WAL 2018 week 3: Pebbelen In week 3 van de WAL gaan we pebbelen. Pebbelen is de huis-tuin-en keukenverbastering van het Engelse Pebble Weave, in het Nederlands ook wel Stippeltjesweefsel genoemd. In tegenstelling tot het keperen is er over pebbelen wel heel erg veel te vinden op het internet. Laverne Waddington heeft een heel uitgebreide site over Andean Pebble Weave en heeft inmiddels drie boeken uitgebracht, met daarin de beschrijving van de techniek en vooral in het tweede boek heel veel leuke en inspirerende patronen. Ook Marijke van Epen heeft een aantal werkschriften uitgebracht over Stippeltjesweefsels. Zij beschrijft de techniek voor het kaartweven, maar al haar patronen, zeker die voor twee kleuren, kun je ook gewoon maken op een inkle loom. Kenmerken van een pebbelweefsel Pebble is het engelse woord voor Kiezel. Een pebble weave wordt dan ook gekenmerkt door kiezeltjes of stippeltjes in het basisweefsel; zie de foto hiernaast voor het diagram en een stukje weefsel. In het weefsel heb je twee pebbeltoeren; de toer die begint met een enkel licht stipje (P1) en de toer die begint met een enkel donker stipje (P2). Daartussen liggen de patroontoeren. De afwisseling in het weefsel is altijd P1 - patroontoer - P2 - patroontoer - P1 - patroontoer etc. De patronen teken je door de stippeltjes te verbinden (zie ook later in de beschrijving: het tekenen van eigen patronen) P2 P1 P2 P1 Pebbeltoer 2 (P2) Pebbeltoer 1 (P1) De uitdagingen van deze week Als je vorige week het keperweven hebt meegedaan, dan heb je deze week een eitje. De techniek voor het pebbelen is niet heel anders dan voor het keperen. Daar zit dus niet de uitdaging, dus tijd voor wat andere uitdagende elementen. In de foto hieronder zie je beide uitdagingen. Want ook deze week zijn er gewoon drie banden, maar nummer drie is nog niet af... Uitdaging één is het zelf tekenen. Achter het pebbelen zit een duidelijk ontwerpschema en het leek me leuk om de WAL af te sluiten met de uitdaging om eigen patronen te maken of, zoals proefweefster Annemieke het uitdrukte leuk, dat spelen in de pebbelzigzag!. De pebbeltoeren P1 en P2 kom je telkens weer tegen. Je kunt het weven van deze toeren versnellen door deze toeren in een extra hevelset te zetten. Dat is uitdaging twee. Dit hoeft natuurlijk niet, je kunt deze toeren ook altijd uittellen, maar het is een leuk extraatje. PS: om degenen die het keperweven hebben overgeslagen toch goed mee te kunnen laten doen met het pebbelen, geef ik hieronder ook de hele beschrijving van de techniek. Voor degenen die al wel het keperweven hebben gedaan, zal dit grotendeels een herhaling zijn. WAL week 3 - pagina 1
Hoe werkt pebbelen? Bij het pebbelen werk je in paren van draden; een lichte draad en een naastgelegen donkere draad vormen samen een paar. Met een sate- of tapasprikker selecteer je de draden voor de bovenlaag. Als je de lichte draad oppakt, dan laat je de donkere draad vallen en andersom. Hieronder zie je de eerste 10 kettingdraden van het patroon van de basisruit (toer 3, dit is ook meteen een pebbeltoer) en hoe deze opgenomen worden. 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 toer 5 toer 4 toer 3 toer 2 toer 1 20 kettingdraden 3 2 1 In de tekening stelt het boogje de hevel voor. Een paar wordt dus gevormd door de gehevelde lichte draad en de ongehevelde donkere draad. Uit dit paar kies je telkens welke van de draden je wilt gebruiken. Van rechts naar links: Van paar nummer 1 pak je de lichte (gehevelde) draad op de prikker; de donkere draad sla je dan automatisch over. Van paren nummer 2 en 3 pak je de donkere draden op; de lichte draad van paar nummer 3 moet je bewust overslaan. Van paren nummer 4 en 5 pak je weer de lichte draad op en sla je de donkere draden over, etc. PS: als je linkshandig bent, kun je het patroon natuurlijk ook van links naar rechts lezen. Van links komende sla je, als je een lichte draad hebt gepakt, de eerstvolgende donkere draad over, want die hoort bij het paar. De lichte draad kun je meteen na een donkere draad oppakken. Nu in de praktijk De basis van een pebbelweefsel is opnieuw een streepjesopzet, zoals ook in de eerdere weken. In de praktijk van het bandweven selecteer je de draden uit de lagen door per keer eerst je twee lagen op ijsstokjes te zetten en dan te selecteren. Hoe je dit doet leg ik uit in het onderstaande filmpje en in de foto s. Pebbel weven: https://youtu.be/zffpsb0pjpw WAL week 3 - pagina 2
toer 5 toer 4 toer 3 toer 2 toer 1 20 kettingdraden 321 1. Maak weer een begin van je band 2. Toer 2 (de lichte toer) is als laatste geweven; je moet nu toer 3 gaan door enkel streepjes te weven. weven. De basis daarvoor is de donkere laag. Wissel van laag en steek Zie voor de opzet en het beginnen hieronder een ijsstokje met weven de introductie van de WAL. toer 5 toer 4 toer 3 toer 2 toer 1 20 kettingdraden 321 3. Wissel weer van laag en steek ook 4. Pak eerst de randdraden van het in de lichte laag een ijsstokje onderste ijsstokje op je prikker. 5. Toer 3 begint met een lichte draad, daarna volgen twee donkere draden. 6. Pak de lichte draad van het boven- 7. Pak de volgende twee donkere ste ijsstokje. Deze lichte draad, draden van het onderste ijsstokje. vormt een paar met de donkere draad die rechts ligt. Deze donkere draad schuift mee. 8. De tweede donkere draad vormt een paar met de lichte draad links daarvan. Deze lichte draad moet je nu overslaan. WAL week 3 - pagina 3
9. Pak vervolgens weer twee lichte draden op. 10.Ga zo door totdat je de hele toer op de prikker hebt. Pak de randdraden weer van het onderste stokje. 11.Schuif het bovenste ijsstokje naar boven tot aan je hevels. Verwijder het onderste ijsstokje. 12.Maak een sprong door de prikker omhoog te trekken. Help hierbij met je hand om een grote sprong te maken. 13.Sla in, sla aan en weef deze toer. 13.Daarna herhaal je de stappen, maar nu begin je met de lichte toer boven. De lichte laag krijg je door je bovenste ijsstokje naar beneden te schuiven. Zelf tekenen van patronen Voor het tekenen van patronen gelden voor pebbelweven een aantal regels, waardoor het tekenen van patronen (als je inspiratie hebt) relatief makkelijk is. De pebbeltoeren zijn een gegeven, dus daar moet je je aan houden. Je tekent patronen door de stipjes te verbinden; diagonaal over de patroontoeren heen of verticaal tussen de stipjes in. De vakjes, waarover je lijn loopt, kleur je vervolgens in en zo maak je je patroon. Waar je op moet letten, is dat een kettingdraad bij voorkeur over maximaal drie inslagen loopt. Hieronder staan wat voorbeelden; met de lijntjes laat ik zien hoe je de stipjes verbindt en welke vakjes je dan in de patroontoer in moet kleuren. WAL week 3 - pagina 4
De figuur links en in het midden zijn goede pebbelpatronen. Maar de figuur rechts voldoet niet aan de regels. Bij de twee zijkanten zijn twee dezelfde pebbeltoeren verticaal verbonden, terwijl de ontwerpregel is dat je alleen twee opeenvolgende pebbeltoeren diagonaal mag verbinden. Voor het tekenen van patronen wordt door ervaren wevers ook wel een stippeltjespapier gebruikt, zoals hiernaast afgebeeld. Het principe werkt hetzelfde; je verbindt de stippeltjes volgens de hierboven beschreven regels; de patroontoeren volgen hier vanzelf uit. Lange tijd heb ik het stippeltjespapier gebruikt om te schetsen, waarna ik de schets uitwerkte op het papier met de hokjes. Inmiddels kan ik tijdens het weven het patroon ook direct aflezen van het stippeltjespapier, maar dit vergt oefening. En hiermee komen we bij uitdaging 1 van deze week; voor de derde band krijg je als basis een pebbel-zigzag. De driehoeken die door deze zigzag ontstaan kun je zelf met een patroon gaan invullen. Om op te starten zijn de eerste drie driehoeken al vooringevuld, daarna mag je zelf aan de slag met het patroontekenen. Bijgevoegd bij deze week vind je daarom een werkblad met daarop de zigzag en een aantal lege driehoeken. Het maken van de extra hevels Zoals je kunt zien in de basisstructuur van het pebbelweefsel, zijn de pebbeltoeren P1 en P2 altijd hetzelfde (tenzij in een pebbeltoer twee tussenliggende stipjes verbonden zijn voor het patroon). Je kunt deze pebbeltoeren telkens uittellen, maar om sneller te kunnen weven, kun je zowel P1 als P2 op een extra hevelset zetten. Op de foto hieronder zie je mijn opgespannen inkleloom met de extra hevels. Van dun, stevig garen (vissersgaren of haakkatoen nr 10) heb ik extra hevels geknoopt, die om de pebbeltoeren gedaan en per pebbeltoer op een ijsstokje gezet. Door op de link in het onderschrift te klikken ga je naar het filmpje, waarin ik uitleg hoe je deze hevels maakt, in je band zet en ermee weeft. Hieronder leg ik dit ook kort uit met behulp van foto s. P2 P1 P2 P1 Pebbeltoer 2 (P2) Pebbeltoer 1 (P1) PS: Je schiet met extra hevels alleen iets op als je de pebbeltoeren telkens als pebbeltoer herkend / moet weven. Als je een pebbelband wil maken, waarin je telkens van achtergrondkleur wilt wisselen (zoals bij de ruiten in patroon 1) of als je een patroon hebt waarin veel horizontale lijnen zijn in de pebbeltoeren, gebruik dan geen extra hevels. Het is dan veel sneller om per keer uit te tellen. De pebbelzigzag leent zich uitstekend om extra hevels te gebruiken, de vlinder in patroon 2 ook, maar de bloem iets minder. Weven met extra hevelsets: hevels maken, in de band zetten en het weven zelf: https://youtu.be/oxtsfbtbqbw WAL week 3 - pagina 5
1. Wat je nodig hebt: dun garen 2. Wikkel het garen om het hoesje zo 3. Maak met de viltstift een (duide(vissersgaren, haakkatoen nr 10), vaak als je draden hebt in je twee lijke!) markering op het garen op een hoesje van een cassettebandje pebbeltoeren (voor de WAL dus 56 een van de randen van het hoesje en een stift keer) 4. Wikkel het garen af. Maak bij elke 5. Zet een pebbeltoer op de prikker 6. Haal je draad met hevels helemaal markering een lusje. Door het lusje en vervang daarna de prikker door onderlangs de pebbeltoer, langs moet (gemakkelijk) een ijsstokje iets dikkers (stokje of shuttle, ik de shuttle. passen. Zorg ervoor dat de markkies hier voor mijn shuttle) ering op de top van het lusje zit. Maak zo alle hevels en wikkel de draad met hevels op een wcrolletje. 7. Zet het eerste lusje op het ijsstokje 8. Haal een kettingdraad opzij en trek 9. Zet dit lusje weer op het ijsstokje. je heveldraad omhoog, totdat je Ga zo door totdat je al je kettinghet tweede lusje tegenkomt. draden hebt gehad. WAL week 3 - pagina 6
10. Zorg ervoor dat je hevels niet van het stokje kunnen glijden. Ik klem altijd een ander ijsstokje tegen het eerste stokje aan en zet het vast met elastiekjes. 11. Herhaal stap 5 t/m 9 voor de andere pebbeltoer. 12. En ga weven! Elke keer als je een pebbeltoer moet weven, kun je de toer die je nodig hebt optillen, door het betreffende ijsstokje omhoog te trekken. Wat je verder moet weten Neem altijd de randdraden op van het onderste stokje. Je kunt aan de rand zien of je vanuit de goede laag werkt; de randdraden mogen niet flotteren (= doorlopen over twee inslagen). Probeer een ritme te ontwikkelen; een lichte draad sla je altijd een keer over, als je een donkere draad hebt kun je meteen door (voor linkshandigen die van links tellen is het net andersom: een donkere draad sla je altijd over, met een lichte draad kun je meteen door). Als je bij het weven van een figuur, zoals de bloem of de vlinder van patroon 2, vindt dat je figuur te lang gerekt wordt, probeer dan eens in te slaan met een dunnere inslagdraad dan je kettingdraden, bijv met sterk naaigaren als je haakkatoen nr 10 gebruikt of haakkatoen 10 als je voor de ketting haakkatoen nr 3 hebt gebruikt. De smaak te pakken? Dan hoef je je met pebbelen niet te vervelen. Je kunt verder met de boeken van Laverne Waddington en de werkschriften van Marijke van Epen. Of je kunt zelf aan het tekenen gaan; voor de liefhebbers daarom twee pagina s met leeg patroonpapier. Website Marijke van Epen, werkschriften 1, 3 en 4 Website Laverne Waddington Boeken Laverne Waddington WAL week 3 - pagina 7
Week 3 - patroon 1: de basisruit De blauwe streepjes naast het patroon geven aan welke laag op dat moment boven ligt. Afwerking: lijmen en knippen uitvoering door Annemieke uitvoering door Annuska WAL week 3 - pagina 8
Week 3 - patroon 2: een enkel figuur Afwerking: omwikkelen uitvoering door Annemieke uitvoering door Aukje WAL week 3 - pagina 9
Week 3 - patroon 3: spelen in de pebbelzigzag Bij de rode streep loopt het patroon door in de volgende kolom WAL week 3 - pagina 10
WAL week 3 - pagina 11
WAL week 3 - pagina 12