Rosemount 585 Annubar flensconstructie
|
|
|
- Julius van Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar Rosemount 585 Annubar flensconstructie Start Stap 1: Montagelocatie en -richting Stap 2: Boor gaten in de buis Stap 3: Monteer en inspecteer de passing Stap : Las de montagehardware Stap 5: Breng de Annubar in Stap 6: Monteer de transmitter Productcertificaties Einde
2 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA 2009 Rosemount Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van de merkhouder. Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Rosemount Inc. Rosemount Inc Market Boulevard Chanhassen, MN VS T (VS) (800) T (internationaal) 1 (952) F 1 (952) Emerson Process Management GmbH & Co. OHG Argelsrieder Feld Wessling Duitsland T 9 (8153) F 9 (8153) Emerson Process Management bv Postbus AE Rijswijk Nederland T (31) F (31) E [email protected] Emerson Process Management Asia Pacific Private Limited 1 Pandan Crescent Singapore T (65) F (65) / (65) Emerson Process Management nv/sa De Kleetlaan, B-1831 Diegem België T (32) F (32) Beijing Rosemount Far East Instrument Co., Limited No. 6 North Street, Hepingli, Dong Cheng District Peking , China T +86 (10) F +86 (10) BELANGRIJKE KENNISGEVING Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount 585 Annubar. De gids bevat geen instructies voor configuratie, diagnostiek, onderhoud, reparaties of probleemoplossing, noch voor explosieveilige, brandbestendige of intrinsiek veilige (I.S.) installaties. Raadpleeg de naslaghandleiding van de 585 Annubar (publicatienummer ) voor nadere instructies. Deze handleiding is ook in digitale vorm beschikbaar, via Als de 585 Annubar gemonteerd op een Rosemount 3051S transmitter is besteld, raadpleeg dan de volgende Beknopte installatiegids voor informatie over configuratie en certificeringen voor gevaarlijke locaties: Rosemount 3051S Series druktransmitter (publicatienummer ). Als de 585 Annubar gemonteerd op een Rosemount 3095 transmitter is besteld, raadpleeg dan de volgende Beknopte installatiegids voor informatie over configuratie en certificeringen voor gevaarlijke locaties: Rosemount 3095MV (publicatienummer ). WAARSCHUWING Lekkage van het procesmedium kan letsel veroorzaken of de dood tot gevolg hebben. Voorkom proceslekken door procesaansluitingen uitsluitend af te dichten met pakkingen en O-ringen die bestemd zijn voor afdichting van het betreffende pakkingvlak. Door de stroming van procesmedium kan de 585 Annubar-constructie heet worden en kunt u brandwonden oplopen. 2 LET OP Als de wand van de leiding/het kanaal minder dan 3,2 mm (0.125 in.) dik is, is uiterste voorzichtigheid geboden bij het installeren van de sensor. Dunne wanden kunnen tijdens lassen, installatie of door het gewicht van een vrijdragende flowmeter vervormd raken. Voor deze installaties kan een wandcontactdoos, zadel of uitwendige flowmetersteun nodig zijn. Raadpleeg de fabriek voor assistentie.
3 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar Opengewerkte tekening van de 585 Annubar constructie moeren aansluiting voor op afstand gemonteerde instrumenten sensorflens 585 Annubar-sensor pakking montageflensconstructie tapeinden moeren tegenoverliggende steun NB Gebruik op alle schroefdraadaansluitingen een buisafdichtingsmiddel dat geschikt is voor de te verwachten bedrijfstemperatuur. 3
4 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA STAP 1: MONTAGELOCATIE EN -RICHTING Voor precieze en herhaalbare flowmetingen moeten de correcte montagerichting en de montagelengten voor rechte buis worden aangehouden. Zie Tabel 1 voor de minimale buisdiameterafstanden vanaf verstoringen vóór de meter. Tabel 1. Vereisten rechte buis 1 Zonder richtvanen In het vlak A Afstand voor de meter Buiten het vlak A Met richtvanen A C C Afstand achter de meter
5 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar VERVOLG STAP 1 5 Zonder vanen In het vlak A Afstand voor de meter Buiten het vlak A Met vanen A C C Afstand achter de meter NB Neem contact op met de fabrikant voor instructies over toepassingen in vierkante of rechthoekige leidingen. In vlak A betekent dat de sensor zich in hetzelfde vlak bevindt als de elleboog. Buiten vlak A betekent dat de sensor haaks op het elleboogvlak staat. Als de correcte rechte buislengten niet beschikbaar zijn, monteer dan zodanig dat 80% van de leiding zich vóór de meter bevindt en 20% achter de meter. Gebruik richtvanen om de vereiste rechte buislengte te bekorten. Rij 6 in Tabel 1 heeft betrekking op schuif-, kogel-, plug- en andere typen afsluiters die gedeeltelijk worden geopend, alsmede op regelkleppen. Uitlijningsfout Bij de installatie van de 585 Annubar mag de uitlijning maximaal 3 afwijken. Afbeelding 1. Uitlijningsfout ±3 ±3 ±3 5
6 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA VERVOLG STAP 1 Horizontale montagerichting Voor het correct ontluchten en aftappen in gastoepassingen moet de sensor in de bovenste helft van de buis gemonteerd worden. Voor vloeistof- en stoomtoepassingen moet de sensor in de onderste helft van de buis gemonteerd worden. Afbeelding 2. Gas Afbeelding 3. Vloeistof en stoom aanbevolen zone aanbevolen zone aanbevolen zone 30 Afbeelding. Stoom aan de bovenkant aanbevolen zone aanbevolen zone
7 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar VERVOLG STAP 1 Verticale montagerichting De sensor kan in elke willekeurige positie rondom de buisomtrek worden geïnstalleerd zolang de aftap/ontluchtingsopeningen de juiste montagepositie hebben voor ontluchten of aftappen. Voor vloeistof of stoom worden optimale resultaten verkregen bij een opgaande flow. Om te voorzien in watergevulde meetbenen wordt voor toepassingen met stoom een 90 afstandhouder meegeleverd, zodat de transmitter binnen de grenswaarden voor temperatuur blijft. Afbeelding 5. Vloeistof, gas of stoom flowrichting 360 7
8 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA STAP 2: BOOR GATEN IN DE BUIS 1. Bepaal de sensormaat op basis van de breedte van de sonde (zie Tabel 2). 2. Haal de druk van de leiding af en laat deze leeglopen. 3. Kies de locatie van het te boren gat.. Bepaal de diameter van het te boren gat op basis van de specificaties in Tabel 2. Breng het montagegat in de leiding aan met een gatenzaag of een boor. MAAK HET GAT NIET MET EEN SNIJBRANDER. Tabel 2. Tabel voor sensormaat/gatdiameter Sensormaat Sensorbreedte Gatdiameter 11 20,32 mm (0.80 in.) 23 mm ( 7 /8 in.) + 0,8 mm (1/32 in.) 0, ,8 mm (1.20 in.) 3 mm (1 5 /16 in.) + 1,6 mm ( 1 /16 in.) 0,00 58,2 mm (2.30 in.) + 1,6 mm ( 1 /16 in.) 6 mm (2 1 /2 in.) NB: Boor bij modellen met tegenoverliggende steun het gat op 180 van het eerste gat. 0,00 Boor het gat met de juiste diameter in de buiswand. 5. Boor tegenover het eerste gat een tweede gat met dezelfde diameter zodat de sensor door de hele buis steekt. Boor het tweede gat als volgt: a. Meet de buisomtrek met een buismeetlint, een zachte draad of een touw. (Voor een zo precies mogelijke meting moet het buismeetlint haaks op de stroomrichtingsas staan.) b. Deel de gemeten omtrek door twee om de plaats voor het tweede gat te berekenen. c. Breng het buismeetlint, de zachte draad of het touw opnieuw aan vanaf het middelpunt van het eerste gat. Markeer vervolgens aan de hand van de in de voorgaande stap berekende waarde het middelpunt voor het tweede gat. d. Breng met een gatenzaag of een boor het montagegat aan in de buis, volgens de in stap 3 berekende diameter. MAAK HET GAT NIET MET EEN SNIJBRANDER. 6. Ontbraam de aangebrachte gaten aan de binnenkant van de buis. 8
9 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar STAP 3: MONTEER EN INSPECTEER DE PASSING Voer voor een precieze meting de volgende stappen uit, om te zorgen dat poort A en B op gelijke afstand liggen van de binnenwanden van de buis. 1. Bevestig de 585 met de pakkingen en de bouten op de montagehardware. 2. Zet de bouten handvast, net voldoende om de sensor centraal in de montagehardware in positie te houden. 3. Controleer de passing van het geheel op de buis door een liniaal of een onbuigzame draad door beide montageopeningen te steken. Noteer de afstand. Alle sensorgaten moeten binnen de binnendiameter van de buis vallen. Zie Afbeelding 6.. Tel 1,6 mm ( 1 /16 in.) op bij de gemeten afstand voor de lasruimte en teken deze maat af op de constructie, beginnend aan de bovenkant van de lasuitlaat. 5. Meet de afstand vanaf de bovenkant van de lasuitlaat tot aan het eerste sensorgat, poort B, en trek hier 1,6 mm ( 1 /16 in.) van af. 6. Meet de afstand vanaf het uiteinde van de in stap afgetekende lengte tot aan het laatste sensorgat, poort A. 7. Vergelijk de waarden die u hebt verkregen in stap 5 en 6. Voor kleine verschillen kunt u compenseren via de passing van de montagehardware. Grotere verschillen kunnen installatieproblemen of fouten veroorzaken. Afbeelding 6. Controle op passing van 585 Annubar met tegenoverliggende steun buitendiam. flens tot op maximaal 3 mm ( 1 /8 in.) precies gelijk poort A poort B buitendiameter buis 9
10 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA STAP : LAS DE MONTAGEHARDWARE 1. Centreer de flensconstructie boven de montageopening, tussenruimte 1,6 mm ( 1 /16 in.) en meet de afstand tussen de buitendiameter van de buis en het flensoppervlak. Vergelijk deze met Tabel 3 en pas de tussenruimte zo nodig aan. 10 Tabel 3. Flensmaten en flensbuitendiameter voor elke sensormaat Sensormaat Flenstype Drukklasse Flensmaat / classificatie / type Buitendiam. flens mm (in.) (1) /2 in. 150 lb RF 99 (3.88) /2 in. 300 lb RF 105 (.13) /2 in. 600 lb RF 113 (.) A 11 N 1 1 /2 in. 900 lb RF 125 (.9) 11 F 1 1 /2 in lb RF 125 (.9) 11 T 1 1 /2 in lb RF 172 (6.76) /2 in. 150 lb RTJ 103 (.07) /2 in. 300 lb RTJ 110 (.32) /2 in. 600 lb RTJ 113 (.) R 11 N 1 1 /2 in. 900 lb RTJ 125 (.9) 11 F 1 1 /2 in lb RTJ 125 (.9) 11 T 1 1 /2 in lb RTJ 173 (6.82) 11 1 DN0 PN16 RF 81 (3.21) 11 D 3 DN0 PN0 RF 81 (3.21) 11 6 DN0 PN100 RF 99 (3.88) ,0 in. 150 lb RF 105 (.13) ,0 in. 300 lb RF 111 (.38) ,0 in. 600 lb RF 121 (.76) A 22 N 2,0 in. 900 lb RF 19 (5.88) 22 F 2,0 in lb RF 19 (5.88) 22 T 3,0 in lb RF 251 (9.87) ,0 in. 150 lb RTJ 110 (.32) ,0 in. 300 lb RTJ 117 (.63) ,0 in. 600 lb RTJ 122 (.82) R 22 N 2,0 in. 900 lb RTJ 151 (5.9) 22 F 2,0 in lb RTJ 151 (5.9) 22 T 3,0 in lb RTJ 25 (10.00) 22 1 DN50 PN16 RF 86 (3.0) 22 D 3 DN50 PN0 RF 89 (3.52) 22 6 DN50 PN100 RF 109 (.31) 1 3,0 in. 150 lb RF 117,5 (.63) 3 3,0 in. 300 lb RF 126,9 (5.00) 6 3,0 in. 600 lb RF 136,6 (5.38) A N,0 in. 900 lb RF 208,0 (8.19) F,0 in lb RF 217,5 (8.56) T,0 in lb RF 28,2 (11.19) 1 3,0 in. 150 lb RTJ 122 (.82) 3 3,0 in. 300 lb RTJ 133 (5.25) 6 3,0 in. 600 lb RTJ 138 (5.) R N,0 in. 900 lb RTJ 209 (8.25) F,0 in lb RTJ 219 (8.63) T,0 in lb RTJ 289 (11.38) 1 DN80 PN16 RF 98 (3.85) D 3 DN80 PN0 RF 106 (.16) 6 DN80 PN100 RF 126 (.95) (1) De tolerantie voor de afmeting van de buitendiam. van de flens boven een leidingdiameter van 25 mm (10 in.) bedraagt ±1,6 mm (0.060 in.). Onder 25 mm (10 in.) bedraagt de tolerantie ±0,8 mm (0.030 in.).
11 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar VERVOLG STAP 2. Breng vier puntlassen van 6 mm ( 1 / in.) aan op 90 ten opzichte van elkaar. Controleer de uitlijning van de montage zowel evenwijdig als haaks op de stroomrichtingsas (zie Afbeelding 7). Als de uitlijning van de bevestiging binnen de toleranties ligt, voltooit u de lasverbinding volgens de ter plekke geldende richtlijnen. Als de uitlijning van de bevestiging buiten de voorgeschreven toleranties valt, verricht u eerst de vereiste aanpassingen alvorens de lasverbinding te voltooien. Afbeelding 7. Uitlijning buitendiam. flens puntlassen 3. Centreer de fitting voor de tegenoverliggende steun boven het gat aan de tegenoverliggende zijde, tussenruimte 1,6 mm ( 1 /16 in.) en breng vier puntlassen van 6 mm ( 1 / in.) aan, 90 ten opzichte van elkaar. Steek de sensor in de montagehardware. Controleer of het uiteinde van de sensor is gecentreerd in de fitting aan de tegenoverliggende zijde en of de plug rond de sensor past. Maak de lasverbinding af volgens de ter plekke geldende richtlijnen. Als er door de uitlijning van de bar onvoldoende tussenruimte is om de plug aan de tegenoverliggende zijde in te steken, verricht u eerst de vereiste aanpassingen alvorens de lasverbinding te voltooien.. Laat de montagehardware afkoelen voordat u verder gaat, om ernstige brandwonden te vermijden. STAP 5: BRENG DE ANNUBAR IN 1. Zet de stroomrichtingspijl op de kop in lijn met de stroomrichting. Monteer de bar op de montageflens met een pakking, bouten en moeren. 2. Zet de moeren kruiselings vast, zodat de pakking gelijkmatig wordt samengedrukt. 3. Als de steun aan de tegenoverliggende zijde schroefdraad heeft, brengt u een geschikte vloeibare pakking aan op de schroefdraad van de steunplug en draai aan.. Als de tegenoverliggende steun een soklasfitting is, steekt u de plug in de sokuitlaatfitting totdat de delen contact maken. Trek de plug 1,6 mm ( 1 /16 in.) terug, verwijder de Annubar-sensor en voer een hoeklas uit volgens de richtlijnen ter plekke. 11
12 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA STAP 6: MONTEER DE TRANSMITTER Transmittermontage, kop voor directe montage met kleppen Bij directe montage van een transmitter met kleppen hoeft de Annubar niet te worden teruggetrokken. 1. Breng O-ringen aan in de groeven op de voorkant van de kop. 2. Zet de bovenkant van de transmitter in lijn met de bovenkant van de sensor (op de zijkant van de kop is Hi gestanst) en installeer. 3. Haal de moeren kruiselings aan tot 5 N m (00 in lb). Transmittermontage, kop voor directe montage zonder kleppen 1. Breng O-ringen aan in de groeven op de voorkant van de kop. 2. Richt de egalisatiekraan (-kranen) zodanig dat ze gemakkelijk toegankelijk zijn. Installeer een kranenblok met het gladde vlak naar de voorkant van de kop toe. Haal de moeren kruiselings aan tot 5 N m (00 in lb). 3. Breng O-ringen aan in de groeven op de voorkant van het kranenblok.. Zet de bovenkant van de transmitter in lijn met de bovenkant van de sensor (op de zijkant van de kop is Hi gestanst) en installeer. 5. Haal de moeren kruiselings aan tot 5 N m (00 in lb). Transmittermontage met kop voor montage op afstand Bij temperaturen van meer dan 121 C (250 F) bij de elektronica zal de transmitter beschadigd raken. Op afstand gemonteerde elektronica wordt op de sensor aangesloten via impulsbuizen, zodat de bedrijfsflowtemperaturen in zodanige mate afnemen dat de transmitter niet meer kwetsbaar is. Afhankelijk van de procesvloeistof worden de impulsleidingen op verschillende wijze gelegd; de inrichting moet geschikt zijn voor continubedrijf bij de in de pijpleiding heersende druk en temperatuur. Tot en met DN 50 PN100 (600 lb ANSI) wordt gebruik van een roestvrijstalen buis met buitendiameter van ten minste 12 mm ( 1 /2 in.) en wanddikte van ten minste 0,9 mm (0.035 in.) aanbevolen. Gebruik boven DN 50 PN100 (600 lb ANSI) een roestvrijstalen buis van 1,6 mm ( 1 /16 in.). Buisfittingen met schroefdraad zijn niet raadzaam omdat dan in kleine holten lucht wordt opgesloten waar uiteindelijk lekkage zal optreden. De volgende beperkingen en aanbevelingen gelden voor de montagelocatie van impulsleidingen: 1. Horizontaal gemonteerde impulsleidingen moeten ten minste 83 mm/m (1 inch/ft) verval hebben. Laat omlaag lopen (richting transmitter) voor toepassingen met vloeistof en stoom Laat omhoog lopen (richting transmitter) voor toepassingen met gas. 2. Voor toepassingen met temperaturen onder 121 C (250 F) moet de impulsleiding zo kort mogelijk worden gehouden om temperatuurveranderingen zoveel mogelijk te neutraliseren. Mogelijk is isolatie nodig. 3. Voor toepassingen met temperaturen boven 121 C (250 F) moet de impulsleiding een lengte hebben van ten minste 0,308 m (1 ft) per 38 C (100 F) temperatuurtoename boven de 121 C (250 F). De impulsleidingen mogen geen isolatie hebben, ter verlaging van de vloeistoftemperatuur. Controleer aansluitingen met schroefdraad nadat het systeem op bedrijfstemperatuur is gekomen; soms komen aansluitingen namelijk los door de uitzetting en inkrimping die met de temperatuurwisselingen gepaard gaan. 12
13 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar VERVOLG STAP 6. Voor in de buitenlucht geplaatste installaties voor vloeistof, verzadigd gas of stoom zal soms isolatie en verwarming nodig zijn om bevriezing te voorkomen. 5. Als de impulsbuis langer is dan 1,8 m (6 ft) moeten de hoge en lage impulsleidingen in een bundel gemonteerd worden om een gelijke temperatuur te handhaven. Monteer de leiding in steunen om doorzakken en trillingen te voorkomen. 6. De impulsleidingen moeten op een afgeschermde locatie worden gemonteerd, of aan de muur of het plafond. Gebruik op alle schroefdraadaansluitingen een buisafdichtmiddel dat geschikt is voor de bedrijfstemperatuur. Monteer de impulsleiding niet vlak bij hete pijpleidingen of apparatuur. Voor alle installaties wordt montage van een instrumentkranenblok aanbevolen. Met een kranenblok kan de gebruiker voorafgaand aan de nulinstelling de druk egaliseren en de procesvloeistof van de transmitter isoleren. Afbeelding 8. Identificatie kleppen van 5-kraans en 3-kraans kranenblokken 5-kraans kranenblok 3-kraans kranenblok naar PH naar PL naar PH naar PL KA KE KH KEH 2 KEL KL KH 2 KL AKH AKL AKH AKL 1 1 Tabel. Beschrijving van impulskleppen en componenten Naam Beschrijving Doel Componenten 1 Transmitter Leest verschildruk uit 2 Kranenblok Isoleert en egaliseert elektronica Kranenblok en impulskleppen PH Primaire sensor (1) Aansluitingen voor procesdruk aan hoge en lage zijde. PL Primaire sensor (2) AKH Aftap/ontluchtingskraan (1) Tapt de membranen van de verschildruksensor af (bij gasbedrijf) AKL Aftap/ontluchtingskraan (2) of ontlucht deze (bij vloeistof- of stoombedrijf) KH Kranenblok (1) Scheidt de druk aan hoge of lage zijde van het proces KL Kranenblok (2) KEH Kranenblokegalisator (1) Geeft de hoge en lage drukzijden toegang tot de KEL Kranenblokegalisator (2) ontluchtingskraan, of scheidt de procesvloeistof KE Kranenblokegalisator Voor egalisatie van de druk aan hoge en lage zijde KA Ontluchtingskraan Ontlucht de procesvloeistof kranenblok (1) hoge druk (2) lage druk 13
14 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA VERVOLG STAP 6 Aanbevolen installatiemethoden Gasbedrijf Bevestig de transmitter hoger dan de sensor om te voorkomen dat condenseerbare vloeistoffen in de impulsbuizen en de verschildrukcel achterblijven. Afbeelding 9. Gas (horizontaal) Afbeelding 10. Gas (verticaal) Stoom- en vloeistofbedrijf Monteer de transmitter onder de procesleidingen. Leid de impulsleiding omlaag naar de transmitter en vul het systeem met koelwater via de twee T-aansluitingen. Afbeelding 11. Stoom en vloeistof (horizontaal) Afbeelding 12. Stoom en vloeistof (verticaal) NB Controleer of de aftappoten lang genoeg zijn om de vuildeeltjes en het bezinksel te vangen. 1
15 Beknopte installatiegids , Rev AA Geflensde 585 Annubar VERVOLG STAP 6 Stoombedrijf aan de bovenkant Tabel 5. Grenstemperatuur stoom aan de bovenkant Transmitterverbindingsplatform Montage op afstand Directe montage Maximumtemperatuur 55 C (850 F) 205 C (00 F) Voor op afstand gemonteerde installaties moet de impulsleiding enigszins omhoog lopen vanaf de instrumentaansluitingen op de Annubar naar de kruisstukken zodat het condensaat in de leiding kan terugstromen. Vanaf de kruisstukken moet de impulsleiding omlaag naar de transmitter en de aftappoten worden geleid. De transmitter moet zich onder de instrumentaansluitingen van de Annubar bevinden. Afhankelijk van de omgevingsfactoren kan isolatie van de montagehardware vereist zijn. Afbeelding 13. Stoom aan de bovenkant (horizontaal) 15
16 Geflensde 585 Annubar Beknopte installatiegids , Rev AA PRODUCTCERTIFICATIES Goedgekeurde productielocaties Rosemount Inc. Chanhassen, Minnesota, VS Informatie over Europese richtlijnen De EU-verklaring van overeenstemming voor alle op dit product van toepassing zijnde Europese richtlijnen is te vinden op de Rosemount website Neem contact op met ons plaatselijke verkoopkantoor voor een gedrukt exemplaar. Europese richtlijn betreffende drukapparatuur (PED) (97/23/EG) Rosemount 585 Annubar zie de EU-verklaring van overeenstemming voor de overeenstemmingsbeoordeling Druktransmitter zie de beknopte installatiegids van de betreffende druktransmitter Certificeringen explosiegevaarlijke locaties Zie voor informatie over productcertificatie van de transmitter de beknopte installatiegids van de betreffende transmitter: Rosemount 3051S (publicatienummer ) Rosemount 3095M (publicatienummer ) 16
Rosemount 485 Annubar flensconstructie
Beknopte installatiegids 00825-0111-809, Rev DB Geflensde 85 Annubar Rosemount 85 Annubar flensconstructie Start Stap 1: Locatie en montagerichting Stap 2: Gaten in de leiding boren Stap 3: Monteren en
Rosemount 415 Fire Pump
Beknopte installatiegids 0025-0111-30, Rev AA Januari 200 Rosemount 15 Fire Pump Rosemount 15 Fire Pump Stap 1: Locatie en montagerichting Stap 2: Gaten in de leiding boren Stap 3: Montagebevestigingen
Rosemount 485 Annubar Pak-Lok-constructie
Beknopte installatiegids 0025-0311-09, versie DB Pak-Lok 5 Annubar Rosemount 5 Annubar Pak-Lok-constructie Start Stap 1: Locatie en montagerichting Stap 2: Gaten in de leiding boren Stap 3: Montagebevestigingen
Rosemount 585 Main Steam Annubar met ondersteuning aan tegenoverliggende kant
Beknopte installatiegids 585 Main Steam Annubar Rosemount 585 Main Steam Annubar met ondersteuning aan tegenoverliggende kant Start Stap 1: Montagelocatie en -richting Stap 2: Boor montagegaten in de buis
Rosemount 285 Annubar Kanaalmontage
Beknopte installatiegids Kanaalmontage 285 nnubar Rosemount 285 nnubar Kanaalmontage Start Stap 1: Montagelocatie en -richting Stap 2: Voorbereiding voor installatie Stap 3: Installatie Stap 4: Monteer
Rosemount 5400 Series
Snelstartgids 00825-0511-4026, Rev AA Rosemount 5400 Series Kegelantenne met geschroefde aansluiting Snelstartgids WAARSCHUWING Negeren van deze richtlijnen voor veilige installatie en veilig onderhoud
Rosemount 1195 Primair element integrale meetschijf
Beknopte installatiegids november 2011 Rosemount 1195 Rosemount 1195 Primair element integrale meetschijf Start Stap 1: Bepaal locatie primair element Stap 2: Richting van primair element Stap 3: Installatie
Mobrey MCU900-serie 4 20 ma + HART-compatibele controller
IP2030-NL/QS, Rev AA Mobrey MCU900-serie 4 20 ma + HART-compatibele controller Beknopte installatiegids WAARSCHUWING Het niet naleven van de richtlijnen voor veilige installatie kan leiden tot ernstig
Productnietlangerleverbaar'
Beknopte installatiegids November 2007 Rosemount 951 Rosemount 951-druktransmitter voor droog gas Productnietlangerleverbaar' Start Kalibratie op de werktafel Ja Nee Configureer/verifieer Stap 1: Monteer
Snelstartgids , Rev. BA Februari Rosemount 0085-buisklemsensorconstructie
Snelstartgids 00825-0111-4952, Rev. BA Rosemount 0085-buisklemsensorconstructie Snelstartgids MEDEDELING Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount 0085-buisklemsensor. Hij bevat
Druktransmitter uit de Rosemount 3051S-serie met HART -oplossingen voor draadloze toepassingen
Druktransmitter uit de Rosemount 3051S-serie met HART -oplossingen voor draadloze toepassingen Flowmeter-transmitter uit de Rosemount 3051SF-serie met HART -oplossingen voor draadloze toepassingen Start
Algemene instructies voor het hanteren en installeren van Rosemount 1199-afdichtingssystemen
Beknopte installatiegids Augustus 2011 Rosemount 1199 Algemene instructies voor het hanteren en installeren van Rosemount 1199-afdichtingssystemen Start Inleiding Voorwoord Algemeen overzicht over het
Rosemount 848L. Discrete Logic Transmitter met FOUNDATION veldbus. Productnietlangerleverbaar' Rosemount 848L
Discrete Logic Transmitter met FOUNDATION veldbus Start Stap 1: Monteer de transmitter Stap 2: Sluit bedrading aan en schakel stroomtoevoer in Stap 3: Controleer de transmitterconfiguratie Productcertificaties
ATEX installatieinstructies. Micro Motion CMF400- sensoren met hulpversterker
Installatie-instructies P/N MMI-20010156, Rev. A Juni 2007 ATEX installatieinstructies voor Micro Motion CMF400- sensoren met hulpversterker Voor de installatie van sensors met ATEX-goedkeuring Opmerking:
Micro Motion model 775
Supplement bedrading P/N MMI-20016034, Rev. AA September 2009 Micro Motion model 775 Smart Wireless integraal gemonteerde THUM -adapter Inhoud Overzicht THUM-adapter........................................
ATEX installatieinstructies. Micro Motion T-serie-sensoren
Installatie-instructies P/N MMI-20010113, Rev. A Juni 2007 ATEX installatieinstructies voor Micro Motion T-serie-sensoren Voor de installatie van sensors met ATEX-goedkeuring Opmerking: Voor installatie
Montage handleiding Meskantafsluiters
Montage handleiding Meskantafsluiters MONTAGEKLARE ACCESSOIRES Montagekit Een groot assortiment accessoires beschikbaar in montagekit voor DN 300. Magneetklep Snelle montage van magneetklep Standmelding
ATEX installatie-instructies voor Micro Motion ELITE -sensors
Installatie-instructies P/N MMI-20010080, Rev. B December 2007 ATEX installatie-instructies voor Micro Motion ELITE -sensors Voor de installatie van sensors met ATEX-goedkeuring NB: Voor installatie in
Snelstartgids , v. BB Juni Sensorconstructie Rosemount 0065/0185
00825-0211-2654, v. BB Sensorconstructie Rosemount 0065/0185 MEDEDELING Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor de sensormodellen Rosemount 0065 en 0185. De handleiding bevat geen instructies
Rosemount 3095FT massaflow-transmitter
Beknopte installatiegids Rosemount 3095FT Rosemount 3095FT massaflow-transmitter Stap 1: Monteer de transmitter Stap 2: Overweeg of behuizing gedraaid moet worden Stap 3: Stel de schakelaars in Stap 4:
INSTALLATIE INSTRUCTIES VOOR VLINDERKLEPPEN
OI BV-B10/12 / 04 05 09 pag 1/7 Deze installatie instructies zijn van toepassing op vlinderkleppen van Belven NV Wafer & Lug type - met nominale diameter DN 32-DN 1200 - NPS 1 1/4 tot NPS 48 1. Veiligheid
ATEX installatieinstructies. Micro Motion F-seriesensoren DMT 01 ATEX E 158 X
Installatie-instructies P/N MMI-20010178, Rev. A Juni 2007 ATEX installatieinstructies voor Micro Motion F-seriesensoren met certificaat DMT 01 ATEX E 158 X Voor de installatie van sensors met ATEX-goedkeuring
Montage-, gebruikers- en onderhoudshandleiding BDA 04
Montage-, gebruikers- en onderhoudshandleiding BDA 04 Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens de beveiligde diagnosekoppeling BDA 04 te monteren en te gebruiken. Bij het niet naleven van deze handleiding
INSTALLATIE- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES
01/18 INSTALLATIE- 1 EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen.
HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies
HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5
Installatie van. Installatie:
-2- Installatie van SIGMA-schottensystemen Het doel van deze instructies is de installateur een idee geven van de correcte techniek die moet worden gebruikt voor de installatie en assemblage van een typisch
VTB 200 Vlinderkleppen
VTB 200 Vlinderkleppen Adres http://www.vapo.nl Vapo Techniek BV Esp 258 5633 AC Eindhoven Nederland T: +31(0)40 248 10 00 F: +31(0)40 248 10 40 E: [email protected] Inhoudsopgave Algemene kenmerken 3 Condities
MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton
MONTAGEHANDLEIDING model type :ZEELAND :metselwerk of beton => Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. = => Volg gedurende de montage de 6 stappen in
Rosemount 3051 druktransmitter en Rosemount 3051CF DP flowmeters
00825-0111-4100, Rev BA Rosemount 3051 druktransmitter en Rosemount 3051CF DP flowmeters met WirelessHART -protocol MEDEDELING Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor Rosemount 3051 draadloze
Model 3700 transmitter (9-draads) of Model 3350 randapparatuur
Beknopte handleiding P/N 3300749, Rev. C April 2003 Model 3700 transmitter (9-draads) of Model 3350 randapparatuur Instructies voor installatie bij veldmontage Voor technische ondersteuning via Internet
VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl. voor de vakman
Montagehandleiding voor de vakman Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl VIESMANN Vitoplex 200 type SX2A, 700 tot 1950 kw Olie-/gasketel VITOPLEX 200 5/2011 Na montage deze handleiding recyclen! Veiligheidsvoorschriften
Handbediende inregelafsluiters met flensaansluiting MSV-F2 DN
Handbediende inregelafsluiters met flensaansluiting DN 5-3 Beschrijving DN 5-15 DN 2-3 is een handbediende inregelafsluiter met flensaansluitingen. De kan worden toegepast als inregelafsluiter in koel-
MONTAGEHANDLEIDING. Kit met 2-wegafsluiter/kit met 3-wegafsluiter voor ventilatorconvectoren EKMV2C09B7 EKMV3C09B7
MONTAGEHANDLEIDING Kit met -wegafsluiter/kit met -wegafsluiter EKMVC09B7 EKMVC09B7 EKMVC09B7 EKMVC09B7 Kit met -wegafsluiter/kit met -wegafsluiter Lees grondig deze handleiding vooraleer tot de montage
HANDLEIDING ATEX Explosionproof
Nederlands Versie10/2016 Blz. 1/16 393165.00 Inhoudsopgave 1. Fabrikant 3 2. Voorwoord 3 3. Beschrijving 4 4. Certificering en Markering 4 5. Voorwaarden voor veilig gebruik 4 6. Typesleutel 5 7. Omschrijving
FT46 Gesloten-vlottercondenspot - RVS - DN15 tot DN50
TI-P143-01 ST-BEn-10 4.2.1.070 FT46 Gesloten-vlottercondenspot - RVS - DN15 tot DN50 DN15, DN20 en DN25 DN15 afgebeeld DN40 en DN50 DN50 afgebeeld Beschrijving De FT46 is een roestvrijstalen condenspot
L " 254cm. 176lbs 80kg. AVF Group Ltd. Hortonwood 30, Telford, Shropshire, TF1 7YE, England. Nederlandse taal. Folder Nr.
L8500 STOPPE ederlandse taal Folder r. 464184 rev 00 Lees alle instructies vooraleer installatie aan te vangen. ls u vragen hebt over dit product of problemen ondervindt met de installatie, neem dan contact
KEYSTONE. CompoSeal-vlinderafsluiters, ringtype Handleiding voor installatie & onderhoud. www.pentair.com/valves. Lees deze instructies zorgvuldig
KEYSTONE Lees deze instructies zorgvuldig Dit symbool geeft belangrijke mededelingen en veiligheidsinstructies aan. Beoogd gebruik De afsluiter is bedoeld om uitsluitend te worden gebruikt in toepassingen
Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een metselwerk- of betonmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 6 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
Draaibare en kantelbare muurbeugel APM-70 INSTALLATIE HANDLEIDING 35 KG
INSTALLATIE HANDLEIDING Draaibare en kantelbare muurbeugel Waarschuwing! overschrijd nooit het maximale gewicht! Ernstig letsel kan hier tot gevolg van hebben. APM-70 35 KG VERSIE 1.0 JUL 2013 Lees eerst
Optima Canopy accessoires voor het ophangen
Optima Canopy accessoires voor het ophangen Accessoirekits - toepassingen vereisen altijd meer dan één kit. Bepaal zorgvuldig wat u nodig heeft. Itemnummer inhoud kit BPCS5450G Ophangkit voor de bouwkundige
CSD INSTORTBUIS- SYSTEEM VOOR SLIPSIL AFDICHTINGSPLUGGEN
S INSTORTUIS- SYSTM VOOR SLIPSIL FIHTINGSPLUGGN en optimale gas- en waterdichtheid wordt verkregen wanneer de SLIPSIL afdichtingspluggen worden toegepast in het S instortbuissysteem dan wel in de S flensbuizen.
Rosemount 2130. Veiligheidsinstructies ATEX en IECEx drukvast. Aanvulling op handleiding 00809-0411-4130, Rev AA Mei 2009 Rosemount 2130
Aanvulling op handleiding 00809-0411-4130, Rev AA Mei 2009 Rosemount 2130 Rosemount 2130 Veiligheidsinstructies ATEX en IECEx drukvast www.rosemount.com Rosemount 2130 Aanvulling op handleiding 00809-0411-4130,
Montagehandleiding Knikarmschermen Onlinezonneschermen.nl
Montagehandleiding Knikarmschermen Onlinezonneschermen.nl Controleer de montagehoogte Controleer of u voldoende montagehoogte op uw gevel heeft om het scherm te plaatsen Boven de muursteun (montage steun)
Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, of GreensPro 1200 greensrol
Form No. 338-643 Rev A Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, 44906 of 44907 GreensPro 00 greensrol Modelnr.: 7-5899 Modelnr.: 7-5907 Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË
FT46 Gesloten-vlottercondenspot - RVS - DN15 tot DN50
TI-P143-01 ST-BEn-11 4.2.1.070 Gesloten-vlottercondenspot - RVS - DN15 tot DN50 4,5 bar 21 bar DN15, DN20 en DN25 DN15 tot DN50 4,5; 10 en 21 bar DN40 en DN50 DN50 afgebeeld DN15 afgebeeld 4,5 21 bar Beschrijving
Automatische drukverschilregelaar ASV-PV Strangafsluiter ASV-M
Automatische drukverschilregelaar ASV-PV Strangafsluiter ASV-M Toepassing ASV-M ASV-PV De ASV-PV wordt toegepast in combinatie met de ASV-M om een constant drukverschil over de strangen te handhaven in
TECHNISCHE HANDLEIDING
Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...
Montage-instructie. Rolpoort RV55 - RV77
Montage-instructie Rolpoort RV55 - RV77 Montage-instructie Rolpoort Inhoud verpakking 1 1. pantser 2. kap met as 3. geleiders 4. ophangveren 5. afdekdopjes 6. bediening a. elektrisch: schakelaar + stekker
Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een cellenbeton- of gipsblokkenmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 7 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
MONTAGEHANDLEIDING. :cellenbeton of gipsblokken
MONTAGEHANDLEIDING model type :ZEELAND :cellenbeton of gipsblokken => Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. => Volg gedurende de montage de 7 stappen
Installatie & Onderhoudsinstructies 10-2015
Installatie & Onderhoudsinstructies 1 10-2015 VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen.
Montage-instructie. Rolpoort. RV55 - RV77 - Vision Door
Montage-instructie Rolpoort RV55 - RV77 - Vision Door Inhoud verpakking 1 1. pantser 2. kap met as 3. geleiders 4. ophangveren 5. afdekdopjes 6. bediening a. elektrisch: schakelaar + stekker b. afstandbediend:
ZONNEBOILER INSTALLATIE - INSTRUCTIE. voor een collector gemonteerd op panlatten.
ZONNEBOILER INSTALLATIE - INSTRUCTIE. voor een gemonteerd op panlatten. Leverancier van alternatieve oplossingen voor water, warmte comfort en stroom Tel: 058-288 47 39 / Fax 058-288 92 98 PLAATSING VAN
Terminator. ZP-PTD100-WP Aansluitset temperatuursensor. The Heat Tracing Specialists INSTALLATIEMETHODEN
Terminator TM ZP-PTD100-WP Aansluitset temperatuursensor The Heat Tracing Specialists PN50835D.indd 1 02/05/2016 10:31:50 a.m. De volgende installatiemethoden zijn aanbevolen richtlijnen voor de installatie
Kleenoil BY-PASS Filtration System
Kleenoil BY-PASS Filtration System Installatie handleiding voor een Kleenoil filterhuis op een hydrauliek installatie Solinas Benelux BV C. Verolmelaan 130 1422 ZB Uithoorn Netherlands 1 Tel: +31 (0)297
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE
SbS_Inst_102_00286_NL 23-04-2007 10:43 Pagina 20 AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE ALVORENS DE KOELKAST TE INSTALLEREN WATERAANSLUITING ELEKTRISCHE AANSLUITING NIVELLEREN VAN DE KOELKAST INSTALLATIE VAN
afdichtingen (03) (03) PROTEK lektechniek ERIKS nv Boombekelaan 3, B-2660 Hoboken, België
afdichtingen PROTEK lektechniek DOCUMENTATIENUMMER VAN DEZE PUBLICATIE: 054316 (2001) (03) 829 27 33 (03) 828 39 59 ERIKS nv Boombekelaan 3, B-2660 Hoboken, België [email protected] www.eriks.be AFDICHTINGEN
THERMOSTATISCHE INBOUW DOUCHEKRAAN TWEEHENDEL EN DRIEHENDEL DOUCHEKRAAN MET EN ZONDER OMZETTER
THERMOSTATISCHE INBOUW DOUCHEKRAAN TWEEHENDEL EN DRIEHENDEL DOUCHEKRAAN MET EN ZONDER OMZETTER INSTALLATIE HANDLEIDING Indien je problemen heeft met de installatie van dit product, raden wij aan dat je
Montagehandleiding. Watertool Mesafsluiter. Geschikt voor PE waterleidingen DN 90 DN 200. Kleiss/Mesafsluiter/ Pagina 1 van 5
Montagehandleiding Watertool Mesafsluiter Geschikt voor PE waterleidingen DN 90 DN 200 Kleiss/Mesafsluiter/20160531 Pagina 1 van 5 5 4 3 2 6 1 Nr. Omschrijving Art. Nr. Nr. Omschrijving Art. Nr. Zadel
Uitbalancering. 750 Statisch strangregelventiel Beschrijving. Versies. Voordelen
750 Statisch strangregelventiel Beschrijving Het strangregelventiel met schuine zitting van Comap wordt gebruikt voor het realiseren van precieze regelingen op verwarmings-, sanitair- en airconditioningcircuits.
KAPTIV-CS SERVICE KIT
Installatie & onderhouds instructies KAPTIV-CS SERVICE KIT Electronisch niveaugestuurde condensaataftap ALGEMENE BESCHRIJVING 11/12 De KAPTIV-CS (Compact Solution) is een compacte elektronisch niveaugestuurde
HeatMaster. Montage- en installatiehandleiding. 201 Booster. HeatMaster. 200N (Gas) Booster. HeatMaster ENGLISH FRANCAIS NEDERLANDS ITALIANO NL 1
Heataster ENGLISH ontage- en installatiehandleiding Heataster 201 Booster FANCAIS Heataster 200N (Gas) Booster NEDELANDS NL 1 ENGLISH WAASCHUWINGEN 2 Bestemmelingen van deze handleiding 2 Symbolen 2 Certificatie
Montagehandleiding externe antenne UNILOG 300
Als de signaalsterkte niet voldoende is kan UNILOG 300 voorzien worden van een externe antenne. Er zijn twee typen externe antennes die kunnen worden toegepast, een rondstraalantenne en een richtantenne.
Montagehandleiding voor betonnen wasbak Taludes Type: wandmontage voor een cellenbeton- of gipsblokkenmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 7 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
Montagehandleiding voor Squarish Type: wandmontage voor een holle wand
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 4 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
HP Power Distribution Rack
HP Power Distribution Rack Installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING: Er is kans op letsel door elektrische schokken en gevaarlijk hoge spanningsniveaus. De elektrische aansluitingen
