Jaarsma Wandeling Oostermeer
|
|
|
- Quinten van Loon
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Jaarsma Wandeling Oostermeer (met de verhalen in het Nederlands vertaald) Samengesteld door Marianne van Zuijlen en Theo Meder
2 1 Beginpunt: E.M. Beimastrjitte 18, Jaarsmahûs Het ouderlijk huis van Dam (Adam Aukes) Jaarsma ( ), waar hij tot zijn dood woonde, is rond 1880 als renteniershuis gebouwd. De schuur, waar eerder het boerenbedrijf en de fouragehandel waren, werd later de opslag voor alles wat Dam Jaarsma verzamelde: ansichtkaarten, boeken, textiel, en nog veel meer. Tot 1950 was het adres Oostermeer 26, daarna werd de straat vernoemd naar Elte Martens Beima, de sterrenkundige. CJ Er waren een boer en een vrouw. De vrouw was de baas. De boer zei: Ik wil wel eens weten of er gezinnen zijn, waar de man de baas is. Daar heb ik drie paarden voor over. Toen stuurde hij zijn knecht er op uit met drie paarden: een blauwgrijze, een bruine, een zwarte èn met een mand appels. Daarmee moest de knecht langs de deuren. En hij moest vragen wie de baas was in huis, de man of de vrouw. Als de man de baas was, dan mochten ze een paard hebben, maar als de vrouw de baas was, kregen ze twee appels. Maar waar hij ook kwam, overal was de vrouw de baas. Toen kwam hij op het laatst waar de man zei: Ik ben de baas. Dan krijgt u het paard, zei de knecht. U mag uit drie kiezen. Dan kies ik de grijsblauwe, zei de man. Maar toen kwam de vrouw er bij en die zei: Geen sprake van, geen blauwgrijs paard. Dat is snel smerig. Een zwarte wil ik hebben. Ik hoor het wel, wie hier baas is, zei de knecht en hij gaf ze twee appels. Hij is nog bij verschillende huizen langs geweest, maar hij kwam met drie paarden terug bij de boer. (Geeske Kobus - van der Zee, Nijega, woensdag 26 januari 1966) Dit verhaal staat internationaal bekend als atu Who Can Rule his Wife? Het verhaal waarin gezocht wordt naar een man die de baas is komt al in de Middeleeuwen voor, en duikt over de hele wereld op. Geeske Kobus-van der Zee ( ) was één van de vertellers met een groot repertoire aan volksverhalen. Nadat hij in 1965 voor het Meertens Instituut ging verzamelen ging Dam Jaarsma als eerste haar volksverhalen optekenen. Jaarsma heeft haar 26 keer bezocht, en elke keer herinnerde ze zich weer nieuwe volksverhalen. Han Voskuil, het hoofd van de toenmalige afdeling Volkskunde was onder de indruk van haar repertoire. In 1968 bezocht hij met Jaarsma een aantal uitzonderlijke vertellers, waaronder Geeske Kobus-van der Zee, om hun verhalen op band op te nemen. CJ Er werd eens een praam hooi naar Auke Jaarsma in Oostermeer gebracht. Iedereen was druk bezig. Alleen oude Roel Hountsje (Hondje) deed niets. Je kunt ook wel even meehelpen, Roel, zei Auke, je doet toch niets. Kijk, daar ligt wel een ketting. Roel zat voorin. Hij pakte de ketting en trok. Toen hij een tijdje had getrokken, zei hij: Kunnen jullie het merken? Zeker merken we het zeiden de anderen. (variant van vaarboom tegen de schuit gehouden inplaats van tegen de wal) (Sjouke Kooistra, Eestrum, 20 September 1968) Dit is een verhaal van het type atu 1276, Rowing without going forward. Een mop over nutteloze hulp. E.M. Beimastrjitte 18, Jaarsmahûs Eén van Jaarsma s favoriete vertelsters: Geeske Kobus-Van der Zee ( )
3 CJ s Nachts rijdt in Oostermeer tussen de huizen van Kees van Dekken en de broers Jaarsma een wagen met een wit paard er voor met een enorme vaart door de steeg (mededeling van een tante van zijn vrouw, die in Oostermeer heeft gewoond: Tjitske v/d Meulen) (Hendrik B. de Vries, Oudega, 19 februari 1966) Het zou kunnen gaan om een spookwagen met daarin een spook, iemand die na de dood terugkeert (ook wel aangeduid als revenant of naloop). Op de Zwarteweg zagen mannen s nachts ook een wit paard voor een wagen (CJ005303). In beide verhalen is sprake van onverklaarbare spokerij. Waarom de paarden wit zijn, is onbekend. Er is een sagenmotief waarin iemand van te voren ziet dat een wit paard de wagen met de doodskist trekt. Dat is inderdaad het geval omdat het zwarte paard dat gewoonlijk wordt ingespannen, ziek is.
4 2 Jan E.M. Beimastrjitte 8, café Meerzicht Hepkes Wouda ( ), vellen- en huidenkoopman uit Surhuisterveen, had thuis bij zijn zuster weinig in te brengen, maar liet zich daarbuiten, en vooral op de brug over de Vaart, gelden met zijn enorme verhalen over alles wat hij meemaakte of beweerde meegemaakt te hebben. Zijn honderden verhalen, met als voornaamste thema s jacht, visvangst, zijn fiets en het weer, behoren tot het internationale leugenverhaalrepertoire, en zijn te vergelijken met de avonturen van baron van Münchhausen ( ) die door de Engelse bewerking (1786) van zijn verhalen door Friedrich Raspe internationaal de bekendste leugenbaron is. Hotel-café Meerzicht dateert uit circa 1870, en was door de ligging aan de Lits en vlakbij het Bergumermeer aanlegplaats voor watersporters en schaatsers. CJ Jan Hepkes van Surhuisterveen maakte eens met een vriend een schaatstocht. Hij was toen nog jong en woonde bij zijn moeder. Het was mooi weer. Ze reden over de Surhuisterveenstervaart naar Kootstertille, over het Bergumermeer en reden s avonds richting Oostermeer. In café Meerzicht wilden ze even aanleggen. Maar ze zaten daar zo lekker, dat ze niet aan weggaan dachten. Maar toen ze wat hadden gedronken kregen ze ruzie en al gauw werd het vechten. Het was al laat toen ze lopend op weg gingen naar Surhuisterveen. Jan s moeder was nog op. Ze zei: Waar zijn jullie zo lang geweest? Hebben jullie gevochten? Nee, zei Jan. Nee? Draai je eens om. Je hebt wel gevochten. Het hakmes zit nog in je rug. Met het hakmes in de rug was Jan Hepkes met zijn vriend naar Surhuisterveen gelopen. (Pieter Koopmans, Augustinusga, 23 mei 1967) Café Meerzicht rond 1925
5 3 CJ Brug over de Lits Een tante van me - ook een schippersvrouw had op een avond een zwarte kat aan boord. Ze lagen bij de draaibrug in Oostermeer. De kat liep steeds heen en weer langs het schuifje van de bergruimte van het schip. Toen heeft tante de kat gepakt en tegen de palen van de draaibrug gegooid. De volgende morgen liep een oude vrouw die daar woonde, met haar hand in een doek. (Rommert van der Meer, Oostermeer, juni 1978) Tot in de eerste helft van de twintigste eeuw was het geloof wijd verspreid dat heksen zich ( s nachts) in (zwarte) katten konden veranderen. Heksenkatten hadden altijd kwaad in de zin. De tante verwondt hier de kat. De volgende ochtend blijkt een oude vrouw gewond te zijn, het bewijs dat zij dus s nachts de zwarte heksenkat was geweest. CJ Er was eens een schip met poepen die allemaal zouden gaan helpen bij de hooioogst. Ze komen vanaf het Bergumermeer in het kanaal bij Oostermeer. Toen zagen ze dat de treklijn van het schip over de brug heen ging. Toen dachten ze: daar moet het schip ook over. Dat leek ze niet niet zo n goed idee. Ze werden bang en gingen allemaal terug. (Michiel Kramer, Eestrum, 29 maart 1968) Poep was een scheldnaam voor Duitse seizoenarbeiders (vooral maaiers) en reizende kooplieden die tussen de 17e en eind 19e eeuw jaarlijks naar Friesland kwamen, en die in de z.g. poepeteltsjes als bijzonder dom en onnozel worden afgeschilderd. In werkelijkheid is het taalprobleem tussen de Nederlanders en de Duitsers de kern van de misverstanden. Het woord Poep komt van het Duitse Bube (jongen, kerel): de b werd door de Duitsers uit Westfalen en Oostfriesland als een harde p uitgesproken. Jaarsma publiceerde in o.a. het Friesch Landbouwblad een reeks berijmde verhalen over Poepen. CJ Een stem uit het water Lang geleden vertelde koopman Reeling op de sociëteit in Oostermeer dat hij eens met een groepje mannen op de brug stond te praten. Hij was toen nog heel jong (± 1850). Koopman Reeling vertelde: Toen hoorden we plotseling een luid gejammer uit de richting van de Leijen. Het was net alsof er iemand in doodsgevaar verkeerde. Een jongen die bij ons stond, trok wit weg en zei: Dat is voor mij bedoeld, ik word geroepen. Een paar weken later is hij inderdaad in de Leijen verdronken. Koopman vertelde dit als waar gebeurd en hij noemde de naam van de verdronkene. Meester van Koten van Oostermeer vertelde hetzelfde verhaal, maar die voegde er aan toe dat er werd geroepen: De tijd is verschenen, maar de man is er nog niet. Koopman vertelde dat er niet bij. (Johan Wybenga, Kollum, 8 mei 1967) De sage waarin gejammer in het water is te horen of een stem uit het water zegt dat de tijd is verschenen, maar de man nog niet, is een sage over spokerij. Deze populaire sage lijkt uit te dragen dat aan het noodlot niet valt te ontkomen. De brug rond 1916
6 4 In Waltsje 1, Scheepswerf de 18e eeuw was er veel (vracht)scheepvaart vanuit Oostermeer, waardoor er veel werk was voor de scheepstimmerwerf (helling) op het eind van het Waltsje. B.R. Veltman meldt in zijn geschiedenis van Oostermeer (1924) dat door de opkomst van ijzeren schepen de scheepshelling zijn langste tijd heeft gehad. CJ In mijn jonge jaren heb ik het op de scheepswerf in Oostermeer vaak horen breeuwen. Soms was er ook luid gehamer, dat wees er op, dat er de volgende dag weer druk getimmerd zou worden. Sybrich, de vrouw van de hellingbaas, zei, dat ze het graag aanhoorden, dan zou het druk worden. (Rinse de Vries, Oostermeer, 10 februari 1967) Eén van de drie vormen van spokerij is een voorteken, voorloop van een gebeurtenis. Scheepshelling, Waltsje 1. Tekening Frits Hollema, 1994
7 5 Imke Komerk (Koemarkt), Tovenaar Imke de Jong de Jong werd in 1852 in de omgeving van Jubbega geboren, en overleed na een zwervend leven in 1939 in Amsterdam. Van jongs af aan haalde Imke, die net als zijn vader de bijnaam Modder had, allerlei rare streken uit. Na zijn schooltijd had hij verschillende baantjes, maar nergens hield hij het lang vol. Uiteindelijk verdiende hij, reizend door heel Nederland, de kost als speelman (violist), scharensliep, en met de goochelarij. Over zijn leven doen veel verhalen de ronde; zo zou hij hebben rondgetrokken met een woonwagen, in zijn jonge jaren boerenknecht zijn geweest op de Bouwekleaster bij Drogeham, een boerderij hebben gekocht van het geld dat hij met zijn goochelarij en (tover)kunsten had verdiend. In de 162 verhalen over Imke de Jong die Jaarsma optekende, passeren allerlei streken de revue, zoals het vastzetten, het laten zakken van kleding, of zich bevrijden als hij opgesloten zit. Binnen het vastzetten van personen komt het verhaal over het vastzetten van politieagent Tjeerd van Dekken een groot aantal keren voor. Bij het vastzetten wordt iemands actie als het ware bevroren en kan het slachtoffer geen vin meer verroeren. Vastzetten als hij belachelijk wordt gemaakt of wordt tegengewerkt is de meest favoriete kunst van een tovenaar. Of het vastzetten werkelijk is gebeurd is de vraag, de verhalen over vastzetten kunnen ook de afkeer en het belachelijk maken van gezag weergeven. CJ Tjeerd van Dekken was politieagent in Drogeham. Hij was eens op de markt in Oostermeer. Daar was Imke de Jong ook. Tjeerd bespotte Imke. Maar dan heeft hij de verkeerde te pakken. Imke liet hem staan, sprak hem aan en zei: Nu kan je je gang gaan. Maar Tjeerd kon geen stap doen. Zo heeft hij een hele tijd gestaan. Tenslotte heeft Imke hem weer verlost. (Lammert de Haan, Buitenpost, 13 december 1966) CJ Imke de Jong liet Lou van Douwe Lieuwes in Oostermeer wat drinken. Wat is dit? Melk. Wat is dat? Brandewijn. Wat is dit? Water Wat is dat? Karnemelk Wat is dit? Gad-verdamme-gier. Het was allemaal hetzelfde wat hij liet drinken. (Roel van der Brug, Oostermeer, optekening van vroeger, nl. augustus 1951) In dit verhaal is sprake van zinsbegoocheling, een andere kenmerkende kunst van een tovenaar, door de man te laten denken dat hij steeds iets anders drinkt. Mogelijk is de truc gebaseerd op hypnose.
8 6 E.M. Beimastrjitte 7 Het pand was eerder herberg Het Witte Paard. Rond 1900 woonde er veekoopman Jacob Wiemers Hoeksma, een verwoed bunzingjager, die de bijnaam Japik-Mud had gekregen. Het huis werd dan ook wel De Muddehoale (Het Bunzinghol) genoemd werd. Na een brand rond 1910 kreeg het pand een nieuwe gevel. CJ De ouders van mijn moeder woonden in herberg Het witte paard in Oostermeer op de hoek van de Snakkerburen. De bunzinghoek, zo werd die herberg genoemd, omdat mijn vader, Japik Hoeksma als bijnaam Japik Bunzing had. Op een avond ging het er ruig aan toe in de herberg. Moeder was toen nog een meisje; zij zat bij de tafel. De jongelui werden zo agressief dat het niet mooi meer was. Vloeken en tieren en dreigen. Opeens ging de deur zomaar vanzelf open en kwam er een hele grote dikke roetzwarte hond binnen. Die liep de gelagkamer in en liep een rondje om de tafel heen. Ze waren allemaal ineens doodstil. Toen ging de hond ook weer vanzelf weg. Moeder heeft het vaak verteld. Ze zat er zelf bij. Die hond, dat moet de duivel geweest zijn. (Frietsen Jansma, Drachten, 26 mei 1973) CJ Mijn broer vertelde: Toen twee broers, Atse en Wander Veltman, allebei timmerman in Oostermeer, eens op een avond thuiskwamen, zei de een tegen de ander: Kijk, de herberg staat in brand. Hij zag mensen druk bezig om er nog allerlei spullen uit te halen. Maar het was niet zo. Ze liepen er heen, maar er was helemaal geen brand. Later is de herberg verbrand. Dat is ongeveer 80 jaar geleden; ik was toen nog een kleine jongen. (Jurjen van der Meer, Zwaagwesteinde, 1 september 1979) CJ In Oostermeer woonde vroeger een oude vrouw. Ze heette Frytsen. Ze was met de helm geboren. Om twaalf uur s nachts moest ze opstaan en dan zag ze dingen die een ander niet kon zien. En het kwam later altijd precies zo uit als zij het van te voren had gezien. Zo zag ze eens de herberg Het witte peerd op de hoek van de Snakkerburen in lichterlaaie staan. De week daarop brandde de herberg af. Ze kwam ook eens bij de potten- en pannenwinkel [van aardewerk] van Rikele Pot. Binnen twee dagen gebeurt hier iets ergs, zei ze. De volgende dag brak een plank in de winkel en vielen veel potten en pannen kapot. (Roel van der Brug, Oostermeer, 6 september 1950) Mensen die met de helm, een vlies over het hoofd, zijn geboren hebben een bijzondere gave; ze kunnen in de toekomst kijken. Door de helm te begraven of te verbranden wordt deze gave voorkomen. Bij ouders bestond de angst dat de dokter of de vroedvrouw de helm zou meenemen om te verkopen aan een soldaat die dan kogelvrij was, of een zeeman die dan het weer kon voorspellen. E.M. Beimastrjitte 7 rond 1916
9 7 It Breed Voor heel veel plaatsen doen verschillende verhalen over het ontstaan van de naam de ronde. Deze naamsverklaringen kloppen nooit. De naam Oostermeer, die op oude kaarten staat op de plaats van het huidige Hoogzand, verwijst naar de ligging ten oosten van het Bergumermeer. CJ Ontstaan naam Oostermeer Er was een dief, die had gestolen. Een groep mensen achtervolgt hem. Ze kwamen door een dorp dat nog geen naam had. Wie moeten we pakken? riepen de mensen. De earste mar! werd er teruggeroepen. Toen kreeg het dorp de naam Eastemar [Oostermeer]. Toen kwamen ze in een andere plaats, die ook nog geen naam had. Daar riepen ze: Sy ha him samar! [ Ze hebben hem zo maar! ] Toen kreeg die plaats de naam Sumar [Suameer]. Even later waren ze al weer in een plaats die nog geen naam had. Daar riepen ze tegen de mensen, die aan de kant van de weg stonden: Gryp him! Gryp him! [ Grijp hem! Grijp hem! ] Toen kreeg die plaats de naam Garyp [Garijp]. En toen kwamen ze nog eens in een plaats zonder naam. Daar kregen ze de dief te pakken. Toen riepen ze Burg him! Burg him! [Berg hem! Berg hem!] En daarom kreeg die plaats de naam Burgum [Bergum]. (Willem van der Brug, Drachten, 16 juli 1971) CJ Hoe de namen Eastemar [Oostermeer], Sumar [Suameer] en Akkrum zijn ontstaan: Een paar mannen uit Rottevalle zouden een vaart graven. Ze kwamen op een plek waar ze wilden beginnen. Earst hjir mar bigjinne [ Eerst hier maar beginnen ], zei één van de mannen. Mannen die dat hoorden gaven de plaats de naam Oostermeer. Toen ze een eind verder waren kwamen ze op een plaats waar de ene tegen de ander zei: Sa mar fuortfarre, hè? [ Zo maar doorgaan, niet? ]. Mannen die dat hoorden gaven toen aan die plaats de naam Sumar [Suameer]. Op het laatst waren ze een heel eind verder. Toen keek iemand achterom. De vaart liep krom en hij zei: Ah... krom! Dat werd ook door mannen gehoord en zo kreeg de plaats die er bij ligt de naam Akkrom [Akkrum]. (Willem Land, Harkema, 10 juni 1971) Spotnaam Spotnamen zijn plagerijen van anderen, waarmee de bewoners als dom, gierig, armoedig, onaangepast, crimineel, enz. werden weggezet. Net als veel andere plaatsen heeft Oostermeer de spotnaam Broekophouder toegeëigend als geuzennaam en prominent een beeld in het dorp geplaatst. Sinds 1984 staat de Broekophouder van Aizo Betten op Het Breed, midden in het dorp. Over de betekenis van broekophouder zijn verschillende - onbewezen - verklaringen in omloop, zoals een verwijzing naar de vroegere armoede (het meest waarschijnlijk), verwijzing naar de eigenzinnigheid van de bewoners en een verwijzing naar de zeilterm broek, een loshangende vouw in het grootzeil die ontstond als de schipper het zeil van onderen wat liet ophijsen om te zien hoe hij moest zeilen. In het dorpswapen staat weliswaar een zeilschip, maar dat verwijst naar de belangrijke rol van de scheepvaart in Oostermeer. CJ De Surhuisterveners zijn messentrekkers. De Burumers zijn stieren. De Buitenposters zijn horzels. De Oostermeerders zijn broekophouders. (Freerk Kuipers, Surhuizum, 5 mei 1968) De Broekophouder
10 8 CJ Teije Tol was een vrijmetselaar. Hij sneed houten namen kapot. Degene van wie de naam was, werd in stukken gesneden. (Jurjen van der Leest, Suameerderheide) Teye Tolstrjitte Teye Harmens Tol ( ) was blauwverver en wonderdokter. Hij had zichzelf Latijn, Grieks en Hebreeuws geleerd, beoefende de sterrenkunde, en was in de wijde omtrek bekend als wonder(kruiden)dokter. Van vrijmetselaars werd gezegd dat ze een verbond met de duivel hebben gesloten en hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Om de zeven jaar moet er een vrijmetselaar dood; ze dobbelen er om wie dat zal zijn. Vrijmetselaars hebben nooit gebrek aan geld, want ze hebben een wisseldaalder die nooit opraakt, want altijd weer bij de eigenaar terugkeert.
11 9 Begin E.M. Beimastrjitte 17 19e eeuw had de vader van Elte Martens Beima ( ) in het pand een bakkerij. Beima was op de lagere school al een knappe kop. Na zijn schooltijd kwam bij zijn vader in de bakkerij, maar bleef ook bezig met vooral wis- en sterrenkunde. Eerst de dominee van Oostermeer en later de toenmalige gouverneur van Friesland namen hem onder hun hoede; de laatste bood aan hem op zijn kosten wis- en natuurkunde te laten studeren. In 1824 begon hij zijn studie in Leiden, waar hij in 1842 promoveerde. Hij werd geen hoogleraar, maar conservator mineralogie en geologie van s Rijks Museum van Natuurlijke Historiën (nu Naturalis) in Leiden. CJ Elte Martens Bijma was een jongen die in Oostermeer woonde. Hij is later als sterrenkundige heel beroemd geworden. Op een keer waren landmeters aan het opmeten. De jongen bleef staan om er naar te kijken. Hij zag dat ze het niet goed deden. Toen zei hij: Als jullie dat eens zo en zo probeerden, zou dat niet beter zijn? Toen het niet lukte, deden ze het zoals Beima het bedoelde, en toen lukte het. Toen gingen ze naar de onderwijzer en vroegen wat het voor jongen was. Die jongen is een uitblinker, zei meester, hij weet meer dan ik. (Kees Martens de Vries, Drachten, 18 november 1968)
12 10 Het E.M. Beimastrjitte 31 (en 27, 29), Armhuis Armhuis bestond uit drie kamers, een grote voorkamer, een achterkamer, en een kleine voorkamer. In 1955 werd het gehele pand afgebroken. Veel armenhuizen bestonden uit kamers waar hele gezinnen moesten wonen. CJ Baas Klok (Wiebenga, die klokkenmaker was en in het armenhuis in Oostermeer woonde) vertelde, dat een keer bij het zeilen op het Bergumermeer het bootje tot hun verbazing tegen de wind in ging. Hoe kon dat? Ze keken onder de boot en toen zagen ze het. Het bootje had op een enorm grote vin van een kolossale baars gezeten. Die had het hele bootje tegen de wind in meegenomen. (Johan Wybenga, Kollum, 28 juli 1967) CJ Jan Hepkes was koopman. Hij handelde ook in eieren. Die haalde hij bij de mensen op en nam ze mee naar de stad. Langs het Kolonelsdiep woonden ook mensen waar hij eieren van kocht. Die hadden een kippenfokkerij. Hij ging er met een roeibootje heen. Toen ving hij een dikke snoek. Die spande hij voor het bootje. Als het snoekje geen zin meer had in trekken, nam Jan een ei en gooide dat een eind voor de snoek uit. Dan schoot de snoek daar weer heen en het bootje kwam weer flink vooruit. Zo nu en dan nam hij voor de snoek een ei uit de mand. De snoek kwam in de Surhuisterveenstervaart en bleef daar. Jan voerde hem geregeld. Op een keer gooide Jan een net uit. Dat net maakte hij vast aan het kozijn van een deur. De volgende morgen dacht hij: ik moet eens gaan kijken. Want hij had wat gehoord. Toen hij opstond en keek, lag het hele kozijn er uit. Het was niet kapot en de snoek was weg. Toen hij er naar vroeg, hoorde hij dat het kozijn bij de omloop van de vaart lag. Jan ging er heen en heeft de snoek afgemaakt. (Jakobus Pool, Boelenslaan, 16 januari 1973) CJ Jan Hepkes bracht met een bootje boodschappen naar Rohel, Mûntstille, het Heechhout, enz. Hij ruilde dan vaak bij de boeren eieren voor boodschappen. Met die eieren kwam hij dan terug. Op een keer was hij op de terugreis in de Surhuisterveenstervaart. Toen dacht hij: Wat vaart er steeds naast me? Ik kijk goed, zei hij, en toen was het een grote snoek. Een kanjer! Ik dacht: - Jij kunt me mooi trekken. Jij hebt er het lijf wel voor, baas - Toen deed Jan zijn bretels af, knoopte ze als een tuigje bij elkaar en dat gooide hij handig om de nek van de snoek. Toen had hij de snoek mooi voor het bootje gespannen. Zo nu en dan gooide hij een ei een eindje voor hem uit in de vaart. De snoek schoot er achteraan en vrat het op. Zo kwam Jan Hepkes gemakkelijk in Surhuisterveen. (Pieter Koopmans, Augustinusga, 23 mei 1967) Dit zijn volksverhalen van het type vdk 1960B.11 Schip zeilt op de rug van een grote vis en van het type AT 1960B The Great Fish. Leugenverhalen over grote vissen zullen overal in waterrijke gebieden voorkomen. Bovenstaande ongeloofwaardige staaltjes van visserslatijn zijn maar enkele voorbeelden. Knipprent van Greta Zijl bij een gedicht van Dam Jaarsma over Jan Hepkes Wouda die een snoek voor zijn boot spant
13 11 CJ Mijn moeder kon niet lezen en schrijven. Ze was een schippersdochter, maar ze vertelde ons wel eens een verhaaltje. Ze vertelde: er was eens een arme kleermaker, die niet kon werken omdat hij ziek was. Hij wist zich geen raad; toen kwamen s nachts kabouters en die deden het werk. Dat deden ze zo mooi en zo goed, dat er meer mensen hun kleren bij die E.M. Beimastrjitte 61 kleermaker wilden laten maken. Elke nacht kwamen de kabouters en de volgende ochtend waren de kleren klaar. Maar de vrouw van de kleermaker was nieuwsgierig. Die wilde weten wie het werk deden. Ze strooide s nachts voordat ze naar bed gingen groene erwten over de grond. Toen de kabouters s nachts kwamen, gleden ze alle kanten uit, ze konden niets beginnen. Ze zijn nooit meer bij de kleermaker geweest. (Tamme Hansma, Oostermeer, 26 september 1977) Verteller Tamme Hansma woonde vanaf 1953 in de E.M. Beimastrjitte 61. CJ Kabouters, zeiden ze, woonden in de grond. s Nachts deden ze het werk voor de mensen. Wij plachten wel te zeggen, als het werk s avonds niet was afgemaakt: Leg het werk maar weg en laat de kabouters het maar afmaken. (Bareld van der Sluis, Oostermeer, 8 januari 1970) CJ Aardmannetjes woonden in een holle boom. Als men het werk niet af kreeg, dan zei men: Nu hoop ik dat de aardmannetjes mij helpen. (Willemke Zeilstra - Kuipers, Oostermeer, 1 september 1969) Dit zijn verhalen van het type sinsag 0063 Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld). Kabouters zijn in de volksverbeelding kleine aardwezens die in heel Nederland voorkomen, onder verschillende namen. Waar de kabouters precies vandaan komen, is moeilijk te zeggen, maar onder hun alternatieve naam alvermannekes lijken ze familie te zijn van de oudere elfen of alven. Veel kabouters in Nederland zouden in heuvels en bergjes gewoond hebben, maar er hebben ook huiskabouters bestaan. In boeken voor kinderen en de boeken van Rien Poortvliet zijn kabouters heel vriendelijke wezens. In de traditionele volksverhalen zijn kabouters ambivalente wezens, die het ene moment vriendelijk en behulpzaam zijn, maar als ze geplaagd worden of als mensen nieuwsgierig zijn hoe ze eruit zien, wraak nemen.
14 12 Kleine Hornstweg (of: Boerderij De Hornst, Zwarteweg) Het navolgende verhaal gaat over duivelbanner en wonderdokter Hinse Jehannes (Heinze Johannes) de Boer ( ) van het Zwartveen (Nijtap, bij Opeinde). De bijnaam Hinse Beest kreeg hij als genezer van vee. Hij was één van de talrijke Friese duivelbanners en wonderdokters, zoals Pieter Poes (Pieter de Roos, ) uit Suameer, Grote Wopke (Wopke de Vries, ) uit Kuikhorne, en Joost Wiersma ( ) uit Eestrum. Duivelbanners, die vooral vóór 1900 werkzaam zijn, kunnen onttoveren en mensen gaan naar hen toe om genezing van aan betovering toegeschreven ziektes. In de 19e eeuw leveren dominees en artsen scherpe kritiek op hun genezingen, en stellen dat hun magische kennis niet meer is dan handigheid. Dokter Greidanus beschrijft in De dagen van Olim (1904) hoe hij van duivelbanner Sierd Kuiper (Sierd Schaafsma) hoort dat hij een geheim hokje had waar hij kon horen wat de wachtende mensen aan de knechten vertelden over hun klachten. CJ0287A01 De meid van de Kleine Hornst in Oostermeer moest naar het Zwartveen, naar Hinse Johannes de Boer, om een drankje voor een zieke koe te halen. Het was winter en ze ging over het ijs, dat was de kortste weg. Toen Hinse Johannes haar het drankje gaf, zei ze: Ziezo, nu ga ik maar weer over het ijs. Niet over het ijs met het drankje, zei Hinse Johannes, want dan val je en dan is de fles kapot. Maar ze deed het toch. Halverwege valt ze. Het flesje met de drank kapot. Toen ging ze terug en kreeg een nieuw drankje van hem. Denk er om, zei Hinse, niet weer over het ijs. Toen ging ze over land, en zo schuin de vaart over. Maar toen kroop ze over het ijs. Toen viel het drankje en opnieuw was het flesje kapot. En weer moest ze terug naar Hinse. Met het derde flesje met drank kwam ze goed op de Kleine Hornst aan. Ze was niet weer op het ijs geweest. (Roel van der Brug, vroege optekening uit 1951) CJ Bij weduwe Zwart in Oostermeer gebeurde het een keer dat het vee betoverd raakte. Ze gingen naar Wopke van Kuikhorne. Die zei: Jullie hebben een kapot ruitje in de koestal; laat dat eerst maken, en dan praten we verder. Ik kan wel zeggen wie jullie vee heeft betoverd, maar dat houd ik liever voor me. (Rinse de Vries, Oostermeer, vroege optekening op 10 februari 1967) CJ Albert van Minnen uit Oostermeer heeft me eens verteld: Mijn vader had een zieke koe. Wij woonden op de Heidbuurt in Oostermeer. Vader ging naar Kuikhorne, naar Wopke, met een schelling op zak. Zo, ben je er al? vroeg Wopke. Ik zal je gauw vertellen hoe het komt dat de koe ziek is. Boven de achterdeur is een ruitje kapot. Daar kan van alles doorkomen. Zet er nieuw glas in, dan zakt het wel weer af. Wat moet u hebben? zei vader. Wat ik hebben moet? Je hebt toch maar een schelling op zak. Geef me die maar. Het ruitje werd er ingezet en de koe werd beter. (Johan Wybenga, Kollum, vroege optekening 2 januari 1967) Grote Wopke (Wopke de Vries, ) uit Kuikhorne CJ Vader heette Klaas Talma. Hij woonde aan het Wildpad, dicht bij het spoor. Hij was nog een jongetje. Eens ging hij naar een oude vrouw om melk. Er was een jongetje bij hem, dat was zijn vriendje. Het oude mensje gaf hem een appel, maar ze zei dat hij de appel niet met het andere jongetje mocht delen, hij moest de appel alleen opeten.
15 Toen werd vader ziek. Eerst ging hij nog wel melk halen bij het oude mensje, maar als hij bij het paadje was, dan was het net alsof ze hem vastpakten, dat gevoel had hij. Toen is grootvader naar Wopke gegaan, die woonde in Kuikhorne. Wopke gaf hem een drankje mee, daar moest hij erg op passen, zei Wopke. Want er werd op het drankje geloerd. Onderweg kwam er een grote hond aan, die ging naast grootvader lopen en duwde hem steeds naar het water. Met moeite kwam grootvader thuis. Maar het flesje met het drankje was heel. Toen hebben ze het kussen opengemaakt, waar vader op sliep. Ze hadden een naaister. Er zaten kransen in dat kussen. Die waren van veren, maar er zaten allerlei lapjes en draden van garen en vezels in die de naaister had gebruikt. Die kransen hebben ze verbrand. Wie heeft het kind betoverd? had grootvader aan Wopke gevraagd. Toen had Wopke gezegd: U moet hier maar rekening mee houden, de hond die het dichtste bij is, bijt het meest. Vader kreeg van de drank die Wopke had meegegeven. Toen was hij gaan braken en toen heeft hij een ding overgegeven, dat leefde, dat leek op een slang. Kort daarna komt het oude mensje waar ze altijd melk van kregen, bij de deur. Die vroeg: Hoe is het met het jongetje? Maar ze hebben haar weggejaagd. Vader was gelijk beter. (Freerkje van Sloten - Talma, Kollum, 25 april 1974) Het gaat hier om verhalen van het type tm 3101 Heks maakt kind (mens) ziek en tm 4302 Volksgeneeskunde. Tegen betovering of beheksing konden reguliere artsen in de beleving van de mensen toch geen hulp bieden, maar in duivelbanners had men wel het geloof dat zij effectieve adviezen en geneesmiddelen konden geven. De jongen is onvoorzichtig geweest om de appel die hij van de oude vrouw heeft gekregen op te eten. De ziekmaker, hier de oude vrouw in de gedaante van een grote hond, doet pogingen om het drankje dat bij de duivelbanner is gehaald, niet bij de zieke te krijgen. De kransen, van veren, lapjes en garen, in het kussen van de jongen zijn een onderdeel van de beheksing. Door de veren te verbranden en het uitbraken van een soort slang na het innemen van het drankje wordt het kind beter. De vrouw die vraagt hoe het met de jongen gaat, zal hem ziek gemaakt hebben.
16 13 Parsingel CJ Op het Hoogzand in Oostermeer, aan het einde van de Parsingel [Perensingel] stond een boerderij. Daar diende een meid. Die kwam van Harkema. De meid zag voortdurend bij een braamstruik een klein naakt kindje, dat in de grond verdween. Uiteindelijk werd de meid er zo bang van, dat ze niet langer bij die mensen wilde blijven en ze ging terug naar haar ouders in Harkema. Maar toen kwam de boer naar haar toe en zei: Och och, kom weer, want de vrouw kan niet zonder je. Ze heeft bloed opgegeven en we zitten in een moeilijke situatie. Ze wilde eerst niet, maar toen zei haar moeder tegen haar: Zeg het Onze Vader maar op, dan krijg je er geen last meer van. Dat heeft ze toen gedaan. Toen is ze met de boer meegegaan en ze heeft het kindje later nooit meer gezien. (Anders Bijma, Boelenslaan, 25 mei 1966) Het verschijnen van het kind kan de naloop zijn van een gestorven kind dat om de één of andere reden geen rust kan vinden. Het opzeggen van het Onze Vader laat niet alleen spokerij verdwijnen, maar kan ook ander onheil bezweren, zoals afschrikken van de duivel. Anders Bijma (Boelenslaan ) bleek één van de levende Friese vertellers te zijn, die de traditionele sprookjes en anekdotes nog kon vertellen. Dam Jaarsma ontdekte hem, daarna kwamen ook andere verzamelaars als Van der Molen en Poortinga bij hem langs voor verhalen. Het idee dat volksverhalen vooral gedijen en bewaard blijven in geïsoleerde gebieden ging voor Bijma niet op, want als mollenvanger trok hij s winters door Nederland en Duitsland. CJ Op de Parsingel [Perensingel] in Oostermeer hing vroeger een witte gedaante over het hek. Sommige mensen waren er heel bang voor. (Maar er werd wel beweerd dat het één van de jonkers Van Sminia was geweest, die dat deed om mensen bang te maken.) (Durk Veltman, Bergum, 12 december 1967) Verhalen waarin witte (spook)gedaanten voorkomen die niet te duiden zijn, komen veel voor. Het toeschrijven aan een jonker Van Sminia is bijzonder, want de familie Van Sminia verkocht al in 1785 de state Driezicht waar men s zomers verbleef. Anders Bijma
17 14 Bij Grutte Hoarnstwei Nieuw Stedma, nr. 16, bij kruising met Seadwei. Nieuw Stedma is een rentenierswoning met schuurgedeelte uit Rijksmonument, o.a. vanwege de vele Art Nouveau elementen in exterieur en interieur. CJ Tante Trien was een zuster van mijn vader. Ze woonde in Eestrum. Ze vertelde dat ze eens op een avond van Oostermeer naar Eestrum liep. Op het Hoogzand, tussen Koop de Jong en Nieuw Stedma kwam er een hele grote zwarte hond bij haar. Hij sprong bij haar op en legde de poten op haar schouders. En de hond zei: Ken je me? Ik ken je helemaal niet. (Piter Zandstra, Oostermeer, 16 augustus 1973) De angst voor spookdieren, en m.n. voor zwarte spookhonden, speelt in veel volksverhalen een rol. Men dacht dat het demonische of duivelse dieren waren. CJ Als er een tweeling wordt geboren, en is het een jongen en een meisje, dan is de jongen een weerwolf. Die krijgt geen kinderen. (Pietje Schaafsma-Wagenaar, Oostermeer (Witveen), 12 januari 1973) CJ Varkenshandelaar Nicolai uit Twijzel was een weerwolf. Hij was één van zeven zonen. Ook één van de zeven zonen van Lammert Roek was een weerwolf. Hij was getrouwd. Zijn vrouw Antje had eens bezoek. Hij kwam thuis. Hij zei: Heb je ook wat, Antje? Toen gooide Antje een kinderjurkje naar hem. Het bezoek zei: Wat moet hij daar mee? Hij is de zevende, zei Antje, hij is een weerwolf. Hij krijgt dan aanvallen en dan moet hij wat verscheuren, anders valt hij mensen aan. Toen hij weer binnenkwam hingen de draden van het kinderjurkje uit zijn mond. (Bontje Dalman - Douma, Buitenpost, 15 oktober 1966) CJ Een jongen en een meisje waren uit rijden. Onderweg legt de jongen de zweep neer en laat het paard stoppen. Het meisje zei tegen de jongen: Wat ga je doen? Geef me de zakdoek, zei hij. Ze gaf hem een rode zakdoek. Daar ging hij mee weg. Toen hij een poosje weg was geweest, kwam hij terug. Hij had rode draden van de zakdoek tussen zijn tanden zitten. Wat heb je gedaan? zei ze. Hij bekende dat hij een weerwolf was. Hij moest zo nu en dan wat verscheuren. Daarom had hij om een zakdoek gevraagd, anders had hij haar moeten verscheuren. Toen heeft het meisje de verkering uitgemaakt. (Hendrikje Veenstra - van der Meer, Harkema, 5 juni 1968) Naast bovenstaande varianten bestaat een versie waarin de jongen onderweg tegen zijn meisje zegt dat zij verder kan gaan, omdat hij iets anders moet doen. Hij waarschuwt haar dat als zij een verschijning tegenkomt, zij haar muts (zakdoek, etc.) naar de verschijning (hond, etc.) moet gooien. Later ontdekt ze dat de jongen draden tussen zijn tanden heeft, en wordt hij ontmaskerd als weerwolf.
18 De weerwolf ontleend zijn macht aan zijn riem, en als die is verbrand, houdt de man op weerwolf te zijn. Het verschijnsel weerwolf wordt wel geduid als kinderschrik, en als metafoor voor honger, maar ook als een man met een seksuele afwijking. Bontje Dalman ( ) is vooral een belangrijke informante geweest voor liederen, vanwege haar uitgebreide en bijzondere repertoire, maar ze kende ook verhalen, onder andere over spoken en tovenaars.
19 15 CJ Hoogzand, Pastorie, Torenlaan 1 Dominee Prins van Oostermeer was eens met een ouderling op stap. Dominee had het niet gemakkelijk. Ze liepen door een weiland met beesten. Er stond een wrijfpaal. Daar nam dominee Prins zijn hoed af. Waarom doet u dat? vroeg de ouderling. Dat is een volle broer van me, antwoordde dominee Prins. (Romke Hoeksma, Drogeham, 21 juni 1973) Dominee Prins stond van in Oostermeer. Hij werd beschouwd als een slinger-orthodox, iemand waarvan men eigenlijk niet precies wist waar hij stond. Met orthodoxen praatte hij als een orthodox, met een vrijzinnige pratend leek hij vrijzinnige opvattingen te hebben. Opmerkelijk is dat Ds Prins in 1920 de leiding had van het feestcomité ter ere van het 50-jarig huwelijksfeest van wonderdokter Joost Wiersma. Na het genezen van iemand die al was opgegeven, zou hij verklaard hebben dat Wiersma wonderen kon verrichten. Dit verhaal hoort tot het type vdk 1818* De dominee en de wrijfpaal: Dag collega. Waling Dykstra (Uit Frieslands volksleven, II, 306) memoreert het bestaan van het volgende spreekwoord: Dominees zijn wrijfpalen waar het christelijk volk de huid aan rost. Jurjen van der Kooi (62) meent dat het verhaal is voortgekomen uit het spreekwoord, en niet andersom, wat gebruikelijker is. Het spreekwoord heeft Van der Kooi ook alleen in Friesland gevonden.
20 16 Hoogzand, Torenlaan 3 CJ Oude Hinse (Hinse Johannes de Boer van het Zwartveen) werd eens bij een boer in Kooten gehaald, want zij konden het kalf niet uit de koe krijgen. Hinse werd door de boer in een rijtuig gehaald. Het lukte hem met de koe. Het was een mooi kalf. Toen bracht de boer Hinse weer naar huis. Onderweg in Oostermeer bij de boerderij, waar nu het huis van Tjitse Jansma staat, - naast de hervormde pastorie - zei Hinse: Hier staat ook een koe, die wil kalven, maar het gaat allemaal goed. Op de terugreis dacht de Kootster boer: Nu wil ik wel eens weten of dat zo is. Hij ging bij de Hoogzandster boer langs en vroeg. En warempel, het was zo, er was net een kalf geboren. (Ruurd van der Meer, Oostermeer, december 1965) CJ Hinse Jehannes de Boer wonderdokter Hinse Johannes de Boer woonde op het Zwartveen. Hij was wonderdokter en kon heel veel met vee. Men hoefde alleen maar wat haar tussen de hoorns van een koe mee te nemen, dan wist hij wel hoe het met het beest ging. Alle van der Ploeg uit Oostermeer had hem bij het vee gehaald en hem weer teruggebracht. Toen ze bij het huis waren, waar nu Tjitse Jansma woont, zei hij: Hier kalft een koe. Het is een licht koekalf en er is niemand bij. Het bleek dat het allemaal was gebeurd zoals hij zei. (Roel van der Brug, Oostermeer, augustus 1951) Tjitze Jansma woonde in 1951 op Torenlaan 3. Verteller Ruurd van der Meer
21 17 CJ Hoogzand, Toren, Torenlaan 11 In Oostermeer bij de oude toren spookte een dikke, zwarte hond. Er waren mensen die hem hadden gezien. In de zestiger jaren van de vorige eeuw woonde er in Schuilenburg een man die een olieslagerij had. De man had verkering met een weduwe in Oostermeer. Maar hij durfde s nachts niet op pad te gaan. Want bij de oude toren waar hij langs moest, spookte het. Daarom vroeg hij zijn buurman of die hem wilde brengen en halen. De buurman was niet bang, hij gaf niets om spoken. De man ging dus mee. Hij had zo n klein tweetenig vorkje, waarmee nat vlas uit de praam op de kant werd gezet, meegenomen. Toen hij op een keer over het bruggetje van het pad van het kerkhof wilde gaan, stond er een hond. Jij bent een grote, zei de man, ik zou niet graag ruzie met je krijgen. De hond was roetzwart. Hij liep met hem op en bleef dichtbij hem tot de dikke bomen. Daar begint de Parsingel [Perensingel]. Toen was hij opeens weg, alsof hij wegzonk in de grond. (opm. Jaarsma: Zo n grote, zwarte hond spookte ook op de Parsingel zelf, heeft een oude man me eens verteld.) (Sjoerd Koster, Kollumerzwaag, vroege optekening, september 1955) Een zwarte hond s nachts wordt vaak geïnterpreteerd als een spookhond, een demonische hond of een hellehond. CJ Dicht bij de oude toren in Oostermeer woonde vroeger een slager. Hij heette Tjipke. Op een avond moest hij bij een boer slachten. Toen dat was gebeurd werd de fles op tafel gezet. Dat was gebruik. En daarna zou Tjipke weer naar huis. Toen vroeg iemand hem: Als de oude heer je straks tegemoet komt, zou je dan schrikken? Daar geef ik niet om, zei Tjipke. Maar de oude heer kwam hem tegemoet. Tjipke zag het duidelijk. Hij zette het op een lopen, zo hard als hij kon. Hij smeet de deur bijna uit de scharnieren en de karnton viel van de schraag. Hij durfde de deur niet eens achter zich dicht te doen. Hij was zo geschrokken dat hij nooit meer drank heeft aangeraakt, wordt er gezegd. De oude heer, dat was een meneer Poutsma, die op het slot in Oostermeer heeft gewoond. Nadat hij was gestorven spookte hij rond op het Hoogzand en maakte mensen aan het schrikken. (Sjoerd Koster, Kollumerzwaag, vroege optekening, september 1955) Meneer Poutsma zal ritmeester Johannes van Poutsma ( ) zijn, die in 1719 trouwde met een Van Haersma, en daarmee in het bezit kwam van het Blauwhuis, dat hij liet verbouwen tot het buitenhuis Haersma state. Naloop van iemand na de dood is doorgaans een uitvloeisel van een onrechtmatigheid, die nog moet worden rechtgezet. Zo kan bijvoorbeeld een belofte aan de gestorvene nog niet zijn vervuld. De motieven hierboven doen ook denken aan spotten met de duivel dat wordt gestraft.
22 18 CJ0287A09 Op het Hoogzand in het huis achter dat van Tjitske Jansma woonde een boer met drie zusters. Dat waren Trien, Tet en Jits. Als er iemand begraven werd, haalden de vrouwen alles van het pottenrek en maakten de sleutelgaten dicht met brood. (Roel van der Brug, Oostermeer, vroege optekening: 1951) Hoogzand, Kerkhof, Torenlaan 11 In het algemeen worden sleutelgaten dichtgestopt als afweer tegen het binnenkomen van nachtmerries, heksen en geesten van overledenen die men niet in huis wil hebben. Het brood was mogelijk roggebrood, want rogge geldt als heilig en als een sterke afweer tegen het kwaad. CJ Het verhaal van een meisje dat op het kerkhof van Oostermeer met een stok door de rok heen stak gebeurde bij het graf van ene Sipke, en die heeft op de boerderij van Buning aan de Boerestreek gewoond. (Simon Wybenga, Kollum, zomer 1967) CJ Jongelui sloten met een meisje een weddenschap. Die moest s nachts naar het kerkhof om een stok in het graf van een bepaald iemand te steken, dan kreeg ze een bepaald bedrag. Ze ging er s nachts heen. Maar vroeger droegen vrouwen lange rokken. Toen ze de stok in de grond stak, stak ze de stok door haar rok heen in het gras. Ze is van schrik gestorven. Ze heeft vast gedacht dat ze werd beetgehouden. De volgende ochtend lag ze dood op het kerkhof. (Willem Algra, Molenend, 9 maart 1973) CJ Er was eens een meid, die bij een boer diende. Er woonde ook een zoon in huis. Op een avond gaat ze met de zoon kijken of de ramen en deuren goed zijn gesloten. Ze heeft een kaars in de hand. Dan komt er een windvlaag waardoor de kaars uit gaat. De meid gilt, maar de jongen lacht haar uit. De meid heeft verkering gehad met iemand die was gestorven, die lag op het kerkhof. Wat ben je een bangerd, zei de jongen. Ik ben niet bang, zei ze, ik durf wel rond te lopen in het donker. Wedden om een gulden van niet? zei de jongen. Aangenomen, zei ze. Zet dan deze bezemsteel in het graf van je vroegere vrijer, zei hij. Toen ging ze met de bezemsteel op weg. Het waaide vrij hard. Toen ze op het kerkhof bij het graf van haar vroegere verloofde stond zou ze de steel in de grond steken en dan weer snel weggaan, maar ze werd vastgehouden. Ze schrok zo vreselijk dat ze bewusteloos op de grond viel. Toen ze niet terugkwam, gingen de boer en zijn zoon naar het kerkhof. Daar vonden ze haar. Ze was nog steeds bewusteloos. Ze had de steel door het schort heen in de grond gestoken. Daarom kon ze niet wegkomen. De boer en zijn zoon brachten haar naar huis. Maar sindsdien was ze gek. (Hendrik Pitstra, Harkema, 18 oktober 1969) CJ Op het Hoogzand op de boerderij waar Zwarte Hoeke heeft gewoond, woonde een knecht die kiespijn had. Ze waren daar die dag op de dorsvloer aan het dorsen. Twee jonkers van Sminia waren er ook bij. De knecht klaagde over kiespijn
23 en toen zei één van de arbeiders: dan moet je naar het kerkhof gaan, naar het knekelhuis en daar een bot pakken en ermee tegen je wang wrijven. Ik ga er meteen heen, zei de knecht. Maar de beide jonkers hadden het gehoord. Het was donker. Ze gingen gauw de schuur uit en gingen naar het kerkhof. Ze zorgden er voor dat ze in het knekelhuis waren voordat de knecht er was. Ze stelden zich verdekt op. Daar kwam de knecht al aan. Hij wilde een botje pakken, maar toen zei de ene jonker met een akelige grafstem: Niet van mijn botten, hoor. De knecht bestierf het bijna van schrik en maakte dat hij weg kwam. (Durk Veltman, Bergum, 6 augustus 1978) Een kerkhof in het donker is dè plaats waar mensen bang zijn. Gedaantes worden in het donker en uit angst aangezien voor spoken, maar blijken achteraf een dier of iets anders, te zijn. Het verhaal van het meisje dat zichzelf vastzet komt onder de titel De moedige dienstmeid van Oostermeer voor in Dykstra s Uit Frieslands Volksleven (1896, deel 2)
24 19 Hoogzand, Torenlaan 16, tussen boerderij Mame Ozinga en Hervormde Kerk CJ Mijn schoonmoeder vertelde dat ze op een avond op het Hoogzand in Oostermeer liep. Tussen de hervormde kerk en de boerderij van Mame Ozinga heeft een boerderij gestaan met het hek naar de straatkant. De boerderij stond wat naar achteren. Op het hek zaten de Harms-Antsje-vrouwen, alle drie met witte mutsen. Toen waren ze allang dood. Die vrouwen spookten er. (Hâns H. Hooijenga, Suameer, 20 september 1979) Spoken in de vorm van terugkerende doden (naloop) komen in volksverhalen veel voor. Boerderij Mame Ozinga rond 1920
25 20 Hoogzand, Torenlaan 17, Hooghof Het Hooghof werd bewoond door de eige naar van de naastgelegen kwekerij nr. 19A, en was vanaf de dertiger jaren jarenlang dokterswoning. Aan het Hooghof is de liefdesgeschiedenis tussen de rijke boerenzoon Rypke Tjerks Atsma en het dienstmeisje Rigtje Douma verbonden. Het zwangere meisje verdronk zichzelf in 1883, mogelijk nadat de boerenzoon haar - misschien gedwongen - in de steek had gelaten, maar mogelijk ook doordat zij door de kerk als zondaar werd beschouwd. De bemoeienis van de kerk leidde tot een hevige discussie over goed en kwaad in het Weekblad voor het Kanton Bergum. CJ Het gebeurde vaker dan één keer dat ik s avonds laat via Oostermeer naar Schuilenburg liep en dan timmeren hoorde op de plaats waar nu de dokter woont, op het Hoogzand. Kort daarna werd daar het Hooghof van Rypke Atsma gebouwd. Dat timmeren is voorloop geweest. (Tsjerk van der Veen, Suameer, 26 april 1967) Het zien en horen van verschijnselen die naderhand gebeuren is een veelvoorkomend thema. CJ Oude Duifke, hier uit Harkema, was onze buurvrouw. Ze kon waarzeggen [uit koffiedik]. Op een keer was ik bij haar. Ik had een kopje koffie opgedronken, toen keek ze in het koffiedik. Ik moest bevallen, maar dat wist ik toen zelf nog niet. Duifke zei: Maak je maar niet al te blij, ik zeg niet wat het wordt. Toen kreeg ik in de gaten waar ze op doelde. Ik zei: Nu wil ik het weten. Toen zei ze het. Het zou een jongen worden. Dat is ook uitgekomen. (Later paste ik wel op dat ik het kopje nooit helemaal leegdronk, dan kon ze niets zien.) De vrouw van Rypke Atsma uit Oostermeer ging, toen ze nog jong was, naar haar toe toen ze nog boerenmeid was. Ze wilde graag weten of ze Rypke zou krijgen. Ze wilde hem graag hebben. Je krijgt hem, zei Duifke. Dat zag ze in het koffiedik. En het is zo uitgekomen. Ze is met hem getrouwd. (Elisabeth de Haan - Mozes, Harkema, 23 augustus 1967) Waling Dykstra stelt in Uit Friesland s volksleven (deel 2, 1896) dat waarzeggen een duivelskunst is, en vooral het werk van vrouwen is. Handkijksters kwamen toen niet meer voor in Friesland, wel kaartlegsters en kopjekijksters. In een aantal verhalen spreken de kaartlegsters en kopjekijksters een formule uit. Het meisje uit het verhaal had ook in een zwarte spiegel kunnen kijken om te weten te komen met wie ze zou trouwen. Vroeger stonden op kermissen tenten met zwarte spiegels die bezoekers in de toekomst lieten zien. Het Hooghof rond 1930
26 21 CJ Schuilenburgerweg/Hoogzand Er waren eens mensen die laat in de nacht op pad waren. Ze waren niet alleen uitgelaten, maar vloekten ook erg. Ze kwamen in de buurt van Oostermeer tussen hoge bomen en struikgewas. Bij een hek werd één van de jongens die zo woest en ruw bezig waren geweest, zomaar bij de anderen weggepakt, zodat ze verbluft waren. Eén die wat moediger was dan de anderen, gingen dichter naar het hek toe. Er ligt ergens een zwarte plek bij de weg, zei hij. Hij trok de stoute schoenen aan en ging over het hek naar de plek. Toen zag hij de jongen verkoold liggen. (Het gebeurde tussen Schuilenburg en het Hoogzand). (Jan Jager [bijnaam: Jan Putter], Noordbergum, 1 juli 1966) Spotters met de duivel of met God worden door de duivel gestraft door ze in een sloot (over een hek) te smijten, met veel geweld opzij te zetten of zelfs te worden gedood. Daarna beteren sommige spotters hun leven.
27 22 Op Schuilenburgerweg / Sawn hûskes, bij kruising met Pieter Johannesweg de hoek van de Schuilenburgerweg en de Pieter Johannesweg stonden in de 19e en begin 20e eeuw zeven kleine huizen. Deze buurtschap heet daarom de Sânhûskes, de Zeven Huisjes. CJ In Oostermeer, dichtbij de Zeven Huisjes, werd iemand uit Kooten, die er s avonds langsfietste, van de ene kant naar de andere kant van de weg gesmeten. Maar het vreemde was dat er niemand te zien was geweest. (Sjoerd Koster, Kollumerzwaag, september 1955) Helmdragers kunnen wel zien dat er iets, bijvoorbeeld een lijkstoet, aankomt. Zij waarschuwen dan anderen om opzij te gaan. Vaak negeren mensen die waarschuwing en worden dan opzijgezet. Auke de Jong, zoon van Jaarsma s zuster, heeft een rationele verklaring voor opzijzetten. Als jongen kwam hij eens in het donker thuis en liep tegen iets aan, waarna hij naar achteren werd gesmeten. De volgende dag bleek dat hij tegen een paard was gebotst, dat vanuit stand naar achteren had getrapt en hem had geraakt. CJ Bij de Zeven Huisjes onder Oostermeer stond een huis waarvan de deuren niet dicht bleven. (dit werd meegedeeld door haar oom Piter Ophuis, die in Oostermeer woonde en arbeider was op een boerderij dichtbij de Zeven Huisjes). (Aaltje Schievink - Westra, Harkema, 10 februari 1966) Deuren en hekken die niet dicht willen blijven zijn spokerij. Een verteller meent dat in een bepaald huis de deuren niet dicht blijven omdat de bewoner zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Een andere verteller geeft aan dat als er roggestro om het slot wordt gedaan, het hek dicht zal blijven. Rogge werd beschouwd als een sterke vorm van afweer.
28 23 CJ Een man was op het Buitenland in Oostermeer aan het mollenvangen. Toen zag hij wat. Het leken precies hooimijten. Dichterbij leek het op een wit paard. Het bewoog. Hij had een goede hond bij zich, die begon te spookhuilen. Het verschijnsel kwam over de weg heen. De man maakte zich toen haastig uit de voeten. (Roel van der Brug, Oostermeer, vroege optekening: 6 september 1950) Bûtlânsreed Honden spookhuilen als er in nabije toekomst iemand zal overlijden. Vroeger was It Bûtlan in smalle strook land tussen de Bergumermeer en de hoger gelegen gronden. Deze strook liep van het Kolonelsdiep (Prinses Margrietkanaal) langs de Bergumermeer tot aan de Lits.
29 24 CJ Er liep vroeger eens s avonds laat een man over de paden in Oostermeer. Hij liep van de buurt naar het Hoogzand. Toen hij bij het Liuweland was zag hij daar een man staan. Midden tussen een koppel schapen. Hij vertrouwde het niet en zei luid: Wat moet je daar. Schapen stelen? En er kwamen nog een paar sterke woorden achteraan. Achterweg / Li(e)uweland Maar toen kwam de man gloeiend op hem af. Toen werd hij zo bang, dat hij over de sloot sprong en het op een lopen zette, het land af. Midden in een roggeveld bleef hij hijgend staan. De gloeiende man was hem gevolgd, maar bij het roggeveld kon hij niet verder. Hij zweefde nog even over het roggeveld, maar zakte toen gloeiend af over het Bergumermeer. Toen de man in het roggeveld dat zag, vloog hij als een gek naar het huisje (waar nu Aalzen Hansma woont, aan de Achterweg) en duwde met zo n vaart de deur open dat die uit de hengsels schoot. Het roggeveld had hem gered. (Sjoerd Koster, Kollumerzwaag, vroege optekening: september 1955) Een dergelijke brandende geest wordt doorgaans aangeduid als de vuurman. Vaak is de vuurman tijdens zijn leven een illegale grenssteenverzetter geweest, met de bedoeling zijn eigen perceel te vergoten. Dergelijk gedrag werd na de dood bestraft. Dat zijn geest brandt, duidt erop dat hij in de hel (of het vagevuur) zit. Vaak zeult de vlammende geest een grenssteen mee, die hij kwijt moet maar niet kan... Zoals we hiervoor ook al zagen, gold rogge als heilig en als een probaat afweer tegen het kwaad. Het werd daarom vaak ook onder drempels gelegd. De naam Lieuweland komt van Lieuwe Douwe Hoekstra, die begin 19e eeuw eigenaar was van dit stuk land. Het voetpad over het Lieuweland en de Burgerkamp vormde met een gedeelte van de Achterweg de kortste verbinding tussen Schuilenburg en De Wal (de buurt) van Oostermeer.
30 25 CJ In de winter van 1890 op 91 vergaderde de ijsclub van Oostermeer. Daar werd verteld dat er al enige mensen waren verdronken. De knecht van bakker Bouwes, Auke Westra, die secretaris was van de ijsclub, vond dat vreselijk. Niets, zei hij, leek hem Fietspad naar Bergumermeer, uitkijkpunt Bergumer Meer afgrijselijker dan verdrinken. De volgende morgen raakte hij met zijn verloofde in een wak in het Bergumermeer. Hij heeft zijn meisje zolang boven water gehouden tot er hulp kwam opdagen. Toen hebben ze haar er uit getrokken. Maar hijzelf zonk weg en is jammerlijk verdronken. Mijn moeder (de vrouw van meester Wijbenga) die de begrafenis leidde, zei dat ze nog nooit een mooiere dode had gezien. Hij zag er uit alsof hij nog leefde, en ik was haast bang, zei ze, dat we een schijndode naar het kerkhof brachten. (opmerking van A.A.J.: Er is me wel eens verteld, dat hij s avonds voor zijn dood, toen hij hoorde van een verdrinking, krijtwit moet zijn geworden en gezegd moet hebben: O, o, als dat mij maar niet overkomt! ) (Johan Wybenga, Kollum, 8 mei 1967) Dat schijndode personen begraven werden en in het graf weer uit hun verstarring ontwaakten kwam vroeger, toen het zo veel moeilijker was dan nu om precies vast te stellen of iemand dood was, zo regelmatig voor dat de angst hiervoor soms bijna epidemisch kon worden. Vooral in de tijd van de Verlichting was men er zo sterk mee bezig, dat allerlei methoden werden bedacht om het begraven van een schijndode te voorkomen. Dat varieerde van de steek door het hart van de waarschijnlijk dode tot ingenieuze constructies in het graf, waardoor de dode bij een eventueel ontwaken alarm kon slaan. Deze angsten kwamen in vele verhalen naar voren. Moeder is Janke Simons Douma, vrouw van meester Dedde Wijbenga, die van 1871 tot 1913 bovenmeester van de openbare lagere school was.
31 26 Snakkerburen CJ Hanne Foekes was palingvisser. Hij woonde in Oostermeer op een woonark. Op de Leijen is hij vermoord. Meestal lag zijn woonscheepje in de Snakkerburen. Als hij wilde eten, zette hij twee borden op tafel. Het ene bord eten was voor Janmaat, zei hij. De duivel heeft hem op de Leijen de nek omgedraaid. (Klaes Douwes, Harkema, datum onbekend) CJ Hanne Foekes was een goede visser. Hij woonde in Oostermeer. Maar hij had de duivel als maat. Hij zette altijd koffie voor twee personen, voor hemzelf en voor Jan. Jan dat was de duivel. Die schonk hij ook een kopje in. De duivel heeft hem op de Leijen, bij de Tryntsjemoaispôlle, de nek omgedraaid. (Froukje Paulusma-van der Wal, Suameer, 17 januari 1966) De duivel heeft allerlei taboenamen, zodat men zijn echte naam (Satan) niet hoeft te noemen: Janmaat, Hans Pik, Joost, enz. Mensen die een pact met de duivel sluiten, verkopen hun ziel. Tijdens hun leven worden ze dan door de duivel bijgestaan, maar na hun dood moeten ze eeuwig branden in de hel. In de volkse verhalen over doctor Faust laat de duivel zich zelfs vernederen tot allerlei karweitjes, maar zodra de tijd van de mens erop zit, neemt de duivel wraak. Faust werd bijvoorbeeld hardhandig door een traliehek getrokken door de duivel. Hier wordt het slachtoffer de nek omgedraaid. In Oostermeer is een veldnaam Jan Koartslân, afgeleid van de taboenaam Jan Kort. Snakkerburen rond 1943
32 27 Eindpunt: E.M. Beimastrjitte 18, Jaarsmahûs In de ruim 80 verhalen die Jaarsma verzamelde over Japik Ingberts is hij de slimme en handige meesterdief die de grote boer en het gezag weet te misleiden. Zijn populariteit is in de 19e en 20e eeuw steeds groter geworden, doordat verhalen over hem in lectuur voor volwassenen en kinderen werd opgenomen. Nienke van Hichtum publiceerde in Fôr hûs en hiem van 1888 een aantal sterke staaltjes van Japik Ingberts, die haar vader haar als kind had verteld. Waling Dykstra heeft in zijn Uit Friesland s Volksleven (1895, deel 1) ook aandacht besteed aan de verhalen over Japik Ingberts. In haar klassieker Afke s Tiental (1903) laat Nienke van Hichtum vader Marten verhalen over Japik Ingberts aan de kinderen vertellen. Over het leven van Japik Ingberts is vrijwel niets bekend. Dykstra geeft aan dat iedere verteller zijn eigen omgeving daarvoor aanwijst. Japik Ingberts CJ Japik Ingberts is in Drachten geboren (dat is niet waar, hij is in Oostermeer geboren A.A.J.). Hij was een doortrapte dief. Hij ging er eens met een maat op uit om een schaap te stelen en te slachten. Toen dat was gebeurd namen ze elk een geslacht schaap op de rug. Na een poosje zei Japik Ingberts tegen zijn maat: Denk er om, er komt iemand aan! Zijn maat smeet het vlees op de grond en rende zo hard als hij kon weg. En Japik Ingberts deed dat ook. Ze renden elk een kant uit. Maar even later keerde hij weer om. Er was niemand aangekomen. Hij nam de beide geslachte schapen op de rug en liep naar huis. Nu had hij ze beide. Daar was het hem juist om begonnen. (Tamme H. Hooijenga, 2 augustus 1979) CJ Japik Ingberts was op een avond bij boerenmensen op bezoek. De boer had zijn horloge naast het rookkanaal van de schoorsteen hangen. Japik Ingberts keek er steeds naar. Dat kreeg de boer in de gaten. Toen Japik Ingberts wegging dacht de boer bij zichzelf: Ik ga maar niet naar bed. Hij deed het licht uit, en ging op een stoel zitten met een touw waarin hij een strop had gemaakt, in de hand. Om twaalf uur hoorde de boer wel dat iemand een ladder tegen het huis zette. Even later ging iemand de ladder op en ging een ruit kapot. De boer zag dat iemand een hand door het kapotte raam stak om het horloge te pakken. Maar hij was er op bedacht. Hij deed de strop om de arm van de dief, waardoor die vastzat. Japik Ingberts smeekte dat hij het niet weer zou doen en nog veel, waarop de boer hem liet gaan. Maar deze keer was iemand Japik Ingberts de baas. Dit moet in Twijzel zijn gebeurd. (Germ de Vries, Oostermeer, 23 september 1972) Sterke Hearke Hearke Tjerks Witteveen (Drogeham ), de Hercules van Drogeham, maar vooral bekend als Sterke Hearke, is in de verhalen een uitzonderlijk sterke, maar goedmoedige man. In de verhalen gaat het om de kracht die hij toont bij het boerenwerk, in dienst, als politieagent en als hij oud is. Zijn dochter Rixt heeft dezelfde enorme kracht als haar vader. Huis van Sterke Hearke tussen Harkema en Drogeham, 1962 (inmiddels afgebroken) CJ Sterke Hearke was aan het ploegen op de Dunen in Harkema. Iemand loopt over het pad langs hem. Waar gaat u heen? vroeg Hearke.
33 Ik ga naar sterke Hearke, zei de man. Hearke zei: Even geduld. Hij spande de hengst uit, hij pakte de ploeg van achteren vast en telde hem met één hand op. Met die ploeg wees hij naar zijn huis. Hij zei: Kijk, daar woont hij. En toen sloeg hij met de vuist op zijn borst en zei: En hier staat hij. (Errit de Jong, Oostermeer (Witveen), 22 november 1966) Errit de Jong, boer op het Witveen, was getrouwd met Geertje Jaarsma, zuster van Dam Jaarsma. Het verhaal dat Errit de Jong vertelt, deed trouwens ook de ronde over Grote Pier van Kimswerd. Het zijn verhalen van de types sinsag 1226 Dort wohnt er und hier ist er. Pflug aufgehoben, um die Richtung anzudeuten, en tm 2801 Sterke man (vrouw). CJ0007B13 Vader was eens bij de boer aan het dorsen. Toen kwam er een al behoorlijk oud mannetje langs. Vader vroeg hem: Wie bent u? Ik ben Hearke, zei hij. Vroeger noemden ze me wel Sterke Hearke, maar het is wat minder geworden, moet u maar denken. Vader dacht: Dat lijkt mij ook, oude. Hearke ging op een groot stuk ijzer zitten, dat niemand kon versjouwen. Dat zit koud zo, zei hij. En hij pakte het stuk ijzer op en keerde het om. Dat is zwaar, zei hij doodgewoon. Toen legde hij zijn pet er op en ging weer zitten. Vader begreep toen wel dat hij met een sterke man had te maken. (Geeske Kobus - van der Zee, Nijega, circa 1965)
34 Verantwoording illustraties 1. Dam Jaarsmahûs: Collectie Jaarsma. Dam Jaarsma: Collectie Jaarsma. Geeske Kobus - van der Zee: 4. Café Meerzicht: fotokaart, Collectie Jaarsma. 5. Brug over de Lits: fotokaart, Collectie Jaarsma. 7. Scheepshelling, Waltsje 1: in F.J. Harterink, Village d Oostermeer en Snakkerburen (1994), p Herberg Het Witte Paard: in F.J. Harterink, Village d Oostermeer en Snakkerburen (1994), p. 65, zonder bronvermelding. 12. Beeld De Broekophouder: - mediaviewer/ Bestand:Eastermar_De_Broekophalder_Aizo_Betten.jpg (De Gouwenaar, Jan Lafeber, Gouda). 16. Verschenen in de Leeuwarder Courant, 14 januari 1967, bij Jaarsma s gedicht Fan Hepkes op t wetter. 19. Wopke de Vries: in Klaas R. Henstra, Duivelbanners en wonderdokters in de Wouden (2007), p. 98, zonder bronvermelding. 20. Heksenkrans uit de verzameling van M.A. van Andel ( ), arts te Gorinchem, Collectie Meertens Instituut, Amsterdam. 21. Anders Bijma: Han de Vries, in opdracht van de Leeuwarder Courant, Nieuw Stedma: - mediaviewer/ Bestand:Grote_Hornstweg_16_It_Heechsan.jpg (De Gouwenaar, Jan Lafeber, Gouda). 25. Pastorie: - mediaviewer/ Bestand:Torenlaan_1_It_Heechsan.jpg (De Gouwenaar, Jan Lafeber, Gouda). 26. Verteller Ruurd van der Meer: Collectie Jaarsma. 27. Toren: - mediaviewer/bestand:church_ tower_heechsân.jpg, (Drewes). 29. Kerkhof met toren: (Hans R. van der Woude). 31. Boerderij Mame Ozinga: Collectie Fryske Akademy. 32. Hooghof: fotokaart, Collectie Jaarsma. 36. Landschap rond Oostermeer: - mediaviewer/bestand:coulisselandschap_oostermeer.jpg (De Gouwenaar, Jan Lafeber, Gouda). 39. Snakkerburen: fotokaart. 41. Huis Sterke Hearke: in Út it gea fan Sterke Hearke: in kar út it fersprate wurk fan Dam Jaarsma (1987), p. 108, zonder bronvermelding.
De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters.
Over dit boek De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters. Dit boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over een man die vlucht naar Europa.
Kastelen in Nederland
Kastelen in Nederland J In ons land staan veel kastelen. Meer dan honderd. De meeste van die kastelen staan in het water. Bijvoorbeeld midden in een meer of een heel grote vijver. Als er geen water was,
Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.
De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.
1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.
De tijd die ik nooit meer
De tijd die ik nooit meer vergeet Jan Smit uit eigen pen deel 3 De Stiep Educatief De tijd die ik nooit meer vergeet De schrijver die blij is dat hij iets kan lezen en schrijven, vertelt over zijn jeugd.
IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ
Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr
Mijn mond zat vol aarde
Mijn mond zat vol aarde Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,
Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven.
Water Egypte In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven. Ik ga naar een restaurant in Nederland. Daar bestel ik een glas water. De ober vraagt
Verloren grond. Murat Isik. in makkelijke taal
Verloren grond Murat Isik in makkelijke taal Moeilijke woorden zijn onderstreept en worden uitgelegd in de woordenlijst op pagina 84. Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen Mijn geboorte Mijn verhaal
Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig
De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.
Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock
Ruth 1. Ruth en Noömi
Ruth 1 Ruth en Noömi Elimelech en zijn familie 1 Toen de rechters het land bestuurden, was er eens hongersnood in Juda. Daarom besloot een man uit Betlehem naar het land Moab te gaan. Zijn vrouw en zijn
Verhaal: Jozef en Maria
Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele
Jezus kreeg de straf voor onze zonden, wij ontvangen vergeving en vrede. Jesaja 53:4-6 en 1 Petrus 2:24
Jezus kreeg de straf voor onze zonden, wij ontvangen vergeving en vrede. Jesaja 53:4-6 en 1 Petrus 2:24 Als je iets verkeerd doet, verdien je straf. Ja toch? Dat is eerlijk. Er is niemand die nooit iets
Voorwoord. Daarna ging ik praten met Chitra, een Tamilvrouw uit Sri Lanka. Zij zette zich in voor de Tamilstrijd.
Voorwoord In dit boek staan interviews van nieuwkomers over hun leven in Nederland. Ik geef al twintig jaar les aan nieuwkomers. Al deze mensen hebben prachtige verhalen te vertellen. Dus wie moest ik
Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak.
Tik-tak - Lees het gedicht tik-tak voor. Doe dit in het strakke ritme van een langzaam tikkende klok: Tik - tak - tik - tak Ik tik - de tijd - op mijn - gemak. Enzovoort. - Laat de kinderen vrij op het
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen
We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.
Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.
Bijbellezing: Johannes 4 vers Zit je in de put? Praat es met Jezus!
Bijbellezing: Johannes 4 vers 7-27 Zit je in de put? Praat es met Jezus! Wij hadden vroeger een waterput Vroeger is meer dan 55 jaar geleden Naast ons huis aan de Kerkstraat in Harkema Ik weet nog hij
Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker
Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke
Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente,
Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, We zijn er doorheen gegaan, Veertig dagen en nachten, Tijd van voorbereiding...
De magische deur van KASTEEL013
De magische deur van KASTEEL013 Auteurs: Thomas, Liana, Elyas, Brit en Tijn van BS Cleijn Hasselt, begeleiding: Saskia Dellevoet Op een regenachtige dag verveelde ik me. Ik appte Lisa. Zullen we naar de
Kinderfolder ALS JE EEN GELEIDEHOND TEGENKOMT
Kinderfolder ALS JE EEN GELEIDEHOND TEGENKOMT ROOS Roos (27) is zeer slechtziend. Ze heeft een geleidehond, Noah, een leuke, zwarte labrador. Roos legt uit hoe je het beste met geleidehond en zijn baas
Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua
Spreekbeurt Dag Oglaya Doua Ik werd wakker voordat m n wekker afging. Het was de dag van mijn spreekbeurt. Met m n ogen wijd open lag ik in bed, mezelf afvragend waarom ik in hemelsnaam bananen als onderwerp
De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.
In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt
De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks
De kerker met de vijf sloten Crista Hendriks Schrijver: Crista Hendriks Coverontwerp: Pluis Tekst & Ontwerp ISBN: 9789402126112 Crista Hendriks 2014-2 - Voor Oscar... zonder jou zou dit verhaal er nooit
Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon
Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn
EEN PRINS WORDT EEN HERDER
Bijbel voor Kinderen presenteert EEN PRINS WORDT EEN HERDER Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: M. Maillot en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Erna van Barneveld
Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.
Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een
Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons
Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Dankdag voor gewas en arbeid Liturgie Voorzang LB 448,1.3.4 Stil gebed Votum Groet Zingen: Gez 146,1.2 Gebed Lezen: Johannes 6,1-15 Zingen: Ps
de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.
Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.
Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden
Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden
We spelen in het huis van mijn mama deze keer,
Jip en Janneke. Ik ben Jip. Ik ben Janneke en we wonen naast elkaar. Hij heet Jip, zij heet Janneke. en we spelen soms bij hem en soms bij haar. We spelen in het huis van mijn mama deze keer, we kunnen
Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te
Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen
3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.
1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.
2
2 Het kerstverhaal Kijk ook op: www.ploegsma.nl www.viviandenhollander.nl www.miesvanhout.nl ISBN 978 90 216 7085 0 / NUR 227 Tekst: Vivian den Hollander 2012 Illustraties: Mies van Hout 2012 Vormgeving:
Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678 <Katelyne>
Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678 Inleiding Timo is een ander mens geworden door zijn grote vriend Tommy. Toch was het niet altijd zo geweest, Timo had Tommy gekregen voor
KINDEREN VAN HET LICHT
KINDEREN VAN HET LICHT Verteller: Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten,
Op reis naar Bethlehem
Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen
Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje
Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Aangepaste dienst Liturgie Voor de dienst speelt de band drie liederen Opwekking 11 Er is een Heer Opwekking 277 Machtig God, sterke Rots
Het was één groot feest!
Het was één groot feest! Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,
Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen
Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen Openingstekst: (Door een ouder en kind) A. Zeg zou jij het licht aandoen? Je moet opschieten, want het is bijna tijd. Dadelijk
De vorm van het verhaal
Over dit boek Het verhaal van Reinaart de vos is een van de oudste verhalen in het Nederlands. Het is geschreven in de 13 de eeuw door Willem. Wie die Willem precies was, weten we niet. Willem heeft het
't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org frankieweyns@hotmail.
't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne 24-10-08 jaargang 3 nr. 7 http://zevensprong.org [email protected] Het aapje en de sleutels Er was eens een man en die had de sleutels
De steen die verhalen vertelt.
De steen die verhalen vertelt. Heel lang geleden kenden de mensen geen verhalen, er waren geen verhalenvertellers. Het leven zonder verhalen was heel moeilijk, vooral gedurende de lange winteravonden,
O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.
Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan
tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al
Hoofdstuk 1 Echt? Saartjes mond viel open van verbazing. Maar dat is supergoed nieuws! Ze sloeg haar armen om haar vriendin heen. Waaah, helemaal te gek. We gaan naar Frankrijk. Zon, zee, strand, leuke
Maria, de moeder van Jezus
Maria, de moeder van Jezus Kerstoverdenking Rotary 2014 1. Maria in de kerkgeschiedenis 2. Maria in de Bijbel 3. Boodschap 1. Wees gegroet Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer is met u. Gij zijt
Edward van de Vendel Toen kwam Sam. Met tekeningen van Philip Hopman
Edward van de Vendel Toen kwam Sam Met tekeningen van Philip Hopman Amsterdam Antwerpen Em. Querido s Uitgeverij bv 2011 1 De hond was er zomaar. Hij stond aan het begin van de oprit, met zijn voorpoten
Simone Foekens. met illustraties van Melanie Broekhoven SpecialBooX, Zuid-Beijerland. Kinderbijbel
Kinderbijbel 2017 SpecialBooX, Zuid-Beijerland www.specialboox.nl Kinderbijbel Tekst: Simone Foekens Illustraties: Melanie Broekhoven Ontwerp en vormgeving: SpecialBooX Simone Foekens met illustraties
Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande
Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Eerste druk 2015 R.R. Koning Foto/Afbeelding cover: Antoinette Martens Illustaties door: Antoinette Martens ISBN: 978-94-022-2192-3 Productie
Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.
Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard
Inhoud Slaapkamer 6 Opwarming 8 Een jaar later 10 Genoeg 12 Terrorist 14 Geheim 16 Olie 20 R.O.A. 23 Betty 26 Vertrouwen 29 Feiten 32 G.O.F. 35 Protest 38 Warm 42 Reuzenmachine 44 Een bewaker! 47 Terrorist?
H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM
H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 V E R B E E L D D O O R T E D V A N L I E S H O U T LEOPOLD / AMSTERDAM KAATJE KOE 1 Ik ben het zat! Wat doe ik hier!
Niet in slaap vallen hoor!
Niet in slaap vallen hoor! Marcus 13: 33-37: Dierenversie Geïllustreerd door: 30 november 2014 Maria Koninginkerk Baarn 2 De oude leeuw heeft vakantieplannen. Dat vertelde hij vanmorgen aan alle dieren:
Een gelukkige huisvrouw
Een gelukkige huisvrouw Voordat ik zwanger was, was ik een gelukkige huisvrouw, ik had alles wat ik wilde. En daarvoor hoefde ik geen dag te werken. Want werken, dat deed mijn man Harry al. Harry zat in
www.queridokinderboeken.nl
www.queridokinderboeken.nl Copyright 2013 Joke van Leeuwen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke
Canonvensters Michiel de Ruyter
ARGUS CLOU GESCHIEDENIS LESSUGGESTIE GROEP 8 Canonvensters Michiel de Ruyter Michiel Adriaanszoon de Ruyter werd op 23 maart 1607 geboren in Vlissingen. Zijn ouders waren niet rijk. Michiel was een stout
NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.
Vos en Waar is Haas het ijs? NAAM Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever. Wat een raar beest! lacht Uil.
Bijbel voor Kinderen. presenteert DE VERLOREN ZOON
Bijbel voor Kinderen presenteert DE VERLOREN ZOON Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Lazarus Aangepast door: Ruth Klassen en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul Geproduceerd door: Bible
H E T V E R L O R E N G E L D
H E T V E R L O R E N G E L D Personen Evangelieschrijver Vrouw (ze heet Marie) Haar buurvrouwen en vriendinnen; o Willemien o Janny o Sjaan o Sophie (Als het stuk begint, zit de evangelieschrijver op
De bruiloft van Simson
De bruiloft van Simson Weet je nog waar de vertelling de vorige keer over ging? Over Simson, de nazireeër. Wat is een nazireeër? Een nazireeër is een bijzondere knecht van God. Een nazireeër mag zijn haar
Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 7 Delen maakt blij. H. Theobaldusparochie, Overloon
Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 7 Delen maakt blij Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 7 blz. 1 Als je niet wilt delen krijg je ruzie.
Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest
Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!
Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg
Pasen met peuters en kleuters Beertje Jojo is weg Thema Maria is verdrietig, haar beste Vriend is er niet meer. Wat is Maria blij als ze Jezus weer ziet. Hij is opgestaan uit de dood! Wat heb je nodig?
Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.
Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het
Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn
Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn Oom Remus bron. Z.n., z.p. ca. 1950 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/remu001twee01_01/colofon.php 2010 dbnl / erven J.C. Harries 2 [Het
Bijbellezing: Johannes 14 vers 1 tot 12. Tom, Tom is altijd goed Kom, kom nou zeg, is dat zo?
Bijbellezing: Johannes 14 vers 1 tot 12 Tom, Tom is altijd goed Kom, kom nou zeg, is dat zo? Heb een Tom, Tom gekocht Bij de ANWB winkel in Drachten Nou ja ik heb hem eigenlijk gekregen Voor mijn verjaardag
TONEELSTUK Marama en de krokodillenrivier.
TONEELSTUK Marama en de krokodillenrivier. AKTE I Scène 1 In een Afrikaans dorpje staan wat hutjes en zijn de mensen bezig met alledaagse dingen: er wordt water gehaald, eten gemaakt, kinderen spelen buiten...
Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps
Een land waar mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Lilian (48) vraagt haar zoontje om even een handje te komen geven. Dat doet hij en dan gaat hij weer lekker verder spelen. Wij nemen plaats aan
"Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5"
"Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5" Voor het eerst alleen Ik werd wakker in een kamer. Een witte kamer. Ik wist niet waar ik was, het was in ieder geval niet de Isolatieruimte. Ik keek om me
GODS GEZIN. Studielessen voor 4-7 jarigen
GODS GEZIN Studielessen voor 4-7 jarigen 2003 Geschreven door Beryl Voorhoeve en Judith Maarsen Oorspronkelijk bedoeld voor studie in kleine groepen in de Levend Evangelie Gemeente Gebruikte Bijbelvertaling
Help, mijn papa en mama gaan scheiden!
Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken
Dit is een download bij het artikel Omdat je het kunt uit JOP COACH magazine, nr
Honger! (voor jonge kinderen) Drie kinderen lopen naar school. Opeens zien ze een heel rare man in oude kleren. Hij vraagt om een beetje geld voor eten. Natuurlijk schrikken de kinderen en denken ze aan
Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser
Kom erbij Kom erbij, want ik wil je iets vertellen, het is heel bijzonder, dus luister allemaal. Ik ken honderdduizend prachtige verhalen, maar dit is echt het mooiste van allemaal. Het gaat over twee
rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005
rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005 Provided by Fanart Central. http://www.fanart-central.net/stories/user/fightgirl91/21803/rijm Chapter 1 - rijm 2 1 - rijm Gepaard
Bijbel voor Kinderen. presenteert JACOB DE BEDRIEGER
Bijbel voor Kinderen presenteert JACOB DE BEDRIEGER Geschreven door: E. Duncan Hughes Illustraties door: M. Maillot en Lazarus Aangepast door: M. Kerr en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul Geproduceerd
9 Vader. Vaders kijken anders. Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd
53 9 Vader Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd heeft. P Ik begin steeds beter te begrijpen dat het heel bijzonder is dat ik een kind van God, mijn
14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.
Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het
OPA EN OMA DE OMA VAN OMA
Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en
DE WONDEREN VAN JEZUS
Bijbel voor Kinderen presenteert DE WONDEREN VAN JEZUS Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul Geproduceerd
Liturgie voor de viering op 24 april 2016 om 10.00 uur in de Lichtkring met de Catechesegroep Gehandicapten Hoofddorp
Liturgie voor de viering op 24 april 2016 om 10.00 uur in de Lichtkring met de Catechesegroep Gehandicapten Hoofddorp Ouderling van dienst is Burg Anker Diaken is Alma van Hengel De piano wordt bespeeld
Het kasteel van Dracula
Uit het dagboek van Jonathan Harker: Het kasteel van Dracula 4 mei Eindelijk kom ik bij het kasteel van Dracula aan. Het kasteel ligt in de bergen. Er zijn geen andere huizen in de buurt. Ik ben moe. Het
Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen
De ezel van Bethlehem Naar een verhaal van Jacques Elan Bewerkt door Koos Stenger Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen over iets wat er met me gebeurd is. Het
Jezus volgen! Echt? Het evangelie naar Johannes 6:22-71. dinsdag 2 juni 2015
Jezus volgen! Echt? Het evangelie naar Johannes 6:22-71 dinsdag 2 juni 2015 1 ev. Johannes tot nu toe 1:1-18 Jezus is het Woord: bij God en zelf God 1:19-52 Jezus is het Lam van God discipelen volgen Hem
We bespieden de Watergeest
Voorwoord Dit verhaal speelt lang geleden. De meeste mensen gingen nog met paard-en-wagen en bijna niemand had een telefoon. Er waren geen supermarkten, en sneeuw schuiven ging met paard-ensneeuwploeg.
Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.
Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.
Saskia van den Heuvel MISSCHIEN GEBEURT ER VANDAAG IETS. Gedichten. Muitgeverij. Mmarmer. m armer
Saskia van den Heuvel MISSCHIEN GEBEURT ER VANDAAG IETS Gedichten Muitgeverij m armer Mmarmer Mmarmer M INHOUD KANTOOR Ode 13 Wat we zeiden toen we het ons nog herinnerden 14 Ze hebben het beste met ons
Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn:
A Klein Kontakt Het is alweer eind maart wanneer dit Kontakt uitkomt, het voorjaar lijkt begonnen, veel kinderen hebben kweekbakjes met groentes in de vensterbank staan, die straks de tuin in gaan. Over
De jongen die niet griezelen kon
De jongen die niet griezelen kon Er was eens een jongen die niets griezelig vond. Als er verhalen verteld werden waar iedereen kippenvel van kreeg, begreep hij niet wat daar eng aan was. Als mensen hem
Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten
Doortje Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten isbn: 978-90-484-0769-9 nur: 344 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgenomen
Les 13: Geboorte van Jezus.
Les 13: Geboorte van Jezus. kun je lezen in lukas 1 en 2 Wees gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je. Maria kijkt op van waar ze mee bezig is. Er staat iemand in de deuropening van het huis
Er vaart een boot op het grote meer
Er vaart een boot op het grote meer Er vaart een boot op het grote meer, met discipelen en de Heer. Maar bij storm en lelijk weer, roepen de vrienden: Help ons Heer! De Here zegt dan: Zwijg,wees stil.
Voorwoord. Rome en de Romeinen
Voorwoord Rome en de Romeinen Dit verhaal speelt in Rome, ongeveer 2000 jaar geleden. Rome was toen een rijke stad, met prachtige gebouwen. Zoals paleizen voor de keizers, voor de Senaat en voor de grote
Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal
Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december 2016 Kerstverhaal Heel lang geleden was er een jonge vrouw, Maria. Zij woonde in het dorpje Nazareth. Maria was een heel gewone vrouw, net zo gewoon
Heilig Jaar van Barmhartigheid
Heilig Jaar van Barmhartigheid van 8 december 2015 tot 20 november 2016 Paus Franciscus heeft alle mensen van de hele wereld uitgenodigd voor een heilig Jaar van Barmhartigheid. Dit hele jaar is er extra
God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen.
35 God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6 Abraham wist dat God zich met Sodom en Gomorra aan Zijn woord gehouden had. Hij vertrouwde erop dat God Zijn belofte aan hem en Sara ook zou houden. Ze zouden een
De haas en de egel. Wilhelm Grimm en Jacob Grimm. bron Wilhelm Grimm en Jacob Grimm, De haas en de egel. Z.n., z.p. 1900-1910.
De haas en de egel Wilhelm Grimm en Jacob Grimm bron. Z.n., z.p. 1900-1910 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/grim002haas01_01/colofon.php 2011 dbnl 1 De haas en de egel. Het was een mooie
0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1
Zwanger Ik was voor het eerst zwanger. Ik voelde het meteen. Het kon gewoon niet anders. Het waren nog maar een paar cellen in mijn buik. Toch voelde ik het. Deel 1 0-3 maanden zwanger Veel te vroeg kocht
