WINDENERGIE IN EMMEN?
|
|
|
- Stijn Thys
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 WINDENERGIE IN EMMEN? kansen en belemmeringen die een rol spelen bij eventuele implementatie van windturbines op het grondgebied van de gemeente Emmen. Juni 2010 Lon Schone en Rik Olde Loohuis Büro Schöne, Assen ROM3D, Hengevelde Büro Schone & ROIWI3D MAATWERK VOCR MET '_ANOEUJ< GEHieo
2
3 INHOUD Deel 1 1. Inleiding Voo rg eschi ed e n is Duitsland Initiatieven 2. De vraag 3. Aandachtspunten Maatschappelijke acceptatie Huidige subsidieregeling voor windenergie Windaanbod en hoogte Netinpassing C02 reductie Beleidskader provinciaal Provinciaal uitsluitingsbeleid toegepast op Emmen Overige provinciale randvoorwaarden Randvoorwaarden tav. fysieke overlast: Geluid Slagschaduw Veiligheid Randvoorwaarden vanuit natuur: Vogels Vleermuizen 4. Ruimtelijke kwaliteiten Kwaliteiten landschap Windturbines en de benoemde ruimtelijke kwaliteiten in de zoekgebieden a. het esdorp en landschap b. het landschap van de hoogvenen c het landschap van de randverveningen Kwaliteiten natuur 5. Visualisaties Gebied 1 pag pag Gebied 2 20 Gebied 3 26 Gebied Meerwaarde 33 Conclusies 34 Deel 2 1. Achtergrond en stand van zaken in juni De tijd staat niet stil 40 Is meerwaarde mogelijk? De opgave voor de vervolgstudie Opbouw van de studie Korte kenschets van het gebied en de 43 aldaar ingezette ontwikkelingen 5. Opstellingen Vragen Visualisaties Opstelling 1: Drie assen- drie wieken 48 Opstelling 2: Een cirkel 50 Opstelling 3: De Runde 52 Opstelling 4: De grid Vergelijking van cfe opstellingen 56 Conclusies en aanbevelingen 57 Büro Schöne & RQ^A^Ç 'WATViiraii --u-i- ->:- L^VÏ:LUI. JCIOI
4 Legenda: grondgebied gemreente Emmen Duitse windmolenparken U i ts I u itin g sge bieden? Hoogspanningslijnen Deell
5 1. INLEIDING Voorgeschiedenis In 2001 is het BLOW-convenant afgesloten, waarin provincies, gemeenten en rijk gezamenlijk streven naar een geplaatst vermogen van 1500 MW windenergie op land In het jaar In het kader van dit convenant heeft de provincie Drenthe ais taakstelling de plaatsing van 15 MW op zich genomen. Hoewel de 1500 MW in Nederland al langere tijd overschreden is (thans 2201 MW, bron: WSH ) is de 15 MW in Drenthe nog niet gerealiseerd. Op rijksniveau wordt op dit moment (2009) aangedrongen op het vergroten van het geplaatst vermogen op land met zo'n 2000 MW -4000MW op nieuwe locaties. In dit kader is in januari 2009 een klimaatakkoord overeengekomen tussen het Rijk en de Provincies. De provincie Drenthe heeft zich ïn dit akkoord garant gesteld voor 60 MW aan windvermogen in Uit het geringe vermogen van slechts 15 MW tot 2010 en 60 MW tot 2020, waartoe de provincie Drenthe zich heeft verplicht, blijkt dat de provincie Drenthe tot nu toe een terughoudend beleid heeft gevoerd wat betreft de implementatie van windenergie als bron voor duurzame energie. De inspanningen op het vlak van duurzame energie zijn gericht op de stimulering van andere vormen van duurzame energieopwekking, zoals gebruik maken van biomassa en geo-energïe. In 2006 zijn de mogelijkheden voor een hogere taakstelling voor windenergie onderzocht dan de (toen nog) met het Rijk overeengekomen 15 MW. De notitie "Inventarisatie wtndenergiepotentïeel in de provincie Drenthe" mondt uit ïn de kaart "Plaatsing windmolens - zoekrichting".op deze kaart zijn zoekgebïeden voor windenergie aangegeven. Een gedeelte van de zoekgebïeden ligt fn de gemeente Emmen. Ook de gemeente Emmen is tot nu toe tamelijk terughoudend geweest ïn het omarmen van windenergie. Op dît moment is de gemeente Emmen bezig met het opstellen van een Structuurvïsie. In het kader van deze structuurvisie zijn vragen gesteld over de mogelijkheden van windenergie ïn de gemeente. Het voorlopige standpunt van de gemeente ten aanzien van de toepassing van windenergie ïn de gemeente ïs nog steeds terughoudend. De verdere ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie hebben de voorkeur. Met name de problematiek van de maatschappelijke en de landschappelijke inbedding van windenergie spelen een doorslaggevende rol in de verdere visïeontwikkeling. Duitsland Direct over de grens met Duitsland liggen op Duits grondgebied 3 parken, elk met een omvang van ca turbines. De parken hebben vanuit visueel-ruimtelijk oogpunt invloed op het Nederlandse landschap, kaart Initiatieven Zowel de Provincie als de gemeente Emmen worden de laatste tijd benaderd door potentiële initiatiefnemers van windmolenparken die op zoek zijn naar locaties. Büro Schone & ROIV^SD
6 2. DE VRAAG De vraag luidt: schets door middel van bureauonderzoek een gedetailleerder beeld van de kansen en belemmeringen voor windenergie in de gemeente Emmen, uitgaande van zoekgebieden en de ruimtelijke waarden zoals die door de provincie en de gemeente zijn geformuleerd,
7 3. AANDACHTSPUNTEN Maatschappelijke acceptatie Uit diverse draagvlakstudies is gebleken dat 80 tot 90% van de mensen niet tegen windenergie is. Desondanks stuiten erg veel initiatieven op verzet. Uit de draagvlakstudies blijkt dat de landschappelijke gevolgen de belangrijkste oorzaak is van het niet accepteren van windmolens. Geluïd(soverlast), hoewel belangrijk, speelt een marginale rol. De belangrijkste les die te Ieren valt uit draagvlakstudies is: Om draagvlak voor windenergie (in de achtertuin) te verwerven mag je nooit dichtgetimmerde plannen presenteren. Ook blijkt uit de studies dat inspraak op een initiatief dat redelijk vastligt om weerstand vraagt. Besluitvorming is een langdurige zaak en duurt in normale gevallen ca. 7 jaar. Procedures die de weerstand kunnen verminderen zijn: open vanaf het begin uitnodigend maar niet dwingend niet klagen over procedures open tav deelname in het project open tav het proces van besluitvorming open tav de uitkomst van het project flexibel tav het belangrijkste aspect: het landschap Uit onderzoek naar de acceptatie van windturbines blijkt niet dat de 'rentabiliteit' van de turbines een belangrijke reden tot het afwijzen van windenergïeprojecten is. Toch is dit een veel gehoord argument. Daarom volgt hieronder een overzicht van de huidige stand van zaken op het gebied van de subsidiëring. Windenergie valt onder de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE regeling). De SDE regeling geldt niet alleen voor windenergie. Ook andere vormen van duurzame energie worden gesubsidieerd. In het geval van windenergie heeft deze regeling als doel toekomstige exploitanten langdurige zekerheid te geven over de opbrengst van nieuwe windturbines. Huidige subsidieregeling voor windenergie 2009 (bron: Senter Novem) Nederland past het zg. s feed-in' systeem toe. Dit wi! zeggen dat een ondernemer een bepaalde gegarandeerde vergoeding ontvangt voor geleverde windstroom aan het openbare net. Het gaat om een aanvulling op de marktprijs m.a.w. het is een kostendekkende vergoeding voor de geleverde stroom aan het openbare net. De zogenaamde 'onrendabele top' wordt gesubsidieerd. Dit is het verschil tussen de kostprijs en de opbrengst van een project over een periode van IS jaar. Via een ingewikkeld systeem om de kosten en opbrengsten te berekenen wordt jaarlijks het zg. 'feed-in' tarief, vastgesteld door de rijksoverheid. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks bepaald door het verschil tussen het basisbedrag en het correctiebedrag. Hierbij is het basisbedrag de minimum opbrengst per kwh die nodig is om een project rendabel te kunnen exploiteren. Dit bedrag wordt vastgesteld door de rijksoverheid. Voor 2009 is dit bedrag voorlopig vastgesteld op 11,8 cent Het correctiebedrag wordt eveneens jaarlijks vastgesteld. In het correctiebedrag wordt o.a. de jaarlijkse gemiddelde marktprijs voor elektriciteit, een factor voor onbalanskosten (0,89) en een factor voor de uren dat de turbine niet op vol vermogen draait (1,25) verdisconteerd. Het voorlopige correctïebedrag is voor 2009 vastgesteld op 7,8 cent (11,8-7,8 = 4). Dit leidt tot het voorlopige SDE subsidiebedrag voor 2009 van 4 cent per kwh. De subsidie wordt verleend voor het feitelijke aantal vollasturen dat de turbine in het betreffende jaar gedraaid heeft tot een maximum van 1760 vollasturen. Indien de turbine meer vollasturen heeft gedraaid Büro Schone & RQM^«^..*««
8 wordt daar geen subsidie over verstrekt. Windaanbod en hoogte (Senter Novem) Het windaanbod is niet overal en op alle hoogtes boven maaiveld even groot. Met behulp van de formule U(z)=U ,023x(z-100) kan globaal het windaanbod worden berekend. (bron formule: Kema Nederland BV 2005) Globaal gezegd is op 60 m hoogte het windaanbod in de gemeente Emmen tussen de 6 en 7m/sec Op 70 m hoogte is het berekende gemiddelde windaanbod tussen 6,3 en 7,3m per sec Op 90 m hoogte ligt de berekende windsnelheid tussen de 6,7 en 7,7 m/sec Op 100 m hoogte ligt het windaanbod tussen de 7 en 8 m per sec (bron: Senter Novem Windkaart van Nederland op 100 m hoogte. Kema Nederland BV.) Een en ander betekent dat in de gemeente Emmen hoge turbines de grootste energieopbrengsten genereren. Netirtpassing In de maak is een Rijksregeling die er voor zorgt dat duurzame vormen van energieopwekking voorrang krijgen ten opzichte van niet duurzaam geproduceerde energie bij de netinpassing. Globaal is nagegaan, óf, waar en in welke mate, in de gemeente Emmen met relatief weinig kosten het inlussen van enige vermogen mogelijk is. Voor een vermogen tot ca. 50 MW is een HOkV station in de nabijheid gewenst. Thans zijn er drie HOkV stations. Een op het industrieterrein Bargermeer, een bij Veenoord en een bij Weerdinge. Ook is er een 110 kv station bij Zandberg iets noordelijker in de provincie Groningen. Bij het kassengebied van Klazienaveen wordt binnenkort een nieuw 110 kv station gebouwd. C02 reductie Ten opzichte van electriciteït geproduceerd door een energiecentrale gestookt met fossiele brandstoffen levert elke kwh eiectrïciteit geproduceerd door windturbines een C02 reductie van ca. 578 gr. Beleidskader provinciaal Op provinciaal niveau zijn twee documenten bepalend geweest voor het te voeren beleid tot nu toe: het Provinciaal Omgevings Plan uit 2000 en de in 2006 uitgebrachte aanvullende nota: Inventarisatie windenergiepotentieel in de provincie Drenthe. In het POP is opgenomen dat windparken alleen in gebieden worden toegelaten waar: reeds een aanzienlijke verstoring heeft plaatsgevonden en de ongestoorde beleving van een waardevol gebied elders, voor zover dat een kwaliteitsaspect van dat gebied is, niet wordt aangetast. In deze twee nota's zijn zoekgebieden en uïtsluitingsgebieden voor windenergie aangegeven. De zoekgebieden zijn als het ware de contramal van de uïtsluitingsgebieden. De volgende gebieden worden ïn de provincie Drenthe bij voorbaat uitgesloten voor de plaatsing van windturbines: bestaande waardevolle natuurgebieden Inclusief een ruime bufferzone gebieden met een cultuurhistorische gaafheid inclusief een bufferzone Het overblijvende gebied is ïn principe zoekgebied. Zoekgebied betekent geen automatische vrijbrief voor de plaatsing van windturbines. In deze gebieden zal verder onderzocht moeten worden of de plaatsing van windturbines mogelijk is. De zoekgebieden worden plaatselijk overlapt door verschillende categorieën mogelijke belemmeringen voor windenergie laagvliegroutes, straalpaden, radarinstallaties etc. habitatrichtlijn gebied inclusief de zg. 8
9 externe werking gebieden waar ganzen en steltlopers beschermd worden gebieden waar lofarprojecten gepland zijn Provinciaal uïtsluïtingsbeleid toegepast op de gemeente Emmen In de gemeente Emmen hebben de volgende criteria ten grondslag gelegen aan de uitsluitingsgebieden: Een zone van 10 km rondom het Bargerveen (natuurgebied) Een 2,5 km brede zone rondom Roswinkel (cultuurhistorisch waardevol gebied) Het gebied ten zuiden van de A37 (grotendeels cultuurhistorische gaaf gebied) Het zoekgebied voor windenergie in de gemeente Emmen ligt globaal genomen ten noorden van de A37. De provincie onderscheidt twee categorieën zoekgebieden: zoekgebied 1 en zoekgebieden 2. M.n. in zoekgebieden 2 moet rekening gehouden worden met de waardevolle elementen in deze gebieden, zoals de essen en beekdalen. In het zoekgebied ten oosten van Emmen moet rekening worden gehouden de instandhoudïngsplicht van de habitatrichtlïjngebieden en met ganzen. Legenda Zoekgebied 1 Zoekgebied 2 Uitsluitingsgebied Legenda Externe werking habitat Ganzen, zwanen en steltlopers bp\ Laagvliegroute Büro Schone & ROIVÜSD
10 zwanen en steltlopers. Een laagviiegroute loopt over het noordelijk deel van de zoekgebïeden. (zie kaart pag. 9) Overige provinciale randvoorwaarden geen solitaire turbines toestaan opgesteld vermogen moet 15 MW of meer per park zijn lijn opstellingen bij voorkeur koppelen aan bestaande landschappelijke of stedelijke structuren zoals infrastructuur, hoogspanningsleidingen, waterlopen, verkavelingspatroon, bebouwingshnten minimaal 4 molens op een rij (om lijn te kunnen creëren) bundeling van initiatieven (individuele initiatieven kunnen niet onafhankelijk van eikaar ontwikkeld worden) opstellen van een landschapsplan in het beinvloedingsgebied van het windmolenpark Randvoorwaarden tav mogelijke (fysieke) overlast Geluid Hoewel de windturbines in de loop der jaren steeds minder geluid zijn gaan produceren is er in sommige gevallen toch nog sprake van geluidsoverlast. Bij turbines met de rotor op grotere hoogte kan zich het verschijnsel voordoen dat het op de hoogte van de rotor harder waait dan op maaiveldnïveau. Het achtergrondgeluid op maaiveidniveau is dan gering terwijl de wieken juist wel draaien en meer geluid produceren. Dit effect is soms tot op een afstand van 2,5 km van de turbine merkbaar. Slagschaduw Wanneer de slagschaduw van een windmolen over de ramen van bebouwing valt veroorzaakt dit een hinderlijke knipperende lichtinval in het huis. De regelgeving tav. dit aspect is gericht op het voorkomen van slagschaduw hinder. Een windturbine moet (automatisch) uitgeschakeld kunnen worden wanneer: de afstand van de windturbine tot woningen en andere gevoelige bestemmingen minder dan twaalfmaal de rotordiameter bedraagt; gemiddeld meer dan 17 dagen en maximaal meer dan 64 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. Buiten een zone van 12 x de diameter van de wieken rondom de mast is er geen sprake meer van slagschaduwhinder. Veiligheid Risico's waardoor de veiligheid van mensen in de omgeving in gevaar zou kunnen komen worden vooral gevormd door het afbreken van delen van de draaiende delen van de rotor, die kunnen worden weggeslingerd. Dit betekent dat er afstand bewaard moeten worden tot bijvoorbeeld wegen en andere plekken waar zich vaak en/of veel mensen bevinden. Ook zai er afstand bewaard moeten worden van installaties dte, wanneer ze geraakt zouden worden door losgeraakte en weggeworpen delen van een windturbine, tot overlast en/of calamiteiten zouden kunnen leiden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan hoogspanningslijnen of opslagtanks voor gassen. Ook bij ijzel bestaat de kans op afvallende brokken ijs. Bij kans op ijzel worden turbines veelal uit voorzorg afgeschakeld, waardoor het risico voor afvallend ijs zich beperkt tot een gebied onder de rotor en rond de mast van de turbine. 10
11 Randvoorwaarden natuur vogels Het Bargerveen herbergt waardevolle natuur. Het is Habitatrichtlijngebied, Vogelrichtiijngebïed en Wetland. De belangrijkste soort waarvoor in dit kader instandhoudïngsplicht geldt is de Taigarietgans. Dit betekent dat in een zone van 30 km rekening moet worden gehouden met eventueel voorkomende foerageergebieden en slaapplaatsen. Rond het Bargerveen moet dus in een zone van 30 km aangetoond kunnen worden dat plaatsing van windmolens de instandhoudingsdoelen niet in gevaar brengen. vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zg. rode lijstsoorten. Er is geen recente vleermuizen inventarisatie in de gemeente Emmen uitgevoerd. insecten zijn weer aantrekkelijk voedsel voor vleermuizen. Dit betekent dat zij zich begeven ïn de buurt van de wieken. het luchtdrukverschil tussen de vooren achterzijde van een draaiende wiek is dermate groot dat de longen van een vleermuis ter plekke als het ware exploderen. Niet alle vleermuissoorten vliegen op dezelfde hoogte. Mogelijk zijn de laagvliegende soorten minder kwetsbaar voor turbines met een grote aftstand tussen het maaiveld en het laagste punt waar de tip van de rotor passeert. Sommige soorten vleermuizen vertonen trek gedrag. Er is sprake van voorjaars- en najaarstrek. Zo trekt de rosse vleermuis ïn september tot november, vooral 's middags bij droog helder en windstil weer. De laatste jaren ïs er geconstateerd dat ook vleermuizen slachtoffer kunnen worden van windturbines. Er lijken twee fenomenen een rol te spelen: de warmteontwikkeling rond het rotorhuis trekt insecten aan en deze Büro Schone & RÜ_M3Ü»AAAfVienH rtlcf -E" L-M;tU,KCG3t : ; 11
12 4. RUIMTELIJKE KWALITEITEN In het kader van de ontwikkeling van de structuurvisie ïs er ïn de gemeente Emmen recent allerlei onderzoek uitgevoerd. Twee studies zijn voor ons onderwerp relevant: de studie van het bureau Eelerwoude (2008) en de studie van bureau Bosch en Slabbers (2008). Kwaliteiten Landschap Bosch Slabbers onderscheidt 3 grote landschappelijke eenheden in de gemeente Emmen. Elke eenheid wordt gekenmerkt door eigen kwaliteiten en knelpunten. Met als basis de benoemde kwaliteiten en knelpunten is een ruimtelijke strategie ontwikkeld per landschappelijke eenheid. Er is in de studie van Bosch Slabbers geen aandacht besteed aan windturbines ïn het Emmense. De drie landschappelijke eenheden zijn: het esdorpeniandschap op de zandgronden het landschap van de hoogvenen het landschap van de randverveningen Windturbines en de benoemde ruimtelijke kwaliteiten in de zoekgebieden Twee vragen staan centraal: 1. Welke invloed hebben windturbines op de ruimtelijke kwaliteiten zoals beschreven ïn de rapporten van Slabbers c.s. 2. Kunnen windturbines een bijdrage leveren aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteiten in de zoekgebieden en zo ja hoe dan? Variabelen zijn: aantallen turbines hoogte rotor en diameter wieken opstellingsvormen turbines Windturbines hebben niet op alle benoemde kwaliteiten invloed. Per landschapstype kunnen m.n. de volgende ruimtelijke kwaliteiten beïnvloed worden wanneer windturbines in de nabijheid geplaatst worden. a. Het esdorpeniandschap op de zandgronden De volgende van de door Slabbers c.s. benoemde ruimtelijke kwaliteiten in het esdorpeniandschap kunnen mogelijk beïnvloed worden door de plaatsing van windturbines: de markante steilrand en het vrije zicht op de steilrand de resterende escomplexen als open ongedeelde ruimten zicht vanaf de steilrand op het veenkoloniale landschap verminderde herkenbaarheid van de basisstructuur en de onderverdeling in ruimtelijke eenheden: escomplexen, brinkdorpen, beekdalen, jonge ontginningen b. Het landschap van de hoogvenen Ruimtelijke kwaliteiten uit het rapport van Bosch Slabbers die beïnvloed kunnen worden door de plaatsing van windturbines de monumentaliteit van het landschap de grote maten de lange zichtlijnen Het is de vraag of windturbines een positieve bijdrage kunnen leveren aan de herkenbaarheid van de kanalen de open ruimten de herkenbaarheid van de veenstromen de herkenbaarheid van het industrieel verleden Ook is het de vraag of zij een nieuwe vaandeldrager kunnen worden voor het landschap van de hoogvenen c. Het landschap van de randverveningen: de omgeving rond het Schoonebeekerdiep en Roswinkel Schoonebeekerdïep, ligt grotendeels in het provinciale uitsluitingsgebied. Ruimtelijke kwaliteiten die hier beïnvloed kunnen worden door de plaatsing van 12
13 windturbines zijn: de geomorfologïsche expressie de ensemble kwaliteit het beekdal Roswinkel inclusief een zone van 2,5 km ligt geheel in het provinciale uitsluitingsgebied In deze beide landschappen van de randverveningen zijn door Bosch Slabbers geen structuren benoemd waar windmolens mogelijk een positieve bijdrage aan zouden kunnen leveren. Kwaliteiten Natuur Eelerwoude geeft een typering van de aanwezige natuur ïn de gemeente Emmen. Ten aanzien van vleermuizen wordt het volgende vermeld: In de periode tussen 1989 en 1994 zijn de volgende vleermuizen waargenomen: de baardvleermuïs en de franjestaart in boomrijke gebieden in het zuidwesten van de gemeente, de watervleermuis en de meervleermuïs bij open water en watergangen de gewone dwergvleermuïs en de laatvlieger vooral bij landschapselementen met opgaande begroeiing, ruigte of water. In zijn algemeenheid lijkt er een verband tussen lijnvormige elementen en diverse vleermuissoorten. Eelerwoude stelt dan ook: aantasting van voor vleermuizen geschikte lijnvormige landschapselementen (singels, houtwallen, brede watergangen en schrale graslanden) alleen toestaan met ontheffing/vergunning. Ten aanzien van vogels in combinatie met windmolens wordt in het rapport het volgende aanbevolen: 'Hoge windmolens tot 15 km van het Bargerveen niet toestaan in verband met de vliegbewegingen van vogels' en 'Aantasting van de openheid van de oostelijke veenkoloniën en beekdalen alleen toestaan met ontheffing/ vergunning.' Büro Schone & RQM?E MU^TCHK V;UÏ i-c i_ni'iuc,-. (j*;s; 13
14 5. VISUALISATIES Omdat uit diverse draagvlakstudies ïs gebleken dat de invloed op het landschap het grootste struikelblok is bij de plaatsing van windmolens zijn een groot aantal scenario's gevisualiseerd waardoor het mogelijk wordt dat belanghebbenden één en ander van commentaar kunnen voorzien. De 3D simulatie techniek biedt kansen om diverse opstellingen vanuit verschillende standpunten te bekijken en te vergelijken. Vier gebieden Uitgaande van de zoekgebieden in de gemeente Emmen is geprobeerd een indruk te geven van de landschappelijke effecten van windturbines in verschillende opstellingsvormen in de verschillende landschapstypen. gebied 1: het veenkoloniale landschap ten noorden van Emmer-Erfscheidenveen tussen Emmen en Roswïnkel gebied 2: het industrieterrein in het zuidoosten van Emmen. Bedrijvenpark doorsneden door A37 in aanleg ten oosten van Oranjedorp tussen Emmen centrum en Kiazienaveen 14
15 In deze gebieden zijn verschillende opstellingsvormen onderzocht (punt, lijn, grid en zwerm). Ook zijn de effecten van turbines met een verschillende vermogen en daarmee verschillende ashoogtes, wiekdïameters en tussenruimtes tussen turbines aan een beschouwing onderworpen- Een en ander is tenslotte vanuit verschillende standpunten gevisualiseerd. gebied 3: beekdallandschap bij de binnenkomst van Em men aan de westzijde in de buurt van de kruising van de N34 (Zuidlaren - Gieten- Coevorden) met de N381 (Emmen - Beilen): Het beekdai grenst aan de Emmeres ten noorden van Westenesch gebied 4: veenkoloniaal landschap langs Duitse grens tussen Emmer Compascuum en Barger Compascuum Büro Schöne & RQM?5 MAATWERK -L J- L-VI;ILU'. tcacj 15
16 Gebied 1 - Veenkoloniaal landschap ten noorden van Ernmer-Erfscheidenveen, tussen Emmen en Roswinke! Hier zijn de volgende opties onderzocht: A een lijn parallel aan Emmer- Erfscheïdenveen aan de noordzijde B een grid in de bocht van de N 391 C een lijn langs de N 391 D een lijn schuin op de N 391 Vergeleken zijn de effecten van een rij 14 turbines met een vermogen van 2MW aan de noordrand van Emmer- Erfscheidenveen (totaal vermogen 28 MW) met een rij van 11 turbines met een vermogen van 3 MW (totaal vermogen 33 MW) en met een rij van 8 turbines van 5 MW (totaal vermogen 40 MW) Een grid bestaande uit 15 turbines van 2 MW in de bocht van de N 391 ten oosten van het lawaaïsportcentrum (totaal vermogen 30 MW) Een lijn van 5 turbines van 2 MW schuin op de N 391 (totaal 10 MW) Een lijn van 6 turbines van 2 MW parallel aan de N 391 (totaal 12 MW) Vragen In dit gebied lijken de volgende vragen relevant bij het beoordelen van windturbines in dit landschap: Kunnen de windturbines de structuur verduidelijken van de lïntbebouwing versus open ruimte? Is accentuering verre zichtlijn mogelijk of wordt die juist te niet gedaan? Hebben de turbines invloed op de waarneming van het relief op de overgang Hondsrug naar het veenkoloniale landschap m.n de steilrand bij Weerdinge? Is een combinatie met de hoogspannïngsleïding wel geslaagd? Hebben de turbines een schaalverkleïnende werking en is er hier een verschil tussen 2 MW, 3 MW en 5 MW turbines? Beïnvloedt de plaatsing van windturbines de monumentaliteit van het landschap de grote maten de lange zichtlijnen? Leveren windturbines een positieve bijdrage aan de herkenbaarheid van de kanalen de open ruimten de herkenbaarheid van de veenstromen de herkenbaarheid van het industrieel verleden? Kunnen windturbineopstellingen een nieuwe vaandeldrager worden voor het landschap van de hoogvenen? A 14 turbines 2MW T 64= 16
17 A 14 turbines 2MW A 11 turbines 3MW A 8 turbines 5MW Büro Schöne & ROÎ^K NWATWPt vrtn i-c UJtm. ix (UBI-Q 17
18 De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties Bij het verduidelijken van v de structuur van de lintbebouwing versus open ruimte' zijn het standpunt van de toeschouwer, en het formaat van de turbines in relatie tot de lengte van de lijn van belang. Slechts vanuit enkele zichtpunten blijkt het mogelijk te zijn om de structuur van lintbebouwing versus open ruimte te verduidelijken. Hierbij speelt het formaat van de turbines een grote roi. Van de 2 MW en 3 MW turbines kunnen er in de rij nog voldoende geplaatst worden waardoor de lineaire structuur tot uiting blijft komen. De 5 MW turbines staan op zulke grote onderlinge afstanden dat er slechts 8 in de rij geplaatst kunnen worden. Des te haakser je zichtpunt op de rij staat hoe minder je de lineaire structuur gewaar wordt. Ook de 'massa' (huisje, boompje) op de voorgrond beïnvloedt de zichtbaarheid / herkenbaarheid van de lineaire structuur. Accentuering van de verre zichtlijn kan alleen maar met een lijnopstelling in de open ruimte in de richting van de zichtlijn. Echter, de openheid wordt door een dergelijke lijnopstelling wel beïnvloed. De opstellingen staan te ver van de steilrand bij Weerdinge om deze visueel te beïnvloeden (afstand ca. 1 km) De combinatie van windturbines en hoogspanningslijnen verhoogt de ruimtelijke kwaliteit van het landschap niet. De vormentaal past niet bij elkaar; er is te veel verschil in de formaten van de beide elementen. Verder leidt de opeenstapeling van de windturbinelïjnen met de hoogspanningslijnen tot een afzwakking van het imponerende beeld van de hoogspanningslijn. Er blijkt in dit landschap inderdaad een schaalverkleïnde werking uit te gaan van met name de 5 MW turbines. De opstellingen die hier gesimuleerd zijn niet te beschouwen als de nieuwe vaandeldrager voor het landschap van de hoogvenen. Daarvoor liggen ze te willekeurig en zijn ze te gering van omvang. Parkjes en lijnen van dergelijke omvang komen overal in het Nederland voor. Extra aandachtspunten indien in dit gebied plaatsing overwogen wordt: Indien een lijnopstelling wordt overwogen is het belangrijk dat de lijn een visueel logisch begin- en eindpunt krijgt In verband met de perspectiefwerking is aandacht noodzakelijk voor de richting van de lijn, parallel, haaks of juist schuin vanuit de belangrijkste zichtpunten. Het uitsluitingsgebied van 2,5 km rond Roswinkel ivm de cultuurhistorische gaafheid lijkt aan de ruime kant. IS
19 B 15 turbines 2MW C 6 turbines 2MW D 5 turbines 2MW Büro Schone & ROIWI3D VUÜ' HCT IA% :LLK JL70J 19
20 GEBIED 2 - Industrieterrein Bargermeer tussen Emrnen centrum en Klazienaveen. Gedeeltelijk verouderd en gedeeltelijk nog in aanleg. Doorsneden door de A37. Hier zijn de volgende opties onderzocht: A B C D een grid (dubbele lijn) opstelling op het industrieterrein korte lijnopsteilingen oost-west op het industrieterrein een lijnopsteiling aan de westzijde van de Bladderswijk twee solitairen; één bij afslag van de A37 en één bij Emmtec op het industrieterrein Vergeleken zijn de effecten van 2, 3 en 5 MW turbines. Vragen in dit gebied Beïnvloeden de windturbines het zicht op en de herkenbaarheid van het reliëf van de Hondsrug uitlopers?» Beïnvloeden de windturbines de schaal van de open ruimte? Beïnvloeden windturbines de herkenbaarheid van de zichtlijn Bosch Slabbers? Versterken de windturbines het 'industrieel imago' (voor zover aanwezig)? Hoe is de zichtbaarheid van de windturbines vanuit het Bargerveen; hoe groot moet het uitsluïtïngsgebied rond het Bargerveen zijn: 10 of 15 km? Is accentuering mogelijk van de A37 en het knooppunt? Wordt het beeld van het industrieterrein of een enkel bijzondere plek op het industrieterrein versterkt? Is er sprake van een beeldmerk? Hoe zit het met potentiële hinder van slagschaduw en geluid voor de dorpsbebouwing? Leveren windturbines nog veiligheidsrisico's op, of beperkingen voor bepaalde soorten industrie op het industrie terrein? Zijn er vleermuizen trekroutes die beïnvloed worden? A 8 turbines 2MW A 6 turbines 3MW A4 turbines 5MW 20
21 A 8 turbines 2MW A 6 turbines 3MW A 4 turbines 5MW -; Büro Schöne & ROIWISD -n PIST LAN3:LLK iunj 21
22 B 3 turbines 2MW B 4 turbines 2MW 6 4 turbines 2MW 22
23 ^ i. C 6 turbines 2MW ë C 9 turbines 2MW -f-* w ^ 3.* / C 5 turbines 5MW Büro Schone & BQMS D 23
24 ^ D 1 turbines 5MW LiiwV-*. -1':'".;;-"" ' y"^_a^.'-' 4 D 1 turbines 5MW 24
25 De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties Met name de lijn opstelling parallel aan de Bladderswijk heeft invloed op de herkenbaarheid van het reliëf van de Hondsrug uitlopers evenals op het ervaren van de maat van de open ruimte tussen de Ericase Straat en de Bladderswijk. Dit geldt het meest bij plaatsing van de 5 MW turbines. De opstellingen hebben niet vee! invloed op de herkenbaarheid van de zichtlijn (Bosch Slabbers). Vanaf de westzijde (A37) bezien, heeft het industriegebied nauwelijks een industrieel imago. Dit verandert misschien in de toekomst doordat er tot 50 m hoogte gebouwd mag worden. Het lijkt in de huidige situatie net of de windturbines in het landelijk gebied staan. Vanuit het Bargerveen zullen de turbines zichtbaar zijn, evenals thans de schoorstenen van de NAM. Met behulp van landschapsontwikkeling in en direct rond het Bargerveen is de zichtbaarheid misschien te verminderen. In de provinciale nota is een 10 km contour getrokken rond het Bargerveen die winturbine vrij zou moeten blijven. Eelerwoude pleit voor een 15 km brede windturbine vrije zone tbv. kwetsbare vogelsoorten. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of dat ook voor windturbines op het industrieterrein zou moeten geiden. In dit gebied staat veei bebouwing. Zowel woonbebouwing ais industriële bebouwing. Er zal afhankelijk van de precieze opstellingsvormen sprake kunnen zijn van slagschaduw hinder. Bij afstanden groter dan 12x de rotordïameter (hier m) tussen de turbines en de plaatselijk voorkomende bebouwing is er geen sprake van slagschaduwhinder. Bij alle onderzochte opstellingen ligt er bebouwing binnen de 12x de rotordïameter contour. Nader onderzoek hiernaar is noodzakelijk. Hoewel het merendeel van dit gebied bestemd ïs tot industriegebied ligt hier ook de oude woonkern Oranjedorp. Indien overwogen wordt om in dit gebied windturbines te plaatsen is nader onderzoek noodzakelijk met betrekking tot potentiële geluidhinder. Naar (mogelijke trekroutes van) vleermuizen moet, indien hier plaatsing wordt overwogen, nader onderzoek worden uitgevoerd. Met betrekking tot de veiligheid moet worden nagegaan of er plaatsgebonden en/of groepsgebonden risico's te verwachten zijn. Extra aandacht bij plaatsing ïn dit gebied voor: De veranderende skyline van Emmen en de potentieel mogelijke hoogbouw op het industrieterrein. Accentuering van een 'punt' op het industrieterrein kan alleen als dat punt al 'betekenis' heeft voor Emmen. Dan wijst het die plek aan. In een ruime omgeving mogen dan geen andere windturbines geplaatst worden anders verliest het signaal zijn aanduidende werking. De schaalverkleinende werking is het geringst bij de toepassing van 2MW turbines. Het lijneffect is het grootst bij 2 MW turbines, vanwege de kleinere afstanden tussen twee turbines. Büro Schone & BQÜÄ^S*««2 =
26 Gebied 3 Esdorpenlandschap aan de westzijde van Emmen: de Emmermaden en Emmer hooilanden. Hier zijn de volgende opties onderzocht: A B C een opstelling rond het klaverblad N34 en N381 een lijnopsteilïng evenwijdig aan de Sleenerstroom twee zwermopstellingen in de Emmer hooüanden Alle in dit gebied onderzochte opstellingen bestaan uit 2 MW turbines. Vragen specifiek voor dit gebied Blijft de basisstructuur en de onderverdeling in ruimtelijke eenheden (escomplexen, brinkdorpen, beekdalen en jonge ontginningen) nog herkenbaar bij plaatsing van de windturbines? Is accentuering van de Sleenerstroom of het kruispunt van de N34 met de N381 mogelijk? Zijn de windturbines zichtbaar vanuit Sieen? Zijn de turbines zichtbaar vanuit het centrum van Emmen? Is de combinatie met hoogspanningslijnen wel gestaagd? Hoe zit het met de laagvliegroute? Het gebied kent veel houtwallen en singels. Zijn er trekroutes voor vleermuizen in de buurt van de locaties? De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties Het beekdal van de Sleenerstroom wordt als het ware overruled door de windmolens. Accentuering van het kruispunt van de N34 met de N381 is vooral vanaf beide wegen goed zichtbaar. Door de combinatie met de hoogspanningslijn slibt het beeld als het ware dicht en vermindert het effect van accentuering. Waarschijnlijk zijn de windturbines vanaf de rand van Sleen zichtbaar. Een landschapsplan is gewenst. Vanuit de hoogbouw in het centrum van Emmen zijn de turbines zeker zichtbaar. De combinatie met de hoogspanningslijn verhoogt de ruimtelijke kwaliteit niet. Het gebied ligt in de laagvliegroute: indien plaatsing wordt overwogen is nader onderzoek noodzakelijk. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk. A 8 turbines 2MW B 5 turbines 2MW 26
27 Büro Schöne & 3D M1A1WW- vol" MSI'.JV.011..K QQCIED 27
28 C 8 turbines 2MW C 12 turbines 2MW 28.
29 Gebied 4 Veenkoloniaal landschap tegen de Duitse grens: Zwartenbergerveen het Hier zijn de volgende opties onderzocht: A B een grid in de buurt van grenspaal 163 VI een lijnopstelling evenwijdig aan de Brede sloot en de Limietweg Beide opstellïngsvormen in 2, 3 en 5 MW varianten Vragen Hoe zit het met het (visuele) samenspel van de Duitse windturbine locaties? Worden de verre zichtlijnen uit de studie van Bosch en Slabbers beïnvloed? Hebben de opstellingen een schaalverkleinende werking op de open ruimtes? Worden de natuurwaarden in en rond het gebied beïnvloed? (aandacht voor externe werking habitatrichtlijn gebied het Bargerveen en voor vleermuizen) Hoe zit het met de zichtbaarheid van de opstellingen vanuit het Bargerveen? De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties In Duitsland staan net over de grens twee parken. Hier staan molens met een ashoogte van ca. 80 m. Deze parken zijn goed zichtbaar vanuit Nederland. De 3D-simulaties van de opstellingen laten zien dat vanuit een aantal standpunten de hele horizon, dus zeker 180, bedekt wordt met windturbines. De Duitse en Nederlandse windturbines klonteren visueel aan elkaar. Dit levert in de vorm die wij onderzocht hebben geen meerwaarde op voor het landschapsbeeld. Er is geen hoogtepunt in het landschapsbeeld te ontdekken. Er treedt als het ware het effect op dat je ook ziet bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen langs de snelwegen. Het dichtgroeien van het landschap met bouwsels. Bosch Slabbers heeft een aantal belangrijke zichtlijnen benoemd. De onderzochte opstellingen beëindigen een verre o-w zichtlijn, maar accentueren de n-z zichtlijn. De opstellingen met 5 MW turbines werken in dit landschap schaalverkleinend. Er moet onderzoek worden uitgevoerd of plaatsing van windmolens de instandhoudingsdoelen rond het habitatrichtiijn gebied Bargerveen niet in gevaar brengen. Het gebied kent relatief veel lineaire beplanting. Onderzoek naar vleermuizen Is hier gewenst. Indien in dit gebied windmolens overwogen worden is het belangrijk om vanuit en rond het Bargerveen een landschapsplan op te stellen. Met behulp van bijvoorbeeld het programma Viewshed zou de zichtbaarheid van de turbines aangegeven kunnen worden Euro Schönes BySsKS*!««««[Qivyiai 29
30 «A 9 turbines 2MW M, < in L d - - ma A 9 turbines 3MW Ml rrr" pi \ y_jci~ i I * 1 I M -ft- ' *i* ] i-i ^_^.^_ ^ A 9 turbines 5MW 30
31 B 16 turbines 2MW *n**»i ii.;iim.i ii,ip l!^m!l.l B 12 turbines 3MW iaubttéhmomamia V ihmm B 9 turbines 5MW Euro Schone & z}(.,.::v: 3D MAATWim -œimil W.D;1..KSS «ED 31
32 B 9 turbines SMW samen met de duitse molens 32
33 6 MEERWAARDE Is meerwaarde mogelijk? Gebied 5 Alles overziend lijken er, indien er zorgvuldig wordt omgegaan met de opsteilingsvormen, op diverse plekken mogelijkheden voor niet al te massale opstellingen. Deze zouden in overleg met de bewoners en andere belanghebbenden in de omgeving nader uitgewerkt kunnen worden. Echter, de onderzochte opstellingen zijn hooguit neutraal en niet echt te beschouwen als landschappelijke winst. Ze zijn weinig inspirerend en hooguit een vooruitgang voor de portemonnee van de 'projectontwikkelaar' en goed voor een bijdrage aan het behalen van de C02 reductiedoelstellingen. de huidige ontwikkeling van duurzame energiewinning ook over de grens: wind-, geo- en bio-energie (Eurregiosubsidïes?) Aansluiting kan gezocht worden bij de Srex exersitie en mogelijk met de hogeschool in Emmen. Daarnaast is door de ligging een koppeling met initiatieven in het kader van de verdere ontwikkeling van het kassengebied van Klazienaveen mogelijk Bij Klazienaveen wordt een nieuw 110 kv station ontwikkeld. Dit betekent dat er waarschijnlijk vrij probleemloos ca. 60 MW 'ingelusd'zal kunnen worden. De omgeving van Banger Compascuum biedt waarschijnlijk mogelijkheden voor MW aan windenergiepotentieel. In principe zou een dergelijke ontwikkeling mede ondersteund kunnen kunnen worden door andere gemeentes uit Drenthe. Die gemeentes, die streven naar het plaatsen van windturbines op hun eigen gemeentegrond om een zg. C02 neutrale status te verwerven, kunnen in een dergelijk grootschaliger project'ïnscharen'. Hierdoor ben je in staat om de rest van Drenthe te vrijwaren van windturbines. Wij willen als optie een locatie voorstellen om nader uit te werken, die o.i. meerwaarde voor de gemeente Emmen en de provincie Drenthe zou kunnen opleveren: Het thema Energielandschap zou in de omgeving van Bargercompascuum vorm kunnen krijgen door de combinatie met het Veenpark te zoeken. Het thema energie dat thans impliciet a! aan de orde is in het museum, zou door het museum verder vorm gegeven kunnen worden. Het vertellen van het verhaal van de energiebron van vroeger, het veen, via de vroegere jaknikkers bij Schoonebeek naar de nieuwste ontwikkelingen bij Schoonebeek. Vervolgens Gebied 5 Büro Schone & RQM?5 M4AIVICHK "^J':-E" L.V.JltlJJÏtfcafcj 33
34 CONCLUSIES Discussiepunten voor het verdere proces In dit bureauonderzoek is geprobeerd verschillende effecten van windturbines op het landschap te beschrijven. Omdat veel effecten afhangen van precieze locaties en opstellingsvomnen van eventuele parken kan uit deze studie niet geconcludeerd worden dat windturbines in Emmen in de onderzochte vormen de beste opties bieden voor locaties van windturbineparken. Met deze studie is wel geprobeerd om (voor windenergie zowel positieve als negatieve) vooroordelen weg te nemen door zo objectief mogelijk effecten te beschrijven aan de hand van 3D-simu!aties. Geprobeerd is ook om bouwstenen aan te leveren om de discussie te openen met de betrokkenen. Maatschappelijke acceptatie Op dit moment stuiten erg veel initiatieven om windturbines te realiseren op verzet, ondanks het feit dat 80 tot 90% van de mensen niet tégen windenergie is. Uit de draagvlakstudïes blijkt dat de landschappelijke gevolgen de belangrijkste oorzaak is van het niet accepteren van windmolens. Dit betekent dat er in de planvormingsfase zorgvuldig moet worden omgegaan met de mogelijke effecten op het landschap. Hiervoor is de op dit moment nog veel gehanteerde plattegrondplannïng ongeschikt. Daarnaast is een belangrijke les die te leren valt uit draagvlakstudies: Om draagvlak voor windenergie (in de achtertuin) te verwerven mag je nooit dichtgetimmerde plannen presenteren. Ook blijkt uit de studies dat inspraak op een initiatief dat redelijk vastligt om weerstand vraagt Weerstand tegen veranderingen Mensen zijn niet tegen veranderingen. Ze zijn alleen tegen veranderingen als deze een achteruitgang betekent voor hen. De opgave is dan om de turbines op een zodanige manier te plaatsen dat ze zoveel mogelijk een vooruitgang inhouden voor de betrokkenen. Afbreekbaarheid Ais aandachtspunt moet genoemd worden de afbreekbaarheid en eventuele tijdelijkheid van windturbines. De 'economische levensduur' van windturbines is ca 15 a 20 jaar. Indien na een dergelijke periode er betere opties zijn ontwikkeld voor de winning van duurzame energie kunnen de turbines in principe eenvoudig afgebroken worden zonder rest schades. Dit moet dan wel via de vergunningverlening worden ingecalculeerd. Geconstateerde effecten De onderzochte windturbineopstellingen hebben in veel gevallen een visueel verkleinend effect op elementen, structuren en ruimtes. Het pregnantst is dit het geval met de 5MW turbineopstellingen. De combinatie van windturbines en hoogspanningslijnen verhoogt de ruimtelijke kwaliteit van het landschap niet. De vormentaal past niet bij elkaar; er ïs te veel verschil in de formaten van de beide elementen. Verder leidt de opeenstapeling van de windturbïnelijnen met de hoogspanningslijnen tot een afzwakking van het imponerende beeld van de hoogspanningslijn. Aandacht is noodzakelijk voor de perspectivische werking van de opstellingen. Opstelling kunnen alleen werken als beeldmerk indien er geen andere soortgelijke opstellingen in de ruime omgeving aanwezig zijn en als er aan de plek als zodanig een inhoudelijke betekenis verleend kan worden. Bij opstellingen in de buurt van de grens moet goed onderzocht worden of door de perspectivische vertekening en de aanwezigheid van de parken in Duitsland niet langs de hele horizon windmolens verschijnen. 34
35 Met name bij de onderzochte opstellingen in de bocht van cje N391 en in de zwermopsteliingen in de Emmer hooilanden is er sprake van een omslag in het beeld van een agrarisch landschap naar technisch landschap. De zichtbaarheid vanuit gebieden van waaruit men de turbines niet wil zien is waarschijnlijk te verminderen. Met behulp van bijvoorbeeld het programma Vïewshed kunnen de punten worden opgezocht waar met behulp van beplanting de zichtbaarheid kan worden verminderd. Hiervoor moet de precieze locatie van de opstelling bekend zijn. Standpunt uit het verleden dat opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden lijn opstellingen bij voorkeur koppelen aan bestaande landschappelijke of stedelijke structuren zoals infrastructuur, hoogspanningsleidingen, waterlopen, verkavelingspatroon, bebouwingslinten De voorkeur voor de koppeling aan bestaande landschappelijke of stedelijke structuren levert in lang niet alle gevallen interessante opstellingen op. Koppeling aan bijvoorbeeld wegen werkt alleen in open landschappen. Dat het in die gevallen wel werkt komt door de perspectivische werking die a!s gevolg van de openheid zichtbaar wordt. Langs infrastructuur in meer besloten landschap werkt het veel minder. Meerwaarde Uit de studie blijkt dat er in de gemeente Emmen in principe wel mogelijkheden zijn voor de plaatsing van windturbines, mits de locaties zorgvuldig ontwikkeld worden in samenspraak met de omwonenden en belangengroepen. Maar de in de voorliggende studie onderzochte opstellingen zijn op zijn best landschappelijk neutraal en niet echt te beschouwen als een verrijking voor het landschap. Ze zijn vooral goed voor de portemonnee van de'projectontwikkelaar' en leveren een bijdrage aan het behalen van de C02 reductiedoelstellingen. Op rijksniveau wordt op dit moment onderzocht of het thema Energïelandschap vormgegeven kan worden, in Emmen ligt o.i. een goede kans om dit thema op te pakken en te realiseren, met niet alleen meerwaarde voor de projectontwikkelaar of de reductie van C02. De ontwikkeling van een windpark in combinatie met het Veenpark te Barger Compascuum lijkt in meerdere opzichten perspectieven te bieden om het thema Energielandschap educatief, recreatief en energetisch uit te buiten. Büro Schöne & RGIUI3D MAATWBfK ViAJH Hi" JVMJil..* yöüco 35
36
37
38 1. ACHTERGROND EN STAND VAN ZAKEN IN JUNI 2009 Samenvatting van het eerste bureauonderzoek. In is een bureauonderzoek uitgevoerd in opdracht van de provincie Drenthe en in overleg met de gemeente Emmen naar de kansen en belemmeringen voor de implementatie van windenergie in de gemeente Emmen. In het bureauonderzoek zijn verschillende effecten van windturbines op het landschap beschreven. Met de studie is geprobeerd om (voor windenergie zowel positieve als negatieve) vooroordelen weg te nemen door zo objectief mogelijk effecten te beschrijven aan de hand van 3D-simulaties. Doel was ook om bouwstenen aan te leveren om de discussie te openen met de betrokkenen. In de studie is naast de 3D-simulaties kort ingegaan op de kennis over maatschappelijke acceptatie. Op dit moment stuiten erg vee! initiatieven om windturbines te realiseren op verzet, ondanks het feit dat 80 tot 90% van de mensen niet tégen windenergie is. Uit de draagvlakstudies blijkt dat de landschappelijke gevolgen de belangrijkste oorzaak is van het niet accepteren van windmolens. Dit betekent dat er in de planvormingsfase zorgvuldig moet worden omgegaan met de mogelijke effecten op het landschap. Hiervoor is de op dit moment nog veel gehanteerde plattegrondplannïng ongeschikt. Daarnaast is een belangrijke les die te leren valt uit draagvlakstudtes: Om draagvlak voor windenergie (in de achtertuin) te verwerven mag je nooit dichtgetimmerde plannen presenteren. Ook blijkt uit de studies dat inspraak op een initiatief dat redelijk vastligt om weerstand vraagt. Dit is niet zomaar weerstand tegen welke verandering dan ook, of het zovaak genoemde Nimby-effect. Mensen zijn niet tegen veranderingen. Ze zijn alleen tegen veranderingen als deze een achteruitgang betekent voor hen. De opgave is dan om de turbines op een zodanige manier te plaatsen dat ze zoveel mogelijk een vooruitgang inhouden voor de betrokkenen. Als extra aandachtspunt in de studie is de afbreekbaarheid en eventuele tijdelijkheid van windturbines. De ^economische levensduur' van windturbines is ca. 15 tot 20 jaar. Indien na een dergelijke periode er betere opties zijn ontwikkeld voor de winning van duurzame energie kunnen de turbines ïn principe eenvoudig afgebroken worden zonder rest schades. Dit moet dan wel via de vergunningverlening worden ingecalculeerd. Tot slot zijn de volgende effecten geconstateerd De onderzochte wïndturbïneopstellingen hebben in veel gevallen een visueel verkleinend effect op elementen, structuren en ruimtes. Het pregnantst is dit het geval met de 5MW turbineopstellingen. De combinatie van windturbines en hoogspanningslijnen verhoogt de ruimtelijke kwaliteit van het landschap niet. De vormentaal past niet bij elkaar; er is te veel verschil in de formaten van de beide elementen. Verder leidt de opeenstapeling van de wïndturbïnelïjnen met de hoogspanningslijnen tot een afzwakking van het imponerende beeld van de hoogspanningslijn. Aandacht is noodzakelijk voor de perspectivische werking van de opstellingen. Opstelling kunnen alleen werken ais beeldmerk indien er geen andere soortgelijke opstellingen in de ruime omgeving aanwezig zijn en als er aan de plek als zodanig een inhoudelijke betekenis verleend kan worden. Bij opstellingen ïn de buurt van de grens moet goed onderzocht worden of door de perspectivische vertekening en de aanwezigheid van de parken ïn Duitsland niet langs de hele horizon windmolens verschijnen. 38
39 Met name bij de onderzochte opstellingen in de bocht van de N391 en in de zwermopsteflingen in de Emmer hooilanden is er sprake van een omslag in het beeld van een agrarisch landschap naar technisch landschap. De zichtbaarheid vanuit gebieden van waaruit men de turbines niet wil zien is waarschijnlijk te verminderen. Met behulp van bijvoorbeeld het programma Viewshed kunnen de punten worden opgezocht waar met behulp van beplanting de zichtbaarheid kan worden verminderd. Hiervoor moet de precieze locatie van de opstelling bekend zijn. Ook is er een veel opduikend standpunt uit het verleden, dat bij de discussies over de plaatsing van windturbines vaak wordt geponeerd, dat opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden: "lijn opstellingen bij voorkeur koppelen aan bestaande landschappelijke of stedelijke structuren zoals infrastructuur, hoogspannïngsleidingen, waterlopen, verkavelingspatroon, bebouwingslinten". De voorkeur voor de koppeling aan bestaande landschappelijke of stedelijke structuren levert in lang niet alle gevallen interessante opstellingen op. Koppeling aan bijvoorbeeld wegen werkt alleen in open landschappen. Dat het in die gevallen wei werkt komt door de perspectivische werking die als gevolg van de openheid zichtbaar wordt. Langs infrastructuur in meer besloten landschap werkt het veel minder. Nadat in de studie 4 gebieden in de gemeente Emmen zijn onderzocht op hun (on)mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines werden de bevindingen als volgt samengevat: "Alles overziend lijken er, indien er zorgvuldig wordt omgegaan met de opstellingsvormen, op diverse plekken mogelijkheden voor niet al te massale opstellingen. Deze zouden in overleg met de bewoners en andere belanghebbenden in de omgeving nader uitgewerkt kunnen worden. Echter, de onderzochte opstellingen zijn hooguit neutraal en niet echt te beschouwen als landschappelijke winst. Ze zijn weinig inspirerend en hooguit een vooruitgang voor de portemonnee van de 'projectontwikkelaar' en goed voor een bijdrage aan het behalen van de C02 reductiedoelstellingen." Kortom, in de studie is de conclusie getrokken dat er op verschillende plekken ïn de gemeente Emmen op relatief kleine schaal en onder bepaalde condities wel turbines geplaatst zouden kunnen worden, maar dat dit nauwelijks meerwaarde voor de gemeente, noch voor het landschap zou opleveren. Omdat veel effecten afhangen van precieze locaties en opstellingsvormen van eventuele parken kan uit de studie niet geconcludeerd worden dat windturbines ïn Emmen in de onderzochte vormen de beste opties bieden voor locaties van windturbîneparken. In de studie is tenslotte geopperd dat er mogelijk wel meerwaarde voor het landschap, de gemeente en de burgers zou kunnen ontstaan bij een relatief grootschalige plaatsing in de omgeving van Barger Compascuum. Büro Schone & R Q J ^ D ^ ^ ^ 39
40 De tijd staat niet stil Tijdens de periode waarin dit eerste bureauonderzoek heeft plaatsgevonden is de provinciale opgave, waaraan de Provincie zich in het overleg met het Rijk gecommitteerd heeft, verhoogd van 15 MW naar 60 MW en ondertussen denkt men ai na over 200 MW. Inmiddels zijn ook de resultaten van de SREX studie gepresenteerd. In deze studie worden twee locaties in de omgeving van BargerCompascuum voorgesteld voor windenergie. Hierbij zijn de locaties zelf niet nauwkeurig onderzocht op hun effecten maar is meer uitgegaan van lokale randvoorwaarden zoals aansluitïngsmogelijkheden op het elektriciteitsnet. Ook VROM heeft recent onderzoek laten verrichten naar de mogelijkheden van omvangrijke windturbineparken. In deze studies waren onder andere locaties in de Veenkoloniën en Zuid Oost Drenthe onderwerp van onderzoek. Geprobeerd werd om te weten te komen óf en hoe het thema Energielandschap vormgegeven kan worden. De studies hebben o.i. niet geleid tot vernieuwende inzichten. Ook in deze studies zijn de geijkte gridopstellingen met een grote omvang gebruikt. In Emmen en met name in de omgeving van Barger Compascuum ligt o.i. een goede kans om dit thema op te pakken en te realiseren, met niet alleen meerwaarde voor de projectontwikkelaar of de reductie van C02. " Is meerwaarde mogelijk? Het thema Energielandschap zou in de omgeving van BargerCompascuum vorm kunnen krijgen door de combinatie met het Veenpark te zoeken. De ontwikkeling van een wïndpark in combinatie met het Veenpark te Barger Compascuum lijkt in meerdere opzichten perspectieven te bieden om het thema Energielandschap educatief, recreatief en energetisch uit te buiten. Het thema energie, dat thans impliciet al aan de orde is in het museum, zou door het museum verder vorm gegeven kunnen worden. Het vertellen van het verhaal van de energiebron van vroeger, het veen, via de vroegere jaknikkers bij Schoonebeek naar de nieuwste ontwikkelingen bij Schoonebeek. Vervolgens de huidige ontwikkeling van duurzame energiewinning ook over de grens: wind-, geo- en bïoenergie (Eurregiosubsidies?) Aansluiting kan gezocht worden bij de Srex exercitie en mogelijk met de hogeschool in Emmen. Daarnaast is door de ligging een koppeling met initiatieven in het kader van de verdere ontwikkeling van het kassengebïed van Klazienaveen mogelijk. Immers, ook de modernste generatie kassen kunnen, bij een zorgvuldige planning en ontwikkeling, tot energieproducent worden getransformeerd in plaats van energieconsument. Bij Klazienaveen wordt een nieuw 110 kv station ontwikkeld. Dit betekent dat er waarschijnlijk vrij probleemloos ca. 60 MW 'ingelusd' zal kunnen worden. De omgeving van Barger Compascuum biedt waarschijnlijk mogelijkheden voor MW aan windenergïepotentieel. In principe zou een dergelijke ontwikkeling mede ondersteund kunnen worden door andere gemeentes uit Drenthe. Die gemeentes, die streven naar het plaatsen van windturbines op hun eigen gemeentegrond om een zg. C02 neutrale status te verwerven, kunnen in een dergelijk grootschaliger project 'inscharen', Hierdoor ben je in staat om een groot deel van de rest van Drenthe te vrijwaren van windturbines. 40
41 2. DE OPGAVE VOOR DE VERVOLGSTUDIE De vraag luidt: schets door middel van bureauonderzoek een gedetailleerder beeid van de kansen en belemmeringen voor het ontwikkelen van een relatief grote locatie voor windenergie in het gebied rond Barger Compascuum in de gemeente Emmen. De uitdaging in dit gebied ligt met name in het uitzoeken en verbeelden of en hoe het thema Energielandschap met behulp van windturbines vorm kan krijgen. En wel op een zodanige manier dat de turbineopstelling een positieve bijdrage levert aan het imago van de omgeving. r-compastuum ' 1. i.-,.-.- Zoekgebied 5 - W:f"8? JFT>. Büro Schöne & BQ.M 3D MMr/OK,U-l'.i:i Li\i:LLKJÜ»ÖJ 41
42 3. OPBOUW VAN DE STUDIE Diverse recent uitgevoerde onderzoeken kondigen grote veranderingen aan in de omgeving van Barger Compascuum. Zo wordt er gestudeerd op uitbreiding en vernieuwing van het kassengebied direct ten zuiden van Barger Compascuum. En in de SREX studie wordt uitgegaan het grootschalig oogsten van biomassa in het veenkoloniale gebied rondom Barger Compascuum in de vorm van landbouw en/ of natuurontwikkeling. De plannen voor het herstel van de Runde zijn in uitvoering en grotendeels al afgerond in het gebied. De studie start dan ook met een korte inventarisatie van allerlei relevante ontwikkelingen in het gebied. Vervolgens worden enkele scenario's ontwikkeld om te kunnen onderzoeken óf en hoe de plaatsing van windturbines zou kunnen bijdragen aan de kwaliteiten van het veranderende landschap en de leefomgeving. Variabelen hierin zijn de hoogte van de molens, de aantallen molens en de plaatsing van de molens. Er zal worden uitgegaan van minimaal 45 MW te plaatsen vermogen. Deze scenario's worden vanuit vier nader te bepalen standpunten gevisualiseerd door middel van 3D simulaties. Deze simulaties zullen vervolgens worden geanalyseerd op hun effecten op de leefomgeving en het landschap. In de analyse zullen alle onderwerpen, die een rol speelden in de analyse van de voorafgaande studie, ook voor dit gebied aan bod komen. Te noemen zijn de invloed van de turbines op natuur en milieu, en onderwerpen die een rol spelen bij de acceptatie van turbines in het landschap zoals horizonvervuiling, geluidhinder, hinder van reflectie, hinder door slagschaduw en de veiligheid. Belangrijk onderwerp bij de acceptatie is ook het a! of niet 'rendabel' zijn van windturbines. Bij verschillende van deze onderwerpen is het van belang om na te gaan of door middel van landschapsbouw eventuele belemmeringen te verminderen of op te heffen zijn. 42
43 4. KORTE KENSCHETS VAN HET GEBIED EN DE ALDAAR INGEZETTE ONTWIKKELINGEN Het studiegebied dat uit het eerste bureauonderzoek naar voren kwam was het landbouwgebied dat ten noorden van de Postweg ligt, tussen Barger Compascuum aan de oostzijde en Klazienaveen Noord aan de westzijde. Op verzoek van de gemeente Emmen is daar het kassengebied aan toegevoegd evenals het gebiedje ten zuiden van de A37 tot aan Kiazienaveen. Het uiteindelijke studiegebied kent de volgende contouren: de (lint)bebouwing van Klazienaveen Noord, Foxel, Emmer Compascuum, Barger Compascuum, Zwartemeer en Klazienaveen. Grote delen van dit gebied maakten tot halverwege de vorige eeuw nog deel uit van het enorme hoogveengebied dat zich uitstrekte aan de oost- en zuidzijde van de Hondsrug tot ver in Duitsland. De afgelopen eeuwen is dit grote veengebied geleidelijk aan vanuit verschillende richtingen verveend en geschikt gemaakt voor de landbouw. Slechts een klein gedeelte van het oorspronkelijke enorme hoogveengebied is onderwerp voor onze studie. Dit gedeelte kwam pas Iaat aan snee. Maar al voor de vervening een aanvang nam was er in ons gebied hier en daar sprake van bewoning boven op het veen. Langs de Berkenrode lag een zg. bovenveen cultuur waar men woonde en boekweit verbouwde boven op het veenpakket. Twee hoog liggende woningen aan de Berkenrode herinneren hier nog aan. Het gebied ten noorden van de Postweg werd vanaf ca 1900 geleidelijk aan ontgonnen in opdracht van de familie Scholten uit Foxhol. Zo zijn de namen van diverse kanalen en vaarten vernoemd naar (leden van) de familie: het Scholtenskanaal, de Catovaart, de Willemsvaart, de Margrietvaart. De kanalen De kanalen zijn in de loop der tijden in verval geraakt en werden niet meer als vaarverbinding gebruikt. Op dit moment worden verschillende kanalen opgeknapt en wordt het weer mogelijk gemaakt om Büro Schone & ROM 3 D 43
44 van Erica naar Ter Ape! te varen. De nieuwe vaarverbinding loopt via het Veenmuseum en Barger Compascuum. Het 'oude' tuinbouwgebied Het rond de jaren '70 ontstane kassengebied Klazienaveen Noord was toen een van de modernste kassengebieden. Het was gekoppeld aan een warmte-kracht centrale. En er was/is een gietwaterbassin. Thans is dit kassengebied enigszins verouderd en wordt er al weer gepraat over een reconstructie. Het tuinbouwgebied in ontwikkeling Inmiddels is ten oosten van het bestaande kassengebied een nieuw terrein ontwikkeld geschikt voor kassenbouw: "het Rundedal" De infrastructuur van dit gebied is grotendeels afgerond. Door de malaise in de glastuinbouw worden hier op korte termijn waarschijnlijk weinig initiatieven ontplooid in de glastuinbouwsector. De doorkoppefing Runde - Ruiten Aa Tussen beide kassengebieden ligt de Runde. Dit vroegere veenstroompje wordt nieuw leven ingeblazen in het kader van het Interreg project SPARC. Doel is verbreding van de economische basis, toeristische attracties en verbetering van het imago. Naast het herstel en de verdere doorkoppeling van de Runde, inclusief de hieraan verbonden ecologische verbindingszone, worden in het plan zoveel mogelijk kansen voor een recreatief toeristische opwaardering van het gebied benut. Landgoed Schoitenszathe Landgoed Schoitenszathe is ontstaan uit het bezit, bestaande o.a. uit een ca ha groot akkerbouwbedrijf, van de nazaten van de eerste ontginnersfamilie, de familie Scholten. Het heeft sinds 1996 de landgoedstatus. Sinds 1996 is er van de 1000 ha bouwland ruim 200 ha omgezet in bos. Er zijn plannen voor een paardenfokkerij en vervanging van een aantal verouderde woningen door iandgoedwoningen aan de bosvaarten aan de westzijde van het Scholtenskanaal in Klazienaveen Noord. De strook tussen het Scholtenskanaal en de Catovaart is in bezit van een projectontwikkelaar die daar eveneens een 20-tal woningen wil ontwikkelen. Het Veen park Het Veenpark is een ca. 160 ha groot park dat de geschiedenis toont van de vervening. Het is opgericht in De vaarverbinding Erica - Ter Apel waar op dit moment hard aan gewerkt wordt is getraceerd over/ langs het terrein van het Veenmuseum. Er wordt over een koppeling met maximaal 70 recreatiewoningen nagedacht. Uitbreidingsplannen in de omgeving Er ïs op dit moment nauwelijks vraag naar nieuwbouw plekken in Barger Compascuum. Wanneer er vraag ontstaat naar nieuwbouwplekken denkt men aan het opvullen van vrije kavels smaller dan 40 meter in het noordelijke en zuidelijke lint. In Emmer Compascuum is de uitbreïdingsrichting aan de noordzijde van het dorp. Voor Klazienaveen Noord gelden de plannen van Schoitenszathe en de projectontwikkelaar voor de ontwikkeling van in totaal een 20 tot 25 woningen. In Foxel is geen uitbreiding van de woningvoorraad voorzien. In Klazienaveen richt de woningbouw zich vooral op reconstructie van een wijk centraal in het dorp. Eventuele uitbreiding van de woningvoorraad in Zwartemeer is gepland zuidelijke richting. 44
45 5. OPSTELLINGEN Allereerst is een snelle verkenning uitgevoerd naar mogelijke opsteüingsvormen. Om een idee te krijgen van de omvang van de opstelling is uitgegaan van een te plaatsen vermogen van 60 MW. Dat wil zeggen 12 turbines van 5 MW, 20 turbines van 3 MW of 30 turbines van 2 MW. 3MW 5MW 2MW 3MW 5MW Rotor diameter 70m 90m 12 Om Ashoogte "Om 90m 120m Onderlinge afstand 350m 450 m 630 m Bij de gedetailleerde veldverkenning kwam naar voren dat de in Duitsland geplaatste molens bij het Bargerveen in feite 2MW molens zijn op een 3MW mast. Omdat het gebied tamelijk begroeid is levert een 2MW molen op een mast van 70 m beduidend minder op dan een 2MW molen op een ca. 90 m hoge mast. Dit betekent voor ons dat we de 2MW molens niet verder onderzoeken, omdat je beter 3MW rotor op een 100 m hoge mast kunt plaatsen dan een 2 MW rotor. 2mw 3mw 3 Assen Cirkel Runde Grid Sxtra Uit de snelle verkenning kwamen als meest veelbelovend de volgende drie opstellingsvormen naar voren: 1. drie assen - de drie wieken 2. een cirkel 3. de Runde volgend. 5mw y^ Weinig perspectiefrijke opstellingen T Locaties van waaruit de opstellingen zijn gevisualiseerd 4. deze drie opstellingen worden vergeleken met een grid-opstelling?r Locaties van de windmolens Selectie uit de onderzochte opstellingen Büro Schone & BQMSD IHA'VICBK vqzf MST UMlltK itsiu 4 E
46 Om het concept gelooi'waardig te laten zijn, moet het vanuit at de opsteltingen helder zijn dat het Veenrnuseum het centrum is en moet de visuele verbinding gelegd kunnen worden met het museum. K '"-.-. *""^ "*- " "- -* ^- rr, ;~ "i.'~***_?"- <-.. * ^.. -..
47 6. VRAGEN De focus van deze studie ligt op de visuele effecten van windturbine opstellingen. Aan de hand van verschillende vragen zullen deze effecten worden beoordeeld met behulp van 3D simulaties. Er zijn een aantal vragen die niet beantwoord kunnen worden met behulp van de 3D simulaties. Voor de beoordeling van de effecten op de natuur, van het geluid en het voorkomen van slagschaduw op vensters van woningen in de omgeving moeten uiteindelijke heel precieze locaties van de turbines bekend zijn, evenals de typen windturbines die opgesteld worden. In een Milieueffectrapportage zullen deze onderwerpen nauwkeurig uitgezocht moeten worden. In zijn algemeenheid kan over deze laatste drie onderwerpen thans het volgende gesteld worden: Het zoekgebied voor de opstellingen wordt door de Postweg in een noordelijk en een zuidelijk deel gesplitst. In het noordelijk deel is recent veel lineaire beplanting aangebracht. Aandacht voor mogelijk aanwezige vleermuizen is hier van belang. Het zuidelijk deel wordt, hoewel er thans nog niet veel van zichtbaar is, uiteindelijk getransformeerd in een kassengebied. Deze transformatie zal de natuurwaarden beïnvloeden en daarmee mogelijk invloed hebben op de instandhoudingsdoelen rond het Bargerveen. Belangrijk is hierbij dat de gebieden die overblijven voor de ganzen etc. zich, ook zonder dat er turbines geplaatst worden, zullen gaan beperken tot een smalle zone, die tussen de grens met Duitsland en het lange lint van Barger Compascuum ligt. Het lijkt waarschijnlijk dat turbines in deze smalle zone een groter effect zullen hebben dan turbines, die in het zoekgebied geplaatst worden. De hoeveelheid geluid die geproduceerd wordt is o.a. afhankelijk van het type molen. Daarnaast kan bij hoge molens het effect optreden dat er geluid geproduceerd wordt op tijdstippen dat het geluidsniveau op maaiveld erg gering is. Die eventuele geluidsproductie kan tot 2,5 km afstand hoorbaar zijn. Nader onderzoek is gewenst naar eventuele geluidhinder. Slagschaduwhinder (hiermee wordt de schaduw van de draaiende wieken die op een venster valt bedoeld) kan optreden bij woningen die zich binnen een zone van 12 keer de rotordiameter van de turbine bevinden, dus ongeveer binnen resp m (3MW turbine) en 1440 m (5 MW turbine) vanaf de voet van de turbines. Veel turbines staan op kortere afstanden van een of meerdere woningen. De diverse varianten en alternatieven zullen beschreven en vergeleken worden aan de hand van de volgende vragen: Werkt de focus op het Veenmuseum? Ontstaan er bijzondere zichtlijnen of verdwijnen er bijzondere zichtlijnen? Hoe zichtbaar zijn de opstellingen vanuit het Bargerveen? Hoe zit het met de schaal verkleinende werking van de diverse opstellingen? Hoe beïnvloeden de opstellingen de lay-out van het toekomstige kassengebied? Welke invloed hebben de opstellingen op de toeristische recreatieve routes die ontwikkeld worden? Zijn er verschillen in mate van zichtbaarheid vanuit woningen in de omgeving? Büro Schone & RQIWISD 47
48 7. VISUALISATIES Opstelling 1 Drie assen - drie wieken Hier zijn een opstelling met 3MW turbines en een met 5 MW turbines op hun effecten vergeleken. De centrale molen staat vlak bij het museum. 20 turbines met een vermogen van 3 MW Vanuit de centrale molen zijn de overige moiens in drie assen geplaatst, vergelijkbaar met de wieken van een molen. De eerste as loopt van de afslag nr 7 van de A37 bij Zwartemeer - Barger Compascuum naar de centrale molen bij het veenmuseum. Hier kunnen 6 molens van 3MW op een rij geplaatst worden. De tweede as met 8 molens loopt van de centrale molen bij het Veenmuseum naar het noord-oosten. De derde as is gesitueerd in de restzone tussen het kassengebïed en de Postweg. Hier kunnen waarschijnlijk 5 turbines geplaatst worden. 12 turbines met een vermogen van 5 MW Vanuit de centrale molen zijn de overige molens in drie assen geplaatst, vergelijkbaar met de wieken van een molen. De eerste as loopt van de afslag nr 7 van de A37 bij Zwartemeer - Barger Compascuum naar de centrale molen bij het Veenmuseum. Hier kunnen 4 molens van 5MW op een rij geplaatst worden. De tweede as met 4 molens loopt van de centrale molen bij het Veenmuseum naar het noord-oosten. De derde as is gesitueerd in de restzone tussen het kassengebïed en de Postweg. Hier kunnen waarschijnlijk 3 turbines geplaatst worden. De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties De verwijzing naar het Veenmuseum is bij beide opstellingen duidelijk. Alle drie de assen zijn gericht op de molen die het dïchts bij het Veenmuseum geplaatst is. Het zijn drie korte lijnen die duidelijk richtingen aanwijzen en als zichtlijnen functioneren respectievelijk van uit de afslag nr 7 van de A37, vanuit Emmer Compascuum en langs de Postweg. Delen van de opstelling zijn vanuit verschillende plekken in het Bargerveen zichtbaar. Met name de zuidelijke as in de 5MW uitvoering is het beste zichtbaar. De schaalverkleinende werking is het minst bij de opstelling met 3 MW turbines. Invloed op kassengebïed. In principe zijn rond kassen geen veiligheidszones vereist. Mogelijke schade aan de kassen bij calamiteiten moet door een glasverzekering worden afgedekt. De opstelling met 5 MW turbines telt minder turbines in het nog met glastuinbouw op te vuilen gebied. Uitgaande van een standaardinvulling van het kassengebïed, zijn er waarschijnlijk -doordat er minder molens geplaatst worden- minder aanpassingen nodig bij het verder ontwikkelen van de giastuinbouwkavels. Vanaf de in ontwikkeling zijnde toeristische route langs de Runde zuilen de moiens goed zichtbaar zijn. Maar slechts op een enkele plek zijn de turbines 'aanraakbaar'. Je beweegt je van de opstelling af en er naar toe. Het focuspunt is de turbine bij het Veenmuseum, die in het meest optimale geval ook toegankelijk gemaakt wordt. Daardoor kan men de omgeving vanaf een erg hoog standpunt bezichtigen en kan de techniek uitgelegd worden. Zichtbaarheid vanuit woningen in de omgeving. Vanuit zowel het noordelijke als het zuidelijke lint van Barger Compascuum zufien vooral die molens zichtbaar zijn die in het aangrenzende open veld staan. Iedereen kijkt als het ware een naar enkelvoudig korte lijnopstelling. Uitgezonderd de schaalverkleinende werking, zijn de effecten van de 5MW opstelling geringer dan die van de 3MW opstelling. Hierbij speelt met name het geringer aantal molens een belangrijke rol. 48
49 %n i 3MW - Drie assen model bekeken vanuit standpunt 7 5MW - Drie assen model bekeken vanuit standpunt 7 Büro Schone & RQM?E FiU^TWcnx v;tri re LWILC..K. U;EI:U 49
50 Opstelling 2 Een cirkel Het bijzondere van een cirkel is dat de opstelling in principe maar twee verschillende gezichten heeft: een vanuit posities van binnen de cirkel gezien, en een vanuit posities van buitenaf. 20 turbines met een vermogen van 3MW De onderlinge afstanden tussen de molens moet voor een optimale prestatie ca. 450 meter zijn Dit levert een cirkel met een straal van ca meter. Vervolgens is deze cirkel uitgezet vanuit het centrale punt in de buurt van het Veenmuseum. Omdat de molens erg dicht bij de bebouwing van o.a. Klazienaveen noord moeten worden geplaatst wil er inderdaad een cirkelvorm gerealiseerd worden lijkt dit geen reeële optie. Een tweede mogelijkheid is hier bekeken waarbij de molens alleen in het zuidelijk ceel zijn geplaatst. Ook deze mogelijkheid lijkt niet erg realistisch en valt af. 12 turbines met een vermogen van 5MW Bij de 5 MW molens is een onderlinge afstand van ca. 630 meter gewenst voor een optimale prestatie. Dit betekent een cirkel met een straal van ca meter. Ook hier is de tweede optie te weten de volledige cirkel in het zuidelijk deel van het zoekgebïed onderzocht op zijn effecten De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties voor de noordelijke en de zuidelijke variant Werkt Focus op Veenmuseum? Hoewel één van de molens van de opstelling dichtbij het Veenmuseum opgesteld staat, is er geen sprake van een focus op het Veenmuseum ais zodanig. Dit is alleen het geval als de molen bij het museum een aparte behandeling krijgt. De beide opstellingen hebben geen bijzondere zichtlijnen tot gevolg. Het bijzondere aan de cirkel opstelling is nu juist dat een dergelijke opstelling; van buiten de cirkel bekeken, er altijd min of meer hetzelfde uitziet, waar je ook staat. Het cirkeleffect lijkt wel goed waarneembaar. Vanuit het Bargerveen is de zichtbaarheid van met name de noordelijke variant waarschijnlijk gering. De zuidelijke variant is daarentegen beter zichtbaar. Omdat hier alleen 5 MW opstellingen beoordeeld worden is er nauwelijks verschil ïn schaalverkleinende werking te constateren. Invloed op de mogelijkheden van het toekomstige kassengebied? De noordelijke variant heeft geen invloed op de ontwikkeling van het nieuwe kassengebied. In de zuidelijke variant staan zeker 5 à 6 molens op vastgestelde plekken in het nog te ontwikkelen gebied. De nieuwe kassencomplexen moeten zich hier vervolgens aan aanpassen. Invloed op de toeristische recreatieve routes. Er staan geen molens direct aan de route langs de Runde. Bij het lopen of fietsen van de Runderoute bevindt men zich een gedeelte van de route binnen de cirkel en een gedeelte buiten de cirkel. Omdat de beide onderzochte opstellingen óf in het noordelijk deel van het zoekgebied óf in het zuidelijk deel van het zoekgebïed bevinden, zijn de molens ook prominent aanwezig in het blikveld van de woningen die resp. in noordelijk óf zuidelijk deel van Barger Compascuum staan. Enkele woningen in Klazienaveen noord en Foxel en Emmer Compascuum zullen de noordelijke opstelling in hun 50
51 5MW - Cirkel model bekeken vanuit standpunt 1 5MW - Cirkel model bekeken vanuit standpunt 6 blikveld krijgen. De opstelling in het gebied ten zuiden van de Postweg is behalve van uit de woningen aan de Postweg, de Pastoor Vroomstraat en het Verlengde Oosterdiep, waarschijnlijk ook zichtbaar zijn vanuit enkele woningen in het^oude' kassengebied. Büro Schone & R O M 3 D 51
52 Opstelling 3 De Runde Bij deze simulaties worden 2 opstellingen vergeleken: een opstelling met 20 3 MW turbines en een opstelling van 12 5MW turbines. De molens worden allen langs de Runde gepositioneerd. 20 turbines met een vermogen van 3MW Voor de 20 3MW turbines met een onderlinge afstand van ca. 450 meter is een ca. 8,5 km lang traject nodig. 12 turbines met een vermogen van 5MW Voor de 12 5MW turbines met een onderlinge afstand van ca. 450 meter is een ca. 7 km lang traject nodig. De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties Door de opstelling wordt uit de verte niet zonder meer zichtbaar dat het Veen museum aan de route met de turbines ligt. Wanneer de route gelopen of gefietst wordt dan komt men het Veenmuseum onderweg wel tegen, waarschijnlijk als een aangenaam oponthoud. Omdat de loop van de Runde licht gebogen is, is er niet echt sprake van een strakke zichtlijn. Wei ontstaat, door het plaatsen van de turbines langs de route, als het ware het'kinderdijk-effect'. Met name de meest zuidelijke turbines zullen vanuit verschillende plaatsen in het Bargerveen goed zichtbaar zijn. Maar omdat de molens vanuit het Bargerveen gezien min of meer achter elkaar staan is het horizonbeslag van deze opstelling vanuit het Bargerveen gezien gering. De schaalverkleinende werking îs het grootst bij de 5MW opstelling. Daarentegen oogt de 3MW opstelling door de grotere hoeveelheid turbines dominanter. Hoewel de molens ook in het zuidelijk deel van het zoekgebied worden geplaatst is er nauwelijks invloed op de lay-out van het toekomstige kassengebïed. Dit komt doordat de molens gekoppeld worden aan de recreatieve zone die door het kassengebïed slingert. De Runde-route wordt ontwikkeld als een natuurlijk aandoende wandel- en fietsroute die het Bargerveen met het recreatieve gebied rond Ter Apel verbind. Door de plaatsing van van de windturbines krijgt deze route gedeeltelijk een ander karakter dan gepland. Wel kan aan de hand van de turbines het verhaal van het energielandschap van het verleden, waar de Runde een grote rol in heeft gespeel, en het energïelandschap van het heden en de toekomst verteld worden. Hoewel ook deze opstellingen vanuit vele woningen zichtbaar zullen zijn, is de afstand tot de molens vanuit het merendeel van die woningen groter dan in de andere modellen. 52
53 j 3MW - Runde model bekeken vanuit standpunt 7 5MW - Runde model bekeken vanuit standpunt 7 Büro Schone & BQM 3D MAATHCBK VOW HST L*V=!UX JtÜÖJ 53
54 Opstelling 4 De grid De twee grids met respectievelijk 12 turbines van 5MW en 20 turbines van 3MW zijn parallel aan Berkenrode geplaatst, ten noorden van de Postweg. De molen bij het Veenmuseum is de hoekmolen van het grid. Dit is het einde (of begin) van een van de lijnen in het grid. 20 turbines met een vermogen van 3MW De 3MW grid is opgebouwd uit vier lijnen van verschillende lengte bestaande uit 3 tot 6 turbines. 12 turbines met een vermogen van 5MW De 5MW grid bestaat uit twee lijnen van 6 turbines. De volgende conclusies zijn getrokken naar aanleiding van de 3D simulaties De focus op het Veenmuseum werkt alleen vanuit de noordelijke aanrijroute: Berkenrode. Alleen bij de 5MW opstelling is er sprake van het ontstaan van een zichtlijn langs Berkenrode. Het 3MW model is zo massaal datje er waarschijnlijk niet van zichtlijnen kunt spreken. Dit model is volledig gepositioneerd ten noorden van de Postweg. Hierdoor is de zichtbaarheid vanuit het Bargerveen relatief klein. De schaalverkleinende werking is het grootst bij de opstelling met de 5MW turbines. Daarentegen is de massaliteit van de 3MW opstelling erg dominant. Omdat de opstellingen alleen in het noordelijk deel van het zoekgebied zijn gepositioneerd hebben ze geen invloed op de lay-out van het nog te ontwikkelen kassengebied. De toeristische route langs de Runde krijgt in het gebied ten noorden van Barger Compascuum een ander karakter dan gepland. Met name de woningen rondom het noordelijk deel van het zoekgebied te weten Barger Compascuum, Foxel en Klazienaveen noord zullen geconfronteerd worden met molens in hun blilkveld. S^
55 3MW - Grid model bekeken vanuit standpunt 5 ês3h 5MW - Grid model bekeken vanuit standpunt 5 Büro Schone & RQM 3 5 'AAnn.tUM vn&{ ~B- lanlbh«mbbï 55
56 8. VERGELIJKING VAN DE OPSTELLINGEN De beste focus op het Veen museum geven de 3 assen modellen: zowel de 3 als de 5MW. Het sterkst schaalverkieinend is de 5MW gridopstelling. De cirkel zuid ïs het beste zichtbaar vanuit het Bargerveen Vanuit het Bargerveen hebben met name de Rundemodellen echter het geringste horizonbeslag. De perspectivische werking en het ontstaan van zichtlijnen is het beste gegarandeerd met de 3 assen modellen. Het 3 assen model en de cirkel zuid hebben de grootste gevolgen voor de latere inpassing van kassen in het kassengebied. De Runde modellen hebben de grootste gevolgen voor de toeristische fietsroutes. Of je dat positief of negatief waardeert hangt van de toeschouwer af. En passant komt men op deze route het Veenmuseum tegen. De cirkelmodellen zijn vanuit de wandelof fietsroutes langs de Runde vooral bijzonder. Bij de Rundemodellen en de 3 assen modellen hebben potentieel de meeste woningen zicht op een of meer molens. Bij de Grid modellen hebben wel minder woningen zicht op het park, maar het zicht is wel veel dominanter. Vanuit bv locaties als de Emmerschans hebben de Rundemodellen en de 3 assen modellen de langste horizon bezet. se
57 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Het lijkt in de omgeving van Barger Compascuum goed mogelijk om windturbines met een totaal vermogen tussen de 45 en 60 MW op een zodanige manier te plaatsen dat ons inziens meerwaarde gerealiseerd zou kunnen worden. Drie concepten zijn ons inziens kansrijk om met bewoners en belanghebbenden te bespreken en verder vorm te geven. De opstellingen die o.i. kansrijk zijn voor verdere ontwikkeling, zijn niet uitbreidbaar zonder afbreuk te doen aan de concepten. Büro Schone & pqiwi3d 57
58
1 - Zicht vanuit Schoonebeek
43 1 - Zicht vanuit Schoonebeek 2 - Zicht vanuit Stieltjeskanaal 3 - Zicht vanuit N34 op het Europark 44 Concept: Clusters Zwermen Dalen In het esdorpenlandschap rond Dalen is het landschapspatroon onregelmatiger
Voor- of tegenwind? Drenthe Molenvrij?
Voor- of tegenwind? Het Ministerie van Economische Zaken heeft aangegeven met alle provincies tot afspraken te willen komen over windenergie: hoeveel energie kan er in elke provincie opgewekt worden met
De wind in de zeilen voor Dilbeek
De wind in de zeilen voor Dilbeek Op zoek naar geschikte locaties voor windturbines in Dilbeek aan de hand van het Windplan Vlaanderen en de Vlaamse Omzendbrief Windenergie Waarom windenergie? Op zoek
Deelnotitie 4.6 Landschappelijke inpassing en voorlopige grenzen zoekgebied
Deelnotitie 4.6 Landschappelijke inpassing en voorlopige grenzen zoekgebied 1 inleiding Windturbines dragen bij aan een schoner milieu en hebben een moderne, hightech uitstraling. Windturbines hebben grote
Vragen bijeenkomst Windmolens 6 maart 2014
Vragen bijeenkomst Windmolens 6 maart 2014 Vragen naar aanleiding van introductie wethouder Wagemakers Hoe is de provincie tot de keuze van de twee locaties gekomen? In de provincie Zuid Holland wordt
1 - Drentse Mondenweg 2 - Nieuw Buinen Zuid 3 - Nieuw Buinen Noord. 7 - Gieterveen zuid 8 - N33 9 - Annerveensekanaal
Windenergie Drenthe 53 1 - Drentse Mondenweg 2 - Nieuw Buinen Zuid 3 - Nieuw Buinen Noord 4 - N374 Stadskanaal Noord 5 - N374 Stadskanaal zuid 6 - Stadskanaal west 7 - Gieterveen zuid 8 - N33 9 - Annerveensekanaal
Aan: Het college van Gedeputeerde Staten Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC s HERTOGENBOSCH. Geachte college,
Aan: Het college van Gedeputeerde Staten Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC s HERTOGENBOSCH Uw kenmerk : Datum : 13 oktober 2011 Ons kenmerk : DZH/RO/Wonen 2011-668 Contactpersoon : P. Vermeulen
Beleidsnotitie. Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek
Beleidsnotitie Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek Aanleiding De afgelopen periode is de interesse voor kleine windturbines in Nederland toegenomen. Verwacht wordt dat de komende jaren
Projectnummer: B02047.000077.0900. Opgesteld door: ir. G.K. Jobse; W.S. Schik. Ons kenmerk: 078702186:0.7. Kopieën aan:
MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Beaulieustraat 22 Postbus 264 6800 AG Arnhem Tel 026 3778 911 Fax 026 4457 549 www.arcadis.nl Onderwerp: Wijziging Landschappelijke beoordeling Windpark Dankzij de Dijken Arnhem,
Resultaat Windmolenenquête Wakker Emmen
Resultaat Windmolenenquête Wakker Emmen Datum: 22 mei 2013 Plaats: Emmen 1. Inleiding Wakker Emmen vindt het belangrijk dat de mening van de burger wordt gehoord. Er is al een geruime tijd discussie binnen
windenergie beter te vertegenwoordigen in de structuurvisie dan nu het geval is.
... Datum: Pagina: 1 van 15 INHOUDSOPGAVE...... 1 Inleiding 3 2 Uitgangspunten 4 2.1 Afstand tot woningen 4 2.2 Ontwerp Ruimtelijk Plan van de Structuurvisie Hoeksche Waard 4 2.3 Nota
Geluid. De norm: 47 db L den
Geluid De norm: 47 db L den Elk windenergieproject moet voldoen aan de wettelijke norm: 47 db L den bij alle geluidsgevoelige objecten in de buurt. Dit is de maximaal toegestane gemiddelde jaarlijkse geluidsdruk
Kenmerken en kwaliteiten landschap
h o o f d s t u k 1 Kenmerken en kwaliteiten landschap Oude Rijnzone (N11) De Oude Rijnzone maakt deel uit van het Hollandse veenweidegebied en wordt gekenmerkt door de Oude Rijn met rijke lintbebouwing
Financiële baten van windenergie
Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen
Waarom dit windpark? Windplan Blauw. Energieakkoord 2020: Megawatt (MW) aan windenergie op land in 11 provincies
Waarom dit windpark? Inzet op energiebesparing en hernieuwbare energie 2020: 14% hernieuwbare energie 2023: 16% hernieuwbare energie Energieakkoord 2020: 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land in
Raadsvoorstel. Agendapunt: 12b. Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn. Portefeuillehouder: wethouder F.S.A.
Raadsvoorstel Agendapunt: 12b Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn Portefeuillehouder: wethouder F.S.A. Wissink Samenvatting: In april 2008 heeft uw raad besloten in te stemmen met
Enquête. Noorderhaaks & Windmolens in Koegras
Enquête Noorderhaaks & Windmolens in Koegras April 2015 Inleiding De Bewonersbelangen Vereniging Julianadorp organiseert een enquête om inzicht te krijgen hoe u als bewoner van Julianadorp / Koegras staat
Beleidskader windenergie
Bijlage 1 Beleidskader windenergie Europese richtlijn 2009/28/EG De Europese richtlijn 2009/28/EG verplicht Nederland om in 2020 14 procent van het totale bruto-eindverbruik aan energie afkomstig te laten
Publicatie beoordelingscriteria zonneparken op maaiveld Dalfsen
Beoordelingskader (grote) zonneparken op maaiveld in Dalfsen Publicatie beoordelingscriteria zonneparken op maaiveld Dalfsen Zonneparken op maaiveld Op 26 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Dalfsen besloten
Opschalen, saneren of vervangen
Opschalen, saneren of vervangen Veel te sober ingerichte één op één vervangingsregeling SDE+ 2015 onderzoek Bosch &van Rijn i.o.v. NWEA 1000-1800 MW MEP en oudere turbines Lage energieprijzen -> geen rendabele
Spiekbriefje Frisse Wind
Spiekbriefje Frisse Wind Feiten over windenergie voor feestjes, verjaardagen of andere bijeenkomsten. Er worden dan veel halve waarheden over windenergie verkondigd, en dat is jammer, want windenergie
Windmolenpark Hattemerbroek
Windmolenpark Hattemerbroek Milieueffectrapport Mark Groen September 2014 Milieueffectrapport (MER) Brengt milieugevolgen van een besluit in beeld (bestemmingsplan voor windmolens) Overheid neemt milieugevolgen
Aan Dorpsbelangen Zoutkamp, Wehe-den Hoorn, 16 juni 2014
Aan Dorpsbelangen Zoutkamp, Wehe-den Hoorn, 16 juni 2014 Onderwerp: Windmolenpark(en) in de gemeente Kollumerland c.a. Geachte Dorpsbelangen Zoutkamp, Er zijn bij Fryslân foar de Wyn (FfdW) plannen voor
Windenergie Drenthe 27
Windenergie Drenthe 27 langste (12x rotordiameter) aan de zuidzijde vindt geen schaduw hinder plaats en aan de noordzijde is de schaduw korter vanwege de hoge stand van de zon op het middaguur. Mocht de
Windenergie. Verdiepende opdracht
2015 Windenergie Verdiepende opdracht Inleiding; In dit onderdeel leer je meer over windenergie. Pagina 1 Inhoud 1. Windenergie... 3 1.1 Doel... 3 1.2 Inhoud... 3 1.3 Verwerking... 9 Pagina 2 1. Windenergie
TECHNISCHE HAALBAARHEID WINDENERGIE Een eerste verkenning van windenergie in de Ondernemingspolder
TECHNISCHE HAALBAARHEID WINDENERGIE Een eerste verkenning van windenergie in de Ondernemingspolder 1 Doel 1. Het informeren van raadsleden over de beschikbare milieuruimte voor de plaatsing van windturbines
MER Windpark Den Tol. 13 april Pondera Consult Eric Arends
MER Windpark Den Tol 13 april 2011 Pondera Consult Eric Arends 1 Inhoud 1. Waarom een milieueffectrapportage? 2. Wat wordt onderzocht in een milieueffectrapport (MER) 3. Beoordeling van de mogelijke effecten
Presentatie van het onderzoek: Windenergie in Dordrecht? Verkenning van kansen
Presentatie van het onderzoek: Windenergie in Dordrecht? Verkenning van kansen 1 Doelstelling Dordrecht 2015 Routekaart Duurzaamheidsdoelstellingen 2010-2015: Doelstelling 2015 Duurzame energie 132 TJ
SAMENVATTING. De gemeente Deventer heeft Pondera Consult gevraagd de verkennende studie uit te voeren. Deze ligt nu voor.
1 SAMENVATTING 1. Aanleiding en doel Het op 31 mei 2017 door de gemeenteraad aangenomen initiatiefvoorstel van GroenLinks verzoekt het college van de gemeente Deventer om een verkennend onderzoek uit te
Tynaarlo. Bron:
Tynaarlo Bron: www.tynaarlobouwt.nl Introductie Tynaarlo is een klein dorp in de gelijknamige Drentse gemeente waarvan o.a. ook Eelde en Zuidlaren deel uitmaken. Er wonen ongeveer 1800 inwoners. In deze
Voorkeursvariant Windpark Industrieterrein Moerdijk. Raadsinformatieavond 10 maart 2016
Voorkeursvariant Windpark Industrieterrein Moerdijk Raadsinformatieavond 10 maart 2016 Programma Opening wethouder Jaap Kamp Aanleiding en procedure Roger Raat - Reitsma Toelichting milieueffecten en voorkeursvariant
dhr. E. Goldsteen - Ruimtelijke ordening en bouwzaken 3. Beheer openbare ruimte
Agendapunt: 6 Onderwerp: Windenergie (bijlage bij raadsvoorstel 23 april 2007) Commissie: 10-3-2008, nr. 6 Raadsvoorstel: 20-2-2008, nr. 258 Portefeuillehouder : Beleidsterrein: Programma: dhr. E. Goldsteen
Mogelijkheden windenergie langs A67 Gemeente Peel en Maas jan Windpark Groote Molenbeek
Mogelijkheden windenergie langs A67 Gemeente Peel en Maas jan 2019 1 Ontwikkelingen & studies waarom windenergie 2 Nederland op de 27 e plaats 3 Energietransitie en trends Energietransitie = een beleidsplan
Federatieplan Windenergie Wind werkt voor Flevoland
Federatieplan Windenergie Wind werkt voor Flevoland Lelystad, juli 2014 Het plan Het Federatieplan Windenergie bestaat uit onderlinge afspraken tussen bewoners, grondeigenaren en windmoleneigenaren in
In het antwoord op vraag 3 stelt de provincie Noord-Holland "Het blad is overigens toen naast en niet op de weg gevallen."
Vragen nr. 124 Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Haarlem, 29 november 2011 Onderwerp: vragen van de heer G.A.L. van Unnik (PVV) Bijlagen: 3. De voorzitter van Provinciale Staten van
WINDENERGIE BASISINFORMATIE
WINDENERGIE BASISINFORMATIE - Westervoort Albert Koers NLVOW 1 WindMOLENS? Dit is een windturbine Dit is een windmolen 2 WindTURBINES 7 MW 3,5 MW 135m tip van de wiek 90m 21,20 m 6,20m 3 Beeldvorming!
RAADSCOMMISSIE. Nummer:
RAADSCOMMISSIE Onderwerp: Nummer: Datum vergadering: 4 februari 2014 Locatieonderzoek kleine windmolens op bedrijventerreinen Hooidijk, Groot Verlaat en Dolderkanaal in Steenwijk en Boterberg in Oldemarkt.
Concept Ruimtelijk Perspectief Windenergie op Land
Concept Ruimtelijk Perspectief Windenergie op Land 3 februari 2010 Inhoudsopgave 1. Aanleiding, doel en aanpak 2. Waar wél; concentratiegebieden 3. Waar niét: vrijwaringsgebieden i 4. Overig Nederland
Entiteit: Energiecoöperatie Dordrecht Datum: Project: Windturbine Krabbegors Versie: 1.0 Auteur: E. van den Berg Status: Concept
Entiteit: Energiecoöperatie Dordrecht Datum: 09-11-2016 Project: Windturbine Krabbegors Versie: 1.0 Auteur: E. van den Berg Status: Concept 1 INHOUD blz. 1. Inleiding... 3 2. Windturbine Krabbegors algemeen...
WINDENERGIEPROJECT Zulte - Leiekanaal
WINDENERGIEPROJECT Zulte - Leiekanaal Wat en waar? - Windpark van 4 windturbines - Maximaal vermogen van 2.3 MW elk (9,2 MW) - Alle windturbines zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente Zulte -
AMBITIEDOCUMENT ZONNE-ENERGIE UITWERKING OMGEVINGSVISIE - GEMEENTE OPSTERLAND
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Opsterland. Nr. 25469 16 februari 2017 AMBITIEDOCUMENT ZONNE-ENERGIE UITWERKING OMGEVINGSVISIE - GEMEENTE OPSTERLAND 1.INLEIDING ZONNE-ENERGIE IN OPKOMST Het
*Z7348DBDA7D* raadsvoorstel. Onderwerp. Uitgangspunten windenergie. Voorstel
*Z7348DBDA7D* raadsvoorstel Vergadering Gemeenteraad van 20-07-2016 Afdeling Naam opsteller voorstel Portefeuillehouder : Ruimtelijk Beleid : Roij, Maaike van; Arts, Marian : G.J.W. (Geert) Gabriëls Raadsvoorstel:
Windenergie Drenthe in de gemeenten Emmen en Coevorden. Buro Schöne
Windenergie Drenthe in de gemeenten Emmen en Coevorden Buro Schöne Windenergie Drenthe in de gemeenten Emmen en Coevorden In opdracht van de provincie Drenthe en de gemeenten Emmen en Coevorden 01-06-2012
Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Gebied 1: De Monden... 4 Gebied 4: Het Rundeveen... 6 Conclusie... 8 Referenties... 9
1 Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Gebied 1: De Monden... 4 Gebied 4: Het Rundeveen... 6 Conclusie... 8 Referenties... 9 2 Naar aanleiding van artikelen in de Telegraaf [1] en op NOS [2] heeft Tegenwind
BELEIDSNOTITIE PLAATSEN KLEINE WINDTURBINES.
BELEIDSNOTITIE PLAATSEN KLEINE WINDTURBINES. Toetsingskaders kleine windturbines (kwt). Eén van de mogelijkheden om duurzame energie op te wekken is het plaatsen van kleine winturbines. Deze technologie
Windenergie & Windpark Neer. Har Geenen Eric van Eck
Windenergie & Windpark Neer Har Geenen Eric van Eck Inhoud van deze presentatie 1. Waarom duurzame energie 2. Potentieel windenergie 3. Overheidsbeleid en wetgeving 4. Windpark Neer 5. Ontwikkeling wind
Met de kleuren groen zijn de best scorende varianten weergegeven. De kleur donkergroen geeft de best scorende varianten weer.
70 Met de kleuren groen zijn de best scorende varianten weergegeven. De kleur donkergroen geeft de best scorende varianten weer. De beste varianten De beoordeling van de varianten verandert nauwelijks
Landschappelijke inpassing windlocatie Westpoortweg + visualisaties
+ visualisaties 7 juli 2016 Onderstaande tekst is overgenomen uit de Ruimtelijke onderbouwing windlocatie Westpoortweg. In de Ruimtelijk onderbouwing is ook de projectbeschrijving en het planologisch kader
Windmolens in Almere Wat komt daar allemaal bij kijken? Windenergie in Almere
Windmolens in Almere Wat komt daar allemaal bij kijken? In dit boekje is te vinden: Rekening houden met de omgeving Geluid Slagschaduw Veiligheid Uitzicht Ecologie Geldstromen (opbrengsten en kosten) Professionele
Vragen van de heer D.J. van der Sluijs (PVV) over Windturbines, hogedruk gasleidingen en veiligheid
Vragen nr. 83 Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Haarlem, 28 oktober 2014 Vragen van de heer D.J. van der Sluijs (PVV) over Windturbines, hogedruk gasleidingen en veiligheid De voorzitter
Tegen tenzij : de argumenten?
turbines Windmolens in de Haarlemmermeer: voor of tegen? Tegen tenzij : de argumenten? Bijeenkomst Dorpsraad Nieuw-Vennep Nieuw-Vennep Rob Rietveld NLVOW NLVOW presentatie Windmolens in de Haarlemmermeer:
BIJLAGE 1: TOELICHTING BELEMMERINGENKAART OMGEVINGSVISIE
BIJLAGE 1: TOELICHTING BELEMMERINGENKAART OMGEVINGSVISIE Gebieden waar windenergie mogelijk is In deze gebieden ziet de provincie op voorhand geen belemmeringen voor de ontwikkeling van windenergie en
Foto visualisatie Windpark Weg van de Toekomst te Oss RAEDTHUYS WINDENERGIE B.V.
Foto visualisatie Windpark Weg van de Toekomst te Oss RAEDTHUYS WINDENERGIE B.V. Raedthuys : Gerwin Leever, Henrike Overdijk en Jelle de Waart Aan : Gemeente Oss Datum : Juli 2015 Status : Ter informatie
De paragrafen en worden in het kader van deze partiële herziening als volgt gewijzigd;
Partiële herziening Omgevingsplan Flevoland 2006 Beleidsaanpassing windenergie inzake vrijwaring van de gemeenten Noordoostpolder en Urk en Markermeer, IJmeer en IJsselmeer. De paragrafen 5.7.1 en 7.3.4
Windenergie met beleid. Brief aan de raadsleden. Pl atform DUURZAME E N ERGIE W e st Br ab ant - 1 -
Windenergie met beleid Brief aan de raadsleden - 1 - 8 juli, 2009 Geachte raadsleden, De behandeling van het agendapunten windenergie zoals recent heeft plaatsgevonden in de commissievergadering Fysieke
Vragen Provincie Partij Hoe belangrijk vindt u dat er draagvlak van omwonenden is bij het plaatsen van windturbines?
Vragen Provincie Partij Hoe belangrijk vindt u dat er draagvlak van Groningen PVV Groningen wil niet dat er Ik sta hier niet achter windturbines in bewoond gebied komen! PVV Heel belangrijk PVV Groningen
Postbus 579 7550 AN Hengelo. S11091 V WNW Hoek van Holland
Postbus 579 7550 AV Hengelo (Ov.) tel: 073-534 10 53 fax: 073-534 10 28 [email protected] www.ponderaservices.nl Opdrachtgever: Pondera Consult BV. Postbus 579 7550 AN Hengelo Kenmerk: S11091 V WNW
Juridische en ruimtelijke aspecten
Openbreken van de markt voor kleine en middelgrote windturbines Juridische en ruimtelijke aspecten Startpunt: In het verleden zijn er reeds verschillende vergunningsaanvragen van kleine en middelgrote
Martijn ten Klooster, Pondera Consult. Quickscan locaties windenergie gemeente Zwolle
NOTITIE Datum 7 december 2016 Aan Johan Roeland, Gemeente Zwolle Van Martijn ten Klooster, Pondera Consult Betreft Quickscan locaties windenergie gemeente Zwolle Inleiding In opdracht van de gemeente Zwolle
Ontwerp wijziging PRVS
Model bekendmaking regeling provinciale staten 1 8 Ontwerp wijziging PRVS Ontwerp besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van [..], tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie
Als omwonende van de Turfweg waar het college een locatie voor Skaeve Huse wil aanwijzen, wil ik uw aandacht vragen voor het volgende.
College van B&W van Doetinchem Postbus 9020 7000 HA DOETINCHEM Vooraf per e-mail Geachte raad, geachte raadsleden, Als omwonende van de Turfweg waar het college een locatie voor Skaeve Huse wil aanwijzen,
Windenergie Drenthe in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn H S
Windenergie Drenthe in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn N H S Windenergie Drenthe in de gemeente Aa en Hunze en Borger-Odoorn In opdracht van de provincie Drenthe en de gemeenten Borger-Odoorn
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA DEN HAAG. Datum 4 juli 2017 Betreft Tweede openstelling SDE+ 2017
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres
Nieuwe hoogspanningsverbinding vanuit Borssele. Zuid West
Zuid West Nieuwe hoogspanningsverbinding vanuit Borssele De ministeries van Economische Zaken en VROM werken samen met TenneT TSO B.V. aan de Zuid-West 380 kv-verbinding. De landelijk netbeheerder TenneT
Heerhugowaard Stad van kansen
Heerhugowaard Stad van kansen Raadsvergadering: 7 ^JPJ 2012 Besluit: oünrv roing ivoorstalnummer,
Geluidsbelasting door windturbine Slikkerdijk
Samenvatting en conclusies In de maand december zijn gedurende vijftien dagen in het begin van de nacht metingen verricht naar het geluidsbelasting van de woonboerderij aan de Walingsweg 20 Wieringerwaard
4. Toetsingskader kleinschalige windturbines
4. Toetsingskader kleinschalige windturbines In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het toetsingskader. In het toetsingskader zijn de criteria opgenomen voor de plaatsing van een kleinschalige windturbine.
Naar een koers duurzaam Middag Humsterland Ruimtelijk scenario onderzoek duurzame energie opwekking. tbv informerende raadspresentatie 14 juni 2017
Naar een koers duurzaam Middag Humsterland Ruimtelijk scenario onderzoek duurzame energie opwekking tbv informerende raadspresentatie 14 juni 2017 INLEIDING SCENARIO ONDERZOEK BOERDERIJEN DORPSOMGEVING
Zuidlaren (gemeente Tynaarlo) (Bron:
Zuidlaren (gemeente Tynaarlo) (Bron: www.eropuit.nl) Introductie Zuidlaren maakt deel uit van de Drentse gemeente Tynaarlo, en is daarvan met 10.000 inwoners de op een na grootste kern. Zuidlaren is gesitueerd
Wij hopen dat u deze punten zult meenemen in de definitieve startnotitie. 1
Coöperatie Windunie U.A. Centrum Publieksparticipatie SWOL Postbus 30316 2500 GH Den Haag Churchilllaan 11 Postbus 4098 3502 HB Utrecht tel +31 (0)30 753 3100 fax +31 (0)30 753 3199 [email protected]
