MODULE 18. OVERDRUK 18.1 SYMBOLEN
|
|
|
- Nele de Ridder
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 MODULE 18. OVERDRUK Deze module beschouwt de overdrukfenomenen ten gevolge van een explosie. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen fysische explosies (met o.a. BLEVE en ontspanning van samengeperst gas) en chemische explosies (met o.a. gaswolkexplosie, stofwolkexplosie, explosieve ontbinding van ontplofbare stoffen). Verder in de tekst, ook in de andere modules, wordt het begrip BLEVE gebruikt voor fysische explosie bij tot vloeistof verdichte gassen en bij kokende vloeistoffen. Met het begrip fysische explosie wordt verder enkel de fysische explosie bij samengeperste gassen bedoeld. Al deze fenomenen leiden tot een drukgolf in de omgeving, waardoor letaal letsel kan ontstaan. Deze module beschrijft voor elk overdrukfenomeen de manier waarop de overdruk op een bepaalde afstand bepaald moet worden. Deze kan vervolgens in de probitfunctie gestoken worden om het letaliteitspercentage op die afstand te berekenen. Wanneer welk fenomeen dient beschouwd te worden, is beschreven in Module 14. Effecten ten gevolge van fragmentvorming horende bij de initiële explosie worden in het kader van de externe mensveiligheid niet beschouwd omwille van de verwaarloosbare trefkans SYMBOLEN E [J] Verbrandingsenergie H c [J/kg] Verbrandingswarmte van de stof m [kg] Massa m e [kg] Explosieve massa M eq [kg TNT] Equivalente explosieve massa P [Pa] Piekoverdruk van de drukgolf, explosie-overdruk P a [Pa] Atmosferische druk P [-] Dimensieloze overdruk Pr [-] Probitwaarde behorende bij de sterftekans r [m] Afstand van het explosiecentrum tot de plaats waarop de explosie-overdruk berekend wordt r' [mg/kg ⅓ ] Geschaalde afstand R [-] Dimensieloze afstand T c [K] Kritische temperatuur T sl [K] Superheat limit temperatuur U [J/kg] Specifieke inwendige energie 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-1
2 W [J] Explosie-energie Griekse symbolen η [-] Fractie van de brandbare wolk die ingesloten is 18.2 ALGEMENE ASPECTEN Hieronder worden enkele algemene aspecten die van belang zijn voor de verschillende explosiefenomenen besproken Receptorhoogte De receptorhoogte voor het berekenen van overdrukeffecten wordt vastgelegd op 1,5 m boven het maaiveld Probitfunctie voor overdruk Voor doding van mensen door overdrukeffecten wordt volgende probitfunctie (LIN, 1993) gehanteerd: Pr= 8,23+1,31.ln(P) Deze is gebaseerd op de doding van mensen door weggeslingerde glasscherven bij breuk van glasramen in gebouwen en door instorting van gebouwen. De probit wordt vervolgens omgerekend naar een kans op doding met behulp van de formule uit 1.5. De overdruk waarbij 1% van de blootgestelden overlijdt (Pr = 2,67) door impact van weggeslingerde glasscherven bedraagt (afgerond) 4000 Pa (of 40 mbar) Maximale effectafstand De maximale effectafstand wordt opgemeten vanaf het vrijzettingspunt tot op het verste punt waar een letaliteit van 1% bekomen wordt BLEVE (FYSISCHE EXPLOSIE VAN TOT VLOEISTOF VERDICHTE GASSEN OF KOKENDE VLOEISTOFFEN) Om een BLEVE te bekomen moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn. Het effect van een BLEVE wordt bepaald door de oorzaak en dus het type BLEVE en de condities bij falen. Verder wordt ook beschreven op welke manier de explosie-overdruk moet berekend worden Voorwaarden Volgende voorwaarden (CCPS, 2010) zijn noodzakelijk voor het optreden van een BLEVE: een vloeistof(fase) die aanwezig is boven het normaal (atmosferisch) kookpunt; 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-2
3 een houder onder druk waardoor het product in tot vloeistof verdichte vorm aanwezig is; een breuk van de houder waardoor de druk boven de vloeistof(fase) zeer snel daalt. Merk op dat een BLEVE zich dus kan voordoen bij zowel brandbare (vb. LPG) als bij toxische stoffen (bv. chloor) Oorzaken Met betrekking tot het fenomeen BLEVE wordt onderscheid gemaakt tussen een thermisch geïnduceerde BLEVE en een niet-thermische geïnduceerde BLEVE. Bij een thermisch geïnduceerde BLEVE ligt een warmteaanstraling vanaf een externe warmtebron aan de basis van het instantaan falen (bv. een brand in de buurt van een LPG-opslagtank waardoor de inhoud van de tank opwarmt). Bij een niet thermisch geïnduceerde BLEVE is de instantane vrijzetting het gevolg van een oorzaak andere dan de hiervoor genoemde (bv. corrosie, materiaaldefect, externe mechanische impact). De oorzaak van de BLEVE bepaalt de faalcondities van de houder. Daarnaast kan een BLEVE ook voorkomen ten gevolge van een run-awayreactie (zie ) Faalcondities Bij een thermisch geïnduceerde BLEVE wordt de faaldruk gelijkgesteld aan 1,21 de openingsdruk (in overdruk) van de veiligheidsklep (RIVM, 2009). Indien geen veiligheidsklep aanwezig is, wordt uitgegaan van falen bij 2,5 x de ontwerpdruk (van Doormaal & van Wees, 2005). De temperatuur is de temperatuur horende bij de faaldruk. Bij een niet thermisch geïnduceerde BLEVE wordt uitgegaan van de maximale opslag- of werkingscondities van de druktank Explosie-overdruk De overdrukeffecten van een BLEVE worden bepaald met het model van Baker voor niet-ideale gassen (Baker, Cox, Westine, Kulesz, & Strehlow, 1983). Indien de temperatuur van de vloeistoffase bij faling hoger is dan of gelijk aan de maximale temperatuur waarbij oververhitte vloeistof kan bestaan (Engels: superheat limit temperature), dan wordt een drukvat beschouwd dat maximaal gevuld is met de vloeistoffase. De temperatuur T sl kan geschat worden op basis van de kritische temperatuur T c. =0,89 Indien de temperatuur van de vloeistoffase bij faling lager is dan de superheat limit temperatuur, dan wordt een drukvat beschouwd dat minimaal gevuld is met de vloeistoffase (en bijgevolg maximaal met de dampfase). 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-3
4 De explosie-energie wordt bepaald uit = ( ) Toestand 1 is de toestand van het gas in de drukhouder onmiddellijk voor het tijdstip waarop de drukhouder faalt, terwijl toestand 2 wordt bepaald uitgaande van een isentrope expansie tot op atmosferische druk. Er wordt aangenomen dat 100% van de explosie-energie wordt omgezet in drukgolven. Vervolgens wordt een dimensieloze afstand berekend volgens = Hiermee wordt de dimensieloze overdruk P bepaald met de formules uit Tabel 18-1 (Ferradás, et al., 2006). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bolvormige en cilindrische houders. Deze formules zijn gebaseerd op de methode van (Baker, et al., 1977) en houden rekening met de correctiefactor voor houders op grondniveau (of er net boven). Tabel 18-1: Formules voor de dimensieloze overdruk Bolvormige houders Cilindrische houders 0,1 R 0,2 =1,25, =4,99, 0,2 < R 1,5 =0,58, =0,86, 1,5 < R 1000 =0,26, =0,40, Uit de dimensieloze overdruk kan de explosieoverdruk berekend worden met = De explosieoverdruk P wordt vervolgens ingevoerd in de probitfunctie (zie ) om de overdrukeffecten van een BLEVE te berekenen Aangrijpingspunt Het aangrijpingspunt van de BLEVE wordt gelijkgesteld aan het vrijzettingspunt FYSISCHE EXPLOSIE (VAN SAMENGEPERSTE GASSEN) De explosie-overdruk ten gevolge van een fysische explosie wordt berekend met de methode van Baker (zie ), zowel voor ideale als niet-ideale gassen (van Doormaal & van Wees, 2005). Voor het bepalen van de faaldruk wordt voor een bovengrondse houder uitgegaan van 1,21 x de openingsdruk (in overdruk) van de veiligheidsklep (van Doormaal & van Wees, 2005). Indien geen 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-4
5 veiligheidsklep aanwezig is, wordt uitgegaan van falen bij 2,5 x de ontwerpdruk. De temperatuur is de temperatuur horende bij de faaldruk. Voor een ondergrondse houder (inclusief ingeterpte tank) wordt uitgegaan van de maximale opslag- of werkingscondities van de drukhouder. Het aangrijpingspunt bevindt zich ter hoogte van het vrijzettingspunt GASWOLKEXPLOSIE Het overdrukeffect van gaswolkexplosie wordt bepaald door de hoeveelheid explosieve massa in de wolk en het tijdstip waarop de ontsteking plaatsvindt. Hieronder wordt beschreven op welke manier dit bepaald wordt. Verder wordt ook het model voor het berekenen van de explosie-overdruk vastgelegd. Daarnaast moet bij het optreden van gaswolkexplosie ook verbranding binnen de brandbare wolk beschouwd worden Explosieve massa De explosieve massa m e is gelijk aan de massa aanwezig tussen de UEL en de LEL. Het overdrukeffect horende bij het scenario gaswolkexplosie mag uitgesloten worden als er minder dan 100 kg explosieve massa in de wolk aanwezig is. Dit geldt niet voor het effect van verbranding binnen de brandbare wolk Tijdstip van ontsteking Het dispersiemodel berekent de explosieve massa in de wolk in functie van de tijd. De wolk met de grootste explosieve massa gedurende de eerste 30 minuten na vrijzetting wordt geselecteerd voor het berekenen van het gevolg van gaswolkexplosie. Een andere mogelijkheid is om te werken met ontsteking op verschillende tijdstippen. De gebruikte werkwijze wordt dan wel uitgebreid beschreven en gemotiveerd in het veiligheidsdocument Explosie-overdruk De explosie-overdruk in functie van de afstand tot het explosiecentrum wordt berekend op basis van de multi-energiemethode (van den Berg, 1985). Eerst wordt de dimensieloze afstand bepaald uit = De multi-energiemethode wordt op een vereenvoudigde manier toegepast, waarbij = Voor de fractie van de brandbare wolk die ingesloten is (η) wordt uitgegaan van een waarde van 12%. De dimensieloze overdruk P wordt vervolgens berekend met de formules overeenkomend met curve 7 (explosie op grondniveau) volgens (Alonso, et al., 2006) Voor 0,23 <0,5: 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-5
6 Voor 0,5 100: =1 =0,406, De waarden voor de ingesloten fractie en de curve zijn arbitrair vastgelegd. Deze kunnen in specifieke omstandigheden aangepast worden mits motivatie. Indien andere curves gebruikt worden, worden de overeenkomstige formules uit (Alonso, et al., 2006, p. Table 2) overgenomen. Vervolgens wordt de explosie-overdruk berekend met = De explosieoverdruk wordt vervolgens ingevoerd in de probitfunctie (zie ) om de gevolgen ten gevolge van overdruk van een gaswolkexplosie te berekenen Aangrijpingspunt De effecten van overdruk worden uitgezet vanaf het centrum van de overeenkomstige brandbare wolk (zie ). Het centrum van de wolk wordt gelijkgesteld aan het geometrisch middelpunt van het brandbare deel op de lengteas in de richting van de wind. Voor het berekenen van het risico ten gevolge van een gaswolkexplosie wordt binnen de brandbare wolk 100% letaliteit verondersteld en wordt de letaliteit t.g.v. explosie-overdruk slechts meegenomen vanaf de rand van de wolk. De maximale effectafstand wordt gegeven t.o.v. het vrijzettingspunt (zie en 16.5), zoals aangegeven in ANDERE EXPLOSIES Ontplofbare stoffen Naargelang hun gevaarseigenschappen worden ontplofbare stoffen ingedeeld in 6 klassen, m.n. ADR-klasse 1.1 t.e.m Bij het uitwerken van een QRA worden de overdrukeffecten enkel beschouwd bij de instabiele ontplofbare stoffen en de stoffen uit klasse 1.1 en 1.5, zoals aangegeven in In een eerste stap wordt de hoeveelheid bepaald die bij de massa-explosie betrokken kan zijn. Vervolgens wordt de equivalente explosieve massa M eq bepaald door deze hoeveelheid te delen door het TNTequivalent van de betrokken stof, zoals voor een aantal stoffen weergegeven in Tabel Voor elk van de stoffen is de hoeveelheid aangegeven die dezelfde explosie-sterkte heeft als 1 kg TNT. Indien de stof niet in deze tabel is opgenomen, kunnen gegevens bij de producent opgevraagd worden. Er wordt dan uitgegaan van een waarde van 4,6 MJ/kg voor de explosie-energie van TNT. Voor een explosie op hoogte wordt de equivalente explosieve massa gedeeld door 2. Het komt er grosso modo op neer dat een houder zich op hoogte bevindt wanneer de berekende explosieoverdruk de grond niet raakt. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-6
7 Tabel 18-2: TNT-equivalent van een aantal ontplofbare stoffen (RIVM, 2015) Stof kg/kg TNT Acetylcyclohexaansulfonylperoxide (12% < watergehalte < 82%) 5 Ammoniumnitraat (zuiverheid > 90%, brandbaar materiaal < 0,2%) 3 Ammoniumnitraat (brandbaar materiaal > 0,2%) 3 Ammoniumperchloraat (deeltjes < 45 µm) 4 Ammoniumpicraat (watergehalte < 10%) 1 Azodiisobutyronitril 5 Celluloid 1 Cellulosenitraat 1 Chloorperoxibenzoëzuur/3- (3-chloorbenzoëzuur < 82%) 4 Cyclohexanonperoxiden (watergehalte < 10%) 3 Cycloniet (watergehalte > 15% of flegmatiseermiddel > 10%) 0,8 Cyclotetramethyleentetranitramine (watergehalte > 15% of flegmatiseermiddel > 10%) 0,8 Cyclotrimethyleentrinitramine (watergehalte > 15% of flegmatiseermiddel > 10%) 0,8 Diazodinitrofenol (gehalte water/alcohol > 40%) 2 Dibarnsteenzuurperoxide 4 Dibenzoylperoxide (zuiverheid > 52%) 3 Dibenzylperoxidicarbonaat (watergehalte < 13%) 4 Dicyclohexylperoxidicarbonaat 5 Diglyceroltetranitraat 0,9 Diisopropylperoxidicarbonaat 3 Dimethyl-2,5-di-(tertiairbutylperoxi)hexyn/2,5-3 Dimethyl-2,5-di-(benzoylperoxi)hexaan/2,5-3 Dimethyl-2,5-dihydroperoxihexaan/2,5- (watergehalte < 18%) 2 Dinitroaniline/2,4-1 Dinitrobenzeen 1 Dinitrofenol (watergehalte < 15%) 1 Dinitrotolueen/2,4- of 2,6-1 Di-n-propylperoxidicarbonaat 3 Dioxiethylnitraminedinitraat 0,9 Di-sec-butylperoxidicarbonaat 3 Di-(tertiairbutylperoxi)cyclohexaan/1,1-3 Di-(tertiairbutylperoxi)ftalaat 3 Ethanolaminedinitraat 1 Ethyl-3,3-di-(tertiairbutylperoxi)butyraat 3 Etheendiaminedinitraat 1 Etheendinitramine 0,9 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-7
8 Stof kg/kg TNT Ethyeenglycoldinitraat 0,7 Ethylnitraat 1 Glyceroldinitraat 0,9 Glyceroltrinitraat (1 tot 10% alcohol) 0,9 Guanidinitraat 2 Hexamethyleentetraaminedinitraat 1 Hexamethyleentriperoxidediamine 0,9 Hexanitrodifenylamine 0,9 Hexanitrodipentaerytriet 0,8 Hexanitroethaan 1 Hexanitrostilbeen 0,9 Hexatonal 0,6 Hydrazinenitraat 1 Hydrazineperchloraat 1 Kwikfulminaat (watergehalte > 20%) 3 Loodazide (watergehalte > 20%) 4 Loodstyfnaat (watergehalte > 20%) 3 Mannitolhexanitraat (water/alcohol gehalte > 40%) 1 Methylaminenitraat 1 Methylnitraat 0,8 Methyltrimethylolmethaantrinitraat 0,9 Nitroethaan 1 Nitroethaanpropaandioldinitraat 1 Nitroguanidine (watergehalte 20%) 2 Nitroguanidine (watergehalte < 20%) 1 Nitroisobutylglyceroltrinitraat 0,6 Nitromethaan 1 Nitropropaan/2-1 Nitroureum 2 Octoliet (77% octogeen, 23% TNT, watergehalte < 15%) 0,8 Pentaerytraattetranitraat (PETN)(wasgehalte > 7%) 0,8 Pentaerytraattetranitraat (PETN)(watergehalte > 25% of flegmatiseermiddel > 15%) 0,9 Pentoliet (mengsel TNT/PETN) (watergehalte < 15%) 0,8 Rookzwart buskruit 1 Tetramethylcyclopentanontetranitraat 1 Tetranitroaniline 0,8 Tetranitrocarbazool 1 Tetranitromethaan 1 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-8
9 Stof kg/kg TNT Tetrazeen 2 Triaminotrinitrobenzeen 2 Triethyleenglycoldinitraat 3 Triethylaminenitraat 1 Trinitroaniline 0,9 Trinitroanisool 1 Trinitrobenzeen (watergehalte < 35%) 0,9 Trinitrobenzoëzuur 1 Trinitroerytriet 0,8 Trinitrofenetol 1 Trinitrofenol (watergehalte < 30%) 0,9 Trinitrofenol (watergehalte 30%) 1 Trinitrofenylethylnitramine/2,4,6-0,9 Trinitrofenylmethylnitramine 0,9 Trinitroftaleen 1 Trinitro-m-cresol 1 Trinitrophenoxiethylnitraat 0,9 Trinitroesorcine 1 Trinitrotolueen (TNT) 1 Trinitroxyleen 1 Tritonal 0,6 Ureumnitraat 2 Zilverazide 2 Zwart kruit 2 Daarna wordt de overdruk P in functie van de afstand r bepaald met behulp van volgende formules (NATO, 2006). = = 0, log Log (1000 P) =2, , , , , , , , , , , , /04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-9
10 Run-awayreacties De explosie-overdruk ten gevolge van run-awayreacties wordt berekend met de methode van Baker (zie ) (van Doormaal & van Wees, 2005). Voor het bepalen van de faaldruk wordt uitgegaan van 2,5 x de ontwerpdruk van de houder (van Doormaal & van Wees, 2005). Het aangrijpingspunt bevindt zich ter hoogte van het vrijzettingspunt Stofexplosie Indien relevant worden de effecten van stofexplosie van Seveso-stoffen behandeld. De manier waarop dit gebeurt wordt beschreven en gemotiveerd in het veiligheidsdocument VERSIEBEHEER Datum Versie Voornaamste aanpassingen April e versie 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 18-10
HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN GEPLANDE WIJZIGINGEN
HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN GEPLANDE WIJZIGINGEN Document ter voorbereiding van de update voorzien op 1/04/2019 Het Handboek Risicoberekeningen gaat op 1/04/2019 een grondige update krijgen. Dit document
MODULE 19. THERMISCHE STRALING EN DIRECT VLAMCONTACT
MODULE 19. THERMISCHE STRALING EN DIRECT VLAMCONTACT Deze module beschouwt de effecten ten gevolge van warmtestraling en van direct contact met een vlam of brandende wolk. De warmtestralingsfenomenen plasbrand,
Bijlage HO Vergelijkende tabel classificatie IMDG-code en Belgische reglementering op springstoffen.
Bijlage HO 4.8 2017 - Vergelijkende tabel classificatie IMDG-code en Belgische reglementering op springstoffen. UN-NR Benaming en beschrijving IMDG-code Belgische reglementering Maximum hoeveelheid per
Vraag & Antwoord. Vlaamse overheid Departement OMGEVING Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten Team Externe Veiligheid
Vlaamse overheid Departement OMGEVING Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten Team Externe Veiligheid Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel e-post: [email protected] https://www.omgevingvlaanderen.be
Modellering gascilinders uit Handleiding Risicoberekeningen BEVI concept versie 1.4
Modellering gascilinders uit Handleiding Risicoberekeningen BEVI concept versie 1.4 Datum: 18 januari 2008 Uitvoerder: Centrum Externe Veiligheid ([email protected]) Gascilinders zijn verwijderd uit de nieuwe
RICHTLIJN PROBITFUNCTIES
RICHTLIJN PROBITFUNCTIES RICHTLIJN OVER HET GEBRUIK VAN PROBITFUNCTIES IN DE KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Versie 2.0 01/03/2011 Vlaamse overheid Departement LNE Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid
Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen
Toepassingsgebied en definities Gevarenkaart nr. 1 NB. Achtergrondinformatie m.b.t. de motivatie en verantwoording van keuzes en uitgangspunten voor deze gevarenkaart is opgenomen in het Achtergronddocument,
MODULE 15. UITSTROMING
MODULE 15. UITSTROMING Deze module behandelt de uitstroming van vloeistoffen, samengeperste gassen, tot vloeistof verdichte en tot vloeistof gekoelde gassen. Eerst worden een aantal algemene aspecten besproken.
MODULE 7. WARMTEWISSELAARS
MODULE 7. WARMTEWISSELAARS Deze module behandelt de warmtewisselaars. Hierin worden de mee te nemen scenario s beschreven, de bijhorende faalwijzen en faalfrequenties en de specifieke aandachtspunten voor
TABEL A. Verpakkingen Mobiele tanks ADR-tanks. Bijzondere verpakkingsvoorschriften. Gezamenlijke verpakking. Bijzondere bepalingen
TABEL A. 5. 4.2..5/6..4 7. 0004 AMMONIUMPICRAAT, droog of bevochtigd met minder dan 10 massa-% water 1 1.1D 1 P112(a) P112(b) P112(c) PP26 MP20 1 V2, V CV1 S1 0004 AMMONIUMPICRAAT, droog of bevochtigd
Risicoanalyse Biovergister
projectnr. 201182 - CA50 revisie 03 1 december 2009 Save Postbus 321 7400 AH Deventer Opdrachtgever HoST B.V. Postbus 920 7550 AX Hengelo OV datum vrijgave beschrijving revisie 03 goedkeuring vrijgave
Aanwijzingsgetal Maat voor het gevaar dat een installatie kan opleveren, ongeacht de locatie ervan
VNCW CONSULTANTS www.vncw-consultants.nl Definities gevaarlijke stoffen en veiligheid. 1% letaliteitsafstand De afstand tot de locatie waar een onbeschermde persoon een kans van 1% op overlijden heeft,
Kwantitatieve risico analyse Baanplant / van Son en Koot Dongenseweg 3 A Kaatsheuvel
Kwantitatieve risico analyse Baanplant / van Son en Koot Dongenseweg 3 A Kaatsheuvel Kwantitatieve risico analyse Baanplant van Son en Koot 110311.docx Pagina 1 van 15 Opdrachtgever: Mevr. Ing. Verhagen-Boeren
Risicoanalyse Avia tankstation. Drievogelstraat in Kerkrade. Adviseurs voor de externe veiligheid
Adviseurs voor de externe veiligheid AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse Avia tankstation Drievogelstraat in Kerkrade Status : notitie Project : 071207 Datum : 17 september 2008 Projectdoc.
MODULE 11. MAGAZIJNEN
MODULE 11. MAGAZIJNEN Deze module behandelt de manier waarop met magazijnen moet omgegaan worden in de QRA. Eerst en vooral wordt het toepassingsgebied afgebakend, waarbij vooral het verschil met open
AFKORTINGEN, DEFINITIES EN SYMBOLEN
AFKORTINGEN, DEFINITIES EN SYMBOLEN In deze module zijn alle definities en afkortingen die doorheen het hele handboek gebruikt worden opgelijst. Voor de symbolen geldt dat enkel de overkoepelende symbolen
Risicoanalyse biogasinstallatie rwzi Harderwijk
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse biogasinstallatie rwzi Harderwijk Project : 163158 Datum : 23 november 2016 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: IMD BV t.a.v. W.
Buisleidingen. Stand van zaken. Margreet Spoelstra RIVM
Buisleidingen Stand van zaken Margreet Spoelstra RIVM Ondergrondse buisleidingen Hogedruk aardgasleidingen Aardolieleidingen Rekenvoorschrift Voorgeschreven software CAROLA SAFETI-NL SAFETI-NL Chemicaliënleidingen
Thermodynamica. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven
Thermodynamica Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven Academiejaar 2009-2010 Inhoudsopgave Eerste hoofdwet - deel 1 3 Oefening 1.1......................................
Risicoanalyse propaantank Veerdam 1. in Aalst (gemeente Zaltbommel)
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse propaantank Veerdam 1 in Aalst (gemeente Zaltbommel) Project : 111923 Datum : 23 april 2014 Auteur : ir. G.A.M. Golbach ing. A.M. op den
Groepsrisico LPG-tankstation foodcourt De Vrolijkheid te Zwolle
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Groepsrisico LPG-tankstation foodcourt De Vrolijkheid te Zwolle Project : 132517 Datum : 6 november 2013 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: BJZ.nu
Adviesnamiddag Added Value Plantin 14 maart 2007
Veilig en gezond werken met chemicaliën Adviesnamiddag Added Value Plantin 14 maart 2007 Prof. Dr. Ir. Filip Verplaetsen Inhoud Brand vs. explosie Brand en explosiekarakteristieken Demo s Veilig en gezond
Kwantitatieve risicoanalyse fa. Brandsma te Hilversum
externe veiligheid, risicoanalyses en risico[informatie + voorlichting] AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Kwantitatieve risicoanalyse fa. Brandsma te Hilversum Datum : 13 februari 2012 Project :
MODULE 11. MAGAZIJNEN
MODULE 11. MAGAZIJNEN Algemene referenties: (RIVM/CEV, 2009), (TNO, 2008), (HSE, 2013) 11.1 DEFINITIES EN SYMBOLEN 11.1.1 Definities Brandbare stof Een stof die met lucht van normale samenstelling en druk
MODULE 5. RISICOANALYSE
MODULE 5. RISICOANALYSE In de leidraad voor het opstellen van een veiligheidsrapport wordt Module 5 opgesplitst in 4 submodules. Module 5.1. behandelt de interne veiligheid en dient enkel in het Samenwerkingsakkoordveiligheidsrapport
Risicoanalyse Marco Gas te Bakel
Risicoanalyse Marco Gas te Bakel Project : 091659 Datum : 29 januari 2010 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: De Visser Postbus 105 8200 AC Lelystad Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede
QRA Tankbouw Rootselaar Nijkerk
QRA Tankbouw Rootselaar Nijkerk QRA-berekening in het kader van landelijk steunpunt QRA DCMR Milieudienst Rijnmond 's-gravelandseweg 565 Postbus 843 3100 AV Schiedam Telefoon (010) 2468 000 Fax (010) 2468
Risicoanalyse BOL SuperTank te Bunschoten
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse BOL SuperTank te Bunschoten Project : 163226 Datum : 21 november 2016 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: FMA-Nillesen t.a.v. H.
Harsh & Hazardous. Dé richtlijnen voor extreme omstandigheden EXPLOSIES
Harsh & Hazardous Dé richtlijnen voor extreme omstandigheden EXPLOSIES Explosies Een explosie is het plotseling vergroten van het volume van een hoeveelheid materie waarna de energie op een heftige manier
MODULE 24. MILIEURISICOANALYSE
MODULE 24. MILIEURISICOANALYSE Deze methode is nog gebaseerd op de Nederlandse subselectiemethode. Eenmaal de in ontwikkeling zijnde Vlaamse Selectiemethode beschikbaar is zal de dienst VR een nieuw onderzoeksproject
Stappenplan groepsrisicoberekening LPGtankstations
Stappenplan groepsrisicoberekening LPG-tankstations Opdrachtgever: Diverse gemeenten Datum: 22 mei 2007 Briefnummer: n.v.t. Uitvoerder: Centrum Externe Veiligheid ([email protected]) Gewijzigde status van dit
Wat is ARIE? Hoe werkt de webapplicatie ARIE aanwijzing? Ga naar www.rivm.nl/arie, u krijgt dan het volgende scherm:
Wat is ARIE? Bedrijven die vallen onder de ARIE-regeling hebben veel gevaarlijke stoffen in huis, maar de effecten van een ongeval met een gevaarlijke stof blijven binnen de poort. Dit betekent dat vooral
Kwantitatieve risicoanalyse ROBO Gascentrale B.V.
Kwantitatieve risicoanalyse ROBO Gascentrale B.V. projectnr. 189308 090372 - DD69 revisie 03 31 maart 09 Save Postbus 321 7400 AH Deventer (0570) 66 39 93 Opdrachtgever ROBO Gascentrale B.V. Gildenstraat
Metatechnisch Evaluatiesysteem
Metatechnisch Evaluatiesysteem Versie 3 Beheersdomein Procesinstallaties Inspectie-instrument Procesveiligheidsdocumentatie Testversie 29/02/2008 CRC/SIT/010-N Werkversie Belgische Seveso-inspectiediensten
Rapportnummer: 2012/Polyplus/01
UMEO milieuadvies Wilhelminastraat 98 7462 CJ Rijssen Project: QRA Polyplus, Assen Opdrachtgever: Gemeente Assen Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 Status: definitief Auteur: ing. H. Hiltjesdam Telefoon:
Risicoanalyse Marco Gas te Bakel
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse Marco Gas te Bakel Project : 091659 Datum : 16 september 2013 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: De Visser t.a.v. C. Weststeijn
Groepsrisico LPG-tankstation Tamoil Rijn 1. in Den Haag
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Groepsrisico LPG-tankstation Tamoil Rijn 1 in Den Haag Project : 132561 Datum : 26 november 2013 Auteurs : ing. A.M. op den Dries ir. G.A.M. Golbach
voor het opstellen van een VEILIGHEIDSRAPPORT 05/05/2009
HANDBOEK FAALFREQUENTIES 2009 voor het opstellen van een VEILIGHEIDSRAPPORT 05/05/2009 Vlaamse overheid Departement LNE Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Veiligheidsrapportering HANDBOEK
Risicoanalyse Truckparking Maat te Alblasserdam
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse Truckparking Maat te Alblasserdam Project : 132436 Datum : 9 september 2013 Auteurs : Ing. A.M. op den Dries Ing. A.J.H. Schulenberg Ir.
Ontwikkelingen rekenmethodieken. Margreet Spoelstra (RIVM)
Ontwikkelingen rekenmethodieken Margreet Spoelstra (RIVM) Inhoud 1. Handleiding Risicoberekeningen Bevb 2. Ontwikkelingen buisleidingen 3. Handleiding Risicoberekeningen Bevi 4. SAFETI-NL 7.3 Rekenmethodieken
HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN
HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN Richtlijnen voor kwantitatieve risicoanalyse, indirecte risico s en milieurisicoanalyse versie 2.0 dd. 01/04/2019 www.omgevingvlaanderen.be INLEIDING Seveso-inrichtingen bevatten
Dilemma s bij bouwen nabij risicobronnen. Koen van der Nat - Peutz Jan-Willem van Wijngen - DPA
Dilemma s bij bouwen nabij risicobronnen Koen van der Nat - Peutz Jan-Willem van Wijngen - DPA Wie is Wie - Wie ben je? - Wat doe je? - Vanuit welke hoedanigheid zit je hier? - Wat verwacht je hier op
Risicoanalyse LPG-tankstation Nieuwe Hemweg te Amsterdam
Risicoanalyse LPG-tankstation Nieuwe Hemweg te Amsterdam Project : 091658 Datum : 7 oktober 2009 Auteur : ir. G.A.M. Golbach Opdrachtgever: Haven Amsterdam Sector Infrastructuur en Milieu Postbus 19406
CFD Tankputbrand; Toelichting CFD en validatie
CFD Tankputbrand; Toelichting CFD en validatie Ed Komen - NRG Rene Sloof Antea Group Symposium Warmtecontouren Rozenburg, 3 april 2014 2 Inhoud Wat is CFD? / Hoe werkt CFD? NRG s CFD Services Team Samenwerking
Het opstellen van een QRA rapportage (Risicoanalyse LNG tankstation Waddinxveen, Top Consultants
Onderbouwing voor het afwijken van het in PGS9 opstelde doelvoorschrift met betrekking tot interne veiligheidsafstanden tussen LIN en LNG opslagtank, LNG station aan de Transportweg 32 te Waddinxveen In
Betreft : Beoordeling hoofdstuk 7 Toetsing externe veiligheid met betrekking tot Toorank, BMD Advies Centraal Nederland, d.d.
A COMPANY OF Notitie Aan : De heer R. Benhadi (Hekkelman) Van : Mevrouw B. Verlaat Datum : 12 november 2010 Kopie : De heer M. Wildeboer (Royal Haskoning) en de heer P. de Wit (GEM Waalsprong) Onze referentie
...2...3...3...6...7...7...7...8...9...9 Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, Directie Brandweer pagina 2 van 10 !!"#$% " &' ( ) *&+ *,)-" "$ #% # %.$" $.$ $ " *&+ *,) -"","#/ " " " + % 0 % 12 ) %%#. "
Externe veiligheid tankstation P. Kok en Zn Hoofddorp
Externe veiligheid tankstation P. Kok en Zn Hoofddorp Project : 081377 Datum : 20 juli 2010 Auteur : ir. J. Heitink D. Ruumpol Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Groep uitvoering, cluster Planvorming
Explosieveiligheid. Vraag en antwoord. Wat is een explosie en wat kunnen de gevolgen zijn. 1 Waarom is dit onderwerp van belang?
Explosieveiligheid Vraag en antwoord Wat is een explosie en wat kunnen de gevolgen zijn. 1 Waarom is dit onderwerp van belang? Explosiegevaar kan zich in alle ondernemingen voordoen waar brandbare gassen,
Inleiding Het Windpark Tata Steel beoogt 2 tot 8 nieuwe turbines te plaatsen op het terrein van Tata Steel in IJmuiden.
Notitie / Memo Aan: Suzan Tack Van: Peter Winkelman Datum: 9 mei 2016 Kopie: Ons kenmerk: I&BBE3280N003F02 Classificatie: Projectgerelateerd HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings Onderwerp:
Incidentenanalyse atmosferische opslagtanks Fase 2: risicoreductie
Parlevinkerstraat 29 1951 AR Velsen-Noord Postbus 43 1950 AA Velsen-Noord Telefoon 0251 26 24 64 Fax 0251 26 24 99 [email protected] www.tebodin.com Opdrachtgever: RIVM Project: Faalfrequentiereductie
Groepsrisico LPG-tankstation Shell Muntbergweg in Amsterdam
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Groepsrisico LPG-tankstation Shell Muntbergweg in Amsterdam Project : 101859 Datum : 23 november 2011 Auteur : ir. G.A.M. Golbach ing. A.M. op den Dries
Vervoer van gevaarlijke stoffen Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
Vervoer van gevaarlijke stoffen Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Deze folder gaat over het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en de mogelijke gevolgen daarvan voor de omgeving. Vervoer van
Handleiding Risicoberekeningen Bevi. Inleiding
Handleiding Risicoberekeningen Bevi Inleiding Versie Versie 3.0 Datum 1 januari 2008 Auteurs Hoofdauteur: dr P.A.M. Uijt de Haag (RIVM/CEV) Met bijdragen van ir L. Gooijer, dr H.I. Beerens, drs A.A.C.
QRA H 2 refuelling station Air Liquide
Parlevinkerstraat 29 1951 AR Velsen-Noord Postbus 43 1950 AA Velsen-Noord Telefoon 0251 26 24 64 Fax 0251 26 24 99 [email protected] www.tebodin.com www.tebodin.nl Opdrachtgever: Air Liquide Project:
ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas
CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART CCNR-ZKR/ADN/WG/CQ/2011/12 definitief 27 januari 2012 Or. DUITS ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas De ADN-vragencatalogus 2011 is op 27-01-2012 in de onderhavige versie aangenomen
Handleiding Risicoberekeningen Bevi
Handleiding Risicoberekeningen Bevi Inleiding Versie 3.3 1 juli 2015 Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 3.3 Inleiding, 1 juli 2015 Colofon RIVM 2015 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen
Effectafstanden Model-Risicokaart
Effectafstanden Model-Risicokaart Opdrachtgever: december 2002 Ministerie van BZK 021640-L12 Ingenieurs/adviesbureau SAVE Postbus 10466 7301 GL Apeldoorn Tel: 055 5217133 Fax: 055 5214396 E-mail: [email protected]
Brandweer Amsterdam-Amstelland
Brandweer Amsterdam-Amstelland Behulpzaam Deskundig Daadkrachtig Brandweeradvies Externe Veiligheid Speelboot in IJ-haven in Amsterdam Referentie: 0000019/RoEv-2013 Datum: 5 juni 2013 Behandeld door: C.
Project tankopslag. Onderdeel 3: Dampverwerkingsinstallaties/ Explosieveiligheid. - Zone 0 beleid - Dampverwerking
Project tankopslag Onderdeel 3: Dampverwerkingsinstallaties/ Explosieveiligheid - Zone 0 beleid - Dampverwerking Project tankopslag, dampverwerking/explosieveiligheid oktober 2012 Explosieveiligheid in
April 2018: Domino aanwijzing onder BRZO 2015
April 2018: Domino aanwijzing onder BRZO 2015 Reeds in het BRZO 99 was de dominoaanwijzing van kracht en de informatieuitwisseling tussen BRZO bedrijven gedefinieerd. De Domino aanwijzing werd o.a. in
QRA propaanopslag Overberg
QRA propaanopslag Overberg Externe Veiligheid Milieudienst Zuidoost-Utrecht Februari 2012 Definitief QRA propaanopslag Overberg Externe Veiligheid dossier : BA9581 registratienummer : versie : definitief
Risicoberekening LPG tankstation Total Drentse Poort Nieuw Buinen
Risicoberekening LPG tankstation Total Drentse Poort Nieuw Buinen Opdrachtgever: Gemeente Borger-Odoorn Mevrouw M. Sieders Postbus 3 7875 ZG EXCLOO Opdrachtnemer: AM&V bv Hoofdstraat 86 9531 AJ Borger
1 Module 6: Cluster Fabricage en opslag van gassen 3
Inhoud 1 Module 6: Cluster Fabricage en opslag van gassen 3 2 Installatie 1: productie van gassen 4 2.1 Typen processen voor de fabricage van gassen 4 2.2 LOC Scenario s Pressure Swing Adsorption (PSA-)unit
QRA LPG tankstation De Staart
QRA LPG tankstation De Staart Een kwantitatieve risicoanalyse van het LPG tankstation De Staart te Houten Externe Veiligheid Gemeente Houten april 2006 Concept QRA LPG tankstation De Staart Een kwantitatieve
Transport gevaarlijke stoffen
min. 30 cm Identificatienummer gevaar Identificatienummer stof 40 cm Afmeting mag ongeveer 10% afwijken Herkenningsbord Blanco Lijst van stoffen en identificatienummers Betekenis van gevaarsidentificatienummers
Kwantitatieve risicoanalyse Robo Gas, Gildenstraat 20, Nijkerk
Kwantitatieve risicoanalyse Robo Gas, Gildenstraat 20, Nijkerk projectnr. 238485 120033 DI60 revisie 03 17 januari 2012 auteur(s) Save Opdrachtgever Robo Gas BV Gildenstraat 20 3861 RG Nijkerk Gld datum
Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT. Figuur 4.1: Smelten zuivere stof
Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN 4.1.1 SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT Wanneer we een zuivere vaste stof (figuur 4.1) verwarmen zal de temperatuur ervan stijgen. Na enige tijd wordt de vaste stof
Handleiding Risicoberekeningen Bevi
Handleiding Risicoberekeningen Bevi Inleiding Versie 4.01 31 januari 2019 Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 4.01 Inleiding, 31 januari 2019 Colofon RIVM 2019 Delen uit deze publicatie mogen worden
Risico- en effectafstanden waterstoftankstations
A. van Leeuwenhoeklaan 9 3721 MA Bilthoven Postbus 1 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl KvK Utrecht 30276683 T 030 274 91 11 F 030 274 29 71 [email protected] Risico en effectafstanden waterstoftankstations Behandeld
Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam Project : 122317 Rotterdam Datum : 6 maart 2012 Auteur : ir. G.A.M. Golbach ing. A.M. op den Dries Opdrachtgever:
Externe veiligheid waterstofleiding gemeente Zwijndrecht
Externe veiligheid waterstofleiding gemeente Zwijndrecht Project : 111935 Datum : 27 april 2011 Auteur : ir. G.A.M. Golbach ing. A.M. op den Dries Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Postbus
