Erfgoedverordening Tynaarlo 2010
|
|
|
- Myriam Aerts
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Raadsbesluit nr.7 Betreft: Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het collegeadvies Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 van 14 september 2010; overwegende dat hiermee de uitvoering van het huidige erfgoedbeleid weer actueel is; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; B E S L U I T: vast te stellen de Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN Artikel 1. Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. Gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; b. Gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; c. Beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. Monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid; 1
2 e. Gemeentelijk stads- of dorpsgezicht: een in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezichtaangewezen groep van zaken of terreinen die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; f. Gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; g. Landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden: landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans; h. Provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven; i. Archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; j. Hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie; k. Middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie; l. Lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie; m. plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; n. Programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. o. Gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan. p. Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. q. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo r. Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. s. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. HOOFDSTUK 2. AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN Artikel 2. Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel 3. De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 3. Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. 4. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Drenthe. 2
3 Artikel 4. Voorbescherming Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing. Artikel 5. Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel 6. Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan. Artikel 7. Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel 8. Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel 9. Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 4 van de monumentenverordening van de provincie Drenthe. 3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. HOOFDSTUK 3. INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN Artikel 10. Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 3
4 4. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. 5. Het college kan voorschrijven dat de aanvrager van een vergunning als bedoeld in het tweede lid nader onderzoek moet verrichten, zoals bouwhistorisch of archeologisch onderzoek. 6. Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden betreffende de uitvoering en de materiaaltoepassing. Artikel 11. De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in 4-voud ingediend. Artikel 12. Termijnen advies en vergunningverlening 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies. 2. Binnen 6 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. Indien de monumentencommissie niet binnen 6 weken gemotiveerd heeft geadviseerd, neemt het college een besluit. Artikel 13. Weigeringgronden De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. Artikel 14. Intrekken van de vergunning 1. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 10 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; d. binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; e. tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen. 2. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden naar de monumentencommissie. HOOFDSTUK 4. BESCHERMDE MONUMENTEN Artikel 15. Vergunning voor beschermd monument 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan de monumentencommissie. 2. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen 6 weken na de datum van verzending van het afschrift. Indien de monumentencommissie niet binnen 6 weken gemotiveerd heeft geadviseerd, neemt het college een besluit. 3. Het college kan voorschrijven dat de aanvrager van een vergunning als bedoeld in het tweede lid nader onderzoek moet verrichten, zoals bouwhistorisch onderzoek. 4. Het college is verplicht de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies te vragen wanneer de monumentale waarden van een rijksmonument in het geding zijn. Het gaat om de volgende ingrepen: a. (gedeeltelijke) afbraak; b. ingrijpende wijzigingen vergelijkbaar met gedeeltelijke afbraak; c. reconstructie; d. herbestemming: het wijzigen van de functie. 4
5 5. In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift. Indien gedeputeerde staten advies uitbrengen, gebeurt dat schriftelijk binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift. HOOFDSTUK 5. GEMEENTELIJKE STADS- EN DORPSGEZICHTEN Artikel 16. De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk dorpsgezicht 1. Het college kan een stads- en dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en het college kan een zodanige aanwijzing wijzigen of intrekken. 2. Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking een besluit neemt, vraagt zij advies aan de monumentencommissie. 3. Op de voorbereiding van een besluit om aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 4. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet De aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt geacht te zijn ingetrokken indien het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt aangewezen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet Artikel 17. Voorbescherming Met ingang van de datum waarop de betrokken eigenaren de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht ontvangen tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 18 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het stads- of dorpsgezicht niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 19 en 20 van overeenkomstige toepassing. Artikel 18. Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college registreert het beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een redengevende omschrijving van cultuurhistorische waarden van het beschermde stads- of dorpsgezicht. Artikel 19. Bestemmingsplan 1. De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht, een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). 2. Bij het voorstel tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt. 3. Voordat het college de gemeenteraad een voorstel doet voor vaststelling van een bestemmingsplan in de zin van lid 1 vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 4. Het college zendt een afschrift van het genomen besluit aan de monumentencommissie. Artikel 20. Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. Bouwwerken te plaatsen, op te richten, geheel of gedeeltelijk af te breken of te verplaatsen dan wel in enig opzicht te wijzigen; 5
6 b. Bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. Onroerende zaken geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen en erfafscheidingen te wijzigen. 3. Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken als gevolg van een aanschrijving van het college. 4. Paragraaf van Wet ruimtelijke ordening (Wro) is van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK 6. INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE TERREINEN Artikel 21. Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; a. het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de Provinciale Archeologische Monumentenkaart, de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden of de gemeentelijke waardenkaart van de gemeente Tynaarlo, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde, niet zijnde een zone van provinciaal belang en op meer dan 50 meter buiten een bekende archeologische vindplaats of; in een gebied met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of; in een gebied met een aanduiding terrein van Hoge Archeologische Waarde vanwege de aanwezigheid van een historische dorpskern en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2. b. in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. c. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden; e. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. Alle aanwezige archeologische resten, rekening houden met het bepaalde in artikel 17, afdoende gedocumenteerd zijn f. De verstoring plaatsvindt in het kader van een archeologische opgraving Artikel 22. Opgravingen en begeleiding 1. Indien binnen het grondgebied van de gemeente Tynaarlo onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet: a. het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1 onder m, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek. 6
7 b. de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder l van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen. 2. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Artikel 23. Procedure De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing op de bepalingen uit artikel 21, tweede lid, onder e, en artikel 22, eerste lid, onder b. HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 24. Tegemoetkoming in schade Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: a. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; b. de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; c. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, derde lid; d. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onder d; Artikel 25. Strafbepaling Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en artikel 21 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel 26. Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. Met betrekking tot zakelijke monumenten als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1; beleidsmedewerker monumenten of medewerker bouw- en woningtoezicht. b. Met betrekking tot monumentale terreinen als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2; regioarcheoloog of beleidsmedewerker monumenten. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN Artikel 27. Intrekken oude regeling De Monumentenverordening Gemeente Tynaarlo 2004 wordt ingetrokken. Artikel 28. Overgangsrecht 1. De op grond van de onder artikel 27 ingetrokken Monumentenverordening Gemeente Tynaarlo 2004 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 27 ingetrokken verordening. 7
8 Artikel 29. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. Artikel 30. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening Gemeente Tynaarlo 2010 Vries, 12 oktober 2010 De raad voornoemd, F.A. van Zuilen, voorzitter J.L. de Jong, griffier 8
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak,
VERORDENING. De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.
Lijst agendapunten nummer: 8b Kenmerk: 11150 Afdeling: Vergunningen en Handhaving VERORDENING Datum: 9 oktober 2008 Onderwerp: Erfgoedverordening Terneuzen 2008 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen
Erfgoedverordening Boxtel 2010
Pagina 1 van 5 Erfgoedverordening Boxtel 2010 gezien het voorstel van het college van 18 mei 2010; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12 en 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen
DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST;
DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST; gelezen het voorstel van het college van 22 oktober 2010 (2010-14369); gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de
MONUMENTENVERORDENING 2006
MONUMENTENVERORDENING 2006 Vastgesteld in de raad van 20 december 2005 Inwerkingtreding: 1 januari 2006 De raad van de gemeente Houten, gezien het voorstel van het college van 1 november 2005, gelet op
Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr.
De raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr. Gelet op artikel 149 Gemeentewet en de artikel 12, 14 en 15 van de Monumentenwet
MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004
RB 2004/11-A MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: 1 monument: a zaak die van algemeen belang is
Erfgoedverordening Heemskerk 2009
Erfgoedverordening Heemskerk 2009 Januari 2009 Inhoudsopgave Erfgoedverordening Heemskerk 2009 5 Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen 5 Artikel 1: Begripsbepalingen 5 Artikel 2: Het gebruik van het beschermd
Erfgoedverordening Amsterdam
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. archeologisch monument: monument, als bedoeld in onderdeel r, onder 2; b. archeologisch onderzoek: werkzaamheden
zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 18715 3 april 2014 Erfgoedverordening Stadsdeel Zuidoost 2013 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat
Erfgoedverordening gemeente Houten
Erfgoedverordening gemeente Houten De raad van de gemeente Houten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 december 2017 met nummer BWV17.0228; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van
2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Brielle Nr. 103010 19 juni 2017 Erfgoedverordening 2017 De raad van de gemeente Brielle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 03-01-2017,
Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling
Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld
Erfgoedverordening Roosendaal 2017
Erfgoedverordening Roosendaal 2017 De raad van de gemeente Roosendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van.; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang
De raad van de gemeente Grave
** Documentnr 28070.: zaaknr.: Z/G/16/36278 De raad van de gemeente Grave gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2016. gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, in
Erfgoedverordening Nissewaard 2016
Raadscasenr. Erfgoedverordening Nissewaard 2016 De raad van de gemeente Nissewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 september 2016; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet,
Raadsvoorstel 21. Gemeenteraad. Vergadering 1 maart Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011
Raadsvoorstel 21 Vergadering 1 maart 2011 Gemeenteraad Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011 B&W vergadering : 18 januari 2011 Dienst / afdeling : SE/KC Aan de gemeenteraad, Op 1 oktober 2010 is
H E E R H U G O W >\ /\ R D
Raadsvergadoring :' ing 2 2 APRJQQB Besluii: ^f Voorstalnurroiner: PR nr*>6>qx± I 9 H E E R H U G O W >\ /\ R D Agendanr. Voorstelnr. Onderwerp 7 2008-033 Monumentverordening Aan de Raad, Heerhugowaard,
Erfgoedbeleid Ridderkerk. Archeologieverordening Ridderkerk 2013
Erfgoedbeleid Ridderkerk Archeologieverordening Ridderkerk 2013 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013 Gemeentestukken: 2013-267 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013
Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Bergen op Zoom Nr. 76528 8 mei 2017 Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM 2017 De raad van de gemeente Bergen op Zoom; gezien het voorstel
Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe gelezen het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van 31 augustus 2017;
CVDR Officiële uitgave van Neder-Betuwe. Nr. CVDR488676_1 23 mei 2018 Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2017 De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT
Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT Monumentenverordening Utrecht 2010 (raadsbesluit van 2010) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d..2010. Besluit vast te stellen
Monumentenverordening Enschede 2010
Monumentenverordening Enschede 2010 De raad van de gemeente Enschede, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 januari 2019, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en
b Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Uitvoering van de Integrale Visie Erfgoed
gemeente Eindhoven Raadsnummer 13R5269 Inboeknummer 13bst00467 Beslisdatum B&W 15 januari 2013 Dossiernummer 13.02.451 RaadsvoorstelWijziging Erfgoedverordening Inleiding Op 10 april jl. heeft de Raad
Archeologieverordening 2010
Archeologieverordening 2010 Archeologieverordening 2010 1 van 9 De raad van de gemeente Roerdalen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 oktober 2010; gelet op artikel 149 van de
INHOUDSOPGAVE MONUMENTENVERORDENING HILVERSUM Hoofdstuk 2 De bescherming van gemeentelijke monumenten 4
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hilversum. Nr. 87720 30 juni 2016 Monumentenverordening Hilversum 2016 INHOUDSOPGAVE MONUMENTENVERORDENING HILVERSUM 2016 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 3 Hoofdstuk
gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website:
Omgevingsvergunning Zaaknummer 1034185 1. Inleiding Op 1 oktober 2017 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het vervangen van het dak en gedeeltelijk vervangen van de kozijnen
SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN 2006
SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN 2006 Vastgesteld in de raad van 20 december 2005 Inwerkingtreding: 1 januari 2006 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen...3 Artikel 1 Begripsbepalingen...3 Artikel 2 Toepassing
VERORDENING OP DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG
VERORDENING OP DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG 2 Verordening op de archeologische monumentenzorg Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: 1. Archeologisch onderzoek: Onderzoek verricht
ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE KATWIJK
ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE KATWIJK gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE BERGEN 2012
CVDR Officiële uitgave van Bergen (NH). Nr. CVDR124935_1 10 oktober 2017 ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE BERGEN 2012 De raad van de gemeente Bergen; gelezen het voorstel van het college van Bergen van 1 november
Gelet op de projectomschrijving en op artikel 2.4 van de Wabo zijn wij in dit geval het bevoegde gezag om op de aanvraag te beslissen.
Omgevingsvergunning Zaaknummer 485964 1. Inleiding Op 28 mei 2015 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het plaatsen van een dakkapel op de woning op het perceel Sandtlaan 6
Procedureverordening tegemoetkoming in planschade gemeente Tiel
Nr. 5a, afdeling SO De raad van de gemeente Tiel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op hoofdstuk 6, afdeling 6.1 'Tegemoetkoming in schade', Wet ruimtelijke ordening (Wro); gelet
CVDR. Nr. CVDR6601_1. Erfgoedverordening Gemeente Heerlen ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE HEERLEN ALGEMEEN
CVDR Officiële uitgave van Heerlen. Nr. CVDR6601_1 12 juli 2016 Erfgoedverordening Gemeente Heerlen ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE HEERLEN Hoofdstuk 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening
besluit vast te stellen de volgende verordening: Erfgoedverordening gemeente Groningen 2017.
Erfgoedverordening gemeente Groningen 2017 De raad van de gemeente Groningen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van???; gelet op de artikelen 149 Gemeentewet, 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet,
Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Noordwijk 2016
Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Noordwijk 2016 De raad van gemeente Noordwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 juni 2016; gelet op het bepaalde in artikel
