Gebruikershandleiding
|
|
|
- Anna de Veen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruikershandleiding Veiligheid en wetgeving Beknopte gebruikershandleiding Uitgebreide gebruikershandleiding
2 Veiligheid en wetgeving MFC-J650DW/J670DW/J690DW Brother Industries, Ltd. 5-, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya , Japan Lees dit boekje voordat u de machine gaat bedienen of onderhoud gaat plegen. Als u deze veiligheidsinstructies niet opvolgt, bestaat er een risico van brand, elektrische schokken, brandwonden of verstikking. Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden De volgende symbolen en conventies worden in de documentatie gebruikt. Vetgedrukt Vetgedrukte tekst verwijst naar specifieke knoppen op het bedieningspaneel van de machine of op het computerscherm. Cursief Courier New Versie 0 DUT/BEL-DUT Cursief gedrukte tekst benadrukt een belangrijk punt of verwijst u naar een verwant onderwerp. Het lettertype Courier New verwijst naar meldingen die worden weergegeven op het LCD-scherm van de machine. WAARSCHUWING WAARSCHUWING geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt voorkomen, kan resulteren in ernstig of fataal letsel. VOORZICHTIG VOORZICHTIG geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt voorkomen, kan resulteren in enig letsel. BELANGRIJK BELANGRIJK geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt voorkomen, kan resulteren in schade aan eigendommen, storingen of een nietwerkend product. en leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen of hoe de bewerking met andere functies werkt. Het pictogram Elektrisch gevaar attendeert u op het risico van elektrische schokken. Het pictogram Ongepaste instelling attendeert u op apparaten en bewerkingen die niet compatibel zijn met de machine. Het pictogram Brandgevaar attendeert u op het risico van brand. Volg alle waarschuwingen en instructies die op de machine worden aangegeven. De afbeeldingen in deze handleiding zijn gebaseerd op model MFC-J670DW.
3 Samenstelling en publicatie Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie van Brother Industries, Ltd. De nieuwste productgegevens en -specificaties zijn in deze handleiding verwerkt. De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. Brother is niet verantwoordelijk voor enige schade (met inbegrip van gevolgschade) voortvloeiend uit het gebruik van deze handleiding of de daarin beschreven producten, inclusief maar niet beperkt tot zetfouten en andere fouten in deze publicatie. 2
4 Een veilige plek voor de machine kiezen Zet de machine op een plat, stabiel oppervlak, bijvoorbeeld een bureau. Kies een trillingsvrije plaats. Plaats de machine in de buurt van een telefoonaansluiting en een standaard, geaard stopcontact. Kies een droge, goed geventileerde locatie waar de temperatuur tussen 0 C en 35 C ligt. WAARSCHUWING Stel de machine NIET bloot aan direct zonlicht, extreme hitte, open vuur, zouthoudende of bijtende gassen, vocht of stof. Plaats de machine NIET op een tapijt of vloerkleed; hierdoor kan de machine stoffig raken. In dat geval loopt u het risico van kortsluiting en brand. Bovendien kan de machine hierdoor schade oplopen en/of onbruikbaar raken. Plaats de machine NIET in de buurt van verwarmingstoestellen, airconditioners, water, chemicaliën of apparaten die magneten bevatten of magnetische velden genereren. Als u dit doet en de machine bloot komt te staan aan vocht (bijvoorbeeld condens veroorzaakt door verwarmings-, airconditioning- of ventilatieapparatuur), loopt u het risico van kortsluiting en brand. Sleuven en openingen in de behuizing en de achter- of onderkant zijn voor de ventilatie. Om zeker te zijn van de betrouwbare werking van de machine en om deze te beschermen tegen oververhitting, mogen deze openingen niet afgesloten of afgedekt worden. Plaats de machine NIET op een plek waar een sleuf of opening in de machine wordt afgedekt of afgesloten. Deze sleuven en openingen dienen voor ventilatie. Als de ventilatie van de machine wordt belemmerd, kan deze oververhit raken en zelfs vlam vatten. BELANGRIJK Plaats de machine altijd op een stabiel oppervlak, nooit op een bed, bank, vloerkleed of ander zacht oppervlak. Plaats deze machine niet in de buurt van een radiator of verwarmingstoestel. Plaats deze machine niet in een ingebouwde installatie. 3
5 BELANGRIJK Plaats GEEN objecten op de machine. Zorg dat de opening van de machine voor het ontvangen van faxen NIET wordt geblokkeerd. Plaats NIETS in het pad van ontvangen faxen. Plaats de machine NIET in de buurt van storingsbronnen, zoals luidsprekers of de basisstations van draadloze telefoons van andere leveranciers. Hierdoor kan de werking van de elektronische onderdelen van de machine worden aangetast. Plaats de machine niet op schuine of hellende oppervlakken. Kantel de machine NIET nadat de inktcartridges zijn geïnstalleerd. Hierdoor kan inkt lekken en het binnenwerk van de machine beschadigd raken. Algemene voorzorgsmaatregelen WAARSCHUWING Er worden plastic zakken gebruikt in de verpakking van de machine. Houd deze zakken uit de buurt van baby's en kinderen om het risico van verstikking te voorkomen. Duw geen objecten in deze machine via sleuven in de behuizing. De objecten kunnen gevaarlijke spanningspunten raken of onderdelen kortsluiten, waardoor er risico ontstaat op brand of elektrische schokken. Als metalen voorwerpen, water of andere vloeistoffen in de machine terechtkomen, moet u onmiddellijk de stekker van de machine uit het stopcontact halen. Neem contact op met uw Brother-dealer of met de klantenservice van Brother. Gebruik GEEN ontvlambare stoffen en geen spray of organische oplosmiddelen/vloeistoffen die alcohol of ammoniak bevatten om de binnenkant of de buitenkant van de machine schoon te maken. Dit kan brand veroorzaken of u kunt hierdoor een elektrische schok krijgen. 4
6 VOORZICHTIG Wacht totdat de machine de pagina's heeft uitgeworpen alvorens ze aan te raken. Als u dit niet doet, bestaat het risico dat uw vingers bekneld raken, met letsel als gevolg. Sommige gebieden van de machine kunnen letsel veroorzaken als deksels (grijs) met kracht worden gesloten. Wees voorzichtig wanneer u uw hand plaatst op de locaties in de afbeeldingen. Raak de grijze zone in de onderstaande afbeelding NIET aan. Hierdoor kunt u uw vingers snijden aan de rand van de machine. 5
7 Draag de machine NOOIT door het scannerdeksel of de klep ter verwijdering van vastgelopen papier vast te houden. Als u dit doet, bestaat het gevaar dat de machine uit uw handen glijdt. Draag de machine alleen met beide handen onder de machine. (MFC-J650DW) (MFC-J670DW en MFC-J690DW) Ter voorkoming van letsel dient deze machine door minstens twee personen te worden opgetild en verplaatst. Pas op dat uw vingers niet bekneld raken wanneer u de machine neerzet. BELANGRIJK Bij een stroomonderbreking kunnen de gegevens in het geheugen van de machine verloren gaan. (MFC-J690DW) Raak het touchscreen NIET aan direct nadat u de stekker in het stopcontact hebt geplaatst of de machine hebt ingeschakeld. Hierdoor kan een fout optreden. 6
8 De machine veilig aansluiten WAARSCHUWING Raak de stekker NOOIT met natte handen aan. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. Controleer altijd of de stekker goed geplaatst is. Deze machine moet worden aangesloten op een aangrenzende geaarde wisselstroombron met een spanningsbereik zoals op het etiket staat aangegeven. Sluit de machine NIET aan op een gelijkstroombron of op een gelijkstroom-wisselstroomomzetter. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. Wend u in geval van twijfel over het type stroombron tot een bevoegd elektricien. Deze machine is voorzien van een 3-draads geaard snoer en een geaarde stekker. Deze stekker past alleen in een geaard stopcontact. Dit is een veiligheidsmaatregel. Kan de stekker niet in uw stopcontact worden gebruikt, raadpleeg dan uw elektricien en vraag hem uw oude stopcontact te vervangen. Het is absoluut noodzakelijk dat een geaarde stekker en een geaard stopcontact worden gebruikt. Hierdoor voorkomt u elektrische schokken. Gebruik de machine NIET als het stroomsnoer gerafeld of beschadigd is. Hierdoor loopt u het risico van elektrische schokken of brand. 7
9 Trek NIET in het midden aan het stroomsnoer. Plaats NOOIT iets op het stroomsnoer. Zet deze machine NIET op een plaats waar mensen over het snoer kunnen lopen. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. Raak telefoonlijnen of aansluitingen die niet geïsoleerd zijn pas aan als de stekker van de telefoonlijn uit de wandcontactdoos is verwijderd. Installeer de telefoonlijn nooit tijdens een onweersbui. Installeer de wandcontactdoos voor de telefoonlijn nooit in een vochtige omgeving. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. Onderhoud van de machine Probeer NIET zelf onderhoud te plegen op deze machine. Het openen of verwijderen van de behuizing kan u blootstellen aan gevaarlijke spanningspunten en andere risico's en kan ervoor zorgen dat uw garantie vervalt. Neem contact op met uw Brother-dealer of met de klantenservice van Brother. WAARSCHUWING Als de machine is gevallen of de behuizing is beschadigd, haalt u de stekker van de machine uit het stopcontact en neemt u contact op met uw Brother-dealer of met de klantenservice van Brother. U kunt dan namelijk een elektrische schok krijgen. VOORZICHTIG Als de machine erg verhit raakt, rook afgeeft of een sterke geur verspreidt, of als u er per ongeluk vloeistof op morst, schakelt u de machine direct uit en haalt u de stekker van de machine uit het stopcontact. Neem contact op met uw Brother-dealer of met de klantenservice van Brother. BELANGRIJK Als de machine ondanks het naleven van de bedieningsinstructies niet normaal functioneert, pas dan alleen de instellingen aan die zijn aangegeven in de bedieningshandleiding. Een onjuiste afstelling van andere functies kan leiden tot schade, waardoor vaak uitvoerige werkzaamheden door een erkende servicemonteur nodig zijn om de machine weer naar behoren te laten werken. 8
10 Productgarantie en aansprakelijkheid Brother is niet aansprakelijk voor verlies of schade die het gevolg is van uw gebruik van deze informatie (daaronder mede begrepen maar niet beperkt tot directe, speciale of gevolgschade). Niets van de informatie in dit document beïnvloedt een bestaande productgarantie of kan worden geïnterpreteerd als aanvullende productgarantie. WAARSCHUWING Gebruik deze machine NIET in de buurt van water, bijvoorbeeld nabij een bad, wasbak, aanrecht of wasmachine, in een vochtige kelder of in de buurt van een zwembad. Gebruik deze machine niet tijdens een onweersbui. Door bliksem kan een klein risico van elektrische schok ontstaan. Gebruik deze machine NIET om een gaslek door te geven als de machine in de buurt van het gaslek staat. Gebruik alleen het stroomsnoer dat bij de machine is geleverd. Installeer dit product in de nabijheid van een goed bereikbaar stopcontact. In geval van nood moet u de stekker uit het stopcontact halen om de stroom volledig uit te schakelen. Informatie over goedkeuring DEZE APPARATUUR IS ONTWORPEN VOOR GEBRUIK MET EEN DUBBELDRAADS ANALOOG PSTN-SNOER, VOORZIEN VAN DE GESCHIKTE CONNECTOR. Brother wijst erop dat dit product mogelijk niet goed functioneert in een ander land dan het land waar het oorspronkelijk werd aangekocht, en biedt geen garantie indien dit product wordt gebruikt op openbare telecommunicatielijnen in een ander land. 9
11 Conformiteitsverklaring (alleen Europa) Wij, Brother Industries, Ltd. 5-, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya Japan verklaren dat dit product voldoet aan de essentiële vereisten van richtlijn 999/5/EG en 2009/25/EG. De conformiteitsverklaring staat op onze website. Ga naar -> Kies de regio (bijvoorbeeld Europa) -> Kies het land -> Kies het model -> Kies Handleidingen -> Kies Conformiteitsverklaring (Selecteer zo nodig de taal.) LAN-verbinding BELANGRIJK Sluit deze machine NIET aan op een LAN-verbinding die kan blootstaan aan te hoge spanningen. Radiostoring Dit product voldoet aan EN55022 (CISPR Publication 22)/Klasse B. Gebruik een USB-kabel van maximaal 2 m om de machine op een computer aan te sluiten. 0
12 Informatie over recycling conform de WEEE-richtlijn (2002/96/EC) en de richtlijn inzake batterijen en accu's (2006/66/EC) Productsymbool Batterijsymbool Alleen voor de Europese Gemeenschap Het product/de batterij is gemarkeerd met een van de bovenstaande recyclingsymbolen. Het symbool geeft aan dat u het product of de batterij aan het einde van de levensduur apart moet aanleveren bij een daartoe bestemd verzamelpunt en niet bij het gewone huishoudelijke afval mag plaatsen. In het geval van producten met batterijen die door de gebruiker kunnen worden vervangen, verschaft de gebruikershandleiding instructies voor vervanging. ENERGY STAR -verklaring ENERGY STAR is een internationaal programma ter bevordering van het ontwikkelen en het gebruik van energie-efficiënte kantoorapparatuur. Als ENERGY STAR -partner verklaart Brother Industries, Ltd. dat dit product voldoet aan de ENERGY STAR -specificaties voor efficiënt energieverbruik.
13 Handelsmerken Het Brother-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Brother is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Windows Vista is een wettig gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft en Windows zijn wettig gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Apple, Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Adobe, Flash, Illustrator en Photoshop zijn wettig gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Nuance, het Nuance-logo, PaperPort en ScanSoft zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van Nuance Communications, Inc. of dochterbedrijven in de Verenigde Staten en/of andere landen. Memory Stick, Memory Stick PRO, Memory Stick PRO Duo, Memory Stick Duo, MagicGate, MagicGate Memory Stick, Memory Stick Micro en M2 zijn handelsmerken van Sony Corporation. AOSS is een handelsmerk van Buffalo Inc. WPA, WPA2, Wi-Fi Protected Access en Wi-Fi Protected Setup zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance in de Verenigde Staten en/of andere landen. Wi-Fi en Wi-Fi Alliance zijn wettig gedeponeerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. Intel en Pentium zijn handelsmerken van Intel Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. AMD is een handelsmerk van Advanced Micro Devices, Inc. FaceFilter Studio is een handelsmerk van Reallusion, Inc. BRAdmin Professional is een handelsmerk van Brother Industries, Ltd. UNIX is een wettig gedeponeerd handelsmerk van The Open Group in de Verenigde Staten en andere landen. Linux is het wettig gedeponeerde handelsmerk van Linus Torvalds in de Verenigde Staten en andere landen. CorelDraw, Corel Paint Shop Pro en Corel WordPerfect zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van Corel Corporation en/of dochterondernemingen in Canada, de Verenigde Staten en/of andere landen. Elk bedrijf waarvan de softwaretitel in deze handleiding is genoemd, heeft een Gebruiksrechtovereenkomst die specifiek is voor de eigen programma's. Alle andere merknamen en productnamen van bedrijven vermeld op Brother-producten, in gerelateerde documentatie en ander materiaal, zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van de desbetreffende bedrijven. 2
14 en over Open Source-licenties Dit product bevat Open Source-software. Zie de opmerkingen over Open Source-licenties en copyrightinformatie op de meegeleverde cd-rom. (Voor Windows ) X:\License.txt (waarbij X voor uw stationsletter staat). (Voor Macintosh) Dubbelklik op het cd-rom-symbool op het bureaublad. Dubbelklik vervolgens op het symbool Hulpprogramma s. License.rtf wordt weergegeven. Onwettig gebruik van kopieerapparatuur Het maken van reproducties van bepaalde artikelen of documenten met frauduleuze bedoelingen is een strafbaar feit. Hier volgt een (onvolledige) lijst van documenten waarvoor mogelijk een wettelijk kopieerverbod geldt. Raadpleeg in geval van twijfel uw juridisch adviseur en/of de betreffende instanties in uw eigen land over specifieke items en documenten: Papiergeld Obligaties of andere schuldbewijzen Depositobewijzen Oproepen voor of papieren met betrekking tot militaire dienst Paspoorten Postzegels (al dan niet afgestempeld) Immigratiepapieren Bijstandsdocumenten Door overheidsinstanties uitgegeven cheques of wissels Identificerende badges of insignes Bovendien mogen rijbewijzen en/of eigendomsbewijzen voor motorvoertuigen volgens bepaalde nationale wetten niet worden gekopieerd. Werk dat auteursrechtelijk is beschermd, mag volgens de wet niet worden gekopieerd. Delen van werk dat auteursrechtelijk is beschermd, mogen echter wel voor redelijk gebruik worden gekopieerd. Meer kopieën duiden op ongepast gebruik. Kunstwerken dienen te worden beschouwd als werk dat auteursrechtelijk is beschermd. 3
15
16 BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J690DW Versie 0 BEL-DUT
17 Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J690DW Serienummer: Aankoopdatum: Plaats van aankoop: Het serienummer staat op de achterkant van het apparaat. Bewaar deze Gebruikershandleiding samen met uw kassabon als aankoopbewijs in geval van diefstal of brand of voor service die onder de garantie valt. Registreer uw product online op Brother Industries, Ltd.
18 Gebruikershandleidingen en waar kan ik ze vinden? Welke handleiding? Wat staat erin? Waar is de handleiding? Veiligheid en wetgeving Installatiehandleiding Beknopte gebruikershandleiding Uitgebreide gebruikershandleiding Softwarehandleiding Verklarende woordenlijst Netwerk Netwerkhandleiding Lees deze handleiding eerst. Lees de Veiligheidsinstructies voordat u de machine instelt. Zie deze handleiding voor handelsmerken en wettelijke beperkingen. Volg de instructies voor het instellen van uw machine en het installeren van de drivers en de software voor het besturingssysteem en het type verbinding dat u gebruikt. Maak kennis met de standaardhandelingen voor faxen, kopiëren, scannen, voor het PhotoCapture Center en hoe u verbruiksartikelen vervangt. Raadpleeg de tips voor het oplossen van problemen. Maak kennis met geavanceerde handelingen: faxen, kopiëren, beveiliging, rapporten afdrukken en routineonderhoud uitvoeren. Volg deze instructies voor afdrukken, scannen, netwerkscannen, PhotoCapture Center, Remote Setup, PC-Fax en om het Brother ControlCenter te gebruiken. Deze handleiding bevat naast algemene informatie over geavanceerde netwerkfuncties van Brother-machines uitleg over veelvoorkomende (netwerk) termen. Deze handleiding biedt handige informatie over instellingen voor bedrade en draadloze netwerken en beveiligingsinstellingen voor de machine van Brother. Bovendien geeft deze handleiding u informatie over het protocol voor uw machine en gedetailleerde oplossingen voor problemen. Afgedrukt / in de verpakking Afgedrukt / in de verpakking Afgedrukt / in de verpakking PDF-bestand / documentatie op de cd-rom PDF-bestand / documentatie op de cd-rom PDF-bestand / documentatie op de cd-rom PDF-bestand / documentatie op de cd-rom i
19 Inhoudsopgave (BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING) Algemene informatie Gebruik van de documentatie... Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden... Toegang krijgen tot de Uitgebreide gebruikershandleiding, de Softwarehandleiding, de Netwerkhandleiding, en de Verklarende woordenlijst Netwerk... Documentatie bekijken... Brother-support openen (Windows )...3 Brother-support openen (Macintosh)...3 Overzicht van het bedieningspaneel...4 Aanwijzingen op het LCD-scherm...6 Standaardhandelingen...7 Volume-instellingen...8 Belvolume...8 Volume van de waarschuwingstoon...8 Luidsprekervolume...9 LCD-scherm...9 De helderheid van de achtergrondverlichting instellen Papier laden 0 Papier en andere afdrukmedia laden...0 Papier laden in papierlade...0 Papier laden in papierlade Papier laden in de sleuf voor handmatige invoer...7 Enveloppen en briefkaarten laden...9 Afdrukgebied...2 Papierinstellingen...22 Paperformaat en -soort...22 Ladegebruik in de kopieermodus...22 Ladegebruik in de faxmodus...23 Veilige modus voor het invoeren van breedlopend A3-papier...23 Acceptabel papier en andere afdrukmedia...24 Aanbevolen afdrukmedia...24 Omgaan met en gebruik van afdrukmedia...25 De juiste afdrukmedia selecteren Documenten laden 28 Documenten laden...28 De ADF gebruiken...28 De glasplaat gebruiken...29 Niet-scanbaar gebied...30 ii
20 4 Een fax verzenden 3 Faxen verzenden...3 Faxen onderbreken...33 Het formaat van de glasplaat instellen om te faxen...33 Een fax in kleur verzenden...33 Een actieve fax annuleren...33 Uitgaande faxen vooraf bekijken...33 Verzendrapport Faxberichten ontvangen 35 Ontvangstmodi...35 De ontvangstmodus kiezen...35 Ontvangstmodi gebruiken...36 Alleen Fax...36 Fax/Telefoon...36 Handmatig...36 Extern antwoordapparaat...36 Instellingen ontvangstmodus...37 Belvertraging...37 F/T-beltijd (alleen in de Fax/Telefoonmodus)...37 Fax waarnemen...38 Faxvoorbeeld weergeven (alleen zwart-wit)...38 Binnengekomen faxen vooraf weergeven...38 Faxvoorbeeld uitschakelen Telefoontoestel en externe apparaten 4 Opties voor normale telefoongesprekken...4 Fax/Telefoonmodus...4 Nummerweergave...4 Telefoondiensten...42 Het type telefoonlijn instellen...42 Extern antwoordapparaat aansluiten...44 Aansluitingsinstellingen...44 Een uitgaand bericht opnemen op een extern antwoordapparaat...44 Aansluiting op meerdere lijnen (PBX)...45 Externe en tweede toestellen...45 Een extern of tweede toestel aansluiten...45 Werken met externe of tweede toestellen...46 Een draadloze externe telefoon gebruiken...46 Codes voor afstandsbediening gebruiken...46 iii
21 7 Nummers kiezen en opslaan 48 Nummers kiezen...48 Handmatig kiezen...48 Eéntoetsnummers...48 Snelkiezen...48 Faxnummer opnieuw kiezen...49 Meer manieren om nummers te kiezen...49 Overzicht van uitgaande gesprekken...49 Overzicht nummerweergave...50 Nummers opslaan...5 Een pauze opslaan...5 Eéntoetsnummers opslaan...5 Snelkiesnummers opslaan...52 De namen of nummers van ééntoets- of snelkiesnummers wijzigen Kopiëren 54 Kopiëren...54 Kopiëren stoppen...54 Kopieerinstellingen...55 Papieropties Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation 57 PhotoCapture Center -functies...57 Een geheugenkaart of een USB-flashstation gebruiken...57 Aan de slag...58 Foto's afdrukken...60 Foto's weergeven...60 PhotoCapture Center -afdrukinstellingen...6 Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen Afdrukken vanaf een computer 63 Een document afdrukken...63 Scannen vanaf een computer 64 Een document scannen...64 Scannen met de scantoets...64 Scannen met een scannerdriver...64 iv
22 A Routineonderhoud 65 De inktcartridges vervangen...65 De machine reinigen en controleren...67 De glasplaat reinigen...67 De printkop reinigen...68 De afdrukkwaliteit controleren...69 De uitlijning controleren...70 B Problemen oplossen 7 Foutmeldingen...7 Foutanimatie...80 Faxberichten of Faxjournaal overzetten...80 Document vastgelopen...8 Printer of papier vastgelopen...82 Problemen oplossen...89 Als u problemen met uw machine heeft...89 Kiestoon waarnemen...97 Storing op de telefoonlijn / Bellen via internet (VoIP)...97 Informatie over de machine...98 Het serienummer controleren...98 Resetfuncties...98 De machine resetten...98 C Menu en functies 99 Programmeren op het scherm...99 Menutabel...00 Tekst invoeren...28 Spaties invoegen...28 Correcties aanbrengen...28 Letters herhalen...28 D Specificaties 29 Algemeen...29 Afdrukmedia...3 Faxen...33 Kopiëren...34 PhotoCapture Center...35 PictBridge...36 Scanner...37 Printer...38 Interfaces...39 Vereisten voor de computer...40 Verbruiksartikelen...4 Netwerk (LAN)...42 E Index 43 v
23 Inhoudsopgave (UITGEBREIDE GEBRUIKERSHANDLEIDING) In de Uitgebreide gebruikershandleiding worden de volgende functies en handelingen uitgelegd. U kunt de Uitgebreide gebruikershandleiding bekijken op de documentatiecd-rom. Algemene instellingen Opslag in geheugen Automatische zomertijd instellen Slaapstand LCD-scherm Tijdklokstand 2 Veiligheidsfuncties Beveiligd functieslot Een fax verzenden Extra opties bij het verzenden Extra handelingen bij het verzenden Pollen 4 Faxberichten ontvangen Faxberichten in het geheugen ontvangen (alleen zwart-wit) Afstandsbediening Extra handelingen bij het ontvangen Pollen 8 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation PhotoCapture Center -functies Foto's afdrukken PhotoCapture Center afdrukinstellingen Naar een geheugenkaart of een USBflashstation scannen 9 Foto s vanaf een camera afdrukken A Foto's direct afdrukken vanaf een PictBridge-camera Foto's direct afdrukken vanaf een digitale camera (zonder PictBridge) Routineonderhoud De machine reinigen en controleren De machine inpakken en vervoeren 5 Nummers kiezen en opslaan Opties voor normale telefoongesprekken Extra handelingen bij het kiezen Extra manieren om nummers op te slaan 6 Rapporten afdrukken Faxrapporten Rapporten 7 Kopiëren Kopieerinstellingen B C Verklarende woordenlijst Index vi
24 Algemene informatie Gebruik van de documentatie Dank u voor de aanschaf van een Brothermachine! Het lezen van de documentatie helpt u bij het optimaal benutten van uw machine. Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden De volgende symbolen en conventies worden in de documentatie gebruikt. Vetgedrukt Cursief Courier New Vetgedrukte tekst verwijst naar specifieke knoppen op het bedieningspaneel van de machine of op het computerscherm. Cursief gedrukte tekst benadrukt een belangrijk punt of verwijst naar een verwant onderwerp. Het lettertype Courier New verwijst naar meldingen die worden weergegeven op het LCD-scherm van de machine. WAARSCHUWING WAARSCHUWING geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt voorkomen, kan resulteren in ernstig of fataal letsel. VOORZICHTIG VOORZICHTIG geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt voorkomen, kan resulteren in enig letsel. BELANGRIJK BELANGRIJK geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in schade aan eigendommen of een nietwerkend product. en leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen of hoe de bewerking met andere functies werkt. Het pictogram Elektrisch gevaar attendeert u op het risico van elektrische schokken. Toegang krijgen tot de Uitgebreide gebruikershandleiding, de Softwarehandleiding, de Netwerkhandleiding, en de Verklarende woordenlijst Netwerk Deze Beknopte gebruikershandleiding bevat niet alle informatie over de machine, zoals het gebruik van geavanceerde functies voor faxen, kopiëren, PhotoCapture Center, afdrukken, scannen, PC-Fax en het netwerk. Als u meer gedetailleerde informatie wilt over deze functies, leest u de Uitgebreide gebruikershandleiding, Softwarehandleiding, Netwerkhandleiding en de Verklarende woordenlijst Netwerk op de documentatie-cd-rom. Documentatie bekijken a Zet de computer aan. Plaats de documentatie-cd-rom in uw cd-romstation. Ga bij gebruik van Windows naar stap c. (Windows -gebruikers) Als het scherm niet automatisch verschijnt, gaat u naar Deze computer (Computer), dubbelklikt u op het pictogram van de cd-rom en vervolgens op index.html. b (Macintosh-gebruikers) Dubbelklik op het pictogram van de documentatie-cd-rom en vervolgens op index.html.
25 Hoofdstuk c Klik op uw land. d Ga met de muisaanwijzer achtereenvolgens naar uw taal en Handleiding bekijken en klik vervolgens op de gewenste handleiding. Instructies voor het scannen opzoeken Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de instructies als volgt vinden: Softwarehandleiding Scannen ControlCenter Netwerkscannen Procedurehandleidingen voor ScanSoft PaperPort 2SE met OCR (Windows -gebruikers) U kunt de volledige procedurehandleidingen voor ScanSoft PaperPort 2SE met OCR weergeven via het menu Help in de toepassing ScanSoft PaperPort 2SE. (Windows 2000-gebruikers dienen PaperPort SE via de website te downloaden en installeren.) Presto! PageManager Gebruikershandleiding (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brothersupport openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. (Alleen Windows -gebruikers) In uw webbrowser wordt boven aan de pagina mogelijk een gele balk weergegeven met een beveiligingswaarschuwing over Active X controls. Om de pagina correct weer te geven, klikt u op de balk, Geblokkeerde inhoud toestaan en vervolgens op Ja in het dialoogvenster van de beveiligingswaarschuwing. (Alleen Windows -gebruikers) Voor snellere toegang kunt u alle gebruikersdocumentatie in PDF-structuur naar een lokale map op uw computer kopiëren. Ga met de muisaanwijzer naar uw taal en klik op Kopiëren naar lokale schijf. Microsoft Internet Explorer 6.0 of recenter. U kunt de volledige gebruikershandleiding voor Presto! PageManager weergeven via het menu Help in de toepassing Presto! PageManager. Instructies voor netwerkinstellingen opzoeken Uw machine kan worden aangesloten op een draadloos of bekabeld netwerk. U kunt de standaardinstallatie-instructies vinden in de Installatiehandleiding. Als uw draadloze toegangspunt of router Wi-Fi Protected Setup of AOSS ondersteunt, kunt u ook de stappen in de Installatiehandleiding volgen. Raadpleeg de Netwerkhandleiding op de documentatie-cd-rom voor meer informatie over het configureren van het netwerk. 2
26 Algemene informatie Brother-support openen (Windows ) Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de installatie-cd-rom. Klik in het bovenste menu op Brother-support. Het volgende scherm wordt weergegeven: Brother-support openen (Macintosh) Alle benodigde hulpbronnen, zoals websupport (Brother Solutions Center), zijn beschikbaar op de installatie-cd-rom. Dubbelklik op het pictogram van Brother-support. Het volgende scherm wordt weergegeven: Om onze website ( te openen, klikt u op Brother-startpagina. Voor het laatste nieuws en informatie over productondersteuning ( klikt u op Brother Solutions Center. Als u onze website voor originele Brotherverbruiksartikelen ( wilt bezoeken, klikt u op Informatie over verbruiksartikelen. Als u het Brother CreativeCenter ( voor GRATIS fotoprojecten en afdrukbare downloads wilt openen, klikt u op Brother CreativeCenter. Om terug te gaan naar het bovenste menu klikt u op Terug of op Afsluiten wanneer u klaar bent. Klik op Presto! PageManager om Presto! PageManager te downloaden en installeren. Klik op Onlineregistratie om uw machine te registreren via de pagina voor Brotherproductregistratie ( Voor het laatste nieuws en informatie over productondersteuning ( klikt u op Brother Solutions Center. Als u onze website voor originele Brotherverbruiksartikelen ( wilt bezoeken, klikt u op Informatie over verbruiksartikelen. 3
27 Hoofdstuk Overzicht van het bedieningspaneel Fax- en kopieertoetsen: Duplex Druk op deze toets om beide zijden van het papier te kopiëren, scannen of faxen. N in Copy Druk op deze toets om kopieën van N op - of posterformaat te maken. Fax Preview Met deze toets kunt u inkomende faxen op het LCD-scherm bekijken. Tray Setting Druk op deze toets om de lade te selecteren die u voor het afdrukken wilt gebruiken. 2 Modustoetsen: FAX Hiermee opent u de faxmodus. SCAN Geeft toegang tot scanmodus. COPY Hiermee opent u de kopieermodus. 3 Kiestoetsen Deze toetsen gebruikt u om telefoon- en faxnummers te kiezen, maar ze dienen ook om informatie in de machine in te voeren. Deze functie schakelt het touchscreen in tijdens bepaalde handelingen. 4 Telefoontoetsen: Redial/Pause Met deze toets kunt u de laatste 30 gekozen nummers herhalen. Met deze toets voegt u tijdens het kiezen ook een pauze in. Tel/R Deze toets wordt gebruikt voor een telefoongesprek nadat de hoorn van het externe telefoontoestel tijdens het dubbele belsignaal is opgepakt. Bij aansluiting op een PBX kunt u met deze toets ook toegang krijgen tot een buitenlijn of een gesprek overzetten naar een ander toestel. PHOTO CAPTURE Geeft toegang tot de modus PhotoCapture Center. 4
28 Algemene informatie Starttoetsen: Mono Start Hiermee start u het verzenden van faxen of maakt u kopieën in zwart-wit. Hiermee kunt u ook een scanbewerking uitvoeren (in kleur of zwart-wit, afhankelijk van de scaninstelling in de ControlCentersoftware). Colour Start Met deze toets start u het verzenden van faxen of maakt u kopieën in kleur. Hiermee kunt u ook een scanbewerking uitvoeren (in kleur of zwart-wit, afhankelijk van de scaninstelling in de ControlCentersoftware). 6 Stop/Exit Met een druk op deze toets wordt een bewerking gestopt of het menu gesloten. 7 LCD (Liquid Crystal Display) Dit is een Touchscreen-LCD. U kunt de menu's en de opties openen door op de toetsen op het scherm te drukken. U kunt ook de hoek van het LCD-scherm aanpassen door het omhoog te kantelen. 8 Eéntoetsnummers Deze 8 toetsen geven direct toegang tot 6 vooraf opgeslagen nummers. Shift Om ééntoetsnummers 9 tot 6 te selecteren, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de toets van het ééntoetsnummer drukt. Als er geen nummer is toegewezen aan de toets, kunt u het nummer direct opslaan door op de lege toets te drukken. 9 On/Off Hiermee schakelt u de machine in en uit. Druk op On/Off om de machine aan te zetten. Houd On/Off ingedrukt om de machine uit te schakelen. Op het LCD-scherm wordt enkele seconden Afsluiten weergegeven voordat het wordt uitgeschakeld. Als u een extern telefoontoestel of antwoordapparaat op de machine hebt aangesloten, blijft dit te allen tijde beschikbaar. Wanneer u de machine uitgeschakeld hebt, wordt de printkop toch periodiek gereinigd om de afdrukkwaliteit te behouden. Om een lange levensduur van de printkop te garanderen, zo zuinig mogelijk met de inkt om te gaan en een goede afdrukkwaliteit te behouden, dient u de machine te allen tijde aangesloten te laten op een stroombron. 5
29 Hoofdstuk Aanwijzingen op het LCDscherm Op het LCD-scherm wordt de huidige status van de machine weergegeven wanneer deze niet wordt gebruikt Status draadloze verbinding Een indicator met vier niveaus geeft de huidige signaalsterkte van het draadloze netwerk aan indien u dat gebruikt. 0 0 Max 9 Oproepoverzicht Faxen in het geheugen Hier wordt aangegeven hoeveel ontvangen faxen zich in het geheugen bevinden. 2 Faxvoorbeeld Hiermee kunt u een ontvangen fax eerst bekijken. 3 MENU Hiermee opent u het hoofdmenu. 4 Inktindicator Hiermee kunt u zien hoeveel inkt beschikbaar is. Bovendien hebt u hiermee toegang tot het menu Inkt. 5 Huidige ontvangstmodus Hiermee geeft u de huidige ontvangstmodus weer. Fax (Alleen Fax) F/T (Fax/Telefoon) Ant (Extern antwoordapparaat) Hnd (Handmatig) 6 Geheugenstatus Hier kunt u zien hoeveel geheugen in de machine beschikbaar is. 7 Telefoonboek 6 5 Hiermee kunt u een overzicht van uitgaande gesprekken en een overzicht nummerweergave bekijken. Bovendien kunt u een fax verzenden naar het nummer dat u in de lijsten hebt gekozen. 0 Nieuwe fax(en) Als Faxweergave is ingesteld op Aan kunt u bekijken hoeveel nieuwe faxen u hebt ontvangen. Het waarschuwingspictogram wordt weergegeven als er een fout- of onderhoudsmelding is. Zie Foutmeldingen op pagina 7 voor meer informatie. Hiermee kunt u uw telefoonboek met éénkiesnummers, snelkiesnummers en groepsnummers instellen. U kunt in het telefoonboek ook het nummer opzoeken dat u wilt kiezen. 6
30 Algemene informatie Standaardhandelingen Om het touchscreen te gebruiken, drukt u met uw vinger op MENU of de optietoets op het LCD-scherm. Om alle schermmenu's of opties in een instellingen weer te geven en te openen, drukt u op dc of ab om deze door te bladeren. In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een instelling in de machine wijzigt. In dit voorbeeld wordt de ontvangstmodusinstelling gewijzigd van Alleen fax in Fax/Telefoon. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Stand.instel. weer te geven. Druk op om naar het vorige niveau terug te keren. g Druk op Stop/Exit. c Druk op Stand.instel. d Druk op a of b om Ontvangstmodus weer te geven. e Druk op Ontvangstmodus. f Druk op Fax/Telefoon. 7
31 Hoofdstuk Volume-instellingen Belvolume U kunt uit een aantal belvolume-niveaus kiezen, van Hoog tot Uit. De machine behoudt uw nieuwe standaardinstelling totdat u deze wijzigt. Het belvolume instellen via het menu a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om Volume weer te geven. e Druk op Volume. f Druk op Belvolume. g Druk op Laag, Half, Hoog of Uit. h Druk op Stop/Exit. Volume van de waarschuwingstoon Wanneer de waarschuwingstoon is ingeschakeld, geeft de machine een geluidssignaal als u een toets indrukt, een vergissing maakt of als u een fax hebt verzonden of ontvangen. U kunt uit een aantal volume-niveaus voor de waarschuwingstoon kiezen, van Hoog tot Uit. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om Volume weer te geven. e Druk op Volume. f Druk op Waarsch.toon. g Druk op Laag, Half, Hoog of Uit. h Druk op Stop/Exit. 8
32 Algemene informatie Luidsprekervolume U kunt uit een aantal luidsprekervolumeniveaus kiezen, van Hoog tot Uit. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om Volume weer te geven. e Druk op Volume. f Druk op Luidspreker. g Druk op Laag, Half, Hoog of Uit. h Druk op Stop/Exit. LCD-scherm De helderheid van de achtergrondverlichting instellen Als u het LCD-scherm niet goed kunt lezen, kunt u de helderheidsinstelling wijzigen. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om LCD-instell. weer te geven. e Druk op LCD-instell. f Druk op Schermverlicht. g Druk op Licht, Half of Donker. h Druk op Stop/Exit. 9
33 2 Papier laden 2 Papier en andere afdrukmedia laden 2 Zie Papier laden in papierlade 2 op pagina 3 voor lade 2. Papier laden in papierlade 2 Wanneer u papier van A3-, Legal- of Ledger-formaat gebruikt, drukt u op de universele ontgrendeling () en schuift u de voorzijde van de papierlade naar buiten. Zorg er bij gebruik van papier van Legal-, A3- of Ledger-formaat voor dat het driehoekje op de klep van de uitvoerlade naar de markering Legal (2) of A3 of Ledger (3) wijst, zoals hieronder getoond. a Trek de papierlade volledig uit de machine. 2 3 Als de papiersteunklep open is (), klapt u deze in en schuift u vervolgens de papiersteun (2) naar binnen. Als u A5- of een kleiner papierformaat gebruikt, moet u zorgen dat de papierlade niet is uitgetrokken. Wanneer u een ander papierformaat in de lade plaatst, moet u ook de instelling voor het papierformaat in de machine wijzigen. (Zie Paperformaat en -soort op pagina 22.) 2 0
34 Papier laden b Open het deksel van de uitvoerlade (). d Blader de stapel papier goed door om te voorkomen dat papier vastloopt of scheef wordt ingevoerd. 2 c Druk de papiergeleider voor de lengte () en de papiergeleiders voor de breedte (2) met beide handen voorzichtig in en stel ze af op het papierformaat. Zorg dat de driehoekjes (3) op de papiergeleider voor de lengte () en op de papiergeleiders voor de breedte (2) naar de markering voor het gebruikte papierformaat wijzen. Controleer altijd of het papier niet is omgekruld. e Plaats het papier voorzichtig in de papierlade met de afdrukzijde omlaag en de bovenste rand eerst. Controleer of het papier vlak in de lade ligt. 2 3
35 Hoofdstuk 2 Wanneer u papier van Photo L-formaat in de papierlade plaatst, moet u de vergrendelingen aan beide zijden van de klep van de uitvoerlade losmaken en de klep naar achteren duwen. Pas vervolgens de papiergeleider voor de lengte aan het papierformaat aan. g Sluit het deksel van de uitvoerlade. Controleer of het papier plat en onder de markering voor de maximale hoeveelheid papier () in de lade ligt. Als u te veel papier in de lade plaatst, kan het papier vastlopen. h Duw de papierlade langzaam volledig in de machine. f Pas de papiergeleiders voor de breedte voorzichtig met beide handen aan het papier aan. Zorg dat de papiergeleiders aan de zijkant de randen van het papier aanraken. WAARSCHUWING Duw lade NIET te snel in de machine. Hierdoor kan uw hand tussen lade en lade 2 bekneld raken. Duw lade langzaam terug. Zorg ervoor dat u het papier er niet te ver in duwt; het kan aan de achterkant van de lade omhoog gaan staan en problemen veroorzaken bij de invoer. 2
36 Papier laden i Terwijl u de papierlade vasthoudt, trekt u de papiersteun () naar buiten tot u een klik hoort en vouwt u vervolgens de papiersteunklep (2) uit. 2 Papier laden in papierlade 2 2 U kunt alleen normaal papier van A4-, A3-, Ledger-, Letter- of Legal-formaat in lade 2 plaatsen. a Trek de papierlade volledig uit de machine. 2 Verwijder voordat u lade verkort het papier uit de lade. Verkort vervolgens de lade door op de universele ontgrendeling () te drukken. Pas de papiergeleider voor de lengte (2) aan het papierformaat dat u gebruikt aan. Plaats het papier vervolgens in de lade. Als u papier van A3-, Ledger- of Legalformaat gebruikt, drukt u op de universele ontgrendeling () terwijl u de voorzijde van de papierlade naar buiten schuift tot deze op zijn plaats klikt. U kunt controleren of de lengte van de lade juist is ingesteld door de klep van de papierlade te openen. 2 3
37 Hoofdstuk 2 b Open het deksel van de papierlade (). d Blader de stapel papier goed door om te voorkomen dat papier vastloopt of scheef wordt ingevoerd. Controleer altijd of het papier niet is omgekruld. c Druk de papiergeleider voor de lengte () en de papiergeleiders voor de breedte (2) met beide handen voorzichtig in en stel ze af op het papierformaat. Zorg dat de driehoekjes (3) op de papiergeleider voor de lengte () en op de papiergeleiders voor de breedte (2) naar de markeringen voor het gebruikte papierformaat wijzen. e Plaats het papier voorzichtig in de papierlade met de afdrukzijde omlaag en de bovenste rand eerst. Controleer of het papier plat en onder de markering voor de maximale hoeveelheid papier () in de lade ligt. Als u te veel papier in de lade plaatst, kan het papier vastlopen. 2 3 f Schuif de papiergeleiders voor de breedte met beide handen voorzichtig tegen de papierstapel. 4
38 Papier laden Zorg ervoor dat u het papier er niet te ver in duwt; het kan aan de achterkant van de lade omhoog gaan staan en problemen veroorzaken bij de invoer. g Sluit het deksel van de papierlade. j Trek lade uit de machine. Druk op de universele ontgrendeling () terwijl u de voorzijde van de papierlade naar buiten schuift. 2 h Duw de papierlade langzaam terug in de machine. i Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u papier van A3-, Ledger- of Legal-formaat gebruikt, gaat u naar stap j. Wanneer u een groot papierformaat in lade 2 gebruikt, moet u lade mogelijk uittrekken boven lade 2 om te voorkomen dat de afdrukken uit de uitvoerlade vallen. k Open het deksel van de uitvoerlade en pas de papiergeleider voor de lengte () aan het formaat van het papier aan. Als u A4- of Letter-formaat gebruikt, gaat u naar stap m. 5
39 Hoofdstuk 2 l Sluit het deksel van de uitvoerlade en duw de papierlade langzaam in de machine. Als u klaar bent met het gebruik van A3-, Ledger- of Legal-formaat en een kleiner papierformaat wilt gebruiken, moet u het grotere formaat eerst uit de lade verwijderen. Verkort vervolgens de lade door op de universele ontgrendeling () te drukken. Pas de papiergeleider voor de lengte (2) aan het papierformaat dat u gebruikt aan. Laad vervolgens een kleiner papierformaat in de lade. m Trek de papiersteun () naar buiten tot u een klik hoort en vouw de papiersteunklep (2) uit
40 Papier laden Papier laden in de sleuf voor handmatige invoer 2 b Pas de papiergeleiders van de sleuf voor handmatige invoer aan de breedte van het papier dat u gebruikt aan. U kunt speciale afdrukmedia één voor één invoeren via de sleuf voor handmatige invoer. Gebruik de sleuf voor handmatige invoer om enveloppen, etiketten of dikker papier af te drukken of te kopiëren. 2 De machine stelt vervolgens automatisch de handmatige invoermodus in wanneer u papier in de sleuf voor handmatige invoer plaatst. a Open het deksel van de sleuf voor handmatige invoer. c Plaats slechts één vel papier tegelijk, met de bedrukte zijde naar boven in de sleuf voor handmatige invoer. BELANGRIJK Plaats NOOIT meer dan één vel papier tegelijk in de sleuf voor handmatige invoer. Hierdoor kan een papierstoring optreden. Wacht tot Doe papier in sleuf handinvoer. Druk op Start op het LCD-scherm wordt weergegeven voordat u het volgende vel papier in de sleuf voor handmatige invoer plaatst. Plaats GEEN papier in de sleuf voor handmatige invoer wanneer u vanuit lade of lade 2 afdrukt. Hierdoor kan een papierstoring optreden. 7
41 Hoofdstuk 2 d Pas met beide handen voorzichtig de papiergeleiders van de sleuf voor handmatige invoer aan het papierformaat aan. Wanneer u een envelop of een dik vel papier laadt, duwt u de envelop in de sleuf voor handmatige invoer tot u voelt dat de envelop wordt opgepakt. f Als de gegevens niet op één pagina passen, wordt u via het LCD-scherm gevraagd een andere pagina te laden. Plaats een ander vel papier in de sleuf voor handmatige invoer en druk vervolgens op Mono Start of Colour Start. Duw de papiergeleiders NIET te strak tegen het papier. Hierdoor kan het papier verkreukeld raken. Plaats het papier tussen de papiergeleiders in het midden van de sleuf voor handmatige invoer. Als het papier niet in het midden ligt, trekt u het uit de invoer en plaatst u het vervolgens op de correcte positie. e Plaats met beide handen één vel papier in de sleuf voor handmatige invoer tot de bovenzijde de papierinvoerrol raakt en u een piep hoort. Laat het papier los wanneer u voelt dat de machine het papier oppakt. Op het LCD-scherm wordt Sleuf voor handinvoer gereed weergegeven. Zorg ervoor dat het afdrukken is voltooid voordat u de sleuf voor handmatige invoer sluit. Wanneer er papier in de sleuf voor handmatige invoer is geplaatst, drukt de machine altijd vanuit de sleuf voor handmatige invoer af. Als u papier in de sleuf voor handmatige invoer plaatst, terwijl een testpagina, fax of rapport wordt afgedrukt, wordt het papier weer uitgeworpen. Tijdens het reinigingsproces van de machine, wordt papier dat u in de sleuf voor handmatige invoer plaatst weer uitgeworpen. Wacht tot de machine klaar is met het reinigen en plaats het papier vervolgens opnieuw in de sleuf voor handmatige invoer. 8
42 Papier laden Enveloppen en briefkaarten laden 2 Informatie over enveloppen 2 Gebruik enveloppen met een gewicht tussen 80 en 95 g/m 2. Voor sommige enveloppen moet u de marge in de toepassing instellen. Maak altijd eerst een proefafdruk voordat u een groot aantal enveloppen afdrukt. BELANGRIJK Gebruik NOOIT de volgende soorten enveloppen, aangezien deze problemen veroorzaken bij de papierinvoer: Zakachtige enveloppen. Vensterenveloppen. Enveloppen met reliëf (met verhoogd opschrift). Enveloppen met sluithaken of nietjes. Enveloppen die aan de binnenkant zijn voorbedrukt. Enveloppen en briefkaarten laden 2 a Druk de hoeken en zijkanten van de enveloppen of briefkaarten zo plat mogelijk voordat u deze plaatst. BELANGRIJK Plaats de enveloppen of briefkaarten een voor een in de papierlade als er meerdere enveloppen of briefkaarten tegelijk naar binnen worden getrokken. 2 Lijm Enveloppen met dubbele omslagen Het kan zijn dat u af en toe problemen ondervindt bij de papierinvoer vanwege de dikte, het formaat en de vorm van de omslag van de enveloppen die u gebruikt. 9
43 Hoofdstuk 2 b Plaats de enveloppen of briefkaarten met de adreszijde naar beneden en de invoerkant (bovenkant van de envelop) eerst. Druk met beide handen de papiergeleider voor de lengte () en de papiergeleiders voor de breedte (2) in en stel ze af op het formaat van de enveloppen of briefkaarten. Als u problemen hebt met afdrukken op enveloppen, kunt u het volgende proberen: 2 a Open de omslag van de envelop. b Zorg ervoor dat het geopende omslag zich bij het afdrukken aan de achterzijde van de envelop bevindt. 2 c Wijzig het formaat en de marge in de toepassing. 20
44 Papier laden Afdrukgebied 2 Hoe groot het afdrukgebied is, is afhankelijk van de instellingen binnen de door u gebruikte toepassing. De onderstaande afbeeldingen tonen de onbedrukbare gedeelten op losse vellen papier en enveloppen. De machine kan afdrukken binnen de grijze gedeelten van losse vellen papier wanneer de afdrukfunctie Zonder Marges beschikbaar en ingeschakeld is. (Zie Afdrukken voor Windows of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding.) 2 Losse vellen Enveloppen Bovenkant () Onderkant (2) Links (3) Rechts (4) Losse vellen 3 mm 3 mm 3 mm 3 mm Losse vellen 22 mm 22 mm 3 mm 3 mm (Dubbelzijdig afdrukken op A3- of Ledgerformaat) Enveloppen 22 mm 22 mm 3 mm 3 mm De bovenmarge van Y4-enveloppen is 2 mm. De functie Zonder rand is niet beschikbaar voor enveloppen en dubbelzijdig afdrukken. 2
45 Hoofdstuk 2 Papierinstellingen 2 Paperformaat en -soort 2 Voor de beste afdrukkwaliteit stelt u de machine in op het type papier dat u gebruikt. U kunt zeven papierformaten gebruiken voor het afdrukken van kopieën: A4, A5, A3, 0 5 cm, Letter, Legal en Ledger en vijf formaten voor het afdrukken van faxen: A4, A3, Ledger, Letter en Legal. Wanneer u papier van een ander formaat in de machine plaatst, moet u ook de instelling voor het papierformaat wijzigen zodat uw machine een binnenkomende fax passend op het vel papier kan afdrukken. a Druk op Tray Setting. b Druk op het weergegeven papierformaat of de papiersoort voor Lade of druk op het weergegeven papierformaat voor Lade 2. c Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u het papierformaat voor Lade hebt gekozen, drukt u op d of c om de opties voor het papierformaat weer te geven en drukt u op A4, A5, A3, 0x5cm, Letter, Legal of Ledger. Als u de papiersoort voor Lade hebt gekozen, drukt u op Normaal pap., Inkjetpapier, Brother BP7, Brother BP6, Glossy anders of Transparanten. Als u Lade 2 hebt gekozen, drukt u op A4, A3, Letter, Legal of Ledger. d Druk op Stop/Exit. In Lade 2 kunt u alleen normaal gebruiken. Het papier wordt met de bedrukte zijde omhoog op de uitvoerlade aan de voorkant van de machine uitgeworpen. Als u transparanten of glanzend papier gebruikt, dient u elk vel onmiddellijk te verwijderen om te voorkomen dat de vellen aan elkaar plakken of vastlopen. Ladegebruik in de kopieermodus 2 U kunt de standaardlade, die de machine voor het afdrukken van kopieën gebruikt, wijzigen. Als u Auto select selecteert, kiest de machine op basis van de instellingen voor het papierformaat en de papiergrootte in het COPY-menu automatisch voor lade of lade 2. Volg de onderstaande instructies om de standaardinstelling te wijzigen: a Druk op Tray Setting. b Druk op a of b om Kopie:lade weer te geven. c Druk op Kopie:lade. d Druk op Lade, Lade 2 of Auto select. e Druk op Stop/Exit. U kunt met de toets Kopieermodus het papierformaat en de ladeselectie tijdelijk wijzigen voor de volgende kopie. (Zie Papierformaat op pagina 55 en Lade selecteren op pagina 56.) 22
46 Papier laden Ladegebruik in de faxmodus 2 U kunt de standaardlade, die de machine voor het afdrukken van binnenkomende faxen gebruikt, wijzigen. Auto select geeft de machine de mogelijkheid om eerst papier uit lade te nemen, of uit lade 2 als: Lade 2 is ingesteld op een ander papierformaat dat geschikter is voor de binnenkomende faxen. Beide laden hetzelfde papierformaat bevatten en lade niet is ingesteld voor het gebruik van normaal papier. a Druk op Tray Setting. b Druk op a of b om Fax:lade weer te geven. c Druk op Fax:lade. d Druk op Lade, Lade 2 of Auto select. e Druk op Stop/Exit. Veilige modus voor het invoeren van breedlopend A3-papier 2 Als uw afdrukken op A3-papier horizontale lijnen vertonen, gebruikt u mogelijk papier met een langlopende vezel. Stel A3 - breedlopend in op Uit om het probleem te voorkomen. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om A3 - breedlopend weer te geven. e Druk op A3 - breedlopend. f Druk op Uit. g Druk op Stop/Exit. Als u niet zeker weet welke papiersoort u gebruikt, raadpleegt u de verpakking of de fabrikant van het papier voor de specificaties. Het afdrukken duurt langer als A3 - breedlopend is ingesteld op Aan. 2 23
47 Hoofdstuk 2 Acceptabel papier en andere afdrukmedia 2 De afdrukkwaliteit kan worden beïnvloed door het soort papier dat u in de machine gebruikt. Om de beste afdrukkwaliteit te krijgen voor de instellingen die u heeft gekozen, moet u de papiersoort altijd instellen op het type papier dat u plaatst. U kunt normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier, transparanten en enveloppen gebruiken. Wij raden u aan om verschillende soorten papier te testen alvorens een grote hoeveelheid aan te schaffen. Gebruik Brother-papier voor de beste resultaten. Wanneer u afdrukt op inkjetpapier (gecoat papier), transparanten of glanzend papier, moeten op het tabblad Normaal van de printerdriver of voor de instelling Papiersoort in het menu altijd de juiste afdrukmedia zijn geselecteerd. (Zie Paperformaat en -soort op pagina 22.) Wanneer u afdrukt op fotopapier van Brother, plaatst u een extra vel van hetzelfde fotopapier in de papierlade. U vindt dit extra vel in de verpakking van het papier. Als u transparanten of fotopapier gebruikt, dient u elk vel onmiddellijk te verwijderen; dit om te voorkomen dat de vellen aan elkaar plakken of vastlopen. Raak het afgedrukte oppervlak van het papier vlak na het afdrukken niet aan; de inkt kan nog nat zijn en op uw vingers vlekken. Aanbevolen afdrukmedia 2 Om de beste afdrukkwaliteit te verkrijgen raden wij u aan Brother-papier te gebruiken. (Zie de onderstaande tabel.) Als er in uw land geen Brother-papier beschikbaar is, raden wij u aan verschillende soorten papier te testen voordat u grote hoeveelheden papier koopt. Wij adviseren 3M Transparency Film te gebruiken wanneer u op transparanten afdrukt. Brother-papier Papiersoort A3 Normaal A3 Glanzend Foto A3 Inkjet (Mat) A4 Normaal A4 Glanzend Foto A4 Inkjet (Mat) 0 5 cm Glanzend Foto Item BP60PA3 BP7GA3 BP60MA3 BP60PA BP7GA4 BP60MA BP7GP 24
48 Papier laden Omgaan met en gebruik van afdrukmedia 2 Bewaar papier in de originele verpakking en zorg dat deze gesloten blijft. Bewaar het papier plat en verwijderd van vocht, direct zonlicht en warmte. Zorg dat u de glimmende (gecoate) zijde van het fotopapier niet aanraakt. Plaats fotopapier met de glimmende zijde naar beneden. Raak de voor- of achterkant van transparanten niet aan; deze absorberen snel water en transpiratievocht, wat afbreuk doet aan de afdrukkwaliteit. Transparanten die voor laserprinters en - kopieerapparaten ontworpen zijn, kunnen vlekken op het volgende document veroorzaken. Gebruik alleen transparanten die worden aanbevolen voor inkjetprinters. BELANGRIJK Gebruik de volgende soorten papier NIET: papier dat beschadigd, gekruld of gekreukt is of een onregelmatige vorm heeft Papier dat 2 mm of meer is omgekruld, kan vastlopen. hoogglanzend of erg gestructureerd papier papier dat niet netjes kan worden gestapeld papier met een breedlopende vezel Etiketten 2 Etiketten moeten zo gerangschikt worden dat de volledige lengte en breedte van het vel bedekt zijn. Het gebruik van ruimten tussen de etiketten kan leiden tot het loslaten van etiketten waardoor ernstige papierstoringen of afdrukproblemen kunnen ontstaan. Te vermijden typen etiketten 2 Gebruik geen etiketten die beschadigd, gekruld of verkreukeld zijn of een ongebruikelijke vorm hebben. BELANGRIJK Voer GEEN gedeeltelijk gebruikte etiketvellen in. Het onbedekte draagvel kan schade toebrengen aan de machine. Voer GEEN eerder gebruikte etiketten in of etiketvellen waarvan een aantal etiketten ontbreken. Papiercapaciteit van het deksel van de papieruitvoerlade 2 Maximaal 50 vellen A4-papier van 80 g/m 2. Om vlekken te voorkomen moeten transparanten en fotopapier vel voor vel van het deksel van de uitvoerlade worden verwijderd. 2 25
49 Hoofdstuk 2 De juiste afdrukmedia selecteren 2 Type en formaat papier voor elke functie 2 Papiersoort Papierformaat Gebruik Faxen Kopiëren Photo Printer Capture Losse vellen A mm Ja Ja Ja Ja A mm Ja Ja Ja Ja Ledger 279,4 43,8 mm Ja Ja Ja Ja Letter 25,9 279,4 mm Ja Ja Ja Ja Legal 25,9 355,6 mm Ja Ja Ja Executive mm Ja JIS B mm Gebruikergedefinieerd JIS B mm Gebruikergedefinieerd A mm Ja Ja A mm Ja Kaarten Foto 0 5 cm Ja Ja Ja Foto L mm Ja Foto 2L 3 8 cm Ja Ja Indexkaart mm Ja Briefkaart mm Gebruikergedefinieerd Briefkaart mm Gebruikergedefinieerd (Dubbel) Enveloppen C5-Envelop mm Ja DL-Envelop mm Ja COM mm Ja Monarch 98 9 mm Ja Y4-Envelop mm Ja Transparanten A mm Ja Ja Letter 25,9 279,4 mm Ja Ja Legal 25,9 355,6 mm Ja Ja A mm Ja Ja Etiketten Gebruikergedefinieerd Alleen sleuf voor handmatige invoer 26
50 Papier laden Capaciteit van de papierladen 2 Lade Lade 2 Sleuf voor handmatige invoer Papierformaat Papiersoorten Aantal vellen A4, Ledger, A3, Legal, Executive, Letter, A5, A6, JIS B4, JIS B5, Enveloppen (Commercial Nr.0, DL, C5, Monarch, Y4), Foto, Foto L, Foto 2L, Indexkaart, Briefkaart, Briefkaart 2 A4, Ledger, A3, Legal, Executive, Letter, JIS B4, JIS B5 A4, Ledger, A3, Legal, Executive, Letter, A5, A6, JIS B4, JIS B5, Enveloppen (Commercial Nr.0, DL, C5, Monarch, Y4), Foto, Foto L, Foto 2L, Indexkaart, Briefkaart, Briefkaart 2 Normaal papier 250 Inkjetpapier 20 Glanzend papier, Foto 20 Indexkaart, Briefkaart 30 Enveloppen, Transparanten 0 Normaal papier 250 Normaal papier, Inkjetpapier, Glanzend papier, Enveloppen, Transparanten en Etiketten 2 Maximaal 250 vellen papier van 80 g/m 2. Papiergewicht en -dikte 2 Papiersoort Gewicht Dikte Losse vellen Normaal papier 64 tot 20 g/m 2 0,08 tot 0,5 mm (Lade 2) 64 tot 05 g/m 2 0,08 tot 0,5 mm Normaal papier Inkjetpapier 64 tot 200 g/m 2 0,08 tot 0,25 mm Glanzend Max. 220 g/m 2 Max. 0,25 mm papier Kaarten Fotokaart Max. 220 g/m 2 Max. 0,25 mm Indexkaart Max. 20 g/m 2 Max. 0,5 mm Briefkaart Max. 200 g/m 2 Max. 0,25 mm Briefkaart 2 Enveloppen 75 tot 95 g/m 2 Max. 0,52 mm Transparanten Etiketten BP7-papier van 260 g/m 2 is speciaal bedoeld voor inkjetmachines van Brother. 27
51 3 Documenten laden 3 Documenten laden 3 a Vouw de ADF-documentsteun () en de ADF-documentsteunklep (2) uit. U kunt via de ADF (automatische documentinvoer) en via de glasplaat een fax versturen, kopieën maken en scannen. 2 De ADF gebruiken 3 De ADF heeft een capaciteit van maximaal 35 vellen en voert het papier vel voor vel in. Gebruik standaardpapier met een gewicht van 80 g/m 2 en waaier de stapel altijd los voordat u het papier in de ADF plaatst. Ondersteunde documentformaten 3 Aanbevolen papier: 80 g/m 2 A4 Lengte: 48 tot 43,8 mm Breedte: 48 tot 297 mm Gewicht: 64 tot 90 g/m 2 b Blader de stapel papier goed door. c Stel de papiergeleiders () in op de breedte van uw documenten. Documenten laden 3 BELANGRIJK Trek NIET aan het document als het wordt ingevoerd. Gebruik GEEN papier dat is omgekruld, gekreukeld, gevouwen, gescheurd, geniet of dat is vastgemaakt met nietjes, lijm of plakband. Gebruik GEEN karton, krantenpapier of stof. Laat documenten met inkt eerst volledig drogen. d Plaats uw documenten met de bedrukte zijde naar boven en de bovenrand eerst in de ADF tot u voelt dat ze de invoerrollen raken. BELANGRIJK Laat GEEN dikke documenten achter op de glasplaat. Als u dat doet, kan de ADF vastlopen. 28
52 Documenten laden De glasplaat gebruiken 3 U kunt de glasplaat gebruiken voor het faxen, kopiëren of scannen van afzonderlijke vellen of van bladzijden uit een boek. Ondersteunde documentformaten 3 Lengte: Breedte: Gewicht: Max. 43,8 mm Max. 297 mm Max. 2 kg Documenten laden 3 Als u de glasplaat wilt gebruiken, moet de ADF leeg zijn. a Til het documentdeksel op. b Gebruik de documentgeleiders aan de linker- en bovenkant om het document in de linkerbovenhoek van de glasplaat te leggen, met de bedrukte zijde naar beneden. 3 c Sluit het documentdeksel. BELANGRIJK Als u bezig bent een boek of een lijvig document te scannen, laat het deksel dan NIET dichtvallen en druk er niet op. 29
53 Hoofdstuk 3 Niet-scanbaar gebied 3 De grootte van het scangebied is afhankelijk van de instellingen in de door u gebruikte toepassing. Hieronder wordt aangegeven welke gebieden niet kunnen worden gescand Gebruik Documentgrootte Bovenkant () Onderkant (2) Links (3) Rechts (4) Faxen A3 3 mm 4,5 mm A4 3 mm Kopiëren Scannen Ledger Letter Legal Alle papierformaten 3,7 mm 4 mm 3 mm Bij gebruik van de ADF bedraagt het niet-scanbare gebied mm. Via de ADF kunt u dubbelzijdige documenten van maximaal het formaat Legal faxen, kopiëren en scannen. 30
54 4 Een fax verzenden 4 Faxen verzenden 4 In de volgende stappen wordt beschreven hoe u een fax verzendt. a Wanneer u een fax wilt verzenden of de instellingen voor het verzenden of ontvangen van faxen wilt wijzigen, drukt u op de (FAX)-toets zodat deze blauw verlicht wordt. Op het LCD-scherm wordt het volgende weergegeven: b Plaats op een van de volgende manieren uw document: Plaats het document met de bedrukte zijde omhoog in de ADF. (Zie De ADF gebruiken op pagina 28.) Leg uw document met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat. (Zie De glasplaat gebruiken op pagina 29.) Gebruik de ADF als u kleurfaxen van meerdere pagina's wilt verzenden. Als u een fax in zwart-wit vanuit de ADF verzendt terwijl het geheugen vol is, wordt deze direct verzonden. U kunt de glasplaat gebruiken om pagina's van een boek één voor één te faxen. Het maximale documentformaat is A3 of Ledger. Aangezien u slechts één pagina tegelijk kunt scannen, is het eenvoudiger om de ADF te gebruiken als u een document van meerdere pagina s verzendt. 4 3
55 Hoofdstuk 4 c U kunt de volgende faxinstellingen wijzigen. Druk op FAX en vervolgens op d of c om door de faxinstellingen te bladeren. Als de gewenste instelling wordt weergegeven, drukt u erop en kiest u uw optie. (Beknopte gebruikershandleiding) Zie pagina s 33 tot 34 voor meer informatie over het wijzigen van de volgende faxinstellingen. Scanformaat van glasplaat Een fax in kleur verzenden Uitgaande faxen vooraf bekijken Verzendrapport (instellen) (Uitgebreide gebruikershandleiding) Zie hoofdstuk 3 Een fax verzenden in de Uitgebreide gebruikershandleiding voor uitgebreidere bewerkingen en instellingen voor het verzenden van faxen. Contrast Faxresolutie Nieuwe standaardinstellingen opgeven Fabrieksinstellingen herstellen Dubbelzijdige fax Faxen aan einde van oproep Groepsverzenden Direct verzenden Internationale modus Uitgesteld verzenden Groepsverzending Taken in wachtrij annuleren Verzend pollen d Toets het faxnummer in. De kiestoetsen gebruiken Het telefoonboek gebruiken Telefoonboek Het overzicht van oproepen gebruiken Uitg. gesprek Overz. Beller U kunt een faxbericht eerst bekijken voordat u het verzendt door Voorbeeld in te stellen op Aan. (Zie Uitgaande faxen vooraf bekijken op pagina 33.) Als uw netwerk het LDAP-protocol ondersteunt, kunt u op uw server faxnummers en adressen opzoeken. (Zie Werken met LDAP in de Netwerkhandleiding.) e Druk op Mono Start of Colour Start. Faxen verzenden vanaf de ADF De machine begint het document te scannen. Faxen verzenden via de glasplaat Als u op Mono Start drukt, begint de machine met het scannen van de eerste pagina. Ga op een van de volgende manieren te werk: Om een enkele pagina te verzenden, drukt u op Nee (of druk opnieuw op Mono Start). De machine begint met het verzenden van het document. Om meerdere pagina's te verzenden, drukt u op Ja en plaatst u de volgende pagina op de glasplaat. Druk op Mono Start of Colour Start. De machine begint met het scannen van de pagina. (Herhaal deze stap voor elke volgende pagina.) Als u op Colour Start drukt, drukt u op Ja. De machine begint met het verzenden van het document. 32
56 Een fax verzenden Faxen onderbreken 4 Druk op Stop/Exit om het faxen te onderbreken. Het formaat van de glasplaat instellen om te faxen 4 Wanneer documenten van het formaat Letter zijn, moet u het scanformaat op Letter instellen. Als u dit niet doet, ontbreken de zijkanten van de fax. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Scanformaat glas weer te geven. c Druk op Scanformaat glas. d Druk op A4, A3, Letter, Legal of Ledger. U kunt de instellingen die u het vaakst gebruikt opslaan door ze als de standaard in te stellen. (Zie Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen in hoofdstuk 3 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Deze instelling is alleen beschikbaar voor het verzenden van documenten via de glasplaat. Een fax in kleur verzenden 4 Uw machine kan een fax in kleur verzenden naar machines die deze functie ondersteunen. Kleurenfaxen kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen. Als u een kleurenfax verzendt, verzendt de machine deze direct (zelfs als Direct verzenden is ingesteld op Uit). Een actieve fax annuleren 4 Als u een fax wilt annuleren terwijl de machine bezig is met scannen, kiezen of verzenden, drukt u op Stop/Exit. Uitgaande faxen vooraf bekijken4 U kunt een faxbericht eerst bekijken voordat u het verzendt. U moet Direct verzenden en Pollen ontvangen op Uit zetten voordat u deze functie kunt gebruiken. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Voorbeeld weer te geven. c Druk op Voorbeeld. d Druk op Aan. e Laad het document. f Voer het faxnummer in via de kiestoetsen, éénkiestoetsen of snelkiesnummers. g Druk op Mono Start. De machine begint het document te scannen en de uitgaande fax verschijnt op het LCD-scherm. Als de fax wordt weergegeven, drukt u op MENU. De toetsen worden op het LCD-scherm weergegeven en u kunt de onderstaande handelingen uitvoeren. Toets of of Omschrijving De fax vergroten. De fax verkleinen. Verticaal bladeren. Horizontaal bladeren. De fax rechtsom draaien. Naar de vorige pagina gaan. Naar de volgende pagina gaan. De voorbeeld tabel sluiten. Een kleurenfax verzenden en Faxvoorbeeld niet gebruiken. 4 33
57 Hoofdstuk 4 h Druk op Mono Start. Als u op Mono Start drukt, wordt het faxbericht uit het geheugen verzonden en vervolgens gewist. Verzendrapport 4 U kunt het verzendrapport gebruiken als bewijs dat u een fax hebt verzonden. In dit rapport worden de naam of het faxnummer van de afzender, de tijd en de datum waarop het bericht werd verzonden, de duur van de transmissie, het aantal verzonden pagina's en of de fax al dan niet goed is verzonden, vermeld. Voor het verzendrapport zijn een aantal instellingen mogelijk: Aan: Drukt een rapport af na elke verzonden fax. Aan+Beeld: Drukt een rapport af na elke verzonden fax. Een gedeelte van de eerste pagina van de fax wordt op het rapport weergegeven. Uit: Drukt een rapport af als uw fax niet is verzonden door een transmissiefout. Het rapport wordt ook afgedrukt als de ontvangende machine het formaat wijzigt van het document dat u faxt. Uit is de standaardinstelling. Uit+Beeld: Drukt een rapport af als uw fax niet is verzonden door een transmissiefout. Het rapport wordt ook afgedrukt als uw fax succesvol is verzonden, maar de ontvangende machine het documentformaat heeft gewijzigd. Een gedeelte van de eerste pagina van de fax wordt op het rapport weergegeven. Uit2: Drukt alleen een rapport af als uw fax niet is verzonden door een transmissiefout. Uit2+Beeld: Drukt alleen een rapport af als uw fax niet is verzonden door een transmissiefout. Een gedeelte van de eerste pagina van de fax wordt op het rapport weergegeven. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Kies rapport weer te geven. e Druk op Kies rapport. f Druk op Verz.rapport g Druk op Aan, Aan+Beeld, Uit, Uit+Beeld, Uit2 of Uit2+Beeld. h Druk op Stop/Exit. Als u Aan+Beeld, Uit+Beeld of Uit2+Beeld kiest, wordt de afbeelding alleen op het verzendrapport weergegeven als de instelling voor direct verzenden uitgeschakeld is. (Zie Direct verzenden in hoofdstuk 3 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Als de transmissie goed is verlopen, wordt "OK" naast "RESULT" op het verzendrapport weergegeven. Als de transmissie niet goed is verlopen, wordt "FOUT" naast "RESULT" weergegeven. 34
58 5 Faxberichten ontvangen 5 Ontvangstmodi 5 U moet een ontvangstmodus kiezen die past bij de externe apparaten en telefoondiensten die op de lijn zijn aangesloten. De ontvangstmodus kiezen 5 Standaard ontvangt uw machine automatisch alle faxen die ernaartoe worden verzonden. Met behulp van het onderstaande schema kunt u de juiste modus kiezen. Raadpleeg Ontvangstmodi gebruiken op pagina 36 voor meer informatie over ontvangststanden. 5 Wilt u de telefoonfuncties van uw machine gebruiken (indien beschikbaar) of een extern telefoontoestel of antwoordapparaat aangesloten op dezelfde lijn als de machine? Ja Nee Gebruikt u de functie voor voic van een extern antwoordapparaat? Nee Alleen fax Wilt u dat de machine faxoproepen en telefoongesprekken automatisch opneemt? Nee Ja Ja Handmatig Fax/Telefoon Ext. TEL/ANT Volg de onderstaande instructies om een ontvangstmodus in te stellen: a Druk op MENU. b Druk op a of b om Stand.instel. weer te geven. c Druk op Stand.instel. d Druk op a of b om Ontvangstmodus weer te geven. e Druk op Ontvangstmodus. f Druk op Alleen fax, Fax/Telefoon, Ext. TEL/ANT of Handmatig. g Druk op Stop/Exit. Op het LCD-scherm wordt de huidige ontvangstmodus weergegeven. 35
59 Hoofdstuk 5 Ontvangstmodi gebruiken 5 Sommige ontvangststanden beantwoorden oproepen automatisch (Alleen fax en Fax/Telefoon). U kunt de belvertraging wijzigen voordat u deze standen gebruikt. (Zie Belvertraging op pagina 37.) Alleen Fax 5 Als de modus Alleen Fax is ingeschakeld, wordt elk telefoontje automatisch als faxoproep beantwoord. Extern antwoordapparaat 5 In de modus Extern antwoordapparaat beheert een extern antwoordapparaat uw inkomende oproepen. Inkomende oproepen worden als volgt afgehandeld: Faxen worden automatisch ontvangen. Bellers kunnen een bericht op het externe antwoordapparaat achterlaten. (Zie Extern antwoordapparaat aansluiten op pagina 44 voor meer informatie.) Fax/Telefoon 5 De modus Fax/Telefoon helpt u om inkomende oproepen automatisch af te handelen, doordat wordt herkend of het een fax of een telefoongesprek betreft. De oproepen worden als volgt verwerkt: Faxen worden automatisch ontvangen. Een telefoongesprek activeert het dubbele belsignaal om aan te geven dat u de oproep moet aannemen. Het dubbele belsignaal is een snel belsignaal afkomstig van uw machine. (Zie ook F/T-beltijd (alleen in de Fax/Telefoonmodus) op pagina 37 en Belvertraging op pagina 37.) Handmatig 5 De modus Handmatig schakelt alle automatische antwoordfuncties uit. Als u in de handmatige modus een fax wilt ontvangen, neemt u de hoorn van een extern toestel op. Wanneer u faxtonen (korte herhaalde tonen) hoort, drukt u op Mono Start of Colour Start en kiest u Ontvangen. U kunt ook de functie Fax waarnemen gebruiken om faxen te ontvangen door de hoorn op te nemen van een toestel op dezelfde lijn als die van de machine. (Zie ook Fax waarnemen op pagina 38.) 36
60 Faxberichten ontvangen Instellingen ontvangstmodus 5 Belvertraging 5 De instelling Belvertraging bepaalt hoe vaak de machine in de stand Alleen fax of Fax/Telefoon overgaat voordat de oproep wordt beantwoord. Als u een extern of tweede toestel op dezelfde lijn als de machine gebruikt, kiest u het maximum aantal belsignalen. (Zie Werken met externe of tweede toestellen op pagina 46 en Fax waarnemen op pagina 38.) a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Belvertraging weer te geven. g Druk op Belvertraging. h Druk het aantal keren in dat de machine moet overgaan voordat wordt opgenomen. Als u 0 kiest, wordt er helemaal geen belsignaal gegeven. i Druk op Stop/Exit. F/T-beltijd (alleen in de Fax/Telefoonmodus) 5 Wanneer iemand uw machine belt, horen u en de beller het geluid van een telefoon die overgaat. Het aantal belsignalen wordt bepaald door de instelling van Belvertraging. Als de oproep een fax is, ontvangt de machine deze. Is het echter een telefoonoproep, dan hoort u een dubbel belsignaal voor de tijdsduur ingesteld bij de instelling van F/T-beltijd. Als u het dubbele belsignaal hoort, betekent dit dat het een telefoonoproep betreft. Omdat het dubbele belsignaal door de machine wordt geproduceerd, gaan externe en tweede toestellen niet over, maar u kunt het gesprek wel op elk toestel aannemen. (Zie Codes voor afstandsbediening gebruiken op pagina 46 voor meer informatie.) a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om F/T beltijd weer te geven. g Druk op F/T beltijd. h Druk het aantal keren in hoe lang de machine een belsignaal moet geven om u op een gewoon telefoongesprek te attenderen (20, 30, 40 of 70 seconden). i Druk op Stop/Exit. Zelfs als de beller tijdens het dubbele belsignaal ophangt, zal de machine dit signaal aanhouden gedurende het aantal seconden dat u hebt geselecteerd. 5 37
61 Hoofdstuk 5 Fax waarnemen 5 Als Fax waarnemen is ingesteld op Aan: 5 De machine ontvangt een faxoproep automatisch, zelfs als u de oproep beantwoordt. Als op het LCD-scherm Ontvangst wordt weergegeven, of wanneer u tjirpende geluiden via de hoorn hoort, legt u gewoon de hoorn op de haak. Uw machine doet de rest. Als Fax waarnemen is ingesteld op Uit: 5 Wanneer u bij de machine in de buurt bent en een faxoproep beantwoordt door de hoorn op te pakken, drukt u op Mono Start of Colour Start en dan op Ontvangen om de fax te ontvangen. Als u de oproep hebt beantwoord via een tweede of extern toestel, drukt u op l 5. (Zie Werken met externe of tweede toestellen op pagina 46.) Als deze functie is ingesteld op Aan, maar uw machine de faxoproep niet overneemt wanneer u de hoorn van een tweede of extern toestel opneemt, moet u de code voor activeren op afstand intoetsen: l 5. Als u faxen verzendt vanaf een computer op dezelfde telefoonlijn en de machine onderschept de faxen, stelt u Fax waarnemen in op Uit. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Fax waarnemen weer te geven. g Druk op Fax waarnemen. h Druk op Aan (of Uit). i Druk op Stop/Exit. Faxvoorbeeld weergeven (alleen zwart-wit) 5 Binnengekomen faxen vooraf weergeven 5 U kunt binnengekomen faxen op het LCDscherm weergeven door op de toets Fax Preview te drukken. Als de machine gebruiksklaar is, verschijnt een melding op het LCD-scherm wanneer er nieuwe faxen zijn binnengekomen. Faxvoorbeeld instellen 5 a Druk op Fax Preview. b Druk op Ja. Op het LCD-scherm wordt u nogmaals gevraagd een bevestiging te geven omdat faxen alleen worden weergegeven en niet automatisch worden afgedrukt. Druk op Ja. Wanneer Faxvoorbeeld is ingeschakeld, wordt voor de functies Fax doorzenden en PC-FAX ontvangen geen reservekopie van ontvangen faxen afgedrukt, zelfs als u Reservekopie hebt ingeschakeld. Faxvoorbeeld is niet beschikbaar als Fax doorzenden is ingeschakeld. 38
62 Faxberichten ontvangen Faxvoorbeeld gebruiken 5 Wanneer u een fax ontvangt, verschijnt hiervan een melding op het LCD-scherm. (Bijvoorbeeld: Nieuwe fax(en) 02) a Druk op Fax Preview. De lijst van nieuwe faxen wordt weergegeven. Als u een fax ontvangt die uit verschillende papierformaten bestaat (bijvoorbeeld een A4-pagina en een A3-pagina), maakt de machine mogelijk een bestand voor elk papierformaat en slaat deze apart op. Op het LCD-scherm wordt mogelijk weergegeven dat meer dan één fax is binnengekomen. U kunt ook een oude faxlijst bekijken door op het tabblad Oude fax op het LCDscherm te drukken. Druk op het tabblad Nwe fax om terug te keren naar uw nieuwe faxlijst. b Druk op a of b om het faxnummer van de fax die u wilt bekijken, weer te geven. c Druk op de fax die u wilt bekijken. Als het een grote fax betreft, kan het even duren voordat deze op het LCD-scherm wordt weergegeven. Op het LCD-scherm worden het huidige paginanummer en het totaal aantal pagina's van het faxbericht weergegeven. Als het faxbericht uit meer dan 99 pagina's bestaat, wordt het totaal aantal pagina's als XX weergegeven. Toets Als de fax wordt weergegeven, verschijnen de toetsen op het LCDscherm en voert u de onderstaande handelingen uit. of of Omschrijving De fax vergroten. De fax verkleinen. d Druk op Stop/Exit. Verticaal bladeren. Horizontaal bladeren. De fax rechtsom draaien. De fax verwijderen. Druk op Ja om te bevestigen. Naar de vorige pagina gaan. Naar de volgende pagina gaan. Teruggaan naar het faxoverzicht. De fax afdrukken. Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Alle pag afdruk. om het hele bericht af te drukken. Druk op Alleen huidige afdr. om alleen de weergegeven pagina af te drukken. Druk op Afdr. vanaf deze pag. om vanaf de weergegeven pagina af te drukken. De voorbeeld tabel sluiten. 5 39
63 Hoofdstuk 5 Fax afdrukken 5 a Druk op Fax Preview. b Druk op de fax die u wilt bekijken. c Druk op (Afdrukken). Als de fax meerdere pagina's bevat, gaat u naar stap d. Als de fax uit een pagina bestaat, wordt deze afgedrukt. Ga naar stap e. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Alle pag afdruk. om alle pagina's van de fax af te drukken. Druk op Alleen huidige afdr. om de weergegeven pagina af te drukken. Druk op Afdr. vanaf deze pag. om de weergegeven pagina tot en met de laatste pagina af te drukken. e Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Ja om de fax te verwijderen. Druk op Nee om de fax in het geheugen te bewaren. f Druk op Stop/Exit. Faxvoorbeeld uitschakelen 5 a Druk op Fax Preview. b Druk op Meer. c Druk op Faxvoorbeeld uitschakelen. d Druk op Ja om te bevestigen. e Als er faxen in het geheugen zijn opgeslagen, voert u een van de volgende handelingen uit: Druk op Doorgaan als u de opgeslagen faxen niet wilt afdrukken. De machine vraagt u om het verwijderen van opgeslagen faxen te bevestigen. Druk op Ja om te bevestigen. Druk op Alle faxn afdrukken als u alle opgeslagen faxen wilt afdrukken. Druk op Annuleren als u Faxvoorbeeld niet wilt uitschakelen. f Druk op Stop/Exit. Alle faxen in het overzicht afdrukken 5 a Druk op Fax Preview. b Druk op Meer. c Druk op Alles afdr. d Druk op Stop/Exit. Alle faxen uit het overzicht verwijderen5 a Druk op Fax Preview. b Druk op Meer. c Druk op Alles wissen. Druk op Ja om te bevestigen. d Druk op Stop/Exit. 40
64 6 Telefoontoestel en externe apparaten 6 Opties voor normale telefoongesprekken 6 Fax/Telefoonmodus 6 Als de machine in de Fax/Telefoonmodus staat, wordt het dubbele belsignaal (een snel dubbel belsignaal) gebruikt om aan te geven dat het een normaal telefoontje betreft. Als u bij een externe telefoon bent, neemt u de hoorn van de externe telefoon op en drukt u op Tel/R om de oproep te beantwoorden. Als u zich bij een tweede toestel bevindt, moet u de hoorn tijdens het overgaan van de dubbele bel opnemen en tussen twee snelle dubbele belsignalen op # 5 drukken. Als er niemand aan de andere kant van de lijn is, of als iemand u een fax wil zenden, stuurt u de oproep terug naar de machine door op l 5 te drukken. Nummerweergave 6 Met de functie nummerweergave kunt u gebruikmaken van de dienst nummerweergave die door veel lokale telefoonbedrijven wordt aangeboden. Neem contact op met uw telefoonbedrijf voor informatie. Als u deze dienst gebruikt, ziet u het telefoonnummer of indien beschikbaar de naam van de beller als de telefoon overgaat. Na enkele belsignalen wordt op het LCDscherm het telefoonnummer (en eventueel de naam) van de beller weergegeven. Zodra u een telefoontje aanneemt, verdwijnt de informatie over de beller van het LCDscherm, maar de oproepinformatie blijft opgeslagen in het geheugen. U kunt het overzicht bekijken of een van deze nummers selecteren om naar te faxen, toe te voegen als ééntoetsnummer of snelkiesnummer of te verwijderen. (Zie Overzicht nummerweergave op pagina 50.) De eerste 20 tekens van het nummer (en de naam) worden weergegeven. De melding ID onbekend geeft aan dat de oproep afkomstig is van buiten het gebied dat uw nummerweergavedienst beslaat. De melding Privénummer betekent dat de beller ervoor heeft gekozen om zijn/haar informatie niet te laten weergeven. U kunt een lijst afdrukken met informatie over de oproepen die uw machine heeft ontvangen. (Zie Een rapport afdrukken in hoofdstuk 6 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) De dienst nummerweergave is afhankelijk van de dienstverlener. Neem contact op met uw lokale telefoonbedrijf voor meer informatie over welke diensten er in uw gebied beschikbaar zijn. 6 4
65 Hoofdstuk 6 Nummerweergave inschakelen 6 Als u beschikt over nummerweergave op uw lijn, dient u deze functie in te stellen op Aan zodat het telefoonnummer van de beller op het LCD-scherm wordt weergegeven als de telefoon overgaat. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Diversen weer te geven. e Druk op Diversen. f Druk op Beller ID. g Druk op Aan (of Uit). h Druk op Stop/Exit. Telefoondiensten 6 De machine ondersteunt de nummerweergaveservice die door sommige telefoonbedrijven wordt aangeboden. Functies als Voic , Wisselgesprek Wisselgesprek/Nummerweergave, een antwoordapparaat, alarmsysteem of een andere speciale functie op dezelfde lijn kunnen problemen veroorzaken bij de werking van de machine. Het type telefoonlijn instellen 6 Als u de machine aansluit op een lijn met PBX of ISDN voor het verzenden en ontvangen van faxen, moet u ook het type telefoonlijn wijzigen aan de hand van de volgende stappen. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Stand.instel. weer te geven. c Druk op Stand.instel. d Druk op a of b om Tel lijn inst weer te geven. e Druk op Tel lijn inst. f Druk op PBX, ISDN (of Normaal). g Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u PBX kiest, gaat u verder naar stap h. Als u ISDN of Normaal kiest, gaat u naar stap k. 42
66 Telefoontoestel en externe apparaten h Druk op Aan of Altijd. Als u Aan hebt geselecteerd, kiest de machine alleen een kengetal voor het faxnummer wanneer u op Tel/R drukt. Als u Altijd hebt geselecteerd, kiest de machine altijd automatisch een kengetal voor het faxnummer. i Druk op Buitenlijn. j Voer het kengetal in met de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. k Druk op Stop/Exit. Als uw telefoonsysteem het gebruik van pauzes vereist voor TBR (Timed Break Recall), drukt u op Tel/R om de pauze in te voeren. U kunt de nummers 0 t/m 9, #, l en! gebruiken. U kunt! niet gebruiken in combinatie met andere nummers of tekens. U kunt het indrukken van de toets R programmeren als onderdeel van een nummer opgeslagen onder een éénkiesnummer of snelkiesnummer. Hiervoor drukt u tijdens het programmeren van het éénkiesnummer of snelkiesnummer eerst op R (op het LCDscherm verschijnt! ) en vervolgens voert u het telefoonnummer in. Als u dit doet, hoeft u niet telkens op Tel/R te drukken voordat u een nummer kiest met een ééntoets- of snelkieslocatie. (Zie Nummers opslaan op pagina 5.) Als PBX echter niet is geselecteerd in de instelling van het type telefoonlijn, kunt u niet gebruikmaken van het éénkiesnummer of snelkiesnummer waarin het indrukken van R is geprogrammeerd. 6 PBX en doorverbinden 6 De machine is in eerste instantie ingesteld op Normaal om te worden aangesloten op een standaard openbaar telefoonnetwerk (PSTN). In veel kantoren wordt echter een centraal telefoonsysteem, Private Branch Exchange (PBX), gebruikt. Uw machine kan op de meeste PBX-telefoonsystemen worden aangesloten. De oproepfunctie van de machine ondersteunt alleen TBR (Timed Break Recall). TBR werkt met de meeste PBX-systemen, zodat u toegang krijgt tot een buitenlijn of gesprekken naar een andere lijn kunt doorverbinden. De functie werkt als de toets R op het LCD-scherm of de toets Tel/R op het bedieningspaneel is ingedrukt. 43
67 Hoofdstuk 6 Extern antwoordapparaat aansluiten 6 U kunt een extern antwoordapparaat aansluiten. Als u echter een extern antwoordapparaat aansluit op dezelfde telefoonlijn als de machine, worden alle gesprekken beantwoord door het antwoordapparaat terwijl de machine luistert of er faxtonen zijn. Als de machine faxtonen waarneemt, neemt de machine de oproep over en wordt de fax ontvangen. Als de machine geen faxtonen waarneemt, laat de machine het antwoordapparaat het uitgaande bericht afspelen zodat de beller een bericht kan inspreken. Het antwoordapparaat moet binnen vier belsignalen antwoorden (de aanbevolen instelling is twee belsignalen). De machine kan de faxtonen pas waarnemen als het antwoordapparaat de oproep heeft beantwoord, en bij vier belsignalen blijven er slechts 8 tot 0 seconden van faxtonen over voor de aansluitbevestiging. Volg de instructies in deze handleiding zorgvuldig op wanneer u uw uitgaande bericht opneemt. Wij raden af om op uw externe antwoordapparaat de functie bespaarstand te gebruiken als het meer dan vijf keer overgaat. Als u niet al uw faxen ontvangt, dient u de instelling voor belvertraging op uw externe antwoordapparaat te verkorten. Ant Als het antwoordapparaat een oproep beantwoordt, wordt op het LCD-scherm Telefoon weergegeven. BELANGRIJK Sluit een antwoordapparaat NIET op een andere plaats op dezelfde telefoonlijn aan. Aansluitingsinstellingen 6 Het externe antwoordapparaat moet zijn aangesloten zoals in de vorige afbeelding is aangegeven. a Stel uw externe antwoordapparaat in op één of twee belsignalen. (De instelling voor belvertraging van de machine is niet van toepassing.) b Neem het uitgaande bericht op uw externe antwoordapparaat op. c Stel het antwoordapparaat in om oproepen aan te nemen. d Stel de ontvangstmodus in op Ext. TEL/ANT. (Zie De ontvangstmodus kiezen op pagina 35.) Een uitgaand bericht opnemen op een extern antwoordapparaat 6 Bij het opnemen van dit bericht is een goede timing van belang. a Neem vijf seconden stilte op aan het begin van uw bericht. (Dit geeft de machine de gelegenheid om bij automatische faxtransmissies de faxtonen te horen voordat deze stoppen.) b Neem een bericht van maximaal 20 seconden op. Wij raden u aan om aan het begin van uw uitgaande bericht eerst een stilte van 5 seconden op te nemen, omdat de machine geen faxtonen kan horen door een resonerende of luide stem heen. U kunt proberen om deze pauze weg te laten, maar als uw machine problemen heeft met de ontvangst, moet u het uitgaande bericht opnieuw opnemen en deze stilte inlassen. 44
68 Telefoontoestel en externe apparaten Aansluiting op meerdere lijnen (PBX) 6 Wij raden u aan om contact op te nemen met het bedrijf dat uw PBX heeft geïnstalleerd om uw machine aan te sluiten. Als u beschikt over een systeem met meerdere lijnen, raden wij u aan om de installateur te vragen om de machine op de laatste lijn van het systeem aan te sluiten. Zo wordt voorkomen dat de machine wordt geactiveerd als het systeem telefoonoproepen ontvangt. Als alle inkomende telefoontjes door een telefonist(e) worden beantwoord, adviseren wij u om de ontvangstmodus in te stellen op Handmatig. Wij kunnen niet garanderen dat uw machine onder alle omstandigheden naar behoren werkt als deze is aangesloten op een PBX. Neem bij problemen met het verzenden of ontvangen van faxen eerst contact op met het bedrijf dat uw centrale verzorgt. Controleer of het type telefoonlijn is ingesteld op PBX. (Zie Het type telefoonlijn instellen op pagina 42.) Externe en tweede toestellen 6 Een extern of tweede toestel aansluiten 6 U kunt een apart toestel op uw machine aansluiten, zoals in onderstaande afbeelding. Tweede telefoontoestel 2 Extern toestel Als u een toestel op dezelfde telefoonlijn gebruikt, wordt op het LCD-scherm Telefoon weergegeven. Sluit het externe toestel aan met een kabel van maximaal drie meter
69 Hoofdstuk 6 Werken met externe of tweede toestellen 6 Als u een faxoproep aanneemt van een tweede toestel of een extern toestel, kunt u de oproep doorverbinden naar de machine door de faxontvangstcode in te toetsen. Als u de code voor activeren op afstand, l 5, intoetst, begint de machine met het ontvangen van de fax. Als de machine een normaal telefoontje aanneemt en het snelle dubbele belsignaal geeft, toetst u de code voor deactiveren op afstand, # 5, in om het telefoontje op een tweede toestel aan te nemen. (Zie F/T-beltijd (alleen in de Fax/Telefoonmodus) op pagina 37.) Als u een telefoontje aanneemt en er is niemand aan de lijn: 6 Waarschijnlijk gaat het om het ontvangen van een handmatige fax. Toets l 5 in en wacht tot u het tjirpende geluid hoort of tot op het LCD-scherm Ontvangst wordt weergegeven en hang dan op. U kunt ook de functie Fax waarnemen gebruiken om uw machine het telefoontje automatisch te laten aannemen. (Zie Fax waarnemen op pagina 38.) Een draadloze externe telefoon gebruiken 6 Als de basiseenheid van de draadloze telefoon op dezelfde telefoonlijn als de machine is aangesloten (zie Externe en tweede toestellen op pagina 45), is het handiger om oproepen tijdens de belvertraging op te nemen als u de draadloze telefoon bij u hebt. Als u de machine de oproep eerst laat aannemen, moet u naar de machine gaan en op Tel/R drukken om het telefoontje op de draadloze telefoon aan te nemen. Codes voor afstandsbediening gebruiken 6 Code voor activeren op afstand 6 Als u een faxoproep aanneemt op een tweede of extern toestel, kunt u de oproep doorverbinden naar de machine door het intoetsen van de code voor activeren op afstand l 5. Wacht tot u de tjirpende geluiden hoort en leg vervolgens de hoorn op de haak. (Zie Fax waarnemen op pagina 38.) Als u een faxoproep aanneemt via de externe telefoon, kunt u de machine de fax laten ontvangen door op Mono Start te drukken en Ontvangen te kiezen. Code voor deactiveren op afstand 6 Als u een normaal telefoontje ontvangt en de machine staat in de modus Fax/Telefoon, wordt het snelle dubbele belsignaal gebruikt na de aanvankelijke belvertraging. Als u de oproep aanneemt op een tweede toestel, kunt u het dubbele belsignaal uitschakelen door op # 5 te drukken (druk tussen de belsignalen door). Als de machine een normaal telefoontje aanneemt en het snelle dubbele belsignaal geeft, kunt u de oproep aannemen op de externe telefoon door op Tel/R te drukken. 46
70 Telefoontoestel en externe apparaten De codes voor afstandsbediening wijzigen 6 Voor activeren op afstand, moeten de codes hiervoor geactiveerd worden. De vooraf ingestelde code voor activering op afstand is l 5. De voorgeprogrammeerde code voor deactiveren op afstand is # 5. U kunt deze desgewenst vervangen door uw eigen codes. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Afstandscode weer te geven. g Druk op Afstandscode. h Druk op Aan (of Uit). i Ga op een van de volgende manieren te werk. Als u de code voor activeren op afstand wilt wijzigen, voert u de nieuwe code in. Druk op OK, ga naar stap j. Als u de code voor activeren op afstand niet wilt wijzigen, drukt u op OK, ga naar stap j. j Ga op een van de volgende manieren te werk. Als u de code voor deactiveren op afstand wilt wijzigen, voert u de nieuwe code in. Druk op OK, ga naar stap k. Als u de code voor deactiveren op afstand niet wilt wijzigen, drukt u op OK, ga naar stap k. k Druk op Stop/Exit. Als de verbinding iedere keer wordt verbroken wanneer u probeert om vanaf een ander toestel toegang te krijgen tot uw externe antwoordapparaat, is het raadzaam om de code voor activeren op afstand en de code voor deactiveren op afstand te wijzigen in een andere code van drie cijfers met de cijfers 0-9, l, #. Het is mogelijk dat de codes voor afstandsbediening met bepaalde telefoonsystemen niet werken. 6 47
71 7 Nummers kiezen en opslaan 7 Nummers kiezen 7 Handmatig kiezen 7 Toets alle cijfers van het fax- of telefoonnummer in. Snelkiezen 7 a Druk op (Telefoonboek). U kunt ook Telefoonboek kiezen door op (FAX) te drukken. b Druk op het nummer van twee cijfers dat u wilt bellen. U kunt de nummers ook op alfabetische volgorde laten weergeven door op het LCD-scherm op te drukken. Als op het LCD-scherm Niet opgeslagen wordt weergegeven als u een snelkiesnummer invoert of zoekt dat niet op deze locatie is opgeslagen. Eéntoetsnummers 7 De machine heeft acht toetsen voor ééntoetsnummers waaronder u zestien faxof telefoonnummers kunt opslaan om ze automatisch te kunnen kiezen. c Om een fax te verzenden, drukt u op Fax versturen en gaat u naar stap d. De machine kiest het telefoonnummer. d Druk op Mono Start of Colour Start. De machine scant en verzendt de fax. Druk op het ééntoetsnummer waaronder het nummer is opgeslagen dat u wilt bellen. (Zie Eéntoetsnummers opslaan op pagina 5.) Om nummers 9 tot 6 te kiezen, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de toets van het ééntoetsnummer drukt. 48
72 Nummers kiezen en opslaan Faxnummer opnieuw kiezen 7 Als u handmatig een fax verzendt en de lijn bezet is, drukt u op Redial/Pause en dan op Mono Start of Colour Start om het opnieuw te proberen. Als u nogmaals een nummer wilt bellen dat u recentelijk hebt gekozen, kunt u op Redial/Pause drukken en een van de laatste 30 nummers kiezen uit de lijst met uitgaande gesprekken. Redial/Pause werkt alleen als u het nummer via het bedieningspaneel hebt gekozen. Als u een fax automatisch wilt verzenden en de lijn bezet is, wordt het nummer automatisch maximaal drie keer met tussenpozen van vijf minuten opnieuw gekozen. a Druk op Redial/Pause. b Druk op het nummer dat u opnieuw wilt kiezen. c Druk op Fax versturen. d Druk op Mono Start of Colour Start. Bij direct verzenden werkt de functie automatisch opnieuw kiezen niet wanneer u de glasplaat gebruikt. Meer manieren om nummers te kiezen 7 Overzicht van uitgaande gesprekken 7 De laatste 30 nummers waarnaar u een fax verstuurt, worden opgeslagen in het overzicht van uitgaande gesprekken. U kunt een van deze nummers selecteren om er een fax naar te sturen, toe te voegen als ééntoets- of snelkiesnummer of te verwijderen. a Druk op Redial/Pause. U kunt ook op (Oproepoverz.) drukken. b Druk op het tabblad Uitg. gesprek. c Druk op het gewenste nummer. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Om een fax te verzenden, drukt u op Fax versturen. Als u het nummer wilt opslaan, drukt u op Meer en vervolgens op Toevoegen snelkiesnr of Toevoegen Directkies. (Zie Eéntoetsnummers opslaan op basis van uitgaande oproepen of Snelkiesnummers van uitgaande gesprekken opslaan in hoofdstuk 5 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Als u het nummer uit het overzicht van uitgaande gesprekken wilt verwijderen, drukt u op Meer en drukt u vervolgens op Verwijder. Druk op Ja om te bevestigen. e Druk op Stop/Exit. 7 49
73 Hoofdstuk 7 Overzicht nummerweergave 7 Voor deze functie is de nummerweergaveservice vereist die door veel telefoonbedrijven wordt aangeboden. (Zie Nummerweergave op pagina 4.) De nummers, of eventuele namen, van de laatste 30 fax- en telefoonoproepen die u hebt ontvangen, worden opgeslagen in het nummerweergaveoverzicht. U kunt het overzicht bekijken of een van deze nummers selecteren om naar te faxen, toe te voegen als ééntoetsnummer of snelkiesnummer of te verwijderen. Wanneer de machine de eenendertigste oproep ontvangt, wordt de eerste oproep door dit nummer vervangen. f Druk op Stop/Exit. U kunt de nummerweergavelijst afdrukken. (Zie Een rapport afdrukken in hoofdstuk 6 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Als u op nummerweergave geabonneerd bent, kunt u de datums van oproepen nog steeds in het overzicht bekijken en items uit de lijst verwijderen. a Druk op 50 (Oproepoverz.). b Druk op Overz. Beller. c Druk op a of b om het nummer of de naam die u wilt kiezen weer te geven. d Druk op het nummer of de naam die u wilt kiezen. e Ga op een van de volgende manieren te werk: Om een fax te verzenden, drukt u op Fax versturen. Als u het nummer wilt opslaan, drukt u op Meer en vervolgens op Toevoegen snelkiesnr of Toevoegen Directkies. (Zie Eéntoetsnummers opslaan vanuit het nummerweergavegeheugen en Snelkiesnummers uit nummerweergavegeheugen opslaan in hoofdstuk 5 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Als u het nummer uit het overzicht nummerweergave wilt verwijderen, drukt u op Meer en drukt u vervolgens op Verwijder. Druk op Ja om te bevestigen.
74 Nummers kiezen en opslaan Nummers opslaan 7 U kunt uw machine instellen om op de volgende manieren snel te kiezen: met ééntoetsnummers, snelkiesnummers en groepen voor het groepsverzenden van faxberichten. Als u een snelkiesnummer kiest, wordt het nummer op het LCD-scherm weergegeven. Snelkiesnummers die in het geheugen zijn opgeslagen, gaan niet verloren als de stroom uitvalt. Een pauze opslaan 7 Als u éénkiesnummers of snelkiesnummers in het telefoonboek opslaat, kunt u een of meerdere pauzes van 3,5 seconden invoegen door op de toets Pauze op het LCDscherm te drukken. Eéntoetsnummers opslaan 7 De machine heeft acht toetsen voor ééntoetsnummers waaronder u zestien faxof telefoonnummers kunt opslaan om ze automatisch te kunnen kiezen. Om nummers 9 tot 6 te kiezen, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de toets van het ééntoetsnummer drukt. a Druk op de toets voor het ééntoetsnummer waaronder u een nummer wilt opslaan. Druk op Ja. U kunt ééntoetsnummers ook opslaan door op (Telefoonboek) te drukken. Druk op Meer. Druk op Directkiezen instellen. Druk op een nummer via de toetsen op het LCD-scherm. b Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer de naam (maximaal 6 tekens) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren op pagina 28 voor informatie over het invoeren van letters.) Om het nummer op te slaan zonder naam, drukt u op OK. c Voer het fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. Als u de functie Internetfax hebt gedownload: Als u een adres wilt opslaan voor de functies Internetfax of Scannen naar , drukt u op, voert u het adres in en drukt u vervolgens op OK. (Zie Tekst invoeren op pagina 28.) d Als op het LCD-scherm uw instellingen worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. e Druk op Stop/Exit. 7 5
75 Hoofdstuk 7 Snelkiesnummers opslaan 7 U kunt namen en nummers opslaan als snelkieslocaties van twee cijfers. U kunt maximaal 00 snelkieslocaties opslaan. Als u een nummer kiest, hoeft u slechts een paar toetsen in te drukken (bijvoorbeeld: druk op (Telefoonboek), het nummer dat u wilt kiezen en Fax versturen). a Druk op (Telefoonboek). b Druk op Meer. c Druk op Snelkiezen instellen. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer de naam (maximaal 6 tekens) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren op pagina 28 voor informatie over het invoeren van letters.) Om het nummer op te slaan zonder naam, drukt u op OK. e Voer het eerste fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. g Om te kiezen waar het nummer wordt opgeslagen, voert u een van de volgende handelingen uit: Om de weergegeven eerstvolgende beschikbare snelkieslocatie te accepteren, drukt u op OK. Om een andere snelkieslocatie in te voeren, voert u een nummer van twee cijfers in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. Als de snelkieslocatie van twee cijfers al in gebruik is, werkt de toets OK op het LCDscherm niet. Kies een andere locatie. h Als op het LCD-scherm uw instellingen worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. i Ga op een van de volgende manieren te werk: Om nog een snelkiesnummer op te slaan, herhaalt u stappen b t/m h. Om het opslaan van nummers te voltooien, drukt u op Stop/Exit. 52 Als u een adres wilt opslaan voor de functies Internetfax of Scannen naar , drukt u op, voert u het adres in en drukt u vervolgens op OK. (Zie Tekst invoeren op pagina 28.) f Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer het tweede fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. Druk op OK als u geen tweede nummer wilt opslaan.
76 Nummers kiezen en opslaan De namen of nummers van ééntoets- of snelkiesnummers wijzigen 7 U kunt de naam of het nummer wijzigen van een ééntoets- of snelkiesnummer dat al is opgeslagen. a Druk op (Telefoonboek). b Druk op Meer. c Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Wijzigen om namen of nummers te bewerken. Druk op Verwijder om alle informatie van een snelkies- of ééntoetslocatie te verwijderen. Druk op het nummer dat u wilt verwijderen. Druk op OK. Druk op Ja om te bevestigen. Ga naar stap h. d Druk op a of b om het nummer weer te geven dat u wilt wijzigen. e Druk op het nummer dat u wilt wijzigen. Eéntoetslocaties beginnen met l. Snelkieslocaties beginnen met #. f Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u de naam wilt wijzigen, drukt u op Naam:. Voer de nieuwe naam (maximaal 6 tekens) in via de toetsen op het LCD-scherm. (Zie Tekst invoeren op pagina 28.) Druk op OK. Als u het eerste fax-/telefoonnummer wilt wijzigen, drukt u op Fax/tel: (éénkiesnummer) of Fax/Tel: (snelkiesnummer). Voer het nieuwe fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. Als u het tweede fax- /telefoonnummer wilt wijzigen, drukt u op Fax/Tel2: (snelkiesnummer). Voer het nieuwe fax- of telefoonnummer (maximaal 20 cijfers) in via de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. Een opgeslagen naam of nummer wijzigen: Als u een karakter wilt wijzigen, drukt u op d of c. Hiermee plaatst u de cursor onder het karakter dat u wilt wijzigen. Druk vervolgens op. Voer het karakter opnieuw in. g Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op OK om te voltooien. Om nog een éénkies- of snelkieslocatie te wijzigen, herhaalt u stappen b t/m f. Om meer informatie te wijzigen, gaat u naar f. Uw instellingen worden weergegeven op het LCD-scherm. h Druk op Stop/Exit. 7 53
77 8 Kopiëren 8 Kopiëren 8 In de volgende stappen worden de standaardkopieerhandelingen beschreven. Raadpleeg de Uitgebreide gebruikershandleiding voor meer informatie over elke handeling. a Schakel de kopieermodus in door op (COPY) te drukken zodat deze toets blauw oplicht. b Plaats op een van de volgende manieren uw document: Plaats het document met de bedrukte zijde omhoog in de ADF. (Zie De ADF gebruiken op pagina 28.) Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. (Zie De glasplaat gebruiken op pagina 29.) c Als u meerdere kopieën wilt maken, toetst u het aantal in (maximaal 99). d Druk op Mono Start of Colour Start. Op het LCD-scherm wordt het volgende weergegeven: Kopiëren stoppen 8 Druk op Stop/Exit om het kopiëren te stoppen. Aantal kopieën Druk direct op het venster voor het aantal kopieën en voer het gewenste aantal in. U kunt ook het aantal kopieën invoeren door op of op het scherm te drukken (zoals hierboven afgebeeld). De standaardinstelling is faxmodus. U kunt de tijd dat de kopieermodus actief blijft na de laatste kopieerhandeling wijzigen. (ZieTijdklokstand in hoofdstuk van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) 54
78 Kopiëren Kopieerinstellingen 8 U kunt de volgende kopieerinstellingen wijzigen. Druk op COPY en vervolgens op d of c om door de kopieerinstellingen te bladeren. Als de gewenste instelling wordt weergegeven, drukt u erop en kiest u uw optie. (Beknopte gebruikershandleiding) Zie pagina 55 voor meer informatie over het wijzigen van de volgende kopieerinstellingen. Papiersoort Papier-formaat Ladeselectie (Uitgebreide gebruikershandleiding) Zie hoofdstuk 7 voor meer informatie over het wijzigen van de volgende kopieerinstellingen: Kwaliteit Vergroten/Verkleinen Pagina lay-out 2-op- (id) Stapel/Sorteer Dichtheid Inktspaarmodus Dun papier kopiëren Scheef corrigeren Boek kopiëren Watermerk kop. Dubbelz. kopiëren Favoriete instellingen Gebruik de ADF als u kopieën wilt sorteren. Papieropties 8 Papiersoort 8 Als u op speciaal papier kopieert, stelt u de machine in op de papiersoort die u gebruikt om de beste afdrukkwaliteit te verkrijgen. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Papiersoort weer te geven. e Druk op Papiersoort. f Druk op Normaal pap., Inkjetpapier, Brother BP7, Brother BP6, Glossy anders of Transparanten. g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. Papierformaat 8 Als u op een ander formaat dan A4 kopieert, moet u de instelling voor het papierformaat wijzigen. U kunt alleen kopiëren op A4-, A5-, A3-, Letter-, Legal-, Ledger- of Fotopapier van 0 5 cm. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Papier-formaat weer te geven. e Druk op Papier-formaat. f Druk op A4, A5, A3, 0x5cm, Letter, Legal of Ledger. g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. 8 55
79 Hoofdstuk 8 Lade selecteren 8 U kunt tijdelijk een andere lade selecteren voor de volgende kopie. Zie Ladegebruik in de kopieermodus op pagina 22 voor het wijzigen van de standaardlade. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Ladeselectie weer te geven. e Druk op Ladeselectie. f Druk op Lade, Lade 2 of Auto select. g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. 56
80 9 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation 9 PhotoCapture Center -functies 9 Ook wanneer uw machine niet is aangesloten op uw computer, kunt u foto's direct vanaf digitale cameramedia of een USBflashstation afdrukken. (Zie Foto's afdrukken op pagina 60.) U kunt documenten scannen en deze rechtstreeks op een geheugenkaart of USBflashstation opslaan. (Zie Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen op pagina 6.) Als uw machine is aangesloten op een computer, hebt u via uw computer toegang tot een geheugenkaart of USB-flashstation dat in de voorzijde van de machine is gestoken. (Zie PhotoCapture Center voor Windows of Remote Setup & PhotoCapture Center voor Macintosh in de Softwarehandleiding.) 9 Een geheugenkaart of een USB-flashstation gebruiken 9 Uw Brother-machine heeft mediastations (sleuven) voor de volgende populaire digitale cameramedia: Memory Stick, Memory Stick PRO, Memory Stick Duo, Memory Stick PRO Duo, SD, SDHC, multimediakaart, multimediakaart plus en USB-flashstations. De functie PhotoCapture Center stelt u in staat om digitale foto's van uw digitale camera met een hoge resolutie af te drukken, met een afdrukkwaliteit gelijkwaardig aan de kwaliteit van foto's. 57
81 Hoofdstuk 9 Aan de slag 9 Steek de geheugenkaart of het USB-flashstation stevig in de juiste sleuf. USB-flashstation 2 BELANGRIJK De USB Direct-interface biedt alleen ondersteuning voor een USB-flashstation, een camera die compatibel is met PictBridge of een digitale camera die gebruikmaakt van de standaard voor USB-massaopslag. Andere USBapparaten worden niet ondersteund. 2 Sleuf geheugenkaart Sleuf Bovenste sleuf Compatibele geheugenkaarten Memory Stick Memory Stick PRO Memory Stick Duo Memory Stick PRO Duo Onderste sleuf Memory Stick Micro (adapter vereist) SD SDHC Multimediakaart Multimediakaart plus mini SD (adapter vereist) micro SD (adapter vereist) micro-sdhc (adapter vereist) Multimediakaart mobiel (adapter vereist) 58
82 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation BELANGRIJK Steek een Memory Stick Duo NIET in de onderste sleuf, hierdoor kan de machine worden beschadigd. Indicaties van de PHOTO CAPTURE-toets: PHOTO CAPTURE-lampje brandt, de geheugenkaart of het USB-flashstation is correct geplaatst. PHOTO CAPTURE-lampje brandt niet, de geheugenkaart of het USB-flashstation is niet correct geplaatst. PHOTO CAPTURE-lampje knippert, de geheugenkaart of het USB-flashstation wordt gelezen of beschreven. 9 BELANGRIJK Verwijder de stekker NIET uit het stopcontact en verwijder de geheugenkaart of het USBflashstation niet uit het mediastation (sleuf) of uit de USB Direct-interface terwijl de machine de geheugenkaart of het USB-flashstation leest of beschrijft (de toets PHOTO CAPTURE knippert). Als u dit wel doet, gaan de gegevens op de kaart verloren of wordt de kaart beschadigd. De machine kan slechts één apparaat tegelijk lezen. 59
83 Hoofdstuk 9 Foto's afdrukken 9 Foto's weergeven 9 U kunt foto's op het LCD-scherm bekijken voordat u deze afdrukt. Als uw foto's grote bestanden zijn, kan het langer duren voordat elke foto op het LCD-scherm wordt weergegeven. a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. Druk op (PHOTO CAPTURE). b Druk op Foto s kijken. Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u foto's wilt kiezen die u wilt afdrukken of meer dan een afbeelding weer afdrukken, gaat u naar stap c. Als u alle foto's wilt afdrukken, drukt u op. Druk op Ja om te bevestigen. Ga naar stap f. f Als u alle foto's hebt gekozen, drukt u op OK. Nu hebt u de volgende keuzes: Om het Autocorrectie-effect aan uw foto's toe te voegen, drukt u op. (Zie Foto's verbeteren in hoofdstuk 8 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u op Printinstelling. (Zie pagina 6.) Als u geen instellingen wilt wijzigen, gaat u naar stap g. g Druk op Colour Start om af te drukken. Per keer worden vier miniaturen weergegeven inclusief het huidige paginanummer en het totaal aantal pagina's dat hoort bij de miniaturen. Druk herhaaldelijk op d of c om elke pagina met foto's te selecteren of houdt deze toets ingedrukt om door alle pagina's met foto's te bladeren. Druk op om de diavoorstelling te starten. c Druk op een foto van het overzicht met miniaturen. d Voer het gewenste aantal kopieën in door op het betreffende venster te drukken en het aantal in te voeren of druk op + of -. Druk op OK. e Herhaal stap c en d tot u alle foto's hebt gekozen die u wilt afdrukken. 60
84 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation PhotoCapture Center afdrukinstellingen 9 U kunt de afdrukinstellingen tijdelijk wijzigen. De machine keert terug naar de standaardinstellingen na 3 minuten of wanneer de Tijdklokstand weer overgaat op faxmodus. (ZieTijdklokstand in hoofdstuk van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) U kunt de afdrukinstellingen die u vaak gebruikt opslaan door ze als standaard te definiëren. (Zie Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen in hoofdstuk 8 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen 9 U kunt zwart-wit- en kleurendocumenten naar een geheugenkaart of USB-flashstation scannen. Zwart-witdocumenten worden opgeslagen in het bestandsformaat PDF (*.PDF) of TIFF (*.TIF). Documenten in kleur kunnen in het bestandsformaat PDF (*.PDF) of JPEG (*.JPG) worden opgeslagen. De fabrieksinstelling is 200 dpi kleur en het standaardbestandsformaat is PDF. Bestandsnamen worden automatisch door de machine gemaakt op basis van de huidige datum. (Raadpleeg de Installatiehandleiding voor meer informatie.) Zo krijgt bijvoorbeeld het vijfde beeld dat u op juli 20 scant, de naam PDF. U kunt de kleur en de kwaliteit wijzigen. Kwaliteit Bestandsformaat dat u kunt selecteren 00 dpi kleur JPEG / PDF 200 dpi kleur JPEG / PDF 300 dpi kleur JPEG / PDF 600 dpi kleur JPEG / PDF 00 dpi Z/W TIFF / PDF 200 dpi Z/W TIFF / PDF 300 dpi Z/W TIFF / PDF 9 a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. BELANGRIJK Verwijder de geheugenkaart of het USBflashstation NIET als de toets PHOTO CAPTURE knippert, om te voorkomen dat de kaart, het USBflashstation of de daarop opgeslagen gegevens worden beschadigd. 6
85 Hoofdstuk 9 b Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u een 2-zijdig document wilt scannen, plaatst u uw document in de ADF. Druk op Duplex en druk dan op Scannen. Ga naar stap c. Als u een enkelzijdig document wilt scannen, plaatst u uw document en drukt u op (SCAN). Ga naar stap d. c Ga op een van de volgende manieren te werk: Als uw document op de lange zijde wordt omgedraaid, drukt u op DuplexScan :lange zijde. Lange zijde Staand Als uw document op de korte zijde wordt omgedraaid, drukt u op DuplexScan :korte zijde. Korte zijde Staand Liggend Liggend e Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de kwaliteit aan te passen, drukt u op d of c om Kwaliteit weer te geven. Druk op Kwaliteit en kies 00 dpi kleur, 200 dpi kleur, 300 dpi kleur, 600 dpi kleur, 00 dpi Z/W, 200 dpi Z/W of 300 dpi Z/W. Om het type bestand te wijzigen, drukt u op d of c om Bestandstype weer te geven. Druk op Bestandstype en kies PDF, JPEG of TIFF. Als u via de glasplaat van de machine scant, kunt u het formaat van de scan wijzigen. Druk op d of c om Scanformaat glas weer te geven en kies A4, A3, Letter, Legal of Ledger. Als u de naam van het bestand wilt wijzigen, drukt u op d of c om Bestandsnaam weer te geven. Druk op Bestandsnaam en voer de naam van het bestand in. U kunt alleen de eerste 6 tekens wijzigen. Druk op OK. Om het scannen te starten zonder andere instellingen te wijzigen, gaat u naar stap f. Als u kleur in de instellingen voor de resolutie hebt gekozen, kunt u TIFF niet kiezen. Als u zwart-wit in de instellingen voor de resolutie hebt gekozen, kunt u JPEG niet kiezen. f Druk op Mono Start of Colour Start. d Druk op naar media. Via de ADF kunt u een 2-zijdig document van maximaal het formaat Legal scannen. U kunt meerdere documenten op de glasplaat plaatsen en als afzonderlijke bestanden scannen. (Zie Automatisch bijsnijden in hoofdstuk 8 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) 62
86 0 Afdrukken vanaf een computer 0 Een document afdrukken 0 De machine kan data ontvangen van uw computer en deze afdrukken. Om af te kunnen drukken vanaf een computer, moet de printerdriver worden geïnstalleerd. (Zie Afdrukken voor Windows of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding voor meer informatie over de afdrukinstellingen.) a Installeer de Brother-printerdriver vanaf de installatie-cd-rom. (Raadpleeg de Installatiehandleiding.) b In uw toepassing kiest u de opdracht Afdrukken. c Kies de naam van uw machine in het dialoogvenster Afdrukken en klik op Eigenschappen. d Kies de gewenste instellingen in het dialoogvenster Eigenschappen. 0 Mediatype Afdrukkwaliteit Papierformaat Afdrukstand Kleur / Grijstinten Inktbespaarstand Scaling e Klik op OK. f Klik op OK om het afdrukken te starten. 63
87 Scannen vanaf een computer Een document scannen Er zijn verscheidene manieren waarop u documenten kunt scannen. U kunt de toets SCAN op de machine of de scannerdrivers op uw computer gebruiken. a Om de machine als een scanner te kunnen gebruiken, moet de scannerdriver worden geïnstalleerd. Als de machine is aangesloten op een netwerk, configureert u deze met een TCP-/IP-adres. Installeer de scannerdrivers vanaf de installatie cd-rom. (Zie Installatiehandleiding en Scannen in de Softwarehandleiding.) Configureer de machine met een TCP-/IP-adres als netwerkscanner niet werkt. (Zie Netwerkscannen configureren in de Softwarehandleiding.) b Laad uw document. (Zie Documenten laden op pagina 28.) Gebruik de ADF om meerdere pagina's van documenten of 2-zijdige documenten te scannen. Elk vel wordt automatisch ingevoerd. Gebruik de glasplaat om bladzijden uit een boek of om afzonderlijke vellen te scannen. c Ga op een van de volgende manieren te werk: Om te scannen met de toets SCAN, gaat u naar Scannen met de scantoets. Om te scannen met een scannerdriver op uw computer, gaat u naar Scannen met een scannerdriver. Scannen met de scantoets Raadpleeg De scantoets gebruiken in de Softwarehandleiding voor meer informatie. a Druk op (SCAN). b Kies de gewenste scanmodus. naar bestand naar media naar netwerk naar FTP naar naar OCR naar afb. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brothersupport openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. c (Voor netwerkgebruikers) Kies de computer waarnaar u de data wilt verzenden. d Druk op Start om het scannen te starten. Scannen met een scannerdriver Raadpleeg Een document scannen met de TWAIN-driver of Een document scannen met de WIA-driver in de Softwarehandleiding voor meer informatie. a Start een scantoepassing en klik op de toets Scannen. b U kunt de instellingen voor Resolutie, Helderheid en Type scan wijzigen in het dialoogvenster Kleur instellen. c Klik op Starten of Scannen om het scannen te starten. 64
88 A Routineonderhoud A De inktcartridges vervangen Uw machine is voorzien van een inktstippenteller. De inktstippenteller controleert automatisch het inktniveau in elk van de vier cartridges. Als de machine ontdekt dat een inktcartridge bijna leeg is, zal de machine u waarschuwen door middel van een melding op het LCD-scherm. Het LCD-scherm informeert u welke inktcartridge bijna leeg is of vervangen moet worden. Volg de aanwijzingen op het LCDscherm om de inktcartridges in de juiste volgorde te vervangen. Zelfs als u door de machine wordt geïnstrueerd een inktcartridge te vervangen, bevat de inktcartridge nog een kleine hoeveelheid inkt. Het is noodzakelijk dat er inkt in de inktcartridge aanwezig blijft om te voorkomen dat de lucht de printkopset uitdroogt en beschadigt. BELANGRIJK De multifunctionele machines van Brother zijn ontworpen om te werken met inkt van een bepaalde specificatie, en bij gebruik van originele inktcartridges van Brother zijn optimale prestaties en betrouwbaarheid gewaarborgd. Brother kan deze optimale prestaties en betrouwbaarheid niet garanderen indien inkt of inktcartridges van andere specificaties gebruikt worden. Het gebruik van andere dan originele cartridges van Brother of van oude cartridges die gevuld zijn met inkt van een ander merk wordt door Brother daarom afgeraden. Indien de printkop of andere delen van deze machine worden beschadigd als gevolg van het gebruik van producten die niet compatibel zijn met deze machine, worden hieruit voortvloeiende reparaties mogelijk niet gedekt door de garantie. A a Open het deksel van de inktcartridge. Als een of meer inktcartridges aan vervanging toe zijn, wordt op het LCDscherm Alleen Z&W afdr. of Kan niet afdr. weergegeven. b Druk op de ontgrendelingshendel (zie illustratie) om de op het LCD-scherm aangegeven cartridge te ontgrendelen. Verwijder de cartridge uit de machine. c Open de verpakking met de nieuwe inktcartridge voor de kleur die op het LCD-scherm wordt getoond, en haal vervolgens de inktcartridge eruit. A 65
89 d Draai de groene hendel op de oranje bescherming () rechtsom tot deze klikt om de vacuümverpakking te openen. Verwijder vervolgens de oranje bescherming zoals getoond in de illustratie. f Duw voorzichtig tegen de achterkant van de inktcartridge met de aanduiding PUSH (duwen) tot de cartridge op zijn plaats klikt. Sluit vervolgens het deksel van de inktcartridge. g Er wordt automatisch een reset uitgevoerd voor de inktstippenteller. e Elke kleur heeft zijn eigen juiste positie. Plaats de inktcartridge in de richting van de pijl op het etiket. Als u een inktcartridge hebt vervangen, bijvoorbeeld Zwart, wordt u via het LCDscherm wellicht gevraagd om te bevestigen dat dit een nieuwe cartridge is (bijvoorbeeld Veranderd? Zwarte). Druk voor elke nieuwe cartridge die u hebt geïnstalleerd op Ja om de inktstippenteller voor die kleur automatisch te resetten. Als de inktcartridge die u hebt geïnstalleerd niet nieuw is, moet u op Nee drukken. Als op het LCD-scherm Geen inktpatroon of Kan niet detect. wordt weergegeven nadat u de inktcartridges hebt geïnstalleerd, dient u te controleren of deze correct geïnstalleerd zijn. VOORZICHTIG Mocht u inkt in uw ogen krijgen, spoelt u deze onmiddellijk met water en raadpleegt u een arts als u zich zorgen maakt. 66
90 Routineonderhoud BELANGRIJK Verwijder inktcartridges ALLEEN als deze aan vervanging toe zijn. Als u zich niet aan dit voorschrift houdt, kan de hoeveelheid inkt achteruitgaan en weet de machine niet hoeveel inkt er nog in de cartridge zit. Raak de houders voor de cartridges NIET aan. Als u dat doet, kan de inkt vlekken op uw huid achterlaten. Als u inkt op uw huid of kleding krijgt, wast u deze meteen af met zeep of een schoonmaakmiddel. Als de kleuren gemengd zijn omdat u een inktcartridge in de verkeerde positie geïnstalleerd heeft, moet u nadat de cartridge op de juiste plaats geïnstalleerd is, de printkop diverse keren reinigen. Installeer een inktcartridge onmiddellijk na het openen in de machine en verbruik deze binnen zes maanden na de installatie. Gebruik ongeopende inktcartridges vóór de uiterste verbruiksdatum die op de cartridgeverpakking vermeld staat. De inktcartridge NIET openmaken of ermee knoeien, want daardoor kan de cartridge inkt verliezen. De machine reinigen en controleren De glasplaat reinigen a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. b Til het documentdeksel () op. Reinig de glasplaat (2) en het witte plastic (3) met een zachte, pluisvrije doek die is bevochtigd met een niet-brandbare glasreiniger. c Reinig in de ADF de witte balk () en de glazen strook (2) met een zachte, pluisvrije doek die is bevochtigd met een niet-brandbare glasreiniger. 2 3 A A A 2 67
91 d Sluit het documentdeksel en open het ADF-deksel. Reinig de witte balk () en de glazen strook (2) met een zachte, pluisvrije doek die is bevochtigd met een nietbrandbare glasreiniger. 2 e Sluit het ADF-deksel. f Sluit het stroomsnoer weer aan. Behalve het reinigen van de glazen strook met een niet-brandbare glasreiniger, gaat u met uw vingertoppen over de glazen strook om te voelen of er nog vuil op zit. Als u vuil voelt, reinigt u de glazen strook en met name het vuile gedeelte opnieuw. Het kan zijn dat u het schoonmaken drie of vier keer moet herhalen. Maak een kopie naar elke schoonmaakbeurt. De printkop reinigen De printkop wordt indien nodig automatisch gereinigd, zodat de afdrukkwaliteit optimaal blijft. Als de afdrukkwaliteit te wensen overlaat, kunt u het reinigingsproces handmatig starten. Als er op de afgedrukte pagina's een horizontale streep of een leeg gedeelte door tekst of grafisch werk loopt, dient u de printkop en de inktcartridges te reinigen. U kunt alleen Zwart, drie kleuren tegelijk (Geel/Cyaan/Magenta) of alle vier kleuren tegelijk reinigen. Bij het reinigen van de printkop wordt inkt verbruikt. Wanneer de kop te vaak wordt gereinigd, wordt er onnodig inkt verbruikt. BELANGRIJK Raak de printkop NIET aan. Als u de printkop aanraakt, kan deze blijvend worden beschadigd en kan de garantie erop vervallen. a Druk op. b Druk op Reinigen. c Druk op Zwarte inkt, Kleur of Alle inkt. De machine reinigt de printkop. Nadat het reinigen is voltooid, keert de machine automatisch terug in de modus Stand-by. A Als er vuil of correctievloeistof op de glazen strook zit, is er een verticale streep zichtbaar op het geprinte voorbeeld. i Nadat de glazen strook is gereinigd, is de verticale streep verdwenen. Wanneer u de printkop minimaal vijf keer hebt gereinigd en de afdruk niet is verbeterd, probeer dan om het probleem te verhelpen door voor elke kleur waarmee u problemen ondervindt een nieuwe originele Innobella -inktcartridge van Brother te installeren. Reinig de printkop vervolgens opnieuw maximaal vijf keer. Als de kwaliteit dan nog niet verbeterd is, neemt u contact op met uw Brother-dealer. 68
92 Routineonderhoud De afdrukkwaliteit controleren Als er fletse of gestreepte kleuren en tekst verschijnen op uw uitvoer, kunnen enkele spuitmondjes verstopt zijn. U kunt dit controleren door de Testpagina afdrukkwaliteit te printen en naar het patroon van de spuitmondjes te kijken. a Druk op. b Druk op Testafdruk. c Druk op Printkwaliteit. d Druk op Colour Start. De machine begint de Testpagina afdrukkwaliteit af te drukken. e Controleer de kwaliteit van de vier kleurenblokken op het vel. f U wordt gevraagd of de afdrukkwaliteit oké is. Ga op een van de volgende manieren te werk: Wanneer alle lijnen duidelijk en zichtbaar zijn, drukt u op Ja om de controle van de afdrukkwaliteit te beëindigen en gaat u naar stap j. Als er zoals hieronder afgebeeld korte stukken lijn ontbreken, drukt u op Nee. A i Druk na het reinigen op Colour Start. De machine drukt de Testpagina afdrukkwaliteit opnieuw af en vervolgens keert u terug naar stap e. j Druk op Stop/Exit. Als u deze procedure minimaal vijf keer herhaalt en de afdrukkwaliteit nog steeds slecht is, vervangt u de inktcartridge voor de kleur die niet goed wordt afgedrukt. Controleer de afdrukkwaliteit als u de inktcartridge hebt vervangen. Als het probleem niet is verholpen, moet u het reinigen van de printkop en de afdrukprocedures minimaal vijf keer herhalen voor de nieuwe inktcartridge. Als er dan nog inkt ontbreekt, neemt u contact op met uw Brother-dealer. BELANGRIJK Raak de printkop NIET aan. Als u de printkop aanraakt, kan deze blijvend worden beschadigd en kan de garantie erop vervallen. OK Niet OK i A g U wordt gevraagd of de afdrukkwaliteit voor zwart en de drie kleuren in orde is. Druk op Ja of Nee. h U wordt gevraagd of u wilt beginnen met reinigen. Druk op Colour Start. De machine begint de printkop te reinigen. Als een spuitmondje van een printkop verstopt is, ziet het geprinte voorbeeld er zo uit. Nadat het spuitmondje van de printkop gereinigd is, zijn de horizontale strepen verdwenen. 69
93 De uitlijning controleren A Het kan zijn dat u de uitlijning moet afstellen als na het transport van de machine de afgedrukte tekst vlekkerig is of de afbeeldingen flets zijn. a Druk op. b Druk op Testafdruk. c Druk op Uitlijning. d Druk op Mono Start of Colour Start. De machine begint de Uitlijningscontrolepagina af te drukken. e Druk voor het A -patroon op het nummer van de proefafdruk dat het minste aantal verticale strepen vertoont (-9). f Druk voor het B -patroon op het nummer van de proefafdruk dat het minste aantal verticale strepen vertoont (-9). g Druk voor het C -patroon op het nummer van de proefafdruk dat het minste aantal verticale strepen vertoont (-9). h Druk voor het D -patroon op het nummer van de proefafdruk dat het minste aantal verticale strepen vertoont (-9). i Druk op Stop/Exit. 70
94 B Problemen oplossen B Foutmeldingen B Zoals bij alle geavanceerde kantoorproducten kunnen er fouten optreden en dienen verbruiksartikelen te worden vervangen. In dergelijke gevallen kan de machine de fout zelf identificeren en wordt een foutmelding weergegeven. De onderstaande lijst geeft een overzicht van de meest voorkomende onderhouds- en foutmeldingen. De meeste meldingen over fouten en algemene onderhoudswerkzaamheden kunt u zelf afhandelen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen. Ga naar Foutmelding Oorzaak Wat te doen Aanraakscherm initial. mislukt Het touchscreen is aangeraakt voordat het inschakelen was voltooid. Tussen het onderste deel van het touchscreen en het frame kan er zich vuil hebben opgehoopt. Zorg ervoor dat niets het touchscreen aanraakt of dat niets op het touchscreen ligt. Steek een stuk stevig papier tussen het onderste deel van het touchscreen en het frame en schuif het stuk papier heen en weer om het vuil te verwijderen. B 7
95 Foutmelding Oorzaak Wat te doen Alleen Z&W afdr. Vervang inkt Beeld te klein. Beeld te lang. Communicatiefout Een of meer kleurencartridges zijn aan vervanging toe. U kunt nog ongeveer vier weken in zwart-wit afdrukken, afhankelijk van het aantal pagina's dat u afdrukt. Wanneer dit bericht op het LCDscherm wordt weergegeven, werken de volgende functies als volgt: Afdrukken Als u op Grijstinten op het tabblad Geavanceerd van de printerdriver klikt, kunt u de machine als zwartwitprinter gebruiken. Kopiëren Als de papiersoort is ingesteld op Normaal pap. kunt u kopieën in zwart-wit maken. Dubbelzijdig kopiëren is niet beschikbaar wanneer deze melding verschijnt. Faxen Als de papiersoort is ingesteld op Normaal pap. of Inkjetpapier, ontvangt de machine de faxen in zwart-wit en worden deze monochroom afgedrukt. Als de verzendende machine een kleurenfax wil verzenden, vraagt de machine tijdens het contact maken om de fax in zwart-wit te verzenden. Als de papiersoort is ingesteld op Glossy anders, Brother BP7 of Brother BP6 worden alle printbewerkingen gestopt. Het formaat van uw foto is te klein om bij te snijden. Omdat de verhoudingen van uw foto onregelmatig zijn, kunnen er geen effecten worden toegevoegd. Een slechte telefoonverbinding heeft een communicatiefout veroorzaakt. Vervang de inktcartridges. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) Als u de stekker van de machine loskoppelt of de inktcartridge verwijdert, kunt u de machine pas weer gebruiken wanneer u een nieuwe inktcartridge plaatst. Kies een grotere foto. Kies een foto met regelmatige proporties. Vraag het telefoonbedrijf om uw telefoonlijn te controleren als het probleem niet is verholpen. 72
96 Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Deksel is open. Document vast/te lang Formaat nazien Geen antw/bezet Geen beller ID Geen bestand Geen contact Geen inktpatroon Het scannerdeksel is niet goed gesloten. Het deksel van de ADF is niet goed gesloten. Het deksel van de inktcartridge is niet volledig gesloten. Het document is niet goed geplaatst of ingevoerd, of het document dat via de ADF is gescand, is te lang. De papierformaatinstelling komt niet overeen met het formaat van het papier in de lade. Of u hebt de papiergeleiders in de lade niet ingesteld op het gebruikte papierformaat. Het door u gekozen nummer neemt niet op of is in gesprek. Er is geen overzicht van inkomende oproepen beschikbaar. Er zijn geen oproepen binnengekomen of u bent niet geabonneerd op de nummerweergaveservice van uw telefoonbedrijf. De geheugenkaart of het USBflashstation in het mediastation bevat geen.jpg-bestand. U hebt geprobeerd te pollen naar een faxmachine die niet in de wachtstand voor pollen staat. Een van de inktcartridges is niet correct geïnstalleerd. Til het scannerdeksel op en sluit dit weer. Open het deksel van de ADF en sluit het weer. Sluit het deksel van de inktcartridge goed, totdat u een klik hoort. (Zie De ADF gebruiken op pagina 28.) (Zie Document vastgelopen op pagina 8.) Controleer of het papierformaat dat u hebt geselecteerd overeenkomt met het papierformaat in de lade. 2 Zorg ervoor dat u het papier in staande richting invoert door de papiergeleiders op het juiste papierformaat in te stellen. 3 Druk nadat u het formaat en de positie van het papier hebt gecontroleerd op Mono Start of Colour Start om het afdrukken te hervatten. Controleer het nummer en probeer het opnieuw. Neem contact op met uw telefoonbedrijf als u nummerweergave wilt gebruiken. (Zie Nummerweergave op pagina 4.) Plaats de juiste geheugenkaart of USB-flashstation in de sleuf. Controleer de instellingen voor pollen van het andere faxtoestel. Verwijder de nieuwe inktcartridge en installeer deze langzaam opnieuw tot u een klik hoort. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) B 73
97 Foutmelding Oorzaak Wat te doen Geheugen vol Het geheugen van de machine is vol. Bezig met kopiëren Druk op Stop/Exit en wacht tot de andere bewerkingen zijn voltooid en probeer het dan opnieuw. Hub is onbruikbaar. Inkt bijna op Inktabsorb. bijna vol Inktabsorbeerder vol Kan niet afdr. Vervang inkt Op de geheugenkaart of het USBflashstation dat u gebruikt, is onvoldoende vrije ruimte beschikbaar om de documenten te scannen. Een hub of een USB-flashstation met een hub is aangesloten op de USB Direct-interface. Een of meer inktcartridges zijn bijna aan vervanging toe. Als de verzendende machine een kleurenfax wil verzenden, vraagt uw machine tijdens het contact maken om de fax in zwart-wit te verzenden. Als de verzendende machine de fax kan omzetten, wordt de kleurenfax door uw machine afgedrukt als een zwartwitfax. Het inktopvangbakje is bijna vol. Interne servicebeurt vereist. Dit probleem wordt mogelijk veroorzaakt door het gebruik van andere cartridges dan de originele van Brother, of door het bijvullen van lege cartridges met inkt van een ander merk. Indien de printkop of andere delen van deze machine worden beschadigd als gevolg van het gebruik van inkt of inktcartridges van andere merken, worden de hieruit voortvloeiende reparaties mogelijk niet gedekt door de garantie. Een of meer inktcartridges zijn aan vervanging toe. De machine stopt alle printbewerkingen. Als er geheugenruimte is, worden zwartwitfaxen in het geheugen opgeslagen. Als de verzendende machine een kleurenfax wil verzenden, vraagt de machine tijdens het contact maken om de fax in zwart-wit te verzenden. Verwijder bestanden die u niet gebruikt van de geheugenkaart of het USB-flashstation om ruimte vrij te maken en probeer het vervolgens opnieuw. Een hub of een USB-flashstation met een hub wordt niet ondersteund. Ontkoppel het apparaat van de USB Direct-interface. Bestel een nieuwe inktcartridge. U kunt doorgaan met afdrukken totdat Kan niet afdr. wordt weergegeven op het LCD-scherm. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) Neem contact op met de klantenservice van Brother of uw Brother-dealer. Neem contact op met de klantenservice van Brother of uw Brother-dealer. Vervang de inktcartridges. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) 74
98 Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Kan niet detect. Media fout Media is vol. Meer gegevens Niet opgeslagen Onbruikb. app. Apparaat loskoppelen van frontconnector en zet machine uit en weer aan Onbruikb. app. USB-apparaat loskoppelen. U hebt een nieuwe inktcartridge te snel geïnstalleerd en de machine heeft de cartridge niet gedetecteerd. Als u geen originele Brother-inkt gebruikt, wordt de inktcartridge mogelijk niet door de machine gedetecteerd. Een van de inktcartridges is niet correct geïnstalleerd. De geheugenkaart is beschadigd, onjuist geformatteerd of er is een probleem met de geheugenkaart. De geheugenkaart of het USBflashstation dat u gebruikt, heeft geen vrije ruimte of bevat al 999 bestanden. Er zitten nog afdrukgegevens in het geheugen van de machine. U hebt geprobeerd een ééntoets- of snelkiesnummer te gebruiken dat niet geprogrammeerd is. Op de USB Direct-interface is een defect apparaat aangesloten. Een USB-apparaat of een USBflashstation dat niet wordt ondersteund, is aangesloten op de USB Direct-interface. Ga naar voor meer informatie. Verwijder de nieuwe inktcartridge en installeer deze langzaam opnieuw tot u een klik hoort. Vervang de cartridge door een originele Brother-inktcartridge. Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met uw Brotherdealer. Verwijder de nieuwe inktcartridge en installeer deze langzaam opnieuw tot u een klik hoort. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) Steek de kaart weer goed in de sleuf terug om er zeker van te zijn dat de kaart zich in de juiste positie bevindt. Indien de fout niet is verholpen, controleert u het mediastation (de sleuf) van de machine door een andere geheugenkaart te plaatsen waarvan u weet dat deze werkt. Uw machine kan alleen op uw geheugenkaart of USB-flashstation opslaan als zich hierop minder dan 999 bestanden bevinden. Verwijder bestanden die u niet gebruikt om ruimte vrij te maken en probeer het opnieuw. Druk op Stop/Exit. De machine annuleert de taak en verwijdert deze uit het geheugen. Probeer opnieuw te printen. Stel het ééntoets- of snelkiesnummer in. (Zie Eéntoetsnummers opslaan op pagina 5 en Snelkiesnummers opslaan op pagina 52.) Ontkoppel het apparaat van de USB Direct-interface en druk dan op On/Off om de machine uit en dan weer in te schakelen. Ontkoppel het apparaat van de USB Direct-interface. Schakel de machine uit en vervolgens weer in. B 75
99 Foutmelding Oorzaak Wat te doen Onvoldoende faxgeh. Het faxgeheugen is vol. Ga op een van de volgende manieren te werk: Pap. vast [vr, achter] Het papier is vastgelopen in de machine. Er is meer dan één vel papier in de sleuf voor handmatige invoer geplaatst. OF Er werd een volgend vel papier in de sleuf voor handmatige invoer geplaatst voordat Doe papier in sleuf handinvoer. Druk op Start op het LCD-scherm werd weergegeven. Wis de gegevens in het geheugen. Om extra geheugen vrij te maken, kunt u de functie voor ontvangen in het geheugen uitschakelen. (Zie Geheugenontvangst uitschakelen in hoofdstuk 4 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Druk de faxen in het geheugen af. (Zie Een fax uit het geheugen afdrukken in hoofdstuk 4 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Papier is vastgelopen aan de voor- en achterkant van de machine op pagina 84. Controleer of de papiergeleider voor de lengte is afgesteld op het juiste papierformaat. Trek de papierlade NIET uit wanneer u A5 of een kleiner papierformaat gebruikt. Plaats nooit meer dan één vel papier in de sleuf voor handmatige invoer. Wacht tot Doe papier in sleuf handinvoer. Druk op Start op het LCD-scherm wordt weergegeven voordat u het volgende vel papier in de sleuf voor handmatige invoer plaatst. Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Papier is vastgelopen aan de voor- en achterkant van de machine op pagina
100 Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Papier nazien Het papier in de machine is op of het papier is niet juist in de papierlade geplaatst. Het papier is vastgelopen in de machine. Er hebben zich papierresten opgehoopt op het oppervlak van de papierinvoerrollen en aan de achterkant van de papierdoorvoerrollen. De klep ter verwijdering van vastgelopen papier is niet goed gesloten. Het papier is niet in het midden van de sleuf voor handmatige invoer ingevoerd. Ga op een van de volgende manieren te werk: Plaats papier in de papierlade en druk vervolgens op Mono Start of Colour Start. Verwijder het papier, plaats het terug in de papierlade en druk op Mono Start of Colour Start. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden op pagina 0.) Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Printer of papier vastgelopen op pagina 82. Als deze fout vaak verschijnt als u dubbelzijdige kopieën of afdrukken maakt, zijn de papierinvoerrollen mogelijk vuil. Reinig de papierinvoerrollen. (Zie De papierinvoerrollen reinigen in appendix A van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Reinig de papierinvoerrollen en de achterzijde van de papierdoorvoerrollen. (Zie De doorvoerrollen voor papier reinigen in appendix A van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Controleer of de klep ter verwijdering van vastgelopen papier aan beide zijden goed is gesloten. (Zie Printer of papier vastgelopen op pagina 82.) Verwijder het papier en voer het opnieuw via het midden van de sleuf voor handmatige invoer in en druk vervolgens op Mono Start of Colour Start. (Zie Papier laden in de sleuf voor handmatige invoer op pagina 7.) B 77
101 Foutmelding Oorzaak Wat te doen Papier vast [achter] Papier vast [voor] Reinigen onmog. XX Opstartprobleem XX Print onmogelijk XX Scan onmogelijk XX Het papier is vastgelopen in de machine. Er hebben zich papierresten opgehoopt op het oppervlak van de papierinvoerrollen en aan de achterkant van de papierdoorvoerrollen. Het papier is vastgelopen in de machine. De machine heeft een mechanisch probleem. OF Er bevindt zich in de machine een voorwerp dat er niet hoort, zoals een paperclip of afgescheurd papier. Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Papier is vastgelopen aan de achterkant van de machine op pagina 83. Controleer of de papiergeleider voor de lengte is afgesteld op het juiste papierformaat. Trek de papierlade niet uit wanneer u A5 of een kleiner papierformaat gebruikt. Reinig de papierinvoerrollen en de achterzijde van de papierdoorvoerrollen. (Zie De doorvoerrollen voor papier reinigen in appendix A van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Verwijder het vastgelopen papier volgens de stappen in Papier is vastgelopen aan de voorkant van de machine op pagina 82. Controleer of de papiergeleider voor de lengte is afgesteld op het juiste papierformaat. Trek de papierlade NIET uit wanneer u A5 of een kleiner papierformaat gebruikt. Open het scannerdeksel en verwijder eventuele vreemde voorwerpen en papiersnippers uit het binnenste van de machine. Als het probleem hiermee niet is verholpen, haalt u de stekker van de machine uit het stopcontact en steekt u deze na enkele minuten weer in het stopcontact. (De machine kan ongeveer 24 uur uitgeschakeld zijn zonder dat faxen in het geheugen verloren gaan. Zie Faxberichten of Faxjournaal overzetten op pagina 80.) Temperatuur hoog De printkop is te warm. Laat de machine afkoelen. Temperatuur laag De printkop is te koud. Laat de machine opwarmen. Verb. verbroken Een ander persoon of de faxmachine van de andere partij heeft de oproep afgebroken. Probeer de fax opnieuw te verzenden of te ontvangen. Als oproepen herhaaldelijk worden onderbroken en u een VoIP (Voice over IP)-systeem gebruikt, stel de compatibiliteit dan in op Basic (voor VoIP). (Zie Storing op de telefoonlijn / Bellen via internet (VoIP) op pagina 97.) 78
102 Problemen oplossen Foutmelding Oorzaak Wat te doen Verkeerde kleur inkt Verkeerde lade-inst. Er is een kleurencartridge op de positie van de zwarte cartridge geïnstalleerd. De instellingen voor het papierformaat en de lade van de machine komen niet overeen met het formaat van het papier in de lade die u gebruikt. Controleer welke inktcartridges niet op de juiste positie zijn geïnstalleerd en verplaats ze naar hun correcte positie. Druk op Tray Setting en controleer of de instellingen voor het papierformaat en de lade van de machine overeenkomen met het formaat van het papier in de lade die u gebruikt. (Zie Paperformaat en -soort op pagina 22 en Ladegebruik in de kopieermodus op pagina 22.) 2 Druk nadat u het papierformaat en de gebruikersinstellingen voor de lade hebt gecontroleerd op Mono Start of Colour Start om het afdrukken te hervatten. B 79
103 Foutanimatie Met foutanimatie worden stapsgewijs instructies weergegeven wanneer het papier is vastgelopen. U kunt de stappen in uw eigen tempo lezen door op c te drukken om de volgende stap weer te geven en op d om terug te gaan. Faxberichten of Faxjournaal overzetten Op het LCD-scherm wordt het volgende weergegeven: Reinigen onmog. XX Opstartprobleem XX Print onmogelijk XX Scan onmogelijk XX We raden u aan de faxen naar een andere faxmachine of uw pc over te brengen. (Zie Faxen naar een andere faxmachine overbrengen op pagina 80 of Faxen naar uw pc overbrengen op pagina 80.) U kunt ook het faxjournaal overbrengen om te controleren of er faxen zijn die u moet overbrengen. (Zie Het faxjournaal naar een andere machine overbrengen op pagina 8.) Faxen naar een andere faxmachine overbrengen Als u uw stations-id nog niet hebt ingesteld, kunt u de overdrachtsmodus niet openen. (Zie Persoonlijke gegevens invoeren (Stations-ID) in de Installatiehandleiding.) a Druk op Stop/Exit om de fout tijdelijk te onderbreken. b Druk op MENU. c Druk op a of b om Service weer te geven. d Druk op Service. e Druk op Dataoverdracht. f Druk op Faxoverdracht. B B B g Ga op een van de volgende manieren te werk: Als op het LCD-scherm Geen dataopslag wordt weergegeven, zijn er geen faxen meer in het geheugen van de machine opgeslagen. Druk op Stop/Exit. Voer het faxnummer in waarnaar de faxen moeten worden doorgestuurd. h Druk op Mono Start. Faxen naar uw pc overbrengen U kunt de faxen in het geheugen van de machine naar uw pc overbrengen. a Druk op Stop/Exit om de fout tijdelijk te onderbreken. b Zorg ervoor dat u MFL-Pro Suite op uw PC hebt geïnstalleerd en schakel vervolgens PC-FAX Ontvangst op de pc in. (Zie voor meer informatie PC-FAX ontvangen in de Softwarehandleiding.) c Zorg ervoor dat u PC-Fax ontvangen hebt ingeschakeld op de machine. (Zie PC-FAX ontvangen (alleen Windows ) in hoofdstuk 4 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Als zich faxen in het geheugen van de machine bevinden wanneer u PC-Fax ontvangen instelt, wordt u gevraagd of u de faxen wilt overbrengen naar uw pc. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Ja om alle faxen over te brengen naar uw pc. U wordt gevraagd of u een reserveafdruk wilt. Druk op Nee om het menu te verlaten en de faxen in het geheugen te laten. e Druk op Stop/Exit. B 80
104 Problemen oplossen Het faxjournaal naar een andere machine overbrengen Als u uw stations-id nog niet hebt ingesteld, kunt u de overdrachtsmodus niet openen. (Zie Persoonlijke gegevens invoeren (Stations-ID) in de Installatiehandleiding.) a Druk op Stop/Exit om de fout tijdelijk te onderbreken. b Druk op MENU. c Druk op a of b om Service weer te geven. d Druk op Service. e Druk op Dataoverdracht. f Druk op Rapportoverdr. g Voer het faxnummer in waarnaar het faxjournaal moet worden doorgestuurd. B Document vastgelopen Documenten kunnen in de ADF vastlopen als ze niet goed worden geplaatst of doorgevoerd, of als de documenten te lang zijn. Volg de onderstaande stappen om een vastgelopen document te verwijderen. Een document is aan de bovenzijde van de ADF vastgelopen a Verwijder al het papier uit de ADF dat niet is vastgelopen. b Open het ADF-deksel. c Trek het vastgelopen document naar rechts eruit. B B h Druk op Mono Start. d Sluit het ADF-deksel. e Druk op Stop/Exit. BELANGRIJK Om het vastlopen van documenten te voorkomen, sluit u het ADF-deksel op de juiste manier door er voorzichtig in het midden op te drukken. B 8
105 Het document is in de ADF vastgelopen a Verwijder al het papier uit de ADF dat niet is vastgelopen. b Til het documentdeksel op. c Trek het vastgelopen document naar rechts eruit. B c Sluit het documentdeksel. d Druk op Stop/Exit. Printer of papier vastgelopen B Verwijder het vastgelopen papier uit de plaats waar het in de machine is vastgelopen. Papier is vastgelopen aan de voorkant van de machine Als Papier vast [voor] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. b Trek de papierlade () volledig uit de machine. B d Sluit het documentdeksel. e Druk op Stop/Exit. Kleine documenten verwijderen die in de ADF zijn vastgelopen B a Til het documentdeksel op. b Steek een stuk stevig papier, bijvoorbeeld een briefkaart, in de ADF om kleine stukjes papier los te duwen. c Trek het vastgelopen papier () eruit. 82
106 Problemen oplossen d Til de klep ter verwijdering van vastgelopen papier op en verwijder het vastgelopen papier. Papier is vastgelopen aan de achterkant van de machine Als Papier vast [achter] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: B a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. Vergeet niet het papier uit de sleuf voor handmatige invoer te verwijderen voordat u deze sluit. b Open de klep ter verwijdering van het vastgelopen papier () aan de achterzijde van de machine. e Druk de papierlade stevig terug in de machine. Let erop dat u de papiersteun naar buiten trekt tot u een klik hoort. f Sluit het stroomsnoer weer aan. Als papier vaker vastloopt, kan het zijn dat een klein stuk papier in de machine vastzit. (Zie Aanvullende handelingen om vastgelopen papier te verwijderen op pagina 87.) c Trek het vastgelopen papier uit de machine. B 83
107 d Sluit de klep ter verwijdering van vastgelopen papier. Controleer of de klep goed gesloten is. b Trek lade # () en vervolgens lade #2 (2) volledig uit de machine. e Sluit het stroomsnoer weer aan. 2 Papier is vastgelopen aan de voor- en achterkant van de machine B Als Pap. vast [vr, achter] wordt weergegeven op het LCD-scherm, volgt u de volgende stappen: c Trek het vastgelopen papier () eruit. a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. Vergeet niet het papier uit de sleuf voor handmatige invoer te verwijderen voordat u deze sluit. 84
108 Problemen oplossen d Til de flap op en verwijder het vastgelopen papier. (Plaats de laden nog niet terug en ga naar stap e.) f Trek het vastgelopen papier uit de machine. g Sluit de klep ter verwijdering van vastgelopen papier. Controleer of de klep goed gesloten is. e Open de klep ter verwijdering van het vastgelopen papier () aan de achterzijde van de machine. B 85
109 h Plaats lade # () en vervolgens lade #2 (2) weer stevig terug in de machine. BELANGRIJK Als het papier onder de printkop is vastgelopen, moet u de stekker van de machine uit het stopcontact trekken, en vervolgens de printkop bewegen om het papier te verwijderen. Als de printkop zich in de rechterbovenhoek bevindt, zoals in de illustratie, kunt u de printkop niet verplaatsen. Sluit het stroomsnoer weer aan. Houd Stop/Exit ingedrukt totdat de printkop naar het midden wordt verplaatst. Haal vervolgens de stekker van de machine uit het stopcontact en verwijder het papier. 2 i Gebruik beide handen en de vingergrepen aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel () in de geopende stand te zetten. Beweeg de printkop (indien nodig) om achtergebleven papier uit dit gedeelte te verwijderen. Controleer of er geen vastgelopen papier is achtergebleven in de hoeken van de machine (2) en (3). Als er inkt op uw huid terechtkomt, wast u de plek onmiddellijk met veel water en zeep. j Sluit het scannerdeksel voorzichtig en gebruik daarbij de vingergrepen aan beide zijden
110 Problemen oplossen VOORZICHTIG Zorg ervoor dat uw vingers niet onder het scannerdeksel bekneld raken. Gebruik altijd de vingergrepen aan beide zijden van het scannerdeksel om het te openen en sluiten. b Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. c Sluit het scannerdeksel voorzichtig en gebruik daarbij de vingergrepen aan beide zijden. Let erop dat u de papiersteun naar buiten trekt tot u een klik hoort. k Sluit het stroomsnoer weer aan. Als papier vaker vastloopt, kan het zijn dat een klein stuk papier in de machine vastzit. (Zie Aanvullende handelingen om vastgelopen papier te verwijderen op pagina 87.) VOORZICHTIG Aanvullende handelingen om vastgelopen papier te verwijderen a Gebruik beide handen en de vingergrepen aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel in de geopende stand te zetten. Als de printkop in de rechterhoek staat zoals afgebeeld, houdt u Stop/Exit ingedrukt totdat de printkop naar het midden beweegt. B Zorg ervoor dat uw vingers niet onder het scannerdeksel bekneld raken. Gebruik altijd de vingergrepen aan beide zijden van het scannerdeksel om het te openen en sluiten. d Open het deksel van de sleuf voor handmatige invoer. B 87
111 e Plaats slechts één vel dik A4- of Letterpapier, zoals glanzend papier, in een horizontale positie in de sleuf voor handmatige invoer. Druk het in de sleuf voor handmatige invoer. Wij raden u aan om glanzend papier te gebruiken. Als u het papier niet diep in de sleuf voor handmatige invoer drukt, voert de machine het niet door als u het netsnoer opnieuw aansluit. f Sluit het stroomsnoer weer aan. Het papier dat u in de sleuf voor handmatige invoer hebt geplaatst, wordt door de machine gevoerd en uitgeworpen. g Gebruik beide handen en de vingergrepen aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel in de geopende stand te zetten. Controleer of er geen stuk papier in de machine is achtergebleven. Sluit het scannerdeksel voorzichtig en gebruik daarbij de vingergrepen aan beide zijden. 88
112 Problemen oplossen Problemen oplossen B Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, kunt u de onderstaande tabel bekijken en de tips voor het oplossen van problemen volgen. De meeste problemen kunt u zelf eenvoudig oplossen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen. Ga naar Als u problemen met uw machine heeft B Afdrukken Probleem Geen print. Suggesties Controleer de interfacekabel of de draadloze verbinding tussen de machine en uw computer. (Raadpleeg de Installatiehandleiding.) Controleer of de stekker van de machine in het stopcontact zit en of de toets On/Off brandt. Een of meer inktcartridges zijn aan vervanging toe. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) Controleer of het LCD-scherm een foutmelding weergeeft. (Zie Foutmeldingen op pagina 7.) Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65 als op het LCD-scherm Kan niet afdr. en Vervang inkt wordt weergegeven. Controleer of de correcte printerdriver is geïnstalleerd en geselecteerd. Controleer of het apparaat online is. Klik op Start en dan op Printers en faxapparaten. Selecteer Brother MFC-XXXXX (waarbij XXXXX uw modelnaam is) en zorg dat Printer off line gebruiken uitgeschakeld is. Slechte afdrukkwaliteit. Controleer de afdrukkwaliteit. (Zie De afdrukkwaliteit controleren op pagina 69.) Controleer of de instelling Mediatype in de printerdriver of de instelling Papiersoort in het menu van de machine overeenkomt met het soort papier dat u gebruikt. (Zie Afdrukken voor Windows of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding en Paperformaat en -soort op pagina 22.) Controleer de verloopdatum van uw inktcartridges. De inkt zou kunnen klonteren als: De uiterste gebruiksdatum die op de cartridge staat, is verstreken. (Originele cartridges van Brother blijven maximaal twee jaar bruikbaar, mits zij in hun originele verpakking worden bewaard.) De inktcartridge is al langer dan zes maanden in uw machine geïnstalleerd. De inktcartridge vóór gebruik niet goed opgeslagen was. Gebruik originele Innobella -inkt van Brother. Het gebruik van andere dan originele cartridges van Brother of van oude cartridges die gevuld zijn met inkt van een ander merk wordt door Brother afgeraden. Gebruik het aanbevolen type papier. (Zie Acceptabel papier en andere afdrukmedia op pagina 24.) Witte horizontale lijnen in tekst of grafische afbeeldingen. De aanbevolen omgevingstemperatuur voor uw machine ligt tussen 20 C en 33 C. Reinig de printkop. (Zie De printkop reinigen op pagina 68.) Gebruik originele Innobella -inkt van Brother. Gebruik het aanbevolen type papier. (Zie Acceptabel papier en andere afdrukmedia op pagina 24.) B 89
113 Afdrukken (Vervolg) Probleem De machine print blanco pagina's. Reinig de printkop. (Zie De printkop reinigen op pagina 68.) Gebruik originele Innobella -inkt van Brother. Tekens en regels zijn vlekkerig. Controleer de uitlijning. (Zie De uitlijning controleren op pagina 70.) Afgedrukte tekst of afbeeldingen staan scheef. Er zit een vlek midden boven op de afgedrukte pagina. Op de afdruk staan vlekken of het lijkt of de inkt vlekt. Er staan vlekken aan de achterkant of onder aan de pagina. De machine drukt dichte lijnen af op de pagina. De afdrukken zijn gekreukeld. Kan niet afdrukken met Pagina layout. Afdruksnelheid is te laag. Zorg ervoor dat het papier correct in de papierlade is geplaatst en dat de papiergeleiders aan de zijkant goed zijn afgesteld. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden op pagina 0.) Controleer of de klep ter verwijdering van vastgelopen papier goed gesloten is. Controleer of het papier niet te dik is en niet krult. (Zie Acceptabel papier en andere afdrukmedia op pagina 24.) Zorg dat u het aanbevolen type papier gebruikt. (Zie Acceptabel papier en andere afdrukmedia op pagina 24.) Raak het papier pas aan als de inkt droog is. Gebruik originele Innobella -inkt van Brother. Stel het juiste papiersoort in als u fotopapier gebruikt. Als u een foto afdrukt vanaf de pc, stelt u Mediatype in op het tabblad Normaal van de printerdriver. Controleer of er inkt op de geleiderol zit. (Zie De geleiderol van de machine reinigen in appendix A van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Gebruik originele Innobella -inkt van Brother. Zorg dat de papiersteunklep wordt gebruikt. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden op pagina 0.) Schakel Omgekeerde volgorde in op het tabblad Normaal van de printerdriver. (Windows -gebruikers) Op het tabblad Geavanceerd van de printerdriver, klikt u op Kleurinstellingen en heft u de selectie van Printkop heen en weer op. (Macintosh-gebruikers) In de printerdriver kiest u Afdrukinstellingen, klikt u op Geavanceerd, kiest u Andere afdrukopties en heft u de selectie van Printkop heen en weer op. Gebruik originele Innobella -inkt van Brother. Controleer of de instellingen voor het papierformaat in de toepassing en in de printerdriver hetzelfde zijn. Wijzig de instelling van de printerdriver. In de hoogste resolutie is meer tijd nodig om de gegevens te verwerken, te verzenden en te printen. Probeer de andere kwaliteitsinstellingen op het tabblad Geavanceerd van de printerdriver. Klik ook op Kleurinstellingen en schakel Kleur verbetering uit. Schakel de optie Zonder rand uit. Afdrukken zonder rand duurt langer dan normaal afdrukken. (Zie Afdrukken voor Windows of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding.) Kleurverbetering werkt niet correct. Als de beeldgegevens in uw toepassing niet in kleurendruk zijn (zoals 256 kleuren), werkt Kleurverbetering niet. Gebruik voor de functie Kleurverbetering minstens 24-bits kleurgegevens. Fotopapier wordt niet goed ingevoerd. Suggesties Wanneer u afdrukt op fotopapier van Brother, plaatst u een extra vel van hetzelfde fotopapier in de papierlade. U vindt dit extra vel in de verpakking van het papier. Maak de invoerrollen voor het papier schoon. (Zie De doorvoerrollen voor papier reinigen in appendix A van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) 90
114 Problemen oplossen Afdrukken (Vervolg) Probleem De machine voert meerdere pagina s in. Het papier is vastgelopen. Papier loopt opnieuw vast. Het papier loopt vast bij dubbelzijdig kopiëren of afdrukken. Afgedrukte pagina s worden niet goed gestapeld. De machine print niet vanuit Adobe Illustrator. Suggesties Zorg dat het papier op de juiste wijze in de papierlade is geplaatst. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden op pagina 0.) Laad slechts één papierformaat en één papiersoort tegelijk in de papierlade. Controleer of de papiergeleider voor de lengte is afgesteld op het juiste papierformaat. Trek de papierlade niet uit wanneer u A5 of een kleiner papierformaat gebruikt. (Zie Printer of papier vastgelopen op pagina 82.) Als papier vaker vastloopt, kan het zijn dat een klein stuk papier in de machine vastzit. Controleer of er geen vastgelopen papier meer in de machine zit. (Zie Aanvullende handelingen om vastgelopen papier te verwijderen op pagina 87.) Gebruik een van de instellingen ter voorkoming van papierstoringen, DX of DX2. Zie voor kopiëren Dubbelzijdig kopiëren in hoofdstuk 7 van de Uitgebreide gebruikershandleiding; zie voor afdrukken Duplex / Boekje voor Windows of Duplex afdrukken voor Macintosh in de Softwarehandleiding. Als papierstoringen vaak optreden tijdens dubbelzijdig kopiëren of dubbelzijdig afdrukken, zijn de papierinvoerrollen mogelijk vuil. Reinig de papierinvoerrollen. (Zie De papierinvoerrollen reinigen in appendix A van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Zorg dat de papiersteunklep wordt gebruikt. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden op pagina 0.) Verlaag de printresolutie. (Zie Afdrukken voor Windows of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding.) Ontvangen faxen afdrukken Probleem Gecomprimeerde afdruk en witte strepen over de pagina of de boven- of onderkant van zinnen worden niet afgedrukt. Ontvangen faxen hebben zwarte verticale lijnen. Ontvangen kleurenfaxen worden alleen in zwart-wit afgedrukt. De linker- en rechtermarges ontbreken of een enkele pagina wordt op twee pagina's afgedrukt. Suggesties Er is waarschijnlijk sprake van een slechte verbinding met atmosferische storing of een andere storing op de telefoonlijn. Vraag aan de verzendende partij om de fax opnieuw te verzenden. De scanner van de afzender kan vuil zijn. Vraag de afzender om een kopie te maken om te controleren of het probleem wordt veroorzaakt door de machine van de verzender. Probeer om de faxen via een andere faxmachine te ontvangen. Vervang de kleureninktcartridges die aan het einde van de gebruiksduur zijn en vraag dan de andere partij om de kleurenfax opnieuw te verzenden. (Zie De inktcartridges vervangen op pagina 65.) Schakel Auto reductie in. (Zie Een verkleinde afdruk van een inkomende fax maken in hoofdstuk 4 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) B 9
115 Telefoonlijn of verbindingen Probleem Kiezen werkt niet. (Geen kiestoon) De machine neemt niet op als er wordt gebeld. Suggesties Controleer of de stekker in het stopcontact zit en de machine ingeschakeld is. Controleer of de telefoonlijn goed is aangesloten. Haal de hoorn van de externe telefoon van de haak en luister of u een kiestoon hoort. Vraag uw telefoonbedrijf om de lijn en/of de wandcontactdoos te controleren als u geen kiestoon hoort. Controleer of de machine in de juiste ontvangstmodus voor uw instellingen staat. (Zie De ontvangstmodus kiezen op pagina 35.) Luister of u een kiestoon hoort. Bel indien mogelijk uw machine om te controleren of deze de oproep aanneemt. Als de machine de oproep nog steeds niet aanneemt, controleert u de aansluiting van het telefoonsnoer. Vraag aan uw telefoonbedrijf om de lijn te controleren als de machine niet overgaat als u deze belt. Faxen ontvangen Probleem Geen fax kunnen ontvangen. Suggesties Als u uw machine aansluit op PBX of ISDN, stelt u de menu-instelling voor de telefoonlijn in op uw type telefoon. (Zie Het type telefoonlijn instellen op pagina 42.) Faxen verzenden Probleem Geen fax kunnen verzenden. Op het verzendrapport staat RESULT:FOUT. Slechte kwaliteit bij het verzenden van faxen. Verzonden faxen hebben zwarte verticale lijnen. Suggesties Controleer alle aansluitingen. Controleer of de toets FAX brandt. Vraag de andere partij om te controleren of de ontvangende machine papier bevat. Druk het verzendrapport af en controleer op foutmeldingen. (Zie Rapporten in hoofdstuk 6 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Er is waarschijnlijk even ruis of statische elektriciteit op de lijn geweest. Verzend de fax opnieuw. Als u een PC-FAX-bericht verzendt en in het verzendrapport RESULT:FOUT staat, heeft uw machine wellicht onvoldoende vrij geheugen. Om extra geheugen vrij te maken, kunt u de functie voor ontvangen in het geheugen uitschakelen (zie Geheugenontvangst uitschakelen in hoofdstuk 4 van de Uitgebreide gebruikershandleiding), faxberichten in het geheugen afdrukken (zie Een fax uit het geheugen afdrukken in hoofdstuk 4 van de Uitgebreide gebruikershandleiding) of een uitgestelde fax of polling-taak annuleren. (Zie Een actieve fax annuleren op pagina 33 en Taken in wachtrij controleren en annuleren in hoofdstuk 3 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Vraag het telefoonbedrijf om uw telefoonlijn te controleren als het probleem niet is verholpen. Als u vaak problemen hebt met het verzenden van faxen, mogelijk door storingen op de telefoonlijn, kunt u de instelling in het menu Compatibel wijzigen in Basic(voorVoIP). (Zie Storing op de telefoonlijn / Bellen via internet (VoIP) op pagina 97.) Als u uw machine aansluit op PBX of ISDN, stelt u de menu-instelling voor de telefoonlijn in op uw type telefoon. (Zie Het type telefoonlijn instellen op pagina 42.) Stel de resolutie in op Fijn of Superfijn. Maak een kopie om de scanfunctie van de machine te controleren. Als de kopieerkwaliteit niet goed is, reinigt u de scanner. (Zie De glasplaat reinigen op pagina 67.) Zwarte verticale lijnen op faxen die u verzendt, worden doorgaans veroorzaakt door vuil of correctievloeistof op de glazen strook. Reinig de glazen strook. (Zie De glasplaat reinigen op pagina 67.) 92
116 Problemen oplossen Inkomende oproepen beantwoorden Probleem De machine hoort een stem als een faxtoon. Een faxoproep naar de machine sturen. Aangepaste functies op een enkele lijn. Suggesties Als Fax waarnemen is ingeschakeld, is uw machine gevoeliger voor geluiden. De machine neemt dan bepaalde stemmen of muziek op de lijn waar als een faxmachine die belt en reageert met faxontvangsttonen. Deactiveer de machine door op Stop/Exit te drukken. U kunt dit probleem wellicht voorkomen door Fax waarnemen uit te schakelen. (Zie Fax waarnemen op pagina 38.) Als u de oproep hebt beantwoord via een tweede of extern toestel, toetst u de code voor activeren op afstand in (de fabrieksinstelling is l 5). Als u de oproep hebt beantwoord op een extern telefoontoestel, drukt u op Start om de fax te ontvangen. Als uw machine de oproep beantwoordt, hangt u op. Als u Wisselgesprekken, Wisselgesprekken/nummerweergave, een alarmsysteem of een andere aangepaste functie op een enkele telefoonlijn deelt met uw machine, kan dit een probleem zijn voor het verzenden of ontvangen van faxen. Bijvoorbeeld: Als u een abonnement hebt op Wisselgesprekken of een andere afzonderlijke dienst en het signaal daarvan wordt via de telefoonlijn doorgegeven terwijl uw machine een fax verzendt of ontvangt, kan dit signaal tijdelijk het verzenden of ontvangen van faxen verstoren. Met de ECM-modus (foutencorrectie) van Brother kunt u dit probleem verhelpen. Het probleem heeft betrekking op telefoonsystemen en komt algemeen voor bij apparaten die informatie verzenden en ontvangen op een enkele lijn die gedeeld wordt met andere, afzonderlijke functies. Als het van belang is dat er zich geen storingen kunnen voordoen, raden wij u aan om een aparte telefoonlijn zonder aangepaste functies te gebruiken. Problemen met kopiëren Probleem Kan geen kopie maken. Slechte kopieerresultaten bij het gebruik van de ADF. Op kopieën worden verticale zwarte lijnen of strepen afgedrukt. Paginavulling werkt niet goed. Suggesties Controleer of de toets COPY brandt. Gebruik de glasplaat. (Zie De glasplaat gebruiken op pagina 29.) Verticale zwarte lijnen of strepen op kopieën worden voornamelijk veroorzaakt door vuil of correctievloeistof op de glazen strook. Reinig de glazen strook. (Zie De glasplaat reinigen op pagina 67.) Controleer of het brondocument niet scheef ligt. Leg het document recht en probeer het opnieuw. B 93
117 Problemen met scannen Probleem Tijdens het scannen verschijnen TWAIN- of WIA-fouten. (Windows ) Tijdens het scannen verschijnen TWAIN- of ICA-fouten. (Macintosh) Slechte scanresultaten bij het gebruik van de ADF. OCR werkt niet. Suggesties Zorg ervoor dat de TWAIN- of WIA-driver van Brother als primaire bron in uw scantoepassing is geselecteerd. Klik bijvoorbeeld in PaperPort 2SE met OCR op Bestand, Scannen of foto ophalen en klik op Selecteren om de TWAIN/WIA-driver van Brother te kiezen. Zorg dat de Brother TWAIN-driver als primaire bron is geselecteerd. Klik in PageManager op Bestand, Bron selecteren en selecteer vervolgens de Brother TWAIN-driver. Bij gebruik van Mac OS X 0.6.x kunt u ook documenten via de ICAscannerdrivers scannen. Zie Documenten scannen met de ICA-driver (Mac OS X 0.6.x) in de Softwarehandleiding. Gebruik de glasplaat. (Zie De glasplaat gebruiken op pagina 29.) Verhoog de scannerresolutie. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brother-support openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. Problemen met software Probleem Software kan niet worden geïnstalleerd of er kan niet worden afgedrukt. Apparaat bezet Afdrukken van afbeeldingen vanuit FaceFilter Studio onmogelijk. Suggesties (Alleen gebruikers van Windows ) Voer het programma Repair MFL-Pro Suite op de installatie cd-rom uit. Dit programma repareert en herinstalleert de software. Controleer of er op het LCD-scherm van de machine geen foutmelding staat. Als u FaceFilter Studio wilt gebruiken, moet u de toepassing FaceFilter Studio installeren vanaf de installatie cd-rom die bij uw machine is geleverd. Zie de Installatiehandleiding als u FaceFilter Studio wilt installeren. Controleer voordat u FaceFilter Studio de eerste keer start of uw Brother-machine is ingeschakeld en is aangesloten op uw computer. U heeft dan toegang tot alle functies van FaceFilter Studio. 94
118 Problemen oplossen Problemen met PhotoCapture Center Probleem Verwisselbare schijf werkt niet correct. Suggesties Heeft u de update voor Windows 2000 geïnstalleerd? Ga als volgt te werk als dat niet zo is: ) Koppel de USB-kabel los. 2) Installeer de update voor Windows 2000 op een van de volgende manieren. Installeer MFL-Pro Suite vanaf de installatie cd-rom. (Raadpleeg de Installatiehandleiding.) Download het meest recente Service Pack van de Microsoft-website. 3) Wacht ongeveer minuut nadat de pc opnieuw is gestart en sluit daarna de USB-kabel aan. 2 Verwijder de geheugenkaart of het USB-flashstation en plaats deze weer terug. 3 Als u Uitwerpen hebt geprobeerd vanuit Windows, moet u de geheugenkaart of het USB-flashstation verwijderen voordat u doorgaat. 4 Als er een foutmelding wordt weergegeven wanneer u de geheugenkaart of het USB-flashstation probeert te verwijderen, betekent dit dat de kaart in gebruik is. Wacht even en probeer het opnieuw. Geen toegang tot Verwisselbare schijf via bureaubladpictogram. Een gedeelte van de foto ontbreekt op de afdruk. 5 Als niets van het bovenstaande werkt, zet u uw pc en machine uit en vervolgens weer aan. (U moet de stekker van de machine uit het stopcontact halen om de machine uit te zetten.) Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation goed hebt geplaatst. Zorg ervoor dat Afdrukken zonder rand en Bijsnijden (crop) zijn uitgeschakeld. (Zie Afdrukken zonder rand en Bijsnijden (crop) in hoofdstuk 8 van de Uitgebreide gebruikershandleiding.) Netwerkproblemen Probleem Afdrukken via het netwerk is onmogelijk. Suggesties Controleer of uw machine aanstaat en online en gebruiksklaar is. Druk de netwerkconfiguratielijst af (zie Rapporten in hoofdstuk 6 van de Uitgebreide gebruikershandleiding) en controleer de huidige netwerkinstellingen in deze lijst. Sluit de LAN-kabel weer aan op de hub om te controleren of de kabels en de netwerkaansluitingen in orde zijn. Probeer, indien mogelijk, de machine aan te sluiten op een andere poort van uw hub en gebruik een andere kabel. Als de aansluitingen goed zijn, wordt op de machine twee seconden lang LAN actief weergegeven. (Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie over netwerkproblemen.) B 95
119 Netwerkproblemen (Vervolg) Probleem De functie netwerkscannen werkt niet. De functie PC-Fax ontvangen via het netwerk werkt niet. De software van Brother kan niet worden geïnstalleerd. Kan geen verbinding maken met het draadloze netwerk. De netwerkinstellingen resetten. Suggesties (Windows -gebruikers) Om netwerkscannen te kunnen gebruiken, moet de beveiliging/firewall van de derde partij dit toestaan. Voer de onderstaande informatie in om poort voor netwerkscannen toe te voegen: Bij naam: voer een willekeurige beschrijving in, bijvoorbeeld Brother NetScan. Bij Poortnummer: voer in. Bij protocol: UDP is geselecteerd. Raadpleeg de instructiehandleiding die geleverd is bij de beveiliging/firewall van de derde partij of neem contact op met de softwarefabrikant. (Macintosh-gebruikers) Selecteer uw machine opnieuw in de toepassing Device Selector in Macintosh HD/Bibliotheek/Printers/Brother/Utilities/DeviceSelector of in de modellijst in ControlCenter2. (Alleen Windows -gebruikers) Om PC-FAX ontvangen te kunnen gebruiken, moet de beveiliging/software van de derde partij dit toestaan. Om poort toe te voegen voor PC-FAX ontvangen via het netwerk, voert u de onderstaande gegevens in: Bij Naam: voer een omschrijving in, zoals Brother PC-FAX ontvangen. Bij Poortnummer: voer in. Bij protocol: UDP is geselecteerd. Raadpleeg de instructiehandleiding die geleverd is bij de beveiliging/firewall van de derde partij of neem contact op met de softwarefabrikant. (Windows -gebruikers) Sta netwerktoegang toe voor de volgende programma's als uw beveiligingssoftware een waarschuwing geeft tijdens de installatie van MFL-Pro Suite. (Macintosh-gebruikers) Als u een firewallfunctie van een antispyware- of antivirusprogramma gebruikt, schakelt u deze uit voordat u de Brother-software installeert. Onderzoek het probleem met WLAN-rapport. Druk op MENU en druk dan op a of b om Print lijsten weer te geven. Druk op Print lijsten. Druk op a of b om WLAN-rapport weer te geven en druk dan op WLAN-rapport. Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie. Druk op MENU en druk dan op a of b om Netwerk weer te geven. Druk op Netwerk. Druk op a of b om Netw. resetten weer te geven en druk dan op Netw. resetten. Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie. Problemen met het touchscreen Probleem De kiestoetsen werken niet als nummers of tekens worden ingevoerd. Suggesties Gebruik de toetsen van het touchscreen om informatie in te voeren. 96
120 Problemen oplossen Kiestoon waarnemen Als u automatisch een fax verzendt, wacht uw machine standaard een bepaalde tijd voordat deze het nummer kiest. Door de kiestooninstelling op Waarneming te zetten, kiest uw machine het nummer zodra deze een kiestoon waarneemt. Door deze instelling te gebruiken, kunt u een beetje tijd besparen als u een fax naar veel verschillende nummers verzendt. Als u de instelling hebt gewijzigd en er zijn problemen met het kiezen van nummers, zet u deze instelling weer terug op de fabrieksinstelling Geen detectie. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Stand.instel. weer te geven. c Druk op Stand.instel. d Druk op a of b om Kiestoon weer te geven. e Druk op Kiestoon. f Druk op Waarneming of Geen detectie. g Druk op Stop/Exit. B Storing op de telefoonlijn / Bellen via internet (VoIP) Als u problemen hebt met het verzenden of ontvangen van faxen door mogelijke storing op de telefoonlijn, kunt u de instelling in het menu Compatibel wijzigen, zodat de kans op fouten door de modemsnelheid wordt verkleind. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Stand.instel. weer te geven. c Druk op Stand.instel. d Druk op a of b om Compatibel weer te geven. e Druk op Compatibel. f Druk op Hoog, Normaal of Basic(voorVoIP). Basic(voorVoIP) verlaagt de modemsnelheid tot bps en schakelt het ontvangen van kleurenfaxen en ECM uit, behalve het verzenden van kleurenfaxen. Gebruik deze instelling alleen indien nodig, behalve als u vaak storing op de telefoonlijn hebt. Om de compatibiliteit met de meeste VoIP-voorzieningen te verbeteren, raadt Brother aan de instelling bij Compatibel te wijzigen in Basic(voorVoIP). Normaal stelt de modemsnelheid in op bps. Hoog verhoogt de modemsnelheid tot bps. (fabrieksinstelling) g Druk op Stop/Exit. VoIP (Voice over IP) is een telefoonsysteem dat gebruikmaakt van een internetverbinding in plaats van een traditionele telefoonlijn. B B 97
121 Informatie over de machine Het serienummer controleren B U kunt het serienummer van de machine nakijken op het scherm. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Machine-info weer te geven. c Druk op Machine-info. d Druk op Stop/Exit. Resetfuncties De volgende resetfuncties zijn beschikbaar: Netwerk Hiermee kunt u de fabrieksinstellingen van de printserver, zoals het wachtwoord en de IP-adresgegevens, herstellen. 2 Snelkiez.&fax Met snelkiez.&fax reset u de volgende instellingen: Snelkiesnummers (Snelkiezen en groepen instellen) Geprogrammeerde faxtaken in het geheugen (Verzend pollen, Uitgestelde fax en Uitgestelde groepsverzending) Stationsnummer (Naam en nummer) Opties voor faxen op afstand (Fax Doorzenden) Rapportinstellingen (Verzendrapport, snelkieslijst en faxjournaal) Overzicht (Overzicht beller-id en Uitgaande gesprekken) Faxen in het geheugen B B 3 Alle instell. U kunt alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Brother raadt u met klem aan deze bewerking uit te voeren wanneer u de machine van de hand doet. Ontkoppel de interfacekabel voordat u Netwerk of Alle instell. selecteert. De machine resetten a Druk op MENU. b Druk op a of b om Stand.instel. weer te geven. c Druk op Stand.instel. d Druk op a of b om Reset weer te geven. e Druk op Reset. f Druk op de wijze van resetten die u wilt gebruiken. g Druk op Ja om te bevestigen. h Druk twee seconden op Ja om de machine opnieuw op te starten. B 98
122 C Menu en functies C Programmeren op het scherm C Uw machine is zodanig ontworpen dat deze eenvoudig via het LCD-scherm kan worden geprogrammeerd met behulp van de menutoetsen op het touchscreen. Programmeren via het scherm is uiterst eenvoudig en helpt u alle functies van uw machine optimaal te benutten. Op het scherm worden stapsgewijze aanwijzingen weergegeven om u te helpen uw machine te programmeren. U hoeft alleen de aanwijzingen op te volgen die u door de menuselecties en de programmeeropties leiden. C 99
123 Menutabel C De menutabel helpt u de menuselecties en -opties te begrijpen die u in de programma's van de machine tegenkomt. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. MENU ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Standaardinst. Tijdklokstand Uit Hiermee stelt u de tijd in Zie. wanneer de Faxmodus 0 Sec. weer wordt ingeschakeld 30 Sec. Min 2 Min.* 5 Min. en de tijd waarop de machine schakelt van de modus individuele gebruiker in de modus openbare gebruiker wanneer het Beveiligd functieslot wordt gebruikt. Lade-instell. Lade Papier-formaat (Opties) A4* Hiermee kunt u het papierformaat in papierlade instellen. 22 Lade 2 A5 A3 0x5cm Letter Legal Ledger Papiersoort (Opties) Normaal pap.* Inkjetpapier Brother BP7 Brother BP6 Glossy anders Transparanten Papier-formaat (Opties) A4* A3 Letter Legal Ledger Hiermee kunt u de papiersoort in papierlade instellen. Hiermee kunt u het papierformaat in papierlade 2 instellen. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven
124 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Standaardinst. Lade-instell. Kopie:lade Lade Kies de lade die wordt 22 (Vervolg) (Vervolg) Lade 2 Auto select* gebruikt voor de kopieermodus. Fax:lade Lade Kies de lade die wordt 23 Lade 2 Auto select* gebruikt voor de faxmodus. Volume Belvolume Uit Hiermee kunt u het 8 Laag Half* Hoog belvolume aanpassen. Waarsch.toon Uit Hiermee stelt u het volume 8 Laag* Half Hoog van de waarschuwingstoon in. Luidspreker Uit Hiermee stelt u het volume 9 Laag Half* Hoog van de luidspreker in. Aut. zomertijd Aan* De zomertijd wordt Zie. automatisch ingesteld. Uit LCD-instell. Schermverlicht Licht* Hiermee kunt u de 9 Half Donker helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aanpassen. Lichtdim-timer Uit Hiermee kunt u instellen Zie. hoelang de 0 Sec. achtergrondverlichting van 20 Sec. 30 Sec.* het LCD-scherm blijft branden nadat u op een toets hebt gedrukt. Slaapstand Min 2 Min. 3 Min. Hiermee kunt u selecteren na hoeveel tijd de machine bij inactiviteit in de slaapstand wordt gezet. 5 Min.* 0 Min. 30 Min. 60 Min. A3 - breedlopend Aan* Uit Schakel deze instelling in wanneer u A3-papier met een breedlopende vezel gebruikt. 23 Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 0
125 Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Standaardinst. Functieslot Wachtw. inst. U kunt de geselecteerde Zie. bewerking beperken tot (Vervolg) Slot UitiAan max. 0 individuele Gebruiker inst. gebruikers en alle andere onbevoegde openbare gebruikers. Fax Ontvangstmenu Belvertraging 0 2* 3 4 De belvertraging bepaalt hoe vaak de telefoon overgaat voordat de machine opneemt in de modus Alleen Fax of Fax/Telefoon. 37 F/T beltijd Sec. 30 Sec.* 40 Sec. 70 Sec. Fax waarnemen Aan* Afstandscode Autoreductie Uit Aan* (l5, #5) Uit Aan* Uit Hiermee stelt u de duur van het dubbele belsignaal in de Fax/Telefoonmodus in. Hiermee worden faxen automatisch ontvangen wanneer u een oproep beantwoordt en de faxtoon hoort. U kunt alle oproepen op een tweede of extern toestel aannemen en deze codes gebruiken om de machine in of uit te schakelen. U kunt deze codes wijzigen. Hiermee worden binnenkomende faxen verkleind tot het beschikbare papierformaat. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven Zie. 02
126 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Fax Ontvangstmenu Geheugenontv. Uit* U kunt de machine instellen Zie. om faxen door te zenden, (Vervolg) (Vervolg) Fax doorzenden inkomende faxen in het Fax opslaan PC-Fax ontv. geheugen op te slaan (zodat u ze kunt ophalen wanneer u niet in de buurt bent van uw machine) of faxen naar uw pc over te brengen. Als u Fax Doorzenden of PC-Fax ontv. kiest, kunt u de beveiligingsfunctie Reserveafdruk inschakelen. Faxweergave Aan U kunt binnengekomen 38 Uit* faxen vooraf bekijken. Kies rapport Verz.rapport Aan Kies de begininstellingen 34 Aan+Beeld Uit* Uit+Beeld Uit2 Uit2+Beeld voor het Verzendrapport. Journaalper. Uit Hiermee stelt u de interval Zie. in voor het automatisch Na 50 faxen* afdrukken van het Om de 6 uur Om de 2 uur Faxjournaal. Als u een andere instelling hebt gekozen dan Uit en Om de 24 uur Na 50 faxen kunt u de tijd voor de gekozen optie Om de 2 dagen instellen. Om de 7 dagen Als u Om de 7 dagen hebt gekozen, kunt u de dag van de week instellen. Print document Hiermee drukt u binnengekomen faxen af die in het geheugen zijn opgeslagen. Afst.bediening --- Hiermee stelt u uw eigen code voor afstandsbediening in. Rest. jobs Hiermee kunt u controleren welke taken in het geheugen zijn opgeslagen en kunt u geselecteerde taken annuleren. Diversen Beller ID Aan* Uit Hiermee kunt u de opgeslagen gegevens van de laatste 30 bellers bekijken of afdrukken. 4 Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 03
127 Menu Netwerk Niveau Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk LAN met kabel TCP/IP BOOT Method Automatisch* Statisch RARP Selecteert de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. BOOTP DHCP IP Address [ ]. [ ]. Voer het IP-adres in. [ ]. [ ] Subnet Mask [ ]. [ ]. Voer het subnetmasker in. [ ]. [ ] Gateway [ ]. [ ]. [ ]. [ ] Voer het adres van de gateway in. Zie de Netwerkhandleiding. Knooppuntnaam WINS Config WINS Server DNS Server APIPA IPv6 BRNXXXXXXXXXXXX Voer de knooppuntnaam in. Automatisch* Statisch (Primary) (Secondary) (Primary) (Secondary) Aan* Uit Aan Uit* De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Selecteert de WINSconfiguratiemodus. Specificeert het IP-adres van de primaire of secundaire server. Specificeert het IP-adres van de primaire of secundaire server. Wijst automatisch het IP-adres toe van het link-local adresbereik. Schakelt het IPv6- protocol in of uit. 04
128 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk (Vervolg) LAN met kabel (Vervolg) Ethernet Automatisch* 00B-FD 00B-HD 0B-FD 0B-HD Selecteert de Ethernetlinkmodus. MAC-adres U kunt het MACadres van de machine bekijken. WLAN TCP/IP BOOT Method Automatisch* Statisch RARP Selecteert de opstartmethode die het beste aan uw eisen voldoet. BOOTP DHCP IP Address [ ]. [ ]. Voer het IP-adres in. [ ]. [ ] Subnet Mask [ ]. [ ]. Voer het subnetmasker in. [ ]. [ ] Gateway [ ]. [ ]. [ ]. [ ] Voer het adres van de gateway in. Zie de Netwerkhandleiding. Knooppuntnaam WINS Config WINS Server DNS Server BRWXXXXXXXXXXXX Voer de knooppuntnaam in. Automatisch* Statisch (Primary) (Secondary) (Primary) (Secondary) De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Selecteert de WINSconfiguratiemodus. Specificeert het IP-adres van de primaire of secundaire server. Specificeert het IP-adres van de primaire of secundaire server. C 05
129 Niveau Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk (Vervolg) WLAN (Vervolg) TCP/IP (Vervolg) APIPA Aan* Uit Wijst automatisch het IP-adres toe van het link-local adresbereik. IPv6 Aan Uit* Schakelt het IPv6- protocol voor een draadloos LAN in of uit. Zie de Netwerkhandleiding. Inst. Wizard U kunt de afdrukserver voor een draadloos netwerk handmatig instellen. WPS/AOSS U kunt uw draadloze netwerkinstellingen gemakkelijk configureren met één druk op de knop. WPS m/pincode U kunt uw draadloze netwerkinstellingen gemakkelijk configureren met WPS en een pincode. Status WLAN Status U kunt de huidige status van het draadloze netwerk raadplegen. Signaal U kunt de huidige signaalsterkte van het draadloze netwerk raadplegen. SSID U kunt de huidige SSID raadplegen. Comm. modus U kunt de huidige communicatiemodus raadplegen. MAC-adres U kunt het MACadres van de machine bekijken. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 06
130 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk /IFAX Mail Address Voer het adres in. (Vervolg) (Beschikbaar (maximaal 60 nadat u IFAX hebt tekens) gedownload) Zie de Netwerkhandleiding. Server inst. SMTP Server Naam (maximaal 30 tekens) IP Address [ ]. [ ]. [ ]. [ ] Voer SMTPserveradres in. SMTP-poort [ ] Voer het SMTPpoortnummer in. Aut. voor SMTP Geen* SMTP-AUT POP voorsmtp Hiermee selecteert u de beveiligingsmethode voor waarschuwingen. POP3 Server Naam (maximaal 30 tekens) IP Address [ ]. [ ]. [ ]. [ ] Voer het POP3- serveradres in. POP3-poort [ ] Voer het POP3- poortnummer in. Mailbox naam Voer de naam van de mailbox in. (maximaal 20 tekens) Mailbox wachtw Voer het wachtwoord in om in te loggen op de POP3-server. (maximaal 20 tekens) APOP Aan Uit* Schakelt APOP in of uit. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 07
131 Niveau Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk /IFAX Setup Mail RX Auto Polling Aan* Controleert automatisch de (Vervolg) (Beschikbaar Uit POP3-server op nadat u IFAX hebt nieuwe berichten. gedownload) (Vervolg) Poll Frequency (Beschikbaar als Auto Polling is ingesteld op Aan.) Header Del Error Mail Notification Min 3 Min. 5 Min. 0 Min.* 30 Min. 60 Min. Alle Onderw.+Van+Aan Geen* Aan* Uit Aan MDN Uit* Hiermee stelt u het interval voor het controleren van nieuwe berichten op de POP3- server in. Hiermee selecteert u de inhoud van de kopregel die wordt afgedrukt. Hiermee verwijdert u automatisch foutberichten. Hiermee ontvangt u waarschuwingsberichten. Setup Mail TX Sender Subject Hier wordt het onderwerp weergegeven dat is bijgesloten bij de data van de internetfax. Size Limit Aan Uit* Beperkt de grootte van e- maildocumenten. Notification Aan Uit* Hiermee verzendt u waarschuwingsberichten. Setup Relay Rly Broadcast Aan Uit* Zendt een document via het internet naar een ander faxapparaat door. Relay Domain RelayXX Registreert de domeinnaam. Relay Report Aan Uit* Hiermee drukt u een relay-rapport af. Time Zone UTCXXX:XX Hiermee stelt u de tijdzone in voor uw land. Zie de Netwerkhandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 08
132 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Niveau4 Opties Omschrijvingen Netwerk (Vervolg) Netwerk I/F LAN met kabel* WLAN U kunt het type netwerkverbinding kiezen. LDAP Aan Uit* Hiermee kunt u informatie, zoals faxnummers en e- mailadressen, op uw server opzoeken. Netw. resetten Hiermee worden alle fabrieksinstellingen van het netwerk herstelt. Zie de Netwerkhandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 09
133 MENU ( ) (vervolg) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Print lijsten Verzendrapport Hiermee drukt u deze lijsten en rapporten af. Helplijst Kieslijst Alfabet. volgorde Faxjournaal Gebruikersinst Netwerkconfig. WLAN-rapport Overzicht beller Nummervolgorde Machine-info Serienummer Hiermee kunt u het serienummer van uw machine bekijken. Stand.instel. Ontvangstmodus Alleen fax* Hiermee kiest u de Fax/Telefoon ontvangstmodus die het beste aan uw behoeften Ext. TEL/ANT voldoet. Handmatig Datum & tijd De datum en de tijd worden op het LCD-scherm en op de kopteksten van verzonden faxen weergegeven. Stations-ID Fax: Hiermee stelt u de naam en Naam: het faxnummer in die op elke pagina van uw fax moeten worden afgedrukt. Kiestoon Waarneming Hiermee schakelt u Geen detectie* kiestoonherkenning in of uit. Tel lijn inst Normaal* Hiermee kiest u het type PBX telefoonlijn. ISDN Compatibel Hoog* 2 Normaal Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. Zie de Installatiehandleiding. Basic(voorVoIP) Hiermee past u de modemsnelheid aan om verzendproblemen te verhelpen. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Zie Zie
134 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Stand.instel. (Vervolg) Reset Netwerk Hiermee worden de fabrieksinstellingen van de afdrukserver, zoals het wachtwoord en de IPadresgegevens, hersteld. 98 Snelkiez.&fax Alle instell. Taalkeuze Nederlands* 2 Frans Engels Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. Zie de Installatiehandleiding. Hiermee verwijdert u alle opgeslagen snelkiesnummers en faxen, en herstelt u de fabriekinstellingen van de stations-id, de snelkieslijst, het verzendrapport en het faxjournaal. Hiermee worden alle fabrieksinstellingen van de machine hersteld. Hiermee kunt u de meldingen op het LCD scherm in een andere taal weergeven. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Zie 2. C
135 FAX ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Oproepoverz. Uitg. gesprek Fax versturen U kunt een nummer kiezen uit 49 Meer Toevoegen snelkiesnr Toevoegen Directkies Verwijder het overzicht van uitgaande gesprekken en dit nummer bellen, er een fax naar verzenden, het toevoegen als snelkiesnummer en éénkiesnummer of het verwijderen. Overz. Beller Fax versturen U kunt een nummer kiezen uit 50 Meer Toevoegen snelkiesnr Toevoegen Directkies Verwijder het overzicht nummerweergave en er een fax naar verzenden, het toevoegen als snelkiesnummer en éénkiesnummer of het verwijderen. Telefoonboek Fax versturen U kunt een nummer kiezen door slechts op een paar toetsen (en Start) te drukken. 48 Meer Snelkiezen instellen Directkiezen instellen Groepen instellen Hiermee slaat u snelkiesnummers op zodat u een nummer kunt kiezen door op slechts een paar toetsen (en Start) te drukken. Hiermee slaat u ééntoetsnummers op zodat u een nummer kunt kiezen door op slechts een paar toetsen (en Start) te drukken. U kunt groepsnummers instellen voor groepsverzenden. Wijzigen U kunt éénkiesnummers en snelkiesnummers wijzigen. Verwijder U kunt éénkiesnummers en snelkiesnummers verwijderen. Faxresolutie Standaard* Fijn Superfijn Foto Hiermee stelt u de resolutie voor uitgaande faxen in. Duplex faxen Uit* Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. DuplexScan : lange zijde DuplexScan : korte zijde De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. U kunt de scanmodus voor een dubbelzijdige fax kiezen Zie. 53 Zie. 2
136 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Contrast Auto* Scanformaat glas A4* Rondsturen Nummer toevoeg. Telefoonboek Licht Donker A3 Letter Legal Ledger Voorbeeld Aan Hiermee kunt u de faxen die u verzendt lichter of donkerder maken. Hiermee wijzigt u het scanformaat van de glasplaat voor faxen. U kunt eenzelfde faxbericht naar meerdere faxnummers tegelijk verzenden. Uit* Tijdklok Aan Uit* Verzamelen Aan Uit* Direct verzenden Aan Uit* Verzenden polling Stand. Beveilig Uit* Ontvangen polling Stand. Inter-nationaal Aan Beveilig Tijdklok Uit* Uit* Nieuwe standaard Faxresolutie Contrast Scanformaat glas Direct verzend Voorbeeld U kunt een faxbericht eerst bekijken voordat u het verzendt. Hiermee stelt u het tijdstip waarop de uitgestelde faxen moeten worden verzonden in 24-uursformaat in. Hiermee verzamelt u op een bepaald tijdstip de uitgestelde faxen naar eenzelfde faxnummer om deze in één keer te verzenden. U kunt faxen verzenden zonder gebruik te maken van het geheugen. Hiermee kan het document op uw machine door een andere faxmachine worden opgehaald. Hiermee stelt u uw machine in om faxberichten van een andere faxmachine op te vragen (pollen). Als u problemen hebt met het internationaal verzenden van faxen, zet u deze optie op Aan. U kunt uw faxinstellingen opslaan. Fabrieks-instellingen U kunt alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Zie. 33 Zie. 33 Zie. C 3
137 SCAN ( ) Niveau Optie Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar bestand Hiermee kunt u een zwart-witof kleurendocument in uw computer scannen. naar media (Wanneer een geheugenkaart of USB-flashstation is geplaatst) Duplex scannen Uit* Duplex scannen Uit* DuplexScan : lange zijde DuplexScan : korte zijde DuplexScan : lange zijde DuplexScan : korte zijde Kwaliteit 00 dpi kleur 200 dpi kleur* 300 dpi kleur 600 dpi kleur 00 dpi Z/W 200 dpi Z/W 300 dpi Z/W Bestandstype (Als u Kleur hebt gekozen als instelling voor Kwaliteit) 2 3 PDF* JPEG (Als u Mono hebt gekozen als instelling voor Kwaliteit) TIFF PDF* U kunt de dubbelzijdige scanmodus kiezen. U kunt de dubbelzijdige scanmodus kiezen. U kunt de scanresolutie en het bestandsformaat voor uw document kiezen. Zie. Zie de Softwarehandleiding. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brother-support openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 6 4
138 Menu en functies Niveau Optie Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar media Scanformaat glas A4* Hiermee wijzigt u het Zie 2. (Wanneer een scanformaat van de glasplaat. A3 geheugenkaart of USB-flashstation is geplaatst) (Vervolg) Letter Legal Ledger Bestandsnaam U kunt de bestandsnaam wijzigen. Automatisch bijsnijden Nieuwe standaard Fabrieksinstellingen Aan Uit* Kwaliteit Bestandstype Scanformaat glas Automatisch bijsnijden U kunt meerdere documenten via de glasplaat scannen en deze rechtstreeks op een geheugenkaart of USBflashstation opslaan. U kunt uw scaninstellingen opslaan. U kunt alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. naar netwerk (Profielnaam) Hiermee kunt u scangegevens verzenden naar een CIFSserver op uw lokale netwerk of het internet. naar FTP (Profielnaam) Hiermee kunt u scangegevens verzenden via FTP. naar PC U kunt een zwart-wit- of kleurendocument naar uw e- mailtoepassing scannen. server (Beschikbaar nadat u IFAX hebt gedownload) 2 3 Handmatig Telefoonboek Zie de Softwarehandleiding. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. U kunt een zwart-wit- of kleurendocument naar uw e- mailserver scannen. Handmatig: U kunt een e- mailadres via de toetsen op het LCD-scherm invoeren. Telefoonboek: U kunt een adres opzoeken dat u in de machine hebt opgeslagen. 6 Zie 2. Zie. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brother-support openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 5
139 Niveau Optie Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar server Handmatig Duplex scannen U kunt de dubbelzijdige Zie. scanmodus kiezen. (Vervolg) (Beschikbaar nadat Telefoonboek (Opties) u IFAX hebt gedownload) (Vervolg) (Vervolg) Uit* DuplexScan : lange zijde 2 3 DuplexScan : korte zijde Kwaliteit (Opties) 00 dpi kleur 200 dpi kleur* 300 dpi kleur 600 dpi kleur 00 dpi Z/W 200 dpi Z/W 300 dpi Z/W Bestandstype (Opties) (Als u Kleur hebt gekozen als instelling voor Kwaliteit) PDF* JPEG (Als u Mono hebt gekozen als instelling voor Kwaliteit) TIFF PDF* Hiermee selecteert u het bestandsformaat om de gescande gegevens via de server te verzenden. Zie de Softwarehandleiding. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brother-support openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 6
140 Menu en functies Niveau Optie Optie2 Optie3 Omschrijvingen Pagina naar server Handmatig Scanformaat Hiermee wijzigt u het Zie. glas scanformaat van de glasplaat. (Vervolg) (Beschikbaar nadat Telefoonboek u IFAX hebt (Opties) (Vervolg) gedownload) A4* (Vervolg) A3 Letter Legal Ledger Nieuwe standaard (Opties) Kwaliteit Bestandstype Scanformaat glas Fabrieksinstellingen U kunt uw scaninstellingen opslaan. U kunt alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. naar OCR 3 U kunt een tekstdocument converteren naar een bewerkbaar tekstbestand. Duplex scannen Uit* DuplexScan : lange zijde DuplexScan : korte zijde U kunt de dubbelzijdige scanmodus kiezen. naar afb. U kunt een afbeelding in kleur naar uw grafische toepassing scannen. Duplex scannen Uit* 2 3 Zie de Softwarehandleiding. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. DuplexScan : lange zijde DuplexScan : korte zijde U kunt de dubbelzijdige scanmodus kiezen. (Macintosh-gebruikers) U dient Presto! PageManager eerst te downloaden en installeren. Zie Brother-support openen (Macintosh) op pagina 3 voor verdere instructies. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 7
141 COPY ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Kwaliteit Snel Hiermee kiest u de Zie. kopieerresolutie voor de Normaal* volgende kopie. Fijn Papiersoort Normaal pap.* Selecteer de papiersoort die 55 Inkjetpapier Brother BP7 Brother BP6 Glossy anders Transparanten overeenkomt met het papier in de lade. Papier-formaat A4* Selecteer het papierformaat 55 A5 (alleen lade ) A3 0x5cm (alleen lade ) Letter Legal Ledger dat overeenkomt met het papier in de lade. Ladeselectie Lade Lade 2 Auto select.* Kies de lade die wordt gebruikt voor de kopieermodus. 56 Vergroten/ Verkleinen 00%* Zie. Vergroten 98% 0x5cmiA4 86% 0x5cmiLTR 4% A4iA3, A5iA4 Verkleinen 97% LTRiA4 93% A4iLTR 83% LGLiA4 69% A3iA4, A4iA5 47% A4i0x5cm Hiermee kunt u het vergrotingspercentage voor de volgende kopie kiezen. Hiermee kunt u het verkleiningspercentage voor de volgende kopie kiezen. Paginavull. De machine past het formaat automatisch aan op het door u ingestelde papierformaat. Custom(25-400%) Hiermee kunt u het vergrotings- of verkleiningspercentage voor uw type document kiezen. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 8
142 Menu en functies Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Dichtheid Hiermee kunt de dichtheid Zie. Licht Donker voor kopieën aanpassen Stapel/Sorteer Stapel* Sorteer Pagina lay-out Uit ( op )* 2 op (P) 2 op (L) 2-op- (id) 4 op (P) 4 op (L) > 2 Poster (2 x ) Poster (2 x 2) Poster (3 x 3) Als u A3 of Ledger hebt gekozen: (Als 2 op is geselecteerd) LGRx2 i LGRx LTRx2 i LGRx A3x2 i A3x A4x2 i A3x (Als poster 2x2 is geselecteerd) LGRx i LGRx4 LTRx i LGRx4 A3x i A3x4 A4x i A3x4 Scheef corrigeren Auto* Uit Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. U kunt ervoor kiezen om meerdere kopieën te laten stapelen of sorteren. U kunt N op, 2 op ID, of posterkopieën maken. Als uw document scheef wordt gescand, kan de machine de gegevens automatisch corrigeren. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 9
143 Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Dubbelz. kopiëren Geavanceerde instellingen Favoriete instellingen Uit* 2zijdigi2zijdig zijd.i2zijd. Lange zijde 2zijd.izijd. Lange zijde zijd.i2zijd. Korte zijde 2zijd.izijd. Korte zijde Meer Geavanc. Normaal* A3/LGR duplex kop. inst. DX DX2 Uit* Aanpassen aan pag.* Schaal behouden Inktspaarmodus Dun papier kopiëren Boek kopiëren Watermerk kop. Opslaan Favoriet: Naam wijzigen Favoriet: 2 Favoriet: 3 Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. U kunt de instellingen voor dubbelzijdig afdrukken kiezen. U kunt verschillende instellingen voor kopiëren opgeven, zoals Boek kopiëren en Watermerk kop. U kunt uw favoriete instellingen opslaan. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Zie. 20
144 Menu en functies Kopieerinstellingen voor het watermerk Optie Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Sjabloon bewerken Tekst VERTROUWEL.* Positie Formaat CONCEPT KOPIE A B C D E* F G H I Patroon Klein Midden* Groot Hoek * Transparantie -2 Kleur - 0* + +2 Zwart* Groen Blauw Paars Rood Oranje Geel Hiermee gebruikt u een sjabloon om tekst als watermerk in uw document te plaatsen. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Zie. C 2
145 Optie Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Afbeeld. gebruiken Scan (Geef het watermerkdocument op en druk op Start.) Media (Kies een afbeelding op de media) Transparantie -2 Positie Formaat - 0* + +2 A B C D E* F G H I Patroon Klein Midden* Groot Hoek * Transparantie -2 Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. - 0* + +2 U kunt een logo of tekst als watermerk op uw document afdrukken door een papieren document te scannen. Hiermee kunt u een afbeelding (logo of tekst) op een verwisselbaar medium als watermerk in uw document plaatsen. Zie. 22
146 Menu en functies PHOTO CAPTURE ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Foto s kijken Foto verbet. afdrukken) (Alle foto's (Diavoorst.) Verbeteren (Autocorrectie) (Autocorrectie) Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. U kunt alle foto's op uw geheugenkaart of USBflashstation afdrukken. De machine start een diavoorstelling van uw foto's. De machine bepaalt het beste effect voor uw foto. Met deze instellingen kunt u uw foto's aanpassen. 60 Zie. (Huid verbeteren) (Landschap verb.) (Rode ogen verw.) (Nachtfoto) (Tegenlicht) (Whiteboard) (Zwart-wit) (Sepia) C (Rode ogen aut. corr. en verw.) Trimming U kunt uw foto bijsnijden en een gedeelte van de afbeelding afdrukken. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 23
147 Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Index afdr. Index 6 beelden/regel* Foto s afdrukken 5 beelden/regel Zie de afdrukinstellingen in de volgende tabel. U kunt een pagina met miniaturen afdrukken. U kunt een enkele afbeelding afdrukken. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Zie. Afdrukinstellingen Optie Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Printkwaliteit Normaal Hiermee kunt u de Zie. afdrukkwaliteit kiezen. (Niet beschikbaar Foto* voor DPOFafdrukken.) Papiersoort Normaal pap. Inkjetpapier Hiermee kunt u de papiersoort kiezen. Papierform. Helderheid (Niet beschikbaar wanneer Verbeteren is gekozen.) Brother BP7 Brother BP6 Glossy anders* 0x5cm* 3x8cm A4 A3 Letter Ledger Donker -2-0 Licht (Als A4 of Letter is gekozen) 8x0cm 9x3cm 0x5cm 3x8cm 5x20cm Max. afm.* Hiermee kunt u het papieren afdrukformaat kiezen. Hiermee kunt u de helderheid instellen Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. 24
148 Menu en functies Optie Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Contrast (Niet beschikbaar wanneer Verbeteren is gekozen.) -2-0 Hiermee kunt u het contrast instellen. Zie Kleur aanpass. (Niet beschikbaar wanneer Verbeteren is gekozen.) Aan Uit* Witbalans -2-0 Hiermee kunt u de tint van witte vlakken aanpassen Scherpte -2 Hiermee kunt u het detail van de afbeelding verbeteren Kleurdensiteit -2 Hiermee kunt u de totale hoeveelheid kleur in de afbeelding aanpassen Bijsnijd(crop) Aan* Zonder rand Datum afdr. (Niet beschikbaar voor DPOFafdrukken.) Uit Aan* Uit Aan Uit* Hiermee kunt u de afbeelding rond de marge bijsnijden om deze aan het papierformaat of het afdrukformaat aan te passen. Zet deze functie uit wanneer u hele afbeeldingen wilt afdrukken of ongewenst bijsnijden wilt vermijden. Hiermee wordt het afdrukgebied uitgebreid naar de randen van het papier. Hiermee kunt u de datum op foto's laten afdrukken. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 25
149 Optie Optie2 Optie3 Optie4 Omschrijvingen Pagina Nieuwe standaard Printkwaliteit U kunt uw afdrukinstellingen Zie. opslaan. Papiersoort Papierform. Helderheid Contrast Kleur aanpass. Bijsnijd(crop) Zonder rand Datum afdr. Fabrieksinstell. U kunt alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. Telefoonboek ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Telefoonboek Fax versturen U kunt een nummer kiezen door slechts op een paar toetsen (en Start) te drukken. Meer Snelkiezen instellen Directkiezen instellen Groepen instellen Hiermee slaat u snelkiesnummers op zodat u een nummer kunt kiezen door op slechts een paar toetsen (en Start) te drukken. U kunt de nummers die u het vaakst belt onder de ééntoetsnummers opslaan. Hiermee stelt u groepsnummers in voor groepsverzenden. Wijzigen U kunt éénkiesnummers en snelkiesnummers wijzigen. Verwijder U kunt éénkiesnummers en snelkiesnummers verwijderen. Zie de Uitgebreide gebruikershandleiding. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven Zie
150 Menu en functies Oproepoverz. ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Oproepoverz. Uitg. gesprek Fax versturen U kunt een nummer kiezen uit het overzicht van Meer Toevoegen Directkies uitgaande gesprekken en dit nummer bellen, er een fax Toevoegen snelkiesnr Verwijder naar verzenden, het toevoegen als snelkiesnummer en éénkiesnummer of het verwijderen. Overz. Beller Fax versturen U kunt een nummer kiezen Meer Toevoegen Directkies Toevoegen snelkiesnr Verwijder De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. uit het overzicht nummerweergave en er een fax naar verzenden, het toevoegen als snelkiesnummer en éénkiesnummer of het verwijderen Fax Preview ( ) Niveau Niveau2 Niveau3 Opties Omschrijvingen Pagina Fax Preview Aan U kunt ontvangen faxen op 38 Uit* het LCD-scherm bekijken. De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven. C 27
151 Tekst invoeren C Wanneer u bepaalde menuopties instelt, dient u wellicht tekst in de machine in te voeren. Druk op om de schakelen tussen letters, nummers en speciale tekens. Aan elke lettertoets op het LCDscherm zijn maximaal vier letters toegewezen. Door herhaaldelijk op de betreffende toets te drukken, wordt het gewenste teken beschikbaar. Spaties invoegen C Om een spatie in te voeren, drukt u op de spatietoets of. om speciale tekens te kiezen en drukt u vervolgens op De beschikbare tekens kunnen per land verschillen. Correcties aanbrengen C Gebruik de pijltoetsen om de cursor onder een onjuist teken te plaatsen als u een verkeerd teken hebt ingevoerd en u deze wilt wijzigen. Druk dan op. U kunt nu het juiste teken invoeren. U kunt ook letters invoegen door de cursor te verplaatsen en een teken in te voeren. Letters herhalen C Als u een teken wilt invoeren die op dezelfde toets staat als de vorige letter, drukt u op c om de cursor naar rechts te verplaatsen en drukt u daarna opnieuw op de toets. 28
152 D Specificaties D Algemeen D Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de specificaties van de machine. Ga voor uitgebreidere specificaties naar Printertype Afdrukmethode Geheugencapaciteit LCD (Liquid Crystal Display) Stroombron Inkjet Zwart-wit: Piëzo met 94 spuitmondje Kleur: Piëzo met 94 3 spuitmondjes 92 MB Touchscreen 3,3 in (82,8 mm) TFT LCD-kleurenscherm AC 220 tot 240V 50/60Hz Stroomverbruik Kopieermodus: Circa 28 W 2 Gereedmodus: Slaapstand: Uit: Circa 8,5 W Circa 4 W Circa 0,3 W 2 Gemeten als de machine is aangesloten op de USB-interface. Bij gebruik van de ADF, eenzijdig afdrukken en scannen, resolutie: standaard / document: ISO/IEC 2472 afgedrukt patroon. D 29
153 Afmetingen 33 mm 540 mm 590 mm 489 mm 669 mm Gewicht 8,5 kg Geluidsemissie In bedrijf: LPAm = 50 db of minder Geluidsemissie conform ISO9296 Temperatuur Vochtigheid ADF (automatische documentinvoer) Documentgrootte Kopiëren: Gereed: In bedrijf: Beste afdrukkwaliteit: In bedrijf: Beste afdrukkwaliteit: Max. 35 pagina's LWAd = 6,08 B(A) 2 (Zwart-wit) Papier: 80 g/m 2 A4- of Letter-formaat Breedte van ADF: 48 mm tot 297 mm Lengte van ADF: 48 mm tot 43,8 mm Breedte glasplaat: max. 297 mm Lengte glasplaat: max. 43,8 mm LWAd = 6,04 B(A) (Kleur) LWAd = 3,07 B(A) (Zwart-wit/Kleur) 0 tot 35 C 20 tot 33 C 20 tot 80% (niet condenserend) 20 tot 80% (niet condenserend) 2 De geluidsemissie is afhankelijk van de afdrukomstandigheden. Kantoorapparatuur met LWAd boven 6,30 B(A) is niet geschikt voor gebruik in ruimtes waar mensen voornamelijk denkwerk verrichten. Dergelijke apparatuur moet in aparte ruimten worden geplaatst om geluidshinder te voorkomen. 30
154 Specificaties Afdrukmedia D Papierinvoer Papierlade Papiersoort: Normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier en transparanten 2 Papierformaat: A4, Ledger, A3, Legal, Executive, Letter, A5, A6, JIS B4, JIS B5, Enveloppen (Commercial Nr.0, DL, C5, Monarch, Y4), Foto 0 5 cm, Foto L mm, Foto 2L 3 8 cm, Indexkaart en Briefkaart 3 Breedte: 89 mm mm Lengte: 27 mm - 43,8 mm Zie Papiergewicht en -dikte op pagina 27 voor meer informatie. Maximale capaciteit papierlade: Circa 250 vellen normaal papier van 80 g/m 2 Papierlade 2 Papiersoort: Normaal papier Papierformaat: A4, Ledger, A3, Legal, Executive, Letter, JIS B4, JIS B5 Breedte: 82 mm mm Lengte: 257 mm - 43,8 mm Zie Papiergewicht en -dikte op pagina 27 voor meer informatie. Maximale capaciteit papierlade: Circa 250 vellen normaal papier van 80 g/m Voor glanzend papier of transparanten verwijdert u bedrukte pagina's direct nadat ze zijn uitgevoerd uit de uitvoerpapierlade om vlekken te voorkomen. Gebruik alleen transparanten die worden aanbevolen voor inkjetprinters. Zie Type en formaat papier voor elke functie op pagina 26. D 3
155 Papierinvoer (Vervolg) Papieruitvoer Sleuf voor handmatige invoer Papiersoort: Normaal papier, inkjetpapier (gecoat papier), glanzend papier, transparanten 2, enveloppen en Etiketten Papierformaat: A4, Ledger, A3, Legal, Executive, Letter, A5, A6, JIS B4, JIS B5, Enveloppen (Commercial Nr.0, DL, C5, Monarch, Y4), Foto 0 5 cm, Foto L mm, Foto 2L 3 8 cm, Indexkaart en Briefkaart 3 Breedte: 89 mm mm Lengte: 27 mm - 43,8 mm Zie Papiergewicht en -dikte op pagina 27 voor meer informatie. Maximale capaciteit papierlade: vel speciaal afdrukmateriaal Max. 50 vel normaal papier van A4-formaat (naar lade uitgevoerd met de bedrukte zijde naar boven) 2 3 Voor glanzend papier of transparanten verwijdert u bedrukte pagina's direct nadat ze zijn uitgevoerd uit de uitvoerpapierlade om vlekken te voorkomen. Gebruik alleen transparanten die worden aanbevolen voor inkjetprinters. Zie Type en formaat papier voor elke functie op pagina
156 Specificaties Faxen D Compatibiliteit ITU-T Super Groep 3 Dubbelzijdige fax Ja (verzenden) Modemsnelheid Automatische terugval bps Scanbreedte 288 mm (A3) (Enkelzijdig document) Scanbreedte en -lengte Breedte: 208 mm (A4/Legal/Letter) (ADF) (Dubbelzijdig (2-zijdig) Lengte: 349,6 mm (ADF) document) Afdrukbreedte 29 mm (A3) Grijstinten Niveaus: 64 (Z/W)/256 (Kleur) Resolutie Standaard dpi (Zwart-wit) dpi (Kleur) Fijn dpi (Zwart-wit/Kleur) Superfijn dpi (Zwart-wit) Foto dpi (Zwart-wit) Eéntoetsnummers 6 (8 2) Snelkiesnummers 00 stations 2 nummers Groepen Maximaal 6 Groepsverzenden 266 (200 snelkiesnummers/6 ééntoetsnummers/ 50 handmatig kiezen) Automatisch opnieuw kiezen 3 keer met tussenpozen van 5 minuten Verzenden vanuit het Max. 400 pagina's geheugen Ontvangst zonder papier Max. 400 pagina's Pagina s verwijst naar de ITU-T Test Chart # (een standaardzakenbrief, standaardresolutie, MMR-code). Specificaties en gedrukt materiaal kunnen zonder vooraankondiging worden gewijzigd. D 33
157 Kopiëren D Kleur/Zwart-wit Ja/Ja Breedte kopie Max. 29 mm Meerdere kopieën Sets van max. 99 pagina s Vergroten/verkleinen 25% tot 400% (in stappen van %) Resolutie Kan maximaal dpi afdrukken Dubbelzijdig Papiersoort: Normaal papier Papierformaat: A4, Ledger, A3, Legal, Letter, A5 Minimale boven- en ondermarge van 22 mm 34
158 Specificaties PhotoCapture Center D Compatibele media Memory Stick (6 MB - 28 MB) Memory Stick PRO (256 MB - 32 GB) Memory Stick Duo (6 MB - 28 MB) Memory Stick PRO Duo (256 MB - 32 GB) Memory Stick Micro (M2 ) met adapter Multimediakaart (32 MB - 2 GB) Multimediakaart plus (28 MB - 4 GB) Multimediakaart mobiel met adapter (64 MB - GB) SD (6 MB - 2 GB) minisd met adapter microsd met adapter SDHC (4 GB - 32 GB) minisdhc met adapter microsdhc met adapter USB-flashstation 2 Resolutie Max dpi Bestandsextensie (Mediaformaat) DPOF (versie.0, versie.), Exif DCF (tot versie 2.) (Afbeeldingsformaat) Foto's afdrukken: JPEG 3, AVI 4, MOV 4 Scannen naar media: JPEG, PDF (Kleur) TIFF, PDF (Zwart-wit) Aantal bestanden Maximaal 999 bestanden (De map op een geheugenkaart of USB-flashstation wordt ook meegeteld.) Map Het bestand moet op het 4e mapniveau van de geheugenkaart of van het USB-flashstation zijn opgeslagen. Zonder rand A4, Letter, Ledger, A3, Foto 0 5 cm, Foto 2L 3 8 cm Geheugenkaarten, adapters en USB-flashstations zijn niet inbegrepen. USB 2.0-standaard USB-massaopslagklasse van 6 MB tot 32 GB Ondersteunde indeling: FAT2/FAT6/FAT32 Progressief JPEG-formaat wordt niet ondersteund. Alleen bewegende JPEG Zie Type en formaat papier voor elke functie op pagina 26. D 35
159 PictBridge D Compatibiliteit Interface Ondersteunt de PictBridge-norm CIPA DC-00 van de Camera & Imaging Products Association. Ga naar voor meer informatie. USB Direct-interface 36
160 Specificaties Scanner D Kleur/Zwart-wit Dubbelzijdig scannen TWAIN-compatibel Ja/Ja Ja Ja (Windows 2000 Professional/Windows XP/ Windows XP Professional x64 Edition/Windows Vista / Windows 7) Mac OS X 0.4., 0.5.x, 0.6.x WIA-compatibel Ja (Windows XP 2 /Windows Vista /Windows 7) ICA-compatibel Kleurintensiteit Ja (Mac OS X 0.6.x) 48-bits kleurverwerking (invoer) 24-bits kleurverwerking (uitvoer) (Daadwerkelijke invoer: 30-bits kleur/daadwerkelijke uitvoer: 24-bits kleur) Resolutie Max dpi (geïnterpoleerd) 3 Max dpi (optisch) (glasplaat) Max dpi (optisch) (Enkelzijdig document via ADF) Scansnelheid (Enkelzijdig document) Scansnelheid (Dubbelzijdig (2-zijdig) document) Scanbreedte en -lengte (Enkelzijdig document) Scanbreedte en -lengte (Dubbelzijdig (2-zijdig) document) Grijstinten Max dpi (optisch) (Dubbelzijdig (2-zijdig) document via ADF) Zwart-wit: max. 3,49 sec. Kleur: max. 3,37 sec. (A4-formaat bij dpi) Zwart-wit: max. 4,68 sec. Kleur: max. 6,32 sec. (A4-formaat bij dpi) Breedte: Max. 29 mm Lengte: Max. 426 mm Breedte: Max. 20 mm (A4/Legal/Letter) (ADF) Lengte: Max. 349,6 mm (ADF) 256 niveaus D 2 3 Ga naar voor de meest recente driverupdates voor uw Mac OS X. In deze gebruikershandleiding duidt Windows XP op de volgende besturingssystemen: Windows XP Home Edition, Windows XP Professional en Windows XP Professional x64 Edition. Scannen met maximaal dpi bij gebruik van de WIA-driver voor Windows XP, Windows Vista en Windows 7 (resolutie tot max dpi kan worden geselecteerd met het scannerhulpprogramma van Brother). 37
161 Printer D Resolutie Max dpi Afdrukbreedte 29 mm [297 mm (zonder rand) ] 3 Zonder rand Dubbelzijdig A4, Letter, Ledger, A3, A6, Foto 0 5 cm, Indexkaart mm Foto L mm, Foto 2L 3 8 cm 2 Papiersoort: Normaal papier Papierformaat: Afdruksnelheid 5 A4, Letter, Ledger 4, A3 4, Legal, A5, A6, Executive Wanneer de optie Zonder rand op Aan is ingesteld. Zie Type en formaat papier voor elke functie op pagina 26. Als u afdrukt op papier van A3-formaat. Minimale boven- en ondermarge van 22 mm Ga voor gedetailleerde specificaties naar 38
162 Specificaties Interfaces D USB 2 Gebruik een USB 2.0-interfacekabel van maximaal 2 m. LAN-kabel 3 Ethernet UTP-kabel van categorie 5 of hoger. Draadloos LAN-netwerk IEEE 802.b/g/n (Infrastructuur-/Ad-hocmodus) 2 3 Uw machine heeft een Hi-speed USB 2.0-interfacekabel. De machine kan ook worden aangesloten op een computer die beschikt over een USB.-interface. USB-poorten van andere merken worden niet ondersteund. Zie de Netwerkhandleiding voor gedetailleerde netwerkspecificaties. D 39
163 Vereisten voor de computer Computerplatform & besturingssysteemversie Windows - Windows 2000 besturingssysteem Professional 6 Macintoshbesturingssysteem Toelichting: ONDERSTEUNDE BESTURINGSSYSTEMEN EN SOFTWAREFUNCTIES Windows XP Home 25 Windows XP Professional 25 Windows XP Professional x64 Edition 2 Windows Vista 25 Windows 7 25 Windows Server 2003 (alleen via netwerk afdrukken) Windows Server 2003 x64 Edition (alleen via netwerk afdrukken) Windows Server 2003 R2 (alleen via netwerk afdrukken) Windows Server 2003 R2 x64 Edition (alleen via netwerk afdrukken) Windows Server 2008 (alleen via netwerk afdrukken) Windows Server 2008 R2 (alleen via netwerk afdrukken) Mac OS X 0.4., 0.5.x Afdrukken, PC-Fax 4, Scannen, Verwisselbare schijf 7 USB, 0/00 Base-TX (Ethernet), Draadloos 802.b/g/n Afdrukken 0/00 Base-TX (Ethernet), Draadloos 802.b/g/n Afdrukken, PC-Fax verzenden 4, USB 3, 0/00 Minimale processorsnelheid Intel Pentium II of gelijkwaardig 64-bits (Intel 64 of AMD64) ondersteunde CPU Intel Pentium 4 of gelijkwaardig 64-bits (Intel 64 of AMD64) ondersteunde CPU Intel Pentium III of gelijkwaardig 64-bits (Intel 64 of AMD64) ondersteunde CPU Intel Pentium III of gelijkwaardig 64-bits (Intel 64 of AMD64) ondersteunde CPU Intel Pentium 4 of gelijkwaardig 64-bits (Intel 64 of AMD64) ondersteunde CPU 64-bits (Intel 64 of AMD64) ondersteunde CPU PowerPC G4/G5 Intel Core -processor Ondersteunde pcsoftwarefuncties Pcinterface Minimum- RAM Aanbevolen hoeveelheid RAM Hardeschijfruimte voor installatie Drivers Toepassingen 64 MB 256 MB 50 MB 500 MB 28 MB 50 MB 500 MB 256 MB 52 MB 50 MB 500 MB 52 MB GB 500 MB,2 GB GB (32 bit) 2GB (64 bit) GB (32 bit) 2GB (64 bit) 650 MB,2 GB 256 MB 52 MB 50 MB N.v.t. 52 MB GB 2 GB Base-TX Mac OS X 0.6.x Scannen, (Ethernet), Intel Verwisselbare Core -processor GB 2 GB schijf 7 Draadloos 802.b/g/n Microsoft Internet Explorer 5.5 of recenter. Voor WIA, resolutie. Met de Brotherscannertoepassing verbetering mogelijk tot maximaal dpi. USB-poorten van andere merken worden niet ondersteund. PC-Fax ondersteunt alleen zwart-wit. PaperPort 2SE ondersteunt Windows XP (SP3 of hoger), Windows Vista (SP2 of hoger) en Windows 7. PaperPort SE ondersteunt Microsoft SP4 of hoger voor Windows 2000 (beschikbaar via het internet). Verwisselbare schijf is een functie van PhotoCapture Center. 52 MB GB 80 MB 400 MB Voor de meest recente driverupdates bezoekt u ons op Alle handelsmerken, merk- en productnamen zijn het eigendom van de respectieve bedrijven. D 40
164 Specificaties Verbruiksartikelen D Inkt Gebruiksduur van inktcartridge Verbruiksartikelen De machine gebruikt aparte inktcartridges in zwart, geel, cyaan en magenta die geen onderdeel zijn van de printkopset. De eerste keer dat u een set inktcartridges installeert, gebruikt de machine een hoeveelheid inkt om de inktleidingen te vullen voor afdrukken van hoge kwaliteit. Dit is een eenmalig proces. Nadat dit proces is uitgevoerd, gaan de cartridges die bij uw machine zijn geleverd, minder lang mee dan standaardcartridges (65%). Met alle daaropvolgende inktcartridges kunt u het gespecificeerde aantal pagina s afdrukken. <Super High Yield Zwart> LC280XLBK <Super High Yield Geel> LC280XLY <Super High Yield Cyaan> LC280XLC <Super High Yield Magenta> LC280XLM Zwart - Circa pagina's Geel, Cyaan, Magenta - Circa.200 pagina's <High Yield Zwart> LC240BK <High Yield Geel> LC240Y <High Yield Cyaan> LC240C <High Yield Magenta> LC240M Zwart, Geel, Cyaan, Magenta - Circa 600 pagina's Het opgegeven gemiddelde gebruik per cartridge is conform ISO/IEC 247. Ga naar voor meer informatie over het vervangen van verbruiksartikelen. Wat is Innobella? Innobella is een assortiment verbruiksartikelen van Brother. De naam 'Innobella ' is een samentrekking van de woorden 'innovatie' en 'bella' (het Italiaanse woord voor 'mooi') en verwijst naar de innovatieve Brother-technologie die u mooie en duurzame afdrukresultaten biedt. Brother beveelt glanzend Innobella -fotopapier (BP7-serie) aan voor het afdrukken van hoogwaardige foto's. Met Innobella -inkt en -papier maakt u in een handomdraai prachtige afdrukken. D 4
165 Netwerk (LAN) D Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor een volledig overzicht van de netwerkspecificaties. LAN Beveiliging van het draadloze netwerk Configuratiehulpprogramma AOSS Ja WPS Ja U kunt de machine op een netwerk aansluiten voor afdrukken en scannen via het netwerk, PC Fax verzenden, PC Fax ontvangen (alleen Windows ), Remote Setup, foto's ophalen van het PhotoCapture Center. De netwerkbeheersoftware Brother BRAdmin Light 2 wordt meegeleverd. SSID (32 chr), WEP 64/28 bit, WPA-PSK (TKIP/AES), WPA2-PSK (AES) 2 Zie het overzicht van computervereisten op pagina 40. Als u meer geavanceerde printerbeheersoftware nodig hebt, gebruikt u de meest recente versie van het hulpprogramma Brother BRAdmin Professional die u kunt downloaden via 42
166 E Index A Aangepaste telefoonfuncties op een enkele lijn...93 Aansluiten extern antwoordapparaat...44 extern toestel...45 Aansluiting op meerdere lijnen (PBX)...45 Aansluitingen Extern Extern toestel...45 ADF (automatische documentinvoer)...28 Afdrukken afdrukgebied...2 papier vastgelopen...82 problemen...89 resolutie...38 specificaties...38 Zie de Softwarehandleiding. Antwoordapparaat...44 aansluiten...44 Antwoordapparaat, extern... 35, 44 aansluiten...44 ontvangstmodus...35 uitgaand bericht opnemen...44 Apple Macintosh Zie de Softwarehandleiding. Automatisch fax ontvangen...35 Fax waarnemen...38 B Belvertraging, instellen...37 Brother CreativeCenter...3 C ControlCenter Zie de Softwarehandleiding. D Document laden... 28, 29 Draadloze telefoon Dubbelzijdig (2-zijdig) Scannen naar media... 6 E Eéntoetsnummers gebruiken instellen... 5 wijzigen Enveloppen... 7, 9, 26, 27 Etiketten... 7, 25, 26, 27 Extern toestel, aansluiten F Fax waarnemen Fax, stand-alone ontvangen Belvertraging, instellen F/T-beltijd, instellen Fax waarnemen Faxvoorbeeld weergeven... 38, 40 ladegebruik problemen... 9, 92 storing op de telefoonlijn / Bellen via internet (VoIP) via een tweede toestel verzenden... 3 Faxvoorbeeld weergeven formaat van de glasplaat wijzigen kleurenfax problemen storing op de telefoonlijn / Bellen via internet (VoIP) Verzendrapport Fax/Telefoonmodus Belvertraging Code voor activeren op afstand Code voor deactiveren op afstand oproepen aannemen op een tweede toestel E 43
167 Faxberichten of Faxjournaal overzetten...80 Faxcodes Code voor activeren op afstand... 38, 46 Code voor deactiveren op afstand...46 gebruiken...46 wijzigen...47 Faxen, vanuit PC Zie de Softwarehandleiding. Foutmeldingen op LCD-scherm...7 Alleen BK afdr Communicatiefout...72 Deksel is open...73 Document nazien...73 Geen patroon...73 Geheugen vol...74 Inkt bijna op...74 Inktopvangbak bijna vol...74 Inktopvangbak vol...74 Kan niet afdr Kan niet detecteren Meer gegevens...75 Niet toegewezen... 48, 75 Opstartprobleem...78 Papier nazien...77 Papierstoring...78 Print onmogelijk...78 Reinig onm Scan onmogelijk...78 Verkeerd papierformaat...73 Verkeerde lade-instelling...79 G Grijstinten... 33, 37 H Handmatig kiezen...48 ontvangen...35 Help LCD-meldingen...99 menutabel...00 Herkies/Pauze...49 I Ingangen Extern Extern toestel Inktcartridges inktstippenteller vervangen Innobella... 4 K Kiezen een pauze... 5 Eéntoetsnummers handmatig Overzicht nummerweergave Snelkiezen toegangscodes en creditcardnummers Uitgaand gesprek Kopiëren ladegebruik met de glasplaat papierformaat papiersoort L Ladeselectietoets LCD (Liquid Crystal Display) Helderheid... 9 M Macintosh Zie de Softwarehandleiding. Modus, activeren Faxmodus... 4 Kopieermodus... 4 PhotoCapture... 4 Scanmodus
168 N Netwerk afdrukken Zie de Netwerkhandleiding. scannen Zie de Softwarehandleiding. Niet-scanbaar gebied...30 Nummerweergave...4 Overzicht nummerweergave...50 Faxen verzenden...50 Toevoegen aan éénkiesnummers...50 Toevoegen aan snelkiesnummers...50 Verwijderen...50 O Onderhoud, routine inktcartridges vervangen...65 Ontvangstmodus Alleen Fax...35 Extern antwoordapparaat...35 Fax/Telefoon...35 Handmatig...35 Overzicht van het bedieningspaneel...4 P PaperPort 2SE met OCR Zie Softwarehandleiding. Zie ook het menu Help in de toepassing PaperPort 2SE. Papier... 24, 3, 32 afdrukgebied...2 capaciteit...27 documentformaat...28 enveloppen en briefkaarten laden...9 formaat...22 laden... 0, 3, 9 soort... 22, 26 PhotoCapture Center Afdrukinstellingen Kwaliteit...6 Afdrukken alle foto's...60 Diavoorstelling...60 Foto's weergeven...60 Memory Stick PRO...57 Memory Stick...57 Multimediakaart...57 Scannen naar media bestandsnaam wijzigen... 6 SD SDHC specificaties vanaf PC Zie de Softwarehandleiding. Presto! PageManager Zie Softwarehandleiding. Zie ook het menu Help in de toepassing Presto! PageManager. Problemen oplossen als u problemen heeft met afdrukken document vastgelopen... 8 faxen ontvangen inkomende oproepen kopiëren Netwerk ontvangen faxen afdrukken... 9 PhotoCapture Center scannen software telefoonlijn of verbindingen Touchscreen document vastgelopen... 8 foutmeldingen op LCD-scherm... 7 onderhoudsmeldingen op LCD-scherm... 7 papier vastgelopen Programmeren van de machine R Reinigen printkop scanner Remote Setup Zie de Softwarehandleiding. Resolutie afdrukken faxen kopiëren scannen E 45
169 S Scannen Zie de Softwarehandleiding. Serienummer achterhalen...zie binnenkant frontdeksel Sleuf voor handmatige invoer...7 Snelkiesnummers gebruiken...48 instellen...52 wijzigen...53 Snelkiezen...5 Eéntoetsnummers aangepast scanprofiel...5 instellen...5 Groepsnummers wijzigen...53 Snelkiesnummers gebruiken...48 wijzigen...53 V Vastlopen document... 8 papier Verbruiksartikelen... 4 Volume, instellen belsignaal... 8 luidspreker... 9 waarschuwingstoon... 8 W Windows Zie de Softwarehandleiding. Wireless Network Zie de Installatiehandleiding en Netwerkhandleiding. T Tekst, invoeren...28 Telefoonlijn aansluitingen...44 meerdere lijnen (PBX)...45 problemen...92 storing / Bellen via internet (VoIP)...97 type...42 Transparanten... 24, 25, 27, 3, 32 Tweede toestel, gebruiken...46 U Uitgaand gesprek Faxen verzenden...49 Toevoegen aan éénkiesnummers...49 Toevoegen aan snelkiesnummers...49 Verwijderen
170 Bezoek ons op het World Wide Web Deze machine is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik in het land van aankoop. Plaatselijke Brother-bedrijven of hun dealers verlenen alleen service aan machines die in hun eigen land zijn aangekocht.
171 UITGEBREIDE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J690DW Versie 0 BEL-DUT
172 Gebruikershandleiding en waar kan ik die vinden? Welke handleiding? Wat staat erin? Waar is de handleiding? Veiligheid en wetgeving Installatiehandleiding Beknopte gebruikershandleiding Uitgebreide gebruikershandleiding Softwarehandleiding Verklarende woordenlijst Netwerk Netwerkhandleiding Lees deze handleiding eerst. Lees de Veiligheidsinstructies voordat u de machine instelt. Raadpleeg deze handleiding voor handelsmerken en wettelijke beperkingen. Volg de instructies voor het instellen van uw machine en het installeren van de drivers en de software voor het besturingssysteem en het type verbinding dat u gebruikt. Maak kennis met de standaardhandelingen voor faxen, kopiëren en scannen, leer omgaan met het PhotoCapture Center en leer verbruiksartikelen vervangen. Raadpleeg de tips voor het oplossen van problemen. Maak kennis met geavanceerde handelingen: faxen, kopiëren, beveiliging, rapporten afdrukken en routineonderhoud uitvoeren. Volg deze instructies voor afdrukken, scannen, netwerkscannen, PhotoCapture Center, Remote Setup, PC-Fax en om het Brother ControlCenter te gebruiken. Deze handleiding bevat algemene informatie over geavanceerde netwerkfuncties van Brother-machines en uitleg over veelgebruikte netwerktermen. Deze handleiding bevat nuttige informatie over bedrade en draadloze netwerk- en beveiligingsinstellingen die u met de Brother-machine kunt configureren. Daarnaast bevat deze handleiding informatie over de protocollen die door uw machine worden ondersteund en gedetailleerde tips voor het oplossen van problemen. Afgedrukt / In de verpakking Afgedrukt / In de verpakking Afgedrukt / In de verpakking PDF-bestand / documentatie op de cd-rom PDF-bestand / documentatie op de cd-rom PDF-bestand / documentatie op de cd-rom PDF-bestand / documentatie op de cd-rom i
173 Inhoudsopgave Algemene instellingen Opslag in geheugen... Automatische zomertijd instellen... Slaapstand... 2 LCD-scherm... 2 De lichtdimtimer voor de achtergrondverlichting instellen... 2 Tijdklokstand Veiligheidsfuncties 4 Beveiligd functieslot Voordat u Beveiligd functieslot 2.0 kunt gebruiken... 4 Het beheerderwachtwoord instellen en wijzigen... 5 Gebruikers met beperkte rechten instellen... 6 Beveiligd functieslot in-/uitschakelen... 6 Omschakelen tussen gebruikers... 7 Omschakelen naar openbare modus Een fax verzenden 8 Extra opties bij het verzenden... 8 Faxen met meer instellingen verzenden... 8 Faxen onderbreken... 8 Contrast... 8 Faxresolutie wijzigen... 8 Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen... 9 Faxinstellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen... 9 Extra handelingen bij het verzenden... 0 Een dubbelzijdige fax vanuit de ADF verzenden... 0 Een fax handmatig verzenden... 0 Een fax verzenden aan het einde van een gesprek... Tweevoudige werking (alleen zwart-wit)... Groepsverzenden (alleen zwart-wit)... Direct verzenden... 2 Internationale modus... 3 Uitgesteld verzenden (alleen zwart-wit)... 3 Uitgestelde groepsverzending (alleen zwart-wit)... 3 Taken in wachtrij controleren en annuleren... 4 Pollen... 4 Verzend Pollen (alleen zwart-wit)... 4 ii
174 4 Faxberichten ontvangen 6 Faxberichten in het geheugen ontvangen (alleen zwart-wit)... 6 Ontvangst zonder papier... 6 Fax doorzenden... 6 Fax opslaan... 7 Een fax uit het geheugen afdrukken... 7 PC-FAX ontvangen (alleen Windows )... 8 Geheugenontvangst uitschakelen... 9 Geheugenontvangst wijzigen... 9 Afstandsbediening Een toegangscode voor afstandsbediening instellen Uw toegangscode gebruiken Faxopdrachten voor afstandsbediening... 2 Faxberichten opvragen Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten worden doorgestuurd Extra handelingen bij het ontvangen Een verkleinde afdruk van een inkomende fax maken Pollen Ontvang Pollen Nummers kiezen en opslaan 26 Opties voor normale telefoongesprekken Extra handelingen bij het kiezen Snelkiesnummers combineren Extra manieren om nummers op te slaan Eéntoetsnummers opslaan op basis van uitgaande oproepen Eéntoetsnummers opslaan vanuit het nummerweergavegeheugen Snelkiesnummers van uitgaande gesprekken opslaan Snelkiesnummers uit nummerweergavegeheugen opslaan Groepen instellen voor groepsverzenden Rapporten afdrukken 33 Faxrapporten Verzendrapport Faxjournaal (activiteitenrapport) Rapporten Een rapport afdrukken iii
175 7 Kopiëren 35 Kopieerinstellingen Kopiëren stoppen Kopieersnelheid en -kwaliteit wijzigen Gekopieerde afbeelding vergroten of verkleinen N op kopieën of een poster maken (Pagina layout) op (id) kopiëren Kopieën sorteren met de ADF Dichtheid aanpassen Inktspaarmodus... 4 Dun papier kopiëren... 4 Scheefstandcorrectie Boek kopie Watermerk kopie Dubbelzijdig kopiëren Voorkeursinstellingen opgeven Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation 48 PhotoCapture Center -functies Geheugenkaarten, USB-flashstation en mapstructuren Films afdrukken Foto's afdrukken Index afdrukken (miniaturen) Foto's afdrukken Foto's verbeteren... 5 Afdrukken in DPOF-formaat PhotoCapture Center -afdrukinstellingen Afdrukkwaliteit Papieropties Helderheid, contrast en kleur instellen Bijsnijden (crop) Afdrukken zonder rand Datum afdrukken Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen Alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen Scanformaat glas Automatisch bijsnijden Nieuwe standaardinstellingen opslaan Fabrieksinstellingen herstellen Foto's vanaf een camera afdrukken 6 Foto's direct afdrukken vanaf een PictBridge-camera... 6 Vereisten voor PictBridge... 6 Uw digitale camera instellen... 6 Foto's afdrukken Afdrukken in DPOF-formaat iv
176 Foto's direct afdrukken vanaf een digitale camera (zonder PictBridge) Foto's afdrukken A Routineonderhoud 64 De machine reinigen en controleren De buitenkant van de machine schoonmaken De geleiderol van de machine reinigen De papierinvoerrollen reinigen De doorvoerrollen voor papier reinigen De papierinvoerrollen van lade 2 reinigen Het inktvolume controleren De machine inpakken en vervoeren B Verklarende woordenlijst 7 C Index 76 v
177 Algemene instellingen Opslag in geheugen Zelfs als zich een stroomstoring voordoet, blijven de instellingen die u met de MENU-knop hebt gekozen behouden, omdat deze permanent in het geheugen worden opgeslagen. Ook uw instellingen in de toetsenmenu's van de modi FAX, SCAN, COPY en PHOTO CAPTURE blijven behouden als u Nieuwe standaard of Favoriete instellingen hebt geselecteerd. U zult wellicht de datum en de tijd opnieuw moeten instellen. Als de stroom uitvalt, blijven berichten in het geheugen van de machine ongeveer 24 uur behouden. Automatische zomertijd instellen U kunt de machine zo instellen dat de zomertijd automatisch wordt ingeschakeld. De machine zal automatisch in de lente een uur naar voren worden gezet en een uur terug in de herfst. Zorg daarbij wel dat u de juiste datum en tijd instelt bij Datum & tijd. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om Aut. zomertijd weer te geven. e Druk op Aut. zomertijd. f Druk op Uit (of Aan). g Druk op Stop/Exit.
178 Hoofdstuk Slaapstand U kunt opgeven na hoeveel tijd (tussen en 60 minuten) de machine in de slaapstand wordt gezet wanneer er geen gebruik van wordt gemaakt. Zodra een bewerking op de machine wordt uitgevoerd, wordt de timer opnieuw gestart. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om Slaapstand weer te geven. e Druk op Slaapstand. f Druk op Min, 2 Min., 3 Min., 5 Min., 0 Min., 30 Min. of 60 Min. om op te geven na hoeveel tijd de machine bij inactiviteit in de slaapstand moet worden gezet. g Druk op Stop/Exit. LCD-scherm De lichtdimtimer voor de achtergrondverlichting instellen U kunt instellen hoe lang de achtergrondverlichting van het LCD-scherm blijft branden nadat u voor het laatst op een toets hebt gedrukt. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om LCD-instell. weer te geven. e Druk op LCD-instell. f Druk op Lichtdim-timer. g Druk op 0 Sec., 20 Sec., 30 Sec. of Uit. h Druk op Stop/Exit. 2
179 Algemene instellingen Tijdklokstand Op het bedieningspaneel van de machine bevinden zich vier tijdelijke modustoetsen: FAX, SCAN, COPY en PHOTO CAPTURE. U kunt instellen na hoeveel tijd de machine na de laatste scan-, kopieer- of PhotoCapturebewerking terugkeert naar de faxmodus. Wanneer u Uit selecteert, blijft de machine in de laatst gebruikte modus. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Standaardinst. weer te geven. c Druk op Standaardinst. d Druk op a of b om Tijdklokstand weer te geven. e Druk op Tijdklokstand. f Druk op 0 Sec., 30 Sec., Min, 2 Min., 5 Min. of Uit. g Druk op Stop/Exit. 3
180 2 Veiligheidsfuncties Beveiligd functieslot 2.0 Met Beveiligd functieslot kunt u openbare toegang tot bepaalde machinefuncties beperken: Fax Tx (Faxen verzenden) Fax Rx (Faxen ontvangen) Kopiëren Scannen PCC Afdrukken vanaf de pc Afdrukken in kleur Paginalimiet Door de toegang tot de menu-instellingen te beperken, verhindert deze functie ook dat gebruikers de standaardinstellingen van de machine wijzigen. Voordat u de beveiligingsfuncties gebruikt, moet u een beheerderwachtwoord invoeren. De toegang tot niet-openbare bewerkingen kan worden geregeld door gebruikers met beperkte rechten in te stellen. Gebruikers met beperkte rechten moeten een gebruikerswachtwoord invoeren om de machine te kunnen gebruiken. Zorg ervoor dat u het wachtwoord noteert en op een veilige plek bewaart. Als u het vergeet, neemt u contact op met uw Brotherservicedealer. Alleen beheerders kunnen beperkingen instellen en wijzigingen aanbrengen voor elke gebruiker. Als Fax Tx uitgeschakeld is, zijn de functies van het menu Fax niet beschikbaar. Ontvang Pollen is alleen actief wanneer zowel Fax Tx als Fax Rx is ingeschakeld. Voordat u Beveiligd functieslot 2.0 kunt gebruiken U kunt de instellingen van Beveiligd functieslot 2.0 met behulp van een webbrowser configureren. Voor de configuratie moet u de volgende voorbereidingen treffen. a Start uw webbrowser. b Voer s IP address/ in de adresbalk van uw browser in (waarbij machine s IP address het IP-adres van de machine is). Bijvoorbeeld: U vindt het IP-adres van de machine in de netwerkconfiguratielijst. (Zie De netwerkconfiguratielijst afdrukken in de Netwerkhandleiding.) 4
181 Veiligheidsfuncties c Typ een wachtwoord in het veld Log in. (Dit is een wachtwoord om in in te loggen op de webpagina van de machine, niet het beheerderwachtwoord voor Beveiligd functieslot.) Klik op. Het beheerderwachtwoord instellen Het wachtwoord dat u in deze stappen instelt, is voor de beheerder. Dit wachtwoord wordt gebruikt om gebruikers in te stellen en Beveiligd functieslot in of uit te schakelen. (Zie Gebruikers met beperkte rechten instellen op pagina 6 en Beveiligd functieslot in-/ uitschakelen op pagina 6.) a Klik op Beheerder. b Klik op Beveiligd functieslot. c Voer als wachtwoord een viercijferig nummer in het veld Nieuw wachtwoord in. 2 Geef een wachtwoord op als u de instellingen van de machine voor de eerste keer met een webbrowser configureert. Klik op Configureer het wachtwoord. 2 Voer een wachtwoord in (maximaal 32 tekens). 3 Voer in het veld Bevestig nieuw wachtwoord opnieuw het wachtwoord in. 4 Klik op Indienen. Het beheerderwachtwoord instellen en wijzigen U kunt deze instellingen met behulp van een webbrowser configureren. Zie Voordat u Beveiligd functieslot 2.0 kunt gebruiken op pagina 4 om de webpagina te configureren. Ga vervolgens als volgt te werk. d Voer in het veld Wachtwoord opnieuw invoeren het wachtwoord opnieuw in. e Klik op Indienen. Het beheerderwachtwoord wijzigen a Klik op Beheerder. b Klik op Beveiligd functieslot. c Voer voor het nieuwe wachtwoord een viercijferig nummer in het veld Nieuw wachtwoord in. d Voer in het veld Wachtwoord opnieuw invoeren het nieuwe wachtwoord opnieuw in. e Klik op Indienen. 5
182 Hoofdstuk 2 Gebruikers met beperkte rechten instellen U kunt gebruikers met beperkte rechten en een wachtwoord instellen. U kunt maximaal 0 gebruikers instellen. U kunt deze instellingen met behulp van een webbrowser configureren. Zie Voordat u Beveiligd functieslot 2.0 kunt gebruiken op pagina 4 om de webpagina te configureren. Ga vervolgens als volgt te werk. a Klik op Beheerder. b Klik op Beveiligd functieslot. c Voer een groeps- of gebruikersnaam van maximaal 5 alfanumerieke tekens in het veld Id-nummer/naam in. Voer vervolgens een viercijferig wachtwoord in het veld Pincode in. d Schakel de functies die u wilt beperken uit in het vak Afdrukken of Ander. Als u de paginalimiet wilt configureren, selecteert u Aan bij Paginalimiet en voert u vervolgens het aantal in het vakje Max. in. Klik vervolgens op Indienen. Beveiligd functieslot in-/ uitschakelen Als u het verkeerde wachtwoord invoert, ziet u Fout wachtwoord op het LCDscherm. Voer het juiste wachtwoord in. Beveiligd functieslot inschakelen a Druk op MENU. b Druk op Standaardinst. c Druk op a of b om Functieslot weer te geven. d Druk op Functieslot. e Druk op Slot UitiAan. f Voer met de knoppen op het LCDscherm uw viercijferig beheerderwachtwoord in. Druk op OK. Beveiligd functieslot uitschakelen a Druk op Openbaar. b Druk op Slot AaniUit. c Voer met de knoppen op het LCDscherm uw viercijferig beheerderwachtwoord in. Druk op OK. U moet elke gebruiker een uniek wachtwoord toewijzen. U kunt één openbare gebruiker instellen. Openbare gebruikers hoeven geen wachtwoord in te voeren. Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie. 6
183 Veiligheidsfuncties Omschakelen tussen gebruikers Met deze instelling kan een gebruiker met beperkte rechten inloggen op de machine wanneer Beveiligd functieslot ingeschakeld is. a Houd Shift ingedrukt terwijl u op l drukt. Of druk op het LCD-scherm op 2 Openbaar of xxxxx (waarbij xxxxx de gebruikersnaam is). Druk vervolgens op Gebruiker wijz. b Druk op a of b om uw gebruikersnaam weer te geven. c Druk op uw gebruikersnaam. d Voer met de knoppen op het LCDscherm uw viercijferig gebruikerswachtwoord in. Druk op OK. Omschakelen naar openbare modus a Druk op xxxxx (waarbij xxxxx de gebruikersnaam is). b Druk op Ga naar Openb. Nadat een gebruiker met beperkte rechten de machine heeft gebruikt, wordt de machine teruggezet in de openbare modus binnen de tijd die voor Tijdklokstand is ingesteld. (Zie Tijdklokstand op pagina 3.) 7
184 3 Een fax verzenden Extra opties bij het verzenden Faxen met meer instellingen verzenden Wanneer u een fax gaat verzenden, kunt u een combinatie van de volgende instellingen kiezen: resolutie, contrast, scanformaat, etc. a Druk op (FAX). Op het LCD-scherm wordt het volgende weergegeven: Faxen onderbreken Druk op Stop/Exit om het faxen te onderbreken. Contrast Als uw document erg licht of erg donker is, kunt u proberen het contrast aan te passen. Voor de meeste documenten kan de standaardinstelling Auto worden gebruikt. Hiermee wordt automatisch het juiste contrast voor uw document gekozen. Kies Licht voor het verzenden van een licht document. Kies Donker voor het verzenden van een donker document. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om een instelling die u wilt wijzigen weer te geven. Druk op de instelling zodra deze wordt weergegeven. c Druk vervolgens op een optie. d Ga terug naar b om meer instellingen te wijzigen. De meeste instellingen zijn tijdelijke instellingen. Zodra u de fax hebt verzonden, keert de machine terug naar de standaardinstellingen. U kunt bepaalde instellingen die u vaak gebruikt opslaan door deze als standaard te definiëren. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze weer wijzigt. (Zie Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen op pagina 9.) b Druk op d of c om Contrast weer te geven. c Druk op Contrast. d Druk op Auto, Licht of Donker. Zelfs als u Licht of Donker selecteert, verzendt de machine het faxbericht met de instelling Auto in een van de volgende omstandigheden: Als u een kleurenfax verzendt. Als u Foto selecteert als faxresolutie. Faxresolutie wijzigen U kunt de kwaliteit van een fax verbeteren door de faxresolutie te wijzigen. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Faxresolutie weer te geven. 8
185 Een fax verzenden c Druk op Faxresolutie. d Druk op de gewenste resolutie. U kunt kiezen uit vier verschillende resoluties voor zwart-witfaxen en twee voor kleurfaxen. Zwart-wit Standaard Fijn Superfijn Foto Kleur Standaard Fijn Geschikt voor de meeste getypte documenten. Geschikt voor documenten met een klein lettertype. De transmissiesnelheid is iets lager dan bij de standaardresolutie. Geschikt voor kleine lettertjes of artwork. De transmissiesnelheid is lager dan bij de fijne resolutie. Gebruik deze instelling wanneer het document verschillende grijstinten heeft of een foto is. De instelling Foto heeft de laagste transmissiesnelheid. Geschikt voor de meeste getypte documenten. Gebruik deze instelling wanneer het document een foto is. De transmissiesnelheid is lager dan bij de standaardresolutie. Als u Superfijn of Foto kiest en vervolgens de Colour Start-toets gebruikt om een fax te verzenden, dan wordt de fax met de instelling Fijn verzonden. Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen U kunt de faxinstellingen voor Faxresolutie, Contrast, Scanformaat glas, Voorbeeld en Direct verzenden die u het vaakst gebruikt, opslaan door ze als de standaard in te stellen. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze weer wijzigt. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om de menuoptie die u wilt wijzigen te kiezen. Druk op uw nieuwe optie. Herhaal deze stap voor elke instelling die u wilt wijzigen. c Als u de laatste instelling hebt gewijzigd, drukt u op d of c om Nieuwe standaard weer te geven. d Druk op Nieuwe standaard. e Druk op Ja. f Druk op Stop/Exit. Faxinstellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen U kunt alle faxinstellingen die u hebt gewijzigd, terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze weer wijzigt. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Fabrieks-instellingen weer te geven. c Druk op Fabrieks-instellingen. d Druk op Ja. e Druk op Stop/Exit. 3 9
186 Hoofdstuk 3 Extra handelingen bij het verzenden Een dubbelzijdige fax vanuit de ADF verzenden Vanuit de ADF kunt u dubbelzijdige documenten van maximaal Legal-formaat verzenden. a Druk op Duplex op het bedieningspaneel van de machine. b Plaats uw document in de ADF. c Druk op Faxen. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Als uw document met de lange zijde wordt omgeslagen, drukt u op DuplexScan :lange zijde. Lange zijde Staand Liggend Als uw document met de korte zijde wordt omgeslagen, drukt u op DuplexScan :korte zijde. f Druk op Mono Start of Colour Start. De machine scant en verzendt vervolgens uw document. Een fax handmatig verzenden Als u documenten handmatig gaat verzenden, hoort u de kiestoon, beltonen en de faxontvangsttonen tijdens het faxen. Gebruik de ADF om een fax met meerdere pagina's te verzenden. a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Neem de hoorn van het externe toestel van de haak om een kiestoon te horen. d Kies het faxnummer. Als uw netwerk het LDAP-protocol ondersteunt, kunt u faxnummers en adressen opzoeken op uw server. (Zie Werken met LDAP in de Netwerkhandleiding.) e Als u een faxtoon hoort, drukt u op Mono Start of Colour Start. Druk bij gebruik van de glasplaat op Verzenden op het LCD-scherm om de fax te verzenden. f Plaats de hoorn weer op de haak. Korte zijde Staand Liggend e Voer het faxnummer in. 0
187 Een fax verzenden Een fax verzenden aan het einde van een gesprek Aan het einde van een gesprek kunt u voordat u beiden ophangt een fax naar de andere partij verzenden. a Vraag de ontvanger om te wachten op de faxtonen (piepjes) en vervolgens op de start- of verzendtoets te drukken voordat deze ophangt. b Druk op (FAX). c Laad uw document. d Druk op Mono Start of Colour Start. Druk bij gebruik van de glasplaat op Verzenden om de fax te verzenden. e Plaats de hoorn weer op de haak. Tweevoudige werking (alleen zwart-wit) U kunt een nummer kiezen en de fax in het geheugen scannen, zelfs wanneer de machine een fax uit het geheugen verstuurt, faxen ontvangt of pc-gegevens afdrukt. Het LCD-venster toont het nieuwe taaknummer en het beschikbare geheugen. Hoeveel pagina's u in het geheugen kunt inlezen, is afhankelijk van de gegevens die erop zijn afgedrukt. Als het bericht Geheugen vol verschijnt, drukt u op Stop/Exit om de taak te annuleren of op Mono Start om de tot dusver gescande pagina s te verzenden. Groepsverzenden (alleen zwart-wit) Met de functie Groepsverzenden kunt u één faxbericht automatisch naar verschillende faxnummers verzenden. U kunt een fax naar groepen, snelkiesnummers en maximaal 50 met de hand gekozen nummers tegelijk versturen. Nadat de groepsverzending is voltooid, wordt er een rapport afgedrukt. Voordat u een groepsverzending start Eéntoets- en snelkiesnummers moeten in het geheugen van de machine zijn opgeslagen voordat u ze in een groepsverzending kunt gebruiken. (Zie Eéntoetsnummers opslaan en Snelkiesnummers opslaan in hoofdstuk 7 van de Beknopte gebruikershandleiding.) Ook groepsnummers moeten in het geheugen van de machine zijn opgeslagen voordat u ze in een groepsverzending kunt gebruiken. Groepsnummers bevatten een groot aantal opgeslagen ééntoets- en snelkiesnummers zodat u sneller kunt kiezen. (Zie Groepen instellen voor groepsverzenden op pagina 3.) Groepsverzenden van faxberichten a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Druk op d of c om Rondsturen weer te geven. d Druk op Rondsturen. e U kunt op de volgende manier nummers aan de groepsverzending toevoegen: Druk op Nummer toevoeg. en voer een nummer in met de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. 3
188 Hoofdstuk 3 Als u Internefax hebt gedownload: Als u een groepsverzending via wilt versturen, drukt u op, voert u het adres in en drukt u vervolgens op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding.) Druk op Telefoonboek. Druk op om op alfabetische of numerieke volgorde te zoeken. Druk op de faxgegevens die u aan de groepsverzending wilt toevoegen. Druk op OK. Als u Numerieke volgorde hebt gekozen: Snelkiesnummers beginnen met #. Eéntoetsnummers beginnen met l. f Nadat u alle faxnummers hebt ingevoerd door stap e te herhalen, drukt u op OK. g Druk op Mono Start. Als u geen locaties voor groepsnummers gebruikt, kunt u naar maximaal 266 verschillende nummers groepsverzenden. Hoeveel geheugen er beschikbaar is, hangt af van de opdrachten die in het geheugen zijn opgeslagen en van het aantal nummers waarnaar u de fax stuurt. Als u de fax naar het maximale aantal nummers probeert te sturen, kunt u de tweevoudige werking en uitgestelde fax niet gebruiken. Als het bericht Geheugen vol verschijnt, drukt u op Stop/Exit om de taak te annuleren of op Mono Start om de tot dusver gescande pagina s te verzenden. Een groepsverzending annuleren a Druk op Stop/Exit. b Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de volledige verzending te annuleren, drukt u op Volledige zending. Ga naar stap c. Om de huidige taak te annuleren, drukt u op de knop waarop het gekozen nummer wordt weergegeven. Ga naar stap d. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Stop/Exit. c Wanneer u wordt gevraagd of u de volledige groepsverzending wilt annuleren, voert u een van de volgende handelingen uit: Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Nee of Stop/Exit. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de huidige taak te annuleren, drukt u op Ja. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Nee of Stop/Exit. Direct verzenden Als u een fax gaat verzenden, zal de machine de documenten eerst in het geheugen scannen alvorens te gaan verzenden. Zodra de telefoonlijn vrij is, kiest de machine het nummer en wordt de fax verzonden. Soms wilt u een belangrijk document echter onmiddellijk verzenden, zonder te wachten totdat het vanuit het geheugen wordt verzonden. U kunt hiervoor Direct verzenden inschakelen. 2
189 Een fax verzenden a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Druk op d of c om Direct verzenden weer te geven. d Druk op Direct verzenden. e Druk op Aan. Als het geheugen vol is en u een zwartwitfax vanuit de ADF verzendt, zal de machine het document direct verzenden (zelfs als Direct verzenden is ingesteld op Uit). Faxen kunnen pas vanaf de glasplaat worden verzonden wanneer u enkele berichten uit het geheugen wist. Bij Direct verzenden met de glasplaat werkt de functie voor automatisch opnieuw kiezen niet. Internationale modus Als u problemen hebt met het internationaal verzenden, bijvoorbeeld vanwege ruis op de lijn, is het raadzaam om de internationale modus te activeren. Nadat u een fax in deze modus hebt verzonden, wordt deze functie vanzelf weer uitgeschakeld. a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Druk op d of c om Inter-nationaal weer te geven. d Druk op Inter-nationaal. e Druk op Aan (of Uit). Uitgesteld verzenden (alleen zwart-wit) U kunt maximaal 50 faxberichten in het geheugen opslaan om ze binnen 24 uur te verzenden. Deze faxen worden verzonden op het tijdstip dat u in stap f specificeert. a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Druk op d of c om Tijdklok weer te geven. d Druk op Tijdklok. e Druk op Aan. f Voer met de knoppen op het LCDscherm het tijdstip in waarop u de fax wilt laten verzenden (in 24-uursformaat). (Voor kwart voor acht 's avonds voert u bijvoorbeeld 9:45 in.) Druk op OK. Hoeveel pagina's u in het geheugen kunt inlezen, is afhankelijk van de gegevens die op elke pagina zijn afgedrukt. Uitgestelde groepsverzending (alleen zwart-wit) Alvorens uitgestelde faxen te verzenden, zal de machine alle faxen in het geheugen eerst sorteren op bestemming waarnaar en tijdstip waarop ze verzonden moeten worden. Alle uitgestelde faxen die op hetzelfde tijdstip naar dezelfde bestemming verzonden moeten worden, worden als een enkele transmissie verzonden. 3 a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Verzamelen weer te geven. 3
190 Hoofdstuk 3 c Druk op Verzamelen. d Druk op Aan. e Druk op Stop/Exit. Taken in wachtrij controleren en annuleren U kunt controleren welke taken er nog in het geheugen op verzending wachten en een taak annuleren. (Als er geen taken op verzending wachten, wordt de melding Geen opdrachten weergegeven.) a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Rest. jobs weer te geven. e Druk op Rest. jobs. Op het LCD-scherm verschijnen alle taken die in de wachtrij staan. f Druk op a of b om door de taken te bladeren en druk op de taak die u wilt annuleren. Druk op OK. g Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Ja om een taak te annuleren. Als u een andere taak wilt annuleren, gaat u naar stap f. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Nee. h Druk op Stop/Exit zodra u gereed bent. Pollen Met pollen kunt u de machine zo instellen dat andere personen faxen van u kunnen ontvangen, maar dat zij voor het telefoontje betalen. U kunt ook een faxmachine bellen om een document op te vragen, zodat u voor het telefoontje betaalt. De pollingfunctie werkt alleen als deze op beide machines is ingesteld. Niet alle faxmachines ondersteunen de pollingfunctie. Verzend Pollen (alleen zwartwit) Met Verzend Pollen kunt u een document op uw faxmachine klaarzetten zodat andere faxmachines het apparaat kunnen bellen om het document op te vragen. Het document wordt opgeslagen en kan door andere faxmachines worden opgevraagd totdat u het uit het geheugen verwijdert. (Zie Taken in wachtrij controleren en annuleren op pagina 4.) Verzend Pollen instellen a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Druk op d of c om Verzenden polling weer te geven. d Druk op Verzenden polling. e Druk op Stand. f Druk op d of c om de instellingen die u wilt wijzigen weer te geven en te selecteren. Selecteer vervolgens de gewenste optie. Nadat alle instellingen zijn geaccepteerd, kunt u doorgaan met het wijzigen van instellingen. g Druk op Mono Start. 4
191 Een fax verzenden h Als u gebruikmaakt van de glasplaat, wordt u via een melding op het LCDscherm gevraagd een van de volgende opties te kiezen: Druk op Ja om de volgende pagina te scannen. Ga naar stap i. Druk op Nee of Mono Start om het document te verzenden. i Leg de volgende pagina op de glasplaat en druk op Mono Start. Herhaal de stappen h en i voor iedere volgende pagina. De fax wordt tijdens het pollen automatisch verzonden. Verzend Pollen met een beveiligingscode instellen Met Beveiligd pollen kunt u instellen wie de documenten kan opvragen die u hebt klaargezet om te pollen. Beveiligd pollen werkt alleen met Brotherfaxmachines. Als iemand een fax van uw faxmachine wil ophalen, moet hij of zij de beveiligingscode invoeren. i Als u gebruikmaakt van de glasplaat, wordt u via een melding op het LCDscherm gevraagd een van de volgende opties te kiezen: Druk op Ja om de volgende pagina te scannen. Ga naar stap j. Druk op Nee of Mono Start om het document te verzenden. j Leg de volgende pagina op de glasplaat en druk op Mono Start. Herhaal de stappen i en j voor iedere volgende pagina. De fax wordt automatisch verzonden. 3 a Druk op (FAX). b Laad uw document. c Druk op d of c om Verzenden polling weer te geven. d Druk op Verzenden polling. e Druk op Beveilig. f Toets een viercijferig nummer in. Druk op OK. g Druk op d of c om de instellingen die u wilt wijzigen weer te geven en te selecteren. Selecteer vervolgens de gewenste optie. Nadat alle instellingen zijn geaccepteerd, kunt u doorgaan met het wijzigen van instellingen. h Druk op Mono Start. 5
192 4 Faxberichten ontvangen Faxberichten in het geheugen ontvangen (alleen zwart-wit) U kunt slechts één optie voor geheugenontvangst tegelijk gebruiken: Fax doorzenden Fax opslaan PC-FAX ontvangen Uit U kunt uw selectie op elk gewenst moment wijzigen. Als er nog ontvangen faxberichten in het geheugen van de machine staan wanneer u de selectie wijzigt, verschijnt er een bericht op het scherm. (Zie Geheugenontvangst wijzigen op pagina 9.) Ontvangst zonder papier Als de papierlade leegraakt tijdens het ontvangen van een fax, wordt op het LCDscherm Papier nazien weergegeven. Plaats dan papier in de papierlade. (Zie Papier en andere afdrukmedia laden in hoofdstuk 2 van de Beknopte gebruikershandleiding.) Als u geen papier in de papierlade plaatst, gaat de machine door met het ontvangen van de fax en worden de resterende pagina's in het geheugen opgeslagen (indien voldoende geheugen beschikbaar is). Ook faxen die daarna worden ontvangen, worden in het geheugen opgeslagen, totdat het geheugen vol is. Plaats nieuw papier in de lade om de faxberichten af te drukken. Wanneer het geheugen vol is, stopt de machine automatisch met het beantwoorden van oproepen. Fax doorzenden Met de functie Fax doorzenden kunt u ontvangen faxen opslaan in het geheugen van de machine. Vervolgens kiest de machine het faxnummer dat u hebt geprogrammeerd en wordt het faxbericht verzonden. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Geheugenontv. weer te geven. g Druk op Geheugenontv. h Druk op Fax doorzenden. i Voer met behulp van de toetsen op het LCD-scherm het faxnummer in waarnaar de faxen moeten worden doorgestuurd (maximaal 20 cijfers). Druk op OK. j Druk op Backup print:aan of Backup print:uit. 6
193 Faxberichten ontvangen BELANGRIJK Als u Backup print:aan selecteert, drukt de machine de fax ook op uw machine af zodat u een kopie hebt. Dit is een veiligheidsmaatregel voor het geval dat de stroom uitvalt voordat de fax is doorgestuurd of er een probleem aan de kant van de ontvanger is. Als u een kleurenfax ontvangt, dan wordt de kleurenfax afgedrukt, maar deze fax wordt niet doorgestuurd naar het geprogrammeerde nummer voor doorzending. k Druk op Stop/Exit. Fax opslaan Met de functie Fax opslaan kunt u ontvangen faxen opslaan in het geheugen van de machine. U kunt opgeslagen faxberichten vanaf een andere locatie uit het geheugen ophalen met behulp van de afstandsbedieningsopties. Als u Fax opslaan hebt ingeschakeld, wordt er automatisch een reservekopie afgedrukt. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Geheugenontv. weer te geven. g Druk op Geheugenontv. h Druk op Fax opslaan. i Druk op Stop/Exit. Kleurenfaxen kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen. Als u een kleurenfax ontvangt, dan wordt de kleurenfax afgedrukt. Een fax uit het geheugen afdrukken Als u de functie Fax opslaan hebt ingeschakeld, kunt u nog altijd een fax uit het geheugen afdrukken als u zich bij uw machine bevindt. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Print document weer te geven. e Druk op Print document. f Druk op Mono Start. g Druk op Stop/Exit. Als u een fax uit het geheugen afdrukt, worden de faxgegevens gewist. 4 7
194 Hoofdstuk 4 PC-FAX ontvangen (alleen Windows ) Als u PC-Fax ontvangen instelt, wordt het ontvangen faxbericht tijdelijk in het geheugen opgeslagen en worden de faxen daarna automatisch naar de computer gestuurd. U kunt vervolgens uw PC gebruiken voor het weergeven en het opslaan van deze faxen. Zelfs wanneer u de computer hebt uitgeschakeld (bijvoorbeeld 's nachts of in het weekend), zal uw machine faxberichten ontvangen en in het geheugen opslaan. Hoeveel ontvangen faxberichten er in het geheugen zijn opgeslagen, wordt op het LCDscherm weergegeven. Als u de computer en de software voor PC- FAX ontvangen opstart, worden de faxberichten automatisch naar de pc overgezet. Uw computer moet beschikken over speciale software voor PC-FAX ontvangen om ontvangen faxberichten naar uw pc te kunnen overzetten. (Zie PC-FAX ontvangen in de Softwarehandleiding voor meer informatie.) Als u Backup print:aan selecteert, wordt de fax ook afgedrukt. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Geheugenontv. weer te geven. g Druk op Geheugenontv. h Druk op PC-Fax ontv. i Op het scherm verschijnt het bericht Start PC-Fax op uw computer. Druk op OK. j Druk op <USB> of de PC waarop u faxberichten wilt ontvangen. k Druk op OK. l Druk op Backup print:aan of Backup print:uit. m Druk op Stop/Exit. PC-Fax ontvangen wordt niet ondersteund voor Macintosh. Voordat u PC-Fax ontvangen kunt instellen, moet u de MFL-Pro Suitesoftware op uw computer installeren. Controleer of uw computer is aangesloten en ingeschakeld. (Zie PC-FAX ontvangen in de Softwarehandleiding voor meer informatie.) U kunt deze instelling gebruiken om faxberichten over te zetten naar uw PC indien u een foutbericht ontvangt of de faxberichten in het geheugen niet kunnen worden afgedrukt. (Zie Faxberichten of Faxjournaal overzetten in appendix B van de Beknopte gebruikershandleiding voor meer informatie.) Als u een kleurenfax ontvangt, dan wordt de kleurenfax afgedrukt, maar niet naar uw computer verzonden. De doelcomputer wijzigen a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. 8
195 Faxberichten ontvangen f Druk op a of b om Geheugenontv. weer te geven. g Druk op Geheugenontv. h Druk op PC-Fax ontv. i Op het scherm verschijnt het bericht Start PC-Fax op uw computer. Druk op OK. j Druk op <USB> of de PC waarop u faxberichten wilt ontvangen. k Druk op OK. l Druk op Backup print:aan of Backup print:uit. m Druk op Stop/Exit. Geheugenontvangst uitschakelen a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Geheugenontv. weer te geven. g Druk op Geheugenontv. h Druk op Uit. i Druk op Stop/Exit. Als er faxen in het geheugen van de machine zijn opgeslagen, geeft het LCDscherm u meerdere opties. (Zie Geheugenontvangst wijzigen op pagina 9.) Geheugenontvangst wijzigen Als er faxen in het geheugen van uw machine zijn opgeslagen wanneer u Geheugenontvangst wijzigt, dan verschijnt een van de volgende vragen op het LCD: Wis alle faxen? Print alle fax? Als u op Ja drukt, worden alle faxen in het geheugen afgedrukt of gewist voordat de instelling wordt gewijzigd. Als er al een reservekopie is afgedrukt, wordt deze niet meer afgedrukt. Als u op Nee drukt, worden de faxberichten in het geheugen niet gewist of afgedrukt en blijft de instelling ongewijzigd. Als er ontvangen faxen in het geheugen van uw machine staan opgeslagen wanneer u overschakelt op PC-Fax ontv. vanuit een andere optie [Fax doorzenden of Fax opslaan], dan drukt u op a of b om de PC te selecteren. Op het LCD-scherm wordt de volgende vraag weergegeven: Fax i PC zenden? Als u op Ja drukt, worden de faxberichten in het geheugen naar de PC verzonden voordat de instelling wordt gewijzigd. U wordt gevraagd of u Reserveafdruk wilt inschakelen. (Zie PC-FAX ontvangen (alleen Windows ) op pagina 8 voor meer informatie.) Als u op Nee drukt, worden de faxberichten in het geheugen niet gewist of overgezet naar uw PC en blijft de instelling ongewijzigd. 4 9
196 Hoofdstuk 4 Afstandsbediening U kunt uw machine vanaf elk telefoontoestel of faxapparaat met toetstonen bellen en daarna de toegangscode en opdrachten op afstand gebruiken om uw faxen op te vragen. Een toegangscode voor afstandsbediening instellen De toegangscode biedt u toegang tot de functies voor afstandsbediening, wanneer u zich niet bij uw machine bevindt. U moet eerst uw eigen code instellen, pas dan kunt u vanaf een ander toestel toegang tot de functies van uw eigen machine krijgen. Standaard staat de code op inactief (--- ). a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Afst.bediening weer te geven. e Druk op Afst.bediening. f Voer met de toetsen op het LCD-scherm een driecijferige code in met de cijfers 0-9, l, of #. Druk op OK. (Het vooraf ingestelde 'l' kan niet worden gewijzigd.) Gebruik niet dezelfde code als voor activeren op afstand (l 5 ) of deactiveren op afstand (# 5 ). (Zie Werken met externe of tweede toestellen in hoofdstuk 6 van de Beknopte gebruikershandleiding.) g Druk op Stop/Exit. U kunt uw code op elk gewenst moment wijzigen door een nieuwe in te voeren. Als u uw code wilt deactiveren, drukt u op Wissn in stap f om terug te keren naar de inactieve instelling (---l) en drukt u op OK. Uw toegangscode gebruiken a Kies uw faxnummer op een toetstelefoon of op een andere faxmachine. b Zodra u de toon van uw machine hoort, toetst u uw toegangscode in (3 cijfers gevolgd door ). c De machine geeft met de volgende signalen aan of er een faxbericht is ontvangen: lange toon Faxberichten Geen toon Geen faxberichten d De machine geeft twee korte geluidssignalen om aan te geven dat u een opdracht moet invoeren. Als u na 30 seconden nog geen opdracht hebt ingevoerd, wordt de verbinding verbroken. Als u een ongeldige opdracht invoert, hoort u drie piepjes. e Druk op 9 0 als u klaar bent. f Hang op. Als uw machine op de modus Handmatig is ingesteld en u de functies voor afstandsbediening wilt gebruiken, kunt u toegang tot de machine krijgen door de machine ongeveer 00 seconden te laten overgaan en daarna binnen 30 seconden uw toegangscode in te voeren. 20
197 Faxberichten ontvangen Faxopdrachten voor afstandsbediening U kunt uw machine vanaf een ander toestel bedienen met behulp van de onderstaande opdrachten. Wanneer u de machine opbelt en de toegangscode (3 cijfers gevolgd door ) invoert, hoort u twee korte piepjes om aan te geven dat u een opdracht moet invoeren. Opdrachten voor afstandsbediening Informatie over bewerking 95 Wijzig de instellingen voor Fax doorzenden of Fax opslaan UIT U kunt Uit selecteren nadat u alle berichten hebt opgehaald of gewist. 2 Fax doorzenden Als u één lange toon hoort, is de wijziging geaccepteerd. 4 Nummer voor Fax doorzenden Als u drie korte piepjes hoort, kunt u de instelling niet wijzigen omdat aan één van de voorwaarden niet is 6 Fax opslaan voldaan (er is bijvoorbeeld geen nummer opgegeven waarnaar faxen moeten worden doorgestuurd). Toets 4 in om het nummer voor Fax doorzenden te registreren. (Zie Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten worden doorgestuurd op pagina 22.) Nadat u het nummer hebt geregistreerd, werkt de functie Fax doorzenden. 96 Een fax opvragen 2 Alle faxen opvragen Toets het nummer in van de faxmachine waarop de opgeslagen faxberichten moeten worden ontvangen. (Zie Faxberichten opvragen op pagina 22.) 3 Faxen in het geheugen wissen Als u een lange toon hoort, zijn de faxberichten uit het geheugen gewist. 97 De ontvangststatus controleren Fax U kunt controleren of uw machine faxberichten heeft ontvangen. Als dat het geval is, hoort u een lange toon. Als er geen berichten zijn ontvangen, hoort u drie korte piepjes. 98 De ontvangstmodus wijzigen Extern ANTW.APP. Als u één lange toon hoort, is de wijziging geaccepteerd. 2 Fax/Telefoon 3 Alleen fax 90 Afsluiten Druk op 9 0 om de afstandsbediening af te sluiten. Wacht op de lange toon en leg vervolgens de hoorn op de haak. 4 2
198 Hoofdstuk 4 Faxberichten opvragen U kunt vanaf iedere toetstelefoon toegang krijgen tot uw machine en uw faxberichten naar een andere faxmachine laten sturen. Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u Fax opslaan inschakelen. a Kies het nummer van uw faxmachine. b Zodra u de toon van uw machine hoort, toetst u uw toegangscode in (3 cijfers gevolgd door ). Als u een lange toon hoort, zijn er berichten voor u. c Als u twee korte piepjes hoort, drukt u op d Wacht op de lange toon en toets vervolgens met de kiestoetsen het nummer (maximaal 20 cijfers) in van de faxmachine waarheen de faxberichten moeten worden doorgezonden, gevolgd door # #. U kunt l en # niet als kiesnummers gebruiken. U kunt # echter wel gebruiken om een pauze in een nummer in te lassen. e Wacht totdat u het piepje van de machine hoort en hang op. Uw machine belt het andere apparaat en dit apparaat drukt uw faxberichten af. Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten worden doorgestuurd U kunt vanaf een andere telefoon of faxmachine met toetstonen de standaardinstellingen voor het nummer voor Fax doorzenden wijzigen. a Kies het nummer van uw faxmachine. b Zodra u de toon van uw machine hoort, toetst u uw toegangscode in (3 cijfers gevolgd door ). Als u een lange toon hoort, zijn er berichten voor u. c Als u twee korte piepjes hoort, drukt u op d Wacht op de lange toon en toets vervolgens met de kiestoetsen het nieuwe nummer (maximaal 20 cijfers) in van de faxmachine waarheen de faxberichten moeten worden doorgezonden, gevolgd door # #. U kunt l en # niet als kiesnummers gebruiken. U kunt # echter wel gebruiken om een pauze in een nummer in te lassen. e Druk op 9 0 als u klaar bent. f Wacht totdat u het piepje van de machine hoort en hang op. 22
199 Faxberichten ontvangen Extra handelingen bij het ontvangen Een verkleinde afdruk van een inkomende fax maken Als u Aan selecteert, wordt elke pagina van een inkomend faxbericht automatisch verkleind om te passen op papier van A4-, A3-, Letter-, Legal- of Ledger-formaat. De machine berekent het verkleiningspercentage aan de hand van het paginaformaat van de fax en de opgegeven instelling van het papierformaat. (Zie Papierformaat in hoofdstuk 2 van de Beknopte gebruikershandleiding.) a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Ontvangstmenu weer te geven. e Druk op Ontvangstmenu. f Druk op a of b om Autoreductie weer te geven. g Druk op Autoreductie. h Druk op Aan (of Uit). i Druk op Stop/Exit. Pollen Met pollen kunt u de machine zo instellen dat andere personen faxen van u kunnen ontvangen, maar dat zij voor het telefoontje betalen. U kunt ook een faxmachine bellen om een document op te vragen, zodat u voor het telefoontje betaalt. De pollingfunctie werkt alleen als deze op beide machines is ingesteld. Niet alle faxmachines ondersteunen de pollingfunctie. Ontvang Pollen Met Ontvang Pollen kunt u een andere faxmachine bellen om daar een document op te vragen. Ontvang Pollen instellen a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Ontvangen polling weer te geven. c Druk op Ontvangen polling. d Druk op Stand. e Voer met behulp van een ééntoetsnummer, Telefoonboek of de kiestoetsen op het bedieningspaneel het faxnummer in dat u wilt pollen. f Druk op Mono Start of Colour Start. 4 23
200 Hoofdstuk 4 Ontvang Pollen met een beveiligingscode instellen Met Beveiligd pollen kunt u instellen wie de documenten kan opvragen die u hebt klaargezet om te pollen. Beveiligd pollen werkt alleen met Brotherfaxmachines. Als u een fax wilt ophalen van een beveiligde Brother-machine, moet u de beveiligingscode invoeren. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Ontvangen polling weer te geven. c Druk op Ontvangen polling. d Druk op Beveilig. e Toets op het LCD-scherm een viercijferige beveiligingscode in. Dit is de beveiligingscode van de faxmachine die u gaat pollen. Druk op OK. f Voer met behulp van een ééntoetsnummer, Telefoonboek of de kiestoetsen op het bedieningspaneel het faxnummer in dat u wilt pollen. g Druk op Mono Start of Colour Start. Uitgesteld pollen instellen Met Uitgesteld pollen kunt u instellen dat Ontvang Pollen op een later tijdstip wordt uitgevoerd. U kunt slechts één uitgestelde pollingtaak instellen. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Ontvangen polling weer te geven. c Druk op Ontvangen polling. d Druk op Tijdklok. e Voer (in 24-uursformaat) in hoe laat u het pollen wilt starten. Voor kwart voor tien 's avonds voert u bijvoorbeeld 2:45 in. Druk op OK. f Voer met behulp van een ééntoetsnummer, Telefoonboek of de kiestoetsen op het bedieningspaneel het faxnummer in dat u wilt pollen. g Druk op Mono Start of Colour Start. De machine begint op het door u aangegeven tijdstip met het pollen. Opeenvolgend pollen (alleen zwart-wit) Met Opeenvolgend pollen kunt u in één bewerking documenten op verschillende faxmachines opvragen. a Druk op (FAX). b Druk op d of c om Ontvangen polling weer te geven. c Druk op Ontvangen polling. d Druk op Stand., Beveilig of Tijdklok. e Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u Stand. hebt gekozen, gaat u verder naar stap f. Als u Beveilig hebt gekozen, voert u een viercijferig nummer in en drukt u op OK. Ga vervolgens naar stap f. Als u Tijdklok hebt gekozen, voert u het tijdstip (24-uursformaat) in waarop u het pollen wilt laten beginnen en drukt u op OK. Ga vervolgens naar stap f. f Druk op d of c om Rondsturen weer te geven. 24
201 Faxberichten ontvangen g Druk op Rondsturen. h Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Nummer toevoeg. en voer een nummer in met de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. Druk op Telefoonboek. Druk op om Alfabetische volgorde of Numerieke volgorde te selecteren. Druk op a of b om een nummer te selecteren. Druk op OK. Als u Numerieke volgorde hebt gekozen: Snelkiesnummers beginnen met #. Eéntoetsnummers beginnen met l. i Nadat u alle faxnummers hebt ingevoerd door stap h te herhalen, drukt u op OK. j Druk op Mono Start. Elk nummer of elk groepsnummer wordt op volgorde gekozen en de documenten worden op de betreffende faxmachines opgevraagd. Druk op Stop/Exit terwijl de machine een nummer kiest om de huidige pollingtaak te annuleren. Zie Taken in wachtrij controleren en annuleren op pagina 4 om alle opeenvolgende pollingtaken te annuleren. Opeenvolgende pollingtaken annuleren a Druk op Stop/Exit. b Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de volledige pollingtaak te annuleren, drukt u op Voll. opeenv pollingtaak. Ga naar stap c. Om de huidige taak te annuleren, drukt u op de knop waarop het gekozen nummer wordt weergegeven. Ga naar stap d. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Stop/Exit. c Wanneer u wordt gevraagd of u de volledige pollingtaak wilt annuleren, voert u een van de volgende handelingen uit: Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Nee of Stop/Exit. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Om de huidige taak te annuleren, drukt u op Ja. Om af te sluiten zonder te annuleren, drukt u op Nee of Stop/Exit. 4 25
202 5 Nummers kiezen en opslaan Opties voor normale telefoongesprekken U kunt telefoneren met een tweede of externe telefoon door nummers handmatig te kiezen of door middel van snelkiesnummers. Extra handelingen bij het kiezen Snelkiesnummers combineren Het kan zijn dat u een keuze wilt maken uit meerdere verschillende lokale providers wanneer u een fax verzendt. Tarieven kunnen afhankelijk zijn van de tijd en de bestemming. Om te profiteren van lage tarieven kunt u de toegangscodes van interlokale providers en creditcardnummers opslaan als ééntoets- en snelkiesnummers. Deze lange kiesreeksen kunt u opslaan door de reeksen op te splitsen en deze als afzonderlijke ééntoets- of snelkiesnummers in de gewenste combinatie samen te stellen. U kunt hierin zelfs handmatig kiezen met de kiestoetsen opnemen. (Zie Eéntoetsnummers opslaan of Snelkiesnummers opslaan in hoofdstuk 7 van de Beknopte gebruikershandleiding.) Stel bijvoorbeeld dat u 555 heeft opgeslagen onder snelkiesnummer 03, en 7000 onder ééntoetsnummer 02. U kunt beide snelkiesnummers gebruiken om te kiezen, als u op de volgende toetsen drukt: a Druk op (Telefoonboek). b Druk op #03. Snelkiesnummers beginnen met #. Eéntoetsnummers beginnen met l. c Druk op Fax versturen. d Druk op Telefoonboek. e Druk op l02. f Druk op Fax versturen. 26
203 Nummers kiezen en opslaan g Druk op Mono Start of Colour Start. U kiest nu Als u tijdelijk een nummer wilt wijzigen, kunt u een gedeelte van het nummer vervangen door handmatig te kiezen met de kiestoetsen. Om het nummer bijvoorbeeld in te wijzigen, kunt u achtereenvolgens op (Telefoonboek), #03 en Fax versturen drukken en vervolgens met de kiestoetsen 700 invoeren. Als u op een andere beltoon of signaal in de kiesreeks moet wachten, dan kunt ook een pauze toevoegen door op Redial/Pause te drukken. Iedere keer dat u op de toets drukt, krijgt u een pauze van 3,5 seconde. Extra manieren om nummers op te slaan Eéntoetsnummers opslaan op basis van uitgaande oproepen U kunt ééntoetsnummers opslaan vanuit het overzicht van uitgaande oproepen. a Druk op Redial/Pause. U kunt ook kiezen door op (Oproepoverz.) te drukken. b Druk op het tabblad Uitg. gesprek. c Druk op a of b om het nummer dat u wilt opslaan weer te geven. d Druk op het nummer dat u wilt opslaan. e Druk op Meer. f Druk op Toevoegen Directkies. g Om op te geven waar het nummer moet worden opgeslagen, voert u een van de volgende handelingen uit: Om de volgende beschikbare ééntoetslocatie te accepteren, drukt u op OK. Om een andere ééntoetslocatie in te voeren, drukt u via de toetsen op het LCD-scherm op een nummer. Druk op OK. Als de gekozen ééntoetslocatie al in gebruik is, werkt de OK-knop op het LCDscherm niet. Kies een andere locatie. 5 27
204 Hoofdstuk 5 h Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer de naam in met behulp van de toetsen op het LCD-scherm (maximaal 6 tekens). Druk op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding voor hulp bij het invoeren van letters.) Om het nummer op te slaan zonder naam, drukt u op OK. i Druk op OK om het weergegeven telefoon- of faxnummer te accepteren. j Wanneer uw instellingen op het LCDscherm worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. k Druk op Stop/Exit. Eéntoetsnummers opslaan vanuit het nummerweergavegeheugen Als u een abonnement hebt op de dienst Nummerweergave van uw telefoonbedrijf, kunt u ook ééntoetsnummers opslaan van inkomende oproepen in het nummerweergavegeheugen. (Zie Nummerweergave in hoofdstuk 6 van de Beknopte gebruikershandleiding.) a Druk op (Oproepoverz.). b Druk op het tabblad Overz. Beller. c Druk op a of b om het nummer dat u wilt opslaan weer te geven. d Druk op het nummer dat u wilt opslaan. e Druk op Meer. f Druk op Toevoegen Directkies. g Om op te geven waar het nummer moet worden opgeslagen, voert u een van de volgende handelingen uit: Om de volgende beschikbare ééntoetslocatie te accepteren, drukt u op OK. Om een andere ééntoetslocatie in te voeren, drukt u via de toetsen op het LCD-scherm op een nummer. Druk op OK. Als de gekozen ééntoetslocatie al in gebruik is, werkt de OK-knop op het LCDscherm niet. Kies een andere locatie. h Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer de naam (maximaal 6 tekens) in met behulp van de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding voor hulp bij het invoeren van letters.) Om het nummer op te slaan zonder naam, drukt u op OK. i Druk op OK om het fax- of telefoonnummer te bevestigen. j Wanneer uw instellingen op het LCDscherm worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. k Druk op Stop/Exit. 28
205 Nummers kiezen en opslaan Snelkiesnummers van uitgaande gesprekken opslaan U kunt ook snelkiesnummers in de lijst met uitgaande gesprekken opslaan. a Druk op Redial/Pause. U kunt het nummer ook kiezen door op (Oproepoverz.) te drukken. b Druk op het tabblad Uitg. gesprek. c Druk op a of b om de naam of het nummer dat u wilt opslaan weer te geven. d Druk op de naam of het nummer dat u wilt opslaan. e Druk op Meer. f Druk op Toevoegen snelkiesnr. g Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer de naam (maximaal 6 tekens) in met behulp van de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding voor hulp bij het invoeren van letters.) Om het nummer op te slaan zonder naam, drukt u op OK. h Druk op OK om het fax- of telefoonnummer dat u wilt opslaan te bevestigen. i Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer met de toetsen op het LCDscherm het tweede fax- of telefoonnummer in (maximaal 20 cijfers). Druk op OK. Druk op OK als u geen tweede nummer wilt opslaan. j Om op te geven waar het nummer moet worden opgeslagen, voert u een van de volgende handelingen uit: Om de volgende beschikbare snelkieslocatie te accepteren, drukt u op OK. Om een andere snelkieslocatie in te voeren, drukt u met de toetsen op het LCD-scherm op een 2-cijferig nummer. Druk op OK. Snelkiesnummers beginnen met # (bijvoorbeeld # 0 2). Als de gekozen 2-cijferige locatie voor snelkiesnummers al in gebruik is, werkt de OK-knop op het LCD-scherm niet. Kies een andere locatie. k Wanneer uw instellingen op het LCDscherm worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. l Druk op Stop/Exit. 5 29
206 Hoofdstuk 5 Snelkiesnummers uit nummerweergavegeheugen opslaan Als u bent geabonneerd op nummerweergave, dan kunt u ook snelkiesnummers opslaan afkomstig uit inkomende gesprekken in het nummerweergavegeheugen. (Zie Nummerweergave in hoofdstuk 6 van de Beknopte gebruikershandleiding.) a Druk op (Oproepoverz.). b Druk op het tabblad Overz. Beller. c Druk op a of b om het nummer dat u wilt opslaan weer te geven. d Druk op het nummer dat u wilt opslaan. e Druk op Meer. f Druk op Toevoegen snelkiesnr. g Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer de naam (maximaal 6 tekens) in met behulp van de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding voor hulp bij het invoeren van letters.) Om het nummer op te slaan zonder naam, drukt u op OK. h Druk op OK om het fax- of telefoonnummer dat u wilt opslaan te bevestigen. i Ga op een van de volgende manieren te werk: Voer met de toetsen op het LCDscherm een tweede fax- of telefoonnummer in (maximaal 20 cijfers). Druk op OK. Druk op OK als u geen tweede nummer wilt opslaan. j Om op te geven waar het nummer moet worden opgeslagen, voert u een van de volgende handelingen uit: Om de volgende beschikbare snelkieslocatie te accepteren, drukt u op OK. Om een andere snelkieslocatie in te voeren, drukt u met de toetsen op het LCD-scherm op een 2-cijferig nummer. Druk op OK. Snelkiesnummers beginnen met # (bijvoorbeeld # 0 2). Als de gekozen 2-cijferige locatie voor snelkiesnummers al in gebruik is, werkt de OK-knop op het LCD-scherm niet. Kies een andere locatie. k Wanneer uw instellingen op het LCDscherm worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. l Druk op Stop/Exit. 30
207 Nummers kiezen en opslaan Groepen instellen voor groepsverzenden Met groepen, die kunnen worden opgeslagen op een ééntoets- of snelkieslocatie, kunt u dezelfde fax naar meerdere faxnummers verzenden. Hiervoor hoeft u alleen te drukken op een ééntoetsnummer of op (Telefoonboek), de tweecijferige locatie, Fax versturen en Mono Start. Eerst moet u elk faxnummer opslaan in een ééntoetsnummer of snelkieslocatie. U kunt deze dan als nummers in de groep opnemen. Elke groep heeft een eigen ééntoetsnummer of snelkieslocatie. U kunt maximaal zes groepen gebruiken, of u kunt maximaal 25 nummers aan een grote groep toewijzen. (Zie Groepsverzenden (alleen zwart-wit) op pagina en Snelkiesnummers opslaan in hoofdstuk 7 van de Beknopte gebruikershandleiding.) a Druk op (Telefoonboek). b Druk op Meer. c Druk op Groepen instellen. d Druk op Snelkies inst. of Directkiezen inst. Als u Snelkies inst. kiest, gaat u verder naar stap f. e Druk op OK om het volgende beschikbare ééntoetsnummer te accepteren. f Voer de groepsnaam (maximaal 6 tekens) in met behulp van de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. g Druk op OK wanneer het volgende beschikbare groepsnummer op het LCD-scherm wordt weergegeven. Dit groepsnummer en deze naam worden automatisch aan de volgende beschikbare snelkieslocatie toegewezen. h U kunt ééntoets- of snelkiesnummers aan de groep toevoegen door erop te drukken zodat deze met een rood vinkje worden gemarkeerd. Druk op OK. Als u de nummers op alfabetische volgorde wilt weergeven, drukt u op. Snelkiesnummers beginnen met #. Eéntoetsnummers beginnen met l. i Wanneer de groepsnaam en de nummers op het LCD-scherm worden weergegeven, drukt u op OK om deze te bevestigen. j Ga op een van de volgende manieren te werk: Herhaal de stappen b tot i om een nieuwe groep aan de groepsverzending toe te voegen. Druk op Stop/Exit om het opslaan van groepen voor groepsverzending af te ronden. U kunt een lijst met alle ééntoets- en snelkiesnummers afdrukken. Nummers die onderdeel zijn van een groep, zijn gemarkeerd in de kolom GROEP. (Zie Rapporten op pagina 34.) 5 3
208 Hoofdstuk 5 Een groepsnaam wijzigen a Druk op (Telefoonboek). b Druk op Meer. c Druk op Wijzigen. d Druk op a of b om de groep die u wilt wijzigen weer te geven. e Druk op de groep. f Druk op Naam:. g Voer de nieuwe naam (maximaal 6 tekens) in met behulp van de toetsen op het LCD-scherm. Druk op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding. Typ bijvoorbeeld NIEUWE KLANTEN.) Een opgeslagen naam of nummer wijzigen: Als u een karakter wilt wijzigen, drukt u op d of c. Hiermee plaatst u de cursor onder het karakter dat u wilt wijzigen. Druk vervolgens op. Voer het karakter opnieuw in. h Druk op OK. i Druk op Stop/Exit. Een groep verwijderen a Druk op (Telefoonboek). b Druk op Meer. c Druk op Verwijder. d Druk op a of b om de groep die u wilt verwijderen weer te geven. e Druk op de groepsnaam. f Druk op OK. Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. g Druk op Stop/Exit. Een nummer uit een groep verwijderen a Druk op (Telefoonboek). b Druk op Meer. c Druk op Wijzigen. d Druk op a of b om de groep die u wilt wijzigen weer te geven. e Druk op de groep. f Druk op Toev/verw. g Druk u op a of b om het nummer dat u uit de groep wilt verwijderen, weer te geven. h Druk op het selectievakje van het nummer dat u wilt verwijderen om de selectie ongedaan te maken. Druk op OK om de instellingen te bevestigen. i Druk op OK. j Druk op Stop/Exit. 32
209 6 Rapporten afdrukken Faxrapporten U kunt het verzendrapport en de journaaltijd instellen met de MENU-knoppen op het LCDscherm. Verzendrapport U kunt het verzendrapport gebruiken als bewijs dat u een fax hebt verzonden. (Zie Verzendrapport in hoofdstuk 4 van de Beknopte gebruikershandleiding voor meer informatie over het instellen van het gewenste type rapport.) Faxjournaal (activiteitenrapport) U kunt de machine zo instellen dat er op vaste tijden een journaal wordt afgedrukt (elke 50 faxen, elke 6, 2 of 24 uur, elke 2 of 7 dagen). Als u het interval op Uit zet, kunt u evengoed het rapport afdrukken door de stappen in Een rapport afdrukken op pagina 34 te volgen. De standaardinstelling is Na 50 faxen. a Druk op MENU. b Druk op a of b om Fax weer te geven. c Druk op Fax. d Druk op a of b om Kies rapport weer te geven. e Druk op Kies rapport. f Druk op Journaalper. g Druk op d of c om een interval te selecteren. Als u Na 50 faxen kiest, gaat u verder naar stap j. 6, 2, 24 uur, 2 of 7 dagen De machine drukt het rapport op het opgegeven tijdstip af en verwijdert vervolgens alle taken uit het geheugen. Als het geheugen van de machine vol is omdat het maximum van 200 taken is bereikt en de door u gekozen tijd nog niet is verstreken, zal de machine het journaal voortijdig afdrukken en alle taken uit het geheugen wissen. Als u een extra rapport wilt voordat het tijd is om dit automatisch af te drukken, kunt u er een afdrukken zonder dat de taken uit het geheugen worden gewist. Na 50 faxen Het journaal wordt afgedrukt als de machine 50 taken heeft opgeslagen. h Voer in 24-uursformaat het tijdstip in waarop met afdrukken moet worden begonnen. Druk op OK. (Voor kwart voor acht 's avonds voert u bijvoorbeeld 9:45 in.) i Als u Om de 7 dagen kiest, wordt u gevraagd de eerste dag voor de 7-daagse aftelperiode te kiezen. j Druk op Stop/Exit. 6 33
210 Hoofdstuk 6 Rapporten De volgende rapporten zijn beschikbaar: Verzendrapport Hiermee drukt u een verzendrapport af van de laatste transmissie. Helplijst Een helplijst waarin wordt aangegeven hoe u de machine kunt programmeren. Kieslijst Een lijst met namen en nummers die zijn opgeslagen in het geheugen voor ééntoets- en snelkiesnummers. De namen en nummers staan in alfabetische of numerieke volgorde in de lijst. Faxjournaal In deze lijst staat informatie over de laatst ontvangen en verzonden faxen. (TX: verzenden.) (RX: ontvangen.) Gebruikersinst Drukt een lijst met uw instellingen af. Netwerkconfig. Een lijst met uw netwerkinstellingen. WLAN-rapport Een WLAN-verbindingsrapport. Overzicht beller In deze lijst staat de beschikbare nummerweergave-informatie bij de 30 laatst ontvangen faxen en telefoongesprekken. Een rapport afdrukken a Druk op MENU. b Druk op a of b om Print lijsten weer te geven. c Druk op Print lijsten. d Druk op het gewenste rapport. e (Alleen Snelkiezen) Druk op Alfabet. volgorde of Nummervolgorde. f Druk op Mono Start. g Druk op Stop/Exit. 34
211 7 Kopiëren Kopieerinstellingen U kunt voor meerdere kopieën de kopieerinstellingen tijdelijk wijzigen. De machine keert minuut nadat het kopiëren is voltooid terug naar de standaardinstelling of als de tijdklokstand ervoor zorgt dat de machine terugkeert naar de faxmodus. (Zie Tijdklokstand op pagina 3.) Als u een instelling wilt wijzigen, drukt u op COPY en vervolgens op d of c om door de kopieerinstellingen te bewegen. Druk op de gewenste instelling en kies een optie. Als u klaar bent met het kiezen van de instellingen, drukt u op Mono Start of Colour Start. U kunt bepaalde instellingen die u vaak gebruikt, opslaan door deze als standaard te definiëren. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze weer wijzigt. (Zie Voorkeursinstellingen opgeven op pagina 46.) De functies Inktspaarmodus, Dun papier kopiëren, Boek kopiëren en Watermerk kop. worden ondersteund door technologie van Reallusion, Inc. Kopiëren stoppen Druk op Stop/Exit om het kopiëren te stoppen. Kopieersnelheid en -kwaliteit wijzigen U kunt kiezen uit een reeks kopieersnelheden en kwaliteitsinstellingen. De standaardinstelling is Normaal. Snel Hoge kopieersnelheid en laagste inktverbruik. Gebruik deze instelling om tijd te besparen bij het afdrukken van documenten die u wilt proeflezen, grote documenten of een groot aantal kopieën. Normaal Normaal is de aanbevolen modus voor normale afdrukken. Hiermee verkrijgt u een goede kopieerkwaliteit met adequate kopieersnelheid. Fijn Gebruik de modus Fijn voor het kopiëren van gedetailleerde beelden, zoals foto's. Deze modus biedt de hoogste resolutie en de laagste snelheid. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Kwaliteit weer te geven. e Druk op Kwaliteit. f Druk op Snel, Normaal of Fijn. g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. 7 35
212 Hoofdstuk 7 Gekopieerde afbeelding vergroten of verkleinen U kunt een vergrotings-/ verkleiningspercentage selecteren. Als u Paginavull. kiest, wordt de grootte automatisch afgestemd op het door u ingestelde papierformaat. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Vergroten/Verkleinen weer te geven. e Druk op Vergroten/Verkleinen. f Druk op 00%, Vergroten, Verkleinen, Paginavull. of Custom(25-400%). g Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u Vergroten of Verkleinen hebt gekozen, drukt u op het gewenste vergrotings -of verkleiningspercentage. Als u Custom(25-400%) hebt gekozen, voert u een vergrotings- of verkleiningspercentage in van 25% tot 400%. Druk op OK. Als u 00% of Paginavull. kiest, gaat u naar stap h. 98% 0x5cmiA4 86% 0x5cmiLTR 4% A4iA3, A5iA4 00% 97% LTRiA4 93% A4iLTR 83% LGLiA4 69% A3iA4, A4iA5 47% A4i0x5cm Paginavull. Custom(25-400%) h Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. Pagina lay-out is niet beschikbaar bij Vergroten/Verkleinen. Pagina lay-out, Boek kopiëren, Sorteer, Dun papier kopiëren en Watermerk kop. zijn niet beschikbaar bij Paginavull. Paginavull. werkt niet naar behoren als het document op de glasplaat meer dan 3 graden schuin ligt. Gebruik de documentgeleiders aan de linker- en bovenkant om uw document in de linkerbovenhoek van de glasplaat te leggen, met de bedrukte zijde naar beneden. Paginavull. is niet beschikbaar voor documenten van Legal-formaat. Bij gebruik van A3- of Ledger-papier zijn de opties zijd.i2zijd. en 2zijdigi2zijdig van het menu Dubbelz. kopiëren niet beschikbaar bij Vergroten/Verkleinen. 36
213 Kopiëren N op kopieën of een poster maken (Pagina layout) Met de kopieerfunctie N op kunt u twee of vier pagina's op één pagina afdrukken. Dit is handig om papier te besparen. Met de functie op 2 wordt één pagina van A3- of Ledger-formaat naar twee A4- of Letter-pagina's gekopieerd. Met deze instelling moet u de glasplaat gebruiken. U kunt ook een poster creëren. Wanneer u de posteroptie gebruikt, wordt uw document in delen opgesplitst en deze delen worden vervolgens vergroot zodat u ze kunt samenvoegen tot een poster. Gebruik de glasplaat om een poster af te drukken. BELANGRIJK Zorg dat het papierformaat op A4, A3, Letter of Ledger is ingesteld. Als u meerdere kleurenkopieën maakt, is N op kopiëren niet beschikbaar. P betekent Portret (staand) en L betekent Landschap (liggend). U kunt slechts één poster en één -op-2- kopie tegelijkertijd maken. U kunt geen poster kopiëren op transparanten. Watermerk kop., Boek kopiëren, Sorteer, Dun papier kopiëren, Inktspaarmodus en Vergroten/Verkleinen zijn niet beschikbaar bij Pagina lay-out. Scheef corrigeren is niet beschikbaar bij Poster en -op-2-kopie. Dubbelz. kopiëren is niet beschikbaar voor posterkopieën. De opties 2zijdigi2zijdig en 2zijd.izijd. van het menu Dubbelz. kopiëren zijn niet beschikbaar bij > 2. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Pagina lay-out weer te geven. e Druk op Pagina lay-out. f Druk op d of c om Uit ( op ), 2 op (P), 2 op (L), 4 op (P), 4 op (L), > 2, Poster (2 x ), Poster (2 x 2), Poster (3 x 3) of 2-op- (id) weer te geven. Zie 2 op (id) kopiëren op pagina 39 voor meer informatie over 2 op (id). Als u 2 op of Poster (2 x 2) hebt gekozen met A3- of Ledger-papier, gaat u naar stap g om het papierformaat van uw document te kiezen. Als u een andere instelling kiest, gaat u naar stap h. 7 37
214 Hoofdstuk 7 g Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u 2 op (P) of 2 op (L) hebt gekozen, drukt u op LGRx2 i LGRx, LTRx2 i LGRx, A3x2 i A3x of A4x2 i A3x. Als u Poster (2 x 2) hebt gekozen, drukt u op LGRx i LGRx4, LTRx i LGRx4, A3x i A3x4 of A4x i A3x4. h Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start om de pagina te scannen. Als u het document in de ADF hebt geplaatst of een poster maakt, wordt het document door de machine gescand en wordt begonnen met afdrukken. Als u de glasplaat gebruikt, gaat u naar stap i. i Nadat de machine de pagina gescand heeft, drukt u op Ja om de volgende pagina te scannen. j Leg de volgende pagina op de glasplaat. Druk op Mono Start of Colour Start om het document te scannen zonder de instellingen te wijzigen. Herhaal stap i en j voor elke pagina van de lay-out. k Druk op Nee om te stoppen wanneer alle pagina's zijn gescand. Als u bij N op kopiëren fotopapier hebt gekozen als het type papier, drukt de machine de afbeeldingen af alsof er normaal papier is gekozen. Als u via de ADF kopieert, plaatst u het document met de bedrukte zijde naar boven in de ADF, in de hieronder aangegeven richting: 2 op (P) 2 op (L) 4 op (P) 4 op (L) Als u via de glasplaat kopieert, legt u het document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat, in de hieronder aangegeven richting: 2 op (P) 2 op (L) 4 op (P) 4 op (L) 38
215 Kopiëren > 2 Poster (2 x ) 2 op (id) kopiëren U kunt beide zijden van uw identiteitskaart op een enkele pagina kopiëren, in het originele kaartformaat. Controleer of het papierformaat is ingesteld op A4 of Letter. U dient zich bij het kopiëren van identiteitskaarten aan de daarvoor geldende regels te houden. Zie Onwettig gebruik van kopieerapparaten in de folder Veiligheid en wetgeving. Poster (2 x 2) a Druk op (COPY). b Plaats uw identiteitskaart met de te kopiëren zijde naar beneden in de linkerhoek van de glasplaat. 7 Poster (3 x 3) 3 mm of groter (boven, links) c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Pagina lay-out weer te geven. e Druk op Pagina lay-out. f Druk op d of c om 2-op- (id) weer te geven. g Druk op 2-op- (id). h Druk op Mono Start of Colour Start. De machine begint met het scannen van de eerste zijde. 39
216 Hoofdstuk 7 i Nadat de ene zijde is gekopieerd, drukt u op Ja. Draai de identiteitskaart om en druk op Mono Start of Colour Start om de andere zijde te scannen. Watermerk kop., Boek kopiëren, Sorteer, Dubbelz. kopiëren, Dun papier kopiëren, Inktspaarmodus en Vergroten/Verkleinen zijn niet beschikbaar bij 2-op- (id). Als u meerdere kleurenkopieën maakt, is 2 op (id) kopiëren niet beschikbaar. Kopieën sorteren met de ADF U kunt meerdere kopieën sorteren. De pagina's worden gesorteerd in de volgorde 32, 32, 32 enzovoort. Dichtheid aanpassen U kunt de kopieerdichtheid aanpassen om kopieën donkerder of lichter te maken. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Dichtheid weer te geven. e Druk op Dichtheid. f Druk op d of c om een kopie lichter of donkerder te maken. Druk op OK. g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Stapel/Sorteer weer te geven. e Druk op Stapel/Sorteer. f Druk op Sorteer. g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. Paginavull., Pagina lay-out en Boek kopiëren zijn niet beschikbaar bij Sorteer. 40
217 Kopiëren Inktspaarmodus Met de inktspaarmodus kunt u inkt besparen. De machine drukt de kleuren lichter af en benadrukt de randen van de afbeeldingen zoals hieronder weergegeven. Hoeveel inkt wordt bespaard, verschilt per document. Inktspaarmodus: Uit g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. Watermerk kop., Boek kopiëren, Scheef corrigeren, Dun papier kopiëren en Pagina lay-out zijn niet beschikbaar bij Inktspaarmodus. Inktspaarmodus kan ervoor zorgen dat de afdrukken er anders uitzien dan uw originele document. a Druk op Inktspaarmodus: Aan (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Geavanceerde instellingen weer te geven. e Druk op Geavanceerde instellingen. f Druk op Inktspaarmodus. Dun papier kopiëren Als u een dubbelzijdig document op dun papier hebt, kiest u Dun papier kopiëren zodat de afdruk op de andere zijde niet doorschemert. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Geavanceerde instellingen weer te geven. e Druk op Geavanceerde instellingen. f Druk op Dun papier kopiëren. g Druk op Mono Start of Colour Start. Paginavull., Pagina lay-out, Scheef corrigeren, Inktspaarmodus, Boek kopiëren en Watermerk kop. zijn niet beschikbaar bij Dun papier kopiëren. 7 4
218 Hoofdstuk 7 Scheefstandcorrectie Als uw gescande kopie scheef staat, kunnen de gegevens automatisch worden gecorrigeerd. Deze instelling is alleen beschikbaar bij gebruik van de glasplaat. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Scheef corrigeren weer te geven. e Druk op Scheef corrigeren. f Druk op Auto (of Uit). g Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. De opties > 2, Poster, Inktspaarmodus, Dun papier kopiëren, Boek kopiëren, Watermerk kop., 2zijdigi2zijdig en 2zijd.izijd. van het menu Dubbelz. kopiëren zijn niet beschikbaar bij Scheef corrigeren. U kunt deze instelling niet gebruiken voor Ledger- en A3-papier en voor papier dat kleiner is dan 64 mm 9 mm. Deze instelling is alleen beschikbaar voor rechthoekig papier. Scheefstandcorrectie is alleen beschikbaar als het document minder dan 3 graden scheef staat. Scheef corrigeren werkt mogelijk niet correct als het document te dik is. Boek kopie Hiermee worden donkere randen en scheefstand gecorrigeerd bij kopiëren via de glasplaat. U kunt de gegevens automatisch door de machine laten corrigeren of u kunt bepaalde correcties aanbrengen. a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Geavanceerde instellingen weer te geven. e Druk op Geavanceerde instellingen. f Druk op Boek kopiëren g Druk op Mono Start of Colour Start wanneer u klaar bent met het aanbrengen van correcties. Pagina lay-out, Sorteer, Dubbelz. kopiëren, Scheef corrigeren, Inktspaarmodus, Paginavull., Dun papier kopiëren en Watermerk kop. zijn niet beschikbaar bij Boek kopiëren 42
219 Kopiëren Watermerk kopie U kunt een logo of tekst als watermerk in uw document plaatsen. U kunt een van de watermerksjablonen, data van uw mediakaarten of USB-flashstation, of gescande data kiezen. Paginavull., Pagina lay-out, Dun papier kopiëren, Scheef corrigeren, Inktspaarmodus en Boek kopiëren zijn niet beschikbaar bij Watermerk kop. Een sjabloon gebruiken a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Geavanceerde instellingen weer te geven. e Druk op Geavanceerde instellingen. f Druk op Watermerk kop. g Druk op Sjabloon bewerken. h Wijzig indien nodig de instellingen van de opties die op het LCD-scherm worden weergegeven. i Druk op OK om het gebruik van het watermerk te bevestigen. j Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. Data op mediakaarten of een USBflashstation gebruiken a Druk op (COPY). b Laad uw document. c Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. d Druk op d of c om Geavanceerde instellingen weer te geven. e Druk op Geavanceerde instellingen. f Druk op Watermerk kop. g Druk op Afbeeld. gebruiken. h Plaats een mediakaart of een USBflashstation. Druk op Media. i Druk op de data die u wilt gebruiken voor het watermerk. j Wijzig eventuele extra opties die op het LCD worden weergegeven. k Druk op OK om het gebruik van het watermerk te bevestigen. l Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. BELANGRIJK Verwijder de geheugenkaart of het USBflashstation NIET terwijl de toets PHOTO CAPTURE knippert. De kaart, het USB-flashstation of de daarop opgeslagen gegevens kunnen anders beschadigd raken. 7 43
220 Hoofdstuk 7 Een gescand papieren document als watermerk gebruiken a Druk op (COPY). b Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. c Druk op d of c om Geavanceerde instellingen weer te geven. d Druk op Geavanceerde instellingen. e Druk op Watermerk kop. f Druk op Afbeeld. gebruiken. g Druk op Scan. Plaats de pagina die u als watermerk wilt gebruiken op de glasplaat. h Druk op Mono Start of Colour Start. i Verwijder het watermerkdocument dat u hebt gescand en plaats het document dat u wilt kopiëren. j Druk op Transparantie en vervolgens op d of c om de Transparantie van het watermerk te wijzigen. Druk op OK. k Druk op OK. l Druk op OK om het gebruik van het watermerk te bevestigen. m Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start. U kunt het gescande watermerk niet vergroten of verkleinen. Dubbelzijdig kopiëren U kunt papier besparen door op beide zijden te kopiëren. We raden u aan uw document voor dubbelzijdig kopiëren in de ADF te plaatsen. Vanuit de ADF kunt u dubbelzijdige documenten van maximaal Legal-formaat kopiëren. U kunt alleen gewoon papier van de volgende formaten gebruiken: A4, A5, A3, Letter, Legal of Ledger. a Druk op Duplex op het bedieningspaneel van de machine. b Laad uw document. Als u een dubbelzijdig document wilt kopiëren, plaats u het document in de ADF. c Druk op Kopiëren. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u een document van A3- of Ledger-formaat kopieert, gaat u naar stap e. Als u een document van A4-, A5-, Letter- of Legal-formaat kopieert, gaat u naar stap h. e Druk op Meer. f Druk op A3/LGR duplex kop. inst. N op kopiëren is niet beschikbaar bij A3/LGR duplex kop. inst. g Druk op Aanpassen aan pag. of Schaal behouden. 44
221 Kopiëren Als u Aanpassen aan pag. hebt gekozen, past de machine het documentformaat automatisch aan het afdrukgebied aan. Als u Schaal behouden hebt gekozen, wordt het documentformaat niet aangepast. Afhankelijk van het documentformaat worden de boven- en onderkant mogelijk bijgesneden. h Druk op d of c om de gewenste optie voor dubbelzijdig kopiëren weer te geven en te selecteren. (Zie Opties voor dubbelzijdig kopiëren op pagina 46.) i Toets in hoeveel kopieën u wilt maken. j Druk op Mono Start of Colour Start. Als u het document in de ADF hebt geplaatst, scant de machine de pagina's en begint vervolgens met afdrukken. Als u de glasplaat gebruikt, gaat u naar stap k. k Druk op Scannen en plaats de volgende pagina op de glasplaat. Druk op Mono Start of Colour Start. (Herhaal deze stap voor elke volgende pagina.) l Druk op Voltooien nadat alle pagina's zijn gescand. Het afdrukken wordt gestart. Raak de afdrukken NIET aan voordat ze een tweede keer zijn uitgeworpen. De machine drukt de eerste zijde af, werpt het papier uit en voert het papier vervolgens weer in om de tweede zijde af te drukken. Probeer een van de speciale instellingen voor dubbelzijdig kopiëren als uw document een papierstoring veroorzaakt. Druk op Meer na stap c. Druk op Geavanc. en druk vervolgens op een van de instellingen ter voorkoming van papierstoringen: met DX of DX2. DX krijgt de inkt langer de tijd om te drogen. Met DX2 krijgt de inkt langer de tijd om te drogen en wordt er minder inkt verbruikt. DX is niet beschikbaar voor A3- of Ledger-papier. 2-op- (id), Poster en Boek kopiëren zijn niet beschikbaar bij Dubbelz. kopiëren. > 2 en Scheef corrigeren zijn niet beschikbaar bij 2zijdigi2zijdig en 2zijd.izijd. Bij gebruik van A3- of Ledger-papier is Vergroten/Verkleinen niet beschikbaar bij zijd.i2zijd. en 2zijdigi2zijdig. Paginavull. is niet beschikbaar bij zijd.i2zijd. en 2zijdigi2zijdig. 7 45
222 Hoofdstuk 7 Opties voor dubbelzijdig kopiëren enkelzijdig i dubbelzijdig (lang omslaan) Staand dubbelzijdig i enkelzijdig (lang omslaan) Staand 2 2 Liggend 2 2 Liggend (kort omslaan) 2 (kort omslaan) Staand Staand 2 Liggend 2 dubbelzijdig i dubbelzijdig Staand Liggend Liggend 2 2 Voorkeursinstellingen opgeven U kunt de kopieerinstellingen die u het meest gebruikt als voorkeursinstelling opgeven. U kunt maximaal drie voorkeursinstellingen opgeven. a Druk op (COPY) b Selecteer de kopieeroptie en instellingen die u wilt opslaan. c Druk op d of c om Favoriete instellingen weer te geven. d Druk op Favoriete instellingen. 46
223 Kopiëren e Druk op Opslaan. Stel Watermerk kop. in op Uit of Sjabloon wanneer u Favoriete instellingen opslaat. f Druk op de locatie waar u uw instelling voor Favoriet:, Favoriet: 2 of Favoriet: 3 wilt opslaan. g Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u de instelling een andere naam wilt geven, drukt u op om foutieve tekens te verwijderen. Voer vervolgens de nieuwe naam in (maximaal 2 tekens). Druk op OK. (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding.) Als u de instelling geen andere naam wilt geven, drukt u op OK. Uw voorkeursinstellingen ophalen Wanneer u een van uw sets met voorkeursinstellingen wilt gebruiken, kunt u deze ophalen. Uw voorkeursinstelling hernoemen Nadat u uw voorkeursinstelling hebt opgeslagen, kunt u deze hernoemen. a Druk op (COPY). b Druk op d of c om Favoriete instellingen weer te geven. c Druk op Favoriete instellingen. d Druk op Naam wijzigen. e Druk op de voorkeursinstelling die u wilt hernoemen. f Voer de nieuwe naam in (maximaal 2 tekens). (Zie Tekst invoeren in appendix C van de Beknopte gebruikershandleiding.) g Druk op OK. 7 a Druk op (COPY). b Druk op Favoriet. c Druk op de voorkeursinstelling die u wilt ophalen. 47
224 8 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USBflashstation PhotoCapture Center -functies Geheugenkaarten, USBflashstation en mapstructuren Uw machine is compatibel met beeldbestanden van moderne digitale camera's, geheugenkaarten en USBflashstations. Lees echter onderstaande punten om fouten te vermijden: De extensie van het beeldbestand moet.jpg zijn (andere extensies voor beeldbestanden, zoals.jpeg,.tif,.gif etc., worden niet herkend). Direct afdrukken via PhotoCapture Center moet apart van PhotoCapture Center met de pc worden uitgevoerd. (Het is niet mogelijk om deze bewerkingen gelijktijdig uit te voeren.) De machine kan maximaal 999 bestanden op een geheugenkaart of een USBflashstation lezen. Het DPOF-bestand op de geheugenkaarten moet een geldig DPOFformaat hebben. (Zie Afdrukken in DPOFformaat op pagina 53.) Let op het volgende: Als u de index of afbeeldingen afdrukt, zal PhotoCapture Center alle geldige afbeeldingen afdrukken, zelfs als een of meer afbeeldingen beschadigd zijn. Beschadigde afbeeldingen worden niet afgedrukt. (Gebruikers van geheugenkaarten) Uw machine is ontworpen om geheugenkaarten te lezen die door een digitale camera zijn geformatteerd. Wanneer een digitale camera een geheugenkaart formatteert, maakt de camera een speciale map waar de beeldgegevens naartoe worden gekopieerd. Als u de beeldgegevens op een geheugenkaart met uw pc wilt aanpassen, raden wij u aan de mapstructuur die door de digitale camera is aangemaakt, niet te wijzigen. Als u nieuwe of gewijzigde beeldbestanden op de geheugenkaart opslaat, raden wij u ook aan dezelfde map te gebruiken als door uw digitale camera wordt gebruikt. Als de gegevens niet in dezelfde map worden opgeslagen, kan de machine het bestand misschien niet lezen of het beeld niet afdrukken. (Gebruikers van USB-flashstations) Deze machine ondersteunt USBflashstations die door Windows zijn geformatteerd. 48
225 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Films afdrukken U kunt beelden afdrukken van filmbestanden die op een geheugenkaart of USBflashstation zijn opgeslagen. Filmbestanden worden automatisch in 9 delen opgesplitst op basis van filmopnametijden en op 3 regels geplaatst, waarna u de opgesplitste scènes kunt bekijken en afdrukken. Het is niet mogelijk een specifieke filmscène te kiezen. U kunt de filmbestandsformaten AVI en MOV gebruiken (alleen Motion JPEG). AVI-bestanden van GB of meer (een opnametijd van ongeveer 30 minuten) en MOV-bestanden van 2 GB of meer (een opnametijd van ongeveer 60 minuten) kunnen echter niet worden afgedrukt. Foto's afdrukken Index afdrukken (miniaturen) PhotoCapture Center wijst nummers aan de foto's toe (bijvoorbeeld nr., nr. 2, nr. 3 enz.). Deze nummers worden door PhotoCapture Center ter identificatie van de foto's gebruikt. U kunt een pagina met miniatuurweergaven afdrukken om alle afbeeldingen op de geheugenkaart of het USB-flashstation te tonen. Alleen bestandsnamen van 8 tekens of minder worden correct op de indexpagina afgedrukt. 8 a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. Druk op (PHOTO CAPTURE). b Druk op Index afdr. c Druk op Index en selecteer 6 beelden/regel of 5 beelden/regel. 6 beelden/regel 5 beelden/regel De afdruksnelheid voor 5 beelden/regel is lager dan voor 6 beelden/regel, maar de kwaliteit is beter. 49
226 Hoofdstuk 8 d Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Printinstelling om de papiersoort of het papierformaat te wijzigen. Als u de papierinstellingen niet wilt wijzigen, gaat u naar stap g. e Druk op Papiersoort. Selecteer de papiersoort die u gebruikt: Normaal pap., Inkjetpapier, Brother BP7, Brother BP6 of Glossy anders. f Druk op Papierform. Selecteer het papierformaat dat u gebruikt: A4 of Letter. g Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Foto's afdrukken U dient eerst het nummer van een foto te weten, pas dan kunt u de foto afdrukken. a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. Druk op (PHOTO CAPTURE). b Druk de index af. (Zie Index afdrukken (miniaturen) op pagina 49.) c Druk op Index afdr. d Druk op Foto s afdrukken. e Voer het nummer van de afbeelding die u wilt afdrukken in van de miniaturen op de pagina Index. Nadat u de afbeeldingsnummers hebt geselecteerd, drukt u op OK. U kunt de nummers in één keer invoeren door komma's of een koppelteken te gebruiken. Voer bijvoorbeeld,3,6 in om afbeelding, 3 en 6 af te drukken. Voer -5 om afbeelding tot en met 5 af te drukken. U kunt maximaal 2 tekens (inclusief komma's) invoeren om op te geven welke foto's u wilt afdrukken. f Voer het gewenste aantal exemplaren in door in het aantalveld te klikken en een aantal op te geven of door op + of - te drukken. g Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Printinstelling en wijzig de afdrukinstellingen. (Zie pagina 54.) Als u geen instellingen wilt wijzigen, drukt u op Colour Start om af te drukken. 50
227 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Foto's verbeteren U kunt foto's bewerken en effecten toevoegen en de foto's bekijken op het LCD-scherm voordat u deze afdrukt. f Druk op het effect dat u wilt toevoegen. Druk op OK. Ga naar stap h. De functie Foto verbet. wordt ondersteund door technologie van Reallusion, Inc. a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. Druk op (PHOTO CAPTURE). b Druk op Foto verbet. Er worden vier miniaturen per keer weergegeven met daaronder het huidige paginanummer en het totale aantal pagina's. Druk herhaaldelijk op d of c om de afzonderlijke fotopagina's te selecteren of houdt de toets ingedrukt om door alle fotopagina's te bladeren. 8 Druk op starten. om de diavoorstelling te c Druk in de miniaturen op een foto. d Druk op Verbeteren of Trimming. U kunt ook beide kiezen. Druk op OK. e Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u Verbeteren hebt gekozen, drukt u op OK en gaat u naar stap f. Als u Trimming hebt gekozen, drukt u op OK en gaat u naar stap g. 5
228 Hoofdstuk 8 U kunt tien mogelijke effecten op uw foto's toepassen. (Autocorrectie) De machine bepaalt dan het geschikte effect voor uw foto. (Huid verbeteren) U kunt dit effect het beste gebruiken voor het aanpassen van portretfoto's. Hiermee wordt de huidskleur aangepast. Druk op d of c om het contrast te wijzigen. (Landschap verb.) U kunt dit effect het beste gebruiken voor het aanpassen van landschappen. Hiermee worden de groene en blauwe gebieden in uw foto geaccentueerd. Druk op d of c om het contrast te wijzigen. (Rode ogen verw.) Hiermee worden rode ogen uit uw foto verwijderd. Als het detecteren van rode ogen is mislukt, kunt u op de knop Opnieuw drukken om het nogmaals te proberen. (Nachtfoto) U kunt de optie Nachtfoto het beste gebruiken om nachtopnamen te verlevendigen. (Tegenlicht) U kunt de optie Tegenlicht het beste gebruiken voor foto's die tegen het licht in zijn genomen. (Whiteboard) U kunt de optie Whiteboard het beste gebruiken voor het aanpassen van foto's. Hiermee worden letters op een whiteboard in uw foto gedetecteerd en leesbaarder gemaakt. (Zwart-wit) U kunt uw foto omzetten in monochroom. (Sepia) U kunt de kleur van uw foto wijzigen in sepia. (Rode ogen aut. corr. en verw.) De machine bepaalt dan de geschikte effecten voor uw foto. Daarnaast probeert de machine rode ogen uit uw foto te verwijderen. In sommige gevallen kunnen rode ogen niet worden verwijderd. Als het gezicht op de foto te klein is. Als het gezicht te ver omhoog, omlaag, naar links of naar rechts is gedraaid. Als u een effect hebt toegevoegd, kunt u de weergave van de afbeelding vergroten door op te drukken. Om terug te keren naar het originele formaat, drukt u op. Terwijl de afbeelding vergroot is, kunt u met de pijltoetsen omhoog ( ), omlaag ( ), links ( ) en rechts ( ) rond de foto navigeren. Druk op Annuleren om terug te keren naar de lijst met effecten. g Pas het rode kader om uw foto aan. Het gedeelte in het rode kader wordt afgedrukt. Druk op + of - om het kader te vergroten of te verkleinen. Druk op a, b, d of c om de positie van het kader te wijzigen. Druk op om het kader te draaien. Druk op OK als u klaar bent met het aanpassen van het kader. Druk op OK om de instellingen te bevestigen. 52
229 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Als uw foto erg klein is of onregelmatig van vorm, kunt u deze mogelijk niet bijsnijden. Op het LCD-scherm wordt Beeld te klein. of Beeld te lang. weergegeven. h Voer het gewenste aantal exemplaren in door in het aantalveld te klikken en een aantal op te geven of door op + of - te drukken. Druk op OK. i Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Printinstelling en wijzig de afdrukinstellingen. (Zie pagina 54.) Als u geen instellingen wilt wijzigen, drukt u op Colour Start om af te drukken. Afdrukken in DPOF-formaat DPOF betekent Digital Print Order Format. Vooraanstaande producenten van digitale camera's (Canon Inc., Eastman Kodak Company, FUJIFILM Corporation, Panasonic Corporation en Sony Corporation) hebben deze standaard ontwikkeld om het afdrukken van beelden vanaf een digitale camera te vereenvoudigen. Als uw digitale camera ondersteuning biedt voor afdrukken in DPOF-formaat, kunt u de beelden en het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken, op het display van de digitale camera selecteren. Als een geheugenkaart met DPOF-informatie in de machine wordt geplaatst, kunt u de geselecteerde foto op eenvoudige wijze afdrukken. a Zorg ervoor dat de geheugenkaart in de juiste sleuf is geplaatst. Druk op (PHOTO CAPTURE). De machine vraagt of u de DPOFinstellingen wilt gebruiken. b Druk op Ja. c Ga op een van de volgende manieren te werk: Druk op Printinstelling en wijzig de afdrukinstellingen. (Zie pagina 54.) Als u geen instellingen wilt wijzigen, drukt u op Colour Start om af te drukken. Als de op de camera gemaakte afdrukvolgorde beschadigd is geraakt, kan een DPOF-bestandsfout optreden. U kunt dit probleem verhelpen door de afdrukvolgorde te verwijderen en opnieuw te maken met uw camera. Raadpleeg de ondersteuningswebsite van de camerafabrikant of de bijbehorende documentatie om na te gaan hoe u hiervoor te werk gaat. 8 53
230 Hoofdstuk 8 PhotoCapture Center afdrukinstellingen U kunt de afdrukinstellingen tijdelijk wijzigen. De machine keert terug naar de standaardinstellingen na 3 minuten, of wanneer de Tijdklokstand weer overgaat op faxmodus. (Zie Tijdklokstand op pagina 3.) U kunt de afdrukinstellingen die u vaak gebruikt, opslaan door deze als standaard te definiëren. (Zie Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen op pagina 57.) Afdrukkwaliteit a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Printkwaliteit weer te geven. c Druk op Printkwaliteit. d Druk op Normaal of Foto. e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Papieropties Papiersoort a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Papiersoort weer te geven. c Druk op Papiersoort. d Druk op de papiersoort die u gebruikt: Normaal pap., Inkjetpapier, Brother BP7, Brother BP6 of Glossy anders. e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Papier- en afdrukformaat a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Papierform. weer te geven. c Druk op Papierform. d Druk op het papierformaat dat u gebruikt: 0x5cm, 3x8cm, A4, A3, Letter of Ledger. Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u Letter of A4 hebt gekozen, gaat u naar stap e. Als u een ander papierformaat hebt gekozen, gaat u naar stap f. 54
231 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation e Druk op het afdrukformaat. Voorbeeld: Afdrukpositie voor A4-papier 2 3 8x0cm 9x3cm 0x5cm 4 3x8cm 5 5x20cm 6 Max. afm. f Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Helderheid, contrast en kleur instellen Helderheid a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Helderheid weer te geven. c Druk op Helderheid. d Druk op d of c om een afdruk donkerder of lichter te maken. Druk op OK. e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Contrast U kunt de contrastinstelling kiezen. Hoe hoger het contrast, des te scherper en levendiger een beeld eruitziet. a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Contrast weer te geven. c Druk op Contrast. d Druk op d of c om het contrast te wijzigen. Druk op OK. e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Kleurverbetering U kunt de functie voor kleurverbetering inschakelen om afdrukken levendiger te maken. Het afdrukken duurt langer. a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Kleur aanpass. weer te geven. c Druk op Kleur aanpass. d Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u de Witbalans, Scherpte of Kleurdensiteit wilt aanpassen, drukt u op Aan en gaat u vervolgens naar stap e. Als u niets wilt aanpassen, drukt u op Uit. Ga naar stap h. e Druk op Witbalans, Scherpte of Kleurdensiteit. f Druk op d of c om de mate van de instelling aan te passen. Druk op OK. 8 55
232 Hoofdstuk 8 g Ga op een van de volgende manieren te werk: Als u nog meer kleuraanpassingen wilt doen, herhaalt u stap e tot en met f. Als u andere instellingen wilt wijzigen, drukt u op om het afdrukmenu weer te geven en drukt u op de instelling die u wilt wijzigen. (Zie pagina 54.) h Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Witbalans Met deze instelling past u de tint van de witte gedeelten in een afbeelding aan. Het licht, de instellingen van de camera en andere zaken beïnvloeden de tint wit. De witte vlakken van een foto kunnen er een beetje roze of geelachtig uitzien, of naar een andere kleur neigen. Met deze instelling kunt u dat effect corrigeren en de witte vlakken weer zuiver wit maken. Scherpte Met deze instelling wordt het detail van een afbeelding verbeterd, zoals bij het scherpstellen van een camera. Als de afbeelding niet goed scherp is en u de fijne details van de afbeelding niet kunt zien, kunt u de scherpte aanpassen. Kleurdichtheid Met deze instelling kunt u de totale hoeveelheid kleur in de afbeelding bijstellen. U kunt de totale hoeveelheid kleur in een foto verhogen of verlagen om een vage of vale foto te verbeteren. Bijsnijden (crop) Als uw foto te lang of te breed is voor de ruimte die u hebt geselecteerd, wordt automatisch een deel van het beeld afgesneden. De standaardinstelling is Aan. Wanneer u het hele beeld wilt afdrukken, zet u deze instelling op Uit. Als u Bijsnijd(crop) op Uit instelt, moet u Zonder rand ook op Uit instellen. (Zie Afdrukken zonder rand op pagina 57.) a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Bijsnijd(crop) weer te geven. c Druk op Bijsnijd(crop). d Druk op Uit (of Aan). e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Bijsnijd(crop): Aan Bijsnijd(crop): Uit 56
233 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation Afdrukken zonder rand Met deze optie wordt het afdrukgebied uitgebreid naar de randen van het papier. Het afdrukken zal iets langer duren. a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Zonder rand weer te geven. c Druk op Zonder rand. d Druk op Uit (of Aan). e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. Datum afdrukken U kunt de datum afdrukken die al in de fotogegevens is opgenomen. De datum wordt in de rechterbenedenhoek afgedrukt. Als de datum niet in de gegevens is opgenomen, kunt u deze functie niet gebruiken. a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Datum afdr. weer te geven. c Druk op Datum afdr. d Druk op Aan (of Uit). e Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op. Druk op Colour Start om te beginnen met afdrukken. De DPOF-instelling van uw camera moet uitgeschakeld zijn om de functie Datum afdr. te kunnen gebruiken. Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen U kunt de afdrukinstellingen die u vaak gebruikt, opslaan door deze als standaardinstellingen te definiëren. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze weer wijzigt. a Druk op uw nieuwe instelling. Herhaal deze stap voor elke instelling die u wilt wijzigen. b Als u de laatste instelling hebt gewijzigd, drukt u op a of b om Nieuwe standaard te selecteren. c Druk op Nieuwe standaard. d Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. e Druk op Stop/Exit. Alle instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen U kunt de gewijzigde PhotoCaptureinstellingen Printkwaliteit, Papiersoort, Papierform., Helderheid, Contrast, Kleur aanpass., Bijsnijd(crop), Zonder rand en Datum afdr. terugzetten naar de fabrieksinstellingen. a Druk op Printinstelling. b Druk op a of b om Fabrieksinstell. weer te geven. c Druk op Fabrieksinstell. d Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. e Druk op Stop/Exit. 8 57
234 Hoofdstuk 8 Naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen Scanformaat glas Als u een document van Letter-, Legal-, Ledger- of A3-formaat wilt scannen, moet u de instelling van Scanformaat glas wijzigen. De standaardinstelling is A4. a Druk op (SCAN). b Druk op naar media. c Druk op d of c om Scanformaat glas weer te geven. d Druk op Scanformaat glas. e Druk op A4, A3, Letter, Legal of Ledger. U kunt de instellingen die u het meest gebruikt opslaan door ze als de standaard in te stellen. (Zie Uw wijzigingen instellen als nieuwe standaardinstellingen op pagina 57.) Deze instelling is alleen beschikbaar voor het scannen van documenten via de glasplaat. Automatisch bijsnijden U kunt meerdere documenten op de glasplaat scannen. U kunt een document eerst bekijken via het LCD-scherm voordat u het opslaat. Als u Automatisch bijsnijden kiest, scant de machine elk document en maakt hiervoor afzonderlijke bestanden aan. Als u bijvoorbeeld drie documenten op de glasplaat plaatst, scant de machine deze en maakt drie afzonderlijke bestanden aan. Als u een bestand van drie pagina's wilt maken, kiest u PDF of TIFF voor Bestandstype. (Als u JPEG selecteert, wordt ieder document als drie aparte bestanden gemaakt.) mm of groter (bovenzijde, links, rechts) 2 20 mm of groter (onderzijde) Automatisch bijsnijden werkt voor alle instellingen van Scanformaat glas. Automatisch bijsnijden wordt ondersteund door technologie van Reallusion, Inc. 58
235 Foto's afdrukken vanaf een geheugenkaart of USB-flashstation a Controleer of u de geheugenkaart of het USB-flashstation in de juiste sleuf hebt geplaatst. b Laad uw document. c Druk op (SCAN). d Druk op naar media. e Druk op d of c om Automatisch bijsnijden weer te geven. f Druk op Automatisch bijsnijden. g Druk op Aan. h Als u geen instellingen meer wilt wijzigen, drukt u op Mono Start of Colour Start om te beginnen met scannen. i Het aantal gescande documenten wordt op het LCD-scherm weergegeven. Druk op OK. j Druk op d of c om de documentdata eerst te bekijken. k Druk op Alles opslaan om de data op te slaan. Automatisch bijsnijden is beschikbaar voor papier met vier rechte hoeken van 90 graden. Als een van de hoeken niet recht is, kan Automatisch bijsnijden het document niet waarnemen. Als uw document te lang of te breed is, werkt deze instelling niet goed. U moet de documenten altijd uit de buurt van de randen van de glasplaat plaatsen, zoals afgebeeld. U moet de documenten op een afstand van minimaal 0 mm van elkaar plaatsen. Met Automatisch bijsnijden wordt de scheefstand van het document op de glasplaat aangepast, maar als het document meer dan 0 graden scheef ligt, werkt deze instelling niet. U kunt Automatisch bijsnijden alleen gebruiken als de ADF leeg is. De functie Automatisch bijsnijden is beschikbaar voor maximaal 6 documenten, afhankelijk van het formaat van uw documenten. BELANGRIJK Verwijder de geheugenkaart of het USBflashstation NIET als de toets PHOTO CAPTURE knippert, om te voorkomen dat de kaart, het USBflashstation of de daarop opgeslagen gegevens worden beschadigd. 8 59
236 Hoofdstuk 8 Nieuwe standaardinstellingen opslaan U kunt de meestgebruikte kopieerinstellingen voor Scannen naar media (Kwaliteit, Bestandstype, Scanformaat glas en Automatisch bijsnijden) opslaan als standaardinstellingen. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze weer wijzigt. a Druk op (SCAN). b Druk op naar media. c Druk op d of c om Nieuwe standaard weer te geven. d Druk op Nieuwe standaard. e Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. f Druk op Stop/Exit. Fabrieksinstellingen herstellen U kunt alle gewijzigde instellingen voor Scannen naar media (Kwaliteit, Bestandstype, Scanformaat glas en Automatisch bijsnijden) terugzetten naar de fabrieksinstellingen. a Druk op (SCAN). b Druk op naar media. c Druk op d of c om Fabrieks-instellingen te selecteren. d Druk op Fabrieks-instellingen. e Druk op Ja om de instellingen te bevestigen. f Druk op Stop/Exit. 60
237 9 Foto's vanaf een camera afdrukken Foto's direct afdrukken vanaf een PictBridgecamera Uw machine van Brother ondersteunt de PictBridge-standaard, zodat u een met PictBridge compatibele camera kunt aansluiten op uw machine en direct via de camera kunt afdrukken. Als uw camera de standaard voor USBmassaopslag gebruikt, kunt u ook foto's afdrukken vanaf een digitale camera zonder PictBridge. (Zie Foto's direct afdrukken vanaf een digitale camera (zonder PictBridge) op pagina 63.) Vereisten voor PictBridge Houd rekening met het volgende om fouten te voorkomen: De machine en de digitale camera moeten met een geschikte USB-kabel worden aangesloten. De extensie van het beeldbestand moet.jpg zijn (andere extensies voor beeldbestanden, zoals.jpeg,.tif,.gif etc., worden niet herkend). Bewerkingen in het PhotoCapture Center zijn niet beschikbaar als u de functie PictBridge gebruikt. Uw digitale camera instellen Zet uw camera in de modus PictBridge. De volgende PictBridge-instellingen zijn wellicht beschikbaar via het LCD-scherm van uw met PictBridge compatibele camera. Het kan zijn dat sommige van deze instellingen niet beschikbaar zijn; dit hangt af van uw type camera. Menuselectie voor de camera Papierformaat Papiersoort Lay-out Opties A4, A3, Ledger, Letter, 0 5 cm, Printerinstellingen (Standaardinstelling) 2 Normaal papier, Glanzend papier, Inkjetpapier, Printerinstellingen (Standaardinstelling) 2 Zonder rand: Aan, Zonder rand: Uit, Printerinstellingen (Standaardinstelling) 2 DPOF-instelling - Afdrukkwaliteit Normaal, Fijn, Printerinstellingen (Standaardinstelling) 2 Kleurverbetering Aan, Uit, Printerinstellingen (Standaardinstelling) 2 Datum afdrukken Aan, Uit, Printerinstellingen (Standaardinstelling) 2 Zie Afdrukken in DPOF-formaat op pagina 62 voor meer informatie. 2 Als uw camera is ingesteld om de printerinstellingen (standaardinstelling) te gebruiken, drukt de machine uw foto af met de volgende instellingen. 9 6
238 Hoofdstuk 9 Instellingen Papierformaat Papiersoort Lay-out Afdrukkwaliteit Kleurverbetering Datum afdrukken Opties 0 5 cm Glanzend papier Zonder rand: Aan Fijn Uit Uit Als uw camera geen menuselecties heeft, worden deze instellingen ook gebruikt. De naam en de beschikbaarheid van elke instelling hangt af van de specificatie van uw camera. Raadpleeg de documentatie die is meegeleverd met uw camera voor meer informatie over het wijzigen van PictBridgeinstellingen. Foto's afdrukken Verwijder geheugenkaarten of een USBflashstation uit de machine voordat u een digitale camera aansluit. a Zorg dat de camera is uitgeschakeld. Sluit uw camera met de USB-kabel aan op de USB Direct-interface () op de machine. b Schakel de camera in. Als de machine de camera heeft herkend, wordt op het LCD-scherm Camera aangesl. weergegeven. c Kies de foto die u wilt afdrukken aan de hand van de instructies van uw camera. Als de machine begint met het afdrukken van de foto, wordt Printen op het scherm weergegeven. BELANGRIJK Sluit geen ander apparaat dan een digitale camera of een USB-flashstation aan op de USB Direct-interface om beschadiging van de machine te voorkomen. Afdrukken in DPOF-formaat DPOF betekent Digital Print Order Format. Vooraanstaande producenten van digitale camera's (Canon Inc., Eastman Kodak Company, FUJIFILM Corporation, Panasonic Corporation en Sony Corporation) hebben deze standaard ontwikkeld om het afdrukken van beelden vanaf een digitale camera te vereenvoudigen. Als uw digitale camera ondersteuning biedt voor afdrukken in DPOF-formaat, kunt u de beelden en het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken, op het display van de digitale camera selecteren. USB Direct-interface Als de op de camera gemaakte afdrukvolgorde beschadigd is geraakt, kan een DPOF-bestandsfout optreden. U kunt dit probleem verhelpen door de afdrukvolgorde te verwijderen en opnieuw te maken met uw camera. Raadpleeg de ondersteuningswebsite van de camerafabrikant of de bijbehorende documentatie om na te gaan hoe u hiervoor te werk gaat. 62
239 Foto's vanaf een camera afdrukken Foto's direct afdrukken vanaf een digitale camera (zonder PictBridge) Als uw camera de standaard voor USBmassaopslag ondersteunt, kunt u uw camera in de modus massaopslag aansluiten. Op deze manier kunt u foto's vanaf uw camera afdrukken. (Zie Foto's direct afdrukken vanaf een PictBridge-camera op pagina 6 als u foto's in de modus PictBridge wilt afdrukken.) Foto's afdrukken Verwijder geheugenkaarten of een USBflashstation uit de machine voordat u een digitale camera aansluit. a Zorg dat de camera is uitgeschakeld. Sluit uw camera met de USB-kabel aan op de USB Direct-interface () op de machine. De naam en beschikbaarheid van functies en bewerkingen verschillen per camera. Raadpleeg de documentatie die bij uw camera is geleverd voor meer informatie over bijvoorbeeld het wijzigen van de PictBridge-modus in de modus USBmassaopslag. USB Direct-interface 9 b Schakel de camera in. c Volg de stappen in Foto's afdrukken op pagina 49. BELANGRIJK Sluit geen ander apparaat dan een digitale camera of een USB-flashstation aan op de USB Direct-interface om beschadiging van de machine te voorkomen. 63
240 A Routineonderhoud De machine reinigen en controleren De buitenkant van de machine schoonmaken Reinig het Touchscreen als volgt: BELANGRIJK Schakel de machine uit wanneer u het Touchscreen reinigt. Gebruik GEEN vloeibare schoonmaakmiddelen (inclusief schoonmaakalcohol). a Trek de papierlades () volledig uit de machine. a Reinig het Touchscreen met een droge, zachte pluisvrije doek. b Reinig de buitenkant van de machine met een droge, zachte pluisvrije doek om stof te verwijderen. Maak de buitenkant van de machine als volgt schoon: BELANGRIJK Gebruik neutrale schoonmaakmiddelen. Reiniging met vluchtige vloeistoffen, zoals verdunner of benzine, beschadigt de buitenkant van de machine. Gebruik GEEN schoonmaakmiddelen die ammoniak bevatten. Gebruik GEEN isopropylalcohol om het bedieningspaneel schoon te maken. Het paneel kan barsten. c Breng het deksel van de uitvoerlade omhoog en verwijder datgene wat in de papierlade vastzit. d Reinig de papierlade met een droge, zachte pluisvrije doek om stof te verwijderen. 64
241 Routineonderhoud e Sluit het deksel van de uitvoerlade en plaats de uitvoerlade stevig in de machine terug. De geleiderol van de machine reinigen VOORZICHTIG Haal de stekker van de machine uit het stopcontact voordat u de geleiderol schoonmaakt. a Gebruik beide handen en de vingergrepen aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel in de geopende stand te zetten. b Maak de geleiderol van de machine () en het gedeelte eromheen schoon en veeg eventuele inkt weg met een droge, pluisvrije zachte doek. BELANGRIJK Raak het plaatje (2) en de hendel (3) NIET aan. Hierdoor kan de machine beschadigd raken. De papierinvoerrollen reinigen Als de papierinvoerrollen met inkt zijn bevuild, kan dit papierstoringen veroorzaken. a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. Trek de papierlade volledig uit de machine. Als de papiersteunklep open is, klapt u deze in en schuift u vervolgens de papiersteun naar binnen. A
242 b Reinig de voorkant van de papierinvoerrollen () met een zachte, vochtige pluisvrije doek en in een heen en weer gaande beweging. Wrijf de rollen na het reinigen met een droge, zachte pluisvrije doek droog. Gebruik de machine niet als de rollen nog nat zijn. Als u de machine gebruikt terwijl de rollen nog niet droog zijn, kunnen er problemen met het invoeren van het papier optreden. De doorvoerrollen voor papier reinigen a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. b Trek de papierlade volledig uit de machine. c Open de klep ter verwijdering van vastgelopen papier (2), en reinig vervolgens de achterkant van de papierinvoerrollen () met een zachte, vochtige pluisvrije doek. Wrijf de rollen na het reinigen met een droge, zachte pluisvrije doek droog. Als de machine de laatste paar vellen in de papierlade tegelijkertijd begint in te voeren, reinigt u het scheidingskussen () met een zachte, vochtige pluisvrije doek. Gebruik na het reinigen van het kussen een droge, zachte pluisvrije doek om al het vocht te verwijderen. 2 d Druk de papierlade stevig terug in de machine. e Sluit het stroomsnoer weer aan. 66
243 Routineonderhoud c Open de klep ter verwijdering van het vastgelopen papier () aan de achterzijde van de machine. e Reinig de papierinvoerrollen aan de achterkant () met een zachte, vochtige pluisvrije doek. Draai de rollen langzaam rond zodat het hele oppervlak gereinigd wordt. Wrijf de rollen na het reinigen met een droge, zachte pluisvrije doek droog. d Reinig de doorvoerrollen voor het papier () met een zacht, pluisvrije doek die met water bevochtigd is. Draai de rollen langzaam rond zodat het hele oppervlak gereinigd wordt. Wrijf de rollen na het reinigen met een droge, zachte pluisvrije doek droog. Raak de metalen as niet aan. f Sluit de klep ter verwijdering van vastgelopen papier. Controleer of de klep volledig gesloten is. g Druk de papierlade stevig terug in de machine. h Sluit het stroomsnoer weer aan. A 67
244 De papierinvoerrollen van lade 2 reinigen a Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. Trek papierlade 2 volledig uit de machine. Als de papiersteunklep open is, klapt u deze in en schuift u vervolgens de papiersteun naar binnen. b Reinig de papierdoorvoerrollen voor lade 2 () met een zachte, pluisvrije doek die met water bevochtigd is. Draai de rollen langzaam rond zodat het hele oppervlak gereinigd wordt. Wrijf de rollen na het reinigen met een droge, zachte pluisvrije doek droog. Het inktvolume controleren Hoewel op het LCD-scherm een inktvolumepictogram wordt weergegeven, kunt u via het inktmenu een groot diagram weergeven waarop wordt aangegeven hoeveel inkt in elke cartridge over is. a Druk op. b Druk op Inktvolume. Op het LCD-scherm wordt het inktvolume weergegeven. c Druk op Stop/Exit. U kunt het inktniveau vanaf uw computer controleren. (Zie Afdrukken voor Windows of Afdrukken en faxen voor Macintosh in de Softwarehandleiding.) c Duw lade 2 stevig terug in de machine. d Sluit het stroomsnoer weer aan. 68
245 Routineonderhoud De machine inpakken en vervoeren Gebruik het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal van de machine wanneer u de machine transporteert. Volg de onderstaande instructies om uw machine correct te verpakken. Schade aan de machine die wordt veroorzaakt tijdens het transport valt mogelijk niet onder uw garantie. BELANGRIJK Het is belangrijk dat u de machine na een afdruktaak de printkop laat parkeren. Luister goed naar de machine alvorens deze los te koppelen, om te controleren of alle mechanische geluiden zijn gestopt. Indien u de machine dit parkeerproces niet laat voltooien, kan dit leiden tot afdrukproblemen en mogelijke schade aan de printkop. d Verwijder de oranje bescherming uit de rechterbovenhoek van de machine. e Sluit voorzichtig het scannerdeksel met behulp van de vingergrepen aan beide zijden. a Haal de stekker van de machine uit de telefoonaansluiting en haal het telefoonsnoer uit de machine. b Haal de stekker van de machine uit het stopcontact. c Gebruik beide handen en de vingergrepen aan beide zijden van de machine om het scannerdeksel in de geopende stand te zetten. Koppel vervolgens de interfacekabel van de machine los, indien deze is aangesloten. WAARSCHUWING Zorg dat uw vingers niet beklemd raken onder het scannerdeksel. Gebruik bij het openen en sluiten van het scannerdeksel altijd de vingergrepen aan weerszijden van het deksel. A f Open het deksel van de inktcartridge. g Verwijder alle vier inktcartridges. Druk op de ontgrendelingshendel boven elke cartridge om deze te ontgrendelen. (Zie De inktcartridges vervangen in appendix A van de Beknopte gebruikershandleiding.) 69
246 h Breng de oranje bescherming aan en sluit het kapje van de cartridge. i Verpak de machine in de plastic zak. BELANGRIJK Zorg ervoor dat het plastic lipje op de rechterzijde van de oranje bescherming () stevig op zijn plaats klikt (2). j Verpak de machine en de gedrukte materialen met het originele verpakkingsmateriaal in de originele doos, zoals hieronder afgebeeld. Plaats de gebruikte inktcartridges niet in de doos. 9 D D C C 2 Als u de oranje bescherming niet kunt vinden, mag u de inktcartridges NIET verwijderen als u de machine gaat vervoeren. Het is van essentieel belang dat tijdens het vervoeren van de machine de oranje bescherming is geplaatst of de inktcartridges op hun plaats zitten. Als u zich niet aan dit voorschrift houdt, kan de machine schade oplopen en de garantie vervallen. B B A AA k Sluit de doos en maak deze dicht met verpakkingstape. 70
247 B Verklarende woordenlijst Dit is een uitvoerige lijst van functies en termen die voorkomen in Brotherhandleidingen. Beschikbaarheid van deze functies is afhankelijk van het model dat u heeft aangeschaft. ADF (automatische documentinvoer) Het document kan in de ADF worden geplaatst en automatisch met één pagina tegelijk worden gescand. ANTW.APP. (antwoordapparaat) U kunt een extern antwoordapparaat op uw machine aansluiten. Automatisch een fax verzenden Een fax verzenden zonder de hoorn van een externe telefoon op te nemen. Automatisch opnieuw kiezen Een functie waarmee de machine het laatste faxnummer na vijf minuten opnieuw kan kiezen als de fax niet kon worden verzonden omdat de lijn bezet was. Autoreductie Als deze functie is geactiveerd, wordt een inkomend faxbericht verkleind afgedrukt. Belvertraging Het aantal keren dat het belsignaal overgaat voordat de machine reageert in de standen Alleen fax en Fax/Telefoon. Belvolume Instelling van het volume voor het belsignaal van de machine. Code voor activeren op afstand Toets deze code (l 5 ) in wanneer u een faxoproep aanneemt op een extern of tweede toestel. Code voor deactiveren op afstand (alleen modus Fax/Telefoon) Als de machine een normaal telefoontje beantwoordt, wordt het snelle dubbele belsignaal gebruikt. U kunt de oproep op een tweede telefoon aannemen door de code (# 5 ) in te toetsen. Coderingsmethode Methode voor het coderen van de informatie in een document. Alle faxmachines dienen ten minste de standaard Modified Huffman (MH) te gebruiken. De machine is uitgerust met betere compressiemethoden, Modified Read (MR) en Modified Modified Read (MMR) en JPEG, die werken als de ontvangende machine over deze mogelijkheden beschikt. Communicatiefout (Comm. Fout) Een fout tijdens het verzenden of ontvangen van een faxbericht, meestal veroorzaakt door ruis of statische elektriciteit op de lijn. Compatibiliteitsgroep De mogelijkheid van een faxapparaat om met een ander faxapparaat te communiceren. Tussen de ITU-T-groepen is compatibiliteit verzekerd. Contrast Instelling om te compenseren voor donkere of lichte documenten. Faxen of kopieën van donkere documenten worden lichter en omgekeerd. Dichtheid Wijzigingen van de dichtheid maakt de hele afbeelding lichter of donkerder. Direct verzenden Als het geheugen vol is, kunt u faxen onmiddellijk verzenden. ECM-modus (foutencorrectie) Deze functie controleert tijdens een faxtransmissie of er fouten optreden en verzendt de pagina's met fouten zo nodig opnieuw. B 7
248 Eéntoetsnummers Nummers die onder speciale toetsen van het bedieningspaneel zijn opgeslagen, zodat u ze snel kunt kiezen. Als u Shift ingedrukt houdt terwijl u op de toets voor een ééntoetsnummer drukt, kunt u er een tweede nummer voor programmeren. Extern toestel Een antwoordapparaat of telefoon die is aangesloten op de machine. F/T-beltijd Het aantal keren dat de dubbele bel van de machine overgaat om u te waarschuwen dat u een normaal telefoongesprek moet beantwoorden (als de machine in de stand FAX/TEL de telefoon automatisch heeft beantwoord). Fax doorzenden Hiermee wordt een fax die in het geheugen is ontvangen, doorgestuurd naar een ander voorgeprogrammeerd faxnummer. Fax opslaan U kunt ontvangen faxen in het geheugen opslaan. Fax waarnemen Als deze functie is geactiveerd, reageert de machine toch op faxtonen als u de telefoon aanneemt en het een faxoproep blijkt te zijn. Fax/Telefoon In deze stand kunt u faxen en telefoontjes ontvangen. Gebruik de stand Fax/ Telefoon niet als u een extern antwoordapparaat hebt aangesloten. Faxjournaal In het journaal staat informatie over de laatste 200 faxberichten die zijn ontvangen en verzonden. TX betekent verzonden. RX betekent ontvangen. Faxtonen De speciale tonen (geluidssignalen) die een faxmachine tijdens automatische transmissies uitzendt om de ontvangende machine te laten weten dat het een faxtransmissie betreft. Faxtonen De tonen die tijdens faxtransmissies door de faxmachines worden uitgezonden. Faxvoorbeeld Als u Faxvoorbeeld kiest, kunt u een voorbeeld van ontvangen faxen op het LCD-scherm bekijken door op de toets Fax Preview of Faxvoorbeeld te drukken. Fijne resolutie Resolutie is 203 x 96 dpi. Wordt gebruikt voor faxberichten met kleine lettertjes en afbeeldingen. Fotoresolutie (alleen zwart-wit) Een instelling van de resolutie die verschillende grijstinten gebruikt, zodat foto's optimaal worden gereproduceerd. Gebruikersinstellingen Een afgedrukt rapport met de huidige instellingen van de machine. Grijstinten De grijstinten die voor het kopiëren, scannen en faxen van foto's worden gebruikt. Groepsnummer Een combinatie van ééntoets- en snelkiesnummers die zijn opgeslagen onder speciale toetsen of snelkieslocaties en die gebruikt worden voor rondsturen. Groepsverzenden De mogelijkheid om één en hetzelfde faxbericht naar meerdere locaties te verzenden. Groepsverzending (Alleen zwart-witfaxen) Om kosten te besparen kunnen alle uitgestelde faxen naar hetzelfde nummer als één zending worden gestuurd. 72
249 Verklarende woordenlijst Handmatig faxen verzenden Als u de hoorn van uw externe toestel opneemt, kunt u luisteren of het ontvangende faxapparaat antwoordt voordat u op Mono Start of Colour Start drukt om met verzenden te beginnen. Helderheid Wijziging van de helderheid maakt de hele afbeelding lichter of donkerder. Helplijst Een afdruk van de complete menutabel die u kunt gebruiken om uw machine te programmeren wanneer u de Beknopte gebruikershandleiding niet bij de hand hebt. Innobella Innobella is een assortiment verbruiksartikelen van Brother. Voor resultaten van de hoogste kwaliteit adviseert Brother het gebruik van Innobella -inkt en -papier. Internationale modus In deze stand worden de faxtonen tijdelijk gewijzigd, zodat ruis en statische elektriciteit op de lijn onderdrukt worden. Journaaltijd De vooraf geprogrammeerde regelmaat waarmee het faxjournaal automatisch wordt afgedrukt. U kunt het faxjournaal desgewenst ook op elk ander tijdstip afdrukken (zonder deze instelling op te heffen). Kleurverbetering Hiermee wordt de kleur in de afbeelding aangepast. De afdrukkwaliteit wordt verhoogd door de scherpte, witbalans en kleurdichtheid te verbeteren. LCD-scherm (Liquid Crystal Display) Dit is het schermpje op uw machine waarop tijdens het programmeren meldingen verschijnen. Wanneer de machine inactief is, worden op dit schermpje de datum en de tijd aangegeven. Menumodus De programmeermodus waarin u de instellingen van uw machine kunt aanpassen. Nummerweergave Een dienst van het telefoonbedrijf waarmee u het nummer (of de naam) van de beller kunt zien. OCR (optical character recognition) De softwaretoepassing ScanSoft PaperPort 2SE met OCR of Presto! PageManager zet een afbeelding van tekst om in tekst die u kunt bewerken. Ontvangst zonder papier (Geh.ontvangst) Faxen worden in het geheugen van de machine opgeslagen als de machine geen papier meer heeft. Pauze Hiermee kunt u een pauze van 3,5 seconden in de kiesreeks inlassen terwijl u met de kiestoetsen kiest of terwijl u ééntoets- of snelkiesnummers opslaat. Druk zo vaak op de Redial/Pause-toets op het bedieningspaneel of de Pauze-knop op het LCD-scherm als het aantal pauzes dat u wilt invoegen. PhotoCapture Center Hiermee kunt u digitale foto's van uw digitale camera met een hoge resolutie afdrukken voor een afdrukkwaliteit die gelijkwaardig is aan die van foto's. PictBridge Hiermee kunt u foto's rechtstreeks vanaf uw digitale camera met een hoge resolutie afdrukken voor een afdrukkwaliteit die gelijkwaardig is aan die van foto's. Pollen Het proces waardoor een faxmachine een andere faxmachine oproept om een wachtende fax op te halen. B 73
250 Reserveafdruk De machine maakt een afdruk van alle faxen die zijn ontvangen en opgeslagen in het geheugen. Dit is een veiligheidsmaatregel zodat bij een stroomstoring geen faxberichten verloren gaan. Resolutie Het aantal verticale en horizontale lijnen per inch. Zie ook: Standaard, Fijn, Superfijn en Foto. Resterende taken U kunt controleren welke taken nog in het geheugen staan en deze taken afzonderlijk annuleren. Scannen De procedure waarmee een elektronische afbeelding van een papieren document naar uw computer wordt verzonden. Scannen naar media U kunt een document in zwart-wit of in kleur naar een geheugenkaart of een USB-flashstation scannen. Zwartwitafbeeldingen hebben het TIFF- of PDFbestandsformaat en afbeeldingen in kleur kunnen het PDF- of JPEGbestandsformaat hebben. Snelkieslijst Een lijst van namen en nummers die zijn opgeslagen in het geheugen voor ééntoets- en snelkiesnummers. De nummers staan in numerieke volgorde in de lijst. Snelkiesnummer Een voorgeprogrammeerd nummer dat u snel kunt kiezen. U moet op (Telefoonboek), de tweecijferige code en Mono Start of Colour Start drukken om het kiezen te starten. Standaardresolutie dpi. Wordt gebruikt voor tekst van normaal formaat en biedt de snelste transmissie. Stationsnummer De opgeslagen informatie die boven aan gefaxte pagina's verschijnt. Deze inforegel bevat de naam van de verzender en het faxnummer. Superfijne resolutie (alleen zwart-wit) dpi. Ideaal voor zeer kleine druk en lijntekeningen. Tijdelijke instellingen Voor elke faxtransmissie en kopie kunnen bepaalde instellingen worden gemaakt die alleen voor die transmissie gelden en die geen invloed hebben op de standaardinstellingen. Toegang op afstand De mogelijkheid om op afstand toegang tot uw machine te krijgen met een telefoon met toetstonen. Toegangscode op afstand Uw eigen code van vier tekens (--- ) waarmee u uw machine vanaf een toestel op afstand kunt bellen en bedienen. Transmissie Het vanaf de machine over de telefoonlijn verzenden van documenten naar een ander faxapparaat. Tweede telefoontoestel Een telefoontoestel dat gebruikmaakt van dezelfde telefoonlijn als de faxmachine, maar op een aparte wandcontactdoos is aangesloten. Tweevoudige werking De machine kan uitgaande faxen of taken in het geheugen scannen terwijl ze een fax uit het geheugen verzendt, een fax ontvangt of een binnenkomende fax afdrukt. Uitgesteld verzenden Hiermee kunt u uw fax later op een door u opgegeven tijdstip verzenden. 74
251 Verklarende woordenlijst Verzendrapport (Verzendcontrolerapport) Dit is een lijst met een overzicht van al het uitgaande faxverkeer. In deze lijst staan gegevens zoals het nummer van de beller en de datum en tijd. Volume van de waarschuwingstoon Instelling van het volume van het geluidssignaal dat u telkens hoort wanneer u een toets indrukt of een vergissing maakt. WLAN-rapport Een afgedrukt rapport waarin het resultaat van de WLAN-verbinding wordt weergegeven. Zoeken Een elektronische lijst van ééntoetsnummers, snelkiesnummers en groepsnummers, gerangschikt in numerieke of alfabetische volgorde. B 75
252 C Index Cijfers 2 op (id) kopiëren A Afdrukken fax uit geheugen... 7 rapport Zie de Softwarehandleiding. Afstandsbediening code voor toegang op afstand opdrachten... 2 uw faxen opvragen Annuleren fax doorzenden... 9, 2 Fax opslaan... 9 taken in wachtrij... 4 Apple Macintosh Zie de Softwarehandleiding. B Beveiliging Beveiligd functieslot beheerderwachtwoord... 5 gebruikers met beperkte rechten... 6 C ControlCenter Zie de Softwarehandleiding. D De machine inpakken en vervoeren Direct afdrukken vanaf een niet-pictbridge-camera vanaf een PictBridge-camera... 6 Dubbelzijdig fax... 0 kopiëren E Eéntoetsnummers uit nummerweergavegeheugen instellen van uitgaande gesprekken instellen F Fax doorzenden een nummer programmeren... 6 op afstand wijzigen... 2, 22 Fax opslaan... 7 inschakelen... 7 uit geheugen afdrukken... 7 uitschakelen... 9 Fax, stand-alone ontvangen Fax doorzenden... 2 in geheugen... 6 in PC... 8 opvragen vanaf een ander toestel... 2, 22 uit geheugen afdrukken... 7 verkleinen tot papierformaat zonder papier... 6 verzenden... 8 aan einde van gesprek... contrast... 8 Direct verzenden... 2 dubbelzijdig... 0 fabrieksinstellingen herstellen... 9 Groepsverzenden... handmatig... 0 internationale modus... 3 nieuwe standaardinstellingen opslaan... 9 Resolutie... 8 taken in wachtrij annuleren... 4 uitgesteld verzenden... 3 uitgestelde groepsverzending... 3 vanuit het geheugen (Tweevoudige werking)... Faxcodes Code voor toegang op afstand wijzigen
253 Faxen, vanuit PC Zie de Softwarehandleiding. Films afdrukken Functieslot... 4 G Gebruikers met beperkte rechten... 6 Geheugenbeveiliging... 4 Groepen voor groepsverzending... 3 Groepsverzenden... Groepen instellen voor... 3 H Handmatig verzending... 0 I id kopiëren Inktcartridges inktvolume controleren K Kiezen Groepen (Groepsverzenden)... Kopiëren 2 op (id) boek dichtheid dubbelzijdig dun papier... 4 inktspaarmodus... 4 kwaliteit met ADF pagina layout (N op ) poster scheefstandcorrectie sorteren (alleen ADF) vergroten/verkleinen voorkeursinstellingen watermerk mediakaart gebruiken papieren document gebruiken sjabloon gebruiken USB-flashstation gebruiken L LCD (Liquid Crystal Display) Helplijst Lichtdimtimer... 2 M Macintosh Zie de Softwarehandleiding. Modus, activeren Tijdklok... 3 N Netwerk Afdrukken Zie de Netwerkhandleiding. scannen Zie de Softwarehandleiding. Nummerweergave Rapport nummerweergavegeheugen O Opslag in geheugen... P PaperPort 2SE met OCR Zie Softwarehandleiding. Zie ook het menu Help in de toepassing PaperPort 2SE. PhotoCapture Center Afdrukinstellingen Bijsnijden (crop) Contrast Datum afdrukken Fabrieksinstellingen herstellen Helderheid Kleurverbetering Kwaliteit Nieuwe standaardinstellingen opslaan Papiersoort en -formaat Zonder rand C 77
254 Afdrukken foto's index Afdrukken in DPOF-formaat Effect toevoegen... 5 Foto-effecten Auto Correct... 5 Bijsnijden... 5 Monochroom... 5 Nachtfoto... 5 Rode ogen verwijderen... 5 Sepia... 5 Tegenlicht... 5 Verbeter huidtoon... 5 Verbeter landschap... 5 Whiteboard... 5 Scannen naar media automatisch bijsnijden geheugenkaart USB-flashstation vanaf PC Zie de Softwarehandleiding. PictBridge Afdrukken in DPOF-formaat Presto! PageManager Zie Softwarehandleiding. Zie ook het menu Help in de toepassing Presto! PageManager. Problemen oplossen inktvolume controleren R Rapporten afdrukken Faxjournaal Journaaltijd Gebruikersinstellingen Helplijst Kieslijst Netwerkconfiguratie Nummerweergave Rapport nummerweergavegeheugen Verzendrapport... 33, 34 WLAN-rapport Reinigen geleiderol papierinvoerrol Remote Setup Zie de Softwarehandleiding. Resolutie instellen voor volgende fax... 8 S Scannen Zie de Softwarehandleiding. Slaapstand... 2 Snelkiesnummers uit nummerweergavegeheugen instellen van uitgaande gesprekken instellen Snelkiezen Eéntoetsnummers uit nummerweergavegeheugen instellen van uitgaande gesprekken instellen Groepsnummers Groepen instellen voor groepsverzenden... 3 wijzigen Groepsverzenden... groepen verwijderen met Groepen... Snelkiesnummers uit nummerweergavegeheugen instellen van uitgaande gesprekken instellen Stroomstoring... T Toegangscodes, opslaan en kiezen Tweevoudige werking... V Verkleinen inkomende faxen kopieën Vervoeren, machine
255 W Windows Zie de Softwarehandleiding. Wireless Network Zie de Installatiehandleiding en Netwerkhandleiding. C 79
256 Bezoek ons op World Wide Web Deze machine is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik in het land van aankoop. Plaatselijke Brother-bedrijven of hun dealers verlenen alleen service aan machines die in hun eigen land zijn aangekocht.
Handleiding product veiligheid 1
Handleiding product veiligheid 1 DCP-J525W/J725DW/J925DW/MFC-J430W/J625DW/J825DW/J5910DW Brother Industries, Ltd. 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Lees dit boekje voordat u de machine
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J6510DW MFC-J6710DW Versie B DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J6510DW en MFC-J6710DW
machine uitpakken en de onderdelen controleren
Installatiehandleiding Begin hier DSmobile 620 Hartelijk dank voor uw keuze voor Brother. Uw ondersteuning is belangrijk voor ons en wij stellen uw klandizie op prijs. Lees voordat u de machine in gebruik
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J5910DW Versie 0 DUT Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J5910DW Serienummer: 1 Aankoopdatum:
Installatiehandleiding
FAX-2820 FAX-2920 U moet eerst alle hardware instellen, pas dan kunt u de machine gebruiken. Lees deze Installatiehandleiding voor instructies over de correcte opstelling van deze machine. Installatiehandleiding
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J220 MFC-J265W MFC-J410 MFC-J415W Versie 0 DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J220, MFC-J265W,
Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel
Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het
AirPrint handleiding. Versie 0 DUT
AirPrint handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt het volgende pictogram gebruikt: Opmerking Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde situatie moet reageren
AirPrint handleiding. Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT
AirPrint handleiding Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT Modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen. DCP-J40DW, MFC-J430DW/J440DW/J450DW/J460DW/J470DW
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: HL-L340DW/L360DN/L360DW/L36DN/L365DW/ L366DW/L380DW DCP-L50DW/L540DN/L540DW/L54DW/L560DW MFC-L700DW/L70DW/L703DW/L70DW/L740DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen Handelsmerken Belangrijke opmerking Definities van opmerkingen In deze
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J430W Versie 0 BEL-DUT Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J430W Serienummer: 1 Aankoopdatum:
Basis gebruikershandleiding
Basis gebruikershandleiding DCP-J4110DW Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J4110DW Serienummer: 1 Aankoopdatum:
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende aanduiding gebruikt: en leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen of hoe
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-5890CN MFC-5895CW MFC-6490CW Versie 0 DUT Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-5890CN, MFC-5895CW
Handleiding product veiligheid 1 ADS-2100 en ADS-2600W
Handleiding product veiligheid 1 ADS-2100 en ADS-2600W Brother Industries, Ltd. 15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku, Nagoya 467-8561, Japan Lees dit boekje voordat u de machine gaat bedienen of onderhoud gaat
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie 0 DUT Definitie van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende aanduiding gebruikt: Opmerkingen leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-J525W DCP-J725DW Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J525W en DCP-J725DW
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing voor de volgende modellen: HL-340CW/350CDN/350CDW/370CDW DCP-900CDN/900CDW MFC-930CW/940CDN/9330CDW/9340CDW Versie 0 DUT Definities van
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie B DUT Definitie van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende stijl voor opmerkingen gebruikt: Opmerkingen leggen uit wat u in een bepaalde situatie
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-J25 DCP-J35W Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J25 en DCP-J35W (omcirkel
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-J925DW Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J925DW Serienummer: 1 Aankoopdatum:
Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.
Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde
Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen
DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: MFC-J650DW/J670DW/J690DW/J695DW Versie A DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt voor
GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-235C MFC-260C
GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-235C MFC-260C Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-235C en MFC-260C (omcirkel uw modelnummer)
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: HL-L850CDN/L8350CDW/L8350CDWT/L900CDW/L900CDWT/ L9300CDW/L9300CDWT/L9300CDWTT DCP-L8400CDN/L8450CDW MFC-L8600CDW/L8650CDW/L8850CDW/L9550CDW
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie A DUT Definitie van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende stijl voor opmerkingen gebruikt: Opmerkingen leggen uit wat u in een bepaalde situatie
HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal
HP Color LaserJet CM1312 MFP-serie Handleiding Papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-250C MFC-290C MFC-297C Versie 0 BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-250C, MFC-290C en
Basis gebruikershandleiding
Basis gebruikershandleiding MFC-J470DW Versie 0 BEL-DUT Als u contact wilt opnemen met de klantenservice Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J470DW Serienummer: 1
Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding
Laserprinter Serie Windows Vista / 7- installatiehandleiding U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Lees de Installatiehandleiding en
Beknopte gebruikershandleiding
Beknopte gebruikershandleiding DCP-J140W Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J140W Serienummer: 1 Aankoopdatum:
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: DCP-J3W/J5W/J7W/J55DW/J75DW, MFC-J85DW/ J450DW/J470DW/J475DW/J650DW/J870DW/J875DW Versie 0 DUT Definities van
P-touch Editor starten
P-touch Editor starten Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast. Brother behoudt
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1
Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit
Printerproblemen Een aantal printerproblemen is eenvoudig te verhelpen. Als de printer niet reageert, controleer dan eerst of: de printer is ingeschakeld; het netsnoer is aangesloten op het stopcontact;
Referentie gids Korte uitleg van routine handelingen
Referentie gids Korte uitleg van routine handelingen HL-L2310D HL-L2350DW HL-L2357DW HL-L2370DN HL-L2375DW Brother adviseert u deze gids bij uw apparaat te houden voor een snelle referentie. Online Gebruikershandleiding
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende stijl voor opmerkingen gebruikt: Opmerkingen leggen uit wat u in een bepaalde situatie
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J690DW Versie A DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J690DW Serienummer: Aankoopdatum: Plaats
Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding
Windows Vista / 7- installatiehandleiding U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de machine gebruiken. Lees de installatiehandleiding en deze Windows Vista
Brother GEBRUIKERSHANDLEIDING
Brother Kleurenkalibratie via het web GEBRUIKERSHANDLEIDING 1 VEREISTEN 2 WERKING 3 ALGEMENE 4 HET 5 DE 6 FABRIEKSINSTELLINGEN Inhoudsopgave INLEIDING 2 3 Aanbevollen papiier voor gebruiik tiijjdens de
Basis gebruikershandleiding
Basis gebruikershandleiding DCP-J552DW DCP-J752DW Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-J552DW en DCP-J752DW
Universele handleiding stuurprogramma s
Universele handleiding stuurprogramma s Brother Universal Printer Driver (BR-Script3) Brother Mono Universal Printer Driver (PCL) Brother Universal Printer Driver (Inkjet) Versie B DUT 1 Overzicht 1 De
Universeellader vullen
De universeellader is geschikt voor afdrukmedia van diverse formaten en soorten, zoals transparanten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier met een briefhoofd, gekleurd
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-3360C Versie A Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-3360C Serienummer: 1 Aankoopdatum: Plaats van aankoop:
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-385C DCP-383C DCP-387C DCP-585CW Versie 0 DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-385C,
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING
BEKNOPTE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-7360N MFC-7460DN MFC-7860DW Niet alle modellen zijn leverbaar in alle landen. Versie B DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen Vul de volgende gegevens in om
HP Color LaserJet CP2020-serie Handleiding voor papier en afdrukmateriaal
HP Color LaserJet CP2020-serie Handleiding voor papier en afdrukmateriaal Copyright en licentie 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder
Installatiehandleiding MFC-3420C
Installatiehandleiding MFC-3420C U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de MFC gebruiken. Raadpleeg deze installatiehandleiding en volg de eenvoudige instructies
De inhoud van de verpakking controleren
De inhoud van de verpakking controleren papiersteun cd-rom met printersoftware & Gebruikershandleiding pakket met cartridges (bevat zowel zwart-wit- als kleurencartridges.) printer Gids voor snelle starters
OPMERKING Tenzij anders aangegeven worden in deze handleiding afbeeldingen gebruikt van de PDS-6000.
Installatiehandleiding PDS-5000 / PDS-6000 Begin hier PDS-5000 PDS-6000 Lees de Handleiding product veiligheid op pagina 6 voordat u het apparaat installeert. Keer daarna terug naar deze pagina van de
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: DCP-J40DW/MFC-J440DW/J460DW/ J465DW/J530DW/J560DW/J565DW/J570DW/J590DW Versie A DUT Definities van opmerkingen
Onderhoud. Onderhoud
Onderhoud In deze sectie wordt het volgende besproken: Inkt toevoegen op pagina 7-32 De afvallade legen op pagina 7-36 De onderhoudskit vervangen op pagina 7-39 Het mes voor het losmaken van papier reinigen
Installatiehandleiding
MFC-3360C Installatiehandleiding U kunt de machine pas gebruiken nadat u alle hardware en software hebt geïnstalleerd. Lees deze installatiehandleiding voor installatie-instructies en -procedures. Stap
Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter
Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken
Handleiding voor printersoftware
Handleiding voor printersoftware (Voor Canon Compact Photo Printer Solution Disk versie 6) Windows 1 Inhoud Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen...3 Lees dit eerst...4 Handleidingen...4 Stappen van het afdrukken...5
De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm
De universeellader is geschikt voor papier van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier
AirPrint handleiding. Versie 0 DUT
irprint handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt het volgende pictogram gebruikt: Opmerking Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde situatie moet reageren
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android )
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android ) Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding worden de volgende symbolen en conventies
Basis gebruikershandleiding
Basis gebruikershandleiding MFC-J4410DW MFC-J4610DW Versie A BEL-DUT Als u de klantenservice wilt bellen Vul de volgende gegevens in voor toekomstige referentie: Modelnummer: MFC-J4410DW en MFC-J4610DW
Printerproblemen oplossen
Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt
Wi-Fi Direct handleiding
Wi-Fi Direct handleiding Versie 0 DUT Relevante modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: MFC-J4510DW Definities van opmerkingen Overal in deze gebruikershandleiding
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-145C DCP-163C DCP-165C DCP-167C DCP-185C Versie A DUT/BEL-DUT Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer:
LET OP KANS OP LETSEL:
Pagina 1 van 19 Help bij afdrukken Papier in de lade voor 250 vel of 550 vel plaatsen LET OP KANS OP LETSEL: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade plaatst om instabiliteit van de apparatuur
Wi-Fi Direct handleiding
Wi-Fi Direct handleiding Versie B DUT Relevante modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: DCP-J4110DW, MFC-J4310DW/J4410DW/J4510DW/J4610DW/J4710DW Definities van opmerkingen
Installatiehandleiding
MFC-235C MFC-260C Installatiehandleiding Voordat u deze machine in gebruik kunt nemen, dient u eerst de hardware en de software te installeren. Lees deze installatiehandleiding voor instructies over de
UITGEBREIDE GEBRUIKERSHANDLEIDING
UITGEBREIDE GEBRUIKERSHANDLEIDING MFC-J6510DW MFC-J6710DW Versie 0 DUT Gebruikershandleiding en waar kan ik die vinden? Welke handleiding? Wat staat erin? Waar is de handleiding? Veiligheid en wetgeving
GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-770CW
GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-770CW Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-770CW Serienummer: 1 Aankoopdatum: Plaats van aankoop:
Geavanceerde gebruikershandleiding
Geavanceerde gebruikershandleiding DCP-J72W Versie 0 DUT/BEL-DUT Gebruikershandleidingen en waar ze te vinden zijn Welke handleiding? Wat staat erin? Waar is de handleiding? Handleiding product veiligheid
P-touch Transfer Manager gebruiken
P-touch Transfer Manager gebruiken Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android )
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android ) Inhoudsopgave Voordat u uw Brother-machine gebruikt... Definities van opmerkingen... Handelsmerken... Inleiding... Brother iprint&scan
Speciale afdrukmethoden en - materialen
Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten
Handleiding Web Connect
Handleiding Web Connect Versie B DUT Relevante modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: DCP-J4110DW, MFC-J4310DW/J4410DW/J4510DW/J4610DW/J4710DW Definities van opmerkingen
Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing
Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing CECH-ZHD1 7020228 Compatibele hardware PlayStation 3-systeem (CECH-400x-serie) Voorzorgsmaatregelen Lees om veilig gebruik van dit product te garanderen
Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer
Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit
GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-330C DCP-540CN
GEBRUIKERSHANDLEIDING DCP-330C DCP-540CN Als u de klantenservice moet bellen A.u.b. de volgende gegevens invullen voor toekomstige referentie: Modelnummer: DCP-330C en DCP-540CN (omcirkel uw modelnummer)
HULPPROGRAMMA VOOR INSTELLINGEN AANRAAKSCHERM
LCD MONITOR HULPPROGRAMMA VOOR INSTELLINGEN AANRAAKSCHERM Versie 2.0 GEBRUIKSAANWIJZING Modellen waarop dit van toepassing is (sinds januari 2016) PN-60TA3/PN-60TB3/PN-60TW3/PN-70TA3/PN-70TB3/PN-70TW3/PN-80TC3/
