Topsportactieplan Vlaanderen IV ( )

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Topsportactieplan Vlaanderen IV ( )"

Transcriptie

1 Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Definitieve versie, goedgekeurd door minister Muyters Brussel, maandag 21 november 2016

2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Lijst met tabellen en figuren... 4 Voorwoord van Vlaamse minister van Sport, Philippe Muyters... 5 Hoofdstuk 1: Inleiding, algemeen kader en fasering Historiek Vlaams topsportbeleid Decreet op de sportfederatie (13 juli 2001) Uitvoeringsbesluit Topsport (31 mei 2002) Topsportactieplan Vlaanderen I ( ) Uitvoeringsbesluit Topsport (20 mei en 31 mei 2005) Uitvoeringsbesluit Topsport (19 december 2008) Strategische nota Topsport Topsportactieplan Vlaanderen II ( ) Strategische nota Topsport Uitvoeringsbesluit Topsport (30 november 2012) Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) Financiële ondersteuning van de Topsport door de Vlaamse overheid Topsportmiddelen Doelstellingen en resultaten Vlaamse Topsportindex Vlaamse Topsportindex in Olympische disciplines Vlaamse Topsportindex in Paralympische disciplines Voorbereiding Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Strategische nota Topsport Themawerkgroepen Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Hoofdstuk 2: Strategische krijtlijnen voor een performant Vlaams topsportbeleid Organisatie en structuur van het Vlaams topsportbeleid Vlaams Regeerakkoord Decreet op de sportfederatie Uitvoeringsbesluit Topsport Objectieven Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Visie en missie Topsport als doel Topsport als middel Strategische keuze van te ondersteunen topsporttakken Olympische disciplines (min. 90% van het Vlaams topsportbudget) Paralympische disciplines (max. 4% van het Vlaams topsportbudget) Niet-Olympische disciplines (max. 2% van het Vlaams topsportbudget) Sporttakoverschrijdende ondersteuning (max. 4% van het Vlaams topsportbudget) Centralisatie Communicatie Noodzaak van een overlegmodel en synergie tussen alle topsportactoren Topsportbeleid binnen de Vlaamse topsportfederaties Hoofdstuk 3: Specifieke beleidsmaatregelen voor Olympische disciplines Topsporter Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 1: Talentdetectie

3 Actiepunt 2: Begeleiding en omkadering van Vlaamse topsporters doorheen de topsportloopbaan Actiepunt 3: Na-topsportcarrière Budget Topsportmanagement Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 4: Statuut en verloning topsportmanagement/kader Budget Topsporttrainer Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 5: Vorming van topsporttrainers Actiepunt 6: Topsporttrainers in Olympische prestatieprogramma s Actiepunt 7: Topsporttrainers in Olympische ontwikkelingsprogramma s Budget Sportwetenschappelijke omkadering Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 8: Topsport & Wetenschap Budget Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 9: Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s Budget Dagelijkse trainingsomgeving Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 10: Trainingsinfrastructuur Topsport Budget Organisatie van topsportevenementen Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 11: Organisatie van internationale topsportevenementen Budget Specifieke doelgroep: Olympische ploegsporten Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 12: Olympische ploegsporten Budget Hoofdstuk 4: Specifieke beleidsmaatregelen voor Paralympische disciplines G-Topsport Historiek en stand van zaken Werking in de periode Actiepunt 13: G-Topsport Budget Hoofdstuk 5: Begroting Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Budgettering per actiepunt (omschrijving) Budgettering per actiepunt (cijfermatig) Bijlagen

4 Lijst met tabellen en figuren Figuur 1 Belangrijkste mijlpalen in het Vlaams topsportbeleid Figuur 2 Evolutie van het jaarlijks Vlaams topsportbudget in de periode Figuur 3 Bestemming van Vlaamse topsportmiddelen in de periode Tabel 1 Overzicht van de recente historiek inzake doelstellingen en resultaten op OS, PS, WS, WK en EK door en met Vlaamse topsporters van sporttakken die structureel werden ondersteund 13 Figuur 4 Voortschrijdende topsportindex in Olympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades 15 Figuur 5 Marktaandeel in Olympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex 16 Figuur 6 Voortschrijdende topsportindex in Olympische zomerdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades 16 Figuur 7 Marktaandeel in Olympische zomerdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex 17 Figuur 8 Voortschrijdende topsportindex in Olympische winterdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades 18 Figuur 9 Marktaandeel in Olympische winterdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex 18 Figuur 10 Voortschrijdende topsportindex in Paralympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades 19 Figuur 11 Marktaandeel in Paralympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex 20 Figuur 12 Vooropgestelde verdeling van de Vlaamse topsportmiddelen in de periode Figuur 13 Overzicht van het aantal gesubsidieerde leerlingen in de topsportschool van 1998 tot Figuur 14 Overzicht van het aantal Vlaamse topsporters die genoten van een persoonlijk levensonderhoud via de respectieve tewerkstellingsprojecten in de periode Figuur 15 Overzicht van de voorwaardenscheppende leeftijdsgebonden maatregelen in de topsportloopbaan 44 Tabel 2 Begroting inzake de uitbouw van de topsportloopbaan in Olympische disciplines 57 Tabel 3 Begroting inzake de verloning van het topsportkader in Olympische disciplines 60 Figuur 16 Overzicht van de omkaderingsnorm per sporttak (in VTE) in de Olympiade Rio (situatie 1/7/2016) 61 Tabel 4 Begroting inzake de vorming en tewerkstelling van topsporttrainers in Olympische disciplines 67 Figuur 17 Organogram van de sportwetenschappelijke omkadering in de periode Tabel 5 Begroting inzake de sportwetenschappelijke omkadering in Olympische disciplines 74 Tabel 6 Begroting inzake de programmakost van Olympische ontwikkelings- en prestatieprogramma s 76 Tabel 7 Overzicht van de (gerealiseerde) infrastructuurprojecten in het kader van het Topsportinfrastructuurplan Vlaanderen van 19 juli Tabel 8 Begroting inzake investeringen in trainingsinfrastructuur Topsport in Olympische disciplines 79 Tabel 9 Begroting inzake de organisatie van internationale topsportevenementen 82 Tabel 10 Belgische prestaties op EK-WK-OS in (toekomstige) Olympische ploegsporten in de periode Tabel 11 Trainingstechnische omkadering bij Parantee in de periode Tabel 12 Multidisciplinaire omkadering bij Parantee in de periode Tabel 13 Overzicht van de huidige samenwerking van Parantee met de stakeholders in Topsport 96 Tabel 14 Overzicht van de noden en behoeften van de Vlaamse G-topsporters voor de Paralympiade Tabel 15 Begroting Topsport per actiepunt voor de Olympiade Tokyo ( ) 103 Tabel 16 Begrote en toegekende investeringen Topsport per actiepunt voor de Olympiade Rio ( ) 104 4

5 Voorwoord van Vlaamse minister van Sport, Philippe Muyters 5

6 Hoofdstuk 1: Inleiding, algemeen kader en fasering 1.1. Historiek Vlaams topsportbeleid Het Vlaams topsportbeleid krijgt voor het eerst een structurele basis met het decreet op de sportfederatie van 13 juli 2001 en is sindsdien gestaag verder uitgebouwd. In figuur 1 worden de mijnpalen weergegeven en achtereenvolgens toegelicht. Figuur 1: Belangrijkste mijlpalen in het Vlaams topsportbeleid Decreet op de sportfederatie (13 juli 2001) Met het decreet van 13 juli 2001 beoogde de Vlaamse overheid een verhoogde transparantie van het sportlandschap door een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds de sportfederaties, onderverdeeld in unisportfederaties en recreatieve sportfederaties, en anderzijds de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. De Vlaamse Sportfederatie vzw diende voortaan als aanspreekpunt (koepelfederatie) te fungeren voor de Vlaamse sportfederaties. Naast de verhoging van het sportbudget voerde het decreet een beleidskader in voor de splitsing van de bestaande unitaire (Belgische) sportfederaties, werd de integrale kwaliteitszorg bij de opmaak en de uitvoering van de beleidsplannen van de sportfederaties gestimuleerd en werden financiële incentives ingeschreven om fusies tussen recreatieve sportfederaties en unisportfederaties aan te moedigen en zo een rationalisatie van het sportlandschap te bekomen. Om in aanmerking te kunnen komen voor facultatieve subsidies, dienden de unisportfederaties naast de 5 basisopdrachten één of meerdere facultatieve opdrachten uit te voeren. De facultatieve opdracht topsport, waarbij de unisportfederatie aangeeft hoe ze een integraal topsportbeleid voert, hield voor de unisportfederatie in dat ze een topsportbeleid voert en activiteiten organiseert die passen in het Vlaams topsportbeleid. De Vlaamse regering legde hiervoor, op voorstel van de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid na ontvangst van de vierjaarlijkse beleidsplannen, om de vier jaar sporttakken vast die voor subsidiëring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, op basis van volgende criteria: (1) sportprestaties op internationaal vlak, (2) uitstraling van de sport in 6

7 het binnenland, (3) uitstraling van de sport in het buitenland en (4) topsportstructuur- en werking, de begeleiding en het topsportbeleid van de betrokken unisportfederaties Uitvoeringsbesluit Topsport (31 mei 2002) De sporttakken die opgenomen werden in het topsportbeleid, werden op voorstel van Bloso na advies van het toenmalige Vlaams Overlegplatform Topsport, door de Vlaamse regering vastgelegd in een Vlaamse topsporttakkenlijst voor de Olympiade Athene ( ), overeenkomstig de beoordelingscriteria ingedeeld in vier subsidiëringcategorieën en een aparte categorie voor G- topsport. Het betreft financiële categorieën, met een maximum bedrag per categorie. In de eerste Vlaamse topsporttakkenlijst werden 27 sporttakken met hun disciplines opgenomen (zie ook bijlage 1): 1 Categorie 1 (max euro): atletiek, gymnastiek, judo, tennis, wielrennen en zwemmen; 2 Categorie 2 (max euro): basketbal, handbal, paardrijden, triatlon-duatlon, volleybal en zeilen; 3 Categorie 3 (max euro): badminton, roeien en squash; 4 Categorie 4 (max euro): boogschieten, kajak, korfbal, reddend zwemmen, rolschaatsen, schermen, schieten, taekwondo, tafeltennis, waterski en windsurfen; 5 Aparte Categorie (max euro): gehandicaptensport; 6 Aparte categorie voor sporttakken die niet behoren tot punt 1 tot en met 5 maar die wel door topsporters worden beoefend die deelnemen aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische Dagen (EYOD) en Wereldspelen; 7 Aparte categorie voor sporttakken die niet behoren tot punt 1 tot en met 5 maar die wel aangeboden worden door sportfederaties die een Europees kampioenschap, een Wereldkampioenschap of een Wereldbekerwedstrijd voor junioren en senioren in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad organiseren. Bijzondere voorwaarden werden opgelegd aan de sportfederaties die subsidies wensten te verkrijgen voor (1) de voorbereiding en deelname aan internationale wedstrijden van geregistreerde topsporters, (2) de participatie in een topsportschool, (3) de organisatie van Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en wereldbekerwedstrijden voor junioren en senioren in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en (4) de voorbereiding en deelname aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische dagen (EYOD) en Wereldspelen Topsportactieplan Vlaanderen I ( ) Op 6 april 2004 werd het eerste Topsportactieplan Vlaanderen ooit opgesteld door de Stuurgroep Topsport. Het Topsportactieplan Vlaanderen I was gericht op de eerste fase (korte termijn) 2004 en de Olympiade (Beijing) en werd integraal opgenomen in de beleidsnota Sport van de toenmalige minister van Sport, Bert Anciaux. In deze periode werd het Topsportactieplan Vlaanderen I ( ) nagenoeg volledig uitgevoerd, met ondermeer de nieuwe initiatieven Pool van Toptrainers, Pool van Jeugdtrainers Topsport (beperkte opstart) en vernieuwde aandacht voor de Olympische ploegsporten en Topsport voor gehandicapten (G-topsport). Bovendien werden bestaande initiatieven op vlak van de topsportscholen, projecten inzake tewerkstelling en de combinatie Topsport en hoger onderwijs, alsook de begeleiding en ondersteuning van de Vlaamse topsportfederaties verder uitgebouwd. 7

8 Uitvoeringsbesluit Topsport (20 mei en 31 mei 2005) Op voorstel van Bloso na advies van de Stuurgroep Topsport, werden de weerhouden sporttakken door de Vlaamse regering vastgelegd in een Vlaamse topsporttakkenlijst voor de Olympiade Beijing ( ). De maximum subsidiebedragen voor de vier subsidiëringcategorieën en de aparte categorie voor gehandicaptentopsport werden verhoogd. Met het Uitvoeringsbesluit Topsport van 20 mei 2005 werden 25 subsidieerbare topsporttakken met hun disciplines opgenomen. Op 31 mei 2005 werd taekwondo via ministerieel besluit eveneens toegevoegd als 26 ste subsidieerbare sporttak aan de Vlaamse topsporttakkenlijst (zie ook bijlage 1): 1 Categorie 1 (max euro): atletiek, basketbal, gymnastiek, judo, tennis en wielrennen; 2 Categorie 2 (max euro): kajak, paardrijden, roeien, triatlon-duatlon, volleybal, zeilen, windsurfen en zwemmen; 3 Categorie 3 (max euro): badminton, handbal, rolschaatsen, schermen, squash en tafeltennis; 4 Categorie 4 (max euro): boogschieten, ju-jitsu, korfbal, schieten, taekwondo en waterski; 5 Aparte Categorie (max euro): gehandicaptensport; 6 Aparte categorie voor sporttakken die niet behoren tot punt 1 tot en met 5 maar die wel door topsporters worden beoefend die deelnemen aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische Dagen (EYOD) en Wereldspelen; 7 Aparte categorie voor sporttakken die niet behoren tot punt 1 tot en met 5 maar die wel aangeboden worden door sportfederaties die een Europees kampioenschap, een Wereldkampioenschap of een Wereldbekerwedstrijd voor junioren en senioren in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad organiseren Uitvoeringsbesluit Topsport (19 december 2008) Op voorstel van Bloso na advies van de Stuurgroep Topsport, werden de weerhouden sporttakken door de Vlaamse regering vastgelegd in een Vlaamse topsporttakkenlijst voor de Olympiade Londen ( ). Opnieuw werden de maximum subsidiebedragen voor de vier subsidiëringcategorieën en de aparte categorie voor G-topsport verhoogd. Met het Uitvoeringsbesluit Topsport van 19 december 2008 werden 25 subsidieerbare topsporttakken met hun disciplines opgenomen op de derde Vlaamse topsporttakkenlijst Later werden ook voetbal via het ministerieel besluit van 5 juni 2009 en golf via het ministerieel besluit van 30 april 2010 toegevoegd als subsidieerbare sporttak aan de Vlaamse topsporttakkenlijst (zie ook bijlage 1): 1 Categorie 1 (max euro): atletiek, basketbal, gymnastiek, judo, tennis, volleybal, voetbal, wielrennen en zwemmen; 2 Categorie 2 (max euro): kajak, paardrijden, roeien, triatlon-duatlon en zeilenwindsurfen; 3 Categorie 3 (max euro): badminton, golf,handbal, snowboard en tafeltennis; 4 Categorie 4 (max euro): boogschieten, ju-jitsu, korfbal, rolschaatsen, schermen, squash en taekwondo; 5 Aparte Categorie (max euro): gehandicaptensport; 6 Aparte categorie voor sporttakken die niet behoren tot punt 1 tot en met 5 maar die wel door topsporters worden beoefend die deelnemen aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische Dagen (EYOD) en Wereldspelen. Bijkomende voorwaarden werden opgelegd aan de sportfederaties die subsidies wensten te verkrijgen voor (1) de voorbereiding en deelname aan internationale wedstrijden, de structurele topsportwerking, de begeleiding en omkadering van geregistreerde elitesporters, beloftevolle 8

9 jongeren en jonge topsporttalenten en voor programma s van talentdetectie en talentontwikkeling aanvullend op de werking van de topsportschool, (2) de voorbereiding en deelname aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische dagen (EYOD) en Wereldspelen van de pregeselecteerde en geselecteerde topsporters, (3) de participatie in een topsportschool en (4) de organisatie van Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en wereldbekerwedstrijden voor junioren en senioren in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel- Hoofdstad organiseren Strategische nota Topsport In de periode februari tot april 2009 heeft de Stuurgroep Topsport, bij gebrek aan een nieuw Topsportactieplan II ( ), een strategische nota opgesteld, waarin een consensus werd bereikt i.v.m. het Vlaams topsportbeleid : Missie: resultaten behalen op internationale kampioenschappen in de erkende Vlaamse topsporttakken en/of ondersteunde sportdisciplines, en het realiseren van een concurrentieel topsportklimaat in Vlaanderen; Visie: maximaal uitbouwen van de prestatiebepalende factoren waarop het beleid invloed kan uitoefenen; Strategische doelstellingen: (1) het maximaliseren van de topsportresultaten op Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen en (2) de verbetering van het topsportklimaat via de prestatiebepalende factoren, namelijk professionalisering van de topsportfederaties, de topsportloopbaan, de trainingsfaciliteiten en -infrastructuur, sportwetenschappelijk onderzoek en begeleiding en de organisatie van nationale en internationale competities; Prestatiebepalende factoren en de randvoorwaarden: financiële ondersteuning van het topsportbeleid door de Vlaamse overheid, alsook de organisatie en structuur van het topsportbeleid en de strategische keuze van de te ondersteunen sporttakken Topsportactieplan Vlaanderen II ( ) Op 30 september 2009 werd het Topsportactieplan Vlaanderen II ( ) gefinaliseerd, na het aantreden van de nieuwe Vlaamse Regering ( ) en ruim een jaar na de Olympische Spelen van Beijing Het Topsportactieplan Vlaanderen II ( ) werd integraal opgenomen in de beleidsnota Sport van de minister van Sport, Philippe Muyters, en nagenoeg volledig uitgevoerd. De strategische krijtlijnen uit de strategische nota werden integraal overgenomen. De noodzakelijke randvoorwaarden voor het uitbouwen van een integraal topsportbeleid, zoals beschreven in het Topsportactieplan Vlaanderen I ( ), werden grotendeels behouden en verder uitgebreid Strategische nota Topsport In de periode oktober 2011 tot juni 2012 heeft een strategische werkgroep samengesteld door de Stuurgroep Topsport een strategische nota opgesteld, waarin de krijtlijnen voor het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) werden uitgetekend: Doel: Medailles en finales (top-8) op OS, WK en EK in Olympische disciplines en medailles op WK en Paralympische Spelen in Paralympische disciplines; 9

10 Focus: Binnen de groep Olympische disciplines hoofdzakelijk investeren in een beperkt aantal (±10) focussporten (vast te leggen per Olympiade) + windows of opportunity (ad hoc ondersteuning van niet-structurele projecten met slaagkansen op korte termijn voor het behalen van top-8 plaatsen op Olympische Spelen); Centralisatie op het terrein: 3 topsportcentra in Vlaanderen en een één-campus-model per sporttak; Centralisatie inzake beleid: 1 Vlaams topsportloket met alle operationele bevoegdheden inzake uitvoering Vlaams topsportbeleid, inclusief communicatie en visibiliteit voor Vlaanderen via Topsport Uitvoeringsbesluit Topsport (30 november 2012) Op voorstel van Bloso na advies van de toenmalige Stuurgroep Topsport, werden de weerhouden sporttakken door de Vlaamse regering vastgelegd in een Vlaamse topsporttakkenlijst voor de Olympiade Rio ( ). De weerhouden Olympische disciplines werden opgenomen in de categorie 1 tot en met categorie 3, de weerhouden niet-olympische disciplines werden opgenomen in categorie 4 en de Paralympische disciplines werden, in lijn met de voorgaande Olympiades, opgenomen in een aparte categorie. 24 subsidieerbare topsporttakken met hun disciplines werden opgenomen op de vierde Vlaamse topsporttakkenlijst (zie ook bijlage 1): 1 Categorie 1 (max euro): atletiek, gymnastiek, hockey, judo, paardrijden, tennis, volleybal, wielrennen, zeilen-windsurfen en zwemmen; 2 Categorie 2 (max euro): basketbal, kajak, snowboard en voetbal; 3 Categorie 3 (max euro): badminton, golf, roeien, schermen, tafeltennis en triatlon; 4 Categorie 4 (max euro): ju-jitsu, korfbal en rolschaatsen; 5 Aparte Categorie (max euro): gehandicaptensport. 6 Aparte categorie voor sporttakken die niet behoren tot punt 1 tot en met 5 maar die wel door topsporters worden beoefend die deelnemen aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische Dagen (EYOD) en Wereldspelen; Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) Op 3 december 2012 werd het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) goedgekeurd door de Vlaamse minister van Sport, Philippe Muyters. De strategische krijtlijnen uit de strategische nota werden integraal overgenomen. De actiepunten uit het Topsportactieplan Vlaanderen II ( ) werden geëvalueerd en aangepast/uitgebreid waar nodig. Voor het eerst werd sterk gefocust op een beperkt aantal topsporttakken en ad hoc windows of opportunity. Voorts werd een centralisatie gerealiseerd inzake beleid (één Vlaams topsportloket onder Sport Vlaanderen) en waar mogelijk inzake Vlaamse trainingsinfrastructuur (één-campusmodel per sporttak en/of sporttakoverschrijdend). 10

11 1.2. Financiële ondersteuning van de Topsport door de Vlaamse overheid Topsportmiddelen De financiële ondersteuning van de Vlaamse topsportfederaties werd de voorbije Olympiades gestaag uitgebouwd, in lijn met de doelstellingen en de nieuwe strategische keuzes van de Vlaamse overheid, zoals vastgelegd in de respectieve Vlaamse topsporttakkenlijsten. In de Olympiade Londen ( ) werd de nadruk reeds gelegd op het behalen van resultaten op internationale kampioenschappen in de erkende Vlaamse topsporttakken en/of ondersteunde sportdisciplines, en om een concurrentieel topsportklimaat in Vlaanderen te realiseren. In de Olympiade Rio ( ) werd nog meer gefocust op de ondersteuning van Vlaamse geregistreerde topsporters met de concrete doelstelling en slaagkansen op het behalen van medailles en finales (top-8) op Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen in Olympische disciplines, evenals medailles op Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen in Paralympische disciplines. In mindere mate werd eveneens geïnvesteerd in (niet-olympische) disciplines die op het programma staan van de Wereldspelen, met het oog op het behalen van medailles op mondiale competities (Wereldspelen en wereldkampioenschappen). Figuur 2 toont een overzicht van de jaarlijkse investeringen Topsport van de Vlaamse overheid in de Olympiade Londen ( ) en Rio ( ), via subsidies en werkingsmiddelen Topsport van Bloso/Sport Vlaanderen, werkingsmiddelen Topsport van het departement CJSM (dat tot 2015 enkele bevoegdheden inzake Topsport had) en de meerwaarde van toegekende investeringen ten behoeve van Vlaamse topsportfederaties via het project BeGold (waarin de Vlaamse overheid jaarlijks voorziet in bijdrage van euro via werkingmiddelen Topsport). Vanaf 1 januari 2016 werden alle beleidsondersteunende en -uitvoerende opdrachten in verband met het Vlaams (top)sportbeleid samengebracht onder één-loket binnen Sport Vlaanderen, en werden de bevoegdheden en topsportkredieten van het departement CJSM overgeheveld. Het Vlaams topsportbudget schommelt jaarlijks rond 22 miljoen euro, en werd eenmalig verhoogd met de investeringssubsidies in trainingsinfrastructuur Topsport (10 miljoen euro over de Olympiade Rio) ,4M 6,9M 1,6M 3,1M 4,6M 1,1M 1,0M 1,1M 1,0M 0,6M 1,1M 1,3M 6,1M 5,9M 5,9M 4,5M 3,4 3,4M 1,3M 1,2M 1,6M 1,9M 1,8M 1,7M 4,8M 5,4M 5,1M 6,5M 7,1M 6,7M 4,8M 1,3M 2,1M 10,2M SLA (topsportinfrastructuur) meerwaarde project BeGold Departement CJSM: Subsidie & financiering Bloso/Sport Vlaanderen: Tewerkstelling topsporters ,3M 8,7M 8,7M 9,2M 8,6M 8,5M 8,6M 8,9M Bloso/Sport Vlaanderen: Financiering Bloso/Sport Vlaanderen: Subsidie Figuur 2: Evolutie van het jaarlijks Vlaams topsportbudget in de periode

12 Teneinde de doelstellingen te kunnen behalen met de schaarse beschikbare middelen voor Topsport, werd vanaf de Olympiade Rio ( ) hoofdzakelijk geïnvesteerd in een beperkt aantal focussporten (Olympische disciplines, categorie 1 van de Vlaamse topsporttakkenlijst) en ad hoc in een aantal windows of opportunity (topsporters met slaagkansen, die evenwel geen deel uitmaken van een structureel ondersteunde Vlaamse topsportfederatie). Figuur 3 toont de bestemming van de Vlaamse topsportmiddelen in de voorbije Olympiades Londen ( ) en Rio ( ), inclusief de financieringen via het project BeGold. In bijlage 2 wordt in de fiche per sporttak een gedetailleerd overzicht weergegeven van de toegekende investeringen Topsport door de Vlaamse overheid in de periode , alsook van de topsportpopulatie, de trainersomkadering, de doelstellingen en de resultaten. Olympiade Londen ( ) Olympiade Rio ( ) euro euro 5,2% 2,4% 20,6% 13,2% 54,5% 2,4% 6,0% Olympische disciplines - Topsporttakkenlijst cat.1 3,4% Olympische disciplines - Windows of Opportunity Olympische disciplines - 15,5% Topsporttakkenlijst cat Paralympische disciplines 4,6% 68,1% Niet-Olympische disciplines 4,1% Categorieoverschrijdende investeringen Figuur 3: Bestemming van Vlaamse topsportmiddelen in de periode Doelstellingen en resultaten Tabel 1 geeft een overzicht per sporttak van de recente historiek inzake doelstellingen en resultaten op Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen door en met Vlaamse topsporters van sporttakken die in de Olympiade structureel werden ondersteund. Het betreft de door de topsportfederatie opgegeven doelstellingen, voor aanvang van de nieuwe Olympiade, en de uiteindelijk behaalde resultaten voor de Olympiade Londen ( ) en de Olympiade Rio ( ). (zie ook bijlage 2) Naast een overzicht van het aantal vooropgestelde/behaalde medailles en top-8 plaatsen, wordt ook de Vlaamse topsportindex weergegeven (zie verder), in functie van een vergelijking van de resultaten doorheen de jaren en als prestatiebarometer voor het integrale Vlaams topsportbeleid. In de voorlaatste kolom wordt de maximum haalbare index in de Olympiade weergegeven voor disciplines waarin Vlaamse topsporters deelnamen aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen. In de laatste 3 (groene) kolommen worden achtereenvolgens weergegeven: (1) het maximum te behalen indexpunten voor alle disciplines in de betrokken sporttak per land, op basis van het aantal quotaplaatsen per land per competitie, (2) het maximum te behalen indexpunten voor disciplines in de betrokken sporttak met een Vlaamse deelname op EK-WK-OS in de lopende Olympiade en (3) het Vlaams marktaandeel per sporttak, op basis van de verhouding tussen het aantal door Vlaamse topsporters behaalde indexpunten en het maximum te behalen indexpunten voor alle disciplines in de betrokken sporttak per land in de lopende Olympiade. Het marktaandeel laat toe de resultaten per sporttak beter te interpreteren, aangezien het aantal disciplines en het maximum haalbare indexpuntenaantal sterk verschilt over alle sporttakken heen. 12

13 Type Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Index Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Index Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Index Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Index Max. te behalen indexpunten per land Max. indexpunten obv Vlaamse deelname Marktaandeel Vlaanderen tov totaal Tabel 1: Overzicht van de recente historiek inzake doelstellingen en resultaten op OS, PS, WS, WK en EK door en met Vlaamse topsporters (senioren) van sporttakken die structureel werden ondersteund Doelstellingen Resultaten Doelstellingen Resultaten EK WK OS EK WK OS EK WK OS EK WK OS Sporttak Atletiek OS ,5% Badminton OS ,2% Basketbal OS ,0% Bobslee OS ,0% Boksen OS ,3% Boogschieten OS ,6% Gewichtheffen OS ,3% Golf OS ,8% Gymnastiek OS ,5% Hockey OS ,3% Judo OS ,8% Kajak OS ,6% Kunstschaatsen OS ,2% Paardensport OS ,8% Roeien OS ,2% Schermen OS ,0% Snelschaatsen OS ,6% Snowboard OS ,5% Taekwondo OS ,4% Tafeltennis OS ,0% Tennis OS ,2% Triatlon OS ,1% Voetbal OS ,0% Volleybal OS ,5% Wielrennen OS ,2% Zeilen OS ,0% Zwemmen OS ,0% Totaal ondersteunde OS ,6% TOTAAL G-Sport ,5% Ju-Jitsu NOS ,8% Korfbal NOS % Rolschaatsen NOS ,2%

14 Vlaamse Topsportindex Medailles op grote internationale wedstrijden vormen een graadmeter voor het succes van het topsportbeleid. Deze graadmeter blijft natuurlijk beperkt tot sporten waarvoor in die jaren mondiale en continentale kampioenschappen worden georganiseerd. Om een goede vergelijking te maken van de geleverde topsportprestaties door onze Vlaamse atleten, volstaat het niet om louter het aantal behaalde medailles op de Olympische Spelen te vergelijken met voorgaande beleidsperiodes. Sinds 2011 worden de mondiale en continentale topsportprestaties per sporttak ingeschaald in een Vlaamse Topsportindex, die maandelijks wordt berekend en gerapporteerd door Sport Vlaanderen. Een afzonderlijke Topsportindex wordt berekend voor Olympische en Paralympische disciplines. De topsportprestaties in niet-olympische disciplines worden niet systematisch berekend, maar kunnen wel op eenzelfde wijze worden ingeschaald. Bij de berekening van de Vlaamse Topsportindex werden volgende afspraken gemaakt om de topsportresultaten in te schalen: Medailles (factor=3) wegen zwaarder dan top-8 plaatsen (factor=1). Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen goud, zilver en brons, alsook niet tussen 4de tot 8ste plaatsen; Resultaten op mondiale competities (factor=2) wegen zwaarder dan resultaten op de continentale competities (factor= 1); Resultaten van ploegsporten (factor=3) en samengestelde teams (factor=1,5) wegen zwaarder dan individuele resultaten (factor=1); Kampioenschappen die vierjaarlijks (factor=4), tweejaarlijks (factor=2) of driemaal per Olympiade (factor=1,33) worden georganiseerd, wegen zwaarder dan resultaten op jaarlijkse kampioenschappen (factor = 1); Resultaten in Olympische disciplines (1) wegen zwaarder dan resultaten in Paralympische (en niet-olympische) disciplines (factor = 0,5) Vlaamse Topsportindex in Olympische disciplines De Vlaamse Topsportindex in Olympische disciplines omvat alle behaalde medailles en finaleplaatsen (4 de tot 8 ste plaats) op Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen in Olympische zomer- en winterdisciplines. De topsportkalender van de Olympische disciplines verloopt reeds meerdere Olympiades volgens een vast stramien. Dit maakt het mogelijk om topsportprestaties van representatieve periodes met elkaar te vergelijken op basis van een maandelijks voortschrijdende topsportindex. Het betreft een maandelijkse meting van de behaalde indexpunten per land over de voorbije periode van 48 maanden ( 1 Olympiade), waarbij de meetperiode steeds met één maand verschuift. In de Olympische zomerdisciplines waar geen open wereldkampioenschap wordt georganiseerd, worden equivalente mondiale competities in rekening gebracht, evenwel gecorrigeerd voor hun hogere frequentie (bvb. Grandslam tennis 16x/Olympiade, Major golf heren 16x/Olympiade, Major golf dames 20x/Olympiade en Triathlon Series ca. 28x/Olympiade). Met uitzondering van golf en tennis worden in alle Olympische zomerdisciplines (meer)jaarlijkse continentale kampioenschappen georganiseerd. In de Olympische winterdisciplines is dit het geval voor slechts 6 van de 15 sporttakken, waar voor biatlon bobslee, curling, kunstschaatsen, rodelen en skeleton afzonderlijke medaille-events worden georganiseerd volgens het format van de Olympische Winterspelen. De Europese allround-kampioenschappen in shorttrack en snelschaatsen worden om die reden niet opgenomen in de indexberekening.

15 jan-05 jul-05 jan-06 jul-06 jan-07 jul-07 jan-08 jul-08 jan-09 jul-09 jan-10 jul-10 jan-11 jul-11 jan-12 jul-12 jan-13 jul-13 jan-14 jul-14 jan-15 jul-15 jan-16 jul-16 Doorheen de afgelopen Olympiades zijn steeds meer landen gaan deelnemen (en investeren) in Olympische Spelen en mondiale competities, in de wedloop naar mondiale medailles. Het aantal medaille-events in zomerdisciplines bleef daarbij zo goed als constant in de afgelopen Olympiades, het aantal Olympische winterdisciplines steeg van 84 in de Olympiade Beijing ( ) naar 98 in de Olympiade Rio ( ). Belgische topsporters behaalden 670 punten in de Olympiade Athene, 590 punten in de Olympiade Beijing, 622 punten in de Olympiade Londen en 906 punten in de Olympiade Rio, respectievelijk de 28 ste, 28 ste, 30 ste en 26 ste plaats op de Europese landenrangschikking. Vlaamse topsporters behaalden 514 punten in de Olympiade Athene, 472 punten in de Olympiade Beijing, 397 punten in de Olympiade Londen en 650 punten in de Olympiade Rio. In de afgelopen Olympiade werden de meeste indexpunten behaald in de sporttakken zwemmen, wielrennen, atletiek, judo, taekwondo, zeilen, hockey en volleybal. Een gedetailleerd overzicht van de topsportindex per sporttak wordt in de fiche per sporttak in bijlage 2 weergegeven. Figuur 4 toont de voortschrijdende som van de Belgische topsportindex in Olympische zomerdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades. Belgische indexpunten kunnen hierbij behaald worden door (1) teams die uitsluitend uit Vlaamse topsporters bestaan (=Vlaams), (2) teams die zowel uit Vlaamse als Waalse topsporters bestaan (=Bicommunautair) of (3) teams die uitsluitend uit Waalse topsporters bestaan(=waals) Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Figuur 4: Voortschrijdende topsportindex in Olympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades Na de Olympische Spelen 2008 te Beijing daalde het marktaandeel van Vlaanderen ( 0,09% van de wereldbevolking) van 0,40% naar een historisch dieptepunt van 0,30% in juli Sindsdien is het marktaandeel in een remonte en werd bij het afsluiten van de Olympiade Rio ( ) 0,50% van alle indexpunten behaald door Vlaamse topsporters, mede dankzij de goede prestaties op de Olympische Spelen 2016 te Rio. Ook het marktaandeel van België is hierdoor gestegen naar een historisch hoogtepunt van 0,69%. In vergelijking met concurrerende landen met enigszins vergelijkende populatie, inkomen en maatschappelijke context (o.a. Denemarken en Nederland) hinkt België echter nog steeds achterop (zie figuur 5). 15

16 sep-04 mrt-05 sep-05 mrt-06 sep-06 mrt-07 sep-07 mrt-08 sep-08 mrt-09 sep-09 mrt-10 sep-10 mrt-11 sep-11 mrt-12 sep-12 mrt-13 sep-13 mrt-14 sep-14 mrt-15 sep-15 mrt-16 jan-05 jul-05 jan-06 jul-06 jan-07 jul-07 jan-08 jul-08 jan-09 jul-09 jan-10 jul-10 jan-11 jul-11 jan-12 jul-12 jan-13 jul-13 jan-14 jul-14 jan-15 jul-15 jan-16 jul-16 4,00% 3,50% 3,00% 2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00% Vlaanderen België Denemarken Nederland Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Figuur 5: Marktaandeel in Olympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex Hoewel bovenstaande voortschrijdende Olympische topsportindex een goede prestatiebarometer blijkt voor het integrale Vlaams topsportbeleid, dringt een opdeling in Olympische zomer- en winterdisciplines zich op. De vierjaarlijkse evaluatie van het Vlaams topsportbeleid stemt volledig overeen met de Olympische zomercyclus, terwijl de Olympische wintercyclus dan halfweg is, met de aanvang van het kwalificatietraject voor de Olympische Winterspelen. Voorts verschilt het Europees marktaandeel in mondiale competities aanzienlijk tussen zomer- en winterdisciplines, respectievelijk 51% en 72% in de periode Om die reden wordt in de berekening van de Vlaamse topsportindex hieronder een onderscheid gemaakt tussen zomer- en winterdisciplines. Vlaamse Topsportindex in Olympische zomerdisciplines België scoorde 624 punten in de Olympiade Athene, 570 punten in de Olympiade Beijing, 591 punten in de Olympiade Londen en 834 punten in de Olympiade Rio, respectievelijk de 26 ste, 27 ste, 25 ste en 22 ste plaats op de Europese landenrangschikking. Vlaanderen scoorde 472 punten in de Olympiade Athene, 452 punten in de Olympiade Beijing, 366 punten in de Olympiade Londen en 578 punten in de Olympiade Rio. Figuur 6 toont de voortschrijdende som van de Belgische topsportindex in Olympische zomerdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades. 900 Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Figuur 6: Voortschrijdende topsportindex in Olympische zomerdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades 16

17 sep-04 mrt-05 sep-05 mrt-06 sep-06 mrt-07 sep-07 mrt-08 sep-08 mrt-09 sep-09 mrt-10 sep-10 mrt-11 sep-11 mrt-12 sep-12 mrt-13 sep-13 mrt-14 sep-14 mrt-15 sep-15 mrt-16 Na de Olympische Spelen 2008 te Beijing daalde het marktaandeel van Vlaanderen ( 0,09% van de wereldbevolking) van 0,40% naar een historisch dieptepunt van 0,28% in juli Sindsdien is het marktaandeel in een remonte en wordt momenteel 0,44% van alle indexpunten behaald door Vlaamse topsporters, mede dankzij de goede prestaties op de Olympische Spelen 2016 te Rio. Ook het marktaandeel van België is hierdoor gestegen naar een historisch hoogtepunt van 0,63%. 3,00% 2,50% Vlaanderen België Denemarken Nederland Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00% Figuur 7: Marktaandeel in Olympische zomerdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex Vlaamse Topsportindex in Olympische winterdisciplines Net als bij de Olympische zomerdisciplines verloopt de topsportkalender van de Olympische winterdisciplines reeds meerdere Olympiades volgens een vast stramien, waardoor het mogelijk wordt om topsportprestaties van representatieve periodes met elkaar te vergelijken op basis van een maandelijks voortschrijdende topsportindex. Een winterseizoen loopt hierbij steeds van november tot mei. Het aantal medaille-events in Olympische winterdisciplines, en dus ook het aantal toe te kennen indexpunten, steeg de voorbije Olympiades aanzienlijk. In de Olympiade Turijn ( ) werden indexpunten verdeeld over 84 disciplines, in de Olympiade Vancouver ( ) indexpunten over 86 disciplines en in de Olympiade Sochi ( ) indexpunten over 98 Olympische disciplines. In de lopende Olympiade Pyeongchang ( ) zullen er indexpunten behaald kunnen worden in 104 Olympische winterdisciplines. Belgische topsporters behaalden 17 punten in de Olympiade Turijn, 11 punten in de Olympiade Vancouver, 63 punten in de Olympiade Sochi en voorlopig (september 2016) 37 punten in de Olympiade Pyeongchang, respectievelijk de 28 ste, 27 ste, 21 ste en 20 ste plaats op de Europese landenrangschikking. Alle indexpunten werden behaald door Vlaamse individuele sporters in 5 wintersporten: kunstschaatsen, shorttrack, snowboard (vanaf 2011), snelschaatsen (vanaf 2013) en bobslee (vanaf 2014). Figuur 8 toont de voortschrijdende som van de Belgische topsportindex in Olympische winterdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades. 17

18 nov-03 mei-04 nov-04 mei-05 nov-05 mei-06 nov-06 mei-07 nov-07 mei-08 nov-08 mei-09 nov-09 mei-10 nov-10 mei-11 nov-11 mei-12 nov-12 mei-13 nov-13 mei-14 nov-14 mei-15 nov-15 mei-16 nov-03 mei-04 nov-04 mei-05 nov-05 mei-06 nov-06 mei-07 nov-07 mei-08 nov-08 mei-09 nov-09 mei-10 nov-10 mei-11 nov-11 mei-12 nov-12 mei-13 nov-13 mei-14 nov-14 mei-15 nov-15 mei Olympiade Turijn Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Vancouver Olympiade Sochi Olympiade Pyeongchang Figuur 8: Voortschrijdende topsportindex in Olympische winterdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades Na de Olympische Spelen 2006 te Turijn (2006) daalde het marktaandeel van België/Vlaanderen naar een historisch dieptepunt van 0,05%. Vanaf de Olympische Spelen te Sochi (2014) is een opwaartse trend merkbaar, o.a. door de successen van bobslee, snelschaatsen en snowboard. Het marktaandeel van België/Vlaanderen bedraagt momenteel 0,26%. 6,00% Vlaanderen/België Denemarken Nederland 5,00% 4,00% 3,00% 2,00% 1,00% 0,00% Olympiade Turijn Olympiade Vancouver Olympiade Sochi Olympiade Pyeongchang Figuur 9: Marktaandeel in Olympische winterdisciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex Vlaamse Topsportindex in Paralympische disciplines De Vlaamse Topsportindex in Paralympische disciplines omvat alle behaalde medailles op Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen in Paralympische zomer- en winterdisciplines. Het aantal medaille-events in Paralympische disciplines, en dus ook het aantal toe te kennen indexpunten, schommelde de voorbije Paralympiades aanzienlijk. In de Paralympiade Beijing ( ) indexpunten over 472 zomerdisciplines en 58 winterdisciplines, in de Paralympiade Londen ( ) indexpunten over 503 zomerdisciplines en 64 winterdisciplines en in de Paralympiade Rio ( ) indexpunten over 528 zomerdisciplines en 72 winterdisciplines. 18

19 aug-08 dec-08 apr-09 aug-09 dec-09 apr-10 aug-10 dec-10 apr-11 aug-11 dec-11 apr-12 aug-12 dec-12 apr-13 aug-13 dec-13 apr-14 aug-14 dec-14 apr-15 aug-15 dec-15 apr-16 aug-16 Belgische Paralympische topsporters behaalden 384 punten in de Paralympiade Beijing, 573 punten in de Paralympiade Londen en 454 punten in de Paralympiade Rio, respectievelijk de 22 ste, 20 ste en 25 ste plaats op de Europese landenrangschikking. Vlaanderen scoorde 228 punten in de Paralympiade Beijing, 433 punten in de Paralympiade Londen en 294 punten in de Paralympiade Rio. Vlaanderen scoorde hierbij hoofdzakelijk in atletiek, tafeltennis, wielrennen, zwemmen, boccia, paardrijden, goalbal en rolstoelrugby. (zie ook bijlage 2) De jaarlijkse topsportkalender van de Paralympische disciplines was minder verankerd als deze van de Olympische disciplines, maar meer en meer verloopt deze volgens een vast stramien. Vanaf de Paralympiade Beijing ( ) is het mogelijk om topsportprestaties in Paralympische disciplines van representatieve periodes met elkaar te vergelijken op basis van een maandelijks voortschrijdende topsportindex. Figuur 10 toont de voortschrijdende som van de Belgische topsportindex in Paralympische disciplines tijdens de afgelopen 3 Paralympiades. Vlaams Bicommunautair Waals Paralympiade Londen Paralympiade Rio 0 Figuur 10: Voortschrijdende topsportindex in Paralympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades Sinds de Paralympische Spelen 2008 van Beijing steeg het marktaandeel van Vlaanderen naar een historisch hoogtepunt van 0,44% (september 2012). Doorheen de Paralympiade Rio zakte het marktaandeel van Vlaanderen evenwel gestaag naar 0,24% (september 2015), maar mede door de 8 medailles op de Paralympische Spelen 2016 te Rio steeg het marktaandeel van Vlaanderen opnieuw naar 0,29%, en ligt daarmee op het niveau van de Olympiade Beijing ( ). Nederland behoort tot de beste 10 landen inzake het behalen van topsportprestaties in Paralympische disciplines. Het marktaandeel van Nederland steeg aanzienlijk van 1,60% in september 2008 naar 3,2% in april Nederland behaalde 62 medailles op de Paralympische Spelen 2016 te Rio, en handhaafde daarmee haar marktaandeel van 3,2%. Het marktaandeel van Denemarken in Paralympische disciplines in de Olympiade Rio ( ) ligt in lijn met het marktaandeel van België (zie figuur 11). 19

20 aug-08 dec-08 apr-09 aug-09 dec-09 apr-10 aug-10 dec-10 apr-11 aug-11 dec-11 apr-12 aug-12 dec-12 apr-13 aug-13 dec-13 apr-14 aug-14 dec-14 apr-15 aug-15 dec-15 apr-16 aug-16 Vlaanderen België Denemarken Nederland 3,50% 3,00% 2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00% Figuur 11: Marktaandeel in Paralympische disciplines tijdens de afgelopen Olympiades obv de topsportindex 1.3. Voorbereiding Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) De Stuurgroep Topsport heeft op 7 mei 2015 de timing en werkwijze vastgelegd voor het voorbereiden van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ). Naast het oprichten van een strategische werkgroep (voorzitter Philippe Paquay) werden volgende themawerkgroepen opgericht om de verschillende actiepunten voor te bereiden: vorming trainers en topsportloopbaan (voorzitter Mart Buekers), Olympische ploegsporten (voorzitter Eddy De Smedt), topsport en wetenschap, topsportkader, topsportinfrastructuur, en communicatie (voorzitter Paul Rowe) topsportevenementen (voorzitter Astrid Vervaet) en G-Topsport (voorzitter Jessica De Smet). De samenstelling, de vergaderkalender en participatie in de verschillende werkgroepen worden opgenomen in bijlage 3 van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Strategische nota Topsport Op 17 september 2015 ging de strategische werkgroep van om de krijtlijnen van het Vlaams topsportbeleid voor te bereiden. Op 14 januari 2016 werden een nota strategische pijlers Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) voorgesteld en besproken op de Stuurgroep Topsport (voorzitter Mart Buekers, samenstelling volgens ministerieel besluit van 13 februari 2014). Elk van onderstaande strategische pijlers wordt in de komende hoofdstukken in detail toegelicht en uitgewerkt. Het betreft meerbepaald: Terug naar de essentie: Talent Omkadering Programma ( TOP ); Doel: mondiale medailles en finales (top-8) en Europese medailles in Olympische disciplines en mondiale medailles in Paralympische disciplines; Focus: korte termijn focus op ad hoc prioritaire prestatieprogramma s en lange termijn focus op structurele/duurzame ontwikkelingsprogramma s; Voorwaardelijke ondersteuning t.b.v. prestatieprogramma s: operationele autonomie en verantwoordelijkheid voor de program driver (als uniek aanspreekpunt) en/of Technisch directeur Topsport; Voorwaardelijke ondersteuning t.b.v. ontwikkelingsprogramma s: duurzaamheid, autonomie en verantwoordelijkheid voor de technisch directeur Topsport (vervangt de gesubsidieerde/ 20

21 gefinancierde functie van coördinator Topsport en/of High Performance Manager) en/of de program driver ; Synergie tussen alle ondersteunende organisaties; Maatschappelijke relevantie van investeringen in Topsport; Centralisatie van de topsportwerking als middel Themawerkgroepen Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) In elk van de werkgroepen werd door Sport Vlaanderen een stand van zaken per actiepunt toegelicht aan de hand van de werking en begroting Elk actiepunt werd vervolgens door de respectieve werkgroep grondig inhoudelijk geëvalueerd en herwerkt tot een concreet voorstel. In elk van de themawerkgroepen werd per actiepunt een consensus bereikt. De ontwerpteksten per themawerkgroep werden een eerste maal besproken in de Stuurgroep Topsport van 23 juni Op basis van de feedback van de Stuurgroep Topsport werd door Sport Vlaanderen in de periode augustus-september 2016 een eerste ontwerpversie van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) opgesteld. Deze ontwerpversie werd op 27 september 2016 aangeleverd aan de Stuurgroep Topsport. Voor elk actiepunt wordt de historiek en de stand van zaken weergegeven van de werking en de budgettering inzake de uitvoering van het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ). Vervolgens wordt de toekomstige werking besproken aan de hand van de beoogde doelstelling en doelgroep(en) (sporttakken, leeftijdscategorieën, ), de inhoud (nieuw of vernieuwd) van het actiepunt, (desgevallend) de criteria om in aanmerking te komen, de bevoegdheid en procedure inzake beslissing/toekenning en de wijze van evalueren. Aansluitend wordt een budgetraming weergegeven. Tot slot wordt nogmaals aangegeven welke nieuwe (vernieuwde) elementen werden opgenomen t.o.v. de voorbije Olympiade Rio (Topsportactieplan Vlaanderen III). 21

22 Hoofdstuk 2: Strategische krijtlijnen voor een performant Vlaams topsportbeleid 2.1. Organisatie en structuur van het Vlaams topsportbeleid Topsport speelt zich af in een internationale context en wordt gekenmerkt door een intrinsiek streven naar steeds betere prestaties op internationale kampioenschappen in vergelijking met vroegere en huidige concurrenten. De zogenaamde mondiale medaillewedloop beïnvloedt zowel de structuur als de cultuur van het topsportlandschap. In vele (vooral Westerse) landen is sprake van een centralisatie van het topsportbeleid, een toenemende overheidsinterventie waarbij steeds meer hulpbronnen worden aangewend en prestatiebevorderende beleidsstrategieën worden geïmiteerd. De beoefening van Topsport geldt momenteel als een primaire tijdsbesteding, te vergelijken met een volledige loopbaan en een zaak van nationaal belang. De Vlaamse overheid wenst zich hoofdzakelijk voorwaardenscheppend, faciliterend en stimulerend op te stellen, maar speelt vaak een nadrukkelijke rol in het topsportbeleid van deelnemende topsportfederaties, o.a. bij het verstrekken van middelen en voorzieningen en het vooropstellen van resultaatsdoelstellingen. In de regeerperiode werd de versnippering in het Vlaams topsportbeleid aangepakt via de inkanteling van het Departement CJSM binnen Sport Vlaanderen en de uitbouw van de één-loketfunctie inzake Topsport binnen Sport Vlaanderen. Het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) werd nagenoeg integraal gerealiseerd binnen de budgettaire context (status quo t.o.v. de voorgaande beleidsperiode). De komende Olympiade dient het focus- en centralisatieprincipe nog meer te leiden naar duidelijke efficiëntiewinst, zowel inzake de omkadering van de respectieve topsportfederaties als inzake het behalen van topsportresultaten op OS/PS, WK en EK in Olympische en Paralympische disciplines Vlaams Regeerakkoord Het Vlaams regeerakkoord (lopende legislatuur) stelt dat: De topsportwerking per sporttak wordt verder gecentraliseerd en uitgebouwd in één van de drie topsportcentra in Vlaanderen (Gent-Antwerpen-Leuven) vanuit een integrale benadering. Zo werken we naar één campus per sporttak waarin de talentontwikkeling, trainingsinfrastructuur Topsport, topsportomkadering en sportwetenschappelijke en sportmedische begeleiding worden geclusterd. De topsporttakkenlijst fungeert als verdeelsleutel van de middelen en bepaalt op welke sporttakken dient gefocust te worden. Het focus- en centralisatieprincipe moet een duidelijke efficiëntiewinst creëren. Daarnaast zal ook nagegaan worden hoe we extra kansen kunnen creëren voor de aanvragers van Windows of Opportunity -projecten (niet-focussporten), zowel op administratief vlak als qua omkadering (medisch-paramedisch, sportwetenschappelijk, ). Na de Olympische Spelen 2016 in Rio wordt het topsportbeleid geëvalueerd in functie van een nieuw topsportactieplan. Ook BeGold en de rol van de partners zal in 2017 worden geëvalueerd, zoals opgenomen in het akkoord. De Vlaamse Regering blijft ook inzetten op de ploegsporten, met garanties voor de visibiliteit van de gemeenschappen. Het merk Topsport Vlaanderen zal in de geest van de nieuwe Vlaamse huisstijl gebruikt worden om Vlaanderen via het topsportbeleid zowel nationaal als internationaal te promoten. 22

23 In de lopende regeerperiode werd het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) uitgevoerd via een consolidering van de Vlaamse topsportmiddelen, en werd grotendeels tegemoet gekomen aan het Vlaams regeerakkoord, o.a. door: (1) De versnippering in het topsportbeleid aan te pakken via de uitbouw van de één-loket-functie bij Sport Vlaanderen, als uniek aanspreekpunt voor de belanghebbenden in Topsport. Sport Vlaanderen zit de Taskforce Topsport voor, die waakt over uniformiteit inzake criteria over diverse projecten en over het vermijden/afbouwen van parallelle projecten en financieringen; (2) 85% van het globale Vlaamse topsportbudget aan te wenden voor de focussporten (categorie 1 van de topsporttakkenlijst) en de Windows of Opportunity in functie van het behalen van topsportresultaten op korte termijn; (3) Vier Olympische ploegsporten (basketbal, hockey, voetbal en volleybal) structureel te ondersteunen; (4) Investeringssubsidies te verlenen voor de uitbouw van trainingsinfrastructuur Topsport in Vlaanderen (Gent-Antwerpen-Leuven); (5) De beoogde return en visibiliteit voor Vlaanderen op te nemen in de contracten van alle topsporters bij Sport Vlaanderen, alsook in het jaarlijks Topsportconvenant dat Sport Vlaanderen afsluit met elke Vlaamse topsportfederatie m.b.t. de topsportsubsidies; (6) De werking van de Vlaamse topsportscholen te evalueren, aanbevelingen te formuleren en deze te implementeren, uiterlijk bij de aanvang van het lopende schooljaar ; (7) De voorbereiding van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) door de Stuurgroep Topsport, via de inrichting van een strategische werkgroep (ter bepaling van de strategische krijtlijnen) en negen themawerkgroepen (ter bepaling van de inhoud per actiepunt) Decreet op de sportfederatie 2016 Het decreet houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector werd op 10 juni 2016 goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De unisportfederatie die een sporttak aanbiedt die opgenomen is in de topsporttakkenlijst, komt in aanmerking voor een subsidie voor de beleidsfocus Topsport voor de volgende activiteiten: 1) de organisatie en uitvoering van talentdetectie en -ontwikkeling, in combinatie met secundair onderwijs, in of buiten de topsportschool; 2) de voorbereiding van en deelname aan internationale wedstrijden van geregistreerde topsporters en topsporttalenten; 3) de voorbereiding via multidisciplinaire stages en de deelname aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Spelen, Jeugd Olympische Spelen, Europees Jeugd Olympisch Festival of Wereldspelen van geregistreerde topsporters of topsporttalenten; De Vlaamse Regering legt, op voorstel van Sport Vlaanderen, na advies van de stuurgroep Topsport, om de vier jaar de topsporttakkenlijst met de sporttakken die voor subsidiëring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, en de indeling daarvan in categorieën, vast en kan die lijst tussentijds aanpassen, op basis van de volgende criteria: (1) het beschikken over een topsportvisie op basis van een sporttak- of disciplinespecifieke ontwikkelingslijn topsport van talentdetectie tot elitesport; (2) het voeren van een talentdetectiebeleid en het beschikken over jonge topsporttalenten; (3) het beschikken over kwalitatief hoogstaande trainingstechnische omkadering en het voeren van een sporttakspecifiek beleid met betrekking tot de basisvorming en de permanente vorming van topsporttrainers; (4) het beschikken over een kwalitatief hoogstaand talentontwikkelingsprogramma, afgestemd op de ontwikkelingslijn topsport; 23

24 (5) het inzetten van de topsportwerking en -resultaten als middel om de breedtesport te versterken inzake sportparticipatie, kwaliteit van het sportaanbod, sportkaderopleiding, en inzake de verhoging van de visibiliteit en uitstraling van Vlaanderen; (6) de behaalde topsportresultaten in de meest recente olympiade tot en met de Olympische en Paralympische Zomerspelen Uitvoeringsbesluit Topsport 2016 Om in aanmerking te komen voor subsidiëring voor de beleidsfocus Topsport, biedt de unisportfederatie van categorie A1, G-sport en A2 een sporttak aan als vermeld in de topsporttakkenlijst. De topsporttakkenlijst bestaat uit 4 categorieën: (1) de Olympische disciplines van de vermelde sporttakken, aangeboden door unisportfederaties van categorie A1; (2) de Paralympische disciplines van de vermelde sporttakken, aangeboden door de unisportfederatie G-sport; (3) de disciplines van de sporttakken, aangeboden door unisportfederaties van categorie A2, die voor het eerst of opnieuw op het programma van de Olympische Spelen worden opgenomen na de lopende Olympiade. (4) de sporttakken of disciplines die niet behoren tot de categorieën 1 tot en met 3, maar die wel beoefend worden door topsporters die deelnemen aan Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Youth Olympic Games, European Games, EYOF of Wereldspelen. De Taskforce Topsport zal de ontvankelijke projecten voor de uitvoering van de beleidsfocus Topsport inhoudelijk beoordelen. De topsportfederatie is een unisportfederatie die een sporttak aanbiedt, vermeld in categorie 1, 2 of 3 in de topsporttakkenlijst en die gesubsidieerd wordt in het kader van de uitvoering van de beleidsfocus topsport. De topsportfederatie komt in aanmerking voor een subsidie voor de beleidsfocus Topsport voor de volgende activiteiten: (1) de organisatie en uitvoering van talentdetectie en -ontwikkeling, in combinatie met secundair onderwijs, in of buiten de topsportschool; (2) de voorbereiding van en deelname aan internationale wedstrijden van geregistreerde topsporters en topsporttalenten; (3) de voorbereiding via multidisciplinaire stages en de deelname aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Youth Olympic Games, European Games, EYOF en Wereldspelen. Een unisportfederatie van categorie A1, G-sport of A2 kan voor een sporttak of discipline, vermeld in categorie 4 in de topsporttakkenlijst, in aanmerking komen voor een subsidie voor de voorbereiding via multidisciplinaire stages en de deelname aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Youth Olympic Games, European Games, EYOF en Wereldspelen. Om in aanmerking te komen voor de aanvullende subsidies voor de beleidsfocus Topsport, dient de beleidsfocus Topsport afzonderlijk aan bod te komen in het beleidsplan Topsport van de topsportfederatie. Hierin moet de topsportfederatie: (1) de evaluatie geven van de werking en de resultaten van de voorbije Olympiade; (2) aantonen hoe ze een integraal topsportbeleid voert; (3) het trainings-, stage- en wedstrijdprogramma per prestatie- en ontwikkelingsprogramma omschrijven; (4) voor de ontwikkelingsprogramma s: de jaarlijkse prestatiedoelstellingen in de olympiade waarvoor het beleidsplan van toepassing is, en de loopbaanfinaliteit, weergeven; (5) voor de prestatieprogramma s: de jaarlijkse prestatiedoelstellingen in de olympiade waarvoor het beleidsplan van toepassing is, weergeven; 24

25 (6) de topsportstructuur en de omkadering binnen de unisportfederatie weergeven die noodzakelijk is om de prestatiedoelstellingen te bereiken; (7) de criteria voorstellen om geregistreerd te kunnen worden als topsporter of topsporttalent, kaderend in een disciplinegebonden ontwikkelingslijn van gedetecteerd topsporttalent tot mondiale top bij de elitesporters; (8) een nominatieve lijst van kandidaten indienen die ze voordraagt om geregistreerd te worden als topsporter of topsporttalent, opgesplitst in de categorieën elitesporters, beloftevolle jongeren en geïdentificeerde topsporttalenten; (9) het project of de werking inzake talentdetectie weergeven, gericht op het identificeren, opsporen en selecteren van jonge topsporttalenten; (10) per prestatie- en ontwikkelingsprogramma een gedetailleerde begroting voor de olympiade indienen. Om in aanmerking te komen voor één van de hierboven activiteiten voor subsidiëring van de beleidsfocus Topsport, dient de topsportfederatie te voldoen aan volgende voorwaarden: oprichting van een topsportcommissie, die minimaal de volgende bevoegdheden heeft inzake Topsport: het opstellen en voorstellen van het beleidsplan Topsport bij de raad van bestuur van de unisportfederatie, en het uitvoeren, opvolgen en bijsturen van het beleidsplan met betrekking tot de beleidsfocus Topsport. De topsportcommissie wordt voorgezeten door de technisch directeur topsport en bestaat verder minstens uit een vertegenwoordiger van de raad van bestuur van de topsportfederatie, een vertegenwoordiger van het agentschap Sport Vlaanderen, een vertegenwoordiger van de topsporters, een vertegenwoordiger van de topsporttrainers en een vertegenwoordiger van de sportwetenschappelijke omkadering van de topsporters. Invullen van de functie van technisch directeur Topsport via een arbeidsovereenkomst of via een aannemingsovereenkomst. De technisch directeur Topsport is het unieke aanspreekpunt van de topsportfederatie inzake Topsport en is voorzitter van de topsportcommissie. De kosten verbonden aan de invulling van de functie van technisch directeur topsport, vermeld in het eerste lid, zijn jaarlijks subsidieerbaar, op voorwaarde dat de topsportfederatie voor de technisch directeur topsport voor de olympiade in kwestie beschikt over een positief advies van het agentschap Sport Vlaanderen. Daarbij zal het agentschap Sport Vlaanderen rekening houden met de topsportervaring, met de pedagogische ervaring, met elders verworven competenties en met de behaalde resultaten inzake topsport. Bijzondere voorwaarden worden opgelegd voor het verkrijgen van een subsidie voor de beleidsfocus Topsport voor de organisatie en uitvoering van talentdetectie en -ontwikkeling, in combinatie met secundair onderwijs, in of buiten de topsportschool. Hierin moet de topsportfederatie: (1) het project of de werking inzake talentdetectie beschrijven: de criteria aan de hand waarvan jonge topsporttalenten als talentvol worden geïdentificeerd; de wijze van opsporen in de bredere populatie van talenten die beantwoorden aan de in punt a) vermelde criteria; de wijze waarop ze de selectie maakt om voorgedragen te worden om in te stappen in een talentontwikkelingsprogramma; (2) haar programma en de omkadering van de talentontwikkeling beschrijven; (3) beschikken over geregistreerde topsporters of topsporttalenten: die vanaf de instap in het ontwikkelingsprogramma voldoen aan de criteria, om opgenomen te worden in de lijst van geregistreerde topsporters of topsporttalenten; in geval van een ontwikkelingsprogramma in de topsportschool: die leerlingtopsporters voor het volgende schooljaar zijn, die op voorstel van de topsportfederatie geselecteerd zijn door de selectiecommissie; 25

26 geschikt zijn bevonden voor Topsport na een sportmedisch geschiktheidonderzoek uitgevoerd onder de voorwaarden van het GES-decreet en het uitvoeringsbesluit; (4) ze waarborgt de pedagogische en sporttechnische kwaliteit van de omkadering door te beschikken over: minstens één halftijds equivalent lesgever-trainer per ontwikkelingsprogramma die in het bezit is van één van de volgende pedagogische kwalificaties: i. master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegingswetenschappen/ licentiaat in de Lichamelijke Opvoeding met aggregatie voor het hoger secundair onderwijs; ii. bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs met onderwijsvak Lichamelijke Opvoeding/regent Lichamelijke Opvoeding; iii. een erkend pedagogisch diploma; minstens één halftijds equivalent lesgever-trainer per ontwikkelingsprogramma die in het bezit is van een sporttechnische kwalificatie: trainer A in de sporttak in kwestie, uitgereikt door de VTS of geassimileerd met het diploma trainer A, uitgereikt door de VTS. Als er nog geen VTS trainer A - opleiding in de sporttak in kwestie bestaat, moet de topsportfederatie in kwestie binnen de vier jaar die opleiding binnen de VTS uitwerken; (5) in geval het talentontwikkelingsprogramma wordt uitgevoerd in een topsportschool, sluit ze een bijzonder convenant af; (6) ze waarborgt de continuïteit van het ontwikkelingsprogramma voor de duur van de volledige olympiade. Bijzondere voorwaarden worden opgelegd voor het verkrijgen van een subsidie voor de voorbereiding van en deelname aan internationale wedstrijden van geregistreerde topsporters en topsporttalenten. De topsportfederaties die een sporttak aanbiedt vermeld in categorie 1 of 3 in de topsporttakkenlijst, moeten beschikken over geregistreerde topsporters of topsporttalenten die opgenomen zijn in een ontwikkelingsprogramma. De topsportfederatie die een sporttak aanbiedt vermeld in categorie 2 van de topsporttakkenlijst (G-topsport), moet beschikken over geregistreerde topsporters of topsporttalenten die opgenomen zijn in een ontwikkelingsprogramma of een prestatieprogramma. Bijzondere voorwaarden worden opgelegd voor het verkrijgen van een subsidie voor de voorbereiding via multidisciplinaire stages en de deelname aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Youth Olympic Games, European Games, EYOF en Wereldspelen. De topsportfederatie of de unisportfederatie van categorie A1, G-sport of A2 die een sporttak of discipline aanbiedt, vermeld in categorie 4 in de topsporttakkenlijst, moet beschikken over gepreselecteerde of geselecteerde geregistreerde topsporters of topsporttalenten voor de desbetreffende wedstrijden. De subsidies worden jaarlijks toegekend naar rato van het beschikbare bedrag in de goedgekeurde begroting van het agentschap Sport Vlaanderen. De financiering van de effectieve kosten worden jaarlijks uitbetaald na voorlegging en controle van de afrekeningstukken van de door het agentschap Sport Vlaanderen aanvaarde uitgaven. 26

27 2.2. Objectieven Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Visie en missie De missie van het Vlaams topsportbeleid is in eerste instantie gericht op het behalen van topsportresultaten op internationale kampioenschappen (Topsport als doel): mondiale medailles en finales (top-8) en continentale medailles in Olympische disciplines en mondiale medailles in Paralympische disciplines. In tweede instantie wenst het Vlaams topsportbeleid Topsport in te zetten om de sportparticipatie en -beleving in Vlaanderen te verhogen, evenals de uitstraling van Vlaanderen in de wereld via het uitbouwen van de link naar sportparticipatie en via een gerichte communicatie (Topsport als middel) Topsport als doel Topsportresultaten kunnen uitsluitend bereikt worden door topsporters (gekenmerkt door een extreem hoge mate van talent, engagement en ambitie) te omringen met een topomkadering (extreem hoge mate van competentie, engagement en ambitie) en hen een topprogramma te laten uitvoeren, met focus op de resultaatsdoelstelling en met weinig of geen ruimte voor toegeving en/of compromis. Alle aandacht en middelen dienen resultaatgericht te kunnen worden ingezet. Daarom wordt a priori onderscheid gemaakt tussen wat wel/niet onder de topsportfocus dient te resulteren. Ad hoc oplossingen en structurele oplossingen zijn daarbij belangrijker dan structuren an sich. Synergie tussen alle relevante ondersteunende organisaties is een noodzakelijke voorwaarde, en dient per topsportprogramma gedefinieerd en gealigneerd te worden Topsport als middel De maatschappelijke verantwoording van het streven naar topsportsucces is, naast het behalen van topsportresultaten an sich, gelegen in de maatschappelijke output van de toegekende topsportinvesteringen, het gevoerde topsportbeleid en de gerealiseerde topsportsuccessen. De output kan bijvoorbeeld liggen in een toename van het sport- en beweeggedrag onder de bevolking (ontplooiingswaarde), een toegenomen gevoel van identificatie met de regio en groeiende waardering voor de regio Vlaanderen in het buitenland (inspiratie- en identificatiewaarde) en het stimuleren van de economie dankzij de verbinding van sport, media en bedrijfsleven (economische waarde). Tot slot kan de uitstraling van de Vlaamse overheid bij de Vlaamse bevolking, en van Vlaanderen als regio in de wereld eveneens via Topsport gerealiseerd worden. Hierop dient voortaan gericht ingezet te worden Strategische keuze van te ondersteunen topsporttakken De Stuurgroep Topsport heeft in juni 2016 in haar strategische krijtlijnen gesteld dat hoofdzakelijk dient geïnvesteerd te worden in Olympische en Paralympische disciplines, en in mindere mate in niet-olympische disciplines. Figuur 12 toont de vooropgestelde verdeling van het globale Vlaamse topsportbudget in de Olympiade Tokyo ( ), waarbij minimaal 90% van de beschikbare middelen zal ingezet worden in Olympische disciplines, maximaal 4% van de beschikbare middelen in Paralympische disciplines, maximaal 2% van de beschikbare middelen in niet-olympische disciplines en maximaal 4% van de beschikbare middelen in sporttakoverschrijdende investeringen. 27

28 Figuur 12: Vooropgestelde verdeling van de Vlaamse topsportmiddelen in de periode Het Vlaamse topsportbeleid concentreert zich in eerste instantie op het bereiken van topsportresultaten. Alle aandacht en middelen dienen resultaatgericht te kunnen worden ingezet. Daarom wordt a priori onderscheid gemaakt tussen wat wel/niet onder de topsportfocus dient te resulteren. Binnen de topsportfocus wordt onderscheid gemaakt tussen prestatieprogramma s (beogen van topsportresultaten op korte termijn) en ontwikkelingsprogramma s (beogen van topsportresultaten op lange termijn). Ad hoc wordt uitgemaakt of een middellange termijnwerking best aansluit bij een prestatie- of ontwikkelingsprogramma. Sporttakken/disciplines, programma s of projecten die niet als prestatie- of ontwikkelingsprogramma worden geïdentificeerd, vallen buiten het Vlaams topsportbeleid en dienen te resulteren onder afzonderlijke kredieten, procedures, adviesorganen, uitvoering, Olympische disciplines (min. 90% van het Vlaams topsportbudget) De wereldwijd meest gehanteerde methode om topsportsuccessen te meten, is het rangschikken van alle deelnemende landen op grond van het aantal behaalde (gouden) medailles op de Olympische Zomer- en Winterspelen. Voor de meeste topsportlanden en -bonden gelden de vierjaarlijkse Olympische Spelen als de grootste internationale sportmanifestatie. Succesvolle topsportprestaties zorgen er voor een breed gedragen gevoel van fierheid en prestige. Ook het Vlaams topsportbeleid richt zich in hoofdzaak op het behalen van topsportprestaties in Olympische disciplines. De doelstellingen en resultaten van het Vlaams topsportbeleid zijn evenwel ruimer dan louter de Olympische Spelen; ook topsportprestaties (medailles en top-8 plaatsen) op wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen worden nagestreefd. De behaalde topsportprestaties worden door het Vlaams topsportbeleid ingeschaald via de Vlaamse topsportindex (zie hoger). In de Olympiade Tokyo ( ) zal minimaal 90% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet worden ten behoeve van Olympische disciplines. Een strikt onderscheid wordt gemaakt tussen korte en lange termijnwerking. Voor de ondersteuning van de Olympische prestatieprogramma s (beogen van topsportresultaten op korte termijn, d.i. in de loop van de Olympiade Tokyo) bestemt het Vlaams topsportbeleid maximaal 55% van de Vlaamse topsportmiddelen. Voor de Olympische 28

29 ontwikkelingsprogramma s (lange termijnwerking, detectie- en ontwikkeling van toekomstige Olympiërs) worden minimaal 35% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet. Korte termijn focus op ad hoc prioritaire prestatieprogramma's Olympische prestatieprogramma s hebben betrekking op de Olympische zomer- en winterdisciplines, met als doelcompetities de eerstvolgende (binnen de 4 jaar) Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen (of als equivalent beoordeelde competities op basis van het internationale prestatieniveau). Ad hoc kan worden uitgemaakt of een middellange termijnwerking (met doelcompetities binnen de acht jaren) aansluit bij een prestatieprogramma. Bij aanvang van de Zomerolympiade worden de Olympische prestatieprogramma s bij de Vlaamse topsportfederaties opgevraagd via het Beleidsplan Topsport In de loop van november 2016 maakt de betrokken dossierbeheerder Topsport van Sport Vlaanderen een advies op aan de Taskforce Topsport, waarbij de prestatieprogramma s beoordeeld worden aan de hand van geobjectiveerde kwalitatieve criteria, met name de realiteitszin van het sportief niveau en de maatschappelijke relevantie van het prestatieprogramma (zie verder). De Taskforce Topsport beslist in december 2016 over het prioriteitsniveau van ingediende prestatieprogramma s. Op basis van tussentijdse evaluaties (per doelcompetitie) en alleszins na elk sportjaar zal in overleg met de topsportfederatie bepaald worden waar er bijsturingen en correcties nodig zijn. Desgevallend kunnen deze tussentijdse evaluaties ertoe leiden dat het prioriteitsniveau wordt herzien. Nieuw voorgedragen prestatieprogramma s kunnen in de loop van de Olympiade op advies van de Taskforce Topsport worden ingedeeld en gefinancierd volgens prioriteitsniveau. Vastleggen van het prioriteitsniveau per Olympisch prestatieprogramma Het inschatten van het prioriteitsniveau van het Olympisch prestatieprogramma start bij het indienen van een dossier door de topsportfederatie bij de afdeling Topsport van Sport Vlaanderen via het Beleidsplan Topsport Op basis van de vooropgestelde finaliteit, d.i. het beste sportieve resultaat dat in de loop van de Olympiade voor het betrokken individu of team beoogd wordt, wordt het sportief niveau van het prestatieprogramma a priori ingedeeld in één van de drie aanvankelijke prioriteitsniveau s (een hogere score wijst op een hogere prioriteit): Prioriteitsniveau 3: mondiale medaille op WK en/of OS; Prioriteitsniveau 2: mondiale finale (top 4-8) op WK en/of OS en/of Europese medaille op EK; Prioriteitsniveau 1: Europese finale (top 4-8) op EK; De dossierbeheerders Topsport van Sport Vlaanderen beoordelen in de loop van november 2016 alle ingediende prestatieprogramma s en maken een advies over aan de Taskforce Topsport. De evaluatie verloopt volgens geobjectiveerde kwalitatieve criteria, zonder daarbij te vervallen in een louter mathematische oefening: (1) Op basis van volgende criteria (kwalitatieve beoordeling) zal nagegaan worden in welke mate het aanvankelijk prioriteitsniveau positief of negatief gecorrigeerd dient te worden: Historiek inzake de werking en de topsportresultaten van het betrokken individu of team tijdens de voorgaande Olympiade(s); Haalbaarheid van de verhoopte vooruitgangscurve en de verwachte resultaten; Intrinsieke kwaliteiten van het individu of team: talent, engagement en ambitie; Kwaliteit van het prestatieprogramma (beleidskader, werking, omkadering, ); 29

30 De intrinsieke sportieve waarde van de doelcompetitie; De mate van synergie waarin de ondersteunende organisaties (clubs, federaties, lokale/regionale/federale overheden, BOIC, Nationale Loterij, ) efficiënt en doelgericht samenwerken in de ondersteuning van het prestatieprogramma. (2) Voor de prestatieprogramma s in de Olympische ploegsporten wordt het prioriteitsniveau a priori met één niveau verhoogd, o.a. ter compensatie van de intrinsiek hogere kostprijs. Ook voor samengestelde teams met meerdere prestatiedoelstellingen wordt het prioriteitsniveau a priori met één niveau verhoogd, op voorwaarde dat iedere prestatiedoelstelling overeenstemt met één van de sportieve prioriteitsniveau s. Het betreft multiple goal teams, waarvan één of meerdere teamleden eveneens individuele prestatiedoelstellingen nastreven (bvb. kwalificatie van een artistiek gymnastiekteam voor een EK-WK-OS levert eveneens startrecht op in de individuele toestelcompetities. Indien zowel voor een individuele als voor de teamcompetitie een resultaatsdoelstelling wordt nagestreefd, overeenkomend met één van de drie aanvankelijke sportieve prioriteitsniveau s, dan is er sprake van multiple goal teams ); (3) Op basis van volgende parameters (kwalitatieve beoordeling) zal nagegaan worden in welke mate het prestatieprogramma maatschappelijk relevant kan zijn: Versterking van de breedtesportwerking via verhoging van de actieve sportparticipatie; Versterking van de publieksinteresse via verhoging van de passieve sportparticipatie; Verhoging van de interne uitstraling/visibiliteit van de Vlaamse overheid binnen Vlaanderen of de externe uitstraling/visibiliteit van Vlaanderen in de wereld; Versterking van de kwaliteit van het sportaanbod, de sportkaderopleiding en/of de nationale competitie; Aanzet tot productgerelateerde innovatie (technologie voor prestatieverbetering), organisatorische innovatie (samenwerkingsverbanden en alternatieve financiering) of sociale innovatie (integratie G-topsport in reguliere sport, doelgroepenbeleid, ). Elk van de subcriteria wordt beoordeeld op een 5-punts Likertschaal: zeer goed (score 5), goed (score 4), voldoende (score 3), zwak (score 2) en zeer zwak (score 1). Het prioriteitsniveau van het prestatieprogramma wordt met één niveau verhoogd indien de som van de 5 subcriteria hoger is dan 17. Het prioriteitsniveau van het prestatieprogramma wordt met één niveau verlaagd indien de som van de 5 subcriteria lager is dan 10. De Taskforce Topsport bespreekt jaarlijks (in de loop van het najaar) het advies van de dossierbeheerders Topsport van Sport Vlaanderen, en beslist over het prioriteitsniveau (en daaraan gekoppeld de grootte van het ondersteuningsbedrag in verhouding tot het noodzakelijke budget) per ingediend prestatieprogramma voor het daaropvolgende werkingsjaar. Indien de finaliteit van het prestatieprogramma na de inschaling van het sportief niveau niet overeenstemt met één van de drie aanvankelijke (sportieve) prioriteitsniveau s, zal het programma niet weerhouden worden in het kortetermijn financieringsmechanisme van het Vlaams topsportbeleid Ondersteuning van de Olympische prestatieprogramma s De Olympische prestatieprogramma s worden gefinancierd vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen, waarbij het bedrag van toekenning in verhouding staat tot de reële noden en tot het prioriteitsniveau, en de focus toeneemt naarmate een hoger prioriteitsniveau wordt bepaald. Voor de ondersteuning van alle Olympische prestatieprogramma s voorziet het Vlaams topsportbeleid in maximaal 55% van de Vlaamse topsportmiddelen. 30

31 Het toekennen en behouden van werkingsmiddelen Topsport voor de uitvoering van een Olympisch prestatieprogramma is gekoppeld aan volgende noodzakelijke voorwaarden: Een Olympisch prestatieprogramma wordt aangestuurd door een program driver (al dan niet de technisch directeur Topsport), aangesteld en/of erkend door de ondersteunende organisaties, waarvoor hij/zij de rol van uniek aanspreekpunt vervult; Een Olympisch prestatieprogramma kan uitgevoerd worden met voldoende operationele autonomie voor de program driver en trainingstechnische staf ten aanzien van de ondersteunende organisaties, binnen het vooropgestelde programma en budget; Voor alle actoren binnen het Olympisch prestatieprogramma geldt een hoge mate van verantwoordelijkheid inzake het uitvoeren van het programma en het bereiken van progressie/resultaten. Verantwoordelijkheid wordt vertaald naar doelstellingen en resultaatsobjectieven in hoofde van de program driver, de trainingstechnische staf en de topsporter(s) zelf; Een Olympisch prestatieprogramma wordt permanent extern opgevolgd en begeleid door de ondersteunende organisaties, die hun rollen en acties hieromtrent onderling afstemmen (synergie in plaats van parallelle werking). Olympische prestatieprogramma s kunnen in verhouding tot het prioriteitsniveau genieten van verschillende vormen van financiële ondersteuning: programmakost (trainingen, stages en wedstrijden), trainingstechnische omkadering, sportwetenschappelijke en medisch/paramedische omkadering, program driver, persoonlijke leefsituatie van de topsporter (contract of tussenkomst in persoonlijke topsportgerelateerde kosten, carrièrebegeleiding, ), O&O-initiatieven ten behoeve van Topsport (onderzoek- en ontwikkelingsprojecten), infrastructuurprojecten Topsport en organisatie van topsportevenementen. De specifieke beleidsmaatregelen voor Olympische prestatieprogramma s komen uitgebreid aan bod in hoofdstuk 2. Lange termijn focus op structurele/duurzame ontwikkelingsprogramma's Olympische ontwikkelingsprogramma s vormen de lange termijn structurele topsportwerking van de Vlaamse topsportfederaties (Vlaamse topsporttakkenlijst), en hebben uitsluitend betrekking op de Olympische zomer- en winterdisciplines, met als doelcompetities de Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen (of als equivalent beoordeelde competities op basis van het internationale prestatieniveau), waarvan de finaliteit meer dan 4 jaar verder ligt. Ad hoc wordt uitgemaakt of een middellange termijnwerking (met doelcompetities binnen de 8 jaren) aansluit bij een prestatieprogramma (zie hoger) of een ontwikkelingsprogramma. Bij aanvang van de Zomerolympiade worden de Olympische ontwikkelingsprogramma s bij de Vlaamse topsportfederaties opgevraagd via het Beleidsplan Topsport De Vlaamse Regering bepaalt in het najaar 2016, op voorstel van Sport Vlaanderen, na advies van de stuurgroep Topsport, de topsporttakkenlijst voor de Olympiade Tokyo ( ) met de sporttakken die voor subsidiëring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, en de indeling daarvan in categorieën (zie hoger). Vastleggen van het prioriteitsniveau per Olympisch ontwikkelingsprogramma Het inschatten van het prioriteitsniveau van het Olympisch ontwikkelingsprogramma start bij het indienen van een Beleidsplan Topsport door de topsportfederatie bij het agentschap Sport Vlaanderen. Iedere sporttak, met één of meerdere ontwikkelingsprogramma s, wordt ingedeeld in een topsporttakkenlijst aan de hand van een kwalitatieve beoordeling op vier gewogen 31

32 criteria, conform de criteria die opgenomen werden in het decreet houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector van 10 juni 2016 en het uitvoeringsbesluit Topsport: (1) Visie (weging 20%): Topsportstructuur en werking (weging 10%): autonomie van het topsportkader via een delegatie van bevoegdheden vanuit de Raad van Bestuur, gebalanceerd organogram topsport, rol van de topsportcommissie, aanwezigheid van faciliterende succesfactoren, beschikbare topsportinfrastructuur, mate van synergie,... Ontwikkelingslijn (weging 10%): Selectiecriteria o.b.v. een prestatieontwikkelingslijn en/of trainingstechnische ontwikkelingslijn, met een beschrijving van (1) de noodzakelijke stappen in functie van het behalen van topsportresultaten binnen 8 à 10 jaar en (2) de historiek van succesvolle doorstroom van beloftevolle jongeren naar elitesporters (beoordeling resultaten in de Olympiade ); (2) Talent (weging 50%): Intrinsieke kwaliteiten (talent, engagement en ambitie) en extrinsieke kwaliteiten (persoonlijke leefsituatie, omgevingsfactoren,...) van de voorgedragen talentrijke jongeren in een individueel dossier, o.b.v. geïndividualiseerde ontwikkelingslijnen (weging 25%); Potentieel aan geregistreerde topsporttalenten die reeds topsportresultaten hebben behaald op wereldkampioenschappen en of Europese kampioenschappen bij de jeugd en/of zich op de ontwikkelingslijn topsport bevinden (weging 25%); (3) Programma en omkadering (weging 20%): Instroom (weging 5%): talentdetectie en -selectie van talentrijke jongeren (trainingstechnisch kader, sportwetenschappelijke kader, programmakost, ); Doorstroom (weging 5%): talentontwikkeling binnen/buiten de topsportschool, omkadering van geïdentificeerde topsporttalenten (trainingstechnisch kader, sportwetenschappelijke kader, programmakost, ), kwaliteitsvol topsportprogramma met voldoende internationale meetmomenten; Transitie naar prestatieprogramma (10%): talentvervolmaking, omkadering van beloftevolle jongeren (trainingstechnisch kader, sportwetenschappelijke kader, programmakost, ), kwaliteitsvol topsportprogramma met voldoende internationale meetmomenten. (4) Maatschappelijke relevantie (weging 10%): Versterking van de breedtesportwerking via verhoging van de actieve sportparticipatie; Versterking van de publieksinteresse via verhoging van de passieve sportparticipatie; Verhoging van de interne uitstraling/visibiliteit van de Vlaamse overheid binnen Vlaanderen of de externe uitstraling/visibiliteit van Vlaanderen in de wereld; Versterking van de kwaliteit van het sportaanbod, de sportkaderopleiding en/of de nationale competitie; Aanzet tot productgerelateerde innovatie (technologie voor prestatieverbetering), organisatorische innovatie (samenwerkingsverbanden en alternatieve financiering) of sociale innovatie (integratie G-topsport in reguliere sport, doelgroepenbeleid, ). De Vlaamse Regering bepaalt in het najaar 2016, op voorstel van Sport Vlaanderen, na advies van de stuurgroep Topsport, de topsporttakkenlijst voor de Olympiade Tokyo ( ) met de sporttakken die voor subsidiëring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, en de indeling daarvan in categorieën (zie hoger). Het subsidiebedrag per ontwikkelingsprogramma zal worden bepaald door de Taskforce Topsport, op basis van een beoordeling van de visie, talent, programma & omkadering, maatschappelijke relevantie en kostprijs van het ontwikkelingsprogramma. In overleg met de topsportfederatie zal Sport Vlaanderen jaarlijks nagaan waar er bijsturingen en correcties nodig zijn in de subsidiëring van de respectieve Olympische ontwikkelingsprogramma s. 32

33 Ondersteuning van de Olympische ontwikkelingsprogramma s De Olympische ontwikkelingsprogramma s worden uitsluitend ondersteund via de subsidies Topsport van Sport Vlaanderen, op basis van de weerhouden Olympische sporttakken in categorie 1 van de Vlaamse topsporttakkenlijst voor de Olympiade Tokyo ( ), die door de Vlaamse Regering, wordt vastgelegd, op voorstel van Sport Vlaanderen en na advies van de stuurgroep Topsport (zie hoger). Het bedrag van toekenning staat in verhouding tot de reële noden en tot het prioriteitsniveau van de Olympische ontwikkelingsprogramma s, en de focus neemt toe naarmate een hoger prioriteitsniveau wordt bepaald. In het Uitvoeringsbesluit Topsport worden bijkomende voorwaarden gesteld voor de subsidie van de beleidsfocus Topsport (zie hoger). De ondersteuning is gericht op drie fasen in de talentontwikkeling: talentdetectie (instroom), talentontwikkeling binnen/buiten de topsportschool (doorstroom) en talentvervolmaking (transitie naar prestatieprogramma). Om in aanmerking te komen voor een ondersteuning dient, per ontwikkelingsprogramma en per ontwikkelingsfase afzonderlijk, een beoordeling van voldoende of beter (60% of meer) behaald te worden voor de subcriteria in het gewogen criterium programma en omkadering (zie hoger). Voor de ondersteuning van alle Olympische ontwikkelingsprogramma s bestemt het Vlaams topsportbeleid minimaal 35% van de Vlaamse topsportmiddelen. Olympische ontwikkelingsprogramma s kunnen, in verhouding tot het prioriteitsniveau genieten van volgende vormen van ondersteuning met een engagement (Vlaamse topsporttakkenlijst) per Olympiade en jaarlijkse evaluatie en toekenning: programmakost (trainingen, stages en wedstrijden), trainingstechnische omkadering, sportwetenschappelijke en medisch/paramedische omkadering, program driver (Technisch Directeur Topsport of ad hoc bijkomend aangesteld), persoonlijke leefsituatie van de topsporter (contract of tussenkomst in persoonlijke topsportgerelateerde kosten, carrièrebegeleiding, ), infrastructuurprojecten Topsport en secundaire genieter O&O-initiatieven ten behoeve van Topsport (onderzoek- en ontwikkelingsprojecten) en topsportevenementen. De specifieke beleidsmaatregelen voor Olympische ontwikkelingsprogramma s komen uitgebreid aan bod in hoofdstuk 2. Gemeenschappelijk project BeGold Sinds de oprichting in 2004 heeft het gemeenschappelijk project BeGold de omkadering van jonge topsporters sterk gefaciliteerd. Doorheen de jaren is het voor de meeste sportfederaties mede bepalend geworden voor hun werk op middellange termijn, in de transitie van beloftevolle jongeren naar elitesporter in één of meerdere Olympische disciplines, binnen één of meerdere gemeenschap. Het project BeGold heeft als doel om specifieke topsportprojecten op het vlak van talentontwikkeling, omkadering en begeleiding te financieren, met het oog op het behalen van top-8 plaatsen op de Olympische Spelen (zomer en winter) op middellange en/of lange termijn. De ondersteuning via het project BeGold in Olympische disciplines komt bovenop de middelen van de Gemeenschappen. Jaarlijks wordt een budget van ca euro besteed aan de door de sportfederaties ingediende projecten. Het budget voor het project wordt voorzien door een jaarlijkse bijdrage van de ondersteunende partners in het project BeGold: federale overheid via de Nationale Loterij ( euro), de Vlaamse gemeenschap ( euro), de Franse gemeenschap ( euro), de Duitstalige gemeenschap ( euro) en het BOIC ( euro). In de loop van 2017 zal duidelijk worden of en in welke vorm het project al dan niet bestendigd wordt. In wordt dit bedrag door Sport Vlaanderen ingezet, conform de lopende overeenkomst. 33

34 Paralympische disciplines (max. 4% van het Vlaams topsportbudget) In de Paralympiade Tokyo ( ) zal maximaal 4% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet worden in Paralympische disciplines, bestaande uit een topsportsubsidie en sporttakoverschrijdende maatregelen en dienstverlening vanuit Sport Vlaanderen ten aanzien van Parantee. In tegenstelling tot het financieringsmechanisme bij de Olympische disciplines, wordt bij de toekenning van topsportmiddelen aan Parantee geen strikt onderscheid gemaakt tussen korte termijnwerking via prestatieprogramma s en (middel)lange termijnwerking via ontwikkelingsprogramma s. Parantee dient jaarlijks één of meerdere van volgende prioriteiten voorop te stellen inzake het maken van strategische keuzes in de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen voor de Paralympiade Deze strategische keuzes zullen in de lijn liggen van de Paralympiade en vormen onder meer de basis voor het behalen van de resultaatsdoelstellingen. De focus in volgorde van prioriteit: Medaillekandidaten in paralympische disciplines; Sporttakken met een groot aantal medaille-events op de Paralympische Spelen: atletiek, tafeltennis, wielrennen en zwemmen; Handicapspecifieke sporttakken: boccia, goalbal en rolstoelrugby; Opportuniteiten: sporten met reeksen voor vrouwen, of voor G-topsporters met ernstige beperking (rolstoelsporters, sporters met hersenverlamming (CP), blinde topsporters, ), of teamsporten en/of individuele sporten die kans bieden op een talentswitch (zie verder); Sporttakken waar de samenwerking met de reguliere sportfederatie toeneemt of gemaximaliseerd is; Nieuwe sporttakken. Parantee zet niet structureel in op wintersporten gezien de grote investeringen die nodig zijn om succes te behalen. Indien er binnen een wintersport een potentiële medaillekandidaat opstaat, kan deze wel individueel omkaderd worden. Indien er zich in een bepaalde teamsport een aantal spelers zodanig ontwikkelen dat het team zich voor de eindronde van een WK of de Paralympische Spelen kan plaatsen, kan er verder geïnvesteerd worden in het team. Bijzondere aandacht zal besteed worden aan de mogelijke talentswitch van teamsporters (vooral uit de rolstoelsporten) naar individuele sporten. Zo is de transfer van Peter Genyn van rolstoelrugbyspeler naar sprinter in de atletiek een mooi voorbeeld. De toekenning van financiële ondersteuning gebeurt uitsluitend aan G-topsporters en G-teams die opgenomen werden in een prestatie- of ontwikkelingsprogramma, en daarmee voldoen aan de vooropgestelde prestatiecriteria en een positieve trajectevaluatie. Met elk van deze individuele G- (team)topsporters wordt een topsportcontract met prestatievoorwaarden afgesloten. Paralympische prestatie- en ontwikkelingsprogramma s kunnen, in verhouding tot het prioriteitsniveau genieten van volgende vormen van ondersteuning met een engagement (Vlaamse topsporttakkenlijst) per Paralympiade en jaarlijkse evaluatie en toekenning: programmakost (trainingen, stages en wedstrijden), trainingstechnische omkadering, sportwetenschappelijke en medisch/paramedische omkadering, Technisch Directeur Topsport, persoonlijke leefsituatie van de topsporter (arbeidsovereenkomst of tussenkomst in persoonlijke topsportgerelateerde kosten) en secundaire genieter O&O-initiatieven ten behoeve van Topsport (onderzoek- en ontwikkelingsprojecten). De specifieke beleidsmaatregelen voor Paralympische disciplines komen uitgebreid aan bod in hoofdstuk 3. 34

35 Niet-Olympische disciplines (max. 2% van het Vlaams topsportbudget) In de periode zal maximaal 2% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet worden in niet- Olympische programma s, met het oog op het behalen van topsportresultaten. Om als niet- Olympische discipline weerhouden te worden voor ondersteuning gelden volgende voorwaarden: (1) de discipline is niet opgenomen op het programma van de Olympische of Paralympische Spelen in de loop van de Olympiade; (2) de discipline is opgenomen op de Vlaamse sporttakkenlijst. Komen evenwel niet in aanmerking: discipline(s) van een sporttak die disciplines heeft op het programma van de Olympische Zomer- of Winterspelen, tenzij deze laatste nieuw door het gastland (en dus mogelijk eenmalig) werden opgenomen op het programma van de eerstvolgende Olympische Zomer- of Winterspelen. In voorkomend geval heeft de unisportfederatie de keuze om een ondersteuning aan te vragen, hetzij voor de nieuwe Olympische discipline (Olympisch prestatieprogramma), hetzij voor de niet-olympische discipline (niet-olympisch programma); (3) de discipline richt zich op prestatieprogramma s met medaillekansen op mondiaal niveau (Wereldspelen of wereldkampioenschappen) in zoverre er geen professioneel circuit bestaat, of ontwikkelingsprogramma s die uitmonden in prestatieprogramma s met medaillekansen op mondiaal niveau (Wereldspelen of wereldkampioenschappen); (4) de discipline maakt deel uit van een sporttak waarvoor minimaal 60 landen zijn aangesloten bij de internationale sportfederatie, die zelf opgenomen is in de ledenlijst van de internationale unie van sportfederaties (SportAccord); (5) de discipline maakt deel uit van een sporttak, die behoort tot het Vlaams cultureel erfgoed, uitstraling bezorgt van de Vlaamse regio in het buitenland, mediabelangstelling in binnen- en buitenland genereert en bijdraagt tot een verhoogde sportparticipatie in Vlaanderen. Niet-Olympische prestatieprogramma s worden gefinancierd vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen, waarbij het bedrag van toekenning in verhouding staat tot de reële noden en beperkt wordt tot maximaal euro per sporttak. Volgende kosten kunnen ter verantwoording worden ingediend: verplaatsingskosten van geregistreerde elitesporters, trainers, medici, paramedici, sportpsychologen en vaste begeleiders; verblijfskosten van geregistreerde elitesporters, trainers, medici, paramedici, sportpsychologen en vaste begeleiders; huurgelden van sportaccommodaties; Kosten voor materiaal en sportmateriaal, ten belope van maximaal 20% van de totaal toegekende financiering. Voor de sporttakken met uitzonderlijk hoge materiaalkosten eigen aan de sporttak kan een hoger percentage worden vastgelegd op basis van een gemotiveerde aanvraag en schriftelijk akkoord van het agentschap Sport Vlaanderen; Specifieke kosten eigen aan de sporttak waarvoor het agentschap Sport Vlaanderen voorafgaand haar schriftelijk akkoord heeft gegeven. Kosten die vergoed worden in het kader van het uitvoeringsbesluit Topsport voor deelname aan de Wereldspelen komen niet aanmerking voor terugbetaling Sporttakoverschrijdende ondersteuning (max. 4% van het Vlaams topsportbudget) Sporttakoverschrijdende ondersteuning omvat alle initiatieven die via werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen worden gefinancierd, en die niet rechtstreeks aan een groep van sporttakken (Olympisch, Paralympisch of niet-olympisch) kunnen worden toegewezen. In de Olympiade Tokyo ( ) zal maximaal 4% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet worden in 35

36 sporttakoverschrijdende initiatieven, waaronder de werking van de afdeling Topsport (communicatie, vormingsinitiatieven, aankoop materiaal, begeleiding van de topsportfederaties, ) en de deelname van Vlaamse topsporters aan multidisciplinaire stages, Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese Jeugd Olympische dagen (EYOF) en Wereldspelen (jaarlijkse subsidie aan het BOIC). De daling van sporttakoverschrijdende ondersteuning tegenover de Olympiade Rio (5,8%) is in hoofdzaak het gevolg van de verdere focus in Olympische disciplines. Alle initiatieven inzake sportwetenschappelijke beleidings- en onderzoeksprojecten, vorming van in service topsporttrainers en carrièrebegeleiding Topsport zullen in de Olympiade Tokyo ( ) uitsluitend worden ingezet ten behoeve van Olympische prestatie- en ontwikkelingsprogramma s Centralisatie Centralisatie van de topsportwerking is geen doel op zich, maar wel een middel om kostenefficiënt en resultaatgericht talent, expertise en werking te verenigen en een topsportcultuur te realiseren. Per sporttak blijft de topsportwerking (op Vlaams niveau) bij voorkeur aangestuurd en uitgevoerd door de Vlaamse topsportfederaties. De topsportfederatie houdt het ontwikkelingsprogramma bij voorkeur in eigen beheer, tenzij decentraal onder kwaliteitscontrole (instroom, programma, omkadering en output) van de topsportfederatie, uitgevoerd door lokale topsportpartners (clubs, lokale besturen, ). Prestatieprogramma s worden aangestuurd door een program driver die door de federatie is aangesteld of erkend. Bij nationale/bicommunautaire programma s, kan de program driver over de taalgrens heen erkend worden (in synergie tussen alle ondersteunende organisaties) en volledige operationele bevoegdheid genieten. Inzake trainingsinfrastructuur topsport dient centralisatie over de sporttakken heen naar drie centra in Vlaanderen (Gent, Antwerpen, Leuven) verder doorgevoerd te worden. Dit dient aanleiding te geven tot topsportexclusieve infrastructuur van hoge kwaliteit met een topsportklimaat, en aan te zetten tot ontmoeting en kruisbestuiving tussen experts van verschillende sportdisciplines en kennisdomeinen. Decentralisatie binnen een sporttak/discipline dient een verantwoordbare meerwaarde te bieden en/of de meerkost ervan dient ten laste te vallen van de vragende partij(en) Communicatie In de voorgaande Topsportactieplannen ontbrak een communicatieplan voor Topsport, met daarin een duidelijke visie van wat de Vlaamse overheid wenst te bereiken met de uitvoering van het Vlaams topsportbeleid. Desalniettemin werden de topsporters en hun topsportfederaties aangespoord om return en maximale visibiliteit te verlenen ten aanzien van Vlaanderen via Topsport. De beoogde return en visibiliteit voor Vlaanderen werd opgenomen in de arbeidsovereenkomsten van alle topsporters bij Sport Vlaanderen, Atletiek Vlaanderen en de Vlaamse wielerploegen, alsook in het jaarlijks Topsportconvenant dat Sport Vlaanderen afsloot met elke Vlaamse topsportfederatie m.b.t. de toekenning van subsidies topsport. Alle ondersteunde topsportevenementen dien(d)en een maximale visibiliteit voor Vlaanderen te garanderen, via de opname van het logo Topsport Vlaanderen in de verschillende communicatieve en promotionele initiatieven van het topsportevenement. Ook in de Olympiade Tokyo ( ) wordt van de ondersteunde Vlaamse topsporters, hun omkadering en de betrokken topsportfederaties verwacht dat ze return en maximale visibiliteit verlenen ten aanzien van Vlaanderen via Topsport. Ter voorbereiding van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) werd in de werkgroep Communicatie alvast een insteek geleverd in de opstelling van een communicatieprogramma voor 36

37 Topsport, daarbij volgende vragen indachtig ten aanzien van Sport Vlaanderen: (1) wie zijn we, (2) wat doen we, (3) waarom doen we dit, (4) waar communiceren we, (5) naar wie communiceren we, (6) wat willen we met de communicatie bereiken, (7) hoe communiceren we en (8) wat communiceren we. De mate van invloed en interesse van de respectieve stakeholders op het Vlaams topsportbeleid speelt hierbij een belangrijke rol. In de Olympiade Tokyo ( ) zal, als onderdeel van een integrale communicatiestrategie van Sport Vlaanderen, een communicatieprogramma voor Topsport worden ontwikkeld, waarbij vier hoofddoelstellingen worden vooropgesteld die via communicatie over Topsport kunnen bereikt worden: (1) Instroom genereren: Rekruteren van talenten bij jongeren i.f.v. het genereren van instroom in de clubs/federatie; Mensen aan sport brengen, bevorderen van sportparticipatie richting niet/licht/georganiseerde sport, en waar mogelijk richting topsport; (2) Inspireren van bepaalde doelgroepen: Informeren van de stakeholders; Vertellen van een (succes)verhaal; Identificatie met (top)sport, verhogen van het fangebeuren en de betrokkenheid; Enthousiasmeren ( warm maken ) als middel tot sportparticipatie; (3) Verantwoorden: Wat en waarom investeert de Vlaamse overheid in Topsport? Boodschap brengen dat vele topsporters de finaliteit van Topsport niet bereiken zonder de steun van de Vlaamse overheid; Naar waarde inschatten van de prestaties van topsporters. (4) Branden van het merk Sport Vlaanderen : Topsport als onderdeel van de integrale werking van Sport Vlaanderen, naast de organisatie van sportkampen en sportevenementen, sportkaderopleidingen, 2.5. Noodzaak van een overlegmodel en synergie tussen alle topsportactoren Vlaanderen is autonoom bevoegd voor het voeren van een eigen Vlaams sportbeleid, dus ook het topsportbeleid. Het respecteren en ten volle uitbouwen van deze Vlaamse autonomie kan binnen de internationale topsportcontext slechts tot topsportsucces leiden, mits het in stand houden van een goed overlegmodel met de Franstalige en Duitstalige gemeenschap en het BOIC. Het IOC erkent immers uitsluitend nationale Olympische comités en internationale federaties, net zoals het IPC uitsluitend nationale Paralympische comités en internationale federaties erkent. De internationale sportbonden hebben uitsluitend de nationale sportbonden als leden. Dit heeft als direct gevolg dat de selectie en inschrijving van Vlaamse topsporters voor internationale (al dan niet multidisciplinaire) competities steeds via de nationale sportbonden (EK en WK) en/of het BOIC (OS) en/of het BPC (PS) dient te gebeuren. Waar het geen individuele topsporters, maar deelnemende teams of ploegsporten betreft, is een bicommunautaire samenstelling van het team zeer waarschijnlijk (bvb. hockeyploeg mannen die de zilveren medaille behaalde op de OS in Rio). In bovenstaande gevallen is, zowel inzake selectie als inzake aanstelling van het begeleidingskader en het vastleggen van het programma, constructief en doelgericht overleg noodzakelijk tussen de betrokken Vlaamse en Franstalige sportfederatie, de nationale sportbonden (koepels) alsook Sport Vlaanderen, Adeps en BOIC of BPC. Het verder afstemmen van de visie, de doelstellingen en het selectiebeleid tussen de Vlaamse topsportfederaties/sport Vlaanderen, de Franstalige 37

38 topsportfederaties/adeps/dg en het BOIC blijft noodzakelijk om betere resultaten te bekomen op internationale kampioenschappen. In de regeerperiode werd daartoe: Een samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse gemeenschap en het BOIC ondertekend (10/5/2010) en uitgevoerd via een jaarlijks addendum waarin de decretale financiering van het BOIC door Sport Vlaanderen wordt vastgelegd. Een samenwerkingsakkoord van onbepaalde duur tussen de gemeenschappen en het BOIC ondertekend (8/11/2011), waarin o.a. de krijtlijnen van het partnership, de wederzijdse erkenning inzake topsportbevoegdheden en de synergie in de uitvoering van het topsportbeleid werden vastgelegd. De werking van ABCD (Adeps, Sport Vlaanderen, BOIC en de Duitstalige gemeenschap) en ABCD- Techniek werd verder uitgebouwd, o.a. via het project BeGold, dat op 21 april 2015 werd verlengd voor de periode van 3 jaar. Met het oog op, desgevallend, een uitdrukkelijke beslissingname inzake de verlenging voor een nieuwe periode van 5 jaar, brengt de minister bevoegd voor de Nationale Loterij de federale regering op de hoogte van het resultaat van de tussentijdse evaluatie in 2017 en brengt de ABCD-commissie de gemeenschapsministers bevoegd voor Sport op de hoogte. Dit alles zal gebeuren met het volle respect voor de Vlaamse autonomie binnen de verdere uitbouw van een performant Vlaams topsportbeleid. Op Vlaams niveau zijn in het verleden diverse initiatieven genomen om de verschillende actoren inzake Topsport (kabinet Sport, Sport Vlaanderen, departement CJSM, VSF, BOIC, universiteiten en externe experts) samen te brengen voor overleg en advies inzake topsportaangelegenheden. Op 1 december 2003 werd de Stuurgroep Topsport opgericht (voorheen Vlaams Overlegplatform Topsport) om (1) de beleidslijnen van het Vlaams Topsportbeleid uit te stippelen, (2) de selectiecriteria voor topsporters te bepalen voor opname in tewerkstellingsprojecten, (3) toezicht uit te oefenen op de uitvoering van het Vlaams Topsportbeleid en (4) de samenwerking tussen de partners in het Vlaams Topsportbeleid, met name Sport Vlaanderen, BOIC en VSF te coördineren en te stroomlijnen tot een coherente werking. De samenstelling van de Stuurgroep Topsport werd via Ministeriële Besluit van 13 februari 2014 door de Vlaamse minister van Sport Philippe Muyters vastgelegd, de bevoegdheden en procedures bleven behouden via het huishoudelijke reglement. De Stuurgroep Topsport werd voornamelijk een strategisch overlegorgaan met betrekking tot de voorbereiding en de evaluatie van het Vlaams topsportbeleid, o.a. bij het opstellen van het Topsportactieplan Vlaanderen en het verlenen van advies over de Vlaamse topsporttakkenlijst. Op 3 mei 2005 werd de Taskforce Topsport opgericht (één vertegenwoordiger per instantie vanuit het kabinet Sport, Sport Vlaanderen, departement CJSM, BOIC en VSF), als een adviesorgaan inzake specifieke topsportdossiers. De samenstelling van de Taskforce Topsport werd via Ministeriële Besluit van 13 februari 2014 door de Vlaamse minister van Sport Philippe Muyters vastgelegd, de bevoegdheden en procedures bleven behouden via het huishoudelijke reglement. De Taskforce Topsport is een coördinerend overlegorgaan met betrekking tot concrete topsportdossiers. De uitvoering van het Vlaams topsportbeleid gebeurde door Sport Vlaanderen, zoals decretaal is vastgelegd, dat evenwel ook de beleidsondersteuning, beleidsevaluatie en beleidsvoorbereiding in overgrote mate voor haar rekening nam. De Taskforce Topsport zal belast worden met de inhoudelijke evaluatie van de ontwikkelings- en prestatieprogramma s, in functie van de toekenning van een prioriteitsniveau en de daaraan gekoppelde werkingskredieten Topsportbeleid binnen de Vlaamse topsportfederaties In Vlaanderen is het voeren van een topsportbeleid decretaal toevertrouwd aan de Vlaamse topsportfederaties, die als sport-owners worden beschouwd. De discussie werd ten gronde gevoerd over het al dan niet in stand houden van dit model versus het loskoppelen van het 38

39 topsportbeleid van de topsportfederaties ten voordele van een directe aansturing door de Vlaamse overheid. Aangezien dit zou impliceren dat de Vlaamse federaties geen bevoegdheid en dus gaandeweg geen affiniteit met Topsport zouden behouden, zou dit op termijn leiden tot een totale en ongewenste vervreemding tussen het sportbeleid (federaties: recreatiesport, competitie, kadervorming, ) en het topsportbeleid (Vlaamse overheid) binnen elke sporttak. Binnen een topsportfederatie dient, net als bij Sport Vlaanderen, de synergie tussen Topsport en het algemeen sportbeleid net versterkt te worden. Niettemin bestaat binnen de topsportfederaties inzake topsportaangelegenheden vaak een spanningsveld tussen de Raad van Bestuur en het professioneel topsportkader (technisch directeur Topsport/program driver en in service topsporttrainers). Enerzijds worden de topsportmiddelen grotendeels tot volledig ingebracht door de Vlaamse overheid (subsidies, financiering en tewerkstelling door Sport Vlaanderen), en wordt het vierjaarlijks beleidsplan Topsport en alle ad hoc topsportdossiers bij Sport Vlaanderen ingediend en in de Taskforce Topsport besproken. Anderzijds dient het topsportpersoneel uiteraard verantwoording af te leggen aan de Raad van Bestuur van de betrokken topsportfederatie. De wijze van uitvoering van het toezicht en de controle door de Raad van Bestuur wordt vaak als een (te) grote inmenging in de operationele autonomie van het professioneel topsportkader aangevoeld. In het uitvoeringsbesluit Topsport van 19 december 2008 werd reeds een bijkomende subsidievoorwaarde opgenomen, met name het oprichten binnen de topsportfederatie van een topsportcommissie, voorgezeten door de coördinator Topsport en/of sporttechnisch coördinator, met een zekere operationele autonomie binnen de topsportfederatie. Zoals gepland werd de werking van deze topsportcommissies en de autonomie van het professioneel topsportkader geëvalueerd door Sport Vlaanderen via de dossierbeheerders per sporttak, zowel permanent, informeel, als formeel bij de evaluatie van de prestatie- en ontwikkelingsprogramma s die geleid hebben tot het voorstel van Sport Vlaanderen inzake topsportprojectenlijst (korte termijnwerking) en topsporttakkenlijst (lange termijnwerking) Enerzijds blijkt de kwaliteit en werkbaarheid van de verhouding tussen de Raad van Bestuur en het topsportpersoneel sterk persoonsgebonden te zijn, en dus zeer verschillend van sport tot sport en wisselend doorheen de tijd. Anderzijds blijkt de werking van de topsportcommissie overal formeel aan de subsidievoorwaarden te beantwoorden, maar in de praktijk van sport tot sport zeer sterk te verschillen: van kloppend hart in de topsportwerking tot verplichte oefening pro forma. Daarom wordt voorgesteld om de autonomie en werking van de topsportcommissie verder uit te bouwen: (1) De topsportcommissie dient voorgezeten te worden door de technisch directeur Topsport, die de facto trekker van het topsportbeleid van de topsportfederatie is; (2) Sport Vlaanderen blijft vertegenwoordigd in elke topsportcommissie door de desbetreffende dossierbeheerder, die op alle vergaderingen wordt uitgenodigd en mee de verslagen goedkeurt, die ter inzage worden gesteld van de Taskforce Topsport; (3) Elk topsportprogramma dat (mede) via Vlaamse topsportmiddelen wordt gesubsidieerd/ gefinancierd, wordt door de topsportcommissie formeel besproken, alvorens het via het beleidsplan Topsport, actieplan Topsport of ad hoc aanvraag door de topsportcommissie bij Sport Vlaanderen wordt ingediend. De Vlaamse overheid verwerft aldus als hoofdaandeelhouder van het Vlaamse topsportbeleid in de topsportfederaties een belangrijke insiderpositie. Het betreft tegelijk een antennefunctie (opvolging ontwikkelingen op het terrein), een begeleidingsfunctie (betere voorbereiding dossiers t.b.v. de Taskforce Topsport) en een bewakingsfunctie (controle op het terrein van de besteding van de Vlaamse topsportmiddelen). De Raad van Bestuur behoudt de volle bevoegdheid en verantwoordelijkheid t.a.v. het gevoerde beleid en het eigen topsportpersoneel, zonder evenwel als enige de werking van de topsportcommissie en de effectieve besteding van Vlaamse topsportmiddelen te kunnen bepalen/sturen/controleren. 39

40 WAT IS NIEUW INZAKE DE STRATEGISCHE KRIJTLIJNEN VOOR EEN PERFORMANT VLAAMS TOPSPORTBELEID IN DE PERIODE ? (1) Vlaanderen legt de focus op het behalen van topsportresultaten op internationale kampioenschappen ( Topsport als doel ): mondiale medailles en finales (top-8) en continentale medailles in Olympische disciplines en mondiale medailles in Paralympische disciplines; (2) Vlaanderen wenst gericht in te zetten op de maatschappelijke output van de toegekende topsportinvesteringen, het gevoerde topsportbeleid en de gerealiseerde topsportsuccessen ( Topsport als middel ), met het oog op een toename van het sport- en beweeggedrag onder de bevolking, een toename van de gevoelens van nationale trots in eigen land/regio en van het internationaal prestige van Vlaanderen in het buitenland en het stimuleren van de economie dankzij de verbinding van sport, media en bedrijfsleven; (3) In de Olympiade Tokyo ( ) zal minimaal 90% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet worden ten behoeve van Olympische disciplines, met een strikt onderscheid tussen korte (prestatieprogramma s, maximaal 55%) en lange termijnwerking (ontwikkelingsprogramma s, minimaal 35%). Maximaal 4% van de beschikbare middelen wordt bestemd voor Paralympische disciplines, maximaal 2% voor niet-olympische disciplines en maximaal 4% voor sporttakoverschrijdende investeringen; (4) De verdere centralisatie inzake trainingsinfrastructuur Topsport over de sporttakken heen naar drie centra in Vlaanderen (Gent, Antwerpen en Leuven) dient aanleiding te geven tot topsportexclusieve infrastructuur van hoge kwaliteit met een topsportklimaat; (5) In de Olympiade Tokyo ( ) zal, als onderdeel van een integrale communicatiestrategie van Sport Vlaanderen, een communicatieprogramma voor Topsport worden ontwikkeld, het als doel om instroom in Topsport te genereren, om bepaalde doelgroepen te inspireren, om te verantwoorden wat en waarom de Vlaamse overheid investeert in Topsport en om het merk Sport Vlaanderen te branden; (6) Het goede overlegmodel en de synergie tussen alle topsportactoren (de betrokken Vlaamse en Franstalige sportfederaties, de nationale sportbonden en Sport Vlaanderen, Adeps en BOIC/BPC) zal in stand gehouden worden, zowel inzake selectie als inzake aanstelling van de omkadering en de vastlegging van het programma; (7) Verdere uitbouw van de autonomie en de werking van de topsportcommissie, voorgezeten door de technisch directeur Topsport, die de facto trekker is van het topsportbeleid van de topsportfederatie. Sport Vlaanderen blijft vertegenwoordigd in elke topsportcommissie, en verwerft daarmee een belangrijke antennefunctie (opvolging van de ontwikkelingen op het terrein), begeleidingsfunctie (betere voorbereiding van dossiers ten behoeve van de Taskforce Topsport) en bewakingsfunctie (controle van besteding van Vlaamse topsportmiddelen). 40

41 Hoofdstuk 3: Specifieke beleidsmaatregelen voor Olympische disciplines 3.1. Topsporter Historiek en stand van zaken Via de topsportscholen, opgericht in 1998, konden Vlaamse topsportfederaties voor het eerst topsportmiddelen verwerven om structureel aan talentontwikkeling op lange termijn te doen, via professionele omkadering door gediplomeerde lesgevers/trainers in een stabiele omgeving. Ad hoc omkadering van beloftevolle jongeren en elitesporters werd in deze periode via topsportsubsidies ondersteund. Met de start van het project BeGold in 2004 werden nieuwe topsportmiddelen beschikbaar gesteld, waarmee o.a. de omkadering en begeleiding van jonge topsporttalenten kon gefinancierd worden. Pas in 2005, toen het Topsportactieplan Vlaanderen I ( ) in werking trad, werd een structureel project voor de financiering van toptrainers via de Pool van Toptrainers opgezet. Op het einde van dezelfde Olympiade werden voor het eerst beperkte middelen vrij gemaakt om ook een Pool van Jeugdtrainers Topsport uit te bouwen, eveneens gericht op lange termijn begeleiding van jonge topsporttalenten. Vanaf 2009 werd de sportwetenschappelijke en medisch/paramedische omkadering per sporttak via interdisciplinaire teams structureel uitgebouwd en gefinancierd. In elk van deze projecten werden de middelen door Sport Vlaanderen toegekend, zij het inzake het project Be Gold via een partnership in de ABCD-commissie. Elk van deze projecten en financieringen bracht een significante meerwaarde t.a.v. de professionele begeleiding van jonge topsporttalenten, beloftevolle jongeren en elitesporters. Tegelijk werden door Sport Vlaanderen en de Taskforce Topsport in elk van de projecten gaandeweg specifieke criteria en voorwaarden opgelegd voor het toekennen van de bijhorende topsportmiddelen. De topsportscholen zijn in hun 19 de schooljaar ingegaan. Het aantal toegekende topsportstatuten daalde van 850 in 17 topsportfederaties in het schooljaar naar 563 in 15 topsportfederaties in het schooljaar , waarvan 535 leerlingen/topsporters (95%) ingeschreven waren in een topsportschool (zie figuur 13). 900 Topsportstatuut binnen een topsportschool Topsportstatuut buiten een topsportschool Figuur 13: Overzicht van het aantal gesubsidieerde leerlingen in de topsportschool van 1998 tot

42 Om de doorstroming vanuit het secundair naar het hoger onderwijs mogelijk te maken en de combinatie topsport en studies te optimaliseren, werd in 2003 het Topsportstudentenproject opgestart voor de categorie elitesporters (ES) en een jaar later voor de categorie beloftevolle jongeren (BJ). Enerzijds kunnen de topsporter/student hierdoor genieten van een deeltijdse verloning volgens barema (0,80 VTE voor elitesporters en 0,50 VTE voor een beloftevolle jongeren), en anderzijds kan de onderwijsinstelling rekenen op een financiële tegemoetkoming voor de studiebegeleiding van de topsporter/student. Vanaf 2013 werden de modaliteiten van het Topsportstudentenproject beter afgestemd op de noden van de individuele topsporters/studenten: een maandelijkse trapsgewijze onkostenvergoeding tot de leeftijd van 21 jaar en een verloning volgens barema of onkostenvergoeding vanaf de leeftijd van 21 jaar. Eenmaal de studies achter de rug, blijkt vaak dat topsport moeilijk te combineren is met werk. Daarom werd reeds in 1995 het Tewerkstellingsproject Topsport (Gesco-project met maximum premie) in het leven geroepen, waarbij topsporters zich aan hun discipline kunnen wijden zonder financiële beslommeringen inzake persoonlijk levensonderhoud. In 2002 werd het totaal contingent op 43 voltijdse equivalenten gebracht. Sinds juli 2016 werd afgestapt van het Gesco-project en zullen arbeidsovereenkomsten Topsport voortaan gefinancierd worden door Sport Vlaanderen. In 1993 werd een eerste initiatief genomen ondersteund ondermeer door Eddy Merckx om een professionele Vlaamse wielerploeg 2002 bij de heren op te richten. Enkele jaren later in 1995 lag dezelfde initiatiefnemer aan de basis van de oprichting van het Vlaanderen-Capri Sonne-T-Interim wielerteam bij de dames. In een latere fase werd bijkomend een wielerteam voor jongeren opgericht. De renners werden via een Gesco-contract (deeltijds of voltijds) opgenomen in de ploeg. De Vlaamse wielerploegen hebben een eigen logica, werking, criteria en verloning, die ook in de Olympiade Rio ( ) werd behouden. Het betreft immers geen project voor individuele topsporters, maar een echt ploegproject met een eigen finaliteit: Het Topsport Vlaanderen-Baloise Team maakt de brug voor beloftevolle renners naar het ProTour-circuit. Vlaamse piste- en baanrenners met de ambitie om op de Olympische Spelen te presteren, kunnen als beloftevolle jongere opgenomen worden in Tewerkstellingsproject Topsport en nadien, van zodra zij in aanmerking komen, overstappen naar dit team. Dit stelt hen in staat om binnen een volwaardige professioneel geleide ploeg toch de nodige prioriteit te kunnen geven aan hun pisteprogramma, naast een volledig wegprogramma; Het damesteam Ladies Cycling Team Vlaanderen is gericht op de opleiding en vorming van jonge rensters, met als doelstelling om het Vlaamse dames wielrennen op de weg terug op internationaal niveau te brengen. In bestond de ploeg vooral uit sterke buitenlandse rensters, aangevuld met enkele Vlaamse beloften. Inmiddels betreft het uitsluitend Vlaamse rensters, en werd de omkadering en begeleiding professioneel ingevuld; Jong Vlaanderen was een continentale wielerploeg voor beloftevolle wegrenners voor heren, maar werd einde 2012 stopgezet. Atletiek Vlaanderen werd eveneens als apart teamproject opgericht, hoewel het om individuele atleten uit verschillende disciplines gaat, aangesloten bij de Vlaamse Atletiekliga. Met ingang van 1/1/2009 werd het project specifiek toegespitst op fond en halve fond. Deze disciplines werden immers niet langer op de topsporttakkenlijst weerhouden wegens ontbrekende internationale resultaten. In 2016 werd Atletiek Vlaanderen op het vlak van doelstellingen en werking volledig geïntegreerd in het topsportbeleid van de Vlaamse Atletiekliga, en dus als een beloftenproject in lijn gebracht met de doelstellingen van het Vlaams topsportbeleid. Sinds 2007 worden beloftevolle jongeren en elitesporters, waar nodig, begeleid voor de combinatie topsport en studie/werk en de nacarrière, o.a. via Carrièrebegeleiding Topsport. De Vlaamse topsporter kan beroep doen op een variëteit aan ondersteuningsmogelijkheden en bij specifieke noden worden projecten opgestart. Vlaamse topsporters krijgen dan niet alleen een 42

43 tewerkstellingscontract maar worden ook begeleid om tijdens en na hun sportcarrière optimaal te functioneren in de maatschappij. 140 Tewerkstellingscontract Topsport (elite) Topsportstudentencontract (elite) Onkostenvergoeding (-21 jaar) Vlaamse Wielerploegen (Dames) Atletiek Vlaanderen Tewerkstellingscontract Topsport (belofte) Topsportstudentencontract (belofte) Vlaamse Wielerploegen (Topsport Vlaanderen) Vlaamse Wielerploegen (Jong Vlaanderen) Diverse projecten via Departement CJSM Figuur 14: Overzicht van het aantal Vlaamse topsporters die genoten van een persoonlijk levensonderhoud via de respectieve tewerkstellingsprojecten in de periode Werking in de periode Het Vlaams topsportbeleid dient een voorwaardenscheppend beleid te blijven. Alle maatregelen dienen er op gericht te zijn om de topsportloopbaan mogelijk te maken en te faciliteren, en dus geenszins in functie van persoonlijke verrijking (financiële voordelen) van de betrokken topsporter(s). Uitsluitend geregistreerde topsporters en topsporttalenten, waarvan het programma weerhouden werd als prestatie- of ontwikkelingsprogramma, komen in aanmerking voor deze maatregelen. Wanneer topsporters omwille van hun topsportprogramma genoodzaakt worden om deeltijds te studeren of geen voltijdse of deeltijdse normale job kunnen uitoefenen, is het aangewezen dat de Vlaamse overheid waar mogelijk voorziet in hun levensonderhoud, door middel van een deeltijdse of voltijdse tewerkstelling. Topsporters die een professionele loopbaan (inzake loon/statuut) kunnen uitbouwen in een beroepssport, komen ook in de Olympiade Tokyo niet in aanmerking voor dergelijke topsportcontracten. Voorwaardenscheppende maatregelen in het Vlaams topsportbeleid moeten het geheel van de topsportloopbaan omsluiten, met inbegrip van de voorbereiding van de na-topsportcarrière. De verschillende beleidsinitiatieven dienen daarom op mekaar aan te sluiten, met bijzondere aandacht voor scharniermomenten in de normale levensloop (overgang tussen onderwijsniveaus, overgang 43

44 onderwijs/werk, ) en in de topsportloopbaan (van competitiesport naar instap topsportprogramma, overgang van geïdentificeerd topsporttalent naar beloftevolle jongere tot elitesporter, ). Het bewerkstelligen van een coherente samenhang in de toepassing van de verschillende beleidsmaatregelen op vlak van de topsportloopbaan in hoofde van de individuele (ploeg)topsporter, dient een prioritaire zorg te blijven van het Vlaams topsportbeleid. Dit kan gerealiseerd worden door carrièrebegeleiding Topsport verder structureel uit te bouwen in samenwerking met partners, zowel binnen de Vlaamse overheid als uit de private sector. Een topsportloopbaan is per definitie van korte duur en overlapt bijna altijd met de periode van leerplichtonderwijs en hoger onderwijs. Aangezien de professionele na-topsportcarrière bijgevolg langdurig is en topsporters op het einde van hun topsportloopbaan zelden financieel onafhankelijk zijn, blijft het behalen van een diploma de beste toekomstgarantie en sociale zekerheid voor een topsporter. Daarom bestaan de belangrijkste loopbaanmaatregelen uit het faciliteren van de combinatie topsport en leerplichtonderwijs en het faciliteren en/of aanmoedigen van de combinatie topsport en hoger onderwijs. Voor de niet-studenten bestaat de mogelijkheid tot opname in een tewerkstellingsproject Topsport, maar dient er tevens gezocht te worden naar overeenkomsten met werkgevers in verband met mogelijke beroepsopleidingen en/of deeltijdse tewerkstelling met mogelijkheid tot integratie in het bedrijf tijdens en/of na de topsportloopbaan. In de loopbaan van een topsporter worden vier verschillende fasen onderscheiden: (1) Talentdetectie (nog niet-geïdentificeerde topsporttalenten); (2) Ontwikkelingsprogramma s (geïdentificeerde topsporttalenten en beloftevolle jongeren); (3) Prestatieprogramma s (elitesporters); (4) Na-topsportcarrière (ex-topsporters). Figuur 15 geeft een overzicht van de belangrijkste voorwaardenscheppende maatregelen die in iedere fase van de topsportloopbaan worden aangereikt. Alle maatregelen in het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ), ook voor de G-sporter vermeld in hoofdstuk 3, hebben hun weerslag op één of meerdere van deze vier fasen, en worden verder in dit hoofdstuk besproken. De coördinatie van alle loopbaanmaatregelen dient te gebeuren door de afdeling Topsport van Sport Vlaanderen. TALENTDETECTIE ONTWIKKELINGSPROGRAMMA PRESTATIEPROGRAMMA NA-TOPSPORTCARRIERE >30 Vlaams Sportkompas Statuut topsportbelofte Pool van Jeugdtrainers Topsport Topsportstatuten binnen/buiten TSS Sportwetenschappelijke begeleidings- en onderzoeksprojecten Pool van Beloftentrainers Topsport Project Be Gold Topsportstudentenproject VDAB-begeleidingstraject Vlaamse wielerploegen Pool van Toptrainers Tewerkstellingsproject Topsport Sport Vlaanderen & Defensie Carrièrebegeleiding Topsport (i.s.m. VDAB en erkende loopbaancentra) Figuur 15: Overzicht van de voorwaardenscheppende leeftijdsgebonden maatregelen in de topsportloopbaan 44

45 Actiepunt 1: Talentdetectie Talentdetectie o.l.v. Jeugdtrainers Topsport Talentdetectie is gericht op het optimaliseren van de instroom van topsporttalenten in de topsportwerking van de Vlaamse topsportfederaties, zowel binnen als buiten de topsportschool onder leiding van de Jeugdtrainers Topsport. Vermits het een werking betreft i.f.v. output op lange termijn (Olympische Spelen van 2020 en 2024), dient structureel geïnvesteerd te worden, in eerste orde in topsportfederaties die participeren in zowel ontwikkelings- als prestatieprogramma s. Talentdetectie vereist expertise en een gerichte werking per sporttak inzake (1) de identificatie van talent aan de hand van talentidentificatie parameters ( welke kenmerken moeten we observeren/ meten op welke leeftijd/ontwikkelingsfase? ), (2) de opsporing van talenten in een ruimere groep ( hoe wordt het zoeken naar jongeren met de geschikte kenmerken effectief en efficiënt georganiseerd? ) en (3) de selectie van een beperkte groep getalenteerde jongeren voor deelname aan een topsportprogramma ( Welke selectiecriteria of normen worden op welke leeftijd/ontwikkelingsfase opgelegd? ). Naast sporttakoverschrijdende expertise op het vlak van testen en meten, opsporingsmethodes en mogelijk gemeenschappelijke talentkenmerken, dient de expertise voornamelijk sporttakspecifiek opgebouwd en toegepast te worden. Op het vlak van testen en meten en de opsporingsmethodes, kunnen sportfederaties hun expertise uitbouwen op basis van eigen ervaring en de best practices in andere sporttakken. Op het vlak van talentkenmerken, dient wetenschappelijk gevalideerde kennis gekoppeld te worden aan binnen- en buitenlandse expertise van coaches, voornamelijk binnen de eigen sporttak/discipline. In de praktijk blijkt onmiskenbaar dat een valide uitspraak over het talent van een jongere slechts mogelijk is na een gerichte sporttakspecifieke observatie van minstens twee jaar. In deze periode kunnen verschillende momentopnames (tests, metingen en observaties), alsook een inschatting van de reactie op trainingsprikkels (leervaardigheid, trainbaarheid en coachbaarheid) gecombineerd worden tot een gefundeerd oordeel. De Vlaamse topsportfederaties dienen waar nodig geadviseerd en/of begeleid te worden inzake de meest effectieve en efficiënte aanpak van observatie in hun sporttak, i.f.v. een betere instroom in de topsportschool, een kleinere drop-out van vals positieven en minder negatieve persoonlijke gevolgen voor de betrokken jongeren en hun directe omgeving. Statuut topsportbelofte Basisscholen kunnen een samenwerkingsverband aangaan met de betrokken sportfederatie, zonder evenwel het predicaat topsportschool te dragen. Voor leerlingen met een statuut topsportbelofte in het basisonderwijs worden maximum zes lestijden per week voor topsporttraining voorzien, mits toestemming van de schooldirectie. De 10 halve dagen afwezigheid per schooljaar voor deelname aan (inter)nationale stages en wedstrijden onder leiding van de topsportfederatie zijn een recht. Statuten topsportbelofte worden uitgereikt door de gemengde Selectiecommissie van het Topsportconvenant (zie verder), momenteel (schooljaar ) uitsluitend in de sporttakken gymnastiek en tennis en dit pas vanaf het vierde leerjaar. Vlaams SportKompas In de periode investeerde de Vlaamse overheid een totaalbedrag van euro ten aanzien van de UGent voor de ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwde oriënteringtool voor topsporttalenten, en in mindere mate voor breedtesport. Sinds 2013 investeert UGent verder in 45

46 de uitbouw van het Vlaams SportKompas, met als doel om kinderen tussen 6 en 11 jaar te oriënteren naar een sport die overeenstemt met hun talenten, m.a.w. hun individuele fysieke en motorische capaciteiten. Sport wordt niet aantrekkelijker gemaakt door een oriënterende testbatterij. Het kan echter wel interessant zijn voor een kind om op basis van een goed advies een juiste inschatting te krijgen van zijn/haar sportieve aanleg. Om die reden is het aangewezen om het Vlaams Sportkompas bevolkingsbreed in te zetten, waar de lagere school en/of de eerste graad van secundaire school (via lichamelijke opvoeding) de meest aangewezen plaats lijkt, omdat nagenoeg alle kinderen dan gevat kunnen worden. In overleg met de onderwijsnetten en het Kabinet Onderwijs dient nagegaan te worden in welke mate een proefproject, dan wel een algehele implementatie in het curriculum kan gerealiseerd worden. Faciliteren van cross-over tussen sporttakken Wanneer gedetecteerde talenten na een periode in een topsportprogramma, de ontwikkelingslijn niet blijken te kunnen aanhouden, is soms een overstap naar een andere sporttak/discipline aan te bevelen (vb. internationale subtop in het zwemmen kan mogelijks uitstekend geschikt zijn voor triatlon). In plaats van een (negatieve) drop-out, betekent dit voor de betrokkene een (positieve) heroriëntatie. Het betreft zeker op topniveau occasionele transfers, die moeilijk systematisch kunnen georganiseerd worden tussen een waaier van sporttakken. In de begeleiding van de topsportfederaties inzake talentdetectie dienen de mogelijkheden ad hoc onderzocht te worden en, waar succes mogelijk is, in het belang van de topsporter gestimuleerd te worden Actiepunt 2: Begeleiding en omkadering van Vlaamse topsporters doorheen de topsportloopbaan Per Olympiade zal per sporttak een globale omkaderingsnorm worden vastgelegd, rekening houdend met de trainingstechnische personeelsbehoefte van de verschillende weerhouden prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma s. De toekenning van Vlaamse topsportmiddelen verloopt trapsgewijs, volgens prioriteitsniveau, en is herzienbaar per topsportproject en per targetperiode. De mogelijkheden tot subsidiëring of financiering van de faciliterende loopbaanmaatregelen via de ontwikkelings- en/of prestatieprogramma s worden per project toegelicht: opleidingstraject binnen of buiten de topsportschool, project Be Gold, VDAB-opleiding tot beroepstopsporter, Topsportstudentenproject en Tewerkstellingsproject Topsport van Sport Vlaanderen, tewerkstellingsproject Defensie, Vlaamse wielerploegen en carrièrebegeleiding Topsport. Opleidingstraject binnen en buiten de topsportschool De werking van de topsportscholen wordt geregeld via een afzonderlijk Topsportconvenant tussen de onderwijssector (Vlaams minister van Onderwijs en de drie onderwijsnetten) en de sportsector (minister van Sport, Sport Vlaanderen, BOIC, VSF en BVLO). Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) dient het Topsportconvenant te worden aangepast, o.a. met het oog op (1) de verankering van het flexibel leertraject buiten de topsportschool en (2) het aligneren van het onderwijsprogramma van de verschillende topsportscholen en het aanbieden van modulaire pakketten (e-learning). 46

47 De selectiecriteria voor het verkrijgen van een topsportstatuut dienen permanent afgestemd te worden op de finaliteit van het Vlaams topsportbeleid. Voor iedere sporttak worden de finaliteit en de selectiecriteria per graad ondubbelzinnig vastgelegd in een jaarlijks convenant tussen Sport Vlaanderen en de betrokken federatie. Dit gebeurt uiterlijk 12 maanden voorafgaand aan het schooljaar waarop de selectiecriteria betrekking hebben. Op basis van de goedgekeurde selectiecriteria worden jaarlijks de statuten van leerling/topsporter toegekend door de gemengde Selectiecommissie van het Topsportconvenant, op voordracht van de topsportfederatie die participeert in een Vlaamse topsportschool. De Taskforce Topsport kent ad hoc statuten toe aan uitzonderlijk getalenteerde leerlingen/topsporters in sporttakken zonder topsportschool (bvb. kunstschaatsen en paardrijden). Het toekennen van een topsportstatuut door de gemengde Selectiecommissie van het Topsportconvenant heeft consequenties voor de desbetreffende getalenteerde jongeren, de topsportfederatie en de topsportschool: (1) De getalenteerde jongere kan slechts een topsportstatuut verwerven wanneer hij/zij het vooropgestelde instapniveau haalt, zoals bepaald in de selectiecriteria. Het instapniveau wordt per sporttak vastgelegd door de Selectiecommissie van het Topsportconvenant en de betrokken sportfederatie en is afgestemd op doelstellingen van de topsportschool (tussentijdse finaliteiten per graad) en de doelstellingen van het Vlaams topsportbeleid (eindfinaliteit). (2) Alle topsportstatuten dienen aangevraagd te worden door de betrokken topsportfederatie, uitsluitend voor kandidaten die voldoen aan de selectiecriteria en waarvoor de federatie zich garant stelt voor de inhoud van het topsportprogramma, de uitvoering ervan en de begeleiding, hetzij in de topsportschool waarin ze participeert, hetzij in een andere school. (3) De topsportschool kan leerlingen/topsporters inschrijven, wanneer deze over een topsportstatuut beschikken, uitgereikt door de gemengde Selectiecommissie van het Topsportconvenant. Wanneer leerlingen met een topsportstatuut zich wensen in te schrijven in een andere topsportschool dan deze waarin de betrokken topsportfederatie participeert, is een voorafgaandelijk akkoord nodig van alle betrokken partijen: de topsportfederatie die het topsportstatuut heeft aangevraagd, de topsportschool (topsportschoolcoördinator en directie) waarin de leerling zich wenst in te schrijven en alle topsportfederaties die in de betrokken topsportschool participeren. Het behalen van de finaliteit per graad dient voortaan als een belangrijke parameter in de evaluatie van de werking van de topsportscholen. Sport Vlaanderen voorziet sinds 2014 in de jaarlijkse statistieken inzake instroom, doorstroom en uitstroom van leerlingen/topsporters in de Vlaamse topsportscholen. Wanneer statuten toegekend worden, zal telkens aangegeven worden of dit gebeurde op basis van het voldoen aan de selectiecriteria, dan wel op basis van een deliberatie door de gemengde Selectiecommissie van het Topsportconvenant. Gaandeweg zal Sport Vlaanderen eveneens statistieken verzamelen en kenbaar maken van de loopbaanfinaliteit (beste sportieve prestatie/resultaat) in relatie tot een traject binnen en buiten de topsportschool. Deze statistieken zullen jaarlijks besproken worden door de Taskforce Topsport en door de Begeleidingscommissie van het Topsportconvenant. De topsportschool is niet a priori voor elke sporttak/discipline het meest aangewezen instrument om de talentontwikkeling in deze leeftijdscategorie optimaal in te vullen. Om een topsportschool op te starten en/of om verder te blijven investeren in een bestaande topsportschool, dient voldaan te worden aan 7 criteria. Deze criteria werden behouden uit Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) en toegepast bij de evaluatie van de topsportscholen op vlak van sport in 2016, waarvan het eindrapport met de generieke en sporttakspecifieke aanbevelingen in bijlage wordt opgenomen. 47

48 (1) Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject De topsportschool moet kaderen in een volledig traject/programma van talentontwikkeling. In het traject van detectie van een topsporttalent tot het behalen van internationaal topsportsucces, dient de topsportschool een deel van het geheel te vormen. De nadruk moet liggen op de doorstroommogelijkheden in verdere samenwerking met de topsportfederatie. (2) Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De selectiecriteria voor het verkrijgen van een topsportstatuut dienen permanent afgestemd te worden op de finaliteit Topsport. De finaliteit en de selectiecriteria dienen per graad ondubbelzinnig vastgelegd te worden in een convenant tussen Sport Vlaanderen en de betrokken federatie. Het behalen van de finaliteit zal voortaan als een belangrijke parameter in de evaluatie van de werking van de topsportscholen gehanteerd te worden. (3) Omvang van de instroom De selectiecriteria dienen voldoende streng gesteld te worden, zodat uitsluitend leerlingen/topsporters van voldoende hoog niveau in functie van doorgroeimogelijkheden weerhouden worden. In geval van onvoldoende aantal talentvolle jongeren dient de betreffende graad/topsportschool stopgezet te worden en dienen individuele maatregelen of structurele maatregelen buiten de topsportschool genomen te worden. (4) De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen In overleg met de betrokken federatie moet nagegaan worden of er evenwaardige of betere alternatieven opgestart kunnen worden binnen het gewone leerplichtonderwijs, bijvoorbeeld via een uitbreiding van de Pool van Jeugdtrainers Topsport (zie actiepunt 3). Hiervoor dienen desgevallend de nodige middelen voorzien te worden. Topsportfederaties die niet participeren in een topsportschool dienen duidelijk weer te geven hoe de talentdetectie en ontwikkeling binnen hun sporttak verloopt. Indien nodig dient de topsportfederatie aangezet te worden om de nodige initiatieven hieromtrent te ontwikkelen. (5) Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De aanwezigheid van deskundige trainers (zowel op sportief als op pedagogisch-didactisch vlak) is bijzonder bepalend in het al dan niet doorstromen van leerlingen/topsporters naar de top. Vanuit een interdisciplinaire begeleiding kunnen zowel de trainers als de leerlingen/topsporters optimaal ondersteund en begeleid worden. De federaties dienen te waken over de continuïteit binnen de sporttechnische omkadering. (6) Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte topsportinfrastructuur Ten einde de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten is het noodzakelijk dat de topsportfederaties (de sportinfrastructuur van) hun topsportschool koppelen aan hun trainingscentrum. Dit leidt immers ook tot het rationeel inzetten van trainers en (para)medische staf en geeft aanleiding tot een betere en vlottere communicatie en begeleiding van de andere topsporters. (7) Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Topsportfederaties moeten streven naar het één-campus-model per sporttak, waarbij leven, trainen en studeren gecentraliseerd worden in één trainingscentrum voor de betrokken sporttak. Vanuit dit totaalconcept wordt de leerling/topsporter reeds vanaf toetreding in de topsportschool opgenomen in een topsportcultuur: de leerling/topsporter leeft samen met andere beloftevolle jongeren en kan genieten van aangepast onderwijs en deskundige trainingsbegeleiding in één trainingscentrum. Om leerlingen/topsporters ook buiten de topsportschool alle kansen te geven, werd een flexibel leertraject buiten de topsportschool uitgestippeld, dat topsporttalenten in staat stelt om sport en school in de best mogelijke omstandigheden te combineren. Na een testfase van twee jaar in de 48

49 sporttakken voetbal en tennis, werd het flexibel leertraject in het schooljaar uitgebreid met een derde sporttak (triatlon), en werd het flexibel leertraject verankerd in het aangepaste Topsportconvenant. Topsporttalenten die voldoen aan de sportieve criteria kunnen in het gewoon secundair onderwijs les volgen, uitsluitend indien de betrokken sportclub en de school aan de voorwaarden van sportieve en educatieve begeleiding voldoen. Verder kan de leerling/topsporter buiten de topsportschool (met of zonder een topsportstatuut) een regeling treffen met de directie van de school waar hij/zij zich wenst in te schrijven, op basis van een omzendbrief van secundair onderwijs (SO/2005/04 van 21 mei 2015) die betrekking heeft op de afwezigheden in het secundair onderwijs. Uniformiteit inzake selectiecriteria Om als sporttak in aanmerking te komen voor ondersteuning van een ontwikkelingsprogramma, dienen de doelstellingen per sporttak inzake topsportresultaten, individueel of per team, afgestemd te zijn op doelstellingen van het Vlaams topsportbeleid, en bijgevolg te beantwoorden aan de internationale prestatienorm. De selectiecriteria voor deelname aan internationale competities moeten op hun beurt afgestemd zijn op de resultaatsdoelstellingen en de internationale prestatienorm. De selectiecriteria zijn bijgevolg een uitermate belangrijk onderdeel van het Vlaams topsportbeleid. Het voldoen aan de selectiecriteria en de deelname aan internationale (jeugd)competities is geen doel op zich. Selectiecriteria dienen zo vastgelegd te worden dat topsporters geselecteerd worden die, mits het juiste programma en de gepaste omkadering, de internationale resultaatsdoelstellingen kunnen bereiken (resultaatsverbintenis in het contract). Dit is reeds vertaald in de instapcriteria voor arbeidsovereenkomsten Topsport bij Sport Vlaanderen, die evenmin een doel op zich zijn, maar wel een middel zijn om de resultaatsdoelstellingen te realiseren. Voor wat de jonge topsporttalenten betreft, moet er naast prestatienormen ook rekening gehouden worden met de intrinsieke kwaliteiten van de topsporter omdat die geen direct succes dient na te streven, maar pas op latere leeftijd volledig tot ontplooiing moet komen. Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal Sport Vlaanderen, in samenwerking met de Vlaamse topsportfederaties, expliciet een ontwikkelingslijn per weerhouden Olympische discipline vastleggen met criteria waaraan topsporters en topsporttalenten (jaarlijks) dienen te voldoen om door Sport Vlaanderen als topsporter geregistreerd te worden. Ook de selectiecriteria voor instap in de topsportschool dienen afgestemd te zijn op deze ontwikkelingslijn(en). Project Be Gold Op 21 april 2015 werd een overeenkomst ondertekend tussen de Federale staat (ministers Charles Michel en Hervé Jamar), de Vlaamse Gemeenschap (ministers Geert Bourgeois en Philippe Muyters), de Franse Gemeenschap (ministers Rudy Demotte en René Collin), de Duitstalige Gemeenschap (ministers Oliver Paasch en Isabelle Weykmans) en het BOIC (Pierre-Olivier Beckers en Philippe Vander Putten) om het gemeenschappelijk project Jonge topsporttalenten Be Gold Olympische Spelen (zomer en winter) te verlengen en bijkomende financiële middelen ter beschikking te stellen ter versterking van het sportbeleid. Deze overeenkomst heeft als doel om specifieke topsportprojecten op het vlak van talentontwikkeling, omkadering en begeleiding te financieren, met het oog op het behalen van top-8 plaatsen op de Olympische Spelen (zomer en winter) op middellange en/of lange termijn. 49

50 Een tussentijdse evaluatie van het project zal door ABCD worden opgemaakt in Met het oog op, desgevallend, een uitdrukkelijke beslissingname inzake de verlenging voor een nieuwe periode van 5 jaar, brengt de minister bevoegd voor de Nationale Loterij de federale regering op de hoogte van het resultaat van de tussentijdse evaluatie in 2017 en brengt de ABCD-commissie de gemeenschapsministers bevoegd voor Sport op de hoogte. Het project Be Gold is van toepassing voor beloftevolle jongeren die zich in de transitie naar elitesporter (prestatieprogramma) bevinden. De projecten hebben betrekking op activiteiten in één of meerdere Olympische disciplines, binnen één of meerdere gemeenschap. De participatie van de Vlaamse overheid in het project Be Gold dient ongewijzigd te blijven op euro per jaar. In de loop van 2017 zal duidelijk worden of en in welke vorm het project al dan niet bestendigd wordt. In wordt dit bedrag door Sport Vlaanderen ingezet, conform de lopende overeenkomst. Transversale samenwerking VDAB en Sport Vlaanderen Loopbaanbegeleiding voor (ex-)topsporters Sinds 1 januari 2015 is het project Loopbaanbegeleiding voor (ex-)topsporters operationeel, een samenwerkingsverband tussen Sport Vlaanderen, VDAB en acht erkende loopbaanbegeleidingcentra, met als doel om topsporters specifiek voor te bereiden op de na-topsportcarrière. Sport Vlaanderen bewaakt in dit samenwerkingsverband de kwaliteit van de loopbaanbegeleiding via de begeleiding en supervisie van de erkende loopbaanbegeleidingcentra. De loopbaanbegeleiding voor (ex-)topsporters kadert in een ruimer recht op loopbaanbegeleiding, gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, waarbij de Vlaamse burger om de 6 jaar twee pakketten van vier uur loopbaanbegeleiding kan opnemen. Om hierop aanspraak te kunnen maken, dient de betrokkene o.a. professioneel actief te zijn (als werknemer of zelfstandige) met een hoofdzetel in Vlaanderen of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Binnen de Vlaamse werknemerspopulatie zijn topsporters echter een minderheidsgroep met een niet-traditioneel loopbaantraject. Zo zouden (ex-)topsporters die net in de werkloosheid zijn beland (<6 maanden) eveneens aanspraak moeten kunnen maken op een model van loopbaanbegeleiding voor ex-topsporters, en deze dienstverlening moeten kunnen uitgebreid worden in functie van de noden van de topsporter. VDAB-trajectbegeleiding tot professionele topsporter Vanaf 2017 zullen VDAB en Sport Vlaanderen een trajectbegeleiding tot professionele topsporter organiseren. De trajectbegeleiding is gericht op de door de Vlaamse overheid geregistreerde elitesporters of beloftevolle jongeren (+18 jaar), die niet in de mogelijkheid zijn om topsport te combineren met hoger onderwijs en die (tijdelijk) niet in aanmerking komen voor een professioneel contract als topsporter. Zowel individuele sporters als ploegsporters komen in aanmerking. De betrokken topsportfederatie kan een aanvraag tot trajectbegeleiding richten aan Sport Vlaanderen, op voorwaarde dat de kandidaat voldoet aan de instapcriteria voor opname in het Topsportstudentenproject of het Tewerkstellingsproject Topsport van Sport Vlaanderen in de categorie beloftevolle jongere of elitesporter. Na positief advies van de Taskforce Topsport wordt het dossier ter goedkeuring voorgelegd aan VDAB, en kan de topsporter opgenomen worden in het begeleidingstraject tot professionele topsporter. Het begeleidingstraject zal voor elke kandidaat/topsporter jaarlijks worden geëvalueerd met een totale duur van 2 jaar. Uitzonderlijk kan dit traject met 1 jaar verlengd worden. 50

51 Om de kansen op tewerkstelling na de topsportcarrière te verhogen, zal een persoonlijk opleidingsplan opgesteld worden, in samenwerking met de topsporter. De topsporter wordt geacht een beroepsgerichte opleiding te doorlopen, die qua inhoud en vorm daadwerkelijk zal leiden tot een meerwaarde voor de nacarrière van de topsporter en tot een verhoging van zijn/haar kansen op de arbeidsmarkt. Tijdens de duur van het begeleidingstraject tot professionele topsporter zal de procedure voor het bekomen van een financiële uitkering dezelfde zijn als deze voor alle uitkeringsgerechtigde burgers. De topsporters die in dit begeleidingstraject worden opgenomen, worden in deze periode vrijgesteld van de verplichting om beschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt en kunnen zich verplaatsen voor deelname aan internationale stages en competities. Voorts worden zij in deze periode vrijgesteld van de plicht om actief op zoek te gaan naar werk. Bestaande opleidingsmaatregelen, toepasbaar bij topsporters VDAB voorziet in een individuele beroepsopleiding (IBO) en een beroepsinlevingsovereenkomst (BIO), die ook voor topsporters in zeer specifieke situaties geschikt kunnen zijn voor het verwerven van beroepsgerichte competenties en/of het vinden van aansluiting op een carrière als professionele sporter of op een verdere sportieve opleiding. Jonge topsporters (+18 jaar) die niet in de mogelijkheid zijn om topsport te combineren met hoger onderwijs en die (gezien hun jonge leeftijd) nog niet in aanmerking komen voor een tewerkstellingscontract bij Sport Vlaanderen, kunnen gebruik maken van deze periode van zes maanden om een volgende stap te zetten naar een professionele carrière als topsporter. De kandidaat/topsporter dient rekening te houden met een aantal voorwaarden, zoals de beperking van het opleidingstraject tot 6 maanden, de premie die dient te worden betaald door de werkgever aan de topsporter, het IBO-traject dat dient te resulteren in een effectieve arbeidsovereenkomst met de werkgever, Een dergelijk opleidingsplan is evenwel zeer zinvol als bewustwordingsproces voor de jonge topsporter, dat de uitbouw van een topsportcarrière en mogelijk ook de loopbaanfase na de topsportcarrière zal faciliteren. Topsportstudentenproject van Sport Vlaanderen Topsporters in de leeftijdsperiode hoger onderwijs moeten in de eerste plaats aangemoedigd worden om hogere studies aan te vatten en af te werken, in combinatie met een volwaardig topsportprogramma. In de meeste gevallen is het noodzakelijk om hiertoe de hogere studies te spreiden via een geïndividualiseerd studietraject. Sinds 2005 heeft het hoger onderwijs in Vlaanderen (in Europese context) een gedaanteverandering ondergaan, waardoor de flexibiliteiten die voor alle studenten gelden ook een gunstig effect kunnen hebben voor topsporters/studenten. Maatregelen ten behoeve van studerende topsporters dienen gericht te worden op beloftevolle jongeren en/of elitesporters die op een traject zitten met als finaliteit de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid (van top-8 plaats op een EK in een Olympische discipline tot een medaille op de Olympische Spelen), zodat zij (1) hun sportief traject ononderbroken en onverminderd kunnen verder zetten en (2) hun academisch traject in een aangepast tempo kunnen verder zetten tot het behalen van het beoogde diploma. Aangezien het maatregelen betreft met beoogd effect op korte termijn, is dit project gekoppeld aan individuele (ploeg)topsporters die opgenomen worden in een prestatieprogramma, en gebeurt de toekenning op voordracht van de topsportfederatie en na gunstig advies van de Taskforce Topsport, daarbij rekening houdend met het prioriteitsniveau. De finaliteit van het prestatieprogramma dient in lijn te liggen met de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid. De kandidaten dienen te voldoen aan de instapcriteria voor een 51

52 tewerkstellingscontract bij Sport Vlaanderen in de categorieën beloftevolle jongere of elitesporter (zie verder Tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen). De modaliteiten van het Topsportstudentenproject Sport Vlaanderen dienen nog meer in te spelen op de ad hoc noden van de individuele topsporters/studenten en de onderwijsinstellingen, volgende maatregelen indachtig: Aangepaste ondersteuningswijze van de topsporters/studenten volgens leeftijd: Tot 21 jaar: onkostenvergoeding en/of studiebegeleiding en/of carrièrebegeleiding; Vanaf 21 jaar: deeltijdse arbeidsovereenkomst of onkostenvergoeding en/of carrièrebegeleiding en/of studiebegeleiding; Forfaitair werkingskrediet voor de studiebegeleiding ten gunste van de onderwijsinstelling. Tot 21 jaar: onkostenvergoeding en/of studiebegeleiding en/of carrièrebegeleiding Een arbeidsovereenkomst is in de eerste drie studiejaren hoger onderwijs niet de beste maatregel om in te spelen op de noden van de topsporter/student met een geïndividualiseerd/flexibel studietraject (minder dan 40 studiepunten per academiejaar). De toekenning van een maandelijkse onkostenvergoeding per academiejaar (een vergoeding van topsportgerelateerde programmakosten waaronder verblijf- en verplaatsingskosten) kan de financiële noden van de topsporter/student ondervangen. Voor de beloftevolle jongeren zal de maandelijkse onkostenvergoeding jaarlijks trapsgewijs stijgen, gaande van 300 euro per maand op 18-jarige leeftijd naar 400 euro per maand op 20-jarige leeftijd. Voor de elitesporters wordt vanaf 18-jarige leeftijd voorzien in een onkostenvergoeding van 400 euro per maand. In overleg met de onderwijsinstelling en de topsportfederatie dient bepaald te worden in welke mate een individuele studiebegeleiding door de onderwijsinstelling noodzakelijk is. Daar de veranderingen en de nodige aanpassingen in de eerste jaren na de uitstroom uit het secundair onderwijs groot zijn, is het sterk aangewezen dat deze topsporters/studenten hoofdzakelijk in deze periode intensief begeleid en opgevolgd worden via carrièrebegeleiding Topsport (zie verder in dit hoofdstuk). Vanaf 21 jaar: deeltijdse arbeidsovereenkomst of onkostenvergoeding en/of carrièrebegeleiding en/of studiebegeleiding Topsporters/studenten met een geïndividualiseerd/flexibel studietraject (minder dan 40 studiepunten per academiejaar) kunnen de professionele of academische bacheloropleiding niet afwerken in 3 jaar. Naarmate de leeftijd vordert, is er een grotere nood aan financiële autonomie. Een deeltijds arbeidscontract per academiejaar geeft de topsporters/studenten vanaf 21 jaar een leefloon en ondervangt in zekere mate de hoge kosten van gespreide studies. Een arbeidscontract binnen dit project dient (net als een tewerkstellingscontract) steeds voorwaardenscheppend te zijn en mag geenszins als een beloning beschouwd worden. De toekenning van een onkostenvergoeding blijft in deze studiefase een mogelijkheid, indien door de topsporter/student wordt afgezien van een deeltijdse arbeidsovereenkomst. Het is aangewezen dat elke topsporter/student, ouder dan 21 jaar, individueel begeleid wordt (zie carrièrebegeleiding Topsport) in functie van een gerichte opbouw van een topsportcarrière op korte en lange termijn. De frequentie en de inhoud van de begeleiding is afhankelijk van de individuele situatie van de topsporter. Ook voor deze leeftijdsgroep dient nagegaan te worden in welke mate een individuele studiebegeleiding door de onderwijsinstelling noodzakelijk is. 52

53 Forfaitair werkingskrediet voor studiebegeleiding ten gunste van de onderwijsinstelling. Met het oog op de ondersteuning van de onderwijsinstelling inzake het leveren van studiebegeleiding voor topsporters/studenten dient een jaarlijks overleg met de betrokken (of alle geïnteresseerde) onderwijsinstellingen plaats te vinden. Dit overleg kan een kwaliteitsverhogende functie hebben, onder meer bij het afstemmen van de toekenningcriteria van topsportstatuten, bij de uitwisseling van best practices, Door de toekenning van een werkingskrediet worden de onderwijsinstellingen gestimuleerd in de inrichting van geïndividualiseerde studiebegeleiding voor de studenten/topsporters. Het jaarlijks werkingskrediet bestaat per weerhouden topsporter/student uit een forfaitair startkrediet van euro, aangevuld met 50 euro per verworven studiepunt. De afgesproken modaliteiten, evenals de wederzijdse rechten en plichten van alle ondertekende partners dienen te worden vastgelegd in een Topsportconvenant Hoger Onderwijs, waarin de verplichtingen worden gekoppeld aan de toekenning van het forfaitair werkingskrediet: (1) Organisatie van intakegesprekken bij studenten/topsporters; (2) Infosessie voor en/of huldiging van topsporters/studenten (en hun ouders) bij aanvang van het academiejaar; (3) Consequent verlenen van studieflexibiliteiten en -faciliteiten; (4) Uitbreiding van de website/de intranetpagina t.b.v. de topsporters/studenten; (5) Verhogen van de expertise en de bereikbaarheid van de contactpersonen voor de topsporters en/of de studietrajectbegeleiders; Uit een onderzoek door Sport Vlaanderen in 2016 werd een grote verscheidenheid vastgesteld inzake het aanbod Topsport & Studie aan de verschillende Vlaamse onderwijsinstellingen. Een meer duidelijk en transparant aanbod zou een belangrijke meerwaarde zijn voor de kandidaat topsporter/ student (i.f.v. het maken van een geschikte keuze inzake studierichting en onderwijsinstelling) en de carrièrebegeleiders Topsport (i.f.v. het verstrekken van advies en optimaliseren van het aanbod). De beleidsaanbevelingen uit het onderzoek zullen in nauw overleg met de onderwijsinstellingen worden uitgevoerd, teneinde het studieaanbod voor topsporter/studenten verder te optimaliseren. Vlaamse topsporters/studenten met een onkostenvergoeding of deeltijdse arbeidsovereenkomst dienen een contractueel vastgelegde return t.a.v. de Vlaamse overheid te bieden. De return bestaat uit een combinatie van volgende elementen: (1) de geleverde prestaties op zich, zoals opgenomen in de resultaatsverbintenis in het contract, (2) een beperkt aantal representaties voor de Vlaamse overheid, zonder afbreuk te doen aan het programma van trainingen, stages en wedstrijden, (3) portretrecht ten behoeve van (niet-commerciële) publicaties en campagnes van de Vlaamse overheid en (4) het tonen/dragen van de logo s van de Vlaamse overheid op de eigen website, kledij en materiaal, in zoverre dit reglementair toegelaten is. Afhankelijk van de sporttak en de individuele situatie kan de Vlaamse overheid uitzonderingen toestaan en/of een individueel aangepaste return opleggen, rekening houdend met de belangen van de individuele topsporter. Tewerkstellingsproject Topsport van Sport Vlaanderen Een arbeidsovereenkomst als topsporter dient ingezet te worden voor beloftevolle jongeren en elitesporters die op een traject zitten met als finaliteit de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid, zodat zij hun sportief traject ononderbroken en onverminderd kunnen verder zetten zonder de zorg van het voorzien in hun levensonderhoud via een inkomen door werk. Aangezien het maatregelen betreft met beoogd effect op korte termijn, is dit project gekoppeld aan individuele (ploeg)topsporters die opgenomen worden in een prestatieprogramma, en gebeurt de toekenning op voordracht van de topsportfederatie en na gunstig advies van de Taskforce Topsport, daarbij rekening houdend met het prioriteitsniveau. De finaliteit van het prestatieprogramma dient in lijn te 53

54 liggen met de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid. De kandidaten dienen te voldoen aan de instapcriteria voor een tewerkstellingscontract bij Sport Vlaanderen in de categorieën beloftevolle jongere of elitesporter (zie verder Tewerkstellingsproject van Sport Vlaanderen ). De instapcriteria voor opname van elitesporters in het Tewerkstellingsproject Topsport van Sport Vlaanderen in Olympische disciplines zijn: 12 de plaats op Olympische Spelen en/of Wereldkampioenschappen; 8 ste plaats op Europese kampioenschappen; Bij afwezigheid van een WK of EK: zich bevinden op de ontwikkelingslijn richting top-16 op de wereldranglijst voor senioren. Bij de beoordeling zal steeds rekening gehouden worden met de sportieve intrinsieke waarde van de doelcompetitie en/of -ranking. Wat betreft de categorie beloftevolle jongeren in Olympische disciplines, zijn de instapcriteria afgestemd op het prestatieprofiel (resultaten), waarbij zowel piekprestatie, prestatie-evolutie als prestatiedichtheid in rekening gebracht worden. Anderzijds wordt rekening gehouden met de intrinsieke kwaliteiten van de beloftevolle jongere. De intrinsieke kwaliteiten verwijzen naar het individueel op schema zitten in het topsportloopbaanplan, afgeleid uit de ontwikkelingslijn per sporttak. De instapcriteria voor opname van beloftevolle jongeren in het Tewerkstellingsproject Topsport van Sport Vlaanderen zijn: 12de plaats op wereldkampioenschappen in de hoogste relevante jeugdcategorie; 8ste plaats op Europese kampioenschappen in de hoogste relevante jeugdcategorie; Bij afwezigheid van een WK of EK in de hoogste relevante jeugdcategorie: zich bevinden op de ontwikkelingslijn richting top-16 op de wereldranglijst voor senioren. Bij de beoordeling zal steeds rekening gehouden worden met de sportieve intrinsieke waarde van de doelcompetitie en/of -ranking. Een arbeidsovereenkomst zorgt voor een financiële zekerheid voor de topsporter, maar creëert tezelfdertijd een gevoel van onrust bij de topsporters. Enerzijds bestaat de mogelijkheid dat de topsporter in een comfortzone verkeert door de vaste verloning en minder gefocust is op het leveren van topsportprestaties. Meermaals is gebleken dat topsporters die het arbeidscontract verliezen (door onvoldoende sportieve prestaties), nadien beter presteren. Het afsluiten van langdurige contracten (bvb. per Olympiade) is om deze reden niet bevorderlijk. Anderzijds kan een ongewenste bijkomende prestatiedruk ontstaan door het afsluiten van veelvuldige kortstondige contracten. Om bovenstaande redenen zal een arbeidsovereenkomst Topsport worden afgesloten met de topsporter, minimaal lopende tot het einde van de maand die volgt op de maand van de doelcompetitie, en maximaal lopende tot 6 maanden na de maand van de doelcompetitie. Aan de betrokken topsporters wordt een wedde uitbetaald conform de gangbare barema s van de Vlaamse overheid, gebaseerd op het behaalde diploma. Het diploma is een objectief en stabiel criterium voor het bepalen van de loonschaal en geeft in tegenstelling tot verloning op basis van sportief niveau (behaalde resultaten) geen aanleiding tot schommelingen, discussies en arbitraire beslissingen, zoals in het geval van ontbrekende of tegenvallende prestaties onder invloed van vormpeil of kwetsuren. Topsporters worden bovendien bijkomend gestimuleerd om een diploma hoger onderwijs te behalen. In de arbeidsovereenkomst wordt telkens een concrete sportieve resultaatsdoelstelling (prestatie en/of resultaat) binnen de periode van ondersteuning opgenomen. Na de doelcompetitie en voor het einde van de overeenkomst, wordt de periode geëvalueerd op basis van een dossier dat ingediend wordt door de topsportfederatie en op basis van een evaluatiegesprek op Sport Vlaanderen. Bij gunstige evaluatie, eventueel mits eenmalige deliberatie, kan de overeenkomst verlengd worden. 54

55 Vlaamse topsporters met een arbeidsovereenkomst dienen een contractueel vastgelegde return t.a.v. de Vlaamse overheid te bieden. De return bestaat uit een combinatie van volgende elementen: (1) de geleverde prestaties op zich, zoals opgenomen in de resultaatsverbintenis in het contract, (2) een beperkt aantal representaties voor de Vlaamse overheid, zonder afbreuk te doen aan het programma van trainingen, stages en wedstrijden, (3) portretrecht ten behoeve van (nietcommerciële) publicaties en campagnes van de Vlaamse overheid en (4) het tonen/dragen van de logo s van de Vlaamse overheid op de eigen website, kledij en materiaal, in zoverre dit reglementair toegelaten is. Afhankelijk van de sporttak en de individuele situatie kan de Vlaamse overheid uitzonderingen toestaan en/of een individueel aangepaste return opleggen, rekening houdend met de belangen van de individuele topsporter. Tewerkstellingsproject Topsport Defensie Het concept van het tewerkstellingsproject Topsport Defensie kadert in een protocolakkoord tussen Defensie en het BOIC en wordt in 2017 verder gezet voor de volgende Olympiade Tokyo ( ). De contracten worden door de Commissie Sport van Hoog Niveau Defensie, waarin naast Defensie ook BOIC, Sport Vlaanderen en Adeps zijn vertegenwoordigd, jaarlijks geëvalueerd en al dan niet verlengd. Eind 2016 zijn 19 Vlaamse en 2 Franstalige topsporters, verdeeld over 6 sporttakken, opgenomen in het tewerkstellingsproject Topsport Defensie. Vlaamse wielerploegen Het UCI continental professional cycling team Topsport Vlaanderen Baloise maakt de brug voor beloftevolle wegrenners naar het Pro Tour cycling circuit. De loon- en werkingskosten, verbonden aan dit tewerkstellingsproject, blijven ook in de Olympiade Tokyo ( ) ondersteund vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. In 2017 zal het UCI cycling damesteam Sport Vlaanderen Etixx-Guill D Or nog als afzonderlijk project (afzonderlijke vzw) door Sport Vlaanderen gefinancierd worden voor de loon- en werkingskosten. Vanaf 2018 dient dit project inzake topsportwerking en doelstellingen evenwel volledig geïntegreerd zijn in het topsportbeleid van Wielerbond Vlaanderen, om als Olympisch ontwikkelings- of prestatieprogramma wielrennen ondersteund te worden. Carrièrebegeleiding topsport Carrièrebegeleiding Topsport heeft als doel om topsporters voor te bereiden op en te begeleiden bij transitiefasen tijdens en bij het beëindigen van de topsportcarrière. Hierbij wordt gestreefd naar de grootst mogelijke zelfredzaamheid van de topsporters, met het oog op de meest optimale persoonlijke ontwikkeling zowel in functie van topsportprestaties als in het belang van het algemeen welzijn van de (ex)topsporter. De inzet van carrièrebegeleiding Topsport dient in eerste orde te gebeuren bij topsportfederaties die participeren in zowel prestatie- als ontwikkelingsprogramma s. De individuele carrièrebegeleiding Topsport verloopt zeer tijdsintensief. Het volledige takenpakket dient te worden uitgevoerd door 1,0 VTE (ten laste van personeelskredieten van Sport Vlaanderen) in functie van de individuele begeleiding van topsporters en studietrajectbegeleiders, de organisatie van het Overlegplatform Topsport & studie en andere initiatieven gericht op de optimalisatie van het aanbod inzake carrièrebegeleiding Topsport in Vlaanderen. Om optimaal te kunnen inspelen op de noden van de topsporters in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s, dienen daarenboven 55

56 flexibel (zelfstandige) carrièrebegeleiders Topsport te kunnen worden ingezet, tot een maximum van 0,5 VTE (± 820 werkuren/jaar). De jaarlijkse werkingskosten inzake carrièrebegeleiding Topsport worden geraamd op euro (infosessies, meetings lerend netwerk, sensibiliseringscampagnes, aangepaste website, ontwikkeling brochure en handboek, permanente vorming carrièrebegeleiders Topsport, aankoop werkinstrumenten, ), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. De loonkost van de ad hoc (zelfstandige) carrièrebegeleiders Topsport (max. 0,5 VTE) wordt geraamd op euro, eveneens ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen Actiepunt 3: Na-topsportcarrière Het beroep van topsporter is geen lifetime employment ; doorgaans eindigt de topsportloopbaan tussen het 30ste en 35ste levensjaar. Het einde van de sportcarrière betekent voor veel topsporters het begin van een nieuw en ander leven. Gezien de meerwaarde van een individuele voorbereiding van (ex-)topsporters op een carrière na de topsport, dat veelal aanvangt tijdens de laatste jaren van de topsportloopbaan, wenst Sport Vlaanderen het project Carrièrebegeleiding Topsport & Werk verder te zetten. Het volledige takenpakket Carrièrebegeleiding Topsport & Werk dient te worden uitgevoerd door 0,5 VTE, ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen. De carrièrebegeleider Topsport zal, naast de individuele begeleiding van (ex-)topsporters, een aantal initiatieven verder ondersteunen die ressorteren onder de transversale samenwerking VDAB en Sport Vlaanderen (zie actiepunt 7, punt 3). Deze initiatieven voorzien in specifieke maatregelen voor (ex-)topsporters evenals in een meer uitgebreid begeleidingsnetwerk dat gecoördineerd en gesuperviseerd wordt door carrièrebegeleiding Topsport. De voornaamste doelstelling van de projecten is de erkende Vlaamse (ex-) topsporters de nodige informatie, begeleiding en, indien gewenst, opleiding te verschaffen in functie van de ontwikkeling tot personen met de gewenste competenties en netwerken om tijdens en ook na de topsportcarrière een succesvolle loopbaan te kunnen opbouwen Budget (1) De talentdetectie en -ontwikkeling van jonge topsporttalenten dient te gebeuren onder leiding van de Jeugdtrainers Topsport. De subsidiëring van de loonkost van deze jeugdtrainers Topsport is een onderdeel van de ondersteuning van de Olympische ontwikkelingsprogramma s; (2) De Vlaamse inbreng in het project BeGold dient ongewijzigd te blijven op euro per jaar, gefinancierd vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; (3) Voor de uitbouw van het VDAB-begeleidingstraject tot professionele topsporter is een jaarlijkse budget van euro nodig, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; (4) Voor de financiering van het Topsportstudentenproject van Sport Vlaanderen wordt de jaarlijkse kost geraamd op euro ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen, op basis van 50 topsporters/studenten tot 21 jaar (onkostenvergoeding van gemiddeld 350 euro/maand en een toelage van gemiddeld euro/jaar t.a.v. de hogere onderwijsinstelling) en 15 topsporters/studenten boven 21 jaar (deeltijdse arbeidsovereenkomst met een brutoloonkost van euro/jaar en een toelage van gemiddeld euro/jaar t.a.v. de hogere onderwijsinstelling); (5) Voor de financiering van het tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen wordt de jaarlijkse kost geraamd op euro, op basis van 35 VTE topsporters, ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen; 56

57 (6) Voor de financiering van het UCI continental professional cycling team Topsport Vlaanderen Baloise wordt de jaarlijkse loon- en werkingskost geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; (7) De jaarlijkse werkingskosten inzake carrièrebegeleiding Topsport worden geraamd op euro (infosessies, meetings lerend netwerk, sensibiliseringscampagnes, permanente vorming carrièrebegeleiders Topsport, aankoop materiaal, ), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. 1,5 VTE Carrièrebegeleiders Topsport is ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen, ad hoc wordt 0,5 VTE flexibele Carrièrebegeleiding Topsport ingeschakeld vanuit werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Tabel 2: Begroting inzake de uitbouw van de topsportloopbaan in Olympische disciplines Uitbouw topsportloopbaan Talentdetectie o.l.v. Jeugdtrainers Topsport Bron: subsidies Topsport Quotum trainers binnen/buiten de TSS Bron: subsidies Topsport Project Be Gold Bron: werkingsmiddelen Topsport VDAB-begeleidingstraject tot professionele topsporter Bron: werkingsmiddelen Topsport Topsportstudentenproject Sport Vlaanderen Bron: werkingsmiddelen Topsport Tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen Bron: personeelskredieten Sport Vlaanderen Tewerkstellingsproject Defensie Bron: personeelskredieten Defensie Tewerkstellingsproject Vlaamse Wielerploegen Bron: werkingsmiddelen Topsport Werkingssubsidie Vlaamse Wielerploegen Bron: werkingsmiddelen Topsport Carrièrebegeleiding Topsport: werking Bron: werkingsmiddelen Topsport Carrièrebegeleiding Topsport: 1,5 VTE Bron: personeelskredieten Sport Vlaanderen Carrièrebegeleiding Topsport: flexibel personeel Bron: werkingsmiddelen Topsport Onderdeel van Olympische ontwikkelingsprogramma s Via personeelskredieten Defensie Via personeelskredieten Sport Vlaanderen Totaal WAT IS NIEUW INZAKE DE UITBOUW VAN DE TOPSPORTLOOPBAAN? (1) Uitsluitend geregistreerde topsporters en topsporttalenten, waarvan het programma weerhouden werd als Olympisch prestatie- of ontwikkelingsprogramma, komen in aanmerking voor faciliterende loopbaanmaatregelen; (2) Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) dient het Topsportconvenant te worden aangepast, o.a. met het oog op (1) de verankering van het flexibel leertraject buiten de topsportschool en (2) het aligneren van het onderwijsprogramma van de verschillende topsportscholen en het aanbieden van modulaire pakketten (e-learning); (3) Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal Sport Vlaanderen, in samenwerking met de Vlaamse topsportfederaties, expliciet een ontwikkelingslijn per weerhouden Olympische discipline vastleggen met criteria waaraan topsporters en topsporttalenten (jaarlijks) dienen te voldoen om door Sport Vlaanderen als topsporter geregistreerd te worden. Ook de 57

58 selectiecriteria voor instap in de topsportschool dienen afgestemd te zijn op deze ontwikkelingslijn(en); (4) De loopbaanbegeleiding voor (ex-)topsporters, een samenwerkingsverband tussen Sport Vlaanderen, VDAB en acht erkende loopbaanbegeleidingcentra, voorziet in de specifieke voorbereiding van topsporters specifiek op de na-topsportcarrière. Het volledige takenpakket Carrièrebegeleiding Topsport & Werk dient te worden uitgevoerd door 0,5 VTE, ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen. (5) VDAB en Sport Vlaanderen zullen vanaf 2017 voorzien in een trajectbegeleiding van geregistreerde topsporters tot professionele topsporter, mits voldaan wordt aan de instapcriteria van de tewerkstellingsprojecten van Sport Vlaanderen; (6) VDAB voorziet in een beroepsinlevingsovereenkomst (BIO) en een individuele beroepsopleiding (IBO), die ook voor topsporters in zeer specifieke situaties geschikt kunnen zijn voor het verwerven van beroepsgerichte competenties en/of het vinden van aansluiting op een carrière als professionele sporter of op een verdere sportieve opleiding; (7) De instapcriteria voor opname van elitesporters en beloftevolle jongeren in het Tewerkstellingsproject Topsport en het Topsportstudentenproject van Sport Vlaanderen werden in lijn gebracht met de doelstellingen van het Vlaams topsportbeleid ; (8) Voor de financiering van het UCI continental professional cycling team Topsport Vlaanderen Baloise wordt de jaarlijkse loon- en werkingskost geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen Topsportmanagement Historiek en stand van zaken Teneinde competente coördinatoren met relevante topsportervaring te kunnen aantrekken en/of te behouden, werd in 2013 een pilootproject Pool van High Performance Managers opgestart. Dit pilootproject was gericht op een verdere professionalisering van het topsportkader van de topsportfederaties in de focussporten (categorie 1), en voorzag in de aanstelling van 5 High Performance Managers vanaf 1/7/2013, 6 vanaf 2014, 7 in 2015 en 8 in De financiering van een High performance Manager verving de subsidiëring van de coördinator Topsport voor de betrokken topsportfederatie. De kredieten voor basissubsidies voor personeel t.a.v. de topsportfederaties voor de aanstelling van een coördinator Topsport in de focussporten bleven behouden en werden desgevallend aangevuld met werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen, tot een maximum financiering van euro per voltijds aangestelde High performance Manager. Voor drie topsportfederaties werd het loon (aan 90%) en de werkingskost van de High Performance Manager gefinancierd via het pilootproject, tot een maximumbedrag van euro per sporttak: Vlaamse Hockeyliga, Vlaamse Judofederatie en Vlaamse Volleybalbond Werking in de periode Actiepunt 4: Statuut en verloning topsportmanagement/kader De nodige initiatieven dienen genomen te worden inzake het afstemmen van de verloning van het topsportmanagement/kader van de topsportfederaties op de workload en de verantwoordelijkheid, teneinde de expertise van deze doelgroep te bewaren en verder uit te bouwen. De hoogste prioriteit dient uit te gaan naar de verdere professionalisering van de coördinatie/het management van de topsportfederaties die participeren in zowel prestatieprogramma s als ontwikkelingsprogramma s. 58

59 De subsidiëring van de functie van de technisch directeur Topsport is afhankelijk van een akkoord van Sport Vlaanderen, na advies van de Taskforce Topsport, over de geschiktheid van de kandidaat. Daarbij zal rekening gehouden worden met het functieprofiel, topsportervaring en pedagogische ervaring, elders verworven competenties en reeds eerder behaalde resultaten inzake Topsport. De technisch directeur Topsport vervult de rol van uniek aanspreekpunt in het uitvoeren van het beleidsplan Topsport en geniet operationele autonomie binnen de topsportfederatie inzake de uitvoering van het vooropgestelde topsportprogramma. De Technisch Directeur Topsport is voorzitter van de topsportcommissie, die minimaal de volgende bevoegdheden heeft inzake topsport: het opstellen en voorstellen van het vierjaarlijkse beleidsplan bij de raad van bestuur van de sportfederatie, en het uitvoeren, opvolgen en bijsturen van het topsportbeleid. De ontwikkelingsprogramma s (middellange en lange termijn) worden aangestuurd door de Technisch Directeur Topsport of door een program driver, in functie van de specifieke context aangesteld en/of erkend door de ondersteunende organisaties (federatie, overheid, BOIC, ), waarvoor hij/zij de rol van uniek aanspreekpunt vervult. De prestatieprogramma s (korte termijn) worden aangestuurd door de ad hoc aangestelde program driver, die beschikt over een verregaande autonomie inzake budget en outputdoelstellingen, en legt hiervoor verantwoording af aan de Technisch Directeur Topsport. De technisch directeur topsport kan eveneens de program driver zijn voor alle of sommige prestatie- en ontwikkelingsprogramma s. Per topsportfederatie dient een omkaderingsnorm voor het managementkader (Technisch Directeur Topsport en/of ad hoc program drivers ) vastgelegd te worden vanuit een holistische benadering ten aanzien van de outputdoelstellingen en noden inzake werking en omkadering van de prestatieen ontwikkelingsprogramma s. De omkaderingsnorm zal bij aanvang van de Olympiade worden bepaald, en jaarlijks geëvalueerd en/of bijgestuurd waar nodig. De omkaderingskost, verbonden aan de aanstelling van de ad hoc program drivers, dient gedragen te worden vanuit de programmakost per prestatie- of ontwikkelingsprogramma. Aan de functie van program driver zijn geen diplomavereisten gekoppeld. De aanstelling van het managementkader (Technisch Directeur Topsport en/of ad hoc program drivers ), bij voorkeur binnen de topsportfederatie, zal in de loop van de Olympiade geëvalueerd worden op basis van de eerder beschreven voorwaarden (in volgorde van prioriteit): (1) Aantonen dat voldoende autonomie werd gevrijwaard voor de aansturing van de topsportprogramma s, via een delegatie van bevoegdheden vanuit de Raad van Bestuur van de betrokken topsportfederatie; (2) Aantonen dat de doelstellingen op korte, middellange en lange termijn in Olympische medaille-events reeds behaald werden of nog haalbaar zijn; (3) Aantonen in welke mate en hoe effectief de topsporters, de topsporttrainers en de topsportprogramma s werden aangestuurd door het managementkader; (4) Aantonen dat de kwaliteit van het topsportbeleid van de federatie werd afgestemd op maat van de topsporters Budget (1) De loonkost van 1 VTE Technisch Directeur Topsport dient onderhandeld te worden door de topsportfederatie, en wordt gesubsidieerd vanuit de subsidies Topsport; (2) De gebeurlijke loon- en werkingskosten, verbonden aan de aanstelling van de ad hoc program drivers, dienen opgenomen te worden in de totale programmakost van de Olympische prestatie- en ontwikkelingsprogramma s. 59

60 Tabel 3: Begroting inzake de verloning van het topsportkader in Olympische disciplines Verloning topsportkader Technisch Directeurs Topsport Bron: subsidies Topsport Program Drivers Bron: werkingsmiddelen Topsport Onderdeel van Olympische ontwikkelingsprogramma s Onderdeel van Olympische prestatie- en ontwikkelingsprogramma s WAT IS NIEUW INZAKE STATUUT EN VERLONING TOPSPORTMANAGEMENT/KADER? (1) De subsidiëring van de functie van de technisch directeur Topsport is afhankelijk van een akkoord van Sport Vlaanderen, na advies van de Taskforce Topsport, over de geschiktheid van de kandidaat. Daarbij zal rekening gehouden worden met het functieprofiel, topsportervaring en pedagogische ervaring, elders verworven competenties en reeds eerder behaalde resultaten inzake Topsport. De technisch directeur Topsport vervult de rol van uniek aanspreekpunt in het uitvoeren van het beleidsplan Topsport en verwerft operationele autonomie ten aanzien van de topsportfederatie binnen het vooropgestelde topsportprogramma en het toegekende topsportbudget. De Technisch Directeur Topsport is voorzitter van de topsportcommissie, die minimaal de volgende bevoegdheden heeft inzake topsport: het opstellen en voorstellen van het vierjaarlijkse beleidsplan bij de raad van bestuur van de sportfederatie, en het uitvoeren, opvolgen en bijsturen van het topsportbeleid. (2) De prestatieprogramma s (korte termijn) dienen te worden aangestuurd door de ad hoc aangestelde program driver, die beschikt over een verregaande autonomie inzake budget en outputdoelstellingen, en legt hiervoor verantwoording af aan de Technisch Directeur Topsport. De technisch directeur topsport kan eveneens de program driver zijn voor alle of sommige prestatie- en ontwikkelingsprogramma s Topsporttrainer Historiek en stand van zaken Een voltijds vormingscoördinator Topsport werd in 2013 aangesteld in de afdeling Topsport van Sport Vlaanderen. Hij waakte enerzijds over de afstemming van het initieel vormingstraject binnen de Vlaamse Trainersschool en de universiteiten, via de betrokken denkcellen van de Vlaamse Trainersschool, waarbij prioriteit gegeven werd aan de focussporten. In samenwerking met de Vlaamse Trainersschool werd een visietekst uitgeschreven voor (ex)-topsporters die in een geïndividualiseerd opleidingsproject kunnen begeleid worden. De vormingscoördinator Topsport superviseerde anderzijds de permanente vorming van topsporttrainers. Vanaf 2014 werd een geïndividualiseerd vormingstraject uitgewerkt voor iedere in service topsporttrainer in een focussport (categorie 1). De coach the coach -begeleiding van de high potential coaches was hierin een prioriteit. Onder andere de professionele directeur sportkaderopleiding en/of de High Performance Manager of de coördinator topsport werden in dit proces betrokken. Bij aanvang van de Olympiade Rio ( ) werd een omkaderingsnorm (quotum van in service topsporttrainers) per sporttak vastgelegd, met een deelquotum per doelgroep/termijn, hoewel niet steeds strikt te scheiden. Dit quotum (106 VTE) werd omgezet in een subsidiëring/financiering in het kader van de diverse projecten, en bleef nagenoeg ongewijzigd tot het einde van de Olympiade: 60

61 Window of Opportunity Cat. 5 Vlaamse topsporttakkenlijst Categorie 3 Categorie 2 Categorie 1 Pool van Toptrainers (max euro voor 1 VTE), in hoofdzaak gericht naar de elitesporters/ korte termijn, met mogelijk een bijkomende opdracht t.a.v. beloftevolle jongeren/ middellange termijn; Pool van Beloftentrainers Topsport en project BeGold (max euro voor 1 VTE), in hoofdzaak gericht naar de beloftevolle jongeren/middellange termijn; Pool van Jeugdtrainers Topsport (max euro voor 1 VTE) en lesgevers topsportschool (volgens barema aan 90%), in hoofdzaak gericht naar de geïdentificeerde topsporttalenten/ lange termijn. Aantal VTE gefinancierde/gesubsidieerde topsporttrainers 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 Gymnastiek 2,0 2,0 2,0 6,5 Volleybal 1,8 1,3 1,0 3,0 5,0 Hockey 2,0 4,0 3,0 Zwemmen 1,5 3,0 3,7 Tennis 2,0 1,0 1,5 3,5 Atletiek 2,2 1,0 4,5 Wielrennen 1,5 2,0 1,0 1,7 Judo 2,0 0,5 0,5 1,5 1,5 Zeilen 1,0 1,8 Paardrijden 1,0 Voetbal 4,0 Basketbal 1,0 2,2 Snowboard 1,0 0,5 1,0 Kajak 1,0 1,0 Badminton 1,0 0,5 2,0 Tafeltennis 1,0 0,5 1,5 Schermen 0,5 0,5 2,0 Triatlon Roeien G-sport Taekwondo Shorttrack Boogschieten 1,5 0,5 0,5 3,0 0,5 1,0 0,8 2,0 1,0 Pool van Toptrainers Pool van Projecttrainers Be Gold-project Pool van Jeugdtrainers Topsport Topsportschool Figuur 16: Overzicht van de omkaderingsnorm per sporttak (in VTE) in de Olympiade Rio (situatie op 1/7/2016) Werking in de periode Actiepunt 5: Vorming van topsporttrainers De nodige initiatieven dienen genomen te worden inzake de vorming en bijscholing van de Vlaamse in service topsporttrainers, teneinde de expertise van deze doelgroep te bewaren en verder uit te bouwen. De hoogste prioriteit dient daarbij uit te gaan naar de in service topsporttrainers van de topsportfederaties die participeren in zowel prestatieprogramma s (korte termijn) als ontwikkelingsprogramma s (middellange en lange termijn). 61

62 De detectie van toekomstige topsporttrainers verloopt via een tweesporenbeleid: hetzij via een academische opleiding (Master Lichamelijke Opvoeding, afstudeervariante sporttraining), hetzij op basis van een sporttakspecifieke trainerservaring (na een sportspecifieke opleiding en/of via een VTSopleiding). Eenmaal de basisvorming van de topsporttrainer is gerealiseerd (minimaal niveau trainer A), vloeit het tweesporenbeleid samen in een permanente (zelf)vorming door de topsporttrainer. Initiële vorming van topsporttrainers Het vormingstraject binnen de Vlaamse Trainersschool Het vormingstraject van een (toekomstige topsport)trainer van initiator tot trainer A impliceert een gemiddelde opleidingsomvang van ruim 430u, verspreid over meerdere jaren, en vereist een belangrijke investering voor de betrokken trainer en de sporttakspecifieke VTS-denkcel. Het optimaliseren van de trainersopleidingen van de Vlaamse Trainersschool tot op het niveau trainer A dient gerealiseerd te worden voor alle topsportfederaties die participeren in zowel prestatieprogramma s (korte termijn) als ontwikkelingsprogramma s (middellange termijn). Dit moet een efficiënte inzet van de beschikbare middelen garanderen en een volwaardige opleiding tot topsporttrainer initiëren, met facultatief de mogelijkheid tot het volgen van een G-sportmodule of het begeleiden van G-topsporters als stageopdracht. Voor het professionaliseren van de sportkaderopleiding door de Vlaamse Trainersschool dient iedere (top)sportfederatie in te zetten op de aanstelling van een professionele, al dan niet voltijdse directeur sportkaderopleiding (PDSKO). Dit kan gebeuren door het aanwenden van subsidies, in het kader van het nieuwe decreet op de georganiseerde sportsector, die in belangrijke mate worden bepaald op basis van de output inzake opleiding en valorisatie van de sportkaderopleiding. De middelen van Sport Vlaanderen voor de financiering van PDSKO s voor een beperkt aantal focussporten ( ) worden hiertoe vanaf 2017 toegevoegd aan het decreet. In zoverre de topsportfederatie bereid is tot verdere professionalisering (o.a. via de uitbouw van een HR-beleid) en er een beschikbaar, geëngageerd potentieel tot aanstelling van een PDSKO is, dient de continuering van deze functie over een langere/onbepaalde periode te verlopen. Het aanleveren van good practices kan leiden tot het opstellen van een generiek functieprofiel en (niet-participerende) topsportfederaties ervan overtuigen om doelgericht op zoek te gaan naar het juiste profiel, waar mogelijk gefaciliteerd door de vormingscoördinator. Het vormingstraject binnen de universiteiten In de drie Vlaamse universiteiten met een opleiding tot Master in de Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen bestaat al meer dan 20 jaar de afstudeervariante sporttraining. Daarin kunnen studenten die beantwoorden aan de sporttakspecifieke instapvoorwaarden een opleidingstraject tot trainer A aanvatten. Met de verworven competenties kunnen de afgestudeerde studenten onder meer doorgroeien tot topsporttrainers. Vooral het op bijscholing en innovatie gericht, reflecterend omgaan met de sportwetenschappelijke vaardigheden is een meerwaarde voor Topsport. Om voldoende sporttakspecifiek te zijn, is het essentieel dat de academische vormingstrajecten tot trainer A in samenspraak met de sportfederaties gebeuren. Dit gebeurt via de VTS-denkcellen en dat geldt in het bijzonder voor de stagemodules. De afstemming van deze stagemodules is expliciet opgenomen in het takenpakket van de VTS-liaisons van de universiteiten. De topsportbegeleiding gebeurt door de topsporttrainer, bijgestaan door specialisten in sportwetenschappelijke facetten van de begeleiding: sportfysiologie, trainingsleer, voeding, bewegingsanalyse & biomechanica, medisch/paramedische begeleiding, sportpsychologie,... Het 62

63 vormingsaanbod voor die ondersteunende rollen situeert zich onder meer in de Vlaamse universiteiten in het studiegebied lichamelijke opvoeding-bewegingswetenschappen (afstudeerrichting sporttraining en -coaching) en in de revalidatiewetenschappen wat betreft paramedische begeleiding. De vormingscoördinator Topsport heeft, in samenspraak met de gangmaker Topsport en wetenschap, ook aandacht voor deze ondersteunende rollen. De Vlaamse universiteiten leveren een belangrijke wetenschappelijke input in de vorming en begeleiding van trainers. Door het aanbieden van krachtige leeromgevingen, als een model voor cognitive apprenticeship, verwerft de (topsport)trainer een ervaringsgerichte kennis in omstandigheden die zeer nauw aansluiten met de trainingsbegeleiding op het terrein. Op eenzelfde wijze kan het lopen van stage bij een toptrainer een bijzondere meerwaarde opleveren in het vormingstraject van een toekomstig toptrainer. Permanente vorming van in service topsporttrainers o.l.v. de vormingscoördinator Topsport Slechts een marginaal percentage van de ruim gediplomeerde VTS-trainers A is momenteel actief in het topsportbeleid van een federatie. Gezien het beperkte aantal topsporttrainers is het weinig zinvol om voor deze doelgroep generieke maatregelen binnen de Vlaamse Trainersschool te nemen. Bovendien vergt de intensieve begeleiding van jonge, toekomstige topsporters (8 tot 23 jaar) een specifieke, bijkomende kennis inzake sociale vaardigheden, fysieke/emotionele belastbaarheid en multi/interdisciplinaire omkadering, die niet of nauwelijks aan bod komt in de VTS-opleidingen trainer A. De deskundigheid van de Trainer A dient daarom aangevuld te worden met competenties inzake specifieke aspecten van trainingsbegeleiding bij toekomstige topsporters. Om die reden wordt de aanstelling van de vormingscoördinator Topsport in de afdeling Topsport van Sport Vlaanderen voortgezet. Deze persoon zorgt, in samenspraak met de topsportfederatie, per topsporttrainer voor de uitwerking en opvolging van een geïndividualiseerd topsportspecifiek vormingstraject van internationaal niveau. Hij/zij gaat op zoek naar een optimale afstemming van de vormingsnoden van de topsporttrainer (via een intakegesprek in functie van het uitstippelen van een vormingstraject, en via een permanente opvolging van de topsporttrainer) op het kennis- en vormingsaanbod van de topsportfederatie (via een regelmatige evaluatie van het HR-beleid). Voor iedere in service topsporttrainer, die opgenomen wordt in een prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma, dient een persoonlijk vormingstraject uitgetekend te worden, waarbij per sporttak en per type topsporttrainer een ontwikkelingsprofiel wordt opgesteld. In iedere fase van het vormingstraject wordt de nadruk gelegd op de inter- en intrapersoonlijke competenties, de prestatiefocus en/of de professionele competenties. Het persoonlijk vormingstraject van elke topsporttrainer in een prestatieprogramma of ontwikkelingsprogramma dient opgenomen te worden in de (al dan niet) jaarlijkse subsidieaanvraag. Ook het topsportkader van een topsportfederatie (technisch directeur Topsport, program driver, ) heeft baat bij een dergelijk geïndividualiseerd vormingstraject, in eerste instantie via het HR-beleid van de federatie, al dan niet in samenwerking met de vormingscoördinator Topsport. Alle vormingsinitiatieven voor de in service topsporttrainers en topsportverantwoordelijken dienen vanuit een centrale opleidingsvisie gecoördineerd te worden door de vormingscoördinator Topsport van Sport Vlaanderen, in nauwe samenwerking met de Vlaamse Trainersschool en waar mogelijk in maximale synergie met andere ondersteunende partners (BOIC, VSF, ). Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de detectie en de ontwikkeling van topsporttrainers (Jeugdtrainers Topsport), de vervolmaking van toekomstige in service topsporttrainers (High Potentials) en het inspireren van in service toptrainers (Topcoaches). 63

64 In de mate van het mogelijke dienen de verschillende topsporttrainers per sporttak gecentraliseerd te worden in één trainingsinfrastructuur Topsport, opdat kruisbestuiving mogelijk is. De embedded scientist en/of sportwetenschappelijke expert dient een faciliterende rol op te nemen bij het delen en verankeren van de sportwetenschappelijke kennis en ervaring. Detectie en ontwikkeling van topsporttrainers (Jeugdtrainers Topsport) De topsportfederatie is te allen tijde verantwoordelijk voor de detectie en selectie van geschikte (top)sporttrainers met (waar mogelijk) een sporttechnische kwalificatie trainer A in de betrokken sporttak. De detectie kan verlopen via de inrichting van een jobbeurs (jaarlijkse verbindingsdag tussen de studenten en de betrokkenen in de topsportwerking van de federatie), door zelf contacten te leggen met de opleidingsverantwoordelijke(n) van de onderwijsinstelling, of door een regelmatige screening uit te voeren van de sporttakgebonden clubtrainers. Sportfederaties dienen zoveel als mogelijk gehonoreerd te worden voor de inrichting van een VTS-cursus trainer A en/of de opleiding van (ex-)topsporters naar trainer A via een alternatief vormingstraject. De ontwikkeling van de Jeugdtrainers Topsport is voornamelijk gericht naar de uitbouw van professionele kennis, waarbij meer aandacht dient besteed te worden aan de ontwikkeling van interen intrapersoonlijke competenties en prestatiefocus. De topsporttrainer zal (nog) meer competenties kunnen ontwikkelen door (1) het koppelen van mentorship aan het individuele vormingstraject en (2) het bevorderen van de instap in een meerjarige opleiding, aansluitend op de VTS-cursus trainer A. Een aanvullende module Jeugdtrainer Topsport dient opnieuw ingericht te worden, lopend over een periode van 3 jaren en inspelend op de individuele vormingsnoden van de Jeugdtrainers Topsport. Deze aanvullende module dient compatibel te zijn met het fulltime in service gegeven, en het persoonlijk ontwikkelingsprofiel dient centraal te staan. Vervolmaking van toekomstige in service topsporttrainers (High Potentials) Uitsluitend in service topsporttrainers die een volwaardig engagement tonen in de begeleiding van topsporters en waarvan de betrokken federatie een afdoende HR-beleid voert (o.a. via duidelijke communicatie inzake vormingsinitiatieven), zullen door Sport Vlaanderen, op advies van de Taskforce Topsport, erkend worden als High Potential. De High Potential dient net als de technisch directeur Topsport en/of program driver, de mentor en de PDSKO de mogelijkheid te krijgen om in te stappen in een High Potential programma, op voorwaarde dat hij/zij het nodige engagement toont door te participeren in reeds bestaande vormingsinitiatieven (aanvullende module Jeugdtrainer Topsport, VTS-bijscholingen, Vlaams Coachesplatform, ). Het High Potential programma zal bestaan uit 10 vormingsmomenten gespreid over 3 jaren, op basis van de opleidingsvisie tot top(sport)coach, onder leiding van de mentor en de vormingscoördinator Topsport. Inspireren van in service toptrainers (Topcoaches) Ook topcoaches, opgenomen in de Pool van Toptrainers, kunnen blijven groeien als toptrainer via opname in maatwerkprogramma's gericht op de topsportpraktijk, persoonlijke ontwikkeling en op kennis en vaardigheden. Het Topcoachesprogramma zal voorzien in netwerkmomenten, waar mogelijk in synergie met het Olympisch Coachesplatform, met als doel om topcoaches (elkaar) te inspireren. 64

65 Andere vormingsinitiatieven Uitsluitend geëngageerde in service topsporttrainers die een uitgesproken ambitie tonen en opgenomen worden in een prestatie- of ontwikkelingsprogramma, zullen worden uitgenodigd voor deelname aan diverse vormingsinitiatieven (in volgorde van prioriteit): (1) Lerende Gemeenschappen: viermaal per jaar (waarvan 1x formeel), voor alle in service topsporttrainers, technische directeurs Topsport, program drivers en PDSKO s, met intervisiemomenten rond specifieke thema s inzake Topsport, o.l.v. een facilitator; (2) Vlaams Coachesplatform: tweemaal per jaar, waar coaches voor coaches gekoppeld wordt aan een specifiek thema inzake Topsport, met ruimte voor intervisiemomenten; (3) Congres voor topsporttrainers: jaarlijks, met topsprekers en intervisiemomenten tussen alle in service topsporttrainers en de topcoaches; (4) Top 8 : tweemaal per jaar voor alle in service topsporttrainers in een Olympische cyclus, waarbij 4 topcoaches worden verenigd met 4 toppers uit andere disciplines. Waar mogelijk verloopt dit vormingsinitiatief in maximale synergie met het Olympisch Coachesplatform (BOIC). Topsporttrainers die uit passie en interesse een eigen vormingstraject zoeken ( unmediated learning ), dienen hierin formeel gevaloriseerd te worden, bv. via EVC-procedure, toekennen van credits,... De vormingscoördinator Topsport zal voorzien in een vormingsactiviteitenkalender per doelgroep over een volledige Olympiade, gekoppeld aan een vormingsbudget. Tweemaal per jaar rapporteert hij/zij aan de Taskforce Topsport inzake het initieel vormingstraject en de permanente vorming van de in service topsporttrainers, opgenomen in een prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma. Voorts informeert hij/zij jaarlijks een stand van zaken aan de Stuurgroep van de Vlaamse Trainersschool. De globale werking alsook de werking per sporttak zal waar nodig ad hoc bijgestuurd worden door Sport Vlaanderen, na advies van de Taskforce Topsport Actiepunt 6: Topsporttrainers in Olympische prestatieprogramma s De kwaliteit van de dagelijkse trainingstechnische begeleiding van Vlaamse topsporters is de grootste prioriteit in het Vlaams topsportbeleid. Topsporttrainers dienen per sporttak evenwel aangesteld en gefinancierd te worden vanuit een holistische benadering. De nood aan topsporttrainers dient per sporttak voor de Olympiade vastgelegd te worden in het vierjaarlijks beleidsplan Topsport van de desbetreffende topsportfederatie. Toekenning van financiering van topsporttrainers door de Vlaamse overheid zal gekoppeld worden aan de strategische prioriteiten van het topsportbeleid en de gedetecteerde noden per sporttak. Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal een programmakost en omkaderingsnorm per Olympisch prestatieprogramma vastgelegd worden. De topsporttrainers die gefinancierd worden binnen de Olympische prestatieprogramma s, worden opgenomen in de Pool van Toptrainers, die zich in hoofdzaak richt naar de voorgedragen elitesporters, met waar mogelijk een bijkomende opdracht tot kennisoverdracht t.a.v. de in service topsporttrainers. Het contract met een toptrainer, zoals afgesloten tussen de topsportfederatie en de betrokken trainer, kan pas gefinancierd worden na goedkeuring van het prestatieprogramma door de Taskforce Topsport. Het betreft een financiering van bepaalde duur, waarvan de einddatum is afgestemd op de finale doelstelling van het prestatieprogramma, met minimaal een tussentijdse evaluatie (en de daaraan gekoppelde mogelijkheid tot verbreking) op basis van de werking en het behalen van de 65

66 tussentijdse doelstellingen. De overeenkomsten kunnen niet eenzijdig door de opdrachtgever (in casu de topsportfederatie) verbroken worden, zonder voorafgaandelijk overleg met en akkoord van Sport Vlaanderen. Uitsluitend expertise van hoog internationaal niveau (uit binnen- of buitenland) zal gefinancierd worden in het kader van de Pool van Toptrainers. De resultaatsverbintenis in de contracten dient te beantwoorden aan de finaliteit van het prestatieprogramma, met minimaal het behalen van finaleplaatsen of medailles op Olympische Spelen en/of wereldkampioenschappen en/of Europese Kampioenschappen in Olympische disciplines of het behalen van medailles op Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen en/of Europese Kampioenschappen in Paralympische disciplines. De loonkost van 1 VTE toptrainer in het Olympisch prestatieprogramma wordt onderhandeld door de topsportfederatie. De financiering wordt door de Taskforce Topsport ad hoc bepaald op basis van (1) competentie, workload, beschikbaarheid en takenpakket van de toptrainer en (2) de ingediende begroting inclusief de dagelijkse werkingskosten van de toptrainer (binnenlandse verblijfskosten en verplaatsingen, communicatiekosten, ). De verplaatsings- en verblijfskosten met betrekking tot buitenlandse stages en internationale wedstrijden kunnen worden gedekt via specifieke ad hoc financieringen van het desbetreffende prestatieprogramma Actiepunt 7: Topsporttrainers in Olympische ontwikkelingsprogramma s Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal een programmakost en omkaderingsnorm per Olympisch ontwikkelingsprogramma vastgelegd worden. De topsporttrainers die gesubsidieerd worden binnen de Olympische ontwikkelingsprogramma s, worden opgenomen in de Pool van Beloftentrainers Topsport, die zich in hoofdzaak richt naar de voorgedragen beloftevolle jongeren in de transitieperiode naar elitesporter, of in de Pool van Jeugdtrainers Topsport, die zich in hoofdzaak richt naar de talentdetectie en -ontwikkeling van jonge topsporttalenten in en buiten de topsportschool. Er wordt geen afzonderlijke topsportsubsidie meer voorzien voor de participatie in een topsportschool. Het contract dient afgesloten te worden tussen de topsportfederatie en de betrokken topsporttrainer, na goedkeuring van het ontwikkelingsprogramma door de Taskforce Topsport. De loonkost van 1 VTE Beloftentrainer Topsport en/of Jeugdtrainer Topsport in een Olympisch ontwikkelingsprogramma wordt gesubsidieerd volgens barema (aan 90%). Het betreft een ondersteuning van bepaalde duur, met een jaarlijkse evaluatie van het uitgevoerde programma en de progressie die de opgenomen topsporters en topsporttalenten hebben gemaakt. Na beraadslaging door de Taskforce Topsport wordt de financiering jaarlijks al dan niet bestendigd en wordt het programma desgevallend bijgestuurd. Aangezien het een werking betreft met beoogd effect op middellange en lange termijn, neemt de evaluatie van het proces een belangrijke plaats in, naast de evaluatie van de behaalde progressie/resultaten (lange termijnprojecten = hoger foutenrisico). De overeenkomsten kunnen niet eenzijdig door de opdrachtgever (in casu de topsportfederatie) verbroken worden, zonder voorafgaandelijk overleg met en akkoord van Sport Vlaanderen. De dagelijkse werkingskosten (verblijf- en verplaatsingskosten, communicatiekosten, ) van de Beloftentrainers Topsport en Jeugdtrainers Topsport kunnen worden gedekt via de subsidiëring van de programmakost van het desbetreffende ontwikkelingsprogramma (zie verder). 66

67 Budget ) Voor de aanstelling in niveau A van een voltijds vormingscoördinator Topsport is een budget nodig van euro per jaar, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; 2) Voor het detecteren, ontwikkelen, vervolmaken en inspireren van in service topsporttrainers is een vormingskrediet nodig van euro, gespreid over de Olympiade Tokyo ( ), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; 3) De diverse vormingsinitiatieven voor geëngageerde in service topsporttrainers (Lerende Gemeenschappen, Vlaams Coachesplatform, Congres voor topsporttrainers en Top 8) worden geraamd op euro per jaar, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; 4) De financiering van de loonkost en de dagelijkse werkingskosten van de Toptrainers wordt geraamd op euro per jaar (25 VTE x euro), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; 5) De financiering van de loonkost (aan 90%) van de Beloftentrainers Topsport wordt geraamd op euro per jaar (15 VTE x euro), die een onderdeel zijn van de subsidies voor de Olympische ontwikkelingsprogramma s; 6) De financiering van de loonkost (aan 90%) van de Jeugdtrainers Topsport wordt geraamd op euro per jaar (65 VTE x euro), die een onderdeel zijn van de subsidies voor de Olympische ontwikkelingsprogramma s. Tabel 4: Begroting inzake de vorming en tewerkstelling van topsporttrainers in Olympische disciplines Vorming en tewerkstelling topsporttrainers Vormingscoördinator Topsport Bron: werkingsmiddelen Topsport Individuele vormingstrajecten Bron: werkingsmiddelen Topsport Andere vormingsinitiatieven Bron: werkingsmiddelen Topsport Pool van Toptrainers (25 VTE) Bron: werkingsmiddelen Topsport Pool van Beloftentrainers Topsport (15 VTE) Bron: subsidies Topsport Pool van Jeugdtrainers Topsport (65 VTE) Bron: Subsidies Topsport Totaal WAT IS NIEUW INZAKE VORMING EN TEWERKSTELLING VAN TOPSPORTTRAINERS? (1) Voor iedere in service topsporttrainer, die opgenomen wordt in een prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma, dient een persoonlijk vormingstraject uitgetekend te worden, gecoördineerd vanuit een centrale opleidingsvisie, waarbij per sporttak en per type topsporttrainer een ontwikkelingsprofiel wordt opgesteld; (2) Specifieke vormingsinitiatieven worden aangeboden voor de detectie en ontwikkeling van topsporttrainers (Jeugdtrainers Topsport), de vervolmaking van toekomstige in service topsporttrainers (High Potentials) en het inspireren van in service toptrainers (Topcoaches); (3) Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal een programmakost en omkaderingsnorm per Olympisch prestatieprogramma vastgelegd worden. De topsporttrainers die gefinancierd worden binnen de Olympische prestatieprogramma s, worden opgenomen in de Pool van 67

68 Toptrainers, die zich in hoofdzaak richt naar de voorgedragen elitesporters, met waar mogelijk een bijkomende opdracht tot kennisoverdracht t.a.v. de in service topsporttrainers; (4) Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal een programmakost en omkaderingsnorm per Olympisch ontwikkelingsprogramma vastgelegd worden. De topsporttrainers die gesubsidieerd worden binnen de Olympische ontwikkelingsprogramma s, worden opgenomen in de Pool van Beloftentrainers Topsport, die zich in hoofdzaak richt naar de voorgedragen beloftevolle jongeren in de transitieperiode naar elitesporter, of in de Pool van Jeugdtrainers Topsport, die zich in hoofdzaak richt naar de talentdetectie en -ontwikkeling van jonge topsporttalenten in en buiten de topsportschool. Er wordt geen afzonderlijke topsportsubsidie meer voorzien voor de participatie in een topsportschool Sportwetenschappelijke omkadering Historiek en stand van zaken In het kader van de beleidsmatige aansturing van de wetenschappelijke topsportbegeleiding werden zeven sportwetenschappelijke begeleidingsdomeinen gedefinieerd. Voor elk van deze domeinen, namelijk medisch/paramedische begeleiding, sportpsychologische begeleiding, coaching, sporttechnologie en innovatie, sportbiomechanica en bewegingsanalyse, kracht- en houdingstraining en sportfysiologische en voedingsbegeleiding, werd een domeinexpert aangesteld voor de volledige Olympiade Rio ( ). De coördinerende experts superviseerden de domeinspecifieke werking in de topsportfederaties en verspreidden kennis onder de embedded scientists en de in service topsporttrainers. Voornamelijk binnen de focussporten werden embedded scientists aangesteld om voorbereidend werk uit te voeren op het terrein, om de coördinerende domeinexperts te contacteren en te engageren, om interdisciplinair overleg te bewerkstelligen en om trainers bij te staan in het toepassen van de wetenschappelijke begeleiding in de praktijk. Via de Elektronische Leeromgeving (ELO) werden factsheets en presentaties ter beschikking gesteld aan alle in service topsporttrainers, topsportverantwoordelijken, embedded scientists, Daarnaast verenigde de coördinerende expert de vakexperts in een overlegplatform en werd een Colloquium Topsport en Wetenschap georganiseerd, in samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Kinesiologie. Voor de specifieke sportwetenschappelijke medisch-paramedische (SWMP) projecten topsport werd een jaarlijkse financiering van ca euro toegekend aan twintig Vlaamse topsportfederaties, op basis van maximumbedrag per categorie van de Vlaamse topsporttakkenlijst ten laste van werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen: euro voor de focussporten, euro per sporttak in categorie 2 en euro per sporttak in categorie 3. Alle sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten werden gecoördineerd door de gangmaker Topsport en Wetenschap in de afdeling Topsport van Sport Vlaanderen. Naast het optimaal begeleiden van de topsporttrainers en de topsporters, werd eveneens geïnvesteerd in het genereren van nieuwe kennis en expertise door middel van sportwetenschappelijke onderzoeksprojecten. Het voeren van relevant wetenschappelijk onderzoek naar topsportgerelateerde onderwerpen werd gestuurd via het mechanisme van Vlaamse leerstoelen Topsport aan de Vlaamse universiteiten. Hierdoor verkregen deze instellingen meer middelen en verantwoordelijkheden met betrekking tot kennisontwikkeling in functie van Topsport. De Vlaamse leerstoel Topsport had tot doel een aantrekkings- en groeipool te zijn voor een vernieuwende topsportrelevante onderzoekslijn. Dit diende uit te monden in het vergroten en 68

69 bestendigen van relevante topsportwetenschappelijke kennis. In de Olympiade Rio ( ) werden vier onderzoeksprojecten gefinancierd, met als doel om zowel op korte als op lange termijn een meerwaarde te betekenen voor het Vlaamse topsportbeleid. Van de onderzoekers werd verwacht om nauw samen te werken met de topsporters, trainers en begeleiders en de topsportfederaties. Sport Vlaanderen bewaakte de uitvoering van de onderzoeksprojecten en de beoogde toepassing ervan in de dagelijkse topsportpraktijk Werking in de periode Actiepunt 8: Topsport & Wetenschap De sportwetenschappelijke begeleidings- en onderzoeksprojecten inzake topsport doelen enerzijds op het bijstaan van de topsporttrainer op basis van reeds bestaande knowhow, en anderzijds op het vergroten van nieuwe topsportgerelateerde expertise, steeds in functie van het leveren van topsportprestaties. De sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten dienen hoofdzakelijk gericht te zijn op de optimale omkadering van topsporters in de prestatie- en ontwikkelingsprogramma s met de grootste prioriteit, waar mogelijk met toepassing op Paralympische G-topsporters. De sportwetenschappelijke ondersteuning dient a priori vraaggestuurd te verlopen, waar mogelijk ad hoc in de prestatieprogramma s en waar nodig generiek in de ontwikkelingsprogramma s. Voor alle actoren binnen het prestatieprogramma geldt een hoge mate van verantwoordelijkheid inzake het uitvoeren van het programma en het bereiken van de beoogde progressie/resultaten. Verantwoordelijkheid dient te worden vertaald naar doelstellingen en resultaatsobjectieven in de overeenkomsten met de program driver, de trainingstechnische staf en de topsporter(s) zelf, alsook met de sportwetenschappelijke omkadering. Vooreerst dient de topsporter de nodige individueel afgestemde begeleiding te krijgen. Deze begeleiding is een onderdeel van het programma van de topsporter, en dient opgenomen te worden in het voorgestelde programma van de topsporter. Daarnaast dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen sportwetenschappelijke begeleiding en sportwetenschappelijk onderzoek ten behoeve van Topsport. De sportwetenschappelijke begeleiding verwijst naar het ontsluiten, communiceren en gebruiken van bestaande kennis, expertise en innovaties teneinde de begeleiding en de omkadering van topsporters en/of teams te optimaliseren door het inzetten van experts en bestaande knowhow. Het sportwetenschappelijk onderzoek verwijst naar het genereren van nieuwe kennis, expertise en technologie via topsportgerelateerde onderzoeksprojecten. Ondersteuning, opvolging en bijsturing van sportwetenschappelijke begeleiding De samenwerking tussen verschillende actoren op het terrein dient verder te worden gestimuleerd, de expertise te worden geoptimaliseerd en de transfer van wetenschappelijke kennis naar de werking in het veld te worden verbeterd. Binnen de sportwetenschappelijke begeleiding blijft het aanbod groeien, maar tegelijk ook versnipperen. Om bovenstaande doelstellingen te bereiken, dient de totaliteit van de sportwetenschappelijke begeleiding via gezamenlijke initiatieven met alle actoren (topsportfederaties, universiteiten en bedrijven) binnen de topsportwerking beter te worden aangestuurd en opgevolgd. 69

70 Team Topsport en Wetenschap De ondersteuning van de wetenschappelijke begeleiding inzake Topsport zal integraal gecoördineerd worden door het team Topsport en Wetenschap, verankerd binnen Sport Vlaanderen en aangestuurd door de gangmaker Topsport en Wetenschap. Rond de gangmaker wordt een team met twee sportwetenschappelijke experts in de sport gecreëerd. Bij de rekrutering van deze experts zal gestreefd worden naar een complementariteit inzake wetenschappelijke achtergrond, teneinde de gangmaker zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen in alle opdrachten. De gangmaker Topsport en Wetenschap zal deelnemen aan de Taskforce Topsport voor de sportwetenschappelijke dossiers. Het team Topsport en Wetenschap zorgt voor een betere afstemming van de topsportprogramma s en de wetenschappelijke omkadering, onder andere via het opnemen van een meer faciliterende en leidinggevende rol in de regelmatige contacten met experts, de universiteiten, de bedrijfswereld, de embedded scientists van de respectieve topsportfederaties en de beleidsverantwoordelijken. Daarvoor zal een permanent overlegorgaan met de verschillende actoren in het leven geroepen worden om de verschillende vragen en noden van de topsportfederaties te bespreken en dossiers voor te bereiden via een overlegorgaan Topsport en Wetenschap, voorgezeten door de gangmaker Topsport en Wetenschap. Binnen dit orgaan kunnen experts ingeschakeld worden, die oplossingen kunnen bieden aan vooraf bepaalde noden. Daarnaast zal het team Topsport en Wetenschap contacten leggen en onderhouden met experts binnen kennisinstellingen en bedrijven en zal ze experts per kennisdomein jaarlijks samenbrengen, teneinde steeds een vlotte afhandeling van vragen te kunnen bewerkstelligen. Indien vragen uitmonden in het opzetten van een grootschalig (onderzoeks)project zal het team Topsport en Wetenschap kennisinstellingen ondersteunen bij het uitschrijven van projectaanvragen en het zoeken naar financiering. Het team Topsport en Wetenschap beoogt een optimale disseminatie van de wetenschappelijke kennis via periodieke intervisie- en netwerkmomenten met alle belanghebbenden en via informatie-uitwisseling. Figuur 17: Organogram van de sportwetenschappelijke omkadering in de periode

71 Het team Topsport en Wetenschap zal bovendien voorzien in de planning en coördinatie van alle sportwetenschappelijke vormingsinitiatieven en netwerkmomenten, in nauwe samenwerking met de vormingscoördinator Topsport en de andere ondersteunende partners (o.a. BOIC, universiteiten, ), die opgenomen worden in een vormingsactiviteitenkalender per doelgroep en per kennisdomein over een volledige Olympiade. Het is noodzakelijk dat het team Topsport en Wetenschap daarvoor toegang verkrijgt tot de wetenschappelijke literatuur van de kennisinstellingen. Voor de beoordeling, toekenning en financiering van sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten werden objectiveerbare criteria vooropgesteld: (1) Relevantie inzake Topsport: de beoogde doelgroep (prioriteitsniveau prestatie- en/of ontwikkelingsniveau, omvang, sporttak of groep van sporten), de praktische toepassingen op het veld en het te verwachten effect op de prestaties; (2) Niveau van het programma en de uitvoerders: de inzet van up-to-date experts met voldoende kennis van de doelgroep/sporttak; (3) Consolidering van de verworven kennis/expertise voor de Vlaamse topsporters op middellange en lange termijn: het voorzien van maatregelen, noodzakelijk om experts op middellange en lange termijn te kunnen behouden ten behoeve van de Vlaamse topsportwerking; (4) Haalbaarheid inzake timing en budget: timing (duur en moment waarop de aanpak zal renderen) en betaalbaarheid (in vergelijking met andere prioriteiten); (5) Innoverend karakter: het creëren van nieuwe toepassingen met bestaande expertise of naar de integratie in een (bestaande) interdisciplinaire werking. Embedded scientists in de topsportfederaties De toepassing van wetenschappelijke kennis in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s kan gebeuren door de inzet van wetenschappelijk opgeleide experts in het veld, de zogenaamde embedded scientists. Deze personen brengen, op basis van voorbereidend werk op het terrein, inhoudelijke vragen aan in het overlegorgaan Topsport en Wetenschap. De embedded scientist is dus niet noodzakelijk een expert in één welbepaald domein, maar kan op basis van zijn/haar grondige kennis van de sport gerichte vragen stellen om ondersteuning, met als doel om daadwerkelijk en snel een oplossing vanuit een expertisedomein te kunnen vinden. Aansluitend kunnen, in samenwerking met het team Topsport en Wetenschap en na goedkeuring door de Taskforce Topsport, experts gezocht worden om antwoord te bieden op specifieke vragen. Daarnaast sturen de embedded scientists in nauw overleg met de technisch directeur Topsport, de program driver en/of de headcoach de geïntegreerde wetenschappelijke benadering binnen de topsportfederatie. Ze zijn daarbij verantwoordelijk voor interdisciplinair overleg en staan de in service topsporttrainers bij in het dagelijks toepassen van de sportwetenschappelijke begeleiding. Zij voeren een belangrijke liaisonfunctie uit, o.a. als katalysator in de informatie-uitwisseling van sportwetenschappelijke expertise. Het welslagen van de liaisonfunctie is onlosmakelijk verbonden aan de zoektocht naar geschikte en geëngageerde kandidaten. De kandidaat dient een grondig inzicht te hebben in de betrokken sporttak en voldoende expertise te hebben verworven in Topsport en sportwetenschappelijke begeleiding in de praktijk. De topsportfederatie (in hoofde van de technisch directeur Topsport) stelt een kandidaat voor, de Taskforce Topsport dient finaal te evalueren of de kandidaat al dan niet geschikt is voor de opdracht van embedded scientist. De invulling van de functie van embedded scientist dient te gebeuren door de topsportfederatie, met minstens het akkoord van de headcoaches en/of de Technisch Directeur Topsport/ program drivers, als voorwaarde voor een sportwetenschappelijke ondersteuning door Sport Vlaanderen in 71

72 de prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma s. De loonkost van de embedded scientist, evenals de werkingskost voor de interdisciplinaire werking, moeten opgenomen worden in de totale programmakost die voor topsportfinanciering in aanmerking komt. Inzetten van sportwetenschappelijke experts Embedded scientists dienen de noden van de prestatie- en ontwikkelingsprogramma s via periodiek overleg voor te leggen aan het overlegorgaan Topsport en Wetenschap. Zij dienen aansluitend en in samenwerking met het team Topsport en Wetenschap op zoek te gaan naar de meest geschikte expert die kan inspelen op de behoeften in de prestatie- en ontwikkelingsprogramma s. De aangetrokken experts verbinden zich hierbij ook om informatie door te geven naar het werkveld. Op permanente basis is er contact met enerzijds de in service topsporttrainers en anderzijds het team Topsport en Wetenschap. De expert (komende vanuit een kennisinstelling, bedrijf, ) kan ingezet worden via een financiering ten behoeve van het prestatie- of ontwikkelingsprogramma, of via de vrijstelling voor academische verplichtingen van sportwetenschappelijke onderzoeksexperts aan de universitaire kenniscentra ten behoeve van Topsport (zie verder Sportwetenschappelijk onderzoek ), of via het aanwenden van expertise vanuit de bedrijfswereld. Locatie van sportwetenschappelijke begeleiding HOTSPO(R)TS De dagelijkse integrale sportwetenschappelijke begeleiding van topsporters rendeert optimaal indien ze kan plaatsvinden in de onmiddellijke nabijheid van de trainingslocatie. Hierbij wordt een grote nood vastgesteld aan centralisatie van de trainingsinfrastructuur Topsport, zowel sporttakspecifiek (één-campus-model per sporttak) als sporttakoverschrijdend (verdere uitbouw van 3 volwaardige topsporttrainingscentra in Vlaanderen). Om een dagelijkse en kwaliteitsvolle topsportwetenschappelijke begeleiding in de drie topsporttrainingscentra (Gent-Antwerpen-Leuven) te voeren, zijn de financiële middelen ontoereikend. Echter zal het team Topsport en Wetenschap op wekelijkse basis aanwezig zijn in elk van de drie trainingslocaties. Op deze manier zal er een veel nauwer contact ontstaan met de embedded scientists en zullen vragen sneller doorgang vinden. De fysieke locatie dient een aantrekkingsoord te zijn om sportwetenschappelijk overleg te plegen, zowel met embedded scientists als met experts van kennisinstellingen en bedrijven. Bepaalde specifieke tests en begeleiding met een lagere frequentie (bvb. enkele malen per jaar) kan plaatsvinden in diverse expertisecentra in en buiten Vlaanderen. Sportwetenschappelijk onderzoek Naast het optimaal begeleiden van de topsporttrainers en de topsporters, dient ook geïnvesteerd te worden in het genereren van nieuwe kennis/technologie en expertise door middel van sportwetenschappelijke onderzoeksprojecten. Deze onderzoeksprojecten dienen vernieuwend te zijn naar de toekomst, maar moeten tegelijkertijd (in ondergeschikte orde) een directe praktische meerwaarde betekenen voor de prestatieprogramma s of ontwikkelingsprogramma s. Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen kortdurende onderzoeksprojecten, komende vanuit noden voorgedragen door de embedded scientist en waarop experts geen direct antwoord kunnen formuleren, en langdurige grootschalige onderzoeksprojecten. 72

73 Het voeren van relevant kortdurend sportwetenschappelijk onderzoek naar topsportgerelateerde onderwerpen zal gestuurd worden via het financieringsmechanisme van sportwetenschappelijke onderzoeksexperts aan de kennisinstellingen (bvb. via deeltijdse detachering) om vrijstelling van een aantal academische verplichtingen te verkrijgen. Hierdoor worden professoren/ onderzoekers van de kennisinstellingen gemotiveerd om zich te engageren voor Topsport en krijgen de kenniscentra meer middelen en verantwoordelijkheden, op voorwaarde dat deze worden (her)ingezet in het desbetreffende onderzoeksdomein. Dit financieringsmechanisme kan ook opengetrokken worden naar andere sportwetenschappelijke experts (die niet gekoppeld zijn aan een kennisinstelling) en/of de bedrijfswereld. Op basis van deze financiering ( principe van buy-in ) kunnen deze experts ook ingezet worden om specifieke noden te beantwoorden met reeds bestaande kennis. Daarnaast dient ook de mogelijke instap in grootschalige Europese onderzoeksprojecten overwogen te worden. Sport Vlaanderen zou hierbij als partner/cofinancierder kunnen optreden (maximaal 10% van de beschikbare middelen van Sport Vlaanderen voor Topsport en Wetenschap). Tenslotte dienen de mogelijkheden voor samenwerking met het kabinet Innovatie verder uitgediept te worden. De onderzoeksprojecten dienen inhoudelijk minstens te beantwoorden aan volgende criteria: (1) Relevantie: de beoogde doelgroep (prioriteitsniveau prestatie- en/of ontwikkelingsniveau, omvang, sporttak of groep van sporten), de praktische toepassingen op het veld en het te verwachten effect op de prestaties; (2) Innoverend karakter verwijst naar het genereren van nieuwe kennis en de te verwachten meerwaarde ten opzichte van bestaande kennis/expertise; (3) Niveau van het project en de uitvoerders: het bewezen wetenschappelijk niveau van de onderzoekers en het wetenschappelijk niveau van het ingediende project; (4) Haalbaarheid: timing (duur van het project) en betaalbaarheid (in vergelijking met andere prioriteiten). Een eigen inbreng (materieel, personeel of financieel) van de onderzoeksinstelling in het project is vereist; (5) Consolidering: het beschikbaar houden van de opgebouwde (en gefinancierde) expertise en kennis via maatregelen inzake eigendomrecht en/of gebruiksrecht ten behoeve van de Vlaamse topsporters op middellange en lange termijn Budget (1) De loonkost van de gangmaker Topsport en wetenschap (1,00 VTE) is ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen; (2) De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van twee sportwetenschappelijke experts wordt geraamd op euro en is ten laste van werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; (3) De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van wetenschappelijke en medisch/paramedische begeleidingsprojecten, evenals de inzet van embedded scientists dienen integraal te worden opgenomen in de programmakost per prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma; (4) De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten wordt geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen; (5) De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van sportwetenschappelijke onderzoeksprojecten wordt geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. 73

74 Tabel 5: Begroting inzake de sportwetenschappelijke omkadering in Olympische disciplines Sportwetenschappelijke omkadering Gangmaker Topsport & wetenschap Bron: personeelskredieten Sport Vlaanderen Team Topsport en wetenschap Bron: werkingsmiddelen Topsport Embedded scientist per topsportfederatie en één-op-één sportwetenschappelijke begeleiding Bron: subsidies en/of werkingsmiddelen Topsport Sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten Bron: werkingsmiddelen Topsport Sportwetenschappelijke onderzoeksprojecten Bron: werkingsmiddelen Topsport Via personeelskredieten Sport Vlaanderen Via programmakost per prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma Totaal WAT IS NIEUW INZAKE TOPSPORT EN WETENSCHAP? (1) De sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten dienen hoofdzakelijk gericht te zijn op de optimale omkadering van topsporters in de prestatie- en ontwikkelingsprogramma s met de grootste prioriteit. De sportwetenschappelijke ondersteuning dient a priori vraaggestuurd te verlopen, waar mogelijk ad hoc in de prestatieprogramma s en waar nodig generiek in de ontwikkelingsprogramma s; (2) De ondersteuning van de wetenschappelijke begeleiding inzake Topsport zal integraal gecoördineerd worden door het team Topsport en Wetenschap, bestaande uit de gangmaker Topsport en Wetenschap en twee wetenschappelijke experts in de sport. Het team zal zorgen voor een betere afstemming van de topsportprogramma s en de wetenschappelijke omkadering, en legt contacten met experts binnen kennisinstellingen en bedrijven. Het team beoogt een optimale disseminatie van de wetenschappelijke kennis via periodieke intervisie- en netwerkmomenten met alle belanghebbenden en via informatie-uitwisseling; (3) Een embedded scientist per sporttak, ten laste van de topsportfederatie, zorgt voor de toepassing van sportwetenschappelijke kennis in het veld; (4) Experts vanuit een kennisinstelling, bedrijf, kunnen ingezet worden via een financiering ten behoeve van het prestatie- of ontwikkelingsprogramma, of via de vrijstelling voor academische verplichtingen van sportwetenschappelijke onderzoeksexperts aan de universitaire kenniscentra ten behoeve van Topsport, of via het aanwenden van expertise vanuit de bedrijfswereld; (5) Het team Topsport en Wetenschap zal op wekelijkse basis aanwezig zijn in elk van de drie trainingslocaties, om zo in nauw contact te staan met de embedded scientists en vragen sneller doorgang te laten vinden. (6) Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt inzake de financiering van kortdurende onderzoeksprojecten (via vrijstelling van sportwetenschappelijke onderzoeksexperts aan de kennisinstellingen) en langdurige onderzoeksprojecten (via cofinanciering in grootschalige Europese onderzoeksprojecten). 74

75 3.5. Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s Historiek en stand van zaken De programmakost van geregistreerde topsporters omvat alle programmagerelateerde onkosten, met uitzondering van de loonkosten voor sporttechnische omkadering ( in service topsporttrainers) en de voorzieningen in het persoonlijk levensonderhoud van de tewerkgestelde topsporters. Het betreft meer bepaald de verblijf- en verplaatsingskosten van de geregistreerde topsporters, hun trainingspartners en hun omkadering, de deelnamekost aan (inter)nationale stages en wedstrijden, de huurkosten van (sport)accommodatie, de aankoop en verzekering van (sport)materiaal, de sportwetenschappelijke medisch/paramedische omkaderingskosten, de gebeurlijke loon- en werkingskosten voor het topsportkader en de organisatiekost voor allerhande vormingsinitiatieven Topsport. De totale programmakost van het (inter)nationale stage- en wedstrijdprogramma van geregistreerde Vlaamse topsporters in Olympische disciplines bedroeg in de Olympiade Rio ( ) euro, circa euro per werkingsjaar. Deze programmakost werd in hoofdzaak gedragen via aanvullende subsidies Topsport voor de voorbereiding op en deelname aan internationale wedstrijden op basis van de Vlaamse Topsporttakkenlijst (67%), en in mindere via financieringen vanuit het project BeGold (10%), eenmalige financieringen vanuit werkingsmiddelen Topsport (10%), aanvullende subsidies voor voorbereiding en deelname van aan Olympische Spelen (8%) en een forfaitaire vergoeding per leerling/topsporter via aanvullende subsidies voor topsportscholen (5%) Werking in de periode Actiepunt 9: Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s De Olympische ontwikkelingsprogramma s worden ondersteund vanuit de subsidies Topsport van Sport Vlaanderen, op basis van de weerhouden Olympische sporttakken in categorie 1 en 3 van de Vlaamse topsporttakkenlijst Het betreft meer bepaald de aan stages gerelateerde verblijf- en verplaatsingskosten van de topsporters en topsporttalenten die opgenomen werden in het Olympisch ontwikkelingsprogramma, hun trainingspartners en hun omkadering, de sportwetenschappelijke medisch/paramedische omkaderingskosten, de deelnamekost aan (inter)nationale stages en wedstrijden, de huurkosten van (sport)accommodatie, de aankoop en verzekering van (sport)materiaal en de organisatiekost voor allerhande vormingsinitiatieven Topsport. De Olympische prestatieprogramma s worden gefinancierd vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Het betreft meer bepaald de aan stages gerelateerde verblijf- en verplaatsingskosten van de topsporters die opgenomen werden in het Olympisch prestatieprogramma, hun trainingspartners en hun omkadering, de gebeurlijke loon- en werkingskosten van de program driver, de sportwetenschappelijke medisch/paramedische omkaderingskosten, de deelnamekost aan (inter)nationale stages en wedstrijden, de huurkosten van (sport)accommodatie, de aankoop en verzekering van (sport)materiaal en de organisatiekost voor allerhande vormingsinitiatieven Topsport. 75

76 Budget (1) De jaarlijkse programmakost van de Olympische ontwikkelingsprogramma s wordt geraamd op euro, op basis van een benchmark van de toegekende topsportmiddelen op korte/(middel)lange termijn in de Olympiades Londen ( ) en Rio ( ). De Vlaamse bijdrage aan het gemeenschappelijk project BeGold ( euro ten behoeve van de beloftevolle jongeren in de Olympische ontwikkelingsprogramma s), de loon- en werkingskosten voor de technisch directeur Topsport, de loonkosten voor sporttechnische omkadering en de voorzieningen in het persoonlijk levensonderhoud van de tewerkgestelde topsporters zijn daarbij niet inbegrepen. (2) De jaarlijkse programmakost van de Olympische prestatieprogramma s wordt geraamd op euro, op basis van een benchmark van de toegekende topsportmiddelen op korte/(middel)lange termijn in de Olympiades Londen ( ) en Rio ( ). Tabel 6: Begroting inzake de programmakost van Olympische ontwikkelings- en prestatieprogramma s Programmakost in Olympische prestatie- en ontwikkelingsprogramma s Olympische ontwikkelingsprogramma s Bron: subsidies Topsport Olympische prestatieprogramma s Bron: werkingsmiddelen Topsport Totaal WAT IS NIEUW INZAKE PROGRAMMAKOST VAN ONTWIKKELINGS- EN PRESTATIEPROGRAMMA S? (1) De Olympische ontwikkelingsprogramma s worden ondersteund vanuit de subsidies Topsport van Sport Vlaanderen, de Olympische prestatieprogramma s worden gefinancierd vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen Dagelijkse trainingsomgeving Historiek en stand van zaken Via een behoeftenstudie trainingsinfrastructuur Topsport, door Sport Vlaanderen gefinaliseerd in mei 2012, werden de specifieke behoeften en noden van de Vlaamse topsporters van 33 (top)sportfederaties in kaart gebracht. De noodzaak tot centralisatie van de trainingsinfrastructuur Topsport (één-campus-model voor elke sporttak) werd duidelijk onderbouwd door alle (top)sportfederaties, met uitzondering van de sportdisciplines waarvoor zeer specifieke trainingsomstandigheden gelden (bvb. winter- en watersport, bepaalde disciplines gehandicaptensport, ). De uitbouw van de Vlaamse trainingsinfrastructuur Topsport werd als specifiek actiepunt opgenomen in het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ). De hoogste prioriteit werd gelegd in de uitbouw van trainingsinfrastructuur Topsport ten behoeve van de focussporten (categorie I van de Vlaamse topsporttakkenlijst ), waarin de basisnoden voor talenten en beloftevolle jongeren perfect zijn ingevuld en waarin ook tegemoet gekomen wordt aan specifieke en/of 76

77 Waregem Gent Leuven Antwerpen hoogtechnologische uitrusting ten behoeve van de beste Vlaamse elitesporters (op basis van zes objectiveerbare parameters). Dit leidde in mei 2013 tot een Topsportinfrastructuurplan Vlaanderen, waarin de klemtoon werd gelegd op de uitbouw van drie volwaardige topsportcentra met geografische spreiding (Gent Antwerpen Leuven) en één ruitercentrum (Waregem), allen ten behoeve van de focussporten. In de lopende legislatuur werd een overeenkomst ( Service Level Agreement ) afgesloten tussen de Vlaamse Gemeenschap en de beheerders/eigenaars van de topsportinfrastructuur in de vier bovengenoemde topsportlocaties. Door een (gedeelde) investering in nieuwe trainingsinfrastructuur Topsport wordt een contingent uren prioritair en flexibel aan voordeeltarief voorzien voor de Vlaamse topsporters. Voor de uitbouw van deze volwaardige topsportcentra werd in de huidige legislatuur een begroting voorzien van 10 miljoen euro. Tabel 7: Overzicht van de (gerealiseerde) infrastructuurprojecten ikv het Topsportinfrastructuurplan Vlaanderen van 19 juli 2013 Project Begunstigde Subsidie Timing werken Bouw van een conditie- en krachtzaal in het opleidingscentrum Tennis van Tennis Vlaanderen Vlaanderen Inrichting van een krachtzaal in het nieuwe complex van de Vlaamse topsportschool Antwerpen Judofederatie Uitbreiding van het Olympisch Wezenbergzwembad Stad Antwerpen Aanleg van 2 kunstgras hockeyvelden op de Wilrijkse Pleinen Stad Antwerpen Bouw van een indoor atletiekhal in het Universitair Sportcentrum KU Leuven KU Leuven Bouw van een multibalsportenhal in het Universitair Sportcentrum KU Leuven KU Leuven Bouw en inrichting van een kracht- en fitnesszaal in de Sport Vlaanderen Topsporthal Vlaanderen Gent Inrichting van een krachtzaal in het Vlaams Wielercentrum Eddy Sport Vlaanderen Merckx Gent Inrichting van de gymnastiekhal in de Topsporthal Vlaanderen Sport Vlaanderen Gent Bouw van een G-sporthal en medisch-paramedische ruimte in Sport Vlaanderen de Topsporthal Vlaanderen Gent Aanleg van een eventing-oefenparcours in Sport Vlaanderen Vlaamse Liga Waregem Paardensport Bouw van een overdekte paddock en aanleg van een all Sport Vlaanderen weather -terrein in Sport Vlaanderen Waregem Waregem Werking in de periode Actiepunt 10: Trainingsinfrastructuur Topsport De hoofdprioriteit inzake de uitbouw van trainingsinfrastructuur Topsport dient te liggen in het verhogen van de kwaliteit en de beschikbaarheid van sporttakspecifieke infrastructuur, en de dagelijkse trainingsmogelijkheden voor de Vlaamse topsporters in het bijzonder. De hoogste prioriteit dient daarbij uit te gaan naar de topsportfederaties die participeren in zowel prestatieprogramma s als ontwikkelingsprogramma s, waarin de basisnoden voor topsporttalenten en beloftevolle jongeren perfect zijn ingevuld en waarin ook tegemoet gekomen wordt aan specifieke en/of hoogtechnologische uitrusting ten behoeve van de beste Vlaamse elitesporters. De trainingsinfrastructuur Topsport in Vlaanderen dient te worden gecentraliseerd per sporttak, waar mogelijk sporttakoverschrijdend. Door de koppeling van een beperkt aantal topsportcentra aan alle noodzakelijke on-site diensten inzake Topsport (sportwetenschappelijke omkadering, 77

78 leefomstandigheden, ) wordt een topsportklimaat gecreëerd, waarin alle topsporters en hun begeleiders worden verenigd om zich in optimale omstandigheden te kunnen voorbereiden op het leveren van topsportprestaties. Binnen Vlaanderen wordt geopteerd voor de uitbouw van drie volwaardige topsporttrainingscentra (Gent-Antwerpen-Leuven), o.a. met het oog op het stimuleren van permanent (dagelijks) contact tussen alle betrokkenen in de topsportwerking binnen en tussen sporttakken ( environment of excellence ). De Vlaamse overheid voorziet in een referentiekader voor het bepalen van de prioriteiten inzake toekomstige investeringen in trainingsinfrastructuur Topsport in Vlaanderen. (1) De mate waarin de betrokken sportfederatie participeert in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s van een hoog prioriteitsniveau; (2) De mate waarin de noodzaak en de meerwaarde van toekomstige infrastructuurprojecten voor het voeren van een integraal topsportbeleid wordt aangetoond, daarbij inspelend op de behoeften van de Vlaamse topsporters: voldoende professionele inrichting met aanwezigheid van een permanente infrastructuur en sporttakspecifiek en/of technologisch materiaal, mogelijkheid tot sportwetenschappelijke begeleiding en aanwezigheid van gepaste leefaccommodatie (overnachting- en eetgelegenheid, vergaderruimte, ) in het trainingscentrum, ; (3) De mate waarin gecentraliseerde (bovenlokale) topsportwerking wenselijk en realiseerbaar is, waar mogelijk in de driehoek Gent-Antwerpen-Leuven, met mogelijkheid tot de koppeling van het trainingscentrum aan (desgevallend) de topsportschool, de sportkaderopleidingen, de organisatie van stages, de centralisatie van de sportwetenschappelijke omkadering en expertise voor de Vlaamse topsporter,... (4) De mate waarin de trainingsinfrastructuur prioritair ter beschikking staat van Vlaamse topsporters. Er dient evenwel op zoek gegaan te worden naar een optimale cohabitatie met niet-topsport (bij voorkeur flexibele en compatibele partners) inzake beheer en exploitatie; (5) De mate waarin het infrastructuurproject een perspectief biedt voor kwaliteitsontwikkeling en innovatie, in functie van het creëren van een state-of-the-art topsportomgeving. (6) De meest optimale combinatie wordt nagestreefd tussen enerzijds investeringen voor de (uit)bouw van de sportcentra van Sport Vlaanderen en/of grootschalige PPSinfrastructuurprojecten en anderzijds ad hoc investeringen voor de duurzame inrichting van trainingsinfrastructuur Topsport, teneinde met de beschikbare middelen de grootst mogelijke meerwaarde voor de Vlaamse topsporter te creëren. Het referentiekader zal worden geïntegreerd in het Globaal Sportinfrastructuurplan Vlaanderen, dat de basis zal vormen voor een nieuw decretaal kader voor investeringen in o.a. trainingsinfrastructuur Topsport Budget In de Olympiade werd een inhaaloperatie ingezet via het afsluiten van overeenkomsten (Service Level Agreement) tussen de Vlaamse Overheid en de beheerders/eigenaars van de topsportinfrastructuur in drie volwaardige topsportcentra met geografische spreiding (Gent- Antwerpen-Leuven) en een ruitercentrum (Waregem) voor een totaal investeringsbedrag van 10 miljoen euro. In de Olympiade dient blijvend aandacht besteed te worden aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van het Topsportinfrastructuurplan Vlaanderen en de centralisatie van de Vlaamse trainingsinfrastructuur Topsport. Vanaf 2017 wordt een investering van minimaal 10 miljoen euro per Olympiade vooropgesteld. 78

79 Tabel 8: Begroting inzake investeringen in trainingsinfrastructuur Topsport in Olympische disciplines Trainingsinfrastructuur Topsport Trainingsinfrastructuur Topsport Bron: Investeringssubsidies Totaal WAT IS NIEUW INZAKE TRAININGSINFRASTRUCTUUR TOPSPORT? (1) De Vlaamse overheid voorziet in een referentiekader voor het bepalen van de prioriteiten inzake toekomstige investeringen in trainingsinfrastructuur Topsport in Vlaanderen; (2) Voor de Olympiade Tokyo ( ) wordt een investering van minimaal 10 miljoen euro vooropgesteld Organisatie van topsportevenementen Historiek en stand van zaken Het Uitvoeringsbesluit Topsport van 19/12/2008 voorzag een bedrag per evenement van maximaal euro, euro en euro voor de organisatie van respectievelijk een wereldkampioenschap, een Europees kampioenschap en een wereldbekerwedstrijd in het Nederlands taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. In de Olympiade Rio ( ) subsidieerde Sport Vlaanderen een totaalbedrag van euro voor de organisatie van deze organisaties. De ondersteuning van de evenementen Topsport Vlaanderen is destijds (1995) gestart als communicatiekanaal voor de promotie van Vlaanderen en de Vlaamse regio. Tegelijk hield dit beleid ook in dat in Vlaanderen kansen kreeg om belangrijke internationale sportmanifestaties te organiseren. Het betreft voornamelijk een tegemoetkoming in de organisatiekosten van allerlei initiatieven in verband met Topsport: internationale wedstrijden, Europese clubcampagnes, projectsubsidies, topsportteams en talentenopleidingen. Hierdoor konden de Vlaamse topsporters internationale ervaringen opdoen om hun prestatieniveau te verhogen. Tegelijkertijd kon het Vlaamse publiek van (top)sport op internationaal niveau genieten en gelden de prestaties van de topsporters als voorbeeldfunctie. De subsidieberekening voor de ondersteuning van topsportevenementen gebeurde op basis van drie criteria: (1) internationaal competitie- en prioriteitsniveau van de sporttak, (2) uitstralingsniveau voor Vlaanderen via de media en (3) uitstralingsniveau via visibiliteit logo Topsport Vlaanderen. In de Olympiade Rio ( ) werd euro besteed aan de ondersteuning van dergelijke initiatieven, tot 2015 via werkingsmiddelen van het departement CJSM en in 2016 via werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. In de periode werd de complementariteit inzake de ondersteuning van topsportevenementen door Sport Vlaanderen en het departement CJSM bewaakt via de trimestriële behandeling van de aanvraagdossiers door de Taskforce Topsport. Minstens 75% van de beschikbare kredieten voor ondersteuning van topsportevenementen werden voorbehouden voor de organisatie van topsportcompetities die bijdroegen tot het realiseren van de outputdoelstellingen (sportieve prestaties en resultaten) in de Olympiade ; 79

80 Werking in de periode Actiepunt 11: Organisatie van internationale topsportevenementen De Vlaamse overheid wenst Topsport in te zetten om de sportparticipatie en -beleving in Vlaanderen te verhogen, evenals de uitstraling van Vlaanderen in de wereld via het uitbouwen van de link naar sportparticipatie en via een gerichte communicatie (Topsport als middel), o.a. via de ondersteuning en organisatie van internationale sportevenementen en activiteiten in Vlaanderen. Het versterken van het imago van Vlaanderen in binnen- en buitenland is een belangrijke doelstelling voor de Vlaamse overheid (Toerisme, Internationaal Vlaanderen, ), maar geen doel an sich voor het Vlaams (top)sportbeleid. Er is duidelijk nood aan een globale benadering voor het sportevenementenbeleid. De ondersteuning van organisaties kan op verschillende manieren gebeuren, m.n. financieel (via subsidies), logistiek (via uitleendiensten) en inhoudelijk (delen van kennis en goede praktijken, aanbieden van tools voor haalbaarheidsstudies, evaluaties e.d.). De ondersteuning van internationale topsportevenementen kadert in een vernieuwd sportevenementenbeleid van de Vlaamse overheid. De nog op te richten cel evenementenbeleid binnen Sport Vlaanderen zal als één-loket fungeren voor de behandeling van de aanvragen inzake organisatie van sportevenementen. Per type sportevenement zal een gedifferentieerde werkwijze en beoordelingskader gehanteerd worden: (1) Internationale topsportevenementen: wereldkampioenschap of Europees kampioenschap of kwalificatietornooi waar een quotumplaats voor deelname aan een eindronde van een wereldkampioenschap of Europees kampioenschap, of deelname aan de Olympische Spelen kan worden behaald. Het betreft de organisatie van een topsportevenement in Olympische disciplines voor elitesporters en/of de hoogst relevante jeugdcategorie in disciplines die opgenomen werden als prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma; (2) Internationale sportevenementen: eendaags of meerdaags competitief sportevenement, met een grote (inter)nationale uitstraling en van hoogstaand sportief niveau (o.a. wereldbekerwedstrijden); (3) Bovenlokale sportevenementen: eendaags of meerdaags publieksgerichte binnen- of buitenactiviteit waarbij een relatief groot aantal deelnemers/bezoekers actief sport beoefent en/of passief een sportvertoning bijwoont, met een regionale en/of Vlaamse/nationale reikwijdte en uitstraling. Uitsluitend internationale topsportevenementen komen in aanmerking voor ondersteuning via werkingsmiddelen Topsport. De financiering van de internationale topsportevenementen dient prioritair gericht te zijn op het verhogen van de kansen op resultaten en de ontwikkeling van de Vlaamse topsporters (elitesporters en hoogste relevante jeugdcategorie) in de prestatie- en ontwikkelingsprogramma s, en bijkomend op het verhogen van de uitstraling van Vlaanderen en/of Vlaanderen als (topsport)regio sterker te maken. Onder internationale topsportevenementen wordt verstaan de organisatie van een Europees kampioenschap of een wereldkampioenschap of een kwalificatietornooi waar een quotumplaats voor deelname aan een eindronde van een wereldkampioenschap of Europees kampioenschap of deelname aan de Olympische Spelen kan worden behaald, met als basisvereisten: (1) Het topsportevenement wordt niet jaarlijks georganiseerd in hetzelfde land en wordt (meestal) via bidprocedure toegewezen door de internationale sportfederatie; (2) Het topsportevenement vindt plaats in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; (3) Het topsportevenement is een competitie in de categorie senioren en/of de hoogst relevante jeugdcategorie in een Olympische discipline, die opgenomen is op de lijst van 80

81 prestatieprogramma s in de Olympiade Tokyo ( ) en/of op de Vlaamse topsporttakkenlijst (ontwikkelingsprogramma s); (4) Het topsportevenement kadert in een meerjarenplan van de unisportfederatie inzake de organisatie van topsportevenementen, en is gericht op het verhogen van de kansen op resultaten en de ontwikkeling van Vlaamse elitesporters of beloftevolle jongeren; Om voor ondersteuning in de organisatie van internationale topsportevenementen in aanmerking te komen, worden beoordelingscriteria opgesteld, aanvullend op de basisvereisten van een internationaal topsportevenement: (5) De unisportfederatie zelf treedt op als organisator, of werkt nauw samen met een externe organisator; (6) Een gedetailleerd en transparant financieel plan van de inkomsten/uitgaven van de organisatie van het topsportevenement wordt toegevoegd bij de aanvraag; een haalbaarheidsanalyse en een bankgarantie (voor het toelagebedrag) kan worden voorgelegd; (7) Maximale visibiliteit t.a.v. de Vlaamse overheid wordt gegarandeerd via de verschillende communicatie- en promotie-initiatieven. (8) Een terugverdieneffect kan worden aangetoond, met name Vlaanderen als regio sterker maken op sportief, maatschappelijk, economisch, cultureel en/of promotioneel vlak. Sport Vlaanderen voorziet in de inrichting van een cel evenementenbeleid, die de aanvragen van de sportfederaties inzake de organisatie van sportevenementen aftoetst aan de definitie, en deze vervolgens categoriseert: internationaal topsportevenement, internationaal sportevenement of bovenlokaal sportevenement. Een ondersteuningsaanvraag voor de organisatie van een internationaal topsportevenement dient minimaal 12 maanden voorafgaand aan de aanvang van het topsportevenement door de unisportfederatie te worden ingediend bij Sport Vlaanderen. De cel evenementenbeleid beoordeelt de aanvraagdossiers en maakt een advies over aan de Taskforce Topsport, die op haar beurt de adviezen trimestrieel behandelt. De minister van Sport wordt geadviseerd inzake de financiering van internationale topsportevenementen op basis van bovenstaande voorwaarden. Bij aanvang van de Olympiade Tokyo ( ) zal Sport Vlaanderen de unisportfederaties bevragen inzake de organisatie van sportevenementen in de periode , kaderend in het vernieuwd sportevenementenbeleid. De cel evenementenbeleid zal voorzien in een jaarlijkse topsportevenementenkalender. Het financieringsbedrag voor de organisatie van een internationaal topsportevenement wordt bepaald op basis van een budgetanalyse, de kwaliteit van het aanvraagdossier en de (extra)sportieve kwaliteit van het topsportevenement. Het financieringsbedrag bedraagt maximaal 25% van de totale kostprijs, dat kan aangewend worden voor een ondersteuning in de organisatiekosten, aanbestedingskosten, communicatiekosten en de organisatie van randevenementen (excl. VIPgebeuren). Internationale topsportevenementen met een uitzonderlijk hoge kostprijs (d.i. met een gevraagde financiering van hoger dan euro) en/of bijzondere extrasportieve meerwaarde dienen ad hoc besproken en goedgekeurd te worden door de Vlaamse minister van Sport en/of de Vlaamse Regering. Om dergelijke topsportevenementen in kaart te brengen, wordt ad hoc een adviserende expertengroep (topsport, lokale besturen, Toerisme Vlaanderen, ) samengesteld, die alle aanvragen aftoetst op haalbaarheid en waar mogelijk draagvlak creëert. Naast een mogelijke financiële ondersteuning voor de organisatie van topsportevenementen kan de cel evenementenbeleid eveneens voorzien in bijkomende faciliterende maatregelen: Extra hefboom om op gerichte wijze grote internationale topsportevenementen naar Vlaanderen te halen volgens een lange termijnplanning/visie; 81

82 Samenwerking met lokale overheden en/of de bedrijfswereld inzake criteria en waarde van ondersteuning voor projecten die op hun grondgebied plaatsvinden; Voorzien in extrasportieve ondersteuning i.s.m. externe partners via (1) een aanbod van expertise, logistiek, personeel en promotiemateriaal, (2) het delen van kennis en expertise inzake de organisatie van topsportevenementen en (3) het aanleggen van een database voor actieve vrijwilligers; Voorzien in geïntegreerde internationale competitiereeks(en) of flankerend traject voor meer G-sportparticipatie. Bij internationale topsportevenementen die in Vlaanderen worden georganiseerd, dient in de toekomst meer aandacht besteed te worden aan de doelstelling om alle Vlamingen aan het sporten te krijgen, zeker voor topsportevenementen met een grote extrasportieve meerwaarde, in de vorm van voor- en/of natrajecten die de sportparticipatie verhogen. Uit een participatieonderzoek (Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek Sport, 2014) blijkt immers dat louter deelname als toeschouwer aan een (top)sportevenement geen echte katalysator voor sportparticipatie blijkt te zijn, en gerichte initiatieven noodzakelijk zijn om een actieve(re) betrokkenheid te bekomen Budget In de Olympiade dient minstens 33% van de beschikbare kredieten (voor ondersteuning van sportevenementen) van Sport Vlaanderen voorbehouden te worden voor de ondersteuning van de internationale topsportevenementen. Dit komt overeen met een jaarlijkse investering van euro via werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Tabel 9: Begroting inzake de organisatie van internationale topsportevenementen Organisatie van topsportevenementen Internationale topsportevenementen Bron: Werkingsmiddelen Topsport Totaal WAT IS NIEUW INZAKE DE ORGANISATIE VAN TOPSPORTEVENEMENTEN? (1) Uitsluitend internationale topsportevenementen komen in aanmerking voor ondersteuning via werkingsmiddelen Topsport. Het betreft de organisatie van een wereldkampioenschap of Europees kampioenschap of een kwalificatietornooi waar een quotumplaats voor deelname aan een eindronde van een wereldkampioenschap of Europees kampioenschap, uitsluitend in Olympische disciplines die opgenomen werden als prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma; (2) Sport Vlaanderen voorziet in de inrichting van een cel evenementenbeleid, die de aanvraagdossiers beoordeelt en een advies overmaakt aan de Taskforce Topsport, en voorziet in bijkomende faciliterende maatregelen voor de organisatie van het topsportevenement. (3) Minstens 33% van de beschikbare kredieten (voor ondersteuning van sportevenementen) van Sport Vlaanderen worden voorbehouden voor de ondersteuning van de internationale topsportevenementen. 82

83 Niet opgenomen Cat. 2 Cat Specifieke doelgroep: Olympische ploegsporten Historiek en stand van zaken De ploegsporten hebben een eigen problematiek, ondermeer inzake financiële noden (het betreft steeds een grote groep van topsporters), de moeilijke rekrutering van de eigen topsporters van internationaal niveau (veelal in buitenlandse profploegen actief) voor de nationale ploegen, de gespannen verhouding tussen de federatie (nationale ploegen) en de professionele clubs (werkgevers), de communautaire samenstelling van de nationale ploegen in het spanningsveld tussen Vlaamse, Franstalige en nationale sportbonden en het beperkt aantal plaatsen (slechts 12 landen) op de Olympische Spelen. Gezien deze eigen problematiek kwamen de ploegsporten reeds als een specifieke doelgroep aan bod in de voorgaande Topsportactieplannen. Volgende ploegsporten werden in de Vlaamse topsporttakkenlijst opgenomen: hockey en volleybal in categorie 1 en basketbal en voetbal in categorie 2. Afgemeten aan de prestaties van de Belgische ploegen seniors en jeugd tijdens de afgelopen Olympiade, zijn de Olympische ploegsporten op een structureel hoger niveau terechtgekomen. Het is duidelijk dat het Vlaams topsportbeleid hiertoe wezenlijk heeft bijgedragen. Tabel 10 toont een overzicht van de Belgische prestaties op Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en Olympische Spelen in Olympische ploegsporten in de periode Baseball & softball werden eveneens opgenomen in het overzicht, aangezien deze sporttakken opnieuw werden toegevoegd aan het programma van de Olympische Spelen 2020 te Tokyo. De status van deze sporttakken na de Olympische Spelen 2020 is nog onduidelijk. Tabel 10: Belgische prestaties op EK-WK-OS in (toekomstige) Olympische ploegsporten in de periode TSTL Olympische ploegsporten Hockey Dames 4 de EK 12 de WK 5 de EK Heren 2 de EK 5 de WK 5 de EK 2de OS Volleybal Dames 3 de EK 11 de WK 6 de EK Heren 7 de EK 17 de WK 10 de EK Basketbal Dames Heren 9 de EK 9 de EK Voetbal Dames Heren 5 de WK 5 de EK Baseball & Heren 7 de EK 6 de EK Softball Dames 11 de EK Handbal Dames Heren Ijshockey Dames Heren 33 ste WK Rugby sevens Dames 13 de EK 11 de EK 13 de EK Heren 6 de EK 8 ste EK 10 de EK Waterpolo Dames Heren Werking in de periode Een succesverhaal in de ploegsporten is uitsluitend mogelijk, indien op ieder beleidsniveau een grote mate van overleg plaatsvindt. De program driver, aangesteld op basis van competenties, dient een verregaande autonomie te krijgen, onderling permanent te overleggen en samen te werken en te 83

84 communiceren met alle stakeholders, te weten alle federaties, liga s van de 1 ste klasse clubs, Sport Vlaanderen, Adeps en BOIC: Nationaal via een synergie tussen alle relevante ondersteunende organisaties inzake de realisatie van de prestatieprogramma s, waarin het BOIC een trekkersrol dient te vervullen in het gemeenschapsoverschrijdend overleg en de coördinatie tussen de program driver van de respectieve sportfederaties. Dit kan verwezenlijkt worden in de schoot van ABCDcommissie. Regionaal via een gemeenschappelijke intentieovereenkomst (voor aanvang van het project) met de respectieve Raden van Bestuur, waarbij: (1) de Raad van bestuur vooraf en in overleg met de program driver : de resultaatsdoelstellingen vastlegt; de budgetten toewijst in functie van de resultaatsdoelstellingen; via een delegatie van bevoegdheden een mandaat aan de program driver geeft voor de uitvoering van het topsportbeleid; de tussentijdse doelstellingen (=meetmomenten) bepaalt; (2) de program driver beschikt over: operationele autonomie ter realisatie van de resultaatsdoelstellingen; de ruimte om het toegekende topsportbudget met respect voor de financiële restricties naar eigen inzicht te besteden; de mogelijkheden om over te gaan tot bijsturingen aan programma s en selectiepolitiek naar aanleiding van de resultaten bij tussentijdse doelstellingen. De program driver voorziet in een periodieke, duidelijke en transparante operationele en financiële rapportering naar de respectieve Raden van Bestuur en legt finaal verantwoording af na de prestatiemomenten in functie van de resultaatsdoelstellingen. De raad van Bestuur ondersteunt de program driver in de realisatie van het plan, doch komt niet tussen op operationeel niveau. Zij staat in voor de afscherming van de program driver ten opzichte van interne en externe partijen, en ondersteunt de program driver in de communicatie hieromtrent Actiepunt 12: Olympische ploegsporten Naar analogie met de individuele sporttakken zal er ook in de ploegsporten een duidelijke focus gelegd worden, met de nadruk op slaagkansen op korte, middellange en lange termijn. De focus in het Vlaams topsportbeleid inzake ploegsporten dient gelegd te worden binnen de ploegsporten van het Olympisch programma. Het betreft een keuze die dient gemaakt te worden uit 16 medailleevents in 9 sporttakken op het programma van de Olympische Zomerspelen en 2 medaille-events in 1 sporttak op het programma van de Olympische Winterspelen: baseball (heren), basketbal (dames en heren), handbal (dames en heren), hockey (dames en heren), rugby sevens (dames en heren), softball (dames), voetbal (dames en heren), volleybal (dames en heren), waterpolo (dames en heren) en ijshockey (dames en heren). De prestatieprogramma s voor de Olympische ploegsporten dienen in lijn te liggen met de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid voor de Olympiade Steeds dient sporttakspecifiek bekeken te worden welk het realistische ontwikkelingstraject is in de opbouw naar deelnames aan Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. Voor de Olympische ploegsporten wordt het aanvankelijke prioriteitsniveau a priori met één niveau verhoogd (zie hoger), ter compensatie van de intrinsiek hogere kostprijs. Om in aanmerking te komen voor ondersteuning op korte, middellange en/of lange termijn, dienen de topsportprogramma s te voldoen aan een aantal basisvoorwaarden: 84

85 (1) De nationale seniorploegen staan centraal in het topsportbeleid van de federatie; (2) De federatie wendt de eigen werkingsmiddelen prioritair aan t.b.v. de topsportwerking van de nationale ploegen. (3) De technische directie(s) verwerven een verregaande autonomie, en werken zoveel als mogelijk samen op nationaal en regionaal niveau (zie supra); (4) De individuele ploegsporters (zowel jeugd als seniors) tonen te allen tijde een engagement en beschikbaarheid voor de nationale ploeg(en). De federatie creëert daarbij voldoende draagvlak bij de stakeholders (binnen- en buitenlandse clubs, sponsoren, liga s, ) bij het centraal stellen van de nationale seniorploegen. (5) De nationale jeugdploegen en/of de prestatieontwikkeling van individuele (elite) ploegsporters vervullen een ondersteunende rol t.o.v. de werking van de nationale seniorploegen. Dit impliceert een éénduidige visie op korte, middellange en lange termijnwerking in het topsportbeleid van de federatie: aanwezigheid van een integrale topsportpiramide (talentdetectie, topsportschool of een evenwaardig alternatief, project +18 en seniorploegen) met een duidelijke structuur in de nationale ploegen (senioren, senioren - 1, senioren -2, ). In iedere relevante jeugdcategorie dient ervaring opgedaan te worden op het allerhoogste niveau, waarbij het nastreven van resultaten geen absolute vereiste is in de jeugdcompetities ( niet ten koste van de ontwikkeling van het individu ). Maatwerk is in deze aangewezen, zodat ook laatmature ploegsporters zich optimaal kunnen ontwikkelen. (6) De nationale competitiekalender is afgestemd op de voorbereidings- en wedstrijdperiode van de nationale ploeg en op de internationale competitiekalender. Het sportief programma van de nationale ploeg is duidelijk afgelijnd, waarbij in optimale omstandigheden en in nauw overleg met de clubs kan getraind worden. (7) De finaliteit van het prestatieprogramma en/of ontwikkelingsprogramma ligt in lijn met de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid. Naast de pure cijfermatige evaluatie, met name het al dan niet behalen van de (tussen)doelen, dient elk jaar nagegaan te worden in welke mate de betrokken ploegsportfederatie de hierboven beschreven basisvoorwaarden effectief heeft ingevuld. Sporttakspecifiek dient bepaald te worden welke de kritische factoren zijn in de optimalisatie van het internationaal programma van de nationale ploeg, teneinde de resultaatsdoelstellingen van het Vlaams topsportbeleid te behalen. De kwalificatie op zich voor een eindronde van een wereldkampioenschap of Europees kampioenschap wordt niet beschouwd als een (voldoende) resultaatsdoelstelling Budget Zoals hierboven vermeld, zijn de financiële noden in de Olympische ploegsporten bijzonder hoog. De Vlaamse topsportkredieten dienen selectief ingezet te worden voor projecten m.b.t. nationale ploegen met een realistisch traject naar selectie voor de Olympische Spelen. De middelen voor de subsidiëring en/of financiering van dit sportief programma en sporttechnisch kader dienen voorzien te worden binnen de respectieve actiepunten van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ). WAT IS NIEUW INZAKE DE OLYMPISCHE PLOEGSPORTEN? (1) Een succesverhaal in de ploegsporten is uitsluitend mogelijk, indien op ieder beleidsniveau een grote mate van overleg plaatsvindt. De program driver, aangesteld op basis van competenties, dient een verregaande autonomie te krijgen: nationaal via een synergie tussen alle relevante ondersteunende organisaties inzake de realisatie van de prestatieprogramma s en regionaal via 85

86 een gemeenschappelijke intentieovereenkomst (voor aanvang van het project) met de respectieve Raden van Bestuur; (2) Om in aanmerking te komen voor ondersteuning op korte, middellange en/of lange termijn, dienen de topsportprogramma s te voldoen aan 7 basisvoorwaarden, waarbij de nationale seniorploegen centraal staan in het topsportbeleid van de federatie. 86

87 Hoofdstuk 4: Specifieke beleidsmaatregelen voor Paralympische disciplines 4.1. G-Topsport Historiek en stand van zaken Parantee is de enige erkende en gesubsidieerde Vlaamse sportfederatie die bevoegd is voor de coördinatie van een integraal topsportbeleid voor G-topsporters. De organisatie ontstond in 1977 bij de splitsing van de toenmalige Belgische Sportfederatie voor Gehandicapten, het huidige BPC (Belgian Paralympic Committee), als de Vlaamse Liga Gehandicaptensport (VLG). In juni 2012 onderging de organisatie een naamswijziging: Parantee, met als slagzin Passie voor G-Sport. Vanaf 2017 zal de unisportfederatie Parantee-Psylos vzw heten, ten gevolge van een geslaagd fusieproces met het oog op efficiëntiewinst op managementniveau. De federatie werkt sinds 1999, naast de decretale basis- en facultatieve opdrachten, intensief aan de organisatorische integratie van de G- sport binnen het reguliere circuit en sluit daartoe convenanten met de reguliere sportfederaties af. Vandaag geeft Parantee aan 25 andere unisportfederaties ondersteuning bij hun geïntegreerde G- sportwerking. Hierdoor is het G-sportaanbod aanzienlijk verruimd en wordt de populatie van potentiële G-topsporters aanzienlijk groter. Ook voor de G-topsporters is het wenselijk om, waar aangewezen en haalbaar, te streven naar een samenwerking en/of integratie met/in de reguliere sporten, hetgeen een middel kan zijn om tot betere prestaties te komen. De definitie van G-sport Vlaanderen luidt: Personen met een handicap zijn personen met langdurige fysieke, psychische, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving en meer bepaald wat de sport betreft. Parantee telt eind leden waarvan actieve sportbeoefenaars. Hiervan heeft 40% een fysieke, 47 % een verstandelijke, 9% een visuele, 2% een auditieve beperking en 2% een autismespectrumstoornis, deze laatste gecategoriseerd onder de subdoelgroep met een psychische beperking. Door de fusie met Psylos zal het ledenaantal groeien met leden extra waarvan actief sport beoefenen. Sinds Londen 2012 kunnen G-sporters met een verstandelijke handicap opnieuw deelnemen aan de Paralympische Spelen voor de sporttakken atletiek, tafeltennis en zwemmen. Dankzij doorgedreven onderzoek op internationaal niveau heeft men kunnen bewijzen dat de verstandelijke beperking een significante impact heeft op de prestatie in bepaalde disciplines van deze sporttakken. Onderzoek vormt de basis van de sportspecifieke classificatie die ook bij de atleten met een fysieke beperking zorgt voor eerlijke en gelijkwaardige competitiekansen. De classificatie van een G-sporter bestaat uit twee fasen: een toelatingsproef waar men beoordeelt of men voldoet aan 1 van de 10 paralympisch erkende beperkingen en een functionele proef. Tijdens de functionele proef bepalen internationaal opgeleide classificeerders of men voldoet aan de sportspecifieke minimale handicapnorm, welke sportklasse men toegewezen krijgt en wat de status of geldigheidsduur van de klasse is. Om de sportklasse te bepalen, wordt gebruik gemaakt van medische gegevens, biomechanica, psychologische test, functionele anatomie en de analyse van de sporttechnische uitvoering. Voor blinde en slechtziende paralympische atleten volstaat tot nu toe de medische diagnose. Vanaf 2017 implementeert het IPC (International Paralympic Committee) de Athlete Classification Code in alle internationale organisaties verbonden aan een paralympische sporttak. Alle nationale paralympische comités dienen de code te implementeren in hun land. De 87

88 classificatiekeuring betekent dus ook een belangrijke opdracht voor Parantee in samenwerking met al haar partnerfederaties in Vlaanderen. Op de Paralympische Zomerspelen 2016 te Rio namen deelnemers uit 159 verschillende landen deel aan 528 medaille-events in 23 verschillende sporttakken. 21 Vlaamse topsporters namen er deel aan 38 verschillende medaille-events en behaalden uiteindelijk 8 medailles en 8 top-5 plaatsen. Op de Paralympische Winterspelen 2014 te Sochi namen 550 topsporters uit 45 verschillende landen deel aan 72 medaille-events in 5 verschillende sporttakken. 2 Vlaamse topsporters namen er deel aan 3 verschillende medaille-events, maar behaalden uiteindelijk geen top-5 plaats. (zie ook hoofdstuk 1 en bijlage 2) Vooral in de zomerdisciplines atletiek (177), tafeltennis (29), wielrennen (50) en zwemmen (152), evenals in de winterdisciplines Alpijns en Nordic ski hebben de individuele deelnemers meerdere medaillekansen in de verschillende disciplines van die sporttakken (zie ook hoofdstuk. De G-topsporter is de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Paralympische Spelen, wereld- en Europese kampioenschappen. De beloftevolle G-sporter kan op korte termijn tot de groep van elitesporters behoren. Het G-topsporttalent is de G-sporter die op middellange termijn tot de groep van elitesporters kan behoren. Parantee wenst ambitieuze G-sporters met talent en engagement voor een Paralympische discipline te ondersteunen, zodat hij/zij zich kan ontplooien tot een medaillekandidaat op EK, WK en/of de Paralympische Spelen. In 2016 werden 61 G-topsporters (38 elitesporters, 4 beloftevolle G-sporters en 19 geïdentificeerde topsporttalenten) in 10 verschillende sporttakken erkend en ondersteund in functie van het leveren van topsportprestaties. Parantee heeft als strategische doelstelling: (1) het maximaliseren van de topsportresultaten, meer bepaald het behalen van medailles en top-5 plaatsen op mondiale kampioenschappen (Paralympische Spelen en wereldkampioenschappen) en medailles op continentale kampioenschappen en (2) de verbetering van het specifieke topsportklimaat, via de verdere professionalisering van Parantee, de topsportloopbaan en -begeleiding, uitgebouwde talentdetectie en sportwetenschappelijk onderzoek Werking in de periode Actiepunt 13: G-Topsport Strategische keuzes in de ondersteuning van G-topsporters Het Vlaamse topsportbeleid dient zich volledig te kunnen concentreren op het bereiken van topsportresultaten. Alle aandacht en middelen dienen resultaatgericht te worden ingezet. Daarom wordt a priori onderscheid gemaakt tussen wat wel/niet onder de topsportfocus dient te resulteren. Ook binnen G-topsport maakt men onderscheid tussen prestatieprogramma s (beogen van topsportresultaten op korte termijn) en ontwikkelingsprogramma s (beogen van topsportresultaten op lange termijn). De toekenning van financiële ondersteuning gebeurt uitsluitend aan G-topsporters en G-teams die opgenomen werden in een prestatie- of ontwikkelingsprogramma, en daarmee voldoen aan (1) de vooropgestelde prestatiecriteria en (2) een positieve trajectevaluatie. Met elk van deze individuele G- (team)topsporters wordt een topsportcontract met prestatievoorwaarden afgesloten. 88

89 Prestatiecriteria Voor de Paralympiade hanteert Parantee opnieuw prestatiecriteria voor de elitesporter, de beloftevolle G-sporter en het geïdentificeerd topsporttalent met een handicap. Voor de elitesporters en beloftevolle G-sporters zijn de criteria samen met LHF (Ligue Handisport Francophone) en BPC opgesteld. Via de raad van bestuur van BPC is er een consequente statuutbepaling voor heel België. Voor de geïdentificeerde topsporttalenten zijn de criteria vastgelegd per liga, i.c. Parantee voor de Vlaamse topsporttalenten. De visie van de criteria wordt per Paralympiade vastgelegd, maar er kan wel jaarlijks een aanpassing gebeuren bvb update van op ranglijst gebaseerde criteria. De criteria zijn enkel uitgewerkt voor sporten waarin Vlaamse G- topsporters wedijveren op Europees en mondiaal niveau. Zodra potentiële topsporters zich ook in andere G-topsporttakken aandienen, zal Parantee in overleg met LHF en BPC hiervoor prestatiecriteria opstellen. In aanloop van de Paralympische Spelen publiceert BPC, in overleg met Parantee en LHF en de betrokken reguliere sportfederaties, de selectiecriteria. Deze blijven voor de individuele sporttakken een stuk strenger dan de kwalificatiecriteria van IPC. Trajectevaluatie Om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning dient de G-topsporter, naast het behalen van een topsportprestatie/statuut, positief beoordeeld te worden op volgende noodzakelijke aspecten van het topsporttraject: (1) Tonen van engagement in topsport, minimaal tot en met de Paralympische Spelen 2020; (2) Tonen van een positieve curve in de prestatielijn t.o.v. het internationale niveau en/of behoud van potentieel medailleniveau; (3) Omkadering door competente trainers en/of experts die ervaring hebben in topsportmaterie; (4) Voorleggen van een meerjarenplanning, inclusief lange termijn multidisciplinair begeleidingstraject en een standaard weekprogramma volgens de noden van topsport, hetzij in een club hetzij op individuele basis; (5) Beschikken over een goede topsportattitude; (6) Stellen van prioriteiten inzake het melden en laten verzorgen van blessures; (7) Toepassen van de adviezen van de leden van de Commissie Topsport van Parantee; (8) Voor de teamsporten gelden volgende bijkomende parameters: i. Aanwezigheid van hoog spelniveau en intrinsiek talent van de huidige spelers; ii. Instroom van nieuwe getalenteerde spelers; iii. Aanwezigheid van voldoende prestatiebevorderende en taakgerichte cohesie. Loopbaan van een G-topsporter Aangezien de beperking vaak verworven is en niet aangeboren, kan men G-topsporters moeilijker in leeftijdscategorieën indelen. Desalniettemin kunnen er in het loopbaantraject van een G-topsporter vier verschillende loopbaanfasen onderscheiden worden: (1) Talentdetectie en -selectie (nog niet-geïdentificeerde topsporttalenten); (2) Ontwikkelingsprogramma s via (middel)lange termijnwerking (geïdentificeerde topsporttalenten); (3) Prestatieprogramma s via korte of middellange termijnwerking (elitesporters of beloftevolle G-sporters); (4) Na-topsportcarrière (ex-topsporters). 89

90 De meeste G-topsporters genieten van een alternatief inkomen bvb via een uitkering, waardoor de behoefte om opgenomen te worden in een tewerkstellingsproject topsport kleiner is dan voor valide topsporters. Toch dient de mogelijkheid te blijven bestaan voor een eventuele opname in het Tewerkstellingsproject Topsport van Sport Vlaanderen, mits voldaan wordt aan de instapcriteria, met name het behalen van een medaille op Paralympische Spelen of wereldkampioenschappen in Paralympische disciplines. Parantee wenst in overleg en/of samenwerking met externe partners individuele carrièrebegeleiding aan te bieden aan G-topsporters in de verschillende loopbaanprogramma s o.a. met het oog op het geven van bijstand en advies inzake uitkering, huisvesting, materiaal, invulling vrije tijd, De G- topsporter komt ook in aanmerking voor de trajecten aangeboden dankzij het samenwerkingsverband tussen VDAB en Sport Vlaanderen. Talentdetectie en - selectie Dankzij het project talentdetectie, sinds 2012 een samenwerking van KU Leuven en Parantee, realiseerde de voltijds sportwetenschappelijk medewerker: De ontwikkeling van een generieke testbatterij voor rolstoelsporters (eerste fase); De ontwikkeling van een generieke testbatterij voor atleten met cerebrale parese (tweede fase); De ontwikkeling van een generieke testbatterij voor atleten met verstandelijke beperking (derde fase); De organisatie van opleidingstrajecten voor talentscouts. De testbatterijen worden afgenomen in revalidatiecentra, scholen, clubs en tijdens Paranteeactiviteiten met als bedoeling om (1) het potentieel van de G-sporters in te schatten en (2) een database van testresultaten aan te leggen om toekomstige potentieelinschatting te verfijnen. Via het project talentdetectie wordt een aanzienlijke doelgroep bereikt die (nog) niet in georganiseerd verband sporten. Parantee wenst het project talentdetectie ook in de Paralympiade te continueren o.l.v. een voltijds medewerker talentdetectie, met de volgende verantwoordelijkheden: De coördinatie van de afname van de testbatterijen; Het organiseren van opleidingstrajecten voor talentscouts in revalidatiecentra, scholen en clubs; Het opstarten van een netwerk zodat de detectie van G-sporters binnen de reguliere federaties verbetert; De individuele trajectbegeleiding van jonge getalenteerde G-sporters; Het structureel inbedden van activiteiten rond het maken van een talentswitch ; Het continu kritisch afwegen van de benadering van de gehanteerde methodes in vergelijking met de internationale tendensen. De benadering moet steeds up-to-date blijven. Parantee wenst haar clubs te blijven ondersteunen in de sporttechnische begeleiding van de G- sporters, door middel van de organisatie van open trainingen. Deze cluboverschrijdende open trainingen worden geleid door de respectieve ligatrainer van Parantee, met als doel de talenten te motiveren extra te trainen en hen tegelijk ook individueel technisch bij te scholen. Ook de clubtrainers worden op deze manier bijgeschoold door onderling contact en door contact met de ligatrainers. Tegen 2020 wil Parantee open trainingen aanbieden voor elke sporttak in haar topsportprogramma. De deelnemende G-sporters hebben een nationale classificatie of zetten bij selectie de classificatieprocedure in gang. 90

91 Ontwikkelingsprogramma s via (middel)lange termijnwerking De begeleiding van talenten heeft als voornaamste doelstelling om G-sporters op te leiden tot een niveau waarmee ze op internationaal vlak (1) kunnen bijdragen tot het behalen van slots (quotaplaatsen) voor wereldkampioenschappen en Paralympische Spelen en/of (2) zich volgens de internationale criteria kunnen plaatsen voor wereldkampioenschappen en Paralympische Spelen in die sporten waar een rechtstreekse kwalificatie mogelijk is. Het ontwikkelingsprogramma zal verlopen via de volgende fasen: (1) Het behoud van het talentenstatuut doorheen de verschillende leeftijdscategorieën; (2) De deelname aan een internationale wedstrijd, met bijhorende internationale classificatie (dit is een voorwaarde voor het behalen van een beloftestatuut); (3) Het behalen van een beloftelimiet; (4) De doorgroei naar een elitestatuut. De talentvolle jongeren worden gegroepeerd in de gezamenlijke selectietrainingen, onder leiding van de ligatrainer. Deze trainingen werden reeds opgestart in 2010 en bestaan uit een mix van talentvolle G-topsporters en gedetecteerde jongeren die toewerken naar het topsportstatuut. Ze verkleinen de kloof tussen clubtraining en toptraining, en scherpen de ambitie en het engagement aan om door te groeien naar een G-topsporter. Ook voor deze selectietrainingen doet Parantee een beroep op trainers binnen het toegekende trainerscontingent. Naast het leiden van de open en selectietrainingen zijn ze verantwoordelijk voor de talentscouting, het actief betrekken en opleiden van clubtrainers. Wegens de deeltijdse aanstellingen van de trainers binnen de beperkte financiële mogelijkheden is de talentontwikkeling onvoldoende uitgebouwd in de voorbije Paralympiade. Immers, in de meeste sporten staan de ligatrainers voor de elite- en beloftevolle G-sporters ook in voor de talentenwerking, maar voor dit laatste was er dus te weinig ruimte om deze begeleiding te sturen, laat staan ze op te starten. Voor de volgende Paralympiade dient het concept van de selectietrainingen verder uitgebouwd en/of opgestart te worden, zodat talentvolle jongeren en potentiële G-topsporters onmiddellijk optimaal opgevolgd en begeleid kunnen worden. Dit is enkel mogelijk via de uitbreiding van de pakketten van de ligatrainers. Voor de handicapspecifieke sporttak boccia bouwt Parantee de ontwikkeling van de leerlijn competitie boccia verder uit, in samenwerking met type 4-scholen van het buitengewoon onderwijs. Reeds twee BUSO-scholen bieden in hun curriculum de richting competitie boccia aan een selectie van leerlingen aan. Naast een pakket van de algemeen vormende onderwijsvakken krijgt men ook een specifiek opleidingspakket aangeboden. Er worden sporttechnische en sporttaktische doelstellingen in het onderwijsaanbod geïntegreerd. Er is aandacht voor een gezonde en sportieve levensstijl en men leert omgaan met mentale aspecten zoals stress, motivatie en zelfbeheersing. Vanaf het schooljaar zal de ligatrainer, die nu de projecten in de verschillende scholen moet begeleiden en/of opstarten, ook de overkoepelende selectietrainingen en selectiestages leiden. Daarnaast geeft hij ondersteuning aan de lesgevers binnen het gewone schooltraject zodat de overgang naar de selectietrainingen vlot kan verlopen. Tenslotte ziet hij/zij toe dat de leerlijn per school afgestemd is op de nabije clubwerking. 91

92 Prestatieprogramma s via korte of middellange termijnwerking De focus ligt op G-topsporters (elites en beloften) die pieken naar topsportprestaties tijdens de Paralympiade , via het behalen van medailles en top-5-plaatsen op de Paralympische Spelen en wereldkampioenschappen en via medailles op Europese kampioenschappen, uiteraard in paralympische disciplines. De middelen flexibel aangewend, in functie van de noden van G- topsporters in hun voorbereiding op internationale kampioenschappen. Deze flexibiliteit is voor Parantee nodig omdat tot nu toe onvoldoende financiële middelen beschikbaar waren om elke G- topsporter in de Paralympische focussporttakken een passende financiële ondersteuning te verlenen. Elites en beloften worden financieel vooral ondersteund in hun deelname aan internationale wedstrijden en grote kampioenschappen, die belangrijk zijn in functie van een selectie voor de Paralympische Spelen. Parantee stuurt de multidisciplinaire omkadering in elke sporttak, waarbij de ligatrainer voor de teamsporten wordt bijgestaan door een assistent-trainer. De ligatrainers zijn op deel- of voltijdse basis bij Parantee tewerkgesteld en zijn ook verantwoordelijk voor de begeleiding van de atleten in de voorgaande loopbaanfases. Voor de handicapspecifieke teamsporten (boccia, goalbal, rolstoelrugby) worden, naast de clubtrainingen, wekelijks of tweewekelijks trainingen voor het nationale team georganiseerd. De trainingsfrequentie dient behouden te blijven en waar mogelijk uitgebreid met bijkomende stages. Na-topsportcarrière/nazorg G-topsporters worden gestimuleerd om actief te blijven binnen de Paralympische Beweging via participatie in meerdere projecten en/of commissies van Parantee: Begeleiden van jonge paralympische (top)sporters, zowel recreatief (clubs) als competitief (topsport); Instaan voor talentdetectie en scouting; Volgen van trainersopleidingen om kennis aan ervaring te koppelen en deze te kunnen overbrengen aan (toekomstige) G-(top)sporters; Participeren in een sportcommissie of competitiemanagement; Zich engageren in allerlei werkgroepen; Mee helpen organiseren van (inter)nationale tornooien. G-topsporters dienen beroep te kunnen doen op individuele carrièrebegeleiding inzake G- sportspecifieke problematiek (uitkering, huisvesting, materiaal, ), evenals te kunnen participeren in het VDAB -trajectbegeleiding tot professionele topsporter (zie hoofdstuk Topsportloopbaan ). Topsportmanagement/kader In de voorbereiding en uitvoering van een integraal en structureel topsportbeleid komt Parantee in aanmerking voor een subsidieerbaar voltijds personeelslid. Hij/zij neemt de rol van Technisch Directeur Topsport op vanuit een verregaande operationele autonomie en verantwoordelijkheid ten aanzien van de raad van bestuur van Parantee. Hij/zij voert het topsportbeleid uit binnen de budgettaire mogelijkheden en de vooropgestelde outputdoelstellingen. Parantee wenst de technisch directeur Topsport te laten bijstaan door een voltijds assistent logistiek/administratie, door een verantwoordelijke talentdetectie, door deeltijdse teammanagers voor de handicapspecifieke teamsporten en door ligatrainers voor alle focussporten, inclusief voor de leerlijn boccia in de BUSOscholen en een fysiek trainer. Zowel teammanagers als ligatrainers kunnen als program driver aangeduid worden. Parantee wil ook een embedded scientist aan het topsportkader toevoegen. 92

93 Commissie Topsport Parantee De Commissie Topsport Parantee is als volgt samengesteld: de technisch directeur Topsport (voorzitter), de afgevaardigde van de ligatrainers, de sportwetenschapper, de embedded scientist, de afgevaardigde van de kinepool, de sportpsycholoog, de federatiearts, de vertegenwoordiger van de G-topsporters en de dossierbeheerder Topsport van Sport Vlaanderen. De Commissie Topsport Parantee is verantwoordelijk voor: Het opvolgen van de trajectevaluatie van de G-topsporters, die minimaal tweemaandelijks wordt besproken. De leden van de Topsportcommissie adviseren de G-topsporter inzake een meer optimale begeleiding (zowel op sportief als op sportwetenschappelijk, sportpsychologisch en sportmedisch vlak) en een medisch verantwoorde topsportcarrière zonder doping. Het opmaken, voorstellen en verdedigen van het vierjaarlijkse beleidsplan ten aanzien van de Raad van Bestuur van Parantee en Sport Vlaanderen. De leden staan in voor het uitvoeren, opvolgen en bijsturen van het Beleidsplan Topsport. Sport Management Commission (Belgisch Paralympisch Comité) Met de inrichting van de Sport Management Commission in de schoot van het Belgisch Paralympisch Comité (BPC) wordt een optimale synergie nagestreefd tussen de gemeenschappen en het BPC. Maandelijks vindt een overleg plaats tussen de Technisch Directeur Topsport van Parantee, de topsportdirecteur van LHF en de directeur van BPC, ter bespreking van de voorbereiding en de deelname van Belgische G-sporters aan internationale wedstrijden. Ook de selectie- en prestatiecriteria krijgen in deze Sport Management Commission vorm. Het Belgian Paralympic Committee is enerzijds de koepelorganisatie van Parantee en LHF, en is anderzijds ook verantwoordelijk voor de voorbereiding van en de deelname van het Belgian Paralympic Team aan de Paralympische Spelen, net zoals het BOIC dat is voor de Olympische sporttakken. De bespreking van de selectiecriteria, de logistiek en de delegatiesamenstelling gebeurt in aparte meetings van de Paralympic Games Commission, die doorheen de Paralympiade worden ingepland in functie van de noden. Trainingstechnische omkadering De noden en behoeften inzake de trainingstechnische omkadering van G-topsporters worden in tabel 11 opgelijst in functie van de lopende korte- en (middel)lange termijnprojecten. Sport Vlaanderen zal in de Paralympiade , binnen de totale financiering aan Parantee, bijdragen aan de door de sector omschreven noden. Voor de volgende Paralympiade wenst Parantee in te zetten op verschillende aspecten: Uitbreiden van de huidige trainerspakketten (VTE per sporttak in ontwikkelings- en prestatieprogramma); Rekruteren van en samenwerken met de toptrainers uit het valide topsportmilieu; Streven naar een aangepaste vergoeding; Verhogen van de kwaliteit van het coachesplatform o.a. via het aanbod van specifieke bijscholingen; Actief werken aan het persoonlijk ontwikkelingsplan van de ligatrainers o.a. door thematische sessies onder leiding van de vormingscoördinator topsport van Sport Vlaanderen. 93

94 Tabel 11: Trainingstechnische omkadering bij Parantee in de periode Paralympische Trainersnoden sporttak (VTE) Link met de prioriteiten Atletiek (1 & 2) 1,5 1. Focus op medaillekandidaten in Paralympische disciplines; Badminton (6) 0,2 2. Focus op sporttakken met een groot aantal medaille-events op de Boccia (3) 1,0 Paralympische Spelen: atletiek, tafeltennis, wielrennen en Goalbal (3) 0,6 zwemmen; Paardrijden (5) 0,2 3. Focus op handicapspecifieke sporttakken: boccia, goalbal en Rolstoelrugby (3 & 4) 0,3 rolstoelrugby; Rolstoeltennis (1) 0,2 4. Focus op kansen: sporten met reeksen voor vrouwen, of voor G- Tafeltennis (1 & 2) 0,8 topsporters met ernstige beperking (rolstoelsporters, sporters Taekwondo (6) 0,2 met hersenverlamming (CP), blinde topsporters, ), of Wielrennen (1 & 2) 1,5 teamsporten die kans bieden op een talentswitch; Zwemmen (2) 1,5 5. Focus op sporttakken waar de samenwerking met de reguliere Fysieke training en sportfederatie toeneemt of gemaximaliseerd is; 1,0 krachttraining (1) 6. Focus op nieuwe sporttakken. Totaal 9,0 VTE Topsport en wetenschap De voorbije jaren werden de G-topsporters ad hoc en volgens prioriteit ondersteund. Van een doorgedreven wetenschappelijke omkadering was er nauwelijks sprake, alleszins onvoldoende om de snelle evoluties in de paralympische sport te kunnen volgen. In de volgende Paralympiade zal de samenwerking tussen de verschillende actoren op het terrein verder worden gestimuleerd, de expertise geoptimaliseerd en de transfer van wetenschappelijke kennis naar de werking in het veld verbeterd. Om hierop te kunnen inspelen, zal Parantee een embedded scientist aanstellen die een belangrijke liaisonfunctie dient te vervullen inzake de dagelijkse sportwetenschappelijke begeleiding van de G-topsporters enerzijds (als onderdeel van de prestatie- en ontwikkelingsprogramma) en de multidisciplinaire omkadering anderzijds. Hij/zij zal o.a. de sportwetenschappelijke experts contacteren en engageren, ligatrainers bijstaan en opleiden in de toepassing van sportwetenschappelijke begeleiding, samenwerken met kenniscentra en/of gespecialiseerde firma s, onderzoeksresultaten implementeren,... Voorts zal nagegaan worden in welke mate er kan ingezet worden op innovatie in (sport)materiaal en technologie en/of de participatie in wetenschappelijk onderzoek bvb letselpreventie bij rolstoelatleten, internationale benchmark, classificatiesysteem. De wetenschappelijke expertise dient in de Paralympiade verder te worden uitgebouwd. Dit kan (deels) in goed overleg en samenwerking met de reguliere (top)sportfederaties gerealiseerd worden. Tabel 12: Multidisciplinaire omkadering bij Parantee in de periode Begeleiding Omkaderingsnoden Sportwetenschappelijk Uitbreiding fysieke screenings, inspanningstesten; lichaamssamenstelling; labo- en veldtesten Voeding Voedingsanamnese; begeleiding Mentaal Opstellen mentaal profiel per G-topsporter; begeleidingstrajecten atleten en coaches; update Be-Top boek Medisch Medische screening; opvolging in het topsportcentrum Gent; update Be-Top boek Paramedisch Paramedische begeleiding op internationale stages en wedstrijden; screening en opvolging van de G-topsporters in het topsportcentrum Gent; update Be-Top boek Samenwerking reguliere sportfederaties Gebruik materiaal; innovatieve projecten; advies experts 94

95 G-trainingsinfrastructuur topsport Parantee wenst nauw betrokken te worden in de uitbouw van toekomstige trainingsinfrastructuur topsport om deze waar mogelijk te realiseren volgens de principes van universal design. Dit is het gebruiksvriendelijk en toegankelijk ontwerpen van de dagelijkse dingen om ons heen voor zoveel mogelijk gebruikers. De huidige trainingsinfrastructuur topsport is immers niet (steeds) toegankelijk voor (top)sporters met een beperking: Wat betreft trainingsinfrastructuur volgt Parantee a priori het standpunt en de keuzes van/voor de reguliere sporttakken. Binnen deze standpunten en keuzes streeft Parantee ernaar dat de infrastructuur integraal toegankelijk is of wordt gemaakt. Parantee streeft ernaar om maximaal samen te werken met de reguliere topsportfederaties van individuele G-sporttakken tijdens trainingen en stages, zowel wat betreft trainingsinfrastructuur als waar mogelijk ook met de trainingstechnische omkadering. Wat betreft de teamsporten dient waar mogelijk gestreefd te worden naar het gebruik van één topsportlocatie voor de nationale teams, met daarbij specifiek aandacht voor (1) toegankelijkheid en bereikbaarheid van de sporthal, (2) een sportvloer volgens de specifieke noden en (3) een vaste belijning voor de handicapspecifieke sporten zoals boccia, goalbal en rolstoelrugby; Wat betreft de verblijfsaccommodatie voor het inlassen van stages is Parantee voorstander van het integraal toegankelijk en bereikbaar maken van bestaande accommodaties. Bij renovatieprojecten of uitbreidingsprojecten van topsportcentra zou ook rekening moeten gehouden worden met de toegankelijkheid van de accommodatie. G-sportspecifiek materiaal De beschikbaarheid van modern aangepast sportspecifiek materiaal is bijzonder belangrijk. Om tot de wereldtop te behoren, dient een G-topsporter te kunnen beschikken over het meest innovatieve sportmateriaal, dat optimaal is aangepast aan de individuele noden (o.a. sportrolstoel, prothese, fietsen, handbike). Dergelijk materiaal is vaak ontzettend duur en de productie vraagt een bereidheid van gespecialiseerde firma s. Het sportmateriaal dient twee- tot vierjaarlijks vervangen te worden, afhankelijk van de slijtage van het materiaal en/of de groei van de jonge beloftevolle G-topsporters. De jaarlijkse kost voor de aankoop en vervanging van dit sportmateriaal wordt geraamd op euro. Het materiaal voor beginnende of talentvolle G-sporters dat aangekocht wordt door Parantee, blijft eigendom van de federatie en wordt teruggevorderd bij het (voortijdig) beëindigen van de topsportloopbaan. Voor het gebruik van klein sportmateriaal kunnen de G-sporters steeds terecht bij de uitleendienst van Parantee. Daarnaast valt de G-topsporter vooral terug op eigen middelen of middelen aangereikt door lokale initiatieven en/of privésponsors. G-topsport en evenementen Parantee voorziet voor haar G-topsporters in een integrale competitiekalender die zich over het volledige kalenderjaar spreidt. Zoveel als mogelijk zal een partnerschap aangegaan worden met (externe) organisatoren om regionale en (inter)nationale topsportevenementen te organiseren en/of te integreren in grote (inter)nationale reguliere topsportcompetities in Vlaanderen. Parantee wenst evenwel geen grootschalige topsportevenementen (als hoofdorganisator) aan te trekken, aangezien het aan personeelskracht ontbreekt om de volledige organisatie op zich te nemen. 95

96 Communicatie Na afloop van de Paralympische Spelen 2012 in Londen liet BPC door Repucom een marktonderzoek uitvoeren over de rol, de perceptie, de kennis en de impact van de Paralympische Beweging in België. Paralympiërs zijn katalysatoren voor sportparticipatie en sociale integratie, aldus 7 op de 10 Belgen. 8 op 10 Belgen gelooft dat Paralympische sport de perceptie van de maatschappij op handicap positief beïnvloedt. Dit zijn motiverende resultaten voor meer communicatieaandacht. In de aanloop naar Rio verlengt Parantee de communicatiecampagne van het BPC in Vlaanderen door de digitale nieuwsberichten door te sturen naar de eigen stakeholders en het regionaal medianetwerk van de atleet. In de periode zal Parantee de nationale en regionale media meer betrekken in de uitbouw van G-topsport, o.a. met het oog op het verhogen van de sportparticipatie van personen met een beperking. Parantee dient hierbij duidelijk en positiever te communiceren inzake het gebruik van de IPC athlete classification code, in hoofdzaak aan de reguliere sportfederaties en aan de Vlaamse media. Sport Vlaanderen kan hierin een voorname rol opnemen, via de periodieke contacten met de reguliere sportfederaties en/of de sporttakoverschrijdende opleidingsmomenten. G-topsporters, opgenomen in een prestatieprogramma, dienen waar mogelijk een mediatraining te kunnen volgen, teneinde goed voorbereid te zijn op de media-uitdagingen waarmee ze te maken krijgen (bv. verschijnen voor een camera en gebruik van sociale media). Integratie Op internationaal vlak heeft IPC het ownership over 8 paralympische sporttakken. Alle andere zijn geïntegreerd in de reguliere internationale sportfederatie of hebben een eigen internationale koepelorganisatie opgericht (zie tabel 13). Op Vlaams niveau is het anno 2016 nog steeds Parantee die het merendeel van deze sporten organiseert of op begeleidingsvlak ondersteunt. Dit wordt in het nieuwe decreet met een bijkomende opdracht voor Parantee opgenomen, met name sporttechnische ondersteuning bieden aan andere erkende sportfederaties die een geïntegreerde G- sportwerking willen aanbieden in hun sportfederatie. Omdat heel wat (top)sportspecifieke kennis binnen de reguliere federatie aanwezig is, wil Parantee in de periode deze kennis meer structureel inbedden binnen de eigen topsportwerking. Integreren van afspraken rond topsportwerking binnen de convenanten die reeds worden afgesloten met de reguliere federaties. Het reeds bestaande luik breedtesport wordt uitgebreid met een luik topsport; Actiever scouten naar talentvolle G-sporters binnen en door de reguliere federatie bvb sporters met een verstandelijke beperking, sporters met een minimale beperking; Waar mogelijk samenwerken op vlak van infrastructuur, stages, materiaal, kennis, trainers; Integreren van G-modules in de VTS-sportkaderopleidingen voor reguliere (top)trainers; Stimulansen krijgen vanuit Sport Vlaanderen. Tabel 13: Overzicht van de huidige samenwerking van Parantee met de stakeholders in topsport Sporttak Internationale Sportfederatie Integratie breedtesport Huidige samenwerking Parantee Topsport Alpine ski & Snowboard IPC Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Atletiek IPC Ja IPC-erkenning VAL-wedstrijden; extra G-nummers voor wheelers op Flanders Cups; mogelijkheid tot gezamenlijke stages indien eigen trainers de begeleiding verzorgen Badminton BWF Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters; wel internationale deelnames; 1ste gesprek richting samenwerking richting Tokyo 2020 was positief Biatlon IPC Nee Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters 96

97 Boccia BISFED Nee Geen reguliere federatie Boogschieten WA Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters; wel internationale deelnames Goalbal IBSA Nee Geen reguliere federatie IJssleehockey IPC Nee Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Judo IBSA Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Kajak ICF Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters; eerdere samenwerking in 2013 en 2014 obv pilootproject: VKKF was volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma, Parantee zorgde voor gedeelde financiering wedstrijden en trainerskost Langlaufen (cross country) IPC Nee Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Paardrijden FEI Ja KBRSF en VLP volgen topsportwerking 100% op; Parantee voorziet een financiële tussenkomst obv door VLP ingediende begroting bij Parantee; multidisciplinaire handicapspecifieke vragen worden ad hoc door Parantee opgevolgd Powerliften IPC Nee Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Roeien FISA Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters R-basketbal IWBF Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters; nationaal team heeft op dit moment geen topsportstatuut R-curling WCF Nee Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters R-rugby IWRF Ja Geen reguliere federatie R-schermen IWAS Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters R-tennis ITF Ja Internationale contacten en inschrijvingen via Tennis Vlaanderen; Parantee volgt werking en financiering programma's en trainers 100% op; soms tussenkomst WTC vanuit Tennis Vlaanderen; 1 topsporttalent traint fysiek in Performance Center Wilrijk Schieten IPC Nee Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Taekwondo WTF Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Tafeltennis ITTF Ja Internationale contacten en inschrijvingen via VTTL; Parantee volgt voor meeste atleten werking en financiering programma's en trainers 100% op; Laurens De Vos: financiering internationale G-wedstrijden via Parantee, dagelijkse begeleiding via TSS van VTTL, G- wedstrijdbegeleiding door VTTL maar gefinancierd door Parantee Triatlon ITU Ja Momenteel geen G-topsporters; wel internationale deelnames; internationale contacten en inschrijvingen via VTDL Voetbal 7-aside IFCPF Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Ja Voetbal 5-aside team heeft op dit moment geen topsportstatuut Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters; nationaal IBSA Volleybal WPV Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Wielrennen UCI Ja Internationale contacten en inschrijvingen via KBWB en WBV; indien haalbaar gebruik pistemateriaal KBWB maar vaak niet het meest nieuwe o.a. kaders, wielen, sturen; gratis licenties voor staf nationale ploeg; deelname aan reguliere pistewedstrijden mogelijk indien ruimte binnen programma Zeilen ISAF Ja Geen samenwerking; momenteel geen G-topsporters Zwemmen IPC Ja IPC-erkenning VZF-wedstrijden; deelname zwemmers aan VZFcompetities; mogelijkheid deelname kampioenschappen KBZB en VZF met aangepaste limieten; mogelijkheid (maar nog geen gewoonte) van gezamenlijke stages indien eigen trainers de begeleiding verzorgen 97

98 Budget In de voorbije Paralympiade werd jaarlijks gemiddeld 3,8% van de investeringen van de Vlaamse overheid geïnvesteerd in Paralympische disciplines. Tabel 11 geeft een overzicht van de jaarlijkse noden van de Vlaamse G-topsporters in paralympische disciplines voor de Paralympiade Zoals voor elke topsportfederatie zal Sport Vlaanderen voor Parantee onderzoeken in welke mate de noden en opportuniteiten ingevuld kunnen worden in de komende Paralympiade Parantee zal jaarlijks gesubsidieerd/gefinancierd worden tot een totaalbedrag van maximaal 4% van het globale Vlaamse topsportbudget, inclusief alle subsidies Topsport, werkingsmiddelen Topsport, topsportpersoneel en topsporters onder contract. Tabel 14: Overzicht van de noden en behoeften van de Vlaamse G-topsporters voor de Paralympiade Omschrijving Topsportmanagement/kader (loon- en werkingskost: Technisch directeur topsport Assistent logistiek/administratie Sporttechnische omkadering Verantwoordelijke talentdetectie Embedded scientist Verantwoordelijke leerlijn boccia Teammanagers Ligatrainers Fysiek trainer Multidisciplinaire omkadering: Voorbereiding op internationale wedstrijden Deelname aan internationale wedstrijden: Tewerkstellingscontracten Sport Vlaanderen:???? Carrièrebegeleiding via VAPH of Sport Vlaanderen: Aankoop sportmateriaal: Na-topsportcarrière/nazorg: Totaal WAT IS NIEUW INZAKE G-TOPSPORT? (1) Verder professionaliseren van de topsportstructuur en werking via de aanstelling van: Technisch Directeur Topsport met een verregaande operationele autonomie; Assistent logistiek/administratie; voltijds verantwoordelijke talentdetectie; Embedded scientist als liaison met sportwetenschappelijke experts; Deeltijds verantwoordelijke leerlijn boccia; (Deeltijdse) ligatrainer per focussport, bij voorkeur door dezelfde trainer van de prestatieprogramma s; trainingstechnische omkadering in de prestatieprogramma s; Medische/paramedische begeleiding in het Topsportcentrum Gent; Individuele carrièrebegeleiding voor (voormalige) G-topsporters inzake G-sportspecifieke problematiek (uitkering, huisvesting, materiaal, ); (2) G-topsport zal jaarlijks maximaal 4% van de Vlaamse topsportmiddelen ontvangen. 98

99 Hoofdstuk 5: Begroting Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) Het budget voor de uitvoering van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) is per actiepunt over de volledige Olympiade Tokyo ( ) weergeven in tabel 15. Per (deel)actiepunt wordt de kredietverstrekker (bron) eveneens vermeld. Ter informatie zijn, waar nog van toepassing, ook de toegekende kredieten voor de Olympiade Rio ( ) nogmaals weergegeven. Naargelang de beschikbare kredieten zal het al dan niet uitvoeren van de actiepunten evenals de timing van opstart en de mate van uitvoering jaarlijks worden vastgelegd op advies van de Taskforce Topsport, op basis van de jaarlijkse begroting. De prioriteit zal vastgelegd worden aan de hand van de strategische keuzes van het Vlaams topsportbeleid (zie hoofdstuk 1). Voor de Olympiade Tokyo ( ) betekent dit t.o.v. de Olympiade Rio ( ): Inzake decretale subsidies Topsport een verhoging van euro, de meerkost schuilt in de subsidiëring van de loonkost van de technisch directeurs Topsport. De kredieten via basissubsidie voor de aanstelling van een coördinator Topsport worden hiervoor overgeheveld naar de afdeling Topsport; Inzake werkingsmiddelen Topsport een verhoging van euro; Inzake personeelskredieten van Sport Vlaanderen een verhoging van euro; Inzake investeringssubsidies in trainingsinfrastructuur Topsport een status quo. Globaal wordt een verhoging van euro geraamd t.o.v. de toegekende kredieten voor de Olympiade Rio ( ) Budgettering per actiepunt (omschrijving) Zoals doorheen het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) reeds werd toegelicht, is volgende budgettering per actiepunt vooropgesteld in de Olympiade Tokyo ( ): Strategische krijtlijnen: In de Olympiade Tokyo ( ) zal minimaal 90% van de Vlaamse topsportmiddelen ingezet worden ten behoeve van Olympische disciplines, met een strikt onderscheid tussen korte (prestatieprogramma s, maximaal 55%) en lange termijnwerking (ontwikkelingsprogramma s, minimaal 35%). Maximaal 4% van de beschikbare middelen wordt bestemd voor Paralympische disciplines, maximaal 2% voor niet-olympische disciplines en maximaal 4% voor sporttakoverschrijdende investeringen. Actiepunt 1: Talentdetectie De talentdetectie en -ontwikkeling van jonge topsporttalenten dient te gebeuren onder leiding van de Jeugdtrainers Topsport. De subsidiëring van de loonkost van deze jeugdtrainers Topsport is een onderdeel van de ondersteuning van de Olympische ontwikkelingsprogramma s. Actiepunt 2: Begeleiding en omkadering van Vlaamse topsporters doorheen de topsportloopbaan De Vlaamse inbreng in het project BeGold dient ongewijzigd te blijven op euro per jaar, gefinancierd vanuit de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Voor de uitbouw van het VDAB-begeleidingstraject tot professionele topsporter is een jaarlijkse budget van euro nodig, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Voor de financiering van het Topsportstudentenproject van Sport Vlaanderen wordt de jaarlijkse kost geraamd op euro ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen, op 99

100 basis van 50 topsporters/studenten tot 21 jaar (onkostenvergoeding van gemiddeld 350 euro/maand en een toelage van gemiddeld euro/jaar t.a.v. de hogere onderwijsinstelling) en 15 topsporters/studenten boven 21 jaar (deeltijdse arbeidsovereenkomst met een brutoloonkost van euro/jaar en een toelage van gemiddeld euro/jaar t.a.v. de hogere onderwijsinstelling). Voor de financiering van het tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen wordt de jaarlijkse kost geraamd op euro, op basis van 35 VTE topsporters, ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen. Voor de financiering van het UCI continental professional cycling team Topsport Vlaanderen Baloise wordt de jaarlijkse loon- en werkingskost geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. De jaarlijkse werkingskosten inzake carrièrebegeleiding Topsport worden geraamd op euro (infosessies, meetings lerend netwerk, sensibiliseringscampagnes, permanente vorming carrièrebegeleiders Topsport, aankoop materiaal, ), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. 1,0 VTE Carrièrebegeleiders Topsport is ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen, ad hoc wordt 0,5 VTE flexibele Carrièrebegeleiding Topsport ingeschakeld vanuit werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Actiepunt 3: Na-topsportcarrière 1,0 VTE Carrièrebegeleiders Topsport is ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen Actiepunt 4: Statuut en verloning topsportmanagement/kader De loonkost van 1 VTE Technisch Directeur Topsport dient onderhandeld te worden door de topsportfederatie, en wordt geplafonneerd op maximum euro per jaar vanuit de subsidies Topsport. De gebeurlijke loon- en werkingskosten, verbonden aan de aanstelling van de ad hoc program drivers, dienen opgenomen te worden in de totale programmakost van de Olympische prestatie- en ontwikkelingsprogramma s. Actiepunt 5: Vorming van topsporttrainers Voor de aanstelling in niveau A van een voltijds vormingscoördinator Topsport is een budget nodig van euro per jaar, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Voor het detecteren, ontwikkelen, vervolmaken en inspireren van in service topsporttrainers is een vormingskrediet nodig van euro, gespreid over de Olympiade Tokyo ( ), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. De diverse vormingsinitiatieven voor geëngageerde in service topsporttrainers (Lerende Gemeenschappen, Vlaams Coachesplatform, Congres voor topsporttrainers en Top 8) worden geraamd op euro per jaar, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Actiepunt 6: Topsporttrainers in Olympische prestatieprogramma s De financiering van de loonkost en de dagelijkse werkingskosten van de Toptrainers wordt geraamd op euro per jaar (25 VTE x euro), ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Actiepunt 7: Topsporttrainers in Olympische ontwikkelingsprogramma s De financiering van de loonkost van de Beloftentrainers Topsport wordt geraamd op euro per jaar (15 VTE x euro), die een onderdeel zijn van de subsidies voor de Olympische ontwikkelingsprogramma s. De financiering van de loonkost van de Jeugdtrainers Topsport wordt geraamd op euro per jaar (65 VTE x euro), die een onderdeel zijn van de subsidies voor de Olympische ontwikkelingsprogramma s. 100

101 Actiepunt 8: Topsport & Wetenschap De loonkost van de gangmaker Topsport en wetenschap (1,00 VTE) is ten laste van de personeelskredieten van Sport Vlaanderen. De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van twee sportwetenschappelijke experts wordt geraamd op euro en is ten laste van werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van wetenschappelijke en medisch/paramedische begeleidingsprojecten, evenals de inzet van embedded scientists dienen integraal te worden opgenomen in de programmakost per prestatie- en/of ontwikkelingsprogramma. De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten wordt geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. De jaarlijkse kostprijs voor de financiering van sportwetenschappelijke onderzoeksprojecten wordt geraamd op euro, ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Actiepunt 9: Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s De jaarlijkse programmakost van de Olympische ontwikkelingsprogramma s wordt geraamd op euro, op basis van een benchmark van de toegekende topsportmiddelen op korte/(middel)lange termijn in de Olympiades Londen ( ) en Rio ( ). De Vlaamse bijdrage aan het gemeenschappelijk project BeGold ( euro ten behoeve van de beloftevolle jongeren in de Olympische ontwikkelingsprogramma s) en de loon- en werkingskosten voor de technisch directeur Topsport zijn daarbij niet inbegrepen. De jaarlijkse programmakost wordt geraamd op euro, op basis van een benchmark van de toegekende topsportmiddelen op korte/(middel)lange termijn in de Olympiades Londen ( ) en Rio ( ). Actiepunt 10: Trainingsinfrastructuur Topsport In de Olympiade dient blijvend aandacht besteed te worden aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van het Topsportinfrastructuurplan Vlaanderen en de centralisatie van de Vlaamse trainingsinfrastructuur Topsport. Vanaf 2017 wordt een investering van minimaal 10 miljoen euro per Olympiade vooropgesteld. Actiepunt 11: Organisatie van internationale topsportevenementen In de Olympiade dient minstens 33% van de beschikbare kredieten (voor ondersteuning van sportevenementen) van Sport Vlaanderen voorbehouden te worden voor de ondersteuning van de internationale topsportevenementen. Dit komt overeen met een jaarlijkse investering van euro via werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. Actiepunt 12: Olympische ploegsporten De financiële noden in de Olympische ploegsporten zijn bijzonder hoog. De Vlaamse topsportkredieten dienen selectief ingezet te worden voor projecten m.b.t. nationale ploegen met een realistisch traject naar selectie voor de Olympische Spelen. De middelen voor de subsidiëring en/of financiering van dit sportief programma en sporttechnisch kader dienen voorzien te worden binnen de respectieve actiepunten van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ). Actiepunt 13: G-Topsport Parantee zal jaarlijks gesubsidieerd/gefinancierd worden tot een totaalbedrag van maximaal 4% van het globale Vlaamse topsportbudget, inclusief alle subsidies Topsport, werkingsmiddelen Topsport, topsportpersoneel en topsporters onder contract. 101

102 5.2. Budgettering per actiepunt (cijfermatig) Het overzicht van de begroting per actiepunt voor de Olympiade Tokyo ( ) wordt in tabel 15 weergegeven. Het overzicht van de begrote en toegekende topsportmiddelen voor de Olympiade Rio ( ) wordt in tabel 16 weergegeven, de cijfergegevens werden waar mogelijk geconverteerd naar de (nieuwe) actiepunten van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ). Volgende kanttekeningen dienen hierbij te worden geplaatst (zie eveneens genummerde voetnoot in tabel 15): (1) In de Olympiade Rio ( ) werden het wedde van de coördinatoren Topsport (aan 90%) gesubsidieerd via de basissubsidies van Sport Vlaanderen, voor een jaarlijks subsidiebedrag van ca euro, die niet terug te vinden is in de begroting voor Topsport. Vanaf de Olympiade Tokyo ( ) komt het wedde van de technisch directeur Topsport wel ten laste van de begroting voor Topsport. (2) In de Olympiade Rio ( ) werden internationale topsportevenementen door de Vlaamse Overheid ondersteund voor een subsidiebedrag van euro via topsportmiddelen van Sport Vlaanderen en/of het departement CJSM. In de Olympiade Tokyo ( ) kadert de ondersteuning van internationale topsportevenementen in een vernieuwd sportevenementenbeleid van de Vlaamse overheid. Uitsluitend internationale topsportevenementen komen ten laste van de werkingsmiddelen Topsport van Sport Vlaanderen. (3) Het subsidiebedrag voor de Paralympische ontwikkelings- en prestatieprogramma s voor de Olympiade Tokyo ( ) werd berekend op basis van het maximumpercentage van 4% van de gemaximaliseerde begroting , zoals vastgelegd in de strategische krijtlijnen van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ). Dit bedrag dient steeds gecorrigeerd te worden in functie van de effectieve besteding van de beschikbare Vlaamse topsportmiddelen binnen de begroting van Sport Vlaanderen, zoals die jaarlijks beslist wordt door de Vlaamse Regering. (4) Het financieringsbedrag voor de niet-olympische prestatieprogramma s voor de Olympiade Tokyo ( ) werd berekend op basis van het maximumpercentage van 2% van de gemaximaliseerde begroting , zoals vastgelegd in de strategische krijtlijnen van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ). Dit bedrag dient steeds gecorrigeerd te worden in functie van de effectieve besteding van de beschikbare Vlaamse topsportmiddelen binnen de begroting van Sport Vlaanderen, zoals die jaarlijks beslist wordt door de Vlaamse Regering. 102

103 Tabel 15: Begroting Topsport per actiepunt voor de Olympiade Tokyo ( ) Actiepunt (AP) Bron Olympiade Tokyo ( ) Investering % 1 Talentdetectie 0 0,0% 1.1 Talentdetectie o.l.v. Jeugdtrainers Topsport Subsidies Topsport zie AP 7.2 0,0% 2 Begeleiding en omkadering Vlaamse topsporters doorheen de topsportloopbaan ,2% 2.1 Quotum trainers binnen/buiten de TSS Subsidies Topsport zie AP 7.2 0,0% 2.2 Vlaamse inbreng in Project BeGold Werkingsmiddelen ,8% 2.3 VDAB-begeleidingstraject tot professionele topsporter Werkingsmiddelen ,0% 2.4 Topsportstudentenproject Sport Vlaanderen Werkingsmiddelen ,2% 2.5 Tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen Personeelskredieten ,0% 2.6 Tewerkstelling Vlaamse Wielerploegen Werkingsmiddelen ,1% 2.7 Werking Vlaamse Wielerploegen Werkingsmiddelen ,9% 2.8 Carrièrebegeleiding Topsport: werking Werkingsmiddelen ,1% 2.9 Carrièrebegeleiding Topsport: 1 VTE Personeelskredieten - 0,0% 2.10 Carrièrebegeleiding Topsport: ad hoc personeel (0,5 VTE) Werkingsmiddelen ,1% 3 Na-topsportcarrière 0 0,0% 3.1 Carrièrebegeleiding Topsport: 0,5 VTE Personeelskredieten - 0,0% 4 Statuut en verloning topsportmanagement/kader ,9% 4.1 Technisch Directeurs Topsport (1) Subsidies Topsport ,9% 4.2 Program Drivers Werkingsmiddelen zie AP 9.2 0,0% 5 Vorming van topsporttrainers ,0% 5.1 Vormingscoördinator Topsport Werkingsmiddelen ,3% 5.2 Individuele vormingstrajecten Werkingsmiddelen ,3% 5.3 Andere vormingsinitiatieven Werkingsmiddelen ,4% 6 Topsporttrainers in Olympische prestatieprogramma s ,0% 6.1 Pool van Toptrainers (25 VTE) Werkingsmiddelen ,7% 7 Topsporttrainers in Olympische ontwikkelingsprogramma s ,1% 7.1 Pool van Beloftentrainers Topsport (15 VTE) Subsidies Topsport ,8% 7.2 Pool van Jeugdtrainers Topsport (65 VTE) Subsidies Topsport ,3% 8 Topsport & Wetenschap ,0% 8.1 Gangmaker Topsport & wetenschap Personeelskredieten - 0,0% 8.2 Sportwetenschappelijk expert per kennisdomein Werkingsmiddelen ,5% 8.3 Embedded scientist per topsportfederatie en één-op-één Subsidies Topsport zie AP 9.1 0,0% 8.4 sportwetenschappelijke begeleiding Werkingsmiddelen zie AP 9.2 0,0% 8.5 Sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten Werkingsmiddelen ,3% 8.6 Sportwetenschappelijke onderzoeksprojecten Werkingsmiddelen ,2% 9 Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s ,4% 9.1 Olympische ontwikkelingsprogramma s Subsidies Topsport ,4% 9.2 Olympische prestatieprogramma s Werkingsmiddelen ,0% 10 Trainingsinfrastructuur Topsport ,5% 10.1 Trainingsinfrastructuur Topsport Investeringssubsidie ,5% 11 Organisatie van topsportevenementen ,9% 11.1 Organisatie internationaal topsportevenement (2) Werkingsmiddelen ,9% 12 Olympische ploegsporten 0 0,0% 12.1 Subsidies Topsport Olympische ploegsporten 12.2 Werkingsmiddelen zie AP ,0% 1-12 Totaal Olympische disciplines ,0% 13 Totaal Paralympische disciplines ,0% - Paralympische ontwikkelings- en prestatieprogramma s (3) Subsidies Topsport ,0% - Totaal niet-olympische disciplines ,0% - Niet-Olympische prestatieprogramma s (4) Werkingsmiddelen ,0% - Totaal sporttakoverschrijdende investeringen ,0% - Specifieke voorbereiding op OS, PS, WG, Subsidies Topsport ,9% - Werking afdeling Topsport Werkingsmiddelen ,1% Begroting van de totale investeringen Topsport in de Olympiade Tokyo ( ) ,0% Subsidies Topsport ,3% Werkingsmiddelen ,2% Personeelskredieten ,0% Investeringssubsidie ,5%

104 Tabel 16: Begrote en toegekende investeringen Topsport per actiepunt voor de Olympiade Rio ( ) Actiepunt (geconverteerd naar TSAP IV) Bron Olympiade Rio ( ) Begroot Toegekend % 1 Talentdetectie ,0% 1.1 Vlaams Sportkompas Werkingsmiddelen Topsport ,0% 2 Begeleiding en omkadering van Vlaamse topsporters doorheen de topsportloopbaan ,4% 2.1 Quotum trainers binnen/buiten de TSS Subsidies Topsport ,9% 2.2 Vlaamse inbreng in Project BeGold Werkingsmiddelen Topsport ,2% 2.4 Topsport en hoger onderwijs Werkingsmiddelen Topsport ,5% 2.5 Tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen Personeelskredieten ,2% 2.6 Tewerkstelling Vlaamse Wielerploegen Werkingsmiddelen Topsport ,9% 2.7 Werking Vlaamse Wielerploegen Werkingsmiddelen Topsport ,4% Tewerkstelling Atletiek Vlaanderen Werkingsmiddelen Topsport ,8% - Werking Atletiek Vlaanderen Werkingsmiddelen Topsport ,6% 4 Statuut en verloning topsportmanagement/kader ,8% 4.1 Meerkost aanstelling High Performance Managers Werkingsmiddelen Topsport ,6% 4.1 Aanstelling topsportmanagement/kader Werkingsmiddelen Topsport ,2% 4.1 Aanstelling DSKO Topsport Personeelskredieten ,0% 5 Vorming van topsporttrainers ,3% 5.1 Vormingscoördinator Topsport Werkingsmiddelen Topsport ,3% 5.2 Pool van aspirant toptrainers & Vlaams Coachesplatform Werkingsmiddelen Topsport ,0% 6 Topsporttrainers in Olympische prestatieprogramma s ,9% 6.1 Pool van Toptrainers (25 VTE) Werkingsmiddelen Topsport ,9% 7 Topsporttrainers in Olympische ontwikkelingsprogramma s ,1% 7.1 Pool van Beloftentrainers Topsport (15 VTE) Werkingsmiddelen Topsport ,8% 7.2 Pool van Jeugdtrainers Topsport (25 VTE) Werkingsmiddelen Topsport ,3% 8 Topsport & Wetenschap ,5% 8.5 Sportwetenschappelijke begeleidingsprojecten Werkingsmiddelen ,5% 9 Programmakost in prestatie- en ontwikkelingsprogramma s ,0% - Voorbereiding & deelname Internationale wedstrijden Subsidies Topsport ,3% - Forfaitaire vergoeding per leerling/topsporter TSS Subsidies Topsport ,6% - Specifieke voorbereiding op Olympische Spelen Subsidies Topsport ,6% - Eenmalige financieringen voor programmakost Werkingsmiddelen Topsport ,5% 10 Trainingsinfrastructuur Topsport ,4% 10.1 Trainingsinfrastructuur Topsport Investeringssubsidie ,4% 10.1 Trainingsinfrastructuur Topsport Werkingsmiddelen Topsport ,1% 12 Olympische ploegsporten 0 0 0,0% 12.1 Olympische ploegsporten Subsidies Topsport zie AP 1-11 zie AP ,0% 1-12 Totaal Olympische disciplines ,4% 13 G-Topsport Subsidies ,5% - Voorbereiding & deelname Internationale wedstrijden Subsidies Topsport ,5% - Specifieke voorbereiding op Paralympische Spelen Subsidies Topsport ,1% - Financiering omkadering G-topsport (trainers & kader) Werkingsmiddelen Topsport ,9% - Tewerkstellingsproject Sport Vlaanderen Personeelskredieten ,3% - Financiering programmakost Werkingsmiddelen Topsport ,4% 10.1 Trainingsinfrastructuur Topsport Investeringssubsidie ,4% - Niet-Olympische prestatieprogramma's Werkingsmiddelen Topsport ,3% - Voorbereiding & deelname Internationale wedstrijden Subsidies Topsport ,8% - Specifieke voorbereiding op Wereldspelen Subsidies Topsport ,1% - Financiering programmakost Werkingsmiddelen Topsport ,4% - Sporttakoverschrijdende investeringen Werkingsmiddelen Topsport ,8% - Specifieke voorbereiding op OS, PS, WG, Subsidies Topsport ,2% - Andere financieringen Topsport Sport Vlaanderen Werkingsmiddelen Topsport ,2% - Andere financieringen via departement CJSM Werkingsmiddelen Topsport ,7% 2.8 Carrièrebegeleiding Topsport: werking Werkingsmiddelen Topsport ,0% 2.9 Carrièrebegeleiding Topsport: 1,5 VTE Personeelskredieten - - 0,0% 8.1 Gangmaker Topsport & wetenschap Personeelskredieten - - 0,0% 8.2 Sportwetenschappelijk expert per kennisdomein Werkingsmiddelen Topsport ,8% 8.5 Sportwetenschappelijk onderzoek Werkingsmiddelen Topsport ,0% 11.1 Subsidie Organisatie WK, EK en WB via Sport Vlaanderen Subsidies Topsport ,7% 11.1 Financiering topsportevenementen via dpt. CJSM Werkingsmiddelen Topsport ,2% Begrote en toegekende investeringen Topsport in de Olympiade Rio ( ) ,0%

105 Begrote en toegekende investeringen Topsport in de Olympiade Rio ( ) ,0% Subsidies ,7% Werkingsmiddelen Topsport ,0% Personeelskredieten ,4% Investeringssubsidie ,8%

106 Bijlagen Bijlage 1: Vlaamse topsporttakkenlijsten Bijlage 2: Informatiefiche per sporttak Bijlage 3: Samenstelling, vergaderkalender en participatie in de themawerkgroepen Bijlage 4: Evaluatie van de Vlaamse topsportscholen

107 Bijlage 1: Vlaamse topsporttakkenlijsten Datum publicatie BS 29-aug jun feb dec-12 Olympiade OS Athene OS Beijing OS Londen OS Rio Federatie Discipline Vlaamse Badmintonliga --> Badminton Vlaanderen Olympische disciplines Acrobatische gymnastiek Artistieke gymnastiek GymnastiekFederatie Vlaanderen Dubbele minitrampoline 1 1 Ritmische gymnastiek 1 1 Trampoline 1 1 Tumbling 1 1 Handboogliga Doelschieten (Olympisch) Field Koninklijke Belgische Korfbalbond - Vlaamse Liga Disciplines Wereldspelen Nederlandstalig Kanoverbond --> Vlaamse Kano & Kajak Federatie Lijnvaren (Olympisch) Loop- en kampnummers (Olympisch) Vlaamse Atletiekliga Marathon 1 1 Snelwandelen 1 1 Veldlopen 1 Vlaamse Basketballiga Olympische disciplines Vlaamse Handbal Vereniging Olympische disciplines Vlaamse Hockey Liga Olympische disciplines 1 Vlaamse Judofederatie Olympische disciplines Vlaamse Ju-Jitsu Federatie Disciplines Wereldspelen Vlaamse Liga Gehandicaptensport --> Parantee Paralympische disciplines Vlaamse Liga Paardensport Olympische disciplines Vlaamse Reddingscentrale Disciplines Wereldspelen 4 Vlaamse Roeiliga Olympische disciplines Vlaamse Rollerbond Snelschaatsen Vlaamse Schermbond Olympische disciplines Vlaamse Schutterskonfederatie Olympische disciplines 4 4 Vlaamse Ski & Snowboard Federatie --> Sneeuwsport Vlaanderen Olympische disciplines snowboard 3 2 Vlaamse Squashfederatie Disciplines Wereldspelen Vlaamse Taekwondo Bond Olympische disciplines Vlaamse Tafeltennisliga Olympische disciplines Vlaamse Tennisvereniging --> Tennis Vlaanderen Olympische disciplines Vlaamse Triatlon & Duatlon Liga Duatlon Triatlon Vlaamse Vereniging voor Golf Olympische disciplines 3 3 Vlaamse Volleybalbond Vlaamse Yachting Federatie Beachvolleybal Windsurfen (Olympische disciplines) Zaalvolleybal Zeilen (Olympische disciplines) Vlaamse Zwemfederatie Olympische disciplines Voetbal Federatie Vlaanderen Veldvoetbal 1 2 Waterski Vlaanderen Disciplines Wereldspelen 4 4 BMX Cyclocross 1 1 Wielerbond Vlaanderen Mountainbike Piste Weg Max. subsidies per jaar per sportfederatie voor de voorbereiding en deelname aan internationale wedstrijden Categorie Categorie Categorie Categorie Categorie

108 Bijlage 2: Informatiefiche per sporttak Olympische disciplines Bijlage 2.1 Atletiek Vlaamse Atletiekliga Bijlage 2.2 Badminton Badminton Vlaanderen Bijlage 2.3 Basketbal Vlaamse Basketballiga Bijlage 2.4 Bobslee Belgische Bobslee- en Skeletonfederatie Bijlage 2.5 Boksen Vlaamse Boksliga Bijlage 2.6 Boogschieten Handboogliga Bijlage 2.7 Gewichtheffen Vlaamse Gewichtheffers en Powerlifters Federatie Bijlage 2.8 Golf Vlaamse Vereniging voor Golf Bijlage 2.9 Gymnastiek Gymnastiekfederatie Vlaanderen Bijlage 2.10 Hockey Vlaamse Hockeyliga Bijlage 2.11 Judo Vlaamse Judofederatie Bijlage 2.12 Kajak Vlaamse Kano en Kajakfederatie Bijlage 2.13 Kunstschaatsen Vlaamse Kunstschaatsen Bond Bijlage 2.14 Paardensport Vlaamse Liga Paardensport Bijlage 2.15 Roeien Vlaamse Roeiliga Bijlage 2.16 Schermen Vlaamse Schermbond Bijlage 2.17 Snelschaatsen Vlaamse Snelschaatsbond Bijlage 2.18 Snowboard Sneeuwsport Vlaanderen Bijlage 2.19 Taekwondo Vlaamse Taekwondo Bond Bijlage 2.20 Tafeltennis Vlaamse Tafeltennisliga Bijlage 2.21 Tennis Tennis Vlaanderen Bijlage 2.22 Triatlon Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga Bijlage 2.23 Voetbal Voetbalfederatie Vlaanderen Bijlage 2.24 Volleybal Vlaamse Volleybalbond Bijlage 2.25 Wielrennen Wielerbond Vlaanderen Bijlage 2.26 Zeilen Vlaamse Yachting Federatie Bijlage 2.27 Zwemmen Vlaamse Zwemfederatie Paralympische disciplines Bijlage 2.28 G-sport Parantee Niet-Olympische disciplines Bijlage 2.29 Ju-Jitsu Vlaamse Ju-Jitsu Federatie Bijlage 2.30 Korfbal Koninklijke Belgische Korfbalbond - Vlaamse Liga Bijlage 2.31 Skeeleren Vlaamse Rollerbond

109 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Atletiekliga Atletiek # Olympische medaille-events 47 Bijlage 2.1 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 67,5% 39,1% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 33% 550% 30% 63% 0% 60% 75% 35% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,8 6,9 7,9 8,6 8,5 8,9 9,4 9,7 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Atletiek Vlaanderen Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 2,2 1,8 3,2 3,6 3,4 3,6 3,8 3,2 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 3,6 5,1 4,7 5,0 5,1 5,3 5,6 6,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 5,8 6,9 7,9 8,6 8,5 8,9 9,4 9, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,89% 0,55% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 65% 64% 62% 66% 67% 64% 64% 64% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

110 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Badminton Vlaanderen Badminton # Olympische medaille-events 5 Bijlage 2.2 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 45,0% 9,1% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt 75% nvt 0% nvt 0% nvt 10% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 3,0 3,5 3,3 3,4 3,4 3,5 3,5 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,0 4,0 3,0 2,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Toptrainers & elitetrainers 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Jeugdtrainers Topsport & lesgevers TSS 1,5 2,0 2,5 2,3 2,4 2,4 2,5 2,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 3,0 3,5 3,3 3,4 3,4 3,5 3, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 9 2 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,82% 0,18% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 34% 39% 41% 46% 38% 40% 40% 41% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

111 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Basketballiga Basketbal # Olympische medaille-events 2 Bijlage 2.3 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 0,0% 0,0% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt 0% 0% 0% nvt 0% 0% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 3,1 3,4 4,0 3,7 4,1 3,5 3,5 3,2 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,3 0,0 0,3 0,0 0,3 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 3,1 3,4 3,7 3,7 3,8 3,5 3,2 3,2 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 3,1 3,4 4,0 3,7 4,1 3,5 3,5 3, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 18,0 13,0 8,0 3,0-2, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 0 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 0,00% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 20% 14% 26% 22% 27% 23% 29% 24% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

112 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Belgische Bobslee- en Skeletonfederatie Bobslee # Olympische medaille-events 3 Bijlage 2.4 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt nvt Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn ,5 5,5 4,5 Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 24 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 2,96% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 100% 100% 100% 100% 100% 100% 71% 76% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

113 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Boksliga Boksen # Olympische medaille-events 13 Bijlage 2.5 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt nvt Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen - - Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Topsporttrainers korte termijnwerking Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Toptrainers & elitetrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Jeugdtrainers Topsport & lesgevers TSS 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS 0 60 Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 2 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 0,26% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 100% nvt nvt nvt nvt nvt nvt 88% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

114 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Handboogliga Boogschieten # Olympische medaille-events 4 Bijlage 2.6 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 0,0% 40,9% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt 0% nvt 0% nvt 0% 0% 56% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,1 0,9 1,0 0,6 0,0 0,5 0,5 1,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,0 4,0 3,0 2,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,1 0,9 1,0 0,6 0,0 0,5 0,5 1,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,1 0,9 1,0 0,6 0,0 0,5 0,5 1, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 9 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 1,56% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 49% 35% 46% 38% 47% 47% 38% 0% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

115 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Gewichtheffers en Powerlifters Federatie Gewichtheffen # Olympische medaille-events 15 Bijlage 2.7 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 100,0% 62,5% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 300% 100% 33% 100% 300% 33% 0% 100% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 8 5 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,44% 0,27% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

116 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Vereniging voor Golf Golf # Olympische medaille-events 2 Bijlage 2.8 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt nvt Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen (Major) Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 10,0 8,0 6,0 4,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten nvt nvt nvt nvt Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen (Major) Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade - 8 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land nvt 2,78% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost nvt 1% 0% 0% 17% 15% 0% 45% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

117 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Gymnastiekfederatie Vlaanderen Gymnastiek # Olympische medaille-events 18 Bijlage 2.9 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 177,8% 17,6% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt 122% 100% 167% 6% 25% 0% 27% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 11,5 13,8 14,1 14,2 12,6 14,5 13,5 12,5 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 25,0 20,0 15,0 10,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,3 2,7 3,3 4,0 4,0 3,0 2,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 10,5 12,5 11,4 10,9 8,6 10,5 10,5 10,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 11,5 13,8 14,1 14,2 12,6 14,5 13,5 12, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,69% 0,46% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 47% 43% 48% 50% 52% 42% 48% 48% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

118 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Hockey Liga Hockey # Olympische medaille-events 2 Bijlage 2.10 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt 91,7% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt 100% 100% nvt 75% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters nvt nvt nvt nvt # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 1,0 1,0 1,0 7,0 7,0 7,0 7,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters nvt nvt nvt nvt Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 10,0 8,0 6,0 4,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 2,0 2,0 2,0 2,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 1,0 1,0 1,0 5,0 5,0 5,0 5,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 1,0 1,0 1,0 7,0 7,0 7,0 7, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 11,67% 18,33% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 50% 0% 0% 29% 39% 47% 49% 51% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

119 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Judofederatie Judo # Olympische medaille-events 14 Bijlage 2.11 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 48,9% 65,1% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 88% 44% 40% 20% 167% 33% 25% 68% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 4,2 4,8 5,7 6,1 5,1 6,6 6,8 6,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,5 1,5 2,0 2,2 1,2 2,6 2,5 2,5 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 2,7 3,3 3,7 3,9 3,9 4,0 4,3 3,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 4,2 4,8 5,7 6,1 5,1 6,6 6,8 6, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 2,94% 2,80% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 50% 56% 60% 46% 48% 52% 53% 55% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

120 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Kano en Kajak Federatie Kajak # Olympische medaille-events 16 Bijlage 2.12 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 11,8% 10,0% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 38% 0% 24% 0% 50% 10% 0% 4% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 1,1 2,3 2,6 2,4 3,0 2,9 2,6 2,8 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,1 1,3 1,6 1,4 2,0 1,9 1,6 1,8 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 1,1 2,3 2,6 2,4 3,0 2,9 2,6 2, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 11 7 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,89% 0,57% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 80% 64% 63% 60% 57% 58% 55% 42% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

121 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Kunstschaatsen Bond Kunstschaatsen # Olympische medaille-events 5 Bijlage 2.13 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt nvt Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,4 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 0,4 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,4 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 7 2 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,69% 0,20% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 64% 84% 57% 58% 59% 100% 100% 100% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

122 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Liga Paardensport Paardensport # Olympische medaille-events 6 Bijlage 2.14 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 158% 73% 30% 0% 54% 20% 0% 0% Realisatie 45,3% 12,7% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 8,05% 1,95% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 94% 91% 96% 100% 100% 97% 96% 96% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

123 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Roeiliga Roeien # Olympische medaille-events 14 Bijlage 2.15 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 9,2% 23,8% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 42% 15% 0% 0% 10% 35% 5% 37% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 1,2 2,5 1,7 1,8 0,9 0,9 1,3 1,5 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,4 0,7 0,8 0,5 0,5 0,3 0,5 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,2 1,1 1,0 1,0 0,4 0,4 1,0 1,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 1,2 2,5 1,7 1,8 0,9 0,9 1,3 1, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 6 15 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,50% 1,24% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 78% 67% 74% 56% 37% 50% 54% 56% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

124 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Schermbond Schermen # Olympische medaille-events 10 Bijlage 2.16 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt 0,0% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt 0% 0% 0% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,8 1,1 2,5 2,5 2,8 2,9 3,0 3,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5 0,5 0,5 0,5 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,8 1,1 2,5 2,5 2,3 2,4 2,5 2,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,8 1,1 2,5 2,5 2,8 2,9 3,0 3, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 0 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 0,00% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 21% 26% 25% 25% 27% 26% 19% 23% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

125 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Snelschaatsbond Snelschaatsen # Olympische medaille-events 12 Bijlage 2.17 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt nvt Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 1,4 1,6 1,6 1,6 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 1,4 1,6 1,6 1,6 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 1,4 1,6 1,6 1, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,87% 2,25% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport nvt nvt % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost nvt nvt 100% 100% 100% 100% 100% 100% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

126 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Sneeuwsport Vlaanderen Snowboard # Olympische medaille-events 10 Bijlage 2.18 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 64,3% 19,4% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 0% nvt 50% 100% 0% 0% 33% nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 1,4 1,8 1,5 1,5 2,1 2,5 2,5 2,5 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,4 0,8 0,5 0,5 1,1 1,5 1,5 1,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 1,4 1,8 1,5 1,5 2,1 2,5 2,5 2, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 6 19 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,43% 1,13% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 45% 40% 45% 60% 59% 47% 55% 56% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

127 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Taekwondo Bond Taekwondo # Olympische medaille-events 8 Bijlage 2.19 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt 120,0% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt 67% 150% 130% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 1,2 1,2 2,0 1,8 2,0 2,0 2,3 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,0 1,2 1,2 1,0 0,8 1,0 1,0 1,3 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 1,2 1,2 2,0 1,8 2,0 2,0 2, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 36 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 7,41% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 21% 11% 12% 14% 28% 35% 35% 40% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

128 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Tafeltennisliga Tafeltennis # Olympische medaille-events 4 Bijlage 2.20 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt nvt Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,6 3,5 3,4 3,4 3,0 2,5 2,5 3,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 2,6 3,5 3,4 3,4 3,0 2,5 2,5 3,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 2,6 3,5 3,4 3,4 3,0 2,5 2,5 3, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 0 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 0,00% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 7% 6% 12% 8% 5% 2% 5% 9% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

129 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Tennis Vlaanderen Tennis # Olympische medaille-events 5 Bijlage 2.21 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 245,5% 7,7% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 150% 211% 53% 460% 240% 0% 100% 0% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen (Grandslam) Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 6,8 8,5 8,8 9,0 9,0 9,8 9,5 10,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 2,0 2,0 2,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 5,8 7,5 7,8 8,0 8,0 7,8 7,5 8,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 6,8 8,5 8,8 9,0 9,0 9,8 9,5 10, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams ,5 Totaal aantal behaalde indexpunten ,5 Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen (Grandslam) Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 27 2 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 2,86% 0,21% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 24% 24% 21% 25% 19% 31% 17% 28% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

130 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga Triatlon # Olympische medaille-events 2 Bijlage 2.22 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 0,0% 91,7% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 0% 0% 0% 0% 100% 0% 53% 98% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen (Triatlon Series) Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,6 2,7 2,8 2,5 1,5 1,3 0,8 1,5 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,0 4,0 3,0 2,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 1,6 2,4 2,8 2,5 1,5 1,3 0,8 1,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 2,6 2,7 2,8 2,5 1,5 1,3 0,8 1, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams ,3 0,3 0,3 Totaal aantal behaalde indexpunten ,3 2,3 11,3 Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen (Triatlon Series) Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 10 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 1,87% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 62% 58% 36% 38% 43% 42% 50% 32% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

131 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Voetbalfederatie Vlaanderen Voetbal # Olympische medaille-events 2 Bijlage 2.23 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt 30,0% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt 0% 100% 0% 20% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters nvt nvt # VTE ondersteunde topsporttrainers 1,6 4,8 4,3 4,4 4,0 4,0 4,0 4,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 30,0 25,0 20,0 15,0 10,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 1,6 4,8 4,3 4,4 4,0 4,0 4,0 4,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 1,6 4,8 4,3 4,4 4,0 4,0 4,0 4, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 0 18 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,00% 5,00% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

132 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Volleybalbond Volleybal # Olympische medaille-events 4 Bijlage 2.24 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie nvt 76,9% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt 2400% 0% 46% 0% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 6,4 6,8 9,0 8,2 8,1 11,2 12,0 12,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 2,2 1,0 1,0 1,5 1,0 2,8 3,0 3,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 4,2 5,8 8,0 6,7 7,1 8,4 9,0 9,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 6,4 6,8 9,0 8,2 8,1 11,2 12,0 12, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 15,0 10,0 5,0 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade 5 30 Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,58% 3,47% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 53% 47% 54% 40% 51% 51% 52% 54% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

133 Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Wielerbond Vlaanderen & Vlaamse wielerploegen Wielrennen # Olympische medaille-events 18 Bijlage 2.24 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij de elites in de Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Topsport index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt nvt nvt nvt 229% 109% 37% 54% Realisatie 30,0% 63,2% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Vlaamse wielerploegen Geregistreerde topsporters (excl. Vlaamse wielerploegen) # VTE ondersteunde topsporttrainers 7,7 7,5 7,1 6,3 6,5 6,9 6,6 6,2 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Vlaamse wielerploegen Tewerkgestelde topsporters (excl. Vlaamse wielerploegen) Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 10,0 8,0 6,0 4,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,4 1,5 2,0 2,0 2,0 2,0 1,5 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 6,7 6,1 5,6 4,3 4,5 4,9 4,6 4,7 Begeleiding Vlaamse wielerploegen 8,9 9,7 10,7 13,5 13,5 13,0 12,7 12,7 VTE topsporttrainers (excl. Vlaamse wielerploegen) 7,7 7,5 7,1 6,3 6,5 6,9 6,6 6, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 2,64% 4,17% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Vlaamse wielerploegen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Andere (topsportevenementen & Vlaamse wielerploegen) Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's / totale programmakost 34% 39% 47% 48% 47% 44% 51% 53% % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Vlaamse wielerploegen Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten Verhouding KT-programma's / totale programmakost

134 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Yachting Federatie Zeilen # Olympische medaille-events 10 Bijlage 2.26 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 45,3% 27,2% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 50% 50% 100% 37% nvt 600% 60% 12% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 1,0 1,0 1,7 1,8 2,5 3,8 3,5 3,5 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,0 4,0 3,0 2,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,7 0,8 1,5 2,8 2,5 2,5 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 1,0 1,0 1,7 1,8 2,5 3,8 3,5 3, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 1,63% 1,05% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 65% 58% 60% 66% 54% 55% 63% 65% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

135 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Zwemfederatie Zwemmen # Olympische medaille-events 34 Bijlage 2.27 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 70,2% 115,2% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nvt 53% nvt 55% 55% 100% 50% 174% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,5 7,2 7,7 9,4 8,2 7,9 8,2 8,2 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 1,0 1,2 1,5 2,1 1,5 1,5 1,5 1,5 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 4,5 6,0 6,2 7,3 6,7 6,4 6,7 6,7 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 5,5 7,2 7,7 9,4 8,2 7,9 8,2 8, Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten # VTE ondersteunde topsporttrainers 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Olympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-OS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-OS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,98% 2,95% Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Beijing Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 29% 32% 35% 41% 34% 41% 41% 41% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

136 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Parantee G-sport # Paralympische medaille-events 600 Bijlage 2.28 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Paralympische Spelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 193,2% 152,5% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 193% 400% 290% 92% 33% 187% 240% 158% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Paralympische Spelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 2,2 0,4 0,7 1,0 3,0 2,7 3,0 3,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 10,0 8,0 6,0 4,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking 2,0 0,0 0,2 0,3 3,0 2,7 3,0 3,0 Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking 0,2 0,4 0,5 0,7 0,0 0,0 0,0 0,0 Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 2,2 0,4 0,7 1,0 3,0 2,7 3,0 3, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Paralympische Spelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Paralympiade Londen Paralympiade Rio Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-PS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-PS doorheen de Paralympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 0,71% 0,54% Olympiade Beijing Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Londen Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 87% 76% 76% 81% 89% 85% 92% 85% % 80% 60% 40% 20% 0% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Loon topsporters Programmakosten

137 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Ju-Jitsu Federatie Ju-Jitsu # medaille-events Wereldspelen 13 Bijlage 2.29 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 142,4% 84,5% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 136% 283% 143% 17% 44% 138% 138% 43% Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen - - Wereldspelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,0 4,0 3,0 2,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams 19,5 4,5 10,5 14,5 14 Totaal aantal behaalde indexpunten 66,5 47,5 69,5 96,5 107 Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Olympiade Londen Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Rio Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-WS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-WS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 4,57% 5,85% Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 43% 52% 75% 69% 68% 70% 59% 68% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

138 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Kon. Belgische Korfbalbond - Vlaamse Liga Korfbal # medaille-events Wereldspelen 1 Bijlage 2.30 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Realisatie 100,0% 100,0% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 100% 100% 100% nvt 100% 100% 100% nvt Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 5,0 4,0 3,0 2,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,0 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-WS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-WS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 100,00% 100,00% Olympiade Londen Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 54% 55% 76% 15% 66% 51% 57% 86% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

139 KT / totale programmakost Topsportpopulatie # VTE ondersteunde topsporttrainers Indexpunten Vlaamse Rollerbond Skeeleren # medaille-events Wereldspelen 10 Bijlage 2.31 Vooropgestelde doelen & behaalde resultaten bij Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Topsport de elites in de periode (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 index Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen ( ) Resultaten ( ) Doelstellingen en resultaten (obv Topsportindex) Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Realisatie van de vooropgestelde doelstellingen 93% 155% 140% 63% 103% 38% 76% 63% Realisatie 107,5% 74,6% Doelstellingen korte termijn Resultaten korte termijn Resultaatsdoelstellingen (aantallen) Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Medaille Top-8 Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Topsportpopulatie (aantallen) Elitesporters Beloftevolle jongeren Geïdentificeerde topsporttalenten Totaal aantal geregistreerde topsporters # VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Tewerkstelling van topsporters (aantallen) Tewerkstellingsproject Topsport Topsportstudentenproject Totaal aantal tewerkgestelde topsporters Elitesporters Geïdentificeerde topsporttalenten Beloftevolle jongeren # VTE ondersteunde topsporttrainers 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 Ondersteunde topsporttrainers (VTE) Topsporttrainers korte termijnwerking Topsporttrainers (middel)lange termijnwerking Totaal aantal VTE ondersteunde topsporttrainers 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0, ,5 0,0 Voortschrijdende Topsportindex Vlaamse topsporters/teams Bicommunautaire teams Waalse topsporters/teams Totaal aantal behaalde indexpunten Medaille-events met Vlaamse deelname (aantal) Europese kampioenschappen Wereldkampioenschappen Wereldspelen Martaandeel van Vlaanderen (obv Topsportindex) Olymp. Londen ( ) Olympiade Rio ( ) Maximum te behalen indexpunten in alle disciplines door 1 land, obv toegekende quotaplaatsen per land Maximum te behalen indexpunten in disciplines met deelname van Vlaamse topsporters aan EK-WK-WS Behaalde indexpunten door Vlaamse topsporters op EK-WK-WS doorheen de Olympiade Verhouding behaalde aantal indexpunten door Vlaamse topsporters en max. te behalen indexpunten/land 8,27% 18,40% Olympiade Londen Vlaams Bicommunautair Waals Olympiade Rio Investeringen Topsport obv programmaonderdeel Programmakosten Loon topsporters Loon trainers Organisatie van topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport % 80% 60% Organisatie van topsportevenementen Loon trainers Investeringen Topsport obv doelgroep Programma's korte termijn Programma's middellange termijn Programma's lange termijn Organisatie topsportevenementen Totaal van jaarlijkse investeringen Topsport Verhouding KT-programma's/totale programmakost 83% 89% 89% 87% 76% 75% 80% 72% % 20% 0% Loon topsporters Programmakosten

140 Bijlage 3: samenstelling, vergaderkalender en participatie in de themawerkgroepen Werkgroep 1: Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 Overleg 5 Overleg 6 Strategie 17-sep okt okt nov dec jan-2016 Philippe Paquay (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Mart Buekers Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Paul Rowe Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Eddy De Smedt Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Gert Vande Broek Brecht De Vos * Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Lode Grossen Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Veerle De Bosscher Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Hans Vandeweghe Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Wim Meiresonne (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Filip Verherstraeten Op uitnodiging Op uitnodiging * vervanging Werkgroep 2: Statuut topsportkader Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 25-jan feb mrt-2016 Paul Rowe (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Evi Buzzi Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Eddy De Smedt Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Brecht De Vos Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Lode Grossen Aanwezig Sophie Cools* Verontschuldigd Koen Hoeyberghs Aanwezig Aanwezig Aanwezig Chris Massez Verontschuldig Aanwezig Aanwezig Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig * vervanging Werkgroep 3: Vorming trainers Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 Overleg 5 26-jan feb mrt apr mei-2016 Mart Buekers (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Paul Rowe* Paul Rowe* Jan Boone Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Ariane Caplin Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Tom Coeckelberghs Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Maarten De Backer Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Eddy De Smedt Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Brecht De Vos Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig David De Wandel Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Benny Mertens Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Hans Ponnet Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Gert Van Looy Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig * vervanging Werkgroep 4: Topsport & wetenschap Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 Overleg 5 28-jan mrt apr mei jun-2016 Paul Rowe (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Jan Bourgois Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Veerle De Bosscher Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Eddy De Smedt Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Sofie Debaere Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Marc Goossens Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Lode Grossen Aanwezig Aanwezig Sophie Cools* Aanwezig Sophie Cools* Peter Hespel Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Bruno Lambrecht Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Murray Richards Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Gert Vande Broek Brecht De Vos* Aanwezig Aanwezig Brecht De Vos* Verontschuldigd Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig * vervanging

141 Werkgroep 5: Topsportloopbaan Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 27-jan feb mrt mei-2016 Mart Buekers (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Annelies Bredael Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Aanwezig Brecht De Vos Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Eddy De Smedt Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Patrick D Haese Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Murray Richards Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Tille Scheerlinck Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Gitte Smets Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Aanwezig Kristel Taelman Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Gert Van Looy Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Tommy Verlinde Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Paul Wylleman Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Werkgroep 6: Topsportinfrastructuur Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 1-feb apr jun-2016 Paul Rowe (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Stijn Boons Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Sophie Cools Aanwezig Aanwezig Aanwezig Karolien De Saedeleer Aanwezig Aanwezig Aanwezig Erik Gysels Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Diederik Van Briel Aanwezig Aanwezig Aanwezig Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Werkgroep 7: Topsportevenementen Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 29-jan feb mrt mei-2016 Astrid Vervaet (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Benjamin Bogaert Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Brecht De Vos Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Geert Bruynseels Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Ilse Arys Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Serge Pilet Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Wim Meiresonne Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Werkgroep 8: G-Topsport Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 26-jan feb mrt apr-2016 Jessica De Smet (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Nicole Bossaerts Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Aanwezig Sofie Debaere Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Lies Ketels Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Jonas Martens Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Gregory Planckaert Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Steven Van Beylen Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Yves Vanlandewyck Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Aanwezig Joeri Verellen Verontschuldigd Aanwezig Verontschuldigd Aanwezig Annick Viaene Verontschuldigd Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig

142 Werkgroep 9: Olympische ploegsporten Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 Overleg 4 5-feb feb mrt mei-2016 Eddy De Smedt (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Bob Browaeys Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Mart Buekers Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Koen Hoeyberghs Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Wim Meiresonne Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Murray Richards Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Gert Van Looy Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Gert Vande Broek Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Koen Umans Aanwezig Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Aanwezig Werkgroep 10: Communicatie Overleg 1 Overleg 2 Overleg 3 4-feb feb mrt-2016 Paul Rowe (V) Aanwezig Aanwezig Aanwezig Philip De Wulf Aanwezig Aanwezig Aanwezig Lies Ketels Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Ludwig Peetroons Aanwezig Aanwezig Aanwezig Thomas Pollet Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Luc Rampaer Aanwezig Aanwezig Aanwezig Luc Van Langenhove Aanwezig Aanwezig Aanwezig Denis Vandamme Aanwezig Aanwezig Verontschuldigd Hans Vandeweghe Verontschuldigd Verontschuldigd Verontschuldigd Tanja Vanhoecke Aanwezig Aanwezig Aanwezig Astrid Vervaet Aanwezig Verontschuldigd Verontschuldigd Filip Verherstraeten (S) Aanwezig Aanwezig Aanwezig

143 Bijlage 4: Evaluatie van de Vlaamse topsportscholen 2015 Evaluatie van de Vlaamse topsportscholen 2015 Beleidsaanbevelingen voor de werking van de Vlaamse topsportscholen met ingang van het schooljaar Taskforce Topsport 09/06/2016

144 INHOUD INLEIDING... 3 OPVOLGING AANBEVELINGEN 2010 & AANBEVELINGEN Individueel meetbare sporten... 9 Technische/jury/gevechtsporten Slagsporten Ploegsporten WERKWIJZE RESULTATEN EN AANBEVELINGEN Atletiek Triatlon Wielrennen Zwemmen TECHNISCHE/JURY/VECHTSPORTEN Gymnastiek Judo Schermen Snowboard Taekwondo SLAGSPORTEN Badminton Golf Tafeltennis Tennis PLOEGSPORTEN Basketbal Voetbal Volleybal GENERIEKE AANBEVELINGEN

145 INLEIDING Op 25 maart 1998 werd met de ondertekening van het Globaal Topsportconvenant de basis gelegd voor een structurele samenwerking tussen de onderwijs- en de sportsector inzake de oprichting en de werking van de Vlaamse topsportscholen. Door jonge, beloftevolle (toekomstige) topsporters een goede omkadering en de nodige faciliteiten te bieden in het secundair onderwijs, wil de Vlaamse overheid deze jongeren de kans geven om hun topsportambities waar te maken en gelijktijdig de mogelijkheden te behouden om hun toekomst op studievlak te realiseren door het behalen van een volwaardig diploma secundair onderwijs. Het departement Onderwijs staat in voor de onderwijsspecifieke omkadering van de algemene basisvakken (beperkt tot 20u per week in de 2 e en 3 e graad) binnen de specifieke topsportstudierichtingen. De sportfederatie staat in voor de 12u topsporttraining per week binnen het onderwijscurriculum (alsook voor het aanvullende trainingsluik buiten het onderwijscurriculum) en is tijdens deze uren verantwoordelijk voor de begeleiding, de opvang, de algemene en sportspecifieke training evenals de integrale financiering van dit sportieve luik. De topsportschool is verantwoordelijk voor de internaatwerking. In het Globaal Topsportconvenant (de laatste aangepaste versie dateert van ) zijn de bevoegdheden/verantwoordelijkheden van de verschillende partners in het project topsportscholen vastgelegd, zowel voor wat betreft de ondertekenaars van het globaal topsportconvenant (de Vlaamse minister van Sport, de Vlaamse minister van Onderwijs, de onderwijskoepels GO!, OVSG en KathOndVla, Sport Vlaanderen, BOIC, VSF en BVLO) als van de desbetreffende Vlaamse topsportfederaties en de topsportscholen. In onderstaand overzicht worden de bevoegdheden/verantwoordelijkheden opgesomd. In het kader van de komende globale onderwijshervorming in het secundair onderwijs wordt een aanpassing van het Globaal Topsportconvenant gepland in het schooljaar Partner Vlaams minister van Sport Vlaams minister van Onderwijs Takenpakket Ontwikkelen van maatregelen, binnen de respectieve bevoegdheden en beschikbare middelen, om de topsportschool te blijven ondersteunen. Ontwikkelen van maatregelen, binnen de respectieve bevoegdheden en beschikbare middelen, om de topsportschool te blijven ondersteunen; Kwaliteitsvolle invulling onderwijsluik: educatief lesaanbod, incl. internaat; Structuuronderdelen (met in de benaming de component 'Topsport'): programmatie van de in het topsportconvenant vermelde topsportstudierichtingen onderzoeken. 3

146 Onderwijskoepels (GO!, OVSG, VKSO) Kwaliteitsvolle invulling onderwijsluik: educatief lesaanbod, incl. internaat; Ontwerpen en aanwenden aangepaste leermethodes voor leerlingen/topsporters. Begeleidingscommissie Voorzitterschap en secretariaat. Sport Vlaanderen Selectiecommissie: Voorzitterschap en secretariaat; Bespreken en evt. bijsturing ontwerp selectiecriteria/herselectiecriteria; Opstellen en afsluiten selectieconvenant; Kandidaturen leerlingen/topsporters, voorgedragen door de topsportfederatie, toetsen aan de selectiecriteria en het selectieconvenant, en al dan niet toekennen van topsportstatuten voor secundair en basionderwijs. Administratieve opvolging van de leerlingen/topsporters via de topsportschoolcoördinator en de topsportfederaties. Selectiecommissie: Bespreken en evt. bijsturing ontwerp selectiecriteria/herselectiecriteria; Afsluiten selectieconvenant; BOIC Kandidaturen leerlingen/topsporters, voorgedragen door de topsportfederatie, toetsen aan de selectiecriteria en het selectieconvenant, en al dan niet toekennen van topsportstatuten voor secundair en basionderwijs. Selectiecommissie: Bespreken en evt. bijsturing ontwerp selectiecriteria/herselectiecriteria; Afsluiten selectieconvenant; VSF Kandidaturen leerlingen/topsporters, voorgedragen door de topsportfederatie, toetsen aan de selectiecriteria en het selectieconvenant, en al dan niet toekennen van topsportstatuten voor secundair en basionderwijs. BVLO ( - ) Instaan voor kwalitatieve invulling sportieve begeleiding (topsportaanbod in de topsportschool); Opstellen ontwerp van selectie- en herselectiecriteria (incl. interne detectie- en evaluatieprocedure) t.b.v. de selectiecommissie; Duidelijk kenbaar maken van de selectie- en herselectiecriteria en de detectieen evaluatieprocedure zoals opgenomen in het selectieconvenant aan de leerlingen/topsporters en de kandidaat leerlingen/topsporters; Topsportfederatie Overmaken voordrachten voor topsportstatuten A/B/topsportbelofte (en desgevallend F) aan de selectiecommissie (via topsportervolgsysteem); Ter beschikking stellen van lesgevers in de sportspecifieke trainingsarbeid (in structuuronderdelen met in de benaming de component 'Topsport'); Verantwoordelijkheid over de leerlingen/topsporters tijdens de wettelijke afwezigheid op school (in het kader van deelname aan toernooien, stages en/of intensieve trainingsperiode); 4

147 Topsportschool / Topsportschoolcoördinator Organisatie schooljaar (incl. plannnig leerstofeenheden en structureren evaluatie (in samenspraak met de topsportschool)). Topsportschool: Schoolbestuur draagt verantwoordelijkheid voor het onderwijs; Ontwerpen en aanwenden aangepaste leermethodes voor leerlingen/topsporters; Organisatie schooljaar, incl. planning leerstofeenheden en structureren evaluatie, in samenspraak met de topsportfederatie(s); Waken over vlotte overgang leerlingen/topsporters, waarvan het topsportstatuut niet verlengd wordt, naar andere studierichtingen; Oprichten Stuurgroep topsportschool: maken praktische afspraken m.b.t. organisatie van de betrokken studierichtingen (en desgevallend topsportklassen), evaluatie van de afspraken, organisatie van regelmatig overleg en rapportering naar de ouders. Topsportschool en topsportschoolcoördinator: Aansturen stuurgroep topsportschool (voorzitterschap en secretariaat). Topsportschoolcoördinator: Werkzaamheden van de topsportschoolcoördinator strekken zich uit tot de topsportschool, middenschool, basisschool en het internaat; Organisatorische aanpak van alle kwesties die (in)direct verband houden met de combinatie topsport en studie; Organiseren (min. tweemaal per jaar) van bijeenkomsten waarbij de school en de topsportfederatie(s) de ouders informeren; Administratieve opvolging van de leerlingen/topsporters (+ contactpersoon voor Sport Vlaanderen hieromtrent). Op 1 september 1998 gingen de Vlaamse topsportscholen effectief van start in het ASO en het TSO. Met de ondertekening van het nieuw topsportconvenant op 25 juni 2004 werd de uitbreiding naar de middenschool (en voor de sporten gymnastiek, tennis en zwemmen naar de basisschool) mogelijk gemaakt vanaf het schooljaar In het schooljaar wordt enkel nog door de sporttakken tennis en gymnastiek gebruikt gemaakt van het statuut van topsportbelofte. Vanaf het schooljaar werd ook inschrijven in het BSO mogelijk. In het schooljaar richt enkel nog de topsportschool van Antwerpen een BSOtopsportrichting in. Vanaf het schooljaar werd een flexibel leertraject buiten de topsportschool mogelijk voor tennis en voetbal. In het schooljaar stapte triatlon in in het flexibel leertraject buiten de topsportschool en werd de topsportschoolwerking triatlon stopgezet. De Vlaamse topsportscholen gingen op 1 september 2015 hun 18 e schooljaar in. In het schooljaar werden 15 sporttakken aangeboden in 6 Vlaamse topsportscholen. De geografische 5

148 spreiding is op onderstaande kaart van Vlaanderen weergegeven (waarbij 1 = eerste graad, 2 = tweede graad, 3 = derde graad). De sporttakken tennis, voetbal en triatlon werden in het schooljaar ook via een flexibel leertraject buiten de topsportschool aangeboden. In onderstaande figuur wordt per schooljaar het aantal leerlingen/topsporters ingeschreven aan een Vlaamse topsportschool (enkel secundair onderwijs) weergegeven, net als het aantal toegekende topsportstatuten buiten de Vlaamse topsportscholen en erkende topsportbeloften in de basisschool. 6

149 De topsportschool is niet voor elke sporttak/discipline en voor elke leeftijdscategorie per definitie het enige of meest aangewezen instrument om de talentontwikkeling optimaal in te vullen. In het Topsportactieplan Vlaanderen II ( ), III ( ) en IV ( ) werden daarom zeven criteria geformuleerd waaraan voldaan dient te worden om een topsportschool op te starten en/of om verder te blijven investeren in een bestaande topsportschool. Deze zeven criteria zijn: 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject De topsportschool moet kaderen in een volledig traject/programma van talentontwikkeling. In het traject van detectie van een topsporttalent tot het behalen van internationaal topsportsucces, dient de topsportschool een deel van het geheel te vormen. De nadruk moet liggen op de doorstroommogelijkheden in verdere samenwerking met de topsportfederatie. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De selectiecriteria voor het verkrijgen van een topsportstatuut dienen permanent afgestemd te worden op de finaliteit topsport. De finaliteit en de selectiecriteria dienen per graad ondubbelzinnig vastgelegd te worden in een convenant tussen Sport Vlaanderen en de betrokken federatie. Het behalen van de finaliteit dient voortaan als een belangrijke parameter in de evaluatie van de werking van de topsportscholen gehanteerd te worden. 3. Omvang van de instroom De selectiecriteria dienen voldoende streng gesteld te worden, zodat uitsluitend leerlingen/topsporters van voldoende hoog niveau in functie van doorgroeimogelijkheden weerhouden worden. In geval van onvoldoende aantal talentvolle jongeren dient de betreffende graad/topsportschool stopgezet te worden en dienen individuele maatregelen of structurele maatregelen buiten de topsportschool genomen te worden. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen. In overleg met de betrokken federatie moet nagegaan worden of er evenwaardige of betere alternatieven opgestart kunnen worden binnen het gewone leerplichtonderwijs, bijvoorbeeld via een uitbreiding van de Pool van Jeugdtrainers Topsport. Hiervoor dienen desgevallend de nodige middelen voorzien te worden. Per federatie dient nagegaan te worden of er bepaalde graden of zelfs volledige topsportscholen dienen stopgezet te worden indien zij onvoldoende meerwaarde genereren op het vlak van het topsportprogramma, de begeleiding en de topsportontwikkeling. Ook federaties die niet participeren in een topsportschool dienen duidelijk weer te geven hoe de talentdetectie en ontwikkeling binnen hun federatie verloopt. Indien nodig dient de federatie aangezet te worden om de nodige initiatieven hieromtrent te ontwikkelen. 7

150 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De aanwezigheid van deskundige trainers (zowel op sportief als op pedagogisch-didactisch vlak) is bijzonder bepalend in het al dan niet doorstromen van leerlingen/topsporters naar de top. Vanuit een interdisciplinaire begeleiding kunnen zowel de trainers als de leerlingen/topsporters optimaal ondersteund en begeleid worden. De federaties dienen te waken over de continuïteit binnen de sporttechnische omkadering. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte topsportinfrastructuur Teneinde de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten is het noodzakelijk dat de topsportfederaties (de sportinfrastructuur van) hun topsportschool koppelen aan hun trainingscentrum. Dit leidt immers ook tot het rationeel inzetten van trainers en (para)medische staf en geeft aanleiding tot een betere en vlottere communicatie en begeleiding van de andere topsporters. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Topsportfederaties moeten streven naar het ééncampus -model per sporttak, waarbij leven, trainen en studeren gecentraliseerd worden in één trainingscentrum voor de betrokken sporttak. Vanuit dit totaalconcept wordt de leerling/topsporter reeds vanaf toetreding in de topsportschool opgenomen in een topsportcultuur: de leerling/topsporter leeft samen met andere beloftevolle jongeren en kan genieten van aangepast onderwijs en deskundige trainingsbegeleiding in één trainingscentrum. In opvolging van de evaluatie van de Vlaamse topsportscholen in 2010 en in het kader van het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( ) werd in het schooljaar een nieuwe evaluatie van de topsportscholen gemaakt door Sport Vlaanderen. In eerste instantie werd de opvolging van de aanbevelingen die in 2010 werd gemaakt, geëvalueerd. In tweede instantie werd uitgemaakt voor welke sporttakken de topsportschool wel/niet een noodzakelijke meerwaarde bood, in welke graden het aanbod wel/niet diende behouden te blijven en waar eventuele alternatieve projecten (bvb. via de inzet van jeugdtrainers naast een topsportschool) beter beantwoordden aan de reële noden inzake talentontwikkeling. Deze fase wordt uitgevoerd vanaf het schooljaar of Het betreft het bestendigen, hetzij uitdoven van sporttakken/disciplines en/of graden, alsook de eventuele relocatie van het aanbod door de verhuis van sporttakken/disciplines naar een andere (bestaande) topsportschool. Hieronder worden enerzijds de evaluatie van de aanbevelingen van 2010 opgelijst en anderzijds de huidige aanbevelingen weergegeven. 8

151 OPVOLGING AANBEVELINGEN 2010 & AANBEVELINGEN 2016 Individueel meetbare sporten Atletiek 2010 Aanbeveling 1: Inzake fond en halve fond dient de werking in de eerste en tweede graad te worden ingevuld buiten de topsportschool, via de financiering van de nodige omkadering (Pool van Jeugdtrainers Topsport). De derde graad wordt verder ingevuld via de topsportschool. Actie: De motivatie om de 2de graad fond en halve fond voorlopig te behouden en de komende 4 jaar deze werking verder te optimaliseren/te evalueren werd degelijk onderbouwd onderbouwd door de Vlaamse Atletiekliga vzw. Er waren kansen en opportuniteiten voor het verhogen van het topsportsucces in het afstandslopen waarin het behoud van de 2de graad een belangrijke schakel was. Aanbeveling 2: De topsportschool atletiek inzake fond en halve fond (momenteel te Hasselt) en het trainingscentrum voor beloften fond en halve fond (momenteel te Leuven), dienen op één plaats samengebracht te worden. Actie: De topsportschoolwerking van afstandslopen werd gecentraliseerd in Leuven vanaf het schooljaar Aanbeveling 1: De Vlaamse Atletiekliga vzw dient werk te maken van de uitbouw van een professionelere structuur in de Vlaamse atletiekclubs en de twee beloftecentra, zodat de kwaliteit van de instroom naar de topsportschool en de doorstroom naar een internationaal niveau gegarandeerd kan worden. Er dient een win-win situatie gecreëerd te worden voor zowel de clubs als voor de federatie. Aanbeveling 2: De Vlaamse Atletiekliga vzw dient het negatieve imago van de topsportschool bij haar clubs weg te werken. Aanbeveling 3: De meerwaarde van de topsportschool-werking in de tweede graad atletiek (zowel voor afstandslopen, de explosieve nummers en de kampnummers) kan niet worden aangetoond. Daarom is een verdere inrichting en subsidiëring van de topsportschool atletiek in de tweede 9

152 graad niet verantwoord en dient de tweede graad topsport atletiek uit te doven door (1) vanaf het schooljaar geen instroom in de tweede graad meer toe te laten en (2) de reeds aanwezige leerlingen/topsporters de kans te geven om de topsportschool af te werken, indien zij voldoen aan de selectiecriteria. Aanbeveling 4: De Vlaamse Atletiekliga vzw dient na te denken of een topsportschool in alle disciplines haalbaar is (in functie van de loonkost). Triatlon 2010 Aanbeveling 1: De bestaande werking buiten de topsportschool, leeftijd eerste graad en via de Pool van Jeugdtrainers Topsport, dient te worden behouden en geoptimaliseerd. Actie: De federatie heeft in september 2014 beslist om de gecentraliseerde topsportschoolwerking uit te doven en een gedecentraliseerde werking (in samenwerking met de clubs) te ondersteunen Aanbeveling 1: Het flexibel leertraject buiten de topsportschool en de ondersteuning en uitbouw van de topsportclubs dient verder te worden geoptimaliseerd. Wielrennen 2010 Aanbeveling 1: De uitstroom van de topsportschool dient beter afgestemd te worden op de instroom in de gesubsidieerde Vlaamse wielerploegen (Jong Vlaanderen en Ladies Cycling Team). Actie: De federatie is tegemoet gekomen aan de aanbeveling. Aanbeveling 2: Het dient onderzocht of BMX voortaan structureel opgenomen kan worden in de topsportschool te Gent (momenteel Be Gold project). Actie: BMX was onvoldoende professioneel uitgebouwd binnen de federatie om een structurele topsportwerking op poten te kunnen zetten. 10

153 2016 Aanbeveling 1: De uitstroom van de topsportschool dient beter afgestemd te worden op het behalen van de finaliteit van de topsportwerking op de piste. Wielerbond Vlaanderen vzw dient een duidelijke impact aan te tonen op het programma van de individuele renner, los van de (professionele) ploeg waarin de renners rijden. Aanbeveling 2: Wielerbond Vlaanderen vzw dient zich toe te leggen op het ontwikkelen van pisterenners. Er kan weinig tot geen meerwaarde aangetoond worden voor een werking voor het wielrennen op de weg in de topsportschool. Daarom is de inrichting en subsidiëring van de topsportschool wegwielrennen niet langer verantwoord en dient de tweede en derde graad topsport wielrennen wegwielrennen uit te doven door (1) voor het schooljaar geen instroom voor de discipline wegwielrennen toe te laten en (2) de reeds aanwezige leerlingen/topsporters wegwielrennen de kans te geven om de topsportschool af te werken, indien zij voldoen aan de selectiecriteria. Zwemmen 2010 Aanbeveling 1: Er is een prioritaire nood aan de bouw van een bijkomend (nieuw) 50m-trainingsbad in Antwerpen. Indien een voldoende aanbod aan zwemwater kan geboden worden in de buurt van een andere, bestaande topsportschool, dan is een verhuis aanbevolen. Actie: Het nieuwe trainingsbad in Antwerpen werd in gebruik genomen in oktober Vanaf september 2016 zal de federatie haar volledige topsportwerking in Antwerpen centraliseren Aanbeveling 1: De Vlaamse Zwemfederatie vzw dient in de volgende beleidsperiode ( ) de kwaliteit (en kwantiteit) van instroom in de topsportschool te verbeteren, door: 1. het imago van de topsportschool zwemmen te verbeteren binnen de federatie en haar clubs; 2. de clubwerking en de clubcoaches te ondersteunen en te verbeteren (eventueel via een coach the coach project); 3. initiatieven te nemen die de samenwerking tussen de clubs en de federatie verder optimaliseert. 11

154 Aanbeveling 2: De Vlaamse Zwemfederatie vzw dient initiatieven te nemen om, in een gecentraliseerde topsportwerking, de programma s en omkadering van alle partijen op elkaar af te stemmen, zodat enerzijds een financieel efficiënter beleid kan gevoerd worden en anderzijds de meerwaarde van het ééncampusmodel duidelijk wordt. Het spreekt voor zich dat de individuele begeleiding en noden van de zwemmers in functie van het behalen van de resultaatsdoelstellingen prioritair dienen bekeken te worden. Technische/jury/gevechtsporten Gymnastiek 2010 Aanbeveling 1: Consolideren van de huidige werking. Actie: De werking werd geconsolideerd. Aanbeveling 2: Er dient een samenwerkingsverband met de Vlaamse Ski en Snowboard Federatie opgezet te worden om cross-over van gymnastiek drop-outs naar snowboard te faciliteren. Gesprekken werden opgestart in januari Actie: Er is voorlopig geen cross-over van topsport gymnastiek naar snowboard. Er is bij de overgang naar het schooljaar wel een cross-over tussen gymnastiek en atletiek (polstokspringen) gebeurd in de topsportschool Aanbeveling 1: Consolideren van de huidige werking van de artistieke gymnastiek dames in Gent, met als teamdoelstelling het behalen van een top 8 plaats op een wereldkampioenschap of Olympische Spelen op middellange termijn. Aanbeveling 2: De Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw dient na te gaan of de huidige topsportwerking artistieke gymnastiek heren enerzijds logistiek kan aangeboden worden in de Topsporthal in Gent en anderzijds of het draagvlak binnen de federatie voldoende groot is om de topsportwerking artistieke gymnastiek heren te continueren binnen het beleid van de Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw. 12

155 Judo 2010 Aanbeveling 1: Slechts 60% van de talenten stroomt in en het clubniveau in de eerste graad is ontoereikend. De eerste graad dient afgebouwd te worden, ten voordele van een lokale werking voor alle getalenteerde jongeren van die leeftijd, te financieren via de Pool van Jeugdtrainers Topsport. Actie: VJF heeft voor het schooljaar geen leerlingen/topsporters voorgedragen voor de instap in de topsportschool in het eerste jaar van de eerste graad. In het schooljaar werden geen leerlingen/topsporters voorgedragen worden voor de eerste graad in de topsportschool, die bijgevolg volledig uitgedoofd was op 1/9/2012. Het quotum van lesgevers aan de topsportschool werd dien tengevolge verlaagd van 3,0 VTE naar 2,0 VTE. De Jeugdtrainers Topsport werden verantwoordelijk gesteld voor de opvolging van de - 15jarigen, zodat de geïdentificeerde topsporttalenten langer konden doorgroeien in de clubs Aanbeveling 1: De Vlaamse Judofederatie vzw dient initiatieven te nemen om de begeleiding van de in service topsporttrainers bij het behalen van het VTS-diploma trainer A (via een VTS-opleiding of een EVC-procedure) en een pedagogisch diploma (via een normaal traject, al dan niet in samenspraak met een CVO) te optimaliseren o.a. teneinde de continuïteit van een kwalitatieve trainersomkadering binnen en buiten de topsportschoolwerking te waarborgen. Aanbeveling 2: De Vlaamse Judofederatie vzw dient initiatieven te nemen om de uitbouw van een talentenwerking -15 te verbeteren, waar mogelijk vanuit een nauwe(re) samenwerking met en begeleiding van de club(trainer)s, o.a. teneinde een meer kwalitatieve instroom en doorstroom van talenten in de topsportschool en de clubs te bereiken. Aanbeveling 3: De Vlaamse Judofederatie vzw dient initiatieven te nemen om een betere afstemming en communicatie van de topsportprogramma s over de verschillende leeftijdsgroepen te verkrijgen. De doorstroom en uitstroom van leerlingen/topsporters in de topsportschool is momenteel ontoereikend, mogelijk te wijten aan een (te) vroege instap in de topsportschool en/of een te hoge workload voor jonge judoka s. Aanbeveling 4: De Vlaamse Judofederatie vzw dient initiatieven te nemen om de uitbouw van een uitstroomproject +18 te optimaliseren, waar mogelijk geïndividualiseerd of geclusterd per 13

156 relevante trainingscategorie (bv. onderscheid tussen licht- en zwaargewichten). Vooral het uitstroomproject voor meisjes +18 dient duidelijker gestructureerd te worden. Schermen 2010 Aanbeveling 1: De snelle realisatie van een adequate begeleiding van de uitstroom uit de topsportschool is noodzakelijk. De uitbouw op korte termijn van de topsportinfrastructuur te Gent (i.s.m. Sport Vlaanderen) kan daartoe een hefboom zijn. Actie: Een beloftenproject werd opgestart door de federatie Aanbeveling 1: De Vlaamse Schermbond vzw dient werk te maken van het opleiden van high potential trainers, om de huidige lichting topsporttrainers te kunnen ondersteunen en om een eventueel vertrek van één van de topsporttrainers te kunnen opvangen. Aanbeveling 2: De Vlaamse Schermbond vzw dient een kwalitatief instroomproject op te zetten, zodat er in de topsportschool minder op basiscoördinatie dient gewerkt te worden, maar kan worden ingezet op kwalitatieve uitbouw van de topsportschermers. Daarnaast dient de samenwerking van de federatie met haar clubs van de 3 wapens (sabel, degen, floret) verder uitgebouwd te worden, teneinde de federatie- en clubwerking verder te optimaliseren en te professionaliseren. Aanbeveling 3: De Vlaamse Schermbond vzw dient de beloftenwerking verder uit te bouwen en een langetermijn-engagement van de geselecteerde schermers richting topsport (veelal in combinatie met hogere studies) te eisen. Snowboard 2010 Aanbeveling 1: Inzake ski is een samenwerking met één of meerdere topsportcentra in de Alpen aan te bevelen, naar het voorbeeld van Dries Vanden Broecke (Be Gold, Stams skischool Oostenrijk). In voorkomend geval is de verdere uitbouw van een topsportschool ski in Vlaanderen en het verlenen van topsportstatuten buiten de school overbodig. Actie: Er werden geen topsportstatuten ski meer aangevraagd vanaf het schooljaar

157 Aanbeveling 2: Er dient een samenwerkingsverband met de GymFed te worden opgezet om cross-over van gymnastiek drop-outs naar snowboard te faciliteren. Gesprekken werden opgestart in januari Actie: Er gebeurden tot op heden weinig succesvolle cross-overs tussen gymnastiek en snowboard Aanbeveling 1: Er dient een investering te gebeuren op vlak van trainingsaccommodatie nabij Antwerpen (bij voorkeur in combinatie met een indoorsetting, vb. Woodward), wil Sneeuwsport Vlaanderen concurrentieel blijven ten opzichte van de andere snowboardlanden. Aanbeveling 2: Sneeuwsport Vlaanderen dient blijvende aandacht te besteden aan het personeelsbeleid om ervoor te zorgen dat er voldoende trainersexpertise binnen de federatie blijft. Taekwondo 2010 Aanbeveling 1: De instroom dient verbeterd te worden door een werking met de clubs (leeftijd eerste graad), gefinancierd via de Pool van Jeugdtrainers Topsport.- Actie: VTB heeft in 2011 een volledige topsportstructuur taekwondo uitgebouwd, die met ingang van het schooljaar startte en nog steeds van toepassing is. De trainers van de topsportschool wonen op regelmatige basis clubtrainingen en provinciale trainingen bij om talentvolle taekwon-doïn op te volgen en de clubtrainers bij te staan in de begeleiding van geïdentificeerde topsporttalenten. De kwaliteit van instroom en samenwerking met de clubs dient echter nog verdere stappen te zetten om tegemoet te komen aan bovenstaande aanbeveling Aanbeveling 1: De Vlaamse Taekwondo Bond vzw dient de ontwikkelingslijnen (en daarbijhorend de selectiecriteria) te actualiseren in functie van de prestatiecriteria vanaf 2009 tot op heden. Er dient een ontwikkelingslijn ontwikkeld te worden die leidt richting een top 8 plaats op een WK/Olympische Spelen of een medaille op een EK. 15

158 Aanbeveling 2: De Vlaamse Taekwondo Bond vzw dient een samenwerking met de clubs te initialiseren om zo de clubwerking en het talentdetectiesysteem te verbeteren en de kwaliteit van de instroom in de topsportschool te optimaliseren op jonge leeftijd. Slagsporten Badminton 2010 Aanbeveling 1: Consolideren van de huidige werking. Actie: De werking werd geconsolideerd Aanbeveling 1: Badminton Vlaanderen vzw dient op korte termijn relevante internationale prestaties bij de senioren neer te zetten met alumni van de topsportschool of aan te tonen dat de uitgestroomde talenten op ontwikkelingstraject richting een top 8 plaats op het Europees kampioenschap senioren zitten, om een topsportschoolwerking te kunnen blijven verantwoorden. Aanbeveling 2: Badminton Vlaanderen vzw dient een prestatieontwikkelingslijn op basis van de wereldranglijst junioren uit te werken en te implementeren in de ontwikkelingslijn van de federatie. Aanbeveling 3: Badminton Vlaanderen vzw dient in 2016 na te gaan of een optimale trainingsinfrastructuur (badmintonterreinen, krachtzaal, ) voor badminton in Antwerpen voorzien kan worden. Indien dit niet het geval is, dient de federatie de nodige stappen te ondernemen om een optimale en gecentraliseerde trainingsinfrastructuur te vinden of bouwen op een andere locatie, desgevallend in een samenwerkingsverband met andere (slagsporten)federaties. Golf 2010 Aanbeveling 1: De finaliteit dient afgestemd te worden op de selectiecriteria (IGF en BOIC) voor deelname aan de Olympische Spelen. Actie: De selectiecriteria voor deelname aan de Olympische Spelen liggen in lijn met de reeds bestaande selectiecriteria. 16

159 Aanbeveling 2: De VVG dient zelf het slechte imago in de golfwereld van het studieniveau in de topsportschool weg te werken. Actie: De federatie heeft maatregelen ondernomen om de topsportschoolwerking golf te promoten Aanbeveling 1: De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient de kwalitatieve en voldoende kwantitatieve (vooral bij de meisjes) instroom voor de topsportschool te verzekeren, door enerzijds de competitiedeelname te stimuleren en anderzijds de clubs te ondersteunen in de uitbouw van hun competitiewerking. Aanbeveling 2: De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient na te gaan hoe het Top Golf Vlaanderen (+18) project structureler in de (logistieke en financiële) ondersteuning van de golfspelers en van de federatie kan worden ingebed. Aanbeveling 3: De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient een optimaal totaalconcept (training(sinfrastructuur), school, internaat) in de topsportschool na te streven. Indien op een andere locatie dan Hasselt een optimalere structuur kan bewerkstelligd worden, dient de federatie na te gaan of een verhuis van de topsportschool aangewezen is (en desgevallend uit te voeren). Tafeltennis 2010 Aanbeveling 1: Consolideren van de huidige werking. Actie: De werking werd geconsolideerd Aanbeveling 1: De Vlaamse Tafeltennisliga vzw dient de instroom voor de topsportschool te optimaliseren door enerzijds de kwalitatieve doorstroom vanuit de regionale trainingsgroepen te verbeteren. Anderzijds dient de federatie de clubwerking zoveel mogelijk te professionaliseren. Aanbeveling 2: De Vlaamse Tafeltennisliga vzw dient na te gaan of een nieuwe trainingsaccomodatie op de locatie van een topsportschool haalbaar is, zowel op financieel als op logistiek vlak. 17

160 Tennis 2010 Aanbeveling 1: Consolideren van de huidige werking. Actie: De werking werd geconsolideerd Aanbeveling 1: Tennis Vlaanderen dient enerzijds ervoor te waken dat het flexibel leertraject een duidelijke meerwaarde kan bieden voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking en anderzijds ervoor te zorgen dat, via het flexibel leertraject, de samenwerking met de topsportclubs/toptennisscholen nog verbeterd wordt om zodoende zo veel mogelijk high potentials via de federatiewerking te kunnen ondersteunen. Aanbeveling 2: Consolideren van de huidige werking. Ploegsporten Basketbal 2010 Aanbeveling 1: De middenschool dient op slechts één locatie behouden te blijven. Er dient parallel, in opstart via Pool van Jeugdtrainers Topsport, door de federatie een alternatief lokaal instroomproject uitgewerkt worden. Actie: De Vlaamse Basketballiga vzw heeft voor het schooljaar geen leerlingen meer voorgedragen voor de middenschool in Gent en Mortsel. Echter, de middenschoolwerking in Brugge en Leuven bleef bestaan. De lesgevers in de middenschool van Brugge werden niet gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid. Aanbeveling 2: Het opzetten van een valabel beloftenproject heren is noodzakelijk voor de opvang van beloftevolle jongeren na de topsportschool. Actie: De uitstromers uit de topsportschool trainen sinds 2014 in de Academy van de federatie, in combinatie met clubtrainingen. De federatie geeft aan dat dit project nog zal bijgestuurd worden in functie van de efficiëntie. 18

161 Aanbeveling 3: Indien de accommodatie te Leuven ontoereikend blijft, wordt de verhuis van de topsportschool naar een meer geschikte locatie aanbevolen. Actie: In maart 2016 besliste de federatie om de topsportschoolwerking te verhuizen naar de topsportschool in Antwerpen vanaf het schooljaar Aanbeveling 1: De middenschool (op een andere locatie dan de topsportschool) dient een kwalitatieve doorstroom te genereren van zowel jongens als meisjes naar de tweede en derde graad van de topsportschool. Aanbeveling 2: In de derde graad van de topsportschool (jongens) dient de Vlaamse Basketballiga vzw een structurele samenwerking met de clubs uit te bouwen, waarbij alle leerlingen/topsporters in de derde graad individuele overdagtrainingen in de topsportschool krijgen, in combinatie met de collectieve avondtrainingen in de clubs (die minstens op het niveau van heren 2 e nationale afdeling en dames 1 e nationale spelen). Voor elke leerling/topsporter dient een individueel programma opgesteld te worden in functie van zijn/haar ontwikkelingslijn. Aanbeveling 3: Het opzetten van een structureel beloftenproject voor de dames is noodzakelijk voor de opvang van beloftevolle jongeren na de topsportschool. Handbal 2010 Aanbeveling 1: Er is geen clubwerking op niveau, noch inzake instroom, noch inzake uitstroom. Er zijn geen significante resultaten in de voorbije 12 jaar behaald, bij heren noch dames, jeugd noch senioren. Er is geen topsportwerking dames na de topsportschool. Daarom is een verdere inrichting en subsidiëring van de topsportschool handbal niet verantwoord en dient de topsportschool handbal uit te doven door (1) voor het schooljaar geen statuten toe te kennen voor het eerste, derde en vijfde jaar secundair onderwijs en (2) voor het schooljaar geen statuten toe te kennen voor het tweede, vierde en zesde jaar secundair onderwijs. Actie: De topsportschoolwerking handbal werd beëindigd op 31 augustus Aanbeveling 2: Een project met uitzicht op een top 8 plaats op het EK (jeugd of senioren) dient ad hoc ondersteund te worden in de toekomst. 19

162 Actie: Er werd in de Olympiade geen project met uitzicht op een top 8 plaats op het EK (jeugd of senioren) ingediend door de federatie. Voetbal 2010 Aanbeveling 1: De subsidiëring van de topsportschool voetbal dient in lijn gebracht te worden met de overige ploegsporten, rekening houdend met het aantal spelers per ploeg. De vaste kosten per ploeg (omkadering, transport, ) dienen in de eerste plaats in aanmerking genomen te worden voor de berekening van de subsidie, eerder dan een vast bedrag per leerling toe te kennen. Dit kan via een interpretatie van het bestaande UB topsport, of via een aanpassing ervan. Actie: De subsidiëring van de topsportschool voetbal werd in lijn gebracht met de andere ploegsporten. Aanbeveling 2: De meerwaarde van de middenschool voetbal staat ter discussie. De instroom naar de topsportschool kan beter door alternatieve projecten (i.s.m. lokale clubs) gerealiseerd worden. Actie: De werking van de 5 middenscholen topsport voetbal werden uitgedoofd vanaf het schooljaar Alle middenscholen bieden op dit moment een optierichting voetbal aan, op locatie van de topsportschool, als mogelijke voorbereiding op de topsportschool. Aanbeveling 3: Het aanbod in de tweede graad jongens dient op de bestaande locaties behouden te blijven. Actie: Het aanbod in de tweede graad jongens werd op alle locaties behouden. Aanbeveling 4: Het aanbod in de derde graad jongens dient gecentraliseerd te worden (zoals in de overige ploegsporten) op één locatie en geïntegreerd te worden in de werking van de nationale ploegen. Aanbevolen wordt om desgevallend de nationale ploeg jongens U17 te laten deelnemen aan de competitie in vierde nationale en om de nationale ploeg jongens U18 te laten deelnemen aan de competitie in derde nationale. Dit kan evenwel uitsluitend succesvol ingericht worden op voorwaarde van een volledige medewerking van de Belgische/Vlaamse Ligaclubs. De VFV dient hiertoe het nodige initiatief te nemen. Actie: De aanbeveling werd niet gerealiseerd. Aanbeveling 5: Het afstemmen van het programma tussen de VFV (12u topsportschool) en de clubs (10-15u na de topsportschool) is noodzakelijk en dient tot één gecoördineerd programma in hoofde van elke leerling/topsporter te leiden. 20

163 Actie: Het programma en de belasting wordt wekelijks overlegd tussen de topsportschool en de betrokken clubs voor elke leerling/topsporter. Aanbeveling 6: Het programma voor alle meisjes dient in één topsportschool gecentraliseerd te worden. Actie: De topsportschoolwerking voor de meisjes derde graad werd vanaf het schooljaar gecentraliseerd in Leuven. Echter, door de vrijheid van onderwijskeuze kan de federatie niet beletten dat een meisje zich inschrijft in één van de vier andere topsportscholen voetbal Aanbeveling 1: De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient de gecentraliseerde werking van de meisjes te behouden en op korte termijn verder uit te bouwen naar de tweede graad van het secundair onderwijs. Aanbeveling 2: De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient erover te waken dat de krachtige leeromgeving voor alle leerlingen/topsporters behouden blijft. Indien, door het meetrainen van leerlingen/topsporters met de A-kern of B-kern van een profclub, de andere leerlingen/topsporters de krachtige leeromgeving dreigen te verliezen, dient de federatie hiervoor maatregelen te nemen. Aanbeveling 3: De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient na te gaan of een structurele samenwerking tussen de federatie en de professionele voetbalclubs op locatie van de topsportschool tijdens de topsportschooluren effectief een meerwaarde biedt voor alle leerlingen/topsporters, onafhankelijk van de club waarbij de voetballers aangesloten zijn. Indien dit zo blijkt te zijn, moet de federatie de pistes in de verschillende topsportscholen aftoetsen om tot een optimale trainingssituatie te komen voor alle leerlingen/topsporters. Aanbeveling 4: De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient enerzijds ervoor te waken dat het flexibel leertraject een duidelijke meerwaarde kan bieden voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking en anderzijds ervoor te zorgen dat, via het flexibel leertraject, de samenwerking met de voetbalclubs nog verbeterd wordt om zodoende zo veel mogelijk high potentials te kunnen ondersteunen. 21

164 Volleybal 2010 Aanbeveling 1: De uitstroom dient gekoppeld te worden aan de werking van clubs in binnen- en buitenland, waarbij de duale loopbaan van de speler/speelster en de deelname aan het programma van de nationale ploeg centraal staan. Bij de heren dient de timing van de overstap, van de centrale werking in de VVB naar een professionele club, op de ontwikkeling van de speler afgestemd te worden. De VVB dient de nodige maatregelen te nemen om de beschikbaarheid voor de nationale ploeg te stimuleren en waar nodig af te dwingen. Actie: De aanbeveling werd opgevolgd. Aanbeveling 2: Er dienen maatregelen genomen te worden om de rekrutering van de beste talenten (instroom) voor de topsportschool te realiseren. Weerstanden bij kandidaat instappers dienen weggewerkt te worden en de werking van de Pool van Jeugdtrainers Topsport dient geoptimaliseerd te worden. Actie: De weerstanden bij de kandidaat instappers zijn kleiner geworden, maar zijn nog steeds aanwezig. Voor de federatie is dit een blijvend werkpunt Aanbeveling 1: De huidige werking voor zaalvolleybal dient geconsolideerd te worden, met de nodige aandacht voor de kwalitatieve instroom. Daarnaast dient het uitstroomproject voor heren en dames structureel gehandhaafd te blijven. Aanbeveling 2: De Vlaamse Volleybalbond vzw dient te bekijken hoe de discipline beachvolleybal kan geïmplementeerd worden in de topsportschoolwerking, zonder dat dit een belemmering is voor de huidige werking. 22

165 In derde instantie dienen maatregelen tot bijsturing op vlak van de zeven kwaliteitscriteria gerealiseerd te worden, m.a.w. op dagelijks operationeel vlak binnen de bestaande/resterende topsportscholen/graden. Dit is een permanente zorg voor alle betrokken partners, te realiseren via initiatieven/acties naargelang ieders rol en bevoegdheid (Globaal Topsportconvenant: zie hoger). In het afsluitend hoofdstuk Generieke aanbevelingen zullen, sporttakoverschrijdend, de belangrijkste werkpunten worden opgesomd, alsook de betrokken actoren. Inzake een aantal van deze werkpunten werden reeds concrete stappen ondernomen door de sportsector (uitvoering Topsportactieplan Vlaanderen I ( ), II ( ) en III ( )), andere werkpunten dienen zowel door de sportsector als de onderwijssector in de komende jaren aangepakt te worden. Wat sport betreft dienen de beleidsprioriteiten jaarlijks en i.f.v. de beschikbare middelen vastgelegd te worden, zowel door de Vlaamse overheid als door de belanghebbenden (topsportfederaties) zelf. 23

166 WERKWIJZE Er werd door Sport Vlaanderen in nauw overleg met de betrokken sportfederaties nagegaan in welke mate de bestaande werking binnen de topsportscholen beantwoordt aan de criteria uit het Topsportactieplan Vlaanderen II, zoals hierboven aangehaald, en waar er desgevallend structureel of operationeel bijgestuurd dient te worden. In een eerste fase (november-december 2015) werd overleg gehouden tussen Sport Vlaanderen en elke betrokken sportfederatie afzonderlijk (zie onderstaande tabel). Datum Uur Sporttak Federatie Sport Vlaanderen Tafeltennis (VTTL) Bart Vermoesen Jacques Denys Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Golf (VVG) Karine Guerman Marc Verneirt Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Tennis (TV) Kevin Beyens Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Zwemmen (VZF) Koen Van Buggenhout Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Snowboard (SV) Tom Coeckelberghs Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Badminton (BV) Jo Van Damme Wouter Claes Bert Six Tommy Verlinde Alan McIlvain Judo (VJF) Danny Belmans Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Voetbal (VFV) Benny Mazur Bob Browaeys Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Joric Vandendriessche Triatlon(VTDL) Reinout Van Schuylenbergh Bert Six Tommy Verlinde Basketbal (VBL) Koen Umans Sven Vancamp Wim Meiresonne Tommy Verlinde Arvid Diels Olivier Foucart Schermen (VSB) Margot Callewaert Paul Corteyn Yannick Germeau Lies Ketels Tommy Verlinde 24

167 Atletiek (VAL) Tille Scheerlinck Owen Malone Sofie Debaere Tommy Verlinde Gymnastiek (GYMFED) Valerie Van Cauwenberghe Ward Van den Bosch Lies Ketels Tommy Verlinde Wielrennen (WBV) Koen Beeckman Wim Meiresonne Tommy Verlinde Volleybal (VVB) Koen Hoeyberghs Wim Meiresonne Tommy Verlinde Taekwondo (VTB) Laurence Rase Filip Verherstraeten Tommy Verlinde Op basis van deze gesprekken kwam een eerste sneuveltekst tot stand. Aansluitend werd een eerste bespreking gehouden door de Taskforce Topsport ( ). Per sporttak werd het desbetreffende hoofdstuk met de topsportfederatie teruggekoppeld na de Taskforce Topsport. Alle betrokken topsportfederaties bezorgden uiterlijk hun opmerkingen/aanvullingen en/of akkoord. Aansluitend werden de beleidsaanbevelingen door Sport Vlaanderen en de Taskforce Topsport geformuleerd en werd de voorliggende ontwerpnota vervolgens gefinaliseerd. Om een zinvolle vergelijking tussen sporttakken mogelijk te maken, werden de sporttakken in groepen ingedeeld: Individuele meetbare sporten: atletiek, triatlon, wielrennen en zwemmen Technische/jury en/of vechtsporten: gymnastiek, judo, schermen, ski/snowboard en taekwondo Slagsporten: badminton, golf, tafeltennis en tennis Ploegsporten: basketbal, voetbal en volleybal 25

168 RESULTATEN EN AANBEVELINGEN Per sporttak wordt het volgende weergegeven: 1) Een historiek van de topsportschool (jaar van opstart, operationele graden, aantallen leerlingen/topsporters, locatie(s), belangrijke resultaten) en de huidige toestand (schooljaar ); 2) Een toetsing van de huidige werking aan de 7 criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen (zie hoger), waarin de federatie aangeeft hoe de topsportschoolwerking in het beleid is geïmplementeerd; 3) Conclusies Sport Vlaanderen op basis van het interview tussen Sport Vlaanderen en de topsportfederatie; 4) Beleidsaanbevelingen. INDIVIDUEEL MEETBARE SPORTEN Atletiek Historiek De Vlaamse Atletiekliga participeerde van bij aanvang van het project topsportscholen in het schooljaar in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan te Gent en in het Koninklijk Atheneum 2 te Hasselt. Na de evaluatie van de topsportscholen in 2010/2011 werd aanbevolen om de topsportschool en de beloftenwerking afstandslopen te centraliseren op één locatie. De topsportschool afstandslopen verhuisde in het schooljaar van Hasselt naar Leuven. In de topsportschool te Gent wordt er toegespitst op de explosieve en technische nummers terwijl in de topsportschool van Leuven leerlingen terecht kunnen voor de afstandsnummers. Toen bij de ondertekening van het nieuwe topsportconvenant in 2004 de mogelijkheid werd gecreëerd om een eerste graad van het secundair onderwijs in te richten, startte de Vlaamse Atletiekliga in beide topsportscholen een werking op in de eerste graad vanaf het schooljaar In het schooljaar werd de eerste graad afstandslopen uitgedoofd. In het schooljaar besliste de federatie om de eerste graad voor de explosieve nummers in Gent ook uit te doven. In het huidig schooljaar ( ) zitten nog 2 leerlingen/topsporters in de 1 e graad. 26

169 Het aantal ingeschreven leerlingen in de topsportschool atletiek steeg van 23 in het schooljaar naar 39 in het schooljaar Sinds het schooljaar is er sprake van een stabilisatie van het aantal uitgereikte topsportstatuten en meteen ook van het aantal ingeschreven leerlingen/topsporters. De Vlaamse Atletiekliga vzw vraagt geen topsportstatuten buiten de topsportschool aan. 2e en 3e graad 1e graad e graad e en 3e graad Doorheen de jaren zijn verschillende afgestudeerde leerlingen/topsporters erin geslaagd zich te plaatsen voor EK s en WK s bij de senioren (onder andere Kevin Rans, Krijn Van Koolwijk en Pieter De Smet, ). Sinds 2010 slaagden 10 topsportschoolatleten erin zich te plaatsen voor een EK en een WK bij de senioren. In dezelfde periode vind je in onderstaande tabel het aantal finalisten per jeugdkampioenschap terug (waarvan 2 gouden medailles, 1 zilveren en 2 bronzen): Eyof EYOT Wku18 YOG EKu20 WKu20 EKu Eva Willemark en Elfje Willemsen, oud-leerlingen topsport atletiek, namen deel aan de Olympische Spelen te Vancouver in de discipline bobslee. Elfje Willemsen nam deel aan de Olympische Spelen in Sotchi in 2014 in de discipline bobslee. 27

170 Huidige situatie (schooljaar ) De Vlaamse Atletiekliga heeft in het schooljaar leerlingen/topsporters (dd verdeeld over twee topsportscholen: 16 leerlingen/topsporters in Leuven en 21 leerlingen/topsporters in Gent. De verdeling per school, per geslacht en per studiejaar is als volgt: Gent Leuven Totaal 1e graad M V M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 5,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool atletiek gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Cedric Nolf, Stefaan Vanderstichele, Tom Du Pan, Peter Moreels, Roel Breugelmans, Patrick Himschoot en Dirk Engelen binnen het quotum gesubsidieerd. 28

171 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Voorafgaand aan de topsportschool organiseert de Vlaamse Atletiekliga vzw talentdagen, opendeurtrainingen, en een selectiestage, waar verschillende talenten verzameld worden en samen trainen. De beloftenwerking wordt op twee locaties ondersteund door de Vlaamse Atletiekliga vzw: in Gent (explosieve nummers) wordt deze geleid door Philippe Gilson, in Leuven worden de afstandsnummers geleid door Rik Didden en de explosieve nummers door Marlon Gevaert en Rudi Diels. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De selectiecriteria voor de topsportschool zijn tot stand gekomen na een top-down analyse van de VAL-ontwikkelingslijnen, die gebaseerd zijn op een studie van West- Europese atleten die een top 8 plaats behaalden op Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen. De selectiecriteria worden per Olympiade getoetst aan de validiteit en de haalbaarheid van de doelstellingen op middellange en lange termijn. In de Olympiade Rio ( ) werden de selectiecriteria nog verder verfijnd en verstrengd. Voor instappers wordt informatie m.b.t. de selectiecriteria gegeven en bestaat de selectieprocedure uit opendeurtrainingen en stages, waarbij het engagement van de kandidaat leerling/topsporter na elke stap dient bevestigd te worden. De leerlingen/topsporters ontvangen trimestriële evaluaties en krijgen informatie over de herselectiecriteria. 3. Omvang van de instroom De omvang van de topsportschoolpopulatie is de laatste jaren stabiel en ligt de laatste 5 jaar tussen de 11 en de 16 instromers. Het is echter niet evident om instromers te selecteren met voldoende kwaliteit, mede door een te weinig professionele clubwerking (zie punt 4). De Vlaamse Atletiekliga vzw heeft op dit moment een pool van een generatie jonge gemotiveerde trainers tussen 25 en 30 in de clubwerking. Er zijn echter slechts een zeer beperkt aantal trainers met meer ervaring die de federatiewerking ondersteunen. De Vlaamse Atletiekliga vzw wijt dit deels aan de negatieve visie van (bepaalde) clubs ten opzichte van de topsportschoolwerking. 29

172 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Op jonge leeftijd (vanaf 12 jaar) dient een goede basis gelegd te worden. Echter, de professionele structuur binnen de clubs ontbreekt op dit moment nog te vaak om een talentvolle atleet naar een internationaal niveau te brengen, waardoor veel talent reeds aan de basis verloren gaat. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De sporttechnische omkadering bestaat in het schooljaar uit een mix van zeer ervaren trainers en enkele high potential trainers die openstaan voor vernieuwingen en ambitieus zijn. Het sporttechnisch kader is deels afhankelijk van de disciplines van de atleten in de topsportschool (vb. indien het ene schooljaar een discuswerper selecteert instroomt in de topsportschool, dient de federatie hiervoor een discustrainer aan te werven. Bij uitstroom van deze discuswerper is de invulling voor de lesgever/trainer ook verdwenen). De Vlaamse Atletiekliga vzw merkt op dat het pedagogische diploma een drempel is om de juiste trainers vast te leggen in de topsportschoolwerking. De lesgevers van de topsportschool organiseren zelf mee het instroomproject. Daarnaast zijn er synergieën met de beloftenwerking in beide trainingscentra. De topsportschooltrainers gaan regelmatig mee naar internationale kampioenschappen (vb. Patrick Himschoot is topsportschooltrainer en de nationale coach van de 4x400m bij de dames senioren). De loonkost is bij de Vlaamse Atletiekliga vzw een zware (extra) kost. In het schooljaar werd ondermeer hierdoor de taakinvulling en omschrijving duidelijker vastgelegd en bijgestuurd. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Door de verhuis van de topsportschool afstandslopen van Hasselt naar Leuven (in het schooljaar ) is de centralisatie van het trainingscentrum afstandslopen in Leuven gerealiseerd. In november 2015 werd in de faculteit Faber in Leuven een nieuwe indoortrainingshal voor atletiek geopend. Het trainingscentrum voor de explosieve nummers was reeds volledig gecentraliseerd in de Topsporthal van Gent. De Vlaamse Atletiekliga geeft aan dat de infrastructuur/piste aan vernieuwing toe is. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport In Leuven bevindt het internaat zich op de locatie van de topsportschool. De atletiekpiste en het bos liggen aan de overkant van de Ring (ca. 500m wandelen). In Gent bevindt het internaat zich op dezelfde locatie als de trainingsaccommodatie, de school is op 10 minuten fietsen. 30

173 De voeding in Leuven is afgestemd op topsport. In Gent dienen hier nog grote stappen in worden gezet. Er is in beide scholen een nauw en regelmatig overleg met de topsportschoolcoördinator en het internaat. Op vlak van onderwijs dienen er voor de Vlaamse Atletiekliga vzw, zowel in Gent als in Leuven, nog stappen te worden gezet om de topsportschoolwerking efficiënter en meer in functie van topsport te maken. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschoolwerking voor atletiek is aangewezen, vooral in de derde graad. Om de gedane investeringen in de topsportschool niet verloren te laten gaan, dient de federatie enerzijds de doorstroom naar de beloftewerking te optimaliseren en anderzijds de professionalisering van de Vlaamse atletiekclubs te ondersteunen en uit te bouwen, zodat een kwalitatieve instroom in de topsportschool kan gegarandeerd worden. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool op het toppunt van de loopbaan is een top 16 plaats op de Olympische Spelen. De federatie gaat uit van een top 8 plaats op een Europees kampioenschap en een top 12 plaats op een wereldkampioenschap, zoals het Vlaams topsportbeleid vooropstelt. De leerlingen/topsporters dienen in staat te zijn een A1 of A2 statuut binnen de Vlaamse Atletiekliga te verwerven. Dat komt overeen met een top 24 plaats op de wereldrangschikking. Als tussentijdse doelstelling wordt vooropgesteld dat een topsportschoolatleet als junior een B1u20 elitestatuut moet behalen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Een participatie in de derde graad van de topsportschool is noodzakelijk, zowel voor de explosieve als voor de afstandsnummers. In de tweede graad wordt de meerwaarde van de topsportschool atletiek onvoldoende aangetoond. Het trainingsprogramma en volume kan in de tweede graad, zowel voor afstandslopen, als de explosieve nummers (bijvoorbeeld in combinatie met een optie atletiek in een reguliere (sport)school), op een zeer degelijke manier afgewerkt worden naast de topsportschool, zonder inbreuk te doen op de langetermijnontwikkeling van de atleet. Verschillende atleten in het verleden hebben dit traject reeds bewandeld. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool in Gent, in de nabijheid van de topsporthal, beantwoordt aan de noden en behoeften, mits het nodige onderhoud aan de infrastructuur. De werking van de topsportschool in Leuven garandeert de continuïteit en de samenhang met het beloftenproject voor afstandslopen. 31

174 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er is geen onderscheid in de noodzaak voor een topsportschool op basis van geslacht. Beleidsaanbeveling 1. De Vlaamse Atletiekliga vzw dient werk te maken van de uitbouw van een professionelere structuur in de Vlaamse atletiekclubs en de twee beloftencentra, zodat de kwaliteit van de instroom naar de topsportschool en de doorstroom naar een internationaal niveau gegarandeerd kan worden. Een transitieprogramma voor de uitstroom van de topsportschool dient uitgewerkt te worden. Er dient een win-win situatie gecreëerd te worden voor zowel de clubs als voor de federatie. 2. De Vlaamse Atletiekliga vzw dient het negatieve imago van de topsportschool bij de clubs weg te werken. 3. De meerwaarde van de topsportschoolwerking in de tweede graad atletiek (zowel voor afstandslopen, de explosieve nummers en de kampnummers) kan niet worden aangetoond. Daarom is een verdere inrichting en subsidiëring van de topsportschool atletiek in de tweede graad niet verantwoord en dient de tweede graad topsport atletiek uit te doven door (1) voor het schooljaar geen instroom in de tweede graad meer toe te laten en (2) de reeds aanwezige leerlingen/topsporters de kans te geven om de topsportschool af te werken, indien zij voldoen aan de selectiecriteria. 4. De Vlaamse Atletiekliga vzw dient na te denken of een topsportschool in alle disciplines haalbaar is (in functie van de loonkost). 32

175 Triatlon Historiek De Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw startte een topsportschoolwerking in het schooljaar in het Koninklijk Atheneum Redingenhof in Leuven. De topsportschool triatlon participeerde enkel in de tweede en derde graad. Vanaf het schooljaar is het leerlingenaantal drastisch gezakt. In het begin van het schooljaar besliste de Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw om de topsportschoolwerking uit te doven. Vanaf het schooljaar stapte de federatie in in het flexibel leertraject buiten de topsportschool, uitsluitend in de derde graad van het secundair onderwijs. 2e graad 3e graad e graad e graad Als ex-leerling/topsporter eindigde Sofie Hooghe op een derde plaats op het Penza ETU Triathlon U23 (wereldkampioenschap) in 2014 Sofie Hooghe behaalde ook een elfde plaats op het wereldkampioenschap U23 in Londen (2013). Ine Couckuyt eindigde op een zeventiende plaats op het wereldkampioenschap juniores in 2012 en een elfde plaats op het Europees kampioenschap voor junioren in Charlotte Deldaele behaalde de negende plaats op hetzelfde Europees kampioenschap in

176 Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar zijn drie leerlingen/topsporters (dd ) ingeschreven in het flexibel leertraject buiten de topsportschool. De leerlingen lopen school in Brugge, Hasselt en Leuven. De verdeling per geslacht en per leerjaar is als volgt: Geen topsportschool 3 e graad 5 e leerjaar e leerjaar 0 0 Totaal 3 0 De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de Olympiade maximaal 1,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool triatlon gesubsidieerd wordt. In het kader van het flexibel leertraject buiten de topsportschool wordt het quotum vanaf het schooljaar niet meer ingevuld, maar wordt een financiering voorzien via de pool van Jeugdtrainers Topsport (gezamenlijk max. 1,5VTE) om de ondersteuning voor het flexibel leertraject te voorzien. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Voor een potentiële instap in het flexibel leertraject buiten de topsportschool organiseert de Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw regiotrainingen in samenwerking met de topsportclubs (= clubs die aan specifieke omkaderingsvoorwaarden voldoen). Op deze manier kan de clubwerking verder uitgebouwd worden en kan het trainingsaanbod voor potentiële topsporters verder gestuurd worden. In het schooljaar zijn er 6 topsportclubs in Vlaanderen. De federatie geeft aan dat er een positieve dynamiek is ontstaan in de verschillende clubwerkingen door het oprichten van topsportclubs. De clubs zijn vragende partij om zelf de trainingssturing en inhouden meer in handen te nemen. De federatie voorziet o.a. ondersteuning van de clubs door de topsporttrainers in dienst van de federatie bijscholingen en trainingen te laten geven voor de clubs en hun trainers. Op termijn zou dit sterk kunnen bijdragen tot de professionalisering van de trainers in het Vlaamse triatlonlandschap. In de volgende beleidsperiode wenst de federatie de lat voor erkenning als topsportclub hoger te leggen, vooral op het vlak van trainingsaanbod. Dit zal in lijn liggen met het talentdevelopment plan (LTAD plan) van de federatie. De federatie voorziet een traject van 2 jaar waarin clubs zich kunnen aanpassen aan de nieuwe, hogere norm. 34

177 Het flexibel leertraject buiten de topsportschool is in het schooljaar enkel bestemd voor de derde graad, omdat het trainingsvolume vanaf 16-jarige leeftijd gevoelig verhoogt en een combinatie van topsport met voltijdse studies een stuk moeilijker haalbaar is. In de derde graad van het secundair onderwijs verwacht de Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw dat een triatleet een trainingsvolume van 18 à 20 uur per week uitvoert. Een instap in het flexibel leertraject buiten de topsportschool kan enkel mits (1) de triatleet voldoet aan de selectiecriteria, uitgeschreven door de federatie en goedgekeurd door de gemengde selectiecommissie van het Topsportconvenant, (2) de omkadering van de triatleet aan strenge voorwaarden voldoet, in combinatie met het project van de pool van Jeugdtrainers en (3) de klassenraad of directie van de betrokken reguliere school schriftelijk bevestigt dat ze participeert in het flexibel leertraject voor de betreffende leerling/topsporter. Aansluitend op het flexibel leertraject buiten de topsportschool in het derde graad heeft de Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw een uitstroomproject in de vorm van een Be Gold-project (momenteel 2 triatleten) en een Beloftevolle Jongeren-project (momenteel 5 triatleten). Alle projecten zijn gedecentraliseerd in het triatlonlandschap. De federatie geeft aan dat de meeste toonaangevende triatlonlanden meer en meer atleetgeoriënteerd denken in functie van de topsportwerking met de jeugd en zelden de volledige werking gecentraliseerd organiseren. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschoolwerking ligt op het behalen van een top 8 plaats op het Europees kampioenschap voor junioren als laatstejaars junior (op 18-jarige leeftijd). De finaliteit van de topsportwerking is het minimaal behalen van een top 8 plaats op het Europees kampioenschap voor senioren of een top 16 plaats op het wereldkampioenschap senioren tot het behalen van een top 8 plaats op de Olympische Spelen. Op basis van deze finaliteiten heeft de Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw een ontwikkelingslijn en selectiecriteria ontwikkeld op basis van normschalen uit het talentontwikkelingsmodel van Groot-Brittannië. De selectiecriteria worden nog jaarlijks aangepast en geoptimaliseerd indien nodig. In het schooljaar werden de selectiecriteria voor de leerlingen/topsporters aangepast van een 200m zwem- en 1500m looptest naar een 400m zwem- en 3000m looptest. De federatie heeft 2 testmomenten per jaar (voor- en najaar), waar naast de zuivere prestaties ook de vooruitgang van de triatleet wordt bekeken. In het najaar worden ook elementen van antropometrie, fysieke en motorische kenmerken opgenomen in de metingen. In de toekomst bestaat de mogelijkheid dat de federatie de testen aanvult met 35

178 gestandaardiseerde labotests (inspanningsproef op de fiets met gasanalyse i.f.v. de VO2 max bepaling). 3. Omvang van de instroom De Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw geeft aan dat de normen voor instap in de topsportschool bij de start van de topsportschoolwerking te laag waren, en dat o.a. daardoor de meeste triatleten bij uitstroom uit de topsportschool te weinig resultaten neerzetten. Ondertussen, en ook in het flexibel leertraject buiten de topsportschool, liggen de criteria een stuk hoger. De federatie beoogt op korte termijn een instroom van 1 à 2 leerlingen/topsporters per schooljaar. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen De Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw is van mening dat binnen de topsportclubs een voldoende hoog niveau van begeleiding en omkadering aanwezig is om de high potentials te kunnen ondersteunen. De federatie en de overheid ondersteunen dit door vb. de pool van Jeugdtrainers Topsport. Een topsportschoolwerking is voor de federatie op dit moment niet wenselijk. De topsportschoolwerking werd dan ook uitgedoofd vanaf het schooljaar en beëindigd in het schooljaar Vermits het trainingsvolume gevoelig verhoogt in de derde graad van het secundair onderwijs (van 14 naar min. 18 uur), stapte de federatie in het flexibel leertraject buiten de topsportschool om de combinatie tussen topsport en schoollopen haalbaarder te maken. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering In de vroegere topsportschoolwerking waren de trainers bij opstart nog onvoldoende matuur om een gecentraliseerde werking te kunnen dragen. Ook de federatie stond op dat moment nog te veel in haar kinderschoenen. De Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw erkent dat de huidige sporttechnische omkadering binnen de topsportclubs van voldoende hoog niveau is om de begeleiding te voorzien aan de high potential triatleten, mits inhoudelijke sturing en overleg via de een professionele pool van trainers vanuit de federatie, in aanvulling op de topsporttrainers in de clubs. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Vermits de werking van de federatie gedecentraliseerd is, zijn de topsportclubs meer verantwoordelijk voor het beschikken over de geschikte trainingsinfrastructuur. Algemeen blijft het tekort aan zwemwater op de verschillende locaties het grootste 36

179 struikelblok. De federatie geeft aan dat er in Limburg wel nog een groot potentieel aan geschikte trainingsinfrastructuur ligt, maar nog een te beperkte topsportclubwerking is. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Tot en met het schooljaar beschikte de Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw in de topsportschool van Leuven over de geschikte trainingsaccommodatie. In de school diende op dat moment meer aandacht besteed te worden aan de uitstraling van de school als topsportschool. Heden zijn hier al stappen in gezet door de school in Leuven. Op het vlak van het internaat diende er in het verleden meer rust (in functie van topsport) gecreëerd te worden. Gezien het feit dat de werking volledig gedecentraliseerd is en de triatleten in hun thuisomgeving trainen en slapen, is er op vlak van het totaalconcept weinig tot geen probleem. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool is in het huidige Vlaamse triatlonlandschap niet de beste optie voor talentdetectie en -ontwikkeling. De federatie heeft dan ook zelf de beslissing genomen om de topsportschoolwerking uit te doven en een gedecentraliseerde werking op te starten. Vooralsnog heeft dit een positief effect op de clubwerking en leidt dit tot meer kwaliteit in topsport. Indien bepaalde randvoorwaarden zouden wijzigen, vb. door een permanent hoog aantal talenten die op topsportschoolleeftijd in aanmerking komen voor begeleiding, en gegroepeerd kunnen begeleid, opgevolgd en ontwikkeld kunnen worden, kan een topsportschool opnieuw aangeraden zijn. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? Het flexibel leertraject buiten de topsportschool is gericht op minimaal een top 8 plaats op de Europese kampioenschappen en bij voorkeur tot een top 8 plaats op de Olympische Spelen. Het onderscheid tussen een top 8 EK-talent en een top 8 WK/OStalent is op 15 à 16-jarige leeftijd moeilijk betrouwbaar te meten. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Gezien het vereiste trainingvolume is het flexibel leertraject buiten de topsportschool noodzakelijk in de derde graad van het secundair onderwijs. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga vzw heeft gekozen voor een gedecentraliseerde werking en een samenwerking met topsportclubs, die een ondersteuning vanuit de federatie krijgen indien ze voldoen aan strenge omkaderingsvoorwaarden. 37

180 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? In het flexibel leertraject buiten de topsportschool wordt er geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. Het flexibel leertraject buiten de topsportschool en de ondersteuning en uitbouw van de topsportclubs dient verder te worden geoptimaliseerd. 38

181 Wielrennen Historiek In het schooljaar startte de Wielerbond Vlaanderen vzw in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan te Gent met een topsportschool. Momenteel participeert de topsportschool wielrennen enkel in de tweede en derde graad. De leerlingen/topsporters hebben een keuze om zich te oriënteren naar het baanwielrennen (piste/sprint) of naar het wegwielrennen (fond). De Wielerbond Vlaanderen vraagt geen topsportstatuten aan voor leerlingen/topsporters buiten de topsportschool. Het aantal leerlingen/topsporters kende een piek in het schooljaar en , met telkens 25 leerlingen/topsporters. In het huidige schooljaar zijn er slechts 13 leerlingen/topsporters. 2e graad 3e graad e graad e graad Jasper De Buyst haalde in 2016 de 8 e plaats in de omnium op het wereldkampioenschap in London en een 4 e plaats op het Europees kampioenschap omnium in Nicky Degrendele behaalde een 5 e plaats in het keirin op het Europees kampioenschap U23 in 2015 en werd Europees en wereldkampioene keirin bij de juniores in Nicky Degrendele en Catherine Wernimont behaalden in 2014 de bronzen medaille op de teamsprint op het Europees kampioenschap bij de junioren. 39

182 In de niet-olympische disciplines behaalden Jasper De Buyst en Otto Vergaerde een bronzen medaille bij de senioren op het wereldkampioenschap ploegkoers in Lotte Kopecky behaalde de gouden medaille op het Europees kampioenschap voor junioren (2013) in de individuele achtervolging. Gerben Thijssen haalde een 3 e plaats in de puntenkoers op het wereldkampioenschap voor junioren in Gerben Thijssen en Robbe Ghys behaalden een zilveren medaille op het Europees kampioenschap ploegkoers in Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar schreven 13 leerlingen/topsporters (dd ) in aan de topsportschool wielrennen. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Gent Totaal 2e graad M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal

183 De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 3,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool wielrennen gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Jan Vancompernolle en Kieran De Fauw binnen dit quotum gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Sinds 2014 organiseert de Wielerbond Vlaanderen vzw talentidentificatiedagen waarop de betere bewegers binnen de federatie worden uitgenodigd. De kandidaat-instromers voor de topsportschool wielrennen die deze testen nog niet hebben afgelegd, dienen deze ook te doorlopen omdat deze testen ook deel uitmaken van de selectie- en herselectietesten. Daarnaast biedt de Wielerbond Vlaanderen vzw ook trainingspakketten en wedstrijden aan. De geïdentificeerde talenten worden aansluitend gecontacteerd voor een infodag van de topsportschool. In het verleden werd er geen rekening gehouden met maturiteit. Vanaf 2014 wordt meer rekening gehouden met maturiteit en limiettijden, en minder met prestaties in (jeugd)wedstrijden. De jeugdclubs (vanuit het Jeugdsportfonds) sturen jaarlijks een lijst naar de federatie door met namen van high potentials binnen de club. Hierdoor krijgt de federatie een beter zicht op de topsportpopulatie in de clubs. De topsportschoolwerking heeft zijn plaats binnen het Interfederaal Wielerinstituut tussen de jeugdwerking aan de basis en de topsportwerking voor de elite. Op dit moment komt 90% van de huidige seniorenploeg op de piste uit de topsportschoolwerking. Na de topsportschool is er een door de federatie opgezet ploegproject, met de nadruk op de pistecompetities, voorzien. In dit project bereiden de renners zich voor op de nationale selecties. Wielerbond Vlaanderen vzw heeft echter geen volledige impact op de keuzes van de alumni van de topsportschool. De federatie tracht wel bij de renners aan te tonen dat er heel wat mogelijkheden zijn binnen deze trainingsgroep. Daarnaast probeert Wielerbond Vlaanderen vzw met andere ploegen te overleggen over het wedstrijdprogramma van het komende seizoen, maar uiteindelijk worden de meeste wegwedstrijden afgewerkt met hun eigen wegteam. Op nationale stages worden de renners wel nog verzameld. Er zijn ook samenwerkingsverbanden met bepaalde ploegen die elitesporters voor de piste in hun rangen hebben. Met deze ploegen (o.a. Topsport Vlaanderen en Lotto) wordt een intentieverklaring ondertekend waarin het wedstrijdprogramma van deze pisterenners mee bepaald wordt door Wielerbond Vlaanderen vzw. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau 41

184 De finaliteit van de topsportwerking is het behalen van medailles op Europese en wereldkampioenschappen en top 8 plaatsen op de Olympische Spelen, zowel in de Olympische sprint- als in de Olympische fondnummers baanwielrennen De topsportschoolfinaliteit ligt op het behalen van medailles op het Europees kampioenschap en/of het behalen van top 8 plaatsen op het wereldkampioenschap bij de beloften of de juniores tijdens de derde graad van de topsportschool, in de Olympische sprint- en fondnummers baanwielrennen. In 2013 werden de selectiecriteria herbekeken en geactualiseerd. Wielerbond Vlaanderen vzw heeft een ontwikkelingslijn uitgeschreven en limiettijden voor geïdentificeerde topsporttalenten (junioren), beloftevolle jongeren en elitesporters op de verschillende afstanden en disciplines bepaald. 3. Omvang van de instroom De selectiecriteria zijn streng genoeg om de beoogde doelstellingen te behalen. Deze werden afgestemd op een tabel die de selectiecriteria KBWB/WBV voor internationale landencompetities weergeven tot op de leeftijd van 27 à 28 jaar. Tot op heden zijn er nog geen problemen geweest om voldoende instroom te genereren. Alle renners in de topsportschool zitten op de lijn die uitgetekend werd binnen de federatie. De federatie biedt zowel fondnummers als sprintnummers aan binnen de topsportschool. Wielerbond Vlaanderen vzw zal binnen de topsportschool nu ook trachten in te zetten op de sprintnummers, gezien het toegenomen aandeel (aantal medaillecompetities) hiervan op het Olympisch programma. Niet alle high potentials stromen in in de topsportschool. De redenen om niet in te stromen zijn volgens Wielerbond Vlaanderen vzw vaak het beperkt aantal studierichtingen (vb. geen BSO-studierichting mogelijk) en het internaat. Een alternatief traject naast de topsportschool is haalbaar, maar gebeurt op dit moment nog te weinig gestructureerd volgens de federatie. Wielerbond Vlaanderen vzw wil een alternatief traject ondersteunen en faciliteren, door het aanbieden van regionale trainingen (enerzijds vooral gericht op snelheid en kracht gericht en anderzijds gericht op klimtrainingen, afhankelijk van de doelpopulatie). 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Voor de pistenummers is de topsportschool het ideale traject. De trainingspakketten op de piste die vooral aan de jongeren worden aangeboden voorafgaand aan de topsportschool, zijn een springplank naar de topsportschool. Vermits wielrennen een laatspecialisatie sport is, is een instroom voor sprint pas noodzakelijk vanaf het tweede 42

185 leerjaar van de tweede graad (vierde middelbaar). Fondrenners met internationaal potentieel kunnen nog later boven water komen. De vraag om ook Topsportschool BMX aan te bieden werd nog niet beantwoord. Wielerbond Vlaanderen vzw heeft nog geen duidelijk zicht of er voldoende goede talenten gerekruteerd kunnen worden voor het oprichten van een topsportschool BMX. BMX is, ten opzichte van sprint en fond, meer een technische sport en hierin dient dan ook op jongere leeftijd in gespecialiseerd te worden. De piekleeftijd voor BMX-renners ligt tussen de 20 en 22 jaar, waardoor een instap in een eventuele topsportschoolwerking reeds in de eerste graad dient te liggen. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Wielerbond Vlaanderen vzw is tevreden met het niveau van de trainers in de topsportschool. Zij zorgen er voor dat de uiteindelijke finaliteit behaald kan worden. Jan Vancompernolle, master LO, wordt volgens de federatie perfect aangevuld door Kieran De Fauw. Kieran, die zelf pisterenner is en het trainingspakket bij de jeugd begeleidt en opvolgt, heeft een correct zicht op de instroom. Wekelijks op dinsdag gaat er een IDT (interdisciplinair team) overleg door waarop o.a. nieuwe wetenschappelijke artikels, bijscholingen, evaluaties van renners e.a. worden besproken. Op het EK of WK piste junioren is een trainer van de topsportschool aanwezig. Externe trainers binnen de topsportschoolwerking zijn ruim voldoende aanwezig: Stephane Wernimont (piste sprinttrainingen), Bieke Vandenabeele (krachttrainingen zaal) Dieter Kreynen (kinesist, behandeling en stabiliteitstrainingen, screening) en Bert Van Poucke (mentale begeleiding). 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Het trainingscentrum van de federatie is gelokaliseerd in het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx (VWEM) te Gent. In het VWEM is alles voorhanden: wielerpiste, heringerichte krachtzaal na input van de federatie, leslokaal voor groepssessie (videoanalyse, mentale begeleiding), een apart bureel voor de trainers van de topsportschool en iedere renner heeft een eigen opberghok voor fietsen en kledij. Naar de toekomst zijn er plannen om de kleine testruimte te verplaatsen naar een nieuwe grotere testruimte zodat er meer (en sneller) testen kunnen afgenomen worden (inspanning, positioneringen...). 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport In Gent is zowel de school als het internaat dicht bij het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx gelegen. Indien oud-leerlingen/topsporters er voor kiezen te studeren/werken en leven in Gent wordt het totaalconcept ook na de topsportschool gerealiseerd. De transitie naar verdere studie wordt steeds met de leerlingen besproken en indien 43

186 gewenst wordt de ondersteuning die er is van Sport Vlaanderen, studie- of carrièrebegeleiding, geraadpleegd. Het informeren van alle renners en ouders zou volgens de federatie nog beter kunnen via een transitiecoach. De federatie geeft aan dat de kwaliteit van topsportvoeding binnen de topsportschoolwerking tot op heden nog te kort schiet. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Voor het baanwielrennen is de topsportschool noodzakelijk, gezien het feit dat deze disciplines in de clubs onvoldoende (kwalitatief) aan bod komen. Wielerbond Vlaanderen vzw dient een (middel-)langetermijn beleid te kunnen voeren inzake de piste-prestaties met de renners die uitstromen uit de topsportschool. Op dit moment is de impact van de federatie op het trainings- en wedstrijdprogramma van de beloftevolle renners nog niet volledig duidelijk afgebakend. Vooral in de transitieperiode (18 tot 23 jaar) dient de federatie de renners te blijven ondersteunen door het aanbieden van de expertise van de trainers (topsportschool en Jeugdtrainer topsport). Er wordt een te geringe meerwaarde aangetoond voor uitsluitend wielrennen op de weg in de topsportschool. In de sprintnummers kan de federatie nog meer focussen op interdisciplinair overleg en transfers (vb. cross-over van BMX naar piste). De visie van de Wielerbond Vlaanderen vzw dient verder uitgedragen te worden. Vermits het aantal sportrichtingen met optie wielrennen in Vlaanderen de hoogte in gaan, is het een opportuniteit voor de federatie om meer trainers en scholen in de visie van de federatie te krijgen. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschoolwerking ligt op het behalen van medailles op het Europees kampioenschap en/of het behalen van top 8 plaatsen op het wereldkampioenschap bij de beloften of de juniores tijdens de derde graad van de topsportschool, in de Olympische sprint- en fondnummers baanwielrennen. De finaliteit van de topsportwerking is het behalen van medailles op Europese en wereldkampioenschappen en top 8 plaatsen op de Olympische Spelen, zowel in de Olympische sprint- als in de Olympische fondnummers baanwielrennen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie in de tweede (vanaf het tweede leerjaar) en derde graad van het secundair onderwijs is noodzakelijk voor baanwielrenners. Instroom voor renners die zich enkel op het weg wielrennen toeleggen, is niet noodzakelijk. Vermits de instap voor 44

187 fondrenners nog op latere leeftijd gebeurt, is er weinig tot geen meerwaarde voor een topsportschool fond. Daarnaast zijn er verschillende (internationale) voorbeelden die aantonen dat een mogelijke basiswerking voor wegrenners ook bij de piste kan gebeuren. Wielerbond Vlaanderen vzw moet meer promotie maken voor de topsportschool, zodat de drempel voor instroom verlaagt en er een kwalitatievere instroom in de topsportschool is. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool van Gent is aangewezen gelet op de nabijheid van het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx, het trainingscentrum van de federatie. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. De uitstroom van de topsportschool dient beter afgestemd te worden op het behalen van de finaliteit van de topsportwerking op de piste. Wielerbond Vlaanderen vzw dient een duidelijke impact aan te tonen op het programma van de individuele renner, los van de (professionele) ploeg waarin de renners rijden. 2. Wielerbond Vlaanderen vzw dient zich toe te leggen op het ontwikkelen van pisterenners. Er kan weinig tot geen meerwaarde aangetoond worden voor een werking voor het wielrennen op de weg in de topsportschool. Daarom is de inrichting en subsidiëring van de topsportschool wegwielrennen niet langer verantwoord en dient de tweede en derde graad topsport wielrennen wegwielrennen uit te doven door (1) voor het schooljaar geen instroom voor de discipline wegwielrennen toe te laten en (2) de reeds aanwezige leerlingen/topsporters wegwielrennen de kans te geven om de topsportschool af te werken, indien zij voldoen aan de selectiecriteria. 45

188 Zwemmen Historiek De Vlaamse Zwemfederatie vzw participeerde vanaf het schooljaar in het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem. In werd het mogelijk voor leerlingen/topsporters om in te schrijven aan de middenschool van het Stedelijk Handelsinstituut te Merksem. Vanaf het daaropvolgende schooljaar werd deze werking uitgebreid naar de middenscholen van Gent en Brugge. In hetzelfde schooljaar startte de Vlaamse Zwemfederatie een werking in de basisschool in Hasselt. De basisschoolwerking werd echter opnieuw stopgezet na het schooljaar De werking in de middenschool van Gent werd stopgezet in , in Brugge in het schooljaar De werking van de middenschool in Merksem verhuisde in 2007 naar de middenschool te Mortsel. In het schooljaar werd de eerste graad van Mortsel overgeheveld naar het Leonardo Lyceum Topsport in Wilrijk, waardoor de drie graden van het secundair onderwijs in de topsportschool op dezelfde locatie les volgen. In het schooljaar werden echter geen leerlingen/topsporters zwemmen uit de eerste graad geselecteerd. Het aantal toegekende topsportstatuten zwemmen kende een spectaculaire toename in het schooljaar , mede door het opstarten van een werking in meerdere middenscholen en in de basisschool. In de loop der jaren nam het aantal leerlingen/topsporters terug af. In het schooljaar zijn er 16 topsportstatuten toegekend. De Vlaamse Zwemfederatie vzw vraagt geen topsportstatuten buiten de topsportschool aan. 60 2e en 3e graad 1e graad Basisonderwijs Basisonderwijs e graad e en 3e graad

189 Ook in het zwemmen werden er al mooie resultaten neergezet door (voormalige) leerlingen/topsporters. Louis Croenen behaalde een 7e plaats op het wereldkampioenschap in Kazan (2015) op de 200m vlinderslag. Op hetzelfde wereldkampioenschap behaalde de aflossingsploeg 4x200m vrije slag, bestaande uit onder meer Louis Croenen en Glenn Surgeloose een 6 e plaats. Dezelfde aflossingsploeg behaalde een bronzen medaille op het Europees kampioenschap in Berlijn (2014). Ook Ken Cortens maakte toen deel uit van het team. In 2013 behaalde de aflossingsploeg 4x200m een 7 e plaats op het wereldkampioenschap in Barcelona, met ondermeer Glenn Surgeloose als teamlid. Op de Olympische Spelen in Londen (2012) behaalde de aflossingsploeg een 8 e plaats op de 4x100m vrije slag. Jasper Aerents maakte deel uit van de ploeg. Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar schreven 16 leerlingen/topsporters (dd ) zich in aan de topsportschool zwemmen. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Totaal 2e graad M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal

190 De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 3,70 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool zwemmen gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Stefan Deckx, Inge Leeten, Sven Verschoren en Kim Van Malderen gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject De Vlaamse Zwemfederatie vzw heeft twee instroomprojecten voor de topsportschool: het Future Team (FT) en het Talent development Team (TdT). De doelstellingen van het Future Team zijn talentidentificatie en aanzet tot talentontwikkeling. Het Future Team is het instrument van de Vlaamse Zwemfederatie vzw om talentvolle jongeren vroegtijdig te ontdekken en hen samen met hun omgeving te oriënteren naar een kwaliteitsvolle begeleiding. De begeleiding gebeurt grotendeels op clubniveau, aangevuld met maandelijkse door de federatie georganiseerde contacttrainingen per provincie en twee midweek-stages. De nadruk in het Future Team ligt op het verbeteren van de zwemtechnische vaardigheden. Zowel bij aanvang als op het einde van het seizoen wordt aan het Future Team de VZF-selectiewerking en de topsportschool zwemmen toegelicht. Het Talent development Team heeft als doel om talentvolle jongeren te begeleiden en te observeren in hun verdere ontwikkeling naar mogelijke topsport. De selectie wordt uitgenodigd voor een startdag, een terugkomdag (beeldopname en -analyse) en twee trainingsstages. Zwemmers die trainen in de thuissituatie worden (onder meer via trainingsdagboeken) opgevolgd door de federatie en krijgen de mogelijkheid op eenmaal per week een training in de topsportschool bij te wonen (woensdagnamiddag). De nadruk in het TdT ligt op het opdrijven van de fysieke en fysiologische belastbaarheid en op het verfijnen van de zwemtechnische vaardigheden. De mentale basisvaardigheden worden geïntroduceerd en er wordt een basiskennis rond sportvoeding meegegeven. De zwemmers uit de TdT-selectie ontvangen een uitnodiging voor de opendeurdag van de topsportschool. Na de topsportschool kunnen de zwemmers die aan de selectiecriteria voldoen terecht in de elitewerking in Antwerpen (o.l.v. Ronald Gaastra) of Wachtebeke (o.l.v. Rik Valcke), waar ze verder genieten van een integrale begeleiding en ondersteuning. Vanaf 1 september 2016 zal de elitewerking van de federatie gecentraliseerd worden in Antwerpen. De Vlaamse Zwemfederatie vzw rekruteert in de topsportschool gemiddeld 50% van de getalenteerde zwemmers. Voor de federatie is het duidelijk dat de talenten die de federatie rekruteert via de topsportschool een veel grotere kans hebben om succesvol 48

191 door te stromen naar de elitewerking dan de talenten die verder ontwikkelen in de clubsituatie. Van de huidige elitezwemmers komt 60% uit de topsportschoolwerking. De andere 40% komt uit een semi-professionele clubwerking. De talentontwikkeling zoals die gevoerd wordt bij 95% van de clubs is volgens de federatie onvoldoende om de Beloftevolle Jongeren (+ Be GOLD) op de EJK-gerechtigde leeftijd intensief op te leiden en te ondersteunen, met uitzondering van een zeer beperkt aantal semi-professionele clubs. Vanaf het niveau Beloftevolle Jongeren biedt de topsportschoolwerking zwemmen volgens de Vlaamse Zwemfederatie vzw dan ook de omkadering die tegemoet komt aan de noden in deze fase. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De ontwikkelingslijnen en de daarbijhorende selectiecriteria zijn opgemaakt op basis van de top 12 tijden in elk Olympisch wedstrijdnummer van de 3 meest recente Europese en wereldkampioenschappen bij de senioren, met als tussentijdse doelstelling het behalen van minimaal een top 12 plaats op het Europees of wereldkampioenschap voor junioren. Volgens de Vlaamse Zwemfederatie vzw is er een duidelijke correlatie tussen finaleplaatsen op het EJK en finaleplaatsen op het EK. De Beloftevolle Jongeren dienen limiettijden te realiseren die gelijk staan aan 6% van de top 12 op het EJK (eerste jaargang), 3% van de top 12 op het EJK (2e jaargang) of top 12 EJK (derde jaargang). In de jaargangen die volgen op EJK dienen er tijden gezwommen te worden die opgesteld worden in functie van het behalen van top 12 EK (=elite) en dit twee tot maximum drie jaar na de EJK-gerechtigde leeftijd. Deze ontwikkelingslijn, die wordt opgemaakt per Olympisch wedstrijdnummer, garandeert dat de selectiecriteria (die gelden voor de topsportschool en de VZF selecties) gericht zijn op het behalen van selecties/prestaties op internationaal niveau. Op basis van de resultaten tijdens het EJK (finale) en/of het realiseren van de limiettijden van de jaargangen die volgen op de EJK leeftijd wordt een Be Gold selectie opgesteld voor de jaren na het EJK. Tijdens deze fase kan voor de federatie rekening gehouden worden met maximaal één jaar stagnatie in de prestaties, die ondermeer het gevolg kan zijn van overgang van studies in middelbaar onderwijs naar studies aan het hoger onderwijs. 3. Omvang van de instroom De instroom in de topsportschool zwemmen is de afgelopen jaren vrij stabiel tussen de 6 en 8 zwemmers. Dit is juist voldoende om een topsportschool van 15 tot 20 zwemmers in stand te houden. Wel merkt de Vlaamse Zwemfederatie vzw dat ze van de meest getalenteerde zwemmers gemiddeld maar de helft rekruteren. De topsportwerking van de VZF doet al jaren inspanningen om dit aantal te verhogen, maar verschillende 49

192 factoren werken hier belemmerend. De voornaamste zijn het feit dat (1) bepaalde studierichtingen (vb. Latijn) niet gevolgd kunnen worden in de topsportschool, (2) het feit dat er op jonge leeftijd op internaat gegaan moet worden en (3) clubtrainers die een overstap niet steunen omwille van eigen ambities. Naast het feit dat ze op internaat moeten gaan, is het internaat zelf een probleem, door de ligging en door het gebrek aan topsportattitude op het internaat (voeding, afspraken ed.). De perceptie van het schoolniveau is laag en spijtig genoeg stelt de Vlaamse Zwemfederatie vzw vast dat deze perceptie van de ouders veelal terecht is. Het schoolniveau is dan ook zonder meer voor de federatie een beperkende factor. Zowel het aantal instromers als de kwaliteit van de instromers blijft dan ook een permanent aandachtspunt voor de Vlaamse Zwemfederatie vzw. Indien het aantal instromers verder zou dalen is dit problematisch voor de verdere topsportschoolwerking. Met minimaal vier zwemmers per graad, kan topsportschoolwerking in stand gehouden worden, op voorwaarde dat alle expertise inzake omkadering gebundeld blijft binnen de federatie. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Het niveau van talentontwikkeling dat in bijna alle zwemclubs wordt aangeboden is voor de Vlaamse Zwemfederatie vzw onvoldoende om de doelstelling van de jeugdwerking topsport te realiseren. De knelpunten in de meeste clubs situeren zich op het vlak van onvoldoende trainingsmogelijkheden, geen professionele begeleiding en de moeilijke combinatie van het reguliere onderwijs met de vereiste trainingsload. De topsportschool is dan ook noodzakelijk in de tweede en de derde graad van het middelbaar onderwijs, omdat daar wel de integrale begeleiding kan gegarandeerd worden. In de eerste graad is de topsportschool zeker voor de meisjes een meerwaarde volgens de federatie, mits een voldoende kwalitatief sterke instroom. Op deze leeftijd moet immers de fysieke en fysiologische belastbaarheid opgedreven worden, wat veelal onvoldoende gebeurt in de clubsituatie. De federatie ondervindt de laatste jaren evenwel veel moeilijkheden naar instroom in de eerste graad. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Zowel in de selectiewerking als in de topsportschool eist de Vlaamse Zwemfederatie vzw van de vaste medewerkers de hoogste VTS-kwalificatie. De zwemcoaches van de topsportschool (Inge Leeten, Maarten De Wilde, Sven Verschoren) en de nietclubgebonden elitewerking (Rik Valcke en Wauter Derycke) hebben allen het VTSdiploma trainer A. Ook volgende andere vaste medewerkers hebben een trainer A diploma: Kim Van Malderen (kiné), Stijn Corten (analist) en Stefan Deckx (krachttrainer). Van de externe medewerkers die verantwoordelijkheid krijgen binnen activiteiten van de selectiewerking (bijvoorbeeld trainingsstages) eist de federatie minimaal een diploma 50

193 trainer B. Daarnaast heeft de Vlaamse Zwemfederatie vzw in haar trainingscentrum in Antwerpen Ronald Gaastra en Ward Pelgrims in dienst, die de elitezwemmers begeleiden in Antwerpen. De Vlaamse Zwemfederatie vzw heeft een interdisciplinaire commissie die periodiek samenkomt en de evolutie van alle zwemmers binnen de topsportwerking van de federatie bespreekt en opvolgt. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur De topsportwerking van de Vlaamse Zwemfederatie vzw heeft in 2010 aangegeven dat er een grote nood was aan een bijkomend 50m-trainingsbad op een centrale locatie, zodat de topsportschool en de elitewerking er georganiseerd konden worden. Aan deze vraag werd tegemoet gekomen door de stad Antwerpen en de Vlaamse overheid met de realisatie van het nieuwe topsporttrainingsbad in Antwerpen (Wezenberg). Het feit dat de topsportschool en het trainingscentrum (elitewerking) vanaf 2016 op eenzelfde locatie georganiseerd kunnen worden, is een grote stap vooruit voor topsport zwemmen. De Vlaamse Zwemfederatie vzw acht het evenwel belangrijk dat alle faciliteiten in het trainingscentrum voorhanden zullen zijn (krachtzaal, ). 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Door het nieuwe trainingsbad worden een aantal verre verplaatsingen voor de zwemmers vermeden, maar ook met het nieuwe trainingsbad zal er nog steeds veel tijd in verplaatsingen verloren gaan (trainingsaccomodatie, school en internaat liggen op 3 verschillende locaties). De realisatie van een topsportinternaat op locatie van de topsportschool zou voor de Vlaamse Zwemfederatie vzw hier een stap in de goede richting zijn. De Vlaamse Zwemfederatie vzw geeft aan dat de voeding nog te weinig aangepast is aan topsport, zowel op de topsportschool als op het internaat. Op vlak van communicatie tussen alle partijen (school, internaat, federatie) verloopt alles zonder problemen. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool in het secundair onderwijs is noodzakelijk, gezien het aantal trainingsuren dat op relatief jonge leeftijd moet gepresteerd worden. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschoolwerking is het behalen van een individuele top 12 plaats op het EJK als tussentijdse doelstelling. Hier wordt geen rekening gehouden met prestaties met de aflossingsploegen. 51

194 De finaliteit van de topsportwerking is minimaal het behalen van een individuele top 12 plaats op het EK. Voor de aflossingen dient minimaal een top 8 plaats op het EK als doel gesteld te worden. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? De topsportschool zwemmen is in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs noodzakelijk. Voor de meisjes kan een werking in de eerste graad overwogen worden, op voorwaarde dat enerzijds de kwaliteit van instroom voldoende hoog is, en anderzijds dat er een structurele werking van minimaal 4 meisjes in de eerste graad kan bewerkstelligd worden. Binnen de huidige werking hebben de 2 uitstroomcentra (Wachtebeke en Antwerpen) een volledige aparte werking (aparte stages, jaarplanningen, testmomenten, ). De Vlaamse Zwemfederatie vzw dient initiatieven te nemen om, in een gecentraliseerde werking, de programma s en omkadering op elkaar af te stemmen, zodat enerzijds een financieel efficiënter beleid kan gevoerd worden door de federatie en anderzijds de meerwaarde van het ééncampusmodel duidelijk wordt. Het spreekt voor zich dat de individuele begeleiding en noden van de zwemmers in functie van het behalen van de resultaatsdoelstellingen prioritair dienen bekeken te worden. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Gezien het feit dat een nieuw trainingsbad in het Wezenberg zwembad in Antwerpen werd gebouwd om de topsportwerking zwemmen te centraliseren, is een topsportschool in Antwerpen de logische locatie. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. 52

195 Beleidsaanbeveling 1. De Vlaamse Zwemfederatie vzw dient in de volgende beleidsperiode ( ) de kwaliteit (en kwantiteit) van instroom in de topsportschool te verbeteren, door: a. het imago van de topsportschool zwemmen te verbeteren binnen de federatie en haar clubs; b. de clubwerking en de clubcoaches te ondersteunen en te verbeteren (eventueel via een coach the coach project); c. initiatieven te nemen die de samenwerking tussen de clubs en de federatie verder optimaliseert. 2. De Vlaamse Zwemfederatie vzw dient initiatieven te nemen om, in een gecentraliseerde topsportwerking, de programma s en omkadering van alle partijen op elkaar af te stemmen, zodat enerzijds een financieel efficiënter beleid kan gevoerd worden en anderzijds de meerwaarde van het ééncampusmodel duidelijk wordt. Het spreekt voor zich dat de individuele begeleiding en noden van de zwemmers in functie van het behalen van de resultaatsdoelstellingen prioritair dienen bekeken te worden. 53

196 TECHNISCHE/JURY/VECHTSPORTEN Gymnastiek Historiek De Vlaamse Turnliga participeerde van bij de opstart van de Vlaamse topsportscholen (schooljaar ) in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan te Gent voor de disciplines artistieke gymnastiek dames (AGD) en artistieke gymnastiek heren (AGH). In het schooljaar werd een werking voor acrobatische gymnastiek (ACRO) opgestart in het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem. Na de fusie tussen de Vlaamse Turnliga en de Federatie voor Algemene en Sportieve Gymnastiek in 2002, nam de Gymnastiekfederatie Vlaanderen de werking over. Vanaf 1 september 2004 werd het ook mogelijk voor leerlingen/topsporters gymnastiek om zich in te schrijven aan respectievelijk de middenschool Voskenslaan te Gent en de middenschool van het Stedelijk Handelsinstituut te Merksem. Ook vanaf het schooljaar werden voor de disciplines artistieke gymnastiek dames en heren een werking opgestart in de basisscholen. Hiertoe werden in het eerste schooljaar 17 attesten topsportbelofte toegekend. In de schooljaren hierop werd deze werking verder uitgebreid met andere basisscholen. Deze werking hangt momenteel samen met de werking in de regioclubs en regiocentra en is gericht op instroom naar de topsportschool. Na het schooljaar werd de werking in het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem stopgezet. Vanaf 1 september 2005 werd de werking rond acrobatische gymnastiek volledig geïntegreerd in de werking in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan te Gent. Vanaf het schooljaar werd een middenschool gymnastiek (AGH) opgericht in Hasselt (Lyceum 3). De middenschool van Brugge (KTA Brugge) werd opgericht in het schooljaar Beide middenscholen hebben in het schooljaar nog een werking. De werking rond acrobatische gymnastiek werd vanaf het schooljaar niet meer gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid, vermits het geen werking van een Olympische discipline is. De Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw financiert de werking volledig vanuit eigen middelen. De gemengde selectiecommissie van het Topsportconvenant kent nog wel topsportstatuten toe voor acrobatische gymnasten die voldoen aan de selectiecriteria en zich inschrijven in de topsportschool in Gent. 54

197 2e en 3e graad 1e graad Basisonderwijs Onbekend Onbekend Basisonderwijs e graad e en 3e graad Vanaf 2004 werden een aantal ex-leerlingen/topsporters geselecteerd voor deelname aan de Olympische Spelen, onder meer Aagje Vanwalleghem (2004), Gaëlle Mys (2008 en 2012), Koen Van Damme (2008) en Jimmy Verbaeys (2012). In 2015 behaalde de Belgische AGD-ploeg een 11 e plaats op het wereldkampioenschap voor teams in Glasgow. Daarmee kwalificeerden ze zich voor het Testevent in Rio. Het team kwalificeerde zich in april 2016 voor het eerst voor de Olympische Spelen. Het team bestond uit Gaëlle Mys, Laura Waem, Lisa Verschueren, Cindy Vandenhole, Julie Croket, Rune Hermans, Senna Deriks, Axelle Klinckaert, allen (ex-)leerlingen van de topsportschool gymnastiek te Gent. De AGH-ploeg behaalde een 17 e plaats op het wereldkampioenschap (2015) en werden in maart 2016 nog opgevist voor deelname aan het Testevent in Rio (april 2016). Zij behaalden een 7 e plaats op het Testevent in Rio en haalden daarmee de kwalificatie voor de Olympische Spelen niet. Bij de heren behaalde Donna-Donny Truyens in 2010 een zevende plaats op het wereldkampioenschap in de discipline paard met bogen en Kristof Schroé haalde een vijfde plaats aan de rekstok op het Europees kampioenschap in In de acrobatische gymnastiek werden de laatste jaren meerdere medailles behaald op Europese en wereldkampioenschappen. 55

198 Huidige situatie (schooljaar ) In het huidige schooljaar zijn er 56 leerlingen/topsporters (dd ) ingeschreven aan de topsportscholen van Hasselt, Brugge (enkel eerste graad) en Gent. 2 leerlingen/topsporters stroomden reeds vroegtijdig uit. De verdeling per school, per leerjaar en per geslacht is als volgt: Brugge Gent Hasselt Geen topsportschool Totaal 1e graad M V M V M V M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 6,50 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool gymnastiek gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Marjorie Heuls, Irina Shadrina, Ward Van Den Bosch, Bram De Schepper, Valerie Van Cauwenberghe, Wim Dirkx, Valentina Soldatenkova en Sofie Naert binnen dit quotum gesubsidieerd. 56

199 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Er is een kwalitatief instroomproject, gekoppeld aan de basisscholen voor topsportbeloften, met uitgeschreven leerlijnen en doelstellingen gebaseerd op internationale normen in de verschillende regioclubs en centra. In het KTA in Brugge en het Lyceum 3 in Hasselt is er een middenschoolwerking topsport gymnastiek. Alle trainingen van de topsportschool (2 e en 3 e graad) gaan door in de Topturnhal in Gent. De Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw geeft aan dat elke gymnast die deel uitmaakt van een selectie voor een Europees kampioenschap of wereldkampioenschap, op één uitzondering in AGH en een paar onderpartners in de acrobatisch gymnastiek na, de topsportschool doorlopen heeft. Er is binnen de federatie op dit moment geen opvangnet voor de uitstroom uit de topsportwerking op cruciale leeftijden, omwille van een gebrek aan gekwalificeerde trainers die dit kunnen opvangen binnen de ondersteunde uren. De clubwerkingen hebben het, op basis van structuur en management, zeer moeilijk om zich te professionaliseren. De uitstroomwerking is gecentraliseerd in de Topsporthal in Gent onder leiding van de twee hoofdcoaches: Yves Kieffer (AGD) en Gerard Speenstra (AGH). 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschool is voor acrobatische gymnastiek het behalen van medailles op Europese, wereldkampioenschappen, European Games en Wereldspelen. In de artistieke gymnastiek dames en heren worden jaarlijks individuele doelstellingen geformuleerd in functie van de teamdoelstellingen of het behalen van een individuele prestaties allround of op een toestel. De Gymfedlijn richt zich op een individuele top 24 op het EK allround en een top 8 op het EK per toestel. De maximumlijn richt zich op een individuele top 16 op het WK allround en een top 8 op het WK per toestel. De selectiecriteria voor de topsportschool liggen in dezelfde lijn richting de bovenstaande internationale topprestaties. Er zijn voor de leerlingen/topsporters minimaal driemaal per jaar evaluatiemomenten op basis van de leerlijn en minimaal drie evaluaties in competitie. 57

200 3. Omvang van de instroom Nagenoeg alle gymnasten die in aanmerking komen, schrijven ook effectief in voor de topsportschool. Doordat de topsportwerking in de loop van de jaren breder geworden is (mede door de teamcompetities) is trainen op één gecentraliseerde locatie voor zowel de topsportschool en seniorwerking AGH, AGD en ACRO niet altijd even optimaal. De Topturnhal in Gent is bij momenten overbevolkt. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen De participatie in de drie graden van het secundair onderwijs en in de basisschool is noodzakelijk omdat er binnen gymnastiek reeds op zeer jonge leeftijd een groot aantal trainingsuren dient afgewerkt te worden. Vooral in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs is de trainings- en wedstrijdbelasting op de gymnasten zeer groot. In aanloop naar het Testevent in Rio dienen de gymnasten minstens 6 uur per dag op de mat te staan, gecombineerd met voldoende rust. Een aangepast onderwijscurriculum en individuele begeleiding op schools vlak is voor deze topgymnasten van cruciaal belang. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De hoofdcoaches hebben buitenlandse expertise (Rusland, Nederland, Frankrijk) en zijn al meerdere jaren werkzaam binnen de Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw. De hoofdcoaches worden bijgestaan door de trainers van de topsportschool en van het topsportcentrum, die de atleten trainen voor de selecties van de nationale ploegen. De trainers in de regioclubs en centra hebben allen minimaal het trainer B diploma en staan naast de dagdagelijkse training in voor de scouting, opvolging van de leerlijnen, instroom en dergelijke. De volledige dameswerking (AGD) wordt gecoördineerd door Valerie Van Cauwenberghe. De onderbouw van de herenwerking (AGH) wordt gecoördineerd door Johan Decock, terwijl de bovenbouw wordt gecoördineerd door de hoofdcoach. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Elk (regionaal) opleidingscentrum beschikt over een vaste infrastructuur, niettegenstaande dat de optimale trainingsaccommodatie nog niet overal aanwezig is. Zowel de leerlingen/topsporters als de elitesporters trainen in het trainingscentrum in Gent. De Topturnhal is de ideale trainingsaccommodatie voor gymnastiek. Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw heeft reeds een grote investering gedaan in het vernieuwen van de trainingsaccommodatie, maar er dient nog een verdere optimalisatie/vernieuwing van materiaal (onder andere om het materiaal veilig genoeg 58

201 te houden) te komen. De investering in enerzijds onderhoud of vernieuwing van materiaal en anderzijds het verder uitbouwen van de vaste infrastructuren is een financiële zware investering voor de federatie. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Het internaat van de topsportschool bevindt zich naast de trainingsaccommodatie (dezelfde campus). De school bevindt zich op vijf minuten. De verplaatsingen gebeuren per fiets of per bus. Er is een degelijke samenwerking met het internaat, maar de federatie geeft aan dat er enerzijds een capaciteitsprobleem is tijdens het schooljaar en anderzijds dat het internaat niet doorlopend beschikbaar is voor alle gymnasten. Er zijn in de zomermaanden onvoldoende bedden beschikbaar. Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw geeft aan dat de individuele schoolbegeleiding in de topsportschool een verbeterpunt is, alsook de topsportvoeding op school en op internaat voor de gymnasten. De gymnasten die verder kunnen gaan in de topsportstructuur van de federatie kiezen heel vaak voor de combinatie met studies in het hoger onderwijs in de omgeving van Gent. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool gymnastiek is noodzakelijk voor de disciplines artistieke gymnastiek dames en heren gezien het intensief trainingsprogramma dat reeds op zeer jonge leeftijd dient afgewerkt te worden. De flexibiliteiten die de Topsportbeloften en de leerlingen/topsporters krijgen door het topsportstatuut, dienen behouden te blijven. De discipline acrobatische gymnastiek kan behouden blijven, maar dient volledig financieel ondersteund en uitgebouwd te worden door de Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool is voor acrobatische gymnastiek het behalen van medailles op Europese, wereldkampioenschappen, European Games en Wereldspelen. In de artistieke gymnastiek dames en heren worden jaarlijks individuele doelstellingen geformuleerd in functie van de teamdoelstellingen of het behalen van een individuele prestaties allround of op een toestel. 59

202 De Gymfedlijn richt zich op een individuele top 24 op het EK allround en een top 8 op het EK per toestel. De maximumlijn richt zich op een individuele top 16 op het WK allround en een top 8 op het WK per toestel. De teamdoelstellingen dienen op middellange termijn uit te monden in een top 8 plaats op een wereldkampioenschap en de Olympische Spelen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? De topsportschoolwerking dient zowel in het basisonderwijs (topsportbeloftestatuut) als in alle graden van het secundair onderwijs gecontinueerd te worden, om tot relevante internationale topprestaties te kunnen komen. In gymnastiek dient, in vergelijking met andere sporten, op zeer jonge leeftijd reeds een zeer hoog trainingsvolume afgewerkt te worden en worden piekprestaties bij de dames reeds verwacht vanaf 16-jarige leeftijd. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Vermits het trainingscentrum in Gent reeds in grote mate is uitgebouwd, lijkt een continuering van de topsportschoolwerking in Gent, de aangewezen piste. De Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw dient echter te bekijken als een topsportwerking voor zowel artistieke gymnastiek dames en heren en acrobatische gymnastiek logistiek mogelijk is op dezelfde locatie, als de topsportwerking nog verder uitgebouwd wordt. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes in artistieke gymnastiek. Beleidsaanbeveling 1. Consolideren van de huidige werking van de artistieke gymnastiek dames in Gent, met als teamdoelstelling het behalen van een top 8 plaats op een wereldkampioenschap of Olympische Spelen op middellange termijn. 2. De Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw dient na te gaan of de huidige topsportwerking artistieke gymnastiek heren enerzijds logistiek kan aangeboden worden in de Topsporthal in Gent en anderzijds of het draagvlak binnen de federatie voldoende groot is om de topsportwerking artistieke gymnastiek heren te continueren binnen het beleid van de Gymnastiekfederatie Vlaanderen vzw. 60

203 Judo Historiek De Vlaamse Judofederatie werkte bij de opstart in 1998 samen met het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem. Vanaf het schooljaar startte bijkomend een werking in de middenschool. Toen op 1 januari 2007 de topsportschool van Merksem en Mortsel samensmolten, verhuisden ook hier de tweede en derde graad naar Wilrijk, terwijl de eerste graad voortaan school liep in de middenschool van het GO! in Mortsel. Vanaf het schooljaar werd de eerste graad topsport judo uitgedoofd en in het schooljaar werden de laatste topsportstatuten judo in de eerste graad uitgereikt. Het aantal leerlingen/topsporters judo is sterk gedaald vanaf het schooljaar , enerzijds omwille van het uitdoven van de eerste graad en anderzijds omwille van het feit dat er geen topsportstatuten buiten de topsportschool meer werden toegekend. De flexibiliteit die de omzendbrief van onderwijs (SO 2005/04) met betrekking tot de gewettigde afwezigheden in het secundair onderwijs geeft, zou voldoende opportuniteiten moeten bieden aan de directie van de reguliere scholen om afwezigheden in het kader van internationale tornooien en stages te wettigen. 35 2e en 3e graad 1e graad Onbekend Onbekend e graad e en 3e graad De bekendste afgestudeerde van de topsportschool judo blijft ongetwijfeld Dirk Van Tichelt. Deze oud-leerling, die in 2002 afstudeerde, werd niet alleen eerste op het Europees kampioenschap senioren in 2008, maar ook vijfde op de Olympische Spelen in Beijing en derde 61

204 op het wereldkampioenschap in 2009 en Er zijn voorlopig geen andere alumni van de topsportschool die recent prestaties op een EK, WK of Olympische Spelen hebben neergezet. Recent behaalde Lise Luyckfasseel een bronzen medaille op het Europees kampioenschap U20 in Porec in Huidige situatie (schooljaar ) In het huidige schooljaar zijn 14 leerlingen/topsporters (dd ) judo ingeschreven aan het Leonardo Lyceum Topsport. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Totaal 2e graad M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 2,50 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool judo gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Franklin Pereira, Tijl Lindekens (tot 31/10/2015) en Connie Jacobs binnen dit quotum gesubsidieerd. 62

205 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Er is een instroom voorzien vanuit de regionale talenten- en Randori trainingen, die geleid worden door de regionale trainers (ondersteund vanuit de pool van Jeugdtrainers topsport) en de trainers van de topsportschool. De Vlaamse Judofederatie vzw beschikt over een uitgeschreven leerplan voor de topsportschool, maar in samenwerking met Chris De Korte (coach der coaches bij VJF) wordt er werk gemaakt van een nieuwe aanpak in totaliteit. Deze visie wordt op korte termijn geïmplementeerd in de werking van de Vlaamse Judofederatie vzw. De leerlingen/topsporters in de topsportschool nemen ook deel aan de overkoepelende avondtrainingen, die in Zele, Nazareth, Brugge, Leuven, Lummen of Herentals plaatsvinden. De leerlingen die ervoor kiezen om niet in te stromen in de topsportschool (omwille van studierichting, kostprijs, ) krijgen een alternatief traject aangeboden door de Vlaamse Judofederatie vzw. Dit alternatief traject is steeds een uitzondering en niet de regel. De alumni van de topsportschool blijven ofwel trainen in het trainingscentrum in Kattenbroek (Antwerpen) of in diverse projecten die mede ondersteund worden door de Vlaamse Judofederatie vzw. De federatie tracht de judoka s zoveel mogelijk in dezelfde trainingsvisie te sturen. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschool is het behalen van een selectie voor en het behalen van een top 8 plaats op het Europees kampioenschap. De selectiecriteria voor de topsportschool streven prestaties op internationaal niveau na. De reeds bestaande ontwikkelingslijn wordt door de federatie herbekeken en aangepast waar nodig. De Vlaamse Judofederatie vzw geeft aan dat het potentieel inschatten een zeer moeilijke opdracht is op de leeftijd van de topsportschool (14 tot 18 jaar). In functie van het geslacht en de gewichtscategorie (vb. zwaardere gewichtscategorieën) waarin de judoka s uitkomen, is judo een laatmature sport. Uit onderzoek van de Vlaamse Judofederatie vzw (in samenwerking met Sport Vlaanderen) is gebleken dat er weinig tot geen correlatie is tussen de prestaties in de U21 met deelnames aan en prestaties op de Olympische Spelen. De finaliteit van de topsportwerking ligt in het behalen van top 8 plaatsen op de Olympische Spelen. 3. Omvang van de instroom Jaarlijks zijn er gemiddeld een vijftal instromers in de topsportschool. In de voorbije jaren was er een gemiddelde jaarlijkse parallelle instroom buiten de topsportschool van 63

206 twee leerlingen. Vanaf het schooljaar werden er geen topsportstatuten meer aangevraagd voor de parallelle werking aan de topsportschool, maar beroept de federatie en de judoka zich zo veel mogelijk op de omzendbrief van onderwijs SO 2005/04 om afwezigheden voor deelnames aan (internationale) wedstrijden of stages te wettigen, mits de betrokken reguliere school hierin wenst mee te gaan. De federatie neemt ook initiatieven om judoka s voor instroom reeds samen te laten trainen (vb. door het inzetten van busvervoer, ), vooral in de regionale trainingen. Daarnaast scouten de trainers van de topsportschool veelvuldig potentiële instromers op diverse wedstrijden. Zodoende krijgt de federatie een duidelijk zicht op het aanwezige potentieel in het Vlaamse judolandschap. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Een werking in de tweede en derde graad is volgens de Vlaamse Judofederatie vzw noodzakelijk. De federatie geeft aan dat de clubstructuur nog te weinig professioneel is uitgebouwd, waardoor een discrepantie ontstaat tussen het trainingsvolume op een bepaalde leeftijd in en buiten de topsportschool. De federatie tracht dit op te vangen door talentvolle judoka s die niet ingestapt zijn in de topsportschool, te laten ondersteunen door een regionale trainer. Chris De Korte geeft daarnaast ook bijscholingen aan clubtrainers, zodat de visie van de federatie kan verspreid en gevolgd worden. Een topsportschoolwerking in de eerste graad is niet opportuun en dient te worden ondersteund via de clubs en de (regionale) talententrainingen. Een flexibel leertraject buiten de topsportschool is volgens de Vlaamse Judofederatie vzw niet haalbaar, omwille van het feit dat er overdag weinig tot geen sparringpartners beschikbaar zijn. Er zouden dan enkel fysieke trainingen overdag mogelijk zijn. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De gedrevenheid van de topsporttrainers om topsporters te maken, is een vereiste voor de Vlaamse Judofederatie vzw. De federatie geeft aan dat deze gedrevenheid te weinig aanwezig was in de voorbije jaren. Zo heeft de Vlaamse Judofederatie vzw de samenwerking met een aantal trainers binnen de werking reeds beëindigd. Een deel van het probleem is dat de diplomavereisten voor een gesubsidieerde topsportschooltrainer (pedagogisch diploma + trainer A) een grote drempel vormen. Deze zorgden ervoor dat de federatie niet altijd de juiste trainers op de juiste plaats (in de topsportschool) kon plaatsen en tegelijkertijd in aanmerking komen voor subsidiëring. De federatie geeft aan dat trainers die voldoende ervaring en potentieel hebben als topsporttrainer in een traject moeten kunnen geplaatst worden om te voldoen aan de diplomavereisten van een topsportschooltrainer (eventueel via een EVC- 64

207 procedure). In judo wordt er om de drie jaar een trainer A cursus georganiseerd, met 10 à 15 kandidaten. De Vlaamse Judofederatie vzw streeft er naar om altijd twee trainers op de mat te hebben tijdens een training, waarvan 1 trainer de leiding neemt en de andere trainer assisteert (met een beurtrol). Met 2 trainers op de mat kan een training met 20 leerlingen zeker kwalitatief uitgevoerd worden. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Het trainingscentrum judo in Kattenbroek is niet continu beschikbaar. De avondtrainingen (Randori) gaan dan ook door op verschillende plaatsen in Vlaanderen. In de nieuwbouw in Wilrijk (vanaf september 2016) zal er een zaal ter beschikking zijn van 12 op 25m. Regionale trainingen kunnen hier evenwel niet doorgaan gezien het grote aantal deelnemers. Daarom blijft Zele daartoe de beste locatie. De krachtzaal en de judozaal zullen in de nieuwbouw op eenzelfde gang gesitueerd zijn, waardoor er geen tijd meer verloren gaat aan verplaatsingen. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport In de nieuwe topsportschool van Antwerpen zal zowel de judomat, de krachtzaal en de school op dezelfde plaats gelokaliseerd zijn voor de leerlingen/topsporters. Dit is voor hen een optimale situatie. Het internaat blijft in Edegem. De Vlaamse Judofederatie vzw meldt dat het financiële plaatje voor de meeste leerlingen/topsporters in een full board programma zwaar is om te dragen. Er is voor de federatie een nood aan een grotere slaapaccommodatie in Antwerpen, om alle trainingen voor elite, beloftevolle jongeren en topsportschool centraal te kunnen organiseren. Vooral voor de +18 jarigen is dit momenteel het grootste struikelblok om alle trainingen op de centrale trainingslocatie te kunnen afwerken. Er is een strikte en correcte samenwerking met het internaat en de school, waarover de federatie dan ook tevreden is. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool judo is op dit moment noodzakelijk om een vlotte combinatie tussen onderwijs en topsport mogelijk te maken, (groten)deels omwille van het tekort aan professionele structuur in de meeste clubs. De clubwerking kan momenteel het beoogde trainingsvolume tussen 14 en 18 jaar nog onvoldoende aanbieden. Er is in de voorbije periode/olympiades te weinig stabiliteit in de topsportschoolwerking en onderbouw geweest (verloop trainers, inbedding in de 65

208 topsportpiramide, ). Dit zet zich ook door in de prestaties bij de beloftevolle jongeren en elite van de alumni van de topsportschool in de laatste jaren. Daarnaast is er een grote noodzaak voor een structureel uitstroomproject voor de alumni van de topsportschool en de judoka s die een alternatief traject naast de topsportschool hebben bewandeld, in eerste instantie voor de dames. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool is het behalen van een selectie voor en het behalen van een top 8 plaats op het Europees kampioenschap. De finaliteit van de topsportwerking ligt op het behalen van top 8 plaatsen op de Olympische Spelen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? De topsportschool is heden in de tweede en de derde graad noodzakelijk. In de eerste graad dient de regionale talentenwerking verder geoptimaliseerd en geprofessionaliseerd te worden, om enerzijds een duidelijk zicht te krijgen op de judopopulatie in Vlaanderen en anderzijds een kwalitatievere impuls te genereren voor instroom in de topsportschool. De topsportprogramma s over de verschillende leeftijdsgroepen dienen beter op elkaar afgestemd en gecommuniceerd te worden. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Gezien het feit dat er in de nieuwbouw van de topsportschool in Wilrijk een judozaal voorzien wordt, net als een krachtzaal, is de topsportschool in Wilrijk de meest aangewezen locatie voor de topsportschool judo. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. 66

209 Beleidsaanbeveling De Vlaamse Judofederatie vzw dient initiatieven te nemen om: 1. de begeleiding van de in service topsporttrainers bij het behalen van het VTS-diploma trainer A (via een VTS-opleiding of een EVC-procedure) en een pedagogisch diploma (via een normaal traject, al dan niet in samenspraak met een CVO) te optimaliseren, o.a. teneinde de continuïteit van een kwalitatieve trainersomkadering binnen en buiten de topsportschoolwerking te waarborgen; 2. de uitbouw van een talentenwerking -15 te verbeteren, waar mogelijk vanuit een nauwe(re) samenwerking met en begeleiding van de club(trainer)s, o.a. teneinde een meer kwalitatieve instroom en doorstroom van talenten in de topsportschool en de clubs te bereiken; 3. een betere afstemming en communicatie van de topsportprogramma s over de verschillende leeftijdsgroepen te verkrijgen. De doorstroom en uitstroom van leerlingen/topsporters in de topsportschool is momenteel ontoereikend, mogelijk te wijten aan een (te) vroege instap in de topsportschool en/of een te hoge workload voor jonge judoka s; 4. de uitbouw van een uitstroomproject +18 te optimaliseren, waar mogelijk geïndividualiseerd of geclusterd per relevante trainingscategorie (bv. onderscheid tussen licht- en zwaargewichten). Vooral het uitstroomproject voor meisjes +18 dient duidelijker gestructureerd te worden. 67

210 Schermen Historiek De Vlaamse Schermbond vzw participeert sinds het schooljaar in de middenschool en de topsportschool, op het wapen sabel, in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan te Gent. De topsportschool schermen telt jaarlijks rond de 10 leerlingen/topsporters. De Vlaamse Schermbond vzw vraagt geen topsportstatuten aan voor leerlingen/topsporters buiten de topsportschool. Gezien de recente opstart van de topsportschool in 2007 werden nog geen relevante resultaten op seniorniveau behaald door de leerlingen van de topsportschool. In 2016 zit de eerste lichting uit de topsportschool op de leeftijd van een Europees kampioenschap U20. De Vlaamse Schermbond vzw geeft aan dat de eerste resultaten op seniorniveau pas binnen vijf à tien jaar zullen zichtbaar zijn, gezien de gemiddelde internationale prestatieleeftijd bij de senioren. 1e graad 2e en 3e graad e en 3e graad e graad

211 Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar maken 9 leerlingen/topsporters (dd ) deel uit van de topsportschool schermen in Gent. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Gent Totaal 1e graad M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 2,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool schermen gesubsidieerd worden. In het schooljaar wordt Paul Corteyn, Yannick Germeau en Brecht Stevens binnen dit quotum gesubsidieerd. 69

212 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject De topsportschoolopleiding kadert binnen een topsportloopbaantraject dat bestaat uit zes duidelijke fases van training/ontwikkeling. Binnen elk van deze fases zijn duidelijke doelstellingen en inhouden geformuleerd door de Vlaamse Schermbond vzw. Fase Trainingstrap Leeftijd Organisatiestructuur 1 Initiële training 6-10 jaar Talentdetectie door de club in samenwerking met scholen 2 Basistraining jaar Detectie- en/of selectietrainingen i.s.m. club en federatie 3 Opbouwtraining jaar Selectietrainingen en/of TSS in Vlaams schermcentrum 4 Voorbereiding Tot 16 jaar Topsportschool en/of C-kader prestatietraining 5 Prestatietraining Tot 18 jaar Topsportschool B-kader 6 Topsporttraining Vanaf 18 jaar A/B-kader Vlaamse Schermbond Het instroomproject voor de topsportschool bestaat uit twee verschillende werkingen, enerzijds de VSB-beker waar beginnende jeugdschermers worden samengebracht om een vriendschappelijk tornooi te schermen en anderzijds de jeugdhappening, dat een schermfeest is voor jeugdschermers waar talent gedetecteerd en geïdentificeerd wordt aan de hand van een testbatterij. De jeugdhappening maakt een deel uit van de selectieprocedure voor de topsportschool. In het verleden werden ook nog jeugdtrainingen georganiseerd door de Vlaamse Schermbond vzw, maar omwille van de te lage opkomst was het niet meer opportuun om deze te organiseren. De topsportschool biedt talentvolle en gemotiveerde schermers in de leeftijdscategorie van 11 tot 18 jaar een kwalitatief topsportvoorbereidend programma aan in combinatie met studies ASO of TSO. De topsportschool beoogt voor de Vlaamse Schermbond vzw twee doelen, die evenwaardig naast elkaar staan: (1) een kwalitatieve basis leggen (fysiek, schermtechnisch/tactisch, mentaal, attitude, structuur) voor het uitbouwen van een succesvolle topsportcarrière en (2) het verwerven van een waardevol ASO of TSOdiploma. 70

213 De topsportschool identificeert op een wetenschappelijk onderbouwde manier zo vroeg mogelijk de talenten om ze vanaf de leeftijd van 12 jaar te selecteren voor de topsportschool. De voornaamste doelstelling van de topsportschool schermen bestaat uit het leggen van een brede en kwalitatieve fysieke basis en het ontwikkelen van schermtalent. De leerlingen/topsporters worden hierbij professioneel begeleid binnen een uitgetekende structuur wat voor de Vlaamse Schermbond vzw de basis zal zijn voor het uitbouwen van een succesvolle topsportcarrière. Tot op heden wordt het vervolgtraject na de topsportschool ingevuld door middel van een beloften- en eliteproject. Het beloftenproject heeft enerzijds tot doel de geselecteerde kadetten de overstap te laten maken naar de junioren en anderzijds de geselecteerde junioren en U23 topsporters met topsportpotentieel te begeleiden in de overstap naar het topniveau bij de elites. Het project voorziet in adequate trainingsbegeleiding voor talentvolle schermers die topsport de volle prioriteit geven. Het criterium om in deze groep opgenomen te worden, is een landentop 12 plaats op het Europees kampioenschap en een landentop 16 plaats op het wereldkampioenschap in de leeftijdscategorieën kadetten, junioren of U23. Het eliteproject heeft tot doel de geselecteerde seniors optimaal te begeleiden op topniveau. De norm om in deze groep opgenomen te worden is een landentop 12 plaats op het Europees kampioenschap U23 of senioren of een landentop 16 plaats op het wereldkampioenschap senioren. De finaliteit in deze ontwikkelingslijn is het leveren van prestaties (top 16) op de Olympische Spelen. Echter, om de topsportwerking sabel verder te optimaliseren wenst de Vlaamse Schermbond vzw het in- en uitstroomproject, samen met de werking van de topsportschool, te integreren in één project kaderwerking sabel, waarbij de focus, naast individuele prestaties, steeds meer op ploegenwerking gelegd wordt, parallel met het internationaal/olympisch belang dat deze type wedstrijden de laatste jaren hebben gewonnen. Dit project situeert zich ruimtelijk binnen het Vlaams schermcentrum te Gent (in de nieuwe infrastructuur in de Topsporthal van Gent). De populatie van beloftevolle jongeren en de trainersexpertise is voor de Vlaamse Schermbond vzw aanwezig. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau Deelname aan de Olympische Spelen is het uiteindelijke doel van de topsportschool. De federatie stelt volgende verwachte resultaten voorop: achtste land op het EK, 12 e land op het WK en top 16 op de Olympische Spelen. Op een EK en WK kunnen vier deelnemers per land deelnemen. 71

214 Momenteel vertrekt de federatie bij selectie voor instroom in de topsportschool vanuit de intrinsieke kwaliteiten van een schermer. Op latere leeftijd kunnen prestaties vooropgesteld worden. De leerlingen/topsporters in het laatste jaar van het secundair onderwijs zouden al een significant resultaat moeten behalen op het EK junioren. 3. Omvang van de instroom De topsportschool dient gepromoot te worden binnen de verschillende schermclubs om zo de potentiële instroom te vergroten. Voor het schooljaar heeft de federatie de selectieprocedure opengesteld voor schermers van de drie wapens (degen, sabel en floret, steeds met het oog op een opleiding in sabel), met een éénmalige substantiële stijging van het aantal leerlingen/topsporters tot gevolg. Er is een openheid vanuit de topsportschool sabel voor instroom van degen- en floretschermers, maar er wordt niet actief gerecruteerd binnen deze disciplines. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Qua fysieke en motorische ontwikkeling is de eerste graad voor de federatie van fundamenteel belang. Door het asymmetrisch karakter van de sport (op fysiek vlak) moet op jonge leeftijd al begonnen worden met het bouwen aan een brede bewegingsopvoeding om op 12 jarige leeftijd een perfectie coördinatie en behendigheid te bezitten om alle technieken goed te kunnen uitvoeren. Onder meer door de gebrekkige omkadering (kennis en interesse) op clubniveau, is het voor de Vlaamse Schermbond vzw vaak hard werken met instappers om hun bewegingsvaardigheden dan nog verder uit te bouwen. Menige pogingen zijn al ondernomen om vanuit de topsportschoolomkadering bijscholingen en opleidingen te geven, maar daar blijkt weinig respons te zijn gezien de clubtrainers zelf aangeven dat dit een te hoog niveau is en te veel van hen vraagt om op dit niveau te werken. Schermen is een technische sport waarbij de fundamenten reeds op vroege leeftijd gelegd worden. De gemiddelde startleeftijd van een Olympische schermer ligt op 7 jaar. Daarom wil de Vlaamse Schermbond vzw graag in de toekomst een project opstarten voor de topsportschool om de jongeren daar al de broodnodige coördinatie en bewegingsvaardigheden aan te leren. Zeker in functie van de clubcultuur denkt de federatie dat een pre-topsportschoolproject moet opgestart worden. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Alle lesgevers van de topsportschool zijn volledig betrokken in zowel instroom, doorstroom, uitstroom en nationale ploegenwerking. Zij zetten zich ook niet alleen in voor de topsportschool, maar ook voor het geven van trainerscursussen (en het uitschrijven ervan), bijscholingen, begeleiden van potentiële (internationale) 72

215 scheidsrechters, organiseren van de jeugdhappening, detectie en identificatie van talent,.... De workload van de sportspecifieke trainers is in de drukke seizoensmaanden bijzonder hoog. Naast de 24 uur training die ze tijdens de week geven, verzorgt Yannick Germeau nog 20 weekends per jaar de begeleiding en coaching op binnenlandse en buitenlandse tornooien. Paul Corteyn is in totaal 35 weekends per jaar mee als coach naar buitenlandse tornooien. Daar bovenop komen nog de binnen- en buitenlandse stages, vergaderingen, bijscholingen, studiemomenten,.... Idealiter zou er volgens de Vlaamse Schermbond vzw nog een derde schermtrainer moeten bij komen in functie van de trainingen en begeleiding van de schermers. Op dit moment dient ondermeer de fysieke trainer de begeleiding te verzorgen op buitenlandse tornooien, omdat er soms 3 verschillende tornooien zijn in hetzelfde weekend, wat uitzonderlijk wel eens kan, maar voor de Vlaamse Schermbond vzw geen ideale situatie is. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur De topsportschoolwerking is een onderdeel van het Vlaams Schermcentrum in de nieuwe infrastructuur in de Topsporthal van Gent, waar voor alle sabelschermers een plaats is binnen de kaderwerking sabel. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Zowel de federatie als de topsportschoolcoördinator volgen de leerlingen/topsporters van dichtbij op. De coördinatie loopt in het algemeen vlot. De federatie geeft echter aan dat de opvolging/begeleiding van het schoolwerk door de school in functie van de (buitenlandse) wedstrijden op een nog optimalere manier voor de schermers kan worden opgevolgd. Vanuit de topsportschool schermen komt de vraag naar een opleiding Latijn voor de tweede en derde graad in de topsportschool. De Vlaamse Schermbond vzw geeft aan dat de verplaatsing naar school soms moeilijk en tijdrovend is. 73

216 Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Gezien het feit dat schermen een technische sport is waar op jonge leeftijd reeds over de correcte coördinatie moet beschikt worden, is een topsportschoolwerking in de drie graden aangewezen. Echter, de federatie dient ook na te gaan of leerlingen die in de 1 e graad instromen op lange termijn nog wel voldoende progressie kunnen maken en niet opgebrand raken door de schermspecifieke trainingen binnen de topsportschool. De Vlaamse Schermbond vzw dient er enerzijds voor te waken dat de kwaliteit van de instroom in de topsportschool voldoende hoog is, zodat een optimale werking in topsportschool kan worden aangeboden. Anderzijds is de verdere uitbouw van de beloftenwerking essentieel om de aangeboden opleiding in de topsportschool niet verloren te laten gaan. Een combinatie tussen topsport en hoger onderwijs lijkt voor de topsportschermers de aangewezen combinatie, maar dan dient er ook van de schermers een langetermijn-engagement richting topsport geëist te worden. Om een topsportschoolwerking te kunnen garanderen, dient de federatie werk te maken van het opleiden van high potential trainers, om enerzijds de werking van de huidige trainers te kunnen ondersteunen en anderzijds om een eventueel vertrek van een huidige topsporttrainer te kunnen opvangen. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool ligt volgens de federatie op het behalen van de top 15-20% van de European Fencing Confederation ranking op het einde van het 5 e middelbaar (17-jarige leeftijd). Dit ligt volgens de federatie op de ontwikkelingslijn voor het behalen van een top 8 plaats op de Olympische Spelen individueel, waar de doelstelling van de Vlaamse Overheid ook ligt. De Vlaamse Schermbond vzw zet vanaf 2015 ook in op een ploegdoelstelling. Een schermploeg bestaat uit drie (+ 1 reserve) schermers. De doelstelling dient hier ook geplaatst te worden op een top 8 plaats op de Olympische Spelen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Zoals reeds vermeld in punt 1 van de conclusie is een topsportschool in de eerste, tweede en derde graad noodzakelijk. De federatie dient in te zetten op het verbeteren van de kwaliteit van de instroom (vb. door het opzetten van een pretopsportschoolproject). Daarenboven dient het beloftenproject verder uitgebouwd te worden en dient het langetermijn-engagement van de schermers richting topsport duidelijk aanwezig te zijn. 74

217 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Gezien het feit dat een nieuwe schermzaal in de Topsporthal van Gent werd gebouwd en de Vlaamse Schermbond vzw haar gecentraliseerde werking hier reeds heeft uitgebouwd, is de topsportschool van Gent de aangewezen locatie voor topsport schermen. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. De Vlaamse Schermbond vzw dient werk te maken van het opleiden van high potential trainers, om de huidige lichting topsporttrainers te kunnen ondersteunen en om een eventueel vertrek van één van de topsporttrainers te kunnen opvangen. 2. De Vlaamse Schermbond vzw dient een kwalitatief instroomproject op te zetten, zodat er in de topsportschool minder op basiscoördinatie dient gewerkt te worden, maar kan worden ingezet op kwalitatieve uitbouw van de topsportschermers. Daarnaast dient de samenwerking van de federatie met haar clubs van de 3 wapens (sabel, degen, floret) verder uitgebouwd te worden, teneinde de federatie- en clubwerking verder te optimaliseren en te professionaliseren. 3. De Vlaamse Schermbond vzw dient de beloftenwerking verder uit te bouwen en een langetermijn-engagement van de geselecteerde schermers richting topsport (veelal in combinatie met hogere studies) te eisen. 75

218 Snowboard Historiek De Vlaamse Skivereniging participeerde sinds het schooljaar in het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem. In 2000 veranderde de Vlaamse Skivereniging in de Vlaamse Ski en Snowboardfederatie. Op 1 januari 2007 verhuisde ski mee naar de nieuwe campus van het Leonardo Lyceum in Wilrijk. In 2012 veranderde de Vlaamse Ski en Snowboardfederatie opnieuw haar naam in Sneeuwsport Vlaanderen vzw. Aanvankelijk werd enkel de discipline Alpijns skiën aangeboden. Sinds het schooljaar wordt ook de discipline snowboard aangeboden. Dit resulteerde niet in een grote toename van het aantal leerlingen/topsporters, dat vrij stabiel gebleven is sinds de opstart van de topsportschool. Sinds het schooljaar worden geen topsportstatuten meer aangevraagd voor Alpijns skiën. Topsport snowboard wordt enkel aangeboden in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs (met uitzondering van Jens Rummens in het schooljaar ). Sneeuwsport Vlaanderen vzw vraagt geen topsportstatuten aan voor leerlingen/topsporters buiten de topsportschool. 2e en 3e graad 1e graad e graad 1 2e en 3e graad Verschillende alumni van de topsportschool hebben reeds internationale prestaties neergezet. Zo behaalde Seppe Smits een 13 e plaats op de Olympische Spelen in Sotchi (2014). Hij haalde 76

219 ook een bronzen medaille op het TTR World Championships Slopestyle in Oslo (2012) en een bronzen medaille op het wereldkampioenschap Big Air. Sebbe De Buck behaalde in 2012 een 5 e plaats op het wereldkampioenschap Big Air voor junioren, en haalde de 12 e plaats op het wereldkampioenschap Big Air voor senioren in Loranne Smans werd 7 e op het wereldkampioenschap Big Air voor senioren in Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar zijn er vijf leerlingen/topsporters (dd ) snowboard ingeschreven aan de topsportschool in Wilrijk. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Totaal 2e graad M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal Sneeuwsport Vlaanderen (voorheen Vlaamse Ski en Snowboardfederatie) is sinds 1 januari 2009 erkend als Vlaamse topsportfederatie voor de discipline snowboard (Half Pipe, Slopestyle en Big Air). 77

220 De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 1,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool snowboard gesubsidieerd worden. In het schooljaar wordt Maarten Avonds binnen dit quotum gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Kandidaat-instromers voor de topsportschool dienen zich 12 maand op voorhand kandidaat te stellen en worden gedurende 1 seizoen intensief opgevolgd binnen de club, binnen de stages van de federatie en gedurende Vlaamse en internationale wedstrijden. De topsportschoolwerking maakt een integraal deel uit van de globale topsportwerking en topsportvisie van de federatie. De uitstromers uit de topsportschool die sportief gezien voldoen aan de selectiecriteria, worden verder intensief begeleid door de federatie. Sneeuwsport Vlaanderen vzw geeft aan dat de kans om de finaliteit van de topsportwerking in combinatie met studies te bereiken via een alternatief traject buiten de topsportschool moeilijk tot onmogelijk is. Alle huidige Vlaamse toppers (Seppe Smits, Sebbe De Buck, Loranne Smans) hebben een verleden in de topsportschool. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportwerking is het behalen van top 8 plaatsen voor Slopestyle, Half Pipe of Big Air op Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en TTR wedstrijden van niveau 3 en 4. Recent werd door de World Snowboard Tour een wereldranglijst opgericht. Sneeuwsport Vlaanderen vzw geeft aan dat een top 16 plaats op de wereldranking (World Snowboarding Points List) een significante kans maakt op een top 8 plaats op grote events. De topsportschoolfinaliteit is het behalen van (halve) finales op het wereldkampioenschap voor junioren en het World Rookie Fest. De competitieve doelstellingen worden steeds ondersteund door sporttechnische doelstellingen, waaraan de riders moeten voldoen. De prestatielijnen worden ondersteund door ontwikkelingslijnen die werden opgesteld in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel en de Katholieke Universiteit Leuven. Er is op dit moment nog geen aparte selectie op Big Air, omwille van het feit dat de kwalificatie voor de Olympische Spelen in Big Air verloopt via Slopestyle (volgens het reglement van FIS en IOC). Er is geen aparte selectie voor Big Air door enkel aan Big Air wedstrijden deel te nemen. Het is dan ook voor de federatie niet logisch om hiervoor aparte criteria op te stellen. 78

221 3. Omvang van de instroom Op basis van de grootte van de trainingsgroep voor instap in de topsportschool zijn er in de laatste jaren maximaal 3 instromers per jaar geweest. Sneeuwsport Vlaanderen vzw geeft aan een duidelijk zicht te hebben op alle riders in Vlaanderen, waaruit de beste riders dan worden geselecteerd. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Aangezien er momenteel geen weg naast de topsportschool mogelijk is om een top 8 plaats op grote events te behalen, is voor Sneeuwsport Vlaanderen vzw een topsportschoolwerking in de tweede en de derde graad onontbeerlijk. In het reguliere onderwijs is het onmogelijk om het trainingsvolume te bekomen dat noodzakelijk is om door te stoten naar de wereldtop. Sneeuwsport Vlaanderen vzw heeft een uitgewerkt overzicht van de trainingsload per leeftijdscategorie (indoor, outdoor, droogtraining, alternatieve trainingsvormen, blessurepreventie) die vergelijkbaar is met het Long Term Athlete Development Program van Canada (de leading nation in snowboard). De snowboardsport verjongt, riders gaan vroeger pieken en er worden meer en meer parallellen getrokken met gymnastiek. Op lange termijn is het niet ondenkbaar voor de federatie de instapleeftijd voor de topsportschool gaat verlagen en het wenselijk zou zijn een eerste graad in de topsportschool in te richten. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Jean-Valère Demard (Pool van Toptrainers), Maarten Avonds (trainer topsportschool) en Childeric Bogaert (pool van Jeugdtrainers Topsport) beschikken over voldoende competenties om de leerlingen/topsporters en de elitesporters te begeleiden. Er zijn slechts een zeer beperkt aantal trainers in Vlaanderen beschikbaar om een eventueel wegvallen van één van bovenstaande trainers op te vangen. Op (para)medisch vlak is er een samenwerking met verschillende experten: inspanningstesten en lichaamssamenstelling gebeuren in samenwerking met Bakala (Peter Hespel), de screening en opvolging in functie van blessurepreventie gebeurt in samenwerking met het centrum Gritt (Maarten Thyssen), de mentale begeleiding gebeurt via Ellen Schouppe en de specifieke krachttraining via het Sport Performance Center. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Op dit moment is een geschikte trainingsinfrastructuur dicht bij de topsportschool een missing link voor Sneeuwsport Vlaanderen vzw. De federatie heeft nood aan een nabijgelegen indoorpiste met kunstsneeuw waar dagelijkse techniektrainingen mogelijk 79

222 zijn. Een alternatief voor een indoorpiste met kunstsneeuw is een kunstmatige big air waarbij de inrun bestaat uit matten/borstels/kunststof en de landing op een airbag (dryslope setup). Dit is een concept dat reeds bestaat in Japan en Slovenië. Ook de UK en Nederland werken aan een eigen concept. De kostprijs ligt een stuk lager dan een indoorbaan ( voor een indoorproject vs voor een big air dryslope setup). In het huidige schooljaar worden de indoortrainingen afgewerkt in Peer (Snow Valley) op avonden tijdens de week en in weekends. De afstand en het verkeer vanuit Antwerpen naar Peer zorgt voor een grote tijdsinvestering en voor extra vermoeidheid bij de riders. Een betere spreiding van de trainingen over de weekplanning zou gunstiger zijn voor de sporttechnische ontwikkeling. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Het totaalconcept van de topsportschool wordt algemeen positief geëvalueerd door Sneeuwsport Vlaanderen vzw. Het niveau van onderwijs mag volgens sommige ouders van (ex-)studenten zeker nog hoger zijn. Het internaat kan moderner voor de federatie, maar de samenwerking federatie-schoolinternaat werkt in de praktijk. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool is voor leerlingen die in Vlaanderen school wensen te lopen de enige reguliere mogelijkheid om volwaardige studies secundair onderwijs en lange verblijven in het buitenland voor stages en wedstrijden te combineren. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportwerking het behalen van top 8 plaatsen voor Slopestyle, Half Pipe of Big Air op Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en TTR wedstrijden van niveau 3 en 4. De topsportschoolfinaliteit is het behalen van (halve) finales op het wereldkampioenschap voor junioren en het World Rookie Fest. De competitieve doelstellingen worden steeds ondersteund door sporttechnische doelstellingen, waaraan de riders moeten voldoen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie in de tweede en derde graad is noodzakelijk voor snowboard. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool snowboard is aangewezen op een centrale locatie dichtbij een trainingsaccommodatie. Indien de trainingsaccommodatie in de omgeving van 80

223 Antwerpen kan gerealiseerd worden, is een inrichting in de topsportschool van Antwerpen een logische keuze. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. Er dient een investering te gebeuren op vlak van trainingsaccommodatie nabij Antwerpen (bij voorkeur in combinatie met een indoorsetting, vb. Woodward), wil Sneeuwsport Vlaanderen vzw concurrentieel blijven ten opzichte van de andere snowboardlanden; 2. Sneeuwsport Vlaanderen vzw dient blijvende aandacht te besteden aan het personeelsbeleid om ervoor te zorgen dat er voldoende trainersexpertise binnen de federatie blijft. 81

224 Taekwondo Historiek Op 1 september 2003 startte de Vlaamse Taekwondo Bond vzw met een werking in het Koninklijk Atheneum 2 in Hasselt. Bij de start van het schooljaar verhuisde de federatie naar het Leonardo Lyceum in Wilrijk. Taekwondo wordt enkel aangeboden in de tweede en derde graad (met uitzondering van Indra Craen in het schooljaar ). Sinds het schooljaar vraagt de Vlaamse Taekwondo Bond vzw enkel topsportstatuten aan voor leerlingen/topsporters die ervoor kiezen om in te stappen in de topsportschool. Sinds de opstart van de topsportschool schommelt het aantal leerlingen/topsporters steeds tussen de vier en zeven inschrijvingen, met uitzondering van het schooljaar (11). 2e en 3e graad 1e graad e graad 1 2e en 3e graad Verschillende alumni van de topsportschool behaalden reeds zeer mooie resultaten bij de junioren en senioren. Zo werd Jaouad Achab wereldkampioen -63kg in Salaheddine Bensaleh werd Europees kampioen bij de junioren in 2013 en behaalde een aantal medailles in grote tornooien. Ook Indra Craen won de Europese titel bij de junioren en bij de U21 in Laura Roebben behaalde een 3 e plaats op het Europees kampioenschap U21 in

225 Huidige situatie (schooljaar ) Bij aanvang van het schooljaar zijn vijf leerlingen/topsporters (dd ) ingeschreven aan de topsportschool taekwondo. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Totaal 2e graad M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal In het Topsportactieplan Vlaanderen III ( ) werd taekwondo niet weerhouden in de topsporttakkenlijst, maar enkel ondersteund als Windows of Opportunity. De lesgevers van de topsportschool en de doorstroom naar de elite worden gefinanicierd (Karim Dighou, Jelle Vicca en Tom Verhoeven) vanuit de Vlaamse Overheid en Be Gold. 83

226 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject In het kader van de instroom is de ondersteuning voor de provincies verdwenen, waardoor ook de provinciale werking aanzienlijk is afgenomen. Er zijn slechts twee clubs die deelnemen aan internationale wedstrijden met niveau. Een uitgebouwde regionale werking zou een idealer scenario zijn, maar op dit moment ontbreken de financiële middelen binnen de Vlaamse Taekwondo Bond vzw om dit uit te bouwen. Via de regionale trainingen worden de talenten opgevolgd in functie van een mogelijke selectie voor de topsportschool. In de huidige situatie schat de federatie in dat de topsportschool momenteel de enige manier is waar de combinatie topsport en studie mogelijk is, en waar een topsportcarrière kan worden uitgebouwd. De topsportschoolwerking maakt integraal deel uit van de volledige topsportwerking en visie van de federatie. In het kader van de uitstroom worden de trainingen van de beloftevolle jongeren en elite gecentraliseerd in de topsportschool, inclusief de huisvesting van de toptaekwondoka s. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau In 2010, bij de aanstelling van de nieuwe coördinator topsport Laurence Rase, werd er gepleit voor de aanpassing van het topsportbeleid van de Vlaamse Taekwondo Bond vzw. Het oude beleid werd getoetst aan een SWOT-analyse, waaruit de noden en de wensen van de Vlaamse Taekwondo Bond vzw werden blootgelegd. Eén van de conclusies uit deze analyse was het opstellen van een ontwikkelingslijn: de federatie had nood aan een integrale topsportstructuur, van talentdetectie tot elitesporter, waarbij de doelstellingen en verwachtingen per leeftijdscategorie werden aangetoond. Het opstellen van ontwikkelingslijnen maakte het voor de federatie eveneens mogelijk om taekwondoka s te allen tijde te vergelijken met de wereldtop. De piekleeftijd voor de lagere gewichtsklassen bij de heren is 22 à 23 jaar, voor de hogere gewichtsklassen is dit rond de 26 à 27 jaar. De piekleeftijd bij de dames ligt 2 à 3 jaar vroeger. De finaliteit van de topsportschoolwerking taekwondo is het minimaal behalen van een top 8 plaats op het Europees kampioenschap voor junioren en/of het behalen van een top 16 plaats op het wereldkampioenschap voor junioren. Door het behalen van deze prestatie(s) bevindt de taekwondoka zich op de ontwikkelingslijn om op latere leeftijd een kwalificatie af te dwingen voor deelname aan de Olympische Spelen. De finaliteit van de topsportwerking van de Vlaamse Taekwondo Bond vzw is het minimaal behalen van een top 8 plaats op het wereldkampioenschap voor senioren, met als ultieme doel het behalen van een medaille op de Olympische Spelen. 84

227 Er is een duidelijk uitgeschreven selectieprocedure voor instroom in de topsportschool. De leerlingen die reeds in de topsportschool school lopen, krijgen een permanente (informele) evaluatie doorheen het schooljaar (met de toptrainer en de fysieke trainer) en een formele evaluatie op het einde van ieder semester. 3. Omvang van de instroom De instroom is beperkt tot maximaal 3 leerlingen per jaar. Elke kandidaat wordt voor instroom gedurende minimaal 4 maanden opgevolgd om een zo accuraat mogelijke beslissing te kunnen maken. Omwille van het feit dat niet alle clubs participeren in de competitie en het talentdetectiesysteem, heeft de Vlaamse Taekwondo Bond vzw nog geen duidelijk en volledig zicht op de volledige populatie taekwondoka s in Vlaanderen. De beste taekwondoka s stromen in in de topsportschool, ondanks een aantal drempels (o.a. hoge internaatskost). 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Momenteel wordt enkel een tweede en een derde graad ingericht. Vanaf het schooljaar wil de Vlaamse Taekwondobond ook een eerste graad topsport inrichten, omwille van volgende redenen: (1) taekwondo is (vooral bij de lichtgewichten) geëvolueerd naar een vroegontwikkelingssport, waarbij de focus steeds meer ligt op beweeglijkheid en lenigheid. (2) De internationale jeugdcompetities beginnen reeds op 12-jarige leeftijd. Een potentiële toptaekwondoka in de lichte gewichtscategorieën ontbreekt internationale wedstrijdervaring indien hij/zij pas op 15-jarige leeftijd het internationale circuit betreedt. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Binnen de topsportschool (in het schooljaar ) wordt er gewerkt met een toptrainer (Karim Dighou), een beloftentrainer (Jelle Vicca) en een fysieke trainer (Tom Verhoeven, in dienst tot eind mei 2016). Serge Pieters (voeding) en Nathan Kahan (psycholoog) vervolledigen het begeleidingsteam van de taekwondoka s in de topsportschool. De coördinatie wordt uitgevoerd door Laurence Rase. De workload is hoog door de vele buitenlandse verplaatsingen door drie verschillende subgroepen: elite (Jaouad Achab, Salaheddine Bensaleh, Indra Craen, en Nicholas Corten), beloften (Anke Gevers, Hicham Radi en Martijn Willemsen) en de topsportschool, die allen begeleid worden door dezelfde omkadering. De Vlaamse Taekwondo Bond vzw geeft aan dat de vereiste van het pedagogisch diploma voor een subsidieerbare trainer een drempel is om de sporttechnisch geschoolde 85

228 trainers aan te trekken die het potentieel hebben om in de topsportschool training te geven. Er zijn slechts een beperkt aantal trainers in Vlaanderen die voldoende potentieel hebben te kunnen doorstromen in de topsportvisie van de federatie en zo aan de basis mee kunnen helpen om het taekwondoniveau te verbeteren in de clubs. Dit zou kunnen via workshops en coach the coach-projecten, maar op dit moment beschikt de Vlaamse Taekwondo Bond vzw over te weinig professionele omkadering en financiële middelen om dit uit te bouwen. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur In het schooljaar is de trainingsinfrastructuur onvoldoende voor topsport. De technische trainingen gaan door in een theaterzaal ( t Spant Wilrijk). In de toekomst zal er geen probleem zijn met de nieuwe topsportschool, waar een trainingsmat en krachtzaal naast elkaar liggen. Verdere afspraken dienen nog gemaakt worden tussen de topsportschoolcoördinator en de federatie. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport De samenwerking met het internaat is in orde. De accommodatie in het internaat kan moderner, maar de samenwerking federatie-topsportschool-internaat werkt in de praktijk. De Vlaamse Taekwondo Bond vzw is voorstander om het topsportinternaat gedurende 365 dagen open te hebben voor de leerlingen/topsporters. De schoolbelasting mag voor de taekwondoka s hoger liggen tijdens de buitenlandse verplaatsingen of stages. De federatie vraagt een groter studieaanbod in de derde graad van de topsportschool (wiskunde, talen, ). Voor de uitstroom en de elite voorziet de Vlaamse Taekwondo Bond vzw een permanent verblijf/mogelijkheid voor overnachting nabij de sportinfrastructuur. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool taekwondo is een noodzakelijk instrument inzake talentontwikkeling. Een traject richting internationale topprestaties buiten de topsportschool is heel moeilijk. 2. Zijn de selectiecriteria up to date? De selectiecriteria en ontwikkelingslijnen werden opgesteld op basis van de prestaties van 2004 tot Het is aangeraden om de ontwikkelingslijnen en de selectiecriteria terug te toetsen aan de prestatiecriteria van de huidige internationale toppers sinds 2009 tot op heden. 86

229 3. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool is het behalen van een top 8 plaats op het EK junioren en/of het behalen van een top 16 plaats op het WK voor junioren. Gezien het feit dat de Europese taekwondoka s ongeveer 50% uitmaken van de wereldtop, kan er gesteld worden dat het behalen van een top 8 plaats op het EK voor junioren als een voldoende sterke finaliteit kan aanzien worden. 4. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie is noodzakelijk in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Gezien het feit dat op korte termijn een aanzienlijke verbetering van de clubwerking niet mogelijk is en gezien het feit dat voor sommige gewichtscategorieën de leeftijd van de piekprestatie vrij jong is, is het nuttig dat de Vlaamse Taekwondo Bond vzw een eerste graad kan inrichten in de topsportschool. De federatie dient hiervoor wel de leerplannen en leerplandoelstellingen te herbekijken, in functie van het opstarten van een eerste graad en in functie van de vroegere piekprestatie voor bepaalde gewichtscategorieën. 5. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Gezien de geplande nieuwbouw waarin een permanente trainingsaccommodatie is voorzien, blijkt de topsportschool in Antwerpen de meest geschikte locatie. 6. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. De Vlaamse Taekwondo Bond vzw dient de ontwikkelingslijnen (en daarbijhorend de selectiecriteria) te actualiseren in functie van de prestatiecriteria sinds 2009 tot op heden. Er dient een ontwikkelingslijn ontwikkeld te worden die leidt richting een top 8 plaats op een WK/Olympische Spelen of een medaille op een EK. 2. De Vlaamse Taekwondo Bond vzw dient een samenwerking met de clubs te initialiseren om zo de clubwerking en het talentdetectiesysteem te verbeteren en de kwaliteit van de instroom in de topsportschool te optimaliseren op jonge leeftijd. 87

230 SLAGSPORTEN Badminton Historiek De Vlaamse Badmintonliga vzw startte haar werking binnen een topsportschool in het schooljaar in het Koninklijk Atheneum in Mortsel. Vanaf het schooljaar kregen de leerlingen/topsporters badminton ook de kans om in te stappen in de eerste graad. Vanaf 1 januari 2007 gingen het Koninklijk Atheneum van Mortsel en het Stedelijk Handelsinstituut van Merksem op in het Leonardo Lyceum Topsport in Wilrijk. De leerlingen/topsporters van de eerste graad bleven schoollopen aan de middenschool van het GO! in Mortsel, de tweede en derde graad verhuisde naar de topsportschoolcampus in Wilrijk. Vanaf het schooljaar werd ook de eerste graad (middenschool) in de topsportschool in Wilrijk geïmplementeerd. Op 1 februari 2012 veranderde de Vlaamse Badmintonliga vzw haar naam in Badminton Vlaanderen vzw. Het aantal uitgereikte topsportstatuten badminton evolueerde van 6 leerlingen/topsporters in het schooljaar tot 15 à 20 leerlingen/topsporters in de laatste 5 schooljaren. Badminton Vlaanderen vzw kiest ervoor om, voor leerlingen/topsporters die een kwaliteitsvol programma kunnen afwerken met hun eigen omkadering, topsportstatuten buiten de topsportschool aan te vragen met een sterke voorkeur voor een optimaal aantal leerlingen in de topsportschool. Deze leerlingen worden ook op een aantal trainingsmomenten in de week, stages en wedstrijden geïntegreerd. Doorheen de jaren zijn een aantal leerlingen/topsporters die van het systeem buiten de topsportschool konden gebruik maken nadien alsnog ingestapt in de topsportschool. Badminton Vlaanderen vzw tracht de leerlingen/topsporters buiten de topsportschool aan te sporen om, vooraleer een topsportstatuut buiten de topsportschool wordt aangevraagd, toch in te stappen in de topsportschoolwerking in Antwerpen. Vanaf 2009 worden twee oud-leerlingen van de topsportschool, Freek Golinski en Mathijs Dierckx, voltijds tewerkgesteld als topsporter bij Defensie. Het dubbelteam staat rond de 40 e plaats op de wereldranglijst en heeft als doel een top 8 plaats te behalen op de Olympische Spelen in Flore Van den Houcke behaalde een kwartfinale op het Europees kampioenschap voor junioren in Julien Carraggi behaalde in 2016 een kwartfinale op het Europees kampioenschap U17 na eerder in 2014 een kwartfinale te hebben behaald op het EK U15. 88

231 2e en 3e graad 1e graad Onbekend Onbekend 1 1 1e graad e en 3e graad Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar heeft de Badminton Vlaanderen vzw 15 leerlingen/topsporters (dd ) die ingeschreven zijn in de topsportschool te Antwerpen. De verdeling per leerjaar en per geslacht kan u in onderstaande tabel terugvinden. Eén leerling/topsporter is gestart in de topsportschool bij aanvang van het schooljaar, maar stroomde reeds uit de topsportwerking uit. 89

232 De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Geen topsportschool Totaal 1e graad M V M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 2,0 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool badminton gesubsidieerd worden. In worden Wouter Claes, Nathalie Descamps, Birger Abts en Lander Dircken binnen dit quotum gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Badminton is een vroeginitatie- en een laatspecialisatiesport. De gemiddelde internationale topspeler startte op 6 à 7-jarige leeftijd. Voorafgaand aan de topsportschool is er een provinciale topsportvoorbereidende werking waarvoor een atleet geselecteerd dient te worden. Deze werking (gefinancierd via de Pool van Jeugdtrainers Topsport) is toegespitst op de betere spelers uit de provinciale werking van Badminton Vlaanderen vzw. Het gaat dus eigenlijk om de provinciale topsportwerking, uitgevoerd door 5 provinciale trainers, waarin 2 à 3 keer per week getraind wordt. Badminton Vlaanderen vzw is vragende partij om de provinciale trainers te laten ondersteunen via een coach-the-coach project. Vrijwel elke instromer in de topsportschool komt uit de provinciale werking (van de pool van Jeugdtrainers Topsport). Badminton Vlaanderen vzw geeft aan dat een instroom in de eerste graad van de topsportschool niet evident is voor de kandidaat-instromers. De grootste drempels voor instroom zijn het internaat (het van huis weg zijn) en de mentale rijpheid van de spelers. In de laatste vijf schooljaren stroomden de leerlingen/topsporters in ofwel in de eerste graad ofwel in de derde graad. Er is vrijwel geen instroom in de tweede graad. De leerlingen van de topsportschool worden het ganse jaar door begeleid door de trainers van de federatie. 90

233 De topsportschoolwerking is volgens Badminton Vlaanderen vzw noodzakelijk voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking. Na de topsportschool kunnen de geselecteerde topbadmintonspelers aansluiten in de gecentraliseerde topsportwerking in Antwerpen onder leiding van de Schot Alan McIlvain en Wouter Claes. Deze samenwerking wordt echter beëindigd na de Olympische Spelen in Rio. De federatie bekijkt op dit moment hoe ze de functie van hoofdcoach ofwel op een andere manier kan invullen ofwel welke kandidaat toptrainers hiervoor in aanmerking komen. De federatie opteert voor de nieuwe coach voor een spelercoachprofiel. De selectie is momenteel lopende. In 2016 zitten een zevental badmintonspelers in dit uitstroomproject onder leiding van Badminton Vlaanderen vzw, aangevuld met 6 sparringpartners. Vrijwel alle spelers combineren dit met een opleiding in het hoger onderwijs. In de transitieperiode dient de speler zich op te werken in een pool van ervaren senior spelers. Het is voor de federatie ook essentieel om in de transitieperiode (18-23 jaar) voldoende financiële en structurele ondersteuning vanuit de Vlaamse Overheid te kunnen krijgen, zodat een aantal high potentials de keuze kunnen en willen maken in functie van topsport badminton. De criteria (op basis van ontwikkelingslijnen) om in aanmerking te kunnen komen voor ondersteuning van Sport Vlaanderen dienen volgens Badminton Vlaanderen vzw aangepast te worden in functie van de transitieperiode. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschoolwerking ligt op het behalen van (1) een selectie voor het nationaal team op jarige leeftijd, (2) minimaal de halve finale van het Belgisch kampioenschap U18 te spelen, (3) minimaal tweemaal een kwartfinale en minstens éénmaal een halve finale te behalen op internationale tornooien van de TSD-kalender. Een bijkomend streefdoel is het behalen van de kwartfinale op het Europees kampioenschap voor junioren. Sinds juni 2015 heeft de Badminton World Federation een wereldranking voor junioren opgericht. Vermits er voorlopig nog weinig referentiedata voorhanden zijn, wil de federatie op basis van de selectiecriteria voor het seizoen een verbeterde denkoefening maken en een gemotiveerd voorstel doen. De federatie acht ook de resultaten op Europese tornooien die niet meetellen voor de wereldranking belangrijk, vermits deze het niveau hebben of overstijgen van de erkende wereldrankingtornooien. Badminton Vlaanderen vzw zal de ranking verder opvolgen en analyseren, en de doelstellingen aanpassen naarmate er meer informatie kan worden verzameld. Op dit moment kijkt de federatie voor een vergelijking met de internationale topjunioren vooral naar de profielen van de spelers en de resultaten tegen de betere jongeren van dezelfde leeftijd. 91

234 De finaliteit van de topsportwerking van Badminton Vlaanderen vzw ligt op het minimaal behalen van een top 8 plaats en medailles op Europese kampioenschappen en grote Europese tornooien. Op wereldniveau is het behalen van een Olympische kwalificatie en presteren op de OS een finaliteitsdoelstelling voor de federatie. Een speler die zich selecteert voor de Olympische Spelen staat minimum in de top 70 van de wereldranglijst voor enkelspel (op basis van de huidige wereldranking in functie van de OS in Rio). Voor dubbelspel ligt de norm op WR Omvang van de instroom In de laatste schooljaren was er een gemiddelde instroom van een vijftal leerlingen/topsporters per jaar. Zoals hoger al aangegeven, stromen de leerlingen/topsporters in ofwel in de eerste graad, ofwel in de derde graad. Uiteraard kan voor de federatie op elk moment in de eerste of tweede graad worden ingestapt, indien het vereiste spelersprofiel aanwezig is. In het huidige schooljaar is er een beperkte instroom (1 leerling/topsporter), waardoor het aantal leerlingen/topsporters gezakt is tot 15 leerlingen. In de voorbije schooljaren volgden er steeds een twintigtal leerlingen de topsportopleiding in Antwerpen. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Badminton Vlaanderen vzw geeft aan dat de middenschool essentieel is voor de werking van de topsportschool. Vermits de clubwerking in Vlaanderen nog niet geprofessionaliseerd is, is de topsportschoolwerking quasi de enige mogelijkheid om het nodige trainingsvolume, in functie van het uitbouwen van een internationale badmintoncarrière, te voorzien. Volgens de federatie is een topbadmintonspeler maakbaar, indien er voldoende tijd wordt gegeven aan de federatie. Jo Van Damme (coördinator topsport) geeft aan dat dit proces nog minstens 1 (en zelfs 2) generatie(s) tijd nodig heeft. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De beste binnenlandse trainers zijn momenteel werkzaam in de topsportschoolwerking van Badminton Vlaanderen vzw, waarbij de werking volledig kan worden ingevuld. De diplomavereisten die worden opgelegd ter subsidiëring van de lesgevers van de topsportschool, maken het voor de federatie moeilijk om de beste coaches wereldwijd aan te trekken. Badminton Vlaanderen vzw heeft niet budget om zelf toptrainers financieel volledig te ondersteunen en dient te rekenen op de steun/subsidiëring van de Vlaamse Overheid. 92

235 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur De huidige trainingsaccommodatie in Kattenbroek voldoet niet meer aan alle vereisten. De ondergrond van de sporthal en de krachtzaal zijn niet optimaal in functie van topsport. In functie van het nieuwe topsportschoolcomplex in Antwerpen zal de federatie gebruik kunnen maken van een nieuwe krachtzaal, maar het gebruik van de nieuwe topsportzaal zal heel waarschijnlijk niet tot de mogelijkheden behoren. Badminton Vlaanderen vzw is hieromtrent gesprekken aan het voeren om in samenwerking met een andere slagsportfederatie een nieuwe slagsportenhal (eventueel op een andere topsportlocatie) te bouwen met ideale ondergrond en beschikbaarheid. Op dit moment wordt een prijssetting gemaakt via studiebureau s van twee firma s. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport In de topsportschool wordt dit grotendeels gerealiseerd. De sporthal, de school en het internaat bevinden zich op fietsafstand van elkaar. De onbeschikbaarheid van slaapgelegenheid in de vakantieperiodes blijft wel een potentieel probleem voor Badminton Vlaanderen vzw. Daarenboven is het ontbreken van slaapgelegenheden de mogelijkheid tot uitnodiging van (buitenlandse) sparringpartners, zowel in de schoolvakanties als in het algemeen, een potentieel probleem voor de federatie. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Het aanbieden van een voldoende hoog trainingsvolume met de beste coaches, begeleiding en sparringpartners tijdens en na de schooluren is essentieel om een topsportcarrière binnen badminton na te kunnen streven. In dat kader is een topsportschoolwerking te verantwoorden, op voorwaarde dat de federatie het behalen van de outputdoelstellingen (finaliteit van de topsportwerking) kan aantonen op korte termijn. Om deze doelstellingen te kunnen behalen, dient Badminton Vlaanderen vzw enerzijds voldoende individuele trainingen en begeleiding in de topsportschool te voorzien, zodat de high potentials de ideale begeleiding en omkadering krijgen en anderzijds dient ook het uitstroomproject, na het vertrek van Alan McIlvain, op punt te blijven staan. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschoolwerking dient op internationaal niveau te worden bekeken. Prestaties op nationale tornooien en selecties voor nationale teams zijn zeer afhankelijk van het niveau van de Belgische badmintonspelers, dat in de breedte lager ligt dan de toonaangevende badmintonlanden. In de huidige lichting is deze kwaliteit niet op een breed niveau aanwezig, waardoor nationale resultaten te weinig internationale perspectieven geven. De opgenomen prestaties op Belgische kampioenschappen kunnen enkel een grove filter zijn en zijn geen doelstelling op zich. 93

236 De finaliteit van de topsportschool (als tussentijdse doelstelling) ligt op Europees en wereldniveau. De finaliteiten dienen te worden bekeken door enerzijds prestaties op Europese kampioenschappen junioren en anderzijds het behalen van een plaats op de wereldranglijst junioren, die overeenstemt met de plaats op de ontwikkelingslijn (op een bepaalde leeftijd) die een medaillist op de Europese kampioenschappen senioren behaalt. De finaliteit van de topsportwerking badminton dient minimaal te liggen op het behalen van een top 8 plaats op een Europees kampioenschap senioren (enkel of dubbel) en bij voorkeur te streven naar een top 16 plaats op mondiaal niveau. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Vermits badminton een vroeginitiatiesport is, is een topsportschoolwerking te verantwoorden in de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs, op voorwaarde dat de kwaliteit van instroom op een correct niveau (conform andere internationale toplanden) kan gehouden worden. Badminton Vlaanderen vzw dient een prestatieontwikkelingslijn uit te werken op basis van de wereldranglijst bij de junioren, die geïmplementeerd wordt in de volledige ontwikkelingslijn van de federatie. Daarenboven dient de federatie selectiever te zijn in de doorstroom van de leerlingen/topsporters in de topsportschool. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Een gecentraliseerde topsportlocatie, zowel voor de topsportschoolwerking als voor het uitstroomproject is van essentieel belang voor een sport zoals badminton. Indien Badminton Vlaanderen vzw niet de optimale infrastructuur voorhanden heeft in Antwerpen, dient te worden uitgekeken naar een andere locatie, waar dergelijke infrastructuur wel voorhanden is. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. 94

237 Beleidsaanbeveling 1. Badminton Vlaanderen vzw dient op korte termijn relevante internationale prestaties bij de senioren neer te zetten met alumni van de topsportschool of aan te tonen dat de uitgestroomde talenten op ontwikkelingstraject richting een top 8 plaats op het Europees kampioenschap senioren zitten, om een topsportschoolwerking te kunnen blijven verantwoorden. 2. Badminton Vlaanderen vzw dient een prestatieontwikkelingslijn op basis van de wereldranglijst junioren uit te werken en te implementeren in de ontwikkelingslijn van de federatie. 3. Badminton Vlaanderen vzw dient in 2016 na te gaan of een optimale trainingsinfrastructuur (badmintonterreinen, krachtzaal, ) voor badminton in Antwerpen voorzien kan worden. Indien dit niet het geval is, dient de federatie de nodige stappen te ondernemen om een optimale en gecentraliseerde trainingsinfrastructuur te vinden of bouwen op een andere locatie, desgevallend in een samenwerkingsverband met andere (slagsporten)federaties. 95

238 Golf Historiek De Koninklijke Belgische Golf Federatie startte haar topsportschoolwerking in het Sint-Jan Berchmanscollege in Genk in het schooljaar Bij de splitsing in een Vlaamse en Waalse federatie werd de werking in Vlaanderen eind 2001 overgenomen door de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw. Op 1 september 2003 maakte de federatie de overstap naar het Koninklijk Atheneum 2 te Hasselt. Vanaf het schooljaar konden leerlingen/topsporters golf zich ook inschrijven in de middenschool van het Lyceum 3 te Hasselt. Het aantal toegekende topsportstatuten schommelt in de loop van de jaren tussen minimaal 4 (bij opstart in het schooljaar ) en maximaal 15 (schooljaar ). 16 2e en 3e graad 1e graad Onbekend Onbekend 1 1 1e graad e en 3e graad

239 Huidige situatie (schooljaar ) Momenteel zijn er zeven leerlingen/topsporters (dd ) golf ingeschreven aan de topsportschool in Hasselt. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Hasselt Totaal 1e graad M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw is sinds 1 januari 2010 erkend als Vlaamse topsportfederatie en kan sinds 1 januari 2010 beroep doen op één voltijdse gesubsidieerde lesgever aan de topsportschool. Tot op heden werd de volledige omkadering van de topsportschool gefinancierd vanuit de eigen middelen van de Vlaamse Vereniging voor Golf. Ellen Smets (eindverantwoordelijke topsportschool VVG) en George Mackechnie verzorgen de sportspecifieke trainingen in het schooljaar De alumni van de topsportschool behaalden reeds mooie resultaten op internationale wedstrijden. In 2015 behaalde Thomas Pieters twee opeenvolgende zeges op de European Tour (in Tsjechië en Nederland). Thomas Pieters bekleedt op dit moment de 56 e plaats op de 97

240 wereldranglijst golf bij de profspelers en is zeker van een deelname aan de Olympische Spelen in Rio (2016). Thomas Detry volgt in de voetsporen van Thomas Pieters en zit nu in het laatste College in de Verenigde Staten. Hij werd 3 e in het individueel NCAA kampioenschap in Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Voorafgaand aan de topsportschool worden de beloftevolle jongeren begeleid in regionale trainingsgroepen. Deze trainingsgroepen komen tweemaal per maand samen om te trainen. Enkel spelers die zijn opgenomen in de regionale werking, kunnen instromen in de topsportschool golf vanaf de eerste graad, mits voldaan wordt aan de selectiecriteria. In de topsportschool wordt de begeleiding voorzien door twee sportspecifieke trainers, een houdingstrainer/kinesist, een fysieke trainer en een mentale trainer. Hiermee tracht de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw een totaalbegeleiding aan te bieden. Op dit moment (schooljaar ) heeft de home pro de verantwoordelijkheid over de techniciteit van de slagen. Minstens tweemaal per jaar komen drie Australische experts (Ryan Lumsden, Marty Joyce en Orlaith Buckley) naar Hasselt om enerzijds alle golfers op biomechanisch, tactisch en fysiek vlak te screenen en verbeterpunten te geven. Anderzijds geven deze drie experts ook coach the coach workshops om de kennis van de VVG-trainers te optimaliseren volgens de visie die uitgedragen wordt door de federatie. De topsportschoolwerking heeft voor de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw een duidelijke meerwaarde voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking. De meerwaarde van de professionele omkadering op alle niveau s alsook het aantal voorziene trainingsuren is volgens de federatie quasi niet haalbaar binnen de regionale trainingen of de clubwerking. De professionele werking binnen de topsportschool heeft een belangrijke rol gespeeld in de huidige successen van ondermeer Thomas Pieters en Thomas Detry. De federatie geeft aan dat het merendeel van de huidige Vlaamse topgolfers, amateur en professioneel, deel heeft uitgemaakt van de topsportschoolwerking. Aansluitend op de topsportschool hebben de golfers een keuze om ofwel in Vlaanderen te blijven en in eerste instantie als amateur (eventueel in combinatie met studies) het wedstrijdcircuit op te gaan, ofwel om via de College-werking in de Verenigde Staten te blijven trainen en studeren en zo aan de weg richting een professionele golfcarrière te timmeren. 98

241 Voor diegenen die in Vlaanderen blijven, organiseert de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw het Top Golf Vlaanderen-programma, waarbij een ad hoc begeleiding en financiële ondersteuning wordt voorzien aan de geselecteerde topgolfers, op basis van hun niveau, hun wedstrijd- en stageprogramma. Ook de College-golfers kunnen deelnemen aan de Top Golf-trainingen, wanneer zij in het land zijn. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschool is een gemiddelde score behalen die binnen de vooropgestelde ontwikkelingslijnen liggen. Deze ontwikkelingslijnen leiden tot de finaliteit van de topsportwerking en worden ook gebruikt voor het Top Golf Vlaanderen project en het Be Gold project. Er worden geen specifieke wedstrijdresultaten verwacht op 18-jarige leeftijd. Indien een leerling/topsporter niet op het traject van de ontwikkelingslijn zit op het einde van de topsportschool, is het volgens de federatie zeer onwaarschijnlijk dat een verdere topsportcarrière (richting de finaliteit van de topsportwerking) kan uitgebouwd worden. De finaliteit van de topsportwerking is het behalen van een top 115 ranking op de European Tour (heren) en een top 60 ranking op de Ladies European Tour (dames). 3. Omvang van de instroom Voor een kwalitatief optimale werking is er een theoretisch maximum van 12 leerlingen/topsporters voor 1 voltijdse lesgever in de topsportschool. Vanuit financieel standpunt is een minimum van 5 leerlingen/topsporters vereist in de topsportschool om break-even te kunnen zijn. De instroom is afhankelijk van de lichting talenten, maar is op dit moment vooral beperkt bij de meisjes. De clubs van de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw kunnen weinig meisjes motiveren om deel te nemen aan de regionale of nationale competities. Van daaruit is er dan ook quasi geen doorstroom naar de topsportwerking van de federatie. De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw geeft aan dat er de laatste jaren weinig instroom is gemist. Anderzijds dient er wel vermeld te worden dat het trainingsvolume in de clubs voor de -12 jarigen op dit moment nog te laag ligt, waardoor een high potential die instroomt in de topsportschool in de eerste graad een technische en fysieke achterstand heeft ten opzichte van de ontwikkelingslijn. Indien een kandidaat leerling/topsporter toch beslist om niet in te stromen, is dit volgens de federatie heel vaak het gevolg van het studieaanbod in de topsportscholen. De perceptie in het golfmilieu dat de topsportschool enkel bestemd is voor leerlingen die niet kunnen studeren, is sterk verminderd in vergelijking met 5 jaar geleden, maar is vooral bij instroom nog aanwezig. De federatie onderneemt jaarlijks nog initiatieven om 99

242 dit imago te optimaliseren. Na verloop van tijd verdwijnt de negatieve perceptie bij de leerlingen/topsporters die zijn ingestroomd. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Gezien het feit dat golf een technische sport is waar je op relatief jonge leeftijd reeds voldoende trainingsuren moet kunnen presteren en een degelijke omkadering moet hebben, is een participatie voor golf in de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs noodzakelijk. Voor de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw heeft een instroom in de eerste graad de voorkeur. Echter, in een aantal gevallen wachten de ouders tot de 2 e graad om de golfers te laten instromen, omwille van de schoolkeuze en het internaat. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Drie Australische experts bieden momenteel hun periodieke ondersteuning en expertise aan aan de topsportschool door middel van coach the coach projecten en screenings van de geselecteerde golfspelers. Binnen de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw is Ellen Smets verantwoordelijke voor de topsportschool en de kidstrainingen (-10). George Mackechnie is verantwoordelijk voor de regionale trainingen (10-18 jaar) en voor het Top Golf Vlaanderen project (+18 jarigen). Beiden krijgen ondersteuning van Koen Marx als houdingsexpert en kinesitherapeut, van Hilde Van Oycke als fysieke trainer en van Jan Dierens als sportpsycholoog. De visie van de topsportwerking van de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw is geïmplementeerd in de werking op alle leeftijden. Alle trainers werken momenteel op zelfstandige basis. De opdracht die ze voor de federatie (en de topsportschool) afwerken, is geen voltijdse opdracht. De workload van de sportspecifieke trainers (Ellen Smets, George Mackechnie) is ongeveer 20 uur per week. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw heeft geen eigen trainingscentrum ter beschikking. Alle trainingen van de topsportschool gaan door in Flanders Nippon Business & Golf club in Hasselt. Deze club beschikt over de nodige infrastructuur om alle trainingen (sporttechnisch en medisch/fysiek) te kunnen laten doorgaan. Een deel van de fysieke trainingen gaan door in de accommodatie van de school. Echter, afgelopen schooljaar (periode januari-april) waren de trainingsfaciliteiten (voornamelijk de putting green) niet optimaal wegens de uitzonderlijk slechte weersomstandigheden. 100

243 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Er zijn in de huidige situatie voor de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw wel wat problemen om het totaalconcept te kunnen realiseren. Ten eerste was er door de slechte weersomstandigheden (zie punt 6) geen ideale trainingssituatie.. Ten tweede is er voor de federatie te weinig contact met de topsportschoolcoördinator. Ten laatste beschrijft de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw de topsportvoeding en de topsportmentaliteit op het internaat als onvoldoende topsportgericht. Positieve punten in het totaalconcept zijn het studieniveau op school en de afstanden tussen school, internaat en trainingsaccommodatie. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschoolwerking in de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs is noodzakelijk, gezien het feit dat golf een zeer technische sport is, waar een groot aantal trainingsuren is voor vereist. Een groot werkpunt voor de federatie is het verzekeren van een kwalitatieve instroom in de topsportschool, door enerzijds de competitiedeelname (vooral bij meisjes) te stimuleren en anderzijds de clubs te ondersteunen in de uitbouw van hun competitiewerking. De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw heeft in de voorbije jaren werk gemaakt van de opstart van een begeleidingsprogramma voor de uitstromers van de topsportschool (+18 jaar), waardoor de continuïteit van de topsportwerking verzekerd wordt. Echter, door de aard van de sport (veel reizen, veel zelfstandig trainen) worden de trainingen en begeleiding van de topgolfers nog te veel ad hoc ingericht. De federatie dient uit te zoeken hoe dit project structureler in de (logistieke en financiële) ondersteuning van de golfers kan geïmplementeerd worden. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool is een gemiddelde score behalen die binnen de vooropgestelde ontwikkelingslijnen liggen. De finaliteit van de topsportwerking is het behalen van een top 115 ranking op de European Tour (heren) en een top 60 ranking op de Ladies European Tour (dames). 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie in de drie graden van het secundair onderwijs is noodzakelijk. 101

244 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient te beschikken over een optimale trainingsaccommodatie in combinatie met een topsportmentaliteit op school en internaat én een duidelijke gestructureerde communicatie met de school/topsportschoolcoördinator. Indien aan deze voorwaarden voldaan wordt in Hasselt, is het een logische keuze om de werking van de topsportschool golf te continueren in Hasselt. Echter, indien aan één van bovenstaande voorwaarden niet kan voldaan worden, is het voor de Vlaamse Vereniging voor Golf vzw aangewezen om een verhuis naar een andere topsportschoollocatie te bekijken, waar wel aan bovenstaande voorwaarden kan voldaan worden. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient de kwalitatieve en voldoende kwantitatieve (vooral bij de meisjes) instroom voor de topsportschool te verzekeren, door de competitiedeelname te stimuleren en anderzijds de clubs te ondersteunen in de uitbouw van hun competitiewerking. 2. De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient na te gaan hoe het Top Golf Vlaanderen project structureler in de (logistieke en financiële) ondersteuning van de golfspelers en van de federatie kan worden ingebed. 3. De Vlaamse Vereniging voor Golf vzw dient een optimaal totaalconcept (training(sinfrastructuur), school, internaat) in de topsportschool na te streven. Indien op een andere locatie dan Hasselt een optimalere structuur kan bewerkstelligd worden, dient de federatie na te gaan of een verhuis van de topsportschool aangewezen is (en desgevallend uit te voeren). 102

245 Tafeltennis Historiek In het schooljaar startte de Vlaamse Tafeltennisliga een topsportschoolwerking op in de tweede en derde graad van het Koninklijk Atheneum Redingenhof van Leuven. Vanaf het schooljaar konden leerlingen/topsporters er ook terecht in de eerste graad. Het aantal leerlingen/topsporters tafeltennis is in de laatste 5 schooljaren gedaald. In de laatste twee schooljaren ( en ) was er geen instroom in de topsportschoolwerking. 2e en 3e graad 1e graad e graad e en 3e graad Zowel Cedric Nuytinck als Robin Devos hebben de topsportschoolopleiding tafeltennis vanaf de eerste graad gevolgd en zijn in 2016 de nummer 1 en 2 van het Belgische tafeltennis. Cédric Nuytinck en Robin Devos plaatsten zich net niet voor de Olympische Spelen te Rio (dit door opgave van een aantal wereldtoppers in het Aziatisch kwalificatietornooi). Beiden staan rond de 100e plaats op de wereldranking en staan in dubbel top 8 in de World Tour ranking (juni 2016). Eline Loyen, Lisa Lung en Margo Degraef maken deel uit van de nationale senioren damesploeg. Lisa Lung haalde bij de kadetten zilver op de Europese kampioenschappen in In mei 2016 werd Eline Loyen nummer 1 van België op 18-jarige leeftijd. Laurens Devos behaalt de selectiecriteria voor de reguliere topsportschool en werd tegelijkertijd Europees kampioen bij de senioren in klasse 9 van de paralympische sporttak tafeltennis in 103

246 2015. Daarmee verzekerde hij zich op 15-jarige leeftijd van een deelname aan de Paralympische Spelen in Rio (2016). Laurens Devos staat momenteel op een 2 e plaats op de wereldranglijst senioren in klasse 9. Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar volgen 4 leerlingen/topsporters (dd ) de topsportschoolopleiding tafeltennis. De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Leuven Totaal 2e graad M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 1,50 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool tafeltennis gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Marc Closset, Thierry Cabrera (tot en met 31 december 2015) en Carlo Agnello (vanaf 01 januari 2016) binnen dit quotum gesubsidieerd. 104

247 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Voorafgaand aan de topsportschool is er een werking U12 in de verschillende regio s. De high potentials uit de regio s kregen tot begin 2016 extra trainingsmogelijkheden door Carlo Agnello (toen nog Jeugdtrainer Topsport). Door het wegvallen van Thierry Cabrera uit de topsportschoolwerking eind 2015, werd het instroomproject (pool van Jeugdtrainers Topsport) herwerkt en geoptimaliseerd door de Vlaamse Tafeltennisliga vzw. Waar tot eind 2015 één trainer de verplaatsingen over Vlaanderen maakte en de extra trainingsbegeleiding aanbood, kiest de federatie er vanaf 2016 voor om een aantal provinciaal werkende trainers extra trainingsbegeleiding te laten geven. Carlo Agnello werd vanaf 1 januari 2016 aangesteld als trainer in de topsportschool te Leuven. Het doel van bovenstaand project is de (kwaliteit van) instroom van de topsportschool te verzekeren. Op dit moment dient er werk gemaakt te worden van de professionalisering en van een kwalitatieve verbetering van de tafeltennisclubs in Vlaanderen, om de doorstroom naar topsport te kunnen blijven maken. Binnen de topsportschoolwerking voorzien 2 tafeltennistrainers (Marc Closset en Carlo Agnello) samen met kinesist Tom Dieussaert de begeleiding van alle leerlingen/topsporters. Na de topsportschool trainen de geselecteerde tafeltennissers verder in het gecentraliseerde topsportcentrum in het KA Redingenhof in Leuven. De spelers verblijven allemaal in de regio Leuven, zodat de verplaatsingstijd beperkt blijft. Op dit moment zitten zowel Cedric Nuytinck als Robin Devos bij de heren in de seniorenwerking. Beiden zijn professioneel tafeltennisser en spelen interclub in een buitenlandse competitie. Margo Degraef maakt deel uit van de seniorenwerking bij de dames en studeert aan de KULeuven. Op het afgelopen wereldkampioenschap in Kuala Lumpur (2016) waren 5 van de 6 basisspelers van de nationale dames- en herenploeg spelers uit de Vlaamse topsportschool. Structureel wenst de Vlaamse Tafeltennisliga vzw een fulltime trainer voor de omkadering van de spelers na de topsportschool. De resultaten werden tot op heden behaald zonder een optimale invulling in de omkadering. De Vlaamse Tafeltennisliga vzw heeft een duidelijke visie die de topsportloopbaan van jong talent tot internationale topspeler bevat. 105

248 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschool ligt op het behalen van minimaal het A-klassement tot maximaal het behalen van een top 4 plaats op de Europese ranglijst bij de junioren op 18 jarige leeftijd. Deze finaliteit is een tussentijdse doelstelling op de ontwikkelingslijn richting het behalen van de finaliteit van de topsportwerking, namelijk een plaats in de top 50 van de wereldranking bij de senioren. 3. Omvang van de instroom In de laatste 2 schooljaren ( en ) was er geen instroom in de topsportschool. De Vlaamse Tafeltennisliga vzw geeft aan dat er in deze lichtingen te weinig potentieel voorhanden was die een voldoende kwalitatieve basis had om in te stromen. De federatie verkiest kwaliteit boven kwantiteit bij een instroom in de topsportschoolwerking. De federatie beseft dat het een werkpunt is om de instroom via de pool van Jeugdtrainers Topsport of via de provinciale werkingen te blijven verzekeren. Voor het schooljaar heeft de federatie 1 speelster die instroomt en voor het schooljaar zullen er minimum 3 spelers instromen met internationaal potentieel. Deze jongeren scoren voor het ogenblik al internationaal in de -12 categorie en hebben veel potentieel voor de internationale top. De kwaliteit van instroom wordt getest door enerzijds de feedback van de provinciale trainers en de Jeugdtrainer(s) Topsport en anderzijds door de kandidaat-instromers uit te nodigen voor testtrainingen en informatiemomenten in de topsportschool van Leuven. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Gezien het feit dat tafeltennis een vroeginitiatie- en een laatspecialisatiesport is en gezien het feit dat een trainingsvolume van minstens 15 uur per week dient gepresteerd te worden, is een topsportschoolwerking vanaf de eerste graad noodzakelijk. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Marc Closset heeft een jarenlange expertise opgebouwd, en is momenteel ook aangesteld als coach van het nationale damesteam. Hij wordt jaarlijks ook gevraagd om de coaching te verzorgen op de World Cadet Challenge, waar een Europees team het opneemt tegen een Aziatisch team. Carlo Agnello heeft zijn expertise opgebouwd als coach van Laurens Devos bij de paralympische internationale tornooien en als U12-trainer in Vlaanderen. Tom Dieussaert heeft ook een jarenlange expertise enerzijds als kinesist en anderzijds als trainer A tafeltennis. Hij verzorgt de fysieke begeleiding van zowel de leerlingen/topsporters als van het uitstroomproject. 106

249 Ellen Schouppe verzorgt de mentale begeleiding van de tafeltennissers sinds Bart Vermoesen is sinds 1999 technisch directeur van topsport tafeltennis en is ook coach geweest van Robin Devos, Cedric Nuytinck en het nationale herenteam. Bart Vermoesen leidt het ganse project van de Vlaamse Tafeltennisliga vzw. De Vlaamse Tafeltennisliga vzw geeft aan dat de trainers meer dan 100 nachten weg van huis zijn en dat dit voor de trainers/lesgevers een zware belasting is op hun werking. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Het trainingscentrum van de Vlaamse Tafeltennisliga vzw is gesitueerd in Leuven. De federatie stelt een dossier op om een nieuwe tafeltennishal (met bijhorende kantoren voor de administratie), eventueel in samenwerking met een andere slagsportfederatie te bouwen, grenzend aan de huidige topsportschool, om zo de topsportwerking te kunnen optimaliseren. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport In de topsportschool van Leuven wordt dit gerealiseerd. De school, het internaat en de trainingsfaciliteiten zijn op dezelfde plaats gelokaliseerd. De communicatie tussen de technisch directeur en de topsportschoolcoördinator verloopt vlot, net als de samenwerking tussen de federatie en het internaat. Op schools vlak geeft de Vlaamse Tafeltennisliga vzw aan dat, gezien de vele afwezigheden van de tafeltennissers, een groter aanbod aan e-learning pakketten beschikbaar dient te zijn. Op deze manier kunnen de leerlingen/topsporters nog beter ondersteund worden tijdens hun afwezigheid. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool is noodzakelijk in de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Tafeltennis is een vroeginitiatiesport, waar een high potential op 12 jarige leeftijd reeds een voldoende groot trainingsvolume dient af te werken om de aansluiting naar de internationale top te kunnen maken. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool ligt op het behalen van minimaal het A-klassement tot maximaal het behalen van een top 4 plaats op de Europese ranglijst bij de junioren op 18-jarige leeftijd. De finaliteit van de topsportwerking is het bereiken van de top 50 op de wereldranglijst. Dit geldt zowel voor de dames als voor de heren. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie in de drie graden van het secundair onderwijs is noodzakelijk. 107

250 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Gezien de huidige goede samenwerking tussen de topsportschoolcoördinator, het internaat en de federatie is de topsportschool van Leuven de optimale locatie. Indien een slagsportenhal kan worden gerealiseerd op de locatie van een topsportschool, zal een ideale trainingssituatie voor tafeltennis worden gecreëerd. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. De Vlaamse Tafeltennisliga vzw dient de instroom voor de topsportschool te optimaliseren door enerzijds de kwalitatieve doorstroom vanuit de regionale trainingsgroepen te verbeteren. Anderzijds dient de federatie de clubwerking zoveel mogelijk te professionaliseren. 2. De Vlaamse Tafeltennisliga vzw dient na te gaan of een nieuwe trainingsaccomodatie op de locatie van een topsportschool haalbaar is, zowel op financieel als op logistiek vlak. 108

251 Tennis Historiek De historiek van de topsportschool tennis gaat verder terug dan deze van de officieel erkende Vlaamse topsportscholen. Tennis Vlaanderen vzw participeert dan ook van bij de aanvang van dit project in een topsportschool en werkte hiervoor aanvankelijk samen met het Koninklijk Atheneum in Mortsel. Toen in 2004 de mogelijkheid werd gecreëerd om te starten in de basisschool werd een werking opgestart in de basisschool van Edegem en de middenschool van het GO! in Mortsel. Op 1 september 2007 verhuisde de tweede en derde graad naar de nieuwe campus van het Leonardo Lyceum in Wilrijk. De leslokalen bevinden zich nu op wandelafstand van het Topsportcentrum Tennis Vlaanderen waar alle tennis- en fysieke trainingen doorgaan. Tennis Vlaanderen vzw is (samen met de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw) in het schooljaar ingestapt in het pilootproject van het flexibel leertraject buiten de topsportschool (topsportstatuut F). Het flexibel leertraject buiten de topsportschool voor tennis is opengesteld voor leerlingen van de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs, die (1) voldoen aan de selectiecriteria van Tennis Vlaanderen vzw (en goedgekeurd door de gemengde selectiecommissie van het Topsportconvenant), (2) voldoen aan de omkaderingsvoorwaarden opgelegd door Tennis Vlaanderen vzw en (3) een schriftelijke bevestiging van de klassenraad of directie van de betrokken school krijgen met daarin de vrijstellingen voor het volgen van sportspecifieke trainingen tijdens de lesuren. In het schooljaar hadden 10 leerlingen een topsportstatuut F. Het daaropvolgende schooljaar ( ) waren dit er 12. In het huidige schooljaar ( ) hebben 17 leerlingen een topsportstatuut F. In de drie schooljaren zijn er enkel topsportstatuten F uitgereikt in de eerste en de tweede graad van het secundair onderwijs. Deze leerlingen volgen regelmatig stages in het topsportcentrum Tennis Vlaanderen en trainen daar minstens éénmaal per week. 109

252 2e en 3e graad 1e graad Basisonderwijs Onbekend Onbekend Basisonderwijs e graad e en 3e graad In het verleden hebben al verschillende bekende namen school gelopen aan de topsportschool tennis, waaronder bvb. Kim en Elke Clijsters, Kirsten Flipkens en Kristof Vliegen. Yanina Wickmayer beschikte in het verleden over een topsportstatuut buiten de topsportschool, evenwel zonder haar secundaire studies te vervolmaken. Ook Alison Van Uytvanck beschikte over een topsportstatuut buiten de topsportschool en maakte haar middelbare studies wel af. Kimmer Coppejans heeft enkele jaren school gelopen in de topsportschool, maar maakte zijn middelbare studies af via de centrale examencommissie. Enkele alumni van de topsportschool timmeren op dit moment nog aan de weg naar de top, waaronder An-Sophie Mestach (WTA 98) en Joris Deloore (ATP 299). 110

253 Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar zijn 9 leerlingen/topsporters (dd ) ingeschreven aan de topsportschool Wilrijk. 17 leerlingen/topsporters hebben een topsportstatuut buiten de topsportschool (topsportstatuut F). De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Geen topsportschool Totaal 1e graad M V M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 3,50 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool tennis gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Carl Van Capellen, Niels Van den Steen, Bart De Keersmaeker, Robin D Hoe en Bertrand Tinck binnen dit quotum gesubsidieerd. 111

254 Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Momenteel werkt Tennis Vlaanderen vzw op het niveau van het basisonderwijs samen met de clubs. De federatie vraagt statuten topsportbelofte aan voor de kinderen die opgenomen zijn in het Kids Development Team (KDT) project, waarmee zij kunnen inschrijven in een basisschool. De topsportbeloften komen minstens twee keer per week trainen in het topsportcentrum Tennis Vlaanderen in Wilrijk. Daarenboven heeft Tennis Vlaanderen vzw een Junior Development Team (JDT), dat bestaat uit leerlingen met of zonder een topsportstatuut, maar die voldoen aan de (minder strenge) normen van Tennis Vlaanderen. Het JDT-project biedt overkoepelende trainingen en stages aan voor tennissers in het secundair onderwijs. Via het Kids Development Team, het Junior Development Team en het flexibel leertraject buiten de topsportschool laat Tennis Vlaanderen vzw de opleiding van jonge tennissers over aan de tennisclubs, in nauwe samenwerking met de federatie. Op die manier kan Tennis Vlaanderen in haar topsportcentrum de focus leggen op de begeleiding van de elitesporters en de beloftevolle jongeren. De uitstroom van de topsportschool kan in het (gecentraliseerde) topsportcentrum Tennis Vlaanderen verder werken aan de uitbouw van hun carrière onder leiding van de Davis Cup kapitein Johan Vanherck (head coach mannenzuil) en Fed Cup kapitein Ann Devries (head coach vrouwenzuil), deels via een Tennis Vlaanderen vzw ondersteuning en deels via een Be Gold-ondersteuning. De kennis van de best practices wordt gedeeld met de topsportclubs, gezien het feit dat de clubtrainer het aanspreekpunt is voor de federatie. Tennis Vlaanderen vzw zal haar visie voor de komende Olympiade ( ) in de loop van 2016 publiceren. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau In de basisschool en in de eerste graad worden de selectiecriteria gekoppeld aan vaardigheden en nationale resultaten. Vanaf de tweede en derde graad worden de criteria meer gekoppeld aan internationale resultaten die gebaseerd zijn op de ontwikkelingslijnen. Die ontwikkelingslijnen zijn gericht naar het behalen van de finaliteit van de topsport(school)werking. De selectiecriteria zijn gebaseerd op retro- en prospectieve onderzoeken. 112

255 Er is quasi met alle spelers van het Kids Development Team en het Junior Development Team een permanente evaluatie. De leerlingen/topsporters in de topsportschool hebben vaste evaluatiemomenten gedurende het schooljaar. De topsportschoolfinaliteit ligt op het behalen van een top 64 plaats op de ITF junior wereldranking, of het behalen van een top 1000 ATP (heren) of een top 600 WTA (dames) ranking. De finaliteit van de topsportwerking ligt op het behalen van een top 64 plaats op de WTA ranking (dames) en een top 100 plaats op de ATP ranking (heren). 3. Omvang van de instroom Tennis Vlaanderen vzw heeft in het schooljaar leerlingen met een topsportbeloftestatuut. Tennis Vlaanderen vzw maakt de keuze om te kiezen voor een kwalitatieve instroom van high potentials in het topsportcentrum, eerder dan voor een kwantatieve instroom van een gemiddeld niveau. Wanneer het voor een tennisser wegens uitzonderlijke omstandigheden beter is om buiten de topsportschool te ontwikkelen, dan zal deze keuze gemaakt worden via het flexibel leertraject buiten de topsportschool, mits de speler, de clubtrainer en werking voldoen aan de omkaderingsvoorwaarden van Tennis Vlaanderen vzw. De sturing van het ontwikkelingsprogramma gebeurt steeds via Tennis Vlaanderen vzw. Omwille van het feit dat de accommodatie van het topsportcentrum zeer druk bezet is en omwille van de drempel om van huis weg te zijn, maakt de federatie de keuze om de eerstegraadsleerlingen vooral te ondersteunen via het flexibel leertraject buiten de topsportschool. Eens de leerlingen/topsporters in de tweede (meisjes)/derde (jongens) graad zitten, dienen de leerlingen/topsporters zo veel mogelijk in te stromen in de topsportschoolwerking. Tennis Vlaanderen vzw zal de onderbouwwerking via het Kids Development Team verder blijven ontwikkelen, zodat er voldoende talenten kunnen ontwikkelen. Hiervoor gebeurt een coach the coach werking, waarbij de federatie de clubwerking en de clubtrainers begeleidt en sterker tracht te maken. De scouting, de competitiewerking en sturing is voor Tennis Vlaanderen vzw een zeer belangrijke bouwsteen van een succesvolle topsportwerking. 113

256 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen Tennis is een vroegoriëntatie-, maar een laatspecialisatiesport. Dit maakt dat de federatie tennissers over een lange periode dient te begeleiden. Tennis Vlaanderen voorziet een ondersteuning tussen 8 en 23 jaar. Een topsportschoolwerking is voor de federatie essentieel omdat tennisspelers op jonge leeftijd reeds een aanzienlijk trainingsvolume moeten afwerken. De combinatie tussen schoollopen en trainen in een topsportschool is hiervoor de ideale oplossing. Tennis is een individuele mondiale sport. Het traject naar de top 100 (heren)/top 64 (dames) bij de senioren loopt voor elk individu zeer verschillend. Tennis Vlanderen vzw geeft daarom aan dat er op maat dient gewerkt te worden en een goed overleg dient te gebeuren met de school om de nodige flexibiliteiten te kunnen verkrijgen. In de topsportschool van Antwerpen kan de nodige flexibiliteit voor de federatie voorzien worden. Daarnaast is er voor tennis een multidisciplinaire begeleiding noodzakelijk en moeten deze experten kunnen gecentraliseerd worden met het oog op de optimale ontwikkeling van de tennisspeler. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Tennis Vlaanderen vzw heeft de laatste 8 jaar met Johan Vanherck en Ann Devries, respectievelijk als head coaches van de mannen- en de vrouwenzuil, een continue werking kunnen aanbieden. Er is een groot verloop in de trainers van de boven- en onderbouw, maar via de headcoaches tracht de federatie toch een continuïteit in de topsportvisie te garanderen. De beoordeling van de (kandidaat-) leerlingen/topsporters gebeurt steeds door een team van lesgevers en door de topsportcommissie tennis. De mening van de experttrainers is hierin essentieel. De workload van de trainers van het topsportcentrum is vrij hoog door het 1-op-1 werk met verschillende spelers, de opvolging van het multidisciplinaire werk en alle voorbereidingen. Daarnaast staan de trainers van het topsportcentrum in voor het doorgeven van de kennis aan de clubtrainers via het coach the coach project en via bijscholingen/kaderdagen. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur Het trainingscentrum voor de topsportschool is het topsportcentrum Tennis Vlaanderen. Qua infrastructuur kunnen alle leerlingen van de topsportschool, beloftevolle jongeren en elite hier trainen, maar de accommodatie is ontoereikend om ook de onder- en zijbouw op een gecentraliseerde plaats structureel te kunnen laten trainen. Het 114

257 samenbrengen van de talentvolle tennissers per leeftijdscategorie is op het aantal indoortennisbanen (i.c. 5 hardcourt terreinen) vaak vrij moeilijk. Het conditioneel trainingscentrum werd kwalitatief en kwantitatief uitgebouwd (door de bouw van een extra conditiehal). In de volgende fase is er voor de federatie nood aan een professionalisering via analyse- en opvolgingssoftware. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport De samenwerking met het internaat verloopt zeer goed, maar er is voor Tennis Vlaanderen vzw een noodzaak aan slaapmogelijkheden tijdens de vakantieweken. Tijdens de vakantieweken moeten alle spelers naar het topsportcentrum om te trainen, spelen ze vaak nationale wedstrijden en dienen ze thuis te overnachten. Zelfs met de relatief korte afstanden in Vlaanderen, is dit voor de federatie en de topsporters een verre van ideale situatie. De federatie dient hier zelf steeds initiatief te nemen en mogelijkheden te bespreken om dergelijke mogelijkheden te realiseren. De uitbouw van de topsportschool op schools vlak biedt voor de federatie een ideale omgeving om topsport en studie te combineren. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool is noodzakelijk gezien tennis een vroegoriëntatie-, maar laatspecialisatiesport is. De structuur van de topsportschool of het flexibel leertraject buiten de topsportschool zorgt ervoor dat het nodige trainingsvolume op relatief jonge leeftijd kan bereikt worden, in combinatie met een schoolse opleiding. Tennis Vlaanderen vzw dient ervoor te waken dat het flexibel leertraject een duidelijke meerwaarde kan bieden voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking en dat dit leertraject slechts in uitzonderlijke gevallen op latere leeftijd (tweede en derde graad) dient toegepast te worden. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De topsportschoolfinaliteit voor de Vlaamse Overheid ligt in het behalen van een top 32 plaats op de ITF junior wereldranking. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie in de drie graden van het secundair onderwijs (via de topsportschool en het flexibel leertraject buiten de topsportschool) en in het basisonderwijs zijn noodzakelijk. 115

258 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool in Antwerpen is de meest logische keuze, vermits het topsportcentrum op 100 meter van de topsportschool is gelokaliseerd. Tennis Vlaanderen vzw dient haar elite en beloftenwerking zo veel mogelijk op èèn locatie te blijven centraliseren. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt in dit verband geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. Tennis Vlaanderen vzw dient enerzijds ervoor te waken dat het flexibel leertraject een duidelijke meerwaarde kan bieden voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking en anderzijds ervoor te zorgen dat, via het flexibel leertraject, de samenwerking met de topsportclubs/toptennisscholen nog verbeterd wordt om zodoende zo veel mogelijk high potentials via de federatiewerking te kunnen ondersteunen. 2. Consolideren van de huidige werking. 116

259 PLOEGSPORTEN Basketbal Historiek In startte de Koninklijke Belgische Basketbal Bond een topsportschoolwerking op in het Stedelijk Handelsinstituut te Merksem. Bij de splitsing van deze sportfederatie in een Vlaamse en Waalse vleugel in 2001 werd deze werking overgenomen door de Vlaamse Basketballiga vzw. In het schooljaar breidde de Vlaamse Basketballiga vzw haar werking uit naar de middenscholen van Brugge en Merksem. In het schooljaar werd een bijkomende werking opgestart in de middenschool Lyceum 3 in Hasselt gedurende 1 schooljaar. De middenschool van Merksem verhuisde naar Mortsel. Vanaf het schooljaar maakte de Vlaamse Basketballiga vzw de overstap van het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem naar het Koninklijk Atheneum Redingenhof in Leuven. Vanaf 1 september 2007 werd een middenschool topsport basketbal ingericht in Gent. De middenschool van Gent werd uitgedoofd in het schooljaar Eind april besliste de Vlaamse Basketballiga vzw de topsportschoolwerking te verhuizen van Leuven naar Antwerpen vanaf het schooljaar Het aantal leerlingen/topsporters steeg doorheen de jaren van 12 bij opstart in het schooljaar naar een piek van 89 leerlingen met een topsportstatuut in het schooljaar In het huidige schooljaar ( ) werden er 50 topsportstatuten basketbal toegekend. 2e en 3e graad 1e graad Onbekend Onbekend 16 1e graad e en 3e graad

260 De Belgian Lions behaalden in 2013 een 9 e plaats en in 2015 een 13 e plaats op het Europees kampioenschap. De Belgian Cats konden zich niet plaatsen voor de Europees kampioenschappen. Bij de beloften behaalden het U20 herenteam in 2015 een 8 e plaats op het Europees kampioenschap. Het beloftenteam bij de dames (U20) haalde een 11 e plaats in Ook in 2015 behaalde het U19 damesteam een 6 e plaats op het wereldkampioenschap in Rusland. De U18 heren behaalden in 2015 de 25 e plaats op het Europees kampioenschap. De U18 dames haalden de 7 e plaats. Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar zijn er 50 leerlingen/topsporters (dd ) basketbal ingeschreven aan een Vlaamse topsportschool. Daarvan zijn er 11 ingeschreven aan de middenschool van het Koninklijk Technisch Atheneum van Brugge en 39 aan de middenschool en het Koninklijk Atheneum Redingenhof te Leuven. 118

261 De verdeling per school, per geslacht en per leerjaar is als volgt: Brugge Leuven Totaal 1e graad M V M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 4,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool basketbal gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Olivier Foucart, Daphne Van Dessel, Ly Hamady, Arvid Diels en Pieter Pas binnen dit quotum gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Het instroomproject van de topsportschool werd in 2014 bijgestuurd. In het verleden werd de talentdetectie vooral vanuit de provinciale werking gestuurd. In de huidige talentdetectie wordt alle detectie gecentraliseerd en dit binnen de pool van Jeugdtrainers Topsport. De gecentraliseerde talentdetectie dient nog verder uitgebouwd te worden. De Vlaamse Basketballiga vzw heeft een volledig beeld van de pool van jeugdspelers, waardoor de beste spelers gedetecteerd kunnen worden. De populatie van spelers blijft vrij stabiel tussen 12 en 18-jarige leeftijd. In het schooljaar is er nog een middenschoolwerking in Brugge en Leuven. In Leuven is ook de topsportschool (voor de tweede en derde graad) gevestigd. De federatie kan met de topsportschool een meerwaarde bieden ten opzichte van de (professionele) basketbalclubs door binnen de U16 kern met voldoende spelers en trainers van degelijk niveau te werken en door een correct trainingsvolume aan te bieden die de spelers in staat stelt de langetermijndoelstelling te behalen. De federatie kan daarnaast ook meer continuïteit in de jeugdopleiding bieden dan de gemiddelde basketbalclub. 119

262 Het uitstroomproject bij de jongens (Academy) werd na de aanbevelingen in 2010 opgestart, maar dient geheroriënteerd te worden naar een werking off-season, in een samenwerking met de professionele clubs. Het uitstroomproject bij de meisjes is een ad hoc-project (Eurocup Young Cats), aanvullend op de trainingen van de niet-professionele clubs. Een opstart van een parallelle damesacademy in het off-season is hier een noodzaak. Voor beide uitstroomprojecten kunnen de FIBA-windows (waarin de seniorenploegen actief zijn tijdens het seizoen) gebruikt worden om toch een in-season activiteit te organiseren. Heren kunnen uitstromen naar een professioneel circuit. Op dit moment spelen 21 alumni van de topsportscholen in de Scooore League (1 e nationale heren). Er is ook een doorstroom vanuit de topsportschool naar een (overkoepelend) nationaal uitstroomproject +18. Hier ligt de moeilijkheid dat zowel de clubs als de makelaars een grote beïnvloedende factor zijn op de werking van het project. Ook dames kunnen uitstromen naar semiprofessionele clubs in eerste nationale afdeling. Dit kan een overbrugging zijn tussen de topsportschool en het professionele circuit. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau De finaliteit van de topsportschoolwerking voor de dames is het vormen van kernspeelsters in de 1 e nationale afdeling bij uitstroom uit de topsportschool. Bij de heren is dit het vormen van een kernspeler in de 2 e nationale afdeling bij uitstroom uit de topsportschool. De finaliteit van de topsportwerking is het vormen van kernspelers bij de nationale ploeg senioren (Belgian Cats en Belgian Lions), die als minimale resultaatsdoelstelling het behalen van een top 8 plaats op het Europees kampioenschap heeft. De selectiecriteria voor de topsportschool worden jaarlijks herbekeken en bijgestuurd indien nodig. In het schooljaar werd de instroom en doorstroom in de topsportschool gekwoteerd op basketbalspecifieke testen, fysieke testen, lichaamspredictie (vanaf de tweede graad) en mentale vaardigheden. 3. Omvang van de instroom De omvang van de instroom is zeer afhankelijk van generatie tot generatie. Doorgaans vindt de breedste instroom in de tweede graad plaats, waarbij de instroom in de eerste graad voor de federatie als aanvullend kan aanzien worden. Doorgaans is op de detectieleeftijd (i.c jaar) zowel de omvang als de kwaliteit van de instroom correct. 120

263 In de eerste graad blijkt de drempel voor instroom nog vaak groot te zijn, volgens de Vlaamse Basketballiga vzw. Het internaat en de persoonlijke leefomgeving zijn grote drempels voor instap in de eerste graad. De Vlaamse Basketballiga vzw geeft aan dat zij de high potentials bij de jongens kan laten instromen in de topsportschool. Er is wel een concurrentie met bepaalde professionele clubs, om de high potentials te laten instromen. Bij de meisjes is er sowieso geen probleem voor de instroom. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen De middenschool op de locatie van de topsportschool (tweede en derde graad) is volgens de Vlaamse Basketballiga vzw noodzakelijk om een vlotte instroom te faciliteren. Daarenboven geeft het de mogelijkheid om uitzonderingen (i.c. leerlingen die één of meerdere jaren achter op studietraject zitten) toch te laten instromen in de topsportschool. In de tweede graad van de topsportschool wordt de basis gelegd in trainingsvolume en manier van werken. Bovendien is dit de leeftijd waarin de clubwerking in vele gevallen ontoereikend is, zowel qua structuur in de club als qua trainingsvolume. In de derde graad is een continuering van het trainingsprogramma noodzakelijk, wel met de noot dat de samenwerking met de diverse clubs een groter gewicht krijgt. Vaak trainen de leerlingen/topsporters van de derde graad s avonds mee met de clubs. In de overdagtrainingen krijgt de individuele approach meer de doorslag. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De lesgevers van de topsportschool zijn betrokken bij de instroom/talentdetectie en de nationale ploegwerking (zowel bij de jeugd als bij de senioren). De workload van de trainers van de topsportschool dient geoptimaliseerd te worden. De grootste issue is de competiviteit met het clubniveau (vaak hebben de trainers in de topsportschool ook nog een job als coach in de club). De werking binnen de federatie geeft wel meer werkzekerheid en gegarandeerde continuïteit ten opzichte van een club. De federatie geeft aan dat er momenteel weinig trainers binnen het damesbasket rondlopen, die in aanmerking kunnen komen als trainer in de topsportschool. De federatie dient hiervoor de mogelijkheden te bekijken voor een alternatief opleidingstraject. 121

264 De Vlaamse Basketballiga vzw geeft aan dat het trainer A-diploma geen drempel is om high potential trainers binnen basket aan te trekken, maar dat de subsidiëringsvereisten van een pedagogisch diploma heel wat capabele trainers niet doet instappen. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur In het schooljaar is de ideale trainingsinfrastructuur niet voorhanden. Er is een verbetering ten opzichte van de voorbije schooljaren in Leuven, maar de uitdaging naar een verdere optimalisatie blijft een dagelijkse bezorgdheid. De topsportschool basketbal traint momenteel in de sporthal van de hogeschool Heilig- Hart in Heverlee en op de basketterreinen van het K.A. Redingenhof in Leuven. In april 2016 besliste de federatie definitief om de topsportschoolwerking te verhuizen van Leuven naar Antwerpen, met ingang vanaf 1 september Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport De huidige samenwerking met het internaat van Leuven is positief geëvolueerd. Er is een nauw overleg met de internaatsbeheerder. Het gemis aan een exclusieve topsportsetting in de topsportschool en het internaat is voor de Vlaamse Basketballiga vzw een minpunt. Niet alle actoren rondom de leerlingen/topsporters zijn even topsportminded, waardoor soms strubbelingen ontstaan in de dagelijkse werking tussen de federatie, leerlingen/topsporters en/of school/internaat. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Vermits de professionele clubwerking op jonge leeftijd nog onvoldoende is uitgebouwd (te weinig structureel jeugdbeleid en een te klein trainingsvolume op leeftijd van U16 en U18) is een topsportschool basketbal noodzakelijk. De Vlaamse Basketballiga vzw dient haar meerwaarde vooral via individuele trainingsbegeleiding te bereiken, in combinatie met de collectieve clubwerking in bepaalde leeftijdscategorieën. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit van de topsportschool is het vormen van kernspeelsters bij teams uit 1 e nationale afdeling bij de dames en het vormen van kernspelers bij teams uit 2 e nationale afdeling bij de heren, die potentieel hebben om deel uit te maken van de ruime kern van de nationale seniorenploegen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? De vraag kan gesteld worden of de middenschool van Brugge een meerwaarde biedt voor de doorstroom naar de tweede en de derde graad van de topsportschool. Bij de dames is de kans veel groter dat een doorstroom naar de tweede graad zal plaatsvinden, 122

265 terwijl bij de jongens van de eerste graad een doorstroom naar een professionele clubwerking in de buurt vaak de voorkeur krijgt. Eén middenschool op de locatie van de tweede en derde graad van de topsportschool dient behouden te blijven. Een topsportschool in de tweede graad is noodzakelijk, omdat de topsportschoolwerking een duidelijke meerwaarde kan bieden door het implementeren van meer individuele trainingen en accenten. In de derde graad dient de Vlaamse Basketballiga vzw een structurele samenwerking met de (professionele) clubs uit te bouwen, waardoor elke leerling/topsporter s avonds met de club kan meetrainen, op het niveau van (minstens) 2 e nationale bij de heren en 1 e nationale bij de dames.. In principe zou het niveau van een leerling/topsporter in de derde graad voldoende hoog moeten zijn om te kunnen deelnemen aan de trainingen van minstens een ploeg die deelneemt aan de competitie in tweede nationale afdeling (bij de dames eerste nationale afdeling). De individuele ochtendtrainingen dienen in de topsportschool te gebeuren, terwijl de collectieve avondtrainingen structureel in de verschillende clubs plaatsvinden. Een goede communicatie met alle clubs is hier van essentieel belang. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De Vlaamse Basketballiga vzw dient haar topsportschoolwerking zo veel mogelijk te centraliseren, in de graden waarin zij een topsportschoolwerking inricht. Indien een extra locatie (voor de middenschool) wordt ingericht, dient de federatie dit vooral vanuit een inhoudelijke basis te motiveren, waaruit een duidelijke doorstroomvisie naar de tweede en de derde graad van de topsportschool blijkt. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? De topsportschool is zowel voor jongens als voor meisjes noodzakelijk. Bij de jongens dient er een structurele samenwerking met de clubs vanaf de derde graad op poten te worden gezet, zodat de grootste talenten instromen in de topsportschoolwerking. 123

266 Beleidsaanbeveling 1. De middenschool (op een andere locatie dan de topsportschool) dient een kwalitatieve doorstroom te genereren van zowel jongens als meisjes naar de tweede en derde graad van de topsportschool; 2. In de derde graad van de topsportschool (jongens) dient de Vlaamse Basketballiga vzw een structurele samenwerking met de clubs uit te bouwen, waarbij alle leerlingen/topsporters in de derde graad individuele overdagtrainingen in de topsportschool krijgen, in combinatie met de collectieve avondtrainingen in de clubs (die minstens op het niveau van 2 e nationale afdeling spelen bij de heren en op het niveau van 1 e nationale afdeling spelen bij de dames). Voor elke leerling/topsporter dient een individueel programma opgesteld te worden in functie van zijn/haar ontwikkelingslijn; 3. Het opzetten van een structureel beloftenproject voor de dames is noodzakelijk voor de opvang van beloftevolle jongeren na de topsportschool. 124

267 Voetbal Historiek De Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) startte haar werking in het schooljaar in vier verschillende topsportscholen, namelijk het Sint-Jan Berchmanscollege in Genk, het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem, het Don Bosco College in Zwijnaarde en het Vrij Instituut LO Ter Borcht in Meulebeke. In het schooljaar startte de KBVB bijkomend een werking op in het Koninklijk Atheneum Redingenhof in Leuven. Op 1 september 2002 ging de opleiding topsport voetbal ook van start in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan van Gent. Don Bosco Zwijnaarde stopte met de topsportschool op 1 september Op 1 september 2004 verhuisde de werking in het Vrij Instituut LO Ter Borcht in Meulebeke naar het Koninklijk Technisch Atheneum in Brugge. Vanaf 1 juli 2009 is de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw erkend als Vlaamse topsportfederatie en is zij verantwoordelijk voor de werking van de Vlaamse topsportscholen. Vanaf het schooljaar werd een werking in de middenscholen opgestart, maar deze werd door de aanbeveling van de evaluatie van de topsportscholen in 2010 uitgedoofd in het schooljaar Alle topsportscholen voetbal (Antwerpen, Brugge, Genk, Gent en Leuven) organiseren een topsportvoorbereidend traject in de middenschool door de optie voetbal aan te bieden. In startte de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw een gecentraliseerde werking voor de meisjes op in de topsportschool van Leuven, in samenwerking met de Koninklijke Belgische Voetbalbond. De leerlingen/topsporters voetbal bij de meisjes krijgen een aanvullend aanbod topsporttrainingen in de avond en op woensdagnamiddag. Nog in het schooljaar stapte de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw in in het flexibel leertraject buiten de topsportschool. De federatie vraagt topsportstatuten F aan voor leerlingen die deel uitmaken van de ruime kern van de nationale ploeg (van hun leeftijd), meetrainen bij de A-kern of B-kern van de eersteklasse ploeg en in de derde graad van het secundair onderwijs les volgen buiten de topsportschool. Bijkomende voorwaarden voor instap in het flexibel leertraject zijn het volgen van een afwijkende studierichting (t.o.v. de topsportstudierichtingen) of een moeilijk woon-school-clubverkeer. In de voorbije 2 schooljaren werden enkel flexibele leertrajecten buiten de topsportschool toegekend aan spelers van Club Brugge F.C. en R.S.C. Anderlecht. Het aantal ingeschreven leerlingen/topsporters voetbal steeg spectaculair van 62 in het schooljaar tot 375 bij aanvang van het schooljaar Bij aanvang van het huidige schooljaar ( ) werden 243 topsportstatuten aangevraagd. Deze daling komt enerzijds door het feit dat vanaf het schooljaar geen topsportstatuten voor leerlingen 125

268 in de middenschool meer aangevraagd werden en anderzijds dat de federatie geen topsportstatuten meer aanvraagt voor leerlingen die niet wensen in te stromen in de topsportschool e en 3e graad 1e graad Onbekend Onbekend e graad e en 3e graad De topsportscholen voetbal leverden al verschillende topvoetballers af. Zo studeerden Steven Defour, Kevin De Bruyne en Thibault Courtois af aan het Sint-Jan Berghmanscollege in Genk. Andere geselecteerden voor de nationale ploeg, die (anno maart 2016) de eerste plaats op de wereldranglijst van de FIFA bekleedt, zijn Moussa Dembele, Radja Nainggolan, Matz Sels (TSS Antwerpen), Yannick Ferrera-Carrasco, Divock Origi (TSS Genk), Dries Mertens en Sven Kums (TSS Leuven). In de huidige beloftenkern (U21) zijn Laurens De Bock (TSS Gent), Thomas Kaminsky (TSS Gent en Antwerpen), Brandon Mechele, Bjorn Engels (TSS Brugge), Dennis Praet (TSS Genk) vaste waarden. De nationale ploeg U17 behaalde in 2015 een bronzen medaille op het wereldkampioenschap in Chili. In datzelfde jaar behaalden ze een vierde plaats op het EK in Bulgarije. Het merendeel van de Vlaamse kernspelers volgt les in de topsportschool voetbal of maakt gebruik van het flexibel leertraject buiten de topsportschool. 126

269 Huidige situatie (schooljaar ) Bij aanvang van het schooljaar zijn 224 leerlingen/topsporters voetbal (dd ) ingeschreven aan de vijf topsportscholen voetbal. 8 leerlingen volgen een flexibel leertraject buiten de topsportschool. De verdeling per school, per leerjaar en per geslacht is als volgt: Antwerpen Brugge Gent Genk 2e graad M V M V M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar e leerjaar Totaal Leuven Geen topsportschool Totaal 2e graad M V M V M V 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar e leerjaar Totaal

270 De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 4,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool voetbal gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Koen Boghe, Hendrik Brulmans, Stijn Claeys, Sven Cnudde Gertjan Joseph, Tom Daems, Bjorn De Neve, Benni Geerts, Niki De Cock, Anne Noë, Marc Noë, Gilbert Roex, David Sannen, Arno Van den Abbeel, Dennis Henderickx, Franky Vandendriessche, Steven De Jaegher, Chris Van Puyvelde (tot 1 april 2016), Jelle Coen (vanaf 11 april 2016), Bart Van Renterghem en Luk Verstraeten binnen dit quotum gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject Voorafgaand aan de instroom voor de topsportschool worden de kandidaat-instromers persoonlijk bericht tijdens alle activiteiten die door de federatie georganiseerd worden, zijnde het detectietornooi U14 (voor Elite 1 en 2 spelers), alsook de provinciale einddetectiedagen (voor alle provinciale en interprovinciale spelers). De clubs worden geïnformeerd op infoavonden, centrale meetings en/of via E-kickoff. In de topsportschool is er een samenwerking tussen de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw, die de individuele trainingen (overdag) verzorgt en de voetbalclubs, die de collectieve trainingen ( s avonds) voor hun rekening nemen. Leerlingen die kunnen meetrainen met de A-kern of B-kern van een eersteklasseclub kunnen een aanvraag indienen om deel te nemen aan de overdagtrainingen van de club. Op deze manier wordt de meest krachtige leeromgeving aangeboden voor de specifieke leerling/topsporter. De dames van de derde graad in de topsportschool van Leuven trainen in een gecentraliseerde werking en hebben zowel individuele als collectieve trainingen in de topsportschool (overdag en s avonds). Enkel op donderdag, vrijdag en/of zaterdag nemen de speelsters deel aan de avondtrainingen en wedstrijden op de club. Er is een zeer groot verschil in de financiële verdiensten tussen de uitstroom bij de heren en bij de dames. Een gemiddeld loon (op top van de carrière) in de Jupiler Pro League is ongeveer , terwijl bij de dames in de Belgische Superliga maximaal een semiprofcontract haalbaar is. Het spreekt voor zich dat het contract van de beginnende mannelijke professionele voetballer (bij uitstroom uit de topsportschool) een stuk lager ligt. De uitstroom van de topsportschool voor de heren wordt opgevangen door de professionele clubwerking. Eens uitgestroomd uit de topsportschool, dient een high potential in staat te zijn om deel te nemen aan de trainingen van de A-kern of B-kern van een professionele club. De uitstroom van de topsportschool bij de dames wordt grotendeels opgevangen door de koepel- en vleugelfederatie. Zo biedt de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw de alumni van 128

271 de topsportschool aan om op structurele basis deel te nemen aan een aantal ochtendtrainingen in de topsportschool, zodat het trainingsvolume voor de dames groot genoeg blijft om aan de langetermijndoelstellingen te kunnen voldoen. De koepelfederatie biedt daarenboven nog een aantal ministages aan, zodat de speelsters van de nationale ploegen voldoende samen kunnen trainen. De werking Topsport kadert mede in het integraal Topsportbeleid VFV waar de ontwikkeling van de speler centraal staat en waar er vanuit een complementaire en hoog kwalitatieve benadering gewerkt wordt. De visie is gebaseerd op de zorgvuldig omlijnde en dynamische opleidingsvisie van de VFV. Alsook is er een kwalitatief kader waarbinnen het jaarplan, het weekplan, de methodiek, de communicatie, evaluatie, opleidingsdagen en stages zorgvuldig beschreven staan en gerespecteerd worden. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau Voor de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw is het traject van een topsportschoolleerling geslaagd als hij profvoetballer (profcontract bij A-kern) wordt (strategische doelstelling 10 van de KBVB : number of junior players turning pro in national or international competitions). De stap tot profvoetballer is met name een cruciale tussenstap om de ultieme finaliteit, zijnde nationale A-ploeg van België, te halen. Een exemplarische speler die aantoont dat een doorontwikkeling tot A-international niet steeds snel gebeurd, is Sven Kums (ex-tss Leuven) die tot zijn 27 jaar moest wachten voor een eerste A- selectie. Het slagen is echter ook afhankelijk van de kwaliteit van de jeugdopleiding in de club, de visie van het hoofdbestuur en de hoofdtrainer om jonge spelers te integreren in de A-kern en de verlokking tot ondertekening van een profcontract in het buitenland. Als de resultaatsdoelstellingen tegen het licht gehouden worden, werd een top 8 plaats behaald bij de A-ploeg mannen op het WK 2014 te Brazilië, werd een top 8 plaats gehaald met de dames U19 op het EK 2015 te Noorwegen en werd brons behaald met de jongens U17 op het WK 2015 te Chili, wat mooie perspectieven biedt richting toekomstige deelname heren U21 op OS, WK en EK's. Actueel liggen alle ploegen op koers voor deelname en goede prestaties op de komende EK's, WK's en OS (2020). Wat de meest actuele effectmetingen betreft, bestond ongeveer de helft van de recente selectie Rode Duivels (cf. interland Italië in november 2015), alsook de helft van de selectie WK U17 jongens uit respectievelijk ex- en huidige topsportleerlingen VFV. Voetbal is een midspecialisatie sport waarbij talent zeer complex in te schatten is. Op 14- jarige leeftijd (doorgaans instroom M03) is het een uitdaging om talent volledig sluitend en correct in te schatten. Om te kunnen instromen in de tweede graad moet aangetoond worden dat bepaalde competenties gehaald worden. Bij instroom of doorstroom naar 3e graad, waar de inschatting van talent sluitender wordt, wordt de normering deel uitmaken van de ruime kern van de nationale ploeg als maatstaf gehanteerd. De 129

272 ontwikkelingslijn wordt bewaakt door normeringen per leeftijd op te leggen en deze scherper te stellen naarmate de leerling de finaliteit nadert. De selectieprocedure omvat verschillende fases tot definitieve instroom in tweede graad. De gefaseerde procedure maakt het voor de federatie mogelijk om de speler binnen een groep gelijken (cf. zuivering naar maturiteit) één of meerdere keren door experten te laten beoordelen. De selectieprocedure werd recentelijk meer visueel gemaakt met het oog op een duidelijke en meer transparante communicatie. 3. Omvang van de instroom De gemiddelde instroom bedraagt rond de 30% van het totale leerlingenaantal. Door de piramidale structuur en de normering binnen de selectieprocedure telt het laatste jaar minder leerlingen dan het eerste jaar. Echter, binnen de screening is de kwaliteit van de instroom belangrijker dan kwantiteit. Dit blijkt ook uit de steeds variërende instroom van het aantal leerlingen per schooljaar per topsportschool. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw vertrouwt er op dat iedere leerling die de norm haalt binnen de selectieprocedure het potentieel in zich heeft om zich gunstig door te ontwikkelen. Actueel worden er nog high potentials/internationals gemist binnen het project van de topsportscholen omdat zij gelinkt zijn aan een voetbalclub waarbij transport van en naar de topsportschool een probleem vormt (cf. R.S.C. Anderlecht). Mogelijk bieden toekomstige gesprekken een oplossing teneinde het talentontwikkelingssysteem nog sluitender te maken en met alle Vlaamse high potentials binnen de topsportschoolomgeving richting de eindfinaliteit te kunnen toewerken. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen In de eerste graad wordt in elke topsportschool een voorbereidende graad georganiseerd voor leerlingen die wensen in te stappen in de topsportschool in de tweede graad. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw heeft geen nood aan de topsportwerking in de middenschool. De topsportschoolwerking is een duidelijke meerwaarde voor de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw in de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs. Zeker in de tweede graad kunnen de professionele clubs nog niet het trainingsvolume aanbieden die de topsportscholen aanbieden. In de derde graad wordt gestreefd naar een gecentraliseerde werking voor de meisjes (en op termijn zelfs in de tweede graad). De federatie kan dit echter niet opleggen, omwille van de vrijheid van onderwijskeuze, onafhankelijk van geslacht. Een leerlinge/topsporter mag kiezen uit het aanbod in de vijf topsportscholen, gezien er een gelijkaardig studieaanbod is. 130

273 De werking voor de jongens in de derde graad is verdeeld over de vijf topsportscholen, vermits er een duidelijke link met de professionele clubs in de verschillende regio s is (Club Brugge, Anderlecht, Racing Genk, AA Gent, KV Mechelen, Zulte-Waregem, ). In het schooljaar loopt een proefproject in de topsportschool van Brugge, waar de sportspecifieke trainingen voetbal in samenwerking verlopen met de trainingen en de spelers van Club Brugge F.C. Het lessenrooster van de topsportschool werd aangepast: de sportspecifieke trainingen werden verplaatst naar de namiddag, waarbij een blok van 2 trainingsuren (individuele training) onder leiding van de lesgevers van de topsportschool doorgaat, gevolgd door een half uur rust en voeding. Daarna wordt de collectieve avondtraining van de club gegeven voor de spelers van de specifieke club. Leerlingen/topsporters die bij een andere club spelen, gaan voor de avondtraining naar hun eigen club. Het proefproject loopt voor 2 schooljaren en zal door de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw geëvalueerd worden (meting t.o.v. vorige werking in Brugge en t.o.v. werking in andere topsportscholen). Op basis van de resultaten wordt een beslissing genomen om al dan niet verder te gaan met deze methodiek. In de topsportschool van Genk zal een gelijkaardig proefproject plaatsvinden vanaf het schooljaar (gedurende maximaal 2 schooljaren). 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering De sporttechnische kaderleden VFV, met name de sporttechnisch coördinator (Bob Browaeys), coördinator topsport (Joric Vandendriessche), verantwoordelijke trainersopleidingen (Barry Pauwels) en grassroots (Jonas Heuts) zijn actief als nationale jeugdtrainers binnen U15 t.e.m. U17 jongens en meisjes. De lesgevers voldoen aan hoge kwaliteitscriteria, met name minimum een Uefa A en een pedagogisch diploma bezitten. Verder zijn de lesgevers allen betrokken in het instroom- en uitstroombeleid van de federatie waar beroep gedaan wordt op hun expertise en ervaring om tot sluitende en correcte keuzes te komen. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw slaagt er in om de meeste van haar kwalitatieve lesgevers in de topsportschool voor lange termijn te binden aan de federatie. Een aantal van hen zijn nog tewerkgesteld binnen de federatie, een ander deel is verbonden aan een (professionele) clubwerking. In het algemeen kan gesteld worden dat de objectiviteit bewaard kan worden, mede door de clubonafhankelijkheid van de sporttechnische leiding binnen de federatie. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur De kwaliteit en geschiktheid van de infrastructuur verschilt van school tot school, al kenmerkt iedere school zich in een vlotte bereikbaarheid van de voetbalvelden tot de school, en zijn de terreinen en fitnessmogelijkheden topsportwaardig. Verder kan er in alle topsportscholen op kunstgras getraind worden. Voetbalfederatie Vlaanderen vzw 131

274 geeft aan dat er in bepaalde topsportscholen nog ruimte tot optimalisatie binnen dit domein en/of gunstige perspectieven op korte termijn zijn. De topsportstages gaan tot het einde van het schooljaar door in het Sportacentrum in Tongerlo. Vanaf september 2016 zal het nationaal trainingscentrum in Tubeke kunnen beschikken over een sporthotel met 120 overnachtingsplaatsen, waardoor de topsportstages vanaf dan in Tubeke zullen doorgaan. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Topsport VFV biedt een uitdaging ten aanzien van een optimaal totaalconcept. Het gegeven dat de leerling doorgaans 's avonds in de voetbalclub (op soms respectabele afstand van de school en/of thuis) traint, faciliteert een optimaal totaalconcept niet. Echter, binnen de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw wordt steeds gestreefd om in samenspraak met alle betrokken actoren, de goede keuzes te maken in functie van transport school, club, thuis en/of keuze tot internaat in het belang van het fysiek, mentaal en algemeen comfort van de leerling. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw geeft aan dat de perceptie van het studieniveau en het aanbod van de studierichtingen in de topsportschool een drempel is om in te stromen in de topsportschool. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Een topsportschool voetbal is noodzakelijk om enerzijds spelers kwalitatief op te leiden en anderzijds het trainingsvolume aan te bieden dat op die leeftijd noodzakelijk is om de langetermijndoelstellingen te kunnen behalen. 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De topsportschool heeft als doelstelling spelers op te leiden die in staat zijn om in teamverband minimaal een top 8 plaats te behalen op een EK. Als individuele doelstelling geldt het opleiden van beloftevolle jongeren tot profspeler (die een volwaardige profcarrière van 10 tot 15 jaar kunnen uitbouwen). 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Een topsportschool voetbal in de tweede graad is noodzakelijk, vermits het vereiste trainingsvolume in de clubs niet op structurele basis kan worden aangeboden. In de derde graad is een topsportschool een grote meerwaarde, op voorwaarde dat de krachtige leeromgeving voor alle leerlingen/topsporters behouden kan blijven. Het feit 132

275 dat meer en meer leerlingen/topsporters meetrainen bij de A-kern of B-kern is voor deze leerlingen een goede zaak, maar voor de leerlingen/topsporters van de derde graad die niet tot deze kernen behoren, daalt de krachtige leeromgeving, omwille van het wegvallen van de andere leerlingen uit de derde graad. Indien blijkt dat een optimaal traject bestaat uit het meetrainen met de A-kern of B-kern van een professionele club, dient de federatie stappen te ondernemen die op alle locaties van de topsportscholen een samenwerking tussen de topsportschool en de professionele club mogelijk maakt. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschoolwerking kan geconsolideerd worden op de huidige locaties, mits de federatie waakzaam blijft voor een aantal bedreigingen: - Het feit dat de meisjeswerking gecentraliseerd werd in Leuven, is voor het damesvoetbal een goede zaak. Echter, voor de jongens die schoollopen en trainen in de topsportschool van Leuven, dreigt de krachtige leeromgeving te verdwijnen, indien ze geen aangepaste prikkels krijgen; - Voor de high potentials van R.S.C. Anderlecht werd de mogelijkheid gecreëerd om een flexibel leertraject buiten de topsportschool te volgen. Echter, voor de high potentials van de tweede graad geldt deze mogelijkheid niet. De federatie dient na te gaan hoe deze high potentials kunnen genieten van de topsportschoolwerking in Gent of Leuven. In geen geval kan dit leiden tot het oprichten van een bijkomende topsportschool voetbal, noch tot een oneigenlijke toepassing van het Topsportconvenant; - In de topsportschool van Brugge (en vanaf Genk) dient gewaakt te worden over de impact van de federatie in de topsportschoolwerking. Het proefproject in samenwerking mag in geen geval er toe leiden dat de clubs de topsportvisie van de Voetbalfederatie Vlaanderen vzw naast zich neerleggen en hun eigen visie volgen. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Een topsportschool is zowel voor jongens als voor meisjes noodzakelijk. Echter, voor de meisjes is het aangewezen om de gecentraliseerde werking te behouden en verder uit te bouwen naar de tweede graad. 133

276 Beleidsaanbeveling 1. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient de gecentraliseerde werking van de meisjes te behouden en op korte termijn verder uit te bouwen naar de tweede graad van het secundair onderwijs. 2. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient erover te waken dat de krachtige leeromgeving voor alle leerlingen/topsporters behouden blijft. Indien, door het meetrainen van leerlingen/topsporters met de A-kern of B-kern van een profclub, de andere leerlingen/topsporters de krachtige leeromgeving dreigen te verliezen, dient de federatie hiervoor maatregelen te nemen. 3. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient na te gaan of een structurele samenwerking tussen de federatie en de professionele voetbalclubs op locatie van de topsportschool tijdens de topsportschooluren effectief een meerwaarde biedt voor alle leerlingen/topsporters, onafhankelijk van de club waarbij de voetballers aangesloten zijn. Indien dit zo blijkt te zijn, moet de federatie de pistes in de verschillende topsportscholen aftoetsen om tot een optimale trainingssituatie te komen voor alle leerlingen/topsporters. 4. De Voetbalfederatie Vlaanderen vzw dient enerzijds ervoor te waken dat het flexibel leertraject een duidelijke meerwaarde kan bieden voor het behalen van de finaliteit van de topsportwerking en anderzijds ervoor te zorgen dat, via het flexibel leertraject, de samenwerking met de voetbalclubs nog verbeterd wordt om zodoende zo veel mogelijk high potentials te kunnen ondersteunen. 134

277 Volleybal Historiek Van bij de opstart van de Vlaamse topsportscholen in het schooljaar participeert de Vlaamse Volleybalbond vzw in de tweede en derde graad van het Onze-Lieve-Vrouw College in Vilvoorde. In het schooljaar startte de werking in de middenscholen van Leuven en Merksem. De middenschool in Merksem werd reeds na één schooljaar stopgezet. De werking in de middenschool van Leuven werd stopgezet na het schooljaar , maar weer opgestart in het schooljaar Het aantal leerlingen/topsporters ingeschreven aan de topsportschool steeg van 16 in het schooljaar naar 64 in het schooljaar (dd ). Sinds de heropstart van de middenschool in Leuven is het aantal leerlingen/topsporters in de topsportschool gestabiliseerd. De Vlaamse Volleybalbond vzw vraagt in de laatste schooljaren geen topsportstatuten meer aan voor leerlingen die niet wensen in te stromen in de topsportschool. Er is door een wijziging in de omzendbrief van onderwijs met betrekking tot de gewettigde afwezigheden in het secundair onderwijs meer autonomie voor de lokale directie/klassenraad gekomen, zodat de directie of klassenraad autonoom kan bepalen dat een leerling gewettigd afwezig kan zijn voor deelname aan topsportactiviteiten. In het algemeen wordt dit toegestaan door de directies, mits het voorleggen van een motiverende brief van de federatie. 2e en 3e graad 1e graad Onbekend Onbekend e graad e en 3e graad

278 In 2014 behaalde het U19 damesteam de 8 e plaats op het Europees kampioenschap. Het U20 herenteam werd op hetzelfde kampioenschap 11 e. In 2015 behaalden de U18 dames de 3 e plaats op het Europees kampioenschap en de 12 e plaats op het wereldkampioenschap. De U19 heren werden 13 e op het Europees kampioenschap. De nationale jeugdploegen bestaan bijna uitsluitend uit Vlaamse leerlingen/topsporters. De leerlingen/topsporters volleybal komen als ploeg uit in de reguliere competitie: zowel de mannen als de vrouwen komen met een ploeg in liga B en in 2 e divisie B. De nationale seniorploeg dames staat 15 e op de wereldrangschikking (7 e Europese plaats). Bij de wereldrangschikking bij de mannen senioren bekleedt België de 21e plaats (9 e Europese plaats). De nationale ploeg U19 bij de mannen staat op de 25 e plaats (6 e Europese plaats), terwijl de nationale ploeg U18 bij de dames op de 13 e plaats (8 e Europese plaats) staat. Alle rankings dateren van september of oktober Huidige situatie (schooljaar ) In het schooljaar zijn 46 leerlingen/topsporters (dd ) ingeschreven in de topsportschool volleybal in Vilvoorde. 136

279 De verdeling per leerjaar en per geslacht is als volgt: Vilvoorde Leuven Geen topsportschool Totaal 1e graad M V M V M V M V 1e leerjaar e leerjaar e graad 3e leerjaar e leerjaar e graad 5e leerjaar e leerjaar Totaal De Taskforce Topsport besliste in 2012 dat in de lopende Olympiade maximaal 5,00 VTE lesgevers/trainers voor de topsportschool volleybal gesubsidieerd worden. In het schooljaar worden Fien Callens, Kris Eyckmans, Mieke Moyaert, Joel Banks en Robin De Bont binnen dit quotum gesubsidieerd. Toetsing van de huidige werking aan de vooropgestelde criteria in het Topsportactieplan Vlaanderen III 1. Kaderen in een volwaardig topsportloopbaantraject De werking via de Pool van Jeugdtrainers Topsport bereidt voor op de instap in de topsportschool. De geselecteerde jongeren wonen voorafgaand aan de eigenlijke instap een aantal trainingen bij in Vilvoorde. Er zijn heel wat observaties die de instap in de topsportschool vooraf gaan. In de middenschool wordt een doorstroom van 50% naar de tweede graad van de topsportschool als doel gesteld. Na de werking in de topsportschool is er het beloftenproject voor de dames, waar er een structurele samenwerking is met een beperkt aantal semi-professionele clubs. Via het uitstroomproject bij de meisjes worden al de talenten die in aanmerking komen voor de nationale ploeg opgenomen in een topteam met een professionele omkadering en in samenwerking met de federatie. De opleiding van deze speelsters wordt verder gezet via een trainings- en wedstrijdprogramma van 24 uur per week en dit in het teken van de nationale ploeg. Hierdoor wordt ook het engagement voor de nationale ploeg verzekerd. 137

280 De jongens die uitstromen en klaar zijn om aan te sluiten bij een professionele topteam worden begeleid om deze stap te zetten. Alle uitstromers die eveneens kansen hebben om op termijn door te stoten tot de nationale ploeg krijgen de mogelijkheid om naast hun clubtrainingen wekelijks extra trainingen te volgen onder leiding van de bondscoach en/of de assistent trainer. Via het topsportschoolstatuut en statuut voor clubtrainingen kunnen spelers en speelsters die omwille van hun niveau al aansluiten bij de Belgische top, zowel spelen en/of trainen bij de topsportschool als bij een club met een professionele werking indien deze club bereid is om de talenten optimaal te begeleiden: combinatie topsport studie, vervoer, voeding De club moet hiervoor een charter ondertekenen waardoor verzekerd wordt dat de werking van de federatie ondersteund wordt en dat alle spelers/speelsters optimaal begeleid worden. De laatste jaren zijn alle kernspelers en - speelsters bereid om zich te engageren voor de nationale ploeg. Omwille van overbelasting, nood aan rust of kwetsuren zijn er uitzonderlijk spelers/speelsters die aan een gedeelte van het programma niet deelnemen. Dit heeft vooral te maken met de overbelasting van de internationale kalender waar de federatie zelf weinig vat op heeft. Het engagement voor de nationale ploeg kan dan groot zijn maar het blijft een permanente bezorgdheid, omdat de spelers/speelsters wel professioneel betaald worden bij de club maar niet bij de nationale ploeg. 2. Selectiecriteria gericht op internationaal niveau Via de VOLTIS testen in samenwerking met UGent organiseert de Vlaamse Volleybalbond vzw jaarlijks een eerste screening in elke provincie waarop alle volleybalspelers van 5de en 6de leerjaar worden uitgenodigd. De ouders en kinderen worden geïnformeerd over de fysieke en motorische mogelijkheden en krijgen een evaluatiefiche (vergelijking ruime populatie). De federatie krijgt een eerste beeld van het aanwezige talent. In oktober wordt gestart met regionale trainingen voor alle talenten in samenwerking met de provincies. De high potentials krijgen een uitnodiging voor de landelijke zondag trainingen in Vilvoorde. Vanaf januari worden, rekening houdend met de selectiecriteria, door de betrokken trainers (topsportschool en selecties) die spelers/speelsters weerhouden die kans maken om door te stoten tot de top. Via infomomenten worden de ouders geïnformeerd over het topsportschooltraject. In de periode februari/maart (nadat ook de lengtepredicties van alle high potentials gekend zijn) beslist de VVBselectiecommissie wie mag instappen. Daaropvolgend worden, voor ouders die nog extra vragen hebben, individuele gesprekken gepland met de detectietrainers, selectietrainers en/of bondscoaches en dit afhankelijk van de noden. Tussen maart en augustus kunnen uitzonderlijk nog nieuwe talenten toegevoegd worden. Dit gaat dan over spelers en speelsters die nog onvoldoende aanwezig waren op de detectietrainingen of waarbij nog niet alle fysieke gegevens beschikbaar waren, spelers of speelsters die aanvankelijk niet ingegaan waren op een uitnodiging voor selectie en 138

281 testmomenten maar via observatiemomenten (club, tornooien) van de detectietrainers toch ontdekt worden, spelers of speelsters die aanvankelijk niet geïnteresseerd waren in topsport maar waar de passie is toegenomen en spelers of speelsters die een grotere progressie maken dan vooraf ingeschat. De selectieprocedure en criteria zijn erop gericht om de instroom te verzekeren voor de nationale seniorenploegen met als tussenliggend doel top-12 van Europa bij de junioren en jeugd. Van de leerlingen die uitstromen streeft de Vlaamse Volleybalbond vzw er naar dat de meerderheid terecht komt in de kern van een team van op het hoogste niveau in België en dat gemiddeld jaarlijks 1 tot 3 spelers (per geboortejaar) doorstoten tot de kern van de nationale senioren. Elke leerling van de topsportschool bezit het potentieel om vanaf 18 jaar (meisjes) en 22 jaar (jongens) een basisplaats te verwerven bij een club uit de hoogste afdeling in de Belgische competitie. Het uiteindelijk doel is een basisplaats in een Europese topploeg die de volgende doelstellingen heeft: - European Champions League (play-offs 12); - Top Teams Cup (1/4 finale); - CEV Cup (1/4 finale). Dit impliceert automatisch dat hij/zij ook opgenomen is in de ruime kern van de nationale ploeg (beloften/seniors). Het doel van de nationale ploeg seniors is een top 4 plaats op het Europees kampioenschap, een top 8 plaats op het wereldkampioenschap en op de Olympische Spelen. De finaliteit van de topsportschool is in aanmerking komen voor de nationale ploeg en deelnemen aan EK en WK met als einddoel selectie voor de Olympische Spelen. 3. Omvang van de instroom Zowel in de eerste, tweede als derde graad worden alleen speelsters en spelers geselecteerd die volgens de selectiecommissie VVB kans maken om de internationale top te bereiken. Dit betekent ook dat het aantal jaarlijks schommelt omdat er niet elk jaar evenveel talent aanwezig is. Omwille van de jonge leeftijd (middenschool) en het feit dat verschillende ouders nog willen afwachten om hun kind al dan niet in te schrijven in een topsportschool (leeftijd, Latijn, 2 keer van school veranderen, te ver en te lang van huis, kind wil zelf nog niet, heimwee...) zijn er verschillende kandidaat instappers die niet nog niet instromen in de eerste graad. Aangezien het op 12 à 13-jarige leeftijd moeilijker is 139

282 om in te schatten of de speler of speelster effectief gaat doorstoten, zijn er meer twijfelgevallen waardoor er ook meer kinderen in aanmerking komen als valsnegatieve. De kinderen die mogen instappen maar dit nog niet wensen, worden uiteraard verder gevolgd via de detectie- en selectietrainingen en worden ook extra uitgenodigd op de topsportschooltrainingen op woensdagnamiddag. Het is op dit moment eerder uitzonderlijk dat een talent dat gemotiveerd is om een topper te worden niet wil instappen in de topsportschool in de tweede of derde graad. 4. De noodzaak van participatie in één of meerdere graden in de topsportschool moet aangetoond worden teneinde een optimale talentontwikkeling te bekomen De topsportschool vormt de basis van de nationale jeugdploegen. Er is een zeer goede doorstroming naar liga B en liga A heren, eredivisie bij de dames en de nationale ploegen. Vooral voor de tweede als derde graad is het een absolute meerwaarde om een topsportschoolwerking volleybal te hebben, omwille van de degelijke individuele technische opleiding en het correcte trainingsvolume aan te kunnen bieden voor een mogelijke doorstroom naar de topsportfinaliteit. De eerste graad blijft een noodzaak omdat heel wat talenten in hun omgeving geen club vinden die meer dan 1 of 2 keer per week trainingen aanbiedt voor deze categorie. Het feit dat 1 op 2 geselecteerd wordt voor de topsportschool (tweede graad) bewijst dat, ondanks de drempel, er zeker heel wat talent in de eerste graad instroomt. 5. Deskundigheid van de sporttechnische en interdisciplinaire omkadering Al de trainers van de topsportschool zijn eveneens de hoofdcoaches van de verschillende jeugdcategorieën. Ze maken, in het teken van de instroom in de topsportschool en de selecties, ook deel uit van de selectiecommissie van de federatie en zijn aanwezig op de selectietrainingen. Indien mogelijk worden de trainers ook ingeschakeld als assistent bij de nationale seniorenploegen zodat ze een volledig beeld krijgen van wat er op topniveau verwacht wordt. De trainingen van de topsportschool worden gecoördineerd door Dominique Baeyens (die tot september 2016) ook fungeert als bondscoach van de nationale ploeg bij de heren. De federatie geeft aan dat, na het vertrek van Dominique Baeyens als bondscoach, de functie van head coach/coördinator zeker behouden dient te blijven. De Vlaamse Volleybalbond vzw geeft aan dat de subsidiëring van de topsportschooltrainers niet in lijn ligt qua verwachtte arbeidsinvulling in vergelijking met deze in het onderwijs. De federatie meldt dat er wel dient voldaan te worden aan de vereisten van het pedagogisch diploma om subsidieerbaar te zijn als topsportschooltrainer, maar dat de arbeidsbelasting dubbel zo hoog ligt voor hetzelfde loon in vergelijking met het onderwijs. Ook de anciënniteitsinvulling is een bijkomende 140

283 drempel om hooggekwalificeerde trainers aan te trekken. De federatie geeft aan dat meer omkadering noodzakelijk is. Zij heeft een regeling met de middenschool waarbij de lesgevers (Wim De Boeck en Lore Gillis) via de school ondersteund worden. Echter, er zijn op dit moment te weinig leerkrachturen waardoor de 2 groepen in de middenschool samen dienen te trainen. 6. Koppeling aan een trainingscentrum met geschikte trainingsinfrastructuur De tweede en de derde graad is volledig gekoppeld aan het eigen trainingscentrum: EVC Vilvoorde met eigen zaal voor krachttraining, internaat, vergaderlokalen en horeca. De eerste graad traint in de topsportschool van Leuven. Sommige leerlingen van de eerste graad kunnen op woensdag ook aansluiten bij de trainingen van de tweede graad in Vilvoorde. In Leuven kunnen de topsportleerlingen gebruik maken van de sporthal van de school met vernieuwde parketvloer. 7. Totaalconcept: leefsituatie onderwijs sport Alle trainingen en overnachtingen van de tweede en derde graad (baltrainingen, fysieke trainingen, maaltijden, topsport theorie, internaat) vinden allemaal plaats in het eigen trainingscentrum van de federatie (EVC). De school is op 3 km afstand van het EVC en dit wordt met de fiets overbrugd. Er is een wekelijkse stuurgroepvergadering met de topsportschoolcoördinator, de internaatsbeheerder, eventueel directie van de topsportschool en de federatie, waardoor er een nauw overleg tussen alle actoren is. Voor de eerste graad is alles (bal- en powertrainingen, maaltijden, onderwijs en overnachtingen) gegroepeerd op dezelfde locatie: Redingenhof Leuven. Conclusies 1. Is een topsportschool noodzakelijk? Aangezien geen enkele club een vergelijkbaar aanbod aanbiedt als de topsportschool (aantal uren, professionaliteit, omkadering) op de leeftijd van de eerste en tweede graad, zijn het uitzonderingen die doorstoten tot de jeugd-, junioren- of seniorenselecties zonder de topsportschool één (eerder uitzonderlijk) of meerdere jaren doorlopen te hebben. Diegenen die dit toch behalen komen op jonge leeftijd in de selectiewerking terecht waardoor dat ze eveneens kunnen genieten van de werking en trainingen van de TSS/selecties in de vakantieperiodes. De structuur is immers al aanwezig en aangezien er bijna evenveel niet-schooldagen zijn dan schooldagen betekent dit voor deze geselecteerden die niet in de topsportschool zitten een groot pakket extra opleiding. Zonder de structuur van de topsportschool is het niet zeker of er ook een evenwaardige structuur en aanbod voor de selecties zou zijn. 141

284 2. Wat is de finaliteit van de topsportschool? De finaliteit wordt per ploeg geformuleerd. Op Europees niveau is het behalen van een top 4 plaats op het Europees kampioenschap voor senioren de doelstelling. Op wereldniveau dient de doelstelling geplaatst te worden op een top 8 plaats op het Wereldkampioenschap en op de Olympische Spelen. 3. In welke graden van de topsportschool is participatie noodzakelijk? Participatie is noodzakelijk in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Indien de gemiddelde doorstroomratio van 50% vanuit de middenschool naar de topsportschool kan behouden blijven, kan de Vlaamse Volleybalbond vzw onderzoeken of een tweede middenschool opportuun is. 4. Op welke locaties is een topsportschool noodzakelijk? De topsportschool voor de tweede en de derde graad dient op één plaats gecentraliseerd te blijven. Indien, zoals hierboven reeds gesteld, de middenschool een doorstroomratio van 50% naar de tweede graad van de topsportschool kan behouden, kan een tweede middenschool nuttig blijken. 5. Is de topsportschool voor zowel jongens als meisjes noodzakelijk? Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Beleidsaanbeveling 1. De huidige werking voor zaalvolleybal dient geconsolideerd te worden, met de nodige aandacht voor de kwalitatieve instroom. Daarnaast dient het uitstroomproject voor heren en dames structureel gehandhaafd blijven. 2. De Vlaamse Volleybalbond vzw dient te bekijken hoe de discipline beachvolleybal kan geïmplementeerd worden in de topsportschoolwerking, zonder dat dit een belemmering is voor de huidige werking. 142

285 GENERIEKE AANBEVELINGEN Het is een permanente zorg voor alle betrokken partners om maatregelen te nemen op operationeel niveau tot bijsturing van de dagelijkse werking van de topsportscholen, teneinde de kwaliteit van de output (het aantal leerling/topsporters dat op termijn de vooropgestelde finaliteit behaalt) te verhogen. De Vlaamse topsportfederaties hebben de bevoegdheid en verantwoordelijkheid om de integrale topsportwerking in hun respectieve sporttak gestalte te geven. Zij worden hierin ten volle geresponsabiliseerd door de Vlaamse Overheid, die in het Topsportactieplan IV ( ) enerzijds middelen aanreikt op basis van geobjectiveerde criteria (prestatie- en ontwikkelingsprojecten) en anderzijds toezicht houdt op de uitvoering van het topsportbeleid per sporttak. Het aanreiken van middelen gebeurt op advies van de Taskforce Topsport, het toezicht (zowel administratief als inhoudelijk) op de besteding van de middelen gebeurt in eerste instantie door het Sport Vlaanderen, met rapportering aan de Taskforce Topsport. Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar het invullen van volgende kwaliteitscriteria: 1. Het kaderen van de topsportschool in een volwaardig topsportloopbaantraject Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de betrokken topsportfederatie om de nodige maatregelen te nemen om de kwaliteit van de instroom (tot de topsportschool) te verhogen en de kwalitatieve begeleiding van de uitstroom (na de topsportschool) te realiseren. Daartoe kunnen, mits akkoord van de betrokken instanties, een aantal beleidsinstrumenten worden aangewend: de Pool van Jeugdtrainers Topsport (Sport Vlaanderen/Taskforce Topsport), het BeGold-project (ABCD), wetenschappelijke begeleiding, subsidies Topsport (Sport Vlaanderen), carrièrebegeleiding (Sport Vlaanderen), de Pool van Toptrainers (Sport Vlaanderen/Taskforce Topsport), het topsportstudentenproject Hoger Onderwijs (Sport Vlaanderen/Taskforce Topsport) en de tewerkstellingsprojecten Topsport (Sport Vlaanderen/Vlaamse wielerploegen). Daarnaast dient de mogelijkheid tot samenwerking met private initiatieven (o.a. clubs = leden van de topsportfederaties) ten volle geëxploreerd te worden, zowel inzake instroom als uitstroom. Projecten in onder andere volleybal (uitstroom i.s.m. clubs via topsportsubsidies en middelen Be Gold) en het flexibel leertraject buiten de topsportschool in tennis, voetbal en triatlon (samenwerking tussen federatie en clubs) tonen aan dat een solide en doeltreffende samenwerking op dit vlak realiseerbaar is. 143

286 2. Het afstemmen van de selectiecriteria op internationaal topsportniveau De selectiecriteria worden jaarlijks door de selectiecommissie goedgekeurd. Er kan dus jaarlijks bijgestuurd worden in samenspraak met de betrokken topsportfederatie, telkens i.f.v. de vooropgestelde finaliteit. Het behalen van de finaliteit per graad dient voortaan als een belangrijke parameter in de evaluatie van de werking van de topsportscholen. Sport Vlaanderen voorziet sinds 2014 in de jaarlijkse opmaak van statistieken inzake instroom, doorstroom en uitstroom van leerlingen/topsporters in de Vlaamse topsportscholen. Wanneer statuten toegekend worden, zal telkens aangegeven worden of dit gebeurde op basis van het voldoen aan de selectiecriteria, dan wel op basis van een deliberatie door de gemengde selectiecommissie. Gaandeweg zal Sport Vlaanderen eveneens statistieken verzamelen en kenbaar maken van de loopbaanfinaliteit (beste sportieve prestatie/resultaat) in relatie tot een traject binnen en buiten de topsportschool. Deze statistieken zullen jaarlijks besproken worden door de Taskforce Topsport en door de Begeleidingscommissie van het Topsportconvenant. Hierbij dient bewaakt te worden dat de verhouding tussen de werking van de topsportschool en de behaalde resultaten correct en met voldoende nuancering wordt ingeschat. Internationale topsportresultaten verhouden zich niet tot aantallen leerlingen/topsporters zoals bvb. het aantal gediplomeerden tot het aantal ingeschreven studenten hoger onderwijs. 3. Het bewaken van de deskundigheid van de omkadering De vorming van het trainingstechnisch kader is een gedeelde verantwoordelijkheid van de partners in de Vlaamse Trainersschool (Sport Vlaanderen, sportfederaties en universiteiten/hogescholen). De bestaande opleidingen Trainer B en Trainer A dienen permanent te evolueren met de noden van topsportopleiding. Het Vlaams Coachesplatform (Sport Vlaanderen/VTS) dient jaarlijks een bijscholingsaanbod op niveau te bieden, dat beantwoordt aan de noden van het terrein. Het aantrekken van goed opgeleide lesgevers/trainers is de verantwoordelijkheid van de topsportfederaties. Er is een financiële dimensie, waarin zowel de topsportfederaties (werkgevers) als de Vlaamse overheid een bijkomende inspanning dienen te leveren. Daarnaast dienen de topsportfederaties zelf een aantrekkelijk topsportklimaat te realiseren (koppeling aan een trainingscentrum, aanwezigheid van topsporters en toptrainers, kans op ontplooiing tot toptrainer, gelegenheid tot bijscholingen, ). Ten laatste ervaren veel federaties de subsidiëringsvereiste van een pedagogisch diploma als een zware drempel om ervaren (buitenlandse) toptrainers aan te trekken. De sportwetenschappelijke en medisch/paramedische (SWMP) omkadering dient verder uitgebouwd te worden, in combinatie met prestatie- en ontwikkelingsprogramma s. Het betreft 144

287 een gezamenlijke inspanning van de topsportfederaties (samenstellen van sterke interdisciplinaire teams) en de Vlaamse overheid (selectief toekennen door de Taskforce Topsport van middelen). 4. Het realiseren van een totaalconcept leefsituatie onderwijs sport Naast de hoger aangehaalde maatregelen op vlak van omkadering, dient de sportsector het luik sport in te vullen door gepaste trainingsinfrastructuur te realiseren (afzonderlijk actiepunt in het Topsportactieplan Vlaanderen IV ( )). De luiken leefsituatie en onderwijs betreffen vooral een onderwijsaangelegenheid. De bekommernis blijft dat de leerlingen in een topsportschool hetzelfde kwaliteitsvolle onderricht kunnen krijgen als leerlingen in een reguliere school, met in het bijzonder die essentiële competenties en kennisgebieden die noodzakelijk zijn om het voortgezet onderwijs met voldoende slaagkansen aan te vatten. Binnen de werkgroep Onderwijs wordt een concept uitgewerkt, waarin enerzijds de (inhoud van de) studierichtingen over alle topsportscholen heen wordt geuniformiseerd, en anderzijds ingespeeld wordt op de nakende onderwijshervorming. In tweede instantie zijn meer topsportschool en netoverschrijdende initiatieven inzake het ter beschikking stellen van geïnformatiseerde studiepakketten en het uitwerken van aangepaste leermethodes noodzakelijk. Het engagement van de leerkracht binnen de topsportrichtingen is de laatste jaren sterker topsportminded geworden. Alle topsportscholen engageren zich om het correcte leerkrachtprofiel binnen de topsportrichtingen les te laten geven. Daarnaast is het essentieel dat de leerkrachturen die bestemd zijn voor topsport, ook effectief voor topsport kunnen worden gebruikt binnen de scholen. Vermits de leerlingen dezelfde eindtermen dienen te bereiken als leerlingen in het reguliere onderwijs, is het essentieel dat de klasgroepen voldoende klein (streefdoel: 12 leerlingen per klas) zijn. Voor een ideale topsportwerking is het onder andere het topsportinternaat een belangrijke factor. Gezien de hoge verwachtingen en eisen die worden opgelegd aan topsporters en de omkadering, is de mogelijkheid tot rust een essentiële factor in de omkadering van de topsporter. Een topsportinternaat dient eveneens de nodige flexibiliteit aan de dag te kunnen leggen om de topsporters (vb. tijdens de schoolvakanties) toch de kans te geven om in de nabijheid van het trainingscentrum te kunnen rusten en overnachten. Een andere belangrijke factor voor een ideale topsportwerking is afgestemde voeding op de leerlingen/topsporters. In de huidige situatie is er nog niet in alle topsportscholen een topsportvoedingsklimaat aanwezig. Het is aan de topsportscholen om hierin te investeren en grote stappen voorwaarts in te zetten. 145

288 Deze bekommernissen van de sportsector, maar waarvan de bevoegdheid bij onderwijs ligt, dienen door alle betrokkenen in de topsportscholen en de topsportfederaties nogmaals (situatiespecifiek) aangekaart te worden. 146

TOPSPORTACTIEPLAN VLAANDEREN IV ( )

TOPSPORTACTIEPLAN VLAANDEREN IV ( ) TOPSPORTACTIEPLAN VLAANDEREN IV (2017-2020) GOEDGEKEURD DOOR VLAAMS MINISTER VAN SPORT PHILIPPE MUYTERS BRUSSEL, MAANDAG 21 NOVEMBER 2016 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 3 LIJST MET TABELLEN EN FIGUREN...

Nadere informatie

Topsporttakkenlijst

Topsporttakkenlijst Topsporttakkenlijst 2017-2020 Unaniem advies van de Stuurgroep Topsport, na beraadslaging op 16 november 2016 Inhoudsopgave Wettelijke basis... 3 Objectief van de Vlaamse topsporttakkenlijst... 3 Vastlegging

Nadere informatie

Topsportactieplan Vlaanderen III (2013-2016) Positief advies door de Stuurgroep Topsport op 23 november 2012

Topsportactieplan Vlaanderen III (2013-2016) Positief advies door de Stuurgroep Topsport op 23 november 2012 Topsportactieplan Vlaanderen III (2013-2016) Positief advies door de Stuurgroep Topsport op 23 november 2012 Goedgekeurd door de Vlaamse minister van Sport, Philippe Muyters op 3 december 2012 Brussel,

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur

Voorontwerp van decreet houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur Voorontwerp van decreet houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en

Nadere informatie

DECREET BOVENLOKALE SPORTINFRASTRUCTUUR EN TOPSPORTINFRASTRUCTUUR

DECREET BOVENLOKALE SPORTINFRASTRUCTUUR EN TOPSPORTINFRASTRUCTUUR DECREET BOVENLOKALE SPORTINFRASTRUCTUUR EN TOPSPORTINFRASTRUCTUUR INFOSESSIE TOPSPORT 24 Mei 2017 Inhoud Beleidskader Voorcommunicatie Inhoud decreet Topsportinfrastructuur Volgende stappen timing Vragenronde

Nadere informatie

Positief na dopingcontrole door Vlaamse overheid: buiten verband buiten i jken i jken % Stimulantia Narcotica Cannabis Atletiek 64 Badminton 5

Positief na dopingcontrole door Vlaamse overheid: buiten verband buiten i jken i jken % Stimulantia Narcotica Cannabis Atletiek 64 Badminton 5 Positief na dopingcontrole door Vlaamse overheid: binnen verband - 2009 binnen i jken i jken % Stimulantia Narcotica Cannabis Atletiek 164 1 0,0% Autosport 12 1 1 8,3% 1 Badminton 6 0,0% Baseball 18 1

Nadere informatie

Onderzoek naar het topsportklimaat in Vlaanderen

Onderzoek naar het topsportklimaat in Vlaanderen Onderzoek naar het topsportklimaat in Vlaanderen Is in Vlaanderen een klimaat aanwezig voor topsporters om goed te presteren? Met welke omgevingsfactoren hebben topsporters te maken en in hoeverre kunnen

Nadere informatie

4-meting Topsportklimaat Factsheet Investeringen, prestaties & waardering

4-meting Topsportklimaat Factsheet Investeringen, prestaties & waardering 1/5 Topsportklimaat: 'De beïnvloedbare maatschappelijke en sportorganisatorische omgeving waarin sporters zich tot topsporters kunnen ontwikkelen en prestaties kunnen leveren op het hoogste niveau in hun

Nadere informatie

Boekhoudkundige registratie van de voorschotten en het saldo van de subsidies aan de Vlaamse sportfederaties (decreet van 13 juli 2001).

Boekhoudkundige registratie van de voorschotten en het saldo van de subsidies aan de Vlaamse sportfederaties (decreet van 13 juli 2001). BLOSO-RICHTLIJN Boekhoudkundige registratie van de voorschotten en het saldo van de subsidies aan de Vlaamse sportfederaties (decreet van 13 juli 2001). (toepassen vanaf boekjaar 2013) Bloso-afdeling Subsidiëring

Nadere informatie

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN VAN TOPSPORTEVENEMENTEN

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN VAN TOPSPORTEVENEMENTEN CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN VAN TOPSPORTEVENEMENTEN Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Vlaamse overheid agentschap Sport Vlaanderen Afdeling Topsport Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel.

Nadere informatie

Topsporter bij Defensie

Topsporter bij Defensie Topsporter bij Defensie Atleten ondersteunen bij hun jacht op die felbegeerde medailles en hen een professionele omkadering bieden, dat is wat Defensie voor ogen heeft. Maar... hoe gaat dat precies in

Nadere informatie

Kwalificatielijst Topsporters HG en RUG, studiejaar 2016/2017 (versie maart 2016)

Kwalificatielijst Topsporters HG en RUG, studiejaar 2016/2017 (versie maart 2016) Kwalificatielijst Topsporters HG en RUG, studiejaar 2016/2017 (versie maart 2016) Om officieel in aanmerking te komen voor topsportfaciliteiten en eventueel een topsportbeurs van de Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Opleidingen Reanimeren en defibrilleren voor sportclubs. Vragenlijst

Opleidingen Reanimeren en defibrilleren voor sportclubs. Vragenlijst Opleidingen Reanimeren en defibrilleren voor sportclubs Vragenlijst Beste sporter, trainer, bestuurslid, supporter, Met steun van de Vlaamse overheid biedt Rode Kruis-Vlaanderen 225 sportclubs een opleiding

Nadere informatie

S t u u r g r o e p T o p s p o r t. Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op O.S. 2016 (Opdracht Keulen/Somers)

S t u u r g r o e p T o p s p o r t. Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op O.S. 2016 (Opdracht Keulen/Somers) S t u u r g r o e p T o p s p o r t Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op O.S. 2016 (Opdracht Keulen/Somers) Brussel, 6 april 2004 Inhoud Inleiding... 3 1. Algemeen kader en fasering... 3 2. Vastleggen

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 03.02.2009 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 03.02.2009 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 03.02.2009 BELGISCH STAATSBLAD 7653 VLAAMSE OVERHEID N. 2009 371 [C 2009/35068] 19 DECEMBER 2008. Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de voorwaarden tot het verkrijgen van

Nadere informatie

TRENDS IN HET VLAAMS TOPSPORTKLIMAAT EVALUATIE VOLGENS TOPSPORTERS, TRAINERS EN TOPSPORTCOÖRDINATOREN: 2-METING (2003-2007-2011)

TRENDS IN HET VLAAMS TOPSPORTKLIMAAT EVALUATIE VOLGENS TOPSPORTERS, TRAINERS EN TOPSPORTCOÖRDINATOREN: 2-METING (2003-2007-2011) TRENDS IN HET VLAAMS TOPSPORTKLIMAAT EVALUATIE VOLGENS TOPSPORTERS, TRAINERS EN TOPSPORTCOÖRDINATOREN: 2-METING (2003-2007-2011) Veerle De Bosscher en Stephanie De Croock Colofon Trends in het Vlaams topsportklimaat

Nadere informatie

Topsportschool zwemmen. 14/03/2014 Koen Van Buggenhout topsportcoördinator VZF

Topsportschool zwemmen. 14/03/2014 Koen Van Buggenhout topsportcoördinator VZF Topsportschool zwemmen 14/03/2014 Koen Van Buggenhout topsportcoördinator VZF S Inhoud S Missie en visie VZF topsport S Missie en visie VZF topsportschool S Sportief programma topsportschool S Begeleiding

Nadere informatie

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Topsportschool

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Topsportschool Vlaamse Vereniging voor Golf VVG GolfVlaanderen.be slagkrachtig & doelgericht VVG Junior Golf Korte historiek School en topsport is niet eenvoudig! INHOUD HISTORIEK NUT VAN TOPSPORTSCHOLEN INSCHRIJVEN

Nadere informatie

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN BOVENLOKAAL EN COMPETITIEF KARAKTER

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN BOVENLOKAAL EN COMPETITIEF KARAKTER CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN BOVENLOKAAL EN COMPETITIEF KARAKTER Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Vlaamse overheid Agentschap

Nadere informatie

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN FOCUS OP PARTICIPATIE EN RECREATIE

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN FOCUS OP PARTICIPATIE EN RECREATIE CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN FOCUS OP PARTICIPATIE EN RECREATIE Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Vlaamse overheid Agentschap

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal Sport voor Allen beleid DE VLAAMSE REGERING,

Voorontwerp van decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal Sport voor Allen beleid DE VLAAMSE REGERING, Voorontwerp van decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal Sport voor Allen beleid DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke

Nadere informatie

1. ISF. Het programma-aanbod varieert tweejaarlijks. Meer info kan je terugvinden op de MOEV-website.

1. ISF. Het programma-aanbod varieert tweejaarlijks. Meer info kan je terugvinden op de MOEV-website. Reglementen INTERNATIONALE SCHOOLSPORT ISF/FISEC Algemeenheden MOEV wil elke leerling de kans geven om eenmaal in zijn/haar schoolcarrière te genieten van een financiële tussenkomst voor deelname aan een

Nadere informatie

Vlaamse Taekwondo Bond v.z.w. H. Van Veldekesingel 150/73 B-3500 Hasselt [M] +32 (0) [F] +32 (0)

Vlaamse Taekwondo Bond v.z.w. H. Van Veldekesingel 150/73 B-3500 Hasselt [M] +32 (0) [F] +32 (0) 1. Inleiding Het topsportconvenant heeft tot doel een solide samenwerking en wisselwerking tot stand te brengen tussen het onderwijs en de sportwereld, om op deze wijze te komen tot een doorgedreven topsportopleiding

Nadere informatie

G-sp rt. Sport voor personen met een handicap: gewoon doen!

G-sp rt. Sport voor personen met een handicap: gewoon doen! G-sp rt Sport voor personen met een handicap: gewoon doen! Alles over G-sport Steunpunt G-Sport Vlaanderen tel. 03 240 62 97 www.gsportvlaanderen.be Psylos vzw Vlaamse federatie voor sport en recreatie

Nadere informatie

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 15 topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan Olympische Spelen, Paralympics, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese

Nadere informatie

Infoavond Topsportondersteuning. Welkom

Infoavond Topsportondersteuning. Welkom Infoavond Topsportondersteuning Welkom Planning Inleiding Toelichting visie topsportondersteuning en voorstelling adviseurs topsport Toelichting nieuw reglement en aanvraagprocedure Receptie waar onze

Nadere informatie

SAMENWERKING TUSSEN DE ACTOREN VOOR DE ORGANISATIE VAN TOPSPORT

SAMENWERKING TUSSEN DE ACTOREN VOOR DE ORGANISATIE VAN TOPSPORT UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT GENEESKUNDE EN GEZONDHEIDSWETENSCHAPPEN Academiejaar 2012-2013 SAMENWERKING TUSSEN DE ACTOREN VOOR DE ORGANISATIE VAN TOPSPORT Masterproef voorgelegd tot het behalen van de

Nadere informatie

Bestemd voor de sportmedische keuring en begeleiding van topatleten, topsportbeloften en leerlingen van een topsportschool

Bestemd voor de sportmedische keuring en begeleiding van topatleten, topsportbeloften en leerlingen van een topsportschool CONSENSUS TESTFREQUENTIE Bestemd voor de sportmedische keuring en begeleiding van topatleten, topsportbeloften en leerlingen van een topsportschool INLEIDING De begeleiding van topatleten, topsportbeloften

Nadere informatie

Transitiereglement voor de subsidiëring van culturele projecten met een regionale uitstraling

Transitiereglement voor de subsidiëring van culturele projecten met een regionale uitstraling Transitiereglement voor de subsidiëring van culturele projecten met een regionale uitstraling I. SITUERING Het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering

Nadere informatie

Vlaamse Taekwondo Bond v.z.w. H. Van Veldekesingel 150/73 B-3500 Hasselt [M] +32 (0) [F] +32 (0)

Vlaamse Taekwondo Bond v.z.w. H. Van Veldekesingel 150/73 B-3500 Hasselt [M] +32 (0) [F] +32 (0) 1. Inleiding Het topsportconvenant heeft tot doel een solide samenwerking en wisselwerking tot stand te brengen tussen het onderwijs en de sportwereld, om op deze wijze te komen tot een doorgedreven topsportopleiding

Nadere informatie

BOEKHOUDKUNDIGE SECTORALE REGELGEVING SPORT. Door Stefaan Tuytten Senior consultant social profit SBB Accountants & Adviseurs 14/06/07 DE SECTOR

BOEKHOUDKUNDIGE SECTORALE REGELGEVING SPORT. Door Stefaan Tuytten Senior consultant social profit SBB Accountants & Adviseurs 14/06/07 DE SECTOR BOEKHOUDKUNDIGE SPORT Door Stefaan Tuytten Senior consultant social profit SBB Accountants & Adviseurs 14/06/07 DE SECTOR Cijfergegevens beperkt tot Vlaanderen Kalenderjaar 2005 Totaal aangesloten leden:

Nadere informatie

BOEKHOUDKUNDIGE SECTORALE REGELGEVING SPORT

BOEKHOUDKUNDIGE SECTORALE REGELGEVING SPORT BOEKHOUDKUNDIGE SECTORALE SPORT Door Stefaan Tuytten Senior consultant social profit SBB Accountants & Adviseurs 14/06/07 DE SECTOR Cijfergegevens beperkt tot Vlaanderen Kalenderjaar 2005 Totaal aangesloten

Nadere informatie

Topsport & studeren....aan de UGent te combineren. Jolien D Hoore

Topsport & studeren....aan de UGent te combineren. Jolien D Hoore Topsport & studeren...aan de UGent te combineren Jolien D Hoore Een toekomstig topsporter komt na het secundair onderwijs vaak voor de keuze te staan tussen topsport, universitaire studies of de combinatie

Nadere informatie

Ontwikkelingen in het topsportklimaat in Vlaanderen

Ontwikkelingen in het topsportklimaat in Vlaanderen Ontwikkelingen in het topsportklimaat in Vlaanderen Verslag van de 1-meting (2007) en vergelijking met de 0-meting (2003) van het topsportklimaat in Vlaanderen Projectleiding: Dr. Veerle De Bosscher, Prof

Nadere informatie

De sportverenigingen die aan de volgende criteria voldoen hebben recht op een subsidie:

De sportverenigingen die aan de volgende criteria voldoen hebben recht op een subsidie: SUBSIDIEREGLEMENT SPORTVERENIGINGEN HEUVELLAND 1. Omschrijving Binnen de kredieten zoals voorzien op de begroting van de gemeente Heuvelland, kunnen sportverenigingen, erkend door het gemeentebestuur Heuvelland

Nadere informatie

Waarom is Nederland succesvol in topsport en Vlaanderen niet?

Waarom is Nederland succesvol in topsport en Vlaanderen niet? Waarom is Nederland succesvol in topsport en Vlaanderen niet? Paul De Knop, Veerle De Bosscher, Sylvie Leblicq, Vrije Universiteit Brussel, dept. SBMA Maarten van Bottenburg, Bas Rijnen Mulier Insituut

Nadere informatie

Totaaloverzicht Indeling Topsportdisciplines per Bond Discipline Indeling Olympisch

Totaaloverzicht Indeling Topsportdisciplines per Bond Discipline Indeling Olympisch Totaaloverzicht Indeling Topsportdisciplines per 1-7-2014 Bond Discipline Indeling Olympisch Badminton Nederland Badminton dames en heren 4B Olympisch Zomer Bob en Slee Bond Nederland Bobslee 4B Olympisch

Nadere informatie

De rol van het Topsportplatform = klankbord voor KU Leuven en Stad Leuven op vlak van topsport:

De rol van het Topsportplatform = klankbord voor KU Leuven en Stad Leuven op vlak van topsport: TOPSPORTPLATFORM ATLETEN: SPONSORREGLEMENT De Stad Leuven en KU Leuven ondertekenen het topsportcharter 2011-2020 en wensen samen te werken aan een topsportbeleid. Beide partners engageren zich om hun

Nadere informatie

Beleidsplan

Beleidsplan Beleidsplan 2017-2020 Missie Volley Vlaanderen Met de nieuwe benaming VOLLEY VLAANDEREN wil de federatie zijn vernieuwde visie benadrukken rondom 3 basispijlers zijnde innovatie, verhoogde participatie

Nadere informatie

JAARVERSLAG MEER INFO?

JAARVERSLAG MEER INFO? 2 0 1 6 JAARVERSLAG MEER INFO? WWW.SPORT.VLAANDEREN Voorwoord 2016 was in alle opzichten een bewogen jaar voor het sportagentschap van de 00 Vlaamse overheid. Het zichtbaarst was zonder meer de naamsverandering:

Nadere informatie

Totaaloverzicht Indeling Topsportdisciplines per Bond Discipline Indeling Olympisch Team of Individueel

Totaaloverzicht Indeling Topsportdisciplines per Bond Discipline Indeling Olympisch Team of Individueel Totaaloverzicht Indeling Topsportdisciplines per 1-7-2014 Bond Discipline Indeling Olympisch Team of Individueel Badminton Nederland Badminton dames en heren 4B Olympisch Zomer Individueel Bob en Slee

Nadere informatie

Subsidiereglement voor socio-culturele verenigingen en socio-culturele projecten

Subsidiereglement voor socio-culturele verenigingen en socio-culturele projecten voor socio-culturele verenigingen en socio-culturele projecten Binnen het in het budget voorziene en goedgekeurde bedrag (1419/4/3/7/9 steun voor erkende socio-culturele verenigingen en 1419/4/3/6/4 Ondersteuning

Nadere informatie

Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020. Verslagen thematafels

Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020. Verslagen thematafels Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020 op 3 december 2013 Verslagen thematafels Thema 2: Wat zijn in 2020 de kerntaken van een sportfederatie? Moderator: Koen HOEYBERGHS Verslaggever: Chris MASSEZ 1.

Nadere informatie

Bond Discipline Indeling

Bond Discipline Indeling Bond Discipline Indeling Badminton Nederland Badminton dames en heren 4B Bob en Slee Bond Nederland Bobslee 2 Bob en Slee Bond Nederland Rodelen 4B Bob en Slee Bond Nederland Skeleton 4B Bob en Slee Bond

Nadere informatie

Toelatingscriteria m.b.t niveau sport:

Toelatingscriteria m.b.t niveau sport: Toelatingscriteria m.b.t niveau sport: Basis eis: de sport dient erkend te zijn door het NOC*NSF Topsporter: De sporter dient op onderstaand niveau actief te zijn binnen zijn/haar leeftijdscategorie, of

Nadere informatie

Overzicht van de prestatiecriteria per beoefende sporttak

Overzicht van de prestatiecriteria per beoefende sporttak Overzicht van de prestatiecriteria per beoefende sporttak Korte verklaring van gebruikte afkortingen en termen : DL WR WK WB ER EK BK Deaflympics wereldrecord wereldkampioenschap wereldbeker Europees record

Nadere informatie