R1C Condenspotmonitor

Vergelijkbare documenten
FT46 Gesloten-vlottercondenspot - RVS - DN15 tot DN50

FT44 Gesloten vlotterkondenspot (DN15 tot DN50)

PF6 Pneumatische afsluiter met schuine spindel - RVS

AEL6 Intelligente elektrische servomotoren voor regelkleppen DN15 - DN100

HANDLEIDING WINDMETER IED SAG-105WR (10/2009)

Handleiding HCS VB5248

FT46 Gesloten-vlottercondenspot - RVS - DN15 tot DN50

BCV Deconcentratie Spuiklep

Handleiding HCS VB5118

Handleiding HCS VB5224

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

CRU 200 / 500 Condensaatpompgroep - Elektrisch

EL5060 / EL5061 Elektrische servomotor

PF51G Pneum. afsluiter met schuine spindel - Brons

BSA / BSAT Klepafsluiter - Balgmembraan klepsteeldichting

ACS-30-EU-MONI-RMM2-E

FT44 Koolstofstaal Gesloten vlotterkondenspot (DN15 tot DN50)

em4 Toebehoren Analoge uitbreidingen

Keystone OM13 - EPI-2 driedraads module Handleiding voor installatie en onderhoud

Video Intercom Systeem

Installatie Handleiding CONNECT ROUTE - KM ADMINISTRATIE

Handleiding HCS VB5238

PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11

Nederlands. Handleiding. Inhoud :

HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER

Regent Tracker aansluitingen 1.2 NL. Regent Tracker AANSLUITSCHEMA S

ilmo 50 WT Ref B

MSC Manifold voor stoom en condensaat

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

ALGEMENE MODULE SPECIFICATIES. Voedingsspanning module V DC (tussen klemmen 11 & 12)

Emotron PTC/PT100 board 2.0 Optie

PHONIRO MAIN ENTRANCE

SV60 Veiligheidsklep

PACK TYXIA 541 et 546

Installatie-instructie

HI93501 HI HI HI HI draagbare thermometers HANDLEIDING

Introductie Capa Switch KLS Algemeen

DISPLAY WM44-P (11/2009)

Installatie handleiding Emergency Battery System.

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

FACILA DP093. Buitenpost inbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

BREEZE PLUS LX40 HANDLEIDING

Microstap Stappenmotor Eindtrap HP5056

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden.

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.

CSF16 / CSF16T Filter in roestvast staal - stoom

AT1G rev Toegangscontrole Module AT1G Handleiding. thinks outside the box!

Ruimtetemperatuur voelers MODBUS, SHT-A1-MB(-LCD) Ruimte MODBUS. Omschrijving

SS / / / ATEX 94 / 9EG

Handleiding AT1G Toegangscontrole Module. rev ver1

Installateurshandleiding

MT ELEKTRONISCHE REGELAAR. Montage & gebruiksvoorschriften

FACILA DP091, DP092. Buitenpost opbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

FT14 / FT14HC Gesloten-vlottercondenspot (1"HC,1"1/4,1"1/2 en 2")

PARTYQ GEBRUIKERSHANDLEIDING 1.0 VOOR FIRMWARE 1.0

GECODEERDE FOTOCELLEN IR/IT 2241

EV455AM / EV456AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 6 ma in rust (EV456AM - 6 ma) 18 ma tijdens alarm (EV456AM - 18 ma) Auto Focus

User Manual DMX Universal Demux 8 channel Switch / PWM / Servo / Strobe / Binair

EC Vent Installatie-instructies

ABV21i / ABV40i Pneumatische bodemspuiafsluiter

Tegelkachel Pompensturing. Montage en bediening

Vanaf SN : CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING

Video Intercom Systeem

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

Multi Purpose Converter 20A

CrossMaster BrightButton de líchtgevende drukknop

EV435AM / EV436AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 5 ma in rust (EV436AM - 5 ma) 18 ma tijdens alarm (EV436AM - 18 ma) Auto Focus

PWM50/3. Dubbele motor sturing. DIGITAAL HANDLEIDING. Motion Control Systems

INBOUW HANDLEIDING GT625, GT626, GT627

EV475AM / EV476AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 5 ma in rust (EV476AM - 5 ma) 18 ma tijdens alarm (EV476AM - 18 ma) Auto Focus

Inhoud. Druksensoren. Serie Materiaal Aansluiting Druk Temperatuur Functie Bladzijde

ADRESSEERBARE ZONE UITBREIDING int-adr_nl 05/14

SBP /24. Gebruiksaanwijzing

MONTAGEHANDLEIDING. Kit met 2-wegafsluiter/kit met 3-wegafsluiter voor ventilatorconvectoren EKMV2C09B7 EKMV3C09B7

FACILA DP094. Buitenpost inbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

MONTAGE & INSTALL ATIE. MultifunctioneleBUVA. Ergo-Motion MFB. besturingsmodule

Aanvullende handleiding. Connector M12 x 1. Voor continu metende sensoren. Document ID: 30377

KEYSTONE. OM8 - EPI 2 AS-Interface module Handleiding voor installatie en onderhoud.

USV ACTIVE POTENTIOMETER. Montage & gebruiksvoorschriften

TYBOX NL Installatie-instructies

CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING

Technische handleiding

GESTRA. GESTRA Steam Systems NRG Montagehandleiding GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-21

DTTH SCHAKELAAR VOOR TEMPERATUUR EN VOCHTIGHEID. Montage & gebruiksvoorschriften

Contact aansluitingen. MultiOpener GSM

OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002

User Manual DMX 0-10V Demux 8 channel

Aanvullende handleiding. Connector M12 x 1. voor niveaudetectiesensoren. Document ID: 30382

Beknopte handleiding alarmeringssysteem voor olieafscheiders type WGA 01

ACS-30-EU-PCM2-x-32A

BVEA Elektrische servomotor voor kogelafsluiters

KE(A) / KF(A) / KL(A) SPIRA-TROL TM 2-wegregelkleppen (EN / ASME)

Transcriptie:

IM-P087-33 MI-BEn-06 4.5.2.060 Condenspotmonitor 1. Inleiding De condenspotmonitor controleert continu één enkele condenspot op zijn goede werking, en dit in samenhang met een detectiekamer en voeler, of een condenspot met geïntegreerde voeler. De monitor toont door middel van gekleurde LED s of de condenspot correct werkt, stoom doorlaat of eventueel defect is in gesloten stand. Aansluiting op een EMS/BMS systeem via analogue en digitale uitgangen. Dit laat toe de condenspot op afstand te volgen. Voor controle van lekke condenspotten wordt een standaardvoeler type SS1 gebruikt in combinatie met een Spiratec detectiekamer. Voor controle op stoomlek plus stuwen van condensaat dient een condensaatstuwvoeler type WLS1 gebruikt te worden in combinatie met een Spiratec detectiekamer. 3. Installatie 3.1. Mechanische installatie 3.1.1. De detectiekamer Spiratec detectiekamers zijn beschikbaar met schroefdraad-, socket weld- of flens-aansluitingen. Opstelling zoals op schets hieronder: de detectiekamer dient onmiddellijk voor de condenspot gemonteerd, in de correcte stand, de aansluitingen horizontaal en met de doorstroomrichting in de zin van de pijl op het huis. De installatieinstructies worden meegeleverd met de detectiekamer. De detectiekamers worden geleverd met een SS1 voeler voor detectie van stoomlekken ingebouwd. Voor toepassingen waarbij ook controle op stuwen van condensaat wordt vereist wordt de detectiekamer geleverd zonder sonde, wordt de voeler WLS1 apart geleverd, en dient men zelf de WLS1 voeler te monteren. Noteer dat de enkel werkt met WLS1 voelers zonder ingebouwde diodeset. WLS1 sondes met ingebouwde diodeset mogen niet worden gebruikt. condenspot detectiekamer Fig. 1 Correcte installatie Fig. 2 Foutieve installatie 2. Beschrijving De automatische condenspotmonitor meet, met behulp van de voeler en op continue basis, wat zich precies voordoet aan de ingang van de condenspot. Als de condenspot correct werkt, vult de detectiekamer zich op met condensaat en is de voeler ondergedompeld. De monitor meet de weerstand aan de sonde type SS1 om vast te stellen of deze ondergedompeld is in condensaat dan wel omgeven door stoom. Uit deze meting besluit de of de condenspot correct werkt ofwel stoom doorlaat. Indien de condenspot stoom doorlaat (condenspot geblokkeerd in open stand), jaagt de stoom het condensaat uit de detectiekamer, het condensaatpeil daalt en de voeler SS1 is niet langer ondergedompeld. Met de gecombineerde lek-stuwvoeler type WLS1 wordt een stoomlek vastgesteld op dezelfde wijze als hierboven. De lekstuwsonde WLS1 heeft echter ook een ingebouwde temperatuursonde. Indien de condenspot geen condensaat afvoert (condenspot geblokkeerd in gesloten stand), zal dit condensaat stelselmatig afkoelen in de detectiekamer. De monitor stelt de te lage temperatuur vast en geeft een fout -signaal. Bij levering is de klaar voor gebruik met de standaardwaarden ingesteld. In de meeste gevallen zal het niet nodig zijn de instelling te wijzigen bij het in dienst stellen. Soms kan een wijziging van de drempelwaarden zich opdringen. Dit kan gebeuren door het verstellen van de inwendige schakelaars. Zie hiertoe hoofdstuk 4. Nota: Geschroefde versie, condenspotten met geïntegreerde voelers vereisen geen aparte lekdetectiekamer. 3.1.2. Installatie condenspot De installatieinstructies worden meegeleverd met de detectiekamer. 3.1.3. Installatie De behuizing van de bestaat uit een ronde doos met M20 getapte ingangen. Om indringen van vocht te voorkomen dienen passende wartels gebruikt te worden tussen de en de Spiratec voeler (type SS1 of WLS1). Wordt de kabel tussen en het EMS/BMS systeem in een buis gemonteerd, zorg er dan voor dat de verbinding waterdicht is zodat de IP65 bescherming niet teniet gedaan wordt. De wordt op maximum 10 meter van de detectiekamer gemonteerd. De doos is ontworpen voor montage in een buizensysteem voor elektrische geleiders maar kan evengoed op een geschikt oppervlak bevestigd worden mits gebruik van passende wartelmoeren. 3.1.4. Werkvoorwaarden -20 C tot +55 C. 3.2. Elektrische installatie Zorg er voor dat de voeding naar het EMS/BMS systeem afgeschakeld is vooraleer aan te vangen met de bedrading. Verwijder het deksel van de om bij de klemmen te komen. Figuur 5 toont de configuratie van het klemmenbord. 3.2.1. Verbinding van de voeler met de De monitor kan gebruikt worden met een standaardvoeler SS1 of met een condensaatstuwvoeler WLS1. Zie hieronder: INSTALLATIE en ONDERHOUD Wijzigingen voorbehouden

SS1 sonde Fig. 3 Detectiekamer met standaardsonde type SS1 3.2.2. Aansluiting EMS/BEMS op Tabel 3 Signaal Nota PL1 klem 1 Voeding Voeding en signaal-referentie 0 V input PL1 klem 2 Voeding +ve input +24 Vdc (I<35 ma) Zie nota A PL1 klem 3 Foutsignaal: condenspot Digitaal signaal - open collector transistor stuwt PL1 klem 4 Foutsignaal: condenspot lek Digitaal signaal - open collector transistor PL2 klem 4 4-20 ma Stroombron +ve uitgang Condensaatstuwsonde type WLS1 Fig. 4 Detectiekamer met condensaatstuwsonde type WLS1 Verbind de met de Spiratec sonde zoals weergegeven in onderstaande tabellen: Tabel 1 Standaardvoeler type SS1 met PT2 of PT3 steker Blauw PL2 klem 1 Rood PL2 klem 3 Tabel 2 Condensaatstuwvoeler type WLS1 Zwart PL2 klem 1 Rood PL2 klem 2 Wit PL2 klem 3 Fig. 5 De verbinding van de met het EMS/BEMS systeem gebeurt best met afgeschermde zes-aderige 7/0,2mm signaalkabel. De kabel moet afgeschermd worden door een stalen leiding. Opmerking: Om geen prestatieverlies te hebben van de mogen andere leidingen niet door dezelfde stalen leiding lopen. De afscherming wordt geaard ter hoogte van de EMS/BEMS. In EEC en EFTA landen moet de daarenboven verbonden worden met CE gekeurde EMS/BEMS voeding. Tabel 3 omschrijft de voeding en foutsignalen van de. Zie ook de handleiding van het EMS/BEMS systeem voor wat betreft de bedrading. Noteer dat het 0 V signaal van de via de sonde verbonden is met het geaarde pijpwerk. Galvanische scheiding tussen units is aangeraden om aardingslussen te vermijden. Nota A: voeding De nodige voeding van de hangt af van de configuratie van het uitgangssignaal. Zie hieronder. Tabel 4 configuratie Nodige voedingsspanning 4-20 ma uitgang niet gebruikt 9-30 Vdc, <35 ma 4-20 ma uitgang gebruikt 22-30 Vdc, < 35 ma SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P087-33 / MI-BEn-06 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-2 / 6 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/be www.spiraxsarco.com/nl

Stalen afscherming digitale uitgang stuw digitale uitgang lek analoge 4-20 ma uitgang wit rood zwart Spiratec SS1/WLS1 sonde belastingsweerstand 0 Volt Fig. 6 Bedrading 3.2.3. output opties PNP open collector uitgang - Gebruik deze uitgang voor verbinding van de met een EMS/BMS waarvan de digitale ingang naar 0 Volt getrokken wordt. De PNP uitgangen reageren als schakelaars die aangesloten zijn op de voedingsspanning van de. Gedurende de normale werking van de condenspot staan de PNP uitgangen op AAN en geven een spanning die gelijk is aan de voeding min 0,4 V. De uitgangsweersstand in die status is 220. Faalt de condenspot, dan wordt één van de PNP uitgangen op UIT geschakeld. NPN open collector uitgang - Gebruik deze uitgang voor verbinding van de met een EMS/BMS waarvan de digitale ingang opgetrokken wordt naar een positieve spanning. De NPN uitgangen reageren als schakelaars die aangesloten zijn op 0 Volt. Gedurende de normale werking van de condenspot staan de NPN uitgangen AAN en geven 0V met een uitgangsweerstand van 220. Faalt de condenspot, dan wordt één van de NPN uitgangen op UIT geschakeld. Fig. 7 met PNP uitgangen Fig. 8 met NPN uitgangen 4. In bedrijf stellen De bevat inwendige schakelaars waarmee volgende parameters kunnen ingesteld worden: 1. De lekduur van de condenspot. Dit is de vertraging tussen het ogenblik waarop de condenspot stoom begint door te laten en het ogenblik waarop die fout gemeld wordt door de. 2. De lekdrempel. Dit is de drempel voor de geleidbaarheid van het condensaat die nodig is voor een correcte werking. 3. De stuwdrempel. Dit is de minimumtemperatuur van het condensaat in de detectiekamer die een stuwfoutmelding veroorzaakt. Bij levering is de als volgt afgesteld: Tabel 5 Kanaal Foutdetectie Opmerkingen Lekduur 22 minuten De condenspot moet gedurende 22 minuten lekken alvorens de een fout geeft Geleidbaarheids-drempel 4,8 µs De geleidbaarheid van het condensaat in de detectiekamer moet groter zijn dan 4,8 µs voor correcte werking. Temperatuurdrempel voor stuwdetectie 85 C Het condensaat in de detectiekamer moet kouder worden dan 85 C alvorens de een stuwfout geeft De werkmode van de wordt geconfigureerd door middel van microschakelaars op de printplaat. Noteer hierbij dat schakelaar 1 van SW1 een testschakelaar is die tijdens de normale werking steeds op OFF staat. Alleen in de testmodus staat deze op ON (zie tabel 9). IM-P087-33 / MI-BEn-06-3 / 6 -

Tabel 6 Lekduur Tabel 7 Drempel voor de geleidbaarheid SW2 1 2 Lekduur SW2 3 4 Geleidbaar-heidsdrempel OFF OFF 2 minuten OFF OFF uitgeschakeld OFF ON 22 minuten OFF ON 17 µs ON ON 44 minuten ON ON 4,8 µs ON OFF 88 minuten ON OFF 1,2 µs Tabel 8 Drempels voor de stuwtemperatuur Tabel 9 * SW1 2 3 4 Stuwdrempel SW1 SW2 Mode OFF OFF OFF uitgeschakeld 1 1 2 OFF OFF ON 48 C ON OFF OFF Condenspot- OFF ON ON 63 C monitor mode ** OFF ON OFF 85 C ON ON OFF 111 C ON ON ON 140 C ON OFF ON 169 C ON OFF ON EMS/BEMS set-up ON OFF OFF 191 C mode *** * In de testmode gaat de groene LED om de seconde aan en uit ** De lekduurfunctie van de wordt uitgeschakeld en de uitgangen tonen of er stoom of condensaat in de detectiekamer zit. In deze modus werken de schakelaars voor geleidbaarheid en temperatuur zoals hieboven beschreven. *** De doorloopt een cyclus waarbij om de 8 seconden een andere uitgang actief wordt. 5. EMS/BEMS Systemen Een analoge uitgang is standaard beschikbaar voor gebruik met EMS/BEMS-systemen die enkel gebruik maken van analoge ingangsignalen. Details hierover vind u in onderstaande tabel Tabel 10 EMS/BEMS aanbevolen instellingen Status condenspot Nominaal uitgangs-signaal van Aanbevolen alarmdrempelafstelling van het EMS/BMS-systeem Condenspot werkt correct 20 ma 23,0 ma > afstelling > 17,5 ma Condenspot lekt stoom 15 ma 17,5 ma > afstelling > 12,5 ma Condenspot stuwt 10 ma 12,5 ma > afstelling > 7,5 ma Condenspot koud maar vrij van condensaat - (of defect) 4 ma 7,5 ma > afstelling > 0 ma Er zijn tevens twee digitale uitgangen beschikbaar op de : a: PNP open collector uitgang b: NPN open collector uitgang Status condenspot Digitale uitgang condensaatstuw stoomlek Condenspot werkt correct ON ON Condenspot lekt stoom ON OFF Condenspot stuwt OFF ON Condenspot koud maar vrij van condensaat (of defect) OFF OFF SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P087-33 / MI-BEn-06 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-4 / 6 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/be www.spiraxsarco.com/nl

6. Normale werking Tabel 11 Normale werking van de Status condenspot Status LED s Condenspot werkt correct Rood en oranje LED UIT Condenspot lekt stoom Rode LED AAN Condenspot stuwt condensaat Oranje LED AAN Condenspot koud maar vrij van Rode en oranje LED AAN condensaat (d.i. een normale status tijdens opstart of wanneer het net uit dienst is) Tijdens normale werking gaat de groene LED om de seconde aan om aan te tonen dat er elektrische voeding is naar de en dat deze correct werkt. Indien het groene licht niet flikkert, dan kan er een probleem zijn met de. De toont de fout zolang deze aanwezig is. Indien de een kortstondige fout detecteert, dan geeft hij toch gedurende minstens één minuut een foutaanduiding. 7. Waarschuwing Dit product voldoet aan de vereisten van de richtlijn 89/336/EEC betreffende elektromagnetische compatibiliteit, met name wat betreft EN 50081-1 (emissie) en EN 50082-2 (industriële immuniteit) Het product kan onderworpen worden aan interferentie boven de limiet van EN 50082-2 wanneer: Het product of zijn bedrading zich in de omgeving van een radio transmitter bevindt. Er extreme ruis is op de voeding. Draagbare telefoontoestellen en mobiele radio s kunnen interferentie veroorzaken wanneer zij op minder dan één meter opereren van het product of zijn bedrading. De vereiste afstand zal afhangen van de omgeving van de installatie en de sterkte van de zender IM-P087-33 / MI-BEn-06-5 / 6 -

SPIRAX-SARCO BENELUX Industriepark 5 9052 ZWIJNAARDE IM-P087-33 / MI-BEn-06 Tel. +32 9 244 67 10 +31 10 892 03 86 Fax +32 9 244 67 20-6 / 6 - info@be.spiraxsarco.com info@nl.spiraxsarco.com www.spiraxsarco.com/be www.spiraxsarco.com/nl