scheikunde havo 2016-II
|
|
|
- Laurens Claessens
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Kiwikwarktaart 1 maximumscore 2 hexaanzuur hexaan 1 zuur 1 Indien het antwoord pentaancarbonzuur is gegeven 1 2 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Vet is hydrofoob en water is hydrofiel. Deze stoffen mengen niet blijvend/langdurig. Dus is een emulgator nodig (die ontmengen van de slagroom voorkomt). vet is hydrofoob en water is hydrofiel 1 (deze stoffen) mengen niet blijvend/langdurig, dus is een emulgator nodig 1 Indien in een overigens juist antwoord voor vet en/of water en/of emulgator een aanduiding op microniveau is gebruikt 1 Opmerkingen Wanneer de formulering slecht/niet mengen in plaats van niet blijvend/langdurig mengen is gebruikt, dit niet aanrekenen. Wanneer het begrip stabilisator is gebruikt, in plaats van het begrip emulgator, dit niet aanrekenen. 1
2 3 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Actinidase breekt de eiwitmoleculen/(eiwit)ketens waaruit gelatine bestaat af. Hierdoor zijn de (eiwit)ketens te kort om een netwerkachtige structuur te vormen / kan geen structuur worden gevormd waarin de andere stoffen worden ingesloten (waardoor de taart niet voldoende opstijft). de eiwitmoleculen/(eiwit)ketens waaruit gelatine bestaat, worden te kort/korter 1 dus de netwerkachtige structuur / structuur waarin de andere stoffen worden ingesloten kan niet worden gevormd 1 Indien een antwoord is gegeven als: Doordat actinidase peptidebindingen verbreekt, ontstaat geen structuur waarin de andere stoffen zijn ingesloten / ontstaat geen stevig geheel. 1 Indien een antwoord is gegeven als: Door het inwerken van actinidase verliest gelatine zijn werking. 0 Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: Actinidase maakt de gelatinemoleculen stuk/korter. Hierdoor kunnen de gelatinemoleculen geen netwerkachtige structuur meer vormen., dit goed rekenen. 4 maximumscore 3 H 2 O voor de pijl 1 structuurformule van valine na de pijl 1 na de pijl 1 Opmerking Wanneer H 2 O in structuurformule is gegeven, dit niet aanrekenen. 2
3 Wijn zonder droesem 5 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Een wijnsteenzuurmolecuul bevat hydroxyl/oh groepen / O-H bindingen, waardoor waterstofbruggen (met watermoleculen) gevormd kunnen worden. (Dus wijnsteenzuur is goed oplosbaar in water.) Door de aanwezigheid van hydroxyl/oh groepen / O-H bindingen in een wijnsteenzuurmolecuul is een wijnsteenzuurmolecuul hydrofiel/polair (en watermoleculen zijn ook hydrofiel/polair). (Dus wijnsteenzuur is goed oplosbaar in water.) een wijnsteenzuurmolecuul bevat hydroxyl/oh groepen / O-H bindingen 1 daardoor kan een wijnsteenzuurmolecuul waterstofbruggen vormen (met watermoleculen) / daardoor is een wijnsteenzuurmolecuul hydrofiel/polair 1 Indien in een overigens juist antwoord voor wijnsteenzuurmolecu(u)l(en) een aanduiding op macroniveau is gebruikt 1 Indien een antwoord is gegeven als: (Een) wijnsteenzuur(molecuul) heeft een korte C keten, dus het is hydrofiel. 0 Indien een antwoord is gegeven als: Wijnsteenzuur is hydrofiel. zonder verklaring of met een onjuiste verklaring 0 Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: Een wijnsteenzuurmolecuul bevat een C = O groep, zodat er waterstofbruggen met watermoleculen gevormd kunnen worden., dit goed rekenen. 6 maximumscore 1 CaC 4 H 4 O 6 3
4 7 maximumscore 3 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: In Binas-tabel 45A staat dat een slecht oplosbaar zout een oplosbaarheid heeft van minder dan 0,01 mol L 1. De oplosbaarheid van calciumtartraat is 0,38 (g L 1 ) : 188,2 (g mol 1 ) = 2, mol L 1. (Dus calciumtartraat is een slecht oplosbaar zout). berekening van de molaire massa van calciumtartraat: juiste verwerking van de atoommassa s van Ca, C, H en O (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 188,2 g mol 1 ) 1 berekening van de molariteit van calciumtartraat in water: 0,38 (g L 1 ) delen door de molaire massa van calciumtartraat 1 vergelijking met 0,01 mol L 1 (Binas-tabel 45A) 1 Opmerking Wanneer een onjuist antwoord op vraag 7 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 6, dit antwoord op vraag 7 goed rekenen. 8 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Het ene (soort) membraan laat ionen met een lading door, en het andere ionen met een + lading. (Ze zijn dus niet identiek). Type I laat (alleen) K + en Ca 2+ door, en type II laat (alleen) T 2 en HT door. (Ze zijn dus niet identiek). Type I laat geen positieve ladingen door, en type II geen negatieve ladingen. (De membranen zijn dus verschillend.) Type I laat negatieve ionen door, maar type II houdt die negatieve ionen juist tegen. (Ze zijn dus verschillend). Indien een antwoord is gegeven als: De membranen zijn (verschillend) ionselectief. 1 Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: Als de membranen identiek zijn dan kunnen de ionen via het volgende membraan weer terug de wijn in. (De membranen moeten dus verschillen om ze apart te kunnen doorlaten dan wel tegenhouden, zoals is weergegeven in figuur 2)., dit goed rekenen. 4
5 9 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het elektrisch geleidingsvermogen (van wijn) is afhankelijk van de aanwezigheid van geladen deeltjes / ionen. Bij elektrodialyse worden (selectief) ionen verwijderd uit de wijn (en verplaatst naar het water). Hierdoor neemt het geleidingsvermogen van de wijn af. De (mate van) droesemvorming is afhankelijk van de concentratie van deze ionen in de wijn. een relatie gelegd tussen het elektrisch geleidingsvermogen en de concentratie geladen deeltjes / ionen 1 bij lagere concentraties (kalium-, calcium-, waterstoftartraat- en tartraat)ionen kan minder droesem worden gevormd 1 Opmerking Wanneer in een overig juist antwoord hoeveelheid (ionen) is gebruikt in plaats van concentratie, dit niet aanrekenen. 5
6 Kunsttranen 10 maximumscore 3 Een voorbeeld van een juist antwoord is: keten van 6 koolstofatomen met enkelvoudige bindingen ertussen 1 carboxylgroepen juist weergegeven 1 waterstofatomen op de juiste wijze aan de keten verbonden en de uiteinden van de getekende keten aangegeven met of ~ of 1 Indien een van de volgende antwoorden is gegeven:
7 11 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: TAPE bevat vier C=C groepen (per molecuul). Elke C=C groep kan (door polyadditie/polymerisatie) in een andere acrylzuurketen worden opgenomen / gebonden worden aan acrylzuurmonomeren van verschillende ketens (waardoor dwarsverbindingen ontstaan). TAPE bevat (vier) C=C groepen / meer dan één C=C groep 1 notie dat deze C=C groepen in verschillende polyacrylzuurketens kunnen worden opgenomen/gebonden 1 12 maximumscore 1 Voorbeelden van een juiste reden zijn: OH is een base / hydroxide ionen reageren als base (waardoor de [H + ] afneemt). Natriumhydroxide is een goed oplosbaar zout. Traanvocht bevat al natriumchloride, dus de toegevoegde natriumionen zijn niet schadelijk. Bij de reactie van OH en H + ontstaat water, en dat is onschadelijk voor de ogen. 13 maximumscore 2 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst ( [H + ] = 10 3,7 = ) (mol L 1 ). Indien slechts het antwoord ( [H + ] = ) 10 3,7 is gegeven 1 Indien de uitkomst 2, (mol L 1 ) is gegeven (zie syllabus subdomein A8) 1 Indien een antwoord is gegeven als: ([H + ] = ) log 3,7 = 0,57 / 5,
8 14 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: een watermolecuul met een of twee H atomen gericht naar de COO groep 1 een tweede watermolecuul met een of twee H atomen gericht naar de COO groep 1 Indien één of meer onjuiste watermoleculen zijn getekend (bijvoorbeeld O-H-O) die met de H atomen gericht naar de COO groep 1 Indien één of meer watermoleculen met het O atoom gericht zijn naar de COO groep 0 Opmerking Wanneer één of meerdere juiste waterstofbruggen zijn getekend van de H atomen van de watermoleculen naar de COO groep, dit niet aanrekenen. 15 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Bij een hogere verhouding crosslinker (ten opzichte van acrylzuur) zijn er meer dwarsverbindingen gevormd/aanwezig tussen de ketens. Hierdoor blijven de ketens dichter bij elkaar en kan het carbomeer minder opzwellen. er zijn meer dwarsverbindingen / een dichter netwerk 1 conclusie 1 Indien het antwoord minder is gegeven zonder uitleg of met een onjuiste uitleg 0 8
9 Hybrideauto 16 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste stoffen zijn: koolstof/roet/c koolstofmonoöxide/co onverbrande koolwaterstoffen stikstofoxide(s)/no x zwaveldioxide/so 2 Voorbeelden van onjuiste stoffen zijn: as water/h 2 O stikstof/n 2 ozon/o 3 smog per juiste stof 1 Opmerkingen Wanneer het (deel)antwoord fijnstof is gegeven, dit beoordelen als een juiste stof. Wanneer het antwoord stikstofmonoöxide/no en stikstofdioxide/no 2 is gegeven, dit goed rekenen. 9
10 17 maximumscore 4 Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 3 4,0 0, , 01 = 92 g km ,17 of 1 ( ) ,17 = 4,0 L per 100 km 3 44,01 7 0,72 10 ( ) berekening van het aantal gram benzine dat per km wordt verbruikt: 4,0 (L) delen door 100 (km), vermenigvuldigen met 0,72 (kg L 1 ) en vermenigvuldigen met 10 3 (g kg 1 ) 1 berekening van het aantal mol benzine dat per km wordt verbruikt: het aantal gram benzine dat per km wordt verbruikt delen door de molaire massa van C 7 H 12 (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 96,17 g mol 1 ) 1 berekening van het aantal mol CO 2 dat per km wordt uitgestoten: het aantal mol benzine dat per km wordt verbruikt vermenigvuldigen met 7 1 berekening van het aantal gram CO 2 dat per km wordt uitgestoten: het aantal mol CO 2 dat per km wordt uitgestoten vermenigvuldigen met de molaire massa van CO 2 (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 44,01 g mol 1 ) 1 of berekening van het aantal mol CO 2 dat per km wordt uitgestoten: het aantal gram CO 2 dat per km wordt uitgestoten delen door de molaire massa van CO 2 (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 44,01 g mol 1 ) 1 berekening van het aantal mol benzine dat per km wordt verbruikt: het aantal mol CO 2 dat per km wordt uitgestoten delen door 7 1 berekening van het aantal gram benzine dat per km wordt verbruikt: het aantal mol benzine dat per km wordt verbruikt vermenigvuldigen met de molaire massa van C 7 H 12 (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 96,17 g mol 1 ) 1 berekening van het aantal liter benzine dat per 100 km wordt verbruikt: het aantal gram benzine dat per km wordt verbruikt delen door 10 3 (g kg 1 ), en de uitkomst daarvan delen door 0,72 (kg L 1 ) en vermenigvuldigen met 100 (km) 1 10
11 18 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Het oxide-ion heeft een lading van 2, het hydroxide-ion heeft een lading van 1. (De totale negatieve lading is dus 3.) Het nikkelion in NiO(OH) heeft dan een lading van 3+. De som van de negatieve lading (in NiO(OH)) is 3, dus Ni is 3+. In Ni(OH) 2 is de lading van het nikkelion 2+. Bij de halfreactie aan elektrode A neemt het nikkelion in NiO(OH) een elektron op. In NiO(OH) heeft het nikkelion dus een lading van 3+. het oxide-ion heeft een lading van 2 en het hydroxide-ion heeft een lading van 1 / de som van de negatieve lading (in NiO(OH)) is 3 / bij de halfreactie aan elektrode A neemt het nikkelion in NiO(OH) een elektron op en in het Ni(OH) 2 dat ontstaat, is de lading van het nikkelion 2+ 1 conclusie 1 Indien het antwoord (de lading van de nikkelionen is) 3+ is gegeven zonder afleiding of met een onjuiste afleiding 0 Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: x = 0, dus 3+, dit goed rekenen. 19 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Elektrode B is de negatieve elektrode, want bij elektrode B komen elektronen vrij / reageert (MH als) een reductor (bij stroomlevering). bij elektrode B komen elektronen vrij / reageert een reductor 1 (dus elektrode B is) de negatieve elektrode 1 Indien als antwoord is gegeven dat elektrode B de negatieve elektrode is zonder uitleg of met een onjuiste uitleg 0 20 maximumscore 2 Ni(OH) 2 + M NiO(OH) + MH uitsluitend Ni(OH) 2 en M voor de pijl 1 uitsluitend NiO(OH) en MH na de pijl 1 Indien als antwoord één van de volgende vergelijkingen is gegeven: 1 NiO(OH) + MH Ni(OH) 2 + M Ni(OH) 2 + H 2 O + M + OH NiO(OH) + OH + MH + H 2 O Ni(OH) 2 + H 2 O + M + OH + e NiO(OH) + OH + MH + H 2 O + e 11
12 Power-to-gas 21 maximumscore 2 2 H 2 O 2 H 2 + O 2 uitsluitend H 2 O voor de pijl en juiste coëfficiënten 1 uitsluitend H 2 en O 2 na de pijl 1 22 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Met behulp van (groene) stroom (wordt water ontleed tot waterstof en zuurstof). Het is dus een endotherme reactie. Voor de elektrolyse/ontleding is elektrische energie/stroom nodig, dus het proces is endotherm. er is elektrische energie/stroom nodig 1 (dus) endotherm 1 Indien een antwoord is gegeven als: endotherm, want er is energie nodig. 1 Indien een antwoord is gegeven als: elektrische energie wordt omgezet in chemische energie, dus endotherm. 1 Indien het antwoord endotherm is gegeven zonder toelichting of met een onjuiste toelichting 0 Indien een antwoord is gegeven als: exotherm, want er komt energie vrij. 0 12
13 23 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: het niveau van de reactieproducten hoger weergegeven dan het niveau van de beginstof 1 het niveau van de geactiveerde toestand als hoogste niveau weergegeven 1 Indien in een overigens juist antwoord bij één of meer van de zelf getekende energieniveaus geen bijschrift of een onjuist bijschrift is gezet 1 Opmerkingen Wanneer in plaats van het bijschrift reactieproducten de namen of formules van de reactieproducten zijn gegeven, dit niet aanrekenen. Wanneer in plaats van het bijschrift geactiveerde toestand het bijschrift overgangstoestand is gegeven, dit niet aanrekenen. 13
14 24 maximumscore 3 Voorbeelden van een juiste berekening zijn: {(3, ) (0, ) (2 2, )} : 4 = 4, (J per mol H 2 ) of {( 0, ) + (2 2, ) ( 3, )} : 4 = 4, (J per mol H 2 ) juiste verwerking van de vormingswarmte van koolstofdioxide: + 3, (J) 1 juiste verwerking van de vormingswarmtes van methaan en (gasvormig) water: 0, (J) en 2 2, (J) 1 de som van de verwerkte vormingswarmtes delen door 4 1 Indien in een overigens juist antwoord de factor 10 4 niet is vermeld 2 Indien in een overigens juist antwoord één of meer fouten zijn gemaakt in de plustekens en/of mintekens bij de verwerking van de vormingswarmtes 2 Indien in een overigens juist antwoord een andere waarde dan 0 (J mol 1 ) is gebruikt voor de vormingswarmte van waterstof 2 Opmerkingen Wanneer een antwoord is gegeven als: {( 0,75) + (2 2,42) ( 3,935)} : 4 = 4, (J per mol H 2 ), dit goed rekenen. Bij deze berekening de significantie niet beoordelen. 14
15 25 maximumscore 3 Een voorbeeld van een juiste berekening is: ( 4 2, ,010 ) ( 80 : 10 16,043) 2 (80 : 10 16, 043) of 2 = 3,1 2 ((100 80) : 10 16,043) + (2 18,015) 2 =3,1 (80 : 10 16,043) berekening van de massa van het gewenste product: 80(%) delen door 10 2 (%) en vermenigvuldigen met de molecuulmassa van methaan (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 16,043 u) 1 berekening van de massa van alle beginstoffen: de molecuulmassa van waterstof (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 2,016 u) vermenigvuldigen met 4 en optellen bij de molecuulmassa van koolstofdioxide (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 44,010 u) 1 berekening van de E-factor: de massa van het gewenste product aftrekken van de massa van alle beginstoffen en delen door de massa van het gewenste product 1 of berekening van de massa van het gewenste product: 80(%) delen door 10 2 (%) en vermenigvuldigen met de molaire massa van methaan (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 16,043 g mol 1 ) 1 berekening van de massa van het verlies: 100(%) verminderd met 80(%) delen door 10 2 (%) en vermenigvuldigen met de molaire massa van methaan (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 16,043 g mol 1 ) en optellen bij de molaire massa van water (bijvoorbeeld via Binas-tabel 99: 18,015 g mol 1 ) vermenigvuldigd met 2 1 berekening van de E-factor: de massa van het verlies delen door de massa van het gewenste product 1 15
16 26 maximumscore 3 A: water B: zuurstof C: waterstof D: biomassa E: synthesegas / waterstofgas en koolstofmonoöxide F: koolstofdioxide G: methaan A, B en C juist 1 D en E juist 1 F en G juist 1 Opmerkingen Wanneer bij G aardgas is gegeven in plaats van methaan, dit niet aanrekenen. Wanneer in plaats van de juiste namen de juiste formules zijn gegeven, dit niet aanrekenen. 27 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist argument voor Pia zijn: Bij elke omzetting treden (energie)verliezen op. Methanisering is exotherm, dus er raakt energie verloren (bij de energieopslag). Voorbeelden van een juist argument voor Koen zijn: Methaan is gemakkelijk op te slaan in het aardgasnet (terwijl het opslaan van waterstof kostbaar is en veel energie kost). Het opslaan van waterstof (is kostbaar en) kost veel energie (terwijl methaan gemakkelijk is op te slaan in het aardgasnet). Methaan kan zowel voor vervoersmiddelen als voor (huishoudelijke) gastoestellen worden gebruikt (terwijl waterstof alleen voor vervoersmiddelen wordt ingezet als brandstof). Er is geen opslagnetwerk voor waterstof beschikbaar (en wel voor methaan). Methaan kan gemakkelijk worden opgeslagen en vervoerd in het aardgasnet (en voor waterstof is zo'n netwerk niet beschikbaar). juist argument voor Pia 1 juist argument voor Koen 1 Indien een argument voor Pia is gegeven als: Waterstof geeft geen CO 2 bij verbranding (en methaan wel)., hiervoor geen scorepunt toekennen. Opmerking Wanneer een argument voor Koen is gegeven als: Bij de omzetting van waterstof in methaan wordt CO 2 vastgelegd (en CO 2 is een broeikasgas)., dit beoordelen als een juist argument. 16
17 Spinazie 28 maximumscore 3 Voorbeelden van een juiste berekening zijn: (100,0 93,0) 6, = 4, 5 10 massa-ppm of 6, (100, 0 93, 0) 6 10 = 4,5 10 massa-ppm 2 6 berekening van de massa aan drooggewicht in bepaalde hoeveelheid (bijvoorbeeld 1000 gram) verse spinazie: 100,0(%) verminderd met 93,0(%) delen door 10 2 (%) en vermenigvuldigen met de massa van de verse spinazie 1 berekening van het aantal gram chlorofyl-a in deze hoeveelheid verse spinazie: de massa aan drooggewicht delen door 10 3 (g kg 1 ) en vermenigvuldigen met 6,48 (g kg 1 ) 1 berekening van het massa-ppm chlorofyl-a in verse spinazie: het aantal gram chlorofyl-a delen door de massa van de verse spinazie en vermenigvuldigen met 10 6 (ppm) 1 of berekening van het massapercentage drooggewicht in verse spinazie: 100,0(%) verminderen met 93,0(%) 1 berekening van het aantal gram verse spinazie per kilogram drooggewicht: 10 2 (%) vermenigvuldigen met 1,00 (kg) en vermenigvuldigen met 10 3 (g kg 1 ) en delen door het massapercentage drooggewicht 1 berekening van het massa-ppm chlorofyl-a in verse spinazie: 6,48 (g) delen door het berekende aantal gram verse spinazie en vermenigvuldigen met 10 6 (ppm) 1 Opmerking Bij deze berekening de significantie niet beoordelen. 17
18 29 maximumscore 3 MgC 55 H 72 O 5 N H + C 55 H 74 O 5 N 4 + Mg 2+ C 55 H 74 O 5 N 4 / H 2 C 55 H 72 O 5 N 4 na de pijl 1 H + voor de pijl en Mg 2+ na de pijl 1 MgC 55 H 72 O 5 N 4 voor de pijl en juiste coëfficiënten in een vergelijking waarin ook de overige formules juist zijn 1 Indien als antwoord is gegeven: MgC 55 H 72 O 5 N H + C 55 H 74 O 5 N 4 + Mg 2 MgC 55 H 72 O 5 N 4 + H 2 C 55 H 74 O 5 N 4 + Mg 1 30 maximumscore 3 Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Bij de omzetting van chlorofyl-a in feofytine-a worden H + ionen gebonden.) Bij hogere ph is de concentratie H + ionen kleiner. Hierdoor vinden bij hogere ph minder (effectieve) botsingen plaats. De spinazie verkleurt dus niet sneller/langzamer (bij ph = 6,8). de concentratie H + ionen is kleiner bij hogere ph 1 er vinden dan minder (effectieve) botsingen plaats 1 conclusie 1 Indien een antwoord is gegeven als: Bij hogere ph is de concentratie H + ionen groter, hierdoor vinden meer botsingen plaats en verkleurt de spinazie sneller. 2 Indien een antwoord is gegeven als: Bij hogere ph is de concentratie H + ionen kleiner. Hierdoor verkleurt de spinazie langzamer. 2 Indien een antwoord is gegeven als: Bij hogere ph bewegen de deeltjes sneller, er vinden dus meer botsingen plaats. Hierdoor verkleurt de spinazie sneller. 1 Indien een antwoord is gegeven als: De spinazie verkleurt langzamer, want hoe hoger de ph hoe langzamer de reactie. 0 18
19 31 maximumscore 3 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: 0,50 Het magnesiumsulfaat kan 7 18, 015 = 0,52 gram water binden. 120,37 En er is minder dan 0,50 gram water aanwezig in 0,50 gram spinazie (dus 0,50 gram magnesiumsulfaat is voldoende). of Om het water in de spinazie te binden is 0, : 7 120,37 = 0,44 gram magnesiumsulfaat nodig. 18, (Er is dus voldoende magnesiumsulfaat.) berekening van het aantal mol magnesiumsulfaat in het mengsel en de notie dat de spinazie maximaal 0,50 gram water kan bevatten: 0,50 (g) delen door de molaire massa van magnesiumsulfaat (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 120,37 g mol 1 ) 1 berekening van het aantal mol water dat hiermee kan reageren: het aantal mol magnesiumsulfaat vermenigvuldigen met 7 1 berekening van het aantal gram water dat met het magnesiumsulfaat kan reageren (en vergelijking met de hoeveelheid water in 0,50 gram spinazie): het aantal mol water vermenigvuldigen met de molaire massa van water (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 18,015 g mol 1 ) (en conclusie) 1 of berekening van het aantal mol water in 0,50 gram verse spinazie: 0,50 gram vermenigvuldigen met 93,0(%) en delen door 10 2 (%) en door de molaire massa van water (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 18,015 g mol 1 ) 1 berekening van het aantal mol magnesiumsulfaat dat nodig is om het aantal mol water in 0,50 gram verse spinazie te binden: het aantal mol water in de verse spinazie delen door 7 1 berekening van het aantal gram magnesiumsulfaat dat nodig is om het water in 0,50 gram verse spinazie te binden: het aantal mol magnesiumsulfaat vermenigvuldigen met de molaire massa van magnesiumsulfaat (bijvoorbeeld via Binas-tabel 98: 120,37 g mol 1 ) (en conclusie) 1 Opmerkingen Bij deze berekening de significantie niet beoordelen. Wanneer bij de beantwoording is uitgegaan van 100(%) in plaats van 93,0(%) water in spinazie, dit niet aanrekenen. 19
20 32 maximumscore 2 stap 2: extraheren 1 stap 3: bezinken 1 33 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het chromatogram onder II heeft twee vlekken meer / meer vlekken (dan het chromatogram onder I). Deze vlekken zijn afkomstig van feofytine-a en feofytine-b. (Feofytine-a en feofytine-b ontstaan uit chlorofyl-a en chlorofyl-b als spinazie wordt verwerkt tot diepvriesspinazie). Het chromatogram onder II heeft twee vlekken meer / meer vlekken (dan het chromatogram onder I) 1 Deze vlekken zijn van feofytine(-a en feofytine-b) 1 34 maximumscore 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De samenstelling van de loopvloeistof van Nick en Simon verschilt van die van de beschreven loopvloeistof in Binas. Nick en Simon hebben een loopvloeistof gebruikt met petroleumether, cyclohexaan, ethylacetaat, aceton en methanol; in Binas is een mengsel van petroleumether en aceton als loopvloeistof gebruikt. De loopvloeistof van Nick en Simon bevat ook cyclohexaan / ethylacetaat / methanol. De loopvloeistof van Nick en Simon bevat een ander percentage petroleumether / aceton. 35 maximumscore 2 verschil: aanhechtingsvermogen (van luteïne aan de stationaire fase) 1 toelichting: Nick en Simon gebruiken een dunne-laagplaat, in Binas wordt papier gebruikt / Nick en Simon gebruiken een andere stationaire fase 1 20
Correctievoorschrift HAVO 2016
Correctievoorschrift HAVO 2016 tijdvak 2 scheikunde Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores 1 Regels
scheikunde vwo 2017-II
Kerosine uit zonlicht maximumscore 3 Een voorbeeld van een juiste berekening is: E = ( 2,42 0 5 ) + 0,5 ( 3,935 0 5 ) + 0,5 (,05 0 5 ) = +3,84 0 5 (J mol ). juiste verwerking van de vormingswarmten van
scheikunde havo 2017-I
Contrastmiddel voor MRI-scans 1 maximumscore 3 aantal protonen: 64 aantal neutronen: 94 aantal elektronen: 61 aantal protonen juist 1 aantal neutronen: 158 verminderd met het aantal protonen 1 aantal elektronen:
Eindexamen scheikunde havo 2008-I
Beoordelingsmodel Uraan 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal neutronen: 146 aantal protonen: 92 1 aantal neutronen: 238 verminderen met het aantal protonen 1 2 maximumscore 2 UO 2 + 4 HF UF 4 +
Stabilisator voor PVC
Stabilisator voor PVC 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Als chlooretheen polymeriseert ontstaan lange ketens zonder dwarsverbindingen. De ketens kunnen langs elkaar bewegen (bij
Eindexamen scheikunde havo 2000-II
Eindexamen scheikunde havo -II 4 Antwoordmodel Lood Een juiste afleiding leidt tot de uitkomst (neutronen). berekening van het aantal neutronen in een U-38 atoom en berekening van het aantal neutronen
Examen HAVO. scheikunde. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen AV 2016 tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur scheikunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor
Eindexamen scheikunde havo 2005-II
4 Beoordelingsmodel Jood-129 1 aantal protonen: 53 aantal elektronen: 53 aantal protonen: 53 1 aantal elektronen: gelijk aan aantal protonen 1 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Er ontstaan geen
Eindexamen scheikunde havo 2004-I
4 Beoordelingsmodel Rookmelder 1 aantal protonen: 93 aantal neutronen: 144 naam van element X: neptunium aantal protonen: 93 1 aantal neutronen: 241 verminderen met het genoemde aantal protonen en verminderen
Eindexamen scheikunde vwo II
Beoordelingsmodel aarverzorging maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N 2 2 2 N N 2 2 S de peptidebindingen juist getekend de zijketens juist getekend het begin van de structuurformule
Eindexamen scheikunde havo 2001-II
Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:
Eindexamen scheikunde havo I
Beoordelingsmodel uderdomsbepaling 1 maximumscore 1 edelgassen Indien het antwoord groep 18 is gegeven 0 2 maximumscore 2 aantal protonen aantal neutronen aantal elektronen in 40 K en in 40 Ar ongelijk
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1- vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Haarkleuring 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn genoteerd: H N CH C en H N CH C CH CH structuurformule van serine juist 1 structuurformule van
Eindexamen scheikunde havo 2006-I
4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.
scheikunde havo 2015-I
Mayonaise 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De C 15 H 31 groep bevat geen dubbele binding / bevat alleen enkelvoudige bindingen. Dit vetzuur behoort tot de verzadigde vetzuren.
scheikunde havo 2015-I
Bombardeerkever 14 maximumscore 3 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: de structuurformule van het waterstperoxidemolecuul juist weergegeven 1 het waterstperoxidemolecuul op een juiste wijze
Eindexamen scheikunde havo 2008-II
Beoordelingsmodel Forams 1 maximumscore 2 aantal protonen: 14 aantal neutronen: 16 aantal protonen: 14 1 aantal neutronen: 30 verminderd met het aantal protonen 1 Indien het juiste aantal protonen (7)
Eindexamen scheikunde havo II
Beoordelingsmodel MTBE 1 maximumscore 3 2 C 5 12 O + 15 O 2 10 CO 2 + 12 2 O alleen C 5 12 O en O 2 voor de pijl 1 alleen CO 2 en 2 O na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 Indien een reactievergelijking
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2005-II
4 Beoordelingsmodel Rozengeur 1 1-broom-3-methyl-2-buteen stamnaam buteen 1 juiste namen substituenten 1 alle plaatsaanduidingen juist 1 en Wanneer de naam 3-methyl-1-broom-2-buteen is gegeven, dit goed
Eindexamen scheikunde havo 2006-II
4 Beoordelingsmodel Element 115 1 Calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95. Dus samen hebben ze 115 protonen. calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95 1 2 Een
Eindexamen scheikunde havo 2007-II
Beoordelingsmodel Kwik 1 maximumscore 2 aantal protonen: 160 aantal elektronen: 158 aantal protonen: 160 1 aantal elektronen: het gegeven aantal protonen verminderd met 2 1 2 maximumscore 2 g 2 Cl 2 Indien
Eindexamen scheikunde havo II
Opgave aantal protonen : 48 aantal elektronen : 46 aantal protonen: 48 aantal elektronen: aantal protonen minus 2 2 selenide ion : Se 2- cadmium(ii)selenide : dse selenide-ion: Se 2- formule cadmiumselenide
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-I
Beoordelingsmodel Broom 1 maximumscore 2 Cl 2 + 2 Br 2 Cl + Br 2 Cl 2 voor de pijl en 2 Cl na de pijl 1 2 Br voor de pijl en Br 2 na de pijl 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: In
Eindexamen scheikunde havo 2011 - I
Beoordelingsmodel Uraanerts 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal elektronen: 88 aantal protonen: 92 1 aantal elektronen: aantal protonen verminderd met 4 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist
Vraag Antwoord Scores
Ademtest 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Een ureummolecuul bevat NH 2 groepen / N-H bindingen, zodat er waterstbruggen (met watermoleculen) gevormd kunnen worden. (Dus ureum is
scheikunde vwo 2016-II
Chillen bij 60 C 1 maximumscore 4 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: de peptidebindingen juist weergegeven 1 de restgroepen juist weergegeven 1 structuurformule van H 2 O en juiste waterstofbrug
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel N 1 N + N N en voor de pijl en N na de pijl 1 bij juiste formules voor en na de pijl: juiste coëfficiënten 1 Een voorbeeld van een juist energiediagram is: E 1 mol N -0,815. 10 5 J 1 mol
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo II
Beoordelingsmodel Absint 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: In de structuurformule van α-thujon is de C 3 groep naar achteren getekend en de C 2 groep naar voren. In de structuurformule
Eindexamen vwo scheikunde pilot I
Duurzame productie van waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 12 O 6 + 4 H 2 O 4 H 2 + 2 CH 3 COO + 2 HCO 3 + 4 H + molverhouding CH 3 COO : HCO 3 = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel Etheen 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn weergegeven: 2 H 2 H 2 H 2 H 2 H H H H H H H H + 2H 2 2 H + H H H H H H H 2 voor de pijl 1 formule van glucose en het overgebleven fragment
Eindexamen scheikunde havo I
pgave (mono)stikstofmono-oxide Indien als antwoord stikstofoxide is gegeven 2 Een juiste verklaring leidt tot de uitkomst 7 (elektronen). elk atoom bevat 8 elektronen in totaal bevat het 2 - ion dus 2
Eindexamen scheikunde vwo I
Beoordelingsmodel Ureum 1 maximumscore 3 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat in ureum het massapercentage hoger is dan in ammoniumnitraat. de formule van ammoniumnitraat is 4 3 1 de massa van
Eindexamen scheikunde havo 2002-I
4. Antwoordmodel Rood kwik 1 Een juiste afleiding leidt tot de lading 5+. berekening van de lading van twee kwik(ii)ionen en zeven oxide-ionen: tweemaal 2+ optellen bij zevenmaal 2-1 conclusie 1 Indien
Eindexamen scheikunde vwo 2010 - II
Beoordelingsmodel Alcoholintolerantie 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: et is de omzetting van een (primaire) alcohol tot een alkanal; daarbij reageert de (primaire) alcohol met
Eindexamen scheikunde pilot vwo II
Beoordelingsmodel Zelfherstellende verf 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: C C C ( ) 6 C dubbele binding tussen en C in de isocyanaatgroepen 1 dubbele binding tussen C en in de isocyanaatgroepen
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-II
Beoordelingsmodel De nylonbacterie 1 maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 2,0 10 2. notie dat N 2 2 2 2 2 de repeterende eenheid is van een molecuul nylon-6 (eventueel impliciet)
scheikunde vwo 2017-I
PAL 1 maximumscore 1 NH 3 2 maximumscore 4 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: de restgroepen juist weergegeven en 1 de peptidebindingen juist weergegeven en de rest van de structuurformule
scheikunde pilot vwo 2015-I
Thermoplastisch zetmeel 16 maximumscore 2 Een juiste berekening kan als volgt zijn weergegeven:, 10 5 = 2, 10 (monomeereenheden) 162,1 berekening van de molaire massa van een eenheid C 6 H 10 O 5 (bijvoorbeeld
Eindexamen scheikunde havo 2001-I
Eindexamen scheikunde havo -I 4 Antwoordmodel Nieuw element (in de tekst staat:) deze atomen zijn eerst ontdaan van een aantal elektronen dus de nikkeldeeltjes zijn positief geladen Indien in een overigens
Eindexamen scheikunde havo 2007-I
Beoordelingsmodel Nitraat in drinkwater 1 maximumscore 2 aantal protonen: 32 aantal elektronen: 34 aantal protonen: 32 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 2 1 2 maximumscore 1 2+ 3 maximumscore
Eindexamen vwo scheikunde pilot I
Biodiesel uit plantaardig afval 16 maximumscore 2 De verbrandingswarmte van 1,0 L ethaanzuur bedraagt 3 1, 0 1, 05 10 5 6 8,72 10 10 = 15(MJ). 60,05 (Dit is kleiner dan 24 MJ L 1.) berekening van het aantal
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-I
Beoordelingsmodel Vrije vetzuren in olijfolie 1 maximumscore 1 hydrolyse Indien het antwoord verzeping of ontleding of evenwichtsreactie is gegeven 0 2 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn
Eindexamen scheikunde 1 vwo II
Beoordelingsmodel Cacaoboter 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: De warmte die nodig is voor het smelten, wordt aan de mond onttrokken. Smelten is (kennelijk) een endotherm proces.
Eindexamen scheikunde havo 2004-II
4 Beoordelingsmodel Zink 1 aantal protonen: 30 aantal elektronen: 30 aantal neutronen: 34 aantal protonen: 30 1 aantal elektronen = aantal protonen 1 aantal neutronen: massagetal aantal protonen 1 2 2
Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2014-I
Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Natriumbrand 1 B 2 B 3 maximumscore 1 zand 4 A 5 C 6 maximumscore 3 2 Na + 2 H 2 O 2 Na + + 2 OH + H 2 uitsluitend Na en H 2 O
Eindexamen havo scheikunde pilot 2013-I
Beoordelingsmodel ph-bodemtest 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Het tabletje bevat bariumsulfaat en deze stof is slecht oplosbaar (in water). notie dat het tabletje
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II
Beoordelingsmodel Brons 1 maximumscore 4 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 78,3(%). berekening van het aantal mmol S 2 3 2 : 18,3 (ml) vermenigvuldigen met 0,101 (mmol ml 1 ) 1 omrekening van
Eindexamen vwo scheikunde I
Waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 1 O 6 + 4 H O 4 H + CH COO + HCO + 4 H + molverhouding CH COO : HCO = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor H + gelijk aan de som van de coëfficiënten
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 08 CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van 9 tot en met maart 08 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en opgaven met in totaal 6 open
scheikunde oude stijl havo 2015-I
Snelle auto's 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De molecuulformule C 7 H 12 voldoet niet aan de algemene formule voor alkanen: C n H 2n+2. Het mengsel bestaat dus niet uitsluitend
Eindexamen vwo scheikunde II
Selectieve opname koolstofdioxide 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: rechts van de pijl H + 1 juiste coëfficiënten 1 Indien in een overigens juiste vergelijking H 2 is
Eindexamen vwo scheikunde pilot II
Selectieve opname koolstofdioxide 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: rechts van de pijl H + 1 juiste coëfficiënten 1 Indien in een overigens juiste vergelijking H 2 is
Eindexamen scheikunde havo 2002-II
4 Antwoordmodel Zuurstofvoorziening 1 aantal protonen: 16 aantal elektronen: 17 aantal protonen: 16 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 1 1 2 4 KO 2 2 K 2 O + 3 O 2 alleen KO 2 voor de
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo I
Beoordelingsmodel Biobrandstofcel 1 maximumscore 2 berekening van de afname van het aantal mmol glucose per liter en van de toename van het aantal mmol Fe 2+ per liter in 150 uur: 1,03 ± 0,01 (mmol L 1
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2005-II
4 Beoordelingsmodel Alcoholtest 1 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat de werking van het enzym aldehydedehydrogenase wordt geblokkeerd. (misselijkheid betekent) aceetaldehyde wordt niet omgezet
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2002-I
4 Antwoordmodel Munt 1 Het juiste antwoord bevat de notie dat V 0 = +0,96 V van N 3 + H + /N + H 2 of V 0 = +0,93 V van N 3 + H + /HN 2 + H 2 of V 0 = +0,81 V van N 3 + H + /N 2 + H 2 groter is dan V 0
38 e Nationale Scheikundeolympiade
8 e Nationale Scheikundeolympiade Rijksuniversiteit Groningen THEORIETOETS correctievoorschrift dinsdag juni 207 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 4 deelvragen. Gebruik voor elke opgave
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1 vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Zink 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: IJzerionen zijn Fe + of Fe 3+ en sulfide-ionen zijn en dat leidt tot de formule Fe of Fe
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Beoordelingsmodel Biobrandstofcel 1 maximumscore 2 berekening van de afname van het aantal mmol glucose per liter en van de toename van het aantal mmol Fe 2+ per liter in 150 uur: 1,03 ± 0,01 (mmol L 1
Eindexamen havo scheikunde II
Radon 1 maximumscore 1 edelgassen 2 maximumscore 1 2+ Indien het antwoord positieve lading is gegeven 0 3 maximumscore 3 aantal protonen: 84 aantal neutronen: 134 naam element X: polonium aantal protonen:
Eindexamen scheikunde pilot havo II
Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Plastic Hero 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Bij het kraakproces worden moleculen van alkanen omgezet tot kleinere moleculen van alkanen
VWO 1995 Scheikunde tijdvak 1. Het antwoord 2-methyl-1,2-propadiol of methyl-1,2-propadiol mag goed worden gerekend.
2 3 1 notie dat het evenwicht bij hogere ph naar rechts is verschoven/afgelopen 1 (de oplossing is dan oranjegeel) dus: Mo ionen veroorzaken de oranjegele kleur 3 4 2 bij verwarmen verschuift het evenwicht
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 18 tot en met 25 januari 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 opgaven met
Grensvlakpolymerisatie
Grensvlakpolymerisatie 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: De reactor wordt gekoeld (dus er komt energie vrij). De reactie is dus exotherm. de reactor wordt gekoeld 1 conclusie 1
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van januari tot en met 5 februari 04 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en open opgaven
Eindexamen scheikunde havo 2005-I
4 Beoordelingsmodel Zeewater 1 Sr 2+ juist symbool 1 juiste lading bij gegeven symbool 1 2 aantal protonen: 6 aantal neutronen: 8 juiste aantal protonen 1 aantal neutronen: 14 verminderen met het aantal
Correctievoorschrift VWO. scheikunde (oude stijl) inzenden scores Voor dit examen hoeft u geen afnamegegevens aan de Citogroep te verstrekken.
scheikunde (oude stijl) Correctievoorschrift VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 0 04 Tijdvak 1 inzenden scores Voor dit examen hoeft u geen afnamegegevens aan de Citogroep te verstrekken. 400014-1-5c
Eindexamen scheikunde pilot havo II
Beoordelingsmodel PET-fles 1 maximumscore 2 2 2 2 2 esterbindingen juist weergegeven 1 rest van de structuurformule juist weergegeven 1 Indien in een overigens juiste structuurformule de esterbinding(en)
Eindexamen scheikunde pilot havo I
Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Bismut en Woodsmetaal 1 maximumscore 2 aantal protonen: 83 aantal neutronen: 126 aantal protonen: 83 1 aantal neutronen: 209 verminderd met het gegeven aantal protonen
scheikunde vwo 2016-I
Nitromusks 1 maximumscore Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Het koolstofatoom met de methylgroep is een asymmetrisch koolstofatoom, dus er zijn (twee) spiegelbeeldisomeren. Het C atoom met de CH
Eindexamen scheikunde pilot vwo II
Haarverzorging 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N H H C H N C C C C H N H H H C SH C de peptidebindingen juist getekend 1 de zijketens juist getekend 1 het begin van de structuurformule
Eindexamen scheikunde pilot havo II
Beoordelingsmodel Papier en (afval)water 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: H... H C H H... H H H C H H... H C H H... H H H C H eerste H-brug juist getekend 1 tweede H-brug juist
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 016 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 0 tot en met 7 januari 016 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en opgaven
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-II
4 Beoordelingsmodel Ky-auto 1 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat de elektrode waaraan zuurstof reageert de positieve elektrode is. zuurstof is de oxidator / neemt elektronen op / zuurstofmoleculen
scheikunde havo 2015-II
Autobanden 1 maximumscore 2 een structuurformule met vijf koolstofatomen gegeven, waarvan de hoofdketen vier koolstofatomen en twee C=C bindingen bevat 1 de waterstofatomen juist weergegeven in een gegeven
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel EcoEthanol TM 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste argumenten zijn: Er komt minder broeikasgas / de toename van het CO 2 gehalte in de atmosfeer wordt minder / het gaat de opwarming
Eindexamen scheikunde pilot vwo 2011 - II
Eindexamen scheikunde pilot vwo 20 - II Styreen 2 maximumscore 2 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: keten met acht C atomen juiste afwisseling van enkelvoudige en dubbele bindingen Opmerking
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 (de week van) woensdag 3 februari 2010 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-I
4 Antwoordmodel Vitamine C 1 De koolstofatomen met de nummers 4 en 5 zijn asymmetrisch. één asymmetrisch koolstofatoom aangeduid 1 het tweede asymmetrische koolstofatoom aangeduid 1 Indien behalve de nummers
SCHEIKUNDE VWO 4 MOLBEREKENINGEN ANTW.
OPGAVE 1 LEVEL 1 Uit de opgave haal je dat koper en zuurstof links van de pijl moeten staan en koper(ii)oxide rechts van de pijl. Daarna maak je de reactievergelijking kloppend. 2 Cu + O 2 à 2 CuO Filmpje
scheikunde vwo 2015-I
Thermoplastisch zetmeel 1 maximumscore 2 Een juiste berekening kan als volgt zijn weergegeven:, 10 162,1 = 2, 10 (monomeereenheden) berekening van de molaire massa van een eenheid C 6 (bijvoorbeeld via
Examen scheikunde HAVO tijdvak uitwerkingen
Examen scheikunde HAV tijdvak 2 2018 uitwerkingen Bodem bedekken 1p 1 fotosynthese/koolzuurassimilatie 2 25,0 kg 3 Aantal m 3 polymelkzuur in 1,00 m 3 bolletjes = 3 3 1,24 10 kg/m 2,016 10 2 m 3 4 Volume
Eindexamen scheikunde havo I
Beoordelingsmodel Propeenoxide 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan zijn weergegeven met één van de volgende structuurformules: H H H 3 H H 3 H H H een = binding weergegeven in de structuurformule 1
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2006-II
4 Beoordelingsmodel ollageen 1 et antwoord kan als volgt zijn genoteerd: 3 S 2 2 2 2 2 N N 2 N peptidebindingen juist getekend 1 het begin van de structuurformule weergegeven met N met N met N en het einde
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2004-II
4 Beoordelingsmodel Parkinson 1 CH 2 CH NH 2 O C CH 2 CH 2 NH 2 + CO 2 uitsluitend de structuurformule van L-dopa voor de pijl 1 CO 2 na de pijl 1 juiste structuurformule van dopamine na de pijl 1 2 Een
scheikunde vwo 2018-I
De PEF-fles 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: In moleculen glucose zijn zes C atomen aanwezig. In moleculen HMF en van alle andere stoffen in het schema zijn ook zes
Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)
Hoofdstuk 4 Chemische reacties J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 4 Chemische reacties Paragrafen 4.1 Kenmerken van een reactie 4.2 Reactievergelijkingen 4.3 Rekenen aan reacties Practica Exp. 1 Waarnemen Exp.
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Beoordelingsmodel PKU 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: CH 3 S H 2 N CH 2 CH 2 C H O C N H OH CH 2 C H O C N H HO CH 3 CH C H O C peptidebindingen juist getekend 1 het begin
Eindexamen scheikunde havo 2000-I
4 Antwoordmodel et goud der dwazen aantal protonen: 3 aantal elektronen: 34 aantal protonen: 3 aantal elektronen: aantal protonen plus Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: de geleidbaarheid bepalen,
Correctievoorschrift HAVO
Correctievoorschrift AVO 2010 tijdvak 2 tevens oud programma scheikunde scheikunde et correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel EcoEthanol TM 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste argumenten zijn: Er komt minder broeikasgas / de toename van het 2 gehalte in de atmosfeer wordt minder / het gaat de opwarming van
