verslag Intervisie EMK Regio Antwerpen datum 28 mei 2013 lokaal VAC Anna Bijns refertenummers aanwezig Lex Vorsselmans (Ter Loke) Wendy Van Put (Elegast) Goedele Plovie (Jeugdzorg Emmaüs) Louis Janssens (Jeugdzorg Emmaüs) Mark Fonteyn (De Vlinderkens) Annemie Joosen tvv Geert stoop (De Haven) Sieska Baert tvv Jan Bots (Wingerdbloei) Joris Van Den Baere (Werk van Don Bosco Vremde) Veerle Wuyts (De Vlieger) Simonne Daems (De Waaiburg) Ann Laurijssen (OCMW begeleidingstehuis Sint-Isabella) Schaek Arnold (Het Open Poortje) Roel Bevers (Home Boeckenberg) Jo Haest (Cirkant) Dries Welkenhuysen (De Nieuwe Toren) Chris Segers (CWB) Carine Housen (MDT) Leo Van De Wiele (Leidend jeugdrechter JRB Antwerpen) Frank Van den Broeck (Home Boeckenberg) Lut Gevers (De Vesten) verontschuldigd Luc Craeyebeckx (MDT) Johan Praet (Solidariteit Antwerpen) 1. Goedkeuring vorig verslag Aanpassingen/opmerkingen: Pg. 5 er wordt strikter omgegaan met de regioafbakening. De CWB is bezorgd voor het effect hiervan op de wachtlijsten. Pg. 6 Bij overnachting in een hospitaal is er binnen de organisatie tijdelijk een bed vrij, mag dit bed ingevuld worden en telt het lege bed mee voor beslapenheid of bezetting? JW: de registratie dient om de benutting van de modules na te gaan. Verblijf in psychiatrie en hospitalisatie zijn zaken die naast de inhoudelijke component moet gelegd worden. We proberen met het EMK te komen tot een rationeler gebruik van de capaciteit. Er is bezorgdheid rond het tijdelijk invullen van een bed voor crisis. De module verblijf wordt niet afgevinkt bij een hospitalisatie maar het bed telt niet mee voor beslapenheid. Deze bezorgdheid is er ook voor de module contextbegeleiding en wordt door Jongerenwelzijn intern bekeken. 2. Terugkoppeling ander overleg (koepels, vakbonden, ondersteunende begeleiding, jeugdrechters). a) Overleg met de koepels: de financiële tool is ontwikkeld. Op 27/06 wordt een vormingsdag georganiseerd rond enveloppefinanciering, op 21/06 rond veranderingsmanagement (cf. mail koepels). De koepels maakten een gezamenlijk emailadres aan waar men met vragen terecht kan: ondersteuningsproject.emk@gmail.com b) Er zijn veel vragen en bedenkingen bij de vakbondsafgevaardigden rond werkdruk, verandering jobinhoud, meer werken in de context, ziektevervanging. Men vroeg om aanwezig te mogen zijn op de regionale intervisiegroepn. Vanuit Jongerenwelzijn werd een ander voorstel gedaan: aparte intervisiemomenten voor vakbondsafgevaardigden of apart intervisiemoment in elke regio met vakbondsafgevaardigden en de huidige deelnemers aan p1
de intervisie. Dit apart intervisiemoment wordt teruggekoppeld op de regionale intervisiegroep EMK. Tevens was er ook de vraag om vakbondsafgevaardigden aanwezig te laten zijn op de bilaterale overlegmomenten met de individuele organisaties: dit wordt anders geformuleerd in de uitnodiging voor deze bilaterale overlegmomenten m.n. aanwezigheid van een afvaardiging van het personeel. c) Overleg rond ondersteunende begeleiding: overleg met de DOB, ook met koepels besproken. Er werd een nieuw voorstel rondgestuurd en de DOB hebben hierop hun opmerkingen gegeven. Het licht aangepast voorstel wordt dra verstuurd aan de DOB. De registratie dient vanaf het 2 de kwartaal te gebeuren. d) Overleg Jeugdrechters: hier was de voorbije periode heel wat beweging: er zijn twee overlegmomenten geweest waarop alle jeugdrechters werden uitgenodigd. Vanuit de jeugdrechtbank Brugge werd een nota opgemaakt, met een kritische blik op de vertaling van maatregelen naar modules, die als vertrekbasis diende voor het overleg. Op basis van deze tekst en het overleg werd een nieuw voorstel gemaakt dat ondertussen werd verspreid. Jeugdrechters hebben de vrijheid om dit nieuwe voorstel te volgen of niet. Aanvulling Leidend Jeugdrechter Van De Wiele: dit nieuwe voorstel wordt besproken met de Unie van Jeugdmagistraten maar hij verwacht hierrond weinig opmerkingen. Dit voorstel wordt breder verspreid (jeugdparketten, griffies, hoven van beroep, ). Er kan in de toekomst nog reactie komen van de wetgever om het decreet aan te passen. Het meest praktische probleem volgens de leidend jeugdrechter is het gebruik van nieuwe afkortingen die voor de cliënten onduidelijk zijn. Ook de combineerbaarheid van maatregelen lag moeilijk (strookt niet met regelgeving decreet). 3. Opvolging (convenant, regioafbakening, registratie contextbegeleiding, modulair kwartaal). Convenanten: alle convenanten zijn naar de organisaties verstuurd ter ondertekening. Regioafbakening: in de convenanten is er een standaardafbakening opgenomen. Op dit moment heeft JW hier geen sluitend antwoord op. Het is een doelstelling binnen de Statengeneraal Jeugdhulp om tot een afbakening te komen. Mochten er problemen zijn rond haalbaarheid en regioafbakening dan moet dit in bilateraal overleg met de verwijzers besproken worden. De intervisieleden merken op dat de verhoging van werken in de context, hogere verplaatsingskosten met zich meebrengt. In Oost- en West-Vlaanderen gaan de respectievelijke regioverantwoordelijken actie ondernemen om tot een mogelijke correcte regioafbakening te komen. Het CWB heeft een gesprek gepland met vzw Ter Loke om hun regioafbakening te bespreken. Vanuit verschillende organisaties kregen we vragen over de status van de convenant en over de mogelijke consequenties van het niet behalen van de bepalingen, in het bijzonder wat het aantal uur contextbegeleiding betreft. Daarom werd er vanuit Jongerenwelzijn een mail verstuurd ter verduidelijking van deze bepalingen. Het is noodzakelijk procesindicatoren te hebben zodat duidelijk wordt wat realistisch lijkt en wat realistisch is. Deze duiding wordt nog officieel per brief verstuurd. p2
Modulair kwartaal: JW heeft alle kwartalen ontvangen. Deze cijfers worden verwerkt maar het is nog niet mogelijk in deze fase al conclusies te trekken. Er komen vanuit alle regio s opmerkingen over de manier waarop de uren contextbegeleiding moeten geregistreerd worden. Momenteel wordt dit uit alle modules cb gebundeld, de definitie van wat er allemaal onder contextbegeleiding geregistreerd kan worden wordt op de reflectienamiddag (03-06-2013) uiteengezet. Het registreren van de contexturen wordt opgesplitst om de individuele contacten te scheiden van de contextcontacten. Ook andere media (zoals skype, telefonische contacten, chatsessies, ) kunnen geregistreerd worden wanneer de context zeer moeilijk te bereiken is. Deze contacten kunnen enkel geregistreerd worden indien ze gekoppeld zijn aan de doelstellingen. Deze aanpassing gaat in vanaf het derde kwartaal. Deze telefonische contacten gaan veel hoger liggen dan de face to face contacten en zal dan ook een groot verschil geven ten opzichte van de cijfers van het vorige kwartaal. Het registratiesysteem is slechts één van de middelen om te evalueren. Ook in de bilaterale gesprekken zullen bepaalde zaken duidelijk worden en kunnen de cijfers toegelicht worden. Ook zaken zoals wat de organisatie in de toekomst wil bereiken en waar de knelpunten zitten kunnen op dit gesprek aan bod komen. Vzw Cirkant stelt de vraag of het nodig is de rijksregisternummers in te vullen in het modulair kwartaal daar deze niet standaard worden opgevraagd. Dit is zeker niet verplicht noch noodzakelijk maar in de toekomst zal dit zeker zijn nut hebben (Binc). Vanuit het centrale wachtbeheer komt de opmerking dat niet alleen gezinnen maar ook consulenten moeite hebben met de nieuwe terminologie. Vanuit het CWB gebruikt men om die reden consequent de juiste terminologie. Er komen ook opmerkingen vanuit verschillende organisaties inzake kortdurende thuisbegeleiding. In Domino staat dit benoemd als contextbegeleiding met specifieke methodiek. Dit geeft de indruk dat er anders niet met methodieken gewerkt wordt. Zo staat het ook op de aanmeldingsformulieren. Dit waarschijnlijk om een aparte wachtlijst te hebben maar dit schept verwarring in het woordgebruik. JW gaat na waarom dit op die manier werd opgenomen en of deze naam eventueel nog is aan te passen. Vzw Elegast omtrent de duurtijd van modules tov de duurtijd van een beschikking. De beschikking wordt vertaald in modules, bijvoorbeeld verblijf en contextbegeleiding. Een module wordt geëvalueerd na een half jaar, maar loopt niet noodzakelijk af na een half jaar. 4. Thema: (interne) regie op cliëntniveau Afsprakenkader bij wijzigingen in een EMK-traject Vzw Elegast heeft de gewoonte om alles schriftelijk te communiceren. Bij afbouw van residentieel verblijf wordt dit per fax aan de jeugdrechter meegegeven. Er zal nooit van p3
ambulante hulpverlening naar crisisopvang geschakeld worden zonder dit te laten weten via fax. De andere regio s beweren ook dat deze manier van communiceren ingeburgerd is. Jongerenwelzijn wil een buffer inbouwen om zeker te zijn dat beide partijen op de hoogte worden gehouden. Ondanks deze communicatie gebeurt het nog dat jeugdrechters niet altijd op de hoogte zijn van veranderingen in het hulpverleningstraject. Face to face overleg met de driehoek is niet altijd mogelijk bij activering van crisisbegeleiding, time out of ondersteunende begeleiding. De verwijzers worden mondeling op de hoogte gehouden waarna het schriftelijk akkoord, mits enige vertraging, volgt. Volgens Jeugdrechter Van De Wiele wordt er soms nog geschakeld zonder dat de jeugdrechter hiervan op de hoogte was. Zo zal men bij een OOOC nooit na een oriëntatie van 30 dagen naar de jeugdrechtbank stappen of informeren maar wordt de oriëntatie stilzwijgend verlengd (de gewoonte is regel geworden). Om deze redenen roept Jongerenwelzijn op om dit schema te hanteren en Jeugdrechters te allen tijde te informeren over eventuele wijzigingen. De Vlinderkens merken uit gesprekken met ouders en kinderen dat het goed zou zijn om bij de een bandbreedte met de modules contextbegeleiding of dagbegeleiding in groep standaard een module crisis toe te voegen. Dit is enkel mogelijk voor CBJ-dossiers, juridisch is het niet mogelijk om crisis automatisch toe te voegen bij jeugdrechtbankdossiers. Wanneer een minderjarige voor een aantal weken extern in crisisopvang verblijft (hospitalisatie, psychiatrie, ) dan telt het lege bed mee voor de bezetting maar kan dit niet geregistreerd worden. Dit schept mogelijkheden om in de context crisissen op te lossen. Het moet nog blijken of dit haalbaar is voor organisaties en welke werkdruk dit met zich mee brengt. Het is zeker niet de bedoeling van Jongerenwelzijn om dit schema op te leggen. We merken dat zowel in Antwerpen als in de andere regio s dit schema redelijk gevolgd wordt. Dit schema dient enkel ter ondersteuning: welke communicatie wordt verwacht van de verwijzers en welke van de organisaties? Sommige organisaties zijn wel voorstander van een formeel afsprakenkader waarin geëxpliciteerd wordt welke communicatie vanuit welk orgaan moet doorstromen naar andere organen. Andere organisaties vinden het de taak van de consulenten van de sociale dienst jeugdrechtbank om jeugdrechters te informeren. JW: Er moet een minimaal kader aangeboden worden waarin de minimale verwachtingen inzake communicatie bij wijziging van trajecten wordt geëxpliciteerd. Dit kader dient uniform te zijn. Op het schema (zie bijlage) is de kolom mondeling overleg met verwijzende instantie, de kolom driehoeksoverleg en de kolom schriftelijke bevestiging door organisatie aan consulent via e-mail standaard maar naar wie welke communicatie moet gestuurd worden en wanneer wordt nog verder bekeken. Is er een verschil tussen de kolom mondeling overleg met verwijzende instantie en de kolom driehoeksoverleg? Ofwel wordt deze laatste kolom geschrapt uit het schema en bekijken we dit als mondeling overleg, ofwel behouden we deze kolom maar verfijnen we dit tot face to face contacten (bv. wanneer er afgebouwd wordt van 7 naar 3 nachten verblijf zal hiervoor geen consulent rond de tafel gevraagd worden). p4
(Interne) regie op cliëntniveau Zie duiding mail Vzw Elegast Het afdelingshoofd, de contextbegeleider en de supervisor volgen het traject op van het begin tot het einde (idem als bij de vroegere MFC). In de voorziening T Zuid is er wel een breuklijn in het traject omwille van de verwachting dat ze niet binnen afzienbare tijd naar huis kunnen terugkeren. Ook bij overgang naar contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen is er bewust een breuklijn. Bij deze overgang worden de banden losgemaakt met vorige begeleiders en krijgt de minderjarige een nieuwe begeleider toegekend. Hoe de overdracht van informatie hier moet gebeuren is afhankelijk van de breuklijn. Er wordt wel met dezelfde sjablonen inzake verslaggeving gewerkt. Bij overgang naar CBAW blijft de supervisor wel dezelfde. Deze geeft advies rond het dossier en zit mee rond de tafel wanneer het persoonlijk handelen van de jongere aan bod komt. Deze supervisor blijft ook continue bij doorstroom naar T Zuid of CBAW. Elegast heeft teamdagen uitgetekend om dit proces uit te tekenen, afbakenen van taken contextbegeleider en leefgroepbegeleider (was zeker nodig daar onze organisatie zich op verschillende vestigingen bevindt). Het werken met de breuklijn is ook deel van het experiment. Het kan zijn dat de continuïteit wel noodzakelijk is voor een jongere. Misschien laten ze beide systemen bestaan om dan na een gesprek met de jongere de knoop hierover door te hakken. Vzw De Vlinderkens De organisatie heeft 1 leefgroep waar de contextbegeleider zowel de reguliere thuisbegeleiding op zich neemt als de contextbegeleiding. De contextbegeleider is ook interne regisseur en schakelt mee. Ook bij contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen schakelt de contextbegeleider mee. Doordat De Vlinderkens een kleine organisatie is blijft deze manier van werken overzichtelijk. Binnen het team van contextbegeleiders is er geen verschil tussen contextbegeleiders die reguliere thuisbegeleiding doen en contextbegeleiders die meer residentiële contextbegeleiding op zich nemen. Dit is volledig gemixt wat ervoor zorgt dat mensen elkaar beïnvloeden. De begeleiders die sterk waren in methodiekontwikkeling dragen dit over naar jongeren die geplaatst zijn met contextbegeleiding. De vroegere gezinsbegeleidster had 12 dossiers, nu zijn dit er nog 8. Met een ploeg van 4 mensen krijg je meer uitwisseling en kunnen ziektes makkelijk worden opgevangen. De Vlinderkens houden twee aparte teamvergaderingen, één voor verblijf en één voor de leefgroep. Er wordt ook een contextvergadering georganiseerd waarvan 1 ploeg naar de teamvergadering gaat. Vzw Wingerdbloei Alle contextbegeleiders zijn in 1 team samengebracht. Het personeel is positief over de uitwisseling van kennis en manier van werken. Ook hier worden 2 teamvergaderingen geïnstalleerd, het contextbegeleidingsoverleg wordt opgesplitst in 2 vergaderingen met telkens 10 contextbegeleiders. Het betreft 2 gemengde teams met contextbegeleiding regulier als contextbegeleiding gekoppeld aan de module verblijf. De contextbegeleider en de interne regisseur (= supervisor) blijven dezelfde. De IRO superviseert ongeveer 32 dossiers. De contextbegeleider is in de leefgroep gebonden aan de casus waar hij mee werkt maar heeft ook contact in de leefgroep. De leefgroepbegeleider heeft veel aandacht voor de context. De contextbegeleiders die voorheen residentieel werkten moeten een switch maken om nu ook in p5
de groep gesprekken te hebben met de jongere. Het is een soort van individuele begeleiding maar i.f.v. contextbegeleiding. Vzw De Nieuwe Toren De contextbegeleider en begeleider cbaw worden op elkaar afgestemd. Bij Jeugdzorg Emmaüs is het contextbegeleider die extern communiceert met consulent en jeugdrechter. In Home Boeckenberg verzorgt de IRO de contacten met consulenten en jeugdrechter. Bij Sint-Isabella is het de IRC die de contacten onderhoudt met de consulenten en jeugdrechter. Per leefgroep is er een halftijdse contextbegeleider (doet geen leefgroepwerking), de individuele begeleider volgt het dossier mee op bij schakelen. De IRC volgt het traject mee op als coördinator. Tussen de verschillende leefgroepen zal er zelden geschakeld worden. Puur inhoudelijk vanuit het residentieel perspectief met focus op de ouders zou Sint-Isabella meer personele inzet kunnen gebruiken. Voor cbaw blijft dit één van de individuele begeleiders. Sommige jongeren hebben continuïteit in het traject nodig, andere niet. De jongeren zelf hebben hier tot nog toe geen stem in. De begeleiding ervaart deze manier van werken zeker niet als een uitholling van de functie leefgroepbegeleider. Het personeel put voldoening uit de huidige manier van werken. De Waaiburg Werkt op twee verschillende manieren. Er is het centrum waar alle modules worden aangeboden en waar ook het gezin, dat mobiel begeleid wordt, kan aansluiten aan de dagbegeleiding in groep. Daarnaast gelooft De Waaiburg in mensen die alles doen in de eigen residentiële afdeling. Zowel begeleiding in huis als nachten als contextbegeleider. Zo werken ze al jaren en dit geeft voldoening aan de begeleiders maar ook de ouders kunnen zien dat ook de begeleiders moeite hebben met de minderjarige. Vanuit verblijf heeft men enkel contextbegeleiding nodig en dit kan gedurende de periode met dezelfde begeleider maar bij hulpverlening op lange termijn, wordt het dossier zorgzaam doorgegeven. Deze breuk in de continuïteit is voor De Waaiburg geen probleem. De continuïteit kan ook wegvallen door ziekte of afwezigheid van een personeelslid. Er is geen behoefte om een apart contextteam op te richten. Werk van Don Bosco Vremde Werken met een tandemniveau, er wordt besproken wie welk dossier neemt. De individuele begeleider kan ook contextcontacten doen, dit om uitholling van de begeleiding die enkel leefgroepbegeleiding doet, te vermijden. Voor de module verblijf is de doelgroep +12-jarige jongeren. Hier zijn weinig overgangen in het traject waardoor er bewust gekozen werd om dat team apart te houden van de rest. In de toekomst zouden deze teams ook samengebracht worden om interactie en visies uit te wisselen. De leefgroep bevat de module verblijf en contextbegeleiding. 5. Praktische afspraken: bilateraal overleg, intervisie 4 p6
De regionale intervisiegroep van 26 september 2013 wordt geannuleerd. De volgende regionale intervisiegroep vindt plaats op 24 oktober 2013. 6. Varia p7