SECTORFOTO Metaal arbeiders 2008 Departement Werk en Sociale Economie
Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan 35 bus 20 1030 Brussel Tel 02/553 42 56 sectorconvenants@vlaanderen.be Verantwoordelijke uitgever: Dirk Vanderpoorten Secretaris-generaal Depotnummer: D/2009/3241/070 Lay-out: Vingerhoets.com Uitgave: februari 2009
Synthese In 2007 werkten 108.580 Vlaamse werknemers in de metaalsector, die daarmee een aandeel van 5,3% in het totaal aantal loontrekkende Vlaamse werknemers heeft. Het aantal werknemers is in de periode 2005-2007 met 2.049 personen gedaald. De metaalsector is een mannelijke arbeiderssector: bijna 90% van de werknemers is man, tegenover 55% mannen gemiddeld in Vlaanderen. Jongeren zijn lichtjes oververtegenwoordigd in de metaalsector: bijna 12% van de werknemers is tussen 18 en 24 jaar oud, tegenover ongeveer 10% gemiddeld in Vlaanderen. Bijna 90% van de werknemers in de metaalsector werkt voltijds, wat relatief hoog is in vergelijking met het Vlaams gemiddelde (67%). Bijna 4 van de 10 loontrekkende jobs in de metaalsector zijn gesitueerd in ondernemingen met meer dan 1000 jobs, dit is veel hoger dan gemiddeld in de Vlaamse privésector (16%). In de metaalsector is men voornamelijk op zoek naar technisch gekwalificeerd personeel: 58% van de ontvangen vacatures is bestemd voor middengeschoolden, tegenover 22% gemiddeld in Vlaanderen. Voor 64% van de vacatures was nauwelijks of geen ervaring vereist, tegenover 60% van de vacatures gemiddeld in Vlaanderen. Meer dan 2 jaar ervaring wordt minder gevraagd in de metaalsector (8%) dan gemiddeld in Vlaanderen (14%). De uitzendsector is de belangrijkste sector waaruit de metaalsector werknemers rekruteert, maar ook ex-werknemers recupereert: 51% van alle nieuw ingestroomde werknemers kwam uit PC 322, tegenover een Vlaams gemiddelde van 19%. Van de uitgestroomde metaalarbeiders was 19% één jaar later actief in de uitzendsector, tegenover 14% voor alle sectoren samen. Een andere belangrijke in- en uitstroomsector is de bouwsector. De uitstroom naar conventioneel brugpensioen ligt in de metaalsector hoger dan gemiddeld voor alle sectoren samen (5%, tegenover 4%), terwijl de uitstroom naar pensioen veel lager is in de metaalsector (3%) dan gemiddeld in Vlaanderen (7%). 11,1% van de metaalbedrijven biedt opleidingsactiviteiten aan zijn werknemers, tegenover een Belgisch gemiddelde van 4,8%. Ook het aantal opleidingsuren per deelnemers is in de metaalsector (38,2 uren/deelnemer) hoger dan het Belgisch gemiddelde (29,6 uren/deelnemer). In 2007 zijn 1.360 IBO s opgestart in de metaalsector of 9% van alle opgestarte IBO s in Vlaanderen, wat relatief hoger is dan het aandeel van de metaalsector in de totale Vlaamse privésector (7%). 3
Voorwoord Sectoren zijn een belangrijke motor in het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. We denken hierbij bijvoorbeeld aan acties in het kader van diversiteit, opleiding van werknemers en toeleiding van leerlingen en werkzoekenden naar de arbeidsmarkt. Via de sectorconvenants (protocollen tussen de Vlaamse Regering en sectoren) engageren de sectorale sociale partners zich om de prioriteiten van het arbeidsmarktbeleid mee gestalte te geven. Op die manier werkt het sectorale beleid versterkend ten aanzien van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. In 2001 werd de eerste generatie sectorconvenants afgesloten in het kader van het Vlaams Werkgelegenheidsakkoord 2001-2002. De bestaande samenwerking van de Vlaamse Regering met de sectoren d.m.v. sectorconvenants werd later telkens verlengd en uitgebreid op basis van de volgende Werkgelegenheidsakkoorden. Anno 2008 is het vooral de Competentieagenda die inspirerend werkt op de werking van de sectorconvenants. Via de sectorconvenants trachten de sectoren meer mensen aan het werk te krijgen en houden en elk talent te (h)erkennen, ontwikkelen en benutten. Om de sectorconvenants en de sectoren te kunnen plaatsen binnen een socio-economisch kader, worden sectorfoto s gemaakt die we ter beschikking stellen van de sectoren en publiek maken via de portaalsite www.werk.be. Op deze website kan u ook de gehanteerde cijferreeksen en uitleg bij de methodologie terugvinden. We geloven namelijk in de sectorfoto s als steunpunt én hefboom om in overleg met de sectoren en vanuit een sectorale invalshoek een strategische visie te ontwikkelen als antwoord op de huidige en toekomstige uitdagingen van de arbeidsmarkt. Sectoren krijgen aan de hand van de sectorfoto s zicht op de realiteit in hun sector en op hun positie ten opzichte van het Vlaamse gemiddelde. Dit kan inspirerend werken bij de totstandkoming van nieuwe sectorconvenants (verlengingen) of kan sectoren aanzetten om tussentijds bij te sturen. Alle gepubliceerde sectorfoto s werden eerst gekeurd en goed bevonden door de sectorale sociale partners. We beseffen dat de onderstaande cijfers, tabellen en grafieken geen perfecte weergave zijn van de sectorale dynamiek. Misschien had uzelf als fotograaf vanuit een ander perspectief een andere kadering gekozen of gefocust op andere elementen. We nodigen u dan ook uit om dit instrument gaandeweg samen met ons te blijven versterken. We hopen met deze snapshots alvast het sectoraal beleid verder te inspireren. Dirk Vanderpoorten Secretaris generaal, departement Werk en Sociale Economie 4
Inhoudsopgave SYNTHESE 3 VOORWOORD 4 INHOUDSOPGAVE 5 1. INLEIDING 6 2. HET AANTAL VLAAMSE WERKNEMERS 7 3. AANTAL JOBS EN VESTIGINGEN IN VLAANDEREN 9 4. KENMERKEN VAN DE BEROEPEN EN VACATURES 11 5. JOBMOBILITEIT 15 6. OPLEIDINGSINSPANNINGEN 19 7. DE INDIVIDUELE BEROEPSOPLEIDING IN DE ONDERNEMING 20 8. DIVERSITEITSPLANNEN 22 Figuren 1: Verdeling van de Vlaamse werknemers naar achtergrondkenmerken (2007) 8 2: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 9 3: Werknemersstromen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2003-2004) 17 4: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, 2003-2004) 18 Tabellen 1: Evolutie van het totale aantal Vlaamse werknemers in de metaalsector (2005-2007) 7 2: Aantal Vlaamse werknemers en verdeling naar achtergrondkenmerken (Vlaams Gewest, 2007) 8 3: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 9 4: Verdeling van de vestigingen naar ondernemingsgrootte (Vlaanderen, 2005) 10 5: Faillissementen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2006-2007) 10 6: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2007) 11 7: Overzicht van de belangrijkste beroepen en vacatures in de metaalsector (Vlaanderen, 2007) 12 8: Instroom van werkzoekenden naar achtergrondkenmerken (Vlaams Gewest, 2007) 15 9: Werknemersstromen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2003-2004) 16 10: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, 2003-2004) 18 11: 0pleidingsinspanningen in de bedrijven in de metaalsector (België, 2006) 19 12: Kenmerken van de opgestarte IBO s (Vlaams Gewest, 2007) 20 13: Diversiteitsplannen (Vlaams Gewest, 2007) 22 5
1. Inleiding De bedrijven die arbeiders tewerkstellen in de metaalsector behoren tot het PC 111. Deze sector betreft werknemers, werkzaam in de volgende nace-activiteiten: 27.22 Vervaardiging van stalen buizen 27.32 K koudwalsen van bandstaal 27.33 K koudvervormen en koudfelsen 27.34 Draadtrekken 27.41 P productie van edele metalen 27.51 Gieten van ijzer 27.52 Gieten van staal 27.53 Gieten van lichte metalen 28 Vervaardiging van producten van metaal 29 Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, n.e.g. 31 (excl. 31.61, 31.62) Vervaardiging van elektrische machines en apparaten 33.20 Vervaardiging van meet-, regel-, navigatie- en controleapparatuur 33.5 Vervaardiging van uurwerken 34 Vervaardiging en assemblage van motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers 35 (excl.35.3) Vervaardiging van overige transportmiddelen De databestanden waarmee de cijfers uit deze sectorfoto opgemaakt zijn steeds afgebakend volgens óf paritair comité óf nace-activiteiten. Een afbakening volgens paritair comité geeft gewoonlijk een licht andere populatie dan bij een afbakening op basis van nace-activiteiten, maar dit staat een correcte interpretatie van de cijfers niet in de weg. De resultaten van de analyse worden per sector steeds afgewogen tegen een gemiddelde voor alle sectoren samen. Hierdoor kan vastgesteld worden of de sector beneden- of bovengemiddelde cijfers haalt voor de verschillende indicatoren. De sectorfoto biedt zo een globaal cijfermatig portret van de sector. Een uitgebreide toelichting over de gebruikte methodologie/bronbestanden kan u terugvinden op www.werk.be. De cijfers die in deze sectorfoto gebruikt worden, evenals in de sectorfoto s van andere sectoren, worden u integraal online aangeboden. Ook de sectorfoto s zijn downloadbaar in pdf-formaat. 6
2. Het aantal Vlaamse werknemers Voor het berekenen van het aantal loontrekkende werknemers in de metaalsector maken we gebruik van de gecentraliseerde statistieken van de RSZ 1. In deze statistieken wordt de tewerkstelling berekend in functie van de woonplaats van iedere werknemer. De afbakening is gebeurd op basis van PC 111. In het tweede kwartaal van 2007 telde de metaalsector 108.580 Vlaamse loontrekkende werknemers. In alle sectoren samen waren op dat moment 2.045.049 Vlaamse werknemers actief, dus van alle Vlaamse werknemers werkt 5,3% in de metaalsector. Ten opzichte van 2005 is het aantal loontrekkenden met 2.049 personen gedaald, wat neerkomt op een daling van -2,2% op 2 jaar tijd. Deze evolutie is ongunstiger dan de algemene daling van de tewerkstelling in de secundaire sector (-0,7%) en tegengesteld aan de jobgroei in de totale Vlaamse loontrekkende werkgelegenheid (+2,5%). Tabel 1: Evolutie van het totale aantal Vlaamse werknemers in de metaalsector (2005-2007) 2005 2006 2007 Metaal arbeiders (n) 110.989 109.890 108.580 (%) -1,0% -1,2% Secundaire sector (n) 533.119 532.372 529.258 (%) -0,1% -0,6% Alle sectoren (n) 1.992.293 2.014.451 2.045.049 (%) +1,1% +1,5% Bron: Gecentraliseerde statistiek RSZ-DMFA, toestand op 30/06/2005-2007 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) De metaalsector is een mannelijke arbeiderssector: bijna 90% van de werknemers is man, tegenover 55% mannen gemiddeld in Vlaanderen Jongeren zijn lichtjes oververtegenwoordigd in de metaalsector: bijna 12% van de werknemers is tussen 18 en 24 jaar oud, tegenover ongeveer 10% gemiddeld in Vlaanderen. De 50-plussers zijn lichtjes ondervertegenwoordigd: 18% van de werknemers is ouder dan 50 jaar, tegenover 20% gemiddeld in Vlaanderen. Bijna 90% van de werknemers in de metaalsector werkt voltijds, wat relatief hoog is in vergelijking met het Vlaams gemiddelde (67%). 1 De gecentraliseerde statistieken worden opgemaakt op basis van de onderneming als een homogeen geheel en worden geteld naar personen. Hierdoor worden dubbeltellingen door personen met meerdere jobs uitgezuiverd. 7
Tabel 2: Aantal Vlaamse werknemers en verdeling naar achtergrondkenmerken (2007) Metaal arbeiders Totaal Vlaams Gewest n % % Totaal aantal 108.580 100,0 100,0 (n=2.045.049) Geslacht Mannen 94.816 87,3 54,8 Vrouwen 13.764 12,7 45,2 Statuut Arbeiders 108.580 100,0 38,7 Bedienden - - 48,5 Ambtenaren - - - Leeftijdsklasse 18-24 jaar 12.617 11,6 9,8 25-49 jaar 76.285 70,3 69,2 50-64 jaar 19.388 17,9 20,1 Andere (-18 en +65) 290 0,3 0,8 Arbeidsregime Voltijds 96.863 89,2 67,4 Deeltijds 11.713 10,8 28,7 Speciaal regime 4 0,0 3,8 Bron: Gecentraliseerde statistiek RSZ-DMFA, toestand op 30/06/2007 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Figuur 1: Verdeling van de Vlaamse werknemers naar achtergrondkenmerken (2007) Vrouwen Vrouwen Ambtenaren Andere 50-64 Andere 50-64 Speciaal regime Deeltijds Deeltijds 100% 90% 80% 70% 60% Bedienden 50% 40% 30% Mannen Metaal arbeiders Mannen Vlaams Gewest Arbeiders Metaal arbeiders 25-49 Arbeiders 18-24 Vlaams Gewest Metaal arbeiders 25-49 18-24 Vlaams Gewest Voltijds Metaal arbeiders Voltijds Vlaams Gewest 20% 10% 0% Geslacht Statuut Leeftijd Arbeidsregime Bron: Gecentraliseerde statistiek RSZ-DMFA, toestand op 30/06/2007 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 8
3. Aantal jobs en vestigingen in Vlaanderen De cijfergegevens betreffende het aantal jobs en vestigingen zijn gebaseerd op de gedecentraliseerde statistieken van de RSZ. In deze statistieken wordt de tewerkstelling berekend in functie van de werkplaats van iedere werknemer, ongeacht de woonplaats. De afbakening is gebeurd op basis van PC 111. In 2005 is de metaalsector goed voor een totaal van 108.261 jobs of 7% van het totale aantal jobs in de Vlaamse privésector. Bijna 4 van de 10 loontrekkende jobs in de metaalsector zijn gesitueerd in ondernemingen met meer dan 1000 jobs, dit is veel hoger dan gemiddeld in de Vlaamse privésector (16%). Deze sector heeft een beperkt aantal kleine ondernemingen met minder dan 20 jobs: 12,6% van de jobs, tegenover 31,6% gemiddeld in de Vlaamse privésector. Tabel 3: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) Metaal arbeiders Totaal Vlaams Gewest Ondernemingsgrootte n % % Totaal 108.261 100,0 100,0 (n=1.544.659) 1 tot 4 jobs 2.683 2,5 10,8 5 tot 9 jobs 3.863 3,6 9,7 10 tot 19 jobs 6.445 6,0 10,6 20 tot 49 jobs 15.142 14,0 16,1 50 tot 99 jobs 11.167 10,3 12,2 100 tot 199 jobs 11.738 10,8 11,3 200 tot 499 jobs 15.871 14,7 13,7 500 tot 999 jobs 12.549 11,6 7,5 Meer dan 1.000 jobs 28.803 26,6 8,3 Bron: Gedecentraliseerde statistiek RSZ, toestand op 31/12/2005 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Figuur 2: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 26,6% 30% 25% 2,5% 10,8% 3,6% 9,7% 6,0% 10,6% 16,1% 14,0% 12,2% 10,3% 10,8% 11,3% 14,7% 13,7% 11,6% 7,5% 8,3% 20% 15% 10% 5% 1-4 5-9 10-19 20-49 50-99 100-199 200-499 500-999 +1.000 0% Ondernemingsgrootte (aantal werknemers) metaal arbeiders privésector Bron: Gedecentraliseerde statistiek RSZ, toestand op 31/12/2005 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 9
In tabel 4 vinden we de verdeling van de vestigingen naar ondernemingsgrootte 2. Het gaat hier om alle vestigingen van alle bedrijven, niet om de bedrijven in hun geheel. In 2005 telt de metaalsector 3.756 vestigingen, wat goed is voor 2,6% van het totale aantal vestigingen in de Vlaamse privésector. Het aandeel van de metaalsector is niet zo hoog omdat de sector vele grote ondernemingen telt. Tabel 4: Verdeling van de vestigingen naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) Metaalsector (arbeiders + bedienden) Totaal privésector Ondernemingsgrootte n % % Totaal 3.756 100,0 100,0 (n=141.744) 1 tot 4 jobs 1.476 39,3 65,9 5 tot 9 jobs 702 18,7 16,2 10 tot 19 jobs 586 15,6 8,5 20 tot 49 jobs 583 15,5 5,8 50 tot 99 jobs 208 5,5 1,9 100 tot 199 jobs 108 2,9 0,9 200 tot 499 jobs 54 1,4 0,5 500 tot 999 jobs 20 0,5 0,1 Meer dan 1.000 jobs 16 0,4 0,0 Onbekend 3 0,1 0,2 Bron: Gedecentraliseerde statistiek RSZ, toestand op 31/12/2005 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) De onderstaande tabel bevat de faillissementen in de metaalsector 3. De sector is afgebakend op basis van nace-codes. In 2007 gingen 61 bedrijven failliet in Vlaanderen, dit is 1,5% van alle faillissementen in Vlaanderen. 30% van deze faillissementen betreft éénmansbedrijven en 33% ondernemingen met minder dan 5 werknemers in loondienst. Tabel 5: Faillissementen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2006-2007) Aantal werknemers totaal aandeel 1 tot 4 5 tot 9 10 tot 19 20 tot 49 50 tot 99 100 tot 199 200 tot 499 500 tot 999 +1.000 gn. wn. 2006 71 1,8% 33 8 8 6 2 1 - - - 13 2007 61 1,5% 20 9 8 4 1 1 - - - 18 Bron: FOD Economie ADSEI (Bewerking Departement WSE) 2 De afbakening is gebeurd op basis van nace-activiteiten. 3 Het betreft enkel faillissementen van bedrijven waarvan het adres van de maatschappelijke zetel gelegen is in Vlaanderen. Voor sommige sectoren zijn deze cijfergegevens een onderschatting omdat de maatschappelijke zetel dikwijls in Brussel gelegen is. Men maakt geen onderscheid tussen arbeiders en bedienden. 10
4. Kenmerken van de beroepen en vacatures Voor de afbakening van de metaalsector maakt de VDAB gebruik van een indeling naar nace-activiteiten. Het betreft vacatures voor arbeiders uit het normaal economisch circuit zonder interimopdrachten. Zowel de vacatures uit het AMI-systeem, die beheerd worden door consulenten van de VDAB, als de vacatures uit Jobmanager, die door de werkgever zelf worden ingevoerd, zijn opgenomen in de cijfers. Bij de interpretatie van de gegevens, dient men rekening te houden met het feit dat de sectoren ook andere pistes bewandelen in hun aanwervingsbeleid. Tabel 6: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2007) Metaalsector arbeiders Vlaanderen n % % Totaal 7.556 100,0 100,0 (n=281.661) Vestigingsplaats bedrijf Antwerpen 1.847 24,4 23,3 Vlaams-Brabant 453 6,0 12,7 West-Vlaanderen 1.674 22,2 25,8 Oost-Vlaanderen 1.513 20,0 18,6 Limburg 1.831 24,2 9,0 Buiten Vlaanderen 238 3,1 10,5 Studieniveau 4 Laag 3.102 41,1 45,3 Midden 4.397 58,2 22,0 Hoog 57 0,8 32,7 Gevraagde ervaring <6 maanden 4.828 63,9 60,1 6 maanden - 2 jaar 2.154 28,5 26,1 +2 jaar 574 7,6 13,8 Jobkanaal 5 11,4 8,4 8,0 Bron: VDAB (Bewerking departement WSE) Voor 104 beroepen in de metaalsector werden in 2007 minstens 5 vacatures ontvangen (zie bijlage 1). In totaal waren er 7.556 vacatures (uit het NEC zonder interim) voor de metaalsector, dit is 4,2% van het totale aantal VDAB-vacatures in het NEC zonder interim. Het aandeel vacatures van de metaalsector (2,7%) is lager dan het aandeel van de metaalsector in de Vlaamse privésector (7%). In de metaalsector is men voornamelijk op zoek naar technisch gekwalificeerd personeel: 58% van de ontvangen vacatures is bestemd voor middengeschoolden, tegenover 22% gemiddeld in Vlaanderen. 4 Definitie onderwijsniveau: (1) laag: max. secundair onderwijs 2de graad of wanneer geen minimum studienveau vermeld werd door de werkgever; (2) midden: secundair 3de of 4de graad; (3) hoog: hoger onderwijs. 5 Jobkanaal is een rekruteringskanaal dat zich exclusief richt op werkzoekende ouderen, personen met een handicap en allochtonen. Het aandeel wordt berekend door het aantal vacatures ontvangen via jobkanaal te delen door het totaal aantal vacatures in het AMI-systeem. 11
Voor 64% van de vacatures was nauwelijks of geen ervaring vereist, tegenover 60% van de vacatures gemiddeld in Vlaanderen. Meer dan 2 jaar ervaring wordt minder gevraagd in de metaalsector (8%) dan gemiddeld in Vlaanderen (14%). De VDAB ontving 744 vacatures van de metaalsector via Jobkanaal of 11,4% van alle vacatures ingevoerd in het AMI-systeem, dit is meer dan het aandeel van Jobkanaal over alle sectoren heen (8,0%). 64 van de 104 beroepen zijn knelpuntberoepen. Volgens de VDAB-analyse van knelpuntvacatures zijn technische beroepen klassieke knelpuntberoepen. De instroom van jonge afgestudeerden bleef de voorbije jaren achter op de marktvraag. De gesuggereerde oplossingen - de verhoging van de aantrekkingskracht van het technisch onderwijs en meer vrouwen aan de slag als technicus - botsen op hardnekkige vooroordelen. Naast een kwantitatief is er ook een kwalitatief probleem omdat de arbeidsreserve de gevraagde kwaliteiten mist. De gevraagde profielen evolueren: vroeger was een diploma derde graad middelbaar onderwijs voldoende, nu verlangt men meer en meer een bachelordiploma. Ook voor de arbeidersfuncties die vroeger meestal toegankelijk waren voor laag- en middengeschoolden, vraagt men nu steeds vaker een diploma derde graad secundair onderwijs metaal 6. Tabel 7: Overzicht van de belangrijkste beroepen en vacatures in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2007) Ontvangen vacatures in 2007 Knelpunt Vlaams Gewest Sector Aandeel Totaal 281661 7556 2,7% Monteur van motorvoertuigen 1577 1431 90,7% Productiearbeider 4396 514 11,7% Insteller - bediener automatische of cnc gestuurde ja 867 504 58,1% metaalwerktuigmachines Half-automaatlasser ja 741 472 63,7% Lasser - metaal ja 684 402 58,8% Onderhoudsmecanicien en hersteller machines en ja 2059 302 14,7% industriele installaties Monteur van metalen onderdelen ja 491 296 60,3% Arbeider in metaalconstructie 386 259 67,1% Bediener van metaalwerktuigmachines (productie) ja 605 157 26,0% Schrijnwerker - aluminium ja 298 139 46,6% Insteller-bediener van metaaldraaibank-draaier ja 165 126 76,4% Monteerder van voertuigonderdelen 225 122 54,2% Plaatwerker voor carrosserie ja 368 118 32,1% Helper metaalarbeider 181 117 64,6% Magazijnarbeider onderdelen en wisselstukken - opslag- ja 3047 116 3,8% en stapelplaatsen Onderhoudselektricien ja 820 98 12,0% Bediener van heftruck ja 1112 87 7,8% Buizenfitter ja 225 83 36,9% Automecanicien-hersteller van voertuigen met benzinemotoren ja 596 82 13,8% 6 Knelpuntberoepen 2006: VDAB-studiedienst. 12
Ontvangen vacatures in 2007 Knelpunt Vlaams Gewest Sector Aandeel Lasser met inerte gassen ja 147 82 55,8% Handlanger (halfzwaar werk) 1238 78 6,3% Monteerder in het atelier van machines en industriele ja 162 75 46,3% installaties Insteller-bediener van metaalfreesmachine ja 105 73 69,5% Industrieel elektrotechnisch installateur (industrieel elektricien) ja 464 71 15,3% Residentieel elektrotechnisch installateur (bouwelektricien) ja 870 66 7,6% Industrieel schilder ja 146 65 44,5% Schrijnwerker - timmerman: buitenschrijnwerk ja 803 64 8,0% Carrosserieschilder ja 136 64 47,1% Insteller- bediener van metaalwerktuigmachine ja 106 58 54,7% Bankwerker - metaal ja 95 51 53,7% Monteerder van elektromechanische apparaten 137 44 32,1% Industrieel plaatwerker ja 58 43 74,1% Schrijnwerker - timmerman: interieurbouw ja 799 42 5,3% Operator poedercoating ja 75 42 56,0% Automecanicien-hersteller van voertuigen met dieselmotoren ja 183 37 20,2% Hulpelektricien 226 37 16,4% Particuliere Schoonmaker ja 16028 37 0,2% Elektrisch lasser (vlamboog, electrode, baguette) ja 61 36 59,0% Onderhoudsmecanicien van vrachtwagens, autobussen,... ja 207 33 15,9% Monteerder-kableerder - schakelkasten ja 78 32 41,0% Inpakker met de hand 1689 30 1,8% Helper arbeider in de metaalconstructie 34 25 73,5% Stellingbouwer ja 245 25 10,2% Insteller-bediener van volautomatische las-en snijmachines - 30 24 80,0% cnc-lasser,... Bankwerker-matrijzenmaker - metaal ja 40 23 57,5% Helper magazijnarbeider 321 22 6,9% Handlanger (zwaar werk) 336 22 6,5% Orderpicker - distributiesector 1527 21 1,4% Klassieke (professionele) schoonmaker ja 3825 21 0,5% Installateur - afsteller van machines en industriele installaties ja 80 20 25,0% Hydraulicus 33 20 60,6% Voorbereider buizenfitter (fabriceur) ja 23 19 82,6% Arbeider elektrolytische behandeling van metalen 22 19 86,4% Helper schrijnwerker - timmerman 208 19 9,1% Industrieel isolateur ja 116 19 16,4% Slijper voor machinegereedschap ja 26 18 69,2% Helper plaatwerker 36 18 50,0% Vlakglas productiearbeider 35 18 51,4% Insteller van plaatbewerkingsmachines ja 108 17 15,7% Maquettenmaker - hout 19 17 89,5% Handlanger bouw 325 17 5,2% Polyesterbewerker ja 37 16 43,2% Bestuurder van trekker met oplegger ja 1269 15 1,2% 13
Ontvangen vacatures in 2007 Knelpunt Vlaams Gewest Sector Aandeel Onderhoudsmecanicien van heftrucks, tractoren,... ja 61 15 24,6% Sanitair installateur - loodgieter ja 464 14 3,0% Prefabmonteerder 43 14 32,6% Industrieel schoonmaker ja 563 14 2,5% Bestuurder van zware vrachtwagen met aanhangwagen ja 893 13 1,5% Schrijnwerker - kunststoffen 70 13 18,6% Grondwerker 415 13 3,1% Bestuurder zware vrachtwagen - vaste wagen (+ 7,5 ton) ja 615 12 2,0% Arbeider in de metaalgieterij ja 23 12 52,2% Onderhoudsmecanicien van landbouwmachines ja 53 12 22,6% Mecanicien-hersteller schepen ja 20 12 60,0% Monteur centrale verwarming ja 500 12 2,4% Onderhoudsarbeider van gebouwen ja 521 12 2,3% Bankwerker-gereedschapsmaker - metaal ja 14 11 78,6% Insteller bediener van houtbewerkingsmachines 160 11 6,9% Handlanger ruwbouw 277 11 4,0% Lader, losser 506 11 2,2% Helper in de metaalgieterij 13 10 76,9% Klusjesman gebouwen ja 519 10 1,9% Helper-monteerder van machines en industriele installaties 40 9 22,5% Bouwvakarbeider - diverse specialiteiten 667 9 1,3% Bestuurder lichte vrachtwagen - vaste wagen (max. 7,5 ton) ja 744 8 1,1% Helper bankwerker - metaal 12 8 66,7% Helper bij de lasser - metaal 8 8 100,0% Metselaar ja 1566 8 0,5% Insteller bediener van een inpakmachine 242 8 3,3% Brandertechnieker ja 56 7 12,5% Installateur-plaatser van gestructureerde databekabeling in ja 87 7 8,0% gebouwen Bestuurder mobiele kraan ja 198 7 3,5% Glasramenwasser ja 238 7 2,9% Meubelmaker ja 259 6 2,3% Pistoolschilder hout (meubelen) ja 59 6 10,2% Wegenwerker ja 270 6 2,2% Helper in de pre-press 195 6 3,1% Loopbrugbediener - portaalkraanbediener 17 6 35,3% Pneumatieker 7 5 71,4% Snijder met brander - vlamboog - plasma 5 5 100,0% Slotenmaker 15 5 33,3% Autoelektrotechnicus ja 28 5 17,9% Puimer-plamuurder 9 5 55,6% Spuiter van wegmarkeringen 13 5 38,5% Handlanger wegenbouw 88 5 5,7% Bron: VDAB 14
5. Jobmobiliteit Dankzij de VDAB-gegevens kan de instroom van de werkzoekenden worden berekend die bij het begin van de maand als werkzoekende zijn ingeschreven en die op de laatste dag van de maand aan het werk zijn volgens DIMONA. De koppeling met de nace-codes geeft ons aan in welke sector en welke activiteit de werkzoekende is ingestroomd. In deze bespreking maken we gebruik van de jaargegevens 2007 7 en wordt de instroom naar uitzendarbeid buiten beschouwing gelaten. Deze cijfergegevens hebben zowel betrekking op de arbeiders als de bedienden. De instroom van werkzoekenden in de metaalsector wordt vergeleken met de totale instroom van werkzoekenden in alle sectoren samen en met het profiel van de totale populatie werkzoekenden. Tabel 8: Instroom van werkzoekenden naar achtergrondkenmerken (Vlaams Gewest, 2007) Metaal arbeiders en bedienden Alle sectoren Totale populatie werkzoekenden 8 n % % % Totaal 8.972 100,0 100,0 (n=268.785) 100,0 (n=180.396) Geslacht Mannen 7.512 83,7 47,1 46,6 Vrouwen 1.460 16,3 52,9 53,4 Leeftijdsklasse -25 jaar 3.296 36,7 31,3 20,4 25-39 jaar 3.148 35,1 39,6 32,6 40-49 jaar 1.410 15,7 18,3 21,7 +50 jaar 1.118 12,5 10,8 25,3 Studieniveau 9 Laag 4.368 48,7 42,2 51,9 Midden 3.577 39,9 35,3 32,8 Hoog 1.027 11,4 22,6 15,4 Allochtoon 10 1.395 15,5 14,9 19,7 Arbeidsgehandicapt 11 625 7,0 7,7 15,3 Werkloosheidsduur < 3 maanden 3.845 42,9 39,7 24,6 3-6 maanden 1.565 17,4 18,2 13,7 6 maanden - 1 jaar 1.405 15,7 16,6 15,1 1-2 jaar 1.123 12,5 12,7 14,7 2-5 jaar 942 10,5 10,8 23,0 + 5 jaar 92 1,0 1,9 8,9 Bron: VDAB (Bewerking departement WSE) 7 Deze jaargegevens worden berekend door het aantal instromers van de 12 maanden op te tellen (dubbeltellingen zijn mogelijk). 8 Gemiddelde voor alle bij VDAB ingeschreven werkzoekenden in 2007. 9 Definitie onderwijsniveau: (1) laag: max. secundair onderwijs 2de graad of wanneer geen minimum studieniveau vermeld werd door de werkgever; (2) midden: secundair 3de of 4de graad; (3) hoog: hoger onderwijs 10 Definitie allochtoon: nationaliteit niet EU of op basis van naamherkenningsprogramma (voor Maghrebijnen en Turken) of op basis van eigen verklaring. 11 Definitie arbeidsgehandicapt: werkzoekende met Vlaams Fondsnummer of gedeeltelijk of zeer beperkt geschikt of studies BLO of BUSO. 15
Bijna 37 van de 100 werkzoekenden die instromen in de metaalsector zijn jonger dan 25 jaar, wat hoger is dan het aandeel van alle Vlaamse werkzoekende jongeren (31%) die instromen naar werk en een oververtegenwoordiging is in vergelijking met de referentiepopulatie niet-werkende werkzoekenden (20%). De instroom van laaggeschoolde (49%) en middengeschoolde werkzoekenden (40%) ligt in de metaalsector duidelijk boven de gemiddelde instroom van werkzoekenden naar werk (respectievelijk 42% en 35%). Ruim 15% van de werkzoekenden die instromen in de metaalsector is allochtoon, wat ongeveer overeenkomt met de gemiddelde instroom van allochtone werkzoekenden naar werk. Ook aan de hand van het Datawarehouse van de KSZ kunnen in- en uitstroomgegevens berekend worden. De meest recente gegevens die momenteel beschikbaar zijn, zijn evenwel van 2003-2004. Deze gegevens hebben het voordeel dat ze niet enkel beperkt zijn tot instroom van werkzoekenden (zie hoger), en dat ook de interne mobiliteit en de uitstroom uit de sector in beeld komt. De sector wordt afgebakend naar paritair comité, in dit geval paritaire comité 111. Tabel 9: Werknemersstromen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2003-2004) Metaalsector Alle sectoren n % % Instroom 10.406 9,4 14,2 < 25 jaar 5.122 38,3 48,4 25-49 jaar 4.923 6,1 11,3 > 50 jaar 361 2,1 4,8 Interne mobiliteit 2.756 2,4 5,5 < 25 jaar 538 4,5 10,1 25-49 jaar 1.977 2,4 5,5 > 50 jaar 241 1,3 3,1 Uitstroom 14.271 12,4 13,1 < 25 jaar 2.394 22,5 34,5 25-49 jaar 8.304 9,9 10,8 > 50 jaar 3.573 17,5 11,9 Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Tussen 30 juni 2003 en 30 juni 2004 stroomden 10.406 werknemers de metaalsector in. Samen vormden zij 9% van alle werknemers in de sector. 14.271 werknemers, of 12% van alle loontrekkenden, verlieten in deze periode de sector. Nog eens 2.756 mensen (2%) waren intern mobiel. Het gaat om werknemers die ofwel van werkgever veranderden binnen de sector, ofwel in een speciaal regime werkzaam waren (seizoensarbeid), ofwel tijdelijk in een andere sector of in een niet-loontrekkend statuut zaten, maar op 30 juni 2004 terug aan de slag waren binnen de metaalsector. De instroom van nieuwe werknemers en de interne mobiliteit is veel lager in de metaalsector dan de gemiddelde instroom en interne mobiliteit van werknemers in Vlaanderen (zie figuur 3). 16
Figuur 3: Werknemersstromen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2003-2004) 14,2 12,4 13,1 16% 14% 9,4 12% 10% 5,5 8% 6% 2,4 4% 2% Metaal arbeiders Totaal Metaal arbeiders Totaal Metaal arbeiders Totaal 0% Instroom Interne mobiliteitsgraad Uitstroom Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Tabel 10: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, 2003-2004) Metaalsector arbeiders Alle sectoren Instroom (n) (%) (%) Totaal 10.406 100,0 100,0 Instroom uit ander paritair comité 5.635 54,2 41,3 Instroom uit de uitzendsector (PC 322) (2.875) (51,0) (19,1) Instroom uit de bouwsector (PC 124) (436) (7,7) (-) Instroom uit zelfstandig statuut 201 1,9 3,7 Instroom uit werkloosheid 1.477 14,2 14,7 Instroom uit tijdskrediet/loopbaanonderbreking 159 1,5 2,0 Instroom uit (brug)pensioen 42 0,4 0,7 Instroom uit ander statuut 12 2.892 27,8 37,6 Uitstroom Totaal 2.254 100,0 100,0 Uitstroom naar ander paritair comité 1.270 56,3 45,2 Uitstroom naar de uitzendsector (PC 322) (1.879) (19,4) (14,1) Uitstroom naar de bouwsector (PC 124) (692) (11,7) (-) Uitstroom naar zelfstandig statuut 132 5,9 5,5 Uitstroom naar werkloosheid 378 16,8 17,5 Uitstroom naar tijdskrediet/loopbaanonderbreking 9 0,4 3,0 Uitstroom naar conventioneel brugpensioen 110 4,9 4,1 Uitstroom naar pensioen 75 3,3 6,5 Uitstroom naar ander statuut 280 12,4 18,3 Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 12 De groep van andere statuten is een verzamelnaam van statuten die niet gekend waren in het Datawarehouse AM&SB bij de redactie van de tabellen; het gaat onder andere over arbeidsongeschiktheid en huishouden. 17
Meer dan de helft van de nieuw ingestroomde metaalarbeiders was één jaar voorheen actief in een andere sector. Van de werknemers die de sector verlaten gaat ruim 56% aan de slag als loontrekkende in een andere sector. Dit is veel hoger dan de gemiddelde in- en uitstroom van werknemers naar een ander paritair comité in Vlaanderen (respectievelijk 41% en 45%). De uitzendsector is de belangrijkste sector waaruit de metaalsector werknemers rekruteert, maar ook ex-werknemers recupereert: 51% van alle nieuw ingestroomde werknemers kwam uit PC 322, tegenover een Vlaams gemiddelde van 19%. Van de uitgestroomde metaalarbeiders was 19% één jaar later actief in de uitzendsector, tegenover 14% voor alle sectoren samen. Een andere belangrijke in- en uitstroomsector is de bouwsector. De uitstroom naar conventioneel brugpensioen ligt in de metaalsector hoger dan gemiddeld voor alle sectoren samen (5%, tegenover 4%), terwijl de uitstroom naar pensioen veel lager is in de metaalsector (3%) dan gemiddeld in Vlaanderen (7%). Figuur 4: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, 2003-2004) 100% 80% 60% Ander statuut pensioen/brugpensioen 40% Tijdskrediet/ loopbaanonderbreking Werkloosheid 20% Zelfstandig statuut Metaal arbeiders Alle sectoren Metaal arbeiders Alle sectoren 0% ander paritair comité Instroom Uitstroom Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 18
6. De opleidingsinspanningen Hieronder vinden we de opleidingsinspanningen in de metaalsector. In tegenstelling tot de voorgaande hebben deze cijfers betrekking op België in zijn geheel, en niet enkel op het Vlaams Gewest. De metaalsector werd hier afgebakend aan de hand van nace-codes 27.1, 27.2, 27.3, 27.5, 28, 29, 31, 34, 35. Deze cijfers zijn gebaseerd op de 5.295 bedrijven uit de metaalsector die hun sociale balans indienden bij de Nationale Bank van België, of 72,5% van alle metaalbedrijven met een jaarrekening bij de Nationale Bank 13. Tabel 11: Opleidingsinspanningen in de bedrijven in de metaalsector (België, 2006) Ondernemingen met opleidings-activiteiten % van totaal aantal ondernemingen Deelnemers aan een opleiding Opleidingskost Opleidingsuren % van de % van % van Gemiddelde gemiddelde personeelskosten Gemiddelde gewerkte per werkgelegenheid per uur ( ) uren deelnemer Metaalsector 11,1 43,3 1,40 43,0 1,11 38,2 Privésector totaal 4,8 32,5 1,08 46,8 0,71 29,6 Bron: Nationale Bank van België (Sociale Balansen CD-rom 2006) (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Wat opleidingsinspanningen betreft scoort de metaalsector op alle vlakken bovengemiddeld. 11,1% van de metaalbedrijven biedt opleidingsactiviteiten aan zijn werknemers, tegenover een Belgisch gemiddelde van 4,8%. Ook het aantal opleidingsuren per deelnemers is in de metaalsector (38,2 uren/deelnemer) hoger dan het Belgisch gemiddelde (29,6 uren/deelnemer). De kost van de opleidingen in de sector bedroeg 1,4% van de totale personeelskost, waarmee de metaalsector dichter bij de doelstelling van 1,9% komt, dan gemiddeld voor België (1,08%). 13 Meer informatie over welke bedrijven jaarrekeningen en/of sociale balansen moeten indienen vindt u op de website van de Nationale Bank van België (www.nbb.be). 19
7. De individuele beroepsopleiding in de onderneming De tewerkstellingsmaatregel IBO staat voor individuele beroepsopleiding in de onderneming. Dit is een opleiding waarbij de cursist door de onderneming op de werkplek wordt getraind en begeleid. De IBO kan 1 tot 6 maanden duren, en tijdens deze opleiding betaalt de werkgever geen loon of RSZ, enkel een productiviteitsvergoeding. Na deze opleiding is het bedrijf verplicht de cursist een contract van onbepaalde duur te geven. De metaalsector is afgebakend op basis van nace-activiteiten. Tabel 12: Kenmerken van de opgestarte IBO s (Vlaams Gewest, 2007) Metaalsector arbediers Vlaanderen n % % Totaal aantal IBO s 1.340 100,0 100,0 (n=14.718) Man 1.180 88,1 69,3 Vrouw 160 11,9 30,7 Studieniveau Laag 647 48,3 40,7 Midden 660 49,3 44,7 Hoog 33 2,5 14,6 Leeftijd -25 jaar 706 52,7 52,4 25-49 jaar 616 46,0 44,9 +50 jaar 18 1,3 2,7 Woonplaats Antwerpen 210 15,7 21,7 Vlaams-Brabant 58 4,3 12,5 West-Vlaanderen 138 10,3 19,1 Oost-Vlaanderen 399 29,8 25,5 Limburg 520 38,8 19,6 Buiten Vlaanderen 15 1,1 1,6 Werkloosheidsduur < 3 maanden 462 34,5 47,1 3-6 maanden 218 16,3 17,7 6 maanden - 1 jaar 255 19,0 16,4 1-2 jaar 180 13,4 11,0 2-5 jaar 191 14,3 6,5 + 5 jaar 34 2,5 1,3 Ondernemingsgrootte <10 werknemers 245 18,3 54,3 10-49 werknemers 213 15,9 25,4 50-199 werknemers 74 5,5 8,7 200-499 werknemers 138 10,3 4,6 >499 werknemers 670 50,0 7,1 Allochtonen 369 27,5 16,7 Arbeidsgehandicapten 82 6,1 6,4 Ongunstige stopzettingen 236 17,6 19,4 Bron: VDAB 20
In 2007 zijn 1.360 IBO s opgestart in de metaalsector of 9% van alle opgestarte IBO s in Vlaanderen, wat relatief hoger is dan het aandeel van de metaalsector in de totale Vlaamse privésector (7%). Bijna 70% van de IBO s wordt ingevuld door cursisten die wonen in Limburg (39%) en Oost-Vlaanderen (30%). In de metaalsector maken vooral grote bedrijven gebruik van de IBO-maatregel. De helft van de IBO s zijn opgestart binnen ondernemingen met meer dan 500 werknemers, dit is veel hoger dan gemiddeld in Vlaanderen (7%). In de metaalsector worden allochtonen beter bereikt bij de invulling van de IBO s (28%) dan gemiddeld in Vlaanderen (17%). 18% van de IBO s in de metaalsector kent een ongunstige stopzetting, tegenover 1 op 5 IBO s gemiddeld in Vlaanderen. 21
8. Diversiteitsplannen Met een subsidiëring van diversiteitsplannen moedigt de Vlaamse Overheid ondernemingen en organisaties aan om werk te maken van een divers personeelsbeleid. Een diversiteitsplan kan afgesloten worden voor een enkele vestiging of voor een gans bedrijf met al haar vestigingen samen. In een diversiteitsplan worden streefcijfers voor de instroom, doorstroom en opleiding van doelgroepwerknemers vooropgesteld. Organisaties kunnen onder bepaalde voorwaarden een subsidie verkrijgen voor verschillende soorten plannen. Zo zijn er: Instapdiversiteitsplannen: opstap naar HR-beleid Diversiteitsplannen: meerdere diversiteitsbevorderende acties Groeidiversiteitsplannen: verankering van diversiteitsbeleid door opvolgacties Clusterdiversiteitsplannen: in meerdere bedrijven of bedrijfseenheden Tabel 13: Diversiteitsplannen in de metaalsector (Vlaams Gewest, 2007) Instapplan Diversiteitsplan Clusterplan Groeiplan Totaal 2007 Metaalsector 36 14-7 57 Alle sectoren 257 186 88 89 620 2006 Metaalsector 20 11-3 34 Alle sectoren 251 184 36 56 527 Bron: Departement WSE In 2007 dienden 57 Vlaamse metaalbedrijven een diversiteitsplan in, een aandeel van 9,2% in het totaal. Het aantal diversiteitsplannen in de metaalsector steeg tussen 2006 en 2007 met bijna 70%, een sterkere stijging dan het gemiddelde van alle sectoren (+17,6%). 22
Samen talent in goede banen leiden Departement Werk en Sociale Economie