VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018. Nieuwe meerwaardeketens kwantitatief in kaart gebracht

Vergelijkbare documenten
VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 14/05/2018. E-learning in Vlaanderen

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 15/07/2016. De Vlaamse deeleconomie onderzocht

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 14/05/2018. Evaluatie Vlaams doelgroepenbeleid

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 11/10/2018. Techniek Tien jaar later: loopbaanpaden en -uitkomsten van STEM-studenten

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 8/2/2010

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 8/2/2010. Regionale verschillen in arbeidsvraag en arbeidsaanbod

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 15/10/2014 DE MORFOLOGIE VAN HET PWA-STELSEL

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 5/10/2009

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 15/10/2014 BEGELEIDING OP DE WERKVLOER PARTICIPATIEF DOORGELICHT

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 15/05/2017. Activering van leefloongerechtigden via tijdelijke werkervaring

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/12/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 9/03/2009. Evaluatie van het nieuwe werkervaringsprogramma

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 3/5/2013 ARBEIDSMARKTGERICHTE OPLEIDINGSINCENTIVES VOOR WERKENDEN

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 15/07/2016. Leerstoel Arbeidsmarktdynamiek

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 11/10/2017. Tussentijdse evaluatie van het Non-discriminatie-beleid

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 14/05/2018. Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 15/10/2014 DIENSTENCHEQUE-ONDERNEMINGEN ONDERZOCHT

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 7/11/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/12/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 5/02/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 18/10/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/11/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 03/11/2016. Wijzigingen in jobs, vacatures en vaardigheden

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 30/10/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 3/5/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 30/10/2015 HET LEERRENDEMENT VAN OPLEIDINGEN BINNEN HET DOMEIN WERK

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 5/10/2009

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018. Personen met een arbeidshandicap - hefbomen voor een hogere werkzaamheidsgraad

Competentieversterking tijdens periodes van inactiviteit : een analyse van oorzaken van succes of falen en voorstellen ter remediëring

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 6/5/2010

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018. Digitale transformatie op bedrijfsniveau

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 15/05/2017

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/12/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 11/10/2017. Tussentijdse evaluatie van het Focus op Talent-beleid

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 9/10/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 24/03/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 14/06/2013 VERSTERKING VAN HET ARBEIDSVOLUME IN HET K ADER VAN VIA IV

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 24/4/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 1/2/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 30/10/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 20/07/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 24/03/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 8/2/2010

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 3/2/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 5/02/2013 EVC VANUIT BEDRIJFSPERSPECTIEF

Duurzaam ondernemen zichtbaar en doenbaar maken in Vlaanderen

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 4/7/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 01/08/2016. Leerstoel Migratie, integratie en arbeidsmarkt

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 9/03/2009. Klimaat en werkgelegenheid

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport

Infosessie Capaciteitsopbouw van docenten hoger onderwijs over klimaateducatie. Hendrik Consciencegebouw 13 september om uur

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 februari 2017;

Vlaamse overheid. Departement Landbouw en Visserij. Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling. Aanvraagformulier

Bestek Participatiemethoden met kinderen en jongeren. Uiterste datum indienen offertes 6 december 2010

Innovatieve bedrijfsnetwerken 2 e oproep. Infosessie 6/11/2017 VAC Gent

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus Brussel

Aanvraag subsidie demonstratieproject

Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de cofinanciering van onderzoek en ontwikkeling in het kader van overheidsopdrachten

Situering en aanleiding (1)

Presentatie projectvoorstel- Brussel

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Functiebeschrijving: Projectbeheerder

DE VLAAMSE RUIMTELIJKE PLANNINGSPRIJS 2014 Een initiatief van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning Met steun van de Vlaamse Regering

Oproep Steunpunt Toetsontwikkeling en Peilingen Informatiesessie 19 juni 2017

Ondersteunende richtlijnen voor het indienen van een project

Rise- Innovatieve start-ups

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus Brussel

Subsidiereglement Bedrijf en buurt

Strategisch arbeidsmarktonderzoek. Vlaanderen

REGLEMENT INNOVATIEVE PARTNERPROJECTEN

Evaluatie Actieplan Ondernemerschap plan van aanpak

Bestek Evaluatie Youth in Action. Uiterste datum indienen offertes 19 januari 2012

Experimenteel reglement: Innovatieve partnerprojecten

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Sectorconvenant tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners van de naam sector (PC sector)

Projectindiening. demonstratie- en disseminatieproject. duurzame technologieën op vlak van WATER OPROEP 4. Concepten voor efficiënt waterbeheer

Sterk door overleg. Adviesfunctie

VR DOC.1027/2

Aanvraagformulier Subsidie Wetenschappelijk Fonds NVFB

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

Reglement Biomedische onderzoeksprojecten Kom op tegen Kanker

VR DOC.0658/1

contact Danny Huysmans

VR DOC.1263/2BIS

RICHTLIJNEN VOOR DE AANVRAAG VAN FINANCIELE STEUN BIJ CSR-PROJECTEN

Reglement met betrekking tot de toekenning van subsidies voor projecten voor duurzame mobiliteit.

Informatiesessie onderzoek tijdsbesteding

Advies 71bis :37 Pagina 1. ADVIES 71bis STEUNPUNTEN BELEIDSRELEVANT ONDERZOEK. Voorontwerp van WIJZIGEND besluit

De gemeenteraad. Ontwerpbesluit

1. VDAB heeft gedurende drie jaar een indiceringsinstrument ontwikkeld en daardoor 43 categorieën geselecteerd uit een totaal van categorieën.

Prioriteit 2. Versterken van het concurrentievermogen van kmo s. Oproep FICHE

Facultair reglement Mobiliteitsfonds FPPW

Digitalisering startkompas Verkennende nota

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen

Algemene principes van de uitvoering van een project en de verslaggeving

Reglement Biomedische onderzoeksprojecten Kom op tegen Kanker

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Administratie Land- en Tuinbouw. Afdeling Duurzame Landbouw. Aanvraagformulier. Demonstratieprojecten 2005

Transcriptie:

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018 Nieuwe meerwaardeketens kwantitatief in kaart gebracht 1. Kenmerken van het onderzoek VIONA-luik : Beleidsuitdaging Onderzoeksdoeleinde: Beschrijvend en verklarend Gewenste methodologie: Kwantitatief Soort opdracht: Studie 2. Probleemstelling Beleidscontext De afgelopen jaren groeit de aandacht (economisch, academisch, beleidsmatig,.) rond economische (meer)waardeketens. In Vlaanderen vallen deze meerwaardeketens voor een groot deel samen met de innovatieve bedrijfsnetwerken. Voorbeelden: - EUKA dat de drone-industrie op de kaart wil zetten in Vlaanderen - Groen licht Vlaanderen dat gaat over o.m. intelligente lichtregelsystemen - Power to Gas waarin dat de transformatie wil maken naar een aangepast elektriciteitsnet voor hernieuwbare energie - 1 Van deze erkende innovatieve bedrijfsnetwerken wordt verwacht dat ze via een intense samenwerking tussen de ondernemingen een concreet actieplan uitvoeren, met een aantoonbare economische 1 Andere erkende innovatieve bedrijfsnetwerken zijn: Air Cargo Belgium, B-hive, Bouwindustrialisatie, Cluster BIM, Digitising Manufacturing, EUKA, FLAG, Flanders' bike Valley, Groen Licht Vlaanderen, IBN composieten, Innovatieve Coatings, Offshore energy, Power to Gas en Smart Digital Farming.

meerwaarde voor de deelnemende ondernemingen. Het zijn per definitie kleinschaligere initiatieven waarvan de tijdshorizon voor ondersteuning drie jaar is. Meer info: https://www.vlaio.be/nl/andere-doelgroepen/innovatieve-bedrijfsnetwerken Naast innovatieve bedrijfsnetwerken zijn er nog speerpuntclusters van geconnecteerde bedrijven die via onderlinge samenwerking en samenwerking met kennisinstellingen hun competitiviteit wensen te verhogen https://www.vlaio.be/nl/clusterorganisaties/het-clusterbeleid/het-vlaamse-clusterbeleid. Korte stand van zaken in verband met de aanwezige kennis - Met SCOPE studies werden de veranderende competenties in de meerwaardeketens voor 11 IBN s en clusters al kwalitatief in kaart gebracht. - Het steunpunt Ondernemen en Regionale Economie brengt reeds economische informatie (tewerkstelling, bedrijven, toegevoegde waarde, economische specialisatie, ) samen voor de diverse speerpuntclusters: https://steunpunt-economie-ondernemen.be/publicaties - Binnen de VIONA-leerstoel arbeidsmarktdynamiek is voorzien om onder het werkpakket dynamiek in innovatieve markten -naast een analyse van start-ups de dynam-methode te gebruiken om arbeidsdynamiek in kaart te brengen voor 1 of 2 speerpuntclusters. Meer info: https://www.werk.be/sites/default/files/rapporten/arbeidsdynamiek_voorstel_hiva_word.pdf Hoe vult het voorgestelde onderzoek de bestaande kennis aan? - De SCOPE studies tonen de kwalitatieve veranderingen die te verwachten zijn, maar leveren geen kwantitatieve inschatting van de geïmpacteerde tewerkstelling. - Die kwantitatieve oefening ligt ook niet voor de hand. Het blijkt bijzonder moeilijk om kwantitatieve arbeidsmarktprofielen samen te stellen voor meerwaardeketens, clusters en IBN s die per definitie over meerdere sectoren heen. Binnen het steunpunt STORE werden hiertoe al pogingen ondernomen. Zij publiceren economische profielen van de speerpuntclusters (zie hoger) maar niet van de innovatieve bedrijfsnetwerken. Toch blijkt uit hun werkzaamheden ook dat de statistische afbakening op basis van de geijkte concepten en administratieve data (PC s, NACE, ISCO classificaties, ) zijn beperkingen kent. Bovendien richten zij zich op economische en niet op arbeidsmarktinformatie. - Naast een inzicht in de veranderende competenties (via competentieprognose) is er ook aanvullende kwantitatieve informatie over deze veranderende profielen nodig om met alle partners (clusters, IBN s, opleidings- en onderwijsactoren, ) tot een duidelijk en afdoende actieplan te komen. Het onderzoek zou dus de kwantitatieve arbeidsmarktimpact van disruptie -op het kruispunt van sectoren- scherper (beschrijvend en prospectief) in beeld moeten brengen voor verschillende meerwaardeketens. We focussen hierbij in eerste instantie op de innovatieve bedrijfsnetwerken. 3. Onderzoeksvragen Met dit onderzoek willen we het arbeidsmarktprofiel en de arbeidsmarktimpact van meerwaardeketens in Vlaanderen kwantitatief in kaart brengen - Kwantitatieve beschrijving van de meerwaardeketen in arbeidsmarktindicatoren (tewerkstelling/jobs, beroepen, vereiste kwalificaties, talenten en profielen,.) - Kwantitatieve prospectie van de meerwaardeketen (projectie van arbeidsmarktindicatoren over tewerkstelling/jobs, beroepen, vereiste kwalificaties, talenten en profielen,.)

Het onderzoek behelst de ontwikkeling van een vernieuwende methodiek van monitoring (ontwikkeling van indicatoren, proxy s, actuele en realtime data,.) die wordt toegepast op enkele innovatieve bedrijfsnetwerken, te bepalen in overleg met de opdrachtgever. Er zou voor geopteerd kunnen worden om dit uit te voeren voor diegenen die reeds een SCOPE-studie beëindigden. Beleidsrelevantie De beschikbaarheid van de nodige competenties en vaardigheden en voldoende gekwalificeerde en wendbare werknemers zijn een sterke katalysator zijn voor onze economie.om dit te realiseren moeten we sneller (waar mogelijk proactief) anticiperen op de dynamiek van de arbeidsmarkt en ook het opleidings- en onderwijsaanbod hierop beter laten aansluiten. De nood om evoluties en trends in competentienoden en vaardigheden in te schatten is dus hoger dan ooit. Sectoren spelen hierin een belangrijke rol en blijven ook in de toekomst belangrijke motoren van het arbeidsmarktbeleid. Daarnaast zijn er echter ook andere actoren zoals clusters en innovatieve bedrijfsnetwerken die ons een goed zicht kunnen geven op komende competentienoden. Via de huidige competentieprognoses werd een strategisch proces opgestart, gedragen door een stuurgroep van betrokken stakeholders die samen met deze resultaten aan de slag gaan en hierop acties ontwikkelen. Dit maakt de sterkte van dergelijk onderzoek. Het levert een goede basis voor duurzame flexibele en innovatieve partnerschappen. De aanpak van de competentieprognose is een hulpmiddel om de bottom-up aanpak verder te ondersteunen en richting te geven. Nu mist hier echter nog de link met kwantitatieve gegevens die deze partnerschappen nog verder kunnen voeden en richting geven. Besluit Aan de ene kant is er de relevantie om meerwaardeketens beter te begrijpen in hun kwantitatieve arbeidsmarkteffect om flankerende human capital agenda s te kunnen uitbouwen voor de lange termijn. Dit biedt mogelijk ook inspiratie voor nieuwe innovatieve bedrijfsnetwerken en de bijhorende manpower planning. Aan de andere kant is er de meerwaarde van een vernieuwende datamonitoring over het kruispunt van sectoren (en clusters) heen. We stellen vast dat de huidige categorieën en classificaties soms tekortschieten om realtime ontwikkelingen en disrupties in kaart te brengen. Dit onderzoek kan ook aanbevelingen opleveren voor een toekomstgericht model van arbeidsmarktmonitoring en - prognose (proxy s, nieuw te ontwikkelen arbeidsmarktindicatoren, realtime data inzicht, ). Noot De bedoeling is niet om clusters en/of IBN s te evalueren op de tewerkstelling die ze creëren maar eerder om inzicht te bieden in de (kwantitatieve) arbeidsmarktimpact waar zij tegenaan kijken. Tewerkstelling is immers niet de primaire doelstelling van de clusters en IBN s en bovendien speelt een selectie-effect omdat bedrijven er zelf voor kiezen om lid te worden van deze clusters en/of IBN s. De bedoeling is evenmin om uitspraken te doen over het geheel van de geselecteerde meerwaardeketens. Clusters en IBNs verenigen immers heel verscheidene economische sectoren: van maritieme activiteiten tot biotech, van fietstechnologie over bankwezen tot de chemische sector. Algemene uitspraken over competenties en skills zullen dan ook moeilijk zijn. 4. Timing Projectvoorstellen moeten uiterlijk op vrijdag 9 november 2018 om 13u worden ingediend. De Stuurgroep VIONA zal eind november een advies formuleren over het te gunnen project aan de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk.

De projectindieners zullen in de eerste helft van de maand december worden geïnformeerd over de beslissing van de minister. Het project dient nog in 2018 op te starten. Het ontwerp van eindrapport dient eind november 2019 te worden opgeleverd. Uiterlijk eind december 2019 dient het definitieve eindrapport dwingend aan de opdrachtgever te worden opgeleverd. 5. Kandidaatstelling Projectvoorstellen bevatten een inhoudelijk en een financieel onderdeel en beantwoorden aan de richtlijnen die u in bijlagen bij de oproep vindt. In die bijlagen vindt u tevens informatie over de selectiecriteria en -procedure en over de financiële en administratieve opvolging van het project. 6. Informatie Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij de heer Willem De Klerck, Departement Werk en Sociale Economie (T 02/553 43 80 - M 0474/48 57 60, willem.deklerck@wse.vlaanderen.be) of mevrouw Kim Geerts T 02 553 44 35 - M 0472 56 85 99, kim.geerts@wse.vlaanderen.be). De indieners van projectvoorstellen zullen desgevallend uitgenodigd én gehoord worden tijdens een hoorzitting die op maandag 26 november 2018 in de voormiddag (vanaf 10u) in het Ellipsgebouw zal plaatsvinden, en dit enkel in het geval van fundamentele onduidelijkheden, betwistingen, ex aequo s en/of minieme verschillen tussen de (beste) offertes. U wordt hiervan uiterlijk op vrijdag 23 november op de hoogte gebracht indien uw aanwezigheid gewenst is.

Bijlage 1 bij VIONA-projectoproepen voor studieopdrachten Situering en gunningsprocedure 1. Het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma Het initieel opzet en doel van VIONA (Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrapportering) werd destijds binnen het VESOC en in het kader van de Vlaamse werkgelegenheidsconferentie in het protocol van 17 maart 1993 als volgt vastgelegd: - Het verwerven van wetenschappelijke betrouwbare kennis over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt opdat men verantwoorde beleidskeuzes kan maken (vaststellen, registreren en onderzoeken van de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt teneinde het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen de nodige wetenschappelijke ondersteuning aan te bieden). - Een impuls geven aan wetenschappelijk onderzoek (komen tot een geïntegreerde en gecoördineerde aanpak van het beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek op het domein van de arbeidsmarkt). Naar aanleiding van een nieuwe oproep voor het Steunpunt Werk in 2015, de nieuwe bevoegdheden na de Zesde Staatshervorming en de toegenomen stroomlijning inzake beleidsevaluatie, werd het model voor strategisch arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen ( Vlaams Programma Strategisch Arbeidsmarktonderzoek ) midden 2016 hertekend om maximale complementariteit met het Steunpunt Werk te bereiken. Onder de adviserende bevoegdheid van de Stuurgroep VIONA werden de volgende aanpassingen uitgevoerd: - VIONA-onderzoeken worden voortaan ingedeeld in twee categorieën: beleidsevaluerend onderzoek en beleidsuitdagend onderzoek. Deze indeling heeft een dubbele doelstelling: het versterken en stroomlijnen van de evidence basis van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid en het behouden van de capaciteit van het huidige VIONA-programma om beleidsvernieuwing te stimuleren. - Elk voorstel voor een onderzoeksthema wordt voortaan onderworpen aan een screening door de Dienst Studie en Beleidscoördinatie van het departement WSE om de realiseerbaarheid en het wetenschappelijke gehalte van de maatregel te toetsen. - Er worden wetenschappelijke criteria geïntegreerd in de beoordeling van de onderzoeksvoorstellen. Op het programma Werkgelegenheid is in 2018 in het kader van het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma 373.000 beschikbaar voor studie- en O&O-opdrachten. Die opdrachten zijn complementair aan de opdrachten die het Steunpunt Werk opneemt. De projectoproepen in het kader van het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma worden beheerd door het departement Werk en Sociale Economie. De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, de heer Philippe Muyters, keurt -rekening houdend met het advies van de Stuurgroep VIONAde VIONA-oproepen en -projecten goed. 2. Modaliteiten en gunningsprocedure 2.1 De deelnemers VIONA-oproepen staan open voor onderzoekers en onderzoeksgroepen uit de universiteiten en hogescholen én voor andere (onderzoeks)instellingen. 2.2 De projectvoorstellen Een projectvoorstel dient deze elementen te bevatten:

1) titel van het project 2) vermelding van de promotor(en): naam, instelling, onderzoekseenheid, contactadres, telefoonnummer en e-mailadres Indien de opdrachtnemer een beroep wenst te doen op één of meerdere experten extern aan de onderzoeksploeg, moet een indicatie worden gegeven van de aard van de experten (indien mogelijk met de namen), hun expertise (juridisch, fiscaal, economisch, ) en dient geduid te worden hoe die expertise in het onderzoek kadert. 3) een uitgebreide omschrijving van het projectvoorstel dat minstens volgende elementen bevat o Situering van het thema o Conceptueel, theoretisch of beleidsmatig analysekader o Toelichting over hoe de wetenschappelijke kwaliteitscriteria bewaakt zullen worden. Onder wetenschappelijke kwaliteitscriteria worden hier betrouwbaarheid, interne validiteit (indien van toepassing), externe validiteit (indien van toepassing) en constructvaliditeit verstaan. o Methodologie 4) een gedetailleerd tijdschema 5) een financieel plan per kalenderjaar en een verduidelijking van de additionele financiering (facultatief) Voor deze studieopdracht wordt als richtprijs een bedrag van maximaal 84.500 euro (inclusief overhead en/of BTW) vooropgesteld. Projectvoorstellen dienen steeds de totale kostprijs inclusief én exclusief BTW (indien deze van toepassing is) aan te geven. 6) een beschrijving van de wijze waarop de resultaten zullen worden gevaloriseerd en bekend gemaakt; in de begroting moet expliciet een bedrag voor de valorisatie worden voorzien 7) een beknopt curriculum vitae van de onderzoeksverantwoordelijken (max. 3 blz. per persoon), met vermelding van de relevante lopende onderzoeksprojecten (met naam van de financierende organisatie en einddatum van het onderzoeksproject) en de vijf belangrijkste publicaties. 8) Een bondige omschrijving van het project. Maximale lengte: de uitgebreide omschrijving van het projectvoorstel (zie 3), het tijdspad (zie 4) én de begroting (zie 5) mogen maximaal 12 pagina s in beslag nemen. De bondige omschrijving van het project mag maximaal 2 bladzijden omvatten. 2.3 Evaluatie en selectie van de projectvoorstellen De ingediende voorstellen worden beoordeeld op hun algemene en wetenschappelijke relevantie. De evaluatie en selectie verlopen als volgt: De beoordeling van de algemene relevantie gebeurt door de Stuurgroep VIONA, die uit de volgende stemgerechtigde leden bestaat: de Vlaamse regering (afgevaardigden van de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk en de Vlaamse Minister bevoegd voor Sociale Economie), de sociale partners (ABVV, ACV, ACLVB, VOKA, UNIZO en BB) en het Vlaamse Departement Werk en Sociale Economie. Elk stuurgroeplid kan (per onderzoeksvoorstel) een advies uitbrengen op een schaal van 1 tot 5 op basis van een aantal vooraf geformuleerde algemene deelcriteria, waaraan verschillende gewichten werden toegekend, zoals in onderstaande tabel weergegeven. De algemene quotering is een aggregatie van die gewichten (op een schaal van 1 (zeer slecht) tot 5 (uitstekend)), en er wordt gevraagd om een algemene toelichting van de beoordeling te voorzien. Het betreft hier dus max. 10 beoordelingen waarvan een gemiddelde genomen wordt per criterium.

De beoordeling op algemene criteria door de stuurgroepleden telt mee voor 90 punten. Algemene criteria 90 Aansluiting bij onderzoeksvragen 20 Duidelijkheid van de praktische aanpak 20 Realiseerbaarheid van de praktische aanpak 20 Productie van nieuwe informatie 20 Aanwezige kennis over het beleidsthema 5 Valorisatie 5 De beoordeling van de wetenschappelijke criteria wordt opgenomen door een panel van wetenschappelijke beoordelaars in de studiediensten van het departement WSE, van de VR en evt. van de VDAB. Zij beoordelen het onderzoeksvoorstel op een schaal van 1 (zeer slecht) tot 5 (uitstekend) op basis van onder meer de hierna volgende deelcriteria en geven een globaal oordeel waarvan een gemiddelde wordt genomen. De beoordeling op wetenschappelijke criteria door de wetenschappelijke beoordelaars telt mee voor 10 punten. Wetenschappelijke criteria 10 Betrouwbaarheid van de te gebruiken gegevens Conclusie validiteit Interne validiteit Constructvaliditeit Externe validiteit. Het best gekwalificeerde projectvoorstel met een minimale score van 60/100 punten zal dan voor gunning aan de minister worden geadviseerd, met dien verstande dat in het geval van fundamentele onduidelijkheden, betwistingen, ex aequo s in de punten of nauw aanleunende resultaten de mogelijkheid wordt ingebouwd om mondelinge of schriftelijke vragen te stellen aan de indieners van de (beste) offertes (zie ook punt 7). Indien de minister akkoord gaat met het advies, wordt het projectvoorstel gegund volgens de regels van de overheidsopdrachten. 2.4 Kandidaatstelling De projectvoorstellen dienen het departement Werk en Sociale Economie elektronisch via mail (Word) (willem.deklerck@wse.vlaanderen.be + johan.troch@wse.vlaanderen.be) uiterlijk te bereiken op het tijdstip vermeld in de oproep.

Bijlage 2 bij VIONA-projectoproepen voor studieopdrachten Financieel plan en rapportering In deze bijlage worden de richtlijnen voor de budgetplanning van projectvoorstellen en de inhoudelijke en financiële rapportering door de promotoren toegelicht. 1. Kwalificatie van de opdracht Binnen het VIONA-onderzoeksprogramma maken we een onderscheid tussen twee soorten dienstenopdrachten, nl. studieopdrachten en O&O-opdrachten. Deze oproep betreft een studieopdracht. Bij studieopdrachten in antwoord op beleidsvraagstukken verwachten we dat de opdrachtnemer een voorstel van analyse en oplossing van een specifiek probleem formuleert met behulp van bestaande kennis binnen een korte termijn. Het voorstel en de analyse moet praktisch bruikbaar zijn voor het beleid. Voor deze studieopdracht wordt een bedrag van maximaal 84.500 euro (inclusief overhead en/of BTW) vooropgesteld. 2. Financiële planning en rapportering In het financieel plan en de financiële rapportering van VIONA-projecten maken we een onderscheid tussen drie soorten kosten. - Loonkosten wetenschappelijk personeel: raming in het financieel plan op basis van geschatte onderzoekersmaanden en bij afrekening op basis van bewijsstukken van de personeelskost voor wetenschappelijk personeel dat daadwerkelijk werd ingezet op het project. - Persoonsgebonden werkingskosten: werkingsmiddelen, administratieve ondersteuning en universitaire overhead. De persoonsgebonden werkingskosten worden forfaitair begroot en afgerekend op maximaal 33% van respectievelijk de begrote en de reële personeelskosten wetenschappelijk personeel en omvat de overhead van maximum 10% die de universiteiten gewoonlijk aanrekenen. - Projectspecifieke werkingskosten: exceptionele en projectspecifieke werkingsmiddelen (bv. kosten voor een grootschalige survey (postenquête, webbevraging, ), kosten buitenlandse studiereis, ). Het betreft uitzonderlijke kosten waarvoor een specifiek budget moet worden uitgewerkt. Die kosten zijn inherent aan de opdracht en zijn altijd te bewijzen. Ze worden in detail begroot in het voorstel en afgerekend op basis van bijhorende bewijsstukken. Bij de afrekening wordt de mogelijkheid voorzien van een transfer van de persoonsgebonden werkingskosten naar de loonkosten wetenschappelijke personeel ten bedrage van maximum 10 % van de oorspronkelijk voorziene werkingsmiddelen en dit op voorwaarde dat het globaal aanvaarde projectbudget behouden blijft. Bv.: voor een VIONA-project met een aanvaarde projectbegroting van 99.750 euro bestaande uit 75.000 euro aan personeelskosten en 24.750 euro (33% van 75.000 euro) aan werkingskosten, mag maximaal 2.475 euro worden getransfereerd van de werkingsmiddelen naar de personeelskosten. Op

die manier kunnen hogere personeelskosten dan begroot worden opgevangen, bijvoorbeeld na aanwerving van een meer gekwalificeerde en ervaren onderzoeker dan aanvankelijk verhoopt. De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een financiële eindrapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) bezorgen. Opgelet! Sinds 1 januari 2017 is de Vlaamse overheid overgeschakeld op elektronische facturatie (e-invoicing). In een overgangsfase werden uitzonderlijk nog papieren facturen aanvaard. Deze overgangsfase wordt nu stopgezet. Vanaf 1 januari 2019 schakelt het Departement WSE definitief over op e-facturatie. Vanaf die datum kan enkel nog elektronisch aan DWSE worden gefactureerd. Papieren facturen (via post) of PDF facturen (via mail) zullen door DWSE vanaf die datum geweigerd worden. In het kader van e-facturatie aanvaarden we enkel gestandaardiseerde XML-facturen die via het PEPPOL-netwerk worden aangeleverd. Er zijn vier manieren waarop u kan aansluiten op het PEPPOLmodel, afhankelijk van uw volume facturen en uw financieel systeem, facturatie-of boekhoudpakket. U vindt meer informatie hierover via deze link: https://overheid.vlaanderen.be/overheidsopdrachtenen-raamcontracten/e-procurement/e-invoicing-voor-leveranciers Voor meer informatie hierover kan u steeds contact opnemen met het centrale e-invoicingteam via e.procurement@vlaanderen.be. Tussentijdse uitbetaling is enkel mogelijk voor projecten die meer dan 12 maanden doorlooptijd in beslag nemen en gebeurt op basis van een tussentijdse financiële en inhoudelijke rapportering. De tussentijdse financiële rapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) moet na afloop van de eerste fase aan de opdrachtgever worden bezorgd (via het hierboven vermelde systeem van e-invoicing). Indien het onderzoek door meerdere instanties wordt uitgevoerd, treedt één instantie op als opdrachtnemer. De opdrachtnemer moet alle facturen en interne verrekeningen bundelen en bij de opdrachtgever indienen(via het hierboven vermelde systeem van e-invoicing). Voor de loonkosten wetenschappelijk personeel moeten bij de betalingsaanvraag de namen worden vermeld en worden gestaafd d.m.v. loonfiches (indien intern personeel) of facturen én betalingsbewijzen (indien extern personeel). Uitsluitend kosten gemaakt binnen de uitvoeringsperiode, die is bepaald in de overeenkomst, worden aanvaard. 3. Inhoudelijke rapportering De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een inhoudelijke eindrapportering bezorgen, samen met een Nederlandse én Engelstalige samenvatting.

De inhoudelijke rapportering dient minimaal volgende elementen te bevatten: a) Inleiding en situering. b) Analysekader. Ingeval het om een evaluatieonderzoek gaat, dienen de relevante evaluatiecriteria hierin toegelicht te worden. c) Uitgebreide beschrijving van de gebruikte methodologie. d) Uitgebreide beschrijving van de resultaten van het onderzoek. e) Conclusies. f) Beleidsaanbevelingen. Het concept van eindrapport dient eind november 2019 te worden opgeleverd en zal worden besproken op en goedgekeurd door de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONAproject. Uiterlijk eind december 2019 dient het definitieve eindrapport dwingend aan de opdrachtgever te worden opgeleverd. De Nederlandse samenvatting (met opzet, bevindingen, aanbevelingen en valorisatie) telt minimaal 2 en maximaal 5 bladzijden. De Engelstalige samenvatting telt een 2-tal bladzijden. Van het eindrapport en van de samenvatting wordt ook een elektronische versie geleverd met het oog op de mogelijke verspreiding via de VIONA-website. Van dit inhoudelijke eindrapport worden dertig gedrukte exemplaren aan het Departement WSE bezorgd. De opdrachtnemer verbindt er zich toe, tegelijkertijd met de indiening van het eindrapport, de voorgeschreven samenvattingen van het onderzoeksproject te bezorgen. In het geval van tussentijdse uitbetaling moet een tussentijdse inhoudelijke rapportering samen met een financieel rapport na afloop van de eerste fase van het project aan de opdrachtgever worden bezorgd. In die tussentijdse inhoudelijke rapportering dienen ook eventuele bijsturingen in het project te worden weergegeven. Deze rapportering wordt verspreid aan al de leden van de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONA-project. De verspreiding gebeurt via het VIONA-secretariaat. 4. Contactpersonen Financiële en inhoudelijke rapporten moeten worden ingediend op het volgende adres, op de wijze zoals hierboven beschreven: Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Studiedienst t.a.v. de heer Willem De Klerck (diensthoofd) Koning Albert II-laan 35, bus 20-16de verdieping 1030 Brussel Inhoudelijke vragen over de concrete opdracht: Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij de heer Willem De Klerck, Departement Werk en Sociale Economie (T 02/553 43 80 - M 0474/48 57 60, willem.deklerck@wse.vlaanderen.be) of mevrouw Kim Geerts T 02 553 44 35 - M 0472 56 85 99, kim.geerts@wse.vlaanderen.be). Contactpersoon m.b.t. de procedure en inhoudelijke en financiële rapportering: Departement Werk en Sociale Economie, Koning Albert II-laan 35, bus 20-16de verdieping, 1030 Brussel Johan Troch, T 02/553 44 18 - M 0499/54 27 31, johan.troch@wse.vlaanderen.be