RIS174540_15-SEPT Gemeente Den Haag

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RIS174540_15-SEPT Gemeente Den Haag"

Transcriptie

1 rv 97 Dienst Stadsbeheer DSB/ RIS _ Gemeente Den Haag Voorstel van het college inzake aanpassing van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag, vervallen van de Bomenverordening 2005 en de vaststelling van de Monumentenverordening in verband met de inwerkingtreding van de Wabo. Algemeen Op 1 oktober 2010 zal de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Stb. 2008, 496), kortweg Wabo, in werking treden. De wet maakt het mogelijk om één omgevingsvergunning aan te vragen in plaats van een 25-tal vergunningen en toestemmingen die op dit moment gelden op het gebied van natuur, milieu, bouwen en ruimte. Er komt één loket waarbij een aanvraag (naar wens digitaal) kan worden ingediend. Achter het loket moet binnen en tussen overheden worden samengewerkt om te komen tot één besluit, zonder tegenstrijdige voorschriften. Er is één beroepsgang en één controlerende instantie die verantwoordelijk wordt voor de coördinatie van toezicht en handhaving. De Wabo moet leiden tot betere dienstverlening door de overheid aan burgers en bedrijven. Het doel van de Wabo is een lastenverlichting voor het bedrijfsleven door het moderniseren van de regelgeving gericht op fysieke leefomgeving. Met de introductie van de Wabo vervallen veel van de huidige vergunningstelsels die men nu verspreid over diverse wetten aantreft. Bij de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Stb. 2010, 142) zijn deze wetten aan de Wabo aangepast. Op basis van de Wabo zijn inmiddels ook de uitvoeringsbesluiten Besluit Omgevingsrecht (BOR) en de Ministeriële Regeling Omgevingsrecht (MOR) vastgesteld. De Wabo zal ook gevolgen hebben voor een aantal gemeentelijke voorschriften van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV), de Bomenverordening en de Monumentenverordening. De wet brengt namelijk ook onderwerpen als de uitweg, handelsreclame op of aan de weg, het veranderen van de weg en luidalarminstallaties onder het regiem van de Wabo. Ook het kappen van bomen is straks een Wabo-activiteit, evenals het wijzigen van een monument. Deze verordeningen moeten onder invloed van de Wabo worden aangepast. Dit geldt overigens niet (meer) voor het APV-voorschrift over luidalarminstallaties. Bij recent raadsbesluit van 1 juli 2010 (rv 70) heeft de raad dit vergunningvereiste immers afgeschaft als onderdeel van het streven om voor burgers en bedrijven de administratieve lasten terug te dringen (Red Tape, fase II). De wijze van aanpassing wordt bepaald door de systematiek van de Wabo. In de redactie van deze wet wordt uitdrukkelijk een relatie gelegd met de gemeentelijke verordeningen. Dit komt tot uitdrukking in artikel 2.2 van de Wabo: Voor zover als gevolg van een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning is vereist om ( ) geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project, voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning. Uit deze redactie volgt dat met de inwerkingtreding van de Wabo deze gemeentelijke voorschriften hun betekenis dus niet hebben verloren. Integendeel. Aan activiteiten als het maken van een uitweg of kappen van bomen verbindt de Wabo nu juist alleen dan een vergunning, indien ook een gemeentelijke verordening hiervoor voorschriften bevat. Deze vergunningenstelsels worden van rechtswege als omgevingsvergunningen aangemerkt, zodra de Wabo in werking treedt. Dit betekent echter niet dat alle gemeentelijke voorschriften onverkort kunnen blijven voortbestaan. Sommige regelen onderwerpen, die in de Wabo of in de krachtens de Wabo genomen uitvoeringsbesluiten zijn geregeld. Wat de Wabo regelt zijn de indieningsvereisten, de te volgen procedure, de beslistermijnen, de rechtsgevolgen van een te laat genomen besluit en de rechtsbescherming. Voor zover een gemeentelijke verordening een regeling van deze onderwerpen bevat, verliezen deze hun werking. De Wabo bevat echter geen regels omtrent de vergunningplicht als zodanig. De Wabo omvat evenmin de bijbehorende weigeringsgronden, intrekkingsgronden, aanwijzingen van adviserende instanties of een schadevergoedingsregeling. Deze onderwerpen kunnen en moeten daarom bij verordening worden geregeld. Raadsvoorstel

2 APV en Bomenverordening Het college heeft de APV in de voornoemde zin aangepast en daarnaast de bepalingen uit de Bomenverordening opgenomen in de APV. Vanwege de relatie met de Wabo lijkt het het college raadzaam de desbetreffende activiteiten bij elkaar onder te brengen. Het resultaat is een aparte en nieuwe afdeling van de APV, waarin de regeling van de kapvergunning, de handelsreclame, de uitweg, de alarminstallaties en het veranderen van de weg zijn ondergebracht. De desbetreffende regels zijn geschoond van alle procedurele bepalingen, inhoudelijk zijn de voorschriften vrijwel hetzelfde gebleven. Wel is waar mogelijk de redactie aangepast aan de redactie van de Wabo. Ook de gekozen volgorde van de voorschriften is ingegeven door de volgorde in de Wabo. De Wabo en de Monumentenverordening De Wabo heeft ook betekenis voor de bescherming van monumenten. - Gebouwde monumenten De monumentenvergunning uit de Monumentenverordening integreert volledig in de omgevingsvergunning, omdat het om plaatsgebonden activiteiten gaat. In artikel 2.2 van de Wabo is bepaald dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een krachtens een verordening aangewezen monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waarop het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Integratie van de monumentenvergunning in de Wabo heeft tot gevolg, dat de procedurebepalingen van de Wabo van toepassing zijn en de indieningvereisten van de MOR voor die van de gemeente in de plaats treden. De huidige verordening vraagt om genoemde redenen om een aanpassing. Met de Wabo kan straks ook sprake zijn van een ander bevoegd gezag dan het college. Het bestuursorgaan van de gemeente, waar het project in hoofdzaak plaatsvindt, is beslissingsbevoegd, tenzij de wetgever bij het Bor een ander bestuur heeft aangewezen. Het vorenstaande brengt mee dat de Monumentenverordening wel moet voorzien in deze uitzondering op de regel. Ook op dit aspect heeft het college bij dit voorstel de huidige Monumentenverordening aangepast. - Archeologische terreinen Zolang nog niet alle gemeentelijke bestemmingsplannen Malta-proof zijn, biedt de Wabo onvoldoende bescherming van archeologische waarden in de bodem. Handhaving van het vergunningvereiste voor locaties die op de archeologische lijst voorkomen, is daarom conform de huidige Monumentenverordening noodzakelijk. Uit de systematiek van dit voorstel volgt dat deze vergunning op grond van artikel 2.2, tweede lid, Wabo wordt aangehaakt aan de omgevingsvergunning (facultatieve integratie). Daarvoor is ook alle reden: de hier bedoelde activiteit zal immers vrijwel altijd samengaan met andere activiteiten, waarop de Wabo van toepassing is. Al met al houdt het voorliggende voorstel slechts een technische wijziging in, van een uitbreiding van bescherming van monumenten is geen sprake, noch van gebouwde objecten noch van archeologische terreinen. Voor wat betreft de laatste zal het college de raad binnen afzienbare tijd wel opnieuw een voorstel voorleggen, die bescherming biedt voor locaties over heel Den Haag. Artikelgewijze toelichting wijziging APV Artikel 2:81 sluit de beslistermijnen van de APV voor de toepassing van deze afdeling uit. Op deze afdeling zijn de beslistermijnen van de Wabo van toepassing, welke wet een reguliere en een uitgebreide voorbereidingsprocedure kent. Bij de reguliere procedure bedraagt de beslistermijn acht weken, eenmaal te verlengen met zes weken. Bij overschrijding van deze termijn wordt de vergunning geacht van rechtswege te zijn verleend (lex silencio positivo). Dat is niet het geval bij de uitgebreide voorbereidingsprocedure die maximaal zes maanden bedraagt (eenmaal te verlengen met redelijke termijn). Het voorgestelde artikel 2:82 van deze afdeling bevat een regeling van het bevoegd gezag, dat in de regel het college zal zijn, maar echter niet in alle gevallen. Bij a.m.v.b aangewezen projecten (ex artikel 2.4 van de Wabo) van provinciaal of nationaal belang zijn respectievelijk Gedeputeerde Staten of de Minister het bevoegd gezag die, als onderdeel van dit grotere project, dan ook de bij deze afdeling geregelde vergunningen moeten afgeven. De vaststelling van de lijst van monumentale bomen is echter in alle gevallen een collegeaangelegenheid, de term bevoegd gezag is in dit voorschrift dus welbewust vermeden. Voorts heeft het college bij artikel 2:87 het - met toestemming van de burgemeester - vellen van bomen wegens een acuut gevaar voor de veiligheid van personen of goederen, van het reguliere vergunningenstelsel uitgezonderd. Onder deze omstandigheden is het vellen van houtopstand daarmee geen activiteit, die onder het regiem van de Wabo valt. De indieningsvereisten bij een aanvraag voor het kappen van bomen zijn in artikel 2:92 bijna geheel vervallen. De eisen waaraan de aanvraag moet voldoen zijn nu geregeld bij artikel 7.5 van de MOR. In aanvulling hierop worden van aanvrager wel drie foto s van de houtopstand gevraagd. Raadsvoorstel

3 De redactie van artikel 2:83 sluit aan op die van de Wabo, waarbij voor het veranderen van de weg in artikel 2.1, eerste lid onder b en 2.2, eerste lid onder d van deze wet een relatie wordt gelegd met bepalingen in een bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit. Voor situaties waarin deze relatie niet aanwezig is, zoals bij de vele opbreekvergunningen die jaarlijks worden afgegeven, behoudt het huidige artikel 2:11 van de APV zelfstandige betekenis. Ook de redactie van artikel 2:97 is aangepast aan die van de Wabo (artikel 2.1, onder h en i.). Het huidige artikel 4:16 APV kan niet in zijn geheel vervallen. Het zesde lid heeft nog zelfstandige betekenis, zo lang de Afvalstoffenverordening nog geen bepaling kent, die hetzelfde belang beoogt te beschermen. Gelet op het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 17 augustus 2010, Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988 Besluit: I. vast te stellen de navolgende verordening: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (21/2007) in verband met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. A. Aan hoofdstuk 2 van de APV een afdeling 18 toe te voegen, getiteld: de Omgevingsvergunning B. Na artikel 2:79 worden de volgende artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 2:80 Op de in deze afdeling geregelde activiteiten is tevens van toepassing de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Artikel 2:81 Op de in deze afdeling geregelde activiteiten zijn niet van toepassing de artikelen 1:2, 1:3 en 1:5. Artikel 2:82 Algemene bepalingen Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: 1. bevoegd gezag: het gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2. a. houtopstand: één of meer bomen, hakhout of een houtwal; b. boom: een houtachtig overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld gerekend langs de stam, indien het bomen betreft op achtererven van woningen niet groter dan 50 vierkante meter en niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied, geldt een omtrek van de stam van minimaal 90 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht of vanwege de plaatsing op de lijst met monumentale bomen worden als bomen ook aangemerkt, bomen met een omtrek van kleiner dan 30 centimeter respectievelijk 90 centimeter bij voornoemde achtererven niet groter dan 50 vierkante meter; c. dunning: velling, die uitsluitend als een voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei en instandhouding van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd indien deze houtopstand als bosperceel kan worden aangemerkt; d. bosperceel: houtopstanden, die een zelfstandige eenheid vormen en of een grotere oppervlakte beslaan dan 10 are of, in geval van eenrijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen meer dan 20 bomen omvatten zoals bedoeld in de Boswet; e. eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een beperkt zakelijk recht heeft op de houtopstand; Raadsvoorstel

4 f. hakhout: één of meer bomen, die na geveld te zijn opnieuw op de stronk uitlopen; g. herplantwaarde: monetaire waardering van houtopstand conform de meest recente richtlijnen van de Nederlandse vereniging van taxateurs van bomen; h. bomenfonds: het tijdelijk fonds voor gelden ten behoeve van herplant van houtopstanden; i. boomziekte: een biologische aantasting van bomen of andere houtopstand door bacteriën, schimmels, insecten of ander natuurlijke oorzaak; j. Adviesraad: de Adviesraad Monumentale Bomen, bestaande uit vertegenwoordigers van de landelijke Bomenstichting, de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor s-gravenhage en omstreken en onafhankelijke boomdeskundigen; k. monumentale houtopstand: houtopstand als bedoeld in artikel 2:85 van deze verordening; l. kandelaberen: het terugsnoeien van een kroon tot een hoofdstam met takstompen; m. vellen: kappen, rooien, met in begrip van verplanten, het snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume, alsmede het verrichten van handelingen zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; n. MOR: Ministeriële regeling omgevingsrecht. Artikel 2:83 Veranderen van de weg Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen of verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Artikel 2:84 Uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen. 2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. Artikel 2:85 Lijst van monumentale bomen 1. Het college stelt een lijst vast met monumentale houtopstand, die verder wordt aangeduid als: lijst van monumentale bomen. Deze lijst omvat de plaatselijke en kadastrale aanduiding, de tenaamstelling, twee foto s met zomer- en winterbeeld van de houtopstand en een beschrijving van de houtopstand. Er wordt een kaart bijgevoegd met daarop aangeduid de beschermde houtopstand. 2. De eigenaar van een houtopstand, die op de lijst staat vermeld, is verplicht schriftelijk aan de gemeente mededeling te doen van: - de eigendomsoverdracht van de houtopstand; - het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand anders dan door velling op grond van een verleende ontheffing. De mededeling dient te geschieden binnen vier weken na de eigendomsoverdracht c.q. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan. Artikel 2:86 Adviezen en inspraak 1. Alvorens het college tot vaststelling of wijziging van de lijst van monumentale bomen overgaat, wint zij omtrent haar voornemen advies in bij de Adviesraad. 2. Bij het voornemen tot de vaststelling en wijziging van de lijst met monumentale bomen wordt de gelegenheid geboden om binnen 4 weken na bekendmaking van dit voornemen zienswijzen kenbaar te maken. Raadsvoorstel

5 Artikel 2:87 Kapverbod 1. Het is verboden een houtopstand zonder vergunning of, indien de houtopstand is vermeld op de lijst van monumentale bomen zonder ontheffing, van het bevoegd gezag te vellen of te doen vellen. 2. Dit verbod is niet van toepassing op houtopstanden als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de Boswet, die aantoonbaar op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd. 3. Het verbod is evenmin van toepassing op: a. een houtopstand, die bij wijze van dunning moet worden geveld; b. een houtopstand, die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet, een aanschrijving krachtens de Woningwet of het bepaalde in het artikel 2:94; c. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het periodiek terugzetten van reeds geknotte, gekandelaberde of andere lei- of snoeivormen zonder wijziging van de periodieke snoeiplaatsen; e. het direct vellen van een houtopstand indien hiervoor door de burgemeester mondeling toestemming is gegeven vanwege acuut gevaar voor veiligheid van personen en zaken. De mondelinge toestemming wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk gemotiveerd en aan de aanvrager alsmede belanghebbenden toegezonden. Artikel 2:88 Weigering vergunning/ontheffing 1. Het bevoegd gezag kan de vergunning of ontheffing, als bedoeld in artikel 2:87, eerste lid, weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van: - natuur-, educatieve en milieuwaarden; - belevings- en gebruikswaarden. 2. De aanvrager van een vergunning wordt erop gewezen dat hij dient te voldoen aan de verplichtingen van het vigerende bestemmingsplan en de regelgeving gericht op natuurbescherming. Artikel 2:89 Op een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 2:87, eerste lid, beslist het bevoegd gezag niet alvorens zij de in artikel 2:86 genoemde Adviesraad over de aanvraag heeft gehoord. Artikel 2:86, eerste en tweede lid, is op de aanvraag van overeenkomstige toepassing. Artikel 2:90 1. Een ontheffing of een vergunning dient te worden aangevraagd door, namens of met toestemming van de eigenaar of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 2. In aanvulling op artikel 7.5 van de MOR moet een aanvraag om ontheffing of vergunning vergezeld gaan van drie verschillende foto s van de houtopstand van minimaal 10x15 centimeter en niet ouder dan twee maanden, waarvan tenminste twee een beeld van de houtopstand in zijn omgeving geven. 3. Een vergunning vervalt indien daarvan niet binnen maximaal anderhalf jaar na het onherroepelijk zijn van die vergunning, gebruik is gemaakt. Artikel 2:91 Bijzondere vergunningvoorschriften ter bescherming van de houtopstand 1. Aan een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in de artikelen 2:87, eerste lid, kunnen in het belang van de bescherming en het behoud van nabije houtopstanden voorschriften worden verbonden. 2. Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren het voorschrift: a. dat binnen een bepaalde termijn van de vergunning gebruik dient te worden gemaakt; b. dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de daarbij te geven aanwijzingen moet worden herplant; c. dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien vergunningen inzake bouw, aanleg of andere ruimtelijke herinrichting onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële uitvoering van deze werken voldoende gewaarborgd is; d. dat ter bescherming van flora of fauna op een aangewezen locatie gedurende een bepaalde periode niet mag worden geveld; e. dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien een ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet onherroepelijk is geworden. Raadsvoorstel

6 3. Wordt een voorschrift tot herplant gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet geslaagde herplant moet worden vervangen. 4. Indien uitvoering van een herplant niet mogelijk is of naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand wordt aan de ontheffing of vergunning het voorschrift verbonden, dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een bedrag gelijk aan de herplantwaarde in het herplantfonds is gestort. 5. Tot de aan de vergunning of ontheffing te verbinden voorschriften behoort het voorschrift dat ook alle rechtsopvolgers van degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, verplicht zijn daaraan te voldoen. Artikel 2:92 Herplant-/instandhoudingsplicht 1. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder ontheffing of vergunning is geveld anders dan bij wijze van dunning, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het met betrekking tot die houtopstand tot vergunningverlening het college aan de eigenaar of de publiekrechtelijk bevoegde van de grond, waarop de houtopstand zich bevond, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen termijn. Artikel 2:91, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, is de eigenaar of de publiekrechtelijk bevoegde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt, verplicht om overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen binnen een door haar te stellen termijn maatregelen te nemen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 3. Ook alle rechtsopvolgers van degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, zijn verplicht daaraan te voldoen. Artikel 2:93 Bomenfonds 1. De bedragen gestort in het bomenfonds mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van herplanten van houtopstanden ten genoegen van de vergunningverlener. 2. Het college informeert de raad jaarlijks over de besteding van het bomenfonds. Artikel 2:94 Bestrijding van boomziekten 1. Indien zich op een terrein één of meer bomen of andere houtopstand bevinden, die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de insecten, die boomziekten verspreiden, is de eigenaar of de publiekrechtelijke bevoegde op aanschrijving van het college en binnen de door haar daarbij te stellen termijn verplicht: a. de houtopstand te vellen; b. de houtopstand ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen; c. de niet ontbaste bomen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen, dat verspreiding van boomziekten wordt voorkomen; d. in geval van iepziekte alle onder hierboven a, b en c genoemde maatregelen te treffen; e. alle andere maatregelen te treffen ter voorkoming van boomziekten behoudens beperkingen bij of krachtens de Plantenziektenwet gesteld. f. tot herbeplanting over te gaan overeenkomstig de daarbij gegeven aanwijzingen. 2. Het is verboden gevelde door boomziekte aangetaste bomen, of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, tenzij het betreft geheel ontbast hout of hout met een doorsnede kleiner dan 4 cm. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. Artikel 2:95 Afstand tot de erfgrens De afstand tot de erfgrenslijn als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0.5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen. Artikel 2:96 Schadevergoeding Op een aanvraag op grond van artikel 17 van de Boswet om schadevergoeding beslist het college. De bepalingen van de Schadevergoedingsverordening zijn hierop van overeenkomstige toepassing, indien sprake is van aantoonbaar nadeel. Raadsvoorstel

7 Artikel 2:97 Handelsreclame 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toe te staan of te gedogen dat op of aan die onroerende zaak handelsreclame wordt gemaakt of gevoerd met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats 3. Het verbod geldt niet voor onverlichte: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats; b. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: - een openbare verkoping of een aanleiding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; - het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor de zaak is bestemd; c. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uivoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; d. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 4. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. 5. Een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid kan worden geweigerd: a. indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 6. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening; b. de weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. c. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. C. Artikel 2:11, eerste lid komt als volgt te luiden: Onverminderd het bepaalde in artikel 2:83 is het verboden om zonder voorafgaande instemming van het college van burgemeester en wethouders een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg, of handelingen te verrichten die de gebruiksmogelijkheden van de weg beperken. D. Artikel 4:16 wordt als volgt gewijzigd: De leden 1 tot en met 5 vervallen en dit artikel komt te luiden (enig lid): Het is verboden op of aan de weg reclame te maken of te laten maken door het uitdelen van goederen om niet. E. Artikel 2:56 is vervallen (zie rv 70/2010). Raadsvoorstel

8 F. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober II. Door inwerkingtreding van bovenstaande wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag komt de Bomenverordening 2005 (6/2005) per 1 oktober 2010 te vervallen. III: vast te stellen de volgende verordening: Verordening Monumentenverordening Den Haag 2010 HOOFDSTUK I Begripsomschrijvingen Artikel 1 Deze verordening verstaat onder: 1. Monumenten: a. zaken en terreinen, welke van algemeen belang zijn voor de gemeente Den Haag wegens hun schoonheid, hun architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; b. terreinen, welke van algemeen belang zijn voor de gemeente Den Haag wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder a; 2. Gemeentelijk monumentenregister:het register, waarin zijn vermeld de overeenkomstig deze verordening beschermde monumenten. 3. a. Beschermde gemeentelijke monumenten: monumenten, welke zijn vermeld in het gemeentelijk monumentenregister; b. Beschermde rijksmonumenten: onroerende monumenten, die zijn ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwetvastgestelde registers. 4. Kerkelijke monumenten: monumenten, welke eigendom zijn van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en welke uitsluitend of voor een overwegend deel worden gebruikt voor de uitoefening van de eredienst. Onder kerkelijk wordt ook verstaan levensbeschouwelijk in een ruime betekenis van het woord. 5. Eigenaren: a. degenen, die, voor zover het onroerende monumenten betreft, in de kadastrale registers als eigenaren en zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven; b. degenen, die voor zover het roerende monumenten betreft, naar burgerlijk recht als zodanig aan te merken zijn. 6. Stadsgezichten: groepen van onroerende zaken, hieronder begrepen bomen, wegen, straten, pleinen en bruggen,grachten, vaarten, sloten en andere wateren, welke een beeld vormen, dat van algemeen belang is voor de gemeente Den Haag wegens de schoonheid of het karakter van het geheel. 7. Gemeentelijke lijst van stadsgezichten: de lijst waarop zijn vermeld de overeenkomstig deze verordening beschermde stadsgezichten. 8. Beschermde stadsgezichten: stadsgezichten, welke zijn vermeld op de gemeentelijke lijst van stadsgezichten. 9. Monumentencommissie: de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie die adviseert op het gebied van de monumentenzorg als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Monumentenwet 1988 en in het kader van deze verordening. 10. Archeologische lijst: de lijst, waarop zijn vermeld de overeenkomstig deze verordening beschermde archeologisch belangrijke plaatsen. 11. Archeologisch belangrijke plaatsen: (groepen van) onroerende zaken en zich daarin bevindende roerende zaken, die door hun ligging en geschiedenis van archeologisch belang zijn. 12. Door de gemeente beschermde archeologisch belangrijke plaatsen: plaatsen, die zijn vermeld op de archeologische lijst. 13. Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 14. Mor: Raadsvoorstel

9 Ministeriele regeling omgevingsrecht. HOOFDSTUK II De bescherming van monumenten; samenstelling monumentenregister Artikel 2 Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot kerkelijke monumenten geen besluit ingevolge deze verordening dan na overleg met de betrokken eigenaar. Artikel 3 1. Burgemeester en wethouders stellen een monumentenregister samen en houden het bij. 2. Bij de vaststelling van het register geven burgemeester en wethouders aan of een in het monumentenregister in te schrijven monument geheel dan wel alleen voor met name omschreven onderdelen onder de werking van deze verordening valt, de reden van inschrijving in het register, alsmede -indien het een onroerend goed betreft - de kadastrale tenaamstelling en aanduiding van het monument. Artikel 4 1. Monumenten, welke zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden door burgemeester en wethouders niet in het gemeentelijk monumentenregister ingeschreven. 2. Monumenten, welke na inschrijving in het gemeentelijk monumentenregister worden ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden door burgemeester en wethouders uitgeschreven uit het gemeentelijk monumentenregister. Artikel 5 1. Burgemeester en wethouders geven, gehoord de monumentencommissie, behoudens in spoedeisende gevallen, van een voornemen tot inschrijving in het monumentenregister kennis aan de betrokken eigenaren. Van deze kennisgevingen zenden zij een afschrift aan de monumentencommissie. 2. De betrokken eigenaren kunnen binnen zes weken na de datum van verzending der kennisgeving bedoeld in het eerste lid bij burgemeester en wethouders hun bezwaren indienen. 3. Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijn bedoeld in het tweede lid geven burgemeester en wethouders een beschikking - gehoord de in het gebied, waar het monument is gelegen, werkzame bewonersorganisatie - of al dan niet tot inschrijving in het monumentenregister zal worden overgegaan. 4. Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid bedoelde termijn met ten hoogste twaalf weken verlengen. Van deze verlenging geven zij terstond kennis aan de betrokken eigenaren. 5. Burgemeester en wethouders geven in de gevallen dat: - een bezwaarschrift is ontvangen tegen het voornemen tot inschrijving of - de monumentencommissie niet werd gehoord voordat tot de kennisgeving van het voornemen tot inschrijving als bedoeld in het eerste lid werd overgegaan, een beschikking over de definitieve inschrijving in het monumentenregister nadat de monumentencommissies is gehoord. 6. Burgemeester en wethouders dragen onverwijld zorg voor de kennisgeving van hun beschikking aan de betrokken eigenaren, de monumentencommissie en de bewonersorganisatie. Artikel 6 1. Burgemeester en wethouders schrijven een monument niet uit, uit het monumentenregister dan gehoord de in het gebied waar het monument is gelegen, werkzame bewonersorganisatie en de monumentencommissie, tenzij de uitschrijving plaatsvindt ingevolge het bepaalde in artikel 4 dan wel in de bezwaarschriftenprocedure is beslist, dat de inschrijving in het monumentenregister ten onrechte heeft plaatsgevonden. 2. Burgemeester en wethouders leggen de ontwerp beschikking tot uitschrijving vier weken ter inzage, zodat belanghebbenden hun zienswijze over het ontwerp schriftelijk of mondeling naar voren kunnen brengen. Van de mondelinge inbreng wordt een verslag gemaakt. 3. Burgemeester en wethouders geven van het uitschrijven van een monument uit het monumentenregister kennis aan de betrokken eigenaren en zenden een afschrift van de kennisgeving aan de monumentencommissie, de indieners van zienswijzen en de bewonersorganisatie. Raadsvoorstel

10 Artikel 7 Het gemeentelijk monumentenregister ligt voor een ieder bij de afdeling monumentenzorg van de gemeente Den Haag ter inzage. Van het gemeentelijk monumentenregister wordt een exemplaar ter kennisneming toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, de minister, belast met de monumentenzorg en aan de 'Raad voor Cultuur', die tevens op de hoogte worden gesteld van mutaties. HOOFDSTUK III Beschermde gemeentelijke monumenten 1. Algemeen. Artikel 8 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op beschermde gemeentelijke monumenten. Voor de toepassing van deze bepalingen worden met beschermde monumenten gelijkgesteld monumenten, ten aanzien waarvan burgemeester en wethouders hebben kennisgegeven van hun voornemen tot inschrijving in het monumentenregister en wel vanaf de datum van verzending van de kennisgeving als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met dien verstande dat de toepasselijkheid van deze bepalingen eindigt zodra onherroepelijk vaststaat, dat niet tot inschrijving in het monumentenregister zal worden besloten. 2. Verbodsbepalingen; vergunningen Artikel 9 1. Het is verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een beschermd onroerend monument af te breken, te verplaatsen, te verstoren of in enig opzicht te wijzigen; b. een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. een beschermd roerend monument te vernietigen, in enig opzicht te wijzigen of te verplaatsen buiten de ruimte waar het monument thuishoort, anders dan tijdelijk voor normaal onderhoud. Artikel Een vergunning als bedoeld in het vorige artikel die op papier wordt aangevraagd moet, inclusief de te overleggen gegevens en bescheiden, in drievoud worden ingediend. 2. Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, legt het bevoegd gezag de aanvraag bij de afdeling monumentenzorg van de gemeente Den Haag zo spoedig mogelijk voor een ieder ter inzage. Indien in de aanvraag gegevens voorkomen of uit de aanvraag kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding met het oog op de bescherming van bedrijfsgeheimen gerechtvaardigd is, besluit het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van de aanvrager dat die gegevens niet ter inzage worden gelegd. Het bevoegd gezag doet kennisgeving van de ter-inzage-legging op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om binnen een termijn van veertien dagen zienswijzen naar voren te brengen bij het bevoegd gezag. 3. Het bevoegd gezag kan aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van het monument. 4. Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van een aanvraag om vergunning nadat de monumentencommissie is gehoord en geven van de beschikking onverwijld kennis aan de aanvrager, de indieners van de zienswijzen, en de Welstandscommissie. 5. De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend. Artikel 11 Het bevoegd gezag geeft met betrekking tot een kerkelijk monument geen beschikking ingevolge bepalingen van dit hoofdstuk dan na overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het betrefteen beschikking waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstoefeningen in dat monument in het geding zijn. Raadsvoorstel

11 3. Schadevergoeding Artikel Indien de vergunning als bedoeld in artikel 9, tweede lid, is geweigerd of aan de vergunningvoorwaarden zijn verbonden en de belanghebbende daardoor schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2. Ten aanzien van de behandeling der aanvragen zijn de bepalingen van de Schadevergoedingsverordening 1988 van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK IV Beschermde rijksmonumenten Artikel Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument naar de monumentencommissie. 2. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. 3. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de welstandscommissie geacht positief te hebben geadviseerd. HOOFDSTUK V De aanwijzing van te beschermen stadsgezichten Artikel a. De gemeenteraad wijst op voordracht van burgemeester en wethouders stads - gezichten aan en plaatst deze vervolgens op de gemeentelijke lijst van stadsgezichten, indien deze stadsgezichten naar zijn oordeel voor bescherming in aanmerking komen vanwege stedenbouwkundige, architectuurhistorische en cultuurhistorische waarden. Deze waarden zullen worden vastgelegd in een beschermend bestemmingsplan. b. Bij het besluit wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan kunnen worden aangemerkt. De aanwijzing omvat een topografische kaart op een schaal van ten minste 1 op 1000 waarop de gebieden zijn aangegeven welke zijn aangewezen, alsmede een toelichting welke de aanwijzing motiveert. 2. De gemeenteraad kan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk intrekken en vervolgens deze stadsgezichten geheel of gedeeltelijk van de gemeentelijke lijst van stadsgezichten afvoeren. Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de kaart en toelichting is van overeenkomstige toepassing. 3. Een voordracht tot een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid of een intrekking als bedoeld in het tweede lid ligt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage. 4. Burgemeester en wethouders maken de ter-inzage-legging overeenkomstig artikel 3:12 lid 1 van de Awb bekend. Tevens wordt van het besluit tot aanwijzing of de intrekking van de aanwijzing mededeling gedaan in de Staatscourant en aan de Raad Cultuur en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. 5. Binnen vierentwintig weken na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn beslist de raad over een voordracht als bedoeld in het derde lid. 6. Het besluit tot een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid of een intrekking als bedoeld in het tweede lid wordt voor een ieder ter inzage gelegd. 7. Burgemeester en wethouders geven kennis van de ter-inzage-legging aan de Raad voor Cultuur en Gedeputeerde staten van Zuid-Holland. Artikel 15 Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk in een aangewezen stads- of dorpsgezicht te slopen. Artikel Stadsgezichten, welke zijn aangewezen als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet worden door de gemeenteraad niet aangewezen ter plaatsing op de gemeentelijke lijst van stadsgezichten. 2. Een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 14 eerste lid vervalt indien en voor zover na de aanwijzing stadsgezichten worden aangewezen als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet. Raadsvoorstel

12 HOOFDSTUK VI Gemeentelijke archeologisch belangrijke plaatsen Artikel Burgemeester en wethouders stellen de plaatsen die zij van archeologisch belang vinden, voorlopig vast. 2. Alvorens tot de voorlopige vaststelling als bedoeld in lid 1 over te gaan, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Binnenstad en Monumenten. 3. De beschikking als bedoeld in lid 1 wordt gedurende vier weken voor een ieder ter inzage gelegd. 4. Burgemeester en wethouders doen van de ter-inzage-legging als bedoeld in lid 3 onverwijld mededeling in een of meer dag- en nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Tevens geven zij kennis van het besluit aan de minister belast met de monumentenzorg. 5. Gedurende de in lid 3 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bezwaren indienen bijburgemeester en wethouders. 6. Na afloop van de in lid 3 genoemde termijn beschikken burgemeester en wethouders over definitieve vaststelling van de archeologisch belangrijke plaatsen. 7. De beschikking als bedoeld in lid 6 wordt overeenkomstig het bepaalde in lid 4 bekend gemaakt. 8. Met ingang van de datum waarop de mededeling als bedoeld in lid 4 heeft plaatsgevonden tot aan het moment van de beschikking als bedoeld in lid 6, is artikel 19 van overeenkomstige toepassing. 9. De in dit artikel beschreven procedure is van overeenkomstige toepassing op de beschikking een plaats van de archeologische lijst af te voeren. 10. De archeologische lijst ligt voor een ieder bij de gemeentelijke Dienst Stadsbeheer, hoofdafdeling archeologie, ter inzage. Artikel Onverminderd het bepaalde in de Monumentenwet 1988 is het verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag in op de archeologische lijst vermelde plaatsen: a. graafwerk te verrichten op een diepte van meer dan 0,50 m onder het maaiveld; b. aanwezige(delen van) fundamenten of andere, met de archeologische structuren verband houdende zaken af te breken te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen. 2. Het bevoegd gezag kan aan de in lid 1 bedoelde vergunning voorwaarden verbinden om archeologisch onderzoek ter plaatse mogelijk te maken. Die voorwaarden kunnen in ieder geval behelzen: a. de mogelijkheid van toegang van door het bevoegd gezag aan te wijzen personen op het terrein en tevens; b. de mogelijkheid van de onder a. genoemde personen om graafwerk en/of documentatiewerkzaamheden te verrichten. 3. Geen vergunning is vereist voor werken of werkzaamheden waarvan de onmiddellijke uitvoeringdoor het bevoegde gezag nodig wordt geoordeeld om dringend en dreigend gevaar tegen te gaan of vermeerdering van geleden schade te voorkomen. 4. De vergunning als bedoeld in lid 1 geldt als een omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.2, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op het aanvragen en verlenen van deze vergunning is het bepaalde in de artikelen 10 (met uitzondering van lid 4) en 12 van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK VII Slot- en overgangsbepalingen Artikel 19 Met het opsporen van overtredingen van deze verordening zijn behalve de bij of krachtens artikel 141 van het wetboek van Strafvordering aangewezen personen belast, de door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen personen. Artikel 20 Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening Den Haag 2010'. Artikel De monumenten geplaatst op de monumentenlijst op basis van de Monumentenverordening Den Haag zijn met ingang van inwerkingtreding van de monumentenverordening Den Haag 2010 automatisch ingeschreven in het monumentenregister. Raadsvoorstel

13 2. De archeologisch belangrijke plaatsen aangewezen op basis van de Monumentenverordening Den Haag blijven als zodanig aangewezen onder het regime van Monumentenverordening Den Haag Op vergunningen als bedoeld in artikel 18 zijn de artikelen 1.4 en 1.6 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. 4. Voornemens tot plaatsing op de monumentenlijst, die ter kennis zijn gebracht aan de eigenaren en hypotheekhouders voor de inwerkingtreding van de Monumentenverordening Den Haag 2010, worden afgehandeld conform de Monumentenverordening. Artikel 22 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober IV. In te trekken de Monumentenverordening Den Haag (5/1995) met ingang van 1 oktober Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier. De voorzitter. Raadsvoorstel

Raadsvoorstel 97 (RIS 174540_15-SEPT-2010)

Raadsvoorstel 97 (RIS 174540_15-SEPT-2010) Raadsvoorstel 97 (RIS 174540_15-SEPT-2010) Voorstel van het college inzake aanpassing van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag, vervallen van de Bomenverordening 2005 in verband

Nadere informatie

MONUMENTENVERORDENING 2006

MONUMENTENVERORDENING 2006 MONUMENTENVERORDENING 2006 Vastgesteld in de raad van 20 december 2005 Inwerkingtreding: 1 januari 2006 De raad van de gemeente Houten, gezien het voorstel van het college van 1 november 2005, gelet op

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr.

Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr. De raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr. Gelet op artikel 149 Gemeentewet en de artikel 12, 14 en 15 van de Monumentenwet

Nadere informatie

Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Venray 2012

Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Venray 2012 Onderwerp Datum 25 februari 2014 Wijziging Afdeling 4.3 APV Pagina 1 van 7 De raad van Venray, Overwegende dat de Algemene plaatselijke verordening gemeente Venray 2012 wijziging behoeft met betrekking

Nadere informatie

MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004

MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004 RB 2004/11-A MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: 1 monument: a zaak die van algemeen belang is

Nadere informatie

Erfgoedverordening Boxtel 2010

Erfgoedverordening Boxtel 2010 Pagina 1 van 5 Erfgoedverordening Boxtel 2010 gezien het voorstel van het college van 18 mei 2010; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12 en 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen

Nadere informatie

Erfgoedverordening Amsterdam

Erfgoedverordening Amsterdam Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. archeologisch monument: monument, als bedoeld in onderdeel r, onder 2; b. archeologisch onderzoek: werkzaamheden

Nadere informatie

Erfgoedverordening gemeente Houten

Erfgoedverordening gemeente Houten Erfgoedverordening gemeente Houten De raad van de gemeente Houten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 december 2017 met nummer BWV17.0228; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van

Nadere informatie

Bomenverordening Giessenlanden 2014

Bomenverordening Giessenlanden 2014 Bomenverordening Giessenlanden 2014 ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van

Nadere informatie

zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische

zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 18715 3 april 2014 Erfgoedverordening Stadsdeel Zuidoost 2013 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat

Nadere informatie

2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen

2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Brielle Nr. 103010 19 juni 2017 Erfgoedverordening 2017 De raad van de gemeente Brielle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 03-01-2017,

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD. Nr Bomenverordening 2016 Groene Kaart Model

GEMEENTEBLAD. Nr Bomenverordening 2016 Groene Kaart Model GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Scherpenzeel. Nr. 47228 19 april 2016 Bomenverordening 2016 Groene Kaart Model Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom:

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen

Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak,

Nadere informatie

VERORDENING. De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.

VERORDENING. De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. Lijst agendapunten nummer: 8b Kenmerk: 11150 Afdeling: Vergunningen en Handhaving VERORDENING Datum: 9 oktober 2008 Onderwerp: Erfgoedverordening Terneuzen 2008 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen

Nadere informatie

Gemeente Heerlen - Bomenverordening gemeente Heerlen college van burgemeester en wethouders.

Gemeente Heerlen - Bomenverordening gemeente Heerlen college van burgemeester en wethouders. GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Heerlen. Nr. 15115 20 maart 2014 Gemeente Heerlen - Bomenverordening gemeente Heerlen 2014 ARTIKEL 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling

Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld

Nadere informatie

Bomenverordening Sliedrecht 2009

Bomenverordening Sliedrecht 2009 Bomenverordening Sliedrecht 2009 ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een stamomtrek van minimaal

Nadere informatie

Erfgoedverordening Nissewaard 2016

Erfgoedverordening Nissewaard 2016 Raadscasenr. Erfgoedverordening Nissewaard 2016 De raad van de gemeente Nissewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 september 2016; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet,

Nadere informatie

De raad van de gemeente Grave

De raad van de gemeente Grave ** Documentnr 28070.: zaaknr.: Z/G/16/36278 De raad van de gemeente Grave gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2016. gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, in

Nadere informatie

H E E R H U G O W >\ /\ R D

H E E R H U G O W >\ /\ R D Raadsvergadoring :' ing 2 2 APRJQQB Besluii: ^f Voorstalnurroiner: PR nr*>6>qx± I 9 H E E R H U G O W >\ /\ R D Agendanr. Voorstelnr. Onderwerp 7 2008-033 Monumentverordening Aan de Raad, Heerhugowaard,

Nadere informatie

Erfgoedverordening Roosendaal 2017

Erfgoedverordening Roosendaal 2017 Erfgoedverordening Roosendaal 2017 De raad van de gemeente Roosendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van.; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang

Nadere informatie

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Concept Raadsbesluit De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 mei 2010; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene

Nadere informatie

Wijzigingsverordening model-algemene Plaatselijke Verordening

Wijzigingsverordening model-algemene Plaatselijke Verordening Nr. 2010-046 De Raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 september 2010, nr. BWV10.0433 gelezen en besluit, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel

Nadere informatie

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 29 Wet van 6 november 2008, houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied

Nadere informatie

BOMENVERORDENING GEMEENTE HEERLEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:

BOMENVERORDENING GEMEENTE HEERLEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: verordening Datum: 25 januari 2017 BOMENVERORDENING GEMEENTE HEERLEN 2016 Vastgesteld door: Gemeenteraad van Heerlen Registratienummer: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de Gemeente Haaren

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de Gemeente Haaren Besluit van de raad Onderwerp : Beleidsregel waardevolle houtopstanden Raadsvergadering : 15 juli 2010 Registratienummer : 185 De raad van de gemeente Haaren; in zijn vergadering van 15 juli 2010; gezien

Nadere informatie

dat voor het kappen/vellen van zieke en dode bomen vrijwel altijd vergunning wordt verleend;

dat voor het kappen/vellen van zieke en dode bomen vrijwel altijd vergunning wordt verleend; raadsbesluit 2013, nr. IX-6 De raad van de gemeente Winterswijk; overwegende dat gestreefd wordt naar vereenvoudiging en vermindering van regelgeving; dat op grond van de huidige Bomenverordening niet

Nadere informatie

Bomenverordening gemeente Emmen 2011

Bomenverordening gemeente Emmen 2011 Bomenverordening gemeente Emmen 2011 Artikel 1: Begripsomschrijvingen 1.1 In deze verordening wordt verstaan onder: a: boom: een houtachtig, opgaand en overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de

Nadere informatie

Bomenverordening Delft 2013

Bomenverordening Delft 2013 Bomenverordening Delft 2013 De raad van de gemeente Delft; Gelezen het voorstel van het college van januari 2013 BESLUIT: De Bomenverordening Delft 2013 vast te stellen. Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel

Nadere informatie

DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST;

DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST; DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST; gelezen het voorstel van het college van 22 oktober 2010 (2010-14369); gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de

Nadere informatie

Raadsvoorstel 21. Gemeenteraad. Vergadering 1 maart Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011

Raadsvoorstel 21. Gemeenteraad. Vergadering 1 maart Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011 Raadsvoorstel 21 Vergadering 1 maart 2011 Gemeenteraad Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011 B&W vergadering : 18 januari 2011 Dienst / afdeling : SE/KC Aan de gemeenteraad, Op 1 oktober 2010 is

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Voorstel De Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 2010 in overeenstemming met het ontwerpbesluit wijzigen.

gemeente Eindhoven Voorstel De Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 2010 in overeenstemming met het ontwerpbesluit wijzigen. gemeente Eindhoven Openbare Orde & Veiligheid Raadsnummer 10R4049 Inboeknummer 10BST01104 Beslisdatum B&W 26 oktober 2010 Dossiernummer 043.252 Raadsvoorsteltot het wijzigen van de Algemene Plaatselijke

Nadere informatie

dat besloten is tot het verminderen van administratieve lasten van burgers; dat middels het instellen van een bomenlijst dit doel bereikt kan worden;

dat besloten is tot het verminderen van administratieve lasten van burgers; dat middels het instellen van een bomenlijst dit doel bereikt kan worden; Ontwerp Nr. XII / 6 De raad van de gemeente DE WOLDEN; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juli 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende: dat besloten is tot het

Nadere informatie

Erfgoedverordening Tynaarlo 2010

Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 Raadsbesluit nr.7 Betreft: Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het collegeadvies Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 van 14 september 2010; overwegende dat hiermee de

Nadere informatie

34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009

34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 De raad van de gemeente Groningen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gelet op artikel

Nadere informatie

Ontwerp Bomenverordening 2019

Ontwerp Bomenverordening 2019 Ontwerp Bomenverordening 2019 1. Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Beschermde houtopstand: een houtopstand, die als beschermd staat vermeld

Nadere informatie

Erfgoedverordening Heemskerk 2009

Erfgoedverordening Heemskerk 2009 Erfgoedverordening Heemskerk 2009 Januari 2009 Inhoudsopgave Erfgoedverordening Heemskerk 2009 5 Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen 5 Artikel 1: Begripsbepalingen 5 Artikel 2: Het gebruik van het beschermd

Nadere informatie

Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM

Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Bergen op Zoom Nr. 76528 8 mei 2017 Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM 2017 De raad van de gemeente Bergen op Zoom; gezien het voorstel

Nadere informatie

Erfgoedbeleid Ridderkerk. Archeologieverordening Ridderkerk 2013

Erfgoedbeleid Ridderkerk. Archeologieverordening Ridderkerk 2013 Erfgoedbeleid Ridderkerk Archeologieverordening Ridderkerk 2013 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013 Gemeentestukken: 2013-267 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013

Nadere informatie

Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Tynaarlo 2010 (Kapverordening 2014) B E S L U I T:

Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Tynaarlo 2010 (Kapverordening 2014) B E S L U I T: Raadsbesluit nr. 14 Betreft: Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Tynaarlo 2010 (Kapverordening 2014) De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het voorstel van het college van 11 februari

Nadere informatie

MELDINGSFORMULIER HOOFDSTUK V LANDSCHAPSVERORDENING PROVINCIE UTRECHT 2011 (LSV), VELLEN VAN BOMEN

MELDINGSFORMULIER HOOFDSTUK V LANDSCHAPSVERORDENING PROVINCIE UTRECHT 2011 (LSV), VELLEN VAN BOMEN MELDINGSFORMULIER MELDINGSFORMULIER HOOFDSTUK V LANDSCHAPSVERORDENING PROVINCIE UTRECHT 2011 (LSV), VELLEN VAN BOMEN Melding op grond van artikel 28 Lsv van het voornemen om een houtopstand behorende tot

Nadere informatie

Inhoudsopgave BOMENVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK

Inhoudsopgave BOMENVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK Inhoudsopgave BOMENVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK o Artikel 1 Begripsbepalingen o Artikel 2 Beperking toepassinggebied o Artikel 3 Kapverbod o Artikel 4 Aanvraag vergunning (vervallen) o Artikel

Nadere informatie

ONTWERP 34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009

ONTWERP 34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 ONTWERP 34 e Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 De raad van de gemeente Groningen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gelet op

Nadere informatie

BIJLAGE A. Algemene Plaatselijke Verordening

BIJLAGE A. Algemene Plaatselijke Verordening BIJLAGE A Artikel 2.1.5.1 Artikel 2.4.2 Artikel 4.4.2 Artikel 5.1.6 Artikel 2.1.5.1 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende

Nadere informatie

Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT

Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT Monumentenverordening Utrecht 2010 (raadsbesluit van 2010) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d..2010. Besluit vast te stellen

Nadere informatie

Gelet op de projectomschrijving en op artikel 2.4 van de Wabo zijn wij in dit geval het bevoegde gezag om op de aanvraag te beslissen.

Gelet op de projectomschrijving en op artikel 2.4 van de Wabo zijn wij in dit geval het bevoegde gezag om op de aanvraag te beslissen. Omgevingsvergunning Zaaknummer 485964 1. Inleiding Op 28 mei 2015 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het plaatsen van een dakkapel op de woning op het perceel Sandtlaan 6

Nadere informatie

gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website:

gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website: Omgevingsvergunning Zaaknummer 1034185 1. Inleiding Op 1 oktober 2017 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het vervangen van het dak en gedeeltelijk vervangen van de kozijnen

Nadere informatie

De aanvraag gaat over Schietbaanweg 8, kadastraal bekend gemeente Emmen, sectie T, nummer 178 en is bij ons geregistreerd onder zaak

De aanvraag gaat over Schietbaanweg 8, kadastraal bekend gemeente Emmen, sectie T, nummer 178 en is bij ons geregistreerd onder zaak I (b "b.1yt.."d... Gemeente ~'1" ~ Emmen ~ OMGEVINGSVERGUNNING Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen heeft op een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het bouwen

Nadere informatie

Bomenverordening gemeente Mill en Sint Hubert 2015

Bomenverordening gemeente Mill en Sint Hubert 2015 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Mill en Sint Hubert. Nr. 113972 30 november 2015 Bomenverordening gemeente Mill en Sint Hubert 2015 De raad van de gemeente Mill en Sint Hubert Gezien het voorstel

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 VOOROVERLEG OF GLOBAAL HAALBAARHEIDSONDERZOEK

HOOFDSTUK 2 VOOROVERLEG OF GLOBAAL HAALBAARHEIDSONDERZOEK HOOFDSTUK 2 VOOROVERLEG OF GLOBAAL HAALBAARHEIDSONDERZOEK 2.2.1 Vooroverleg 2.2.1.1 vooroverleg wanneer het een plan betreft dat valt in de reguliere procedure: 204,50 2.2.1.2 vooroverleg wanneer het een

Nadere informatie

P.86 BOMENVERORDENING Vastgesteld bij raadsbesluit van 9 juli 1996, nr Bekend gemaakt op 12 juli 1996.

P.86 BOMENVERORDENING Vastgesteld bij raadsbesluit van 9 juli 1996, nr Bekend gemaakt op 12 juli 1996. BOMENVERORDENING 1996 Vastgesteld bij raadsbesluit van 9 juli 1996, nr. 96.0075. Bekend gemaakt op 12 juli 1996. In werking getreden op 24 juli 1996. HOOFDSTUK 1 Begripsomschrijvingen HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN

Nadere informatie