Golfbanen Bij golfbanen is een onderscheid te maken naar verenigingsbanen (niet-commercieel), commerciële banen en openbare banen. Verenigingsbanen hebben niet het oogmerk om winst te maken. Commerciële banen hebben deze doelstelling wel. Openbare banen zijn verplicht de baan voor een deel open te stellen voor het publiek. Onderscheid is ook te maken naar de grootte van een baan, bijvoorbeeld 9, 18 of 27 holes. Trends Het aantal golfbanen neemt toe en deze worden gemiddeld groter en professioneler; Flexibilisering lidmaatschappen, betalingsvormen en prijzen; Ontwikkeling naar golfbanen met een ruimere opzet en mogelijkheden voor recreatief medegebruik; Het aantal vrije golfers groeit sneller dan het aantal clubgebonden golfers. Kansen en bedreigingen Het aantal golfers stabiliseert sinds 2012; Meer aandacht voor klantenbinding bij vrije golfers (golfers zonder vaste club) en daardoor meer herhalingsbezoek mogelijk; Golf heeft ook een sociale functie en fungeert als zakelijk netwerk. Het oprichten van een businessclub kan de omzet verhogen; De horeca biedt nog ruimte voor rendementsverbetering. De omzet kan bijvoorbeeld omhoog door meer arrangementen aan te bieden; In sommige delen van Nederland (vooral in meer dunbevolkte gebieden buiten de Randstad) is sprake van verzadiging; Vergrijzing biedt kansen (hoge participatie categorie 61-70 jaar); Verkoop van golfartikelen steeds vaker buiten de shop en via internet; Nieuwe golfers worden vaak vrije golfers waardoor de markt groeit maar de ledenaantallen en baanrondes niet; Aanvangsinvesteringen zijn hoog door dure grondaankopen en de investeringen zijn vaak van dien aard dat de rendementen niet in verhouding staan tot het geïnvesteerde vermogen; Het weer bepaalt voor een belangrijk deel het aantal gelopen rondes en dus de omzet; Afname van de bereidheid tot participeren door leden in de start van een club. Daardoor stabiliseert het aanbod. Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 1 van 5
Perspectief Afname van de vraag De golfbranche zit middenin een fundamenteel veranderingsproces, wat in 2014 naar verwachting zal leiden tot een daling van het volume met 1 tot 2% vergeleken met 2013. Het aantal golfers stabiliseert sinds 2012 en hun wensen zijn nadrukkelijk veranderd. De golfer van nu wil daar kunnen golfen waar mogelijk en niet langer gebonden zijn aan één club of baan. Golfers worden dus minder snel lid van een club, wat leidt tot minder wachtlijsten of zelfs dalende ledenaantallen. Tegelijkertijd staan de bestedingen in de horeca onder druk en dalen de inkomsten uit greenfee s doordat er minder rondes worden gelopen. Tevens staat de zakelijke markt (sponsoring, bedrijfsrondes) onder druk. Het aanbod is daarbij fors toegenomen in de afgelopen jaren. Overall leidt de combinatie van dalende vraag en toegenomen aanbod tot een negatief sentiment in 2014. Toekomst De prognose voor langere termijn is neutraal. Golf is nog steeds een populaire sport. Om de golfer echter te blijven trekken, moeten exploitanten gaan inspelen op de wensen van de consument. Er dient daarbij een professionaliseringsslag gemaakt te worden, met het actief voeren van marketingcampagnes, het differentiëren van het productaanbod en het strak sturen op kosten. Tegelijkertijd is de verwachting dat het aantal golfbanen zal stabiliseren. Van oudsher werden veel verenigingen namelijk gefinancierd vanuit de inbreng van financiële middelen door hun (potentiële) leden. Steeds minder golfers zijn hier toe bereid wat de start van nieuwe banen zal belemmeren. Vraag Aantal golfers Het aantal mensen dat golft stabiliseert sinds 2012 naar jarenlange toename. Inmiddels spelen bijna 380.000 Nederlanders golf (medio 2013); Ruim 2% van de Nederlandse bevolking golft. Dit is laag in vergelijking met landen als Amerika, Zweden en Groot Brittannië waar respectievelijk 10, 6 en 5% van de bevolking golft. In Duitsland, Frankrijk en België wordt weinig golf gespeeld. In deze landen golft maar 0,5% van de bevolking; Overigens zijn er in Nederland grote verschillen tussen provincies in het aantal mensen dat golft. De participatie is het hoogst in Utrecht (3,18% van de bevolking), Noord-Holland (2,74%) en Noord-Brabant (2,68%) en het laagst in Friesland (0,82%), Groningen (1.03%), Zeeland (1,13%), Overijssel (1,31%), Limburg (1,33%) en Drenthe (1,4%). Het landelijk gemiddelde van 2,1% wordt dus lang niet overal gehaald; Er golfen meer mannen (circa 2/3 van het totaal aantal golfers) dan vrouwen (1/3); Van het totaal aantal golfers, zijn 136.000 mensen lid van een club. Daarnaast zijn er zogenoemde vrije golfers. Zij hebben geen lidmaatschap, maar wel het golfvaardigheidsbewijs (146.000). Verder zijn er zogenoemde D-leden (96.000). Dat zijn spelers die lid zijn van een 'digitale' vereniging. Het bekendste voorbeeld van zo'n vereniging is ANWB Golf. Het aantal vrije golfers en D-leden stijgt sneller dan het aantal clubleden. Golfers die lid zijn van een club spelen per jaar veel meer rondes (30) dan vrije golfers (5) en D-leden (10). (Bron: NVG/NGF). Greenfee en lidmaatschap De greenfee (bedrag dat men als gastspeler betaalt voor het spelen van een ronde) is afhankelijk van de kwaliteit van de baan en het beleid dat wordt gevoerd. De hoogte van de gevraagde greenfees verschilt sterk: van 25 euro tot meer dan 75 euro per ronde Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 2 van 5
het beleid dat wordt gevoerd. De hoogte van de gevraagde greenfees verschilt sterk: van 25 euro tot meer dan 75 euro per ronde voor een 18 holes baan. De greenfee op een 9 holes baan ligt een stuk lager, al vanaf 15 euro per ronde. Steeds vaker bieden golfbanen arrangementen aan van greenfee inclusief lunch/diner. In dat geval liggen de greenfee-opbrengsten vaak 10-15% lager; Het lidmaatschap van een golfclub in Nederland bevat vaak de verplichting een 'certificaat van aandeel' aan te schaffen. De prijzen variëren van minimaal 700 euro (meeste verenigingen) via ruim 5.000 euro (enkele verenigingen) tot uitschieters van 28.000 of zelfs 48.000 euro (topbanen). Daarbij komt dan nog de contributie die moet worden betaald aan de club. Deze contributie is relatief hoog, maar dan ontvangt de golfer wel wat extra's, zoals bijvoorbeeld het clubgevoel, de gezelligheid en de mogelijkheid om aan competities deel te nemen. Hoe exclusiever de club, hoe hoger de prijs om erbij te mogen. Overigens bieden nieuwe banen en clubs steeds meer varianten voor het lidmaatschap en bijbehorende voorwaarden. Vrije golfers (bron: NGF) In 2012 heeft NGF een onderzoek gedaan naar de voorkeuren, beweegredenen, profielen en speelfrequentie van vrije golfers. Hieronder een aantal bevindingen: Ontspanning is de voornaamste reden om te golfen; 1/3 golft in totaal 1-5 keer per jaar; Bijna de helft golft 1-5 keer per jaar op dezelfde golfbaan; 40% golft doordeweeks, waarvan 40% 's middags; De prijs is de belangrijkste reden om geen lid te worden; De vrije golfer is bereid tot besteding voor: onbeperkt speelrecht: 500 tot 600 euro; beperkt speelrecht: 200 tot 300 euro; losse greenfees, golflessen en wedstrijden: 500 euro. In 2011 hebben 22 golfbanen een tevredenheidsonderzoek gedaan onder hun leden. De resultaten vind je hier. Aanbod Aantal golfbanen Nederland telt ruim 200 golfbanen met in totaal ruim 3.100 holes en een jaarcapaciteit van 7 miljoen rondes; Naast deze officiële golfbanen zijn er nog accommodaties die meer gericht zijn op oefening (Pitch & Putt) of waar een aantal holes op sportvelden is uitgezet; Nederland telt relatief weinig golfbanen per hoofd van de bevolking. Groot-Brittannië heeft bijvoorbeeld per 25.000 inwoners één golfbaan, terwijl Nederland per 90.000 inwoners één golfbaan telt. Maar het aanbod in Nederland neemt wel toe, er zijn zelfs bijna 100 plannen bekend voor de aanleg van nieuwe banen. Status Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 3 van 5
Status Golfbanen kunnen de A- of B- of C-status aanvragen bij de Nederlandse Golf Federatie (NGF). De leden van een baan met A- of B-status komen in aanmerking voor deelname aan de landelijke competities. Het verschil in de statussen is het voorzieningenniveau; Op de langere termijn worden met name de A- en B-status banen betere overlevingskansen toegedicht dan kwalitatief onvolwaardige banen. Omzet Door de stabilistatie van het aantal golfers en veranderende wensen, staat de omzet in de branche onder druk. De totale omzet van de branche wordt geschat op ruim 500 miljoen euro. De omzet bestaat voor het grootste gedeelte uit lidmaatschapgelden en greenfees. De inkomsten die uit de horeca voortvloeien zijn relatief laag, omdat veel golfbanen deze faciliteit uitbesteden (circa 60%). In de eerste helft van 2013 zijn minder rondes gespeeld. In het eerste kwartaal zelfs 28% minder, in het tweede kwartaal 1% minder vergeleken met dezelfde periode van 2012. De baanbezetting in 2012 was 7% lager dan in 2011. Het aantal gespeelde rondes door greenfeespelers is relatief het hardst gedaald (13%). Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 4 van 5
Achtergrondinformatie Vakbladen GOLFjournaal (NGF); voor de golfer die lid is bij een club Golfers Magazine; voor iedereen die in golf geïnteresseerd is GolfMarkt (NGF): van en voor de golfbranche Golfnieuws (NGF); voor de vrije golfer Golfbusiness (NVG); voor exploitanten en golfclubs die lid zijn van de NVG Leisure Management Organisaties Naam Nederlandse Vereniging van Exploitanten van Golfaccommodaties (NVG) Nederlandse Golf Federatie (NGF) URL www.nvg-golf.nl www.ngf.nl Rabobank Cijfers & Trends Al meer dan vijfendertig jaar biedt de Rabobank met Cijfers & Trends betrouwbare branche-informatie. Via www.rabobank.nl/cijfersentrends is deze informatie gratis te raadplegen. U vindt er onze thema-updates, branche-informatie en sectorprognoses. Ook kunt u de prestaties van uw bedrijf vergelijken met die van andere bedrijven in uw branche. Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 5 van 5