RAAP Archeologisch Adviesbureau



Vergelijkbare documenten
0 Archeologische begeleiding (AB) Opsteller Naam, adres, telefoon, datum paraaf Auteur

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop

Programma van Eisen AK PUTTEN T (0341) E mstruijs@putten.nl. Naam, adres, telefoon, datum paraaf. Regio Noord-Veluwe

Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sportlaan, Heerjansdam, Gemeente Zwijndrecht, B&G rapport 899

RAAP-NOTITIE Plangebied Weideveld. Gemeente Bodegraven Een archeologische begeleiding

CHECKLIST. vooronderzoek. Omdat ook voor archeologische opgravingen een PvE verplicht is, is

PLAN VAN AANPAK. Pagina 1 van 7 LOCATIE. Knegsel, gemeente Eersel PROJECT

Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.

Mevr. M. Burger,

KWALITEITSNORM NEDERLANDSE ARCHEOLOGIE 2005

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

Archeologische MonumentenZorg

Programma van Eisen. Protocol 4001

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport

8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente Horst aan de Maas

CHECKLIST. Beoordeling standaard rapport IVO-waarderend

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent.

Quickscan Archeologie. Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad

: Archeologische begeleiding in Katwijk, Tweede Mientlaan

4 Archeologisch onderzoek

Archeologie Deventer Briefrapport 27. November Controleboringen Cellarius - De Hullu (project 494)

Beulakerweg 127 te Giethoorn, gem. Steenwijkerland (Ov.)

Een oppervlaktekartering in plangebied Barneveld-Noord. Archol. S. Baas

OMnummer: Datum: Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr ) Opdrachtgever (LS01)

RAAP-PvE 1381 Programma van Eisen Inventariserend veldonderzoek (proefsleuven) Plangebied Volkel West II Gemeente Uden

RICHTLIJNEN VOOR HET UITVOEREN VAN ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN NIET- GRAVEND INVENTARISEREND VELDONDERZOEK IN DE GEMEENTEN:

PROTOCOL OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN

Roermond, Swalmen schorsdepot

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

Archeologische Quickscan

Archeologische Begeleiding

Hoorn. 1 h APR. Gemeente Opmeer t.a.v. dhr. M. Goverde Postbus ZK Spanbroek. Hoorn, Geachte heer Goverde,

Opgraving Hengelo Winkelskamp Grafveld

Een leidingsleuf in Katwijk Klei-Oost Zuid. Een archeologische begeleiding aan de Trappenberglaan te Rijnsburg. A. Porreij-Lyklema. Archol.

CHECKLIST. en Wetenschap aan instellingen die hebben aangetoond bekwaam te zijn tot het doen van

ARCHEOLOGISCHE BEGELEIDING VAN DE SANERING VAN ZINKASSEN HEIJERSTRAAT 26 TE WESTERHOVEN GEMEENTE BERGEIJK

Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554

Bijlage 5a. De AMZ-cyclus op land

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. Honderdland Ontwikkelingscombinatie cv Honderdland, fase2

PROGRAMMA VAN EISEN. Gemeente: Eindhoven Plaats: De Bergen (centrum) Project: Luciferterrein

Archeologisch onderzoek begeleiding Kevelderstraat Groenlo GRONTMIJ ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 68

ADVIES ARCHEOLOGIE 16 dec 2013

Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen

Bijlage: Programma van Eisen Opgraving

Dordrecht Ondergronds Waarneming 6 VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief

Archeologische Quickscan

Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat (QSnr ) Stadsdeel: Centrum Adres: Eerste Oosterparkstraat

Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38

MEMO. Projectgegevens

Quickscan Inleiding Resultaten quickscan

Dordrecht Ondergronds 33

Quickscan Archeologie

Nota van wijziging: Aanvulling op Programma van Eisen (Transect- PvE A.A. Kerhoven/ A. Hakvoort)

Rotterdamseweg 202 in Delft

Dordrecht Ondergronds 51. Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek.

PLAN VAN AANPAK ARCHEOLOGISCH INVENTARISEREND ONDERZOEK H023 OOST, HAARLEM

Specialistisch Onderzoek

Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA

Figuur 1 Geulafzettingen (Bron: CHS)

Adviesdocument 768. Oranjerie landgoed Mattemburgh, gemeente Woensdrecht. Project: Projectcode: HOOM2. Opdrachtgever: Brabants Landschap

4 Conclusies en aanbevelingen

Heesch - Beellandstraat

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 6 april 2011 Status Definitief

Programma van eisen Erfgoed Leiden e.o. Gemeente Leiden

V&L. Selectiebesluit archeologie Breda, Klokkenberg. Bijlage 5 bij besluit 2017/2000-V1

Verkennend archeologisch onderzoek IVO Vorstenbosch-Bergakkers fase 2. R. Jansen, L.G.L. van Hoof

Brede Afspraak Archeologie

Dordrecht Ondergronds Waarneming 2 DORDRECHT, SPUIBOULEVARD

Bureauonderzoek Archeologie

Gemaal Monnickendam. RAAP-PvE 1194 Archeologische begeleiding (protocol opgraven) Gemeente Waterland

Bureau voor Archeologie. Plan van Aanpak booronderzoek Achterdijk 2-1, Arkel, gemeente Giessenlanden

Archeologisch onderzoek De Berghorst te Enter Noord

PROGRAMMA VAN EISEN. voor archeologische begeleidingen en waarnemingen binnen het historisch centrum van Haarlem

MEMO. Alphen aan den Rijn. Stevinstraat CR ALPHEN AAN DEN RIJN. Contactpersoon opdrachtgever Dhr. R. Teunisse; (0172) / (06)

RICHTLIJNEN VOOR HET UITVOEREN VAN ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN NIET-GRAVEND INVENTARISEREND VELDONDERZOEK IN DE GEMEENTEN:

GEMEENTE WIERDEN ARCHEOLOGISCHE INVENTARISATIE EN VERWACHTINGSKAART

Locatie Zandoerleseweg, perceel 845 Datum onderzoek 21 Juni 2010 Datum evaluatieverslag 21 juni 2010 Opstelier evaluatieverslag

Richtlijn uitvoering archeologisch onderzoek gemeente Utrechtse Heuvelrug september 2013, versie 1.0

RAAP-NOTITIE Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Transcriptie:

RAAP Archeologisch Adviesbureau datum: ons kenmeric 12849RTVA4 052923 doe behandeld dcwr: drs C N Kruidhof uw brief van: uw referentie: bijlage(n): 1 betreft: Programma van Eisen m b t plangebied rond de reconstructie van de N209 te gemeente Rotterdam Provincie ZuidHolland Mevrouw M.W. Ilahibaks Postbus 90602 2509 LP Den Haag,. Provincraal Bestuur van Zuid Holland 8 JUNI 2009 Geachte mevrouw Ilahibaks, Datum ontvangst Hierbij hebben wij het genoegen u 1 exemplaar aan te bieden van de herziene conceptversie van het Programma van Eisen m.b.t. plangebied rond de reconstructie van de N209 te gemeente Rotterdam. Het Programma van Eisen zal worden getoets door het bevoegd gezag (de Provincie ZuidHolland). Nadat het Programma van Eisen is goedgekeurd door het bevoegd gezag, zal de definitieve versie worden vervaardigd. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u natuuriijk te allen tijde contact met ons opnemen. Metvrifendélijke^roet, Me\kJm/C.U. Kruidhof Cc: dhr. R.H.P. Proos, provinciaal archeoloog ZH RAAP Hoorciksntoor Laauwenvetdseweg 5b 1382IVV/ef";r Postt ^JSC ^ MWJi ' T 0294491500 F 0294491519 Eraap@raapnl K«K 34137810 pdstc^ank 4805648 ABN AMRO 54C2695ei RAAP NoofdN«derlarKl De KECI 11 9206 BG Df achten 1 Of 12 539 1.^0 F0S12S39 860 F iaapnrt@raap nl RAAP OostN«defland Powbus 50 6970 AB Bfummen T 0575 567 876 F 0575 567 066 E (aaponl@faap m RAAP ZuidNederland DeS LoNnansHaal 11 6004 AMWeefi T 0495 51 35 Se. F 0495 51 35 40 F r;»^?niera*fi m RAAP WMtN«dw<anct Postbus 4025 2301 RA Laden T071 576 81 18 F071 531 6269 E twêpurt^rtêp.h

RAAPPvE 645 Programma van Eisen Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven Reconstructie N209, Doenkade (deelgebied 1) Gemeente Rotterdam Goedkeuring PvE door Provincie ZuidHolland Handtekening voor akkoord Functie en Naam: dhr. R.H.P. Proos, provinciaal archeoloog ZH d.d.: RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resukaten van dit onderzoek of de toepassing van de advtezen.

PvE 645, Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie PROGRAMMA VAN EISEN LOCATIE PROJECT Gemeente: Project: Plaats: Toponiem: Rotterdam Reconstructie N209 Rotterdam N209, Doenkade Reconstructie N209 PLAATS BINNEN ARCHEOLOGISCH PROCES Inventanserend veldonderzoek (IVO) Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven OPSTELLER Auteur Projectleider (senior archeoloog): Medeopsteller{s) FiAAP'Projectcode F\E Naam, adres, telefoon, email Mevrouw drs. C.N. Kruidhof RAAP WestNederiand Postbus 4025 2301 RA Leiden tel 0715768118 email: c.kruidhof@raap.nl De heer drs. Y. Raczynski Henk 12849RTVA4 datum paraaf OPDRACHTGEVER Naam, adres, telefoon, email Provincie ZuidHolland Mevrouw M.W. Ilahibaks Postbus 90602 2509 LP Den Haag tel: 0704417357 email: mw.ilahibaks@pzh.nl datum paraaf BEVOEGD GEZAG Provincie Naam, adres, telefoon, email Provincie ZuidHolland De heer R.H.P. Proos Postbus 90602 2509 LP Den Haag tel: 0704418445 email: rhp.proos@pzh.nl datum paraaf UITVOEREND BEDRIJF / INSTELLING Naam Nog niet bekend Contactpersoon Telefoon/ email DATUM ONDERZOEK Start Duur Nog niet bekend. De start van de archeologische begeleiding is afhankelijk van de start van de civiele graafwerkzaamheden. De duur van de archeologische begeleiding is afhankelijk van de dooriooptijd van de civiele graafwerkzaamheden.

PvE 645, Aruheokjgische tyegeleidir^g protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie 4 BASISGEGEVENS Projectnaam Provincie Gemeente Plaats Toponiem Gemeentecode Kaartblad X coördinaat Y coördinaat Kadasternr CMA/AMKstatus CAAnr. CMAnr. ARCHISmonumentnr ARCHISwaarnemingsnr CIScode (onderzee ksmeldingsnummer) Oppervlakte plan of onderzoeksgebied Huidig grondgebruik Programma van Eisen archeologische begeleiding reconstructie N209 te gemeente Rotterdam ZuidHolland Rotterdam Rotterdam Doenkade 37E en 37F op de topografische kaart 1:25000 89.724 (centrumcoördinaten) 441.551 (centrumcoördinaten) Voor aanvang van het onderzoek dient de CIScode aangevraagd te worden bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuuriandschap en Monumenten (RACM). Deelgebied 1 heeft een oppervlakte van circa 41,7 ha. Een deel hiervan (van de Al 3 tot aan de kruising van de Doenkade en de Bovendijk) betreft het onderzoeksgebied. Dit heeft een omvang van circa 32,4 ha. Grasland/akkeriand PERIODE(N) Middeleeuwen (vroeg/laat) Nieuwe tijd (vroeg/laat) COMPLEXTYPE(N) Kade, vermoedelijk dijklichaam Kade, vermoedelijk dijklichaam

PvE 645, Archeobgische begeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). corkeptversie 1. Doel en reden van het onderzoek Doel Reden Selectiebesluit (alleen na IVO) Doel van de archeologische begeleiding is het veritrijgen van inzicht in de aan of afwezigheid van archeologische waarden. Meer specifiek in de aan of afwezigheid van een landscheidingskade, vermoedelijk in de vorm van een dijklichaam. Er is een reconstructie gepland van de provinciale weg N209. Ten behoeve van de reconstructie zullen ter hoogte van de Doenkade (tussen de Al 3 en de Bovendijk) verschillende bodemingrepen plaatsvinden. Het betreft o.a. een nieuw auto en fietsviaduct ter overbrugging van de Al 3, een ecoduiker, een (brom)fietstunnel en een aansluiting naar het toekomstige bedrijventerrein Schieveen en over gehele Doenkade verbreding van noordzijde van de weg. Ten behoeve van de wegverbredingen en aansluitingsweg zal de bodem tot circa 1 m Mv worden verstoord. Voor de (brom)fietstunnels zal worden ontgraven tot 5 m beneden het niveau van de bestaande weg en voor de duikers tot maximaal 3,5 m beneden niveau bestaande weg. Bij al deze ingrepen geldt dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden bedreigd. Niet van toepassing 2. Resultaten van het tot dusver uitgevoerde onderzoek Administratieve gegevens Bureauonderzoek Uitvoerder Uitvoeringsperiode Publicatie Overig onderzoek Uitvoerder Uitvoeringsperiode Uitvoeringsmethode Publicatie RAAP Archeologisch Adviesbureau bv 1990 Visscher, H.J.C., 1990. Oude Leede. Een archeologische kartering en inventarisatie. RAAPrapport 36A. Stichting RAAP, Amsterdam. Bekius, D., 2009. Plangebied reconstructie N209, projectnummers 120930, 120933 en 120934; gemeenten Rotterdam en Lansingerland; archeologische quickscan. RAAPnotitie 3051. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. BOOR RAAP 2005 2009 Karterend en verkennend booronderzoek Schiltmans, D.E.A., 2005. Rotterdam Polder Schieveen. Een archeologische inventarisatie door middel van grondboringen. BOORrapporten 239. Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam. Raczynski Henk, Y., 2009. Plangebied N209, deelgebieden 1 en 2. Gemeenten Rotterdam en Lansingeriand Archeologisch vooronderzoek: verkennend booronderzoek RAAP WoW/e 3128

PvE 645, Archeologische t)egeleiding protocol Proefeteuven, Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie Bewaarplaats van vondsten en documentatie De documentatie van het uitgevoerde onderzoek bevindt zich in het archief van BOOR en RAAP West Nederland te Leiden. De vondsten van het uitgevoerde onderzoek bevinden zich in het Provinciaal Archeologisch Depot van de Provincie ZuidHoliand. Resultaten: landschappelijke en aardwetenschappelijke context Huldig grondgebruik; (sub) recente ingrepen en verstoringen Het plangebied bestaat uit de Doenkade, een laat middeleeuws dijklichaam, en de daarop gelegen N209 en overige infrastructuur. NAPhoogte maaiveld circa 5 m NAP Grondwatertrap M Fysieklandschappelijke, geologische, geomorfologische en Het plangebied ligt in een zone met zee en geulafzettingen (ARCHIS kaartlaag geomorfologie: 2M35, vlakte van getijdeafzettngen). Het uiterste westen van het plangebied bodemkundige ligt in een zone met 'wadplaat, geul en komafzettingen aan kenmerken of onder het huidige oppervlak' (ARCHIS kaartlaag geomorfologie: 2M46, ontgonnen veenvlakte, al dan niet met klei en of zand in de ondergrond). De bodem in het plangebied bestaat uit moerige eerdgronden met een moerige bovengrond of moerige tussenlaag op nietgerijpte zavel of klei (ARCHIS kaartlaag bodem: U37Onr027). Cultuurlandschappelijke en historischgeograftsche kenmerken Resultaten: perioden en sites Regionale archeologische context De N209 kruist zones met fossiele geulen die behoren tot het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk). In veel gevallen zijn deze oude stroomgordels door afgraving en inklinking van de omliggende veen en kleigronden hoger komen te liggen dan hun omgeving (reliëfinversie). Mogelijk zijn deze hoger gelegen ruggen droog en geschikt geweest voor bewoning in het Neolithicum. Ten westen van de kruising van de Doenkade en de Oude Bovendijk zijn de stroomgordels door middel van booronderzoek nader onderzocht met als doel de mate van geschiktheid voor bewoning van de stroomgordel te bepalen (Schiltmans, 2005). De stroomgordels lijken niet geschikt te zijn geweest voor bewoning. Vrijwel direct ten westen van deelgebied 1 ligt een AMKterrein van hoge archeologische waarde (figuur 1) met mogelijke acheologische overblijfselen van de hofstede Rodenrijs uit de Late Middeleeuwen (monumentnr. 9446/CMAnr. 37E055). In 1989 en 1990 is historischgeografisch en archeologisch onderzoek in het plangebied verricht in het kader van de herinrichting Oude Leede (Dirkx & Vervloet, 1989; Visscher, 1990). Op basis van de aanwezigheid van droogmakerijgronden is destijds in het plangebied een selectieve archeologische veldkartering uitgevoerd. Hierbij zijn ten noorden van de kruising van de Doenkade en de Vliegveldweg (deelgebied 1) twee fragmenten aardewerk aangetroffen, waarvan één laatmiddeleeuws en één ondetenmineerbaar (ARCHISwaarnemingsnummers 100148 en 100151). In 2005 is in opdracht van het Ingenieursbureau van gemeentewerken Rotterdam (IWGR) een archeologische inventarisatie uitgevoerd in de Polder Schieveen, ten noorden van de Doenkade in deelgebied 1 (Schiltmans, 2005; figuur 4). In de rapportage van dit onderzoek wordt de Doenkade

PvE 645, Archeologische t>egeleiding protocol Proefsleuven, Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1), conceptversie j Aard en ouderdom van de vindplaats Gaafheid en conservering (stmcturen, sporen, vondsten, paleoecologische resten) Begrenzing en oppervlakte van de totale vindplaats Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen vermeld als 12eeeuwse landscheidingskade tussen Schieland en Delfland. De oorspronkelijke kade vermoedelijk een dijklichaam van niet meer dan één meter hoog zou moeten liggen in het tracé van de huidige Doenkade, ergens tussen de twee nu bestaande sloten ter weerszijden van de weg. Ter plaatse van de Doenkade en de Oude Bovendijk kunnen sporen van dijklichamen uit de Late Middeleeuwen verwacht worden. Op basis van de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken is het niet mogelijk een uitspraak te doen over gaafheid en conservering van structuren, sporen, vondsten en paleoecologische resten. De volledige vindplaats bevindt zich binnen de grenzen van het plangebied. De totale oppervlakte bedraagt circa 15 hectare. Op basis van de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken is het niet mogelijk een uitspraak te doen over archeologische stratigrafie. De archeologische lagen worden verwacht vanaf het maaiveld. Archeologische verwachting op basis van het vooronderzoek Structuren en sporen De stroomgordels in het plangebied zijn door middel van booronderzoek nader onderzocht met als doel de mate van geschiktheid voor bewoning van de stroomgordel te bepalen (Schiltmans, 2005). Op basis van het booronderzoek is de archeologische verwachting voor deze fossiele stroomgordels naar beneden bijgesteld tot een lage archeologische ven/vachting voor het Neolithicum. De stroomgordels lijken niet geschikt te zijn geweest voor bewoning. Artefacten: anorganisch Artefacten: organisch De Doenkade en de Oude Bovendijk zijn archeologisch onderzocht in kader van het plangebied Schieveen (Schiltmans, 2005). Op basis van dit onderzoek geldt voor deze zone een verhoogde ven/vachting voor de aanwezigheid van archeologische (dijk)resten daterend vanaf de Late Middeleeuwen. Tijdens het onderzoek wordt voldoende diagnostisch materiaal verzameld om een uitspraak te kunnen doen over de datering, de eventuele fasering en de conserveringstoestand van de vindplaats; Vondsten worden verzameld per stratigrafisch eenheid uit het profiel. Indien sporen worden aangetroffen worden vondsten per spoor verzameld; Metaalvondsten worden met behulp van een metaaldetector verzameld. Metaalvondsten op/in het vlak worden individueel ingemeten en verzameld. Tijdens het onderzoek wordt voldoende diagnostisch materiaal verzameld om een uitspraak te kunnen doen over de datering, de eventuele fasering en de conserveringstoestand van de vindplaats; Vondsten worden verzameld per stratigrafisch eenheid uit het profiel. Indien sporen worden aangetroffen worden vondsten per spoor verzameld.

PvE 645, Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie Paleoecologische resten Complexiteit 3. Vraagstelling Onderzoekskader, relatie met NGA, synergie. Onderzoeksvragen Aanbevelingen Beped<ingen 4. Veldwerk Strategie Fysischgeografisch onderzoek Er worden niet meer monsters genomen dan noodzakelijk voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen; Monsters ten behoeve van pollenonderzoek, macrobotanisch onderzoek, Cl 4 of dendrochronologisch onderzoek worden genomen in bij voorkeur dateerbare en in ieder geval houtskoolrijke of humeuze grondsporen; Monsters worden door of in overleg met een specialist verzameld. Standaard Aangezien sprake is van een Programma van Eisen voor een inventariserend veldonderzoek (PS02), hoeft dit onderzoek niet te passen binnen een speciaal onderzoekskader. Zijn tijdens de graafwerkzaamheden archeologische waarden of resten aangetroffen, die inzicht kunnen geven in de bewoningsgeschiedenis van het plangebied? Wat is de aard, diepteligging, mate van conservering en stratigrafische positie van het in de Doenkade opgenomen middeleeuwse dijklichaam? Wat is de exacte locatie van de archeologische resten? Wat is de diepte (t.o.v. maaiveld) en de hoogteligging (t.o.v. NAP) van de archeologische resten? Wat is de geologische context van de aangetroffen archeologische resten? Wat is de aard, datering en kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten? Hoe kunnen de aangetroffen archeologische resten worden gewaardeerd? Wat is de globale omvang van de archeologische resten in het horizontale vlak? Wat kan op basis van de resultaten van de archeologische begeleiding worden gezegd over de archeologische verwachting van de wijdere omgeving? Op basis van de onderzoeksresultaten dient het bevoegd gezag een goed afgewogen beslissing (selectiebesluit) te kunnen maken. Niet van toepassing De te verzamelen informatie is primair bedoeld om inzicht te krijgen in de aanwezige archeologische waarden en de kwaliteit en omvang daarvan. Er dient te worden gestreefd naar een onderzoek dat resulteert in de gewenste informatie en tegelijkertijd zo weinig mogelijk verstoring van de archeologische waarden teweegbrengt. Tijdens het archeologisch vooronderzoek is reeds fysischgeografische informatie verzameld. Als aanvulling hierop

PvE 645, Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie Methoden en technieken zullen volgende werkzaamheden worden verricht: per proefsleuf zal een lengteprofiel worden bestudeerd en geïnterpreteerd; de profielen worden getekend en gefotografeerd indien zij relevante informatie bevatten. De begeleiding zal bestaan uit het documenteren van dwarsprofielen door het dijklichaam. Dit gebeurt bij voorkeur op de locaties waar de diepste bodemingrepen plaatsvinden. De meest geschikt locaties zijn waarschijnlijk de (brom)fietstunnel waar wordt ontgraven tot 5 m Mv, de ecoduiker waar wordt ontgraven tot ca. 3,5 m Mv, de locaties van het auto en fietsviaduct. Bij het documenteren wordt de stratigrafie van het dijklichaam vastgelegd en dateerbare diagnostische vondsten en/of monsters worden uit de diverse lagen verzameld. Hierbij zullen de graafwerkzaamheden zo min mogelijk worden belemmerd. Voorgesteld wordt om in eerste instanties op 3 locaties een begeleiding uit te voeren, waarbij bij vooriceur een dwarsdoorsnede door het vermoedelijk aanwezige dijklichaam wordt verkregen en bestudeerd. Indien een dijklichaam of andere mogelijk behoudenswaardige resten worden aangetroffen, wordt zo snel mogelijk contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag over de te volgen strategie. Mogelijk is in dat geval aanvullend onderzoek noodzakelijk. Ook kan het zijn dat aanbevolen wordt om op de begeleiding uit te breiden naar nog andere locaties. Niet begeleidbare ingrepen: Weg verbredingen en aanleg aansluitingsweg hiervoor wordt tot slechts 1 m Mv ontgraven. Structuren en grondsporen Artefacten: anorganisch Het couperen van sporen, het vrijleggen van structuren (zoals hout of muurwerk) en skeletmateriaal en het vrijleggen en bergen van vondsten uit beerputten en dergelijke zijn werkzaamheden die behoren bij een archeologische opgraving. De volgende werkzaamheden vinden plaats: Noteren van baksteengrootte, metselverband en tienlaagsmaat; inmeten (x, y en zwaarden); tekenen; fotograferen; nummeren; selectief couperen van grondsporen; selectief afwerken van grondsporen. alle artefacten die tijdens het aanleggen van het vlak, tijdens het aanleggen van het profiel of bij het couperen van de sporen worden aangetroffen, worden verzameld; metaalvondsten worden met behulp van een metaaldetector verzameld. Metaalvondsten op/in het vlak worden individueel ingemeten en verzameld;

PvE 645, Archeologische tyegeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie ^ Q Artefacten: organisch Paleoecologische resten Bepertdngen spoorvondsten worden per spoor verzameld; verzamelwijze stortvondsten: Per proefsleuf worden de vondsten van de stort zeer selectief verzameld en geregistreerd. alle artefacten die tijdens het aanleggen van het vlak, tijdens het aanleggen van het profiel of bij het couperen van de sporen worden aangetroffen, worden verzameld; spoorvondsten worden per spoor verzameld; verzamelwijze stortvondsten: Per proefsleuf worden de vondsten van de stort zeer selectief verzameld en geregistreerd. van dateerbare grondsporen met (mogelijk) goed geconserveerd organisch materiaal, worden monsters genomen voor botanisch onderzoek, C14 of dendrochronologisch onderzoek. Deze monsters worden in deze fase nog niet gezeefd; er worden geen monsters genomen ten behoeve van pollenonderzoek, macrobotanisch onderzoek, C14of dendrochronologisch onderzoek. Niet van toepassing. 5. Uitwerking en conservering Analyse fysischegeografie Structuren en grondsporen Artefacten: anorganisch Artefacten: organisch Paleoecologische resten Beeldrapportage (objecttekeningen, foto's, Fysisch geografische analyse vindt indien mogelijk in het veld plaats. De analyse gebeurt op basis van de bestudeerde profielen. Grondsporen en structuren worden uitgewerkt tot op een niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen; De vondsten worden per materiaalcategorie beschreven en gewaardeerd; vondsten worden uitgewerkt tot het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen; bij (vergankelijke) vondsten dient in eerste instantie minimaal gezorgd te worden voor stabilisering van de staat waarin ze gevonden zijn. De vondsten worden per materiaalcategorie beschreven en gewaardeerd; vondsten worden uitgewerkt tot het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen; van de organische vondsten dient in eerste instantie minimaal de staat waarin ze gevonden zijn, gestabiliseerd te worden. Botmateriaal wordt wel gedetermineerd maar niet aan een nadere analyse onderworpen; van de eventuele grondmonsters dienen de meest veelbelovende door een specialist te worden gewaardeerd om te bepalen of het voldoende zinvol is dat ze verder worden uitgewerkt/geanalyseerd. Indien dit het geval is, dienen er ten minste 2 geanalyseerd te worden. In het rapport worden ten minste opgenomen: een locatiekaart, een overzicht van de uitgevoerde

PvE 645, Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven, Reconstructie N209, Doenkade (deelgebied 1). conceptversie j j kaarten, e.d.) Conservering geselecteerd materiaal (zie CvAKleidraad nr. 1) Beperi^ingen bodemingrepen en een overzicht van de aangetroffen sporen en structuren; Relevante profielinformatie wordt met foto('s) en tekening(en) verduidelijkt. Van de vondsten dient in eerste instantie de staat, waarin ze gevonden zijn, gestabiliseerd te worden. Na evaluatie van het veldwerk wordt bepaald welk materiaal in aanmerking komt voor duurzame consen/ering of eventueel zelfs restauratie. Niet van toepassing. 6. Eindproduct: rapportat ae en deponering Te leveren product Inhoud eindrapport Verschijning en oplage eindrapport Deponering Bepericingen Na afloop van het veldweri< worden de resuttaten van het onderzoek vastgelegd in een rapportage. De inhoudelijke eisen die zijn vastgelegd in de KNA vormen hiervoor de leidraad. De rapportage tievat in ieder geval de volgende onderdelen: samenvatting; inleiding; methoden; resultaten (waaronder een beschrijving van vlakken, profielen, sporen en structuren en een beschrijving van vondsten); conclusies en aanbevelingen (o.a. een selectieadvies). Van het conceptrapport worden 2 exemplaren geleverd. De opdrachtgever wordt in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren op de conceptrapportage. Van het eindrapport zullen 3 exemplaren aan de opdrachtgever worden gestuurd; om de inhoud van het rapport te laten aansluiten op het beleid van de overheid zullen bovendien 2 exemplaren aan de RACM en 1 exemplaar aan de provincie/gemeente worden geleverd; indien tijdens het onderzoek vondsten zijn aangetroffen, zal tevens een exemplaar van het eindrapport aan het provinciaal/gemeentelijk depot worden gestuurd. De vondsten en de opgravingsdocumentatie worden binnen twee jaar na afronding van het onderzoek conform de daarvoor geldende richtlijnen, overgedragen aan het provinciaal depot voor bodemvondsten van ZuidHolland, op voorwaarden van dit depot. Niet van toepassing. 7. Randvoorwaarden Personele randvoorwaarden Uitvoeringsperiode en Tijdens de graafwericzaamheden zijn twee archeologen aanwezig om waarnemingen te verrichten en eventuele archeologische resten, die worden blootgelegd, te documenteren. Het onderzoek wordt geautoriseerd door een senior KNAarcheoloog. De uitvoerdatum van het veldwerk dient in overieg met de opdrachtgever vastgesteld te worden. De

PvE 645, Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1). conceptversie ^ 2 opleveringstermijn veldwerk Uitvoeringscondities veldwerk Kwaliteitsbewaking, toezicht, overieg en evaluatie Selectieprocedure tijdens het veldwerk (i.h.b. bij archeologische begeleiding) dooriooptijd van het gehele onderzoek bedraagt (van start veldwerk tot levering concept rapportage) circa 10 weken. Een mondelinge presentatie van de vooriopige onderzoeksresultaten volgt direct na het veldwerk. Uiteriijk 10 dagen voorafgaand aan de start van het veldwerk dient de onderzoeksmelding in ARCHIS plaatste vinden. De exacte bepalingen en veiligheidsvoorschriften met betrekking tot het graven in het plangebied, dienen te worden opgenomen in het draaiboek dat door de opdrachtnemer aan de opdrachtgever wordt geleverd; het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen in het KNA. In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA van toepassing; dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Dit laat onverlet dat wettelijke en andere regelgeving aangaande het uitvoeren van werkzaamheden moet worden gevolgd (o.a. Arbowet); dit PvE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn. Bij aanvang van het onderzoek, wordt een melding gedaan aan het provinciaal depot van de provincie ZuidHolland. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk worden door de verantwoordelijke archeoloog dag en weekrapporten opgemaakt waarin de vordering van de werkzaamheden, de personele inzet, de venwerking en de opslag van kwetsbare materialen, de wetenschappelijke of technische ontwikkelingen en de inhoudelijke keuzes worden opgenomen. In de loop van het onderzoek vindt ook regelmatig (telefonisch) overieg plaats met de opdrachtgever; bij eventuele afwijkingen van de bepalingen uit het PvE wordt onmiddellijk contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag; Direct na afloop van het veldwerk wordt gestart met de administratieve uitwerking. Na afloop van de administratieve uitwerking wordt een evaluatierapport opgesteld waarin de vooriopige resultaten van het veldonderzoek worden geëvalueerd aan de hand van het PvE; De onderzoeksresultaten en de conceptrapportage zullen door het bevoegd gezag (de provinciaal archeoloog van ZuidHolland) worden getoetst aan dit PvE. Voorgesteld wordt om in eerste instanties op 3 locaties een begeleiding uit te voeren, waarbij bij vooriceur een dwarsdoorsnede door het vermoedelijk aanwezige dijklichaam wordt verkregen en bestudeerd. Indien een dijklichaam of andere mogelijk behoudenswaardige resten worden aangetroffen, wordt zo snel mogelijk contact

PvE 645, Archeokigische begeleiding protocol F^roefsleuven, Reconstructie N209. Doenkade (deelgebied 1), conceptversie ^ 3 opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag over de te volgen strategie. Mogelijk is in dat geval aanvullend onderzoek noodzakelijk. Ook kan het zijn dat aanbevolen wordt om de begeleiding uit te breiden naar nog andere locaties. Indien tijdens het veldweric vondsten (en/of structuren) worden gedaan waan/an de omvang, aard of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Samen met hen zal bepaald worden wat de te volgen strategie wordt. Uitvoeringsperiode uitweridng; opleveringstermijn (concept)eindrapport Termijn overdracht van vondsten, monsters en documentatie Procedure toetsing eindproduct door bevoegd gezag Indien tijdens de archeologische begeleiding een behoudenswaardige vindplaats wordt aangetroffen, wordt (Cf Art. 47 Mw) direct contact opgenomen met het bevoegd gezag (provincie ZuidHolland) over de te volgen strategie. De conceptrapportage is uiteriijk 8 weken na afronding van de veldwerkzaamheden beschikbaar voor de opdrachtgever. Onderzoeksresultaten en conceptrapportage worden door invullen bevoegd gezag getoetst aan dit Programma van Eisen. Na eventuele noodzakelijke aanvullingen en/of aanpassingen wordt de conceptrapportage omgezet in een eindrapportage. Eventuele vondsten worden met documentatie binnen twee jaar na afronding van het onderzoek, overgedragen aan het provinciaal depot voor bodemvondsten van de provincie Zuid Holland. Onderzoeksresultaten en conceptrapport worden door de provinciaal archeoloog van ZuidHolland getoetst aan dit PvE. Na eventuele noodzakelijke aanvullingen en/of aanpassingen zal een eindrapport worden vervaardigd. 8. Wijzigingen na evaluatie Wijzigingen tijdens het veldwerk Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Indien op grond van voortschrijdend inzicht wijzigingen in de strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk worden, dient de uitvoerder in overleg te treden met de opdrachtgever c.q. het bevoegd gezag. Hiermee dienen afspraken te worden gemaakt aangaande deze wijzigingen en de daarmee samenhangende planning van de werkzaamheden alsmede eventueel meer of minderwerk. Als er na de evaluatie en selectie nog ingrijpende wijzigingen optreden t.a.v. de vraagstellingen, methodiek van uitwerking, conservering of rapportage, dient dit tijdig met de opdrachtgever c.q. het bevoegd gezag te worden besproken. Als er tijdens de uitwerking nog ingrijpende wijzigingen optreden t.a.v. de vraagstellingen, methodiek van uitwerking, consen/ering of rapportage, dient dit tijdig met de opdrachtgever c.q. het bevoegd gezag te worden besproken. 9. Literatuur en bijlagen Literatuur Bekius, D., 2009. Plangebied reconstructie N209, projectnummers 120930. 120933 en 120934;

F=VE 645, Archeologische begeleiding protocol Proefsleuven. Reconstructie N209, Doenkade (deelgebied 1). concephrersie 14 Figuren Gemeenten Rotterdam en Lansingeriand; archeologische quickscan. RAAPnotitie 3051. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Dirkx, G.H.P. & J.A.J. Vervloet, 1989 'Oude Leede", een historischgeografische beschrijving, inventarisatie en waardering van het cultuurlandschap. Staring Centrum rapport 2. Staring Centrum, Wageningen. Schiltmans, D.E.A., 2005. Rotterdam Polder Schieveen. Een archeologische inventarisatie door middel van grondboringen. BOORrapporten 239. Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam. Visscher, H.J.C., 1990. Oude Leede. Een archeologische kartering en inventarisatie. RAAPrapport 36A. Stichting RAAP, Amsterdam. Figuur 1: De ligging van het plangebied (gearceerd); inzet: ligging in Nederiand (ster)

RAA P Archeologisch Adviesbureau Postbus 30ö9, 1380 GB Weesp y