Ontruimingscentrale Type paneel: EVP (8 groepen) Gebruikershandleiding Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 1
Inhoudsopgave 1. Veiligheid 3 Belangrijke informatie met betrekking tot het veilig gebruik van dit bedieningspaneel 2. Ontruimingsinstallaties een overzicht 4 Hoe ontruimingsinstallaties werken en een algemeen overzicht van de belangrijkste eigenschappen. 3. Gebruikersverantwoordelijkheden 5 Algemene richtlijnen met betrekking tot de taken van de gebruiker. 4. Lay-out ontruimingspaneel en toegang tot de bedieningselementen 6 Overzicht van de op het ontruimingspaneel beschikbare bedieningselementen en signaleringen, inclusief: - Definitie van het bedieningsniveau; - Toegang tot de beveiligde gebruikersfuncties van het ontruimingspaneel; - Betekenis van de signaleringsleds. 5. Ontruimingssituaties 8 Hoe een ontruimingssituatie wordt aangegeven en welke actie moet worden ondernomen. Hoe een alarm wordt uitgeschakeld. Hoe een ontruiming handmatig wordt geactiveerd. Hoe een ontruimingssignaal wordt gereset. 6. Storingen 9 De verschillende soorten storingen die kunnen optreden, hun betekenis en hoe deze kunnen worden verholpen. 7. Uitschakelingen 10 Hoe bepaalde delen in de ontruimingsinstallatie worden uitgeschakeld. 8. Opties ontruimingspaneel 12 Vertragingen Alarm centrale ingang Seriële communicatie 9. Gegevensblad programmering 14 Details van de programmering. 10. Installatie- en inbedrijfstellingscertificaat 15 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ajax Brandbeveiliging B.V. Alle gepubliceerde gegevens zijn vrijblijvend en vatbaar voor wijzigingen. 2 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
Veiligheid 1 Het ontruimingspaneel kan veilig worden bediend, mits het conform de aanwijzingen van de fabrikant is geïnstalleerd en in overeenstemming met de aanwijzingen in deze handleiding wordt gebruikt. Let op! Bedien het ontruimingspaneel niet als de kast open is. De kast hoeft alleen te worden geopend als er inbedrijfstellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door daarvoor opgeleid onderhoudspersoneel dat volledig vertrouwd is met de inhoud van de apart opgestelde technische handleiding voor dit product. Als de kast is beschadigd, dient voor de reparatie hiervan deskundig advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt het ontruimingspaneel regelmatig te onderhouden, bij voorkeur middels een onderhoudscontract en door een geautoriseerde organisatie. Laat tenminste één maal per jaar een gedetailleerd onderhoudsrapport van de installatie opstellen. Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 3
2 Ontruimingsinstallaties een overzicht Een ontruimingsinstallatie is bedoeld om een signaal te kunnen genereren, zodat mensen en dieren het gebouw gecontroleerd kunnen verlaten, volgens een van tevoren opgesteld plan. Een ontruimingsalarm kan automatisch worden geactiveerd door automatische brandmelders of door het bedienen van een handmelder. Om ervoor te zorgen dat op de juiste wijze wordt gereageerd op een ontruimingsalarm is het belangrijk om te weten waar er ontruimd moet worden. Ter ondersteuning van deze functie zijn ontruimingsinstallaties over het algemeen onderverdeeld in alarmeringszones, die elk een ander deel van het gebouw kunnen beslaan. Bij een alarm toont het ontruimingspaneel de alarmeringszone waar er automatische ontruiming plaats vindt. De instructies in het alarmorganisatieplan van het gebouw dienen te allen tijde te worden opgevolgd als het ontruimingspaneel een alarmsituatie aangeeft. Zie voor meer informatie de alinea over gebruikersverantwoordelijkheden op pagina 5. Toepassingsgebied Het ontruimingspaneel is ontworpen volgens de ontruimingsnorm NEN 2575 Brandveiligheid van gebouwen en Ontruimingsinstallaties Systeemen kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen. Volgens deze richtlijn kan dit ontruimingspaneel ingezet worden voor: 1. Type B installaties, in combinatie met een brandmeldcentrale, waarbij het paneel zal functioneren als bedieningspaneel. 2. Type C installatie, in combinatie met handmelders, waarbij er geen separate brandmeldcentrale gewenst is. Het ontruimingspaneel functioneert dan als centrale eenheid gecombineerd met een bedienpaneel. Het paneel is ontworpen conform de geldende normering als NEN54-2 en 4. Let op! Dit paneel kan niet gebruikt worden als een brandmeldcentrale, het paneel is daar niet voor ontworpen en heeft er derhalve dan ook geen voorzieningen voor! Storingsbewaking De betrouwbaarheid van de ontruimingsinstallatie is zonder twijfel van het grootste belang. Daarom bewaakt het ontruimingspaneel voortdurend alle verbindingen tussen de brandmeldcentrale en alarmgevers en controleert het tevens de eigen stroomvoorziening en noodaccu s op storingen. Als ergens in de installatie een storing wordt ontdekt, gaat op het ontruimingspaneel één of meerdere storingsleds branden en klinkt de interne zoemer. Het ontruimingspaneel stuurt bovendien de storingsmelding naar een extern bemande centrale (indien aangesloten) of naar andere elektronische apparatuur, indien gewenst. Uitschakelingen Onder uitzonderlijke omstandigheden kunnen bepaalde delen van de ontruimingsinstallatie tijdelijk worden uitgeschakeld om zich aan bijzondere omstandigheden aan te passen. Bijvoorbeeld om tijdens het testen van een aanwezige brandmeldcentrale geen onnodige ontruimingssignalen te genereren. Denk hierbij aan hotels, verzorgingstehuizen of scholen. 4 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
Gebruikersverantwoordelijkheden 3 De belangrijkste taken van de gebruiker zijn de beheerstaken, die hier achtereenvolgens worden genoemd: 1. Buiten werking stellen alarmeringszone, onderbreking werking systeem. 2. Informeren alarmorganisatie. 3. Informeren onderhouder. Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 5
4 Lay-out ontruimingspaneel en toegang tot de bedieningselementen Voor de bediening van dit paneel staan twee niveaus ter beschikking: - voor de algemene gebruiker; - voor de geautoriseerde gebruiker. 1. Bedieningselementen voor de algemene gebruiker (bedieningsniveau één) Op bedieningsniveau één geven de leds op het paneel direct een overzicht van de actuele status van de installatie. Elke melding wordt duidelijk weergegeven. Uitgeschakelde zones worden met leds weergegeven. Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de betekenis van elke led de tabel op de volgende pagina. Alle belangrijke functies voor het activeren van een ontruimingsalarm, die door de gebruiker kunnen worden uitgevoerd, bevinden zich in niveau één. Het gaat om: - Uitzetten van de interne zoemer van het ontruimingspaneel door op de knop ZOEMER UIT te drukken. - Opheffen van vertragingen die in de installatie zijn geprogrammeerd door op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT te drukken (alleen van toepassing als het ontruimingspaneel een alarmtoestand aangeeft). - Totale ontruiming te activeren door op knop ZONE en daarna op knop ALARMGEVERS AAN/UIT te drukken. - Selectieve ontruiming te initiëren door twee maal op knop ZONE te drukken en daarna m.b.v. knop IN/UITSCHAKELEN de zones te selecteren, Na selectie van de gewenste zones kan door op knop ALARMGEVERS AAN/UIT de ontruiming voor die zones plaats vinden. - Bij een automatische activering door bijvoorbeeld handmelders of door een brandmeldcentrale het accepteren van de alarmgevers door op knop ALARMGEVERS AAN/UIT te drukken. - Door het invoeren van een code de paneel naar bedieningsniveau twee brengen. 2. Bedieningselementen voor de geautoriseerde gebruiker (bedieningsniveau twee) Om te voorkomen dat belangrijke delen van de ontruimingsinstallatie ongeautoriseerd worden gewijzigd, zijn bepaalde bedieningselementen, zoals het uitzetten van de alarmeringzones, alleen toegankelijk via een beveiligde toegangsmethode, die de installatie in bedieningsniveau twee zet. 6 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
Bedieningsniveau twee kan gekozen worden via de code-invoerknoppen op de ontruimingscentrale. Voer met de code-invoerknoppen op de brandmeldcentrale de code 2 1 4 3 in. Tijdens de invoer van de code zal de led TOEGANG op het ontruimingspaneel gaan knipperen. Als de cijfers in de verkeerde volgorde worden ingevoerd, zal de led TOEGANG na de invoer van het vierde cijfer uitgaan en moet de code opnieuw worden ingevoerd. Als de juiste code is ingevoerd, zal de led TOEGANG blijven branden om aan te geven dat de bedieningselementen kunnen worden gebruikt. Om bedieningsniveau twee op elk gewenst moment te verlaten, drukt u op de knop HERSTEL. Een gedetailleerde beschrijving van het gebruik van de bedieningselementen voor de geautoriseerde gebruiker vindt u op pagina 8 van deze gebruikershandleiding. Betekenis van de leds De tabel op de volgende pagina geeft een overzicht van de verschillende leds die zich op het ontruimingspaneel bevinden en de betekenis van de status. In de laatste kolom wordt aangegeven op welke pagina s meer informatie te vinden is. Ledtest Om te controleren of de signaleringen van het ontruimingspaneel juist werken, drukt u op de knop LEDTEST. LED STATUS VAN DE LED BETEKENIS MEER INFORMATIE Alarmled knippert rood Het ontruimingspaneel heeft een automatische alarmsituatie ontvangen om het gebouw te laten Pagina 8 ontruimen (Ontruimingssituaties) Alarmeringszones knippert rood Er heeft een ontruiming plaats gevonden in de zones Pagina 8 1 tot 8 die knipperen (Ontruimingssituaties) brandt rood Ontruiming is geaccepteerd en de alarmgevers zijn Pagina 8 afgezet (Ontruimingssituaties) Storing knippert geel Er is een storing ontdekt in de bedrading van de Pagina 9 (Storingen) 1 tot 8 (samen met led zones die knipperen ALGEMENE STORING) brandt geel (samen met De zones die branden, zijn uitgeschakeld Pagina 10 led UITSCHAKELING) (Uitschakelingen) Bedrijf brandt groen Het ontruimingspaneel is in bedrijf Pagina 4 (Overzicht) Toegang knippert geel De toegangscode wordt momenteel ingevoerd Pagina 6 (Toegang tot de bedieningselementen) brandt geel Het ontruimingspaneel bevindt zich in bedieningsniveau Pagina 6 (Toegang tot 2 of 3 de bedieningselementen) Algemene knippert geel Het ontruimingspaneel bevindt zich in de uitschakelmodus Pagina 10 uitschakeling (Uitschakelingen) brandt geel Een deel van het systeem is handmatig uitgeschakeld Pagina 10 (Uitschakelingen) Status knippert geel Er is een storing ontdekt in de bedrading op het Pagina 9 (Storingen) storingsuitgang overdrachtspad van de storingsuitgang brandt geel De storingsuitgang is uitgeschakeld Pagina 10 (Uitschakelingen) Algemene storing knippert geel Er is een storing in het systeem ontdekt Pagina 9 (Storingen) Storing voeding knippert geel Het ontruimingspaneel heeft een storing ontdekt in de Pagina 9 (Storingen) stroomvoorziening, acculader of noodaccu s Storing processor knippert geel Het ontruimingspaneel heeft een storing ontdekt in de Pagina 9 (Storingen) microprocessor Ingangsstoring knippert geel Het ontruimingspaneel heeft een bedradings-/ Pagina 9 (Storingen) communicatiestoring ontdekt op het externe netwerk Storing uitgang brandt geel De storingsgang van het ontruimingspaneel is Pagina 10 uitgeschakeld (Uitschakelingen) Alarmgevers brandt geel Het ontruimingspaneel staat in de onbemensde modus Pagina 12 vertraagd geprogrammeerd (Vertragingen) knippert geel De vertragingstijd loopt, na afloop volgt totale ontruiming Pagina 12 (Vertragingen) Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 7
5 Ontruimingssituaties alarmeringszone leds Als het ontruimingspaneel een alarm ontvangt van een handmelder of vanuit een brandmeldcentrale uit een bepaalde groep die zich nog niet in een alarmstatus bevindt: - gaat de led ALARM en de betreffende zoneled branden; - gaat de interne zoemer af; - worden de alarmgevers en de alarmuitgang geactiveerd. Nu dient het alarmorganisatieplan van het gebouw te worden uitgevoerd. Belangrijk: Zones die uitgeschakeld zijn, kunnen geen ontruimingsalarm geven (zie pagina 10 voor meer informatie over uitgeschakelde zones). Afschakelen van de alarmgevers De alarmgevers kunnen worden afgeschakeld door kort op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT te drukken. De alarmgevers en de interne zoemer van het ontruimingspaneel zullen uitgaan. De led(s) van de zone(s) waarin een alarm is opgetreden zal/zullen branden. De alarmuitgang zal afgeschakeld worden. Ontruimingsalarm in een nieuwe zone Als er een alarm in een nieuwe zone afgaat terwijl de alarmgevers afgeschakeld zijn: - zullen de alarmgevers automatisch weer worden ingeschakeld; - zal de led van de betreffende nieuwe zone, waarin het alarm is opgetreden, gaan knipperen; - zal de led(s) van de andere groep(en), waarin reeds een alarm was opgetreden, blijven branden. Handmatig inschakelen van de alarmgevers Bij het handmatig inschakelen van de alarmgevers (bijvoorbeeld om het gebouw te laten ontruimen) kan er gekozen worden voor totale ontruiming of voor selectieve ontruiming. Totale ontruiming Druk op de knop ZONE. Alle zone leds knipperen, druk daarna op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT om de alarmgevers te activeren. Door nogmaals op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT te drukken worden de alarmgevers uitgeschakeld en gaan de zone leds branden. Selectieve ontruiming Druk eerst twee maal op knop ZONE. Zone led 1 gaat knipperen, door het indrukken van knop zone kan men springen naar de gewenste zone, door op de knop in / uitschakelen te drukken selecteert men de gekozen zone. Je kan dit herhalen totdat alle zone geselecteerd is. Druk daarna op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT om de alarmgevers te activeren. Door nogmaals op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT te drukken worden de alarmgevers uitgeschakeld en gaan de zone leds branden. Je kan ten alle tijden stoppen met de selectie, totaal of selectief door op knop HERSTEL te drukken (dit werkt alleen als er nog geen ontruiming heeft plaats gevonden.) Opmerking: Als de alarmgevers zijn afgeschakeld, zullen deze niet worden geactiveerd. Het drukken op de knop ALARMGEVERS AAN/UIT heeft dan geen effect. Reset van het ontruimingspaneel Het ontruimingspaneel kan worden gereset door op de knop RESET te drukken. Het ontruimingspaneel zal een dubbele zoomtoon afgeven om aan te geven dat het resetten is gestart en na enkele seconden zullen de groepleds en de led ALARM uitgaan, om aan te geven dat het resetten is voltooid. Als daarna nog steeds een alarmingang van een zone aanwezig is, zal het ontruimingspaneel weer terug in de alarmstatus gaan. 8 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
Storingen 6 Als zich een storing voordoet in een belangrijk deel van de ontruimingsinstallatie schakelt het ontruimingspaneel de interne zoemer in en gaat de led ALGEMENE STORING branden en eventueel nog andere storingsleds die betrekking hebben op de storing. De storingsuitgang op het ontruimingspaneel wordt eveneens geactiveerd (als deze niet is uitgeschakeld). De diverse storingen die door het ontruimingspaneel kunnen worden aangegeven, worden hieronder beschreven. Algemene storing De led ALGEMENE STORING knippert als zich een storing in een deel van de ontruimingsinstallatie voordoet. Het brandt altijd tegelijk met tenminste één andere storingsled dat gedetailleerder aangeeft wat voor soort storing is opgetreden. Zone storing De betreffende zone storingsled knippert als er een bedradingsprobleem is. Storing voeding De led STORING VOEDING knippert als de netvoeding niet werkt of de noodaccu s of de acculader defect zijn. Als de netvoeding niet functioneert, zal het ontruimingspaneel nog werken totdat de noodaccu s leeg zijn. Als de accu s of de acculader tegelijk met de netvoeding defect raken, zal het ontruimingspaneel niet werken. Ingang storing De betreffende led INGANG STORING knippert als er een storing is ontdekt in de bedrading op het overdrachtspad van de ingang (dit geldt ook als er gebruik gemaakt wordt van de seriële communicatie). De verbinding tussen een extern paneel (indien aanwezig) en het hoofdpaneel is defect. Afhankelijk van de plaats waar de storing is opgetreden, kan het zijn dat sommige of alle ingangen niet meer juiste werken. In het geval van een storing Schakel de interne zoemer van de brandmeldcentrale uit door op de knop ZOEMER UIT te drukken (de brandmeldcentrale hoeft hiervoor niet in bedieningsniveau twee te staan). Noteer de storing(en) in het logboek en onderneem de juiste actie om deze te verhelpen. Zie de alinea Gebruikersverantwoordelijkheden op pagina 5. Als alle storingen zijn verholpen, gaan de leds STORING uit en stopt de interne zoemer van het ontruimingspaneel (indien deze nog niet is uitgeschakeld). Als het ontruimingspaneel is gereset, zullen alle nog bestaande storingen weer verschijnen en moeten de bovengenoemde stappen worden herhaald. Opmerking: Bij het gebruik van het ontruimingspaneel zonder voeding is deze functie niet actief. Storing processor De led PROCESSOR STORING knippert als de microprocessor van het ontruimingspaneel is gereset (meestal na een elektrische storing) of als de inhoud van het geheugen is verminkt. Deze storing kan alleen worden opgelost door op de knop RESET te drukken. Als de storing zich binnen twee minuten opnieuw voordoet, wijst dit op een verminkt geheugen en moet deskundig advies worden ingewonnen. Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 9
7 Uitschakelingen Bepaalde functies van het ontruimingspaneel kunnen tijdelijk worden uitgeschakeld voor het aanpassen aan bestaande omstandigheden. Een voorbeeld is het uitschakelen van uitgangen tijdens een routinetest of een storing. Hieronder staat een lijst met opties die de gebruiker op het ontruimingspaneel kan uitschakelen en een beschrijving van de uitwerking die deze uitschakeling heeft op de werking van de installatie. OPTIE Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 4 Zone 5 Zone 6 Zone 7 Zone 8 Storingsuitgang UITWERKING OP DE INSTALLATIE INDIEN UITGESCHAKELD Alarmuitgangen en storingen in zone 1 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 2 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 3 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 4 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 5 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 6 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 7 worden niet verwerkt Alarmuitgangen en storingen in zone 8 worden niet verwerkt Storingen worden niet doorgestuurd naar andere apparatuur (indien aanwezig) Het in- of uitschakelen van één van de genoemde opties Zet het ontruimingspaneel in bedieningsniveau twee (zie pagina 6) en volg daarna de volgende stappen. 1. Start het selectieproces door op de knop ZONE te drukken. De led ALGEMENE UITSCHAKELING en de storingsled behorende bij de eerste optie in de tabel zullen gaan knipperen om aan te geven dat de optie is geselecteerd. Als deze led langzamer knippert dan de led ALGEMENE UITSCHAKELING is de optie ingeschakeld. Als deze led net zo snel knippert als de led ALGEMENE UITSCHAKELING is de optie uitgeschakeld. 2. Druk indien nodig op de knop IN/UITSCHAKELEN om in de geselecteerde optie tussen in- en uitschakelen te wisselen. 3. Bevestig uw keuze door op de knop VOLGENDE OPTIE te drukken. Hierdoor wordt de eerstvolgende optie uit de tabel geselecteerd en de storingsled behorende tot deze nieuwe optie zal gaan knipperen om aan te geven dat de optie is geselecteerd. De storingsled van de vorige optie brandt nu continu om aan te geven dat deze optie is uitgeschakeld of wanneer de led uit is, om aan te geven dat de optie is ingeschakeld. 4. Herhaal de stappen 2 en 3 voor elke beschikbare optie totdat het selectieproces is voltooid. Als alle beschikbare opties achtereenvolgens zijn geselecteerd en de laatste keer op de knop VOLGENDE OPTIE is gedrukt, zullen alle uitgeschakelde opties continu branden. De leds van alle ingeschakelde opties branden niet. Om tijd te besparen, kunt u het selectieproces op elk gewenst moment beëindigen door op de knop HERSTEL te drukken (de wijzigingen die gemaakt zijn voordat u de laatste keer op de knop ZONE heeft gedrukt, worden opgeslagen). Om verwarring te voorkomen zal tijdens het selectieproces elke storingsled uit de tabel met opties dat een storing aan gaf, uitgeschakeld zijn. Als het selectieproces is voltooid, zal de storingsindicatie weer worden hersteld, tenzij deze optie tijdens het selectieproces is uitgeschakeld. 10 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 11
8 Opties ontruimingspaneel 8.1 Vertraging Een vertraging kan in het ontruimingspaneel worden geprogrammeerd om het activeren van de alarmgevers uit te stellen voor een bepaalde van tevoren ingestelde tijdsduur. De vertragingstijd geeft de verantwoordelijke de tijd om de centrale te herstellen, voordat totale ontruiming plaats vindt. Bij onbemensde situaties zorgt de functie ervoor dat, als er een ontruiming op een externe uitgang optreedt, bij het niet accepteren van de zoemer automatisch de totale ontruiming geactiveerd wordt. Vertragingsopties Voor alle zones op het ontruimingspaneel kan een vertraging zijn geprogrammeerd. Voor alle vertraagde zones geldt dezelfde vertragingstijd. Deze kan maximaal 10 minuten bedragen. Het programmeren van de vertragingen dient alleen door gekwalificeerd onderhoudspersoneel uitgevoerd te worden. Dit personeel moet alle relevante vertragingsgegevens noteren op het gegevensblad Programmering op pagina 14 van deze gebruikershandleiding. Vertragingen dienen alleen te worden toegepast in overleg met en na toestemming van alle betrokken autoriteiten, zoals brandweer, verzekering, enz. Vertragingsindicatie Als er vertragingen in de brandmeldcentrale zijn geprogrammeerd, branden de leds UITGANG VERTRAGINGEN en ALGEMENE UITSCHAKELING. Dit betekent dat de alarmgevers en andere uitgangen vertraagd worden aangestuurd. De enige manier om na te gaan voor welke groepen een vertraging is geprogrammeerd, is om het gegevensblad Programmering op pagina 14 te raadplegen. Wat gebeurt er als er een automatische ontruiming in een vertraagde zone optreedt? Als er een automatische ontruiming in een vertraagde zone optreedt, zal: - de algemene alarmled en de betreffende zoneled op het ontruimingspaneel gaan knipperen. - de interne zoemer van het ontruimingspaneel afgaan. - de vertragingstijd worden gestart. - de led VERTRAGINGEN gaat knipperen om aan te geven dat er een vertraging loopt. - na het verlopen van de vertragingstijd zullen alle alarmeringszone leds knipperen. Het opheffen van een vertraging in het geval van een bemande situatie Het opheffen van de vertraging kan door het drukken op de knop ZOEMER UIT. De led alarmgever vertraagd zal weer constant branden. Indien er weer een nieuw ontruimingsalarm gegenereerd wordt, zal de vertraging weer starten. Opmerking: De vertraging zal alleen werken op externe ingangen, met de hand activeren van een alarmeringszone heeft geen effect op de vertraging. Reset van de installatie Door op de knop RESET te drukken wordt de centrale gereset. 8.2 Alarm Central ingang Het ontruimingspaneel kan aangesloten worden op de alarmgevers uitgang van een brandmeldcentrale, hiervoor is een ingang beschikbaar met een speciale voorziening om voor elk fabrikaat brand meldcentrale de eindelus weerstand te kunnen aansluiten. Voorwaarde is wel dat de alarmgevers uitgang van de brandmeldcentrale een 24 VDC spanning uitstuurd. Op het moederbord is een jumper geplaatst waarbij de keuze gemaakt kan worden voor totaal-ontruiming of alleen een attentie-signaal door het activeren van de zoemer, zodat de bevoegde persoon zelf een vervolgactie kan initiëren. Wat gebeurt er als de Alarm Central ingang wordt geacitiveerd? Als er een ontruiming op de AC ingang optreedt, terwijl de jumper AC niet is ingesteld: - zullen alle alarmeringszone leds op het ontruimingspaneel gaan knipperen. - zal de interne zoemer van het ontruimingspaneel afgaan. Als er een ontruiming via de AC ingang optreed, terwijl de jumper AC wel is ingesteld: - zal de interne zoemer van het ontruimingspaneel afgaan. - er volgt geen ontruiming. Opmerking: Bij het optreden van een fout in het ontruimingspaneel zal de eindelus weerstand worden verbroken, waardoor de brandmeldcentrale een fout zal detecteren in de bekabeling. 12 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
8.3 Seriële Communicatie Het ontruimingspaneel bied de mogelijkheid om via een RS485 verbinding te koppelen aan een Ajax CFP brandmeldpaneel. Dit gebeurt door het plaatsen van een netwerkkaart in het ontruimingspaneel en deze aan te sluiten op de netwerk kaart welke in de Ajax CFP paneel is geplaatst. Belangrijk : Bij gebruik van de seriële verbinding zullen de externe ingangen 1 t/m 8 niet meer functioneren. Een fout in de communicatieverbinding tussen het ontruimingspaneel en brandmeldcentrale zal alleen op het ontruimingspaneel worden gesignaleerd. Het foutcontact van het ontruimingspaneel dient te worden aangesloten op een daartoe bestemd ontvangststation. Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 13
9 Gegevensblad programmering Belangrijk: Deze pagina dient zorgvuldig te worden ingevuld door een geautoriseerd technicus voordat de installatie wordt overgedragen. INFORMATIE ALARMERINGSZONE GROEPBESCHRIJVING Een beknopte omschrijving van de ruimten die zich in elke groep bevinden 1 2 3 4 5 6 7 8 DUUR VERTRAGING 1-10 MINUTEN (INDIEN VAN TOEPASSING) VERVOLGINFORMATIE SOORT UITGANG AANGESLOTEN? WAT GEBEURT ER NA ACTIVERING? Alarmuitgang Storingsuitgang Ja/Nee Ja/Nee AANVULLENDE INFORMATIE In dit vak dient alle aanvullende informatie die voor de gebruiker belangrijk is, zoals de locatie van de externe panelen, het traject van aanvullende uitgangen, details van alle toegepaste ingangen, enz. te worden ingevuld. DE BOVENSTAANDE INFORMATIE IS INGEVULD DOOR (naam)... VAN (bedrijf)... D.D. (datum)... 14 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.
Installatie- en inbedrijfstellingscertificaat 10 Installatie Attest (installateur)... gevestigd te (plaats)... verklaart hierbij dat bij: Object:... Adres:... Postcode:... Plaats:... een brandmeldinstallatie is geleverd, getest en in bedrijfgesteld en dat alle toegepaste componenten en onderdelen van de installatie voldoen aan de gestelde eisen en kwaliteit en compatibiliteit zoals vermeld in de NEN 2575. Datum inbedrijfstelling:... Geïnstalleerd door:... De geldigheid van dit installatie-attest vervalt indien de installatie gewijzigd c.q. aangepast wordt door een niet gecertificeerd branddetectiebedrijf en de onderhoud niet wordt uitgevoerd door een niet gecertificeerd branddetectiebedrijf. Namens (firma naam):... Naam:... Functie:... Handtekening: Ajax Brandbeveiliging B.V. Gebruikershandleiding EVP MH EVP (mei 2002) 15
16 MH EVP (mei 2002) Gebruikershandleiding EVP Ajax Brandbeveiliging B.V.