GULDENSPORENSLAG 1302 11 juli is de officiële feestdag van Vlaanderen. In 1302, meer dan 700 jaar geleden dus, vond op die dag de Guldensporenslag plaats. In deze les gaan we op onderzoek uit naar deze veldslag. Op die manier zoeken we ook een antwoord op de vraag is 11 juli een goede nationale feestdag voor Vlaanderen? Niet iedereen is namelijk enthousiast over die keuze. Het monument van Pieter de Coninck en Jan Breydel op de Grote Markt in Brugge, de Groeningepoort in Kortrijk en een postzegel ter herinnering aan de Guldensporenslag De roman van Hendrik Conscience en een strip over de Guldensporenslag, en een affiche van de Vlaamse feestdag Opdracht 1 a) Wat weet je over de veldslag die plaatsvond op 11 juli 1302? Brainstorm twee minuten in duo s. Gebruik de plaatjes hierboven als inspiratie.
b) Lees vervolgens hieronder wat drie verschillende geschiedschrijvers er niet lang na 1302 in hun kronieken over schreven. Noteer wat je nog meer over de Guldensporenslag te weten bent gekomen.... c) Neem ten slotte een besluit op basis van wat je nu weet: was het een goed idee om van 11 juli een nationale feestdag voor Vlaanderen te maken? Schrijf je mening hieronder op. Ik vind het wel/niet een goed idee om van 11 juli een Vlaamse feestdag te maken, omdat Toen stortten de Franse ridders, die al te zeer op hun kracht vertrouwden, zich hooghartig en ongeordend op de Vlamingen. Maar door de talloze lansen die de Vlamingen in gesloten lid vasthielden was er voor de edele graaf Robrecht geen doorkomen aan. En die van Brugge, alsof ze in tijgers waren veranderd, spaarden geen mens en namen hoog noch laag gevangen. Goed bewapend met hun scherpe lansen, slagbijlen en 'goedendags', zoals men ze noemt, lieten ze de ridders van hun paarden tuimelen. En als ze eenmaal gevallen waren, slachtten zij ze af als schapen op de grond. Fragment uit De Grote Kronieken van Frankrijk De Vlamingen hebben dus op het slagveld verraderlijke gecamoufleerde sloten gegraven, waardoor de charge van de ridders volledig mislukte: ze verdronken en verstikten elkaar. Het graven van de sloten is een verraderlijke streek omdat de militaire erecode een open en eerlijke strijd voorschreef. Fragment uit de Kroniek van Artesië De ervaren strijders moesten het onderspit delven tegenover wevers, vollers en het gewone volk van Vlaanderen en voetvolk die evenwel sterk en mannelijk waren, goedgewapend en dapper, en onder leiding stonden van experten. Fragment uit de Gentse Annalen
Opdracht 2 a) In de tekst op de volgende bladzijde vind je meer informatie over de Guldensporenslag. Lees de tekst en verzamel in het schema hieronder de argumenten die volgens jou voor of tegen de Vlaamse feestdag pleiten. b) Neem dan opnieuw een besluit: Ik vind het wel/niet een goed idee om van 11 juli een Vlaamse feestdag te maken, omdat De Guldensporenslag, 1302 Argumenten voor de Vlaamse feestdag Argumenten tegen de Vlaamse feestdag
De Guldensporenslag: feit en fictie Op 11 juli 1302 staan er net buiten Kortrijk twee legers tegen over elkaar: aan de ene kant een leger van goed opgeleide en bewapende Franse ridders, aan de andere kant een Vlaams leger dat voornamelijk bestaat uit gewoon volk, vooral ambachtslieden, zonder militaire ervaring. Het Vlaamse leger lokt de Franse ridders naar een moerassig gebied, de Groeningekouter. De modder wordt de ridders op hun paarden fataal. Tegen alle verwachtingen in wordt het veel sterkere Franse leger in amper drie uur verslagen. Oorzaken: stijgende spanningen Waarom raken de Vlamingen en Fransen slaags? Het conflict dat in Kortrijk wordt uitgevochten, heeft een voorgeschiedenis. In het graafschap Vlaanderen zijn er rond 1300 grote spanningen. Ten eerste is er spanning tussen de leenheer, de Franse Koning Philips IV de Schone, en zijn leenman, de Vlaamse graaf. De Franse koning heeft zijn oog op het steeds rijker wordende Vlaanderen laten vallen en wil het bij zijn kroondomein voegen. De Vlaamse graaf voelt zich in zijn macht bedreigd. Maar dat is niet het enige dat speelt. Er is ook spanning tussen de ambachtslieden en de kooplieden in de grote Vlaamse steden als Brugge en Gent. De rijke kooplieden hebben alle belangrijke functies in de Vlaamse steden in handen. Dat is niet naar de zin van de ambachtslieden, die eisen dat ze meer te zeggen krijgen in het bestuur. Uit die tegenstellingen ontstaan twee partijen. Aan de ene kant de kooplieden (het patriciaat) die steun krijgen van de Franse koning, aan de andere kant de ambachtslieden die steun krijgen van de Vlaamse graaf. De Franse koning De Vlaamse graaf De kooplieden krijgen de bijnaam Leliaarts, naar de lelie op het wapenschild van hun bondgenoot de Franse koning. De ambachtslieden noemt men Klauwaarts, naar de klauwende leeuw op het wapenschild van de Vlaamse graaf, met wie ze een alliantie zijn aangegaan. Aanleiding: de 'Brugse Metten' In mei 1302 komt het in Brugge tot een opstand van de Klauwaarts tegen de Leliaarts. De Franse koning schiet de Leliaarts te hulp. Hij stuurt zijn ridders naar Brugge, waarop de Klauwaarts op de vlucht slaan. Maar 's nachts keren ze terug en vermoorden vele Fransen en Vlaamse kooplieden. Als reactie zendt de Franse koning een leger naar Vlaanderen. Dat stuit in Kortrijk op een Vlaams leger wat uitmondt in de veldslag plaats die men de Guldensporenslag noemt. Deze veldslag krijgt die naam vanwege de gulden (met goud bezette) sporen die de Vlaamse strijders na afloop van de strijd roven van de laarzen van de dode Franse ridders.
Wat maakt de Guldensporenslag bijzonder? De Guldensporenslag is in 1302 groot nieuws in heel Europa, want voor het eerst heeft een ongetraind leger een machtig ridderleger verslagen. De gevolgen zijn ook groot: bijna twee jaar blijft het graafschap Vlaanderen volledig onafhankelijk van Frankrijk. Ook krijgen de ambachtslieden meer macht in de steden. Maar de vreugde is van korte duur: de onafhankelijkheid gaat opnieuw verloren in 1305, na een nieuwe Franse verovering. De ambachtslieden houden wel hun macht in de steden. Welke betekenis heeft de Guldensporenslag nu nog? Op een oude schoolplaat zie je de Vlaamse strijders die Vlaamse grond eten voordat ze naar de veldslag trekken. Omdat de overwinning van het Vlaamse leger zo spectaculair was, is men de Guldensporenslag later steeds meer gaan zien als een voorbeeld van hoe het moedige Vlaanderen de Vlaamse grond verdedigt tegen vreemde overheersing. Nog later verbindt men de Guldensporenslag met de strijd tussen franstaligen en nederlandstaligen in België. Die interpretatie van de Guldensporenslag is echter naast de kwestie. In de veldslag ging het in de eerste plaats om een feodaal conflict tussen de leenheer en zijn leenman: de Franse koning en de Vlaamse graaf. Daarnaast was het een sociale strijd tussen de rijke kooplieden die de macht hadden en de ambachtslieden die meer inspraak wilden. Van een nationaal gevoel was dus geen sprake. Het ging om bestuurlijke macht en economische en sociale belangen. Dat ook de taal nog geen enkele rol speelde, mag wel blijken uit het feit dat de Vlaamse graaf geen Nederlands maar Frans sprak. Daar komt nog bij dat je het Vlaanderen uit de veertiende eeuw niet kunt gelijkstellen met het huidige Vlaanderen. Het Graafschap Vlaanderen omvatte het huidige Oost en West Vlaanderen en Zeeuws Vlaanderen, dat nu bij de Nederlandse provincie Zeeland hoort. De opperbevelhebber van het Vlaamse leger, Jan van Renesse, kwam uit die provincie. Vandaag zou je hem dus een Zeeuwse Nederlander noemen. Dat graafschap was daarom iets anders dan de noordelijke, nederlandstalige helft van België die wij nu Vlaanderen noemen. Toch werd 11 juli de Vlaamse feestdag. De middeleeuwse veldslag en de overwinning daarbij gaven prestige. Niet alleen Vlaanderen verlangt overigens naar een roemrijke geschiedenis. Ook de Fransen hebben een eigen wending aan hun smadelijke nederlaag in Kortrijk gegeven. Al in de middeleeuwse Franse kronieken is te lezen dat de Vlamingen wonnen door een gemene list: het graven van grachten op het slagveld. Dat blijkt een mythe te zijn, die je overigens nu nog steeds in Franse geschiedenisboeken als een historisch feit tegen kunt komen.