Motorreductoren \ Industrial Gears \ Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Service MOVIFIT -MC Uitgave 02/2007 1154271 / NL Technische handleiding
SEW-EURODRIVE Driving the world
Inhoudsopgave 1 Algemene aanwijzingen... 5 1.1 Opbouw van de veiligheidsaanwijzingen... 5 1.2 Garantieaanspraken... 5 1.3 Beperking van aansprakelijkheid... 5 2 Veiligheidsaanwijzingen... 2.1 Algemeen... 2.2 Doelgroep... 2.3 Toepassing conform de voorschriften... 2.4 Relevante documenten... 7 2.5 Transport, opslag... 7 2. Opstelling... 7 2.7 Elektrische aansluiting... 8 2.8 Veilige scheiding... 8 2.9 Bedrijf... 9 3 Wijzigingsindex... 10 3.1 Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie... 10 4 Opbouw van het apparaat... 12 4.1 Overzicht... 12 4.2 EBOX (actieve elektronica-eenheid)... 13 4.3 ABOX (passieve aansluiteenheid)... 14 4.4 Typeaanduiding MOVIFIT -MC... 17 5 Mechanische installatie... 19 5.1 Installatievoorschriften... 19 5.2 Toegestane montagepositie... 19 5.3 Montagevoorschriften... 20 5.4 Centraal openings-/sluitmechanisme... 23 5.5 Aanhaalmomenten... 25 Elektrische installatie... 2.1 Installatieontwerp vanuit EMC-optiek... 2.2 Installatievoorschriften (alle uitvoeringen)... 27.3 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00"... 34.4 Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00"... 48.5 HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00"... 2. Aansluitvoorbeeld energiebus... 74.7 Aansluitvoorbeelden veldbussystemen... 77.8 Pc-aansluiting... 81.9 Hybride kabel... 82 7 Inbedrijfstelling... 8 7.1 Inbedrijfstellingsinstructies... 8 7.2 Inbedrijfstellingsprocedure MOVIFIT -MC... 87 7.3 Inbedrijfstelling MOVIMOT... 88 7.4 Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC... 90 8 Bedrijf... 94 8.1 Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC... 94 9 Service... 10 9.1 Apparaatdiagnose... 10 9.2 Vector-elektronicaservice... 10 9.3 Verwijdering... 107 Technische handleiding MOVIFIT -MC 3
Inhoudsopgave 10 Technische gegevens... 108 10.1 CE-markering, UL-goedkeuring en C-Tick... 108 10.2 Algemene technische gegevens... 109 10.3 Algemene elektronische gegevens... 109 10.4 Digitale ingangen... 110 10.5 Digitale uitgangen... 110 10. Interfaces... 111 10.7 Hybride kabel "Kabeltype B"... 113 10.8 Maatschetsen MOVIFIT -MC... 115 11 Index... 118 4 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Algemene aanwijzingen Opbouw van de veiligheidsaanwijzingen 1 1 Algemene aanwijzingen 1.1 Opbouw van de veiligheidsaanwijzingen De veiligheidsaanwijzingen van deze technische handleiding zijn als volgt opgebouwd: Pictogram SIGNAALWOORD! Soort gevaar en bron van het gevaar. Mogelijke gevolgen van het negeren van de veiligheidsaanwijzingen. Maatregel(en) om gevaar te voorkomen. Pictogram Signaalwoord Betekenis Gevolgen bij nietinachtneming Voorbeeld: GEVAAR! Onmiddellijk gevaar Dood of zwaar letsel Algemeen gevaar WAARSCHU- WING! Mogelijk gevaarlijke situatie Dood of zwaar letsel Specifiek gevaar, bijv. elektrische schok VOOR- ZICHTIG! Mogelijk gevaarlijke situatie Lichamelijk letsel STOP! Mogelijke materiële schade Beschadiging van het aandrijfsysteem of de omgeving AANWIJZING Nuttige aanwijzing of tip. Vereenvoudigt de bediening van het aandrijfsysteem. 1.2 Garantieaanspraken De naleving van de technische handleiding is een voorwaarde voor een storingvrij bedrijf en de honorering van eventuele garantieaanspraken. Lees daarom de technische handleiding vóór u met het apparaat gaat werken! Controleer of de technische handleiding beschikbaar is voor personen die verantwoordelijk zijn voor de installatie en de werking ervan, alsook voor personen die zelfstandig aan de installatie werken. Zorg er ook voor dat de documentatie leesbaar is. 1.3 Beperking van aansprakelijkheid De naleving van de technische handleiding is een basisvoorwaarde voor de veilige werking van MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen en voor het bereiken van de opgegeven producteigenschappen en vermogensspecificaties. SEW-EURODRIVE is niet aansprakelijk voor persoonlijk letsel, schade aan installaties of eigendommen die ontstaan door het niet naleven van deze technische handleiding. In zulke gevallen vervalt de aansprakelijkheid voor defecten. Technische handleiding MOVIFIT -MC 5
2 Veiligheidsaanwijzingen Algemeen 2 Veiligheidsaanwijzingen De volgende fundamentele veiligheidsaanwijzingen moeten worden doorgelezen om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen. De gebruiker moet zich ervan vergewissen dat de fundamentele veiligheidsaanwijzingen worden gelezen en worden opgevolgd. Verzeker u ervan dat personen die verantwoordelijk zijn voor de installatie en de werking ervan, en personen die zelfstandig aan de installatie werken, de technische handleiding helemaal gelezen en begrepen hebben. Neem bij onduidelijkheden of behoefte aan meer informatie contact op met Vector Aandrijftechniek. 2.1 Algemeen Beschadigde producten mogen nooit worden geïnstalleerd of in bedrijf worden gesteld. Meld beschadigingen direct bij het transportbedrijf. Tijdens het bedrijf kunnen MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen, afhankelijk van hun beschermingsgraad, spanningsvoerende, ongeïsoleerde, eventueel bewegende of roterende delen en hete oppervlakken hebben. Bij niet-toegestane verwijdering van de vereiste afdekking, ondeskundig gebruik, bij onjuiste installatie of bediening bestaat het gevaar van ernstig persoonlijk letsel of ernstige schade aan installaties. In de documentatie vindt u meer informatie. 2.2 Doelgroep Alle werkzaamheden met betrekking tot de installatie, inbedrijfstelling, het opheffen van storingen en onderhoud moeten door elektrotechnisch geschoold personeel worden verricht (neem hierbij IEC 034 of CENELEC HD 384 of DIN VDE 0100 en IEC 04 of DIN VDE 0110 en de nationale veiligheidsvoorschriften in acht). Elektrotechnisch geschoold personeel in de context van deze fundamentele veiligheidsaanwijzingen zijn personen die vertrouwd zijn met de opstelling, montage, inbedrijfstelling en de werking van het product, en die de voor de desbetreffende werkzaamheden vereiste kwalificaties bezitten. Alle werkzaamheden in de afdelingen Transport, Opslag, Bedrijf en Verwijdering moeten worden uitgevoerd door personen die op de juiste manier zijn opgeleid. 2.3 Toepassing conform de voorschriften MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen zijn componenten die bedoeld zijn voor de inbouw in elektrische installaties of machines. Bij inbouw in machines is de inbedrijfstelling van MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen (d.w.z. ingebruikname conform de voorschriften) niet toegestaan, voordat is vastgesteld dat de machine voldoet aan de EG-richtlijn 98/37/EG (Machinerichtlijn). De inbedrijfstelling (d.w.z. conform de voorschriften) is alleen toegestaan bij inachtneming van de EMC-richtlijn (89/33/EEG). MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen voldoen aan de vereisten van de laagspanningsrichtlijn 200/95/EG. De in de conformiteitsverklaring genoemde normen worden toegepast voor de MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen. De technische gegevens en de informatie over de aansluitvoorwaarden vindt u op het typeplaatje en in de documentatie. Deze technische gegevens moeten nauwgezet in acht worden genomen. Technische handleiding MOVIFIT -MC
Veiligheidsaanwijzingen Relevante documenten 2 Veiligheidsfuncties MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen mogen geen veiligheidsfuncties uitvoeren, tenzij deze beschreven en uitdrukkelijk toegestaan zijn. Zorg dat de informatie in de volgende documenten bij veiligheidstoepassingen in acht wordt genomen: Veilige uitschakeling voor MOVIFIT Veilige uitschakeling voor MOVIMOT voorwaarden Veilige uitschakeling voor MOVIMOT toepassingen Er mogen alleen componenten in veiligheidstoepassingen worden gebruikt die door SEW-EURODRIVE uitdrukkelijk in deze uitvoering zijn geleverd! Hijswerktoepassingen MOVIMOT -aandrijvingen zijn slechts beperkt geschikt voor hijswerktoepassingen, zie technische handleiding MOVIMOT. MOVIMOT -aandrijvingen mogen niet als een veiligheidsvoorziening voor hijswerktoepassingen worden gebruikt. 2.4 Relevante documenten Let ook op de informatie in het volgende document: Technische handleiding "MOVIMOT MM..C" 2.5 Transport, opslag Houd u aan de aanwijzingen voor transport, opslag en deskundige bediening. Klimaatvoorwaarden moeten in acht worden genomen volgens het hoofdstuk "Technische gegevens". Haal de ingeschroefde transportogen stevig aan. Zij zijn ontworpen voor het gewicht van de MOVIMOT -aandrijvingen. Er mogen geen extra lasten worden aangebracht. Gebruik, indien nodig, geschikte en voldoende bemeten transportmiddelen (bijv. kabelgeleiding). 2. Opstelling De opstelling en koeling van de apparaten moet volgens de voorschriften in de bijbehorende documentatie worden uitgevoerd. MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen dienen tegen ontoelaatbare belasting beveiligd te worden. Als er niet uitdrukkelijk in is voorzien, zijn de volgende toepassingen verboden: de toepassing in explosiegevaarlijke omgevingen; de toepassing in omgevingen met schadelijke oliën, zuren, gassen, dampen, stof, straling, enz.; de toepassing in niet-stationaire toepassingen, waarbij sterke mechanische slingeren stootbelastingen optreden, zie hoofdstuk "Technische gegevens". Technische handleiding MOVIFIT -MC 7
2 Veiligheidsaanwijzingen Elektrische aansluiting 2.7 Elektrische aansluiting Neem de geldende nationale veiligheidsvoorschriften (bijv. BGV A3) in acht tijdens werkzaamheden aan onder spanning staande MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen. De elektrische installatie moet volgens de desbetreffende voorschriften worden uitgevoerd (bijv. leidingdoorsneden, beveiligingen, aardverbinding). Verdere aanwijzingen over dit onderwerp zijn in de documentatie opgenomen. Aanwijzingen voor de EMC-genormeerde installatie, zoals afscherming, aarding, plaatsing van filters en leggen van de leidingen, zijn te vinden in de documentatie van MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen. De installateur/machinebouwer is verantwoordelijk voor de inachtneming van de in de EMC-wetgeving gehanteerde grenswaarden. Veiligheidsmaatregelen en beveiligingsvoorzieningen moeten aan de geldende voorschriften voldoen (bijv. EN 0204 of EN 1800-5-1). 2.8 Veilige scheiding MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen voldoen aan alle eisen voor de veilige scheiding van vermogens- en elektronica-aansluitingen overeenkomstig EN 1800-5-1. Om de veilige scheiding te waarborgen moeten alle aangesloten stroomcircuits eveneens aan de eisen voor de veilige scheiding voldoen. 8 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Veiligheidsaanwijzingen Bedrijf 2 2.9 Bedrijf Installaties waarin MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen zijn ingebouwd, moeten eventueel met aanvullende bewakings- en beveiligingsvoorzieningen worden uitgerust overeenkomstig de geldende veiligheidsvoorschriften, bijvoorbeeld de wettelijke bepalingen m.b.t. technisch materiaal, veiligheidsvoorschriften, enz. Er kunnen aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn bij toepassingen met verhoogde veiligheidsrisico's. Het is toegestaan om wijzigingen aan de MOVIFIT -MC en MOVIMOT - aandrijvingen aan te brengen met de bedieningssoftware. Raak spanningsvoerende componenten en vermogensaansluitingen niet onmiddellijk nadat de MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen van de voedingsspanning gescheiden zijn aan, omdat de condensatoren nog opgeladen kunnen zijn. Wacht minstens één minuut na het uitschakelen van de voedingsspanning. Zodra de voedingsspanningen op de MOVIFIT of MOVIMOT staan, dienen de aansluitklemmenkasten gesloten te zijn, d.w.z. de MOVIFIT -EBOX, alle MOVIMOT - regelaars en evt. de stekers van de hybride kabels moeten geplaatst en vastgeschroefd zijn. Voedingsconnectors mogen nooit tijdens het bedrijf losgemaakt worden! Hierdoor kunnen gevaarlijke vlambogen ontstaan, die tot vernieling van het apparaat kunnen leiden (brandgevaar, vernielde contacten)! Attentie: de MOVIFIT -werkschakelaar scheidt alleen de MOVIMOT -aandrijvingen van de netvoeding. De klemmen van de MOVIFIT zijn nog steeds verbonden met de netspanning nadat de werkschakelaar is bediend. Als de bedrijfleds en andere indicaties uitgaan, betekent dit niet automatisch dat het apparaat van de netvoeding gescheiden en spanningsloos is. Mechanische blokkeringen of veiligheidsfuncties in het apparaat kunnen tot gevolg hebben dat de motor tot stilstand komt. Als de storing is verholpen of een reset wordt uitgevoerd, kan dit ertoe leiden dat de aandrijving vanzelf weer aanloopt. Als dit voor de aangedreven machine om veiligheidsredenen niet is toegestaan, moet het apparaat eerst van het net gescheiden worden voordat u de storing verhelpt. Verbrandingsgevaar: de oppervlaktetemperatuur van de MOVIFIT -MC en MOVIMOT -aandrijvingen alsook de externe opties, bijv. het koellichaam van de remweerstand, kunnen tijdens het bedrijf meer dan 0 C bedragen! Technische handleiding MOVIFIT -MC 9
3 Wijzigingsindex Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie 3 Wijzigingsindex 3.1 Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen vermeld die in de afzonderlijke hoofdstukken zijn aangebracht ten opzichte van uitgave 05/200, artikelnummer 1141489 (NL). Hoofstuk "Opbouw van het apparaat" Nieuw hoofdstuk "Overzicht" Nieuw hoofdstuk "Hybride ABOX MTA...-S11.-...-00 resp. MTA...-S21.-...-00" Nieuw hoofdstuk "HanModular -ABOX MTA...-H11.-...-00 resp. "MTA...-H21.-...-00" Hoofdstuk "Mechanische installatie" Hoofdstuk "Elektrische installatie" Wijzigingen in het hoofdstuk "Centraal openings-/sluitmechanisme" Nieuwe paragraaf "Aanwijzingen voor het sluiten van de MOVIFIT " Wijzigingen in het hoofdstuk "Installatievoorschriften (alle uitvoeringen)" nieuwe paragraaf "Netmagneetschakelaar" nieuwe paragraaf "Aardlekschakelaar" nieuwe paragraaf "Definitie PE, FE" nieuwe paragraaf "Betekenis van de 24V-spanningsniveaus" nieuwe paragraaf "Stekerverbindingen" Wijzigingen in het hoofdstuk "ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen MTA...- S01.-...-00": nieuwe paragraaf "I/O-klemmen X45 in combinatie met PROFIsafe-optiekaart S11" nieuwe paragraaf "Pinbezetting ethernet" nieuwe paragraaf "Klem-/pinbezetting DeviceNet" nieuw hoofdstuk "Hybride ABOX MTA...-S11.-...-00 resp. MTA...-S21.-...-00" nieuw hoofdstuk "HanModular-ABOX MTA...-H11.-...-00 resp. MTA...-H21.-...-00" nieuw hoofdstuk "Aansluitvoorbeelden energiebus" nieuw hoofdstuk "Aansluitvoorbeelden veldbussystemen" nieuw hoofdstuk "Pc-aansluiting" Wijzigingen in het hoofdstuk "Hybride kabel": nieuwe hybride kabel voor "Hybride ABOX" en "HanModular -ABOX" Hoofdstuk "Inbedrijfstelling" Wijzigingen in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC": nieuwe paragraaf "Inbedrijfstelling in combinatie met PROFINET" nieuwe paragraaf "Inbedrijfstelling in combinatie met DeviceNet" Hoofdstuk "Bedrijf" Wijzigingen in het hoofdstuk "Bedijfsindicaties MOVIFIT -MC": nieuwe paragraaf "Busspecifieke leds voor PROFINET" nieuwe paragraaf "Inbedrijfstelling in combinatie met PROFINET" nieuwe paragraaf "Optiespecifieke leds" Hoofdstuk "Service" Volledig nieuw hoofdstuk 10 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Wijzigingsindex Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie 3 Hoofdstuk "Technische gegevens" Wijzigingen in het hoofdstuk "Interfaces": nieuwe paragraaf "PROFINET-interface" nieuwe paragraaf "DeviceNet-interface" Nieuw hoofdstuk "Hybride kabel kabeltype B" Wijzigingen in het hoofdstuk "Maatschetsen MOVIFIT -MC": nieuwe paragraaf "Maatschetsen in combinatie met Hybride ABOX MTA...-S11.-...-00 resp. MTA...-S21.-...-00" nieuwe paragraaf "Maatschetsen in combinatie met HanModular -ABOX MTA...- H11.-...-00 resp. MTA...-H21.-...-00" Technische handleiding MOVIFIT -MC 11
4 Opbouw van het apparaat Overzicht 4 Opbouw van het apparaat 4.1 Overzicht De volgende afbeelding laat de in deze technische handleiding beschreven MOVIFIT - uitvoeringen zien: EBOX (actieve elektronica-eenheid) MTM...-...-00 ABOX (passieve aansluiteenheid) MTA...-S01.-...-00 DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BUS-F SYS-F DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 RUN-PS RUN 24V-S 24V-C MOVIFIT MOVIFIT -MC voor de aansturing van MOVIMOT -aandrijvingen Aansluitbox met klemmen en kabeldoorvoeringen MTA...-S11.-...-00 MTA...-S21.-...-00 Hybride aansluitbox met klemmen en M12-stekerverbindingen MTA...-H11.-...-00 MTA...-H21.-...-00 HanModular -aansluitbox met HanModular - en M12-stekerverbinding 0512ANL 12 Technische handleiding MOVIFIT -MC
DI03 BUS-F SYS-F RUN 24V-S 24V-C DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 SYS-F BUS-F RUN 24V-S 24V-C DI13/DO01 DI14/DO02 DI15/Do03 Opbouw van het apparaat EBOX (actieve elektronica-eenheid) 4 4.2 EBOX (actieve elektronica-eenheid) De MOVIFIT -MC-EBOX is een gesloten elektronica-eenheid met communicatieinterface en I/O s voor de aansturing van MOVIMOT -aandrijvingen: EBOX "MTM...-...-00" [1] MOVIFIT DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 DI07 DI0 DI05 DI04 DI02 DI01 DI00 [2] X X [3] DI11 DI12/DO00 DI08 DI09 MOVIFIT 0514AXX [1] Centraal openings-/sluitmechanisme [2] Bedrijfsleds voor I/O s (kunnen van opschrift voorzien worden), communicatie en apparaatstatus [3] Verbinding met de aansluitbox Technische handleiding MOVIFIT -MC 13
4 Opbouw van het apparaat ABOX (passieve aansluiteenheid) 4.3 ABOX (passieve aansluiteenheid) 4.3.1 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" De volgende afbeelding laat de MOVIFIT -ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen zien: ABOX "MTA...-S01.-...-00" [3] [1] [2] X [4] S1 S3 S2 5 7 8 ON X [5] [] [7] [9] [8] [10] 0522AXX [1] Montageframe [2] Verbinding met de EBOX [3] Beschermkap [4] Werkschakelaar [5] DIP-switch S1 voor busafsluiting (alleen PROFIBUS-uitvoering) [] DIP-switch S3 voor busafsluiting SBus [7] DIP-switch S2 voor busadres (alleen PROFIBUS- en DeviceNet-uitvoering) [8] Diagnose-interface onder de schroefbevestiging [9] Aardbouten [10] Micro-Style-Connector (alleen DeviceNet-uitvoering) 14 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Opbouw van het apparaat ABOX (passieve aansluiteenheid) 4 4.3.2 Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" De volgende afbeelding laat de hybride MOVIFIT -ABOX met M12-SPEEDCONaansluitingen, klemmen en kabeldoorvoeringen zien: AANWIJZING De afbeelding laat bijvoorbeeld de aansluitmethode van de PROFIBUS-uitvoering zien. Raadpleeg het hoofdstuk "Installatie" voor gedetailleerde informatie over andere varianten. ABOX "MTA...-S11.-...-00" / "MTA...-S21.-...-00" [3] [1] [2] X12 X12 0OFF X19 X25 X2 X27 X28 X44 X43 X42 X41 X14 X50 0OFF X19 X25 X2 X27 X28 X44 X43 X42 X41 X14 X50 [5] [4] X S2 5 7 8 ON X [] [7] 040AXX [1] Montageframe [2] Verbinding met de EBOX [3] Beschermkap [4] Werkschakelaar [5] DIP-switch S2 voor busadres (alleen PROFIBUS- en DeviceNet-uitvoering) [] Aardbouten [7] Diagnose-interface onder de schroefverbinding Technische handleiding MOVIFIT -MC 15
4 Opbouw van het apparaat ABOX (passieve aansluiteenheid) 4.3.3 HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" De volgende afbeelding laat de HanModular -aansluitbox met HanModular - en M12- stekerverbinding zien: AANWIJZING De afbeelding laat bijvoorbeeld de aansluitmethode van de PROFIBUS-uitvoering zien. Raadpleeg het hoofdstuk "Installatie" voor gedetailleerde informatie over andere varianten. ABOX "MTA...-H11.-...-00" / "MTA...-H21.-...-00" [1] [2] [3] [] ON [4] X [5] 5 7 8 X [7] 0427AXX [1] Montageframe [2] Verbinding met de EBOX [3] Beschermkap [4] Werkschakelaar [5] Aardbouten [] DIP-switch S2 voor busadres (alleen PROFIBUS- en DeviceNet-uitvoering) [7] Diagnose-interface onder de schroefverbinding 1 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Opbouw van het apparaat Typeaanduiding MOVIFIT -MC 4 4.4 Typeaanduiding MOVIFIT -MC Voorbeeld typeplaatje EBOX [A] [1] [B] [1] 1187AXX [A] Typeplaatje buitenkant [B] Typeplaatje binnenkant [1] EBOX-statusveld MT M 11 A 000 - P 1 0 A - 00 / S11 Optie EBOX S11 = PROFIsafe-optie S11 Uitvoering EBOX 00 = serie A = versie Functieniveau 0 = Classic 1 = Technology 2 = System Veldbus P1 = PROFIBUS D1 = DeviceNet E2 = PROFINET Vermogen MC 000= versie MTM (MOVIFIT -MC) Versie A Serie 11 = standaard Apparaattype M = MOVIFIT -MC (MOVIMOT -aansturing) MT = apparaatserie MOVIFIT Technische handleiding MOVIFIT -MC 17
4 Opbouw van het apparaat Typeaanduiding MOVIFIT -MC Voorbeeld typeplaatje ABOX [1] 1181AXX [1] ABOX-statusveld MT A 11 A - 50 3 -S 01 1 - M 01-00 Uitvoering ABOX 00 = serie Type werkschakelaar 01 = met draaiknop (ABB) Uitvoering werkschakelaar M = motorbeveiligingsschakelaar met kabelbeveiliging Veldbus 1 = PROFIBUS 2 = DeviceNet 3 = Ethernet Aansluitconfiguratie S01 = aansluitbox met klemmen en kabeldoorvoeringen S11/S21= hybride aansluitbox met klemmen en M12-stekerverbinding H11/H21= HanModular -aansluitbox met HanModular - en M12-stekerverbinding Voedingsfasen 3 = 3-fasig (AC) Voedingsspanning 50 = 380 V tot 500 V A = versie Serie 11 = standaard Apparaattype A = aansluitbox MT = apparaatserie MOVIFIT 18 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Mechanische installatie Installatievoorschriften 5 5 Mechanische installatie 5.1 Installatievoorschriften MOVIFIT mag alleen op een vlakke, trillingsvrije en torsiestijve fundatie worden gemonteerd, zoals weergegeven in het hoofdstuk "Toegestane montagepositie". Er dienen passende wartels voor de kabels gebruikt te worden (evt. verloopstukken gebruiken). Bij uitvoeringen met stekerverbindingen dienen passende contrastekers gebruikt te worden. Niet-gebruikte kabeldoorvoeringen moeten worden afgedicht met afdichtingsschroeven. Niet-gebruikte stekerverbindingen moeten worden afgedicht met afdekdoppen. 5.2 Toegestane montagepositie In de volgende afbeelding ziet u de toegestane montagepositie voor MOVIFIT. MOVIFIT wordt met behulp van een montageplaat bevestigd op vier reeds op het montagevlak voorbereide schroeven. Zie voor meer informatie pagina 20. AANWIJZING 58822AXX In dit hoofdstuk wordt de uitvoering met klemmen en kabeldoorvoeringen als voorbeeld weergegeven. De montagevoorschriften gelden echter voor alle uitvoeringen. Technische handleiding MOVIFIT -MC 19
5 Mechanische installatie Montagevoorschriften 5.3 Montagevoorschriften 1. Boor de gaten die nodig zijn voor de bevestiging van de vier schroeven 1) volgens de onderstaande afbeelding: [1] min. 40 15 280 303.5 min. 50 334.5 37,9 [2] AANWIJZINGEN 1182AXX [1] Let op de minimale inbouwafstand zodat de EBOX kan worden losgehaald van de ABOX. [2] Let op de minimale inbouwafstand, zodat de werkschakelaar kan worden bediend en voor voldoende warmteafvoer gezorgd wordt. Gedetailleerde maatschetsen vindt u vanaf pagina 115. 1) Wij adviseren schroeven van grootte M en, afhankelijk van de ondergrond, geschikte pluggen. 20 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Mechanische installatie Montagevoorschriften 5 2. Monteer de vier schroeven op het montagevlak. Wij adviseren schroeven van grootte M en, afhankelijk van de ondergrond, geschikte pluggen. 5713AXX 3. Hang de ABOX met de montageplaat in de schroeven. 1. 2. 1197AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 21
5 Mechanische installatie Montagevoorschriften 4. Draai de schroeven vast. VOORZICHTIG! Gevaar door vallende belasting. Licht letsel. Voor een veilige fixering moeten na het ophangen in ieder geval de twee bovenste schroeven van de vier wandschroeven goed worden vastgedraaid. 1198AXX 22 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Mechanische installatie Centraal openings-/sluitmechanisme 5 5.4 Centraal openings-/sluitmechanisme STOP! Bij een te hoog koppel kan het centrale openings-/sluitmechanisme beschadigd raken. Zorg dat het toegepaste koppel bij het sluiten niet groter is dan 7 Nm! De in de technische gegevens aangegeven beschermingsgraad geldt alleen voor een correct gemonteerd apparaat. Als de EBOX van de ABOX afgehaald is, kan de MOVIFIT beschadigd raken door vocht of stof. Bescherm ABOX en EBOX als het apparaat geopend is. 5.4.1 Bediening Voor de centrale bevestigingsbout is een steeksleutel (8 mm) nodig. Openen Sluiten 1. EBOX EBOX 1. ABOX ABOX 2. EBOX 2. EBOX ABOX ABOX max. 7 Nm! 5893AXX 1071AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 23
5 Mechanische installatie Centraal openings-/sluitmechanisme 5.4.2 Aanwijzingen voor het sluiten van de MOVIFIT De MOVIFIT is goed gesloten als de omkering van het sluitmechanisme [2] tegen de montageplaat [1] ligt. [2] Z [1] Z [2] 0 [1] 0932AXX 24 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Mechanische installatie Aanhaalmomenten 5 5.5 Aanhaalmomenten Neem voor de door SEW-EURODRIVE geleverde blinde afdichtingsschroeven [1] en voor de afdichtingsschroeven boven de diagnose-interface [2] een aanhaalmoment van 2.5 Nm in acht: [1] [1] [2] [2] [2] [1] Blinde afdichting kabelinvoering [2] Afdichtingsschroef diagnose-interface 1203AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 25
Elektrische installatie Installatieontwerp vanuit EMC-optiek Elektrische installatie.1 Installatieontwerp vanuit EMC-optiek De keuze van de juiste kabels, een correcte aarding en een functionerende potentiaalvereffening zijn bepalend voor een succesvolle installatie van decentrale aandrijvingen. De geldende normen moeten altijd worden nageleefd. Bovendien moet speciaal op de volgende punten worden gelet: Potentiaalvereffening Ongeacht de aardaansluiting moet voor een laagohmige, HF-conforme potentiaalvereffening worden gezorgd (zie ook VDE 0113 of VDE 0100, deel 540), bijvoorbeeld door een vlakke verbinding van metalen (installatie)delen; toepassing van vlakke bandverbindingen (HF-draad). 0343AXX De kabelafscherming van datakabels mag niet voor de potentiaalvereffening worden gebruikt. Datakabels en 24V-voeding Deze moeten zo worden gelegd dat ze gescheiden liggen ten opzichte van kabels die gevoelig zijn voor storingen (bijvoorbeeld stuurstroomkabels van magneetkleppen en motorkabels). Verbinding tussen MOVIFIT en MOVIMOT Voor de verbinding tussen MOVIFIT en MOVIMOT wordt geadviseerd om de speciaal hiervoor ontwikkelde geprefabriceerde hybride kabels van SEW te gebruiken. Kabelafschermingen moeten goede EMC-eigenschappen hebben (hoge schermdemping); mogen niet alleen bedoeld zijn als mechanische bescherming van de kabel; moeten aan de kabeleinden met een groot oppervlak verbonden worden met de metalen behuizing van het apparaat (zie ook pagina 3 en pagina 37). AANWIJZING Meer informatie vindt u in de SEW-brochure "Aandrijftechniek in de praktijk - EMC in de aandrijftechniek". 2 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2 Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2.1 Voedingskabels aansluiten De nominale spanning en frequentie van de MOVIMOT -regelaar moeten overeenkomen met de gegevens van het voedingsnet. Kabeldoorsnede: ten minste overeenkomstig ingangsstroom I net (zie de technische gegevens). Installeer de leidingbeveiliging aan het begin van de voedingskabel achter de railsysteemaftakking. Gebruik beveiligingen van het type D, D0, NH of een vermogensautomaat. Pas de waarde van de zekering aan de kabeldoorsnede aan. SEW adviseert om bij elektriciteitsnetten met een niet-geaard sterpunt (IT-stelsel) isolatiebewakingsrelais met pulscodemeetmethode te gebruiken. Zo wordt voorkomen dat het isolatiebewakingsrelais door de aardcapaciteiten van de regelaar ten onrechte wordt geactiveerd..2.2 Aardlekschakelaar Een conventionele aardlekschakelaar is niet als beveiligingsinrichting toegestaan. Alleen aardlekschakelaars die geschikt zijn voor alle soorten stroom (activeringsstroom 300 ma), zijn toegestaan als beveiliging. Als de MOVIMOT normaal werkt, kunnen lekstromen > 3,5 ma optreden. SEW-EURODRIVE adviseert om geen aardlekschakelaars te gebruiken. Als de toepassing van een aardlekschakelaar (FI) toch vereist is voor de directe of indirecte aanrakingsbeveiliging, moet de volgende aanwijzing conform EN 1800-5-1 in acht worden genomen: WAARSCHUWING! Verkeerd type aardlekschakelaar geïnstalleerd. Dood of zwaar letsel. MOVIMOT kan een gelijkstroom in de aardleiding veroorzaken. Mocht er in het geval van een directe of indirecte aanrakingsbeveiliging een aardlekschakelaar (FI) worden gebruikt, dan is aan de kant van de voeding van de MOVIMOT slechts een aardlekschakelaar (FI) van het type B toegestaan..2.3 Netmagneetschakelaar Gebruik als netmagneetschakelaar alleen een magneetschakelaar van de gebruikscategorie AC-3 (EN 0947-4-1). Technische handleiding MOVIFIT -MC 27
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2.4 Aanwijzingen voor PE-aansluiting en/of potentiaalvereffening GEVAAR! Onjuiste aansluiting van PE. Dood, zwaar letsel of materiële schade door elektrische schokken. Het toegestane aanhaalmoment voor de wartel is 2,0 tot 2,4 Nm (18...21 lb.in). Let bij de PE-aansluiting op de onderstaande aanwijzingen. Niet-toegestane montage Advies: montage met vorkkabelschoen Toegestaan voor alle doorsneden Montage met massieve aansluitdraad Toegestaan voor doorsneden tot maximaal 2,5 mm 2 M5 M5 2.5 mm² [1] 5741AXX 5743AXX 0800AXX [1] Vorkkabelschoen, geschikt voor M5-PE-bouten In normaal bedrijf kunnen lekstromen à 3,5 ma optreden. Let op de volgende aanwijzingen om aan de vereisten van EN 1800-5-1 te voldoen: Leg een tweede PE-leiding met de doorsnede van de voedingskabel parallel aan de aardleiding via aparte klemmen of gebruik een koperen aardleiding met een doorsnede van 10 mm 2. 28 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2.5 Definitie PE, FE PE duidt op de netzijdige aardaansluiting. De PE-geleider in de netvoedingskabel mag alleen aangesloten worden op de door "PE" gekenmerkte aansluitklemmen (deze zijn ontworpen voor de maximaal toegestane doorsnede van de netvoedingskabel). FE duidt op aansluitingen voor "functionele aarde". De eventueel aanwezige aardkabels in de 24V-aansluitkabel kunnen hierop aangesloten worden. GEVAAR! Attentie: de netzijdige PE mag niet op de door FE (functionele aarde) gekenmerkte aansluitklemmen worden aangesloten! Deze aansluitingen zijn niet daarvoor ontworpen - de elektrische veiligheid kan dus niet worden gegarandeerd! Dood, zwaar letsel of materiële schade door elektrische schokken. De PE-geleider in de netvoedingskabel mag alleen aangesloten worden op de door "PE" gekenmerkte aansluitklemmen (deze zijn ontworpen voor de maximaal toegestane doorsnede van de netvoedingskabel). Technische handleiding MOVIFIT -MC 29
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2. Betekenis van de 24V-spanningsniveaus MOVIFIT -MC heeft in totaal vier verschillende 24V-potentiaalniveaus die elk galvanisch van elkaar gescheiden zijn: 1) 24V_C: C = Continuous 2) 24V_S: S = Switched 3) 24V_P: P = Power Section (= vermogensdeel) 4) 24V_O: O = Option Deze kunnen, afhankelijk van de vereisten van de toepassing, gescheiden van buitenaf gevoed of via de verdelerklem X29 onderling verbonden worden. 1) 24V_C = elektronica- en sensorvoeding De MOVIFIT -besturingselektronica en de op de uitgangen van de sensorvoeding VO24_I, VO24_II en VO24_III aangesloten sensoren worden vanuit 24V_C gevoed. Over het algemeen mag deze voedingsspanning bedrijfsmatig niet worden uitgeschakeld, omdat de MOVIFIT dan niet meer via de veldbus resp. het netwerk kan worden aangesproken en de sensorsignalen niet meer kunnen worden verwerkt. Bovendien is er bij herinschakeling een bepaalde tijd nodig om het apparaat op te starten. 2) 24V_S = voeding voor actoren De digitale uitgangen DO.. en de daarop aangesloten actoren worden vanuit 24V_S gevoed. Bovendien wordt de uitgang van de sensorvoeding VO24_IV eveneens vanuit 24V_S gevoed en zijn de digitale ingangen DI12.. DI15 aangesloten op het referentiepotentiaal 0V24_S (aangezien deze naast de uitgangen op dezelfde aansluitingen kunnen worden aangesloten). Deze voedingsspanning kan, afhankelijk van de toepassing, bedrijfsmatig worden uitgeschakeld om de actoren in de installatie gericht en centraal te deactiveren. 3) 24V_P = regelaarvoeding De maximaal drie aansluitbare MOVIMOT -aandrijvingen worden vanuit 24V_P met 24V gevoed. De spanning wordt via de EBOX geleid en voedt daar de RS-485-interfaces naar de MOVIMOT. De 24V_P kan, afhankelijk van de toepassingssituatie, vanuit 24V_C of 24V_S (via doorverbindingen op X29) of van buitenaf worden gevoed. Let er hierbij op dat de aangesloten MOVIMOT s bij het uitschakelen van de spanning niet meer van 24V worden voorzien. Dit leidt over het algemeen tot een foutmelding. GEVAAR! Bij een veilige uitschakeling moet 24V_P via een geschikt veiligheidsrelais of een veiligheidsbesturing worden aangesloten! Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden! 30 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen) 4) 24V_O = optievoeding De geïntegreerde optiekaart en de daarop beschikbare sensor-/actor-interfaces worden vanuit 24V_O gevoed. Bij de PROFIsafe-optie S11 worden de complete Safety-elektronica en de veilige in-/uitgangen vanuit 24V_O gevoed. GEVAAR! Voor het gebruik van de PROFIsafe-optie S11 moet het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! De 24V_O kan, afhankelijk van de toepassingssituatie, vanuit 24V_C of 24V_S (via doorverbindingen op X29) of van buitenaf worden gevoed. Let er hierbij op dat de complete optiekaart met de aangesloten sensoren en actoren bij het uitschakelen van de spanning niet meer wordt gevoed. Dit leidt over het algemeen tot een foutmelding. Aansluiting van de spanningen De beide spanningen 24V_C en 24V_S kunnen via klem X20 met een grote kabeldoorsnede aangesloten en naar het volgende apparaat als "24V-energiebus" doorgelust worden. De spanningen 24V_P en 24V_O moeten op klem X29 worden aangesloten. AANWIJZING Aansluitvoorbeelden vindt u vanaf pagina 74. Technische handleiding MOVIFIT -MC 31
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2.7 Stekerverbindingen Alle stekerverbindingen van de MOVIFIT worden in deze technische handleiding kijkend naar de contactzijde weergegeven..2.8 Beveiligingsvoorzieningen MOVIMOT -aandrijvingen zijn voorzien van geïntegreerde beveiligingsvoorzieningen tegen overbelasting. Externe voorzieningen zijn niet nodig..2.9 Energieverdeling en kabelbeveiliging MOVIFIT -MC is voorzien van een geïntegreerde kabelbeveiliging voor de voedingskabel naar de MOVIMOT -aandrijvingen. Deze kabelbeveiliging wordt gerealiseerd door een motorbeveiligingsschakelaar van het type ABB MS11-12 die is geïntegreerd in de ABOX. De schakelaar beveiligt de maximaal drie MOVIMOT -netvoedingskabels gemeenschappelijk en is bestemd voor een kabeldoorsnede van 1,5 mm 2 (hybride SEW-kabel). Zorg er daarom bij de configuratie voor dat er continu niet meer dan 12 A aan cumulatieve stroom naar de aangesloten MOVIMOT -aandrijvingen stroomt. 400 V-energiebus (max. mm²) MOVIFIT -MC Netaansluitklem (X1) Motorbeveiligingsschakelaar met kabelbeveiliging, ontworpen voor 1,5 mm² (ABB MS11-12, vooraf ingesteld op 12A) 3 x MOVIMOT -netvoedingskabel Hybride kabel (1,5 mm²) MOVIMOT 1 MOVIMOT 2 MOVIMOT 3 077ANL Bij de configuratie van de energiebus moet afhankelijk van de netimpedantie, kabellengten en overgangsweerstanden worden gecontroleerd of de kortsluitings- en/of overbelastingsbeveiliging (volgens DIN VDE 0100-430) voor de MOVIMOT - netvoedingskabels is gegarandeerd. Bovendien moeten de technische gegevens en de karakteristieken van de motorbeveiligingsschakelaar worden aangehouden. De gegevens voor de MS11-12 zijn verkrijgbaar bij ABB. 32 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Installatievoorschriften (alle uitvoeringen).2.10 Opstellingshoogten vanaf 1000 m boven zeeniveau MOVIFIT und MOVIMOT -aandrijvingen met netvoedingsspanningen van 380 tot 500 V kunnen onder de volgende randvoorwaarden op hoogten van 1000 m tot maximaal 4000 m boven zeeniveau worden toegepast: Het nominale continue vermogen wordt gereduceerd vanwege de verminderde koeling boven 1000 m (zie MOVIMOT -technische handleiding). De lucht- en kruipwegen zijn vanaf 2000 m boven zeeniveau alleen geschikt voor overspanningsklasse 2. Als voor de installatie overspanningklasse 3 noodzakelijk is, moet door een extra externe overspanningsbeveiliging worden gewaarborgd dat overspanningspieken tot 2,5 kv fase-fase en fase-aarde worden beperkt. Als een veilige elektrische scheiding vereist is, moet deze bij hoogten vanaf 2000 m boven zeeniveau buiten het apparaat worden gerealiseerd (veilige elektrische scheiding volgens EN 1800-5-1 of EN 0204). Tot 2000 m boven zeeniveau is de toegestane nominale voedingsspanning 3 x 500 V. Deze spanning neemt per 100 m V af tot maximaal 3 x 380 V op 4000 m boven zeeniveau..2.11 Bedradingstest Voordat de spanning de eerste keer wordt ingeschakeld, is de onderstaande bedradingstest vereist om persoonlijk letsel en schade aan installaties en apparatuur door bedradingsfouten te voorkomen. Haal alle elektronica-eenheden (EBOX) los van de aansluiteenheden (ABOX). Voer een isolatietest van de bedrading uit overeenkomstig de geldende nationale normen. Controleer de aarding. Controleer de isolatie tussen netvoedingskabel en 24V DC -kabel. Controleer de isolatie tussen netvoedingskabel en communicatiekabels. Controleer de polariteit van de 24V DC -kabel. Controleer de polariteit van de communicatiekabels. Controleer de fasevolgorde van de netvoeding. Zorg voor potentiaalvereffening tussen de MOVIFIT -apparaten. Na de bedradingstest Sluit alle elektronica-eenheden (EBOX) aan en schroef deze vast. Dicht niet-gebruikte kabeldoorvoeringen en stekeraansluitingen af. Technische handleiding MOVIFIT -MC 33
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00".3 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" De volgende afbeelding laat de aansluitbox met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" zien: MTA...-S01.-...-00 1075AXX.3.1 Aanvullende installatievoorschriften voor "MTA...-S01.-...-00" Toegestane aansluitdoorsnede en stroombelastbaar heid van de klemmen Klemgegevens X1 / X20 X7 / X8 / X9 X25 / X29 / X 30 / X31 / X35 / X45 / X71 / X81 / X91 Aansluitdoorsnede (mm 2 ) 0,2 mm 2 tot mm 2 0,08 mm 2 tot 4 1) mm 2 0,08 mm 2 tot 2,5 1) mm 2 Aansluitdoorsnede (AWG) Stroombelastbaarheid (max. continue stroom) Afstriplengte van de geleiders AWG 24 tot AWG 10 AWG 28 tot AWG 12 1) AWG 28 tot AWG 14 1) X1: 32 A X20: 1A 20 A 10 A 13 mm tot 15 mm 8 mm tot 9 mm 5 mm tot mm 1) Bij gebruik van adereindhulzen wordt de maximaal te gebruiken doorsnede een stap kleiner (bijvoorbeeld 2,5 mm 2 Æ 1,5 mm 2 ). Adereindhulzen Gebruik voor de klemmen X1, X20, X7, X8 en X9 adereindhulzen zonder isolatiekraag (DIN 4228 deel 1, materiaal E-CU). 34 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Klemmen activeren Klemmen X1, X20 Geleider aansluiten zonder schroevendraaier 1) Geleider aansluiten met schroevendraaier 2) 2. 1. 57975AXX 57977AXX 1) Eenaderige geleiders en flexibele geleiders met adereindhulzen kunnen minimaal twee doorsnedestappen onder de nominale doorsnede direct worden vastgestoken (zonder gereedschap). 2) Als er onbehandelde flexibele geleiders worden aangesloten of kleine doorsneden die niet direct kunnen worden vastgestoken, wordt de schroevendraaier stevig in de activeringsopening gestoken om de klemveer te openen. Klemmen X7 / X71 / X8 / X81 / X9 / X91/ X29 / X45 / X25 / X30 / X31 / X35 1) 3. 1. 57974AXX 1) Bij deze klemmen wordt voor de aansluiting ongeacht het geleidertype altijd een schroevendraaier gebruikt. 2. Technische handleiding MOVIFIT -MC 35
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Aansluiting van de PROFIBUSkabel in de MOVIFIT Houd bij de installatie van de PROFIBUS altijd de volgende richtlijnen van de PROFIBUS-gebruikersorganisatie aan (internet: www.profibus.com): "Richtlijnen voor de opbouw van PROFIBUS-DP/FMS", bestelnummer 2.111 (Duits) of 2.112 (Engels); "Aanbevelingen voor de montage van PROFIBUS", bestelnummer 8.021 (Duits) of 8.022 (Engels). De kabelafscherming van de PROFIBUS-kabel moet als volgt worden aangebracht: AANWIJZINGEN 001AXX Houd er rekening mee dat de PROFIBUS-aansluitaders binnen in de MOVIFIT zo kort mogelijk moeten worden gehouden en even lang moeten zijn voor zowel de inkomende als de uitgaande bus. Als de EBOX (elektronica-eenheid) van de ABOX (aansluiteenheid) wordt verwijderd, wordt de PROFIBUS niet onderbroken. 3 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Aansluiting van de hybride MOVIMOT -kabel Voor de verbinding tussen MOVIFIT en MOVIMOT wordt geadviseerd de speciaal hiervoor ontwikkelde, geprefabriceerde hybride SEW-kabels met passend verwijderde buitenmantel te gebruiken (zie pagina 82). De kabelafscherming van de hybride kabels moet in de MOVIFIT -ABOX via afschermingsplaten als volgt worden aangelegd: ABOX 58988AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 37
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00".3.2 Klembezetting onafhankelijk van veldbus/optie GEVAAR! De werkschakelaar scheidt alleen de aangesloten MOVIMOT -aandrijvingen van het net. De klemmen X1 van de MOVIFIT blijven onder spanning staan. De klemmen X7/X8/X9 staan nog maximaal een minuut nadat de werkschakelaar is bediend onder spanning. Dood of zeer zwaar letsel door elektrische schokken. Schakel de MOVIFIT met een geschikt, extern veiligheidsrelais spanningsvrij en wacht daarna ten minste een minuut voordat u de aansluitruimte opent. X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 5 5 7 8 11 12 13 14 X9 1 2 3 4 5 X91 X20 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0529AXX De in dit hoofdstuk weergegeven afbeeldingen van de klemmen zijn, afhankelijk van het gebruikte veldbussysteem, verschillend. Het van de veldbus afhankelijke bereik is daarom gearceerd weergegeven en wordt in de volgende hoofdstukken beschreven. Netvoedingsklem (energiebus) Nr. Naam Functie X1 1 PE Netaansluiting PE (IN) 2 L1 Netaansluiting fase L1 (IN) 3 L2 Netaansluiting fase L2 (IN) 4 L3 Netaansluiting fase L3 (IN) 11 PE Netaansluiting PE (OUT) 12 L1 Netaansluiting fase L1 (OUT) 13 L2 Netaansluiting fase L2 (OUT) 14 L3 Netaansluiting fase L3 (OUT) 38 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 5 5 7 8 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 1 2 3 4 5 5 11 12 13 14 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0778AXX 24V-voedingsklem (24V-energiebus) Nr. Naam Functie X20 1 FE Functionele aarde (IN) 2 +24V_C +24V-voeding continue spanning (IN) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (IN) 4 FE Functionele aarde (IN) 5 +24V_S +24V-voeding geschakeld (IN) 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (IN) 11 FE Functionele aarde (OUT) 12 +24V_C +24V-voeding continue spanning (OUT) 13 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (OUT) 14 FE Functionele aarde (OUT) 15 +24V_S +24V-voeding geschakeld (OUT) 1 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (OUT) Technische handleiding MOVIFIT -MC 39
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 5 5 7 8 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0530AXX MOVIMOT -aansluitklem (MOVIMOT -aansluiting via hybride kabel) Nr. Naam Functie MOVIMOT X7 1 PE PE-aansluiting MOVIMOT 1 2 L1_MM1 Fase L1 MOVIMOT 1 3 L2_MM1 Fase L2 MOVIMOT 1 4 L3_MM1 Fase L3 MOVIMOT 1 X71 1 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1..3 1 2 RS-_MM1 RS-485-verbinding MOVIMOT 1, klem RS - 3 RS+_MM1 RS-485-verbinding MOVIMOT 1, klem RS + 4 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1..3 5 +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT 1..3 X8 1 PE PE-aansluiting MOVIMOT 2 2 L1_MM2 Fase L1 MOVIMOT 2 3 L2_MM2 Fase L2 MOVIMOT 2 4 L3_MM2 Fase L3 MOVIMOT 2 X81 1 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1..3 2 2 RS-_MM2 RS-485-verbinding MOVIMOT 2, klem RS - 3 RS+_MM2 RS-485-verbinding MOVIMOT 2, klem RS + 4 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1..3 5 +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT 1..3 X9 1 PE PE-aansluiting MOVIMOT 3 2 L1_MM3 Fase L1 MOVIMOT 3 3 L2_MM3 Fase L2 MOVIMOT 3 4 L3_MM3 Fase L3 MOVIMOT 3 X91 1 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1..3 3 2 RS-_MM3 RS-485-verbinding MOVIMOT 3, klem RS - 3 RS+_MM3 RS-485-verbinding MOVIMOT 3, klem RS + 4 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1..3 5 +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT 1..3 40 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 5 5 7 8 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 1 2 3 4 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0531AXX Verdelerklem 24V (voor de verdeling van de voedingsspanning(en) naar de MOVIMOT en naar de optiekaart) Nr. Naam Functie X29 1 +24V_C +24V-voeding continue spanning (doorverbonden met X20/2) 2 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (doorverbonden met X20/3) 3 +24V_S +24V-voeding geschakeld (doorverbonden met X20/5) 4 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (doorverbonden met X20/) 5 +24V_P +24V-voeding voor MOVIMOT, voeding 0V24_P 0V24-referentiepotentiaal voor MOVIMOT, voeding 7 +24V_O +24V-voeding voor optiekaart, voeding 8 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor optiekaart, voeding AANWIJZINGEN De hier weergegeven klembezetting "X29" is geldig vanaf status 11 van de aansluitprint. Neem contact op met SEW-EURODRIVE als u een aansluitprint met een andere status gebruikt. De status van de aansluitprint wordt vermeld in het eerste statusveld van het ABOXtypeplaatje: Status: 11 11 -- 10 -- 10 10 -- -- Status van de aansluitprint Op pagina vindt u een voorbeeld van een typeplaatje. GEVAAR! Als de klemmen X29/5 en X29/ worden gebruikt voor een veilige uitschakeling, dient het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden! Technische handleiding MOVIFIT -MC 41
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 5 5 7 8 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 21 22 23 24 25 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 1415 X35 X50 0533AXX I/O-klem (aansluiting sensoren + actoren) Nr. Naam Functie X25 1 DI00 Binaire ingang DI00 (schakelsignaal) 2 DI02 Binaire ingang DI02 (schakelsignaal) 3 DI04 Binaire ingang DI04 (schakelsignaal) 4 D0 Binaire ingang DI0 (schakelsignaal) 5 DI08 Binaire ingang DI08 (schakelsignaal) DI10 Binaire ingang DI10 (schakelsignaal) 7 DI12 / DO00 Binaire uitgang DO00 / binaire ingang DI12 (schakelsignaal) 8 DI14 / DO02 Binaire uitgang DO02 / binaire ingang DI14 (schakelsignaal) 11 DI01 Binaire ingang DI01 (schakelsignaal) 12 DI03 Binaire ingang DI03 (schakelsignaal) 13 DI05 Binaire ingang DI05 (schakelsignaal) 14 DI07 Binaire ingang DI07 (schakelsignaal) 15 DI09 Binaire ingang DI09 (schakelsignaal) 1 DI11 Binaire ingang DI11 (schakelsignaal) 17 DI13/DO01 Binaire uitgang DO01 / binaire ingang DI13 (schakelsignaal) 18 DI15/DO03 Binaire uitgang DO03 / binaire ingang DI15 (schakelsignaal) 21 VO24_I +24V-sensorvoeding groep I (DI00 DI03), uit +24V-C 22 VO24_I +24V-sensorvoeding groep I (DI00 DI03), uit +24V-C 23 VO24_II +24V-sensorvoeding groep II (DI04 DI07), uit +24V-C 24 VO24_II +24V-sensorvoeding groep II (DI04 DI07), uit +24V-C 25 VO24_III +24V-sensorvoeding groep III (DI08 - DI11), uit +24V-C 2 VO24_III +24V-sensorvoeding groep III (DI08 - DI11), uit +24V-C 27 VO24_IV +24V-sensorvoeding groep IV (DI12 - DI15), uit +24V-S 28 VO24_IV +24V-sensorvoeding groep IV (DI12 - DI15), uit +24V-S 31 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 32 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 33 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 34 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 35 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 37 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal voor actoren en/of sensoren groep IV 38 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal voor actoren en/of sensoren groep IV 42 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 5 5 7 8 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 1 2 3 4 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0555AXX SBus-klem (CAN) X35 1) 1 CAN_GND 0V-referentiepotentiaal voor SBus (CAN) 2 CAN_H SBus CAN_H - inkomend 3 CAN_L SBus CAN_L - inkomend 4 +24V_C_PS +24V-voeding continue spanning voor randapparatuur 5 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal - continue spanning voor randapparatuur (doorverbonden met X20/3) 11 CAN_GND 0V-referentiepotentiaal voor SBus (CAN) 12 CAN_H SBus CAN_H - uitgaand 13 CAN_L SBus CAN_L - uitgaand 14 +24V_C_PS +24V-voeding continue spanning voor randapparatuur 15 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal - continue spanning voor randapparatuur (doorverbonden met X20/3) 1) De klemmen X35 kunnen alleen worden gebruikt in combinatie met het functieniveau "Technology" of "System". Diagnose (RJ10-bus) Nr. Naam Functie X50 1 +5V 5V-voeding 2 RS+ Diagnose-interface RS485 3 RS- Diagnose-interface RS485 4 0V5 0V-referentiepotentiaal voor RS485 Technische handleiding MOVIFIT -MC 43
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00".3.3 Optie-afhankelijke klembezetting I/O-klemmen X45 in combinatie met PROFIsafe-optiekaart S11 X7 X71 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 5 7 8 1 2 3 4 5 7 8 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 21 22 23 24 25 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 2 27 28 5 S3 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0532AXX I/O-klemmen in combinatie met optiekaart S11 Nr. Naam Functie X45 1 F-DI00 Binaire veiligheidsingang F-DI00 (schakelsignaal) 2 F-DI02 Binaire veiligheidsingang F-DI02 (schakelsignaal) 3 F-DO00_P Binaire veiligheidsuitgang F-DO00 (P-schakelsignaal) 4 F-DO01_P Binaire veiligheidsuitgang F-DO01 (P-schakelsignaal) 5 F-DO_STO_P Binaire veiligheidsuitgang F-DO_STO (P-schakelsignaal) voor de veiligheidsstop van de aandrijving (STO) 11 F-DI01 Binaire veiligheidsingang F-DI01 (schakelsignaal) 12 F-DI03 Binaire veiligheidsingang F-DI03 (schakelsignaal) 13 F-DO00_M Binaire veiligheidsuitgang F-DO00 (M-schakelsignaal) 14 F-DO01_M Binaire veiligheidsuitgang F-DO01 (M-schakelsignaal) 15 F-DO_STO_M Binaire veiligheidsuitgang F-DO_STO (M-schakelsignaal) voor de veiligheidsstop van de aandrijving (STO) 21 F-SS0 +24V-sensorvoeding voor veilige ingangen F-DI00 en F-DI02 22 F-SS0 +24V-sensorvoeding voor veilige ingangen F-DI00 en F-DI02 23 F-SS1 +24V-sensorvoeding voor veilige ingangen F-DI01 en F-DI03 24 F-SS1 +24V-sensorvoeding voor veilige ingangen F-DI01 en F-DI03 25 F-SS1 +24V-sensorvoeding voor veilige ingangen F-DI01 en F-DI03 31 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor veilige in-/uitgangen 32 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor veilige in-/uitgangen 33 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor veilige in-/uitgangen 34 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor veilige in-/uitgangen 35 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor veilige in-/uitgangen GEVAAR! Voor de installatie en het gebruik van klem X45 dient het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! 44 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00".3.4 Veldbusafhankelijke klem-/pinbezetting Klembezetting PROFIBUS X1 11 12 13 14 X7 X8 X9 X71 5 X81 5 X91 X29 5 7 8 X20 X45 X25 5 5 7 8 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 1 2 3 X30 S2 S1 1 2 3 X31 S3 5 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 0535AXX PROFIBUS-klem Nr. Naam Functie X30 1 A_IN PROFIBUS kabel A - inkomend 2 B_IN PROFIBUS kabel B - inkomend 3 0V5_PB 0V5-referentiepotentiaal voor PROFIBUS (alleen voor meetdoeleinden!) X31 1 A_OUT PROFIBUS kabel A - uitgaand 2 B_OUT PROFIBUS kabel B - uitgaand 3 +5V_PB +5V-uitgang PROFIBUS (alleen voor meetdoeleinden!) Technische handleiding MOVIFIT -MC 45
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Pinbezetting ethernet X7 X71 X30 X1 X8 5 X81 X29 X45 X25 X31 5 7 8 5 5 7 8 S3 11 12 13 14 X9 5 X91 X20 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 055AXX Ethernet-aansluitsteker (RJ45) Nr. Naam Functie X30 1 TX+ Transmit-kabel Port1 positief Ethernet Port1 2 TX- Transmit-kabel Port1 negatief 3 RX+ Receive-kabel Port1 positief 1 8 4 res. Op afleiding van 75 ohm 2 3 4 5 7 5 res. Op afleiding van 75 ohm RX- Receive-kabel Port1 negatief 7 res. Op afleiding van 75 ohm 8 res. Op afleiding van 75 ohm X31 1 TX+ Transmit-kabel Port2 positief Ethernet Port2 2 TX- Transmit-kabel Port2 negatief 3 RX+ Receive-kabel Port2 positief 1 8 4 res. Op afleiding van 75 ohm 2 3 4 5 7 5 res. Op afleiding van 75 ohm RX- Receive-kabel Port2 negatief 7 res. Op afleiding van 75 ohm 8 res. Op afleiding van 75 ohm 4 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Klem-/pinbezetting DeviceNet X7 X71 S2 X1 11 12 13 14 X8 X9 5 X81 5 X91 X29 5 7 8 X20 X45 X25 5 5 7 8 11 12 13 14 15 11 12 13 14 15 1 17 18 21 22 23 24 25 21 22 23 24 25 2 27 28 5 X30 S3 5 5 11 12 13 14 5 15 1 31 32 33 34 35 31 32 33 34 35 3 37 38 11 1213 14 15 X35 X50 Micro-Style-Connector 2 1 3 4 0557AXX DeviceNet Pin-nr. Naam Functie Micro-Style- Connector 1 DRAIN Potentiaalvereffening 2 V+ DeviceNet 24V-voeding 3 V- DeviceNet referentiepotentiaal 0V24 4 CAND_H CAN_H-datakabel 5 CAND_L CAN_L-datakabel Technische handleiding MOVIFIT -MC 47
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4 Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" De volgende afbeelding laat de hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" zien: MTA...-S11.-...-00 MTA...-S21.-...-00 1077AXX.4.1 Aanvullende installatievoorschriften voor "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" Toegestane aansluitdoorsnede en stroombelastbaar heid van de klemmen Klemgegevens X1 / X20 X7 / X8 / X9 X71 / X81 / X91 / X29 Aansluitdoorsnede 0,2 mm 2 tot 4 mm 2 0,2 mm 2 tot 2,5 mm 2 0,2 mm 2 tot 1,5 mm 2 (mm 2 ) Aansluitdoorsnede (AWG) Stroombelastbaarheid (max. continue stroom) Afstriplengte van de geleiders AWG 24 tot AWG 12 AWG 24 tot AWG 14 AWG 24 tot AWG 1 X1: 32 A X20: 1 A 24 A 1 A 10 mm 7 mm 7 mm Adereindhulzen Gebruik voor de klemmen X11, X20, X7, X8 en X9 adereindhulzen zonder isolatiekraag (DIN 4228 deel 1, materiaal E-CU). 48 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" Klemmen activeren Geleider aansluiten met schroevendraaier Strip de geleider tot de aangegeven lengte af. Steek de schroevendraaier stevig in de activeringsopening om de klemveer te openen en steek de geleider in de geleideropening. Verwijder de schroevendraaier. 2. 1. 042AXX Bediening van de SPEEDCON M12- stekerverbinding Plaats de steker op de bus en draai deze met een halve omwenteling vast. Let hierbij op de codering! 1. 2. 180 1081AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 49
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" Aansluiting van de hybride MOVIMOT -kabel Voor de verbinding tussen MOVIFIT en MOVIMOT wordt geadviseerd om de speciaal hiervoor ontwikkelde, geprefabriceerde hybride SEW-kabels met passend verwijderde buitenmantel te gebruiken (zie pagina 82). De kabelafscherming van de hybride kabels moet in de MOVIFIT -ABOX via afschermingsplaten als volgt worden aangelegd: ABOX 043AXX 50 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4.2 Beschrijving van de aansluitmethode De volgende afbeelding laat de aanduidingen en de positie van de stekerverbindingen/kabeldoorvoeringen van de hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" zien: [1] [2] PROFIBUS X21 X22 X23 X24 X11 X19 X12 [3] X25 X2 X27 X28 [4] X14 [5] [10] X41 X42 X43 X44 X50 [] [7] [9] [8] Ethernet DeviceNet X11 X11 [3] [3] X12 [4] X14 X14 X50 X50 047AXX [1] M23-stekerverbinding (12-polig) voor I/O-verzamelbox [2] M12-stekerverbinding voor I/O s [3] PROFIBUS IN Ethernet Port 1 DeviceNet: Micro-Style-Connector [4] PROFIBUS OUT of afsluitweerstand Ethernet Port 2 [5] SBus (CAN) [] Diagnosebus (RJ10) onder de schroefbevestiging [7] PE-aansluiting [8] Kabeldoorvoeringen M20 [9] Kabeldoorvoeringen M25 [10] M12-stekerverbinding voor optionele I/O s Technische handleiding MOVIFIT -MC 51
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4.3 Klembezetting GEVAAR! De werkschakelaar scheidt alleen de aangesloten MOVIMOT -aandrijvingen van het net. De klemmen X1 van de MOVIFIT blijven onder spanning staan. De klemmen X7/X8/X9 staan nog maximaal een minuut nadat de werkschakelaar is bediend onder spanning. Dood of zeer zwaar letsel door elektrische schokken. Schakel de MOVIFIT met een geschikt, extern veiligheidsrelais spanningsvrij en wacht daarna ten minste een minuut voordat u de aansluitruimte opent. X1 5 1 11 2 12 3 13 4 14 5 5 1 7 8 910 515 X20 1 11 2 12 3 13 4 14 5 15 1 044AXX Netvoedingsklem (energiebus) Nr. Naam Functie X1 1 PE Netaansluiting PE (IN) 11 PE Netaansluiting PE (OUT) 2 L1 Netaansluiting fase L1 (IN) 12 L1 Netaansluiting fase L1 (OUT) 3 L2 Netaansluiting fase L2 (IN) 13 L2 Netaansluiting fase L2 (OUT) 4 L3 Netaansluiting fase L3 (IN) 14 L3 Netaansluiting fase L3 (OUT) 24V-voedingsklem (24V-energiebus) Nr. Naam Functie X20 1 FE Functionele aarde (IN) 11 FE Functionele aarde (OUT) 2 +24V_C +24V-voeding continue spanning (IN) 12 +24V_C +24V-voeding continue spanning (OUT) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (IN) 13 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (OUT) 4 FE Functionele aarde (IN) 14 FE Functionele aarde (OUT) 5 +24V_S +24V-voeding geschakeld (IN) 15 +24V_S +24V-voeding geschakeld (OUT) 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (IN) 1 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (OUT) 52 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" X7 X1 X8 1 11 2 12 3 13 4 14 X9 5 5 5 1 7 8 910 515 X71 X81 X91 X20 1 11 2 12 3 13 4 14 5 15 1 045AXX MOVIMOT -aansluitklem (MOVIMOT -aansluiting via hybride kabel) Nr. Naam Functie MOVIMOT X7 1 PE PE-aansluiting MOVIMOT 1 2 L1_MM1 Fase L1 MOVIMOT 1 3 L2_MM1 Fase L2 MOVIMOT 1 4 L3_MM1 Fase L3 MOVIMOT 1 X71 1 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1...3 1 2 RS-_MM1 RS-485-verbinding MOVIMOT 1, klem RS - 3 RS+_MM1 RS-485-verbinding MOVIMOT 1, klem RS + 4 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1...3 5 +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT 1...3 X8 1 PE PE-aansluiting MOVIMOT 2 2 L1_MM1 Fase L1 MOVIMOT 2 3 L2_MM1 Fase L2 MOVIMOT 2 4 L3_MM1 Fase L3 MOVIMOT 2 X81 1 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1...3 2 2 RS-_MM2 RS-485-verbinding MOVIMOT 2, klem RS - 3 RS+_MM2 RS-485-verbinding MOVIMOT 2, klem RS + 4 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1...3 5 +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT 1...3 X9 1 PE PE-aansluiting MOVIMOT 3 2 L1_MM1 Fase L1 MOVIMOT 3 3 L2_MM1 Fase L2 MOVIMOT 3 4 L3_MM1 Fase L3 MOVIMOT 3 X91 1 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1...3 3 2 RS-_MM3 RS-485-verbinding MOVIMOT 3, klem RS - 3 RS+_MM3 RS-485-verbinding MOVIMOT 3, klem RS + 4 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 1...3 5 +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT 1...3 Technische handleiding MOVIFIT -MC 53
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" X1 1 11 2 12 3 13 4 14 5 5 5 1 7 8 910 515 X29 X20 1 11 2 12 3 13 4 14 5 15 1 Verdelerklem 24V (voor de verdeling van de voedingsspanning(en)) 04AXX Nr. Naam Functie X29 1 +24V_C +24V-voeding continue spanning (doorverbonden met X20/2) 2 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (doorverbonden met X20/3) 3 +24V_S +24V-voeding geschakeld (doorverbonden met X20/5) 4 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (doorverbonden met X20/) 5 +24V_P +24V-voeding voor MOVIMOT, voeding 15 +24V_P 0V24_P 0V24-referentiepotentiaal voor MOVIMOT, voeding 1 0V24_P 7 +24V_O +24V-voeding voor de optiekaart, voeding 8 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor de optiekaart, voeding 9 F-DO_STO_P In combinatie met de PROFIsafe-optie S11: binaire veiligheidsuitgang F-DO_STO (P-schakelsignaal) voor de veiligheidsstop van de aandrijving (STO) 10 F-DO_STO_M In combinatie met de PROFIsafe-optie S11: binaire veiligheidsuitgang F-DO_STO (M-schakelsignaal) voor de veiligheidsstop van de aandrijving (STO) GEVAAR! Als de klemmen X29/5, X29/, X29/15 en X29/1 worden gebruikt voor de veilige uitschakeling, dient het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT" in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden! GEVAAR! Voor de installatie en het gebruik van klem X29/9 en X29/10 dient het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! 54 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4.4 Bezetting van de M12-stekerverbindingen X21 tot X28 voor de aansluiting van I/O s De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbinding X21 tot X28 (standaardcodering, female) zien voor de aansluiting van de I/O s: 2 1 3 4 5 054AXX M12-stekerverbindingen X21 tot X28 voor de aansluiting van I/O s Nr. Pin Naam Functie X21 1 VO24-I +24V-sensorvoeding groep I, uit +24V-C 2 DI01 Binaire ingang DI01 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI00 Binaire ingang DI00 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X22 1 VO24-I +24V-sensorvoeding groep I, uit +24V-C 2 DI03 Binaire ingang DI03 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI02 Binaire ingang DI02 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X23 1 VO24-I +24V-sensorvoeding groep I, uit +24V-C 2 DI05 Binaire ingang DI05 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI04 Binaire ingang DI04 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X24 1 VO24-II +24V-sensorvoeding groep II, uit +24V-C 2 DI07 Binaire ingang DI07 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI0 Binaire ingang DI0 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X25 1 VO24-II +24V-sensorvoeding groep II, uit +24V-C 2 DI09 Binaire ingang DI09 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI08 Binaire ingang DI08 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X2 1 VO24-II +24V-sensorvoeding groep II, uit +24V-C 2 DI11 Binaire ingang DI11 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI10 Binaire ingang DI10 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X27 1 VO24-IV +24V-sensorvoeding groep IV, uit +24V-S 2 DI13/DO1 Binaire ingang DI13 resp. binaire uitgang DO01 (schakelsignaal) 3 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal voor actoren en/of sensoren groep IV 4 DI12/DO00 Binaire ingang DI12 resp. binaire uitgang DO00 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde Technische handleiding MOVIFIT -MC 55
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" M12-stekerverbindingen X21 tot X28 voor de aansluiting van I/O s Nr. Pin Naam Functie X28 1 VO24-IV +24V-sensorvoeding groep IV, uit +24V-S 2 DI15/DO03 Binaire ingang DI15 resp. binaire uitgang DO03 (schakelsignaal) 3 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal voor actoren resp. sensoren groep IV 4 DI14/DO02 Binaire ingang DI14 resp. binaire uitgang DO02 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde.4.5 Bezetting van de M12-stekerverbindingen X41 tot X44 voor de aansluiting van optionele I/O s (bij gebruik van de PROFIsafe-optie S11) De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbinding X41 tot X44 (standaardcodering, female) voor de aansluiting van optionele I/O s (bij gebruik van de PROFIsafe-optie S11): 2 1 3 4 5 M12-stekerverbindingen X41 tot X44 voor de aansluiting van optionele I/O s (bij gebruik van de PROFIsafe-optie S11) Steker X41 X42 X43 X44 Pin 1 F-SS0 F-SS0 Gereserveerd Gereserveerd Pin 2 F-DI01 F-DI03 F-DO00-M F-DO01-M Pin 3 0V24_O 0V24_O 0V24_O 0V24_O Pin 4 F-DI00 F-DI02 F-DO00-P F-DO01-P Pin 5 F-SS1 F-SS1 Gereserveerd Gereserveerd 059AXX GEVAAR! Voor het gebruik en de installatie van stekerverbinding X41 tot X44 dient het SEWdocument "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! 5 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4. Bezetting M23-uitbreidingsstekerverbinding X19 (alternatief voor standaard-i/o s) De volgende afbeelding laat de M23-uitbreidingsstekerverbinding (female), alternatief voor standaard I/O s: 10 1 9 8 12 2 7 3 4 11 5 Bezetting M23-uitbreidingsstekerverbinding X19 (alternatief voor standaard-i/o s) Nr. Pin Naam Functie X19 1 DI01 Binaire ingang DI01 (schakelsignaal) 2 DI03 Binaire ingang DI03 (schakelsignaal) 3 DI05 Binaire ingang DI05 (schakelsignaal) 4 DI07 Binaire ingang DI07 (schakelsignaal) 5 DI09 Binaire ingang DI09 (schakelsignaal) DI11 Binaire ingang DI11 (schakelsignaal) 7 DI13/DO1 Binaire ingang DI13 resp. binaire uitgang DO01 (schakelsignaal) 1) 8 DI15/DO3 Binaire ingang DI15 resp. binaire uitgang DO03 (schakelsignaal) 1) 9 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 10 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 11 VO24-III +24V-sensorvoeding groep III, uit +24V_C 12 FE Functionele aarde 058AXX 1) Attentie: het referentiepotentiaal is 0V24_S. Als de ingangen DI13 en DI15 resp. de uitgangen DO01 en DO03 via de uitbreidingsstekerverbinding X19 worden gebruikt, moeten de referentiepotentialen 0V24_C en 0V24_S met elkaar worden verbonden (bijv. via klem X29). Technische handleiding MOVIFIT -MC 57
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4.7 Bezetting M12-stekerverbinding X14 voor SBus-aansluiting (CAN) AANWIJZING De M12-stekerverbinding X14 voor SBus-aansluiting (CAN) kan alleen worden gebruikt in combinatie met het functieniveau "Technology" of "System"! De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbinding (standaardcodering, female) voor de SBus-aansluiting zien: 2 1 3 4 5 055AXX M12-stekerverbinding X14 voor SBus-aansluiting (CAN) Nr. Pin Naam Functie X14 1 0V24_C 0V24V-referentiepotentiaal continue spanning voor randapparatuur (doorverbonden met X20/3) 2 +24V_C_PS +24V-voeding continue spanning voor randapparatuur 3 CAN_GND 0V-referentiepotentiaal voor SBus (CAN) 4 CAN_H SBus CAN_H inkomend 5 CAN_L SBus CAN_L inkomend 58 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4.8 Stekerverbinding voor veldbusaansluiting In combinatie met PROFIBUS De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbindingen X11 en X12 met de PROFIBUSaansluiting zien: X11 PROFIBUS IN M12-stekerverbinding, B-codering, male 2 1 4 X12 PROFIBUS OUT M12-stekerverbinding, B-codering, female 1 2 3 3 5 4 5 05AXX 057AXX M12-stekerverbindingen X11 en X12 voor veldbusaansluiting X11 PROFIBUS IN X12 PROFIBUS OUT Pin Naam Functie Naam Functie 1 n.c. +5V_PB +5V-uitgang PROFIBUS (alleen voor meetdoeleinden!) 2 A_IN PROFIBUS kabel A inkomend A_OUT PROFIBUS kabel A uitgaand 3 n.c. 0V5_PB 0V5-referentiepotentiaal voor PROFIBUS (alleen voor meetdoeleinden!) 4 B_IN PROFIBUS kabel B inkomend B_OUT PROFIBUS kabel B uitgaand 5 FE Functionele aarde FE Functionele aarde Technische handleiding MOVIFIT -MC 59
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" In combinatie met ethernet De volgende afbeelding laat de AIDA-stekerverbindingen X11 en X12 met de Ethernetaansluiting zien: X11 Ethernet Port 1 AIDA-stekerverbinding X12 Ethernet Port 2 AIDA-stekerverbinding 1 8 1 8 2 3 4 5 7 2 3 4 5 7 007AXX 007AXX AIDA-stekerverbindingen X11 en X12 voor ethernet X11 Ethernet Port 1 X12 Ethernet Port 2 Pin Naam Functie Naam Functie 1 TX+ Transmit-kabel Port1 positief TX+ Transmit-kabel Port2 positief 2 TX- Transmit-kabel Port1 negatief TX- Transmit-kabel Port2 negatief 3 RX+ Receive-kabel Port1 positief RX+ Receive-kabel Port2 positief 4 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm 5 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm RX- Receive-kabel Port1 negatief RX- Receive-kabel Port2 negatief 7 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm 8 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm In combinatie met DeviceNet De volgende afbeelding laat de Micro-Style-Connector X11 (M12, standaardcodering, male) naar de DeviceNet-aansluiting zien: 1 2 4 3 5 0779AXX DeviceNet Micro-Style-Connector Pin-nr. Naam Functie X11 1 DRAIN Potentiaalvereffening 2 V+ DeviceNet +24V-voeding 3 V- DeviceNet referentiepotentiaal 0V24 4 CAND_H CAN_H-datakabel 5 CAND_L CAN_L-datakabel 0 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00".4.9 Diagnose-interface X50 (RJ10-bus) De volgende afbeelding laat de diagnose-interface X50 zien: 011AXX Diagnose (RJ10-bus) Nr. Naam Functie X50 1 +5V 5V-voeding 2 RS+ Diagnose-interface RS485 3 RS- Diagnose-interface RS485 4 0V5 0V-referentiepotentiaal voor RS485 Technische handleiding MOVIFIT -MC 1
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5 HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" De volgende afbeelding laat de HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...- H21.-...-00" zien: MTA...-H11.-...-00 MTA...-H21.-...-00 1078AXX 2 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.1 Beschrijving van de aansluitmethode De volgende afbeelding laat de aanduidingen en de posities van de stekerverbindingen/kabeldoorvoeringen van de HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" zien: [1] [2] PROFIBUS X21 X22 X23 X24 X19 X14 [3] X25 X2 X27 X28 X11 [4] [10] X41 X42 X43 X44 X12 [5] X1 X7 X8 X9 X50 [9] [8] [7] [] Ethernet DeviceNet X19 X14 X19 X14 X11 X12 [4] [5] X11 [4] X50 X50 0424AXX [1] M12-stekerverbinding voor I/O s [2] M23-stekerverbinding (12-polig) voor I/O-verzamelbox [3] SBus (CAN) [4] PROFIBUS IN Ethernet Port 1 DeviceNet: Micro-Style-Connector [5] PROFIBUS OUT of afsluitweerstand Ethernet Port 2 [] Diagnosebus (RJ10) onder de schroefbevestiging [7] Stekerverbinding HAN-Modular voor MOVIMOT -aansluiting [8] Stekerverbinding HAN-Modular voor voedingsaansluiting [9] PE-aansluiting [10] M12-stekerverbinding voor optionele I/O s Technische handleiding MOVIFIT -MC 3
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.2 Bezetting stekerverbinding X1 van energiebus De volgende afbeelding laat de stekerverbinding X1 van de energiebus zien (Han Modular met twee modulaire stiftcontactblokken, male): 2 3 4 1 5 2 1 8 7 4 3 a b 048AXX Stekerverbinding X1 van de energiebus Module Pin Bezetting Module a a.1 Netfase L1 Han CC Protected a.2 Netfase L2 a.3 Netfase L3 a.4 n.c. Module b b.1 +24V-C Han EE b.2 n.c. b.3 n.c. b.4 +24V-S b.5 0V24-C b. n.c. b.7 n.c. b.8 0V24-S Aardingsstaaf PE PE / behuizing GEVAAR! De werkschakelaar scheidt alleen de aangesloten MOVIMOT -aandrijvingen van het net. De stekerverbinding X1 van de MOVIFIT blijft onder spanning staan. Dood of zeer zwaar letsel door elektrische schokken. Schakel de MOVIFIT met een geschikt, extern veiligheidsrelais spanningsvrij voordat u de contacten van de stekerverbinding aanraakt. 4 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.3 Bezetting van de stekerverbindingen X7 / X8 / X9 met de MOVIMOT -aansluiting De volgende afbeelding laat de stekerverbinding X7 / X8 / X9 met de MOVIMOT - aansluiting zien (Han Modular Compact met een Han EE-module, businzetdeel, female): 1 5 2 3 4 3 4 8 7 8 0487AXX Pin X7 X8 X9 Betekenis 1 0V24_MM 0V24_MM 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 2 0V24_MM 0V24_MM 0V24_MM 0V24-referentiepotentiaal MOVIMOT 3 L1_MM1 L1_MM2 L1_MM3 Fase L1 MOVIMOT 4 L3_MM1 L3_MM2 L3_MM3 Fase L3 MOVIMOT 5 +24V_MM +24V_MM +24V_MM +24V-voeding MOVIMOT RS-_MM1 RS-_MM2 RS-_MM3 RS-485-verbinding MOVIMOT, klem RS - 7 RS+_MM1 RS+_MM2 RS+_MM3 RS-485-verbinding MOVIMOT, klem RS + 8 L2_MM1 L2_MM2 L2_MM3 Fase L2 MOVIMOT 1 PE PE PE PE PE-aansluiting MOVIMOT GEVAAR! Nadat de werkschakelaar is bediend, staan de contacten van de aangesloten hybride kabels nog maximaal een minuut onder spanning. Dood of zeer zwaar letsel door elektrische schokken. Wacht na het bedienen van de werkschakelaar nog ten minste een minuut, voordat u de hybride kabels eraf trekt. AANWIJZING Voor de verbinding tussen MOVIFIT en MOVIMOT wordt geadviseerd om de speciaal hiervoor ontwikkelde, geprefabriceerde hybride SEW-kabels met passend verwijderde buitenmantel en Harting-stekerverbinding te gebruiken (zie pagina 82). Technische handleiding MOVIFIT -MC 5
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.4 Bezetting klem X29 voor de verdeling van de voedingsspanning(en) naar de MOVIMOT en naar de optiekaart X29 5 15 1 7 8 9 10 0803AXX Verdelerklem 24V (voor de verdeling van de voedingsspanning(en) naar de MOVIMOT en naar de optiekaart) Nr. Naam Functie X29 1 +24V_C +24V-voeding continue spanning (doorverbonden met X20/2) 2 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal continue spanning (doorverbonden met X20/3) 3 +24V_S +24V-voeding geschakeld (doorverbonden met X20/5) 4 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal geschakeld (doorverbonden met X20/) 5 +24V_P +24V-voeding voor MOVIMOT, voeding 15 +24V_P 0V24_P 0V24-referentiepotentiaal voor MOVIMOT, voeding 1 0V24_P 7 +24V_O +24V-voeding voor optiekaart, voeding 8 0V24_O 0V24-referentiepotentiaal voor optiekaart, voeding 9 F-DO_STO_P In combinatie met de PROFIsafe-optie S11: binaire veiligheidsuitgang F-DO_STO (P-schakelsignaal) voor de veiligheidsstop van de aandrijving (STO) 10 F-DO_STO_M In combinatie met de PROFIsafe-optie S11: binaire veiligheidsuitgang F-DO_STO (M-schakelsignaal) voor de veiligheidsstop van de aandrijving (STO) GEVAAR! Als de klemmen X29/5, X29/, X29/15 en X29/1 worden gebruikt voor de veilige uitschakeling, dient het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden! GEVAAR! Voor de installatie en het gebruik van klem X29/9 en X29/10 dient het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.5 Bezetting van de M12-stekerverbindingen X21 tot X28 voor de aansluiting van I/O s De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbinding (standaardcodering, female) voor de aansluiting van I/O s zien: 2 1 3 4 5 054AXX Bezetting van de M12-stekerverbindingen X21 tot X28 voor de aansluiting van I/O s Nr. Pin Naam Functie X21 1 V024-I +24V-sensorvoeding groep I, uit +24V-C 2 DI01 Binaire ingang DI01 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI00 Binaire ingang DI00 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X22 1 V024-I +24V-sensorvoeding groep I, uit +24V-C 2 DI03 Binaire ingang DI03 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI02 Binaire ingang DI02 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X23 1 V024-I +24V-sensorvoeding groep I, uit +24V-C 2 DI05 Binaire ingang DI05 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI04 Binaire ingang DI04 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X24 1 V024-II +24V-sensorvoeding groep II, uit +24V-C 2 DI07 Binaire ingang DI07 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI0 Binaire ingang DI0 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X25 1 V024-II +24V-sensorvoeding groep II, uit +24V-C 2 DI09 Binaire ingang DI09 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI08 Binaire ingang DI08 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X2 1 V024-II +24V-sensorvoeding groep II, uit +24V-C 2 DI11 Binaire ingang DI11 (schakelsignaal) 3 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 4 DI10 Binaire ingang DI10 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde X27 1 V024-IV +24V-sensorvoeding groep IV, uit +24V-S 2 DI13/DO01 Binaire ingang DI13 resp. binaire uitgang DO01 (schakelsignaal) 3 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal voor actoren resp. sensoren groep IV 4 DI12/DO00 Binaire ingang DI12 resp. binaire uitgang DO00 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde Technische handleiding MOVIFIT -MC 7
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" Bezetting van de M12-stekerverbindingen X21 tot X28 voor de aansluiting van I/O s Nr. Pin Naam Functie X28 1 V024-IV +24V-sensorvoeding groep IV, uit +24V-S 2 DI15/DO03 Binaire ingang DI15 resp. binaire uitgang DO03 (schakelsignaal) 3 0V24_S 0V24-referentiepotentiaal voor actoren resp. sensoren groep IV 4 DI14/DO02 Binaire ingang DI14 resp. binaire uitgang DO02 (schakelsignaal) 5 FE Functionele aarde.5. Bezetting van de M12-stekerverbindingen X41 tot X44 voor de aansluiting van optionele I/O s (bij gebruik van de PROFIsafe-optie S11) De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbinding X41 tot X44 (standaardcodering, female) voor de aansluiting van optionele I/O s (bij gebruik van de PROFIsafe-optie S11): 2 1 3 4 5 M12-stekerverbindingen X41 tot X44 voor de aansluiting van optionele I/O s (bij gebruik van de PROFIsafe-optie S11) Steker X41 X42 X43 X44 Pin 1 F-SS0 F-SS0 Gereserveerd Gereserveerd Pin 2 F-DI01 F-DI03 F-DO00-M F-DO01-M Pin 3 0V24_O 0V24_O 0V24_O 0V24_O Pin 4 F-DI00 F-DI02 F-DO00-P F-DO01-P Pin 5 F-SS1 F-SS1 Gereserveerd Gereserveerd 059AXX GEVAAR! Voor de installatie en het gebruik van stekerverbinding X41 tot X44 dient het SEWdocument "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen te worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de toegestane aansluitschema s en veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! 8 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.7 Bezetting M23-uitbreidingsstekerverbinding X19 (alternatief voor standaard-i/o s) De volgende afbeelding laat de M23-uitbreidingsstekerverbinding (female), alternatief voor standaard I/O s: 10 1 9 8 12 2 7 3 4 11 5 Nr. Pin Naam Functie X19 1 DI01 Binaire ingang DI01 (schakelsignaal) 2 DI03 Binaire ingang DI03 (schakelsignaal) 3 DI05 Binaire ingang DI05 (schakelsignaal) 4 DI07 Binaire ingang DI07 (schakelsignaal) 5 DI09 Binaire ingang DI09 (schakelsignaal) DI11 Binaire ingang DI11 (schakelsignaal) 7 DI13/DO01 Binaire ingang DI13 resp. binaire uitgang DO01 (schakelsignaal) 1) 8 DI15/DO03 Binaire ingang DI15 resp. binaire uitgang DO03 (schakelsignaal) 1) 9 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 10 0V24_C 0V24-referentiepotentiaal voor sensoren 11 V024-III +24V-sensorvoeding groep III, uit +24V_C 12 FE Functionele aarde 058AXX 1) Attentie: het referentiepotentiaal is 0V24_S. Als de ingangen DI13 en DI15 resp. de uitgangen DO01 en DO03 via de uitbreidingsstekerverbinding X19 worden gebruikt, moeten de referentiepotentialen 0V24_C en 0V24_S met elkaar worden verbonden (bijv. via klem X29). Technische handleiding MOVIFIT -MC 9
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.8 Bezetting M12-stekerverbinding X14 voor SBus-aansluiting (CAN) AANWIJZING De M12-stekerverbinding X14 voor SBus-aansluiting (CAN) kan alleen worden gebruikt in combinatie met het functieniveau "Technology" of "System"! De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbinding (standaardcodering, female) voor de SBus-aansluiting zien: 2 1 3 4 5 055AXX M12-stekerverbinding X14 voor SBus-aansluiting (CAN) Nr. Pin Naam Functie X14 1 0V24_C 0V24V-referentiepotentiaal continue spanning voor randapparatuur (doorverbonden met X20/3) 2 +24V_C_PS +24V-voeding continue spanning voor randapparatuur 3 CAN_GND 0V-referentiepotentiaal voor SBus (CAN) 4 CAN_H SBus CAN_H inkomend 5 CAN_L SBus CAN_L inkomend 70 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.9 Stekerverbinding voor veldbusaansluiting In combinatie met PROFIBUS De volgende afbeelding laat de M12-stekerverbindingen X11 en X12 met de PROFIBUSaansluiting zien: X11 PROFIBUS IN M12-stekerverbinding, B-codering, male 2 1 4 X12 PROFIBUS OUT M12-stekerverbinding, B-codering, female 1 2 3 3 5 4 5 05AXX 057AXX M12-stekerverbindingen X11 en X12 voor veldbusaansluiting X11 PROFIBUS IN (male B-gecodeerd) X12 PROFIBUS OUT (female B-gecodeerd) Pin Naam Functie Naam Functie 1 n.c. +5V_PB +5V-uitgang PROFIBUS (alleen voor meetdoeleinden!) 2 A_IN PROFIBUS kabel A inkomend A_OUT PROFIBUS kabel A uitgaand 3 n.c. 0V5_PB 0V5-referentiepotentiaal voor PROFIBUS (alleen voor meetdoeleinden!) 4 B_IN PROFIBUS kabel B inkomend B_OUT PROFIBUS kabel B uitgaand 5 FE Functionele aarde FE Functionele aarde Technische handleiding MOVIFIT -MC 71
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" In combinatie met ethernet De volgende afbeelding laat de AIDA-stekerverbindingen X11 en X12 met de ethernetaansluiting zien: X11 Ethernet Port 1 AIDA-stekerverbinding X12 Ethernet Port 2 AIDA-stekerverbinding 1 8 1 8 2 3 4 5 7 2 3 4 5 7 007AXX 007AXX AIDA-stekerverbindingen X11 en X12 voor ethernet X11 Ethernet Port 1 X12 Ethernet Port 2 Pin Naam Functie Naam Functie 1 TX+ Transmit-kabel Port1 positief TX+ Transmit-kabel Port2 positief 2 TX- Transmit-kabel Port1 negatief TX- Transmit-kabel Port2 negatief 3 RX+ Receive-kabel Port1 positief RX+ Receive-kabel Port2 positief 4 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm 5 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm RX- Receive-kabel Port1 negatief RX- Receive-kabel Port2 negatief 7 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm 8 res. Op afleiding van 75 ohm res. Op afleiding van 75 ohm In combinatie met DeviceNet De volgende afbeelding laat de Micro-Style-Connector X11 (M12, standaardcodering, male) naar de DeviceNet-aansluiting zien: 1 2 4 3 5 0779AXX DeviceNet Micro-Style-Connector Pin-nr. Naam Functie X11 1 DRAIN Potentiaalvereffening 2 V+ DeviceNet +24V-voeding 3 V- DeviceNet referentiepotentiaal 0V24 4 CAND_H CAN_H-datakabel 5 CAND_L CAN_L-datakabel 72 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00".5.10 Diagnose-interface X50 (RJ10-bus) De volgende afbeelding laat de diagnose-interface X50 zien: 011AXX Diagnose (RJ10-bus) Nr. Naam Functie X50 1 +5V 5V-voeding 2 RS+ Diagnose-interface RS485 3 RS- Diagnose-interface RS485 4 0V5 0V-referentiepotentiaal voor RS485 Technische handleiding MOVIFIT -MC 73
Elektrische installatie Aansluitvoorbeeld energiebus. Aansluitvoorbeeld energiebus..1 Energiebus in combinatie met klemaansluiting AANWIJZING De voorbeelden gelden in combinatie met de volgende aansluitboxen: ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" Aansluitvoorbeeld met een gemeenschappelijk 24Vspanningscircuit De volgende afbeedling laat een principieel aansluitvoorbeeld zien voor de energiebus met een gemeenschappelijk 24V-spanningscircuit voor de sensor-/actorvoeding. De MOVIMOT -regelaars worden in dit voorbeeld gevoed met spanning uit 24V-C: L3 L2 L1 PE L3 L2 L1 PE X1 11 12 13 14 PE L1 L2 L3 PE L1 L2 L3 MOVIFIT -MC X29 5 7 8 [1] X20 5 11 12 13 14 15 1 FE +24V 0V24V FE +24V 0V24V 051AXX [1] Voorbeeld van voeding van MOVIMOT -regelaars uit 24V-C 74 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Aansluitvoorbeeld energiebus Aansluitvoorbeeld met twee gescheiden 24Vspanningscircuits De volgende afbeelding laat een principieel aansluitvoorbeeld zien voor de energiebus met twee gescheiden 24V-spanningscircuits voor de sensor-/actorvoeding. De MOVIMOT -regelaars worden in dit voorbeeld gevoed met spanning uit 24V-C: L3 L2 L1 PE L3 L2 L1 PE X1 11 12 13 14 PE L1 L2 L3 PE L1 L2 L3 MOVIFIT -MC X29 5 7 8 [1] X20 5 11 12 13 14 15 1 FE +24V_C 0V24V_C FE +24V_S 0V24V_S FE +24V_C 0V24V_C FE +24V_S 0V24V_S 052AXX [1] Voorbeeld van voeding van MOVIMOT -regelaars uit 24V-C Technische handleiding MOVIFIT -MC 75
Elektrische installatie Aansluitvoorbeeld energiebus..2 Energiebus in combinatie met HANmodular -stekerverbinding AANWIJZING Dit voorbeeld geldt in combinatie met de volgende aansluitbox: HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" Energieverdeling en kabelbeveiliging Voor de configuratie van de energiebus wordt het gebruik van HARTING Power-Sproducten aanbevolen. In de voedingskabel 400 V AC 50/0 Hz en 24 V DC kunnen twee kabels met max. mm 2 worden gelegd. De naar de MOVIFIT voerende steekleidingen hebben een doorsnede van 4 mm 2 en zijn maximaal 1,5 m lang. Power-S-producten zijn verkrijgbaar bij Harting onder het artikelnummer 1 04 202 109. 0507AXX MOVIMOT -voeding De volgende afbeelding laat een voorbeeld zien van de signalen op klem X29 voor de voeding van de MOVIMOT -regelaars vanuit 24-V-C: X29 5 15 1 7 8 9 10 0857AXX 7 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Aansluitvoorbeelden veldbussystemen.7 Aansluitvoorbeelden veldbussystemen.7.1 PROFIBUS Via klemmen AANWIJZING Het voorbeeld geldt in combinatie met de volgende aansluitbox: ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" De volgende afbeelding laat de PROFIBUS-aansluiting via klemmen zien: Als de MOVIFIT zich aan het einde van een PROFIBUS-segment bevindt, wordt deze alleen via de inkomende PROFIBUS-kabel op het PROFIBUS-net aangesloten. Om storingen van het bussysteem door reflecties, enz. te vermijden, moet het PROFIBUS-segment bij de fysiek eerste en laatste deelnemer met busafsluitweerstanden worden afgesloten. De busafsluitweerstanden zijn al in de MOVIFIT -ABOX geïntegreerd en kunnen met schakelaar S1 worden geactiveerd. MOVIFIT [1] S1 MOVIFIT [1] S1 MOVIFIT [1] ON S1 IN X30 A_IN B_IN 1 2 3 IN X30 A_IN B_IN 1 2 3 IN X30 A_IN B_IN 1 2 3 OUT X31 X31 X31 A_OUT OUT A_OUT OUT A_OUT B_OUT B_OUT B_OUT 1 2 3 1 2 3 1 2 3 A B PROFIBUS DP PROFIBUS DP PROFIBUS DP [2] [2] [2] [2] [2] 0752AXX [1] DIP-switch S1 voor busafsluiting [2] Afschermingsplaat, zie pagina 3 Technische handleiding MOVIFIT -MC 77
Elektrische installatie Aansluitvoorbeelden veldbussystemen Via M12-stekerverbindingen AANWIJZING Het voorbeeld geldt in combinatie met de volgende aansluitboxen: Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" De volgende afbeelding laat de principiële aansluittopologie voor PROFIBUS via M12- stekerverbindingen zien (als voorbeeld is een HanModular-ABOX weergegeven): De aansluitboxen beschikken over M12-stekerverbindingen voor de PROFIBUSaansluiting. Deze komen overeen met de aanbevelingen uit de PROFIBUS-richtlijn nr. 2.141 "Aansluitmethode voor Profibus". Om storingen van het bussysteem door reflecties, enz. te vermijden, moet het PROFIBUS-segment bij de fysiek eerste en laatste deelnemer met busafsluitweerstanden worden afgesloten. Gebruik een steekbare busafsluiting (M12) op de plaats van de doorgaande busaansluiting X12 bij de laatste deelnemer! MOVIFIT MOVIFIT MOVIFIT [1] PROFIBUS DP MOVIFIT MOVIFIT MOVIFIT [1] 0801AXX [1] Busafsluitweerstand 78 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Aansluitvoorbeelden veldbussystemen.7.2 PROFINET AANWIJZING Het voorbeeld geldt in combinatie met de volgende aansluitboxen: ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" De volgende afbeelding laat de principiële aansluittopologie voor PROFINET via RJ-45- of AIDA-stekerverbindingen zien (als voorbeeld is een hybride ABOX weergegeven): MOVIFIT MOVIFIT MOVIFIT PROFINET MOVIFIT MOVIFIT MOVIFIT 0802AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 79
Elektrische installatie Aansluitvoorbeelden veldbussystemen.7.3 DeviceNet AANWIJZING Het voorbeeld geldt in combinatie met de volgende aansluitboxen: ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00" Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" De volgende afbeelding laat de principiële aansluittopologie voor DeviceNet via een Micro-Style-Connector zien (als voorbeeld is een ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen weergegeven): De aansluiting kan plaatsvinden via een multipoort of T-stekers. Neem de bedradingsvoorschriften volgens DeviceNet-specificatie 2.0 in acht. Om storingen van het bussysteem door reflecties e.d. te vermijden, moet het DeviceNet-segment bij de fysiek eerste en laatste deelnemer met busafsluitweerstanden worden afgesloten. Gebruik externe busafsluitweerstanden. MOVIFIT MOVIFIT MOVIFIT [1] MOVIFIT MOVIFIT MOVIFIT [3] [2] [2] [2] [1] 0717AXX [1] Busafsluitweerstand 120 Ê [2] T-stekers [3] Multipoort 80 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Pc-aansluiting.8 Pc-aansluiting.8.1 Diagnose-interface MOVIFIT -apparaten hebben een diagnose-interface X50 (RJ10-stekerverbinding) voor inbedrijfstelling, parametrering en service. MTA...-S01.-...-00 MTA...-S11.-...-00 MTA...-S21.-...-00 MTA...-H11.-...-00 MTA...-H21.-...-00 X50 X50 X50 0805AXX AANWIJZING Afhankelijk van het toegepaste functieniveau staan er verschillende functies ter beschikking, die in de betreffende handboeken beschreven worden: handboek MOVIFIT -functieniveau "Classic"; handboek MOVIFIT -functieniveau "Technology"; handboek MOVIFIT -functieniveau "System"..8.2 Interface-omvormer De verbinding van de diagnose-interface met een pc kan met de volgende opties tot stand worden gebracht: UWS21B met seriële interface RS-232, artikelnummer 1 820 45 2; USB11A met USB-interface, artikelnummer 0 824 831 1. PC MOVIFIT DI03 DI02 DI01 DI00 BUS-F SYS-F DI07/DO01 DI0/DO00 DI05 DI04 RUN-PS RUN 24V-S 24V-C RS-232 UWS21B RJ10 RS485 USB USB11A RS485 RJ10 Omvang van de levering: interface-omvormer; kabel met connector RJ10; interfacekabel RS-232 (UWS21B) of USB (USB11A). 59730AXX Technische handleiding MOVIFIT -MC 81
Elektrische installatie Hybride kabel.9 Hybride kabel.9.1 Overzicht Voor de aansluiting van MOVIFIT -MC en MOVIMOT zijn hybride kabels beschikbaar. Onderstaande tabel laat de beschikbare hybride kabels zien: MOVIFIT Hybride kabel Lengte Kabeltype MOVIFIT -MC (ABOX "MTA...-S01.-...-00" met kabelwartels) Aandrijving Artikelnummer: 0819 95 5 variabel B MOVIMOT met stekerverbinding AMA Artikelnummer: 0819 871 3 variabel B MOVIMOT met stekerverbinding AMD MOVIFIT -MC (hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00") Artikelnummer: 0819 9 3 variabel B MOVIMOT met stekerverbinding APG Artikelnummer: 0819 974 4 variabel B MOVIMOT met kabelwartels Artikelnummer: 0818 735 5 (bundel hybride kabel) 30 m B MOVIMOT met kabelwartels Artikelnummer: 0593 714 0 (bundel hybride kabel) 100 m B MOVIMOT met kabelwartels 82 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride kabel MOVIFIT Hybride kabel Lengte Kabeltype MOVIFIT -MC HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" Aandrijving Artikelnummer: 1810 050 3 variabel B MOVIMOT met stekerverbinding AMA Technische handleiding MOVIFIT -MC 83
Elektrische installatie Hybride kabel.9.2 Aansluiting hybride kabel Met open De tabel laat de indeling van de volgende hybride kabels zien: kabeleinde (MOVIFIT artikelnummer 0819 95 5; -zijde) en artikelnummer 0819 871 3; stekerverbinding artikelnummer 0819 9 3. (MOVIMOT - zijde) Aansluitklem MOVIFIT -MC Hybride kabel MOVIMOT -1 MOVIMOT -2 MOVIMOT -3 Aderkleur/aanduiding X7/1 X8/1 X9/1 groen-geel X7/2 X8/2 X9/2 zwart/l1 X7/3 X8/3 X9/3 zwart/l2 X7/4 X8/4 X9/4 zwart/l3 X71/1 X81/1 X91/1 wit/0v X71/2 X81/2 X91/2 groen/rs- X71/3 X81/3 X91/3 oranje/rs+ X71/4 X81/4 X91/4 wit/0v X71/5 X81/5 X91/5 rood/24v De binnenste afschermingen (2x) worden via einde afscherming afschermingsplaten in de MOVIFIT -ABOX aangebracht (zie pagina 37). Vrijgave draairichting in acht nemen Controleer bij de MOVIMOT of de gewenste draairichting is vrijgegeven: 24V 24V L R L R Beide draairichtingen zijn vrijgegeven. Alleen rechtsom is vrijgegeven. Setpoints voor linksom hebben tot gevolg dat de aandrijving wordt stilgezet. 24V 24V L R L R Alleen linksom is vrijgegeven. Setpoints voor rechtsom hebben tot gevolg dat de aandrijving wordt stilgezet. Aandrijving is geblokkeerd of wordt stilgezet. 84 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Elektrische installatie Hybride kabel Met open kabeleinde (MOVIFIT - en MOVIMOT -zijde) De tabel laat de indeling van de volgende hybride kabels zien: artikelnummer 0819 974 4; artikelnummer 0818 735 5; artikelnummer 0593 714 0. Aansluitklem MOVIFIT -MC Hybride kabel Aansluitklem MOVIMOT -1 MOVIMOT -2 MOVIMOT -3 Aderkleur/aanduiding MOVIMOT X7/1 X8/1 X9/1 groen-geel PE-klem X7/2 X8/2 X9/2 zwart/l1 L1 X7/3 X8/3 X9/3 zwart/l2 L2 X7/4 X8/4 X9/4 zwart/l3 L3 X71/1 X81/1 X91/1 wit/0v massa X71/2 X81/2 X91/2 groen/rs- RS- X71/3 X81/3 X91/3 oranje/rs+ RS+ X71/4 X81/4 X91/4 wit/0v massa X71/5 X81/5 X91/5 rood/24v 24 V De binnenste afschermingen (2x) worden via afschermingsplaten in de MOVIFIT -ABOX aangebracht (zie pagina 37). einde afscherming PE-klem Vrijgave draairichting in acht nemen Controleer bij de MOVIMOT of de gewenste draairichting is vrijgegeven: 24V 24V L R L R Beide draairichtingen zijn vrijgegeven. Alleen rechtsom is vrijgegeven. Setpoints voor linksom hebben tot gevolg dat de aandrijving wordt stilgezet. 24V 24V L R L R Alleen linksom is vrijgegeven. Setpoints voor rechtsom hebben tot gevolg dat de aandrijving wordt stilgezet. Aandrijving is geblokkeerd of wordt stilgezet. Technische handleiding MOVIFIT -MC 85
7 I 0 Inbedrijfstelling Inbedrijfstellingsinstructies 7 Inbedrijfstelling 7.1 Inbedrijfstellingsinstructies GEVAAR! Voordat de MOVIMOT -regelaar en de MOVIFIT -EBOX worden verwijderd of gemonteerd, moeten de apparaten van het net worden gescheiden. Gevaarlijke spanningen kunnen nog tot één minuut nadat de netspanning is uitgeschakeld, aanwezig zijn. Dood of zwaar letsel door elektrische schokken. Maak de MOVIFIT en de MOVIMOT -aandrijvingen met een geschikt, extern veiligheidsrelais spanningsloos en beveilig ze tegen onbedoelde herinschakeling van de voeding. Wacht vervolgens minstens één minuut. WAARSCHUWING! De oppervlaktetemperatuur van de MOVIFIT, MOVIMOT (met name het koellichaam) en de externe opties, bijv. de remweerstand, kan tijdens het bedrijf erg hoog worden. Verbrandingsgevaar. Raak de MOVIFIT en MOVIMOT -aandrijvingen en de externe opties pas aan als deze voldoende zijn afgekoeld. 8 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Inbedrijfstelling Inbedrijfstellingsprocedure MOVIFIT -MC I 0 7 7.2 Inbedrijfstellingsprocedure MOVIFIT -MC In dit hoofdstuk wordt de inbedrijfstelling van de MOVIFIT -MC in combinatie met MOVIMOT -aandrijvingen beschreven. Afhankelijk van het functieniveau van de MOVIFIT moeten voor de parametrering en configuratie van de veldbus andere documenten in acht worden genomen. In de volgende tabellen ziet u een overzicht van de inbedrijfstelling van de MOVIFIT - MC en wordt verwezen naar aanvullende documentatie: MOVIMOT MOVIFIT -MC Parameterinstelling Veldbusconfiguratie 1. 2. 3. 4. 58971ANL Functieniveau Inbedrijfstelling 1. MOVIMOT Classic Zie pagina 88 en technische handleiding MOVIMOT Technology Zie pagina 88 en technische handleiding MOVIMOT System Zie pagina 88 en technische handleiding MOVIMOT 2. Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC 3. Parametrering 4. Veldbusconfiguratie Zie pagina 90 Handboek "MOVIFIT - functieniveau Classic" Zie pagina 90 Handboek "MOVIFIT - functieniveau Technology" Zie pagina 90 Handboek "Parameter- en diagnosetool MOVIVISION " Handboek "MOVIFIT -functieniveau System" Voor functieniveau "Technology" is bovendien mogelijk: 5. Programmering en gebruik van aandrijftoepassingen Handboek "MOVI-PLC -programmering in de PLC-editor" Handboek "Bibliotheken MPLCMotion_MC07 en MPLCMotion_MM voor MOVI-PLC " GEVAAR! Bij toepassingen met een veilige uitschakeling moet tevens het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de aanvullende inbedrijfstellingsinstructies! Technische handleiding MOVIFIT -MC 87
8 7 I 0 Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling MOVIMOT 7.3 Inbedrijfstelling MOVIMOT 1. Controleer of de aansluiting van alle aangesloten MOVIMOT 's correct is. 2. Zet DIP-switch S1/1 bij alle aangestuurde MOVIMOT 's op ON (= adres 1). ON ON 1 1 2 3 4 5 7 8 S1 STOP! 57252AXX Bedien de DIP-switch alleen met geschikt gereedschap, bijvoorbeeld een schroevendraaier met een bladbreedte van < 3 mm. De kracht waarmee u de DIP-switch bedient, mag niet meer dan 5 N bedragen. 3. Gebruik setpointpotentiometer f1 om het maximumtoerental op de MOVIMOT in te stellen. Bij toepassing op de MOVIFIT -MC moet de setpointpotentiometer f1 altijd worden ingesteld op "10" omdat anders het opgegeven setpoint niet correct wordt geschaleerd. f1 f1 0854AXX 3 4 5 7 8 STOP! De in de technische gegevens aangegeven beschermingsgraad geldt alleen als de afsluitschroef van de setpointpotentiometer correct is gemonteerd. Als de afsluitschroef niet of onjuist is gemonteerd, kan er schade aan de MOVIMOT - regelaar ontstaan. Schroef de afdichtingsschroef van de setpointpotentiometer f1 met afdichting weer vast. 4. Breng de afdichtingsschroef van het MOVIMOT -deksel (met afdichting) weer aan. 5. Stel de minimumfrequentie f min in met schakelaar f2. Functie Instelling Vaste instelling 0 5 7 8 9 10 Minimumfrequentie f min [Hz] 2 5 7 10 12 15 20 25 30 35 40. Als de integrator niet via de MOVIFIT wordt ingevoerd (2 PD), moet de integratortijd met switch t1 worden ingesteld op de MOVIMOT. De integratortijden hebben betrekking op een setpointsprong van 50 Hz. 3 4 5 7 Functie Instelling Vaste instelling 0 5 7 8 9 10 Integratortijd t1 [s] 0,1 0,2 0,3 0,5 0,7 1 2 3 5 7 10 88 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling MOVIMOT I 0 7 7. Controleer of de gewenste draairichting is vrijgegeven. Klem R Klem L Betekenis geactiveerd geactiveerd beide draairichtingen zijn vrijgegeven 24V R L geactiveerd niet geactiveerd alleen rechtsom is vrijgegeven setpoints voor linksom hebben tot gevolg dat de aandrijving wordt stilgezet 24V R L niet geactiveerd geactiveerd alleen linksom is vrijgegeven setpoints voor rechtsom hebben tot gevolg dat de aandrijving wordt stilgezet 24V R L niet geactiveerd niet geactiveerd apparaat is geblokkeerd resp. de aandrijving wordt stilgezet 24V R L 8. Plaats de MOVIMOT -frequentieregelaar en schroef deze vast. Technische handleiding MOVIFIT -MC 89
7 I 0 Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC 7.4 Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC 7.4.1 Inbedrijfstelling in combinatie met PROFIBUS 1. Controleer of de aansluiting van de MOVIFIT correct is. 2. Stel het PROFIBUS-adres in met DIP-switch S2 (Æ pagina 14 en verder) op de MOVIFIT -ABOX. Het PROFIBUS-adres wordt ingesteld met de DIP-switches 1 tot 7: S2 ON 5 7 8 [2] 2 x 0 = 0 2 5 x 0 = 0 2 4 x 1 = 1 2 3 x 0 = 0 2 2 x 0 = 0 2 1 x 0 = 0 2 0 x 1 = 1 17 [1] 0753AXX [1] Voorbeeld: adres 17 [2] Switch 8 = gereserveerd Adres 1 tot 125: geldig adres Adressen 0, 12, 127: worden niet ondersteund In de onderstaande tabel wordt adres 17 als voorbeeld gebruikt om te laten zien hoe DIP-switchinstellingen voor busadressen worden bepaald: Berekening Rest DIP-switchinstelling Waarde 17 / 2 = 8 1 DIP 1 = ON 1 8 / 2 = 4 0 DIP 2 = OFF 2 4 / 2 = 2 0 DIP 3 = OFF 4 2 / 2 = 1 0 DIP 4 = OFF 8 1 / 2 = 0 1 DIP 5 = ON 1 0 / 2 = 0 0 DIP = OFF 32 0 / 2 = 0 0 DIP 7 = OFF 4 3. Schakel de busafsluiting op de MOVIFIT bij de laatste busdeelnemer in. Als de MOVIFIT zich aan het einde van een PROFIBUS-segment bevindt, wordt deze alleen via de inkomende PROFIBUS-kabel op het PROFIBUS-net aangesloten. Om storingen van het bussysteem door reflecties, enz. te vermijden, moet het PROFIBUS-segment bij de fysiek eerste en laatste deelnemer met busafsluitweerstanden worden afgesloten. AANWIJZING Als de EBOX (elektronica-eenheid) van de ABOX (aansluiteenheid) wordt verwijderd, wordt de PROFIBUS niet onderbroken. 4. Plaats de MOVIFIT -EBOX op de ABOX en sluit deze. 5. Schakel de voedingsspanning(en) 24V-C en 24V-S in. De bijbehorende controleleds moeten nu groen oplichten. 90 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC I 0 7 Busafsluiting De busafsluitweerstanden zijn reeds geïntegreerd in de MOVIFIT -ABOX (alleen bij ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00") en kunnen met schakelaar S1 (Æ pagina 14 en verder) worden geactiveerd, zie volgende tabel: Busafsluiting ON = aan S1 Busafsluiting OFF = uit (fabrieksinstelling) S1 ON ON De volgende tabel laat het werkingsprincipe busafsluiting-schakelaar zien: Busafsluiting-schakelaar S1 Busafsluiting ON = aan Busafsluiting OFF = uit Schakelaar ON Schakelaar Busafsluiting Busafsluiting ON OFF OFF Inkomende kabel Uitgaande kabel Inkomende kabel Uitgaande kabel 57271ANL 57272ANL AANWIJZING Bij gebruik van de hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" alsmede HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" in acht nemen: Het verschil t.o.v. de uitvoering met klemmen is dat bij deze aansluitboxen een steekbare busafsluiting (M12) op de plaats van de doorgaande busaansluiting bij de laatste deelnemer moet worden gebruikt. Technische handleiding MOVIFIT -MC 91
7 I 0 Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC 7.4.2 Inbedrijfstelling in combinatie met PROFINET 1. Controleer of de aansluiting van de MOVIFIT correct is. AANWIJZING In combinatie met PROFINET hoeven op de MOVIFIT geen instellingen te worden verricht. De gehele inbedrijfstelling vindt plaats via softwaretools en wordt beschreven in de betreffende handboeken: handboek MOVIFIT -functieniveau "Classic"; handboek MOVIFIT -functieniveau "Technology". 2. Plaats de MOVIFIT -EBOX op de ABOX en sluit deze. 3. Schakel de voedingsspanning(en) 24V-C en 24V-S in. De bijbehorende controleleds moeten nu groen oplichten. 92 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling MOVIFIT -MC I 0 7 7.4.3 Inbedrijfstelling in combinatie met DeviceNet 1. Controleer of de aansluiting van de MOVIFIT correct is. 2. Stel het DeviceNet-adres DIP-switch S2 in op de MOVIFIT (ABOX). 3. Stel de baudrate in met DIP-switch S2 in op de MOVIFIT (ABOX). 4. Plaats de MOVIFIT -EBOX op de ABOX en sluit deze. 5. Schakel de voedingsspanning(en) 24V-C en 24V-S in. De bijbehorende controleleds moeten nu groen oplichten. DeviceNet-adres (MAC-ID) en baudrate instellen Het DeviceNet-adres wordt ingesteld met de DIP-switches S2/1 tot S2/. De baudrate wordt ingesteld met de DIP-switches S2/7 en S2/8: S2 ON 1 2 3 4 5 7 8 21 x 1 = 2 20 x 0 = 0 2 25 x 0 = 0 24 x 0 = 0 23 x 1 = 8 22 x 0 = 0 21 x 0 = 0 20 x 1 = 1 9 [1] [2] 1441AXX [1] Instelling van de baudrate [2] Instelling van het DeviceNet-adres Onderstaande tabel gebruikt adres 9 als voorbeeld om te laten zien hoe de instelling van de DIP-switches voor willekeurige busadressen worden bepaald en uitgevoerd: Berekening Rest DIP-switchinstelling Waarde 9/2 = 4 1 DIP S2/1 = ON 1 4/2 = 2 0 DIP S2/2 = OFF 2 2/2 = 1 0 DIP S2/3 = OFF 4 1/2 = 0 1 DIP S2/4 = ON 8 0/2 = 0 0 DIP S2/5 = OFF 1 0/2 = 0 0 DIP S2/ = OFF 32 Onderstaande tabel laat zien hoe de baudrate met de DIP-switches S2/7 en S2/8 kan worden ingesteld: Baudrate Waarde DIP S2/7 DIP S2/8 125 kbaud 0 OFF OFF 250 kbaud 1 ON OFF 500 kbaud 2 OFF ON (gereserveerd) 3 ON ON Technische handleiding MOVIFIT -MC 93
8 I 0 Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC 8 Bedrijf 8.1 Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC 8.1.1 Algemene leds In dit hoofdstuk worden de veldbus- resp. optie-afhankelijke leds beschreven. Deze zijn in de volgende afbeelding donker weergegeven. De wit weergegeven leds zijn, afhankelijk van de toegepaste veldbusvariant, verschillend en worden in de volgende hoofdstukken beschreven. De volgende afbeelding laat een voorbeeld van een PROFIBUS-variant zien: DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BUS-F SYS-F DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 RUN 24V-S 24V-C MOVIFIT 0719AXX Status van de leds "DI.." resp. "DO.." In de onderstaande tabel ziet u de mogelijke statuswaarden van de leds "DI.." resp. "DO..": Led Status Betekenis DI00 tot GEEL Ingangssignaal op binaire ingang DI.. aanwezig. DI15 UIT Ingangssignaal op binaire ingang DI.. open resp. "0". DO00 tot GEEL Uitgang DO.. wordt geschakeld. DO03 UIT Uitgang DO.. logisch "0". Status van de leds "24V-C" en "24V-S" In de onderstaande tabel ziet u de mogelijke statuswaarden van de leds "24V-C" en "24V-S": Led Status Betekenis Oplossing 24V-C groen Continue 24V-C-spanning aanwezig. - uit Continue 24V-C-spanning ontbreekt. Controleer voedingsspanning 24V-C. 24V-S groen 24V-S-actorspanning aanwezig. - uit 24V-S-actorspanning ontbreekt. Controleer voedingsspanning 24V-S. 94 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC I 0 8 8.1.2 Busspecifieke leds voor PROFIBUS In dit hoofdstuk worden de busspecifieke leds voor PROFIBUS beschreven. Deze zijn in de volgende afbeelding donker weergegeven: DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BUS-F SYS-F DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 RUN 24V-S 24V-C MOVIFIT 0720AXX Status van de led "SYS-F" In de volgende tabel ziet u de mogelijke statuswaarden van de led "SYS-F": SYS-F BUS-F RUN Functieniveau C T S Betekenis Uit x x Normale bedrijfsstatus. MOVIFIT wisselt data uit met de aangesloten aandrijfsystemen (MOVIMOT ). Rood x x MOVIFIT kan geen data uitwisselen met de MOVIMOT (1..3) op een lager niveau. MOVIFIT geeft een foutstatus aan. Oplossing - Controleer de bedrading van de RS-485 tussen MOVIFIT en de aangesloten MOVIMOT en de voeding van de MOVIMOT. Hef de oorzaak van de fout op en bevestig dit vervolgens via PROFIBUS. Gedetailleerde foutdiagnose via MOVIVISION. Rood Uit Uit MOVIFIT -initialisatiefout Mislukte kaartidentificatie. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. Knippert rood Knippert geel x x Geen plc-applicatieprogramma geladen. MOVIFIT geeft een foutstatus aan, maar de oorzaak van de fout is al opgeheven. x x Plc-applicatieprogramma gestopt. Laad een applicatieprogramma en start eventueel de geïntegreerde plc opnieuw op. Bevestig de foutmelding via PROFIBUS. Gedetailleerde foutdiagnose via MOVIVISION. Controleer het applicatieprogramma met MOVITOOLS MotionStudio en start de geïntegreerde plc eventueel opnieuw op. X willekeurige status geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" Technische handleiding MOVIFIT -MC 95
8 I 0 Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC Status van de led "BUS-F" In de volgende tabel ziet u de mogelijke statuswaarden van de led "BUS-F": Betekenis x uit groen MOVIFIT wisselt data uit met de DP-master (data exchange). x SYS-F BUS-F RUN Functieniveau C T S knippert rood groen De baudrate wordt herkend. MOVIFIT wordt echter door de DP-master niet aangesproken. MOVIFIT is niet of verkeerd geconfigureerd in de DPmaster. x rood groen De verbinding met de DPmaster is verbroken. MOVIFIT herkent geen baudrate. Onderbreking van de bus. DP-master is buiten bedrijf. Oplossing - Controleer de configuratie van de DP-master. Controleer of alle in de configuratie geconfigureerde modules toegestaan zijn voor de gebruikte MOVIFIT -variant (MC, FC, SC). Controleer de PROFIBUS- DP-aansluiting van de MOVIFIT. Controleer de DP-master. Controleer alle kabels in uw PROFIBUS-DP-net. X willekeurige status geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" Status van de led "RUN" In de volgende tabel ziet u de mogelijke statuswaarden van de led "RUN": SYS-F BUS-F RUN Functieniveau C T S Betekenis x x uit MOVIFIT niet bedrijfsgereed. 24V DC -voeding ontbreekt. x x groen Hardware van MOVIFIT - modules OK. uit uit groen MOVIFIT werkt correct. MOVIFIT wisselt data uit met de DP-master (data exchange) en alle aandrijfsystemen op lagere niveaus. x x knippert groen Het PROFIBUS-adres is gelijk aan 0 of hoger dan 125 ingesteld. x x geel MOVIFIT bevindt zich in de initialisatiefase. Oplossing Controleer de 24V DC - voeding. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. - - Controleer het ingestelde PROFIBUS-adres in de MOVIFIT -ABOX. x x rood Interne apparaatfout Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. - X willekeurige status geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" 9 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC I 0 8 8.1.3 Busspecifieke leds voor PROFINET In dit hoofdstuk worden de busspecifieke leds voor PROFINET beschreven. Deze zijn in de volgende afbeelding donker weergegeven: DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BF SF DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 RUN 24V-S 24V-C link/act 1 link/act 2 MOVIFIT Status van de led "RUN" RUN BF SF Functieniveau C T S Betekenis Groen x x Hardware van de MOVIFIT modules OK. Groen Uit Uit MOVIFIT werkt correct. MOVIFIT wisselt data uit met de PROFINET-master (data exchange) en alle aandrijfsystemen op lagere niveaus. Uit x x MOVIFIT niet bedrijfsgereed. 24V DC -voeding ontbreekt. Rood x x Fout in hardware van MOVIFIT - modules. Knippert groen Knippert geel x x Hardware van MOVIFIT - modules start niet op. x x Hardware van MOVIFIT - modules start niet op. Geel x x Hardware van MOVIFIT - modules start niet op. Oplossing - - 091AXX Controleer de 24V DC - voeding. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. Schakel MOVIFIT opnieuw in. Vervang de EBOX als de fout zich blijft voordoen. X willekeurige status geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" Technische handleiding MOVIFIT -MC 97
8 I 0 Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC Status van de led "BF" Betekenis Groen Uit x MOVIFIT wisselt data uit met de PROFINET-master (data exchange). Groen RUN BF SF Functieniveau C T S Knippert groen/ rood x De knipperfunctie in de PROFINET-masterconfiguratie is geactiveerd om de deelnemer optisch te lokaliseren. Groen Rood x De verbinding met de PROFINET-master is verbroken. MOVIFIT herkent geen link. Onderbreking van de bus. PROFINET-master is buiten bedrijf. Oplossing - - Controleer de PROFINETaansluiting van de MOVIFIT. Controleer de PROFINETmaster. Controleer alle kabels in uw PROFINET-netwerk. X willekeurige status geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" Status van de led "SF" RUN BF SF Functieniveau C T S Betekenis x x Uit Normale bedrijfssituatie. MOVIFIT wisselt data uit met de aangesloten aandrijfsystemen (MOVIMOT, geïntegreerde FC/SC). x x Rood MOVIFIT -MC kan geen data uitwisselen met de MOVIMOT (1..3) op een lager niveau. x x Knippert rood x x Knippert geel Geen plc-applicatieprogramma geladen. Plc-applicatieprogramma gestopt. Oplossing - Controleer de bedrading van de RS-485 tussen MOVIFIT - MC en de aangesloten MOVIMOT en de voeding van de MOVIMOT. Laad een applicatieprogramma en start de geïntegreerde plc eventueel opnieuw op. Controleer het applicatieprogramma met MOVITOOLS MotionStudio en start de geïntegreerde plc eventueel opnieuw op. X willekeurige status geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" 98 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC I 0 8 Status van de leds "link/act 1" en "link/act 2" Led Status Betekenis link/act 1 Ethernet Port1 link = Ethernet-kabel verbindt apparaat met andere Ethernetdeelnemer link = groen act = geel act = active, Ethernet-communicatie actief link/act 2 Ethernet Port2 link = groen act = geel Technische handleiding MOVIFIT -MC 99
8 I 0 Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC 8.1.4 Busspecifieke leds voor DeviceNet In dit hoofdstuk worden de busspecifieke leds voor DeviceNet beschreven. Deze zijn in de volgende afbeelding donker weergegeven: DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BIO PIO BUS-F SYS-F DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 Mod/Net 24V-S 24V-C MOVIFIT 0721AXX Mod/Net-led (groen/rood) De functionaliteit van de Mod/Net-led (statusled module/netwerk) is vastgelegd in de DeviceNet-specificatie. In de volgende tabel wordt deze functionaliteit beschreven. Status Led Functieniveau C T S Betekenis Oplossing Niet ingeschakeld/ Offline Online en in de Operational Mode Online, Operational Mode en Connected Minor fault of Connection Timeout Critical Fault of Critical Link Failure Uit Apparaat is in offline-status. Apparaat voert DUP-MACcontrole uit. Apparaat is uitgeschakeld. Knippert groen (1-sritme) Het apparaat is online en er is geen verbinding tot stand gebracht. DUP-MAC-controle is met succes voltooid. Er is nog geen verbinding met een master tot stand gebracht. Ontbrekende (foute) of niet volledige configuratie. Groen Online-verbinding met een master is tot stand gebracht. Verbinding is actief (established state). Knippert rood (1- s-ritme) Er is een corrigeerbare fout opgetreden. Polled I/O en/of Bit-Strobe I/O-Connection zijn in de Timeout-State. Er is een corrigeerbare fout in het apparaat opgetreden. Rood Er is een niet-corrigeerbare fout opgetreden. BusOff. Tijdens de DUP-MACcontrole is een fout geconstateerd. Schakel de voedingsspanning in via DeviceNetsteker. De deelnemer moet in de scanlijst van de master worden opgenomen en de communicatie moet in de master worden gestart. Controleer de DeviceNetkabel. Controleer de timeoutreactie. Indien er een reactie met fout is ingesteld, dient het apparaat gereset te worden nadat de fout verholpen is Controleer de DeviceNetkabel. Controleer het adres (MAC- ID) (heeft een ander apparaat al hetzelfde adres?). geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" 100 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC I 0 8 PIO-led (groen/rood) De PIO-led controleert de Polled I/O-verbinding (procesdatakanaal). De functionaliteit wordt beschreven in de volgende tabel. Betekenis Oplossing Niet ingeschakeld/ Offline, maar geen DUP- MAC-check Online en in de Operational Mode Online, Operational Mode en Connected Minor fault of Connection Timeout Critical Fault of Critical Link Failure Status Led Functieniveau C T S DUP-MACcheck Knippert groen (125- msritme) Apparaat voert DUP-MACcheck uit. Uit Apparaat is in offline-status. Apparaat is uitgeschakeld. Dit verbindingstype is niet geactiveerd. De verbinding moet in de master worden ingeschakeld. Knippert groen (1-sritme) Het apparaat is online. DUP-MAC-check is met succes voltooid. Er wordt een PIO-verbinding met een master gemaakt (configuring state). Ontbrekende, foute of niet volledige configuratie. Groen Online Er is een PIO-verbinding tot stand gebracht (established state). Knippert rood (1-sritme) Er is een corrigeerbare fout opgetreden. Polled I/O-connection is in de Timeout-State. Rood Er is een niet-corrigeerbare fout opgetreden. BusOff. Tijdens de DUP-MACcheck is een fout geconstateerd. Als de deelnemer na ca. 2 s deze status niet verlaat, zijn er geen andere deelnemers gevonden. Er moet ten minste een andere DeviceNet-deelnemer worden ingeschakeld. De actuele deelnemer is herkend door de master, er werd echter een ander apparaattype verwacht. Voer de configuratie in de master nogmaals uit. Controleer de DeviceNetkabel. Controleer de timeoutreactie (P831). Indien er een reactie met fout is ingesteld, dient het apparaat gereset te worden nadat de fout verholpen is. Controleer de DeviceNetkabel. Controleer het adres (MAC- ID) (heeft een ander apparaat al hetzelfde adres?). geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" Technische handleiding MOVIFIT -MC 101
8 I 0 Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC BIO-led (groen/rood) De BIO-led controleert de Bit-Strobe I/O-verbinding. De functionaliteit wordt beschreven in de volgende tabel. Betekenis Oplossing Niet ingeschakeld/ Offline, maar geen DUP-MACcheck Online en in de Operational Mode Online, Operational Mode en Connected Minor Fault of Connection Timeout Critical Fault of Critical Link Failure Status Led Functieniveau C T S DUP-MACcheck Knippert groen (125- msritme) Apparaat voert DUP-MACcheck uit. Uit Apparaat is in offline-status. Apparaat is uitgeschakeld. Dit verbindingstype is niet geactiveerd. De verbinding moet in de master worden ingeschakeld. Knippert groen (1-sritme) Het apparaat is online. DUP-MAC-check is met succes voltooid. Er wordt een BIO-verbinding met een master gemaakt (configuring state). Ontbrekende, foute of niet volledige configuratie. Groen Online. Er is een BIO-verbinding gemaakt (established state). Knippert rood (1-sritme) Er is een corrigeerbare fout opgetreden. Bit-Strobe I/O-connection is in de Timeout-State. Rood Er is een niet-corrigeerbare fout opgetreden. BusOff. Tijdens de DUP-MACcheck is een fout geconstateerd. Als de deelnemer na ca. 2 s deze status niet verlaat, zijn er geen andere deelnemers gevonden. Er moet ten minste een andere DeviceNet-deelnemer worden ingeschakeld. De actuele deelnemer is herkend door de master, er werd echter een ander apparaattype verwacht. Voer de configuratie in de master nogmaals uit. Controleer de DeviceNetkabel. Controleer de timeoutreactie (P831). Indien er een reactie met fout is ingesteld, dient het apparaat gereset te worden nadat de fout verholpen is. Controleer de DeviceNetkabel. Controleer het adres (MAC- ID) (heeft een ander apparaat al hetzelfde adres?). geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" 102 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC I 0 8 BUS-F-led (rood) De BUS-F-led geeft de fysieke toestand van het busknooppunt weer. De functionaliteit wordt beschreven in de volgende tabel. Betekenis Oplossing Error Active State Error Passiv State Bus-Off State Uit Het aantal busfouten bevindt zich in het normale bereik (status error active). Status Led Functieniveau C T S DUP-MACtest Knippert rood (125- msritme) Het apparaat voert de DUP- MAC-controle uit en kan geen berichten verzenden, omdat er geen andere deelnemers zijn aangesloten op de bus (status error passive). Het aantal fysieke busfouten is te hoog. Er worden geen error-telegrammen meer actief naar de bus geschreven (status error passive). Knippert rood (1-sritme) Rood Bus-Off-status. Het aantal fysieke busfouten is ondanks de omschakeling naar de status error passive toegenomen. De toegang tot de bus wordt uitgeschakeld. Schakel ten minste een andere deelnemer in als er geen andere deelnemers zijn ingeschakeld. Als deze fout tijdens het bedrijf (d.w.z. bij actieve communicatie) optreedt, dienen de bedrading en afsluitweerstanden gecontroleerd te worden. Controle van de bedrading, afsluitweerstanden, baudrate en adres (MAC-ID). geldig voor gemarkeerd functieniveau: C = functieniveau "Classic" T = functieniveau "Technology" S = functieniveau "System" Technische handleiding MOVIFIT -MC 103
8 I 0 Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC 8.1.5 Optiespecifieke leds PROFIsafe optie S11 GEVAAR! Voor het gebruik van de PROFIsafe-optie S11 moet het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " in acht genomen worden. Dood of zeer zwaar letsel. Raadpleeg het SEW-document "Veilige uitschakeling voor MOVIFIT " voor de aanvullende aanwijzingen voor diagnose en bedrijf en de veiligheidsvoorwaarden bij toepassing van de PROFIsafe-optie S11! In dit hoofdstuk worden de optiespecifieke leds voor de PROFIsafe-optie S11 beschreven. Deze zijn in de volgende afbeelding donker weergegeven. De volgende afbeelding laat de PROFIBUS-variant als voorbeeld zien: DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BUS-F SYS-F DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 RUN 24V-S 24V-C FDI00 STO F-STATE FDO01 FDO00 FDI03 FDI02 FDI01 MOVIFIT Status van de leds "FDI.." resp. "FDO.." Led Status Betekenis F-DI0 geel HIGH-niveau op ingang F-DI0 uit LOW-niveau op ingang F-DI0 of open F-DI1 geel HIGH-niveau op ingang F-DI1 uit LOW-niveau op ingang F-DI1 of open F-DI2 geel HIGH-niveau op ingang F-DI2 uit LOW-niveau op ingang F-DI2 of open F-DI3 geel HIGH-niveau op ingang F-DI3 uit LOW-niveau op ingang F-DI3 of open F-DO0 geel Uitgang F-DO0 actief uit Uitgang F-DO0 inactief (uitgeschakeld) F-DO1 geel Uitgang F-DO1 actief uit Uitgang F-DO1 inactief (uitgeschakeld) 0722AXX 104 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Bedrijf Bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC I 0 8 Status van de led "STO" Led Status Betekenis STO geel Aandrijving in de veilige stop ("STO actief"). uit Aandrijving niet in de veilige stop ("STO niet actief"). Status van de led "F-STATE" Led Status Betekenis Oplossing F-STATE groen Optie S11 wisselt cyclisch data uit met - de F-host (data exchange). Normale bedrijfsstatus. rood Foutstatus in het veiligheidsdeel. Voedingsspanning 24V_O ontbreekt. uit Optie S11 bevindt zich in de initialisatiefase. Optie S11 niet aanwezig of niet geconfigureerd in de busmaster (insteekplaats 1 is leeg). knippert roodgroen Er was een fout in het veiligheidsdeel, oorzaak van de fout reeds verholpen - bevestiging vereist. Diagnose in de F-host uitlezen. Verhelp de oorzaak van de fout en in F-host bevestigen. Controleer de voeding. Controleer de configuratie van de busmaster. Bevestig fout in de F-host (herintegratie). WAARSCHUWING! Verkeerde interpretatie van de leds "FDI..", "FDO..", "STO" en "F-STATE". Dood of zwaar letsel. De leds hebben geen veiligheidsfunctie en mogen niet veiligheidstechnisch gebruikt worden! Technische handleiding MOVIFIT -MC 105
9 Service Apparaatdiagnose 9 Service 9.1 Apparaatdiagnose AANWIJZING Afhankelijk van het toegepaste functieniveau staan er verschillende functies ter beschikking, die daarom in de betreffende handboeken beschreven worden: handboek MOVIFIT -functieniveau "Classic"; handboek MOVIFIT -functieniveau "Technology"; handboek MOVIFIT -functieniveau "System". 9.2 Vector-elektronicaservice Neem contact op met de service van Vector Aandrijftechniek als de fout niet opgelost kan worden (zie hoofdstuk "Adreslijst"). Verstrek bij overleg met onze serviceafdeling altijd de volgende informatie: typeaanduiding [1]; serienummer [2]; cijfers van het statusveld [3]; korte beschrijving van de toepassing; soort fout; begeleidende omstandigheden (bijv. eerste inbedrijfstelling); eigen vermoedens; voorafgegane ongebruikelijke gebeurtenissen, enz. Voorbeeld typeplaatje ABOX [1] [2] [3] [1] [2] [A] [B] [3] 1202AXX [A] Typeplaatje buitenkant [B] Typeplaatje binnenkant [1] Typeaanduiding [2] Serienummer [3] Statusveld 10 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Service Verwijdering 9 9.3 Verwijdering Dit product bestaat uit: ijzer; aluminium; koper; kunststof; elektronische onderdelen. Voer de onderdelen overeenkomstig de geldende voorschriften af! Technische handleiding MOVIFIT -MC 107
10 kva i P f n Hz Technische gegevens CE-markering, UL-goedkeuring en C-Tick 10 Technische gegevens 10.1 CE-markering, UL-goedkeuring en C-Tick CE-markering Laagspanningsrichtlijn: Het aandrijfsysteem MOVIFIT voldoet aan de voorschriften van de laagspanningsrichtlijn 200/95/EG. Elektromagnetische compatibiliteit (EMC): MOVIFIT en MOVIMOT zijn als componenten voor de inbouw in machines en installaties bestemd. Zij voldoen aan de EMC-productnorm EN 1800-3 "Regelbare elektrische aandrijfsystemen". Als de installatieaanwijzingen worden opgevolgd, wordt voldaan aan de voorwaarden voor CE-markering van de gehele hiermee uitgeruste machine/installatie op basis van EMC-richtlijn 89/33/EEG. Uitvoerige aanwijzingen voor de EMC-genormeerde installatie vindt u in de brochure "EMC in de aandrijftechniek" van SEW-EURODRIVE. De CE-markering op het typeplaatje staat voor de conformiteit met laagspanningsrichtlijn 200/95/EG en met EMC-richtlijn 89/33/EEG. Op verzoek geven wij hiervoor een conformiteitsverklaring af. UL-goedkeuring De UL- en cul-goedkeuring is aangevraagd voor de apparaatserie MOVIFIT. C U L U L C-Tick De C-Tick-goedkeuring is aangevraagd voor de apparaatserie MOVIFIT. C-Tick certificeert de conformiteit met de ACA (Australian Communications Authority). 108 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Technische gegevens Algemene technische gegevens kva i P f n Hz 10 10.2 Algemene technische gegevens Algemene technische gegevens Voedingsspanning U net 3 x 380 V AC - 10%... 3 x 500 V AC + 10% Netfrequentie f net 50 Hz... 0 Hz ± 10% Netingangsstroom I net Afhankelijk van aangesloten MOVIMOT door motorbeveiligingsschakelaar begrensd tot nominale stroom van 12 A Kabelbeveiliging naar MOVIMOT Motorbeveiligingsschakelaar ABB MS11-12 Nominale stroom: 12 A (vooraf ingesteld) Technische data en karakteristieken zijn verkrijgbaar bij ABB. Kabellengte tussen MOVIFIT en MOVIMOT Max. 30 m (met hybride SEW-kabel, type B) Afscherming hybride kabel Binnenste afschermingen via EMC-afschermingsbeugels aanbrengen (zie paragraaf "Installatievoorschriften") Storingsimmuniteit Voldoet aan EN 1800-3 Netzijdige storingsemissie bij EMC-conforme installatie Omgevingstemperatuur Klimaatklasse Overeenkomstig grenswaarde klasse A volgens EN 55011 en EN 55014 Voldoet aan EN 1800-3 -25 C tot +0 C EN 0721-3-3, klasse 3K3 Opslagtemperatuur -25 C...+85 C (EN 0721-3-3, klasse 3K3) Toegestane slinger- en stootbelasting Beschermingsgraad Volgens EN 50178 IP5 conform EN 0529 (MOVIFIT -behuizing gesloten en alle kabeldoorvoeringen en stekeraansluitingen afgedicht) Soort koeling (DIN 41751) Zelfkoeling Overspanningscategorie III volgens IEC 04-1 (VDE 0110-1) Verontreinigingsklasse 2 volgens IEC 04-1 (VDE 0110-1) binnen de behuizing Opstellingshoogte h Tot 1000 m zonder beperkingen (vanaf 1000 m opstellingshoogte: zie paragraaf "Elektrische installatie Installatievoorschriften") Massa EBOX "MOVIFIT -MC": ca. 3,1 kg ABOX "MTA...-S01.-...-00": ca. 4,5 kg ABOX "MTA...-S11.-...-00", "MTA...-S21.-...-00": ca. 5,2 kg ABOX "MTA...-H11.-...-00", "MTA...-H21.-...-00": ca.,0 kg 10.3 Algemene elektronische gegevens Algemene elektronische gegevens Elektronica- en sensorvoeding 24V-C(ontinuous) U IN = 24 V DC -15% / +20% volgens EN 1131-2 I E Â 500 ma, typisch 200 ma (voor MOVIFIT -elektronica) plus maximaal 1500 ma (3 x 500 ma) voor sensorvoeding (afhankelijk van aantal en soort aangesloten sensoren) Attentie: bij voeding van 24V-S en 24V-P uit 24V-C moeten de onderstaande stroomwaarden worden opgeteld! Actorvoeding 24V-S(witched) U IN = 24 V DC -15% / +20% volgens EN 1131-2 I E Â 2000 ma (4 uitgangen met elk 500 ma of 1 x sensorvoeding - groep 4 met 500 ma) Regelaarvoeding 24V-P U IN = 24 V DC -15% / +20% volgens EN 1131-2 I E Â 750 ma, typisch 450 ma bij drie aangesloten MOVIMOT 's Potentiaalscheiding Afscherming buskabels Gescheiden potentialen voor: Veldbus-aansluiting (X30, X31) potentiaalvrij SBus-aansluiting (X35/1-3) potentiaalvrij 24V_C voor DI00..DI11, diagnose-interface (X50), MOVIFIT -elektronica 24V_S voor DO00..DO03 en DI12..DI15 24V_P voor MOVIMOT -signaalaansluitingen (X71, X81 en X91) 24V_O voor geïntegreerde optiekaart Via metalen EMC-kabelwartels of via EMC-afschermingsbeugels aanbrengen (zie paragraaf "Installatievoorschriften") Technische handleiding MOVIFIT -MC 109
10 kva i P f n Hz Technische gegevens Digitale ingangen 10.4 Digitale ingangen Digitale ingangen Aantal ingangen 1 Ingangstype Plc-compatibel volgens EN 1131-2 (digitale ingangen type 1) R i ca. 4 kê, aftastcyclus  5 ms Signaalniveau +15 V.. +30 V "1" = contact gesloten -3 V..+5 V "0" = contact open Sensorvoeding (4 groepen) 24 V DC volgens EN 1131-2, bestand tegen externe spanning en kortsluiting Nominale stroom Spanningsverlies intern 500 ma per groep max. 2 V Potentiaalreferentie Groep I...III Æ 24V-C Groep IV Æ 24V-S 10.5 Digitale uitgangen Digitale uitgangen Aantal uitgangen 4 Uitgangstype Nominale stroom Lekstroom Spanningsverlies intern Potentiaalreferentie Plc-compatibel volgens EN 1131-2, bestand tegen externe spanning en kortsluitvast 500 ma Max. 0,2 ma Max. 2 V DO00..DO03 Æ 24V-S 110 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Technische gegevens Interfaces kva i P f n Hz 10 10. Interfaces Interfaces RS-485-interfaces naar de MOVIMOT 's Overdrachtssnelheid Kabellengte SBus-interface (niet bij functieniveau Classic) Overdrachtstechniek Busafsluiting Diagnose-interface RS-485 Max. 31,25 kbit/s Max. 30 m (met hybride SEW-kabel, type B) Interface naar overige SBus-compatibele SEW-apparaten CAN-bus volgens CAN-specificatie 2.0, deel A en B. Conform ISO 11898 120 Ê afsluitweerstand in combinatie met ABOX "MTA...-S01.-...-00" vast ingebouwd en met schakelaar bij te schakelen. Bij alle andere ABOX-uitvoeringen moet er een externe afsluitweerstand worden gebruikt. Diagnose-interface, niet galvanisch gescheiden van MOVIFIT -elektronica 10..1 PROFIBUS-interface PROFIBUS-interface Functieniveau Classic Technology System PROFIBUS-protocolvariant PROFIBUS-DP/DPV1 Ondersteunde baudrates 9, kbaud... 1,5 MBaud / 3... 12 MBaud (met automatische herkenning) Busafsluiting In combinatie met ABOX "MTA...-S01.-...-00" vast ingebouwd en met schakelaar bij te schakelen conform IEC 1158. Bij alle andere ABOX-uitvoeringen moet er een externe afsluitweerstand worden gebruikt. Toelaatbare kabellengte bij PROFIBUS Adresinstelling DP-identificatienummer Lengte diagnosedata Naam van het GSD-bestand Naam van het bitmapbestand 9, kbaud: 1200 m 19,2 kbaud: 1200 m 93,75 kbaud: 1200 m 187,5 kbaud: 1000 m 500 kbaud: 400 m 1,5 MBaud: 200 m 12 Mbaud: 100 m Voor de verdere uitbreiding kunnen verschillende segmenten via repeaters worden gekoppeld. De maximale uitbreiding of het maximale aantal cascaden vindt u in de handboeken van de DP-master of de repeatermodules. Adres 1..125 kan worden ingesteld met DIP-switches in de aansluitdoos Classic: 00A hex (2458 dec) bytes standaard-dp-diagnose Classic: SEW_00A.GSD SEW00AN.BMP SEW00AS.BMP Technology: 00B hex (24587 dec) Technology: SEW_00B.GSD SEW00BN.BMP SEW00BS.BMP System: 077A hex (1914 dec) System: SEW_077A.GSD Technische handleiding MOVIFIT -MC 111
10 kva i P f n Hz Technische gegevens Interfaces 10..2 PROFINET-interface PROFINET-interface Functieniveau Classic Technology PROFINET-protocolvariant PROFINET-IO RT Ondersteunde baudrates 100 Mbit SEW-identificatienummer 010Ahex Identificatienummer apparaat 2 Naam van het GSD-bestand GSDML-V2.1-SEW-MTX-jjjjmmtt.xml GSDML-V2.1-SEW-MTX-jjjjmmtt.xml Naam van het bitmapbestand SEW-MTX-Classic.bmp SEW-MTX-Technology.bmp 10..3 DeviceNet-interface DeviceNet-interface Functieniveau Protocolvariant Ondersteunde baudrates Kabellengte DeviceNet 500 kbaud 250 kbaud 125 kbaud Busafsluiting Procesdataconfiguratie Bit-Strobe Response Adresinstelling Naam van de EDS-bestanden Naam van de pictogrambestanden Classic Master-Slave-Connection Set met polled I/O en bit-strobe I/O 500 kbaud 250 kbaud 125 kbaud Zie DeviceNet-specificatie V 2.0 100 m 200 m 400 m 120 Ê (extern in te schakelen) Zie handboek MOVIFIT -functieniveau Classic Terugmelding van de apparaatstatus via de Bit-Strobe I/O-data DIP-switches MOVIFIT_Classic.eds MOVIFIT_Classic.ico 112 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Technische gegevens Hybride kabel "Kabeltype B" kva i P f n Hz 10 10.7 Hybride kabel "Kabeltype B" Mechanische opbouw B BK L 1 WH 0V OG RS+ GN RS- BK L 2 BK L 3 WH 0V RD 24V [1] GNYE 0858AXX [1] Afscherming SEW-vestigingsnorm W3251 (814 517 2) Voedingsaderen: 4 x 1,5 mm 2 Stuuraderpaar: 2 x 0,75 mm 2 Stuuradergroep: 3 x 0,75 mm 2 Isolatie: TPE-E (polyester) Geleider: E-CU-ader blank, zeer dunne, enkele draad  0,1 mm Scherm: van E-Cu-draad vertind. Totale diameter: 13,2... 13,8 mm Kleur buitenmantel: zwart Elektrische eigenschappen Weerstand geleider voor 1,5 mm 2 (20 C): max. 13 Ê/km Weerstand geleider voor 0,75 mm 2 (20 C): max. 2 Ê/km Bedrijfsspanning voor ader 1,5 mm 2 : max. 750 V ( 00 V) Bedrijfsspanning voor ader 0,75 mm 2 : max. 350 V ( 00 V) Isolatieweerstand bij 20 C: min. 20 MÊ x km Technische handleiding MOVIFIT -MC 113
10 kva i P f n Hz Technische gegevens Hybride kabel "Kabeltype B" Mechanische eigenschappen Geschikt voor sleepketting buigcycli > 2,5 miljoen bewegingssnelheid  3 m/s Buigradius in de sleepketting: 10 x doorsnede in vaste aanleg: 5 x doorsnede Torsiebestendigheid (bijv. carrouseltoepassingen) torsie max. ± 180 op een kabellengte > 1 m torsiecycli > 100.000 AANWIJZING Als in het bewegingspatroon buigwisselingen en een hoge torsiebelasting op een lengte van < 3 m optreden, moeten de mechanische randvoorwaarden nauwkeuriger gecontroleerd worden. Neem in dit geval contact op met Vector Aandrijftechniek. Thermische eigenschappen Verwerking en bedrijf: -30 C tot +90 C ( : -30 C tot +90 C) 1) Transport en opslag: -40 C tot +90 C ( : -40 C tot +90 C) 1) Niet ontvlambaar conform UL1581 Vertical Wiring Flame Test (VW1) Niet ontvlambaar conform CSA C22.2 Vertical Flame Test Chemische eigenschappen Oliebestendig conform VDE 0472 paragraaf 803 testwijze B Algemene brandstofbestendigheid (bijv. diesel, benzine) conform DIN ISO 722 deel 1 en 2 Algemene bestendigheid tegen zuren, logen en reinigingsmiddelen Algemene bestendigheid tegen stof (bijv. bauxiet, magnesiet) Isolatie- en mantelmateriaal halogeenvrij conform VDE 0472 deel 815 en siliconenvrij Binnen het gespecificeerde temperatuurbereik vrij van substanties die een nadelig effect op het lakken hebben 1) De kabel is gecertificeerd conform UL-Style 20990C 00V en CSA AWM II A/B 90C 00V 114 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Technische gegevens Maatschetsen MOVIFIT -MC kva i P f n Hz 10 10.8 Maatschetsen MOVIFIT -MC 10.8.1 Maatschets in combinatie met ABOX met klemmen en kabelwartels "MTA...-S01.-...-00" M25 M1 M20 M1 [1] M20 328.8 302.8 min. 40 317.3 280 min. 50 12 25. 179.7 334.4 1184AXX [1] Diagnose-interface onder de afdichtschroef Technische handleiding MOVIFIT -MC 115
10 kva i P f n Hz Technische gegevens Maatschetsen MOVIFIT -MC 10.8.2 Maatschets in combinatie met hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00" M25 M20 min.40 359.2 337.5 317.3 25. 280 min.50 [1] 179.7 189.2 334.4 0484AXX [1] Diagnose-interface onder de afdichtschroef 11 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Technische gegevens Maatschetsen MOVIFIT -MC kva i P f n Hz 10 10.8.3 Maatschets in combinatie met HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00" 357.5 332.4 31. min.40 25. 280 min.50 min.100 [1] 188.8 334.4 0498AXX [1] Diagnose-interface onder de afdichtschroef Technische handleiding MOVIFIT -MC 117
11 Index 11 Index A Aanhaalmomenten...25 Aansluitvoorbeeld energiebus...74 energiebus in combinatie met HANmodular -stekerverbinding...7 energiebus in combinatie met klemaansluiting...74 Aansluitvoorbeelden veldbussystemen...77 DeviceNet...80 PROFIBUS...77 PROFINET...79 ABOX (passieve aansluiteenheid)...14 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00"...14 HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00"...1 hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00 resp. "MTA...-S21.-...-00"...15 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00"...34 aanvullende installatievoorschriften...34 klembezetting onafhankelijk van veldbus/optie...38 maatschets...115 opbouw van het apparaat...14 optie-afhankelijke klembezetting...44 veldbusafhankelijke klem-/pinbezetting...45 Algemene aanwijzingen...5 beperking van aansprakelijkheid...5 garantieaanspraken...5 opbouw van de veiligheidsaanwijzingen...5 Apparaatdiagnose...10 B Bedrijf... 9, 94 bedrijfsindicaties MOVIFIT -MC...94 algemene leds...94 busspecifieke leds voor DeviceNet...100 busspecifieke leds voor PROFIBUS...95 busspecifieke leds voor PROFINET...97 optiespecifieke leds...104 Beperking van aansprakelijkheid...5 C C-Tick...108 CE-markering...108 Centraal openings-/sluitmechanisme...23 aanwijzingen voor het sluiten van de MOVIFIT...24 bediening...23 D DeviceNet... 80, 93, 100, 112 Doelgroep... E EBOX (actieve elektronica-eenheid)... 13 Elektrische aansluiting... 8 Elektrische installatie... 2 aansluitvoorbeeld energiebus... 74 aansluitvoorbeelden veldbussystemen... 77 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00"... 34 HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00"... 2 hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00"... 48 hybride kabel... 82 installatieontwerp vanuit EMC-optiek... 2 installatievoorschriften (alle uitvoeringen)... 27 pc-aansluiting... 81 G Garantieaanspraken... 5 H HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00"... 2 beschrijving van de aansluitmethode... 3 bezetting klem X29... bezetting M12-stekerverbinding X14... 70 bezetting M23-uitbreidingsstekerverbinding X19... 9 bezetting stekerverbinding X1 van energiebus... 4 bezetting van de M12-stekerverbindingen X21 tot X28... 7 bezetting van de M12-stekerverbindingen X41 tot X44... 8 bezetting van de stekerverbindingen X7 / X8 / X9... 5 diagnose-interface X50 (RJ10-bus)... 73 maatschets... 117 opbouw van het apparaat... 1 stekerverbinding voor veldbusaansluiting... 71 HARTING Power-S... 7 Hijswerktoepassingen... 7 Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00 resp. "MTA...-S21.-...-00" opbouw van het apparaat... 15 118 Technische handleiding MOVIFIT -MC
Index 11 Hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00"...48 aanvullende installatievoorschriften...48 beschrijving van de aansluitmethode...51 bezetting M12-stekerverbinding X14...58 bezetting M23-uitbreidingsstekerverbinding X19...57 bezetting van de M12-stekerverbindingen X21 tot X28...55 bezetting van de M12-stekerverbindingen X41 tot X44...5 diagnose-interface X50 (RJ10-bus)...1 klembezetting...52 maatschets...11 stekerverbinding voor veldbusaansluiting...59 Hybride kabel...113 aansluiting...84 chemische eigenschappen...114 elektrische eigenschappen...113 mechanische eigenschappen...114 mechanische opbouw...113 overzicht...82 thermische eigenschappen...114 I Inbedrijfstelling...8 inbedrijfstelling MOVIFIT -MC...90 inbedrijfstelling in combinatie met DeviceNet...93 inbedrijfstelling in combinatie met PROFIBUS...90 inbedrijfstelling in combinatie met PROFINET...92 inbedrijfstelling MOVIMOT...88 inbedrijfstellingsinstructies...8 inbedrijfstellingsprocedure MOVIFIT -MC...87 Installatievoorschriften...19 mechanische installatie...19 Installatievoorschriften (alle uitvoeringen)...27 aanwijzingen voor de PE-aansluiting...28 aardlekschakelaar...27 bedradingstest...33 betekenis van de 24V-spanningsniveaus...30 beveiligingsvoorzieningen...32 definitie PE, FE...29 energieverdeling en kabelbeveiliging...32 netmagneetschakelaar...27 opstellingshoogten vanaf 1000 m boven zeeniveau...33 stekerverbindingen...32 voedingskabels aansluiten...27 Installatievoorschriften, aanvullend voor "MTA...-S01.-...-00"... 34 aansluiting van de hybride MOVIMOT - kabel... 37 aansluiting van de PROFIBUS-kabel in de MOVIFIT... 3 adereindhulzen... 34 klemmen activeren... 35 toegestane aansluitdoorsnede en stroombelastbaarheid van de klemmen... 34 Installatievoorschriften, aanvullend voor "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00"... 48 aansluiting van de hybride MOVIMOT - kabel... 50 adereindhulzen... 48 bediening van de SPEEDCON M12- stekerverbinding... 49 klemmen activeren... 49 toegestane aansluitdoorsnede en stroombelastbaarheid van de klemmen... 48 L Ledindicaties... 94 algemene leds... 94 busspecifieke leds voor DeviceNet... 100 busspecifieke leds voor PROFIBUS... 95 busspecifieke leds voor PROFINET... 97 optiespecifieke leds... 104 M Maatschetsen MOVIFIT -MC... 115 in combinatie met ABOX met kabelwartels "MTA...-S01.-...-00"... 115 in combinatie met HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00"... 117 in combinatie met hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00" resp. "MTA...-S21.-...-00"... 11 Mechanische installatie... 19 centraal openings-/sluitmechanisme... 23 installatievoorschriften... 19 montagevoorschriften... 20 toegestane montagepositie... 19 Montagepositie, toegestane... 19 Montagevoorschriften... 20 MOVIFIT sluiten... 24 Technische handleiding MOVIFIT -MC 119
11 Index O Opbouw van het apparaat...12 ABOX (passieve aansluiteenheid)...14 ABOX met klemmen en kabeldoorvoeringen "MTA...-S01.-...-00"...14 HanModular -ABOX "MTA...-H11.-...-00" resp. "MTA...-H21.-...-00"...1 hybride ABOX "MTA...-S11.-...-00 resp. "MTA...-S21.-...-00"...15 EBOX (actieve elektronica-eenheid)...13 overzicht...12 typeaanduiding ABOX...18 EBOX...17 Openings-/sluitmechanisme...23 aanwijzingen voor het sluiten van de MOVIFIT...24 bediening...23 Opslag...7 Opstelling...7 P Pc-aansluiting...81 diagnose-interface...81 interface-omvormer...81 PROFIBUS... 77, 90, 95, 111 PROFINET... 79, 92, 97, 112 R Relevante documenten...7 Toepassing conform de voorschriften... Transport... 7 Typeaanduiding... 17 ABOX... 18 EBOX... 17 U UL-goedkeuring... 108 USB11A... 81 UWS21B... 81 V Veilige scheiding... 8 Veiligheidsaanwijzingen... algemeen... bedrijf... 9 doelgroep... elektrische aansluiting... 8 opbouw van de veiligheidsaanwijzingen... 5 opstelling... 7 relevante documenten... 7 toepassing conform de voorschriften... hijswerktoepassingen... 7 veiligheidsfuncties... 7 transport, opslag... 7 veilige scheiding... 8 Veiligheidsfuncties... 7 Veldbussystemen... 77 Verwijdering... 107 W Wijzigingsindex... 10 S Service...10 apparaatdiagnose...10 Vector-elektronicaservice...10 verwijdering...107 T Technische gegevens...108 algemene elektronische gegevens...109 algemene technische gegevens...109 digitale ingangen...110 digitale uitgangen...110 hybride kabel "Kabeltype B"...113 interfaces...111 DeviceNet-interface...112 PROFIBUS-interface...111 PROFINET-interface...112 maatschetsen...115 120 Technische handleiding MOVIFIT -MC
SEW-EURODRIVE Driving the world EBOX (actieve elektronica-eenheid) MTM...-...-00 ABOX (passieve aansluiteenheid) MTA...-S01.-...-00 DI07 DI0 DI05 DI04 DI03 DI02 DI01 DI00 BUS-F SYS-F DI15/Do03 DI14/DO02 DI13/DO01 DI12/DO00 DI11 DI10 DI09 DI08 RUN-PS RUN 24V-S 24V-C MOVIFIT MOVIFIT -MC voor de aansturing van MOVIMOT -aandrijvingen Aansluitbox met klemmen en kabeldoorvoeringen MTA...-S11.-...-00 MTA...-S21.-...-00 Hybride aansluitbox met klemmen en M12-stekerverbindingen MTA...-H11.-...-00 MTA...-H21.-...-00 HanModular -aansluitbox met HanModular - en M12-stekerverbinding
Motorreductoren \ Industrial Gears \ Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Service Hoe we de wereld in beweging houden Met mensen die snel en goed denken en samen met u werken aan de toekomst. Met een service die wereldwijd onder handbereik is. Met aandrijvingen en besturingen die uw productiviteit vergroten. Met veel knowhow van de belangrijkste branches van deze tijd. Met compromisloze kwaliteit die een storingvrij bedrijf garandeert. SEW-EURODRIVE Driving the world Met een wereldwijde aanwezigheid voor snelle en overtuigende oplossingen. Overal. Met innovatieve ideeën die morgen al de oplossing voor overmorgen in zich hebben. Met internet dat u 24 uur per dag toegang biedt tot informatie, waaronder software-updates. SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG P.O. Box 3023 D-742 Bruchsal / Germany Phone +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 sew@sew-eurodrive.com www.sew-eurodrive.com