Erfgoedverordening Boxtel 2010
|
|
|
- Nora de Jong
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pagina 1 van 5 Erfgoedverordening Boxtel 2010 gezien het voorstel van het college van 18 mei 2010; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12 en 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; besluit vast te stellen de volgende Erfgoedverordening Boxtel 2010 HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; b. beeldbepalend object: een object, dat kenmerkend en/of passend onderdeel vormt van de historische bebouwing en dat is opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in deze verordening. c. beeldbepalende gevelwand: een groep van gevels van objecten die een samenhangend geheel vormt en die van belang is wegens haar schoonheid, het karakter van het geheel, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang en/of de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. d. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; e. beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; f. monumentencommissie: de op basis van artikel15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid; g. gemeentelijk stads- of dorpsgezicht: groep van onroerende zaken en terreinen, hieronder begrepen banen, straten, pleinen, plantsoenen, parken, bruggen en water, die een samenhangend geheel vormt en die van belang is wegens haar schoonheid, het karakter van het geheel, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang en/of haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. h. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. i. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel. j. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. k. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
2 Pagina 2 van 5 HOOFDSTUK 2. AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN Artikel 2.1 Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument of beeldbepalend object. Artikel 2.2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument, beeldbepalend object, beeldbepalende gevelwand en gemeentelijk stads- of dorpsgezicht 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten objecten, welke voor bescherming in aanmerking komen, aan te wijzen als beeldbepalend object. 3. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een groep van gevels, welke voor bescherming in aanmerking komen, aan te wijzen als beeldbepalende gevelwand. 4. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten stads- of dorpsgezichten, welke voor bescherming in aanmerking komen, aan te wijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 5. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 6. Voordat het college een pand, zaak of object met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. 7. De aanwijzing als bedoeld in eerste, tweede of derde lid kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet De aanwijzing als bedoeld in het vierde lid kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet Artikel 2.3 Voorbescherming Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een pand, zaak, object of terrein de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument, beeldbepalend object, beeldbepalende gevelwand of gemeentelijk stads- en dorpsgezicht ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 2.6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het pand, de zaak, het object of terrein niet wordt geregistreerd, is hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.4 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 24 weken na de adviesaanvraag. Artikel 2.5 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 2.2 wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
3 Pagina 3 van 5 Artikel 2.6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college registreert het gemeentelijke monument, het beeldbepalend object, de beeldbepalende gevelwand of het gemeentelijk stads- en dorpsgezicht op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, en een summiere beschrijving van het gemeentelijke monument, het beeldbepalend object, de beeldbepalende gevelwand of het gemeentelijk stads- en dorpsgezicht. Artikel 2.7 Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 2.2, vijfde en zesde lid, alsmede artikel 2.3, 2.4 en 2.5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel 2.8 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 2.2, vijfde lid, en artikel 2.4 van overeenkomstige toepassing. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de aanwijzing geacht te zijn ingetrokken: a. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 resp. 35 van de Monumentenwet 1988; b. indien het pand, de zaak of het object teniet is gegaan. 3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. HOOFDSTUK 3. INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN Artikel 3.1 Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden een gemeentelijk monument, een beeldbepalend object, of een beeldbepalende gevelwand te beschadigen of te vernielen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. een gemeentelijk monument, een beeldbepalend object of een beeldbepalende gevelwand af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument, een beeldbepalend object of een beeldbepalende gevelwand te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. een bouwwerk in een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te slopen. 3. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 4. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een pand, zaak of object met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het pand, de zaak of het object in het geding zijn. Artikel 3.2 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.1 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in 4-voud ingediend.
4 Pagina 4 van 5 Artikel 3.3 Indieningsvereisten Op een aanvraag om een vergunning met betrekking tot een beeldbepalend object of beeldbepalende gevelwand is hoofdstuk 5 van de Regeling omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.4 Termijnen advies 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid aan de monumentencommissie voor advies. 2. Binnen zes weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. Artikel 3.5 Weigeringsgronden 1. De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument of beeldbepalend object. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c. kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Artikel 3.6 Voorschriften 1. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn met het oog op het belang van de monumentenzorg. 2. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c. kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden met betrekking tot de wijze van slopen. Artikel 3.7 Inwerkingtreding vergunning Op een vergunning met betrekking tot een beeldbepalend object of beeldbepalende gevelwand is artikel 6.1, tweede en derde lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.8. Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 3.6, niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; d. niet binnen een jaar nadat de vergunning is verleend van de vergunning gebruik is gemaakt. HOOFDSTUK 4. BESCHERMDE MONUMENTEN Artikel 4.1 Vergunning voor beschermd monument 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan de monumentencommissie. 2. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.
5 Pagina 5 van 5 HOOFDSTUK 5. (GERESERVEERD) HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 6.2 Strafbepaling Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 3.1 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel 6.3 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de ambtenaren belast die bij besluit van het college dan wel de burgemeester zijn aangewezen. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN Artikel 7.1 Intrekken en wijziging andere regelingen 1. De Monumentenverordening Boxtel 2005 wordt ingetrokken. 2. In de Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Boxtel 2003 wordt de tekst 'Monumentenverordening Boxtel 2005' vervangen door: Erfgoedverordening Boxtel Artikel 7.2 Overgangsrecht 1. De op grond van de onder artikel 7.1 ingetrokken Monumentenverordening Boxtel 2005 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, beeldbepalende objecten, beeldondersteunende objecten en beeldbepalende gevelwanden (voorheen beschermde gevelwanden), worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 7.1 ingetrokken verordening. Artikel 7.3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. Artikel 7.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening Boxtel 2010 Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 juni De voorzitter, De griffier,
MONUMENTENVERORDENING 2006
MONUMENTENVERORDENING 2006 Vastgesteld in de raad van 20 december 2005 Inwerkingtreding: 1 januari 2006 De raad van de gemeente Houten, gezien het voorstel van het college van 1 november 2005, gelet op
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak,
Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr.
De raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr. Gelet op artikel 149 Gemeentewet en de artikel 12, 14 en 15 van de Monumentenwet
DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST;
DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOORST; gelezen het voorstel van het college van 22 oktober 2010 (2010-14369); gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de
VERORDENING. De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.
Lijst agendapunten nummer: 8b Kenmerk: 11150 Afdeling: Vergunningen en Handhaving VERORDENING Datum: 9 oktober 2008 Onderwerp: Erfgoedverordening Terneuzen 2008 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen
Erfgoedverordening Tynaarlo 2010
Raadsbesluit nr.7 Betreft: Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het collegeadvies Erfgoedverordening Tynaarlo 2010 van 14 september 2010; overwegende dat hiermee de
MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004
RB 2004/11-A MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: 1 monument: a zaak die van algemeen belang is
2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Brielle Nr. 103010 19 juni 2017 Erfgoedverordening 2017 De raad van de gemeente Brielle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 03-01-2017,
Erfgoedverordening gemeente Houten
Erfgoedverordening gemeente Houten De raad van de gemeente Houten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 december 2017 met nummer BWV17.0228; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van
Erfgoedverordening Amsterdam
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. archeologisch monument: monument, als bedoeld in onderdeel r, onder 2; b. archeologisch onderzoek: werkzaamheden
Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling
Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Tilburg Monumentenverordening gemeente Tilburg Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld
Erfgoedverordening Roosendaal 2017
Erfgoedverordening Roosendaal 2017 De raad van de gemeente Roosendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van.; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang
zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 18715 3 april 2014 Erfgoedverordening Stadsdeel Zuidoost 2013 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat
Erfgoedverordening Heemskerk 2009
Erfgoedverordening Heemskerk 2009 Januari 2009 Inhoudsopgave Erfgoedverordening Heemskerk 2009 5 Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen 5 Artikel 1: Begripsbepalingen 5 Artikel 2: Het gebruik van het beschermd
De raad van de gemeente Grave
** Documentnr 28070.: zaaknr.: Z/G/16/36278 De raad van de gemeente Grave gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2016. gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, in
H E E R H U G O W >\ /\ R D
Raadsvergadoring :' ing 2 2 APRJQQB Besluii: ^f Voorstalnurroiner: PR nr*>6>qx± I 9 H E E R H U G O W >\ /\ R D Agendanr. Voorstelnr. Onderwerp 7 2008-033 Monumentverordening Aan de Raad, Heerhugowaard,
Raadsvoorstel 21. Gemeenteraad. Vergadering 1 maart Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011
Raadsvoorstel 21 Vergadering 1 maart 2011 Gemeenteraad Onderwerp : Erfgoedverordening Helmond 2011 B&W vergadering : 18 januari 2011 Dienst / afdeling : SE/KC Aan de gemeenteraad, Op 1 oktober 2010 is
Erfgoedverordening Nissewaard 2016
Raadscasenr. Erfgoedverordening Nissewaard 2016 De raad van de gemeente Nissewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 september 2016; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet,
Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Bergen op Zoom Nr. 76528 8 mei 2017 Gemeente Bergen op Zoom - ERFGOEDVERORDENING BERGEN OP ZOOM 2017 De raad van de gemeente Bergen op Zoom; gezien het voorstel
Monumentenverordening Enschede 2010
Monumentenverordening Enschede 2010 De raad van de gemeente Enschede, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 januari 2019, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en
Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT
Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr... CONCEPT Monumentenverordening Utrecht 2010 (raadsbesluit van 2010) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d..2010. Besluit vast te stellen
Erfgoedbeleid Ridderkerk. Archeologieverordening Ridderkerk 2013
Erfgoedbeleid Ridderkerk Archeologieverordening Ridderkerk 2013 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013 Gemeentestukken: 2013-267 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013
Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe gelezen het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van 31 augustus 2017;
CVDR Officiële uitgave van Neder-Betuwe. Nr. CVDR488676_1 23 mei 2018 Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2017 De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN 2006
SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN 2006 Vastgesteld in de raad van 20 december 2005 Inwerkingtreding: 1 januari 2006 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen...3 Artikel 1 Begripsbepalingen...3 Artikel 2 Toepassing
gemeente Katwijk: Koningin Julianalaan 3, 2224 EW Katwijk, Postbus 589, 2220 AN Katwijk, website:
Omgevingsvergunning Zaaknummer 1034185 1. Inleiding Op 1 oktober 2017 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het vervangen van het dak en gedeeltelijk vervangen van de kozijnen
INHOUDSOPGAVE MONUMENTENVERORDENING HILVERSUM Hoofdstuk 2 De bescherming van gemeentelijke monumenten 4
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hilversum. Nr. 87720 30 juni 2016 Monumentenverordening Hilversum 2016 INHOUDSOPGAVE MONUMENTENVERORDENING HILVERSUM 2016 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 3 Hoofdstuk
b Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Uitvoering van de Integrale Visie Erfgoed
gemeente Eindhoven Raadsnummer 13R5269 Inboeknummer 13bst00467 Beslisdatum B&W 15 januari 2013 Dossiernummer 13.02.451 RaadsvoorstelWijziging Erfgoedverordening Inleiding Op 10 april jl. heeft de Raad
VERORDENING OP DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG
VERORDENING OP DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG 2 Verordening op de archeologische monumentenzorg Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: 1. Archeologisch onderzoek: Onderzoek verricht
ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE KATWIJK
ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE KATWIJK gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Model Leegstandverordening
Model Leegstandverordening De raad van de gemeente - naam-, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van, nr ; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Leegstandwet;
Gelet op de projectomschrijving en op artikel 2.4 van de Wabo zijn wij in dit geval het bevoegde gezag om op de aanvraag te beslissen.
Omgevingsvergunning Zaaknummer 485964 1. Inleiding Op 28 mei 2015 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het plaatsen van een dakkapel op de woning op het perceel Sandtlaan 6
Reclameverordening gemeente Utrecht 2017
Reclameverordening gemeente Utrecht 2017 (raadsbesluit van p.m.). De raad van de gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 11 april 2017 Besluit vast te stellen de volgende RECLAMEVERORDENING
GEMEENTEBLAD. Nr Marktverordening gemeente Goirle Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Goirle. Nr. 182216 28 december 2016 Marktverordening gemeente Goirle 2017 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Toepassingsgebied Deze verordening is van
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Verordening Werkzaamheden kabels en leidingen gemeente Bunnik
Verordening Werkzaamheden kabels en leidingen gemeente Bunnik Aanhef De raad van de gemeente Bunnik; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014; gelet op artikel
Subsidieverordening voor onderhoud en restauratie van monumenten
Subsidieverordening voor onderhoud en restauratie van monumenten Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
29 Wet van 6 november 2008, houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 88 van de Huisvestingswet;
De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 7 december 2010, nummer B010.0630; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 88 van de Huisvestingswet; overwegende
GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25
GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 Standplaatsverordening 2001 (raadsbesluit van 31 mei 2001) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 14 mei 2001 Besluit vast te stellen
Verordening speelautomatenhallen Terneuzen 2011
Lijst agendapunten nummer: Kenmerk: 32128 Afdeling: Bestuur en Faciliteiten VERORDENING 17c Datum: 27 januari 2011 Onderwerp: Verordening speelautomatenhallen Terneuzen 2011 De raad van de gemeente Terneuzen;
Verordening. speelautomaten (hallen) * * Verordening speelautomaten(hallen) 2016 D
Verordening speelautomaten (hallen) 2016 *16-0015386* 16-0015386 Verordening speelautomaten(hallen) 2016 D14-0175331 1 VERORDENING SPEELAUTOMATEN(HALLEN) 2016 De raad van de gemeente Waalwijk, gezien het
Gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Baarn 2006;
Burgemeester en wethouders van Baarn Overwegende dat het wenselijk is aanvullende regels te geven voor de subsidieverlening ten behoeve van de organisatie van activiteiten op het gebied van gemeentelijke
