Project Microalbumine in Combi Urine 2010
|
|
|
- Maurits Baert
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek Project Microalbumine in Combi Urine 2010 Aldy Kuypers, Robert de Jonge, Cas Weykamp Mei 2010
2 Achtergrond Tijdens de beleidsavond van de Sectie Algemene Chemie in februari 2009 is besloten om de rondzending Combi Urine te evalueren. Deze doelstelling is nader ingevuld door Aldy en Robert en in hun rapport van juni 2009 richtten zij zich vooral op microalbumine en de commuteerbaarheid van de monsters. Bottum-line: door patienten uitgescheiden albumine zou in immunochemische testen wel eens anders kunnen reageren dan serum albumine of albumine uit een potje waarmee gespiked wordt. Voorts zou filtreren van urine door een 22 micrometer filter waarmee neerslag, cellen en bacterieen verwijderd worden mogelijk invloed kunnen hebben. Als dit waar is impliceert dit dat de huidige combi-monsters niet commuteerbaar zijn en de waargenomen (excellente) interlabvariatie een te rooskleurig beeld schetst van de werkelijkheid. Om deze veronderstelling te toetsen is in juli 2009 in samenwerking met Cas een project ontworpen dat ingebouwd is in de Combi Urine Vraagstelling die onderzocht is: a. Gedraagt gespiked albumine zich anders dan door patienten uitgescheiden albumine? b. Is de manipulatie van monsters (invriezen, filtreren, vriesdrogen) van invloed op de meting van albumine? c. Is de manipulatie van monsters van invloed op een van de andere analytes? Hoofdlijn Project Vanuit dezelfde urinepool (albumine van 100 mg/l, kreatinine van 8 mmol/l) worden 4 monsters gemaakt en opgenomen in de rondzending: a A:vloeibaar verzonden b B: gefiltreerd en vloeibaar verzonden c C:gefiltreerd en ingevroren verzonden d D: gefiltreerd en gevriesdroogd Voorts zijn de data van een met humaan albumine gespiked monster (2009.1B) bij de analyse betrokken. Dit monster is net als monster D gefiltreerd en gevriesdroogd en verschilt dus alleen van D doordat albumine gespiked en niet natief is. Gedraagt gespiked albumine zich anders dan door patienten uitgescheiden albumine? Om deze vraag te beantwoorden zijn in tabel 1 de gemiddeld gemeten waarden en de interlab CV van het monster met natieve albumine (2010.1D) en het gespikete albumine (2009.1B) opgenomen. Daarbij wordt in drie aggregatielagen gewerkt: overall, gesplitst naar nefelometrie en turbidimetrie en gesplitst naar analytisch systeem.
3 Tabel 1. Gemiddeld gemeten microalbumine en interlab CV in monsters met een natief en een gespiked albumine Methode N Gemiddeld Gemeten Interlab CV Ratio Zoals bij D in gebruik (2010.1D) Gespiked Albumine B Natief Albumine D Gespiked Albumine B Natief Albumine D Spike/Natief X 100 Spike/Natief X 100 Herleid 100 Overall % 6% Nefelometrie % 7% Turbidimetrie % 6% Nefelometrie Beckman Array 3 186* 116 8% 2% * Beckman Immage % 6% Beckman Unicel DxC % Siemens BN II % 1% Siemens ProSpec % 9% Roche Modular** % 1% Turbidimetrie Abbott Aeroset % 2% Abbott architect % 3% Siemens ADVIA Beckman DxC % 6% Beckman DxC % 4% Beckman LX % 8% Beckman Synchron % Siemens Dimension % 5% Olympus % 5% Roche Cobas % 6% Roche Integra %* 3% Roche Modular % 4% * statistisch significante verschillen (95% niveau) ** Methode zoals aangegeven door deelnemers; voor zover ons bekend is de Roche Modular evenwel een turbidimetrische methode
4 Maakt het nu verschil of er natief albumine (uitgescheiden door een patiënt) of kunstmatig albumine (gespiked met humaan albumine uit een potje) in de rondzendmonsters zit? Reden om dit onderzoek te starten was de verrassend lage interlab CV zoals we die in monsters met gespiked albumine zagen (2009.1B). Wellicht zou het er met natief albumine (met mogelijk andere moleculaire vormen) slechter uitzien. De resultaten bevestigen deze veronderstelling niet: waar in het gespikete monster overall interlab CV 7% is deze bij gebruik van natief albumine 6%. Ook als we kijken naar de beide meetprincipes (nefelometrie en turbidimetrie). Bekeken per methode is er een keer een significant verschil: bij Roche Integra is de spreiding in het gespikete monster significant hoger. Maar bij een waarschijnlijkheid van 95% zul je een significant verschil vinden bij 1 op de 20 testen. Conclusie: de spreiding tussen de labs is bij gespiked albumine niet anders dan bij natief albumine. Andere vraag is die naar de commuteerbaarheid. Als de Overall Interlab CV s geen verschillen laten zien is de kans gering dat er matrix effecten zijn maar het is toch goed om hier met een specifieke methode naar te kijken. Dat kan eerst met het oog van de timmerman: simpelweg kijken of er met enige methode in monster B duidelijk een andere gemiddelde meetwaarde wordt gevonden dan in monster D. Ofwel: kijken naar kolommen 3 en 4. Er springt niets in het oog maar het is lastig vergelijken: het concentratieniveau in de monsters is verschillend. Dat kan vergemakkelijkt worden door met ratio s te gaan werken (kolommen 7 en 8). Per methode wordt de verhouding tussen B en D uitgerekend (kolom 7). Om het nog gemakkelijker te maken wordt deze ratio herleid tot 100 (door de overall ratio op 100 te stellen). Voorbeeld: Beckman Immage meet laag in het gespikete monster (179); is dat een matrix effect? Kijken we naar de meting in het natieve monster dan zien we ook een lage waarde (99). Of wel deze methode meet in beide typen monsters laag. De lage meetwaarde in het gespikete monster is niet het gevolg van een commuteerbaarheidsprobleem maar een gevolg van de calibratie van de methode. Dit is ook in een ratio uit te drukken: 179/99 = 181 en herleid naar de overall ratio van 182 is dit 181/182 = 99. Voor Olympus geldt het spiegelbeeld: hoog in beide monsters (212 en 114) met een ratio van 212/114 = 186 wat dan herleid 186/182 = 102 is. Een herleide ratio van 100 is totaal matrixvrij. Hoe dichter de herleide ratio s van een methode bij 100 liggen hoe geringer de kans op een matrix effect. De herleide getallen 99 voor Beckman en 102 voor Olympus liggen beide dicht bij 100 en hier is dus geen matrix probleem. Statistici zullen hier graag een objectief bewijs van zien. Dat kan met de t- test. Een verschil is significant in relatie tot de gecombineerde standaardafwijking en het aantal vrijheidsgraden (Skoog and West; fundamentals of Anlytical Chemistry). Kwalitatief: hoe groter de standaardafwijking, hoe groter de afwijking van 100 mag zijn om niet significant te zijn; en hoe groter het aantal meetwaarden (aantal labs) hoe minder de ratio van een methode mag afwijken van 100 om significant te zijn. Deze test is toegepast op het 95% niveau en scoort alleen bij de Beckman Array een significant verschil (herleide ratio is 88 en mag maximaal 90 zijn). Ook hier geldt weer: in 1 op de 20 gevallen zul je per definitie een significant verschil vinden. Slotconclusie: op grond van gemeten concentraties en interlaboratoriumvariatie is er bij de meting van microalbumine geen verschil aantoonbaar tussen monsters met natief en kunstmatig albumine.
5 Is de manipulatie van monsters (invriezen, filtreren, vriesdrogen) van invloed? In de vorige paragraaf is aangetoond dat spiken van urine met albumine geen bezwaar is. Maar daarbij zijn gevriesdroogde monsters vergeleken. Maar heeft dat vriesdrogen geen effect op de metingen? Dat is uitgezocht door een monster in vier verschijningsvormen te laten analyseren in de rondzending Een patiëntenurine met een microalbumine van omstreeks 100 is verstuurd: vloeibaar zonder enige behandeling (2010.1A), vloeibaar nadat het monster eerst was gefiltreerd (2010.1B), ingevroren op droogijs verstuurd nadat het monster eerst was gefiltreerd (2010.1C) en gevriesdroogd (2010.1D). Tabel 2 laat de resultaten zien. In opzet lijkt deze tabel op tabel 1 (zie dus in vorige paragraaf voor toelichting)met dien verstande dat alleen de herleide ratio s zijn opgenomen. Tabel 2. Gemiddeld gemeten microalbumine en interlab CV s zoals gevonden in 4 typen monsters bereid uit deselfde uitgangsurine. Methode N Gemiddeld Gemeten Microalbumine Interlab CV Herleide Ratio B A B C D A B C D A/B C/B D/B Abbott % 3% 3% 3% 99 95* 96 Siemens ADVIA Beckman % 7% 7% 7% Siemens BN II % 2% 3% 1% Siemens Pro Spec % 8% 11% 10% Siemens Dimension % 9% 8% 4% Olympus % 4% 7% 7% Overigen % 7% 7% 7% Roche Cobas % 5% 4% 3% Roche Integra % 3% 4% 4% Roche Modular % 4% 4% 4% Overall % 6% 6% 6% * statistisch significant 95% niveau Als uitgangspunt bij de ratio s is de vloeibare gefiltreerde urine (2010.1B) genomen (ongefiltreerde had enkele uitschieters en was ook bij andere parameters (zie volgende pargraaf) dispersed. Vergelijk op het oog van de gemiddeld gemeten waarden laat een homogeen beeld zien: alle methoden dicht bij elkaar. Maar toch meet Abbott in elk van de vier monsters aan de hoge kant en Roche Cobas 6000 in alle monsters aan de lage kant. Dat wordt weerspiegeld in herleide ratio s die alle dicht bij 100 liggen. Objectivering met de t-toets laat alleen een significant verschil zien voor het ingevroren monster zoals gemeten met Abbott. Conclusie: Enige behandeling van de monsters (filtreren, invriezen, vriesdrogen) heeft geen effect op de gemiddeld gemeten albumine concentratie en de interlab CV (met dien verstande dat er bij het vloeibare ongefiltreerde monster enkele uitschieters waren; deze zijn verwijderd alvorens de CV te berekenen).
6 Is de manipulatie van de monsters van invloed op de andere analytes? Nu de vier typen monsters toch zijn rondgestuurd om het effect van filtreren, invriezen en vriesdrogen op albumine te onderzoeken kan ook naar de andere analytes gekeken worden. Dat is gedaan op dezelfde wijze als voor micro-albumine in de vorige paragraaf. De resultaten zijn niet in extenso opgenomen in dit rapport (desgewenst opvraagbaar) maar samengevat in tabel 3. Tabel 3. Gemiddelde gemeten waarden en interlab CV s voor kwantitatieve analytes in de Combi Urine Analyte n Gemiddelde Interlab CV Aantal methoden Ratio <95 of >105 Ratio significant Afwijken 100 (95% niveau) A B C D A B C D A C D A C D Micro albumine % 6% 6% 6% Amylase % 5% 20% 3% Fosfaat % 5% 5% 5% Calcium % 6% 8% 6% Chloride % 5% 6% 5% Glucose % 26% 17% 9% 5 2 Kalium % 4% 4% 4% Kreatinine % 4% 4% 4% Magnesium % 8% 8% 8% Natrium % 2% 3% 3% Osmolaliteit % 1% 2% 1% Oxalaat % 14% 35% 22% Totaal eiwit % 14% 11% 12% Totaal 14% 8% 10% 7% Waarnemingen: - Bij amylase meet een aantal labs geen enkele activiteit; ook wanneer deze labs verwijderd worden is de interlab CV veel hoger dan in de andere monsters. Door invriezen en vriesdrogen verdwijnt een deel van de activiteit. Kleinste interlabvariatie bij gevriesdroogde monster. - Bij glucose meet een aantal labs geen glucose in het vloeibare ongefiltreerde monster; worden deze labs eruit gelaten dan is het gemiddelde in dit monster lager en de interlab CV veel hoger dan in de andere monsters. De kleinste interlab CV wordt gezien bij het gevriesdroogde monster. - Oxalaat lijkt in het ongefiltreerde monster wat hoger uit te vallen; bij alle monsters een slechte interlab CV (maar ook door lage concentratie)
7 - Totaal eiwit laat in vloeibare ongefiltreerde urine een wat hogere waarde zien maar ook een hogere interlab CV. - Kijken we naar het aantal methode/analyte combinaties met een ratio die meer dan 5% afwijkt van 100 dan zijn dat er 13 bij het vloeibare ongefiltreerde monster (vooral door glucose en totaal eiwit), 12 bij het ingevroren monster (amylase de boosdoener) en 4 bij gevriesdroogde. - Statistisch significante verschillen zijn er 1 in het vloeibare ongefiltreerde monster, 4 in het ingevroren monster en geen in het gevriesdroogde monster. Conclusie: Vloeibare ongefiltreerde urine heeft problemen met glucose en totaal eiwit. Vloeibare gefiltreerde urine heeft een probleem met glucose. Ingevroren gefiltreerde urine laat vreemde dingen zien bij amylase. Geen significante nadelen voor gevriesdroogde urine. Kwalitatieve testen Tot slot is ook een analyse gemaakt van de performance van de vier typen monster bij de kwalitatieve testen. Ook hier is er weer voor gekozen om een samenvattende tabel (tabel 4) te maken (detail tabellen zijn opvraagbaar). Tabel 4. Overview resultaten kwalitatieve testen met 4 typen monsters in Combi Urine Ongefiltreerd Analyte n Vloeibaar Verzonden Monster A Gefiltreerd Vloeibaar Verzonden Monster B Gefiltreerd Ingevroren Verzonden Monster C Gefiltreerd Gevriesdroogd Monster D + spoor - + spoor - + spoor - + spoor - Aceton Acetylacetaat Bilirubine Zwangerschap Glucose Eiwit Urobilinogeen In de tabel is het getal het percentage van de gerapporteerde uitslagen in de categorieën positief, spoor en negatief. Voorbeeld: voor eiwit in het ongefiltreerde vloeibaar verzonden monster rapporteert 18% van de labs positief, 60% een spoor en 22% negatief. Afgezien van glucose (minder positief in ongefiltreerde monster) zijn er geen opvallende verschillen.
8 Samenvatting a. Er is bij de meting van microalbumine geen verschil tussen natief en kunstmatig albumine in monsters b. Verschil in behandeling van de monsters (filtreren, invriezen, vriesdrogen) leidt niet tot verschil bij de meting van microalbumine c. Bij de overige analytes geeft het gevriesdroogde monster als enige geen enkel probleem Aanbeveling Gelet op de in dit experiment getoonde performance en gelet op het gemak in de dagelijkse praktijk (verzending, opslag, mogelijkheid voor een ontwerp met samenhangende monsters) is gebruik van gevriesdroogde monsters in de Combi Urine rondzending van de SKML aan te bevelen. Anders uitgedrukt: deze experimenten hebben de validiteit van het gebruik van gevriesdroogde monsters aangetoond. Het streven van de Sectie Algemene Chemie is om te komen tot uniforme gestructureerde rondzendingen met commuteerbare, getargete monsters. Met dit onderzoek is de commuteerbaarheid van de in de Combi Urine gevriesdroogde urines aangetoond. De structuur is al die welke we nastreven: paren monsters die een lineariteitsreeks vormen met enkele casuistische monsters. We kunnen nu gaan werken aan de resterende punten: doelwaarde invoeren (de wijze waarop is een punt van discussie (inweeg/consensus/referentielab/afijken op getarget serum), score en jaarrapport met jaarbrief.
DEFINITIEF GLOBAAL RAPPORT CHEMIE - URINE ENQUETE 2013/2
scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE
Apres la Deluge.. SKML Sectie Infectie Serologie
Apres la Deluge.. Homo Sapiens Kwalitativus Microbiologen/Immunologen Positief/negatief Casus Hepatitis ABC Serologie HIV Serologie SKMM Homo Sapiens Kwantitativus Klinisch Chemici/Bloedbanken Getal Getalachtigs
Harmonisatie bij de geneesmiddelen analyse, zin of toch onzin?
Harmonisatie bij de geneesmiddelen analyse, zin of toch onzin? D.J. Touw, N. Boone, KKGT Stichting Kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelanalyse en Toxicologie Sectie van de Stichting Kwaliteitsbewaking
Humorale Immunologie
SKML Congres De Waarde van de expert Ede, 9 juni 2015 Harmonisatie Humorale Immunologie Dr. C.W. Weykamp, Chemicus, SKB, Winterswijk Gebruik van ALTM en referentie waarden in de Combi Immunochemie rondzending
colection device Evaluatie van PeeSpot urine WHITE PAPER HESSELS+GROB bv Research report: Evaluation of PeeSpot Urine Collection Device
Research report: Evaluation of Urine Collection Device WHITE PAPER Evaluatie van urine colection device Nieuwe manier van verzamelen van kleine hoeveelheid urine in absorptievilt 22-10-2011 1 Research
Zoektocht naar de Heilige Graal & de ideale rapportage. Christa Cobbaert Namens de sectie algemene chemie 3 juni 2010
Zoektocht naar de Heilige Graal & de ideale rapportage Christa Cobbaert Namens de sectie algemene chemie 3 juni 2010 SKML sectie algemene chemie Dr. P.F.H. (Paul) Franck HAGA Ziekenhuis DEN HAAG Dr. ir.
HbA1c Komt het werk ooit klaar? Cas Weykamp SKML Sectie Algemene Chemie Congres De Waarde van de Expert 9 juni 2015
HbA1c Komt het werk ooit klaar? Cas Weykamp SKML Sectie Algemene Chemie Congres De Waarde van de Expert 9 juni 2015 Link EQA & Standardisatie Patient Diabetoloog Laboratorium Kit Fabrikant SKML IFCC Reference
Combi Immunochemie door Inez-Anne Haagen, Cas Weykamp
SKML Deelnemersbespreking: HIM ANCA-GBM Collageen Combi Immunochemie door Inez-Anne Haagen, Cas Weykamp Complement M-proteine Reuma HIM sectie humorale immunologie Indien u contact heeft met uw firma betreffende
De osmolaliteitsmeting op de Osmo Station (Menarini): Van het kastje naar de muur.
De osmolaliteitsmeting op de Osmo Station (Menarini): Van het kastje naar de muur. A.P. van Rossum en C.M. Cobbaert Centraal Klinisch Chemisch Laboratorium Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) W.H.A
Expert of geen expert: QBase en MUSE nu ook voor semen Frans A.L. van der Horst Klinisch chemicus
Expert of geen expert: QBase en MUSE nu ook voor semen Frans A.L. van der Horst Klinisch chemicus 9 juni 2015 SKML congres 2015 SEMEN rondzending Stukje Historie: 1994 eerste SALON rondzending vanuit Meander
Hiermee rekenen we de testwaarde van t uit: n. 10 ( x ) ,16
modulus strepen: uitkomst > 0 Hiermee rekenen we de testwaarde van t uit: n 10 ttest ( x ) 105 101 3,16 n-1 4 t test > t kritisch want 3,16 >,6, dus 105 valt buiten het BI. De cola bevat niet significant
FEDERALE OVERHEIDSDIENST (FOD) VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
ISSN 0778-8363 WIV J. Wytsmanstraat, 14 B-1050 BRUSSEL FEDERALE OVERHEIDSDIENST (FOD) VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE
Schatting van de nierfunctie met de CKD-EPI formule: stand van zaken & aanbevelingen voor invoering
Schatting van de nierfunctie met de CKD-EPI formule: stand van zaken & aanbevelingen voor invoering Mevr. Dr. C.M. Cobbaert Voorzitter SKML sectie Algemene Chemie Afdeling KCL, Leids Universitair Medisch
Exact Periode 6.1. Juist & Precies Testen
Juist & Precies Testen Exact periode 6.1 Juist en Precies Gemiddelde Standaarddeviatie (=Standaard Afwijking) Betrouwbaarheidsinterval Dixon s Q-test Student s t-test F-test 2 Juist: gemiddeld klopt de
Referentiewaarden. KLINISCHE CHEMIE Bepaling Eenheid Leeftijd / geslacht. Referentie waarden. Bronvermelding
Referentiewaarden REFER002 Referentiewaarden overzicht intern Pagina 1 van 5 KLINISCHE CHEMIE Referentie waarden natrium mmol/l 135-145 NVKC consensus kalium (plasma!) mmol/l 3.5-4.8 Diagnostisch Kompas
Nederlandse Referentielaboratorium voor Enzymen. Bio-Rad QC symposium. 4 oktober 2011
Nederlandse Referentielaboratorium voor Enzymen Bio-Rad QC symposium 4 oktober 2011 Dr. Paul Franck Nederlandse Referentie Laboratorium voor Enzymen Lab West / HagaZiekenhuis Den Haag 30 jaar IFCC standaardisatie
BRAF rondzending SKML 2012
BRAF rondzending SKML 2012 Presentatie van de resultaten op de deelnemersbijeenkomst 5 februari 2013 Riki Willems Patricia Groenen Willeke Blokx Adriaan van den Brule Casus 1 Langerhanscel histiocytose
Harmonisatie bij de geneesmiddelen analyse, zin of toch onzin? D.J. Touw, N. Boone, KKGT
Harmonisatie bij de geneesmiddelen analyse, zin of toch onzin? D.J. Touw, N. Boone, KKGT 1974 Intercollegiale uitwisseling van monsters (fenobarbital, fenytoine), 6 deelnemers Doel: Vergelijken van analyseresultaten
De waarde van de expert IGF-1 harmonisatie
De waarde van de expert IGF-1 harmonisatie Eef Lentjes Sectie Endocrinologie SKML Jun 2015 doel van laboratorium bepalingen Identificeren van verstoring in een patient en monitoren van behandelingen Goede
KLINISCHE CHEMIE. REFER002 Referentiewaarde Overzicht intern Klinische Chemie /H.v.I./Versie1. referentie waarden.
REFER002 Referentiewaarde Overzicht intern Klinische Chemie KLINISCHE CHEMIE 03012012/H.v.I./Versie1 waarden bronvermelding natrium mmol/l 135-145 NVKC consensus kalium (plasma!) mmol/l 3.5-4.8 Diagnostisch
SKML Deelnemersbespreking sectie HIM. Combi Immunochemie. door Inez-Anne Haagen, Cas Weykamp. 13 april HIM sectie humorale immunologie
SKML Deelnemersbespreking sectie HIM Combi Immunochemie door Inez-Anne Haagen, Cas Weykamp 13 april 2017 HIM sectie humorale immunologie Legenda: Roche Siemens Siemens Beckman Beckman HIM sectie humorale
Deze bijlage is geldig van: tot Vervangt bijlage d.d.:
ijlage bij accreditatieverklaring (scope van accreditatie) van Eurofins Central Laboratory.V. ergschot 71 4817 PA reda Nederland Locatie(s) waar activiteiten onder accreditatie worden uitgevoerd Hoofdkantoor
Aan de deelnemers van de Rondzending Combi Algemene Chemie
Aan de deelnemers van de Rondzending Combi Algemene Chemie Betreft: Voorlopige Evaluatie Nieuwe Opzet en voortgang in 2006 Geachte Collega, Breda/Nijmegen, oktober 2005 Met ingang van 2005 is de rondzending
Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)
(summary in Dutch) Type 2 diabetes is een chronische ziekte, waarvan het voorkomen wereldwijd fors toeneemt. De ziekte wordt gekarakteriseerd door chronisch verhoogde glucose spiegels, wat op den duur
Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages.
MARGES EN SIGNIFICANTIE BIJ STEEKPROEFRESULTATEN. De marges van percentages Metingen via een steekproef leveren een schatting van de werkelijkheid. Het toevalskarakter van de steekproef heeft als consequentie,
A.M.H.P. van den Besselaar, RELAC-laboratorium, Leiden. Inleiding
Aan de deelnemers van het externe kwaliteitscontrole programma van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten voor Point-of-Care coagulometers in 2008 A.M.H.P. van den Besselaar, RELAC-laboratorium,
Uitrol laboratoriumdiagnostiek 1 ste lijn
Uitrol laboratoriumdiagnostiek 1 ste lijn Laboratorium Klinische Chemie en Hematologie & Jeroen Bosch Diagnostiek Dr. Marcel van Borren Toenemende behoefte aan (laboratorium)diagnostiek in de 1 ste lijn
Deze bijlage is geldig van: tot Vervangt bijlage d.d.:
ijlage bij accreditatieverklaring (scope van accreditatie) van Eurofins Central Laboratory.V. ergschot 71 4817 PA reda Nederland Locatie(s) waar activiteiten onder accreditatie worden uitgevoerd Hoofdkantoor
Referentiewaarden Klinische Chemie Eenheid Hond Kat Eiwitten Eenheid Hond Kat Pancreas Darm Eenheid Hond Kat Bloedgassen Eenheid Hond Kat
Klinische Chemie Eenheid Hond Kat Ureum mmol/l 3,0 12,5 6,1 12,8 Ureum (nuchter) mmol/l 2,1 8,4 Kreatinine µmol/l 50 129 (70+0,7xL,gew,) 76 164 Glucose (nuchter) mmol/l 4,2 5,8 3,4 5,7 Fructosamine µmol/l
Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED NIERSTEENKLINIEK. Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED (site ST/ER) Biochemie
Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED NIERSTEENKLINIEK ZEER (mits motivatie laboverantwoordelijke) Biochemie BATTERIJ: 630 Sg1 103 Ureum Sg1 104 Creatinine Sg1 105 Urinezuur Sg1 106 Natrium
Marcel M. Verbeek, Neurochemicus
Bespreking SKML liquor enquete Marcel M. Verbeek, Neurochemicus UMC St Radboud Nijmegen Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour Afdelingen Neurologie en Laboratorium Geneeskunde E-mail: [email protected]
IQC en EQA - recente ontwikkelingen. Mevr Dr. C.M. Cobbaert 18 november 2010 Bio-Rad QC symposium
IQC en EQA - recente ontwikkelingen Mevr Dr. C.M. Cobbaert 18 november 2010 Bio-Rad QC symposium INHOUD I. Waarom IQC/EQA? II. Hedendaagse praktijkvoorbeelden III. Europese wet- en regelgeving IV. Complementariteit
Bij herhaalde metingen ANOVA komt het effect van het experiment naar voren bij de variantie binnen participanten. Bij de gewone ANOVA is dit de SS R
14. Herhaalde metingen Introductie Bij herhaalde metingen worden er bij verschillende condities in een experiment dezelfde proefpersonen gebruikt of waarbij dezelfde proefpersonen op verschillende momenten
Deel 1: Uitleg MUSE Multi Sample Evaluation. Externe QC SKML score en rapportagesysteem Eric Vermeer Jurgen Riedl Francois Verheijen
Deel 1: Uitleg MUSE Multi Sample Evaluation Externe QC SKML score en rapportagesysteem Eric Vermeer Jurgen Riedl Francois Verheijen Inleidende termen Casusgericht Bepalingsgericht Kwantitatief Kwalitatief
DRUGS OF ABUSE. Casus: Een sollicitant moet worden getest maar had een feestje de avond te voor. Graag een screening en uw commentaar.
DOA Ronde 2010.1A Casus: Een sollicitant moet worden getest maar had een feestje de avond te voor. Graag een screening en uw commentaar. Samenstelling: urine gespiked met ethanol 535 mg/l en ranitidine
Dienst Kwaliteit van Medische Laboratoria UNIFORMISERING VAN EENHEDEN
Commissie voor Klinische Biologie Commission de Biologie Clinique Dienst Kwaliteit van Medische Laboratoria UNIFORMISERING VAN EENHEDEN ON LINE ENQUÊTE : Implementatie van «voorkeurseenheden» in de klinische
Serum Indices 28 november 2012
Serum Indices 28 november 2012 Roche Modular gebruikersdag Gideon Lansbergen Serum index: Meten van interferenties op klinisch chemische bepalingen. Interferentie: het effect van een substantie, aanwezig
Evaluatie van complementdiagnostiek
Evaluatie van complementdiagnostiek Nabespreking SKML rondzending Utrecht, 19 januari 21 Anja Roos ([email protected]) Medisch Immunoloog Leids Universitair Medisch Centrum Rondzending complement: deelnemende
Het externe kwaliteitscontrole programma van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten voor Point-of-Care coagulometers in 2010
Het externe kwaliteitscontrole programma van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten voor Point-of-Care coagulometers in 2010 A.M.H.P. van den Besselaar, RELAC-laboratorium, Leiden Inleiding Externe
Hb-varianten en bloedcelmorfologie
NOT amused: Hb-varianten en bloedcelmorfologie SKML, 11 juni 2013 dr. W. van Gelder en Dr. C.L. Harteveld, sectie hematologie SKML Rondzending bloedcelmorfologie doel: verbeteren kwaliteit morfologische
Hartfalen dubieus. Hartfalen onwaarschijnlijk
Referentiewaarden Klinische Chemie Datum: 01-07-2012 BLOED Naam Referentiewaarde Eenheid 1-Antitrypsine 0,80 2,00 g/l 1-Foetoproteïne (AFP) < 6,0 ku/l ACE 0 2 jaar 8 109 IU/L 3 7 jaar 12 99 IU/L 8 14 jaar
Inhoud Presentatie. Femke Mensen, diëtist. Definitie voedingstoestand
Inhoud Presentatie ingebouwd in Epic Femke Mensen Diëtist nefrologie Wie ben ik? Voedingstoestand Aanleiding Wat is de? in Elektronisch dossier Epic inbouwen, hoe ziet dat eruit? Disclosure belangen spreker
Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h
Datum 12 december 2011 Bijlage(n) - Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Achtergrond Het kabinet is voornemens de maximumsnelheid op autosnelwegen te verhogen naar 130
VOORJAAR 2013. Geachte mevrouw / heer, Uw reactie wordt zeer gewaardeerd. Met vriendelijke groet,
VOORJAAR 2013 Inhoudsopgave Pagina 1 Voorwoord en voorjaar 2013 Pagina 2 & 3 Pyruvaat Automatisch Galzuren (kleine verpakkingen) B-HBA D-3-Hydroxybutyraat Oxalaat Vrije Vetzuren Pagina 4 & 5 Vitamine B1
Referentiewaarden. 1/11 Documentnummer 314, versie 44
A AAT 0,9-2,0 g/l ALAT m < 45 U/l v < 34 Albumine 35-50 g/l Albumine/kreatinine ratio m < 2,5 v < 3,5 Alkalische fosfatase 0-14 d < 248 U/l 15 d - 1 j < 470 1-10 j < 335 10-13 j < 417 m 13-15 j < 468 m
GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE CHEMIE ENQUETE 04/2009
ISS 0778-8363 WIV J. Wystmanstraat, 14 B-1050 Brussel FEDERALE OVERHEIDSDIEST, VOLKSGEZODHEID, VEILIGHEID VA DE VOEDSELKETE E LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLIISCHE BIOLOGIE DIEST VOOR LABORATORIA VA KLIISCHE
Externe QC. Marc Thelen Discussiedag Sectie GT, 14 april 2015
Externe QC Marc Thelen Discussiedag Sectie GT, 14 april 2015 1 Vragen GT Wat is de toegevoegde waarde van de nieuwe wijze van rapporteren? Wat is de betekenis van de score pictogrammen bij de performance
Interpretatie van de data
Interpretatie van de data De volgende paragraaf geeft verdere uitleg over de interpretatie van de grafieken en tabellen met fictieve data die gebruikt worden in dit document. PROM pre score In Tabel 1
Kwaliteitsborging in het Sint Antoniusziekenhuis
Kwaliteitsborging in het Sint Antoniusziekenhuis Nieuwegein en Utrecht Hans van Schaik datum 18-11-2010 1. Ontwerpen QC-systeem 2. Kwaliteitsborging 3. Procesverbeteren met Lean 6-sigma 4. Methodevalidatie
Rapportage Bindingsanalyse MUSE
Rapportage Bindingsanalyse MUSE Eef Lentjes MUSE Multi Sample Evaluation voor de bindingsanalyse Uniform scoresysteem voor veel secties Gebaseerd op tolerantiegebieden die vastgesteld zijn op basis van
FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE
FEDERALE OVERHEIDSDIENST, VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE DIENST VOOR LABORATORIA VAN KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN DESKUNDIGEN JAARRAPPORT
mylife Unio : nauwkeurig, precies en gebruiksvriendelijk Actuele onderzoeksgegevens
mylife Unio : nauwkeurig, precies en gebruiksvriendelijk Actuele onderzoeksgegevens Bij correct gebruik krijgen mensen met diabetes met behulp van bloedsuikermeetsystemen hun eigen behandeling beter onder
Nabespreking rondzendingen SKML ANCA-GBM
UMCG laboratoriumgeneeskunde Nabespreking rondzendingen SKML ANCA-GBM Dr Caroline Roozendaal en Prof dr Pieter C. Limburg, medisch immunologen UMCG Wil van Beers, SSDZ Delft 24 november 2009 [email protected]
BESTRIJDING VAN KASWITTEVLIEG (Trialeurodes vaporariorum) IN TOMAAT
BESTRIJDING VAN KASWITTEVLIEG (Trialeurodes vaporariorum) IN TOMAAT 2009 Dit project is gefinancierd via Productschap Tuinbouw Ing. C. Oostingh Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telephone (0228) 56 31 64
Vitamine B12 deficiëntie
Vitamine B12 deficiëntie Quality of life prospectief onderzoek Dit rapport bevat de analyses van de B12 Quality of Life Questionnaire, waarin 20 personen met een laag-normale vitamine B12 waarde zijn gevraagd
Ervaringen van de Sectie Stolling met MUSE. Ton van den Besselaar en Louis Reijnierse (Sectie Stolling SKML)
Ervaringen van de Sectie Stolling met MUSE Ton van den Besselaar en Louis Reijnierse (Sectie Stolling SKML) SKML Sectie Stolling Hoe was het ook weer? Achtergrond Tot 2013 werden Z-scores berekend voor
gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden
een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats
KKGT DRUGS OF ABUSE. DOA Ronde A
DOA Ronde 2013.1 A Casus: Fictieve casus dus graag drugstest ook als dit normaal niet uw lab policy zou zijn: Patiënt heeft op de zwarte markt pillen gekocht om te kunnen slapen. Graag een screening en
Unity Real Time 2.0 Service Pack 2 update
Unity Real Time 2.0 Service Pack 2 update Analytical Goals Setup De nieuwe versie laat toe om in één scherm een volledig lot, panel of instrument te configureren. Het menu is zoals in de vorige versie
QUIS CUSTODET IPSE CUSTODES?
QUIS CUSTODET IPSE CUSTODES? Dr. Kees Harteveld & dr. Warry van Gelder SKML sectie hematologie Warry van Gelder: Inleiding Wat is waar? Wie heeft er gelijk? Hoe bewaak je de bewaker? Kees Harteveld: Wat
Herstructurering en Update Database alle Rondzendingen Sectie Algemene Chemie van de SKML
Herstructurering en Update Database alle Rondzendingen Sectie Algemene Chemie van de SKML Versie 17, (Definitief; vastgesteld door bestuur sectie op 5 september 2017) CW laatst gewijzigd 20 December 2017
Vergelijking analyse-methoden, ter bepaling van natrium, kalium, calcium en magnesium in oppervlaktewater
Vergelijking analyse-methoden, ter bepaling van natrium, kalium, calcium en magnesium in oppervlaktewater ICP-AES tov "traditionele" methoden door: Marcel Kotte maart 1999 Werkdocumentn : 99.73X INHOUDSOPGAVE
Ionenbalans. Ministerieel besluit van 4 maart Belgisch Staatsblad van 25 maart 2016
Compendium voor monsterneming en analyse in uitvoering van het Materialendecreet en het Bodemdecreet Versie december 2006 CMA/7/A.4 ontwerp INHOUD Inhoud 1 Toepassingsgebied 3 2 Principe 3 3 Opstelling
