Provincieraadsbesluit

Vergelijkbare documenten
expertise binnen handbereik Ouderschapsverlof Opname Voorwaarde in hoofde van het kind Anciënniteit

Ouderschapsverlof Rev Juridische dienst

expertise binnen handbereik Ouderschapsverlof Opname Voorwaarde in hoofde van het kind Anciënniteit Juridische dienst

BEKENDMAKING GEMEENTERAADSBESLUIT Ingevolge artikel 186 van het gemeentedecreet

Loopbaanonderbreking in de openbare sector. ACV-Openbare Diensten mei 2014

Tijdskrediet met motief 1

protocol nr Over VRT: Ouderschapsverlof Agentschap voor overheidspersoneel SECTORCOMITE XVI I I VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST

Hoofdstuk 2. Recht op tijdskrediet

protocol nr Over

ZORGKREDIET VANAF 2 SEPTEMBER 2016 EN DE MOGELIJKHEDEN VOOR ONBETAALD VERLOF

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, gegeven 1 juli 2016;

- 7 - HOOFDSTUK III. INSCHRIJVING

AANVRAAG-OVEREENKOMST of AANVRAAG-WEIGERING van een dienstonderbreking schooljaar

FOCUS op. loopbaanonderbreking in het kader van het verlof voor medische bijstand

Provincieraadsbesluit

Verlofstelsels R E G E L I N G B I N N E N S C H O L E N G E M E E N S C H A P SAEFTINGHE V A N A F J A N U A R I

LOOPBAANONDERBREKING, PALLIATIEF VERLOF, OUDERSCHAPSVERLOF EN ZORG VOOR EEN ZWAAR ZIEK GEZINS- OF FAMILIELID

Aanvraag voor uitkering mantelzorg

Aanvraag van onderbrekingsuitkeringen in het kader van het Vlaams zorgkrediet

Verlofstelsels R E G E L I N G B I N N E N S C H O L E N G E M E E N S C H A P SAEFTINGHE V A N A F

AANVRAAG-OVEREENKOMST of AANVRAAG-WEIGERING van een dienstonderbreking schooljaar

Paritair subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der Haven van Antwerpen" genaamd

Aanvraag voor uitkering mantelzorg

Wijziging van de reglementering van het tijdskrediet

NIEUWE REGELS ROND TIJDSKREDIETUITKERINGEN: REGEERAKKOORD DI RUPO.

Zorgkrediet. 2. Recht op zorgkrediet Het zorgkrediet is een recht. De werkgever kan het niet weigeren.

Mogelijkheden van ondersteuning voor patiënt en omgeving

Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van een aantal verlofstelsels in het onderwijs en in de hogescholen

Zijn er mogelijkheden om tijdelijk te stoppen met werken?

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013, artikel V.84, V.86 en V.259, 1;

Vraag dit verlof online aan. FOCUS op. loopbaanonderbreking in het kader van het verlof voor medische bijstand

AANVRAAGFORMULIER VOOR DE UITKERING MANTELZORG

VERLOFSTELSELS Vrije universiteit Brussel. Maart 2017 Jo Coulier Tim Vandenberghe

Provincieraadsbesluit

Vraag dit verlof online aan. focus op. het tijdskrediet in de privésector

AANVRAAG-OVEREENKOMST of AANVRAAG-WEIGERING van het verlofstelsel

Inhoudstafel. Inleiding 1. Deel I Tijdskrediet

focus op het tijdskrediet in de privésector Vraag dit verlof online aan

Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 25 juni 2008

Infoblad - werknemers U wenst mantelzorg te verlenen?

Zijn er mogelijkheden om tijdelijk te stoppen met werken?

Aanmoedigingspremies Tijdskrediet

WEBDOC AANVRAAG VOOR UITKERING MANTELZORG

Aanvraagformulier voor het bekomen van een verlofstelsel voor personeelsleden van SGR Kla4

Wat zijn de gevolgen van de pensioenhervormingen voor de personeelsleden van de UGent?

WEBDOC AANVRAAG VOOR UITKERING MANTELZORG

SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST. protocol nr

Tijdskrediet en loopbaanvermindering 1

8. Uw werknemer vraagt ouderschapsverlof

PARITAIR COMITE VOOR HET VERMAKELIJKHEIDSBEDRIJF (304)

FOCUS op. loopbaanonderbreking in het kader van het verlof voor medische bijstand

Transcriptie:

1e Directie Dienst 11 Personeelsbeheer, Wedden en Pensioenen Provincieraadsbesluit betreft verslaggever STATUTEN EN REGLEMENTEN wijziging modaliteiten loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en voor bijstand van een zwaar ziek gezins- of familielid de heer Alexander Vercamer De Provincieraad, Gelet op de provinciewet, inzonderheid de artikelen 65 en 85; Gelet op het ministerieel besluit van 2 februari 1999 tot goedkeuring van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 9 december 1998 houdende de goedkeuring van de nieuwe formatie van het provinciepersoneel (administratie en onderwijs) en de gedeeltelijke vernietiging van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 9 december 1998 houdende goedkeuring van het nieuwe personeelsstatuut voor het provinciepersoneel (administratie en onderwijs), in het kader van de algemene weddeschaalherziening; Gelet op het ministerieel besluit van 24 juni 1999 tot goedkeuring van artikel 10 van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 21 april 1999 houdende wijziging van de formatie van het provinciepersoneel; Gelet op het ministerieel besluit van 23 mei 2000 tot goedkeuring van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 15 maart 2000 houdende wijziging van de personeelsformatie en reorganisatie van de diensten met betrekking tot begroting en belastingen; Gelet op het ministerieel besluit van 23 mei 2000 tot goedkeuring van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 15 maart 2000 houdende wijziging van de personeelsformatie en van sommige functiebeschrijvingen; Gelet op het ministerieel besluit van 23 november 2000 tot goedkeuring van artikel 1 van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 13 september 2000 houdende wijziging van de personeelsformatie; Gelet op het ministerieel besluit van 17 juli 2001 houdende goedkeuring van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 10 mei 2001 houdende aanpassing van de personeelsformatie.

p. 2/6 Gelet op het ministerieel besluit van 20 juni 2002 waarbij het provincieraadsbesluit van 17 april 2002 gedeeltelijk vernietigd werd, meer bepaald het artikel 4 van dit besluit; Gelet op de provincieraadsbesluiten van 9 december 1998 houdende goedkeuring van de personeelsformatie, het administratief statuut, het reglement contractuelen en het geldelijk statuut; Gelet op het provincieraadsbesluit van 21 april 1999 houdende wijziging van de personeelsformatie, het administratief en geldelijk statuut en het reglement contractuelen; Gelet op het provincieraadsbesluit van 15 maart 2000 houdende wijziging van de personeelsformatie en reorganisatie van de diensten met betrekking tot begroting en belastingen; Gelet op het provincieraadsbesluit van 15 maart 2000 houdende wijziging van de personeelsformatie en van sommige functiebeschrijvingen; Gelet op het provincieraadsbesluit van 15 maart 2000 houdende de toepassing van het sectoraal akkoord 1997-98; Gelet op het provincieraadsbesluit van 10 mei 2000 houdende de wijziging van de vormingsbepalingen; Gelet op het provincieraadsbesluit van 13 september 2000 houdende de wijzigingen aan de personeelsformatie en aan sommige functiebeschrijvingen; Gelet op het provincieraadsbesluit van 10 mei 2001 houdende aanpassingen van de personeelsformatie; Gelet op het provincieraadsbesluit van 12 september 2001 houdende de toepassing van het sectoraal akkoord 1999-2001; Gelet op het provincieraadsbesluit van 12 september 2001 houdende invoering van nieuwe weddenschalen en aanpassingen aan het statuut in het kader van de invoering van de euro; Gelet op het provincieraadsbesluit van 17 april 2002 houdende statuutswijzigingen ingevolge toepassing van het sectoraal akkoord 2002; Gelet op het provincieraadsbesluit van 17 april 2002 houdende diverse wijzigingen aan het statuut; Gelet op het provincieraadsbesluit van 11 september 2002 houdende statuutswijzigingen ingevolge toepassing van het sectoraal akkoord 2002; Gelet op het provincieraadsbesluit van 11 december 2002 houdende aanpassingen sectoraal akkoord 2002, verlofregeling en varia;

p. 3/6 Gelet op het provincieraadsbesluit van 11 juni 2003 houdende diverse wijzigingen aan het statuut; Gelet op het provincieraadsbesluit van 11 september 2003 houdende wijziging regeling politiek verlof; Gelet op het provincieraadsbesluit van 11 februari 2004 houdende het verlof voor de uitoefening van een contractuele betrekking in het provinciebestuur; Gelet op het provincieraadsbesluit van 15 december 2004 houdende diverse wijzigingen aan het personeelsstatuut; Gelet op het provincieraadsbesluit van 15 juni 2005 houdende wijziging van de aanvraagprocedure voor het toekennen van de loopbaanonderbreking voor bijstand aan een zwaar ziek familielid; Gelet op het koninklijk besluit van 15 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezinsof familielid; Gelet op het koninklijk besluit van 15 juli 2005 tot wijziging van sommige bepalingen inzake loopbaanonderbreking, in het bijzonder de wijzigingen aan de regeling inzake ouderschapsverlof; Overwegende dat het noodzakelijk is om de verlof- en afwezigheidsregeling voor het provinciepersoneel aan te passen aan de wettelijke bepalingen; Gelet op het protocol houdende de conclusies van de onderhandelingen, afgesloten in het Bijzondere Onderhandelingscomité van 5 september 2005; Gelet op het verslag van de Bestendige Deputatie, besluit : Artikel 1 Artikel 110 van de verlof- en afwezigheidsregeling wordt als volgt vervangen: " 1. Het personeelslid kan verlof bekomen om zijn loopbaan volledig of gedeeltelijk (vermindering van de prestaties met 1/5 of 1/2) te onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad, dat lijdt aan een zware ziekte. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder gezinslid, elke persoon die samenwoont met het personeelslid en als familielid zowel de bloed- als de aanverwanten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder zware ziekte verstaan elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt

p. 4/6 beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel. 3. Het bewijs van de reden van deze loopbaanonderbreking wordt geleverd bij middel van een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. 4. De mogelijkheid om zijn loopbaan volledig te onderbreken om de in dit artikel aangehaalde reden is beperkt tot maximum 12 maanden per patiënt. De onderbrekingsperiodes kunnen enkel opgenomen worden met periodes van minimum één en maximum drie maanden, aaneensluitend of niet, tot de maximumtermijn van 12 maanden bereikt is. De in dit artikel bedoelde mogelijkheid van gedeeltelijke loopbaanonderbreking is beperkt tot maximum 24 maanden per patiënt. De periodes van gedeeltelijke loopbaanonderbreking kunnen enkel opgenomen worden met periodes van minimum één maand tot maximum drie maanden, aaneensluitend of niet tot de maximumtermijn van 24 maanden bereikt is. 5. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt in geval van zware ziekte van zijn kind, de maximumperiode van volledige onderbreking bedoeld in paragraaf 4, eerste lid uitgebreid naar vierentwintig maanden en wordt de maximumperiode van gedeeltelijke loopbaanonderbreking bedoeld in paragraaf 4, tweede lid uitgebreid naar achtenveertig maanden. De periodes van volledige of gedeeltelijke onderbreking kunnen enkel worden opgenomen met periodes van minimaal één maand en maximum drie maanden, aaneensluitend of niet. Onder alleenstaande in de zin van deze paragraaf wordt verstaan het personeelslid dat uitsluitend en effectief samenwoont met één of meerdere van zijn kinderen. 6. Het personeelslid dat van het recht gebruik wenst te maken dient hiervan schriftelijk kennis te geven aan het provinciebestuur. Deze kennisgeving gebeurt minstens zeven dagen vóór de ingangsdatum van het verlof, tenzij de provinciegriffier instemt met een kortere termijn. In deze brief dient het personeelslid de periode te vermelden gedurende dewelke het loopbaanonderbreking wenst te bekomen en dient hij er het attest bij te voegen bedoeld in paragraaf 3. In geval van toepassing van paragraaf 5 moet het personeelslid bovendien het bewijs leveren van de samenstelling van zijn gezin door middel van een attest dat wordt afgeleverd door de gemeentelijke overheid en waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag uitsluitend en effectief samenwoont met één of meerdere van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van loopbaanonderbreking dient het personeelslid dezelfde procedure te volgen en de door paragraaf 3 en in voorkomend geval de door het vorige lid vereiste attest(en) in te dienen.

p. 5/6 7. Binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving zoals gebeurd overeenkomstig vorige paragraaf, kan de provinciegriffier het personeelslid ervan in kennis stellen dat de ingangsdatum wordt uitgesteld om redenen die verband houden met het functioneren van de dienst. De kennisgeving van het uitstel gebeurt door de overhandiging van een brief aan het personeelslid waarin de reden en de duur van het uitstel worden vermeld. De duur van het uitstel bedraagt zeven dagen." Artikel 2 Artikel 111 van de verlof- en afwezigheidsregeling wordt als volgt vervangen: " 1. Om voor zijn/haar kind te zorgen heeft het personeelslid het recht om: 1. drie maanden voltijds ouderschapsverlof op te nemen in het kader van de voltijdse loopbaanonderbreking. Deze periode kan op vraag van het personeelslid in maanden worden opgesplitst. 2. zes maanden ononderbroken halftijds ouderschapsverlof op te nemen in het kader van de gedeeltelijke loopbaanonderbreking. Deze periode kan op vraag van het personeelslid worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan. Het personeelslid moet voltijds tewerkgesteld zijn om van dit recht te kunnen genieten. 3. vijftien maanden één vijfde ouderschapsverlof op te nemen in het kader van de gedeeltelijke loopbaanonderbreking. Deze periode kan op vraag van het personeelslid worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan. Het personeelslid moet voltijds tewerkgesteld zijn om van dit recht te kunnen genieten. 2. Het personeelslid heeft recht op het in paragraaf 1 bedoelde ouderschapsverlof: 1. naar aanleiding van de geboorte van zijn/haar kind tot het kind zes jaar wordt; 2. naar aanleiding van de adoptie van een kind, gedurende een periode van vier jaar die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind acht jaar wordt. Wanneer het kind voor ten minste 66% getroffen is door een vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt het recht op ouderschapsverlof toegekend uiterlijk tot het kind acht jaar wordt. 3. Aan de voorwaarde van de zesde of achtste verjaardag zoals bepaald in de vorige paragraaf, moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof. De zesde of achtste verjaardag kan bovendien worden overschreden wanneer

p. 6/6 het verlof op verzoek van het provinciebestuur wordt uitgesteld en voorzover de schriftelijke kennisgeving is gebeurd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 6. 4. Om recht te hebben op ouderschapsverlof moet het personeelslid gedurende de vijftien maanden die voorafgaan aan de schriftelijk kennisgeving zoals gebeurd overeenkomstig paragraaf 6, twaalf maanden in dienst zijn van het provinciebestuur. 5. Het personeelslid verstrekt uiterlijk op het ogenblik waarop het ouderschapsverlof ingaat, het document of de documenten tot staving van de gebeurtenis die overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2 het recht op ouderschapsverlof doet ontstaan. 6. Het personeelslid dat gebruik wenst te maken van het recht op ouderschapsverlof, doet zijn aanvraag overeenkomstig de volgende bepalingen: 1. het personeelslid brengt ten minst twee maanden en ten hoogste drie maanden op voorhand het provinciebestuur hiervan schriftelijk op de hoogte, tenzij de bestendige deputatie op verzoek van betrokkene een kortere termijn aanvaardt. 2. het in punt 1 bedoeld geschrift vermeldt de begin- en einddatum van het ouderschap. Per aanvraag kan slechts één aaneengesloten periode van ouderschap worden gevraagd. 7. Binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving zoals gebeurd overeenkomstig paragraaf 6, kan het bestuur het recht op ouderschapsverlof uitstellen om gerechtvaardigde redenen in verband met het functioneren van de dienst. Het bepaalde in het vorig lid is van toepassing onverminderd het recht op ouderschapsverlof dat ingaat uiterlijk zes maanden na de maand waarin het gemotiveerd uitstel plaatsheeft. 8. Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in paragraaf 1. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijdse onderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse onderbreking en gelijk is aan vijf maanden onderbreking met een vijfde." Gent, Namens de Provincieraad : de Provinciegriffier de Voorzitter