De bodemverhuurconstructie onder vuur
|
|
|
- Monique Timmermans
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 De bodemverhuurconstructie onder vuur Sinds het arrestvan de Hoge Raad inzake Ontvanger/NMB (HR 12 april 1985, NJ 1986/808), waarin werd geoordeeld dat in dat geval de bodemverhuurconstructie een geoorloofde oorzaak had, wordt regelmatig gebruik gemaakt van deze constructie om de belangen van een bezitloos pandhouder veilig te stellen. Op grond van meerdere rechterlijke uitspraken gewezen over de bodemverhuurconstructie blijkt dit een beproefd middel in de financieringspraktijk te zijn. ln 2010 zijn er uitspraken gewezen waaruit blijkt dat de bodemverhuurconstructie (opnieuw) onder vuur ligt. Een aantal curatoren neemt onder andere het standount in dat het verhuren van de bodem tot benadeling van schuldeisers leidt of dat het verrekenen van de in dit kader door de huurder verschuldigde huurpenningen tot benadeling leidt. Daarbij beroepen deze curatoren zich op de Actio Pauliana. De discussie is niet nieuw. Verwezen wordt naar de uitspraken van de rechtbank Den Bosch van 4 augustus 2000 UOR 2000/184), rechtbank Utrecht van 1 5 december 2004 (JOR 2005/80) en rechtbank Middelburg van 6 januari 2005 (JOR 2005/1 03). De recente uitspraken geven wel aanleiding om na te denken over de vraag of de bodemverhuurconstructie anno 2011 nog wel een bruikbaar alternat ef blijft om verpande zaken in vuistpand te nemen. Bodemverh u u rconstructie De bodemverhuurconstructie wordt gebruikt om bezitloos verpande zaken in vuistpand te nemen. Dit is voor de pandhouder van belang in verband met mogelijke aanspraken van de Belastingdienst op verpande bodemzaken, zoals inventaris en machines die in de bedrijfsruimte aanwezig zijn. Art. 2l lnvorderingswet 1990 bepaalt dat het fiscale voorrecht van de fiscus voor in artikel 22 lnvorderingswet 1990 genoemde vorderingen vóór het pandrecht van de bezitloos pandhouder gaat voor zover dit pandrecht is gevesti gd op bodemzaken. Buiten faillissement van de belastingschuldige moet de fiscus bodembeslag hebben gelegd op de betreffende bezitloos verpande zaken om deze hogere rang te bewerkstelliqen. ln faillissement dient de curator voor de belangen van de fiscus op te komen en geldt deze hogere rang van rechtswege. Als zaken in vuistpand zijn genomen, is er geen sprake van bodemzaken en is de positie van de pandhouder sterker dan die van de fiscus. Vernietiging van de bodemverhuurconstructie Rechtbank Almelo 13 juli 2010 ( /^,8N3536) (mr. X q.q,/abn AMRO) ln deze uitspraak diende de kantonrechter te oordelen over een door de curator ingeroepen vernietiging van een bodemverhuurconstructie. Het sluiten van een huurovereenkomst, waardoor niet langer sprake was van bodem van de pandgever, diende naar het oordeel van de curator als onverplicht te worden beschouwd. De pandhouder beriep zich op een artikel uit de algemene bepalingen van verpanding van deze kredietgever waaruit volgt dat de pandgever verplicht is de voorraden en inventaris over te brengen in de macht van de pandhouder op een door de bank te bepalen plaats. De pandhouder stelde dat het bedrijfspand van de pandgever was bepaald als plaats van de invuistpandneming. De kantonrechter stelde vast dat partijen het eens waren dat er geen sprake is van een wettelijke verplichting tot het aangaan van een huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelde vervolgens dat uit het door de pandhouder aangehaalde artikel evenmin een verplichting tot het aangaan van rechtshandelingen is af te leiden. De bepaling ziet naar het oordeel van de kantonrechter slechts op feitelijke handelingen die de pandgever moet verrichten of dulden om de pandhouder in de gelegenheid te stellen de aan haar verpande zaken "om te zetten" in een vuistpand. t6 update BANKTNG & FrNANcr
2 De kantonrechter oordeelde dat er geen verplichting bestaat, zonder dat de pandhouder bij het aangaan van de verpanding is overeengekomen dat er een verplichting bestaat, om de juridische status van "de plaats" waar de zaken zich bevinden te wijzigen. Ook uit de eisen van redelijkheid en billijkheid vloeit geen verplichting voort mee te werken aan het verhuren van de bedrijfsruimte. Omtrent de benadeling van schuldeisers overweegt de kantonrechter dat indien de gewraakte huurovereenkomst wordt weggedacht de zaken zich op het moment van faillietverklaring op de bodem van de belastingschuldige bevonden. De kantonrechter lijkt daarmee aan te nemen dat er in dat geval sprake van benadeling zou kunnen zíjn, omdat dan de curator voor de belangen van de fiscus als in dat geval hoger bevoorrecht schuldeiser moet opkomen. Dat zou met zich kunnen brengen dat de opbrengst van de verpande bodemzaken via de boedel loopt. Rechtbank Breda 4 augustus 2010 (yrìr 2010 tï2.g4) (mr. Butterman q.q./rabobank) Ook de rechtbank Breda diende te oordelen over een vernietiging van een bodemverhuurconstructie. De rechtbank stelt vast dat de toegepaste bodemverhuurconstructie in dit geval uit een aantal elementen bestaat: verhuur van de bodem, omzetten bezitloos oandrecht in vuistpand en een afspraak over vooruitbetaling van huurpenningen en verpanding daarvan zodat verrekend kan worden. Er werd geoordeeld dat er geen verplichting bestond om mee te werken aan het sluiten van een huurovereenkomst. Ook de wettelijke bevoegdheid van de pandhouder ex artikel 3:237 lid 3 BW afgifte van de zaken te vorderen, levert niet een dergelijke verplichting op. De rechtbank overweegt dat er sprake is van benadeling (r.o. 3.20): "De bodemverhuurconstructie heeft tot gevog dat de Belastingdienst zich niet langer voór de pandhouder op de bezitloos verpande zaken kan verhalen. Daarnaafi ß ook de boedel benadeeld, omdat een pandhouder op grond van artikel 182 Fw niet behoeft bij te dragen in de algemene faillissementskosten. Dit geldt niet voor de Belastingdienst, die zijn voorrecht alleen geldend kan maken via de curator." Gevolgen van vernietiging Een bodemverhuurconstructie kan op grond van de Actio Pauliana vernietigbaar zijn. Tegen de achtergrond van het doel van de bodemverhuurconstructie rijst de vraag of door een vernietiging de positie van de fiscus (weer) sterker wordt dan die van de pandhouder. Artikel 51 Fw regelt de gevolgen van een geslaagd beroep door een curator op de vernietigingsgrond van artikel 42 Fw of 47 Fw. Kort gezegd betekent dit dat hetgeen door de vernietigde rechtshandeling uit het vermogen van de schuldenaar is gegaan, door hen jegens wie de vernietiging werkt, aan de curator moet worden teruggegeven; in feite moet de transactie ongedaan gemaakt worden. Bij het sluiten van een bodemverhuurconstructie wordt de bedrijfsruimte aan de pandhouder of een door die aangewezen derde verhuurd en dienen als tegenprestatie huurpenningen betaald te worden. Door de vernietiging zal de bedrijfsruimte door de huurder aan de curator ter beschikking moeten worden gesteld en zal het genoten huurgenot "teruggegeven" moeten worden. Uit de aard van de prestatie is dit niet mogelijk zodat de huurder de waarde van de prestatie dient terug te geven, AIs de huurder huurpenningen vooruit heeft betaald, dient hij in feite nogmaals te betalen. Aan de zijde van de boedel zal de curator het door gefailleerde betaalde afhankelijk van het geval feitelijk moeten terugbetalen of kan de huurder als concurrent schuldeiser het betreffende bedrag opeisen. Uit rechtspraak volgt dat verrekening van de over en weer bestaande verplichtingen niet is toegestaan. Heeft het ongedaan maken van de huurovereenkomst ook tot gevolg dat daardoor de betreffende zaken zich weer op de bodem van de pandgever/belastingschuldige bevinden? Onder bodem moet worden verstaan het perceel of het gedeelte van het perceel, dat bij de belastingschuldige in gebruik is en waarover hij onafhankelijk van anderen de beschikking heeft, daargelaten in hoeverre het voor de toepass ng van het bodemrecht vereist is dat de belastingschuldenaar - met uitsluiting van ieder ander - recht op de bodem heeft. ln dit kader is relevant dat de wetgever heeft overwogen dat beslissend is de feitelijke verhouding van de belastingschuld ge tot het perceel waarin of waarop in beslag genomen goederen zich bevonden. Het gaat derhalve om een toets van de feitelijke omstandigheden en er vindt geen toets plaats van de juridische verhouding tussen de belastingschuldige en het perceel. Door het vernietigen van de bodemverhuurconstructie vindt er geen feitelijke wijziging plaats. De gehuurde bedrijfsruimte (de bodem) zal moeten worden teruggege-
3 ven aan de curator. Zolang dat niet is gebeurd, is verdedigbaar dat er feitelijk geen sprake is van de bodem van de belastingschuldige. Dat brengt met zich dat de vernietiging n et tot gevolg heeft dat de zaken die zich mee in de ruimte bevinden als bodemzaken gekwalificeerd zullen kunnen worden. Daarvan kan pas sprake zijn nadat de bedrijfsruimte aan de curator ter beschikking is gesteld. Een pandhouder die met deze kwestie geconfronteerd wordt, zal de betreffende verpande zaken voor de feitelijke ter beschikking stelling uit de bedrijfsruimte verwijderen om dit te voorkomen. ln het arrest van de Hoge Raad van 12 april 1985 inzake Ontvanger/NMB (NJ 1986/808) werd door de Hoge Raad opgemerkt dat niet aan de orde was gesteld of de eventuele omstandigheid dat de goederen zich in een ruimte bevinden, die als gevolg van de uitvoering van een overeenkomst niet meer feitelijk ter beschikking van de belastingschuldenaar staat, een beletsel voor bodembeslag oplevert in het geval dat de overeenkomst nietig blijkt te zijn. De Hoge Raad heeft zich derhalve nog niet uitgelaten over deze kernvraag. Men kan zich afvragen of het gebruik van het woord "beletsel" wellicht een richting geeft voor de beantwoording van deze vraag. Het lijkt alsof de Hoge Raad het feitelijk ter beschikking staan van de bedrijfsruimte aan de belastingschuldenaar centraal blijft stellen. Uit de uitspraken van de rechtbanken Almelo en Breda bleek dat het feit dat zaken niet langer als bodemzaken kwalificeerden door het toepassen van de bodemverhuurconstructie een belangrijk element was bij de vaststelling dat sprake was van benadeling van schuldeisers. Als vernietiging daarentegen niet tot gevolg heeft dat de zaken (weer) als bodemzaken kwalificeren, wordt de benadeling van schuldeisers niet ongedaan gemaakt. Men zou in dat geval kunnen beargumenteren dat er aan de zi.jde van de pandhouder een verplichting ontstaat tot het vergoeden van de waarde van de zaken (vgl. 6:210 BW). Dit past minder goed in het systeem van artikel 51 lid 1 Fwwaaruit immers volgt dat hetgeen uit het vermogen van de schuldenaar is gegaan, moet worden teruggegeven. Door het in vuistpand nemen van de zaken zijn de zaken echter in het vermogen van de schuldenaar gebleven. De rechtbank Almelo (sector kanton) overwoog daarnaast dat slechts rechtshandelingen kunnen worden getroffen door een beroep op de faillissementspauliana en niet feitelijke handelingen zoals het in de macht brengen van bezitloos verpande zaken aan de oandhouder. Het is zeer de vraag of de Hoge Raad de bodemverhuurconstructie verniet gbaar zal achten wegens de omstandigheid dat zaken in vuistpand zijn genomen. Niet voor niets werd bijvoorbeeld door de kantonrechter Dordrecht (in een hierna nog te bespreken uitspraak) overwogen: "Dat huur wordt gebruikt in een volgens vaste jurisprudent e toegestane construct e om z ch een betere positie ten opzichte van de fiscus te verwerven, (...)". Hel is verdedigbaar dat sprake moet zijn van bijkomende omstandigheden om tot een vernietiging te kunnen komen. Het gevolg van zekerheidsrechten is nu eenmaal dat een voorrangsrecht wordt verkregen en inherent daaraan is dat de zaken in vuistpand genomen mogen worden. Waarom zou er ook een fundamenteel onderscheid gemaakt moeten worden tussen de gevolgen van verschillende manieren om zaken in vuistpand te nemen? De gevolgen zijn immers hetzelfde. Oplossing Een pandhouder doet er verstandig aan rekening te houden met een vernietiging van de bodemverhuurconstructie door een curator. Een financier die - om de zaken niet af te hoeven voeren - gebruik wil maken van een bodemverhuurconstruct e kan zich wel zo goed mogelijk wapenen tegen het Pauliana-risico. Het is voor een curator moeilijker om een verplicht verrichte rechtshandeling te vernietigen dan een onverplicht verrichte rechtshandeling. Een verplicht verrichte rechtshandeling kan alleen dan worden vernietigd als er sprake is van wetenschap bij de betrokken partijen dat het faillissement van de schuldenaar (lees: pandgever) is aangevraagd of indien er sprake is van samenspanning. Zoals blijkt u t de hiervoor aangehaalde uitspraken is het aan te bevelen om een verplichting tot het meewerken aan een bodemverhuurconstructie op te nemen in de zekerheidsdocumentatie. Bij het wijzigen van bestaande documentatie blijft ten aanzien van de wijziging zelf ook het Pauliana-risico bestaan. Betaling van huurpenningen De discussie omtrent benadeling van schuldeisers in het kader van de betaling van huurpenningen die verschuldigd zijn bij het sluiten van de bodemverhuurconstructie komt aan de orde in de twee hierna volqende uitsoraken. Rechtbank Dordrecht (sector kanton) ( /rv 8N2842) 5 augustus 2010 (Rabobank/ mr. Butin Bik q.q.) ln de uitspraak van de rechtbank Dordrecht (sector kanton) komt een principiële kwestie aan de orde. Mag de pandhouder de huurpenningen die nog niet z.ln voldaan verrekenen met de vordering uit hoofde van verstrekt krediet? De kantonrechter toetst aan artikel 53 Fw en constateert dat de huurschuld van de bank vóór de faillietverklaring is ontstaan. Datzelfde gold voor de vordering die de bank had op de schuldenaar uit hoofde van het negatieve saldo op diens bankrekening b de bank. De bank was derhalve na faillietverklaring bevoegd tot verrekening. Ten overvloede werd overwogen dat de in het arrest van de Hoge Raad van 22 december 1989 inzake Tiethoff q.q./nmb (/V/ 1989, 661) aanvaarde uitzondering op de bevoegdheid tot verrekening krachtens artrkel 53 Fw zich in het onderhavige geval niet voordoet. ln dat arrest mocht de bank zich niet op verrekening beroepen. De curator was in die zaak, ondanks het faillissement, gehouden een prestatie uit hoofde van een doorlopende huurovereenkomst voor de huur van de kantoorruimte van
4 het bankfiliaal te blijven verrichten ten laste van de boedel en de bank wilde haar verplichting tot het betalen van huur compenseren met haar vordering uit hoofde van verstrekt krediet. Er bestond geen verband tussen de beide overeenkomsten. De kantonrechter Dordrecht oordeelde in het hier aangehaalde geval dat er een verband bestaat tussen de huurovereenkomst in het kader van de bodemverhuurconstructie en de vordering van de bank, nu de huurovereenkomst is aangegaan om de zaken in vuistpand te geven. Rechtbank B eda 4 augustus 2010 (y^, ) (mr. Butterman q.q./rabobank) ln de zaak die de rechtbank Breda moest beoordelen waren part jen overeengekomen dat de huursom over de eerste drie maanden bij vooruitbetaling werd voldaan. Daarnaast werden de uit de huurovereenkomst voortvloeiende vorderingen van de schuldenaar verpand aan de bank. Vervolgens werden de huurpenningen gestort op de door de schuldenaar aangehouden bankrekening bij de bank en op diezelfde dag werd dit bedrag venekend met de vordering van de bank uit hoofde van de financiering. ln dit geval meende de curator dat de afspraak om de huurpenningen vooruit te betalen onverplicht was en dat deze bepaling bezwarend voor de gezamenlijke crediteuren is. De bank voerde aan dat, als zij niet was overeengekomen om de huurpenningen vooruit te betalen, zij tijdens het faillissement op grond van artikel 53 Fw had mogen verrekenen zodat er geen benadeling van crediteuren bestond. De rechtbank deelt deze mening van de bank niet en komt tot de conclusie dat er geen verband bestaat tussen de huurovereenkomst en de kredietvordering, zodat de uitzondering op de verrekeningsbevoegdheid uit het hierboven al genoemde arrest van de Hoge Raad inzake Tiethoff q.q./nmb zich hier voordoet. Als er geen vooruitbetaling zou zijn afgesproken, mocht de bank tijdens faillissement niet verrekener.. ln deze zaak is van belang dat de bank de huurpenningen niet had verrekend, maar had voldaan op de bij haar aangehouden bankrekening van de schuldenaar. De rechtbank verwijst vervolgens naar de arresten van de Hoge Raad van 8 juli 1987 inzake Loeffen q.q./bank Mees en Hope I (NJ 1988, 104) en 17 februari 1993 (NJ 1996, 471) inzake Mulder q.q./clbn. Daaruit volgt dat doordat een creditering van de bankrekening kan worden aangemerkt als voldoening door de schuldenaar van een opeisbare schuld, een verrekening op grond van artikel 47 Fw vernietigbaar zou kunnen zijn, tenzij de vordering op de debiteur aan de bank is verpand. Aan de vereisten voor vernietiging op grond van artikel 47 Fw wordt in dit gevat echter niet voldaan en er is sprake van een verpanding van de huurpenningen. Omtrent deze verpanding oordeelt de rechtbank dat er geen verplichting bestond om deze vordering te verpanden. Een verplichting tot het verpanden van vorderingen op derden is niet gelijk te stellen aan verpanding van een vordering op de bank zelf. De curator had geen beroep gedaan op vernietiging van het pandrecht, zodat dit als een overweging ten overvloede kan worden aangemerkt. De rechtbank analyseert vervolgens wat de situatie zou zijn als er geen vooruitbetaling zou zijn overeengekomen. ln dat geval had de bank na datum faillissement een groot deel van de huursom moeten voldoen. Als de bank het 20 I update aanuruc&ftnance
5 De recente uitspraken geven aanleiding om na te denken over de vraag of de bodemverhuurconstructie anno 2011 nog wel een bruikbaar alternatief blijft om verpande zaken in vuistpand te nemen verschuldigde bedrag op de bij haarzelf aangehouden rekening zou storten, zou de bank als gevolg van de verpanding van de huurpenningen mogen verrekenen. Als gevolg daarvan maakt het derhalve niet uit of er vóór of na datum faillissement wordt betaald. De rechtbank vervolgt met de situatie waarin de curator na datum faillissement betaling zou vorderen en de boedelrekening aanwijst als betaaladres. Als de bank aan dat verzoek zou voldoen. zou de bank niet kunnen verrekenen en zou het bedrag in de boedel vloeien. ln vergelijking daarmee is er dus sprake van benadeling van crediteuren. De rechtbank lijkt daarbij echter voorbij te gaan aan de verpanding die had plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dat de vooruitbetalingsclausule tot benadeling van de boedel kan leiden. ln dit kader wordt mede gewicht toegekend aan het verschil in huurprijs dat de schuldenaar zelf moet voldoen en de huurprijs die de bank aan de schuldenaar in het kader van de bodemverhuurconstructie moet voldoen. Er is geen reële huurprils overeengekomen. Aanscherpen zekerheidsdocumentat e ln deze bijdrage is aandacht besteed aan gevolgen van recente uitspraken waarin curatoren de bodemverhuurconstructie ter discussie hebben gesteld. Voor de praktijk is zekerheid omtrent de grenzen van de bodemverhuurconstructie wenselijk. Op dit moment is het onzeker of de opgeworpen discussie een storm in een glas water zal zijn - net als bijvoorbeeld de discussie over beslag of kredietruimte van enkele jaren geleden - of dat deze discussie vergaande gevolgen zal hebben voor uw praktijk. Aanscherping van zekerheidsdocumentatie is door deze (hernieuwde) discussie in ieder geval aan te bevelen. Wihouden u op de hoogte van de ontwikkelingen. Uiteindelijk komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de bank toegepaste bodemverhuurconstructie, waarbij de bank uitdrukkelijk is overeengekomen dat de huurpenningen bij vooruitbetaling moeten worden voldaan en de bank ervoor gezorgd heeft dat zij een pandrecht verkreeg op de vordering tot betaling van de huurpenningen zodat zij kon verrekenen, een onverplichte rechtshandeling is die leidt tot benadeling van de crediteuren. Dit betekent dan ook dat op deze gronden vernietiging mogelijk is. DAVID BOS Advocaat T E [email protected]
pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:1019 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29012014 Datum publicatie 12022014 Zaaknummer C09445041 HA ZA 13691 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken
Workshop Insolventierecht FR&R. Deel 2: Tijdens faillissement
Workshop Insolventierecht FR&R Deel 2: Tijdens faillissement Rolf Verhoeven / Johan Jol 3 september 2009 Onderwerpen Mogelijke procedures en hun gevolgen Spelers en hun bevoegdheden Verhaalsmogelijkheden
De bodemverhuurconstructie: ook anno 2012 nog een geoorloofde oorzaak?
De bodemverhuurconstructie: ook anno 2012 nog een geoorloofde oorzaak? Scriptie Rechten (Recht en bedrijfsleven) S.A. Roodhof Studentnummer: 834958135 Scriptiebegeleider: mr. dr. M.L.H. Reumers Examinator:
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG LISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW)
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG LISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW) F In het faillissement van : Bouwbehoud B.V. Faillissementsnummer : Verslagnummer : 2 Datum uitspraak : 26 juni 2012 Curator Rechter Commissaris
De ingrijpende wijziging van het fiscale bodem(voor)recht per 1 januari 2013
De ingrijpende wijziging van het fiscale bodem(voor)recht per 1 januari 2013 Per 1 januari 2013 is een wetsvoorstel, afkomstig uit het Belastingplan 2013 met daarin een vergaande wijziging van het fiscale
ECLI:NL:GHSHE:2013:4262
ECLI:NL:GHSHE:2013:4262 Instantie Datum uitspraak 17-09-2013 Datum publicatie 19-09-2013 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer HD 200.074.635-01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
EERSTE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN KEUKENCENTRUM CORNELISSEN BV d.d. 26 februari 2009
EERSTE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN KEUKENCENTRUM CORNELISSEN BV d.d. 26 februari 2009 Gegevens onderneming : Keukencentrum Cornelissen BV Faillissementsnummer : 09/53 F Datum uitspraak
FAILLISSEMENTSVERSLAG (ex art. 73a Fw) Nummer: 2 Datum: 5 november 2012
FAILLISSEMENTSVERSLAG (ex art. 73a Fw) Nummer: 2 Datum: 5 november 2012 Gegevens onderneming : Symbision B.V., statutair gevestigd te Amersfoort en kantoorhoudende te (3821 AD) Amersfoort aan de Printerweg
Openbaar verslag ex artikel 73a Faillissementswet
Openbaar verslag ex artikel 73a Faillissementswet Nummer: 3 Datum: 14 november 2013 Gegevens onderneming : Bit to Bit B.V. Faillissementsnummer : C/16/13/222 F Datum uitspraak : 26 februari 2013 (rechtbank
TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG TEVENS EINDVERSLAG Inzake : VAN DIJK GROND-, SLOOP- EN STRAATWERKEN B.V. Faillissementsnummer : C/05/13/228 F Datum faillissement : 9 april 2013 Rechter-Commissaris : Mr. P.F.A.
Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering. Mr. drs. KP. van Koppen
Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering Mr. drs. KP. van Koppen Kluwer - Deventer - 1998 Voorwoord V Gebruikte afkortingen XV Algemene inleiding en verantwoording 1 Verantwoording 1 2 Een körte schets
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW)
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW) In het faillissement van : Faillissementsnummer : 15/12/567 F. Verslagnummer : 2 Datum uitspraak : 30 oktober 2012 Curator Rechter Commissaris Activiteiten
Huurrecht en faillissement
Presentatie Vogon 1 april 2015 Jurjan Adriaansens Advocaat vastgoed sinds 2002-2007 303-taxateur + bedrijfsjurist bij DTZ 2007-2008 Sinds 2008 terug als vastgoedadvocaat Oprichter/partner M2 Advocaten
2013: Het overwaardearrangement na ASR/Achmea en FCF/Schreurs en Brouns q.q. Houdbaarheidsdatum overschreden?
2013: Het overwaardearrangement na ASR/Achmea en FCF/Schreurs en Brouns q.q. Houdbaarheidsdatum overschreden? 2015: De Hoge Raad heeft gesproken: DLL/Van Logtestijn 16 oktober 2015 en Ingwersen/ING 16
TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG. in het faillissement van. Datum faillissement: 8 oktober faillissementsnummer: 557/2003
TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG in het faillissement van de besloten vennootschap AARDSE HITEC BV te Tiel Datum faillissement: 8 oktober 2003 faillissementsnummer: 557/2003 rechter-commissaris: mr. B.J. Engberts
FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 6 IN HET FAILLISSEMENT VAN BRINCKSTAETE ADVIESGROEP HAARLEM B.V. d.d. 22 mei 2014
Hoewel de informatie in dit openbaar verslag en het bijbehorend financieel verslag zo zorgvuldig mogelijk is samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid daarvan. Mogelijk is
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW)
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW) Nummer : 1 Datum : 27 november 2015 Gegevens onderneming : De heer Jeroen van het Kaar, h.o.d.n. BK Binnen en Buiten Faillissementsnummer : C/15/15/485 F
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 4 EX ARTIKEL 73A FAILLISSEMENTSWET
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 4 EX ARTIKEL 73A FAILLISSEMENTSWET NAAM FAILLISSEMENT : Delta Bouw Nederland B.V. : nader te noemen Delta. INSCHRIJVINGSNUMMER KVK : 09138959 FAILLISSEMENTSNUMMER : 12/300
Jurisprudentie Ondernemingsrecht
Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok
: financiële holding, beheer- en beleggingsmaatschappij
Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon ex artikel 73a FW Datum: 12 februari 2014 Nummer: een Gegevens onderneming : de besloten vennootschap P. Louwerse Beheer B.V. Faillissementsnummer : C 02/15/14
REACTIE OP "HET FISCALE BODEMRECHT" VAN MR. R. ROSARIA IN AJV-NIEUWSBRIEF NO. 1, 2016 (JANUARI)
REACTIE OP "HET FISCALE BODEMRECHT" VAN MR. R. ROSARIA IN AJV-NIEUWSBRIEF NO. 1, 2016 (JANUARI) mr. R.M. Bottse* I n AJV-Nieuwsbrief no.1, 2016 (januari) verscheen een bijdrage van de hand van mr. R. Rosaria
Juridisch informatieportaal Document
pagina 1 van 7 JutD 2008/09 Bodemverhuurconstructie JutD 2008/09 Bodemverhuurconstructie JutD 2008/09 d.d. 08 05 2008 Auteur(s): mr. F.F.A. Smetsers, Van Iersel Luchtman NV, Breda. Inleiding De Commissie
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 30 oktober 2013
47436 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 30 oktober 2013 Gegevens onderneming : Zaagsma Bouwmarkt BV KvK-nummer 01020093 Fahrenheitstraat 5 8861 NH Harlingen Faillissementsnummer : F11/13 Datum uitspraak
http://portal.rechtsorde.nl/pages/rosedocumentexportandprint.aspx?savebutton=true&...
pagina 1 van 5 Jutd 2012/09 Girale betalingen door de gefailleerde op of na datum faillissement Jutd 2012/09 d.d. 03 05 2012 Auteur(s): Mr. F.F.A. Smetsers, Van Iersel Luchtman NV, Breda. In de praktijk
Artikel 24. Artikel 24 lid 1 Pandrecht. Verkoop van verpande goederen
Artikel 24 Lid 1 Lid 2 Pandrecht Pandrecht Verkoop van verpande goederen Artikel 24 lid 1 Pandrecht Algemeen Het verschil tussen pand en retentie Het pandrecht in de AVC 2002 is nieuw ten opzichte van
Voorziet de Ontvanger minder snel een faillissement dan een bank?!
Het gevolg van Van Dooren q.q./abn AMRO III: Voorziet de Ontvanger minder snel een faillissement dan een bank?! Mr. Drs. M.M.S. (Mignon) ter Beek-Ehren en mr. F.J. (Frank) Laagland Inleiding Op 22 december
DERDE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73A FAILLISSEMENTSWET
DERDE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73A FAILLISSEMENTSWET Naam gefailleerde : Denim Brakes & Tyres B.V. Faillissementsnummer : F 152/2010 Datum uitspraak : 13 april 2010 Datum verslag : 3 december 2010 Curator
EINDVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN AANNEMINGSBEDRIJF J. VAN DER MAREL B.V.
EINDVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN AANNEMINGSBEDRIJF J. VAN DER MAREL B.V. Gegevens onderneming : de besloten vennootschap Aannemingsbedrijf J. van der Marel B.V. (KvKnummer: 33215868),
: financiële holding, beheer- en beleggingsmaatschappij : 2012: 14.604,--
Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon ex artikel 73a FW Datum: 12 mei 2014 Nummer: twee Gegevens onderneming : de besloten vennootschap P. Louwerse Beheer B.V. Faillissementsnummer : C 02/15/14
Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Insolventienummer: Toezichtzaaknummer: Datum uitspraak: Curator: R-C: F.05/16/390 NL:TZ:0000012070:F003 14-06-2016 Mr. V.F.M. Jongerius mr. A.M.P.T. Blokhuis Algemeen Gegevens onderneming Willems Borculo
DERDE FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: /CAMN Datum: 01 december 2015
DERDE FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 218895/CAMN Datum: 01 december 2015 Gegevens onderneming : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ilmo B.V., statutair gevestigd te Arnhem, kantoorhoudende
De inhoud van de aan de rechtbank toegezonden papieren versie van dit verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.
FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw nummer2 De inhoud van de aan de rechtbank toegezonden papieren versie van dit verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. Indien dit verslag een
FAILLISSEMENTSVERSLAG 2. Datum 27 mei 2014
FAILLISSEMENTSVERSLAG 2. Datum 27 mei 2014 Faillissement : Blauwe Steen B.V. Faillissementsnummer : F.05/14/80 Datum uitspraak : 21 januari 2014 Curator : Mr C.A. Hage Rechter-commissaris : Mr J.S.W. Lucassen
OPENBAAR (GECONSILIDEERD) FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 6 TEVENS EINDVERSLAG EX ARTIKEL 73A FAILLISSEMENTSWET
OPENBAAR (GECONSILIDEERD) FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 6 TEVENS EINDVERSLAG EX ARTIKEL 73A FAILLISSEMENTSWET In dit verslag zal veelal verwezen worden naar de eerdere openbare verslagen en voor zover relevant
Datum faillietverklaring : 19 november 2013 Rechter-commissaris : mr. W. Reinds -> mw mr. W.J. Geurts-De Veld per 2 februari 2015
Rechtbank Rotterdam Kenmerk : C 10/13/1156 F Datum faillietverklaring : 19 november 2013 Rechter-commissaris : mr. W. Reinds -> mw mr. W.J. Geurts-De Veld per 2 februari 2015 FAILLISSEMENT BRANDHORST B.V.
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW Nummer : 2 Datum : 16 augustus 2016 Gegevens ondernemingen : 1. De besloten vennootschap AUTOBEDRIJF IGLESIAS B.V., statutair gevestigd en zaakdoende te
TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN A. BONS BEHEER B.V. d.d. 18 juli 2013. : de besloten vennootschap A. Bons Beheer B.V.
Dit verslag ziet uitsluitend op hetgeen zich in de afgelopen verslagperiode heeft voorgedaan. Daar waar de nummering ontbreekt, zijn de hoofdstukken reeds afgesloten en wordt voor informatie verwezen naar
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
EERSTE FAILLISSEMENTSVERSLAG TEVENS EINDVERSLAG Inzake : UPMEDIA B.V. Faillissementsnummer : C/06/13/179 F Datum faillissement : 19 maart 2013 Rechter-Commissaris : Mr. J.S.W. Lucassen Curator : Mr. J.
Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Insolventienummer: Toezichtzaaknummer: Datum uitspraak: Curator: R-C: F.07/13/63 NL:TZ:0000012737:F001 26-02-2013 mr. W. van der Kolk mr. M.M. Verhoeven Algemeen Gegevens onderneming Besloten vennootschap
Verslagtijdvak: 17 augustus 2010 29 oktober 2010 datum: 29 oktober 2010 nummer verslag: Openbaar. 1
VERSLAG EX ART. 73 a Fw. In het faillissement van: Cox Voerendaal B.V. insolventienummer: F 10 /208 op verzoek van: Cox Voerendaal B.V. (eigen aanvraag) datum verzoek: 9 augustus 2010 appel / verzet: nee
DERDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN MEGASET DESIGN B.V.
DERDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN MEGASET DESIGN B.V. Gegevens onderneming : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MegaSet Design B.V.
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW)
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW) In het faillissement van : Bloem Digital Imaging B.V. Faillissementsnummer : Verslagnummer : 2 Datum uitspraak : 10 september 2013 Curator : mr. G.F.H. Velthuizen
Turbo-liquidatie en de bestuurder
Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten
ZESDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN RTB BEHEER GROEP BV
ZESDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN RTB BEHEER GROEP BV d.d. 19 augustus 2009 Gegevens onderneming Faillissementsnummer : RTB Beheer Groep BV : 07/399 F Datum uitspraak : 25 juli 2007
De papieren versie van het verslag is identiek aan de di.gitale versie van het verslag.
in bedrijfskwesties De papieren versie van het verslag is identiek aan de di.gitale versie van het verslag. FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 7 januari 2014 Gegevens onderneming Naam Adres Telefoonnummer
Bodem(voor)recht fiscus. De inhoud van artikel 22bis IW 1990
Bodem(voor)recht fiscus De inhoud van artikel 22bis IW 1990 Bodemvoorrecht art. 21 lid 1 IW 1990: s Rijks schatkist heeft een voorrecht op alle goederen van de belastingschuldige art. 3:279 BW: pand en
De bodemverhuurconstructie
De bodemverhuurconstructie Een analyse van de geschiedenis van de bodemverhuurconstructie, het fiscale bodemrecht en een blik op de toekomst Master scriptie Privaatrechtelijke Rechtspraktijk Universiteit
ZEVENDE EN TEVENS EINDVERSLAG INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN AKS GRAFISCHE AFWERKING EN DRUKWERKVEREDELING B.V.
ZEVENDE EN TEVENS EINDVERSLAG INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN AKS GRAFISCHE AFWERKING EN DRUKWERKVEREDELING B.V. Gegevens onderneming : De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AKS Grafische
Programma. Inleiding: Te onderscheiden gevallen: Wat is verrekening? Functies van verrekening Hoe verreken je?
Verrekening Johan Jol Oktober 2009 Inleiding: Programma Wat is verrekening? Functies van verrekening Hoe verreken je? Gevolgen van verrekening Wettelijke versus contractuele verrekening Te onderscheiden
Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid.
Annotatie bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445 Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. [BW art. 6:162] Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom
TWEEDE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73A FAILLISSEMENTSWET
TWEEDE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73A FAILLISSEMENTSWET Naam gefailleerde : Jaap Rijnbende B.V. Faillissementsnummer : 11/58 F Datum uitspraak : 25 januari 2011 Curator : mr. L.I. Boes Rechter-Commissaris
HUURDER FAILLIET; VOOR WIE ZIJN DE KOSTEN?
HUURDER FAILLIET; VOOR WIE ZIJN DE KOSTEN? HOGE RAAD 19 APRIL 2013 LJN: BY6108 PROGRAMMA: Verplichtingen van de huurder (artikel 7:218 en 7:224 BW) Faillissement en beëindiging van de huurovereenkomst
EERSTE FAILLISSEMENTSVERSLAG
EERSTE FAILLISSEMENTSVERSLAG Gegevens onderneming : de besloten vennootschap LEIJTEN HORECA BV, gevestigd te 5342 LE Oss aan de Germanenweg 1, KvK 16056240 Faillissementsnummer : 06/602 F (rechtbank Den
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 5 Datum: 30 oktober 2014
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 5 Datum: 30 oktober 2014 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RRT B.V. tevens handelend onder de naam Rutten RegioTaxi, statutair gevestigd
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW)
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG (EX ART. 73A FW) Nummer : 6 Datum : 30 september 2015 Gegevens onderneming : Handelsmaatschappij Alkmaar B.V., voorheen genaamd: Mattenindustrie Noels B.V., statutair gevestigd
OPENBAAR VERSLAG / TEVENS DIGITALE VERSIE
OPENBAAR VERSLAG / TEVENS DIGITALE VERSIE Eerste openbaar verslag in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RESTAURANT DE HOFSTEE, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
openbaar FAILLISSEMENTSVERSLAG Verslagnummer: 2 Datum: 19 augustus 2014 ex art. 73a Fw
openbaar FAILLISSEMENTSVERSLAG Verslagnummer: 2 Datum: 19 augustus 2014 ex art. 73a Fw Gegevens gefailleerde : Ten Dam Parket B.V. Dossiernummer : 214020084 Faillissementsnummer : F.94/2014 Rechtbank :
VIJFDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN GLAZENWASSERSBEDRIJF TRILO VOF
VIJFDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN GLAZENWASSERSBEDRIJF TRILO VOF Gegevens onderneming Faillissementsnummer Datum uitspraak : 18 juni 2013 Uitgesproken
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW
OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW Nummer : 2 Datum : 2 september 2014 Gegevens onderneming : a. Haarmans Groep B.V. b. Imagetools B.V. c. Haarmans Products B.V. d. Imagy B.V. e. Haarmans
