ambulante infuuspomp Gebruikershandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ambulante infuuspomp Gebruikershandleiding"

Transcriptie

1 X ambulante infuuspomp Gebruikershandleiding s

2 Het CADD -Solis ambulante infusiesysteem is ontwikkeld om jonge en volwassen patiënten binnen de klinische zorg (waaronder postoperatieve zorg, spoedeisende hulp, kritische zorg, oncologie en verloskunde) zorg en veiligheid te kunnen bieden. Deze handleiding heeft uitsluitend betrekking op de CADD -Solis ambulante infuuspomp. Deze pomp is in te stellen met behulp van een protocolconfiguratie, bestaande uit een therapie, kwalificatie en medicatie. De medicatie kan met een continue infusiesnelheid en/of per bolusdosering door de pomp worden toegediend. Deze handleiding is uitsluitend bestemd voor artsen. Zorg dat patiënten geen toegang tot de handleiding hebben. Om te voorkomen dat patiënten en artsen toegang kunnen verkrijgen tot bepaalde instellingen van de pomp, is de pomp voorzien van drie beveiligingsniveaus. Geef de beveiligingscodes van de pomp uitsluitend door aan bevoegde personen. Patiënten en artsen zonder machtiging hiervoor mogen geen toegang tot de sleutel van de pomp hebben. De publicatiedatum van deze handleiding wordt weergegeven op de achterkant van de handleiding. Als het product een jaar na de publicatiedatum nog in gebruik is, moet de arts contact opnemen met Smiths Medical en vragen of er een bijgewerkte versie van deze handleiding beschikbaar is. Technische ondersteuning Als u vragen of opmerkingen hebt over het gebruik van de CADD -Solis ambulante infuuspomp, kunt u het onderstaande nummer bellen. Vermeld in het gesprek het nummer van de softwareversie van de pomp. Dit nummer is te vinden in het Device Information Report (rapport pompinformatie; zie voor meer informatie de paragraaf Rapporten op pagina 35). De medewerkers van Smiths Medical zijn 24 uur bereikbaar om vragen te beantwoorden over het programmeren en gebruik van de CADD -Solis ambulante infuuspomp. Distributie in de VS: Smiths Medical ASD, Inc. St. Paul, MN USA Distributie in Europa: Smiths Medical International Ltd. WD24 4LG, UK +44 (0)

3 Lees deze gebruikershandleiding volledig door alvorens de CADD -Solis ambulante infuuspomp te gebruiken. Het niet opvolgen van waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en instructies kan resulteren in het ontstaan van ernstig letsel bij of zelfs het overlijden van de patiënt. Waarschuwingen De gebruikershandleiding mag uitsluitend door artsen gebruikt worden. Zorg ervoor dat patiënten geen toegang hebben tot deze handleiding, aangezien met de in de handleiding vermelde informatie volledige toegang kan worden verkregen tot alle programmeer- en gebruiksfuncties. Om explosiegevaar te voorkomen mag de pomp niet worden gebruikt in de nabijheid van brandbare anesthetica of explosieve gassen. Patiënten die mogelijk nadelen kunnen ondervinden van onbedoelde werking of falen zoals onderbreking van toediening van medicatie of vloeistoffen van de pomp, moeten onder zorgvuldig toezicht blijven, waarbij maatregelen genomen moeten worden om onmiddellijk corrigerend te kunnen optreden om onderbrekingen van medicatietoediening te minimaliseren. Falen van de pomp stopt de medicatietoediening en onbedoelde pompwerking kan diverse gevolgen voor de patiënt hebben. Indien de pomp wordt gebruikt om levensondersteunende medicatie toe te dienen, moet er een extra pomp en zorgvuldig toezicht beschikbaar zijn om bij falen van de pomp onmiddellijk corrigerend te kunnen optreden en onderbrekingen van medicatietoediening te minimaliseren. Falen van de pomp schort medicatietoediening op. De pomp mag niet worden gebruikt voor het toedienen van bloed of cellulaire bloedproducten aangezien bloed en bloedproducten beschadigd worden door het pompmechanisme. Indien de pomp is gevallen of gestoten, controleer de pomp dan op beschadiging. Een beschadigde of niet goed functionerende pomp mag niet worden gebruikt. Neem contact op met de klantenservice van Smiths Medical om de pomp voor onderhoud te retourneren. Het gebruik van een injectiespuit met de CADD -toedieningsset kan leiden tot ONVOLDOENDE TOEDIENING van medicatie. Het functioneren van de spuit kan ongunstig worden beïnvloed door de verschillen in afmetingen en gladheid van de zuiger, wat ertoe kan leiden dat er meer kracht nodig is om de zuiger van de spuit in beweging te brengen. De zuiger van een spuit wordt minder glad als deze veroudert, wat resulteert in een toenemende mate van onderdosering van medicatie, wat op een bepaald ogenblik significant kan zijn. Daarom dient er rekening gehouden te worden met de soort medicatie en de vereiste nauwkeurigheid van toediening bij gebruik van een injectiespuit met de CADD -Solis-pomp. Het in de injectiespuit resterende volume dient regelmatig te worden vergeleken met de op de pomp weergegeven waarden (bijv. het reservoirvolume en vermelde volume) om te bepalen of er onderdosering van medicatie plaatsvindt. Zo nodig moeten de vereiste corrigerende maatregelen worden genomen. Er zijn mogelijke gezondheidsrisico s verbonden aan het verkeerd wegwerpen van batterijen, elektronica en besmette (gebruikte) reservoirs en extensiesets. Gebruikte batterijen, reservoirs, extensiesets en andere gebruikte accessoires of een pomp waarvan de gebruiksduur is verstreken, dienen op milieuvriendelijke wijze te worden weggegooid en volgens eventueel van toepassing zijnde voorschriften. Dien geen medicatie toe in de epidurale of subarachnoïdale ruimte, tenzij de medicatie geïndiceerd is voor toediening in deze ruimtes. Om infusie te voorkomen van medicatie die niet geïndiceerd is voor infusie in de epidurale of subarachnoïdale ruimte, mogen er GEEN toedieningssets worden gebruikt die injectieplaatsen bevatten. Indien een CADD -medicatiecassettereservoir, CADD -extensieset of CADD -toedieningsset gebruikt wordt om medicatie toe te dienen in de epidurale of subarachnoïdale ruimte, is het sterk aan te bevelen om deze duidelijk te onderscheiden van systemen die gebruikt worden voor andere toedieningsroutes. Bijvoorbeeld door kleurcodering of andere identificatiewijze. 3

4 Gebruik geen oplaadbare NiCd of nikkelmetaalhydride- (NiMH) batterijen. Gebruik geen koolzink- ('accu') batterijen. Deze batterijen leveren niet voldoende capaciteit om de pomp goed te laten functioneren. Zorg dat er altijd nieuwe reservebatterijen beschikbaar zijn. Indien de stroom uitvalt, wordt de medicatie niet toegediend. Er is geen pompalarm dat waarschuwt als de batterij niet goed is aangebracht. Een onjuist aangebrachte batterij kan leiden tot stroomverlies en het niet toedienen van medicatie. Controleer altijd of het batterijvak vocht of vuil bevat voordat u de batterijen installeert en zorg ervoor dat er geen vocht of vuil in het batterijvak kan vallen. Vocht of vuil in het batterijvak kan de contacten van de batterij beschadigen en dit kan leiden tot stroomverlies en niet-toediening van medicatie. Indien de pomp is gevallen of gestoten kan het batterijklepje beschadigd raken of breken. Gebruik de pomp niet als het batterijklepje beschadigd is, aangezien de batterijen dan niet goed vastzitten. Dat kan resulteren in stroomuitval en het niet toedienen van medicatie. Als een oplaadbare batterij het einde van de levensduur heeft bereikt, dient de batterij te worden vervangen door een nieuwe CADD -Solis oplaadbare batterij of 4 AA-batterijen. Gebruik van oplaadbare batterijen van een ander merk kan brand of ontploffing veroorzaken. Volg de gebruiksinstructies die bij het CADD -medicatiecassettereservoir, de CADD extensieset of CADD -toedieningsset zijn geleverd en let vooral op alle waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen die van toepassing zijn op hun gebruik. Maak de cassette goed vast. Een losgekomen of onjuist aangesloten cassette kan leiden tot een ongecontroleerde infusie door zwaartekracht van medicatie uit het vloeistofreservoir of tot terugvloeien van bloed. Als u een CADD -toedieningsset of CADD -medicatiecassettereservoir zonder flowstopmechanisme gebruikt, moet u een CADD -extensieset met anti-sifonklep of een CADD -toedieningsset met integrale of toegevoegde anti-sifonklep gebruiken ter bescherming tegen de ongecontroleerde infusie door zwaartekracht die kan worden veroorzaakt door een verkeerd aangebrachte cassette. Als een algemene veiligheidsregel moet(en) de lijn(en) altijd worden dichtgeklemd alvorens de cassette van de pomp wordt verwijderd. Verwijderen van de cassette zonder de klem te sluiten kan mogelijk een ongecontroleerde zwaartekrachtinfusie veroorzaken. Wees voorzichtig bij gebruik van de klinische bolusfunctie. Aangezien er geen grenzen gesteld zijn aan de frequentie van het toedienen van een bolus en omdat de hoeveelheid van een bolus op wel 20 ml (of het equivalent in mg of µg) ingesteld kan worden, mag u niet toestaan dat de patiënt vertrouwd raakt met de procedure voor het toedienen van een klinische bolus. Om te voorkomen dat de patiënt toegang heeft tot de klinische bolusfunctie, moet u zorgen dat de patiënt de beveiligingscodes niet kent. Laat de pomp nooit onbeheerd achter terwijl het bewerkingsscherm van de klinische bolus open is. Druk op Bevestigen of Toedienen om de geprogrammeerde waarde toe te dienen of op Annuleren om het scherm te verlaten. Prime het vloeistofpad niet terwijl de infusielijn nog aan de patiënt gekoppeld is, aangezien dit kan leiden tot een te grote afgifte van medicatie of tot een luchtembolie. Om luchtembolie te voorkomen moet u zorgen dat het gehele vloeistofpad vrij is van luchtbellen voordat u de patiënt aansluit. De handmatige modus bevat geen programmeerlimieten. Controleer elke parameter zorgvuldig om zeker te zijn dat deze exact overeenkomt met het voorschrift. Zorg ervoor dat er met de ± 6% systeemtoedieningsnauwkeurigheid rekening gehouden wordt wanneer de pomp wordt geprogrammeerd en/of het reservoir gevuld. Als dit wordt nagelaten, kan dit ertoe leiden dat het reservoir sneller leeg is dan verwacht. 4

5 Onnauwkeurigheden in de toediening van medicatie door het systeem kunnen ontstaan ten gevolge van tegendruk of vloeistofweerstand, wat afhangt van de viscositeit van de medicatie, de grootte van de katheter en extensiesetlijnen (bijvoorbeeld microbore-lijn) en van het plaatsen van het infuusreservoir en/of de pomp boven of onder het niveau van de patiënt. Het gebruik van een stroomadapter en een PCA-handset die anders zijn dan aangegeven in de elektromagnetische-emissieverklaring, kan leiden tot een toename van emissies of verminderde immuniteit van de pomp. De pomp mag niet gebruikt worden in de nabijheid van of gestapeld worden met andere apparatuur. Indien gebruik in de nabijheid van andere apparatuur of stapeling op andere apparaten nodig is, dient u te controleren of de pomp normaal werkt in de te gebruiken configuratie. Voorzorgsmaatregelen Gebruik de pomp niet bij temperaturen onder 2 C of boven 40 C, om beschadiging van de elektronische circuits te voorkomen. Sla de pomp niet op bij temperaturen onder -20 C of boven 60 C, om beschadiging van de elektronische circuits te voorkomen. Sla de pomp niet op met een CADD medicatiecassettereservoir of CADD -toedieningsset erop aangesloten. Stel de pomp niet bloot aan een relatieve lucht vochtigheid lager dan 20% of hoger dan 90%, om beschadiging van de elektronische circuits te voorkomen. CADD -pompen zijn verzegeld. Een verbroken of beschadigde verzegeling dient daarom beschouwd te worden als een doorslaggevend bewijs dat de pomp foutief is gebruikt en/of gewijzigd is, waardoor alle garantiebepalingen vervallen. Al het onderhoud en alle reparaties van de CADD -pompen dienen te worden uitgevoerd door Smiths Medical of gemachtigde vertegenwoordigers. Controleer de AA-batterijen voor gebruik op beschadiging of slijtage aan de metalen of plastic isolatie of nadat de pomp gevallen of gestoten is. Vervang de batterijen wanneer u merkt dat er schade is. Sla de pomp niet voor langere periode op met de batterijen erin. Batterijlekkage kan de pomp beschadigen. Indien bij het opstarten in een foutbericht wordt aangegeven dat de protocolbibliotheek verloren is gegaan, mag u deze pomp niet blijven gebruiken. Volg de procedures van uw instelling voor het downloaden van protocolbibliotheken. Gebruik alleen accessoires die specifiek bestemd zijn voor gebruik met de CADD -Solis ambulante infuuspomp. Indien u een CADD -medicatiecassettereservoir gebruikt dat bevroren medicatie bevat, ontdooi dit dan alleen op kamertemperatuur. Niet opwarmen in een magnetron, aangezien dit het product kan beschadigen en lekkage veroorzaken. Dompel de pomp niet onder in een reinigingsvloeistof of in water. Laat geen vloeistof op de pomp inwerken, ophopen op het toetsenbord of binnendringen in het batterijvakje, in de USBpoort, in de PCA-handsetaansluiting of in de buurt van de stroomaansluiting. Vochtophoping in de pomp kan leiden tot beschadiging van de pomp. Reinig de pomp niet met aceton of andere kunststofoplosmiddelen of schuurmiddelen aangezien de pomp erdoor beschadigd kan worden. Stel de pomp NIET RECHTREEKS BLOOT AAN THERAPEUTISCHE NIVEAUS VAN IONISERENDE STRALING aangezien het elektronische circuit van de pomp hierdoor permanent schade kan oplopen. De beste handelwijze is om de pomp tijdens een therapeutische of diagnostische bestraling van de patiënt te verwijderen. Indien de pomp tijdens een therapeutische of diagnostische sessie in de nabijheid van de patiënt moet blijven, moet hij afgeschermd worden, en dient na behandeling gecontroleerd te worden of deze nog goed functioneert. Stel de pomp niet rechtstreeks bloot aan ultrasone geluidsgolven aangezien er permanente beschadiging kan optreden van de elektronische circuits van de pomp. 5

6 De magnetische velden die geproduceerd worden door beeldvorming via magnetische resonantie (MRI) kunnen een negatief effect hebben op het functioneren van de pomp. Verwijder de pomp van de patiënt tijdens een MRI-onderzoek en houd de pomp op een veilige afstand van magnetische energie. Gebruik van deze pomp bij patiënten die met elektronische apparatuur worden bewaakt, kan leiden tot artefactinterferentie. Zoals met alle elektronische apparatuur, kunnen er elektrische artefacten optreden die een invloed hebben op de werking van andere apparatuur zoals ECGmonitoren. De gebruiker dient het juiste functioneren van de apparatuur voor gebruik te controleren. Gebruik de pomp niet in hyperbare kamers aangezien dit invloed heeft op de werking van de pomp en de pomp kan beschadigen. 6

7 Inhoudsopgave Technische ondersteuning Waarschuwingen Voorzorgsmaatregelen Algemene beschrijving Inleiding Indicaties Epidurale/subarachnoïdale toediening Analgetica Anesthetica Symbolen Schema van de pomp Beschrijving van de toetsen, onderdelen, poorten en connectors Indicatielampjes Scherm met achtergrondverlichting...13 Toetsenbord PCA-handsetaansluiting Stroomaansluiting USB-poort Aansluiting voor handset Batterijvakje Cassettesluiting Cassette-/toetsenbordvergrendeling..14 Toedieningsmethoden Installatie van de pomp Batterijen installeren Het batterijklepje vervangen Opstarten Beschrijving van de pompaccessoires CADD -Solis Medication Safety Software AC-adapter Oplaadbare batterij Cassette PCA-handset Adapter voor infuusstandaardklem Infuusstandaardklem Pompsleutel De pomp programmeren: Algemene instructies Het scherm van de pomp Kleurenscherm Voor het programmeren Een cassette bevestigen Een cassette verwijderen De pomp starten De pomp stoppen Programmeren en gebruik Beveiligingsinstellingen Tabel beveiligingsniveau Automatische vergrendeling Taken Klinische bolus toedienen Nieuwe patiënt starten Nieuw protocol starten, zelfde patiënt Lijn primen Stel tijd en datum in Intensiteit achtergrondverlichting aanpassen Alarmvolume aanpassen Rapporten bekijken Administratorinstellingen aanpassen Rapporten Dosistellers voor toegediend en PCA Grafiek PCA-dosis Toedieningshistorie en cirkeldiagram Toedienings-log Eventlog Samenvatting protocolbibliotheek Toestel informatie Patiëntspecifieke parameters (Programmeerschermen) Continue snelheid PCA-dosis PCA-blokkering Uurlimiet Max. doses/uur Reservoirvolume In de handmatige modus programmeren Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten begrijpen Alarmen en berichten, alfabetische lijst De pomp en accessoires reinigen Blootstelling aan straling of beeldvorming via magnetische resonantie (MRI) Instellingsbereik voor de continue snelheid Instellingsbereik PCA-dosis, klinische bolus: Milliliter Algemene beschrijving Installatie van de pomp Programmeren en gebruik Referenties en probleemoplossing Index 7

8 Algemene beschrijving Instellingsbereik PCA-dosis, klinische bolus: Milligram Instellingsbereik PCA-dosis, klinische bolus: Microgram Technische beschrijving Specificaties (nominaal) Algemene pompspecificaties Toedieningsspecificaties Specificaties administratorinstellingen Verklaringen aangaande elektromagnetische emissies en immuniteit Apart inzamelen Overzicht van programmeerschermen/menu s Standaard fabrieksinstellingen Resultaten van nauwkeurigheidstest Beperkte garantie Index Index Referenties en probleemoplossing Programmeren en gebruik Installatie van de pomp 8

9 Algemene beschrijving Algemene beschrijving Inleiding De CADD -Solis ambulante infuuspomp zorgt voor een afgemeten toediening van medicatie aan patiënten in het ziekenhuis of in een ambulante omgeving. De behandeling moet altijd onder toezicht van een arts of van een gediplomeerde medische zorgverlener staan. Indien van toepassing, moet het gebruik van de pomp aan de patiënt worden uitgelegd. Indicaties De CADD -Solis ambulante infuuspomp is geïndiceerd voor intraveneuze, intra-arteriële, subcutane of intraperitoneale infusie, infusie in de nabijheid van zenuwen, in een operatiegebied (weke delen, lichaamsholte/chirurgische wondholte) en in de epidurale of subarachnoïdale ruimte. De pomp is bestemd voor therapieën waarbij een constante infuussnelheid, dosis op aanvraag van de patiënt of beide gewenst zijn (zoals bij door de patiënt gecontroleerde analgesie [PCA]). Epidurale/subarachnoïdale toediening De gekozen medicatie moet gebruikt worden in overeenstemming met de indicaties zoals aangegeven op de bijsluiter van de medicatie. Toediening van medicatie via deze pomp dient te geschieden met inachtneming van elke waarschuwing, voorzorgsmaatregel of contra-indicatie in de bijsluiter van de medicatie. Analgetica Toediening van analgetica in de epidurale ruimte is beperkt tot gebruik met verblijfkatheters die specifiek geïndiceerd zijn voor toediening van medicatie gedurende korte of langere termijn. Anesthetica Toediening van anesthetica in de epidurale ruimte is beperkt tot gebruik met verblijfkatheters die specifiek geïndiceerd zijn voor toediening van medicatie op korte termijn. Algemene beschrijving WAARSCHUWING: Dien geen medicatie toe in de epidurale of subarachnoïdale ruimte, tenzij de medicatie geïndiceerd is voor toediening in deze ruimtes. Medicatie die niet bestemd is voor toediening via een epiduraal of subarachnoïdaal infuus kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. Om infusie te voorkomen van medicatie die niet geïndiceerd is voor infusie in de epidurale of subarachnoïdale ruimte, mogen er GEEN toedieningssets worden gebruikt die injectieplaatsen bevatten. Het onbedoeld gebruik van injectieplaatsen voor het via infuus toedienen van dergelijke medicatie kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. Indien een CADD -medicatiecassettereservoir of CADD -extensie- of CADD toedieningsset gebruikt wordt om medicatie toe te dienen in de epidurale of subarachnoïdale ruimte, is het sterk aan te bevelen om deze duidelijk te onderscheiden van systemen die gebruikt worden voor andere toedieningsroutes. Bijvoorbeeld door kleurencodering of andere identificatiewijze. Medicatie die niet bestemd is voor toediening via een epiduraal of subarachnoïdaal infuus kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. 9

10 Algemene beschrijving Symbolen Algemene beschrijving f 1 Symbolen op de pomp en etiketten Let op Aan- en uitknop Raadpleeg de gebruiksaanwijzing Cassette openen/sluiten < Catalogusnummer B Functietoets > Serienummer U Omhoog-toets J Fabricagedatum D Omlaag-toets : LET OP: Krachtens de nationale wetgeving (van de VS) mag dit product uitsluitend door of op S Select-toets voorschrift van een arts worden verkocht. Gemachtigde in de Europese Gemeenschap 9 Start/Stop-knop Gemachtigde voor PCA-dosistoets Niet gebruiken indien de verpakking beschadigd is. Plaatsing AA-batterij, positieve pool omhoog P Temperatuurlimiet Plaatsing AA-batterij, negatieve pool omhoog _ Vochtigheidslimieten Plaatsing AA-batterij, positieve pool omhoog i Atmosferische druklimieten Plaatsing AA-batterij, negatieve pool omhoog J K E Z Apparatuur type CF USB-poort Klasse II apparatuur Gelijkstroom (contactbus) Spatwaterdicht water dat tegen de pompbehuizing spat, heeft geen schadelijke gevolgen. Apart inzamelen PCA-handsetaansluiting 10

11 Algemene beschrijving Symbolen op het pompscherm Reservoirvolume Lading van de oplaadbare batterij Lading van de oplaadbare batterij. AC-adapter aangesloten. Het in het werkgebied gemarkeerde item staat bovenaan in het menu. Druk op D om omlaag te schuiven. Het in het werkgebied gemarkeerde item staat onderaan in het menu. Druk op U om omhoog te schuiven. Home-scherm Algemene beschrijving Lading van AA-batterijen Lading van AA-batterijen. AC-adapter aangesloten. Geen batterij aanwezig. Alleen netstroom. Batterij niet compatibel Batterij niet compatibel. AC-adapter aangesloten. Pompstatus is loopt. Pompstatus is gepauzeerd of in KVO. Pompstatus is gestopt. Er zijn meer items zichtbaar in het werkgebied. Druk op U of D om omhoog of omlaag te schuiven. Toetsenbord is vergrendeld Toetsenbord is ontgrendeld Weergegeven naast parameters die gecontroleerd en aanvaard zijn. Op bewerkingsschermen. Geeft de huidige waarde van de parameter weer. Druk op U of D om omhoog of omlaag te schuiven en de waarde te bewerken. Op bewerkingsschermen met een optiemenu. Geeft aan welke instelling wordt geselecteerd. De gevraagde handeling kan niet worden verricht. Er zijn meer gegevens beschikbaar. Alleen op PCA-dosisrapport. Overzichtsscherm Opslaan 11

12 Algemene beschrijving Schema van de pomp Algemene beschrijving Voorzijde Indicatielampjes Geel Groen Scherm Batterijvakje USB-poort Blauw netstroomlampje Netstroomaansluiting PCAhandsetaansluiting Toetsenbord Achterzijde Aan/Uitschakelaar Cassette/ toetsenbordvergrendeling (ontgrendelen/vergrendelen) Cassettesluiting Cassette (het deel van het CADD medicatiecassettereservoir of de CADD toedieningsset dat aangesloten wordt op de pomp) 12

13 Algemene beschrijving Beschrijving van de toetsen, onderdelen, poorten en connectors Indicatielampjes Als de pomp stroom krijgt, knipperen een of beide indicatielampjes. Groen: Het groene lampje knippert om aan te geven dat de pomp loopt en vloeistof, zoals geprogrammeerd, wordt toegediend. Geel: Het gele lampje knippert als de pomp wordt gestopt, bij een alarmtoestand of als de batterijlading of het reservoirvolume laag is. Het blijft continue branden als de pomp niet gebruikt kan worden. Op het scherm staat een korte beschrijving van de alarmtoestand als het gele lampje knippert. Algemene beschrijving OPMERKING: Soms knipperen beide lampjes. Dit geeft aan dat de pomp loopt, maar dat er een toestand is waarvan de arts zich moet bewust zijn (bijvoorbeeld bijna lege batterij of laag reservoirvolume). Scherm met achtergrondverlichting Het LCD-scherm toont de informatie over het programma en de berichten. Dankzij de achtergrondverlichting blijft het scherm zichtbaar bij weinig licht. In deze handleiding betekent 'scherm' het weergavescherm of LCD-scherm. Na een periode waarin geen toetsen zijn ingedrukt, gaan de achtergrondverlichting en het scherm uit om de batterij te sparen (behalve tijdens een alarm of wanneer een externe stroombron gebruikt wordt). U kunt op een willekeurige toets drukken om het scherm weer aan te zetten. OPMERKING: Wanneer het scherm uit is, kunt u nagaan of de pomp stroom krijgt door te controleren of de groene of gele (of beide) LED-indicatielampjes periodiek knipperen. OPMERKING: Indien u op stop/start 9 drukt, wordt het scherm opnieuw weergegeven met een bericht waarin u gevraagd wordt of u de pomp wenst te stoppen of starten. OPMERKING: Indien u op de drukt terwijl het scherm van de pomp uit is, geeft de pomp een PCA-dosis af indien die beschikbaar is. Toetsenbord De toetsen op het toetsenbord worden hieronder beschreven. U hoort een waarschuwingstoon als een toets wordt ingedrukt indien die gebruikt kan worden in de huidige toestand van de pomp. De toets geeft geen geluid wanneer de functie van de waarschuwingstoon is uitgezet in het protocol of in de administratorinstellingen. 06 stop/start select PCA-dosis Start en stopt de toediening door de pomp. Hiermee kunt u een vraag op het scherm van de pomp beantwoorden. Zo kan bijvoorbeeld het scherm boven deze toets 'Ja' aangeven. In dat geval geeft het indrukken van deze toets het antwoord Ja op de gestelde vraag. U kunt hiermee ook navigeren door sommige schermen van de pomp (bijvoorbeeld een actie annuleren, het menu van de rapporten/taken openen of een open scherm verlaten). Worden ook 'functietoetsen' genoemd. 13

14 Algemene beschrijving Hiermee kunt u omlaag door de menu s van de pomp navigeren. Algemene beschrijving Hiermee kunt u omhoog door de menu s van de pomp navigeren. Wordt gebruikt om een item in het menu te selecteren. Hiermee kan de patiënt een PCA-dosis vragen als de PCA-handset niet is aangesloten. Als de PCA-handset is aangesloten, is deze toets inactief. Aan/Uit-schakelaar Zet de pomp aan of uit. Blijf de schakelaar indrukken totdat de pomp opstart. Druk de toets in om de pomp uit te zetten en bevestig dat u wenst af te sluiten door Ja te selecteren. Stroomaansluiting U kunt de AC-adapter in de stroomaansluiting steken. Wanneer de AC-adapter is aangesloten, gaat het blauwe lampje van de stroom branden. Dit lichtje brandt, onafhankelijk of de pomp aan of uit staat. (Zie AC-adapter op pagina 18 voor meer informatie.) USB-poort Een mini-b USB-kabel kan aangesloten worden op de USB-poort voor communicatie met de CADD -Solis Medication Safety Software. PCA-handsetaansluiting De PCA-handsetaansluiting wordt gebruikt om de PCA-handsetkabel te bevestigen. (Zie PCAhandset op pagina 19 voor meer informatie.) Batterijvakje Vier AA-batterijen of de oplaadbare batterij passen in dit vakje. De batterijen zijn de primaire energiebron of dienen als back-up wanneer de AC-adapter wordt gebruikt. (Zie Batterijen installeren op pagina 16 voor informatie over het installeren van de batterijen.) Cassettesluiting Wordt gebruikt om de cassette aan de pomp te bevestigen. Wanneer de pomp aanstaat, detecteert deze of de cassette goed is bevestigd. Als de cassette los gaat, stopt de toediening en er wordt een alarmsignaal gegeven. (Zie Een cassette bevestigen op pagina 22 en Cassette verwijderen op pagina 23.) Cassette-/toetsenbordvergrendeling Hiermee kunt u de cassettebevestiging beveiligen met behulp van de bijgeleverde pompsleutel. De cassettesluiting moet gesloten zijn, voordat deze kan worden vergrendeld. De cassette-/ toetsenbordvergrendeling kan geconfigureerd worden om alleen de cassettesluiting te ontgrendelen of om zowel de sluiting als het toetsenbord te ontgrendelen. Dit wordt ingesteld door uw CADD -Solis-systeemadministrator. (Zie Beveiligingsinstellingen op pagina 25.) 14

15 Algemene beschrijving Toedieningsmethoden De pomp beschikt over de volgende toedieningsmethoden: Continue snelheid (zie pagina 39). PCA-dosis (zie pagina 40). Klinische bolus (zie pagina 28). Algemene beschrijving Klinische bolus (hier gebruikt als oplaaddosis) Continue snelheid Dosering PCA-doses Tijd 15

16 Installatie van de pomp Installatie van de pomp Batterijen installeren AA 1,5 volt primaire (niet-oplaadbare) alkaline batterijen of de Smiths Medical oplaadbare batterij worden aanbevolen voor gebruik in de CADD -Solis-pomp. OPMERKING: Smiths Medical raadt af om nieuwe en gebruikte batterijen door elkaar te gebruiken. Dit kan de tijd beïnvloeden voor er een waarschuwing wordt weergegeven dat de batterijen bijna leeg zijn. Plaats altijd vier nieuwe batterijen wanneer u ze vervangt. Installatie van de pomp OPMERKING: Controleer de AA-batterijen voor gebruik op beschadiging of slijtage aan de metalen of plastic isolatie of nadat de pomp gevallen of gestoten is. Vervang de batterijen wanneer u merkt dat er schade is. De pomp behoudt alle geprogrammeerde waarden terwijl de batterijen worden verwijderd. Er moeten batterijen in de pomp geplaatst zijn om medicatie te kunnen toedienen. Als de batterijen worden verwijderd terwijl de pomp medicatie toedient en er is een AC-adapter aangesloten, stopt de toediening. Indien er geen AC-adapter is aangesloten en de batterijen worden verwijderd, stopt de toediening en verliest de pomp zijn stroomvoorziening. Gooi de gebruikte batterijen op een milieuvriendelijke manier weg, in overeenstemming met alle regelgeving die van toepassing kan zijn. WAARSCHUWING: Gebruik geen oplaadbare NiCd of nikkelmetaalhydride- (NiMH) batterijen. Gebruik geen koolzink- ('accu') batterijen. Deze batterijen leveren onvoldoende energie om de pomp goed te laten functioneren, hetgeen ernstig letsel bij of zelfs het overlijden van de patiënt tot gevolg kan hebben. Zorg dat er altijd nieuwe reservebatterijen beschikbaar zijn. Indien de stroom onderbroken wordt, wordt de medicatie niet toegediend wat, afhankelijk van het type medicatie, kan leiden tot letsel bij of zelfs het overlijden van de patiënt. Er is geen pompalarm dat waarschuwt als de batterij niet goed is aangebracht. Een slecht aangebrachte batterij kan leiden tot stroomverlies en het niet toedienen van de medicatie, wat, afhankelijk van het type medicatie, kan leiden tot overlijden of ernstig letsel bij de patiënt. Controleer altijd of het batterijvak vocht of vuil bevat voordat u de batterijen installeert en zorg ervoor dat er geen vocht of vuil in het batterijvak kan vallen. Vocht of ongerechtigheden in het batterijcompartiment kunnen de contacten van de batterij beschadigen en kunnen leiden tot verlies van stroom dat kan resulteren tot het niet toedienen van medicatie. Afhankelijk van het type medicatie dat wordt toegediend kan dit leiden tot letsel bij of zelfs het overlijden van de patiënt. Indien de pomp is gevallen of gestoten kan het batterijklepje beschadigd raken of breken. Gebruik de pomp niet indien het klepje beschadigd is, omdat de batterijen dan niet goed vast zitten. Dit kan leiden tot stroomverlies en niet toedienen van de medicatie, wat, afhankelijk van het type medicatie, kan leiden tot overlijden of ernstig letsel bij de patiënt. De batterijen plaatsen: 1. Zorg dat de pomp is stopgezet of uitgeschakeld. Draai met uw vingers, de pompsleutel of een muntstuk de knop op het batterijklepje naar links en open het klepje. 16

17 Installatie van de pomp 2. Houd de pomp schuin en plaats 4 AA-batterijen in de pomp; werk van onder naar boven (zie afbeelding). Zorg ervoor dat de markeringen + en op de nieuwe batterijen overeenkomen met de markeringen op de pomp. OF: Bij gebruik van een oplaadbare batterij installeert u deze in de pomp zoals afgebeeld. Installatie van de pomp 3. Sluit het batterijklepje en draai met uw vingers, de pompsleutel of een muntstuk de knop op het batterijklepje naar rechts om het klepje te sluiten. OPMERKING: Indien u de batterijen omgekeerd inbrengt, start de pomp niet op. Controleer de batterijen en zorg ervoor dat de markeringen + en overeenkomen. LET OP: Sla de pomp niet voor langere periode op met de batterijen erin. Batterijlekkage kan de pomp beschadigen. OPMERKINGEN: De gebruiksduur van de batterij hangt af van de hoeveelheid medicatie die toegediend wordt, de snelheid van toediening, de ouderdom van de batterij, de temperatuur, de tijd dat het scherm actief is en de intensiteit van de achtergrondverlichting. De energie van de batterij vermindert snel bij temperaturen onder 10 ºC. Het batterijklepje vervangen Indien het batterijklepje weg is of vervangen moet worden, klik dan het nieuwe klepje eenvoudig op het staafje aan de bovenzijde van de pomp (zie afbeelding). 17

18 Installatie van de pomp Installatie van de pomp Opstarten Druk de startknop in en houd deze even ingedrukt om de pomp op te starten. De pomp start een serie opstartfuncties. Hierbij verricht de pomp verschillende zelftesten, test hij voor alarmtoestanden en vraagt u vervolgens of u met een nieuwe patiënt wenst te starten. Let op het volgende tijdens het opstarten: Het groene en het gele indicatielampje knipperen beide. Het scherm knippert snel grijs en vervolgens blauw. Een gele werveling vult het scherm, gevolgd door weergave van het logo van het CADD -Solis ambulante infuussysteem. Controleer of u strepen of zwarte of witte pixels ziet, omdat dit kan wijzen op een slecht functionerend scherm. Als u ziet dat het scherm niet goed functioneert, mag u de pomp niet gebruiken en moet u contact opnemen met de klantenservice van Smiths Medical. Als de pomp geheel is opgestart, luistert u naar de morsecode voor 'OK' (een reeks van zes pieptonen). Hoort u dit geluid niet, dan kan er een probleem zijn met de geluidsalarmen. Indien u denkt dat er een probleem is, mag u de pomp niet gebruiken en moet u contact opnemen met de klantenservice van Smiths Medical. Indien er problemen optreden wanneer de pomp de zelftesten uitvoert, hoort u een alarmtoon (bijvoorbeeld bij een bijna lege batterij of indien een toets vastzit in de ingeduwde positie). LET OP: Indien bij het opstarten in een foutbericht wordt aangegeven dat de protocolbibliotheek verloren is gegaan, mag u deze pomp niet blijven gebruiken. Volg de procedures van uw instelling voor het downloaden van protocolbibliotheken. Beschrijving van de pompaccessoires LET OP: Gebruik alleen accessoires die specifiek bestemd zijn voor gebruik met de CADD -Solis ambulante infuuspomp. CADD -Solis Medication Safety Software Met behulp van de CADD -Solis Medication Software kunt u protocolbibliotheken aanmaken, beheren en deze importeren in de pomp. Zie de installatiehandleiding en de helpbestanden die bij het systeem geleverd zijn voor meer informatie. AC-adapter De AC-adapter kan gebruikt worden als een alternatieve energiebron voor de pomp en/of om de oplaadbare batterij op te laden. Bij gebruik van de AC-adapter moeten de 4 AA-batterijen of een oplaadbare batterij geïnstalleerd zijn als back-up. U kunt een AC-adapter bestellen via de klantenservice van Smiths Medical. Zie de gebruiksaanwijzing van de AC-adapter voor meer informatie. Oplaadbare batterij De oplaadbare batterij is een alternatief voor de vier AA-batterijen en kan besteld worden bij de klantenservice van Smiths Medical. De oplaadbare batterij kan gemakkelijk opgeladen worden met de AC-adapter, naar wens in of buiten de pomp. Zie de gebruiksaanwijzing van de oplaadbare batterij voor meer informatie. WAARSCHUWING: Als een oplaadbare batterij het einde van de levensduur heeft bereikt, dient de batterij te worden vervangen door een nieuwe CADD -Solis oplaadbare batterij of 4 AA-batterijen. Gebruik van oplaadbare batterijen van een ander merk kan brand of ontploffing veroorzaken. 18

19 Installatie van de pomp Cassette De cassette is het deel van het CADD -medicatiecassettereservoir of van de CADD toedieningsset dat bevestigd wordt aan de onderzijde van de pomp. De volgende producten voor eenmalig gebruik zijn compatibel met de pomp: CADD -medicatiecassettereservoir, gebruikt met een CADD -extensieset CADD -toedieningsset WAARSCHUWING: Volg de gebruiksinstructies die geleverd worden met het CADD medicatiecassettereservoir, de CADD -extensieset of CADD -toedieningsset en let vooral op alle waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen die van toepassing zijn op hun gebruik. Slechte voorbereiding en/of gebruik van deze producten kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. OPMERKING: Een CADD -set met free-flow bescherming moet gebruikt worden om free-flow te voorkomen. OPMERKING: Smiths Medical raadt aan voldoende cassettes in voorraad te houden om de cassette te kunnen vervangen indien een cassette beschadigd is. Installatie van de pomp OPMERKING: Lees voor gedetailleerde instructies en waarschuwingen over het CADD medicatiecassettereservoir of over de CADD -toedieningsset de gebruiksaanwijzingen die bij het product geleverd worden om het product gebruiksklaar te maken. PCA-handset De PCA-handset kan worden aangesloten op de pomp. De patiënt kan de PCA-handset gebruiken als alternatief voor de als hij/zij de toediening verzoekt van een PCA-dosis. De LED op de PCA-handset geeft de status van de PCA-dosis aan: Uit: Er is geen PCA-dosis beschikbaar. Knipperend: Er is een PCA-dosis beschikbaar. Aan: Er is een PCA-dosis gevraagd en de toediening is gestart. Zie de gebruiksaanwijzing die geleverd wordt bij de handset voor meer informatie. Adapter voor infuusstandaardklem De optionele adapter voor de infuusstandaardklem wordt bevestigd aan de achterzijde van de pomp. Hiermee kunt u de pomp vastmaken aan een infuusstandaard. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de adapter voor de infuusstandaardklem voor meer informatie. Infuusstandaardklem De infuusstandaardklem wordt gebruikt met de adapter voor de infuusstandaardklem om de pomp te bevestigen aan een infuusstandaard. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de infuusstandaardklem voor meer informatie. Pompsleutel De pompsleutel wordt gebruikt om de cassette op de pomp te vergrendelen. De sleutel kan ook gebruikt worden om het toetsenbord te vergrendelen of te ontgrendelen indien dit toegestaan wordt door de CADD -Solis-systeemadministrator. 19

20 Installatie van de pomp De pomp programmeren: Algemene instructies Het scherm van de pomp De afbeeldingen van het scherm die u in deze handleiding aantreft, zijn slechts voorbeelden van wat kan worden weergegeven. De protocollen (bestaande uit therapieën, kwalificaties, medicaties en concentraties en de daarbij behorende pompinstellingen) in uw pompbibliotheek worden ingesteld door uw instelling. Installatie van de pomp i De therapie, de kwalificatie en de medicatie van het huidige protocol De statusbalk toont de status van de pomp. Deze balk geeft ook berichten en alarmen weer, bijvoorbeeld of u de cassette of het toetsenbord vergrendeld of ontgrendeld hebt, of u een cassette hebt bevestigd of als de toedieningslimiet is bereikt. De huidige waarde van het reservoirvolume De kleur van het scherm hangt af van hoe het protocol is opgezet in de CADD -Solis Medication Safety Software. Indien het scherm zwart is, is het protocol gewijzigd in de administratorinstellingen (zie de Handleiding met instellingen voor de administrator voor meer informatie) of staat de pomp in handmatige modus (zie In de handmatige modus programmeren op pagina 44). De toedieningstatus van de pomp gestopt of loopt Het type batterij dat gebruikt wordt, de geschatte gebruikscapaciteit van de batterijen en de netstroomindicatie AA-batterij Oplaadbare batterij Batterij met ACadapter kan AA- of oplaadbare batterij zijn Status van de toetsenbordvergrendeling vergrendeld of ontgrendeld. In dit voorbeeld is het toetsenbord vergrendeld. i De maateenheden (ml, mg of µg) en de concentratie (indien de eenheden uitgedrukt zijn in mg of µg) voor dit protocol De naam van het weergegeven scherm en de hulptekst voor het scherm, indien aanwezig, worden weergegeven. Dit scherm is bijvoorbeeld het Home-scherm. Het werkgebied/-inhoud voor het scherm dat afgebeeld wordt (in dit voorbeeld worden de patiëntspecifieke parameters weergegeven) Navigatieopties voor de pomp. Deze opties veranderen afhankelijk van het scherm waarin u zich bevindt en de functies die u de pomp laat uitvoeren. 20

21 Installatie van de pomp Kleurenscherm Het scherm van de CADD -Solis-pomp gebruikt kleuren, zodat de arts snel en gemakkelijk belangrijke informatie kan herkennen. Uw instelling kan er bijvoorbeeld voor kiezen om een specifieke kleur toe te kennen aan elk protocol in zijn bibliotheek. Dit kan worden ingesteld door uw CADD -Solis-systeemadministrator. De protocollen kunnen verschillende kleurcodes krijgen afhankelijk van de behoeften van uw pijnbestrijdingprogramma, inclusief: Toedieningwijze (bijvoorbeeld alle epidurale protocollen kunnen geel gekleurd zijn en worden gebruikt met een pomp met een geel toetsenbord, een geel cassettereservoir of gele toedieningsset, een gele extensieset en een gele LockBox). Type patiënt (bijvoorbeeld alle pediatrische protocollen kunnen blauw gekleurd zijn). Of door een andere hiërarchie die tegemoet komt aan de behoeften van uw instelling. Er zijn vijf protocolkleuren beschikbaar. De kleur van het protocol wordt weergegeven in de titelbalk ( ) en in de functietoetsenbalk ( ). Een protocol dat in het zwart wordt weergegeven, betekent dat er een niet-standaard protocol wordt gebruikt of dat de pomp geprogrammeerd is met een handmatige modus (zie In de handmatige modus programmeren op pagina 44). Raadpleeg de procedures en richtlijnen van uw instelling om te begrijpen hoe de kleuren worden gebruikt om uw protocollen te identificeren. De pomp gebruikt ook kleuren om de arts te helpen om de status van de pomp te herkennen. De kleuren blauw, groen, geel en rood worden zowel in de statusbalk als in de alarmschermen gebruikt. Net als een verkeerslicht betekent groen: in orde, geel: let op, en rood: stop. Groen geeft aan dat de status van de pomp in orde is (bijvoorbeeld het reservoirvolume is hoger dan het Uitschakelpunt reservoir laag). Geel geeft aan dat er een status is die aandacht behoeft, maar dat de huidige toestand van de pomp voldoende is (bijvoorbeeld het Uitschakelpunt reservoir laag is bereikt). Rood geeft aan dat er een alarmtoestand is die onmiddellijke aandacht vereist en dat het infuus gestopt is (bijvoorbeeld het reservoirvolume heeft het nulniveau bereikt). De kleur blauw wordt ook gebruikt in de statusbalk om informatieberichten te geven (bijvoorbeeld PCA-handset is bevestigd). Om te begrijpen hoe kleuren in relatie staan tot de Alarmen en berichten, raadpleegt u de paragraaf op pagina 50. Installatie van de pomp Voor het programmeren Protocolbibliotheken worden aangemaakt met de CADD -Solis Medication Safety Software en kunnen in de pomp ingevoerd worden door de CADD -Solis-systeemadministrator. Alvorens de pomp te programmeren voor een patiënt dient u te zorgen dat de pomp een protocolbibliotheek bevat. Indien u de CADD -Solis-pomp niet samen met een protocolbibliotheek gebruikt, raadpleegt u In de handmatige modus programmeren op pagina 44. Een protocol uit de bibliotheek kan handmatig bewerkt worden in de administratorinstellingen. Indien u daartoe bevoegd bent, kijkt u in de Handleiding met instellingen voor de administrator of neemt u contact op met de administrator van het CADD -Solis-systeem voor meer informatie. 21

22 Installatie van de pomp Een cassette bevestigen Zorg voor een nieuw, gevuld CADD -medicatiecassettereservoir of een CADD -toedieningsset bevestigd aan een flexibele infuuszak. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het product voor informatie over de voorbereiding van het product voor gebruik. Installatie van de pomp WAARSCHUWING: Maak de cassette goed vast. Een losgekomen of slecht vastgemaakte cassette kan leiden tot ongecontroleerde zwaartekrachtinfusie van medicatie vanuit de vloeistofcontainer of terugvloeien van bloed, wat kan leiden tot letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. Als u een CADD -toedieningsset of CADD -medicatiecassettereservoir zonder flowstopmechanisme gebruikt, dient u een CADD -extensieset met anti-sifonklep of een CADD -toedieningsset met integrale of toegevoegde anti-sifonklep gebruiken ter bescherming tegen de ongecontroleerde infusie door zwaartekracht die kan worden veroorzaakt door een verkeerd aangebrachte cassette. Ongecontroleerde zwaartekrachtinfusie kan leiden tot ernstig letsel of overlijden. LET OP: Indien u een CADD -medicatiecassettereservoir gebruikt dat bevroren medicatie bevat, ontdooi dit dan alleen op kamertemperatuur. Niet opwarmen in een magnetron aangezien dit het product kan beschadigen en lekkage veroorzaken. De cassette aan de pomp bevestigen: 1. Controleer of de cassettesluiting niet vergrendeld is en open deze. 2. Klem de lijn af. Breng de cassettehaken aan in de scharnierpinnen aan de onderzijde van de pomp. 3. Houd de pomp in uw handen, duw de cassettesluiting naar beneden en druk de cassette omhoog tot deze stevig op zijn plaats klikt. 4. Plaats de cassettesluiting terug in de afgesloten positie. Op de statusbalk verschijnt een kort bericht, zodat u kunt controleren welk type cassette u hebt bevestigd. 22

23 Installatie van de pomp 5. Steek de pompsleutel in de cassette-/toetsenbordvergrendeling en draai deze rechtsom in de vergrendelde positie. OPMERKING: De cassette moet vergrendeld zijn om de pomp te kunnen starten. 'Cassette vergrendeld' wordt kort in de statusbalk weergegeven. Cassette verwijderen Controleer of de pomp gestopt is alvorens de cassette te verwijderen. WAARSCHUWING: Als een algemene veiligheidsregel moet(en) de lijn(en) altijd worden dichtgeklemd alvorens de cassette van de pomp wordt verwijderd. Verwijderen van de cassette zonder de klem te sluiten kan ongecontroleerde infusie door zwaartekracht veroorzaken wat kan leiden tot letsel bij de patiënt of zelfs overlijden. De cassette verwijderen: 1. Sluit de klem op de lijn. 2. Indien vergrendeld: draai met de pompsleutel de cassette-/ toetsenbordvergrendeling naar links tot de ontgrendelde positie. Cassette ontgrendeld wordt kort in de statusbalk weergegeven. Installatie van de pomp 3. Druk op de cassettesluiting tot de cassette loskomt. 23

24 Installatie van de pomp Installatie van de pomp De pomp starten Wanneer de pomp wordt gestart, start ook de toediening van de medicatie. Wanneer de pomp loopt, wordt 'Loopt' groen gemarkeerd weergegeven in de statusbalk en knippert het groene indicatielampje. Als de pomp niet start, wordt er een bericht weergeven op het scherm. Zie de tabel Alarmen en berichten, alfabetische lijst op pagina 50. OPMERKING: Alvorens de pomp op te starten, dient u te controleren of het juiste protocol en de juiste patiëntspecifieke parameters worden weergegeven (zie Patiëntspecifieke parameters pagina 39). Controleer of de lijn gevuld en ontlucht is en de pomp aangesloten is op de patiënt, volgens de richtlijnen van uw instelling. De pomp starten: 1. Druk op stop/start 9. OPMERKING: Indien de patiëntspecifieke parameters niet zijn nagekeken en de waarden niet zijn aanvaard, vereist de pomp dat u dit doet voordat de pomp opstart. 2. Als u 'Pomp starten?' ziet, drukt u op Ja. De pomp stoppen Als de pomp stopt, wordt de toediening gestopt. Wanneer de pomp wordt gestopt, wordt 'Gestopt' rood gemarkeerd weergegeven op de statusbalk en knippert het gele indicatielampje terwijl het groene indicatielampje uit is. De pomp stoppen: 1. Druk op stop/start 9. OPMERKING: Indien u probeert te stoppen tijdens de toediening van een PCA-dosis of klinische bolus, wordt 'PCA-dosis stoppen?' of 'Klinische bolus stoppen?' weergegeven. Selecteer Ja om de dosis te stoppen. Druk hier om te selecteren Druk hier om te selecteren 2. Als u 'Pomp stoppen?' ziet, drukt u op Ja. Druk hier om te selecteren 24

25 Programmeren en gebruik Programmeren en gebruik Beveiligingsinstellingen De beveiligingsinstellingen worden gebruikt om de toegang van de patiënt en de arts tot bepaalde programmeer- en gebruiksfuncties van de pomp te beperken. De diverse functies van de pomp worden beschermd door drie verschillende beveiligingscodes en kunnen ook beschermd worden door de cassette-/toetsenbordvergrendeling. De tabel met beveiligingsniveaus hieronder somt de functies op die beschikbaar zijn onder elke beveiligingscode. De standaard fabrieksinstellingen voor de verschillende beveiligingscodes zijn: Toetsenbordcode: 201 Artsencode: 997 Administratorcode: Raadpleeg uw CADD -Solis-systeemadministrator. De toetsenbordcode, de artsencode en de administratorcode kunnen alleen aangepast worden door de CADD -Solis-systeemadministrator tijdens het instellen van het protocol met behulp van van de CADD -Solis Medication Safety Software of in de administratorinstellingen. De CADD - Solis-systeemadministrator bepaalt ook of de cassette-/toetsenbordvergrendeling gebruikt mag worden om het toetsenbord te ontgrendelen. Neem contact op met de CADD -Solissysteemadministrator voor meer informatie of over de beveiligingscode die u dient te gebruiken als de codes zijn aangepast. Tabel beveiligingsniveau De toetsenbordcode dient gebruikt te worden door artsen die een protocol voor de patiënt moeten opzetten en beheren. De artsencode geeft toegang tot alle functies die toegestaan zijn voor de toetsenbordcode en tot de klinischebolusfunctie. De administratorcode geeft toegang tot alle pompfuncties en het gebruik ervan moet worden gereserveerd voor de CADD -Solis-systeemadministrator en bepaalde vertrouwenspersonen. Een gebruiker die over de administratorcode beschikt kan de protocolwaarden en alle pompinstellingen wijzigen. Programmeren en gebruik Pomp gebruiken en programmeren Toetsenbordbeveiliging vergrendeld Toetsenbordbeveiliging ontgrendeld Beveiliging arts ontgrendeld Beveiliging administrator ontgrendeld Loopt Gestopt Loopt Gestopt Loopt Gestopt Loopt Gestopt Stop/start Reservoirvolume resetten PCA-dosis starten Continue snelheid aanpassen (titreren) PCA-dosis aanpassen (titreren) Aanpassen (titreren) Toedieningshoeveelheid aanpassen (titreren) Max. doses/uur aanpassen (titreren) 25

26 Programmeren en gebruik Taken van de pomp Toetsenbordbeveiliging vergrendeld Toetsenbordbeveiliging ontgrendeld Beveiliging arts ontgrendeld Beveiliging administrator ontgrendeld Loopt Gestopt Loopt Gestopt Loopt Gestopt Loopt Gestopt Geef klinische bolus Nieuwe patiënt starten Nieuw protocol/zelfde patiëntstarten Prime lijn Stel tijd en datum in Intensiteit achtergrondverlichting aanpassen Alarmvolumeaanpassen Rapporten bekijken/ wissen Toegang tot administratorinstellingen Verklaring tabel: Ja Nee Programmeren en gebruik Automatische vergrendeling De CADD -Solis-pomp is ontworpen met het oog op veiligheid en gebruiksgemak. De automatische vergrendeling vermindert de kans op programmering van de pomp door onbevoegden. Wanneer het toetsenbord ontgrendeld is met de beveiligingscode en ontgrendeld blijft (twee maal indrukken van de rechter functietoets vanuit het Home-scherm zorgt dat de pomp wordt vergrendeld), vergrendelt de software naar verloop van enige tijd het toetsenbord opnieuw. Deze automatische vergrendelingsfunctie treedt in werking vanuit het Home-scherm, ongeveer 30 seconden nadat de laatste toets is ingedrukt. Het duurt langer op de programmeerschermen of op de taakschermen waar de gebruiker typisch meer tijd nodig heeft om een actie te uit te voeren. (Afhankelijk van welk scherm op de pomp open is gelaten, duurt het maximaal 4,5 minuut na het indrukken van de laatste toets als er geen actief alarm plaatsvindt. Als er een actief alarm plaatsvindt op de pomp, treedt de automatische vergrendeling niet in werking.) Als u de sleutel gebruikt om het toetsenbord te ontgrendelen terwijl de pomp loopt, kunt u de programmawaarden bewerken. U moet daarna het toetsenbord opnieuw met de sleutel vergrendelen. OPMERKING: U kunt het toetsenbord altijd opnieuw vergrendelen door tweemaal te drukken op de rechter functietoets vanuit het Home-scherm (of één keer vanuit het menu Taken). Als veiligheidsmaatregel wordt aanbevolen de pomp altijd handmatig met deze functie te vergrendelen. 26

27 Programmeren en gebruik Taken Het menu Taken bevat de meeste bedieningsfuncties van de pomp. In dit menu kunt u een reeks handelingen uitvoeren zoals een klinische bolus toedienen, een nieuwe patiënt starten, datum en tijd veranderen en de administratorinstellingen aanpassen. Sommige van de items in het menu Taken zijn beschermd met verschillende beveiligingsniveaus. Raadpleeg voor meer informatie over de beveiligingscodes Beveiligingsinstellingen op pagina 25. De volgende functies bevinden zich in het menu Taken: Klinische bolus toedienen Nieuwe patiënt starten Nieuw protocol starten, zelfde patiënt Lijn primen Datum en tijd instellen Intensiteit achtergrondverlichting aanpassen Alarmvolume aanpassen Rapporten bekijken Administratorinstellingen aanpassen Afhankelijk van het vereiste beveiligingsniveau en hoe de CADD -Solis-systeemadministrator het protocol heeft ingesteld, kunt u de cassette-/toetsenbordvergrendeling gebruiken om het toetsenbord te ontgrendelen. Wanneer een code of de pompsleutel vereist is, vraagt de pomp u daar altijd om in elk van volgende schermen: of Programmeren en gebruik Om het toetsenbord te ontgrendelen met de pompsleutel, draait u de pompsleutel naar links om de cassette-/toetsenbordvergrendeling in de ontgrendelde stand te zetten. OPMERKING: Het is mogelijk dat het toetsenbord is vergrendeld terwijl de cassette-/toetsenbordvergrendeling is ontgrendeld. Om de pompsleutel te gebruiken om het toetsenbord te ontgrendelen, moet u de cassette-/toetsenbordvergrendeling eerst vergrendelen en vervolgens weer ontgrendelen. Selecteer om toegang te krijgen tot het menu Taken op het Home-scherm Druk hier om te selecteren 27

28 Programmeren en gebruik Klinische bolus toedienen Een klinische bolus kan alleen worden toegediend als de pomp loopt. U kunt er een vooraf ingestelde hoeveelheid medicatie mee toedienen, zoals bijvoorbeeld een oplaaddosis. Een klinische bolus kan niet worden gestart terwijl een PCA-dosis wordt toegediend. De toegediende hoeveelheid verlaagt het reservoirvolume en verhoogt de toegediende hoeveelheid maar wordt niet opgeteld bij de dosestellers of bij de toedieningslimiet. Een klinische bolus kan tijdens de toediening gestopt worden. OPMERKING: Als een klinische bolus handmatig gestopt wordt door de arts of automatisch gestopt wordt door een alarm, stroomuitval of een andere toestand waardoor de toediening wordt gestopt, onthoudt de pomp het onderbrekingspunt van de bolus. Als u de volgende keer een klinische bolus wilt toedienen, biedt het systeem u de keuze om de klinische bolus te starten waar deze werd onderbroken of om te starten met een nieuwe klinische bolus. WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij gebruik van de klinischebolusfunctie. Aangezien er geen grenzen gesteld zijn aan de frequentie van het toedienen van een bolus en omdat de hoeveelheid van een bolus op wel 20 ml (of het equivalent in mg of µg) ingesteld kan worden, mag u niet toestaan dat de patiënt vertrouwd raakt met de procedure voor het toedienen van een klinische bolus. Onjuiste programmering kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. Programmeren en gebruik OPMERKING: De maximale klinische bolus kan beperkt worden door de instellingen in het protocol, dat wordt bepaald door de CADD -Solis-systeemadministrator. Een klinische bolus starten: 1. Verzeker u ervan dat de pomp loopt. Start de pomp indien nodig. 2. Druk in het menu Taken op U of D tot Geef klinische bolus gemarkeerd wordt en druk vervolgens op S. 3. Ontgrendel het toetsenbord met de pompsleutel (indien toegestaan) of druk op U of D om de artsencode in te voeren (of een code van hoger niveau). Druk op S om naar het volgende cijfer te gaan. Selecteer Accept. waarde nadat de code is ingevoerd. Druk hier om de waarde te accepteren OPMERKING: Indien u een code hebt ingevoerd waarvan u denkt dat deze correct is en u krijgt een foutbericht voor verkeerde code, controleer dan op het scherm of de artsencode is aangepast. Als de code niet is aangepast, is deze verkeerd ingevoerd. Probeer het opnieuw. Als de code is aangepast, gebruikt u de aangepaste artsencode. Als u deze code niet kent, neem dan contact op met uw CADD -Solis-systeemadministrator. WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat de patiënt toegang heeft tot de klinische bolusfunctie, moet u zorgen dat de patiënt de beveiligingscodes niet kent. Onjuiste programmering kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. 28

29 Programmeren en gebruik 4. Zorg dat de dosis van de klinische bolus het gewenste niveau heeft en selecteer Toedienen. OPMERKING: Als u een waarde opgeeft die zich buiten de zachte limietwaarden bevindt, wordt een scherm weergegeven waarin u wordt gevraagd te bevestigen dat u de zachte limietwaarden wilt negeren. 5. Op het scherm wordt de vermindering van de hoeveelheid weergegeven terwijl de bolus wordt toegediend. U kunt de bolus op elk ogenblik stoppen door Stop bolus te selecteren. WAARSCHUWING: Laat de pomp nooit onbeheerd achter terwijl het bewerkingsscherm van de klinische bolus open is. U moet op Bevestigen of op Toedienen drukken om de geprogrammeerde waarde toe te dienen of op Annuleren om het scherm te verlaten. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. Druk hier om toe te dienen Druk hier om de bolus te stoppen Nieuwe patiënt starten Elke keer als een nieuwe patiënt wordt gestart, wordt dit geregistreerd in het eventlog. Alle andere rapporten worden gewist. De pomp moet gestopt zijn en de toetsenbordcode (of een code van een hoger niveau) moet ingevoerd zijn of de cassette-/toetsenbordvergrendeling moet ontgrendeld zijn, indien toegestaan. Een nieuwe patiënt starten: 1. Druk in het menu Taken op U of D totdat Start nieuwe patiënt wordt gemarkeerd en druk op S. Programmeren en gebruik 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D om de gewenste therapie te markeren en druk op S. 4. Druk op U of D om de gewenste kwalificatie te markeren en druk op S. 5. Druk op U of D om de gewenste medicatie en de gewenste concentratie te markeren en druk op S. 29

30 Programmeren en gebruik Programmeren en gebruik 6. Het nieuwe protocol wordt weergegeven op het scherm en de pomp vraagt u of u de juiste therapie, kwalificatie, medicatie en concentratie hebt gekozen. Bevestig dat uw keuze van therapie, kwalificatie, medicatie en concentratie of eenheden juist is. OPMERKING: Als u programmeert in ml, wordt u niet gevraagd om de concentratie te bevestigen. Wanneer u Ja selecteert, wordt de pomp geprogrammeerd met het protocol dat u hebt gekozen. Wanneer u Nee selecteert, keert u terug naar het scherm Selecteer medicatie. Als u de medicatie wenst te veranderen, herhaalt u dit proces om een nieuwe medicatie te selecteren. Selecteer in alle andere gevallen Terug totdat u het scherm hebt bereikt dat u wilt wijzigen (therapie of kwalificatie). Nieuw protocol starten, zelfde patiënt Het proces voor het starten van een nieuw protocol voor dezelfde patiënt lijkt sterk op het starten van een nieuwe patiënt. Het eventlog voegt echter geen nieuwe patiëntmarker in (alle andere rapporten worden verwijderd behalve het toedieningslog). Zie Nieuwe patiënt starten op pagina 29 voor richtlijnen over het selecteren van een therapie, kwalificatie en medicatie voor het nieuwe protocol. OPMERKING: Zorg bij de start van een nieuw protocol dat u een nieuw reservoir met de juiste medicatie en concentratie bevestigt. Lijn primen De lijn wordt geprimed om de lijn stroomafwaarts van de pomp te vullen met vloeistof en luchtbellen te verwijderen. Prime de lijn alvorens die aan te sluiten aan de infuusset van de patiënt of aan een verblijfskatheter. De pomp moet gestopt zijn en de toetsenbordcode (of een code van een hoger niveau) moet ingevoerd zijn of de cassette-/toetsenbordvergrendeling moet ontgrendeld zijn. OPMERKING: De luchtdetector is uitgeschakeld terwijl de pomp de lijn primet. Druk hier om te selecteren WAARSCHUWING: Prime de lijn niet als de lijn aangesloten is bij de patiënt aangezien dit kan leiden tot afgifte van te veel medicatie of tot een luchtembolie, wat kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. De lijn primen: 1. Druk in het menu Taken op U of D totdat Prime lijn is gemarkeerd en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Als u dit nog niet gedaan hebt, koppelt u de lijn los van de patiënt, opent u de klemmen en selecteert u Primen. Druk hier om te selecteren 30

31 Programmeren en gebruik U kunt het primen op elk moment stoppen door Stop primen te selecteren. Het primen stopt anders automatisch bij het bereiken van 10 ml. Ga verder met primen indien nodig. WAARSCHUWING: Om luchtembolie te voorkomen moet u zorgen dat het gehele vloeistofpad vrij is van luchtbellen voordat u de patiënt aansluit. Luchtembolie kan leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. OPMERKING: Als het vloeistofpad een luchteliminerende filter bevat, is het aanvaardbaar dat er luchtbellen aanwezig zijn aan de ventilatiezijde van de filter. Raadpleeg de gebruiksinstructies voor de cassette voor meer informatie. Tijd en datum instellen Druk hier om te stoppen In het scherm Stel tijd en datum in kunt u de tijd en datum bewerken en de gewenste tijd- en datumnotatie selecteren. De tijd- en datumopties moeten worden ingesteld op de huidige tijd en datum. De klok wordt van stroom voorzien door een aparte inwendige batterij. Deze behoudt de tijd en datum, zelfs als de 4 AA-batterijen of de oplaadbare batterij zijn verwijderd. De pomp gebruikt deze functie om het tijdstip en de datum van events in het toedienings- en eventlog te registreren. De datum wordt ook gebruikt om te bepalen wanneer alarmberichten voor preventief onderhoud worden gegeven. OPMERKING: De inwendige batterij is oplaadbaar en laadt automatisch op als de pomp is ingeschakeld. Als de pomp gedurende langere tijd wordt uitgeschakeld, worden misschien niet de juiste tijd en datum weergegeven als de pomp weer wordt ingeschakeld. Controleer de tijd en de datum en wijzig indien nodig deze instellingen. OPMERKING: De protocolinformatie blijft ongewijzigd, zelfs als de tijd en/of datum worden aangepast tijdens de behandeling van een patiënt. Toegang tot de tijd- en datumfunctie in het menu Taken: Programmeren en gebruik Druk op U of D om Stel tijd en datum in te kiezen en druk op S. De huidige tijd kunt u als volgt instellen: 1. Druk op U of D totdat Huidige tijd is gemarkeerd en druk vervolgens op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D om het juiste uur te selecteren en druk vervolgens op S om naar de minuutinstelling te gaan. Druk hier om op te slaan 4. Druk op U of D om de juiste minuten te selecteren en druk vervolgens op Opslaan. 31

32 Programmeren en gebruik De huidige datum kunt u als volgt instellen: 1. Druk op U of D totdat de optie Huidige datum is gemarkeerd en druk vervolgens op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D om de juiste maand te selecteren en druk vervolgens op S om naar de daginstelling te gaan. 4. Druk op U of D om de juiste dag te selecteren en druk vervolgens op S om naar de jaarinstelling te gaan. 5. Druk op U of D om het juiste jaar te selecteren en druk vervolgens op Opslaan. Druk hier om op te slaan Programmeren en gebruik De tijdnotatie kunt u als volgt instellen: 1. Druk op U of D totdat Tijdnotatie is gemarkeerd en druk vervolgens op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de administratorcode. 3. Druk op U of D totdat de gewenste tijdnotatie is gemarkeerd en selecteer vervolgens Opslaan. Druk hier om op te slaan De datumnotatie kunt u als volgt instellen: 1. Druk op U of D totdat de optie Datumnotatie is gemarkeerd en druk vervolgens op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de administratorcode. 32

33 Programmeren en gebruik 3. Druk op U of D totdat de gewenste datumnotatie is gemarkeerd en selecteer vervolgens Opslaan. Druk hier om op te slaan De tijd en datum aanpassen aan de zomertijd: De datum- en tijdfunctie van de pomp worden niet automatisch aangepast aan de zomertijd. Als in uw land de zomertijd gebruikt wordt, moet u de datum en tijd handmatig aanpassen. U kunt de tijd aanpassen terwijl de pomp door een patiënt wordt gebruikt, of u kunt wachten totdat de patiënt de behandeling heeft afgerond. OPMERKING: Als u de tijd wijzigt terwijl de pomp wordt gebruikt, worden de tijdstempels in het event- en toedieningslog van vóór de instelling van de zomertijd niet aangepast. Bij alle events wordt het tijdstip geregistreerd waarop de event daadwerkelijk plaatsvond. In het eventlog wordt wel aangegeven wanneer de tijd is gewijzigd. Intensiteit achtergrondverlichting aanpassen Met de functie voor aanpassing van de intensiteit van de achtergrondverlichting kunt u de intensiteit instellen op een waarde van 1 tot 10. OPMERKING: Een hogere intensiteit van de achtergrondverlichting verkort de gebruiksduur van de batterijen. De intensiteit van de achtergrondverlichting aanpassen in het menu Taken: 1. Druk op U of D om Achtergrondverlichting aanpassen te selecteren en druk op S. Programmeren en gebruik 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D om van 1 naar 10 te gaan. De pomp toont de intensiteit van de waarde die wordt weergegeven. Selecteer Opslaan nadat u de gewenste intensiteit van de achtergrondverlichting hebt gevonden. Druk hier om op te slaan 33

34 Programmeren en gebruik Alarmvolume aanpassen Met de functie voor het aanpassen van het alarmvolume kunt u het volume bepalen van de alarmen in het protocol. U kunt kiezen uit 3 volumeniveaus: laag, gemiddeld en hoog. Het alarmvolume aanpassen in het menu Taken: 1. Druk op U of D om Pas alarmvolume aan te selecteren en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D om Laag, Gemiddeld of Hoog te kiezen en selecteer Opslaan. Programmeren en gebruik Rapporten bekijken Het rapportenscherm wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een reeks functies in verband met rapporten en bijhouden van rapporten. Toegang tot de rapporten vanuit het menu Taken: Druk op U of D om Bekijk rapporten te selecteren en druk op S. OPMERKING: Rapporten kunnen ook geraadpleegd worden vanuit het Home-scherm. Zie Rapporten op pagina 35 voor meer informatie. Druk hier om op te slaan Administratorinstellingen aanpassen De administratorinstellingen bevatten de pompconfiguraties die ingesteld zijn door de CADD - Solis-systeemadministrator. Protocolbibliotheken worden aangemaakt met de CADD -Solis Medication Safety Software. De administratorinstellingen laten alleen veranderingen toe in het protocol dat op dit ogenblik wordt weergegeven. Toegang tot de administratorinstellingen: Druk in het menu Taken op U of D om Pas Admin. instell. aan te selecteren en druk op S. OPMERKING: U kunt geen toegang krijgen tot de administratorinstellingen zonder de administratorcode. Zie de Handleiding met instellingen voor de administrator voor meer informatie. 34

35 Programmeren en gebruik Rapporten Het rapportenscherm wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een reeks functies in verband met rapporten en bijhouden van rapporten. U kunt toegang krijgen tot de rapporten vanuit het Home-scherm of het menu Taken. Om de rapporten te openen vanuit het Home-scherm, selecteert u Rapporten. (Om de rapporten te openen vanuit het menu Taken, raadpleegt u Rapporten bekijken in de vorige paragraaf.) Druk hier om te selecteren Dosistellers voor toegediend en PCA Dit scherm toont het aantal toegediende en geprobeerde PCA-doses sinds de aangegeven datum en tijd. De aangegeven tijd is de laatste keer dat de datum en tijd handmatig zijn verwijderd of wanneer een nieuw protocol of nieuwe patiënt is gestart. Totaal toegediend toont de hoeveelheid toegediende medicatie (in programmeereenheden) met continue snelheid, als klinische bolus en als PCA-doses. PCA-doses toegediend toont het aantal PCA-doses die zijn toegediend aan de patiënt, inclusief doses die halverwege zijn gestopt. PCA-doses geprobeerd toont het aantal door de patiënt geprobeerde PCA-doses terwijl de pomp liep, met inbegrip van de doses die zijn toegediend, die zijn geblokkeerd en die tijdens de toediening zijn gestopt. De dosistellers kunnen geraadpleegd of op nul gezet worden terwijl de pomp loopt of is gestopt. OPMERKING: Als de PCA-dosis niet beschikbaar is in het huidige protocol en geprogrammeerd is om niet zichtbaar te zijn op het Home-scherm, ziet u alleen Totaal toegediend wanneer u dit rapport bekijkt. De tellers raadplegen voor gegeven doses en PCA-doses: Programmeren en gebruik Druk vanuit het menu Rapporten op U of op D om Dosistellers voor toegediend en PCA te selecteren en druk op S. Het toegediende totaal op nul zetten: 1. Druk op U of op D totdat Totaal toegediend wordt gemarkeerd. 2. Selecteer Wis toegediend. Druk hier om te selecteren 35

36 Programmeren en gebruik De toegediende en geprobeerde PCA-doses op nul zetten: 1. Druk op U of op D totdat PCA-doses toegediend en geprobeerd wordt gemarkeerd. 2. Selecteer Wis doses. Programmeren en gebruik Grafiek PCA-dosis Dit scherm geeft weer hoeveel doses geprobeerd en toegediend zijn in stappen van 30 minuten vanaf nu tot 8 uur in het verleden of tot de start van een nieuw protocol of een nieuwe patiënt. In dit voorbeeld probeerde de patiënt 7 doses en werden 2 van die doses toegediend. Dit is een goede plaats om het aantal geprobeerde doses voor een bepaalde periode te beoordelen. De grafiek van de PCA-dosis kan op elk moment, zowel bij een lopende als gestopte pomp, worden bekeken. De grafiek van de PCA-dosis bekijken: Druk in het menu Rapporten op U of D om Grafiek PCA-dosis te selecteren en druk op S. Druk hier om te selecteren Toedieningshistorie en cirkeldiagram De toedieningshistorie en het cirkeldiagram vormen een cirkeldiagramweergave van het totaal dat is toegediend over een bepaalde tijdsperiode of sinds de start van een nieuwe patiënt of van een nieuw protocol. De tijdsperiode kan aangepast worden in verschillende tijdsintervallen van 30 minuten tot 7 dagen. Druk op U of D om het tijddiagram in de verschillende tijdsperioden te zien. Dit geeft een snel overzicht van de toedieningsmethoden in het geselecteerde tijdsinterval. De toedieningshistorie wordt weergegeven in eenheden voor het huidige protocol. De toedieningshistorie en het cirkeldiagram kunnen op elk ogenblik bekeken worden terwijl de pomp loopt of gestopt is. De toedieningshistorie en het cirkeldiagram bekijken: Druk in het menu Rapporten op U of D om Toedien.historie en cirkeldiagram te selecteren en druk op S. 36

37 Programmeren en gebruik Toedieningslog Het toedieningslog is een onderdeel van het eventlog en bevat informatie die specifiek te maken heeft met toedieningsevents. De informatie in het toedieningslog omvat: Toedieningen van PCA-doses. Klinische bolussen. Wijzigingen in de patiëntspecifieke parameters (inclusief continue snelheid, PCA-dosis, PCAdosisblokkering, toedieningslimiet). Handmatig stoppen van een PCA-dosis en/of een klinische bolus. Start van een nieuw protocol. Pomp opgestart, gestopt, ingeschakeld en uitgeschakeld. Het toedieningslog wordt bijgehouden door de pomp en toont alle vermeldingen sinds de laatste keer dat een nieuwe patiënt is gestart. Het toedieningslog kan op elk ogenblik bekeken worden wanneer de pomp loopt of gestopt is. Het toedieningslog bekijken: Druk in het menu Rapporten op U of D om Toedieningslog te selecteren en druk op S. Terwijl u het toedieningslog bekijkt kunt u snel van de oudste naar de meest recente vermelding gaan door Toon oudste of Toon nieuwste te selecteren. Programmeren en gebruik Eventlog In het eventlog worden de volgende events opgenomen: per uur gegeven totalen, dosistoediening, alarmberichten, foutcodes, wijzigingen in stroombron, cassettewijzigingen, wijzigingen van de protocolbibliotheek en wijzigingen in de programmering en instellingen van de pomp. De pomp registreert het tijdstip en de datum van elke event en somt de events in volgorde op met de meest recente event onderaan het scherm en dat voor de laatste 5000 events. Het eventlog kan op elk ogenblik bekeken worden terwijl de pomp loopt of gestopt is. Het eventlog bekijken: Druk in het menu Rapporten op U of D om Eventlog te selecteren en druk op S. Terwijl u het eventlog bekijkt, kunt u snel van de oudste naar de meest recente event gaan door Toon oudste of Toon nieuwste te selecteren. 37

38 Programmeren en gebruik Samenvatting protocolbibliotheek In de protocolbibliotheeksamenvatting kunt u de op dat ogenblik in de pomp geïnstalleerde protocolbibliotheek bekijken. Dit scherm vermeldt de naam van de protocolbibliotheek, de herziening ervan en het aantal protocollen in de bibliotheek. De protocolbibliotheeksamenvatting bekijken: Druk in het menu Rapporten op U of D om Samenvatting protocolbibl. te selecteren en druk op S. Toestel informatie Op het scherm Toestel info. kunt u de informatie over de pomp zien. Dit scherm vermeldt het serienummer van de pomp en de nummers van de software- en hardwareversie en de laatste foutcode (indien aanwezig). OPMERKING: Raadpleeg de procedure van uw instelling voor het omgaan met foutencodes (zie Alarmen en berichten begrijpen op pagina 48 voor meer informatie). Programmeren en gebruik De informatie over het toestel bekijken: Druk in het menu Rapporten op U of D om Toestel info. te selecteren en druk op S. 38

39 Programmeren en gebruik Patiëntspecifieke parameters (Programmeerschermen) De patiëntspecifieke parameters staan op het Home-scherm en kunnen bewerkt worden binnen de limieten die ingesteld zijn door de CADD -Solis-systeemadministrator in het protocol. De CADD -Solis-systeemadministrator bepaalt welke parameters kunnen worden bekeken en/of bewerkt in het Home-scherm, evenals de startwaarden van de parameters. Bij het bepalen van de startwaarden stelt de CADD - Solis-systeemadministrator ook harde en zachte limietwaarden in waarbinnen u de parameters kunt wijzigen naargelang de noodzaak. De zachte limietwaarden (weergegeven in groen) is het waardebereik dat het meest gebruikt wordt voor dit protocol en de harde limietwaarden (weergegeven in het geel) zijn de hoogste en laagste dosis die de CADD -Solissysteemadministrator toestaat voor dit protocol. Als de door de arts voorgeschreven waarden niet overeenstemmen met de startwaarden, moeten ze worden gewijzigd totdat ze hiermee overeenstemmen. Als parameters hoger of lager dan de zachte limietwaarden worden ingesteld, verschijnt Buiten bereik zachte limiet (geel) Max. bereik harde limiet (geel) Bereik zachte limiet (groen) Max. bereik harde limiet (geel) er een scherm dat u vraagt het negeren van de zachte limietwaarden te bevestigen. U hebt de toetsenbordcode (of een code van een hoger niveau) of de pompsleutel nodig om de patiëntspecifieke parameters te bewerken. De CADD -Solissysteemadministrator bepaalt of de pompsleutel gebruikt kan worden om het toetsenbord te ontgrendelen wanneer het protocol wordt ingesteld. Als de optie beschikbaar is, gebruikt u de pompsleutel om de pomp te ontgrendelen (zie afbeelding). OF Voer de toetsenbordcode in (zie Beveiligingsinstellingen op pagina 25). OPMERKING: Als u de pompsleutel gebruikt om het toetsenbord te ontgrendelen, wordt ook de cassettesluiting ontgrendeld (zie Een cassette bevestigen op pagina 22 voor meer informatie). Programmeren en gebruik OPMERKING: Zorg als u de pompsleutel gebruikt om het toetsenbord te ontgrendelen dat de cassettesluiting gesloten blijft. Continue snelheid De continue snelheid is de constante infusiesnelheid per uur waarmee de medicatie wordt toegediend wanneer de pomp loopt. De waarde van de continue snelheid kan bewerkt worden wanneer de pomp loopt of gestopt is (indien het toetsenbord ontgrendeld is). De continue snelheid bewerken: 1. Druk vanuit het Home-scherm op U of D om Continue snelh. te selecteren en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 39

40 Programmeren en gebruik 3. Druk op U of op D totdat u de gewenste continue snelheid hebt bereikt en selecteer Opslaan. Druk hier om op te slaan Programmeren en gebruik PCA-dosis Een PCA-dosis is een bolus van de medicatie die wordt afgeleverd door de pomp als reactie op een verzoek van de patiënt. De patiënt drukt op de op het toetsenbord of drukt op de knop van de PCA-handset (indien aangesloten) om een PCA-dosis te vragen. OPMERKING: Als er een PCA-handset is aangesloten op de pomp, werkt de op het toetsenbord niet. Als de CADD -Solis-systeemadministrator een PCA-dosis heeft geprogrammeerd in het protocol kan de patiënt een PCA-dosis starten terwijl de pomp loopt. De hoeveelheid die toegediend wordt, wordt toegevoegd aan de hoeveelheid die voorzien is in de continue snelheid. Telkens als de patiënt een PCA-dosis vraagt, telt de pomp deze automatisch op in het dosistellingscherm. Als er geen PCA-dosis is geprogrammeerd door de CADD -Solis-systeemadministrator geeft de pomp het volgende bericht weer: PCA-dosis niet beschikbaar, geen dosis geprogrammeerd. De dosishoeveelheid van de PCA kan bewerkt worden terwijl de pomp loopt of gestopt is (indien het toetsenbord is ontgrendeld). De PCA-dosis bewerken: 1. Druk vanuit het Home-scherm op U of D om PCA-dosis te selecteren en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of op D tot u de gewenste PCA-dosis hebt bereikt en selecteer Opslaan. Druk hier om op te slaan 40

41 Programmeren en gebruik PCA-blokkering Een PCA-blokkering is een programmainstelling die de minimale hoeveelheid tijd aangeeft die moet verstrijken tussen het starten van elke PCA-dosis. Als een patiënt probeert om een PCAdosis toe te dienen tijdens de blokkeringsperiode verschijnt op het scherm het bericht PCA-dosis niet beschikbaar. Momenteel geblokkeerd. en dient de pomp de dosis niet toe. De parameters voor de PCA-blokkering worden bepaald door de CADD -Solis-systeemadministrator. De PCA-blokkeringstijd kan worden bewerkt terwijl de pomp loopt of gestopt is (indien het toetsenbord is ontgrendeld). De PCA-blokkering bewerken: 1. Druk vanuit het Home-scherm op U of D om PCA-blokkering te selecteren en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of op D tot u de gewenste PCA-blokkeringsperiode hebt bereikt en selecteer Opslaan. OPMERKINGEN: Als de toedieningslimiet wordt bereikt tijdens het toedienen van een PCA-dosis, wordt de afgifte van de PCA-dosis niet voltooid. Het is niet mogelijk om een PCA-dosis te starten terwijl er al een PCA-dosis of een klinische bolus wordt toegediend. Als er op de knop van de PCA-handset wordt gedrukt, start het scherm opnieuw op en wordt er een PCA-dosis (indien beschikbaar) toegediend. Als het scherm leeg is, hoeft er niet tweemaal op de toets te worden gedrukt om een PCA-dosis te starten. Druk hier om op te slaan Programmeren en gebruik Uurlimiet De uurlimiet is de hoeveelheid medicatie die toegediend kan worden binnen een specifieke tijdsduur (1 12 uur). De tijdsduur wordt bepaald door de CADD -Solis-systeemadministrator van uw instelling. Deze limiet geldt voor de continue snelheid en de PCA-doses, maar niet voor klinische bolussen. Als de toedieningslimiet is bereikt en er een continue snelheid geprogrammeerd is (andere waarde dan nul), wordt op de statusbalk Toedieningslimiet weergegeven en werkt de pomp met een KVO-snelheid van 0,1 ml/uur. Als de toedieningslimiet bereikt is en er geen continue snelheid geprogrammeerd is (waarde is nul), wordt op de statusbalk KVO = 0 weergegeven en is de KVO-snelheid nul. OPMERKING: Als de toedieningslimiet wordt bereikt tijdens het toedienen van een PCA-dosis, wordt de PCA-dosis niet voltooid. De uurlimiet kan bewerkt worden terwijl de pomp loopt of gestopt is (indien het toetsenbord ontgrendeld is). 41

42 Programmeren en gebruik De uurlimiet bewerken: 1. Druk vanuit het Home-scherm op U of D om X* uurlimiet te selecteren en druk op S. *X is het aantal uren dat is ingesteld door de CADD -Solissysteemadministrator. In het getoonde voorbeeld wordt een limiet van 4 uur gebruikt. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D totdat u de gewenste uurlimietwaarde hebt bereikt en selecteer Opslaan. Als de uurlimiet niet zichtbaar is op het Home-scherm, heeft uw CADD Solis-systeemadministrator besloten dit niet te vereisen. In plaats daarvan wordt u misschien gevraagd om de Max. doses/uur te programmeren. Druk hier om op te slaan Programmeren en gebruik Max. doses/uur Als de instelling Max. doses/uur is ingeschakeld, kunt u deze gebruiken om het aantal per uur beschikbare PCA-doses voor de patiënt te beperken. Met de functie Max. doses/uur kunt u de PCA-doses ook buiten de PCA-blokkeringstijd beperken. De tijd voor max. doses/uur kan worden ingesteld terwijl de pomp loopt of gestopt is (als het toetsenbord ontgrendeld is). De max. doses/uur bewerken: 1. Druk vanuit het Home-scherm op U of D om Max. doses/uur te selecteren en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of op D totdat u de gewenste waarde voor max. doses/uur hebt bereikt en selecteer Opslaan. Druk hier om op te slaan Als Max. doses/uur niet zichtbaar is op het Home-scherm, heeft uw CADD -Solis-systeemadministrator besloten dit niet te vereisen. In plaats hiervan moet u misschien de uurlimiet programmeren. OPMERKING: Als de uurlimiet en de instellingen voor max. doses/uur niet worden weergegeven op uw programmeerscherm, heeft de CADD -Solis-systeemadministrator van uw instelling besloten geen toedieningslimiet te vereisen naast de PCA-blokkering. 42

43 Reservoirvolume Programmeren en gebruik Het reservoirvolume is een programma-instelling waarmee u de hoeveelheid vloeistof in het reservoir kunt instellen. Nadat u deze waarde hebt ingesteld, houdt de software bij hoeveel vloeistof er is toegediend en wordt het reservoirvolume overeenkomstig aangepast. De pomp moet gestopt zijn en het toetsenbord moet ontgrendeld zijn om de hoeveelheid van het reservoirvolume te kunnen aanpassen. Het reservoirvolume bewerken: 1. Druk vanuit het Home-scherm op U of D om Reservoirvol. te selecteren en druk op S. 2. Ontgrendel het toetsenbord met de beveiligingscode of de pompsleutel. 3. Druk op U of D tot u het gewenste reservoirvolume hebt bereikt en selecteer Opslaan. U kunt op S drukken om de pomp te resetten op de standaardhoeveelheid die in het blauw op het scherm wordt weergegeven, onder de huidige waarde. In dit voorbeeld wordt door indrukken van S het reservoirvolume opnieuw ingesteld op 100 ml. Druk hier om op te slaan Programmeren en gebruik 43

44 Programmeren en gebruik In de handmatige modus programmeren De handmatige modus is bedoeld voor situaties waarin het voorschrift van de arts niet overeenkomt met een protocol in de bibliotheek of wanneer er geen protocolbibliotheek beschikbaar is. Het scherm voor de handmatige modus is altijd zwart en de vermeldingen van therapie, kwalificatie, medicatie en concentratie zien er als volgt uit (zie pagina 20 voor een schema van het pompscherm): Eenheden en concentratie gekozen nadat de handmatige modus is geselecteerd. Programmeren en gebruik OPMERKING: De protocoltitelbalk is soms zwart (zelfs als de pomp niet in de handmatige modus staat) als het protocol is gewijzigd in de administratorinstellingen (zie de Handleiding met instellingen voor de administrator voor meer informatie). Controleer de therapie, de kwalificatie, de medicatie en de concentratie of eenheden die worden weergegeven om u er van te verzekeren dat u zich in de handmatige modus bevindt. In tegenstelling tot protocollen die worden gecreëerd en gedownload in de pomp door het CADD -Solis Medication Safety Software-systeem, staat de handmatige modus u toe om de eenheden (ml, mg, µg) en concentratie te kiezen en bevat deze geen programmeerlimieten. Veel van de parameters in de handmatige modus blijven hetzelfde als de parameters van het eerder gebruikte protocol. Bijvoorbeeld, als in het voorgaande protocol de toedieningslimiet is ingesteld als de toedieningslimietmethode, zal ook voor de handmatige modus de toedieningslimiet ingesteld zijn als de toedieningslimietmethode. De daadwerkelijke programmeerlimieten van het eerdere protocol worden echter gewist. Alle harde en zachte limieten worden op de standaard fabrieksinstellingen teruggesteld, zodat het toedieningsbereik niet gelimiteerd is. Zie de volgende tabel voor meer details. OPMERKING: Als de pomp was ingesteld op de standaard fabrieksinstellingen of als u de pomp voor het eerst gebruikt, dan is het eerder gebruikte protocol de standaard fabrieksinstellingen. Zie de tabel op pagina 74 voor de standaard fabrieksinstellingen. Als u programmeerlimieten wilt instellen na het kiezen van de handmatige modus, kunt u dat doen. Zie de Handleiding met instellingen voor de administrator voor meer informatie. 44

45 Programmeren en gebruik De volgende tabel bevat de aanvankelijke instellingen van de handmatige modus. Pompfunctie Programmeereenheden Gebruiker kiest ml, mg of µg Wat verandert in het protocol Concentratie Bereik is 0,1 100 mg of /ml of µg/ml Continue snelheid Bereik is 0 30 ml/uur (of equivalent in mg of µg). Standaardwaarde 0. PCA-dosis Bereik is 0 20 ml (of equivalent in mg of µg). Standaardwaarde 0. PCA-dosisblokkering Bereik is 1 min 24 uur, standaard 1 uur (als PCA-dosis is geprogrammeerd). Hoeveelheid toedieningslimiet* Bereik is 0, ml (of equivalent in mg of µg) Max. doses/uur* Bereik is 1 60 Reservoirvolume 1 ml Resetwaarde reservoirvolume 100 ml Toedieningslimietmethode Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Uitschakelpunt reservoirvolume 5,0 ml laag Alarmtype Reservoir bijna leeg Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Hoeveelheid klinische bolus Bereik is 0 20 ml (of equivalent in mg of µg) Toedieningslimietperiode Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Maximale toedieningssnelheid Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Alarmtype Pomp gestopt Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Opwaartse sensor aan/uit Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Gevoeligheid neerwaartse Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol sensor Luchtdetector aan/uit Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Gevoeligheid luchtdetector Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Tijd- en datuminstellingen Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol PO-herinnering aan/uit Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Interval PO-herinnering Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Scherm- en geluidsinstellingen Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Beveiligingsinstellingen Blijft hetzelfde als het eerder gebruikte protocol Programmeren en gebruik *Alleen als deze instelling gebruikt is in het vorige protocol. 45

46 Programmeren en gebruik De handmatige modus gebruiken: 1. Bepaal of u een nieuwe patiënt invoert of een nieuw protocol met dezelfde patiënt start. Selecteer de juiste taak uit het takenmenu. 2. Ga op het scherm Selecteer therapie omlaag tot onder in de lijst met therapieën totdat [Handm. programmeren] wordt gemarkeerd en druk op S. De protocoltitelbak wordt in het zwart weergegeven. In plaats van een therapie en kwalificatie wordt het scherm Handmatig programmeren weergegeven (zie pagina 44). OPMERKING: Het is mogelijk dat u een hogere beveiligingscode nodig hebt om verder te gaan. Neem contact op met de CADD -Solis-systeemadministrator als u niet weet welke code u moet invoeren. 3. Druk op U of D om de gewenste eenheden (ml, mg of µg) te selecteren en druk op S. Programmeren en gebruik Als u mg of µg geselecteerd hebt, drukt u nu op U of D om de gewenste concentratie te selecteren; selecteer vervolgens Bevestigen. Als u ml hebt geselecteerd, gaat u nu verder naar de volgende stap. Druk hier om te bevestigen 4. De therapie, kwalificatie, eenheden en concentratie (indien van toepassing) die u hebt geselecteerd, worden nu weergeven. Bevestig dat u de juiste eenheden en concentratie heb geselecteerd en selecteer vervolgens Ja. OPMERKING: Als de weergegeven informatie niet juist is, kunt u met de linker functietoets terugkeren vanuit elk scherm en opnieuw beginnen. Druk hier om te selecteren 5. De pomp heeft een moment nodig om het programma in te stellen voordat u wordt gevraagd om de pompinstellingen te controleren. Selecteer Herzien. Druk hier om te herzien 46

47 Programmeren en gebruik 6. Controleer elke patiëntspecifieke parameter zorgvuldig. Als de parameters niet op de gewenste waarde zijn ingesteld, drukt u op S om ze te bewerken. (Zie Patiëntspecifieke parameters op pagina 39 voor meer informatie.) Als de parameters juist zijn, selecteert u Accept. waarde. OPMERKING: Wanneer de pomp in de handmatige modus gebruikt wordt, worden alleen de standaard fabrieksinstellingen geacht binnen de zachte limieten te vallen. Als u één of meer van de parameters hoger of lager dan de standaard fabrieksinstellingen instelt, overschrijdt u het bereik voor de zachte limieten en wordt u gevraagd om deze overschrijding van de zachte limieten op elk scherm te bevestigen (zie pagina 74 voor de standaard fabrieksinstellingen). De parameter en de waarde worden in geel weergegeven. WAARSCHUWING: De handmatige modus bevat geen programmeerlimieten. Controleer elke parameter zorgvuldig om zeker te zijn dat deze exact overeenkomt met het recept. Wanneer de handmatige modus niet op de juiste waarden wordt ingesteld, kan dit leiden tot ernstig letsel bij of zelfs overlijden van de patiënt. 7. Volg nadat alle waarden zijn geaccepteerd de instructies op de pomp om de cassette te bevestigen, de set te primen en de pomp te starten. OPMERKING: De handmatige modus is bedoeld voor ongebruikelijke omstandigheden wanneer een voorschrift wordt ontvangen dat met geen van uw standaardprotocollen overeenkomt. Wanneer u de handmatige modus gebruikt, kunt u geen gebruik maken van alle ingebouwde medicatie-veiligheidsvoorzieningen van de CADD -Solis-pomp. Overweeg als de handmatige modus frequent gebruikt wordt om contact op te nemen met uw CADD -Solis-systeemadministrator en te bespreken of er nieuwe protocollen gecreëerd moeten worden. Programmeren en gebruik 47

48 Referenties en probleemoplossing Referenties en probleemoplossing Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten begrijpen De pomp kan meerdere alarmen laten overgaan. Veel alarmen geven u de mogelijkheid om het te Bevestigen of op Stil te zetten. Nadat u het alarm hebt bevestigd, verdwijnt het alarm van het scherm. Wanneer u het alarm op Stil zet, blijft het zichtbaar op het scherm maar wordt het geluid 2 minuten uitgeschakeld voordat het weer overgaat. Dit gaat door tot het alarm wordt bevestigd of opgelost. Het alarmsignaal verschilt afhankelijk van het geselecteerde geluidsthema in de administratorinstellingen. Er zijn 3 verschillende geluidsthema s beschikbaar voor de alarmen en pieptonen van de pomp. De 3 thema's zijn Standaard, Krachtig en Distinctief. Zie de Handleiding met instellingen voor de administrator voor meer informatie over het beluisteren en selecteren van deze geluidsthema s. De alarm-/berichttypes zijn als volgt: Alarm Systeemfout Als dit scherm verschijnt, kan een onherstelbare fout zijn opgetreden, zoals een storing in de hardware of in de software. Het gele indicatielampje brandt continu bij deze condities en gaat gepaard met een tweetonig geluidsalarm. Als er een systeemstoring optreedt, moet dit worden gemeld aan de klantenservice van Smiths Medical op het nummer + 1 (800) (VS) of aan Smiths Medical International Ltd op het nummer +44 (0) of aan uw locale Smiths Medical vestiging. Om dit alarm op te heffen, moet u de stroom van de pomp uitschakelen door het batterijklepje te openen en, indien noodzakelijk, door de stekker uit het stopcontact te halen. Zet de pomp opnieuw aan. Als de foutcode zich niet herhaalt, stelt de klantenservice van Smiths Medical u waarschijnlijk voor de pomp te blijven gebruiken. Maar indien de fout blijft aanhouden, moet de pomp worden teruggestuurd voor verdere controle. LET OP: Indien bij het opstarten in een foutbericht wordt aangegeven dat de protocolbibliotheek verloren is gegaan, mag u deze pomp niet blijven gebruiken. Volg de procedures van uw instelling voor het downloaden van protocolbibliotheken. OPMERKING: Noteer de foutnummers die op het scherm worden weergegeven om de klantenservice van Smiths Medical te helpen bij het bepalen van de oorzaak van het probleem. Alarm hoge prioriteit (Alarm Systeemfout = rood scherm) Als de pomp loopt, stopt deze altijd zodra een alarm met hoge prioriteit wordt geactiveerd. Het alarm gaat gepaard met een rood scherm en houdt aan tot het via een toets op de pomp wordt bevestigd of tot de toestand die het alarm veroorzaakte, verdwenen is (bijvoorbeeld een hoge druk die daalt). Het alarm kan stilgezet worden door op een toets te drukken en gaat na 2 minuten opnieuw over als de alarmtoestand dan nog steeds bestaat. Deze cijfers hebben betrekking op de fout die de systeemstoring heeft veroorzaakt. (Alarm hoge prioriteit = rood scherm) 48

49 Alarm gemiddelde prioriteit Indien de pomp loopt, stopt een alarm van gemiddelde prioriteit de pomp niet. Het alarm gaat gepaard met een geel scherm en houdt aan tot het via een toets op de pomp wordt bevestigd of tot de toestand die het alarm veroorzaakte, verdwenen is (bijvoorbeeld een PCA-handset wordt opnieuw vastgemaakt terwijl de pomp loopt). Het alarm kan stilgezet worden door op een toets te drukken en gaat na 2 minuten opnieuw over als de alarmtoestand dan nog steeds bestaat. Alarm lage prioriteit Als de pomp loopt, stopt een alarm met lage prioriteit de pomp niet. Het alarm gaat gepaard met een blauw scherm en houdt 5 seconden aan tenzij het bevestigd wordt via een toets of tenzij de toestand die het alarm veroorzaakte, verdwijnt voordat er vijf seconden verstreken zijn. Informatief bericht Referenties en probleemoplossing (Alarm gemiddelde prioriteit = geel scherm) (Alarm lage prioriteit = blauw scherm) Als de pomp loopt, stopt een informatief bericht de pomp niet. Dit bericht wordt in de statusbalk weergegeven, er wordt geen nieuw alarmscherm weergegeven. Het bericht blijft 5 seconden bestaan, het heeft meestal geen geluidsignaal en vereist geen bevestiging. Enkele voorbeelden van informatieve berichten zijn Cassette vergrendeld en Cassette ontgrendeld. Referenties en probleemoplossing 49

50 Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten, alfabetische lijst Alarmen en berichten Prioriteit alarm Hoog Beschrijving / Corrigerende maatregel (Scherm is leeg en alarm gaat over) De pomp diende medicatie toe en de batterijen werden verwijderd of het batterijklepje werd geopend. De pomp kreeg geen stroom meer en dient niet meer toe. Hef dit alarm op door de pomp opnieuw in te schakelen, of het alarm stopt nadat de stroom gedurende ten minste 2 minuten onderbroken is. De AC-adapter is losgekoppeld en de pomp wordt van stroom voorzien door de 4 AA-batterijen of de oplaadbare batterij. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. Sluit indien gewenst de AC-adapter opnieuw aan. De oplaadbare batterij of de 4 AA-batterijen zijn zwak maar de pomp loopt nog. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. Laad of vervang de oplaadbare batterij of vervang de 4 AA-batterijen zo spoedig mogelijk. De pomp was bezig met toedienen en is nu gestopt. De batterij is te zwak om de pomp te laten lopen. Indien de AC-adapter is aangesloten, selecteert u Bevestigen om het alarm op te heffen. Verwijder de batterijen. Installeer 4 nieuwe AA-batterijen of een volledig opgeladen oplaadbare batterij. Om de toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs wanneer een externe stroombron is aangesloten. Start de pomp desgewenst opnieuw. De batterij is te zwak om de pomp te laten lopen. Indien de ACadapter is aangesloten, selecteert u Bevestigen om het alarm op te heffen. Verwijder de batterijen. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Om de toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs wanneer een externe stroombron is aangesloten. De oplaadbare batterij of de 4 AA-batterijen zijn verwijderd. De pomp was bezig met toedienen, maar is nu gestopt. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Om de toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs wanneer een externe stroombron is aangesloten. Start de pomp desgewenst opnieuw. De pomp is gestopt en de oplaadbare batterij of de 4 AA-batterijen zijn verwijderd. Maar de pomp krijgt nog stroom via de AC-adapter. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Om de toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs wanneer een externe stroombron is aangesloten. De cassette is niet volledig verwijderd van de pomp alvorens de cassette opnieuw werd bevestigd, waardoor de sensoren van de pomp het cassettetype niet konden detecteren. Verwijder de cassette en bevestig deze opnieuw en controleer dan het cassettetype op het scherm van de pomp. Indien dit alarm aanhoudt, vervangt u de cassette. OPMERKING: U moet de cassette verwijderen om door te kunnen gaan. AC-adapter losgekoppeld. Laag Batt bijna leeg. Vervang batterij. Laag Batterij leeg. Pomp gestopt. Hoog Batterij leeg. Pomp loopt niet. Gemiddeld Referenties en probleemoplossing Batterij verwijderd. Pomp gestopt. Batterij verwijderd. Pomp loopt niet. Hoog Gemiddeld Cassette deels losgekoppeld. Verwijder cassette en bevestig opnieuw. Gemiddeld 50

51 Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten Cassette beschadigd. Verwijder cassette. Prioriteit alarm Hoog Beschrijving / Corrigerende maatregel De pomp detecteert dat de cassette beschadigd is. Sluit de klem op de infuuslijn en inspecteer de cassette op beschadiging. De pomp is gestopt en en wil niet meer lopen. Vervang de cassette indien noodzakelijk. OPMERKING: U moet de cassette verwijderen om door te kunnen gaan. OPMERKING: Dit alarm treedt ook op indien een cassette is bevestigd in één van de volgende situaties: De pomp is ingesteld op de standaard fabriekswaarden en is daarna uitgeschakeld en weer ingeschakeld. Er is nieuwe software in de pomp geladen en en de pomp is daarna uitgeschakeld en weer ingeschakeld. De pomp detecteert dat de cassette niet goed is bevestigd. Sluit de lijn en verwijder de cassette en bevestig deze opnieuw. Vervang de cassette als het alarm blijft aanhouden. OPMERKING: U moet de cassette verwijderen om door te kunnen gaan. De cassette is losgekoppeld terwijl de pomp bezig was met toedienen en de pomp is nu gestopt. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Bevestig de cassette opnieuw en start indien nodig de pomp opnieuw. Dit is een waarschuwing dat de cassette niet vergrendeld is, terwijl de pomp loopt. Indien dit alarm overgaat, vergrendelt u de cassette om het alarm op te heffen. Cassette foutief bevestigd. Bevestig cassette opnieuw. Cassette losgekoppeld. Pomp gestopt. Cassette ontgrendeld. Vergrendel cassette. Cassette vergrendeld, niet bevestigd. Ontgrendel en herplaats cassette Check of lijn of reservoir leeg is. Pomp gestopt. Einde gebr.duur herlaadbare batt. bijna bereikt. Vervang batterij. Einde gebruiksduur herlaadbare batterij bereikt. Pomp loopt niet. Externe stroombron defect. Vervang stroombron. Herinnering Pomp gestopt. Hoog Hoog Hoog Hoog Gemiddeld Gemiddeld Hoog Gemiddeld Hoog De cassette-/toetsenbordvergrendeling is vergrendeld maar er is geen cassette bevestigd. De pomp is gestopt en en wil niet meer lopen. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Ontgrendel de cassette-/toetsenbordvergrendeling en bevestig de cassette opnieuw. Het kan zijn dat de lijn onder de pomp geen vloeistof bevat of dat de vloeistofcontainer leeg is. De pomp is gestopt en en wil niet meer lopen. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Controleer of de vloeistofcontainer leeg is, of klem de lijn af, verwijder de cassette en controleer op lucht in de lijn. Indien het alarm aanhoudt nadat u het bovenstaande geprobeerd hebt, betekent dit dat de druksensor van de pomp defect is. Gebruik de pomp niet meer en neem contact op met de klantenservice van Smiths Medical. De oplaadbare batterij heeft bijna het einde van de gebruiksduur bereikt. Door de vele keren opladen en gebruiken, is de batterij bijna aan het einde van de gebruiksduur. U kunt de batterij in deze toestand nog blijven gebruiken. De oplaadbare batterij heeft het einde van de gebruiksduur bereikt. Door de vele keren opladen en gebruiken, kan de batterij geen energie meer vasthouden. Gebruik de batterij niet meer. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AAbatterijen. Om toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs als er een externe stroombron is aangesloten. De uitgangsspanning van de AC-adapter is te hoog. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. De AC-adapter is defect. Gebruik deze niet meer. Dit is een herinnering dat de pomp is gestopt en niet loopt. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Start de pomp indien nodig. Het alarm gaat binnen 5 minuten opnieuw over als de pomp niet opnieuw is gestart of is uitgeschakeld. Referenties en probleemoplossing 51

52 Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten Prioriteit alarm Hoog Beschrijving / Corrigerende maatregel High Flow Admin set niet toegestaan. Verwijder cassette. De CADD -toedieningsset voor hoog volume mag niet gebruikt worden samen met de PCA-toedieningsmethode. De pomp is gestopt en wil niet meer lopen. OPMERKING: U moet de toedieningsset verwijderen om door te kunnen gaan. Een parameter is handmatig bewerkt maar niet opgeslagen en de pomp ging terug naar het Home-scherm. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen en bewerk, indien nodig, de parameter en sla deze op. De batterij is te zwak om de pomp te laten lopen. Om toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs als er een externe stroombron is aangesloten. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Indien nodig start u de pomp. Het reservoirvolume van de pomp is ingesteld op nul. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Stel het reservoirvolume in op de juiste waarde. Indien nodig start u de pomp. Zie Patiëntspecifieke parameters op pagina 39 voor meer informatie over het reservoirvolume. De oplaadbare batterij heeft het einde van de gebruiksduur bereikt. Door de vele keren opladen en gebruiken, kan de batterij geen energie meer vasthouden. Gebruik de batterij niet meer. Om toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs als er een externe stroombron is aangesloten. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Indien nodig start u de pomp. Er zijn geen batterijen in de pomp geïnstalleerd. Om toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs als er een externe stroombron is aangesloten. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Installeer een volledig opgeladen oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Indien nodig start u de pomp. De luchtdetector heeft lucht in het vloeistofpad gedetecteerd, onder de luchtdetector. Het vloeistofpad kan luchtbellen bevatten. Druk op Bevestigen om het alarm op te heffen en ga vervolgens als volgt te werk: Indien het vloeistofpad luchtbellen bevat, sluit u de klemmen en koppelt u het vloeistofpad los van de patiënt. Volg de instructies voor ontluchten door te primen (zie pagina 30). Indien nodig start u de pomp. De geïnstalleerde batterijen zijn ofwel het verkeerde type AAbatterijen of u gebruikt een oplaadbare batterij die niet compatibel is met de pomp. Om toediening te starten moeten altijd goede batterijen geïnstalleerd zijn, zelfs als er een externe stroombron is aangesloten. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Verwijder de batterijen en installeer de oplaadbare batterij of 4 nieuwe AA-batterijen. Indien nodig start u de pomp. Zie voor meer informatie over het te gebruiken type batterijen De batterijen installeren op pagina 16. De oplaadbare batterij is leeg en wordt via de AC-adapter opnieuw opgeladen. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. De luchtdetector heeft lucht waargenomen in de vloeistofpad. Het vloeistofpad kan luchtbellen bevatten. De pomp liep en is nu gestopt en zal niet meer lopen. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Indien het vloeistofpad luchtbellen bevat, sluit u de klemmen en koppelt u het vloeistofpad los van de patiënt. Volg de instructies voor het primen (zie Lijn primen op pagina 30 voor meer informatie over het primen). Start de pomp opnieuw op. Instelling bewerkt maar niet opgeslagen; bewerking verloren. Kan pomp niet starten met lege batterij. Gemiddeld Gemiddeld Kan pomp niet starten met reservoirvolume op nul. Gemiddeld Kan pomp niet starten met herlaadb. batt. op einde gebruiksduur. Gemiddeld Kan pomp niet starten zonder batterij. Gemiddeld Referenties en probleemoplossing Kan pomp niet starten met lucht in lijn. Prime de lijn. Kan pomp niet starten met onbruikbare batterij Gemiddeld Gemiddeld Lege batterij wordt opgeladen. Laag Lucht in lijn ontdekt. Druk op Bevestigen en prime vervolgens de lijn. Hoog 52

53 Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten Neerwaartse occlusie. Verwijder occlusie tussen pomp en patiënt. Nieuwe pompinstell. gedownload. Druk op 'Bevestigen' en herzie ze. Onbekend cassettetype. Verwijder cassette. Onbruikbare batterij. Pomp gestopt. Onbruikbare batterij. Pomp loopt niet. Opwaartse occlusie. Verwijder occlusie tussen pomp en reservoir. PCA-handset losgekoppeld. Prioriteit alarm Hoog Laag Hoog Hoog Gemiddeld Hoog Gemiddeld / Laag Beschrijving / Corrigerende maatregel De pomp heeft een hoge druk gedetecteerd. Dit kan het gevolg zijn van een occlusie stroomafwaarts, een knik in het vloeistofpad of een gesloten lijnklem. De toediening wordt onderbroken en wordt hervat als de occlusie is verwijderd. Verwijder de obstructie om de werking te hervatten. Of selecteer Stop pomp om de pomp te stoppen en het alarm uit te zetten gedurende 2 minuten. Verwijder de obstructie en start de pomp opnieuw. OPMERKING: Om de mogelijke toediening van een bolus na de occlusie te verminderen, doet u het volgende: 1. Selecteer Stop pomp om de pomp te stoppen. 2. Sluit de distale klem. Indien de distale klem de oorzaak is van de occlusie, houdt u deze gesloten en gaat u verder met stap Verwijder de occlusie. 4. Maak het CADD -medicatiecassettereservoir of de CADD toedieningsset van de pomp los. 5. Open het flowstopmechanisme indien aanwezig. 6. Wacht tien seconden. 7. Sluit het flowstopmechanisme indien aanwezig. 8. Bevestig het CADD -medicatiecassettereservoir of de CADD toedieningsset opnieuw aan de pomp. 9. Open de distale klem. 10. Controleer het programma van de pomp. 11. Start de pomp opnieuw op. Er is zojuist een nieuw protocol in de pomp gedownload vanuit de CADD -Solis Medication Safety Software. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Controleer het protocol om te verzekeren dat het juiste protocol is gedownload. De pomp detecteert dat de cassette niet compatibel is met de pomp. De pomp is gestopt en en wil niet meer lopen. Sluit de lijnklem, verwijder de cassette en maak deze opnieuw vast. Vervang de cassette als het alarm blijft aanhouden. OPMERKING: U moet de cassette verwijderen om door te kunnen gaan. De geïnstalleerde batterijen zijn ofwel het verkeerde type AAbatterijen of u gebruikt een oplaadbare batterij die niet compatibel is met de pomp. De pomp liep en is nu gestopt en wil niet meer lopen. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Verwijder de batterijen en installeer een volledig opgeladen herlaadbare batterij of vier nieuwe AA-batterijen. Zie voor meer informatie over het te gebruiken type batterijen De batterijen installeren op pagina 16. De geïnstalleerde batterijen zijn ofwel het verkeerde type AAbatterijen of u gebruikt een oplaadbare batterij die niet compatibel is met de pomp. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Verwijder de batterijen en installeer een volledig opgeladen herlaadbare batterij of vier nieuwe AA-batterijen. Zie voor meer informatie over het te gebruiken type batterijen De batterijen installeren op pagina 16. Er stroomt geen vloeistof vanuit de vloeistofcontainer naar de pomp wat het gevolg kan zijn van een knik in de lijn, een gesloten klem of van een luchtbel in de lijn tussen de vloeistofcontainer en de pomp. De toediening wordt onderbroken en wordt hervat als de occlusie is verwijderd. Verwijder de obstructie om de werking te hervatten. Het alarm wordt opgeheven wanneer de obstructie is verwijderd. U moet dit alarm bevestigen nadat het opgeheven is als het meer dan 3 keer binnen 15 minuten is opgetreden en opgeheven. Gemiddeld: de PCA-handset is losgekoppeld van de pomp terwijl de pomp liep. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of maak de PCA-handset opnieuw vast. Laag: De PCA-handset is losgeraakt van de pomp terwijl de pomp gestopt is. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. Referenties en probleemoplossing 53

54 Referenties en probleemoplossing Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten Pomp gestopt door alarm dat nu is opgeheven. Pomp start niet zonder bevestigde en vergrendelde cassette. Pompinstell. en patiëntendata verloren. Protocolbibl. wordt bijgewerkt. Selecteer protocol opnieuw wanneer voltooid. Reservoirvolume laag. Reservoirvolume op nul. Pomp gestopt. Stroom uitgevallen terwijl pomp liep. Tijd voor motoronderhoud. Prioriteit alarm Hoog Pomp heeft geen protocolbibliotheek. Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld / Laag* Hoog Gemiddeld Gemiddeld Beschrijving / Corrigerende maatregel De pomp is gestopt door een ander alarm van hoge prioriteit. Dit alarm is niet bevestigd, maar het probleem is sindsdien opgelost. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen en de pomp indien nodig opnieuw te starten. Het alarm waardoor de pomp is gestopt, is in het eventlog geregistreerd. Zie voor informatie over het openen van het eventlog Rapporten op pagina 35. De pomp had de laatste keer bij inschakelen nog een protocolbibliotheek, maar nu niet meer. Dit kan gebeuren als de pomp handmatig wordt teruggezet op de standaard fabriekswaarden, de software onlangs is bijgewerkt of als een poging om een protocolbibliotheek te installeren, is mislukt. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen en neem contact op met de CADD -Solis-systeemadministrator van uw instelling om een nieuwe protocolbibliotheek te downloaden. De pomp start niet zonder een bevestigde cassette. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Controleer of een cassette goed is bevestigd en start vervolgens de pomp. De pomp is teruggesteld op de standaard fabriekswaarden. De pomp is handmatig teruggezet naar deze instellingen, de software is onlangs bijgewerkt of de pomp is enige tijd niet gebruikt. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen en neem contact op met de CADD -Solis-systeemadministrator om de pomp opnieuw te programmeren. Een nieuwe of bijgewerkte protocolbibliotheek wordt momenteel gedownload in de pomp. U kunt geen nieuwe protocollen selecteren terwijl het bijwerken in uitvoering is. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het wordt automatisch uitgeschakeld worden als het bijwerken voltooid is. Gemiddeld: Het geprogrammeerde uitschakelpunt van het reservoirvolume is bereikt, wat aangeeft dat het vloeistofniveau in het reservoir laag is. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Laag: De waarde van het reservoirvolume is laag, wat aangeeft dat het vloeistofniveau in het reservoir laag is. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. Maak voorbereidingen om een nieuwe vloeistofcontainer te installeren en verander de waarde van het reservoirvolume indien nodig. * Het alarm Reservoir laag kan ingesteld worden met een van de twee alarmtypes: het alarm Dringend en eenmalig (Gemiddeld) of het alarm Niet-dringend en herhaaldelijk (Laag). Het alarm Dringend en eenmalig wordt na bevestiging niet meer herhaald. Het alarm Niet-dringend en herhaaldelijk wordt herhaald op de 75%, 50% en 25% markeringen voor Uitschakelpunt reservoir laag. Het reservoirvolume is tot 0,0 ml gedaald. De pomp liep en is nu gestopt en wil niet meer lopen. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Installeer een nieuwe vloeistofcontainer en verander de waarde van het reservoirvolume indien nodig. De stroom van de pomp is uitgevallen terwijl deze liep. Dit alarm treedt op wanneer de pomp opnieuw start. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen en start de pomp zo nodig opnieuw. De motor van de pomp heeft een onderhoudsbeurt nodig. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Neem de pomp uit gebruik bij de volgende vervanging van de cassette en neem contact op met de klantenservice van Smiths Medical om de pomp terug te sturen voor onderhoud. 54

55 Referenties en probleemoplossing Alarmen en berichten Tijd voor preventief onderhoud. Toedien. te langzaam. 1 ml vloeistof niet toegediend. Toedien.limiet bereikt. (Bericht in de statusbalk van pomp: KVO = 0.) of Toedien.limiet bereikt, dosis gedeeltelijk toegediend. (Bericht in de statusbalk van pomp: KVO = 0.) Toedien. limiet bereikt. (Bericht in de statusbalk van pomp: Toedien.limiet.) of Toedien. limiet bereikt, dosis gedeeltelijk toegediend. (Bericht in de statusbalk van pomp: Toedien. limiet.) Toets PCA-handset vast. Maak los of verwijder handset. Toets vast. Maak toets los of verwijder stroom. Pomp gestopt. Vergrend. cass. om pomp te starten. Prioriteit alarm Gemiddeld Gemiddeld Laag Laag Hoog Hoog Gemiddeld Beschrijving / Corrigerende maatregel Uw instelling kan een onderhoudsprogramma voor de pomp hebben ingesteld en het is tijd voor het preventief onderhoud van de pomp. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen en volg de richtlijnen van uw instelling voor preventief onderhoud. De pomp moet te veel functies uitvoeren en kan de geprogrammeerde toedieningsnelheid daardoor niet ondersteunen. De toediening is meer dan 1 ml achter. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen. Indien dit alarm regelmatig optreedt, kan de pomp defect zijn. Gebruik de pomp niet meer en neem contact op met de klantenservice van Smiths Medical. Het geprogrammeerde toedieningslimiet is bereikt en de pomp dient geen vloeistof toe. Dit alarm treedt op wanneer de continue snelheid op 0 ml/uur is geprogrammeerd en een PCA-dosis of de continue snelheid overschrijding van de toedieningslimiet veroorzaakt heeft. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. OPMERKING: Het statusbalkbericht blijft zichtbaar nadat het alarm is opgeheven. De geprogrammeerde toedieningslimiet is bereikt en de pomp dient vloeistof toe met een KVO-snelheid van 0,1 ml/uur. Het alarm gaat over wanneer de continue snelheid hoger dan 0 ml/ uur is geprogrammeerd en een PCA-dosis of de continue snelheid overschrijding van de toedieningslimiet heeft veroorzaakt. Selecteer Bevestigen om het alarm op te heffen of het alarm stopt automatisch na 5 seconden. OPMERKING: Het statusbalkbericht blijft zichtbaar nadat het alarm is opgeheven. De PCA-handsetknop kan vastzitten. De pomp is gestopt en en wil niet meer lopen. Controleer of er niets op de PCA-handsetknop drukt. Als het alarm aanhoudt, verwijdert u de PCA-handset om het alarm op te heffen en neemt u contact op met de klantenservice van Smiths Medical. U kunt de pomp blijven gebruiken met een andere PCA-handset of u kunt de op de pomp gebruiken. Er kan een toets ingedrukt vast zitten. De pomp is gestopt en en wil niet meer lopen. Controleer of er niets op een van de toetsen drukt. Indien het alarm aanhoudt, sluit u de lijnklem en verwijdert u de batterijen om de pomp uit te zetten. Gebruik de pomp niet meer. Neem contact op met de klantenservice van Smiths Medical om de pomp terug te sturen voor onderhoud. De cassette moet op de pomp vergrendeld zijn voordat de toediening kan starten. Als dit alarm overgaat, vergrendelt u de cassette om het alarm op te heffen. De pomp start vervolgens automatisch. Referenties en probleemoplossing 55

56 Referenties en probleemoplossing De pomp en accessoires reinigen Reinigingsoplossingen De volgende oplossingen kunnen gebruikt worden om de pomp en de accessoires te reinigen, tenzij anders wordt aangegeven: OPMERKING: Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van elk accessoire alvorens het te reinigen. Zeepoplossing Benzalkoniumchlorideconcentraat (0,13%) Glutaralconcentraat, USP (2%) 10% oplossing van huishoudbleekwater (één deel huishoudbleekwater op 9 delen water) Alcohol, USP (93%) Isopropylalcohol, USP (99%) Chloorhexidinegluconaat (4%) PDI Super Sani-Cloth Madacide, MADA Medical Virex II geproduceerd door Johnson Wax Coverage Spray en Coverage HB Plus van Steris CaviCide van Metrex Quik Fill Compac (A-456-N) van Airkem Referenties en probleemoplossing LET OP: Dompel de pomp niet onder in een reinigingsvloeistof of in water. Laat geen vloeistof op de pomp inwerken, ophopen op het toetsenbord of binnendringen in het batterijvakje, in de USB-poort, in de PCA-handsetaansluiting of in de buurt van de stroomaansluiting. Vochtophoping in de pomp kan leiden tot beschadiging van de pomp. Reinig de pomp niet met aceton of andere kunststofoplosmiddelen of schuurmiddelen aangezien de pomp erdoor beschadigd kan worden. 1. Bevochtig een zachte, pluisvrije doek met reinigingsoplossing. Gebruik de oplossing op het buitenoppervlak van de pomp of de accessoire (volgens de instructies van de fabrikant). Laat de oplossing niet op de pomp of accessoires inwerken. OPMERKING: Zorg dat er geen vuilresten kunnen ophopen op het drukplaatoppervlak van het pompmechanisme (zie de technische handleiding voor een schema van het pompmechanisme). Inspecteer de sensorgleuf van de luchtdetector en verwijder alle vuilresten. 2. Laat de pomp volledig drogen voor gebruik. 56

57 Referenties en probleemoplossing Blootstelling aan straling of beeldvorming via magnetische resonantie (MRI) LET OP: Stel de pomp NIET RECHTREEKS BLOOT AAN THERAPEUTISCHE NIVEAUS VAN IONISERENDE STRALING aangezien het elektronische circuit van de pomp hierdoor permanent schade kan oplopen. De beste handelwijze is om de pomp tijdens een therapeutische of diagnostische bestraling van de patiënt te verwijderen. Indien de pomp tijdens een therapeutische of diagnostische sessie in de nabijheid van de patiënt moet blijven, moet hij afgeschermd worden, en dient na behandeling gecontroleerd te worden of hij nog goed functioneert. Stel de pomp niet rechtstreeks bloot aan ultrasone geluidsgolven aangezien er permanente beschadiging kan optreden van de elektronische circuits van de pomp. De magnetische velden die geproduceerd worden door beeldvorming via magnetische resonantie (MRI) kunnen een negatief effect hebben op het functioneren van de pomp. Verwijder de pomp van de patiënt tijdens een MRI-onderzoek en houd de pomp op een veilige afstand van magnetische energie. Gebruik van deze pomp bij patiënten die met elektronische apparatuur worden bewaakt, kan leiden tot artefactinterferentie. Zoals met alle elektronische apparatuur, kunnen er elektrische artefacten optreden die een invloed hebben op de werking van andere apparatuur zoals ECG-monitoren. De gebruiker dient het juiste functioneren van de apparatuur voor gebruik te controleren. Gebruik de pomp niet in hyperbare kamers aangezien dit invloed heeft op de werking van de pomp en de pomp kan beschadigen. Referenties en probleemoplossing 57

58 Referenties en probleemoplossing Instellingsbereik voor de continue snelheid Eenheden Beginwaarde Stappen Maximum Milliliter 0 0,10 30,00 Alleen 10% van Waarden tussen 0,01 en 0,5: 0,01 Concentratie x 30 milligram concentratie Alleen microgram Milligram en microgram 10% van concentratie 10% van concentratie Waarden tussen 0,1 en 0,5: 0,1 Concentratie x 30 Waarden tussen 0,5 en 100: 0,1 Concentratie x 30 Waarden tussen 100 en 1000: 1,0 Waarden groter dan 1000: 10,0 Instellingsbereik PCA-dosis, klinische bolus: Milliliter Milliliter Stappen Max. 0,05 20 Instellingsbereik PCA-dosis, klinische bolus: Milligram Concentratie Milligram Concentratie Milligram Referenties en probleemoplossing mg/ml Stappen Max. mg/ml Stappen Max. 0,1 0, , ,2 0, , ,3 0, , ,4 0, , ,5 0, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

59 Referenties en probleemoplossing Instellingsbereik PCA-dosis, klinische bolus: Microgram Concentratie Microgram Concentratie Microgram mcg/ml Stappen Max. mcg/ml Stappen Max. 1 0, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , Technische beschrijving Normen die zijn gebruikt bij het ontwikkelen van de pomp De volgende standaarden zijn geheel of gedeeltelijk gebruikt bij het ontwikkelen van de pomp. Medische elektrische apparatuur EN (1990), Medical Electrical Equipment, Part I: General Requirements for Safety. Amendment A1 (1993) Amendment A13 (1996) Amendment A2 (1995). EN (1998), Medical Electrical Equipment, Part 2-24: Particular Requirements for Safety of Infusion Pumps and Controllers. EN (1996), Medical Electrical Equipment, Part 1-4: General Requirements for Safety - Collateral Standard: Programmable electrical medical systems. Amendment A1: IEC (2nd Edition, 1988), Medical Electrical Equipment, Part 1: General Requirements for Safety. Amendment 1 (1991) Amendment 2 (1995). IEC (2000), Medical Electrical Equipment, Part 104: General Requirements for Safety - Collateral Standard: Programmable electrical medial systems. IEC (1998), Medical Electrical Equipment, Part 2-24: Particular Requirements for Safety of Infusion Pumps and Controllers. CAN/CSA-C M90, Medical Electrical Equipment, Part 1: General Requirements for Safety - November 1990 (Canadian Deviations to IEC ) Update No. 2 (November 2003) Referenties en probleemoplossing 59

60 Referenties en probleemoplossing Elektromagnetische compatibiliteit Referenties en probleemoplossing RTCA/DO -160E (2004), Radiated Emissions Only, Category M Limit. EN (2001), Medical Electrical Equipment, Part 1-2: General Requirements for Safety - Collateral Standard: Electromagnetic Compatibility - Requirements and Tests. IEC (Edition 2.1, ), Medical Electrical Equipment, Part 1-2: General Requirements for Safety - Collateral Standard: Electromagnetic Compatibility - Requirements and Tests. IEC (2001), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-2: Testing and measurement techniques. Electrostatic Discharge immunity test. IEC (2006), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-3: Testing and measurement techniques. Radiated, radio frequency, electromagnetic field immunity test. IEC (2004), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-4: Testing and measurement techniques. Electrical fast transient/burst immunity test. IEC (2005), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-5: Testing and measurement techniques. Surge immunity test. IEC (2004), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-6: Testing and measurement techniques. Immunity to conducted disturbances, induced by radio-frequency fields. IEC (2001), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-8: Testing and measurement techniques. Power frequency magnetic field immunity test. IEC (2004), Electromagnetic Compatibility (EMC), Part 4-11: Testing and measurement techniques. Voltage dips, short interruptions and voltage variations immunity test. CISPR11 (2004), Limits and methods of measurement of electromagnetic disturbance characteristics of industrial, scientific and medical (ISM) radio frequency equipment. Amendment 1 (1999) Amendment 2 (2002). EN (1998), Active implantable medical devices. Part 1. General requirements for safety, marking and information to be provided by the manufacturer. EN (1998), Industrial, scientific and medical (ISM) radio frequency equipment - Radio disturbance characteristics - Limits and methods of measurement. Amendment 1 (1999), Amendment 2 (2002). Diverse normen USB 1.1 Universal Serial Bus (USB) Specification, Revision 1.1, September 23, 1998 USB.org EN 1041 (1998), Information supplied by the manufacturer with medical devices. IEC/TR (2003), Graphical symbols for electrical equipment in medical practice. EN 980 (2003), Graphical symbols for use in the labeling of medical devices. IEC (2001), Degrees of protection provided by enclosures (IP Code). 60

61 Referenties en probleemoplossing Specificaties (nominaal) Algemene pompspecificaties Voor het testen van de pomp gebruikt: CADD -medicatiecassettereservoir, < CADD -extensiesets, < CADD -toedieningssets, < Resolutie CADD -medicatiecassettereservoir of CADD -toedieningsset 0,050 ml per pompslag nominaal Afmetingen 4,1 cm 10,2 cm 12,7 cm exclusief cassette en accessoires Gewicht 595 g, inclusief 4-AA alkaline batterijen, exclusief andere accessoires Pompalarmen Alarmen hoge prioriteit: Lucht in lijn ontdekt Batterij leeg tijdens toediening Batterij verwijderd tijdens toediening Batterij onbruikbaar geworden tijdens toediening Disposable foutief bevestigd Disposable losgekoppeld tijdens toediening Disposable vergrendeld, niet bevestigd High flow toedieningsset van disposable type Type disposable ongeldig Neerwaartse occlusie Toets vast Druksensor defect Pomp automatisch gestopt Einde gebruiksduur herlaadbare batterij Toets PCA-handset vast Reservoirvolume leeg Herinnering stopmodus Opwaartse occlusie Alarmen gemiddelde prioriteit: 19 Alarmen lage prioriteit: 8 Informatieve waarschuwingsberichten: 20 Alarm batterij-uitval Het alarmsignaal gaat 2 minuten lang over als de pomp ten minste 2 minuten is ingeschakeld. OPMERKING: Alarm alleen ingeschakeld terwijl de pomp loopt. Referenties en probleemoplossing 61

62 Referenties en probleemoplossing Batterijstatus Batterijstatus 25% tot 100% Geen alarm Batterij bijna leeg Batterij leeg Uitschakelen Status CADD -Solis-pomp Overgang naar toestand batterij bijna leeg Bericht Batterij bijna leeg wordt weergegeven Pomp laat om de 5 min. 3 pieptonen horen Waarschuwingsbericht Batt bijna leeg verschijnt op pompscherm Pomp is bruikbaar Achtergrondverlichting knippert 12 ms telkens wanneer motor werkt Overgang naar toestand batterij leeg Bericht Batterij leeg wordt weergegeven Pomp geeft een constant alarmsignaal met variabele toonhoogte Waarschuwingsbericht Batt leeg wordt op pompscherm weergegeven De batterijspanning is te laag om de pomp te kunnen gebruiken Toedieningswerking pomp stopt Pomp wordt uitgeschakeld omdat bedrijfsspanning onvoldoende is. Gebruiksduur van alkaline batterij bij continue toediening met schermintensiteit ingesteld op 3 Snelheid (ml/uur) Gebruiksduur (uur) Volume (ml) 0, Gebruiksduur van oplaadbare batterij bij continue toediening met schermintensiteit ingesteld op 3 Referenties en probleemoplossing Snelheid (ml/uur) Gebruiksduur (uur) Volume (ml) 0, , Classificatie CF J, klasse II K Vochtbescherming Spatwaterdicht (IPX4) conform IEC Maximale infusiedruk 1,86 bar (186 kpa) Maximumduur tot occlusiealarm 0,1 ml/uur: CADD -medicatiecassettereservoir: 108 minuten CADD -toedieningsset: 122 minuten 10 ml/uur: CADD -medicatiecassettereservoir: 44 seconden CADD -toedieningsset: 122 seconden OPMERKING: De waarden zijn nominaal en gebaseerd op feitelijke testwaarden. 62

63 Referenties en probleemoplossing Bolusvolume bij occlusiealarm 0,1 ml/uur CADD -medicatiecassettereservoir: 0,107 ml CADD -toedieningsset: 0,136 ml 10 ml/uur CADD -medicatiecassettereservoir: 0,116 ml CADD -toedieningsset: 0,124 ml OPMERKING: De waarden zijn nominaal en gebaseerd op feitelijke testwaarden. Stroombronnen Vier AA (IEC LR6) alkaline batterijen AC-adapter Oplaadbare batterij Oplaadsysteem voor batterij voor back-up van interne geheugen De batterij voor back-up van het interne geheugen gebruikt lithiummangaandioxidetechnologie. De batterij wordt opgeladen zodra de pomp wordt ingeschakeld en heeft een capaciteit voor 10 maanden geheugen nadat hij gedurende 250 uur is opgeladen bij 20 ºC. Bedrijfstemperatuur systeem 2 ºC tot 40 ºC Temperatuur voor opslag en transport van het systeem -20 ºC tot 60 ºC Relatieve vochtigheidsgraad 20% tot 90% relatieve vochtigheid, niet condenserend. Atmosferische druk 70 kpa tot 106 kpa Toedieningsnauwkeurigheid systeem ± 6% (nominaal). Bij een lage infusiesnelheid zal gedurende korte perioden deze accuraatheid misschien niet worden behaald. Over de totale infusietijd wordt de gemiddelde nauwkeurigheid echter behaald. WAARSCHUWING: Zorg dat u rekening houdt met de toedieningsnauwkeurigheid van ± 6% van het systeem wanneer u de pomp programmeert en/of het reservoir vult. Als u dit nalaat, kan de medicatie in het reservoir sneller op raken dan verwacht. Indien de pomp gebruikt wordt om levensondersteunende of uitermate belangrijke medicatie toe te dienen, kan een onderbreking in de toediening van medicatie leiden tot letsel bij of zelfs tot het overlijden van de patiënt. Onnauwkeurigheden in de toediening van medicatie door het systeem kunnen ontstaan ten gevolge van tegendruk of vloeistofweerstand, wat afhangt van de viscositeit van de medicatie, de grootte van de katheter en extensiesetlijnen (bijvoorbeeld microbore-lijn) en van het plaatsen van het infuusreservoir en/of de pomp boven of onder het niveau van de patiënt. Een onnauwkeurige toediening door het systeem kan leiden tot toediening van te weinig of te veel medicatie. Referenties en probleemoplossing 63

64 Referenties en probleemoplossing Systeembeschrijving CADD -Solis-pomp met: daarop bevestigd een CADD -medicatiecassettereservoir en CADD -extensieset, of een bevestigde CADD -toedieningsset of CADD -Solis-pomp met: daarop bevestigd CADD -medicatiecassettereservoir met flowstopmechanisme en CADD -extensieset, of een CADD -toedieningsset met flowstopmechanisme Drempelwaarde hogedrukalarm 1,24 bar ± 0,62 bar (124 kpa ± 62 kpa) Luchtdetectoralarm Gevoeligheid: Laag: Enkele luchtbel > 400 μl Hoog: Enkele luchtbel > 150 μl Geaccumuleerde lucht: Groter dan 1 ml lucht over 15 minuten (nominaal). Specificatie bolusnauwkeurigheid: ± 6% Actuele testgegevens voor de bolusnauwkeurigheid bij 0,05 ml: Gemiddeld 0,0508 ml % Fout 1,6% Minimaal fout % -3,0% Maximaal fout % 4,2% Referenties en probleemoplossing Actuele testgegevens voor de bolusnauwkeurigheid bij 20 ml: Gemiddeld 20,108 ml % Fout 0,5% Minimaal fout % -2,9% Maximaal fout % 4,5% Maximumvolume dat wordt toegediend bij enkelvoudige foutcondities CADD -toedieningsset: 0,15 ml Toedieningssnelheid tijdens primen Circa 250 ml/uur Alarmsignaal uitgeschakeld tijdens primen Lucht in lijn 64

65 Referenties en probleemoplossing Toedieningsspecificaties Reservoirvolume 0 tot 9999 Programmeerbaar in stappen van 1 ml Weergegeven in stappen van 0,1 ml Programmeereenheden Bij programmeren in de handmatige modus. In alle andere gevallen worden de programmeereenheden vooraf ingesteld met behulp van de CADD -Solis Medication Safety Software. Milliliter (ml) Milligram (mg) Microgram (mcg) Concentratie mg/ml: 0,1 tot 0,5 mg/ml in stappen van 0,1 mg/ml 0,5 tot 1 mg/ml in stappen van 0,1 mg/ml 1 tot 15 mg/ml in stappen van 1 mg/ml 15 tot 100 mg/ml in stappen van 5 mg/ml mcg/ml: 1 tot 15 mcg/ml in stappen van 1 mcg/ml 15 tot 100 mcg/ml in stappen van 5 mcg/ml 100 tot 500 mcg/ml in stappen van 100 mcg/ml Continue snelheid 0 tot 30 ml/uur (of het mg of mcg equivalent) PCA-dosis 0 ml tot 20 ml (of het mg of mcg equivalent) Toedieningssnelheid (continue snelheid + PCA-dosis) instelbaar van 40 tot 175 ml/uur PCA-dosisblokkering 1 minuut tot 24 uur in de volgende stappen: 1 minuut voor waarden tussen 1 en 20 minuten 5 minuten tussen 20 minuten en 24 uur Max. doses per uur 1 tot 60 Hoeveelheid toedieningslimiet 0,1 tot 1000 ml (of mg of mcg equivalent) in stappen van: 0,01 ml van 0,01 tot 0,5 ml 0,5 ml van 0,05 tot 100 ml 1,0 ml van 100 tot 1000 ml Toegediend 0 tot ,99 in stappen van 0,01 eenheden Klinische bolus 0 ml tot 20 ml (of het mg of mcg equivalent) Toedieningssnelheid (continue snelheid + klinische bolus) instelbaar van 40 tot 175 ml/uur Referenties en probleemoplossing 65

66 Referenties en probleemoplossing Specificaties administratorinstellingen Referenties en probleemoplossing Toedieningslimietmethode Toedieningslimiet Max. doses per uur Niet in gebruik Toedieningslimietperiode 1 tot 12 uur in stappen van 1 uur Maximale toedieningssnelheid (bolus en continu gecombineerd) 40 tot 175 ml/uur in stappen van 1 ml Toetstonen Aan of uit Uitschakelpunt reservoirvolume laag 1 tot 999 ml in stappen van 1 ml Alarm reservoirvolume laag Dringend en eenmalig Niet-dringend en herhaaldelijk Alarm Pomp gestopt Informatief of hoge prioriteit Luchtdetector Aan of uit Gevoeligheid luchtdetector Lage gevoeligheid: Enkele luchtbel > 400 μl Hoge gevoeligheid: Enkele luchtbel > 150 μl Alarmvolume Hoog, gemiddeld of laag PO (preventief onderhoud) herinnering Interval: 1 tot 24 maanden in intervallen van 1 maand Inschakelen: Aan of uit Aangepaste toetsenbordcode 001 tot 899 in stappen van 1 Aangepaste artsencode 001 tot 899 in stappen van 1 Aangepaste administratorcode 001 tot 899 in stappen van 1 Datumnotatie Tijd Amerikaans standaard (mm/dd/jj) of Europees standaard (dd/mm/jj) tot

67 Referenties en probleemoplossing Gevoeligheid neerwaartse occlusie Hoge gevoeligheid: Zodra de drempelwaarde voor het hogedrukalarm is bereikt, wordt het alarm voor neerwaartse occlusie ingeschakeld. Lage gevoeligheid: Wanneer de drempelwaarde voor het hogedrukalarm is bereikt, wordt het alarm voor neerwaartse occlusie met 2 seconden vertraagd. Op die manier kan de druk stabiliseren voordat er een alarm wordt gegeven. Als de druk zich onder de drempelwaarde voor het hogedrukalarm stabiliseert voordat de vertragingsperiode van 2 seconden is verstreken, wordt het alarm niet gegeven. Sensor opwaartse occlusie Aan of uit OPMERKING: De sensor voor opwaartse occlusie wordt automatisch uitgeschakeld bij gebruik van CADD -medicatiecassettereservoirs. Referenties en probleemoplossing 67

68 Referenties en probleemoplossing Verklaringen aangaande elektromagnetische emissies en immuniteit Advies en verklaring van de fabrikant - Elektromagnetische emissies De CADD -Solis-pomp is ontworpen voor gebruik binnen de elektromagnetische omgeving die hieronder wordt aangegeven. De klant of gebruiker van de CADD -Solis-pomp dient ervoor te zorgen dat deze in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Emissietest Conformiteit Elektromagnetische omgeving Advies RF-emissie CISPR 11 Groep 1 De pomp gebruikt alleen RF-energie voor interne functies. De RF-emissie is daarom zeer laag en het is niet waarschijnlijk dat deze zal interfereren met elektrische apparatuur die zich in de nabijheid bevindt. RF-emissie CISPR 11 Harmonische emissies IEC Spanningsschommelingen / flikkeremissies IEC Klasse B Niet van toepassing Niet van toepassing Voldoet aan vereisten bij gebruik van: De pomp is geschikt voor gebruik in alle faciliteiten, met inbegrip van woonfaciliteiten die zijn aangesloten op het openbare lichtnet dat voor woondoeleinden bestemde gebouwen van stroom voorziet VAC 50/60 Hz tot 7 VDC omzetting AC-adapter, met een netstroomsnoer van 1,8 m. 2. Oplaadbare batterij. 3. PCA-handsetsnoer met een lengte van 152 cm ± 5 cm. 4. USB-kabel met lengte van minder dan 2 m. Referenties en probleemoplossing WAARSCHUWING: Het gebruik van stroombronnen en een PCA-handset die anders zijn dan die vermeld worden in de elektromagnetische-emissieverklaring kan leiden tot een toename van de emissies of verminderde immuniteit van de pomp. De pomp mag niet gebruikt worden in de nabijheid van of gestapeld worden met andere apparatuur. Indien gebruik in de nabijheid van andere apparatuur of stapeling op andere apparaten nodig is, dient u te controleren of de pomp normaal werkt in de te gebruiken configuratie. 68

69 Referenties en probleemoplossing Advies en verklaring van de fabrikant Elektromagnetische immuniteit De CADD -Solis-pomp is ontworpen voor gebruik binnen de elektromagnetische omgeving die hieronder wordt aangegeven. De klant of gebruiker van de CADD -Solis-pomp dient ervoor te zorgen dat het apparaat in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Immuniteitstest IEC testniveau Elektrostatische ± 6 kv contact ontlading (ESD) ± 8 kv lucht IEC Snelle elektrische transiënten/bursts IEC Spanningspieken IEC Spanningsdalingen, korte onderbrekingen en spanningsfluctuaties in de voedingslijnen IEC Magnetisch veld netfrequentie (50/60 Hz) IEC ± 2 kv voor stroomtoevoerkabels ± 1 kv voor ingangs-/ uitgangslijnen ± 1 kv kabel(s) naar kabel(s) ± 2 kv kabel(s) naar de aarde < 5% Ut (> 95% dip in Ut) gedurende 0,5 cyclus 40% Ut (60% dip in Ut) gedurende 5 cycli 70% Ut (30% dip in Ut) gedurende 25 cycli < 5% Ut (> 95% dip in Ut) gedurende 5 s Niveau van conformiteit ± 8 kv contact ± 15 kv lucht (IEC ) ± 2 kv voor stroomtoevoerkabels Niet van toepassing ± 1 kv kabel(s) naar kabel(s) ± 2 kv kabel(s) naar de aarde < 5% Ut (> 95% dip in Ut) gedurende 0,5 cyclus 40% Ut (60% dip in Ut) gedurende 5 cycli 70% Ut (30% dip in Ut) gedurende 25 cycli < 5% Ut (> 95 % dip in Ut) gedurende 5 s 3 A/m 400 A/m (IEC ) OPMERKING: Ut is de netstroomspanning vóór toepassing van het testniveau. Elektromagnetische omgeving Advies De vloeren dienen uit hout, beton of keramische tegels te bestaan. Indien de vloeren bedekt zijn met synthetisch materiaal, dient de relatieve vochtigheid ten minste 30% te bedragen De kwaliteit van de netspanning dient de normale kwaliteit voor een bedrijfs- of ziekenhuisomgeving te zijn. De kwaliteit van de netspanning dient de normale kwaliteit voor een bedrijfs- of ziekenhuisomgeving te zijn. De kwaliteit van de netspanning dient de normale kwaliteit voor een bedrijfs- of ziekenhuisomgeving te zijn. Indien de pompgebruiker continu gebruik vereist tijdens netstroomonderbrekingen, verdient het aanbeveling om de pomp te voeden vanuit een niet-onderbreekbare stroomvoorziening (UPS) of batterijen. De stroomfrequentie van de magnetische velden dient van een niveau te zijn dat kenmerkend is voor een typische locatie in een typische commerciële of ziekenhuisomgeving Referenties en probleemoplossing 69

70 Referenties en probleemoplossing Referenties en probleemoplossing Advies en verklaring van de fabrikant Elektromagnetische immuniteit De CADD -Solis-pomp is ontworpen voor gebruik binnen de elektromagnetische omgeving die hieronder wordt aangegeven. De klant of gebruiker van de CADD -Solis-pomp dient ervoor te zorgen dat het apparaat in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Immuniteitstest IEC testniveau Geleide RF IEC Geleide RF IEC Uitgestraalde RF IEC Vrms 150 khz tot 80 MHz buiten ISM-banden a 10 Vrms 150 khz tot 80 MHz buiten ISM-banden b 10 V/m 80 MHz tot 2,5 GHz Niveau van conformiteit Elektromagnetische omgeving Advies Draagbare en mobiele RFcommunicatieapparatuur mag niet dichter bij een onderdeel van de pomp, inclusief kabels, worden gebruikt dan de aanbevolen scheidingsafstand berekend volgens de vergelijking voor de frequentie van de zender. 3 Vrms Aanbevolen scheidingsafstand d = 1,2 10 Vrms Aanbevolen scheidingsafstand d = 1,2 10 V/m d = 1,2 80 MHz tot 800 MHz d = 2,3 800 MHz tot 2,5 GHz Waarbij P het maximale uitgangsvermogen van de zender in Watt is volgens de specificaties van de fabrikant en d de aanbevolen scheidingsafstand is in meters (m). c Veldsterktes van vaste RF-zenders, zoals bepaald middels onderzoek van het elektromagnetische gebied c moeten lager zijn dan het overeenstemmingsniveau in elk frequentiebereik. d Interferentie kan optreden in de omgeving van apparatuur die van onderstaand symbool is voorzien: R OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hogere frequentiebereik. OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet onder alle omstandigheden. Elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door absorptie en weerkaatsing van structuren, objecten en personen. a De ISM (industriële, wetenschappelijk en medische) banden tussen 150 khz en 80 MHz zijn 6,765 MHz tot 6,795 MHz; 13,553 MHz tot 13,567 MHz; 26,957 MHz tot 27,283 MHz; en 40,66 MHz tot 40,70 MHz. b De conformiteitsniveaus in de ISM-frequentiebanden tussen 150 khz en 80 MHz en in het frequentiebereik van 80 MHz tot 2,5 GHz zijn bedoeld om interferentie te beperken door mobiele/ draagbare communicatieapparatuur die onopzettelijk in behandelruimten wordt gebracht. Om deze reden wordt een aanvullende factor van 10/3 toegepast bij de berekening van de aanbevolen scheidingsafstand voor zenders in deze frequentiebereiken. c Veldsterkten van vaste zenders, zoals basisstations voor radiotelefoons (draagbaar/draadloos) en landmobiele radio's, amateurradio, AM- en FM-radio-uitzendingen en televisie-uitzendingen kunnen niet nauwkeurig theoretisch worden voorspeld. Om de door vaste RF-zenders veroorzaakte elektromagnetische omgeving te evalueren, moet een elektromagnetische meting van de locatie worden overwogen. Wanneer op de gebruikslocatie van de CADD -Solis-pomp de gemeten veldsterkte het bovenvermelde van toepassing zijnde radiofrequente compliantieniveau overschrijdt, moet de CADD -Solis-pomp worden doorgemeten om te controleren of het normaal werkt. Als abnormale werking wordt waargenomen, zijn er wellicht extra maatregelen nodig, zoals het anders richten of verplaatsen van de CADD -Solis-pomp. d Over het frequentiebereik van 150 khz tot 80 MHz moet de veldsterkte minder zijn dan 3 V/m. 70

71 Referenties en probleemoplossing Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en de CADD -Solis-pomp De CADD -Solis-pomp is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin de uitgestraalde radiofrequente storing beheersbaar is. De klant of gebruiker van de CADD -Solis-pomp kan elektromagnetische storing helpen voorkomen door de onderstaande geadviseerde minimale afstand aan te houden tussen draagbare en mobiele radiofrequente apparatuur (zenders) en de CADD -Solis-pomp, conform het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur. Berekend maximaal uitgangsvermogen van de zender W 150 khz tot 80 MHz buiten de ISM-banden d = 1,2 Scheidingsafstand volgens de frequentie van de zender m 80 MHz tot 800 MHz in de ISM-banden d = 1,2 80 MHz tot 800 MHz d = 1,2 800 MHz tot 2,5 GHz d = 2,3 0,01 0,12 0,12 0,12 0,23 0,1 0,38 0,38 0,38 0,73 1 1,2 1,2 1,2 2,3 10 3,8 3,8 3,8 7, Voor zenders waarvan het maximale uitgangsvermogen hierboven niet is vermeld, kan de aanbevolen scheidingsafstand d in meter (m) worden geschat met behulp van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie van de zender, waarbij P het maximale uitgangsvermogen van de zender in watt (W) is volgens de fabrikant van de zender. OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de scheidingsafstand voor het hogere frequentiebereik. OPMERKING 2: De ISM (industriële, wetenschappelijk en medische) banden tussen 150 khz en 80 MHz zijn 6,765 MHz tot 6,795 MHz; 13,553 MHz tot 13,567 MHz; 26,957 MHz tot 27,283 MHz; en 40,66 MHz tot 40,70 MHz. OPMERKING 3: Bij de berekening van de aanbevolen scheidingsafstanden voor zenders in de ISMfrequentiebanden tussen 150 khz en 80 MHz, en in het frequentiebereik 80 MHz tot 2,5 GHz wordt een aanvullende factor van 10/3 toegepast met de bedoeling om de interferentie te beperken van mobiele/draagbare communicatieapparatuur die onopzettelijk in behandelruimten wordt gebracht. OPMERKING 4: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet onder alle omstandigheden. Elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door absorptie en weerkaatsing van structuren, objecten en personen. Referenties en probleemoplossing 71

72 Referenties en probleemoplossing Z Apart inzamelen Dit product bevat elektrische en elektronische componenten (waaronder batterijen), die materialen kunnen bevatten die, als ze bij het normale huishoudelijke afval worden weggegooid, milieuverontreiniging kunnen veroorzaken. Conform Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moeten inwoners van de Europese Unie specifieke richtlijnen volgen voor afvalverwerking of recycling voor dit product. Neem contact op met uw plaatselijke distributeur of ga naar de volgende website voor specifieke instructies: Inwoners van landen buiten de Europese Unie moeten dit product (waaronder batterijen) weggooien of recyclen conform de plaatselijk van toepassing zijnde wet- of regelgeving. WAARSCHUWING: Er zijn mogelijke gezondheidsrisico s verbonden aan het verkeerd wegwerpen van batterijen, elektronica en besmette (gebruikte) reservoirs en extensiesets. Gebruikte batterijen, reservoirs, extensiesets en andere gebruikte accessoires of een pomp waarvan de gebruiksduur is verstreken, dienen op milieuvriendelijke wijze te worden weggegooid en volgens eventueel van toepassing zijnde voorschriften. Referenties en probleemoplossing 72

73 Overzicht van programmeerschermen/menu's Patiëntspecifieke parameters en/of Home-scherm Continue snelheid* PCA-dosis* PCA-blokkering* Uurlimiet* Max. doses/uur* Reservoirvol. *Indien geconfigureerd in de administratorinstellingen voor weergave. Referenties en probleemoplossing Taken Geef klinische bolus Start nieuwe patiënt Start nieuw protocol, zelfde patiënt Prime lijn Stel tijd en datum in Achtergrondverlichting aanpassen Pas alarmvolume aan Rapporten bekijken Pas Admin. instell. aan Rapporten Dosistellers voor toegediend en PCA PCA-dosisgrafiek Toedieningshistorie en cirkeldiagram Toedieningslog Eventlog Samenvatting protocolbibl. Toestel info. Administratorinstellingen Toediening Alarmen Beveiliging Stel tijd en datum in Weergave en geluid Terug naarfabrieksinstellingen Referenties en probleemoplossing OPMERKING: Zie de Handleiding met instellingen voor de administrator voor gedetailleerde informatie over het bewerken van het menu met instellingen voor de administrator. 73

74 Referenties en probleemoplossing Referenties en probleemoplossing Standaard fabrieksinstellingen Als u de pomp voor de eerste keer gebruikt, is het protocol ingesteld op de standaard fabrieksinstellingen. Als u de pomp wilt terugstellen op de standaard fabrieksinstellingen wenst, kunt u dit doen op elk gewenst moment (zie de Handleiding met instellingen voor de administrator over meer informatie over hoe u de pomp kunt terugstellen op de standaard fabrieksinstellingen). De volgende tabel vermeldt de standaard fabrieksinstellingen: Programmeereenheden ml Continue snelheid 0 ml/uur Hoeveelheid PCA-dosis 0 ml Periode PCA-dosisblokkering 1 uur Toedieningslimietmethode Niet in gebruik Reservoirvolume 1 ml Waarde voor resetten reservoirvolume 100 ml Uitschakelpunt reservoirvolume laag 5,0 ml Alarmtype voor reservoirvolume laag Dringend en eenmalig Alarmtype herhaling alarm voor Eenmalig reservoirvolume leeg Hoeveelheid klinische bolus 0 ml Maximale snelheid vloeistoftoediening 175 ml/uur (gecombineerd, bolus en continu) Alarmtype voor Pomp gestopt Informatief Opwaartse sensor Aan Gevoeligheid neerwaartse occlusie Laag Luchtdetector ingeschakeld Ja Gevoeligheid luchtdetector Laag Datumnotatie mm/dd/jj Herinnering preventief onderhoud Uit Geluidsvolume Hoog Beveiligingscode ontgrendeling 201 Beveiligingscode arts 997 Beveiligingscode administrator Zie uw CADD -Solis-systeemadministrator voor de standaard beveiligingscodes Toetsenbordbeveiliging Alleen code Intensiteit achtergrondverlichting 3 Kleurthema Zwart Geluidsthema Standaard Toetstonen ingeschakeld Ja Code handmatige programmering Administratorcode 74

75 Resultaten van nauwkeurigheidstest Referenties en probleemoplossing Zoals bij alle infuuspompen het geval is, veroorzaken ook bij dit apparaat de bewegingen van het pompmechanisme en de variaties in individuele disposables kortdurende schommelingen in de nauwkeurigheid van de stroomsnelheid. De volgende curves geven de typische prestaties van het pompsysteem op twee manieren weer: 1. Een flow versus tijd grafiek tijdens de stabilisatieperiode (opstartcurves). 2. De accuraatheid van de toediening van vloeistof in bepaalde tijdsperioden of observatieperiodes wordt gemeten (trompetcurve). De opstartcurve toont de flowsnelheid continu vanaf de start van het infuus. De curve geeft een visuele weergave van de uniformiteit van de flowsnelheid. De trompetcurves zijn afkomstig van het zesde uur van deze gegevens. De testen zijn uitgevoerd volgens de norm IEC Over een langere observatieperiode hebben de schommelingen op korte termijn een minimaal effect op de nauwkeurigheid zoals weergegeven door het vlakke deel van de curve. Wanneer de observatieperiode wordt ingekort, hebben de schommelingen op korte termijn een steeds groter effect wat visueel wordt voorgesteld door de beker van de trompet. Een goed begrip van de nauwkeurigheid van het systeem voor verschillende observatieperiodes kan van belang zijn wanneer bepaalde medicatie wordt toegediend. Fluctuaties op korte termijn qua nauwkeurigheid kunnen een klinische invloed hebben, afhankelijk van de halfwaardetijd van de medicatie die per infuus wordt toegediend. Er moet zowel met de trompetcurve als met de halfwaardetijd van de medicatie rekening worden gehouden. Opstartcurve van de flowrate in de stabilisatieperiode: gemiddeld (10 ml/uur) Stroomsnelheid (ml/uur) T (min) Trompetcurve voor periode T(2): gemiddelde flowrate (10 ml/uur) Percentage stroomsnelheidafwijking 2,25 Epmax 2,00 1,75 Epmin 1,50 1,25 1,00 0,75 0,50 0,25 T (min) 0, Observatie-interval Referenties en probleemoplossing 75

76 Garantie Garantie Beperkte garantie Smiths Medical ASD, Inc. (de fabrikant ) garandeert aan de oorspronkelijke koper dat de CADD -Solis ambulante infuuspomp (de Pomp ), met uitzondering van de accessoires, bij normaal gebruik gedurende twee jaar vanaf de feitelijke verkoopdatum aan de oorspronkelijke koper vrij is van materiaal- en afwerkingsgebreken, mits gebruikt overeenkomstig deze gebruikershandleiding. ER ZIJN GEEN ANDERE GARANTIES. Deze garantie geldt niet voor normale slijtage en onderhoudsartikelen; met name batterijen, toedieningssets, extensiesets en andere bij de Pomp gebruikte accessoires of apparatuur zijn uitgesloten. Onderhevig aan de voorwaarden van en mits voldaan is aan deze beperkte garantie zal de fabrikant iedere Pomp (met uitzondering van accessoires) die defect is naar eigen goeddunken kosteloos (uitgezonderd minimale verzendkosten) repareren of vervangen indien er tijdens deze periode van twee jaar beroep op de garantie wordt gedaan. De volgende voorwaarden, procedures en beperkingen zijn van toepassing met betrekking tot de garantieverplichting van de fabrikant: A. Partijen voor wie deze garantie geldt: Deze garantie geldt uitsluitend voor de oorspronkelijke koper van de Pomp. Deze garantie geldt niet voor volgende kopers. De oorspronkelijke koper kan een patiënt zijn, of medisch personeel, een ziekenhuis, of een instelling die de Pomp koopt voor de behandeling van patiënten. De oorspronkelijke koper moet de factuur of het aankoopbewijs bewaren als bewijs van de feitelijke aankoopdatum. B. Garantieprocedure: Het betreffende defect moet als volgt schriftelijk of telefonisch aan de fabrikant te worden gemeld: Customer Service Department, Smiths Medical ASD, Inc., 1265 Grey Fox Road, St. Paul, MN 55112, (800) (VS, Canada) of Smiths Medical International Ltd. WD24 4LG, VK, +44 (0) De mededeling aan de fabrikant moet de aankoopdatum, het model- en serienummer en een voldoende gedetailleerde beschrijving van het betreffende defect bevatten om de fabrikant in staat te stellen de noodzaak van eventuele reparaties te bepalen en deze uit te voeren. Voordat de Pomp wordt teruggestuurd, moet hiervoor toestemming worden verkregen. Wanneer toestemming is verkregen, moet de Pomp, zorgvuldig en passend verpakt, franco naar de fabrikant worden teruggestuurd. Verlies of schade tijdens het vervoer is voor het risico van de afzender. C. Garantievoorwaarden: De garantie vervalt wanneer de Pomp 1) gerepareerd is door een ander dan de fabrikant of haar officiële vertegenwoordiger; 2) zodanig gewijzigd is dat dit afbreuk doet aan de stabiliteit of betrouwbaarheid; 3) misbruikt is of 4) door nalatigheid of een ongeluk beschadigd is. Misbruik omvat, maar is niet beperkt tot, gebruik dat niet overeenstemt met de gebruikershandleiding of gebruik met niet-goedgekeurde accessoires. De Pomp is een afgedicht toestel en het feit dat de afdichting verbroken is, wordt beschouwd als onomstotelijk bewijs dat de Pomp gewijzigd of misbruikt is. Verwijdering of beschadiging van het serienummer van de Pomp maakt deze garantie ongeldig. D. Beperkingen en uitsluitingen: Reparatie of vervanging van de Pomp of een onderdeel daarvan is het ENIGE verhaal dat door de fabrikant wordt geboden. De volgende uitsluitingen en beperkingen zijn van kracht: 1. Geen tussenpersoon, vertegenwoordiger of werknemer van de fabrikant is gemachtigd om de fabrikant te verplichten tot ongeacht welke uitdrukkelijke of stilzwijgende verklaring of garantie. 2. Er is geen garantie van verkoopbaarheid of geschiktheid van de Pomp voor enig bepaald doel. 3. De Pomp mag alleen gebruikt worden onder toezicht van medisch personeel met de deskundigheid en het inzicht om de geschiktheid van de Pomp voor een bepaalde medische behandeling te bepalen. 4. Alle door de fabrikant of diens vertegenwoordigers verstrekte aanbevelingen, informatie en beschrijvende documentatie worden geacht nauwkeurig en betrouwbaar te zijn, maar vormen geen garanties. E. Licentie voor computerprogramma: 1. Het is de bedoeling dat de Pomp wordt gebruikt in combinatie met een bepaald door de fabrikant in licentie verstrekt computerprogramma en het gebruik van een ander programma of wijziging zonder toestemming van een computerprogramma onder licentie doet de hierboven uiteengezette garantie van de fabrikant teniet. 2. Aan de oorspronkelijke koper en alle door de oorspronkelijke koper gemachtigde gebruikers wordt hierbij een niet-uitsluitende, niet-overdraagbare licentie verleend voor het gebruik van het in licentie verstrekte computerprogramma, uitsluitend gecombineerd met één door de fabrikant verstrekte Pomp. Het in licentie verstrekte computerprogramma wordt uitsluitend geleverd in de vorm van een machinaal leesbare objectcode en is gebaseerd op de eigen, vertrouwelijke informatie van de fabrikant. Er worden onder deze licentie of anderszins geen rechten verleend voor het decompileren, het vervaardigen van menselijk leesbare kopieën, het ontsleutelen, het wijzigen of het produceren van afgeleide werken gebaseerd op het in licentie verstrekte computerprogramma. 3. Alle andere voorwaarden van deze beperkte garantie zijn van toepassing op het in licentie verstrekte computerprogramma. De fabrikant aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor de geschiktheid van de Pomp voor enige bepaalde medische behandeling of voor ongeacht welke medische complicaties die voortvloeien uit het gebruik van de Pomp. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor ongeacht welke bijkomstige of materiële gevolgschade, voor winstderving of gemis van gebruik veroorzaakt door een defect of een storing van de Pomp. Deze garantie geeft de oorspronkelijke koper bepaalde wettelijke rechten, en de oorspronkelijke koper kan andere wettelijke rechten hebben die van land tot land verschillen. 76

77 Index Index A Aan/Uit-schakelaar 12 AC-adapter 14, 16, 18, 50, 53, 68 Achtergrondverlichting 13, 17 Adapter voor de infuusstandaardklem 19 Admin. instellingen 27, 34, 73 Administratorcode 25, 66, 74 Administratorinstellingen 27, 34, 73 Alarmen 48 Alarmen en berichten, alfabetische lijst Alarm met gemiddelde prioriteit 48 Alarm met hoge prioriteit 48 Alarm met lage prioriteit 49 Alarm Systeemfout 48 Alarm met gemiddelde prioriteit 48 Alarm met hoge prioriteit 48 Alarm met lage prioriteit 49 Alarm Systeemfout 48 Alarmvolume 26, 27, 34 Analgetica 9 Anesthetica 9 Artsencode 25 Automatische vergrendeling 26 Batterij 16, 51, 54, 55 Batterij bijna leeg 50 Batterij leeg 50, 51, 53 Batterij verwijderd 50 De batterijen plaatsen 16 Oplaadbare batterij 18, 51, 54, 55, 68 Batterijvakje 12, 14 Beeldvorming via magnetische resonantie 57 Bereik Harde limiet 39 Zachte limiet 39 Berichten 13, 20, 48 Alarmen en berichten, alfabetische lijst 50 Informatief bericht 49 Beveiligingsinstellingen 25 Administratorcode 25 Artsencode 25 Tabel beveiligingsniveau 25 Toetsenbordcode 25 CADD-Solis Medication Safety Software-systeem 18, 34 Cassette 12, 19, 51, 52, 53, 55 Cassette bevestigen 22 Cassette verwijderen 23 B C Cassettesluiting 12, 14, 39 Cassette-/toetsenbordvergrendeling 12, 14, 25, 27, 39, 52 Cirkeldiagram, toedieningshistorie 36 Continue snelheid 25, 35, 37, 41, 45, 52, 65, 73, 74 Curve Opstarten 75 Trompet 75 D De batterijen plaatsen 16 De pomp programmeren 20, 21, 25, 37, 44, 45, 74 Handmatige modus 44 Patiëntspecifieke parameters 39 Programmeerschermen 39, 73 Start de pomp 24 Stop de pomp 24 Voordat u met programmeren begint 21 Emissieverklaringen 68 Epidurale toediening 9 Eventlog 29, 30, 37, 73 E F Fabrieksinstellingen 73, 74 Grafiek PCA-dosis 36 G H Handmatige modus, 74 Harde limiet 39 Maximum 39 Minimum 39 Home-scherm 20, 39 Patiëntspecifieke parameters Programmeerschermen 39 Huidige datum 32 Huidige tijd 31 Immuniteitsverklaringen 68 Indicatielampjes 12, 13, 18 Informatief bericht 49 Intensiteit achtergrondverlichting 26, 27, 33 I Index 77

78 Index K Klinische bolus 24, 25, 26, 28, 35, 37, 41, 45, 73, 74 Log 37 Event 37 Toediening 37 Luchtdetector 45 L M Max. doses/uur 25, 42 Maximale toedieningssnelheid 45, 66 Menu-overzichten 73 MRI 57 Pompscherm 20 Pompsleutel 19 Prime lijn 26, 27, 30, 50, 51, 73 Programmeerschermen 39, 73 Rapporten 26, 27, 35, 73 Dosistellers voor toegediend en PCA 35 Eventlog 37 Grafiek PCA-dosis 36 Rapporten bekijken 34 Samenvatting protocolbibliotheek 38 Toedieningshistorie en cirkeldiagram 36 Toedieningslog 37 Toestel info 38 Reservoirvolume 20, 25, 28, 43, 45, 51, 55, 65, 74 R Index N Netstroomaansluiting 12 Netstroomlampje 12 Nieuwe patiënt 27, 29, 37, 73 Nieuw protocol 26, 30, 37, 54, 73 O Ontgrendelen 12, 14, 25, 27, 39, 52, 74 Oplaadbare batterij 17, 18, 50, 51, 53, 54, 55, 68 Opstartcurve 75 Opstarten 18 P Patiëntspecifieke parameters 20, 37, 39, 73 Continue snelheid 39 Max. doses/uur 42 PCA-blokkering 41 PCA-dosis Reservoirvolume 43 Uurlimiet 41 PCA-blokkering 41, 42, 65, 73 PCA-dosis 14, 15, 19, 24, 25, 28, 35, 37, 40, 41, 42, 45, 52, 54, 73 PCA-dosisteller 35 PCA-handset voor dosering 19, 40, 41, 54 PCA-handsetaansluiting 12, 14 PCA-toediening 53 Pomp Normen 59 Ontwikkeling 59 Pompaccessoires 18 AC-adapter 18 Adapter voor de infuusstandaardklem 19 CADD-Solis Medication Safety Software 18 Cassette 19 Oplaadbare batterij 18 PCA-handset voor dosering 19 Samenvatting protocolbibliotheek 38, 73 Schema van de pomp 12 Achterzijde 12 Voorzijde 12 Scherm 12, 13, 73 Specificaties 61 Algemene pompspecificaties 61 Specificaties administratorinstellingen 66 Toedieningsspecificaties 65 Standaard fabrieksinstellingen 73, 74 Start de pomp 24, 51 Start nieuwe patiënt 26, 27, 29, 73 Start nieuw protocol, zelfde patiënt 26, 27, 30, 73 Stel tijd en datum in 26, 27, 31, 73 Stop de pomp 24 Straling 57 Stroomaansluiting 10, 14 Subarachnoïdale toediening 9 Symbolen 10 S T Taken 26, 27, 73 Geef klinische bolus 26, 27, 28, 73 Pas Admin. instell. aan 27, 34, 73 Pas alarmvolume aan 26, 27, 34, 73 Pas intensiteit achtergrondverlichting aan 26, 27, 33 Prime lijn 26, 27, 30, 73 Rapporten bekijken 27, 34, 73 Start nieuwe patiënt 26, 27, 29, 73 Start nieuw protocol, zelfde patiënt 26, 27, 30, 73 Stel tijd en datum in 26, 27, 31, 73 Tellers 28, 35, 40, 73 PCA-dosis 35 Toegediend 35 78

79 Index Teller Toegediend 35 Tot. toegediend 35 Tests Nauwkeurigheidstests 75 Tijd en datum 26, 27, 31, 37, 45, 73 Toediening Analgetica 9 Anesthetica 9 Epiduraal 9 Subarachnoïdaal 9 Toedieningshistorie en cirkeldiagram 36 Toedieningslimiet 28, 37, 41, 42, 45, 52, 66 Hoeveelheid toedieningslimiet 45 Toedieningslimietmethode 66, 74 Toedieningslimietperiode 45, 66 Toedieningslog 37 Toedieningsmethoden 15 Continue snelheid 15 Klinische bolus 15 PCA-dosis 15 Toestel info 2, 38, 73 Toetsenbord 12, 13, 27, 39 Toetsenbordcode 25 Trompetcurve 75 USB-poort 12, 14 Uurlimiet 41, 42, 73 U Vergrendeling 12 Volume Alarm 26, 27, 34, 73 Geluid 74 Reservoir 20, 25, 28, 43, 45, 51, 55, 65, 74 Voorzorgsmaatregelen 5 V Waarschuwingen 3 Zachte limiet 39 Zelfde patiënt 30 W Z Index 79

80 x Smiths Medical ASD, Inc. St. Paul, MN USA Smiths Medical International Ltd. WD24 4LG, UK +44 (0) CADD-Solis, CADD, het CADD-logo-ontwerp en het Smiths Medical-merk zijn handelsmerken van de Smiths Medical bedrijvenfamilie. Het symbool geeft aan dat het handelsmerk bij het Amerikaanse patenten- en handelsmerkenkantoor en in bepaalde andere landen gedeponeerd is. Alle andere genoemde namen en merken zijn de handelsnamen, handelsmerken of dienstmerken van de respectieve eigenaren. De beschreven producten vallen onder een of meer van de volgende octrooien: V.S. octrooinummer , , , , , , , , , , , , , , , D586463; en onder octrooiaanvragen die in de VS en/of in het buitenland in behandeling zijn Smiths Medical bedrijvenfamilie. Alle rechten voorbehouden E s

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding X Ambulante infuuspomp 2100, 2110 Gebruikershandleiding Softwareversie 3.0 s Het CADD -Solis ambulante infusiesysteem is ontwikkeld om jonge en volwassen patiënten binnen de klinische zorg (waaronder postoperatieve

Nadere informatie

PCA-toedieningsmodus (door patiënt geregelde analgesie)

PCA-toedieningsmodus (door patiënt geregelde analgesie) PCA-toedieningsmodus (door patiënt geregelde analgesie) CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp model 2120 Patiëntinformatiehandleiding 40-5907-06C PIG, Solis VIP, PCA.indd 1 10/27/2011 8:19:39 AM Gegevens

Nadere informatie

Intermitterende toedieningsmodus

Intermitterende toedieningsmodus Intermitterende toedieningsmodus CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp model 2120 Patiëntinformatiehandleiding 40-5906-06C PIG, Solis VIP, Intermittent.indd 1 10/25/2011 1:05:51 PM Gegevens van uw arts:

Nadere informatie

CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp. Gebruikershandleiding Model 2120

CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp. Gebruikershandleiding Model 2120 X CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp Gebruikershandleiding Model 2120 s De CADD -Solis VIP (variabel infusieprofiel) ambulante infuuspomp is ontworpen om jonge en volwassen patiënten zorg en veiligheid

Nadere informatie

Taper-toedieningsmodus

Taper-toedieningsmodus Taper-toedieningsmodus CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp model 2120 Patiëntinformatiehandleiding 40-5909-06C PIG, Solis VIP, Taper.indd 1 10/27/2011 8:37:40 AM Gegevens van uw arts: Naam: Telefoonnummer:

Nadere informatie

Continue-toedieningswijze

Continue-toedieningswijze Continue-toedieningswijze CADD -Solis VIP ambulante infuuspomp model 2120 Patiëntinformatiehandleiding Gegevens van uw arts: Naam: Telefoonnummer: Instructies: Plaats van pomp tijdens baden/douchen: Plaats

Nadere informatie

CADD Solis VIP pomp. uw behandeling thuis

CADD Solis VIP pomp. uw behandeling thuis CADD Solis VIP pomp uw behandeling thuis Bij uw behandeling is het mogelijk om (een deel van) de medicijnen thuis te krijgen via de CADD SOLIS VIP pomp. Via deze pomp krijgt u via het bloed het medicijn

Nadere informatie

Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp

Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp Richtlijnen voor het gebruik van de PCA-pomp INLEIDING: Als onderdeel van Uw behandeling wordt gebruik gemaakt van een PCA-pomp. Deze pomp wordt gebruikt

Nadere informatie

Infuuspaalklemadapter

Infuuspaalklemadapter x Infuuspaalklemadapter Voor gebruik in combinatie met CADD -Solis infusiepompen Gebruiksaanwijzing Opmerkingen Lees de aanwijzingen geheel alvorens de infuuspaalklemadapter aan te sluiten of los te maken.

Nadere informatie

PATIËNTINFORMATIE CONTIN Continue Toedieningsmodus. CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp

PATIËNTINFORMATIE CONTIN Continue Toedieningsmodus. CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp u PATIËNTINFORMATIE CONTIN Continue Toedieningsmodus CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp t Inhoudsopgave Inleiding... 1 Waarschuwingen... 2 Voorzorgen... 5 CADD-Prizm -pomp (Figuur)...

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze

Nadere informatie

Ambulante infusiepomp Model 6500 CONTINUE EN INTERMITTERENDE TOEDIENINGSMODI. Snelheid is in ml/uur

Ambulante infusiepomp Model 6500 CONTINUE EN INTERMITTERENDE TOEDIENINGSMODI. Snelheid is in ml/uur Legacy PLUS Informatie voor de patiënt CADD-Legacy PLUS Ambulante infusiepomp Model 6500 CONTINUE EN INTERMITTERENDE TOEDIENINGSMODI Snelheid is in ml/uur Deze gids dient als aanvulling bij de door uw

Nadere informatie

CADD-Legacy PCA. Ambulante Infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE

CADD-Legacy PCA. Ambulante Infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE Legacy PCA Informatie voor de patiënt CADD-Legacy PCA Ambulante Infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE Deze gids dient als aanvulling bij de door uw arts verstrekte

Nadere informatie

Naslaggids ZT210/ZT220/ZT230

Naslaggids ZT210/ZT220/ZT230 Naslaggids ZT210/ZT220/ZT230 Gebruik deze gids bij het dagelijks gebruik van uw printer. Voor gedetailleerde informatie raadpleegt u de Gebruikershandleiding. Printeronderdelen Op Afbeelding 1 worden de

Nadere informatie

INFORMATIE VOOR DE PATIËNT. Ambulante infusiepomp Model 6500 CONTINUE & INTERMITTERENDE TOEDIENINGSMODI

INFORMATIE VOOR DE PATIËNT. Ambulante infusiepomp Model 6500 CONTINUE & INTERMITTERENDE TOEDIENINGSMODI INFORMATIE VOOR DE PATIËNT CADD-Legacy PLUS Ambulante infusiepomp Model 6500 CONTINUE & INTERMITTERENDE TOEDIENINGSMODI Deze gids dient als aanvulling bij de door uw arts verstrekte instructies voor de

Nadere informatie

Een goed begin is het halve werk. Kent u Compat Ella al?

Een goed begin is het halve werk. Kent u Compat Ella al? Een goed begin is het halve werk Kent u Compat Ella al? De gebruiksaanwijzing is bijgesloten bij de originele pompset en kan worden gedownload via www.compatella.com. Kijk ook eens op het interactieve

Nadere informatie

Infusomat Space P: Aanzetten pomp en plaatsen van een IV set. Instellen van het VTBI (Volume To Be Infused) moet het VTBI niet ingesteld worden.

Infusomat Space P: Aanzetten pomp en plaatsen van een IV set. Instellen van het VTBI (Volume To Be Infused) moet het VTBI niet ingesteld worden. Infusomat Space P: Aanzetten pomp en plaatsen van een IV set 1. Druk op om het toestel aan te zetten. 3. Plaats de IV set van rechts naar links in de pomp Plaats de lijn van rechts naar links in de pomp.

Nadere informatie

INFORMATIE VOOR DE PATIËNT. Ambulante infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE

INFORMATIE VOOR DE PATIËNT. Ambulante infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE INFORMATIE VOOR DE PATIËNT CADD-Legacy PCA Ambulante infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE Deze gids dient als aanvulling bij de door uw arts verstrekte instructies

Nadere informatie

Plantronics Calisto -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding

Plantronics Calisto -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding Plantronics Calisto -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding 2008 Plantronics, Inc. Alle rechten voorbehouden. Plantronics, het ontwerp van het logo, Calisto en Sound Innovation zijn handelsmerken

Nadere informatie

Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding 56-K61L-23004

Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding 56-K61L-23004 56-K61L-23004 Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Inhoud van de verpakking... 1 Functies van het product... 2 De headset en de USB Bluetooth-adapter

Nadere informatie

Nokia Extra Power DC-11/DC-11K /2

Nokia Extra Power DC-11/DC-11K /2 Nokia Extra Power DC-11/DC-11K 5 2 4 3 9212420/2 2008-2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Met de Nokia Extra Power DC-11/ DC-11K (hierna DC-11 genoemd) kunt u de batterijen van twee compatibele

Nadere informatie

PATIËNTINFORMATIE PCA Door de Patiënt Gecontroleerd Pijnbestrijding. CADDUPrizm VIP. Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp

PATIËNTINFORMATIE PCA Door de Patiënt Gecontroleerd Pijnbestrijding. CADDUPrizm VIP. Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp f PATIËNTINFORMATIE PCA Door de Patiënt Gecontroleerd Pijnbestrijding CADDUPrizm VIP CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp t Inhoudsopgave Inleiding... 1 Waarschuwingen... 2 Voorzorgen...

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. OV-BaseCore7(Z)

Gebruiksaanwijzing. OV-BaseCore7(Z) Gebruiksaanwijzing NL OV-BaseCore7(Z) Belangrijke veiligheidsinstructies Waarschuwing: Om het risico op elektrische schokken te beperken, mag u de behuizing of de achterkant niet verwijderen. Alle onderdelen

Nadere informatie

Handleiding M7 MZ-101 Interactieve hd-ontvanger.

Handleiding M7 MZ-101 Interactieve hd-ontvanger. Handleiding M7 MZ-101 Interactieve hd-ontvanger. Handleiding M7 Versie 160915 Instellen van de afstandsbediening Stap voor stap uw afstandsbediening instellen LED-lampje Bedien ook uw TV met de Stipte

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING. h j. Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp

GEBRUIKERSHANDLEIDING. h j. Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp GEBRUIKERSHANDLEIDING h j Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp i Deze handleiding betreft alleen de ambulante infusiepompen Model 6100 en Model 6101 van CADD-Prizm VIP (Variabel infusieprofiel).

Nadere informatie

Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding FEBRUARI 2013

Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding FEBRUARI 2013 Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding FEBRUARI 2013 56-K61L-23014 Inhoudsopgave Inhoud van de verpakking... 1 Functies van het product... 2 De headset en de USB

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING AQUA LASER 2 IN 1 RAAMREINIGER ARTIKEL NUMMER :

GEBRUIKSAANWIJZING AQUA LASER 2 IN 1 RAAMREINIGER ARTIKEL NUMMER : GEBRUIKSAANWIJZING AQUA LASER 2 IN 1 RAAMREINIGER ARTIKEL NUMMER : 808.478 Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig voordat u het apparaat in gebruik neemt. Doelmatig gebruik: Gebruik het apparaat alleen

Nadere informatie

DRINGEND VEILIGHEIDSBERICHT

DRINGEND VEILIGHEIDSBERICHT Smiths Medical ASD / Smiths Medical Nederland BV DRINGEND VEILIGHEIDSBERICHT Smiths Medical ASD CADD -toedieningssets met Flow Stop 18 mei 2016 Aanvullende instructies Bestemd voor: Clinici die toezien

Nadere informatie

Gebruik van een spuitaandrijver voor continue subcutane toediening. Graseby MS 26

Gebruik van een spuitaandrijver voor continue subcutane toediening. Graseby MS 26 Gebruik van een spuitaandrijver voor continue subcutane toediening. Graseby MS 26 1. Indicatie 2. Gebruiksaanwijzing a. Benodigdheden b. Aansluiten van de spuitaandrijver c. Plaatsen van een S.C.-naaldje

Nadere informatie

StyleView Envelope Drawer

StyleView Envelope Drawer User Guide StyleView Envelope Drawer www.ergotron.com User's Guide - English Guía del usuario - Español Manuel de l utilisateur - Français Gebruikersgids - Nederlands Benutzerhandbuch - Deutsch Guida per

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING - CADD Legacy PCA

GEBRUIKERSHANDLEIDING - CADD Legacy PCA CADD Legacy PCA 0348-49 57 77 ma-vr 8.15-17.30 uur TELEFONISCH CONTACT Ons telefoonnummer is : 0348-49 57 77 Kantoor uren : Maandag t/m Vrijdag van 8.15 tot 17.30 uur Bij een gesprek is het vaak handig

Nadere informatie

Montagevoorschriften

Montagevoorschriften Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Handleiding Rolgordijn/Eclips met radiografische accumotor

Handleiding Rolgordijn/Eclips met radiografische accumotor Handleiding Rolgordijn/Eclips met radiografische accumotor Installeer het Rolgordijn/Eclips volgens onderstaande tekeningen Type 416B (steunen) alleen voor Rolgordijnen Type 426B (montageprofiel) Rolgordijn/Eclips

Nadere informatie

DAB+ FM-RADIO DAB-42 GEBRUIKSHANDLEIDING

DAB+ FM-RADIO DAB-42 GEBRUIKSHANDLEIDING DAB+ FM-RADIO DAB-42 GEBRUIKSHANDLEIDING Lees deze gebruikshandleiding a.u.b. zorgvuldig door voorafgaand aan gebruik en bewaar de instructies als eventueel naslagwerk. PRODUCTOVERZICHT 1 Aan/Uit/Modus-knop

Nadere informatie

56-A11L-10514. Plantronics Calisto -headset met Bluetooth USB-adapter. Gebruikerdshandleiding

56-A11L-10514. Plantronics Calisto -headset met Bluetooth USB-adapter. Gebruikerdshandleiding 56-A11L-10514 Plantronics Calisto -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikerdshandleiding Table des matières Inhoud van de verpakking... 1 Productkenmerken... 2 De headset dragen... 3 In-/uitschakelen...

Nadere informatie

CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI

CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI MANUAL MODE D EMPLOI MANUALE HASZNÁLATI ÚTMUTATÓ BRUKSANVISNING CMP-VOIP80 VoIP + DECT TELEFOON ANLEITUNG GEBRUIKSAANWIJZING MANUAL DE USO KÄYTTÖOHJE NÁVOD K POUŽITÍ Česky Svenska Suomi Magyar Español

Nadere informatie

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter Powerline Adapter Let op! Stel de Powerline Adapter niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of in de directe nabijheid van verwarmingselementen. Gebruik de Powerline

Nadere informatie

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware installatie. LC201 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware installatie. LC201 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps LC201 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps Inleiding Stel de Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het product niet in direct zonlicht of in de dichte

Nadere informatie

PRODUCTBESCHRIJVING...

PRODUCTBESCHRIJVING... Naslaghandleiding Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 4 INHOUD VAN DE DOOS... 4 STROOMVERBRUIK... 4 PRAKTISCHE TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN HET CONTROLEAPPARAAT... 5 2. PRODUCTBESCHRIJVING... 6 FUNCTIES VAN HET

Nadere informatie

ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING

ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING [1] b c g d f e a [2] 0,5 1 2 NL Gebruiksaanwijzing ALCT 6/24-2 VOORWOORD Geachte klant, Dank u voor de aanschaf van de ANSM ANN lader ALC T 6-24/2. Deze gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

TREX 2G Handleiding Pagina 2

TREX 2G Handleiding Pagina 2 Informatie in deze handleiding is onderhevig aan verandering zonder voorafgaande kennisgeving. NEAT Electronics AB behoudt zich het recht hun producten te wijzigen of te verbeteren en wijzigingen aan te

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

StyleView Transfer Cart

StyleView Transfer Cart Benutzerhandbuch StyleView Transfer Cart Laden worden apart verkocht. Deze cart is compatibel met de laden SV41, SV42, SV43 en SV44. Hij is niet compatibel met de laden SV31 of SV32. Onderdelen Benodigde

Nadere informatie

Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV3MA280

Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV3MA280 Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV3MA280 Inhoud van de verpakking Controleer, voordat u de camera in gebruik neemt, of de verpakking de onderstaande onderdelen bevat. Indien er iets ontbreekt, kunt

Nadere informatie

*SPUITPOMP NIKI T34L Ambulante pomp met ingebouwde accu

*SPUITPOMP NIKI T34L Ambulante pomp met ingebouwde accu *SPUITPOMP NIKI T34L Ambulante pomp met ingebouwde accu De T34L is een kleine, lichtgewicht, draagbaar en zeer gebruiksvriendelijke spuitpomp die speciaal werd ontwikkeld voor de toediening van intraveneuze

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding 353000 Module Toetsenbord Sfera Installatiehandleiding 06/12-01 PC 2 Module Toetsenbord Sfera Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 1.1 Mededelingen en tips 4 Installatiehandleiding 2 Beschrijving 5 2.1 Hoofdfuncties

Nadere informatie

Programmeer- en bedieningsinstructies

Programmeer- en bedieningsinstructies KNSV-6000 elektronisch KNSV-6020 elektronisch KNSV-7000 elektronisch Programmeer- en bedieningsinstructies CODES - DE BASIS BEDIENINGSINSTRUCTIES De door de fabriek ingestelde mastercode is #1234. Deze

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Informatie voor de gebruiker: HD (High Definition) en HFR (High Frame Rate) video-opname apparaten, zijn een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van de gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

Duurzame energie. Aan de slag met de energiemeter van LEGO

Duurzame energie. Aan de slag met de energiemeter van LEGO Duurzame energie Aan de slag met de energiemeter van LEGO LEGO, het LEGO logo, MINDSTORMS en het MINDSTORMS logo zijn handelsmerken van de LEGO Group. 2010 The LEGO Group. 1 Inhoudsopgave 1. Overzicht

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING CADD-Legacy PCA Ambulante infusiepomp Model 6300 PATIËNTGECONTROLEERDE PIJNBESTRIJDING TOEDIENINGSMODE Deze gebruikershandleiding is uitsluitend door de arts te gebruiken. Lees de

Nadere informatie

Beknopte handleiding Powerline Model PL1000v2

Beknopte handleiding Powerline Model PL1000v2 Beknopte handleiding Powerline 1000 Model PL1000v2 Inhoud van de verpakking In sommige regio's wordt er een installatie-cd met het product meegeleverd. 2 Aan de slag Powerline-adapters zijn een alternatieve

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING: OPLADER

BEKNOPTE HANDLEIDING: OPLADER BEKNOPTE HANDLEIDING: OPLADER 1. Oplaadspoel 2. Laadniveau van de batterij van de oplader 3. Indicator Antennesterkte 4. Knop Stimulatie UIT VOORBEREIDING VOOR OPLADEN 1. Plaats het midden van de ronde

Nadere informatie

Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV5DA2 8 0

Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV5DA2 8 0 Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV5DA2 8 0 Inhoud van de verpakking Controleer, voordat u de camera in gebruik neemt, of de verpakking de onderstaande onderdelen bevat. Indien er iets ontbreekt,

Nadere informatie

Beknopte handleiding PowerLINE WiFi 1000 Modellen PL1000 en PLW1000

Beknopte handleiding PowerLINE WiFi 1000 Modellen PL1000 en PLW1000 Beknopte handleiding PowerLINE WiFi 1000 Modellen PL1000 en PLW1000 Inhoud van de verpakking In sommige regio's wordt er een installatie-cd met het product meegeleverd. 2 Aan de slag PowerLINE-adapters

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Overzicht 3 De headset opladen 4 De headset dragen 4 De headset inschakelen 4 De headset voor dicteren aansluiten 5 De adapter 5 De geluidsinstellingen van

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

Elektrische muurbeugel

Elektrische muurbeugel E HANDLEIDING Elektrische muurbeugel IR ontvanger programmeren: (AB = afkorting voor afstandsbediening) STAP 1: Druk en houd voor 5 seconden ingedrukt totdat de LED gaat knipperen en aan blijft, dan druk

Nadere informatie

Handleiding Quick start

Handleiding Quick start Handleiding Quick start Geachte klant, Hartelijk dank dat u heeft gekozen voor de mobiele telefoon General Mobile Discovery. Deze quick start handleiding is bedoeld om de belangrijkste functies van het

Nadere informatie

Sam het schaapje Slaaptrainer met nachtlamp. Manual_Sam_148,5x10,5cm_2402NL.indd :17:35

Sam het schaapje Slaaptrainer met nachtlamp. Manual_Sam_148,5x10,5cm_2402NL.indd :17:35 Sam het schaapje Slaaptrainer met nachtlamp Manual_Sam_148,5x10,5cm_2402NL.indd 1 24-02-2016 08:17:35 H Ti Sam het schaapje leert kindjes wanneer ze nog even moeten slapen en wanneer ze uit bed mogen komen.

Nadere informatie

In-/uitschakelen. Functie: De Identicom in- of uitschakelen.

In-/uitschakelen. Functie: De Identicom in- of uitschakelen. Handleiding In-/uitschakelen De Identicom in- of uitschakelen. Druk de gemarkeerde knoppen tegelijk in totdat u een trilling voelt. Aan U voelt één trilling, waarna de Identicom de volgende stappen doorloopt:

Nadere informatie

Veel gestelde vragen:

Veel gestelde vragen: Veel gestelde vragen: Welke functies heeft het apparaat? 5 functies in 1: te gebruiken als auto starthulp, LED lamp, oplader voor diverse apparaten zoals mobiele telefoons, laptops, PSP, MP3/MP4. Hoe kan

Nadere informatie

Nokia Music Speakers MD-3

Nokia Music Speakers MD-3 Nokia Music Speakers MD-3 9253870/2 NEDERLANDS De MD-3-stereoluidsprekers bieden een uitstekende geluidskwaliteit wanneer u naar muziek of de radio luistert op uw compatibele Nokia telefoon of audioapparaat.

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

HD-CVI Verkorte handleiding

HD-CVI Verkorte handleiding HD-CVI Verkorte handleiding model 5104D-5208D-5216D Version 2.0.0 2015 HDCVI DVR Verkorte handleiding Welkom Dank u voor de aankoop van onze DVR! Deze verkorte handleiding helpt u wegwijs met onze DVR

Nadere informatie

Zorg dat u alle items hebt die worden getoond in Afbeelding 1. (De etiketten in het pakket kunnen verschillend zijn.)

Zorg dat u alle items hebt die worden getoond in Afbeelding 1. (De etiketten in het pakket kunnen verschillend zijn.) Beknopte handleiding Zorg dat u alle items hebt die worden getoond in Afbeelding 1. (De etiketten in het pakket kunnen verschillend zijn.) Garantiekaart Beknopte handleiding Lithium-batterij D1 etikettencassette

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Nederlands. Alarmsysteem & Sensorpleister

Gebruiksaanwijzing Nederlands. Alarmsysteem & Sensorpleister Gebruiksaanwijzing Nederlands Alarmsysteem & Sensorpleister Gebruiksaanwijzing Alarmsysteem & Sensorpleister Dutch version 2007 Redsense Medical AB Box 287 301 07 Halmstad, Sweden www.redsensemedical.com

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding 353000 Module Toetsenbord Sfera Installatiehandleiding 04/16-01 PC 2 Module Toetsenbord Sfera Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 1.1 Mededelingen en tips 4 Installatiehandleiding 2 Beschrijving 5 2.1 Hoofdfuncties

Nadere informatie

HQ-CHARGER81 HQ SUPERSNELLE UNIVERSELE ACCULADER VOOR AAA/AA/C/D/9V

HQ-CHARGER81 HQ SUPERSNELLE UNIVERSELE ACCULADER VOOR AAA/AA/C/D/9V NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING HQ-CHARGER81 HQ SUPERSNELLE UNIVERSELE ACCULADER VOOR AAA/AA/C/D/9V LEES VÓÓR HET OPLADEN DE INSTRUCTIES Gebruikershandleiding Lees deze handleiding a.u.b. zorgvuldig. Deze

Nadere informatie

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware installatie. LC202 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware installatie. LC202 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps LC202 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps Inleiding Stel de Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het product niet in direct zonlicht of in de dichte

Nadere informatie

MultiSport DV609 Nederlands

MultiSport DV609 Nederlands MultiSport DV609 Nederlands! Kennisgeving: High-definition video-opnameapparatuur met hoge beeldfrequentie vormt een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van uw instellingen wordt aanbevolen

Nadere informatie

Handleiding EMDR Lightbar

Handleiding EMDR Lightbar Handleiding EMDR Lightbar Versie 1.1 De meest recente versie is te downloaden op: http://www.emdr-lightbar.nl/support/handleiding.pdf Handleiding Lees deze gebruikershandleiding zorgvuldig door voordat

Nadere informatie

Handleiding Medicijn automaat met carrousel en 6 alarmen

Handleiding Medicijn automaat met carrousel en 6 alarmen www.geheugenhulp.nl, [email protected] Spoorbaan 42, 5051EV Goirle, t: 013-2201115 KvK: 17285396 Handleiding Medicijn automaat met carrousel en 6 alarmen Bedankt dat u hebt gekozen voor een alarm van

Nadere informatie

Handleiding Brel Bi-directionele Radio motor met Lithium-ion batterij Type BLE

Handleiding Brel Bi-directionele Radio motor met Lithium-ion batterij Type BLE Pagina 1 BREL motors is onderdeel van: Handleiding Brel Bi-directionele Radio motor met Lithium-ion batterij Type BLE Lees de handleiding alvorens u begint met de installatie. Als deze instructie niet

Nadere informatie

TTS is er trots op deel uit te maken van

TTS is er trots op deel uit te maken van Garantie & ondersteuning Dit product heeft een eenjarige garantie voor problemen die zich voordoen tijdens normaal gebruik. Het verkeerd gebruik van Speed Tracker of het openen van de eenheid zullen de

Nadere informatie

CONFIGURATIEHANDLEIDING Evolution

CONFIGURATIEHANDLEIDING Evolution CONFIGURATIEHANDLEIDING Evolution 1. Inleiding. De Evolution productlijn bestaat uit een aantal volledig op elkaar afgestemde toegangscontrole producten. De opzet van deze productlijn is zodanig dat deze

Nadere informatie

H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R

H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R 2 0 1 6 0 8 2 4 INHOUDSOPGAVE 1. Software in 3 stappen geïnstalleerd...1 Stap 1: Downloaden van de software...1 Stap 2: Starten met de installatie...2

Nadere informatie

AX-3010H. Multifunctionele schakelende voeding. Gebruiksaanwijzing

AX-3010H. Multifunctionele schakelende voeding. Gebruiksaanwijzing AX-3010H Multifunctionele schakelende voeding Gebruiksaanwijzing Bewaar deze gebruiksaanwijzing op een veilige plaats, zodat u hem later nog eens in kunt kijken. De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke

Nadere informatie

LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA

LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA MA_NED_LiveChess_Quick Set-up Caïssa_Rev1509b 1 Inhoud: DGT LiveChess... 2 Caïssa Systeem... 2 DGT Caïssa setup.... 3 BoMo... 3 BoMo batterijen... 3 Aansluiting BoMo naar

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

*INFUUSPOMP BODYGUARD 323 COLOR VISION (bestelnummer )

*INFUUSPOMP BODYGUARD 323 COLOR VISION (bestelnummer ) *INFUUSPOMP BODYGUARD 323 COLOR VISION (bestelnummer 005758401323) Op basis van bewezen BodyGuard technologie, bevat de Color Vision uitstekende nieuwe functies zoals een groot kleurenscherm, Wi-Fi-connectiviteit

Nadere informatie

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 APT-200 Tweeweg handzender Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 www.satel.eu BELANGRIJK Uw rechten op garantie vervallen

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding EXCLUSIV COMPACT THERMOSTAAT Dit product heeft de volgende eigenschappen: 1) Regeling van de verwarming 2) Eenvoudig te programmeren 3) Twee programma's: programma ingesteld af fabriek

Nadere informatie

Wij beschermen mensen

Wij beschermen mensen Wij beschermen mensen SafetyTracer handleiding Mopas Lite 1. Functies en eigenschappen 2 2. Veiligheidsinstructies 2 3. Gebruik 3 4. Alarmeren 4 5. Oproep 4 6. Statusoverzicht van de Mopas Lite 4 7. Technische

Nadere informatie

Installatie & Ondersteuning. Zyxel router

Installatie & Ondersteuning. Zyxel router Installatie & Ondersteuning Zyxel router Inhoudsopgave: 1. Welkom 2. Aansluiten 2.1 De router 2.2 In de doos 2.3 Aansluiten 2.4 Installeren 3. Vagen & Garantie 3.1 Veelgestelde vragen 3.2 Reset van de

Nadere informatie

NEDERLANDS. Veiligheidsvoorschriften Stel het product niet bloot aan water of vocht Verf niet over de rookmelder

NEDERLANDS. Veiligheidsvoorschriften Stel het product niet bloot aan water of vocht Verf niet over de rookmelder Inhoudsopgave Inleiding 23 Veiligheidsvoorschriften 23 Verpakkingsinhoud 23 Technische specificaties 24 Beschrijving van het product en gebruiksaanwijzing 24 Installatie-instructies 27 Onderhoud 29 Garantie

Nadere informatie

Oncologiecentrum. Thuisbehandeling. www.catharinaziekenhuis.nl

Oncologiecentrum. Thuisbehandeling. www.catharinaziekenhuis.nl Oncologiecentrum Thuisbehandeling www.catharinaziekenhuis.nl Naam patiënt: Geboortedatum: U heeft de volgende pomp (omcirkelen wat van toepassing is): CADD-1 Informatie over deze pomp vindt u vanaf bladzijde

Nadere informatie

Extra handset met lader. Gebruiksaanwijzing

Extra handset met lader. Gebruiksaanwijzing Boston 520 Extra handset met lader Gebruiksaanwijzing Inhoud verpakking Controleer de inhoud van de verpakking voordat u de gebruiksaanwijzing doorneemt. In de verpakking moet u het volgende aantreffen:

Nadere informatie

Garmin Nautix. Gebruikershandleiding

Garmin Nautix. Gebruikershandleiding Garmin Nautix Gebruikershandleiding April 2016 190-02078-35_0A Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke

Nadere informatie

Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot

Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot GEBRUIKERS- HANDLEIDING www.tts-shopping.com Bee-Bot is een bekroonde programmeerbare vloerrobot met een eenvoudige, kindvriendelijke lay-out,

Nadere informatie

Nederlands. BT-02N Gebruikershandleiding

Nederlands. BT-02N Gebruikershandleiding BT-02N Gebruikershandleiding 1 Index 1. Overzicht.....3 2. Aan de slag....5 3. Uw Bluetooth hoofdtelefoon aansluiten...5 4. Het gebruik van uw Bluetooth hoofdtelefoon..... 9 5. Technische specificaties

Nadere informatie

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort.

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort. SCHERM DEFIBRILLATOR OVERZICHT APPARAAT Knop Type patiënt Indicator Klaar voor gebruik USB-poort Therapieknop Overzicht apparaat AED Off Uit Monitor Display Kies energie Laden-knop Pacemaker Knop Lead

Nadere informatie

PATIËNTINFORMATIE TPN Totale Parenterale Voeding. CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp

PATIËNTINFORMATIE TPN Totale Parenterale Voeding. CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp a PATIËNTINFORMATIE TPN Totale Parenterale Voeding CADDUPrizm VIP CADDUPrizm VIP Modellen 6100 en 6101 Ambulante Infusiepomp t Inhoudsopgave Inleiding... 1 Waarschuwingen... 2 Voorzorgen... 5 CADD-Prizm

Nadere informatie

1. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG: 3

1. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG: 3 GEBRUIKSAANWIJZING INHOUDSOPGAVE 1. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG: 3 2.HET MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 4 2.1 Deurbel krijgt spanning via batterijen 4 2.2 Deurbel krijgt spanning via

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de telefoon in gebruik neemt!

Gebruikershandleiding. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de telefoon in gebruik neemt! Gebruikershandleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de telefoon in gebruik neemt! 1 Aansluiti ng voor oplader 2 Zaklamp 3 Scherm 4 M2-toets 5 M1-toets 6 Verzendtoets 7 Oortelefo on 10

Nadere informatie

Afstandsbediening Telis 16 RTS

Afstandsbediening Telis 16 RTS Afstandsbediening Telis 16 RTS Bedieningshandleiding Telis 16 RTS Pure Art.nr. 1811020 Telis 16 RTS Silver Art.nr. 1811021 Afstandsbediening Telis 16 RTS 16 Kanaals zender met display Telis 16 RTS Pure

Nadere informatie

LCD (voorzijde) A1: Dag v/d week A4: Maand A2: Ontvangstpictogram A5: Datum A3: Tijd A6: Jaar

LCD (voorzijde) A1: Dag v/d week A4: Maand A2: Ontvangstpictogram A5: Datum A3: Tijd A6: Jaar VISIO10-DCF Handleiding (Vaste land van Europa / niet het Verenigd Koninkrijk) 1. Kenmerken: Gemakkelijk te lezen en te begrijpen tijdsdisplay. Eeuwigdurende kalender tot 2099 Dag en maand in 8 door de

Nadere informatie

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl [email protected] - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914

Nadere informatie