Eindexamen scheikunde havo II
|
|
|
- Tobias Roeland Smits
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beoordelingsmodel MTBE 1 maximumscore 3 2 C 5 12 O + 15 O 2 10 CO O alleen C 5 12 O en O 2 voor de pijl 1 alleen CO 2 en 2 O na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 Indien een reactievergelijking is gegeven als: C 5 12 O + O 2 CO O + C maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 21,8 (g). berekening van de massa van een mol MTBE: 88,15 g 1 berekening van het aantal mol MTBE: 120 (g) delen door de berekende massa van een mol MTBE 1 berekening van het aantal gram O: aantal mol MTBE vermenigvuldigen met 16,00 (g mol 1 ) 1 berekening van de massa van een mol MTBE: 88,15 g 1 berekening van het massapercentage O in MTBE: 16,00 (g) delen door de berekende massa van een mol MTBE en vermenigvuldigen met 10 2 (%) 1 berekening van het aantal gram O in 120 g MTBE: 120 (g) delen door 10 2 en vermenigvuldigen met het massapercentage O in MTBE 1 berekening van de molecuulmassa van MTBE: 88,15 (u) 1 berekening van de massaverhouding O : C 5 12O: 16,00 (u) delen door de berekende molecuulmassa van MTBE 1 berekening van het aantal gram O in 120 g MTBE: 120 (g) vermenigvuldigen met de massaverhouding O : C 5 12 O 1 www
2 3 maximumscore 1 Een voorbeeld van een juiste berekening is: (21,8 / 0, ) 102 = 3,0 (massaprocent). en Wanneer een onjuist antwoord op vraag 3 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 2, dit antwoord op vraag 3 goed rekenen. Wanneer in vraag 2 een punt is afgetrokken wegens een rekenfout en/ een fout in de significantie en in vraag 3 ook een rekenfout en/ een fout in de significantie is gemaakt, dit in vraag 3 niet aanrekenen. 4 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Bij de reactie reageert de dubbele binding tot een enkele binding / verdwijnt de dubbele binding, dus het is een additiereactie. de dubbele binding reageert tot een enkele binding / de dubbele binding verdwijnt 1 conclusie 1 Indien een antwoord is gegeven als: Er wordt methanol toegevoegd aan methylpropeen, dus het is een additiereactie. 0 Wanneer een antwoord is gegeven als: Twee (begin)stfen vormen één nieuwe st, dus het is een additiereactie., dit goed rekenen. 5 maximumscore 2 methylpropeen 1 methanol 1 6 maximumscore 2 in S2: extractie/extraheren 1 in S3: destillatie/destilleren 1 Wanneer bij S3 indampen is vermeld, hiervoor geen punt toekennen. www
3 7 maximumscore 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Methanol wordt bij dit proces verbruikt (doordat het reageert). Methanol wordt (in R) omgezet. Methanol reageert bij dit proces. Van methanol wordt MTBE gemaakt. Indien een antwoord is gegeven als: Omdat bij een proces altijd verliezen van stfen optreden. 0 www
4 Kater 8 maximumscore 2 C 6 12 O 6 2 C 2 6 O + 2 CO 2 alleen C 6 12 O 6 voor de pijl en alleen C 2 6 O en CO 2 na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 Wanneer als molecuulformule van ethanol de formule C 2 5 O C 3 C 2 O is gegeven, dit goed rekenen. 9 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Door de aanwezigheid van O groepen kunnen ethanolmoleculen waterstbruggen vormen met watermoleculen. Door de aanwezigheid van O groepen (in de moleculen) is ethanol polair/hydriel. Een tekening met structuurformules waaruit blijkt dat ethanolmoleculen -bruggen vormen met watermoleculen. (een) ethanol(molecuul) heeft een O groep 1 daardoor kunnen ethanolmoleculen waterstbruggen vormen met watermoleculen / daardoor is ethanol polair/hydriel 1 10 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: De molecuulformules zijn C 2 4 O 2, CO 2 en 2 O. Uit deze formules blijkt dat ethaanzuur te weinig zuurst bevat om volledig te kunnen worden omgezet tot koolstdioxide en water. / Met alleen deze formules is geen kloppende reactievergelijking te maken. juiste molecuulformules 1 uit deze formules blijkt dat ethaanzuur te weinig zuurst bevat om volledig te kunnen worden omgezet tot koolstdioxide en water / met alleen deze formules is geen kloppende reactievergelijking te maken 1 Wanneer in een voor het overige juist antwoord voor een meer stfen een juiste structuurformule is gegeven, dit goed rekenen. www
5 11 maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst dat de lever 1, gram ethanol per dag moet verdragen en tot de conclusie dat dit teveel is. berekening van het aantal liter ethanol in twee flessen wijn: 0,12 vermenigvuldigen met 2 en met 0,75 (L) 1 berekening van het aantal gram ethanol in twee flessen wijn: het aantal liter ethanol vermenigvuldigen met 10 3 en vermenigvuldigen met 0,80 (g ml 1 ) 1 conclusie 1 en Wanneer na berekening van het juiste aantal gram ethanol, hiervan 70% is genomen ter vergelijking met de maximaal te verdragen hoeveelheid, dit goed rekenen. De significantie bij deze berekening niet beoordelen. 12 maximumscore 3 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: C C C O C O C C C C C C C O 1-propanol 1-butanol 2-butanol juiste structuurformule 1 juiste stamnaam met het achtervoegsel ol 1 juiste plaatsaanduiding O groep 1 Indien als antwoord de structuurformule en de hierbij behorende juiste naam van een alkanol met meer dan vier koolstatomen zijn gegeven 2 Indien als antwoord de structuurformule van methanol is gegeven met de juiste naam 1 Luchtzuiverende stenen 13 maximumscore 1 titaan(iv)oxide www
6 14 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: TiO 2 is (zeer waarschijnlijk) katalysator. (et wordt niet verbruikt) omdat anders de bestrating regelmatig vervangen zou moeten worden. TiO 2 is katalysator 1 juiste motivering 1 Indien als antwoord is gegeven: TiO 2 zorgt voor adsorptie (van stikstoxiden) want TiO 2 zit in de bovenste laag. 1 Indien als antwoord is gegeven: TiO 2 zorgt voor adsorptie (van stikstoxiden) want anders waaien de stikstoxiden weg. 1 Indien als antwoord is gegeven: TiO 2 zorgt voor adsorptie (van stikstoxiden). 0 en Wanneer een antwoord is gegeven als: TiO 2 zorgt voor de adsorptie en de omzetting van stikstoxiden., dit goed rekenen. Wanneer een antwoord is gegeven als: TiO 2 is een katalysator omdat het niet wordt verbruikt. Titaan komt niet in het nitraat voor., dit goed rekenen. 15 maximumscore 4 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 1,4 (g). berekening van het aantal gram NO 2 in de luchtkolom: 3, (m 3 ) vermenigvuldigen met 150 (µg m 3 ) en met 10 6 (g µg 1 ) 1 berekening van het aantal mol NO 2 : het aantal gram NO 2 delen door de massa van een mol NO 2 (46,01 g) 1 omrekening van het aantal mol NO 2 naar het aantal mol N 2 : delen door 2 1 berekening van het aantal gram N 2 : het aantal mol N 2 vermenigvuldigen met de massa van een mol N 2 (28,02 gram) 1 berekening van het aantal gram NO 2 in de luchtkolom: 3, (m 3 ) vermenigvuldigen met 150 (µg m 3 ) en met 10 6 (g µg 1 ) 1 berekening van de massa van de hoeveelheid N 2 die nodig is per 46,01 g NO 2 : 28,02 (g) delen door 2 1 berekening van de massaverhouding N 2 : NO 2 : de massa van de hoeveelheid N 2 die nodig is per 46,01 g NO 2 delen door 46,01 (g) 1 berekening van het aantal gram N 2 : het aantal gram NO 2 in de luchtkolom vermenigvuldigen met de massaverhouding N 2 : NO 2 1 www
7 16 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Er kan geen conclusie worden getrokken. / De genoemde conclusie kan niet worden getrokken. (De meting is op een bepaald moment gedaan en) de norm gaat over het gemiddelde (van een aantal metingen die worden gedaan) gedurende een uur. de norm heeft betrekking op het gemiddelde per uur 1 dus: de conclusie kan niet worden getrokken / er kan geen conclusie worden getrokken 1 Indien als antwoord is gegeven: Nee, het is een momentopname. 1 Indien als antwoord is gegeven dat geen conclusie kan worden getrokken, zonder toelichting met een onjuiste toelichting 0 Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: 0 Ja, want de gemeten concentratie is kleiner dan 200 µg m 3. Nee, want de gemeten concentratie is groter dan 40 µg m 3. www
8 17 maximumscore 4 Voorbeelden van juiste voorwaarden met een juiste motivering zijn: De bebouwing moet langs beide weggedeelten vergelijkbaar/hetzelfde zijn want als bij één van beide weggedeelten minder bebouwing aanwezig is, zal daar de verontreiniging eerder (door de wind) kunnen verdwijnen dan bij het andere gedeelte. De bebouwing moet langs beide weggedeelten vergelijkbaar/hetzelfde zijn, want dan is de invloed van andere menselijke activiteit ook identiek. De beide weggedeelten van 150 meter moeten allebei vlak zijn / evenveel drempels hebben / dezelfde maximumsnelheid hebben, want de snelheid van een auto heeft invloed op de stikstoxidenuitstoot. De gemiddelde windrichting moet haaks staan op de weg. Dan heb je de minste last van vermenging van de lucht boven beide weggedeelten. Dezelfde hoeveelheid/soort bomen langs beide weggedeelten. et zonlicht op beide gedeelten is dan gelijk. Voorbeelden van onjuiste voorwaarden, al dan niet met een bijbehorende motivering, zijn: De twee weggedeelten van 150 meter moeten vergelijkbaar zijn. Er moeten evenveel/dezelfde auto s op de gehele 300 meter rijden, want dan zal de hoeveelheid verontreiniging bij beide weggedeelten ook gelijk zijn. eerste juiste voorwaarde 1 juiste motivering bij eerste juiste voorwaarde 1 tweede juiste voorwaarde 1 juiste motivering bij tweede juiste voorwaarde 1 Wanneer als een voorwaarde is gegeven: De metingen moeten plaatsvinden halverwege elk weggedeelte. met een motivering als: Dan heb je de minste last van de lucht boven het andere weggedeelte., dit goed rekenen. www
9 18 maximumscore 4 4 NO O + O NO 3 NO 2, 2 O en O 2 voor de pijl 1 + en NO 3 na de pijl 1 en N balans in orde 1 O balans in orde 1 Indien de vergelijking 4 NO O + O 2 4 NO 3 is gegeven 3 Indien de vergelijking 3 NO O + O NO 3 is gegeven 3 Indien de vergelijking NO O + O NO 3 is gegeven 2 Indien de vergelijking 2 NO O + O NO 3 is gegeven 2 19 maximumscore 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: De stikstoxiden worden door de auto s uitgestoten. (Deze uitstoot verandert niet in het experiment.) Wanneer een antwoord is gegeven als: Dezelfde hoeveelheid NO 2 ontstaat met én zonder TiO 2 stenen., dit goed rekenen. 20 maximumscore 1 Voorbeelden van een juist goed te rekenen antwoord zijn: et salpeterzuur (wordt plaatselijk gevormd en) kan (via het riool) worden afgevoerd / komt niet op andere plaatsen als zure regen terecht. De stikstoxiden dragen niet bij aan smogvorming. De stikstoxiden worden dicht bij de bron aangepakt. De stikstoxiden blijven niet in de lucht. De stikstdioxideconcentratie wordt kleiner. De stikstoxiden worden onschadelijk gemaakt. Er moet onderzoek worden verricht om de schadelijkheid van de uitgestoten gassen van auto s zoveel mogelijk te beperken en de proef kan een aanzet in die richting zijn. Voorbeelden van een onjuist antwoord zijn: et proefonderzoek geeft werk aan chemici. Er worden subsidiegelden voor het onderzoek beschikbaar gesteld. www
10 Suikerbatterij 21 maximumscore 3 proces: fotosynthese/koolstassimilatie stfen: water en koolstdioxide juiste naam bij proces 1 water 1 koolstdioxide 1 Wanneer in plaats van de namen de juiste formules van water en koolstdioxide zijn gegeven, dit goed rekenen. 22 maximumscore 2 Glucose is de reductor / staat elektronen af, dus elektrode A is de negatieve elektrode. glucose is de reductor / staat elektronen af 1 conclusie 1 Indien als antwoord is gegeven dat elektrode A de negatieve elektrode is, zonder motivering met een onjuiste motivering 0 Indien als antwoord is gegeven: Er verdwijnen + ionen, dus de positieve elektrode. 0 Indien als antwoord is gegeven: Er ontstaan + ionen, dus de negatieve elektrode. 0 www
11 23 maximumscore 3 C 6 12 O 6 C 6 10 O e (2x) O e 2 2 O (1x) 2 C 6 12 O 6 + O 2 2 C 6 10 O O halfreactie voor zuurst: O e 2 2 O 1 halfreacties in de juiste verhouding opgeteld 1 juiste vergelijking van de totale redoxreactie waarin + ionen voor en na de pijl tegen elkaar zijn weggestreept 1 Indien in een voor het overige juist antwoord als halfreactie voor zuurst de halfreactie O e 2 O 2 is gegeven 1 en Wanneer in de halfreactie(s) in plaats van een enkele pijl het evenwichtsteken staat, dit goed rekenen. Wanneer in een voor het overige juist antwoord als halfreactie voor zuurst de halfreactie O O + 4 e 4 O is gegeven, gevolgd door de reactie + + O 2 O en het wegstrepen van 2 O voor en na de pijl, dit goed rekenen. 24 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Bij elektrode A ontstaan + ionen en bij elektrode B reageren + ionen. Dus de + ionen bewegen zich van elektrode A naar elektrode B. De elektronen gaan van elektrode A naar elektrode B. Dus de + ionen bewegen zich (ook) van elektrode A naar elektrode B. bij elektrode A ontstaan + ionen en bij elektrode B reageren + ionen / de elektronen gaan van elektrode A naar elektrode B 1 conclusie 1 Indien als antwoord is gegeven dat de + ionen zich van elektrode A naar elektrode B bewegen, zonder uitleg met een onjuiste uitleg 0 25 maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 7,0 (uur). berekening van het aantal mol glucose in 20 ml 0,40 M glucose-oplossing: 0,020 (L) vermenigvuldigen met 0,40 (mol L 1 ) 1 omrekening van het aantal mol glucose naar het aantal mol elektronen: vermenigvuldigen met 2 1 berekening van het aantal uur dat de MP3-speler kan spelen: het aantal mol elektronen delen door 2, (mol elektronen per uur) 1 www
12 26 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Als het accuutje leeg is, heb je elektrische stroom nodig om dit weer op te laden. Als deze niet beschikbaar is, ben je met een suikerbatterij in het voordeel. Deze hoef je alleen maar te vullen met een verse glucose-oplossing. De grondstfen glucose en zuurst zijn hernieuwbare grondstfen. voor het opladen van een leeg accuutje is elektrische stroom nodig 1 een lege suikerbatterij doet het weer met een verse glucose-oplossing 1 glucose is een hernieuwbare grondst 1 zuurst is een hernieuwbare grondst 1 Kaas 27 maximumscore 2 C O O 4 C 3 6 O 3 C O 11 voor de pijl en alleen 4 C 3 6 O 3 na de pijl 1 2 O voor de pijl 1 Indien een vergelijking is gegeven met C O 11 en 2 O voor de pijl en alleen C 3 6 O 3 na de pijl en met onjuiste coëfficiënten 1 28 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Wanneer de p daalt / de melk zuurder wordt, neemt de concentratie van de + ionen toe. De COO groepen nemen + ionen op (en worden omgezet tot ongeladen COO groepen). wanneer de p daalt / de melk zuurder wordt, neemt de concentratie van de + ionen toe 1 de COO groepen nemen + ionen op 1 29 maximumscore 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Chymosine/Een enzym is een (bio)katalysator. Een enzym (is een katalysator en) wordt (dus) niet verbruikt. www
13 30 maximumscore 3 C C 3 C C S C C O C C 2 C 2 O C 2 O C 2 O C C N C C N C C N 2 O O C 2 O C C C C N C C C 2 C C C O C O C 3 S C 2 C 2 O N C C N 2 O voor de pijl 1 C C C C C O C na de pijl 1 C 2 O C 2 O C C N C C O C 3 S na de pijl C 2 1 C 2 O N C C N Indien in een voor het overige juist antwoord de reactievergelijking van de hydrolyse van een andere peptidebinding is weergegeven 2 Indien in een voor het overige juist antwoord een beide ~ uiteinden onjuist zijn weergegeven 2 Indien in een voor het overige juist antwoord de reactievergelijking van de hydrolyse van twee drie peptidebindingen is gegeven 2 Wanneer de reactievergelijking van de hydrolyse van twee drie peptidebindingen is gegeven met een onjuiste coëfficiënt voor 2 O, deze onjuiste coëfficiënt niet aanrekenen. www
14 31 maximumscore 2 Een juiste structuurformule kan als volgt zijn weergegeven: C 2 C 2 C 2 C 2 C O O O een onvertakte koolstketen van vijf C atomen en de structuurformule van de carbonzuurgroep juist weergegeven 1 de hydroxylgroep aan het juiste C atoom getekend en de rest van de structuurformule juist weergegeven 1 Eieren kleuren 32 maximumscore 2 Mg(C COO) 2 / Mg 2+ (C COO ) 2 Mg en C COO / Mg 2+ en C COO in de formule 1 rest van formule juist genoteerd 1 Indien een van de volgende formules is gegeven: 1 Mg(C COO) 2 MgC COO Wanneer de formule (C COO) 2 Mg Mg(C O 2 ) 2 Mg(C COO) 2 is gegeven, dit goed rekenen. www
15 33 maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 7, (mol L 1 ). berekening van het aantal gram azijnzuur in 30 ml azijn: 4,0 (g) delen door 100 (ml) en vermenigvuldigen met 30 (ml) 1 berekening van het aantal mol azijnzuur in 30 ml azijn: het aantal gram azijnzuur (in 30 ml azijn) delen door de massa van een mol azijnzuur (60,05 g) 1 berekening van de molariteit van azijnzuur in het mengsel: het aantal mol azijnzuur delen door de som van een kwart liter en 30 ml (= 0,28 L) 1 berekening van de verdunningsfactor: 280 (ml) delen door 30 (ml) 1 berekening van het aantal gram azijnzuur per L verdunde azijn: 4,0 (g) delen door 100 (ml) en vermenigvuldigen met 10 3 (ml L 1 ) en delen door de verdunningsfactor 1 berekening van de molariteit van azijnzuur in de verdunde azijn: het aantal gram azijnzuur per L verdunde azijn delen door de massa van een mol azijnzuur (60,05 g) 1 De significantie bij deze berekening niet beoordelen. 34 maximumscore CaCO 3 Ca O + CO 2 2 C 3 COO + CaCO 3 2 C 3 COO + Ca O + CO 2 + en CaCO 3 voor de pijl en Ca 2+ na de pijl 1 2 O en CO 2 na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 C 3 COO en CaCO 3 voor de pijl en Ca 2+ en C 3 COO na de pijl 1 2 O en CO 2 na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 Indien in een voor het overige juiste vergelijking 2 CO 3 in plaats van 2 O + CO 2 is opgenomen 2 www
16 35 maximumscore 1 adsorberen/adsorptie en Wanneer als antwoord absorberen absorptie is gegeven, dit goed rekenen. Wanneer als antwoord extraheren extractie is gegeven, dit goed rekenen. Bronvermeldingen Kater Luchtzuiverende stenen Kaas naar: Chemisch Magazine naar: Tubantia naar: Chemische Feitelijkheden www
Correctievoorschrift HAVO
Correctievoorschrift AVO 2010 tijdvak 2 tevens oud programma scheikunde scheikunde et correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel
Eindexamen scheikunde pilot havo II
Beoordelingsmodel PET-fles 1 maximumscore 2 2 2 2 2 esterbindingen juist weergegeven 1 rest van de structuurformule juist weergegeven 1 Indien in een overigens juiste structuurformule de esterbinding(en)
Eindexamen scheikunde havo 2008-I
Beoordelingsmodel Uraan 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal neutronen: 146 aantal protonen: 92 1 aantal neutronen: 238 verminderen met het aantal protonen 1 2 maximumscore 2 UO 2 + 4 HF UF 4 +
Eindexamen scheikunde vwo 2010 - II
Beoordelingsmodel Alcoholintolerantie 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: et is de omzetting van een (primaire) alcohol tot een alkanal; daarbij reageert de (primaire) alcohol met
Eindexamen scheikunde pilot vwo II
Beoordelingsmodel Zelfherstellende verf 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: C C C ( ) 6 C dubbele binding tussen en C in de isocyanaatgroepen 1 dubbele binding tussen C en in de isocyanaatgroepen
Eindexamen scheikunde havo I
Beoordelingsmodel uderdomsbepaling 1 maximumscore 1 edelgassen Indien het antwoord groep 18 is gegeven 0 2 maximumscore 2 aantal protonen aantal neutronen aantal elektronen in 40 K en in 40 Ar ongelijk
Eindexamen scheikunde havo 2007-II
Beoordelingsmodel Kwik 1 maximumscore 2 aantal protonen: 160 aantal elektronen: 158 aantal protonen: 160 1 aantal elektronen: het gegeven aantal protonen verminderd met 2 1 2 maximumscore 2 g 2 Cl 2 Indien
Eindexamen havo scheikunde II
Radon 1 maximumscore 1 edelgassen 2 maximumscore 1 2+ Indien het antwoord positieve lading is gegeven 0 3 maximumscore 3 aantal protonen: 84 aantal neutronen: 134 naam element X: polonium aantal protonen:
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2005-II
4 Beoordelingsmodel Rozengeur 1 1-broom-3-methyl-2-buteen stamnaam buteen 1 juiste namen substituenten 1 alle plaatsaanduidingen juist 1 en Wanneer de naam 3-methyl-1-broom-2-buteen is gegeven, dit goed
Eindexamen scheikunde havo 2001-I
Eindexamen scheikunde havo -I 4 Antwoordmodel Nieuw element (in de tekst staat:) deze atomen zijn eerst ontdaan van een aantal elektronen dus de nikkeldeeltjes zijn positief geladen Indien in een overigens
Vraag Antwoord Scores
Ademtest 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Een ureummolecuul bevat NH 2 groepen / N-H bindingen, zodat er waterstbruggen (met watermoleculen) gevormd kunnen worden. (Dus ureum is
Eindexamen scheikunde havo 2002-II
4 Antwoordmodel Zuurstofvoorziening 1 aantal protonen: 16 aantal elektronen: 17 aantal protonen: 16 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 1 1 2 4 KO 2 2 K 2 O + 3 O 2 alleen KO 2 voor de
Eindexamen scheikunde havo II
Opgave aantal protonen : 48 aantal elektronen : 46 aantal protonen: 48 aantal elektronen: aantal protonen minus 2 2 selenide ion : Se 2- cadmium(ii)selenide : dse selenide-ion: Se 2- formule cadmiumselenide
Eindexamen scheikunde havo 2000-II
Eindexamen scheikunde havo -II 4 Antwoordmodel Lood Een juiste afleiding leidt tot de uitkomst (neutronen). berekening van het aantal neutronen in een U-38 atoom en berekening van het aantal neutronen
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2001-I
Eindexamen scheikunde vwo -I 4 Antwoordmodel Parkeerkaartje Het juiste antwoord is: S O 8 - + I - SO4 - + I S O 8 - voor de pijl en SO4 - na de pijl I - voor de pijl en I na de pijl Indien de volgende
Eindexamen scheikunde 1 vwo II
Beoordelingsmodel Cacaoboter 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: De warmte die nodig is voor het smelten, wordt aan de mond onttrokken. Smelten is (kennelijk) een endotherm proces.
Eindexamen scheikunde havo 2011 - I
Beoordelingsmodel Uraanerts 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal elektronen: 88 aantal protonen: 92 1 aantal elektronen: aantal protonen verminderd met 4 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist
Eindexamen scheikunde vwo II
Beoordelingsmodel aarverzorging maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N 2 2 2 N N 2 2 S de peptidebindingen juist getekend de zijketens juist getekend het begin van de structuurformule
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2006-II
4 Beoordelingsmodel ollageen 1 et antwoord kan als volgt zijn genoteerd: 3 S 2 2 2 2 2 N N 2 N peptidebindingen juist getekend 1 het begin van de structuurformule weergegeven met N met N met N en het einde
Eindexamen scheikunde havo 2001-II
Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2006-II
4 Beoordelingsmodel Bookkeeper 1 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: Indien slechts één watermolecuul op een juiste manier via een waterstbrug aan het stukje cellulosemolecuul is getekend 1 Indien
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel EcoEthanol TM 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste argumenten zijn: Er komt minder broeikasgas / de toename van het 2 gehalte in de atmosfeer wordt minder / het gaat de opwarming van
Eindexamen scheikunde pilot havo II
Beoordelingsmodel Papier en (afval)water 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: H... H C H H... H H H C H H... H C H H... H H H C H eerste H-brug juist getekend 1 tweede H-brug juist
Eindexamen vwo scheikunde pilot II
Selectieve opname koolstofdioxide 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: rechts van de pijl H + 1 juiste coëfficiënten 1 Indien in een overigens juiste vergelijking H 2 is
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-II
Eindexamen scheikunde -2 vwo 200-II 4 Antwoordmodel Dizuren 6 0 + 4 2 2 6 0 4 + 4 2 6 0 voor de pijl en 6 0 4 na de pijl 2 2 voor de pijl en 2 na de pijl juiste coëfficiënten Indien de vergelijking 6 0
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1- vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Haarkleuring 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn genoteerd: H N CH C en H N CH C CH CH structuurformule van serine juist 1 structuurformule van
Eindexamen scheikunde vwo I
Beoordelingsmodel Ureum 1 maximumscore 3 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat in ureum het massapercentage hoger is dan in ammoniumnitraat. de formule van ammoniumnitraat is 4 3 1 de massa van
Eindexamen scheikunde havo 2003-II
4 Antwoordmodel Superzwaar 1 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 50 (neutronen). opzoeken van het atoomnummer van krypton (36) 1 berekening van het aantal neutronen: 86 verminderd met het atoomnummer
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2002-II
4 Antwoordmodel Koolstofmono-oxide 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: In de weefsels moet het evenwicht naar links verschuiven. Daar is dan (kennelijk) de [ 2 ] laag. notie dat het evenwicht
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel EcoEthanol TM 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste argumenten zijn: Er komt minder broeikasgas / de toename van het CO 2 gehalte in de atmosfeer wordt minder / het gaat de opwarming
Eindexamen scheikunde havo 2008-II
Beoordelingsmodel Forams 1 maximumscore 2 aantal protonen: 14 aantal neutronen: 16 aantal protonen: 14 1 aantal neutronen: 30 verminderd met het aantal protonen 1 Indien het juiste aantal protonen (7)
Vraag Antwoord Scores
Springst 1 maximumscore 2 Het is een homogeen mengsel, want alle reactieproducten zijn gassen / zijn op deeltjesniveau/moleculair niveau verdeeld. alle reactieproducten zijn gassen / zijn op deeltjesniveau/moleculair
Eindexamen scheikunde havo 2004-II
4 Beoordelingsmodel Zink 1 aantal protonen: 30 aantal elektronen: 30 aantal neutronen: 34 aantal protonen: 30 1 aantal elektronen = aantal protonen 1 aantal neutronen: massagetal aantal protonen 1 2 2
Eindexamen havo scheikunde pilot 2013-I
Beoordelingsmodel ph-bodemtest 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: Het tabletje bevat bariumsulfaat en deze stof is slecht oplosbaar (in water). notie dat het tabletje
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo II
Beoordelingsmodel Absint 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: In de structuurformule van α-thujon is de C 3 groep naar achteren getekend en de C 2 groep naar voren. In de structuurformule
Stabilisator voor PVC
Stabilisator voor PVC 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Als chlooretheen polymeriseert ontstaan lange ketens zonder dwarsverbindingen. De ketens kunnen langs elkaar bewegen (bij
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1 vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Zink 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: IJzerionen zijn Fe + of Fe 3+ en sulfide-ionen zijn en dat leidt tot de formule Fe of Fe
Eindexamen havo scheikunde pilot I
Waterstproductie maximumscore 2 2 H 2 + 2 2 H 2 uitsluitend H 2 en 2 voor de pijl en uitsluitend H 2 na de pijl juiste coëfficiënten Indien een vergelijking is gegeven als één van de volgende 0 + 2 H 2
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-II
4 Beoordelingsmodel Ky-auto 1 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat de elektrode waaraan zuurstof reageert de positieve elektrode is. zuurstof is de oxidator / neemt elektronen op / zuurstofmoleculen
scheikunde vwo 2017-II
Kerosine uit zonlicht maximumscore 3 Een voorbeeld van een juiste berekening is: E = ( 2,42 0 5 ) + 0,5 ( 3,935 0 5 ) + 0,5 (,05 0 5 ) = +3,84 0 5 (J mol ). juiste verwerking van de vormingswarmten van
Correctievoorschrift VWO
Correctievoorschrift VW 2010 tijdvak 2 scheikunde (pilot) herziene versie et correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Beoordelingsmodel PKU 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: CH 3 S H 2 N CH 2 CH 2 C H O C N H OH CH 2 C H O C N H HO CH 3 CH C H O C peptidebindingen juist getekend 1 het begin
scheikunde pilot vwo 2015-II
Dicoumarol 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: structuurformule van coumarine en H 2 O voor de pijl, structuurformule van 4-hydroxycoumarine en H + na de pijl en C, H en
Eindexamen scheikunde havo 2002-I
4. Antwoordmodel Rood kwik 1 Een juiste afleiding leidt tot de lading 5+. berekening van de lading van twee kwik(ii)ionen en zeven oxide-ionen: tweemaal 2+ optellen bij zevenmaal 2-1 conclusie 1 Indien
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel N 1 N + N N en voor de pijl en N na de pijl 1 bij juiste formules voor en na de pijl: juiste coëfficiënten 1 Een voorbeeld van een juist energiediagram is: E 1 mol N -0,815. 10 5 J 1 mol
Eindexamen scheikunde havo 2000-I
4 Antwoordmodel et goud der dwazen aantal protonen: 3 aantal elektronen: 34 aantal protonen: 3 aantal elektronen: aantal protonen plus Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: de geleidbaarheid bepalen,
Eindexamen scheikunde havo 2006-II
4 Beoordelingsmodel Element 115 1 Calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95. Dus samen hebben ze 115 protonen. calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95 1 2 Een
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2005-II
4 Beoordelingsmodel Alcoholtest 1 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat de werking van het enzym aldehydedehydrogenase wordt geblokkeerd. (misselijkheid betekent) aceetaldehyde wordt niet omgezet
Eindexamen scheikunde havo 2006-I
4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.
Eindexamen vwo scheikunde II
Selectieve opname koolstofdioxide 1 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: rechts van de pijl H + 1 juiste coëfficiënten 1 Indien in een overigens juiste vergelijking H 2 is
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo I
Beoordelingsmodel Biobrandstofcel 1 maximumscore 2 berekening van de afname van het aantal mmol glucose per liter en van de toename van het aantal mmol Fe 2+ per liter in 150 uur: 1,03 ± 0,01 (mmol L 1
Eindexamen scheikunde havo 2005-II
4 Beoordelingsmodel Jood-129 1 aantal protonen: 53 aantal elektronen: 53 aantal protonen: 53 1 aantal elektronen: gelijk aan aantal protonen 1 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Er ontstaan geen
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2002-I
4 Antwoordmodel Munt 1 Het juiste antwoord bevat de notie dat V 0 = +0,96 V van N 3 + H + /N + H 2 of V 0 = +0,93 V van N 3 + H + /HN 2 + H 2 of V 0 = +0,81 V van N 3 + H + /N 2 + H 2 groter is dan V 0
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-II
Beoordelingsmodel De nylonbacterie 1 maximumscore 3 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 2,0 10 2. notie dat N 2 2 2 2 2 de repeterende eenheid is van een molecuul nylon-6 (eventueel impliciet)
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel Etheen 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn weergegeven: 2 H 2 H 2 H 2 H 2 H H H H H H H H + 2H 2 2 H + H H H H H H H 2 voor de pijl 1 formule van glucose en het overgebleven fragment
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Eindexamen scheikunde vwo 200 I 4 Antwoordmodel Dizuren Voorbeelden van goede antwoorden zijn: Bij de productie met salpeterzuur moet er een voorziening komen om te vermijden dat stikstdioxide in het milieu
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-I
Beoordelingsmodel Broom 1 maximumscore 2 Cl 2 + 2 Br 2 Cl + Br 2 Cl 2 voor de pijl en 2 Cl na de pijl 1 2 Br voor de pijl en Br 2 na de pijl 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: In
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Beoordelingsmodel Biobrandstofcel 1 maximumscore 2 berekening van de afname van het aantal mmol glucose per liter en van de toename van het aantal mmol Fe 2+ per liter in 150 uur: 1,03 ± 0,01 (mmol L 1
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-I
4 Antwoordmodel Vitamine C 1 De koolstofatomen met de nummers 4 en 5 zijn asymmetrisch. één asymmetrisch koolstofatoom aangeduid 1 het tweede asymmetrische koolstofatoom aangeduid 1 Indien behalve de nummers
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-I
Beoordelingsmodel Vrije vetzuren in olijfolie 1 maximumscore 1 hydrolyse Indien het antwoord verzeping of ontleding of evenwichtsreactie is gegeven 0 2 maximumscore 2 Een juist antwoord kan als volgt zijn
Oefenopgaven Polymeerchemie
Oefenopgaven Polymeerchemie VWO ANTWOORDMODEL Haarkleuring (2004-I) Het juiste antwoord kan als volgt zijn genoteerd: structuurformule van serine juist structuurformule van asparaginezuur juist Wanneer
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-I
4 Antwoordmodel Waterpro papier 1 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: natriumhydroxide natriumcarbonaat Indien het antwoord hydroxide H is gegeven 1 en Wanneer in plaats van de naam de juiste formule
Grensvlakpolymerisatie
Grensvlakpolymerisatie 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is: De reactor wordt gekoeld (dus er komt energie vrij). De reactie is dus exotherm. de reactor wordt gekoeld 1 conclusie 1
Examen HAVO. scheikunde scheikunde. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma scheikunde scheikunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-I
Eindexamen scheikunde - vwo -I 4 Antwoordmodel Parkeerkaartje Het juiste antwoord is: S 8 - + I - S4 - + I S 8 - voor de pijl en S4 - na de pijl I - voor de pijl en I na de pijl juiste coëfficiënten Indien
Correctievoorschrift VWO
Correctievoorschrift VW 2010 tijdvak 2 scheikunde tevens oud programma scheikunde 1,2 herziene versie et correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke
Eindexamen scheikunde havo I
Beoordelingsmodel Propeenoxide 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan zijn weergegeven met één van de volgende structuurformules: H H H 3 H H 3 H H H een = binding weergegeven in de structuurformule 1
Eindexamen scheikunde havo 2007-I
Beoordelingsmodel Nitraat in drinkwater 1 maximumscore 2 aantal protonen: 32 aantal elektronen: 34 aantal protonen: 32 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 2 1 2 maximumscore 1 2+ 3 maximumscore
Blauwe Luier Syndroom
Blauwe Luier Syndroom 19 maximumscore 3 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Extractie: de blauwe luiers werden gespoeld met aceton / de verkregen suspensie werd (door een filter geschonken en) nog
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2006-I
4 Beoordelingsmodel Ammoniakmonitor 1 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Ammoniak wordt in de bodem (door bacteriën) omgezet tot (salpeter- en/ salpeterig)zuur. ammoniak reageert tot zuur 1 notie
Correctievoorschrift VWO
Correctievoorschrift VWO 2009 tijdvak 2 scheikunde 1 Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores 6
Eindexamen scheikunde havo 2003-I
4 Antwoordmodel Verdelgingsmiddel 1 aantal protonen: 15 aantal elektronen: 18 aantal protonen: 15 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 3 1 2 AlP + 3 2 O P 3 + Al(O) 3 alleen AlP en 2 O
Eindexamen scheikunde vwo I
Beoordelingsmodel Nikkel 1 maximumscore 3 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Je moet een bekende hoeveelheid van de gassen die de fabriek uitstoot, nemen. De hoeveelheid jood die in de joodoplossing
Eindexamen vwo scheikunde pilot I
Duurzame productie van waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 12 O 6 + 4 H 2 O 4 H 2 + 2 CH 3 COO + 2 HCO 3 + 4 H + molverhouding CH 3 COO : HCO 3 = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2002-I
Fles wijn 1 et juiste antwoord is: 6 12 6 2 2 6 + 2 2 6 12 6 als enige formule voor de pijl 1 2 6 en 2 na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 Indien de volgende vergelijking is gegeven: 12 22 11 + 2 4 2 6
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van januari tot en met 5 februari 04 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en open opgaven
scheikunde havo 2015-I
Bombardeerkever 14 maximumscore 3 Een juist antwoord kan als volgt zijn weergegeven: de structuurformule van het waterstperoxidemolecuul juist weergegeven 1 het waterstperoxidemolecuul op een juiste wijze
Eindexamen scheikunde pilot vwo II
Haarverzorging 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N H H C H N C C C C H N H H H C SH C de peptidebindingen juist getekend 1 de zijketens juist getekend 1 het begin van de structuurformule
scheikunde havo 2017-I
Contrastmiddel voor MRI-scans 1 maximumscore 3 aantal protonen: 64 aantal neutronen: 94 aantal elektronen: 61 aantal protonen juist 1 aantal neutronen: 158 verminderd met het aantal protonen 1 aantal elektronen:
Correctievoorschrift HAVO
Correctievoorschrift AV 2010 tijdvak 1 tevens oud programma scheikunde scheikunde et correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel
SE voorbeeldtoets 5HAVO antwoordmodel
SE voorbeeldtoets 5AV antwoordmodel Stikstof Zwaar stikstofgas bestaat uit stikstofmoleculen waarin uitsluitend stikstofatomen voorkomen met massagetal 15. 2p 1 oeveel protonen en hoeveel neutronen bevat
scheikunde bezem vwo 2016-I
Polyaspartaat 1 maximumscore 3 Ca 2+ + 2 HCO 3 CaCO 3 + H 2 O + CO 2 Ca 2+ en HCO 3 voor de pijl 1 CaCO 3, H 2 O en CO 2 na de pijl 1 juiste coëfficiënten 1 Opmerking Wanneer de vergelijking Ca 2+ + 2
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2007-I
Beoordelingsmodel Aspirinebereiding 1 maximumscore 2 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat reactie 2 een additiereactie is. de C = C binding in het keteenmolecuul verdwijnt 1 conclusie 1 Indien
Eindexamen scheikunde havo I
pgave (mono)stikstofmono-oxide Indien als antwoord stikstofoxide is gegeven 2 Een juiste verklaring leidt tot de uitkomst 7 (elektronen). elk atoom bevat 8 elektronen in totaal bevat het 2 - ion dus 2
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2002-II
4 Antwoordmodel www. -1- Koolstofmono-oxide 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: In de weefsels moet het evenwicht naar links verschuiven. Daar is dan (kennelijk) de [O 2 ] laag. notie
scheikunde vwo 2016-I
Nitromusks 1 maximumscore Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Het koolstofatoom met de methylgroep is een asymmetrisch koolstofatoom, dus er zijn (twee) spiegelbeeldisomeren. Het C atoom met de CH
Eindexamen scheikunde pilot havo I
Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Bismut en Woodsmetaal 1 maximumscore 2 aantal protonen: 83 aantal neutronen: 126 aantal protonen: 83 1 aantal neutronen: 209 verminderd met het gegeven aantal protonen
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
ATIALE SEIKUDELYMPIADE RRETIEMDEL VRRDE 1 (de week van) woensdag 2 februari 2011 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 15 deelvragen.
