Gebruikershandleiding
|
|
|
- René Sasbrink
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruikershandleiding Advisor CS 121 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security Puurs
2 CS-121 BEVELIGINGSSYSTEEM HANDBOEK VOOR DE GEBRUIKER
3 INHOUDSOPGAVE Biz. INLEIDING 1 1. OM TE BEGINNEN Druktoetspaneel: toetsen en lampjes 2 Deurtje 3 Beveiliging: Gedeeltelijke Beveiliging (Directinschakeling ) 4 Gedeeltelijke Beveiliging (Inschakelen met tijdvertraging) 5 Gedeeltelijke Beveiliging (Toegangssignalering) 6 Totale Beveiliging (inschakelen door druktoetspaneel) 7 Tot.Bev. (inschakelen door externe sleutelschakelaar) 8 Tot.Bev. (inschakelen door interne sleutelschakelaar) 9 Tot.Bev. (inschakelen door eindinstelschakelaar) 10 Selectieve Zone-beveiliging (Bypass) 11 Noodsituaties: Brand (zonder telefoonkiezer) 13 Poitie (zonder teleloonkiezer) 14 Medisch (zonder telefoonkiezer) 14 Brand (met telefoonkiezer) 15 Politie (met telefoonkiezer) 16 Medisch (met telefoonkiezer) 17 Help! 18 Het testen van Uw systeem Het teslen van Uw telefoonkiezer SYSTEEM COMPONENTEN Controlepaneel 23 Druktoetspaneel 23 Detectoren 24 Alarmgevers 24 Sleutelschakelaar 24 Eindinstelschakelaar DRUKTOETSPANEEL Deurtje 26 Indicalie-lampjes 26 Speciale functie-toetsen 27 Opdrachttoetsen ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Gedeeltelijk Beveiliging 30 Totale Beveiliging 30 In- en Uitschakelen van het systeem Door gebruik van druktoetspaneel 32 Door gebruik van externe sleutelschakelaar 33 Door gebruik van interne sleutelschakelaar 33 Door gebruik van druktoetspaneel & eindinstelschakelaar 34 Beveiligde zones Uitschakelen van één afzonderlijke zone 35 Inbraak-beveiliging 36 Brand-beveiiiging 37
4 INHOUDSOPGAVE (VERVOLG) Blz. 4. ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM (vervolg) Alarmsignalen Optisch alarm 38 Akoestisch alarm 38 Stil alarm Stil alarm (van gebouw-naar-gebouw) Vertraagd alarm 40 Opheffen van vertraagd alarm PROGRAMMEREN Wijzigen van Gebruikerscode Het overgaan in de Programmeer-functie 45 Uitvoerige beschrijving van het programmeren 45 Zoeken van een programmeer lijn 45 Aflezen van programma-waarde 46 Wijzigen van programma-waarde VERKLARENDE WOORDENLIJST BIJLAGE A : Brandpreventie en Ontsnapping 50 BIJLAGE B : Programmamatrix 51
5 INLEIDING Dit handboek veronderstelt, dat het complete CS-121 beveiligingssysteem in Uw pand(en) geïnstalleerd is. Indien bepaalde beveiligingsaspecten, die in de hoofdstukken van dit handboek ter sprake komen, niet U werden aangebracht, zijn deze uiteraard niet van toepassing. Ook het bedieningspaneel kan dan anders reageren Raadpleeg Uw beveiligingsinstallateur of adviseur om er zeker van te zijn, dat U volledig op de hoogte bent van de wijze waarop Uw eigen systeem is geïnstalleerd en welke beveiliging U dit biedt. BELANGRIJKE OPMERKING: Indien Uw eigen installatie voorziet in brandbeveiliging, zou U, zodra het systeem is geïnstallerd, als eerste de pagina's van dit handboek, die handelen over noodprocedures, aandachtig moeten doorlezen. Van bijzonder belang is daarbij de gedetailleerde procedure over "Brandpreventie en Ontsnapping", opgenomen in Bijlage A achter in het boek. Vraag alle gezinsleden dit gedeelte van het handboek te lezen. Bespreek tijdens een gezinsvergadering de ontsnappingsroutes, verzamelpunten en de persoonlijke taken voor het geval, dat er brand mocht ontstaan. Door te weten wat er gedaan moet worden en door de vastgestelde procedures op te volgen, zou U het leven van Uzelf en Uw gezinsleden kunnen redden.
6 1. OM TE BEGINNEN. DRUKTOETSPANEEL: TOETSEN EN LAMPJES BEVEILIGING IN lampje UIT = Systeem niet volledig ingeschakeld AAN = Systeem volledig ingeschakeld SNEL KNIPPEREND = Systeem met tijdverlraging ingeschakeld LANGZAAM KNIPPEREND = Alarm, opgeslagen in geheugen.upycaiai; STATUS LAMPJE AAN = Zones veilig UIT = Zones verstoord (1 of meer zones) KNIPPEREND = Storing in het systeem ZONE lampjes AAN = Zone verstoord KNIPPEREND = Alarm in geheugen (voor die zones, die knipperen) of = Systeem momenteel in programmeerpositie (wanneer de 8 lampjes allemaal knipperen) = Groep uitgeschakeld in situatie systeem uitgeschakeld UIT = Zone veilig TOTAAL BEVEILIGING toets schakelt het systeem in, in de situatie "Pand verlaten" I l _ (DIRECT toets Schakelt de vertraginstijd uit, wanneer het systeem in de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING situatie wordt ingeschakeld. uit toets ' Schakelt naar keus de beveiliging van de gewenste zone(s) uit. GEDEELTELIJKE BEVEILIGING toets schakelt het systeem in, in de situatie "Pand bewoond" '\ OPDRACHT toetsen I bestemd voor het invoeren van Uw geheime toegangscode en voor het besturen van het systeem.
7 DRUKTOETSPANEEL: DEURTJE DEURTJE GESLOTEN OPMERKING: Om de storingscode te kunnen lezen moei U eerst Uw geheime code invoeren en vervolgens toets [2] indrukken. In de STORINGS functies gevens de de zone-lampjes de aard van de storing in het systeem aan. Bij het knipperen van STATUS Ij' STORING loets 2) na*ot*ai STORING CODES 1. Geen 220 AC 2. Lage accuspanning Zekenng stuk 3. Geen doormelding 4. Fout in EEPROM 5. Zone Bewaking 6. BRAND alarmguheugon 7. POLITIE alarmgehcugun 8. MEDISCH alarmgeheugen SECUNDAIRE TOETSFUNCTIES Alarmgeheugen [3] Toegangssignalering [6] Accu lest [7] S/sleem test [8) Heislel systeem ['] DEURTJE OPEN m m m m s m m a BEV. [STÂÏ m Geeft aan welke gebieden in Uw Pand door welke zones worden beveiligd.
8 BEVEILIGING: PAND BEWOOND (1) (Gedeeltelijke Beveiliging) Direct inschakelen 1. Controleer of het groene STATUS lampje brandt." BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. O BËV. IN STATUS Voer Uw geheime code in. Het paneel zal 3 bleepsignalen geven. Hiermee wordt bevestigd, dat Uw code juist is. Druk de [DIRECT] toets in. Het paneel zal 3 bleepsignalen geven. Druk de GEDEELTELIJKE BEVEILIGINGS toets in. Hierdoor wordt de uitgangstijdvertraging in werking gesteld. Het systeem geeft 6 bleepsignalen. Het rode BEVEILIGINGS IN lampje zal gaan knipperen. Na afloop van de vertragingstijd zal het BEVEILIGING IN lampje constant gaan branden. De lampjes zullen het volgende beeld te zien geven: DIRECT GED.BEV Het systeem beveiligt nu Uw pand in de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING/DIRECT situatie (d.w.z. er zijn mensen in het huis of pand aanwezig). Er zal onmiddellijk een alarm signaal worden gegeven, wanneer iemand via een beveiligde deur of raam probeert binnen te dringen. De ingangsvertragingstijd is nu uitgeschakeld. Voer Uw geheime code in. Het paneel zal 2 bleepsignalen geven. Uitschakelen direct-beveiliging P'QP!, I I pi e p! 2. Het BEVEILIGING IN lampje zal uitgaan. Uw pand wordt niet langer meer beveiligd. * Opm.: Wanneer het STATUS lampje uit is en het rode zone lampje brandt voor zones binnenshuis, kunt U het systeem toch inschakelen, Het systeem zal verstoringen binnenshuis negeren, wanneer in de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING situatie is ingeschakeld. Lichtsymboten 11 Uil \ T Knipperend I Ann
9 BEVEILIGING: PAND BEWOOND (2) (GEDEELTELIJKE BEVEILIGING) Inschakelen met tijdvertraging 1. Controleer of het groene STATUS lampje brandt.'het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. O BEV. IN STATUS 2. Voer Uw geheime code in. Het paneel zal 3 bleepsignalen geven. Hiermee wordt bevestigd dat Uw code juist is. 3 Druk de [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING] toets in. Hierdoor wordt de uitgangstijd- GED.BEV vertraging in werking gesteld. Het systeem geeft 6 bleep-signalen. Het rode BEVEILIGING IN lampje zal gaan knipperen 4. Na afloop van de uitgangsvertragingstijd zal het BEVEILIGING IN lampje constant gaan branden. De lampjes zullen het volgende beeld te zien geven: ^. Het systeem beveiligt nu Uw pand in de situatie GEDEELTELIJKE BEVEILIGING met TIJDVERTRAGING (d.w.z.er zijn mensen in het huis of gebouw aanwezig).wanneer iemand via een beveiligde deur in een "omtrek tijdvertraagde" -zone binnendringt zal het alarm pas na dezelfde tijdvertraging geaktiveerd worden." UITSCHAKELEN MET TIJDVERTRAGING 1. Voer Uw geheime code in. Het paneel zal 2 bleepsignalen geven. P«ep! 2. Het BEVEILIGING IN lampje zal uitgaan. Uw pand wordt niet langer meer volledig beveiligd. o BEV. IN STATUS * Opm.: Wanneer het STATUS lampje uit is en het rode zone-lampje brandt voor zones binnenshuis, kunt U toch het systeem inschakelen. Het systeem zal verstoringen binnenshuis negeren, wanneer in de GEDEELTELIJKE BEVEILING situatie is ingeschakeld. ** Opm.: Bij verstoringen van "omtrek/direct" zones zal echter altijd onmiddellijk een alarmsignaal worden geproduceerd (zie pagina 32 voor meer informatie). Uch.synv _ Aan
10 BEVEILIGING: PAND BEWOOND (3) Deurbel functie (TOEGANGSSIGNALERING) In de deurbel uitvoering zal het paneel, wanneer het systeem niet is ingeschakeld, bij verstoring van een beveiligde zone, even twee bleepsignalen geven. Er zal geen alarmsignaal worden geproduceerd. 1. Controleer of het groene STATUS lampje brandt. Het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. 2. Voer Uw geheime code in. Het systeem zal 3 bleepsignalen geven. 3. Druk toets [6] in. Het systeem zal opnieuw 3 bleepsignalen geven. De deurbel functie is nu in werking gesteld. 4. De deurbel functie kan worden uitgeschakeld door toets [6] weer in te drukken. Het systeem zal 2 bleepsignalen geven. 5. De deurbel functie kan afwisselend aan- en uitgeschakeld worden door bij herhaling toets [6] in te drukken, vooropgesteld dat iedere volgende toetsbediening binnen 30 seconden wordt uitgevoerd. De deurbel positie kan worden bepaald aan de hand van het aantal bleepsignalen na iedere bediening van toets [6]: 3 bleepsignalen: deurbel situatie ingeschakeld 2 bleepsignalen: deurbel situatie uitgeschakeld o BEV. IN STATUS P'ep! = AAN = UIT Wanneer tussen twee bedieningen van toets [6] meer dan 30 seconden verstrijken, dient U Uw geheime code opnieuw in te voeren om naar de deurbel functie via toets [6] terug te keren. Uchlsymboten o Uil * Knipperend Aan
11 BEVEILIGING: PAND VERLATEN (1) (TOTALE BEVEILIGING) Beveiliging inschakelen door gebruik van druktoetspaneel* (bij vertrek) Controleer of het groene STATUS lampje brandt. Het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. Voer Uw geheime code in. Het druktoetspaneel zal 3 bleepsignalen geven. Hiermee wordt bevestigd, dat Uw code juist is. Druk de [TOTALE BEVEILIGING] toets in.hierdoor wordt de uitgangsvertragingstijd in werking gesteld. Het paneel zal 6 snel opeenvolgende bleepsignalen geven (en daarna één per seconde)** en het rode BEVEILIGING IN lampje zal gaan knipperen. U dient het pand te verlaten vóór afloop van de vertragingstijd. i T0T BEV Verlaat het pand via de normale uit- of ingangsdeur. Na afloop van de vertragingstijd wordt het systeem ingeschakeld en begint de beveiliging van Uw pand in de "verlaten" situatie (d.w.z. er zijn geen mensen of grote huisdieren in het huis of gebouw aanwezig). O BEV. IN STATUS P"ep! P'ep! BEV. IN pie.p! UITGANG Uitschakelen door gebruik van druktoetspaneel (binnenkomen) Ga via de normale uit- of ingang naar binnen. Zodra U de deur opent zal de bleeper een onafgebroken signaal geven. U dient nu Uw geheime code in te voeren, voordat de vertragingstijd is verstreken. 2. Voer Uw geheime code in. Het systeem zal 2 bleepsignalen geven; het onafgebroken signaal stopt en het rode BEVEILIGING IN lampje zal uitgaan. Uw pand is niet langer meer volledig beveiligd. INGANG BEV. IN., 01 BEV. IN 1 P'ep! pi ep i * Opm.: Wanneer U een eindinstelschakelaar heeft laten installeren, is het niet mogelijk het systeem in de TOTALE BEVEILIGING in te schakelen door uitsluitend van het controlepaneel gebruik te maken. In dat geval dient te handelen als vermeld op pagina 10. " Opm.: Op verzoek kan Uw installateur deze bleepsignalen (één per seconde) uit het systeem verwijderen. Lichtsymbolen o Uil T- Knipperend Aan
12 BEVEILIGING: PAND VERLATEN (2A) (TOTALE BEVEILIGING) Inschakelen door gebruik van extern geplaatste sleutelschakelaar (bij vertrek) 1. Controleer of het groene STATUS lampje brandt. Het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. 2. Verlaat het pand via een willekeurige deur. U kunt daarvoor rustig de tijd nemen. Draai de sleutelschakelaar voor een ogenblik om. Hierdoor wordt de uitgangsvertragingstijd in werking gesteld. Het paneel zal bleepsignalen geven' en het rode BEVEILIGING IN lampje zal gaan knipperen. (Opm.: Mocht U iets vergeten zijn en weer naar binnen willen gaan, draai dan eenvoudig de sleutelschakelaar weer om. Wanneer U daarna voorgoed vertrekt, dient U de sleutelschakelaar nog eens om te draaien). Na afloop van de vertragingstijd wordt het systeem ingeschakeld in de TOTALE BEVEILIGING situatie (d.w.z. er zijn geen mensen of grote huisdieren in hel huis of gebouw aanwezig). O I BEV. IN t STATUS d BEV. IN BEV. IN Uitschakelen door gebruik van extern geplaatste sleutelschakelaar (binnenkomen) 1. Draai de sleutelschakelaar voor een ogenblik om. Hierdoor wordt het systeem uitgeschakeld. Uw pand wordt niet langer meer volledig beveiligd. O I BEV. IN 2. U kunt nu via iedere willekeurige dejr naar binnen. * Opm.: Op verzoek kan Uw installateur deze bleepsignalen uit het systeem verwijderen. LicMsymbolen O Uil * Knipperend Aan
13 BEVEILIGING: PAND VERLATEN (2B) (TOTALE BEVEILIGING) Inschakelen door gebruik van intern geplaatste sleutelschakelaar (bij vertreki 1. Controleer of het groene STATUS lampje brandt. Het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. 2. Draai de sleutelschakelaar voor een ogenblik om. Hierdoor wordt de uitgangsvertragingstijd in werking gesteld. Het paneel zal bleepsignalen geven' en het BEVEILIGING IN lampje zal gaan knipperen. 3. Verlaat het pand via de normale uit- of ingang, voordat de uitgangsvertragingstijd is verstreken, daar U anders bij het openen van de uit- of ingangsdeur een alarmsignaal zult veroorzaken. Na afloop van de uitgangsvertragingstijd wordt het systeem ingeschakeld en is Uw pand beveiligd in de TOTALE BEVEILIGING situatie (d.w.z. er zijn geen mensen of grote huisdieren in het huis of gebouw aanwezig). O BEV. IN STATUS BEV. IN UITGANG BEV. IN Uitschakelen door gebruik van intern geplaatste sleutelschakelaar (binnenkomst) 1. Ga via de normale uit- of ingangsdeur naar binnen. Het paneel zal een onafgebroken geluidsignaal geven. 2. Ga naar de sleutelschakelaar en draai deze voor een ogenblik om. U dient dit weer binnen de ingangsvertragingstijd te doen, omdat anders een alarm in werking wordt gesteld. Door de sleutelschakelaar om te draaien schakelt U het systeem uit. Uw pand word niet langer meer volledig beveiligd. Q BEV. IN * Opm.: Op verzoek kan Uw installateur dit bleepsignaal uit het systeem verwijderen. Uchtsymbalen O Ui! : : Knipperend Aan
14 10 BEVEILIGING: PAND VERLATEN (3) (TOTALE BEVEILIGING) Inschakelen door gebruik van druktoetspaneel en eindinstelschakelaar (bij vertrek) 1. Controleer of het groene STATUS lampje brandt. Het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. 2. Voer Uw geheime code in. Het paneel zal 3 bleepsignalen geven. Hierdoor wordt bevestigd dat Uw code juist is. 3. Druk de [TOTALE BEVEILIGING] toets in. Het rode BEVEILIGING IN lampje zal gaan T QT. BEV knipperen.het druktoetspaneel zal 6 snel opeenvolgend bleepsignalen geven en daarna één per seconde. 4. Verlaat het pand via de normale uit- of ingangs deur. U kunt daarvoor rustig de tijd nemen. 5. Druk voor een ogenblik de eindinstelschakelaar in terwijl U door de uit- of ingang naar buiten gaat. Het systeem beveiligt nu Uw pand in de TOTALE BEVEILIGING situatie (d.w.z. er zijn geen mensen of grote huisdieren in het huis of gebouw aanwezig). O UITGANG BEV. IN STATUS BEV. IN I BEV. IN Uitschakelen door gebruik van druktoetspaneel en eindinstelschakelaar (binnenkomst) 1. Ga via de normale uit- of ingangsdeur naar binnen. Zodra U de deur opent zal de bleeper een onafgebroken geluidssignaal geven. Ga nu naar het druktoetspaneel en voer Uw geheime code in, voordat de vertragingstijd is verstreken, aangezien anders het alarm in werking wordt gesteld. INGANG 2. Voer Uw geheime code in. Het onafgebroken geluidssignaal stopt en het rode BEVEILIGING IN lampje zal uitgaan. Uw pand wordt niet langer meer volledig beveiligd. DDD Lichtsymbolen O UU -"! Knipperend Aan
15 11 BEVEILIGING: HET UITSCHAKELEN VAN BEVEIIGINGSZONES (TOTALE- OF GEDEELTELIJKE BEVEILIGING) 1. Controleer of het groene STATUS lampje O I BEV. IN brandt. Het BEVEILIGING IN lampje dient uit te zijn. STATUS 2. Voer Uw geheime code in. Het controlepaneel zal 3 bleepsignalen geven. 3. Druk de [ZONE UIT] toets in en vervolgens de cijfertoets, die overeenkomt met de F zöne.die U wil uitschakelen. Het lampje van de betreffende zone zal nu gaan knipperen. 4. Herhaal punt 3 (hierboven) voor alle andere zones, die U wilt uitschakelen. 5. Druk naar keuze de [TOTALE BEVEILIGING] TOT BËV dan wel de [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING] toets in. Hierdoor wordt de uitgangsvertragingstijd in werking gesteld. Het paneel zal 6 snel opeenvolgende bleepsignalen geven en het BEVEILIGING IN lampje zal gaan knipperen. (De lampjes van de uitgeschakelde zone(s) zullen na het indrukken van van de [TOTALE BEVEILIGING] dan wel de [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING] toets nog 30 seconden blijven knipperen.) 6. Heeft U het systeem door het indrukken van de [TOTALE BEVEILIGING] toets in de TOTALE BEVEILIGING functie ingeschakeld, volg dan de normale procedure voor het verlaten van het pand. Na afloop van de vertragingstijd zal het systeem in de door U gekozen beveiligingsfunctie worden ingeschakeld. De zones, die door het indrukken * van de [ZONE UIT] toets zijn uitgeschakeld, zijn uiteraard van beveiliging uitgesloten. llgl P"BP! BEV. IN Mocht U bij punt 3 of 4 een fout maken of over het al dan niet uitschakelen van een bepaalde zone van gedachten veranderen, dient U de [ZONE UIT] toets opnieuw in te drukken en vervolgens de cijfertoets, behorende bij die zone. Het knipperende zone-lampje zal uitgaan en de betreffende zone zal bij inschakelen van hel systeem eveneens worden beveiligd. Voorbeeld: a) Voer de geheime code in. b) Druk [ZONE UIT)[3], [ZONE UIT](4], [ZONE UIT][5] in. De zones 3,4 en 5 zijn nu van beveiliging uitgesloten. c) Bij nader inzien besluit U dat zone 4 toch beveiligd moet worden. Druk opnieuw [ZONE UIT][4] in. Het knipperende zone 4 lampje zal nu uitgaan. d) Als U nu het systeem inschakelt, zullen de zones 3 en 5 niet beveiligd worden. Alle andere zones, dus ook zone 4, zullen beveiligd zijn. Llchlsymboten _ Aan
16 12 NOODSITUATIES Wanneer het systeem is ingeschakeld en U bevindt zich in Uw huis of gebouw of als U zojuist bent thuisgekomen en U: ' Ziet, dat het BEVEILIGING IN lampje knippert,*..;-_ j BEV, N en/of ' Ziet, dat een of meer zone lampjes branden of knipperen,* en/of ' Hoort, dat het controlepaneel een onafgebroken bleepsignaal geeft of bleept,* 1 en/of * Hoort, dat Uw sirene of bel, mits geïnstalleerd, in werking zijn," en/of * Ziet, dat Uw flitslicht, mits geïnstalleerd, in werking is," betekent dit, dat er een zone wordt (of werd) verstoord en overeenkomstig een noodsituatie gehandeld moet worden. o o of Piep Piep o o "U KUNT DE GELUIDSSIGNALEN. GEPRODUCEERD DOOR HET DRUKTOETS- PANEEL EN DE ALARMGEVERS. MITS GEÏNSTALLEERD. DOEN OPHOUDEN DOOR EERST TOETS [*] IN TE DRUKKEN EN DAARNA UW GEHEIME CODE IN TE VOEREN. ' Opm.: Ltchlsymbolen Alle zone-verstoringen worden in hel computergeheugen opgeslagen. Door het knipperen van de BEVEILIGING IN en ZONE lampjes wordt U er op gewezen, dat er een alarm in het geheugen is opgeslagen.een ajarm in het geheugen kan uitsluitend door de installateur worden uitgewist. Het knipperen van de lampjes kunt U zelf stoppen, namelijk door: 1. Uw geheime code 2 maal in te voeren 2. toets [3] in te drukken 3. en tenslotte toets [*] in te drukken. [o Uil I -:[:- Knipperend Aan
17 1 3 NOODSITUATIES (1) : BRAND (Installatie zonder telefoonkiezer) 1. Zorg dat iedereen zo snel mogelijk het brandende huis of gebouw verlaat! 2. Alle aanwezige personen dienen zich onmiddellijk naar het aangewezen verzamelpunt te begeven. 3. Ga naar het dichtstbijzijnde telefoontoestel en waarschuw de brandweer. D Brandweer 4. Ga naar een punt, waar U de brandweerlieden opwacht om deze vervolgens naar de plaats van de brand te leiden. Blijf op een veilige afstand van het brandende gebouw. ^
18 14 NOODSITUATIES (1) : POLITIE (Installatie zonder telefoonkiezer) De POLITIE noodprocedure is van toepassing op iedere noodsituatie waarin U zich onvrijwillig en gedwongen bevindt en de hulp van de plaatselijke poltie nodig heeft. Is Uw installatie niet voorzien van een telefoonkiezer, dan blijft slechts de mogelijkheid het dichtstbijzijnde politiebureau te bellen. 1. Bel de politie vanuit Uw huis of gebouw, indien U daartoe de mogelijkheid heeft, of ga naar het dichtstbijzijnde telefoontoestel en bel vandaar op. NOODSITUATIES (1) : MEDISCH (Installatie zonder telefoonkiezer) 1. Stel de medische hulpverleningsinstantie, waarbij U bent aangesloten, telefonisch van de betreffende medische noodsituatie op de hoogte. Zij zullen U duidelijk vertellen, wat U moet doen, totdat de professionele medische hulpverleners arriveren.
19 15 NOODSITUATIES (2) : BRAND (Installatie met telefoonkiezer) (Automatisch alarm) 1. Zodra rook of hitte worden ontdekt, zal het systeem een brandalarm produceren en dit automatisch doorgeven aan de Centrale Meldkamer, die vervolgens de juiste maatregelen zal treffen. 2. Zorg dat iedereen zo snel mogelijk het brandende huis of gebouw verlaat! 3. Alle aanwezige personen dienen zich onmiddellijk naar het aangewezen verzamelpunt te begeven. 4. Ga naar een punt, waar U de brandweerlieden opwacht om deze vervolgens naar de plaats van de brand te leiden. Blijf op een veilige afstand van het brandende gebouw. Ci Tvy< { i i ^binding Centrale meldkamer (Handbediend alarm') Wanneer de brand in een zeer vroeg stadium wordt ontdekt en het druktoetspaneel zich niet in de nabijheid van de brand bevindt, kunt U, indien mogelijk, naar het druktoetspaneel gaan en via de handbediening een brandaiarmsignaal naar de Centrale Meldkamer zenden.' 1. Druk de toetsen [1 ] en [3] gelijktijdig in. Hierdoor wordt een alarmsignaal naar de Centrale Meldkamer gezonden, die vervolgens de juiste maatregelen zal treffen. 2. Zorg dat iedereen zo snel mogelijk het brandende huis of gebouw verlaat! 3. Alle aanwezige personen dienen zich onmiddellijk naar het aangewezen verzamelpunt te begeven. 4. Ga naar een punt waar U de brandweerlieden opwacht om deze vervolgens naar de plaats van de brand te leiden. Blijf op een veilige afstand van het brandende gebouw. a Centrale meldkamer Door gebruik te maken van de handbediende alarmprocedure zou U de komst van de brandweer mogelijkerwijs kunnen bespoedigen; breng echter niet Uw leven in gevaar door, ondanks riskante omstandigheden, toch te proberen het druktoetspaneel te gebruiken. In twijfelgevallen dient U het gebouw onmiddellijk te verlaten. " Opm.: Mits deze mogelijkheid door de installateur is geprogrammeerd. c* Ci
20 16 NOODSITUATIE (2) : POLITIE (Installatie met telefoonkiezer) De POLITIE noodsituatie is van toepassing op iedere situatie.waarin U zich onvrijwillig en gedwongen bevindt en de hulp van de plaatselijke politie wilt inroepen. Is de installatie voorzien van een telefoonkiezer, dan biedt het systeem U de mogelijkheid POLITIE-noodsituaties automatisch en/of d.m.v.hand- bediening te melden. Wenst U van één van deze optionele functies (of beide) gebruik te maken, vraag dan Uw installateur de gewenste functie(s) bij de installatie van het systeem aan te brengen en in werking te stellen. (Automatisch alarm) 1. Zodra het systeem een verstoring in een als " POLITIE-zone" geprogrammeerde zone ontdekt, wordt een politiealarm geproduceerd en automatisch doorgegeven aan de Centrale Meldkamer, die vervolgens de juiste maatregelen zal treffen. (Handbediend alarm) Druk de toetsen [*) en [#] gelijktijdig in. Hierdoor wordt een alarmsignaal naar de Centrale Meldkamer gezonden', die vervolgens de juiste maatregelen zal treffen. Centrale meldkamer ' Opm.: Mits deze mogelijkheid door de installateur is geprogrammeerd.
21 17 NOODSITUATIES (2) : MEDISCH (Installatie met teiefoonkiezer) Is Uw installatie voorzien van een telefoonkiezer, dan biedt het systeem U de mogelijkheid MEDISCHE noodsituaties automatisch en/of d.m.v. handbediening te melden. Wenst U van één van deze optionele functies (of beide) gebruik te maken, vraag dan Uw installateur de gewenste functie(s) bij de installatie van het systeem aan te brengen en in werking te stellen. (Automatisch alarm) Wanneer een MEDISCHE noodsituatie zich voordoet en een zone, geprogrammeerd als medische zone, wordt geaktiveerd, zal het systeem automatisch een alarmsignaal naar de Centrale Meldkamer zenden*, die vervolgens de juiste maatregelen zal treffen. Druk de toetsen [3] en [9] gelijktijdig in. Hierdoor wordt het MEDISCH alarmsignaal naar de Centrale Meldkamer gezonden.* De Meldkamer zal vervolgens de juiste maatregelen treffen. (Handbediend Alarm) Centrale meldkamer Centrale meldkamer " Opm.: Mits deze mogelijkheid door de installateur is geprogrammeerd.
22 18 HELP! Dit hoofdstuk gaal over abnormale situaties, "abnormaal" in die zin. dat het systeem niet naar behoren reageert op opdrachten en verstoringen. (Bijvoorbeeld: een knipperend ALARM lampje is een noodsituatie, geen abnormale situatie). Aan de hand van de suggesties in onderstaand schema zou U kunnen proberen deze abnormale omstandigheden te corrigeren: Aanwijzingen Systeem schakeld niet in Systeem schakelt niel in en/ol het STATUS lampje knippert Systeem schakelt de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING niet in. Systeem schakelt de TOTALE BEVEILI- GING niet in PROBLEMEN IN DE WERKING VAN HET SYSTEEM Meest waarschijnlijke oorzaak' U voert een onjuist codenummer in Iemand heeft Uw codenummer veranderd ol uitgewist Er is storing in het systeem Deur of raam staan open (zone-lampjes zullen dit bevestigen) Deur ol raam staan open (zone-lampjes zullen dit bevestigen) Détecte sleutelschakelaar of eindinstelschakelaar Correctie' Controleer of het ingevoerde nummer Uw juiste geheime code is Bel Uw beveiligingsinstallateur Voer Uw geheime code in. Druk toets 2] in. Een ol meer zone-lampjes zullen gaan branden ter aanduiding van de aard van de storing (zie pag.3.). Wanneer lampje 1 brand (=geen 220 VAC) dient U te wachten totdat de stroomvoorziening is hersteld. Wanneer een of meer van de lampjes 2 t/m 8 branden, dient U de instailateur te bellen en hem te melden welke lampjes branden. Sluit raam of deur Sluit raam of deur Schakel het systeem in met behulp van druktoetspaneel. -In de situatie, dat er een sleutelschakelaar is aangesloten kunt u met het dnjktoetspaneel zowel de GEDEELTELIJKE als TOTAAL BEVEILIGING inschakelen. In de situatie, dat er een eindinschakelaar is aangesloten kunt U met het druktoetspaneel enkel de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING inschakelen. Denk in beide situaties aan de vertragingstijd. Vraag de installateur de sleutel schakelaar ol eindschakelaar te controleren. " Opm.: Als de voorgestelde correctie geen verbetering van de abnormale situatie oplevert, dan is er waarschijnlijk spraken van een technische storing in Uw systeem. In dat geval kunt U alleen Uw beveiligingsinstallateur bellen.
23 HET TESTEN VAN UW SYSTEEM 19 Om te controleren of alle componenten van Uw beveiligingssysteem op de juiste wijze werken, dient U ongeveer eenmaal per maand Uw systeem zelf te testen WAARSCHUWING Tijdens de test-procedure zal het systeem niet met de gebruikelijke alarmsignalen op zone-verstoringen reageren. Eventueel geïnstalleerde alarmgevers zullen niet in werking worden gesteld en een eventueel geïnstalleerde telefoonkiezer zal geen meldingen doorgeven aan de Centrale Meldkamer. Controle Zonebeveiliging Voer Uw geheime code in. Het systeem zal 3 bleepsignalen geven. Druk toets [8] in; het systeem zal 3 bleepsignalen geven (het systeem is nu in de TEST positie). Het STATUS lampje zal gaan branden, het BEVEILIGING IN lampje is uit. (De bleeper zal iedere 60 seconden een signaal geven om U eraan te herinneren dat het systeem in de TEST positie is). Ga naar zone 1 en verstoor die zone opzettelijk (door bijv. een beveiligde deur of raam te openen). Het druktoetspaneel begint bleepsignalen te geven en het zone 1 lampje zal gaan knipperen. (Als zone 1 niet te ver van het paneel is verwijderd zou U de bleeper moeten kunnen horen). Sluit raam of deur. Het bleepsignaal zal ophouden. Het zone 1 lampje zal blijven knipperen. Herhaal deze procedure bij alle zones met beveiligde ramen, deuren, bewegingsdetectoren etc. O Zcrne 1 \^ in 1 F BEV. IN STATUS., T o o P'ep! * LU O [7] O [Tl Lichtsym- bolen O Uil Knipperend Aan
24 20 HET TESTEN VAN UW SYSTEEM (VERVOLG) Controleren Zonebeveiliging (vervolg) 8. Ga terug naar het druktoetspaneel. Voor iedere zone, die U heeft verstoord, dient het overeenkomstige rode ZONE-lampje nog steeds te knipperen. 0 oftj o (Tl Indien U de eventueel geïnstalleerde alarmgevers (sirenes, bellen, flitslichten) of de telefoonkiezer niet wenst te testen, is Uw systeemtest nu geheel uitgevoerd, ledere test, die geen bevredigend resultaat heeft opgeleverd, dient U aan Uw installateur te melden. Wilt U de geïnstalleerde lokale alarmgevers testen, ga dan direct door naar de volgende bladzijde. (Sla in dat geval punt 10 over). Voor het testen van de telefoonkiezer gaat U verder met punt 10 en vervolgens naar blz Druk toets 'j in om de testprocedure te beëindigen. De zone-lampjes zullen uitgaan. (De situatie is weer normaal). Is Uw installatie voorzien van bewegings- Fi e i e i o i B ï e p detectoren, ga dan de ruimte(n) binnen, die door een of meerdere bewegingsdetectoren wordt (worden) beveiligd. Bij iedere beweging, die Dfukloetspaneel U maakt zal het paneel onafgebroken bleepsignalen geven. Zodra U geen beweging meer maakt zal het geluidssignaal stoppen. Druktoetspaneel O l BEV. IN I STATUS O O O o o o o o Lopen üchtsymboten a uii j :fi Knipperend Aan
25 & 21 0pm.1 : Opm.2: HET TESTEN VAN UW SYSTEEM - (VERVOLG) Controleren van alarmsignalen bij noodsituaties Bij het controleren van de alarmsignalen bij noodsituaties tijdens het TEST programma, zal Uw systeem reageren afhankelijk van: welke alarmeringsmogelijkheden bij noodsituaties door Uw installateur zijn aangebracht en alhankelijk van welke soort(en) alarmgever(s) er door U is(zijn) geïnstalleerd. Als bijv. het POLITIE-alarm niet op een alarm-relais is aangesloten en/of indien er geen alarmgevers op dit relais zijn aangesloten, zal er niets gebeuren wanneer U de toetsen [*] en [#] indrukt. Als U niet zeker weet in welke alarmeringsmogelijkheden bij noodsituaties is voorzien, dient U zich met Uw installateur in verbinding te stellen. De volgende tests gaan uit van de veronderstelling, dat alle alarmtypes zijn geïnstalleerd. Indien U zich reeds in het TEST programma bevindt (als vervolg op de vorige pagina), kunt U direct verder gaan met de volgende punten. Bent U nog niet in het TEST programma, handel dan overeenkomstig de punten 1 en 2 van pagina 19 om in het TEST programma te komen. Brandalarm Druk de toetsen 1] en [3] gelijktijdig in en houd deze toetsen langer dan 2 seconden ingedrukt. Alle eventueel geïnstalleerde alarmgevers (sirenes, bellen, flitslichten") behoren nu in werking te komen. De alarmsignalen zullen ophouden, zodra U de toetsen weer los laat. Politie-alarm 2. Druk de toetsen [*] en [#] gelijktijdig in" en houd L deze toetsen langer dan 2 seconden ingedrukt. Alle eventueel geïnstalleerde alarmgevers behoren nu in werking te komen. De alarmsignalen zullen ophouden, zodra U de toetsen weer los laat. Medisch alarm Druk de toetsen [3] en [9] gelijktijdig in en houd deze toetsen langer dan 2 seconden ingedrukt. Alle eventueel geïnstalleerde alarmgevers behoren nu in werking te komen. De alarmsignalen zullen ophouden, zodra U de toetsen weer los laai. w h oo o o Har»} Wang w h no oo w h no oo 4. Druk toets [*] in om het TEST programma te verlaten. * Opm.: Is Uw installatie voorzien van een fiitslicht, dat vanaf het controlepaneel niet zichtbaar is, vraag dan een vriend of gezinslid te controleren of het fiitslicht werkt, terwijl U de juiste toetsen ingedrukt houdt (zie boven). "Opm.: Druk eerst toets [#] in. Als U namelijk toets [*] ook maar iets eerder indrukt dan de [#] toets, zult U ongewild het TEST programma verlaten.
26 22 TESTEN VAN UW TELEFOONKIEZER* Voor hel lesten van een systeem, dat voorzien is van een telefoonkiezer, is hel noodzakelijk, dat U een beveiligde zone opzettelijk verstoort om te controleren of het alarm via de telefoonkiezer aan de Centrale Meldkamer wordt doorgegeven. Neem altijd eerst contact op met de Meldkamer, dat U een test gaat doen, daar anders autoriteiten als Politie en/o! Brandweer onnodig gewaarschuwd worden. Wanneer de Centrale Meldkamer U daarna opbelt om het alarm te melden, wordl namelijk bevestigd, dat het systeem via de telefoonkiezer met de Centrale Meldkamer is verbonden en dal een echt alarm eveneens zou worden gemeld. Het is niet noodzakelijk om iedere zone te testen; een verstoring van één zone is voldoende. Voor het uilvoeren van de volgende tests gaal U niet in het TEST programma (toels (8)). WAARSCHUWING DIT IS EEN UITGEBREIDE, OPERATIONELE TEST VAN HET SYSTEEM ALLE EVENTUEEL GEÏNSTALLEERDE ALARMGEVERS ZULLEN IN WERKING KOMEN. NEEM BIJ HET UITVOEREN VAN DEZE TEST DE NODIGE DISCRETIE IN ACHT. NEEM ALTIJD VOORAF CONTACT OP MET DE MELDKAMER EN GEEF DOOR DAT U EEN TEST GAAT DOEN. Voer uw geheime code in. Het systeem zal 3 bleepsignalen geven. LJ LH LD 2. Druk de [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING) toets irc om het systeem in te schakelen. 3. Verstoor na afloop van de uitgangsvertraging'.ijd opzettelijk een zone door het openen van bijv. een beveiligde deur of raam. 4. a. Bij verstoring van een DIRECTE zone zal het druktoetspaneel onmiddellijk geluidssignalen geven, het BEV. IN en ZONE lampje zullen gaan knipperen en alle eventueel geïnstalleerde alarmgevers zullen in werking treden. De telefoonkiezer zal automatisch het alarm doormelden aan de Centrale Meldkamer, b. Bij verstoring van een vertraagde zone, zullen bovenstaande reacties eerst na afloop van de vertragingstijd plaatsvinden. 5. Sluit deur of raam. Piep! riep! Fi G p! P'ep! L Ga terug naar het druktoetspaneei. Wacht een volle minuut om de telefoonkiezer in staat te stellen zijn telefonische melding af te maken. O Door vervolgens eerst toets [*] in te drukken en daarna Uw geheime CD E CD code in te voeren stopt U de signalen van de eventueel geïnstalleerde g alarmgevers en de geluidssignalen van het druktoetspaneel. Voer daarna opnieuw Uw geheime code in en druk dan toets [3] in en daarna toets [*] om het alarm uit het geheugen te wissen"*. 7. De Centrale Meldkamer dient U nu binnen niet al te lange tijd, telefonisch van het alarm op de hoogte te stellen.** Centrale meldkamer Opm.*: Mits geïnstalleerd. **: Als U geen telefcontje van de Centrale Meldkamer ontvangt (punt 7) dient U bij de CMK te informeren naar het betreffende alarm. Indien de CMK beweert geen alarmmelding vanuit Uw pand te hebben ontvangen, dient U dit aan Uw installateur te melden. *** zie Opm.' op pagina 12. Lichlsymboten O Uil I S Knipperend Aan
27 23 SYSTEEM COMPONENTEN Het CS-121 Beveiligingssysteem bestaat uit 5 hoofdcomponenten: Het Controlepaneel Het Druktoetspaneel De Detectoren De Alarmgevers Sleutelschakelaar/Eindinstelschakelaar Het Controlepaneel Het controlepaneel bevat het "brein" van het systeem. Binnen in het controlepaneel bevinden zich 2 microprocessoren, zoals deze ook in computers worden gebruikt. Het verwerkt Uw opdrachten (via het druktoetspaneel) alsmede de signalen van de zone-beveiligingsdetectoren. Aan de hand van deze informatie bepaalt het controlepaneel het soort alarm, dat geproduceerd moet worden. Wanneer de Digitale Telefoonkiezer is geïnstalleerd, geeft het controlepaneel automatisch een telefonische melding door aan de Centrale meldkamer. Het Druktoetspaneel Bij de beveiling van Uw pand door het CS-121 systeem vormt het druktoetspaneel de belangrijkste schakel. Met dit paneel vertelt U het systeem wat het moet beveiligen en wanneer. U spreekt met het systeem via de toetsen van het druktoetspaneel en het geeft U antwoord via de rode en groene lampjes. Zo eenvoudig is het. Het druktoetspaneel dient zodanig te worden geïnstalleerd, dat het voor de gebruiker snel en gemakkelijk toegankelijk is en bij voorkeur op een plaats waar de indicatielampjes gemakkelijk kunnen worden gezien. Er kunnen, op verzoek, maximaal 5 druktoetspanelen worden geïnstalleerd. I IKIW h'"«" r» M S 1 f\[l-
28 24 DETECTOREN De detectoren zijn de "waakhonden" van Uw CS-121 systeem. Zij oefenen in de verschillende delen van Uw pand een voortdurende controle uit op sporen van een (poging tot) inbraak of brand. Zodra dergelijke sporen door de detectoren worden ontdekt, melden zij onmiddellijk aan de computer dat er sprake is van een verstoringssituatie. ALARMGEVERS Alarmgevers zijn toestellen, die aandacht trekkende akoestische en optische signalen produceren en in werking worden gesteld, wanneer in het systeem alarm wordt opgewekt. Ze omvatten sirenes, bellen en flitslichten. SLEUTELSCHAKELAAR De sleutelschakelaar wordt gebruikt om Uw systeem in- of uit te schakelen. Gewoonlijk wordt de sleutelschakelaar in de nabijheid van de in- of uitgangsdeur aangebracht. EINDINSTELSCHAKELAAR De eindinstelschakelaar is een momentschakelaar. Hij kan zijn uitgevoerd als de drukknop van Uw deurbel, een magneet contact, etc. De eindinstelschakelaar wordt gebruikt om het systeem in te schakelen, maar kan niet worden gebruikt om het systeem uit te schakelen. Opm.: In Uw CS-121 Beveiligingssysteem kan ofwel een sleutelschakelaar óf een eindinstelschakelaar worden geïnstalleerd, maar niet beide.
29 25 3. DRUKTOETSPANEEL Laten we het druktoetspaneel eens nader bekijken, aangezien dit de component is waar U het meeste gebruik van zult gaan maken. U zult opmerken, dat het druktoetspaneel is onderverdeeld in vier hoofdsecties: TMMCATIE LAMPJES SPECIALE FUNCTIE* TOETSEN [ZONE uir.1 M OPDRACHT TOETSEN INBRAAK Deurtje Het deurtje verbergt gegevens en instructies waar slechts nu en dan naar wordt verwezen. Indicatie-lampjes Deze lampjes geven U op ieder moment een beeld van de toestand van het systeem: of de beveiliging in- of uitgeschakeld is, of er sprake is van een verstoring en waar deze verstoring in Uw gebouw plaats vindt. Speciale functietoetsen Met behulp van deze toetsen kan het systeem ingeschakeld worden (d.w.z. gedeeltelijk of totaal), een aantal zones kunnen onder bepaalde omstandigheden van beveiliging worden uitgesloten en er kunnen speciale opdrachten aan het systeem worden gegeven. i Opdrachttoetsen Deze zullen U ongetwijfeld bekend voorkomen! Het zijn namelijk dezelfde 12 toetsen, die U op ieder druktoets-telefoontoestel terugvindt. De toetsen stellen U in staat het systeem te besturen. Zorg, dat U deze toetsen niet te snel indrukt en los laat. Het paneel zal een kort bleepsignaal geven als U de toets op een correcte wijze heeft ingedrukt.
30 26 Laten we nu elk van deze 4 secties van het druktoetspaneel eens nauwkeuriger bekijken: DEURTJE Achter het scharnierend deurtje bevindt zich een dergelijke sticker. Op de sticker staan diverse "geheugensteuntjes" voor een snelle verwijzing naar het gebruik van de CS 121 : welke zones zijn aangewezen voor de verschillende gebieden in Uw gebouw, welke de secundaire functies van de toetsen zijn. INDICATIE-LAMPJES Knipperend STATUS led diuk üluiing [2] m I-Geen 220 VAC 2 Lajö accuspamng Zekefog sluh 3. Gfitii duo'netting 4 Foul in EEPHOM 5. Zoriôbowakng 7. Pclili^aiaimgoheugen 8. MidlücJi ularmgeiieugoi SECUNDAIRE FUNT1ETOETS6N Toegangssignalenng ($ Accutest 7 Syslueml»'r.t (B Het rode BEVEILIGING IN lampje heeft verschillende betekenissen: - UIT: Beveiliging niet ingeschakeld - AAN: Beveiliging ingeschakeld - Snel knipperend: Tijdvertraging in werking Langzaam Alarmsituatie of alarm in knipperend: geheugen (in het geval van alarm in geheugen, zal ook het lampje van de betreffende verstoorde zone knipperen). Het groene STATUS lampje is : O - AAN: als alle zones veilig zijn UIT: als een zone is verstoord Knipperend: als er sprake is van een storing in het systeem De rode ZONE lampjes zijn: - UIT: als de overeenkomstige zone veilig is - AAN: als de overeenkomstige zone is verstoord Knipperen (1) Als er sprake is van een alarm in geheugen (d.w.z.als een zoneverstoring eerder heeft plaats gevonden; in dat geval zal ook het BEVEILIGING IN lampje knipperen) of (2) Als een zone is uitgeschakeld (ZONE UIT) tl O BEV [SJA BEV. IN STATUS o \T_ o [F
31 27 SPECIALE FUNCTIETOETSEN Met behulp van de speciale functietoetsen kunt U aan de computer bijzondere, regelmatig terugkerende instructies verstrekken, die hem vertellen hoe hij Uw huis of gebouw moet beveiligen: Door de [TOTALE BEVEILIGING] toets in te drukken vertelt U het systeem, dat alle aanwezige personen het gebouw of huis verlaten en dat U het gebouw wilt beveiligen in de PAND VERLATEN situatie. TOT. BEV Door de [GEDEELTELIJKE BEVEILING] toets in te drukken vertelt U het systeem, dat in Uw huis of GED.BEV gebouw personen aanwezig zullen zijn en U het huis of gebouw wilt beveiligen in de PAND BEWOOND situatie. In de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING situatie kunt U.. met behulp van de [DIREKT] toets de vastgestelde I DIRECT ingangsvertragingstijd* uitschakelen. Bij iedere keer, dat de in- of uitgangsdeur wordt geopend, zal het systeem onmiddellijk alarm geven (mits het systeem eerst in de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING situatie is ingeschakeld). Met behulp van de [ZONE UIT] toets kunt U van een aantal zones tijdelijk de beveiliging uitschakelen. In ZONE UIT bepaalde omstandigheden kan het wenselijk zijn één of meer zones al dan niet tijdelijk van beveiliging uit te sluiten. Bijvoorbeeld, wanneer in Uw gebouw of huis werkzaamheden worden verricht. Werklieden moeten dan regelmatig door een deur, die gewoonlijk onder de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING valt. De Inbraak-detector dient in dit geval uitgeschakeld te worden om te voorkomen, dat de werklieden telkens het alarm in werking stellen, wanneer zij van die betreffende deur gebruik maken. Er zijn echter een aantal zones, die onder geen voorwaarde van beveiliging mogen worden uitgesloten (bijv. BRAND zones). Afhankelijk van Uw eigen specifieke Installatie heeft U de mogelijkheid alle zores, een aantal zones of geen zone van beveiliging uit te sluiten. Bij de installatie van Uw systeem zal Uw installateur U advies geven met betrekking tot de zones, die al dan niet voor deze ZONE UIT functie in aanmerking komen. * Opm.: In hoofdstuk 4, "Het In- en Uitschakelen van de Beveiliging " wordt de tijdvertraging uitvoerig behandeld.
32 28 OPDRACHTTOETSEN Met behulp van de opdrachttoetsen kunt U de cijfermatige informatie in de computer invoeren. Dit is de primaire of voornaamste functie van de toetsen. 6 toetsen hebben bovendien nog een secundaire functie, die in onderstaande tabel nader wordt omschreven. TOETS SECUNDAIRE FUNCTIE Storingscode Alarmgeheugen Toegangssignalering Accu test Systeem test -Opslag gegevens -Herstel systeem GEBRUIK Geeft via de zone-lampjes de aard van de storing aan, waardoor het groene STATUS lampje is gaan knipperen, (voor storingscodes: zie pagina 3) Geeft aan welke zones tijdens de meest recente beveiligingsperiode in alarmtoestand waren. Is de beveiliging uitgeschakeld en wordt een toegangszone verstoord, dan zal het paneel, als gevolg van de toegangs signalering 2 bleepsignalen geven (i.p.v een alarmsignaal). Controleert de toestand van de accu door middel van een dynamische test. Plaatst het systeem in een "TEST" programma. De zones kunnen nu opzettelijk worden verstoord om te controleren of de juiste alarmsignalen worden opgewekt. In de programmeer-functie wordt de [*] toets gebruikt om zojuist ingevoerde gegevens in het computergeheugen op te slaan. Tevens wordt de programmeerfunctie met deze toets beëindigd. De ['] toets wordt tevens gebruikt om het systeem terug te brengen naar zijn oorspronkelijke situatie. D.w.z. hiermee kunnen bijv. alarm en signalen die in het geheugen zijn opgeslagen, hersteld worden, bij indrukken van een foutieve geheime code een nieuwe cyclus gestart worden etc.
33 De opdrachttoetsen kunnen, behalve voor het invoeren van cijfermatige informatie in de computer (codes, programmeer-instructies, etc.) ook nog zo worden geprogrammeerd, dat ze U de mogelijkheid bieden op elk gewenst ogenblik alarmsignalen op te wekken. Is de installatie voorzien van een telefoonkiezer en is het systeem ook dienovereenkomstig geprogrammeerd, dan zal door het indrukken van bepaalde toetsen-paren een nood-alarmsignaal aan de Centrale Meldkamer worden doorgegeven, of er nu sprake is van een noodsituatie of niet. In noodsituaties dienen de volgende opdrachttoetsen* te worden gebruikt: Noodsituatie Druk gelijktijdig in BRAND [1] en [3] POLITIE ['] en [#] MEDISCH [3] en [9] Het is mogelijk, dat bij de installatie een, twee. alle drie of geen enkele van deze noodsituaties in Uw systeem zijn opgenomen. Op Uw verzoek kan dit op een later tijdstip worden gewijzigd. Onthoud, dat er steeds twee toetsen moeten worden ingedrukt om een noodalarmsignaal door te geven. De mogelijkheid tot het doorgeven van een vals alarm, zou immers bij het (per ongeluk) indrukken van slechts één toets, aanzienlijk groter zijn. 29 * Indien in Uw systeem geïnstalleerd
34 30 4. ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET SYSTEEM Het Aritech CS-121 systeem beveiligt Uw pand d.m.v. van een combinatie van handelingen, uitgevoerd door het systeem en de gebruiker. Beveiliging komt tot stand door: 1. In eerste instantie door het systeem in een bepaalde beveiligingsfunctie te plaatsen met behulp van DIT DOET DE handbediende toetsen en schakelaars GEBRUIKER en vervolgens door: 1. Het opsporen van een poging tot inbraak ol de aanwezigheid van een indringer (inbraak). 2. Het opsporen van de aanwezigheid van rook of hoge temperatuur (brand). 3. Het geven van alarm in elk van de bovengenoemde gevallen. _ - DIT DOET HET SYSTEEM Het CS-121 systeem beveiligt Uw gebouw op verschillende manieren, afhankelijk van het feit of het pand bewoond dan wel verlaten is. Bijvoorbeeld: GEDEELTELIJKE BEVEILIGING Wanneer in het gebouw mensen (en zelfs grote huisdieren) aanwezig zijn en de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING ingeschakeld is, wordt de functie voor het opsporen van bewegingen binnenshuis uitgeschakeld; anders zou er voortdurend alarm worden veroorzaakt, zodra iemand in het gebouw zich beweegt. Het systeem zal hier automatisch voor zorgen, wanneer U voor de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING functie kiest. Voor de omtrekbeveiliging in de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING situatie, worden U 3 keuzemogelijkheden geboden: 1. Normaal gesproken is er een vertragingstijd tussen het moment, waarop de uit- of ingangsdeur wordt geopend en het opwekken van het verstoringsalarm (waardoor U in de gelegenheid wordt gesteld na het binnenkomen naar het druktoetspaneel te gaan en het systeem uit te schakelen). Er zijn echter situaties denkbaar, waarin U zou willen, dat telkens bij het openen van een in- of uitgangsdeur, een direct alarm wordt opgewekt. 2. In winkels of kantoren kan de Toegangssignalering in werking worden gesteld, waardoor het paneel, bij verstoring van een door de Toegangs-functie beveiligde zone, 2 bleepsignalen geeft in plaats van een akoestisch alamnsignaal. Zo wordt het personeel er op attent gemaakt, zonder het vervelende lawaai van een sirene of bel, dat een klant of bezoeker is binnengekomen. 3. Wanneer U weet, dat er gedurende een bepaalde tijd regelmatig gebruik zal worden gemaakt van de normale in- of uitgangsdeur, zult U de beveiliging van deze deur wellicht buiten werking willen stellen om te voorkomen, dat iedere keer alarm wordt opgewekt. (ZONE UIT-lunctie). TOTALE BEVEILIGING In de TOTALE BEVEILIGING functie is het gebouw verlaten en wilt U, dat alle beveiligingsfuncties van het systeem, zowel de binnenshuis- als de omtrekbeveiliging, operationeel zijn, tenzij een bepaalde zone of zones van beveiliging zijn uitgesloten - (ZONE UIT-functie).
35 31 HET IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE BEVEILIGING "Inschakelen" betekent de beveiligende functie vsn het systeem in werking stellen. Het systeem kan aangesloten zijn, in die zin, dat het is aangesloten op de netspanning, maar niet ingeschakeld (d.w.z. geeft geen beveiliging, voordat een bepaalde procedure is gevolgd). "Uitschakelen" is de tegengestelde procedure, nemelijk de beveiligende functie van het systeem buiten werking stellen. 0pm.1 : Zelfs wanneer het systeem niet is ingeschakeld geeft het nog gedeeltelijke beveiliging. Zo zal het systeem ten alle tijde, ingeschakeld of uitgeschakeld, voorzien in brandbebeveiliging, vooropgesteld dat sr branddetectie-apparatuur is geïnstalleerd en dat deze apparatuur als kontinue beveiliging is aangesloten. Opm.2: Voordat het systeem kan worden ingeschakeld, dient het groene STATUS lampje constant te branden en dienen de rode ZONE lampjes uit te zijn. De eerste stap. die de gebruiker bij de inschakelprocedure moet doen, is het invoeren van de geheime code. Als de computer deze ingevoerde code "herkent", kan de inschakelprocedure worden vervolgd. Herkent de computer deze ingevoerde code niet, dan is inschakelen onmogelijk. De tweede stap is het bedienen van de [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING) of de [TOTALE BEVEILIGING] toets op het druktoeispaneel en/of het bedienen van de (optionele) sleutelschakelaars. Er zijn verschillende manieren mogelijk om het systeem in- of uit te schakelen, afhankelijk van de in Uw gebouw geïnstalleerde apparatuur: METHODE VAN INSCHAKELEN Druktoetspaneel Sleutelschakelaar* Eindinstelschakelaar' METHODE VAN UITSCHAKELEN Druktoetspaneel Sleutelschakelaar* WORDT TOEGEPAST Wanneer U in het gebouw blijft (GEDEELTELIJKE BEVEILIGING) Wanneer U het gebouw verlaat (TOTALE BEVEILIGING) Wanneer U het gebouw verlaat (TOTALE BEVEILIGING) Wanneer U het gebouw verlaat (TOTALE BEVEILIGING) WORDT TOEGEPAST Wanneer U in het gebouw blijft (GEDEELTELIJKE BEVEILIGING) Wanneer U terugkeert (TOTALE BEVEILIGING) Wanneer U terugkeert (TOTALE BEVEILIGING) Opm.: Het is niet mogelijk het systeem uit te schakelen door gebruik te maken van de eindinstelschakelaar. Elk van deze mogelijke methoden voor het in- of uitschakelen wordt op de volgende pagina's uitvoerig besproken. 'Optioneel
36 32 HET IN- EN UITSCHAKELEN VAN DE BEVEILIGING (VERVOLG) Door gebruik van druktoetspaneel (Opm.: De volgende uitleg is alleen van toepassing op installaties die niet voorzien zijn van een eindinstelschakelaar). Wanneer het druktoetsspaneel wordt gebruikt cm het systeem in te schakelen, wordt een vastgestelde tijdvertraging tot stand gebracht tussen: 1. Het moment, waarop U de [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING] of de [TOTALE BEVEILIGING] toets indrukt en het moment, waarop het systeem daadwerkelijk inschakelt, of 2. Het moment, waarop iemand de in- of uitgangsdeur opent en het moment, waarop het alarm in werking treedt. Het doel van deze vertragingslijd: a) In de TOTALE BEVEILIGING functie wordt het systeem altijd ingeschakeld door de persoon, die het gebouw, huis, kantoor of de winkel als laatste verlaat. De tijdvertraging biedt deze persoon de gelegenheid het gebouw te verlaten, voordat het systeem daadwerkelijk inschakelt. Anders zou deze persoon immers een alarm veroorzaken, zodra hij een in- of uitgangsdeur opent om te vertrekken. De uitgangsvertragingstijd kan bij het programmeren worden ingesteld van 1 tot maximaal 255 seconden. Uitgangsvertragingstijd: 1 tot 255 sec. b) In de GEDEELTELIJKE- en TOTALE BEVEILIGING functie stelt de tijdvertraging bevoegde personen (werknemers of gezinsleden) in de gelegenheid binnen te komen en het systeem uit te schakelen, voordat een alarm in werking treedt. Dit gebeurt door het invoeren van de geheime code. Wordt de code niet vóór afloop van de vertragingstijd ingevoerd, dan zal een alarm worden opgewekt. Er kunnen twee ingangsvertragingstijden worden geprogrammeerd, één voor elk van de twee deuren, die als ingangsdeuren worden aangemerkt. De duur van deze vertragingstijden kan van 1 tot maximaal 255 seconden bedragen. Ingangsvertragingstijd 1 tot 255 sec. In de GEDEELTELIJKE BEVEILIGING funcie kan de ingangsvertragingstijd worden opgeheven door het indrukken van de [DIRECT] toets. Wanneer het systeem door middel van de [DIRECT] en [GEDEELTELIJKE BEVEILIGING] toetsen wordt ingeschakeld, wordt onmiddellijk een alarmsignaal opgewekt, zodra de in- of uitgangsdeur wordt geopend. Ingangsvertragingstijd = 0 sec. INGANG O o 4 4 O o
37 33 HET UIT- EN INSCHAKELEN VAN DE BEVEILIGING (Vervolg) Door gebruik van extern geplaatste sleutelschakelaar U hoeft Uw geheime code niet in te voeren. Nadat U het gebouw of huis via de uitgangsdeur heeft verlaten, draait U, zodra de groene STATUS LED brandt, de sleutelschakelaar voor een ogenblik om. Hierdoor start de uitgangstijdvertraging. Aan het einde van de vertragingstijd wordt het systeem ingeschakeld: H - Ufïï^NGSDEUR Mocht U iets vergeten zijn en tijdens de vertragingstijd weer naar binnen willen gaan, dan draait U eenvoudig de sleutelschakelaar weer even cm. Hierdoor wordt het systeem uitgeschakeld en kunt U opnieuw naar binnen gaan zonder een alarm te veroorzaken. Wanneer U voorgoed vertrekt, dient U de sleutelschakelaar nog een keer even om te draaien. Let steeds op, dat de groene STATUS LED brandt, voordat U de beveiliging inschakelt. L Om bij terugkomst het systeem weer uit te schakelen, hoeft U de sleutelschakelaar slechts even om te draaien. Door gebruik van intern geplaatste sleutelschakelaar Voordat U door de uitgangsdeur vertrekt, dient U de sleutelschakelaar even om te draaien. Hierdoor start de uitgangstijdvertraging. U dient nu het gebouw te verlaten, voordat de uitgangsvertragingstijd afloopt, daar anders een alarm zal worden opgewekt, zodra U de in- of uitgangsdeur opent. Na afloop van de vertragingstijd wordt het systeem ingeschakeld. Let op, dat de groene STATUS LED brandt, voordat LI de beveiliging inschakelt. Mocht U iets vergeten zijn, dan geldt dezelfde procedure als bij de extern geplaatste sleutelschakelaar (zie boven). Om bij terugkomst de beveiliging weer uit te schakelen, dient U via de normale in- of uitgangsdeur naar binnen te gaan. Hierdoor start de ingangstijdvertraging. Ga nu naar de sleutelschakelaar en draai deze even om, voordat de ingangsvertragingslijd afloopt, aangezien anders een alarm wordt opgewekt.
38 34 HET UIT- EN INSCHAKELEN VAN DE BEVEILIGING (Vervolg) Door gebruik van Druktoetspaneel en Eindinstelschakelaar Start de inschakelprocedure door Uw geheime code in te voeren. Wanneer de eindinstelschakelaar wordt gebruikt, is aan het verlaten van het gebouw geen uitgangsvertragingstijd verbonden. U kunt dus alle tijd nemen om het gebouw te verlaten en zo vaak U wilt weer binnenkomen. Let op: dit geldt alleen voor de vertraagde zones. Als U definitief vertrekt, drukt U de eindinstelschakelaar in, waardoor het systeem wordt ingeschakeld. Lel op, dat de groene LED brandt, voordat de eindinstelschakelaar bediend wordt. Met de eindinstelschakelaar kunt U het systeem echter niet uitschakelen. Wanneer U bij terugkomst de in- of uitgangsdeur opent, wordt de ingangstijdvertraging in werking gesteld. U dient zich dan vóór afloop van de ingangsvertragingstijd naar het druktoetspaneel te begeven en Uw geheime code in te voeren om het systeem uit te schakelen. BEVEILIGDE ZONES INSCHAKELEN DRUKTOETSPANEEL UITSCHAKELEN DRUKTOETSPANEEL In gedachten kunt U Uw gebouw onderverdelen in diverse verschillende "zones" of gebieden, die beveiligd moeten worden. Bijvoorbeeld: Woonzones Huiskamer Keuken Slaapkamers Garage Kantoorzones Receptie Directiekamer Bedrijfskantoor Computerruimte Archiefkamer Fabriekszones Receptie Produktie-afdelingen Opslag Grondstoffen Gereedprodukt-magazijn Gereedschap-opslagruimte Expeditie en Ontvangst Met het CS-121 systeem kunt U tot (maximaal) 8 zones beveiligen. Deze 8 zones kunnen, ieder afzonderlijk of allemaal tegelijk, op twee verschillende manieren in beveiliging voorzien: 1. Zones, die alleen in beveiliging voorzien, wanneer het systeem is ingeschakeld. Deze zones worden als AAN/UIT zones aangeduid. 2. Zones, die gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week in beveiliging voorzien, ongeacht of het systeem is ingeschakeld of niet. Deze zones worden als 24-UURS-zones aangeduid. Elk van de acht zones heeft een specifieke beveiligingsfunctie, zoals: Inbraak, Brand, Politie, Medisch, etc.
39 35 BEVEILIGDE ZONES (Vervolg) Het uitschakelen van één afzonderlijke zone Het CS-121 systeem biedt de mogelijkheid één zone afzonderlijk uit te schakelen en/of weer in te schakelen. Dit houdt in, dat bij een volledig ingeschakeld systeem, één of meer zones afzonderlijk kunnen worden uitgeschakeld (en opnieuw weer ingeschakeld) zonder dat daardoor de toestand van de andere zones wordt gewijzigd. Bijvoorbeeld: Een winkelbedrijf wil de leveranciers in de gelegenheid stellen buiten de normale werkuren zone 2 binnen te gaan om goederen af te leveren. In dat geval zou in de buurt van de ingang naar zone 2 een druktoetspaneel kunnen worden aangebracht en zou aan de leveranciers een speciale geheime code kunnen worden toevertrouwd. Het systeem wordt dan om uur ingeschakeld; de tijd, waarop het winkelpersoneel naar huis gaat. Een leverancier arriveert om uur en voert de speciale geheime code voor zone 2 in. Hierdoor wordt zone 2 uitgeschakeld en kan de leverancier naar binnen. De zones 1 en 3 t/m 8 blijven echter ingeschakeld. Na aflevering van de goederen voert de leverancier zijn speciale geheime code in, waardoor zone 2 weer wordt ingeschakeld. Alle 8 zones worden dan weer volledig beveiligd. Maximaal 8 zones kunnen naar keuze worden uitgeschakeld. In een dergelijke situatie schakelt code 1, zone 1 uit (en uitsluitend zone 1), geheime code 2, zone 2 etc. Tevens bestaat de mogelijkheid om opvolgende zones, bijv , met een code uit te schakelen. Deze selectieve in- en uitschakelfunctie kan alleen door de installateur in het systeem worden geprogrammeerd. Vraag Uw installateur wat voor Uw situatie van toepassing is.. Hoofd Druktoetspaneel -J f WINKEL H h Afleveringsruimte (zone 2) Hulp Druktoetspaneei
40 36 INBRAAKBEVEILIGING Hel Aritech CS 121 systeem biedt twee manieren van beveiliging tegen inbraak: 1. Omtrekbeveiliging: het opsporen van binnendringing via een een deur of raam, en 2. Binnenshuis-beveiliging: het opsporen van bewegingen, als een inbreker daadwerkelijk Uw gebouw zou zijn binnengedrongen. De omtrek van Uw gebouw wordt bewaakt door bijv. electromechanische detectoren, die een poging tot insluiping (d.w.z. beweging van een deur of raam, het breken van glas, etc.) registreren en doorgeven. De omtrek-detectoren kunnen in AAN/UIT zones, 24-UURS-zones of in een combinatie van beide worden geplaatsl. Omtrekbeveiliging kan verder worden onderverdeeld in vertraagde- en direct-zones: a) Een omtrek-vertraagde zone heeft een vertragingstijd tussen het openen van een beveiligde deur en het ontstaan van alarm. Bijvoorbeeld: De hoofdingang van Uw gebouw bevindt zich altijd in een omtrek-beveiligszone, omdat gezinsleden of personeel in de gelegenheid moeten worden gesteld binnen te komen en het systeem uit te schakelen zonder een vervelend alarmsignaal te veroorzaken. b) Een omtrek-directzone geeft onmiddellijk alarm, zodra een beveiligde deur of raam wordt geopend. Bewegingen van personen binnen een gebouw worden gecontroleerd door bewegingsdetectoren, die bewegingen waarnemen, of door electro-mechanische apparatuur (bijv. een contact op een binnendeur) of door beide. Wordt door het Aritech CS-121 systeem een verstoring van een omtrek-zone en/of een binnenshuis-zone waargenomen, dan zal een alarm worden geproduceerd. Onderstaande tekening geeft een illustratie van het principe van een inbraakbeveiligingsysteem. Hoe het CS-121 systeem Uw huis tegen inbrekers beveiligt. ffsrood bewegïngsdeteclorer, Ultrasoon bewegingsdetectien Deur/raam contacten
41 37 BRANDBEVEILIGING Beveiliging van Uw pand tegen brand is een belangrijke optionele functie van het CS- 121 systeem. Indien U wenst, dat deze beveiligingsfunctie deel uitmaakt van Uw systeem, zai rook- en hittegevoelige detectie-apparatuur (branddetectoren) moeten worden aangebracht op die plaatsen, waar de kans op rook en vuur waarschijnlijk het grootst is (zie onderstaande tekening ). Rook en hitte zijn indicaties, die duiden op een brand in een vroeg stadium. Zodra één van deze aanwijzingen wordt ontdekt, zal het Aritech CS-121 systeem alarm geven. Branddetectoren worden altijd aangebracht in 24-UURS zones, zodat 24 uur per dag en 7 dagen per week beveiliging tegen brand kan worden gedetecteerd. Onderstaande tekening geeft een illustratie van het principe van brandbeveiliging: HOE HET CS-121 SYSTEEM UW HUIS TEGEN BRAND BEVEILIGT: H I 1 h-ri h 1 r Woonkamer Hal Eetkamer Keuken Slaapkamer Kinderkamer Rook/Hitte detectoren
42 38 ALARM Het systeem kent 3 alarm-types: OPTISCH, AKOESTISCH EN TELEFONISCH* 1. OPTISCH alarm wordt gegeven door: - Het rode BEVEILIGING IN lampje, dat knippert * als een zone wordt verstoord. * - Het groene STATUS lampje, dat uitgaat als een zone wordt verstoord. - De rode ZONE-lampjes, die aangeven welke zones zijn verstoord. -Extra flitslichten met een hoge intensiteit voor binnen of buiten. 2. AKOESTISCH alarm kan worden geproduceerd door een bel of sirene, welke binnen- en/of buitenshuis worden aangebracht. Het akoestisch alarm waarschuwt iedereen, die zich binnen gehoorafstand bevindt, dat zich in Uw gebouw een alarmsituatie voordoet. Het kan gebruikt worden om aandacht te trekken, wanneer het gebouw verlaten is. 3. STIL-ALARM. Als Uw CS-121 installatie is voorzien van een telefoonkiezer, zal het systeem automatisch een telefonisch alarm doorgeven aan max. twee geselecteerde telefoonnummers. Meestal zullen dit de geheime telefoonnummers van een Centrale Meldkamer zijn, waardoor een optimale bewaking van Uw systeem ontstaat ' Mits uitgerust met de optionele telefoonkiezer (zie 3 boven).
43 39 STIL ALARM (Vervolg) Via een telefonische melding naar de Centrale Meldkamer geeft de telefoonkiezer aan, om welk soort alarm het gaat. Overeenkomstig de afspraken, die U van tevoren heeft gemaakt, zal iemand in de Centrale Meldkamer: a) naar U opbellen om het alarm te bevestigen, of b) naar gelang de alarmsituatie de Politie, Brandweer of Medische Hulpverleningsinstantie in kennis stellen, of c) andere, door U gespecificeerde instructies, opvolgen. Uw gebouw Aulom. teleloor.melding Teief- bevestiging a-dere acüe Centrale Meldkame- Bel! op naar JB-andwee» Politie Med. Hulpverlening Stil alarm naar een particulier adres, anders dan Centrale Meldkamer. De telefoonkiezer kan op verzoek zo worden geprogrammeerd, dat een telefonisch alarm niet naar de Centrale Meldkamer, maar naar een ander adres wordt doorgegeven. Als het telefonisch alarm naar een ander particulier adres in werking is gesteld, zal Uw systeem in noodsituaties een telefonisch alarm naar het betreffende andere gebouw zenden. De persoon in dat andere gebouw, dié de telefoon opneemt, zal een pieptoon horen (1 seconde aan, 1,5 seconde uit). Hierdoor wordt hij/zij gewaarschuwd, dat Uw telefoonkiezer een melding maakt van een noodsituatie. Hij/Zij houdt vervolgens een "zender", de RESET TOON GENERATOR genaamd, tegen het spreekgedeelte van de telefoon en drukt dan het knopje op de generator in, waardoor een "bevestigingssignaal" wordt uitgezonden. Uw telefoonkiezer weet dan, dat hij met het juiste adres is verbonden. Uw telefoonkiezer zal daarna volgens een code bleepsignalen geven om aan te geven, welk soort alarm van toepassing is. Bijvoorbeel: 1 bleepsignaal = Inbraakalarm 2 bleepsignalen = Brandalarm 3 bleepsignalen = Medisch alarm etc. (Deze codes worden door de installateur geprogrammeerd) De eerder genoemde persoon in het andere gebouw kan aan de hand van het aantal bleepsignalen vaststellen om welke noodsitualie het gaat en zal vervolgens de juiste maatregelen treffen (opbellen naar Politie, Brandweer, etc). Uw systeem zal de bovengenoemde bleepsignaal-code diverse malen herhalen om zeker te zijn, dat de persoon aan de andere kant van de lijn de alarmmelding correct heeft ontvangen. Wanneer de bleepsignaal-code stopt, dient de genoemde persoon de RESET TOON GENERATOR opnieuw tegen het mondstuk van de telefoon te houden en het knopje voor de tweede maal in te drukken. Op die manier wordt aan Uw telefoonkiezer doorgegeven, dat het telefonisch alarm ontvangen en begrepen is. De telefoonkiezer zal het "gesprek" dan beëindigen.
44 40 TELEFONISCH ALARM NAAR EEN PARTICULIER ADRES (VERVOLG) Mocht U besluiten deze telefoonfunctie naar een particulier adres in Uw systeem te willen opnemen, dan raden wij U aan de onderstaande procedure te volgen: a) Organiseer een bijeenkomst met de persoon (of de personen) in het andere gebouw, die zich bereid hebben verklaard Uw alarmmeldingen aan te nemen. Spreek duidelijk af, welke procedure gevolgd dient te worden, wanneer een telefonisch alarm binnenkomt. b) Beschrijf de geluiden, die zij door de telefoon zullen horen, wanneer Uw telefoonkiezer een telefonisch alarm naar hun gebouw zendt. Overhandig hun een lijst met de beschrijving van de bleepsignaal codes. c) Stel de betreffende personen een RESET TOON GENERATOR ter beschikking. Geef instructies met betrekking tot het gebruik van dit apparaat en leg deze instructies schriftelijk vast. d) Onderwerp de telefonische melding naar een particulier adres tenminste eenmaal per maand aan een test. Op die manier kunt U zeker zijn van een optimaal functioneren. Luid alarm-vertragingsfunctie Akoestisch en/of optisch alarm (mits geïnstalleerd) worden gewoonlijk onmiddellijk in werking gesteld, als er een verstoring plaatsvindt in een beveiligde zone. Is Uw installatie echter voorzien van een telefoonkiezer, dan heeft U de mogelijkheid de werking van iedere geïnstalleerde akoestische en/of optische alarmgever 3 of 10 minuten (programmeerbaar) te vertragen, nadat een verstoring is opgetreden. Dit noemen we de luid alarm vertraging; eveneens een zeer belangrijke functie in het CS-121 systeem. Bij een daadwerkelijke poging tot inbraak zal de 3 of 10 minuten vertraging de telefoonkiezer in de gelegenheid stellen een inbraakalarm aan de Centrale Meldkamer door te geven, vanwaar het verder wordt doorgegeven aan de politie. Daardoor heeft de politie mogelijk voldoende tijd om zich naar het gebouw te begeven en de inbreker in de kraag te grijpen, voordat hij door een sirene, bel of flitslicht wordt afgeschrikt en op de vlucht slaat. Opheffen vertraging Het is ook mogelijk de CS-121 zodanig ts programmeren, dat de bovengenoemde alarm-vertraging wordt opgeheven voor het geval, dat de telefoonkiezer niet in staat is het inbraakalarm op bevredigende wijze aan de Centrale Meldkamer door te geven. Indien deze functie is geprogrammeerd, zal de alarm-vertraging worden opgeheven als: 1. de telefoonkiezer binnen 3 of 10 minuten na het doorgeven van een alarmmelding geen definitieve bevestiging ontvangt van de Centrale Meldkamer, of 2. de telefoonkiezer niet in staat is een verbinding tot stand te brengen met de Centrale Meldkamer, of 3. de telefoonkiezer een fout ontdekt in de telefoonverbinding (waardoor het doorgeven van een alarmmelding aan de Centrale Meldkamer niet mogelijk is).
45 41 5. HET PROGRAMMEREN VAN DE CS-121 "Programmeren" is een volgorde van handelingen, waarmee een computer-systeem wordt medegedeeld, welke taken het heeft en hoe en wanneer het die taken moet uitvoeren. In de CS-121 computer zijn 2 soorten programma's opgeslagen: het Systeem-werkingsprogramma en het Gebruikersprogramma. a) Het systeem-werkingsprogramma, dat de computer vertelt hoe hij berekeningen moet uitvoeren, wordt tijdens de produktie van het controlepaneel in het computergeheugen ingebracht. Het systeemwerkingsprogramma is door systeemprogrammeurs samengesteld. Wijzigingen in het systeemprogramma kunnen na ingebruikname van de CS-121 uitsluitend door programmeurs of ander speciaal daartoe opgeleide technici worden aangebracht. b) Het gebruikersprogramma omvat specifieke instructies, die tijdens de produktie in het computergeheugen worden ingebracht zodat het systeem nog vóór aflevering kan worden getest. Na installatie van de CS-121 kan de installateur het programma zodanig aanpassen, dat het systeem volledig aan de installatie-eisen voldoet. In dit hoofdstuk wordt beschreven, welke wijzigingen en aanpassingen er in het gebruikersprogramma moeten worden aangebracht om te zorgen, dat de CS-121 binnen Uw specifieke beveiligingsinstallatie, optimaal functioneert. Elk programma bestaat uit afzonderlijke stappen of handelingen, de zogenaamde programmalijnen. De CS-121 bevat meer dan 200 programmalijnen. De gebruiker heeft slechts toegang tot de programmalijnen 1 t/m 11. De programmalijnen 12 t/m 238 kunnen alleen door technische specialisten worden gewijzigd. Op de volgende pagina's volgt een beschrijving van de programmalijnen 1 t/m 11.
46 42 PROGRAMMALIJN OMSCHRIJVING DOEL OF GEBRUIK Toegangscode voor de gebruiker (uw geheime code ) Toegangscode voor de gebruiker (gecontroleerd gebruik) Hiermee kunt U maximaal 8 verschillende gebruikerscodes in het computergeheugen opslaan. Deze 8 codes kunt U zo vaak U wilt gebruiken. Voor elke code kan één van de volgende toegangsniveau's worden vastgesteld: 0) Het systeem kan niet worden in-ol uitgeschakeld en toegang is onmogelijk. Met deze gebruikerscode kan alleen toegang worden verkregen tot secundaire toetsfuncties. 1 ) Het systeem kan worden in- en uitgeschakeld en zijn normale taken uitvoeren. 8) Met dit niveau kan in plaats van het gehele systeem ook één afzonderlijke zone uit- en weer ingeschakeld worden (zie pagina 35). 9) Het systeem werkt normaal, maar als een telefoonkiezer is geïnstalleerd kan een overvalalarm steeds onopvallend worden doorgegeven als deze code gebruikt wordt. 10) Met dit niveau kunnen twee opeenvolgende zones in- en uitgeschakeld worden. 11) Met dit niveau kunnen drie opeenvolgende zones in- en uitgeschakeld worden. 12) Met dit niveau kunnen vier opeenvolgende zones in- en uitgeschakeld worden. 13) Met dit niveau kunnen vijf opeenvolgende zones in- en uitgeschakeld worden. 14) Met dit niveau kunnen zes opeenvolgende zones in- en uitgeschakeld worden. 15) Met dit niveau kunnen zeven opeenvolgende zones in- en uitgeschakeld worden. Het toegangsniveau wordt voor elk van de 8 codes door de installateur bepaald. Code 9 kan een vooraf vastgesteld aantal malen worden gebruikt. Programmalijn 11 (ze beneden) bepaalt of code 9 een bepaald aantal malen of onbeperkt kan worden gebruikt. De in programmalijn 10 opgeslagen code wordt gebruikt om het systeem in de programmeerpositie te brengen (d.w.z. om beperkte wijzigingen aan te brengen in de wijze, waarop het systeem functioneert). 11 Programmeercode voor de gebruiker Gebruiksteller van code 9 Bepaalt hoe vaak gebruikerscode 9 kan worden gebruikt. Kan variëren van maal of onbeperkt (255).
47 43 5. PROGRAMMEREN (vervolg) Het wijzigen van de Gebruikerscode De onderstaande PROGRAMMAMATRIX toont hoe de CS-121 tijdens de produktie werd geprogrammeerd. Aan het einde van dit handboek vindt U een ingevulde programmamatrix, bestemd voor eigen gebruik. Vaak is het handiger de programmamatrix eerst in te vullen alvorens met programmeren te beginnen. PROGRAMMA OMSCHRIJVING WAARDE TOEGANGS- LIJN NIVEAU' Gebruikerscode 1 Gebruikerscode 2 Gebruikerscode 3 Gebruikerscode 4 Gebruikerscode 5 Gebruikerscode 6 Gebruikerscode 7 Gebruikerscode 8 Gebruikerscode 9 Programmeercode Gebruiker Gebruiksteller Cod *Opm.: Er zijn TIEN verschillende toegangsniveau's, die elk door een cijfer worden vertegenwoordigd. [0] Het systeem kan niet worden in- of uitgeschakeld en toegang is onmogelijk. Met deze gebruikerscode kan alleen toegang worden verkregen tot secundaire toetsfuncties. [I] Het systeem kan worden in- en uitgeschakeld en zal zijn normale taken uitvoeren. [8] Met dit niveau kan in plaats van het gehele systeem één zone afzonderlijk uit- en weer ingeschakeld worden (zie pagina 35) [9] Het systeem werkt normaal, maar als een telefoonkiezer is geïnstalleerd kan een overvalalarm onopvallend worden doorgegeven als deze code gebruikt wordt. [10] Met dit niveau kan de betreffende zone en de opvolgende zone (tot.2) in- en uitgeschakeld worden. [II] Met dit niveau kan de betreffende zone en de twee opvolgende zones (tot.3) in- en uitgeschakeld worden [12] Met dit niveau kan de betreffende zone en de drie opvolgende zones (tot.4) in- en uitgeschakeld worden [13] Met dit niveau kan de betreffende zone en de vier opvolgende zones (tot.5) in- en uitgeschakeld worden [14] Met dit niveau kan de betreffende zone en de vijf opvolgende zones (tot.6) in- en uitgeschakeld worden [15] Met dit niveau kan de betreffende zone en de zes opvolgende zones (tot.7) in- en uitgeschakeld worden 2. Het toegangsniveau van elke gebruikerscode wordt bij de installatie van Uw systeem vastgesteld. Het bij de toegangsniveaj behorende cijfer kan alleen door de installateur worden gewijzigd
48 44 5. PROGRAMMEREN (vervolg) Stel, U wilt gebruikerscode 1 veranderen in Voer de Programmeercode in [9][8][8][8][8] Ga naar programmalijn 1 [1][#] Voer de nieuwe code in [1][2][3][4][5] Het systeem geeft een kort bleepsignaal, gevolgd door een lang. De code is nu gewijzigd. Herhaal desgewenst deze procedure voor de andere codes. Elke code moet uit 5 cijfers bestaan. Als het laatste cijfer echter een 0 is, dan wordt deze 0 niet door het systeem waargenomen. Als de laatste twee cijfers 0 zijn, dan zijn slechts de eerste drie cijfers van toepassing etc. Wordt een 0 gevolgd door een ander cijfer, dan is deze 0 een onderdeel van het codenummer en dient ingevoerd te worden. Bijvoorbeeld: Gebruikerscode 1 is geprogrammeerd als Wanneer U deze code wilt gebruiken, voert U 7777 in. De laatste 0 hoeft niet ingedrukt te worden om toegang te krijgen. Als de gebruikerscode 1 is geprogrammeerd als 77070, dan moet U code 7707 invoeren.
49 45 UITVOERIGE BESCHRIJVING VAN HET PROGRAMMEREN Het overgaan in de programmeerfunctie a) Om in de programmeermogelijkheid van de gebruiker te komen, dient U achtereenvolgens de toetsen in te drukken. Dit is de programmeercode van de gebruiker, zoals die in de fabriek werd vóór-geprogrammeerd (U kunt deze code met behulp van programmeerlijn 10 wijzigen). b) Wanneer de cijfers zijn ingevoerd, zullen de 8 zone-lampjes op het druktoetspaneel gaan knipperen. Hiermee wordt bevestigd, dat het systeem nu in de programmeerpositie van de gebruiker is. c) De lampjgs zullen blijven knipperen, totdat U de programmeerlijn invoert, die U wilt programmeren of totdat U de [*] toets indrukt (Door de [*] toets in te drukken verlaat U de programmeerpositie). d) Zodra U zich in de programmeerpositie bevindt zal bij elke toetsaanslag een tijdvenster van 3 minuten worden gestart. Verstrijkt tussen twee toetsaanslagen meer dan 3 minuten, dan zal het systeem automatisch terugkeren naar zijn normale toestand. Op die manier wordt voorkomen, dat het systeem in de programmeerpositie blijft voor het geval, dat U tijdens het programmeren wordt afgeleid. e) U kunt de programmeerpositie ten allen tijde verlaten door de ['] toets in te drukken. Opzoeken van programmeerlijnen a) Opsporing van een bepaalde programmeerlijn is mogelijk door het systeem in de programmeerpositie te brengen en daarna achtereenvolgens het nummer van de gewenste programmeerlijn en de "zoek" toets [#] in te drukken. Voorbeeld: U wilt programmeerlijn 10 opzoeken (programmeercode voor de gebruiker). Plaats het systeem in de programmeerpositie (zie boven) en: 1. Voerde cijfers 1-0 in. 2. Druk de [#] toets in U bent in programmeerlijn 10.
50 46 HET AFLEZEN VAN EEN PROGRAMMEERWAARDE ZONE lampjes 1-8 hebben in het systeem een tweeledige functie. In de normale beveiligingssituatie gaat een zone-lampje branden om aan te geven, dat in de betreffende zone een verstoring plaatsvindt. In de programmeerpositie geven de zone-lampjes aan welke waarde in de programmeerlijn is opgeslagen. Overeenkomstig de onderstaande tabel wordt aan elk zone-lampje een cijferwaarde toegekend: Zone lampje aan Cijferwaarde geen = 0 1 = 1 2 = 2 3 = 4 4 = 8 5 = 16 6 = 32 7 = 64 8 = 128 Bij elke functie, die U intoetst, zullen één of meer zone-lampjes gaan branden om de cijlerwaarde van die bepaalde programmeerlijn aan te geven. Gaan er meerdere zone-lampjes branden, dan is de cijferwaarde gelijk aan de som van de cijfers, welke door de zone-lampjes wordl vertegenwoordigd. Voorbeeld: U toetst programmeerlijn 11 in en zone-lampje 3 gaat branden. Dal betekent, dat de in programmeerlijn 11 opgeslagen cijferwaarde 4 bedraagt. Zouden echter de zonelampjes 2 en 3 gaan branden, dan zou de cijferwaarde van programmeerlijn 11,6 bedragen (4+2=6). Bij de programmeerlijnen, die betrekking hebben op de geheime codenummers (= de programmeerlijnen 1 t/m 10) wordt de waarde van elk cijfer van de geheime code afzonderlijk - in volgorde weergegeven. Bij programmalijn 11 geven de zone-lampjes de absolute waarde van het in deze programmeerlijn opgeslagen getal aan. Voorbeeld: U wilt de in programmeerlijn 1 opgeslagen code van 5 cijfers aflezen. Plaats het systeem in de programmeerpositie (hoofdstuk 5.1) en: 1. Druk toets [1] in. 2. Druk de [#] toets in. De zone-lampjes 1-2 en 3 gaan branden. Dat betekent, dat het eerste cijfer van de code "7" is. (1 +2+4=7). 3. Druk de [#) toets weer in. De zone-lampjes 1 en 4 gaan branden. Het tweede cijfer is "9" (1+8=9). 4. Druk de [#] toets weer in. De zone-lampjes 1 en 2 gaan branden. Het derde cijfer is "3" (1+2=3). 5. Druk de [#] toets weer in. Er gaat geen zone-lampje branden. Het vierde cijfer is "0". 6. Druk de [#] toets weer in. Zone-lampje 4 gaat branden. Het vijfde cijfer is "8". De gebruikerscode, opgeslagsn in programmeerlijn 1, is dus Voorbeeld: U wilt de in programmeerlijn 11 opgeslagen cijferwaarde aflezen (gebruiksteller van code 9). Plaats het systeem in de programmeerpositie en: 1. Voer 1-1 in. 2. Druk de [tt] toets in. De zone-lampjes 3 en 2 gaan branden. Dat betekent, dat de in programmeerlijn 11 opgeslagen cijferwaarde "6"is (4+2). Gebruikerscode 9 kan dus maar 6 keer gebruikt worden.(bij een 7e poging door de houder van code 9,zal het systeem weigeren).
51 47 HET WIJZIGEN VAN EEN PROGRAMMALIJN-WAARDE U kunt de waarde (of de cijfers) van een bepaalde programmalijn wijzigen door allereerst de programmalijn op te sporen en vervolgens de nieuwe waarde (of cijfers) in te voeren. Voorbeeld 1: U wilt de huidige gebruikerscode op programmalijn 3 veranderen in Plaats het systeem in de programmeerpositie en: 1. Toets cijfer [3] in. 2. Druk de [#] toets in. (Negeer de zone-lampjes, tenzij U de huidige code wilt aflezen alvorens deze te wijzigen). 3. Voer de nieuwe code in: druk de toetsen in (als een code minder dan 5 cijfers heeft moet deze met nullen worden aangevuld). 4. Na het intoetsen van het vijfde cijfer zal het systeem terugkeren naar de normale beveiligingssituatie. De nieuwe gebruikerscode nr.3 is nu in het geheugen van de computer opgeslagen. De houder van code nr.3 moet nu de cijfercode invoeren om toegang tot het systeem te krijgen. Opmerking Na het programmeren van een gebruikerscode (programmalijnen 1 t/m 10) zal het systeem altijd terugkeren naar de normale beveiligings-situatie. Als U naar een andere programmalijn wilt gaan, dient U opnieuw het systeem in de programmeerpositie te plaatsen (zie pagina 44, "Programmeren"), het nummer van de gewenste programmalijn in te voeren en vervolgens de [#] toets in te drukken. Voorbeeld 2: U wilt de maximale tellerwaarde van code 9 (programmalijn 11) veranderen in 15. Plaats het systeem in de programmeerpositie en: 1. Voer [1-1] in. 2. Druk de [#] toets in. De huidige tellerwaarde kunt U berekenen aan de hand van de (brandende ) zone-lampjes. 3. Voer 1-5 in. 4. Druk de [*] toets in. De nieuwe tellerwaarde van code 9 (15) is nu in programmalijn 11 opgeslagen en het systeem is terug in de normale beveiligingssituatie. 5. Als U zich ervan wilt vergewissen, dat de nieuwe waarde 15 is, plaats het systeem dan opnieuw in de programmeerpositie en volg dan de procedure zoals beschreven in "Het lezen van de waarde van een programmalijn" op pagina 45. Opmerking Na het programmeren van programmalijn 11 dient U de programmeerpositie door handbediening te verlaten (toets [*]) en het systeem vervolgens opnieuw in de programmeerpositie te plaatsen om een nieuwe functie te programmeren.
52 48 6. VERKLARENDE WOORDENLIJST INSCHAKELEN "Inschakelen" is het proces, waarbij het CS-121 systeem in de beveiligende functie wordt geplaatst, waarin zoneverstoringen worden ontdekt en alarm wordt gemeld. Zodra het systeem door de gebruiker is ingeschakeld, blijft het ingeschakeld, totdat het door de gebruiker bewust wordt uitgeschakeld. Het blijft zelfs ingeschakeld, wanneer de stroomvoorziening wordt onderbroken (dankzij een noodstroom accu in het controlepaneel). ZONE UIT Het bewust uitschakelen van de beveiliging in één afzonderlijke zone. Wanneer een zone als gevolg van de ZONE UIT functie van beveiliging wordt uitgesloten, zullen de detectoren van die zone geen alarm veroorzaken. CODES De "electronische sleutels", die de daartoe gemachiigde personen in staat stellen het systeem te bedienen en wijzigingen in het programma in te voeren. OPDRACHT Een instructie, gegeven aan de CS-121 computer. Cijfermatige instructies worden gegeven met behulp van de opdrachttoetsen [0] t/m [9] en speciale instructies worden gegeven met de toetsen [*] [#] [2] [3] [6] [7] en [8]. CONTROLEPANEEL De metalen kast, waarin zich een computer en andere electronische circuits bevinden, die zorgen voor het opwekken en doorgeven van de verschillende soorten alarm ingeval van een zone-verstoring. INGANGSVERTRAGINGSTIJD Een vaste tijdsduur tussen het moment, waarop de in- of uitgangsdeur wordt geopend en het moment, waarop een verstoringsalarm wordt opgewekt. De ingangsvertragingstijd biedt de mogelijkheid het beveiligde gebouw of huis weer binnen te gaan en het systeem uit te schakelen zonder een ongewild alarm te veroorzaken (voor beschrijving zie hoofdstuk 4). UITGANGSVERTRAGINGSTIJD Een vaste tijdsduur tussen het moment, waarop de [TOTALE BEVEILIGING] toets wordt ingedrukt en het moment, waarop het systeem inschakelt. De uitgangsvertragingstijd biedt de mogelijkheid vóór het verlaten van het gebouw of huis het systeem in te schakelen en vervolgens door de in- of uitgangsdeur naar buiten te gaan zonder een ongewild alarm te veroorzaken (voor beschrijving zie hoofdstuk 4). INSTALLATEURSCODE Een speciale code, die door de installateur wordt gebruikt om toegang tot het Systeem-werkingsprogramma te krijgen. VALS ALARM leder ongewenst alarm, d.w.z. een alarm, dat niet door een echte brand of een inbreker wordt veroorzaakt. EINDINSTELSCHAKELAAR Een momentschakelaar, die in combinatie met het druktoetspaneel wordt gebruikt om het systeem in te schakelen. Kan op dezelfde wijze worden uitgevoerd als een voordeurbel, magnetische schakelaar, etc. BRAND Een van de mogelijke noodalarmsituaties. Een brandalarm wordt telkens opgewekt, wanneer een brandzone detector rook of hitte ontdekt of wanneer de toetsen [1] en [3] op het druktoetspaneel gelijktijdig worden ingedrukt.
53 49 VERKLARENDE WOORDENLIJST (vervolg) INDICATIE-LAMPJES De 10 gekleurde lampjes op het druktoetspaneel, die de toestand van het systeem, de aard van de storing en de cijferwaarde van bepaalde programmeerfuncties laten zien. SLEUTELSCHAKELAAR Een moment-draaischakelaar, die gebruikt wordt om het systeem in- en uit te schakelen. Voor het omdraaien van de schakelaar wordt een echte sleutel gebruikt. MEDISCH Een van de mogelijke noodalarmsituaties. Een MEDISCH alarm wordt opgewekt, zodra een medische zone in werking wordt gesteld of de toetsen [3] en [9] op het druktoetspaneel gelijktijdig worden ingedrukt. SITUATIE/POSITIE Een specifieke wijze van systeembediening en reactie. Zo bestaat bijvoorbeeld tussen de situatie GEDEELTELIJKE BEVEILIGING en de programmeerpositie een groot verschil in bediening en reactie van het systeem. POLITIE Een van de mogelijke noodalarmsituaties. Een POLITIE-alarm wordt opgewekt, zodra een Politie-zone in werking treedt of de toetsen [*] en [#] op het druktoetspaneel gelijktijdig worden ingedrukt. DRUKTOETSPANEEL Het kleine bedieningspaneel met toetsen en gekleurde lampjes, die U in staat stellen het systeem te bedienen. DETECTOREN Apparatuur, die een indringer of brand ontdekken. Detectie-apparatuur kan omvatten: deur- en/of raamcontacten, bewegingsdetectoren, drukgevoelige matten, glasbreukdetectoren, trillings- of schokdetectoren. rook- en hittedetectoren. SPECIALE FUNCTIETOETSEN 4 toetsen op het druktoetspaneel, waarmee U het systeem speciale opdrachten kunt geven. SABOTAGE ledere situatie, waarin iemand opzettelijk tracht het systeem te veranderen (of onopzettelijk verandert), in electrisch of mechanisch opzicht, zodat ingeval van een zone-verstoring geen alarm wordt opgewekt. GEBRUIKERSCODE Speciale cijfercombinatie, die de personen, die deze combinatie kennen, in staat stellen het systeem te bedienen. Er kunnen maximaal 9 gebruikerscodes in de computer worden opgeslagen. Elke gebruikerscode kan 1 tot 5 cijfers bevatten. Bijvoorveeld: 23, 106, 15694, 6, 7824, etc. PROGRAMMEERCODE VAN DE GEBRUIKER Een code van 5 cijfers, die U in staat stelt bepaalde waarden in het computergeheugen te wijzigen, ledere CS-121 wordt geleverd met de fabriekscode Deze code dient na de installatie van Uw systeem te worden gewijzigd. VERSTORING Een omgewenste binnenkomst van een persoon of een brandsituatie in een beveiligde zone. ZONE Een afgebakend gebied, behorend tot Uw gebouw, dat beveiligd wordt.
54 50 BRANDPREVENTIE EN ONTSNAPPING BIJLAGE A Het doel van hitte- en rookdetectoren is het opsporen van brand in een zeer vroeg stadium en het produceren van een alarmsignaal, zodat de aanwezige personen meer tijd krijgen het gebouw te verlater, voordat de rookontwikkeling een gevaarlijk niveau bereikt. KEN DE RISICO'S VAN BRAND. Er bestaat geen detectie-apparatuur, die Uw leven onder alle omstandigheden beveiligt: daarom zou U veiligheidsvoorzieningen moeten treffen ter voorkoming van gevaarlijke situaties zoals, roken in bed, kinderen alleen in huis achterlaten en het gebruik van brandbare vloeistoffen voor reiniging, zoals benzine etc. De beste brandbeveiliging is het terugdringen van de brandrisico's door juiste opslag van materialen en een verstandige manier van huishouden. De voornaamste oorzaken van brand zijn onzorgvuldig gebruik van brandbare materialen en electrische apparaten en overbelasting van de stroomvoorziening. Explosieve- en zeer brandbare materialen moeten uit het gebouw worden verwijderd. IN GEVAL VAN BRAND: Ga onmiddellijk naar buiten. Blijf niet binnen om in te pakken of waardevolle eigendommen te zoeken. Is er sprake van zware rookontwikkeling, houdt dan Uw adem zo veel mogelijk in en blijf laag bij de grond of kruip indien nodig. De zuiverste lucht bevindt zich namelijk vlak boven de vloer. Als U door een gesloten deur moet, voel dan voorzichtig aan de deur of deurknop of er sprake is van overmatige verhitting. Is dit niet het geval, zet dan Uw voet tegen de onderkant van de deur, Uw heup teger het midden en één hand tegen de bovenkant. Open de deur op een kier. Als er een stroom hete lucht ontstaat, sla de deur dan snel dicht en vergrendel hem. Bij een ongeventileerde brand ontstaat aanzienlijke druk. Zorg, dat alle personeels- en gezinsleden van dit gevaar op de hoogte zijn. Gebruik de telefoon van Uw buren om de brandweer te waarschuwen. Het blussen moet U aan professionele brandweerlieden overlaten, aangezien er te veel onvoorziene omstandigheden kunnen optreden, wanneer onervaren personen een brand trachten te blussen. BEN VOORBEREID: Houdt regelmatig brandoefeningen om er zeker van te zijn, dat U en Uw personeel en gezinsleden een alarmsignaal direct herkennen. Boots verschillende omstandigheden na voor Uw eigen beveiliging (zoals rook in de hal, in de woonkamer etc). Laat iedereen vervolgens op de betreffende situatie reageren. Maak een plattegrond, waarop U duidelijk laat zien, waar de twee uitgangen van elke ruimte zich bevinden. Het is belangrijk, dat kinderen zorgvuldig worden geïnstrueerd; zij zijn immers vaak geneigd zich in een crisissituatie te verbergen. Het is zonder meer noodzakelijk, dat er één verzamelpunt wordt afgesproken buiten het huis. U dient iedereen er nadrukkelijk op te wijzen, dat zij zich in geval van brand op die plaats moeten verzamelen. Zo voorkomt U de dramatische situatie, dat iemand het brandende huis weer ingaat om iemand te gaan zoeken, die al in veiligheid is. Als er kinderen of invaliden tot Uw gezin behoren, kunt U de brandweer van dienst zijn door stickers met aanwijzingen op de slaapkamerramen te plakken. Dergelijke stickers worden meestal door de brandweer verstrekt. KEN HET GELUID VAN UW EIGEN BRANDALARMSIGNAAL!
55 51 BIJLAGE B PROGRAMMAMATRIX De "Programmamatrix"* is een getekende weergave van de verschillende gegevens of functies, die in het computergeheugen zijn opgeslagen. Onderstaand schema omvat de 11 programmalijnen, die door de gebruiker kunnen worden geprogrammeerd (voor een beschrijving van de functies 1 t/m 11, zie pagina 41 ). PROGRAMMA LIJN OMSCHRIJVING Gebruikerscode 1 Gebruikerscode 2 Gebruikerscode 3 Gebruikerscode 4 Gebruikerscode 5 Gebruikerscode 6 Gebruikerscode 7 Gebruikerscode 8 Gebruikerscode 9 Programmeercode van de Gebruiker Gebruiksteller van code 9 WAARDE TOEGANG& NIVEAU'S 'Opm.: 1. Er zijn 10 toegangsniveau's, die elk door een cijfer worden vertegenwoordigd. [Oj Het systeem kan niet worden in- of uitgeschakeld en toegang is onmogelijk. Met dit niveau kan alleen toegang worden verkregen tot de secundaire toetsfuncties. [1 ] Het systeem kan worden in- en uitgeschakeld en zal zijn normale taken uitvoeren. [8] Met dit niveau kan in plaats van het gehele systeem ook één zone afzonderlijk uit- en weer ingeschakeld worden (zie pagina 35). [9] Het systeem werki normaal, maar als een teleloonkiezer is geïnstalleerd kan een overvalalarm op onopvallende wijze worden doorgegeven als deze code wordt gebruikt. [10] Met dit niveau kan de betrellende zone en de opvolgende zone (tot.2) in- en uitgeschakeld worden. [11] Met dit niveau kan de betreffende zone en de opvolgende twee zones (tot.3) in- en uitgeschakeld worden. [12] Met dit niveau kan de betreffende zone en de opvolgende drie zones (tol.4) in- en uitgeschakeld worden. [13] Met dit niveau kan de betreffende zone en de opvolgende vier zones (tot.5) in- en uitgeschakeld worden. [14] Met dit niveau kan de betreffende zone en de oovolgende vijf zones (tot.6) in- en uitgeschakeld worden. [15) Met dit niveau kan de betreffende zone en de opvolgende zes zones (tot.7) in- en uitgeschakeld worden. 2. Het toegangsniveau van elke gebruikerscode wordt bij de installatie van Uw systeem vastgesteld. Hel bij het toegangsniveau behorende cijfer kan alleen door de installateur worden gewijzigd.
GEBRUIKERS HANDLEIDING
GEBRUIKERS HANDLEIDING ALFANUMERIEK TOETSENTABLO CMK683 - Juni 1990 - 1 HET ALFANUMERIEK TOETSENTABLO Het alfanumeriek display bestaat uit 2 regels van elk 16 letters lang. Het alfanumeriek display toont
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Advisor CD 2401S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security Puurs ADVISOR CS 2401S1 Gebruikershandleiding Software versie: V5-A-GH COPYRIGHT SLC Europe & Africa 1997. All
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
VISONIC MAX-5 ALARMCENTRALE
VISONIC MAX-5 ALARMCENTRALE Aanwijzingen voor de Gebruiker Alphatronics B.V. copyright 1991, Nijkerk INTRODUCTIE Uw inbraaksignaleringsinstallatie heeft als hart een Visonic MAX-5 alarmcentrale. Op dit
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding
Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding ( V1.2 17/03/98 ) PRODUCT CODE : LFFP801 FP800 Gebruikershandleiding V1.2 Wat te doen in geval van brandalarm. Uitschakelen akoestisch alarm Druk op toets
NP0052.04. Gebruikershandleiding CMK470S
NP0052.04 Gebruikershandleiding januari 1998 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
GEBRUIKERSHANDLEIDING
NP0060.1 juli 1996 INLEIDING De is een inbraakalarmcentrale met maximaal 6 detectiepunten die bediend kan worden m.b.v. het LED of LCD bediendeel. De commando s die vanuit het bediendeel worden ingegeven
FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding
FP400-serie Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen Gebruikershandleiding Versie 2.3 / Juni 2004 Aritech is een merknaam van GE Interlogix. http://www.geindustrial.com/ge-interlogix/emea
CS series LED-gebruikersgids
CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met CE-certificering) Deze apparatuur voldoet aan beschikking 98/482/EC van de Europese Raad inzake Pan-Europese voorschriften
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING 1. BEDIENING... blz. 2 1.1 Bedieningspaneel... blz. 2 1.1 a) De LED's 1 t/m 10... blz. 2 1.1 b) De middelste punt... blz. 3 1.1 c) De rechter punt... blz. 3 2. SCHAKELEN VAN
GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale
GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale INHOUDSOPGAVE: Pagina Inschakelen van de centrale (AFWEZ)..Pag. 1 Inschakelen van de centrale met de hoofdgebruikers code...pag. 1 Inschakelen van de centrale met de
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
BEDIENINGSINSTRUCTIES
INHOUDSOPGAVE Blz Onderwerp 2 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 Overzicht signaleringen en bedieningen 6 Het uit- en inschakelen van groepen, melders en relais 7 Het opvragen van een toestand en overzicht
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected]
Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c - 3881 SC Putten - Tel : 0341-375757 www.lagarde.nl - [email protected] Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Het Bedieningspaneel 3 PIN-code voor toegang tot het systeem 4 Het
ADVISOR CD3401. Manager Handleiding. Software versie: vanaf V6.0 142705999-1
ADVISOR CD341 Manager Handleiding Software versie: vanaf V6. 14275999-1 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een
ADVISOR CD7201 CD95/15001. Manager Handleiding. Software versie: vanaf V6.0 142501999-2
ADVISOR CD721 CD95/151 Manager Handleiding Software versie: vanaf V6. 14251999-2 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen
Het Keypad (met segmenten)
Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie 1.1 Bediening en informatie van uw beveiligingssysteem Het JABLOTRON 100 systeem kan worden bedient met verschillende soorten bediendelen, die tevens informatie
ADVISOR CS 2401S1 CD 3401S1
ADVISOR CS 2401S1 CD 3401S1 Gebruikershandleiding Software versie: V5-A-GH ARITECH BELGIUM EXCELSIORLAAN 45 1930 ZAVENTEM 32-(0)2-715.89.30 COPYRIGHT SLC Europe & Africa 1997. All rechten voorbehouden.
Verkorte Gebruiker Handleiding
Verkorte Gebruiker Handleiding Inhoud Algemeen... 3 Het keypad... 3 Functietoetsen... 4 Cijfertoetsen... 4 Navigatietoetsen... 4 LCD scherm... 4 Signalisatie LED s... 6 Noodtoetsen... 6 De verschillende
Advisor CD 7201S1 CD 9501S1 CD 15001S1
Handleiding hoofdgebruiker Advisor CD 721S1 CD 951S1 CD 151S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security 3 886 66 56 Puurs ADVISOR CD721 CD95/151 3 886 66 56 Hoofdgebruiker Handleiding Software
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding NK700 reeks Compleet Gebruikersmenu Puurs KILSEN NK700 reeks Conventionele brandmeldcentrale Gebruikershandleiding 1 INHOUDSOPGAVE 1 Inhoudsopgave... 3 2 Gebruikershandleiding...
+))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))), *TEL. POLITIE:...*.)))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))))-
GEBRUIKERS-HANDLEIDING CP-407DL CENTRALE. De CP-407DL is een zeven groepen centrale die ontwikkeld en geproduceerd is door ALPHATRONICS B.V. te Nijkerk. Dit technisch hoogwaardig Nederlands produkt is
CENTRAAL CONTROLE PANEEL EC 6350 LCD
CENTRAAL CONTROLE PANEEL LCD GEBRUIKERS HANDLEIDING Rev. GEBLCD.INB.EC6350V2.2.DSC.106TVE.V1.1.NL PC5015 versie 2.2 INHOUDS OPGAVE Algemene systeeminformatie... 3 Inschakelen situatie afwezig... 4 Inschakelen
ELVA Security 03 886 66 56 www.elva.be
Gebruikershandleiding INIM Smartline brandmeldcentrale. 1. Front brandmeldcentrale 1 2. Bediening: A Sleutel Niveau 1 Niveau 2 Toetsen B C 4 scroll toetsen Stop sirene D Reset E F Evacuatie Onderzoek deze
Beveiligingssysteem. Beknopte. Gebruikershandleiding
Beveiligingssysteem Beknopte Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Na een alarmmelding...3 Zo stopt u de sirene...3 Voordat u het systeem weer kunt inschakelen...3 Als u dit op het display ziet...3 Zo schakelt
Handleiding hoofdgebruiker Advisor CD 3401S1
Handleiding hoofdgebruiker Advisor CD 341S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security 3 886 66 56 Puurs ADVISOR CD341 3 886 66 56 Hoofdgebruiker Handleiding Software versie: vanaf V6. COPYRIGHT
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LCD-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
Beknopte handleiding NF3000 INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE BEDIENING CENTRALE EN WEERGAVE... 2 Hoofdcentrale... 2 Primaire indicators... 2 Druktoetsen... 2 Toetsenbord... 3 Omschrijving LEDs... 4 BEDIENINGSACTIES OP DE CENTRALE... 5 Uitgangen Buiten-
Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54
Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Copyright TEF Nederland erland B.V. Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Brandcentrale XF-C 2 XF-C 4 XF-C 6 XFC2 XFC4 XFC6 XF-C2/4/6 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security ELVA Security ELVA Security Puurs Brandcentrale model XF-C Gebruikershandleiding
gebruiksaanwijzing Rev. 1.0 03/2002
gebruiksaanwijzing Alarm Privé 1998 Rev. 1.0 03/2002 GEBRUIKSAANWIJZING ALARM-PRIVE INSTALLATIE VOOR WONINGEN Inhoudsopgave DE COMPONENTEN VAN UW ALARM-PRIVE BEVEILIGINGSSYSTEEM de centrale...pag. 3 het
Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties
TAG-IN-A-BAG Stand alone proximity toegangscontrolesysteem Gebruikershandleiding 1. Introductie De TIAB is ontworpen om de toegang voor onbevoegden tot beschermde gebieden te beperken. De unit maakt gebruik
Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies
Bedieningshandleiding FC0 FC0-0 A FC0-04 A FC0-08 A FC0- A Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets deze
NP1050.09 GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708
NP1050.09 GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708 April 2002 Brandmeldcentrale 708 Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone
Bedieningshandleiding FC 0/ zone Bedieningshandleiding FC00 Overzicht indicatie... Overzicht bediening... 5 Normaalbedrijf... 6 stoestand DAG / NACHT... 7 5 Wat te doen bij brandalarm... 8 6 Meldergroepen
FBII XL2P. Alarmsysteem. Gebruiksaanwijzing
FBII XL2P Alarmsysteem Gebruiksaanwijzing 1. VERKORT OVERZICHT 1 1.1. Systeem inschakelen 3 1.2. Systeem uitschakelen 3 1.3. Gedeeltelijk inschakelen 3 2. INLEIDING 4 3. SYSTEEM CONFIGURATIE 5 3.1. Inschakelen
Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards
Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleidingding Effectief en gebruiksvriendelijk Het in uw voertuig gemonteerde Cobra alarmsysteem biedt een simpele, maar uiterst effectieve en gebruiksvriendelijke
Draadloze signaal overdracht. De communicatie tussen melders en centrale wordt radiografisch geregeld.
GEBRUIKERSHANDLEIDING PRO800p V1.4-NL Pagina: 1 Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw Zeus Pro-800p. U bent hiermee in het bezit gekomen van één van de meest geavanceerde als ook eenvoudig
Bedieningshandleiding FC 1004 E
Bedieningshandleiding FC 00 E Bedieningshandleiding FC00-E SR Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzigingen voorbehouden. Niets
gebruiksaanwijzing installatie voor woningen
gebruiksaanwijzing installatie voor woningen GEBRUIKSAANWIJZING ALARM-PRIVE INSTALLATIE VOOR WONINGEN Inhoudsopgave DE COMPONENTEN VAN UW ALARM-PRIVE BEVEILIGINGSSYSTEEM de centrale...pag. 3 het codebedieningspaneel...pag.
Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding
Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding Firmware versie 1.00 csp-x_o_nl 05/13 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 [email protected] www.satel.eu INHOUD
GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober
GALAXY 6 & 6+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6 versie 4 oktober 00 Galaxy 6/6+ centrale i.c.m. Mk6 bediendeel Gebruikers Handleiding Deze handleiding is een aanvulling op de GalaXy 6/6+ gebruikers handleiding.
Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL
Syncro AS Analoge Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Man-1100 030209V1.0NL Index Section Page 1. Inleiding...2 2. Bediening...2 3.1 Bedieningsniveau 1...2 3.2 Bedieningsniveau 2...2 3. Alarmen...2
GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4
Art.-Nr.: Art.-Nr.: Montage handleiding Inhoud Algemene omschrijving...p. Montage handleiding en functies...p. Instellingen van magneet contacten...p. Aansluiting met draadloos magneet contact...p. Aansluiting
Gebruikershandleiding
GE Security NetworX TM Series NX-4-EUR/NX-6-EUR/NX-8-EUR/N8E NX-8E/NX-8-EUR/NX-6-EUR/NX-4-EUR Gebruikershandleiding g imagination at work NX-8E/NX-8-EUR/ NX-6-EUR/NX-4-EUR Gebruikershandleiding Page 2
ADVISOR CD 7201S1 CD 95/15001S1
ADVISOR CD 7201S1 CD 95/15001S1 Gebruikershandleiding Software versie: vanaf V6.0 142664999-3 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht,
Bedieningshandleiding FC 1008 E
Bedieningshandleiding FC 008 E Technische wijzigingen en leveringsmogelijkheden voorbehouden Copyright by B.V. Alle rechten voorbehouden. Wijzi gingen voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
ADEMCO 6128NL. gebruikershandleiding
ADEMCO 6128NL gebruikershandleiding GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van uw Ademco alarminstallatie. Met dit systeem bent u in het bezit van een moderne inbraak-, brand- en
BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X
LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BRANDMELDINSTALLATIE TYPE BMC 8000X In het logboek dienen alle meldingen, storingen,
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding 9800 ELVA Security Puurs 9800+ Handleiding voor de gebruiker Uitgave: September 1998 Scantronic Inhoudsopgave 1. Introductie 3 2. Allerdaags gebruik 4 Hoe weet ik of het systeem werkt?
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER HYBRIDE CONTROLEPANELEN
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER HYBRIDE CONTROLEPANELEN Scantronic Inhoud 1. Inleiding... 3 Het beveiligingssysteem... 3 De codebediendelen... 3 Afstandsbediening 725r... 6 Over deze handleiding... 6 2.
Gebruikershandleiding. Advisor Advanced
Gebruikershandleiding Advisor Advanced Inhoud Bediendelen en lezers 1 Algemene toetsreeksen voor LCD-bediendeel 2 Toegang tot het systeem met uw PIN-code en/of kaart 2 Het systeem in- en uitschakelen 3
Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding
Cobra Alarm 4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 [email protected] ISO 9001:2008 Cobra Alarmsysteem: Diefstal is de laatste tijd explosief gestegen. CAN Bus manipulatie
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleiding Vodafone Power to you Effectief en gebruiksvriendelijk 1. Alarmsysteem met aparte autorisatie Het in uw voertuig gemonteerde
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl [email protected] - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914
GEBRUIKERSHANDLEIDING. NetworX. Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding - Betekenis van de LED s Aan LED Gereed LED Brand LED De AAN LED is aan wanneer het systeem ingeschakeld is. Als het systeem uitgeschakeld is dan staat de LED uit. Heeft er zich een
DA-SYSTEMS 6/14- COM. Gebruikershandleiding
DA-SYSTEMS APLIQUE 6/14- COM Gebruikershandleiding 1. Display-uitleg 1.1. Inleiding 1.2. Klavier 1.3. Display 1.4. Gebruikersfuncties 1.4.1. Inschakelen 1.4.1.1. Volledig inschakelen 1.4.1.2. Gedeeltelijk
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleiding Vodafone Power to you Effectief en gebruiksvriendelijk 1. Alarmsysteem met aparte autorisatie Het in uw voertuig gemonteerde
GEBRUIKERSHANDLEIDING. Elektronisch slot Multicode. think safe
GEBRUIKERSHANDLEIDING Elektronisch slot Multicode think safe Gebruikershandleiding elektronisch slot Multicode Algemeen Het slot werkt met een 6- of 7-cijferige code of een 6- of 7-letterige code. Elke
Jablotron JA-63 Profi Gebruikers handleiding
Jablotron JA-63 Profi Gebruikers handleiding Let op: Functies van dit systeem kunnen substantieel gewijzigd worden door programmering tijdens installatie. De installateur dient gebruikers instructies te
Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP
Gebruikershandleiding Bedienpaneel MINI-REP Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset de brandmeldcentrale 1.4. Starten en stoppen van de Ontruiming 1.5. Uitlezen
gebruikershandleiding Elektronisch slot met noodsleutel think safe
gebruikershandleiding Elektronisch slot met noodsleutel think safe 2 Gebruikershandleiding elektronisch slot met noodsleutel think safe Belangrijke aandachtspunten Lees de handleiding voordat u het elektronische
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
2006 Ajax Brandbeveiliging B.V.
006 Ajax Brandbeveiliging B.V. Alle rechten voorbehouden. Zonder schriftelijke toestemming van Ajax Brandbeveiliging B.V. mag niets deze gave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale Junior V4 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
Brandmeldcentrale BMC-V
Brandmeldcentrale BMC-V Beknopte gebruikers handleiding Gebruiksaanwijzing voor brandmeldcentrale Handleiding / gebruik Logboek Handleiding onderhoud Versie 0805-1 Beknopte gebruiksaanwijzing Brandmeldcentrale
Generic_Manual_230x163.indd 1 26/07/06 14:26:53
Generic_Manual_230x163.indd 1 26/07/06 14:26:53 Generic_Manual_230x163.indd 2 26/07/06 14:26:54 INHOUDSOPGAVE Welkom...3 Een blik op het bedieningspaneel...4 PIN-code voor toegang tot het systeem gebruiken...5
Homelink-Prolink. Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding. Blz. 1
Homelink-Prolink Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding Blz. 1 Blz. 2 Inhoud Bediening en display...3 Functietoetsen:...4 Speciale symbolen op het display...5 Inschakelen...6 Volledig inschakelen (met
ADVISOR CD 4401S1. Gebruikershandleiding. Software versie: vanaf V6.0 143133999-1
ADVISOR CD 4401S1 Gebruikershandleiding Software versie: vanaf V6.0 143133999-1 COPYRIGHT? SLC Europe & Africa 1997. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht,
EP600 SERIE GEBRUIKERSHANDLEIDING
EP600 SERIE GEBRUIKERSHANDLEIDING 1) Form: 2 pages A5. Formaat: 2 pagina's A5. 2) Text may differ from original and is for reference only. Tekst kan verschillen met origineel en is alleen voor referenties.
MONITOR ISM / AFx Veiligheidssysteem Meerdere Bewoners Handleiding V1.3
MONITOR ISM / AFx Veiligheidssysteem Meerdere Bewoners Handleiding V.3 Veiligheidssysteem Meerdere Bewoners Handleiding Welkom nieuwe gebruikers! Er zijn twee soorten bediendelen t.b.v. Appartement beveiliging.
FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com
FAQ en HANDLEIDINGEN MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54 Inhoud: 1.1. Omschrijving Bediening Brandmeldcentrale 1.2. Alarmsituatie 1.3. Reset
Gebruiker Handleiding Premier 24/48/88/168/640 INS479
Gebruiker Handleiding Premier 24/48/88/168/640 INS479 Overzicht Premier Series Gebruiker Handleiding 1. Overzicht Introductie Dit document behandelt de alledaagse bediening van uw alarmpaneel, voor meer
Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote
Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote Alarmsysteem met afstandsbediening leidraad bij het instellen - Dutch Geachte klant, In deze handleiding vindt u de informatie en bedieningen die nodig
Multi Level Software Sloten
Multi Level Software Sloten EM2050 EM3050 EM3550 Gebruikershandleiding V01 NE M LOCKS BV Vlijtstraat 40 7005 BN Doetinchem Nederland www.m-locks.com 2 www.m-locks.com Multi Level Software Locks V01 NE
GEBRUIKSHANDLEIDING. Art. 866 DRIVERCARD 06DE1939A - 03/04. Cobra is a registered trade mark by DELTA ELETTRONICA
GEBRUIKSHANDLEIDING Art. 866 DRIVERCARD 12 Cobra is a registered trade mark by DELTA ELETTRONICA 06DE1939A - 03/04 1 06DE1939A.pmd 1 GARANTIE Garantie bepaling INHOUD Introductie... pagina 2 1. DriverCard
DA SYSTEMS. Aplique. Gebruikershandleiding
DA SYSTEMS Aplique Gebruikershandleiding 1.1. Inleiding De standaard gebruikerscode is 1234, bespreek samen met Uw installateur hoe U deze code kan wijzigen. 1.2. Klavier 1 2 3 7 8 Bespreek met uw installateur
Nieuwerth elektronica. Gebruikershandleiding SIS Alarmsysteem Compacte draadloze beveiligingscentrale. diensten / verkoop - ICT / elektronica
Gebruikershandleiding SIS Alarmsysteem Compacte draadloze beveiligingscentrale Nieuwerth elektronica diensten / verkoop - ICT / elektronica support: 0180 531 400 / 06 466 70 417 www.sisalarm.nl [email protected]
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding 9851 ELVA Security Puurs Inhoud 1. Introductie... 3 Het systeem... 3 De codebediendelen... 4 Afstandsbediening 725r... 5 Over deze handleiding... 6 2. Dagelijks gebruik... 7 Hoe weet
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER MK 2 HYBRIDE CONTROLEPANEEL
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER MK 2 HYBRIDE CONTROLEPANEEL Contents 1. Introductie... 3 Het systeem... 3 De codebediendelen... 3 Afstandsbediening 725r... 6 Over deze handleiding... 6 2. Dagelijkse routine...
GEBRUIKERS HANDLEIDING TD8401 EN TD8801
GEBRUIKERS HANDLEIDING TD8401 EN TD8801 INLEIDING De TD8401 en TD8801 is een UNIVERSEEL toepasbare, vrij programmeerbare telefoonkiezer. De kiezer kan berichten doorgeven aan professionele meldkamers,
NPS-16 Burenalarmeringssysteem
Handleiding voor Alphatronics B.V. de gebruiker NPS-16 Burenalarmeringssysteem Burenalarmeringssysteem Revisie A Uitgave 10-1998 Alphatronics B.V. (MDK) INHOUD INHOUD... Pagina 1 Introductie... Pagina
Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.
MKP-300 DRAADLOOS BEDIENDEEL MKP300_NL 03/12 Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld. 1. Eigenschappen
Gebruikershandleiding. voor NX-4 / NX-6 / NX-8 / NX-8PLUS
Centrale met geïntegreerde multi-formaat communicator geschikt voor up- en downloading Gebruikershandleiding voor NX-4 / NX-6 / NX-8 / NX-8PLUS Versie Maart 2003 BVVO keuring : BIS/REC/696 BZ-MI keuring
GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding
GE Security FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding versie 1-0 / november 2004 ERKENNING HANDELSMERK De onderstaande merknamen zijn handelsmerken van Echelon Corporation
Programmeer- en bedieningsinstructies
KNSV-6000 elektronisch KNSV-6020 elektronisch KNSV-7000 elektronisch Programmeer- en bedieningsinstructies CODES - DE BASIS BEDIENINGSINSTRUCTIES De door de fabriek ingestelde mastercode is #1234. Deze
Microprocessor gestuurde alarmcentrale C.6-6
Microprocessor gestuurde alarmcentrale C.6-6 GEBRUIKSAANWIJZING GEFELICITEERD. Welkom bij de Eurotec -familie! Uw C.6-centrale werd ontworpen voor mensen zoals u die betrouwbaarheid, kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid
Toonaangevend in veiligheid. Detect 3004. De juiste mensen op de juiste plek
Toonaangevend in veiligheid Detect 3004 De juiste mensen op de juiste plek BEDIENINGSINSTRUCTIE BRANDMELDCENTRALE SYSTEEM 3000 2.1 Normale bewakingstoestand 2.2 Alarm De groene lampen "netvoeding" en "in
FUNKTIES VAN HET TOETSENTABLO
FUNKTIES VAN HET TOETSENTABLO cmk470ge.geb november 1992 1 (1) LED-INDIKATIE De led-indikatie geeft de funktie van de centrale en de status van de zones weer. (2) TOETS 1: BLOKKEER ZONES Individuele groep(en)
GEBRUIKERSHANDLEIDING
NP0031.4 december 1996 INLEIDING De is een inbraakalarmcentrale die bediend kan worden m.b.v. het bediendeel. De commando s die op het bediendeel worden ingegeven worden naar de centrale verstuurd en zullen
Gebruikershandleiding Integra
Gebruikershandleiding Integra Overzicht van het bediendeel Storing Systeem ingeschakeld Servicemode Alarm De storingsled (geel) zal branden bij een storing aan het syteem. De systeem ingeschakeld led geeft
VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding
int-tsg_gv_nl 05/15 Bediendeel INT-TSG Firmware versie 1.03 VERSA / VERSA Plus Verkorte gebruikershandleiding SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. 58 320 94 00 www.satel.eu WAARSCHUWINGEN
Mauer GmbH Technologie voor beveiliging. Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard
Informatie over de bediening: Mauer GmbH Technologie voor beveiliging Code Combi B VdS-Cl 2 Artikelnummer 82131 - standaard Bedieningsinstructies Lees deze instructies aandachtig door voordat u het slot
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
Ref: HANDLEIDING VAREL RLS. Enkel systeem. VAREL ALARM Tel:
Ref: 16-03-2017 HANDLEIDING VAREL RLS Enkel systeem VAREL ALARM [email protected] Tel: 011231288 Weergave op het display: Symbool Indicatie Omschrijving On Systeem in goede staat: 230V + accu in orde
2014-03-21 GSM500 PROGRAMMATIE HANDLEIDING
2014-03-21 GSM500 PROGRAMMATIE HANDLEIDING 1. Aansluitschema 2. Specificaties Voedingsspanning 7-32 Vdc GSM frequentie GSM 850/900/1800/1900 MHz Werkingstemperatuur -20 C tot + 55 C Gewicht 220 gr Afmetingen
