GIDS PAARDENHOUDERIJ. Mestdecreet
|
|
|
- Hilde Hermans
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 GIDS PAARDENHOUDERIJ Mestdecreet
2 Colofon De auteur en de uitgever streven naar betrouwbaarheid en correctheid van de informatie opgenomen in deze uitgave. Verantwoordelijke uitgever ir. Guido Clerx, waarnemend gedelegeerd bestuurder Vlaamse Landmaatschappij Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel Samenstelling Ing. Ludo Naessens Vlaamse Landmaatschappij Peter Meerts Vlaamse Landmaatschappij Foto s blz. 3: kabinet Peeters blz. 4, 6, 21 en 22: VLP blz. 14: Maarten Cloet blz. 8 en 13: VLM Oost-Vlaanderen blz. 18: VLM Limburg Druk Perka Industrielaan 12, 9990 Maldegem Uitgave Deze brochure werd opgemaakt en samengesteld op basis van de gegevens gekend op 15 januari 2009.
3 VOORWOORD De paardenhouderij heeft zich de afgelopen jaren op het Vlaamse platteland volop ontwikkeld. Naar schatting zouden er zo n paardachtigen in Vlaanderen aanwezig zijn. Ook het aantal personen dat recreatief en/ of sportief met paarden begaan is, loopt in de tienduizenden en groeit gestaag. Minister van plattelandsbeleid Kris Peeters stelde dat de ontwikkeling van de paardenhouderij een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling was, waarmee het beleid rekening moest houden. Om hierop in te spelen besliste de minister, in nauw overleg met verschillende actoren van de paardensector, om over te gaan tot een traject van zeven thematische dialoogdagen. Die grepen plaats in De afdeling Platteland van de Vlaamse Landmaatschappij bereidde deze dialoogdagen grondig voor en volgde ze op. Tijdens elk van de zeven heel constructieve dialoogdagen, kwam telkens weer tot uiting dat de paardensector, op elk niveau (hobbymatig, professioneel, recreatief, sportief of competitief), een grote nood had aan basisinformatie over tal van facetten waarmee de sector geconfronteerd wordt. Deze brochure over de mestwetgeving wil die behoefte concreet invullen. Ze loodst de paardenhouder vlot maar deze gids geeft de paardenhouder alvast de kans om zich met voldoende kennis van zaken verder te informeren. De gegevens zijn gebaseerd op de huidige regelgeving en blijven dus geldig zolang de huidige wetgeving van kracht is. 15 januari Kris Peeters Minister-president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Landbouw en Plattelandsbeleid gids paardenhouderij - mestdecreet 3
4
5 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 5 Begrippen Wanneer ben ik aangifteplichtig? Wat houdt de aangifteplicht in bij uitbating van een paardenpension? Met hoeveel paarden komt 300 kg P 2 overeen? Ik ben aangifteplichtig, wat nu? Hoe moet ik een aangifte bij de Mestbank indienen? Wat gebeurt er als een aangifteplichtige paardenhouder toch geen aangifte indient? Ik ben niet aangifteplichtig, wat nu? Wat als ik meerdere exploitaties uitbaat? Wat moet ik invullen op de mestbankaangifte? Hoe bereken ik de gemiddelde bezetting van mijn paarden? Wat moet ik niet invullen op de mestbankaangifte? C. De bemestingsnormen 1. Algemeen Hoeveel paarden mag ik op een weide houden gedurende een bepaalde periode? Hoelang kan ik mijn paarden laten grazen? Bemestingsnormen in gebieden andere dan de algemene gebieden Hoe kan ik weten in welk gebied mijn percelen gelegen zijn? Ik laat mijn paarden grazen op weiden die ik niet in eigen beheer heb, wat nu? D. Het vervoer van mest 1. Algemeen Volume/gewicht verhouding vaste paardenmest Uitzonderingen waarbij geen mesttransportdocumenten vereist zijn Wat is de samenstelling van paardenmest? Wanneer mag ik paardenmest niet uitrijden? Wat zijn de voorwaarden bij het uitrijden van paardenmest? Mag ik paardenmest opslaan op de akker? Wanneer mag ik kunstmest gebruiken? Overzicht van mijn mesttransporten Wat zijn nutriëntenemissierechten? Is er een verband met de milieuvergunning? Vanaf hoeveel paarden moet ik over NER s beschikken? Mijn bedrijf produceert méér dan 300 kg P 2, hoeveel NER s heb ik dan nodig? Ik heb NER s, hoeveel paarden kan ik daarmee houden? Hoe kan ik NER s bekomen? Wat gebeurt er als ik paarden houd en niet of onvoldoende NER s heb? F. Het Mest Internet Loket MIL Wat is een beheerovereenkomst? Welke soorten beheerovereenkomsten zijn er? Wie kan een beheerovereenkomst sluiten? Bij wie kan u een beheerovereenkomst aanvragen? Een beheerplan op maat van uw bedrijf Een voorbeeld: aanplant en onderhoud van kleine landschapselementen...29 H. Adressen 1. Vlaamse Landmaatschappij (VLM), afdeling Mestbank Diensten Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV) gids paardenhouderij - mestdecreet 5
6 HET MESTDECREET Het mestdecreet onderging sinds haar publicatie begin 1991 al meerdere wijzigingen. Vanaf 1 januari 2007 werd een totaal nieuw mestdecreet van kracht, het Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. De Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank voert dit decreet uit. Hieronder worden een aantal punten aangehaald die voor elk Vlaamse paardenhouder van belang zijn. 6 gids paardenhouderij - mestdecreet
7 A. DEFINITIES aspecten het mestdecreet van toepassing is. Een exploitatie is een uitbating van een geheel van activiteiten en bijhorende infrastructuur door een welbepaalde exploitant op een welbepaalde locatie, met inbegrip van de door de exploitant in gebruik zijnde landbouwgronden. Een exploitant is een natuurlijk persoon, rechtspersoon of een groepering van natuurlijke personen of rechtspersonen die een exploitatie exploiteert of voor wiens rekening een exploitatie wordt geëxploiteerd. Een landbouwer bestaat uit één of meer exploitanten en beheert op autonome wijze zijn bedrijf. Bij wordt een bedrijf zo gerund dat elke verwarring op vlak van beheer, uitvoering van landbouwactiviteiten, productiemiddelen of het gebruik ervan tussen twee of meer landbouwers uitgesloten is. Een bedrijf wordt m.a.w. op autonome en zelfstandige manier uitgebaat wanneer het bedrijf zich van elk ander bedrijf onderscheidt, zowel in de dagelijkse bedrijfsvoering als op administratief vlak. Autonoom beheer houdt in dat men daadwerkelijk over de nodige productiemiddelen beschikt of het beheer van de productiemiddelen in eigen handen heeft. Dit exclusieve gebruik van de productiemiddelen en het beheer ervan, moet de landbouwer kunnen aantonen met de nodige documenten. Autonoom beheer is van toepassing op alle landbouwers die bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij ge- Een bedrijf is het geheel van de productie-eenheden (= exploitaties) dat door de landbouwer wordt beheerd. Bedrijfsgroepen zijn één of meerdere bedrijven die worden geëxploiteerd door één van de volgende categorieën personen: echtgenoten of leden van eenzelfde gezin; een natuurlijke persoon en één of meer rechtspersonen waarin die natuurlijke persoon, zijn echtgenoot of een ander lid van zijn gezin belast is met de dagelijkse leiding; meerdere rechtspersonen waarin eenzelfde natuurlijke persoon, zijn echtgenoot of een andere lid van zijn gezin belast is met de dagelijkse leiding; met een vennootschap verbonden vennootschappen en personen verbonden met een persoon als vermeld in artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen. Een structuur staat. Met landbouwgronden bedoelen we de totale door bouwland, blijvend grasland en blijvende teelten ingenomen oppervlakte. Gronden waarop zich de woning en de stallen bevinden vallen hier niet onder! De zijn de landbouwgronden die op 1 januari van het kalenderjaar behoren tot de exploitaties die deel uitmaken van het bedrijf. Stalmest is een mengsel van stro en uitwerpselen van runderen, paarden, schapen, geiten of varkens, met een drogestofgehalte van het mengsel van minimum 20 procent en waarbij het mengsel als vaste mest is ontstaan door het huisvesten van deze dieren in ingestrooide stallen. gids paardenhouderij - mestdecreet 7
8
9 B. DE AANGIFTEPLICHT 1. WANNEER BEN IK AANGIFTEPLICHTIG BIJ DE MESTBANK? Elke uitbater van een bedrijf (ongeacht of uw bedrijf als hoofd- of bijberoep uitbaat of dat u enkel een bedrijf heeft voor uw hobby): ofwel ofwel ofwel van wie het bedrijf (= alle exploitaties samen) een productie aan dierlijke mest heeft van 300 kg fosfaat of meer; die een oppervlakte landbouwgrond (= landbouwgronden die op 1 januari van het kalenderjaar behoren tot de exploitaties die deel uitmaken van het bedrijf) gebruikt van 2 ha of meer (in eigendom of gehuurd of pacht); die een oppervlakte groeimedium bewerkt gelijk aan tenminste 50 are. Indien u behoort tot één of meerdere van de bovenstaande gevallen wordt u beschouwd als een aangifteplichtige landbouwer, zelfs al heeft u uit uw activiteiten geen inkomsten. 2. WAT HOUDT DE AANGIFTEPLICHT IN BIJ UITBATING VAN EEN PAARDENPENSION? Als hij aangifteplichtig is, moet de pensionuitbater de paarden op zijn pension bij de Mestbank aangeven. Hij is immers de persoon die de paarden zelf (of in zijn opdracht) verzorgt, voedert, de paardenboxen reinigt, e.d. Dit betekent dat hij de persoon is die de pensionstal exploiteert (niet de eigenaars van de respectievelijke paarden). Bovendien is de pensionuitbater meestal ook de houder van de milieuvergunning. Behalve bij de Mestbank, moet de pensionuitbater ook zijn gronden, die hij/zij dat kalenderjaar in gebruik heeft, laten registreren bij het Agentschap Landbouw en Visserij d.m.v. de verzamelaanvraag (zie verder). 3. MET HOEVEEL PAARDEN KOMT 300 KG FOSFAAT OVEREEN? Het mestdecreet houdt bij uitscheidingscijfers van dieren (en dus ook paarden) geen rekening met het volume veelheid stikstof, aangeduid als N, en fosfaat aangeduid als P 2. Bij paarden onderscheidt men drie groepen naargelang het gewicht, elk met eigen uitscheidingsnormen. P 2 (in kg/dier/jaar) N (in kg/dier/jaar) Paarden van meer dan 600 kg Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg Paarden en pony s van minder dan 200 kg Opmerking Ezels en zebra s zijn niet opgenomen in het mestdecreet en moeten bijgevolg niet aangegeven worden. gids paardenhouderij - mestdecreet 9
10 Voorbeelden Een landbouwer baat uit: Gemiddeld aantal dieren ha landbouwgrond Aangifteplichtig? Geen 1,10 ha grasland nee Geen 2,05 ha grasland ja 4 trekpaarden (= 120 kg P 2 ) 1,10 ha grasland nee 20 pony s (= 240 kg P 2 ) 1,90 ha grasland nee 15 paarden (= 315 kg P 2 ) 1,80 ha grasland ja 4 trekpaarden (= 120 kg P 2 ) 2,00 ha grasland ja 3 paarden, 5 pony s, 1 trekpaard (= 153 kg P 2 ) 3,50 ha grasland ja slachtkippen -1-, 1 paard (= kg P 2 ) 0,50 ha grasland ja mestvarkens -2-, 2 trekpaarden (= kg P 2 ) 1,20 ha grasland ja 5 ezels 1,90 ha grasland nee 15 ezels 2,00 ha grasland ja ezels, 3 paarden (= 63 kg P 2 ) 3,0 ha grasland ja -4-2 exploitaties, samen 10 pony s (= 240 kg P 2 ) elk 0,50 ha grasland nee 2 exploitaties, samen 10 pony s (= 240 kg P 2 ) elk 1,10 ha grasland ja 2 exploitaties, samen 11 trekpaarden (= 330 kg P 2 ) elk 0,90 ha grasland Ja 4. IK BEN AANGIFTEPLICHTIG, WAT NU? schap voor Landbouw en Visserij (ALV) en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), afdeling Mestbank met elkaar wel de uitvoering van de mestwetgeving als voor het Europese landbouwbeleid. STAP 1 - ren kan u opvragen bij uw buitendienst van het ALV (de contactadressen van het ALV vindt u achteraan in deze brochure) of downloaden van de website klik op Mijn bedrijf - Ieder jaar zal het ALV u nu een verzamelaanvraag opsturen die u dan, eens ingevuld, moet terugsturen. Op deze verzamelaanvraag duidt u uw gronden aan die u dat kalenderjaar in gebruik heeft (in eigendom of gehuurd of gepacht), hierover meer in STAP : uitscheidingsnorm 0,22 kg/slachtkip. -2- : uitscheidingsnorm 5,33 kg/mestvarken. -3- : enkel aangifteplicht voor de landbouwgronden, niet voor de ezels. -4- : omwille van de landbouwgronden zijn ook de 3 paarden aangifteplichtig, maar niet de 10 ezels. 10 gids paardenhouderij - mestdecreet
11 STAP 2 U moet uw landbouwgronden die u in gebruik hebt gedurende een kalenderjaar, laten registeren bij het ALV met het formulier van de verzamelaanvraag dat het ALV u eveneens zal toesturen. Deze verzamelaanvraag is de basis van de perceelsregistratie bij de Mestbank. Het ALV is de beherende instantie voor de verzamelaanvraag. Deze afdeling heeft in elke provincie een buitendienst. Uw buitendienst heeft voor u een belangrijke functie: het is het loket waar u uw verzamelaanvraag moet indienen; u kunt er terecht voor blanco kopieën van de verzamelaanvraag; u kunt er aankloppen voor informatie of bij problemen met het invullen van de verzamelaanvraag. Omdat de registratie van landbouwgronden niet bij de Mestbank, maar bij het ALV gebeurt, verwijzen we u dan ook voor wat deze materie betreft naar deze dienst. Opmerking u toeslagrechten wil activeren, u een tussenkomst wil aanvragen bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), u een beheerovereenkomst wenst te sluiten, u steun wenst aan te vragen in het kader van de agromilieumaatregelen. STAP 3 haar beurt zal uitmaken of u al dan niet aangifteplichtig bent. 5. HOE MOET IK EEN AANGIFTE BIJ DE MESTBANK INDIENEN? Eenmaal u zich bij het ALV kenbaar hebt gemaakt, wacht u op een brief van de Mestbank. Via het ALV, ontving de Mestbank immers gegevens over u als landbouwer, nl: alle gegevens over uw landbouwgronden. De Mestbank zal: van zodra zij uw gegevens van het ALV heeft ontvangen, u een informatieve brief richten. In die brief vindt u tal van relevante informatie over de mestwetgeving terug (o.a. aangifteplicht, bemestingsrechten, registerplicht, wat te doen bij overname, mestverwerkingsplicht, nutriëntenemissierechten, enz. aangevuld met bijlagen en contactpersonen). u vanaf het jaar volgend op het jaar waarin u zich bekend maakte, een blanco mest bankaangifte in tweevoud bezorgen. U vult één exemplaar in en stuurt dat terug naar de Mestbank in de provincie waar uw bedrijfszetel ligt. Net zoals het ALV, heeft de Mestbank immers in elke provincie een buitendienst. De adressen van de buitendiensten staan achteraan in deze brochure. 6. WAT GEBEURT ER ALS EEN AANGIFTEPLICHTIG PAARDENHOUDER TOCH GEEN AANGIFTE INDIENT? Het mestdecreet stelt hierbij dat er dan een administratieve geldboete van 250 euro kan worden opgelegd. Bij herhaling van de overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen van de boete verdubbelt de administratieve geldboete. 7. IK BEN NIET AANGIFTEPLICHTIG, WAT NU? Zelfs in dat geval is het onder bepaalde omstandigheden noodzakelijk om u kenbaar te maken via de hierboven gevolgde weg. Als u bijv. mest wil ontvangen om uw percelen te bemesten (u moet immers, als afnemer van de mest, bij de Mestbank gekend zijn om de nodige mesttransportdocumenten te kunnen opstellen (zie item Mesttransport )). Of als u gewoon de percelen die u zelf gebruikt eenduidig onder uw naam wil registeren (bijv. om De Mestbank zal u, na het ontvangen van uw gegevens van het ALV, een formulier toesturen: Verklaring vrijstelling van de aangifteplicht. Dit formulier vermeldt eveneens een landbouwernummer. U vult dit formulier in en stuurt het terug. Hierdoor is de Mestbank op de hoogte van uw exploitatie en krijgt u het statuut Niet aangifteplichtig, maar verder zijn er voor u geen administratieve verplichtingen meer op het vlak van aangifteplicht en zult u bijv. het volgend jaar geen mestbankaangifte meer ontvangen. Het vrijstellingsformulier kunt u opvragen bij de Mestbank of downloaden van de website klik op formulieren mestproblematiek vrijstelling van de aangifteplicht. gids paardenhouderij - mestdecreet 11
12 Opgelet wanneer u terug méér produceert dan 300 kg P O, moet u het ALV opnieuw verwittigen. Ook als het gebruik 2 5 van uw percelen verandert (u baat terug méér dan 2 ha landbouwgrond uit) neemt u in het desbetreffende jaar contact op met het ALV om uw registratie te wijzigen. vrijgesteld van aangifteplicht staat niet gelijk aan vrijgesteld van vergunningsplicht. Bijv. de exploitatie van 12 boxen voor paarden van 200 kg tot 600 kg in woongebied met landelijk karakter, houdt bij volledige bezetting een P 2 productie in van 252 kg P 2 en dus vrijstelling van aangifte bij de Mestbank. Deze inrichting is evenwel wél vergunningsplichtig als een klasse-2 inrichting. Meer info vindt u in de brochure Milieuvergunningen. 8. WAT ALS IK MEERDERE EXPLOITATIES UITBAAT? Het feit dat u meerdere exploitaties uitbaat, hebt u eveneens kenbaar gemaakt aan het ALV. Deze dienst heeft op haar beurt dan deze gegevens overgemaakt aan de Mestbank die u per exploitatie een mestbankaangifte zal opsturen. U moet dus per exploitatie een aangifte invullen en terugsturen. 9. WAT MOET IK INVULLEN OP DE MESTBANKAANGIFTE? Een mestbankaangifte heeft betrekking op de gegevens van het voorbije jaar (net zoals bijv. bij een belastingsaangifte). Het productiejaar is het jaar waarvan u de gegevens invult op de aangifte, terwijl het aanslagjaar, het jaar is waarin om deze gegevens wordt gevraagd. Meest recent is de aangifte van het productiejaar 2008, aanslagjaar Een aangifteformulier vindt u op de website klik op formulieren mestproblematiek aangifte. Welke gegevens moet ik concreet invullen als paardenhouder? Dieren de gemiddelde bezetting van paarden van het voorbije jaar én het aantal aanwezige standplaatsen Opslag van meststoffen op 1 januari de opslag van de hoeveelheid mest in de exploitatie en/of op de kopakker die aanwezig was op 1 januari van het aanslagjaar. -5- de opslag van andere meststoffen in de exploitatie en/of op de kopakker die aanwezig was op 1 januari van het aanslagjaar. Gebruik van meststoffen op eigen landbouwgronden, gelegen binnen Vlaanderen -6- hoeveelheid kunstmest. indien de exploitatie gelegen is buiten Vlaanderen, maar waarvan er toch gronden in Vlaanderen gelegen zijn, dient men naast het gebruik van kunstmest ook het gebruik van dierlijke mest en het eventueel gebruik van andere meststoffen op die Vlaamse gronden te vermelden. Gebruik van meststoffen op eigen landbouwgronden, gelegen buiten Vlaanderen dierlijke mest, via rechtstreekse uitscheiding (dus door begrazing). Dierlijke mest aangebracht door sprei- drijf voor Nederland) en moet dus niet aangegeven worden. -6- kunstmest. Opmerking Het vak: Verwerking van exploitatie-eigen mest is enkel van toepassing indien u zelf mest verwerkt op de eigen exploitatie. Dit houdt in dat zelfs als u alle paardenmest hebt laten wegvoeren voor verwerking (bijv. voor champignonsubstraat) u dit vak niet hoeft in te vullen. -5- : alle meststoffen die noch kunstmest, noch dierlijke mest zijn, maar waarin wel één of meer stikstof- en/of fosforverbindingen voor het gebruik op landbouwgrond in aanwezig zijn (bijv. zuiveringsslib, schuimaarde, compost, ). -6- : mest die via een industrieel proces werd vervaardigd. 12 gids paardenhouderij - mestdecreet
13 10. HOE BEREKEN IK DE GEMIDDELDE BEZETTING VAN MIJN PAARDEN? Dat gebeurt aan de hand van een dierregister. Iedere landbouwer met een dierlijke mestproductie vanaf 300 kg P 2 moet een dierregister bijhouden (voor alle dieren waarvoor de aangifteplicht geldt, behalve voor runderen) Dit is een formulier, opgedeeld in kolommen, waar men na het verstrijken van iedere maand, telkens het gemiddelde aantal paarden vermeldt dat gehouden werd in die voorbije maand. Na het verstrijken van het jaar wordt dan de som gemaakt en gedeeld door 12. Het resultaat is de gemiddelde veebezetting van het voorbije jaar en dit getal moet overgenomen worden op de mestbankaangifte. Logischerwijze geldt de registerplicht per gewichtscategorie. Het dierregister kunt u opvragen bij de diensten van de Mestbank of downloaden van de website klik op formulieren mestproblematiek register en toelichting. Het register bewaart u op uw bedrijf. Men moet steeds het ingevuld dierregister bij controle kunnen voorleggen. 11. WAT MOET IK NIET INVULLEN OP DE MESTBANKAANGIFTE? De hoeveelheid mest die van uw exploitatie in het voorbije jaar werd weggevoerd met documenten van burenregeling of met vervoersdocumenten. gids paardenhouderij - mestdecreet 13
14
15 C. DE BEMESTINGSNORMEN 1. ALGEMEEN Het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest valt onder het kwetsbaar gebied water. Daarnaast bepaalt het mestdecreet ook afbakeningen van o.a. natuur- en bosgebieden en fosfaatverzadigd gebied. Voor percelen die in meerdere afbakeningen liggen, gelden de strengste regels. Aan elk perceel wordt één type kwetsbaar gebied toegekend. Binnen het toegekend kwetsbaar gebied zijn soms meerdere bemestingsregimes mogelijk, afhankelijk van de keuze die men gemaakt heeft (bijv. derogatie, toepassing van beheerovereenkomst) of van wat de wetgeving oplegt. Binnen het geldige bemestingsregime is de toe te passen bemestingsnorm afhankelijk van de gewasgroep waartoe de teelt behoort die u verbouwt. Het mestdecreet onderscheidt immers verschillende gewasgroepen (grasland, maïs, gewassen met lage stikstofbehoefte, andere leguminosen dan erwten en bonen, suikerbieten, graangewassen en andere gewassen) met elk een bemestingsnorm. De bemestingsnorm is de toegelaten hoeveelheid stikstof (N) en fosfaat (P 2 ) uitgedrukt in kg/ha. Per type N en P 2 (uit dierlijke mest, uit kunstmest, ) wordt er een maximale hoeveelheid bepaald. Gezien paarden op weiden lopen en grazen, is hierna enkel de norm voor grasland opgenomen. Het gaat steeds over een maximale norm per jaar en per hectare landbouwgrond (die op 1 januari van het betrokken jaar deel uitmaakte van de exploitatie). Bemestingsnormen kwetsbaar gebied Water. Gewasgroep P 2 Totale N N uit dierlijke mest N uit andere meststoffen N uit kunstmest Grasland Opmerking Er is een mogelijkheid tot een verhoogde bemesting uit dierlijke stikstof tot 250 kg stikstof/ha grasland mits men voorafgaandelijk hiervoor een toelating bij de Mestbank aanvraagt, de zgn. derogatie. Wél blijven de bemestingsnorm voor fosfaat en de totale bemestingsnorm voor stikstof ongewijzigd. Men kan enkel een derogatie toepassen mits aan een reeks voorwaarden is voldaan (o.a. aanvraag van derogatie bij de Mestbank, aanduiding van de derogatiepercelen op de verzamelaanvraag, het laten nemen van bodemstalen, bijhouden van een bemestingsplan en bemestingsregister, e.a.). Voor meer info over de voorwaarden van derogatie kan u steeds terecht bij de diensten van de Mestbank. van kracht, zoals contractueel bepaald. Welk regime van kracht is, is afhankelijk van de startdatum (vóór eenkomst te raadplegen. Voor meer info kan u terecht bij de diensten van de Vlaamse Landmaatschappij (adressen: punt G. De Beheerovereenkomsten). 2. HOEVEEL PAARDEN MAG IK OP EEN WEIDE HOUDEN GEDURENDE EEN BEPAALDE PERIODE? Vooraf De mest van paarden in stallen is onderhevig aan allerlei processen die leiden tot stikstofverliezen. Ook tijdens de opslag en het vervoer treden verliezen op. Voor het berekenen van de netto-uitscheiding van de paarden mogen de stikstofverliezen uit de stal en de opslag in mindering gebracht worden. Deze stikstofverliezen zijn wettelijk bepaald. Hierop is evenwel een uitzondering, met name de paarden die nooit opgestald worden. Landbouwers die een gedeelte van hun paarden nooit in stallen houden, mogen voor deze paarden geen stikstofverliezen in rekening brengen; voor deze dieren geldt dus steeds het bruto-uitscheidingscijfer. gids paardenhouderij - mestdecreet 15
16 Bruto N (kg/dier/jaar) N verlies (kg/ dier/jaar) Netto N (kg/dier/jaar) Paarden van meer dan 600 kg 65 10,46 54,54 Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg 50 7,47 42,53 Paarden en pony s van minder dan 200 kg 35 4,57 30,43 Hieronder vindt u een voorbeeld waarbij er geen derogatie is aangevraagd, geen meststoffen worden toegediend en de paarden regelmatig op stal komen. Bij een weideperiode van bijvoorbeeld 6 maanden komt de helft (uitscheidingsnorm x 6/12) van de jaarlijkse netto-n- en P 2 - uitscheiding als rechtstreekse bemesting op de weide terecht. Wanneer men de N- en de P 2 bemestingsnorm (170 kg N/ha uit dierlijke mest en 100 kg P 2 /ha) deelt door de respectievelijke netto-n- en P 2 -uitscheiding gedurende de weideperiode bekomen we de volgende bezetting van paarden per ha: 6 maanden weideperiode Max. aantal paarden/ha op basis van Kg N/dier Kg P 2 /dier N-bemestingsnorm P 2 -bemestingsnorm Paarden van meer dan 600 kg 27,27 15,0 6,2 6,6 Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg 21,26 10,5 7,9 9,5 Paarden en pony s van minder dan 200 kg 15,21 6,0 11,1 16,6 Hieruit blijkt dat stikstof de beperkende factor is bij het bepalen van de maximale bezetting. Als gelijktijdig paarden van verschillende gewichtscategorie grazen op een perceel, dan moet u uiteraard rekening houden met de aanbreng van de stikstof van elk van deze categorieën. Wat indien er wel meststoffen worden toegediend? Wanneer bijv. 20 ton/ha rundermengmest (= 96 kg N en 28 kg P 2 ) ingezet wordt om bijv. nog een eerste snede gras van de weide te halen, dan is er nog slechts ruimte voor het toedienen van 74 kg N/ha en 72 kg P 2 /ha. Het aantal paarden dat dus gedurende de resterende weideperiode van bijv. 5 maanden nog kan grazen op deze gemaaide weide, moet dus verminderd worden om te voldoen aan de bemestingsnormen. 5 maanden weideperiode Max. aantal paarden/ha op basis van: Kg N/dier Kg P 2 /dier N-bemestingsnorm P 2 -bemestingsnorm Paarden van meer dan 600 kg 22,72 12,5 3,2 5,76 Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg 17,72 8,75 4,1 8,2 Paarden en pony s van minder dan 200 kg 12,67 5,0 5,8 14,4 Opnieuw is stikstofbemesting de beperkende factor. 3. HOELANG KAN IK MIJN PAARDEN LATEN GRAZEN? Omgekeerd kan men, wanneer men wenst uit te gaan van een vaste bezetting van paarden, ook het aantal dagen berekenen dat de paarden maximaal mogen grazen om aan de bemestingsnormen te voldoen. Hierbij gaat men als volgt te werk. Op basis van de netto N- en P 2 -uitscheiding en de veebezetting die u wenst te houden, berekent u de hoeveelheid N en P 2 die per dag dat de dieren grazen op de weide komt door rechtstreekse uitscheiding (uitscheiding/365 x bezetting). Dit is de dagelijkse uitscheiding van N en P 2. Vervolgens deelt u de N- en P 2 -bemestingsnorm door de respectievelijke dagelijkse uitscheiding van N en P 2. Het kleinste van deze twee cijfers geeft u het maximaal aantal dagen dat u de paarden bij de vooropgestelde bezetting kan laten grazen 16 gids paardenhouderij - mestdecreet
17 Max. aantal graasdagen/ha o.b.v Veebezetting (dier/ha) Kg N/dier/dag Kg P 2 /dier/dag N-bemestingsnorm P 2 -bemestingsnorm Paarden van meer dan 600 kg 5 0,149 0, Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg Paarden en pony s van minder dan 200 kg 10 0,116 0, ,083 0, Opnieuw is stikstofbemesting de beperkende factor. Wat indien er wel meststoffen worden toegediend? Wanneer bijv. 20 ton/ha runderdrijfmest (= 96 kg N en 28 kg P 2 ) ingezet wordt om nog een eerste snede gras van de weide te halen, dan is er nog slechts ruimte voor het toedienen van 74 kg N/ha en 72 kg P 2 /ha. Het aantal graasdagen/ha zal bij een gelijkblijvende bezetting van paarden dus verminderd worden om te voldoen aan de bemestingsnormen. Max. aantal graasdagen/ha o.b.v Veebezetting (dier/ha) Kg N/dier/dag Kg P 2 /dier/dag N-bemestingsnorm P 2 -bemestingsnorm Paarden van meer dan 600 kg 5 0,149 0, Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg Paarden en pony s van minder dan 200 kg 10 0,116 0, ,083 0, Opnieuw is de stikstofbemesting de beperkende factor. 4. BEMESTINGSNORMEN IN GEBIEDEN ANDERE DAN DE ALGEMENE GEBIEDEN A) KWETSBARE GEBIEDEN NATUUR Hieronder vallen natuurgebieden, natuurreservaten, natuurontwikkelingsgebieden en bosgebieden, alsmede de hiermee vergelijkbare gebieden van Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (GRUP s). Om natuurwaarden te behouden en versterken op landbouwgronden die in die gebieden liggen, is vanaf 1 januari 2000 elke vorm van bemesting verboden. Uitzondering hierop is de bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij 2 grootvee-eenheden -7- (2 GVE) per ha op jaarbasis worden toegelaten. de Mestbank. B) FOSFAATVERZADIGDE GEBIEDEN Dit zijn bepaalde gebieden die vanwege hun fosfaatverzadigingsgraad zijn afgebakend. Op percelen in dit is beperkt tot 40 kg P 2 /ha grasland. Voor de toegelaten hoeveelheden stikstof gelden de bemestingsnormen van het kwetsbaar gebied waarin het perceel gelegen is. -7- : Een paard vanaf 200 kg of meer wordt beschouwd als 1 GVE, een paard/pony minder dan 200 kg komt overeen met 0,41 GVE. gids paardenhouderij - mestdecreet 17
18 5. HOE KAN IK WETEN IN WELK GEBIED MIJN PERCELEN GELEGEN ZIJN? Zodra de informatie over uw gronden door het ALV aan de VLM-Mestbank is overgemaakt, kunt u daarvoor bij de diensten van de Mestbank terecht. Bovendien zal de Mestbank u jaarlijks een overzicht bezorgen van de bemestingsnormen & - regimes per perceel. 6. IK LAAT MIJN PAARDEN GRAZEN OP WEIDEN DIE IK NIET IN EIGEN BEHEER HEB, WAT NU? Van zodra mest op landbouwgronden terechtkomt die niet behoren tot de exploitatie waar de mest wordt geproduceerd, moet u dit kenbaar maken aan de Mestbank. Dus ook de rechtstreekse beweiding van paarden op weiden van derden. In een dergelijke situatie spreekt men van inscharing. Om ook deze mestafzet in rekening te brengen, moet er tussen de betrokken partijen een inscharingscontract opgesteld worden. Een inscharingscontract is een bewijs van mestafzet door de inschaarder (= de persoon die zijn paarden laat grazen op een perceel dat behoort aan de houder van het perceel) en een bewijs van mestafname door de houder van het perceel (= de persoon die de bemestingsrechten heeft op het perceel en die het perceel ter beschikking stelt van de inschaarder). Een inscharingscontract kunt u opvragen bij de diensten van de Mestbank of downloaden van de website klik op formulieren mestproblematiek inscharingscontract. Voor meer info kan u terecht bij de diensten van de Mestbank. Een inscharingscontract kan enkel afgesloten worden door landbouwers die geregistreerd zijn bij het ALV en dus beschikken over een landbouwernummer. Opmerking Als u op weiden van derden, paarden of pony s houdt die op jaarbasis minder dan 300 kg P 2 produceren, moet u ook voor deze dieren een inscharingscontract afsluiten. Enkel als zowel de inschaarder als de exploitant van de weiden niet-aangifteplichtig zijn, moet er geen inscharingscontract opgemaakt worden. 18 gids paardenhouderij - mestdecreet
19 D. HET VERVOER VAN MEST 1. ALGEMEEN De afzet van paardenmest (naar landbouwgronden van een andere exploitatie, naar een verzamelpunt of naar een verwerkingsinstallatie) moet steeds aangemeld worden bij de Mestbank. Het transport gebeurt: door een erkende mestvoerder die via een internetapplicatie (MTIL = Mest Transport Internet Loket) het transport meldt via een rechtstreekse verbinding met de databank van de Mestbank. De erkende mestvoerder maakt via het MTIL een mestafzetdocument op in 3 exemplaren: één exemplaar voor zichzelf, één exemplaar voor de aanbieder en één exemplaar voor de afnemer. De drie exemplaren moet de mestvoerder meenemen tijdens het transport. De mestvoerder en de aanbieder van de mest tekenen het mestafzetdocument bij de aanvang van het transport. De afnemer tekent bij ontvangst. De aanbieder en de afnemer ontvangen van de mestvoerder uiterlijk 60 dagen na het transport een exemplaar van het mestafzetdocument getekend door alle partijen. Als het transport niet doorgaat moet de mestvoerder het transport via het MTIL afmelden. Elke melding moet bovendien door de erkende mestvervoerder nagemeld worden via ditzelfde internetloket. met een overeenkomst van burenregeling. Deze overeenkomst kan ruim voordat het transport plaatsgrijpt opgemaakt worden tussen de aanbieder en de afnemer van de mest. Het transport kan door om het even wie uitgevoerd worden. Een transport via een melding van burenregeling mag enkel gebruikt worden als aan de onderstaande voorwaarden voldaan is: de oorsprong en de bestemming van het vervoer zijn gelegen binnen Vlaanderen; het vervoer van de paardenmest gebeurt niet door een erkend mestvoerder; het vervoer van de paardenmest gebeurt vanuit een exploitatie naar een andere exploitatie of naar landbouwgronden horende bij een andere exploitatie voor zover die gelegen zijn in dezelfde fusiegemeente of in aan elkaar grenzende fusiegemeentes. Het formulier melding van burenregeling moet minstens een week vóór het transport ingediend worden bij de Mestbank. Een formulier melding van burenregeling kunt u opvragen bij de diensten van de Mestbank of downloaden van de website klik op formulieren mestproblematiek melding van burenregeling. De Mestbank zendt aan de aanbieder en de afnemer een bewijs van de registratie van de burenregeling. Dit registratiebewijs moet tijdens het vervoer van de mest aanwezig zijn. Voor meer info kunt u terecht bij de diensten van de Mestbank. 2. VOLUME/GEWICHT VERHOUDING VASTE PAARDENMEST De Mestbank hanteert de volgende cijfers: 1 ton vaste paardenmest = 1,40 m³ 1 m³ vaste paardenmest = 0,714 ton 3. UITZONDERING WAARBIJ GEEN MESTTRANSPORTDOCUMENTEN VEREIST ZIJN Er moeten in twee gevallen geen mesttransportdocumenten opgemaakt worden: bij afzet van de paardenmest van de eigen exploitatie naar de eigen landbouwgronden, mits het transport niet gebeurt door een erkend mestvoerder; bij afzet van paardenmest naar gronden van derden (vnl particulieren) mits: het transport gebeurt met een transportmiddel met een laadvermogen lager dan 500 kg paardenmest; het transport gebeurt binnen Vlaanderen; het transport niet gebeurt door een erkende mestvoerder; op jaarbasis maximaal 160 kg P op deze manier wordt afgezet (ongeveer 53 ton paardenmest) WAT IS DE SAMENSTELLING VAN PAARDENMEST? Op de diverse vervoersdocumenten moet ook de samenstelling van paardenmest vermeld worden. Afzet van paardenmest is nagenoeg steeds vaste mest en heeft net als alle andere mestsoorten een inhoud aan stikstof (N) en fosfaat (P 2 ). De richtwaarde voor de samenstelling van vaste paardenmest bedraagt: 3,0 kg P 2 /ton en 5,0 kg N/ton. Dat zijn indicatieve inhoudsnormen. gids paardenhouderij - mestdecreet 19
20 Paardenmest valt echter ook onder de noemer derogatiemest. Dit is alle mest die gebruikt mag worden op percelen waarvoor een verhoogde bemesting (derogatie) toegestaan wordt. Hierdoor is volgens de huidige reglementering, iedereen die paardenmest laat afvoeren door erkende mestvervoerders, verplicht -8- om de samenstelling van de paardenmest vooraf te laten analyseren ongeacht de bestemming van die mest. Dit houdt in dat vóór elk transport van paardenmest, uitgevoerd door een erkende mestvoerder, de aanbieder van de paardenmest moet beschikken over de resultaten van een mestanalyse. Hij laat daarvoor een mestanalyse uitvoeren door een erkend laboratorium. De analysewaarden geeft hij dan door aan de erkende mestvoerder. Die heeft deze cijfers nodig om ze samen met de andere mesttransportgegevens via MTIL (Mest Transport Internetloket) aan de Mestbank te bezorgen. De lijst met erkende laboratoria kunt u kunt u opvragen bij de diensten van de Mestbank of downloaden van de website klik op: Intermediairs Staalnemers en laboratoria Lijst erkende labo s Mest. De gebruikte analyseresultaten mogen niet ouder zijn dan 1 jaar. Wie paardenmest aanbiedt, bezorgt de resultaten van de analyse aan de provinciale dienst van de Mestbank, dit ten laatste samen met zijn aangifte. 5. WANNEER MAG IK PAARDENMEST NIET UITRIJDEN? Er zijn slechts twee transporten van paardenmest waarbij die analyseverplichting niet geldt: transport van eigen paardenmest naar eigen gronden, welke niet uitgevoerd worden door een erkende mestvoerder; transporten van paardenmest via het burenregelingsdocument. Het is steeds verboden paardenmest te spreiden: vanaf 1 september tot en met 15 februari, ber tot en met 15 januari op zon- en feestdagen; vóór zonsopgang en na zonsondergang; op drassig, overstroomd, bevroren of besneeuwde gronden; binnen 5 meter landinwaarts van waterlopen (10 meter landinwaarts in VEN-gebied en hellende percelen grenzend aan een waterloop); op zaterdag voor percelen die gelegen zijn in de Noordzeekustzone, uitgezonderd kunstmest. 6. WAT ZIJN DE VOORWAARDEN BIJ HET UITRIJDEN VAN PAARDENMEST? Paardenmest moet onmiddellijk worden ondergewerkt als ze wordt uitgespreid op een zaterdag, Paardenmest moet binnen de 24 uur worden ondergewerkt als ze wordt uitgespreid op niet-beteelde landbouwgronden, Paardenmest moet niet ondergewerkt worden als ze wordt uitgespreid op grasland of wordt gebruikt bij houtige teelten. 7. MAG IK PAARDENMEST OPSLAAN OP DE AKKER? Ja, mits naleving van een aantal voorwaarden. Die voorwaarden vindt u in de vergunningssubrubriek 28.2 van de brochure Milieuvergunningen. 8. WANNEER MAG IK KUNSTMEST GEBRUIKEN? Het is verboden kunstmest te gebruiken vanaf 1 september tot en met 15 februari. Er is geen verbod op het gebruik van kunstmest op zon- en feestdagen in de periode wanneer kunstmest mag worden gebruikt. -8- : Opgelet Het is mogelijk dat in de nabije toekomst deze analyseverplichting eventueel wijzigt. Voor de meest actuele informatie kan u steeds terecht bij de diensten van de Mestbank of op: 20 gids paardenhouderij - mestdecreet
21 9. OVERZICHT VAN MIJN MESTTRANSPORTEN De Mestbank stuurt u driemaal per jaar een overzichtsrapport van de bij de Mestbank geregistreerde mestverhandelingen. U vindt op dit overzicht gegevens over hoeveelheid mest die u aangevoerd of afgevoerd heeft met transportdocumenten. Ook inscharingscontracten zijn op het rapport vermeld. Het is belangrijk om na te gaan of de geregistreerde gegevens overeenkomen met de door u ondertekende papieren mesttransportdocumenten (burenregelingen, mestafzetdocumenten of inscharingscontrac-ten). De Mestbank stuurt de tussentijdse rapporten vóór 31 mei en vóór 31 juli van het lopende productiejaar. Het van een bepaald productiejaar krijgt u vóór 1 maart van het jaar volgend op het lopende productiejaar. Als u niet akkoord gaat met de gegevens op het jaarrapport, moet u binnen de maand vanaf de datum van het versturen van het rapport met een aangetekende brief reageren. Opmerking U kan uw mesttransporten ook raadplegen op het Mest-Internet-Loket (MIL): gids paardenhouderij - mestdecreet 21
22
23 E. DE NUTRIËNTENEMISSIERECHTEN 1. WAT ZIJN NUTRIËNTENEMISSIERECHTEN? Dit is een mestproductierecht, kortweg NER genaamd en geeft het maximaal aantal dieren weer die op een bedrijf (= alle exploitaties van eenzelfde paardenhouder) en op jaarbasis mogen gehouden worden. De NER s werden u door de Mestbank toegekend en gelden vanaf 1 januari Vanaf een bepaald aantal paarden (zie verder) moet u over NER s beschikken. 2. IS ER EEN VERBAND MET DE MILIEUVERGUNNING? Er is geen verband meer tussen de milieuvergunning (op exploitatieniveau) en de nutriëntenemissierechten (op bedrijfsniveau). geschrapt. De paardenhouder moet voor het houden van dieren echter zowel over een milieuvergunning als over nutriëntenemissierechten beschikken. Een overnemer van NER s hoeft echter niet langer meer de milieuvergunning over te nemen. 3. VANAF HOEVEEL PAARDEN MOET IK OVER NER S BESCHIKKEN? Dit is afhankelijk van hoeveel paarden er op jaarbasis op het bedrijf worden gehouden. In tegenstelling tot een milieuvergunning waar het aantal aanwezige standplaatsen bepalend is om al dan niet over een vergunning te moeten beschikken, handelt het bij de nutriëntenemissierechten over een gemiddelde veebezetting op jaarbasis. Men berekent deze gemiddelde veebezetting over een jaar uit het dierregister (zie hoger, onder item aangifteplicht). Bij paarden onderscheidt men terug de drie groepen naargelang het gewicht, elk met hun eigen uitscheidingsnorm. P 2 (in kg/dier/jaar) Paarden van meer dan 600 kg 30 Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg 21 Paarden en pony s van minder dan 200 kg 12 P 2, moet niet Voorbeelden Een paardenhouderij met een gemiddelde veebezetting op jaarbasis van 10 paarden tussen 200 kg en 600 kg, heeft een jaarlijkse P 2 -productie van 210 kg P 2. Deze paardenhouderij moet niet over NER s beschikken. Een paardenhouderij met een gemiddelde veebezetting op jaarbasis van 20 paarden tussen 200 kg en 600 kg, heeft een jaarlijkse P 2 -productie van 420 kg P 2. Dit is méér dan 300 kg P 2. Deze paardenhouderij moet wél over NER s beschikken Een paardenhouderij met een gemiddelde veebezetting op jaarbasis van 2 trekpaarden, 10 paarden tussen 200 kg en 600 kg en 2 pony s, heeft een jaarlijkse P 2 -productie van 294 kg P 2. Deze paardenhouderij moet niet over NER s beschikken. 4. MIJN BEDRIJF PRODUCEERT MÉÉR DAN 300 KG P2O5, HOEVEEL NER S HEB IK DAN NODIG? NER s werden toegekend per diersoort en ook zo weergegeven. Het is belangrijk te weten dat paarden onderverdeeld zijn in de diercategorie andere dieren of NER-D A. Naast paarden zitten ook konijnen, geiten, schapen en nertsen in deze categorie. De andere categorieën zijn: NER van runderen = NER-DR NER van varkens = NER-DV NER van pluimvee = NER-DP gids paardenhouderij - mestdecreet 23
24 Paarden (en ook schapen, geiten, konijnen en nertsen) mogen gehouden worden met NER s van om het even welke diersoort. Als een paardenhouder over NER s van varkens of runderen of pluimvee beschikt, mogen deze steeds gebruikt worden voor het houden van paarden. De waarde van het nutriëntenemissierecht voor paarden (hoeveel NER s heb ik nodig om één paard te mogen houden) is ook nu weer afhankelijk van het gewicht van het dier. Waarde (NER) Paarden van meer dan 600 kg 95 Paarden en pony s van 200 tot en met 600 kg 71 Paarden en pony s van minder dan 200 kg 47 Voorbeelden Een paardenhouderij met een gemiddelde veebezetting op jaarbasis van 20 paarden tussen 200 kg en 600 kg, heeft NER s nodig. Een paardenhouderij met een gemiddelde veebezetting op jaarbasis van 2 trekpaarden, 10 paarden tussen 200 kg en 600 kg en 4 pony s, heeft NER s nodig. Een bedrijf met een gemiddelde veebezetting op jaarbasis van 2 paarden tussen 200 kg en 600 kg en mestvarkens heeft NER s nodig (NER V van één mestvarken = 18,33). 5. IK HEB NER S, HOEVEEL PAARDEN KAN IK DAARMEE HOUDEN? Er moet opnieuw een berekening gebeuren, NER is immers een getal. Het is geen aantal dieren, noch een aantal kg P 2. Om te weten hoeveel paarden u kan houden met de aan u toegekende NER s, moet u het NER-getal delen door de NER waarde van de diersoort of diersoorten die u wenst te houden. Voorbeelden Een paardenhouder beschikt over NER s en wil uitsluitend trekpaarden houden. Hij kan hiermee (1 425/95) 15 stuks houden. Een paardenhouder beschikt over NER s en wenst naast pony s, ook paarden tussen 200 kg en 600 kg te houden. Hij kan bijv. 15 pony s en 15 paarden tussen 200 kg en 600 kg houden, maar hij kan ook bijv. 25 pony s houden en 8 paarden tussen 200 kg en 600 kg of ook nog 4 pony s en 22 paarden tussen 200 kg en 600 kg of een andere combinatie. toegekende NER s. 6. HOE KAN IK NER S BEKOMEN? Als een paardenhouder over geen of te weinig NER s beschikt, heeft hij de keuze om: ofwel NER s over te nemen (bij te kopen) los van de milieuvergunning van de overlater, ofwel om te groeien na bewezen mestverwerking. Zoals eerder al gesteld hoeven deze NER s niet noodzakelijk afkomstig te zijn van een andere paardenhouderij. Elke soort NER (NER-D R, NER-D V, NER-D P,NER-D A ) die overgenomen wordt, kan steeds ingevuld worden met paarden. 1 ) een overname van NER s Paarden zijn onderverdeeld in de categorie andere dieren. Het grote voordeel van deze categorie is dat paarden kunnen worden gehouden met de NER s van om het even welke diersoort. Dit houdt in dat een paardenhouder ook NER s van runderen (NER-D R ) of NER s van varkens (NER-D V ) of NER s van pluimvee (NER-D P ) kan paardenhouders. Een andere landbouwer kan NER s aan een paardenhouder verkopen als hij zelf stopt met het houden van dieren en zijn toegekende NER s bijgevolg niet meer nodig heeft. Maar ook als hij minder dieren gaat houden dan vroeger en dus NER s te veel heeft, kan hij dit overschot aan een paardenhouder verhandelen. 24 gids paardenhouderij - mestdecreet
25 Houd er rekening mee dat op een vijftal uitzonderingen na, zoals bijv. de overlating van NER s door de vader naar zijn zoon - bij een overname van NER s van een landbouwer naar een andere, er 25% van de NER s moeten worden geannuleerd. Bijv.: een overlater verkoopt NER s aan een paardenhouder; de paardenhouder kan hiervan maximaal NER s benutten om paarden te houden. Er kan zelfs nog meer dan 25 % geannuleerd worden als door de overlater: de mest niet correct werd afzet in het verleden; de NER s onvoldoende werden benut (de zgn. niet-ingevulde of slapende NER s). Opmerking Er moeten minstens 200 NER s per overname per diersoort gebeuren. Het verhandelen van NER s moet via de nodige formulieren bij de Mestbank gemeld worden. Deze formulieren kunt u opvragen bij de diensten van de Mestbank of downloaden van de website klik op formulieren mestproblematiek overname nutriëntenemissierechten. Voor meer info kan u terecht bij de diensten van de Mestbank. 2 ) groeien na bewezen mestverwerking Individuele bedrijven, die meer dan voldoende mest hebben verwerkt, kunnen uitbreiden mits mestverwerking. Uitbreiden kan pas als de Mestbank hiervoor haar toestemming verleent. Hiervoor moeten een aantal noodza- Als alle voorwaarden van bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking zijn voldaan, kent de Mestbank aan de betrokken landbouwers een aantal NER s toe, de zgn. NER-MVW s (NER-mestverwerking) en dit op basis van de hoeveelheid stikstof (N) die verwerkt wordt. Hiermee kan men dan starten met het realiseren van de uitbreiding. Men heeft 3 jaar de tijd om de uitbreiding van het bedrijf te realiseren. Elk jaar beoordeelt de Mestbank of het betrokken bedrijf voldoet aan alle voorwaarden. Als het niet aan de vooropgestelde voorwaarden voldoet, zal de Mestbank de toegekende NER-MVW s annuleren. worden door de Mestbank toegekend als de eigen paardenmest: ofwel werd verwerkt; ofwel werd geëxporteerd. en dit voor de hoeveelheid stikstof die uit de paardenmest is verwerkt of geëxporteerd (1 MVC = 1 kg stikstof verwerkt). Let wel als de paardenhouder zijn eigen paardenmest zelf verwerkt of zelf zijn eigen paardenmest exporteert of heeft laat exporteren, dan ontvangt die paardenhouder de MVC s. als de paardenhouder paardenmest aanvoert naar een mestverwerkingsinstallatie of naar een verzamelpunt dat exporteert, dan ontvangt die paardenhouder zelf geen MVC s, maar zal de Mestbank die toekennen aan de exploitant van de mestverwerkingsinstallatie of aan de exploitant van het verzamelpunt. Dit houdt in dat de paardenhouder stappen zal moeten ondernemen om die MVC s op zijn naam te krijgen. Indien u zich als paardenhouder in deze situatie bevindt, is het raadzaam om vooraf sluitende afspraken en contracten te maken met de installatie die uw aangevoerde paardenmest verwerkt of exploiteert. Een aanvraag tot overdracht van MVC s gebeurt via het formulier. Dit formulier kan opgevraagd worden bij de diensten van de Mestbank of gedownload van de website klik op formulieren mestproblematiek Eenmaal in het bezit van MVC s, kunt u deze gebruiken om NER-MVW s te verkrijgen. Uw aanvraagdossier voor de aanvraag van NER-MVW s tot uitbreiding van uw bedrijf moet u aangetekend richten aan het Hoofdbestuur van de Mestbank (zie H. Adressen). Hiervoor bestaat een formulier Aanvraag van bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking. Dit formulier kunt u opvragen bij de diensten van de Mestbank of downloaden van de website klik op Land- en tuinbouwers mestbank nutriëntenemissierechten uitbreiding aanvraag aanvraag bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking. gids paardenhouderij - mestdecreet 25
26 Let wel De NER-MVW s zullen pas toegekend worden door de Mestbank als aan alle nodige voorwaarden voldaan is, met name: als het bedrijf in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van aanvraag, samen met één of meerdere andere bedrijven een bedrijfsgroep vormde, dan moet uw aanvraag een verklaring bevatten, waarin alle de landbouwers van die bedrijfsgroep verklaren akkoord te gaan met de geplande uitbreiding. het kalenderjaar vóór de aanvraag tot uitbreiding moet de bedrijfsgroep (die kan uit één of meerdere bedrijven bestaan) voldaan hebben aan haar mestverwerkingsplicht. Het bedrijf moet in het kalenderjaar vóór de aanvraag bovendien al 25 % van de aangevraagde netto-uitbreiding verwerkt hebben door mest te verwerken die afkomstig is van het eigen bedrijf. De verwerkingsplicht wordt berekend op het niveau van de bedrijfsgroep, terwijl de extra verwerking wordt beoordeeld op het niveau van het bedrijf. De Mestbank zal om aan die voorwaarde te voldoen. alle bedrijven van de bedrijfsgroep moeten tijdig voldaan hebben aan de aangifteplicht van het productiejaar vóór de aanvraag tot uitbreiding. het bedrijf mag in het verleden geen nutriëntenemissierechten hebben overgedragen. het bedrijf mag in de toekomst geen nutriëntenemissierechten overdragen, tenzij het over een volledige bedrijfsoverdracht gaat. Bovendien: op termijn moet er 125 % van de aangevraagde uitbreiding blijvend verwerkt worden. Voor meer info kan u terecht bij de diensten van de Mestbank. 7. WAT GEBEURT ER ALS IK PAARDEN HOUD EN NIET OF ONVOLDOENDE NER S HEB? Er wordt u een administratieve geldboete opgelegd voor de paarden die u houdt, maar waarvoor u niet beschikt over de nodige NER s. Deze boete bedraagt 1 euro per NER waarover u niet beschikt. Bij herhaling van de overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen van de boete, bedraagt de administratieve geldboete 2 euro per NER waarover u niet beschikt. Berekening boete bij overschrijding van de toegekende NER s. + som van de gemiddelde bezetting paarden vermenigvuldigd met de corresponderende NER- waarde volgens het gewicht van het paard (tabel zie hoger) - som van de aan de paardenhouder toegekende NER s = overschrijding x 1 euro = administratieve boete, x 2 euro = administratieve boete bij herhaling van de overtreding binnen de 5 jaar. Voorbeeld Een paardenhouder houdt 20 paarden tussen 200 kg en 600 kg. Hij heeft hiervoor (20 x 71) NER nodig. Als hij niet over NER s beschikt, zal hem een administratieve boete opgelegd worden van euro. Als de paardenhouder het volgende jaar nog steeds 20 paarden tussen 200 kg en 600 kg houdt en hij bijv. dan over NER s zou beschikken, wat nog steeds onvoldoende is, dient hij in dat jaar een boete te betalen van (420 x 2,0) of 840 euro. Zeer belangrijke opmerking Houd er steeds rekening mee dat u over voldoende ner s en over een voldoende grote milieuvergunning beschikt. U mag immers op uw paardenhouderij nooit meer paarden stallen dan vergund zijn, ook al beschikt u over voldoende NER s. 26 gids paardenhouderij - mestdecreet
27 F. MEST INTERNET LOKET U kan een aantal mestgegevens over uw bedrijf via een applicatie op het internet gratis opvragen. Deze applicatie is gekend als het Mest Internet Loket of kortweg MIL. MIL is de internettoepassing van de Mestbank die u toelaat een aantal unieke gegevens over uw landbouwbedrijf te raadplegen. Hiervoor hebt u wel een gebruikersnaam en een paswoord nodig. Momenteel kunnen de gegevens van uw exploitatie, zoals de mestproductie en de verschillende mesttransporten, online geraadpleegd worden. Voor het gratis aanvragen van een paswoord kunt u terecht bij de diensten van de Mestbank of kunt het formulier Aanvraag gebruikerscode en paswoord voor MIL downloaden van de website klik op formulieren mestproblematiek aanvraag MIL. Voor meer info kan u terecht bij de diensten van de Mestbank. Heeft u al een paswoord, dan kan u probleemloos inloggen op Nog dit Een volledig overzicht van alle documenten vindt u op de website klik op formulieren mestproblematiek. gids paardenhouderij - mestdecreet 27
28 G. DE BEHEEROVEREENKOMSTEN het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling II (PDPO II). Het PDPO II ondersteunt de duurzame ontwikkeling van de Vlaamse Platteland. Het PDPO II steunt op vier assen waarbij de drie componenten van duurzame ontwikkeling (economisch, ecologisch en sociaal) vertegenwoordigd zijn: as 1: verbetering van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector; as 2: verbetering van het milieu en het platteland; De beheerovereenkomsten zijn onderdeel van de tweede as van het plattelandsbeleid waarmee Vlaanderen de waterkwaliteit wil verbeteren, erosie wil bestrijden en de biodiversiteit in stand wil houden en herstellen. Het toepassen van beheersmaatregelen heeft veelal gevolgen voor het mestbeleid van het bedrijf. Daarom wordt dit aspect meegenomen in deze brochure. 1. WAT IS EEN BEHEEROVEREENKOMST? Een beheerovereenkomst of kortweg BO is een vrijwillige overeenkomst die u als landbouwer uit eigen beweging kunt afsluiten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) waarbij u zich engageert om op uw bedrijf bepaalde maatregelen te nemen. Deze beheermaatregelen zijn er altijd op gericht de kwaliteit van het milieu, de natuur of het landschap te behouden of te verbeteren. Een BO heeft steeds betrekking op één of meerdere percelen, perceelsranden of kleine landschapselementen (bijv. een poel of een heg). In de overeenkomst wordt vastgelegd om welke (delen van) percelen het gaat. Als u de volgens afspraken uitvoert, ontvangt u jaarlijks een vergoeding van de overheid. Deze vergoeding dekt de lagere opbrengsten die het gevolg zijn van de maatregelen. Ook het extra werk dat de overeenkomst met zich meebrengt, wordt erdoor gecompenseerd. Het bedrag van de vergoeding varieert naargelang het pakket. Een BO loopt steeds over een periode van 5 jaar. Deze periode begint altijd op 1 januari. 2. WELKE SOORTEN BEHEEROVEREENKOMSTEN ZIJN ER? De beheerovereenkomsten zijn gebundeld in 6 thematische doelstellingen, met name: perceelsrandenbeheer; beheer kleine landschapselementen; soorten bescherming (weidevogels, akkervogels, hamsters); botanisch beheer; erosiebestrijding; verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Binnen deze 6 doelstellingen hebt u telkens de keuze uit een aantal pakketten. onderaan in dit hoofdstuk. 3. WIE KAN EEN BEHEEROVEREENKOMST SLUITEN? Iedere paardenhouder die als landbouwer gekend is en een verzamelaanvraag indient bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV) kan een BO sluiten. U kunt enkel BO aanvragen voor percelen die u in gebruik heeft. Dit zijn de percelen die op uw verzamelaanvraag voorkomen. Sluit u een BO, dan moet u het perceel gedurende de volledige looptijd van de overeenkomst effectief in gebruik hebben. Dat bewijst u door het perceel jaarlijks aan te geven via de verzamelaanvraag. Landbouwgronden die in een natuurreservaat of bosreservaat liggen en landbouwgronden die in een uitbreidingszone van een natuurreservaat liggen, komen niet in aanmerking om een BO te sluiten. 4. BIJ WIE KAN U EEN BEHEEROVEREENKOMST AANVRAGEN? Beheerovereenkomsten worden bij de VLM aangevraagd. De contactgegevens staan onderaan in dit hoofdstuk. De aanvraag moet binnen zijn uiterlijk op 1 oktober van het jaar vóór het gewenste aanvangsjaar van de BO. Een aanvraagformulier kunt u opvragen bij de VLM of downloaden van de website klik op formulieren beheerovereenkomsten aanvraagformulier beheerovereenkomst. 28 gids paardenhouderij - mestdecreet
29 De VLM onderzoekt dan of uw aanvraag aan alle voorwaarden voldoet. Is dit zo en oordeelt de VLM dat de BO kan worden afgesloten, dan ontvangt u een ontwerp van overeenkomst per post. U ondertekent de nodige exemplaren en bezorgt ze vóór de ingangsdatum van de beheerovereenkomst aan de VLM. Belangrijk U kunt nooit een beheerovereenkomst aanvragen via de verzamelaanvraag. 5. EEN BEHEERPLAN OP MAAT VAN UW BEDRIJF De juiste beheerovereenkomsten kiezen voor uw bedrijf: het is geen peulenschil. Het komt er op aan de juiste maatregelen op de juiste plaats te nemen. De VLM stelt een team van bedrijfsplanners ter beschikking. Ze helpen u om uit te zoeken welke beheerovereenkomsten aangewezen zijn voor uw bedrijf. De bedrijfsplanners stellen gratis een bedrijfsplan op, in nauw overleg met u en na een terreinbezoek. Een bedrijfsplan geeft een overzicht van alle mogelijke milieumaatregelen op uw bedrijf. Het advies is vrijblijvend. 6. VOORBEELD: AANPLANT EN ONDERHOUD VAN KLEINE LANDSCHAPSELEMENTEN Als paardenhouder kunt u aandacht besteden aan de landschappelijke integratie van uw bedrijf door bijvoorbeeld de aanplant van kleine landschapselementen. Dit kan door het aanplanten van een haag, een heg, een houtkant of een houtwal. Belangrijk is dat u boom- en struiksoorten aanplant die vermeld zijn in een lijst met pelement, de soorten en het beheer kan voor een haag, heg of houtkant worden gekozen. De bedrijfsplanner van de Vlaamse Landmaatschappij bespreekt met u wat het meest geschikt is op uw bedrijf. Bijkomend moeten de volgende voorwaarden nageleefd worden: Verbod op gebruik geen bestrijdingsmiddelen in de haag, heg, houtkant of houtwal; plaatselijke bestrijding van distels mag wel; Verbod op gebruik van meststoffen of slib van rioolwaterzuivering in de haag, heg, houtkant of houtwal; Bij verbranding van snoeiafval dient dit te gebeuren op een veilige afstand (min. 20 m) van de haag, heg, houtkant of houtwal; Verbod op wijziging van de natuurlijke plantengroei van de haag, heg, houtkant of houtwal. Men mag geen planten die grenzen aan het houtig landschapselement verbranden, vernietigen, beschadigen of doen afsterven met mechanische of chemische middelen. Enkel als een jonge aanplant overwoekert dreigt te worden, mag u de vegetatie wijzigen; Het perceel waarop men de haag, heg, houtkant of houtwal aanplant moet men 5 jaar lang (de looptijd van de BO) op 1 januari in gebruik hebben. Dit toont men aan via de verzamelaanvraag; De haag, heg, houtkant of houtwal zelf moet men 5 jaar (de looptijd van de BO) ononderbroken in gebruik hebben. Dit toont men aan via de verzamelaanvraag. In ruil voor het uitvoeren van deze maatregelen, ontvangt men jaarlijks een vergoeding van de overheid. De hoogte van de vergoeding hangt af van het pakket. Nieuwe landschapselementen Wat Aanleg en onderhoud van een heg Aanleg en onderhoud van een haag Aanleg en onderhoud van houtkant of houtwal Vergoeding 1,41 /m (1,54-9- /m) 2,47 /m (3,04-9- /m) 37,20 /are (49,68-9- /are) Bestaande landschapselementen Wat Onderhoud van een bestaande heg Onderhoud van een bestaande haag Onderhoud van een bestaande houtkant of houtwal Vergoeding 1,50 /m 1,50 /m 20,98 /are -9- : bij autochtoon plantgoed gids paardenhouderij - mestdecreet 29
30 Uw aanspreekpunt voor beheerovereenkomsten bij de Vlaamse Landmaatschappij Centrale directie Bert Van Wambeke Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel Tel.: Oost-Vlaanderen Evelyne Goemaere Ganzendries 149, 9000 Gent Tel.: West-Vlaanderen Frank Stubbe Velodroomstraat 28, 8200 Brugge Tel.: Vlaams-Brabant Sven Jardin Diestsevest 25, 3000 Leuven Tel.: Limburg Gerda Weyens Koningin Astridlaan 10, 3500 Hasselt Tel.: Antwerpen Stijn Leestmans Cardijnlaan 1, 2200 Herenthals Tel.: gids paardenhouderij - mestdecreet
31 H. ADRESSEN VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ (VLM), AFDELING MESTBANK Centrale directie Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel Tel.: Oost-Vlaanderen Ganzendries 149, 9000 Gent Tel.: West-Vlaanderen Velodroomstraat 28, 8200 Brugge Tel.: Vlaams-Brabant Diestsevest 25, 3000 Leuven Tel.: Limburg Koningin Astridlaan 10, 3500 Hasselt Tel.: Antwerpen Cardijnlaan 1, 2200 Herenthals Tel.: DIENSTEN AGENTSCHAP VOOR LANDBOUW EN VISSERIJ (ALV) Hoofdbestuur Markt- en Inkomensbeheer Ellips, Gelijkvloers Koning Albert II laan 35, Bus 43, 1030 Brussel Tel.: Oost-Vlaanderen Markt- en Inkomensbeheer Oost-Vlaanderen Burgemeester Van Gansberghelaan 92, 9820 Merelbeke Tel.: West-Vlaanderen Markt- en Inkomensbeheer West-Vlaanderen Baron Ruzettelaan 1, 8310 Brugge (Assebroek) Tel.: Vlaams Brabant Markt- en Inkomensbeheer Vlaams Brabant Ellips, Gelijkvloers Koning Albert II laan 35, Bus 43, 1030 Brussel Tel.: Limburg Markt- en Inkomensbeheer Limburg VAC (Blok A, niveau 2) Koningin Astridlaan 50, Bus 6, 3500 Hasselt Tel.: Antwerpen Markt- en Inkomensbeheer Antwerpen Anna Bijns Gebouw Lange Kievitstraat , Bus 72, 2018 Antwerpen Tel.: gids paardenhouderij - mestdecreet 31
32
PAARDENHOUDERIJ MESTDECREET\
GIDS PAARDENHOUDERIJ MESTDECREET\ 1 Colofon De auteur en de uitgever streven naar betrouwbaarheid en correctheid van de informatie opgenomen in deze uitgave. Verantwoordelijke uitgever Toon Denys gedelegeerd
HANDLEIDING AANMAKEN OVEREENKOMST BURENREGELING
HANDLEIDING AANMAKEN OVEREENKOMST BURENREGELING www.vlm.be INHOUD 1 Inleiding... 3 2 Inloggen op het Mestbankloket... 3 3 Overzicht... 5 3.1 Overzicht openstaande burenregelingen 5 3.2 Overzicht geweigerde
Handleiding aanmaken overeenkomst burenregeling
Handleiding aanmaken overeenkomst burenregeling Om mest met een burenregeling te kunnen vervoeren, moeten de aanbieder en afnemer van de mest een burenregeling sluiten. Een burenregeling is een overeenkomst
Paarden 6 mnd., 250 450 kg 11 11,6 127,6 36,6 402,6 17,5 192,5 Paarden 6 mnd., > 450 kg 4 15,0 60,0 47,6 190,4 22,0 88,0 Totaal 204 645 303
Paardenhouderij in het nieuwe mestbeleid Oosterwolde, 13 januari 2006 Vanaf 1 januari 2006 vallen paarden en pony s onder de Meststoffenwet. Dit levert veel (nieuwe) problemen op. In dit bericht worden
Toelichting: melding van vervoer in het kader van een burenregeling
Toelichting: melding van vervoer in het kader van een burenregeling Elk vervoer in het kader van een burenregeling van dierlijke mest geproduceerd op een exploitatie naar een verwerkingseenheid en van
Focusbedrijven en nitraatresidu. Gebieds- én bedrijfsspecifieke
MAP5 in 2015 Focusbedrijven en nitraatresidu Gebieds- én bedrijfsspecifieke aanpak Focusbedrijf 2015 Meer dan 50% van het areaal in focusgebied Gronden in gebruik op 1 januari 2014 Enkel rekening gehouden
HANDLEIDING AANMAKEN INSCHARING
HANDLEIDING AANMAKEN INSCHARING www.vlm.be INHOUD 1 Inleiding... 3 2 Inloggen op het Mestbankloket... 3 3 Overzicht... 5 3.1 Overzicht openstaande inscharingen 5 3.2 Overzicht geweigerde of niet ondertekende
Handleiding aanmaken inscharingscontract
Handleiding aanmaken inscharingscontract Als uw dieren grazen op landbouwgronden van een andere landbouwer of als dieren van een andere landbouwer op uw percelen grazen, moet u een overeenkomst, een zogenaamd
> 2 Mestbank helpt starters op weg
STARTERSBROCHURE > 2 Mestbank helpt starters op weg 3 < Bent u land- of tuinbouwer, of bent u op een andere manier actief in de agrarische sector? Dan kan deze brochure u op weg helpen doorheen uw rechten
HANDLEIDING MELDING VERVOER IN HET KADER VAN BURENREGELING
HANDLEIDING MELDING VERVOER IN HET KADER VAN BURENREGELING INLOGGEN OP HET MESTBANKLOKET Via www.mestbankloket.be komt u terecht op de startpagina van het Mestbankloket. Meld u aan als landbouwer, consulent
> 2 Mestbank helpt starters op weg
STARTERSBROCHURE > 2 Mestbank helpt starters op weg 3 < Bent u land- of tuinbouwer, of bent u op een andere manier actief in de agrarische sector? Dan kan deze brochure u op weg helpen doorheen uw rechten
Wat moet de landbouwer doen? - Vlaamse Landmaatschappij
pagina 1 van 5 U bent hier : Vlaamse Landmaatschappij > Land- & tuinbouwers > Mestbank > Derogatie > Wat moet de landbouwer doen? Wat moet de landbouwer doen? De voorwaarden verbonden aan derogatie, zijn
U neemt een vergunde mestopslag in gebruik die hoort bij een bestaande (leegstaande) exploitatie.
FAQ s opslag van vaste dierlijke op landbouwgrond 1. Wat is vaste dierlijke mest? Onder vaste dierlijke mest wordt verstaan: champost stalmest vaste fractie na het scheiden van dierlijke mest dierlijke
1. Kan ik mijn ingestuurde mestverwerkingsovereenkomsten (MVO) corrigeren als ik het niet goed heb ingevuld of wil wijzigen?
Algemeen 1. Kan ik mijn ingestuurde mestverwerkingsovereenkomsten (MVO) corrigeren als ik het niet goed heb ingevuld of wil wijzigen? Zodra u een MVO heeft ingestuurd kunt u deze niet meer corrigeren.
Handleiding bij BASsistent Mestproductie 2009 versie 1.3
Handleiding bij BASsistent Mestproductie 2009 versie 1.3 Versie 3: 13/01/2009 Waarvoor dient deze handleiding? Deze handleiding helpt u op weg bij het downloaden en het gebruik van het rekenprogramma BASsistent
DEROGATIEVOORWAARDEN 2016
1 AANVRAAG Het aanvragen van derogatie in 2016 bestaat uit twee stappen: 1. als u derogatie wil toepassen, dient u een aanvraag in bij de Mestbank, uiterlijk op 15 februari 2016. Door die aanvraag te doen,
De bemesting van fruitbomen volgens de mestwetgeving
van fruitbomen De bemesting van fruitbomen de mestwetgeving volgens de mestwetgeving de bemesting van fruitbomen volgens de mestwetgeving Voor welke teelten is deze brochure samengesteld? In deze brochure
TOELICHTING BIJ HET OVERZICHT AFKEURINGEN EN SANCTIES DEROGATIE 2016
TOELICHTING BIJ HET OVERZICHT AFKEURINGEN EN SANCTIES DEROGATIE 2016 www.vlm.be INHOUD 1 Sanctie van het voorgaande jaar... 3 2 Onregelmatigheden vastgesteld door administratieve controles... 3 2.1 Algemene
Handleiding bij de BASsistent Mestproductie
Handleiding bij de BASsistent Mestproductie 2010 Doorheen het programma kan u enkel de groene cellen invullen door een tekst of getal te typen of de juiste mogelijkheden te kiezen in de keuzeboxen. Handleiding
Handleiding bij BASsistent Perceelsbemesting versie 1.2
Handleiding bij BASsistent Perceelsbemesting 2009 - versie 1.2 Waarvoor dient deze handleiding? Deze handleiding helpt u bij het downloaden en het gebruik van het rekenprogramma BASsistent Perceelsbemesting
TOELICHTING BIJ HET BEMESTINGSREGISTER EN BEMESTINGSPLAN IN HET KADER VAN BEHEERSOVEREENKOMSTEN WATER
TOELICHTING BIJ HET BEMESTINGSREGISTER EN BEMESTINGSPLAN IN HET KADER VAN BEHEERSOVEREENKOMSTEN WATER 1. Beheersovereenkomsten water: WAT moet ik in ieder geval weten? Heel wat landbouwers die percelen
Toelichting: MVC administratie op het Mestbankloket
Toelichting: MVC administratie op het Mestbankloket Versie 2.0 laatst bijgewerkt op 25.11.2013 1. Inloggen Ga naar de startpagina van het Mestbankloket (www.mestbankloket.be). Kies daar voor: aanmelden
Normen en richtwaarden
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ SAMEN INVESTEREN IN DE OPEN RUIMTE geactualiseerde versie Normen en richtwaarden editie mei 2009 1 Uitscheidingscijfers Uitscheiding in kg/dier, jaar Diersoort N N derogatie RUNDVEE
Handleiding bij BASsistent Mestverwerking - versie 1.0
Handleiding bij BASsistent Mestverwerking - versie 1.0 Versie 1.0: 08/01/2009 Waarvoor dient deze handleiding? Deze handleiding helpt u op weg bij het downloaden en het gebruik van het rekenprogramma BASsistent
Toelichting: werken met het MVC loket
Toelichting: werken met het MVC loket Versie 1.0 laatst bijgewerkt op 24.01.2013 1. Inloggen Het MVC-loket vindt u op de website van de VLM (www.vlm.be). U gaat naar Intermediairs > E-loket Mestbank. Als
Nitraatresiducampagne Mestbank start op 1 oktober
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel Tel.: 02 543 72 00 Fax: 02 543 73 98 website: http://www.vlm.be e-mail: [email protected] datum: 11 september 2012 PERSBERICHT Nitraatresiducampagne
Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006
Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006 Aantal geregistreerde bedrijven Aantal bedrijven (koepels) Aantal bedrijven (relaties) Aantal exploitaties Aantal entiteiten Aantal verminderde relaties
Mestbeleid. Verplichte mestverwerking
Mestbeleid Verplichte mestverwerking Eind december 2013 zijn de details van de verplichte mestverwerking bekend geworden. Dit betekent onder andere dat de verwerkingspercentages en de definitie van verwerken
Informatievergadering VLM VCM
Informatievergadering VLM VCM 19u10: 19u20: 20u: 20u40: Verwelkoming Toelichting wijziging UB Vervoer en UB Mestverwerking (VLM): Analyseverplichting Verwerker-staalnemer Burenregeling Massaprotocol Praktische
AANDACHTSPUNTEN VOOR DE ERKENDE MESTVOERDER
AANDACHTSPUNTEN VOOR DE ERKENDE MESTVOERDER Papierloos vervoer Transportdocumenten TVO Staalname en analyse Spreiden van mest Opvolging erkende mestvoerder Export Mestbankloket 4/02/2016 2 Papierloos vervoer
Melding van een volledige bedrijfsoverdracht
Melding van een volledige bedrijfsoverdracht MIB-REF-101ID-150326 /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
Toelichting 2: Kwetsbaar gebied natuur door gewestplannen
Toelichting 2: Kwetsbaar gebied natuur door gewestplannen Inhoud Inleiding... 2 I. Welke bemesting is van toepassing in kwetsbaar gebied natuur door gewestplannen?... 2 I.1. Algemeen... 2 I.2. Wat zijn
Deze fiche legt uit wat een nitraatresidu is, waarom het bepaald wordt, en hoe het beoordeeld wordt.
NITRAATRESIDU Deze fiche legt uit wat een nitraatresidu is, waarom het bepaald wordt, en hoe het beoordeeld wordt. Wat is het nitraatresidu? 1 Wat is de aanleiding voor een nitraatresidubepaling? 2 Perceelsevaluatie
Wat Wanneer Gegevens doorgeven aan Dienst Regelingen
Wat Wanneer Gegevens doorgeven aan Dienst Regelingen Registratie bedrijf doorgeven bedrijfsgegevens relatienummer locatie(s) Eenmalig, bij start van uw bedrijf. Ja. Wijzigingen binnen 30 dagen doorgeven
Nationale Boomgaardenstichting v.z.w. Betreft: aanvraag subsidie hoogstamfruitbomen
Nationale Boomgaardenstichting v.z.w. Vereniging voor pomologie, boomgaard - en landschapsbeheer Leopold-III-straat 8 3724 Vliermaal, tel.: 012/39 11 88; fax: 012/74 74 38 E-mail: [email protected]
Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens
Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens In het kader van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of
Uitrijden effluent binnen MAP 5
Uitrijden effluent binnen MAP 5 Inleiding Het nieuwe mestdecreet bevat een aantal wijzigingen voor het uitrijden van effluent van een biologische mestverwerkingsinstallatie. Om meer duidelijkheid te scheppen,
Beheerovereenkomsten water 2012 Met verfijnde bemesting naar een goede waterkwaliteit
Beheerovereenkomsten water 2012 Met verfijnde bemesting naar een goede waterkwaliteit 2 april 2012 6 april 2012 VLM Regio West Dienst Beheerovereenkomsten Programma Inleiding Deel I : Beheerovereenkomsten
Normen en richtwaarden
Normen en richtwaarden 0 INHOUD. UITSCHEIDINGSCIJFERS.... FORFAITAIRE UITSCHEIDINGSCIJFERS.... UITSCHEIDINGSCIJFERS VEEVOEDERCONVENANT.... UITSCHEIDINGSCIJFERS REGRESSIE.... RICHTWAARDEN VOOR DE SAMENSTELLING
Melding van een volledige bedrijfsoverdracht
Melding van een volledige bedrijfsoverdracht MIB-0101 Agentschap voor Landbouw en Visserij Markt- en Inkomensbeheer Waarvoor dient dit formulier? Met dit formulier meldt u een volledige bedrijfsoverdracht.
Belgisch Staatsblad dd VLAAMSE OVERHEID
VLAAMSE OVERHEID N. 2009 2031 [C 2009/35462] 3 APRIL 2009. Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de nadere regels inzake het nutriëntenbalansstelsel als vermeld in artikel 25 van het Mestdecreet
Aanvraag van een vergoeding voor belangrijke wildschade of schade door beschermde soorten
Aanvraag van een vergoeding voor belangrijke wildscde of scde door beschermde soorten ANB-19-091126 ANB Antwerpen Anna Bijnsgebouw Lange Kievitstraat 111/113 bus 63 2018 ANTWERPEN Tel. 03 224 62 62 - Fax
Varkenshouderij: Wat zijn de nieuwe wettelijke kantlijnen? En de gevolgen? 24 november 2017 Ir Isabelle Vermander gsm 0497/
Varkenshouderij: Wat zijn de nieuwe wettelijke kantlijnen? En de gevolgen? 24 november 2017 Ir Isabelle Vermander gsm 0497/974443 [email protected] 2017: het jaar van de veranderingen Omgevingsvergunning: jonge
Normen en richtwaarden 2012
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ Normen en richtwaarden 2012 editie maart 2012 1 Uitscheidingscijfers Forfaitaire uitscheidingscijfers Diersoort Uitscheiding in kg/dier, jaar N NER-D-waarde RUNDVEE Melkvee Melkkoeien
VOORSTEL VAN DECREET BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN WATER TEGEN DE VERONTREINIGING DOOR NITRATEN UIT AGRARISCHE BRONNEN
1 VOORSTEL VAN DECREET BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN WATER TEGEN DE VERONTREINIGING DOOR NITRATEN UIT AGRARISCHE BRONNEN Hoofdstuk I. Algemene bepalingen Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
1 Aanduiding van focusgebieden en focusbedrijven
MAP V Aanduiding van focusgebieden en focusbedrijven Normen voor stikstofbemesting Normen voor fosforbemesting 1 Aanduiding van focusgebieden en focusbedrijven Gebieden waar de nitraatconcentraties in
van mest en mestproducten: TOELICHTING TRACES
Export van mest en mestproducten: TOELICHTING TRACES datum presentatie: 21 april 2010 Johan Standaert Sibylle Verplaetse INHOUD SITUERING WETGEVING: Verordening (EG) 1774/2002: Algemene voorwaarden Bijzondere
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ Beheerovereenkomst water: bemestingsnormen en drempelwaarden
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ Beheerovereenkomst water: bemestingsnormen en drempelwaarden 1 Bemestingsnormen editie maart 2014 Sinds 2012 zijn de stikstofbemestingsnormen voor de beheerovereenkomst water 30%
Uitrijden effluent binnen MAP 5
Uitrijden effluent binnen MAP 5 Inleiding Het nieuwe mestdecreet bevat een aantal wijzigingen voor het uitrijden van effluent van een biologische mestverwerkingsinstallatie. Om meer duidelijkheid te scheppen,
Aanvraag van een vergunning voor de uitbating van een toeristisch logies
Aanvraag van een vergunning voor de uitbating van een toeristisch logies Toerisme Vlaanderen Afdeling Kwaliteitszorg Grasmarkt 61, 1000 BRUSSEL Tel. 02 504 03 00 Fax 02 504 03 66 website: http://www.toerismevlaanderen.be
1 Wat houdt de vanggewasregeling in?... 2
VANGGEWASSEN INHOUD 1 Wat houdt de vanggewasregeling in?... 2 1.1 Definities 2 1.2 Hoeveel vanggewassen moet u inzaaien? 1.3 Hoelang moet u het vanggewas laten staan? 4 5 1.4 Geef de inzaaiperiode op in
Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3
Melding van de exploitatie of verandering van een inrichting van uitsluitend klasse 3 Aan het college van burgemeester en schepenen VLAREM-03-140917 In te vullen door de behandelende afdeling dossiernummer
Mestbeleid. Stelsel van verplichte mestverwerking. 13 januari 2014. Joke Noordsij. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Mestbeleid Stelsel van verplichte mestverwerking 13 januari 2014 Joke Noordsij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 1 Inhoud Wat hebben we nu aan mestbeleid Wat gaat er veranderen Stelsel verplichte
Handleiding MTIL voor grensboeren
HANDLEIDING MTIL (MestTransportInternetLoket) VOOR GRENSBOEREN pagina 1 van 12 Handleiding MTIL voor grensboeren Homepage U kunt het MestTransportInternetLoket (MTIL) bereiken op volgend adres: http://mtil.vlm.be.
Toelichting bij de aangifte voor land- en tuinbouwers
Toelichting bij de aangifte voor land- en tuinbouwers Toelichting bij de aangifte voor de land- en tuinbouwers pagina 1 van 64 Inleiding... 3 I. Nieuw in de mestbankaangifte 2014... 4 Mestbank verstuurt
http://www.emis.vito.be Belgisch Staatsblad d.d. 27-04-2007 VLAAMSE OVERHEID
N. 2007 1696 VLAAMSE OVERHEID 9 MAART 2007. Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten
Mestrapport over de mestproblematiek in Vlaanderen
Mestrapport 2015 over de mestproblematiek in Vlaanderen Vernieuwde rapportering Sinds 2001: jaarlijks Voortgangsrapport over de mestproblematiek in Vlaanderen Wijziging rapporteringsvereisten Mestdecreet
