BESLISSINGSKADER VOOR DE VERDELING VAN DE

Vergelijkbare documenten
Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor plussubsidie (trap 3)

Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor basissubsidie (trap 1) groepsopvang

1. Deze toekenningsronde richt zich tot organisatoren met locaties gezinsopvang zonder subsidies voor inkomenstarief.

Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor nieuwe plaatsen met basissubsidie (trap 1) in 2018

Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor basissubsidie (trap 1) groepsopvang

ALGEMENE PRINCIPES UITBREIDINGSRONDE BASISSUBSIDIE (trap 1) 2018

Organisatoren kunnen voor die subsidiegroepen een aanvraag voor bijkomende subsidieerbare plaatsen met de subsidie inkomenstarief indienen.

Beslissingskader voor de verdeling van de vrijgekomen middelen voor een Centrum Inclusieve Kinderopvang

Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor subsidie inkomenstarief (trap 2)

Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor subsidie inkomenstarief (trap 2)

Beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor subsidie inkomenstarief (trap 2) in 2018

Beslissingskader voor de selectie van de deelnemers aan het vernieuwend project werknemersstatuut kinderbegeleiders gezinsopvang

Art. 2. In 2019 is er een totaal te verdelen nieuw subsidiebudget van euro (twee miljoen zeshonderdentwaalfduizend euro).

Uitbreidingsronde kinderopvang. Een zorgvuldig lokaal advies

Uitbreidingsronde kinderopvang. Een zorgvuldig lokaal advies

Uitbreidingsronde Kinderopvang. Een zorgvuldig lokaal advies

Oproep kandidaten voor basissubsidie (trap 1) en voor subsidie inkomenstarief (trap 2)

Uitbreiding kinderopvang van baby s en peuters in 2015: inkomensgerelateerde opvangplaatsen met SALK-middelen

Beoordelingscriteria en procedure voor uitbreidingsronden Kinderopvang Baby s en Peuters Trap 2 subsidies

Beoordelingscriteria en procedure voor uitbreidingsronden Kinderopvang Baby s en Peuters Trap 1 subsidies

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van 19 december 2014;

Bijlage1 bij dit besluit Bijlage2 bij dit besluit. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

OPROEP CAPACITEITSUITBREIDING KINDEROPVANG VOOR BABY S EN PEUTERS MET INKOMENSTARIEF

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het Procedurebesluit van 9 mei 2014

gemeenteraad Besluit De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid: Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, 1.

Oproep kandidaten nieuwe subsidies kinderopvang

Beoordelingscriteria en procedure voor uitbreidingsronden Kinderopvang Baby s en Peuters

Proefproject inkomenstarief-mix (IKT-mix)

Reglement voor de subsidiëring van kinderopvang van baby s en peuters volgens inkomenstarief

Advies lokale besturen over de oproepen voor de subsidies: - ruimere openingsuren groepsopvang

Oproep kandidaten voor subsidiebelofte voor basissubsidie (trap 1) voor bestaande plaatsen

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang;

VEEL GESTELDE VRAGEN MBT OPROEP KOALA

Nieuwe subsidies kinderopvang: informatie voor het lokaal bestuur

20/02/2014 SUBSIDIES KINDEROPVANG BABY S EN PEUTERS. Principieel akkoord Vlaamse Regering 5 juli PRINCIPIEEL AKKOORD BVR SUBSIDIES 5 juli 2013

De Stad Gent wil dit doen door de subsidiëring van 85 inkomensgerelateerde opvangplaatsen (trap 2b 1 of het vroegere IKG-tarief) tot eind 2019.

Art. 3. De subsidie, vermeld in artikel 4, kan ten vroegste ingaan vanaf 1 april 2019 en kan uiterlijk lopen tot en met 31 maart 2021.

Adviesrol lokaal bestuur bij uitbreiding kinderopvang van baby s en peuters

Adviesrol lokaal bestuur bij uitbreiding kinderopvang van baby s en peuters

Adviesrol lokaal bestuur bij kinderopvang

NAAR EEN VITALE SAMENWERKING tussen KINDEROPVANG en LOKAAL BESTUUR

Kinderopvang cijfert. Voorrangsgroepen

Advies lokale besturen in de oproepen voor kandidaten voor de subsidie inkomenstarief (trap 2) en voor nieuwe plaatsen basissubsidie (trap 1)

Brochure voorschotten gezinsopvang

Subsidieoproep voor groepsgericht aanbod opvoedingsondersteuning door vrijwilligers, gericht op gezinnen met kinderen of jongeren met specifieke

ONDERSTEUNINGSREGLEMENT VOOR KINDEROPVANGPLAATSEN VOOR BABY S EN PEUTERS HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1: Locatiepremie

Gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters - Handhaving voorwaarden

Advies lokaal bestuur uitbreidingsronde 2015 kinderopvang

Brochure voorschotten groepsopvang

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, wat betreft flexibele opvang

Oproep naar aanvragen voor nieuwe plaatsen gesubsidieerde voorschoolse opvang

Subsidies inclusieve opvang

1 punt 3 /1 wordt opgeheven; 2 er wordt een punt 14 /2 ingevoegd dat luidt als volgt:

Oproep en aanvraagformulier tot erkenning en subsidiëring als mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode

Subsidieberekening voor kinderopvang van baby s en peuters

BROCHURE FINANCIËLE COMPENSATIE 2017

Voorbeeldcriteria advies lokaal bestuur bij uitbreidingsronde kinderopvang

Adviesrol lokaal bestuur bij uitbreiding kinderopvang van baby s en peuters

Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 (BS ) houdende toekenning van een subsidie aan het lokaal loket kinderopvang

REGLEMENT BETREFFENDE DE TOEKENNING VAN PREMIES AAN INITIATIEVEN VOOR KINDEROPVANG VAN BABY S EN PEUTERS IN NINOVE

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 16 maart 2016;

DECREET HOUDENDE DE ORGANISATIE VAN KINDEROPVANG VAN BABY S en PEUTERS. Ann Lobijn

Artikel 1. In 2015 is er een totaal te verdelen subsidiebudget van 7,3 miljoen euro.

BROCHURE FINANCIËLE COMPENSATIE 2014

Subsidieoproep voor mobiel aanbod door vrijwilligers

Titel 1. Algemene bepalingen. Inwerkingtreding wijzigingen

Titel 1. Algemene bepalingen. Inwerkingtreding Wijzigingsbesluiten

Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de specifieke dienstverlening

Lokaal loket kinderopvang. Resultaten enquête 2016

Art. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Handhavingsbesluit Baby s en Peuters van 11 december 2015.

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 7 juli 2017;

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

Art. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van [datum].

Flexibele subsidies 2018: Thema - Samen voor de Stad

Open Subsidieoproep KOALA

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Hoofdstuk 2. Opdrachten

Besluiten van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 over de vergunningsvoorwaarden en de subsidies voor de kinderopvang van baby s en peuters

Subsidie kinderopvang baby s en peuters: in de praktijk

Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd Dienst Kinderopvang

Fusies van de Vlaamse gemeenten in 2019: gevolgen voor de kinderopvang

In de beleidsbrief Welzijn, Volksgezindheid en Gezin zegt de minister ook werk te maken van een flexibele kinderopvang.

Flexibele subsidies 2018: Thema - Weerbaar opvoeden en competenties versterken

Subsidies voor groepsopvang van schoolkinderen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Inwerkingtreding wijzigingen Wijzigingsbesluiten

! wijzigingen bij besluit van , treden inwerking op

NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING

Subsidiereglement voor ondersteuning van een. duurzame G-sportclubwerking

Sociale functie KO. Drempels afbouwen VLAS 29/04/2016 INLEIDING

Flexibele subsidies 2018: Thema - Positieve Gezondheid

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby s en peuters, artikel 10, 3 ;

Wijzigingen organisator of kinderopvanglocatie zonder gevolgen voor de vergunning

Aan alle kinderopvangorganisaties met subsidie voor inkomenstarief. Afdeling contactpersoon Telefoon Kinderopvang. AMDP mei 2014

In bepaalde omstandigheden kan een afwijking worden aangevraagd van het berekende inkomenstarief voor kinderopvang.

VR DOC.0472/1TER

VR DOC.0790/1TER

Bijlage nr. 1. capaciteitsuitbreiding Nieuwkinderland vzw Kinderdagverblijf Lutgardisschool Elsene. Titel initiatief: Organisator: Projectomschrijving

Subsidiereglement voor ondersteuning van een. duurzame G-sportclubwerking

Kinderopvang in Vlaanderen. 6 maart 2014

Gecoördineerde versie van het reglement voor de subsidiëring van buitenschoolse kinderopvang.

Transcriptie:

BESLISSINGSKADER VOOR DE VERDELING VAN DE SUBSIDIEBELOFTES VOOR PLUSSUBSIDIE IN 2018 ALGEMENE PRINCIPES Onderstaande algemene principes zijn van toepassing voor de verdeling van de subsidiebeloftes voor omschakeling van subsidieerbare plaatsen met de subsidie voor inkomenstarief (trap 2) naar subsidieerbare plaatsen met plussubsidie (trap 3). 1. Er is 288.078 euro voorzien. Hiermee kunnen 423 bestaande vergunde 1 plaatsen met een subsidie voor inkomenstarief (trap 2), omschakelen naar subsidieerbare plaatsen met plussubsidie (trap 3). Op basis van de principes in het Procedurebesluit van 9 mei 2014 werden de gemeenten bepaald die in aanmerking komen voor subsidies en werden deze gerangschikt volgens het meest recente kansarmoedecijfer (2017). Hierdoor zijn aanvragen enkel mogelijk voor Gent, Antwerpen, Brussel en de geselecteerde gemeenten. Deze lijst en de rangschikking vind je in de oproep: https://www.kindengezin.be/img/oproep-plussubsidie-2018.pdf Per gemeente werd berekend hoeveel bijkomende plaatsen met plussubsidie er nodig zijn om een opvangaanbod met plussubsidie te kunnen voorzien voor 1/3de van het aantal kinderen geboren in kansarmoede. Dit aantal vormt het maximum aantal plaatsen dat in de gemeente kan toegekend worden. 2. De organisator moet aantonen dat hij inspanningen doet om te voldoen aan de specifieke voorwaarden van de plussubsidie (trap 3). Kind en Gezin gaat na hoeveel kinderen uit voorrangsgezinnen (inclusief kwetsbare gezinnen) de organisator bereikt, of er een proactief opnamebeleid is en in welke mate de organisator zijn werking afstemt op de doelgroep. 3. De organisator moet een realistische en concrete aanpak voor realisatie van kinderopvang met plussubsidie opgeven en een realistisch en concreet tijdspad. 4. Zowel aanvragen voor gezins- als voor groepsopvang komen in aanmerking. Organisatoren die een aanvraag doen voor subsidieerbare plaatsen gezinsopvang, moeten de gevraagde plaatsen wel in de geselecteerde gemeente realiseren. Organisatoren gezinsopvang moeten kunnen aantonen dat ze de opdrachten en dienstverlening die horen bij de plussubsidie opnemen in locatie(s) die in de geselecteerde gemeentes liggen. 1 Dit zijn plaatsen die vergund zijn uiterlijk op de datum waarop deze oproep verspreid wordt, zijnde 14 december 2018. 1

PROCEDURE De procedure verloopt in 6 fases: 1. Ontvankelijkheid 2. Uitsluiting 3. Sortering per gemeente 4. Beoordeling van elke aanvraag op basis van scorecriteria 5. Het maken van een rangorde en verdeling van de middelen 6. Budgettaire toets FASE 1: ONTVANKELIJKHEID 1. Werd de aanvraag op tijd ingediend? Een aanvraag moet uiterlijk binnen zijn op 25 februari 2019. 2. Werd de aanvraag via e-mail aan uitbreiding.kinderopvang@kindengezin.be bezorgd? Aanvragen die op papier worden bezorgd aan Kind en Gezin zijn niet ontvankelijk. 3. Werd het juiste aanvraagformulier gebruikt en werd de aanvraag volledig ingevuld? Bevat de aanvraag alle gegevens van art. 62 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 en werd zo nodig een document toegevoegd waaruit blijkt dat de redenen tot stopzetting, schorsing of vermindering van de subsidies zijn weggewerkt? 4. Gaat het om een aanvraag voor de omschakeling van plaatsen met een subsidie voor inkomenstarief naar plaatsen met plussubsidie? Nieuwe plaatsen of omschakeling van plaatsen zonder subsidie of enkel basissubsidie komen niet in aanmerking. Ook niet als er in de uitbreidingsronde 2018 een subsidiebelofte voor inkomenstarief (trap 2) werd toegekend. 5. Gaat het om een aanvraag voor realisatie van subsidieerbare plaatsen met plussubsidie in een kinderopvanglocatie gelegen in Gent, Antwerpen, het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of in één van de 30 geselecteerde gemeenten die in aanmerking komen? 6. Is het minimumaantal gevraagde plaatsen met plussubsidie hoger dan het aantal plaatsen dat beschikbaar is voor de gemeente? Als de organisator meer plaatsen vraagt dan het aantal maximaal toekenbare plaatsen in de gemeente op basis van de programmatie (zie lijst), dan is deze aanvraag onontvankelijk. Voorbeeld: in gemeente X kan Kind en Gezin maximaal 15 plaatsen toekennen. De organisator vult echter bij het minimumaantal plaatsen 20 in. Kind en Gezin moet die aanvraag uitsluiten want we kunnen nooit tegemoetkomen aan de aanvraag. Kind en Gezin zal hierover geen contact opnemen. Daarom is het belangrijk om vooraf goed af te wegen wat het minimale aantal plaatsen is dat haalbaar en wenselijk is. Voldoet de aanvraag niet aan 1 van deze 6 punten, ook nadat Kind en Gezin de mogelijkheid gaf om ze te vervolledigen (binnen de bepaalde termijn), dan wordt ze onontvankelijk verklaard. Kind en Gezin onderzoekt de aanvraag niet verder en brengt de organisator op de hoogte. 2

FASE 2: UITSLUITING We screenen de ontvankelijke aanvragen op basis van 5 uitsluitingscriteria. Als een uitsluitingscriterium van toepassing is, dan wordt de aanvraag uitgesloten en wordt de subsidiebelofte geweigerd. 1. Dossiermatige tegenindicaties Voor elke ontvankelijke aanvraag screent Kind en Gezin het dossier van de aanvrager. Als er een ernstige indicatie is waaruit blijkt dat de vergunnings- en/of subsidievoorwaarden niet zullen kunnen nageleefd worden, dan is dit een tegenindicatie voor het geven van een subsidiebelofte en in dat geval kan de aanvraag worden uitgesloten. Voorbeelden: Zware financiële problemen van de organisator die een tegenindicatie zijn om (bijkomende) subsidies toe te kennen. Andere problemen, zoals een veroordeling omwille van fraude, andere ernstige feiten of een vermoeden ervan, ernstige administratieve tekortkomingen, Er is een handhavingstraject opgestart en nog lopende, bijvoorbeeld omdat de locatie niet voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot de taalkennis van de verantwoordelijke(n) of omwille van ernstige tekorten op het vlak van veiligheid of (pedagogische) kwaliteit. De organisator kreeg hiervoor al een schriftelijke aanmaning. 2. Er is geen duidelijk, realistisch perspectief op concrete realisatie van een aanbod met plussubsidie voor de opgegeven realisatiedatum of realisatie is niet mogelijk voor 31 december 2020 Ontvangt de organisator op dit moment nog geen plussubsidie voor de opvanglocatie waarvoor hij plussubsidie aanvraagt, dan moet hij een concreet en realistische tijdspad voor realisatie opgeven om ervoor te zorgen dat het aanbod met plussubsidie optimaal zal worden benut. Hij geeft duidelijk aan wanneer hij het aanbod effectief kan realiseren, wanneer hij subsidiebelofte zal omzetten in een subsidietoekenning en hoe hij die timing zal halen. Hij moet daarbij rekening houden met stappen die hij nog moet zetten om zover te komen (bv. zal hij hiervoor een samenwerking aangaan, met wie en hoe, moet hij voor bijkomend personeel zorgen, andere uurregelingen of openingsuren, aanpassing van het huishoudelijk reglement, maatregelen om aan de subsidievoorwaarden voor de plussubsidie te voldoen, ) Meer info over de subsidievoorwaarden:https://www.kindengezin.be/img/subsidies-baby-enpeuters.pdf. Als uit deze gegevens blijkt dat er geen duidelijk perspectief is op concrete realisatie en invulling van het aanbod met plussubsidie of dat de opgegeven realisatiedatum niet realistisch en haalbaar is, dan komt de aanvraag voor deze uitbreidingsronde niet verder in aanmerking. Bovendien wordt de aanvraag uitgesloten als realisatie niet mogelijk is uiterlijk 31 december 2020. 3

3. Onvoldoende bereik voorrangsgroepen/kwetsbare gezinnen Elke organisator die de subsidie voor inkomenstarief (trap 2) ontvangt, moet in het opnamebeleid voorrang geven aan gezinnen die behoren tot de voorrangsgroepen en minimaal 20 % voorrangsgroepen bereiken op jaarbasis. Elke organisator die al de plussubsidie (trap 3) ontvangt, moet voorrang geven aan kwetsbare gezinnen en minimaal 30 % kwetsbare gezinnen bereiken op jaarbasis. Kind en Gezin kan voor de beoordeling van dit criterium de correctheid van de gerapporteerde cijfers controleren en kan hiervoor bijkomende informatie opvragen. Wanneer uit de gerapporteerde cijfers van 2017 blijkt dat de 20 % respectievelijk 30 % niet bereikt wordt in de subsidiegroep waarvoor de organisator plussubsidies aanvraagt, dan wordt de aanvraag uitgesloten. De uitsluiting geldt niet als de organisator voldoende kan motiveren dat het niet relevant is om de cijfers van 2017 te gebruiken (bv. omwille van de opstartfase) en aan de hand van meer recente cijfers kan aantonen dat er intussen wel een percentage voorrangsgroepen is van minstens 20% en/of een percentage kwetsbare gezinnen van 30 %. 4. Negatief advies van het lokaal bestuur Het lokaal bestuur heeft als lokale regisseur een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het kinderopvangaanbod. Daarom biedt Kind en Gezin aan het lokaal bestuur de mogelijkheid een gemotiveerd advies met score uit te brengen over de aanvragen voor zijn gemeente of stad. De score van het lokaal bestuur wordt meegeteld in de totale score van Kind en Gezin voor de beoordeling van elke ontvankelijke en niet uitgesloten aanvraag. Het lokaal bestuur kan ook een zorgvuldig onderbouwd negatief advies geven voor een aanvraag, waarbij het geen verdere score geeft. Een negatief advies is enkel mogelijk als: Het lokaal bestuur oordeelt dat deze aanvraag niet tegemoetkomt aan de lokale behoeften aan voorschoolse kinderopvang. Het lokaal bestuur ondervindt een manifeste weigering tot medewerking van deze organisator aan het lokaal loket van de gemeente. Kind en Gezin gaat er van uit dat dit advies voldoet aan het zorgvuldigheidsbeginsel van behoorlijk bestuur en beoordeelt de motivering van het negatief advies om te beslissen of de aanvraag al dan niet uit te sluiten is. De aanvrager moet dus ook zelf het lokaal bestuur informeren over zijn aanvraag. Op het moment dat hij de aanvraag aan Kind en Gezin bezorgt, bezorgt hij ook een kopie aan het lokaal bestuur. 5. Het minimumaantal gevraagde plaatsen is groter dan het aantal subsidieerbare T2 plaatsen in de subsidiegroep dat omgeschakeld kan worden. Voor omschakeling naar T3 plaatsen komen enkel plaatsen in aanmerking die al vergund zijn met T2-subsidie op het moment van de aanvraag tot subsidiebelofte. Als de aanvraag een minimumaantal gewenste subsidieerbare plaatsen heeft dat hoger is dan de beschikbare vergunde T2-plaatsen op het moment van de aanvraag, zal deze aanvraag uitgesloten worden. Heeft de 4

organisator in deze subsidiegroep al plaatsen met plussubsidie dan komen enkel de overblijvende T2-plaatsen in aanmerking. FASE 3: SORTERING PER GEMEENTE De ontvankelijke aanvragen die in fase 2 niet zijn uitgesloten, worden gesorteerd per gemeente. Zo wordt duidelijk hoeveel aanvragen er in totaal zijn per geselecteerde gemeente en hoeveel plaatsen er minimaal en maximum gevraagd worden. FASE 4: BEOORDELING VAN ELKE AANVRAAG OP BASIS VAN SCORECRITERIA De ontvankelijke en niet uitgesloten aanvragen worden inhoudelijk gescoord en vervolgens vergeleken op volgende aspecten: - De behaalde score in het advies van het lokaal bestuur (10 punten); - De mate waarin de organisator de voorrangsgroepen bereikt (2 punten); - Het proactief opnamebeleid (2 punten); - De mate van afstemming van de werking op de doelgroep van kwetsbare gezinnen (4 punten). Als er meerdere aanvragen voor één gemeente in aanmerking komen, dan krijgt de hoogst scorende voorrang. De score per deelaspect wordt als volgt toegekend: 1. Het advies van het lokaal bestuur (10 punten) De organisator informeert het lokaal bestuur over zijn aanvraag. Kind en Gezin vraagt elk lokaal bestuur een advies over de aanvragen in de gemeente. Het lokaal bestuur beslist zelf of het al dan niet advies wenst te geven. Het lokaal bestuur formuleert in zijn advies: Op basis van welke criteria het de aanvragen beoordeelt, waarom het die criteria gebruikt, en op welke manier het de aanvragen binnen de gemeente beoordeelt op basis van die criteria. Voorbeelden van criteria: de ligging binnen de gemeente, de mate van betrokkenheid van de organisator bij het lokaal beleid kinderopvang, Het lokaal bestuur moet toelichten welk gewicht en welke maximumscore het aan elk criterium wil geven en het moet ook de maximum score meegeven die een aanvraag kan krijgen. De specifieke score die het geeft per criterium met een motivering van de toegekende scores, zodat duidelijk is waarom de ene aanvraag hoger scoort dan de andere. Idealiter vraagt het lokaal bestuur voor de criteria en hun gewicht het advies van het Lokaal Overleg Kinderopvang. Kind en Gezin zal enkel rekening houden met het advies van het lokaal bestuur als het lokaal bestuur de criteria die zij gebruiken, een omschrijving van de criteria en de manier waarop de criteria zullen gescoord worden, bekend heeft gemaakt aan de organisatoren 5

kinderopvang, uiterlijk op 31 december 2018. 2. De criteria moeten relevant, objectief, transparant en aanvullend zijn t.a.v. de criteria die gehanteerd worden door Kind en Gezin (zoals vermeld in dit beslissingskader). De gebruikte criteria mogen niet discriminerend zijn (bv. t.a.v. bepaalde organisatoren of t.a.v. bepaalde gebruikers). Criteria die niet aan deze vereisten voldoen, zullen door Kind en Gezin worden uitgesloten in de totaalscore voor het advies lokaal bestuur. De score van het advies van het lokaal bestuur op de criteria die dan verder wordt meegenomen, is deze zonder de score op de betrokken criteria die niet voldoen. Het maximum te behalen punten wordt dan ook verminderd voor alle aanvragen voor die gemeente. Voorbeelden van criteria die niet toelaatbaar zijn: Niet relevant: o Een criterium zoals de ervaring van de organisator is niet relevant, omdat er vaak geen aantoonbare link is tussen die ervaring en de kwaliteit van de opvang. Discriminerend: o Een criterium zoals de organisator is al actief in de kinderopvang in de gemeente is discriminerend t.o.v. potentieel nieuwe organisatoren en kan daarom niet zomaar gebruikt worden. o Een criterium zoals de organisator geeft voorrang aan kinderen van inwoners van de gemeente is in strijd met de doelgroep en voorrangsregeling binnen de subsidie voor inkomenstarief. Voorbeelden van criteria die relevant kunnen zijn in het kader van het specifieke karakter van deze oproep: o ligging van de opvanglocatie o samenwerking met het Lokaal Loket Kinderopvang o actieve deelname aan LOK of andere lokale overlegstructuren Meer info over het opstellen van deze criteria: http://www.vvsg.be/sociaal_beleid_en_werk/welzijnsvoorzieningen/kinderopvang/pages/uitbreidin gsronde-kinderopvang.aspx. Het lokaal bestuur toetst de aanvragen voor plaatsen in zijn gemeente aan zijn vooropgestelde criteria en berekent voor elke aanvraag een totaalscore. Deze totaalscore wordt omgerekend naar een maximum van 10 punten. Het lokaal bestuur koppelt deze score ook terug aan de organisator kinderopvang die een aanvraag deed, op het moment dat het lokaal bestuur het advies bezorgt aan Kind en Gezin. Elke organisator moet daarom het lokaal bestuur informeren over de aanvraag die hij doet in het kader van deze uitbreidingsronde. Als een lokaal bestuur over een individuele aanvraag geen advies verleent omdat de organisator zijn aanvraag niet kenbaar maakte bij het lokaal bestuur, dan wordt dit als een 0-score beschouwd. 2 Het lokaal bestuur kreeg op 31 oktober 2018 de nodige informatie. 6

2. Mate waarin voorrangsgroepen (inclusief kwetsbare gezinnen) bereikt worden (2 punten) Organisatoren die de subsidie voor inkomenstarief ontvangen moeten het aantal gezinnen uit voorrangsgroepen registreren die ze bereiken. De organisatoren geven deze gegevens door aan Kind en Gezin. Om dit criterium te scoren, baseert Kind en Gezin zich op de gegevens die organisatoren bezorgden voor 2017. Organisatoren die meer gezinnen uit voorrangsgroepen bereiken, krijgen een hogere score: - Percentage voorrangsgroepen in 2017 vanaf 20% en minder dan 30%: 0 punten - Percentage voorrangsgroepen in 2017 vanaf 30% en minder dan 50%: 1 punt - Percentage voorrangsgroepen in 2017 vanaf 50%: 2 punten 3. Proactief opnamebeleid (2 punten) De mate waarin en de manier waarop de organisator structureel plaatsen vrijhoudt voor kwetsbare gezinnen en hiervoor samenwerkt met andere organisatoren en toeleiders 3. De puntenverdeling zal als volgt gebeuren: - De organisator kan niet aantonen dat opvangplaatsen vrijgehouden worden of zullen vrijgehouden worden voor kwetsbare gezinnen of dat samengewerkt wordt of zal samengewerkt worden met andere organisatoren en toeleiders: 0 punten - De organisator toont aan dat er opvangplaatsen vrijgehouden worden of zullen vrijgehouden worden voor kwetsbare gezinnen of toont aan dat samengewerkt wordt of zal samengewerkt worden met andere organisatoren en toeleiders: 1 punt - de organisator toont aan dat er opvangplaatsen vrijgehouden worden of zullen vrijgehouden worden voor kwetsbare gezinnen én dat er samengewerkt wordt of zal samengewerkt worden met andere organisatoren en toeleiders: 2 punten 4. De mate van afstemming van de werking op de doelgroep (4 punten) Wie toegankelijk wil zijn voor kwetsbare gezinnen stemt zijn werking daarop af. Belangrijke indicatoren hierbij zijn: De manier van communiceren met ouders: welke inspanningen gebeuren er zodat de boodschappen naar ouders ook begrijpbaar zijn voor laaggeschoolde en anderstalige ouders? Het wenbeleid: op welke manier is het wenbeleid afgestemd op kwetsbare gezinnen? Het opvangplan: hoe flexibel wordt omgegaan met vragen tot aanpassingen van het opvangplan? Bestaat de mogelijkheid om te werken met een oefenopvangplan? Het financieel beleid: welke regels gelden er op vlak van afwezigheden en van de vergoeding die betaald moet worden bij een niet-gerechtvaardigde afwezigheid? Welke extra kosten worden er gevraagd? Hoeveel waarborg wordt er gevraagd? 3 Toeleiders zijn organisaties die gezinnen ondersteunen zoals VDAB, OCMW, Inburgering, verenigingen waar armen het woord nemen, inloopteam, en hen vanuit die ondersteunende rol toeleiden naar de kinderopvang. 7

Dit criterium wordt beoordeeld op basis van de actuele werking (en niet op basis van de toekomstige werking) en moet worden aangetoond met minstens het huishoudelijk reglement en eventueel andere interne documenten, zoals bijvoorbeeld flyers voor ouders of interne afsprakennota s. Bezorgt de organisator geen huishoudelijk reglement, dan zal de aanvraag op dit criterium 0 scoren. Daarnaast zal ook rekening gehouden worden met de stappen die de organisator gezet heeft om te komen tot een aangepast beleid en de motivering van de gemaakte keuzes. Kind en Gezin oordeelt op basis van de aanvraag en de documenten dat: - het communicatiebeleid onvoldoende is afgestemd voldoende is afgestemd sterk is afgestemd : 0 punten : 0,5 punt : 1 punt - het wenbeleid onvoldoende is afgestemd voldoende is afgestemd sterk is afgestemd : 0 punten : 0,5 punt : 1 punt - het opvangplan onvoldoende is afgestemd voldoende is afgestemd sterk is afgestemd : 0 punten : 0,5 punt : 1 punt - het financieel beleid onvoldoende is afgestemd voldoende is afgestemd sterk is afgestemd : 0 punten : 0,5 punt : 1 punt Criteria 3 en 4 worden beoordeeld door een jury samengesteld uit medewerkers van Kind en Gezin met expertise in kinderopvang en doelgroepenbeleid. FASE 5: HET MAKEN VAN EEN RANGORDE EN VERDELING VAN DE MIDDELEN De aanvragen krijgen zo een score van maximum 18 punten. In een gemeente waar het lokaal bestuur voor geen enkele aanvraag advies heeft gegeven, kunnen aanvragen enkel worden gescoord op de criteria 2, 3 en 4 en hebben dan een score van maximum 8 punten. We ordenen de aanvragen per gemeente op basis van de behaalde scores. De aanvragen met de hoogste scores komen bovenaan, de aanvragen met de laagste scores onderaan. De gemeenten worden behandeld in de volgorde van hun rangschikking in de gemeentelijst. Per gemeente worden de middelen verdeeld over de aanvragen in volgorde van hun behaalde score totdat het maximaal aantal toekenbare plaatsen binnen die gemeente is bereikt. 8

Gelijke score tussen aanvragen Bij een gelijke score tussen aanvragen, zal de score behaald op basis van het advies lokaal bestuur de doorslag geven. Bij gelijke score van het lokaal bestuur, komt de aanvraag met de snelste (realistische) realisatiedatum hoger te staan dan de aanvraag met de latere realisatiedatum. Als ook deze realisatiedatum dezelfde is, gaat voorrang naar de aanvraag met de hoogste score op het totaal van criteria 3 en 4. Te lage score Als een aanvraag geen 50% op de totale score (score lokaal bestuur + score op de andere criteria) behaalt en dus in onvoldoende mate zou beantwoorden aan de vooropgestelde criteria, dan kan Kind en Gezin gemotiveerd beslissen om aan deze aanvraag geen subsidiebelofte toe te kennen, ook als dit de enige aanvraag voor deze gemeente zou zijn. FASE 6: BUDGETTAIRE TOETS Na alle vorige fases moet het toekenningsvoorstel passen binnen het budget dat de Vlaamse Regering heeft vrijgemaakt, nl. 288.078 euro. DISCLAIMER Kind en Gezin zal het gehele selectieproces zo maximaal mogelijk laten verlopen volgens de voorziene procedure. We kunnen echter niet voor elke mogelijke situatie criteria, scores en procedures voorzien. In sommige gevallen moet Kind en Gezin op basis van een objectieve inschatting van de concrete elementen in elke aanvraag een knoop doorhakken om te vermijden dat het toekenningsproces zich vastrijdt. In deze situatie zal Kind en Gezin een pragmatische, weloverwogen en beargumenteerde beslissing nemen. BESLISSING ADMINISTRATEUR GENERAAL VAN KIND EN GEZIN Wanneer doorheen deze 6 fasen het gehele toekenningsvoorstel uitgebalanceerd werd opgebouwd, is het definitief en zal het voor beslissing aan de administrateur-generaal van Kind en Gezin worden voorgelegd. 9