STUDIEGROEP BRITANNIA
|
|
|
- Maria van de Velden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BRITANNIA NEWS Penny Black 175 jaar Special 2015 Jaargang 46 STUDIEGROEP BRITANNIA Britannia News Penny Black Special Pagina 1
2 Britannia News Jaargang 46 Special 2015 mei 2015 Britannia News is het clubblad van Studiegroep Britannia, vereniging van belangstellenden in de ruimste zin voor aan Engeland gerelateerde filatelie. Studiegroep Britannia is opgericht op 1 januari 1969, is ingeschreven in het verenigingsregister onder nummer In deze bijlage bij het mei nummer wordt aandacht besteed aan het feit dat de Penny Black, de eerste postzegel, 175 jaar geleden voor het eerst gedrukt en gebruikt werd. Van de Voorzitter De eerste zegel van de wereld werd 175 jaar geleden in gebruik genomen. Hoeveel is dat, 175 jaar? Hoeveel generaties zijn dat? Zonder enige filosofische of sociologische beschouwingen in acht te nemen zijn dat er ongeveer 5 tot 6 wat neer komt op een duur van 27 tot 32 jaar per generatie. En al die generaties hebben postzegels op brieven geplakt en geplakt en geplakt. Mijn overgrootvader begon er mee en mijn kleidochter gaat het strakjes ook doen. Zijn we wat dat betreft vooruit gegaan? Nee dus, maar het is ook niet nodig gebleken. Het systeem dat in 1840 in gebruik is genomen werkt, zonder grootschalige veranderingen, nog steeds en dat kun je niet van veel andere zaken zeggen. Het is dus wel iets heel bijzonders wat ene Rowland Hill teweeg heeft gebracht. Niet onbegrijpelijk dus dat die eerste zegel nog altijd in de belangstelling staat en een geweldige aantrekkingskracht heeft. Er is geschat/berekend dat de overlevingskans van het zegel 2% is. Van de gedrukte exemplaren zouden er dus nog rond de bestaan. Dan is waarde weer wat moeilijker te begrijpen. In deze speciale uitgave van Britannia News wordt stil gestaan bij het fenomeen The Penny Black. Hopelijk een leerzame editie Frans Op den Kamp Pagina 2 Penny Black Special Britannia News
3 Inhoudsopgave Voorzitter 2..en een woordje van de redactie 3 De voorgeschiedenis 4 De Penny Post 6 Het Vervolg: Groot-Brittannië 9 Het Vervolg: Andere landen 13 De trage acceptatie van de postzegel 21 Line Engraved 32 De eerste zegels ter wereld 59 SG43 1 Penny Rood, plaat The Postal History of Edinburgh Andere landen: voor de penny black 71 Jubileum uitgiftes 77 Vervalsing 78 Verantwoording 79..en een woordje van de redactie Deze speciale uitgave ter gelegenheid van de 175-ste geboortedag van de Penny Black is tevens een vuurproef voor uw twee nieuwe redactieleden: David Verdonk en Dik Bakker. De taak waarvoor wij ons gesteld zien is geen sinecure: het proberen te handhaven van het constant hoge niveau van Britannia News. Daarvoor zullen we meer dan ooit een beroep moeten doen op de in de Studiegroep aanwezige expertise t.a.v. de filatelie van Groot-Brittannië en haar voormalige koloniën. In onze eigen bijdrage tot deze jubileumaflevering geven wij een overzicht van het tot stand komen van de Penny Black, en wat daar de directe postale gevolgen van waren, in Groot - Brittannië en elders in de wereld. Op deze inleiding volgen een aantal artikelen, die al eerder in ons blad verschenen zijn en die elk wat dieper ingaan op bepaalde aspecten van deze eerste emissie(s). Allereerst een impressie van de hand van Gerard Raven van de perikelen rond het tot stand komen van de voorfrankering van de post. In een tweede bijdrage, presenteert A.M.R. Slootweg gedetailleerd de technische kanten van het drukproces van de eerste zegels die werden uitgegeven door het General Post Office. In een derde (oude) bijdrage gaat de heer Segers in op een aantal aspecten van de Penny Black en worden een aantal verzamelgebieden geïntroduceerd. In een nieuw artikel memoreert Ton Voorbraak de wederwaardigheden van een bijzonder zeldzame versie van de latere rode uitgave van het oorspronkelijk zwarte zegel van 1 penny. Ook hebben wij twee albumbladen van zijn verzameling The Postal History of Edinburgh ingevoegd. Tenslotte hebben wij nog een klein onderzoek gedaan naar de diverse claims die proberen aan te tonen dat de Penny Black niet de eerste postzegel ter wereld is. Redactie Britannia News Penny Black Special Pagina 3
4 De voorgeschiedenis Dik Bakker & David Verdonk Dat wij een postzegel op een brief plakken alvorens die op de bus te doen lijkt vanzelfsprekend. Maar het was tot aan 1840 geenszins gebruikelijk dat de kosten voor het transport en de bezorging van post vooraf door de afzender werden voldaan. De gebruikelijke gang van zaken was veeleer dat een brief werd afgegeven bij een postdienst, die hem dan verder vervoerde, en tenslotte bij de ontvanger de kosten in rekening bracht. Dit was binnen geheel Europa de gang van zaken, die terug gaat tot de Romeinse tijd, of mogelijk zelfs tot de Farao s. Het Huis Thurn & Taxis organiseerde in de 17-e eeuw een postdienst vanuit Brussel voor het gehele Heilige Roomse Rijk op deze basis. Tot dan was het sturen van brieven een voorrecht van een kleine maatschappelijke bovenlaag. Echter, met de toenemende industrialisering, verstedelijking en geletterdheid van de bevolking in de 18-e eeuw nam de behoefte aan schriftelijke communicatie over lange afstanden sterk toe. In Engeland leidde dit tot het instellen door het Parlement van vaste tarieven in 1711, en een geregelde postkoetsdienst in Met het steeds uitgebreider worden van de dienstverlening werden de tarieven ook regelmatig omhoog bijgesteld. Rond 1815 bedroeg het door de ontvanger af te dragen bedrag voor een brief die minder dan 15 mijl had afgelegd 4 pence. Voor een stuk dat per postkoets van Londen naar Schotland werd vervoerd moest bij ontvangst 1 shilling en anderhalve pence neergeteld, en 8 pence indien voor vervoer per stoomboot was gekozen. Flinke bedragen in een tijd waarin een werkman minder dan een shilling per dag verdiende. Overigens waren leden van het parlement, aristocraten en andere geprivilegieerden gevrijwaard van betaling van porto. Ondanks het feit dat het postsysteem reeds in 1660 door koning Charles II was gecentraliseerd in de vorm van het General Post Office (GPO), was rond 1830 een zeer complexe situatie ontstaan van uiteenlopende tariefsystemen. Bovendien werd het voor de postbodes een steeds grotere last om de porti te innen bij de ontvangers. Bij elke deur moest worden aangeklopt, en onderhandeld over het tarief, als men de post al aannam: vaak had men aan een blik op de afzender of het poststuk zelf al genoeg om de boodschap af te leiden, en weigerde men eenvoudig het aan te nemen. Een uitermate tijdrovende en weinig efficiënte, vaak frustrerende procedure, die een zeer uitgebreid en kostbaar apparaat nodig maakte. De problemen bij de post waren inmiddels doorgedrongen tot het parlement. Robert Wallace, vertegenwoordiger van het Schotse Greenock sinds 1832, drong met grote regelmaat aan op de hervorming van het postsysteem, en het GPO in het bijzonder, en zijn redes haalden de kranten. Deze berichten zetten Rowland Hill, een leraar, afkomstig uit Kidderminster, en daar geboren in 1795, aan het denken. Hij was sinds kort in Londen komen wonen, en aldaar werkzaam als ambtelijk secretaris van het Bureau voor Emigratie. Na lange discussies met zijn drie broers een advocaat, een uitvinder respectievelijk een pedagoog stelde hij een pamflet op getiteld Post office reform, Its importance and practicability, dat in 1937 het licht zag, en waarin hij de meer algemene kritiek van Wallace praktisch 1. Rowland Hill (rond 1837) vorm gaf. Hij formuleerde drie principes, die aan alle complicaties een einde zouden moeten maken. Ten eerste diende er een uniform tarief te komen, waarin niet de afstand, maar slechts het gewicht bepalend zou zijn: 1 penny per ½ ounce ( 14 gram). Verder diende de port vooraf te worden voldaan, door de afzender. Dit kon door de introductie van de adhesive stamp, een op de brief te plakken etiket als betaalbewijs. Het is aardig om hier Hill zelf te citeren; het gaat immers om de uitvinding van de postzegel: Een stukje papier, net groot genoeg om afgestempeld te worden, met op de achterkant een plakkende laag die de gebruiker, door het opbrengen van wat vocht, op de achterzijde van de brief kan bevestigen. De letterlijke tekst begint met A bit of paper just large enough to bear the stamp,, waaruit blijkt dat het woord stamp hier gebruikt wordt niet voor postzegel, zoals later usance is geworden, maar voor de afstempeling ervan. Label was in de aanloopperiode de Pagina 4 Penny Black Special Britannia News
5 gebruikelijke term voor het zegel zelf. Een andere vorm die kon worden gekozen was die van de voorgefrankeerde envelop, als reeds enkele jaren eerder was gesuggreerd door Charles Knight. Tenslotte diende bij elk huis een brievenbus te worden geplaatst, zodat de postbode niet meer hoefde aan te bellen om het stuk af te geven. Dit zou een enorme tijdsbesparing opleveren, en extra inkomsten. Bovendien diende de portvrijstelling van de aristocratie te worden afgeschaft, wat nog weer verdere revenuen zou betekenen. Hill zorgde ervoor dat velen zijn tekst onder ogen kregen. De kranten waren enthousiast, en diverse pamfletten verschenen die Hill s voorstellen ondersteunden. Wallace zag in dat dit in feite de praktische ten uitvoer legging was van zijn eigen ideeën. Hij ijverde voor de instelling van een commissie die de gehele situatie bij het GPO in ogenschouw moest nemen, in het licht van Hill s pamflet. Die commissie begon zijn werk in November De top van het GPO verzette zich tegen de plannen, die in hun ogen slechts tot chaos en grote verliezen zouden leiden. Ze werden hierin het zal geen verbazing wekken - gesteund door de aristocratie. De grootste opponent was William Maberly, een oud-militair, en de toenmalige Secretary to the Post Office. Het overgrote deel van het publiek echter, met inbegrip van zakenlieden, advocaten, en ondernemers, en zelfs de 2. Col. William Leader Maberly burgemeester van Londen, zag de grote voordelen van de Penny Post, zoals Hill s project inmiddels was gaan heten. De commissie, en daarna het parlement, volgden de stem des volks, en zo werd, op 13 Augustus 1839, de Penny Post een feit, vier dagen later bekrachtigd door een koninklijk besluit. Maberly bleef ook hierna het project dwarsbomen. Rowland Hill kreeg een baan aangeboden op het Ministerie van Financiën, aanvankelijk voor slechts twee jaar, en met niet meer dan een fooi als salaris. Na enig onderhandelen, waarbij Hill zelfs aanbood het werk dan maar voor niets te doen, werd de aanstelling omgezet in een vaste positie, met een jaarsalaris van 1,500, toentertijd een alleszins redelijke tegemoetkoming. Vanaf de eerste dag van zijn dienstverband, op 7 september 1839, tot aan 1869, vijf jaar nadat hij op zijn zeventigste als Secretary to the Post Office afscheid nam de functie van zijn oude plaaggeest Maberly - publiceerde Hill met grote regelmaat een Post Office Journal. Dit is goeddeels bewaard gebleven, en te vinden in het archief van de Britse Post. Op basis hiervan kan nauwgezet worden vastgesteld hoe Hill in zijn diverse functies te werk is gegaan bij de introductie van zijn Penny Post. 3. Rowland Hill tegen het einde van zijn leven Britannia News Penny Black Special Pagina 5
6 De Penny Post Dik Bakker & David Verdonk In dienst van de GPO ging Rowland Hill direct aan de slag om zijn plannen gestalte te geven. Reeds op 5 december 1839 werd zijn voorstel voor het invoeren van een uniform tarief werkelijkheid. Bij een zestigtal postkantoren werd, bij wijze van experiment gedurende een maand het vaste tarief van 4 penny berekend. Dit werd gemarkeerd met een gestempelde of handgeschreven cijfer 4. Hieronder een afbeelding van beide. Betaling vooraf was optioneel, hetgeen werd aangeduid met een rode afstempeling P4, Pd 4 of Paid 4. Dit gebeurde echter in weinige gevallen, 4. 4 penny post, zwart stempel Dit experiment verliep zo voorspoedig dat werd besloten een uniform tarief in te voeren voor Engeland, Schotland, Wales en Ierland, en nu wel met verplichte betaling vooraf. Dit geschiedde zelfs direct aansluitend. Vanaf 10 Januari 1840 gold een vast tarief voor alle post onder het gewicht van ½ ounce. Hill had becijferd dat, dank zij de fundamentele herstructurering van het bezorgingsproces, een bedrag van slechts 1 penny voldoende zou zijn om de kosten te dekken. Omdat er, als voorgesteld in Hill s oorspronkelijke document, nog geen plaketiketten en voorgefrankeerde enveloppen waren, werd aanvankelijk nog gewerkt met handstempels, vaak met de plaatsnaam erbij. Zie afbeelding 6. Deze frankeerwijze liep overigens door tot in 1853, omdat pas toen voorfrankering met een plaketiket verplicht 5. 4 penny post, handgeschreven De invoering van de Penny Post had directe gevolgen voor het aantal ter post gebrachte stukken: in 1839 werden door de GPO 76 miljoen stukken besteld. In 1840, het eerste jaar van de Penny Post, waren dat er 169 miljoen, ofwel meer dan een het dubbele aantal. Als boven gesteld, waren etiketten Hill gebruikte zoals wij eerder zagen zelf het woord label nog niet beschikbaar op de aanvangsdatum. Maar men had niet stilgezeten. Reeds op de dag voor het aantreden van Hill zelf had het Ministerie van Financiën een competitie uitgeschreven, met een open oproep tot het insturen van ideeën en ontwerpen met betrekking tot de in te voeren Penny Post. Het ging daarbij niet alleen om de labels en voorgefrankeerde enveloppen, maar ook om zaken als de beveiliging tegen namaak, en het gebruiksgemak voor publiek en postbeambte. Op de dag van sluiting konden er maar liefst 2600 inzendingen geteld worden. In slechts 49 gevallen ging 6. 1 penny post, verzonden op de eerste dag: 10 Januari Handgestempelde 1 penny post, verzonden in 1845 Pagina 6 Penny Black Special Britannia News
7 het daadwerkelijk om een ontwerp voor een zegel, sommige veelkleurig en voorzien van allerlei symbolen, andere slechts bestaande uit de tekst One Penny Half Ounce. Daarvan kwamen er uiteindelijk 4 in aanmerking voor de prijs van 400, d.w.z. elk ontving 100. Echter, geen van de ontwerpen werd geschikt geacht om te worden gebruikt. Vervolgens werd de President van de Koninklijke Academie gevraagd drie namen van kunstenaars voor te stellen aan wie de opdracht voor het ontwerp kon worden gegeven. Een van hen, William Wyon werd tenslotte op 11 december 1839 uitgenodigd het definitieve ontwerp te maken. Wyon was de ontwerper van de zgn. City Medal, een munt die uitgegeven was door de firma Perkins, Bacon & Petch bij het aantreden van de 18-jarige koningin Victoria in Het portret van de jonge koningin dat de ene zijde van de medaille siert is gebaseerd op een accurate schets die Henry Corbould van haar maakte. Wyon verbeterde het originele portret, waarop Victoria een meer prominente, spitse neus had, door het aan te passen aan het schoonheidsideaal van die tijd, gemodelleerd naar klassiek Grieks model. Het portret van de City Medal werd aldus de basis voor het ontwerp van de eerste postzegel aller tijden. Wyon completeerde het ontwerp voor de postzegel, te vinden in afbeelding 9, door toevoeging aan het portret van het woord POSTAGE erboven, en het tarief ONE PENNY eronder. Omdat dit de eerste postzegel ooit was werd aangenomen dat de landsnaam overbodig was. Elke verzamelaar van Britse zegels weet dat dit tot op de dag van vandaag zo is gebleven: de enige indicatie dat het om een Britse emissie gaat is de aanwezigheid van het portret van de regerende monarch. Verder werden als achtergrond voor het portret links en rechts reeds eerder ontworpen versierende patronen toegevoegd, en stervormige figuren (stars) in de linker en rechter bovenhoek, dit alles om namaak lastiger te maken. Besloten werd dat het zegel in vellen zou worden gedrukt, zodanig, dat elk vel precies de waarde van 1 zou vertegenwoordigen, en elke rij de waarde van 1 shilling. Dit zou de boekhouding eenvoudiger maken. Dus dienden er in totaal 240 zegels in een vel te zitten. Immers, in de predecimale periode omvatte een pond 20 shilling, en elke shilling 12 pence. Er kwamen aldus 20 rijen van 12 zegels elk. Om het tellen gemakkelijker te maken kreeg elk zegel een tweetal letters, een voor de rij (linker onderhoek van het zegel: A T), en een voor de kolom (rechter onderhoek: A L), zodat elk van de 240 plaatposities zijn eigen unieke combinatie kreeg: van A-A linksboven tot T-L rechtsonder. Ook dit zou namaak moeten tegengaan, omdat elk van de 240 zegels nu uniek was. Deze strategie werd vrijwel gedurende de gehele regeringsperiode van Victoria volgehouden, zij het niet op alle uitgiften, en voor het laatst toegepast bij het groene pondzegel dat in 1891 verscheen. Als verdere beveiligingsmaatregel werd besloten dat het papier een watermerk diende te bevatten, en wel een kleine kroon, als in afbeelding De Wyon City Medal 9. Penny Black zegel van rij 9 (I), positie 2 (B) In Januari 1840 werden de graveurs Charles Heath en zijn zoon Frederick aangezocht om het portret en de achtergrond te graveren in een matrijs, met nog lege rechthoeken op de plek van de 10. Watermerk kleine kroon hoekletters. Diverse versies werden afgekeurd, maar eind maart werd een goedgekeurde ontwerp 240 maal op een drukplaat overgebracht, en als complete plaat, maar nog zonder de hoekletters, door Rowland Hill aan de Minister van Financiën worden Britannia News Penny Black Special Pagina 7
8 voorgelegd. Deze ging akkoord, zodat de hoekletters aan de plaat konden worden toegevoegd. Als kleur werd zwart gekozen, met alleen de witte papierkleur in de uitsparingen als contrast. Op 14 April werd in overleg met Perkins, Bacon & Petch de logistiek van het productieproces worden gepland, en werd de dag van verschijnen bepaald op 6 Mei. Twee dagen na de Penny Black verscheen er, met oog op stukken zwaarder dan ½ ounce, maar lichter dan 1 ounce, een Two Pence Blue. Deze was gebaseerd op hetzelfde ontwerp, en gedrukt van dezelfde plaat, met als enig verschil de tekst TWO PENCE, en de kleur blauw. The rest, zoals men zegt, is history. 11. Two Pence Blue zegel van rij 4 (D), positie 10 (J) Van de allereerste drukplaat werden in totaal vellen (ofwel zegels) afgedrukt. Deze plaat was vooraf niet gehard, zodat hij snel sleet, en reeds op 23 mei reparatie nodig was. In totaal werden in de loop van zijn bestaan 11 platen van de Penny Black vervaardigd. Onderstaande tabel geeft de data van productie en de aantallen vellen en zegels per plaat. Plaatnummer Gereed op Aantal vellen Aantal zegels 1a + 1b 15 april april mei mei juni juni juli juli november december januari T O T A A L Anders dan soms gedacht wordt, is de Penny Black dus zeker niet een zeldzaam zegel: van op een na alle platen werden miljoenen zegels geproduceerd. Alleen van de laatste, plaat 11, werd een aanmerkelijk geringer aantal gedrukt, hetgeen duidelijk in de cataloguswaarde tot uitdrukking komt. Schattingen van overgebleven exemplaren lopen uiteen van 2% tot 10%. Dit zou betekenen dat er, zelfs volgens de meest conservatieve schatting, nog zeker zo n miljoen exemplaren bestaan. Alle 12 vervaardigde platen zijn apart gegraveerd, en hebben dus onvermijdelijk hun eigen meer of minder opvallende kenmerken. Een belangrijk specialisme van de Britse filatelie is dan ook het platen (d.w.z. het aan de juiste plaat toeschrijven) van een exemplaar. Veel prominente filatelisten, binnen en buiten Groot-Brittannië, hebben zich ermee bezig gehouden, hetgeen geleid heeft tot een groot aantal publicaties op dit deelgebied. Een standaardwerk is dat van P.C. Pagina 8 Penny Black Special Britannia News
9 Litchfield (1949), maar er zijn vele anderen die hun licht hebben laten schijnen over alle variëteiten en subtypen van s wereld postzegel nummer een. Voor de productie van de veel minder gangbare Two Pence Blue bleken 2 platen voldoende. De aantallen geproduceerde zegels in de bovenstaande tabel zijn een indicatie van het grote succes van Hill s Penny Post: Werden er in 1839 ongeveer 76 miljoen poststukken verstuurd, in 1840 verdubbelde dit ruim, tot 169 miljoen, waarvan dus minder dan de helft van een Penny Black kan zijn voorzien. De rest droeg of een afdruk van het tarief als in de afbeeldingen 6 en 7, of werd verzonden met voorgefrankeerd briefpapier (letter sheet). Dit was, tegelijkertijd met de zegels, op verzoek van Hill ontworpen door William Mulready, en kwam tegelijkertijd met de zegels beschikbaar. 12. Mulready letter sheet Om de zegels voor verder gebruik ongeldig te maken werden ze afgestempeld, meestal met het bekende Malteser Kruis. Voor afstempeling werd zowel zwarte als rode als zwarte inkt gebruikt. Het publiek had al snel ontdekt dat de rode inkt vrij gemakkelijk verwijderd kon worden, zodat het zegel weer voor frankering kon worden gebruikt. De zwarte inkt was op de zwarte ondergrond vaak min of meer onzichtbaar. Ook op het GPO werd men zich hiervan bewust, en men begon al snel met andere kleuren afstempelinkt te experimenteren. Spoedig echter werd de gedachte geboren de kleur van het 1 penny zegel zelf te veranderen. Binnen jaar kwam aldus het einde van wat in vele opzichten de meest opmerkelijke, volgens velen mooiste zegel uit de filatelistische geschiedenis is, en waarvan elke postzegelverzamelaar, zeker die van Britse zegels, een exemplaar zou moeten bezitten. 13. Maltese Cross Het vervolg Groot-Brittannië Dik Bakker & David Verdonk Als eerder gesteld, wilden de voorschriften dat de afstempeling van de 1 en 2 penny zegels geschiedde met het Maltese Kruisstempel, in zwart of rood, terwijl op de achterkant van het stuk een aankomststempel plaats en datum diende te worden aangebracht. Er werd echter nogal eens de hand gelicht met deze voorschriften. Zo komen diverse afstempelingen van Penny Blacks voor met cirkelvormige plaatsafstempelingen, vooral uit de meer westelijk gelegen kantoren. Hiervoor werd meestal met zwarte inkt gewerkt, maar ook andere kleuren komen voor. Omdat zegels met Victoria s beeltenis pas na haar dood, in Januari 1901 ongeldig werden verklaard, zijn Penny Blacks bekend met afstempelingsdata tot tegen het einde van de negentiende eeuw. Na allerlei weinig succesvolle experimenten met soorten en kleuren stempelinkt was In de loop van 1840 was duidelijk geworden dat de gebleken problemen met de afstempeling het best het hoofd geboden konden worden door de kleur van het 1 penny zegel zelf te wijzigen, zodat de zwarte afstempeling beter tot zijn recht zou komen. De keuze viel op de kleur rood. Er was geen reden om het zegelontwerp te wijzigen, dus de oude platen bleven in gebruik, zij het dat niet alle platen in aanmerking kwamen: slechts 7 van de 12 werden goed genoeg geacht. Tabel 2 geeft een overzicht. De zegels van alle platen waren beschikbaar in Februari Britannia News Penny Black Special Pagina 9
10 Plaatnummer Aantal vellen Aantal zegels 1b T O T A A L Tabel 2. Zwarte platen van de Penny Red en aantallen geproduceerd Vergeleken met hun voorloper zijn de aantallen rode zegels gedrukt van de zwarte platen voor de nummers 1b, 2, 5 en 8 aanzienlijk lager. Alleen voor de platen 9, 10 en 11 zijn de aantallen rode zegels groter. Het is uiteraard een aantrekkelijk idee om van alle 12 platen een zwart exemplaar te bezitten, inclusief de schaarse plaat 11. Nog aardiger wordt het als men van de 7 relevante platen ook een rood exemplaar weet te bemachtigen. En de vreugde is compleet als het ook nog eens gaat om exemplaren met dezelfde hoekletters. Dat vereist heel wat geduld. Aan kant-en -klare paren in goede staat hangt in het algemeen dan ook een stevig prijskaartje. Het 2 penny exemplaar behield zijn blauwe kleur: de zwarte afstempeling van dit zegel was in het algemeen duidelijk genoeg. Het ontwerp echter werd wel licht gewijzigd. Zowel boven als onder het portret kwam een witte lijn ter afsluiting van het kader. Afbeelding 14 laat dit duidelijk zien. Van deze blauwe versie zijn eveneens twee platen bekend: 3 en 4. De aantallen ter post bezorgde stukken namen over de eerstvolgende jaren gestaag toe, en de doorloopsnelheid van de drukplaten werd navenant korter. Al spoedig moest worden overgegaan op een nieuwe plaat, nummer 12, die nu dus uniek was voor de rode variant. In de periode werden in totaal nog 119 platen aangemaakt, waarvan de laatste dus het nummer 131 droeg. Het platen van deze zegels is een complex karwei, waarvoor overigens ook weer studies beschikbaar zijn, zoals het vijfdelige werk van Fisher & Brown. In de volgende twee jaren werden nog eens 46 platen aangemaakt ( ), die echter zo nauwgezet werden vervaardigd, met zo weinig onderlinge karakteristieken en verschillen, dat het platen daarvan welhaast een onmogelijke taak is. Met de sterk toegenomen vraag naar zegels op de postkantoren begon het uit het vel verwijderen van de zegels een voornaam obstakel te worden voor een snelle bediening van de geachte clientèle. Immers, elk zegel moest door de postbeambte apart uit het vel worden geknipt, waarbij men zoveel mogelijk op de witte lijnen tussen de zegels probeerde te blijven (dat is, getuige afbeelding 14, lang niet altijd gelukt, tot verdriet van de huidige eigenaar). Henry Archer, die zich eerder vooral had bezig gehouden met het aanleggen van een spoorlijn in Wales, begon rond 1847 te experimenteren met een machine die de witte lijnen tussen de zegels moest voorbewerken, zodat de zegels gemakkelijker uit het vel konden worden gescheurd. Zijn eerste poging was een roulettemachine, die golflijnen aanbracht, als weergegeven in afbeelding Two Pence Blue nieuwe versie met wittte lijnen Dit bleek echter geen succes. Archer s tweede versie was zo goed dat deze methode tot op de dag van vandaag door vrijwel alle postzegelproducenten wordt toegepast: hij perforeerde de witte lijnen door er kleine gaatjes in aan te brengen. De experimenten met deze tweede machine waren zo succesvol dat de GPO het ontwerp overnam. Vanaf 1854 heeft de Penny Red dus perforaties. Aanvankelijk waren dat er 16 per 2 centimeter, de zegelbreedte 15. Twee Penny Reds met roulettescheiding Pagina 10 Penny Black Special Britannia News
11 (afbeelding 16). Gaandeweg bleek echter dat de zegels iets te gemakkelijk van elkaar gingen, zodat vellen uiteen vielen. In 1855 werd overgegaan op een aantal van 14 perforaties, hetgeen de juiste balans gaf tussen stevigheid en afscheurbaarheid (afbeelding 17). Ook werd overgegaan op een ander watermerk: de grote kroon (afbeelding 18). Overigens had men nog zulke grote voorraden papier met de oude, kleine kroon, dat beide typen watermerk voorkomen bij beide typen tanding. 16. Penny Red perforatie Penny Red perforatie Watermerk grote kroon Voor dit zegel, in zijn vier varianten, werden in de periode in totaal 68 platen vervaardigd. Alhoewel alle Penny Reds, zijn er aanzienlijke verschillen in kleur tussen deze versies, waarvoor de in de niet-gespecialiseerde catalogi gebruikte onderscheidingen redbrown, deep red-brown, yellow-brown, orange-brown, brick-red, plum, brown-rose, rose-red, deep rose-red, pale red, pale rose slechts een benadering zijn. Een zekere kleurenverscheidenheid treft men overigens ook al bij de ongeperforeerde voorlopers. Ook met het papier werd ruim geëxperimenteerd. Zo had het oorspronkelijke papier vaak een blauwachtige uitstraling als gevolg van het productieproces. Latere versies verschijnen op crème en wit papier. Er zijn ook vier tanding-plus-watermerk varianten van de blauwe 2 pence. Deze zijn gedrukt van de doorgenummerde - platen 5 en 6. Ondertussen was duidelijk geworden dat creatievellingen nog een andere manier hadden ontdekt om zegels te hergebruiken: men knipte eenvoudigweg een zegel dat slechts aan de bovenkant was gestempeld in twee, en voegde de onderste helft samen met de bovenzijde van een zegel dat slechts aan de onderkant door het stempel was geraakt. Dit misbruik kon tegengegaan worden door, in plaats van de sterretjes in de linker en rechter bovenhoek, de positieletters van de onderste hoeken te herhalen, en wel in de omgekeerde volgorde. Dus, het zegel van afbeelding 16, met L en G, kreeg linksboven een G en rechtsboven een L. Gegeven de 240 verschillende combinaties sloot dit de knip- en samenvoegoperatie nagenoeg uit. Dit aangepaste ontwerp werd echter pas in 1858 in de praktijk gebracht, middels nieuwe platen. Afbeelding 19 geeft een voorbeeld; het is het eerste zegel (A) van de tweede rij (B). 19. Penny Red met dubbele hoekletters BA - AB Dit betekende dus het einde van de stars, zoals de gesterde versie van de geperforeerde Penny Red door de kenners wordt genoemd, en waarvan plaat nummer 68 dus tevens de laatste was. Voor de platen van het nieuwe ontwerp werd doorgenummerd vanaf 71. Platen met de nummers 69 en 70, en later ook die met de nummers 75, 126 en 128 werden weliswaar vervaardigd, maar vervolgens afgekeurd. Voor dit zegel, nu definitief uitgerust met 14 tanden aan de bovenzijde, en het watermerk Grote Kroon, en nog immer gebaseerd op het oorspronkelijke ontwerp van de Penny Black, werden in de 22 jaar van zijn bestaan in totaal maar liefst 160 platen geproduceerd. Naast de eerder genoemde platen werden ook de nummers 226, 227 en 228 niet in gebruik genomen, zodat 225 het hoogste plaatnummer werd waarvan zegels zijn gedrukt. Omdat deze plaat slechts gedurende vier weken, in november 1879, in productie is geweest, is dit het enige zegel van het vier-letter-type met een forse cataloguswaarde. Britannia News Penny Black Special Pagina 11
12 De bijbehorende Two Penny Blue kende eveneens een lange geschiedenis. De vier-letter-versie van het blauwe zegel werd gedrukt van de, wederom doorgenummerde platen 7 t/m 15. Hiervan werden de nummers 10 en 11 afgekeurd, zodat daarvan geen exemplaren bekend zijn. Naast de invoering van de bovenste hoekletters onderging het ontwerp nog een tweede, minder direct in het oog lopende wijziging. Eentje, overigens die het leven van de filatelist een stuk gemakkelijker zou maken. Met ingang van plaat 69 werd namelijk het plaatnummer opgenomen in het zegelbeeld zelf, en wel in de versieringen links en rechts van het koninklijk profiel. Afbeelding 20 toont een fragment van de rechter zijkant van een zegel van plaat Penny Red met plaatnummer 148 (detail) het verzamelen van de complete serie plaatnummers van de vier-letter variant is daardoor een stuk gemakkelijker dan van de stars. Een exemplaar zal echter aan de meeste collecties ontbreken: het exemplaar met plaatnummer 77. Net als de vijf eerder genoemde platen werd ook deze afgekeurd. Echter, in tegenstelling tot de andere, is een zeer beperkt aantal, mogelijk slechts een vel, toch op een postkantoor terecht gekomen. Er zijn 9 exemplaren bekend, vier ongebruikt en vijf gebruikt. Een ongebruikt exemplaar bevindt zich in de Royal Philatelic 21. Penny Red plaatnummer 77 Collection, een ander is onderdeel van de Tapling Collection in de British Library (getoond in afbeelding 21). In die laatste bevindt zich ook een gebruikt exemplaar. Een tweede gebruikt exemplaar is te koop bij Stanley Gibbons voor Dan krijgt men er wel een gebruikt exemplaar van het vier penny zegel (Stanley Gibbons catalogusnummer SG79) bij cadeau. Perkins, Bacon & Co vervaardigden vanaf 1870 nog enkele zegels, voor de nieuwe waarden ½ penny en 1 ½ penny, volgens dezelfde graveringsmethode, bekend als line engraved. Ondertussen was, rond 1847, geëxperimenteerd met een ander procedé, reliëfdruk (embossed ), op dik, kartonachtig papier. Hierbij komt het portret van de koningin als het ware bovenop het zegel te 22. De drie zegels in reliëfdruk liggen. De drie zegels die met deze techniek zijn vervaardigd (SG54 t/m SG61; waarden 6 pence, 10 pence en 1 shilling) zijn uiteraard - ongeperforeerd. Gezien de complexiteit van de productie, en het feit dat perforatie niet goed mogelijk was, werd deze reeks reeds in 1854 gestopt. Aansluitend kreeg de firma Thomas de la Rue opdracht om zegels voor hogere waarden te drukken, om te beginnen voor 4 en 6 pence (SG62 en verder). Hiervoor werd een nieuwe, revolutionaire druktechniek gebruikt, surface printing, die het productieproces aanzienlijk kon vereenvoudigen en versnellen. Mede door deze ontwikkelingen viel uiteindelijk, eind 1879, het doek voor de Penny Red, en de line engraved zegels van Perkins, Bacon & Co. Van alle versies van het oorspronkelijke ontwerp, zwart, blauw en rood, tezamen zijn naar schatting meer dan 21 milliard exemplaren geproduceerd, gemiddeld 500 miljoen voor elk van de veertig jaar van zijn bestaan. Al die tijd is Victoria haar 18-jarige zelf gebleven. Het portret blijft in essentie zelfs gelijk tot haar dood, ruim twintig jaar later. Het begin van een Britse traditie: het portret dat Arnold Machin in 1967 van Victoria s achterkleindochter Elisabeth maakte fixeert deze nu reeds bijna vijftig jaar rond haar veertigste levensjaar. En nog steeds staat er geen Great Britain op de Britse zegels, alleen het profiel van de eeuwig jonge vorst (m/v). 23. De 4 pence karmijn: het eerste zegel in surface printing Pagina 12 Penny Black Special Britannia News
13 Het vervolg: andere landen Dik Bakker & David Verdonk Dat de Penny Black de eerste postzegel ter wereld was, en Rowland Hill de uitvinder ervan, is weinig omstreden in de filatelistische wereld. Toch menen sommigen dat William Dockwa Hill voorging. Hij stichtte rond 1680 een London Penny Post, die brieven en pakjes rondbracht binnen Londen, en daartoe vooraf een bedrag van 1 penny in rekening bracht. Betaling werd gemarkeerd door een afstempeling op het poststuk. Er kwam echter geen apart label aan te pas, zoals in het geval van de Penny Black. Het feit dat in het Engels hetzelfde woord, stamp, in gebruik is voor zowel de postzegel als de afstempeling kan gemakkelijk tot spraakverwarring leiden. Verder stelde, Lovrenc Košir, een ambtenaar in Ljubljana, in de toenmalige Oostenrijks- Hongaarse dubbelmonarchie, in 1835 voor om de post voor te frankeren middels erop geplakte labels. Zijn suggestie werd echter niet gehonoreerd. We houden het er dus maar op dat de Penny Black de enige echte nummer een is. Zürich 1843 Vandaag de dag gaat, dankzij de elektronische media, elke noviteit viraal, en raakt binnen enkele uren bekend over de gehele planeet. Dat was niet het geval met Hill s uitvinding in 1840: de meeste postdiensten keken de kat nog enige tijd uit de boom. We laten in deze laatste paragraaf een aantal eerste uitgiften van andere landen de revue passeren. Het was niet een land dat de tweede plek voor zich zou opeisen. Geheel in stijl met de relatieve autonomie van de Zwitserse kantons was de eer aan het kanton Zürich, dat op 1 Maart 1843 twee zegels het licht deed zien: een met de waarde van 4 Rappen en een van 6 Rappen. Naast de naam van het kanton en de frankeerwaarden vermeldden de zegels hun bereik: de eerste was voor post binnen de stad Zürich ( Local-Taxe ), de laatste voor post binnen het kanton ( Cantonal-Taxe ). Ze werden gedrukt in vellen van honderd stuks, opgebouwd uit horizontale strips van vijf apart gegraveerde versies, die net als de verschillende platen van de Penny Black zodanige verschillen vertonen dat het verzamelen van de verschillende typen tot de mogelijkheden behoort, het liefst uiteraard met twee of meer typen se tenant. Hier 24. Zürich 4 en 6 Rappen geen portret van een staathoofd, maar simpelweg de twee waardecijfers in verder uniform ontwerp. Zeven maanden later, op 30 September 1843, verschenen de eerste zegels van het kanton Genève, de zgn. dubbele Genève. Dit zegel bestond uit twee identieke helften, elk met een frankeerwaarde van 5 centimes, met een afbeelding van het stadswapen. Tezamen waren deze goed voor frankering binnen het gehele kanton (10 centimes), terwijl de afgeknipte helften konden worden gebruikt voor locale post in elk van de plaatsen binnen het kanton (5 centimes). Een innovatie ten opzichte van de twee aparte uitgiften van het zusterkanton. 25. De dubbele Genève: 5c + 5c = 10c Hiervan wil de verzamelaar uiteraard de dubbele versie bezitten, alsmede beide in de marge verschillende helften van de enkele exemplaren. De oplage bedroeg exemplaren, die echter zo moeizaam van de hand gingen dat de autoriteiten besloten ze ter aanmoediging van het gebruik met 2 centimes korting per paar te verkopen. Op 1 Juli 1845 volgde het kanton Bazel, met het fameuze Bazeler duifje ( Basler Taube ). Dit kleurige, bijna frivole, en tot de verbeelding sprekende zegel had een frankeerwaarde van 2½ Britannia News Penny Black Special Pagina 13
14 rappen, voldoende voor frankering binnen de stad. Er waren twee oplagen, elk van iets meer dan stuks. Het ontwerp is bijzonder, omdat dit het eerste meerkleurige zegel is, terwijl bovendien het duifje in reliëf is aangebracht. Voor post binnen het kanton diende twee duifjes geplakt te worden. Dientengevolge komen ook paren voor. Na een korte periode ( ) waarin op centraal niveau zegels werden uitgegeven die echter slechts voor locaal gebruik geldig waren (de zgn. rayonpost), verscheen pas in 1854 de eerste echte Zwitserse postzegel, de 26. Het Bazeler duifje Zittende Helvetia. Deze is onder verzamelaars ook wel bekend als Strubel, vanwege de warrige haardos van de vrouwenfiguur, die het zinnebeeld van Zwitserland representeert. Deze zegels zijn het klassieke voorbeeld van een echte serie, met identiek ontwerp en per waarde verschillende kleuren. In 1862 verscheen een iets nettere uitvoering van de zittende Helvetia, nu in getande uitvoering, die tot 1883 in gebruik bleef, en toen door een staande variant werd vervangen, die vele tandingvariëteiten kent. 27. Zwitserland: de Strübli, ofwel Zittende Helvetia Brazilië1843 Het derde land waar postzegels verschenen lag niet in Europa maar in Zuid-Amerika. Op 1 Augustus 1843, dus ruim drie jaar na het verschijnen van de Penny Black, en enkele maanden na Zürich, kwam de Braziliaanse post met drie uitgiften, en wel van respectievelijk 30, 60 en 90 Reis. Alhoewel het land op dat moment een keizerrijk was, sierde toch niet de beeldenaar van keizer Dom Pedro II deze zegels: het was een simpele weergave van de drie frankeerwaarden. Soberder nog dan hun Britse voorgangers droegen deze zegels, alsmede de erop volgende twee, eveneens ongeperforeerde series, geen enkele tekst. Ze waren bovendien alle drie zwart. Zie afbeelding 28. Deze zegels kregen al gauw de bijnaam Olhos de boi ( ossenogen ): dat is waar een horizontaal paar se tenant op leek. In Brazilië liep het aanvankelijk minder storm op de postkantoren dan in Groot-Brittannië: van de zegels van 30 en 60 reis werden in de elf maanden van hun bestaan elk ruim 1 miljoen exemplaren gedrukt, slechts een paar procent van de aantallen Penny 28. De drie ossenogen van Brazilië Blacks. En van de 90 reis werden slechts zo n exemplaren geproduceerd. Dit zegel is het eerste dat uitsluitend bedoeld was voor gebruik op post naar het buitenland. Pas in 1866 verschenen geperforeerde zegels met een landaanduiding, het portret van de keizer, en een geschreven waarde-indicatie. Pagina 14 Penny Black Special Britannia News
15 Verenigde Staten Minder dan twee jaar na het verschijnen van de Penny Black startte de Engelsman Henry Thomas Windsor een particuliere postdienst in New York, onder de naam New York City Despatch Post. Geïnspireerd door de ontwikkelingen in zijn vaderland maakte ook hij gebruik van voorfrankering middels zegels, en van brievenbussen. Afbeelding 29 toont een voorgefrankeerde brief met een zegel van 3 cent, verstuurd binnen New York. De beeltenis van George Washington ( ), de eerste president van het land, siert het zegel. Korte tijd daarna ontstonden overal locale uitgiften. Dit leidde tot actie van het Congres: op 3 maart 1845 stelde dit een eenheidstarief in van 5 cent voor afstanden minder dan 300 mijl, en het dubbele voor bestemmingen daarboven. 29. Brief verzonden binnen New York met de City Despatch Post Het duurde echter nog twee jaar voordat het hoofd van de nationale postdienst, de Postmaster General, toestemming kreeg om zegels uit te geven. In de tussentijd was het de locale Postmasters toegestaan zelf voorzieningen te treffen. 30. New York Postmaster zegel Verenigde Staten - eerste algemene uitgifte 1847 Een aantal van hen gaf op eigen gezag zegels uit, o.m. in Alexandria (1846) en Providence (1847). De eerste was ook in dit geval de Postmaster van New York, die het ook op Washington hield. Afbeelding toont een paartje, dat ongeldig is gemaakt middels de handtekening van de Postmaster himself, A.C. M(onson). Sommige van deze uitgiften zijn zeer gezocht, en kostbaar. Van enkele die van Boscawen en Lockport - is zelfs slechts een exemplaar bekend. In 1847 verscheen dan eindelijk de eerste nationale uitgifte, een zegel van 5 cent met het portret van staatsman en uitvinder Benjamin Franklin ( ), en een van 10 cent, met wel, dat kan de lezer inmiddels wel raden. Gewezen, maar nooit zittende presidenten sieren sindsdien het leeuwendeel van alle permanente series uitgegeven door de Amerikaanse postdienst. Frankrijk 1849 Dan beginnen de uitgiften elkaar wat sneller op te volgen. In veel landen worden decreten uitgevaardigd die moesten leiden tot geüniformeerde posttarieven en voorfrankering. Nadat de hervorming van de Franse postdienst gedurende ongeveer 10 jaar in bespreking was geweest in het Huis van Afgevaardigden, werden eindelijk in Januari 1849 twee zegels Britannia News Penny Black Special Pagina 15
16 uitgebracht. Frankrijk was sinds de revolutie van 1848 voor de tweede maal een republiek geworden. Er kwam dus geen Bourbon op de eerste Franse uitgifte te staan, maar er werd teruggegrepen op de klassieke oudheid. Het werd een portret van Ceres, de Romeinse godin van de landbouw. Net als Victoria op de Penny zegels kijkt zij naar links. Er verschenen in 1849 twee zegels, met waarden 20 centimes (zwart) en 1 Franc (rood-bruin en donkerrood). Een jaar later verschenen, in hetzelfde ontwerp, nog vier zegels, met waarden respectievelijk 10, 15, 25 en 40 centimes. Net als de Zwitserse Strübli dus een fraaie serie. De bovenste regel vermeldt, in afkorting REPUB.FRANC., de onderste regel het woord POSTES en tweemaal de frankeerwaarde. Zie afbeelding Frankrijk eerste emissie Ceres 18 De Tweede Republiek was een nog korter leven beschoren dan de Eerste. Nadat hij in 1852 reeds tot Prins-President was benoemd, eigende Louis- Napoleon zich, in navolging van zijn beroemde oom, een jaar later via een staatsgreep de macht toe, en zo begon het Tweede Keizerrijk. Deze staatkundige bewegingen werden filatelistisch nauwgezet vastgelegd. In 1852 verschenen twee zegels in het bestaande ontwerp, maar nu met het profiel van Louis-Napoleon op de plek van Ceres (afbeelding 33). Na de staatsgreep werd bovendien de bovenste regel vervangen door EMPIRE FRANC. (afbeelding 34). 33. Frankrijk Louis- Napoleon Republiek 1852 Aansluitend verschenen tien verschillende waarden in dit laatste ontwerp, in uiteenlopende kleuren, en vanaf 1862 met perforatie. Een jaar later werd het portret van de keizer bovendien getooid met een lauwerkrans. 34. Frankrijk Louis- Napoleon Keizerrijk Frankrijk Ceres Beleg van Paris, getand 1870 Als direct gevolg van de Frans-Pruisische oorlog van 1870 komt de keizer ten val, en wordt de republiek in ere hersteld. Ook Ceres keert dan weer terug in het Franse zegelbeeld, nu geproduceerd met perforatie in het door de Pruisen belegerde Parijs (afbeelding 35). Voor de rest van Frankrijk verschijnt dit zegel tijdelijk in nooddrukvorm, ongetand, en in een negental frankeerwaarden, lopend van 1 tot 80 centimes (de zgn. uitgifte van Bordeaux; afbeelding 36). Pas in 1876 verschijnen in Frankrijk zegels in een geheel ander ontwerp, het zgn. type Sage. 36. Frankrijk Ceres nooduitgifte van Bordeaux, ongetand 1870 België 1849 Ook België behoorde bij de allereerste landen die postzegels uitgaven. Op 1 Juli 1849 verscheen een tweetal zegels, voor de waarden 10 centimes en 20 centimes, met het portret van koning Leopold I. Hij draagt een militair uniform, waaraan deze uitgifte de bijnaam Epauletten ontleent. Deze zegels dienden alleen voor binnenlandse 37. België eerste emissie Leopold I 1849 Epaulettes Pagina 16 Penny Black Special Britannia News
17 frankering, de lage waarde voor brieven tot 10 gram en binnen een straal van 30 kilometer, de hoge waarde voor overige stukken. Van beide werden ruim 5 miljoen exemplaren gedrukt, in vellen van 200 zegels. Voor de 20 centimes werden twee platen vervaardigd; voor de 10 centimes slechts een. De zegels hebben dezelfde kleuren als de eerste Penny-uitgiften, zwart voor de lage en blauw voor de hoge waarde. De tekst, alleen in het Frans, vermeldt niet de landsnaam, slechts de frankeerwaarde en het woord POSTES. Zie afbeelding 37. Enkele maanden later verschijnt een enigszins aangepast ontwerp, nu met het portret van de koning in een rond kader, de zgn. Medaillons. Er is, als getoond in afbeelding 38, een (rode) 40 centimeswaarde aan toegevoegd, voor frankering naar Frankrijk, Groot-Brittannië, Luxemburg en Zwitserland, in een oplage van ongeveer exemplaren. 38. België tweede emissie Leopold I 1849 Medaillons Dit ontwerp werd, in diverse latere edities, met verschillende papierdiktes, gehandhaafd tot Dan verschijnt een geperforeerde versie, in maar liefst drie verschillende typen tanding: 12½, 13½ en 14½. Dan is er inmiddels ook een groen zegel van 1 centime beschikbaar. De landsnaam verschijnt voor het eerst, nog steeds alleen in het Frans, op de emissie van 1869, nu met het profiel van koning Leopold II, en met diverse typen omlijsting. Voor de eerste uitgifte met Nederlandse tekst dienen we te wachten tot Beieren 1849 In 1849 bestond er geen Duitsland, maar was het gebied een lappendeken van grotere en kleinere staten en staatjes, met Pruisen en Beieren als de twee belangrijkste, beide een koninkrijk. Deze situatie duurde tot 1871 toen, na afloop van de Frans-Pruisische oorlog, toen Bismarck Duitsland verenigde onder keizer Wilhelm I, de koning van Pruisen. Toen pas werd de eerste gemeenschappelijke Duitse emissie een feit. Daarvoor brachten veel van de Duitse staten hun eigen zegels uit. Beieren was de eerste. Op 1 November 1849 verscheen een enkel zegel, met de frankeerwaarde van 1 kreuzer, waarven er 60 gingen in 1 gulden. Dit zegel vermeldde landsnaam en de waarde, zowel in schrift en als cijfer. Het was uitgevoerd in het zwart. De totaaloplage was ruim stuks, gedrukt van twee verschillende platen. Korte tijd later verschijnen twee nieuwe waarden in hetzelfde ontwerp, een blauwe 3 kreuzer (afbeelding 40), en een roodbruine voor 6 kreuzer. In de 13 jaren daarna komen daar in hetzelfde ontwerp nog een 9 kreuzer, 12 kreuzer en 18 kreuzer bij, in diverse kleuren, en alle ongetand. Men had in Beieren kennelijk een zwak voor de tafel van 3. Vanaf 1867 volgt een ander ontwerp, het koninklijk wapen met twee leeuwen in reliëfdruk, een schild flankerend. Vanaf 1876 zijn de frankeerwaarden in pfennige en marken. Dit ontwerp blijft in zwang tot aan 1911, als een zegel verschijnt ter ere van de 90-ste geboortedag van prins-regent Luitpold met diens portret. Vanaf 1920 worden in Beieren de zegels van het Duitse rijk gebruikt. 39. Beieren eerste emissie kreuzer 40. Beieren latere waarde van de eerste emissie Andere Duitse staten met vroege uitgiften zijn de koninkrijken Sachsen en Pruisen, het hertogdom Schleswig-Holstein en de vrije stad Hannover in1850. Voorts het hertogdom Baden, het prinsdom Turn und Taxis en het koninkrijk Wurtemberg in 1851, en het groot-hertogdom Oldenburg in Duitse rijk eerste emissie 1872 Britannia News Penny Black Special Pagina 17
18 Als boven reeds vermeld verscheen de eerste verenigde Duitse emissie in 1872: een serie van maar liefst 11 waarden, in twee verschillende denominaties, met de rijksadelaar in reliëf binnen een gekleurd kader. Spanje 1850 Op de eerste dag van 1850 verschijnt de eerste postzegel van Spanje. Het is direct een serie van vijf stuks. De laagste denominatie, 6 cuartos, was voor brieven binnenland van minder dan ½ onza (ruim 14 gram). Volgens de beste traditie is dit zegel zwart, en toont een naar links gericht profiel van de monarch, koningin Isabel II, in een eenvoudig, rechthoekig kader. Van dit zegel werden ruim 6 miljoen exemplaren gedrukt, middels twee platen. Tegelijkertijd verschenen vier hogere waarden, deze echter in kleur, en met een naar rechts gericht profiel. In de eerste plaats een zegel van 12 cuartos voor zwaardere binnenlandse post. Verder een zegel van 5 reales - dat zijn 42½ cuartos - voor aangetekende stukken binnenland, en post naar de laatste nog overgebleven koloniën, Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen. De waarden van 6 en 10 reales zijn voor (aangetekende) post naar Frankrijk, en België. Deze vier werden in zeer veel geringere aantallen gedrukt, de 10 reales in een oplage van slechts ongeveer 8400 exemplaren. Ook hier vinden we geen landsnaam op het zegel. 43. Spanje laatste emissie met Isabel II1867/8 42. Spanje eerste emissie 1850 Een noviteit hier is dat het jaar van uitgifte vermeld wordt, en wel in de onderste marge in niet mis te verstane cijfers. Wellicht met vooruitziende blik: Spanje zou de komende vijf jaar elk jaar een nieuwe serie zegels uitgeven, telkens met het jaar erop vermeld. In 1851, 1852 en 1853 met het profiel van Isabel, in 1854 en 1855 met het Spaanse wapen. In 1853 is er ook nog een uitgifte van twee zegels die alleen binnen Madrid functioneerden. In 1855 volgt wederom een serie met Isabel, profiel naar rechts, die geen jaartal vertoont, en die tot 1860 in gebruik blijft. In de 15 jaar daarna volgen nog een achttal series van telkens zes waarden, steeds met een ander ontwerp van het kader, maar met een naar links gericht profiel van de koningin. De landsnaam wordt vermeld vanaf 1865; vanaf 1866 zijn de zegels getand. De laatste serie met Isabel verschijnt in 1867/8 (afbeelding 43). Kort daarop wordt Isabel afgezet, en wordt Spanje een republiek ( ). De zegels uit die periode verbeelden een allegorie van Spanje, min of meer in de trant van de zittende Helvetia (afbeelding 44). 44. Spanje eerste republiek: allegorie 1873 Oostenrijk-Hongarije 1850 Luttele maanden na Spanje komt de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie met haar eerste postzegels. Op 1 Juni 1850 verschijnen 45. Oostenrijk- Hongarije eerste emissie met rijkswapen 1850 Pagina 18 Penny Black Special Britannia News
19 vijf zegels, in identiek ontwerp: het staatswapen, en dus niet een afbeelding van keizer Franz Joseph. De vijf verschillende frankeerwaarden 1, 2, 3, 6 en 9 kreuzer zijn in evenzoveel kleuren uitgevoerd (afbeelding 45). Alhoewel de landsnaam ontbreekt, kan men stellen dat de aanduiding KKPOST voor Kaiserliche und Königliche post slechts naar dit land kan verwijzen. De naam Oostenrijk verschijnt overigens pas in Vermeldenswaard is nog dat op dit zegel het woord Stempel wordt gebruikt, mogelijk een letterlijke vertaling van het Engelse stamp, met zijn dubbele betekenis van zegel en afstempeling. Deze eerste serie bleef acht jaar in gebruik. In 1858 verschijnt dan een serie van vijf waarden met het profiel van de keizer in reliëf. Deze zegels zijn getand, zoals afbeelding 46 laat zien. Interessant is verder dat Oostenrijk reeds in 1851 een drietal zegels het licht deed zien die uitsluitend bedoeld waren voor de bezorging van kranten. Op deze zgn. Zeitungsmarken staat een afbeelding van Mercurius, de Romeinse god van de handel en de reizigers. Ze hadden frankeerwaarden 0,6, 6 en 30 kreuzer, in de kleuren blauw, geel respectievelijk rose. In 1856 verscheen een herdruk van de 6 kreuzer, nu in het rood. Dit laatste is vermoedelijk het meest kostbare zegel in een collectie Oostenrijk, met name in gebruikte vorm, en te vinden in afbeelding 47. Ook hier het woord Stempel, nu overigens gespeld Stämpel. 46. Oostenrijk- Hongarije eerste emissie met Franz Joseph Oostenrijk-Hongarije krantenzegel Lombardije-Venetië eerste emissie 1850 Italië 1850 Net als Duitsland was Italië geen land rond Het was eveneens een verzameling staten en staatjes, die de Italiaanse taal en flink wat historie gemeenschappelijk hadden. De eerste ervan die postzegels uitgaf was het koninkrijk Lombardije- Venetië, in wezen een provincie van het Oostenrijks-Hongaarse rijk. De zegels lijken dan ook als twee druppels water op de eerste emissie van Oostenrijk, als afgebeeld hierboven. Het enige verschil is de waarde-aanduiding, in dit geval in centes. Het koninkrijk Sardinië volgt in 1851 met drie zegels, van 5, 20 en 40 centesimi, en daarop afgebeeld koning Victor-Emmanuel II. Hij zal ook, in 1861, de eerste koning worden van het verenigde Italië. De laagste waarde van deze serie is weer zwart. Verder zijn er een blauwe 20 centesimi en een roze 40 centesimi (zie afbeelding 49). 49. Sardinië eerste emissie 1851 Hierna volgen nog drie soortgelijke series, nu met het portret in reliëf. De eerste zegels van Italië vertonen hiermee een zeer grote gelijkenis. Als laatste vermelden we de kerkelijke staat, die in 1852 een lange serie van 12 zegels uitgeeft met het bekende gekruiste sleutelmotief 50. Kerkelijke staat eerste emissie 1852 hoogste waarde Britannia News Penny Black Special Pagina 19
20 dat het wapen is. De frankeerwaarden lopen van ½ baiocchi tot 1 scudo. Afbeelding 47 toont hiervan de hoogste waarde. Na 1861 gebruikt men ook hier de zegels van het verenigde Italië. Pas in 1929 gaat men wederom zijn eigen zegels uitgeven, nu onder de naam Poste Vaticane. Deze uitgiften gaan door tot op de dag van vandaag; ze leveren via de portemonnee van de verzamelaar ongetwijfeld een dankbare bijdrage aan de pauselijke schatkist. Nederland en Luxemburg 1852 Ons land stond niet vooraan bij de introductie van de postzegel, maar op 27 December 1851 was het dan toch zover. Drie waarden kwamen beschikbaar, met het portret van koning Willem III, en de waarden 5 cent (blauw), 10 cent (rood) en 15 cent (geel). Ze mochten overigens pas in het nieuwe jaar worden gebruikt. Op het zegel kijkt de koning, omringd door lauwerkransen, naar rechts. Om aan elk mogelijk misverstand een eind te maken prijkt er verder nog het woord postzegel op. Deze zegels vormen ongetwijfeld een vertrouwd beeld voor elke Nederlandse filatelist, ook als deze geen zegels van het eigen land verzamelt. Het zegel van 5 cent is van zes platen gedrukt, het zegel van 10 cent van tien platen. Voor het schaarsere zegel van 15 cent bleek 1 plaat voldoende. De platen werden vervaardigd door de Belgische graveur Jacob Wiener, die ook het grafische werk voor de eerste Belgische emissie had uitgevoerd. Het ontwerp was van J.W. Kaiser. 51. Nederland eerste emissie 1852 Deze serie was een betrekkelijk lang leven beschoren: pas in 1864 volgde de twee emissie, met precies dezelfde waarden en in dezelfde kleuren. De zegels zijn ditmaal getand, en 52. Nederland twee emissie 1852 vertonen wederom een portret van de vorst, nu iets ouder en met een langere baard, wederom vervaardigd door Kaiser. Beide emissies vermelden de landsnaam niet. Dit zou pas bij de derde emissie in 1867 het geval zijn, die zes zegels omvatte. Aan de inmiddels vertrouwde 5, 10 en 15 cent in de gebruikelijke kleuren werden nog een 20, 25 en 50 cent toegevoegd, in de kleuren groen, paars en goud. Er werd verder driftig met tandingtypen geëxperimenteerd: men kent drie soorten kamtanding en twee typen lijntanding. Luxemburg werd op gezag van het Congres van Wenen in 1815 een onafhankelijk groothertogdom, met de Nederlandse koning als groothertog. Diens portret siert dan ook de eerste emissie van dit land, die kort na de Nederlandse uitkwam, op 15 September Het betreft twee zegels, een zwart, met een frankeerwaarde van 10 centimes, voor binnenlandse post. Het tweede zegel is bruin, en heeft een frankeerwaarde van 1 silbergroschen. Dit was het tarief, in Pruisische munt, voor post naar andere delen van de Duitse bond, waarvan Luxemburg tot aan 1868 deel zou uitmaken. Dit ten behoeve van de militairen uit de diverse Duitrse staten die in Luxemburg gelegerd waren, en hun soldij in de eigen munt ontvingen. Wederom werd een landaanduiding onnodig geacht. 53. Luxemburg eerste emissie 1852, met Willem III De tweede emissie, van 1859, vertoonde geen vorst, maar wel naam en wapen van het land. Willem s dood, in 1890, betekende het einde van de personele unie tussen Nederland en Luxemburg, die slechts via de mannelijke lijn kon worden voortgezet. Voortaan stond het portret van een andere groothertog of -hertogin op de zegels. Pagina 20 Penny Black Special Britannia News
21 De trage acceptatie van de postzegel Door Gerard Raven (origineel Britannia News nr. 120) Eén van de boeiendste perioden in de Britse postgeschiedenis is de posthervorming van We denken daarbij altijd meteen aan de postzegel, maar eigenlijk ging het Rowland Hill om iets heel anders: de overstap op vooruitbetalen. Wie zich hiermee bezighoudt ontdekt al snel dat de postzegel als middel hiervoor maar langzaam is geaccepteerd. Dat blijkt uit de poststukken uit die tijd, die met hun handschriften, inhoud, stempels en zegels ieder unieke stukjes zijn. Er zijn immers veel brieven bewaard gebleven die dateren van ná Rowlands Hill hervormingen, maar nog steeds geen postzegel dragen. Ik heb de poststukken uit een aantal collecties eens op een rijtje gezet, met verrassende conclusies. Voor zover mij bekend is dit nog niet eerder gebeurd. In de literatuur wordt het verschijnsel van de zegelloze post wel gesignaleerd, maar er is nauwelijks echte aandacht aan besteed. Soms komen daarin ook slechts facetten van dit vraagstuk aan de orde; nooit is het compleet behandeld. Ik heb mijn bronnen dan ook bijeen moeten sprokkelen uit een grote hoeveelheid boeken en artikelen, die meestal steeds maar een paar flintertjes relevante tekst opleverden. Een dame betaalt (gedeeltelijk) vooruit aan de postbode. Tekening door Rowlandson, 1819 Onbetaalde post Om aan te geven dat een brief al betaald was schreef de postbeambte er een aantekening in rode inkt op. Grotere kantoren hadden daarvoor al heel vroeg aparte stempels. Maar eind jaren 1830 was slechts 10% van alle post betaald. Bij de meeste postdiensten was onbetaalde post de regel. Vooruitbetaling werd vooral belemmerd omdat de afzender in een tijd van onzekere verbindingen en postdiensten geen enkele garantie had dat zijn brief aankwam. Wie bezorgde er nu een brief die toch al betaald was, tenzij je de afzender persoonlijk kende? Loont den bode schreven Nederlanders ook vaak op hun post, vanuit de gedachte dat een brief pas bezorgd werd als de besteller daarvoor beloond werd. Vanouds bestond dus de angst dat een geheel betaalde brief niet aankwam. Een brief van Liverpool naar Gent met een stempel Post/Paid 1781 (alle illustraties collectie auteur) Daarbij kwam nog dat de besteller al veel tijd verloor doordat hij elke geadresseerde thuis moest treffen, niet alleen voor de betaling maar gewoon voor de bezorging. De brievenbus in de deur was nog vrijwel onbekend en kwam veel mensen ook als ongepast voor. Bij elke overdracht van post moesten weer nieuwe tegoedlijsten worden aangelegd, tot en met de (bestelling) van de postbode. Zo kon worden gecontroleerd of deze de geïnde gelden wel alle afdroeg. Er is het bekende verhaal dat de beter gesitueerden het als een belediging opvatten als zij betaalde post ontvingen. In Ierland beschouwde men in de hogere klassen het niet-vooruitbetalen zelfs als een pro-ierse actie; de opbrengst van de posterijen ging immers rechtstreeks naar de regering in Londen. Volgens een bericht uit 1764 accepteerden Ierse kooplieden echter juist geen onbetaalde post. Britannia News Penny Black Special Pagina 21
22 Vooruitbetalen was toch al vroeg bekend. Bij de eerste Penny Post, die William Dockwra in 1680 opzette in Londen was dit zelfs verplicht. Uit angst dat de brief niet aan zou komen werd de tweede penny, voor bestelling in buitenwijken van Londen, echter zelden vooruitbetaald. In 1794 werd alle vooruitbetaling facultatief. Rond die tijd kregen de ontvangsthuizen van de Penny Posts voorgedrukte lijsten waarop zij eenvoudig de tarieven konden aflezen naar de verschillende bestemmingen, wat bewijst dat vooruitbetaling ook voor verder gelegen bestemmingen mogelijk was, maar dit gebeurde in de praktijk maar weinig. Wel moest vanaf 1811 de afzender van een onbetaald stuk dat was geweigerd dubbele port betalen. Bovendien was men verplicht het eerste deel van buitenlandse post te betalen, in ieder geval het binnenlandse traject. De hervormingen van Op voorstel van Rowland Hill werden in december 1939 en mei 1940 belangrijke wijzigingen in de postdienst ingevoerd. Voortaan telde het gewicht in plaats van de afstand en het aantal vellen. Door deze vereenvoudiging en een belangrijke reductie van de tarieven werd het mogelijk om postzegels en een drukwerktarief in te voeren. Het gebruik van onbetaalde post was echter zo algemeen dat Hill het niet aandurfde dit al meteen af te schaffen; wel bestond al vanaf het begin het plan de postzegel of het postpapier later verplicht te stellen. Dat was ook het geval in Nederland. Rowland Hill besefte dat oude gewoonten langzaam slijten. Hij stelde daarom voor betaling achteraf (door de ontvanger) het dubbele tarief van 2d in. Vooruitbetaling werd daarom een stuk interessanter. Kennelijk wilden weinig mensen de geadresseerde het dubbele tarief laten betalen. Bovendien konden betaalde brieven sneller bezorgd worden, omdat er geen administratie van tegoeden nodig was die moesten worden betaal bij bestelling. De voordelen van de hervorming waren snel duidelijk. In de laatste maand ervóór kreeg het hoofdkantoor in Londen 2,5 miljoen brieven te verwerken, waarvan ruim 20% vooruitbetaald was. Een jaar later was de post sterk gegroeid en de verhouding omgekeerd: van de 6 miljoen stukken was bijna 92% betaald! Postzegels plakken, ho maar Dit betekende echter niet dat de postzegel meteen enthousiast werd ontvangen. Veel Britten moesten er niets van hebben. In augustus 1840, drie maanden na de invoering, waren ze nog vrij impopulair. Voor het drukken van postzegels was door een onverwacht snelle invoering van de hervormingen veel te weinig tijd geweest, waardoor meer afgelegen postkantoren aanvankelijk nog niet beschikten over zegels. De onwennigheid of zelfs vijandigheid tegenover de postzegel blijkt ook uit het feit dat in het begin de postzegel in de verkeerde hoek of op de achterkant werd geplakt en dat er een gerucht ging dat de gom ziekten (zelfs cholera) kon verspreiden. Verder merkte men op dat de zegel kon loslaten, wat inderdaad geregeld gebeurde. In 1851 nog betekend dit dat een brief naar India apart werd gelegd en letterlijk de boot miste, al werd dat later ingehaald door verzending over Aken en Triëst. Bovendien vond men dat een postbode die geen geld meer hoefde te innen aan allerlei verleidingen blootstond, zoals het weggooien of zelfs stelen van de post. Een fraai verhaal is dat van de postmeester van Northampton, die ook nog drukker was. Hij had het niet op postzegels, omdat zijn klanten dan niet meer in de winkel kwamen en dus zijn drukwerk niet zagen! Liever dan een postzegel zag het publiek een aantekening in handschrift of het betaalstempel, ook voor buitenlandse post. Vooruitbetaling van een binnenlandse brief van normaal gewicht werd nu aangegeven met een rood stempel 1 (voor 1d). De zwarte 2 was bestemd voor betaling achteraf. De postkantoren gebruikten echter allerlei plaatselijke varianten, terwijl ook oudere stempels met paid in gebruik bleven. Bovendien beschikten veel kantoren aanvankelijk niet eens over een stempel; in zulke gevallen mocht men de 1 met rode inkt aangeven. Zulke aantekeningen in handschrift vinden we overigens ook op brieven uit grote steden. Juist het Pagina 22 Penny Black Special Britannia News
23 ontbreken van postzegels tussen januari en mei 1840, en ook daarna, werkte de verspreiding van het gebruik van zulke stempels in de hand. Tien jaar later, in 1850, was de situatie niet wezenlijk anders. Volgens de Britse posterijen werd 95% van de post op verschillende manieren vooruitbetaald; de rest betrof grotendeels buitenlandse post. Er werd echter slechts iets minder dan 70% van de post vooruitbetaald met zegels. Als de post hier iets aan wilde doen moest er dus een nieuwe regeling getroffen worden. Hoe deze kwestie uiteindelijk werd opgelost wordt in de literatuur meestal nogal onduidelijk weergegeven. Een treffend voorbeeld is de bekende moderne catalogus van Whitney, die slechts meldt dat deze stempels tot de jaren 50 geleidelijk plaats maakten voor de postzegel. Het bekende boek van Robson Lowe uit 1951 geeft verder nog aan dat vooruitbetalen (van binnenlandse post) verplicht werd in De juiste informatie staat echter gewoon in het klassieke boek van Robinson uit 1948: met ingang van 1 november moesten voor vooruitbetaling zegels gebruikt worden. Londen, Edinburgh en Dublin waren daar nog van uitgezonderd, maar volgden in 1852; het Londense hoofdkantoor in Vanaf 1855 kwamen er in de steden ook postbussen te staan, die een verdere stimulans voor vooruitbetaling waren. Willcocks en Jay hebben deze gegevens niet overgenomen, maar signaleerden wel dat de betaalstempels in Londen mogelijk niet volledig zijn verboden, waarmee ze kennelijk doelen op de periode tot 1857 (zie hieronder). Omdat de betaalstempels nu in feite overbodig waren werden ze opgeruimd. Dit werd extra gestimuleerd door de grote fusie van de Inland en Districts-organisaties in Londen in In 1859 was nog slechts 2% van de post onbetaald. Duidelijk is dus dat tussen 1840 en 1850 belangrijke wijzigingen plaatsvonden. We weten uit de literatuur echter alleen dat vóór % werd vooruitbetaald, eind 1840 (afgaande op het voorbeeld van het hoofdkantoor in Londen) de meeste post, in % en in %. Maar over zegelgebruik hebben we maar twee cijfers: 0% in 1839 en 70% in 1850; of het in 1860 inderdaad 100% was is niet bekend. Ook weten we niet van regionale verschillen en tijdelijke afwijkingen in de verschuivingen. Daarom heb ik mijn onderzoeksperiode bepaald op deze 20 jaren en ben ik uitgegaan van de poststukken zelf. Voor dit onderwerp is dat kennelijk voor het eerst. Het statistisch onderzoek In mijn eigen collectie vond lk zo'n B0 brieven uit de onderzoeksperiode, maar ik wilde mijn conclusies graag baseren op meer materiaal. Daarom verscheen eerder een oproep in dit blad. Vervolgens kreeg ik waardevolle reacties van A.C. Emo, J. Hine, L.H. Janssen, K.H. Franken, R. Kneijnsberg en A.F.G. Verstappen. De gegevens uit hun collectie zijn ook elle verwerkt. Verder heb ik veel bruikbare afbeeldingen van poststukken in de literatuur en in handelsaanbiedingen gevonden en ook zelf nieuwe stukken verworven, In totaal kon ik zo de gegevens van 269 brieven verzamelen. Daarmee is natuurlijk geen echt representatieve steekproef gedaan uit de miljoenen stukken die ooit verzonden zijn. De brieven uit de jaren 1840-'44 en naar het buitenland (met name Nederland) zijn bijvoorbeeld oververtegenwoordigd en de controlegroep 1855-'59 is erg klein. Voor het doel van dit artikel is dat echter geen wezenlijk bezwaar. Tijdens mijn praatje op de vergadering van december jl. meenden twee leden dat mijn cijfers alleen iets zeggen over de toevallige verzameling van 269 brieven. Dat gaat echter te ver: het is geen toeval dat mijn conclusies wel degelijk passen in het beeld uit de literatuur en dat ook aanvullen. Graag had ik een groot Brits archief omgekeerd om grotere aantallen te verkrijgen, maar posthistorici zijn maar zelden daartoe in de gelegenheid. In Postal History vind je maar enkele van zulke onderzoeken terug. Bij historisch onderzoek wordt vaak een minimum aantal voor een steekproef van 50 aangehouden. Soms komen mijn cijfers daar onder en is dus extra voorzichtigheid geboden. In de volgende tabel is de wijze van betaling uitgesplitst. Op de eerste plaats Komen brieven die onbetaald bij de post werden bezorgd. Dan volgen de exemplaren die ten kantore werden betaald en dan een betaalstempel of -aantekening kregen. Tenslotte de brieven die compleet met zegel in de bus werden gegooid of door bijdetijdse postbeambten bij contante betaling meteen van een Britannia News Penny Black Special Pagina 23
24 zegel werden voor-zien. Hierbij zijn ook dertien postwaardestukken gerekend, inclusief Mulready enveloppen. Om een ontwikkeling in de tijd waar te nemen is de onderzochte periode gesplitst in viermaal vijf jaar. Tabel 1. Wijze van betaling van poststukken, 1840-' ' ' ' '59 totaal Onbetaald zonder zegel met zegel Onbetaald % zonder zegel met zegel Al meteen werd nog maar een gering aantal brieven onbetaald verzonden, ongetwijfeld omdat dit betekende dat de ontvanger nu dubbele port moest betalen. Voor het eerste jaar 1840 telde ik respectievelijk 4, 20 en 24 brieven, ofwel 8, 42 en 50%. Maar daarom werd nog niet automatisch een postzegel gebruikt. In de jaren 1840 werd nog iets vaker een stempel gezet dan een zegel geplakt. Na 1850 was dat andersom, maar de stempels waren aanvankelijk nog talrijk. Hat percentage zegels was sen stuk lager dan de bijna 70 uit de genoemde opgave van 1850; de reden daarvan zal later besproken warden. Pas vanaf 1855 zien we de stempelgroep volledig wegvallen, en dat komt precies overeen met de verbodsbepalingen van dat jaar. Kennelijk weren de nieuwe instructies voor postpersoneel pas nu zo streng dat ze ook echt werden nageleefd. Brief van Birmingham naar Tewkesbury uit 1842, voorzien van een zwart datumstempel en in handschrift prepaid en een rode 1. Pagina 24 Penny Black Special Britannia News
25 Deze cijfers gaan nog wat meer leven als we kijken naar de illustraties van concrete brieven. Alleen in de eerste jaren vond ik de eerder genoemde handschriftaantekeningen die het betaalstempel vervingen. Het is verbazingwekkend dat een grote stad als Birmingham soms geen stempel gebruikte, terwijl men er toch zeker genoeg had, interessant is ook een dienstbrief van Edinburgh naar Jedburgh. waar men in plaats van betaalstempels gewoon de beide datumstempels in rood zette. Tenslotte nog een brief uit de stad Waterford in Ierland in 1852, een duidelijk voorbeeld dat men de verplichting om zegels te gebruiken toen nog rustig negeerde! Ook vond ik enkele onbetaalde brieven die te laat waren gepost en daarom wél voorzien waren van een postzegel om de late fee te betalen. In 1847 werd het in Londen verplicht om bij zulke late post volledig te betalen in zegels, anders bleef de brief toch tot de volgende dag liggen, twee jaar later gebeurde dat overal. Dit doet denken aan de praktijk die in 1841 wel werd aangetroffen bij aantekenen: terwijl de postbeambte zegels plakte voor de porti schreef hij in rode inkt voor de betaling van het aantekentarief, al vind je soms ook wel alles in inkt of in zegels op de brief. Brief van leisteenhandelaar op het eiland Easdale naar Edinburgh, In plaats van een betaaldstempel is het datumstempel in rood gezet. Brief van Waterford naar Londen, Omdat deze onbetaald was is een blauw stempel 2 gezet; de ontvanger moest dus het dubbele tarief betalen. Het meest opvallende verschijnsel in de tabel is echter dat het percentage onbetaalde brieven juist gestaag toeneemt. Om dit goed te begrijpen moeten we de cijfers verder uitsplitsen. Laten we eerst eens kijken of het uitmaakte waar de brieven gepost werden. Tabel 2. Herkomst van de poststukken, 1840-'59 Londen Engeland Schotland Ierland totaal Onbetaald zonder zegel met zegel Onbetaald % Zonder zegel met Zegel Opvallend genoeg liep de hoofdstad niet erg voorop met het gebruik van de zegels, terwijl ze daar (och het eerst royaal beschikbaar waren. Pas vanaf 1850 werd er meer betaalde post geplakt dan gestempeld. Bovendien kwamen uit Londen juist de meeste onbetaalde brieven. In Engeland werden al vanaf het begin meer zegels geplakt dan stempels gezet. Schotland en Ierland betaalden zelfs bijna alleen maar vooruit, maar de postzegel werd vóór 1850 ongeveer even vaak gebruikt als het stempel. Van Ierland zijn maar weinig brieven gezien, maar dat klopt met het gegeven dat hier minder post omging. Britannia News Penny Black Special Pagina 25
26 Toch verklaart dit niet voldoende waarom er ook in de jaren 1850 nog heel wat onbetaalde post was. Daarom gaan we eens kijken naar de bestemming. Tabel 3. Binnenlandse post, 1840-' ' ' '59 totaal onbetaald zonder zegel met zegel Onbetaald % zonder zegel met zegel S Pagina 26 Penny Black Special Britannia News
27 Tabel 4. Buitenlandse post, 1840-' ' ' ' '59 totaal Onbetaald zonder zegel met zegel Onbetaald % zonder zegel met zegel Inderdaad blijkt de bestemming een beslissende factor bij de methode van betaling te zijn geweest. Deze cijfers moeten we wel met voorzichtigheid hanteren, omdat de subtotalen nu onder de 50 liggen. Bij de binnenlandse post werd al vanaf het begin meestal voor de postzegel gekozen; in 1840 al hadden 21 van de 38 brieven (55%) een zegel. Dat werd daarna alleen maar sterker. De 71% van de jaren past nu naadloos bij de bekende 70% uit de officiële postcijfers van 1850; ons eerdere beeld was dus scheefgetrokken door de oververtegenwoordiging van de buitenlandse post. In 1853 vond ik de laatste binnenlandse brieven zonder zegels, onbetaald of met stempel. De hervorming van 1840 mag dus geslaagd genoemd worden, want die had primair de binnenlandse post op het oog. De acceptatie van de postzegel verliep echter traag en tenslotte zelfs alleen onder dwang. Bij de internationale brieven zien we echter een geheel ander beeld. He! zegelgebruik was hier beperkt en groeide ook nauwelijks. Aanvankelijk werden ook de meeste brieven vooruitbetaald, maar na 1850 daalde dit drastisch. Dit was vooral het gevolg van nieuwe postverdragen met andere landen vanaf 1843, waardoor de onbetaalde post in feite werd aangemoedigd. In het bestek van dit artikel kunnen wij daar niet verder op ingaan. Wel wil ik nog enkele andere aspecten van het vooruitbetalen belichten Een praktijkvoorbeeld met ouderwetse stempels In mijn collectie bevinden zich drie brieven uit 1850 van de Londense solicitors (zaakwaarnemers) Houghton, Mayhew & Jameson (HM&J), waarvan er één is afgebeeld. In april, mei en juli werden deze verstuurd naar F.R. Southem, een college te Ludlow, Shropshire. Ze zijn Britannia News Penny Black Special Pagina 27
28 steeds op het postkantoor van Grays Inn betaald en voorzien van een stempel paid, De postambtenaar gebruikte geen zegels, maar een stempel van ver vóór Ook de verzender had kennelijk geen behoefte aan postzegels, waarmee hij de brieven op zijn werk had kunnen frankeren, De dichtstbijzijnde brievenbus was immers gewoon op het postkantoor; de eerste brievenbussen op straat verschenen zoals gemeld pas vijf jaar later. Kennelijk was het ook geen bezwaar dat de klerk van HM&J vrijwel dagelijks in de rij ging staan op het postkantoor; misschien was het er niet eens zo druk. Brief met blauwe en rode betaalstempels van Grays Inn naar Ludlow, 1850 Manchester doet het anders Een voorbeeld van een plaatselijk afwijkende regeling is Manchester. De kooplieden beschikten daar over aparte postfaciliteiten, die van geen enkele andere stad bekend zijn. Er werden in 1860 zelfs onbetaalde brieven geaccepteerd, mits deze de volgende dag werden betaald, Dat gold ook voor de brieven die voor de kooplieden waren gearriveerd; ze konden die de hele dag afhalen bij een Private Box, een soort postbus dus die natuurlijk sneller kon zijn dan de gewone bestelling. Op post voor het buitenland werd na 1852 rustig in plaats van een betaalstempel het datumstempel op een rood stempelkussen gezel, naast het tarief in rode inkt. Een brief naar Frankrijk met het rode stempel van Mancherster, 1861 Vanaf 1864 moesten alle betalingen in Manchester wel in zegels gebeuren, waarschijnlijk op grond van een plaatselijk voorschrift. Er bestond in zelfs een apart vernietigingsstempel met een dubbele cirkel voor binnenlandse post, dat ontstond door het 'killer -gedeelte van de duplex weg is laten. Waarschijnlijk maakte de Private Box in of kort na 1875 het betaalstempel overbodig, omdat er steeds méér handelspost kwam. Na notering van de porti werden de brieven door de postbeambte van zegels voorzien. Vanaf 1868 kwamen er ook steeds meer handbediende stempelmachines. Nieuwe betaald-stempels, 1857 Op het moment van de grote Londense posthervorming werden er in die stad nog steeds rode betaalstempels gebruikt, zonder plaatsnaam. Vanaf 1857 verschenen in plaats daarvan nieuwe ronde datumstempels London paid. Deze werden gebruikt op post die in massa bij het hoofdkantoor was afgeleverd en op brieven naar of van het buitenland. In beide gevallen was contante betaling verplicht. Deze nieuwe stempels maakten de postzegel Massastempel Lombard Streed paid op een brief naar Frankrijk, Pagina 28 Penny Black Special Britannia News
29 feitelijk overbodig. Rond 1560 volgden grote steden als Manchester, Glasgow en Dublin met vergelijkbare typen. Op een deel van de post werd de port in handschrift in de stempelafdruk aangebracht. Verdere verruiming van drukwerkfaciliteiten in leidde tot een sterke groei van dit soort stempels en post. Vaak vinden we nu een aanduiding van de port in het stempel zelf. Dit soort stempels bestaat nu nog steeds. Hoewel ministeries ze al vanaf het begin gebruikten en daar dus voor betaalden verschenen er in 1857 ook stempels official paid. Dit waren In feite nieuwe versies van de free franks, de portvrijdom voor overheidsfunctionarissen en parlementsleden; deze was in 1840 vervangen door rode betaalstempels met een Kroon. Een klein uitstepje op dit terrein: in 1912 flopte een experiment met de Wilkinson-machine. Dit was een brievenbus met een frankeerstempel, die geactiveerd werd door een penny in te werpen. In 1904 was zoiets ook al in Nieuw-Zeeland geprobeerd. Het experiment van verplichte vooruitbetaling, 1859 In 1859 was zoals gemeld nog slechts slechts 2% van de post onbetaald, maar waren dit toch nog 2,5 mln brieven per jaar. Hill bereikte eindelijk dat dit werd verboden voor het binnenland. Onderbetaalde post ging door maar leverde strafport op (het verschil plus 1d). Onbetaalde brieven werden echter teruggestuurd naar de afzender. In de Returned Letter Branch werden deze geopend om het adres te vinden. Met een apart omslag met toelichting gingen ze vervolgens retour; een omslag dat nu overigens in geen enkele collectie voorkomt, Na twee weken moest het besluit immers al worden teruggedraaid. De posterijen beseften zelf al dat het nog steeds voorkwam dat sommige inwoners niet aan postzegels konden komen. Gevangenen en armen waren verder moeilijk te dwingen om hun post te frankeren, Bovendien stond in veel brieven helemaal geen adres van de afzender. Echt belangrijke post was overigens wel doorgestuurd, nadat deze van een zegel was voorzien! Al deze bezwaren waren nog wel op te lossen als men dat echt had gewild, maar er waren teveel protesten van het publiek en in de kranten. Ook het Parlement, dat belangrijke postbesluiten moest goedkeuren, viel meteen over de Postmaster General (PMG) heen. In het Lagerhuis werd opgemerkt dat de onbetaalde brieven door het dubbele tarief een aardige winst opleverden, Bovendien waren de Kamerleden razend over de verbreking van het aloude briefgeheim, wat nodig was omdat de meeste post geen afzender op de buitenkant vermeldde. Ook het Hoogerhuis had daar bezwaar tegen. Verder vreesde men dat berichten 1859 van leven of dood niet overkwamen. De Lords vonden dat het publiek belang had bij zo weinig mogelijk belemmeringen. Zij beschuldigden de regering van exploitatie van de posterijen. De PMG wees de Lords er op dat vooruitbetaling el in veel gevallen verplicht was: voor zware, aangetekende en late brieven en voor post voor een groot deel van Amerika, Azië en Australië. Opnieuw noemde hij het argument dat een betaalde brief veel minder rompslomp gaf. Het zakenleven had veel hinder van onbetaalde brieven; ca. 60% betrof ongevraagde post, bijvoorbeeld reclame, scheldpartijen of flauwe grappen. Veel Britten accepteerden daarom geen enkele onbetaalde brief meer en in 1855 hadden de VS al zonder problemen vooruitbetaling verplicht gesteld. Het Parlement bleef in 1859 echter tegen het plan. Ook latere voorstellen in deze richting zijn altijd verworpen. Zelfs tegenwoordig kun je in het Verenigd Koninkrijk nog een brief onbetaald verzenden, wat natuurlijk wel strafport oplevert. Ergernis Zo bleef de ergernis over onbetaalde post bestaan. Een beschrijving uit 1865 maakt dat duidelijk: de brieven moesten apart gehouden worden omdat ze in een andere kleur werden gestempeld. Ze brengen veel extra werk met zich mee en zijn een bron van oneindige overlast, omdat ze van het moment van posten in Londen tot de bestelling in Land's End of John 0'Groats door elke beambte Britannia News Penny Black Special Pagina 29
30 die ze door zijn handen laat gaan geadministreerd moeten worden. De dubbele port op zulke brieven is dan ook meer dan verdiend door de posterijen. Een treffend voorbeeld van overlast is het verhaal van Joseph Ady. Hij schreef talloze brieven aan willekeurige mensen, waarin hij geld uit een erfenis beloofde als zij een klein bedrag overmaakten. Zij kregen echter niets, zodat Ady in 1840 gearresteerd werd. Hij kon op grond van de bestaande wetgeving echter niet vervolgd worden, Wal moest hij voortaan zijn post vooruit betalen. Zeven jaar later kon men hem wel grijpen omdat de wet was aangepast; in 1852 belandde hij uiteindelijk in de gevangenis, meer werd weer vrijgelaten wegens slechte gezondheid. Hij overleed kan daarna. Nog een anekdote over ds. Bennett uit Frome, die onbetaalde brieven altijd weigerde. In 1852 deed hij dat ook, meer toen het postkantoor de brief opende bleek er een cheque ven 150 in te zitten van een bewonderaarster om zij meubels te betalen. Nu wilde de dominee wel een uitzondering maken! Navolging in andere landen Misschien verklaart het moeizame succes van de postzegel in het Verenigd Koninkrijk ook de trage reactie in andere landen en in de koloniën. Brazilië nam als eerste in 1843 de zegel over en stelde deze zelfs meteen verplicht! In 1847 voerden de Verenigde Staten de postzegel in, evenals het eilandje Mauritius, maar er was geen sprake van verplichting tot! vooruitbetaling en zegelgebruik. Daarna volgden de andere landen en koloniën voorzichtig. in delen van Australië en Canada begon men met zegels in 1850, respectievelijk Belangrijke overzeese gebieden als Indië en Ceylon kwamen pas in 1854 en 1857 aan de beurt. Vrijwel steeds was het zo dat de verplichting tot Bull s Eye 60 Reis Voorbeeld betaling vooral pas later kwam. Wie nu dacht dat men in het buitenland van de Britse Toegevoegd door de Redactie ervaringen heeft geleerd vergist zich dus. In het Frankrijk van 1854 waren de meeste brieven nog onbetaald, al was vooruitbetaling voor drukwerk wel verplicht. In 1855 volgde zoals gemeld de verplichte vooruitbetaling In de VS. Ook de Australische koloniën gingen daar rond die tijd toe over. Nederland stelde in 1871 vooruitbetaling in zegels verplicht. Conclusies We kunnen aan de hand van het onderzoek vaststellen dat de cijfers uit de literatuur slaan op de binnenlandse post. Daar werden de grote successen behaald met vooruitbetaling, terwijl het zegelgebruik in 1860 gemeengoed was geworden. De verplichting tot vooruitbetaling werd echter definitief verworpen in 1859, ondanks buitenlandse voorbeelden. Bij de buitenlandse post lag alles veel minder duidelijk. Hier zou men moeten wachten tot de totstandkoming van de Wereldpostvereniging, die regelde dat vanaf 1875 alle post tussen aangesloten landen vooruitbetaald moest worden met zegels of postwaardestukken. Pagina 30 Penny Black Special Britannia News
31 Geraadpleegde literatuur R.C. Alcock en F.C. Holland, The postmarks of Great Britain and Ireland (Cheltenham 1940) F.M. Arman, The Reginald M. Phillips collection of 19th century British postage stamps (Londen 1966) E.C. Baker, 'The decline and fall of the London General Post Office (8)' Postal History 241 (1987) P.O. Beale, 'Returning to sender all unpaid mall in 1859 Postal History 233 (1985) 22 en 237 (1966) 7-8 D. Cunlifle, 'The Manchester paid datestamps 1864 to 1B75', Postal History 265 (1993) D. Cunlifte, 'The 'PL' marks of Liverpool and Manchester, 1938 to 1848', Postal History 269 (1994) R.V. Gleave, 'A rejected letter [ds Bennett 1852]', Postal History 288 (1998) 115 F. Goatcher, The consequences of a lost postage stamp [Schotland-India 1851],' Postal History 287 (1998) J. Grimwood-Taylor, 'A major handstamp discovery, Postal History 243 (1987) 7-8 J.H.S. Harrison, 'GB mileage marks and the rating of letters through London', Postal History 232 (1984) W. Kane, 'Registered mail', Postal History 212 (1979) 7-15 W. Lewins, Her Majesty s Mails. A history of the Post-Office and an industrial account of its present condition (Londen 1865super 2 R. Lowe, The encyclopaedia of British Empire postage stamps I (Londen 1952\super 2 J.A. Mackay, English & Welsh postmarks since 1640 (Dumfries 1980) J.A. Mackay, Irish postmarks since 1840 (Dumfries 1982) G.F. Oxley, 'The place of the British postage stamp in postal history' Postal History 247 (1988) M. Reynolds, A history of the Irish Post Office (Dublin 1983) [A.G. Rigo de Righi,] 'Franking machines old and new. The Wilkinson machine and others,' Postal History 158 (1969) A.W. Robertson, 'Via Falmouth Via Southampton Postal History 122 (1962) H. Robinson, The British Post Office. A history, Princeton, NJ (1948) W.G, Stitt Dibden, 'Post Office personalities No 8. The Mad Hatter. Joseph Ady (approx..) Postal History 121 (1962) J.T. Whitney, Collect British postmarks (Hemel Hampstead 1993\super 6) R.M. Willcocks, 'Thoughts on Four Posts and other Penny Posts, Postal History 231 (1984) R.M. Willcocks, 'Kings Bench Prison Ietters',PostaI History 236 (1985) 18 Britannia News Penny Black Special Pagina 31
32 Line Engraved Door A.M.R. Slootweg (origineel Britannia News nr. 41.) Onderstaand artikel, dat in het verleden al twee keer in Britannia News gestaan heeft, mag niet ontbreken in deze special. In dit artikel behandelt de heer Slootweg de geschiedenis van de Line Engraved uitgaves. Kort geleden kreeg ik van ons lid, de heer Hoitink,(d.i. in 1980, redactie) een tweetal boeken te leen over line-engraved uitgaven van Engeland (Koningin Victoria). Nadat ik deze boeken had doorgenomen, bleek mij dat hierin veel informatie voorkwam, waarover in ons studieblad regelmatig vragen worden gesteld. Omdat dit werk alleen nog maar antiquarisch te koop is, besloot ik van de inhoud een sterk verkorte vertaling te maken. Als er een dieper gaande belangstelling blijkt te bestaan voor een bepaald onderwerp zou de heer Hoitink benaderd kunnen worden om na te gaan of de gevraagde informatie in de boeken voorhanden is. Voor diepergaand literatuuronderzoek (ontbreekt mij helaas nog de tijd, en ik zal ook uitsluitend van de informatie vervat in dit boek gebruik maken, dit ook in de volgorde waarin een en ander daarin voorkomt.) De complete titel van het gebruikte boek, bestaand uit één deel tekst en één deel documentatie bijlagen, luidt als volgt: The Line Engraved Postage Stamps of Great Britain, printed bij Perkins, Bacon & Co., by Edward Denny Bacon M.V.O. uitgegeven door Chas. Nisson & Co. Ltd. (1920) 1. Het drukkerijbedrijf Perkins, Bacon & Co Ltd De gegraveerd zegels van de Koningin Victoria periode werden gedrukt door Perkins, Bacon & Co te Londen. Het is interessant de achtergrond van de firma, en van de grondleggers, eens na te gaan. Jacob Perkins, geboren in Massachusetts, U.S.A. in 1766, was de uitvinder van talrijke machines en werkwijzen die betrekking hadden op het drukken van praktisch niet vervalsbaar bankpapier. Hij had o.a. een gepatenteerde methode uitgevonden om van één en dezelfde matrijs (eventueel voorzien van het meest delicate graveerwerk) stalen drukplaten te maken zodanig, dat alle afdrukken op papier of ander materiaal "in schier onberekenbare" aantallen precies aan elkaar gelijk zouden zijn, en wel voor kosten die niet hoger, zo niet lager, zouden uitvallen dan met de toen gangbare methoden mogelijk was. De ambassadeur van Engeland in de Verenigde Staten ried hem aan naar Engeland te gaan om mee te doen aan de inschrijving voor de levering van bankpapier aan de Bank of England. Het patent van Perkins stond toen al goed aangeschreven: geldschieters van Perkins- die zelf niet over kapitaal beschikte -waren bereid hun aandelen in de te verwachten winsten van de hand te doen voor bedragen die lagen tussen en ! Ondanks de goede kwaliteit van het door Perkins gedrukte bankpapier -geïllustreerd door het feit dat er in Massachusetts een wet was aangenomen waarin vastgelegd was dat álle banken in Mass. de Perkins gedrukt bankpapier moesten gebruiken slaagde hij er niet in het contract met de Bank of England te verkrijgen. Perkins diende daarop een claim in voor schadevergoeding -verhuizing naar Engeland, het overlaten van zijn bedrijf in Amerika aan een gehuurde manager, bureaukosten in Londen, enz. - omdat hij de Engelse ambassadeur toch voor de gang van zaken min of meer verantwoordelijk stelde. Perkins kreeg 5000 uitbetaald. De firma werd in Londen in 1819 onder de naam Perkins, Fairman & Heath gesticht. Fairman, een graveur uit Philadelphia was een landgenoot van Perkins, Heath was graveur in dienst van het Engelse koninklijk huis. Na het failliet gaan van Heath, het uittreden uit de firma van Fairmandie Pagina 32 Penny Black Special Britannia News
33 die naar Amerika terugkeerde, en het aantrekken van Joshua Butters Bacon, een Amerikaanse schoonzoon van Perkins, werden vanaf 1829 opdrachten uitgevoerd onder de naam Perkins & Bacon. Bijna alle Engels en koloniale banken die bankpapier uitgaven, lieten hun biljetten bij Perkins & Bacon drukken. In 1834 nam Henry Philipson Petch, een graveur in dienst van de firma, zakelijk deel in het bedrijf, dat toen omgedoopt werd tot Perkins, Bacon & Petch. Na de dood van Perkins en Petch werd de naam in 1852 opnieuw veranderd in Perkins, Bacon & Co; in 1887 werd deze Perkins, Bacon & Co. LTD. Na enige jaren verlamd te zijn geweest, overleed Bacon in 1863; zijn zoon Jacob Perkins Bacon werd directeur tot Het drukken van postzegels met behulp van gegraveerde platen volgens het Perkins procedé Een blokje zacht staal wordt gegraveerd, zodanig dat het beeld het spiegelbeeld is van de afbeelding die uiteindelijk op het papier o.d. wordt verlangd. Dit blokje staal, de matrijs, wordt door een bepaalde warmtebehandeling zó hard gemaakt, dat zelfs een vijl er geen kras meer op kan maken. Vervolgens vervaardigt men een zacht stalen schijfje, in het midden voorzien van een asgat, met een korte as erin. De afmetingen van deze schijf zijn ca. 75 mm diameter en ca. 25 mm hoog. In een speciale pers wordt deze schijf enkele malen onder grote druk over eerstgenoemde matrijs gerold, waarbij het beeld van de matrijs tot in de kleinste details als spiegelbeeld van de matrijs op de schijf wordt overgedragen: dit beeld ziet er dan dus "normaal" uit. De schijf wordt op zijn beurt weer gehard, en dan weer in een pers geplaatste. Nu laat men de rol op van te voren door ingekraste lijnen gemerkte plaatsen op een zachte stalen plaat rollen, waardoor het beeld weer spiegelbeeldig op de plaat komt. Aangezien bij elke overdracht toch minimale details verloren gaan wordt de eerste matrijs dieper gegraveerd dan voor het drukken direct vanaf de matrijs nodig zou zijn om goede resultaten te bereiken. Hierdoor geeft een gegraveerde plaat gegarandeerd een afdruk van de gewenste kwaliteit. Na het harden van de gehele plaat (voor 1p., 1 1/2p., en 2p. zegels met 240 en voor 1/2p. met 480 ingerolde beeldjes) en schoonmaken is deze gereed om vellen postzegels van te drukken. Het gehele proces wordt door onderstaand schema geïllustreerd: Het afdrukken vindt plaats als volgt: de plaat wordt ingesmeerd met drukinkt waarna de overtollige inkt wordt afgeveegd: dit betekent dat op de hoge gedeelten van de plaat geen inkt achterblijft en het papier bij het drukken dus wit blijft; de inkt die in de groeven zit wordt door het papier opgenomen. Het zal duidelijk zijn dat naarmate een lijn dieper gegraveerd is er een dikkere laag inkt op het papier komt en de kleur dus dieper wordt. De kwaliteit van het beeld -afgezien van de slijtage van de plaat hangt dus geheel van de kwaliteit van het graveerwerk van de matrijs af. Britannia News Penny Black Special Pagina 33
34 3. De originele matrijs voor het vervaardigen van de drukplaten voor de 1p. postzegels Alvorens over te gaan tot het maken van een matrijs die zou gaan dienen als hoofdmatrijs voor de fabricage van drukplaten voor de lp. postzegels, werden door Perkins, Bacon & Co. eerst proeven overgelegd van de te gebruiken achtergronden. Perkins, Bacon & Co. beschikte over een aantal verschillende lijnfiguren, gemaakt met behulp van een speciale draaibank, op rolmatrijzen, die gebruikt werden bij het drukken van bankbiljetten. Nadat de definitieve keuze van de achtergrond door de posterijen was gemaakt, werd van de betreffende rolmatrijs een afdruk gemaakt op een vlak stuk zacht staal; hierop werd toen nauwkeurig de plaats bepaald waar het hoofd van de koningin moest komen, tevens werd de grootte van de achtergrond van de toekomstige zegel afgetekend. Het staal werd gehard, en een afdruk ervan overgebracht op een zacht stalen rol. Hiervan werd toen het staal dat buiten de afgetekende lijnen lag en op de plaats waar het portret moest komen verwijderd. Deze rol werd weer gehard en het beeld ervan overgebracht op een vlak stuk zacht staal, dat de hoofd-matrijs van de 1p drukplaten moest worden. Dit stuk staal werd overhandigd aan Charles Heath om het hoofd van koningin Victoria erin te graveren, overeenkomstig de afbeelding die voorkwam op een gedenkpenning geslagen ter gelegenheid van het bezoek van koningin Victoria aan de Guildhall in Londen in het jaar van haar troonsbestijging (1837). Het werk aan de matrijs werd in feite verricht door de zoon van Charles Heath, Frederick (deze graveerde ook het hoofd van de koningin in de matrijzen van de 1 1/2p., de 2p., en de 1/2p. zegels). Tijdens de diverse stadia van fabricage en graveerwerkzaamheden aan de matrijs werden voortdurend afdrukken gedrukt om de kwaliteit van het werk te controleren. Vervolgens werden in de werkplaats van Perkins, Bacon & Petch de woorden POSTAGE ONE PENNY onderaan in de matrijs gegraveerd, waarna de matrijs -na gehard te zijn -gereed was om drukplaten mee te gaan maken. Deze matrijs heeft echter nooit gediend om er platen mee te maken omdat de matrijs werd afgekeurd: de achtergrond werd te licht bevonden, het hoofd was te ondiep gegraveerd, tevens bleek dat de matrijs niet geschikt was om platen van te maken volgens het patent van Perkins. Waarschijnlijk hebben vader en zoon Heath zich niet voldoende gerealiseerd dat voor het patent van Perkins een dieper gegraveerd matrijs nodig was. De matrijs bestaat nog steeds en was althans in 1920 nog -in het bezit van Perkins, Bacon & Co Ltd. Er zijn af en toe afdrukken van gemaakt, hetzij in enkelvoud, hetzij in paren. 4. De proef-matrijs voor de 1p. postzegel Weer werd begonnen met de achtergrond van de zegel. Als basis hiervoor diende het grote lijnenpatroon dat voorkwam op een waarschijnlijk door Perkins in Amerika gemaakte rolmatrijs, en dat steeds door Perkins in 1822 bij de Bank of England was ingediend ter verkrijging van een contract voor het drukken van bankpapier. Van deze rol werd een afdruk gemaakt op een andere rol, hierop werd op de speciale draaibank van Perkins een ander lijnenpatroon aan de beiden zijden bijgesneden. Op de plaats van het hoofd werd het patroon verwijderd, alsmede dát deel van de achtergrond dat buiten het postzegelformaat zou komen te liggen. Dit geheel werd toen na harding overgebracht op een vlak stuk zacht staal dat moest dienen als de proefmatrijs. Dezelfde achtergrond werd gebruikt voor het aanmaken van drukplaten voor postzegels van Kaap de Goede Hoop (driehoekjes), Victoria, New South Wales, St. Vincent, en voor het laatst in 1914, voor zegels van New-Zealand. Van de onder 3. beschreven matrijs werd nu op een rol een afdruk overgebracht. Het staal rondom het hoofd werd verwijderd, en nu werd het overgebleven gegraveerd beeld van het hoofd geperst in bovengenoemde proef-matrijs. Deze werd aan Heath ter beschikking gesteld, die er Pagina 34 Penny Black Special Britannia News
35 een aantal lijnen op aanbracht, aangevende in welke mate het beeld van het hoofd op de later te maken definitieve matrijs verkleind moest worden uitgevoerd. Van deze proefmatrijs is slechts één afdruk bekend. 5. De tweede -definitieve -matrijs voor de 1 penny postzegel (bekend als DIE 1.). Nadat afdrukken van de originele matrijs (zie 3) en de proef-matrijs (zie 4) beoordeeld waren, werd begonnen met het maken van een nieuwe, definitieve matrijs. Dit gebeurde niet helemaal geheel zoals eerder beschreven, maar via een vrij lange omweg (meerdere rol-matrijzen werden gebruikt), omdat de vrij te laten ruimte voor het hoofd anders van vorm moest worden dan bij de originele matrijs het geval was. Nadat de achtergrond gereed was, werden op één druklaat vijf afdrukken van de originele matrijs, en vijf afdrukken van de laatste matrijs gemaakt o.m. om de afstanden te bepalen tussen de plaatsen waar de kroontjes van het water meer van het watermerk van de zegels moesten komen (in verband met het gereed maken van een mal voor het watermerk), en om het verschil in achtergrond te beoordelen. De matrijs werd weer naar Charles Heath gezonden om het hoofd te laten graveren. Deze stuurde de matrijs na een maand geheel gereed terug. Toen werd geconstateerd dat der achtergrond te ver doorliep: gedeelten hiervan werden verwijderd, waarna boven aan het woord "POSTAGE" en onderaan "ONE PENNY" werden gegraveerd, alsmede de de hoeken (zie 6). Nadat de matrijs nog twee maal naar de Heaths was gestuurd voor het bijwerken van enkele lijnen van het hoofd werden de sterren bovenin de hoeken gegraveerd. Hierna werd de matrijs gehard. Er werd een drukplaat van gemaakt, met behulp van afdrukken hiervan werden de maten voor een watermerkmal nogmaals bepaald. Van de matrijs zelf werden ook enige proeven afgedrukt. In de loop van december 1839 werd een eerste tekening van de 1 penny postzegel door Perkins, Bacon & Petch aan de posterijen gezonden, die op 31 december opmerkingen hierover vastlegde. De definitieve matrijs werd op 3 of 4 maart 1840 door Heath naar Perkins, Bacon & Petch teruggezonden, waarna door hen vóór 11 maart de sterren gegraveerd werden. Alle werkzaamheden die tot nu toe beschreven zijn vonden dus plaats in ruim twee maanden! Maar men had dan ook diverse malen laten blijken dat de levering van de postzegels zo snel mogelijk moest beginnen! Na 1854 werden op de matrijs in gewoon schrift (dus niet in spiegelbeeld) het nummer I en de woorden "old original" gegraveerd. Door Perkins, Bacon & Co werden hiervan in 1871 een aantal afdrukken gemaakt in 9 kleuren. Er bestaan proeven van minstens nog één andere matrijs, maar men neemt aan dat deze beschadigd werd tijdens het hardingsproces. 6. Kleuren, afstempeling en opschriften van de 1p. en 2p. postzegels Terwijl de Heaths bezig waren het hoofd van de koningin in die I te graveren, maakte Perkins, Bacon & Petch een aantal vlakke matrijzen van de rol-matrijs met achtergrond die gebruikt was om die I mee te vervaardigen. Deze matrijzen werden gebruikt om proefafdrukken te maken in verschillende kleuren drukinkt, en daarop weer met afstempelingen te experimenteren; ook werden deze matrijzen gebruikt om hierin diverse opschriften te graveren. Britannia News Penny Black Special Pagina 35
36 Kleurproeven werden gemaakt in vier groepen kleuren: purper-blauw, donkerblauw, blauw, lichtblauw; donkerbruin, roodbruin; omberbruin, lichtomber; steenrood, donkerrood, lichtrood; zwart. Op de kleurproeven is geëxperimenteerd met een tweetal handstempels: één was een rond stempel met in het midden een monogram, met daarin de letters V.R., en rondom het opschrift: CANCELLED POST PAID, omsloten door een ring (ontwerp van Charles F. Whiting): het tweede was het bekende Malthezer kruis, dat de eerste jaren in velerlei vorm is gebruikt. In bovengenoemde proef-matrijzen werden hetzij verdeeld over twee regels, hetzij op één regel, bovenaan of onderaan de achtergrond de opschriften "POSTAGE" en "ONE PENNY" gegraveerd, ook werden verschillende soorten lettertypen gebruikt, voor zowel de opschriften als de hoekletters; van deze matrijzen zijn diverse afdrukken bekend. 7. De contracten voor de levering van postzegels Zodra de definitieve matrijs voor de 1 penny postzegel gereed was bood Perkins, Bacon & Petch de postautoriteiten aan postzegels te drukken -gedurende één jaar -voor een bedrag van 7 pence/1000 stuks (het gommen van de vellen werd buiten beschouwing gelaten). In de prijs inbegrepen waren de kosten van: tekeningen, platen, matrijzen, drukloon, enz. Na één jaar zou de prijs verlaagd worden tot 6 pence/1000 stuks. De aanbieding werd later herzien: als na één jaar meer dan zegels per dag nodig waren kon de prijs verlaagd worden tot 5 pence/1000 stuks. In het contract dat uiteindelijk op 13 april 1840 werd afgesloten, werd een prijs vastgelegd van 7 1/2 pence/1000 stuks postzegels gedrukt en gegomd; na één jaar zou dit verlaagd worden tot 5 1/2 pence/1000 stuks gedrukt en gegomd. Tevens werd Perkins, Bacon & Petch opgedragen matrijzen en platen te maken voor de lp. en 2p. postzegels. Het contract bevatte eveneens een aantal specificaties ten aanzien van de platen en kleuren, enz; er mochten aanvankelijk niet meer dan zegels per dag worden gedrukt. Het eerste contract werd door meerdere gevolgd. De prijs zakt in de loop der jaren tot 4 pence/1000 zegels gedrukt en gegomd, in 1865 werd de prijs vastgesteld op 4 1/2 pence/1000 zegels gedrukt en tweemaal gegomd, een prijs die stand hield tot 1879, toen het contract met Perkins, Bacon & Petch niet meer verlengd werd. 8. Het papier met watermerk kleine kroon Het lag in de bedoeling het papier, dat gebruikt zou worden voor het drukken van de postzegels, aan te kopen via een contract, gebaseerd op inschrijvingen van papierfabrikanten. Voor de eerste oplage is dat echter niet gelukt, en werd het papier geleverd door dezelfde fabrikant die Perkins, Bacon & Petch voorzag van het papier dat gebruikt werd voor de bankbiljettenfabricage. Er is erg veel te doen geweest over het formaat, de plaats en de zichtbaarheid van het watermerk: elke zegel diende n.l. één watermerk te krijgen. Ook de vorm en de plaats van de buitenrand van het watermerk is onderwerp van proefnemingen geweest. De figuurtjes die de kroontjes vormden waren van rond, uit de hand gevormde koperdraad; ze waren met heel dun koperdraad aan het gaas van de mal genaaid. De Pagina 36 Penny Black Special Britannia News
37 watermerkmallen versleten door de werking van de agressieve chemicaliën in de papierpulp; ze konden slechts twee jaar worden gebruikt en werden voortdurend vervangen. De fabrikant foeterde nogal over de fabricage van het papier: bij het einde van de fabricagelijn stond altijd een accijnsinspecteur (er waren er vier, ze werkten in ploegendienst) die elk vel afzonderlijk merkte. De inspecteurs klaagden erg over de warmte, de koude en over de vochtige atmosfeer. De watermerkmal werd tijdens de maaitijden en 's nachts in de fabriek opgeborgen in een kast voorzien van een speciaal, door de autoriteiten verstrekt slot. De arbeiders, die eerst toegezegd hadden 5 riemen papier per dag te maken, bleken niet bereid meer dan 4 riemen per dag te maken, hoewel de matermerkmal kleiner was geworden dan aanvankelijk de bedoeling was. Ook toen reeds moeilijkheden in de industrie! De vellen die geleverd werden moesten in drieën gesneden worden. Perkins, Bacon & Petch beklaagde zich erover dat één man daar de gehele dag mee bezig was. In het watermerk werden toen, na goedkeuring van het hoofd van de accijnzendienst, wat kleine puntjes aangebracht, waardoor men 100 vellen tegelijk kon snijden in plaats van elk vel apart. De levering van het papier aan de drukkerij verliep niet zoals verwacht werd. De geringe voorraad leidde tot de klacht van Perkins, Bacon & Petch bij de postautoriteiten dat met drukken gestopt zou moeten worden als de voorraad niet groter werd. Het eerste contract voor de levering van het papier werd verlengd; ook werd, na het leveren van papier op de juiste maat nog geëxperimenteerd met de papierdikte. De moeilijkheid lag daarin dat dun papier beter plakte, maar gom doorliet en krulde bij de bewerking, hetgeen het werk erg bemoeilijkte. Dikker papier plakte moeilijker op brieven, maar was ondoordringbaar voor gom, en gemakkelijker te bewerken. 9. Het gommen van de postzegels Perkins, Bacon & Petch wenste aanvankelijk de gedrukte vellen niet van gom te voorzien. Op aandringen van de postautoriteiten werd als vergoeding voor het gommen opgegeven: 3/4 pence/1000 gegomde zegels, of ½ pence/1000 stuks als de postautoriteiten in de drukkerij zelf het gommen verzorgden, of de werkelijke kostprijs (die uiteraard van tijd tot tijd zou kunnen verschillen). Men werd het eens over een tarief van 1/2 pence/1000 stuks gegomde zegels. Nadat veel proeven waren genomen met de soort gom en de wijze van aanbrengen bleek dat voor het gommen van 600 vellen 3 man tezamen 12 uren nodig hadden. Na het uitwerken van betere methoden liep de arbeidstijd voor het gommen van de vellen terug. In december 1840 werd in diverse kranten in Engeland niet bepaald waarderend over de gom van de postzegels geschreven: De gom zou tongkanker veroorzaken! In een poging deze antipropaganda de kop in te drukken werd de gomleverancier gevraagd hoe de gom was samengesteld, maar deze weigerde hierop in te gaan. Er werd volstaan met bekend te maken dat de gom grotendeels bestond uit stoffen die ook voorkwamen in melk, soep e.d. Na 5 jaar werd het contract met de leverancier beëindigd en begon Perkins, Bacon & Petch zelf de gom te vervaardigen uit aardappelzetmeel, tarwezetmeel, en gom. Tegen einde 1854 werden dierlijke stoffen aan de gom toegevoegd en na 1867 bestond de gom voor de 1p. en de 2p. zegels uit gelatine en aardappelzetmeel (dit laatste werd ook Engelse gom genoemd). 10. De platen van de 1p. en de 2p. postzegels Nadat de matrijs van de 1p. postzegel klaar en gehard was werden afdrukken hiervan gemaakt op rolvormige matrijzen die op hun beurt, na gehard te zijn, werden gebruikt om drukplaten mee te maken. Deze rolvormige matrijzen waren voorzien van 4 a 8 beeldjes elk, maar gewoonlijk werd slecht één hiervan gebruikt om een plaat te maken. De beeldjes op de rollen stonden in de lengte langs het oppervlak van de rol en werden onder grote druk op de plaat gerold van boven naar Britannia News Penny Black Special Pagina 37
38 beneden, dus in verticale richting voor wat betreft de afbeelding. De afdrukken werden gerold in een zachte stalen plaat groot genoeg voor 240 indrukken gerangschikt in 20 horizontale rijen van 12 stuks elk. De stalen platen werden geleverd door een fabrikant in Sheffield. De afmetingen bedroegen 19" x 10 1/2"' of 21" x 19", de dikte beliep 1/2"'. Laatstgenoemde platen werden door een smid in Londen in tweeën gedeeld; alle platen werden daar haaks en op maat gemaakt. Een aantal later geleverde platen was 5/8" dik. Ze werden gewalst uit gegoten materiaal, maar zowel tijdens het walsen als tijdens het op maat maken van de platen braken soms de bewerkingsmachines. De leverancier was van mening dat het de grootste platen waren die toentertijd uit Sheffield naar elders werden getransporteerd. De platen kostten 300 per stuk. Nadat de platen door Perkins, Bacon & Petch in ontvangst waren genomen, werden ze ontlaten - d.w.z. zacht gemaakt volgens een door Perkins uitgedachte methode. Daarna werden er de 240 rolmatrijsbeeldjes in geperst, de opschriften langs de zijkanten werden aangebracht (en later ook de plaatnummers) evenals de hoekletters, waarna de platen één voor één werden gehard. Het harden van de platen ondervond in 1840 grote moeilijkheden, hoofdzakelijk door hun afmetingen. De platen werden niet geheel gehard, maar slechts de oppervlakte. Deze oppervlakteharding was echter niet overal even goed, hetgeen tot gevolg had dat de platen plaatselijk soms snel sleten. De postautoriteiten verweten de drukkers dat sommige zegels slecht gedrukt waren. Bacon verweerde zich echter door te stellen, dat het gejaag van de opdrachtgevers er schuldig aan was dat gedrukt werd met slecht geharde of soms zelfs in het geheel niet geharde platen, waaraan hij nog toevoegde dat hij hiertegen had gewaarschuwd maar dat niemand naar hem had willen luisteren. Het overbrengen van de rolmatrijsbeeldjes op de plaat geschiedde in een speciale pers. De plaat werd in de lengte in de pers gelegd, en de beeldjes werden er kolom (20 stuks) na kolom in geperst; er werd begonnen met de L kolom. Het is mogelijk dat, afhankelijk van de man die de pers bediende, hiervan werd afgeweken. Er werd scherp op gelet, dat de rolmatrijs niet te ver werd bewogen; gebeurde dit toch dan moesten naastliggende, eventueel beschadigde indrukken met de hand worden bijgewerkt. In de aanvankelijk gebruikte persen was het mogelijk dat de rolmatrijs niet geheel correct op de plaat werd gesteld hetgeen resulteerde in een verschoven indruk. Nadat alle 240 indrukken op de plaat klaar waren, de opschriften langs de zijkanten waren aangebracht en het plaatnummer was toegevoegd, werd de braam, ontstaan door het opkrullen van het zacht staal onder de druk van de rolmatrijs weggeschraapt en werd de plaat, waar nodig, bijgewerkt. Van sommige platen werden de kaderlijnen geheel opnieuw gegraveerd. Als na het inrollen van een zegelbeeld bleek dat het te dicht bij een naastliggende beeld stond, dan werd het zo goed en zo kwaad als het ging verwijderd en werd het beeld opnieuw ingerold. Dit werd een "fresh entry" genoemd. Op de platen werden dunne lijnen aangebracht om de plaats aan te geven waar de rolmatrijs op de plaat gesteld moest worden zodat de zegelbeelden rechte kolommen en rijen zouden vormen. Deze "guide lines" werden naderhand zo goed mogelijk weggewerkt tegelijk met de braam, maar als de beelden over de lijnen vielen kon dit niet, en werden ze op de afdrukken van de plaat zichtbaar. Na ruim een jaar werden de guide lines niet meer aangebracht: de pers waarmee de rolmatrijs op de plaat werd gedrukt was toen voorzien van een automatische instelling. De zegelbeelden van platen die tijdens het gebruik tekenen van slijtage vertoonden werden opnieuw ingerold, een zeer secuur werkje omdat de beide beeldjes zo mogelijk precies over elkaar moesten vallen: zgn. "re-entries". De graveurs maakten duidelijk onderscheid tussen fresh entries en re-entries. De moeilijkheid voor filatelisten is dat het op de afdruk moeilijk te beoordelen is, het overgrote deel van de gerepareerde zegelbeeldjes valt onder eerstgenoemde categorie, maar de term als zodanig heeft geen filatelistische erkenning gekregen. Pagina 38 Penny Black Special Britannia News
39 Het aantal vellen dat van een plaat gedrukt kon worden, varieerde sterk door het meer of minder goed slagen van het harden van de plaat: er zijn platen waarvan betrekkelijk weinig vellen zijn gedrukt, er zijn echter ook platen waarvan één of bijna één miljoen vellen zijn gedrukt. 11. De hoekletters van de 1p. en 2p. platen Het lag aanvankelijk in de bedoeling bepaalde letters, die per zegel zouden verschillen, aan te brengen in de bovenhoek achter het hoofd van de koningin. In de beide bovenhoeken werden later echter de sterren aangebracht, en werden de benedenhoeken voor deze letters gebruikt; deze zouden eerst gegraveerd worden, dit is echter niet doorgegaan en werd er gebruik gemaakt van z.g. slagletters (op 4 april 1840 kostte één compleet stel slagletters f ). De letters werden op de zegels aangebracht als volgt (gezien op de zegels): Op de eerste rij in volgorde van links naar rechts: AA, AB, AC, enz. tot AL. op de tweede rij: BA/BL; enz., enz., de twintigste rij werd voorzien van de letters TA tot TL. De bedoeling van het gebruik van de letters was het zich wapenen tegen zwendel als een groot aantal zegels op de markt zou verschijnen met dezelfde letter zou het duidelijk zijn dat deze dus vals moesten zijn. Bij het aanbrengen van de indruk werd de slagletter met de hand vastgehouden, dit leidde soms tot scheef staande of slecht geplaatste letters; later werd -een houder gemaakt waarin de slagletters pasten waardoor het gemakkelijker werd de letters op de juiste plaats en in de juiste stand aan te brengen. Eerst werden alle,,a "'s geslagen, daarna alle "B"'s enz. Nadat alle letters ingeslagen waren, werd de braam ervan verwijderd en werden letters dikwijls bijgewerkt. Deze werkzaamheden werden aanvankelijk door eenzelfde man verricht, later werd één man belast met inslaan van de letters, een ander hield zich uitsluitend bezig met het verwijderen van de braam en het bijwerken van de letters. Bij het inslaan van de letters werden fouten gemaakt: de letter stond niet op de juiste plaats, stond scheef, was niet krachtig genoeg ingeslagen, of de verkeerde letter was gebruikt. Dit werd vroeg of laat altijd gecorrigeerd, maar de eerste letterinslag bleef dikwijls zichtbaar (z.g. "double letter"). Een veel voorkomende fout was het gebruik van een P voor een R: het staartje aan de P werd later ingegraveerd; een andere fout was het ondersteboven plaatsen van de S. Andere fouten (G ondersteboven in GI van 1p ongetand, 2p zonder witte lijnen met G ondersteboven, H op zijn kant in QH van 1p ongetand, e.d.) zijn ontstaan door het veranderen van de letters na het drukken van de zegels. Er zijn nog twee bekende fouten: A van BA, plaat 77 1p ongetand, was zó zwak ingeslagen dat het leek alsof de A miste; later weed deze opnieuw ingeslagen en de plaat opnieuw geregistreerd; B van KB, plaat 40 van 1p ongetand is in de double entry zó ver naar rechts ingeslagen dat deze practisch tegen de kaderlijn staat, latere afdrukken tonen een reparatie waarbij (in dezelfde double entry) de B in het midden staat en de rechterlijn gerepareerd is. Uit studies blijkt dat 4 typen slagletters werden gebruikt als volgt: Alfabet I kleine letters- platen van 1p die 1 en platen 1-4 van 2p; Alfabet II , grotere, bredere en zwaardere letters- platen en reserve platen 1-14 van 1p die I, en platen 1-21 en reserve platen 15 en 16 van 1p die II, en plaat 5 van 2p; Alfabet III , kleine slanke letters- platen (behalve 50 en 51) en reserve platen van 1 p die II. en plaat 6 van 2p; Alfabet IV , abnormaal grote letters- platen 50 en 51 van 1p die 1I. Britannia News Penny Black Special Pagina 39
40 Uit de boeken van Perkins, Bacon & Co. blijkt niet dat in de loop van de jaren verschillende stellen slagletters aangeschaft zijn" Dat verschillende stijlen van letters in eenzelfde alfabet meerdere stellen slagletters nodig geweest moeten zijn gezien het aantal vervaardigde platen. 12. Het randschrift op de platen van de 1p zegels Nadat de tekst die rondom de plaat moest worden aangebracht door de postautoriteiten was vastgesteld, werden drie rolmatrijzen vervaardigd en daarmee het volgende opschrift eenmaal langs elke zijde op elke plaat aangebracht: price 1 d Per Label. 1/- Per Row o Per Sheet; Place the labels ABOVE the Address and towards the RIGHT HAND SIDE of the Lfetter; In Wetting the Back be careful not to remove the Cement. Het plaatnummer werd met de hand in Arabische cijfers in de vier hoeken van de plaat gegraveerd; de cijfers hadden diverse afmetingen. 13. Tijd benodigd voor het vervaardigen van een plaat Volgens gegevens van de drukkerij waren de volgende arbeidstijden nodig voor het maken van een plaat: -inrollen van 240 zegelbeelden: één volle zware werkdag; -randschriften plaatsen en bramen wegwerken - 3 dagen; -hoekletters plaatsen en bijwerken 4 dagen; -harden en reinigen van de plaat - minder dan één dag; totaal ca. 9 dagen. 14. Het drukken van de 1p postzegels Als een plaat geheel klaar was werd een afdruk gemaakt op gewoon papier in de normale kleur en voor de keuring aan de postautoriteiten aangeboden. Indien dezen de drukproef goedkeurden werd dit op de achterzijde van het vel vermeld; dit vel werd het zg. "Imprimatur Sheet" van de betreffende plaat, die daarna geregistreerd werd. Van het totale aantal imprimatur sheets zijn er twee verdwenen, van de meeste andere zijn 21 zegels verwijderd die in de loop van de jaren zijn weggegeven. De platen werden gewoonlijk spoedig na het gereed komen geregistreerd, en aanvankelijk kort daarop gebruikt; later echter toen een voorraad geregistreerde platen was opgebouwd, kon de datum van ingebruikneming maanden of zelfs jaren later liggen dan de registratiedatum. Nadat plaat 1 goedgekeurd was kon begonnen worden met het drukken van de vellen zegels. De persen waren nieuw aangeschaft, de eerste paar dagen gingen gedeeltelijk verloren met experimenteren. Op 15 april 1840 waren de aanloopmoeilijkheden overwonnen en kon met het werk begonnen worden. In het begin werd dag en nacht doorgewerkt. Op 16 april 1840 werden van plaat 1 in 24 uren 513 vellen gedrukt, op 29 mei was dit opgelopen tot 704 vellen. Gedurende enige weken waren de platen 1 en 2 beide in gebruik. Toen de 1p postzegels werden aangeboden waren de zg. Mulreadyenveloppen in gebruik. De postautoriteiten waren van mening dat het met de vraag naar postzegels niet zo'n vaart zou lopen; ze vergisten zich echter deerlijk: op 22 mei 1840 was een dagproductie van meer dan een half miljoen postzegels bereikt (van meerdere platen) en zelfs dat bleek niet voldoende! Pagina 40 Penny Black Special Britannia News
41 Voor het nachtwerk in de drukkerij werd een toeslag overeengekomen van 1 1/2p/1000 stuks op de prijs van 7p/1000 stuks. Om diefstal van onbedrukte of bedrukte vellen tegen te gaan werd als volgt gewerkt: De Commissioners of Stamps and Taxes lieten de Commissioners of Excise weten dat papier voor postzegels nodig was. Deze laatsten, die die watermerkmallen bewaarden, lieten bij de papierfabrikant door een Officer of Excise het aantal vellen tellen, deze verzegelde de pakken papier en zond ze naar de Commissioners of Stamps en Taxes, die, na ontvangst, afrekenden met de fabrikant. Het postzegelbureau schreef opdrachten uit aan Perkins, Bacon and Petch en stuurde hen het aantal benodigde vellen. Een vertrouwde klerk ontving de opdracht, telde de vellen na, en verdeelde ze over de drukkers die de hoeveelheden weer natelden. De drukkers leverden elke nacht hun vellen in, deze werden dan geteld en overhandigd aan degenen die ze van gom, voorzagen. Deze telden de vellen na, nadat ze gegomd waren werden ze weer geteld, en vervolgens werden ze opnieuw geteld. AIs alles in orde bleek, werden de vellen verpakt in pakken van 500 stuks en teruggebracht naar het postzegelbureau door een verantwoordelijke boodschapper in een speciaal voor dit doel gemaakte mand, voorzien van een gepatenteerd slot (bij de drukkers en in het postzegelbureau waren sleutels hiervoor). Het uitschot werd verzameld en teruggezonden nadat een opdracht verwerkt was. Alle werkzaamheden werden uitgevoerd in een speciaal voor dit doel gereserveerd gebouwdeel, waarbij een inspecteur continu aanwezig was gedurende de werktijd. De niet in gebruik zijnde platen werden opgeborgen in kasten, voorzien van twee sloten, één kon de inspecteur openen, het andere de klerk van de drukkers. De matrijzen werden op soortgelijke wijze in de drukkerij bewaard. 15. De lp zwarte postzegel met bovenhoekletters " VR" De postautoriteiten vatten het plan op om naast de zegels voor verkoop aan het publiek lp. en 2p. zegels te laten aanmaken uitsluitend voor gebruik door de overheid. De zegels zouden in de linker- en rechterbovenhoeken in plaats van sterren van de letters "V" en "R" worden voorzien. (Victoria Regina). Van een rolmatrijs, gemaakt met behulp van de originele matrijs, werden de hoeksterren verwijderd; er werden 240 afdrukken gemaakt op een plaat, de gebruikelijke en de genoemde letters werden ingeslagen, tevens werd op de plaat het normale randschrift aangebracht. Dit laatste gaf uiteraard aanleiding tot verwarring, maar toen bleek dat al een aantal veilen gedrukt was, werd het randschrift (dat betrekking had op de verkoopprijs aan het publiek) toch niet meer veranderd. Er werden 3471 vellen gedrukt, hiervan werden 148 vellen afgekeurd, 2 vellen werden als imprimateur sheets geregistreerd, 14 vellen werden gebruikt voor een circulaire gericht aan de postkantoordirecteuren, en 3302 vellen werden vernietigd, nadat besloten was geen aparte zegels voor gebruik door de overheid te laten aanmaken. Dit houdt in dat van 5 vellen niet bekend is wat er mee is gebeurd. Enkele "VR" zegels zijn gebruikt bekend, deze moeten afkomstig zijn van de circulaire en moeten,beschouwd worden als frauduleus gebruik. Er zijn vervalsingen bekend met benedenhoekletters lp en PK. In 1890 werden ter gelegenheid van een conferentie in Londen imitaties van de " VR" zegel gedrukt met benedenhoekletters JI. Van de 2p. zegel is, door het laten varen van het voornemen afzonderlijke zegels door de overheid te laten gebruiken, nooit een plaat gemaakt. Britannia News Penny Black Special Pagina 41
42 16. De proef van de lp zegel in blauw In de loop van 1840 werd geëxperimenteerd met andere kleuren dan zwart voor de 1p. en 2p. postzegels. Nadat enige kleuren gekozen waren, werd opdracht gegeven aan Perkins, Bacon & Petch om van 2 verschillende kleuren blauwen 1 kleur rood elk 4 proefvellen te drukken. Omdat er geen 2p. plaat in een van de persen zat werden deze 12 vellen gedrukt van een 1p. plaat. Van deze vellen zijn twee gebruikte zegels bekend (vermoedelijk plaat 8), die uiteindelijk in de Koninklijke verzameling zijn ondergebracht (één ervan kwam in omloop via het huishoudelijk personeel van een der hoogste ambtenaren!). Uit chemische experimenten blijkt dat het niet moeilijk is een rode/roodbruine 1p. zegel te veranderen in een blauwe zegel, maar de correcte blauwe kleur van de proeven is op deze wijze niet na te maken. 17. De 2p. postzegel De matrijs voor de 2p. postzegels kwam tot stand als volgt: Van de vlakke 1p. matrijs (die 1) werd een afdruk gemaakt op een rolmatrijs. De woorden ONE PENNY werden van deze rolmatrijs verwijderd, waarna de matrijs gehard werd. Vervolgens werd van deze rol een afdruk gemaakt op een vlak stukje staal, dat naar Charles Heath werd gezonden met het verzoek de beeldenaar van de koningin bij te werken; de achtergrond was reeds door een graveur van Perkins, Bacon & Petch bijgewerkt. Het retoucheren van zowel de achtergrond als de beeldenaar heeft geleid tot enige verschillen - afgezien het verschil in de waarde aanduiding -tussen 1p. en de 2p. matrijzen. De plaat is ongehard in gebruik geweest; het randschrift luidde: "PRICE 2d. Per Label, 2s. Per Row of 12, ( 2. Per Sheet". De plaat droeg het -Arabische plaatnummer 1. Het imprimatur sheet van deze plaat is verdwenen. Op 1 mei 1840 werd begonnen met het drukken van de 2p. zegels, op 9 of 16 mei werden de eersten reparaties aan de plaat uitgevoerd. Op 18 juli 1840 was plaat 2 -gehard -gereed, de 21e juli werd deze in gebruik genomen en op 31 juli werd de plaat geregistreerd. Ook van deze plaat is het imprimatur sheet verdwenen. Van beide platen tezamen zijn bruikbare zegels gedrukt. 18. De rode stempelinkt Nadat besloten was postzegels uit te geven, moest ook beslist worden hoe deze te "ontwaarden". Perkins, Bacon & Petch werd gevraagd advies uit te brengen. Na mede door de postautoriteiten genomen proeven werd een circulaire aan de directeuren van de postkantoren gezonden met 5 het volgende recept voor de te gebruiken rode stempelinkt: " 1 Ib printer's red ink, 1 pint linseed oil, half-pint of the droppings of sweet oil- to be weil mixed".. Na enkele experimenten werd besloten als stempel het bekende Malthezer kruis te gebruiken. 19. De vervanging van rode stempelinkt door zwarte inkt Direct na het in gebruik nemen van de zwarte 1p. postzegels met rode afstempeling bleken talrijke lieden al hun scherpzinnigheid toe te passen om de rode stempelinkt te verwijderen en de zegels opnieuw te gebruiken. Velen hadden hiermee succes. Pagina 42 Penny Black Special Britannia News
43 Vanaf mei 1840 tot december 1840 werd geëxperimenteerd, en na systematische afstemming van de zwarte stempelinkt op de nieuwe rode kleur van de 1p. zegels werd besloten over te gaan op het gebruik van de nieuwe stempelinkt. Vanaf einde augustus 1840 werd de zwarte stempelinkt gebruikt in de Londense " Two Penny Post" postkantoren, op brieven bestemd voor Londen of de voorsteden. Vanaf februari 1841 werd de zwarte stempelinkt overal gebruikt; het uitkomen van de rode 1p. zegels op 10 februari 1841 is afhankelijk geweest van de bevoorrading van de postkantoren met zwarte stempelinkt. 20. De verandering van de 2 penny postzegel In de loop van het jaar 1840 werden twee proefdrukken gemaakt van een gewijzigde 2p. zegel: één zegel was voorzien van een witte streep onder "POSTAGE", één zegel was bovendien nog voorzien van een witte streep boven de plaats waar de waarde aanduiding moest staan; bij beide zegels mankeren de waarde aanduiding en de hoekletters. Korte tijd later werden nieuwe proefdrukken gemaakt, nu mét waarde aanduiding. De tweede uitvoering werd gekozen. De platen voor de 2p. zegels met het gewijzigde ontwerp werden gemaakt door middel van rolmatrijzen die op hun beurt weer werden vervaardigd met behulp van de originele matrijs van de 2p. zegel; de lijnen werden daarna in de rolmatrijzen gegraveerd. Deze lijnen vielen op de diverse rolmatrijzen niet alle even dik uit, dit is op de 5 verschillende platen duidelijk te zien. 21. De blauw-groene tint van het papier-"lvory Heads" Tot in 1881 namen filatelisten aan dat de blauwe tint van het papier, waarop de rode lp. zegels waren gedrukt, veroorzaakt werd door de gomlaag. Dit was echter niet juist: de imprimatur sheets -altijd ongegomd vertoonden ook dezelfde blauwe tint. De juiste verklaring van de blauw-groene tint is als volgt: De nieuwe vellen werden in de drukkerij ondergedompeld in water, en daarna in grote aantallen tegelijk uitgeperst om het overtollige water er weer uit te krijgen: een bepaalde vochtigheid was nodig voor het drukproces. De lijming van het papier bevatte aluin, waarin waarschijnlijk een klein kwantum ijzer voorkwam, terwijl door de drukinkt bloedloogzout gemengd was om deze niet bestand te doen zijn tegen chemicaliën, die gebruikt konden worden om de stempels te verwijderen. Het vocht in het papier maakte uit de drukinkt het bloedloogzout vrij, waardoor dit zich over het papier verspreidde; de aluin in de papierlijming droeg bij tot chemische reacties die de blauwige kleur van het papier veroorzaakten. De vellen waren niet altijd even vochtig omdat de drukker in de warme drukkerij vel voor vel van de stapel nam, waardoor de laatste vellen droger waren, daardoor minder sterk blauw kleurden dan vochtiger vellen. Een bijkomstigheid was dat de gegraveerde lijnen van het hoofd van de koningin dunner waren dan de overige lijnen, en daardoor dus minder inkt opnamen, met als gevolg -bij drogere vellen - dat, gezien op de achterzijde, een blank stukje in het midden zichtbaar is: het zg. "Ivory Head". De samenstelling van de doorlopend benodigde drukinkt moet van tijd tot tijd verschillend zijn geweest door o.a. meer of minder goed mengen, hetgeen blijkt uit het grote aantal tinten rood waarin de zegels bekend zijn: ook was de lijming in het papier zeer verschillend, waardoor de hoeveelheid aluin sterk uiteenliep. Nadat de vellen bedrukt waren werden ze gegomd, waardoor de originele blauwe tint van het papier overging in een blauwgroene tint. In 1857 stelde Perkins, Bacon & Co. een rode drukinkt samen met dezelfde -niet tegen chemicaliën bestendige - eigenschappen als voorheen, zonder echter van bloedloogzout gebruik te maken. De blauwe tint van het papier is sindsdien achterwege gebleven. De drukinkt van de blauwe 2p. zegels van 1840 bevatte geen bloedloogzout, het papier bleef dan ook wit; de drukinkt van de 2p. zegels van 1841 bevatte dit echter wel, en het papier daarvan vertoonde dan ook de blauwgroene tint tot in 1879 het contract Perkins, Bacon & Co. afliep. Britannia News Penny Black Special Pagina 43
44 Er bestaan 1p. zwarte en 2p. blauwe (1840) zegels met blauwachtige vlekken. Deze werden oorspronkelijk veroorzaakt door de papierfabricage (vermoedelijk het niet goed wassen van de lompen); later is gebleken dat het niet moeilijk is het papier achteraf blauwig te kleuren (falsificatie). 22. Proefdrukken op het papier van Dickinson Het papier voor de enveloppen met de 1p. "embossed" zegel in roze kleur, die werden uitgegeven vanaf 10 februari 1841, werd geleverd door Dickinson. Het leek de postautoriteiten een goed idee na te gaan of deze ook het papier voor de 1p. en 2p. zou kunnen leveren, waardoor aanzienlijk bespaard kon worden op controleurs van het accijnzenkantoor die nu in beide papierfabrieken aanwezig moesten zijn. Proefdrukken werden gemaakt op kleine stukjes papier met zijden draden van Dickinson, de resultaten waren van dien aard dat 8 gehele proefvellen werden gedrukt. Hoewel de drukkers van mening waren dat het papier voldeed, werd het papier van Dickinson niet gebruikt voor postzegels. 23. De toevoeging van een punt bovenaan en een lijn onderaan de platen Om de verdeling van een vel postzegels in twee gelijke delen te vergemakkelijken werd bovenaan de plaat, boven het randschrift, tussen de 6e en 7e zegel een punt gegraveerd; onderaan werd, ook tussen de 6e en 7 e zegel een verticaallijntje gegraveerd. Op de imprimatur sheets is deze toevoeging te zien vanaf plaat 93. Volgens de gegevens van de drukkerij werden deze toevoegingen aangebracht op 9 platen die vóór plaat 88 in gebruik waren, dus op plaat 79 en hoger; op de imprimatur sheet van deze platen komt de toevoeging uiteraard niet voor omdat die toen al waren opgezonden en goedgekeurd. Ook plaat 4 van de 2p. werd van deze toevoeging voorzien. 24. De twee platen 95 Toen plaat 95 bijna gereed was, gebeurde hiermee een ongeluk waardoor deze plaat onbruikbaar werd. Twee maanden later kwam plaat 100 klaar, het reeds aangebrachte plaatnummer werd toen veranderd in 95, en een nieuwe plaat 100 werd gemaakt. Later, als een plaat werd afgekeurd, verviel het nummer geheel. 25. De toevoeging van sterren aan linker- en rechter zijkanten van de plaat. Op de imprimatur sheets van de platen 132 en hoger (alfabetten I, III, en IV) komen aan de linker- en rechterzijkanten van de vellen, tussen de 10e en de 11e zegel sterren voor met 24 punten. Volgens de drukkerij zijn echter aan de 14 toen in gebruik zijnde platen 116, 118, 125 en 127/131 ook sterren toegevoegd op dezelfde plaatsten, deze sterren zijn vrijwel zeker alle van hetzelfde type, doch hebben echter 12 punten met een cirkel eromheen. 26. De vernietiging van de platen Als een plaat zóver versleten was dat de kwaliteit van de zegels niet meer aanvaardbaar was, werd de plaat voor verder gebruik afgekeurd. De plaat werd dan volledig met een scherp voorwerp bekrast, waarna van de plaat één vel werd gedrukt. Dit vel werd gekeurd, en als de postautoriteiten van mening waren dat de plaat voldoende onbruikbaar was gemaakt, werd de plaat aan Perkins, Bacon & Petch ter beschikking gesteld, die deze vervolgens elders lieten afslijpen. De plaat werd daarna geheel ontlaten, aan één zijde vlak Pagina 44 Penny Black Special Britannia News
45 geschaafd, en aan de andere zijde gevijld en gepolijst, waarna het staal opnieuw voor plaatfabricage gebruikt kon worden. 27. De perforeermethode van Henry Archer -de eerste twee machines Nadat men bijna 14 jaar de zegels van elkaar scheidde door scheuren, knippen of snijden, kwam Henry Archer op het idee de vellen zegels zodanig te bewerken dat het scheiden van de zegels eenvoudiger werd. Hij bouwde daartoe een machine waarvoor hij in oktober 1847 belangstelling wist te wekken bij iedereen die met de uitgifte van postzegels te maken had. Er werd overeengekomen, dat hij 2 machines bij Perkins, Bacon & Petch zou plaatsen, die deze dan zou laten bedienen. Toen de eerste machine klaar was bleek bij door Archer uitgevoerde proeven dat de machine niet voldeed. Hetzelfde lot was een tweede machine beschoren, zij het dan ook dat deze dezelfde bewerking anders uitvoerde. Bij de met de eerste machine uitgevoerde proeven werden door Archer zelf betaalde vellen van 71 gebruikt, de zegels hiervan kwamen via een postfunctionaris bij diverse verzamelaars terecht; alleen deze zegels zijn op de eerste machine "gerouletteerd". De tweede machine maakte vrijwel zeker identieke sneden in de vellen, hiervan zijn echter geen specimen bekend. Er bestaat weinig twijfel over dat deze proeftandingen nooit officieel zijn uitgegeven, hoewel het niet onmogelijk is dat Archer, of anderen die hij specimen gegeven heeft, ze op brieven hebben gebruikt. 28. De zgn. " Treasury" Roulette Er bestaan 1p. zegels die golvende lijnen langs de zijden hebben in plaats van een rechte snede of tanding. Het schijnt dat in de Treasury (department van financiën ) een apparaatje in gebruik geweest is om zegels van het vel te scheiden. Dit apparaatje wordt de " Treasury Roulette" genoemd, een slechte naam omdat de zegels volledig gescheiden werden in plaats van dat slechts sneden in een rechte lijn gemaakt werden waartussen het papier intact bleef, zoals bij een echte roulette. Er blijken meerdere "roulettes" in gebruik geweest te zijn, omdat verschillende golfmaten zijn gevonden. Andere apparaten kunnen óf bij de Treasury óf bij derden gebruikt zijn. 29. De derde perforeermachine van Archer Aangezien Archer bleef geloven in het toepassen van een perforatie voor het scheiden van de zegels, bleef hij doorgaan met het verbeteren van zijn machines (hij is echter niet de uitvinder van de gaatjesperforatie als zodanig). Hij liet een machine bouwen die totaal anders werkte dan de eerste twee machines: een aantal pennen dat in gaten viel, geboord in de bodemplaat van de machine, perforeerde gaatjes in de spatie tussen de zegels. De machine kon twee naast elkaar geplaatste vellen tegelijkertijd bewerken. In één bewerking werden van twee vellen de bovenzijde en de beide zijkanten van een rij zegels geperforeerd (zg. kamtanding). Het schuivende frame waarin de vellen lagen schoof dan precies de verticale afstand tussen twee rijen zegels verder, en de onderzijde van de eerste rij en de zijkanten van de tweede rij werden geperforeerd. Archer verkreeg octrooi op deze machine. Een machine werd bij de drukkers geplaatst, dezen ondervonden echter moeilijkheden door de gom, de machine raakte hierdoor verstopt. Andere moeilijkheden ontstonden door 't niet nauwkeurig genoeg plaatsen van de rolmatrijs op de plaat in rechte rijen en kolommen (de tandingsmachine werkte uiteraard zuiver recht). Perkins, Bacon & Petch brachten toen de verandering aan op de transferpers waarop de platen werden gemaakt, waardoor deze qua maatvoering veel nauwkeuriger werden. Britannia News Penny Black Special Pagina 45
46 Toen bleek dat wéér moeilijkheden ontstonden door fouten in de grootte van de vellen door onderling ongelijkmatige vochtopname en droging tijdens het drukken en gommen. Alle moeilijkheden werden echter overwonnen, de machine werd grondig gewijzigd, en werd -met 16 tanden per 2 cm -opgesteld in Somerset House (belasting dienst) in januari 1850; de vellen zouden van nu af aan door de posterijen zelf geperforeerd worden De reparaties en wijzigingen kostten 750, de oorspronkelijke aanschaf bedroeg niet meer dan 150. Het duurde nog 4 jaar voor dat Archer naar zijn zin schadeloos gesteld werd: hij diende een verzoek tot betaling in in In september 1'350 werd hem door Treasury, de Post Office en de Board of Inland Revenue 500 aangeboden. In januari 1851 werd dit 600; in januari 1852 werd dit verhoogd tot Nadat een speciale commissie rapport had uitgebracht accepteerde Archer in juni 1853 een bedrag van 4000 als volledige betaling voor de machine, het octrooi en de kosten. De machine in Somerset House werd slechts af en toe gebruikt, gedurende de proefnemingen werden ca vellen van de lp. zegels -platen 90 en 92/101- geperforeerd. Het merendeel van deze zegels werd naar de provincie gezonden, enkele vellen werden aan Archer gegeven om aan de leden van het parlement te verkopen gedurende het zittingsjaar Alle ongebruikte of gebruikte zegels met tanding 16 en alfabet I zijn afkomstig van proeven met Archer s derde machine. Er zijn enkele ongebruikte lp. zegels bekend met tanding 14 en alfabet I, maar deze zijn waarschijnlijk alle afkomstig van hetzelfde vel, dat vermoedelijk behoorde tot een partij afgekeurde of beschadigde vellen die gebruikt zijn om een machine te beproeven met een kamtanding Het doorvoeren van de officiële perforatie Zodra Archer afbetaald was werd door de belastingdienst een aantal tandingsmachines besteld met tanding 16, waarin slechts één vel bewerkt kon worden, vanaf februari 1854 waren geperforeerde 1p. zegels verkrijgbaar en vanaf april 1854 geperforeerde zegels van 2p. In de praktijk bleek dat de met tanding 16 geperforeerde vellen té gemakkelijk in stukken scheurden; einde 1854 werd besloten de tanding te veranderen in 14, waarvan de eerste lp. zegels in januari 1855 verschenen en de 2p. zegels in maart Aangezien de "pennen" en de "gaten platen" pas van tanding 16 naar tanding 14 gewisseld waren, kwamen beide tandingen dus geruime tijd naast elkaar voor. De tanding 14 is in gebruik gebleven zolang Perkins, Bacon & Co. de zegels drukten, maar in 1857 is een aantal vellen van de lp. en 2p. zegels met tanding 16 uitgegeven. De verklaring ligt hierin dat in Somerset House een voorraad "pennen" en "gaten platen" werd aangehouden, waarin een stel voor tanding 16 was achtergebleven. Dit stel is, zonder dat iemand het heeft gemerkt, bij een vervanging in een machine geplaatst. De ongelijke maat van de vellen zegels (door vochtinwerking) baarde toch nogal wat zorgen. De machines konden van verschillende frames worden voorzien, die aangepast waren aan de drukspiegel. Later werd een verstelbaar frame op alle machines gemonteerd, waardoor de productie opliep tot geperforeerd vellen per dag. Niettegenstaande alle maatregelen zijn er zodanig slordig geperforeerde vellen bekend, dat de zegels soms geheel gemutileerd zijn. 31. De toevoeging van kruizen enz. aan de 4 zijden van de platen. Om het perforeren van de vellen te vergemakkelijken graveerde Perkins, Bacon & Co een kruisje boven de reeds eerder toegevoegde punt in het midden aan de bovenzijden ondersteboven links van de verticale lijn aan de onderzijde van de platen nos. 718/193, 202/204 en 1/4 (die II), alsmede R 14. Pagina 46 Penny Black Special Britannia News
47 Later werd bovenaan nog een lijn links van het kruisje gegraveerd in de platen nos. 194/201 en vanaf plaat 5 (die II), en R15 en R16. Plaat 4 van de 2p. zegels had hetzelfde randschrift als de platen 1/3, maar toen de perforatie in gebruik kwam werd op plaat 4 - zoals boven omschreven -bovenaan en onderaan een kruisje en een lijn gegraveerd. Tevens werd een waaier in de kantlijn in het midden van beide zijden ingegraveerd, om aan te geven waar het vel in twee gelijke delen van ( 1 verdeeld moest worden). Tegelijkertijd werd het eerste deel van het randschrift dat op de prijs betrekking had veranderd in: PRICE 2 d. Per Label. 2.s Per Row of 12. ( 1 Per Sheet. Plaat 4 bestaat hierdoor in twee uitvoeringen. Alle later gemaakte 2p. platen hadden hetzelfde aangepaste randschrift, met kruisjes lijnen en waaiers. 32. De "reserve" platen In september 1851 besloot de belastingdienst om in het bureau (Somerset House) de originele (die I), een rolmatrijs en een aantal reserve platen te bewaren, om hiermede, in geval van nood, de levering van postzegels veilig te stellen. Er zijn 20 reserve platen gemaakt: 14 stuks van die I, en 6 stuks van de bijgewerkte matrijs (die II). Ter onderscheiding van de andere platen werd vóór het plaatnummer een hoofd!etter R in de plaat gegraveerd. 33. Fraude gepleegd door het samenstellen van delen van postzegels In augustus 1852 werd aan de postautoriteiten een aantal enveloppen gestuurd met ongebruikte zegels erop, waarvan de afzender meende dat deze samengesteld waren uit delen van zegels die eerder gebruikt waren maar niet door een stempel waren geraakt. Bij een controle bleek dat van ca gebruikte postzegels er 2 op deze wijze uit delen bestonden. Naar aanleiding van deze fraude suggereerde de directeur van het London District Post Office om in de vier hoeken van de 2 paren letters diagonaal tegenover elkaar te plaatsen; Mr. Bacon deed ook het idee aan de hand stempels te maken in de vorm van een X zodat de gehele zegel gestempeld zou worden. Jaren later zou de eerste suggestie doorgevoerd worden 34. Het drukken van postzegels met niet-geharde platen Het kwam regelmatig voor dat hele platen afgekeurd werden omdat één of twee zegelbeelden té sterk gesleten waren. Het repareren van de geharde platen was vrij moeilijk. Perkins, Bacon & Co. voerden begin 1854 een proef uit: er werden postzegels gedrukt van enkele niet-geharde platen met de bedoeling deze platen regelmatig op gemakkelijke wijze te kunnen repareren. De slijtage was echter dermate groot, dat deze methode niet werd doorgevoerd. Het is zeker dat toen plaat 176 geheel bijgewerkt is (en waarschijnlijk gehard), vermoedelijk is plaat 155 op dezelfde manier nabewerkt. Het is mogelijk dat in de periode maart/mei 1854 nog meer platen op deze wijze behandeld zijn. 35. De bijgewerkte matrijs (die II) voor de 1p. postzegels Omstreeks 1854 werd het duidelijk dat de slijtagebestendigheid van de platen voortdurend terugliep. De reden hiervoor lag in een steeds verder gaande slijtage van de originele matrijs die doorlopend gebruikt werd om er nieuwe rolmatrijzen van te maken voor nieuw te maken platen; de diepte van de graveerlijnen van die I en daardoor van de platen werd steeds geringer. Britannia News Penny Black Special Pagina 47
48 Een tweede vlakke matrijs werd gemaakt, de 2 proefdrukken hiervan bleken echter een beeld te geven dat dermate sterk afweek van de bekende 1p. zegel dat de matrijs werd afgekeurd. Een derde matrijs werd gereed gemaakt als volgt: Van de originele matrijs werd een afdruk, gemaakt op een rolmatrijs en hiervan werd weer een afdruk op een vlak stuk staal gemaakt. De graveur Humphrys verdiepte de lijnen van het portret van de koningin, hierdoor ontstond een aantal minieme verschillen met de oorspronkelijke matrijs. (uitvoerig omschreven in o.a. de S.G. Queen Victoria catalogus). In de nieuwe matrijs (die II) werd op normaie wijze "NEW" en,,3" gegraveerd (in proefdrukken komen deze dus in spiegeischrift voor). Van deze matrijs werden direct 5 kopieën gemaakt waardoor, zoals Perkins, Bacon & Co stelde, de 1p zegels voor eeuwen identiek zouden blijven. De platen die met behulp van die II gemaakt werden kregen nieuwe nummers van 1 af, behalve de reserve platen waarvan de nummering van die I voortgezet werd. 36. Het roesten van de platen In februari 1855 ontdekten de drukkers dat de platen op onbegrijpelijke wijze sterk roestten. De fabrikant van de drukinkt deelde desgevraagd mede dat de samenstelling van de drukinkt niet was gewijzigd, maar hij meende dat het waarschijnlijk kwam door de aluin in het papier. Volgens hem zou het roesten sterk verminderen als de dekens die in persen gebruikt werden 2 of 3 maal per dag vervangen zouden worden in plaats van 1 maal in vele dagen, ook zou wat soda opgelost moeten worden in het water waarin de vellen gekweekt werden. Aangezien later geen last meer van roestvorming ondervonden werd is dit adviés kennelijk opgevolgd. 37. Proeven met het machinaal drukken van postzegels In de lente van 1855 kocht Perkins, Bacon &.Co. een octrooi voor het machinaal drukken met stoomkracht van de postzegels in plaats van met de hand. De drukkerij verzocht en verkreeg toestemming om op haar kosten met een niet geregistreerde plaat proeven te nemen met de nieuwe machine; de aanwezigheid van een belastinginspecteur was inbegrepen in de kosten. De hiervoor later ingediende rekening bedroeg ,0 voor 674 manuren. Bij de eerste serie proeven bleek de machine niet aan de verwachtingen te voldoen. Nadat de machine gewijzigd was werden weer proeven gedaan die ook geen succes bleken te zijn. Perkins, Bacon & Co. besloot toen het drukken met de hand voort te zetten. 38. Papier met het watermerk "grote kroon" In januari 1854 werd besloten over te gaan op het gebruik van papier met het watermerk grote kroon (large crown). Het tot nu toe gebruikte watermerk kleine kroon bestond uit 240 uit de hand gebogen vormpjes van koperdraad die met dun koperdraad op een mal werden bevestigd. Het nieuwe watermerk werd op dezelfde wijze in het papier aangebracht, maar de kroontjes waren nu uit messingplaat geperst met behulp van een matrijs, dit bracht een veel grotere gelijkvormigheid met zich mee. De losse kroontjes werden in de papierfabriek bewaard door een controleur van de belastingen, die ze ter beschikking stelde bij reparaties aan de mallen of voor het maken van nieuwe. Door beschadiging hebben in eenzelfde vel twee watermerken een afwijkende vorm gekregen: dit zijn de volgende lettercombinaties van de 1p. zegels (een aantal platen met hoeksterren, een aantal platen tussen nos. 72 en 96 met 4 hoekletters) en van de 2p. waarde plaat 9: MA en NA (bij normaal bedrukte vellen), ML en NL {bij op de keerzijde bedrukte vellen), HL en IL (bij ondersteboven bedrukte vellen), en HA en IA (bij op de keerzijde ondersteboven bedrukte vellen). Pagina 48 Penny Black Special Britannia News
49 Ook zijn nog beschadigde watermerken gevonden van de 1p. zegels TA die II (met 2 hoeksterren, alfabetten III en IV), alsmede TJ van de platen 116, 118 en 134 (met 4 hoekletters). 39. Proefnemingen met het graveren van de hoekletters In juni 1856 werd door Perkins, Bacon & Co. geëxperimenteerd met het graveren van de hoekletters in de plaat in plaats van het inslaan van de letters met slagletters. De letters werden met de hand gegraveerd,waardoor de vorm van de letters onderling verschilt. Twee platen werden zo uitgevoerd en geregistreerd als nos 50 en 51. De proefnemingen waren geen succes, de wijze van aanbrengen van de letters werd niet doorgevoerd. 40. Het vervangen van de hoeksterren door letters In januari 1857 gaf Perkins, Bacon & Co. prijzen op voor het veranderen van een aantal rolmatrijzen, waarvan de sterren in de bovenhoeken verwijderd zouden worden, zodat ruimte zou ontstaan voor twee letters, en waarin voor elke te maken plaat een ander nummer zou worden gegraveerd. Er is een proef bekend, gemaakt met een als bovenomschreven bijgewerkte rolmatrijs van die I, gedrukt op papier met - kopstaand -watermerk grote kroon, in de rode kleur. 41. De nieuwe matrijs voor de 2p. zegels Aangezien de matrijs voor de 2p. zegels dezelfde slijtage begon te vertonen als die I van de lp. zegels werd besloten een nieuwe matrijs voor de hogere waarde te maken. Van de lp. die II werd een rolmatrijs gemaakt waar de waardeaanduiding uit werd verwijderd. In een afdruk hiervan op een vlak stukje werd in de lege ruimte de waardeaanduiding TWO PENCE gegraveerd, de matrijs was voorzien van hoeksterren. Bovenaan werd in twee regels gegraveerd N EW DJ E -J, en onderaan 34 in direct schrift, dat op een afdruk in spiegelschrift verschijnt. Van deze matrijs zijn (zonder de witte strepen onder POSTAGEen boven TWO PENCE) een aantal proefdrukken op verschillende papiersoorten en in 12 kleuren bekend. Van de nieuwe matrijs werd een rolmatrijs gemaakt met 6 afdrukken erop. De hoeksterren werden van alle afdrukken verwijderd en de plaatnummers 7, 8, 9, 10, 11 en 12 langs de zijden ingegraveerd. De nummering van de platen van de nieuwe matrijs liep door (anders dan die bij II van de lp. waarde). In een circulaire aan de directeuren van alle postkantoren werd de aandacht gevestigd op de wijziging in de hoekletters, er moest speciaal op gelet worden dat bij verdenking van fraude de diagonaal tegenover elkaar staande letters dezelfde waren. 42. Plaat 65 Het perforeren van de vellen van plaat 65 bleek vrijwel onmogelijk te zijn, omdat de beeldjes van deze plaat té scheef stonden. De plaat is hierdoor slechts kort in gebruik geweest. 43. Het gebruik van de reserve platen R15, R16 en R17 Nadat de aanmaak van platen met 4 hoekletters was goedgekeurd en begonnen, bleek dat niet voldoende nieuwe en oude platen beschikbaar waren om aan de vraag te kunnen voldoen. Uit de voorraad reserve platen werden toen de platen R15 en R16 (beide alfabet II) en R17 (alfabet III) genomen voor het drukken van de 1p. zegels. Van de eerste twee platen moesten de perforeermerken worden aangepast, R 17 was al van de nieuwste merken voorzien. Britannia News Penny Black Special Pagina 49
50 44. De eerste platen van de lp. zegels met 4 hoekletters Met een rolmatrijs met 7 afdrukken erop, genummerd 69/75 werden de eerste 7 platen van de "numerals" (platen met plaatnummers) gemaakt. De platen nos. 69, 70, 75, en 77 zijn nooit gekeurd of geregistreerd geweest. Van plaat 69 stonden de zegelbeelden zó scheef ten opzichte van elkaar dat de vellen niet geperforeerd konden worden en de plaat afgekeurd werd. Er zijn vellen als proef geperforeerd, hiervan kunnen eventueel nog exemplaren gevonden worden. Ook plaat 70 was dermate slecht gemaakt dat deze afgekeurd werd, overigens zat er een beschadiging in het oppervlak van de plaat. Zegels van de plaat kunnen wellicht gevonden worden omdat vermoedelijk een aantal aan amateurs is uitgedeeld. Voor plaat 75 geldt hetzelfde: De stand van de zegelbeelden maakte perforatie onmogelijk. Van de genoemde platen zijn geen exemplaren bekend. Plaat 77 is ook afgekeurd vanwege de slechte plaatsing van de zegelbeelden onderling waardoor perforatie veel moeilijkheden opleverde. Van deze plaat zijn 4 ongebruikte en twee gebruikte exemplaren bekend, hetgeen aanleiding geeft tot de veronderstelling dat tenminste één vel geperforeerd is en wellicht bij de gewone voorraad terecht is gekomen, of later op andere wijze gebruikt is. 45. Toevoeging van plaat- en volgnummers van de platen Beginnend met plaat 98 van de lp. waarde werd het plaatnummer op de hoeken van de plaat in een cirkel geplaatst, en werd het volgnummer van de plaat geplaatst links bovenaan en rechts onderaan tegenover de spatie tussen de le en de 2e zegel. Het verschil tussen volgnummer en plaatnummer vindt zijn oorzaak in het feit dat de drukkers ook anderde officieële zegels drukten van platen die doorlopend genummerd werden in het plaatnummerboek van de firma, een deel van de doorlopende volgnummering had dus slechts betrekking op de postzegelplaten. Bij de 2p. waarde was plaat 12 de eerste plaat waarbij bovenomschreven verandering werd doorgevoerd (plaatnummer 12, volgnummer 123). Deze wijze van aangeven van plaat- en volgnummer werd tot het einde van het contract van Perkins, Bacon & Co. voortgezet voor de lp. en 2p. waarden. 46. De zgn. herdruk van de 1p. in zwart Enige jongere leden van de koninklijke familie waren begonnen met het verzamelen van postzegels. Ze gaven te kennen gaarne wat "penny black" te willen bezitten, deze waren echter niet meer voorradig. Op papier met watermerk grote kroon (kopstaand) werden in september 1865 van plaat 66 vier vellen in zwarte kleur gedrukt, deze vellen werden niet geperforeerd. Tegelijkertijd werden echter van dezelfde plaat ook enige vellen gedrukt in karmijnroze, het watermerk hiervan stond echter normaal, de vellen werden ook niet geperforeerd. Laatstgenoemde zegels zijn echte herdrukken, de zwarte lp. zegels van deze plaat zijn dat uiteraard niet. 47. Firmanamen op postzegels In 1859 kreeg de Oxford Union Society toestemming om de initialen op de voorzijde van lp. Zegels in rode kleur te drukken (O.U.S. tussen twee golflijnen); er zijn twee uitvoeringen: De normale waarbij de letters naar boven worden gelezen, de andere andersom. In 1869 werd de toestemming zodanig gewijzigd dat deze letters alleen op de achterzijde gedrukt mochten worden. Na 1867 werden door Perkins, Bacon & Co diverse firmanamen op de achterzijde van gehele vellen zegels gedrukt tegen het volgende tarief: Pagina 50 Penny Black Special Britannia News
51 drukplaat kostte 5, het drukken 5 sh. (later 10 sh.) per 100 vellen tot 200 vellen, en 5 sh. voor elke 100 vellen meer. Dit werk werd verricht voor: J & C Boyd, Messrs. W. H. Smith & Son, en Messrs Copestake, Moore & Crampton (1867), de Oxford Union Society (1870), en de Eastern Railway Company (1873). Het doel van dit drukwerk was het tegengaan van diefstal: de zegels konden niet meer bij een postkantoor tegen geld worden ingewisseld. Aan dit drukwerk kwam een einde toen Sloper & Co. De firmaperforatie van postzegels octrooieerde. 48. Proefvellen van de 1p. en 2p. waarden voor de tentoonstelling in Parijs Ten behoeve van de Parijse tentoonstelling in 1867 leverde Perkins, Bacon & Co. 4 proefvellen: een in zwart en een in rood van de lp. waarde plaat 103, en een in blauwen een in zwart van de 2p. waarde plaat 9, gedrukt op zacht wit papier. Van de eerstgenoemde drie vellen werden blokken van 20 tentoongesteld. De 2p. zwart werd niet geëxposeerd omdat deze waarde in deze kleur nooit was uitgegeven. 49. Experimenten met nieuwe blauwe kleuren voor de 2p. waarde In 1867 klaagden de posterijen bij Perkins, Bacon & Co. over de te sterke bestendigheid van de blauwe kleur tegen chemicaliën waarmee de stempels verwijderd konden worden. Er werden vele proeven genomen met blauwe inktsoorten van verschillende samenstellingen waarbij gebruikt gemaakt werd van een vlakke plaat met één afdruk van een rolmatrijs van de lp. plaat 75 (afgekeurde plaat). Men besloot ultramarijn aan de drukinkt toe te voegen, hetgeen volgens de drukkers zou resulteren in een tot de helft verminderde standtijd van platen en een duurdere drukinkt. 50. Platen 10 en 11 van de 2p. waarde Tijdens het gebruik werden een aantal platen gerepareerd nl. platen 1, 5, 30, 40, 77 (die I). De platen 10 en 11 van de 2p. waarde zijn wel gemaakt maar werden afgekeurd vermoedelijk vanwege de ongelijke plaatsing van de zegelbeelden ten opzichte van elkaar. 51. Reparaties aan lp. en 2p. platen In het begin van 1868 was het aantal platen beschikbaar voor het drukken zó klein geworden dat als noodmaatregel besloten werd een aantal platen te repareren omdat dit aanzienlijk minder tijd vergde dan het maken van nieuwe platen. De volgende platen werden door middel van "reentering" gerepareerd: lp. waarde: 13 stuks plaat 72, 67 stuks plaat 73, 3 stuks plaat 80, 49 stuks plaat 81, 87 stuks plaat 85, 3 stuks plaat 90, 28 stuks plaat 100. (die II) 2p Plaat 7 2p. waarde: 49 stuks plaat 9. Kort hierop werden in 2 maanden tijd 11 nieuwe platen gemaakt en geregistreerd (nos 108/118), deze platen werden op de dag van registratie in de persen aangebracht. Britannia News Penny Black Special Pagina 51
52 52. Platen 113 en 114 Toen in maart 1868 plaat 113 gekeurd werd door de posterijen, bleek dat deze afgekeurd diende te worden. De drukkers tekenden verzet aan: de afwijking van de lengte van de rijen onderling bedroeg 1/24" (1,07 mm), over de gehele plaat gemeten zou dit dus 1/480" (0,053 mm) per rij bedragen mits de totale afwijking gelijk over de plaat verdeeld zou zijn hetgeen ze betwijfelden. De drukkers meenden dat zelfs in dat geval het perforeren toch wel goed mogelijk was. De posterijen hadden ook klachten over plaat 114: de maximale afwijking in de lengte van de rijen onderling bedroeg 1/32" (0,8 mm), dit werd echter wel acceptabel geacht. Na de tweede keuring door de posterijen van plaat 113 werd deze alsnog goedgekeurd. Bij de keuring werd de hoop uitgesproken dat de volgende platen wat nauwkeuriger gemaakt zouden worden! 53. Platen 126 en 128 Deze beide platen zijn om onbekende redenen nooit geheel gereed gekomen, en er zijn dan ook nnooit postzegels van gedrukt. Soms werden zegels van deze platen ontdekt ; deze zegels hebben echter nooit bestaan. Na plaat 128 werden tot plaat 225 geen platen meer afgekeurd. 54. Platen 13, 14, en 15 van de 2p. waarde In oktober 1867 werd een nieuwe rolmatrijs gemaakt voor de 2p. postzegels, met 6 indrukken erop die voorzien werden van de plaatnummers 13/18. De lijnen onder "POSTAGE" en boven " TWO PENCE" zijn dunner dan de lijnen op de platen 7, 8, 9 en 12, omdat ze apart werden aangebracht. Van de platen 13 en 15 zijn ongetande proeven bekend op afwijkend papier en met verschillende kleuren. Plaat 15 was in gebruik toen het contract met Perkins, Bacon & Co. afliep, de platen 16/18 zijn nooit gemaakt. 2p Plaat Ongetande 1p. zegels met 4 hoekletters Door onachtzaamheid bij het bedienen van de perforeermachines, kwam het af en toe voor dat vellen zegels niet geperforeerd werden, maar wel naar de postkantoren verzonden werden. In de loop der jaren zijn ongetande exemplaren gevonden van zegels van de volgende platen: 86, 90, 92, 100, 102, 103, 107, 108, 114, 117, 120, 121, 136, 148, 158, 162 en 171. Van de platen 146 en 191 zijn ongetande zegels bekend met proefafstempelingen, van enkele platen zijn ongetande zegels bekend op afwijkend papier en in andere kleuren. 56. De laatste plaat van de 1p. waarde De laatste rolmatrijs voor de 1p. waarde bevatte 7 afdrukken: de plaatnummers 226/232. De laatste 4 platen die gemaakt werden waren nos. 225/228 met volgnos. 268/271, van deze platen is alleen plaat 225 geregistreerd. Zegels werden ervan gedrukt van 27 oktober 1879 tot 3 december 1879 (afloop van het contract met Perkins, Bacon & Co.), dit verklaart de betrekkelijke schaarste. Pagina 52 Penny Black Special Britannia News
53 57. Proeven met papier bewerkt met het Perkins procédé In 1871 werden proeven genomen met papier dat bewerkt was volgens de methode uitgevonden door dr. Perkins: als de hierop gedrukte zegels met zuren of oplosmiddelen bewerkt werden zou dit direct en afdoende zichtbaar worden. Het op deze wijze behandelde papier kreeg een groenige tint. Er zijn gegomde proefdrukken op dit papier bekend van de 1p. rood plaat 121 resp. ongetand, ongetand met opdruk specimen, en getand 14, en van de 2p. blauw plaat 13 ongetand en getand 14 met overdruk specimen. 58. Proefvellen voor de Annual International Exhibition in South Kensington in 1872 In februari 1872 verzocht Perkins, Bacon & Co. toestemming om één vel elk te mogen drukken op speciaal papier en te mogen exposeren op bovengenoemde tentoonstelling van de 1/2p., de 1p., de 1 1/2p. en de 2p. waarden in de normale kleuren, en van de 1p. plaat 27 zwart omdat van deze plaat meer dan een millioen vellen gedrukt waren. De toestemming werd gegeven mits naderhand de vellen bij de posterijen ingeleverd zouden worden, of als de nominale waarde ervoor betaald werd. De vellen werden ingeleverd behalve het vel van de 1p. zwart dat Perkins, Bacon & Co. gaarne als curiositeit wilde behouden. Dit vel was in 1920 nog steed in het bezit van de firma en is diverse malen tentoongesteld. De andere vellen zijn zonder twijfel door de posterijen vernietigd. 59. Vervalsingen van de 1p. zegels Vanaf september 1840 toen de 1p. zegels nog maar enige maanden in gebruik waren, tot 1852 is sprake geweest van nagemaakte zegels. Het merendeel was van dermate slechte kwaliteit, dat het niet moeilijk was de falsificaties te herkennen. De drukkers hebben nooit veranderingen behoeven aan te brengen in druktechniek of drukinkt om aan de vervalsingen het hoofd te bieden. 60. Imitatie van de 1p. waarde De postfunctionarissen waren dikwijls bang dat de lp. en 2p. zegels eens dusdanig goed nagemaakt zouden worden dat het niet meer opgemerkt zou worden. Om een en ander na te gaan werd in november 1856 aan een zeer goede graveur opdracht gegeven een imitatie van de lp. Zegel te maken. Het resultaat was van dien aard dat een expert onmiddellijk kon vaststellen dat het om een imitatie ging, maar een leek die er niet op verdacht was zou de imitatie bepaald niet als zodanig herkennen. Gezien de kosten voor het maken van de imitatie en de resultaten ervan besloten de autoriteiten geen veranderingen in het ontwerp of de druktechniek van de lp. en de 2p. zegels door te voeren. 61. De matrijs voor de 1 1/2 p. waarde Nadat diverse ontwerpen gemaakt waren werd men het eens en werd een matrijs gemaakt als volgt: Van de vlakke lp. die II matrijs werd een rolmatrijs gemaakt. De hoeksterren en de woorden POSTAGE en ONE PENCE werden verwijderd en een ruimte voor het aanbrengen van de hartvormige band om de afbeelding van de koningin werd vrijgemaakt. Daarna werd een afdruk gemaakt op een vlak stuk staal, waarna de woorden POSTAGE THREE HALFPENCE uit de hand in de band werden gegraveerd; de vrij gebleven plaatsen waar de woorden POSTAGE en ONE PENCE hadden gestaan werden met een uit de hand Britannia News Penny Black Special Pagina 53
54 gegraveerde achtergrond gevuld. Nadat één proefdruk was gemaakt werd besloten de lege ruimten in de band op te vullen met fijne lijntjes. Na harding was de matrijs in maart 1860 gereed om platen mee te maken. Op verschillende soorten papier zijn vele proefdrukken in diverse kleuren gemaakt. 62. De eerste plaat voor de 1 1/2p. postzegel Deze plaat was qua opzet en verdeling van de zegels over de plaat gelijk aan die van de 1 p. en 2p. waarden. Ook het randschrift -afgezien van de prijs -alsmede de perforatie- en verdeelmerken waren identiek. In de vier hoeken van de plaat werd een " 1" gegraveerd. Een fout is gemaakt bij het aanbrengen van de linkerbovenhoekletter van de derde zegel van de 16e rij (PC): hier is een 0 ingeslagen in plaats van een C. 63. De 1 1/2 p. postzegels plaat Het imprimatur sheet van de eerste plaat van de 1 1/2p. waarde vertoont een erg blauwe kleur, veroorzaakt door de voor deze zegels gekozen kleur (zg. mauve-pink) de blauw-kleuring van de vellen is erg ongelijkmatig. Er werden vellen gedrukt als volgt: 1 stuks imprimatur sheet (ongetand), 1 stuks voor de tentoonstelling in Parijs ( 1867, slechts een blok van 20 zegels werd geëxposeerd), 1036 stuks werden verzonden aan de poskantoren, verzamelaars enz., en 8962 vellen werden vernietigd (1867). 64. De uitgave van de 1 1/2 p. waarde in 1870 In 1870 werd het posttarief voor kranten, drukwerk en monsters verlaagd, waardoor het opnieuw nodig bleek 1 1/2P. zegel in omloop te brengen. De kleur werd veranders in "Iake-red", de zegels werden gedrukt tot in 1879 het contract met Perkins, Bacon & Co. afliep. 65. De platen van de 1 1/2 p. postzegels Van 1860 tot 1874 was de eerste plaat van de 1 1/2p. waarde in gebruik. In september 1874 werd een nieuwe rolmatrijs gemaakt met 4 indrukken erop, in elke afdruk werd het nummer 2, 3, 4 of 5 gegraveerd. Plaat 2 schijnt gemaakt te zijn, maar werd afgekeurd wegens de scheve stand van de zegels onderling. Plaat 3 (volgno. 193) werd gemaakt en goedgekeurd. Deze plaat had hetzelfde randschrift en de andere inscripties als plaat 1, maar het plaatnummer was in een cirkel geplaatst, en het volgnummer van de plaat was toegevoegd. 66. Watermerk en perforatie van de 1 1/2 p. postzegels De 1 1/2p. zegels werden gedrukt op papier met watermerk grote kroon, de vellen werden met tanding 14 geperforeerd op Somerset House. Van beide platen 1 en 3 zijn ongeperforeerd paren bekend. Proefdrukken zijn gemaakt op het met Perkins methode behandelde papier van plaat 1; deze vellen zijn wel gegomd maar niet getand. Pagina 54 Penny Black Special Britannia News
55 67. de 1/2p. waarde De in 1870 doorgevoerde wijziging van de posttarieven maakte het ook noodzakelijk een 1/2p.zegel verkrijgbaar te stellen. Einde april 1870 werd Perkins, Bacon & Co. gevraagd een prijs op te geven voor de levering van 1/2p. postzegels, waarbij o.a. het volgende werd geëist: de hoogte van de zegels mag maximaal 2/3e deel van de hoogte van de 1p. zegels zijn, de breedte moet gelijk zijn aan die van de 1p. zegels; de groene kleur mag niet bestendig zijn tegen behandeling met chemicaliën;-de achtergrond moet lichter zijn dan die van de 1p. zegels; het papier, waarvan de levering al dan niet deel zal uitmaken van het contract -moet zo dun en zacht mogelijk zijn; per vel moeten 480 zegels gedrukt worden; van het watermerk moet een deel op elke zegel zichtbaar zijn; per week zullen ongeveer 4 miljoen zegels gedrukt moeten worden, er zal een beginvoorraad van 25 weken, dus stuks aangemaakt moeten worden. Er bestaan talrijke tekeningen waaruit de ontwikkeling van het ontwerp blijk. Toen het ontwerp en de prijs goedgekeurd waren, werd met Perkins, Bacon & Co. een contract afgesloten dat in 1879 afliep. 68. De matrijs voor de 1/2p. waarde Om te bereiken dat de achtergrond van de nieuwe 1/2p. postzegels lichter werd dan die van de 1p. en 2p. waarden, besloot Perkins, Bacon & Co. de achtergrond uit te voeren als negatief van die van laatstgenoemde waarden (wat dus bij de 1p. en 2p. zegels gekleurd is zou bij de 1/2p. zegels wit blijven en andersom). Van de rolmatrijs met de "standaard" achtergrond werd weer een rolmatrijs gemaakt, waaruit de grootte van de benodigde achtergrond werd vrijgemaakt van de rest, hierbinnen werd een cirkelvormige ruimte voor het portret van de koningin vrijgemaakt en ornamenten werden in de hoeken gegraveerd. Van deze rolmatrijs werd een afdruk gemaakt op een vlak stuk staal, dat de nieuwe matrijs voor de 1/2p. waarde werd. Nadat het portret van de koningin in de matrijs gegraveerd was werden door Perkins, Bacon & Co. de waarde aanduiding en de hoeken gegraveerd, waarna de matrijs gehard werd. Van de matrijs zijn proefdrukken bekend op verschillende soorten papier in meerdere kleuren. 69. De platen voor de 1/2 p. postzegels Nadat op 31 mei 1870 de matrijs voor de 1/2p. waarde gehard was, werd de eerste rolmatrijs ervan gemaakt met de indrukken voor de platen nos. 1/4. Het randschrift van de nieuwe platen luidde: "PRICE 1/2d. Per Lab 1.1/- Per Row of 24. fl Per Sheet. Place the Labels ABOVE and at the RIGHT HAND SIDE of the Address: In Wetting the Back be careful not to remove the Cement! Dit werd in een stalen plaat gegraveerd en overgebracht op twee rolmatrijzen. Het plaatnummer werd in de 4 hoeken van de plaat in een cirkel geplaatst en het volgnummer boven de 7e zegel van de bovenste rij onder de 7e zegel van de onderste rij geteld van rechts af. Een waaier werd gegraveerd bovenaan en onderaan de plaat; de punt wees naar de spatie Britannia News Penny Black Special Pagina 55
56 tussen de 12e en de 13e zegel om aan te geven waar het vel in twee gelijke delen gesplitst kon worden. De perforeermerken bestonden uit kruisen links en rechts in de plaat gegraveerd naast de spatie tussen de 10e en de 11e rij, lijnen waren onder het linkse en boven het rechtse kruis aangebracht. De platen bevatten 480 zegels in 20 horizontale rijen van 24 stuks elk. De met de hand ingeslagen hoekletters liepen in de bovenste rij -onderaan de zegels -van AA tot AX, in de linkerkolom liepen ze -ook onderaan de zegels -van AA tot TA, de zegel rechts onderin het vel droeg zodoende de hoekletters TX. Plaat 1, volgno. 171, kwam op 20 juni 1870 klaar en werd goedgekeurd en in de pers gezet op dezelfde dag. Aangezien de stalen kist waarin deze plaat -groter dan de platen van de lp., de 1 1/2p. en de 2p. waarden gehard moest worden nog niet gereed was, werd de plaat ongehard gebruikt, er zijn daarom betrekkelijk weinig vellen van gedrukt. Nadat van plaat 2 al 232 zegelbeelden ingerold waren bleek dat de plaat voor gebruik ongeschikt zou zijn, de plaat is nooit afgemaakt. Plaat 3, volgno. 173 was 27 juni 1870 klaar en werd ook goedgekeurd en in een pers aangebracht op dezelfde dag. Ook deze plaat werd niet gehard om dezelfde reden als gegeven voor plaat 1; er werden eveneens betrekkelijk weinig vellen gedrukt. Perkins, Bacon & Co. konden niet wachten op het gereed komen van de kist voor het harden van deze platen omdat volgens het contract vóór 24 september miljoen zegels geleverd moesten worden. Vanaf plaat 4 zijn alle platen normaal gehard. De platen 7, 16, 17 en 18 zijn nooit gereed gekomen omdat in alle 4 gevallen de betreffende rolmatrijzen beschadigd werden tijdens het maken van de platen. De laatste gebruikte plaat 20, volgno. 249 werd gemaakt met een rolmatrijs met 8 beelden voor de platen 19/26. Plaat 21, volgno. 272, kwam in december 1879 gereed, maar is nooit geregistreerd in verband met het beëindigen van het contract met Perkins, Bacon & Co. Een onderdeel van het contract was het leveren van diverse reserve matrijzen en een reserve plaat van de 1/2p. waarde. Dit was plaat 9, volgno. 178, die afgeleverd werd op Somerset House. Deze plaat is heel kort in gebruik geweest toen plotseling veel 1/2p. zegels nodig waren. Nadat de voorraad weer op peil was gebracht werd de plaat weer naar Somerset teruggebracht, dit verklaart de zeldzaamheid van de zegels van plaat De kleur van de 1/2p. waarde De kleur van de 1/2p. krantenzegel zou aanvankelijk lichtgroen worden. Vele proeven zijn bekend -ook genomen met andere door Perkins, Bacon & Co. aan derden geleverde zegels -van de achtergrond, en van de matrijs van de 1 1/2p. zegel in groene en oranje kleuren. Nadat bleek dat de groene kleur sterk bestendig was tegen behandeling met chemicaliën werd besloten ze te drukken in de bekende rode kleur. 71. Het watermerk van de 1/2p. waarde Op grond van de bepaling in het contract inzake het watermerk, diende in elke zegel een (deel van het) watermerk zichtbaar te zijn. Aangezien het niet mogelijk bleek elke zegel van eenzelfde watermerk te voorzien, werd besloten één watermerk per drie zegels te maken in de vorm van het woord "halfpenny", per vel 160 maal (20 horizontale rijen met elk 8 watermerken). In de beide kantlijnen werd in het midden van het vel nog toegevoegd: "Postage Stamps". Pagina 56 Penny Black Special Britannia News
57 De watermerken werden uit messing plaat geperst en met koperdraad op de watermerkmal bevestigd. Gedurende de 10 jaren dat de 1/2p. waarde door Perkins, Bacon & Co. werd gedrukt, waren meerdere van deze mallen in gebruik genummerd van 1 tot Het gommen en perforeren van de 1/2p postzegels De 1/2p. krantenzegels werden van een dubbele laag gom voorzien. Afhankelijk van de wijze waarop de vellen in de perforeermachine werden gelegd bleef één kantlijn ongetand: de linkerzijde van de eerste kolom, of de rechterzijde van de laatste kolom. Evenals bij andere line-engraved waarden zijn ook van de 1/2P. Waarde ongetande zegels gevonden (platen 1, 4, 5, 6, 8 en 14). Ook zijn zegels bekend die midden in een geperforeerd vel ongetand zijn gebleven. 73. Experimenten met de kleuren van de line-engraved waarden Naar aanleiding van een lange reeks klachten van de posterijen werden door Perkins, Bacon & Co. een aantal proeven gedaan met de drukinkt van alle door de firma gedrukt line-engraved waarden. De reeks klachten was niet gering: de gebruikte drukinkten waren té bestendig tegen behandeling van de postzegels met chemicaliën ter verwijdering van de poststempels; de inkt werd van de vellen geveegd tijdens de verdere bewerkingen; de kleuren waren zó donker dat de datum van het poststempel moeilijk zichtbaar was; het oppervlak van de zegels was niet zo glad en glimmend als dat van de hogere waarden (gedrukt door De La Rue); de dikte van de gomlaag was bezwaarlijk. Van de proefnemingen zijn een aantal proefvellen van de 1/2p., de lp., en de 2p. waarden bekend. 74. De beëindiging van het contract voor de levering van lineengraved postzegels Einde 1878 lieten de posterijen Perkins, Bacon & Co. weten dat men niet tevreden was met het resultaat van de uitgevoerde experimenten en dat het contract voor de levering van 1p., 1 1/2p., en 2p. waarden 6 maanden nadien zou aflopen; het contract voor de levering van 1/2P. postzegels zou 12 maanden later beëindigd worden. In een poging te redden wat er te redden viel sloot Perkins, Bacon & Co. bij het antwoord op de brief een aantal proeven in van "surface-printed" en van koperen platen gedrukte postzegels in. 75. Prijsopgave voor de levering van Surface-Printed postzegels In 1879 schreef Perkins, Bacon & Co. in op de levering van 1p. surface-printed postzegels. Bij deze inschrijving werd een aantal proefdrukken ingediend van door hen gemaakte ontwerpen voor dit zegel op verschillende soorten papier en in meerdere kleuren. De uitvoerige vergelijking van de ingediende prijsopgaven viel voor Perkins, Bacon & Co. Ongunstig uit: het contract werd gegund aan Messrs T. De La Rue & Co. Hiermede kwam een einde aan de levering van 1p. line-engraved postzegels aan de Engelse posterijen door Perkins, Bacon & Co. over een periode van 40 jaar. Britannia News Penny Black Special Pagina 57
58 76. Proefnemingen met andere kleuren voor de 1/2p. 1 1/2p. en 2p. waarden In juni 1879 werd Perkins, Bacon & Co. mede gedeeld dat de levering van 1/2p., 1 1/2p. en 2p. postzegels kon doorgaan mits het lood en alle andere giftige bestanddelen voor een bepaalde datum uit de gebruikte drukinkten verwijderd zouden zijn. Op een vraag van de drukkers naar aanleiding van hun experimenten met de kleuren van deze zegels deelden de posterijen mede dat de aanbevelingen van het Internationale Bureau voor Buitenlandse Postzegels aangehouden zouden worden en de kleuren gewijzigd konden worden als volgt: 1/2p. waarde lichtgroen; 1/2p. waarde lichtroodbruin en 2p. waarde bruin. De gom zou gelijk worden aan die van 1p. surface-printed zegels gedrukt voor de recente inschrijving. Doordat de posterijen van de gewenste kleuren incorrecte monsters stuurden kwam Perkins, Bacon & Co in tijdnood. Toch werden proeven van de gevraagde kleuren ingediend het drukken van de line-engraved zegels in de oude kleuren ging door hoewel het verstrekken van bepaalde opdrachten door de posterijen vertraagd, werd in de hoop dat line-engraved zegels met de nieuwe kleur op tijd gereed zouden zijn. 77. Overgang van line-engraving naar surface-printing voor de 1/2p., 1 1/2p. en de 2p. waarden Perkins, Bacon & Co. werd medegedeeld dat de ingediende proeven niet aanvaardbaar waren en dat de 1/2p., 1 1/2p. en 2p waarden van gelijke uitvoering dienden te zijn als de nieuwe surfaceprinted 1p. waarde. De drukkers deelden mede dat ze bereid waren de genoemde waarden in surface-printed uitvoering te leveren voor de prijs van 2 3/8 pence per 1000 zegels, waarop de posterijen besloten een inschrijving te houden voor de levering van deze zegels; Perkins, Bacon & Co. en De La Rue konden inschrijven op grond van door beide firma's in te dienen ontwerpen. Door Perkins, Bacon & Co. zijn diverse ontwerpen gemaakt, waarvan vele proefdrukken bekend zijn in de gevraagde en andere kleuren. 78. Het contract voor de levering van de 1/2p., 1 1/2p. en 2p. waarden Het contract voor het leveren van de 1/2p. 1 1/2p. en 2p. surface-printed postzegels werd in februari 1880 gegund aan Messrs. T. De La Rue, onder dankzegging aan Perkins, Bacon & Co. Voor de vele belangrijke diensten den lande bewezen.de line-engraved postzegels werden geleverd totdat de surface-printed zegels van De La Rue in voldoende mate beschikbaar waren. 79. Vernietiging van matrijzen en platen In oktober 1880 werden van 1/2p., de 1 1/2p. en de 2p. waarden de tot dan gebruikte platen vernietigd. In juni 1904 werden alle nog aanwezige matrijzen die in Somerset House bewaard had, ondanks de protesten van Perkins, Bacon & Co. die gaarne de die I van de 1p. behouden hadden vernietigd Aantallen geleverde line-engraved postzegels Van 27 april 1840 tot en met 31 december 1879 werden door Perkins, Bacon & Co een totaal van stuks postzegels geleverd (dus ruim 22 biljoen zegels door één drukkerij in bijna 40 jaar). Pagina 58 Penny Black Special Britannia News
59 De eerste zegels ter wereld door J.P.F. Segers (origineel Britannia News nr. 40) Deze beschouwing handelt meer over de verschillende mogelijkheden om een verzameling op te bouwen van een zelfde zegel, dan dat ik zou willen handelen over de 1d Black in het algemeen. De voorgeschiedenis en het ontstaan van de "eerste" postzegels ter wereld zijn U misschien reeds allen bekend. Wel wil ik hier de manier van drukken van de "Line-engraved" zegels ter sprake brengen, om zo beter de vele mogelijkheden, welke deze manier van drukken -de zogenaamde "Intaglio methode" voor de verzamelaars van dit specifiek gebied biedt wat duidelijker te maken. Het drukken van de eerste zegels, in dit geval 1d black en de 2d blue was een tamelijk ingewikkeld procédé. Het ontwerp van de zegel werd in,,spiegelbeeld" in een zacht metalen plaatje gegraveerd en dit plaatje werd dan verhard. Het produkt van deze bewerkingen was wat men de MATRIJS noemt. Dan werd een zacht metalen rol, van de geschikte afmetingen om 4 tot 8 afdrukken te bevatten, onder zeer grote druk over de matrijs heen en weer gewalst, totdat de gegraveerde tekening van de matrijs er goed in stond. Dan werd deze rol op haar beurt weer verhard. Deze rol werd dan ook weer onder grote druk over de eigenlijke plaat gerold, volgens van te voren ingekraste richtlijnen -de zogenaamde "guide-lines", welke nog dikwijls op de zegels te zien zijn. De hoekletters werden daarna ingeslagen. Ontstane oneffenheden -opstaande randjes enz. werden dan door middel van een burijn weggewerkt. De plaat werd dan ook weer verhard en was klaar voor het eigenlijke drukken. Deze plaat bevatte 20 rijen van 12 regels, zodat een volledige plaat 240 zegels bevatte. Om fraude tegen te gaan, gebruikte men per plaat voor elk zegel een andere lettercombinatie. De eerste rij van 22 tot en met AL, dus AA - AB -AC -AD enz. De tweede rij: BA tot en met BL en de laatste rij van T A tot en met TL. Het resultaat van deze manier van drukken was dat er vele afwijkingen en fouten konden ontstaan, die soms haar sporen nalieten op de zegels zelf. Voordat men met het drukken, door middel van een handpers, begon, werd de plaat met inkt ingesmeeerd en daarna werd de overtollige inkt afgeveegd. De inkt bleef dus in de poriën achter. Het papier nam dus de inkt op uit de poriën en de rest van het papier bleef wit. Met als gevolg dat de inkt in "RELIËF" op de zegels kwam te staan. Na deze korte samenvatting over de manier van drukken, wil ik, alvorens over te gaan tot het resumeren van de mogelijkheden van het verzamelen van een zelfde zegel, nog enige uitleg geven over de verschillende fouten, afwijkingen enz. welke op de line-en-graved zegels kunnen voorkomen, zonder ze alle impliciet te willen verzamelen. De staat van de plaat (State of the plate) Nadat met het drukken van de postzegels door middel van een bepaalde plaat begonnen was, bleek het dat, wegens slijtage aan de plaat, tot kleine of zelfs grote correcties moest worden overgegaan. Het drukken van postzegels, NADAT deze plaat hersteld was, gaf aanleiding tot het ontstaan van de 2de staat van die postzegels. Moest dezelfde plaat later nog eens hersteld worden, dan kan men zegels aantreffen in de 3de, 4de of zelfs een 5de staat. (b.v. de 1d red van plaat 1b) Britannia News Penny Black Special Pagina 59
60 Braamverwijdering (Burr rubs) Door het persen onder hoge druk ontstonden soms opstaande randjes, die later door middel van een burijn weggewerkt werden. De sporen van deze verwijdering zijn soms nog te zien op zegels. Doorlopende kaderlijnen (Extended frame-iines) Door het verwijderen van de braam enz. werd soms het buitenkader van de tekening beschadigd of verzwakt. Deze lijnen moesten dan op hun beurt met de hand weer bijgewerkt worden en zo treedt het verschijnsel op dat vele kaderlijnen doorlopen, dus langer zijn dan de eigenlijke kaderlijnen van de postzegel. Richtlijnen (Guide-lines) Dit zijn van te voren ingekraste lijnen op de plaat om zo juist de plaats voor het inrollen te vergemakkelijken. Normaal werden deze dan later ook weggewerkt, maar vele zijn nog gebleven, vandaar de vele zegels met die lijnen nog zichtbaar. Afwijkingen in de sterren van de bovenhoeken (Ray flaws) Hier ontbreekt volledig of gedeeltelijk het bovenste deel van de kleine stralen, juist onder de grote straal, die naar de linker top wijst. Verder zijn er nog enkele "straalfouten", die enkel op specifieke platen, voorkomen en wel: op plaat IA: hier ontbreekt praktisch de 10 uur straal, is de 5 uur straal verdwenen en is de 7 uur straal erg verdikt en afgeknot. Op plaat 1b is de 10 uur straal ook praktisch niet bestaand, de 5 uur straal is weer aanwezig, maar dan ontbreekt hier de 7 uur straal. Op plaat XI ontbreekt de 7 uur straal in de rechterbovenhoekeen afwijking, die enkel bij zegels van plaat elf voorkomt. De "0" fout (the "0" Flaw) Deze fout doet zich voor als een kleine witte vlek, vanaf de basiskaderlijn omhoog tussen de letters,,0" en "N" van "ONE". Zij kan voorkomen op zegels van platen 7, 8, 9, en 10, maar op geen enkele andere plaat. Kleur (Color) De postzegels werden oorspronkelijk gedrukt in diep zwart, maar door slijtage van de plaat, werd dat dan grijszwart met vele kleuren nuancen. Re-entries Dit zijn merktekens, die nog op een postzegel te zien zijn als de rol nog eens over de plaat werd gewalst en de lijnen de tweede keer niet juist samenvallen met de eerste indruk. Hoekletters (Check letters) Deze werden zoals reeds eerder gezegd met de hand ingeslagen door middel van een werktuig. Dit was geen gemakkelijke opdracht en zo ontstonden normaliter de verschillende "posities" van de hoekletters: juist in het midden -wat naar links of naar rechts -wat te hoog of te laat enz. Pagina 60 Penny Black Special Britannia News
61 Deze posities zijn nu bekend en vormen een van de steunpilaren voor het bepalen tot welke plaat een bepaald zegel behoort. Afwijkende Hoekletters (Defective checkletters) Nadat de hoekletters er waren ingeslagen, werd met een burijn de braam weggewerkt; men beschadigde dan wel eens de letter zelf, die op haar beurt weer moest bijgewerkt worden. Dubbele hoekletters (Double checkletters) Soms werd bij vergissing een verkeerde hoekletter ingeslagen. Men moest dan de juiste letter er over heen slaan, met als gevolg een dubbele letter. Ook gebeurde het dat het werktuig bij de tweede hamerslag iets verschoof, zodat ook hier een ander soort dubbelletter ontstond. Verzamelen Hiermede heb ik de meest frappante afwijkingen opgesomd, welke op de line-engraved zegels kunnen voorkomen. Het tweede deel zal dan voornamelijk gaan over de mogelijkheden om, met een zelfde zegel een collectie op te bouwen. Er is keuze genoeg: ik zal mij dan ook weer beperken tot het vermelden van de meest voorkomende mogelijkheden. Een zegel te vinden van elk van de elf platen. Dit voor de liefhebbers van de 1d Black, met als mogelijke uitbreiding nog een zegel in het rood, gedrukt van de platen 1b en 11. De verzamelaars van de Id rood hebben een ruimere zien er daar 175 platen in bestaan. Britannia News Penny Black Special Pagina 61
62 Natuurlijk bestaat in dit laatste geval de mogelijkheid zich te beperken tot de platen van een bepaalde groep. Bv. de ongetande zegels met alfabet I', of zegels met Malteserkruis afstempeling. Aangezien elke positie op de plaat andere hoekletters had, bestaat een tweede mogelijkheid om een zegel te vinden van elke hoekletter-combinatie, dus van AA tot en met TL -het zogenaamde "Platen". Met als summum iets dergelijks van een van de black plates. Nog een manier om met hoekletters te werken is te trachten EEN zegel te vinden van elke plaat met dezelfde hoekletters. Hier wil ik even vermelden dat ik een 10 tal jaren geleden het geluk had een dergelijke verzameling te kopen. Aangezien de kwaliteit van de zegels niet perfekt was, ben ik sinds 10 jaren bezig de minder kwaliteit te vervangen door een betere. Tot nu toe is mij dat niet gelukt. Mijn lettercombinatie is "FD". Dit is nu bijvoorbeeld een van de fascinerende kanten van deze hobby dat men er zijn hele leven mee kan bezig zijn. Van elke plaat zijn er zegels te vinden, welke een of meer van de vroeger opgesomde afwijkingen vertonen. Dus weer een manier van verzamelén: ofwel proberen van elke variatie-afwijking een zegel te krijgen of meer geselectioneerd bv een zegel met de bestaande afwijkingen van een bepaalde plaat. Voorbeeld van een complete verzameling (toegevoegd door de redactie). Het kleurengamma: van diepzwart tot zwart-grijs leidt ook weer tot een verzamelmethode. Een zegel zoeken van elke plaat in de bestaande kleur-nuancen. De erkende kleur-nuancen worden vermeld in de speciale catalogue van Stanley Gibbons. Bv. Plaat 1a: diepzwart -zwart en grijszwart. Papiersoort en kleur Het normale papier was grijsachtig wit van een bepaalde dikte. Van de zegels van plaat 1 tot en met plaat 8 bestaan er zegels gedrukt op een blauwachtig papier, het zogenaamde "Bleuté" papier. En van plaat 8 tot en met plaat 11 bestaan er zegels gedrukt op een dunnere papiersoort. Kopstaand watermerk Op de 1d Black komt als watermerk de kleine kroon voor. Deze kroontjes werden met de hand gemaakt, zodat er verschillen kunnen voorkomen, die echter miniem zijn en als zodanig dan ook niet verzameld. Wel kan men trachten van elke plaat een zegel te vinden met "kopstaand" watermerk. Pagina 62 Penny Black Special Britannia News
63 Zegels met marginale tekst In de plaat marge van alle ld platen stond de volgende tekst: "Price ld Per Label. 1/- Per Row of Per Sheet. Place the Labels ABOVE the Address and towards the RIGHT HAND SIDE of the Letter. In Wetting the Back be careful not to remove the Cement". Een mooie maar moeilijke opdracht van elke plaat een dergelijk zegel te bemachtigen. Plaat 1a en 1b Aangezien plaat la gebruikt werd voor het drukken, zonder dat zij verhard werd kreeg zij zeer vroeg slijtage (de levensduur van deze plaat was ongeveer een week). Het was daarom noodzakelijk de gehele plaat aan een revisie te onderwerpen. Dit had tot gevolg dat de karakteristieken van de linker ster volledig veranderd werden.met voor de verzamelaars weer een andere mogelijkheid tot verzamelen: Men kan proberen een verzameling op te bouwen van plaat la en lb met dezelfde kenletters. Paren van platen, die in zwart en rood gedrukt werden Paar van plaat 11 (toegevoegd door de redactie) Omdat in januari 1841 besloten werd de kleur van de ld black te veranderen en een zegel in het rood te drukken, lag er weer een mogelijkheid open voor de verzamelaar. Men kan nu trachten van de diverse platen een zegel te vinden, met dezelfde hoekletters in het zwart en in het rood. Het gaat hier om de platen 1 b en 11, welke hebben gediend voor het drukken van de ld in het zwart en in het rood. Dit kan men nog verder uitbreiden door bv. een zelfde hoeklettercombinatie te zoeken van plaat 1 a in het zwart -1 b in het zwart en in het rood en nog uitgebreider: een zegel van plaat lb in het zwart of in het rood in een tweede, derde, enz. staat. De afstempelingen op de zegels De normale afstempeling op de ld black was een zwart of rood Malteser kruis. Ander afstempelingen o.a. de 1844 afstempeling -De Penny post afstempeling de stads afstempeling enz. zijn niet gewoon en enkele zelfs zeer zeldzaam. Kleur van de afstempeling: Het Malteser kruis was zoals gezegd in gebruik vanaf 6 mei Eerst een rood en 1841 reeds vervangen door een zwart Mateser kruis. Men kan dus een verzameling opbouwen met een zegel van elke plaat met een zwart en een zegel met een rood Malterser kruis. De latere platen 9, 10 en vooral 11 zijn al zeldzaam. Verschillende kleuren afstempeling: Rood, zwart, bruin en blauw (Toegevoegd door de redactie) Britannia News Penny Black Special Pagina 63
64 De verschillende typen van Maltheser kruizen. Vele postkantoren hadden een specifiek Malteser kruis. bv. om er enkele op te noemen: Leeds, Manchester, Plymouth, Wotton under Edge, Stonehaven, Mullingcar Kilmarnoc enz. Weer een boeiend gebied om er een verzameling mee op te bouwen Enkele postkantoren hebben andere kleuren dan het rood en zwart voor hun afstempelingen gebruikt. o.a. bruin, geel, violet enz. Het moet ook een mooie verzameling zijn een zegel met elk van de uitgegeven kleurenstempels bijeen te brengen. Sommige postkantoren in Londen hebben een korte tijd een "Number in Cross" gehad d.w.z. dat binnen in het Malteser kruis een nummer voorkwam van 1 tot en met 12. Het moet dan ook wel een van de toppunten voor een verzamelaar zijn, al die nummers bij elkaar te krijgen. Andere verzamelingen Elke plaat had het plaatnummer in de marges staan van de vier hoeken. Van de mogelijkheid zoiets bij elkaar te brengen van elke plaat durf ik niet eens dromen. Nog een andere manier van verzamelen kan zijn om bv. een mooi zegel te zoeken, Dan een paartje, verder nog strips van enz. zegels en tot slot een blokje. In de bovenvermelde opsomming van de mogelijkheden tot verzamelen heb ik steeds gesproken over zegels. Het spreekt vanzelf. dat men praktisch elk van de aangehaalde mogelijkheden ook kan verzamelen op brief. Nog een manier om brieven te verzamelen is een brief te vinden van elk van de Londense postkantoren of nog uitgebreider van elk voornaamste of toen bestaand engels postkantoor. Een brief met de dag stempel van elke dag van de eerste maand van uitgifte -mei is ook een zeer gezocht specialisatie (6 ei t/m 31/05/1840). Er zullen nog vele andere manieren zijn om een verzameling van één zegel op te bouwen. Het voornaamste is echter dat men het als hobby blijft doen en dan zal men er ook zijn hele leven lang mee bezig kunnen zijn en er ontzaggelijk veel genoegen aan beleven. Slotwoord Ik hoop dat deze korte beschouwing iets zal hebben bijgedragen, vooral voor de niet gespecialiseerde verzamelaar van de zegels van dit feitelijk onuitputtelijke gebied: de line engraved-zegel, waarvan de 1d black als zegel misschien welooit geëvenaard is, maar nooit overtroffen. Het aanbod hiervan is nog steeds erg groot. Er zijn ongeveer black pennies gedrukt en er wordt aangenomen dat er na 175 jaar er nog een 10%, dus nog altijd een 6 miljoen exemplaren zijn overgebleven Pagina 64 Penny Black Special Britannia News
65 SG 43 1 penny rood, plaat 77 door Ton Voorbraak Overgenomen en bewerkt uit het Engels met dank aan de auteur Tim Clarke [email protected]... De zoektocht naar plaat 77 heeft in de afgelopen 150 jaar onder de verzamelaars van Engeland meer teleurstelling veroorzaakt dan welk ander zegel ook en zal dat blijven doen. Vervalsingen, onduidelijke inkten en stempels maakten het niet eenvoudig om een echte plaat 77 te ontdekken. Het lijkt echter wel zeker dat sommige zegels gedrukt zijn van de plaat 77. Normaliter werd minstens 1 vel van een nieuw in gebruik genomen plaat gedrukt en vervolgens verstuurd naar Somerset House ter goedkeuring voordat een nieuwe plaat in gebruik werd genomen. Wright & Creeke vermelden in The Stamps of the British Isles dat er door de drukkers tot 1899, 6 vellen werden ingezonden ter inspectie waarvan er na goedkeuring 1 bewaard bleef als registratie ofwel imprimatuur sheet. De andere vellen werden in de voorraad geplaatst om te worden uitgegeven. De afgekeurde vellen moesten worden vernietigd maar in het geval van plaat 77 hebben een aantal zegels dit overleefd waarbij ook vermeld moet worden dat voorafgaand aan het drukken van deze voorbeeld vellen er zeker eerdere vellen zijn gedrukt als onderdeel van het instellen van de drukpers met een nieuwe plaat. Het is bekend dat plaat 77 het stadium van inspectie moet hebben bereikt omdat er een brief van Ormond Hill aan Perkins Bacon bestaat waarin hij berichte dat hij 2 platen heeft afgekeurd omdat die verticaal bezien niet goed genoeg waren uitgelijnd om een goede kwaliteit van perforeren mogelijk te maken en hoewel in de brief niet wordt vermeld welke plaatnummers het betreft moet het om de platen 75 en 77 gaan omdat de datum van de brief, 7 februari 1863 de zelfde datum is als waarop de platen 76 en 78 t/m 81 staan geregistreerd. Hill moet dus minstens 1 vel van plaat 75 en 77 hebben gezien om deze te kunnen afkeuren. Een zegel van plaat 75 is nooit gemeld en van plaat 77 zullen we nooit weten of hiervan 1 of misschien wel 6 vellen werden gedrukt. Het is echter ook duidelijk dat hoewel plaat 77 werd afgekeurd vanwege de te verwachten perforatie problemen er toch 1 of meerdere van deze vellen hun weg gevonden hebben naar de gum en perforatie afdeling van Somerset House.... De auteur neemt aan dat er 9 exemplaren gevonden zijn en niet 10 zoals vermeld in het Juli/ augustus nummer van GB Journal Namelijk 4 ongebruikte en 5 gestempelde zegels. Het betreft zegels met de volgende hoekletters: AA De lettering is niet bevestigd maar AA is de meest waarschijnlijke positie als wordt aangenomen dat het verhaal klopt dat een ongestempeld onregelmatig blok van 4 zegels gevonden werd in de jaren en werd opgedeeld in 4 losse zegels. Die met de hoekletters AB, AC en BA zijn bekend en het wordt aannemelijk geacht dat AA de logische ontbrekende zegel zou zijn. In 1868 verwijst Judge Philbrick naar een proef vel van de penny, gedrukt in 1863 als voorbeeld van hoe een zegel met de letters AA in zijn bezit kwam. Volgende eigenaren werden William Hughes-Hughes, een van de oprichters van de Royal Philatelic Society London die het zegel in 1896 verkocht aan Stanley Gibbons. Het zegel was ook in het bezit van postzegelhanderlaar Britannia News Penny Black Special Pagina 65
66 Herbert L'Estrange Ewen, die het op zijn beurt in 1902 verkocht aan Henry J Crocker in Amerika waar het werd verloren in een brand die volgde op de aardbeving van 1906 in San Francisco. AB Een ongebruikt zegel dat zich sedert 1919 bevindt in de Royal Philatelic collectie. Het zegel werd aangekocht door koning George V bij de postzegelhandelaren Bridger en Kay op 8 augustus 1918 voor een bedrag van 499 en 9 shilling. Aan de bovenzijde is dit zegel niet gescheurd bij de perforatie doch met een schaar afgeknipt. AC Eveneens ongebruikt. Het zegel werd gevonden in 1919 door Chas Nissen (de ontdekking is opgenomen op de voorpagina van The British Philatelist, oktober 1919, jaargang XII Nummer 8) waarin de heer ED Bacon verklaarde: Het is dezelfde kleur als die in de Royal Collection met de letters AB en de twee zegels hebben samen een paar gevormd. Dit zegel werd ongeveer gelijk gevonden als AB en hoewel het duidelijk is vastgelegd dat Chas Nissen het zegel AC vond lijkt niet te worden bevestigd dat hij ook AB gevonden zou hebben. Het zegel is in bezit geweest van Per Gjerding die het in 1928 toonde op de London Exposition. Later aangekocht door Chas Nissen en door hem verkocht als deel van een verzameling aan J R de Phillp in In 1959 werd het via de Robson Lowe veiling verkocht aan Major Raphael en vervolgens verdween in 1965 toen zijn collectie werd gestolen en er geen spoor van is gezien sindsdien. Het is mogelijk dat dit zegel nog steeds bestaat en hopelijk zal het op een dag weer verschijnen. BA Een ongebruikt zegel zonder gom. Het bevindt zich nu in de British Library als onderdeel van de Tapling collection. De centrering van het zegelbeeld komt overeen met die van AB en AC. LL Gestempeld, werd ontdekt door de heer NV le Gallais in 1906 en doorgegeven aan de heer CEJ Crallan van Jersey die het opstuurde naar de RPSL voor certificering. Het zegel is gestempeld 80 in een cirkel met lijnen buiten als van het EC London hoofdkantoor Het RPSL certifikaat is gedateerd 14 dcember 1914, door ED Bacon gesigneerd en genummerd Het zegel werd opnieuw verkocht in de Daily Telegraph postzegelveiling door Puttick en Simpson ten bate van het Belgische Relief Fund, in Londen op 28/9/1915 en verkocht voor 50. Het werd gekocht door WS Brocklehurst en weer verkocht in 1955 als kavel 635 van zijn collectie in de Robson Lowe veiling op 9/10 november. Het werd opnieuw verkocht in wederom een Robson Lowe veiling op 10 mei 1966 in de veilingzaal van Robson Lowe op 50 Pall Mall Londen SW1. Dit werd opgenomen in het Philatelic Journal of Great Britain, juni 1966 pagina 64 waar de zegel werd afgebeeld met de verkoopprijs van 375. Het was eigendom van Dr. Douglas Latto die het tentoongestelde in 1974 in Londen. Het is nu eigendom van JW Phillips. MI Gestempeld, gevonden in een doos met postzegels in november 1944 door Percy Jackson en verkocht voor 220,00. Eenmaal in de collectie van J de R Phillp. Heeft een RPSL certificaat. Licht gebruikt en getrimde perforatie onder. Pagina 66 Penny Black Special Britannia News
67 NC Gestempeld, gevonden in een kavel gekocht bij Harmers in 1994 door David Rowse and vervolgens eigendom van Alan Holyoake. Het zegel gedecentreerd hoog naar rechts in is afgestempeld met een kopstaand stempel nummer 15 tussen strepen. PH Gestempeld, op een klein briefstukje en was gevonden 1924 door A.O.J. Readhead (HF Johnson's business partner) en werd ter verkoop aangeboden voor by Messrs HF Johnson (HF Johnson and AOJ Readhead) in The Stamp Lover. HCV Adams kocht het zegel en stelde het tentoon in De Adams collectie werd verkocht door Robson Lowe op 15 February 1956 (sales Lot 402) en het zegel werd gekocht door Hugh Greenwell Fletcher voor Toen hij in 1968 overleed liet hij de verzameling na aan het Bruce Castle Museum in Tottenham. De collectie verhuisde naar de British Library in 1989 en bevind zich daar nog. PI Gestempeld, op briefstukje samen met een 4 pence zegel. Dit zegel werd bekend gemaakt door J E Lea, Manchester postzegelhandelaren in Stamp Collecting 30th October 1920 en verkreeg in hetzelfde jaar een RPSL certificaat van echtheid. De centrering en perforatie maken het waarschijnlijk dat dit zegel ooit grensde aan het gevonden zegel PH. Het werd gekocht door J de R Phillp in de Robson Lowe veiling op 4 november Het werd later onderdeel van de "Isleham" collectie. Isleham was een pseudoniem van een rijke Amerikaan en in zijn collectie waren de meeste van de grote filatelistische rariteiten van het Britse Rijk opgenomen. Deze collectie werd op 11 maart 1987 verkocht door Robson Lowe (New York). Het was ook een deel van de collectie Hassan Shaida's voor een tijdje. Het stuk werd opnieuw verkocht op 7 mei 1992 in in de Christies Robson Lowe veiling Stanley Gibbons verkocht dit briefstukje in 2013 aan een particuliere opdrachtgever in Australië voor een indrukwekkende 550, Dit zijn de tot op heden als echte zegels van plaat 77 geaccepteerde zegels tenzij iemand kan aantonen dat de zegels dezelfde hoekletters, posities en kenmerken van een andere plaat hebben waarvan het plaatnummer zou zijn kunnen geretoucheerd of op andere wijze bewerkt. Tot op heden is dat niet gebeurd. Na de hoekletter posities van de ongebruikte zegels te hebben vergeleken met alle andere plaatnummers kan ik stellen dat die in geen enkel geval overeenkomen. De gestempelde exemplaren van plaat 77 heb ik nog niet vergeleken omdat ik geen afbeelding bezit van het zegel NC en slechts onscherpe afbeeldingen van MI en LL. Het zou heel interessant zijn om hiervan duidelijke afbeeldingen te zien samen met de zegels PH en PI waarvan ik denk dat die eens een paar vormden. Hopelijk komen die afbeeldingen beschikbaar.... Iedereen zou graag een plaat 77 1d rood vinden, maar helaas is dat zeer onwaarschijnlijk. Veel zegels van plaat 177 worden verward met plaat 77, vooral vanwege een toevallige (afstempeling) of opzettelijke maskering van de "1" van 177. Een mogelijkheid om een echte plaat 77 te herkennen, is door te kijken naar waar de onderkanten van de "7" cijfers de gravering raken. Als de voet van de 7 het punt raakt waar de gegraveerde lijnen samenkomen kan deze echt zijn. Indien de voet van de 7 iets naar links staat is het een plaat 177 of een andere niet-77 plaat. De bovenste balk van de 7 wijst ietwat schuin naar beneden bij de echte plaat 77. Zie de afbeelding hieronder voor wat er wordt bedoeld. Britannia News Penny Black Special Pagina 67
68 Als je een zegel bezit waarvan je denkt dat die van plaat 77 zou kunnen zijn of een andere ongewone penny rood SG 43 dan is Tim graag bereid om daar b.v. middels een goede scan naar te kijken. Ook is hij zeer geïnteresseerd in ieder zegel met een keuringscertificaat waaruit blijkt dat het géén plaat 77 betreft. Hij zou hiervan graag een afbeelding ontvangen of nog liever kopen aangezien hij ze verzamelt. Zie voor het volledige artikel en nog veel meer, zijn website: Pagina 68 Penny Black Special Britannia News
69 The Postal History of Edinburgh door Ton Voorbaak Britannia News Penny Black Special Pagina 69
70 Pagina 70 Penny Black Special Britannia News
71 Andere landen: Voor de Penny Black door David Verdonk & Dik Bakker Inleiding De Penny Black wordt algemeen erkend als de eerste postzegel ter wereld. In dit artikel gaan we zien dat er wel degelijk eerdere pogingen gedaan zijn om vergelijkbare bewijsmethoden van voorafbetaling voor de bezorging van post te gebruiken. Dit kan zelfs zo ver gaan dat er claims zijn dat de postzegel niet door Rowland Hill en niet in Engeland als eerste gebruikt werd. Als definitie voor POST wordt bij deze beschouwing de volgende defintie gebruikt: post is geschreven communicatie dat door een derde partij met regelmaat vervoerd wordt van een gedefinieerde plaats (postkantoor) naar een andere plaats, waarbij standaard tarieven worden toegepast en waarbij vooraf gedrukte zegels de frankering of voorafbetaling voor de verzending aangeven. De voorbeelden die besproken worden komen uit diverse bronnen, waarbij het niet altijd mogelijk is historische achtergrond te verifiëren. Eventuele verbeteringen en aanvullingen worden op prijs gesteld. De 17 e eeuw 1604 Venetië In 1604 werd door het bestuur van Venetië bepaald dat voor alle communicatie dat tussen de verschillende bestuursorganen (exclusief het hoogste orgaan) een speciale belasting van 4 soldi per brief zou gaan gelden. Deze belastingen zouden achteraf worden opgehaald. Dit bleek geen succes te zijn en in 1608 wordt door het bestuur bepaald dat een speciale cover (de Taglio ) gebruikt moest worden Frankrijk Deze methode is gecreëerd en gebruikt door M. de Velayer in Tijdens de regering van Lodewijk XIV, richtte De Velayer een penny post in Parijs op. De brieven werden in verzameldozen op straathoeken in de stad verzameld. Er wordt aangenomen dat het tarief 1 denier was, de kleinste munteenheid in Frankrijk voor de revolutie. Venetië Cover De brieven werden verpakt in een stuk papier waarop de inscriptie Port-payé le Herdenkingszegel voor De Villayer jour du mois de l an 1653 ou Er is een referentie in het maart 1883 nummer van de Granite State Philatelist One of these notes is still preserved in Paris and is one of the oldest penny post letters extant, and a curious example of pre-paying envelope. Het is onbekend of dit voorbeeld nog steeds bestaat. Britannia News Penny Black Special Pagina 71
72 18 e eeuw 1716 Spanje Op 7 december 1716 werd door een Koninklijk besluit in Spanje aan de secretaris van de kroon het privilege gegeven om door gebruik te maken van een stempel, die het Koninklijke wapen van Castilië en Leon bevatte, geadresseerde brieven naar andere autoriteiten te versturen, zonder dat de ontvanger voor het transport en de levering hoefde te betalen. Bij deze methode ontbreekt het gebruik van een postzegel, maar de manier van denken past goed in het idee van het gebruik van en postzegel Frankrijk Een eeuw na de poging van De Velayer waagde De Chamousset een nieuwe poging. De Chamouset rekende 2 sols voor de verzending van een brief in Parijs; ook in dit geval was dit (ook weer volgens het eerder genoemde artikel in de Granite State Philatelist) met voorafbetaling, dat met postzegels zoals wij deze kennen bewezen werd. Deze dienst werd snel door de Franse overheid overgenomen, maar de afspraken waren zo minimaal en slecht dat de zegels slechts zelden gebruikt warden en het gebruik verdween snel Patna (Indië) In oktober 2002 kwamen de postautoriteiten in Patna met een claim dat de eerste postzegel op 31 maart 1774 in Patna was uitgegeven. Dit is echter geen papieren postzegel maar een koperen plaatje met een waarde van 2 anna Dit plaatje werd geïntroduceerd op de problemen met het betalen van poststukken bij ontvangst tegen te gaan, er moest vooraf betaald worden. Herdenkingszegel voor de Chamousset Het was de bedoeling dat een soortgelijke betaling voor alle districten in Indië gebruikt zou worden, maar alleen het gebruik door Patna is nu bekend. De Patna zegel De herdenking in 2000 De 19 e eeuw (tot 1840) 1818 Sardinië Op 7 november 1818 werd de uitgifte van voorgedrukt postpapier in Sardinië aangekondigd. Dit postpapier kon op postkantoren en tabaksverkopers gekocht worden; de tabaksverkopers ontvangen een commissie. De postpapieren waren beschikbaar in drie waarden 15, 25 en 50 centesimi. De zegels waren in de vorm van een achthoek waarop een Voorbeeld van het zegel Pagina 72 Penny Black Special Britannia News
73 paard in volle galop waarop een naakte jongen op een trompet blaast (een posthoorn?). Onder het paard was C 50 afgedrukt (50 centesimi). In maart 1836 stopte deze dienst door een wijziging in de wetgeving. Volgens puristen was dit gebruik van een postzegel meer een belasting, omdat in dit geval niets bekend is over de geregelde bezorging, maar aan de andere kant lijkt alsof op een posthoorn geblazen wordt. Het voorbeeld op een Italiaanse postzegel 1823 Zweden In 1804 werd al een feather cover gebruikt. Hierbij is een zwarte veer met rode was aan een brief gehecht. Maar er is geen bewijs dat dit een methode van betaling moet voorstellen. Echter in 1823 werd door een Zweedse kolonel (Curry Gabriel Treffenberg) voorgesteld om postzegels te gaan gebruiken. Echter dit voorstel werd door de regering verworpen. Als dit niet gebeurt was, waren we nu misschien Zweedse zegels aan het verzamelen. De 'feather cover' In zijn voorstel werd een vel gebruikt, waarbij twee zegels aanwezig zijn, één gedrukt in het papier (embossed) terwijl de ander met inkt gedrukt wordt. Beide moeten de waarde van het vel bevatten. Het was de bedoeling dat het vel zo gevouwen zou worden dat beide zegels aan de buitenkant zichtbaar zijn en dat de adressering over de zegels geschreven zou worden. Voorbeeld van het voorstel van Treffenberg 1831 Griekenland Van deze postzegel de 40 lepta zwart uit 1831 zijn goed gedocumenteerde bewijzen beschikbaar. De postzegel zijn gebruikt in Athene, Pireus, Chalkis, Koroni, Dadion,Tripolis, Areopois and Amphissa. Er zijn minstens vier brieven bekend waar op deze zegels aanwezig zijn. Daarnaast zijn er verschillende andere claim. Het ongeldig maken gebeurde door met rode inkt een streep door de zegel te geven. Echter de meeste brieven hebben een datum na mei 1840, maar er is een referentie naar één brief met een datum van 1831 deze brief is echter (in 1933) samengesteld door een Engelse postzegelhandelaar uit meerdere fragmenten. Zijn resultaat werd in 1933 in the Philatelic Journal of Great Brittain onder de titel The First Adhesive Postage Stamp gepubliceerd. Britannia News Penny Black Special Pagina 73
74 Er zijn meerdere variëteiten bekend, bepaald door het aantal parels in het ornament en de grootte van de punt achter de waarde. Daarnaast is er een variëteit waarbij een parel niet overeenkomt met de andere parel. De zegel wordt nog in Griekse Vlastos catalogus vermeld, maar nu als een liefdadigheidszegel. Het huidige idee is dat deze zegel gebruikt werd als ontvangstbewijzen voor donaties aan fonds voor Griekse vluchtelingen uit Kreta. Er bestaat een decreet dat iedere burger 40 lepta of meer moet bijdragen voor de welzijn van recent aangekomen emigranten uit het Turkije gecontroleerde Kreta naar het bevrijde vaste land en dat zegels aan de donoren gegeven moet worden. De 40 Lepta 1834 Schotland De Schotse boekverkoper en drukker James Chalmers is waarschijnlijk de meest bekende rivaal van Rowland Hill als uitvinder van de postzegel. Zowel de Encyclopedia Britannica en de Dictionary of National Biography hebben hem jarenlang erkend als de echte uitvinder gebaseerd op de experimenten die hij in 1834 met postzegels heeft uitgevoerd. De resultaten van zijn onderzoek verschenen echter pas op 5 april 1838, meer dan een jaar nadat Rowland Hill zijn voorstel had gepubliceerd. Zijn geweigerde voorstellen aan de Treasury Competition komen meer overeen met de latere postzegels dan de Penny Black. Hij toont hiermee meer inzicht in de overlappende behoefte aan beveiliging en het versturen van post. Het grootste nadeel van zijn voorstel was dat zijn voorstel, vooral op het gebied van het afstempelen en ongeldig maken niet altijd eensluidend was. Chalmers voorstel Chalmers' zegel De Dundee zegel 1836 Oostenrijk In 1836 stelde Laurenz Koschier (of Lovrenc Kočir) het gebruik van postzegels voor aan de Oostenrijks-Hongaarse Algemene Keizerlijke Kamer en het Ministerie van Financiën. Zijn voorstel betrof het gebruik van stikkers zodat deze niet verwijderd, schoongemaakt en hergebruikt konden worden. In 1839 stelde hij ook het gebruik van postzegelboekjes voor. De autoriteiten hebben dit voorstel echter verworpen. In 1874 heeft hij documenten aan het Universal Postal Union congres gepresenteerd waarin niet alleen zijn uitvinding werd gepresenteerd, maar waarin ook geclaimd werd dat een Britse reiziger, G. Galway, dit idee met hem besproken heeft en aan Rowland Hill heeft gegeven. In 1950 bleek echter dat er er een brief bestaat waarop een postzegel geplakt is. Deze beide brieven werden verstuurd van een moeder naar haar dochter en hebben een postzegel die in 4 kleuren gedrukt is de Spittal brieven. Eën brief is vanaf Spittal verstuurd op 20 februari 1839, met een aankomstdatum in Klagenfurt op 21 februari. Pagina 74 Penny Black Special Britannia News
75 De zegel was ontworpen door Ferdinand Egarter, de postkantoorhouder in Spittal, de echtgenoot van de moeder. Koschier was de hoofdopzichter van de post in het district waarin Spittal ligt. Er bestaat een tweede brief (van 1 maart 1839) met dezelfde afzendster en ontvangster waarop vermeld staat dat de zegel geen succes is geworden. Onderzoek door de British Philatelic Association gaf aan dat dit geen echte postzegel betrof en dat een gedeelte van het ontwerp later is toegevoegd; maar de Austrian Stamp Club of Great Brittain was sceptisch weerlegde deze conclusie. Met andere woorden er is nog geen overeenstemming. De Spittal zegel Herdenkingszegel voor Koschier 1838 Sydney (New South Wales) In 1838 werden in New South Wales voorafbetaalde covers uitgegeven. Deze konden op het General Post Office tegen betaling van 1 shilling en 3 pence per dozijn worden gekocht en deze prijs was voldoende om alle kosten voor de bezorging te dekken. Er bleken drie nadelen aan dit cover te kleven: Ze konden alleen op het General Post Office gekocht worden Het embossen was een tijdrovend proces De poststukken werden vaak verkeerd gevouwen zodat de embossing onzichtbaar werd. Embossed cover - Sydney Er zijn minimaal 36 covers bekend met een datum tussen 1 oktober 1842 en 20 mei 1850; maar er is een cover bekend met een datum van 29 november Britannia News Penny Black Special Pagina 75
76 Vaak werd met een extra stempel aangegeven dat er geen extra port betaald hoefde te worden omdat de embossing slecht te zien was: Slotwoord Zoals met alle grote ideeën in het verleden komt ook de postzegel niet zomer uit de lucht vallen. Meer mensen hebben ongeveer tegelijkertijd de behoefte aan een manier om de toenemende stroom van poststukken te stroomlijnen. Ook Rowland Hill en Wiliam Mulready zijn geen geïsoleerde geniale personen. Zij waren op de juiste tijd op de juiste plaats. Historisch gezien is dit misschien wel logisch in het midden van de 19 e eeuw was Engeland één van de belangrijkste landen van de wereld met een groot grondgebied. Pagina 76 Penny Black Special Britannia News
77 Jubileum Uitgiften Verzameld door de redactie Op 6 Mei 2015, dus precies honderd vijfenzeventig jaar na het verschijnen van de Penny Black komt Royal Mail met twee replicas, een van de One Penny zelf, en een van de twee dagen later verschenen Two Pence Blue. Ze komen uit in het beproefde Machin-formaat. Beide zegels hebben dezelfde frankeerwaarde: 1st Class, op dit moment overeenkomend met 63 pence. Kennelijk wilde men van de fameuze Penny Black geen tweede klas-zegel maken. Verder treffen we uiteraard het profiel van Elisabeth II. In tegenstelling tot hun illustere voorgangers zijn de zegels getand (15x14), en vertonen de inmiddels gebruikelijke uitsparingen aan de linker en rechter zijde. Er verschijnt een velletje met 10 zegels van beide voor 12,90 (30 pence extra voor Royal Mail?), en een postzegelboekje met zes zwarte exemplaren, en met Rowland Hill s oorspronkelijke definitie voor 3,78. Dit zijn dan de gewone uitgiften, die in principe zijn bedoeld om post mee te frankeren, en die we hieronder afbeelden. Dan is er natuurlijk het onvermijdelijke velletje ( miniature sheet ), met vier zegels en een historische afbeelding van de drukkerij van Perkins, Bacon & Petch, waar de eerste uitgifte werd vervaardigd. Van deze zegels zullen vermoedelijk slechts weinige op poststukken belanden. In tegenstelling echter tot de allereerste keer, toen er alleen maar postzegels verkrijgbaar werden gesteld, in vellen van 240 stuks ad 1, wordt het vijfendertigste lustrum van de Penny Black verder gevierd met een overdadig aanbod aan verdere merchandise. Er zijn twee FDC s, maxikaarten, twee soorten Smilers sheets, een Limited Edition Miniature Sheet, een Exhibition Pack (alleen verkrijgbaar op de Europhilex tentoonstelling), en een envelop compleet met medaille. Wie het gehele pakket wil aanschaffen dient (minimaal) 88,62 neer te tellen, bij de huidige wisselkoers ongeveer 125. Daarvoor koopt men overigens ook een zeer redelijk exemplaar van de enige echte Nr. 1. Wil men verder nog een van de van 1 tot 1000 genummerde exemplaren van de Press Sheet bemachtigen, dan zal dieper in de buidel dienen te worden getast. Britannia News Penny Black Special Pagina 77
78 Maar ook dan is men er nog niet. Ook de buitengewesten laten zich niet onbetuigd, afgaande op de onderstaande afbeeldingen. Aannemende dat ook andere postale autoriteiten, waaronder die van de voormalige koloniën, aandacht zullen besteden aan dit jubileum, met afbeeldingen van de Penny-zegels dan wel hun eigen eerste uitgiften, is dit wellicht een goed moment om een collectie gewijd aan dit thema te beginnen. Bron: Royal Mail Update, Vol 52 April 2015 Vervalsing De redactie We zijn ons bewust dat er talrijke vervalsingen van de penny black voorkomen. We kunnen deze uitgave niet eindigen zonder minimaal één vervalsing op te nemen. In dit geval ontbreekt de punt achter de tekst Penny. Pagina 78 Penny Black Special Britannia News
79 Verantwoording De redactie De teksten in deze uitgave zijn een compilatie van een aantal bronnen. Bij een aantal artikelen zijn de bronnen vermeld. Voor de andere artikelen geldt dat de belangrijkste ervan hieronder bij de referenties vermeld staan. Daarnaast raadpleegden we een aantal standaardcatalogi. Verdere feiten zijn op het internet gesprokkeld, net als een groot deel van de afbeeldingen. Veel vonden we in Wikipedia, en op gespecialiseerde filatelistische sites. Reproducties van zegels stammen in een enkel geval van veilingen, zoals Grosvenor Philatelic Auctions en ebay, maar zijn veelal van ontraceerbare bronnen. Referenties (selectie) Fisher, H.W. and R. Brown (). The Plating of the Penny [5 Vols]. London: Royal Philatelic Society. Jeffreries, H. And R. Oliver (eds) (2004). Great Britain Specialized Stamp Catalog Vol. I, Queen Victoria. London: Stanley Gibbons. Litchfield, P.C. (1949). Guide Lines To The Penny Black. London: Robson Lowe Ltd. Lowe, R. (1979). The British Postage Stamp of the nineteenth century. London: The National Postal Museum. Mackkay, J. (1972).The World of Classic Stamps New York: Putnam. Nissen, Ch. and B. McGowen (1922). The Plating of the Penny Black Stamps of Great Britain, London: Chas. Nissen & Co. Seymour, J.B. and C. Gardiner-Hill (1967).The Postage Stamps of Great Britain, Part One, Imperforate Line-Engraved Issues. London: Royal Philatelic Society. Websites (selectie) Pennyblackstore Britannia News Penny Black Special Pagina 79
80 Pagina 80 Penny Black Special Britannia News
Koningin Beatrix een langlopende emissie
Koningin Beatrix een langlopende emissie Toen op 2 januari 2002 de eerste postzegels verschenen met de waardeaanduiding uitsluitend in euro, werd een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de emissie-beatrix.
THE RED PENNY GREAT BRITAIN MET 4 LETTERS EN PLAATNUMMER STANLEY GIBBONS NR.43-MICHEL NR.16
THE RED PENNY GREAT BRITAIN MET 4 LETTERS EN PLAATNUMMER STANLEY GIBBONS NR.43-MICHEL NR.16 GESCHIEDENIS. Een postzegel is een klein stukje papier ( tegenwoordig gegomd of zelfklevend ), me een bepaalde
In vele Europese landen en in een groot aantal buiten
STIEFKINDEREN VAN DE FILATELIE TELEGRAMZEGELS In vele Europese landen en in een groot aantal buiten ons werelddeel werd in de vorige eeuw op ruime schaal gebruik gemaakt van telegramzegels. Op 1 januari
het verhaal achter de postzegel
Missie 3 het verhaal achter de postzegel het verhaal achter de postzegel 1. WAT IS EEN POSTZEGEL? Een postzegel is een stukje papier met een bepaalde waarde dat je rechts bovenaan op een envelop plakt.
Eén cirkel stempel. Een stempeltype met slechts één gesloten ring. Het stempel dat U ziet komt in diverse typen voor.
E Echt gelopen. Term voor een poststuk dat werkelijk werd verzonden en door de post werd besteld. Het stuk dat U ziet is voorzien van een vertrek en aankomststempel evenals een bestellerstempel. Eén cirkel
Digitale postzegels. Wat zijn digitale postzegels? Zwitserland. Italië
Digitale postzegels Als het gaat over de toekomst van het postzegelverzamelen hoor je vaak dat e-mail en andere moderne ontwikkelingen de postzegel overbodig zullen maken. Voor een deel zal dat zeker gebeuren;
De Lekbode 94 april 2009
F Facsimile. Nabootsing van zeldzame zegels. Regelmatig wordt dit soort maakwerk aangeboden, soms nog voor veel geld. Het gevaar van dit soort producten is dat vervalsers hiermede zeldzame stukken vervaardigen
DE FILATELISTISCHE KANT VAN DE THEMATISCHE FILATELIE: Van postzegel tot postale aanduiding (afl. 5)
DE FILATELISTISCHE KANT VAN DE THEMATISCHE FILATELIE: Van postzegel tot postale aanduiding (afl. 5) En postzegels in alle maten (vormen). In vorige afleveringen hebben we gezien dat er veel verschillende
De Lekbode 106 april 2009
G Gebruikt. Een gestempelde zegel die echt is gebruikt. Dit in tegenstelling tot allerlei gelegenheids afstempelingen. Deze term wordt ook wel gebruikt voor postfrisse zegels met b.v. een plakker. Hier
56, 80, 112, 192, 240, 480
56, 80, 112, 192, 240, 480 Wie deze reeks cijfers ziet, denkt misschien te maken te hebben met een wiskundig artikel dat per ongeluk in Novioposta terecht is gekomen. Niets is echter minder waar. Engeland
Machinestempels als verzamelgebied (1)
Machinestempels als verzamelgebied (1) Veel filatelisten verzamelen, behalve postzegels, ook stempels. Sommige stempels zijn geliefd omdat ze volledig op een postzegel passen (puntstempels, ook wel nummerstempels
De eenkleurige portzegels
De eenkleurige portzegels 1911-1947 Eénkleurige portzegels. 'Wat moet ik me daarbij voorstellen?', zult u zeggen. Welnu, we zullen proberen deze kreet in dit a r t i keltje te verklaren. In 1870 ontwierp
Afstempeling. Algemeen gebruikte uitdrukking. poststempel op een postzegel en / of poststuk. Let ook eens op de fraaie illustratie op deze kaart.
Afgeschreven. Ook wel nietig afgeschreven. Als een met port belast stuk door de geadresseerde werd geweigerd of niet besteld kon worden, moest het niet te innen bedrag aan port worden afgeschreven en de
DE BRIEVEN BRIGADE CREATIEF SCHRIJVEN POSTZEGELS EN VERZAMELEN
DE BRIEVEN BRIGADE CREATIEF SCHRIJVEN POSTZEGELS EN VERZAMELEN INTRO VOOR DE LEERKRACHT Nu uw leerlingen mooie brieven kunnen schrijven, en alles geleerd hebben over kaartjes (ontwerpen), moeten die natuurlijk
ENGELSE POSTZEGELS TYPE MACHIN
ENGELSE POSTZEGELS TYPE MACHIN Produktie en lay-out: J.J.A. Heeren Contact: [email protected] Engelse Postzegels van het type Machin VOORGESCHIEDENIS EN DE NIET-DECIMALE SERIE De Engelse Koningin Elisabeth
Stiefkinderen van de Filatelie Spoorwegzegels
Stiefkinderen van de Filatelie Spoorwegzegels 1 Inleiding Het vervoer van post met de trein was een zaak van de PTT. Met de spoorwegen werden contracten afgesloten over het vervoer van afgesloten zakken
Op 11 november 1918 eindigde de Eerste Wereldoorlog:
Deviezencontrole en Inflatie in Duitsland in de jaren 1918-1923 - INLEIDING Op 11 november 1918 eindigde de Eerste Wereldoorlog: de Duitsers hadden de wapens neergelegd, de Duitse Keizer was met zijn familie
De Lekbode 66 april 2009
D Dag van de Aerofilatelie. Een dag die elk jaar wordt georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Aerofilatelisten de Vliegende Hollander. Meestal is er op Schiphol een bijeenkomst en wordt er een
De Lekbode 118 april 2009
H Haarlemse druk. De zegels de 2 e emissie werden tot eind 1866 in Utrecht en daarna in Haarlem gedrukt. Er zijn minimale verschillen te zien. Vandaar dat bij deze emissie wordt gesproken Utrechtse en
Lang geleden was dit een probleem, dat sommige
OP ZONDAG >BESTELLEN< OF >NIET BESTELLEN< Lang geleden was dit een probleem, dat sommige postadministraties trachtten op te lossen. De post werd toen nog enige malen per dag bezorgd, óók op zondag. Tegenwoordig
USA booklets Convertible booklets (deel 3b van 4)
USA booklets Convertible booklets (deel 3b van 4) Maart 2010, Wim Meens Artikel voor de Philatelist. Gebruikte literatuur en websites: - The United States Stamp Society, Research Paper Nr. 2 (thirteenth
FILATELISTISCHE TERMEN, BEGRIPPEN EN UITDRUKKINGEN
A Aangesneden. Dit is een term voor ongeperforeerde zegels waarvan bij het losknippen te weinig rand is overgebleven of het zegelbeeld is beschadigd. U ziet dit veel bij de 1 e emissie. De prijs van een
Papiergeld van Duits Oost Afrika
Papiergeld van Duits Oost Afrika In de 19 e eeuw waren het handelaren van de Duitse Hanzesteden die de eerst contacten legden in het gebied dat nu Tanzania, Rwanda en Burundi heet. In het bijzonder de
Filatelistische elementen
JAN CEES VAN DUIN Filatelistische elementen Deel 16: Militaire en oorlogspost 1 Inleiding Portvrijdom is één van de filatelistische elementen. In dit hoofdstuk komen militaire en oorlogspost aan de orde.
Tandjes en randjes. Enige tijd geleden kwam me dit Franse postzegeltje (uit een postzegelboekje van 2006) onder ogen.
Tandjes en randjes Enige tijd geleden kwam me dit Franse postzegeltje (uit een postzegelboekje van 2006) onder ogen. Vrij vertaald staat er deze tekst op: Oh! Postzegels hebben meer tanden. Daardoor realiseerde
Filatelistische elementen
JAN CEES VAN DUIN Filatelistische elementen Deel 11: Postzegels in boekjes Inleiding 1 Het postzegelboekje is een van de twaalf filatelistische elementen. Een gewoon postzegelboekje bestaat ten minste
H O O F D S T U K F R A N K E E R T A R I E V E N. BBF Deel 3-5 pagina 1
H O O F D S T U K F R A N K E E R T A R I E V E N 5 Het transporteren van een poststuk naar de geadresseerde is een prestatie waarvoor moet worden betaald. Voordat de postzegel het mogelijk maakte deze
Verzamelen en tentoonstellen
Verzamelen en tentoonstellen Het opbouwen van een eigen thematische collectie 7: Poststukken Onder poststukken kunnen we van alles verstaan, zoals brieven, drukwerken, kaarten, pakjes en pakketten die
Filatelistische elementen Deel 24: Postwaardestukken
JAN CEES VAN DUIN Filatelistische elementen Deel 24: Postwaardestukken Inleiding Eén van de twaalf filatelistische elementen wordt gevormd door postwaardestukken. Postwaardestukken zijn poststukken die
L.B.Vosse, een baarfrankering uit KRAKSAÄN echt of vals?
L.B.Vosse, een baarfrankering uit KRAKSAÄN echt of vals? Onlangs kwam ik de hieronder afgebeelde briefkaart en brief uit Kraksaän tegen. Twee zaken vielen mij onmiddellijk op, de baarfrankering en de beschadigingen
Meer mogelijkheden met Decemberzegels
Meer mogelijkheden met Decemberzegels Waarschijnlijk verzamelt u Nederland postfris en hebt u een compleet velletje van twintig decemberzegels aangeschaft. Daar bent u als verzamelaar snel mee klaar: wacht
Emissie Twee proeven van de 1/2 cent zegel
Emissie 1869 De laagste waarde van de frankeerzegels van de emissies 1852, 1864 en 1867 was 5 cent. Voor de verzending van drukwerken, couranten etc. was het tarief lager dan 5 cent, maar daarvoor ontbraken
Het verzamelen van Machin postzegels
Het verzamelen van Machin postzegels In elke partij postzegels van Groot Brittannië kom je ze tegen: De zegels met de afbeelding van koningin Elizabeth die sinds 1967 tot op heden worden uitgegeven. Naar
Franse primeurs. Getand en ongetand
Franse primeurs Als eerste land in Europa geeft Frankrijk dit jaar een ronde postzegel uit. Deze postzegel, waarop een blauwe voetbal staat afgebeeld tegen een achtergrond van vlaggen, verschijnt ter gelegenheid
Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog deel 1
Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog deel 1 Algemeen Het leek mij nuttig om vóór de beschrijving van de deviezenproblemen eerst duidelijk te maken wat onder deviezen verstaan moet worden, zulks
1 Gebieden die in 1922 bij Polen behoorden
Een van de bekende langlopende series frankeerzegels in Duitsland is het type Germania. De actrice Anna Führing (1866-1929) (afb. 1) stond model voor deze zegels van ontwerper Paul Eduard Waldraff (1870-1917).
Kenmerkenlijst: J1849-J1919 (1-178) NB: xxx (blauw vet): gegevens eveneens in album - Epauletten bpost 1/7/1849 1/7/1849
1 1/2 2 3 3/5B 4 5 6 6/8A 7 8 9 9/12B 10 11 12 10 10A/12A 10 11 12 - Epauletten bpost 1/7/1849 1/7/1849 Watermerk: 2 geweven Hoofdletters "LL" in kader Aantal platen 1-1 ; 2-2 Tekeningen : Charles Baugniet
De Lekbode 39 april 2009
Boekdrukafstempeling. Eigenlijk geen afstempeling maar een opdruk in de vorm van een stempel. Deze wijze van ontwaarding wordt veel gebruikt t.b.v. afstempeling voor verzamelaars. Goed te herkennen aan
Tanding van Zegels DT - Jaargang 15 Nr 2
Tanding van Zegels DT - Jaargang 15 Nr 2 De eerste postzegel die uitgegeven werd in Groot-Brittanië op 1 mei 1840 had geen tanding. De postbeambte moest die nog met een schaar uit het vel snijden. Dit
Plusbrief- Duitsland herontdekt de voorgefrankeerde envelop
Plusbrief- Duitsland herontdekt de voorgefrankeerde envelop De voorgefrankeerde envelop een envelop waarop gedrukt staat dat de afzender voor het vervoer betaald heeft - is inmiddels een behoorlijk oude
Kenmerkenlijst: J1849-J1919 (1-178) NB: xxx (blauw vet): gegevens eveneens in album
1 1/2 2 3 3/5B 4 5 6 6/8A 7 8 9 9/12a 10 11 12 10 10A 10 11 12 - Epauletten - Leopold I bpost bpost 1/7/1849 1/7/1849 Watermerk: 2 geweven Hoofdletters "LL" in kader Aantal platen 1-1 ; 2-2 gebruik: 1/7/1866
Het poststuk van de maand augustus-september 2013: posttarieven 1.
Het poststuk van de maand augustus-september 2013: posttarieven 1. Trefwoorden: lokaaltarief, posttarieven, tarieven. U hebt zich vast al wel eens afgevraagd waarom de Nederlandse kinderzegels en de zomerzegels
Transorma lettercombinatie op brief
Transorma lettercombinatie op brief Tijdens een van de clubavonden van onze postzegelclub krijg ik van een van mijn medeleden een brief met de vraag Is dit iets voor je verzameling? Een snelle blik leert
Dick Bruna en de post
Dick Bruna en de post Als eenvoud het kenmerk is van het ware, zoals het spreekwoord luidt, dan is het werk van de Nederlandse grafisch ontwerper Dick Bruna bijzonder "waar". Er zijn weinig andere kunstenaars
Na de eerste wereldoorlog was de algemene gedachte:
STIEFKINDEREN VAN DE FILATELIE COURZEGELS Na de eerste wereldoorlog was de algemene gedachte: dat nooit weer! Iedereen was ervan overtuigd, dat er geen oorlog maar samenwerking tussen de volken moest komen.
Het gebruik van de cijferzegels van het type Van Krimpen (1946)
Poststuk van de maand januari 2014 Het gebruik van de cijferzegels van het type Van Krimpen (1946) Op 1 november 1946 vonden er, in postaal en filatelistisch opzicht, enkele belangrijke wijzigingen plaats.
De munten van de Franse Revolutie door José De Strycker
De munten van de Franse Revolutie door José De Strycker De Franse Revolutie is niet enkel voor Frankrijk, maar ook voor een groot deel van Europa van grote betekenis geweest. Het politieke klimaat leek
Erg veel gebruikt in Nederland en ook kennen we dit vanuit o.a België is het Niet Bestellen, of Bestellen op Zondag..
Filatelistische elementen deel XI Verzendadviezen en Postale berichten Door: Jan Sangers Er is een flink aantal stroken, etiketten/stickers en stempels in gebruik om afzenders, transporteurs, bezorgers
Poolse Postwaardestukken: voor elk wat wils
Poolse Postwaardestukken: voor elk wat wils Wie eens iets anders wil gaan verzamelen, zou kunnen beginnen met Poolse postwaardestukken. Je komt ze overal voor een paar (euro)centen tegen. Wie denkt dat
DE BOERENOORLOG 1899-1902
DE BOERENOORLOG 1899-1902 Jan van Riebeeck Stichter van de Kaapkolonie In "Novioposta" nummer 9 van januari 1985 werd het eerste deel van dit artikel opgenomen. Na een overzicht van de geschiedenis van
F.J. Nash, Het versturen van kranten als partijpost in eind 1945, papierschaarste in Pontianak?
F.J. Nash, Het versturen van kranten als partijpost in eind 1945, papierschaarste in Pontianak? Er zijn drie afrekeningen voor het versturen van kranten als partijpost gevonden, die eind december 1945
Aantekenen nieuwe stijl
Aantekenen nieuwe stijl Aangetekende poststukken zijn er sinds 1 januari 1997 anders uit gaan zien. Het meest opvallende, en iets wat veel verzamelaars betreuren, is het verdwijnen van het aloude aantekenstrookje.
Het poststuk van de maand november 2013: posttarieven 3.
Het poststuk van de maand november 2013: posttarieven 3. Er zijn ook in Nederland postzegels uitgegeven in schijnbaar vreemde waarden. Wat een vreemde waarde is, dat is natuurlijk een persoonlijke zaak.
Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties
Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De
Samengesteld door Cees Janssen, Nederlandse Academie voor Filatelie
Dubbelringstempels Samengesteld door Cees Janssen, Nederlandse Academie voor Filatelie Inleiding Tussen het stempeltype kleinrond en het typenraderstempel, werd het zogenoemde grootrondstempel gebruikt.
Geen gehoor. niet gereageerd wordt kan de postbode soms proberen het poststuk bij. pakket (1992)
Geen gehoor Het komt weieens voor dat de postbesteller een stuk niet in de brievenbus kan gooien, maar dat hij moet aanbellen om het af te geven. Dat doet hij bij pakketpost (alles wat niet door de brievenbus
Rood, Roder, Roodfrankering
Rood, Roder, Roodfrankering Inleiding Het is 7 uur s'avonds en de eerste verzamelaars komen binnen. Enkelen met grote dozen onder de arm. De belangstelling is gewekt. Oud? vraagt de ene. Nieuw, mompelt
1/2 - Epauletten. 10c Bruin Leopold I 10c Grijsbruin Leopold I 10c Zwartbruin Leopold I 1 1a 1b
1/2 - Epauletten Uitgiftedatum: 1/7/1849 Buiten gebruik: 1/7/1866 Papier: H1- handgemaakt papier Afmetingen: zegel: 19,5 x 23mm / beeld; 18 x 22mm Perforatie: geen Watermerk: 2 geweven Hoofdletters "LL"
ONLINE BIJBELSTUDIE VOOR JONGEREN
STUDIONLINE JAARGANG 2, NR. 10 ONLINE BIJBELSTUDIE VOOR JONGEREN DL 2 D O M I N E E O N L I N E. O R G Vierhonderd jaar geleden vergaderde de synode in Dordrecht. Je weet inmiddels wat een synode is: een
Nieuw: de aantekenzegel(s)
Nieuw: de aantekenzegel(s) Op het gebied van de aangetekende brief hebben we in Nederland de laatste jaren verschillende veranderingen meegemaakt. In 1997 verdween het aantekenstrookje met kantoornaam.
Buizenpost. 1 De ontwikkeling
Buizenpost Omstreeks 1860 was het in de grote wereldsteden zo druk, dat files de straten verstopten. Snel een briefje ergens heen brengen was er niet bij en de telefoon werd pas in 1876 uitgevonden. Met
Russische papiergeld in WW-I (1914 1917) Door John Laureijsen
Russische papiergeld in WW-I (1914 1917) Door Inleiding Op 1 augustus 1914 vielen Russische troepen Oost Pruisen binnen en was de eerste wereldoorlog niet meer tegen te houden. De tsaren hadden de kosten
HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913
HONDERD JAAR GELEDEN aflevering 12 Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 Een vast onderwerp waaraan in de kranten aandacht werd besteed, was de oorlog op de Balkan. Turkije was er bij betrokken
Nederlandse omnibus-series
Nederlandse omnibus-series Het Britse koningshuis heeft dit jaar twee memorabele gebeurtenissen meegemaakt. Allereerst de dood van Koningin-moeder Elizabeth, die op 101-jarige leeftijd overleed. Daarnaast
60 cent vertegenwoordigde het tarief voor binnenlandse brieven tot en met 20 gram en brieven naar CEPT-landen.
Officieel werd de postzegel van 60 cent uitgegeven op Koninginnedag, 30 april 1980, hoewel de postkantoren op die dag gesloten waren. De eerste-dagenveloppe kreeg in het eerste-dagstempel de plaatsnaam
Het verhaal van Europa
Het verhaal van Europa 2010 Uitgeverij Manteau / Standaard Uitgeverij en Rob Heirbaut & Hendrik Vos Standaard Uitgeverij nv, Mechelsesteenweg 203, B-2018 Antwerpen www.manteau.be [email protected] Deze reeks
Scheepspostzegels. Uitgegeven vanaf 1864 tot Robert Todd - Jacob Abraham Jesurun
Scheepspostzegels Uitgegeven vanaf 1864 tot 1870 Robert Todd - Jacob Abraham Jesurun Inhoudsopgave Lokale scheepspostzegels 2. Catalogus 4. De vier typen van de eerste emissie J.A. Jesurun 11. 1 Lokale
INLEIDING Deze richtlijnen zijn door de FIP Commissie Postwaardestukken uitgegeven om de Bijzondere Regels voor de beoordeling van inzendingen van
INLEIDING Deze richtlijnen zijn door de FIP Commissie Postwaardestukken uitgegeven om de Bijzondere Regels voor de beoordeling van inzendingen van Postwaardestukken (SREV), goedgekeurd door het 54ste FIP-congres
Interessant is ook het postale strookje "Vertrokken" op de voorzijde, met daarop geschreven "Europa".
Kom over de brug! Enige t i j d geleden wist ik op een clubbijeenkomst de bij dit artikel afgebeelde brief te verkrijgen. Filatelistisch maakwerk! Daar ziet het wel naar uit. Maar toch, wanneer we de frankeerwaarde
Aanvang Verkoop: 3 oktober 1989
De Limburgzegel Enkele curieuze aspecten van deze uitgifte Op 2 oktober j. l. werd in zowel België (13 frank) als Nederland (75 cent) een zegel uitgegeven ter herdenking van het feit dat 150 jaar geleden
De eerste-dagenveloppe kreeg nu wel het eerste-dagstempel met de plaatsnaam s-gravenhage met de datum van 6 januari 1981.
Op 6 januari 1981 heeft de PTT een bijzondere postzegel uitgegeven met een waarde van 65 cent. Deze zegel heeft dezelfde afbeelding als de Inhuldigingszegel 1980 met de waarde 60 cent. Tot deze uitgifte
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2 Samenvatting door S. 1030 woorden 18 mei 2017 0 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Geschiedenis samenvatting H2 1: Wetenschappelijke Revolutie 17 e eeuw Kenmerken: Observeren
RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D
RESEARCH CONTENT Loïs Vehof GAR1D INHOUD Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ blz. 2 Methode -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog
Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog - deel IV (slot) Postzegelruil met het buitenland Direct na de bevrijding was postzegelruil met het buitenland niet mogelijk, zeer tot ongenoegen van de
Dit privilege wordt Portvrijdom genoemd. In Nederland bestaat het recht van portvrijdom alleen nog voor enkele groepen.
HOOFDSTUK 6 P O R T V R IJ D O M In sommige gevallen behoeven geen betalingen plaats te vinden voor de door de postdiensten te verrichten prestaties. Die poststukken kunnen dan door de afzenders ongefrankeerd
DIRECT SPECIALE ROLZEGELS
DIRECT MAIL EN SPECIALE ROLZEGELS - DIRECT MAIL Sinds een jaar of twee maakt de PTT van een aantal postzegels speciale rollen van 5000 zegels. Dit artikel vertelt het doel hiervan en gaat in op enkele
Polen 1914-1918. Het gebied lag ingeklemd tussen Duitsland en de Donau monarchie Oostenrijk-Hongarije.
Polen 1914-1918 Eigenlijk bestond Polen niet in deze periode, De grenzen van Polen zijn in de loop van de geschiedenis zo vaak gewijzigd, dat we daar ook geen houvast aan hebben. Het gebied waar we het
Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info
Paspoort Ik houd mijn spreekbeurt over paspoorten. Sommige van jullie zijn vast wel eens naar het gemeentehuis geweest om met jullie vader of moeder een paspoort te halen. Ik moest ook een keer mee en
Druk met Kunst Lesbrief ter voorbereiding op het project Druk met Kunst, groep 6.
Druk met Kunst Lesbrief ter voorbereiding op het project Druk met Kunst, groep 6. Inhoud: Voor de docent Pagina 2 - Het project druk met kunst - Voorbereiding met de klas - De leskist Museum in de klas
Machinestempels als verzamelgebied (4) Jos M.A.G. Stroom.
Machinestempels als verzamelgebied (4) Jos M.A.G. Stroom. In de vorige aflevering heb ik aandacht besteed aan de machinestempels uit de Kerst- en Nieuwjaarsperiode (KNJ), die elk jaar opnieuw weer voor
DINGEN DIE JE MOET WETEN
50 Maar wat gebeurde er precies? Welke landen en mensen waren belangrijk? Dit boek staat vol met weetjes, landkaarten en foto s over een tragische periode in de wereldgeschiedenis. JIM ELDRIDGE ISBN 978
Wat verzamelt u nou zelf?
Wat verzamelt u nou zelf? Dat is de vraag die ik als taxateur/veilingmeester tijdens taxatie gesprekken bij ons op kantoor of bij de mensen thuis heel vaak krijg voorgelegd. In verre weg de meeste gevallen
braille Anna Guitjens april 2014
braille Anna Guitjens april 2014 Inleiding Ik heb het onderwerp Braille gekozen omdat ik er nog meer over wil weten. Ik heb namelijk mijn spreekbeurt in groep 7 ook over braille gehouden. Over braille
DE BOERENOORLOG 1899-1902
DE BOERENOORLOG 1899-1902 Jan van Riebeeck - INLEIDING Stichter van de Kaapkolonie Wanneer men iets wil schrijven over de Boerenoorlog, Kan men niet voorbijgaan aan de vele gebeurtenissen die aan deze
Zelfklevende loketstroken in Oostenrijk H.A. Wolf,
Zelfklevende loketstroken in Oostenrijk H.A. Wolf, 24-02-2012 In 1998 voerde de Oostenrijkse Post zelfklevende loketstroken in. Die werden gebruikt in een netwerk van frankeermachines dat OPAL heet. Het
Bijlage bij de handleiding BEL
Frankeersysteem Bijlage bij de handleiding 2 PostBase Bijlage bij de handleiding Wat u beslist moet weten Deze bijlage is een aanvulling bij de handleiding voor het frankeersysteem PostBase. Dit document
RICHTLIJNEN VOOR HET BEOORDELEN VAN INZENDINGEN VAN POSTWAARDESTUKKEN Pag. 1
Pag. 1 INLEIDING Deze richtlijnen zijn door de FIP Commissie Postwaardestukken uitgegeven om een handleiding te bieden bij het toepassen van de GREV en de Bijzondere Regels voor de beoordeling van inzendingen
Tijdelijk Museum. Het spel
Tijdelijk Museum Het spel Welkom in de Nationale Bank van België! De Nationale Bank van België is geen gewone bank! Jij kan hier immers geen bankrekening openen. Alleen de gewone banken kunnen dit. Bovendien
Standaardisering: postmerken. Inleiding
Afbeelding 1: Postzegels op een postpakket, afgestempeld met handstempel Groesbeek - Pannenstraat' in oktober 2016. Dat zien we volgend jaar niet meer. Inleiding Per 1 januari 2017 schaft PostNL vrijwel
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409 NOTA van: de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse en de Britse delegatie aan: het Comité van artikel
Briefweger. Notities voor de leerkracht. Wetenschap Gewicht meten Schaalverdelingen kalibreren Wetenschappelijk onderzoek
Notities voor de leerkracht Briefweger Wetenschap Gewicht meten Schaalverdelingen kalibreren Wetenschappelijk onderzoek Design en technologie Mechanismen gebruiken hefbomen en tandwielen Materialen en
VOELTEKENS VOOR BLINDEN
VOELTEKENS VOOR BLINDEN dr. ir. P. Koeze De Nederlandsche Bank N.V., Amsterdam 21 januari 1982 Gedigitaliseerd september 2006 1 Inleiding De Nederlandsche Bank was de eerste centrale bank die voeltekens
Wie Nijmegen zegt, zegt Vierdaagse. Hoewel Nijmegen
Vierdaagse onder de loupe Wie Nijmegen zegt, zegt Vierdaagse. Hoewel Nijmegen een r i j k verleden en ook hedentendage nog veel interessants te bieden heeft, dankt de stad zijn wereldwijde faam aan een
TRACTATENBLAD VAN HET. Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992
10 (1992) Nr. 13 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2012 Nr. 182 A. TITEL Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992 B. TEKST De Nederlandse
De nieuwe landen in het oosten
De nieuwe landen in het oosten Sinds het einde van de Koude Oorlog is de kaart van Europa ingrijpend gewijzigd. Sommige staten zijn verdwenen om op te gaan in een groter geheel ( denk aan de DDR), maar
POST ZEG Wat is de oudste postzegel? Hoe worden postzegels gemaakt? Hier lees je er alles over. Handig voor je werkstuk of spreekbeurt!
POST Wat is de oudste postzegel? Hoe worden postzegels gemaakt? Hier lees je er alles over. Handig voor je werkstuk of spreekbeurt! 1 Waarom zijn er postzegels? 2 Soorten postzegels 3 Hoe worden postzegels
Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.
1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.
TRACTATENBLAD VAN HET
34 (2007) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2010 Nr. 245 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting
