Introductie op proces
|
|
|
- Emmanuel Janssens
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Notitie Amsterdam, 6 april 2017 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink (ECN) Ministerie van Economische Zaken Onderwerp en Introductie op proces Het ministerie van Economische Zaken heeft aan ECN gevraagd om, samen met DNV GL en bij geothermie ondersteund door TNO, advies uit te brengen over de subsidiehoogtes voor hernieuwbare energie in Om dit advies te kunnen geven, hebben ECN en DNV GL ervoor gekozen in samenspraak met het ministerie van Economische Zaken als opdrachtgever en RVO als uitvoerder van de SDE+-regeling een iets gewijzigde procedure te hanteren. Het nu voorliggende document bevat géén advies over de subsidiehoogtes, maar geeft een overzicht van de kosten van hernieuwbare-energie-installaties, hoofdzakelijk zoals deze gemeld zijn aan RVO bij de SDE+-aanvragen. De uitgangspunten voor het advies m.b.t. de SDE moeten nog worden vastgesteld. Zo betekent de afwezigheid van data niet, dat deze categorie zou kunnen verdwijnen in Het uiteindelijke subsidieadvies is inclusief een adviesaanvraag over basisbedragen (productiekosten), correctiebedragen (marktwaarde geproduceerde energie) en basisenergieprijzen (ondergrens voor correctiebedragen). In de eerste fase van het werk wordt op basis van anonieme en geaggregeerde informatie van SDE+-aanvragen, die door RVO beschikbaar zijn gesteld, een kostenonderzoek uitgevoerd. Dit kostenonderzoek wordt in april 2017 beschikbaar gesteld aan geïnteresseerde marktpartijen, waarna in mei consultatiereacties opgesteld kunnen worden en consultatiegesprekken met ECN en DNV GL gevoerd kunnen worden. In deze gesprekken kunnen kostenbevindingen bediscussieerd worden, maar ook correctiebedragen, basisprijzen en wensen met betrekking tot de uitgangspunten voor het subsidie-advies. Op basis van een nota van antwoord van ECN en DNV GL op de consultatiegesprekken en de nu gepresenteerde kostenbevindingen stelt het ministerie van Economische Zaken de uitgangspunten op die voor ECN en DNV GL het kader bieden om advies uit te kunnen brengen over de basisbedragen SDE In de zomermaanden van 2017 zal een conceptadvies gepubliceerd worden door ECN en DNV GL dat vervolgens voor een schriftelijke consultatie aan marktpartijen wordt aangeboden, waarna in het najaar van 2017 het eindadvies aan het ministerie zal worden gegeven.
2 Systematiek van berekeningswijze De correctiebedragen weerspiegelen de economische waarde van de geproduceerde hernieuwbare energie. De correctiebedragen zijn niet voor alle categorieën gelijk, maar het aantal onderscheidende correctiebedragen is beperkt. In alle gevallen is het correctiebedrag gebaseerd op een marktindex. Die marktindex kan vervolgens bewerkt worden om voor extra generieke kosten of opbrengsten te compenseren, zie Figuur Figuur 1: Systematiek berekening correctiebedragen 40 Is er sprake van coproductie Vervangt de duurzame Wordt warmte geproduceerd? ja nee nee met elektriciteit? installatie een fossiele WKK? nee ja ja warmte = (aardgasprijs+eb)/90% hernieuwbaar gas = aardgasprijs nee Wordt elektriciteit geproduceerd? ja warmte = 70% aardgasprijs elektriciteit = elektriciteitsprijs minus profiel- en onbalanskosten ja Wordt elektriciteit opgewekt met wind- of zonne-energie? nee elektriciteit = elektriciteitsprijs Voor de warmtecategorieën wordt de warmteproductie van de referentie-installatie in de meeste gevallen als maatgevend beschouwd voor het te behalen voordeel uit vermeden energiebelasting en opslag duurzame energie (EB en ODE). Op nader benoemde uitzonderingen na, wordt bij de bepaling van het correctiebedrag uitgegaan van een installatie die zelfstandig draait. Tabel 1 toont de bepaling van het energiebelastingvoordeel ten behoeve van de berekening van de correctiebedragen. Voor installaties die minder dan m 3 aardgasequivalent aan warmte produceren per jaar, wordt verondersteld dat deze ook het energiebelastingtarief van de schijf m 3 aardgas/jaar besparen. Het correctiebedrag wordt bepaald op basis van vermeden aardgasinzet in een gasketel met een rendement van 90% en een vermeden energiebelasting (en vermeden opslag van duurzame energie) uit de schijf van 0 tot m 3 /jaar. Dit correctiebedrag wordt aangeduid als correctiebedrag klein. Voor installaties die minder dan 1 miljoen, maar meer dan m 3, aardgasequivalent aan warmte produceren per jaar, wordt verondersteld dat deze ook het energiebelastingtarief van de schijf miljoen m 3 aardgas/jaar besparen. Het correctiebedrag wordt bepaald op basis van vermeden aardgasinzet in een gasketel met een rendement van 90% en een vermeden energiebelasting (en vermeden opslag van duurzame energie) uit de schijf van miljoen m 3 /jaar. Dit correctiebedrag wordt aangeduid als correctiebedrag middelklein. De categorie voor een ketel op vaste biomassa < 5 MW viel in het advies voor de SDE in de categorie middel, maar wegens aanpassing van de referentie-installatie in de SDE in de categorie middelklein. Voor installaties die minder dan 10 miljoen, maar meer dan 1 miljoen m 3 aardgasequivalent aan warmte produceren per jaar, wordt verondersteld dat deze ook het energiebelastingtarief van de schijf 1-10 miljoen m 3 aardgas/jaar besparen. Het correctiebedrag wordt bepaald op basis van vermeden aardgasinzet in een gasketel met een rendement van 90% en een vermeden Pagina 2 van 6
3 Energiedrager Warmte-output vermogen Warmte vollasturen Hoeveelheid vervangen aardgas Berekende energiebelastingschijf Advies correctiebedrag energiebelasting (en vermeden opslag van duurzame energie) uit de schijf van 1-10 miljoen m 3 /jaar. Dit correctiebedrag wordt aangeduid als correctiebedrag middel. Voor installaties die meer dan 10 miljoen aardgasequivalent aan warmte produceren wordt aangenomen dat zij een WKK vervangen. Daarvoor wordt een gemiddelde netto warmteprijs voor de producent van 70% van de gasprijs verondersteld. Voor alle categorieën met gecombineerde opwek wordt ook aangenomen dat zij een gas-wkk vervangen. Dit correctiebedrag wordt aangeduid als groot Tabel 1: Energiebelastingvoordeel ten behoeve van de berekening van de correctiebedragen, categorieën advies SDE [kw] [h/a] [m 3 /jaar] [mln m 3 /jaar] Zonthermie 140 kw W ,17 Middel-klein Geothermische warmte, diepte 500 m W Groot Geothermische warmte, diepte 3500 m W > 10 Groot Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 0,1-0,5 W ,17 Klein MWth Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 0,5-5 W ,17-1 Middel-klein MWth Ketel op vaste of vloeibare biomassa, W Groot 5 MWth Ketel op vloeibare biomassa W Middel Ketel industriële stoom uit houtpellets W > 10 Groot Warmte allesvergisting W Middel Warmte vergisting en covergisting van W Middel dierlijke mest Warmte vergisting van meer dan 95% W ,17 Middel dierlijke mest < 300 kw Verlengde levensduur vergisting en W Groot covergisting van dierlijke mest (warmte) Verlengde levensduur allesvergisting W Groot (warmte) RWZI - Thermofiele gisting van secundair E+W ,17-1 Groot slib Thermische conversie van biomassa, < 100 E+W Groot MWe Gecombineerde opwekking allesvergisting E+W Groot Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest < 300 kw Verlengde levensduur allesvergisting, gecombineerde opwekking Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest, gecombineerde opwekking E+W Groot E+W ,17 Groot E+W ,17-1 Groot E+W ,17-1 Groot Pagina 3 van 6
4 Er zijn vijf uitzonderingen op de bovenbeschreven systematiek bij achtereenvolgens zonthermie met andere warmtevoorzieningen, geothermie in de glastuinbouw, ketel op vaste biomassa, vergisting en vergisting van meer dan 95% dierlijke mest bij aansluiting op een hub. Voor zonthermieprojecten geldt dat ze doorgaans in combinatie met een andere (aardgas-) warmtevoorziening werken, waardoor de effectief vermeden energiebelasting op aardgas in een hogere schijf ligt. Voor geothermische energie geldt dat het merendeel van de projecten in de tuinbouw wordt gerealiseerd, waarbij het doorgaans een gas-wkk vervangt. Voor een ketel op vaste biomassa > 5 MW geldt dat de referentie-installatie aan de bovenkant van de belastingschijf zit, waarbij de installatie in tegenstelling tot de ketel op vloeibare biomassa zoveel mogelijk in basislast ingezet wordt, al dan niet bij stadsverwarming. Grote ketels vervangen in de regel ook een WKK. Uitzondering op de beschreven systematiek betreft ook de verlengde levensduur bij vergisting, waarbij voor warmte uitgegaan wordt van aansluiting op een grootschalige hub, waardoor het correctiebedrag groot hierop van toepassing is, en vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij voor warmte uitgegaan wordt van en aansluiting op een middelgrote hub, waardoor het correctiebedrag middel hierop van toepassing is. De tabellen 2 tot en met 7 tonen de geadviseerde basisprijzen en de voorlopige correctiebedragen in de SDE De basisprijzen tonen de vloer of bodem van de correctiebedragen aan. De berekeningswijze van de basisprijzen volgt de berekeningswijze van de correctiebedragen, waarbij de relevante energieprijs (gas- of elektriciteitsprijs) niet de gerealiseerde marktprijs betreft, maar 2/3 e van het gemiddelde van de meerjarige verwachting op basis van de Nationale Energieverkenning. 100 Tabel 2: en voorlopig correctiebedrag SDE+ 2017: waterkracht, wind- en zonne-energie Waterkracht, valhoogte 50 cm 0,031 0,032 Waterkracht, valhoogte 50 cm, renovatie 0,031 0,032 Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm 0,031 0,032 Osmose 0,031 0,032 Fotovoltaïsche zonnepanelen, 15 kwp en aansluiting >3*80A 0,026 0,033 Zonthermie, apertuuroppervlakte 200 m 2 of > 140 kw 0,028 0,029 Wind op land, 8 m/s 0,025 0,028 Wind op land, 7,5 en < 8 m/s 0,025 0,028 Wind op land, 7,0 en < 7,5 m/s 0,025 0,028 Wind op land, < 7,0 m/s 0,025 0,028 Wind op primaire waterkeringen, 8 m/s 0,025 0,028 Wind op primaire, 7,5 en < 8 m/s 0,025 0,028 Wind op primaire, 7,0 en < 7,5 m/s 0,025 0,028 Wind op primaire, < 7,0 m/s 0,025 0,028 Wind in meer, water 1 km 2 0,025 0, Tabel 3: en voorlopig correctiebedrag SDE+ 2017: geothermie Geothermische warmte, diepte 500 m 0,012 0,012 Geothermische warmte, diepte 3500 m 0,012 0,012 Pagina 4 van 6
5 102 Tabel 4: en voorlopig correctiebedrag SDE+ 2017: waterzuiveringsinstallaties RWZI - Thermofiele gisting van secundair slib 0,023 0,024 AWZI/RWZI - thermische drukhydrolyse 0,031 0,032 AWZI/RWZI (hernieuwbaar gas) 0,015 0, Tabel 5: en voorlopig correctiebedrag SDE+ 2017: verbranding en vergassing van biomassa Biomassavergassing ( 95% biogeen) 0,015 0,016 Bestaande capaciteit voor bij- en meestook 0,031 0,032 Nieuwe capaciteit voor meestook 0,031 0,032 Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 0,1-0,5 MW th 0,052 0,053 Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 0,5-5 MW th 0,028 0,029 Ketel op vaste of vloeibare biomassa, 5 MW th 0,012 0,012 Ketel op vloeibare biomassa 0,022 0,023 Ketel industriële stoom uit houtpellets 0,012 0,012 Thermische conversie van biomassa, < 100 MW e 0,014 0, Tabel 6: en voorlopig correctiebedrag SDE+ 2017: vergisting van biomassa Allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,015 0,016 Gecombineerde opwekking allesvergisting 0,021 0,022 Warmte allesvergisting 0,022 0,023 Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,015 0,016 Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van 0,021 0,022 dierlijke mest Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,022 0,023 Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest < 300 kw 0,015 0,016 (hernieuwbaar gas) Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% 0,030 0,031 dierlijke mest < 300 kw Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest < 300 kw 0,022 0, Tabel 7: en voorlopig correctiebedrag SDE+ 2017: bestaande installaties Verlengde levensduur allesvergisting, gecombineerde 0,021 0,022 opwekking Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke 0,021 0,022 mest, gecombineerde opwekking Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,015 0,016 Verlengde levensduur allesvergisting (warmte) 0,012 0,012 Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke 0,015 0,016 mest (hernieuwbaar gas) Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte) 0,012 0, Pagina 5 van 6
6 Disclaimer Hoewel de informatie in dit rapport afkomstig is van betrouwbare bronnen en de nodige zorgvuldigheid is betracht bij de totstandkoming daarvan kan ECN geen aansprakelijkheid aanvaarden jegens de gebruiker voor fouten, onnauwkeurigheden en/of omissies, ongeacht de oorzaak daarvan, en voor schade als gevolg daarvan. Gebruik van de informatie in het rapport en beslissingen van de gebruiker gebaseerd daarop zijn voor rekening en risico van de gebruiker. In geen enkel geval zijn ECN, zijn bestuurders, directeuren en/of medewerkers aansprakelijk ten aanzien van indirecte, immateriële of gevolgschade met inbegrip van gederfde winst of inkomsten en verlies van contracten of orders. Pagina 6 van 6
Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde ) [ /kwh]
Notitie Amsterdam, 29 september 2015 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink Paul Silvertant, Cynthia Peerenboom (EZ) Kopie Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2016 Samenvatting Deze notitie
Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde ) [ /kwh]
Notitie Amsterdam, 18 november 2016 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink Ministerie van Economische Zaken Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2017 Samenvatting Deze notitie beschrijft
Paul Silvertant, Cynthia Peerenboom (Ministerie van Economische Zaken)
Notitie Amsterdam, 29 september 2015 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink, Christine van Zuijlen Paul Silvertant, Cynthia Peerenboom (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Correctiebedragen
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38490 4 november 2015 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 2 november 2015, nr. WJZ/15147884, tot vaststelling
Jan Hendrik Hoekstra (Rijksdienst voor ondernemend Nederland)
Notitie Petten, 14 oktober 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink, Christine van Zuijlen Cynthia Peerenboom (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Jan Hendrik Hoekstra (Rijksdienst voor
Notitie Amsterdam, 1 maart Samenvatting
Notitie Amsterdam, 1 maart 2016 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink, Christine van Zuijlen Paul Silvertant (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Definitieve correctiebedragen SDE+
Tabellen stand van zaken SDE+ 2012
Tabellen stand van zaken SDE+ 2012 Dit overzicht wordt iedere twee weken geactualiseerd, totdat het volledige voor 2012 aan projecten is toegekend. In deze bijlage worden alle eerder gepubliceerde standen
Notitie Amsterdam, 20 november Samenvatting. 1 Langetermijnenergieprijs
Notitie Amsterdam, 20 november 2017 ECN-N--17-026 Kenmerk Afdeling Van Voor Beleidsstudies Sander Lensink, Adriaan van der Welle Ministerie van Economische Zaken Onderwerp Basisprijzen en basisprijspremies
Kostenbevindingen t.b.v. advisering over SDE+ 2018
Kostenbevindingen t.b.v. advisering over SDE+ 2018 Sander Lensink Den Haag, 12 april 2017 www.ecn.nl Opbouw Toelichting onderzoeksproces Enkele highlights van kostenbevindingen Uitvragen van ECN/DNV GL
1 Inleiding. 2 Uitgangspunten. Notitie Petten, 15 oktober 2014
Notitie Petten, 15 oktober 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Sander Lensink Marc Streefkerk (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Update kosten windenergie op zee, fase II (openbaar) 1
Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde 2015-2029) [ /kwh]
Notitie Petten, 15 december 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink S. Breman-Vrijmoed (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2015 Samenvatting
SDE+ voorjaar Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie. Openstelling: 7-30 maart 2017
Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie Openstelling: 7-30 maart 2017 In opdracht van het ministerie van Economische Zaken >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen
Kansen in de Najaarsronde SDE+ Zwolle Landstede 30 maart 2017 Jan Bouke Agterhuis (RVO)
Kansen in de Najaarsronde SDE+ Zwolle Landstede 30 maart 2017 Jan Bouke Agterhuis (RVO) Onderwerpen Evaluatie SDE 2011 2015 SDE+ 2016 SDE+ 2017 SDE+ 2018 Evaluatie SDE+ 2011 2015 1/2 Rapport van CE Delft
Duurzame warmte in de SDE+
Duurzame warmte in de SDE+ Sander Lensink www.ecn.nl Doel van de presentatie Filosofie achter wijziging in de SDE-regeling Belangrijkste verschillen tussen SDE en SDE+ Uitwerking bio-wkk in de SDE+ 2 29-06-2011
Subsidie biomassa houtstook
Subsidie biomassa houtstook René Wismeijer - RVO 16 Juni, 2016 Someren Financiële stimulering biomassa houtstook Toepassings gebied houtstook ISDE EIA SDE+ Investeringssubsidie Investeringsaftrek fiscaal
Conceptadvies basisbedragen SDE+ 2016 voor marktconsultatie
Conceptadvies basisbedragen SDE+ 2016 voor marktconsultatie C.L. van Zuijlen (ECN) (ed) S.M. Lensink (ECN) (ed) April 2015 ECN-E--15-010 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2015
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2015 S.M. Lensink (ECN) (ed) C.L. van Zuijlen (ECN) (ed) Oktober 2014 ECN-E--14-035 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking met DNV GL en TNO en
SDE+ 2016. Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie. Openstellingsronde voorjaar 2016: 22 maart - 28 april
SDE+ 2016 Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie Openstellingsronde voorjaar 2016: 22 maart - 28 april >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen Inhoud Over
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2016
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2016 C.L. van Zuijlen (ECN) (ed) S.M. Lensink (ECN) (ed) 9 oktober 2015 ECN-E--15-052 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking met DNV GL en TNO en
Inhoud. SDE+ in 2015
Nieuw in de SDE+ 20 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 17 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 25 2. Kenmerken
Externe notitie. Petten, 8 juli Cees Volkers Wouter Wetzels. Afdeling Policy Studies ECN-N Van
Externe notitie Petten, 8 juli 2013 Afdeling Policy Studies ECN-N--13-028 Van Cees Volkers Wouter Wetzels Onderwerp Nieuwste inzichten Nederlands gasverbruik Inleiding ECN Policy Studies voert regelmatig
Wind op land. Nijmegen, GNMF, 16 september Geert Bosch,
Wind op land Nijmegen, GNMF, 16 september 2017 Geert Bosch, [email protected] 06 233 696 22 1 Even voorstellen 2 Opdrachtgevers: Marktpartijen, overheden, coöperaties 3 Windstats.nl 4 In zevenmijlslaarzen
Inhoud. SDE+ in 2015
Nieuw in de SDE+ 20 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 17 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 20? 25 2. Kenmerken
Basisbedragen in de SDE 2012
Basisbedragen in de SDE 2012 Conceptadvies ten behoeve van de marktconsultatie S.M. Lensink (ECN) J.A. Wassenaar (KEMA) M. Mozaffarian (ECN) S.L. Luxembourg (ECN) C.J. Faasen (KEMA) ECN-E--11-046 Juli
Inhoud. SDE+ in 2013
3 Nieuw in de SDE+ 2013 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 16 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 22
Inhoud. SDE+ in 2014
3 Nieuw in de SDE+ 201 6 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 201? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 201? 16 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 201? 21 2.
Inhoud. SDE+ in 2013
Inhoud Over de SDE+ 3 Nieuw in de SDE+ 2013 Biomassa 6 Water 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 7 1. Voor welke installaties is er SDE+ subsidie in 2013? 16 1. Voor welke installaties
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2014
Eindadvies basisbedragen SDE+ 2014 Sander Lensink (ed) September 2013 ECN-E--13-050 Verantwoording Dit rapport is geschreven door ECN in samenwerking met DNV KEMA en TNO en in opdracht van het Ministerie
Basisbedragen in de SDE+ 2013 Eindadvies
Basisbedragen in de SDE+ 2013 Eindadvies S.M. Lensink (ECN) J.A. Wassenaar (DNV KEMA) M. Mozaffarian (ECN) S.L. Luxembourg (ECN) C.J. Faasen (DNV KEMA) September 2012 ECN-E--12-038 Verantwoording Dit rapport
SDE+ 2014. Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie. >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen
SDE+ 201 Zo vraagt u subsidie aan voor de productie van duurzame energie >> Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Internationaal Ondernemen Inhoud Over de SDE+ 3 Nieuw in de SDE+ 201 Biomassa 6 Water 15 Zon
20 september SDE Raymond Spronken
2 september 216 SDE+ 216 Raymond Spronken Opbouw presentatie Doel & doelgroep van de SDE+ Terminologie binnen de SDE+ Werking van de regeling Verplichtingen bij een aanvraag 2 Doel & Doelgroep Waarvoor
Projectgroep Biomassa & WKK
Projectgroep Biomassa & WKK SDE 2009 De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie uitgevoerd door SenterNovem in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. 7 mei 2009 Jan Bouke Agterhuis Beleidskant
CONCEPTADVIES SDE++ CO 2 - REDUCERENDE OPTIES
1 2 CONCEPTADVIES SDE++ CO 2 - REDUCERENDE OPTIES 3 Grootschalige warmtepompen 4 5 6 7 8 Notitie Marc Marsidi Sander Lensink 26 juli 2019 9 Colofon 10 Conceptadvies SDE++ CO2-reducerende opties: Grootschalige
buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net
3 juli 2010, De Ruijter Energy Consult Energie- en CO 2 -emissieprestatie van verschillende energievoorzieningsconcepten voor Biologisch Tuinbouwbedrijf gebroeders Verbeek in Velden Gebroeders Verbeek
