Samenwoonrelaties stabieler
|
|
|
- Stijn Eilander
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Anouschka van der Meulen en Arie de Graaf Op 1 januari 25 telde Nederland bijna 75 duizend paren die niet-gehuwd samenwonen. Ten opzichte van 1995 is dit aantal met bijna 45 procent toegenomen. Van de paren die in het begin van deze eeuw ongehuwd zijn gaan samenwonen, verwacht bijna de helft niet te gaan trouwen. Voor vrouwen die in de jaren zeventig zijn gaan samenwonen en vervolgens met deze partner zijn getrouwd, was de scheidingskans maar liefst twee keer zo hoog als voor vrouwen die direct met de partner zijn getrouwd. Bij paren die in de jaren negentig zijn getrouwd, zijn de scheidingskansen van deze twee groepen naar elkaar toe gegroeid. Naarmate het samenwonen gebruikelijker is geworden, neemt de echtscheidingskans van paren die hebben samengewoond af. Inleiding Vroeger ging men in de regel pas na het huwelijk samenwonen. Ongehuwd samenwonen, al dan niet gevolgd door een huwelijk, was een zeldzaamheid. Begin jaren zeventig had van elke tien 2 24-jarige vrouwen die gingen trouwen, maar één ooit ongehuwd samengewoond. Het kwam slechts voor onder een kleine groep hoogopgeleide, progressieve en niet-religieuze jongeren (Latten, 24). Tegenwoordig is het ongehuwd samenwonen niet meer weg te denken uit onze maatschappij. In de jaren negentig had al circa driekwart van de 2 24-jarige vrouwen die gingen trouwen eerder samengewoond. Het ongehuwd samenwonen wordt tegenwoordig meer en meer beschouwd als een manier om vorm te geven aan een volwaardige relatie. Het kan de rol van het huwelijk (deels) vervangen. In dit artikel wordt de ontwikkeling van het ongehuwd samenwonen onderzocht. Dit wordt gedaan vanuit het gezichtspunt van de vrouw. Voor de vergelijkbaarheid van opeenvolgende generaties vrouwen is alleen gekeken naar de eerste relatie die een vrouw aangaat. Met relatie wordt in dit artikel bedoeld dat de vrouw gehuwd of ongehuwd gaat samenwonen. Lat-relaties worden buiten beschouwing gelaten. Niet-gehuwd samenwonen Niet-gehuwd samenwonen heeft de afgelopen decennia steeds meer terrein gewonnen. Het totaal aantal gehuwde paren is in de periode 25 vrijwel stabiel gebleven, op ruim 3,4 miljoen. Het aantal samenwonende niet-gehuwde paren is in dezelfde periode echter toegenomen met bijna 45 procent, van ruim 5 duizend naar 75 duizend (grafiek 1). Deze forse stijging houdt verband met het feit dat er tegenwoordig niet alleen vaker, maar ook langer dan vroeger niet-gehuwd wordt samengewoond. De stijging van het aantal niet-gehuwd samenwonende paren wordt de laatste jaren voornamelijk bepaald door paren met kinderen. Dit hangt samen met het feit dat er langer niet-gehuwd wordt samengewoond. Niet-gehuwde paren trouwen steeds minder vaak wanneer er kinderen komen. De niet-gehuwde paren maken inmiddels 18 procent uit van alle paren. 1. Niet-gehuwd samenwonende paren, 25 x Totaal Zonder kinderen Met kinderen Huwelijk na samenwoonrelatie Met behulp van informatie uit het Onderzoek Gezinsvorming zijn eerste relaties op te splitsen in drie verschillende groepen, te weten: samenwonen zonder plannen om te trouwen, samenwonen gevolgd door een huwelijk of plannen daartoe, en huwelijken zonder samenwonen vooraf. Eind jaren zestig trouwden negen op de tien vrouwen zonder eerst te hebben samengewoond (grafiek 2). Dit aandeel is sindsdien sterk gedaald. Tegenwoordig trouwt nog maar één op de tien vrouwen zonder vooraf te hebben samengewoond. Het merendeel gaat eerst ongehuwd samenwonen. Een deel van hen treedt later alsnog in het huwelijk of geeft aan dat in de toekomst te willen gaan doen. Een steeds groter wordend deel wenst echter ongehuwd te blijven samenwonen. Van de paren die eind jaren negentig ongehuwd zijn gaan samenwonen, heeft bijna de helft niet de intentie om (ooit) te gaan trouwen. Bij de jonge samenwoonrelaties moet wel rekening worden gehouden met een grotere onzekerheid voor de toekomst dan bij de oudere samenwoonrelaties. Intenties om wel of niet te gaan trouwen, kunnen bij deze jonge relaties immers nog veranderen. Het aandeel ongehuwde samenwoners is onder hoogopgeleide vrouwen die voor het eerst een relatie aangaan hoger dan onder laagopgeleide vrouwen (grafiek 3). Begin 32 Centraal Bureau voor de Statistiek
2 2. Eerste relatievorm van vrouwen naar startjaar samenwonen Begin jaren zeventig ging ruim één op de vier vrouwen zonder geloofsovertuiging samenwonen, en minder dan één op de vijf vrouwen mét geloofsovertuiging. Bij alle groeperingen is in de decennia daarna een sterke stijging waarneembaar van het aandeel vrouwen dat eerst ongehuwd gaat samenwonen. De verschillen zijn dan ook kleiner geworden. Bij de vrouwen die zichzelf rekenen tot de Nederlands hervormden of gereformeerden, treedt er aan het begin van deze eeuw echter nog altijd één op de tien direct in het huwelijk, terwijl bij vrouwen zonder kerkelijke gezindte trouwen zonder voorafgaand samenwonen bijna niet meer voorkomt Aandeel ongehuwd samenwonende vrouwen in totaal aantal dat 3. gaat samenwonen (ongehuwden + gehuwden), naar kerkelijk 3. gezindte Samenwonen zonder intentie huwelijk Samenwonen met intentie huwelijk Samenwonen gevolgd door huwelijk Huwelijk zonder samenwonen vooraf jaren zeventig zijn vier op de tien hoogopgeleide vrouwen gaan samenwonen, tegen slechts één op de tien laagopgeleide vrouwen. De verschillen tussen de aandelen ongehuwd samenwonenden naar opleidingsniveau zijn sindsdien wel iets kleiner geworden, maar nog altijd duidelijk aanwezig. Hoogopgeleide vrouwen zijn daarmee de voorlopers van het ongehuwd samenwonen. Aan het begin van deze eeuw gaat nog steeds een kwart van de laagopgeleide vrouwen die voor het eerst met hun partner gaan samenwonen direct het huwelijksbootje in, tegenover slechts één op de twintig hoogopgeleiden Geen Rooms-katholiek startjaar samenwonen Protestant 3. Aandeel ongehuwd samenwonende vrouwen in totaal aantal dat 3. gaat samenwonen (ongehuwden + gehuwden), naar 3. opleidingsniveau Stabiliteit van samenwoonrelaties startjaar samenwonen Als partners ongehuwd gaan samenwonen, kunnen er drie demografische transities plaatsvinden die betrekking hebben op de samenwoonrelatie. Partners kunnen gaan trouwen, ze kunnen uit elkaar gaan, of één van de partners kan komen te overlijden. Bovendien kunnen ze blijven samenwonen. Partners die getrouwd zijn, kunnen gaan scheiden of gehuwd blijven samenwonen. Deze transities zijn weergegeven in onderstaand schema. De situatie waarbij één van de partners komt te overlijden, zal hier verder niet worden besproken. De in het schema vermelde letters corresponderen met de nummers in de hiernavolgende grafieken 5 en 6. gescheiden [e] Laag Midden Hoog Naast het opleidingsniveau heeft ook de kerkelijke gezindte invloed op de keuze voor ongehuwd samenwonen of trouwen. Vrouwen die zichzelf niet tot een kerkelijke gezindte rekenen, gaan gemiddeld vaker samenwonen met hun partner dan vrouwen die wél tot een kerkelijke gezindte behoren (grafiek 4). startjaar (periode) eerste samenwoonrelatie [a] startjaar (periode) eerste huwelijk zonder samenwonen vooraf [g] eerste huwelijk [b] uit elkaar [c] woont nog samen [d] gescheiden [h] woont nog gehuwd samen [i] woont nog gehuwd samen [f] Bevolkingstrends, 1e kwartaal 26 33
3 Van de vrouwen die in de jaren zeventig voor het eerst met hun partner ongehuwd zijn gaan samenwonen, is vier jaar later 65 procent met deze partner getrouwd en woont een kwart nog ongehuwd samen (grafiek 5, [b] en [d]). Bij samenwoonrelaties die begin jaren negentig zijn begonnen, is het aandeel dat tot een huwelijk leidt meer dan gehalveerd en blijkt nog bijna de helft ongehuwd met de partner samen te wonen. Vrouwen zijn sinds de jaren zeventig dus niet alleen vaker gaan samenwonen, maar hun samenwoonrelaties vóór omzetting naar een huwelijk duren ook langer. Daarentegen worden er tegenwoordig, in vergelijking met de jaren zeventig, ook meer samenwoonrelaties binnen vier jaar al weer ontbonden (grafiek 5, [c]). Minder dan vijf procent van de samenwoonrelaties die in de jaren zeventig en tachtig zijn begonnen, blijkt na 13 jaar nog samen te wonen met dezelfde partner. Verreweg de meeste partners zijn in die periode getrouwd, namelijk driekwart van het cohort jaren zeventig en bijna twee derde van het cohort jaren tachtig. Van het samenwooncohort eind jaren negentig woont na drie jaar nog zo n 6 procent ongehuwd samen. Van het toekomstig verloop van de samenwoonrelaties in dit cohort kan met behulp van grafiek 2 een schatting worden gemaakt. De populaties zijn niet helemaal vergelijkbaar, omdat op het moment van interview een groot deel van het samenwooncohort zich al voorbij het derde jaar van de relatie bevindt en inmiddels al getrouwd of gescheiden kan zijn. De schatting geeft desondanks een indruk van de richting waarin het cohort zich zal gaan ontwikkelen. In 23 zegt ruim twee derde van de vrouwen die eind jaren negentig zijn gaan samenwonen en die in 23 nog steeds samenwonen dat zij geen plannen hebben om te trouwen. Het aandeel paren dat ongehuwd zal blijven samenwonen, zal voor dit cohort dus nog toenemen ten opzichte van voorgaande cohorten. Naar verwachting zullen maximaal twee op de vijf paren ongehuwd blijven samenwonen. Relatieverbreking zal dit aandeel nog enigszins verlagen. Nu er steeds meer wordt samengewoond voor het huwelijk, zou verwacht kunnen worden dat de huwelijken die gesloten worden na een samenwoonrelatie stabieler zijn dan huwelijken die niet vooraf zijn gegaan door ongehuwd samenwonen. De partners hebben immers een soort proefperiode gehad voordat zij voor meer vastigheid in de vorm van een huwelijk kozen. Aan deze verwachting blijkt echter niet door alle cohorten te worden voldaan. Van de vrouwen die in de jaren zeventig direct met hun partner zijn getrouwd, zonder voorafgaande samenwoonrelatie, is 13 procent binnen achttien jaar gescheiden (grafiek 6, [h]). Bij de vrouwen die in dezelfde periode zijn getrouwd, maar voorafgaand hieraan ongehuwd hebben samengewoond, is de scheidingsfrequentie maar liefst twee keer zo hoog (grafiek 6, [e]). Bij relaties die in de jaren tachtig zijn gestart, zijn de percentages naar elkaar toe gegroeid maar is nog steeds de scheidingskans van samenwoners iets hoger. Bij relaties van begin jaren negentig zijn de verschillen in de scheidingskansen vrijwel geheel verdwenen en zijn de percentages binnen acht jaar na start van het huwelijk bij direct gehuwde paren ongeveer even hoog als bij paren die eerst hebben samengewoond. De verklaring voor de hoge scheidingskans onder de gehuwde paren die in de jaren zeventig eerst zijn gaan samenwonen ligt in het feit dat 5. Vrouwen die voor het eerst ongehuwd samenwonen, naar startjaar 4. en duur samenwonen Gehuwd na samenwonen [b] Samenwoonrelatie verbroken [c] Woont nog ongehuwd samen [d] 199 deze paren verschillen van de paren die toen direct getrouwd zijn. De eerste groep had progressievere denkbeelden en stond toleranter tegenover het verbreken van een relatie. Naarmate het samenwonen gebruikelijker is geworden, neemt de echtscheidingskans van paren die hebben samengewoond af, omdat het om een minder selectieve groep gaat. 34 Centraal Bureau voor de Statistiek
4 6. Vrouwen die voor het eerst een echtscheiding meemaken, naar 4. startjaar eerste huwelijk en duur samenwonen Gehuwden zonder ongehuwd samenwonen [h] Vrouwen die in de jaren zeventig zijn getrouwd, hebben gemiddeld iets meer dan drie jaar verkering gehad met hun partner vóór ze gingen trouwen (staat). Vrouwen die vóór het huwelijk eerst hebben samengewoond met hun partner, hebben met anderhalf jaar een veel kortere verkeringsduur. Wordt de duur van het samenwonen hierbij opgeteld, dan blijkt echter dat de gemiddelde relatieduur vóór het huwelijk even lang is als voor vrouwen die niet hebben samengewoond. Bij vrouwen die in de jaren negentig zijn getrouwd, is het beeld heel anders. De verkeringsduur van vrouwen die zonder samenwonen in het huwelijk zijn getreden, is niet veranderd. De verkeringsduur van de vrouwen die voor het huwelijk ongehuwd hebben samengewoond, is echter toegenomen, en ook de duur van hun ongehuwd samenwonen is toegenomen. Deze laatste groep heeft nu een proeftijd voor het huwelijk van bijna zeven jaar. In deze groep zijn de partners dus een langere periode samen geweest voor ze het besluit namen om in het huwelijk te treden. Zoals in de vorige paragraaf is vermeld, geeft dit echter niet de garantie dat deze huwelijken stabieler zijn dan huwelijken na een kortere periode van verkering duur van huwelijk in jaren Gehuwden voorafgegaan door ongehuwd samenwonen [e] Redenen om niet te trouwen Aan de vrouwen die in 23 niet-gehuwd samenwoonden is gevraagd of ze nog zouden willen trouwen. Als zij deze vraag ontkennend beantwoordden, is hen ook gevraagd waarom ze dat dan niet zouden willen. Van hen antwoordt driekwart dat trouwen niets toevoegt aan de relatie. Dat de respondent principieel tegen het huwelijk is, wordt in iets minder dan één op de tien gevallen als antwoord gegeven. Literatuur Latten, J., 24, Trends in samenwonen en trouwen. Bevolkingstrends 52(4), blz Ongehuwde samenwoners die niet willen trouwen, naar reden duur van huwelijk in jaren Startjaar huwelijk Verkering N.B. N.B. Principieel tegen huwelijk Trouwen voegt niets toe Wil niet gebonden zijn Partner wil liever niet trouwen Respondenten konden meerdere redenen noemen. Daarom tellen de percentages per kolom niet op tot 1. Verwacht/ wenst geen kinderen Staat Gemiddeld aantal jaren tussen ontmoeting partner en eerste huwelijk of samenwonen voorafgaand aan eerste huwelijk Periode huwelijkssluiting Huwelijk zonder Huwelijk vooraf gegaan door samenwonen samenwonen vooraf relatieduur vóór samenwonen totale relatieduur voor huwelijk 197 3,2 1,5 3, ,6 2,2 4, ,1 2,8 6,9 Bevolkingstrends, 1e kwartaal 26 35
5 Onderzoek Gezinsvorming De cijfers in dit artikel zijn grotendeels gebaseerd op het Onderzoek Gezinsvorming 23 (OG23) van het CBS. Dit onderzoek, dat om de vijf jaar wordt gehouden, heeft plaatsgevonden in de periode februari tot en met juni 23. Aan dit onderzoek hebben 3,9 duizend mannen en 4,2 duizend vrouwen geboren in de periode 194 deelgenomen. Doel van het Onderzoek Gezinsvorming is informatie te verzamelen over het verloop van de relatie- en gezinsvorming in Nederland en de achtergronden daarvan. Kerkelijke gezindte In het OG23 is aan respondenten gevraagd tot welke kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering zij zich rekenen. Tevens is informatie ingewonnen over de kerkelijke gezindte van de ouders van de respondent toen deze nog in het ouderlijk huis woonde. Gegeven de ontkerkelijking in de loop van de tijd, is bij de presentatie van grafiek 4 gekozen voor een indeling naar de kerkelijke gezindte van de moeder van de respondent, omdat deze variabele een betere proxy vormt van de kerkelijke gezindte van de respondent ten tijde van de relatievorming. De kerkelijke gezindte van de respondent is immers een waarneming op het moment van interview in 23. Onderwijsniveau Voor het onderwijsniveau wordt in dit artikel gebruik gemaakt van de indeling in laagopgeleiden, middelbaar opgeleiden en hoogopgeleiden. Tot de laagopgeleiden behoren personen met uitsluitend basisonderwijs of een vmbo-opleiding. Tot de middelbaar opgeleiden behoren personen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding. Tot de hoogopgeleiden behoren personen met een hbo- of universitaire opleiding. De opleiding is bepaald aan de hand van het hoogst behaalde onderwijsniveau of, voor degenen die tijdens het moment van interview nog onderwijs volgden, het niveau dat men toen volgde. 36 Centraal Bureau voor de Statistiek
Uit huis gaan van jongeren
Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan
Nog steeds liever samen
Nog steeds liever samen Steeds meer alleenstaanden 20 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder alleenstaand Momenteel zijn er 486 duizend eenoudergezinnen 16 Trouwen niet uit de gratie Ongeveer drie
Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen
Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995
Artikelen. Scheiden en weer samenwonen. Elma Wobma en Arie de Graaf. Gegevens
Artikelen Scheiden en weer samenwonen Elma Wobma en Arie de Graaf Het totaal aantal echtscheidingen en flitsscheidingen was de laatste zeven jaar vrij stabiel. In 28 lag dit aantal op 35 duizend. Zeven
Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf
Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders
Artikelen. Demografische levensloop van vijftigers. Arie de Graaf en Liesbeth Steenhof
Artikelen Demografische levensloop van vijftigers Arie de Graaf en Liesbeth Steenhof In dit artikel wordt ingegaan op de generatie die in de periode 194 1954 is geboren, de zogenaamde protestgeneratie.
Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten
Huishoudensprognose 26 2: belangrijkste uitkomsten Elma van Agtmaal-Wobma en Coen van Duin Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 26 tot 8,1 miljoen in 23. Daarna
Artikelen. Empty nest-moeders. Ingeborg Deerenberg en Anouschka van der Meulen
Artikelen Empty nest-moeders Ingeborg Deerenberg en Anouschka van der Meulen Jaarlijks komen ongeveer 8 duizend vrouwen in de fase van het empty nest : hun laatste of enig kind verlaat het ouderlijk huis.
Demografische levensloop van jongeren na het uit huis gaan
Carel Harmsen en Liesbeth Steenhof In dit artikel wordt de levensloop gevolgd van jongeren die in 1995 het ouderlijk huis hebben verlaten. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de verschillen tussen herkomstgroeperingen.
Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed
dem s Jaargang 8 Mei ISSN 69-47 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving inhoud Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed
Artikelen. Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten. Maarten Alders en Han Nicolaas
Artikelen Huishoudensprognose 2 25: belangrijkste uitkomsten Maarten Alders en Han Nicolaas Het aantal huishoudens neemt de komende jaren toe, van 7,1 miljoen in 25 tot 8,1 miljoen in 25. Dit blijkt uit
Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten
Arie de Graaf Per jaar gaan in Nederland ongeveer 1 duizend paren die gehuwd of niet-gehuwd samenwonen uit elkaar. Hierbij zijn naar schatting tussen de 5 en 6 duizend kinderen betrokken. Als reden voor
Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen
Carel Harmsen en Joop Garssen Terwijl het aantal huishoudens met kinderen in de afgelopen vijf jaar vrijwel constant bleef, is het aantal eenouderhuishoudens sterk toegenomen. Vooral onder Turken en Marokkanen
Relatievorming van twintigers
Relatievorming van twintigers 1 Relatievorming twintigers van Verklaring van tekens. Gegevens ontbreken * Voorlopig cijfer ** Nader voorlopig cijfer x Geheim Nihil (Indien voorkomend tussen twee getallen)
Mannen en vrouwen in Nederland
en vrouwen in Nederland Elma Wobma Ondanks de voortdurend veranderende samenstelling van de Nederlandse bevolking en huishoudens zijn vrouwen in de hoogste leeftijdsgroepen nog steeds fors oververtegenwoordigd.
De demografische levensloop van jonge Turken en Marokkanen
Marjolijn Distelbrink 1) en Arie de Graaf 2) Maar weinig Turkse en Marokkaanse jongeren hebben concrete emigratieplannen. Driekwart van de jonge, en twee derde van de jonge, is niet van plan om voorgoed
Artikelen. Huishoudensprognose : uitkomsten. Coen van Duin en Suzanne Loozen
Artikelen Huishoudensprognose 28 2: uitkomsten Coen van Duin en Suzanne Loozen Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 28 tot 8,3 miljoen in 239. Daarna zal het aantal
Jongeren op de arbeidsmarkt
Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding
Jonge Turken en Marokkanen over gezin en taakverdeling
Marjolijn Distelbrink 1) en Suzanne Loozen 2) Jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen blijken moderne opvattingen te hebben over de combinatie van werk en de zorg voor jonge, niet schoolgaande, kinderen. Zij
Artikelen. Bijna 33 duizend echtscheidingszaken afgehandeld in 2007. Arno Sprangers en Nic Steenbrink
Artikelen Bijna 33 duizend echtscheidingszaken afgehandeld in 7 Arno Sprangers en Nic Steenbrink In 7 werden 32,6 duizend huwelijken door de Nederlandse rechter ontbonden. Dit is vrijwel gelijk aan het
Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners
Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het
Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders
Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er
Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen
nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel
Artikelen. Boemerangkinderen: weer terug naar het ouderlijk huis
Artikelen Boemerangkinderen: weer terug naar het ouderlijk huis Elma Wobma en Arie de Graaf Van de kinderen die sinds de jaren negentig uit huis gingen is ongeveer 15 procent een boemerangkind: zij keerden
Vrouwen op de arbeidsmarkt
op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna
Latrelaties in Nederland
Bevolkingstrends Latrelaties in Nederland 2015 14 Kasper Otten Saskia te Riele CBS Bevolkingstrends juli 2015 14 1 Niet iedereen die een partner heeft, woont daar ook mee samen. Van de volwassen Nederlanders
Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen
Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen Mila van Huis De vruchtbaarheid van vrouwen van niet-westerse herkomst blijft convergeren naar het niveau van autochtone vrouwen. Het kindertal
Onderzoek naar verandering in gebruik sociale media onder jongeren uit de gereformeerde gezindte Rapportage, april 2016
Onderzoek naar verandering in gebruik sociale media onder jongeren uit de gereformeerde gezindte Rapportage, april 16 1 Inleiding en verantwoording Het lectoraat Nieuwe media in vorming en onderwijs aan
8. Werken en werkloos zijn
8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,
Artikelen. Vruchtbaarheid in de twintigste eeuw. Arie de Graaf
Artikelen Vruchtbaarheid in de twintigste eeuw Arie de Graaf In de vorige eeuw werden in Nederland bijna 2 miljoen kinderen geboren. In dezelfde periode overleden 9,6 miljoen mensen, kwamen 6 miljoen migranten
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal
Gebruik van kinderopvang
Gebruik van kinderopvang Saskia te Riele In zes van de tien gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar hebben de ouders hun werk en de zorg voor hun kinderen zodanig georganiseerd dat er geen gebruik hoeft
Langdurige werkloosheid in Nederland
Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.
1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt
1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1.1 De beroepsbevolking in 1975 en 2003 11 1.2 De werkgelegenheid in 1975 en 2003 14 Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw trok de gemiddelde Nederlandse
2. Groei allochtone bevolking fors minder
2. Groei allochtone bevolking fors minder In 23 is het aantal niet-westerse allochtonen met 46 duizend personen toegenomen, 19 duizend minder dan een jaar eerder. De verminderde groei vond vooral plaats
4. Kans op echtscheiding
4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote
Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald
7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van
In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van
Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) De verschillende betekenissen van ongehuwd samenwonen in Europa: Een studie naar verschillen tussen samenwoners in hun opvattingen, plannen en gedrag. In de
Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders
Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Martine Mol De geboorte van een heeft grote invloed op het arbeidspatroon van de vrouw. Veel vrouwen gaan na de geboorte van het minder werken.
Geboorteregeling in 2008
Geboorteregeling in 28 Arie de Graaf In 28 gebruikte 7 procent van de 18 45-jarige vrouwen in Nederland een methode om een zwangerschap te voorkomen, was 7 procent zwanger of wilde zwanger worden, was
De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders
De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen
Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2017
Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 217 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl van de bevolking verzameld door meerdere thema-instituten die elk op
Partnerkeuze van allochtonen
Mila van Huis Het merendeel van de Turken en Marokkanen in Nederland kiest een partner uit de eigen herkomstgroep. Een deel van deze partners komt hierbij over uit het land van herkomst. Anders dan bij
Cohortvruchtbaarheid van mannen
Cohortvruchtbaarheid van mannen Elma Wobma en Mila van Huis De vruchtbaarheid van mannen verschilt van die van vrouwen. Het aandeel kinderlozen ligt hoger onder mannen, maar mannen die vader zijn hebben
Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt
s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging
Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann
Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder
In wat voor gezin worden kinderen geboren?
Bevolkingstrends 214 In wat voor gezin worden kinderen geboren? Suzanne Loozen Marina Pool Carel Harmsen juni 214 CBS Bevolkingstrends juni 214 1 Tot eind jaren zeventig werden vrijwel alle kinderen binnen
Werktijden van de werkzame beroepsbevolking
Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Ingrid Beckers Ruim de helft van de werkzame beroepsbevolking werkte in 22 op onregelmatige tijden. Werken in de avonduren en op zaterdag komt het meeste voor.
7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs
7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs Vergeleken met autochtonen is de participatie in het hoger onderwijs van niet-westerse allochtonen ruim twee keer zo laag. Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/
Van mbo en havo naar hbo
Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied
Kinderen van gescheiden ouders gaan jonger samenwonen
Kinderen van gescheiden ouders gaan jonger samenwonen Carel Harmsen, Elma Wobma en Ruben van Gaalen De leeftijd bij eerste samenwonen is gerelateerd aan de huwelijksleeftijd van de ouders. Ook andere factoren
Arbeidsdeelname van paren
Arbeidsdeelname van paren Johan van der Valk De combinatie van een voltijdbaan met een is het meest populair bij paren, met name bij paren boven de dertig. Ruim 4 procent van de paren combineerde in 24
Ontwikkelingen van gezinsdiversiteit in Nederland. KNAW-seminar Wie is de familie doorsnee? 10 september Ruben van Gaalen
Ontwikkelingen van gezinsdiversiteit in Nederland KNAW-seminar Wie is de familie doorsnee? 10 september 2015 Ruben van Gaalen Vooraf (1) Wat is een gezin? Definitie Rijksoverheid (1996) Elk leefverband
Verandering in de frequentie van het gemengde huwelijk
Verandering in de frequentie van het gemengde huwelijk G. Dekker Aan het kerkelijk gemengde huwelijk wordt vanuit de sociale wetenschappen niet zo bijzonder veel aandacht geschonken. De belangstelling
Financiële gevolgen van echtscheiding op de lange termijn
Finciële gevolgen van echtscheiding op de lange termijn Anne Marthe Bouman Gescheiden vrouwen die binnen vijf jaar de echtscheiding gen nieuwe vinden, gaan er fors in koopkracht op achteruit. Gaan ze in
Personen met een uitkering naar huishoudsituatie
Personen met een uitkering naar huishoudsituatie Ton Ferber Ruim 1 miljoen personen van 15 tot 65 jaar ontvingen eind 29 een werkloosheids-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Gehuwden zonder
Pensioenaanspraken in beeld
Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het
Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs
Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs
Zorg voor hulpbehoevende ouders
Maarten Alders en Ingrid Esveldt 1) Door de toenemende vergrijzing zal het aantal zorgbehoevende ouderen toenemen. Een deel van de zorg wordt verleend door de kinderen. Dit artikel onderzoekt in welke
De relatie tussen vruchtbaarheid en opleidingsniveau van de vrouw
De relatie tussen vruchtbaarheid en opleidingsniveau van de vrouw Elma van Agtmaal-Wobma en Mila van Huis Hoogopgeleide vrouwen zijn gemiddeld ouder als ze voor het eerst moeder worden dan laagopgeleide
Echtscheiding van ouders en kinderen
Liesbeth Steenhof en Kees Prins Dit onderzoek beschrijft de uitkomsten van een onderzoek naar de intergenerationele overdracht van echtscheidingskansen. Uit eerder survey-onderzoek is al bekend dat de
Maandstatistiek van de bevolking Jaargang 49 mei 2001
Maandstatistiek van de bevolking Jaargang 49 mei 21 Centraal Bureau voor de Statistiek Heerlen/Voorburg, 21 Verklaring der tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim = nihil = (indien
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze
Van baan naar eigen baas
M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat
Arbeidsgehandicapten in Nederland
Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee
Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst
Artikelen Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Martijn Souren en Jannes de Vries Onder laagopgeleide vrouwen is de bruto arbeidsparticipatie aanzienlijk
2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur
2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal
Ontwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau
Ontwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau Jan-Willem Bruggink opgeleide mensen leven bijna 7 jaar langer dan laagopgeleiden. Dit verschil is in de periode 1997/2 25/28 even groot
LAAGGELETTERDHEID IN LAAK
LAAGGELETTERDHEID IN LAAK Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD IN OPDRACHT
Uitval studenten. Sectorbeeld Onderwijs, Inspectie van het Onderwijs,
Studenten sector Onderwijs vallen vaker uit... 2 Veel uitval bij 2 e graads hbo... 3 Meer uitval van pabo studenten met mbo-achtergrond... 5 Steeds meer mannen vallen uit bij pabo... 7 Studenten met niet-westerse
Arbeidsparticipatie van vrouwen rond de echtscheiding
Anne Marthe Bouman Ooit gescheiden moeders werken even vaak als gehuwd gebleven moeders, ongeacht of ze na de geboorte van hun jongste kind werkten of niet. De cijfers laten zien dat gescheiden moeders
socio-demografie 2.597.232 jongeren geslacht leeftijd woonplaats 4 grote steden en per provincie afkomst opleiding religie
FACTSHEET: socio-demografie Hoeveel jongeren zijn er eigenlijk in Nederland? Wonen er meer jongeren in Limburg of in Zeeland? Wat zijn de cijfers rondom geslacht, afkomst, opleidingsniveau en religie?
LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007
LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,
