34 e Nationale Scheikundeolympiade
|
|
|
- Monique van Dam
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 34 e Nationale Scheikundeolympiade SABIC Geleen THEORIETOETS opgaven maandag 10 juni 2013 Deze theorietoets bestaat uit 7 opgaven met in totaal 37 deelvragen. Gebruik voor elke opgave een apart antwoordblad, voorzien van naam. Houd aan alle zijden 2 cm als marge aan. De maximumscore voor dit werk bedraagt 117 punten. De theorietoets duurt maximaal 4 klokuren. Benodigde hulpmiddelen: rekenapparaat en BINAS 5 e druk. Bij elke opgave is het aantal punten vermeld dat juiste antwoorden op de vragen oplevert. NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 1
2 Opgave 1 Broom met thiosulfaat (11 punten) Een bekende reactie in de analytische chemie is die van jood met thiosulfaat (S 2 O 3 2 ), waarbij het thiosulfaat wordt omgezet tot tetrathionaat (S 4 O 6 2 ): 2 S 2 O 3 2 S 4 O e (halfreactie 1) Verwacht mag worden dat ook broom op deze manier met thiosulfaat reageert. Geef aan waarom men dat mag verwachten. 1 Broom reageert inderdaad met thiosulfaat op de manier zoals jood dat doet. Maar behalve deze reactie treedt ook een omzetting op van het thiosulfaat tot sulfaat. De vergelijking van de halfreactie van de omzetting van thiosulfaat tot sulfaat is als volgt: S 2 O H 2 O 2 SO H e (halfreactie 2) Deze omzetting vindt niet plaats als men thio laat reageren met jood. Dan treedt uitsluitend de omzetting op van thiosulfaat tot tetrathionaat. Een onderzoeker wil weten welke omzetting van het thiosulfaat het meest optreedt als een broomoplossing wordt toegevoegd aan een oplossing van natriumthiosulfaat. Zijn hypothese is dat het meeste thiosulfaat wordt omgezet via halfreactie 1. Geef een argument voor deze hypothese. 2 Om zijn hypothese te toetsen, voert de onderzoeker de volgende titratie uit. In een erlenmeyer wordt aan een oplossing die 0,120 mmol broom bevat een oplossing toegevoegd die 0,188 mmol natriumthiosulfaat bevat. De toegevoegde hoeveelheid natriumthiosulfaat is een overmaat. Nadat alle broom is omgezet, wordt het overgebleven thiosulfaat getitreerd met een joodoplossing. Voor de titratie was 0,0458 mmol jood nodig. Ga door middel van een berekening na of de hypothese van de onderzoeker wordt bevestigd. 8 Opgave 2 Pitting (27 punten) In de fabrieken van SABIC worden warmtewisselaars gebruikt om warme mengsels van koolwaterstoffen af te koelen. In sommige gevallen bestaat zo n warmtewisselaar uit een stelsel van roestvast stalen platen, waarbij aan de ene kant een warm mengsel van koolwaterstoffen stroomt en aan de andere kant van de plaat koelwater. De stroomrichting van het koolwaterstofmengsel is tegengesteld aan die van het koelwater. Roestvast staal is een legering van hoofdzakelijk ijzer met toevoegingen van chroom en nikkel. Door de vorming van een dun laagje chroom(iii)oxide wordt roestvast staal beschermd tegen corrosie. Wanneer zo n oxidehuidje wordt doorbroken, bijvoorbeeld door een mechanische beschadiging, kan een elektrochemisch proces optreden, waardoor minuscule holtes (putjes, Engels: pits) ontstaan in het onderliggende metaal. Dit proces wordt met de Engelse term pitting aangeduid. Uiteindelijk kan pitting leiden tot het ontstaan van perforaties (gaatjes) in de platen van de warmtewisselaar. Waaraan zou je kunnen merken dat pitting in een warmtewisselaar heeft plaatsgevonden? 1 Tijdens pitting lossen de metalen uit de legering op in de vloeistof in de pit. Dit is het gevolg van de reactie van opgelost zuurstof in het koelwater met de metalen uit de legering: Bijvoorbeeld: 2 Fe + O H + 2 Fe H 2 O De omzetting van de ijzeratomen tot ijzerionen wordt gekatalyseerd door chloride, dat in het koelwater aanwezig is. De standaardelektrodepotentiaal van zuurstof is V 0 = 1,23 V. Deze waarde geldt voor [H + ] = 1,00 mol L 1. Het koelwater dat wordt gebruikt, heeft echter een ph van ongeveer 7. NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 2
3 Laat met behulp van een berekening met de vergelijking van Nernst zien dat in water opgelost zuurstof Fe kan omzetten tot Fe 2+. Ga ervan uit dat het koelwater ph = 7,00 heeft. 3 Geef de reactievergelijking voor het oplossen van chroom in de pitvloeistof. 2 Pits kunnen allerlei vormen aannemen. Een voorbeeld is hieronder weergegeven. Omdat er zeer weinig uitwisseling is van deeltjes tussen de pitvloeistof en het koelwater, krijgt de oplossing in de pit een totaal andere samenstelling dan het koelwater. Zo zal de pitoplossing aanzienlijk zuurder worden dan het koelwater doordat de metaalionen die erin oplossen hydrolyse vertonen. De hydrolyse van een metaalion is een evenwicht dat met de volgende algemene reactievergelijking kan worden weergegeven: M n+ + H 2 O M(OH) (n 1) + + H + De ph van de oplossing in de pit wordt vrijwel volledig bepaald door de hydrolyse van Cr 3+ ionen. De H + die ontstaat door hydrolyse van Fe 2+ en Ni 2+ is te verwaarlozen. Voor het hydrolyse-evenwicht van Cr 3+ geldt bij 298 K pk h = 3,90. In de pitoplossing kan de totale concentratie aan Cr 3+ wel oplopen tot 0,50 mol L 1. Bereken met behulp van bovenstaande gegevens de ph van de pitoplossing (298 K). 5 Als je de reactievergelijkingen voor het vormen en hydrolyseren van de metaalionen met elkaar vergelijkt, valt op dat bij de vorming van de metaalionen veel meer H + wordt verbruikt dan er bij de hydrolyse ontstaat. Toch wordt de oplossing in de pit zuur en niet basisch. Dit is te verklaren met het mechanisme van het corrosieproces. Geef een beschrijving van het mechanisme van het corrosieproces en leg aan de hand daarvan uit dat de pitoplossing zuur wordt en niet basisch. Gebruik daarbij een tekening van een pit zoals hierboven is weergegeven. 4 Leg uit dat de invloed van de hydrolyse van Fe 2+ en Ni 2+ op de ph van de pitoplossing inderdaad te verwaarlozen is. Gebruik de gegevens uit onderstaande tabel: 4 soort deeltje ΔG 0 f (298 K) in J mol 1 Fe 2+ 0, Fe(OH) + 2, Ni 2+ 0, Ni(OH) + 2, H + 0 H 2 O 2, Gebleken is dat het oplossen van de metalen in een pit sneller gaat naarmate de reactie langer duurt. De volgende factoren zijn van invloed op de snelheid van een reactie: concentratie, katalysator, temperatuur en verdelingsgraad. Leg voor elk van bovengenoemde factoren uit of met die factor zou kunnen worden verklaard dat het oplossen van de metalen in een pit sneller gaat naarmate de reactie langer duurt. 8 NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 3
4 Opgave 3 VCM (13 punten) Polyvinylchloride, meestal afgekort met PVC, komt, na polyetheen en polypropeen, op de derde plaats van meest geproduceerde plastics. PVC wordt vooral gebruikt in de bouw. Onder andere dakgoten en afvoerpijpen worden gemaakt van PVC. PVC wordt gemaakt door een additiepolymerisatiereactie van het monomeer vinylchloride, VCM: SABIC produceert zowel VCM als PVC in grote hoeveelheden in Saudi Arabië. VCM wordt gemaakt uit etheen, dat het hoofdproduct is van stoomkraken. SABIC heeft in Geleen twee stoomkrakers staan en wereldwijd nog dertien. De productie van VCM uit etheen gaat in twee stappen, eerst laat men etheen met chloor reageren tot een tussenproduct A, dat bij 500 ºC en 1,5 MPa wordt omgezet tot VCM: Geef de structuurformule en systematische (IUPAC) naam van het tussenproduct A. 4 Geef het mechanisme van de reactie tussen etheen en chloor in vergelijkingen met structuurformules. 3 De omzetting van tussenproduct A tot VCM verloopt volgens een radicaalmechanisme. Geef de vergelijkingen voor de initiatie-, propagatie- en terminatiereactie(s). Ga ervan uit dat reeds initiatorradicalen (In ) aanwezig zijn. 6 Opgave 4 Weekmakers (17 punten) PVC is een vrij hard materiaal. Om het zachter en flexibeler te maken worden weekmakers toegevoegd. Dit zijn vaak derivaten van ftaalzuur. De meest gebruikte weekmaker is een stof die wordt aangeduid met de afkorting DOP. DOP staat voor dioctylphtalaat. SABIC produceert DOP via de volgende syntheseroute: PA is ftaalzuuranhydride (phtalic anhydride): In de eerste reactie wordt propeen, het tweede hoofdproduct van stoomkraken, omgezet tot butanal. De tweede reactie is een zogenoemde aldolcondensatie; deze reactie is op te vatten als een aldoladditie gevolgd door dehydratatie. In de derde reactie reageert C met waterstof in de molverhouding 1 : 2. D bevat 73,78 massaprocent koolstof en 13,93 massaprocent waterstof. Een molecuul van stof D bevat één asymmetrisch koolstofatoom. Tenslotte reageert D met ftaalzuuranhydride (PA) tot DOP, waarbij per molecuul gevormd DOP één molecuul water vrijkomt. Geef de formules van de stoffen A en B. 2 NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 4
5 C bestaat uit een mengsel van verschillende stoffen. Geef de structuurformules van de stoffen die in C voorkomen. 2 Geef de structuurformule van D. 1 Geef de structuurformule van DOP en leg uit hoeveel stereo-isomeren van DOP bestaan. 4 In de eerste reactie ontstaat behalve butanal een geringe hoeveelheid van een isomere alkanal E. Deze stof wordt niet uit het reactiemengsel verwijderd. Daardoor ontstaat een verontreiniging van 2-ethyl-4-methylpentaan-1-ol in D. Geef de structuurformules van E en van 2-ethyl-4-methylpentaan-1-ol en leg uit hoe het ontstaan van E leidt tot de vorming van 2-ethyl-4-methylpentaan-1-ol. 4 Geeft het ontstaan van een mengsel bij de aldolcondensatie van butanal ook aanleiding tot verontreiniging van D? Geef een verklaring voor je antwoord. 2 Het ftaalzuuranhydride dat in de bereiding van DOP nodig is, kan uit twee eenvoudige aromatische koolwaterstoffen, F en G, worden gemaakt. Deze aromatische koolwaterstoffen laat men dan reageren met een oxidator: Een molecuul van stof F heeft evenveel symmetrievlakken als een molecuul PA. Een molecuul van stof G heeft één symmetrievlak meer dan een molecuul PA. Toen August Laurent ftaalzuuranhydride in 1836 uit G bereidde, vernoemde hij zijn product naar G. Geef de structuurformules van F en G. 2 NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 5
6 Opgave 5 Mutaties (16 punten) Het wordt afgeraden om nitraatrijke groenten in combinatie met vis en/of schaaldieren te eten. De kans op de vorming van zogenoemde nitrosamines in het lichaam is dan niet denkbeeldig. Nitrosamines kunnen veranderingen (mutaties) in het DNA te weeg brengen. Een voorbeeld van een nitrosamine is N nitrosodimethylamine: N-dimethylnitrosamine kan als volgt ontstaan. Eerst wordt nitraat omgezet tot nitriet, dat verder wordt omgezet tot NO +. Dit NO + reageert vervolgens met dimethylamine, dat in vis en schaaldieren voorkomt, tot N dimethylnitrosamine. Geef de reactievergelijking voor de vorming van N dimethylnitrosamine uit dimethylamine en NO +. Gebruik structuurformules voor de organische verbindingen. 2 Laat met behulp van elektronenformules zien hoe een NO + ion wordt gekoppeld aan een dimethylaminemolecuul. 3 N nitrosamine kan reageren met een guanine-eenheid in een DNA molecuul. Aan het zuurstofatoom van de guanine-eenheid wordt dan een methylgroep gebonden. Zo n gemethyleerde guanine-eenheid heeft de volgende structuurformule: Door de vorming van gemethyleerd guanine kan in de cel DNA ontstaan waarin een C G basenpaar is veranderd (gemuteerd) in een T A basenpaar. Leg dit uit. 3 Zo n verandering kan ingrijpende gevolgen hebben voor de eiwitsynthese. Dit is onder andere het geval wanneer op de coderende streng van het DNA het triplet CCG is veranderd in CTG. Het eiwit dat dan wordt afgelezen, heeft een andere structuur dan wanneer de mutatie er niet was. Leg uit in welk opzicht de structuur van het eiwit verandert onder deze mutatie. 4 Het kan ook voorkomen dat de mutatie als gevolg heeft dat een eiwit wordt gevormd dat een veel kortere keten heeft dan het eiwit dat ontstaat als de mutatie er niet zou zijn. Geef de naam van een aminozuur dat in het niet-gemuteerde geval in de eiwitketen wordt ingebouwd. 4 NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 6
7 Opgave 6 MRI (10 punten) MRI (magnetic resonance imaging) is inmiddels in ziekenhuizen onmisbaar geworden voor de diagnose van verschillende aandoeningen. Het stelt de arts instaat om gedetailleerde beelden te maken van zacht weefsel, wat met bijvoorbeeld röntgenfotografie niet mogelijk is. MRI is gebaseerd op een kwantumchemisch effect: kernspin. Net als elektronen kunnen kernen meer dan één spintoestand bezitten. Zo heeft een waterstofkern twee mogelijke spintoestanden. Deze zijn het best voor te stellen als kleine staafmagneten, met een noord- en zuidpool, die twee oriëntaties kunnen aannemen. Net als bij elektronen hebben deze toestanden in afwezigheid van een (sterk) magnetisch veld exact dezelfde energie. In MRI apparaten worden echter sterke externe magnetische velden aangelegd,waardoor de ene spintoestand een andere energie krijgt dan de andere. Geef hiervoor een verklaring 2 Bij MRI wordt elektromagnetische straling gebruikt om de kernspin van waterstofkernen van de laagste energietoestand naar de hoogste energietoestand over te laten gaan. Voor het energieverschil ΔE tussen de twee spintoestanden in een magnetisch veld heeft Zeeman de h volgende betrekking geformuleerd: E B0. Hierin is γ een constante die afhankelijk is van de 2π soort deeltjes die zich in het magnetische veld bevinden en B 0 de veldsterkte in T (tesla). In het veld van de sterkste magneet ter wereld blijkt het energieverschil tussen de twee spintoestanden van een waterstofkern 2, J te zijn. Bereken de veldsterkte van die magneet. Voor 1 H geldt γ H = 42,576 MHz T 1. 1 Bereken de golflengte van de elektromagnetische straling die de overgang van de laagste naar de hoogste spintoestand van een waterstofkern kan bewerkstelligen. 2 MRI is een vrij ongevoelige methode dat komt omdat de verdeling van de kernen over de twee energieniveaus bijna 1 : 1 is. Deze verdeling wordt gegeven door de volgende formule: E N j ( ) kt e ; hierin is N j het aantal kernen in de hoogste energietoestand, N i het aantal kernen in de Ni laagste energietoestand en k de constante van Boltzman. Bereken de verhouding bij 298 K tussen de waterstofkernen in de hoogste en laagste toestand in het magneetveld van bovengenoemde magneet. 1 Om de methode gevoeliger te maken streeft men naar steeds sterkere magneten. Leg dat uit. 2 Geef nog een manier om de methode gevoeliger te maken leg uit of die methode in de ziekenhuispraktijk werkbaar is. 2 NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 7
8 Opgave 7 Productie van LDPE (23 punten) SABIC produceert LDPE (lage dichtheid polyetheen) onder hoge druk (2000 bar) in buisreactoren via een radicaalpolymerisatie. Een buisreactor kan worden opgevat als een hele lange cilinder. De reactor wordt gevoed met een zuivere etheen monomeerstroom, waaraan een initiator wordt toegevoegd. Een radicaalpolymerisatie verloopt als volgt: Een initiatormolecuul (I) valt uiteen in twee radicalen (R 0 ), die reageren met een monomeermolecuul (M) tot nieuwe radicalen met ketenlengte 1 (R 1 ). Een radicaal R 1 reageert vervolgens met een nieuw monomeermolecuul tot een radicaal met ketenlengte 2 (R 2 ). Enzovoorts, zodat een steeds langere keten wordt gevormd. Deze zogenoemde ketenpropagatie blijft doorgaan totdat twee ketenradicalen, met lengte i en j met elkaar reageren (terminatie) tot een niet-reactieve polymeerketen met lengte i + j (P i + j ). Hieronder zijn de reactievergelijkingen van initiatie, propagatie en terminatie schematisch weergegeven: initiatie: I 2 R 0 k i = 0,50 s 1 ketenpropagatie: R 0 + M R1 R 1 + M R2 R n + M R n1 k p = 3, L mol 1 s 1 terminatie: R i + R j P i + j k t = 1, L mol 1 s 1 k i, k p en k t zijn de reactiesnelheidsconstantes die onder de omstandigheden van de polymerisatie gelden voor respectievelijk de initiatie, propagatie en terminatie. Op basis van de begrippen initiatie, propagatie en terminatie zou je het beeld kunnen krijgen dat in het begin van de buisreactor de initiatie optreedt, in het midden voornamelijk propagatiereacties en aan het eind de terminatiereacties. Dit beeld is echter onjuist. In het begin van de reactor wordt slechts een klein deel van de initiator omgezet, waarna vrijwel op dezelfde plaats in de reactor zeer snel de propagatie- en terminatiereacties volgen. Deze opvolging van reacties zet zich voort door de gehele reactor. Aan het eind van de reactor is vrijwel de gehele hoeveelheid ingevoerde initiator omgezet. Van de ingevoerde hoeveelheid etheen is echter maar een gering deel omgezet. De (gemiddelde) ketenlengte van de polymeermoleculen die in het begin van de buis ontstaan, is daardoor anders dan aan het eind van de buis. Zijn de polymeermoleculen die aan het begin van de buis ontstaan (gemiddeld) langer of korter dan de polymeermoleculen die aan het eind van de buis ontstaan? Geef een verklaring voor je antwoord. 3 Men heeft een buisreactor met een diameter van 2,0 cm waarin etheen wordt aangevoerd met een snelheid van 5,0 ton uur 1 en initiator met een snelheid van 1,0 mmol s 1 (zie onderstaande figuur). NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 8
9 De verblijftijd, τ, van het reactiemengsel in een buisreactor is afhankelijk van de volumestroom door de reactor en het volume van de reactor. Wanneer de diameter vaststaat, is de verblijftijd dus afhankelijk van de lengte L van de buis: τ = κ L. Voor de hierboven weergegeven situatie kan worden afgeleid dat κ = 9, s m 1. Geef die afleiding. De dichtheid van etheen onder de omstandigheden waarbij de polymerisatie plaatsvindt, is 4, kg m 3. 5 Men vraagt zich af hoe lang de buisreactor moet zijn om een omzetting van de initiator van 99,0% te bewerkstelligen. Bereken: 5 1. Hoe lang het duurt, in s, tot 99,0% van de initiator is omgezet De lengte, in m, van de buisreactor om een omzetting van de initiator van 99,0% te bewerkstelligen. 1 Tijdens het polymerisatieproces stelt zich een steady state in wat betreft de totale radicalenpopulatie. Men kan dan afleiden dat voor de polymerisatiesnelheid s geldt: s = k[m][i] 1/2. Geef deze afleiding en bereken de totale reactiesnelheidsconstante k; geef ook de eenheid van k. 5 Neem aan dat - de totale reactiesnelheid wordt bepaald door de snelheid waarmee de monomeren wegreageren; - alle radicalen R i met dezelfde snelheid reageren; - de totale radicalenconcentratie wordt gegeven door [R ]. Er mag niet teveel etheen worden omgezet, omdat anders de temperatuur in de buis teveel zou stijgen. De polymerisatie van etheen is een exotherme reactie. De enthalpieverandering van de reactie kan worden berekend uit de vormingsenthalpieën van etheen en polyetheen. Deze enthalpieverandering wordt berekend in kj kg 1. De vormingsenthalpie van polyetheen wordt namelijk niet in J mol 1 gegeven, maar in kj kg 1. Bij 298 K en p = p 0 is die 1, kj kg 1. Geef aan waarom het niet praktisch is om de vormingsenthalpie van polyetheen in (k)j per mol uit te drukken. 1 Bij typische polymerisatiereactie is de temperatuur aan het begin van de reactor 200 ºC. De temperatuur mag niet meer dan 50 ºC stijgen. Bereken de reactie-enthalpie in kj kg 1 bij 298 K en p = p 0 en gebruik deze reactie-enthalpie om te berekenen hoeveel procent van het etheen maximaal mag worden omgezet. Neem aan dat voor het reactiemengsel geldt c p = 3,0 kj kg 1 K 1. 4 NSO2013 SABIC Geleen - Theorietoets opgavenboekje 9
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2013 Opgaven en correctievoorschriften Voorronde 1 Voorronde 2 Eindronde 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Opgaven en correctievoorschriften voorronde 1, 2 en eindronde
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : donderdag 29 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2019
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 019 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 1 tot en met 5 januari 019 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 3 opgaven met in
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE EINDTOETS THEORIE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE EINDTOETS THEORIE Universiteit Twente Enschede maandag 1 juni, opgaven Deze eindtoets bestaat uit deelvragen verdeeld over opgaven Gebruik voor elke opgave een apart antwoordvel,
CH 3 CH 3 C CH 3 C H 3. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1984, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN SCEIKUNDE VWO 1984, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Metathese 1984-II(I) Propeen wordt onder invloed van bepaalde katalysatoren omgezet in but-2-een en etheen. Deze reactie is omkeerbaar: 3 C C C 2 + 3
38 e Nationale Scheikundeolympiade
8 e Nationale Scheikundeolympiade Rijksuniversiteit Groningen THEORIETOETS correctievoorschrift dinsdag juni 207 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 4 deelvragen. Gebruik voor elke opgave
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 018 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 15 tot en met 7 januari 018 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en opgaven met in totaal
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATINALE SHEIKUNDELYMPIADE RRETIEMDEL VRRNDE 1 (de week van) woensdag 4 februari 2009 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 5 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 13 deelvragen
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven Eliminatie 1983-I(I) Als uit een molecuul twee atomen of atoomgroepen worden verwijderd waarbij in het molecuul een meervoudige binding ontstaat, dan spreekt
Examen VWO. scheikunde (oude stijl)
scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Woensdag 2 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 69 punten te behalen; het examen bestaat uit 27 vragen.
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel Etheen 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn weergegeven: 2 H 2 H 2 H 2 H 2 H H H H H H H H + 2H 2 2 H + H H H H H H H 2 voor de pijl 1 formule van glucose en het overgebleven fragment
Eindexamen scheikunde havo 2002-II
4 Antwoordmodel Zuurstofvoorziening 1 aantal protonen: 16 aantal elektronen: 17 aantal protonen: 16 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 1 1 2 4 KO 2 2 K 2 O + 3 O 2 alleen KO 2 voor de
Isomeren van C4H8O2. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN SEIKUNDE VW 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven 1 Buteendizuuranhydride 1997-II(I) Butaan ( 4H 10) wordt onder andere gebruikt als grondstof voor de bereiding van buteendizuuranhydride. De molecuulformule
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 20 tot en met 24 maart 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
Eindexamen scheikunde havo 2001-II
Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 5 januari 01 tot en met woensdag 1 februari 01 Deze voorronde bestaat uit 4 meerkeuzevragen verdeeld over
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Beoordelingsmodel PKU 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: CH 3 S H 2 N CH 2 CH 2 C H O C N H OH CH 2 C H O C N H HO CH 3 CH C H O C peptidebindingen juist getekend 1 het begin
6 VWO EXTRA OPGAVEN + OEFENTENTAMENOPGAVEN SCHEIKUNDE 1 H4, H5, H7, H13 en H14
6 VWO EXTRA OPGAVEN + OEFENTENTAMENOPGAVEN SCHEIKUNDE 1 H4, H5, H7, H13 en H14 1. Bij de reactie tussen ijzer en chloor ontstaat ijzer(iii)chloride, FeCl 3. Men laat 111,7 gram ijzer reageren met voldoende
Eindexamen scheikunde vwo 2010 - II
Beoordelingsmodel Alcoholintolerantie 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: et is de omzetting van een (primaire) alcohol tot een alkanal; daarbij reageert de (primaire) alcohol met
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 08 CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van 9 tot en met maart 08 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en opgaven met in totaal 6 open
TF2 6VWO H 2, 3, 6, 7, 12, 14, 16 en 17 Antwoorden oefenopgaven
TF2 6VW 2, 3, 6, 7, 12, 14, 16 en 17 Antwoorden oefenopgaven Benzine (1993-II opgave I) Bij het maken van benzine wordt vaak een stof toegevoegd die de volgende structuurformule heeft: 3 3 3 3 4p 1 Geef
38 e Nationale Scheikundeolympiade
38 e Nationale Scheikundeolympiade Rijksuniversiteit Groningen THEORIETOETS opgaven dinsdag 13 juni 2017 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 34 deelvragen. Gebruik voor elke opgave een
Eindexamen scheikunde vwo I
Beoordelingsmodel Ureum 1 maximumscore 3 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat in ureum het massapercentage hoger is dan in ammoniumnitraat. de formule van ammoniumnitraat is 4 3 1 de massa van
Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VWO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 68 punten
Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 vrijdag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VW 2008 tijdvak 1 vrijdag 23 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 69 punten
Eindexamen vwo scheikunde I
Waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 1 O 6 + 4 H O 4 H + CH COO + HCO + 4 H + molverhouding CH COO : HCO = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor H + gelijk aan de som van de coëfficiënten
Examen VWO. Scheikunde
Scheikunde Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 26 mei 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Jood en propanon 1980-II(I) Jood lost goed op in een oplossing van kaliumjodide in water. De verkregen oplossing noemt men joodwater. In zuur milieu
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1 vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Zink 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: IJzerionen zijn Fe + of Fe 3+ en sulfide-ionen zijn en dat leidt tot de formule Fe of Fe
Eindexamen scheikunde havo 2007-II
Beoordelingsmodel Kwik 1 maximumscore 2 aantal protonen: 160 aantal elektronen: 158 aantal protonen: 160 1 aantal elektronen: het gegeven aantal protonen verminderd met 2 1 2 maximumscore 2 g 2 Cl 2 Indien
x ph Men kan een buffer bereiden door zoutzuur toe te voegen aan ammonia.
Voorronde 996 Opgaven woensdag 4 februari 996 Deze voorronde bestaat uit 28 vragen De maximumscore voor dit werk bedraagt 00 punten De tijdsduur van de voorronde is maximaal 3 klokuren Benodigde hulpmiddelen:
Koolstofdioxide1985-II(I)
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1985, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Koolstofdioxide1985-II(I) Lucht bevat koolstofdioxide. Als lucht in water wordt geleid stelt zich onder andere het volgende evenwicht in: CO 2(g) CO
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 18 tot en met 25 januari 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 opgaven met
Eindexamen scheikunde havo 2006-I
4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.
Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media
Hoofdstuk 14 Chemische processen bladzijde 1 Opgave 1 Wat denk je, zijn de volgende processen continuprocessen of batch-processen? a productie van verschillende soorten medicijnen b productie van verschillende
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-II
Beoordelingsmodel De nylonbacterie 1 maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 2,0 10 2. notie dat N 2 2 2 2 2 de repeterende eenheid is van een molecuul nylon-6 (eventueel impliciet)
OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN
OPGAVE 1 OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN In een ruimte van 5,00 liter brengt men 9,50 mol HCl(g) en 2,60 mol O 2 (g). Na evenwichtsinstelling is 40,0% van de beginstoffen omgezet en is er Cl 2 (g) en H 2
EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 MAVO-4 Dinsdag 11 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) OPEN VRAGEN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN
TF2 6VWO H 2, 3, 6, 7, 12, 14, 16 en 17 Oefenopgaven
TF2 6VW, 3, 6, 7, 12, 14, 16 en 17 efenopgaven Benzine (1993-II opgave I) Bij het maken van benzine wordt vaak een stof toegevoegd die de volgende structuurformule heeft: 3 3 3 3 4p 1 Geef de systematische
::s. .c e en. _ Examen VWO. ~.- Cl)
_ Examen VWO ~ Voorbereidend C Wetenschappelijk Onderwijs ::s ~.- Cl).c e en Tijdvak 1 Maandag 24 mei 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden aan het
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-I
4 Antwoordmodel Vitamine C 1 De koolstofatomen met de nummers 4 en 5 zijn asymmetrisch. één asymmetrisch koolstofatoom aangeduid 1 het tweede asymmetrische koolstofatoom aangeduid 1 Indien behalve de nummers
Examen VWO. scheikunde 1. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VW 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 69 punten te
Eindexamen scheikunde vwo I
Beoordelingsmodel Nikkel 1 maximumscore 3 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Je moet een bekende hoeveelheid van de gassen die de fabriek uitstoot, nemen. De hoeveelheid jood die in de joodoplossing
Inleiding in de RedOx chemie
Even opfrissen: Drie hoofdcategorieën stoffen: Inleiding in de RedOx chemie Moleculaire stoffen: Atoombinding in molecuul (sterk), Van der Waals binding tussen moleculen (zwak), polaire/apolaire (atoom)bindingen,
1. Beschrijf met behulp van structuurformules het mechanisme voor de vorming van ethaanthiol.
OEFENOPGAVEN Reactiemechanisme, mesomerie Thioverbindingen Wanneer men broomethaan met een oplossing van kaliumwaterstofsulfide (K + HS - ) laat reageren, ontstaat onder andere ethaanthiol, CH 3 CH 2 SH.
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II
Beoordelingsmodel Brons 1 maximumscore 4 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 78,3(%). berekening van het aantal mmol S 2 3 2 : 18,3 (ml) vermenigvuldigen met 0,101 (mmol ml 1 ) 1 omrekening van
Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.
Hoofdstuk 17: Rekenen in molverhoudingen 17.1 Rekenen aan reacties: een terugblik én een alternatief In hoofdstuk 11 hebben we gerekend aan reacties. Het achterliggende idee was vaak, dat je bij een reactie
Deze methylionen hechten zich aan het methoxymethaan, waarbij trimethyloxonium-ionen worden gevormd:
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1982 EERSTE TIJDVAK opgaven Oxonium 1982-I(I) Sommige reacties van alkoxyalkanen vertonen overeenkomst met reacties van alkanolen. Zo kan zowel ethoxyethaan als ethanol reageren met
Redoxreacties. Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu I - -
Redoxreacties 5vwo Opgave 1 Redox of niet? Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd 2+ + 4 Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu 2+ + 5 I - - 2 CuI + I 3 Leg voor elk van beide reacties uit
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1- vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Haarkleuring 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn genoteerd: H N CH C en H N CH C CH CH structuurformule van serine juist 1 structuurformule van
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel N 1 N + N N en voor de pijl en N na de pijl 1 bij juiste formules voor en na de pijl: juiste coëfficiënten 1 Een voorbeeld van een juist energiediagram is: E 1 mol N -0,815. 10 5 J 1 mol
toelatingsexamen-geneeskunde.be Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing met een concentratie van 0,1 M?
Chemie juli 2009 Laatste wijziging: 31/07/09 Gebaseerd op vragen uit het examen. Vraag 1 Geef de structuurformule van nitriet. A. B. C. D. Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing
37 e Nationale Scheikundeolympiade
37 e Nationale Scheikundeolympiade Radboud Universiteit Nijmegen THEORIETOETS opgaven maandag 13 juni 2016 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 35 deelvragen. Gebruik voor elke opgave
Eindexamen vwo scheikunde pilot I
Duurzame productie van waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 12 O 6 + 4 H 2 O 4 H 2 + 2 CH 3 COO + 2 HCO 3 + 4 H + molverhouding CH 3 COO : HCO 3 = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor
Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE
Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 20 tot en met 24 maart 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
Oefenvraagstukken 5 HAVO Hoofdstuk 13 Antwoordmodel
Oefenvraagstukken 5 AVO oofdstuk 13 Antwoordmodel Reactieomstandigheden 1 + 2 et zuur was in overmaat aanwezig dus de hoeveelheid O 2 is afhankelijk van de hoeveelheid ao 3. Alle drie gaan uit van dezelfde
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2007-I
Beoordelingsmodel Epoxypropaan 1 maximumscore 3 methoxyetheen stamnaam etheen 1 voorvoegsel methoxy 2 Indien een naam is gegeven waarin als enige fout een onjuist voorvoegsel voorkomt, maar uit de naam
Grensvlakpolymerisatie
Grensvlakpolymerisatie 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: De reactor wordt gekoeld (dus er komt energie vrij). De reactie is dus exotherm. de reactor wordt gekoeld 1 conclusie 1
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
ATIOALE SHEIKUDEOLYMPIADE OPGAVE VOORRODE 1 (de week van) woensdag 2 februari 2011 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 15 deelvragen
Eindexamen scheikunde havo 2000-II
Eindexamen scheikunde havo -II 4 Antwoordmodel Lood Een juiste afleiding leidt tot de uitkomst (neutronen). berekening van het aantal neutronen in een U-38 atoom en berekening van het aantal neutronen
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 016 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 0 tot en met 7 januari 016 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en opgaven
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2007-I
Beoordelingsmodel Aspirinebereiding 1 maximumscore 2 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat reactie 2 een additiereactie is. de C = C binding in het keteenmolecuul verdwijnt 1 conclusie 1 Indien
Examen VWO. Scheikunde
Scheikunde Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 22 juni 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2006-II
4 Beoordelingsmodel Bookkeeper 1 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: Indien slechts één watermolecuul op een juiste manier via een waterstbrug aan het stukje cellulosemolecuul is getekend 1 Indien
4. In een bakje met natriumjodide-oplossing worden 2 loden elektroden gehangen. Deze twee elektroden worden aangesloten op een batterij.
Test Scheikunde Havo 5 Periode 1 Geef voor de volgende redoxreacties de halfreacties: a Mg + S MgS b Na + Cl NaCl c Zn + O ZnO Geef de halfreacties en de reactievergelijking voor de volgende redoxreacties:
Eindexamen scheikunde vwo II
Beoordelingsmodel aarverzorging maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N 2 2 2 N N 2 2 S de peptidebindingen juist getekend de zijketens juist getekend het begin van de structuurformule
Een reactie blijkt bij verdubbeling van alle concentraties 8 maal zo snel te verlopen. Van welke orde zou deze reactie zijn?
Hoofdstuk 19 Reactiesnelheid en evenwicht bladzijde 1 Opgave 1 Voor de volgende reactie: 4 NH 3(g) + 5 O 2(g) 4 NO(g) + 6 H 2O(g) blijkt onder bepaalde omstandigheden: S = 2,5 mol/l s. Hoe groot zijn:
Eindexamen scheikunde havo 2011 - I
Beoordelingsmodel Uraanerts 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal elektronen: 88 aantal protonen: 92 1 aantal elektronen: aantal protonen verminderd met 4 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist
SE voorbeeldtoets 5HAVO antwoordmodel
SE voorbeeldtoets 5AV antwoordmodel Stikstof Zwaar stikstofgas bestaat uit stikstofmoleculen waarin uitsluitend stikstofatomen voorkomen met massagetal 15. 2p 1 oeveel protonen en hoeveel neutronen bevat
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van januari tot en met 5 februari 04 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en open opgaven
Eindexamen scheikunde havo 2000-I
4 Antwoordmodel et goud der dwazen aantal protonen: 3 aantal elektronen: 34 aantal protonen: 3 aantal elektronen: aantal protonen plus Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: de geleidbaarheid bepalen,
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1982 MAVO-4 Woensdag 15 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) MEERKEUZETOETS Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20
UITWERKING CCVS-TENTAMEN 21 juli 2017
UITWERKING CCVS-TENTAMEN 21 juli 2017 Frank Povel NB. Deze uitwerking is door mij gemaakt en is niet de uitwerking die de CCVS hanteert. Er kunnen dan ook op geen enkele wijze rechten aan deze uitwerking
CENTRALE COMMISSIES VOORTENTAMEN TENTAMEN SCHEIKUNDE. Voorbeeldtentamen 1
CENTRALE COMMISSIES VOORTENTAMEN TENTAMEN SCHEIKUNDE Voorbeeldtentamen 1 tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt (want voor iedere opgave is er een
Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)
Hoofdstuk 4 Chemische reacties J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 4 Chemische reacties Paragrafen 4.1 Kenmerken van een reactie 4.2 Reactievergelijkingen 4.3 Rekenen aan reacties Practica Exp. 1 Waarnemen Exp.
Eindexamen scheikunde 1 vwo II
Beoordelingsmodel Cacaoboter 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: De warmte die nodig is voor het smelten, wordt aan de mond onttrokken. Smelten is (kennelijk) een endotherm proces.
Examen VWO. scheikunde 1. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VW 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur scheikunde 1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 73 punten te behalen. Voor
4 11 juni EINDTOETS THEORIE antwoordmodel
29 e ATIALE SCEIKUDELYMPIADE 4 juni 2008 EIDTETS TERIE antwoordmodel maandag 9 juni 2008, 8.30 2.30u Deze eindtoets bestaat uit 32 deelvragen verdeeld over 7 opgaven Bij deze toets hoort een antwoordblad
Eindexamen scheikunde havo 2002-I
4. Antwoordmodel Rood kwik 1 Een juiste afleiding leidt tot de lading 5+. berekening van de lading van twee kwik(ii)ionen en zeven oxide-ionen: tweemaal 2+ optellen bij zevenmaal 2-1 conclusie 1 Indien
scheikunde havo 2017-I
Contrastmiddel voor MRI-scans 1 maximumscore 3 aantal protonen: 64 aantal neutronen: 94 aantal elektronen: 61 aantal protonen juist 1 aantal neutronen: 158 verminderd met het aantal protonen 1 aantal elektronen:
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de week van woensdag 8 maart 01 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en open opgaven met in totaal
_ Examen VWO. tij ~.- Q)
_ Examen VWO ~ Voorbereidend C Wetenschappelijk :::J Onderwijs ~.- Q) J: e tij VWO Tijdvak 2 Dinsdag 22 juni 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden
Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 13.30 16.30 uur
Scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 70 punten te behalen; het examen bestaat uit 23
Opgave 1: Turners. (1) 1 Geef de systematische naam van het zouthydraat dat ontstaat bij het opnemen van water door magnesium.
Lyceum Oudehoven oefslag 4 4205 NK Gorinchem Schoolexamen juni 2016 Leerjaar: 4 AVO Vak: Scheikunde Datum: 24-06-2015 Tijd: 13:00-14:30 Uitdelen: 1 opgavenboekje + lijn foliopapier Toegestaan: BINAS Er
.s::: _ Examen VWO ~.-
Examen VWO ~ Voorbereidend s::::: Wetenschappelijk ::::J Onderwijs ~.- Q).s::: U en Tijdvak 1 Donderdag 15 mei 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg, berekening of afleiding gevraagd
Extra oefenopgaven H4 [rekenen met: vormingswarmte, reactiewarmte, rendement, reactiesnelheid, botsende-deeltjesmodel]
Extra oefenopgaven H4 [rekenen met: vormingswarmte, reactiewarmte, rendement, reactiesnelheid, botsende-deeltjesmodel] Gebruik bij deze opdrachten BINAS-tabellen 8 t/m 12 / 38A / 56 / 57. Rekenen met vormingswarmte
Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.
1 Een oplossing van zwavelzuur en een oplossing van bariumhydroxide geladen beide elektriciteit. Wordt bij de zwavelzuuroplossing een oplossing van bariumhydroxide gedruppeld, dan neemt het elektrisch
H C H. 4-amino-2-pentanon propylmethanoaat 4-hydroxy-2-methyl-2-buteenzuur. 2,3-dihydroxypropanal
efenopgaven hoofdstuk 12 1 pgave 1 Geef de systematische naam van de volgende stoffen: 2 2 2 4-amino-2-pentanon propylmethanoaat 4-hydroxy-2-methyl-2-buteenzuur 2 2 -methoxycycolpentaancarbonzuur de ester
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de week van woensdag 10 april 013 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open opgaven met in
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-I
Beoordelingsmodel Broom 1 maximumscore 2 Cl 2 + 2 Br 2 Cl + Br 2 Cl 2 voor de pijl en 2 Cl na de pijl 1 2 Br voor de pijl en Br 2 na de pijl 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: In
Frank Povel. a. Fe + 2H + Fe 2+ + H 2 Er zullen gasbelletjes te zien zijn en de oplossing zal licht groen worden.
UITWERKING CCVS-TENTAMEN 29 november 2016 Frank Povel NB. Deze uitwerking is door mij gemaakt en is niet de uitwerking die de CCVS hanteert. Er kunnen dan ook op geen enkele wijze rechten aan deze uitwerking
Oefenopgaven REDOX vwo
Oefenopgaven REDOX vwo OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO 6. 03 Methanol in zuur milieu wordt omgezet in
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1983 MAVO-4 Woensdag 15 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) MEERKEUZETOETS Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20
