VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2012



Vergelijkbare documenten
VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2009

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2014

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2013

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2010

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2015

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2017

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2016

Vluchtelingen in getallen

ASIELSTATISTIEKEN Overzicht 2009

Vluchtelingen in getallen

Bijlage

Vluchtelingen in getallen

Bijlage. 3 - meename door moeder meename door beiden meename door derde(n)

Statistiek internationale kinderontvoering 2008

Statistiek internationale kinderontvoering 2008

nr. 571 van LYDIA PEETERS datum: 18 april 2017 aan JOKE SCHAUVLIEGE Appel- en perenteelt - Interventievergoedingen

ASIELSTATISTIEKEN MAANDVERSLAG APRIL 2015

ASIELSTATISTIEKEN MAANDVERSLAG

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

nr. 726 van ORTWIN DEPOORTERE datum: 27 juni 2017 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen in het buitenland

ASIELSTATISTIEKEN MAANDVERSLAG

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Vluchtelingen in getallen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

JAAROVERZICHT 2010 gedetailleerd per Categorie, Regio en Land Bron: CBS

ASIELSTATISTIEKEN MAANDVERSLAG

nr. 272 van ORTWIN DEPOORTERE datum: 23 januari 2018 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen in het buitenland

Uitwisseling van bankinlichtingen Kalender van onderhandelingen (art. 26 OESO)

Uitwisseling van bankinlichtingen Kalender van onderhandelingen (art. 26 OESO)

Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14. Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie

Uitwisseling van bankinlichtingen Kalender van onderhandelingen (art. 26 OESO)

Visumvereisten voor buitenlanders die Oekraïne betreden. Land Visum vereist / niet vereist Opmerking*

Basisvorming. Wat is een vluchteling?

Tarieven Internationale registratie (Benelux basis) 2016

Samenvatting bevolkingscijfer op 01/01/2016

HERKOMST EN BESTEMMING GOEDEREN VIA ROTTERDAM

De procedure in het aanmeldcentrum

Handels- en investeringscijfers Iran-Nederland 1

Handels- en investeringscijfers Egypte-Nederland 1

Handels- en investeringscijfers Slowakije-Nederland 1

Handels- en investeringscijfers Tunesië-Nederland 1

Handels- en investeringscijfers Rusland-Nederland 1

Handels- en investeringscijfers Noorwegen-Nederland 1

Migranten: wie komen, wie gaan terug en wie laten hun gezin overkomen?

Handels- en investeringscijfers Zweden-Nederland 1

Handels- en investeringscijfers Turkije-Nederland 1

Ontwikkelingen in de volgmigratie van asielmigranten

Transcriptie:

VLUCHTELINGEN IN GETALLEN 2012 Rond Wereldvluchtelingendag (20 juni) brengt VluchtelingenWerk Nederland jaarlijks de publicatie 'Vluchtelingen in getallen' uit. Deze publicatie geeft een overzicht van de belangrijkste cijfers over vluchtelingen en asielzoekers in Nederland, Europa en wereldwijd. Onder meer de volgende vragen worden beantwoord: - Hoeveel vluchtelingen zijn er in Nederland? - Hoeveel asielverzoeken worden er jaarlijks gedaan? Hoeveel worden er gehonoreerd? - Waar komen de meeste vluchtelingen vandaan? - Waar worden de meeste vluchtelingen opgevangen? Vluchtelingen in getallen geeft bij een aantal figuren verklaringen voor de ontwikkelingen die er te zien zijn, zoals de schommelingen in het aantal asielaanvragen per jaar. Waar nodig wordt nadere uitleg gegeven over de gebruikte termen en definities achter de cijfers. Voor deze publicatie geldt dezelfde disclaimer als voor de website van VluchtelingenWerk Nederland (www.vluchtelingenwerk.nl). Vragen en opmerkingen over deze publicatie kunnen worden gemaild naar documentatie@vluchtelingenwerk.nl. VluchtelingenWerk Nederland, juni 2012

Inhoudsopgave A. VLUCHTELINGEN IN NEDERLAND Vluchtelingen in Nederland: grootste groepen 3 Migratiemotieven 5 Asielaanvragen 6 Beslissingen 10 Alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama s) 13 Uitgenodigde vluchtelingen 15 Gezinshereniging en gezinsmigratie 17 Opvang 18 Huisvesting 19 Arbeidsparticipatie 20 Terugkeer 21 B. VLUCHTELINGEN IN EUROPA Asielaanvragen in Europa 22 Asielaanvragen naar landen van herkomst 23 Beslissingen 25 C. VLUCHTELINGEN WERELDWIJD Asielzoekers en vluchtelingen 26 Vluchtelingen naar belangrijkste land van herkomst 28 Vluchtelingen naar belangrijkste landen van opvang 29 Uitgenodigde vluchtelingen 29

A. VLUCHTELINGEN IN NEDERLAND Vluchtelingen in Nederland: de grootste groepen Hoeveel vluchtelingen zijn er in Nederland? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. De registratie van vluchtelingen is bijvoorbeeld niet eenduidig. Bovendien zijn er ruime en nauwe definities van een vluchteling. Wie tel je mee en wie niet? Hier volgt een overzicht van wat verschillende bronnen zeggen over het aantal vluchtelingen, en wie daarin worden meegeteld en wie niet. UNHCR: 90.075 De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties - UNHCR - gaat uit van de volgende cijfers op 1 januari 2011: Wie worden meegeteld? - Personen in Nederland met een vluchtelingenstatus (a-grond) of personen die aanvullende vormen van bescherming krijgen (b-, c- en d-grond) (74.961). (zie uitleg onder Beschermingsgronden Vreemdelingenwet 2000, p. 10). NB: Personen die een andere vergunning hebben gekregen (bijvoorbeeld pardon, gezinshereniging) tellen niet mee. - Staatlozen (2.061). - Asielzoekers in Nederland (13.053). VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2012 (CBS): 69.620 Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft voor de VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2012 diverse cijferoverzichten over vluchtelingen in Nederland samengesteld. Volgens de gebruikte definitie zijn er bijna 70.000 vluchtelingen in Nederland. Wie worden meegeteld? - Personen die van Nederland die tussen 1 januari 2000 en 1 januari 2010 asiel hebben aangevraagd, op 1 januari 2010 stonden ingeschreven in de GBA en genaturaliseerd zijn of beschikken over een verblijfsstatus (asiel of regulier). - Personen van wie de asielprocedure niet is afgerond tellen niet mee. - De tweede generatie en gezinsmigranten die zich voegen bij gezinsleden die in Nederland asiel hebben aangevraagd tellen niet mee. VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2006 (Regioplan): 200.000-250.000 Onderzoek uitgevoerd door Regioplan in opdracht van VluchtelingenWerk Nederland. Wie worden meegeteld? - Deze schatting is gebaseerd op personen in Nederland die zijn geboren in landen waar veel vluchtelingen vandaan komen. Het gaat daarbij deels om personen die om een andere reden dan asiel naar Nederland zijn gekomen (zie Figuur A.2). - Tweede generatie en gezinsherenigers. VluchtelingenWerk zet zich in voor vluchtelingen, asielzoekers én hun gezin VluchtelingenWerk zet zich ook in voor gezinsleden van asielzoekers en vluchtelingen, die niet altijd zélf asiel hebben aangevraagd. En óók voor asielzoekers die geen asielvergunning hebben gekregen, maar bijvoorbeeld een pardonvergunning of vergunning als alleenstaande minderjarige asielzoeker (ama). Daarom gaat VluchtelingenWerk uit van een aantal van 200.000 à 250.000 personen (asielzoekers, vluchtelingen en hun gezinsleden in Nederland) waar zij zich voor inzet of ingezet heeft.

Figuur A.1 laat zien hoeveel vreemdelingen er in Nederland wonen naar land van herkomst. Het gaat hier dus niet om asielaanvragen. In de tabel zijn landen opgenomen waaruit grote groepen vluchtelingen afkomstig zijn. Uit sommige landen komen vrijwel uitsluitend vluchtelingen en hun gezinsleden (gezinshereniging), uit andere landen komen ook migranten met andere migratiemotieven zoals arbeid of studie (zie figuur A.2). Hoewel het bij vluchtelingen niet logisch is om te spreken van een tweede generatie, zijn in figuur A.1 - analoog aan andere groepen vreemdelingen - ook de cijfers voor die groep opgenomen. Figuur A.1: Vreemdelingen in Nederland (eerste en tweede generatie) naar land van herkomst (stand begin 2010 en 2011) 2010 2011 Totaal Eerste generatie Tweede generatie Totaal Eerste generatie Tweede generatie Afghanistan 38.664 31.060 7.604 40.064 31.823 8.241 Angola 8.934 6.051 2.883 8.849 5.824 3.025 Armenië 520 520-635 632 3 Azerbeidzjaan 594 593 1 621 621 - Burundi 3.478 2.717 761 3.432 2.591 841 China 53.328 37.174 16.154 55.880 38.988 16.892 Colombia 12.292 7.634 4.658 12.968 7.967 5.001 DR Congo 7.983 4.792 3.191 8.045 4.740 3.305 Eritrea 1.377 1.079 298 1.628 1.299 329 Ethiopië 11.345 7.457 3.888 11.547 7.529 4.018 Iran 31.653 25.184 6.469 32.777 25.932 6.845 Irak 52.102 40.886 11.216 52.858 40.938 11.920 Ivoorkust 1.512 1.022 490 1.658 1.107 551 Voorm. Joegoslavië 79.119 52.739 26.380 79.962 52.554 27.408 Myanmar 836 692 144 995 839 156 Nepal 1.399 1.192 207 1.505 1.275 230 Nigeria 10.137 5.655 4.482 10.676 5.889 4.787 Rwanda 1.448 1.060 388 1.486 1.066 420 Sierra Leone 5.998 4.492 1.506 6.030 4.406 1.624 Soedan 6.329 4.420 1.909 6.208 4.324 1.884 Voorm. Sovjet-Unie 55.896 41.802 14.094 60.664 45.489 15.175 Somalië 27.011 19.803 7.208 31.237 23.177 8.060 Sri Lanka 10.346 6.656 3.690 10.722 6.776 3.946 Syrië 10.263 6.916 3.347 10.659 7.093 3.566 Togo 1.723 1.171 552 1.762 1.176 586 Turkije 383.957 196.385 187.572 388.967 197.042 191.925 Vietnam 19.259 12.049 7.210 19.510 12.083 7.427 Bron: Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), Statline 4

Migratiemotieven Figuur A.2 laat voor de periode 2000-2010 zien wat per land van herkomst de belangrijkste redenen zijn om te migreren. Voor Afghanistan, Angola, Democratische Republiek Congo, Guinee, Irak, Iran, voormalig Joegoslavië, Sierra Leone, Syrië, Soedan en Somalië zijn asiel en gezinshereniging de voornaamste migratiemotieven. Het ligt voor de hand dat de gezinsmigratie in deze gevallen (bijna) volledig samenhangt met een asielaanvraag. Er zijn immers nauwelijks andere migratiemotieven. De voormalige Sovjet-Unie, China en Ethiopië laten een diverser beeld zien wat betreft migratiemotieven. Voor Turkije is het belangrijkste migratiemotief gezinsmigratie. Figuur A.2: Immigratie naar Nederland naar migratiemotief, geselecteerde landen van herkomst (totaal 2000-2010) 50.000 45.000 40.000 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 Overig Gezinsmigratie Asiel Arbeid 10.000 5.000 0 Afghanistan Angola China DR Congo Ethiopië Guinee Irak Iran Nigeria Sierra Leone Soedan Somalië Sri Lanka Syrië Turkije Vietnam Vml. Joegoslavië Vml. Sovjet-Unie Overig is studie, au pair/stage, medische behandeling en economisch niet-actieven Bron: Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) 2012, Statline 5

Asielaanvragen Ontwikkeling van de asielaanvragen: verklaringen voor pieken en dalen In de afgelopen decennia is het aantal asielaanvragen per jaar sterk veranderd. In 1994 werden ruim 50.000 asielaanvragen gedaan en tot 2001 lag het aantal asielaanvragen voortdurend boven de 20.000. In de jaren daarna schommelt het aantal tussen de 10.000 en 15.000 per jaar. - Vanaf 1992: Oorlog in voormalig Joegoslavië brengt grote vluchtelingenstromen op gang in Europa. - 1994: In Duitsland wordt het asielbeleid aangescherpt met als doel het hoge aantal asielverzoeken terug te brengen (438.000 asielaanvragen in 1993). De asielinstroom in Duitsland daalt daarop sterk en neemt in de omliggende landen juist toe. - Vanaf 1997: Stijging asielinstroom door onrust in Afghanistan, Irak en de oorlog in Kosovo. - 2001: Invoering Nieuwe Vreemdelingenwet. - Afname asielinstroom door verminderd aantal aanvragen uit Afghanistan, voormalige Sovjetrepublieken en voormalig Joegoslavië. - 2008: Stijging van de instroom ten opzichte van 2007 doordat er meer asielverzoeken zijn uit Somalië en met name Irak vanwege oplaaiend geweld. Het categoriaal beleid voor asielverzoeken afkomstig uit Zuid- en Centraal-Irak is per 22 november 2008 afgeschaft. Asielzoekers uit deze regio s krijgen dus niet meer automatisch een vergunning. - 2009: Per 19 mei 2009 is het categoriaal beleid voor Centraal- en Zuid-Somalië afgeschaft. Het aantal asielverzoeken van Somaliërs is in de daaropvolgende jaren sterk gedaald: van 5.889 in 2009 naar 1.415 in 2011. Bron: Rechtspleging en civiel bestuur, WODC, Par. 8.3 Asiel, Sprangers en Nicolaas (2010) en Migratie naar en vanuit Nederland, WODC (2009) Figuur A.3: Asielaanvragen in Nederland (1993 t/m 2011) 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 35.399 52.576 29.258 22.857 34.443 45.217 42.729 43.895 32.579 18.667 13.402 9.782 12.347 14.465 9.731 15.275 16.163 15.148 14.631 0 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) 6

Figuur A.4: Eerste asielaanvragen naar belangrijkste landen van herkomst (2009-2011) 2009 2010 2011 Somalië 5.889 39,5% Somalië 3.372 25,3% Afghanistan 1.885 16,3% Irak 1.991 13,4% Irak 1.383 10,4% Irak 1.435 12,4% Afghanistan 1.281 8,6% Afghanistan 1.364 10,2% Somalië 1.415 12,2% Onbekend 507 3,4% Iran 785 5,9% Iran 929 8,0% Iran 502 3,4% Armenië 611 4,6% Onbekend 559 4,8% Eritrea 475 3,2% Onbekend 538 4,0% Armenië 471 4,1% Georgië 412 2,8% Eritrea 392 2,9% Eritrea 458 4,0% Armenië 349 2,3% Macedonië 389 2,9% Rusland 451 3,9% China 303 2,0% China 300 2,3% China 276 2,4% Guinee 235 1,6% Rusland 207 1,6% Macedonië 266 2,3% Overig 2.961 19,9% Overig 3.992 29,9% Overig 3.445 29,7% Totaal 14.905 100,0% Totaal 13.333 100,0% Totaal 11.590 100,0% Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Figuur A.5: Eerste asielaanvragen naar belangrijkste landen van herkomst (2009-2011) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2009 2010 2011 Overig Eritrea Armenië Iran Somalië Irak Afghanistan Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Figuur A.6: Ontwikkeling asielaanvragen (eerste en vervolg) naar belangrijkste landen van herkomst, per maand (absoluut, januari 2007-januari 2012) 700 600 500 400 300 Somalië Irak Afghanistan Iran 200 100 0 jan-07 apr-07 jul-07 okt-07 jan-08 apr-08 jul-08 okt-08 jan-09 apr-09 jul-09 okt-09 jan-10 apr-10 jul-10 okt-10 jan-11 apr-11 jul-11 okt-11 jan-12 Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) 7

Wat zijn eerste en vervolgaanvragen? Asielzoekers kunnen in sommige gevallen een nieuw asielverzoek indienen wanneer het eerste verzoek is afgewezen. Dat kan bijvoorbeeld wanneer er nieuwe feiten naar voren zijn gekomen die relevant zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag of wanneer de situatie in het land van herkomst is veranderd. Pas sinds augustus 2006 wordt in de administratie onderscheid gemaakt tussen eerste en vervolgaanvragen. Om een langere doorlopende reeks te maken worden in figuur A.3 die teruggaat tot vóór 2006 - alle aanvragen geteld. Figuur A.7 toont de ontwikkeling in het aandeel eerste en vervolgaanvragen. Eind 2011 bestond bijna 74% van de asielaanvragen uit eerste aanvragen. De rest (26%) betrof een vervolgaanvraag. Sinds maart 2011 ligt het aandeel vervolgaanvragen weer tegen of boven de 20%. Dat is het hoogste aandeel sinds september 2007. Somaliërs en Afghanen deden in 2011 aanmerkelijk vaker een herhaalde aanvraag dan in 2010: respectievelijk 571 om 299 en 220 om 508. Het aantal Irakezen dat een herhaalde aanvraag deed steeg veel minder: 521 in 2010, 572 in 2011. Figuur A.7: Ontwikkeling in aandeel eerste en vervolgaanvragen per maand 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% Vervolg Eerste 30% 20% 10% 0% aug-06 nov-06 feb-07 mei-07 aug-07 nov-07 feb-08 mei-08 aug-08 nov-08 feb-09 mei-09 aug-09 nov-09 feb-10 mei-10 aug-10 nov-10 feb-11 mei-11 aug-11 nov-11 Bron: IND Asielaanvragen en reguliere aanvragen Reguliere en Vreemdelingen die eerder een asielaanvraag deden kunnen een reguliere aanvraag doen op een van de in tabel A.9 genoemde gronden. Soms loopt gelijktijdig een asielaanvraag. Als de reguliere aanvraag wordt toegewezen komt daarmee de asielaanvraag te vervallen. Voor de beslissingen op deze aanvragen, zie figuur A.14. A.8: Reguliere aanvragen van vreemdelingen die eerder een asielaanvraag deden 2007 2008 2009 2010 Gezinsmigratie 510 580 590 550 Medische behandeling 370 350 370 390 Slachtoffers en getuigeaangevers 60 90 90 90 van mensenhandel Arbeid 60 30 10 30 Overig 1.260 1.040 650 590 Totaal 2.260 2.090 1.710 1.650 Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) 8

Beslissingen Algemene of verlengde asielprocedure Na de rust- en voorbereidingstermijn komt de asielzoeker in de algemene asielprocedure (AA). In juli 2010 is de asielprocedure herzien. Voorheen was er een snelle procedure van 48 uur. Nu is er een algemene procedure van acht dagen. Tijdens deze acht dagen spreekt de asielzoeker twee keer een IND-medewerker en overlegt twee keer met zijn advocaat. Na de vierde dag beslist de IND of op de aanvraag in de algemene asielprocedure kan worden beslist, of dat de asielzoeker naar de verlengde asielprocedure (VA) gaat omdat er bijvoorbeeld meer onderzoek nodig is. Figuur A.9: Afhandeling van asielverzoeken in de algemene asielprocedure (AA) 2010-I 2010-II 2011-I 2011-II Afgewezen 950 14% 1.650 21% 2.070 30% 2.790 38% Ingewilligd 1.020 15% 2.140 28% 1.660 24% 1.480 20% Naar verlengde asielprocedure (VA) 4.750 71% 3.930 51% 3.230 46% 3.100 42% Totaal 6.720 7.710 6.960 7.370 Bron: Rapportage Vreemdelingenketen NB: In de eerste helft van 2010 waren de AA en VA nog niet ingevoerd. De cijfers zijn opgenomen om een vergelijking te kunnen maken met de voorgaande situatie. Beschermingsgronden Vreemdelingenwet 2000 In de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) worden verschillende gronden onderscheiden om bescherming te bieden: - a-grond: vluchtelingschap Iemand voldoet aan de voorwaarden van het Vluchtelingenverdrag. - b-grond: subsidiaire bescherming Iemand loopt bij uitzetting risico op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. - c-grond: humanitaire gronden Er zijn klemmende redenen van humanitaire aard, die verband houden met de redenen van vertrek uit eigen land (met name trauma s vanwege eerdere vervolging). - d-grond: humanitaire gronden De algehele situatie in het land van herkomst is te slecht (conflict of grootschalige mensenrechtenschendingen). NB: Onder de Vw2000 is het niet meer mogelijk om door te procederen voor een andere status. Onder de oude wet was dit wel het geval. Figuur A.10: Beslissingen op asielaanvragen in eerste aanleg per jaar totaal Verdragsvluchteling (a-grond) Subsidiaire bescherming (b-grond) Humanitaire status (c- en d-grond) 2005 16.902 964 5,7% 2.826 16,7% 5.028 29,7% 8.084 47,8% 2006 11.863 358 3,0% 1.207 10,2% 2.779 23,4% 7.519 63,4% 2007 8.429 487 5,8% 987 11,7% 2.976 35,3% 3.979 47,2% 2008 10.920 515 4,7% 1.610 14,7% 3.550 32,5% 5.245 48,0% 2009 16.355 695 4,2% 3.270 20,0% 3.940 24,1% 8.455 51,7% 2010 17.145 810 4,7% 4.010 23,4% 2.745 16,0% 9.575 55,8% 2011 15.790 710 4,5% 4.065 25,7% 2.050 13,0% 8.965 56,8% Bron: UNHCR, INDIAC en Eurostat Afwijzing Het gaat in figuur A.10 om beslissingen op zowel eerste aanvragen als vervolgaanvragen. Het gaat om aantallen dossiers en niet om aantallen personen. Niet op elke aanvraag wordt in het jaar van aanvraag beslist. Daarom komt het aantal asielaanvragen in een jaar niet overeen met het aantal beslissingen. De statussen die zijn verleend op reguliere gronden (bijvoorbeeld gezinshereniging of medische behandeling) en beslissingen op beroepszaken zijn hier niet in meegenomen. Zie daarvoor tabel respectievelijk 9 figuur A.14, A.15 en A.16.

A.11: Percentage van de asielprocedures dat binnen de wettelijke termijn* wordt afgehandeld 2007 51% 2008 65% 2009 73% 2010 82% 2011 (1 ste helft) 87% Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) * De wettelijke termijn voor de afhandeling van een asielaanvraag is 6 maanden. Na invoer van de nieuwe asielprocedure (juli 2010) zijn er twee termijnen: 8 dagen voor de algemene asielprocedure en 6 maanden voor de verlengde asielprocedure. Tijdelijke en definitieve asielvergunning Als een asielzoeker in Nederland mag blijven, krijgt hij eerst een tijdelijke vergunning. Voor iedereen is dit dezelfde tijdelijke asielvergunning. Nederland kan deze vergunning vijf jaar lang intrekken. Na vijf jaar kunnen vreemdelingen een definitieve asielvergunning aanvragen. Als iemand een definitieve vergunning heeft, kan Nederland deze niet intrekken bij een verbetering van de situatie in het land van herkomst. Intrekken kan wel als iemand een misdrijf pleegt. A.12: Verleende asielvergunningen (tijdelijk (TV) en definitief (DV)) naar land van nationaliteit TV DV TV DV TV DV TV DV TV DV 2007 2007 2008 2008 2009 2009 2010 2010 2011 2011 Afghaanse 515 305 275 40 330 95 755 130 1.375 265 Angolese 185 25 40 5 35 10 25 20 5 20 Armeense 175 45 40 5 80 25 165 20 75 20 Azerbajdzjaanse 500 45 100 10 55 5 60 30 40 35 Bosnische 85 35 10 0-5 0 15 0 0 Burundische 105 155 70 45 70 60 40 75 10 180 Chinese 140 20 115 0 130 30 205 20 230 35 Congolees 65 35 45 5 55 25 60 25 75 25 Congolees (DR) 80 20 40 10 35 20 40 115 30 70 Eritrese 170 70 130 5 225 35 285 70 410 120 Guinese 55 20 135 10 110 5 125 20 100 40 Iraakse 2.445 1.230 2.190 75 1.795 50 1.360 195 1.290 485 Iraanse 285 75 200 10 255 55 450 40 595 145 Ivoriaanse 90 10 55 95 75 15 70 0 20 5 Joegoslavische 375 40 60 5 10 15 5 25 0 10 Nigeriaanse 35 10 25 5 25 5 15 5 25 15 Russische 170 60 55 5 35 25 15 10 25 45 Sierraleoonse 145 145 95 25 110 15 75 30 55 55 Somalische 1.285 260 1.525 155 3.860 120 3.590 230 2.350 495 Sri Lankaanse 50 15 50 0 85 0 135 5 95 5 Soedanese 230 65 50 10 35 60 65 75 120 85 Syrische 125 20 25 0 30 15 55 35 25 45 Turkse 145 60 40 10 15 15 25 30 20 30 Onbekend en staatloos 725 345 260 65 310 70 245 170 400 265 Overige nationaliteiten 725 335 355 40 480 95 495 255 425 410 Totaal nationaliteit 8.905 3.440 5.985 630 8.240 875 8.355 1.650 7.795 2.895 Bron: CBS Statline juni 2012 10

Figuur A.13: Beslissingen op aanvragen voor een tijdelijke asielvergunning 2008 2009 2010 Ingewilligd 6.140 47,6% 8.510 44,2% 8.700 43,9% Afgewezen 5.670 44,0% 9.770 50,7% 10.330 52,1% Overige afdoening 1.080 8,4% 990 5,1% 800 4,0% Totaal 12.890 100,0% 19.270 100,0% 19.830 100,0% Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) Onder overige afdoeningen vallen onder andere zaken die worden ingetrokken en zaken die buiten behandeling worden gesteld wegens vertrek over overlijden. Figuur A.14: Beslissingen op reguliere aanvragen van vreemdelingen die eerder een asielaanvraag deden 2008 2009 2010 Inw. Afw. Ov. Tot. Inw. Afw. Ov. Tot. Inw. Afw. Ov. Tot. Gezinsmigratie 240 190 90 520 300 210 80 590 220 210 30 470 Medische behandeling 100 170 80 350 120 260 40 420 50 200 30 280 Slachtoffers en getuige-aangevers 80 <10 <10 90 80 <10 0 80 90 <10 0 90 mensenhandel Overig 220 320 400 920 200 300 190 690 200 240 60 490 Totaal 640 680 570 1.880 700 770 310 1.780 560 650 120 1.330 Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) Beslissingen: inwilligingen, afwijzingen, overig en totaal. Voor uitleg over reguliere aanvragen zie figuur A.8 Figuur A.15: Beslissingen op beroepszaken asiel (absoluut en relatief) 2008 2009 2010 2008 2009 2010 Gegrond 840 1.450 2.480 17,2% 22,4% 23,3% Ongegrond 2.260 3.040 6.000 46,3% 47,1% 56,3% Overig 1.780 1.970 2.180 36,5% 30,5% 20,5% Totaal 4.880 6.460 10.650 100,0% 100,0% 100,0% Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) Asielzoekers kunnen na een negatieve beschikking op hun asielaanvraag in beroep gaan bij de rechtbank. Deze tabel laat zien hoe er op die zaken beslist wordt. Figuur A.16: Beslissingen op hoger beroepszaken asiel (beroep vreemdeling) 2008 2009 2010 2008 2009 2010 Gegrond 30 20 70 2,7% 1,5% 2,9% Ongegrond 1010 1210 2280 90,2% 90,3% 93,1% Overig 80 110 100 7,1% 8,2% 4,1% Totaal 1120 1340 2450 100,0% 100,0% 100,0% Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) Asielzoekers kunnen hoger beroep aantekenen bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter. Deze tabel laat zien hoe er op die zaken beslist wordt. Figuur A.17: Beslissingen op hoger beroepszaken asiel (beroep IND) 2008 2009 2010 2008 2009 2010 Gegrond 140 200 450 82,4% 76,9% 76,3% Ongegrond 30 40 120 17,6% 15,4% 20,3% Overig <10 20 20 5,9% 7,7% 3,4% Totaal 170 260 590 100,0% 100,0% 100,0% Bron: Kamerstuk 19637, 1416 (bijlage) 11

Dublin-verordening De Europese landen hebben afgesproken in welke gevallen een land verantwoordelijk is voor de behandeling van asielaanvragen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Dublinverordening. In het algemeen geldt de regel dat het eerste land in Europa waar de asielzoeker aankomt of doorreist, verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Stel, een asielzoeker vraagt in Nederland asiel aan, maar later blijkt dat hij via Italië Europa is binnengekomen. Dan zal Nederland hem naar Italië terugsturen: dat land is verantwoordelijk voor zijn asielprocedure. In 2011 werden 1.670 asielverzoeken afgewezen omdat de asielzoeker via een ander land de EU was binnengekomen. Figuur A.18: Afgewezen asielaanvragen in Nederland op grond van Dublin 2.500 2.000 2.120 1.500 1.290 1.440 1.440 1.000 500 530 390 940 720 670 1.000 0 2007-I 2007-II 2008-I 2008-II 2009-I 2009-II 2010-I 2010-II 2011-I 2011-II Bron: Rapportage Vreemdelingenketen 12

Alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama s) Figuur A.19: Asielaanvragen van alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama s) per jaar (absoluut en als percentage van het totale aantal aanvragen) 8.000 20% 7.000 6.705 18% 6.000 5.547 5.951 16% 14% 5.000 4.000 3.000 3.504 2.660 3.232 12% 10% 8% Relatief Absoluut 2.000 1.562 1.216 6% 4% 1.000 594 515 410 433 726 1.039 701 484 2% 0 0% 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Figuur A.20: Instroom alleenstaande minderjarige asielzoekers naar belangrijkste landen van herkomst 2009 2010 2011 Afghanistan 322 246 258 Somalië 357 119 38 Irak 67 32 27 Wit-Rusland 4 13 22 Guinee 45 33 11 Sierra Leone 11 10 11 Iran 22 16 11 China 11 20 8 Overig 200 212 98 Totaal 1.039 701 484 Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Veel veranderingen in asielaanvragen van alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama s) In de afgelopen vijftien jaar is het aantal asielaanvragen van ama s sterk veranderd. Sinds 1996 - het eerste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn is er een sterke groei te zien. In 2000 is het aantal asielaanvragen van ama s het hoogst: 6.705. In dat jaar, 2001 en 2002 is het aandeel van asielverzoeken van ama s in het totale aantal asielaanvragen respectievelijk 15,4%, 18,2% en 17,3%. Het aandeel blijft mede hoog doordat het totale aantal asielaanvragen in die jaren beduidend sterker daalt dan dat van de ama s. De verbetering van de situatie in landen waar veel ama s vandaan komen leidt vanaf 2003 tot een sterke daling, zowel in absolute aantallen als in aandeel van het totale aantal asielverzoeken. Door de beëindiging van burgeroorlogen in Angola, Guinee en Sierra Leone lopen de aanvragen uit deze landen in twee jaar tijd terug van 3.387 in 2001 naar 282 in 2003. De daling van het aantal asielaanvragen van ama s loopt door tot 2006. In dat jaar is nog geen 3% van de aanvragen afkomstig van ama s. Daarna stijgt het aantal en aandeel ama s weer. Van 2008 tot 2009 nemen de aantallen ama s afkomstig uit Afghanistan en Somalië sterk toe. Het aantal Iraakse ama s daalt juist: van 184 naar 67. In 2011 is het aantal Somalische ama s nog maar 11% van dat in 2009. Ruim de helft van de ama s in 2011 komt uit Afghanistan. 13

Figuur A.21: Aantal asielaanvragen alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama s) naar belangrijkste landen van herkomst in 2010 (absoluut) Overig 20,2% Iran 2,3% Sierra Leone 2,3% Wit-Rusland 4,5% Afghanistan 53,3% China 1,7% Irak 5,6% Guinee 2,3% Somalië 7,9% Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) 14

Uitgenodigde vluchtelingen Uitgenodigde vluchtelingen De wereldvluchtelingenorganisatie UNHCR heeft een programma om vluchtelingen in andere landen te hervestigen. De vluchtelingen verblijven meestal langdurig in vluchtelingenkampen, vaak in een buurland van het land waar ze vandaan komen. In deze kampen is de situatie vaak erbarmelijk en ronduit onveilig. De UNHCR selecteert de 'uitgenodigde' vluchtelingen tijdens speciale selectiemissies. De kwetsbaarste groepen krijgen daarbij de voorrang. De UNHCR draagt ze voor hervestiging voor aan landen die deelnemen aan het zogenaamde resettlement program. De meeste uitgenodigde vluchtelingen worden opgevangen door Verenigde Staten, Canada, Australië, Zweden, Noorwegen, Finland, Nieuw Zeeland, Denemarken en Nederland. Zie voor de internationale cijfers figuur C.8. Nederland heeft sinds 1986 een quotum van 500 uitgenodigde vluchtelingen per jaar. Dat betekent dat Nederland heeft toegezegd jaarlijks 500 vluchtelingen op te nemen voor hervestiging. Pas sinds 2005 wordt dat aantal daadwerkelijk gehaald. Voor de periode 2008 tot en met 2011 is afgesproken dat Nederland 2000 uitgenodigde vluchtelingen opneemt. Figuur A.22: Aantal uitgenodigde vluchtelingen dat door IOM is ondersteund bij overkomst naar Nederland, per jaar 700 600 500 400 300 200 100 83 284 147 164 232 517 453 490 618 367 435 530 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Bron: www.iom-nederland.nl 15

Figuur A.23: Door Nederland uitgenodigde vluchtelingen naar belangrijkste nationaliteiten in procenten (2011) DR Congo 6,2% Iran 3,6% Overig 5,3% Buthan 18,3% Sri Lanka 7,7% Eritrea 14,0% Ethiopië 15,1% Irak 14,7% Myanmar 15,1% Bron: IOM 16

Gezinshereniging en gezinsmigratie Gezinsmigratie van statushouders asiel In 2011 werden 1.650 minderjarige kinderen of echtgenoten herenigd met hun in Nederland woonachtige familieleden (een vergunning op de e-grond; 2.660 in 2010). Ook 220 meerderjarige kinderen of ongehuwde partners werden herenigd (f-grond; 220 in 2010). Belangrijk is te weten dat het hier alleen gaat om gezinshereniging van asielstatushouders van wie de gezinshereniging binnen drie maanden na statusverlening is aangevraagd. Deze zogenaamde nareizigers hebben al een asielvergunning. Het overgrote deel van de gezinsherenigers doorloopt zo de asielprocedure en wordt meegeteld in de asielaanvragen. In andere gevallen wordt een reguliere vergunning verleend. In 2011 vroegen ongeveer 4.650 zo n Machtiging voor Voorlopig Verblijf (MVV) aan voor gezinshereniging. Voor Somaliërs is bekend dat in de eerste helft van 2011 11% en in de tweede helft 6% van deze aanvragen werd gehonoreerd. Voor de totale groep asielzoekers is dat niet bekend. De cijfers in figuur A.25 geven voor de periode 2000-2010 de totalen weer van gezinshereniging en gezinsvorming, zowel asielgerelateerd als regulier. Het overgrote deel van de vluchtelingen in Nederland is afkomstig uit een van deze landen. Het is aannemelijk dat gezinsmigratie hier dus vaak gekoppeld is aan een asielverzoek. Figuur A.24: Gezinsmigratie van statushouders asiel 2009 2010 2011 e-grond 1.790 2.660 1.650 f-grond 110 220 150 Bron: Rapportage Vreemdelingenketen Figuur A.25: Gezinsmigratie voor geselecteerde landen van herkomst, totaal periode 2000-2010 18.000 16.000 15.658 14.000 12.000 10.000 9.609 8.000 6.000 7.032 7.295 5.809 4.000 3.476 2.583 2.000 548 894 787 440 622 882 1.118 0 Afghanistan Angola DR Congo Ethiopië Guinee Irak Iran Nigeria Sierra Leone Soedan Somalië Vml. Joegoslavië Vml. Sovjet-Unie Syrië Bron: Centraal Bureau voor Statistiek, Statline Definitie gezinsmigratie CBS Het CBS gebruikt de volgende definitie voor gezinsmigratie: immigratie van niet-nederlanders met als doel gezinsmigratie. Gezinsmigratie bestaat uit gezinshereniging, meemigrerende gezinsleden en gezinsvorming. 17

Opvang Centrale opvang Op 1 januari 2011 bestond 80% van de bezetting van de centrale opvang uit bewoners van een asielzoekerscentrum (AZC). Andere vormen van centrale opvang zijn bijvoorbeeld zelfzorgarrangementen (ZZA) en Alternatieve tijdelijke capaciteit (ATC). Meer informatie hierover is te vinden op www.coa.nl. Figuur A.26: Bezetting van, instroom in en uitstroom uit de centrale opvang (absoluut) 90.000 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 Bezetting Instroom Uitstroom 20.000 10.000 0 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Bron: www.coa.nl 18

Huisvesting Huisvesting vergunninghouders Elke gemeente in Nederland heeft de verplichting vergunninghouders te huisvesten. Deze zogenaamde taakstelling is afhankelijk van het aantal inwoners in die gemeente. Vergunninghouders zijn asielzoekers die een asielvergunning of een andere reguliere vergunning hebben gekregen. Op het moment dat zij te horen krijgen dat ze in Nederland mogen blijven, wonen ze meestal in de centrale opvang, vaak in asielzoekerscentra (AZC s). Van daaruit verhuizen ze dus naar een gemeente die hun een huis aanbiedt. Figuur A.27: Huisvesting vergunninghouders, te huisvesten personen per provincie (1 juni 2012) Te huisvesten Provincie personen Fryslân 122 Groningen 109 Drenthe 90 Overijssel 202 Gelderland 357 Flevoland 69 Noord-Holland 480 Zuid-Holland 628 Utrecht 222 Brabant 445 Zeeland 72 Limburg 204 Totaal 3.000 Bron: www.justitie.nl, Overzicht huisvesting vergunninghouders per 1 juni 2012 19

Arbeidsparticipatie Figuur A.28: Arbeidsparticipatie vluchtelingen naar herkomstland (1 januari 2011) Afghanistan Angola China Irak Iran Sierra Leone Soedan Somalië Syrië Vml. Joegoslavië Vml. Sovjet-Unie Overige landen Totaal Baan Geen baan 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bron: CBS, VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2012 VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2012: Integratie in feiten en cijfers - Variatie in gemeentelijk beleid Meer informatie over de integratie van vluchtelingen is te vinden in de publicatie VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2012. Onderwerpen die aan bod komen zijn werk, inkomen en demografische kenmerken. Ook wordt bekeken hoe het de vluchtelingen verging die onder de Pardonregeling kwamen te vallen. Daarnaast is de variatie in het gemeentelijk beleid in kaart gebracht. De IntegratieBarometer dynamische kaart laat de verschillen tussen gemeenten zien. 20

Terugkeer Er zijn verschillende vormen van vertrek van een vreemdeling: - Zelfstandig vertrek zonder toezicht Bij controle is geconstateerd dat een vreemdeling niet meer aanwezig is op het laatste bekende adres, maar vertrek is niet aangetoond is. De vreemdeling is met onbekende bestemming vertrokken (MOB). - Zelfstandig vertrek onder toezicht Zelfstandig georganiseerd vertrek van een vreemdeling (bijvoorbeeld met hulp van IOM) - Gedwongen vertrek Het vertrek van een niet meer rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling door de Vreemdelingenpolitie. Figuur A.29: Terugkeer naar soort vertrek 2007 2008 2009 2010 2011 Aantoonbaar vertrek 11.900 9.200 10.360 11.810 10.820 - Waarvan gedwongen 10.050 6.850 7.270 8.040 6.620 - Waarvan zelfstandig 1.850 2.350 3.090 3.790 4.200 Zelfstandig zonder toezicht 14.600 10.900 11.720 10.890 10.170 Totaal 26.500 20.100 22.090 22.700 20.990 Bron: Rapportage Vreemdelingenketen Figuur A.30: Zelfstandig vertrek zonder toezicht, belangrijkste nationaliteiten (2011) Iraakse 1.300 Somalische 620 Afghaanse 570 Chinese 540 Overige 7.140 Totaal 10.170 Bron: Rapportage Vreemdelingenketen Figuur A.31: Vrijwillige en zelfstandige terugkeer met hulp van IOM Nederland per jaar (absolute aantallen) 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 3.579 1.998 1.389 2.068 2.912 3.714 3.463 2.849 1.559 1.767 2.583 3.064 3.473 1.000 500 0 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Bron: www.iom-nederland.nl NB: Deze cijfers geven geen compleet beeld; het betreft hier alleen de terugkeer die gefaciliteerd wordt door IOM Nederland. In 2010 heeft 54% van de 3.064 terugkeerders een asielachtergrond, in 2011 is dit 67% van 2.583. 21

Figuur A.32: Aantal terugkeerders met hulp van IOM, geselecteerde nationaliteiten (2011) 1 Iraakse 825 8 Servische 61 2 Macedonische 316 9 Armeense 60 3 Mongoolse 200 10 Angolese 53 4 Witrussische 195 11 Georgië 51 5 Russische 186 12 Iraanse 41 6 Chinese 175 Overig 1.115 7 Afghaanse 65 Totaal 3.473 Bron: www.iom-nederland.nl Alleen die nationaliteiten zijn opgenomen waarvan bekend is dat asiel een veelvoorkomend migratiemotief is. 22

B. VLUCHTELINGEN IN EUROPA Asielaanvragen in Europa Figuur B.1: Asielaanvragen in geselecteerde Europese landen (absoluut en als deel van het aantal aanvragen in de EU27) 2009 2010 2011 België 17.190 7,0% 21.760 9,1% 25.980 9,4% Bulgarije 850 0,3% 1.030 0,4% 890 0,3% Cyprus 3.200 1,3% 3.160 1,3% 1.770 0,6% Denemarken 3.820 1,5% 4.970 2,1% 3.810 1,4% Duitsland 27.650 11,2% 41.330 17,2% 45.740 16,5% Estland 40 0,0% 30 0,0% 70 0,0% Finland 5.910 2,4% 4.020 1,7% 3.090 1,1% Frankrijk 42.120 17,0% 48.070 20,0% 51.910 18,7% Griekenland 15.930 6,4% 10.270 4,3% 9.310 3,4% Hongarije 4.670 1,9% 2.100 0,9% 1.690 0,6% Ierland 2.690 1,1% 1.940 0,8% 1.290 0,5% Italië 17.600 7,1% 10.050 4,2% 34.120 12,3% Letland 50 0,0% 60 0,0% 340 0,1% Litouwen 210 0,1% 370 0,2% 410 0,1% Luxemburg 480 0,2% 740 0,3% 2.160 0,8% Malta 2.390 1,0% 140 0,1% 1.850 0,7% Nederland 14.910 6,0% 13.330 5,5% 11.590 4,2% Noorwegen* 17.230 10.060 9.050 Oostenrijk 15.820 6,4% 11.010 4,6% 14.430 5,2% Polen 10.590 4,3% 6.530 2,7% 5.190 1,9% Portugal 140 0,1% 160 0,1% 280 0,1% Roemenië 840 0,3% 860 0,4% 1.720 0,6% Slovenië 180 0,1% 250 0,1% 310 0,1% Slowakije 820 0,3% 540 0,2% 450 0,2% Spanje 3.010 1,2% 2.740 1,1% 3.410 1,2% Tsjechië 1.360 0,5% 490 0,2% 490 0,2% Verenigd Koninkrijk 30.670 12,4% 22.640 9,4% 25.420 9,2% Zweden 24.190 9,8% 31.820 13,2% 29.650 10,7% Zwitserland* 14.490 13.520 19.440 EU27 totaal 247.330 100,0% 240.410 100,0% 277.370 100,0% Bron: UNHCR NB: De cijfers worden jaarlijks met terugwerkende kracht bijgesteld. Daarom wijken de cijfers van 2010 af van de cijfers die in Vluchtelingen in getallen 2011 gepubliceerd zijn. * geen lid van EU27 23

Figuur B.2: Aandeel asielaanvragen in EU27 naar belangrijkste ontvangende landen (2011) Nederland 4,2% Griekenland 3,4% Overig 10,5% Frankrijk 18,7% Oostenrijk 5,2% Verenigd Koninkrijk 9,2% Duitsland 16,5% België 9,4% Zw eden 10,7% Italië 12,3% Bron: UNHCR Asielaanvragen naar landen van herkomst Figuur B.3: Asielaanvragen in Europa (EU27) naar belangrijkste landen van herkomst (absoluut en procentueel) 2009 2010 2011 Afghanistan 19.393 7,9% Servië 27.429 11,4% Afghanistan 26.159 9,4% Somalië 18.653 7,6% Afghanistan 19.442 8,1% Servië 19.072 6,9% Rusland 17.887 7,3% Rusland 16.266 6,8% Rusland 15.045 5,4% Irak 17.544 7,1% Irak 14.448 6,0% Pakistan 14.386 5,2% Servië 16.791 6,8% Somalië 13.844 5,8% Irak 13.623 4,9% Georgië 10.222 4,2% Iran 9.291 3,9% Iran 10.789 3,9% Nigeria 9.971 4,0% Pakistan 8.936 3,7% Somalië 10.656 3,8% Pakistan 9.562 3,9% Georgië 6.641 2,8% Nigeria 7.824 2,8% Iran 7.588 3,1% Nigeria 6.536 2,7% Bangladesh 6.787 2,4% Sri Lanka 6.382 2,6% Macedonië 5.711 2,4% Syrië 6.725 2,4% Turkije 5.868 2,4% Sri Lanka 5.699 2,4% Sri Lanka 6.431 2,3% Armenië 5.858 2,4% Bangladesh 5.659 2,4% Georgië 6.252 2,3% Bangladesh 5.663 2,3% China 5.392 2,3% Armenië 5.929 2,1% China 5.410 2,2% Turkije 5.345 2,2% DR Congo 5.800 2,1% Eritrea 5.027 2,0% DR Congo 5.080 2,1% Turkije 5.376 1,9% DR Congo 4.448 1,8% Armenië 4.965 2,1% Guinee 5.340 1,9% Syrië 4.257 1,7% Guinee 4.555 1,9% Eritrea 5.208 1,9% Guinee 4.008 1,6% Eritrea 4.406 1,8% China 5.084 1,8% Macedonië 749 0,3% Syrië 4.228 1,8% Macedonië 4.699 1,7% Overig 71.022 28,8% Overig 65.735 27,4% Overig 96.158 34,7% Totaal 246.303 100,0% Totaal 239.608 100,0% Totaal 277.343 100,0% Bron: UNHCR 24

Figuur B.4: Aandeel asielaanvragen in Europa (EU27) naar belangrijkste landen van herkomst (2011) Afghanistan 9% Servië 7% Rusland 5% Overig 54% Pakistan 5% Irak 5% Iran 4% Somalië 4% Syrië 2% Bangladesh 2% Nigeria 3% Bron: UNHCR 25

Revoluties in de Arabische wereld In veel landen in de Arabische wereld braken eind 2010 en begin 2011 revoluties uit. De opstanden leidden situaties in van onveiligheid en onzekerheid. Veel mensen ontvluchtten het geweld. Zij werden meestal opgevangen in een buurland of vluchtten naar een veiliger plek in eigen land (ontheemden). In Europa leidden de revoluties tot een vaak tijdelijke stijging van het aantal asielaanvragen. Het aantal asielaanvragen uit Egypte en Algerije nam licht toe. Ook de strijd in Libië die van februari tot oktober 2011 duurde heeft geleid tot een stijging van het aantal asielaanvragen. De enorme uitschieter in de asielaanvragen van Tunesiërs komt bijna volledig op het conto van Italië. In februari en maart 2011 de eerste maanden na de revolutie - vroegen daar respectievelijk 1.600 en 1.485 Tunesiërs asiel aan. In Syrië duurt de opstand voort sinds maart 2011. Het aantal asielaanvragen is gestaag gestegen. In 2010 vroegen 5.005 Syriërs ergens in Europa asiel aan, in 2011 waren dat er 7.885. Veruit de meeste Syriërs worden in de regio opgevangen of zijn ontheemd geraakt. In april 2012 waren 300.000 Syriërs ontheemd. In de regio zochten 22.000 Syriërs hun toevlucht in Libanon, 16.000 in Jordanië, 23.870 in Turkije en 3.000 in Irak. Ironisch genoeg vangt Syrië zelf ruim 750.000 vluchtelingen op uit de regio, voornamelijk Palestijnen (bron: US Department of State, UNHCR en IDMC). Figuur B.5: Asielaanvragen in de EU uit Arabische wereld (1-2010 tot 1-2012) 1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 Algerije Egypte Libië Tunesië Syrië 400 200 0 2010/01 2010/03 2010/05 2010/07 2010/09 2010/11 2011/01 2011/03 2011/05 2011/07 2011/09 2011/11 Bron: Eurostat 26

Beslissingen Figuur B.6: Beslissingen in eerste aanleg naar uitkomst (afwijzing of toekenning met grond van verlening) op eerste en vervolgaanvragen asiel (2011) EU27 België Denemarken Duitsland Finland Frankrijk Griekenland Groot-Brittannië Italië Nederland Noorw egen * a-grond b-grond c/d-grond Afw ijzing Oostenrijk Polen Portugal Roemenië Spanje Zw eden Zw itserland * 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron : Eurostat Opmerkingen bij figuur B.6: - Het gaat om de beslissingen die zijn genomen, niet over de asielinstroom in dat jaar. - Statussen die zijn verleend op reguliere gronden (medische behandeling, gezinshereniging) zijn in dit overzicht niet opgenomen. - Gronden van verlening: a-grond: vluchtelingschap; b-grond: subsidiaire bescherming c/d-grond: humanitaire gronden Voor uitgebreidere uitleg van de gronden zie figuur A.9. 27

C. VLUCHTELINGEN WERELDWIJD Asielzoekers en vluchtelingen Figuur C.1: Vluchtelingen naar werelddeel van herkomst en opvang (absoluut en relatief, 1 januari 2012) Vluchtelingen naar werelddeel van herkomst Vluchtelingen naar werelddeel van herkomst% Vluchtelingen naar werelddeel van opvang Vluchtelingen naar werelddeel van opvang % Afrika 3.511.640 33,8% 2.924.091 28,1% Azië 5.772.713 55,5% 5.104.115 49,1% Europa 467.387 4,5% 1.534.415 14,7% Latijns-Amerika 484.069 4,7% 377.784 3,6% Noord-Amerika 3.887 0,0% 429.646 4,1% Oceanië 1.890 0,0% 34.755 0,3% Overig/statelozen 163.220 1,6% - - Totaal 10.404.806 100,0% 10.404.806 100,0% Bron: Global trends 2011, UNHCR Figuur C.2: Vluchtelingen naar werelddeel van herkomst en opvang 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Herkomst Opvang Overig/statelozen Oceanië Noord-Amerika Latijns-Amerika Europa Azië Afrika Bron: Global trends 2011, UNHCR 28

Figuur C.3: Asielzoekers naar werelddeel van herkomst en opvang (absoluut en relatief, 1 januari 2012) Asielzoekers naar werelddeel van herkomst Asielzoekers naar werelddeel van herkomst % Asielzoekers naar werelddeel van opvang Asielzoekers naar werelddeel van opvang % Afrika 294.995 32,9% 390.715 43,6% Azië 187.702 21,0% 83.130 9,3% Europa 45.695 5,1% 312.701 34,9% Latijns-Amerika 64.822 7,2% 49.677 5,5% Noord-Amerika 603 0,1% 53.573 6,0% Oceanië 359 0,0% 5.488 0,6% Overig/statelozen 301.108 33,6% Totaal 895.284 100,0% 895.284 100,0% Bron: Global trends 2011, UNHCR Figuur C.4: Asielzoekers naar werelddeel van herkomst en opvang 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Herkomst Opvang Overig/statelozen Oceanië Noord-Amerika Latijns-Amerika Europa Azië Afrika Bron: Global trends 2011, UNHCR UNHCR UNHCR staat voor United Nations High Commissioner for Refugees. De UNHCR is de belangrijkste organisatie die zich bezighoudt met de bescherming van vluchtelingen wereldwijd. Het hoofddoel van de UNHCR is het waarborgen van de rechten en het welzijn van vluchtelingen. Groepen waarvoor UNHCR zich inzet zijn - vluchtelingen - asielzoekers - ontheemden - personen die zijn teruggekeerd - statelozen Voor de exacte definities van deze groepen kunt u terecht bij de website van de UNHCR. 29

Vluchtelingen naar belangrijkste landen van herkomst Figuur C.5: Aantal vluchtelingen wereldwijd, top 10 herkomstlanden in dat jaar (2010-2012) 1-1-2010 1-1-2011 1-1-2012 1 Afghanistan 2.887.100 1 Afghanistan 3.054.709 1 Afghanistan 2.664.436 2 Irak 1.785.200 2 Irak 1.683.575 2 Irak 1.428.308 3 Somalië 678.300 3 Somalië 770.148 3 Somalië 1.077.048 4 DR Congo 455.900 4 DR Congo 476.693 4 Soedan 500.014 5 Myanmar 406.700 5 Soedan 379.067 5 DR Congo 491.481 6 Colombia 389.800 6 Vietnam 338.698 6 Myanmar 414.626 7 Soedan 368.200 7 Myanmar 215.644 7 Colombia 395.949 8 Vietnam 339.300 8 Eritrea 205.458 8 Vietnam 337.829 9 Eritrea 209.200 9 China 184.602 9 Eritrea 251.954 10 Servië 195.600 10 Servië 182.955 10 China 190.369 Overig 1.091.567 Overig 2.460.862 Overig 2.652.792 Totaal 8.806.867 Totaal 9.952.412 Totaal 10.404.806 Bron: Global trends 2011, UNHCR Figuur C.6: Aantal vluchtelingen wereldwijd naar belangrijkste landen van herkomst (eind 2011) Afghanistan 2.664.436 Irak 1.428.308 Somalië 1.077.048 Soedan DR Congo Myanmar Colombia Vietnam Eritrea China 500.014 491.481 414.626 395.949 337.829 251.954 190.369 0 500.000 1.000.000 1.500.000 2.000.000 2.500.000 3.000.000 Bron: Global trends 2011, UNHCR 30

Vluchtelingen naar belangrijkste landen van opvang Figuur C.7: Landen met de grootste groepen vluchtelingen binnen de grenzen, en Nederland (eind 2011) Pakistan 1.702.700 Iran Syrië 755.400 886.500 Duitsland Kenya Jordanië Tsjaad China Ethiopië Verenigde Staten 571.700 566.500 451.000 366.500 301.000 288.800 264.800 Nederland 74.600 0 200.000 400.000 600.000 800.000 1.000.000 1.200.000 1.400.000 1.600.000 1.800.000 Bron: Global trends 2011, UNHCR Uitgenodigde vluchtelingen Figuur C.8: Aantal uitgenodigde vluchtelingen naar belangrijkste landen van hervestiging Landen van hervestiging 2009 2010 Verenigde Staten 62.011 54.077 Canada 6.582 6.732 Australië 6.720 5.634 Zweden 1.880 1.789 Noorwegen 1.367 1.088 Verenigd Koninkrijk 969 695 Finland 710 543 Duitsland 2.064 457 Nederland 367 430 Overige landen 1.987 1.497 Totaal 84.657 72.942 Bron: UNHCR 31