 100 106 95 113 94 98 90 106 101 Opvallend is verder dat de frequentie van de sportbeoefening in alle gemeenten en in Nederland als geheel niet lager ligt in hogere leeftijdscategorieën. Indien ouderen sporten, sporten zij net zo vaak als of zelfs vaker dan jongere sporters! 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 leeftijd Amstelveen Drechtsteden Hengelo 's-hertogenbosch Nederland Rheden Rotterdam Venlo 6 Voor het berekenen van de gemiddelde frequentie sportparticipatiefrequentie zijn frequenties van respondenten die hoger liggen dan 365 niet meegenomen. 136 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 137
Figuur 5 Gemiddelde sportfrequentie per sporter in totaal en naar sekse hoger bij jongeren dan bij ouderen. In de meeste gemeenten zet de daling onder de hoogste leeftijdscategorie niet door. 120 100 Tabel 13 Gemiddelde sportfrequentie per respondent (in aantal keer per jaar) naar sekse en leeftijd 7 80 60 40 20 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Drechtsteden 62 68 57 88 62 59 62 51 55 Hengelo 51 58 44 54 51 52 54 48 39 Nederland 51 54 47 58 52 48 46 44 68 0 Drechtsteden Hengelo man vrouw totaal Nederland Rotterdam Venlo Almere 's-gravenhage Rotterdam 43 55 34 60 55 41 32 30 40 Venlo 48 56 40 69 46 46 44 46 46 Telefonisch Almere 65 70 60 87 70 65 52 75 49 s-gravenhage 54 58 50 82 63 53 44 42 39 Figuur 6 Gemiddelde sportfrequentie per sporter naar leeftijd 160 140 120 100 80 60 40 20 0 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 leeftijd Drechtsteden Hengelo Nederland Rotterdam Venlo Almere 's-gravenhage Figuur 7 Gemiddelde sportfrequentie per respondent naar leeftijd 100 80 60 40 20 0 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 leeftijd Drechtsteden Hengelo Nederland Rotterdam Venlo Almere 's-gravenhage De gemiddelde sportfrequentie per respondent ligt, in vergelijking met andere gemeenten waarvoor dit gemiddelde kan worden berekend, het hoogste in de Drechtsteden en Almere. Deze gemiddelde sportfrequentie ligt ook hoger bij mannen dan bij vrouwen en 7 Voor het berekenen van de gemiddelde frequentie sportparticipatiefrequentie zijn frequenties van respondenten die hoger liggen dan 365 niet meegenomen. 138 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 139
3.3 Kengetal aantal beoefende sporten Het gemiddeld aantal beoefende sporten is berekend op het aantal respondenten dat minimaal één sport beoefent. De mensen die geen sport bedrijven zijn dus niet meegenomen in de berekening. Het gemiddeld aantal sporten per sporter in de grotere gemeenten ligt hoger dan uit het landelijk onderzoek naar voren komt. Met name in Eindhoven is het verschil met het landelijk beeld aanzienlijke. Tabel 14 Gemiddeld aantal beoefende sporten per sporter Gemiddeld 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 aantal sporten Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 2,7 2,9 2,7 3,2 3,0 2,8 2,6 2,3 2,2 Eindhoven 3,9 4,2 3,6 5,7 4,4 4,0 3,3 2,8 2,4 Drechtsteden 3,6 4,0 3,1 5,2 3,7 3,5 3,2 2,7 2,5 Hengelo 3,4 3,9 3,0 4,3 4,0 3,3 3,2 2,6 2,5 s-hertogenbosch 3,3 3,6 3,0 4,3 3,7 3,4 2,8 2,5 2,3 NEDERLAND 2,7 2,9 2,5 3,5 3,1 2,6 2,5 2,1 2,6 Rheden 3,0 3,6 2,6 3,8 3,6 3,2 3,2 2,3 2,2 Rotterdam 3,3 3,7 3,0 4,6 3,9 3,0 2,5 2,6 2,4 Venlo 3,1 3,4 2,7 3,9 3,6 3,2 2,6 2,5 2,2 Telefonisch Almere 2,2 2,3 2,1 2,1 2,4 2,3 2,1 1,9 1,9 s-gravenhage 2,3 2,3 2,3 2,8 2,4 2,3 2,1 1,9 1,7 Mannen beoefenen gemiddeld meer verschillende sporten dan vrouwen. In Rheden, Hengelo en de Drechtsteden is het verschil het grootst. Het aantal beoefende sporten neemt met het oplopen van de leeftijd af en is onder jongeren (18-24 jaar) aanzienlijk hoger dan bij ouderen (65-70 jaar). Opvallend is dat het aantal beoefende sporten bij jongeren in de meeste gemeenten hoger ligt dan landelijk het geval is, maar dat dit aantal bij ouderen lager ligt. Figuur 8 Gemiddeld aantal beoefende sporten per sporter naar leeftijd 6 5 4 3 2 1 0 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 leeftijd Amstelveen Drechtsteden Eindhoven Hengelo 's-hertogenbosch Nederland Rheden Rotterdam Venlo Ook wat het gemiddeld aantal sporten betreft, is er een duidelijk verschil tussen Almere en s-gravenhage, waar een telefonische enquête is gehouden, en de overige gemeenten waar de enquête schriftelijk is gehouden. Hoewel de respondenten in s-gravenhage en Almere, net als de respondenten in de overige gemeenten, over een (opgestuurd) toonblad met sporten konden beschikken, wijzen de resultaten erop dat de manier van enquêteren invloed uitoefent op de verkregen antwoorden. Bij gebruikmaking van een schriftelijke enquête hebben de respondenten mogelijk de neiging meer sporten aan te kruisen, wellicht omdat zij voor het invullen van het toonblad langer de tijd nemen dan voor een telefonische enquête. 3.4 Kengetal populariteitsrangorde sporten De RSO-vragenlijst bevat de vraag welke drie sporten de respondenten het meest hebben beoefend (met een minimum van elf keer in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête). Op basis van de antwoorden op deze vraag kan voor iedere gemeente een toptien van de meest beoefende sporten worden samengesteld. Deze toptien komt in de diverse gemeenten opvallend sterk overeen. Fitness (conditie) voert overduidelijk de ranglijst aan. Met uitzondering van Rheden staat fitness conditie bovenaan in de toptien van alle gemeenten (voor het onderzoek in Rotterdam geldt wel dat er geen splitsing is gemaakt tussen fitness conditie en fitness kracht ). Na fitness conditie wordt de zwemsport in de meeste gemeenten het meest beoefend. Op de plaatsen drie tot en met zes staan over het algemeen vier van de volgende vijf sporten: wiel- 140 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 141
rennen/mountainbiken/toerfietsen, hardlopen/joggen/trimmen, tennis, aerobics/steps en wandelsport. Wat lager op de lijst van de tien meest beoefende sporten komen fitness kracht, veldvoetbal en skeeleren/skaten veelvuldig voor. Tabel 15 Toptien meest beoefende sporten Deze tabel volgt in volgende proef 142 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 143
3.5 Kengetal organisatorisch verband sportbeoefening Tabel 16 Organisatorisch verband (in % van het totaal aantal respondenten) Het kengetal voor het organisatorisch verband waarin wordt gesport, is gebaseerd op het aantal respondenten. In alle gemeenten wordt sport het meest in ongeorganiseerd verband beoefend, gevolgd door het verenigingsverband. Sporten in commercieel verband gebeurt in alle gemeenten minder dan in verenigingsverband, met uitzondering van Amstelveen. Figuur 9 Organisatorisch verband van sportbeoefening 37% Amstelveen 11% 24% 27% 51% Doetinchem 19% 32% 20% 49% Drechtsteden 16% 30% 21% Verenigings Commercieel Anders Ongebonden verband verband georganiseerd Amstelveen 24 27 11 37 Doetinchem 32 20 19 51 Drechtsteden 30 21 16 49 Eindhoven 27 26 20 45 Hengelo 33 21 17 41 s-hertogenbosch 34 33 19 54 NEDERLAND 26 15 17 52 Rheden 36 25 27 54 Rotterdam 22 18 11 47 Venlo 29 24 14 38 Telefonisch Almere 25 24 7 40 s-gravenhage 20 19 9 36 Eindhoven Hengelo 's-hertogenbosch 45% 27% 26% 41% 33% 21% 57% 34% 32% In bijna elke gemeente zijn er meer mannen dan vrouwen die in verenigingen sporten. In Doetinchem is dit percentage gelijk, maar in Rheden bedraagt het verschil achttien procent. Het hoge percentage verenigingssport in Rheden wordt dan ook voor een groot deel bepaald door de mannelijke bevolking. 20% Nederland 26% 17% Rheden 36% 16% Rotterdam 22% Het percentage verenigingssporters is het hoogste in de leeftijdscategorie 18-24 jaar. In de meeste gemeenten is dit percentage lager voor oudere leeftijdsgroepen. Het grootste verval is te constateren in de overgang van leeftijdscategorie 18-24 naar die van 25-34 (vooral in Doetinchem, Amstelveen, Venlo en Rotterdam) en van leeftijdscategorie 55-64 naar die van 65-70 ( s-hertogenbosch, Drechtsteden en Rheden). 52% 17% 15% 54% 27% 25% 47% 11% 18% Sommige gemeenten vormen een uitzondering op dit patroon. Zo loopt het percentage verenigingssporters in Rheden niet of nauwelijks terug wanneer van jongere naar oudere leeftijdscategorieën wordt overgegaan. Pas in de leeftijdscategorie van 65-70 jaar ligt het percentage verenigingssporters flink lager. Venlo 38% 14% 29% 24% verenigingsverband commercieel verband anders georganiseerd ongebonden 144 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 145
Tabel 17 Sporten in verenigingsverband (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 24 28 22 41 23 26 24 20 15 Doetinchem 32 32 32 61 32 33 36 24 17 Drechtsteden 30 34 26 43 35 30 27 24 13 Eindhoven 27 31 23 37 30 30 23 23 16 Hengelo 33 38 29 44 38 32 33 27 23 s-hertogenbosch 34 40 28 42 36 33 33 33 23 NEDERLAND 26 32 20 32 30 26 24 22 23 Rheden 36 46 28 42 37 46 31 36 20 Rotterdam 22 27 18 39 27 22 13 14 13 Venlo 29 35 23 41 28 33 26 24 22 Telefonisch Almere 25 29 21 26 30 28 22 18 12 s-gravenhage 20 23 18 28 27 19 18 14 17 Figuur 10 Sporten in verenigingsverband naar leeftijd 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Amstelveen Doetinchem Drechtsteden 18-24 jaar 25-34 jaar 35-44 jaar Eindhoven Hengelo 's-hertogenbosch Nederland 45-54 jaar 55-64 jaar 65 plus Rheden Rotterdam Het percentage respondenten dat lid of abonnee is van fitnesscentra en andere commerciële sportaanbieders, varieert van 18 tot 32 procent. In de vergeleken gemeenten wordt er veel meer in commercieel verband gesport dan landelijk het geval is. Een groter aanbod van commerciële sportorganisaties in grotere gemeenten zal hier wellicht mee te maken hebben. Venlo Opvallend is dat vrouwen in alle gemeenten voor hun sportbeoefening meer gebruikmaken van commerciële organisaties dan mannen. Het gaat daarbij om aanzienlijke verschillen, oplopend tot een verschil van zeventien procentpunten in Rheden. In verschillende gemeenten sporten vrouwen vaker in commercieel verband dan in verenigingsverband. Bij de mannen komt dat in geen enkele gemeente voor. In een aantal gemeenten is er een geleidelijke daling te zien van sportdeelname in commercieel verband naarmate de inwoners ouder worden. In overeenstemming met het landelijke beeld scoort de groep 25- tot 34-jarigen in zes van de elf steden het hoogst. In de leeftijdscategorieën 45-54, 55-64 en 65-70 wordt vaker in verenigingsverband gesport dan in commercieel verband. In alle vergeleken gemeenten is dit het geval. In de lagere leeftijdscategorieën 18-24, 25-34 en 35-44 geldt dit niet. In Almere, Amstelveen, s-hertogenbosch en s-gravenhage sport een hoger percentage respondenten uit deze leeftijdscategorieën in commercieel verband dan in verenigingsverband. Tabel 18 Sporten in commercieel verband (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 27 23 29 47 44 35 21 11 7 Doetinchem 20 13 26 22 42 24 12 11 7 Drechtsteden 21 21 22 30 28 23 19 12 10 Eindhoven 26 22 29 36 41 24 22 16 7 Hengelo 21 17 26 28 30 23 17 15 5 s-hertogenbosch 32 25 39 49 51 35 25 12 8 NEDERLAND 15 11 19 15 23 15 13 9 8 Rheden 25 15 32 30 31 33 27 16 8 Rotterdam 18 16 20 37 26 14 12 9 4 Venlo 24 23 25 26 42 22 20 17 7 Telefonisch Almere 24 17 30 42 29 31 18 7 7 s-gravenhage 19 16 22 33 32 21 11 10 7 Behalve als lid van een sportvereniging ( georganiseerde verband ) of als abonnee/lid/ cursist van een fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieders ( commercieel verband ) wordt sport ook beoefend in andere organisatorische verbanden, zoals in het kader van bedrijfssport, via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk, tijdens een georganiseerde sportvakantie en als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement ( anders georganiseerd verband ). Uit het landelijk uitgevoerde onderzoek komt naar voren dat zeventien procent van de respondenten in anders georganiseerde verbanden sport, met betrekkelijk weinig verschillen tussen mannen en vrouwen en naar 146 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 147
leeftijdscategorie. De gemeentelijke onderzoeken geven een soortgelijk beeld, met enkele uitschieters naar boven (opvallend hogere percentages in Rheden, in het bijzonder onder 18- tot 34-jarigen) en naar beneden (opvallend lage percentages in Almere en s- Gravenhage in vrijwel alle leeftijdscategorieën). Tabel 19 Sporten in anders georganiseerd verband (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 11 12 10 7 12 11 11 12 11 Doetinchem 19 23 16 30 17 16 27 15 10 Drechtsteden 16 16 15 23 17 14 14 15 13 Eindhoven 20 21 18 27 21 21 20 14 12 Hengelo 17 21 14 24 17 19 21 11 9 s-hertogenbosch 16 18 13 15 21 15 11 15 14 NEDERLAND 17 18 16 28 19 16 14 14 14 Rheden 27 26 27 42 35 23 19 29 24 Rotterdam 11 13 10 16 13 11 6 11 13 Venlo 14 15 12 21 20 11 10 12 8 Telefonisch Almere 7 8 6 4 7 4 8 9 12 s-gravenhage 9 11 8 11 11 9 8 7 11 De meest gehanteerde sportvorm is het ongeorganiseerde sporten, of beter: het ongebonden sporten. De term ongebonden sporten is meer op zijn plaats omdat dit niet alleen individueel maar ook in groepsverband kan plaatsvinden, georganiseerd door de beoefenaars zelf (bijvoorbeeld op een trapveldje of het strand) en plaatshebbend buiten de bestaande organisatorische kaders. In alle gemeenten is de ongebonden sport de meest voorkomende, gevolgd door sportbeoefening in verenigingsverband, in commercieel verband en ten slotte op anders georganiseerde wijze. Naarmate men ouder wordt, sport men minder op ongebonden wijze. Dit verschil tussen jongeren en ouderen is echter minder groot dan het geval is bij het sporten in verenigingsverband en vooral in commercieel verband. Tabel 20 Ongebonden sporten (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 37 43 34 35 36 43 39 34 29 Doetinchem 51 58 45 44 59 51 49 50 49 Drechtsteden 49 56 43 61 54 51 50 36 38 Eindhoven 45 51 40 51 54 49 40 35 32 Hengelo 41 46 36 44 43 48 42 34 27 s-hertogenbosch 57 62 52 62 64 58 53 52 45 NEDERLAND 52 56 48 55 57 53 49 47 51 Rheden 54 63 48 64 59 58 51 54 39 Rotterdam 47 52 43 56 57 51 41 32 29 Venlo 38 43 34 43 38 45 37 34 25 Telefonisch Almere 40 45 36 33 42 45 36 42 27 s-gravenhage 36 39 34 47 38 39 37 28 22 3.6 Kengetal trainingsverband/competitiesport De gegevens van de gemeenten bevestigen het beeld uit het landelijk onderzoek dat circa één op de drie Nederlanders deelneemt aan lessen, cursussen of trainingen in de sport. De gemeentelijke verschillen zijn wat dit betreft betrekkelijk gering. De omvang van de deelname aan lessen, cursussen of trainingen in de sport varieert van 23 procent ( s-gravenhage) tot 34 procent (Amstelveen) van de respondenten. Het landelijke cijfer ligt hier iets boven (35%); Rheden wijkt hiervan af door een nog hoger percentage (39%). Mannen en vrouwen verschillen in dit opzicht weinig van elkaar. In vier van de elf gemeenten nemen meer vrouwen deel aan lessen, cursussen of trainingen, in overeenstemming met het beeld dat uit het landelijk onderzoek naar voren komt. In twee gemeenten nemen hieraan juist meer mannen deel en in drie gemeenten zijn de percentages nagenoeg gelijk. Naarmate de sporter ouder is, maakt hij of zij geleidelijk minder gebruik van de scholingsmogelijkheden in de sport. Dit is in vrijwel alle gemeenten het geval. 148 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 149
Tabel 21 Deelname aan trainingen en competitie (in % van het totaal aantal respondenten) Lessen, Competitie of toer- Geen van deze vormen cursussen of trainingen nooien/sportevenementen Amstelveen 34 15 Doetinchem 30 22 53 Drechtsteden 33 21 Eindhoven 33 19 Hengelo 30 22 42 s-hertogenbosch 25 19 NEDERLAND 35 23 Rheden 39 27 53 Rotterdam 24 13 48 Venlo 32 19 Telefonisch Almere 33 16 46 s-gravenhage 23 14 29 Tabel 22 Deelname lessen, cursussen of trainingen (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 34 33 34 60 41 41 32 22 10 Doetinchem 30 24 34 65 43 33 26 15 10 Drechtsteden 33 33 32 56 44 34 26 16 13 Eindhoven 33 30 35 45 45 35 28 21 11 Hengelo 30 31 28 44 37 32 28 16 12 s-hertogenbosch 25 15 33 34 37 23 18 19 10 NEDERLAND 35 32 38 48 43 35 30 25 28 Rheden 39 39 39 67 51 52 31 25 16 Rotterdam 24 23 26 42 31 25 12 20 11 Venlo 32 34 30 48 43 34 24 22 13 Telefonisch Almere 33 27 38 42 39 39 28 14 22 s-gravenhage 23 22 25 38 34 23 18 14 11 In de meeste gemeenten en op landelijk niveau neemt grofweg één op de vijf Nederlanders deel aan sportcompetities, sporttoernooien of sportevenementen. Ook van dit beeld wijken slechts een paar gemeenten af, met in s-gravenhage het laagste percentage (14%) en in Rheden het hoogste (27%). Mannen participeren aanzienlijk meer in competities en toernooien dan vrouwen. Dit komt zowel naar voren uit alle gemeentelijke onderzoeken als uit het landelijk onderzoek. Het verschil bij de diverse steden ligt tussen negen (Amstelveen, Drechtsteden) en dertig procent (Rheden). Tabel 23 Deelname competitie, toernooien of sportevenementen (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 15 21 12 18 17 16 15 13 12 Doetinchem 22 29 17 48 25 25 25 11 10 Drechtsteden 21 26 17 34 27 22 15 18 9 Eindhoven 19 25 14 30 20 21 17 16 11 Hengelo 22 29 14 25 24 25 20 16 15 s-hertogenbosch 19 26 13 31 21 19 16 18 12 NEDERLAND 23 31 14 27 26 24 22 17 19 Rheden 27 45 15 39 34 28 23 25 18 Rotterdam 13 20 8 22 16 12 7 11 9 Venlo 19 28 11 27 20 23 16 15 12 Telefonisch Almere 16 23 9 18 19 17 12 13 15 s-gravenhage 14 21 9 23 16 15 12 9 9 Met het oplopen van de leeftijd neemt de deelname aan competitie, toernooien of sportevenementen betrekkelijk snel af. 150 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 151
Figuur 11 Deelname competitie, toernooien of sportevenementen naar leeftijd 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 18-24 jaar 25-34 jaar Amstelveen Doetinchem Drechtsteden Eindhoven Hengelo 35-44 jaar 3.7 Kengetal zelfbeeld sporters 45-54 jaar 55-64 jaar Nederland Rheden Rotterdam 's-hertogenbosch Venlo 65-70 jaar Hoewel de inwoners van de vergeleken gemeenten minder sporten dan uit het landelijk onderzoek naar voren komt, zien zij zichzelf wel vaker als sporter in vergelijking met de Nederlandse bevolking als geheel. Dit geldt vooral voor Eindhoven, waar het hoogste percentage inwoners zichzelf als sporter beschouwt. Mannen zien zichzelf vaker als sporter dan vrouwen. Landelijk verschilt het percentage tussen mannen en vrouwen in dit opzicht met ongeveer vijf procent, maar in de vergeleken gemeenten ligt dat eerder rond de tien procent, met s-hertogenbosch (16%) en Rheden (19%) als uitschieters. Ouderen zien zichzelf minder als sporter dan jongeren. Toch zijn er ook onder ouderen hoge percentages die zich als sporter beschouwen, zoals in s-hertogenbosch, Eindhoven en Doetinchem. Tabel 24 Zelfbeeld sporter 8 (in % van het totaal aantal respondenten) 18-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65-70 Totaal Man Vrouw jaar jaar jaar jaar jaar jaar Amstelveen 22 26 20 34 27 26 19 17 12 Doetinchem 29 34 25 44 34 24 32 26 22 Drechtsteden 25 31 18 46 29 22 22 16 12 Eindhoven 32 37 27 42 42 34 25 23 19 Hengelo 23 27 18 37 28 24 20 15 9 s-hertogenbosch 27 36 20 40 33 26 19 28 19 NEDERLAND 15 17 12 27 19 16 9 11 10 Rheden 29 40 21 36 35 38 23 25 14 Rotterdam 19 27 13 34 25 18 12 10 13 Telefonisch s-gravenhage 23 31 17 30 35 24 19 13 12 Naarmate het sportparticipatiecijfer hoger ligt, is ook het zelfbeeld van de sporters hoger. Bij vrouwen is deze samenhang groter dan bij mannen. Mannen zijn dus eerder geneigd zichzelf als sporter te beschouwen, los van de intensiteit van hun sportbeoefening. Het percentage respondenten dat meer dan elf keer per jaar sport beoefent, ligt veel hoger dan het percentage respondenten dat zichzelf zonder meer of tamelijk als een sporter beschouwt. Het percentage respondenten dat zichzelf als sporter ziet ligt tussen het percentage respondenten dat meer dan zestig keer en meer dan 120 keer per jaar aan sport doet. Tabel 25 Vergelijking sportparticipatiecijfer en zelfbeeld sporter (in %) Zelfbeeld 12 keer 60 keer sporter 120 keer Amstelveen 62 33 22 17 Drechtsteden 63 42 25 25 Hengelo 62 33 23 14 s-hertogenbosch 68 34 27 13 NEDERLAND 62 30 15 13 Rheden 78 41 29 18 Rotterdam 52 26 19 12 8 Voor respondenten is een zelfbeeld sporter van toepassing wanneer zij de vraag of zij zichzelf zien als sporter beantwoorden met ja, zonder meer of ja, tamelijk. 152 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 153
Dit suggereert dat de in het sportonderzoek gangbare (en in de RSO overgenomen) definitie van de sporter (namelijk iemand die minimaal elf keer per jaar aan sport doet) veel ruimer is dan het beeld dat de bevolking hiervan heeft. Waar in het sportonderzoek een frequentie van één keer per maand voldoende is om als sporter te worden gedefinieerd, legt de gemiddelde Nederlander deze grens hoger, vermoedelijk op één à twee keer per week. Dit zelfbeeld hangt evenwel niet alleen van de frequentie af, maar ook van bijvoorbeeld de aard en vorm van de activiteit: wanneer behoren bijvoorbeeld fietsen en zwemmen tot de sportactiviteiten en gelden dans, aerobics en schaken ook als zodanig? Die samenhang dient nader te worden onderzocht om een scherpere definitie te bepalen die dichter bij de beleving van de burger ligt. 3.8 COMPASS-schema Wat via de RSO wordt nagestreefd in Nederland, tracht het COMPASS-project in Europa te realiseren: een harmonisatie van het sportdeelname-onderzoek, zodat de onderzoeksgegevens van een toenemend aantal Europese landen met elkaar kunnen worden vergeleken. Het initiatief tot het COMPASS-project (dat staat voor COrdinated Monitoring of PArticipation of SportS) is in 1995 genomen door CONI (het Italiaans Olympisch Comité), Sport England en UK Sport. Nadat andere landen, waaronder Nederland, zich bij hen aansloten, is de COMPASS-werkgroep ontstaan, die financiële steun heeft gekregen van de Raad van Europa en de Europese Unie. De Nederlandse inbreng in de COMPASS-werkgroep is erop gericht de Nederlandse sportdeelnamegegevens dusdanig te bewerken en analyseren, dat deze conform de COM- PASS-richtlijnen vergelijkbaar worden met die in andere Europese landen. Bovendien wordt met de Nederlandse inbreng getracht om de Europese afspraken in het kader van COMPASS te laten sporen met de RSO en het AVO-onderzoek van het SCP. Door de inspanningen van de COMPASS-werkgroep zijn momenteel de sportparticipatiegegevens voor acht landen vergelijkbaar (Engeland, Italië, Nederland, Finland, Zweden, Ierland, Spanje en Portugal), waarbij uitsplitsingen mogelijk zijn naar leeftijd en geslacht van de sportbeoefenaars en sporttak, intensiteit en organisatievorm van de sportbeoefening. De resultaten hiervan zijn te vinden op de COMPASS-website: http://w3.uniroma1.it/compass. Deze site biedt ook informatie over de geschiedenis, achtergrond en methodologie van de COMPASS-werkgroep. Eén van de resultaten is de ontwikkeling van het zogenoemde COMPASS-schema, waarin de sportbeoefening is uitgesplitst en geordend naar intensiteit, competitieverband en organisatievorm. De RSO-basismodule is dusdanig opgesteld dat de resultaten hiervan kunnen worden ingepast in dit COMPASS-schema. Wanneer dit wordt gedaan voor de vergeleken gemeenten, kan de volgende tabel worden geconstrueerd: Tabel 26 COMPASS-schema Aard Frequentie Verenigingslidmaatschap Competitie/ toernooien Almere Amstelveen sportdeelname Intensieve, competitieve en georganiseerde sportdeelname >=120 ja ja 7% 6% 10% 5% 8% 5% 7% 8% 3% 5% >=120 nee nee Intensieve >=120 ja nee sportdeelname >=120 nee ja 16% 11% 15% 12% 6% 7% 8% 10% 9% 7% >=60 en <120 nee ja regelmatige, >=60 en competitieve en <120 ja nee georganiseerde >=60 en sportdeelname <120 ja ja 9% 8% 9% 7% 12% 12% 9% 13% 7% 11% Regelmatige, ongebonden of anders georganiseerde sport- >=60 en deelname <120 nee nee 11% 9% 9% 9% 7% 9% 7% 10% 7% 7% >=12 en <60 ja ja >=12 en <60 ja nee >=12 en <60 nee ja onregelmatige >=12 en sportdeelname <60 nee nee 21% 29% 22% 22% 29% 33% 32% 36% 27% 26% >=1 en <12 ja nee >=1 en <12 nee ja >=1 en <12 nee nee Incidentele >=1 en sportdeelname <12 ja ja 4% 12% 7% 3% 6% 14% 12% 7% 10% 10% Geen sportdeelname 0 nee nee 31% 26% 28% 44% 32% 19% 26% 15% 37% 35% Drechtsteden s-gravenhage Hengelo s-hertogenbosch Nederland Rheden Rotterdam Venlo 154 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME VERGELIJKING GEMEENTELIJKE SPORTDEELNAME 155
4 Richtlijnen voor het gebruik van de RSO De volgorde van de gemeenten in dit schema is bepaald op basis van geen sportdeelname. Voor s-gravenhage en Almere geldt dat er sprake is van telefonische onderzoeken en het onderzoek in Amstelveen wijkt iets af wat de frequentie-indeling betreft. De onderzoeksgegevens van Amsterdam en Eindhoven konden niet worden ingepast in dit schema. Uit het schema blijkt dat de gemeenten met het hoogste percentage niet-sporters een lager percentage incidentele sportbeoefenaars en onregelmatige sportbeoefenaars hebben. De gemeenten met het laagste percentage niet-sporters (Rheden, s-hertogenbosch en Amstelveen; net als Nederland als geheel overigens) hebben het hoogste percentage incidentele sportbeoefenaars en onregelmatige sportbeoefenaars. De gemeenten die in deze categorieën een middenpositie innemen (met name de Drechtsteden en Almelo), zijn juist weer uitschieters wat betreft de intensieve sportdeelname en de intensieve, competitieve en georganiseerde sportdeelname. Terwijl in paragraaf 3.2 werd geconstateerd dat Rheden de hoogste sportparticipatie kent, blijkt uit dit COMPASS-schema dat die toppositie niet geldt voor de meest intensieve vormen van sportbeoefening. 156 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN HET RSO 157
Het toenemende gebruik van de RSO draagt ertoe bij dat een groeiend aantal gemeenten het sportgedrag van hun burgers op een gestandaardiseerde wijze kan monitoren en vergelijken met dat in andere gemeenten en Nederland als geheel. Die monitoring benutten diverse gemeenten inmiddels voor het ontwikkelen en evalueren van het sportbeleid, zoals de effecten van de breedtesportimpuls. Uitvoering van een RSO-onderzoek leert in hoeverre inwoners van een gemeente meer of minder sporten en van welke voorzieningen en organisaties zij daarbij gebruikmaken, uitgesplitst naar bijvoorbeeld leeftijd, sekse en etniciteit. Om de vergelijkingsmogelijkheden te vergroten, is het van belang dat naast de overname van de standaardvragen en achtergrondvariabelen ook de gehanteerde onderzoeksmethode op de RSO wordt afgestemd. Uit proefonderzoek is namelijk gebleken dat kleine verschillen in de vragenlijst en onderzoeksaanpak tot grote verschillen in de uitkomsten kunnen leiden. Ook de volgorde van de vragen en de gekozen omschrijvingen van sportactiviteiten oefenen invloed uit op de uitkomsten. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste richtlijnen voor uitvoering van een sportdeelname-onderzoek dat is gebaseerd op de RSO. 4.1 Algemeen Vermeld bij de presentatie van de onderzoeksgegevens eerst de voornaamste karakteristieken van het eigen onderzoek: schriftelijk of telefonisch, omnibus- of sportonderzoek, doelpopulatie (leeftijdsgrenzen), peiljaar, toegepaste weegprocedure etc. Geef bij vergelijking met andere onderzoeken duidelijk aan of er verschillen zijn in de gehanteerde onderzoeksmethode, onderzoeksprocedure en of (en in welke zin) het gebruik van het toonblad en de vraagstelling afwijkt. Ga in statistische analyses uit van een betrouwbaarheids- en nauwkeurigheidsinterval van 95 procent. Presenteer percentages zonder cijfers achter de komma om schijnnauwkeurigheid te voorkomen. 4.2 Algemeen Om de uitkomsten van sportdeelname-onderzoek goed te kunnen vergelijken, is het essentieel dat de achtergrondvariabelen overeenkomen met die in de RSO (zie bijlage 1). Het is niet noodzakelijk om alle achtergrondvariabelen in de vragenlijst op te nemen (geslacht, leeftijd, etniciteit, huishoudensituatie, opleiding, inkomen en handicap). Maar wanneer hieruit een keuze wordt gemaakt, is het van belang dat de vragen naar deze achtergrondvariabelen identiek zijn aan die van de RSO. Leeftijdsindeling Wanneer het sportdeelname-onderzoek mede is gericht op kinderen, is een ondergrens van zes jaar gebruikelijk. Alternatieve ondergrenzen zijn dertien en achttien jaar, afhankelijk van de mogelijkheden en doelstellingen van het onderzoek. Deze ondergrenzen zijn gebaseerd op de belangrijkste breukpunten in de school- en sportloopbaan. Uit onze enquête bleek dat gemeenten sterk verschillen in de grenzen die zij in dit opzicht trekken. Om dat probleem te verhelpen, hebben wij de ruwe databestanden van de gemeenten opgevraagd en op leeftijd gelijkgeschakeld. Een dergelijke oplossing is vanzelfsprekend tijdrovend en kostbaar. Dit kan alleen worden voorkomen wanneer gemeenten in hun rapportage van het sportdeelname-onderzoek gegevens over dezelfde doelpopulatie publiceren. 4.3 Definitie sport Algemene definitie De definitie van sport is pragmatisch ten behoeve van de RSO geformuleerd en bevat alle elementen van het sportgedrag waarnaar in de basismodule wordt gevraagd. Volgens deze definitie is sport een activiteit: - die veelal plaatsvindt in een specifiek organisatorisch verband, maar die ook ongebonden kan worden verricht [gerelateerd aan RSO-vraag 5 naar het organisatorisch verband], - doorgaans met gebruikmaking van een specifieke ruimtelijke voorziening en/of omgeving [gerelateerd aan RSO-vraag 7 naar de gebruikte accommodatie], - op een manier die is gerelateerd aan voorschriften en gebruiken die in internationaal verband ten behoeve van prestaties met een competitie- of wedstrijdelement in de betreffende activiteit of verwante activiteiten tot ontwikkeling zijn gekomen [gerelateerd aan selectie van sporten op toonblad in RSO-vraag 1 en aan RSO-vraag 6 naar lessen/cursussen/trainingen en competitie/toernooien/evenementen]. In het verlengde van deze definitie is een sporter iemand die een dergelijke activiteit met een zekere frequentie verricht [gerelateerd aan RSO-frequentievragen 2 en 4]. Operationalisering definitie voor respondenten De weergegeven definitie is vanzelfsprekend onbruikbaar als toelichting op wat in het sportdeelname-onderzoek onder sport moet worden verstaan. Daarom is de definitie geoperationaliseerd voor gebruik in de telefonische en schriftelijke enquêtes. Die operationalisering heeft geleid tot de volgende introductie, die gebruikt dient te worden in onderzoek dat is gebaseerd op de RSO: De volgende vragen gaan over sportbeoefening. Het gaat om activiteiten die u in de afgelopen twaalf maanden heeft verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld. U moet dus denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens de vakanties heeft beoefend, tellen wel mee; sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding op school niet. Vrijwel alle in deze bundel besproken RSO-onderzoeken hielden zich aan deze richtlijn. Van de 31 RSO-onderzoeken hanteerden er 29 een terugvraagperiode van twaalf maan- 158 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN HET RSO 159
den conform de RSO-richtlijn. Als er een kortere terugvraagperiode dan twaalf maanden wordt gehanteerd kan er sprake zijn van seizoensinvloeden. Omdat de terugvraagperiode in de onderzoeken van Schagen en Uitgeest vier weken bedroeg, was het niet verantwoord om een vergelijking te maken tussen deze en de andere onderzoeken en zijn de gegevens van deze gemeenten niet in de vergelijking in het vorige hoofdstuk meegenomen. Toonblad met gestandaardiseerde lijst met sporten Voor een antwoord op de vraag welke sport(en) de respondent in de afgelopen twaalf maanden heeft beoefend, wordt hem of haar een lijst met sporten voorgelegd (het toonblad). Het toonblad dat wordt gebruikt, moet op identieke wijze zijn samengesteld omdat het aantal sporten en de precieze formulering invloed hebben op de resultaten. Het percentage sporters wordt vooral zwaar vertekend wanneer er sprake is van dansen in plaats van danssport, fietsen in plaats van wielrennen/mountainbiken/toerfietsen, wandelen in plaats van wandelsport en zwemmen in plaats van zwemsport. Dit is één van de redenen waarom de onderzoeksgegevens van Amsterdam en Arnhem (wel gebaseerd op de RSO) niet in de vergelijking van deel drie zijn opgenomen. Het toonblad is totstandgekomen op basis van vier criteria: 1. het bevat maximaal vijftig sporten; 2. het bevat alle sporten die volgens de RSO-proefonderzoeken door meer dan één procent van de respondenten werden beoefend; 3. het bevat de sporten die zijn vertegenwoordigd door een bij NOC*NSF aangesloten sportbond met meer dan 20.000 leden; 4. bij grensgevallen is alleen gekozen voor opname van sporten waarvoor de beoefening om specifieke ruimtelijke voorzieningen vraagt. Ook bevat het toonblad een categorie andere sport, namelijk en een categorie geen sport. Zodoende kan een onderscheid worden gemaakt tussen een niet-sporter en een missing value. Volgens de RSO-definitie voldoen de volgende activiteiten niet als sport: acrobatiek, ballet, (volks)dansen, denksport (puzzelen), duivenmelken, fysiotherapie, hondentraining, kaarten, mensendieck, scouting, slenderen, tafelvoetbal, tai chi, twirling, vissen, yoga, zingen en zwangerschapsgym. Ook het scheidsrechter of jurylid zijn, wordt niet gezien als sportdeelname: het gaat bij de RSO om de sportbeoefening. Sportbeoefening op school De RSO bevat de richtlijn om sportbeoefening tijdens schooltijd niet mee te nemen in de vraagstelling. Wanneer deze richtlijn niet wordt nageleefd, zal de sportdeelname onder schoolkinderen de honderd procent benaderen. Van de gemeenten die in de afgelopen jaren een RSO-onderzoek uitvoerden, hielden alle zich aan deze richtlijn op een enkele uitzondering na. Sportbeoefening tijdens de vakantie Steeds meer mensen gaan gedurende het jaar meerdere keren korte tijd op vakantie. En die vakantie is een geliefde periode om te gaan sporten. Om een goed beeld te krijgen van de sportbeoefening is het dan ook zaak de sportactiviteiten tijdens de vakantie mee te nemen. Van deze richtlijn week slechts één gemeente met een RSO-onderzoek af. 4.4 Basismodule Wanneer een gemeentelijk sportdeelname-onderzoek wordt overwogen, luidt het advies om de RSO-basismodule als uitgangspunt te nemen en eventueel hieraan aanvullende vragen toe te voegen. Overname van de RSO is vooral zinvol wanneer alle acht vragen uit de basismodule aan de respondent worden gesteld en ook de vragen naar de achtergrondvariabelen worden meegenomen. Ten aanzien van de onderzoeksrapportage hanteert de RSO als richtlijn dat de gegevens als percentage van het totale aantal respondenten worden weergegeven. Bij een identieke vragenlijst kunnen de kengetallen onvergelijkbaar zijn wanneer de onderzoeksgegevens als percentage van het totale aantal sporters of het totale aantal antwoorden worden weergegeven in plaats van als percentage van het totale aantal respondenten. Frequentie van sportbeoefening Het grote voordeel van een open vraag naar de frequentie van sportbeoefening is dat in de bewerking en presentatie van de gegevens elke willekeurige frequentieverdeling kan worden gemaakt. Wanneer er vaste antwoordcategorieën met voorgecodeerde frequenties worden gehanteerd (bijvoorbeeld dagelijks, één keer per week, één keer per maand, etc.), kunnen de gegevens niet worden vergeleken met andere onderzoeken en afwijkende antwoordcategorieën. Ook kan de gemiddelde frequentie dan niet worden bepaald. De op de RSO gebaseerde onderzoeken in Arnhem en Eindhoven hebben we mede om deze reden niet in de vergelijking van hoofdstuk 3 kunnen meenemen. Gemiddeld aantal beoefende sporten Het gemiddelde aantal sporten wordt in de RSO berekend door het aantal activiteiten dat aangekruist is bij vraag 1 als percentage te berekenen op het totale aantal respondenten dat één of meer sporten heeft aangekruist. Een valkuil bij het berekenen van het gemiddelde aantal sporten is de categorie anders, namelijk op het toonblad. Er dient rekening te worden gehouden met het feit dat een respondent hier meer dan één sport kan invullen. Ook zal deze categorie moeten worden opgeschoond; soms staan daar activiteiten die al onder een andere noemer op het toonblad staan of die volgens de definitie niet tot sport kunnen worden gerekend. De meest beoefende sporten De factor meest beoefende sporten wordt gebaseerd op de antwoorden van de drie meest beoefende sporten (vraag 3 en 4) en niet op basis van het toonblad (vraag 1). 160 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN HET RSO 161
Alleen sporten die minimaal twaalf keer in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête door de respondenten zijn beoefend, worden hierin meegerekend. Organisatorisch verband De vraag naar het organisatorisch kader waarin de sport wordt beoefend, heeft betrekking op zowel organisaties binnen de gemeentegrenzen als daarbuiten. In het onderzoek van de gemeente Maastricht is alleen gevraagd naar sport bij de Maastrichtse sportverenigingen. In het onderzoek van de gemeente Amsterdam werd de respondent bij deze vraag naar het organisatorisch verband slechts één antwoordmogelijkheid geboden in plaats van een multiple response. Beide onderzoeken zijn hierdoor, wat deze vraag betreft, niet vergelijkbaar met de overige RSO-onderzoeken. Deelname aan les, training, competitie of toernooien De vraag of de respondent heeft deelgenomen aan lessen/cursussen, trainingen, competitie of toernooien/sportevenementen bevat ook de antwoordcategorie geen van bovenstaande. Deze antwoordcategorie is nodig om een onderscheid te kunnen maken tussen een missing value en een sporter die geen gebruik heeft gemaakt van één van de andere antwoordcategorieën. Omdat maar zes gemeenten van de vergeleken groep deze richtlijnen hebben opgevolgd, is hiervan in hoofdstuk 3 geen overzichtstabel weergegeven. 5 Evaluatie van de RSO 4.5 COMPASS-schema Zoals in het vorige hoofdstuk uiteengezet is, is het COMPASS-schema een overzicht dat de frequentie en het organisatorisch en competitief verband van sportbeoefening met elkaar in verband brengt en verschillen hierin in één tabel weergeeft. Om dit te kunnen doen, moet er een open vraag zijn opgenomen in de vragenlijst over de frequentie van sportbeoefening. In het Maastrichtse onderzoek was dit niet het geval, waardoor deze gemeente niet in dit schema kon worden opgenomen. Ook Amsterdam, Eindhoven, Doetinchem en Arnhem bleken niet in het COMPASS-schema te kunnen worden ingepast, omdat de onderzoeken hier op wisselende punten afweken van de RSO-basismodule. Gebruik van sportvoorzieningen De vraag naar het gebruik van sportvoorzieningen is in de loop van de afgelopen jaren gewijzigd. In de huidige vorm is de RSO-vraag gericht op de sportbeoefening en het gebruik van sportvoorzieningen binnen én buiten de gemeente. Hiervoor is gekozen vanwege het belang voor gemeenten om het verschil te weten tussen het gebruik van sportvoorzieningen binnen en buiten de gemeente en hoe deze verhouding ligt in andere gemeenten. Ook deze vraag is een multiple response -vraag. Gegevens op basis van vragenlijsten waar maar één antwoord kan worden gegeven zijn, wat deze vraag betreft, niet vergelijkbaar met RSO-onderzoeken. Het zelfbeeld van de respondent als sporter De RSO gaat ervan uit dat de vraag of de respondenten zichzelf wel of niet als sporter zien, moet worden gesteld aan alle respondenten. In het onderzoek van de gemeente Almere was deze vraag alleen aan de sporters voorgelegd, waardoor deze gemeente met betrekking tot deze vraag niet is opgenomen in de overzichtstabel in hoofdstuk 3. 162 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME EVALUATIE VAN DE RSO 163
5.1 Bekendheid De aangeschreven gemeenten met meer dan 40.000 inwoners zijn in onze schriftelijke vragenlijst ook gevraagd naar hun bekendheid en ervaring met de RSO. In totaal hebben 53 van de 86 aangeschreven gemeenten (62%) aan deze evaluatie van de RSO meegedaan. Van deze 53 gemeenten geven er zeventien (32%) aan dat ze niet bekend zijn met de RSO. Van de 36 gemeenten die wel bekend zijn met de RSO, hebben er 22 de RSOwebsite bezocht (tegenwoordig te vinden op www.mulierinstituut.nl onder Data & Documentatie). 5.2 Gebruik Vijftien van de 53 gemeenten (28%) die aan de evaluatie meededen, hadden de RSO voordien in hun sportdeelname-onderzoek toegepast. Dit aantal wijkt om verschillende redenen af van het aantal gemeenten (31) dat volgens het overzicht in hoofdstuk 2 van de RSO gebruik heeft gemaakt. Onder de genoemde gemeenten in hoofdstuk 2 bevinden zich namelijk vier gemeenten in Zuidwest-Friesland die niet meededen aan de evaluatie. Datzelfde geldt voor zeven gemeenten die naast Dordrecht de Drechtsteden vormen en voor vijf gemeenten die niet aan de evaluatie meededen, maar wel een RSO-onderzoek verrichten. De gemeenten in de evaluatie die wel bekend zijn met de RSO maar die de RSO niet of niet volledig gebruikten, hebben daar verschillende redenen voor: onbekendheid, longitudinale vergelijkbaarheid en kostbaarheid. Onbekendheid In een aantal gemeenten is het gebruik van de RSO (nog) niet ter sprake gekomen, omdat er in de afgelopen jaren geen sportdeelname-onderzoek heeft plaatsgevonden of omdat het laatste sportdeelname-onderzoek dateert van voor de RSO. In één gemeente wist men niet hoe de RSO te verkrijgen is. In een andere gemeente was onze respondent pas net aangesteld en nog onbekend met de RSO. Longitudinale vergelijkbaarheid Enkele gemeenten gebruiken de RSO bewust niet omdat ze de voorkeur geven aan het handhaven van de continuïteit in hun sportdeelname-onderzoek. De onderzoekers van deze gemeenten willen dat de vergelijkbaarheid met eerder onderzoek gehandhaafd blijft. Kostbaarheid Een aantal gemeenten geeft aan dat er maar een beperkte ruimte in het gemeentelijke omnibusonderzoek beschikbaar is om vragen over sport te stellen en dat de RSO-vragenlijst daardoor niet in het onderzoek past. 5.3 Ervaringen Over het algemeen wordt de RSO positief gewaardeerd. Dit betreft met name het gemak van de bestaande standaardvragenlijst en de bruikbaarheid ervan. Enkele citaten uit de evaluatie: - Door de RSO hoeft het wiel niet steeds opnieuw uitgevonden te worden ; - Het scheelt veel tijd bij het samenstellen van de vragenlijst ; - De RSO geeft duidelijk aan wat voor gegevens er uit het onderzoek gehaald kunnen worden ; - De RSO is zeer bruikbaar, biedt helderheid en is gebaseerd op goede uitgangspunten. Het meest genoemde positieve argument over het gebruik van de RSO is de gestandaardiseerde opzet, die een goede vergelijking mogelijk maakt met andere gemeenten en landelijk onderzoek. Het nadeel dat hiermee samenhangt is dat bij het in gebruik nemen van de RSO voor een deel de vergelijkingsmogelijkheden met onderzoeken uit het verleden wegvallen. Tegelijkertijd worden er in de evaluatie ook punten van kritieken op de RSO geuit. Deze zijn te ordenen in zeven punten. Ten eerste zetten enkele gemeenten vraagtekens bij de vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Opgemerkt wordt dat veel gemeenten verschillende leeftijdsgroepen hanteren en dat daardoor de vergelijkbaarheid van de RSO minder wordt. Ook wordt aangegeven dat een omnibusonderzoek met sportvragen andere gegevens oplevert dan wanneer er een specifiek sportonderzoek wordt gehouden. In het laatste geval retourneren veel minder mensen die niet aan sport doen de vragenlijst. Een tweede kritiekpunt is dat de RSO-vragen niet altijd relevant zijn, omdat de sportdeelname-onderzoeken niet allemaal hetzelfde doel hebben. Ten derde willen sommige gemeenten een bepaalde vraag uit de RSO liever anders formuleren. Met name de vragen met betrekking tot het aantal sporten en de sportfrequentie zouden niet gemakkelijk door de respondenten in te vullen zijn. Ten vierde maken twee gemeenten kritische opmerkingen over de gehanteerde definitie van sport. Deze is in hun ogen te vaag of te soft: wie meer dan elf keer per jaar sport is 164 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME EVALUATIE VAN DE RSO 165
reeds sporter en iemand die alleen op vakantie sport is ook een sporter. Deze kritiek betreft overigens niet het RSO-onderzoek als zodanig, maar alleen het kengetal sportparticipatie. Doordat de RSO een open vraag naar de sportfrequentie voorschrijft, is het in ieder RSO-onderzoek mogelijk om in aanvulling op dit kengetal een extra, strengere grens voor sportbeoefening te bepalen. Hiervoor kan ook het COMPASS-schema worden gebruikt. Met behulp van dit schema kunnen gemeenten worden vergeleken op basis van strengere definities. Een vijfde kritiekpunt is dat de vragen over het verband waarin wordt gesport, deelname aan lessen/trainingen/competitie/toernooien en de gebruikte accommodatie (5 t/m 7) alleen de meest beoefende sporten betreffen. Hierdoor wordt niet duidelijk hoeveel procent van alle inwoners lid is van een sportvereniging, een training volgt en/of gebruikmaakt van een gemeentelijke sportvoorziening. Een andere gemeente stelt, ten zesde, dat de RSO als output-kengetallen voor organisatorisch verband, trainingsverband en voorziening het percentage op het totale aantal respondenten neemt, terwijl hij of zij een voorkeur heeft voor het percentage op het totale aantal sportbeoefenaars. Een zevende kritiekpunt betreft de eenduidigheid van de RSO. Verschillende gemeenten geven aan dat het onderzoeksprotocol onvolledig is. Opgeworpen vragen in dit verband zijn: - Hoe moet met missing data worden omgegaan? - Als op het toonblad geen sport wordt ingevuld, moet deze respondent dan wel of niet worden meegewogen? - Moeten de antwoordcategorieën bij vraag 5 in een telefonische enquête worden voorgelezen of niet? - Is het COMPASS-schema te gebruiken bij een telefonisch onderzoek? Eén gemeente koppelt hieraan de wens om een vraagbaak voor de RSO in te stellen. Deze vraagbaak zou alle vragen die de opstellers/interviewers tijdens de uitvoering van de RSO tegenkomen, eenduidig moeten kunnen beantwoorden, in aanvulling op de informatie die de RSO-website geeft. 5.4 Suggesties voor aanvullende modules In de evaluatie is ook gevraagd naar suggesties voor mogelijke aanvullende modules van de RSO. Enkele gemeenten geven aan dat ze belangstelling hebben voor de reeds in ontwikkeling zijnde modules. Ook worden er suggesties gedaan voor modules met betrekking tot ouderen/senioren, redenen van (niet-)sportdeelname, tevredenheid over sportvoorzieningen, sportbeoefening en mediagebruik, sportblessures, de Nederlandse beweegnorm, bereikbaarheid van sportvoorzieningen en accommodatiegebruik. Hierbij 6 Slotbeschouwing wordt geadviseerd om het aantal vragen voor een aanvullende module beperkt te houden. Eén gemeente geeft aan het vreemd te vinden om sport op zich te bekijken. Het wordt steeds lastiger om te definiëren wat sport is; ook activiteiten zoals een ommetje maken is belangrijk voor doelen als gezondheid, integratie etc. Het belang van sport kan pas vastgesteld worden als het overige vrijetijdsgebruik wordt vastgelegd; burgers maken nog steeds keuzes uit een breder aanbod dan alleen maar sport. Het lijkt daarom belangrijk om ook andersoortige vrijetijdsbesteding als achtergrond mee te nemen. Zeker onderzoekers en beleidsmedewerkers zouden dit bredere blikveld moeten hanteren om op die manier de trends in de sport beter te kunnen waarderen. 5.5. Toekomstig gebruik Ten tijde van de enquête hadden achttien gemeenten plannen voor een sportdeelnameonderzoek op korte termijn. Acht gemeenten hebben een dergelijk onderzoek voor ogen voor de loop van 2004 en drie gemeenten voor 2005. Twee gemeenten hebben het onderzoek nog verder in de tijd gepland, namelijk in 2006 en 2008. Voor 22 gemeenten is het nog onbekend of en wanneer er een sportdeelname-(vervolg)onderzoek komt. Van de vijftien gemeenten die de RSO onlangs gebruikten, zeggen tien gemeenten bij toekomstig sportdeelname-onderzoek opnieuw van de RSO gebruik te zullen maken. Eén gemeente zal dat in aangepaste vorm doen. Drie gemeenten gaan misschien de RSO gebruiken en één gemeente heeft daarover geen mening gegeven. Geen enkele gemeente die de RSO onlangs heeft gebruikt, wil hiervan in de toekomst afzien. Van de 38 gemeenten die de RSO nog niet gebruikten, zeggen negen gemeenten dat wel te gaan doen en hebben twee gemeenten de intentie om dat te gaan doen. 27 gemeenten die nog niet eerder de RSO hebben gebruikt, geven aan dat ze dit misschien de volgende keer wel gaan doen. Geen enkele gemeente zegt bij voorbaat nee. in toekomst Misschien Nee Geen antwoord RSO onbekend (17) 3 14 0 0 Response (53) RSO niet gebruikt (21) 8 13 0 0 RSO bekend (36) RSO gebruikt (15) 11 3 0 1 Totaal 22 30 0 1 166 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME SLOTBESCHOUWING 167
Deze bundel toont aan dat er op gemeentelijk niveau in Nederland inmiddels heel veel onderzoeksgegevens over sportdeelname zijn verzameld. Het tweede hoofdstuk bevat een overzicht van 54 (merendeels grotere) gemeenten die in de periode van 1999 tot 2002 een onderzoek naar de sportdeelname hebben verricht onder de eigen inwoners. Het gaat daarbij om gegevens die betrekking hebben op in totaal 5,8 miljoen mensen. Die overstelpende hoeveelheid informatie heeft nog nauwelijks geleid tot kennisontwikkeling over verschillen tussen gemeenten. Daarvoor zijn twee redenen te geven. Ten eerste hebben de meeste gemeentelijke onderzoeksgegevens nauwelijks bekendheid gekregen buiten de eigen gemeentegrenzen. Ten tweede hebben de diverse gemeenten in het verleden veelal verschillende vragenlijsten en methoden gebruikt, waardoor hun onderzoeksgegevens ook niet kónden worden vergeleken. Zoals uit deze bundel blijkt, treedt er in deze situatie dankzij de ontwikkelde Richtlijn Sportdeelname-Onderzoek verbetering op. Niet alleen geeft deze bundel voor het eerst een overzicht van gemeentelijke sportdeelname-onderzoeken die verspreid over het gehele land zijn uitgevoerd; ook komt hieruit naar voren dat 31 gemeenten in de periode van 1999 tot 2002 in dit onderzoek de RSO hebben gebruikt. Daardoor zijn deze gemeenten beter dan voorheen in staat om hun gegevens in perspectief te plaatsen en te vergelijken met andere gemeenten. In de laatste zin wordt bewust gesproken van beter dan voorheen, want de vergelijkingsmogelijkheden zijn nog niet optimaal. Van de 31 gemeenten die de RSO als basis hebben genomen voor hun sportdeelname-onderzoek blijkt namelijk dat een groot aantal in de vragenlijst of methodiek (te veel) aanpassingen heeft verricht en/of richtlijnen heeft genegeerd. Als gevolg daarvan moest de vergelijking in deze bundel beperkt blijven tot elf gemeenten die de RSO wel nauwkeurig hebben gevolgd. Dit aantal neemt echter toe. Van alle gemeenten die in de evaluatie van de RSO hun mening gaven over dit instrument, zegt 42 procent de RSO in de toekomst te gaan gebruiken, terwijl 57 procent dit misschien gaat doen en geen enkele gemeente het gebruik van de RSO op voorhand afwijst. De kans op gebruik van de RSO blijkt bovendien groter bij gemeenten die al ervaringen met de RSO hebben opgedaan. Ook blijken gemeenten die al voor de evaluatie bekend waren met de RSO meer geneigd dit instrument in de toekomst te gaan gebruiken dan gemeenten die door de evaluatie met de RSO bekend zijn geraakt. Gerichte voorlichting over de aard en het nut van de RSO is dan ook een effectief instrument om het gebruik ervan te bevorderen. Dit gebruik kan verder worden vergroot door de ontwikkeling van een model waarmee de totale gemeentelijke sportparticipatie kan worden voorspeld op basis van leeftijd, geslacht, inkomen en etniciteit. Een dergelijk model maakt het mogelijk om te beoordelen in hoeverre de gemeten sportdeelname in een gemeente overeenkomt met de verwachting gezien de bevolkingssamenstelling of hiervan afwijkt en dus door andere factoren wordt veroorzaakt. Wanneer het inzicht hierin wordt vergroot, kan vervolgens wor- den nagegaan of de gevonden verschillen moeten worden verklaard door verschillen in het gemeentelijk sportbeleid of anderszins. Zonder een dergelijk model blijft de vergelijking tussen de elf gemeenten met een identiek RSO-onderzoek nog sterk beschrijvend van aard. Hieruit komen evenwel interessante resultaten naar voren. Een greep uit de bevindingen: - met name Rheden en in mindere mate s-hertogenbosch komen uit deze vergelijking naar voren als gemeenten met een hoge sportparticipatiegraad, terwijl er in s-gravenhage, Rotterdam en Venlo naar verhouding minder wordt gesport; - de sporters in Rheden en s-hertogenbosch beoefenen gemiddeld niet meer verschillende takken van sport dan de sporters in de andere gemeenten; - dit gemiddelde aantal beoefende sporten neemt in alle gemeenten sterk af naarmate de leeftijd van de sporter oploopt; - in alle gemeenten sporten ouderen minder intensief dan jongeren, maar deze daling versnelt zich in Rotterdam, s-gravenhage en Amstelveen op jongere leeftijd dan in de andere gemeenten; - wanneer ouderen wel aan sport doen, blijkt de frequentie van hun sportbeoefening (in alle vergeleken gemeenten en in Nederland als geheel) niet lager te liggen dan de frequentie van jongere sporters; - de toptien van de meest beoefende sporten komt in de gemeenten sterk overeen, met fitness (conditie) overduidelijk als nummer één, de zwemsport veelal als nummer twee en wielrennen/mountainbiken/toerfietsen, hardlopen/joggen/trimmen, tennis, aerobics/steps en wandelsport met een wisselende plaatsing als nummers drie tot en met zeven. Fitness (kracht), veldvoetbal en skeeleren/skaten sluiten de toptien in veel gemeenten af; - de vereniging is het organisatorisch verband waarin het meest wordt gesport; niet alleen op jongere, maar ook op oudere leeftijd. Rheden, s-hertogenbosch en Hengelo kennen van de vergeleken gemeenten het hoogste percentage sporters in verenigingsverband, s-gravenhage, Rotterdam en Amstelveen het laagste; - in s-hertogenbosch sport ook een hoger percentage respondenten in commerciële sportverbanden dan in de andere gemeenten. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat in deze gemeente naar verhouding bijzonder veel vrouwen en jongeren in commercieel verband sporten; - in Rheden neemt een hoger percentage inwoners deel aan competitie, toernooien of sportevenementen dan in de andere gemeenten; - in alle gemeenten nemen (veel) meer mannen deel aan competitie, toernooien en sportevenementen dan vrouwen. Vrouwen maken daarentegen in de meeste gemeenten meer dan mannen gebruik van lessen, cursussen of trainingen. Dit laatste verschil hangt samen met het feit dat vrouwen meer sporten in commercieel verband; - mannen zijn eerder geneigd zichzelf als sporter te zien dan vrouwen, onafhankelijk van de intensiteit waarmee zij sporten; - in Eindhoven beschouwen meer mensen zich als sporter dan in de andere gemeenten, hoewel het sportparticipatiecijfer hier lager ligt dan in drie van deze andere gemeen- 168 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME SLOTBESCHOUWING 169
Bijlage 1 RSO-vragen achtergrondvariabelen ten; - de Drechtsteden kennen het hoogste en Rotterdam, Venlo en s-hertogenbosch het laagste percentage intensieve sporters. Hoewel de RSO aan een behoefte blijkt te voldoen en veel perspectief in zich draagt op een bredere toepassing en hogere opbrengst, is dit instrument nog niet uitontwikkeld. Zo blijkt er behoefte aan een discussie over aanscherping van de sportdefinitie. Ook zijn er suggesties gedaan voor verbreding van het sportbegrip (en dus van de RSO-basismodule), zodat bijvoorbeeld de NNGB (Nederlandse Norm Gezond Bewegen) via de RSO kan worden gemeten. Daarnaast blijkt er behoefte aan aanvullende modules over specifieke beleidskwesties en aan een vraagbaak waar beleidsmedewerkers en veldonderzoekers met hun vragen en problemen over het gebruik van de RSO terecht kunnen. Vraag 1 Bent u een man of een vrouw? man (1) vrouw (2) Vraag 2 Wat is uw geboortejaar?... Vraag 3 Bent u in Nederland geboren of in een ander land? in Nederland (1) in een ander land, namelijk..... (2) Vraag 4 Is uw vader in Nederland geboren of in een ander land? in Nederland (1) in een ander land, namelijk..... (2) Vraag 5 Is uw moeder in Nederland geboren of in een ander land? in Nederland (1) in een ander land, namelijk..... (2) Vraag 6 Welke huishoudensituatie is (het meest) op u van toepassing? alleenstaand (1) twee volwassenen, geen (thuiswonende) kinderen (2) twee volwassenen met thuiswonend(e) kind(eren) (3) één ouder met thuiswonend(e) kind(eren) (4) anders (5) 170 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME BIJLAGE 1 171
Bijlage 2 Vraag 7 Wat uw huidige of hoogst voltooide opleiding? RSO Basismodule schriftelijke enquête geen (1) lager onderwijs, basisonderwijs, speciaal onderwijs (2) LBO, VBO, VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg (LTS, ambachtsschool, huishoudschool, LHNO, LAVO, ITO, IHNO, middenstandsdiploma, etc.) (3) MAVO, VMBO theoretische of gemengde leerweg, (M)ULO, 3-jarige HBS (4) HAVO, MMS, HBS, VWO (Gymnasium, Atheneum) (5) MBO (MTS/UTS, middelbare land/tuinbouwschool, kleuterleidster, MEAO, MHNO, MSPO, MDGO, verpleging, secretaresse-schoevers, politieschool, leerlingwezen SPD I, GA 1, GF, etc.) (6) HBO (HTS, HEAO, sociale/pedagogische academie, kunstacademie, conservatorium, MO-A, NLO, SPD II en III, HBO-V, KMA, politie-academie, accountancy, etc.) (7) universiteit (voor 1986 ook Technische en Landbouw Hogeschool) (8) Introductie De volgende vragen gaan over sportbeoefening. Het gaat om activiteiten die u in de afgelopen twaalf maanden heeft verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld. U moet dus denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens de vakanties heeft beoefend, tellen wel mee; sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding op school niet. Vraag 1 Welke sport of sporten heeft u in de afgelopen twaalf maanden beoefend? Vraag 8 Hoeveel bedraagt het gezamenlijke netto maandinkomen van uw huishouden? minder dan [vul in bedrag sociaal minimum voor alleenstaanden; in 2003: 850] (1) tussen [vul in bedrag sociaal minimum voor alleenstaanden; in 2003: 850] en [vul in bedrag sociaal minimum voor samenwonenden; in 2003: 1.150] (2) tussen [vul in bedrag sociaal minimum voor samenwonenden; in 2003: 1.150] en [vul in bedrag modaal netto maandinkomen; in 2003: 1.750] (3) tussen [vul in bedrag modaal netto maandinkomen; in 2003: 1.750] en [vul in bedrag twee maal modaal netto maandinkomen; in 2003: 3.050] (4) tussen [vul in bedrag twee maal modaal netto maandinkomen; in 2003: 3.050] en 3.500 (5) meer dan 3.500 (6) Vraag 9 Heeft u een beperking en/of chronische aandoening? (Meer antwoorden mogelijk) ja, een lichamelijke beperking (motorisch) ja, een auditieve beperking (doof, slechthorend) ja, een visuele beperking (blind, slechtziend) ja, een verstandelijke beperking ja, een chronische aandoening (cara, hart- en vaatziekten, artrose, diabetes, cva, reuma, rugaandoeningen etc.) nee aerobics/steps (1) motorsport (26) atletiek (2) paardensport (27) badminton (3) roeien (28) basketbal (4) schaatsen (29) biljart/poolbiljart/snooker (5) schaken (30) bowling (6) schietsport (31) bridge (7) skeeleren/skaten (32) dammen (8) skiën/langlaufen/snowboarden (33) danssport (9) squash (34) darts (10) tafeltennis (35) duiksport (11) tennis (36) fitness conditie (12) vecht- en verdedigingssporten (37) fitness kracht (13) veldvoetbal (38) golf (14) volleybal (39) gymnastiek/turnen (15) wandelsport (40) handbal (16) watersport/zeilen/surfen (41) hardlopen/joggen/trimmen (17) wielrennen/mountainbiken/toerfietsen (42) hockey (18) zaalvoetbal (43) honkbal/softbal (19) zwemsport (44) jeu de boules (20) andere sport, namelijk:...(45) kano (21) karting (22) klimsport/bergwandelen (23) korfbal (24) midgetgolf (25) geen sport (46) Ga door met vraag 8 172 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME BIJLAGE 2 173
Vraag 2 Hoeveel keer heeft u in de afgelopen twaalf maanden in totaal gesport? keer Vraag 6 Heeft u voor deze sport in de afgelopen twaalf maanden deelgenomen aan (Per sport meer antwoorden mogelijk) Sport 1 Sport 2 Sport 3 De volgende vragen gaan over de sporten die u hebt aangekruist bij vraag 1. Vraag 3 Welke van deze sporten heeft u de afgelopen twaalf maanden het meest beoefend? (Vul maximaal drie sporten in. Doe dit door het nummer te noteren dat op bovenstaand toonblad bij de betreffende sport(en) is aangegeven. Als er meer dan drie sporten in aanmerking komen, vul dan de drie sporten in die u de afgelopen twaalf maanden het meest heeft beoefend.) Sport 1 Sport 2 Sport 3 Vraag 4 Hoeveel keer heeft u deze sport in de afgelopen twaalf maanden beoefend? Sport 1 Sport 2 Sport 3 x x x Vraag 5 Beoefende u deze sport in de afgelopen twaalf maanden (Per sport meer antwoorden mogelijk) Sport 1 Sport 2 Sport 3 als lid van een sportvereniging (1) als abonnee/lid/cursist van een fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (2) in het kader van bedrijfssport (3) via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk (4) tijdens een georganiseerde sportvakantie (5) als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement (6) in groepsverband, georganiseerd door uzelf, familie, vrienden en/of kennissen (7) alleen, ongeorganiseerd (8) anders, namelijk... (9) lessen/cursussen (1) trainingen (2) competitie (3) toernooien/sportevenementen (4) geen van bovenstaande (5) Vraag 7 Waar heeft u deze sport in de afgelopen twaalf maanden beoefend? En was dit binnen uw eigen gemeente en/of elders? (Per sport meer antwoorden mogelijk) Sport 1 Sport 2 Sport 3 eigen elders eigen elders eigen elders gem. gem. gem. Officiële binnensportaccommodatie (1) zoals sporthal, gymnastieklokaal,fitnesscentrum/sportschool, overdekt of combizwembad, ijshal/ijsbaan (binnen), tennisbaan (binnen), klimhal, karthal etc. Officiële buitensportaccommodatie (2) zoals voetbalveld, hockeyveld, tennisbaan (buiten), openluchtzwembad, ijsbaan (buiten/halfoverdekt), manege etc. Sportvoorziening in de openbare ruimte (3) zoals halfpipe, basketbalpleintje, trapveldje/ voetbalkooi (met goals) etc. Andersoortige voorziening (4) zoals park, bos, bergen, strand, meer, openbare weg, buurthuis, wijkcentrum, café, huis/tuin etc. 174 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME BIJLAGE 2 175
Bijlage 3 Vraag 8 Ziet u zichzelf als sporter? RSO Basismodule telefonsiche enquête nee, in het geheel niet (1) nee, nauwelijks (2) enigszins (3) ja, tamelijk (4) ja, zonder meer (5) Introductie De volgende vragen gaan over sportbeoefening. Het gaat om activiteiten die u in de afgelopen twaalf maanden heeft verricht volgens gebruiken en regels uit de sportwereld. U moet dus denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens de vakanties heeft beoefend, tellen wel mee; sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding op school niet. Vraag 1 Welke sport of sporten heeft u in de afgelopen twaalf maanden beoefend? aerobics/steps (1) motorsport (26) atletiek (2) paardensport (27) badminton (3) roeien (28) basketbal (4) schaatsen (29) biljart/poolbiljart/snooker (5) schaken (30) bowling (6) schietsport (31) bridge (7) skeeleren/skaten (32) dammen (8) skiën/langlaufen/snowboarden (33) danssport (9) squash (34) darts (10) tafeltennis (35) duiksport (11) tennis (36) fitness conditie (12) vecht- en verdedigingssporten (37) fitness kracht (13) veldvoetbal (38) golf (14) volleybal (39) gymnastiek/turnen (15) wandelsport (40) handbal (16) watersport/zeilen/surfen (41) hardlopen/joggen/trimmen (17) wielrennen/mountainbiken/toerfietsen (42) hockey (18) zaalvoetbal (43) honkbal/softbal (19) zwemsport (44) jeu de boules (20) andere sport, namelijk:...(45) kano (21) karting (22) klimsport/bergwandelen (23) korfbal (24) midgetgolf (25) geen sport (46) Ga door met vraag 8 176 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME BIJLAGE 3 177
Vraag 2 Hoeveel keer heeft u in de afgelopen twaalf maanden in totaal gesport? keer Vraag 3 Welke sport heeft u de afgelopen twaalf maanden het meest beoefend? Noteer het nummer dat op het toonblad bij de betreffende sport is aangegeven. Vraag 4 Hoeveel keer heeft u deze sport in de afgelopen twaalf maanden beoefend? keer Vraag 5 Beoefende u deze sport in de afgelopen twaalf maanden. (Meer antwoorden mogelijk) als lid van een sportvereniging (1) als abonnee/lid/cursist van een fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (2) in het kader van bedrijfssport (3) via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk (4) tijdens een georganiseerde sportvakantie (5) als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement (6) in groepsverband, georganiseerd door uzelf, familie, vrienden en/of kennissen (7) alleen, ongeorganiseerd (8) anders, namelijk (9) Vraag 6 Heeft u voor deze sport in de afgelopen twaalf maanden deelgenomen aan (Meer antwoorden mogelijk) lessen/cursussen (1) trainingen (2) competitie (3) toernooien/sportevenementen (4) geen van bovenstaande (5) 178 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME BIJLAGE 3 179
Lijst met figuren en tabellen Vraag 7 Waar heeft u deze sport in de afgelopen twaalf maanden beoefend? En was dit binnen uw eigen gemeente en/of elders? (Meer antwoorden mogelijk) eigen gemeente elders Officiële binnensportaccommodatie (1) zoals sporthal, gymnastieklokaal, fitnesscentrum/ sportschool, overdekt of combi-zwembad, ijshal/ ijsbaan (binnen), tennisbaan (binnen), klimhal, karthal etc. Officiële buitensportaccommodatie (2) zoals voetbalveld, hockeyveld, tennisbaan (buiten), openluchtzwembad, ijsbaan (buiten/halfoverdekt), manege etc. Sportvoorziening in de openbare ruimte (3) zoals halfpipe, basketbalpleintje, trapveldje/ voetbalkooi (met goals) etc. Andersoortige voorziening (4) zoals park, bos, bergen, strand, meer, openbare weg, buurthuis, wijkcentrum, café, huis/tuin etc. Vraag 8 Ziet u zichzelf als sporter? nee, in het geheel niet (1) nee, nauwelijks (2) enigszins (3) ja, tamelijk (4) ja, zonder meer (5) 180 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME LIJST MET FIGUREN EN TABELLEN 181
Figuur 1 Sportparticipatie naar sekse (in % van totaal aantal mannen en vrouwen)................................................................5 Figuur 2 Sportparticipatie naar leeftijd..............................................5 Figuur 3 Intensieve sporters ( 60 keer per jaar) naar leeftijd........................5 Figuur 4 Niet-sporters (0 keer per jaar) naar leeftijd................................5 Figuur 5 Gemiddelde sportfrequentie per sporter in totaal en naar sekse...........5 Figuur 6 Gemiddelde sportfrequentie per sporter naar leeftijd......................5 Figuur 7 Gemiddelde sportfrequentie per respondent naar leeftijd..................5 Figuur 8 Gemiddeld aantal beoefende sporten per sporter naar leeftijd.............5 Figuur 9 Organisatorisch verband van sportbeoefening..............................5 Figuur 10 Sporten in verenigingsverband naar leeftijd................................5 Figuur 11 Deelname competitie, toernooien of sportevenementen naar leeftijd......5 Tabel 1 van het RSO-onderzoek in de vergeleken gemeenten....5 Tabel 2 Sportparticipatie (in % van het totaal aantal respondenten) naar sekse en leeftijd......................................................................5 Tabel 3 Frequentie sportparticipatie (in % van het totaal aantal respondenten)...5 Tabel 4 Frequentie sportparticipatie mannen (in %)...............................5 Tabel 5 Frequentie sportparticipatie vrouwen (in %)...............................5 Tabel 6 Frequentie sportparticipatie 18- tot 24-jarigen (in %).....................5 Tabel 7 Frequentie sportparticipatie 25- tot 34-jarigen (in %).....................5 Tabel 8 Frequentie sportparticipatie 35- tot 44-jarigen (in %).....................5 Tabel 9 Frequentie sportparticipatie 45- tot 54-jarigen (in %).....................5 Tabel 10 Frequentie sportparticipatie 55- tot 64-jarigen (in %).....................5 Tabel 11 Frequentie sportparticipatie 65- tot 70-jarigen (in %).....................5 Tabel 12 Gemiddelde sportfrequentie per sporter (in aantal keer per jaar) naar sekse en leeftijd.............................................................5 Tabel 13 Gemiddelde sportfrequentie per respondent (in aantal keer per jaar), naar sekse en leeftijd.............................................................5 Tabel 14 Gemiddeld aantal beoefende sporten per sporter..........................5 Tabel 15 Toptien meest beoefende sporten...........................................5 Tabel 16 Organisatorisch verband (in % van het totaal aantal respondenten).......5 Tabel 17 Sporten in verenigingsverband (in % van het totaal aantal respondenten)..............................................................5 Tabel 18 Sporten in commercieel verband (in % van het totaal aantal respondenten).....................................................................5 Tabel 19 Sporten in anders georganiseerd verband (in % van het totaal aantal respondenten).................................................................5 Tabel 20 Ongebonden sporten (in % van het totaal aantal respondenten)..........5 Tabel 21 Deelname aan trainingen en competitie (in % van het totaal aantal respondenten).....................................................................5 Tabel 22 Deelname lessen, cursussen of trainingen (in % van het totaal aantal respondenten).................................................................5 182 KERNGEGEVENS SPORTDEELNAME