Jacqueline A-Tjak Acceptance & Commitment Therapy
Onder redactie van Jacqueline A-Tjak Acceptance & Commitment Therapy Theorie en praktijk Tweede, herziene druk
ISBN 978-90-368-0496-7 2015 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media BV Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet j het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Samensteller(s) en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een betrouwbare uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor drukfouten en andere onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. NUR 777 Basisontwerp omslag: Studio Bassa, Culemborg Automatische opmaak: Crest Premedia Solutions (P) Ltd., Pune, India Eerste druk 2008 Tweede, herziene druk 2015 Bohn Stafleu van Loghum Het Spoor 2 Postbus 246 3990 GA Houten www.bsl.nl
V Voorwoord Bij de eerste druk Veel therapiestromingen zijn ontstaan uit de klinische praktijk. Soms vonden therapieën hun weg van de klinische praktijk naar het laboratorium, maar die overgang naar het lab is moeilijk en eerder uitzondering dan regel. Gedragstherapie is uniek als therapeutische benadering omdat zij ontstond in het laboratorium. Hoewel het heel wat tijd vergde voordat gedragstherapie ruim aanvaard werd, zorgde een ruime hoeveelheid onderzoekers en clinici in de jaren zestig van de vorige eeuw voor een stevige basis. Terwijl de gedragstherapie een basis verwierf, verscheen tegelijkertijd de zogenaamde Derde Weg in de psychologie. Gestalt-, humanistische en existentiële theoretici beschouwden freudiaanse en gedragsmatige benaderingen als te mechanisch en te weinig geïnteresseerd in de complexiteit van de menselijke activiteit. Hun therapieën richtten zich op zin, betekenis en het ontwikkelen van het hoogste menselijke potentieel. Ze gebruikten experiëntiële methoden en hielden zich diepgaand bezig met de therapeutische relatie. Geen van deze tradities ontwikkelde een sterk empirisch onderzoeksprogramma. Ook was er de dertig daaropvolgende jaren weinig interactie tussen deze groepen. De gedragstherapeutische beweging evolueerde met de tijd. De eerstegeneratiegedragstherapieën omvatte een relatief eenvoudig pakket behandelingen gebaseerd op de principes van operante en respondente conditionering. Uit de behoefte om de complexiteiten van de menselijke cognitie beter aan te pakken ontstond stilaan de tweedegeneratiegedragstherapieën. Deze nieuwe behandelingen gingen zwaar te leen bij de cognitieve therapieën en creëerden gemengde therapieën die meestal cognitieve gedragstherapie (CGT) worden genoemd. Cognitieve en gedragsmatige behandelingen werden in professionele organisaties wereldwijd volledig vermengd. De jaren tachtig en negentig waren getuigen van de opkomst van een derde golf gedragstherapeutische en cognitieve behandelvormen. Ironisch genoeg bevat de derde generatie van de gedragstherapeutische beweging, zoals Mindfulness Based Cognitive Therapy, Dialectische Gedragstherapie, Functioneel Analytische Psychotherapie en Acceptance and Commitment Therapy, heel wat elementen uit de Derde Weg-therapieën van de jaren zestig. Er zijn sterke verschillen tussen de derdegeneratiebehandelvormen. Zo komt Mindfulness Based Cognitive Therapy uit de cognitieve traditie, terwijl Acceptance and Commitment Therapy uitdrukkelijk gedragsanalytisch is. Toch zijn er drie kenmerken die al deze derdegeneratietherapieën verbinden. Ten eerste zijn ze allemaal gegroeid binnen de CGTgemeenschap. Ten tweede staan ze allemaal achter een empirische benadering van therapieontwikkeling. En ten derde hebben ze gemeenschappelijke interesses in terreinen die traditioneel niet zo kenmerkend zijn voor CGT, zoals acceptatie, mindfulness, waarden, de therapeutische relatie en experiëntiële behandelmethoden. Dit boek is gewijd aan Acceptance and Commitment Therapy, of ACT (uitgesproken als een woord, niet als letters). ACT is een eigentijdse gedragstherapeutische behandelvorm, gebaseerd op een contextuele wetenschapsfilosofie en op een elementaire gedragsanalytische
VI Voorwoord theorie, inclusief een post-skinneriaanse analyse van de menselijke taal en cognitie, die mindfulness- en acceptatiegerichte interventies enerzijds en interventies gericht op rechtstreekse gedragsverandering anderzijds combineert. ACT-interventies richten zich niet op symptoomvermindering, maar het is wel aangetoond dat ze daartoe leiden. ACT is daarentegen gericht op het vergroten van de keuzevrijheid van cliënten, zodat ze kunnen leven op een manier die vitaal en in overeenstemming met hun waarden is. Onder de derdegeneratiegedragstherapieën is ACT enigszins uniek door haar wijze van therapieontwikkeling. De traditionele weg van therapieontwikkeling bij empirisch georiënteerde behandelingen is die van het opstellen van therapiehandleidingen, het testen daarvan in kleinschalig klinisch onderzoek, vervolgens in grootschalig sterk gecontroleerd onderzoek en dan het testen van het eindproduct in reële praktische settings. Binnen de ACT-gemeenschap van therapieontwikkeling volgen we een andere weg. Onze benadering kiest uitdrukkelijk voor een gezamenlijke ontwikkeling van de behandeling als een gemeenschappelijke inspanning van onderzoekers binnen de meest elementaire experimentele gedragsanalyse, deskundigen in de experimentele psychopathologie, klinische onderzoekers, en individuen met een praktijk in zeer uiteenlopende settings. Deze inspanning leidt vervolgens tot een behandeling waarvan elke stap werd gevormd door het aanvoelen en de gevoeligheden van onderzoekers en practici. Binnen dit model voeden klinische kwesties basisonderzoek en basisonderzoek voedt de ontwikkeling van interventies. We hopen dat een dergelijke inspanning de kloof tussen onderzoek en praktijk, waarmee empirisch klinische psychologie vaak kampt, kan voorkomen. Een ander aspect van deze gemeenschappelijke inspanning is het betrekken van onderzoekers en clinici uit uiteenlopende praktijksettings, werelddelen en culturele groepen. Deze diversiteit aan invalshoeken betekent niet dat we geen blinde vlekken hebben; we menen echter dat dit onze beste verzekering is dat we niet dezelfde blinde vlekken hebben. Ik heet dit Nederlandstalige werk welkom bij het geheel van het ACT-trainingsmateriaal. In dit boek zul je een deel vinden van het meest actuele denken binnen de ACT-benadering, zowel op het vlak van klinische toepassingen als op dat van de basistheorie. De ontwikkeling van ACT was een wetenschappelijke onderneming, maar evenzeer met liefde verrichte arbeid. Ik weet dat de auteurs van dit boek hierin persoonlijk hebben geïnvesteerd. Het materiaal wordt op een praktische manier gepresenteerd, maar toont ook de diepte van de theorie en nodigt uit tot verdere studie. Laat dit werk dan ook een open uitnodiging zijn aan de lezer om zich aan te sluiten en te helpen bij de ontwikkeling van ACT. Jullie bijdragen zijn welkom. Ik hoop jullie onderweg tegen te komen. Wishing liberation and peace for all. Kelly G. Wilson, Ph.D. University of Mississippi Center for Contextual Psychology
Voorwoord VII Bij de tweede druk The Way Forward: Contextual Behavioral Science Het lijkt bijna onmogelijk dat ik het voorwoord voor de eerste uitgave van dit boek zes jaar geleden geschreven heb. In de tussenliggende jaren is het totale aantal gerandomiseerde klinische onderzoeken naar Acceptance and Commitment Therapy toegenomen van ongeveer 20 tot meer dan 100. Applicaties hebben zich verbreid over praktijkomgevingen, klinische en niet-klinische populaties, en verschillende landen en taalgroepen. Ik stel het zeer op prijs om nu opnieuw met enkele woorden te mogen bijdragen aan de tweede uitgave van het eerste Nederlandstalige boek over Acceptance and Commitment Therapy. In de kern is ACT een toepassing van contextuele gedragswetenschap. Contextuele wetenschap doet onderzoek naar menselijke problemen en menselijke groei in relatie tot de context. Zelfs wetenschapsbeoefening is diep verankerd in context. Het soort vragen dat wetenschappers stellen komt niet spontaan in het laboratorium bij hen op. Wetenschap lost menselijke problemen op. We zoeken naar principes om problemen in de wereld op te lossen. Het laboratorium is een uitstekende plek om principes te onderzoeken en te ontwikkelen, maar in de contextuele wetenschap zien we dit niet als eenrichtingsverkeer. We willen de wereld het laboratorium inbrengen, en het laboratorium de wereld in. In de ontwikkeling van ACT hebben we dit bij herhaling zien gebeuren. Op het moment dat we ACT in bestaande klinische omgevingen gingen toepassen, begonnen de toepassingen te veranderen. Aanpassingen werden gemaakt om ACT op de klinische context af te stemmen. Deze veranderingen, die zich in levensechte contexten voordeden, zijn teruggekoppeld naar de universiteit, naar protocollaire ontwikkelingen op grond van onderzoek in behandelcentra, en naar laboratoriumonderzoek. Dit proces heeft zich voortgezet en is, vooral in de laatste tien jaar, geïntensiveerd. ACT is in een grote verscheidenheid van omgevingen toegepast, zoals onder meer in traditionele psychologische dienstverlening, eerstelijnsgezondheidszorg, bevordering van gezondheid, onderwijs, omgang met chronische ziekte, volksgezondheid, ouderschap en leiderschap in bedrijven. Een belangrijk onderdeel van deze vruchtbare interactie tussen wetenschap en praktijk is de uitbreiding naar verschillende culturele en taalgroepen. De beste manier om erachter te komen of een principe niet meer is dan een cultureel artefact, of een goed bruikbaar algemeen principe, is het nut van dit principe in verschillende culturele contexten te onderzoeken. We geloven dat we de meeste kans hebben om een breed toepasbare wetenschap te ontwikkelen als we ook de ontwikkeling van deze wetenschap op een breed front ter hand nemen. De vragen die we stellen, de thema s die we naar voren brengen, de manier waarop we psychisch lijden opvatten en zelfs ervaren, worden door context ingegeven. Een bepalend element in contextuele wetenschap is de erkenning dat de ontwikkeling van algemene principes rekening moet houden met de culturele verscheidenheid op deze aarde.
VIII Voorwoord We kunnen niet volhouden dat de ontwikkeling van principes in de context van de Verenigde Staten zich naadloos zal laten overbrengen naar andere culturele en plaatselijke omgevingen. We geloven dat iedereen te winnen heeft bij het respecteren van de onderlinge banden alsook de onderlinge verschillen tussen verschillende culturen. We verwachten dat bepaalde methodes tot stand zullen komen in reactie op zeer specifieke culturele behoeften. Maar we verwachten ook dat er bepaalde principes, en de manier waarop we daarover spreken, tot stand zullen komen die gemakkelijk aan een verscheidenheid van contexten aangepast kunnen worden. Deze tweede uitgave zal van nut zijn voor clinici die principes van ACT willen gebruiken in hun behandeling van Nederlandstalige cliënten. Maar het boek biedt veel ruimere mogelijkheden. Het kan Nederlandstaligen intensiever bij het ontwikkelingsproces van de behandeling betrekken. Zij zullen toepassingen zien die wij niet eerder gezien hebben en verbanden leggen met rijke culturele tradities. En voor een deel zullen deze bijdragen worden opgenomen in de wereldwijde discussie over de ontwikkeling van ACT. Contextuele wetenschap erkent dat wetenschap ontstaat in complexe, onderling verbonden, sociale, culturele en economische contexten waarin problemen moeten worden opgelost. Verscheidenheid van perspectieven verzekert niet dat we verlost zijn van blinde vlekken, maar verhoogt de kans dat we niet dezelfde blinde vlekken hebben. Gezamenlijk kunnen we betere wetenschap en betere toepassingen tot stand brengen dan ieder voor zich. Om deze redenen heb ik zes jaar geleden een voorwoord geschreven voor een boek dat ik niet kon lezen. Sommige mensen zullen dit misschien merkwaardig vinden. Maar het schrijven van dit voorwoord was een daad van vertrouwen. De schrijvers van de tekst waren mensen met wie ik intensief te maken had gehad. We hadden met elkaar aan training deelgenomen, elkaar via e-mail en in direct contact geconsulteerd over gevallen, omgevingen, casusconceptualisaties, klinische hinderpalen, theoretische nuances, filosofische grondslagen en wat al niet meer. Ik kende deze mensen en ik wist dat zij als groep een grondige kennis hadden van ACT. Dit betekent niet dat ik elke zin in dit boek, als het vertaald zou worden, zou onderschrijven, maar dit zou even sterk gelden als het boek in het Engels geschreven was. Ik vertrouwde erop dat de auteurs niet alleen afzonderlijk, maar ook als groep, zouden blijven discussiëren, redeneren en redigeren tot ze met elkaar een bevredigende Nederlandse tekst hadden opgesteld. En los van mijn vertrouwen in deze voor mij bekende groep individuen stelde ik ook vertrouwen in het proces van wetenschapsbeoefening. Een van de fantastische dingen van wetenschap is dat we, als we de zaken zwart op wit op papier zetten, ons beste denken in de waagschaal stellen. Zodra we iets hebben vastgelegd komt elk gebrek aan duidelijkheid, elk verschil van mening over theorie of praktijk, elke beschreven interventie, in de schijnwerpers te staan. Hoewel dit boek, dat zes jaar na de eerste uitgave verschijnt, door specifieke personen geschreven is, bevat het de wijsheid van de wereldwijde gemeenschap die zich met deze wetenschappelijke onderneming bezighoudt. Omdat het boek in het Nederlands is geschreven biedt het een nog verfijndere mogelijkheid om de theorie en praktijk binnen verschillende Nederlandstalige sub-gemeenschappen te onderzoeken. En dit geldt zowel voor de Nederlandstalige landen, zoals Nederland en delen van België, als voor verschillende academische en behandelingsgemeenschappen binnen deze landen zoals psychiatrie, psychologie, sociaal werk, residentiële en ambulante zorg, en daarnaast voor verschillende klinische en niet-klinische populaties met behoefte aan hulp.
Voorwoord IX Kortom, het vastleggen van deze ideeën geeft ze een duidelijke plaats in de wetenschappelijke gemeenschap. En mijn vertrouwen in de wetenschap is nog sterker dan mijn vertrouwen in deze individuen. Dit boek, alweer zes jaar geleden geschreven, is het product van een proces dat ik vertrouw en dat ik wil steunen. Net als elke andere wetenschappelijke tekst bevat het fouten. Het magische van wetenschap is niet dat het foutloze ideeën voortbrengt. Nieuwe theorieën zijn niet beter omdat ze juist zijn, en de oude theorieën onjuist. Alle theorieën zijn onjuist, ten minste voor een deel. Het magische van wetenschap is dat het de mogelijkheid biedt om het kaf van het koren te scheiden. Wetenschap maakt het mogelijk om het theoretische discours te verfijnen zodat het een krachtiger instrument wordt voor het oplossen van menselijke problemen. Soms betekent dit dat we oude manieren van denken volledig moeten afwijzen. Soms vraagt het alleen verfijning of de toevoeging van kwalificerende en beperkende condities waarbinnen de theorie standhoudt. Maar in de loop van de tijd heeft dit proces wonderen verricht. De wetenschap heeft dingen tot stand gebracht die de grootvader van onze grootvader alleen maar als een wonder had kunnen beschouwen. Het boek maakt deel uit van een inzet voor het wetenschappelijke proces en ik voel me vereerd door de uitnodiging om de lancering van dit boek met enkele woorden te begeleiden. Ik hoop van harte dat er in de komende zes jaar zoveel voortgang gemaakt zal worden dat er een nieuw voorwoord moet komen. Een diepe buiging voor allen die werkzaam zijn in wetenschap en praktijk ten dienste van menselijk welzijn. Kelly G. Wilson, Ph. D. Professor of Psychology, University of Mississippi
XI Inhoud I Deel 1 Theorie 1 Theoretische achtergronden van ACT............................................ 3 Francis De Groot, Joris Corthouts, Jacqueline A-Tjak, Marco Kleen, Ando Rokx 1.1 Het Functioneel Contextualisme: een functionele blik................................. 4 1.2 Relational Frame Theory (RFT)......................................................... 5 1.3 Regelgeleid gedrag................................................................... 6 1.4 Leren van verbanden.................................................................. 6 1.5 Veranderingen van betekenis......................................................... 7 1.6 Verschillende soorten relaties......................................................... 9 1.7 Samenvattend........................................................................ 10 1.8 RFT en ACT............................................................................ 10 2 Algemene aspecten van een ACT-behandeling.................................. 13 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 2.1 Zes processen......................................................................... 14 2.2 Interventies........................................................................... 14 2.2.1 Metaforen............................................................................. 15 2.2.2 Experiëntiële oefeningen............................................................... 16 2.2.3 Exposure............................................................................... 16 2.2.4 Zelfonthulling.......................................................................... 16 2.2.5 Uitleg.................................................................................. 16 2.3 Processen of vaardigheden?........................................................... 17 3 Acceptatie........................................................................... 19 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 3.1 Analyse............................................................................... 20 3.2 Creatieve hopeloosheid............................................................... 21 3.3 Controle is het probleem.............................................................. 22 3.4 Boodschappen die de therapeut overbrengt.......................................... 23 3.5 Do s en don ts......................................................................... 23 3.6 Acceptatie en bereidheid.............................................................. 23 3.6.1 Acceptatie oefenen..................................................................... 25 3.7 Boodschappen die de therapeut overbrengt.......................................... 25 3.8 Do s en don ts......................................................................... 25 4 Defusie............................................................................... 27 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 4.1 Analyse............................................................................... 28 4.2 De context van letterlijkheid.......................................................... 29 4.3 Je verstand is niet je vriend en niet je vijand........................................... 29 4.3.1 Interventies............................................................................ 30 4.4 Redenen zijn geen oorzaken.......................................................... 31 4.5 Gelijk willen hebben.................................................................. 31 4.6 Hardnekkige fusie..................................................................... 32 4.7 Als defusie tot stand komt............................................................. 32
XII Inhoud 4.8 Boodschappen die de therapeut overbrengt.......................................... 32 4.9 Do s en don ts......................................................................... 33 5 Zelf................................................................................... 35 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 5.1 Analyse............................................................................... 36 5.2 Zelf-als-inhoud........................................................................ 36 5.3 Zelf-als-proces........................................................................ 37 5.4 Zelf-als-context....................................................................... 38 5.5 Boodschappen die de therapeut overbrengt.......................................... 40 5.6 Do s en don ts......................................................................... 40 6 Contact met het huidig moment.................................................. 41 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 6.1 Analyse............................................................................... 42 6.2 Interventies........................................................................... 42 6.3 Het gebruik van het hier-en-nu in de therapiezitting.................................. 43 6.4 Boodschappen die de therapeut overbrengt.......................................... 44 6.5 Do s en don ts......................................................................... 45 7 Waarden............................................................................. 47 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 7.1 Analyse............................................................................... 48 7.2 De context van waarden............................................................... 49 7.3 Interventies........................................................................... 50 7.4 Boodschappen die de therapeut overbrengt.......................................... 52 7.5 Do s en don ts......................................................................... 52 8 Toegewijde actie.................................................................... 53 Jacqueline A-Tjak, Francis De Groot 8.1 Analyse............................................................................... 54 8.2 Nogmaals bereidheid................................................................. 55 8.3 Problemen met toegewijde actie...................................................... 55 8.4 Nogmaals exposure................................................................... 56 8.5 Bijkomende thema s................................................................... 56 8.6 Afronding............................................................................. 57 8.7 Boodschappen tijdens deze fase...................................................... 58 8.8 Do s en don ts......................................................................... 58 9 Wetenschappelijke achtergronden van ACT..................................... 59 Jacqueline A-Tjak 9.1 Effectgrootte.......................................................................... 60 9.2 Effectonderzoek....................................................................... 60 9.3 Meta-analyses......................................................................... 60 9.4 Procesonderzoek (mediatie en moderatie)............................................ 61 9.5 Evaluaties van evidentie door beroepsverenigingen.................................. 62 9.6 De relatie tussen ACT en RFT.......................................................... 62 9.7 Onderzoek naar vragenlijsten specifiek voor ACT..................................... 62
Inhoud XIII II Deel 2 Verdieping 10 ACT-casusconceptualisatie......................................................... 67 Ingrid Postma, Jacqueline A-Tjak, Margot Meulemans 10.1 Acceptatie............................................................................. 68 10.2 Defusie................................................................................ 69 10.3 Zelf-als-proces, zelf-als-context en zelf-als inhoud..................................... 69 10.4 Waarden.............................................................................. 70 10.5 Toegewijde actie...................................................................... 71 10.6 Contact met het huidig moment...................................................... 72 10.7 Behandelplan......................................................................... 72 10.7.1 Casus Johan............................................................................ 72 10.7.2 Casus Maartje.......................................................................... 73 11 Een ACT-protocol................................................................... 75 Jacqueline A-Tjak 11.1 Zitting 1 en 2.......................................................................... 76 11.2 Zitting 3............................................................................... 77 11.3 Zitting 4............................................................................... 78 11.4 Zitting 5............................................................................... 80 11.5 Zitting 6, 7 en 8....................................................................... 81 11.6 Zitting 9............................................................................... 82 11.7 Zitting 10............................................................................. 83 11.8 Zitting 11 en 12....................................................................... 84 11.9 Zitting 13 t/m 15...................................................................... 85 11.10 Laatste zitting......................................................................... 86 12 ACT in je rol als therapeut.......................................................... 89 Jacqueline A-Tjak, Marco Kleen 12.1 Samen in hetzelfde schuitje........................................................... 90 12.2 De therapeutische relatie als context.................................................. 90 12.3 Mindful met je cliënt zijn.............................................................. 91 12.3.1 Overweging 1 Je medemens als zonsondergang of als wiskundig probleem tegemoet treden....................................................................... 91 12.3.2 Overweging 2 Een boswandeling maken................................................ 92 12.3.3 Overweging 3 Meeleven of overleven?.................................................. 92 12.3.4 Overweging 4 Een uit -knopje.......................................................... 92 12.3.5 Overweging 5 Van persoon tot persoon................................................. 93 12.4 De therapeutische relatie als therapeutisch instrument............................... 93 12.5 ACT in het persoonlijk leven van de therapeut........................................ 93 12.6 Aan te raden literatuur................................................................ 94 13 Verder bekwamen in ACT.......................................................... 95 Jacqueline A-Tjak, Marco Kleen 13.1 Verenigingen.......................................................................... 96 13.2 Cursussen en workshops.............................................................. 96 13.3 Andere hulpmiddelen................................................................. 97 13.4 Boeken voor professionals............................................................ 97
XIV Inhoud 13.5 Zelfhulpboeken...................................................................... 98 13.6 Wanneer ben je een ACT-therapeut of ACT-trainer?................................... 98 III Deel 3 Toepassingsgebieden 14 ACT bij angst....................................................................... 103 Sara Bosman 14.1 Inleiding en wetenschappelijke inzichten............................................ 104 14.2 Diagnostiek.......................................................................... 104 14.2.1 Problemen met waarden............................................................... 104 14.2.2 Fusie................................................................................. 105 14.2.3 Vermijding............................................................................ 106 14.3 Behandeling......................................................................... 106 14.3.1 Algemeen............................................................................ 106 14.3.2 Werken aan waarden.................................................................. 107 14.3.3 Werken aan acceptatie................................................................. 108 14.3.4 Werken aan contact met hier-en-nu.................................................... 109 14.3.5 Werken aan defusie................................................................... 109 15 ACT bij depressie.................................................................. 111 Jacqueline A-Tjak 15.1 Functionele analyse van depressief gedrag........................................... 112 15.1.1 Problemen met acceptatie............................................................. 112 15.1.2 Problemen met waarden en toegewijde actie........................................... 113 15.1.3 Problemen met defusie en zelf-als-inhoud.............................................. 113 15.1.4 Problemen met contact met het huidig moment en zelf-als-proces....................... 114 15.2 Aandachtspunten bij de behandeling van depressieve klachten met ACT............ 114 15.2.1 Algemeen............................................................................ 114 15.2.2 Werken aan acceptatie................................................................. 115 15.2.3 Werken aan contact met het huidig moment........................................... 116 15.2.4 Werken aan defusie................................................................... 116 15.2.5 Werken aan chronische, recidiverende en therapieresistente depressie................... 117 15.3 Onderzoek........................................................................... 117 15.4 Aanbevolen literatuur................................................................. 117 16 ACT bij chronische pijn............................................................ 119 Peter Heuts, Marco Kleen 16.1 Casusconceptualisatie: RFT en het ACT-model........................................ 120 16.2 Aandachtpunten voor ACT bij chronische pijn........................................ 121 16.2.1 Creatieve hopeloosheid............................................................... 121 16.2.2 Werken met acceptatie................................................................ 122 16.2.3 Werken met mindfulness.............................................................. 123 16.2.4 Werken aan defusie................................................................... 123 16.2.5 Werken met zelf-als-context........................................................... 124 16.2.6 Werken met waarden.................................................................. 124 16.2.7 Werken met waardegericht gedrag..................................................... 125 16.3 Wat is er bekend over de effectiviteit van ACT bij pijn?............................... 125
Inhoud XV 16.4 ACT bij chronische pijn in het Nederlandstalige gebied.............................. 125 16.5 Aanbevolen literatuur................................................................ 126 17 ACT bij psychose................................................................... 127 Joris Corthouts 17.1 Wat is dat, psychose?................................................................. 128 17.2 Behandeling van psychose........................................................... 128 17.3 ACT bij psychose een functionele benadering van psychose........................ 128 17.4 Fasering van en aandachtspunten binnen de begeleiding van psychose.............. 129 17.4.1 Waardewerk.......................................................................... 130 17.4.2 Bereidheid en cognitieve defusie....................................................... 131 17.4.3 Contact met hier-en-nu mindfulness.................................................. 132 17.4.4 Zelf-als-context....................................................................... 132 17.5 Draaiboeken voor psychose?......................................................... 132 17.6 Onderzoek........................................................................... 133 17.7 Samenvattend....................................................................... 133 18 ACTief afkicken.................................................................... 135 Ellen Excelmans, Victor Huigens 18.1 Casusconceptualisatie bij verslaving................................................. 136 18.1.1 Problemen met contact maken met het huidige moment................................ 136 18.1.2 Problemen met het zelf-als-proces en perspectiefname................................. 136 18.1.3 Problemen met acceptie............................................................... 137 18.1.4 Problemen met defusie en zelf-als-inhoud.............................................. 137 18.1.5 Problemen met waarden en toegewijde actie........................................... 138 18.2 Aandachtspunten bij de behandeling................................................ 138 18.2.1 Werken aan acceptatie................................................................. 139 18.2.2 Werken aan defusie, zelfcompassie en zelf-als inhoud................................... 140 18.2.3 Werken aan contact met het hier-en-nu................................................ 140 18.2.4 Werken aan toegewijd handelen....................................................... 141 19 ACT bij mensen met persoonlijkheidsproblemen.............................. 143 Lucas Goessens, Annika Cornelissen 19.1 Inleiding............................................................................. 144 19.2 ACT bij MPP: waarom is het moeilijk?................................................. 145 19.3 ACT bij MPP: waarom is het nodig?................................................... 146 19.3.1 Fasering!.............................................................................. 146 19.4 ACT bij MPP: waarom is het inspirerend.............................................. 150 19.5 Aanbevolen literatuur................................................................ 151 20 ACT bij kinderen en jongeren..................................................... 153 Monique Samsen 20.1 Onderzoek........................................................................... 154 20.2 Specifieke interventies............................................................... 154 20.2.1 Ouders............................................................................... 154 20.2.2 Metaforen............................................................................ 155 20.2.3 Experiëntele oefeningen............................................................... 155
XVI Inhoud 20.3 Diagnostische overwegingen........................................................ 155 20.3.1 Hersenen volop in ontwikkeling........................................................ 155 20.3.2 Steeds veranderende context.......................................................... 156 20.4 Fasering van de therapie............................................................. 156 20.4.1 Acceptatie en bereidheid.............................................................. 156 20.4.2 Waarden en toegewijde actie.......................................................... 157 20.4.3 Cognitive defusie en zelf-als-context................................................... 157 20.4.4 Contact met dit moment nu......................................................... 159 21 ACT voor ouders van kinderen met ontwikkelings- en/of psychische problemen.......................................................................... 161 Denise Matthijssen, Denise Bodden 21.1 Inleiding............................................................................. 162 21.2 Waarom ACT in ouderbegeleiding?................................................... 162 21.3 ACTief opvoeden..................................................................... 162 21.4 Beschrijving protocol ACTief opvoeden.............................................. 163 21.5 Fasering in de cursus ACTief opvoeden............................................... 163 21.6 Specifieke technieken................................................................ 166 21.7 Therapeutisch proces in de groep.................................................... 166 21.8 Therapeutische rol van de trainers................................................... 166 21.9 Onderzoek naar de effectiviteit van ACT als ouderbegeleiding....................... 167 21.10 Effecten ACTief opvoeden............................................................ 168 22 ACT bij mensen met een verstandelijke beperking............................. 169 Teunis van den Hazel, Erik Roetman, Irena Burdová 22.1 ACT bij cliënten met een licht verstandelijke beperking.............................. 170 22.1.1 Aandachtspunten ten aanzien van relatie en communicatie............................. 171 22.1.2 Aandachtspunten ten aanzien van de omgeving........................................ 171 22.1.3 Aandachtspunten ten aanzien van andere disciplines................................... 172 22.1.4 Aandachtspunten ten aanzien van diagnostiek......................................... 172 22.2 ACT-interventies bij mensen met een verstandelijke beperking...................... 172 22.2.1 Ik zit vast, wat nu? (creatieve hopeloosheid)............................................ 172 22.2.2 Ik ben bereid (acceptatie en bereidheid)............................................... 173 22.2.3 Ik ben, hier-en-nu (contact met dit moment)........................................... 173 22.2.4 Ik ben niet mijn gedachten en niet mijn zelfbeeld (defusie en het zelf).................. 173 22.2.5 Ik ga ervoor en doe het (waarden en toegewijd handelen).............................. 174 22.3 Tot slot............................................................................... 175 23 Autisme en ACT.................................................................... 177 Francis Pascal-Claes, Elke Bussels 23.1 Kenmerken en eigenheid van een persoon met autisme.............................. 178 23.2 Specifieke aandachtspunten bij autisme............................................. 178 23.2.1 Communicatie en begeleidingsstijl in dienst van de therapeutische relatie............... 178 23.2.2 Meerwaarde van ACT.................................................................. 179 23.3 ACT-interventies..................................................................... 180 23.3.1 Waarden en toegewijde actie.......................................................... 180
Inhoud XVII 23.3.2 Creatieve hopeloosheid en controle.................................................... 181 23.3.3 Het zelf............................................................................... 181 23.3.4 Bereidheid en acceptatie.............................................................. 182 23.3.5 Defusie............................................................................... 184 23.3.6 Contact met het huidig moment (mindfulness)......................................... 185 24 ACT en het multidisciplinaire team.............................................. 187 Jaap Spaans, Shiva Thorsell 24.1 Inleiding............................................................................. 188 24.2 Uitgangspunten van multidisciplinaire ACT.......................................... 188 24.2.1 Bereidheid vanuit de ACT-visie te werken............................................... 188 24.2.2 Kerncompetenties..................................................................... 189 24.3 De multidisciplinaire ACT-praktijk.................................................... 189 24.3.1 Afstemming binnen het team.......................................................... 189 24.3.2 ACT door de verschillende disciplines.................................................. 190 24.4 Teamscholing en implementatie..................................................... 192 24.4.1 Niveaus van training................................................................... 192 24.4.2 Aandachtpunten bij invoering......................................................... 193 24.5 ACT voor teams...................................................................... 194 25 De matrix........................................................................... 197 Annick Seys 25.1 De twee assen........................................................................ 199 25.1.1 Dichterbij en verder weg van je waarden............................................... 199 25.1.2 Buitenkant en binnenkant............................................................. 199 25.1.3 Het begin: opmerken en kiezen........................................................ 199 25.1.4 Een casus ter verduidelijking........................................................... 200 25.2 Na de kennismaking, de verdieping: creatieve hopeloosheid......................... 202 25.3 De hexaflex.......................................................................... 203 25.3.1 Defusie............................................................................... 203 25.3.2 Hier-en-nu............................................................................ 203 25.3.3 Acceptatie............................................................................ 204 25.3.4 Het observerende zelf................................................................. 204 25.3.5 Waarden (kwadrant linksboven)........................................................ 204 25.3.6 Toegewijde actie (kwadrant rechtsboven).............................................. 204 25.4 Aanvullende opmerkingen........................................................... 205 25.4.1 Just be................................................................................ 205 25.4.2 Verder weg en dichter bij wat?......................................................... 205 25.4.3 De matrix is geen protocol............................................................. 205 25.5 Wanneer gebruik je die matrix in individuele therapie?............................... 205 25.6 Andere contexten literatuurtip...................................................... 206 26 ACT als preventie.................................................................. 207 Ernst Bohlmeijer, Karlein Schreurs 26.1 Preventie............................................................................. 208 26.2 ACT als preventieve interventie gericht op stressmanagement....................... 209
XVIII Inhoud 26.3 ACT als preventieve interventie voor mensen met depressieve klachten.............. 210 26.4 Leven met pijn: ACT als preventie voor mensen met pijnklachten.................... 211 26.5 Besluit............................................................................... 212 Bijlagen Literatuur........................................................................... 215
XIX Inleiding Bij de eerste druk Francis De Groot, Jacqueline A-Tjak Sinds enkele jaren is Acceptance and Commitment Therapy (ACT) aan een opmars bezig. ACT wordt inmiddels toegepast bij zeer uiteenlopende problemen, van angst, depressie, verslaving en pijn, psychose en autisme, tot epilepsie, diabetes, agressie en nog veel meer. Door de steile toename van effect- en procesonderzoek verschijnen er pakken artikelen, en ACT-boeken worden steeds sneller in het Nederlands vertaald. Boeiend is dat ACT geïnteresseerden aantrekt vanuit zeer uiteenlopende hoeken. Er zijn cognitieve gedragstherapeuten die verbreding en vernieuwing zoeken, er zijn therapeuten vanuit alle andere richtingen, er zijn therapeuten die vanuit een interesse voor mindfulness en/of boeddhisme geïnteresseerd raken en er zijn mensen met een nadrukkelijk wetenschappelijke interesse. ACT is een wonderlijke therapievorm, namelijk experiëntiële gedragstherapie. Voor alle duidelijkheid, ACT is 100 procent gedragstherapie! Uniek is dat ACT volledig en uitdrukkelijk stoelt op een wetenschappelijke theorie (Relational Frame Theory RFT) en een onderliggende filosofie (functioneel contextualisme). ACT behoort hiermee tot het behavioristische gedachtegoed. ACT gaat over het menselijk leven en welzijn in al zijn volheid, maar eveneens met al zijn pijn. ACT gaat over denken en vooral voelen, ervaren. Iedereen die ooit een ACT-workshop heeft gevolgd, kan daarvan getuigen. Wat voor cliënten geldt, geldt evenzeer voor therapeuten. Het mens zijn, het voelen van verdriet en angst, hebben we allemaal gemeen. ACT is eigenlijk één grote zoektocht naar het geven van een plaats aan al deze belevingen om zo tot meer levensruimte te komen. Is ACT af? Nee. Heeft ACT voldoende haar deugdelijkheid bewezen? Nee. Is de RFT juist? Nee. Waarom driemaal nee? ACT en RFT schrijven zich uitdrukkelijk in binnen het wetenschappelijk denken. Alleen verder onderzoek zal antwoorden bieden en meedogenloos praktijken en theorieën verbeteren en verwerpen. ACT en RFT zullen binnen tien jaar gedeeltelijk verworpen zijn en er alleszins anders uit zien dan nu. Het mogen en willen geen versteende dogma s zijn. Voor je aan dit boek begint, willen we graag nog enige overwegingen meegeven over de toepassing van ACT. In onderzoek wordt vaak gezocht naar de beste behandeling voor een bepaalde doelgroep. Hieraan lijkt de veronderstelling ten grondslag te liggen dat een behandeling die niet gericht is op een syndromale categorie niet empirisch ondersteund kan zijn. Deze veronderstelling is echter onjuist. Effectonderzoek naar een behandeling bij een bepaalde syndromale categorie is één manier om klinische wetenschap te bedrijven.
XX Inleiding Omdat ACT zich niet bezighoudt met de vorm van (probleem)gedrag, maar met de functie daarvan, is zij in principe toepasbaar bij uiteenlopende vormen van menselijk gedrag. ACT kan worden toegepast op elk probleem dat aansluit bij het onderliggende model ervan, namelijk als er sprake is van experiëntiële vermijding, cognitieve fusie, een gebrek aan helderheid van waarden en van inactiviteit, inflexibiliteit en ineffectiviteit die daar het gevolg van is. Voorwaarde is wel, gezien de huidige stand van zaken met betrekking tot het effectonderzoek naar ACT, dat je de behandeling systematisch evalueert en dat er een goede reden is om niet eerst een andere, evidence-based behandeling toe te passen. Dat kan zijn omdat zo n behandeling nog niet bestaat, omdat een evidence-based behandeling al geprobeerd is en niet succesvol was, of omdat de cliënt een dergelijke behandeling afwijst. Wanneer het gaat om vaardigheidstekorten of problemen in de externe omgeving van de cliënt kan het zinniger zijn een andere vorm van therapie toe te passen, omdat dit mogelijk sneller tot resultaten leidt. Onderzoek toont aan dat ACT prima werkt bij ongeselecteerde doelgroepen (Lappalainen et al. 2007; Strosahl et al. 1998). Ander onderzoek toont dan weer aan dat experiëntiële vermijding een rol speelt bij zeer uiteenlopende problematieken (Tull et al. 2004; Hayes et al. 2004). En experiëntiële vermijding is precies datgene waar ACT zich op richt. ACT kan goed worden gecombineerd met farmacotherapie, wanneer medicatie niet gebruikt wordt om experiëntiële vermijding te versterken, maar om waardegericht handelen te ondersteunen. Waarom dit boek? Internationaal maakt ACT opgang, maar eveneens in Nederland en België. Dit boek verenigt enkele van de therapeuten die er in de lage landen mee aan de slag zijn gegaan. Dit boek pretendeert geen volledigheid, noch een grondige theoretische en onderbouwde voorstelling te geven. Het is een brede kennismaking met ACT voor mensen die er nog niet in thuis zijn. We hopen onze kennis en ervaring, opgedaan in workshops bij de grondleggers van ACT en in de praktijk, met de lezer te kunnen delen. Veel dank zijn we verschuldigd aan Kelly Wilson, Steven Hayes, Robyn Walser en JoAnne Dahl voor de inspiratie die zij ons gegeven hebben en de toestemming om reeds gepubliceerd en ongepubliceerd materiaal te mogen verwerken in dit boek. Voor verdieping zullen wij verwijzen naar andere literatuur. We hopen dat een aantal lezers geboeid zal worden door ACT en er verder hun weg in zal zoeken. Als dat gebeurt, is onze opzet geslaagd. Tot slot nog dit: omwille van de leesbaarheid hebben we gekozen om niet overal hij/zij te zetten. Overal waar hij staat, mag ook zij gelezen worden en omgekeerd. Bij de tweede druk Jacqueline A-Tjak Eind jaren zeventig begonnen Steven Hayes en Rob Zettle aan hun onderzoek naar de rol van taal en verbaal gedrag bij het ontstaan en voortduren van problematisch menselijk gedrag (Zettle 2005). Zij baseerden zich daarbij in eerste instantie op het onderzoek van Skinner naar regel-geleid gedrag. In de loop der jaren werd dit uitgebouwd tot de Relational Frame Theory (RFT). In 2001 verscheen het eerste boek over RFT (Hayes et al. 2001). Comprehensive Distancing was de therapievorm die door Hayes en Zettle op basis van hun
Inleiding XXI onderzoek werd bedacht en onderzocht (Zettle en Hayes 1986; Zettle en Rains 1989). Later werd deze therapievorm verder uitgewerkt in Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Het eerste boek over ACT verscheen in 1999 (Nederlandse vertaling: Hayes et al. 2006). In 2005 werd de Association for Contextual Behavioral Science (ACBS; 7 www.contextualscience. org) opgericht, de internationale vereniging waar ACT onder valt. De geschiedenis van de ontwikkeling van RFT en ACT in het Nederlandse taalgebied lijkt te beginnen bij het RFT-onderzoek. Paul Smeets van de Universiteit Leiden hield zich hier al vroeg mee bezig (zie bijvoorbeeld Smeets et al. 1995) evenals Gina Lipkens (bijvoorbeeld Lipkens et al. 1993). In 1999 schreef, naar mijn beste weten, Eric-Jan Vugts als eerste in Nederland over ACT (Vugts 1999). Hubert de Mey hield zich tot zijn pensionering aan de Radboud Universiteit bezig met RFT en ACT. Momenteel houden de universiteiten van Gent en Leuven zich bezig met RFT-onderzoek. Aan de Universiteit Twente hebben inmiddels twee hoogleraren een leerstoel waarvan ACT deel uitmaakt, namelijk Ernst Bohlmeijer en Karlein Schreurs. Sinds 2010 is er een ondervereniging van de ACBS in België en Nederland, de ACBS BeNe (7 www.acbsbene.com). Mijn eigen geschiedenis met ACT begon in 2003, toen Steven Hayes een keynote op de najaarsconferentie van de Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCt) en de Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie (VVGT) gaf. Zijn verhaal inspireerde mij enorm. Oorspronkelijk ben ik opgeleid in de gedragstherapie en vervolgens, toen deze ontwikkeld werd, ook in de cognitieve therapie. Over beide vormen van therapie, of samengevoegd over de CGT, was ik zeer enthousiast. Zowel RFT als ACT leek belangrijke toevoegingen te hebben die mij intellectueel, therapeutisch en persoonlijk prikkelden. Ik prijs mij gelukkig op mijn pad vele mensen getroffen te hebben, die mij geholpen hebben mij in ACT te ontwikkelen. Ik noem allereerst mijn vriendin en trainingmaatje Ingrid Postma, met wie ik menig ACT-workshop bezocht en die mij introduceerde bij een ACT-intervisiegroep via het internet, opgezet door onder andere Francis De Groot. En Ando Rokx, die in de begindagen, samen met Lucas Goessens verschillende malen internationale ACT-trainers naar Nederland wist te halen met hulp van zijn werkgever GGNet. En dan de geschiedenis van dit boek. Ando Rokx en Francis De Groot hebben het initiatief genomen tot het schrijven van de eerste editie van dit boek, dat verscheen in 2008. We schreven het met een club mensen, die elkaar hadden leren kennen via de eerdergenoemde intervisiegroep. We ontmoetten elkaar op workshops. Wat ons verbond was een passie voor ACT en de wens om meer mensen te laten kennismaken met dit gedachtegoed. Inmiddels zijn we bijna zeven jaar verder. In die zeven jaar is veel gebeurd, nationaal en internationaal, op het gebied van therapieontwikkeling, theorieontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek. Steeds meer mensen verdiepen zich in ACT. Er is steeds meer expertise over de toepassing van ACT bij verschillende doelgroepen. Daarom hebben we besloten de eerste editie te herzien. Gelukkig hebben we eerder betrokken en nieuwe auteurs bereid gevonden hun expertise te delen. Zij komen met name in deel 3 aan het woord. In deel 1 vind je de theorie van ACT, waaronder ook die van het Functioneel Contextualisme en RFT. Net als in de eerste editie, beschrijven we de zes kernprocessen waarop ACT zich richt om tot gedragsverandering te kunnen komen, nu met meer aandacht voor de link tussen ACT en RFT. Voor we daarop ingaan, besteden we aandacht aan een aantal algemene aspecten van een ACT-behandeling, zoals het doen van oefeningen en het gebruik van me-
XXII Inleiding taforen. We sluiten dit deel af met een hoofdstuk over wetenschappelijke achtergronden, te weten onderzoek en het gebruik van vragenlijsten. In deel 2 gaan we in op randvoorwaarden voor de therapie: het maken van een casusconceptualisatie, het gebruik van een protocol, het hanteren van de therapeutische relatie en tot slot het je verder verdiepen in ACT. In deel 3 komen, als gezegd, experts aan bod. Hoewel ACT transdiagnostisch is en zich niet bezighoudt met stoornissen zoals deze bijvoorbeeld in de DSM IV beschreven worden, hebben we er in dit boek toch voor gekozen om aan te sluiten bij deze indeling in stoornissen. De reden hiervan is dat, zeker in Nederland, de geestelijke gezondheidszorg georganiseerd is rondom stoornissen. Grote kans dat je als lezer iemand behandelt die een dergelijk label heeft meegekregen. We menen professionals in de geestelijke gezondheidszorg te kunnen helpen ACT toe te passen door rondom een aantal stoornissen te beschrijven hoe ACT er bij deze groep zou uitzien. Daarnaast hebben we gekozen voor andere toepassingsgebieden, zoals kinderen en jeugdigen, het werken met ACT in teams etc. We zijn hierin niet volledig. Er zijn andere toepassingsgebieden waar ACT toegepast wordt, die we hier niet beschrijven. Dat ACT overal toegepast kan worden waar mensen zich gedragen, wil niet zeggen dat het ook altijd de beste keuze zal zijn. Veel hangt af van de persoon die zijn of haar gedrag wil veranderen en van de persoon die hem of haar daarbij helpt. Hoe vaardig zijn deze personen? Hoeveel kennis en ervaring hebben zij al en waar ligt hun affiniteit? Ik wil hier graag herhalen wat we in de eerste editie gezegd hebben: als ACT (nog) onvoldoende evidentie heeft in de toepassing bij een bepaalde doelgroep, is het verstandiger eerst een therapie te gebruiken die meer evidentie heeft, tenzij er gegronde redenen zijn om hiervan af te wijken. Nog even dit: we hebben ervoor gekozen om te spreken over cliënten. ACT is immers een therapie. We hebben niet gekozen voor de meer medische term patiënten, omdat ACT niet gaat over stoornissen of ziekten. Wat in dit boek beschreven is, is echter niet voorbehouden aan het werken in de geestelijke gezondheidszorg. ACT is ook toepasbaar buiten de GGZ, zoals in coachingssituaties, het onderwijs, en werksituaties. Daarnaast hebben we ervoor gekozen in de hij-vorm te schrijven. Waar hij staat kan ook zij worden gelezen.
XXIII Personalia Redactie Jacqueline G.L. A-Tjak is klinisch psychologe en supervisor bij de VGCt. Als enige in het Nederlandse taalgebied is zij op dit moment erkend als peer reviewed ACT-trainer. Jacqueline werkt bij PsyQ en heeft daarnaast een eigen opleidingsbedrijf met name gericht op ACT. Samen met Ingrid Postma verzorgt zij trainingen en workshops. In samenwerking met de UvA en haar werkgever doet zij (promotie)onderzoek naar de werkzaamheid van ACT. Ze schreef diverse artikelen in nationale tijdschriften en een internationaal tijdschrift over ACT. Ze werkte mee aan vertalingen van boeken over ACT. Zij is momenteel de voorzitter van de ACBS BeNe. Auteurs Denise H.M. Bodden, universitair docent, afdeling Pedagogiek, Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Utrecht Ernst T. Bohlmeijer, hoogleraar psychologie, vakgroep Psychologie, Gezondheid & Technologie, Universiteit Twente, Enschede Sara Bosman, psycholoog, gedragstherapeut, oprichter ACT Academie, Edegem Irena Burdová, GZ-psycholoog/psychotherapeut (BIG)/expert seksueel grensoverschrijdend gedrag, Trajectum, afdeling Psychotherapie en vaktherapie, Boschoord Elke N.E. Bussels, klinisch (neuro)psycholoog, ACT-therapeut en Auti-coach, Geriatrisch zorgpad/algologisch team, Mariaziekenhuis, Overpelt, België Annika J.T. Cornelissen, klinisch psycholoog/psychotherapeut, Scelta Nijmegen, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek, GGNet, Arnhem Joris Corthouts, afdelingspsycholoog/gedragstherapeut/zorgprogrammaverantwoordelijke psychosezorg, Psychiatrisch Centrum Sint Hiëronymus, Sint Niklaas, België Franics De Groot, psycholoog en adjunct-directeur patiëntenzorg, Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen, Boechout, België Ellen Excelmans, klinisch psycholoog en psychotherapeut, Learn2ACT, Heist op den Berg, België Lucas F.M. Goessens, psychiater/psychotherapeut, GGNet, Nijmegen Teunis van den Hazel, klinisch psycholoog en psychotherapeut, afdeling Ambulante behandeling en Kenniscentrum, Trajectum, Zutphen
XXIV Personalia Peter H.T.G. Heuts, revalidatiearts, Adelante Zorggroep, Valkenburg a/d Geul Victor Huigens, VICTAS, centrum voor verslavingszorg, Bilthoven Marco Kleen, GZ-psycholoog in opleiding tot specialist (GIOS)/cognitief gedragstherapeut, OCRN Kinder- en Jeugdpsychiatrie, Groningen en GGZ Drenthe Margot S. Meulemans, psycholoog i.o. tot psychotherapeut, PsyQ, Zaandam Denise Matthijssen, SPV en systeemtherapeut (NVRG), afdeling Jeugd, Altrecht, Utrecht Francis Pascal-Claes, psycholoog, Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Waas en Dender, Sint Niklaas, België Ingrid Postma, klinisch psycholoog, Specialistisch Centrum Stemming en Angst/Specialistisch Centrum Ziekenhuispsychiatrie, GGZ Noord-Holland Noord, Alkmaar Erik J.F. Roetman, GZ-psycholoog, behandelaar en onderzoeker, ACT-therapeut en -trainer, De Rotonde Expertisecentrum-VG-GGZ en Koninklijke Visio Ando Rokx, klinisch psycholoog/psychotherapeut, programmamanager bij Solutions Verslavingszorg, Voorthuizen Monique G.M. Samsen, psycholoog, eigen praktijk Arnhem en ROC Rijn IJssel, afdeling Studentzaken, Arnhem Karlein M.G. Schreurs, hoogleraar Universiteit Twente, senior GZ-psycholoog, afdeling Psychologie, Gezondheid & Technologie, Universiteit Twente, Enschede Annick Seys, medezaakvoerder ACT Academie, Hasselt, België Jaap A. Spaans, klinisch psycholoog, topklinisch behandel- en kenniscentrum Altrecht Psychosomatiek Eikenboom, Zeist Shiva Thorsell, klinisch psycholoog/behandelverantwoordelijke, Altrecht, Zeist