Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde ) [ /kwh]
|
|
|
- Clara van der Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Notitie Amsterdam, 29 september 2015 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink Paul Silvertant, Cynthia Peerenboom (EZ) Kopie Onderwerp Basisprijzen SDE Samenvatting Deze notitie beschrijft de basisprijzen en basisprijspremies voor hernieuwbare energieproductie in de SDE De notitie geeft een update van de eerdere notitie over basisprijzen en basisprijspremies voor hernieuwbare elektriciteitsopwekking in de SDE (Kraan & Lensink, december 2014). Ook voor elektriciteitsproductie in de SDE zijn basisprijzen en basisprijspremies gedifferentieerd naar de categorieën zon-pv, windenergie en overige hernieuwbare elektriciteitsproductie. Hiernaast zijn voor groen gas en hernieuwbare warmte de basisprijzen en basisprijspremies berekend. Voor warmte is gedifferentieerd naar middelgrote en grote installaties. Kleine warmte-installaties zijn niet langer meegenomen, omdat deze niet meer in de SDE+ voorkomen 1. De resultaten zijn samengevat in Tabel 1. Tabel 1: Basisprijzen voor SDE Categorieën SDE+ Langjarige verwachting gemiddelde prijs Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde ) Energiebelasting + ODE Basisprijs Basisprijspremie Elektriciteit (excl. windenergie en zon-pv) 0, ,039 0,002 Windenergie 0,058 0,013-0,030 0,002 Zon-PV 0,056 0,004-0,035 0,002 Gas 0, ,020 0 Warmte, middelgrote installaties 0,033-0,0026 0,025 0 Warmte, grote installaties 0, , Kleine warmte-installaties werden tot en met de SDE opgenomen voor de categorie zonthermie, echter voor de SDE is de referentiegrootte opgeschaald, waardoor de installatie overeenkomt met die van middelgrote installaties.
2 1 Inleiding De SDE+-subsidie is een tegemoetkoming voor producenten van hernieuwbare energie voor het verschil in kostprijs van de opwekking van hernieuwbare energie en die van grijze energie. De SDE+bijdrage wordt uitgedrukt als: SDE+-bijdrage = basisbedrag correctiebedrag. Het basisbedrag geeft de kostprijs weer van hernieuwbare energieproductie; het correctiebedrag drukt de marktwaarde van de hernieuwbare energie uit. De netto SDE+-bijdrage voor een producent is echter gelimiteerd door een minimum en maximum waarde: a) de bijdrage is nul indien het correctiebedrag groter is dan het basisbedrag, in dat geval is de marktwaarde namelijk hoger dan de kostprijs van de energie en is er geen subsidie nodig; b) de bijdrage is gemaximeerd door een minimum waarde van het correctiebedrag. Deze minimumwaarde van het correctiebedrag wordt ook wel de basisprijs genoemd en voorkomt al te grote budgettaire reserveringen. Indirect effect van het instellen van een maximum SDE+-bijdrage is dat er een additioneel risico ontstaat voor de producent van hernieuwbare energie: als de marktprijs onder de basisprijs daalt, is de producent niet langer in staat de volledige onrendabele top van de duurzame energie te dekken met de subsidie-uitkering. In de afgelopen jaren is voor de SDE+-uitkeringen een basisprijs aangehouden van 2/3 e van de verwachte langjarige energieprijzen, dat zal ook dit jaar weer aangehouden worden. Bij de advisering over de basisbedragen houden ECN en DNV GL rekening met het risico dat ontstaat ten gevolge van de basisprijs. Een zogenaamde basisprijspremie nemen ECN en DNV GL mee als component van de projectkosten. Deze basisprijspremie kan dus gezien worden als een verzekeringspremie tegen lage energieprijzen. De premiehoogte is zo bepaald dat het risico voor een producent dat de elektriciteitsprijs onder de basisprijs zakt, neutraal wordt afgedekt door middel van een premie per geleverde kwh aan duurzame energie. Deze notitie toont de nieuwe lange termijn verwachtingen voor de energieprijzen, de basisprijzen en de basisprijspremiehoogtes zoals gebruikt zullen worden in de SDE Naar aanleiding van nieuwe projecties voor de elektriciteitsprijzen die berekend zijn in de Nationale Energie Verkenning 2015, zijn er nieuwe berekeningen gemaakt voor de basisprijzen en de bijpassende basisprijspremies voor gas en elektriciteit. Voor het berekenen van de basisprijzen van wind- en zon-pv is hierbij tevens rekening gehouden met de verwachte ontwikkeling van profiel- en onbalanskosten bij deze technieken. Pagina 2 van 8
3 2 Elektriciteit (excl. zon-pv en windenergie) De basisprijs voor elektriciteit Uitgangspunt in de berekening van de basisprijs is dat de basisprijs op 2/3 e van de verwachte gemiddelde langjarige elektriciteitsprijs ligt. De Nationale Energie Verkenning (NEV) 2015 geeft een projectie van elektriciteitsprijzen tot Hiervoor zijn berekeningen gedaan voor de elektriciteitsprijzen per uur in de jaren 2015, 2018, 2020, 2025 en Deze notitie neemt voor elk van de jaren het gewogen gemiddelde en interpoleert de tussenliggende jaren. Hiermee is een gemiddelde bepaald voor de perioden 2016 tot en met 2020 en voor 2016 tot en met 2030 (de looptijd van de SDE+-2016), zie Tabel 2. Tabel 2: Gemiddelde elektriciteitsprijs Jaar Gemiddelde elektriciteitsprijs [ 2015/kWh] , , , , ,068 Gemiddelde ,047 Gemiddelde ,058 Basisprijs (op 2/3 e van gemiddelde elektriciteitsprijs ) 0,039 Bij een elektriciteitsprijs van 0,058 /kwh is de basisprijs voor elektriciteit berekend op 0,039 /kwh, gebruik makend van de onafgeronde gemiddelde elektriciteitsprijs. Deze basisprijs geldt voor categorieën van hernieuwbare elektriciteitsopwekking in de SDE+ 2016, met uitzondering van de categorieën voor windenergie en zon-pv. Voor de categorieën windenergie en zon-pv zijn aparte basisprijzen berekend, omdat de verwachte gemiddelde prijs die producenten van elektriciteit uit windenergie en zon-pv ontvangen voor de opgewekte elektriciteit afwijkt van de gemiddelde elektriciteitsprijs. Deze worden verderop in deze notitie getoond. De basisprijspremie op basis van de lange termijnverwachtingen Het berekenen van de basisprijspremie wordt gedaan door middel van een Monte Carlo analyse waarbij, zoals eerder genoemd, het uitgangspunt is dat het risico voor de producent dat ontstaat door de invoering van de basisprijs neutraal wordt afgedekt. De producent krijgt dus over de lange termijn evenveel SDE+-subsidie in de situatie waarbij een basisprijs wordt aangehouden als in de situatie waarin er geen maximalisatie aan de SDE+-uitkeringen zit. De toekomstige elektriciteitsmarkt is gemodelleerd op basis van de gemiddelde elektriciteitsprijs tussen 2016 en 2030, dus 0,058 /kwh. Voor de volatiliteit van de elektriciteitsmarkt is gekeken naar de volatiliteit op de APX markt gedurende langere periode in het verleden (2005 en 2012). De berekende basisprijspremie op basis van deze getallen ligt op 0,0014 /kwh. De basisprijspremie op basis van de marktverwachtingen Als gevoeligheidsanalyse is de basisprijspremie ook berekend op basis van de marktverwachtingen, die niet per se gelijk liggen aan de lange termijnverwachtingen omdat de markt de verwachtingen voor de toekomst meer zal spiegelen aan de huidige trend. Concreet betekent dit dat de Pagina 3 van 8
4 basisprijspremie ook is uitgerekend uitgaande van eenzelfde basisprijs van 0,039 /kwh, maar met een elektriciteitsmarkt gemodelleerd op basis van korte termijnverwachtingen in plaats van lange termijnverwachtingen. Dit houdt in dat er uitgegaan wordt van een toekomstige elektriciteitsprijs gelijk aan het gemiddelde geprojecteerd voor de periode 2016 tot 2020, dus 0,047 /kwh. Tegelijkertijd wordt er gekeken naar een volatiliteit gelijk aan die op de APX in een kortere, meer recente periode ( ). In deze tijd lag de volatiliteit van de APX markt beduidend lager dan in de vier jaren daarvoor. De berekende basisprijspremie ligt ook in dit geval op 0,0017 /kwh. Conclusie De basisprijspremie op basis van de lange termijnverwachtingen ligt op 0,0014 /kwh. De basisprijspremie op basis van de marktverwachtingen ligt op 0,0017 /kwh. Voor advisering over de basisbedragen voor hernieuwbare-elektriciteitsopwekking binnen de SDE+-categorieën (excl. zon-pv en windenergie) hanteren ECN en DNV GL een basisprijspremie van 0,002 /kwh. Dit is gelijk aan de basisprijspremie van vorig jaar. 3 Elektriciteit uit windenergie Voor de SDE+-categorieën voor windenergie wordt een andere basisprijs gehanteerd. Door de variabele opwekking uit windenergie wijkt de verwachte gemiddelde prijs die producenten van windenergie ontvangen voor uit wind opgewekte elektriciteit af van de gemiddelde elektriciteitsprijs. Producenten van windenergie worden in de SDE+-regeling gecompenseerd voor de profiel- en onbalanskosten, als gevolg van de effecten op het elektriciteitsnet van minder voorspelbare fluctuaties van de opwek van elektriciteit door middel van windenergie (onbalans) en grote gelijktijdigheid van aanbod van windenergie op de elektriciteitsmarkt (profiel). In de NEV 2015 zijn projecties gemaakt voor profielkosten. De profielkosten zullen de komende jaren toenemen van 0,003 /kwh in 2015 tot 0,011 /kwh in De onbalanskosten worden verwacht voor alle jaren op hetzelfde niveau te liggen van 0,004 /kwh. Deze profiel- en onbalanskosten liggen gemiddeld voor de periode 2016 tot 2030 op 0,013 /kwh en worden voor de berekening van de basisprijs voor windenergie in mindering gebracht op de lange termijnprijs voor elektriciteit, die op 0,058 /kwh ligt. Dit resulteert in een verwacht gemiddelde lange termijnprijs voor de opwek van elektriciteit door windenergie van 0,045 /kwh. Om tot de uiteindelijke basisprijs te komen wordt de factor 2/3 e toegepast, waarmee de basisprijs voor wind uitkomt op 0,030 /kwh. De bijbehorende basisprijspremie is berekend op de lange termijnverwachtingen van de elektriciteitsmarkt en komt uit op 0,002 /kwh. Pagina 4 van 8
5 4 Elektriciteit uit zon-pv Ook voor de SDE+-categorie voor zon-pv wordt een andere basisprijs gehanteerd, omdat de verwachte gemiddelde prijs die producenten van elektriciteit uit zon-pv ontvangen voor de opgewekte elektriciteit afwijkt van de gemiddelde elektriciteitsprijs. Voor zon-pv is anders omgegaan met de kosten die betrekking hebben op de fluctuerende opwekking dan hierboven beschreven voor windenergie, zodat de berekening in lijn is met de berekening van de correctiebedragen van zon-pv in de SDE+-regeling. De onbalanskosten zijn ook voor deze categorie geschat op 0,004 /kwh voor alle jaren tussen 2015 en De profielkosten voor zonne-energie zijn echter niet apart berekend, maar in plaats daarvan wordt er in de SDE+-regeling vanuit gegaan dat zonne-opwek alleen plaatsvindt in de piekuren (van uurblokken 8 tot 23) en dat de gemiddelde elektriciteitsprijs voor alleen die uren met 0,056 /kwh voldoende representatief is voor de inkomsten van elektriciteitsproductie door zon-pv, zie Tabel 3. Als hiervan de onbalanskosten worden afgetrokken komt hier een gemiddelde uit over de jaren 2016 tot 2030 van 0,052 /kwh. Toepassing van de factor 2/3 e hierop leidt tot een basisprijs van 0,035 /kwh. De basisprijspremie op basis van de lange termijnverwachtingen bedraagt ook voor zon- PV 0,002 /kwh. Tabel 3: Gemiddelde elektriciteitsprijs piekuren Jaar Gemiddelde elektriciteitsprijs ( 2015/kWh) , , , , ,065 Gemiddelde ,056 Gemiddelde min onbalanskosten 0,052 Basisprijs (op 2/3 e van gemiddelde elektriciteitsprijs min onbalanskosten) 0,035 Pagina 5 van 8
6 5 Gas en warmte 5.1 Gas Voor de basisprijs van gas en de daarop gebaseerde basisprijs voor warmte is gebruik gemaakt van de projecties van gasprijzen die ook zijn gebruikt voor de Nationale Energie Verkenning. Deze zijn voor de jaren gebaseerd op termijnprijzen en projecties uit de World Energie Outlook (WEO). De jaren na 2018 zijn alleen op projecties van de WEO gebaseerd. Vanaf vorig jaar worden op verzoek van het ministerie van Economische Zaken alle prijzen voor de SDE+-regeling uitgedrukt in /kwh. Dit resulteert in een gemiddelde gasprijs voor tussen 2016 en 2030 van 0,029 /kwh, waar een basisprijs van 0,020 /kwh bij hoort bij het vermenigvuldigen van 2/3 met een onafgeronde gemiddelde lange termijnprijs voor gas. Op eenzelfde manier als voor elektriciteit is ook voor gas een basisprijspremie berekend. Er is hiervoor gebruik gemaakt van uurprijzen (HHV of bovenste verbrandingswaarde) van de gasmarkt in Vergeleken met de prijzen op de elektriciteitsmarkt, kennen de gasprijzen een lagere volatiliteit in recente jaren. Daardoor is bij een relatieve basisprijs van 2/3 e van de gemiddelde langjarige gasprijs van 0,020 /kwh, de basisprijspremie 0,000 /kwh. 5.2 Warmte De representatieve prijs van warmte wordt afgeleid van de prijs van aardgas, zij het de onderste verbrandingswaarde. De uitgangspunten hiervoor liggen vast in de regeling. Voor middelgrote installaties wordt de aardgasprijs (0,029 /kwh) gedeeld door 90% om tot een warmteprijs te komen. Voor grote installaties wordt de aardgasprijs met 0,7 vermenigvuldigd. Daarmee komen de lange termijn verwachtingen voor warmte uit op: Middelgrote installaties: 0,033 /kwh Grote installaties: 0,021 /kwh De basisprijzen behorende bij warmtelevering bevatten voor middelgrote installaties een component voor vermeden energiebelasting, voor grote installaties is dat niet het geval. Het gebruikte energiebelastingtarief correspondeert met de grootte van de bij de categorie behorende referentieinstallatie, zoals deze door ECN en DNV GL gehanteerd is ter advisering van de basisbedragen. In dit energiebelastingtarief is de opslag duurzame energie inbegrepen. De huidige tarieven zijn voor kleine installaties 0,0026 /kwh. Toepassing van de factor 2/3 e op de lange termijnprijs voor gas, en verrekening van de energiebelasting brengt de basisprijs voor middelgrote installaties op 0,025 /kwh. De basisprijs voor grote warmte-installaties ligt op 0,014 /kwh. Door de relatief lage recente volatiliteit van de gasprijs is ook voor warmte de basisprijspremie gelijk aan 0,000 /kwh. Pagina 6 van 8
7 6 Conclusie In deze notitie zijn de lange termijnprijzen voor verschillende energiebronnen getoond, alsmede de bijbehorende basisprijzen en basisprijspremies. Daarnaast is voor hernieuwbare elektriciteit (excl. zon-pv en windenergie) een gevoeligheidsanalyse gedaan om te zien hoeveel de langetermijnverwachtingen en de marktverwachtingen van elkaar verschillen. Hoewel de basisprijzen voor elektriciteitsopwekking (excl. zon-pv en windenergie) in de SDE+, zon-pv en windenergie van elkaar verschillen, zijn de basisprijspremies voor alle elektriciteitscategorieën gelijk aan 0,002 /kwh. Voor de verschillende op gas gebaseerde opties zijn ook verschillende basisprijzen berekend. Voor al deze opties is, door de relatief lage recente volatiliteit van de gasprijs, de basisprijspremie berekend op 0,000 /kwh. Een overzicht van de berekende basisprijzen en basisprijspremies voor de SDE is weergegeven in Tabel 4. Tabel 4: Basisprijzen voor SDE Categorieën SDE+ Langjarige verwachting gemiddelde prijs Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde ) Energiebelasting + ODE Basisprijs Basisprijspremie Elektriciteit (excl. windenergie en zon-pv) 0, ,039 0,002 Windenergie 0,058 0,013-0,030 0,002 Zon-PV 0,056 0,004-0,035 0,002 Gas 0, ,020 0 Warmte, middelgrote installaties 0,033-0,0026 0,025 0 Warmte, grote installaties 0, ,014 0 Tabel 5 toont het overzicht van de basisprijzen voor de categorieën die opgenomen zijn in het Eindadvies Basisbedragen SDE Voor de categorieën die warmte of elektriciteit opwekken zijn de basisbedragen overeenkomend met de getallen in Tabel 4. Voor de categorieën waarin zowel warmte als elektriciteit wordt opgewekt (WKK), wordt een gewogen gemiddelde van de betreffende basisprijzen van warmte en elektriciteit opgenomen. Pagina 7 van 8
8 Tabel 5: Basisprijzen voor SDE per categorie Categorie Basisprijs SDE Waterkracht, valhoogte 50 cm 0,039 Waterkracht, valhoogte 50 cm, renovatie 0,039 Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm 0,039 Osmose 0,039 Fotovoltaïsche zonnepanelen, 15 kwp en aansluiting >3*80A 0,035 Zonthermie, apertuuroppervlakte 100 m2 0,025 Wind op land, 8 m/s 0,030 Wind op land, 7,5 en < 8 m/s 0,030 Wind op land, 7,0 en < 7,5 m/s 0,030 Wind op land, < 7,0 m/s 0,030 Wind op verbindende waterkeringen, 8 m/s 0,030 Wind op verbindende waterkeringen, 7,5 en < 8 m/s 0,030 Wind op verbindende waterkeringen, 7,0 en < 7,5 m/s 0,030 Wind op verbindende waterkeringen, < 7,0 m/s 0,030 Wind in meer, water 1 km2 0,030 Geothermische warmte, diepte 500 m 0,014 Geothermische warmte, diepte 3500 m 0,014 Geothermie gecombineerde opwekking, diepte 500 meter 0,017 RWZI - Thermofiele gisting van secundair slib 0,029 AWZI/RWZI - thermische drukhydrolyse 0,039 AWZI/RWZI (hernieuwbaar gas) 0,020 Biomassavergassing ( 95% biogeen) 0,020 Bestaande capaciteit voor bij- en meestook 0,039 Nieuwe capaciteit voor meestook 0,039 Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 0,5-5 MWth 0,025 Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 5 MWth 0,014 Ketel op vloeibare biomassa 0,025 Warmte, houtpellets 0,014 Thermische conversie van biomassa, > 50 MWth 0,020 Thermische conversie van biomassa, 50 MWth 0,021 Allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,020 Gecombineerde opwekking allesvergisting 0,029 Warmte allesvergisting 0,025 Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,020 Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,029 Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,025 Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,020 Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest 0,039 Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest 0,025 Verlengde levensduur thermische conversie 50 MWe 0,023 Verlengde levensduur allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,030 Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest, gecombineerde opwekking 0,030 Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,020 Verlengde levensduur allesvergisting (warmte) 0,014 Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,020 Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte) 0,014 Disclaimer Hoewel de informatie in dit rapport afkomstig is van betrouwbare bronnen en de nodige zorgvuldigheid is betracht bij de totstandkoming daarvan kan ECN geen aansprakelijkheid aanvaarden jegens de gebruiker voor fouten, onnauwkeurigheden en/of omissies, ongeacht de oorzaak daarvan, en voor schade als gevolg daarvan. Gebruik van de informatie in het rapport en beslissingen van de gebruiker gebaseerd daarop zijn voor rekening en risico van de gebruiker. In geen enkel geval zijn ECN, zijn bestuurders, directeuren en/of medewerkers aansprakelijk ten aanzien van indirecte, immateriële of gevolgschade met inbegrip van gederfde winst of inkomsten en verlies van contracten of orders. Pagina 8 van 8
Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde ) [ /kwh]
Notitie Amsterdam, 18 november 2016 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink Ministerie van Economische Zaken Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2017 Samenvatting Deze notitie beschrijft
Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde 2015-2029) [ /kwh]
Notitie Petten, 15 december 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink S. Breman-Vrijmoed (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2015 Samenvatting
Introductie op proces
Notitie Amsterdam, 6 april 2017 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink (ECN) Ministerie van Economische Zaken Onderwerp en 2018 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25
Notitie Amsterdam, 20 november Samenvatting. 1 Langetermijnenergieprijs
Notitie Amsterdam, 20 november 2017 ECN-N--17-026 Kenmerk Afdeling Van Voor Beleidsstudies Sander Lensink, Adriaan van der Welle Ministerie van Economische Zaken Onderwerp Basisprijzen en basisprijspremies
Paul Silvertant, Cynthia Peerenboom (Ministerie van Economische Zaken)
Notitie Amsterdam, 29 september 2015 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink, Christine van Zuijlen Paul Silvertant, Cynthia Peerenboom (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Correctiebedragen
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38490 4 november 2015 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 2 november 2015, nr. WJZ/15147884, tot vaststelling
Jan Hendrik Hoekstra (Rijksdienst voor ondernemend Nederland)
Notitie Petten, 14 oktober 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink, Christine van Zuijlen Cynthia Peerenboom (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Jan Hendrik Hoekstra (Rijksdienst voor
Notitie Amsterdam, 1 maart Samenvatting
Notitie Amsterdam, 1 maart 2016 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink, Christine van Zuijlen Paul Silvertant (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Definitieve correctiebedragen SDE+
Tabellen stand van zaken SDE+ 2012
Tabellen stand van zaken SDE+ 2012 Dit overzicht wordt iedere twee weken geactualiseerd, totdat het volledige voor 2012 aan projecten is toegekend. In deze bijlage worden alle eerder gepubliceerde standen
1 Inleiding. 2 Uitgangspunten. Notitie Petten, 15 oktober 2014
Notitie Petten, 15 oktober 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink Marc Streefkerk (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Update kosten windenergie op zee, fase II (openbaar) 1
SDE+ voorjaar Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie. Openstelling: 7-30 maart 2017
Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie Openstelling: 7-30 maart 2017 In opdracht van het ministerie van Economische Zaken >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen
Externe notitie. Petten, 8 juli Cees Volkers Wouter Wetzels. Afdeling Policy Studies ECN-N Van
Externe notitie Petten, 8 juli 2013 Afdeling Policy Studies ECN-N--13-028 Van Cees Volkers Wouter Wetzels Onderwerp Nieuwste inzichten Nederlands gasverbruik Inleiding ECN Policy Studies voert regelmatig
Kostenbevindingen t.b.v. advisering over SDE+ 2018
Kostenbevindingen t.b.v. advisering over SDE+ 2018 Sander Lensink Den Haag, 12 april 2017 www.ecn.nl Opbouw Toelichting onderzoeksproces Enkele highlights van kostenbevindingen Uitvragen van ECN/DNV GL
SDE+ 2016. Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie. Openstellingsronde voorjaar 2016: 22 maart - 28 april
SDE+ 2016 Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie Openstellingsronde voorjaar 2016: 22 maart - 28 april >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen Inhoud Over
Inhoud. SDE+ in 2015
Nieuw in de SDE+ 20 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 17 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 25 2. Kenmerken
Inhoud. SDE+ in 2015
Nieuw in de SDE+ 20 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 17 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 25 2. Kenmerken
Inhoud. SDE+ in 2013
3 Nieuw in de SDE+ 2013 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 16 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 22
Conceptadvies basisbedragen SDE+ 2016 voor marktconsultatie
Conceptadvies basisbedragen SDE+ 2016 voor marktconsultatie C.L. van Zuijlen (ECN) (ed) S.M. Lensink (ECN) (ed) April 2015 ECN-E--15-010 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2015
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2015 S.M. Lensink (ECN) (ed) C.L. van Zuijlen (ECN) (ed) Oktober 2014 ECN-E--14-035 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking met DNV GL en TNO en
Wind op land. Nijmegen, GNMF, 16 september Geert Bosch,
Wind op land Nijmegen, GNMF, 16 september 2017 Geert Bosch, [email protected] 06 233 696 22 1 Even voorstellen 2 Opdrachtgevers: Marktpartijen, overheden, coöperaties 3 Windstats.nl 4 In zevenmijlslaarzen
Inhoud. SDE+ in 2013
Inhoud Over de SDE+ 3 Nieuw in de SDE+ 2013 Biomassa 6 Water 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 16 1. Voor welke installaties
Inhoud. SDE+ in 2014
3 Nieuw in de SDE+ 201 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 201? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 201? 16 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 201? 21 2.
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2016
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2016 C.L. van Zuijlen (ECN) (ed) S.M. Lensink (ECN) (ed) 9 oktober 2015 ECN-E--15-052 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking met DNV GL en TNO en
Leveringscontract groen gas en de SDE+-regeling
Leveringscontract groen gas en de SDE+-regeling Het ministerie van Economische Zaken berekent ieder jaar de productiekosten van groen gas. Deze berekeningen vormen het fundament van de SDE+basisbedragen
SDE+ 2014. Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie. >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen
SDE+ 201 Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen Inhoud Over de SDE+ 3 Nieuw in de SDE+ 201 Biomassa 6 Water 15 Zon
Projectgroep Biomassa & WKK
Projectgroep Biomassa & WKK SDE 2009 De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie uitgevoerd door SenterNovem in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. 7 mei 2009 Jan Bouke Agterhuis Beleidskant
Subsidie biomassa houtstook
Subsidie biomassa houtstook René Wismeijer - RVO 16 Juni, 2016 Someren Financiële stimulering biomassa houtstook Toepassings gebied houtstook ISDE EIA SDE+ Investeringssubsidie Investeringsaftrek fiscaal
Vlaams Energieagentschap. Rapport 2013/2. Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014
Vlaams Energieagentschap Rapport 2013/2 Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014 Inhoud Actualisatie installaties met startdatum vanaf 1/1/2013... 2 1. PV-installaties
Duurzame warmte in de SDE+
Duurzame warmte in de SDE+ Sander Lensink www.ecn.nl Doel van de presentatie Filosofie achter wijziging in de SDE-regeling Belangrijkste verschillen tussen SDE en SDE+ Uitwerking bio-wkk in de SDE+ 2 29-06-2011
Financiële baten van windenergie
Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen
Kansen in de Najaarsronde SDE+ Zwolle Landstede 30 maart 2017 Jan Bouke Agterhuis (RVO)
Kansen in de Najaarsronde SDE+ Zwolle Landstede 30 maart 2017 Jan Bouke Agterhuis (RVO) Onderwerpen Evaluatie SDE 2011 2015 SDE+ 2016 SDE+ 2017 SDE+ 2018 Evaluatie SDE+ 2011 2015 1/2 Rapport van CE Delft
Wie betaalt de rekening van de energietransitie?
Wie betaalt de rekening van de energietransitie? Symposium KVGN 17 november 2016 Ron Wit [email protected] Overzicht presentatie 1. Ontwikkeling broeikasgassen in Nederland 2. Ontwikkeling integrale kosten
RVO.NL-regelingen voor zon-pv en zonthermisch:
RVO.NL-regelingen voor zon-pv en zonthermisch: SDE+, TKI en experimenten E-wet 15 april 2015 16 april 2015 Wido van Heemstra Karin Keijzer Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Wat doen wij: (RVO.nl)
Slim investeren in zonnepanelen met SDE+
Slim investeren in zonnepanelen met SDE+ Nederland staat een enorme toename van duurzame energie te wachten. Ook de grootzakelijke markt heeft de smaak te pakken. Duurzame energie is steeds gewilder. Er
