Voorwoord. Dit rapport bevat drie soorten documenten :

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voorwoord. Dit rapport bevat drie soorten documenten :"

Transcriptie

1 Voorwoord Dit rapport bevat drie soorten documenten : de documenten die door het WIV zijn opgemaakt op basis van de gegevens verzameld door een netwerk van peillaboratoria in het kader van de surveillance van infectieuze aandoeningen (cf. hoofding Peillaboratoria), de documenten die door de referentielaboratoria zijn opgemaakt per ziektekiem waarvoor zij verantwoordelijk zijn (cf. hoofding Referentielaboratoria), de documenten die door het WIV zijn opgemaakt op basis van de gegevens verzameld door een netwerk van peil- en referentielaboratoria, in het kader van de surveillance van infectieuze aandoeningen (cf. hoofding Peillaboratoria + Referentielaboratoria). Voorwoord

2 Peillaboratoria Dankwoord Wij bedanken de verantwoordelijken van de peillaboratoria die aan de registratie van hebben deelgenomen. De lijst van deze laboratoria wordt per provincie en per postcode voorgesteld. Antwerpen Centraal Laboratorium Antwerpen Antwerpen Instituut Tropische Geneeskunde 8 Antwerpen Alg. Medisch Laboratorium 8 Antwerpen Clinilabo Antwerpen A.Z. Middelheim 6 Antwerpen A.Z. Stuivenberg 7 Merksem A.Z. Jan Palfijn Herentals Centrum voor Medische Analyse Herentals St.-Elisabethziekenhuis Heist-op-den-Berg Somedi Lab 3 Turnhout A.Z. St.-Jozef 3 Turnhout St.-Elisabethziekenhuis 44 Geel Alg. Z. St.-Dimpna 5 Lier Cedibel 57 Duffel A.Z. St.-Norbertus 65 Edegem U.Z.-Antwerpen 8 Mechelen St.-Jozefziekenhuis 8 Mechelen Stedelijk O.L.V.-Ziekenhuis 8 Bonheiden Imeldaziekenhuis 85 Boom A.Z. Van Enschodt 93 Braschaat Ziekenhuis Vesalius 98 Zoersel A.Z. St.-Jozef Dankwoord

3 Dankwoord Peillaboratoria Brussel Hôpital Ste-Anne/St-Jean Brussel St.-Pieter Ziekenhuis 4 Brussel Centraal Labo 5 Brussel Centre Hosp. Etterbeek-Ixelles 5 Brussel W.I.V. - Afdeling Bacteriologie 6 Brussel Biorim 7 Brussel Erasmus Ziekenhuis 8 Brussel Hôpital Français Reine Elisabeth 9 Brussel A.Z. - V.U.B. 9 Brussel C.H.U. Brugmann Brussel Militair Hosp. Koningin Astrid Brussel U.C.L. St-Luc Brussel Cebiodi Dankwoord

4 Peillaboratoria Dankwoord 34 Ottignies Clin. St-Pierre 4 Braine-l'Alleud Hôpital de Braine-l'Alleud-Waterloo Dankwoord 3

5 Dankwoord Peillaboratoria 8 Vilvoorde Van Helmont Ziekenhuis 3 Leuven H. Hartkliniek 3 Leuven Medisch Centrum voor Huisartsen 3 Leuven U.Z. Gasthuisberg 39 Diest A.Z. Diest 33 Tienen H. Hartkliniek 4 Dankwoord

6 Peillaboratoria Dankwoord 8 Brugge A.Z. St.-Jan 8 Brugge Lab voor Medische Biologie 83 Brugge A.Z. St.-Lucas 84 Oostende A.Z. Damiaan 85 Kortrijk Kliniek Maria's Voorzienigheid 85 Kortrijk Medisch Lab Bruyland 87 Tielt St.-Andriesziekenhuis 879 Waregem Lab Klinische Biologie 879 Waregem Kliniek O.L.V.-Lourdes 88 Roeselare H. Hartziekenhuis 88 Roeselare Stedelijk Ziekenhuis 88 Torhout Kliniek St.-Rembert 887 Izegem St.-Jozefkliniek 89 Ieper O.L.V.-Gasthuis Moederhuis 893 Menen St.-Joriskliniek en Materniteit Dankwoord 5

7 Dankwoord Peillaboratoria 9 Gent A.Z. St.-Lucas 9 Gent Alg. Ziekenhuis 9 Gent Kliniek Maria Middelares 9 Gent U.Z. - R.U.G. 9 St.-Niklaas Alg. Kliniek Maria Middelares 9 St.-Niklaas A.Z. Waasland 96 Lokeren Lab Lokeren 9 Dendermonde A.Z. St.-Blasius 9 Dendermonde Medisch Lab Medina 93 Aalst Lab Aalst 93 Aalst Median Lab 93 Aalst O.L.V.-Ziekenhuis 96 Zottegem Alg. Z. St.-Elisabeth 988 Aalter Medina 99 Eeklo H. Hartkliniek 994 Gent Lab Parijs-Nuytinck 6 Dankwoord

8 Peillaboratoria Dankwoord 6 Charleroi C.H.U. Charleroi 64 Gosselies Clin. Notre-Dame de Grâce 66 Gilly Clinique St-Joseph 6 Montigny-Le-Tilleul Hôpital Vésale 646 Chimay Centre de Santé des Fagnes 653 Thuin L.P.M.E. 654 Lobbes Clin. St-Joseph 7 Mons Hôpital Ambroise Paré 7 Mons Labo Libem 76 Soignies Labo d'anal. Médicales La Bassos 79 Braine-le-Comte Labo d'anal. Médicales La Bassos 7 La Louvière Centre Hospitalier de Tivoli 73 Binche Labo Frère-Larebio 733 Baudour Clin. L. Caty 75 Tournai Clin. La Dorcas 75 Tournai I.M.C. 77 Mouscron Clin. Refuge de la Ste-Famille 77 Mouscron Labo d'analyses Médicales 78 Ath Centre Hospitalier du Pays d'ath 785 Enghien Labo de Biologie Médicale Dankwoord 7

9 Dankwoord Peillaboratoria 4 Liège Clin. St-Joseph 4 Liège U.Lg. 4 Liège Inst. Prov. E. Malvoz 43 Chênée Clin. Notre-Dame des Bruyères 45 Huy Centre Hospitalier Hutois 46 Fléron Labo d'analyses Médicales Ralet 47 Eupen Hôpital St-Niklaus 48 Verviers Centre de Diagnostic 48 Verviers Centre Hospitalier Peltzer La Tourelle 496 Malmédy Clin. Reine Astrid 8 Dankwoord

10 Peillaboratoria Dankwoord 35 Hasselt Salvatorziekenhuis 35 Hasselt Virga Jesse Ziekenhuis 355 Heusden-Zolder St.-Franciskusziekenhuis 36 Genk Ziekenhuis Oost-Limburg 38 St.-Truiden Regionaal Ziekenhuis St.-Trudo 39 Neerpelt H. Hartkliniek 39 Lommel Maria Middelaresziekenhuis. Dankwoord 9

11 Dankwoord Peillaboratoria 67 Arlon Clin. du Sud-Luxembourg 68 Libramont Clin. de Libramont Dankwoord

12 Peillaboratoria Dankwoord 5 Namur Centre Hospitalier Régional 5 Belgrade Labo Medic 54 Namur Labo Médical du Sud 56 Auvelais Centre Hospitalier Reine Fabiola 55 Dinant Clin. Ste-Anne 553 Yvoir U.C.L. Mont-Godinne Dankwoord

13 Dankwoord Peillaboratoria Wij danken ook de verantwoordelijken voor de referentielaboratoria (bijlage ) die aan de surveillance van hebben deelgenomen : Dokters G. BIGAIGNON, V. LUYASU en M. VAN RANST voor Borrelia burgdorferi; Dokter S. LAUWERS voor Bordetella pertussis, Corynebacterium diphteriae en Legionella penumophila; Dokter J. GODFROID voor Brucella; Dokter G. ZISSIS voor Campylobacter; Mevrouw M. TURNEER voor Clostridium botulinum; Dokter D. SWINNE voor Cryptococcus neoformans; De heer T. VERVOORT voor Cryptosporidium, Cyclospora, Entamoeba histolytica, Leishmania, Leptospira en Plasmodium; Dokter H. GOOSSENS voor Enterococcus en Streptococcus pyogenes; Dokter D. PIERARD voor Escherichia coli; Dokter F. CROKAERT voor Haemophilus influenzae; Dokter C. VANDENVELDE voor Hantavirus; Dokter R. VRANCKX voor Hepatitis A, B, C; Dokter M. STRUELENS voor Legionella pneumophila en Staphylococcus aureus; Dokter M. YDE voor Listeria monocytogenes; Dokters F. PORTAELS en M. DUFAUX voor Mycobacterium; Mevrouw F. CARION voor Neisseria meningitidis; Dokter F. COSTY voor Rabies; Dokter J.M. COLLARD voor Salmonella en Shigella; Dokter C. GODARD voor Staphylococcus aureus (faagtypering); Dokter P. MELIN voor Streptococcus agalactiae; Dokter J. VERHAEGEN voor Streptococcus pneumoniae en Yersinia; Dokters M. UYDEBROUCK en A. AERTS voor multiresistente tuberculose; Dokters G. WAUTERS en M. DELMEE voor Yersinia en Yersinia pestis; Dokter R. VANHOOF voor resistentie tegen aminoglycosiden. Wij bedanken ook de volgende leden van de afdeling Epidemiologie van het W.I.V. voor hun kostbare bijdrage : Dokters F. VAN LOOCK en G. HANQUET als verantwoordelijken voor het surveillanceprogramma, De heer Y. DUPONT voor het gegevensbeheer, Mevrouw M. MEGANCK en Mevrouw E. DE BLANC voor de gegevensinvoer, Mevrouw L. DE GENDT voor de gegevensvalidatie, De heer G. JEANFILS voor het verwerken van de gegevens en het maken van de figuren in dit verslag, Mevrouw A. MOTTE voor de vertaling van de documenten in dit verslag. Tot slot bedanken wij ook het personeel van de drukkerij voor het drukken van dit document. Dankwoord

14 Peillaboratoria Samenvatting Doelstellingen van het peillaboratorianetwerk jaarlijkse en maandelijkse opvolging van de epidemiologische trends van de geregistreerde micro-organismen; opsporing van infectiehaarden; schatting van de incidentie van de geregistreerde kiemen op nationaal en arrondissementsniveau : de schatting van de incidentie kan worden gebruikt voor de analyse van de epidemiologische trends van de geregistreerde micro-organsimen; aangezien niet alle laboratoria van het land aan de surveillance deelnemen, is de schatting een onderschatting van de reële incidentie, maar zij kan als indicator worden gebruikt. De schatting brengt echter moeilijkheden teweeg wanneer we ze willen vergelijken met de cijfers van andere landen; verspreiding van de verzamelde informatie onder de deelnemende laboratoria, de autoriteiten en de instellingen/personen die betrokken zijn bij de surveillance van infectieuze aandoeningen. Aantal deelnemende laboratoria peillaboratoria, dit is 5% van het totaal aantal laboratoria erkend voor microbiologie in ; ligging van de peillaboratoria : 55% in Vlaanderen, 33% in Wallonië en % in Brussel; de ligging is vergelijkbaar voor alle laboratoria voor microbiologie : 5% in Vlaanderen, 35% in Wallonië en 3% in Brussel. Evolutie van de nationale incidentie van de voornaamste ziektekiemen (N/ 5 inw.) bevestiging van de sinds stijgende trend van de incidentie van seksueel overdraagbare aandoeningen met C. trachomatis ( : 6,7/ 5, : 7,5/ 5, :,3/ 5 ) en N. gonorrhoeae ( :,4/ 5, :,4/ 5, :,8/ 5 ); sinds 999, toename van de incidentie van infecties met Borrelia burgdorferi volgens de gegevens van de peillaboratoria (999 : 8,/ 5, :,3/ 5 ) en van de referentielaboratoria (999 :,4/ 5, : 9,7/ 5 ) : de toename kan worden toegeschreven aan de toename van het aantal gevallen gediagnosticeerd in Vlaanderen; in vergelijking met, stabilisatie van de incidentie van infecties met S. pneumoniae ( : 5,/ 5, : 5,/ 5 ); in vergelijking met en, stabilisatie van de incidentie van infecties met Campylobacter ( : 73/ 5, : 7/ 5, : 7/ 5 ), met een vergelijkbaar aantal laboratoria die ten minste kiem registreerden (N=5); in vergelijking met, daling van de incidentie van infecties met N. meningitidis volgens de gegevens van de peillaboratoria ( :,5/ 5, :,7/ 5 ) en van het referentielaboratorium ( : 3,7/ 5, :,5/ 5 ) : deze daling kan worden toegeschreven aan een daling van het aantal infecties van serogroep C ( : N=79, : N=89); in vergelijking met, daling van de incidentie van infecties met M. pneumoniae ( : 39,6/ 5, : 6,4/ 5 ) : wij herinneren eraan dat tijdens de winter van, het aantal gediagnosticeerde gevallen heel hoog was in vergelijking met de winters van en ( : N=94-75 laboratoria; : N= laboratoria; : N=95-58 laboratoria). Beschrijving van enkele infectiehaarden. Campylobacter opmerkelijk is het feit dat de incidentie al enkele jaren gemiddeld twee keer hoger ligt in Vlaanderen ( : 87/ 5 )dan in Wallonië ( : 43/ 5 ); 9% van de gevallen (5/7354) zijn in de provincie Antwerpen gediagnosticeerd : 789 gevallen waren gelokaliseerd in het arrondissement Turnhout (999 : N=65, : N=735, : N =69); 9 gevallen waren gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen (999 : N=574, : N=77, : N =8); we voegen hier nog aan toe dat ook het aantal gevallen gediagnosticeerd in het arrondissement Leuven hoog blijft (999 : N=636, : N=775, : N=749, : N=85).. Chlamydia trachomatis opmerkelijk is de toename van het aantal gevallen gediagnosticeerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=33, : N=7, : N=7) en in Brussel ( : N=3, : N=65, : N=336); de toename werd vooral bij vrouwen tussen 5 en 44 jaar vastgesteld. 3. Neisseria gonorrhoeae opmerkelijk is de toename van het aantal gevallen gediagnosticeerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=4, : N=7, : N=84) en in Brussel ( : N=, : N=3, : N=6); de gevallen werden vooral bij mannen tussen 5 en 44 jaar vastgesteld. Samenvatting

15 Samenvatting Peillaboratoria 4. Mycoplasma pneumoniae opmerkelijk is het sinds enkele jaren hoge aantal gevallen gediagnosticeerd in de arrondissementen Turnhout ( : N=487, : N=7, : N=4) en Charleroi ( : N=55, : N=6, : N=464). 5. N. meningitidis opmerkelijk is de daling, in vergelijking met, van het aantal gevallen van serogroep C gediagnosticeerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=47, : N=6). 6. Hepatitis A opmerkelijk is het feit dat 7% (6/9) van de gevallen gediagnosticeerd in zijn gelokaliseerd in de provincie Henegouwen; in werd 8% (6/35) van de gevallen in deze provincie gediagnosticeerd; het aantal gevallen gediagnosticeerd in deze provincie blijft met andere woorden stabiel terwijl het aantal gevallen in de andere provincies van het land daalt; in vergelijking met voorgaande jaren, daling van het aantal gevallen gelokaliseerd in Brussel (999 : N=5, : N=58, : N=, : N=6); van de 6 gevallen waren /6 (35%) kinderen tussen 5 en 4 jaar terwijl voor dit type infectie en voor deze leeftijdsgroep het gemiddelde voor het hele land 7% bedraagt. Aanbevelingen omdat in bepaalde Belgische arrondissementen heel wat aandoeningen (S. pneumoniae, H. influenzae, hepatitis A) optreden waarvoor een vaccin bestaat, strekt efficiëntere vaccinatie van de doelgroepen tot de aanbeveling; het is van belang dat de bevolking wordt ingelicht over mogelijke preventieve maatregelen om minder snel één of andere infectieziekte op te lopen (hepatitis A, ziekte van Lyme, hantavirose, humane alveolaire echinococcose, gastro-intestinale infecties, cf. website van het WIV); het zou nuttig zijn om een grondige studie te maken over de oorzaak van het hoge aantal infecties met Campylobacter en Giardia in bepaalde arrondissementen van het land. Samenvatting

16 Peillaboratoria Inleiding Sinds 983 coördineert de Afdeling Epidemiologie van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV), voorheen Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie (IHE), de nationale surveillance van infectieuze aandoeningen via een netwerk van laboratoria voor microbiologie, peillaboratoria genoemd. Aan dit surveillanceprogramma zijn een veertigtal referentielaboratoria verbonden. Zij bevestigen de diagnose die door de peillaboratoria en andere Belgische laboratoria is gesteld, typeren de ontvangen stalen, bestuderen de antibioticaresistentie van de stalen, bieden andere kostbare epidemiologische gegevens omtrent de verzamelde informatie (bijlage ). Doelstellingen van het surveillancenetwerk jaarlijkse en maandelijkse opvolging van de epidemiologische trends van de geregistreerde micro-organismen, opsporing van infectiehaarden, opvolging van de invloed van de vaccinatieprogramma s op de evolutie van het aantal diagnoses per leeftijdscategorie, verspreiding van de verzamelde gegevens onder de deelnemende laboratoria, de overheid en de instellingen die zich bezighouden met de preventie van aandoeningen die het gevolg zijn van micro-organismen. Doelstellingen van het jaarrapport beschrijving van de epidemiologische trends van de geregistreerde micro-organismen, voorstelling van de doelstellingen van de surveillance van elke geregistreerde kiem, voorstelling van de representativiteit van het surveillancenetwerk voor elke geregistreerde kiem, voorstelling van de evolutie van de incidentie van de geregistreerde infecties op nationaal en arrondissementsniveau, beschrijving van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten met een positieve diagnose wat betreft de geregistreerde kiemen, met name verdeling per geslacht en leeftijdsgroep, voorstelling van de evolutie van de verspreiding van de diagnoses in functie van de oorsprong van de afgenomen stalen, voorstelling van de seizoensevolutie van de voornaamste geregistreerde kiemen, voorstelling van de geografische lokalisatie van de geregistreerde kiemen in, voorstelling van een reeks aanbevelingen die het mogelijk moeten maken om het aantal geregistreerde infecties te beperken. Doelstellingen van de rapporten van de referentielaboratoria voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten van wie een staal naar het referentielaboratorium is verstuurd door een peillaboratorium of door een ander Belgisch laboratorium voor microbiologie, voorstelling van de geografische lokalisatie van de stalen die in zijn ontvangen, beschrijving (en opvolging van de evolutie) van de verschillende stamtypes die in zijn geanalyseerd, onderzoek (en opvolging van de evolutie) naar de antibioticaresistentie van de stammen die in zijn geanalyseerd in functie van hun type en de oorsprong van het afgenomen staal. Inleiding

17 Peillaboratoria Methoden Basisprincipes van het surveillancenetwerk de deelname van de peillaboratoria gebeurt op vrijwillige basis en wordt niet vergoed; elk deelnemend laboratorium wordt door een bioloog geleid; de registratie gebeurt op regelmatige tijdstippen, m.a.w. wekelijks; de aangifte van de patiënt blijft anoniem. Inhoud van de registratie infecties ter hoogte van de luchtwegen en het centraal zenuwstelsel, acute luchtweginfecties, gastro-intestinale infecties, zoönosen, seksueel overdraagbare aandoeningen, geïmporteerde infecties. Registratiewijze met behulp van een registratieformulier, via elektronische weg, met behulp van het programma Epi-Lab. Hiermee kunnen de gegevens worden ingevoerd en naar de server van het WIV worden verstuurd. Beschrijving van de registratie betreffende het laboratorium : toegekend identificatienummer in functie van de lokalisatie van het laboratorium; betreffende de patiënt : geslacht, geboortedatum, postcode van de woning of van de plaats waar de besmetting vermoedelijk plaats heeft gehad of het land van oorsprong van de infectie; betreffende het staal : week waarin de diagnose werd gesteld, plaats waar het staal werd afgenomen. Definities A.L.I. : acute luchtweginfecties, C.S.V. : cerebrospinaal vocht, incidentie : in dit rapport gaat het om een indicator van de incidentie aangezien slechts 5% van de Belgische laboratoria voor microbiologie aan het netwerk deelneemt; toch moet worden gepreciseerd dat de meeste grote laboratoria, meestal verbonden aan een ziekenhuis, aan dit surveillanceprogramma deelnemen; de vermelde incidentiecijfers in dit rapport zijn dus bruikbaar als indicator voor de nationale incidentie en de evolutie ervan, ook al houden de cijfers een onderschatting van de werkelijke incidentie in, O.R. : Odds Ratio, P.L. : peillaboratorium, R.L. : referentielaboratorium, R.S.V. : respiratoir syncytiaal virus, registratiefrequentie : aantal jaarlijks geregistreerde diagnoses door de peillaboratoria/aantal jaarlijks ontvangen formulieren. Methoden

18 Methoden Peillaboratoria Representativiteit van het netwerk in deelname van peillaboratoria verspreid over 34 van de 43 arrondissementen in het land, dit is 5% (/38) van alle in erkende laboratoria voor microbiologie, geen laboratoria voor microbiologie in de arrondissementen Philippeville, Virton en Waremme, geen peillaboratoria in de arrondissementen Diksmuide, Veurne, Oudenaarde, Tongeren, Bastogne, Marche-en-Famenne, deelname van ten minste de helft van de erkende laboratoria in 7 arrondissementen, lokalisatie van de peillaboratoria : 55% in Vlaanderen, 33% in Wallonië en % in Brussel (tabel ), vergelijkbare lokalisatie van de laboratoria voor microbiologie : 5% in Vlaanderen, 35% in Wallonië en 3% in Brussel (figuur ), indeling van de peillaboratoria in 7% laboratoria verbonden aan een ziekenhuis en 3% privé-laboratoria : deze indeling verschilt van de indeling van alle laboratoria erkend voor microbiologie, respectievelijk 49,5% en 5,5%. Tabel : verspreiding van de peillaboratoria per arrondissement (N, 998-) Arrondissement N T % N T % N T % N T % N T % Antwerpen Mechelen Turnhout Halle-Vilvoorde Leuven Brugge Diksmuide Ieper Kortrijk Oostende Roeselare Tielt Veurne Aalst Dendermonde 3 67 Eeklo Gent Oudenaarde St.-Niklaas Hasselt Maaseik Tongeren 3 Vlaanderen Brussel Nivelles Ath Charleroi Mons Mouscron Soignies Thuin Tournai Huy Liège Verviers Waremme Arlon 5 5 Bastogne 3 33 Marche-en-Fam. Neufchâteau Virton Dinant Namur Philippeville Wallonië België N : aantal peillaboratoria T : aantal laboratoria voor microbiologie WIV - Epidemiologie LV Methoden

19 Peillaboratoria Methoden Figuur : verspreiding van de peillaboratoria per arrondissement (%, ) AL : AR : AT : AW : B : BG : BS : CR : DK : DM : DN : EK : GT : HS : HV : HY : IP : KR : LG : LV : MC : MH : MN : MR : MS : NC : NM : NV : OD : OS : PV : RS : SG : SN : TG : TH : TL : TN : TR : VR : VT : VV : WR : * 4/7 / / / 4/3 4/9 / 4/6 / / / / 6/ 5/9 /6 / / 5/5 5/6 5/8 / 6/ 3/8 / /3 / 4/8 / /3 /3 / 3/4 4/5 3/6 /3 5/7 / 4/4 /4 / / 4/7 / : Aalst : Arlon : Ath : Antwerpen : Brussel : Brugge : Bastogne : Charleroi : Diksmuide : Dendermonde : Dinant : Eeklo : Gent : Hasselt : Halle-Vilvoorde : Huy : Ieper : Kortrijk : Liège : Leuven : Mouscron : Mechelen : Mons : Marche-en-Fam. : Maaseik : Neufchâteau : Namur : Nivelles : Oudenaarde : Oostende : Philippeville : Roeselare : Soignies : St.-Niklaas : Tongeren : Turnhout : Tielt : Thuin : Tournai : Veurne : Virton : Verviers : Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT MN AL DM SG SN HV TN CR % > - 49% > 49-99% % geen erkend labo B AW MH NV PV TH LV NM DN MS HS TG TG WR LG HY MR BS NC AR VT VV WIV-LV * : aantal peillaboratoria/aantal laboratoria voor microbiologie Aantal deelnemende laboratoria in indiening van 648 registratieformulieren, dit is 98% van het aantal verwachte formulieren, 96/ laboratoria verstuurden de 5 verwachte formulieren. Figuur : evolutie van het wekelijks aantal ontvangen formulieren in (N, %; 3// - 9//) aantal formulieren % WIV-LV 5 95 J F M A M J J A S O N D Methoden 3

20 Methoden Peillaboratoria Evolutie van het peillaboratorianetwerk sinds 996, lichte daling van het aantal peillaboratoria die deelnemen aan het surveillancenetwerk ten gevolge van de fusie van sommige laboratoria voor microbiologie (tabel ). Tabel : evolutie van het aantal peillaboratoria (983-) Jaar N %* Jaar N %* * : (aantal peillaboratoria/totaal aantal laboratoria voor microbiologie) x Verspreiding van de verzamelde gegevens wekelijkse rapporten over de frequentie van de geregistreerde kiemen voor wie over het programma Epi-Lab beschikt, wekelijkse rapporten over A.L.I., van september tot april beschikbaar op papier en op de website maandelijkse rapporten om de aandacht van de lezers te vestigen op het feit dat in bepaalde maanden sommige kiemen in bepaalde Belgische arrondissementen toenemen; beschikbaar op papier en op de website (bijlage 3), jaarlijkse rapporten met als belangrijkste doelstelling de epidemiologische trends van een welbepaalde kiem sinds het begin van de registratie te bepalen; beschikbaar op papier en op de website, rubriek Infectieuze aandoeningen : nieuws! met wekelijks nieuwe informatie uit België, Europa en de rest van de wereld, informatiebrochures over sommige ziektes voor de bevolking (nu beschikbaar : echinococcose, hepatitis A, Lyme-ziekte, hantavirose, meningitis, voedseltoxi-infectie); de brochures hebben tot doel de bevolking in te lichten omtrent het bestaan van de ziektes, de mogelijke preventieve maatregelen en de te treffen maatregelen indien een van de ziektes wordt vermoed; de informatie is beschikbaar op papier en op de website, internetadres voor het programma Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van peillaboratoria : Lijst van de software voor de statistische verwerking Clipper, versie 5. Excel Epi-Info, versie Methoden

21 Peillaboratoria Algemene Resultaten Evolutie van de registratiefrequentie In vergelijking met wordt het volgende vastgesteld : toename van infecties met C. trachomatis en N. gonorrhoeae, stabilisatie van infecties met Campylobacter en S. pneumoniae, daling van infecties met N. meningitidis, M. pneumoniae, Giardia en Cryptosporidium (tabel ). Tabel : frequentie van de geregistreerde kiemen (996-) Kiem N N/lab N N/lab N N/lab N N/lab N N/lab N N/lab N N/lab D* Adenovirus 6, 443 3, , 837 6,7 8 6,3 95 7, 876 7,4 +,3 Campylobacter , ,6 66 5, , , , , +4,3 C. trachomatis 787 5,9 69 5,4 7 5, , ,4 77 6, 64 9, +,9 Cryptosporidium 43 3, 63 4, , , , 58 4,6 77,3 -,3 E. histolytica 56,9 89, 94,3 6, 4,9 4,7 6,9 +, Giardia 663,6 557, 899 4,9 93 5, , 665 3, 36,5 -,6 Hantavirus 4,7 55,4 49,4 4, 68,5,9 5,4 -,5 Hepatitis A 565 4, ,6 57 4, 43 3, 437 3,4 358,8 36, -,8 M. pneumoniae 563 4,3 356,5 97 7, 49, ,6 45 3,9 74 3, -8,9 N. gonorrhoeae,8 7,9 66,3 78,4 45, 4,9 89,4 +,5 N. meningitidis 75,3 87,5 64,3 7,8 6,7 6, 7,4 -,6 Parainfluenza,6 58, 34, , 78, 4 3, 93,5 -,7 Plasmodium 36,5 36,5 334,7 369,9 337,6 37,6 99,5 -, R.S.V. 95 8,3 9 5, , 368 9, 446 3, , , +3, Shigella - -, 8, 97,4 8,6 4,9 3,9, S. pneumoniae 53,5 48,9 45, 4, 36,6 537, 56 3, +, S. pyogenes 69, 5,9 99,3 97, , 355,8 39,6 -, Y. enterocolitica 589 4,5 49 3,8 44 3, ,6 57 4, 375,9 33,8 -, Totaal D* : verschil tussen het aantal isolaties per laboratorium in en Algemene Resultaten

22 Algemene Resultaten Peillaboratoria. Seksueel overdraagbare aandoeningen toename van de registratiefrequentie van infecties met C. trachomatis sinds en N. gonorrhoeae sinds 996 (figuur ). Figuur : C. trachomatis en N. gonorrhoeae : evolutie van de registratiefrequentie (N, 986-) N / jaar WIV-RG 5 C. trachomatis 5 N. gonorrhoeae Infecties ter hoogte van de luchtwegen en het centraal zenuwstelsel Op basis van de stalen uit bloed en/of C.S.V. blijkt het volgende : lichte toename van het aantal infecties met S. pneumoniae, stabilisatie van het aantal infecties met H. influenzae, daling van het aantal infecties met N. meningitidis (figuur ). Figuur : S. pneumoniae, N. meningitidis en H. influenzae : evolutie van de registratiefrequentie (N, 99-) N / jaar.. WIV-RG S. pneumoniae N. meningitidis H. influenzae Algemene Resultaten

23 Peillaboratoria Algemene Resultaten 3. Gastro-intestinale infecties in vergelijking met, stabilisatie van de registratiefrequentie van infecties met Campylobacter, in vergelijking met, daling van de registratiefrequentie van infecties met Y. enterocolitica (figuur 3). Figuur 3 : Campylobacter en Y. enterocolitica : evolutie van de registratiefrequentie (N, 986-) N / jaar WIV-RG 8 6 Campylobacter 4 Y. enterocolitica daling van de registratiefrequentie van Cryptosporidium en Giardia (figuur 4). Figuur 4 : Giardia en Cryptosporidium : evolutie van de registratiefrequentie (N, 986-) N / jaar 5 Giardia WIV-RG 5 5 Cryptosporidium Algemene Resultaten 3

24 Algemene Resultaten Peillaboratoria Seizoensevolutie per infectietype. Gastro-intestinale infecties piek van infecties met Campylobacter in de zomer, ook al werden infecties met Y. enterocolitica het hele jaar door waargenomen, toch was tegen het einde van de zomer of bij aanvang van de herfst een lichte toename merkbaar (figuur 5). Figuur 5 : Campylobacter en Y. enterocolitica : vergelijking van de seizoensevolutie (N, 99-) N / 4 weken Campylobacter Y. enterocolitica WIV-RG piek van infecties veroorzaakt door Giardia en Cryptosporidium op het einde van de zomer en/of bij aanvang van de herfst (figuur 6). Figuur 6 : Giardia en Cryptosporidium : vergelijking van de seizoensevolutie (N, 99-) N / 4 weken Giardia Cryptosporidium WIV-RG 4 Algemene Resultaten

25 Peillaboratoria Algemene Resultaten. Infecties ter hoogte van de luchtwegen en het centraal zenuwstelsel piek van infecties met S. pneumoniae en H. influenzae in de winter, infecties met N. meningitidis werden het hele jaar door geïsoleerd (figuur 7). Figuur 7 : S. pneumoniae, H. influenzae en N. meningitidis : vergelijking van de seizoensevolutie (N, 99-) N / 4 weken S. pneumoniae 5 5 H. influenzae N. meningitidis ISP-RG Algemene Resultaten 5

26 Algemene Resultaten Peillaboratoria Evolutie van de nationale incidentie. Seksueel overdraagbare aandoeningen in vergelijking met, toename van de incidentie van infecties met N. gonorrhoeae ( :,4/ 5, :,4/ 5, :,8/ 5 ) en C. trachomatis ( : 6,7/ 5, : 7,5/ 5, :,3/ 5 ) (tabel );. Gastro-intestinale infecties stabilisatie van de incidentie van infecties met Campylobacter (999 : 64/ 5, : 73/ 5, : 7/ 5, : 7,3/ 5 ) (tabel ); 3. Infecties ter hoogte van de luchtwegen en het centraal zenuwstelsel in vergelijking met, stabilisatie van de incidentie van infecties met S. pneumoniae ( : 3,3/ 5 ; : 5,/ 5, : 5,/ 5 ) en daling van de incidentie van infecties met N. meningitidis ( :,/ 5 ; :,5/ 5, :,7/ 5 ) (tabel ). Tabel : evolutie van de nationale incidentie en van het aantal laboratoria per kiem (993-) Kiem Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Inc.* N** Adenovirus ,5 4,4 6 6,4 3 8, 37 7,8 43 8,8 48 8,5 45 B. burgdorferi,7 3,3 7, 6,9 4, 39 5, 4 8, 43 4, 47 9,7 43,3 53 Campylobacter 43,6 3 48,3 3 47, 5 49, 3 55, 4 65, 5 64, 73, 9 7, 5 7,3 4 C. trachomatis, 77 9,6 76 9,3 7 7,8 6 6,8 6 7, 57 7,8 65 6,7 6 7,5 55,3 49 Cryptosporidium, 4 3,5 3 7,3 43 4, 46 5,9 49 8, 57 8, 58 6,4 53 5,7 59,7 55 E. histolytica, 39, 3,6 35,5 3,8 37,9 34,6 37,3 35, 9, 3 Giardia 3,7 6 5,7 8 7,6 4 6,4 5 5,3 98 8,7 5 8,6 5 6,3 6, 97 3, Hantavirus , 6,5 3,5 3, 6,7 4, 4,5 3 Hepatitis A - - 7, 64 5,6 63 5,6 69 4,6 58 5, 6 4, 63 4,3 6 3,5 54,3 48 Listeria - -,3,4 5,5 8,4,6 3,5 8,5 4,6 8,4 4 M. pneumoniae ,5 3 3,3 6,6 69 4, , ,6 69 6,4 68 N. gonorrhoeae,3 46, 4,3 45, 38, 37,6 37,7 39,4 34,4 5,8 46 N. meningitidis, 49,3 57,8 63,7 7,8 66,6 63, 7, 7,5 7,7 6 Parainfluenza , 7,5 6 3, 8 3,8,7 8 4, 8,8 Plasmodium 3, 3 4, 3 3, 6 3, 33 3, 7 3,3 4 3,6 36 3, 9 3, 3,9 9 RSV ,7 7, 6 36,5 79 3, 79 39, ,6 78 4,3 79 Shigella , 5,8 59,9 56, 39 5,5 6, 56 S. pneumoniae,6 5,4 7, 5, 9 3,8 3,9 3,7 4 3,3 4 5, 94 5, 96 S. pyogenes - -,7 6,9 57,7 7,5 66,9 7,6 66 3,8 73 3,5 64 3, 68 Y. enterocolitica 8, 7,4 6,3 5 5,8 4,8 93 4,3 84 5,6 9 5, 86 3,7 8 3, 8 Inc.* : N/. inwoners N** : N Labos WIV-Epidemiologie K Algemene Resultaten

27 Peillaboratoria Algemene Resultaten Registratiefrequentie per gewest vooral in Wallonië is de registratiefrequentie van Hantavirus hoog, vooral in Vlaanderen is de registratiefrequentie van Campylobacter, Giardia en N. gonorrhoeae hoog, opmerkelijk is het toenemende aantal gevallen van B. burgdorferi in Vlaanderen (tabel 3). Tabel 3 : verspreiding van de registratiefrequentie per gewest (N, 998-) Brussel Vlaanderen Wallonië Totaal (a) Kiem Adenovirus B. burgdorferi Campylobacter C. psittaci C. trachomatis Cryptosporidium Cyclospora E. histolytica Giardia Hantavirus Hepatitis A Listeria M. pneumoniae N. gonorrhoeae N. meningitidis (d) Parainfluenza Plasmodium RSV Shigella S. pneumoniae (d) S. pyogenes (d) Y. enterocolitica TOTAAL N labos (b) (%) (c) (a) totaal van de gewesten + onbekend (postcode van patiënt onbekend) (b) verdeling volgens de ligging van het laboratorium (c) deelnamepercentage (aantal opgestuurde formulieren / aantal verwachte formulieren) x (d) diepe lokalisaties WIV - Epidemiologie Algemene Resultaten 7

28 Algemene Resultaten Peillaboratoria Nationale en regionale incidentie opmerkelijk is de hoge nationale incidentie (in dalende volgorde) van Campylobacter, R.S.V., M. pneumoniae, S. pneumoniae en Giardia; opmerkelijk, in vergelijking met de twee andere gewesten, is de hoge incidentie van C. trachomatis, R.S.V. en hepatitis A in Brussel; opmerkelijk is de hoge incidentie van Campylobacter in Vlaanderen (tabel 4). Tabel 4 : vergelijking van de incidentie (N/. inwoners) per gewest (998-) Brussel Vlaanderen Wallonie Totaal Kiem Adenovirus, 7,6 34,6 33,9 3,4 5,3 7, 4,9 6, 6,9,9 3,7 4, 4,6 3,5 6,4 8, 7,8 8,8 8,5 B. burgdorferi,3,9 3,,9,9 4, 6, 7,3,6 4,7 7,7 5,5,8 8,5,6 5, 8, 4, 9,7,3 Campylobacter 54,4 6,8 68, 56,9 63, 7, 7, 84,5 87,5 87, 39, 35,8 37,3 45, 4,8 65, 63,8 73, 7,8 7,3 C. psittaci,,,,,3,,,,,3,,,,,,,,,, C. trachomatis 6,,9 3,6 7, 34,3 4,9 5,3 5, 6,6 8,5 5,4 5,5 5,4 5,6 5,4 7, 7,8 6,7 7,5,3 Cryptosporidium, 3,5 4,3,6, 5, 7, 6, 7,5 3,,6 6,8,6 3,,9 8, 8, 6,4 5,7,7 Cyclospora,,,,6,3,6,,3,5,4,,,,,,4,,,4,3 E. histolytica 7, 5,8 4,6 4,6 4,8 3,,5,3,,4,7,5,4,,9,9,6,3,, Giardia 3,, 9, 8,6 7,5 8,6 8,5 7, 8,8 5,8,, 9,4 9,8 6,6 8,7 8,6 6,3 6, 3, Hantavirus,3,3,,7,,,,,,, 3,,5,5,,5,,7,,5 Hepatitis A 3,7,7 6,5,7 6,3,8,4,3,4,5 6,3 4, 4,,9,3 5, 3,9 4,3 3,5,3 Listeria,7,3,4,,5,6,5,5,6,4,4,4,4,7,4,6,5,5,6,4 M. pneumoniae, 6,4 35,7 6,9 9,5,6 3,5 9, 33,7 4,, 4,3 44,6 43, 8,9,6 4,4 35,5 39,6 6,4 N. gonorrhoeae 4,5 4,5, 3, 6,,,3,4,7 3,,,6,,3,,6,7,4,4,8 N. meningitidis (a),6, 3,3,5,4,9,7, 3,,,,4,4,9,,6,,,5,7 Parainfluenza 7,,9 5,3 3,7 3,,3,9,5,7,8,3,5,9,8,3 3, 3,8,7 4,,8 Plasmodium 8,7, 6,4 6,7 7, 3,,9 3, 3,,7,7,7,5,,9 3,3 3,6 3,3 3,,9 RSV 69,6 4,9 94, 78,5 89,9 33,9 9,5 3,9 38,9 33,5 8, 3,4 33,6 8,9 36,8 36,5 3, 39,5 39,6 4,3 Shigella 7,3 7,9 6, 8,7 5,,3,4, 6,,,,,9,6,,8,9, 5,5, S. pneumoniae (a),,6 7,4,7,3 3,,9, 3,8 4,4, 4,3 3,4 4,5 4, 3,9 3,7 3,3 5, 5, S. pyogenes (a) 4,5 5, 6,4 6,4 7,4,,9 3,,7, 3,4 3,8 3,8 3,7 3,4,9,9 3,8 3,5 3, Y. enterocolitica 7,3 4,9 3,,3,8,3 6,6 6, 4,4 3,7, 3,,8,6,6,8 5,6 5, 3,7 3, (a) diepe lokalisaties WIV - Epidemiologie Evolutie van het aantal deelnemende laboratoria per kiem in vergelijking met, geen opvallend verschil wat betreft het aantal laboratoria die in ten minste één kiem diagnosticeerden (tabel 5). Tabel 5 : aantal (%) laboratoria die kiem diagnosticeerden (995-) Kiem 995 (35 labs) 996 (4 labs) 997 (34 labs) 998 (33 labs) 999 (9 labs) (7 labs) (7 labs) ( labs) N % N % N % N % N % N % N % N % Campylobacter C. trachomatis C. neoformans Cryptosporidium E. histolytica Giardia Listeria N. gonorrhoeae N. meningitidis Plasmodium S. pneumoniae S. pyogenes Y. enterocolitica Algemene Resultaten

29 Peillaboratoria Adenovirus Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met het Adenovirus (996-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in 45 laboratoria die ten minste infectie registreerden, dit is 37% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 45 laboratoria over 3/43 arrondissementen : in Vlaanderen, 9 in Wallonië en 5 in Brussel (tabel ). Tabel : Adenovirus : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen 7 7 Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare 5 33 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur 5 Maaseik 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K8 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, toename van het aantal laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden in Wallonië ( : N=5, : N=9 en daling van het aantal laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden in Vlaanderen ( : N=6, : N=) (tabel ). Tabel : Adenovirus : evolutie van het aantal deelnemers (996-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Adenovirus

30 Adenovirus Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van 8,5/ 5 inwoners; opmerkelijk is het feit dat van de 37 gevallen gediagnosticeerd in Brussel ( : N=35), 4 gevallen zijn gelokaliseerd in Laken, 38 in Anderlecht en 37 in Brussel-Stad (figuur ). Figuur : Adenovirus : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - 4 > 4-8 > 8 TH LV NM DN MS HS TG TG WR LG HY MR BS NC AR VT VV WIV-K8 Figuur : Adenovirus : verspreiding van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = WIV-K8 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Adenovirus

31 Peillaboratoria Adenovirus. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie toename van de incidentie in Vlaanderen, vooral in de arrondissementen Antwerpen ( : N=69) en Oostende ( : N=33); opmerkelijk is het feit dat een van de laboratoria in Brussel 89 gevallen heeft gediagnosticeerd in, 385 in, 48 in, 93 in 999, 6 in 998 en 6 in 997 (tabel 3). Tabel 3 : Adenovirus : evolutie incidentie/arrondissement (N/ 5 inw., 997-) Arrondissement Arrondissement Antwerpen 4, 9,5 7,4 7,8 7,4 3, Brussel 8,, 7,6 34,6 33,9 3,4 Mechelen,7 4, 8,9,9 5,6 5,5 N totaal Turnhout 3,3,5 4,,7 3,9, Nivelles,6,3,6,3 4,6,4 Halle-Vilvoorde 5,6 4, 7,7 4,7 6,8 7,8 Ath, 5, 5,,5,5,5 Leuven 6,6,6, 4,,,7 Charleroi,4 3, 4,5 5,7,4 5,5 Brugge 4,5 8,6,5 3,7,3 7,4 Mons,,4,,,, Diksmuide, 4,, 4,,, Mouscron,,,9,4,4,9 Ieper,,9 3,8,9, 4,8 Soignies 5, 9,9 9,8, 6,4 5,7 Kortrijk 6,5,9 4,,8, 5,4 Thuin,8 3,4 8, 4,,,6 Oostende,,8 3,4 4,7 3, 37,5 Tournai,,7,7,,4, Roeselare,,4,,7,,4 Huy, 8, 4, 3, 4,, Tielt,3 3,7 4,8,3 4,5 5,7 Liège,7,9,7,,4, Veurne, 9, 7, 8,9 7,7 8,7 Verviers,8,9 3,8 6,4,7 6, Aalst,4,8,5,3 4, 6,9 Waremme, 3, 4,4,5,5, Dendermonde 7, 9, 4,8, 5,9 8, Arlon 3,9 9,5 3, 5, 36,6 3,8 Eeklo,, 8,8,5 3,8 6,3 Bastogne,,5,5 4,9,,4 Gent,8 4, 4,,8,8,4 Marche-en-Fam.,,,,,, Oudenaarde 5,3,5 6,,9,9,9 Neufchâteau,,,,8 3,6,8 St.-Niklaas 4,5 5, 6,3,3 4,,8 Virton, 6,3 6, 8,6,7 6, Hasselt,5 3,7, 5, 5,5, Dinant 3, 3,, 4, 5, 6, Maaseik,9 3,3 5, 3, 3,7,9 Namur,7,8,8,7,4,5 Tongeren 3,7 4,8,6,,,5 Philippeville,,,6 6,5 6,5 8, Vlaanderen 3,4 5,3 7, 4,9 6, 6,9 Wallonie,5,9 3,7 4, 4,6 3,5 N totaal N totaal Onbekend België 4,4 6,4 8, 7,8 8,8 8,5 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K8 876 gevallen gediagnosticeerd door 45 laboratoria; dit aantal is vergelijkbaar met de 95 gevallen die in door 48 laboratoria werden gediagnosticeerd (tabel 4). Tabel 4 : Adenovirus : evolutie van de registratiefrequentie (996-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 996 6, , , ,7 8 6,3 95 7, 876 7,4 Adenovirus 3

32 Adenovirus Peillaboratoria 3. Verdeling per geslacht en leeftijd 56% van de gevallen werd gediagnosticeerd bij mannen (geslachtsverhouding M/V :,3); 77% van de gevallen werd gediagnosticeerd bij kinderen < 5 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Adenovirus : verdeling per leeftijd (N, ) N 35 3 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Adenovirus : verdeling per geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 45,5 6 3, , , , 33 8, ,6 9, ,9 8 7, ,9 8 4,7 65 3,7 6 6,8 Totaal 484, 385, 4 Adenovirus

33 Peillaboratoria Adenovirus 4. Seizoensevolutie Adenovirussen worden het hele jaar door waargenomen maar naargelang de jaren vooral in de winter, in de lente en in de herfst (figuur 5); opmerkelijk is de piek die wordt vastgesteld in week, d.i. eind maart (figuur 4). Figuur 4 : Adenovirus : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K8 4 3 J F M A M J A J S O N D Figuur 5 : Adenovirus : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (996-) N / 4 weken WIV-K Conclusie Het is van belang om per provincie of zelfs per arrondissement de ziekteverwekker verantwoordelijk voor niet-griepale acute respiratoire infecties te diagnosticeren opdat de huisartsen de therapie die zij voorschrijven zouden aanpassen in functie van de bacteriën en/of virussen die in omloop zijn. Adenovirus 5

34 Referentielaboratorium Aminoglycosiden Het referentielaboratorium verantwoordelijk voor de bestudering van de resistentie tegen aminoglycosiden bevindt zich in het Pasteur Instituut te Brussel. Aminoglycosiden worden nog steeds veelvuldig gebruikt in het ziekenhuismilieu. Toxiciteit en de ontwikkeling van resistentie zijn de belangrijkste factoren die hun klinische bruikbaarheid beperken. Resistentie tegen aminoglycosiden kan te wijten zijn aan een (i) ribosomiale mutatie, (ii) de aanwezigheid van aminoglycoside modificerende enzymen (AME), (iii) een verminderde opname en aan (iv) een verhoogde efflux van aminoglycosiden. AME-resistentie is veruit het belangrijkste mechanisme omdat de genetische determinanten meestal plasmide- of transposongebonden zijn. Dit laatste verklaart de belangrijke disseminatie van deze genen bij zowel Gram-positieve als Gram-negatieve bacteriën. Aminoglycosiden bevatten in hun structuur amino- en hydroxylgroepen die enzymatisch geacetyleerd, gefosforyleerd en genucleotidyleerd kunnen worden. De enzymen die deze activiteit uitvoeren zijn dus aminoglycoside-n-acetyltransferasen (AAC), aminoglycoside-o-fosforyltransferasen (APH) en aminoglycoside-o-nucleotidyltransferasen (ANT). Deze drie groepen van enzymen worden nog verder ingedeeld in functie van de plaats van het C-atoom met de amino- of hydroxylgroep die gemodificeerd wordt door het enzym. De plaats van de modificatie wordt na de afkorting van het enzym tussen haakjes weergegeven door een cijfer. Verder kunnen de enzymen van een bepaalde groep nog worden onderscheiden op basis van het substraatprofiel. Deze ondertypen worden weergegeven door een Romeins cijfer na het enzymtype en de plaats van modificatie : APH(3')-I, APH(3')-II, APH(3')-III, APH(3')-VI, APH(3')-V, APH(3')-IV. Ten slotte kunnen bepaalde enzymen worden gecodeerd door verschillende genen en de specificatie van dit gen wordt in de regel weergegeven door een kleine letter na het enzymtype, bijv. aac(6')ia, aac(6')ib, aac(6')ic, aac(6')if, aac(6')ig, enz. Analysen verricht in het kader van het referentiecentrum In het kader van de normale activiteit van het referentiecentrum ontvingen we in een totaal van 5 stammen voor onderzoek naar de aanwezigheid van een resistentiemechanisme. De geografische herkomst van de stalen is weergegeven in tabel. Tabel : Aminoglycosiden : geografische herkomst van de stalen (N; ) Lokalisatie Aantal stalen Lokalisatie Aantal stalen Brussel 9 Hasselt Sint-Truiden 5 Herentals Maasmechelen 4 Hoevenen Brasschaat 3 Kalmthout Antwerpen Kapellen Genk Kortrijk Sambreville Lanaken Schoten Landen Berendrecht Nieuwerkerken Diest Zoutleeuw Gilly Totaal 5 In totaal betrof het 4 Enterobacteriaceae (9,5%), 4 Pseudomonas aeruginosa stammen of niet fermenters (5,6%) en 4 Staphylococcus spp stammen (84,9%) (tabel ). Tabel : Aminoglycosiden : overzicht van de kiemen (N; ) Kiemen Aantal Kiemen Aantal Enterobacteriaceae : 4 Pseudomonas en non-fermenters : 4 Escherichia coli 9 Pseudomonas aeruginosa Proteus mirabiluis 5 A. xylosoxidans Enterobacter aerogenes 4 A. baumannii Morganella morganii S. maltophilia Serratia marcescens : Gram-positieve kokken : 4 K. oxytoca : Staphylococcus aureus 3 Y. enterocolitica S. epidermidis Totaal 5 Aminoglycosiden

35 Aminoglycosiden Referentielaboratorium Voor stammen (83,3%) ontbrak informatie over het afgenomen staal. Voor de overige stammen was etter (6,%) de meest voorkomende staal, gevolgd door urine en sputum (beide 4,8%) (tabel 3). Tabel 3 : Aminoglycosiden : overzicht van de afgenomen stalen (N; ) Afgenomen stalen N Afgenomen stalen N Etter 5 Faeces Urine Onbekend Sputum Bloed Totaal 5 Door middel van een microdilutietest werd de gevoeligheid van deze stammen bepaald tegenover klinisch belangrijke aminoglycosiden, nl. Amikacine (Ak), Gentamicine (Gm), Isepamicine (Ip), Netilmicine (Nt) en Tobramycine (Tm). Op basis van deze gevoeligheidsbepaling, uitgevoerd volgens de NCCLS criteria, werden de fenotypische resistentieprofielen vastgelegd (tabel 4). Tabel 4 : Aminoglycosiden : aanwezigheid van aminoglycoside-resistentiefenotypen (AGRP) in de verschillende kiemen () AGRP* Enterobacteriaceae Niet-ferment Gram-positief Totaal AkGmIpNtTm 6 4 GmNtTm 3-5 AkGmIp - - AkGmTm - - GmTm NtTm - - Gm 7-4 Tm Gevoelig (S) Niet getest (NG) Totaal * Ak = Amikacine; Gm = Gentamicine; Ip = Isepamicine; Tm = Tobramycine; Nt = Netilmicine; S = gevoelig Negen stammen (,8%) die ons werden toegestuurd, bleken gevoelig terwijl voor 79 stammen (3,4%) de gevoeligheid niet werd getest. In totaal werden dus 64 stammen gecontroleerd op fenotypische resistentie. Van deze stammen bleken er 5 (9,7%) resistent te zijn tegen Tobramycine, 65 (39,6%) tegen Gentamicine, 7 (,4%) tegen Netilmicine, 3 (7,9%) tegen Amikacine en (7,3%) tegen Isepamicine. Het meest voorkomende resistentieprofiel binnen de groep van de resistente stammen was geïsoleerde resistentie tegen Tm (59,8 %) gevolgd door GmTm (,%). De verschillende resistentiemechanismen in de diverse kiemen zijn weergegeven in tabel 5. In de 5 stammen werden er in totaal 45 mechanismen gevonden. In het merendeel van de stammen (nl. 3/45; 94,%) vonden we alleen de aanwezigheid van een modificerend enzym (AME-genen) en in 7 stammen (,9%) vonden we permeabiliteitresistentie, terwijl in 7 andere stammen (,9%) de impermeabiliteit geassocieerd was met een AME-gen. Een resistentiemechanisme kon niet worden gedetecteerd in 3 gevoelige stammen en 4 stammen waarvoor het fenotype niet werd bepaald. Het meest geïsoleerde mechanisme betrof het ant(4,4 ) gen (6,%) gevolgd door de combinatie aph( )-aac(6 ) + ant(4,4 ) (,%). De permeabiliteitresistentie (5,7%) werd alleen waargenomen bij de niet-fermenters en de helft van deze stammen bleken positief voor het MexZGH (efflux) gen. Aminoglycosiden

36 Referentielaboratorium Aminoglycosiden Tabel 5 : Aminoglycosiden : aanwezigheid van aminoglycoside-resistentiemechanismen () Resistentiemechanismen Enterobacteriaceae Niet-fermenters Gram-positief Totaal aac(3)-iic - - aac(6 )- Ib aac(6 )-Ic - - aac(6 )-Ig - - ant( )-Ia - - ant(4, 4 ) aph( )-aac(6 ) aph( )-aac(6 )+ ant(4, 4 ) aph( )-aac(6 )+ aph(3 ) 9 9 aac(3)-ii c+ aac(3)- IVa - - aac(3)- II c+ ant( )- Ia - - Impermeabiliteit Impermeabiliteit (MexZGH) Impermeabiliteit + aac(6 )-Ib - - MexZGH + aac (6 )-Ib - - MexZGH +ant( )-Ia - - MexZGH +aac(6 )-Il+aac(6 )-IIa - - MexZGH +aac(6 )-Ib+aac(6 )-IIa Niet gedetecteerd : S-stammen - 3 Niet gedetecteerd : NG-stammen Totaal *S = gevoelige stammen; NG = niet getest voor AGRP Tabel 6 verstrekt informatie over de relatie tussen de verschillende resistentiemechanismen en de fenotypische expressie. In zes van de negen gevoelige stammen bleek toch een resistentiemechanisme aanwezig te zijn nl. een aac(6 )-Ib gen, een ant(4,4 ) gen en een MexZGH gen. Anderzijds blijkt ook uit deze tabel dat de aanwezigheid van een resistentiemechanisme niet noodzakelijk leidt tot een fenotypische expressie van de resistentie. Tabel 6 : Aminoglycosiden : verband tussen resistentiemechanisme en resistentiefenotype () Resistentiemechanisme Totaal Resistentiefenotypen AkGmIpNtTm GmNtTm AkGmIp AkGmTm GmTm NtTm Gm Tm S* NG* aac(3)- Iic aac(6 )-Ib aac(6 )-Ic aac(6 )-Ig Ant( )-Ia ant(4, 4 ) aph( )-aac(6 ) aph( )-aac(6 )+ ant(4, 4 ) aph( )-aac(6 )+ aph(3 ) aac(3)-ii c+ aac(3)- IVa aac(3)- II c+ ant( )- Ia Impermeabiliteit Impermeabiliteit (MexZGH) Impermeabiliteit + aac(6 )-Ib MexZGH + aac (6 )-Ib MexZGH +ant( )-Ia MexZGH +aac(6 )-Il+aac(6 )-IIa MexZGH +aac(6 )-Ib+aac(6 )-IIa Niet gedetecteerd: S-stammen Niet gedetecteerd: NG-stammen Totaal *S = Gevoelige stammen; NG = niet getest voor AGRP Aminoglycosiden 3

37 Aminoglycosiden Referentielaboratorium Detectie van Aminoglycoside Resistentiemechanismen in Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) isolaten Deze studie werd uitgevoerd in samenwerking met het referentiecentrum voor Faagtypering in het Instituut Pasteur van Brussel. De stammen die in deze studie werden geanalyseerd werden verzameld in het jaar. In totaal werden er 974 MRSA stammen onderzocht; al deze isolaten kwamen uit laboratoria uit Vlaanderen (tabel 7). De laboratoria uit Gent, Aalst, Veurne, Oostende, Herentals en Ieper leverden 84,3% van de stammen. In totaal waren 93 stammen (3,%) afkomstig uit etter. Verder werden 9 stammen (9,6%) geïsoleerd uit een neusuitstrijkje dat werd afgenomen om dragers op te sporen. Tabel 7 : Aminoglycosiden : geografische herkomst van MRSA stammen Lokalisatie Aantal (%) Lokalisatie Aantal (%) Gent 77 (8,) St.-Truiden 33 (3,4) Aalst 6 (6,5) Torhout 33 (3,4) Veurne 36 (4,) Waregem 7 (,7) Oostende 6 (,9) Brasschaat 4 (,4) Herentals 6 (,9) Mechelen (,) Ieper 5 (,8) Onbekend (,) Hasselt 64 (6,6) Totaal 974 Tabel 8 : Aminoglycosiden : overzicht van de afgenomen stalen van MRSA stammen Staal Aantal (%) Etter 93 (3,) Neusuitstrijkje 9 (9,6) Sputum 5 (5,6) Urine 5 (,8) Bloed 4 (4,) Perineum 4 (4,) Katheter (,) Keeluitstrijkje 5 (,5) Feces 5 (,5) Andere 3 (,4) Onbekend 68 (7,) Totaal 974 Door gebruik te maken van een microdilutietechniek en volgens de criteria van het NCCLS werden voor alle stammen de Minimale Inhibitorische Concentraties (MIC) bepaald van Amikacine, Gentamicine, Isepamicine, Netilmicine en Tobramycine. De resultaten van deze bepalingen zijn samengevat in tabel 9. De meest actieve component, op gewichtsbasis, bleek Netilmicine te zijn met 99,5% van de stammen gevoelig (MIC 8 µg/ml) en met een modus van,5 µg/ml en een MIC9 (MIC voor 9% van de stammen) van,5 µg/ml. Isepamicine en amikacine hebben praktisch een analoge activiteit. Tobramycine heeft de laagste activiteit; 76,4% van de stammen zijn gevoelig (MIC 4 µg/ml). De modus voor dit aminoglycoside bedraagt weliswaar,5 µg/ml maar de MIC9 loopt op tot 64 µg/ml. Tabel 9 : Aminoglycosiden : in vitro gevoeligheid voor aminoglycosiden van MRSA stammen Minimale Inhibitorische Concentraties (µg/ml) Aminoglycoside <,5, >56 Amikacine Gentamicine Isepamicine Netilmicine Tobramycine Tabel : Aminoglycosiden : detectie van AME* genen in MRSA stammen Gen Aantal Ant(4,4 )-I 78 Aac(6 )-aph( ) 7 Aph(3 )-III 6 Geen AME gen 736 *AME : Aminoglycoside modificerend enzym 4 Aminoglycosiden

38 Referentielaboratorium Aminoglycosiden Door gebruik te maken van de PCR hebben we getracht de genen die coderen voor aminoglycoside modificerende enzymen te detecteren in de 974 MRSA stammen. Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van sets van primers die specifiek zijn voor het ant(4,4 )-I, het bifunctionele aac(6 )-aph( ) en het aph(3 )-III gen. In 736 MRSA stammen (75,6%) kon geen gen worden aangetoond terwijl in de overige 38 stammen in totaal 74 genen werden gedetecteerd (tabel ). Het belangrijkste gen was het ant(4,4 )-I gen (65,%), terwijl het aph(3 )-III slechts in 6 maal (9,5%) werd gevonden. In 36 van de AME-positieve stammen (5,%) werd een combinatie van genen gevonden (tabel ). Tabel : Aminoglycosiden : detectie van resistentiemechanismen in MRSA stammen Gen Aantal (%) Ant(4,4 )-I 53 (5,7) Aac(6 )-aph( ) 36 (3,7) Aph(3 )-III 3 (,3) Aac(6 )-aph( )+ Ant(4,4 )-I 3 (,4) Aac(6 )-aph( )+ Aph(3 )-III (,) Ant(4,4 )-I+ Aph(3 )-III (,) Geen AME gen 736 (75,6) Tabellen en 3 geven het verband weer tussen de aanwezigheid van genen die coderen voor een AME en de fenotypische expressie van deze genen. Uit Tabel blijkt in de eerste plaats dat ondanks de aanwezigheid van een AME gen de graad van ongevoeligheid (stammen die intermediair of resistent zijn) laag is. Het is duidelijk dat MRSA stammen met een AME gen in de regel een hogere graad van ongevoeligheid voor aminoglycosiden hebben dan MRSA stammen zonder een AME gen. Uit tabel 3 blijkt dat de aanwezigheid van een resistentiemechanisme niet noodzakelijk resulteert in een fenotypische expressie. De aanwezigheid van bijvoorbeeld het ant(4,4 )-I gen, dat codeert voor een AkIpTm-resistentie, geeft slechts een hoge graad van ongevoeligheid voor Tobramycine (83,%). Het aac(6 )-aph( ) gen dat codeert voor resistentie tegen de vijf aminoglycosiden wordt blijkbaar slechts voldoende geuit voor Gentamicine (7, %) en Tobramycine (66,7%). De koppeling van het bifunctionele aac(6 )-aph( ) met het ant(4,4 )-I gen geeft wel een significante stijging in resistentie voor Amikacin (van,% naar 3, %). MRSA stammen met een combinatie van genen hebben in de regel een hogere graad van resistentie. Tabel : Aminoglycosiden : % stammen ongevoelig voor aminoglycosiden Stammen Aantal Amikacine Gentamicine Isepamicine Netilmicine Tobramycine Totaal 974,5 7,,4,5 3,6 AME positief gen 38 4, 8,,9,7 8,7 AME negatief gen 736,7,,, 5, MIC I/R µg/ml (NCCLS)* * I= Intermediair; R= Resistent; NCCLS= National Committee for Clinical Laboratory Standards Tabel 3 : Aminoglycosiden : % van stammen ongevoelig voor aminoglycosiden in functie van het resistentiemechanisme Stammen Fenotype* Aantal Amikacine Gentamicine Isepamicine Netilmicine Tobramycine Totaal S/I/R 974,5 7,,4,5 3,6 Ant(4,4») AkIpTm 53, 5,9,,7 83, Aac(6 )-aph( ) AkGmIpNtTm 36 5,5 7, 5,5 5,5 66,7 APH(3 )-III AkIp 3 7,7 6,5 Aac(6 )-aph( )+ Ant(4,4 ) AkGmIpNtTm 3 3, 87, 9,3 Aac(6 )-aph( )+ Aph(3 )-III AkGmIpNtTm 9, 9, 9, 9,9 Ant(4,4 )+ Aph(3 )-III AkIpTm 5, 5, AME-gen negatief S 736,7,,, 5, MIC< I/R µg/ml (NCCLS)* *Ak= Amikacine; Gm= Gentamicine; Ip= Isepamiciene; Nt= Netilmicine; Tm= Tobramycine; S= Gevoelig; I= Intermediair; R= Resistent; NCCLS= National Committee for Clinical Laboratory Standards Aminoglycosiden 5

39 Referentielaboratorium Bordetella pertussis Inleiding In bevestigde het referentielaboratorium (A.Z.-V.U.B.-Brussel) de identificatie van 46 Bordetella pertussis isolaten en 7 B. parapertussis isolaten. Bovendien werd een positief PCR resultaat voor B. pertussis bekomen voor 5 patiënten bij wie de kweek ofwel negatief bleef (44 patiënten) ofwel overgroeid was door commensale flora (7 patiënten). De diagnose van kinkhoest werd dus bevestigd bij 4 patiënten, onder wie 97 met een B. pertussis infectie. Oorsprong van de stammen en van de klinische monsters De meerderheid van de monsters werd rechtstreeks voor kweek en PCR naar het referentielaboratorium verstuurd. Slechts B. pertussis isolaat werd gekweekt in een peillaboratorium, met name in het A.Z. Middelheim te Antwerpen. Epidemiologische gegevens Drieënvijftig patiënten waren van het mannelijke geslacht en 64 van het vrouwelijke geslacht, wat de predominantie van kinkhoest in het vrouwelijke geslacht bevestigt. De leeftijdsdistributie wordt in figuur weergegeven. De meeste gevallen werden bij kinderen < jaar gediagnosticeerd; binnen deze groep zijn 5 van de 6 kinderen zelfs jonger dan 6 maand; het gaat hier voornamelijk om niet of onvolledig gevaccineerde kinderen. Figuur : B. pertussis : verdeling van de leeftijd van de patiënten (N, ) N N WIV-K < leeftijd (maand) < > 6 leeftijd (jaar) Figuur b toont de evolutie van de leeftijdsdistributie bij kinderen < jaar over de laatste drie jaren. De piek die in en op de leeftijd van maand plaatsvond, vindt nu plaats op de leeftijd van maand. Figuur b : B. pertussis : evolutie van de leeftijdsdistributie van de patiënten < jaar over de laatste drie jaren N 5 5 WIV-K 5 < leeftijd (maand) Bordetella pertussis

40 Bordetella pertussis Referentielaboratorium Figuur geeft de evolutie van het aantal gevallen sinds 99. Tot 996 bevestigde het referentielaboratorium 4 tot gevallen per jaar. Dit aantal stijgt sinds 997. Figuur : B. pertussis : evolutie van het aantal gevallen (N, 99-) N 5 B. parapertussis (alleen PCR) B. pertussis (alleen PCR) B. parapertussis (kweek) B. pertussis (kweek) WIV-K Besluit Het aantal gediagnosticeerde gevallen neemt sinds 997 toe. Dit is het geval in veel ontwikkelde landen, maar in België kunnen we niet spreken van een epidemie zoals het geval is in andere landen en meer bepaald zoals in Nederland waar in het vierde kwartaal van nog 356 gevallen van kinkhoest werden aangegeven ( De reden van de toename in België blijft onduidelijk maar zou te maken kunnen hebben met een toenemende belangstelling voor deze aandoening en met de nieuwe mogelijkheden voor de diagnose van kinkhoest op het referentielaboratorium, twee factoren die het aantal onderzochte monsters deden stijgen. Slechts peillaboratorium stuurde een Bordetella pertussis stam; de andere peillaboratoria stuurden een klinisch monster. Tot slot nog twee vaststellingen die we in de toekomst zullen moeten opvolgen : de verschuiving van de piek van het aantal gevallen naar de leeftijd van maand, wat misschien verband houdt met de vervroeging van de vaccinatiekalender, de isolatie van 7 B. parapertussis (terwijl we de vorige jaren geen of hooguit 3 stammen geïsoleerd hebben), wat misschien verband houdt met de invoering van het acellulair vaccin dat deze species niet behelst. Bordetella pertussis

41 Peillaboratoria Borrelia burgdorferi Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met Borrelia burgdorferi (99-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste geval door 53 laboratoria, met andere woorden 44% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 53 laboratoria over 6/43 arrondissementen : 6 in Vlaanderen, 5 in Wallonië en in Brussel (tabel ). Tabel : B. burgdorferi : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles 5 5 Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron 5 5 Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai 5 Oostende Huy Roeselare Liège 4 Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K4 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met voorgaande jaren, stijging van het aantal laboratoria in Wallonië die ten minste geval registreerden (: N=9, : N=5) en meer bepaald in de provincie Henegouwen (tabel ). Tabel : B. burgdorferi : evolutie van het aantal deelnemers (99-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Borrelia burgdorferi

42 Borrelia burgdorferi Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie in nationale incidentie van,3/. inwoners; opmerkelijk zijn de 9 gediagnosticeerde gevallen in het arrondissement Leuven ( : N=5), de 83 gevallen in het arrondissement Antwerpen ( : N=7), de 68 gevallen in het arrondissement Turnhout ( : N=9) en de 9 gevallen in het arrondissement Hasselt ( : N=3; figuur ). Figuur : B. burgdorferi : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - > - > TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K4 Borrelia burgdorferi

43 Peillaboratoria Borrelia burgdorferi. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, stijging van de incidentie in zowel Vlaanderen, voornamelijk in de arrondissementen Leuven en Turnhout, als Wallonië, voornamelijk in het arrondissement Virton (tabel 3). Tabel 3 : B. burgdorferi : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 993-) Arrond Arrond Antwerpen,9 3,5,5,5,5 5,7 3, 4,3 3,6 9,6 Brussel,7,8,9,7,8,3,9 3,,9,9 Mechelen,,7,3,3,7,3 6,6 8,3 6,9,7 N totaal Turnhout,,6,,5,8 4,8,5 44,8 9,3 4, Nivelles,3,,3,3,,9,3 4,,6 4,6 Halle-Vilv.,7 3,,,9,5 5, 4,7 6,6 5,6 7, Ath,,,,,, 3,8,3 3,8 3,8 Leuven 3,9 5,,3,,9,5 4, 47,8 3,9 45,5 Charleroi,7,8,,,6,9 3, 6,4 3,6,9 Brugge, 4,9,6,9 4, 5, 5,9 3,3,6 4,4 Mons,4,,,,,8 4,,4, 4, Diksmuide,,,,,,, 4,,, Mouscron,,,, 4,3,4,,9,,9 Ieper,,,9,,,, 3,8,,9 Soignies,,,,8,6,6 3,5 9,8 4, 4, Kortrijk,,4,4,4,4,4,,9, 3,6 Thuin,4 4, 3,4 3,4 6, 8, 6,7 5,7,3 5,5 Oostende,,4,,,,7,7,,8, Tournai,,,7,,,,,,7,8 Roeselare,,9,,7,7,4, 5,7,7, Huy,,,,,, 5,,, 4,9 Tielt,,,,,3, 3,4 3,4,, Liège,,4,,,3,,9,7 3,6,9 Veurne,8,,,8,,8,8,8,, Verviers,,9 5,8 4, 6,5 8,8,5,8,4 9,3 Aalst,,,,8,4 3,4, 3,8 3,,3 Waremme,,,,5,,,5,,,4 Denderm.,,,5,,, 5,9 5,9,6 4,3 Arlon 6, 7,9,7 3,5 54,6 4, 48,5 5,,9 3, Eeklo,3,3, 3,8,,5,5,5,3 8,8 Bastogne,,6,, 5, 5, 9,9 37, 7,,4 Gent,,8,,6, 4,3 3,6 4,4 4,6,4 Marche-en-F, 6,3,, 8,4 6, 4, 39,7 7,8 3,3 Oudenaarde,,,,,,8,,, 4,4 Neufchâteau 4,7 34,7 6,4, 5,4 9, 63, 9 9 St.-Niklaas,9,,,5,,3 6,3 4,5 6,3,9 Virton,, 4,, 3, 6,8,8 6, 4,8 65,3 Hasselt 6,5 4,,6,3,4 8, 8,9 37,9 34,5 33,4 Dinant,,,,, 3,5 33,3 49, 39, 5,6 Maaseik 5,3 3,4 3,3,9,5,4 6,9 8,4 4,6 7, Namur,,,, 3,,5, 5,3,5,9 Tongeren 4,3,7,,,5,5, 4, 5,8 7,3 Philippeville,7 5, 6,6 6,6,4 8, 4,5 37,4 7,9 7,8 Vlaanderen,8,4,,7,9 5,8 9, 7,3,6 4,7 Wallonie,8,,7,4 4,4 4, 8,,8 8,5,6 N totaal N totaal Onbekend België,7,3,,9, 5, 8, 4, 9,7,3 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K4 69 gevallen in, met andere woorden een stijging van 7% in vergelijking met ; opmerkelijk is het feit dat een laboratorium dat sinds 998 gegevens verstuurt, 5 gevallen diagnosticeerde in 998, 3 in 999, 55 in, 376 in en 36 in (tabel 4). Tabel 4 : B. burgdorferi : evolutie van de registratiefrequentie (99-) Jaar Aantal gevallen Borrelia burgdorferi 3

44 Borrelia burgdorferi Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 55% van de gevallen is in vastgesteld bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,), 33,8% van de gevallen is in gediagnosticeerd bij volwassenen van 45 tot 64 jaar (figuur, tabel 5); Figuur : B. burgdorferi : leeftijdsverdeling (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : B. burgdorferi : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N; %, ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4,, ,8 54, , 37 8, ,9 4, ,8 5 33, ,4 83 8,5 Totaal 544, 449, 4 Borrelia burgdorferi

45 Peillaboratoria Borrelia burgdorferi 4. Seizoensevolutie de meeste gevallen zijn gediagnosticeerd tegen het einde van de zomer of bij aanvang van de herfst (figuren 3 en 4). Figuur 3 : B. burgdorderi : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 75 WIV-K4 5 5 J F M A M J J A S O N D Figuur 4 : B. burgdorderi : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N / 4 weken 5 WIV-K Besluit Wij herhalen het sinds 998 grote aantal gediagnosticeerde gevallen in de arrondissementen Leuven, Antwerpen en Turnhout. Het is mogelijk dat de sensibilisatie van het medisch korps en de bevolking voor deze infectie heeft bijgedragen tot de toename van het aantal gediagnosticeerde gevallen sinds 3 à 4 jaar in bijna alle arrondissementen van het land. Voor de surveillance van deze kiem is het van belang te onderstrepen dat de gegevens verzameld door het peillaboratorianetwerk die van de referentielaboratoria aanvullen; de berekende incidentie op basis van de gegevens van de peillaboratoria voor ligt immers hoger dan / 5 inwoners in 5 arrondissementen ten zuiden van het land (Dinant, Marche-en-Famenne, Neufchâteau, Virton, Arlon) terwijl op basis van de gegevens van de referentielaboratoria slechts arrondissementen zo n hoge incidentie tonen (Dinant en Huy). Deze vaststelling kan worden toegeschreven aan het feit dat de laboratoria in het zuidelijke deel van het land hun stalen minder regelmatig voor diagnose of bevestiging naar een van de referentielaboratoria sturen. Een informatiebrochure over de ziekte van Lyme vindt u op ons internetadres : (rubriek informatiebrochures). Borrelia burgdorferi 5

46 Referentielaboratoria Brussel + Leuven + Ottignies Borrelia burgdorferi Gegevens van de referentielaboratoria uit Brussel en Leuven Inleiding De resultaten in de onderstaande tabel zijn gebaseerd op patiënten van wie : een staal voor diagnose naar een van de twee referentielaboratoria is verstuurd (U.C.L. Brussel of U.Z.-K.U.Leuven); een staal voor bevestiging van de diagnose naar een van de referentielaboratoria is verstuurd. Evolutie van de registratiefrequentie Uit de gegevens van beide referentielaboratoria blijkt het volgende : het aantal gevallen neemt sinds 99 op significante wijze (p <,5) toe (tabel ). Tabel : B. burgdorferi : evolutie van het aantal gevallen (99-) Jaar N Jaar N de toename wordt vastgesteld in beide referentielaboratoria (tabellen en 3). Tabel : B. burgdorferi : evolutie van het aantal diagnoses (laboratorium van U.C.L ) Jaar N Jaar N Tabel 3 : B. burgdorferi : evolutie van het aantal diagnoses (laboratorium van K.U.L ) Jaar N Jaar N Evolutie van de verdeling volgens leeftijd en geslacht net zoals voorheen is een beetje meer dan de helft van de diagnoses in bij personen van het mannelijke geslacht gesteld (geslachtsverhouding M/V :,3); net zoals voorheen zijn de meeste diagnoses bij volwassenen tussen 45 en 64 jaar gesteld; opmerkelijk is het feit dat 8 diagnoses bij kinderen tussen 5 en 4 jaar zijn gesteld (tabel 4). Tabel 4 : B. burgdorferi : verdeling volgens leeftijdsgroep (N, ) Leeftijdsgroep < j. j. - 4 j. 5 j. - 4 j. 8 5 j. - 4 j j j j j. 39 > 65 j. 63 Borrelia burgdorferi

47 Borrelia burgdorferi Referentielaboratoria Brussel + Leuven + Ottignies Incidentie in de nationale incidentie bedroeg 9,/. inwoners; de incidentie was bijzonder hoog in de arrondissementen Turnhout (34/. inw.), Dinant (33/. inw.), Huy (3/. inw.), Maaseik (9/. inw.) en Leuven (/. inw.; figuur ). Figuur : B. burgdorferi : : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN > - > - > B CR AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV WIV-K4LR opmerkelijk is het sinds toenemend aantal gevallen gediagnosticeerd in Vlaanderen, vooral in de arrondissementen Turnhout ( : N=7, : N=4), Antwerpen ( : N=9, : N=), Leuven ( : N=3, : N=96), Maaseik ( : N=5, : N=65) en Hasselt ( : N=6, : N=63) en Brussel ( : N=7, : N=74; figuur ). Figuur : B. burgdorferi : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) 4 N = 95 WIV-K4 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Borrelia burgdorferi

48 Referentielaboratoria Brussel + Leuven + Ottignies Borrelia burgdorferi Seizoensevolutie naargelang de jaren wordt het grootste aantal gevallen vastgesteld in juni (cf. 998), augustus (cf. 995, en ) of september (cf. 996, 997, 999 en ) (figuur 3). Figuur 3 : B. burgdorferi : maandelijkse verdeling (N; 995-) N 5 WIV-K4LR Besluit Op basis van de gegevens afkomstig van de referentielaboratoria, merken wij in een hoge incidentie op in de arrondissementen Turnhout, Maaseik, Leuven, Dinant en Huy. Wij vermelden ook de toename van de incidentie die sinds enkele jaren in Vlaanderen wordt waargenomen. Het is mogelijk dat de laboratoria in het zuiden van het land hun stalen minder regelmatig of helemaal niet voor diagnose of bevestiging naar een van de referentielaboratoria versturen. Borrelia burgdorferi 3

49 Borrelia burgdorferi Referentielaboratoria Brussel + Leuven + Ottignies Gegevens van het referentielaboratorium in Ottignies Sinds is ook het laboratorium van het Clinique St-Pierre-Ottignies een referentielaboratorium. In zijn hier 63 stalen gediagnosticeerd of bevestigd. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 3 diagnoses zijn uitgevoerd bij mannen en 3 bij vrouwen; het grootste aantal diagnoses is gesteld bij volwassenen tussen 5 en 44 jaar (tabel 5). Tabel 5 : B. burgdorferi : verdeling volgens leeftijd (N, ) Leeftijdsgroep < j. j. - 4 j. 3 5 j. - 4 j. 8 5 j. - 4 j. 3 5 j j. 45 j j. 9 > 65 j. Geografische verspreiding de meeste gevallen bevestigd in dit laboratorium zijn gelokaliseerd in het arrondissement Nivelles (39/63 of 6%). Verdeling van de klinische tekens de klinische tekens zijn bekend voor de 63 gevallen en worden als volgt ingedeeld : 43 (68%) vertoonden een erythema migrans, 5 (4%) neuroborreliose, Lyme-meningitis of gezichtsverlamming en 5 (8%) artritis. Seizoensevolutie de diagnoses zijn vooral in augustus (N=9), september (N=5) en november (N=) gesteld. 4 Borrelia burgdorferi

50 Peillaboratoria Campylobacter Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met Campylobacter (984-), schatting incidentie op nationaal vlak en per arrondissement, voorstelling van de voornaamste epidemiologische karakteristieken van de patiënten.. Representativiteit in 4 laboratoria registreerden ten minste infectie, dit is 94% van alle peillaboratoria, verspreiding van deze 4 laboratoria over 34/43 arrondissementen : 66 in Vlaanderen, 38 in Wallonië en in Brussel (tabel ). Tabel : Campylobacter : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare 3 3 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K 3. Evolutie van het aantal deelnemers sinds 998, lichte daling van het aantal laboratoria die ten minste kiem isoleerden; in vergelijking met en, stabilisatie van het aantal laboratoria die isolaties uitvoerden (N=5); /5 laboratoria waren in Vlaanderen gevestigd (tabel ). Tabel : Campylobacter : evolutie van het aantal deelnemers (984-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Campylobacter

51 Campylobacter Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van 7/ 5 inwoners; opmerkelijk is het hoge aantal gevallen in de arrondissementen Leuven ( : N=85, : N=749, : N=775), Turnhout ( : N=789, : N=69, : N=735), Antwerpen ( : N=9, : N=8, : N=77) en in Brussel ( : N=68, : N=546, : N=653); opmerkelijk is ook het feit dat een laboratorium dat 76 gevallen diagnosticeerde in, meer dan gevallen heeft gediagnosticeerd in (figuur ). Figuur : Campylobacter : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Bruxelles BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners < - 3 > 3-6 > 6-9 > 9 TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K 9% van de gevallen (N=5) werd gediagnosticeerd in de provincie Antwerpen (figuur ). Figuur : Campylobacter : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 754 WIV-K Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Campylobacter

52 Peillaboratoria Campylobacter. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie opmerkelijk is het feit dat de incidentie twee maal hoger ligt in Vlaanderen dan in Wallonië; stabilisatie van de incidentie, die voordien al hoog was, in de arrondissementen Turnhout, Mechelen en Leuven (tabel 3). Tabel 3 : Campylobacter : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 993-) Arrond Arrond Antwerpen Brussel Mechelen N totaal Turnhout Nivelles Halle-Vilv Ath Leuven Charleroi Brugge Mons Diksmuide Mouscron Ieper Soignies Kortrijk Thuin Oostende Tournai Roeselare Huy Tielt Liège Veurne Verviers Aalst Waremme Denderm Arlon Eeklo Bastogne Gent Marche-en-F Oudenaarde Neufchâteau St.-Niklaas Virton Hasselt Dinant Maaseik Namur Tongeren Philippeville Vlaanderen Wallonie N totaal N totaal Onbekend België N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K 7354 gevallen gediagnosticeerd door 4 laboratoria, een vergelijkbaar aantal met de 7356 gevallen gediagnosticeerd door 5 laboratoria in (tabel 4). Tabel 4 : Campylobacter : evolutie van de registratiefrequentie (984-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , , , , , , , , , , , , , , , , , Campylobacter 3

53 Campylobacter Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 5% van de isolaties is afkomstig van mannen (geslachtsverhouding M/V :,), % van de isolaties is afkomstig van kinderen tussen en 4 jaar en % van personen tussen 5 en 44 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Campylobacter : leeftijdsverdeling (N; ) N 75 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Campylobacter : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 8 7,4 3 6, ,9 7, ,4 53 4, ,3 4, ,8 84 4, ,3 433, ,9 38 9, Totaal 3779, 344, 4 Campylobacter

54 Peillaboratoria Campylobacter 4. Seizoensevolutie in werd het hoogste aantal gevallen per week (N=45) vastgesteld in week 36 en dus begin september; in en werd het hoogste aantal respectievelijk vastgesteld in week 3 (N=39) en 3 (N=) en dus in het begin van augustus (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Campylobacter : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 3 WIV-K J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Campylobacter : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N / 4 weken WIV-K Besluit in vergelijking met, stabilisatie van de registratiefrequentie die bijzonder hoog was in Vlaanderen; wij onderstrepen meer bepaald de hoge incidentie in de provincie Antwerpen en in het arrondissement Leuven : het zou nuttig zijn om in deze provincie en in dit arrondissement een grondige studie uit te voeren om een verklaring te vinden voor dit hoge aantal gevallen. Campylobacter 5

55 Referentielaboratorium Campylobacter In stuurden 3 Belgische laboratoria stammen van Campylobacter naar het referentielaboratorium (U.Z. St.-Pieter - Brussel). De stammen werden bij kinderen en volwassenen geïsoleerd. Zes van de 34 stammen zijn niet gegroeid en van 6 stammen is het biotype onderzocht. Tabel : Campylobacter : verspreiding van de laboratoria per provincie (N; ) Provincie Aantal laboratoria Vlaams-Brabant Brabant wallon Brussel West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Hainaut 3 Limburg Liège De stammen zijn afkomstig van diverse klinische laboratoria (universitaire, privé- en openbare ziekenhuizen, privé-laboratoria) (tabel ). Totaal 3 Jaarlijkse verdeling Figuur : Campylobacter : jaarlijkse verdeling van de ontvangen stammen (994-) 6 a a n t a l i s o l a t i e s Jaar Verdeling in functie van de plaats van de isolatie en het geslacht van de patiënten De stammen werden geïsoleerd bij 4 mannen en 6 vrouwen (bij stam is het geslacht van de patiënt niet bekend) (tabel ). Tabel : Campylobacter : verdeling van de stammen in functie van de isolatieplaats () Isolatieplaats N % Hemocultuur 6 8,6 Stoelgang 9 4,8 Hemocultuur + Stoelgang 9,5 Onbekend 3 4,3 Totaal, Campylobacter

56 Campylobacter Referentielaboratorium Verdeling van het aantal isolaties per leeftijdsgroep Van de stammen waren er 9 (4,9%) invasief (tabel 3). Tabel 3 : Campylobacter : verdeling van het aantal isolaties per leeftijdsgroep (N; ) Soort infectie N < 6 m. 6 m. - j. 3-5 j. 6 - j. 3 - j j j. > 6 j. Onbekend Invasief 9 5 Niet-invasief 9 3 Onbekend 3 Totaal % 4,8 9,5 4,8 4,8 4,3 4,3 4,8 4,8 Biotype Tabel 4 : Campylobacter : biotype (N; ) Soort infectie N Campylobacter jejuni C. coli C. fetus C. C. curvus Arcobacter I II III IV I II subsp.fetus upsaliensis butzleri Invasief 9 6 Niet-invasief Onbekend 3 Totaal % 9, 9,5 8,6 9,5 33,3 Antibioticaresistentie Antibioticaresistentie van een steekproef van 37 stammen van Campylobacter spp. (5 C. jejuni, 5 C. coli en 6 C. upsaliensis) geïsoleerd uit coproculturen in drie universitaire ziekenhuizen te Brussel (CHU Saint-Pierre, CHU Brugmann en HUDERF) en in het universitaire ziekenhuis van Mont-Godinne tijdens de periode van //995 tot 3//. De minimale remmingsconcentratie (MIC) voor de volgende antibiotica : ampicilline, erythromycine, nalidixinezuur, ciprofloxacine, gentamicine en tetracycline werd bepaald met behulp van de E-test (AB Biodisk, Solna, Sweden) op een Mueller-Hinton agar verrijkt met schapenbloed 5% gedurende 4 uur op 37 C in een microaërobe sfeer geïncubeerd. Aangezien het National Committee of Clinical Laboratory Standards (NCCLS) geen enkele aanbeveling geeft omtrent de gevoeligheidsbepaling van Campylobacter spp., hebben wij voor het bepalen van de gevoeligheid voor erythromycine en tetracycline gebruik gemaakt van de interpretatiecriteria van de MIC die het NCCLS voor Staphylococcus spp. aanbeveelt. Voor alle andere geteste antibiotica hebben wij gebruik gemaakt van de aanbevolen breakpoints voor enterobacteriën. De gebruikte resistentiebreakpoints in deze studie zijn : ampicilline = 3 mg/l; ciprofloxacine = 4 mg/l; voor tetracycline en gentamicine = 6 mg/l. De isolaties zijn resistent tegen erythromycine beschouwd bij een MIC = 8 mg/l en tegen nalidixinezuur bij een MIC = 3 mg/l. Van de 5 geteste stammen van C. jejuni was 3% resistent tegen ciprofloxacine maar gevoelig voor erythromycine (resistentiepercentage van 4%). Een groter resistentiepercentage tegen erythromycine (7,8%) is waargenomen bij C. coli in vergelijking met C. jejuni. Honderd procent van de Campylobacter upsaliensis was gevoelig voor ciprofloxacine en 3% was resistent tegen erythromycine. Voor de resistentie tegen tetracycline zijn percentages van % en 43% vastgesteld voor C. jejuni en C. coli, alle C. upsaliensis waren gevoelig voor dit antibioticum. Met uitzondering van 6 stammen waren alle Campylobacter species gevoelig voor gentamycine. Er is een ampicillineresistentiepercentage van 4% voor C. jejuni en C. coli vastgesteld. Campylobacter

57 Referentielaboratorium Campylobacter Tabel 5 : Campylobacter : antibioticaresistentie (N, %; 995-) Antimicrobial agents Number of isolates with MIC (µg/ml) of > > >8 56 MIC5 MIC9 %R a Ampicillin C. jejuni , C. coli ,7 C. upsaliensis , Gentamicin C. jejuni C. coli , C. upsaliensis , Ciprofloxacin C. jejuni , C. coli ,4 C. upsaliensis , Nalidixic acid C. jejuni , C. coli ,4 C. upsaliensis 5 4 8,7 Erythromycin C. jejuni , C. coli >4 7.8 C. upsaliensis , Tetracycline C. jejuni , C. coli , C. upsaliensis , %R a : percentage resistent Campylobacter 3

58 Peillaboratoria Chlamydia psittaci Het aantal gediagnosticeerde gevallen in de afgelopen 5 jaar bedroeg in 998 : N=8 (6 laboratoria), 999 : N= (6 laboratoria), : N=3 (6 laboratoria), : N= (7 laboratoria), : N=3 (4 laboratoria). In heeft een laboratorium 7/3 gevallen gediagnosticeerd. Van de 3 gevallen waren er 3 van het mannelijke geslacht en van het vrouwelijke geslacht. Hun gemiddelde leeftijd was 55 jaar. Acht van de 3 gevallen waren gelokaliseerd in het arrondissement Mechelen. Chlamydia psittaci

59 Peillaboratoria Chlamydia trachomatis Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van het aantal gevallen met C. trachomatis (986-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste geval door 49 laboratoria, dit is 4% van alle peillaboratoria, verspreiding van deze 49 laboratoria over /43 arrondissementen : in Vlaanderen, in Wallonië en 5 in Brussel (tabel ). Tabel : C. trachomatis : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde 5 Charleroi Leuven 3 6 Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper 33 Thuin Kortrijk Tournai Oostende 33 Huy Roeselare 33 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K35 3. Evolutie van het aantal deelnemers tussen en, daling van het aantal laboratoria die ten minste geval registreerden, wat kan worden toegeschreven aan de daling van het aantal laboratoria die ten minste geval registreerden in Vlaanderen ( : N=9, : N=) (tabel ). Tabel : C. trachomatis : evolutie van het aantal deelnemers (986-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Chlamydia trachomatis

60 Chlamydia trachomatis Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,3/ 5 inwoners; opmerkelijk zijn de 336 gevallen gediagnosticeerd in Brussel ( : N=65) en de 7 gevallen gediagnosticeerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=7); opmerkelijk is het feit dat een laboratorium in het arrondissement Antwerpen 7 gevallen verspreid over 6/43 arrondissementen heeft gediagnosticeerd ( : N=64, : N= 3) en dat een laboratorium in het arrondissement Soignies 37 gevallen verspreid over 4/43 arrondissementen heeft gediagnosticeerd waarvan 4/37 in Brussel ( : N=7, : N=77; figuur ). Figuur : C. trachomatis : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN > - 5 > 5 - > B CR AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV WIV-K35 van de 336 gevallen gelokaliseerd in Brussel werden er 49 in Brussel-Stad en 46 in Elsene vastgesteld; van de 7 gevallen gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen, werden er 86 in de stad Antwerpen vastgesteld (figuur ). Figuur : C. trachomatis : verspreiding van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = WIV-K35 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Chlamydia trachomatis

61 Peillaboratoria Chlamydia trachomatis. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie opmerkelijk is de significante toename (p <,5) met lineaire trend van de nationale incidentie waargenomen tussen en, in hoofdzaak toegeschreven aan de stijging van de incidentie in Brussel en in het arrondissement Antwerpen (tabel 3). Tabel 3 : C. trachomatis : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., 994-) Arrond Arrond Antwerpen,,4 7, 6,4 7, 8,5 4,3 8,4 3, Brussel 3, 8, 5,8 4,4 6,,9 3,6 7, 34,3 Mechelen 3,7 5,3 3,3,,7 3,9 5, 9, 7,5 N totaal Turnhout,8,8,,5 4,5 6,9 6,4 5,9,5 Nivelles, 6,5 7,4 4,7 4,7 8,9 3,7 6,, Halle-Vilvoorde 3,5,8,9,5 4,5 3,,7,9 5,5 Ath 5,,6,6 7,7 7,7,3,3,5 5, Leuven, 4, 4,7,6,9 3,5 3,5 4,8 9,4 Charleroi 6, 6, 4,9 7, 4,8,9 9,5 4, 8,8 Brugge 8,,5, 4, 5, 3,7,9 4,4, Mons 5, 7, 9, 3, 5, 8, 6, 4, 5, Diksmuide 4,,,,,,,,, Mouscron 5,6 4, 4,3 4,3 4,3,9,9,,4 Ieper,,9 6,7,9 6,7,,9,, Soignies 7,6,3,7,9 5, 4, 6,4 6,4 5, Kortrijk,4,9 3,9 6, 5,,9,5,, Thuin 9,3,6,7 6, 6,, 4,8 6,9 6,8 Oostende,8 3,5 3,5,8,7,4,,7,4 Tournai 3,5 7,8 3,6 7, 6,4 3,6 7,,4, Roeselare 5, 5,7,,,4,4,9,,7 Huy 4,,, 3,,,,,, Tielt,,3,,3,,,,, Liège,5,,9,5, 3,4 3,4 6,5,9 Veurne,8, 5,4 7, 9,,8 7, 8,9 5, Verviers 5,8,3,9,7 3,8, 4,3 7,5 7,5 Aalst,7,9,3,4,7,3,3,8,3 Waremme,5,,,5,5,,5,9 7, Dendermonde 3,8,6,6 3,8,,7 3, 6,4, Arlon, 7,6 7,6 5,9 5,6 5,8,9 3,9, Eeklo 5,,5 7,6,5 3,8,5 3,8 3,8,3 Bastogne,6,,,7,5,5,5, 4,8 Gent 4,9 7,3 4,3 4, 3,5 3, 5, 7,3 5, Marche-en-Fam.,,, 4,,,,, 3,9 Oudenaarde,,8,9 3,5,8,9,,,9 Neufchâteau 7,3, 3,6,8, 5,4,8, 5,4 St.-Niklaas,7 3, 3,,7,8 3,6 3,6 4,9 9,6 Virton,,,,,,,,, Hasselt,,9,6,4 8,5,9 3,9 5,5 6,7 Dinant, 4,,,,,,,, Maaseik,9,9,9,3 8,4 9,,7 7,8,7 Namur 6,, 6,8 7,9 6,8, 4,6,, Tongeren,,, 4,3,8 5,3 4,,5 6,8 Philippeville 6,7 3,3 6,6 9,9 3,3,6 8,,4 9,7 Vlaanderen 4,7 5, 4,8 4, 4,9 5,3 5, 6,6 8,5 Wallonie 9,5 8,9 7,7 6,4 5,4 5,5 5,4 5,6 5,4 N totaal N totaal Onbekend België 9,6 9,3 7,8 6,8 7, 7,8 6,7 7,5,3 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K35 64 gevallen, dit is een significante stijging (p <,5) met lineaire trend van 54% in vergelijking met ; deze stijging kan worden toegeschreven aan een aanzienlijke stijging van het aantal gevallen gelokaliseerd in Brussel ( : N=3, : N=65, : N=336) en in Vlaanderen ( : N=3, : N=39, : N=5) terwijl een stabilisatie van het aantal gevallen in Wallonië wordt vastgesteld ( : N=8, : N=88, : N=8; tabellen 3 en 4). Tabel 4 : C. trachomatis : evolutie van de registratiefrequentie (986-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar gevallen/lab/jaar , , , , , , , , , , , , , 77 6, ,8 64 9, ,4 64 Chlamydia trachomatis 3

62 Chlamydia trachomatis Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 79% van de gevallen is vastgesteld bij personen van het vrouwelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,5); 54% (45/83) van deze gevallen is vastgesteld bij vrouwen tussen 5 en 44 jaar en 39% (34/83) bij jonge vrouwen tussen 5 en 4 jaar; deze percentages bedroegen respectievelijk 43% (3/536) en 43% (3/536) in en 45% (3/59) en 4% (/56) in ; de percentages vastgesteld in 993 waren vergelijkbaar met die van en en bedroegen respectievelijk 46% (36/785) en 43% (34/785); hieruit lijkt de stijging vastgesteld in te kunnen worden toegeschreven aan de stijging van het aantal gediagnosticeerde gevallen bij vrouwen tussen 5 en 44 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : C. trachomatis : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N; ) N 6 N=5 WIV-K35 45 N= >65 leeftijdsgroep Tabel 5 : C. trachomatis : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,9 4,5-4,, 5-4, 6, , , , , , 3 3,9 65 4,9,4 Totaal 5, 83, Besluit De sinds vastgestelde significante stijging (p <,5) met lineaire trend van de nationale incidentie werd in bevestigd. Deze stijging werd voornamelijk vastgesteld in Brussel ( : N=3, : N=65, : N=336) en in het arrondissement Antwerpen ( : N=33, : N=7, : N=7). De stijging vastgesteld in lijkt te kunnen worden toegeschreven aan de stijging van het aantal gevallen gediagnosticeerd bij vrouwen tussen 5 en 44 jaar. Uit de vergelijking van de gegevens van en betreffende vrouwen tussen 5 en 44 jaar blijkt dat het aantal gevallen meer dan drie keer zo hoog was in Brussel ( : N=5, : N=69) en bijna was verdubbeld in het arrondissement Antwerpen ( : N=4, : N=78). Wij preciseren niettemin dat deze stijging deels kan worden toegeschreven aan de ontwikkeling van nieuwe diagnosetechnieken en aan het feit dat in de verzamelde gegevens oude en nieuwe infecties kunnen zijn vermengd; deze twee aspecten worden momenteel grondig geanalyseerd en de resultaten zullen later ter beschikking worden gesteld. 4 Chlamydia trachomatis

63 Referentielaboratorium Clostridium botulinum Inleiding In ontving het referentielaboratorium voor botulisme (Pasteur Instituut van Brussel - Brussel) 3 afgenomen stalen voor de biologische bevestiging van botulisme door neurotoxines van botulisme op te sporen en te identificeren (94 stalen) en door Clostridium botulinum te kweken en te isoleren (47 stalen). Stalen In werd geen enkel geval van humaan botulisme vastgesteld. Het laboratorium bevestigde 4 haarden van rundbotulisme en 7 haarden van vogelbotulisme (tabel ). Tabel : C. botulinum : oorsprong van de geanalyseerde stalen voor de biologische bevestiging van botulisme en resultaten Stalen Identificatie neurotoxines van botulisme Isolatie van Clostridium botulinum N Positieve resultaten N Positieve resultaten Humane oorsprong Serum 9 Feces 3 3 Dierlijke oorsprong Rundserum 7 Kippenserum 4 (type C) (niet getypeerd) Eendenserum 5 (type C) Nijlgansserum (type C) Parelhoenserum Paardenserum 4 Vogellever (type C) (type C) Rundlever 5 (type D) (type D) (niet getypeerd) Kippenlever 6 (type C) (niet getypeerd) Eendenlever 8 3 (type C) 5 Nijlganslever Parelhoenlever Paardenlever 9 9 Zwanenlever Ganzenlever en -nier Darminhoud van kip Darminhoud van zwaan Maaginhoud van rund 4 3 (type D) Maaginhoud van gans Voedsel Tonijn in blik Vismeel Voedseladditief Gazpacho Saus Voorgedroogd raaigras Water (type D) Onderzoek Sinds september is de routineuze beschikbaarheid van zowel snelle, gevoelige als specifieke methodes voor de opsporing van botulismetoxines en butolismebacteriën een dringende zaak geworden. Om voorbereid te zijn op een mogelijke terroristische aanslag in België heeft de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ons gevraagd om dergelijke methodes te ontwikkelen. Er is gekozen voor immunoadsorptie en immunofluorescentie enerzijds en voor PCR (Polymerase Chain Reaction) anderzijds om respectievelijk toxines en bacteriën op te sporen. Deze methodes worden momenteel onderzocht. Clostridium botulinum

64 Referentielaboratorium Corynebacterium diphteriae In bevestigde het referentielaboratorium (A.Z.-V.U.B - Brussel) geen enkele toxinogene stam van Corynebacterium diphteriae. Corynebacterium diphteriae

65 Referentielaboratorium Cryptococcus neoformans In was het referentielaboratorium in het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV Brussel) gevestigd. Cryptococcus neoformans was verantwoordelijk voor nieuwe gevallen die ons werden gemeld uit 8 verschillende centra. De gevallen werden goed gedocumenteerd en de stammen werden opgestuurd naar het referentielaboratorium. Negen patiënten waren mannen. De algemene gemiddelde leeftijd was 46,5 jaar. De gemiddelde leeftijd van de patiënten met AIDS-geassocieerde cryptococcose (7 gevallen) was 34,5 jaar en van de 5 andere gevallen 67,5 jaar. Zeven patiënten waren Belgen, de 5 overige patiënten waren van Afrikaanse oorsprong. Zeven gevallen, waaronder de 5 waargenomen bij Afrikaanse patiënten, waren AIDS-geassocieerde gevallen. Een andere bevorderlijke factor, geïdentificeerd in 4 van de 5 andere gevallen, was het contact met vogels ( duivenmelkers en een vogelliefhebber die een ekster had waarvan de uitwerpselen positief waren), geassocieerd in van de 3 gevallen met de toediening van corticoïden. Eén geval werd waargenomen bij een patiënt met alcoholisme. Bij een laatste geval werden geen bevorderlijke factoren vastgesteld. De 3 variëteiten werden gevonden. De variëteit grubii (nieuwe naam voor serotype A) werd 7 maal afgezonderd waaronder 5 maal bij patiënten met AIDS-geassocieerde cryptococcose. De variëteit neoformans (voortaan gelimiteerd tot serotype D) werd 4 maal waargenomen bij Belgen waaronder de twee duivenmelkers. De variëteit gattii (serotype B) werd slechts één keer afgezonderd bij een Afrikaanse patiënt met AIDS-geassocieerde cryptococcose. Ter herinnering : deze variëteit is bijna uitsluitend tropisch. Cryptococcus neoformans

66 Peillaboratoria Cryptosporidium Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van het aantal diagnoses van Cryptosporidium (99-), schatting van de incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in 55 laboratoria registreerden ten minste diagnose, dit is 45% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 55 laboratoria over 4/43 arrondissementen : 9 in Vlaanderen, 8 in Wallonië en 8 in Brussel (tabel ). Tabel : Cryptosporidium : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron 5 5 Diksmuide Soignies Ieper 33 Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K5 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, daling van het aantal laboratoria die ten minste kiem diagnosticeerden, toegeschreven aan de daling van het aantal laboratoria in Vlaanderen ( : N=37, : N=9; tabel ). Tabel : Cryptosporidium : evolutie van het aantal deelnemers (99-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Cryptosporidium

67 Cryptosporidium Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van 5,7/ 5 inwoners (figuren en ). Figuur : Cryptosporidium : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - > - 4 > 4 TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K5 Figuur : Cryptosporidium : verspreiding van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 77 WIV-K5 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Cryptosporidium

68 Peillaboratoria Cryptosporidium. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met het gemiddelde van de voorgaande drie jaren, daling van de nationale incidentie, voornamelijk toegeschreven aan de daling van de incidentie in Vlaanderen ( : 7,5/ 5, : 3,/ 5 ; tabel 3). Tabel 3 : Cryptosporidium : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., 993-) Arrond Arrond Antwerpen,,,9,4, 3,3 5,9 3,4 5,4 3, Brussel,6,7 5,9, 5,, 3,5 4,3,6, Mechelen 3, 6,,6 6, 8,9 6,6,, 4,7 4,6 N totaal Turnhout,8,8,3,8, 6,8,,6 3,5 3,4 Nivelles,8 3,6 6,8,7 4,7 8, 7, 8,9 9, 5,6 Halle-Vilv.,5 4,,6,4 6,7 6,7 7,,6 4,5 4, Ath,,,,,3,6,5,,3,3 Leuven 5,9,4,5,,8,7 9,6 6, 8, 6,5 Charleroi,7 7, 56,8 36,6 54,7 57,3 9, 4,3 4,8,7 Brugge,8 3, 3,, 3, 3, 3,7 3,7 5,, Mons,4,,4,4,,6 3,6,6,, Diksmuide,,, 4, 4, 4, 6,, 6,3 4, Mouscron, 4, 4,,4,8 5,7,, 5,7,4 Ieper,,,,,, 4,8, 3,8 3,8 Soignies,,6, 3,5,8 5, 4,,,,7 Kortrijk, 5,4 7,,4 3,6 5, 5, 4,7,9 7, Thuin,4 4,,4,7 5, 6,5 9,6,4 3,4 3,4 Oostende,,,4,4,7,,4,4 4,,8 Tournai,,,,,,8,7,,7,7 Roeselare,,,,4,,9 9,3,7 5,7,4 Huy,,,,,, 3,,,, Tielt,,,3,, 4,6 5,7,3 5,9 4,5 Liège,,,5,,,7,4,7,, Veurne,, 3,6 5,4,, 5,3,,8, Verviers,,4,4,,,5,3, 3,8 3,4 Aalst,,8,4,5,,,3,5,,4 Waremme,,,5,5,, 3,,5 8,8,4 Denderm.,7, 8,7 3, 9, 8, 7,5 3,9 6,6 4,8 Arlon,,,,,,,9 3,9,,9 Eeklo,,3,3,,3,3 3,8 3,8 6,3,5 Bastogne,,6,6,,,5,5,,5,4 Gent,,,6,4,6 3,5 3,4 3,8 6,, Marche-en-F,,,,,,,,,, Oudenaarde,,,,9,8,9,6,6,6,6 Neufchâteau,,8,,,8,,,,, St.-Niklaas,5,5,3,5 3,6 4, 6,3,3 5,4 3, Virton,,,,,,,,,, Hasselt,5,5,,8,4,7,6,,9,8 Dinant,,,,,,,,,, Maaseik,5,5,,5,9,5,4,4,9, Namur,,8,4,4 4,3 5,7 4,6,8,8,4 Tongeren,5,,,,,6,6,5,6, Philippeville,7 3,3 8,3 8,3,5 9,9 4,9,6,6,6 Vlaanderen,3,5 4,9,4 3,5 5, 7, 6, 7,5 3, Wallonie, 4,4 9,4 6, 9,,6 6,8,6 3,,9 N totaal N totaal Onbekend België, 3,5 7,3 4, 5,9 8, 8, 6,4 5,7,7 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K5 77 gevallen, dit is een daling van 6% in vergelijking met het gemiddelde van de drie voorgaande jaren (tabel 4). Tabel 4 : Cryptosporidium : evolutie van de registratiefrequentie (99-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 99 68,3 993, , , , , , , , 58 4,6 77,3 Cryptosporidium 3

69 Cryptosporidium Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 47% van de diagnoses werd in geregistreerd bij mannen (geslachtsverhouding M/V :,4), 39% van de diagnoses werd in geregistreerd bij kinderen < 5 jaar, % van de diagnoses werd in geregistreerd bij personen tussen 5 en 44 jaar, waarvan 37/59 (63%) bij vrouwen (figuur 3, tabel 5); Figuur 3 : Cryptosporidium : verdeling volgens leeftijd (N; ) N 4 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Cryptosporidium : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 5 3,9 6 4, , 49 33, ,6 3 5, ,9 8, ,3 37 5, ,9 7 4, , 5 3,4 Totaal 7, 45, 4 Cryptosporidium

70 Peillaboratoria Cryptosporidium 4. Seizoensevolutie de meeste diagnoses werden op het einde van de zomer en in het begin van de herfst geregistreerd (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Cryptosporidium : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week WIV-K5 5 5 J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Cryptosporidium : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N /4 weken 5 WIV-K Besluit In vergelijking met de drie voorgaande jaren is het aantal gediagnosticeerde gevallen in sterk gedaald. Cryptosporidium 5

71 Peillaboratoria Cyclospora Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting van de trend van Cyclospora (998-), schatting van de incidentie op nationaal niveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 4 laboratoria, hetzij % van alle peillaboratoria, verspreiding van de 4 laboratoria over /43 arrondissementen : 7 in Vlaanderen, 4 in Wallonië en 3 in Brussel (tabel ). Tabel : Cyclospora : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen 33 7 Nivelles 5 Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi 5 Leuven Mons 33 Brugge Mouscron Diksmuide Soignies 5 5 Ieper Thuin Kortrijk 4 Tournai Oostende 33 Huy Roeselare 5 Liège 4 Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent 33 4 Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, lichte daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie diagnosticeerden in Vlaanderen ( : N=5; : N=4; : N=7; tabel ). Tabel : Cyclospora : evolutie van het aantal deelnemers (998-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Cyclospora

72 Cyclospora Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie in incidentie van,3/ 5 inwoners op nationaal niveau, van /34 gevallen is de reisbestemming bekend (Indonesië : N=3, Thailand : N=, Nepal : N=, India : N=, Irak : N=, China : N=, Peru : N=, Haïti : N=).. Evolutie van de registratiefrequentie 34 gevallen gediagnosticeerd in (tabel 3). Tabel 3 : Cyclospora : evolutie van de registratiefrequentie (998-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar gevallen/lab/jaar 998 4,3 43, , 34,3 9, 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 56% van de gevallen is in bij personen van het mannelijke geslacht gediagnosticeerd (geslachtsverhouding M/V :,3), de meeste gevallen zijn gediagnosticeerd bij mannen tussen 45 en 64 jaar en bij vrouwen tussen 5 en 44 jaar (figuur, tabel 4). Figuur : Cyclospora : leeftijdsverdeling (N; ) N 3 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 4 : Cyclospora : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4 5,3, 5-4,5, 5-4, 6, , 66, ,3 3, 65, 6,7 Totaal 9, 5, Besluit In vergelijking met daalde het aantal gediagnosticeerde gevallen in. Cyclospora is meestal een geïmporteerde parasiet en wordt soms bij aids-patiënten vastgesteld. Het is nuttig laboratoriumpersoneel te herinneren aan het belang van de routineuze opsporing van de parasiet. Cyclospora

73 Referentielaboratorium Dengue In registreerde het referentielaboratorium (ITG - Antwerpen) 5 nieuwe patiënten met een dengue-infectie (tabel ). Tabel : Dengue : aantal isolaties per bestemming (N, ) Bestemming N Bestemming N Bestemming N Bestemming N Zuidoost-Azië 9 Amerika 3 Western Pacific regio 5 Afrika Thailand 4 Brazilië 9 Laos Togo Indonesië 8 Dominicaanse Republiek Australië India El Salvador Cambodja niet bekend Sri Lanka Guadeloupe Polynesië niet gespecificeerd 3 Guatemala Totaal 5 Figuur : Dengue : aantal isolaties per bestemming (%, ) Western Pacific % onbekend Afrika 4% % WIV-dengue Amerika 6% Zuidoost-Azië 58% De verdeling van de infecties over het jaar is te zien in figuur. Van infectie is het juiste tijdstip niet bekend maar zij trad op vóór de maand mei. Figuur : Dengue : evolutie van het aantal isolaties per maand (N, ) N / maand WIV-dengue J F M A M J J A S O N D Dengue

74 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Entamoeba histolytica Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met E. histolytica (984-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste geval door 3 laboratoria, dit is 5% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 3 laboratoria over 6/43 arrondissementen : 6 in Vlaanderen, 9 in Wallonië en 5 in Brussel (tabel ). Tabel : E. histolytica : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles 5 5 Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi 5 Leuven Mons Brugge Mouscron 5 Diksmuide Soignies Ieper 33 Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare 67 Liège 7 Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K9 3. Evolutie van het aantal deelnemers stabilisatie van het aantal laboratoria die ten minste infectie diagnosticeerden; toevoeging van de gegevens afkomstig van het referentielaboratorium (I.T.G. - Antwerpen), wat al sinds 99 wordt gedaan, met uitzondering van 994 (tabel ). Tabel : E. histolytica : evolutie van het aantal deelnemers (984-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Entamoeba histolytica

75 Entamoeba histolytica Peillaboratoria + Referentielaboratorium Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,/ 5 inwoners (figuur ); het is opmerkelijk dat het referentielaboratorium 37 gevallen heeft gediagnosticeerd of bevestigd, dit is 6% van alle gevallen ( : N=5, : N=9). Figuur : E. histolytica : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN > - > - > het is opmerkelijk dat in Brussel 47 gevallen zijn gediagnosticeerd waarvan er 6 hebben meegedeeld welk land aan de oorsprong van hun infectie kon liggen en dat in het arrondissement Antwerpen 6 gevallen zijn gediagnosticeerd waarvan er 3 hebben meegdeeld welk land aan de oorsprong van hun infectie kon liggen (figuur ). Figuur : E. histolytica : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) B CR AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV WIV-K9 N = WIV-K9 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Entamoeba histolytica

76 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Entamoeba histolytica. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie stabilisatie van de hoge incidentie in Brussel en in de arrondissementen Leuven en Antwerpen (tabel 3). Tabel 3 : E. histolytica : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 995-) Arrond Arrond Antwerpen 4,3 5, 3,3 6,6 5, 5, 4,8 6,4 Brussel 4,9 7, 5,8 7, 5,8 4,6 4,6 4,8 Mechelen,7,,7 3, 3,6,6,,6 N totaal Turnhout,3,,8 3,,,7,5,7 Nivelles 3,6 3, 7,,3 4,9 3,4 4, 3,4 Halle-Vilvoorde,,7 4, 4,,,,4,4 Ath 3,9,3,3,3,,,3, Leuven 6, 6, 6,4 6, 5,9 6,6,4 5, Charleroi,,,9,,5,,7, Brugge,8,,6 3,,5 3, 4,8,7 Mons,4,8,4,,,,, Diksmuide,,,,,,,, Mouscron,,4,4,,9 4,3,, Ieper,,,9,9,9,,, Soignies,6,,6,,6,,, Kortrijk,7,,,,,7,,5 Thuin,4,4 3,4,4 3,4,,7,4 Oostende,4,8,8,8,,,7,4 Tournai,,7,,,,,,7 Roeselare,4,,7,,4,,7, Huy,,,,,,,, Tielt,3 4,6,,,,,3, Liège,,7,,3,3,7,5,5 Veurne,,8 3,6,8,,,8,7 Verviers,,,4,8,4,,8,7 Aalst,,4,,8,4,9,,4 Waremme,,5,,,,,, Dendermonde,,,5,5,,,5, Arlon, 3,9,,,,,,9 Eeklo,,3,3,5,3,,5, Bastogne,,,,,5,,,4 Gent,8,8 3, 3,,8,,, Marche-en-Fam., 4,,,,,,, Oudenaarde,,9,,,,9,8,7 Neufchâteau,,,8,,8 5,4,8, St.-Niklaas 3,,9,3,9 3,,,8,8 Virton,,,,, 4,,, Hasselt,4,8,9,,5,5,6, Dinant,,,, 3,,,, Maaseik,,9,9,,4,5,,4 Namur,7,,8,4,4,4,7,4 Tongeren,5,,,,,,, Philippeville,,7 3,3,7 8, 8, 8,, Vlaanderen,,,6 3,,5,3,,4 Wallonie,,,8,7,5,4,,9 N totaal N totaal Onbekend België,6,5,8,9,6,3,, N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K9 6 gevallen, een vergelijkbaar aantal met dat van voorgaande jaren (tabel 4). Tabel 4 : E. histolytica : evolutie van de registratiefrequentie (984-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 984 7, , , , , , , ,7 99 3, , , , , , , , 4,9 4,7 6,9 Entamoeba histolytica 3

77 Entamoeba histolytica Peillaboratoria + Referentielaboratorium 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 65% van de isolaties is in uitgevoerd bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,9), bovendien is bijna de helft van de gevallen gediagnosticeerd bij personen tussen 5 en 44 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : E. histolytica : leeftijdsverdeling (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : E. histolytica : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4,7 4 5, , 5 6, ,7 4, ,6 3 4, , 5 9, ,9 3, Totaal 4, 76, 4. Geografische oorsprong van 77/6 (34%) gevallen was de geografische oorsprong van de infectie bekend; 67/77 gevallen waren besmet in Afrika, waarvan 8 in Congo-Kinshasa, 3 in Amerika en 3 in Azië; net zoals voorheen was meer dan de helft van de infecties van Afrikaanse oorsprong (tabel 6). Tabel 6 : E. histolytica : geografische oorsprong (N, %; 995-) N % N % N % N % N % N % N % N % Afrika 87 73, 75 63, 9 77,9 3 7, 86 76, ,7 5 68, , Amerika 6 5,, 3 9,3 8,3 6 5,4, 7 9,5 3 3,9 Azië 4, 6,8 8,9 5,,8 8 8,8 5,3 3 3,9 Europa,7 6 5,, 8 5,5 8 7, 4 4,4,3 4 5, Totaal Entamoeba histolytica

78 Peillaboratoria Enterovirus Dit virus maakt sinds deel uit van het surveillanceprogramma. Alleen stalen afkomstig van C.S.V. zijn hierin opgenomen. In registreerden laboratoria 76 infecties. Vier laboratoria diagnosticeerden meer dan infecties. De infecties waren vooral gelokaliseerd in de arrondissementen Antwerpen (N=9), Luik (N=5) en Brussel (N=3). De verdeling per geslacht was als volgt : 9/76 waren personen van het mannelijke geslacht en 7/76 waren personen van het vrouwelijke geslacht (van /76 gevallen was het geslacht niet bekend). De verdeling per leeftijd was als volgt : 3/76 waren kinderen 5 jaar, 33/76 waren kinderen tussen 6 en jaar en 3/76 waren volwassenen tussen en 56 jaar. In registreerden 8 laboratoria 68 infecties. Twee laboratoria diagnosticeerden meer dan infecties. De infecties waren vooral gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen (N=) en in Brussel (N=6). De verdeling per geslacht was als volgt : 46/68 waren van het mannelijke geslacht en /68 waren van het vrouwelijke geslacht. De verdeling per leeftijd was als volgt : 46/68 waren kinderen 5 jaar, 6/68 waren kinderen tussen 6 en jaar en /68 waren volwassenen tussen en 57 jaar (van 4 gevallen was de leeftijd niet bekend). Enterovirus

79 Referentielaboratorium Escherichia coli Inleiding In bevestigde het referentielaboratorium (A.Z.-V.U.B.-Brussel) de identificatie van 46 verocytotoxine-producerende E. coli (VTEC) : 39 typische EHEC isolaten, dus VTEC die positief zijn voor de twee bijkomende virulentiefactoren, de productie van attachment-effacement letsels (aangetoond door de aanwezigheid van het eaea gen) en de aanwezigheid van het EHEC virulentieplasmide (aangetoond door de aanwezigheid van het gen van de enterohemolysine). De meerderheid van deze typische EHEC isolaten (6 van de 39 stammen) behoren tot serogroep O57 (dus serotypes O57:H7 of O57:H-). 7 atypische EHEC isolaten, dus VTEC die negatief zijn voor één of beide hierboven vermelde bijkomende virulentiefactoren. Tabel toont de verdeling aan van de O-serogroepen over de jaren. De stammen werden met antisera tegen de meest pathogene O-serogroepen en het H7 antigeen onderzocht; een volledige serotypering wordt op het PHLS laboratorium van Londen uitgevoerd en de resultaten zijn nog niet beschikbaar voor het jaar. Zeven stammen -allemaal van serotype O57:H7- werden afgezonderd bij patiënten met het hemolytisch uremisch syndroom (HUS) : deze patiënten waren allemaal tussen en 4 jaar oud. Tabel : E. coli : verdeling van de O-serogroepen over de jaren (tussen haakjes het aantal typische EHEC isolaten). Serogroep Totaal O () () O () () O4 () () O6 () () O7 () () O8 () () () O9 () () O () () O () () () O6 4 () () 3 (3) () 5 (5) 7 (6) 3 () () 4 (3) 3 (4) O55 () () () O76 () () O9 () () () () 4 () O9 () () () O () () O3 () 5 (5) () () () () 3 (3) O7 () () O () () O () () 7 (7) () () () () () 7 (6) O3 () () O6 () () O8 6 () 4 () () (5) O () () () 3 (3) O8 () () () () 5() O4 () () O45 3 (3) () () () () 7 (5) O46 () () () () 6 () O5 () () O5 () () () O57 6 (6) () () 8 (8) 5 (5) 33 (33) 6 (3) 3 (3) 6 (6) 95 (8) O6 () () 3 () O65 () () () O68 () () O69 () () O7 () () () OX3 () () Orough () 3 () () () 8 () E43478/86 () () E547/88 () () E7477/77 () () () O? () 6 () 8 (3) 4 () 4 () () () 7 (6) Niet getypeerd () () () () 9 (3) 5 (9) 4 (3) Totaal 7 (3) 37 (9) 47 (3) 47 (9) 48 (38) 53 (46) 47 (33) 46 (38) 46 (39) 398 (86) O?: niet typeerbaar Niet getypeerd: agglutineert niet met O57, O6, O3, O, O, O45 en O57. Escherichia coli

80 Escherichia coli Referentielaboratorium Figuur toont de evolutie aan van het aantal O57 en niet-o57 EHEC isolaten (typische en atypische) sinds 994. Het aantal isolaten is tamelijk stabiel sinds het jaar 996. Figuur : E. coli : aantal typische en atypische O57 en niet-o57 isolaten N 6 Niet-O57 atypische EHEC Niet-O57 typische EHEC O57 atypische EHEC O57 typische EHEC WIV-K Figuur toont de evolutie van de meest virulente O-serogroepen. De frequentste serogroep is duidelijk serogroep O57. Tweeëntwintig van de O57 isolaten waren beweeglijk (serotype O57:H7) en 4 onbeweeglijk (serotype O57:H-). Figuur : E. coli : voornaamste O-serogroepen van EHEC-isolaten N S. dys. O6 O3 O O8 O O46 O57 WIV-K Van de 6 O57 stammen produceerden stammen enkel VT en 4 stammen beide toxines (VT en VT). Tien () van de 3 typische niet-o57 EHEC produceerden enkel VT, de overige 3 enkel VT. Van de 7 atypische niet-o57 EHEC isolaten produceerde stam VT, 4 stammen VT en de laatste VT en VT. Conclusie Er wordt geen significante evolutie vastgesteld in de cijfers van het referentielaboratorium maar de incidentie van VTEC infecties blijft ongetwijfeld zwaar onderschat omdat de meeste laboratoria deze micro-organismen niet opsporen. Escherichia coli

81 Peillaboratoria Giardia Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van het aantal diagnoses van Giardia (986-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door laboratoria, dit is 83% van alle peillaboratoria, verspreiding van de laboratoria over 3/43 arrondissementen : 6 in Vlaanderen, 3 in Wallonië en in Brussel (tabel ). Tabel : Giardia : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde 5 Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai 33 5 Oostende Huy Roeselare 3 67 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik 5 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, lichte stijging van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden (tabel ). Tabel : Giardia : evolutie van het aantal deelnemers (986-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Giardia

82 Giardia Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van 3/ 5 inwoners; opmerkelijk zijn de 95 gevallen gediagnosticeerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=9; : N=34), de 7 gevallen in Brussel ( : N=8; : N=78) en de 79 gevallen in het arrondissement Leuven ( : N=55; : N=5; figuren en ). Figuur : Giardia : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH : Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW BG EK SN OS VR DK GT TL RS IP KR OD MC TR AT DM MH AL B HV NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - > - > TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K Figuur : Giardia : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = WIV-K Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Giardia

83 Peillaboratoria Giardia. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, lichte daling van de nationale incidentie (3/ 5 inwoners), deze daling is vooral in Wallonië (33%) vastgesteld, opmerkelijk is de stabilisatie van de hoge incidentie in het arrondissement Leuven (tabel 3). Tabel 3 : Giardia : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., 993-) Arrond. Antwerpen Brussel Mechelen N totaal Turnhout Nivelles Halle-Vilv Ath Leuven Charleroi Brugge Mons Diksmuide Mouscron Ieper Soignies Kortrijk Thuin Oostende Tournai Roeselare Huy Tielt Liège Veurne Verviers Aalst Waremme Denderm Arlon Eeklo Bastogne Gent Marche-en-F Oudenaarde Neufchâteau St.-Niklaas Virton Hasselt Dinant Maaseik Namur Tongeren Philippeville Vlaanderen Wallonie N totaal N totaal Onbekend België N totaal Arrond N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K 36 gevallen in, dit is een significante daling van 8% (p <,5) met een lineaire trend sinds 998 (tabel 4). Tabel 4 : Giardia : evolutie van de registratiefrequentie (986-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , , , , , , , , , , , , , 665 3, 36,5 Giardia 3

84 Giardia Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 55% van de diagnoses is in gesteld bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,4), 8% van de diagnoses is gesteld bij kinderen tussen en 4 jaar, 3% van de diagnoses is gesteld bij personen tussen 5 en 44 jaar (figuur 3, tabel 5); Figuur 3 : Giardia : verdeling volgens leeftijd (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Giardia : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 3,8 5, ,7 44 4, ,5 73, , 44 7, ,5 79 3, ,7 6 8, ,9 9 4,9 Totaal 734, 59, 4 Giardia

85 Peillaboratoria Giardia 4. Seizoensevolutie de meeste diagnoses werden tegen het einde van de zomer of in de herfst geregistreerd, in is inderdaad een piek vastgesteld in week 37 (N=54) en met andere woorden begin september; in vond deze piek eind augustus plaats en in halverwege oktober (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Giardia : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 6 WIV-K 4 J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Giardia : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N / 4 weken 5 WIV-K Giardia 5

86 Giardia Peillaboratoria 5. Geografische oorsprong de geografische oorsprong van de infecties was in voor 3/36 gevallen bekend (7,6%); hiervan zijn 69 gevallen besmet in Afrika, waaronder 9 in Ethiopië en 8 in Zaïre, 7 in Azië, waaronder 7 in India, en 3 in Amerika waaronder 8 in Haïti; opmerkelijk, op basis van de beschikbare gegevens en in vergelijking met voorgaande jaren, is het lage aantal infecties afkomstig uit India ( : N=7, : N=36, : N=3, 999 : N=5, 998 : N=9, 997 : N=43, 996 : N=37) (tabel 6). Tabel 6 : Giardia : geografische oorsprong (N, %; 996-) 996 (N=7) 997 (N=7) 998 (N=4) 999 (N=6) (N=6) (N=66) (N=3) N % N % N % N % N % N % N % Afrika 7 4,9 6 53, , 69 7,4 9 56,3 8 48, Amerika,8 9,7 3 4,3 4, 6, 5 5, 3 3 Azië 68 39,5 7 3,3 45 8, 35 4,6 48 3, 55 33, 7 6 Europa 5,8 4,6 6 3,7 5, 6 3,7 5 3, 4 4 Besluit Sinds 998 wordt een significante daling (8%) van de registratiefrequentie (p <,5) met lineaire trend vastgesteld. In vergelijking met voorgaande jaren, bevestiging van het al ettelijke jaren grote aantal diagnoses in Brussel en in de arrondissementen Leuven en Antwerpen : het zou nuttig zijn om deze situatie grondig te onderzoeken om de oorzaak ervan te achterhalen. 6 Giardia

87 Peillaboratoria Haemophilus influenzae Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van invasieve infecties met H. influenzae (-), voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Casusdefinitie uitsluitend isolaties uit bloed, C.S.V. en pleuraal, peritoneaal, pericardiaal of gewrichtsvocht, sinds worden isolaties uit ooretter niet meer in het surveillanceprogramma opgenomen. 3. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 3 laboratoria, dit is 6% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 3 laboratoria over /43 arrondissementen : 8 in Vlaanderen, in Wallonië en 3 in Brussel (tabel ). Tabel : H. influenzae : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-*) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles 5 Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 5 Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x * : nieuwe casusdefinitie WIV - Epidemiologie K8 4. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met voorgaande jaren, daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden (N=3) : deze daling kan worden toegeschreven aan de wijziging van de gevallen die in het surveillanceprogramma zijn opgenomen (geen stalen uit ooretter); in en hebben 4 laboratoria gevallen verstuurd die beantwoorden aan de definitie die sinds van toepassing is (tabel ). Tabel : H. influenzae : evolutie van het aantal deelnemers (987-*) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % * 3 6 * : nieuwe casusdefinitie Haemophilus influenzae

88 Haemophilus influenzae Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Registratiefrequentie in 65 gediagnosticeerde gevallen.. Evolutie van de registratiefrequentie de laatste 3 jaren wordt een stabilisatie van de registratiefrequentie vastgesteld : : N=65, : N=6 en : N=64, ook het aantal isolaties uit bloed en/of C.S.V. blijft sinds 996 stabiel (996 : N=68, 997 : N=68, 998 : N=7, 999 : N=48, : N=59, : N=54, : N=6) (figuur ). Figuur : H. influenzae : evolutie van het aantal isolaties uit bloed of C.S.V. (99-) N / jaar WIV-K In die jaren is de casusdefinitie dezelfde gebleven 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 57% van de isolaties is in uitgevoerd bij mannen (geslachtsverhouding M/V :,3), 7/65 (4%) isolaties is in uitgevoerd bij personen 65 jaar, wat vergelijkbaar is met het aantal gevallen gediagnosticeerd in (6/6, 4%) en in (5/64, 39%) (figuur, tabel 3). Figuur : H. influenzae : leeftijdsverdeling (N; ) N WIV-K8 Tabel 3 : H. influenzae : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) (N=37) (N=8) < leeftijd (jaar) Haemophilus influenzae

89 Peillaboratoria Haemophilus influenzae 4. Oorsprong van de stalen de meeste stalen zijn uit bloed afgenomen (tabel 4). Tabel 4 : H. influenzae : verdeling van de isolaties volgens de oorsprong van het staal (N, -) Oorsprong van de stalen N=64 N=6 N=65 Bloed C.S.V. 3 7 Bronchiaal vocht 8 Pleuraal vocht 3 - Peritoneaal vocht - - Gewrichtsvocht - In die drie jaren is de casusdefinitie dezelfde gebleven 5. Seizoensevolutie er werden het hele jaar door gevallen geïsoleerd (figuur 3). Figuur 3 : H. influenzae : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (-) N / 4 weken WIV-K In die 3 jaren is de casusdefinitie dezelfde gebleven Aanbevelingen Het is raadzaam om de artsen te herinneren aan het nut van vaccinatie tegen meningitis met H. influenzae (type b). Het vaccin maakt tegenwoordig deel uit van het vaccinatieprogramma van alle baby s. De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad voor de vaccinatie tegen meningitis met H. influenzae (type b) kan u raadplegen op Besluit Het aantal invasieve infecties (bloed + C.S.V) geregistreerd in dit surveillanceprogramma blijft sinds 996 stabiel met een gemiddelde van 6 gevallen per jaar. Dit gemiddelde is gelijk aan de helft van het aantal waargenomen gevallen in 99 (N=33). In 99 waren 5/33 gevallen kinderen < 5 jaar. Haemophilus influenzae 3

90 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Hantavirus Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van hantavirusinfecties (996-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 3 laboratoria, dit is % van alle peillaboratoria, sinds 996, toevoeging van de gegevens afkomstig van het referentielaboratorium (Militair Hospitaal Koningin Astrid - Brussel) en verwijdering van dubbele registraties (tabel ). Tabel : Hantavirus : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout 7 Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons 33 Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare Liège Tielt Verviers 5 Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K53 3. Evolutie van het aantal deelnemende laboratoria slechts 3 laboratoria, waaronder het referentielaboratorium, registreerden in ten minste infectie (tabel ). Tabel : Hantavirus : evolutie van het aantal deelnemers (996-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Hantavirus

91 Hantavirus Peillaboratoria + Referentielaboratorium Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,5/ 5 inwoners (figuur ). Figuur : Hantavirus : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > -,5 >,5-3, > 3, TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K53 opmerkelijk zijn de 6 gevallen gediagnosticeerd in de provincie Hainaut en de gevallen gediagnosticeerd in de provincie Namur (figuur ). Figuur : Hantavirus : verspreiding van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 48 WIV-K53 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Hantavirus

92 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Hantavirus. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, daling van de incidentie in de meeste arrondissementen; in was de incidentie het hoogst in het arrondissement Philippeville : 4,8/ 5 inw. (tabel 3). Tabel 3 : Hantavirus : evolutie incidentie/arrondissement (N/ 5 inw., 996-) Arrondissement Arrondissement Antwerpen,,,3,,,, Brussel,,,3,3,,7, Mechelen,3,,,,,, N totaal Turnhout,8,3,,7,,5, Nivelles,,6,6,6,6,3,6 Halle-Vilvoorde,9,,,4,5,,4 Ath,6,,,,3,, Leuven,,,,,,4, Charleroi,9,,5,,5,5,5 Brugge,4,4,,4,,, Mons 3,6 3,, 3,,6 4,,4 Diksmuide,,,,,,, Mouscron,4,,,, 4,3, Ieper,,,,,,, Soignies 3,5,8,,,7,,3 Kortrijk,4,,,,4,, Thuin 49,5 6, 6,9 6,5 5, 7,5,7 Oostende,,,7,,,, Tournai 4,3,,,,4,4, Roeselare,,,,,,, Huy,, 3,,,,, Tielt,,,,,,, Liège,5,,,,,,5 Veurne,,,,,,, Verviers,,,,9,,, Aalst,4,,,,,, Waremme,5,,,,5,, Dendermonde,5,,,,,, Arlon,,,,,,, Eeklo,,,,,,, Bastogne,8,5,5 5,,5 7,4,4 Gent,,,,,,4, Marche-en-Fam.,4, 4, 4,, 9,9 3,9 Oudenaarde,,,,,,, Neufchâteau,8,7, 8,,8 4,4 3,6 St.-Niklaas,,,,,5,5,4 Virton, 6,3, 8,3,, 4, Hasselt,3,5,,,,3, Dinant 5,4 5, 4, 8,, 3, 4, Maaseik,5,,,,,,5 Namur,7,4,,7,,4, Tongeren,,,,5,5,, Philippeville 66, 9,9 8, 4,9,4 7,9 4,8 Vlaanderen,3,,,,,, Wallonie 5,9,4, 3,,5,5, N totaal N totaal Onbekend België,,5,5,,7,,5 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K53 5 gevallen, dit is een daling van 54% in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : Hantavirus : evolutie van de registratiefrequentie (996-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 996 4, , , , 68,5,9 5,4 Hantavirus 3

93 Hantavirus Peillaboratoria + Referentielaboratorium 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 7% van de diagnoses werd in gesteld bij mannen (geslachtsverhouding M/V :,6), 48% van de diagnoses werd gesteld bij personen tussen 5 en 44 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Hantavirus : verdeling per leeftijd (N, ) N 4 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Hantavirus : verdeling per geslacht en per leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4, 3,4 5-4,8 4, ,9 7, ,5 4 8, , 7, 65,8 3,4 Totaal 36, 4, 4 Hantavirus

94 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Hantavirus 4. Seizoensevolutie uit de literatuur blijkt dat de evolutie van het aantal hantavirusinfecties een driejarige cyclus doormaakt (cf. internetadres deze vaststelling is niet bevestigd door het aantal gevallen gediagnosticeerd in (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Hantavirus : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Hantavirus : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (996-) N / 4 weken 4 WIV-K Besluit De gegevens van 996 en 999 leken te bevestigen dat dit infectietype een driejarige cyclus doormaakt maar de gegevens van ontkrachten de stelling. Het is bijgevolg raadzaam om de voorzorgsmaatregelen bekend te maken teneinde de risico s voor hantavirose in te perken, vooral in de provincies Hainaut, Namur en Luxembourg (cf. Hantavirus 5

95 Peillaboratoria Hepatitis A Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van het aantal geregistreerde gevallen van hepatitis A (994-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in 48 laboratoria registreerden ten minste geval, dit is 4% van alle peillaboratoria, de 48 laboratoria waren verspreid over 4/43 arrondissementen : 5 in Vlaanderen, 9 in Wallonië en 4 in Brussel (tabel ). Tabel : Hepatitis A : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven 4 4 Mons Brugge Mouscron 5 5 Diksmuide Soignies Ieper 33 Thuin Kortrijk Tournai Oostende 33 Huy Roeselare 33 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 5 Hasselt Namur Maaseik 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K5 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, daling van het aantal laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden, toegeschreven aan de daling van het aantal laboratoria in Vlaanderen ( : N=3, : N=5; tabel ). Tabel : Hepatitis A : evolutie van het aantal deelnemers (994-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Hepatitis A

96 Hepatitis A Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,3/ 5 inwoners; opmerkelijk is het feit dat 7% (6/9) van de gevallen zijn gelokaliseerd in de provincie Henegouwen (figuur ). Figuur : Hepatitis A : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - > - 4 > 4 TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K5 opmerkelijk is het feit dat van de 6 gevallen gediagnosticeerd in Brussel ( : N=), 8 gevallen werden gelokaliseerd in Sint-Jans-Molenbeek, 8 in Anderlecht, 7 in Sint-Joost-ten-Noode, 7 in Brussel-Stad, (figuur ). Figuur : Hepatitis A : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 9 WIV-K5 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Hepatitis A

97 Peillaboratoria Hepatitis A. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, daling van de incidentie in Vlaanderen, Wallonië en Brussel stabilisatie van de hoge incidentie in het arrondissement Mouscron ( : N=3; tabel 3). Tabel 3 : Hepatitis A : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., 994-) Arrond Arrond Antwerpen 9, 4, 6, 6, 4,4 3,5 3,,4,7 Brussel 5,9,8,3,6 3,7,7 6,5,7 6,3 Mechelen 3,,3 3,7,3,,3,3,,3 N totaal Turnhout,5,,5,5 4,8,,5,5, Nivelles, 4,8,9 5,3,9,9 4,9,6,3 Halle-Vilvoorde 3,3 4,4,5,4, 4, 3,6,9,3 Ath 8,,6,3 5, 5,,5,3,4,3 Leuven 5,7 3,,9,7 3,3 3,3,4 5,7,4 Charleroi,,9 4,3 5,9, 8, 5, 3,3 5, Brugge,9,,9,, 3,,5 3,7, Mons 3, 9,9 8,3 6,8 7,6,,,4, Diksmuide,,,,,,,,, Mouscron,8 8,3 5,5 4,6 7,,4,4 8,6 8,6 Ieper,,9,,,,9,,9, Soignies 6, 7,,9,3 5,7,7 4,6 5, 4, Kortrijk,,4,4,,8,7,5 3,,4 Thuin 37,9 5,5 8,3 3,4 6, 7,8 8,9 8,, Oostende,8,,4,,4,7,7,7,4 Tournai,,6,,,7 4,3,7,9,7 Roeselare,7,7,7,,7,4,,4, Huy 3,,4 3,, 3,, 5,,, Tielt,, 3,4 3,4,, 4,5 3,4, Liège 4,5 4,7,,,4,3,5,,3 Veurne,, 3,6,,,8,8,, Verviers 9,7 8,5,3 6,5 4, 4,9 7,7,8,7 Aalst,9,4,3,7,,5,,9,8 Waremme,,,,5, 4,4,,, Dendermonde 5,4,5,5 4,9 6,5 3,8 3,,5, Arlon,, 7,8,, 9,7 5,8 3,9, Eeklo,5,,3,,3,3, 6,3 3,8 Bastogne 5,, 5, 7,6 7,6,,,, Gent,4 3,5 3,9,8,4,8,8 3,, Marche-en-Fam.,, 4,,,,,,, Oudenaarde,,8,9,,9,9 3,5,9,7 Neufchâteau 7,3 7,3 7,3,9 4,5 3,6 5,4 3,6 3,6 St.-Niklaas,7,4 3,6 5, 4, 3,6 4,9,5 6, Virton 6,4,, 4, 8,4, 4, 4,, Hasselt,6 3,7 4,3 8,7 5,8,3,6,,8 Dinant 7,3,3, 9, 8, 4,,,, Maaseik,9,,5,9,,,,,5 Namur 3,6 5,4,9 6,5, 4,3,7,,4 Tongeren,5,5,,5,6,6,6,, Philippeville,7 3,3 9,9 3,3 3,3 3, 8,,4,6 Vlaanderen 3,3,4,8,7,8,4,3,4,5 Wallonie, 7,4 7,9 5, 6,3 4, 4,,9,3 N totaal N totaal Onbekend België 7, 5,6 5,6 4,6 5, 4, 4,3 3,5,3 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K5 36 gevallen, dit is een significante daling (p <,5) met lineaire trend van het aantal gevallen dat sinds wordt waargenomen (O.R. =,54; tabel 4). Tabel 4 : Hepatitis A : evolutie van de registratiefrequentie (994-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , , , , 437 3,4 358,8 36, Hepatitis A 3

98 Hepatitis A Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 48% van de gevallen werden gediagnosticeerd bij mannen (geslachtsverhouding M/V :,9) terwijl voordien de meeste gevallen in het kader van het surveillanceprogramma bij mannen werden gediagnosticeerd; 7% van de gevallen werden gediagnosticeerd bij kinderen tussen 5 en 4 jaar en 6% bij volwassenen tussen 5 en 44 jaar; significante daling met lineaire trend van het aantal gevallen dat sinds 998 wordt waargenomen bij jongeren tussen 5 en 4 jaar (998 : N=77, : N=6; O.R. =,35; figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Hepatitis A : verdeling volgens leeftijd (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Hepatitis A : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4,9 9, , 9 4, 5-4 3,8 9 7,4 5-44, 39 3, ,4 8, 65,9 9, Totaal,, 4 Hepatitis A

99 Peillaboratoria Hepatitis A 4. Seizoensevolutie hepatitis A wordt het hele jaar door gediagnosticeerd (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Hepatitis A : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K5 5 J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Hepatitis A : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (994-) N / 4 weken WIV-K Besluit significante daling (p <,5) met lineaire trend van de nationale incidentie van hepatitis A, die sinds 994 wordt geobserveerd (O.R. =,33) : deze daling wordt in Wallonië, Brussel en Vlaanderen vastgesteld; deze daling kan deels worden toegeschreven aan de daling van het aantal gediagnosticeerde gevallen bij kinderen tussen 5 en 4 jaar. Hepatitis A 5

100 Referentielaboratoria Legionella pneumophila Rapport van het Erasmus Ziekenhuis In analyseerde het referentielaboratorium (Erasmus Ziekenhuis - Brussel) 9 klinische stammen en milieustammen van Legionella. Vijf gevallen van Legionellose werden via een kweek gediagnosticeerd. Een geval van Legionellose werd via een cultuur en een urinaire antigeentest gediagnosticeerd. Een geval van Legionellose werd gediagnosticeerd via een urinaire antigeentest en serologie. Een geval van Legionellose werd gediagnosticeerd met behulp van een urinaire antigeentest, een cultuur en een rechtstreekse PCR (genen mip en 6SrRNA). Een geval werd opgespoord via een rechtstreekse PCR. De milieustammen van L. pneumophila sg evenals de klinische stam afkomstig van lokalisatie L werden door AFLP getypeerd om een eventueel epidemiologisch verband tussen de stammen te kunnen aantonen (). Tabel : L. pneumophila : epidemiologische karakteristieken () Species Staal Diagnosemethode Lokalisatie Patiënten L. pneumophila sg Bronchoalveolaire lavage Kweek Februari 77 jaar F Namur, Ziekenhuis J Datum Leeftijd Geslacht Postcode Oorsprong van de besmetting 5 Niet vastgelegd L. pneumophila sg Bronchoalveolaire lavage Kweek Mei 38 jaar F Tournai 75 Gemeenschap 3 L. pneumophila sg 4 L. pneumophila sg Bronchoalveolaire lavage Bronchoalveolaire lavage Kweek Juni 57 jaar F Geïsoleerd in Namur, ziekenhuis J Kweek Juli 83 jaar F Geïsoleerd in Brussel, ziekenhuis G PCR Augustus 45 jaar M Liège, ziekenhuis N 5 Gemeenschap Gemeenschap (reis in de Savoie) 5 L. pneumophila Bronchoalveolaire lavage 44 Niet vastgelegd 6 L. pneumophila sg Sputum Kweek Oktober 6 jaar M Mons 7 Gemeenschap 7 L. pneumophila sg Urine Urinaire Ag November 7 jaar M Brussel, 7 Nosocomiaal Sputum Kweek + PCR ziekenhuis A 8 L. pneumophila sg 9 L. pneumophila sg Pleuraal vocht Urine Sputum Bronchoalveolaire lavage Urine Bloed Kweek + PCR Urinaire Ag Kweek Kweek Urinaire Ag Serologie (> /5) December 5 jaar F Brussel, ziekenhuis A December 68 jaar M Brussel, ziekenhuis A 7 Nosocomiaal 7 Nosocomiaal Water L. pneumophila sg waterstaal Kweek Mei - - Jumet, 64-3 ziekenhuis M L. bozemanii waterstalen Kweek Augustus - - Comines L. bozemanii waterstalen Kweek September Comines L. pneumophila sg 5 waterstalen Kweek Oktober - - Mons 7 - () Valsangiacomo, C., F. Baggi, V. Gaia, T. Balmelli, R. Peduzzi, and J.C. Piffaretti Use of amplified fragment length polymorphism in molecular typing of Legionella pneumophila and application to epidemiological studies. J. Clin. Microbiol. 33 : Rapport van het A.Z.-V.U.B. Het referentielaboratorium (A.Z.-V.U.B. - Brussel) bevestigde de identificatie van 8 humane legionellastammen. Bovendien werden gevallen van legionellose enkel door een urinaire antigeentest gediagnosticeerd. Deze gevallen waren afkomstig van 8 verschillende instellingen. Het laboratorium heeft ook de identificatie bevestigd van 38 legionellastammen uit watermonsters van andere instellingen : L. pneumophila serogroep, L.pneumophila serogroep, 8 L. pneumophila serogroep 3, 5 L. pneumophila serogroep 4, 4 L. pneumophila serogroep 6, L. pneumophila niet van serogroepen -6 en 8 L. gormanii. Deze serogroep en speciesdistributie kan in geen geval beschouwd worden als representatief voor de verdeling van legionella in watersystemen in België, vermits sommige laboratoria herhaaldelijk isolaten van één bepaald systeem verzonden hebben. Legionella pneumophila

101 Legionella pneumophila Referentielaboratoria Tabel : L. pneumophila : epidemiologische karakteristieken () Patiënten Species Staal Datum Leeftijd Geslacht Ziekenhuis Lokalisatie Oorsprong van de besmetting L. pneumophila Bronchusaspiraat Maart* 4 jaar M A 45 Gemeenschap sg (zwembad?) L. pneumophila Sputum Juni 48 jaar M B 785? sg 3 L. pneumophila sg Bronchusaspiraat Juli 45 jaar V C 55 Gemeenschap (recente reis Italië) 4 L. pneumophila sg Sputum Augustus 5 jaar M D 4 Gemeenschap (recente reis Tenerife) 5 L. pneumophila sg Broncho-alveolair lavage Augustus 45 jaar V A 355 Gemeenschap (recente reis Italië) 6 L. pneumophila? Augustus?? D?? sg 7 L. longbeachae Broncho-alveolair lavage + Oktober 38 jaar V E 8? Sputum 8 L. pneumophila sg Broncho-alveolair lavage Oktober 59 jaar V F 3 Gemeenschap (ziek geworden tijdens reis in Turkije) Positieve urinaire AG test --- Positieve urinaire AG test Januari 75 jaar V G 43? Juli 7 jaar V H? * Ontvangstdatum stam op referentielabo : datum monstername niet meegedeeld. In registreerde EWGLINET (European Surveillance for travel associated legionaires disease) eveneens vijf gevallen van Legionellose bij Britse toeristen die deelnamen aan verschillende groepsreizen maar allemaal dagen vóór het begin van hun ziekte in een hotel in het Westvlaamse Menen verbleven (). Eén geval werd bevestigd door isolatie van een Legionella pneumophila van serogroep na terugkeer in Engeland. De anderen werden gediagnosticeerd door de detectie van het urinair Legionella antigen. De Vlaamse Gezondheidsinspectie bezocht het hotel en nam waterstalen. Het hotel ging tijdelijk dicht voor desinfectie. De legionellastammen geïsoleerd voor de desinfectie gingen verloren. Stammen geïsoleerd na de desinfectie konden moleculair worden getypeerd en vergeleken met het isolaat van één van de patiënten. Voor het uitvoeren van de RAPD (random amplified polymorphic DNA analysis) werd voor de waterisolaten gewerkt volgens de A.Z.-V.U.B. standaardprocedure. Het isolaat van de patiënt werd ons vanuit Engeland toegestuurd als heat-killed suspensie. De isolaten werden samen getest met stammen van serotype, die met uitzondering van 4 isolaten afkomstig van de epidemie in Kapellen, niet gerelateerd waren. De isolaten uit Kapellen hadden een identisch profiel. Het profiel van de waterisolaten uit het hotel in Menen en het isolaat van de Britse toerist konden als identisch beschouwd worden. Er kon echter wel een verschil worden waargenomen in intensiteit van de bandjes naargelang de gebruikte suspensie of run. Dit probleem stelt zich dikwijls bij de RAPD-techniek. Het profiel teruggevonden bij de isolaten uit Menen kwam overeen met het profiel teruggevonden bij drie andere Belgische patiënten (één van 997 en twee van - één geïsoleerd in juni en één in december). De AFLP (Amplified Fragment Length Polymorphism) werd uitgevoerd door het PHLS (London) op een heat-killed suspensie van de 4 isolaten uit de waterstalen en op het isolaat van de patiënt volgens de huidige EWGLI legionella standaard typeringsprocedure. Deze typering toonde aan dat het isolaat van de patiënt sterk verwant is met de vier isolaten uit de waterstalen van het hotel. De kleine verschillen in patronen waren waarschijnlijk te wijten aan het gebruik van heat-killed suspensies. De EWGL standaard AFLP legionellatyperingsmethode werd ook door ons uitgevoerd op de 4 waterisolaten en vergeleken met het profiel bekomen door het PHLS voor het patiëntenisolaat, dat ons elektronisch doorgestuurd werd. Er werden ook op deze manier kleine verschillen teruggevonden tussen de profielen van de waterisolaten en het patiëntenisolaat. Dit is waarschijnlijk meer te wijten aan een probleem van reproduceerbaarheid dan aan een werkelijk verschil tussen de verschillende isolaten en toont aan dat er moeilijkheden blijven bestaan bij het vergelijken van AFLP-patronen bekomen door verschillende laboratoria. Om deze redenen wordt er door de EWGLI groep gewerkt aan de oppuntstelling van een op DNA-sequentie gebaseerde typeringsmethode (). Niettemin bevestigen de gegevens bekomen uit RAPD en AFLP voldoende de epidemiologische bevindingen die het hotel als bron van infectie identificeerden. Referenties. Eurosurveillance weekly. Volume 6. Issue 4. 3 oct. Outbreak of legionnaires disease associated with visits to Belgium.. Valeria Gaia, Norman K.Fry, Timothy G. Harrison, and Raffaele Peduzzi. Sequence-based Typing of Legionella Pneumophila Serogroup offers the potential for True Portability in Legionellosis Outbreak Investigation.3. Journal of Clinical Microbiology 4 : Legionella pneumophila

102 Peillaboratoria Leptospira In diagnosticeerde laboratorium 5 gevallen. De verdeling per geslacht was als volgt : 8/5 waren personen van het mannelijke geslacht en 7/5 waren personen van het vrouwelijke geslacht. De leeftijd van de gevallen varieerde tussen 5 en 58 jaar. Negen onder hen waren gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen. In diagnosticeerden laboratoria, waaronder het referentielaboratorium, gevallen. De verdeling per geslacht was als volgt : 8/ waren van het mannelijke geslacht en / waren van het vrouwelijke geslacht. De leeftijd van de gevallen varieerde tussen 5 en 85 jaar. De gevallen waren verspreid (9/ in Vlaanderen). Leptospira

103 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Listeria Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van het aantal infecties met Listeria (994-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 4 laboratoria, dit is % van alle peillaboratoria : met uitzondering van de gegevens afkomstig van het referentielaboratorium, waren alle andere afkomstig van ziekenhuislaboratoria, verspreiding van de 4 laboratoria over 6/43 arrondissementen : in Vlaanderen, 9 in Wallonië en 3 in Brussel, toevoeging van de gegevens afkomstig van het referentielaboratorium (WIV Afdeling Bacteriologie) aan de gegevens van de peillaboratoria en verwijdering van dubbele registraties (tabel ). Tabel : Listeria : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles 5 5 Turnhout 7 Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven 4 Mons Brugge Mouscron 5 5 Diksmuide Soignies Ieper Thuin 5 Kortrijk Tournai 5 5 Oostende Huy Roeselare 5 5 Liège Tielt Verviers 5 5 Veurne Waremme Aalst 5 Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 5 Hasselt Namur Maaseik 5 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K6 3. Evolutie van het aantal deelnemers daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden, wat wordt toegeschreven aan een daling van het aantal laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden in Vlaanderen ( : N=6, : N=) (tabel ). Tabel : Listeria : evolutie van het aantal deelnemers (994-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Listeria

104 Listeria Peillaboratoria + Referentielaboratorium Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,4/ 5 inwoners; opmerkelijk is het feit dat het referentielaboratorium 3 gevallen heeft gediagnosticeerd of bevestigd, dit is 76% van de gevallen ( : N=4, : N=49) (figuren en ). Figuur : Listeria : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > -,75 >,75 -,5 >,5 TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K6 Figuur : Listeria : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 4 WIV-K6 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Listeria

105 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Listeria. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met voorgaande jaren, stabilisatie van de nationale incidentie (tabel 3). Tabel 3 : Listeria : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 994-) Arrond Arrond Antwerpen,,,4,,6,4,,4,5 Brussel,4,4,4,6,7,3,4,,5 Mechelen,3,3,,,3,,7,7,3 N totaal Turnhout,3,5,8,3,3,5,,, Nivelles,3,,3,6,9,,3,, Halle-Vilvoorde,6,6,4,4,5,9,,5, Ath,5,3, Leuven,,7,3,,,7,4,9,4 Charleroi,,5,7,,5,,,4,7 Brugge,4,8,8,7,4,4,4,4,4 Mons,,,,,4,,,, Diksmuide,,,,,, 4,,, Mouscron,,, 4,3,,4,4,,4 Ieper,,,,,,,,, Soignies,,,,6,,6,,, Kortrijk,,4,4,,,4,,4, Thuin,,7,,,,7,,7,4 Oostende,,,,,,,,7, Tournai,,7,,,7,,,,7 Roeselare,,7,,,,7,7,7, Huy,,,,,,,,, Tielt,,,,,,,,, Liège,3,,,,9,,3,7, Veurne,,,8,,,8,8,8, Verviers,4,,,4,,4,,, Aalst,,,5,,,,8,4, Waremme,,5,,,,5,,, Dendermonde,,5,,,5,,5,5,6 Arlon,,,,,,,,, Eeklo,,,,,3,,,, Bastogne,6,,,,,,,, Gent,,,,,8,,4,6, Marche-en-Fam.,,,,,,,,, Oudenaarde,,,,,,,9,, Neufchâteau,,,,8,8,8,,,8 St.-Niklaas,5,5,5,,,5,5,, Virton,,,,,,,,, Hasselt,3,5,8,8,8,3,3,,3 Dinant,,,,,,,,, Maaseik,,,9,4,,4,9,8,3 Namur,,,,4,,4,4,,4 Tongeren,,,,,,,,, Philippeville,,,,7,,, 4,9,6 Vlaanderen,,4,6,,5,5,5,6,4 Wallonie,3,3,,5,3,4,4,7,4 N totaal N totaal Onbekend België,3,4,5,4,6,5,5,6,4 N totaal 5 3 N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K6 44 infecties in, dit is een lichte daling in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : Listeria : evolutie van de registratiefrequentie (994-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 994 3, 995 4, , , , ,4 48,4 57,4 44,4 Listeria 3

106 Listeria Peillaboratoria + Referentielaboratorium 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 57% van de isolaties was afkomstig van personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,3), 59% van de isolaties was afkomstig van personen 65 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Listeria : leeftijdsverdeling (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Listeria : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 8,3, - 4,, 5-4,, 5-4,, ,7 5, ,8 3 6, , 66,7 Totaal 4, 8, 4 Listeria

107 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Listeria 4. Seizoensevolutie isolaties van Listeria kunnen het hele jaar door worden waargenomen (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Listeria : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K6 4 3 J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Listeria : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (994-) N / 4 weken WIV-K Besluit Isolaties van Listeria worden het hele jaar door waargenomen en in het bijzonder bij personen 65 jaar en immunosuppressieve patiënten. De meldingsplicht van Listeria geldt alleen in de Vlaamse Gemeenschap. In de Franse Gemeenschap moet in geval van een epidemische opstoot ( gevallen/week/gemeenschap) de Gezondheidsinspecteur van de provincie evenals het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (F.A.V.V. op de hoogte worden gebracht om het voedingsmiddel dat de infectie heeft veroorzaakt op te sporen. Listeria 5

108 Referentielaboratorium Listeria Het referentielaboratorium voor Listeria (WIV - Afdeling Bacteriologie) ontving stammen van menselijke en dierlijke oorsprong en stammen uit voeding. Alle stammen waren het voorwerp van een biochemische identificatie. Voor Listeria monocytogenes werd bovendien het serotype bepaald. De stammen van menselijke oorsprong kwamen van verschillende laboratoria voor klinische biologie (universitaire, openbare en privé-ziekenhuizen, privé-laboratoria). De stammen van dierlijke oorsprong werden ingestuurd door veterinaire laboratoria. De stammen uit voedingsmiddelen kwamen van verschillende officiële en privé-laboratoria voor de microbiologie van voedingswaren. Het referentielaboratorium ontving 3 stammen van humane oorsprong. In de tabellen en 3 zijn de stammen die werden geïsoleerd bij een moeder en haar baby afzonderlijk geteld. Tabel : Listeria : verdeling volgens serovar en symptoom (N; ) /a /b 3a 4a 4b niet-typeerbaar Totaal Foetomoederlijke vorm Isolatie kind Isolatie moeder Isolatie moeder + kind Volwassen-kinderlijke vorm Meningo-encefalitis Isolatie C.S.V Isolatie C.S.V. + bloed Septicemie Andere Totaal Tabel : Listeria : verdeling volgens leeftijdsgroep en serovar (N; ) /a /b 3a 4a 4b niet-typeerbaar Totaal Foetus d. - 5 d d. - d d. - m m. - j j. - j j. - j j. - 3 j j. - 4 j j. - 5 j j. - 6 j j. - 7 j j. - 8 j j. - 9 j j Onbekend Totaal Tabel 3 : Listeria : verdeling volgens geslacht en serovar (N; ) Geslacht /a /b 3a 4a 4b niet-typeerbaar Totaal Mannelijk Vrouwelijk Onbekend * Totaal Listeria

109 Listeria Referentielaboratorium Tabel 4 : Listeria : maandelijkse verdeling (N; ) /a /b 3a 4a 4b niet-typeerbaar Totaal Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Totaal Tabel 5 : Listeria : jaarlijkse verdeling (N; 99-) Jaar N Jaar N Jaar N De resistentietest tegen de metalen arsenicum en cadmium is op alle serotypeerbare stammen van humane oorsprong uitgevoerd (tabel 6). Tabel 6 : Listeria : resistentie tegen metaal (N; ) Serovar Totaal As:r; Cd:r As:r; Cd:s As:s; Cd:s As:s; Cd:r /a /b a a - - 4b As:r; Cd:r : resistent tegen arsenicum en resistent tegen cadmium As:r; Cd:s : resistent tegen arsenicum en gevoelig voor cadmium As:s; Cd:s : gevoelig voor arsenicum en gevoelig voor cadmium As:s; Cd:r : gevoelig voor arsenicum en resistent tegen cadmium Opmerkingen Tabel 7 geeft een overzicht van de verdeling van de stammen van humane oorsprong in functie van de serogroep in de voorgaande 8 jaren. Tabel 7 : Listeria : verdeling van de serogroepen / - 3 en serogroep 4 (N; 985-) Jaar Humane oorsprong Jaar Humane oorsprong /-3 4 /-3 4 niet-typeerbaar N % N % N % N % N % Het aantal stammen van humane oorsprong daalde in met ongeveer een derde t.o.v. het jaar daarvoor. De daling is nagenoeg uitsluitend toe te schrijven aan een daling van het aantal 4b-isolaties. De reden voor de daling van 4b-isolaties is onbekend. Het referentiecentrum vond in geen analoge serovarverschuiving bij de voedingsisolaties. De humane stammen werden onderzocht op hun resistentie tegen arseen en cadmium. De meeste stammen van de /-groep zijn ofwel gevoelig voor beide metalen, ofwel gevoelig voor arseen en resistent tegen cadmium. De klinische stammen werden getest op hun gevoeligheid voor antibiotica. Geen enkele stam vertoonde resistentie! Listeria

110 Peillaboratoria Neisseria meningitidis Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met N. meningitidis (987-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten, bestudering van de sinds 99 stijgende trend van het waargenomen aantal infecties bij jongeren 5 jaar.. Casusdefinitie alleen isolaties uit bloed en C.S.V. 3. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 6 laboratoria, dit is 5% van alle peillaboratoria; de 6 laboratoria waren allemaal ziekenhuislaboratoria, verspreiding van de 6 laboratoria over 9/43 arrondissementen : 39 in Vlaanderen, 7 in Wallonië en 6 in Brussel (tabel ). Tabel : N. meningitidis : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare 67 3 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 Hasselt Namur Maaseik 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K9 4. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met de voorgaande drie jaren, daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden, toegeschreven aan de daling van het aantal laboratoria in Wallonië ( : N=, : N=3, : N=7; tabel ). Tabel : N. meningitidis : evolutie van het aantal deelnemers (987-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Neisseria meningitidis

111 Neisseria meningitidis Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie in incidentiecijfer van,7/ 5 inwoners op nationaal niveau; opmerkelijk zijn de gediagnosticeerde gevallen in het arrondissement Antwerpen ( : N=5) en de 4 gevallen in Brussel ( : N=4) (figuur ). Figuur : N. meningitidis : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN > - > - 4 > 4 B CR AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV WIV-K9 Neisseria meningitidis

112 Peillaboratoria Neisseria meningitidis. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, daling van de nationale incidentie, zowel in Vlaanderen als in Wallonië (tabel 3). Tabel 3 : N. meningitidis : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., 993-) Arrond Arrond Antwerpen,4,6,9,,7,8,,6 5,5, Brussel,7,,8,,3,6, 3,3,5,4 Mechelen,3,,7,,3,3 3,6,6 5,,3 N totaal Turnhout,8,3,5,,8 3,8 4,7 3,7 4,9,7 Nivelles,6,6 3,3,7 3,5,9,6,4,,7 Halle-Vilv.,,5,5,5,7,5,6,3,9,7 Ath,,,,3,3,,3,3,3,5 Leuven,4,6 4,3 3,3 3,8,,,3,3,7 Charleroi,7,4,5,9,9,9,,4,, Brugge,8, 3,4 5,,,9,6 3,3 4,8,5 Mons,8,8,4,,,4,,,8, Diksmuide 4,,,,, 6,3 8,3 6,3, 6, Mouscron,,,4,4,,4,4,9,4, Ieper,,9, 3,8,,9 4,8 3,8,, Soignies,,,6,6,6,6,,6,3,7 Kortrijk,4,8,,,9, 3,,8,9,5 Thuin,4,,,4,7,,4,7,4,7 Oostende,,,8,,, 4,,4,,8 Tournai,7,,4,7,7,7,4,,,4 Roeselare, 3,6,,9,9,9 8,6,9 3,6 3,5 Huy,,,,, 3, 3,, 3,, Tielt,3,,3,,, 4,6 5,7,, Liège,,,,9,7,9,9,7,4,9 Veurne,,,, 3,6,,,,,7 Verviers,4,8,,4,8,5,9,8,5,4 Aalst,,,5,,,8,3,5,8,8 Waremme,, 4,6,,,,,5,,9 Denderm.,,,,,, 4,8,6,7, Arlon 6, 6, 7,9 7,8 7,8 5,9 3,9,9 3,9, Eeklo,,, 3,8,5,,3 3,8 3,8,3 Bastogne,,,,,,,,,, Gent,,8,,,6 3,,6,,6,8 Marche-en-F,,,,,,,,,, Oudenaarde,,,,,,9,,,, Neufchâteau, 7,3 5,5 3,6 5,5,8 7, 3,6 3,6, St.-Niklaas,9,9,8,4,9,9,8,9 4, 4,9 Virton,, 4,,,,,,, 6, Hasselt,5,,3,9,7,7,9 3,, 3, Dinant,,,,,, 3,,,, Maaseik,,,,9,8,9,4 4,,8,8 Namur,,,4,7,4,,8,7,5,7 Tongeren,5,5,,5,,6,, 5,8,6 Philippeville,7,,,,7 3,3,6 3,3,6, Vlaanderen,8,3,8,7,9,9,7, 3,, Wallonie,8,9,,,4,,4,4,9, N totaal N totaal Onbekend België,,3,8,7,8,6,,,5,7 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K9 7 gevallen, dit is een felle daling in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : N. meningitidis : evolutie van de registratiefrequentie (985-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 985 8, , , , , ,5 99 9,7 99,8 993, , , , , , ,8 6,7 6, 7,4 Neisseria meningitidis 3

113 Neisseria meningitidis Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 56% van de isolaties is uitgevoerd bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,3); 9% van de gevallen is gediagnosticeerd bij kinderen tussen en 4 jaar ( : 66/47 of 7% van de gevallen); opmerkelijk is het feit dat ongeveer /4 van de gevallen is waargenomen bij jongeren tussen 5 en 4 jaar (996 : N=36 of %; 997 : N=44 of 4%; 998 : N=37 of 3%; 999 : N=53 of 4%; : N=54 of 6%; : N=6 of 4%, : N=39 of 3%; figuur, tabel 5); Figuur : N. meningitidis : leeftijdsverdeling (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : N. meningitidis : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 3 3,8 6 8, ,9 8 4, ,8 7 3, ,6 4 8, ,4 7 9, ,3 8,8 65, 4 5,4 Totaal 94, 74, 4. Oorsprong van de afgenomen stalen net zoals voorgaande jaren werd /3 van de stalen in afgenomen uit C.S.V. van kinderen < 5 jaar en personen 5 jaar, en /3 uit bloed (tabel 6). Tabel 6 : N. meningitidis : evolutie van de verdeling van de isolaties volgens de oorsprong van de afgenomen stalen (%, 994-) Oorsprong van de afgenomen stalen < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. < 5 j. > 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. C.S.V Bloed C.S.V. + Bloed Totaal (N) Neisseria meningitidis

114 Peillaboratoria Neisseria meningitidis 5. Seizoensevolutie infecties met N. meningitidis worden het hele jaar door waargenomen maar meestal meer in de winter en minder in de zomer, met uitzondering van ; opmerkelijk is de piek die in maart 999 is vastgesteld (N=35) (figuren 3 en 4). Figuur 3 : N. meningitidis : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K9 5 J F M A M J J A S O N D Figuur 4 : N. meningitidis : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N / 4 weken 4 WIV-K Aanbevelingen De aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad met betrekking tot de vaccinatie tegen meningokokkenmeningitis van serogroep C vindt u op het volgende internetadres : Besluit de nationale incidentie van infecties met N. meningitidis ( :,7/ 5 inwoners) is vergelijkbaar met die waargenomen tussen 995 en 998, het percentage van het aantal gevallen gediagnosticeerd bij jongeren tussen 5 en 9 jaar blijft stabiel (ongeveer een vierde van de gediagnosticeerde gevallen), wij herhalen dat de evolutie van N. meningitidis per serogroep in het jaarrapport van het referentielaboratorium staat. Neisseria meningitidis 5

115 Peillaboratoria Parainfluenza Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met Parainfluenza (996-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste geval door laboratoria, dit is 8% van alle peillaboratoria, waarvan 9 ziekenhuislaboratoria en 3 privé-laboratoria, verspreiding van de laboratoria over 3/43 arrondissementen : in Vlaanderen, 8 in Wallonië en 4 in Brussel (tabel ). Tabel : Parainfluenza : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen 7 Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi 5 Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk 7 Tournai Oostende Huy Roeselare Liège Tielt Verviers 5 5 Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt 4 7 Namur 33 Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K84 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, lichte toename van het aantal laboratoria die ten minste één geval diagnosticeerden (tabel ). Tabel : Parainfluenza : evolutie van het aantal deelnemers 996-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Parainfluenza

116 Parainfluenza Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,8/ 5 inwoners; (7%) van de 93 gevallen zijn gediagnosticeerd door privé-laboratoria terwijl de andere zijn gediagnosticeerd in ziekenhuislaboratoria; opmerkelijk zijn de 9 gevallen gediagnosticeerd in Brussel ( : N=47, : N=7; figuren en ). Figuur : Parainfluenza : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > -,5 >,5-3, > 3, TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K84 Figuur : Parainfluenza : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 8 9 WIV-K84 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Parainfluenza

117 Peillaboratoria Parainfluenza. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, daling van de nationale incidentie, toegeschreven aan de daling van het aantal gediagnosticeerde gevallen in Brussel; opmerkelijk is het feit dat één van de laboratoria in Brussel 47 gevallen heeft gediagnosticeerd in, 76 in, 7 in, 48 in 999 en 5 gevallen in zowel 998 als 997 (tabel 3). Tabel 3 : Parainfluenza : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 997-) Arrondissement Arrondissement Antwerpen,3, 3,4, 4,3 5,9 Brussel 3,7 7,,9 5,3 3,7 3, Mechelen,, 6,9,3,3,3 N totaal Turnhout,3,,5,3,5, Nivelles,,,,6,7, Halle-Vilvoorde 3,3,7 3,4 3, 3,6 3, Ath 3,8,3,3,5,5, Leuven,3,7,3 8,5,4, Charleroi,9,5 3,3,,,4 Brugge,,6,,7,6,5 Mons,4,6,,8,4,8 Diksmuide,,,,,, Mouscron,4,,,,, Ieper,,,,,, Soignies, 5, 4,,6,3 6,9 Kortrijk,4,5,,,7, Thuin 3,4,8,7,,4 3,4 Oostende, 3,5,4,4,4,4 Tournai 5,7,,7,7,7,4 Roeselare 7,,7,,,7,7 Huy,,,,,, Tielt 3,4 3,4,,,3 3,4 Liège,,,7,7,4, Veurne,8, 3,6,,8, Verviers,4,4,9,,, Aalst,,5,,4,4, Waremme,,5,5,,9, Dendermonde 3,,5,5,,6, Arlon, 5,9,, 3,9,9 Eeklo,,,3,,3 6,3 Bastogne,5,5,5,,5, Gent,4,4,,,6, Marche-en-Fam.,,,,,, Oudenaarde,9,6,9,,,7 Neufchâteau,,8,8,8,, St.-Niklaas,,9 3, 4,,7,3 Virton,,,,,, Hasselt,3,,4,6,3,5 Dinant 6, 4, 3,, 8, 7, Maaseik,5,,,,5, Namur,,4,7,4,,7 Tongeren,,,,,,6 Philippeville,7,7 3,3,,,6 Vlaanderen,3,3,9,5,7,8 Wallonie,3,3,5,9,8,3 N totaal N totaal Onbekend België,5 3, 3,8,7 4,,8 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K84 93 gevallen, dit is een daling van 9% in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : Parainfluenza : evolutie van de registratiefrequentie (996-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 996, , , , 78, 4 3, 93,5 Parainfluenza 3

118 Parainfluenza Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 5% van de gevallen is in gediagnosticeerd bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,5); 8% van de gevallen is gediagnosticeerd bij kinderen < 5 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Parainfluenza : leeftijdsverdeling (N, ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Parainfluenza : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 73 48,7 6 4, ,3 5 35, ,3 9 6, , 6 4, ,7 5 3, ,7 7, 65,3,4 Totaal 5, 43, 4 Parainfluenza

119 Peillaboratoria Parainfluenza 4. Seizoensevolutie Parainfluenza wordt het hele jaar door waargenomen, het is evenwel opvallend dat het grootst aantal gevallen telkens eind mei en begin juni wordt vastgesteld (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Parainfluenza : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Parainfluenza : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (996-) N / 4 weken 8 WIV-K Besluit Infecties met Parainfluenza worden voornamelijk in het voorjaar vastgesteld. Het is nuttig te herinneren aan het belang om de evolutie van griepale en niet-griepale acute luchtweginfecties per provincie of zelfs per arrondissement op de voet te volgen zodat huisartsen hun behandeling van de patiënten kunnen aanpassen in functie van de in omloop zijnde bacteriën en/of virussen. Parainfluenza 5

120 Peillaboratoria Parvovirus Dit virus maakt sinds deel uit van het surveillanceprogramma. In registreerden 4 laboratoria 37 infecties. Een laboratorium diagnosticeerde 9 gevallen. De infecties waren vooral in Brussel (N=8) en in Wallonië (N=4) gelokaliseerd. De verdeling per geslacht was als volgt : 5/37 waren van het mannelijke geslacht en /37 waren van het vrouwelijke geslacht. De verdeling per leeftijd was als volgt : /37 waren kinderen 5 jaar, 7/37 waren kinderen tussen 6 en jaar en 8/37 waren volwassenen tussen en 6 jaar. In registreerde laboratorium 5 infecties. Deze waren vooral gelokaliseerd in Brussel (N=3), de overige gevallen waren gelokaliseerd in Vlaanderen. De verdeling per geslacht was als volgt : /5 waren van het mannelijke geslacht en 3/5 waren van het vrouwelijke geslacht. De verdeling per leeftijd was als volgt : 3/5 waren kinderen 5 jaar, 5/5 waren kinderen tussen 6 en jaar en 7/5 waren volwassenen tussen en 33 jaar. Parvovirus

121 Referentielaboratorium Pasteurella species Sinds is het referentielaboratorium gevestigd bij het DGZ-Vl - Verbond West-Vlaanderen. In de loop van werden 7 Pasteurella-stammen aangeboden van verschillende ziekenhuizen of klinische laboratoria voor biochemische identificatie (6 in ). De stammen waren afkomstig van etter (al of niet in verband met verwondingen door dieren), wonden of ulcera in 7 gevallen en van sputum in 5 gevallen. Van de overige gevallen was de oorsprong bloed (), pleuraal vocht (), biopt () of onbekend (). De stammen werden biochemisch geidentificeerd als volgt : P. multocida subsp. multocida : 8 stammen P. multocida subsp. septica : 3 stammen P. canis biovar : 5 stammen Andere (geen Pasteurella) : Alle stammen geïsoleerd uit sputum bleken P. multocida subsp. multocida te zijn. Uit stalen van etter, ulcera of wonden worden de 3 stammen aangetroffen. Uit onze gegevens blijkt er geen onderscheid te bestaan tussen de stammen van wonden veroorzaakt door dieren en andere. Pasteurella species

122 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Plasmodium Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van Plasmodium-infecties (984-), schatting nationale incidentie, beschrijving van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënt.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 9 laboratoria, dit is 4% van het totaal aantal peillaboratoria, zoals voorheen, toevoeging van de gegevens van het referentielaboratorium (I.T.G. Antwerpen) aan die van de peillaboratoria en verwijdering van dubbele registraties, verspreiding van de 9 laboratoria over 8/43 arrondissementen : 4 in Vlaanderen, in Wallonië en 5 in Brussel (tabel ). Tabel : Plasmodium : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin 5 Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare 67 Liège 33 4 Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst 5 Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik 5 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K 3. Evolutie van het aantal deelnemende laboratoria tussen en, lichte daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden in Wallonië ( : N=, : N=3, : N=) (tabel ). Tabel : Plasmodium : evolutie van het aantal deelnemende laboratoria (984-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Plasmodium

123 Plasmodium Peillaboratoria + Referentielaboratorium Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in incidentie van 3/ 5 inwoners op nationaal niveau, opmerkelijk zijn de 69 gediagnosticeerde gevallen in Brussel ( : N=6, : N=64) en de 6 gevallen gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=55, : N=57; figuur ). Figuur : Plasmodium : verspreiding van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 97 WIV-K Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Evolutie van de registratiefrequentie sinds 999 is een dalende evolutie van het aantal gediagnosticeerde gevallen merkbaar, opmerkelijk is het feit dat het referentielaboratorium 86 gevallen, dit is 6% van alle gevallen ( : N=7), heeft gediagnosticeerd of bevestigd (tabel 3). Tabel 3 : Plasmodium : evolutie van de registratiefrequentie (984-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , , , 989 7, 99 64, 99 34, , , , , , , , ,9 337,6 37,6 99,5 Plasmodium

124 Peillaboratoria + Referentielaboratorium Plasmodium 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 69% van de isolaties is afkomstig van personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,), de helft van de gevallen is gediagnosticeerd bij personen tussen 5 en 44 jaar, /43 waren 3 jaar oud (figuur, tabel 4). Figuur : Plasmodium : verdeling volgens leeftijd (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 4 : Plasmodium : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4, 3 3, ,6, 5-4 4,4 3, , 36 4, ,6 5 6,9 65 5, 4 4,5 Totaal 94, 89, Plasmodium 3

125 Plasmodium Peillaboratoria + Referentielaboratorium 4. Geografische oorsprong van de infectie de geografische oorsprong van de infectie was gekend voor 3 van de 9 gevallen (38%); in was zij gekend voor 34 van de 37 gevallen (4%); 98 gevallen zijn besmet in Afrika, waarvan 7 in Congo-Kinshasa en 9 in Azië; net zoals voorheen is meer dan 8% van de gevallen in Afrika besmet (tabel 5). Tabel 5 : Plasmodium : geografische oorsprong (N, %; 993-) N % N % N % N % N % N % N % N % N % Afrika 47 9,5 3 85,7 9 8, 54 86, , , ,6 5 93, Amerika,7,3 4,5, 4,4 3,8,6,5 6 5 Azië 6 6, 9,3 4, 6,7 6 9,6 8,5 6,5 7 5, 9 8 Europa,4,6, - -,6 3,8, Oceanië,4,, - -,6,6, Totaal Evolutie in functie van de species in was het type van stammen gekend; net zoals voorheen behoren de meeste stammen in toe aan het type P. falciparum (tabellen 6 en 7). Tabel 6 : Plasmodium : evolutie van de verspreiding van de geïncrimineerde species (N; 99-) P. falciparum P. vivax P. ovale P. malariae P. falc.+p. ov P. falc.+p. mal Gemengde inf Totaal Tabel 7 : Plasmodium : verspreiding van de geïncrimineerde species (%; 99-) P. falciparum 79,4 76,5 7,4 6,5 56,5 64,5 75,7 74,9 77, 7,6 74, 73,7 84,8 P. vivax 9,3 3,,4-6,7,8 7,8,3,5 9,8 5,,5, P. ovale 8,9 7,,4 8,6, 9,8 4,4 9,5 9,9 7, 9,,5 3,8 P. malariae,, 3, 3, 4,5,,6 3,3,5,6, 6,,4 P. falc.+p. ov ,4 -, P. falc.+p. mal ,3 -,4, Gemengde inf.,, - 3,,3, Totaal (N) van de 98 infecties uit Afrika behoren er 8 tot het type P. falciparum; van de 9 infecties afkomstig uit Azië behoren er 5 tot het type P. vivax (tabel 8). Tabel 8 : Plasmodium : verspreiding van de species per continent (N; ) Afrika Amerika Azië Europa Onbekend Totaal P. falciparum P. ovale P. vivax 5-4 P. malariae Onbekend Totaal Plasmodium

126 Referentielaboratorium Rabies Het referentielaboratorium voor rabies is in het Pasteur Instituut te Brussel gevestigd. Vaccin tegen rabies bij de mens. Curatieve vaccinatie tegen rabies In zijn 87 personen tegen rabies gevaccineerd. In de tabellen, en 3 wordt hun verspreiding getoond in functie van de ernst van de besmetting en de regio waarin de besmetting plaatsvond. Er zijn 387 serologische tests uitgevoerd. Tabel : Rabies : behandelde personen () Na blootstelling Totaal aantal behandelingen Krab Beet Bewijs van rabies - Type contact Krab + beet Contact met Contact wonde zonder wonde In België In het buitenland Totaal NP Totaal Tabel : Rabies : verspreiding, per provincie, van de behandelde personen na blootstelling in België () Na blootstelling Totaal aantal behandelingen Krab Beet Bewijs van rabies - Type contact Krab + beet Contact met Contact wonde zonder wonde Antwerpen Vlaams-Brabant Waals-Brabant Brussel West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Hainaut Liège Limburg Luxembourg Namur Niet geregistreerd Totaal NP Totaal Tabel 3 : Rabies : verspreiding, per land, van de behandelde personen na blootstelling in het buitenland () Na blootstelling Totaal aantal behandelingen Na blootstelling Totaal aantal behandelingen Bali Roemenië 3 Brazilië Servië Cambodia Thailand China Tunesië 3 Ecuador Turkije 9 Frankrijk USA Griekenland Vietnam Guatemala Yoegoslavië India Zambie Italië 4 Niet gepreciseerd 9 Kenya Kongo Madagaskar Marokko 6 Mauretanië Moldavië Péru Portugal Totaal 8 Rabies

127 Rabies Referentielaboratorium Tabel 4 : Rabies : diersoort verantwoordelijk voor de vaccinatie in België () Na blootstelling Totaal aantal behandelingen Krab Beet Bewijs van rabies - Type contact Krab + beet Contact met Contact wonde zonder wonde NP Totaal Tamme dieren Bizon Rund Geit Kat Paard Hond Schaap Gans Wilde dieren Wezel Vleermuis Fret Hert Woelmuis Vos Niet gepreciseerd (NP) Totaal Tabel 5 : Rabies : aard van het resultaat van de dierlijke diagnose na blootstelling in België () Na blootstelling Totaal aantal behandelingen Krab Beet Bewijs van rabies - Type contact Krab + beet Contact Contact met wonde zonder wonde NP Totaal Diagnose van rabies bevestigd door laboratorium Diagnose van rabies ontkracht door laboratorium Dier onder toezicht Dier op de vlucht Geen resultaten Overleden dier Geen resultaten Geslacht dier Geen resultaten Niet gepreciseerd Totaal Tabel 6 : Rabies : oorsprong en ernst van de besmetting na blootstelling in België () Type contact Type besmetting Totaal aantal behandelingen Bewijs van rabies Type contact Type besmetting Totaal aantal behandelingen Bewijs van rabies Krab goedaardig ernstig heel ernstig NP subtotaal Contact met wonde Goedaardig ernstig heel ernstig NP subtotaal Beet goedaardig ernstig heel ernstig NP subtotaal 6 7 Geen contact met wonde goedaardig ernstig heel ernstig NP subtotaal Krab + beet goedaardig ernstig heel ernstig NP subtotaal Niet gepreciseerd Totaal 7 Rabies

128 Referentielaboratorium Rabies Tabel 7 : Rabies : verdeling van de behandelingen in functie van enkel- of een meervoudige besmetting () Type contact Type besmetting Totaal aantal behandelingen Bewijs van rabies Type contact Type besmetting Totaal aantal behandelingen Bewijs van rabies Krab NP enkelvoudig meervoudig subtotaal Contact met wonde NP enkelvoudig meervoudig subtotaal Beet NP enkelvoudig meervoudig subtotaal 6 7 Geen contact met wonde NP enkelvoudig meervoudig subtotaal Krab + beet NP enkelvoudig meervoudig subtotaal NP Totaal 7 Tabel 8 : Rabies : oorsprong en plaats van de besmetting na blootstelling in België () Type contact Type besmetting Totaal aantal behandelingen Bewijs van rabies Type contact Type besmetting Totaal aantal besmettingen Bewijs van rabies Krab hoofd bov. ledematen NP subtotaal Contact met wonde hoofd bov. ledematen NP subtotaal Beet Krab + beet hoofd bov. ledematen hoofd + ond. ledematen bovenlichaam NP subtotaal hoofd bov. ledematen ond. ledematen NP subtotaal Geen contact met wonde NP Totaal hoofd bov. ledematen NP subtotaal -- 7 Tabel 9 : Rabies : behandelingen uitgevoerd in België na besmetting in België () Totaal aantal behandelingen Krab Beet Krab + beet Bewijs van rabies - Type contact Contact met wonde Contact zonder wonde NP Totaal curatief = 4 DV curatief herhaling = 3DV curatief onderbroken + DV curatief herhaling = DV curatief herhaling = DV Totaal zonder GG GV = GG + 4 DV GV = GG + 5 DV Totaal met GG Totaal Dosissen van het vaccin Mérieux = DV Gammavaccinatie = GV Gammaglobulines = GG Rabies 3

129 Rabies Referentielaboratorium. Preventieve vaccinatie tegen rabies Tabel : Rabies : profylactische vaccinaties : indeling volgens beroep () Primovaccinatie Herhaling van primovaccinatie Totaal Personeel slachthuis Onderzoeker Jager Kweker 3 -- Onderhoudspersoneel -- Opvoeder -- Student-dierenarts 5 Jachtopziener -- Boswachter Dokter 4 Arbeidsgeneesheer Natuuronderzoeker Laboratoriumtechnicus 3 Veearts 8 -- Reis naar het buitenland 75 Totaal Diversen Gebruikt vaccin tegen rabies Gebruikte immunoglobulines tegen rabies Post-vaccinale complicaties van neurologische aard Overlijden ten gevolge van rabies bij gevaccineerden Vaccin Mérieux Het rabiesvaccin van het Institut Mérieux is een gelyofiliseerde gestabiliseerde suspensie van een rabiesvaccin op basis van een Wistar PM/WI 38-stam die helemaal is geïnactiveerd door bètapropiolactone en wordt verkregen door de kweek op humane diploïde MRC 5 -cellen De immunoglobulines tegen rabies van humane oorsprong zijn geleverd door Aventis Pasteur (Mérieux) Geen Geen Vaccinatie vóór besmetting Primovaccinaties 84 Herhalingen 38 Totaal 94 Aantal gevaccineerde personen (na blootstelling in België en in het buitenland) 87 Algemeen totaal 9 4 Rabies

130 Referentielaboratorium Rabies Tabel : Rabies : evolutie van het aantal vaccinaties tegen rabies (curatief en preventief) in België (966-) Jaar Preventieve vaccinaties Curatieve vaccinaties primo herhaling totaal zonder GG met GG totaal Curatieve + Preventieve Rabies 5

131 Rabies Referentielaboratorium Rabies bij dieren Tabel : Rabies : indeling per provincie van POSITIEVE dieren Provincies Tamme diersoorten Wilde diersoorten hond kat rund schaap geit andere subtotaal vos andere subtotaal totaal Luxembourg Namur Totaal Het totaal aantal analyses van de diagnose van rabies bij dieren bedraagt 833. Geen enkel geval was positief. In is in België dus geen enkel geval van rabies geregistreerd. Tabel : Rabies : indeling van rabies volgens de diersoorten in België (966-) Jaar Wilde diersoorten vos das hertachtige diversen rund schaap geit Tamme diersoorten paard varken hond kat totaal positief Totaal geanalyseerde dieren Rabies

132 Peillaboratoria Rubivirus Dit virus maakt sinds deel uit van het surveillanceprogramma. In registreerden 5 laboratoria 3 infecties. Een laboratorium diagnosticeerde gevallen. De infecties waren vooral gelokaliseerd in Brussel (N=9). De verdeling per geslacht was als volgt : 4/3 waren van het mannelijke geslacht en 7/3 waren van het vrouwelijke geslacht. De verdeling per leeftijd was als volgt : /3 was een kind 5 jaar, 5/3 waren kinderen tussen 6 en jaar en 5/3 waren volwassenen tussen en 4 jaar. In registreerden 3 laboratoria infecties. En laboratorium diagnosticeerde 9 gevallen. De infecties waren vooral gelokaliseerd in Brussel (N=6), 5 onder hen in Schaarbeek. De verdeling per geslacht was als volgt : 5/ waren van het mannelijke geslacht en 6/ waren van het vrouwelijke geslacht. De verdeling per leeftijd was als volgt : / was een kind 5 jaar, 5/ waren kinderen tussen 6 en jaar en 4/ waren volwassenen tussen en 39 jaar (van geval was de leeftijd niet bekend). Rubivirus

133 Peillaboratoria Respiratoir Syncytiaal Virus Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trends van infecties met R.S.V. (996-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 79 laboratoria, dit is 65% van alle peillaboratoria, waarvan 7 ziekenhuislaboratoria en 9 privé-laboratoria, verspreiding van de 79 laboratoria over 33/43 arrondissementen : 4 in Vlaanderen, 9 in Wallonië en 8 in Brussel (tabel ). Tabel : R.S.V. : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare 67 3 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K85 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, stabilisatie van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden (tabel ). Tabel : R.S.V. : evolutie van het aantal deelnemers (996-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Respiratoir Syncytiaal Virus

134 Respiratoir Syncytiaal Virus Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van 4,3/ 5 inwoners; het is opmerkelijk dat 7 (4%) van de 454 gediagnosticeerde gevallen door een privé-laboratorium werden gediagnosticeerd; opmerkelijk zijn de 88 gevallen gediagnosticeerd in Brussel (753 in ) en meer bepaald in Schaarbeek (N=6, 8%), Sint-Jans-Molenbeek (N=98, %), Anderlecht (N=88, %) en Brussel-Stad (N=89, %) (figuren en ). Figuur : R.S.V. : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - > - 4 > 4-6 > 6 TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K85 Figuur : R.S.V. : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 48 WIV-K85 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Respiratoir Syncytiaal Virus

135 Peillaboratoria Respiratoir Syncytiaal Virus. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, stijging van de incidentie in Wallonië en vooral in de arrondissementen Arlon ( : N=75, bijna twee keer zoveel als in : N=44 en : N=38) en Dinant ( : N=8, bijna twee keer zoveel als in : N=69 en in : N=5); het is opmerkelijk dat één van de laboratoria in Brussel 7 gevallen heeft gediagnosticeerd, terwijl het 539 gevallen had gediagnosticeerd in, 77 in, 359 in 999, 634 in 998 en 53 in 997 (tabel 3). Tabel 3 : R.S.V. : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 997-) Arrondissement Arrondissement Antwerpen 5, 4, 9,5 7,7 57,8 4,5 Brussel 5,3 69,6 4,9 94, 78,5 89,9 Mechelen 3, 4, 7, 48, 63,5 35,5 N totaal Turnhout 9,3 53,3 4, 49,5 79,8 5,8 Nivelles 5,5 4,9 34,3 6,9 45,7 56,6 Halle-Vilvoorde 4,3 7,9,3,6,4 8,8 Ath,5 5,3 35,6,6, 7,5 Leuven 9,,4 5,9,3 7,5 8,9 Charleroi 9,3,6 7,5 3,9 4,7 4,3 Brugge 6,8 87,5 46,7 63, 6, 5,9 Mons, 7,9 38, 9,3 34,5 37, Diksmuide 48, 7,3 9, 5, 54, 74,9 Mouscron 5,6 9,9,8 35,7 34,3 54,5 Ieper 3, 39,3 43, 45, 4, 45, Soignies 7,, 9,7 3, 3,,6 Kortrijk 5, 6,, 43,8 8,7 53,6 Thuin 4, 3,6 6,7 9,4 8,8 3,8 Oostende 6,4 77, 45,9 5, 57,6 63,9 Tournai 5,7 7,8 5, 3,5, 7, Roeselare 36,5 65,9 4,7 73,3 44,9 77,3 Huy 7, 4, 6, 4, 47, 45,4 Tielt,3 7,4 5, 84, 56,8 99,9 Liège 7,6 3,6 5,,7 5,5 3, Veurne 34, 5,6 67,7 8,6 3, 9, Verviers 5,3 3,9 7, 8,6 4, 4, Aalst 3, 9, 4, 4,6 8, 3,8 Waremme 9, 8,7,8,5,7,5 Dendermonde 5,4,3 5,9,8 4,8 7, Arlon 5,4 6,8 65,9 73, 84,8 4, Eeklo 3,8 7,6,4 35, 6,4 8,9 Bastogne 3,4 55,7 37,4 64, 7, 57,8 Gent 8,9 5, 3,,6,6 9,7 Marche-en-Fam. 4,, 6, 4, 4, 7,8 Oudenaarde 4,4,4,6 7,9 4,4,5 Neufchâteau 34,5 58, 3,7 57,6 36, 5, St.-Niklaas 3,6 9,4,8 6,8 4,,7 Virton 4,, 4,9 59,9 8,6 4, Hasselt 8, 73, 3, 4,3 57, 4,9 Dinant 5, 7,5 7,3 5, 69, 7, Maaseik,9 5,4 3,3 9, 8,8 5,3 Namur 4, 7, 5,3 36,8 8,8 6,6 Tongeren, 7,7,6 9, 9,6 5, Philippeville 3,3 39,5 7,8 3,9 48,8 9, Vlaanderen 5,4 33,9 9,5 3,9 38,9 33,5 Wallonie 6,3 8, 3,4 33,6 8,9 36,8 N totaal N totaal Onbekend België, 36,5 3, 39,5 39,6 4,3 N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K gevallen en dus een lichte toename in vergelijking met (tabel 4, figuur ). Tabel 4 : R.S.V. : evolutie van de registratiefrequentie (996-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , , 446 3, , , Respiratoir Syncytiaal Virus 3

136 Respiratoir Syncytiaal Virus Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 56% van de gevallen is gediagnosticeerd bij kinderen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,3); 7% van de gevallen is gediagnosticeerd bij baby s < jaar en 8% bij kinderen tussen en 4 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : R.S.V. : leeftijdsverdeling (N; ) N 3 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : R.S.V. : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 638 7, , ,7 5 8, ,7, 5-4 4,, , 9, , 6,3 65 6,3 5,3 Totaal 85, 83, 4 Respiratoir Syncytiaal Virus

137 Peillaboratoria Respiratoir Syncytiaal Virus 4. Seizoensevolutie R.S.V.-infecties worden voornamelijk op het einde van de herfst en in de winter waargenomen met een piek in december (figuren 4 en 5). Figuur 4 : R.S.V. : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K J F M A M J A J S O N D Figuur 5 : R.S.V. : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (996-) N / 4 weken 8 WIV-K Besluit R.S.V.-infecties worden voornamelijk bij baby s < jaar waargenomen. Het is raadzaam de evolutie van luchtweginfecties per provincie of zelfs per arrondissement op de voet te volgen zodat huisartsen de behandeling van hun patiënten kunnen afstemmen op de bacteriën en/of virussen die in omloop zijn. Respiratoir Syncytiaal Virus 5

138 Peillaboratoria Sepsis en neonatale meningitis Inleiding Deze registratie heeft per definitie betrekking op alle stammen geïsoleerd uit bloed of C.S.V. van kinderen jonger dan 8 dagen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de ziekte die vroegtijdig begint (vóór de vijfde dag) en de ziekte die laattijdig begint (vanaf de vijfde dag). In verliep de registratie op twee verschillende manieren : het hele jaar door werden gegevens verstuurd en in november vond een retrospectieve enquête plaats. In diagnosticeerden 34 laboratoria in totaal 4 gevallen. Evolutie van de registratiefrequentie toename van het aantal geregistreerde gevallen in vergelijking met voorgaande jaren; opmerkelijk is het feit dat ziekenhuizen 4 gevallen diagnosticeerden (tabel ). Tabel : Sepsis en neonatale meningitis : registratiefrequentie (985-) Jaar Aantal gevallen Aantal labs* Jaar Aantal gevallen Aantal labs* * Aantal laboratoria die ten minste één geval diagnosticeerden Indeling volgens geslacht en leeftijd van 63 gevallen (67%) waren leeftijd en geslacht bekend; 97 gevallen (6%) werden bij jongens gediagnosticeerd; een beetje minder dan de helft van de gevallen (48%) werd vóór de vijfde dag gediagnosticeerd (tabel, figuur ). Tabel : Sepsis en neonatale meningitis : indeling volgens leeftijd en geslacht (N, % ; 988-) Jaar < 5 dagen > 5 dagen Jongens Meisjes Totaal Jongens Meisjes Totaal N N N % N N N % Sepsis en neonatale meningitis

139 Sepsis en neonatale meningitis Peillaboratoria Figuur : Sepsis en neonatale meningitis : indeling volgens leeftijd en geslacht (N, ) N=97 dagen N= Indeling volgens kiemtype in werden de volgende kiemen het frequentst vermeld : coagulase negatieve Staphylococcus (55/4, 3%), Staphylococcus epidermidis (38/4, 6%), Escherichia coli (3/4, %) en Streptococcus agalactiae (/4, 9%; tabel 3). Tabel 3 : Sepsis en neonatale meningitis : indeling van de kiemen (N; ) WIV-SEP Kiemen N Kiemen N Bacillus cereus Pseudomonas putida Candida albicans 3 Serratia marcescens Candida glabrata Serratia sp. Citrobacter koseri Staphylococcus aureus 7 Corynebacterium sp. Staphylococcus coagulase neg. 55 Enterobacter aerogenes Staphylococcus epidermidis 38 Enterobacter cloacae 4 Staphylococcus haemolyticus Enterobacter sp. Staphylococcus hominis 7 Enterococcus faecalis/faecium 9 Staphylococcus lugdunensis Enterococcus faecium Staphylococcus sp. Escherichia coli 3 Staphylococcus warneri 4 Klebsiella oxytoca Streptococcus agalactiae Klebsiella pneumoniae 3 Streptococcus groep G Kocuria rosea Streptococcus mitis 5 Neisseria cinerea Streptococcus oralis Proteus mirabilis Streptococcus pneumoniae 4 Pseudomonas aeruginosa Streptococcus viridans Totaal 4 Sepsis en neonatale meningitis

140 Peillaboratoria Shigella Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting registratiefrequentie van infecties met Shigella in, schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 56 laboratoria, dit is 46% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 56 laboratoria over 3/43 arrondissementen : 33 in Vlaanderen, 5 in Wallonië en 8 in Brussel, toevoeging in van de gegevens afkomstig van het referentielaboratorium (WIV Bacteriologie) en uitsluiting van dubbele registraties (tabel ). Tabel : Shigella : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles 5 Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi 5 Leuven Mons 33 Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai 5 Oostende Huy Roeselare Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 Hasselt Namur Maaseik 5 5 Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K5 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden, wat vooral kan worden toegeschreven aan een daling van het aantal deelnemende laboratoria in Vlaanderen ( : N=39, : N=33) (tabel ). Tabel : Shigella : evolutie van het aantal deelnemers (997-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Shigella

141 Shigella Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in incidentie van,/ 5 inwoners op nationaal niveau, opmerkelijk zijn de 5 gevallen gediagnosticeerd in Brussel, waarvan er zijn gelokaliseerd in Brussel-Stad en in Schaarbeek (figuren en ). Figuur : Shigella : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN CR > -,5 >,5-3, > 3, B AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV WIV-K5 Figuur : Shigella : verspreiding van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 6 5 WIV-K5 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Shigella

142 Peillaboratoria Shigella. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie in vergelijking met, stabilisatie van het aantal gediagnosticeerde gevallen, het aantal gevallen gediagnosticeerd in Brussel blijft hoog (tabel 3). Tabel 3 : Shigella : evolutie incidentie/arrondissement (N/ 5 inw., 997-) Arrondissement Arrondissement Antwerpen,4 4, 3,8 4,9,7 4,3 Brussel 6,8 7,3 7,9 6, 8,7 5, Mechelen 5,6 6,3 5, 3,9 8, 3,3 N totaal Turnhout,8,8 3, 3, 3,5 3,7 Nivelles,6 6, 6,,7 5, 4,5 Halle-Vilvoorde,3,8,3,6 6,8, Ath, 33,,, 3,8, Leuven,,7,9,3 5,7 3,3 Charleroi,9,7,5, 3,6,5 Brugge,6,5,,7 6,3,7 Mons,8,,,,, Diksmuide,,,,,4, Mouscron,8,,9, 8,6 5,7 Ieper,,,,,, Soignies, 3,5,6,7,,9 Kortrijk,,4 3,6,4 3,,4 Thuin,7,7,,4,4,7 Oostende,4,4,4, 3,5,7 Tournai,7,,,,,7 Roeselare,4,7,7,,4, Huy,,,, 3,, Tielt,, 3,4,3 3,4,3 Liège,9,9 4,6,5,4,7 Veurne,,,,,8 3,5 Verviers,,,3,4,,5 Aalst,8,5,,4,7,4 Waremme,5,,,,5,4 Dendermonde,,6,5, 7,5,7 Arlon,,,, 5,8, Eeklo,3,,3,3,3, Bastogne,,,,,, Gent,6 3,,,8 7,5,8 Marche-en-Fam.,,,,,, Oudenaarde,9,9,,,6,9 Neufchâteau,,,8,,, St.-Niklaas,7 3,6,5,8,3,8 Virton,, 4,,,, Hasselt,6,8,4,3 3,7,8 Dinant,, 8,,,, Maaseik,,5,9,5 4,,5 Namur,,4,4, 5,3,7 Tongeren,,5,6,5,,5 Philippeville,,7,,,,6 Vlaanderen,7,3,4, 6,, Wallonie,9,,,9,6, N totaal N totaal Onbekend België,,8,9, 5,5, N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K5 3 gevallen in en dus een registratiefrequentie die vergelijkbaar is met (tabel 4). Tabel 4 : Shigella : evolutie van de registratiefrequentie (997-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 997, 998 8, ,4 8, ,4 3,9 Shigella 3

143 Shigella Peillaboratoria 3. Verdeling per geslacht en leeftijd 55% van de isolaties is in uitgevoerd bij personen van het vrouwelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,), 3% van de isolaties is uitgevoerd bij volwassenen tussen 5 en 44 jaar en 9% van de isolaties is uitgevoerd bij kinderen tussen en 4 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Shigella : verdeling per leeftijd (N; ) N ISP-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Shigella : verdeling per geslacht en per leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 3 3,, , 7, , 4, , 8 5, , 34 8, , 9, 65, 5 4, Totaal,, 4 Shigella

144 Peillaboratoria Shigella 4. Seizoensevolutie de isolaties van Shigella zijn vooral in de zomer vastgesteld, het hoge aantal gediagnosticeerde gevallen tegen eind augustus en in september kan te maken hebben met de terugkeer van een reis in het buitenland (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Shigella : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K5 5 J F M A M J A J S O N D Figuur 5 : Shigella : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (997-) N / 4 weken WIV-K Besluit het aantal gevallen gediagnosticeerd in en is vergelijkbaar; dit is ook door het referentielaboratorium vastgesteld; voor het rapport van, opgesteld door het referentielaboratorium, kan u terecht op (rubriek Publications and Reports). Shigella 5

145 Referentielaboratorium Staphylococcus aureus (faagtypering) De dienst Faagtypering van het Pasteur Instituut - Brussel ontvangt stammen van Staphylococcus aureus van menselijke, dierlijke, voedingsgebonden en milieugebonden oorsprong. De stammen worden na isolatie en identificatie door verschillende laboratoria toegezonden. De meeste typeringen worden uitgevoerd op stammen afkomstig van ziekenhuisinfecties. Faagtypering bestaat erin de gevoeligheid van bacteriën te bepalen voor een reeks van 3 bacteriofagen die deel uitmaken van een internationaal schema. Hier kunnen eventueel nog 9 extra bacteriofagen aan worden toegevoegd. Stammen van menselijke oorsprong of uit het ziekenhuismilieu In werden 758 stammen aan faagtypering onderworpen. De stammen werden verstuurd door : 9 laboratoria in de provincie West-Vlaanderen 3 laboratoria in de provincie Antwerpen 4 laboratoria in de provincie Oost-Vlaanderen laboratoria in Brussel 3 laboratoria in de provincie Limburg Voor 7 stammen werd de diagnose gecorrigeerd : 3 stammen zijn coagulase-negatief bevonden (CNS); 3 stammen behoorden niet tot het genus Staphylococcus; stam is niet gegroeid. De MIC voor oxacilline, en voor de eerste 8 stammen de PCR voor het gen mec A, heeft de gelegenheid geboden om de diagnose van methicillineresistentie (MRSA) te bevestigen die van toepassing is op de meeste ontvangen stammen van S. aureus. Twijfelgevallen hebben de mogelijke diagose van «MRSA» doen wijzigen in BORSA («borderline» resistentie) : het ging hier om 3 stammen. Negenendertig stammen waren gevoelig voor methicilline (MSSA). Negen stammen, geïsoleerd uit een hemocultuur en afkomstig van één laboratorium, vertoonden verschillende faagtypes (één onder hen leek veeleer op een BORSA-stam). Een MSSA-stam geïsoleerd uit een geval met een toxisch schoksyndroom had faagtype 8/54/77/83A/84/95 (RTDX). Een vermoeden van methicillineresistentie is ontkracht in het geval van stammen, door het verkrijgen van een MIC < mg/l voor oxacilline; de PCR voor gen mec A is eveneens negatief gebleken voor 6 van deze stammen ontvangen in het eerste semester van. Onder de 758 stammen waren er 689 MRSA. Tabel biedt een overzicht van de epidemische MRSA-faagtypes die wij sinds 99 hebben herkend. Tabel : S. aureus MRSA : epidemische faagtypes en periodes (99-) Type Gevoeligheid voor de fagen Verdunning Jaar A 77 RTD Sinds 99 B (4E)/47/54/75/77/84/85/(8) RTD Sinds 99 B 47/54/75/85 RTD Sinds 996 C 6/47/54/75 RTD C3 6/4 E/47/54/75/77/84/85/8 RTD 995- C3 (6)/4E/47/54/75/77/84/8 RTD Sinds H 8/(4E)/47/54/75/77/84/85/(8) RTDx H 8/(4E)/47/54/75/77/84/85/(8)/95 RTDx H3 8/(4E)/84/85/95 RTDx 997 H 8/47/54/(84)/85/ RTDx 998- H 8/47/54/(84)/85/95 RTDx 998- Jo 75/(77) RTDx J 47/54 RTDx Sinds 999 J 54 RTDx J3 4E/47/54 RTDx O 8/(47)/54 RTDx O 8/47/54/83A RTDx O 8/47/54/8 RTDx O3 8/4E/47/54 RTDx O4 8/47/54/8/95 RTDx T 89 RTDx Sinds 996 ( ) : zwakke of variabele gevoeligheid Staphylococcus aureus (faagtypering)

146 Staphylococcus aureus (faagtypering) Referentielaboratorium In werd een grote verscheidenheid onder de faagtypes van groep C, O en J vastgesteld. Om deze reden en om het geheel te kunnen indelen, werden de groepen opnieuw gedefinieerd op basis van een gemeenschappelijke kern. Deze groepen zijn : RTD : <C> = 6/ /54/ /84/8 RTDX : <J> = /54/ en beperkt tot de fagen van groep III <O> = 8/ /47/54/ en nooit tezelfdertijd 75/85 Tabel geeft een beeld van de verspreiding van de faagtypegroepen in België. Tabel : S. aureus MRSA : faagtypes (-) Aantal stammen % faagtypes <C> <H> <J> <O> Oth NT 73 () () () : epidemische stammen vóór ; Oth : andere; NT : niet typeerbaar Tabel 3 toont de verspreiding van de stalen in functie van de plaats waar zij zijn afgenomen. Tabel 3 : S. aureus MRSA : oorsprong van de stalen (N = 673) Bloed Etter Sputum Urine Andere Aantal % Opmerkingen De hoeveelheid stammen onderworpen aan faagtypering neemt nog toe. Het gaat hoofdzakelijk om MRSA (689 in, 8 in, 73 in, 65 in 999). De typeerbaarheid van MRSA haalt 99%. Alleen enkele MRSA-stammen (< %) wijzen nog op een faagtype dat vóór werd opgemerkt. De andere epidemische faagtypes stemmen overeen met de faagtypes die al in werden vastgesteld. Het complex <J> komt frequenter voor en neemt zelfs toe tot 43%, terwijl de groep van de «andere» daalt. Deze percentages kunnen echter worden beïnvloed door een betere herkenning van de apparentering tussen de verschillende J-faagtypes. De meest representatieve van de <J>, J, vertegenwoordigt % van de MRSA-stammen, een vergelijkbaar percentage met de 8% in en de % in. N.B. : Een minder belangrijk faagtype (3% van het totaal aantal MRSA) heeft de aandacht getrokken tijdens de opsporing, via PCR, van de genen die coderen voor de enzymatische resistentie tegen aminosiden in het eerste semester van (zie referentielaboratorium voor aminoglycosiden). Onder de 3 MRSA-stammen waar het gen aph A3 werd opgespoord, bevatten er 8 ook het gen aac A-aph D en onder hen behoorden tot het nieuwe faagtype 9/4E/54/D (RTDX). Deze isolaten vertegenwoordigden de helft van de MRSA met een MIC > 56 mg/l. Het verschijnsel, in drie gevallen met een epidemisch karakter, zette zich in 3 voort in 9 ziekenhuizen. Bijkomstige gegevens van bepaalde laboratoria hebben resistentie tegen macroliden aangetoond. Staphylococcus aureus (faagtypering)

147 Referentielaboratorium Staphylococcus aureus (MRSA) Het referentielaboratorium voor stafylokokken - MRSA (Erasmus Ziekenhuis Brussel) verleent de volgende diensten : - Identificatie en antibiogram van atypische stafylokokkenstammen met behulp van de volgende methodes : fenotypische : biochemische tests, minimale remmingsconcentraties, fenotype van de gevoeligheid voor glycopeptiden (populatiestudie) genotypische : identificatie van de verschillende stafylokokkenspecies door PCR inter-trna, opsporing van de genen nuc (voor de identificatie van S.aureus), meca (coderend voor de oxacillineresistentie), mupa (coderend voor de mupirocineresistentie) en van de genen resistent tegen macroliden-lincosamiden-streptograminen (MLS). De opsporing van de genen coderend voor de resistentie tegen aminoglycosiden is uitgevoerd op de dienst Antibiotica en Ziekenhuisinfecties van het Pasteurinstituut in Brussel. - Moleculaire typering : genomische macrorestrictie door Pulsed Field Gel Electrophorese (PFGE), multi-locus sequence typing (MLST) en typering van de mec chromosoomcassette van de stafylokok (SCCmec). Deze analysen worden uitgevoerd op verzoek van de ziekenhuislaboratoria voor klinische stalen die diagnostische problemen met zich brengen of op collecties van stafylokokken uit lokale epidemiologische enquêtes. Het laboratorium neemt ook deel aan het surveillanceprogramma van MRSA in het kader van het Europese programma EARSS (European Antimicrobial Resistance Surveillance System) met betrekking tot de resistentie van S.aureus, oorzaak van bacteriëmiën bij opgenomen patiënten, in samenwerking met de dienst Epidemiologie van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV). Om de twee jaar voert het referentielaboratorium in de acute ziekenhuizen van het land een nationale enquête uit voor de opvolging van de resistentie en van de verspreiding van de klonen van MRSA (de enquête van 3 is lopende). Karakterisering van atypische stafylokokkenstammen In heeft het laboratorium atypische stafylokokkenstammen gekarakteriseerd die afkomstig waren van 3 ziekenhuizen in het kader van doelgerichte aanvragen : fenotypische en/of genotypische identificatie (n = 5) en resistentieanalyse (oxacilline en/of vancomycine) (n = 95). In deze periode is geen enkele stam met verminderde gevoeligheid voor vancomycine vastgesteld. Twee stammen van S. epidermidis, geïsoleerd in hetzelfde ziekenhuis, wezen op een lagere gevoeligheid voor vancomycine (MIC = 8 µg/ml) en waren resistent tegen teicoplanine (MIC = 3 µg/ml). Het niveau van mupirocineresistentie is geanalyseerd door bepaling van de minimale remmingsconcentratie (E-test) en PCR voor de opsporing van gen mupa voor stammen afkomstig van 3 ziekenhuizen en waarvan er 68% een hoog resistentieniveau tegen mupirocine toonden (> 54 mg/l). Typering in het kader van lokale epidemiologische enquêtes De moleculaire typering (PFGE) van stammen van S. aureus in het kader van lokale epidemiologische enquêtes is uitgevoerd voor 4 stammen afkomstig van ziekenhuizen. De analyse van deze stammen heeft de overheersing aangetoond van grote epidemische genotypes : groep PFGE A (n = 75 of 37% van de stammen), in de meeste gevallen vertegenwoordigd door de types A (n = 3) en A (n = 3), en de groep PFGE B, vertegenwoordigd door type B (n = 6 of 9% van de stammen). Deze genotypes worden waargenomen in 9 van de onderzochte ziekenhuizen. Minder frequente epidemische genotypes, zoals de groep PFGE G (n = 36) of D (n = 5), worden aangetroffen in of 3 ziekenhuizen die voornamelijk in Brussel zijn gevestigd. Er zijn slechts sporadische types in 5 ziekenhuizen opgespoord. Veertien vermoedelijke epidemieën zijn geanalyseerd en zeven onder hen zijn bevestigd. De meest vastgestelde genotypes in het onderzoek van deze epidemieën zijn dezelfde genotypes (A, B, G) als de genotypes die in de laatste nationale surveillance-enquête de dato (zie rapport van ) werden aangetroffen. Programma EARSS voor de surveillance van de resistentie van S. aureus geïsoleerd uit een hemocultuur Sinds is het protocol van de surveillance voor de Belgische deelnemers gewijzigd. De MRSA-stammen zijn ter bevestiging naar het referentielaboratorium verstuurd terwijl de MSSA-stammen (methicillinegevoelige S. aureus) eenvoudigweg het voorwerp hebben uitgemaakt van de schriftelijke registratie van de klinische en bacteriologische gegevens. In zijn in 45 ziekenhuizen 9 gevallen met een eerste episode van bacteriëmiën met S. aureus geregistreerd. De geslachtsverhouding man/vrouw onder deze patiënten bedroeg,36 en de gemiddelde leeftijd was 63, jaar (standaard afwijking :,73; interval : - jaar). Onder deze patiënten zijn 39 gevallen van bacteriëmiën met MRSA bevestigd, dit is een proportie van 8% MRSA (betrouwbaarheidsinterval van 95% : 5,4-3,7%). Deze proportie MRSA onder de S. aureus geïsoleerd uit hemoculturen van opgenomen patiënten ligt significant hoger dan in de voorgaande jaren (3% in 999, % in en 4% in ) (p <.6). De gegevens voor alle landen die deelnemen aan het programma EARSS zijn beschikbaar op de webstek Op dit ogenblik blijft de proportie MRSA geïsoleerd uit hemoculturen laag (< %) in de Scandinavische landen en in Nederland. Zij is echter bijzonder hoog in Groot-Brittannië (44%), Griekenland (44%), Italië (38%) en Frankrijk (33%). Staphylococcus aureus (MRSA)

148 Staphylococcus aureus (MRSA) Referentielaboratorium De gevoeligheidsbepaling van MRSA voor vancomycine is uitgevoerd op een vancomycin screen agar (BBL). In is geen enkele stam van MRSA met verminderde gevoeligheid voor vancomycine vastgesteld. Besluit In België tonen de resultaten van het programma EARSS een significante toename van de proportie MRSA onder de bacteriemiën met S. aureus bij patiënten opgenomen in. Deze situatie zorgt ervoor dat België in vergelijking met de rest van Europa een MRSA-prevalentie toont die redelijk hoog ligt maar constant blijft. Deze toename is ook vastgesteld in het programma NSIH voor de nationale surveillance van nosocomiale infecties (B. Jans, WIV, ) en in het programma voor de surveillance van de lokale incidentie van MRSA in Belgische ziekenhuizen. Deze toename geaat gepaard met het opduiken en de verspreiding van verschillende nieuwe genotypes in Belgische ziekenhuizen sinds het einde van de jaren negentig. Voortaan overheersen de stammen gevoelig voor aminoglycosiden behorend tot genotype B en A in de Belgische ziekenhuizen en zij zijn verantwoordelijk voor de meeste lokale epidemiën bestudeerd in het referentielaboratorium. De epidemische stammen met een groot invasief en epidemisch potentieel (UK-EMRSA 5 en 6) die in in België zijn opgetreden, zijn niet vastgesteld in de lokale epidemische enquêtes die in werden bestudeerd in het referentielaboratorium maar tal van andere laboratoria die zorgen voor de typering in het kader van lokale epidemische enquêtes melden de vastgestelde genotypes niet. Ook al wordt nu al tien jaar lang een strategie uitgestippeld om MRSA in acute ziekenhuizen tegen te gaan, het optreden en de verspreiding van epidemische klonen binnen en tussen deze instellingen, geassocieerd met een stijging van de nosocomiale incidentie van MRSA, rechtvaardigt het opnieuw evalueren en versterken van de strategie ter bestrijding van MRSA op basis van de aanbevelingen die onlangs zijn geactualiseerd door de GOSPIZ ( Staphylococcus aureus (MRSA)

149 Peillaboratoria Streptococcus pneumoniae Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met S. pneumoniae (986-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Casusdefinitie uitsluitend isolaties uit bloed, C.S.V., ooretter of pleuraal, peritoneaal, pericardiaal of gewrichtsvocht. 3. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 96 laboratoria, dit is 79% van alle peillaboratoria, waarvan 8 ziekenhuislaboratoria en 5 privé-laboratoria, verspreiding van de 96 laboratoria over 34/43 arrondissementen : 58 in Vlaanderen, 9 in Wallonië en 9 in Brussel (tabel ). Tabel : S. pneumoniae : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde 5 5 Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai 5 67 Oostende Huy Roeselare 3 3 Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 5 Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K3 4. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, lichte toename van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden, toegeschreven aan de toename in Vlaanderen ( : N=54, : N=58; tabel ). Tabel : S. pneumoniae : evolutie van het aantal deelnemers (986-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Streptococcus pneumoniae

150 Streptococcus pneumoniae Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in incidentie van 5/ 5 inwoners op nationaal niveau, 39/56 (9%) gediagnosticeerde gevallen zijn afkomstig van privélaboratoria; opmerkelijk zijn de 99 gevallen gediagnosticeerd in Brussel ( : N=67, : N=8) en de 53 gevallen gediagnosticeerd in het arrondissement Antwerpen ( : N=9, : N=53; figuren en ). Figuur : S. pneumoniae : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN > - > - > Figuur : S. pneumoniae : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) B N = 536 CR AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV ISP-K3 WIV-K3 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Streptococcus pneumoniae

151 Peillaboratoria Streptococcus pneumoniae. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie sinds 999, significante toename (%; p <,5) met lineaire trend van het aantal gevallen gediagnosticeerd in Vlaanderen; stabilisatie van de hoge incidentie in het arrondissement Mouscron ( : N=3; tabel 3). Tabel 3 : S. pneumoniae : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 993-) Arrond Arrond Antwerpen 4,8 7,9 9,,5,3 3,4,8 9,9 6,4 6,4 Brussel 7,,5 4, 5,3 6,3,,6 7,4,7,3 Mechelen, 8, 4,3 3, 6,,3 4,4,,, N totaal Turnhout 3,6, 7,9 3,9,5, 4,6 5,3,3 6,8 Nivelles 8, 5,6 4,3 5,9 7,3,7 7,6,9, 6,3 Halle-Vilv. 9,, 8,9,4,9 3, 8,3,,9 7,6 Ath,6,6,3,8 7,7 5, 4, 6,3,8 6,3 Leuven,3 6,3,5 8,7 6,8 3,4 9,6 7,5,5 6,6 Charleroi 7,9,, 5,6 3,3 3, 9,6 8,3 3,9 9,7 Brugge,4,4 6,8,9 4,9,7 8,9 6,6 7,4,7 Mons, 4,7 6,3,3 6,4 5,, 6,4 6,8 9,6 Diksmuide 8,4 4,,,6 6,8 4,,,9,8 7, Mouscron 6,6 3,3 4, 48, 58, 44, 6,8 64, 44,3 43, Ieper 9,6 7,7 8,6 9,6,5 8,6 5,8 9,6,5 8,6 Soignies,,3,5 8,8 8, 7,6,,7 3,3,6 Kortrijk 7, 9,3, 5,8 9, 9,4,8 7,3 8, 6, Thuin 7,6 3,8 7,6,7,4 9,6 8,5 6,4 4, 7,3 Oostende 5, 7, 5, 9,9 8,5 6,4 5,5 5,6 7,7 4, Tournai 4,3, 7,8 6,4 7, 7,8 7,8,,8 9,9 Roeselare 9,4 8,7 5,,8, 6,5 5, 5,7 4, 8,4 Huy, 4,, 5, 3, 7, 4, 4,, 6,9 Tielt,4 6,9 5,7,4 9,4 5, 9,4 5,,4 8, Liège,8,,8 3,7,9 4,8 7,3 5,5 9, 7,9 Veurne,8,8 5,4 3,6,8 3,6 7, 3,6,8, Verviers,6 4,6 4, 6,5 5,7,7 5,3 6,4,9 5,6 Aalst 7,3 4,6 6, 8,8 8,8 6, 5,3 7,, 5,3 Waremme, 3,, 4,6,5 6, 8,9 8,8 4,4 5,8 Denderm. 5,4 3,8 7, 5, 7,,4 7,5,8 6,, Arlon, 33,9 35,5 3,4 37, 9,3 7,4 7, 9,3 34, Eeklo 7,7 5, 6,3 8,8,3, 3,8 7,6 7,6 3,9 Bastogne,6 5,, 7,7,,5,5 7,4 7,4 4,8 Gent 9,6 8,8 3, 7,5 6,5 4, 4,8,5 5,5 4, Marche-en-F 4, 6,3, 4,,,,,,, Oudenaarde,8,9 3,5 7, 6,,6 8,8 7,,6 5, Neufchâteau,8 7,3,9, 4,5,8,6 3,4 6,,7 St.-Niklaas 6, 5,5 7,3 6,8 9,9 5, 9, 7,6 3,, Virton 8,6 4,3, 8,9,5 8,9 4,5 4,8,3 8,4 Hasselt 7,8 8,3 9, 6,8 7, 4,8 4,4 4, 8, 5,8 Dinant 7,3 4,,,3 6, 9, 5, 7,, 5, Maaseik, 9, 7,6 9,3 6,3 7,7 8,3 8,7,3 3,5 Namur 5, 4,7 6,5,6 5,4 5,,5 5, 5,9 7, Tongeren 3,3 3, 5,4 4,3 5,3 4,8 9,5,6,,5 Philippeville 3,3 6,7 6,6,6 6,6 6,5 9,6 6,,8 5,9 Vlaanderen 7,8 9,,3 3,8 3,3 3,,9, 3,8 4,4 Wallonie 5,4 8, 7,8 3,,6, 4,3 3,4 4,5 4, N totaal N totaal Onbekend België,6,4, 5, 3,8 3,9 3,7 3,3 5, 5, N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K3 56 gevallen en dus stabilisatie van het aantal gevallen in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : S. pneumoniae : evolutie van de registratiefrequentie (986-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , , , , , , , , , , , 999 4, 36,6 537, 56 3, Streptococcus pneumoniae 3

152 Streptococcus pneumoniae Peillaboratoria op basis van de isolaties afkomstig uit bloed en/of C.S.V. stelt men sinds 998 een significante stijging (p <,5) met lineaire trend van % vast (998 : N=846, 999 : N=854, : N=89, : N=4, : N=56; figuur 3). Figuur 3 : S. pneumoniae : evolutie van het aantal diepe isolaties (99-) N / jaar. WIV-K Verdeling volgens geslacht en leeftijd 54% van de gevallen werd vastgesteld bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,), 4% van de gevallen werd vastgesteld bij kinderen tussen en 4 jaar en 3% bij personen 65 jaar, 9% (N=87) van de personen 65 jaar zijn gelokaliseerd in de provincie Henegouwen en 6% (N=77) in de provincie Antwerpen; in bedroegen de percentages respectievelijk 8% (N=85) en 9% (N=9) (figuur 4, tabel 5). Figuur 4 : S. pneumoniae : leeftijdsverdeling (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : S. pneumoniae : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 5 3,8 93 3,3-4 3,9 73 4, ,9 5 7,4 5-4,3 4, ,5 67 9, ,7 83, ,9 9 3, Totaal 836, 7, 4 Streptococcus pneumoniae

153 Peillaboratoria Streptococcus pneumoniae 4. Oorsprong van de stalen net zoals voorheen was meer dan de helft van de isolaties afkomstig uit ooretter (63%) van kinderen < 5 jaar en uit bloed (84%) bij personen 5 jaar (tabel 6). Tabel 6 : S. pneumoniae : verdeling in functie van de oorsprong van de stalen (N; ) Oorsprong van de afgenomen stalen < 5 jaar (N=585) > 5 jaar (N=96) Bloed 9 8 C.S.V. 6 Ooretter 369 Bronchiaal vocht 3 Pleuraal vocht 7 Peritoneaal vocht - Gewrichtsvocht - 5. Seizoensevolutie infecties met S. pneumoniae worden het hele jaar door vastgesteld maar in het algemeen meer in de winter en minder in de zomer (figuren 5 en 6). Figuur 5 : S. pneumoniae : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 75 WIV-K J F M A M J A J S O N D Figuur 6 : S. pneumoniae : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N / 4 weken WIV-K Streptococcus pneumoniae 5

154 Streptococcus pneumoniae Peillaboratoria Aanbevelingen Het strekt tot de aanbeveling om artsen te herinneren aan het nut van een pneumokokkenvaccin voor alle risicopersonen, met name zij die lijden aan een chronische pathologie en personen 65 jaar. De vaccinatie bij voorkeur na zes jaar herhalen. Besluit In vergelijking met wordt, op basis van de beschikbare gegevens, in heel België een stabilisatie van het aantal infecties met S. pneumoniae vastgesteld. Wij onderstrepen ook de significante stijging (%, p <,5) met lineaire trend van het aantal gevallen dat sinds 999 in Vlaanderen wordt gediagnosticeerd. Tot slot vermelden wij ook de significante toename (7%; p <,5) met lineaire trend van het aantal gevallen dat sinds 998 wordt gediagnosticeerd bij personen 65 jaar (998 : N=4, 999 : N=49, : N=434, : N=486, : N=469). 6 Streptococcus pneumoniae

155 Referentielaboratorium Streptococcus pneumoniae Het surveillanceprogramma werd tot en met mei 993 door twee referentielaboratoria waargenomen. Sinds januari 994 is alleen nog het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg te Leuven nationaal referentielaboratorium voor de surveillance van Streptococcus pneumoniae. In verstuurden 8 laboratoria, overwegend ziekenhuislaboratoria, 54 pneumokokken. In kon worden gerekend op de vrijwillige medewerking van 99 laboratoria die 434 pneumokokken instuurden. Tabel geeft een verdeling weer van de geografische verspreiding per provincie en de evolutie sedert 996. In verstuurden de meeste provincies beduidend meer pneumokokken dan in. Vooral de beide Brabantse provincies leverden een substantiële bijdrage aan de toename die in is vastgesteld. Er is tevens een toename vastgesteld van het aantal deelnemende laboratoria in de provincies Antwerpen en Limburg, terwijl het aantal deelnemende laboratoria in de overige provincies constant blijft. Tabel : S. pneumoniae : verspreiding van de isolaties per provincie (996-) Provincie Aantal Gemiddeld aantal Aantal isolaties deelnemende laboratoria isolaties/lab Vlaams-Brabant+Brussel+Waals-Brabant 3, Antwerpen 7 4, Hainaut 7 3, West-Vlaanderen 4, Oost-Vlaanderen 9 6, Limburg 6 9, Namur 5, Luxembourg 3 3, Liège 7 5, Figuur : S. pneumoniae : verspreiding van de isolaties per provincie (993-) N % WIV-K3 Tabel geeft de oorsprong van de culturen en de verdeling ervan volgens het geslacht van de patiënten weer. Meer dan 8% van de pneumokokken werden uit bloed of uit pleuraal vocht geïsoleerd. In vergelijking met (N=46) is het aantal isolaten uit lumbaal vocht in (N=75) duidelijk toegenomen. Deze toename kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan het feit dat de Belgische Vereniging van Kindergeneeskunde haar leden heeft aangespoord om alle patiëntjes met een invasieve pneumokokkeninfectie te registreren en bacteriologisch te laten confirmeren. Deze studie, ondersteund door de firma Wyeth, wordt eind maart 3 afgesloten. Streptococcus pneumoniae

156 Streptococcus pneumoniae Referentielaboratorium Tabel : S. pneumoniae : verdeling in functie van de oorsprong van het staal en het geslacht van de patiënt (N, ) Geslacht Bloed & Pleuritis C.S.V. Otitis media Andere Totaal N=4 N=75 N= N=4 N=54 Mannen Vrouwen Geslachtsverhouding M/V Onbekend Tabel 3 geeft de leeftijdsdistributie van de patiënten bij wie pneumokokken uit één van de drie voornaamste infectielokalisaties zijn geïsoleerd. Bij kinderen jonger dan 5 jaar werden 6 stammen uit bloed geïsoleerd; dit is een spectaculaire toename in vergelijking met de 9 stammen van. Een verklaring moet waarschijnlijk worden gezocht bij de hierboven vermelde studie. Het aantal isolaties bij bejaarden (> 6 jaar) is in vergelijkbaar met het aantal isolaties in. Figuur illustreert de evolutie van het aantal isolaten in deze leeftijdscategorie vanaf 995 en het aantal verkochte dosissen van het 3-valent pneumokokkenvaccin (Pneumovax 3, Pneumo 3, Pneumune). Figuur : S. pneumoniae : evolutie van het aantal gevallen geïsoleerd uit hemoculturen in België en het aantal toegediende vaccins (994-) N WIV-K Meer dan 65% van de stammen uit lumbaal vocht werden geïsoleerd bij zuigelingen en kinderen (< jaar). In België is de pneumokok, op Neisseria meningitidis na, ongetwijfeld de belangrijkste oorzaak van bacteriële meningitis. Tabel 3 : S. pneumoniae : leeftijdsverdeling (N; ) *aantal voor Leeftijd (jaar) Bacteriëmie + Pleuritis Meningitis Otitis media < 95 (77)* 3 (5)* (4)* ()* (8)* 6 ()* Onbekend 6 9 Totaal 4 75 Tabel 4 toont in dalende volgorde de frequentie van de voornaamste kapseltypen, die afzonderlijk ten minste % van het onderzochte materiaal vertegenwoordigen. Type 4 is zoals de twee voorgaande jaren het meest geïsoleerde kapseltype, gevolgd door kapseltype 9 en kapseltype 6. Deze drie kapseltypen vertegenwoordigen samen 38,6% van de onderzochte stammen. Er zijn overigens geen significante verschuivingen in de distributie van de verschillende kapseltypen vastgesteld. Streptococcus pneumoniae

157 Referentielaboratorium Streptococcus pneumoniae Tabel 4 : S. pneumoniae : verdeling van de frequentste kapseltypes in België (N=54; ) Rangorde Typen Aantal isolaties N % Andere, 3, 6, 7,, , 9, 3, 34, 35, 38 Rough 3. Totaal 54 Tabel 5 toont de verdeling van de kapseltypen voor de belangrijkste drie infectielokalisaties. Hiervoor is alleen rekening gehouden met de kapseltypen die verantwoordelijk zijn voor minstens 5% van de isolaties. Type vinden we uitsluitend als predominant kapseltype onder de hemocultuurisolaties en is verantwoordelijk voor ongeveer % van de hemocultuurisolaties. Type 9 is zoals in het verleden verantwoordelijk voor bijna een kwart van de otitis-stammen, terwijl minder dan % van de hemocultuurisolaten tot dit kapseltype behoort. Tabel 5 : S. pneumoniae : predominante kapseltypen voor de verschillende infectielokalisaties (> 5%, ) Bacteriëmie en pleuritis (N=949) Meningitis (N=54) Otitis media (N=9) N=4 % N=75 % N= % 4 5,5 6 6, 9 3,7 6,3 9 3,3 4 8,5 9,7 4, 3,3 9 9,3 9 8, 6,9 9 9, 7 8, 3 9,9 3 6,9 8 6,7 8 5,7 3 6,6 33 5,3 9 5, 7 5,4 Tabel 6 geeft de gevoeligheid voor de 4 geteste antibiotica op de ingestuurde pneumokokken. Voor de surveillance werd steeds dezelfde methode gebruikt : de diffusietechniek met papieren schijfjes op Mueller Hinton met 5% paardenbloed. Na incubatie gedurende 8 uur in een broedstoof met 5% CO worden de inhibitiezones gemeten en geïnterpreteerd volgens de richtlijnen van het NCCLS. Voor de opsporing van resistentie tegen penicilline werden oxacillineschijfjes met een lading van µg gebruikt. Tweehonderdvierendertig (5,%) van de pneumokokken vertoonden een verminderde gevoeligheid voor penicilline, bevestigd door een MIC-bepaling. Slechts van de 34 stammen hadden een MIC voor penicilline van meer dan mg/l en horen bijgevolg thuis in de categorie echte resistentie (,6%). Op alle pneumokokken met een verminderde gevoeligheid voor penicilline werd ook een MIC-bepaling voor cefotaxime uitgevoerd. Bij 6 van de 34 (,6%) pneumokokken werd een MIC hoger dan,5 mg/l afgelezen. Geen enkele stam had echter een MIC boven de,5 mg/l. Voor tetracycline en erytromycine is de situatie stabiel gebleven. Ondanks het toenemende gebruik van fluoroquinolones is voorlopig geen toename van het percentage stammen resistent tegen ofloxacine vastgesteld. Minder dan % van de stammen is resistent tegen ofloxacine. Jaarlijks werd er tot een progressieve toename vastgesteld van de resistentie tegen penicilline, tetracycline en erytromycine. Deze gunstige evolutie is misschien te verklaren door het beter gebruik van antibiotica onder invloed van de herhaalde sensibilisatiecampagnes. Streptococcus pneumoniae 3

158 Streptococcus pneumoniae Referentielaboratorium Tabel 6 : S. pneumoniae : evolutie van antibioticaresistentie (994-; criteria van het NCCLS) Antibiotica N % N % N % N % N % N % N % N % N % Penicilline G* 57 7,6 7 7, 9,5 4, 7 4, 6,5 5 7,6 4 5, 34 5, Tetracycline 4,9 57 5,8 37 8,4 88 3, 338 8, 359 9, ,7 43 3, 474 3,7 Ofloxacine 4,4 3,, 6,5 4,3, 7,5 Erythromycine 7,9 39 4, 334 5, , , 45 34, , , , Totaal Tabel 7 geeft een overzicht van de resistentiepercentages voor erytromycine, tetracycline, penicilline en cefotaxime binnen de belangrijkste kapseltypen. Erytromycine-resistentie is heel sterk aanwezig onder de kapseltypen 4, 9, 6, 9 en in mindere mate onder de kapseltypen 3, en 5. Bijna 8% van de pneumokokken met kapseltype 4 zijn resistent tegen macroliden. Zoals de voorbije jaren vinden wij nagenoeg geen erytromycine-resistentie binnen de kapseltypen, 7, 8, 5 en. Ook de tetracyclineresistentie is sterk vertegenwoordigd binnen dezelfde kapseltypen, frequent resistent tegen erytromycine, met uitzondering van de kapseltypen en. Ongeveer 39% van de type stammen zijn resistent tegen tetracycline, geen enkele type stam bleek daarentegen resistent tegen tetracycline. Penicilline-resistentie is sterk aanwezig (53%) binnen kapseltype 4. Ook type 3, 9, 9, 6 en in mindere mate 5 zijn verantwoordelijk voor het overgrote deel van de penicilline-resistente stammen. Tabel 7 : S. pneumoniae : verdeling over belangrijke kapseltypen () Kapseltypen N Stammen die resistent zijn tegen Erythromycine Tetracycline Penicilline Cefotaxime N % N % N % N % , ,8 9 53,3 4 5, , , 7 9,6, , ,7 8, , , 8,,8 9,9 5 38, ,3, 9 4,4, ,7 4 3, , 5 7, ,4 8 5, 3, , , 6 3, 7 35, Andere 6 5,9 3, 6 5, Tabel 8 geeft een overzicht van de verschillende resistentieprofielen. Binnen de groep van pneumokokken met verminderde gevoeligheid voor penicilline (N=34) zijn er slechts 48 die alleen resistent zijn tegen penicilline, 35 pneumokokken hadden een gecombineerde resistentie met tetracycline en erytromycine. Gecombineerde resistentie tegen tetracycline en erytromycine zonder resistentie tegen penicilline werd vastgesteld bij 64 pneumokokken (7,%). 4 Streptococcus pneumoniae

159 Referentielaboratorium Streptococcus pneumoniae Tabel 8 : S. pneumoniae : resistentieprofiel (N=54; ) N % Gevoelig , Resistent P 48 3, E 8 7,7 T 56 3,6 O 4,3 PT 6,4 PE 5,6 PC 5,3 TE 64 7, PTE 35 8,8 PCTE,7 PTEO, Onbekend,5 P = penicilline T = tetracycline E = erythromycine O = ofloxacine C = cefotaxime Tabel 9 geeft de resistentiepercentages voor de verschillende infectielokalisaties. Zoals de voorgaande jaren zijn otitisstammen beduidend resistenter dan stammen uit hemoculturen en lumbaal vocht. Ongeveer 4% van de hemocultuurisolaten waren resistent tegen penicilline in tegenstelling tot 6% van de otitisstammen. De 75 stammen uit lumbaal vocht waren gevoelig voor cefotaxime, slechts % van de hemocultuurstammen was intermediair gevoelig voor cefotaxime. In België blijven cefalosporines van de derde generatie daarom een veilige keuze voor de empirische behandeling van ernstige invasieve pneumokokkeninfecties. Tabel 9 : S. pneumoniae : resistentie tegen antibiotica in functie van de oorsprong van de isolaties (999-) Percentage stammen resistent tegen Penicilline G Tetracycline Erythromycine Cefotaxime % % % % % % % % % % % % % % % % Bacteriëmie + Pleuritis 4,7 5,,9 3,9 7,6 9,9 8,9 3,5 3,8 33,8 34,3 33,8 4,8*,3, Meningitis 7,6, 6,5 8, 6,7 3,5 8,3 4, 4, 4,6 39, 38,7 7,4,, Otitis 9,3 8,6 7,4 6,5 4, 4,6 37,4 37,4 5,7 49,5 49,3 5, 9,9$,8,8 * 6 stammen met een MIC voor cefotaxime > mg/l - $ stammen met een MIC voor cefoxime > mg/l Mortaliteitsgegevens Er was informatie van 53 patiënten beschikbaar : 87 (8,%) van de 53 patiënten zijn overleden. De voornaamste gegevens i.v.m. de mortaliteit zijn in tabel samengevat. Tabel : S. pneumoniae : mortaliteit (N; ) Overleden Ja Neen Mortaliteit % Onbekend Totaal Bloed , Lumbaal vocht 4,6 75 Middenooretter 87 <, 3 Andere 9, 8 37 Totaal Streptococcus pneumoniae 5

160 Peillaboratoria Streptococcus pyogenes Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met S. pyogenes (994-), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau, voorstelling van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Casusdefinitie alleen isolaties uit bloed, C.S.V., ooretter of pleuraal, peritoneaal, pericardiaal of gewrichtsvocht. 3. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 68 laboratoria, dit is 56% van alle peillaboratoria; 4/68 waren privé-laboratoria en 54/68 waren ziekenhuislaboratoria, verspreiding van de 68 laboratoria over 9/43 arrondissementen : 37 in Vlaanderen, 3 in Wallonië en 8 in Brussel (tabel ). Tabel : S. pyogenes : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles Turnhout Ath Halle-Vilvoorde 5 Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai Oostende Huy Roeselare Liège Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde 5 Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K38 4. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, lichte stijging van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden, vooral in Wallonië ( : N=, : N=3; tabel ). Tabel : S. pyogenes : evolutie van het aantal deelnemers (994-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Streptococcus pyogenes

161 Streptococcus pyogenes Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in incidentie van 3,/ 5 inwoners op nationaal niveau, van de 39 gediagnosticeerde gevallen waren er 6 (%) door privé-laboratoria gediagnosticeerd, de rest werd door ziekenhuislaboratoria gediagnosticeerd (figuur ). Figuur : S. pyogenes : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St.-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme VR DK IP OS MC RS BG TL KR TR EK GT OD AT incidentie/. inwoners MN AL DM SG SN HV TN > - > - 4 > 4 B CR AW MH NV PV LV NM TH DN HS WR HY NC MS TG LG MR VT BS AR TG VV WIV-K38 opmerkelijk zijn de 7 gediagnosticeerde gevallen in Brussel ( : N=6, : N=6), waarvan er 3 werden gelokaliseerd in Sint-Jans-Molenbeek en in Schaarbeek (figuur ). Figuur : S. pyogenes : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) N = 34 7 WIV-K38 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Streptococcus pyogenes

162 Peillaboratoria Streptococcus pyogenes. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie lichte daling in vergelijking met en van de incidentie waargenomen in Vlaanderen (tabel 3). Tabel 3 : S. pyogenes : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 994-) Arrond Arrond Antwerpen,3,6,,6,,5 3,3 3,5 3, Brussel,3, 3,5,7 4,5 5, 6,4 6,4 7,4 Mechelen,3,3,7,7,3,6,6 4,3,6 N totaal Turnhout,5,,,5,8,,,5, Nivelles,7 3,3 3,5, 3,,4 4, 3, 5, Halle-Vilvoorde,,6 3,3,5,5,9 5,4,3,7 Ath,6, 3,8,,3,5 5,, 5, Leuven,7,8,,3,9, 5,9,6,4 Charleroi,6 4,4 7,5 3,6,,6,6,4 8,8 Brugge 3,7, 4, 3,4 4,,6 5,9 4,4,6 Mons,, 3, 3,,,8,,4 3, Diksmuide,,,,,,, 6,3, Mouscron 4,, 5,7, 9,9,8, 5,7,9 Ieper,,,,,,,9,,9 Soignies,8,,9,3,3, 6,9 3,5 6,3 Kortrijk,7 3,,5, 5,7 3, 3,6,5,4 Thuin,8,8,7, 3,4 8,,3 6,9 4, Oostende,7, 3,5,4,7, 3,5,7,7 Tournai,7,7,,,4,,7,,7 Roeselare 4,3,7,9 5,,9, 4,3 5,7 3,5 Huy,,,,,,,,, Tielt,3 4,6 6,9,,,3, 4,5,3 Liège,,3,,5,9,7,7,7, Veurne,,,8,,,,,, Verviers,5,5,8,,4,4,,5,4 Aalst,8,8,8,8,8,8,5,5,8 Waremme,,,5,5,5,5,9,5, Dendermonde,6 3,8 3,8,7,6,6 3,,7,5 Arlon 8, 7,9, 9,8 9,8 3,9 7,7 5,4 7,6 Eeklo,, 3,8,3,3,3,3,3, Bastogne,,,,,5,,5,5,4 Gent 3,3 3,7 3, 4,9 3,9 3, 3,6,,6 Marche-en-Fam.,,,,, 4,, 4,, Oudenaarde,8,,,,9,6,,6, Neufchâteau,,,,,8,,,,8 St.-Niklaas,9,4,8,9,9,9,8 4,5,3 Virton,,,, 4,,, 6, 6, Hasselt,5,3,,9,,,6,,8 Dinant,,,,, 3,,,, Maaseik,9 3,3 6,6 4, 4,7 3,7 3,,3 3,6 Namur,5, 5,,8,9,9,4,8,8 Tongeren,,,5,,5,5,5,5,5 Philippeville,7 3,3,7 4,9 3,3,,6 3,3 4,8 Vlaanderen,6,9,3,,,9 3,,7, Wallonie,3,7,6 3,3 3,4 3,8 3,8 3,7 3,4 N totaal N totaal Onbekend België,7,9,7,5,9,9 3,8 3,5 3, N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K38 39 gediagnosticeerde gevallen, dit is een lichte daling in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : S. pyogenes : evolutie van de registratiefrequentie (994-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , 997 5, , , , 355,8 39,6 Streptococcus pyogenes 3

163 Streptococcus pyogenes Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 5% van de isolaties werd uitgevoerd bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,), 46% van de isolaties werd uitgevoerd bij kinderen tussen en 4 jaar en 8% bij jongeren tussen 5 en 4 jaar (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : S. pyogenes : leeftijdsverdeling (N; ) N 5 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : S. pyogenes : verdeling volgens geslacht en leeftijdsgroep (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 9 5,9 4 9, ,3 6 4, ,8 8 8,3 5-4,3, ,6 5 9, ,9 6,5 65 3, 3 5, Totaal 5, 53, 4. Oorsprong van de afgenomen stalen meer dan 9% van de stalen werd afgenomen uit middenooretter van kinderen < 5 jaar, meer dan 5% van de stalen werd afgenomen uit bloed bij personen 5 jaar en dus een beetje meer dan voordien (tabel 6). Tabel 6 : S. pyogenes : evolutie van de verdeling van de isolaties volgens de oorsprong van de afgenomen stalen (%; 994-) Oorsprong van de afgenomen stalen < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. < 5 j. > 5 j. Bloed 9,6 45, 4,4 5, 4,5 5,7 6,3 5, 8,7 37,7 9, 37,8 6, 4,,4 4,8 5,4 53,8 Ooretter 9,4 53,4 95,6 5, 94,8 44, 93,7 45,5 88,8 57, 89,7 57, 9, 53, 87,6 54,8 94,6 44,8 Peritoneaal vocht ,5 -, Pleuraal vocht ,7 - -,6,7,6 -,, -,6 - - Gewrichtsvocht -,4 - -,7 4,5-4,5, 3,7,6 3,7-3, -, -,7 C.S.V , ,, -,7 -,7 Totaal (N) Streptococcus pyogenes

164 Peillaboratoria Streptococcus pyogenes 5. Seizoensevolutie isolaties van S. pyogenes werden het hele jaar waargenomen maar veel meer in de winter en minder in de zomer (figuren 4 en 5). Figuur 4 : S. pyogenes : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 5 WIV-K J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : S. pyogenes : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (994-) N / 4 weken 6 WIV-K Besluit De incidentie van infecties met S. pyogenes ( : 3,/ 5 inwoners) blijft over het algemeen stabiel, met uitzondering van de piek die in en vooral in Vlaanderen werd waargenomen. Streptococcus pyogenes 5

165 Referentielaboratorium Toxoplasmose Onderstaande gegevens van zijn afkomstig van het referentielaboratorium van het Pasteur Instituut in Brussel, Dienst Toxoplasmose. Ontvangen stalen : 43 ( : N=57) - voor serologische diagnose - 35 voor inoculatie - 8 voor serologie bij dieren Aard van de stalen voor inoculatie : - amniosvocht - 97 placenta - 77 geheparineerd bloed - 4 foetaal bloed - 3 cerebrospinaal vocht - 4 diverse Resultaat van de inoculatie : - 3 positief. 7 placenta. 3 navelstrengbloed. 3 amniosvocht Aantal serologische tests : - 4 Sabin Feldman (56 positieve) - Complementsbinding - 6 ELISA-DS-IgM - 8 Immunofluorescentie dierdiagnostiek Toxoplasmose

166 Peillaboratoria Treponema pallidum Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk De surveillance van de actieve syfilisgevallen begon in. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de volgende definitie : RPR/VDRL > :4 en een positieve treponemale test.. Doelstellingen schatting registratiefrequentie van infecties met T. pallidum (-), schatting nationale incidentie, beschrijving van de voornaamste epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 7 laboratoria, dit is 4% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 7 laboratoria over 3/43 arrondissementen : in Vlaanderen, 5 in Wallonië en in Brussel (tabel ). Tabel : T. pallidum verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; ) Arrondissement N % Arrondissement N % Arrondissement N % Arrondissement N % Arrondissement N % Antwerpen 3 5 Oostende St.-Niklaas 33 Mons Arlon Mechelen Roeselare Hasselt Mouscron Bastogne -- Turnhout 4 Tielt Maaseik Soignies 5 Marche-en-Fam. -- Halle-Vilvoorde Veurne -- Tongeren -- Thuin Neufchâteau Leuven Aalst Vlaanderen 5 Tournai Virton -- Brugge 5 Dendermonde 5 Brussel 4 Huy Dinant Diksmuide -- Eeklo Nivelles 5 Liège Namur 5 Ieper Gent 7 Ath Verviers Philippeville -- Kortrijk Oudenaarde -- Charleroi 5 Waremme -- Wallonie 5 3 N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden België 7 4 % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K48 3. Evolutie van het aantal deelnemers tussen en, lichte daling van het aantal laboratoria in Vlaanderen die ten minste infectie registreerden ( : N=3, : N=) (tabel ). Tabel : T. pallidum : evolutie van het aantal deelnemers (-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % Treponema pallidum

167 Treponema pallidum Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in nationale incidentie van,6/ 5 inwoners, opmerkelijk zijn de 63 gevallen gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen en dus een toename met 66% in vergelijking met het aantal gevallen dat in in dit arrondissement werd gediagnosticeerd ( : N=38; figuren en ). Figuur : T. pallidum : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > -,5 >,5 -, >, TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K48 Figuur : T. pallidum : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) 63 N = 5 WIV-K48 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv in vergelijking met neigt het aantal gevallen gediagnosticeerd in toe te nemen (tabel 3). Tabel 3 : T. pallidum : evolutie van de registratiefrequentie (-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar 3,8 59,3 Treponema pallidum

168 Peillaboratoria Treponema pallidum 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 86% van de isolaties is uitgevoerd bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V : 6,), de meeste gevallen zijn gediagnosticeerd bij mannen van 5 tot 44 jaar (figuur 3, tabel 4). Figuur 3 : T. pallidum : leeftijdsverdeling (N; ) N WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 4 : T. pallidum : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % <,, - 4,, 5-4,, , 6 7, , 8 36, ,3 3 3,6 65,5 5,7 Totaal 33,, Treponema pallidum 3

169 Treponema pallidum Peillaboratoria 4. Seizoensevolutie infecties met T. pallidum zijn het hele jaar door vastgesteld (figuur 4). Figuur 4 : T. pallidum : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week WIV-K J F M A M J J A S O N D Besluit Het is belangrijk dat de surveillance van deze kiem wordt voortgezet, zeker nu zowel in België als in alle andere Europese landen een toename van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen wordt vastgesteld. In waren de gevallen gediagnosticeerd door het netwerk vooral gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen. 4 Treponema pallidum

170 Peillaboratoria Yersinia enterocolitica Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk. Doelstellingen schatting trend van infecties met Y. enterocolitica (985-); schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau; voorstelling van enkele epidemiologische kenmerken van de patiënten.. Representativiteit in registratie van ten minste infectie door 8 laboratoria, dit is 66% van alle peillaboratoria, verspreiding van de 8 laboratoria over 3/43 arrondissementen : 48 in Vlaanderen, 4 in Wallonië en 8 in Brussel (tabel ). Tabel : Y. enterocolitica : verspreiding van de laboratoria per arrondissement (N, %; 998-) Arrondissement N % N % N % N % N % Arrondissement N % N % N % N % N % Antwerpen Brussel Mechelen Nivelles 5 Turnhout Ath Halle-Vilvoorde Charleroi Leuven Mons Brugge Mouscron Diksmuide Soignies Ieper Thuin Kortrijk Tournai 5 Oostende Huy Roeselare 3 3 Liège 7 4 Tielt Verviers Veurne Waremme Aalst Arlon Dendermonde Bastogne Eeklo Marche-en-Fam Gent Neufchâteau Oudenaarde Virton St.-Niklaas Dinant 5 5 Hasselt Namur Maaseik Philippeville Tongeren Wallonie Vlaanderen België N : aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden % : (aantal peillaboratoria die ten minste geval diagnosticeerden/ totaal aantal peillaboratoria) x WIV - Epidemiologie K6 3. Evolutie van het aantal deelnemers in vergelijking met, lichte daling van het aantal laboratoria die ten minste infectie registreerden (tabel ). Tabel : Y. enterocolitica : evolutie van het aantal deelnemers (985-) Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden Jaar Laboratoria die ten minste geval diagnosticeerden N % N % Yersinia enterocolitica

171 Yersinia enterocolitica Peillaboratoria Voornaamste epidemiologische kenmerken. Incidentie en registratiefrequentie in incidentie van 3,/ 5 inwoners op nationaal niveau, opmerkelijk zijn de gevallen (67%) gelokaliseerd in Vlaanderen op een totaal van 33 gevallen voor heel het land; dit aantal is vergelijkbaar met de 6/375 (7%) gediagnosticeerde gevallen in Vlaanderen in (figuren en ). Figuur : Y. enterocolitica : incidentie per arrondissement (N/ 5 inw., ) AL: Aalst AR: Arlon AT : Ath AW : Antwerpen B: Brussel BG: Brugge BS: Bastogne CR: Charleroi DK: Diksmuide DM: Dendermonde DN: Dinant EK: Eeklo GT: Gent HS: Hasselt HV: Halle-Vilvoorde HY: Huy IP: Ieper KR: Kortrijk LG: Liège LV: Leuven MC: Mouscron MH: Mechelen MN: Mons MR: Marche-en-Fam. MS: Maaseik NC: Neufchâteau NM: Namur NV: Nivelles OD: Oudenaarde OS: Oostende PV: Philippeville RS: Roeselare SG: Soignies SN: St-Niklaas TG: Tongeren TH: Turnhout TL: Tielt TN: Thuin TR: Tournai VR: Veurne VT : Virton VV: Verviers WR: Waremme AW OS BG EK SN VR DK TL GT DM MH RS IP KR OD AL B HV MC TR AT NV SG MN CR TN PV incidentie/. inwoners > - 3 > 3-6 > 6 TH LV NM DN MS HS TG WR LG HY MR NC VT BS AR TG VV WIV-K6 Figuur : Y. enterocolitica : verdeling van de registratiefrequentie per arrondissement (N; ) 3 N = 36 WIV-K6 Aw Mh Th HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg B Nv At Cr Mn Mc Sg Tn Tr Hy Lg Vv Wr Ar Bs Mr Nc Vt Dn Nm Pv Yersinia enterocolitica

172 Peillaboratoria Yersinia enterocolitica. Evolutie van de incidentie en registratiefrequentie significante daling (p<,5) met lineaire trend van het aantal gevallen dat sinds 999 in Vlaanderen wordt gediagnosticeerd, ook al blijft dit aantal hoger dan in Wallonië, sinds 998, stabilisatie van het aantal gevallen gediagnosticeerd in Wallonië en Brussel (tabel 3). Tabel 3 : Y. enterocolitica : evolutie van de incidentie per arrondissement (N/ 5 inw.; 993-) Arrond Arrond Antwerpen,9,8 3,9 3,3 3,4 3,8 4, 4,4 3,, Brussel 3,4 3, 4,6 4,,,3 4,9 3,,3,8 Mechelen 7, 5,4 5,6 4,6 8,9 4,9,5,8 5, 6,5 N totaal Turnhout 3,6 4,6,3 5,3 3,,3 8,4 7,6 5,7 5,6 Nivelles 9,,4 7,7 5,3 4,7 5,3 5,8 4,6 5,7 4,5 Halle-Vilv. 4,6 9, 6,7 7,6 4, 5, 6,5 6,3,3,3 Ath 6,5,6,3 4, 3,8, 3,8 7,6 5, 3,8 Leuven 3,7,,3 8,7 8,9 7,7,,5 5,5 7, Charleroi 5, 9,3 7,3 9,4 7, 5,4 5, 4,3,9,4 Brugge 4,5,9, 8,6 9,3 6,3 6,7 5,9 4,,6 Mons,,,8 3,,4,6,8,,8, Diksmuide, 4, 6,3, 8,4,, 4, 4,, Mouscron 6,8,7 9,8 9,9 5,7 4,3 4,3,9 8,6 7, Ieper 6,3 5,8 6,7 3,8,9 7,7,9 7,7 5,8 4,8 Soignies 7, 9,4 5,9 4,7 6,4 4,7,3,3,3 3,4 Kortrijk 6,8 3,3 7,9 4,7 7,5 4,7 5,4 6,8 7,6 7,6 Thuin 8,3,3 4,4,3 6, 5,5 8,9 6,9 7,5,9 Oostende 4,3 4,3 3,5,,4, 7,8 7,7, 3,5 Tournai 5,7 4,3,8,8,7,,7 4,3,9,8 Roeselare,,, 6,5, 6,4 7,8 6,4,7 3,5 Huy,,,,,,,,,, Tielt,,4 6,9 9, 4,6 9, 4,6, 6,8 3,6 Liège,8,4,5,,,,5,5,5, Veurne,,8,8 5,4,8 5,4 5,3 3,6,, Verviers,6 4,6 3,,,8,,3,9 3,4,9 Aalst 5,8 6,9 8, 7,7 5, 5,7 6, 3,8 4,,7 Waremme,,,,,5,,,5,5,4 Denderm.,4,3 4, 3,5 6,,8 4,5 8,6 9, 4,3 Arlon 8,, 7,9 7,8, 9,8 7,8 3,9,, Eeklo,6,4 7,6 8,8 5, 5, 6,3 8,8,, Bastogne,6,6,6,,,5,5,,5, Gent 6,9 8, 5,5 4,5 7, 3,3 8,5 4,6 5, 3, Marche-en-F,,,,,,,,,, Oudenaarde,8 3,5,8,6 3,5,9,8,6 3,5,7 Neufchâteau 3,7 7,3 3,6,8,8,8,8,, 3,6 St.-Niklaas 8, 8, 8,6 5,4 7, 7,7 7, 6,7 6,3, Virton 6,4,,, 4,,,,,, Hasselt,4,,9 4,3 3,7,7 5,,6,,3 Dinant 5, 5, 8,3 4,,, 7,,,, Maaseik,9,4,,9,9,5,8,8,9 3,6 Namur 4,4 4,7,8,5,5,4,7,8,,4 Tongeren,,,5,5,,6,,6,6,6 Philippeville 6,7 6,7, 6,6 4,9 9,9 4,9 4,9 3,3 6,5 Vlaanderen 6, 7, 6,5 6, 5,6 5, 6,6 6, 4,4 3,7 Wallonie 6, 5,6 5, 4,3 3,,6 3,,8,6,6 N totaal N totaal Onbekend België 8, 7,4 6,3 5,8 4,8 4,3 5,6 5, 3,7 3, N totaal N totaal van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar van de arrondissementen met een incidentie > gemiddelde + S.A.) voor het beschouwde jaar WIV-Epidemiologie K6 33 gediagnosticeerde gevallen, dit is een daling van % in vergelijking met (tabel 4). Tabel 4 : Y. enterocolitica : evolutie van de registratiefrequentie (985-) Jaar Aantal gevallen Gemiddeld aantal gevallen/lab/jaar , , , 988 9, , , , , , , , , , , ,6 57 4, 375 3, 33, Yersinia enterocolitica 3

173 Yersinia enterocolitica Peillaboratoria 3. Verdeling volgens geslacht en leeftijd 53% van de isolaties is in uitgevoerd bij personen van het mannelijke geslacht (geslachtsverhouding M/V :,), 4% van de isolaties is in uitgevoerd bij kinderen van tot 4 jaar, van wie de meesten of jaar oud zijn (figuur 3, tabel 5). Figuur 3 : Y. enterocolitica : leeftijdsverdeling (N; ) N 6 WIV-K leeftijd (jaar) Tabel 5 : Y. enterocolitica : verdeling volgens geslacht en leeftijd (N, %; ) Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen (jaar) N % N % < 4 8, 4, ,4 64 4, ,7 3 9, ,8 6 4, ,3 5 9, ,6 9, , 3 8,6 Totaal 7, 5, 4 Yersinia enterocolitica

174 Peillaboratoria Yersinia enterocolitica 4. Seizoensevolutie de meeste isolaties zijn geregistreerd op het einde van de zomer en/of bij aanvang van de herfst, opmerkelijk is het groot aantal infecties gediagnosticeerd in de lente van 999 (figuren 4 en 5). Figuur 4 : Y. enterocolitica : evolutie van het aantal diagnoses per week () N / week 6 WIV-K6 8 4 J F M A M J J A S O N D Figuur 5 : Y. enterocolitica : evolutie van het aantal diagnoses per 4 weken (99-) N / 4 weken 5 WIV-K Besluit voortzetting van de sinds jaar dalende trend van de registratiefrequentie, met uitzondering van de lichte toename in de lente van 999. Yersinia enterocolitica 5

175 Referentielaboratoria Leuven + Brussel Yersinia enterocolitica De gegevens werden verzameld door de twee referentielaboratoria voor Yersinia enterocolitica en Yersinia pseudotuberculosis (U.Z. Leuven Leuven en U.C.L. - Brussel) in België. De evolutie van het aantal ingestuurde stammen is opgesplitst volgens referentielaboratorium en wordt weergegeven in tabel. Tabel : Y. enterocolitica : verdeling van de stammen per referentielaboratorium (N; 984-) U.C.L K.U.L Totaal In verstuurden laboratoria stammen, wat vergelijkbaar is met voorgaande jaren : laboratoria in en 5 in. Slechts laboratorium isoleerde meer dan 35 stammen. In isoleerde 75% van de deelnemende laboratoria (N=83) minder dan 5 stammen. Ook het gemiddeld aantal stammen dat per laboratorium werd ingestuurd, vertoont een duidelijk dalende trend. In isoleerde een laboratorium gemiddeld 5, stammen, slechts 4,3 in en nog maar 3,8 in (tabel ). Tabel : Y. enterocolitica : verdeling van aantal laboratoria in functie van het aantal ingestuurde stammen (-) Aantal laboratoria Aantal ingestuurde stammen > De evolutie van het aantal stammen dat sinds 989 werd ingestuurd, wordt per provincie beschreven in tabel 3. Tijdens deze evaluatieperiode is voor alle provincies een vermindering van meer dan 6% vastgesteld. De enige uitzondering is de provincie Oost-Vlaanderen waar het aantal slechts met 34% verminderde. Rekening houdend met het stabiele aantal deelnemende laboratoria mogen wij besluiten dat infecties met Yersinia enterocolitica in België fors zijn verminderd. Tabel 3 : Y. enterocolitica : ingestuurde isolaties per provincie (in functie van de lokalisatie van het laboratorium, 989-) Provincie N N N N N N N N N N N N N N Vlaams-Brabant+Brussel+ Brabant wallon Antwerpen Limburg West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Namur Hainaut Liège Luxemburg Yersinia enterocolitica

176 Yersinia enterocolitica Referentielaboratoria Leuven + Brussel Tabel 4 geeft per provincie een overzicht van het aantal deelnemende laboratoria en per serotype een verdeling van de geïsoleerde Yersinia s. Bij deze voorstelling van de gegevens wordt rekening gehouden met de woonplaats van de patiënt (kolom ). De drie daarop volgende kolommen geven informatie over de pathogene serotypen (:3, :9, :5,7). De 6e kolom verzamelt de zeldzame stammen van de species Y. pseudotuberculosis. In de 5e kolom worden zowel de nietpathogene serotypen van Yersinia enterocolitica, als een reeks niet-pathogene species vermeld, zoals Y. bercovieri, Y. frederiksenii, Y. intermedia, Y. mollaretii en Y. kristensenii. Meer dan 68% van de onderzochte Y. enterocolitica behoren tot het serotype :3; het aandeel van het serotype :9 is herleid tot,5%. Zoals voorgaande jaren werd meer dan 98% van de stammen uit coproculturen geïsoleerd. Drie stammen werden uit bloed geïsoleerd, waarvan Y. pseudotuberculosis bleken. Tabel 4 : Y. enterocolitica : verdeling van de verschillende serotypen per provincie (N; ) Provincie N Pathogeen serotype Niet-pathogene Y. pseudo- Totaal Labs :3 :5,7 :9 typen tuberculosis Vlaams-Brabant + Brussel + Brabant wallon Antwerpen Limburg West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Namur 5 8 Hainaut Liège 8 9 Luxemburg Totaal Oorsprong feces : 48 bloed : 3 andere : Serotype :3 : 96 Serotype :9 : Serotype :5,7 : 3 Andere serotypen : 9 Yersinia bercovieri : 8 Yersinia frederiksenii : 8 Yersinia intermedia : 5 Yersinia pseudotuberculosis : 6 Yersinia mollaretii : Yersinia kristensenii : Yersinia rodhei : Tabel 5 geeft de evolutie weer van de verspreiding van de verschillende serotypen sinds 979. Het aantal type :3 stammen is sedert het begin van de surveillance in 979 verminderd met meer dan 6%. Type :9 stammen zijn bijna helemaal verdwenen. In 979 werden jaarlijks meer dan 3 stammen van type :9 ingestuurd terwijl in slechts stammen werden geregistreerd. Het aantal niet-pathogene Yersinia-serotypen blijft de jongste jaren constant, wat onrechtstreeks bewijst dat de coprocultuurtechniek in de Belgische laboratoria uitstekend blijft. Tabel 5 : Y. enterocolitica : verdeling van de serotypen (979-) Periode Serotype :3 Serotype :9 Andere pathogene serotypen Andere serotypen N % N % N % N % ,6 66 3, , , 39 6, , ,5 35 3, , , , ,3 5 6, 4, 36 4, ,9 44 4,, 3, , 7,6 4,4 9, ,3 4 4, 4,4 8, ,7 5 5,7,3 5 3, ,8 49 5,9 4,4 7 3, ,8 38 5,, 3, ,3 34 4,8 6,8 85, , 3 3,6 98 5, , 38 6, , , 5 7, 7 5 6, ,3,4, ,5 5 3,3 9 6, ,4,5 3,7 9, Yersinia enterocolitica

177 Referentielaboratoria Leuven + Brussel Yersinia enterocolitica Tabel 6 geeft een overzicht van de leeftijdsverdeling van de patiënten in functie van het serotype van de isolaties. Achtenzestig procent van de type :3 stammen werd geïsoleerd uit de stoelgang van kinderen jonger dan jaar. Pathogene Y. enterocolitica-stammen worden zeldzaam vanaf de derde levensdecade. Vanaf dat ogenblik worden ook meer niet-pathogene serotypen dan pathogene serotypen geïsoleerd. Tabel 6 : Y. enterocolitica : verdeling volgens leeftijd en serotype (N; ) Leeftijd (jaar) Serotype :3 Serotype :9 Andere Totaal < Onbekend Totaal Tabel 7 geeft de verschillende serotypen volgens het geslacht van de patiënten weer. De pathogene serotypen worden frequenter geïsoleerd in de mannelijke populatie en de niet pathogene serotypen in de vrouwelijke populatie. Tabel 7 : Y. enterocolitica : verdeling per seroytype in functie van het geslacht van de patiënt (N; ) Geslacht Serotype :3 Serotype :9 Andere serotypen Totaal en species (N=96) (N=) (N=6) (N=433) Mannen Vrouwen M/V,9 4,5,8,5 Onbekend 9 Yersinia enterocolitica 3

178 Peillaboratoria Besluit Op nationaal vlak is het laboratorianetwerk voor de surveillance van infectieuze aandoeningen een uiterst belangrijk instrument. Het biedt de gelegenheid om de evolutie van een aantal micro-organismen in het lopende jaar én van jaar tot jaar op te volgen. Dankzij de gegevens van de deelnemende laboratoria kunnen ook de voornaamste epidemiologische kenmerken van de geregistreerde kiemen worden gepreciseerd en kan worden nagegaan in welke bevolkingsgroepen de meeste gevallen worden gediagnosticeerd. De gegevensverwerking per arrondissement blijkt interessant omdat die de gelegenheid biedt om problemen op te merken die in een of ander specifiek arrondissement van het land voorkomen. Eind 994 werd een elektronisch surveillancesysteem (Programma Epi-Lab) ingevoerd : sindsdien versturen een twintigtal laboratoria hun wekelijks verzamelde gegevens via modem. Dit programma maakt het mogelijk om enerzijds de gegevens in te voeren en te versturen naar de server van het WIV en anderzijds de gegevens die zijn verzameld in het kader van de surveillance van infectieuze aandoeningen wekelijks onder de vorm van tabellen en kaarten te visualiseren. De referentielaboratoria bieden kostbare informatie over de gevoeligheid van de bestudeerde ziektekiem ten opzichte van antibiotica, de typering en de verzamelde gegevens. Het blijvend registreren verruimt de mogelijkheden om een aantal vergelijkende aanwijzingen te verzamelen die in de toekomst nuttig zouden kunnen blijken. Besluit

179 Peillaboratoria Lijst van publicaties DUCOFFRE G. La maladie de Lyme, pensons-y Revue de Médecine Générale N 94, juin VAN DAMME P., THYSSEN A., VAN LOOCK F. Epidemiology of hepatitis C in Belgium : present and future Acta Gastroenterol Belg Apr-Jun; 65():78-9 THYSSEN A., VAN LOOCK F. Parvovirus B 9 ou la cinquième maladie de l enfant Epidemiologisch Bulletin van de Vlaamse Gemeenschap, nummer 4, april HANQUET G. Vacciner au ème siècle. Méningocoque C : inquiétante épidémiologie. Tempo Médical, N 3, mars. HANQUET G., CARION F., VAN LOOCK F. Evolutie van meningokokken-infecties in België Percentile, Vol. 6, Nr. 5, dec. VAN LOOCK F., DUCOFFRE G. Meningokokkeninfecties : staan we voor een nieuwe epidemie? Epidemiologisch Bulletin van de Vlaamse Gemeenschap, nr. 36. VELLINGA A., VAN LOOCK F. The dioxin crisis as experiment to determine poultry related Campylobacter enteritis. Emerging Infectious Diseases, 8 ; 4. Priority publication since september st : RONVEAUX O., QUOILIN S., VAN LOOCK F., LHEUREUX P., STRUELENS M., BUTZLER J.P. A Campylobacter coli foodborne outbreak in Belgium. Acta Clinica Belgica ; 55 : VAN LOOCK F., DUCOFFRE G., DUMONT J-M., LIBOTTE-CHASSEUR M-L., IMBRECHTS H., GOUFFAUX M., HOUINS- ROULET J., LAMSENS G., DE SCHRIJVER K., BIN N., MOREAU A., DE ZUTTER L., DAUBE G. Analysis of foodborne disease in Belgium in 997. Acta Clinica Belgica, ; GALLAY A., VAN LOOCK F., DEMAREST S., VAN DER HEYDEN J., JANS B., VAN OYEN H. Belgian Coca-Cola-Related Outbreak : Intoxication, Mass Sociogenic Illness or Both? American Journal of Epidemiology,, vol.55, nr.. DE SCHRIJVER K., VAN BOUWEL E., MORTELMANS L., VAN ROSSOM P., DE BEUKELAER T., VAEL C., DIRVEN K., GOOSSENS H., IEVEN M., RONVEAUX O. An outbreak of legionnaires disease among visitors to a fair in Belgium in 999. Eurosurveillance ; 5 : 5-9. MAES N., STRUELENS M.-J., DINNE K., RONVEAUX O., VAN LOOCK F. Amplified fragment length polymorphism (AFLP) typing of Legionella pneumophila for identifying the source of an international outbreak of legionellosis in a Belgian hotel. 5 th International Conference on Legionella, Ulm (Germany), 6-9/9/. Abstract book p 5. VAN LOOCK F., RONVEAUX O., DINNE K., QUOILIN S., MOREAU A., STRUELENS M. Een Legionellabesmetting na een hotelbezoek in het zuiden van het land. Epidemiologisch Bulletin van de Vlaamse Gemeenschap ; nr. :8. RONVEAUX O., QUOILIN S., VAN LOOCK F. Infectious disease surveillance in Belgium during the Euro football tournament. Eurosurveillance weekly, June. RONVEAUX O., VAN LOOCK F., DINNE K., MAES N., QUOILIN S., SASSE A., STRUELENS M. An international outbreak of Legionnaires Disease in a Belgian hotel. 9 th International Congress on Infectious Diseases, Buenos Aires, -3/4/. Abstract book p 3. DUCOFFRE G., CAUCHIE P. Simpson S. Respiratory Syncytial Virus Epidemiology in Belgium. ESPID, Noordwijk, 3-5/5/; Abstract book p 74. VELLINGA A., VAN LOOCK F. The dioxin crisis as experiment to determine poultry related Campylobacter enteritis Lijst van publicaties

180 Lijst van publicaties Peillaboratoria Emerging Infectious Diseases, 8 ; 4. Priority publication since september st : VAN LOOCK F., GALLAY A., DEMAREST S., VAN DER HEYDEN J., VAN OYEN H. Outbreak of Coca-Cola-related illness in Belgium : a true association. Lancet, 999, 354, 68-. PIÉRARD D., CROWCROFT N., DE BOCK S., POTTERS D., CRABBE G., VAN LOOCK F., LAUWERS S. A case-control study of sporadic infection with O57 and non-o57 verocytotoxin- producing E. coli. Epidemiol. Infect. 999,, VAN LOOCK F. Notification of communicable diseases. Archives of Public Health, 999, 57(5), DUCOFFRE G. Diagnosis and surveillance of infectious diseases. Archives of Public Health, 999, 57(5), 7-9. QUOILIN S., DUPONT Y., VAN LOOCK F., DUCOFFRE G. Electronic surveillance in the sentinel laboratory network in Belgium. Archives of Public Health, 999, 57 (supp.), 4. CROWCROFT N.S., INFUSO A., ILEF D., LE GUENNO B., DESENCLOS J.C., VAN LOOCK F., CLEMENT J. Risk factors for human hantavirus infection : Franco-Belgian collaborative case-control study during epidemic. BMJ, 999, 38, VAN LOOCK F., DUCOFFRE G. Overzicht van infectieziekten, geregistreerd door de peillaboratoria in 997. Epidemiologisch Bulletin van de Vlaamse Gemeenschap 998 (nr. 4). VAN LOOCK F. Notification of Communicable Diseases. European Union for School and University Health and Medicine, Newletter, august 998, -9. VAN LOOCK F. De ziekte van Lyme Epidemiologisch Bulletin van de Vlaamse Gemeenschap 999/ (nr. 6). VAN PELT W., RONVEAUX O., GALLAY A., VAN LEEUWEN W.J., CHASSEUR-LIBOTTE M.L., VAN DUYNHOVEN Y.T.H.P., VAN LOOCK F., GODARD C. Een explosie van Salmonella enterica serovar Enteritidis (S. Enteritidis) in België : Een grensoverschrijdende problematiek? Infectieziekten Bulletin 999 nr. 3. VAN LOOCK F., THOMAS I., CLEMENT J., GOOS S., COLSON P. A case-control study after a hantavirus infection outbreak in the south of Belgium : Who is at risk? Clinical Infectious Diseases, 999, 8, VAN LOOCK F. Early Warning Systems and Public Health Interventions in a Belgian and European Perspective. Acta Clin. Belg., 994, 49, DUCOFFRE G., WALCKIERS D., GLUPCZYNSKI Y., VERBIST L., VERHAEGEN J., YOURASSOWSKY E. Evolution des infections à pneumocoques en Belgique de 986 à 99. Acta Clin. Belg., 993, 48, DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen in België door een netwerk van laboratoria voor microbiologie : toekomstperspectieven. Focus Diagnostica, 99,, 9-3. DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses en Belgique par un réseau de laboratoires de microbiologie : perspectives d'avenir. Focus Diagnostica, 99,, 9-3. WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen in België door een netwerk van laboratoria voor microbiologie. Ontwikkeling sedert 983. Focus Diagnostica, 99,, 4-8. Lijst van publicaties

181 Peillaboratoria Lijst van publicaties WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses en Belgique par un réseau de laboratoires de microbiologie. Développements depuis 983. Focus Diagnostica, 99,, 4-8. WALCKIERS D., PIOT P., STROOBANT A., VAN DER VEKEN J., DECLERCQ E. Declining trends in some sexually transmitted diseases in Belgium between 983 and 989. Genitourin. Med., 99, 67, WALCKIERS D., STROOBANT A., VANDEPITTE J., VERBIST L., WAUTERS G. Surveillance des maladies infectieuses en Belgique par un réseau de laboratoires vigies. Application à Campylobacter et Yersinia enterocolitica. Expérience de sept années. Méd. Mal. Infect., 99,, et 39. WALCKIERS D., STROOBANT A., YOURASSOWSKY E., LION J., CORNELIS R. A sentinel network of microbiological laboratories as a tool for surveillance of infectious diseases in Belgium. Epidemiol. Infect., 99, 6, WALCKIERS D., LAUWERS S., STROOBANT A., CORNELIS R., LION J., VAN CASTEREN V. Aspects épidémiologiques des infections à Campylobacter en Belgique. Acta Clin. Belg., 989, 44, -6. WALCKIERS D., PIOT P., STROOBANT A., CORNELIS R., LION J., VAN CASTEREN V. Aspects épidémiologiques des infections à Neisseria gonorrhoeae en Belgique. Rev. Epidém. et Santé Publ., 989, 37, 7-. VAN DYCK E., WALCKIERS D., PIOT P. Multiple antimicrobial resistance in Haemophilus influenzae isolates from invasive infections in Belgium ( ). Acta Clin. Belg., 988, 43, WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses en Belgique par un réseau de laboratoires de microbiologie. In : Recherche en santé publique en Belgique. Première journée nationale de la santé publique. Bruxelles, 5 novembre 988. Résumés des communications orales et des posters. Arch. B. Méd. soc., Hyg., Méd. Tr. et Méd. lég., 988, 46, 36. WALCKIERS D., PIOT P., STROOBANT A., CORNELIS R., LION J., VAN CASTEREN V. Aspects épidémiologiques des infections à Chlamydia trachomatis en Belgique. Acta Clin. Belg., 988, 43, WALCKIERS D., WAUTERS G., STROOBANT A., CORNELIS R., VAN CASTEREN V. Surveillance des maladies infectieuses en Belgique par un réseau de laboratoires de microbiologie : principaux résultats de l'enregistrement 984. Acta Clin. Belg., 986, 4, WALCKIERS D., VANDEPITTE J., STROOBANT A., CORNELIS R., VAN CASTEREN V. Une nouvelle méthode de surveillance des maladies infectieuses en Belgique : le réseau "vigie" de laboratoires de microbiologie. Med. Mal. Infect., 986, 6, WALCKIERS D., VAN ROS G., STROOBANT A. Surveillance du paludisme en Belgique par un réseau de laboratoires de microbiologie. Ann. Soc. belge Méd. trop., 986, 66, 5-. WALCKIERS D., VAN CASTEREN V., STROOBANT A., CORNELIS R. Surveillance van infectieziekten door laboratoria voor microbiologie. Tijdschr. Geneeskd., 986, 4, 9-. STROOBANT A., VAN CASTEREN V., WALCKIERS D. Surveillance infectieuze aandoeningen door een net van laboratoria voor microbiologie, 984. Infectie door Entamoeba histolytica. Tijdschrift van de Belgische Vereniging van Laboratoriumtechnologen, 986, 3, STROOBANT A., VAN CASTEREN V., WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, 984. Revue de l'association Belge des Technologues de Laboratoire. Brucellose : 985,, 347. Infection à Yersinia enterocolitica : 986, 3, STROOBANT A., VAN CASTEREN V., WALCKIERS D. Lijst van publicaties 3

182 Lijst van publicaties Peillaboratoria Surveillance des maladies infectieuses par les laboratoires en 983. Revue de l'association Belge des Technologues de Laboratoire. Brucellose : 984,, Legionellose : 984,, Infection à Listeria : 984,, Paludisme : 985,, Infection à Pneumocoques : 985,, Infection à Campylobacter : 985,, Infection à Chlamydia : 985,, 9-9. STROOBANT A., VAN CASTEREN V., WALCKIERS D. Surveillance infectieuze aandoeningen door microbiologische laboratoria in 983. Tijdschrift van de Belgische Vereniging van Laboratoriumtechnologen. Malaria : 984,, Infectie door Yersinia enterocolitica : 984,, Infectie door Mycobacterium : 985,, Infectie door Haemophilus influenzae : 985,, Lijst van publicaties

183 Peillaboratoria Lijst WIV-rapporten DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, + tendances épidémiologiques Janvier 3 (D//55/43). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, + epidemiologische trends Januari 3 (D//55/44). DUCOFFRE G. Laboratoires de référence : leur rôle dans le cadre du réseau des laboratoires vigies D//55/37. DUCOFFRE G. Referentielaboratoria : hun rol in het kader van het netwerk van peillaboratoria D//55/38. QUOILIN S. Investigation d un épisode épidémique de rhume de hanche dans une école à Nivelles, janvier D//55/9. DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, + epidemiologische trends Januari (D//55/8). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, + tendances épidémiologiques Janvier (D//55/7). HANQUET G., VAN LOOCK F. Trends of syphilis cases reported by the sentinel laboratory network. Belgium, January April (résumés en français et néerlandais). D//55/. DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, epidemiologische trends November, 68 p. (D/999/55/9). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, tendances épidémiologiques Novembre, 68 p. (D/999/55/8). QUOILIN S. Rapport sur l épidémie d hépatite A à Templeuve. Februari. DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, epidemiologische trends November 999, p. (D/999/55/5). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, tendances épidémiologiques Novembre 999, p. (D/999/55/4). QUOILIN S. Rapport sur l intervention lors d un épisode épidémique de Legionella pneumophila. Juni 999. GALLAY A., QUOILIN S., VAN LOOCK F. Epidémie d hépatite A au centre la Clairière à Bruxelles. Lijst W.I.V.-rapporten

184 Lijst WIV-rapporten Peillaboratoria Februari - Mei 999. DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, epidemiologische trends November 998, p. (D/998/55/7). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, tendances épidémiologiques Novembre 998, p. (D/998/55/6). DUCOFFRE G. Referentielaboratoria : hun rol in het kader van het netwerk van Peillaboratoria. November 997, 8 p. (D/997/55/37). DUCOFFRE G. Laboratoires de référence : leur rôle dans le cadre du réseau des Laboratoires Vigies. November 997, 76 p. (D/997/55/36). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, epidemiologische trends November 997, 4 p. (D/997/55/3). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, tendances épidémiologiques Novembre 997, 4 p. (D/997/55/3). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, retrospectieve November 996, 77 p. (D/996/55/6). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, rétrospective Novembre 996, 77 p. (D/996/55/5). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, retrospectieve December 995, 48 p. (D/995/55/7). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, rétrospective Décembre 995, 48 p. (D/995/55/6). Novembre 99, 48 p. (D/99/55/7). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, retrospectieve December 994, 35 p. (D/994/55/). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, rétrospective Décembre 994, 35 p. (D/994/55/). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, 99 + retrospectieve November 993, 8 p. (D/993/55/5). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, 99 + rétrospective Novembre 993, 8 p. (D/993/55/4). DUCOFFRE G. Lijst W.I.V.-rapporten

185 Peillaboratoria Lijst WIV-rapporten Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, 99 + retrospectieve Februari 993, 64 p. (D/99/55/45). DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, 99 + rétrospective Février 993, 64 p. (D/99/55/33). DUCOFFRE G. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, 99 + retrospectieve November 99, 3 p. DUCOFFRE G. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, 99 + rétrospective Novembre 99, 3 p. WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, retrospectieve WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, rétrospective Novembre 99, 48 p. (D/99/55/6). WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie, retrospectieve September 989, 56 p. (D/989/55/8). WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie, rétrospective Septembre 989, 56 p. (D/989/55/7). WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie Juli 988, 58 p. (D/988/55/7). WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie Juillet 988, 58 p. (D/988/55/6). WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie Oktober 987, 6 p. (D/987/55/39). WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie October 987, 6 p. (D/987/55/38). WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen door een netwerk van laboratoria voor microbiologie Oktober 985, 54 p. (D/986/55/79). WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par un réseau de laboratoires de microbiologie Octobre 986, 5 p. (D/986/55/77). (Résumé paru dans le Bulletin Epidémiologique Hebdomadaire Français, 987,, 6-7). WALCKIERS D. Surveillance van infectieuze aandoeningen door de laboratoria voor microbiologie in 984. Oktober 985, p. (D/985/55/4). WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par les laboratoires de microbiologie en 984. Octobre 985, p. (D/985/55/4). STROOBANT A., VAN CASTEREN V., WALCKIERS D. Lijst W.I.V.-rapporten 3

186 Lijst WIV-rapporten Peillaboratoria Surveillance van infectieziekten door de laboratoria voor microbiologie in 983. November 984, 8 p. (D/984/55/34). STROOBANT A., VAN CASTEREN V., WALCKIERS D. Surveillance des maladies infectieuses par les laboratoires de microbiologie. Novembre 984, p. (D/984/55/33). 4 Lijst W.I.V.-rapporten

187 LIJST VAN REFERENTIELABORATORIA Naam van de kiem Verantwoordelijke Instituut Adres Telefoon Fax BARTONELLA HENSELAE Dr M. DELMEE U.Z. St-Luc 549 Microbiologie Hippocrateslaan, 54 Brussel / / BORDETELLA PERTUSSIS Dr. S. LAUWERS A.Z. V.U.B. Microbiologie Laarbeeklaan, 9 Brussel / / [email protected] BORRELIA BURGDORFERI Dr M. DELMEE U.Z. St-Luc 549 Microbiologie Hippocrateslaan, 54 Brussel / / [email protected] Dr V. LUYASU Clinique St-Pierre Av. Reine Fabiola, 9 34 Ottignies / / [email protected] Dr. M. VAN RANST U.Z. CDG8 Virologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] BRUCELLA sp. Dr. J. GODFROID CODA Groeselenberg, 99 8 Brussel / / [email protected] BURKHOLDERIA CEPACIA Dr P. VANDAMME Universiteit Gent - Microbiologie Ledeganckstraat 35 9 Gent 9/ / [email protected] CALICIVIRUS TYPE NORWALK Dr A. SCIPIONI U.Lg. Virologie Bd de Colonster, /B43bis 4 Liège 4/ / [email protected] CAMPYLOBACTER sp. Dr G. ZISSIS Dr O. VANDENBERG U.Z. St-Pieter Microbiologie Hoogstraat, 3 Brussel / / [email protected] [email protected] CLOSTRIDIUM BOTULINUM Mevr. M. TURNEER Instituut Pasteur van Brussel Engelandstraat, 64 8 Brussel / / [email protected] CORYNEBACTERIUM DIPHTERIAE Dr. S. LAUWERS A.Z. V.U.B. Microbiologie Laarbeeklaan, 9 Brussel / / [email protected] CRYPTOCOCCUS NEOFORMANS Dr. D. SWINNE W.I.V. Mycologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] CRYPTOSPORIDIUM sp. Mr T. VERVOORT I.T.G. Klinische Biologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / [email protected] CYCLOSPORA Mr T. VERVOORT I.T.G. Klinische Biologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / [email protected] DENGUE Dr. M. VAN ESBROECK I.T.G. Klinische Biologie Kronenburgstraat, 43/3 Antwerpen 3/ / [email protected] ECHINOCOCCUS MULTILOCULARIS Dr Y. CARLIER Hôpital Erasme Parasitologie Route de Lennik, 88 7 Bruxelles / / [email protected] ENTAMOEBA HISTOLYTICA Mr T. VERVOORT I.T.G. Klinische Biologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / [email protected] ENTEROCOCCUS Dr. H. GOOSSENS U.Z. Antwerpen Microbiologie Wilrijkstraat, 65 Edegem 3/ / [email protected] ENTEROVIRUS Dr P. GOUBAU U.C.L.. Virologie Chap.-aux-Champs, 3/55 Bruxelles / / [email protected] Dr C. LIESNARD Hôpital Erasme Microbiologie Route de Lennik, 88 7 Bruxelles / / [email protected] Dr D. PIERARD A.Z.-V.U.B. Microbiologie Avenue du Laarbeek, 9 Bruxelles / / [email protected] Dr M. VAN RANST U.Z. CDG8 Virologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] ESCHERICHIA COLI VTEC en EHEC Dr. S. LAUWERS A.Z. V.U.B. Microbiologie Laarbeeklaan, 9 Brussel / / [email protected] HAEMOPHILUS INFLUENZAE Dr. F. CROKAERT Instituut J. Bordet Microbiologie Heger-Bordetstraat, Brussel / / [email protected] HANTAVIRUS Dr. C. VANDENVELDE Kon. Astrid Militair Hospitaal Bruynstraat, Brussel / / [email protected] H.I.V. Dr. P. GOUBAU Clin. St- Luc ESP3 Chap. aux Champs, 3/55 Brussel / / [email protected] Dr M. VAN RANST U.Z. CDG8 Virologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] Dr. S. LAUWERS A. Z.-V.U.B. Microbiologie Laarbeeklaan, 9 Brussel / / [email protected] Dr. C. LIESNARD U.Z. Erasmus Microbiologie Lenniksebaan, 88 7 Brussel / / [email protected] Dr. G. VAN DER GROEN I.T.G. Virologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / [email protected] Dr. J. PLUM U.Z. R.U.G. Virologie De Pintelaan, 85 Blok A 9 Gent 9/ / [email protected] Dr. M. SONDAG U.Lg Bloedtransfusie Sart-Tilman B35 4 Liège 4/ / [email protected] Dr. G. ZISSIS U.Z. St-Pieter Medicale Virologie Hoogstraat, 3 Brussel / / [email protected] HEPATITIS A, B, C Dr. Wet. R. VRANCKX W.I.V. Virologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] LEGIONELLA PNEUMOPHILA Dr. S. LAUWERS A.Z.-V.U.B. Microbiologie Laarbeeklaan, 9 Brussel / / [email protected] Dr. M. STRUELENS U.Z. Erasmus Microbiologie Lenniksebaan, 88 7 Brussel / / [email protected] Peillaboratoria Bijlage

188 Bijlage Bijlage Naam van de kiem Verantwoordelijke Instituut Adres Telefoon Fax LEISHMANIA sp. Mr T. VERVOORT I.T.G. Klinische Biologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / LEPTOSPIRA sp. Mr T. VERVOORT I.T.G. Klinische Biologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / LISTERIA MONOCYTOGENES Dr. Wet. M. YDE W.I.V. Bacteriologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] MYCOBACTERIUM sp. Dr. Ap. M. DUFAUX Instituut Pasteur van Brussel Mycobact. Engelandstraat, 64 8 Brussel / / [email protected] Dr. F. PORTAELS I.T.G. Mycobacteriologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / [email protected] NEISSERIA MENINGITIDIS Mevr. F. CARION W.I.V. Bacteriologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] NEISSERIA GONORRHOEAE Dr. M. VAN ESBROECK I.T.G. Klinische Biologie Kronenburgstraat, 43/3 Antwerpen 3/ / [email protected] PASTEURELLA sp. Dr. C. MIRY DGZ-VL. Verbond West-Vlaaderen Industrielaan, 5 88 Torhout 5/ / [email protected] PLASMODIUM sp. Mr T. VERVOORT I.T.G. Klinische Biologie Nationalestraat, 55 Antwerpen 3/ / [email protected] POLIOVIRUS Dr. M. VAN RANST U.Z. CDG8 Virologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] RABIES Dr. F. COSTY Instituut Pasteur van Brussel Rabies Engelandstraat, 64 8 Brussel / / [email protected] SALMONELLA sp. Mr J.M. COLLARD W.I.V. Bacteriologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] SHIGELLA sp. Mr J.M. COLLARD W.I.V. Bacteriologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] STAPHYLOCOCCUS AUREUS Dr. M. STRUELENS U.Z. Erasmus Bacteriologie Lenniksebaan, 88 7 Brussel / / [email protected] STREPTOCOCCUS AGALACTIAE (groep B) FAAGTYPERING Dr. C. GODARD Instituut Pasteur van Brussel Faagtypering Engelandstraat, 64 8 Brussel / / [email protected] Dr. P. MELIN C.H.U. Medicale Microbiologie Sart-Tilman Bât. 3 4 Liège 4/ / [email protected] STREPTOCOCCUS PNEUMONIAE Dr J. VERHAEGEN U.Z. Leuven Microbiologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] STREPTOCOCCUS PYOGENES (groep A) Dr. H. GOOSSENS U.Z. Antwerpen Microbiologie Wilrijkstraat, 65 Edegem 3/ / [email protected] TOXOPLASMA Dr C. LIESNARD U.Z. Erasmus Microbiologie Lenniksebaan, 88 7 Brussel / / [email protected] VIBRIO CHOLERAE/ PARAHAEMOLYTICUS Dr V. LUYASU Clinique St-Pierre Avenue Reine Fabiola, 9 34 Ottignies / / [email protected] Dr A. NAESSENS A.Z. V.U.B. Microbiologie Laarbeeklaan, 9 Brussel / / [email protected] Dr R. VANHOOF Institut Pasteur de Bruxelles Toxopl. Rue Engeland, 64 8 Bruxelles / / [email protected] Dr P. DE MOL C.H.U. Microbiologie Médicale Sart-Tilman Bât. 3 4 Liège 4/ / [email protected] YERSINIA ENTEROCOLITICA Dr J. VERHAEGEN U.Z. Leuven Microbiologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] Dr. G. WAUTERS U.Z. St-Luc 549 Microbiologie Hippocrateslaan, 54 Brussel / / [email protected] YERSINIA PESTIS Dr M. DELMEE U.Z. St-Luc 549 Microbiologie Hippocrateslaan, 54 Brussel / / [email protected] YERSINIA PSEUDOTUBERCULOSIS Dr J. VERHAEGEN U.Z. Leuven Microbiologie Herestraat, 49 3 Leuven 6/ / [email protected] Voor alle kiemen : Dr. G. WAUTERS U.Z. St-Luc 549 Microbiologie Hippocrateslaan, 54 Brussel / / [email protected] aminoglycosideresistentie Dr. R. VANHOOF Instituut Pasteur van Brussel Antibiotica Engelandstraat, 64 8 Brussel / / [email protected] Fungemieën Dr N. NOLARD W.I.V. - Mycologie J. Wytsmanstraat, 4 5 Brussel / / [email protected] 3/3 Bijlage Peillaboratoria

189 Peillaboratoria Bijlage W.I.V. / Epidemiologie G. DUCOFFRE / G. HANQUET J. Wytsmanstraat, 4-5 Brussel Tel. : / Fax : [email protected] SURVEILLANCE VAN INFECTIEZIEKTEN DOOR PEILLABORATORIA Week, van tot NEONATALE SEPTICEMIE EN/OF MENINGITIS Alle kiemen geïsoleerd uit het bloed of uit C.S.V. bij kinderen < 8 dagen oud KIEM Leeftijd Geslacht Staal Overleden OPMERKINGEN (dagen) M/V/? Bloed L.V. J / N /? (kliniek, geassocieerde infekties,...) ENTEROVIRUS IN C.S.V. Geboorte- Geslacht Postcode Gestuurd naar ref. labo OPMERKINGEN datum M/V/? J/N/? (kliniek, symptomen,...) / VRAGENLIJST INVULLEN POSITIEVE SEROLOGIE KIEM PATIENT STAAL OPMERKINGEN Geboorte- Gesl. Postcode Identificatie- Bevestiging per (kliniek, land van besmetting, datum M/V/? nummer uw labo. ref. labo. and. labo. plaats van besmetting,...) B. BURGDORFERI HEPATITIS A HANTAVIRUS C. PSITTACI L. PNEUMOPHILA VRAGENLIJST INVULLEN TOXOPLASMA (gedurende zwangerschap) T. PALLIDUM (actief*) VRAGENLIJST INVULLEN L. PNEUMOPHILA (urine) COMPLETER QUESTIONNAIRE KIEM PATIENT STAAL OPMERKINGEN Geboorte Gesl. Postcode Genitale oorsprong Andere (kliniek) datum M/V/? C. TRACHOMATIS N. GONORRHOEAE RESPIRATOIRE INFECTIES KIEM PATIENT KIEM PATIENT Geboorte Gesl. Postcode Geboorte Gesl. Postcode datum M/V/? datum M/V/? ADENOVIRUS RSV INFLUENZA A 3 INFLUENZA B 4 PARAINFLUENZA 5 M. PNEUMONIAE MORBILLIVIRUS 4 RUBIVIRUS 5 PARVOVIRUS B9 Bijlage

190 Bijlage Peillaboratoria KIEM PATIENT STAAL EPIDEMIOLOGISCHE Geboorte Gesl. Code Oorsprong Ref. Identificatie OPMERKINGEN 3 datum M/V/? Postal Bloed L.V. Oor Stoelg. Andere labo. 4 Nummer CAMPYLOBACTER CRYPTOSPORIDIUM CYCLOSPORA E. COLI 6 (VTEC-EHEC) VORM : E. HISTOLYTICA GIARDIA H. INFLUENZAE 8 TYPE : RESISTENTIE : L. PNEUMOPHILA LISTERIA N. MENINGITIDIS 8 PLASMODIUM SALMONELLA Cluster AANTAL : BESCHRIJVING : SHIGELLA S. PNEUMONIAE 7 S. PYOGENES 7 Y. ENTEROCOLITICA. Meer dan gevallen uit dezelfde groep, met dezelfde kiem, binnen één week. Vermeld het staal nummer identificatie voor kiemen die naar het referentielaboratorium verstuurd worden en/of aangifteplichtig zijn (onderlijnde kiem) 3. Species, land van besmetting, betrokken dier, geassocieerde infectie, Zo ja, het staal en het specifiek formulier sturen naar het referentielaboratorium 5. Alleen isolaten afkomstig uit bloed of uit bloederige stoelgang 6. Enkel voor VTEC of EHEC (57:H7 en andere) isolaten afkomstig uit stoelgangstalen 7. Bloed, C.S.V., ooretter of andere diepe localisaties (gewrichts-, pericard-, peritoneaal- of pleuraalvocht) 8. Bloed, C.S.V. of andere diepe localisaties (gewrichts-, pericard-, peritoneaal- of pleuraalvocht) (prec.) J/ N TER HERINNERING, OOK ZENDING NAAR DE REFERENTIELABORATORIA (STAMMEN + VRAGENLIJST) Onderzoek EARSS : E. faecium / faecalis E. coli (sang + L.C.R.) M.R.S.A. S. pneumoniae Fungemieën Enterovirus in de stoelgang Bartonella henselae Bordetella pertussis Brucella sp. Clostridium botulinum Corynebacterium diphteriae Dengue Leishmania sp. Leptospira sp. Mycobacterium sp. Pasteurella sp. Salmonella sp. Streptococcus agalactiae Vibrio cholerae / parahaemolyticus Yersina pestis / pseudotuberculosis Bijlage

191 Peillaboratoria Bijlage 3 WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID Afdeling Epidemiologie Fax : / Tel. : / Mevr. Geneviève DUCOFFRE Netwerk van Peillaboratoria [email protected] Maandelijks rapport DECEMBER (weken 49 tot 5) voor VLAANDEREN en BRUSSEL Verwerking op 4//3 R 4 Campylobacter - M = 37 / N = 3 R N. meningitidis (Referentielaboratorium) - M = 4 / N = Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg 5 serogroep B : N=4 C : N=7 niet getypeerd : N= Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg R 4 Giardia - M = 78 / N = 49 R 6 M. pneumoniae - M = 3 / N = Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg R R.S.V. - M = 88 / N = 947 R 6 S. pneumoniae - M = 87 / N = Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg R Hepatitis A - M = 7 / N = R 8 B. burgdorferi (Referentielaboratoria) - M = 8 / N = Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg Aw Mh Th B HV Lv Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Al Dm Ek Gt Od SN Hs Ms Tg N. meningitidis : Het referentielaboratorium diagnosticeerde in december 8 gevallen, verspreid over Vlaanderen (N=), Brussel (N=) en Wallonië (N=6). R.S.V. In behoren 89/6 (34%) gevallen tot serogroep C, in 78/38 (47%) en in 85/67 (3%). In behoren 6/6 (6%) gevallen tot serogroep B, in 7/38 (45%) en in 64/67 (6%). : Opmerkelijk is het aantal gevallen gediagnosticeerd in december, in het bijzonder in Brussel (in St.-Jans-Molenbeek : N=7, in Schaarbeek : N=5, in Anderlecht : N=, in Brussel-Stad : N=, ). Aw Mh Th AntwerpenB Mechelen HV Turnhout Lv Brussel Halle-Vilv. Leuven Bg Dk Ip Kr Os Rs Tl Vr Brugge Diksmuide Ieper Kortrijk Oostende Roeselare Tielt Veurne Al Dm Ek Gt Od SN Aalst Dendermonde Eeklo Gent Oudenaarde St.-Niklaas Hs Ms Tg Hasselt Maaseik Tongeren Voor Vlaanderen en Brussel en voor de beschouwde weken M : gemiddelde waarde van het aantal geregistreerde gevallen in 993- N : aantal geregistreerde gevallen in Berekening van R (per arrondissement en voor de beschouwde weken) R=(n/m) - indien n>m met m : gemiddelde waarde van het aantal geregistreerde gevallen in 993- n : aantal geregistreerde gevallen in WIV/3/ bijlage 3

192 Bijlage 3 Peillaboratoria WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID Dienst Epidemiologie Fax : / Téel. : / Mevr. Geneviève DUCOFFRE Netwerk van Peillaboratoria [email protected] Aantal gediagnosticeerde gevallen gedurende de observatieperiode (weken 49 tot 5) en cumulatief sinds het begin van het jaar (weken tot 5) Verwerking op 4//3 KIEMEN BRUSSEL a VLAANDEREN a WALLONIE a ONBEKEND a TOTAAL weken Adenovirus B. burgdorferi Campylobacter C. psittaci C. trachomatis Cryptococcus f Cryptosporidium Cyclospora d E. histolytica d Enterovirus c E. coli (VTEC + EHEC) Giardia H. influenzae g Hantavirus d Hepatitis A Influenza A Influenza B L. pneumophila (bact. + serol.) L. pneumophila (urine) 4 4 Listeria d Morbillivirus 7 M. pneumoniae N. gonorrhoeae N. meningitidis c+d Parainfluenza Parvovirus B9 3 5 Plasmodium d RSV Rubivirus 6 S. enteritidis f S. hadar f S. typhimurium f Salmonella andere f Shigella S. pneumoniae c S. pyogenes c Toxoplasma f 4 T. pallidum Y. enterocolitica TOTAAL aantal laboratoria e % deelname b a verdeling volgens de locatie van de patiënt b deelnamepercentage van de peillaboratoria : (aantal opgestuurde formulieren / aantal verwachte formulieren) x c diepe isolaties d referentielaboratorium + peillaboratoria e verdeling volgens de locatie van het laboratorium f referentielaboratorium g diepe isolaties behalve ooretter bijlage 3

Respiratoir Syncytiaal Virus

Respiratoir Syncytiaal Virus Peillaboratoria Doelstellingen en beschrijving van het surveillancenetwerk 1. Doelstellingen schatting trends van R.S.V.-infecties (1996-24), schatting incidentie op nationaal en arrondissementsniveau,

Nadere informatie

Dankwoord. Peillaboratoria

Dankwoord. Peillaboratoria Peillaboratoria Wij bedanken de verantwoordelijken van de peillaboratoria die aan de registratie van 2003 hebben deelgenomen. De lijst van deze laboratoria wordt per provincie en per postcode voorgesteld.

Nadere informatie

Voorwoord. Dit rapport bevat drie soorten documenten :

Voorwoord. Dit rapport bevat drie soorten documenten : Voorwoord Dit rapport bevat drie soorten documenten : de documenten die door het WIV zijn opgemaakt op basis van de gegevens verzameld door een netwerk van peillaboratoria in het kader van de surveillance

Nadere informatie

Voorwoord. Dit rapport bevat drie soorten documenten :

Voorwoord. Dit rapport bevat drie soorten documenten : Voorwoord Dit rapport bevat drie soorten documenten : de documenten die door het WIV zijn opgemaakt op basis van de gegevens verzameld door een netwerk van peillaboratoria in het kader van de surveillance

Nadere informatie

Statistiques Médecins - Geneesheren Statistieken toetreding akkoord , 2/3/2016, geografisch

Statistiques Médecins - Geneesheren Statistieken toetreding akkoord , 2/3/2016, geografisch Description/Beschrijving Antwerpen - Antwerpen Act. Adh. Statistiques Médecins - Geneesheren Statistieken toetreding akkoord 2016-2017, 2/3/2016, geografisch Généralistes-Huisartsen Rej. Spécialistes-Specialisten

Nadere informatie

Chômeurs complets mis au travail en ateliers protégés - Hommes - LIEU D'HABITATION

Chômeurs complets mis au travail en ateliers protégés - Hommes - LIEU D'HABITATION Chômeurs complets mis au travail en ateliers protégés - Hommes - LIEU D'HABITATION Volledig werklozen tewerkgesteld in een beschutte werkplaats - Mannen - WOONPLAATS Antwerpen 01 3 2,96 34,42 7.946,89

Nadere informatie

Nombre de patients uniques ayant subi une oesophagectomie, par hôpital en 2012 en Belgique

Nombre de patients uniques ayant subi une oesophagectomie, par hôpital en 2012 en Belgique 1 Nombre de patients uniques ayant subi une oesophagectomie, par hôpital en 12 en Belgique Nombre de patients uniques avec oesophagectomie en 12 1 3 hôpitaux avec >= patients uniques ayant subi une œsophagectomie

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : huidig erkende functies per vestigingsplaats

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : huidig erkende functies per vestigingsplaats Naam Naam ZA Pall 009 Antwerpen Algemeen Ziekenhuis Middelheim Antwerpen ZiekenhuisNetwerk Antwerpen 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Antwerpen Campus Middelheim 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 Antwerpen Campus ZNA Middelheim

Nadere informatie

2004 NATIONAAL REFERENTIECENTRUM VOOR NEISSERIA MENINGITIDIS

2004 NATIONAAL REFERENTIECENTRUM VOOR NEISSERIA MENINGITIDIS http://www.iph.fgov.be/bacterio 24 NATIONAAL REFERENTIECENTRUM VOOR NEISSERIA MENINGITIDIS JAARVERSLAG NEISSERIA MENINGITIDIS STAMMEN AFGEZONDERD IN BELGIË IN 24 AFDELING BACTERIOLOGIE WETENSCHAPPELIJK

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningsbesluiten : momenteel geldend voor niercentra

Algemene ziekenhuizen : erkenningsbesluiten : momenteel geldend voor niercentra Algemene ziekenhuizen : sen : momenteel geldend voor entra CAD CAD Adres CAD 009 Netwerk Campus ZNA Middelheim / Koningin Paola Kinder 19/2/2016 7/9/2014 Campus ZNA Middelheim / Koningin Paola Kinder Campus

Nadere informatie

Total des attributaires sur base de prestations de travail - LIEU D'HABITATION

Total des attributaires sur base de prestations de travail - LIEU D'HABITATION ethodologische nota note methodologique - zie m voir II - 73 Total des attributaires sur base de prestations de travail - LIEU D'HABITATION Totaal aantal rechthebbenden op basis van arbeidsprestaties-

Nadere informatie

VREDEGER AR CORR 2009 Arrondissementen % van gemiddelde aantal < 100 % Subtotaal 5707 Ger. Arr. Dend. Afd. Aalst

VREDEGER AR CORR 2009 Arrondissementen % van gemiddelde aantal < 100 % Subtotaal 5707 Ger. Arr. Dend. Afd. Aalst VREDEGER AR CORR 2009 Arrondissementen % van gemiddelde aantal < 100 % 1 Aalst I 1586 99 1 2 Aalst II 2952 185 3 Ninove 1169 73 2 5707 Ger. Arr. Dend. Afd. Aalst 4 Dendermonde * 1655 104 3* 5 Hamme * 532

Nadere informatie

THEMA I.2. Aantal ligdagen in klassieke hospitalisatie

THEMA I.2. Aantal ligdagen in klassieke hospitalisatie THEMA I.2. Aantal ligdagen in klassieke hospitalisatie Selectiecriteria Onderstaande selectie omvat alle klassieke ziekenhuisverblijven (definitie cfr.: Inleiding 2.2.) die voldoen aan de algemene selectiecriteria

Nadere informatie

VREDEGER B-reeks VERSCHIL Arrondissementen % 1 Aalst I Aalst II Ninove Subtotaal Ger.

VREDEGER B-reeks VERSCHIL Arrondissementen % 1 Aalst I Aalst II Ninove Subtotaal Ger. VREDEGER B-reeks 2008 2009 VERSCHIL Arrondissementen % 1 Aalst I 528 533 5 2 Aalst II 698 671-27 3 Ninove 591 385-206 Subtotaal 1817 1589-228 Ger. Arr. Dend. Afd. Aalst -13 4 Dendermonde 398 269-129 5

Nadere informatie

Statistiques Médecins - Artsen Statistieken 19/3/2018 (eindtabel akkoord )

Statistiques Médecins - Artsen Statistieken 19/3/2018 (eindtabel akkoord ) Description-Beschrijving Description-Beschrijving Act. Adh. % Adh. Lim % Lim NoLim %NoLim Rej. % Rej. Royaume-Koninkrijk Statistiques Médecins - Artsen Statistieken 1 1 100,00 0 0,00 1 100,00 0 0,00 Médecin

Nadere informatie

JAARVERSLAG. Nationaal Referentiecentrum voor Neisseria meningitidis. Neisseria meningitidis stammen afgezonderd in België in 2007

JAARVERSLAG. Nationaal Referentiecentrum voor Neisseria meningitidis. Neisseria meningitidis stammen afgezonderd in België in 2007 CENTRE NATIONAL DE REFERENCE DES SALMONELLA ET SHIGELLA 27 JAARVERSLAG Nationaal Referentiecentrum voor Neisseria meningitidis Neisseria meningitidis stammen afgezonderd in België in 27 NATIONAAL REFERENTIECENTRUM

Nadere informatie

Volume complexe ingrepen VAN

Volume complexe ingrepen VAN Volume complexe ingrepen VAN 2006-2014 Inhoud Chirurgie gebruikt bij longkanker Chirurgie gebruikt bij slokdarmkanker Chirurgie gebruikt bij pancreaskanker Chirurgie gebruikt bij ingewikkelde pancreaskanker

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erkende bedden per vestigingsplaats

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erkende bedden per vestigingsplaats Algemene zieenhuizen : erenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erende bedden per vestigingsplaats Er. zieenhuis zieenhuis 009 Netwer 012 Dendermonde Blasius 017 Gent Maria Middelares

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erkende bedden per vestigingsplaats

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erkende bedden per vestigingsplaats Algemene zieenhuizen : erenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erende bedden per vestigingsplaats Er. zieenhuis zieenhuis 009 Netwer 012 Dendermonde Blasius 017 Maria Middelares 026

Nadere informatie

Streptococcus pneumoniae

Streptococcus pneumoniae Referentielaboratorium Gegevens van het Referentielaboratorium Dr. J. VERHAEGEN U.Z. - Leuven - Microbiologie Herestraat, 49 3000 Leuven Tel. : 016/34.70.73 Fax : 016/34.79.31 E-mail : [email protected]

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : huidig erkende functies per vestigingsplaats

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : huidig erkende functies per vestigingsplaats Naam ZA Pall 009 Antwerpen Algemeen Ziekenhuis Middelheim Antwerpen ZiekenhuisNetwerk Antwerpen Antwerpen Campus Middelheim 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 Antwerpen Campus ZNA Middelheim / Koningin Paola Kinder

Nadere informatie

ZIEKENHUISTARIEVEN EN INFORMATIEVERSTREKKING

ZIEKENHUISTARIEVEN EN INFORMATIEVERSTREKKING kamer kamer 1 UMC ST.-PIETER - campus Hallepoort A A D 11 3 1 KLINIEK ST.-JAN - campus Kruidtuin A A B 8-95 2 1 25 12 C.H.U. BRUGMANN - campus Victor Horta C A D 65-15 3 13 C.H.U. BRUGMANN - campus Paul

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningsbesluiten : momenteel geldend voor niercentra

Algemene ziekenhuizen : erkenningsbesluiten : momenteel geldend voor niercentra Algemene ziekenhuizen : erkenningsen : momenteel geldend voor entra CAD CAD Adres CAD 009 Netwerk Campus ZNA Middelheim / Koningin Paola Kinder erkenning 19/2/2016 7/9/2014 Campus ZNA Middelheim / Koningin

Nadere informatie

Antwerpen U.Z. ANTWERPEN DIENST ENDOCRINOLOGIE WILRIJKSTRAAT EDEGEM : 03/ : 03/

Antwerpen U.Z. ANTWERPEN DIENST ENDOCRINOLOGIE WILRIJKSTRAAT EDEGEM : 03/ : 03/ Revalidatie-inrichtingen voor continue insuline infusietherapie thuis bij middel van een draagbare insulinepomp / Etablissements de rééducation Pompes à insuline (7865) Antwerpen 7.86.505.68 U.Z. ANTWERPEN

Nadere informatie

Lijst met GKB-codes zoals deze eind 2009 van kracht waren

Lijst met GKB-codes zoals deze eind 2009 van kracht waren Lijst met GKB-codes zoals deze eind 2009 van kracht waren Volgende lijst geeft een overzicht van de Instellingen met erkenningsnummer en GKB-nummer (op een grijze achtergrond) met daaronder het GKB-nummer

Nadere informatie

IC-01. Oostende. Brussel. Luik. Eupen. Dienstregelingen geldig vanaf

IC-01. Oostende. Brussel. Luik. Eupen. Dienstregelingen geldig vanaf IC-0 Oostende Brussel Luik Eupen Dienstregelingen geldig vanaf.2.20 Uitgave 0.02.206 La Louvière- Sud ANTWERPEN-CENTRAAL Antwerpen-Berchem Puurs Dendermonde Boom Lier Herentals Heist-op-den-Berg Mechelen-

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erkende bedden per vestigingsplaats

Algemene ziekenhuizen : erkenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erkende bedden per vestigingsplaats Algemene zieenhuizen : erenningssituatie : hospitalisatiediensten : huidig aantal erende bedden per vestigingsplaats Er. 009 Netwer 012 Dendermonde Blasius 017 Maria Middelares 026 Mechelen Maarten 032

Nadere informatie

nr. 884 van KATRIEN SCHRYVERS datum: 20 september 2017 aan JO VANDEURZEN Kinderopvang - Centra voor Inclusieve Kinderopvang (CIK s)

nr. 884 van KATRIEN SCHRYVERS datum: 20 september 2017 aan JO VANDEURZEN Kinderopvang - Centra voor Inclusieve Kinderopvang (CIK s) SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 884 van KATRIEN SCHRYVERS datum: 20 september 2017 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderopvang - Centra voor Inclusieve Kinderopvang (CIK

Nadere informatie

IC-23A. Brussel-Nat.-Luchthaven. Brussel. Gent. Brugge. Dienstregelingen geldig vanaf

IC-23A. Brussel-Nat.-Luchthaven. Brussel. Gent. Brugge. Dienstregelingen geldig vanaf IC-2A Brussel Gent Brugge Dienstregelingen geldig vanaf.2.20 Uitgave 0.2.20 La Louvière- Sud ANTWERPEN-CENTRAAL Antwerpen-Berchem Puurs Dendermonde Boom Lier Herentals Heist-op-den-Berg Mechelen- Nekkerspoel

Nadere informatie

IC-03. Genk. Landen. Leuven. Brussel. Gent. Brugge. Knokke/Blankenberge. Dienstregelingen geldig vanaf

IC-03. Genk. Landen. Leuven. Brussel. Gent. Brugge. Knokke/Blankenberge. Dienstregelingen geldig vanaf Genk Landen Leuven Brussel Gent Brugge Knokke/Blankenberge Dienstregelingen geldig vanaf 13.12.20 Uitgave 01.02.2016 La Louvière- Sud ANTWERPEN-CENTRAAL Antwerpen-Berchem Puurs Dendermonde Boom Lier Herentals

Nadere informatie

Algemene ziekenhuizen : erkenningsbesluiten : momenteel geldend voor niercentra

Algemene ziekenhuizen : erkenningsbesluiten : momenteel geldend voor niercentra Algemene ziekenhuizen : sen : momenteel geldend voor entra 009 Netwerk 012 Dendermonde Algemeen Sint- Blasius 049 Brugge Algemeen Sint- Jan Brugge - Oostende Dendermonde Campus ZNA Stuivenberg campus Algemeen

Nadere informatie