Milieubeleidsplan. Stad Vilvoorde

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Milieubeleidsplan. Stad Vilvoorde"

Transcriptie

1 Milieubeleidsplan Stad Vilvoorde Opgemaakt door in opdracht van Stad Vilvoorde Soresma n.v. Britselei Antwerpen tel: 03/ fax: 03/ BTW: BE h.r.a rek.: Kwaliteitslabel ISO 9001

2 COLOFON Opdracht: Gemeentelijk Milieubeleidsplan Vilvoorde Opdrachtgever: Stad Vilvoorde Grote Markt 1800 Vilvoorde Opdrachthouder: SORESMA nv Britselei Antwerpen Tel 03/ Fax 03/ Identificatienummer: definitief MBP Vilvoorde/Gpa Datum: status / revisie: Augustus 2006 voorontwerp November 2006 voorontwerp revisie 1 December 2006 ontwerp Januari 2007 ontwerp April 2007 Definitief Vrijgave: Jan Parys, Contract Manager Gert Pauwels, Projectleider Soresma 2007 Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever mag geen enkel onderdeel of uittreksel uit deze tekst worden weergegeven of in een elektronische databank worden gevoegd, noch gefotokopieerd of op een andere manier vermenigvuldigd. Gpa

3 Inhoudstafel 1 Inleiding Inleiding Beleidsverklaring : Milieu Toekomst: Visie en doestellingen van het milieubeleid Het tot stand komen van een visie en doelstellingen Doelstellingen milieubeleid Instrumentarium Beleidsinstrumenten Milieubeleidsplan/milieujaarprogramma Algemeen Juridisch kader Actuele toestand Samenwerkingsovereenkomst Algemeen Actuele Toestand Knelpunten / sterktepunten Doelstellingen Acties Milieubarometer Algemeen Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Duurzaamheidstoets Algemeen Actueel Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Stedelijke diensten Dienst Leefomgeving Algemeen Actuele Toestand Knelpunten / sterktepunten Doelstelling Acties Mina-werkers Algemeen Actuele toestand Doelstelling Actie Interne milieuzorg Algemeen Actuele toestand...23 Gpa

4 Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Duurzaamheidsambtenaar Algemeen Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstelling Acties Inventarissen en MMIS Algemeen Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Integratie op gemeentelijk vlak Algemeen Actuele toestand Knelpunten / sterktepunten Doelstelling Acties Toezicht Algemeen Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstelling Acties Samenwerkingsverbanden Algemeen Actuele toestand Doelstelling Acties Andere Adviesraad voor milieu en natuur Algemeen Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstelling Acties Participatie Algemeen Actuele toestand Knelpunten / sterktepunten Doelstelling Acties Synthese en samenvattende tabel Milieubeleid per cluster Vaste stoffen Milieuverantwoord productgebruik...38 Gpa

5 Algemeen Juridisch kader Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Afvalstoffen Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Synthese en samenvattende tabel Water Integraal waterbeleid Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Oppervlaktewater Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Grondwater Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Waterbodem Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Erosie Algemeen Juridisch kader Actueel Duurzaam watergebruik Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand...78 Gpa

6 Knelpunten / sterktepunten Doelstelling Acties Synthese en samenvattende tabel Natuurlijke entiteiten: natuur, bos, groen en landschap Algemeen Juridisch kader Actuele toestand Natuur Landschap Bos en Groen Stedelijk groen- en natuurbeleid Doelstellingen Knelpunten / sterktepunten Acties Synthese en samenvattende tabel Hinder Algemeen Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Geluid Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Geur Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstelling Acties Licht Algemeen Juridisch kader Actuele toestand Knelpunten Doelstellingen Acties Bodem Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Gpa

7 3.4.6 Afvalhinder Luchtverontreiniging Algemeen Juridisch kader Actuele Toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstellingen Acties Synthese en samenvattende tabel Mobiliteit Algemeen Actuele toestand Knelpunten / Sterktepunten Doelstelling Acties Synthese en samenvattende tabel Energie Algemeen Actuele Toestand Interne Energiezorg Andere Knelpunten / sterktepunten Doelstellingen Acties Synthese en samenvattende tabel Andere thema s Ruimtelijke ordening Algemeen Juridisch kader Doelstelling Doelgroepenbeleid Algemeen Samenwerkingsovereenkomst Stadsdiensten Algemeen Knelpunten / sterktepunten Doelstelling Acties Burgers, huishoudens, consumenten Algemeen Doelstelling Actuele toestand Knelpunten / sterktepunten Acties Scholen Algemeen Actueel Knelpunten / sterktepunten Actie Gpa

8 3.8.6 Bedrijven en handelaars Algemeen Acties Verenigingen Algemeen Acties Gebiedsgericht beleid Algemeen Stad Vilvoorde Algemene synthese Acties Afkortingen Geraadpleegde literatuur en informatie Bijlagen Gpa

9 Tabellen Tabel 2-1: Kruistabel gemeentelijk-gewestelijk milieubeleid... 9 Tabel 2-2: Instrumentarium: Overzicht van taken in de Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Tabel 3-1: Ophalingsfrequentie Vilvoorde en gewenst ophalingsfrequentie Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen , Tabel 3-2: Doelstellingen huishoudelijk afval (restafval) volgens het Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen (kg/inw) Tabel 3-3: Vaste stoffen: Overzicht taken in de Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Tabel 3-4: Stedelijke taken in verband met water (waterloket Vlaanderen VMM) Tabel 3-5: Waterlopen in Vilvoorde Tabel 3-6: BBI in Vilvoorde Tabel 3-7: Prati-index voor zuurstof in Vilvoorde Tabel 3-8: BBI-waarden onderzoek Horteco (2003) Tabel 3-9: Betekenis Triade Beoordeling Tabel 3-10: Resultaten Waterbodemmeetnet VMM (Triade-beoordeling) Tabel 3-11: Water: Overzicht taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Tabel 3-12: Beschermde monumenten en landschappen Tabel 3-13: Natuurlijke entiteiten: Overzicht taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Tabel 3-14: Hinder: Overzicht van taken in de samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Tabel 3-15: Mobiliteit: Overzichten taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Tabel 3-16: Energie: Overzicht taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) Gpa

10 Figuren Figuur 2-1: Verband tussen verschillende plannen (Soresma, 2002)... 7 Figuur 2-2: Opbouw samenwerkingsovereenkomst Figuur 3-1: Totale hoeveelheid huishoudelijk afval (OVAM, 2006) Figuur 3-2: Huishoudelijk restafval (OVAM, 2006) Figuur 3-3: Hoeveelheid selectief ingezameld afval (OVAM, 2006) Figuur 3-4: Evolutie van de selectiviteitsgraad (OVAM, 2006) Figuur 3-5: Verwerkingswijze afval 2004 (OVAM, 2006) Figuur 3-6: Evolutie bodembezetting (NIS, 2006) Figuur 3-7: Resultaten tevredenheidindex: groen in de buurt (2001) Figuur 3-8: Resultaten tevredenheidenquête: groen in de buurt (2001) Figuur 3-9: Resultaten tevredenheidindex: rust in de buurt Figuur 3-10: Resultaten tevredenheidenquête: rust in de buurt Figuur 3-11: Tevredenheid luchtkwaliteit (bron algemeen socio-economische enquête NIS, 2001) Figuur 3-12: Tevredenheidsindex luchtkwaliteit (bron: algemeen socio-economische enquête NIS, 2001) Figuur 3-13: Tevredenheidsindex inzake infrastructuur Figuur 3-14: Resultaten tevredenheidsenquête voetpaden Figuur 3-15: Resultaten tevredenheidsenquête fietspaden Figuur 3-16 Relatie tussen doelgroepen en milieu-effecten Gpa

11 Overzicht Acties SD 1: Samenwerkingsovereenkomst na elk jaar evalueren (doelstellingen, ondernomen acties, behaalde resultaten, financieel,.) SD 2: Opstellen milieubarometer SD 3: Werking Dienst Leefomgeving optimaliseren SD 4: Inzetten van MINA-medewerkers SD 5: Sensibilisatie / educatie van het gemeentepersoneel, Uitwerken communicatie-strategie in verband met leefmilieu SD 6: Verdere uitvoering van het intern milieuzorgsysteem SD 7: Voortzetten werking met duurzaamheidsambtenaar SD 8: Voortzetten werking databanken SD 9: Milieudatabanken aan GIS koppelen SD 10: Integratie van het milieubeleid in het volledige stadsweefsel optimaliseren SD 11: Verder zetten van controle en handhaving, met een streven naar verbetering (kwaliteit/kwantiteit) SD 12: Bestaande samenwerkingsverbanden bestendigen en informele samenwerking structureren. Aangaan en onderhouden van nieuwe samenwerkingsverbanden, bvb wijkraden SD 13: Optimalisatie werking milieuraad SD 14: Participatie van de burger in het milieubeleid verhogen MP 1: Inventarisatie gebruik producten MP 2: Actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik opstellen MP 3: Uitvoeren actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik MP 4: Sensibilisatie naar andere stadsdiensten MP 5: Voorbeeldfunctie opnemen: sensibilisatie naar inwoners en doelgroepen MP 6: Begeleiding van inwoners en scholen bij hun acties MP 7: Uitvoering reductieplan bestrijdingsmiddelen AF 1: Voortzetten en uitbreiden van de verschillende preventie- en sensibilisatieacties inzake afval AF 2: Voortzetten en uitbreiden acties in verband met afvalophaling en sorteren AF 3: Verder controleren en beperken ontwijkgedrag (sluikstort) AF 4: Beperken zwerfvuil AF 5: Het principe de vervuiler betaalt verder toepassen IW 1: Opmaak van deelbekkenbeheerplannen en actieve deelname aan overleg inzake het opstellen van de deelbekkenbeheersplannen IW 2: Uitvoeren actieplannen van de deelbekkenbeheerplannen IW 3: Integreren van waterthema s in andere beleidsdomeinen OW 1: Opvolging van de oppervlaktewaterkwaliteit OW 2: Opvolging vastlegging zuiveringszones OW 3: Voortzetten en verder uitwerken van het beleid m.b.t. gescheiden afvoer van regenwater, aansluiting op de riolering en de verbeterde infiltratie OW 4: Informeren over en promoten van particuliere zuiveringsinstallaties en afkoppeling hemelwater/infiltratie OW 5: Verder aanleggen en vernieuwing van rioleringen Gpa

12 OW 6: Behoud en herstel van waterlopen- en grachtenstelsel OW 7: Toepassen van strikt vergunningenbeleid GW 1: Opvolgen grondwaterkwaliteit en -kwantiteit GW 2: Vergunningenbeleid optimaliseren GW 3: Bevorderen hemelwaterinfiltratie WB 1: Opvolgen van resultaten uit het waterbodemmeetnet WB 2: Opvolgen en uitvoeren van actieplan deelbekkenbeheerplan DW 1: Voorbeeldfunctie vervullen inzake duurzaam watergebruik DW 2: Stimulatie van duurzaam watergebruik via sensibilisatiecampagnes en acties NE 1: GNOP: verder uitwerken acties, evaluatie en actualisatie NE 2: Optimaliseren en promoten van subsidiereglementen NE 3: Aangaan of voortzetten samenwerkingsverbanden inzake natuurbeheer en natuureducatie NE 4: Voeren van een groen ruimtelijk beleid met een gebiedsgericht natuurbeleid als basis.93 NE 5: Voorbeeldfunctie uitdragen inzake natuur-, groen- en bosbeheer HA 1: voortzetten drempel om klachten in te dienen verlagen HA 2: Voortzetten maximale opvolging van de milieuklachten HA 3: Voorbeeldfunctie vervullen: hinder beperken GL 1: Sensibilisatie inzake voorkomen van geluidshinder GL 2: Uitwerken en uitvoeren van een inzake geluidshinder GR 1: Sensibilisatie inzake het voorkomen van geurhinder GR 2: Voortzetten beperking geurhinder LI 1: Sensibilisatie inzake voorkomen lichthinder LI 2: Voortzetten acties inzake het verwijderen of beperking van niet strikt noodzakelijke straaten klemtoonverlichting van de stadsdiensten of onder stedelijke bevoegdheid HB 1: Systematisch verder registreren en inventariseren (via uitgevoerde bodemonderzoeken) van de grondkwaliteit in de stad, HB 2: Sensibilisatie inzake bodemverontreiniging en bodemsanering HB 3: Het doen van vaststellingen met betrekking tot bodemverontreiniging in situaties waarop de niet-klassieke regelingen van toepassing zijn HB 4: Adviesverlening inzake Vlarebo, historisch verontreinigde gronden en consequenties aan de burgers LU 1: Sensibilisatie inzake de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen LU 2: Toezicht op een correcte naleving van de milieureglementering bij installaties met een belangrijke impact op luchtverontreiniging MO 1: Mobiliteitsbeleid evalueren naar milieuaspecten toe Gpa

13 MO 2: Fietsgebruik stimuleren door sensibilisatie en uitbouw fietsroutenetwerk MO 3: Mobiliteit gemeentediensten aanpassen/voorbeeldfunctie gemeentediensten uitoefenen MO 4: Gebruik openbaar vervoer stimuleren door sensibilisatie en uitbouw infrastructuur MO 5: Blijvende sensibilisatie naar scholen toe / scholenvervoersplan MO 6: Deelname / sensibilisatie acties EN 1: Verdere realisatie energiezorgsysteem EN 2: Intern energiebewust denken en handelen stimuleren EN 3: Energiebewust denken en handelen stimuleren (bevolking) DG 1: Sensibilisatie gericht op stadspersoneel DG 2: Overleg tussen stadsdiensten bevorderen DG 3: Blijvende sensibilisatie gebruik makend van algemene en specifieke communicatiekanalen DG 4: Scholen stimuleren en begeleiden bij milieu-educatie en milieuzorg, voortzetten en uitbreiding DG 5: Controle op vergunningen, opleggen bijzondere voorwaarden in milieuvergunningen 138 DG 6: Gerichte sensibilisatie en informatieverlening DG 7: Gerichte sensibilisatie en informatieverlening DG 8: Ondersteuning van verenigingen bij milieugerichte acties/evenementen Gpa

14 1 Inleiding 1.1 Inleiding Ons leefmilieu staat onder zware druk. De problemen i.v.m. ons leefmilieu zijn echter uitermate verscheiden (o.a. de afvalproblematiek, vervuiling van water, lucht en bodem, leefbaarheid van de gemeente, ), ingewikkeld (opwarming van de aarde en klimaatsverandering, ) en zeer vaak grensoverschrijdend (o.a. lucht- en waterverontreiniging). Milieubeleidsplanning is de manier bij uitstek om de milieuproblematiek op een integrale manier te benaderen en een duurzaam milieu- en natuurbeleid te realiseren. Integraal omdat verschillende diensten en beleidsniveaus bij de opmaak van dit milieubeleidsplan betrokken worden; duurzaam omdat het planningsproces een meer doordachte beleidsvoering mogelijk maakt. 1.2 Beleidsverklaring : Milieu Bij de opmaak van dit milieubeleidsplan, in 2006, was de beleidsverklaring , zoals reeds opgenomen in het voorgaande milieubeleidsplan, nog steeds relevant. In de afgelopen plantermijn zijn vele van deze doelstellingen gerealiseerd. Na de gemeentelijke verkiezingen van 2006, zal een nieuwe beleidsverklaring worden opgesteld voor de termijn De delen die hierin relevant zijn voor het te voeren milieubeleid zullen in deze paragraaf kort worden toegelicht. Volgende doelstellingen worden voor de aspecten groen, milieu en natuurbeheer vooropgesteld. het stedelijk groen wordt op een efficiënte manier beheerd het Vilvoords natuurpotentieel wordt verder benut de Vilvoordse bevolking wordt gestimuleerd om mee te werken aan een groenere stad de externe werking is geoptimaliseerd er wordt geïnvesteerd in het realiseren van een integraal waterbeheer ter bevordering van de milieukwaliteit zijn monitoring- en handhavingsinstrumenten operationeel afvalpreventie en openbare reinheid vormen de prioriteiten van het afvalbeleid er wordt werk gemaakt van de implementatie van de duurzaamheidsprincipes in het pesticidengebruik er worden initiatieven gerealiseerd om de bevolking en doelgroepen te stimuleren tot participatie in het milieu- en duurzaamheidsbeleid. gpa pagina 1

15 1.3 Toekomst: Visie en doestellingen van het milieubeleid Het tot stand komen van een visie en doelstellingen Naar aanleiding van de opmaak van dit milieubeleidsplan werd er gepeild naar de gewenste doelstellingen inzake milieu en milieubeleid voor de stad Vilvoorde. Deze peiling gebeurde op verschillende niveaus en via verschillende kanalen: Overleg met stad Vilvoorde en de dienst leefomgeving: Gedurende het volledige planproces heeft er frequent overleg plaatsgevonden tussen de opsteller van het milieubeleidsplan en de stad Vilvoorde. Naast het sturen van de opmaak van dit milieubeleidsplan gedurende deze overlegmomenten, werd ook nagedacht over en bijgeschaafd aan de visie en de doelstellingen van het komende milieubeleid. Brainstormsessie met verschillende actoren: Bij de start van de opmaak van dit plan werden verschillende personen die actief zijn op het vlak van milieu of stedelijk beleid, uitgenodigd om tijdens een brainstormsessie hun visie op het huidige en toekomstige milieubeleid van de stad Vilvoorde te geven. Hierbij werden volgende diensten/personen actief betrokken: Magda van Stevens schepen van leefmilieu Pascale Fraipont diensthoofd Leefomgeving Geert Conaerts sectormanager Technische Diensten Ludo Keppens duurzaamheidsambtenaar Andy De Baerdemaeker milieuambtenaar-deskundige Kim Dekeyser diensthoofd groenvoorziening Marcel De Kempeneer diensthoofd beheer van wegen Diane Engels diensthoofd stedelijke ontwikkeling Danny Polspoel planoloog Uit deze sessie kwamen onder meer volgende hoofdzaken naar voren: De stad Vilvoorde is klaar voor niveau 2 (naar de indeling in ambitieniveaus volgens de samenwerkingsovereenkomst, SO), maar kiest ervoor om dit niet administratief vast te leggen door het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst op niveau 2. Praktisch gezien kan de stad voldoen aan de doelstellingen van een hoog ambitieniveau, maar de ondertekening van de SO wordt aanzien als een keurslijf, zodat er geen plaats meer is voor bijkomende acties of andere accenten. Het nieuwe milieubeleidsplan zal dan ook worden geschreven naar dit hoger ambitieniveau, maar het ondertekenen van de SO op een hoger niveau wordt enkel mogelijk als hiervoor meer middelen (personeel, geld) wordt voorzien. De algemene milieutoestand is de voorbije plantermijn verbeterd, waarbij verschillende plannen en projecten met een impact op het milieu werden uitgevoerd of van start gingen. Belangrijke aandachtspunten zijn en blijven de geurhinder, bodem- en waterkwaliteit en de leefbaarheid van het centrum (mobiliteitsdruk, geluidshinder en luchtverontreiniging). Bij uitvoering van het milieubeleid dienen de verschillende doelgroepen aangesproken te worden, de verbetering van de leefomgeving is een taak voor iedereen. Het milieubeleid dient op een integrale manier benaderd te worden, zodat ook in de andere beleidsdomeinen hiermee rekening wordt gehouden. gpa pagina 2

16 1.3.2 Doelstellingen milieubeleid De stad Vilvoorde stelt voor de komende plantermijn volgende doelstellingen voorop: - De stad Vilvoorde is klaar om de lat hoger te leggen - Blijvende aandachtspunten zijn: water, milieukwaliteit, vermindering gebruik pesticiden, duurzaam gebruik van energie en de vermindering van overlast. Prioritair worden er gefocust op het naleven van de wettelijke verplichtingen in de verschillende milieudisciplines - Integrale aanpak milieu: Een coherent planmatig beleid vormt de basis voor de realisatie van een aangename milieu- en leefomgeving. Via een efficiënte externe dienstverlening en de inschakeling van monitoring- en handhavingsinstrumenten wordt dit bestendigd. Het stadsbedrijf vervult hierbij een voorbeeldfunctie door middel van de implementatie van duurzaamheidsprincipes in de besluitvorming en de realisatie van een intern milieuzorgsysteem. Participatie van de bevolking en diverse doelgroepen in dit milieu- en duurzaamheidsbeleid wordt maximaal nagestreefd. De stad Vilvoorde is klaar om de lat hoger te leggen. De voorbije periode werden door de stad Vilvoorde, de verschillende stadsdiensten en de inwoners inspanningen geleverd om te voldoen aan de minimum eisen met betrekking tot de verschillende milieuthema s, in het kader van de samenwerkingsovereenkomst. Algemeen kan gesteld worden dat aan deze vereisten ook voldaan wordt. De stad Vilvoorde heeft nu dan ook de mogelijkheid om zich inzake milieubeleid iets ambitieuzer op te stellen. Er dient hierbij echter rekening gehouden te worden met de mogelijkheden van de stad en stadsdiensten en met de praktische uitwerking van dergelijk milieubeleid. Het ondertekenen van de SO op niveau 2, vereist naast het behalen van de milieudoelstellingen, ook een grote administratieve belasting. De stad Vilvoorde is van mening dat deze administratieve vereisten niet opwegen tegen het te behalen resultaat. Daarom zal Vilvoorde er zich toe verbinden de doelstellingen van het eerste niveau van de samenwerkingsovereenkomst te behalen, maar zal er tegelijk naar streven, om daar waar mogelijk, zich tevens te richten naar het volgende niveau, zonder hier zich evenwel toe te verplichten. gpa pagina 3

17 Blijvende aandachtspunten zijn: Water: De komende plantermijn zal de stad Vilvoorde de verbetering van de waterkwaliteit als een blijvend aandachtspunt in aanmerking nemen. De huidige toestand van de waterkwaliteit is reeds licht verbeterd, maar er is nog een grote verbetering mogelijk. Vermindering gebruik pesticiden: De stad Vilvoorde zal blijven inspanningen leveren om te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de reductie van het pesticidengebruik en zal hiervoor het opgestelde reductieplan ook in de komende plantermijn naleven. Energiegebruik: De voorbije jaren is het thema energie steeds belangrijker geworden. De stad Vilvoorde zal hieraan in de komende plantermijn dan ook de nodige aandacht aan besteden om op een verantwoorde en duurzame manier met het energiegebruik om te gaan. Leefbaarheid: De uitvoering van het milieubeleid de komende plantermijn dient ook de leefbaarheid van de stad op zich te verhogen. Het voorkomen en beperking van hinder, het naleven van milieureglementering, de beperking van zwerfvuil en andere overlast, zal dan ook in de komende plantermijn blijvend aandacht krijgen. Integratie van het milieubeleid: Een coherent planmatig beleid vormt de basis voor de realisatie van een aangename milieuen leefomgeving. Via een efficiënte externe dienstverlening en de inschakeling van monitoring- en handhavingsinstrumenten wordt dit bestendigd. Dit betekent bijvoorbeeld dat er een coherent milieuvergunningenbeleid gevoerd wordt, dat het milieuloket fungeert als aanspreekpunt voor de bevolking en dat er duidelijke afspraken zijn tussen de diensten Leefomgeving en Stedebouw bij de behandeling van overlappende dossiers. Door monitoring wordt nagegaan welke de resultaten van het gevoerde beleid zijn en kan dit indien nodig worden bijgesteld. Het stadsbedrijf vervult hierbij een voorbeeldfunctie door middel van de implementatie van duurzaamheidsprincipes in de besluitvorming en de realisatie van een intern milieuzorgsysteem. Participatie van de bevolking en diverse doelgroepen in dit milieuen duurzaamheidsbeleid wordt maximaal nagestreefd. gpa pagina 4

18 2 Instrumentarium 2.1 Beleidsinstrumenten Milieubeleidsplan/milieujaarprogramma Algemeen Het gemeentelijk milieubeleidsplan vormt de komende jaren de leidraad voor het uit te voeren milieubeleid. Het milieubeleidsplan omvat de weergave van de actuele toestand van het milieu met opgave van de milieuknelpunten op schaal van de gemeente, zowel thematisch als doelgroep- en gebiedsgericht en met bijzondere aandacht naar de relevantie van de beschikbare gegevens voor het gemeentelijk beleid. Daarnaast zijn de leemten in de kennis m.b.t. de toestand van het milieu aangegeven en worden er voorstellen geformuleerd om de knelpunten en/of leemten in de kennis, in te vullen en wordt een actieplan opgesteld. Verder worden de juridische en beleidsmatige randvoorwaarden op nationaal, gewestelijk en gemeentelijk vlak omschreven. Drie elementen zijn cruciaal voor een gemeentelijk milieubeleidsplan: 1. Het dient als beleidsvoorbereiding voor langere termijn (5 tot 25 jaar). Daarmee wordt een bepaalde continuïteit in het beleid beoogd en ontstaat een referentiepunt voor allerlei beslissingen; 2. Het begrip beleidsplan verwijst altijd naar een systematisch geheel van uitgangspunten, doelstellingen, organisatie, instrumenten en middelen. Een beleidsplan omvat dus het volledige proces van beleidsvorming en -uitvoering; 3. Het milieubeleidsplan omvat een wat breder, maar inhoudelijk samenhangend beleidsveld; beleidsplanning richt zich op het zoveel mogelijk integreren van materies die in de dagelijkse politiek soms afzonderlijk worden geregeld, maar die inhoudelijk, principieel en feitelijk zeer nauw met elkaar samenhangen. De indeling van dit milieubeleidsplan is gebaseerd op de clusters van de samenwerkingsovereenkomst en op de graad van objectiviteit/subjectiviteit van de gegevens. De 6 parallelle clusters ( Water, Vaste Stoffen, Energie, Mobiliteit, Natuurlijke entiteiten en Hinder ) van deze overeenkomst zijn als hoofdstukken terug te vinden in dit milieubeleidsplan. Er werd bij de indeling van dit plan eveneens naar gestreefd om de opbouw van de reeds bestaande milieujaarprogramma s te behouden. De opmaak- en inspraakprocedure om tot een decretaal onderbouwd gemeentelijk milieubeleidsplan te komen, duurt ongeveer een jaar. Voor de opmaak van het milieubeleidsplan deed het stadsbestuur van Vilvoorde beroep op Ingenieursbureau Soresma. In eerste instantie werd er door Soresma een voorontwerp opgemaakt, op basis van objectieve en subjectieve informatie. Bij de verschillende instanties, organisaties en nutsbedrijven werden objectieve gegevens opgevraagd om een idee te krijgen van de milieutoestand in Vilvoorde. Al deze gegevens werden samengevoegd in een voorontwerp, dat werd voorgesteld aan het college van burgemeester en schepenen en de milieuraad. Tijdens deze ontwerpfase was er geregeld overleg tussen Soresma en de stad Vilvoorde, gpa pagina 5

19 vertegenwoordigd door het diensthoofd van de dienst Leefomgeving. Bij de bepaling van de doelstellingen was er eveneens inspraak van de andere diensten. Het voorontwerp werd aan de hand van de opmerkingen voortvloeiend uit de overlegmomenten aangepast tot het ontwerp milieubeleidsplan. Deze ontwerpversie van het plan wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen. Daarna werd de goedgekeurde ontwerpversie in een openbaar onderzoek voorgelegd aan de inwoners van Vilvoorde en aan de hogere overheid. Daartoe werd het ontwerpplan overgemaakt aan diverse door het decreet bepaalde instanties en voor een termijn van 60 dagen ter inzage gelegd. Gedurende de periode van het openbaar onderzoek konden alle burgers (al dan niet via groeperingen of verenigingen) schriftelijk hun opmerkingen overmaken aan het College van Burgemeester en Schepenen. De bemerkingen die hieruit voortvloeien werden, in samenspraak met de stad Vilvoorde, verwerkt in het definitief milieubeleidsplan, dat dan (maximaal 60 dagen na het afsluiten van het openbaar onderzoek) bekrachtigd werd door de gemeenteraad. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werd er een overwegingsdocument opgesteld, waarin wordt verduidelijkt hoe de opmerkingen op het ontwerp werden verwerkt. De opmaak van een milieubeleidsplan is een eerste belangrijke stap in de uitbouw van een onderbouwde gemeentelijke milieuplanning. Het plan dient beschouwd te worden als een basisdocument; als een leidraad voor het te voeren beleid. Bij een degelijk onderbouwd milieubeleid hoort echter ook een opvolging. Het jaarlijks milieujaarprogramma is daarvoor het instrument bij uitstek. Het bevat een overzicht van de uitgevoerde acties in het voorbije jaar, een opsomming van de uit te voeren acties in het komende jaar en een begroting voor het uitvoeren van het milieujaarprogramma Juridisch kader De basis van het Vlaamse milieubeleid wordt gevormd door het Decreet van houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid 1 (DABM). Hierin zijn de bepalingen opgenomen die moeten leiden tot een coherente milieubeleidsplanning in heel het Vlaams Gewest, over de verschillende beleidsniveaus heen (gewest, provincie, gemeente). De volgende figuur (Figuur 2-1) geeft schematisch het verband tussen enkele belangrijke planfiguren weer. 1 BS ; gewijzigd bij het Decreet , BS , err. BS en bij Decreet , BS , gewijzigd bij decreet , B.S gpa pagina 6

20 Gewestelijk milieubeleidsplan Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Provinciaal milieubeleidsplan Provinciaal structuurplan Gemeentelijk milieubeleidsplan Gemeentelijk structuurplan Provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen Gemeentelijk natuurontwikkelingsplan Gemeentelijk mobiliteitsplan Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen is bindend voor heeft invloed op Figuur 2-1: Verband tussen verschillende plannen (Soresma, 2002) Milieujaarprogramma s kunnen beschouwd worden als een verbijzondering van het Milieubeleidsplan. Ze staan stil bij de opvolging en de uitvoering van het milieubeleid. Wie de Samenwerkingsovereenkomst ondertekent, moet jaarlijks een Milieujaarprogramma opstellen en overhandigen aan het Vlaamse Gewest. Het milieujaarprogramma heeft sinds de Samenwerkingsovereenkomst Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling trouwens een dubbele functie, d.i. niet alleen het weergeven van de stand van zaken van de afgeronde, lopende en toekomstige acties maar bovendien moet in het milieujaarprogramma gerapporteerd worden over de uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst. De acties die staan vermeld in het milieubeleidsplan, worden in het milieujaarprogramma verder uitgewerkt en dit zowel op gebied van planning als op gebied van rapportering. In 2006 werd het DABM gewijzigd. (decreet 28/04/2006, B.S. 14/06/2006). De belangrijkste wijzigingen bestaan er in dat het opstellen van een milieubeleidsplan niet meer verplicht is, dat de duur van een plantermijn gelijkloopt met de legislatuur en dat voor een kleine aanpassing van het plan geen openbaar onderzoek meer dient uitgevoerd te worden, maar een gemeenteraadsbeslissing volstaat. Een milieubeleidsplan op een lager bestuursniveau mag inhoudelijk nooit afwijken van de bindende bepalingen die zijn opgenomen in een milieubeleidsplan van een hoger bestuursniveau. Met het opstellen van het gemeentelijk milieubeleidsplan dient rekening gehouden te worden met het gewestelijk milieubeleidsplan , dat door de Vlaamse regering werd goedgekeurd op 19 september 2003 en het provinciaal milieubeleidsplan van de provincie Vlaams-Brabant, goedgekeurd op 29 juni gpa pagina 7

21 A. Gewestelijk Milieubeleidsplan Het gewestelijk milieubeleidsplan dat momenteel loopt is het Milieubeleidsplan , dat verlengd werd tot Het milieubeleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid (= strategische keuzen) die door het Vlaamse Gewest, alsmede door de provincies en gemeenten in aangelegenheden van Gewestelijk belang, dienen te worden gevoerd. De primaire functie van het plan is het bevorderen van de doeltreffendheid, de efficiëntie en de interne samenhang van het milieubeleid op alle niveaus en terreinen. Naast deze interne functie heeft een milieubeleidsplan ook een externe functie nl. het bieden van een kader van waaruit samenwerking kan ontstaan met de ministers bevoegd voor andere beleidsdomeinen dan leefmilieu en de andere administraties. Bovendien verschaft het plan duidelijkheid aan derden over het beleid dat ze in de planperiode mogen verwachten. Dit kan hen ertoe bewegen hun beslissingen en handelingen daarop mee af te stemmen. Dit milieubeleidsplan bevat verschillende plandoelstellingen met een bindend karakter die gerealiseerd dienen te worden tegen het einde van de plantermijn (2010). Deze plandoelstellingen zijn overeenkomstig het DABM ook bindend voor de lokale overheden en dienen dus richting te geven aan het lokaal milieubeleid. Het milieubeleidsplan omvat ook een actieplan. Het plan bevat aanvullend en/of bundelend ook 41 projecten, waarin een aantal prioritaire maatregelen zijn opgenomen. Met de wijziging van het DABM wordt meteen ook het MINA-plan 3 verlengd tot eind Om de periode te overbruggen, zijn er aanpassingen nodig aan de doelstellingen en maatregelen van het oorspronkelijke plan. Ter voorbereiding van een bijgesteld MINA-plan wordt een grondige evaluatie uitgevoerd van de resultaten behaald in de voorbije periode - vooral op het vlak van de doelstellingen. Op basis van dit evaluatiedocument worden aanpassingen aan het MINA-plan 3 voorgesteld. Na een beperkt openbaar onderzoek zullen zij samen met het MJP 2008 een goedkeuringsprocedure doorlopen. Volgende tabel geeft de link weer tussen het gemeentelijk milieubeleidsplan en het gewestelijk milieubeleidsplan. gpa pagina 8

22 Tabel 2-1: Kruistabel gemeentelijk-gewestelijk milieubeleid Model GMJP en PMJP Project uit MINA 3 MINA-plan 3 Hoofdstuk Thema / Deel uit Mina3 2 Instrumentarium Project 27 Geïntegreerd overheidsbeleid Project 31 Aanspreekpunt lokale overheden Project 33 Planningscyclus Project 35 Meetnetten en monitoring Project 38 Fundamentele principes en instrumentenontwikkeling Project 39 Milieuvergunningenbeleid Project 40 Handhaving Instrumenten Samenwerking met lokale overheden 2.1 BELEIDSINSTRUMENTEN MBP en MJP Samenwerkingsakkoord Milieubarometer Duurzaamheidstoets 2.2 GEMEENTELIJKE DIENST Milieudienst Mina-werkers Interne Milieuzorg Project 37 Interne milieuzorg Inventarissen en MMIS Project 36 Milieu-informatie Integratie op gemeentelijk vlak Toezicht Samenwerkingsverbanden Adviesraad voor milieu en natuur 2.4 Andere 3 Milieubeleid per cluster 3.1 VASTE STOFFEN Milieuverantwoord productgebruik Project 5 Beleid milieugevaarlijke stoffen Afvalstoffen Project 12 Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen Verdunning van de ozonlaag Verontreiniging door fotochemische stoffen Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Instrumenten Verontreiniging door afvalstoffen Vermesting gpa pagina 9

23 Model GMJP en PMJP Project uit MINA 3 MINA-plan 3 Hoofdstuk Thema / Deel uit Mina3 3.2 WATER Integraal waterbeleid Project 13 Planning integraal waterbeleid Project 18 Prioriteiten ontsnippering Project 29 Integratie waterbeleid Integraal waterbeleid Versnippering Oppervlaktewater Project 14 Zuivering huishoudelijk afvalwater Project 5 Beleid milieugevaarlijke stoffen Verontreiniging van oppervlaktewater Vermesting Verspreiding milieugevaarlijke stoffen Grondwater Project 16 Strategische visie watervoorziening en watergebruik Verdroging Vermesting Waterbodem Project 7 Waterbodemverontreiniging Project 5 Beleid milieugevaarlijke stoffen Verontreiniging en aantasting van de bodem Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Erosie Project 8 Bodembescherming Verontreiniging en aantasting van de bodem Duurzaam watergebruik Verontreiniging oppervlaktewater Project 16 Strategische visie watervoorziening en watergebruik Verdroging Instrumenten 3.3 NATUURLIJKE ENTITEITEN Project 3 Klimaatbeleid Verandering van het klimaat door broeikaseffect Project 18 Prioriteiten ontsnippering Versnippering Project 19 Ruimte voor natuur Project 20 Soortendiversiteit Verlies aan biodiversiteit Gebiedsgericht milieubeleid Project 21 Bosbeleid Project 22 Zorg voor natuur 3.4 HINDER Project 17 Integratie hinderbeleid Geluid Verstoring door geluidshinder Geur Verstoring door geurhinder Licht Verstoring door lichthinder Bodemsanering Project 6 Bodemsanering Verontreiniging en aantasting van de bodem Afvalhinder en zwerfvuil Project 12 Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen Verontreiniging door afvalstoffen Luchtverontreiniging Project 3 Klimaatbeleid Project 4 Emissiereductiebeleid lucht (verzuring) Project 5 Beleid milieugevaarlijke stoffen Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Verontreiniging door fotochemische stoffen Verzuring Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen gpa pagina 10

24 Model GMJP en PMJP Project uit MINA 3 MINA-plan 3 Hoofdstuk Thema / Deel uit Mina3 3.5 MOBILITEIT Project 3 Klimaatbeleid Project 22 Zorg voor natuur Project 18 Prioriteiten ontsnippering Project 4 Emissiereductiebeleid lucht (verzuring) Project 5 Beleid milieugevaarlijke stoffen Project 30 Milieu en mobiliteit Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Verontreiniging door fotochemische stoffen Verstoring door geluidshinder Versnippering Verzuring Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Externe integratie 3.6 ENERGIE 3.7 ANDERE THEMA S Project 3 Klimaatbeleid Project 4 Emissiereductiebeleid lucht (verzuring) Project 28 Milieu en gezondheid Project 32 Internationaal milieubeleid Project 34 Wetenschappelijk onderzoek Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Verzuring Verontreiniging door fotochemische stoffen 4. Doelgroepenbeleid Project 25 Doelgroepenbeleid Project 26 Samenwerking met milieu- en natuurverenigingen en andere maatschappelijke organisaties 5. Gebiedsgericht beleid Project 23 Instrumenten voor het buitengebied Project 24 Gemeentelijk milieubeleid Actoren Gebiedsgericht milieubeleid 6. Beschrijving acties gpa pagina 11

25 B. Provinciaal Milieubeleidsplan Op 29 juni 2004 werd het Provinciaal milieubeleidsplan Vlaams-Brabant definitief vastgesteld door de provincieraad. Bij het opstellen van het definitief milieubeleidsplan werd rekening gehouden met zo n 250 opmerkingen en suggesties die het openbaar onderzoek, dat liep van 15 januari tot 14 maart 2004, opleverde. In een apart overwegingsdocument formuleerde de provincie een standpunt met betrekking tot elke opmerking of suggestie. Met dit milieubeidsplan wil het provinciebestuur verder bouwen op de beleidslijnen, uitgezet door het eerste provinciaal milieubeleidsplan. Het gemeentelijk milieubeleid zal in deze periode dus rekening moeten houden met de bepalingen die in dit nieuwe Provinciale Milieubeleidsplan worden vastgelegd. In het nieuwe Provinciale Milieubeleidsplan wordt, net zoals bij het nieuwe Gewestelijk Milieubeleidsplan, meer de nadruk gelegd op de doelstellingen en minder op de individuele acties. Het nieuwe PMBP is opgebouwd rond projecten, en dit vanuit de volgende beschouwingen: bij projecten kunnen, beter dan bij acties, de prioriteiten onderscheiden worden, het voordeel van projecten is dat ze ruimer en minder gedetailleerd geformuleerd worden waardoor de gewenste verandering op een soepelere manier bereikt kan worden, het bereiken van doelstellingen gebeurt bij projecten m.b.v. lopende, bijgestuurde of nieuwe beleidsinitiatieven die beheerd worden met de managementinstrumenten (bvb. Milieujaarprogramma) waarover overheden beschikken, het werken met projecten leidt tot een bondiger, duidelijker en overzichtelijker PMBP. De projecten zijn de strategische doelstellingen van het provinciaal milieubeleid. De strategische doelstellingen worden verder geconcretiseerd in een aantal subdoelstellingen. De provincie vervult een ondersteunende rol als bemiddelaar, doorgeefluik, coördinator, informatiepunt,, t.o.v. bevolking, doelgroepen en overheden, in het bijzonder naar de gemeenten toe. Dit aspect wordt doorheen het volledige PMBP uitgewerkt, in het bijzonder in het deel betreffende het doelgroepenbeleid. In Bijlagen Bijlage 1 en Bijlage 2 van het milieubeleidsplan worden de projecten (strategische doelstellingen) en de operationele subdoelstellingen, die de strategische doelstellingen verder concretiseren, opgesomd. In de meeste projecten van het huidige provinciaal milieubeleidsplan komen de gemeenten als doelgroep voor bij één of meerdere subdoelstellingen (operationele doelstellingen). De betrokkenheid van de gemeenten kan echter variëren van actieve participatie over ondersteuning tot sensibiliseren en stimuleren via de provinciale voorbeeldfunctie. Het aanbod van de provincie Vlaams-Brabant naar Vilvoorde toe, wat betreft de milieuregiowerking, behelst voornamelijk acties in het kader van: de Provinciale Samenwerkingsovereenkomst met het Vlaams Gewest gpa pagina 12

26 o begeleiding bij opzetten van communicatiebeleid omtrent het intern milieuzorgsysteem o opvolging gebiedsgerichte initiatieven (gemeentegrensoverschrijdende projecten) het provinciaal milieubeleidsplan het provinciaal gebiedsgericht beleid o Natuur- en landschapsprojecten o Intergemeentelijke natuur- en landschapsploegen Daarnaast kan het aanbod van de provincie Vlaams-Brabant op vlak van milieu en natuur naar de gemeenten toe kan nog verder aangevuld worden: naast de provinciale subsidiereglementen voor gemeentelijke afvalpreventieprojecten en ter ondersteuning van het gemeentelijk natuurbeleid worden ook projecten in de gemeenten geïnitieerd, gestimuleerd en gecoördineerd (actiemodellen, draaiboeken, campagnes, ). Daarenboven ondersteunt en coördineert de provinciale milieuregiowerking het lokale milieubeleid op vlak van vorming en informatie (infovergaderingen, sensibilisatiemateriaal, ) Actuele toestand Een eerste milieubeleidsplan werd in 2001 opgesteld voor de periode , gebaseerd op de toenmalige milieuconvenant. In dit milieubeleidsplan werd de toestand van het leefmilieu in Vilvoorde geschetst en werd een overzicht gegeven van de aanwezige knelpunten. Er werden doelstellingen en aansluitende acties opgenomen om deze knelpunten te verbeteren. Vanaf 1999 stelt de stad Vilvoorde jaarlijks een milieujaarprogramma op Samenwerkingsovereenkomst Algemeen De Vlaamse overheid biedt de gemeenten en steden de mogelijkheid aan om een samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen. Bij het ondertekenen van deze overeenkomst verbinden de gemeenten er zich toe om bepaalde acties te ondernemen of doelstellingen te realiseren, terwijl de overheid op haar beurt hiertoe hulp en subsidies verleent. Deze samenwerkingsovereenkomst bestaat uit een instrumentarium (onderbouw) en acht clusters (bovenbouw) (Figuur 2-2). Dit instrumentarium en 6 clusters, namelijk de cluster water, vaste stoffen, energie, mobiliteit, natuurlijke entiteiten en hinder zijn opgebouwd uit 3 ambitieniveaus, met toenemende integratie tussen deze clusters. Ambitieniveau 1 of toegankelijk niveau voor het basismilieubeleid: op dit niveau wordt de drempel zo laag mogelijk gehouden, zodat zoveel mogelijk gemeenten hieraan kunnen voldoen. De gemeente die de overeenkomst ondertekent, heeft in dit niveau dan nog de keuze tussen een minimum en een uitgebreide mogelijkheid. Ambitieniveau 2 of verdergaand niveau: op dit niveau worden accenten gelegd op bepaalde clusters. De gemeente die ook verbintenissen van het tweede niveau wil realiseren, verbindt er zich toe om dit in minstens twee clusters en het instrumentarium te doen. gpa pagina 13

27 Ambitieniveau 3 of ambitieus niveau: op dit niveau worden de koplopers extra beloond. De integratie tussen de verschillende beleidsdomeinen staat hier voorop. Concrete uitwerking van dit niveau gebeurt op basis van onderhandelingen met het Vlaamse Gewest, waardoor een overeenkomst op maat wordt opgemaakt. Bijkomend zijn er nog twee aparte horizontale clusters toegevoegd om het geïntegreerd milieubeleid extra te stimuleren, namelijk de cluster gebiedsgericht beleid en geïntegreerd doelgroepenbeleid. Figuur 2-2: Opbouw samenwerkingsovereenkomst Door het ondertekenen van deze samenwerkingsovereenkomst verbindt de gemeente er zich toe volgende beginselen van het duurzaam milieubeleid te respecteren: Voorkomingsbeginsel of beginsel van preventief handelen: milieuschade dient te worden voorkomen; Voorzorgsbeginsel: ernstige aanwijzingen zijn voldoende om een mogelijk probleem aan te pakken, zonder dat wetenschappelijke consensus over het oorzakelijk verband tussen verontreiniging en effect nodig is; Voorkeur voor brongerichte maatregelen: het probleem wordt aangepakt waar het ontstaat, namelijk aan de bron; Stand-stillprincipe: minimaal de bestaande kwaliteit blijft behouden; Beginsel de vervuiler betaalt : wie schade of verstoring veroorzaakt, moet ook instaan voor de (kosten van de) opruiming of hersteloperatie. De overheid verleent aan de gemeenten en steden die de samenwerkingsovereenkomst ondertekenen financiële en inhoudelijke steun, afhankelijk van het ambitieniveau waarop werd gpa pagina 14

28 ingeschreven. Financieel varieert dit van vaste subsidiebedragen per inwoner voor het instrumentarium en de cluster afval tot de subsidiëring van specifieke projecten voor bijvoorbeeld natuurontwikkeling. Inhoudelijk ondersteunt de overheid de gemeente door bijvoorbeeld het aanreiken van modelreglementen en inventarissen. Tijdens de opmaak van dit plan was de samenwerkingsovereenkomst van kracht. De nieuwe samenwerkingsvorm, die de huidige Samenwerkingsovereenkomst zal opvolgen vanaf 2008, is in 2006 voorbereid in overleg met de provincies en gemeenten. Concrete aandachtspunten hierbij zijn werken met resultaatsverbintenissen, minimale plan-, rapporterings- en controlelast, eigen beleidsruimte, integratie en bijzondere aandacht voor de handhaving. Begin 2007 wordt de concrete uitwerking ervan voorgelegd aan de maatschappelijke adviesraden en volgt het politieke besluitvormingsproces. Tegen de zomer van 2007 zal de samenwerkingsvorm worden toegelicht aan de lokale overheden Actuele Toestand De stad Vilvoorde ondertekende de samenwerkingsovereenkomst op niveau 1 (toegankelijk) voor alle clusters: Instrumentarium Vaste stoffen Water Natuurlijke entiteiten Mobiliteit Energie Hinder Ook de voorbije jaren werden alle clusters ondertekend in de samenwerkingsovereenkomst Hiermee bevindt Vilvoorde zich in het peloton, er zijn gemeenten (met vergelijkbare grootte en aantal inwoners) die nog niet intekenden op de samenwerkingsovereenkomst, er zijn gelijkaardige gemeenten die op niveau 2 intekenden. Van de omliggende gemeenten heeft de gemeente Zemst de samenwerkingsovereenkomst ondertekend op niveau 2 en de gemeenten Steenokkerzeel, Machelen en Grimbergen op niveau 1. De stad Vilvoorde is klaar voor niveau 2, maar kiest ervoor om dit niet administratief vast te leggen door het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst op niveau 2. Praktisch gezien kan de stad voldoen aan de doelstellingen van een hoog ambitieniveau, maar de ondertekening van de SO wordt aanzien als een keurslijf, zodat er geen plaats meer is voor bijkomende acties of andere accenten. Het nieuwe milieubeleidsplan zal dan ook worden geschreven naar dit hoger ambitieniveau, maar het ondertekenen van de SO op een hoger niveau wordt enkel mogelijk als hiervoor meer middelen (personeel, geld) voor wordt voorzien Knelpunten / sterktepunten De gemeente ondertekende de samenwerkingsovereenkomst en ondernam enkele acties per cluster. gpa pagina 15

29 De gemeente stelde reeds verschillende milieubeleidsplannen en milieujaarprogramma s op. De uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst en het behalen van de doelstellingen voor de verschillende clusters is een zware belasting op de capaciteit van de Dienst Leefomgeving. De stad Vilvoorde ervaart de samenwerkingsovereenkomst als een keurslijf, waarbij de administratieve lasten en verplichtingen niet opwegen tegen de resultaten ervan. Er is weinig tot geen tijd voor bijkomende of spontane acties Doelstellingen Door het ondertekenen en uitvoeren van de samenwerkingsovereenkomst wil de stad Vilvoorde zich inzetten voor een beter leefmilieu. Hiervoor dient de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst dan ook nageleefd te worden, waarbij er samengewerkt dient te worden tussen de verschillende diensten. De stad Vilvoorde zal een hoger ambitieniveau dan het strikte minimum nastreven, maar zal dit niet vastleggen door het ondertekenen van niveau 2 van de samenwerkingsovereenkomst, tenzij er hiervoor meer middelen kunnen worden vrijgemaakt. Op deze wijze kan de stad Vilvoorde zich concentreren op het realiseren van de vooropgestelde doelstellingen en de praktische uitwerking van acties, zowel kaderend in de samenwerkingsovereenkomst als daarbuiten Acties SD 1: Samenwerkingsovereenkomst na elk jaar evalueren (doelstellingen, ondernomen acties, behaalde resultaten, financieel,.) Een evaluatie van de uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst, van de behaalde doelstellingen van het milieubeleidsplan en van de werking van de Dienst Leefomgeving, wordt elk jaar opgemaakt door het opstellen van het milieujaarprogramma. Hierbij kan extra aandacht besteed worden aan de vergelijking tussen vooropgestelde acties en de werkelijk uitgevoerde acties, zodat een bijsturing voor het volgende jaar kan gebeuren. In navolging hiervan kan elk jaar worden nagekeken of het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst op niveau 2, administratief wel haalbaar is geworden, door bijvoorbeeld een verschuiving van middelen of een wijziging van de verplichtingen of tegemoetkomingen Milieubarometer Algemeen De milieubarometer is een set van minimum 15 milieu-indicatoren (met een deel aanbevolen indicatoren) die worden gekozen om de toestand en de belangrijke ontwikkelingen van het milieu en de natuur op lokaal vlak op te volgen. Het is een leer- en communicatie-instrument bestemd voor alle bij het duurzaam lokaal milieubeleid betrokken actoren gpa pagina 16

30 dat jaarlijks via omgevingsindicatoren inzake milieu en natuur relevante evoluties toont van actoren en factoren die deel uitmaken van het gemeentelijke beleid; met als doel het duurzaam milieubeleid van het schepencollege en de gemeentelijke diensten beter te onderbouwen door het geven van input voor planning en beleidsprogramma s. De milieubarometer wordt beheerd door de gemeentelijke diensten Om na te gaan welke indicatoren relevant zijn kan het milieubeleidsplan en de milieujaarverslagen als basis dienen voor de zogenaamde omgevingsanalyse. De gegevens van de geselecteerde indicatoren dienen in een gestandaardiseerde indicatorenfiche te worden opgenomen. Onderstaande lijst bevat verschillende indicatoren die in deze milieubarometer 2 gebruikt kunnen worden. score interne- en energiezorg van de gemeente als bedrijf index beleidsvoering voor duurzaam lokaal milieu en natuur in de gemeente aantal en aandeel scholen die deelnemen aan MOS (milieuzorg op school) aangeboden totale hoeveelheid huishoudelijk afval hoeveelheid niet-recupereerbaar huishoudelijk afval gewichtspercentage van het huishoudelijk afval dat selectief wordt ingezameld percentage sorteerresidu PMD t.o.v. de totale PMD-fractie hoeveelheid van goederen die in herbruik worden genomen zuiveringsgraad huishoudelijk afvalwater kwaliteit van het oppervlaktewater: biologische kwaliteit kwaliteit van het oppervlaktewater: zuurstofhuishouding leidingwaterverbruik nitraatgehalte in de meetplaatsen van het MAP-meetnet evolutie van de bebouwde oppervlakte in de open gebieden totaal areaal goedgekeurde beheersovereenkomsten evolutie van de veestapel percentage gehinderden (geluid, geur, licht) aantal klachten geluid aantal dagen met een goede luchtkwaliteit emissiedichtheid CO 2 (huishoudens) emissiedichtheid CO 2 (industrie) emissiedichtheid PM10 aantal dagen met een overschreden ozondrempelwaarde aantal dagen waarop de daggemiddelde PM10-concentratie groter is dan 50 µg/m³ emissie van ammoniak door de veeteelt emissie van verzurende stoffen (huishoudens) emissie van verzurende stoffen (industrie) 2 In de samenwerkingsovereenkomst wordt de milieubarometer opgenomen in niveau 2 van het instrumentarium. gpa pagina 17

31 Actuele toestand De stad Vilvoorde beschikt momenteel niet over een milieubarometer (niveau 2 van de samenwerkingsovereenkomst niet ondertekend). In de milieujaarprogramma s worden wel data weergegeven in verband met het milieu. In 2005 werd gestart met de opmaak van een milieubarometer. Hiervoor werd een brainstorm georganiseerd om de geschikte milieuindicatoren te bepalen. In de planning wordt voorzien dat deze milieubarometer in 2007 effectief wordt gebruikt Knelpunten / Sterktepunten Weergeven van cijfergegevens (indicatoren) in het milieujaarprogramma Intentie opmaak en gebruik milieubarometer op te starten deze plantermijn Opmaak duurzaamheidsspiegel Afwezigheid van milieubarometer, hetgeen impliceert dat de evolutie van de milieutoestand in de gemeente niet gestructureerd opgevolgd wordt Doelstellingen Door het opstellen van een milieubarometer inzicht krijgen in de toestand van het milieu (waarvan de actuele toestand gedeeltelijk wordt beoordeeld door dit milieubeleidsplan) en de evolutie van de milieukwaliteit en natuur in de stad. Door een bijkomende aantal indicatoren op vrijwillige basis gestructureerd en regelmatig op te volgen kan een beter inzicht verkregen worden in de toestand van het milieu en de natuur in de stad Acties SD 2: Opstellen milieubarometer De stad Vilvoorde zal de opmaak van de milieubarometer voortzetten. Voortzetten voorbereidende acties in het kader van het opstellen van een milieubarometer: Deze actie omhelst de opmaak van een stappenplan en timing voor de opmaak van een milieubarometer en dient tevens aan te geven welke actoren (milieuambtenaar, ambtenaren van de beleidsdomeinen mobiliteit, energie, ruimtelijke ordening, stedenbouw en landbouw, de leden van de milieuraad, ) bij de opmaak van de barometer zullen betrokken worden. Op volgende vragen dient reeds een concreet antwoord geformuleerd te worden: welke plaats heeft de milieubarometer in het stedelijk beleid? hoe zal de stad om gaan met dergelijk instrument? wie wordt betrokken bij de opmaak van de milieubarometer? welke rol speelt de adviesraad voor milieu en natuur? hoe zal de stad over dit instrument communiceren? Na de opstartfase wordt de milieubarometer verder uitgewerkt Op volgende vragen dient reeds een concreet antwoord geformuleerd te worden: welke indicatoren worden voorgesteld? gpa pagina 18

32 waarop heeft de stad zich gebaseerd om deze indicatoren te kiezen? wat is aan de keuze voorafgegaan? hoe ondersteunen de provincies, de gemeenten bij de opmaak van de milieubarometer? eerste meting milieubarometer (nulmeting jaarlijkse invulling milieu-indicatoren analyse van de milieu-evolutie gevolgtrekkingen en ondernemen acties op basis van analyse Duurzaamheidstoets Algemeen Een duurzaamheidsbarometer volgt, in vergelijking met de milieubarometer, alle (beleids)domeinen op zodat elementen van de milieubarometer een onderdeel vormen van de duurzaamheidsbarometer. Een duurzaamheidstoets is een uitgebreide checklist met criteria die het effect van de gemeentelijke plannen, acties en projecten op duurzame ontwikkeling kunnen begroten. Om tot zo n checklist te komen moet voor de gemeente een toekomstbeeld geconcretiseerd worden met een zo ruim mogelijke participatie van alle betrokkene, rekening houdend met de sociale en economische randvoorwaarden en de ecologische bekommernissen. Het opstellen van een duurzaamheidstoets is verplicht bij een ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst op niveau 3. Agenda 21, het resultaat van de VN-conferentie in Rio de Janeiro in 1992, vormt een belangrijke basis in de ontwikkeling van het gedachtegoed voor duurzame ontwikkeling. In het actieprogramma Agenda 21 wordt de nadruk gelegd op het belang van het oprichten van een Lokale Agenda 21 door lokale besturen zoals de gemeentes. Op de conferentie in Johannesburg in 2002 werd het belang van de integratie van duurzame ontwikkeling nog eens herhaald. Uit deze conferentie resulteert bovendien dat tegen 2005 een nationale strategie is uitgewerkt om duurzame ontwikkeling te integreren in het beleid Actueel De stad Vilvoorde voert momenteel geen duurzaamheidstoets (niveau 3 van instrumentarium) door voor haar projecten Knelpunten / Sterktepunten De stad Vilvoorde voert momenteel geen duurzaamheidstoets uit voor haar projecten Doelstellingen In eerste instantie duurzaamheid in achterhoofd houden, later uitwerken van een meer concreet beleid gericht op duurzame ontwikkeling. 2.2 Stedelijke diensten De uitvoering van het beleid van een stad gebeurt via de verschillende stadsdiensten. De uitwerking van het milieubeleid is voornamelijk in handen van de dienst leefomgeving. Voor verschillende aspecten echter dient er ook samengewerkt te worden met de andere gpa pagina 19

33 stadsdiensten zoals de dienst Stedelijke ontwikkeling, de dienst Groenvoorziening, de dienst Wegen en Rioleringen en de dienst communicatie Dienst Leefomgeving Algemeen Door de toename van de bevoegdheden van de gemeente binnen de milieuwetgeving en de toename van de taken in het kader van de verschillende samenwerkingsovereenkomsten is er steeds meer behoefte aan personeel dat zich voltijds bezighoudt met leefmilieu. Dergelijke taakomschrijving vereist een ambtelijke ondersteuning door een volwaardige zelfstandige dienst met eigen mensen en materiaal Actuele Toestand De dienst Leefomgeving is samengesteld uit een diensthoofd, een milieuambtenaar, een duurzaamheidsambtenaar en een administratief medewerkster. De dienst Groenvoorziening is verantwoordelijk voor het natuurbeleid: het diensthoofd, de werkleider en administratief medewerker, zorgen samen met het uitvoerend personeel, voor deze beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Het milieuvergunningenbeleid, toezicht en milieuklachtenbehandeling (inclusief milieuloket), geïntegreerd waterlopenbeheer, opvolging van het afvalbeleid, milieuverantwoord productgebruik, milieubeleidsplanning, opvolging van de milieukwaliteit, duurzame ontwikkeling, interne milieuzorg, sensibilisatie en educatie rond milieu- en duurzaamheidsthema s, uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst en de verplichtingen, voortvloeiend uit de milieuwetgeving, behoren tot de taken van de dienst Leefomgeving. De milieuloketfunctie wordt uitgevoerd op de dienst Leefomgeving (met een dinsdagavonddienst extra). De administratieve medewerker staat in de eerste plaats in voor de loketfunctie. Indien het gaat om dossiers of vragen, waarvoor specifieke personen bevoegd zijn, geven deze de nodige inlichtingen. Bedrijven worden meestal na afspraak verder geholpen door de milieuambtenaar of het diensthoofd. De duurzaamheidambtenaar treedt op als aanspreekpunt inzake duurzame ontwikkeling. De dienst Groenvoorziening staat in voor de natuurklachtenbehandeling, natuurontwikkelingsprojecten, ecologisch bermbeheer, toezicht en advisering van natuurvergunningen, sensibilisatie en educatie rond natuur, de uitvoering van de cluster Natuurlijke Entiteiten en de taken die door de natuurwetgeving worden opgelegd. Naast een beleidsadviserende dienst, heeft de dienst Groenvoorziening een belangrijke uitvoerende functie, namelijk de uitvoering van het groenonderhoud in de stad Knelpunten / sterktepunten Werkdruk bij dienst Leefomgeving Volwaardige dienst Leefomgeving Loketfunctie dienst Leefomgeving Samenwerking dienst Groenvoorziening Samenwerking dienst Stedelijke Ontwikkeling gpa pagina 20

34 Doelstelling De huidige werking van de Dienst Leefomgeving volstaat om de beoogde doelstellingen te behalen. Om vlot om te gaan met het toenemende takenpakket van de Dienst Leefomgeving, dient deze echter continu bijgestuurd en geoptimaliseerd te worden. De Dienst Leefomgeving dient zich zowel intern als extern te profileren als hét aanspreekpunt voor alles wat met milieu en duurzaamheid te maken heeft Acties SD 3: Werking Dienst Leefomgeving optimaliseren Een vereiste voor de verdere uitbouw van een eigen en duurzaam milieubeleid is de organisatie van een volwaardige eigen milieudienst. Dit kan concreet uitgewerkt worden door: - permanente scholing onderhouden. - gestructureerd overleg tussen verschillende diensten. - beroep blijven doen op provinciale dienstverlening. - eventueel aannemen extra administratief medewerker - verdere samenwerking met de andere stadsdiensten zoals dienst Stedelijke Ontwikkeling, dienst Groenvoorzienig, Dienst Wegen en Riolering, Communicatiedienst Mina-werkers Algemeen Door middel van Mina-werkers krijgt de gemeente de kans in te tekenen op het inzetten van arbeiders uit de kansengroepen voor het realiseren van werkzaamheden in het kader van natuur-, bos- en groenbeheer, de landschapszorg en voor het uitvoeren van diverse activiteiten op de containerparken. De cluster waarvoor Mina-werkers worden ingezet (cluster vaste stoffen en/of cluster natuurlijke entiteiten) dient dan ook ondertekend te worden. Vermits het om arbeiders uit kansengroepen gaat worden daardoor ook doelstellingen uit het tewerkstellingsbeleid gerealiseerd. Het uitgangspunt van het werken met Mina-arbeiders bestaat er in milieudoelstellingen te realiseren met zo veel mogelijk duurzame arbeid. Werkzaamheden welke in aanmerking komen om door Mina-werkers (artikel van de samenwerkingovereenkomst Vlaamse overheid met gemeenten Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling ) te worden uitgevoerd in uitvoering van acties/projecten uit de cluster Vaste stoffen van de samenwerkingovereenkomst zijn o.a.: toezicht op het containerpark toezicht, selectie op hergebruik van afvalstoffen op het containerpark, toezicht op het correct aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij de selectieve inzamelingen. ondersteuning compostmeesterwerking toezicht op de wijkcompostering of als ondersteuning van de compostmeesterwerking. gpa pagina 21

35 Ook bij de uitwerking van acties en projecten uit de cluster Natuurlijke entiteiten kunnen Minawerkers worden ingezet. Werkzaamheden welke niet in aanmerking komen om door Mina-werkers te worden uitgevoerd: opruimen van straat- en veegvuil, sluikstorten. sensibiliseringsacties met betrekking tot milieuverantwoord productgebruik en/of afvalpreventie Actuele toestand In het kader van een samenwerkingsakkoord tussen de provincie Vlaams-Brabant, Econet en verschillende gemeenten, stelt de stad Vilvoorde in het kader van natuurbeheer 2 MINAwerkers ter beschikking van Econet (Intergemeentelijke Natuur- en landschapsploegen) Doelstelling De werkzaamheden en activiteiten inzake natuurbeheer, kunnen indien mogelijk, worden uitgevoerd door het inzetten van MINA-werkers Actie SD 4: Inzetten van MINA-medewerkers - evalueren van het inzetten van medewerkers bij toegelaten projecten, en indien mogelijk gebruik maken van het inzetten van MINA-medewerkers - voortzetten van huidige werking MINA-werkers Interne milieuzorg Algemeen Het begrip milieuzorgsysteem of milieubeheersysteem is afkomstig uit de bedrijfswereld. Bedrijven kunnen een certificaat krijgen wanneer ze voldoen aan een bepaalde norm. Er zijn verschillende normen met elk hun eigen kenmerken. Ongeacht welk model echter wordt bekeken, steeds komen de volgende elementen terug: het beleid van de organisatie dient formeel de doelstellingen te onderschrijven (beleidsverklaring) (vb door opname van doelstelling in het MJP/MBP); de werking van het systeem dient beschreven en de resultaten gerapporteerd te worden dwz: de organisatie dient doorgelicht te worden; de voorziene acties dienen vastgelegd te worden in een plan of programma ; resultaten dienen gemeten en geregistreerd te worden; de werking van het systeem dient regelmatig geëvalueerd en bijgestuurd te worden; belangrijk is dat iedereen binnen de organisatie zijn eigen verantwoordelijkheden heeft: dit kan via taakomschrijvingen, bevoegdheidstoekenningen, duidelijke afspraken procedures, uit bovenstaande volgt ook dat alle personeel maximaal betrokken dient te worden (belangrijke aandachtspunten hierbij zijn informatiedoorstroming, opleiding); gpa pagina 22

36 De interne milieuzorg in de gemeente omvat alle aspecten in verband met het leefmilieu met betrekking tot de werking van de gemeente. Deze aspecten (o.a. duurzaam energiegebruik, afvalvoorkoming binnen de gemeentediensten, duurzaam aankopen, duurzaam bouwen, mobiliteit, duurzaam watergebruik, papiergebruik, ) zullen bij de relevante clusters besproken worden Actuele toestand Omdat de stad Vilvoorde ingeschreven is op niveau 1 van de samenwerkingsovereenkomst zal van hen worden verwacht dat ze voor haar eigen diensten een IMZS opzet gericht op preventief handelen. Dit wil zeggen dat de doelstellingen in de eerste plaats gericht zijn op het voorkomingsprincipe of enkel indien preventie niet mogelijk of onvoldoende blijkt te zijn, kan worden gedacht aan bijvoorbeeld gescheiden ophaling of recyclage of verwerking enz De voorbije jaren werden reeds heel wat interne actie ondernomen om het aspect milieuzorg in de werking van de gemeentediensten te integreren. Deze acties hadden onder andere betrekking op een duurzaam energiebeleid, de reductie van bestrijdingsmiddelen, de aankoop van fair-trade cateringproducten en duurzaam bouwen. Een formeel intern milieuzorgsysteem is echter nog niet aanwezig bij de stad Vilvoorde. De stad Vilvoorde heeft de intentie om al deze acties onder te brengen in een structureel milieuzorgsysteem. Dit zal begeleid worden door de werkgroep Bedrijfsinterne milieuzorg, die als adviesraad door het college erkend zal worden. Er dient evenwel vermeld te worden dat de oprichting van deze werkgroep en de realisatie van een structureel milieuzorgsysteem, reeds enkele jaren gepland is, maar dat dit tot op heden nog niet werd uitgevoerd. Bij het opstellen van de milieubarometer werden er ook enkele indicatoren voorzien om de interne milieuzorg te evalueren Knelpunten / Sterktepunten Concrete uitwerking interne milieuzorg verloopt soms moeizaam Milieuvriendelijk denken en handelen vraagt soms een andere werkwijze dan de huidige gebruikte werkwijzen De te nemen maatregelen vallen op korte termijn soms duurder uit Geen echt intern milieuzorgsysteem Verschillende acties ondernomen naar interne milieuzorg toe Oprichting werkgroep bedrijfsinterne milieuzorg Interne informele en formele sensibilisatie, externe sensibilisatie Indicatoren voor evaluatie interne milieuzorg in milieubarometer Doelstellingen Zorg voor milieu dient als vanzelfsprekend (milieubewust denken en handelen) beschouwd te worden binnen de werking van (alle) gemeentediensten. Het milieuzorgsysteem zal gericht zijn op preventie daar: de doelstellingen zullen gericht zijn op het voorkomingsprincipe gpa pagina 23

37 de doorlichting van de gemeentediensten talrijke informatie zal leveren die zal bijdragen tot het genereren van preventieopties de informatiedoorstroming in twee richtingen zal moeten verlopen De verdere uitwerking van de interne milieuzorg zal zowel steunen op voorzetting van de communicatie en bewustmaking naar het gemeentepersoneel toe als de uitvoering van concrete acties Acties SD 5: Sensibilisatie / educatie van het gemeentepersoneel, Uitwerken communicatiestrategie in verband met leefmilieu SD 6: Verdere uitvoering van het intern milieuzorgsysteem Deze handelingen houden o.a. in: doorlichting van de gemeentelijke diensten analyse van de knelpunten meten en registreren opmaak actieprogramma met o.a. uitwerking van duidelijke procedures en taakomschrijvingen communicatie via mailings, personeelsblad en dienstnota s naar het personeel en terug naar de milieudienst via standaardformulieren Indien het milieuzorgsysteem in werking is: opvolging en bijsturing evaluatie van het MZS Duurzaamheidsambtenaar Algemeen Een duurzaamheidsambtenaar staat in voor de uitwerking, coördinatie en opvolging van alle acties op het vlak van milieubeleid en vormt een aanspreek- en informatiepunt naar de overige gemeentediensten en de bevolking toe. Met het aanstellen van een duurzaamheidsambtenaar wordt het toch al zware takenpakket van de Dienst Leefomgeving beter verdeeld, zodat de invulling van de verschillende taken en acties grondiger kan gebeuren. In de praktijk begint de duurzaamheidsambtenaar met milieukwaliteitsverbeteringen in de Dienst Leefomgeving (afvalpreventie, aankoopbeleid, energie- en waterbesparing). Naderhand worden deze maatregelen ook uitgebreid naar de andere gemeentediensten en in acties naar de bevolking toe. Voor een vlotte uitwerking van het duurzaam gemeentelijk milieubeleid is dan ook een duurzaamheidsambtenaar nodig die veelvuldig overleg pleegt met de andere gemeentediensten en doelgroepen. De duurzaamheidsambtenaar is de spilfiguur voor het tot stand komen van een duurzaam lokaal (milieu)beleid. Zijn/haar takenpakket is dan ook heel uiteenlopend. Hij/zij stimuleert het duurzaam lokaal milieubeleid in de gemeente: Hij/zij zal ervoor zorgen dat de principes die met duurzame ontwikkeling te maken hebben, voldoende worden geïmplementeerd in het gemeentelijk (milieu)beleid. gpa pagina 24

38 Hij/zij heeft oog voor integratie tussen de verschillende onderdelen van de Samenwerkingsovereenkomst en tussen de diverse beleidsdomeinen. Om dit te bereiken zal hij het nodige overleg opstarten en opvolgen tussen verschillende diensten. Hij/zij is het aanspreekpunt binnen de gemeente met betrekking tot duurzaam lokaal (milieu)beleid. Hij/zij staat in voor communicatie, informatie, sensibilisatie en educatie m.b.t. de Samenwerkingsovereenkomst en duurzame ontwikkeling. Hij/zij volgt o.m. het actieplan op voor de realisatie van een Intern Milieuzorgsysteem. De duurzaamheidsambtenaar zal over de nodige communicatieve vaardigheden moeten beschikken. Een grote dosis enthousiasme, veel diplomatie, geduld en heel wat incasseringsvermogen zijn noodzakelijk, naast zijn/haar technische kennis. Een duurzaam statuut, met de nodige omkadering (begeleiding, vorming, ) is dan ook onontbeerlijk. Het werkgebied van de duurzaamheidsambtenaar is uitgebreider dan dat van de milieuambtenaar Actuele toestand De stad Vilvoorde heeft sinds 2000 een duurzaamheidsambtenaar in dienst. Deze volgt alle acties op die rechtstreeks verband houden met duurzame ontwikkeling, staat in voor de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst en verzorgt de implementatie van de interne milieuzorg in de stadsdiensten. Verder zetelt de duurzaamheidsambtenaar in diverse raden, commissies en werkgroepen. Het advies van de duurzaamheidsambtenaar wordt echter niet steeds even goed opgevolgd. Verschillende factoren zijn hiervoor verantwoordelijk. Een eerste verschil wordt opgemerkt wanneer het een verplicht advies of een vrijblijvend advies betreft. Ook adviezen die erg ingrijpen in de gebruikelijke werking of een duidelijke meerkost met zich meebrengen, worden soms moeilijk aanvaard. Bij adviezen die een duidelijk bijkomend voordeel opleveren (financieel, organisatorisch, ) gebeurt de aanvaarding sneller Knelpunten / Sterktepunten een duurzaamheidsambtenaar in dienst sinds 2000 Opvolging duurzaam beleid, uitvoering samenwerkingsovereenkomst en interne milieuzorg Doelstelling Door het inzetten van een gespecialiseerd persoon bij de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst en de implementatie van een duurzaam beleid kan hieraan de nodige aandacht en tijd besteed worden. Enerzijds wordt het takenpakket van de milieuambtenaar verlicht en anderzijds kan de duurzaamheidsambtenaar 3 zich volledig toespitsen op de relevante acties. 3 Een duurzaamheidsambtenaar inschakelen bij niveau 1 kan echter alleen gesubsidieerd worden indien is ingetekend op alle clusters. Bij ondertekenen van niveau 2 is het aanstellen van een duurzaamheidsambtenaar verplicht. gpa pagina 25

39 Acties SD 7: Voortzetten werking met duurzaamheidsambtenaar Inventarissen en MMIS Algemeen In een inventaris worden alle relevante gegevens met betrekking tot het milieubeleid systematisch verzameld om later snel en eenvoudig beschikbaar te zijn voor eventuele analyses. Het verzamelen, structureren en bewaren van deze gegevens kan in een later stadium de aanzet vormen tot het uitbouwen van een milieubarometer. Het strategisch project MMIS (opgestart door het kabinet van Leefmilieu en Landbouw begin 2000) beoogt een stapsgewijze ontwikkeling van een algemeen en geïntegreerd milieuinformatiesysteem MMIS waarin alle beschikbare en relevante milieugegevens van alle milieuoverheidsinstellingen via een algemeen toegankelijk medium (internet) raadpleegbaar gesteld worden. Voor gemeenten, steden en provincies gaat het onder andere over onderstaande voorbeelden: Natuurvergunningenloket Milieuvergunningenloket Rioleringsdatabank Vlaanderen Milieuklachtenloket (MKROS) De samenwerking tussen het gewest, de provincies en steden en gemeenten is essentieel voor een efficiënt beheer van milieu-informatie en uitwisseling ervan, waarbij elk bestuur zijn eigen rol heeft te vervullen Actuele toestand Voor de invoer en het beheer van de milieuvergunningen in het milieuvergunningenloket (emil) maakt de stad Vilvoorde gebruik van het programma Syrinx van Cipal. Nieuwe aanvragen van milieuvergunningen worden rechtstreeks in de databank ingevoerd, 75 % van de bestaande vergunningen werden ook reeds ingevoerd. De dienst Leefomgeving is het centrale meldpunt voor milieuklachten en registreert en verwerkt deze in KSM (Klachten Service Managment). Aangezien dit systeem gelijkaardig is aan het gebruik van MKROS, werd aan de Vlaamse overheid een afwijking gevraagd voor het gebruik van dit systeem, zodat er geen overbodige omschakeling dient te gebeuren. De stad Vilvoorde verzamelt al haar rioleringsgegevens in een GIS-omgeving, volgens de RIOREF-standaard. De gemeente is aangesloten op het natuurvergunningenloket, dat wordt beheerd door de dienst Groenvoorziening Knelpunten / Sterktepunten Aansluiting op overkoepelende databanken voltooid gpa pagina 26

40 Eigen klachtenmanagementsysteem Invoeren oude milieuvergunningen in emil op schema Doelstellingen Een stapsgewijze ontwikkeling van een algemeen en geïntegreerd milieu-informatiesysteem MMIS waarin alle beschikbare en relevante milieugegevens van alle milieuoverheidsinstellingen via een algemeen toegankelijk medium raadpleegbaar gesteld worden. Koppeling van de milieu-informatie in deze databanken met het Geografisch InformatieSysteem (GIS). De toegankelijkheid en opvolging van natuur- en milieu-informatie ook naar de burger toe bevorderen Acties SD 8: Voortzetten werking databanken SD 9: Milieudatabanken aan GIS koppelen Integratie op gemeentelijk vlak Algemeen De stad beschikt over verschillende diensten. Samen staan zij in voor het uitbouwen en uitvoeren van een geïntegreerd Milieu- en Natuurbeleid. Om deze taak optimaal uit te voeren is er uiteraard overleg en samenwerking tussen deze verschillende diensten nodig. Het uitwerken van een duurzaam milieubeleid is geen éénrichtingsverkeer van Dienst Leefomgeving (of duurzaamheidsambtenaar) naar de overige stadsdiensten. Integratie streeft er immers naar om de duurzaamheidsgedachte voort te zetten binnen de verschillende verwante beleidsdomeinen. Hoewel alle diensten samen bouwen aan een geïntegreerd milieubeleid, hebben zij elk eigen taken, die een ander aspect van deze uitvoerige taak bevatten. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen een interne (tussen de verschillende milieudomeinen) en een externe (tussen milieu, ruimtelijke ordening, economisch beleid,...) integratie. Een aspect waar een integratie van verschillende beleidsdomeinen vereist is, is de afstemming van de milieuvergunning en stedebouwkundige vergunning. Momenteel worden deze vergunningen behandeld door de verschillende diensten en bestaat de mogelijkheid om advies te vragen. In maart 2006 keurde de Vlaamse Regering een conceptnota goed om de milieuen stedebouwkundige vergunning verregaand te integreren. Hierbij dient o.a. één loket te worden voorzien in de gemeente waar de exploitant terecht kan voor de vergunningsaanvraag. gpa pagina 27

41 Actuele toestand Op verschillende wijzen wordt de integratie van het milieubeleid in de andere beleidsdomeinen en het stedelijk weefsel ten uitvoer gebracht. De duurzaamheidsambtenaar staat in voor de implementatie van een duurzaam beleid en heeft als taak om die milieureflex ook bij de andere stadsdiensten in te voeren. De duurzaamheidsambtenaar staat hierbij ook in voor de communicatie inzake het duurzaam beleid, zowel intern als extern. In de stad Vilvoorde is een ambtelijk overlegorgaan werkzaam, met vertegenwoordigers van de verschillende stadsdiensten, waarin o.a. het stedelijk energiebeleid en de reductie van de bestrijdingsmiddelen wordt behandeld. Dit overleg wordt gecoördineerd door de duurzaamheidsambtenaar. Indien nodig worden er projectspecifieke werkgroepen opgericht. Ook de stafvergadering van de diensthoofden werkt de integratie in de hand Knelpunten / sterktepunten Aanwezigheid ambtelijk overlegorgaan Bevorderen integratie behoort tot takenpakket duurzaamheidsambtenaar Dienst Leefomgeving wordt niet steeds gevraagd door andere diensten bij overleg inzake mogelijk relevante projecten. De Dienst Leefomgeving dient hierbij zelf het initiatief te nemen. Milieureflex nog niet ingeburgerd in alle stadsdiensten Doelstelling Integratie van het milieubeleid in de andere beleidsdomeinen is een doelstelling op zich. De belangrijkste betrachting hierbij is dat het milieubewust denken en handelen in het volledige gemeenteweefsel wordt ingepast. Dit wordt in eerste plaats bewerkstelligd door een goede communicatie tussen de stadsdiensten. Een belangrijk punt dat hierbij niet uit het oog verloren dient te worden is dat een volledige integratie slechts mogelijk is indien ook op bestuurlijk niveau de duurzaamheidsgedachte leeft Acties SD 10: Integratie van het milieubeleid in het volledige stadsweefsel optimaliseren Dit kan verwezenlijkt worden door o.a.: organisatie van een ambtelijk overlegorgaan. Dit wordt opgericht binnen de gemeente om te werken aan een duurzaam geïntegreerd lokaal milieubeleid. De verschillende doelstellingen die de gemeente beoogt met het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst worden op elkaar afgestemd. Bij dit ambtelijk overlegorgaan werden ambtenaren uit de beleidsdomeinen Energie, Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Mobiliteit, de technische diensten en andere opportune diensten betrokken. Het ambtelijk overlegorgaan staat in voor: het maximaal afstemmen tussen milieubeleid en andere beleidsplanningsprocessen; de coördinatie van de opmaak en de uitvoering van het gemeentelijk milieujaarprogramma en het milieubeleidsplan; gpa pagina 28

42 communicatie van het lokale milieubeleid, zowel naar de gemeentelijke diensten, als naar de doelgroepen en de bevolking. Uitgebreide communicatie en sensibilisatie (intern en extern) Toezicht Algemeen De naleving van de milieuwetgeving kan door de gemeente gecontroleerd worden. Indien de toezichtsambtenaar over een VLAREM-attest beschikt, en door de gemeente is aangewezen als toezichthoudend ambtenaar, heeft deze de bevoegdheid om Vlarem- inrichtingen van klasse 2 en klasse 3 zomaar te betreden om toe te zien of Vlarem wordt nageleefd, zelfs al is er vooraf geen enkele aanwijzing dat Vlarem overtreden zou worden. (art. 30, 3 milieuvergunningsdecreet: "Zij (=de Vlarem-toezichtsambtenaren) mogen bij de uitoefening van hun ambt op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnen gaan in alle inrichtingen.") Zij zijn bevoegd voor de uitvoering van technische controles, meer bepaald het nemen van watermonsters (controleren geloosd afvalwater), controleren op luchtverontreiniging, controle op geluidshinder en/of trillingen, controle van de afvalsamenstelling en de controle op grondwaterverontreiniging. Overtredingen kunnen door hen vastgesteld worden door middel van een proces-verbaal Actuele toestand Het diensthoofd van de dienst Leefomgeving beschikt over een VLAREM-attest. De milieuambtenaar volgt een opleiding voor het verkrijgen van een VLAREM-attest. Bij aanvragen van milieuvergunningen wordt er een controle uitgevoerd, waarbij indien nodig vermaningen worden gegeven of bijzondere voorwaarden in de milieuvergunnning. Bij controle van klasse 1 bedrijven wordt er samengewerkt met de milieu-inspectie. Ook worden er controles uitgevoerd naar aanleiding van klachten. Het naleven van natuurvergunningen wordt gecontroleerd door de dienst Groenvoorziening. De stad Vilvoorde plan de opmaak van een gestructureerd inspectieprogramma, met een vaste methodiek voor de toezichtsacties. Deze structureren kost echter tijd en moeite en is wordt reeds enkele jaren voorgesteld, zonder concrete acties Knelpunten / Sterktepunten Aanwezigheid medewerkers met VLAREM-attest Controle bij vergunningsaanvraag of klachten Samenwerking met andere administraties en diensten Wel controles naar aanleiding van klachten Intentie om inspectieprogramma te structureren Te weinig preventieve controles wegens gebrek aan middelen en tijd. Structureren van inspectieprogramma gebeurt langzaam. gpa pagina 29

43 Doelstelling Toezicht houden op inrichtingen van 2 de en 3 de klasse, aangevuld met toezichtsbevoegdheden uit de aanverwante milieuhygiënewetgevingen. Bij deze handhaving wordt medewerking verleend aan de Milieu-inspectie, afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie, de Gezondheidsinspectie, OVAM, VMM, gerechtelijke instanties, om te komen tot een geslaagde handhaving Acties SD 11: Verder zetten van controle en handhaving, met een streven naar verbetering (kwaliteit/kwantiteit) Hierbij moeten ook meer preventieve controles gebeuren en niet enkel ad hoc n.a.v. klachten of calamiteiten. Eveneens is de controle op naleving van de milieuvoorwaarden in de eigen gemeentelijke inrichtingen een belangrijke taak. De invoering van een gestructureerd inspectieprogramma zal hierbij een grote stap voorwaarts zijn Samenwerkingsverbanden Algemeen Voor de realisatie van het milieubeleid dient de stad te overleggen en samen te werken met alle betrokkenen bij het milieubeleid. We denken hier aan andere overheden en intercommunales, maar ook aan samenwerking met natuurverenigingen, bedrijven en scholen Actuele toestand De stad Vilvoorde heeft bijvoorbeeld samenwerkingsverbanden afgesloten met: - de Vlaamse Overheid: Samenwerkingsovereenkomst - De aanwezige adviesraden - HORTECO - Natuurpunt - ECONET - Regionaal Landschap - Provincie Vlaams-Brabant Deze samenwerkingsverbanden worden soms afgesloten in het kader van eenmalige specifieke acties. Tevens werden er convenanten afgesloten inzake mobiliteit en ontwikkelingssamenwerking Doelstelling Door samenwerking met andere organisaties worden de mogelijkheden en kennis vergroot, kunnen er gerichter acties uitgevoerd worden en vergroot het draagvlak van het milieubeleid. gpa pagina 30

44 Acties SD 12: Bestaande samenwerkingsverbanden bestendigen en informele samenwerking structureren. Aangaan en onderhouden van nieuwe samenwerkingsverbanden, bvb wijkraden. Op het vlak van samenwerking met andere actoren zijn er verschillende mogelijkheden: Structureel overleg met betrokken verenigingen, Oprichten/aanstellen van een vast aanspreekpunt, Samenwerking vastleggen (informele samenwerking ook structureren) Gebruik maken van kennis en ervaring binnen deze organisaties Steun- en adviesverlening aan deze organisaties Uitvoeren van milieu-acties in samenwerking met deze organisaties Ook samenwerking met niet strikt milieu-gerichte organisaties zoals bvb. Lokaal Gezondheidsoverleg (LOGO, beschikken over medisch milieukundige). 2.3 Andere Adviesraad voor milieu en natuur Algemeen In de stad is er plaats voor stedelijke adviesraden die hun visie en advies kunnen geven over het stedelijk beleid. Op het vlak van milieubeleid bestaat er hiervoor de milieuraad. Deze raad wordt bij stedelijke beslissingen betrokken wanneer dit wettelijk verplicht is. Tevens wordt de raad uitgenodigd om op eigen initiatief advies uit te brengen over stedelijke plannen, projecten, beslissingen of aanverwanten, indien deze een invloed zouden kunnen hebben op het milieu Actuele Toestand De stad beschikt over een stedelijke adviesraad voor milieu- en natuur. Deze raad kampt echter met een groot absenteïsme. Veel leden zetelen enkel in deze raad om hierbij hun eigen belangen te verdedigen. De milieuraad neemt zelden initiatief, ook inzake bijscholing. De milieuraad is een open milieuraad ( geïnteresseerden zijn welkom maar hebben geen spreekrecht). In 2006 werd voor de invulling van de duurzaamheidsspiegel een open milieuraad georganiseerd waarop een afvaardiging van alle andere adviesraden werd uitgenodigd Knelpunten / Sterktepunten Milieuraad aanwezig Ondersteuning milieuraad door stad Werking milieuraad niet optimaal Doelstelling De betrokkenheid van de burgers in het milieubeleid en de inbreng van de milieuraad in het gemeentelijk beleid vergroten. gpa pagina 31

45 Acties SD 13: Optimalisatie werking milieuraad Hierbij wordt onder andere aan volgende zaken gedacht: aandacht aan vorming leden milieuraad evenwichtige samenstelling milieuraad nastreven bekendheid milieuraad vergroten samenwerking met andere (boven)gemeentelijke adviesraden Participatie Algemeen Actieve participatie vormt een zeer belangrijk element om tot een duurzaam milieubeleid te kunnen komen. Zonder overlegmomenten en samenwerking met verschillende doelgroepen (maatschappelijke participatie of binnen de eigenlijke stadsdiensten op verschillende beleidsdomeinen (informele participatie) kan men immers moeilijk een draagvlak creëren voor het werken aan het milieubeleid binnen de stad. Algemeen kan dan ook worden gesteld dat een gerichte sensibilisatie gecombineerd met acties op het vlak van participatie het draagvlak voor het milieubeleid in de stad verhogen. Het meest voorkomende participatieorgaan bestaat uit de stedelijke adviesraad voor milieu en natuur. Een intern milieuzorgsysteem is een goede basis om een duidelijk afgebakende participatie te helpen ontwikkelen. Een duurzaamheidsambtenaar kan participatie binnen de gemeente aansporen, stimuleren of bevorderen Actuele toestand De stad ondersteunt verscheidene wijkraden, ondersteunt het project klimaatwijken en organiseert open milieuraden Knelpunten / sterktepunten Klimaatwijken Doelstelling Participatie heeft tot doelstelling het verbreden van het maatschappelijk draagvlak voor het gemeentelijk natuur- en milieubeleid. Men wenst de burger actief te betrekken bij de uitwerking van het milieubeleid. Ook de organisatie van de feedback moet een belangrijk aandachtspunt worden. Opmerking: Publieke participatie via de klassieke kanalen zoals bijvoorbeeld inzage van plannen op het gemeentebestuur, blijken (volgens MINA-2) niet altijd effectief te zijn. Verbreden, vernieuwen of versterken van de participatie kan soms aangewezen zijn. Het is de bedoeling de participatiedrempel te verlagen en burgers, plaatselijke organisaties en andere actoren in een vroeg stadium in de beleidsvoering te betrekken gpa pagina 32

46 Acties SD 14: Participatie van de burger in het milieubeleid verhogen. Hiervoor dient er in eerste instantie een strategie uitgewerkt te worden, waarna de verschillende stappen worden uitgevoerd. Enkele mogelijkheden zijn: communicatie inspraakprocedures voor bepaalde plannen en studies (bijvoorbeeld milieubeleidsplan, milieueffectrapport) duidelijker en aantrekkelijker aan de bevolking voorstellen. enquêtes wijkoverleg, wijkcomités (ook financiële ondersteuning) participatiedrempel verlagen participatie reeds in vroeg stadium van plannings- of uitvoeringsproces aanmoedigen afsluiten van wijkcontracten (bvb energiezuinige wijk) gpa pagina 33

47 2.4 Synthese en samenvattende tabel Synthese Het instrumentarium vormt de basis van het stedelijk milieubeleid. In dit gedeelte wordt de werking van de Dienst Leefomgeving (en de stad in haar geheel) behandeld en worden overkoepelende en/of algemene acties naar voren gebracht. De stad heeft dit instrumentarium tot haar beschikking om een volwaardig en integraal milieubeleid te voeren, zodat de ambities op het vlak van milieu kunnen waargemaakt worden. Een belangrijk onderdeel van het instrumentarium is de samenwerkingsovereenkomst. De Vlaamse overheid biedt de stad de mogelijkheid om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten. Hierbij verbindt de stad zich er toe om, in ruil voor een subsidie, verschillende verplichtingen en doelstellingen op het vlak van milieu na te komen. Momenteel heeft de stad Vilvoorde deze samenwerkingsovereenkomst afgesloten op het ambitieniveau 1 (toegankelijk), en dit voor alle clusters. De stad Vilvoorde heeft het ook waargemaakt om aan deze verplichtingen te voldoen in de afgelopen termijn. De stad Vilvoorde zal in de komende plantermijn in de praktijk naar niveau 2 streven en hiervoor de nodige acties ondernemen, maar legt zich hiertoe niet vast door het ondertekenen van dat niveau van de samenwerkingsovereenkomst. Er wordt extra aandacht besteed aan een verdergaande integratie van het aspect milieu en duurzame ontwikkeling in de andere beleidsdomeinen. gpa pagina 34

48 Tabel 2-2: Instrumentarium: Overzicht van taken in de Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIVEAU Overzicht taken Details Vilvoorde (momentee l uitgevoerd) Instrumentarium NIV 1 Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Opmaak milieujaarprogramma s OK SD1: SO na elk jaar evalueren (doelstellingen, ondernomen acties, behaalde resultaten, financieel,.) Opmaak gemeentelijk milieubeleidsplan OK Gemeentelijke dienst - uitbouw van een milieuloket voor eerstelijnsmilieuzorg OK SD3: werking Dienst Leefomgeving optimaliseren - organisatie diensten OK SD5: sensibilisatie/educatie van het gemeentepersoneel - communicatie van het milieubeleid (intern en extern) OK - opzetten van intern milieuzorgsysteem Toezicht: min. 1 persoon met een Vlarembekwaamheidsbewijs Ofwel samenwerkingsovereenkomst met politiezone IMZS: gericht op preventief handelen; integratie van het duurzaamheidsidee in de verschillende gemeentelijke diensten Persoon wordt in het bijzonder belast met de controle op de als hinderlijke ingedeelde inrichtingen van 2de en 3de klasse Overtredingen op de natuurvergunningen en de vrije velddelicten opgespoord en vastgesteld door de gemeente. Opsporen van illegaal ontwijkgedrag met betrekking tot afvalstoffen OK OK Lopend Lopend SD6: verdere uitvoering intern milieuzorgsysteem Zie cluster vaste stoffen Zie cluster vaste stoffen gpa pagina 35

49 NIVEAU Overzicht taken Details Vilvoorde (momentee l uitgevoerd) Instrumentarium Ondersteuning van de sensibilisering die ter zake wordt gevoerd via de cluster Vaste Stoffen OK Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Zie cluster hinder Gemeentelijke MINA-raad als belangrijke actor Gemeente = conflictbemiddelaar bij lokale hinderproblemen uitg. klasse1 Lopende OK SD13: Optimalisatie van de werking van de milieuraad Gewestelijk Milieu Management Informatie Systeem (MMIS) Milieuvergunningen Milieuklachten Lopende OK SD8: voortzetten werking databanken Rioleringsdatabank Lopende Natuurvergunningenloket Lopende Integratie en organisatie intergemeentelijke overlegstructuur Overleg en samenwerking tussen verschillende diensten: ambtelijk overlegorgaan OK SD10: integratie van het milieubeleid in het volledige gemeenteweefsel optimaliseren Optie: duurzaamheidsambtenaar niveau 1: enkel gesubsidieerd indien is ingetekend op alle clusters. niveau 2: aanstelling verplicht. / SD7: voortzetten werking duurzaamheidsambtenaar Optie: MINA-werkers Werken dienen te kaderen in de Cluster vaste Stoffen (containerpark, compostmeesterwerking en natuurlijke entiteiten zoals acties uit het GNOP voeren) / Door de inschrijving op niveau 1 van de samenwerkingsovereenkomst heeft de stad Vilvoorde zich verplicht om voorgaande taken uit te voeren. Zoals uit de evaluatie blijkt heeft de stad Vilvoorde hier dan ook aan voldaan. gpa pagina 36

50 NIVEAU Overzicht taken Details Vilvoorde (momentee l uitgevoerd) Instrumentarium NIV 2 Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Milieubarometer Opstellen milieubarometer is verplicht / SD2: opstellen milieubarometer Duurzaamheidsambtenaar De gemeente dient een voltijds duurzaamheidsambtenaar aan te werven OK SD7: voortzetten werking duurzaamheidsamntenaar Actief georganiseerd participatiebeleid Min 2 x /jaar open milieuraad Daarnaast stimuleert de gemeente bijkomende participatiekanalen OK / Inschrijven SO op niveau 2: opmaak milieubarometer nodig NIV 3 Duurzaamheidstoets / SD13: Optimalisatie werking milieuraad SD14: participatie van de burger verhogen gpa pagina 37

51 3 Milieubeleid per cluster 3.1 Vaste stoffen De cluster Vaste Stoffen omvat enerzijds het milieuverantwoord gebruik of verbruik van producten en materialen (input) en anderzijds de afvalstoffen die gegenereerd worden door dit gebruik of verbruik (output). Op deze wijze omvat de cluster de volledige kringloop van stoffen in de consumptiemaatschappij Milieuverantwoord productgebruik Algemeen Milieuverantwoord productgebruik wordt als volgt omschreven: het efficiënt inzetten van producten en een keuze voor producten en/of systemen die de minste milieueffecten veroorzaken in hun volledige levensloop (van grondstoffase over de productie- en gebruiksfase tot en met de afvalfase). Dit betekent dat er gestreefd wordt naar de beperking van de uitputting van grondstoffen, van de milieuschade van de productie, het gebruik en de verwerking na gebruik. In de samenwerkingsovereenkomst worden 5 productgroepen onderscheiden: kantoormaterialen cateringproducten schoonmaakmiddelen materialen voor tuin- en groenaanleg, -onderhoud en meubilair bouw- en onderhoudsmaterialen Juridisch kader Het begrip milieuverantwoord productgebruik wordt momenteel nergens vastgelegd. De mogelijkheden om dit onderdeel juridisch te omkaderen blijven dan ook beperkt. Op deze materie is wel de wet op overheidsaankopen van toepassing (B.S. 1 mei 1997). In deze wet en bijhorende Koninklijke besluiten worden verschillende procedures onderscheiden. Alhoewel de aankoop van milieuverantwoorde producten nergens expliciet vermeld staat, kunnen milieucriteria wel ingepast worden bij de aankoop van producten. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt geregeld door het decreet van 21 december 2001, houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest. Hierdoor dient de stad het gebruik van bestrijdingsmiddelen af te bouwen en over te schakelen op duurzame bestrijdingstechnieken Actuele toestand Door het ondertekenen van niveau 1 Vaste stoffen van de Samenwerkingsovereenkomst verbindt de stad er zich toe een aanzet te geven tot het stimuleren van het milieuverantwoord productgebruik in de eigen werking van de stadsdiensten. De stad dient hieromtrent acties te ondernemen, minstens voor duurzaam geëxploiteerd hout en secundaire grondstoffen (gelabelde compost en gekeurd breekpuin) en de beperking van het gebruik van milieuschadelijke producten, minstens voor bestrijdingsmiddelen. gpa pagina 38

52 Uit de milieujaarprogramma s blijkt dat dit onderwerp de laatste jaren veel aandacht gekregen heeft, waarbij ook veel concrete zaken gerealiseerd zijn. Enkele voorbeelden hiervan zijn: - gebruik fair-trade producten (vervat in intern milieuzorgsysteem) - aandacht voor milieuvriendelijkheid schoonmaakmiddelen (vervat in intern milieuzorgsysteem) - Uitvoering reductieplan bestrijdingsmiddelen - Gebruik van COPRO-gekeurd puin - Gebruik FSC-gelabeld hout voor eigen stadsprojecten - Subsidiereglement voor gebruik FSC-hout - Sensibilisatie naar eigen personeel, inwoners en specifiek naar scholen en bouwers/verbouwers Om dit te bestendigen in het gevoerde milieubeleid zijn de bestekken van de stad aangepast met betrekking tot eisen aan het gebruik van puin, hout, recycleerbare materialen, composteerbare materialen, milieucriteria bij aankoop papier en duurzaam bouwen. Het decreet houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten verplicht de stad er toe een reductieprogramma op te stellen. De stad Vilvoorde heeft een reductieprogramma opgesteld, met een planning tot Hiervoor diende de stad Vilvoorde al een twee actieprogramma s in bij de VMM. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. In eerste instantie concentreert het plan zicht op de vervanging van de gebruikte bestrijdingsmiddelen door minder milieubelastende varianten en een reductie van de hoeveelheid actieve stof. In een later stadium, zal na verschillende proefprojecten, worden overgegaan op alternatieve bestrijdingswijzen, zoals vegen en thermische bestrijding. Tegen 2008 zal worden beslist welke bestrijdingswijzen in de toekomst zullen worden toegepast. Er wordt hieromtrent eveneens voldoende aandacht besteed aan de communicatie hieromtrent door de publicatie van artikels in de stadskrant en op de website. Sporen Doelstellingen Acties Tijdschema opstart werkgroep pesticidenreductie met bekendmaking decreet begin 2003 Spoor 1: sensibilisatie van de medewerker - overtuigen van de zin van het reductie-programma en de voordelen benadrukken. - kennis verwerven over het decreet, het reductieprogramma, pesticiden in het algemeen en de consequenties ervan evenals alternatieven. beleidsoptie en aanstelling coördinator pesticidenreductie voorjaar 2003 goedkeuring eerste actieprogramma mei 2003 vorming en bijscholing: deelname aan studiedagen, excursies en workshops betrokken stadspersoneel deelname aan regionale werkgroepen VVOG via de coördinator pesticidenreductie e.v. gpa pagina 39

53 Sporen Doelstellingen Acties Tijdschema verspreiding van relevante informatie aan betrokken diensten en beleidsverantwoordelijken Spoor 2: Risicoevaluatie van bestrijdingsmiddelen - inschatten van het risico van de gebruikte bestrijdingsmiddelen en komen naar betere alternatieven opmaken van risico-evaluatie van de door de gemeente gebruikte bestrijdingsmiddelen stimuleren van het gebruik van minder mens- en milieuschadelijke bestrijdingsmiddelen door derden februari zoeken naar minder mens- en milieuschadelijke bestrijdingsmiddelen Spoor 3: Sensibilisatie van de burger overtuigen van de zin van het reductie-programma en de voordelen benadrukken. - kennis verwerven over het decreet, het reductieprogramma, pesticiden in het algemeen en de consequenties ervan evenals alternatieven. - De burgers toleranter maken tov. Het onkruidbeeld in hun stad. Opmaken van gemeentelijke website met algemene info, links en informatie specifiek toegepast op de situatie te stad Vilvoorde Verspreiden van folders, affiches, brochures Maken van wijkkrantje voor Houtem Koningslo - centrum Lente 2004 Spoor 4: beheer van kruidgroei op verhardingen Spoor 5: beheer van groenzones - Overschakelen naar een volledig niet -chemisch beheer van de volledige oppervlakte in beheer - Overschakelen naar een volledig niet -chemisch beheer van de volledige oppervlakte in beheer Opstarten deelproject dat 20% beslaat van het volledig areaal Inventarisatie 20% Maart 2004 Nieuwe technieken kiezen na evaluatie deelproject Verdere uitbreiding van het deelproject Opstarten deelproject dat 20% beslaat van het volledig areaal April 2004 Inventarisatie 20% Maart 2004 Nieuwe technieken kiezen na evaluatie deelproject gpa pagina 40

54 Sporen Doelstellingen Acties Tijdschema Verdere uitbreiding van het deelproject Knelpunten / Sterktepunten Verschillende concrete acties Inventarisatie en gebruiksregisters Opname milieuverantwoord productgebruik in intern milieuzorgsysteem Aanpassing bestekken en voorwaarden Uitvoering reductieplan bestrijdingsmiddelen Toepassing van milieuverantwoord productgebruik en reductieplan pesticiden brengt een meerkost met zich mee. (aankoopprijs producten, machines, werkuren) Beperkt aanbod en informatie inzake machines voor mechanische onkruidbestrijding. Gebrek aan degelijke opleidingen terzake Doelstellingen Algemeen kan er gesteld worden dat in de voorbije plantermijn een grote stap voorwaarts gezet is in het milieuverantwoord productgebruik. De komende plantermijn zal dan voornamelijk worden voortgezet en zullen bepaalde aspecten en onderwerpen in de kijker worden gesteld en verder worden uitgewerkt. Bij andere stadsdiensten besef over milieuverantwoord productgebruik (begrip duurzaamheid) doen stijgen en toepassen Principes milieuverantwoord productgebruik consequent toepassen Voorbeeld worden en voorbeeldfunctie uitdragen naar bevolking toe Acties De hieronder vermelde acties zijn de grote stappen die ondernomen dienen te worden om tot milieuverantwoord productgebruik te komen. Voor een groot deel horen deze samen bij de acties met betrekking tot het opstellen van een intern milieuzorgsysteem en de communicatie en sensibilisatie naar de eigen stadsdiensten en de verschillende doelgroepen toe. Voorbeelden van acties naar specifieke producten toe worden vermeld in de actiefiches achteraan. Meer info hierover kan gevonden worden in de handleiding van de samenwerkingsovereenkomst (deel 5-2). MP 1: Inventarisatie gebruik producten Door een inventarisatie van de gebruikte producten wordt een inzicht gekregen in de mogelijkheden om het gebruik van producten bij te sturen. In eerste instantie beperkt deze actie zich tot de Dienst Leefomgeving zelf, later wordt deze uitgebreid naar de andere stadsdiensten. MP 2: Actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik opstellen Op basis van de inventarisatie van het productgebruik wordt een actieplan opgesteld om over te schakelen naar een milieuverantwoord productgebruik. In dit actieplan worden er gpa pagina 41

55 doelstellingen (kwalitatief en kwantitatief) vooropgesteld en worden er acties aangereikt om deze doelstellingen te bereiken. MP 3: Uitvoeren actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik. Jaarlijks wordt één productgroep op het voorplan geschoven (andere niet uit het oog verliezen, maar zwaartepunt op één aspect leggen), volgens de bepalingen uit de samenwerkingsovereenkomst. MP 4: Sensibilisatie naar andere stadsdiensten Om het actieplan te doen slagen is een goede communicatie en sensibilisatie naar de verschillende stadsdiensten een eerste vereiste. Hierbij speelt herhaling een grote rol, want het is moeilijk om mensen van hun jarenlange gewoontes af te brengen. MP 5: Voorbeeldfunctie opnemen: sensibilisatie naar inwoners en doelgroepen Om de inwoners de stimuleren ook de principes van het milieuverantwoord productgebruik over te nemen is een goede communicatie onontbeerlijk. Er wordt geïnformeerd over het doel van de acties, het actieplan van de stad en de behaalde resultaten. MP 6: Begeleiding van inwoners en scholen bij hun acties Om het proces te versnellen kan er naast het onderdeel sensibilisatie eveneens werk gemaakt worden van een daadwerkelijke ondersteuning van productacties naar de verschillende doelgroepen (met in het bijzonder de scholen) toe. MP 7: Uitvoering reductieplan bestrijdingsmiddelen De acties hieromtrent gebeuren volgens het decreet inzake de reductie van bestrijdingsmiddelen en volgen het draaiboek Zonder is Gezonder Afvalstoffen Algemeen Een afvalstof wordt gedefinieerd als 'elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen'. Ondanks grote inspanningen de afgelopen jaren blijven afvalstoffen een probleem vormen waaraan een oplossing dient geboden te worden. De ontwikkeling van onze (consumptie) maatschappij blijft grote hoeveelheden afvalstoffen met zich meebrengen. Daarenboven zijn de vrijkomende afvalstoffen zeer divers (zowel in hoeveelheid, samenstelling als graad van gevaarlijkheid) waardoor de afvalproblematiek dan ook een complex gegeven vormt. De (milieu)problemen die deze afvalproductie met zich meebrengen situeren zich op het vlak van het ontstaan van emissies naar de drie compartimenten bodem, water en lucht, het verloren gaan van grondstoffen en energie, het ruimtebeslag (opslag, transport en verwerking) en de kosten die met een zorgvuldig beheer gepaard gaan. De oplossingen die aan de genoemde problemen moeten gegeven worden zullen dan ook in eerste instantie gezocht gpa pagina 42

56 moeten worden in het zoveel mogelijk voorkomen van afval en het zo milieuvriendelijk mogelijk beheren en verwerken van afvalstoffen Juridisch kader Het afvalstoffendecreet vormt de wettelijke basis voor het realiseren van het afvalstoffenbeleid binnen het Vlaamse Gewest. Het decreet dateert oorspronkelijk van 2 juli 1981 maar werd in 1994 fundamenteel gewijzigd. Het decreet is een zogenaamd kaderdecreet d.w.z. dat het wel de belangrijkste bepalingen bevat maar dat deze verder moeten uitgevoerd worden door de Vlaamse regering in uitvoeringsbesluiten zoals bvb. het VLAREA. Dit decreet geeft de gemeentebesturen de taak om, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, de huishoudelijke afvalstoffen op te halen en/of in te zamelen. Het decreet stelt dat afvalstoffen in de eerste plaats moeten worden voorkomen of nuttig toegepast. Verwijdering van afvalstoffen komt op de laatste plaats. Dit decreet werd verder uitgewerkt in het VLAREA dat in 1998 van kracht werd en alle reeds bestaande uitvoeringsbesluiten bundelde. Hierin werden o.a. de aanvaardingsplicht en terugnameplicht opgenomen voor een aantal fracties waaronder bruin- en witgoed, banden, accu s en batterijen. Het bevat eveneens een afvalstoffencatalogus, alsook de voorwaarden voor het gebruik van afvalstoffen als bouwstof of meststof. Het Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen ( ) behandelt de planning inzake preventie, selectieve inzameling en eindverwerking van huishoudelijk afval voor de planperiode De doelstellingen in het Vlaamse milieubeleidsplan zijn een vermindering van de productie van bedrijfsafvalstoffen, waarbij de hoeveelheid definitief verwijderde bedrijfsafvalstoffen 20 % lager dient te liggen dan in 2000 en een vermindering van de productie van huishoudelijk afval, met de concrete streefcijfers zoals weergegeven in Tabel 3-2. Het subsidiebesluit voor lokale besturen (goedgekeurd op ; B.S ) moet het mogelijk maken subsidies te verlenen aan lagere besturen zoals bijvoorbeeld gemeenten/steden voor de voorzieningen ten behoeve van preventie van afvalstoffen en installaties waar handelingen m.b.t. afvalstoffen worden gesteld (loopt minstens tot het einde van de planperiode). De volgende items worden in het nieuwe subsidiebesluit gesubsidieerd: voorzieningen voor thuiscompostering; vaten of opstellingen geschikt voor thuiscompostering, met inbegrip van varianten zoals wormenbakken en compostbakken; demonstratieplaatsen voor thuiscompostering; wijkcomposteerplaatsen; diftar-systemen voor ophaling, ook GFT-containers en restafvalcontainers; diftar voor containerparken; diftar voor ondergrondse inzamelsystemen; diverse voorzieningen voor preventie: herbruikbare luiers, herbruikbare bekers, afwasmachines voor herbruikbare bekers, drinkwaterfonteinen, drankautomaten met gpa pagina 43

57 hervulbare drankverpakkingen, duurzaam en milieuvriendelijk verpakkingsmateriaal (brooddozen, plooiboxen, drinkbussen, winkeltassen, biologisch afbreekbare potten ). Sinds februari 2004 kunnen Vlaamse gemeenten (en ook provincies) rekenen op een aantal nieuwe subsidies om aan afvalpreventie te doen: gemeenten die drankautomaten zonder wegwerpverpakkingen aankopen gemeenten die een soort spaarkaart voor milieuvriendelijke aankopen introduceren lokale en duurzame afvalvoorkomingsprojecten provincies kunnen subsidies aanvragen om het afvalbeleid van gemeenten en intercommunales te ondersteunen als ze het akkoord hebben van de betrokken gemeenten en intercommunales Actuele Toestand In dit gedeelte worden achtereenvolgens de opgehaalde en verwerkte afvalhoeveelheden besproken, de ophalingswijzen, de tarifering, de werking rond sensibilisatie en preventie en het aspect afvalhinder. Bij het interpreteren van de afvalcijfers is enige voorzichtigheid geboden, aangezien cijfers uit verschillende bronnen soms verschillende hoeveelheden aangeven (gegevens OVAM gegevens gemeente). De totale hoeveelheid afval per inwoner van Vilvoorde (zie Figuur 3-1) bedroeg 353 kg in In 1999 bedroeg dit nog 425 kg/inw. Tot 2003 bleef die hoeveelheid ongeveer gelijk, soms licht stijgend. In 2003 daalde de hoeveelheid opgehaald afval aanzienlijk. Deze daling is voornamelijk te wijten aan een daling van de hoeveelheden grof vuil en sloopafval, doordat het DIFTAR-systeem verder werd uitgewerkt. In 2004 stijgt de hoeveelheid terug licht, waarschijnljk te wijten door een gewenning aan het DIFTAR-systeem. In vergelijking met de provincie en met Vlaanderen wordt er in Vilvoorde betrekkelijk weinig afval geproduceerd. 600,00 500,00 Hoeveelheid totaal ingezameld afval (huishoudens) kg/inw 400,00 300,00 200,00 100,00 0, Vilvoorde Vlaams Brabant Vlaanderen gpa pagina 44

58 Figuur 3-1: Totale hoeveelheid huishoudelijk afval (OVAM, 2006) Het terminaal te verwijderen afval (restafval) bestaat uit het huisvuil, het grofvuil, het gemeentevuil (veegvuil, marktafval) en het sorteerresidu van de PMD-fractie. De opgehaalde hoeveelheden restafval vertonen (net zoals in Vlaanderen) een licht dalende lijn (zie Figuur 3-2). In 2003 bedroeg de hoeveelheid terminaal te verwijderen afval nog 160 kg/inw. In 2004 wordt deze dalende lijn onderbroken en is dit terug gestegen tot 176 kg/inw. De cijfers van Vilvoorde bevinden zich boven het provinciaal en Vlaams gemiddelde. 250,00 Hoeveelheid ingezameld restafval (huishoudens) 200,00 kg/inw 150,00 100,00 50,00 0, Vilvoorde Vlaams-Brabant Vlaanderen Figuur 3-2: Huishoudelijk restafval (OVAM, 2006) De hoeveelheid selectief ingezameld afval is onderhevig aan jaarlijkse schommelingen, maar bevindt zich onder het Vlaams gemiddelde (zie Figuur 3-3 ). De selectiviteitsgraad schommelt rond 50 %, maar blijft achter bij het Vlaamse gemiddelde (Figuur 3-4). kg/inw Hoeveelheid selectief ingezameld afval (huishoudens) Vilvoorde Vlaams-Brabant Vlaanderen gpa pagina 45

59 Figuur 3-3: Hoeveelheid selectief ingezameld afval (OVAM, 2006) % Selectiviteitsgraad (huishoudens) Vilvoorde Vlaams-Brabant Vlaanderen Figuur 3-4: Evolutie van de selectiviteitsgraad (OVAM, 2006) Zoals blijkt uit onderstaande grafiek (Figuur 3-5) blijkt dat in 2004 ongeveer één derde van het totaal ingezameld afval gerecycleerd wordt. Iets minder dan 10 % van het afval wordt nog gestort. Compostering en verbranding nemen elk één derde van de totale hoeveelheid voor hun rekening. Ongeveer de helft van het ingezamelde afval wordt verbrand, met energierecuperatie. 0,7 Wijze van verwerking (%) hergebruik 34,4 recyclage 50,2 compostering storten andere 0,1 8,6 5,9 verbranden met energierecuperatie Figuur 3-5: Verwerkingswijze afval 2004 (OVAM, 2006) gpa pagina 46

60 De inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval wordt in de stad Vilvoorde geregeld door de intercommunale INCOVO. Deze intercommunale staat in voor de afvalpreventie, selectieve inzameling en verwijdering van afval. Zo is de dienstverlening in de verschillende deelnemende gemeenten dezelfde. Vilvoorde neemt eveneens deel aan het provinciaal afvaloverlegplatform. De stad Vilvoorde en INCOVO bieden compostvaten aan voor 10. Er zijn verschillende compostmeesters aanwezig in Vilvoorde, die één maal per maand een demonstratie houden op het containerpark. De stad Vilvoorde heeft op haar grondgebied een 2 containerparken, die beheerd worden door INCOVO. Het containerpark is enkel toegankelijk voor inwoners van Vilvoorde. De toegang tot het containerpark en het deponeren van bepaalde fracties is gratis. Grotere hoeveelheden of bepaalde fracties zoals groot huisvuil, groenafval en puin wordt een vergoeding gevraagd afhankelijk van de hoeveelheid. De stad Vilvoorde heeft een samenwerkingsovereenkomst met het kringloopcentrum Televil. De prijzen voor de verschillende afvalzakken zijn de volgende: restafvalzak 60 liter: 1,25 restafvalzak 30 liter: 0,60 GFT-zak 60 liter: 0,40 GFT-zak 20 liter: 0,12 PMD-zak 60 liter: 0,40 In Tabel 3-1 worden de verschillende ophalingswijzen weergegeven en wordt er vergeleken met de minimale normen van het Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen. Tabel 3-1: Ophalingsfrequentie Vilvoorde en gewenst ophalingsfrequentie Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen , Ophaling in de stad Vilvoorde Minimale normen van Het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen Ophaalfrequentie Ophalingswijze Ophaalfrequentie Ophalingswijze Gewoon huisvuil 1 x per week Huis-aan-huis 1 x per 2 weken huis-aan-huis Grof huisvuil Op telefonische Huis-aan-huis en huis-aan-huis en 2 x per jaar aanvraag containerpark containerpark Papier en karton 1 x per 2 weken Huis-aan-huis en huis-aan-huis en 1 x per maand containerpark containerpark Glas huis-aan-huis of Containerpark en 1 x per maand glascontainers (met glasbollen kleurenscheiding) PMD 1 x per 2 weken Huis-aan-huis en containerpark 1 x per maand huis-aan-huis of containerpark GFT 1 x per week Huis-aan-huis 1 x per 2 weken Huis-aan-huis KGA containerpark 4 x per jaar huis-aan-huis of containerpark Textiel Los opgestelde containers en Kringloopcentrum 4 x per jaar Huis-aan-huis en containerpark of los opgestelde containers of kringloopwinkel Steenpuin Containerpark Containerpark Snoeihout 2 x per jaar Containerpark en huis-aan-huis Containerpark gpa pagina 47

61 Ophaling in de stad Vilvoorde Minimale normen van Het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen Ophaalfrequentie Ophalingswijze Ophaalfrequentie Ophalingswijze Houtafval Containerpark Containerpark Fijn tuinafval en gras Containerpark Containerpark Kringloopgoederen Op afspraak Kringloopwinkel Op afroep Huis-aan-huis en kringloopwinkel Elektrische en Containerpark en Conform Containerpark en elektronische Op afspraak Kringloopwinkel aanvaardingsplicht kringloopwinkel apparaten Op de problemen inzake selectieve ophaling van afval in appartementen tegen te gaan, werd er een proefproject uitgevoerd, waarbij een milieustraat met vier ondergrondse afvalcontainers werd aangelegd. Hierdoor wordt het plaatsgebrek voor de verschillende containers omzeild en kan ook het afval van appartementsblokken selectief worden ingezameld. Er worden verscheidene preventie- en sensibilisatie-acties georganiseerd, naar verschillende doelgroepen toe. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Demonstraties composteren op containerpark en evenementen Organisatie compostmeesterweekend Proefproject wijkcomposteren Uitvoering project Proper Vilvoorde Artikels over afvalvoorkoming en sorteren in Afvalkrant, Afvalkalender en Stadskrant Stickers geen reclamedrukwerk Ook interne actie en sensibilisatie afvalvoorkoming: recto-verso kopiëren, selectieve inzameling, hergebruik inkt-cartridges, promotie brooddozen en thermosflessen Doelgroepenwerking: sensibilisatie-acties op evenementen, herbruikbare bekers, scholenwedstrijd Doelgroepenwerking: specifieke brochures voor bedrijven en middenstand Doelgroepenwerking: logistieke ondersteuning MOS Sensibilisatie-actie katoenen luiers Een aanzienlijk deel van alle klachten die op de Dienst Leefomgeving binnenkomen hebben betrekking op afvalhinder, zoals bvb. sluikstorten of zwerfvuil. De stad is zich hiervan bewust en tracht deze hinder zoveel mogelijk in te dijken. Om dit te bewerkstelligen werd een zwerfvuilbestrijdingsproject opgestart, in samenwerking met een extern adviesbureau en een communicatiebureau. Er wordt gestreefd naar een totaalaanpak van het probleem, gebaseerd op communicatie, reiniging en handhaving. Dit project dient nog geëvalueerd te worden, waarna de werking eventueel wordt bijgestuurd en dan voortgezet Knelpunten / Sterktepunten Aandeel selectief opgehaald afval laag Aanzienlijk deel milieuklachten handelt over afvalhinder aandacht voor afvalproblematiek (preventie en verwerking) door acties en folders Lage totale hoeveelheid afval Effect uitwerking DIFTAR-systeem gpa pagina 48

62 samenwerking met kringloopcentrum aanpak overlast via zwerfvuilbestrijdingsproject Doelstellingen De primaire doelstelling van deze cluster is natuurlijk het beperken van de totale hoeveelheid afval, waarbij vooral de hoeveelheid restafval geviseerd wordt. De stad Vilvoorde streeft ernaar om de grens van 150 kg/inw restafval te behalen. De stad Vilvoorde voldoet momenteel aan de concrete maatregelen die in de samenwerkingsovereenkomst (niveau 1) worden opgelegd. Tabel 3-2: Doelstellingen huishoudelijk afval (restafval) volgens het Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen (kg/inw). Vlaanderen Gemeenten Resultaat Vilvoorde (2004) Acties AF 1: Voortzetten en uitbreiden van de verschillende preventie- en sensibilisatieacties inzake afval Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan het blijvend sensibiliseren van de bevolking, door middel van alle media die ter beschikking staan van de gemeente en dit gericht naar de verschillende doelgroepen. Hieronder verstaan we bijvoorbeeld: Artikels in stadskrant Artikels op website Geven van voordrachten in scholen Begeleiden van acties op scholen Promotie van kringloopwinkel Acties naar lokale handelaars, promotie afvalarm winkelen (linnen boodschappentas) Organiseren van wedstrijd (scholen, gehele bevolking) voor beste of origineelste idee voor een sensibiliseringsactie Acties naar bedrijven, landbouwers (PreSti, STIP, promotie van Promotie thuiscompostering Sensibilisatie op grote evenementen Acties inzake de reductie van snoeiafval: Acties specifiek gericht op tuinbezitters Thuiscompostering ook stimuleren voor grotere hoeveelheden Cursus afvalarm tuinieren Subsidiëring aankoop mulchmaaiers Snoeiafval dat wordt teruggeleverd als houtsnippers niet meer in afvalhoeveelheid rekenen in overleg met OVAM. Vele van deze acties worden reeds door de stad uitgevoerd. Toch worden ze hier nogmaals vermeld zodat er zeker aandacht zal worden geschonken in de komende jaren. Het proces gpa pagina 49

63 van sensibilisatie is een langdurend proces waarbij het onderwerp (in dit geval afvalpreventie) voortdurend onder de aandacht moet blijven. Ook het berichten over de resultaten van de uitgevoerde acties hoort bij sensibilisatie en is een aanmoediging om verder (of nog beter) te doen. Naast sensibilisatie kunnen er natuurlijk ook echte acties worden ondernomen, waarbij in dit geval het eerst gedacht wordt aan acties voor en door de stadsdiensten zelf. Hierbij kunnen de stadsdiensten dan een voorbeeldfunctie ten opzichte van de bevolking uitoefenen. AF 2: Voortzetten en uitbreiden acties in verband met afvalophaling en sorteren. De bestaande regeling inzake afvalophaling worden voortgezet. Dit is o.a. zo voor de samenwerking met het kringloopwinkel, de uitbating van het containerpark, de ophaling van de verschillende afvalfracties zoals huisvuil, grof huisvuil, en PMD. Ook hierbij wordt er aandacht besteed aan het luik sensibilisatie. Na het verschaffen van tips over preventie is het zeker zo belangrijk om te blijven informeren over het sorteren. Zo willen we de kwaliteit van het selectief ingezamelde afval verhogen en het sorteerresidu verkleinen. Een blijvend aandachtspunt hierbij is de selectieve inzameling van de eigen bedrijfsafvalstoffen van de stadsdiensten. AF 3: Verder controleren en beperken ontwijkgedrag (sluikstort) Verder opmaken processen-verbaal, vordering van opruimkosten en evalueren van de doeltreffendheid van deze PV s Extra aandacht naar de probleemspots sluikstorten Zo frequent mogelijk opruimen zodat andere bewoners niet in de verleiding komen om ook te sluikstorten AF 4: Beperken zwerfvuil Gaat samen met AF3 Regelmatige opruiming van zwerfvuil langs openbare wegen door de buitendiensten Evaluatie van aantal en plaatsing vuilbakken en waar nodig bijplaatsen of herlokaliseren (bvb aan bushaltes, scholen) Marktkramers wijzen op verantwoordelijkheid Overeenkomsten bij evenementen (verbod op flyers, gebruik herbruikbare drinkbekers, ) Zo frequent mogelijk opruimen zodat andere bewoners niet in de verleiding komen om meer zwerfvuil te veroorzaken Oprichten van een cleanteam Blijvende aandacht voor sensibilisatie (o.a. deelname provinciale campagne) Opvolgen van zwerfvuilbestrijdingsproject AF 5: Het principe de vervuiler betaalt verder toepassen. Een evaluatie van de huidige toepassing van dit principe kan de verder uitwerking hiervan de komende plantermijn sturen. Enkele vragen die hierbij gesteld kunnen worden betreffen de eventuele uitbreiding van het systeem of een mogelijke aanpassing van de tarieven. Ook de uitvoering van een studie omtrent de gevolgen van de toepassing van het principe en de gpa pagina 50

64 tarifering op het sluikstorten is een optie. Momenteel worden er geen ingrijpende wijzigingen in het systeem voorzien. gpa pagina 51

65 3.1.3 Synthese en samenvattende tabel Synthese De cluster Vaste Stoffen handelt over het gebruik van goederen, van de ontginnings- of productiefase, over de gebruiksfase naar de afvalfase toe. Doel is om in de gehele levensduur van een product het leefmilieu zo min mogelijk te belasten. Dit hoofdstuk is opgedeeld in twee grote delen, nl. milieuverantwoord productgebruik en afval. Het doel van het gedeelte milieuverantwoord productgebruik is om het productgebruik van de stedelijke diensten zo aan te passen dat dit op milieuverantwoorde manier verloopt. Dit omvat de soort producten, verpakking van producten, hergebruik,. De resultaten die hierin bereikt worden dienen aan de bevolking meegedeeld te worden, om zo de inwoners er toe aan te zetten om eveneens na te denken over hun consumptiegedrag (voorbeeldfunctie). De stad Vilvoorde heeft de acties omtrent het milieuverantwoord productgebruik opgenomen in het intern milieuzorgsysteem, onderneemt verschillende sensibilisatie-acties en paste de bestekken aan. Het tweede gedeelte handelt over afval, waarbij het de hoofddoelstelling is om de hoeveelheid afval in te perken. In eerste instantie dient dit te gebeuren door een vergevorderde afvalpreventie. Daarnaast dient er ook aandacht geschonken te worden aan de ophaling van afval, sorteren van afval en recyclage van afval. In de komende plantermijn zal de werking rond het milieuverantwoord productgebruik worden voortgezet, waarbij de realisatie van een intern milieuzorgsysteem een belangrijke stap zal zijn. De stad Vilvoorde besteedt momenteel reeds ruimschoots de aandacht aan afvalpreventie. De totale hoeveelheid afval ligt dan ook erg laag. De selectiviteitsgraad ligt echter nog redelijk laag, terwijl de hoeveelheid restafval te hoog is. Door extra aandacht te schenken aan de selectieve ophaling, kan ook de hoeveelheid ingezameld restafval nog dalen, tot onder de huidige normen. De compostmeesterwerking, werking van de containerparken en samenwerking met kringloopcentrum zal worden voortgezet. De komende planperiode zal ook de uitwerking en opvolging van het zwerfvuilbestrijdingsproject als prioritair aandachtspunt beschouwd worden, om via acties en doelgerichte communicatie de overlast door sluikstorten en zwerfvuil in te perken. gpa pagina 52

66 Tabel 3-3: Vaste stoffen: Overzicht taken in de Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Vaste Stoffen NIV 1 Milieuverantwoord productgebruik Acties rond stimuleren van het milieuverantwoord - duurzaam geëxploiteerd hout OK productgebruik in de eigen werking van de - secundaire grondstoffen (compostlabeling OK gemeentelijke diensten en gekeurd breekpuin) - beperking van bestrijdingsmiddelen Lopende Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) MP1: Inventarisatie gebruik producten MP2: Actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik opstellen MP3: Uitvoeren actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik. Afvalstoffen - Het stimuleren van afvalpreventie (compostering, anti-reclamestickers, actieve en passieve sensibilisatie GFTafval, papierafval en verpakkingsafval); - Het stimuleren van hergebruik van afvalstoffen (samenwerking met kringloopwinkel); - Het stimuleren van selectieve inzameling van afvalstoffen (containerpark, cfr. Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen); - Het beperken van de hoeveelheid restafval (max 200kg/inw jaar vanaf 2005); - Verduidelijking brengen bij kmo s en bedrijven m.b.t. afvoerkanalen afval - Het beperken van de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen. OK OK OK OK OK OK OK MP4:Sensibilisatie naar andere gemeentediensten MP7: uitvoering reductieplan bestrijdingsmiddelen AF1: Voortzetten en uitbreiden van de verschillende preventie-, hergebruik- en sensibilisatieacties inzake afval AF2: Voortzetten en uitbreiden acties in verband met afvalophaling en containerpark AF4: Beperken zwerfvuil NIV 2 Milieuverantwoord productgebruik - Sensibilisatie: zowel actie als passief, OK MP5: voorbeeldfunctie opnemen gpa pagina 53

67 NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Vaste Stoffen waarbij de voorbeeldfunctie van de gemeente benadrukt wordt - Speciale aandacht voor de doelgroepen OK scholen en eigen gemeentediensten Afvalstoffen - preventie: netwerk van compostmeesters uitbouwen en installatie demonstratieplaats - politiereglement afvalarme evenementen - Het beperken van de hoeveelheid restafval (max 150kg/inw jaar vanaf 2005) en resultaten opnemen in milieubarometer; - specifieke sensibilisatie naar eigen diensten en scholen - principe vervuiler betaalt toepassen NIV 3 Projectvoorstel - Geïntegreerd project OK / / OK OK Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) MP6: begeleiding van inwoners en scholen Alle andere MP-acties Alle andere AF-acties dragen bij tot de realisatie van niveau 2 verplichtingen. AF5: Principe vervuiler betaalt De Stad Vilvoorde voldoet aan alle voorwaarden van niveau 1 van de samenwerkingsovereenkomst. Ook voor niveau 2 worden bijna alle doelstellingen gehaald, enkel de voorwaarde met betrekking tot de hoeveelheid restafval wordt momenteel nog niet gehaald. gpa pagina 54

68 3.2 Water Het watersysteem is een samenhangend en functioneel geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems en oevers, met inbegrip van de daarin voorkomende levensgemeenschappen en alle bijhorende fysische, chemische en biologische processen, en de daarbij horende technische infrastructuur. Ten gevolge van menselijke ingrepen zoals grondwateronttrekkingen, waterverontreiniging en versnelde afvoer van regenwater, wordt de natuurlijke situatie sterk gewijzigd. Een duurzaam beleid is er o.a. op gericht om de processen die zich afspelen binnen de gebruikskringloop (waterketen) zoveel mogelijk af te stemmen op de draagkracht van het watersysteem. De stad kent verschillende taken in verband met water. Deze worden opgesomd in Tabel 3-4. Tabel 3-4: Stedelijke taken in verband met water (waterloket Vlaanderen VMM) Gemeentelijke taken en mogelijkheden betrokken status Stad Vilvoorde 1 Plannen Opmaak Duurzaam lokaal waterplan GR C, X Afbakening van de zuiveringszones GR C F X Planning opmaken voor aanleg riolering en zuivering GR V X Opmaken erosiebestrijdingsplan GR F,C - Opnemen belangrijke grachten of waterlopen in 3 de categorie GR F X Uitvoeren van wateraudit bij gemeentelijke (ver)bouwingswerken CBS C X Vertalen integraal waterbeleid in gemeentelijke structuurplan en ruimtelijk uitvoeringsplan (is gepland) GR F X 2 faciliteren, intermediëren, stimuleren Subsidie verlenen aan burgers voor IBA CBS F, C X Subsidie verlenen voor aanleg infiltratievoorziening CBS C X Subsidie verlenen voor aanleg regenwaterput CBS C X Informeren en sensibiliseren van burgers en bedrijven voor rattenbestrijding CBS F - Sensibiliseringsacties organiseren over erosieproblematiek CBS C - Ondersteuning bouwheer bij plaatsen infiltratievoorziening CBS C - 3 advies verlenen aan andere overheden Advies verlenen bij afbakening beschermingszones grondwaterwinning CBS V X Advies tracé bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur CBS V X Advies verlenen voor lozing afvalwater bij milieuvergunningen eerste categorie CBS V X 4 uitspraak doen over aanvragen tot vergunning, meldingen, Verlenen of weigeren vergunning voor lozing afvalwater in milieuvergunning CBS V X verlenen of weigeren stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning voor verkavelingen en woningen, CBS V X opleggen van voorwaarden Uitvoering Watertoets V X 5 administratieve taken vervullen gpa pagina 55

69 Gemeentelijke taken en mogelijkheden betrokken status Stad Vilvoorde informeren over planologische bestemming mbt sanering afvalwater Dienst Gepland Controle plaatsing IBA volgens code goede praktijk Dienst C X Afleveren attest vrijstelling afvalwater Burg V X Bewijs leveren uitbetaling IBA-subsidie Ontvanger C X Bekendmaking tracé bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur Burg. V X Organiseren openbaar onderzoek rond tracé bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur Burg. V X Opmaak rioolinventaris volgens rioleringsstandaard CBS C X Rattenaangiftes (muskusratten) inschrijven en overmaken aan LNE Burg. V X Organiseren openbaar onderzoek rond onbevaarbare waterlopen Burg. V X Aanschrijven eigenaars langs onbevaarbare waterlopen in het kader van een openbaar onderzoek CBS V X Organiseren openbaar onderzoek bij milieuvergunningsaanvragen 1 ste en tweede klasse Burg V X Betalen onkosten voor beheer waterlopen van Polders en Wateringen GR V X 6 Beheren reglementen uitvaardigen Aanleg en verbeteren rioleringsstelsel GR V X Aanleg KWZI GR F Gepland Opstellen stedelijke verordeningen voor plaatsen IBA GR F, C X Toepassen Bermbesluit langs grachten en waterlopen CBS V X Opmaken van een lozingsinventaris CBS F X Subsidiereglement uitvaardigen voor IBA-systemen GR C, F Nvt Belastingsreglement uitvaardigen met vrijstelling rioolrecht voor IBA s GR F X Subsidiereglement uitvaardigen voor plaatsing van regenwaterputten en infiltratievoorzieningen. GR C X Stedenbouwkundige verordening uitvaardigen over de overwelving van baangrachten GR C X Ruimen van straatkolken CBS V X Ruimen van rioolslib CBS V X Organiseren van rattenbestrijding CBS V X Uitvoeren van erosiebestrijdingsmaatregelen CBS, GR F - Uitvoeren buitengewone werken waterlopen 3 de categorie. GR V X Onderhoudswerken uitvoeren waterlopen 3 de categorie CBS V X 7 naleving van de wet handhaven Toezicht uitoefenen op werking IBA Burg. Vl 58 V X Toezicht uitoefenen op lozing in riool. Burg. Vl 58 V X Handhaving mestdecreet langs grachten en waterlopen Burg. Vl 58 V X Handhaving milieuvergunningsdecreet Burg. Vl 58 V X Handhaving decreet ruimtelijke ordening Burg. THA V X GR Gemeenteraad C Samenwerkingsovereenkomst CBS College van Burgemeester en Schepenen X Uitgevoerd door stad Vilvoorde V Verplicht - Niet uitgevoerd F Facultatief Nvt Niet van toepassing gpa pagina 56

70 De cluster water wordt verder opgesplitst in verschillende onderdelen, die elk een facet van het totale watersysteem behandelen Integraal waterbeleid Algemeen Het onderwerp van het integraal waterbeleid zijn de watersystemen en het geheel van menselijke en maatschappelijke gebruiksfuncties en activiteiten die samenhangen met het watersysteem. Integraal waterbeleid beoogt het gecoördineerd en geïntegreerd ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen met het oog op het bereiken van de randvoorwaarden die nodig zijn voor het behoud van dit watersysteem als zodanig, en met het oog op het multifunctionele gebruik, waarbij de behoeften van de huidige en komende generaties in rekening worden gebracht. Een watersysteem beperkt zich niet tot een waterloop, maar wordt gedefinieerd als een samenhangend en functioneel geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems en oevers, met inbegrip van de daarin voorkomende levensgemeenschappen en alle bijbehorende fysische, chemische en biologische processen, en de daarbij behorende technische infrastructuur. Integraal waterbeleid is niet louter gebaseerd op een milieugerichte invalshoek, maar ook op alle mogelijk maatschappelijke invalshoeken. Hiermee wordt rekening gehouden bij het formuleren van de kernprincipes. Integraal waterbeleid streeft in de eerste plaats naar een duurzaam gebruik van watersystemen en naar een gezonde ontwikkeling ervan. Dit houdt zowel een ecologische, economische als sociale duurzaamheid in. Duurzaam beheer betekent dat het watersysteem op lange termijn als systeem autonoom kan (blijven) functioneren. Waar watersystemen niet voldoen aan de vereisten voor een duurzaam beheer dienen ze hersteld en verbeterd te worden. Aldus vormen zelfvoorzienende watersystemen de basis van het integraal waterbeleid, terwijl multifunctionaliteit het doel is. Integraal waterbeleid streeft naar een zo groot mogelijke harmonie tussen (menselijke) gebruiksfuncties en natuurfuncties, rekening houdend met de natuurlijke potenties van de watersystemen nu en in de toekomst. De doelstellingen en de daaraan gekoppelde afweging van functies en landgebruik (land- en tuinbouw, veeteelt, industrie, natuur, bewoning enz.) dienen te vertrekken van een grondige kennis van de werking van het watersysteem, van zijn natuurlijke randvoorwaarden en van alle gebruiksfuncties. Integraal waterbeleid vereist de afstemming van verschillende aspecten van het watersysteem, zoals kwaliteit en kwantiteit, waterproblematiek en andere milieuproblemen, sociale belangen en behoeften en dit via een gebiedsgerichte benadering op verschillende beleidsdomeinen en bestuurlijke niveaus. gpa pagina 57

71 Juridisch kader De bestaande wetgeving die de verschillende aspecten van het beheer van de watersystemen behandelt is versnipperd. De verschillende relevante s zullen in volgende onderdelen apart kort worden toegelicht. De Europese Kaderrichtlijn water bepaalt dat tegen eind 2015 een goede oppervlaktewatertoestand en een goede grondwatertoestand moet worden bereikt in alle Europese wateren. Dit houdt in dat de achteruitgang van de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater moet worden voorkomen en dat de nodige maatregelen dienen te worden genomen om de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater te beschermen, te verbeteren of te herstellen. Meer bepaald legt de richtlijn karakteristieke doelstellingen op voor oppervlaktewater, grondwater en voor het water in beschermde gebieden. In Vlaanderen werd deze richtlijn omgezet naar Vlaamse wetgeving in het Decreet op het Integraal Waterbeleid. De richtlijn hanteert concrete doelstellingen waaraan de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater moeten voldoen. Op 18 juli 2003 bekrachtigde de Vlaamse Regering het decreet integraal waterbeleid. Op 14 november is het decreet gepubliceerd in het Staatsblad, waardoor het sinds 24 november 2003 van kracht is. Het decreet is afgesteld op de Europese Kaderrichtlijn Water en legt de doelstellingen, principes en structuren vast voor een vernieuwd duurzaam waterbeleid. Via dit decreet worden een aantal nieuwe instrumenten ingevoerd. Een eerste uitvoeringsbesluit hierop werd goedgekeurd op 9 september 2005, inzake geografische indeling van watersystemen en de oprichting van overlegstructuren. Dit decreet moet de basis vormen van een daadwerkelijke trendbreuk in de aanpak van de waterproblematiek in Vlaanderen en moet leiden tot een duurzaam waterbeleid. Het voorziet dat er, als wapen in de strijd tegen wateroverlast en overstromingen, ruimte voor water wordt gecreëerd. Ook een betere waterkwaliteit en een vrijwaring van de watervoorraden worden beoogd. Een aanpak vanaf de basis is daarbij essentieel. Meteen biedt het decreet ook directe oplossingen voor door waterlast getroffen burgers. Pro-actief zal de watertoets (uitvoeringsbesluit in werking sinds 1/11/2006) er voor zorgen dat niet langer mag gebouwd worden in overstromingsgevoelige gebieden. Bovendien krijgen burgers die in overstromingsgevoelige gebieden wonen het recht om aan de overheid te vragen om hun eigendom aan te kopen. De overheid legt zich daartoe een aankoopplicht op. In het kader van de samenwerkingsovereenkomst kan een deelbekkenbeheerplan worden opgemaakt door een interbestuurlijk samenwerkingsverband. Zulk deelbekkenbeheerplan moet uitgroeien tot het beleidsinstrument op lokaal niveau voor een integraal waterbeleid Actuele Toestand De Stad Vilvoorde bevindt zich in het bekken van de Dijle en Zenne. De deelbekkens die op het grondgebied van de stad gelegen zijn, zijn: Deelbekken Zenne/Maalbeek/Aabeek (waterschap Zenne-Noord) Deelbekken Woluwe (waterschap Zenne-Noord) Deelbekken Barebeek (waterschap Dijle-Noord) Om aan niveau 1 van de samenwerkingsovereenkomst te voldoen dient er in ieder geval een overlegstructuur voor de opmaak van de DuLo-waterplannen (= deelbekkenbeheerplan) te worden opgezet en moet er reeds een doelstellingennota worden opgemaakt. gpa pagina 58

72 In 2003 werd er gestart met het overleg omtrent de opmaak van de DuLo-waterplannen. De coördinatie hiervan wordt verzorgd door de provincie Vlaams-Brabant. De stad Vilvoorde werkte mee aan het opstellen van de basisinventarisatie en doelstellingennota s van de verschillende deelbekkenbeheerplannen. De ontwerpdeelbekkenbeheerplannen zijn in openbaar onderzoek tot 22 mei In de doelstellingennota s worden zowel algemene doelstellingen geformuleerd voor het gehele bekken, voor elk van de zeven sporen: Maximale retentie (infiltratie, berging en vertraagde afvoer) van hemelwater aan de bron Sanering afvalwaterlozingen Bewaking en verbetering van de kwaliteit van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur Voorkomen en beperken van diffuse verontreiniging Voorkomen en beperken van erosie en sedimenttransport naar de waterloop Kwantitatief, kwalitatief en ecologisch duurzaam waterlopenbeheer Duurzaam (drink)watergebruik In de verschillende doelstellingennota s worden er geen specifieke doelstellingen opgenomen voor de stad Vilvoorde of voor waterlopen op het stedelijk grondgebied. Momenteel zijn voor elk van deze deelbekkens de ontwerp-actieplannen beschikbaar. De acties die hierin werden voorgesteld werden opgenomen in actiefiches die momenteel beoordeeld worden de betrokken besturen. De projecten die in deze actieplannen als prioritair worden aangeduid, dienen dan ook door de stad te worden uitgevoerd. In het kader van dit milieubeleidsplan is het niet de bedoeling om deze actieplannen hier te herhalen. De volledige teksten van deze plannen kunnen afgehaald worden van de website van de provincie Vlaams- Brabant Knelpunten / Sterktepunten De Stad Vilvoorde neemt actief deel aan de opmaak van de deelbekkenbeheerplannen Ontwerp-actieplannen reeds opgesteld Reeds twee uitvoeringsbesluiten op decreet integraal waterbeleid in werking Doelstellingen De algemene doelstelling is het bereiken van een duurzaam en geïntegreerd gemeentelijk waterbeleid. Dit houdt in dat alles wat met water en waterbeleid te maken heeft op elkaar wordt afgestemd. Eveneens wordt de link gelegd met het overige milieu- en algemene beleid. Dit betekent dat doelstellingen, plannen en acties rond wateroverlast, waterverontreiniging, verdroging, aantasting van het natuurlijk milieu van watersystemen en erosie in een ruimer kader worden geplaatst, waarbij o.a. ruimtelijke ordening, kwaliteit van de leefomgeving en de menselijke gezondheid een belangrijke plaats innemen. Om dit te realiseren kan als meer concrete en overkoepelende doelstelling voor Vilvoorde de vervollediging en de uitvoering van de deelbekkenbeheerplannen vooropgesteld worden. Dit vereist een samenwerking tussen alle betrokken actoren, zoals bovenlokale en lokale overheden (buurgemeenten), gebruikers (landbouw, huishoudens) en beheerders. gpa pagina 59

73 Acties In volgende hoofdstukken worden de afzonderlijke acties in verband met de verschillende waterthema s vermeld. De acties hier vermeld hebben betrekking op het geïntegreerd beleid. IW 1: Opmaak van deelbekkenbeheerplannen en actieve deelname aan overleg inzake het opstellen van de deelbekkenbeheersplannen IW 2: Uitvoeren actieplannen van de deelbekkenbeheerplannen De acties die in het actieplan als prioritair worden vastgelegd dienen het eerste te worden behandeld. Bij de uitvoering van de acties wordt er samengewerkt met verschillende actoren, zoals de provincie en de waterbeheerders. IW 3: Integreren van waterthema s in andere beleidsdomeinen Om van een integraal waterbeleid te kunnen spreken dient het waterbeleid in andere beleidsdomeinen te worden ingepast. Dit betekent dat plannen, beslissingen of acties met betrekking tot bvb. ruimtelijke ordening dienen getoetst te worden aan de doelstellingen van het waterbeleid. Hierbij denken we dan aan het uitvoeren van de watertoets bij bouwprojecten (ruimtelijke ordening), het afstemmen van waterbeleid en natuurontwikkeling, aandacht bij renovatie- en nieuwbouwprojecten aan duurzaam watergebruik of het invoeren van waterbesparingsmaatregelen op de gemeentelijke diensten Oppervlaktewater Algemeen Water is één van de belangrijkste elementen in het milieu. Het vervult verschillende functies, zowel naar ecologie toe (biotoop, migratieroute, ) als naar menselijk gebruik toe (berging en afvoer van afvalwater, drinkwater, transport, recreatie, ). Voor het vervullen van deze functies is een voldoende waterkwantiteit en een goede waterkwaliteit nodig. Momenteel worden deze bedreigd door vele menselijke activiteiten. Een integraal waterbeleid (zie vorige paragraaf) is dus nodig om de goede werking van de watersystemen te verzekeren. In volgend hoofdstuk gaat de aandacht uit naar het onderdeel oppervlaktewater Juridisch kader De wet van 26 maart 1971 (Wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging) en haar uitvoeringsbesluiten vormen thans de basis voor de bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging. Bijkomende verordenende bepalingen door de gemeente zijn uitgesloten. Het toepassingsgebied van deze wet is het grondgebied van het Vlaams Gewest en de territoriale zee. Verontreiniging van particuliere wateren is een zaak van burgerlijk recht. Het deponeren van stoffen of vloeistoffen in een privé-beek, welke uitmondt in openbare oppervlaktewateren, valt daarentegen wel onder deze wet. Ook via de ondergrond en het grondwater staan particuliere wateren in verbinding met het oppervlaktewater. gpa pagina 60

74 Alle oppervlaktewateren dienen sinds 1 juli 1995 te voldoen aan de Vlaamse basiskwaliteitsnormen zoals ze worden bepaald in bijlage van het VLAREM II. Oppervlaktewateren met een bijzondere bestemming moeten voldoen aan bijzondere kwaliteitsnormen (bijlagen t.e.m van het VLAREM II). Deze bestemmingen werden toegekend in een Besluit van de Vlaamse Regering dd. 8/12/98. De wet op de onbevaarbare waterlopen (28/12/67; B.S., 15/02/68) stelt dat buitengewone werken van wijziging slechts kunnen uitgevoerd worden nadat hiervoor een machtiging bekomen is vanwege de bevoegde overheid. Onder werken van wijziging verstaat men werken, die zonder de waterloop te schaden, er niet toe strekken deze te verbeteren. De Europese Nitraatrichtlijn 4 heeft tot doel alle water te beschermen tegen nitraatverontreiniging vanuit de landbouw door de input van nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging van te voorkomen. Zij dwingt er de Lidstaten toe de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater te meten, op te volgen en te rapporteren. De Nitraatrichtlijn bepaalt dat het nitraatgehalte in het grond- en oppervlaktewater niet hoger mag zijn dan 50 mg nitraat per liter. Op basis van deze meetresultaten kunnen kwetsbare zones worden afgebakend. De beperkende maatregelen in deze zones werden omgezet in Vlaams recht via het Mestdecreet. In het MINA-3 ( ) worden verschillende plandoelstellingen met betrekking tot het oppervlaktewater vastgelegd. Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de basiskwaliteit voor biochemisch zuurstofverbruik verhogen tot 60 % Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de biologische kwaliteitsnorm verhogen tot 40 % Op maximaal 25 % van de meetplaatsen die met een goede of zeer goede biologische kwaliteit (2001) is de toestand verslechterd (2007) Verhogen van de zuiveringsgraad van de huishoudens tot 80 % De gemeentebesturen zijn verantwoordelijk voor het beheer van onbevaarbare waterlopen van derde categorie. Dit houdt o.a. de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerkzaamheden in. Polders en wateringen zijn opgericht met het oog op waterbeheersing. Polders zijn openbare instellingen die werden/worden opgericht met het oog op instandhouding, drooglegging en bevloeiing van de ingedijkte gronden die op de zee en de aan getij onderhevige waterlopen werden veroverd. Wateringen zijn eveneens openbare instellingen die echter buiten de polderzones ingesteld zijn met het oog op het tot stand brengen en handhaven, binnen de grenzen van hun gebied, van een voor de landbouw en hygiëne gunstige bewatering en met het oog op de beveiliging van de grond tegen watersnood. Voor de bouw van kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (KWZI) met een capaciteit tussen 20 I.E. en 2000 I.E. kan vanaf 1 januari 2002 kan de gemeente initiatiefnemer zijn en een subsidie aanvragen bij het Vlaamse Gewest. Het Vlaams Gewest springt de gemeenten hierin 4 Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen gpa pagina 61

75 bij met een subsidie van 100% van kosten voor de aanleg van een KWZI conform de code van goede praktijk. De Benelux Beschikking inzake vismigratie 5 van 26 april 1996 stelt dat de betrokken regeringen de vrije migratie van vissoorten in alle hydrografische stroomgebieden moeten verzekeren. Dit gebeurt bij voorrang om de migratie van anadrome en katadrome trekvissoorten 6 van en naar de paai- en opgroeigebieden mogelijk te maken. Bovendien moeten tegen 2010 die trekbewegingen mogelijk moeten gemaakt worden om voor alle soorten vis in alle hydrografische stroomgebieden ongeacht de beheerder. Om aan deze beschikking tegemoet te komen werd door het Vlaamse Gewest een prioriteitenlijst opgesteld van te saneren waterlopen in Vlaanderen. De Vlaamse regering keurde in 2004 een stedebouwkundige verordening 7 goed die minimale uniforme voorschriften bevat voor hemelwaterputten, gescheiden afvoer en infiltratievoorzieningen. De stad kan haar inwoners echter steeds strengere voorschriften en normen opleggen. Tevens beschikt de provincie over twee stedebouwkundige verordeningen inzake de lozing van afvalwater en hemelwater, gebaseerd op de gewestelijke verordening (van kracht sinds 1 september 2005). Indien de stad geen strengere maatregelen oplegt dan de hogere overheden, zijn er geen gemeentelijke verordeningen nodig Actuele Toestand A. Situering De waterlopen op het grondgebied van de stad Vilvoorde behoren tot het bekken van Dijle en Zenne. De stad Vilvoorde ligt in volgende VHA-zones: 702: Zenne van monding Zuunbeek tot monding Woluwe 704: Zenne van monding Woluwe tot monding Tangebeek 724: Barebeek De waterlopen die zich situeren binnen de stadsgrenzen worden opgesomd in Tabel 3-5. Tabel 3-5: Waterlopen in Vilvoorde Naam waterloop categorie Zenne Bevaarbaar Zeekanaal Brussel-Schelde Bevaarbaar Tangebeek 2 Trawool 2 Vondelgracht 2 5 Beschikking van het Comité van ministers van de Benelux Economische Unie inzake de vrije migratie van vissoorten in de hydrografische stroomgebieden van de Beneluxlanden van 26 april 1996 M (96) 5 6 Anadrome vissoorten: de oudere juveniele en subadulte dieren leven in zee, terwijl de volwassen dieren de rivieren op trekken om er te paaien (bv. zalm, zeeforel, rivierprik, zeeprik); katadrome vissoorten: leven als juveniele en subadulte dieren in rivieren om als volwassen dier naar de zee te trekken om er zich voort te planten (bv. paling) 7 Besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedebouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van hemel- en afvalwater (B. Vl. R. 01/10/2004; B.S. 08/11/2004) gpa pagina 62

76 Naam waterloop categorie Lobbeek 3 Broekgracht 2 en 3 Kautesteenbeek 2 Plattesteenbeek 2 Barebeek 2 Naamloze waterlopen De niet-geklasseerde waterlopen en deze van categorie 3 vallen onder de bevoegdheid van de gemeente. Klasse 2 valt onder de bevoegdheid van de provincie en klasse 1 en bevaarbaar vallen onder de zorg van het Vlaams Gewest. Op het grondgebied van Vilvoorde is de watering van de Barebeek actief. Op de waterlopen van 2 e en 3 e categorie gelden verschillende bepalingen inzake het beheer ervan door de watering. De watering is o.a. verantwoordelijk voor ruimings-, onderhouds-, en herstellingswerken. Naast deze waterlopen zijn er in de stad nog vele kleinere afwateringsgrachten die niet zijn opgetekend maar toch van lokaal belang zijn voor de waterhuishouding. De stad is ook bevoegd voor het onderhoud van deze grachten indien ze dienen als afwatering. B. Kwaliteit De biologische en fysisch-chemische kwaliteit van de waterlopen in Vlaanderen wordt opgemeten door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Om de invloed van de mens op de waterlopen te bepalen, worden door de VMM 2 indexen bepaald: de fysisch-chemische index voor de zuurstofhuishouding (Basis-Prati-index, PIO) en de biologische index op basis van macro-invertebraten (Belgische Biotische index, BBI). Deze indexen geven een duidelijk beeld van de waterkwaliteit. Op verschillende plaatsen in Vilvoorde worden deze parameters bepaald. In onderstaande tabel worden de resultaten van de voorbije jaren weergegeven. Tabel 3-6: BBI in Vilvoorde Waterloop Meetpunt Dok van Vilvoorde (355760) Zeekanaal Brussel-Schelde Zenne Plattesteenbeek gpa pagina 63

77 Tabel 3-7: Prati-index voor zuurstof in Vilvoorde Waterloop Meetpunt (Dok van Vilvoorde) (Dok van Vilvoorde) 3.0 Zeekanaal Brussel-Schelde Zenne Woluwe Plattesteenbeek Trawoolbeek Voor verschillende waterlopen op het grondgebied van Vilvoorde zijn er geen gegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij beschikbaar van de afgelopen jaren of is het niet mogelijk om een evolutie te beschrijven. In het kader van het opstellen van het DuLo-waterplan werden door studenten van Horteco in 2003 ook een onderzoek uitgevoerd naar de waterkwaliteit. In onderstaande tabel worden de BBI-waarden van dit onderzoek weergegeven. Tabel 3-8: BBI-waarden onderzoek Horteco (2003) Waterloop BBI (2003) Tangebeek 4 Trawool 7 Broekgracht 4 Zonder naam 7 Kautesteenbeek 5 Plattesteenbeek 3 Voorgaande tabellen leren ons dat de waterkwaliteit van de verschillende waterlichamen te Vilvoorde sterk kan verschillen van meetplaats tot meetplaats. De Zenne heeft nog steeds een zeer slechte kwaliteit en is zwaar verontreinigd. De laatste jaren was er weinig verbetering merkbaar. Het Zeekanaal Brussel-Schelde is verontreinigd en heeft een matige kwaliteit, evenals haar zijarmen (Dok van Vilvoorde). De Plattesteenbeek heeft een PIO behorend tot de klassen aanvaardbaar of matig verontreinigd, maar heeft blijkbaar nog een slechte biologische waterkwaliteit. gpa pagina 64

78 In voornoemd onderzoek werd een uitgebreide analyse gedaan van de waterkwaliteit van verschillende waterlopen in Vilvoorde volgens de LISEC-methode, waarbij rekening werd gehouden met de saturatiegraad, de BOD (biologische zuurstof vraag), gehalte ammoniumstikstof en het gehalte totaal fosfaat. De resultaten hiervan werden vergeleken met meetresultaten uit Algemeen kan er hier gesteld worden de waterkwaliteit over gans Vilvoorde verbeterd is, maar dat de toestand met uitzondering van enkele locaties nog steeds slecht is. De Tangebeek heeft aan de bron (buiten Vilvoorde) een goede kwaliteit, maar is stroomafwaarts verontreinigd. Deze conclusie wordt ook voor het Trawool gemaakt. De Kautesteenbeek en de Plattesteenbeek worden als zuiver geklasseerd. INFORMATIEF Vóór het midden van de jaren 60 evalueerde men de waterkwaliteit enkel op basis van fysisch-chemische indicatoren. Ook nu nog blijft dit de voornaamste manier om de waterkwaliteit uit te drukken. De laatste drie decennia werden echter talrijke nieuwe evaluatiemethodes ontwikkeld. Deze vullen het fysisch-chemische beeld van de waterkwaliteit aan, maar zijn vaak moeilijker te bepalen en minder eenvoudig te vergelijken met elkaar. Een eerste vaak gebruikte index is een fysisch-chemische indicator, de Basis-Prati-index, gebaseerd op de zuurstofhuishouding en de belasting met organische stoffen. De aanwezigheid van een voldoende hoge concentratie aan opgeloste zuurstof is van zeer groot belang voor het leven in het water; het speelt ook een grote rol in zelfzuiverende processen in de waterloop. De Italiaanse onderzoeker Prati ontwikkelde voor verscheidene parameters een formule om een gemeten waarde om te rekenen naar een onderling vergelijkbare kwaliteitsindex. De waterkwaliteit kan met deze index als volgt worden voorgesteld: 0-1: niet verontreinigd; 1-2: aanvaardbaar; 2-4: matig verontreinigd; 4-8: verontreinigd; 8-16: zwaar verontreinigd > 16: zeer zwaar verontreinigd Merk op: hoe hoger de Prati-Index, hoe slechter de waterkwaliteit! De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gebruikt deze index sinds Op een aantal vaste punten wordt 6 tot 12 maal per jaar een basispakket van parameters onderzocht. Op basis van het zuurstofgehalte wordt de PIO berekend. Het nadeel van fysisch-chemische indicatoren is echter hun kortlevend karakter. Vooral in stromend water zijn zij slechts een momentopname van de kwaliteit. Om de waterkwaliteit over een langere termijn te bepalen, gebruikt men daarom indexen die kijken naar de samenstelling van plant- en diergemeenschappen. De verschillende soorten hebben namelijk elk een eigen gevoeligheid voor verontreiniging. Zo zijn bijvoorbeeld muggenlarven zeer resistent tegen vervuiling; deze kan men dan ook in het meest vervuilde water nog aantreffen. Kokerjuffers, larven van steenvliegen en haften zijn erg gevoelig voor vervuiling; deze worden dan ook enkel in zuiver water gevonden. Op basis van het al dan niet voorkomen van vervuilinggevoelige soorten en het aantal soorten dat men aantreft kan men de Belgische Biotische Index bepalen. Deze geeft een geïntegreerd beeld van de chemische, biotische en fysische karakteristieken van water, waterbodem, invloed van de oevers e.d. De verkregen resultaten krijgen de volgende beoordeling: 9-10: zeer goede kwaliteit; 7-8: goede kwaliteit; 5-6: matige kwaliteit; 3-4: slechte kwaliteit; 1-2: zeer slechte kwaliteit; 0: uiterst slechte kwaliteit. Merk op: hoe hoger de Belgische Biotische Index, hoe beter de waterkwaliteit! Sinds 1989 bepaalt de VMM de Belgische Biotische Index voor een aantal vaste punten. Een derde veel gebruikte kwaliteitsindex is gebaseerd op de structuurkenmerken van de waterloop. De manier waarop een waterloop kan lopen is namelijk ook zeer belangrijk voor het leven in het water. Vissen en andere dieren schuilen bijv. graag in beschaduwde bochten, in ondiepe stukken leggen ze eieren, enz. De structuurkenmerken van de Vlaamse waterlopen werden in kaart gebracht door de Universitaire Instelling Antwerpen in de periode Hierbij werden kenmerken als de mate waarin de waterloop meandert, de afwisseling van diepe en ondiepe gedeelten, verwerkt tot een aantal klassen: 1: zeer waardevol 2: waardevol 3: matig 4: zwak gpa pagina 65

79 5: zeer zwak Merk op: hoe hoger de structuurindex, hoe slechter de kwaliteit! Volgens het jaarverslag waterkwaliteit 2003 (VMM) wordt gesteld dat de Zenne de normen voor PAK s, fenolen, zuurstof, stikstof, fosfor, zink, koper, lood en chloriden sterk overschrijdt. dat de Woluwe de meest verontreinigde waterloop van het gehele Zennebekken is. dat het zeekanaal de normen voor ammonium, zwevende stoffen en zuurstof overschrijdt (naast de lozingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) dat een groot deel van de verontreiniging te wijten is aan de lozing van afvalwater van het stadscentrum van Vilvoorde en van industriële lozingen. Fysische structuurkwaliteit van waterlopen Fysisch-chemische indexen en een biologische index op basis van macro-invertebraten (BBI) geven wel een beeld van de waterkwaliteit, maar geven geen volledig beeld van de leefbaarheid van beken en organismen. De toestand van het natuurlijke bekenpatroon is een aspect dat door deze indexen niet behandeld wordt, maar dat wel een belangrijke rol speelt in het al dan niet voorkomen van een ruime diversiteit aan dieren- en plantensoorten. Daarom is de structuurkwaliteit van de waterloop belangrijk. De structuurkwaliteit van waterlopen werd geïnventariseerd door de Universitaire Instelling Antwerpen (Dep. Biologie, Onderzoeksgroep Natuurbeheer) in opdracht van AMINAL (afdeling Water). Deze studie werd reeds in het voorgaande milieubeleidsplan aangehaald. Sindsdien is er van deze studie geen actualisatie gebeurd. In Vilvoorde blijkt dat het merendeel van de waterlopen maar een zwakke structuurkwaliteit heeft. Uitzondering hierop is de Tangebeek (2 e categorie), in het noordwestelijk en het zuidwestelijk gedeelte van de stad, die over grote delen een matige structuurkwaliteit heeft. De Woluwe, het gedeelte van de Trawool (2 e categorie) tussen de Zenne en de gemeentegrens met Machelen en het meest stroomafwaartse gedeelte van de Kautesteenbeek (2 e categorie) hebben daarentegen een zeer zwakke structuurkwaliteit. Van de Willebroekse Vaart (bevaarbaar) en de Lobbeek (1 e categorie) werden geen structuurkenmerken geïnventariseerd. De structuur van waterlopen bepaalt gedeeltelijk de biologische waarde van een waterloop. De waterkwaliteit kan verbeteren door de aanleg van collectoren en/of kleinschalige waterzuivering, maar de structuurkwaliteiten zullen hierdoor niet verbeteren. Dit vergt infrastructurele ingrepen in de waterloop (buitengewone werken, een gemeentelijke bevoegdheid voor waterlopen 3 de categorie). Rondom de beekvallei van de Tangebeek is een natuurproject opgestart, waarbij ook de structuur van de Tangebeek zal worden aangepakt. Ecologische prioriteit van waterlopen Om de ecologische verscheidenheid aan waterlopen in Vlaanderen te behouden en te herstellen, werd door de Universitaire Instelling Antwerpen (Dep. Biologie, Onderzoeksgroep Natuurbeheer) in opdracht van het toenmalige AMINAL (afdeling Water) een prioriteitenkaart opgemaakt (periode 1990-'95). Deze kaart is gebaseerd op een inventarisatie van de biologische en structuurkwaliteit van de waterlopen en houdt bovendien rekening met de actuele en potentiële natuurwaarden en met de intensiteit van de menselijke gebruiksfuncties. In Vilvoorde zijn de prioritaire waterlopen de Tangebeek, Plattesteenbeek en Trawool, omwille van hun kwaliteit en de gebieden waar ze door lopen. De Willebroekse Vaart en het gedeelte van de Tangebeek dat samenloopt met de gemeentegrens met Grimbergen zijn niet geïnventariseerd. gpa pagina 66

80 Ecologische beleidsvisie voor herstel van waterlooptypen Naast de ecologische prioriteit van waterlopen werd ook een ecologische beleidsvisie opgesteld door de Vlaamse overheid. Deze beleidsvisie geeft aan welke functie de verschillende waterlopen in de toekomst zouden toebedeeld krijgen. Het kanaal Vilvoorde moet voldoen aan de viswaterkwaliteitsnorm en de andere waterlopen op grondgebied Vilvoorde aan de basiskwaliteitsnorm. Landbouw De verontreiniging door de landbouw gebeurt eerder diffuus via uitspoeling, afspoeling en bemesten, er kan dus niet gesproken worden over zogenaamde lozingspunten. Het toetsingscriterium voor de MAP-meetpunten is de imperatieve norm van 50 mg/l NO 3 (nitraat) of 11,29 mg N per liter uit de Nitraatrichtlijn en het Mestactieplan (MAP). Er bevinden zich op het grondgebied van Vilvoorde geen meetpunten van het MAP-meetnet. C. Waterzuivering Met betrekking tot de zuivering van afvalwaters wordt het grondgebied van een gemeente ingedeeld in verschillende zuiveringszones (enkel de gerioleerde gebieden) die de basis vormen van het rioleringsbeleid in de gemeente. Al het afvalwater binnen een zuiveringsgebied zal niet per se via de riolering aangesloten worden op de RWZI. Er is ook nog een individuele zuivering. - Zuiveringszone A: Dit gebied is gerioleerd. Het afvalwater is via de riolering aangesloten op een operationele RWZI. - Zuiveringszone B: Dit gebied is gerioleerd. De aansluiting op een operationele RWZI wordt voorzien door het Vlaams Gewest of door de gemeente via een goedgekeurd investeringsprogramma. - Zuiveringszone C: Dit gebied is gerioleerd. De aansluiting op een operationele RWZI wordt niet voorzien door het Vlaams gewest of de gemeente. Daarnaast zijn er de gebieden zonder riolering. In de gebieden die niet aangesloten worden op een centrale zuivering, dit zijn de zuiveringszone C en de niet-gerioleerde gebieden, moet de particulier zelf voor de zuivering van het afvalwater instaan. Voor bestaande lozingen is een goed werkende septische put voldoende. Nieuwe lozingen moeten een grondige zuivering voorzien, een individuele behandeling van afvalwater (IBA). Voor bestaande lozingen kan dit uiteraard ook gebeuren. Het onderscheid tussen een nieuwe lozing en een bestaande lozing is verschillende voor zuiveringszone C en een lozing in oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In 1999 werd er voor elke gemeente een leidraad bij het gemeentelijk rioleringsbeleid. Deze leidraad bevatte noodzakelijke informatie voor het ontwikkelen van een gemeentelijke beleidsvisie inzake riolering en zuivering, met inbegrip van een gebiedsvisie voor het nietcentrale gebied. Dit systeem bood echter onvoldoende rechtszekerheid en het merendeel van de gemeenten heeft geen visie ontwikkeld voor het buitengebied. Momenteel heeft de Vlaamse Milieumaatschappij in samenwerking met Aquafin een nieuwe zoneringsmethodologie ontwikkeld, met een afbakening van nieuwe zuiveringszones, ter vervanging van de huidig geldende zones A, B en C. Eén van de doelstellingen van de nieuwe zoneringsmethodologie is om voor het buitengebied een definitieve afbakening te voorzien gpa pagina 67

81 tussen een perceel dat zal worden aangesloten op een openbare zuivering (RWZI of KWZI) en een perceel dat zal moeten voorzien worden van een individuele of particuliere zuiveringsinstallatie. In 2007 worden de voorontwerpen van deze zoneringsplannen aan de gemeenten en steden ter beschikking gesteld. Het is aan de stad om dit voorontwerp te beoordelen en de afgebakende zones vast te leggen (volgens het zoneringsbesluit van 10 maart 2006, B.S ). Deze nieuwe afbakeningen zorgen er wel voor dat de gemeenten en inwoners van zone B en C momenteel met een vrij grote onzekerheidmarge zitten en dat de situatie m.b.t. individuele zuivering bijvoorbeeld wordt gehypothekeerd tot wanneer er meer duidelijkheid komt omtrent de definitieve afbakeningen in De stad dient dan ook een beleidsvisie te ontwikkelen voor de afgebakende zones, zodat de onzekerheid naar de inwoners toe wordt opgelost. De gemiddelde zuiveringsgraad voor Vlaams-Brabant bedraagt 37 %. Er kan binnen de zuiveringsinfrastructuur een onderscheid worden gemaakt in drie niveaus, namelijk de woninggebonden, gemeentelijke en bovengemeentelijke infrastructuur. Bovengemeentelijke infrastructuur Vilvoorde behoort tot het zuiveringsgebied Grimbergen en tot het zuiveringsgebied Brussel- Noord (klein gedeelte). Binnen het zuiveringsgebied Grimbergen wonen ± inwoners, in het zuiveringsgebeid Brussel-noord zijn dit van het Vlaams Gewest (VMM, 2005). De rioleringsgraad bedraagt respectievelijk 97,8 % en 94,9 %. Voor 1991 werden reeds verschillende bovengemeentelijke projecten uitgevoerd. In het investeringsprogramma voor staan nog verschillende projecten gepland. De belangrijkste actie is echter de bouw en ingebruikname van de RWZI Grimbergen, die een capaciteit van IE zal hebben en zal lozen op de Tangebeek. Deze zal in 2007 proefdraaien. Tot nu wordt er nog geen afvalwater van Vilvoorde gezuiverd. Na de installatie van de RWZI Grimbergen zal de zuiveringsgraad in het zuiveringsgebied stijgen van 0 % naar 72,3 %. In de investeringsprogramma s voor beide zuiveringsgebieden staan nog verschillende projecten ingepland de komende jaren. Gemeentelijke infrastructuur Voor Vilvoorde bedraagt de zuiveringsgraad 0 % en de rioleringsgraad 98,6 % (VMM, 2005). Bij nieuwe rioleringsprojecten (bij nieuwe verkavelingsprojecten) of bij vernieuwingen van bestaande rioleringen worden gescheiden systemen (afvalwater/regenwater) toegepast. Deze worden echter verderop aangesloten op gemengde stelsels. In maart 2003 werd een stedelijke bouwverordening vastgesteld inzake het overwelven van baangrachten. Sinds maart 3007 is de provinciale stedebouwkundige verordening inzake de overwelving van baangrachten van kracht. De gemeenten en steden dienen hun verordeningen hiermee in overeenstemming te brengen. Zuivering aan de woning zelf De Vlarem wetgeving en de stedelijke bouwverordening stellen dat het verplicht is aan te sluiten op de riolering indien aanwezig. Bij zowel stedelijke bouwprojecten als nieuwbouw of verbouwprojecten van particulieren geldt de verplichting om een gescheiden afvoer van het afvalwater te voorzien. gpa pagina 68

82 De gemeente beschikt over een subsidieregeling voor de bouw van individuele waterzuiveringsinstallaties en een subsidieregeling voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie of een infiltratievoorziening waar dit niet verplicht is. Bij nieuwbouw wordt er gecontroleerd op een juiste aansluiting van de afvalwaterafvoer op de riolering. D. Kwantiteit Overstromingsgebieden en wateroverlast staan de laatste tijd dikwijls in de belangstelling, meestal wanneer de problemen reeds zijn opgetreden. Door vroegere waterbeheersingswerken (rechttrekken, verhogen afvoercapaciteit) werd er getracht overtollige water zo snel mogelijk af te voeren, wat overlast leidde in de stroomafwaarts gelegen gebieden. Er zijn door de Vlaamse overheid verschillende kaarten opgesteld die de situatie m.b.t. overstromingen weergeven, met als meest relevante de Risicozones overstromingen. Dit is een combinatie van zowel de recent overstroomde gebieden (tussen 1995 en 2003) en de gemodelleerde overstromingsgebieden. Onder risicozone wordt verstaan plaatsen die aan terugkerende en belangrijke overstromingen blootgesteld werden of kunnen blootgesteld worden. Er wordt opgemerkt dat de risicozones eerder indicatief zijn en niet bruikbaar tot op perceelsniveau. De grenzen van de bekomen risicozones mogen dus niet als een scherpe, heel lokale grens beschouwd worden. Het is bijkomend van belang op te merken dat een aantal gebieden niét op de kaarten met risicozones voorkomen, maar toch een niet geringe kans op overstromingen lopen. Het gaat hier om gebieden langs waterlopen die nog niet gemodelleerd zijn en bovendien de laatste decennia gevrijwaard bleven van overstromingen, voornamelijk als gevolg van de ingrepen ter voorkoming van wateroverlast. (bron: Min. VL. Gemeenschap, Risicozones overstromingen, begeleidende nota bij de kaarten, 31 maart 2003) De vallei van de Zenne wordt als natuurlijk overstromingsgebied aangeduid. In het noordwesten van de stad worden enkele gebieden langs de Zenne aangeduid als risicozone voor overstromingen. Naast deze kaarten ontwikkelde de Vlaamse overheid in het kader van het Uitvoeringsbesluit Watertoets nieuwe watertoetskaarten, dewelke o.a. de effectief overstromingsgevoelige en mogelijk overstromingsgevoelige gebieden aanduiden. Langsheen de noordelijke grens van Vilvoorde wordt de vallei van de Zenne als effectief overstromingsgevoelig aangeduid Knelpunten / Sterktepunten Waterkwaliteit matig tot slecht, meeste oppervlaktewater verontreinigd Onzekerheid afbakening zuiveringszones, zowel bij de burgers als bij de gemeente, hetgeen de huidige situatie hypothekeert. Geen zuivering van afvalwater Bij nieuwe rioleringsprojecten wordt steeds gescheiden riolering voorzien gpa pagina 69

83 Gemeentelijke verordening inzake aansluiting op de riolering Er zijn geen structurele problemen van wateroverlast in de woonzones van de gemeente. Subsidiereglement hemelwaterinstallaties, infiltratievoorzieningen en individuele behandelingsinstallaties Gemeentelijke verordening overwelving bouwgrachten: vergunningsplicht en controle door eigen diensten Reeds verbetering van waterkwaliteit Doelstellingen De hieronder vermelde doelstellingen zijn afkomstig uit de doelstellingennota van het DULOplan. De globale doelstelling is te komen tot een duurzaam lokaal waterbeleid waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Het betreft een brongerichte aanpak m.b.t. het oplossen en voorkomen van wateroverlast, waterverontreiniging, verdroging, aantasting van het natuurlijk milieu van watersystemen en erosie. - Maximale retentie van hemelwater aan de bron Zo min mogelijk hemelwater wordt versneld afgevoerd naar de waterloop. Het hemelwater wordt zo veel mogelijk aan de bron opgevangen en gebruikt, geïnfiltreerd en zonodig vertraagd afgevoerd, gescheiden van het rioleringsstelsel. Dit alles om piekafvoeren te voorkomen in de strijd tegen wateroverlast en erosie, infiltratie te bevorderen en de strijd tegen verdroging en verdunning van het afvalwater tegen te gaan in de strijd tegen waterverontreiniging. Ook bij wegenwerken dient dit waar mogelijk toegepast te worden. - Sanering van afvalwaterlozingen Een verbetering van de waterkwaliteit is noodzakelijk, niet alleen omwille van milieuhygiënische en ecologische redenen, maar ook om het gebruik van oppervlaktewater en het aanduiden van overstromingsgebieden niet te hypothekeren. Oppervlaktewater kan bijvoorbeeld gebruikt worden als irrigatiewater en als water voor vee. Momenteel is de zonering klaar en goedgekeurd. - Bewaking en verbetering van de kwaliteit van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur De rioleringsinfrastructuur wordt op dergelijke manier onderhouden, verbeterd en uitgebouwd zodat hydraulische overbelasting en biologische onderbelasting van het rioleringsstelsel en de zuiveringsinfrastructuur zoveel mogelijk worden tegengegaan. Het gaat hierbij o.a. om de uitbouw van een 100% gescheiden rioleringsstelsel, het afkoppelen van parasitaire debieten (vb. permanente drainage, infiltratie van grondwater, opgevangen bronnen, afgeleid oppervlaktewater van grachten en waterlopen) en privé (verharde) oppervlakten en zuiver effluentwater (van P-bedrijven), maximale aansluiting van particulieren en verbeterde overstorten. Vermits de uitbouw van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur grotendeels de taak is van Aquafin, zal de taak van de gemeenten vooral gericht zijn op het oplossen van lokale knelpunten. De code van goede praktijk voor riolering wordt steeds gevolgd en waar nodig strenger toegepast. - Voorkomen en beperken van diffuse verontreiniging Er wordt gestreefd naar het voorkomen van het gebruik van waterschadelijke producten of, indien dit niet mogelijk is, ze te vervangen door het gebruik van minder schadelijke alternatieven. gpa pagina 70

84 - Kwantitatief, kwalitatief en ecologisch duurzaam waterlopenbeheer Dit omvat het ontwikkelen en instandhouden van gezonde watersystemen die aan de behoeften van de karakteristieke ecosystemen en de eisen van de gevoelige soorten kunnen voldoen en een verantwoord menselijk gebruik voor de huidige en toekomstige generaties waarborgen. De watersystemen worden in evenwicht gebracht voor het hele grondgebied waarvoor het DuLo - waterplan opgemaakt wordt. Concreet is het waterlopenbeheer gericht op een optimale veerkracht, een geïntegreerd sedimentbeheer, het herstel van het natuurlijk milieu van het watersysteem en de bevordering van de vismigratie Acties OW 1: Opvolging van de oppervlaktewaterkwaliteit Opvolgen van meetresultaten (biologisch en fysico-chemisch) van derden (VMM), zelf metingen uitvoeren en evoluties vastleggen, resultaten in milieubarometer invoeren. Voortvloeiend uit deze actie dienen er dan maatregelen genomen te worden om de kwaliteit te verbeteren waar nodig. OW 2: Opvolging vastlegging zuiveringszones De stad Vilvoorde dient de procedure te doorlopen om tot een definitief goedgekeurd zoneringsplan te komen. OW 3: Voortzetten en verder uitwerken van het beleid m.b.t. gescheiden afvoer van regenwater, aansluiting op de riolering en de verbeterde infiltratie. Controleren van stedenbouwkundige reglementen. Om de naleving te bevorderen is een specifieke communicatie naar architecten en bouwheren in Vilvoorde raadzaam. Inventarisatie van de individuele lozingspunten in zone C. Aanmaning om reglementen op te volgen. OW 4: Informeren over en promoten van particuliere zuiveringsinstallaties en afkoppeling hemelwater/infiltratie Opnemen van voorbeeldfunctie en communiceren over de resultaten Metingen uitvoeren bij bestaande KWZI s om werking bij te sturen en resultaten te kunnen gebruiken in info-campagnes. Blijvend promoten van stedelijke subsidiereglementen Promoten van installatie poelen, halfverharde opritten, parkings met infiltratievoorzieningen Dit kan gebeuren via folders, publicaties, info-avonden, medewerking aan bovengemeentelijke campagnes,. OW 5: Verder aanleggen en vernieuwing van rioleringen Uitbouw gescheiden rioleringsstelsel gpa pagina 71

85 Aansluiting rioleringen op zuiveringsstations (Brussel-Noord en Grimbergen). OW 6: Behoud en herstel van waterlopen- en grachtenstelsel Waar mogelijk grachtenstelsel herstellen Toepassing ecologisch verantwoord waterlopenbeheer Herstel fysische structuur van waterlopen en grachten OW 7: Toepassen van strikt vergunningenbeleid Inventarisatie vergunde afvalwaterlozingen Strikt toezicht op naleving reglementering Afbouw van niet-vergunde of gemelde lozingen Bij het verlenen van een vergunning specifieke aandacht besteden aan de lozingsproblematiek en afkoppeling en hergebruik van hemelwater Grondwater Algemeen Het grondwatersysteem is opgebouwd uit een aantal goed doorlatende lagen die van elkaar gescheiden worden door slecht doorlatende lagen. Wanneer een watervoerende laag die bovenaan niet bedekt is door een weinig doorlatende laag, spreekt men van freatisch grondwater. Deze grondwaterlagen zijn meestal zeer kwetsbaar omdat verontreiniging gemakkelijk de grondwatertafel kan bereiken. Freatisch watervoerende lagen worden rechtstreeks gevoed door infiltrerend neerslagwater. Een watertafel die ingesloten zit tussen twee slecht doorlatende lagen noemt men een artesische watertafel. In deze grondwatertafels is het water veel minder kwetsbaar omdat verontreinigingen veel moeilijker het grondwater kunnen bereiken doorheen de slecht doorlatende bovenliggende geologische lagen. Door (over)bemaling is de stijghoogte in veel artesische waterlagen sterk gedaald. Artesische grondwaterlagen worden vooral gevoed op die plaatsen waar ze aan de oppervlakte komen (m.a.w. waar ze freatisch zijn). Het kwalitatief en kwantitatief beheer van grondwater is van belang voor enerzijds het voorzien in drinkwater en anderzijds voor het voortbestaan van landbouw- en natuurgebieden. Zorgzaam omspringen met grondwater is dan ook van zeer belangrijk. Ingrepen zoals bodemverharding, drainage, grachtenstelsels en rioleringen resulteren in een verminderde mogelijkheid tot infiltratie van het grondwater in de bodem; zodat de reserves niet evenredig worden aangevuld Juridisch kader Voor het Vlaamse Gewest is de basisreglementering inzake het grondwater terug te vinden in het Decreet van 24 januari Het grondwaterdecreet 8 heeft voornamelijk tot doel: de bescherming van het grondwater, het gebruik ervan en het voorkomen en vergoeden van schade. Meerdere besluiten hebben er inmiddels concreet gestalte aan gegeven. 8 Decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake grondwaterbeheer (BS 05/06/1984) gpa pagina 72

86 Bij B.Vl.R. van 27 maart 1985 worden de verbodsbepalingen opgesomd die in grondwaterbeschermingszones van toepassing zijn. Deze voorschriften kunnen niet enkel slaan op het lozen, deponeren of opslaan, maar ook op het vervoeren en afvoeren van stoffen en daarnaast ook op kunstwerken of werkzaamheden die een wijziging in de ondergrond teweegbrengen, die een gevaar voor vervuiling van het grondwater inhoudt. De voorschriften voor deze waterwingebieden en beschermingszones hebben verordenende kracht. Door wijzigingen in de milieuwetgeving 9 is de procedure voor het aanvragen van een vergunning voor de onttrekking van of infiltratie naar het grondwater, evenals voor boringen naar grondwater, geïntegreerd in VLAREM I (rubrieken 52 tot en met 55). Specifieke voorwaarden voor hoger genoemde activiteiten zijn opgenomen in de hoofdstukken 5.52 tot en met 5.55 van VLAREM II. Het Decreet van 22 mei 1995 betreffende de bodemsanering en het bijhorende uitvoeringsbesluit VLAREBO bepaalt de wetgeving inzake bodemverontreiniging en bodemsanering. Door verontreiniging aanwezig in de bodem kan het grondwater aangetast worden, wanneer het hiermee in aanraking komt of door percolatie. Over de verschillende thema s heen vermeld het MINA-3 enkele doelstelling i.v.m. het grondwater: Geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm (50 mg/l) in 2007 in grondwater Het waterpeil in de watervoerende lagen blijft minstens status-quo Specifieke gemeentelijke bevoegdheden inzake grondwater zijn de bevoegdheden van de gemeente voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur op haar grondgebied en het beheer van het patrimonium (rioleringen, wegen, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen ). De gemeente is eveneens bevoegd voor het verlenen van grondwaterwinningen voor klasse 2 bedrijven en het toezicht hierop. De gemeente kan eveneens toezicht uitoefenen op het lozen van het opgepompte water (in laatste instantie in de riolering) en illegale oppompingen Actuele Toestand In Vilvoorde treft men verschillende grondwaterkwetsbaarheidscategorieën aan (volgens kwetsbaarheidskaart van het grondwater in Vlaams-Brabant): Zeer kwetsbaar (code Ca1). De watervoerende laag bestaat uit zand. De deklaag is dunner dan 5m en/of zandig; Matig kwetsbaar (code Cb). De watervoerende laag is zand. De deklaag is zandig. Er bevinden zich 6 (vergunde) grondwaterwinningen in Vilvoorde, voor een totaal vergund jaardebiet van bijna m³ (Databank Ondergrond Vlaanderen). Het grootste aandeel hiervan is voor rekening van een waterwinning van VMW ( m³). 9 Besluit van 12 januari 1999 houdende wijziging van VLAREM I en II en van het uitvoeringsbesluit van het grondwaterdecreet houdende reglementering van vergunning en gebruik van grondwater (BS 11/03/99 en 31/03/99) gpa pagina 73

87 De stad Vilvoorde heeft momenteel weinig inzicht in het voorkomen van al dan niet vergunde grondwaterwinningen op haar grondgebied. Er wordt ook geen controle uitgevoerd op de bestaande grondwaterwinningen. De resultaten van het freatisch en primair grondwatermeetnet zijn beschikbaar in de Databank Ondergrond Vlaanderen ( Uit een beknopte analyse van deze gegevens blijkt dat o.a. de wettelijke norm voor nitraatgehalte op de enige meetplaats in Vilvoorde overschreden wordt Knelpunten / Sterktepunten Geen of onvolledige gegevens over actuele toestand grondwaterkwaliteit (laatste metingen 1995, vorige plantermijn) Deel grondwater zeer kwetsbaar Geen inzicht in aanwezigheid individuele grondwaterwinningen (niet-vergund) Doelstellingen Inzicht verkrijgen in de actuele toestand van het grondwater zowel naar kwaliteit als naar kwantiteit toe. Bescherming van het grondwater inzake kwaliteit en kwantiteit Acties GW 1: Opvolgen grondwaterkwaliteit en -kwantiteit Bestaande gegevens inventariseren Opvolgen van meetcampagnes van derden Campagne naar particulieren toe: promoten bepaling putwaterkwaliteit GW 2: Vergunningenbeleid optimaliseren Bij grondwaterwinningvergunning verplichten om mogelijke minimum hoeveel benodigd grondwater te onderzoeken Afbouw van de diepe waterwinningen Toezicht op vergunde GWW en opsporen en voorkomen van illegale oppompingen GW 3: Bevorderen hemelwaterinfiltratie Door de promotie van de stedelijke subsidiereglementen en het uitoefenen van de voorbeeldfunctie van de stad Waterbodem Juridisch kader Alle oppervlaktewateren dienen sinds 1 juli 1995 te voldoen aan de Vlaamse basiskwaliteitsnormen zoals ze worden bepaald in bijlage van het VLAREM II. Oppervlaktewateren met een bijzondere bestemming moeten voldoen aan bijzondere kwaliteitsnormen (bijlagen t.e.m van het VLAREM II). Deze bestemmingen werden gpa pagina 74

88 toegekend in een Besluit van de Vlaamse Regering dd. 8/12/98. Momenteel is er een nieuw ontwerp van een uitvoeringsbesluit aangaande slib in de maak. Naast de talrijke emissienormen voor ingedeelde inrichtingen zijn er in het VLAREM II ook verplichtingen en normen opgenomen voor de lozing van huishoudelijk afvalwater. Aan deze normen kan praktisch uitsluitend voldaan worden door het plaatsen van een septische put of nog beter een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie. Verder worden er de diverse zuiveringszones (A, B en C) in gedefinieerd die van essentieel belang zijn voor het gemeentelijk rioleringsbeleid. Het Decreet van betreffende de voorkoming en beheer van afvalstoffen en bijhorend uitvoeringsbesluit VLAREA regelt de wetgeving in verband met afvalstoffen, gedefinieerd als elke stof waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of moet ontdoen. Ook de verwerking en afvoer van slib afkomstig van ruimingen wordt hierin geregeld. Het mestdecreet heeft tot doel het leefmilieu (o.a. het oppervlaktewater) te beschermen tegen verontreiniging ten gevolge van de productie en het gebruik van meststoffen bij land- en tuinbouwactiviteiten. Zo worden voor valleigebieden en ecologisch waardevolle gebieden strengere bepalingen opgenomen. In het Milieubeleidsplan werd het verrichten van onderzoek in functie van de uitvoering van waterbodemsaneringen teneinde het ecologisch herstel van de waterloop te bevorderen, als actie voorgesteld. Een van de belangrijkste mijlpalen hierbij was het operationaliseren van het routinematig basismeetnet kwaliteit waterbodems. Deze worden in het sectoraal uitvoeringsplan bagger- en ruimingspecie verder verwerkt. In het Milieubeleidsplan is volgende doelstelling m.b.t. waterbodem van belang: afronden van saneringen van waterbodems van de onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie met een triadekwaliteitsklasse (TKB) 3 en 4 tegen 2014 op probleemsites met een reële kans op herstel. De resultaten uit dit waterbodemmeetnet zijn een eerste en belangrijke aanzet tot het opstellen van deze prioriteitenlijsten of aanduiding van prioritair verder te onderzoeken meetplaatsen/waterlopen in het kader van saneringsplannen. De doelstellingen van het Milieubeleidsplan worden eveneens verwerkt in het sectoraal uitvoeringsplan bagger- en ruimingspecie. Bovendien is in dit uitvoeringsplan onder actie 5 van het hoofdstuk programmering, de voortzetting van de inventarisatie van de waterbodems geformuleerd. Dit uitvoeringsplan kadert verder in het strategisch project baggeren ruimingspecieproblematiek. De uitbouw en verfijning van het waterbodemmeetnet i.s.m. afdeling Water en de OVAM wordt verder afgestemd op de provinciale en andere meetnetten en vice versa, zodat geen dubbel werk gebeurt Actuele Toestand De kwaliteit van de waterbodem wordt bepaald met de triadebenadering, waarbij men zowel de biologische, de fysisch-chemische als de ecotoxicologische kwaliteit opmeet en combineert. gpa pagina 75

89 De VMM beschikt over een waterbodemmeetnet dat bestaat uit in totaal zo n 600 meetpunten, waarvan er elk jaar 150 worden bemonsterd. De verzamelde informatie kan dienen om het waterbodembeleid te evalueren en bij te sturen. De Triadeschaal combineert de drie benaderingen tot een indeling van de kwaliteit van de waterbodems in vier klassen. Klasse 1 staat voor zeer zuiver: deze waterbodems voldoen aan zowel de fysisch-chemische, biologische als ecotoxicologische kwaliteit. Alle andere klassen zijn in mindere of meerdere mate beïnvloed. In onderstaande tabel worden de resultaten weergegeven van meetpunten op het grondgebied van Vilvoorde. Tabel 3-9: Betekenis Triade Beoordeling Globale klasse Betekenis 1 Niet afwijkend t.o.v. de referentie 2 Licht afwijkend t.o.v. de referentie 3 Afwijkend t.o.v. de referentie 4 Sterk afwijkend t.o.v. de referentie Tabel 3-10: Resultaten Waterbodemmeetnet VMM (Triade-beoordeling) Waterloop Meetplaats Fysicochemie Ecotoxicologi e Biologie Zeekanaal Dok Vilvoorde Zenne Globaal In het jaarverslag waterbodemkwaliteit (VMM, 2002) behoort het meetpunt in de Zenne tot de top tien van de meest afwijkende meetpunten voor de gehaltes aan koper, kwik, lood, minerale olie, PCB s en PAK s. In de deelbekkenbeheerplannen wordt melding gemaakt van een problematische slibvervuiling van de Barebeek. Voor elk van de deelbekkens zal een actieplan worden opgemaakt voor de sanering van de waterbodems en een ecologisch ruimingsbeheer. Voorwaarde hiervoor is wel dat de waterkwaliteit zelf eerst verbetert Knelpunten / Sterktepunten Onvolledige gegevens over kwaliteit en evolutie waterbodems Gekende gegevens wijzen op slechte kwaliteit Opmaak deelbekkenbeheerplan - actieplannen met aandacht voor aspect waterbodem Doelstellingen In de eerste plaats dient de huidige kennis over de waterbodemkwaliteit vergroot te worden. In de tweede plaats dienen er gepaste doelstellingen en acties worden voorgesteld in de actieplannen van de deelbekkens, die het mogelijk maken om in de komende termijn een kwantitatief, kwalitatief en ecologisch duurzaam waterlopenbeheer (inclusief waterbodems) moet mogelijk maken. gpa pagina 76

90 Acties WB 1: Opvolgen van resultaten uit het waterbodemmeetnet Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de waterbodems in de gemeente is het noodzakelijk om de metingen en resultaten van de VMM op te volgen. Aangezien de meetpunten vierjaarlijks bemonsterd worden, is een opvolging over lange termijn nodig om een evolutie in de waterbodemkwaliteit te kunnen vaststellen. De resultaten van de metingen kunnen in de milieubarometer worden opgenomen. WB 2: Opvolgen en uitvoeren van actieplan deelbekkenbeheerplan In het actieplan wordt o.a. de opmaak van een ecologisch slibruimingsplan vooropgesteld: opstellen van een slibruimingsplan: inventarisatie, mogelijkheden, uitvoeren slibanalyses uitvoering van ecologische verantwoorde ruiming verwerking slib (wetgeving en verwerkingstechnieken opvolgen, ) Erosie Algemeen Erosie op akkers veroorzaakt een verlies van de vruchtbare bovenlaag van de bodem. Het sediment komt in waterlopen en wachtbekkens terecht, waardoor meer ruimingswerken moeten worden uitgevoerd. Dit brengt hoge kosten mee voor de waterbeheerders. In extreme gevallen veroorzaken modderstromen in woonkernen en op wegen aanzienlijke hinder en financiële schade voor de burgers en de maatschappij Juridisch kader De Vlaamse Regering keurde op 7 december 2001 het besluit goed dat de subsidiëring regelt van de kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen die door de gemeente kunnen worden uitgevoerd. Dit besluit vormt het eerste Vlaamse instrument dat specifiek gericht is op een brongerichte aanpak van erosie. De maatregelen focussen op het afremmen of opvangen van oppervlakkig afstromend water op de percelen of zo snel mogelijk na het verlaten van de percelen Actueel De erosiekaart voor Vilvoorde toont aan dat er zich geen ernstige problemen bevinden. De erosiegevoeligheid van het akkerland in Vilvoorde is matig (gele aanduiding op erosiekaart). Op enkele locaties komt er plaatselijk wel erosie voor op de taluds langs holle wegen Duurzaam watergebruik Algemeen Gezinnen, landbouwers en industrie verbruiken 745 miljard liter water per jaar. Door het stijgende waterverbruik slinken de Vlaamse Grondwatervoorraden en worden ze bovendien gpa pagina 77

91 vatbaarder voor vervuiling. Hoe meer boorputten in onze diepe grondwaterlagen doordringen, hoe groter de kans dat die lagen worden vervuild omdat de boorputten de natuurlijke bescherming van het grondwater, de grondlagen erboven doorbreken. De natuur geeft duidelijke signalen dat het zo niet verder kan. Duurzaam omgaan met water is dé oplossing. Concreet betekent dit minder water gebruiken en het water minder vervuilen Juridisch kader Het nieuwe drinkwaterdecreet (decreet water voor menselijke aanwending, mei 2004), opgesteld op basis van de Europese richtlijn, vervangt de wet van Met dit decreet verplicht de Vlaamse Regering de waterleveranciers tot een aantal openbare dienstverleningen. Elementen die centraal staan in het nieuwe drinkwaterdecreet zijn een uitgebreide controle op de kwaliteit van het drinkwater, meer impulsen voor een duurzaam gebruik van water en een duidelijke band tussen verbruik van water en de afvalwaterheffing. Tevens worden bepaling opgenomen inzake de sociale maatregelen en het streven naar zo laag mogelijke prijzen. Het decreet maakt tevens de lijst met chemische en microbiologische kwaliteitsnormen uitgebreider en strenger. Het decreet inzake drinkwater gaat uit van het principe van duurzame watervoorziening en watergebruik en omvat ook het hergebruik van regenwater en rationeel watergebruik. Zo zal de bijdrage voor zuivering en/of afvoer op de drinkwaterfactuur worden vermeld. Dit zal tot een administratieve vereenvoudiging leiden en de bevolking aanzetten tot spaarzaam watergebruik. Drinkwaterdecreet van 2002 wil niet alleen het duurzaam gebruik van water bevorderen en nieuwe normen voor drinkwaterkwaliteit vastleggen maar ook de controle op de binneninstallatie verscherpen, nodig aangezien voor nieuwbouw een regenwaterput verplicht geworden is. Zo dient tegen ten laatste 2007 in elke woning - aan het begin van het huishoudelijk net - een watermeter geplaatst zijn (er wordt geen forfaitair bedrag meer aangerekend naargelang het aantal kraantjes) Actuele Toestand Een gemiddelde Vlaming gebruikt 110 liter per dag. Het drinkwater in Vilvoorde wordt geleverd door de VMW (Vlaamse Maatschappij voor watervoorziening). Alle drinkwater is afkomstig van grondwater, voornamelijk uit het Dijle- en Demerbekken, met name in de pleistocene rivierafzettingen, de zanden van Brussel, de tufstenen van Lincent en het krijtgesteente In Vilvoorde zijn er reeds enkele acties ondernomen inzake duurzaam watergebruik en het gebruik van hemelwater. De stad Vilvoorde beschikt zo over een gemeentelijke verordening die de aanleg van hemelwaterinstallaties regelt en beschikt over een subsidiereglement inzake de aanleg van hemelwaterinstallaties en infiltratievoorzieningen. Bij nieuwbouwprojecten, ver- of herbouwingsprojecten zal de stad een audit uitvoeren om de mogelijkheden inzake duurzaam watergebruik te onderzoeken. De stad zal ook gevolg geven aan de conclusies en aanbevelingen die uit deze audits naar voren komen. De voorschriften voor het uitvoeren van dergelijke wateraudits werden opgenomen in de stedelijke bestekken. gpa pagina 78

92 In de bijzondere voorwaarden van de milieuvergunning van klasse 2-bedrijven word een haalbaarheidsstudie naar het hergebruik van hemelwater opgenomen. In verschillende scholen werden door de stad drinkwaterfonteinen geïnstalleerd. Het belangrijkste milieuvoordeel hierbij is de vermindering van de hoeveelheid verpakkingsafval van lege flesjes en blikjes. Door de publicatie van artikels in de stadskrant en het ter beschikking stellen van folders aan het milieuloket gebeurt een blijvende sensibilisatie van de bevolking Knelpunten / sterktepunten Voorbeeldfunctie wordt niet opgenomen. Gemeentelijke verordening hemelwaterinstallatie Subsidiereglement hemelwaterinstallatie en infiltratievoorzieningen Wateraudits bij gemeentelijke bouwprojecten Doelstelling De druk op de grondwaterreserves wordt verminderd door het gebruik van grond- en leidingwater, daar waar mogelijk en verantwoord, te beperken. Op kwalitatief vlak wordt gestreefd naar het gebruik van laagwaardig water voor laagwaardige toepassingen (vb. hemelwater voor wc-spoeling, oppervlaktewater als proceswater, hergebruik van gezuiverd afvalwater). Op kwantitatief vlak is het de uitdaging om niet meer water te gebruiken dan nodig (vb. installeren van waterbesparende apparatuur, meldingssystemen voor lekkende kranen, ) Acties DW 1: Voorbeeldfunctie vervullen inzake duurzaam watergebruik sensibilisatie naar eigen personeel bij bouw- en verbouwingswerken van stedelijke gebouwen steeds het gebruik van hemelwater voorzien. Uitvoeren van wateraudits bij de stedelijke gebouwen DW 2: Stimulatie van duurzaam watergebruik via sensibilisatiecampagnes en acties Het voeren van sensibilisatie is belangrijk om de inwoners aan te sporen om milieubewust om te gaan met het drinkwater. Het uitdragen van de voorbeeldfunctie (informeren over uitgevoerde acties, behaalde resultaten) is hiervan een essentieel onderdeel. Er kan onderzocht worden of er behoefte is aan het gebruik van water van minderwaardige kwaliteit voor verschillende toepassingen. Een goede stimulans voor de inwoners om ook op dit vlak iets te ondernemen is het verlenen van subsidies voor bijvoorbeeld de installatie van regenwaterputten, daar waar er geen verplichting geldt. Enkele onderwerpen waarvoor promotie gevoerd kan worden gebruik van regenwater voor spoelen toilet spaarknop op toilet spaardouchekop gpa pagina 79

93 gebruik regenwater voor het wassen van de auto wasmachine en vaatwasmachine enkel gebruiken wanneer volledig gevuld besproeien van tuin met regenwater We verwijzen hier ook nog naar het invoeren, voortzetten en promoten van de stedelijke subsidieregelingen inzake hemelwatergebruik (zie actie OW4). gpa pagina 80

94 3.2.7 Synthese en samenvattende tabel Synthese De cluster water omvat het volledige watersysteem, met als overkoepelende doelstelling te komen tot een duurzaam lokaal waterbeleid. Dit houdt in dat dit hoofdstuk is verspreid over verschillende thema's. Integraal waterbeleid: het gehele watersysteem wordt als één geheel opgevat, in relatie met de andere beleidsdomeinen. Voor Vilvoorde houdt dit in dat er voor de 3 deelbekkens op het grondgebied een deelbekkenbeheerplan wordt opgesteld, in samenwerking met de provincie. Oppervlaktewater: Zowel kwaliteit als kwantiteit worden hier behandeld. De huidige waterkwaliteit van de verschillende oppervlaktewaters in Vilvoorde is slecht. Dit wordt veroorzaakt door de afwezigheid van een zuivering van het afvalwater. In de komende plantermijn zullen de rioleringen aangesloten worden op een zuiveringsinstallatie om de zuiveringsgraad te verbeteren. Grondwater: Al het drinkwater van Vilvoorde is afkomstig uit grondwater. De bodemverontreiniging in Vilvoorde heeft veelal ook een aspect grondwaterverontreiniging. Waterbodems: Hier is weinig informatie beschikbaar over de kwaliteit. Eerst dient er voldoende informatie te worden verzameld (ook inzake de evolutie), waarna de eventuele knelpunten kunnen worden aangepakt. Duurzaam watergebruik: Het doel hiervan is de hoeveelheid verbruikt drinkwater te verminderen. Dit houdt in dat er spaarzaam met het water wordt omgegaan en dat voor sommige toepassingen gebruik wordt gemaakt van hemelwater. De stad heeft hierin een voorbeeldfunctie te vervullen, waarbij de communicatie naar de inwoners (subsidies) zeer belangrijk is. gpa pagina 81

95 Tabel 3-11: Water: Overzicht taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Water integraal waterbeleid NIV 1 Opmaak Deelbekkenbeheerplan Minimaal projectorganisatie en doelstellingennota (in OK MBP) uitwerken i.s.m. andere waterbeheerders van het deelbekken Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) IW1: Opmaak deelbekkenbeheerplannen Generieke op zichzelf staande acties, deels met burger als doelgroep opnemen in het MBP Acties waarvoor geen grondige planning noodzakelijk is en die zonder meer uitgevoerd kunnen worden in het kader van een duurzaam waterbeleid. Anderzijds maatregelen binnen een visie die reeds zijn uitgewerkt Water oppervlaktewater NIV 1 Oppervlaktewater Subsidies voor individuele waterzuivering Subsidie voor de aanleg van een regenwaterinstallatie Jaarlijkse publicatie van de subsidiereglementen in het gemeentelijk infoblad Wateraudit bij nieuwbouw, herbouw of verbouwing + maatregelen op basis van resultaten OK OK IW2: Uitvoeren actieplannen deelbekkenbeheerplannen IW3: Integreren van waterthema s in andere beleidsdomeinen Alle Water-acties OW4: Promoten van de aanleg van particuliere waterzuiveringsinstallaties DW1: voorbeeldfunctie duurzaam watergebruik Water grondwater / Water Waterbodem / Bekrachtiging nieuwe indeling van zuiveringszones: Remediëren en voorkomen van vismigratieknelpunten Stedenbouwkundige verordeningen op te maken m.b.t. het overwelven van baangrachten. Lopende OK OK OW 2: Vastleggen zuiveringszones opvolgen OW6: behoud en herstel grachtenstelsel gpa pagina 82

96 NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Water erosie Sensibiliseringsacties met betrekking tot NVT erosie Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Water duurzaam watergebruik Water-audit Zie oppervlaktewater Zie oppervlaktewater NIV 2 Water Integraal waterbeleid Deelbekkenbeheerplan Actieplan opmaken voor acties die een grondige planning en afstemming op deelbekkenniveau vereisen. Prioritaire projecten uitvoeren uit het Deelbekkenbeheerplan Lopende IW1 IW2 IW3 NIV 3 Uitvoering integrale projecten Naast de acties vermeld in deze tabel zijn er nog verschillende andere acties voorgesteld die niet onmiddellijk in het kader van de samenwerkingsovereenkomst dienen te worden uitgevoerd, maar die wel van belang zijn bij het tot stand komen van een integraal waterbeleid. Het behalen van de doelstellingen zoals geformuleerd voor niveau 2 is een haalbare kaart voor de stad Vilvoorde. gpa pagina 83

97 3.3 Natuurlijke entiteiten: natuur, bos, groen en landschap Algemeen Door de toename van industrie, woonuitbreiding, vervuiling, worden natuurlijke entiteiten (natuur, bos, groen, landschap) steeds meer bedreigd. De doelstelling van deze cluster is dan ook het bevorderen van de communicatie en het stimuleren van de lokale inzet van deskundigheid en middelen zodat natuurlijke entiteiten maximaal worden beschermd en ontwikkeld. De aanwezigheid van natuur verhoogt het welzijn (inclusief de gezondheid) van de bevolking. De bescherming van de natuur kan gebeuren door o.a. het opnemen van verantwoordelijkheden, het opbouwen van een integrale aanpak en het stimuleren van kwaliteitsvolle aanleg van natuurlijke entiteiten. De cluster Natuurlijke Entiteiten bestaat uit de deelclusters: Natuur, Landschap, Bos en Groen. De clusterdoelstellingen bestaan uit de doelstellingen van deze invalshoeken, die gelijklopend en toch weer heel specifiek zijn. Zo vraagt landschap specifieke aandacht voor de beeldkwaliteit en het verleden. Natuur en bos situeren zich vooral in de open ruimte, onder andere langs waterlopen en het groen in de gemeentelijke omgeving. Natuur is overal aanwezig, ook buiten de reservaten. In deze cluster wordt het accent gelegd op de voorbeeldfunctie en de uitvoering via acties. Niet alleen gebiedsgerichte acties zijn hiervoor van belang maar ook acties gericht op sensibilisatie en vooral op participatie: samen met de inwoners werken aan meer natuur, meer bos, meer groen in de leefomgeving en met aandacht voor de beeldkwaliteit en de cultuurhistorie. Het is niet de bedoeling om dit hoofdstuk zo op te vatten en uit te werken dat het als een GNOP kan worden beschouwd. Wel dient er een visie te worden vastgelegd die het komende natuurbeleid tot leidraad zal dienen Juridisch kader Decreet van 21 oktober 1997 (BS van 10/01/1998) gewijzigd bij decreet van 19 juli 2002 (B.S. 31/08/2002) 10 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu Dit decreet vervangt voor het Vlaamse Gewest bijna volledig de wet op het natuurbehoud van 12 maart Op een eenduidige wijze worden de doelstellingen van het natuurbehoud vastgelegd. Het beleid zal zich richten op «de bescherming, de ontwikkeling, het beheer en het herstel van de natuur en de natuurlijke milieus», maar ook op de «handhaving of het herstel van de daartoe vereiste milieukwaliteit». Daarnaast wordt ook het scheppen van een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak beoogd. Hoofdstuk IV gaat uit van het «stand-still-principe» voor de bestaande natuur. Dat wil zeggen dat er geen natuur meer verloren mag gaan. Tegelijk wordt een zorgplicht voor de natuur ingevoerd. Vergunningverlenende overheden, vooral gemeentebesturen, moeten dus 10 houdende de wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968." gpa pagina 84

98 vergunningen weigeren ofwel voorwaarden opleggen als vermijdbare natuurschade zou ontstaan. De Vlaamse regering heeft richtlijnen voor die vergunningverlening vastgelegd in een eerste uitvoeringsbesluit : voorwaarden voor het wijzigen van vegetatie en van kleine landschapselementen (KLE). Waar geen sprake is van vergunningen wordt een «code voor goede natuurpraktijk» vastgelegd. Het decreet regelt tevens de procedure van de afbakening van de Speciale Beschermingszones (SBZ s) in toepassing van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Een van de belangrijkste gebiedsgerichte maatregelen is de ontwikkeling van een netwerk van uiterst waardevolle en gevoelige natuurgebieden, met name het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON). Beiden vormen de ruggengraat voor alle natuur in Vlaanderen. Bosdecreet Dit decreet regelt voor alle bossen in Vlaanderen de verschillende bosfuncties. Naast deze multifunctionaliteit legt het decreet nadruk op bescherming en behoud van het bos in Vlaanderen. Net zoals alle andere eigenaars van openbare bossen is de gemeente verplicht een beheersplan op te maken voor alle bossen (>5 ha) in haar eigendom. Bermbesluit van 27 juni 1984 Het bermbesluit beoogt een natuurvriendelijk bermbeheer te stimuleren via een aangepast maaibeheer met daartoe geschikt materieel en met verbod tot gebruik van biociden. Het is van toepassing op bermen en taluds langs zowel wegen, spoorwegen als waterlopen waarvan het (on)kruidbeheer toebehoort aan o.a. de openbare besturen. Veldwetboek Het veldwetboek bevat allerlei regelingen eigen aan het platteland Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen vormt de basis voor het ruimtelijk beleid voor de komende tien jaar ( ). Een van de expliciete doelstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is de uitbouw van een duurzame natuurlijke structuur, om letterlijk meer ruimte te geven aan natuur. MINA 3 In het Vlaams milieubeleidsplan worden verschillende doelstellingen uitgesproken om het verlies aan biodiversiteit te beperken: de oppervlakte met ecologische waarde doen toenemen de natuurgerichte milieukwaliteit verhogen het soortenbeleid versterken de samenwerking met doelgroepen versterken en het draagvlak vergroten de samenwerking met lokale besturen versterken gpa pagina 85

99 3.3.3 Actuele toestand Vilvoorde ondertekende de cluster Natuurlijke entiteiten in de samenwerkingovereenkomst Natuur De stad Vilvoorde beschikt vanaf 1996 over een Gemeentelijk NatuurOntwikkelingsPlan (GNOP). Dit beschrijft de toestand van de natuur op het grondgebied van Vilvoorde en stelt acties voor ter bescherming en bevordering van de natuurwaarden. Het GNOP telt tevens heel wat acties om de natuur in Vilvoorde te beheren en te beschermen. In vergelijk met vorig milieubeleidsplan kan er nu gesteld worden dat er veel acties werden uitgevoerd, of opgestart werden en nog lopende zijn. De knelpunten die in het GNOP en vorig MBP vermeld werden, zijn echter nog steeds van toepassing. 1. Ruimtelijke ordening en inrichting van het landschap: toenemende bebouwing, verstedelijking van de landbouwgebieden, expansie van de kernen, ontstaan van industriegebieden, lintbebouwing en bijhorende bouwdruk, steenwegontwikkeling, versnippering en ontstaan van ingesloten gebieden. 2. Landbouw en natuur: aanwenden natuurgebieden voor agrarische activiteiten, natuurgebieden liggen ingesloten door landbouwgebieden, ontbreken van overgangszones tussen natuurgebieden en intensieve landbouwgebieden, erosie van holle wegen door onoordeelkundige bewerking van de schouders en aantasting van holle wegen door het gebruik van productieverhogende middelen. 3. Aanwezigheid van storende elementen in het landschap: autosnelweg E19, brug van de ring rond Brussel (R0) over de vroegere Renault-fabrieken, spoorlijn Brussel-Antwerpen, hoogspanningslijnen en masten, diverse kleinere en grotere sluikstorten, drijvend vuil op de Zenne, geluidsoverlast door industrie, weg- en luchtverkeer. 4. Waterlopen: matig tot slechte waterkwaliteit en structuurkenmerken van de Vilvoordse waterlopen, lage diversiteit van de aquatische levensgemeenschappen in de beken en grachten Ter hoogte van Dorent behoort een klein deel van Vilvoorde tot het Habitatrichtlijngebied Bossen van het zuidoosten van de zandleemstreek en in ter hoogte van het Floordambos behoort een klein deel van Vilvoorde tot het Habitatrichtlijngebied Valleigebied tussen Melsbroek, Kampenhout, Kortenberg en Veltem. Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) is de ruggengraat van de natuurlijke structuur en bestaat uit gebieden met een hoge natuurkwaliteit. In de VEN-gebieden komen natuurbehoud en ontwikkeling op de eerste plaats. Hiertoe worden beschermingsmaatregelen uitgewerkt waarbij rekening gehouden wordt met de mensen die er wonen, werken en recreëren. Het VEN zal opgebouwd zijn uit Grote Eenheden Natuur (GEN s) en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO s). In dit Vlaams Ecologisch Netwerk worden voornoemde delen (Dorent en Floordambos) van de habitatrichtlijngebieden aangeduid als GEN. gpa pagina 86

100 Het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) wordt aangewezen om de natuurgebieden van het VEN zoveel mogelijk met elkaar te verbinden en te ondersteunen. Het IVON is nog niet afgebakend. In het provinciaal ruimtelijk structuurplan worden de natuurverbindingsgebieden afgebakend, evenals de gebieden met een ecologische infrastructuur van bovenlokaal belang. De natuurfunctie in deze gebieden is ondergeschikt aan de primaire hoofdfunctie (landbouw, bos, ). De doelstelling van deze gebieden is gebieden van het VEN en natuurverwevingsgebieden te verbinden zodat genetische uitwisseling tussen populaties mogelijk is. De natuurverbindingsgebieden worden aangeduid op basis van de natuuraandachtszones. Als natuurverbindingsgebieden worden in Vilvoorde volgende gebieden aangeduid: boscomplexen Barebeek-Weesbeek-Molenbeek-Weisetterbeek (Roosbroeken-Vossekot, Steentjesbos-Weisetterbos, Weisetterbos-Vijverbossen, Hellebos-Floordambos) Landschap De stad Vilvoorde ligt vrij centraal in de provincie Vlaams-Brabant, in de Zennevallei, tussen de stedelijke centra van Brussel en Mechelen. Langs zuidelijke zijde grenst Vilvoorde aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Door zijn ligging behoort Vilvoorde tot het Vlaams stedelijk kerngebied. Vilvoorde is uitgerokken van vorm van zuidwest naar noordoost en telt een aantal grote zones met telkens specifieke eigenschappen. Het centrum, de historische kern, ligt tussen kanaal en spoorlijn. De wijk Faubourg omvat industrie en woningen. Het westelijke deel wordt gevormd door de woonwijk Kassei. Aan de rand van de oudere woonwijken kwamen nieuwe woongebieden tot stand: de tuinwijk Far-West met typische arbeiderswoningen en de wijk Koningslo die een residentiële uitbreiding vormt. Het gehucht Houtem, dat oorspronkelijk een agrarisch karakter vormde, is nu meer verstedelijkt door de inplanting van een sociale woonwijk. Het dorpskarakter van de vroegere deelgemeente Peutie werd grotendeels behouden. De landschapsstructuur wordt gedragen door een golvende topografie en een verstedelijkt weefsel met daarin sterk versnipperde en onregelmatige open ruimten van sterk verschillende omvang, die meestal begrensd worden door bebouwing of vegetatie. Naar de Zennevallei toe wordt de landschapsstructuur gedragen door de brede vallei, met afgesneden meanders en een gekanaliseerde rivier. Ten opzichte van vorige plantermijn is de bodembezetting in Vilvoorde weinig gewijzigd. De bebouwde oppervlakte is nog licht toegenomen. (Figuur 3-6). gpa pagina 87

101 40,00 Bodembezetting 35,00 30,00 25,00 % 20,00 15,00 10,00 5,00 0, Akkerland Grasland Tuinen en parken Boomgaarden Bossen Woeste gronden Rekreatieterreinen Water Wegen Andere Bebouwd Niet gekadastreerde opp Figuur 3-6: Evolutie bodembezetting (NIS, 2006) De stad Vilvoorde heeft verschillende beschermde landschappen, dorpsgezichten en stadsgezichten op haar grondgebied. Tabel 3-12: Beschermde monumenten en landschappen Type Landschap Landschap Stadsgezicht Stadsgezicht Stadsgezicht Landschap Dorpsgezicht Landschap Omschrijving Domein Drie Fonteinen Floordambos Monnikhof en omgeving Zgn. Abtsherberge met tuin Meisjeskostschool Les Peupliers St. Antoniuskerk en kerkhof Monnikhof en steenhoeve te Houtem Dorent-Nelebroek (1 e fase) Atlas van de relicten van de traditionele landschappen Het is belangrijk dat de algemene kenmerken van de traditionele landschappen bewaard blijven binnen een steeds veranderende en evoluerende ruimte. Relicten zijn landschapselementen die nog duidelijk verwijzen naar of getuige zijn van de traditionele kenmerken van het landschap. Deze relicten kunnen zones zijn, maar ook lijnen of punten. Relictzones worden gedefinieerd als gebieden met een grote dichtheid aan punt- en lijnrelicten, zichten en ankerplaatsen. Het verspreid voorkomen van deze object -relicten kan echter de gehele ruimte typeren en het belangrijkste kenmerk van het landschap gaan uitmaken. In dat geval is de connectiviteit tussen de waardevolle landschapselementen eveneens belangrijk voor de gehele landschappelijke waarde. De stad Vilvoorde deels gelegen in de traditionele landschappen Land van Merchtem en Zennevallei. gpa pagina 88

102 Ankerplaatsen die we (gedeeltelijk) aantreffen in Vilvoorde zijn: Rubenskasteel Floordambos en kasteel de Ribeaucourt Voorkomende lijnrelicten die het landschap mee bepalen (bron: Landschapsatlas) worden hier opgesomd: (resten van) holle wegen Zenne en Oude bedding van de Zenne Willebroekse Vaart De puntrelicten in Vilvoorde die mee de geschiedenis bepalen komen verspreid voor over het grondgebied: St.-Henderikkapel OLV-Hospitaal Batenbrugkasteel Sint-Martinuskerk Lindenhof St.-Stefanuskerk Monnikenhof Steenhoeve Er zijn vier relictzones (gedeeltelijk) op het grondgebied gelegen. Tangebeek Maalbeek Prinsenbos Grimbergen Domein Drie Fonteinen domein Ter Borgt Houtembos Hellebos Floordambos Snijselbos Schiplakenbos Steentjesbos Zennevallei met haar beemden ten noorden van het Brussels Gewest In 2005 werd het nieuw regionaal landschap Groene Corridor opgericht, een vervolg van het regionaal gebiedsgericht project en samenwerkingsverband Groene Corridor. Vilvoorde participeert in dit project en zal o.a. onderzoeken hoe er kan samengewerkt worden voor het uitvoeren van natuurprojecten in Vilvoorde Bos en Groen In Vilvoorde zijn enkele kleinere bossen en beboste percelen te vinden. De grootste aaneengesloten delen bos bevinden zich langs de Tangebeek, rond het domein Drie Fonteinen, op de grens in het Floordambos, op de grens ten zuiden van het Rubenskasteel (Elewijt) en in Houtem (Houtembos). Er bevinden zich geen erkende bosreservaten in Vilvoorde. In 2001 is door de overheid een enquête uitgevoerd naar de peiling over de tevredenheid van de aanwezigheid van open/groene ruimte in de buurt. Dit wil niet hetzelfde zeggen als de algemene aanwezigheid van groen in de streek of regio waar men woont. Het is dus perfect mogelijk dat iemand in een straat of wijk woont zonder groen, terwijl de gemeente toch veeleer als een groene gemeente bekendstaat. gpa pagina 89

103 Ter info Methodologie van de verwerking van de enquête (bron: NIS, algemeen socio-economische enquête 2001) De antwoorden werden verstrekt per huishouden. Alleen de antwoorden die effectief binnenkwamen tellen mee. De rangschikkingen werden opgesteld aan de hand van de tevredenheidindex, een graadmeter om de subjectieve tevredenheid in een gemeente te meten. Deze tevredenheidindex houdt zowel rekening met het aantal tevreden als met het aantal ontevreden huishoudens. Een tevredenheidindex van 100 betekent dat precies evenveel huishoudens zich positief uitlaten over het onderzochte item als er huishoudens zijn die er negatief tegenover staan. Een index boven de 100 betekent dat er meer tevreden dan ontevreden huishoudens zijn. Ligt de index onder de 100, dan is het omgekeerde het geval en zijn er meer ontevreden dan tevreden huishoudens. Hoe hoger de index, hoe groter de verhouding tussen het aantal erg tevreden en weinig tevreden huishoudens. In Figuur 3-7 en Figuur 3-8 worden de resultaten weergegeven voor Vilvoorde. Hieruit blijkt duidelijk dat, in vergelijking met de bovenlokale gemiddelden, de inwoners van Vilvoorde minder tevreden zijn inzake de aanwezigheid van groene ruimten in hun buurt Tevredenheidsindex "Groen in de buurt" 85 Vlaams Gewest Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde Figuur 3-7: Resultaten tevredenheidindex: groen in de buurt (2001) gpa pagina 90

104 Groenvoorziening in de buurt 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Vlaams Gewest Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde slecht normaal heel goed Figuur 3-8: Resultaten tevredenheidenquête: groen in de buurt (2001) Stedelijk groen- en natuurbeleid De stad Vilvoorde onderneemt vele acties inzake de uitvoering van het stedelijk groen- en natuurbeleid. De basis van dit beleid is het GNOP uit 1996, maar niet alle projecten komen hieruit voort. Een eerste actiepunt is het herstel en onderhoud van de holle wegen in Vilvoorde. Hiervoor werd een beheersplan opgemaakt, dat momenteel in verschillende fasen wordt uitgevoerd. Dit houdt ondermeer het ecologisch herstel van de wegen in, maar voorziet ook in sensibiliserende en educatieve acties, zoals de publicatie van een brochure met een wandeling langs die holle wegen. De uitvoering van het natuur- en groenbeleid richt zich voornamelijk op projecten inzake bescherming, onderhoud, herstel en inrichting van verscheidene gebieden. Zo worden er projecten uitgevoerd rond: - Tangebeekvallei (natuurinrichting en ontwikkeling met aandacht voor passie recreatief medegebruik) - Horteco (park- en natuurontwikkeling) - Domein Drie Fonteinen (parkbeheer met aandacht voor natuur) - Hoogveld (parkontwikkeling) - Dorent-Nelebroek (natuurbeheer, in samenwerking met buurgemeenten) - Houtem: (ontwikkeling stadsrandbos, aanleg amfibiënpoelen, onderhoud trage wegen) Verscheidene van deze acties kaderen in het Breugelproject, waaraan Vilvoorde deelneemt. Dit is een project om in de rand van Brussel verschillende gebieden te ontwikkelen en met elkaar te verbinden tot een groene gordel met aandacht voor de behoeften van natuur en mens, verleden en heden, ecologie en cultuur. Andere specifieke acties passen in het soortenbeschermingsplan. gpa pagina 91

105 Het beheer en onderhoud van het groen in de stad gebeurt door de dienst Groenvoorziening. Bermen worden beheerd volgens het bermdecreet. De stad Vilvoord ebeschikt over en bermbeheersplan en een groeninventaris. Het onderhoud van de parken gebeurt volgens de principes van het Harmonisch Parkbeheer. Er word samengewerkt met EcoNet, Natuurpunt, buurgemeenten en hogere overheden. De stad Vilvoorde heeft zelf geen subsidies inzake groenbeheer ter beschikking, maar maakt bij haar werking wel gebruik van de subsidiemogelijkheden van hogere overheden. De dienst Groenvoorziening beheert het natuurvergunningenloket. De aanvragen worden behandeld, van advies voorzien en in de databank ingegeven. Controle op de naleving van de vergunningen gebeurt in samenwerking met de politie. Het actieprogramma inzake de reductie van bestrijdingsmiddelen wordt besproken bij het milieuverantwoord productgebruik Doelstellingen Voor een uitgebreid overzicht van de doelstellingen en de gebiedsgerichte doelstellingen kan het huidige GNOP geraadpleegd worden. In functie van het natuurbehoud moeten de voornaamste aandachtspunten gericht zijn op volgende accenten: Realiseren van het luik natuur in stedelijke omgeving Saneren met nabestemming Schenken van aandacht aan de inrichting van restgebieden Reguleren van natuurrelicten (holle wegen, natuurgebieden, kleine landschapselementen) via de beschikbare beleidsinstrumenten Saneren van waterlopen Het streven is een optimaal en ecologisch beheer van de actuele groen-, natuur- en bosgebieden. Er wordt bovendien een maximale bescherming van gebieden, flora- en faunaelementen met een hoge waarde, bepaalde bestemming of statuut voorop gezet. Bij de verwezenlijking van de doelstellingen uit de andere clusters en bij het beleid van de ruimtelijke ordening en mobiliteit dient er rekening gehouden te worden met het aspect natuur en de wens om de natuurwaarden op het grondgebied van Vilvoorde te beschermen en te verhogen Knelpunten / sterktepunten Druk van stedelijke omgeving Lager dan gemiddelde tevredenheid inzake openbaar groen Verschillende gebiedsgerichte projecten Verschillende samenwerkingsverbanden gpa pagina 92

106 3.3.5 Acties NE 1: GNOP: verder uitwerken acties, evaluatie en actualisatie In de volgende planperiode zal het huidige GNOP geactualiseerd worden. Dit geactualiseerd natuurontwikkelingsplan zal echter niet meer als een nieuw GNOP worden opgevat, maar zal als een onderdeel van de cluster natuurlijke entiteiten in het milieubeleidsplan worden opgenomen. NE 2: Optimaliseren en promoten van subsidiereglementen. Promoten eigen subsidiereglement (bvb. groendaken) Informeren over en promoten van bovengemeentelijke subsidiereglementen (bvb. subsidies VMM) NE 3: Aangaan of voortzetten samenwerkingsverbanden inzake natuurbeheer en natuureducatie. Door de bestaande samenwerkingen voort te zetten is een ecologisch en actief natuurbeheer verzekerd. Door de scholen bij het natuurbeheer te betrekken wordt ook aan natuureducatie gewerkt. Ondersteunen van verenigingen (materiaal, lokalen, ) Promotie thuiscomposteren op containerpark NE 4: Voeren van een groen ruimtelijk beleid met een gebiedsgericht natuurbeleid als basis. Bij het opstellen en uitvoeren van BPA s rekening houden met natuurontwikkeling, natuurpotenties, zachte functies en de visie uit het (geactualiseerde ) GNOP. Juridisch vastleggen van de potentiële natuurgebieden Voorkomen van verdere versnippering, aandacht voor kleine landschapselementen, creëren van stapstenen, verbindingszones Opstellen kapreglement Opvolgen natuurvergunningen Bij aanplantingen gebruik maken van streekeigen vegetatie Vrijwaren van resterende landschapskenmerken en open ruimte Verdere implementatie Harmonisch Park- en groenbeheer NE 5: Voorbeeldfunctie uitdragen inzake natuur-, groen- en bosbeheer Opstellen groeninventaris Deelname aan week van het bos Uitvoeren van nestkastjes-actie Boomplant-acties Aanleggen van een ecologisch beheerde tuin bij een openbaar gebouw, promotie van ecologisch tuinieren Blijvende aandacht aan onderhoud van het openbaar groen Participatie bij beheer openbaar groen gpa pagina 93

107 3.3.6 Synthese en samenvattende tabel Synthese De cluster natuurlijke entiteiten in de samenwerkingsovereenkomst bevat verschillende deelthema s, nl. natuur, bos en groen, en landschap. Het primaire doel is een maximaal behoud en bescherming van de aanwezige natuurwaarden. Naast aandacht voor de bestaande natuur gaan er extra inspanningen naar natuur- en groenontwikkeling. Bij het nemen van de kansen in Vilvoorde op dit vlak is een evenwicht nodig tussen stedelijke ontwikkeling en de nood en mogelijkheden inzake natuurontwikkeling. De stad Vilvoorde ondertekende de cluster natuurlijke entiteiten op niveau 1. De verplichtingen die hiermee samengaan worden in onderstaande tabel weergegeven. De stad Vilvoorde voert vele acties uit (soms in samenwerkingsverband) in het kader van een gebiedsgericht natuur- en groenbeleid. De komende jaren zullen deze projecten verder worden uitgewerkt. Belangrijk is het opnemen van een voorbeeldfunctie (sensibilisatie en educatie). gpa pagina 94

108 Tabel 3-13: Natuurlijke entiteiten: Overzicht taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Natuur NIV 1 Uitvoeren van andere acties, die passen Eénmalige inrichtings-, beschermings- en OK in een beknopte visie en in aanmerking sensibiliseringsacties op het terrein met een duidelijke komen voor subsidie. meerwaarde voor natuur, bos, groen en landschap op korte termijn Rapporteren in GMJP Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Komt tot uiting in alle NE-acties NIV 2 Opstellen van een ruimer actieplan, kaderend in een visie aangaande het natuur- en groenbeleid van de gemeente Op basis van een knelpuntenanalyse worden doelstellingen op lange termijn vastgelegd die wordt bewerkstelligd door het opstellen en uitvoeren van een actieplan. / Mogelijke actualisatie GNOP, overkoepelende visie gebiedsgerichte projecten. NIV 3 Uitwerken van een projectvoorstel gpa pagina 95

109 3.4 Hinder Algemeen De milieu- en leefkwaliteit van de woonomgeving in Vlaanderen wordt steeds meer aangetast door structurele problemen zoals verkeersgroei, verstedelijking en industrialisering. Hierdoor kunnen verschillende vormen van milieubelasting zich binnen het woongebied opstapelen, wat tot een verhoogd gevoel van onveiligheid en negatieve beleving van de woonomgeving leidt. Verstoring (geluid-, trilling-, geur-, stof-, rook- en lichthinder) is een lokaal maar direct merkbaar effect. Binnen het verstoringsgebied kan de hinder leiden tot geestelijke, en bij ernstige hinder zelfs tot lichamelijke aantasting van het welzijn (stress, hartritmestoringen, slaapstoornissen). Sommige vormen van verstoring leiden eveneens tot materiële aantasting van goederen. Hinder is een beleving met zowel een objectief als een subjectief karakter. Als objectieve factoren kunnen fysische en andere eigenschappen vermeld worden: het geluidsniveau, de geluidsscherpte, de tonaliteit, de geurconcentratie, de geurintensiteit, de geurdrempel, de lichtsterkte, de frequentie van optreden, de duur en variabiliteit in de tijd, e.d. De subjectieve beoordeling staat in functie van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, moment van de dag, emissiehistorie, betrokkenheid bij de verstoringsbron en het al dan niet aangename karakter. In het voorjaar van 2004 werd voor de tweede maal een schriftelijk leefomgevingsonderzoek ondernomen. Ongeveer 30% van de ondervraagde Vlamingen blijkt tamelijk (17,7%), ernstig (9,9%) of zelfs extreem gehinderd te zijn (1,9%) door geluid. Ongeveer 15% van de ondervraagden blijkt tamelijk (10,2%), ernstig (4,1%) of zelfs extreem (1,1%) gehinderd te zijn door geur. Slechts iets meer dan 4% van de Vlaamse respondenten blijkt enige hinder door licht te ondervinden Actuele toestand Om op een efficiënte manier een zicht te krijgen op de knelpunten, werd een analyse doorgevoerd van de milieuklachten. Daardoor kan men zicht krijgen op de perceptie van milieuklachten. Het draagvlak voor het oplossen van milieuproblemen die de bevolking zelf sterk ervaart is groter dan voor problemen die men als minder belangrijk ervaart. Men dient wel rekening te houden met een vertekening: zo kan de drempel om te klagen te hoog zijn voor sommige groepen in de samenleving, of kan de bereidheid om problemen te signaleren afnemen als men merkt dat er geen ernstig gevolg wordt gegeven aan klachten. De dienst leefomgeving is het centrale meldpunt voor klachten inzake milieu, met uitzondering van klachten over zwerfvuil. Deze komen bij INCOVO terecht. De klachten kunnen op verschillende manieren worden ingediend. Vilvoorde gebruikt een eigen klachtenmanagementsysteem (KMS), dat gelijkaardig is aan MKROS. De klager wordt steeds op de hoogte gehouden van de opvolging van zijn klacht. In eerste instantie tracht de dienst leefomgeving zelf te bemiddelen en het probleem op te lossen. Indien dit niet lukt of het betreft een overtreding, dan wordt de politie ingeschakeld en kan de klacht resulteren tot het opstellen van een proces-verbaal. In 2005 werden 392 klachten bij de dienst leefomgeving ontvangen. Hierbij komen dan nog de klachten over zwerfvuil die bij INCOVO gemeld worden. Het aantal klachten ging tot 2000 in dalende lijn. Vanaf 2000 stijgt het aantal klachten terug. Dit wil niet zozeer zeggen dat de gpa pagina 96

110 toestand van het leefmilieu verslechterd, maar kan verklaard worden doordat de inwoners weten dat er aan hun klachten gevolg wordt gegeven, waardoor de bereidheid tot het melden van een probleem toeneemt. Bij het begin van vorige plantermijn handelde een belangrijk deel van de klachten over geurhinder, terwijl deze de laatste jaren fel verminderd zijn. De klachten over zwerfvuil, verwaarloosde gronden en voetpaden zijn de laatste jaren in stijgende lijn. De laatste jaren werd er gewerkt aan een efficiënte opvolging van de klachten, een verfijning van de beoordeling van de milieuklachten (gegrond of niet, toetsing aan relevante wetgeving) en het informeren van de indieners. Opvallend is dat de meeste milieuklachten als gegrond worden beschouwd, maar toch van slechts een beperkt deel van deze gegronde klachten een PV wordt opgesteld. Er is geen structurele samenwerking met de politie vastgelegd. De stad Vilvoorde besteed naast de behandeling van de klachten ook aandacht aan het sensibiliseren van de inwoners, om zo een verantwoord gedrag te stimuleren. Er is een politiereglement aanwezig, met ondermeer een algemeen kader voor geluidshinder en een reglement inzake het verbod op afvalverbranding. Wanneer het Vlaams Gewest met een modelreglement komt zullen de nodige aanpassingen gedaan worden. De naleving van dit politiereglement is ook een aandachtspunt. De stad Vilvoorde streeft ernaar om de overlast die eventueel veroorzaakt kan worden door haar eigen activiteiten zoveel mogelijk te beperken Knelpunten / Sterktepunten Weinig PV s Gebruik KMS Duidelijke opvolging klachten Gemeente neemt ook taak conflictbemiddeling op zich Doelstellingen De uiteindelijke doelstelling is het beperken van de hinder voor milieu en burgers. Om dit te bereiken wordt de sensibilisatie van de inwoners tot doel gesteld, evenals het verfijnen van de toetsing van de klachten een gestructureerde en maximale opvolging van de milieuklachten en het beperken van de eigen hinder Acties HA 1: voortzetten drempel om klachten in te dienen verlagen Inwoners informeren over de mogelijkheden om hinder te rapporteren Berichten over de afhandeling van de binnengekomen klachten HA 2: Voortzetten maximale opvolging van de milieuklachten Nagaan van de objectieve gegrondheid van de milieuklachten Omdat hinder veelal subjectief is, is het nodig de klacht te toetsen aan het voorzien kader van wetten en reglementeringen Aanklager op de hoogte houden van afhandeling klacht gpa pagina 97

111 Afstemming met intergemeentelijke politiezone inzake registratie en behandeling klachten Klachten invoeren in GIS-systeem HA 3: Voorbeeldfunctie vervullen: hinder beperken Inventaris opstellen van eigen activiteiten en eigen installaties die potentieel hinder veroorzaken, kan later worden uitgebreid naar een kaart met alle hinderbronnen op stedelijk grondgebied. De provincie kan hierbij ondersteunend optreden. Bij een inventarisatie van deze hinderbronnen kan ook aandacht besteed worden aan een analyse van de gevolgen van deze hinder, zoals bvb. het effect ervan op de gezondheid van de bevolking. Hinder veroorzaakt door eigen activiteiten en installaties tot een minimum beperken Geluid Algemeen Geluidshinder is één van de belangrijkste milieuproblemen van deze tijd en vormt hij dikwijls een lokaal probleem. De stad is dus goed geplaatst om deze vorm van milieuvervuiling terug te dringen en te voorkomen en het is bovendien meer dan tijd om de goede milieukwaliteit waar die nog aanwezig is te behouden. Wat haast door iedereen als hinderlijk ervaren wordt, is lawaai met een wisselende geluidssterkte en eventuele sterke pieken (bvb. een zaagmachine of kettingzaag). Ook een regelmatig terugkerend sterk geluid kan zeer storend werken, vooral als er weinig achtergrondgeluid is. (zie ook bijkomende info). Na geluidshinder van verkeer, zijn industrielawaai, luidruchtige recreatie en burenlawaai de belangrijkste bronnen van hinder. Zeer hoge geluidsniveaus beïnvloeden de menselijke gezondheid op negatieve wijze met als gevolg onder meer een vermindering van de gehoorgevoeligheid die kan leiden tot lawaaidoofheid en storingen van het hartritme. Normaal omgevingsgeluid leidt echter niet tot deze symptomen Juridisch kader In uitvoering van de Wet ter bestrijding van geluidshinder van 18 juli 1973 werden in VLAREM II milieukwaliteitsnormen voor geluid in open lucht vastgesteld. Deze normen zijn functie van de bestemming van een gebied en van het tijdstip. Ter beoordeling van het geluid van ingedeelde inrichtingen werden richtwaarden, gelijkaardig aan de milieukwaliteitsnormen, opgenomen waaraan het specifiek geluid van een inrichting wordt getoetst. Ook voor binnenshuis waargenomen geluid werden er richtwaarden vastgelegd. VLAREM II bevat ook bepalingen die betrekking hebben op niet-ingedeelde muziekactiviteiten en die aan het College van Burgemeester en Schepenen een zekere bevoegdheid geven inzake het toelaten van muziekactiviteiten in open lucht en/of in een voor het publiek toegankelijke inrichting. gpa pagina 98

112 Het KB houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen (24/02/1977) legt een maximum geluidsniveau vast voor elektronisch versterkte muziek in openbare inrichtingen. Anderzijds worden er geluidsnormen vastgelegd die van toepassing zijn in de buurt van om het even welke inrichting waar muziek wordt geproduceerd. De bepalingen van dit KB zijn niet van toepassing op de via het VLAREM I ingedeelde feestzalen en dansgelegenheden. Het College van Burgemeester en Schepenen kan volgens VLAREM II, in afwijking van de geluidsnormen van het KB van , muziekactiviteiten toelaten in open lucht en/of in een voor het publiek toegankelijke inrichting. In toepassing van het B.Vl.R. van 7 november 1984 tot aanwijzing, voor het Vlaamse Gewest, van de ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van de geluidshinder (Kaderwet van 18 juli 1973 en uitvoeringsbesluiten), kan een gemeente beschikken over één of meer technische ambtenaren en politieagenten in het bezit van een bekwaamheidsbewijs. Voor het overige kan een gemeente, in toepassing van VLAREM I, beschikken over één of meer milieuambtena(a)r(en) die bevoegd is (zijn) voor het toezicht op de als hinderlijk ingedeelde inrichtingen van klasse 2 en 3. In toepassing van het B.Vl.R. van 24 maart 1993 tot vaststelling van de modaliteiten voor de subsidiëring van de aankoop van apparatuur voor geluidsmetingen door provincie- en gemeentebesturen, kan de gemeente beschikken over (een) sonometer(s) voor het uitvoeren van geluidsmetingen. Daarnaast maken veel bronnen van geluidshinder nog niet het voorwerp uit van een federale of Vlaamse wetgeving en beschikt de gemeente hier dus toch over een bijkomende niet onbelangrijke bevoegdheid. Dergelijke bronnen zijn o.a. huisdieren, wedstrijden met motorvoertuigen op de openbare weg, grasmachines en andere tuinwerktuigen. In het Vlaamse Milieubeleidsplan wordt de verstoring door geluid als een apart thema behandeld. De doelstellingen die hierin geformuleerd worden handelen over het aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid (< 15 % van de bevolking) en de afbakening van stiltegebieden Actuele Toestand Gemiddeld 5 % van de klachten die binnenkomen op de dienst leefomgeving handelen over geluidshinder. Alhoewel er relatief weinig geklaagd wordt over geluidshinder is het lawaai van het verkeer in het centrum wel een duidelijke hinderbron. Met verscheidene bedrijven werden verkeersconvenanten afgesloten zodat het zwaar verkeer uit het stadscentrum geweerd wordt. In het mobiliteitsplan echter, wordt verkeerslawaai niet behandeld. Vilvoorde is ook één van de gemeenten die hinder ondervinden van het vliegtuiglawaai van luchthaven van Zaventem, maar hierover komen er op de dienst leefomgeving geen klachten binnen. De stad Vilvoorde volgt hieromtrent het overleg op en zorgt voor ondersteuning bij de geluidsmetingen van LNE en BIAC, maar is zelf niet bevoegd om hieromtrent maatregelen te nemen. gpa pagina 99

113 De stad Vilvoorde beschikt over een algemeen politiereglement waarin geluidsaspecten die niet door een hogere overheid gereguleerd worden, in behandeld zijn. Dit reglement is echter aan actualisatie toe, volgens het modelreglement dat door het Vlaamse Gewest ter beschikking zal worden gesteld. De stad beschikt over een sonometer en over personeelsleden met een Vlarembekwaamheidsbewijs. In 2001 is door de overheid een enquête uitgevoerd naar de peiling over de tevredenheid van de rust in de buurt (methodologie: zie 3.3.3) De enquête geeft volgende resultaten weer voor de tevredenheidindex van Vilvoorde inzake rust, zie ook Figuur 3-9. Hieruit blijkt dat de inwoners van Vilvoorde weinig tevreden zijn over de rust in de buurt en dat meer dan gemiddeld last wordt ondervonden van lawaai. Tevredenheidsindex rust Vlaams Gewest Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde Figuur 3-9: Resultaten tevredenheidindex: rust in de buurt gpa pagina 100

114 % Aanwezigheid van rust Vlaams Gewest Provincie Vlaams - Braban Arrondissemen Halle-Vilvoorde Vilvoord Last van lawaai of geluidshinder in de buurt Erg tevreden over de rust in de buurt Vindt de rust in de buurt bevredigend Figuur 3-10: Resultaten tevredenheidenquête: rust in de buurt Knelpunten / Sterktepunten weinig objectieve gegevens omtrent geluidshinder beschikbaar in Vilvoorde geluidshinder door verkeerslawaai centrum lage tevredenheid rust in de buurt aspect geluidshinder opgenomen in politiereglement weinig klachten geluidshinder afsluiten transportconvenanten Doelstellingen Een objectief beeld krijgen van de geluidsdruk in de gemeente, de geluidshinder (het aantal gehinderden) tot een minimum beperken Acties GL 1: Sensibilisatie inzake voorkomen van geluidshinder De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, Voortzetten van bemiddelingsfunctie tussen klagers en beklaagden. GL 2: Uitwerken en uitvoeren van een inzake geluidshinder Aanpassen politiereglement aan Vlaams modelreglement Opstellen geluidshinderkaart of geluidsklachten in GIS-database opnemen Geluidshinder integreren in mobiliteitsbeleid en ruimtelijke ordening Aspect geluid opnemen in vergunningsvoorwaarden Voortzetten transportconvenanten gpa pagina 101

115 Opvolgen evolutie luchthavenproblematiek Geur Algemeen Geurhinder of stank is meestal niet zozeer bedreigend voor de gezondheid of verstorend voor ecosystemen, maar tast het welzijn aan. Hij wordt veroorzaakt door allerlei stoffen, zoals meststoffen, oplosmiddelen, rottend organisch materiaal of emissies van productieprocessen. Na uitstoot (emissie) door een bron worden de stoffen verspreid in de atmosfeer (dispersie), wat resulteert in bepaalde concentraties in de omgevingslucht (immissie). Als de immissieconcentratie de geurdrempel overschrijdt, spreekt men van geurwaarneming. Bij stijgende frequentie en intensiteit van de geurwaarneming treedt hinder op, individueel of collectief (wanneer meer personen zich gehinderd voelen). Ernstige hinder treedt op wanneer het maximaal toelaatbare risiconiveau voor de gezondheid van de mens wordt overschreden. Zowel lichamelijke als psychosomatische effecten spelen daarbij een rol. Geurhinder is vooral een lokaal probleem. Afhankelijk van de bron doet hij zich voor in de onmiddellijke omgeving, tot op enkele kilometers, meestal maximaal een tiental. Tot nog toe is er geen eenduidig verband gevonden tussen de aard en de hoeveelheid van de geëmitteerde stoffen en het hindergevoel bij de bevolking Juridisch kader Er bestaat momenteel geen specifieke wetgeving of normering rond geurhinder. Geurklachten worden momenteel ad hoc beoordeeld op een individuele basis via de milieuvergunning of via de vrederechter voor niet-ingedeelde inrichtingen. Wetgeving in verband met andere beleidsdomeinen (luchtverontreiniging, onderwerkverplichting voor mest, ) heeft vaak wel onrechtstreeks invloed op de lokale geurhinderproblematiek. Bovendien zijn er in de VLAREM-wetgeving nu al een beperkt aantal voorschriften opgenomen die voor specifieke sectoren procesgeïntegreerde maatregelen opleggen met de bedoeling de vorming van geurstoffen te reduceren en/of te voorkomen, bijvoorbeeld voor slachthuizen. Afstandsnormen creëren een bufferzone tussen bron en waarnemer en zijn een hulpmiddel wanneer bepaalde geurproblemen aan de bron niet voldoende te reduceren zijn. In Vlaanderen gelden afstandsregels voor de intensieve veehouderij en een beperkt aantal bedrijfssectoren (VLAREM II). In het Vlaamse Milieubeleidsplan wordt de verstoring door geur als een apart thema behandeld. Hierin worden doelstellingen, maatregelen en instrumenten bepaald om de geurhinder tegen te gaan. Verschillende acties zoals het vastleggen van geurnormeringen of het opstellen van geurbestrijdingsplannen, het opstellen van een code van goede praktijk voor geurmetingen e.a. moeten helpen de lange-termijn doelstelling te bereiken, namelijk het verminderen van aantal geurgehinderden tot 12 % en het aantal ernstig gehinderden tot nul brengen. gpa pagina 102

116 Actuele Toestand De voorbije jaren was geurhinder een belangrijk probleem voor de inwoners van Vilvoorde. Een kwart tot soms zelfs de helft van alle milieuklachten handelden over geurhinder. Deze werd veroorzaakt door de Zenne en door enkele bedrijven in Vilvoorde en Grimbergen. Om dit aan te pakken werd de voorbijgaande jaren metingen uitgevoerd, werden snuffelteams ingezet en werd door VITO een geurhinderstudie opgemaakt. In 2004 werd aan de hand van deze studie dan afspraken gemaakt met de betrokken bedrijven om de geurhinder in te perken. Dit lijkt effectief geweest te zijn, want het aantal klachten over geurhinder is sterk teruggelopen (tot 4 % van de klachten in 2005) Knelpunten / Sterktepunten Voorbije plantermijn was geurhinder een belangrijke klacht. Geurhinderstudie opgesteld Geurhinder aangepakt, afspraken en voorwaarden voor betrokken bedrijven Geurhinder sterk teruggedrongen Doelstelling De stad onderschrijft de doelstellingen van het MINA 3-plan en tracht in haar eigen werking de geurhinder tot een minimum te beperken, evenals de geurhinder veroorzaakt door derden Acties GR 1: Sensibilisatie inzake het voorkomen van geurhinder De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het infoblad, informatieavonden, - duiden op gezondheidsrisico s (dioxinevorming) en aantasting luchtkwaliteit bij verbranding (afvalverbranding in open lucht, stoken van tuinafval in open vuren of tonnen en tuinoventjes); - duiden op het belang van goede stookomstandigheden bij individuele verwarmingstoestellen op vaste brandstof (vochtigheidsgraad, luchttoevoer, onderhoud van installatie en schoorsteen, afstemming vermogen installatie op warmtebehoefte); - duiden op milieu-aandachtspunten bij aankoop van een kachel of open haard; - informatieverstrekking over wat wettelijk al dan niet verbrand mag worden. - sensibilisatie inzake inspectie en onderhoud verwarmingsinstallaties (Deze actie sluit aan bij actie LU 1) GR 2: Voortzetten beperking geurhinder Opvolgen informatie omtrent uitgevoerde geuranalysen. Naleving afspraken en voorwaarden geurbestrijding gpa pagina 103

117 3.4.4 Licht Algemeen Lichthinder is een relatief weinig bekend probleem. Nochtans kan het voor mensen, dieren en planten een belangrijke bron van onbehagen zijn. In het Milieu- en natuurrapport Vlaanderen wordt lichthinder omschreven als de overlast die de mens ondervindt van kunstlicht (verblinding, verstorende factor bij nachtelijke activiteiten, bron van onbehagen). Een bijzonder gevoelige groep voor lichthinder zijn de (amateur- )astronomen: licht dat naar boven wordt uitgezonden wordt in de dampkring verstrooid en maakt sommige astronomische waarnemingen onmogelijk. Maar ook voor planten en dieren kan licht verstorend werken. Zo kunnen groeiverstoringen optreden bij planten en bomen, kan het bioritme van dieren en het voortplantingsproces verstoord raken, Deze hinder treedt op t.g.v. lichtvervuiling. Lichtvervuiling is een verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door kunstlicht. Een zekere mate van lichtvervuiling is echter niet te voorkomen (bvb. Behoefte inzake zichtbaarheid, veiligheid, esthetiek of bedrijfsvoering). Vaak wordt lichtvervuiling daarom omschreven als het overmatig en verspillend gebruik van kunstlicht. Naast straatverlichting zorgen eveneens klemtoonverlichting op gebouwen en monumenten, reclameverlichting en verlichting op privé-terreinen voor lichtvervuiling. Momenteel wijzen studies ook op een mogelijke relatie tussen lichthinder en kanker, lichthinder en bijziendheid Juridisch kader Om lichtvervuiling te voorkomen, te beperken en maatregelen op te stellen, werd er door de Vlaamse regering een Urgentieplan Lichthinder goedgekeurd op 16 december VLAREM II geeft algemene voorschriften ter beperking van lichthinder, zowel voor ingedeelde als niet-ingedeelde inrichtingen: de exploitant treft maatregelen om lichthinder te voorkomen, lichtbronnen dienen beperkt tot de noodwendigheden voor uitbating en veiligheid, nietfunctionele lichtoverdracht moet maximaal worden beperkt, klemtoonverlichting mag alleen op de inrichting zijn gericht en lichtreclame mag in intensiteit de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. Door de ministeriële omzendbrieven van 30 maart 1996 en 28 maart 1997 worden de gemeenten aangespoord om de voorschriften van VLAREM II strikt te controleren. Door toepassing van VLAREM II en van de wet op de vliegverkeersregels is het projecteren van geconcentreerde lichtbundels en lasers rond dancings en bioscopen in principe verboden. De Belgische normen (NBN L en 002) geven richtlijnen voor de verlichting van openbare wegen. Deze richtlijnen worden toegepast door gewesten, provincies en gemeenten. In het Vlaams Milieubeleidsplan wordt ook lichthinder als een apart thema behandeld, met volgende doelstellingen: nieuwe lichtvervuiling voorkomen en bestaand verminderen in 2007 komen geen gebieden meer voor met een kunstmatige hemelluminantie groter dan negenmaal de natuurlijke hemelluminantie Doordat nogal wat aspecten m.b.t. lichthinder niet gereglementeerd zijn op gewestelijk niveau, kan een gemeentebestuur reglementerende initiatieven nemen ter bestrijding van gpa pagina 104

118 lichtverontreiniging. De gemeente zelf heeft in de eerste plaats impact op de openbare verlichting en de verlichting van de openbare gebouwen Actuele toestand De laatste jaren kwamen er op de dienst leefomgeving geen klachten binnen over lichthinder. Bij vervanging of nieuwe plaatsing van lichtarmaturen wordt systematisch gekozen voor armaturen met een beperkte hemelwaartse lichtstraling. De klemtoonverlichting wordt uitgeschakeld tussen u en u. Momenteel is er nog wel klemtoonverlichting aanwezig die een groot deel van de hemel verlicht Knelpunten Geen klachten inzake lichthinder Gebruik van moderne lichtarmaturen Weinig tot geen objectieve gegevens lichthinder Doelstellingen Lichthinder en lichtvervuiling tot een minimum beperken, zowel in eigen beheer als door middel van sensibilisatie en vergunningsvoorwaarden voor derden Acties LI 1: Sensibilisatie inzake voorkomen lichthinder Informatie verschaffen aan de verschillende doelgroepen: eigen diensten: milieuzorgsysteem met aandacht voor lichthinder bij de eigen gebouwen, parkeerterreinen, sportterreinen, parken, verlichte monumenten en culturele gebouwen, doven van niet-noodzakelijke verlichting na 24u, deelname aan Nacht van de Duisternis bevolking: naderingslampen installeren i.p.v. permanente verlichting, voor de verlichting van tuinen, opritten en portalen industrie: beperken en 's nachts doven van lichtreclame, aandacht voor beperken van lichthinder bij parkeerterreinen, ingangsdeuren, open procesinstallaties (naderingslampen), recreatie (bvb. uitbaters van sportvelden): gebruik van verlichtingstoestellen die niet naar de hemel stralen, doven van de verlichting bij niet-gebruik van de terreinen, handel en diensten: 's nachts doven van lichtreclame en verlichte uitstalramen. LI 2: Voortzetten acties inzake het verwijderen of beperking van niet strikt noodzakelijke straat- en klemtoonverlichting van de stadsdiensten of onder stedelijke bevoegdheid De gemeente dient een voorbeeldfunctie te vervullen en voldoende te communiceren over reeds gedane acties. gpa pagina 105

119 Zo wordt ondermeer de klemtoonverlichting worden uitgeschakeld tussen 0.00u 6.00u. Bij beslissing tot doven moet wel rekening gehouden worden met de maatschappelijke voordelen van continue openbare verlichting zoals het waarborgen van de (verkeers)veiligheid. Bij de vervanging van verouderde armaturen worden efficiëntere armaturen voorzien waarbij het licht enkel naar beneden gericht is. Verscherpt toezicht op de Vlarem-wetgeving (eerstelijnstoezicht bij klasse 2 en klasse 3 inrichtingen alsook niet ingedeelde inrichtingen). Lichtreclame mag de intensiteit van de openbare verlichting bijvoorbeeld niet overtreffen Bodem Algemeen De bodem wordt gedefinieerd als het bovenste, min of meer verweerde deel van de aardkorst, tot op een diepte waar de plantengroei een rechtstreekse invloed te verwachten heeft. Deze definitie wordt hier in de diepte uitgebreid, omdat bodemverontreiniging dieper kan voorkomen. Bodemverontreiniging is het voorkomen van stoffen (veroorzaakt door menselijke activiteiten) in de bodem die omwille van hun aard of hoeveelheid als milieugevaarlijk aanzien worden. Dat wil zeggen dat het zelfreinigend vermogen van de bodem niet voldoende is om deze stoffen te verwijderen en dat het voorkomen van deze stoffen risico s inhoudt voor de plantengroei een/of de gezondheid voor mens en dier Juridisch kader Op 22 februari 1995 gaven de Vlaamse Raad en de Vlaamse Regering hun goedkeuring aan het Decreet betreffende de bodemsanering (BS ). Dit decreet moet toelaten in Vlaanderen een efficiënt bodemsaneringsbeleid te voeren, waarbij aan de OVAM verregaande bevoegdheden worden toegekend. In het decreet zijn een vijftal krachtlijnen te onderscheiden: de inventaris van de verontreinigde gronden; het onderscheid tussen historische en nieuwe verontreiniging; het onderscheid tussen de saneringsplichtige en de saneringsaansprakelijke; de bodemsaneringsprocedure; de regelingen bij overdracht van gronden. Het decreet voorziet ook in normen voor de beoordeling van bodemverontreiniging en voor het vaststellen van saneringsdoelstellingen. Alle gemeentebesturen dienen met de aanleg van een inventaris van risico-gronden gestart te zijn. De bedoeling van dit registreren is een lijst te bekomen van alle percelen waarop ooit een bodembedreigende activiteit werd uitgevoerd. Deze inventaris zal door elke geïnteresseerde burger geraadpleegd kunnen worden. Voorts moet van elk bodemsaneringsproject dat op het grondgebied van de gemeente wordt opgestart een dossier ter inzage liggen voor de belanghebbenden gpa pagina 106

120 Naar aanleiding van het verschijnen van het besluit inzake het aanwenden van afvalstoffen als secundaire grondstof in het Belgisch Staatsblad van 16/04/1998 (cfr. Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en beheer, VLAREA ) dienen bodemmaterialen bij hergebruik te voldoen aan welbepaalde voorwaarden inzake samenstelling, en dit naargelang het type hergebruik (o.a. als niet-vormgegeven bouwstof, vormgegeven bouwstof en als bodem). Art. 48bis van het bodemsaneringsdecreet (wijziging d.d ) stelt: De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen met betrekking tot het gebruik van uitgegraven bodem teneinde verspreiding van bodemverontreiniging te beheersen. Hoofdstuk 10 van het VLAREBO bevat de reglementering welke het grondverzet regelt. Doel van deze wetgeving is bijkomende bodemverontreiniging te vermijden en rechtszekerheid te bieden aan grondverzet. Om het leefmilieu te beschermen tegen de verontreiniging door meststoffen werd in 1991 het mestdecreet van kracht. De diverse bijhorende uitvoeringsbesluiten werden gezamenlijk door de Vlaamse regering goedgekeurd op 20 december In functie van de gemeentelijke mestdruk wordt het vergunningenbeleid niet langer gedifferentieerd, maar de mestafzet van mestoverschotten geregeld. Voor elke gemeente werd in 1992 op basis van de fosfaatproductie en de oppervlakte cultuurgrond een gemeentelijke productiedruk berekend. Op basis van deze oorspronkelijke productiedruk werden de gemeente in witte, lichtgrijze, donkergrijze en zwarte gemeenten ingedeeld. De wetgeving die een beheersing van de verontreiniging door meststoffen mogelijk moet maken, is echter een zeer ingewikkelde reglementering met talrijke uitzonderingen op de regel en met diverse interpretatiemogelijkheden. De wetgeving terzake werd na een grondige evaluatie aangepast in het gewijzigde decreet MAP2-bis en uitvoeringsbesluiten (B.S. 30 maart 2000). Volgens het VLAREM II moeten alle particuliere ondergrondse stookolietanks ten laatste tegen 1 augustus 2002 een controle hebben ondergaan en voorzien zijn van een overvulbeveiliging. Afgekeurde of niet gecontroleerde tanks mogen niet meer bijgevuld worden. De mogelijkheden tot gemeentelijke verordeningen op het vlak van bodemverontreiniging is door de uitvaardiging van de hierboven opgesomde decreten en uitvoeringsbesluiten praktisch tot nihil herleid Actuele Toestand Op het grondgebied van Vilvoorde zijn relatief veel percelen aanwezig die verontreinigd zijn. Volgens de gegevens van OVAM (april 2006) werden er reeds op 185 locaties een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd. In 65 locaties werd er een verontreiniging aangetroffen die de opmaak van een beschrijvend bodemonderzoek noodzaakt en voor 28 locaties dient een bodemsaneringsplan te worden uitgewerkt. Deze verontreinigingen worden meestal teruggevonden op oude industriesites. Het is evenwel moeilijk om een volledig beeld te krijgen van de totale omvang van de verontreinigde percelen en de noodzaak tot sanering. De stad Vilvoorde beschikt over het register van verontreinigde gronden van de OVAM. Deze databank wordt up-to-date gehouden en zal gelinkt worden aan een geografisch informatiesysteem. De aanwezigheid van verontreinigingen en de noodzaak tot saneringen beperkt de investeringen in de ontwikkeling van deze terreinen, aangezien een sanering erg kostelijk is. gpa pagina 107

121 Een oplossing hiervoor is het opstarten van sanerings- en ontwikkelingsprojecten via een publiek-private samenwerking. Alhoewel de stad hier zelf weinig kan toe bijdragen, kan de stad wel een ondersteunende rol uitoefenen Knelpunten / Sterktepunten Aanwezigheid verontreinigde gronden Verontreiniging remt investeringen af Beperkte bevoegdheid stad Aanwezigheid register Uitwerken sanerings- en investeringsprojecten via publiek-private samenwerking Doelstellingen De aanwezigheid van verontreinigde gronden wordt door de stad als een prioritair knelpunt aanzien. Ten eerste dient via de vergunningsverlening een beleid gevoerd worden om verdere bodemverontreiniging te voorkomen. Ten tweede dient de bodemverontreiniging gesaneerd of vastgelegd worden, afhankelijk van de nieuwe bestemming van de bodem en de graad en aard van de vervuiling Acties HB 1: Systematisch verder registreren en inventariseren (via uitgevoerde bodemonderzoeken) van de grondkwaliteit in de stad, Een inschatting opmaken van de omvang en de situering van potentieel verontreinigde sites door analyse van het milieuvergunningenbestand Verdere uitwerking databank en koppelen aan GIS-systeem Een oriënterend onderzoek uitvoeren bij nieuwe verkavelingen. HB 2: Sensibilisatie inzake bodemverontreiniging en bodemsanering De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, Zo kan er bijvoorbeeld een sensibilisatiecampagne opgezet worden rond de wettelijke verplichtingen en mogelijkheden bij gebruik van oude stookolietanks. HB 3: Het doen van vaststellingen met betrekking tot bodemverontreiniging in situaties waarop de niet-klassieke regelingen van toepassing zijn De stad doet een beroep op een erkend bodemsaneringsdeskundige om de nodige vaststellingen te doen met betrekking tot een acuut geval van bodemverontreiniging en indien nodig om verdere maatregelen in het kader van het bodemsaneringsdecreet te laten voorstellen. De stad meldt een schadegeval aan de OVAM indien er verdere maatregelen moeten getroffen worden met betrekking tot de vastgestelde bodemverontreiniging. Onmiddellijk OVAM op de hoogte brengen en inschakelen van een erkende bodemsaneringdeskundige bij acute gevallen van bodemverontreiniging gpa pagina 108

122 HB 4: Adviesverlening inzake Vlarebo, historisch verontreinigde gronden en consequenties aan de burgers Coördinatie bij sanering en herwaardering van de oude industrieterreinen. Opvolging en coördinatie van de uitwerking en uitvoering van specifieke projecten voor zwaar verontreinigde sites in de stad. Uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken op potentieel verontreinigde stadsgronden i.f.v. overdracht of bij risico voor de volksgezondheid Afvalhinder Dit wordt behandeld onder Afvalstoffen Luchtverontreiniging Algemeen Er wordt gesproken van luchtverontreiniging wanneer er andere stoffen in de lucht aanwezig zijn dan de normale bestanddelen van de lucht of als de concentratie van de componenten van lucht boven de normale concentraties uitstijgen. Aangezien luchtverontreiniging een grensoverschrijdend en zelfs mondiaal karakter heeft, is het zeer moeilijk om dit thema op niveau van een stad te bespreken. Binnen de stad zijn er mogelijk wel bronnen van verontreiniging die bijdragen tot dit probleem. De verschillende soorten luchtverontreiniging zijn: verzuring broeikaseffect aantasting ozonlaag fotochemische smogvorming verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Juridisch kader De wettelijke doelstellingen voor de kwaliteit van de omgevingslucht in Vlaanderen worden onder de vorm van milieukwaliteitsnormen in het VLAREM II opgenomen. De inhoudelijke voorwaarden inzake voorkoming en beperking van luchtverontreiniging door ingedeelde inrichtingen zijn eveneens vervat in het VLAREM II. Voor elke ingedeelde inrichting gelden algemene emissiegrenswaarden. Voor de specifieke categorieën van hinderlijke inrichtingen zijn er ook sectorale emissiegrenswaarden opgenomen, zoals bijvoorbeeld voor VOS. De emissiegrenswaarden kunnen om lokale redenen via de bijzondere voorwaarden in de milieuvergunning verstrengd worden. Het besluit inzake luchtverontreiniging door verwarming van gebouwen reglementeert het gebruik, het onderhoud en de emissies van installaties voor verwarming van gebouwen, alsook de keuring van nieuwe verbrandingsinstallaties. gpa pagina 109

123 Wat CFK s betreft, stelt het VLAREM II dat de productie en het gebruik ervan in Vlaanderen verboden zijn. Vanaf 1 juli 1999 geldt een aanvaardingsplicht voor bruin- en witgoed, waaronder ook de koelen vriestoestellen vallen. In dit uitvoeringsbesluit wordt ook uitdrukkelijk opgenoemd dat nietherbruikbaar bruin- of witgoed in een daartoe vergunde inrichting dient te worden verwerkt, wat o.a. een gescheiden inzameling van de nog aanwezige CFK s inhoudt. De stedelijke bevoegdheid inzake bestrijding van luchtverontreiniging beperkt zich voornamelijk tot het verordenend optreden inzake allesbranders en particuliere verbranding van afval. Bovendien kan een stad via verkeerstechnische ingrepen of via een mobiliteitsplan een invloed uitoefenen op het aandeel in luchtverontreiniging door het verkeer. Een stedelijke bouwverordening kan de vestiging of het gebruik van luchtverontreinigende installaties verbieden, voor zover de verordening een stedenbouwkundig element als voorwerp heeft Actuele Toestand Op het grondgebied van Vilvoorde bevindt zich een meetpunt van de VMM (telemetrisch meetnet) voor het meten van de luchtkwaliteit (Ozon, NO 2, CO, SO 2 en fijn stof). Vilvoorde bevindt zich in een speciale beschermingszone voor de emissie van zwaveldioxide. De grenswaarden bedragen in Vilvoorde 80% van de normale grenswaarden (VLAREM II). Uit het rapport Luchtkwaliteit in het Vlaamse gewest, 2004 kunnen enkele vaststellingen afgeleid worden. - Het jaargemiddelde NO 2 kent hoge concentraties (tot 36 µg/m³), wat voornamelijk te wijten is aan de aanwezigheid van de Brusselse Ring. Dit is een overschrijding van de Europese jaargrenswaarde ter bescherming van de vegetatie en de gezondheid van de mens. - In Vilvoorde wordt een van de hoogste concentraties aan CO gemeten van Vlaanderen. - De daggrenswaarde voor fijn stof (PM10) werd 48 maal overschreden (terwijl er maximaal 35 overschrijdingen toegestaan zijn) en de jaargemiddelde bedraagt 32 µg/m³ (grenswaarde = 40 µg/m³) In 2004 bedroeg de totale NH 3 -emissie in Vlaanderen veroorzaakt door de veeteelt ton/jaar of 31 kg/ha/jaar, waarvan varkens (52%) en daarna rundvee (40%) de voornaamste bronnen zijn (bron VMM, Lozingen in de Lucht, 2004) Vlaams-Brabant: ton/jaar of 11 kg/ha/jaar; d.i. ca. 6% van het totaal voor Vlaanderen Arrondissement Halle-Vilvoorde: ton/jaar ofwel 12 kg/ha/jaar Vilvoorde: 6 ton/jaar of 3 kg/ha/jaar, waarvan 25% door rundvee, 59% door varkens en ca. 13% door pluimvee. Deze cijfers zijn gelijkaardig aan deze uit de vorige plantermijn (Lozingen in de lucht, 1999), terwijl de cijfers voor Vlaanderen sterk gedaald zijn. In deze studie wordt bovendien de emissie door gebouwenverwarming aangekaart. Hierin wordt een onderscheid gemaakt in: gpa pagina 110

124 emissies door de verwarming van huishoudens emissies door de verwarming van de tertiaire sector (zoals scholen, kantoren en administraties, restaurants enz.) Bij het vergelijken van de emissies veroorzaakt door gebouwenverwarming in 1999 (vorige plantermijn vergeleken met de recentste resultaten (2004) valt op dat de hoeveelheid CO, CO 2 en NO x nog gestegen zijn, maar dat de hoeveelheden stof, fijn stof (PM10) en SO 2 gedaald zijn. De emissies door gebouwenverwarming houden verband met de activiteit enerzijds (verbranding van fossiele brandstoffen) en met de toestand waarin de installaties verkeren (bijv. slecht onderhouden of verouderd). De emissies terugdringen kan gebeuren op verschillende vlakken: overschakelen van mazout en steenkool naar aardgas vernieuwen toestellen of frequente (jaarlijkse) onderhoudsbeurten van de verbrandingsinstallatie zuiniger omspringen met het verwarmen In 2001 is door de overheid een enquête uitgevoerd naar de peiling over de tevredenheid van de luchtkwaliteit in de omgeving (methodologie: zie Groen) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Vlaams Gewest Tevredenheid luchtkwaliteit Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde slecht bevredigend zeer goed Vilvoorde Figuur 3-11: Tevredenheid luchtkwaliteit (bron algemeen socio-economische enquête NIS, 2001) gpa pagina 111

125 tevredenheidsindex luchtkwaliteit Vlaams Gewest Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde Figuur 3-12: Tevredenheidsindex luchtkwaliteit (bron: algemeen socioeconomische enquête NIS, 2001) Hieruit blijkt dat in Vilvoorde er meer ontevreden dan tevreden huishoudens zijn inzake de luchtkwaliteit. Ook het verbranden van afval zorgt voor luchtverontreiniging (dioxines, CO 2, ) en daarbovenop voor (rook/geur)hinder. Aan de hand van klachten kan het al dan niet voorkomen ervan worden opgevolgd. Er worden erg weinig klachten geregistreerd inzake afvalverbranding. De stad Vilvoorde beschikt sinds januari 2006 over een nieuw politiereglement inzake afvalverbranding. Wanneer er overtredingen worden vastgesteld, wordt er eerst aangemaand om het vuur te doven. Indien hier geen gevolg aan gegeven wordt, wordt er en PV opgesteld. De stad Vilvoorde heeft de intentie om te onderzoek of het geven van hogere geldboetes en ontradend affect kunnen hebben Knelpunten / Sterktepunten Emissie van verontreinigende stoffen is grensoverschrijdend en zelfs een mondiaal probleem. De stad zal enkel kunnen trachten haar eigen emissies te beperken en anderen ertoe aan te zetten hetzelfde te doen. Slechte luchtkwaliteit, mede veroorzaakt door nabijheid Brussel Geen overleg met buurgemeenten Grote ontevredenheid inzake luchtkwaliteit Weinig klachten inzake afvalverbranding Aanwezigheid politiereglement afvalverbranding Overleg met INDAVER gpa pagina 112

126 Doelstellingen Het doel is de emissie van verontreinigende stoffen tot een minimum beperken, door middel van acties op stedelijk niveau. Hierbij wordt aandacht besteed aan een passend vergunningenbeleid, en de reductie van verontreinigende emissies van verkeer, verbranding en verwarming en de reductie van de uitstoot van ozonafbrekende stoffen Acties LU 1: Sensibilisatie inzake de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, De meeste mensen zijn zich ook niet bewust van het feit dat hun eigen binnenomgeving meer vervuild is dan de buitenlucht. Door sensibiliseringscampagnes kan de bevolking niet alleen bewust gemaakt worden van de problematiek, maar kunnen er ook concrete tips gegeven worden hoe hieraan iets kan veranderen. Overschakeling van verwarming op stookolie naar aardgas: sensibilisatie naar inwoners en specifiek naar serrehouders Sensibilisatie inzake het verbranden van afval in de tuin Sensibilisatie over het belang van onderhoud van de verwarmingsinstallatie Informeren over bijdrage aan luchtverontreiniging en gevolgen ervan voor de gezondheid Sensibilisatie inzake milieuvriendelijke alternatieven voor ozonafbrekende stoffen Sensibilisatie en acties inzake asbest(verwijdering) Sensibilisatie inzake fijn stof (kan aan de hand van resultaten CAR Vlaanderen) LU 2: Toezicht op een correcte naleving van de milieureglementering bij installaties met een belangrijke impact op luchtverontreiniging Hieronder valt ook het toezicht op de naleving van de reglementering inzake afvalverbranding in de tuin. Aansluitend op de verwachte Vlarem wijziging inzake de verbranding van afvalstoffen in open lucht zal een type reglement worden opgesteld, waarin de manier wordt aangegeven waarop door de gemeentelijke overheid toestemming wordt gegeven om bepaalde verbrandingsactiviteiten in open lucht toe te laten. Het kan hierbij gaan (onder voorbehoud) om verbrandingsactiviteiten noodzakelijk bij het beheer van bossen, natuur, landschappen en tuinen, als fytosanitaire maatregel bij bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, bij periodieke folkloristische evenementen (verbranding kerstbomen) en bij het maken van een kampvuur. Het reglement kan bijvoorbeeld bepalingen bevatten omtrent een minimale ruimtelijke scheiding van de activiteit met mogelijke hindergevoelige objecten (rook-, roet- en geurhinder) of/en omtrent meteorologische omstandigheden en tijdstippen waarbij de verbrandingsactiviteit niet is toegelaten. De gemeente dient op basis van dit type reglement een politiereglement op te stellen inzake de beperkte toelating van verbranding. Tot op heden werd door de Vlaamse overheid nog geen modelreglement ter beschikking gesteld. gpa pagina 113

127 In de verschillende hoofdstukken worden eveneens acties vermeld die een belangrijke bijdrage zullen leveren tot de vermindering van de luchtverontreiniging. acties met betrekking tot energie acties met betrekking tot mobiliteit reductie van bestrijdingsmiddelen milieuverantwoord productgebruik (geen ozonafbrekende stoffen, geen solventhoudende verven of reinigingsproducten). gpa pagina 114

128 3.4.8 Synthese en samenvattende tabel Synthese De cluster hinder omvat alle milieuhinderaspecten die een persoon kan ondervinden. De voornaamste doelstellingen zijn: de bevordering van de standaardisatie bij de aanpak van hinderproblemen;; het stimuleren van verantwoord gedrag van haar burgers via doelgerichte sensibilisatiecampagnes in verband met de bestrijding van milieuhinder; het stimuleren van een efficiënt en effectief optreden bij vaststelling van een acuut geval van milieuhinder. Dit hoofdstuk werd onderverdeeld in verschillende thema s: Algemeen: Er komen meer milieuklachten binnen dan in de vorige plantermijn bij de Dienst Leefomgeving van Vilvoorde. De klachten worden éénduidig geregistreerd en behandeld in een klachtenmanagementsysteem Geluid: Weinig klachten, wel hinder aanwezig (vnl. door verkeer) Geurhinder: Sterke verbetering in vgl. met vorige plantermijn Lichthinder: geen klachten Bodemverontreiniging: belangrijk probleem, veel verontreinigde locaties Luchtvervuiling: is een grensoverschrijdende problematiek, wordt wel beschouwd als een belangrijk probleem De meeste acties zijn er op gericht om de hinder tot een minimum te beperken door sensibilisatie, handhaving en het uitoefenen van de voorbeeldfunctie. gpa pagina 115

129 Tabel 3-14: Hinder: Overzicht van taken in de samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Actueel Hinder - algemeen NIV 1 Een politiereglement inzake het verbod van verbranding in open lucht opstellen Burgers sensibiliseren omtrent geluids-, geur- en lichthinder. Milieuklachten via een gestandaardiseerd systeem registreren en opvolgen. Verder uitwerken geluidshinder Jaarlijks 2 sensibiliseringscampagnes voeren over twee afzonderlijke hinderthema s Gebruiken van Milieu Klachten Registratie- en Opvolgingssysteem (MKROS) opleiding personeel (o.a. hernieuwing vervallen bekwaamheidsbewijzen van stedelijke ambtenaren), aanschaf sonometers, politiereglement opstellen. OK OK OK OK Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) LU2: Toezicht op een correcte naleving van de milieureglementering in het kader van luchtverontreiniging GL1: Sensibilisatie inzake voorkomen geluidshinder GR1: Sensibilisatie inzake voorkomen geurhinder LI1: Sensibilisatie inzake voorkomen lichthinder LU1: Sensibilisatie inzake de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen HB2: Sensibilisatie inzake bodemverontreiniging en sanering HA2: voortzetten maximale opvolging van de milieuklachten GL2: Uitwerken en uitvoeren van een inzake geluidshinder NIV 2 De geluidsoverlast, geurhinder en lichtvervuiling die in eigen beheer kunnen worden teruggedrongen, worden aangepakt. voorbeeldfunctie OK HA3: Voorbeeldfunctie vervullen: hinder beperken GR2: voortzetten beperken geurhinder LI2: Verwijderen of beperking van niet strikt noodzakelijke straat- en klemtoonverlichting Gemeentelijk reglement opstellen waarin Lopende Zodra voorbeeldreglement er is gpa pagina 116

130 NIV Overzicht taken Details Vilvoord e Actueel Hinder - algemeen alle relevante hinderaspecten uit de cluster zitten vervat. Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) De gemeente houdt verscherpt toezicht op (bestaande VLAREM-regelgeving en) de eigen politiereglementen. De gemeente stelt inspectieprogramma s op. De gemeente inventariseert hinderbronnen en knelpunten. Er wordt een actieplan opgesteld. De gemeente stelt bemiddelingsdossiers samen bij haar taak als conflictbemiddelaar o.a. uitrijden en onderwerken van mest (MAP2), verscherpte controles op brom- en motorfietsen en inzake elektronisch versterkte muziek / / OK gpa pagina 117

131 3.5 Mobiliteit Algemeen Het verkeer is een belangrijke factor in het leefmilieu en bovendien bepaalt de weginfrastructuur mee de keuze van het vervoermiddel, wat dan op zijn beurt niet onbelangrijk is voor de uitstoot van schadelijke stoffen. Verkeersstromen vormen dus een wezenlijk deel van het leefmilieu. Het verkeer beïnvloedt het leefmilieu op een drievoudige negatieve wijze: (1) Uitstoot van verontreinigende stoffen: het wegverkeer veroorzaakt door het brandstofverbruik een emissie van CO 2, NO x, VOS, stofdeeltjes, CH 4, lood en zware metalen. (2) Geluid- en geurhinder: door het toegenomen wegverkeer ondervindt de burger meer hinder, vooral in de vorm van geluidshinder maar eveneens geurhinder. (3) Onveiligheid: Uit een onderzoek, uitgevoerd in blijkt dat de Vlaamse bevolking zich alsmaar onveiliger voelt in het verkeer. De Vlaamse bevolking beschouwt problemen gerelateerd aan het verkeer vaak als een belangrijk buurtprobleem Actuele toestand De stad Vilvoorde beschikt over een mobiliteitsplan, dat werd goedgekeurd in mei In dit plan worden verschillende mobiliteitsproblemen aangegeven, die ook een impact hebben op de kwaliteit van het leefmilieu in het algemeen. Belangrijk hierin is dat er gekozen wordt voor een duurzaam milieubeleid, waarbij de leefbaarheid van de stad vooropstaat. In het beleidsplan wordt eveneens een evaluatiemethodiek voorgesteld om de voortgang van het mobiliteitsplan te toetsen aan verschillende criteria. Hierin worden wel verschillende criteria vermeld die samenhangen met het leefmilieu, zoals bijvoorbeeld de vermindering van de verkeersdruk, de stijging van het gebruik van alternatieve vervoerswijzen en de verhoging van de leefbaarheid van het centrum. Aangezien het mobiliteitsplan een uitgebreid document is en reeds werd aangehaald in vorig milieubeleidsplan verwijzen we voor meer info omtrent doelstellingen en acties naar de respectievelijke documenten. 11 De afgelopen jaren werden verschillende acties uit het mobiliteitsplan verwezenlijkt, meestal met eveneens een positieve impact op het leefmilieu. Enkele voorbeelden hiervan zijn: uitbouw van het fietsroutenetwerk overleg met de Lijn invoeren van zone 30 ontwerpen van veilige schoolomgevingen Ook intern werd de mobiliteit van de verschillende stadsdiensten aangepakt. Zo werd het stedelijk wagenpark geïnventariseerd naar mogelijkheden voor vervanging/ombouw naar milieuvriendelijke voertuigen, werden er effectief al enkele milieuvriendelijke voertuigen aangekocht, werden er dienstfietsen aangekocht (echter niet voor alle stadsdiensten) en nam een groot deel van het stadspersoneel deel aan de actie Fiets naar Kyoto. Toch is het gebruik van dienstfietsen buiten de dienst leefomgeving nog niet ingeburgerd en worden de milieucriteria bij aankoop van een voertuig vanuit financieel oogmerk opzij gezet. 11 Mobiliteitsplan Stad Vilvoorde, fase 3 beleidsplan, 2002 en Milieubeleidsplan Stad Vilvoorde gpa pagina 118

132 Personeelsleden die met de fiets komen, ontvangen een fietsvergoeding. Er is nog geen mobiliteitsambtenaar aangesteld. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan sensibilisatie van de inwoners en bepaalde doelgroepen. Zo worden er artikels gepubliceerd in de stadskrant, ondersteunt de stad de acties ROB, met belgerinkel naar de winkel, week van de zwakke weggebruiker en verkeerseducatie in scholen. Ook organiseerde de stad een info-avond in verband met autodelen en wordt jaarlijks de actie Open Straat georganiseerd. Bij het station van Vilvoorde werd een fietsherstelplaats ingericht, Fietsvoorde. In 2001 is door de overheid een enquête uitgevoerd naar de peiling over de tevredenheid van de straten, fietspaden en voetpaden in de buurt (methodologie: zie 3.3.3). De enquête geeft volgende resultaten weer voor de tevredenheidsindex van Vilvoorde inzake de voorziening van voetpaden, fietspaden en wegen (zie ook Figuur 3-13, Figuur 3-14 en Figuur 3-15) Vlaanderen Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde voetpaden fietspaden straten Vilvoorde Figuur 3-13: Tevredenheidsindex inzake infrastructuur Op basis van deze enquête kunnen we stellen dat de tevredenheid van de inwoners van Vilvoorde inzake fietspaden en voetpaden onder het Vlaams gemiddelde liggen (maar overeenkomen met het provinciaal gemiddelde). gpa pagina 119

133 Tevredenheid voetpaden in de buurt 100% 80% 60% 40% 20% 0% Vlaams Gewest Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde slecht voorzien normaal voorzien heel goed voorzien Figuur 3-14: Resultaten tevredenheidsenquête voetpaden 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Tevredenheid fietspaden in de buurt Vlaams Gewest Provincie Vlaams-Brabant Arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde slecht voorzien normaal voorzien heel goed voorzien Figuur 3-15: Resultaten tevredenheidsenquête fietspaden Knelpunten / Sterktepunten Milieu-aspect komt niet ter sprake in mobiliteitsplan zelf Barrièrewerking Woluwelaan Verkeersdrukte en verkeerslawaai centrum Intern vervoersbeleid Uitgangspunt mobiliteitsplan = duurzaam beleid Verscheidene sensibilisatie-acties gpa pagina 120

134 3.5.4 Doelstelling Het opnemen van een luik mobiliteit in een mobiliteitsplan heeft tot doel de verkeersleefbaarheid in de stad te verhogen en de integratie van milieu, mobiliteit en ruimtelijke ordening te verbeteren. Het mobiliteitsbeleid dient een duurzaam karakter te krijgen, waarbij de nadruk wordt gelegd op het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen en waarbij wordt stilgestaan bij de gevolgen van de vervoerswijze Acties Een overkoepelende actie is het uitvoeren van de bepalingen van het mobiliteitsplan. Deze worden hier niet hernomen in dit milieubeleidsplan. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de hieronder vermelde actie MO1, zodat ook het aspect milieu een plaats krijgt bij de uitwerking van het mobiliteitsbeleid. MO 1: Mobiliteitsbeleid evalueren naar milieuaspecten toe. In het mobiliteitsplan zelf worden geen milieudoelstellingen vermeld en worden ook bij de acties geen verwijzingen naar milieu-aspecten teruggevonden. Daarom is het belangrijk om de milieueffecten van de voorgestelde maatregelen en acties te onderzoeken. (versnippering, barrière-effect, biotoopverlies, geluidshinder, lichthinder, luchtverontreiniging, energieverbruik, gezondheidsimpact, verlies van erfgoedwaarden (landschapsrelicten) waterhuishouding, waterkwaliteit (toename verharde oppervlakten), visuele impact, perceptie, ). MO 2: Fietsgebruik stimuleren door sensibilisatie en uitbouw fietsroutenetwerk MO 3: Mobiliteit gemeentediensten aanpassen/voorbeeldfunctie gemeentediensten uitoefenen MO 4: Gebruik openbaar vervoer stimuleren door sensibilisatie en uitbouw infrastructuur MO 5: Blijvende sensibilisatie naar scholen toe / scholenvervoersplan MO 6: Deelname / sensibilisatie acties gpa pagina 121

135 3.5.6 Synthese en samenvattende tabel Synthese Het aspect mobiliteit in dit plan heeft tot doelstelling om de negatieve impact van het vervoer op het milieu tot een minimum te herleiden. Een uitgelezen instrument om tot een milieuvriendelijker mobiliteit te komen is het evalueren van het mobiliteitsplan (en bij uitbreiding het volledige mobiliteitsbeleid) naar milieu toe. Hierbij worden de plannen, voorstellen en beslissingen beoordeeld op hun impact die ze (zullen) hebben op het leefmilieu. Om het gebruik van de auto verder af te bouwen dienen er voldoende alternatieve vervoerswijzen voorhanden te zijn. Het gebruik van openbaar vervoer en fiets dient gepromoot te worden door de uitbouw van de nodige infrastructuur en gerichte sensibilisatiecampagnes. De stad Vilvoorde ondertekende de cluster mobiliteit van de samenwerkingsovereenkomst op niveau 1, waardoor de stad er zich toe verplicht om het mobiliteitsbeleid op zijn milieuaspecten te toetsen. Inzake mobiliteit kan de stad een voorbeeldfunctie vervullen. Verscheidene acties worden reeds door de stad ondernomen, die als sensibilisatie van de inwoners gebruikt kan worden. Om de leefbaarheid van de stad te verhogen dient er een verregaande integratie van milieu en mobiliteit te gebeuren. Zo kunnen plannen en acties uit het mobiliteitsplan getoetst worden op hun impact op het milieu. Een belangrijke vereiste hiervoor is een goed overleg tussen de verschillende bevoegde stadsdiensten. gpa pagina 122

136 Tabel 3-15: Mobiliteit: Overzichten taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIV Overzicht taken Details Vilvoorde Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Mobiliteit NIV 1 Toetsing van het mobiliteitsbeleid eerste aanzet Hiertoe zal het Vlaamse Gewest een brochure ter beschikking stellen in de vorm van een beknopte vragenlijst. De gemeente rapporteert in het MJP over de stand van zaken van de jaarlijkse evaluatie van het gemeentelijk mobiliteitsplan en over de samenwerking tussen de Dienst Leefomgeving en de mobiliteitsdienst. (jaarlijks voortgangsverslag gemeentelijk mobiliteitsplan) OK MO1: Mobiliteitsbeleid evalueren naar milieu-aspecten toe. Uitvoeren van minstens 2 acties Gerichte informatie- en sensibiliseringscampagnes Milieuvriendelijke voertuigen Milieuvriendelijk vervoer eigen gemeentediensten OK gedeeltelij k gedeeltelij k MO2: fietsgebruik stimuleren MO3: mobiliteit gemeentediensten aanpassen / voorbeeldfunctie gemeentediensten MO 4: gebruik openbaar vervoer stimuleren MO5: Sensibilisatie naar scholen MO6: Sensibilisatie NIV 2 Toetsing van het mobiliteitsplan vijfjaarlijkse evaluatie: knelpunten, suggesties voor bijstellingen en bijsturingen Uitvoeren milieuvriendelijk project NIV 3 Uitvoeren geïntegreerd milieumobiliteitsproject gpa pagina 123

137 3.6 Energie Algemeen Elektriciteit en aardgas zijn belangrijke gemeentelijke energiebronnen, met verstrekkende gevolgen. Zo heeft de opwekking van elektriciteit een niet onbelangrijk aandeel in de verzurende emissies en broeikasgassen. Deze emissies verminderen wel naargelang het aandeel van kernenergie in de elektriciteitsvoorziening groter wordt, maar dit brengt dan weer andere problemen met zich mee. Ook particuliere verwarming gebruikt fossiele, niet hernieuwbare brandstof en heeft daarmee ook haar aandeel in emissie naar de lucht. Stookolie zeker bij oude installaties is daarbij minder goed dan aardgas; daarnaast kunnen stookolietanks bodemverontreiniging veroorzaken (zie bodem). De opvolging van deze cluster moet leiden tot een duurzaam lokaal energiebeleid en beoogt een verandering van primair energieverbruik. Er wordt aandacht besteed aan de toepassing van hernieuwbare energiebronnen en dit plan wil een vermindering van broeikasgasemissies betrachten Actuele Toestand Interne Energiezorg In de vorige plantermijn maakte de stad Vilvoorde een grote sprong voorwaarts inzake een duurzaam energiebeleid en rationeel energiegebruik. Er werd een plan duurzame energie opgemaakt, met als voornaamste verwezenlijking de realisatie van een intern energiezorgsysteem. Dit systeem bestaat uit de opmaak van een energieboekhouding, de aanduiding van een energiecoördinator (functie momenteel vervuld door duurzaamheidsambtenaar) en overleg met betrokken personen en diensten, de uitvoering van energie-audits inzake verwarming en duurzaam bouwen en het opvolgen en uitvoeren van de aanbevelingen die uit deze energieboekhouding en audits naar voren komen. Voor de verschillende knelpunten die tijdens het opstellen en de uitvoering van het energiezorgsysteem werden ondervonden (zoals bvb. bij het opstellen van de inventaris, de organisatie van het overleg, de resultaten op lange termijn), werd in de afgelopen jaren getracht een oplossing te voorzien. De uitvoering van het energiezorgsysteem bestaat uit verschillende acties: - energieboekhouding van de stedelijke gebouwen en schoolgebouwen, geautomatiseerd - uitvoering energie-audits door externe firma s - uitvoering aanbevelingen uit audits (isolatie, vervanging verwarmingsinstallaties, ) - installatie en optimalisatie centraal gebouwenbeheerssysteem - overleg met gebouwenbeheerders/diensthoofd beheer van gebouwen/energiecoördinator - adviesvragen bij stedelijke bouwprojecten - interne sensibilisatie personeel en aanmoediging fietsgebruik Bij het vervangen of plaatsen van openbare verlichting wordt automatisch gekozen voor energiezuinige armaturen. gpa pagina 124

138 In enkele stadsgebouwen zullen de onderhoudscontracten herzien en gebundeld worden, zodat ook hierin het aspect duurzaam energiegebruik aan plaats kan krijgen. Het betreft hier het cultureel centrum Bolwerk, het stadhuis, het stedelijk zwembad, de sporthal Slachthuis en het sportcentrum Hazeweide. In deze contracten kunnen dan eisen inzake energie, leefmilieu en duurzaamheid worden opgenomen Andere Een tweede pijler van het duurzaam energiebeleid richt zich op de particulieren en bedrijven. Dit bestaat voornamelijk uit sensibilisatie en de ondersteuning van gerichte acties. Zo worden er geregeld artikels over het energiebeleid in de stadskrant op of de website geplaatst. Voorts ondersteunt de stad Vilvoorde acties zoals Met belgerinkel naar de winkel, Fiets naar Kyoto en de projecten Ecoscore en Klimaatwijken. De stad Vilvoorde beschikt ook over een subsidiereglement voor de bouw van zonneenergiesystemen, maar in de afgelopen jaren werden er nog maar twee aanvragen ingediend. Verder worden door Eandis (distributiebedrijf) premies verleend voor de uitvoering van een energieaudit bij bedrijven of openbare besturen. Ook de provincie verleent energiepremies voor het plaatsen van dakisolatie en/of een zonneboiler Knelpunten / sterktepunten Intern energiezorgsysteem Aanpassing lastenboek aanwijzing energiecoördinator externe sensibilisatie en promotie Soms overleg en samenwerking verschillende diensten moeizaam Geringe bekendheid subsidieregeling zonne-energiesystemen Dure investeringen, maar resultaten pas op lange termijn zichtbaar Weinig acties omtrent hernieuwbare energie Doelstellingen Hoofddoelstelling van dit thema is het energieverbruik te doen dalen en zoveel mogelijk energie uit hernieuwbare bronnen betrekken. In eerste instantie dient dit intern te gebeuren: bestaande installaties en infrastructuur optimaliseren, bij nieuwe installaties en infrastructuur energiebewuste keuzes maken en de personeelsleden aansporen tot energiebewuster handelen. In tweede instantie dient dit energiebewust denken en doen overgedragen te worden naar de bevolking, door middel van gerichte acties, voorbeeldprojecten en een blijvende sensibilisering Acties EN 1: Verdere realisatie energiezorgsysteem - bijhouden energieboekhouding + gevolge geven aan conclusies analyse boekhouding - uitvoering energie-audits + realisatie aanbevelingen - uitbreiding energiezorgsysteem naar bijkomende gebouwen gpa pagina 125

139 - bij aanpassing bestaande infrastructuur voor energiezuinige en duurzame oplossingen kiezen - bij nieuwbouw principes van duurzaam energiebeleid toepassen - vereist overleg en goede samenwerking betrokken diensten en energiecoördinator - aanpassing lastenboek aan nieuwe energieprestatieregeling - eisen inzake energie in onderhoudscontracten opnemen. - Voldoende aandacht aan communicatie naar zowel gebruikers als beheerders van gebouwen EN 2: Intern energiebewust denken en handelen stimuleren Sensibilisatie naar stadsdiensten toe (bvb. verwarming uitzetten, lichten doven, niet te warm stoken, ) Vervanging van openbare verlichting door energiezuinige exemplaren Vervangen van oude voertuigen door energiezuiniger exemplaren Voortzetting uitkering fietsvergoeding en promotie-acties (Fiets naar Kyoto) Naast aandacht voor rationeel energiegebruik ook voldoende aandacht aan duurzame energiebronnen schenken Minstens voldoen aan de wettelijke verplichtingen inzake groene stroom (5,25 % in 2009) EN 3: Energiebewust denken en handelen stimuleren (bevolking) Voorbeeldfunctie uitoefenen: resultaten en verwezenlijkingen intern energiebeleid bekend maken Uitvoeren sensibilisatiecampagnes Promoten van bovenlokale initiatieven, promoten van bovenlokale subsidies Subsidieregeling voor zonne-energiesystemen actief promoten, bijvoorbeeld door zelf dergelijke installatie als voorbeeldproject te bouwen Doelgroepenbeleid naar bevolking en scholen toe, met zowel aandacht voor energiezuinig verbruiken, woningisolatie als ventilatie gpa pagina 126

140 3.6.6 Synthese en samenvattende tabel Synthese Doel van dit hoofdstuk is het realiseren van een duurzaam energiebeleid. In een vooruitstrevend en milieuvriendelijk energiebeleid gaat de aandacht enerzijds uit naar het spaarzaam omgaan met de beschikbare energie en anderzijds het aanwenden van alternatieve, hernieuwbare energiebronnen. De stad Vilvoorde besteedde in de voorbije plantermijn reeds heel wat aandacht aan een rationeel energiegebruik en structureerde dit door het implementeren van een intern energiezorgsysteem. De komende plantermijn zal dit verder uitgebouwd worden, aangezien energie als een specifiek blijven aandachtspunt wordt aangeduid. Naast de financiële voordelen dient ook de nadruk gelegd worden op de milieuwinst die het verantwoord omgaan met energie met zich meebrengt. En dit zowel in de interne als externe sensibilisatie. Naast het aspect energiebesparing kan in de komende plantermijn ook onderzocht worden hoe de stad Vilvoorde gebruik kan maken van hernieuwbare energiebronnen. gpa pagina 127

141 Tabel 3-16: Energie: Overzicht taken Samenwerkingsovereenkomst ( , gerealiseerd en te realiseren) NIV Overzicht taken Details Vilvoorde Relevante acties (minimaal uit te voeren volgens SO) Energie NIV 1 Opstart van een energieboekhouding en een energiezorgsysteem Aanduiden energiecoördinator. Opstellen inventaris OK OK EN1 : verdere realisatie energiezorgsysteem Energieboekhouding opstellen voor gemeentelijke gebouwen, infrastructuren en domeinen (min. 1 gebouw per 8000 inwoners) Voor alle gebouwen waarin een energieboekhouding wordt gevoerd, zal een energiezorgsysteem opgestart worden. OK Optimalisatie energiegebruik Lopende NIV 2 De sensibilisatie van verschillende doelgroepen binnen de gemeente. Opstellen van een energieboekhouding en energiezorgsysteem Energieboekhoudsysteem van min. 1 gebouw per 6000 inwoners OK OK EN2 en EN3: Energiebewust handelen en denken stimuleren Aandacht voor hernieuwbare energie. Aanpassing lastenboek inzake energie. gedeeltelij k / NIV 3 Uitvoeren geïntegreerde projecten / gpa pagina 128

142 3.7 Andere thema s Ruimtelijke ordening Algemeen Er bestaat een grote wisselwerking tussen het milieubeleid en het ruimtelijk ordeningsbeleid. Ruimtelijke ordening en milieubeleid richten zich allebei op de fysieke ruimte, elk met hun eigen doelstellingen. De doelstelling van het milieubeleid is te zorgen voor een aangename en duurzame leefomgeving. Dit houdt in dat de strikte toepassing van het milieubeleid een rechtstreeks effect heeft op het beleid inzake ruimtelijke ordening, waarbij er voorwaarden worden opgelegd aan de invulling van de leefruimte. Anderzijds kan een doordachte ruimtelijke ordening een oplossing bieden voor enkele milieuproblemen. Bij een invulling en toepassing van het beleid inzake ruimtelijke ordening dient er een afweging te gebeuren van verschillende aspecten en sectoren (o.a. leefbaarheid, woonruimte, ontspanning, industrie, bereikbaarheid, landbouw, milieu, ) waarvan milieu slechts één onderdeel is Juridisch kader A. Vlaams Ruimtelijk Structuurplan Met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 23 september 1997, tracht de Vlaamse regering een duurzame visie op de ontwikkeling van het Vlaamse Landschap uit te bouwen. Hierdoor wordt het één van de belangrijkste elementen in het ruimtelijke beleid van het Vlaamse Gewest. Het structuurplan geeft de richtlijnen weer van het toekomstig gebruik van de ruimte in Vlaanderen voor de volgende sectoren: economie, land- en tuinbouw, infrastructuur, natuur en landschap, milieuhygiëne, huisvesting, verkeer en vervoer, recreatie, cultuur, onderwijs en gezondheidszorg. De hoofddoelstelling is het behoud en waar mogelijk versterking en de uitbreiding van de nog resterende open ruimte. Het RSV rekent Vilvoorde integraal tot de Vlaamse Ruit, een stedelijk netwerk op internationaal niveau dat gevormd wordt door de grote steden Antwerpen, Brussel en Gent en de vier regionale steden Leuven, Mechelen, Aalst en St.-Niklaas. In dit gebied worden de stedelijke en economische ontwikkelingen gestimuleerd. Volgens het RSV behoren delen van Vilvoorde tot het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel (VSGB) en is de stedelijke kern van Vilvoorde te beschouwen als een zeer goed uitgeruste kern met een uitrustingsniveau en een verzorgingsfunctie ten aanzien van de omgeving, vergelijkbaar met een zeer goed uitgeruste kleine stad. Hierdoor wordt aan de stedelijke kern van Vilvoorde een bijzondere rol toegekend binnen het VSGB. Het overige gedeelte van Vilvoorde wordt gerekend tot het buitengebied, waar de structuur vooral bepaald wordt door de functies natuur en bos, landbouw, wonen en werken. Belangrijk is de open ruimte verbinding ten noorden van Vilvoorde, tussen het VSGB en het regionaal stedelijk gebied Mechelen en de vallei van de Zenne. gpa pagina 129

143 Als onderdeel van het VSGB is Vilvoorde in het RSV één van de economische knooppunten, d.w.z. dat de economische ontwikkelingen in Vilvoorde gestimuleerd en geconcentreerd worden. Bovendien valt Vilvoorde binnen de invloedsfeer van de internationale luchthaven Zaventem en het HST-station Brussel-Zuid die als poorten worden bestempeld. Voor de uitwerking van de economische activiteiten wordt uitgegaan van de bestaande economische en ruimtelijke structuur. Overigens gaat de Vlaamse Regering in haar beleid uit van een geïntegreerde benadering van ruimtelijke ordening, mobiliteit en infrastructuur. Het garanderen van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de veiligheid, het vergroten van de multimodaliteit en het optimaliseren van de bestaande infrastructuur zijn hierbij zeer belangrijk. B. Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Het ruimtelijk structuurplan van de provincie (PRS) werd op 11 mei 2004 door de provincieraad definitief vastgesteld en werd op 7 oktober 2004 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Vanaf 1 december 2004 is dit plan in werking. Dit structuurplan vormt de basis van het provinciaal ruimtelijk beleid en schept als zodanig ook een kader waarin het milieubeleidsplan dient te worden uitgewerkt (voornamelijk naar natuur en landschap toe). De provincie schaart zich volledig achter de ruimtelijke principes van het Vlaams Gewest en wenst deze te verfijnen en aan te vullen naar de ruimtelijke structuur van de provincie Vlaams- Brabant toe. Het is niet mogelijk de ontwikkelingsperspectieven voor stedelijke gebieden, zoals in het RSV voorzien, zonder meer over te dragen naar het gebied. Er is nood aan een gedifferentieerd VSGB met gebiedsspecifieke ontwikkeling. Gedifferentieerde ontwikkeling omwille van de eigenheid van het VSGB is belangrijk en de potenties van Vilvoorde en Machelen met betrekking tot herwaardering van de industriële gebieden worden in rekening genomen. De provincie beschouwt het sterk samenhangend gebied Vilvoorde-Machelen-Zaventem als een stedelijk netwerk op provinciaal niveau. De samenhang in dit gebied wordt bepaald door de poort Zaventem. De tri-pool Zaventem-Vilvoorde-HST-Schaarbeek (VSGB) omvat een ruimer gebied met hoge potenties die de poort op Vlaams niveau, zijnde de luchthaven, niet enkel mee kunnen ondersteunen, maar tevens een gestructureerde en dynamische uitbouw kunnen geven. Een differentiatie in grootstedelijke functies binnen deze tri-pool is echter vereist. In het PRS Vlaams-Brabant wordt er een onderscheid gemaakt tussen de verschillende kernen: de stedelijke kern van Vilvoorde: stadskern de kernen van Koningslo, Kassei en Peutie: stedelijke woonkernen Houtem: woonkern Met betrekking tot de economische structuur wordt verder gestreefd naar het multimodaal locatiebeleid, waarbij de verschillende transportwijzen beter op elkaar worden afgestemd gpa pagina 130

144 (multimodale vervoersknooppunten) en dit zowel voor personen- als goederenvervoer. Met betrekking tot goederenvervoer spitst de aandacht zich toe op de ontsluiting van bedrijventerreinen, de uitbouw van stationsomgevingen en de watergebonden economische activiteiten. Daarnaast gaat aandacht naar open ruimte in stedelijk gebied (speelbos en park, stedelijke landbouw, ), maar vooral naar open ruimte in het buitengebied en het belang van de open ruimtebuffer ten noorden van Vilvoorde. C. Gemeentelijk structuurplan Vilvoorde Bij het formuleren van de visie op de ruimtelijke ontwikkelingen van de stad Vilvoorde wordt in het GRS Vilvoorde de duurzame ruimtelijke ontwikkeling als uitgangshouding aangenomen. Dit betekent dat er spaarzaam moet omgegaan worden met de beschikbare ruimte. Hierbij moeten de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten tegen elkaar afgewogen worden om ze optimaal te kunnen integreren in de beschikbare ruimte, zonder de kwaliteiten van de ruimte en de verschillende sectoren geweld aan te doen. De kerngedachte doorheen gans het structuurplan Vilvoorde is de voortzetting van de herwaardering van de stad in al haar functies. Structuurplan Vilvoorde: de stad geherwaardeerd biedt het ruimtelijk kader waarbinnen Vilvoorde zijn gewenste toekomstontwikkeling kan realiseren. Vilvoorde bouwt met dit structuurplan op drie fronten verder aan de integrale herwaardering van de stad en het versterken van de stedelijke uitstraling door: creatie van een integraal, leefbaar en aangenaam woonklimaat; bewerkstelligen van een duurzame en kwalitatieve economische heropleving; vrijwaren en versterken van de resterende open ruimtestructuur Het richtinggevende gedeelte van het GRS geeft de gewenste ruimtelijke structuur en de samenhang tussen de verschillende elementen en deelruimten in de gemeente weer. Hier wordt uitgegaan van een gedifferentieerde benadering, namelijk het stedelijk gebied en het buitengebied. Tot het stedelijk gebied wordt het stadscentrum (Centrum, Kassei, Faubourg, Far West en Het Broek ), de noordelijk en zuidelijke bedrijvenzones, de wijk Hoogveld en het verstedelijkt woongebied Koningslo gerekend. Het stedelijk gebied maakt deel uit van het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel (VSGB) en heeft een gemengde functie van wonen en werken. Het buitengebied is het open agrarisch gebied ten oosten van de Woluwelaan, met Peutie en Houtem als kernen en de Tangebeekvallei, aan de grens met de gemeente Grimbergen.. Op grondgebied van Vilvoorde is dit gebied doorsneden met te versterken valleistructuren en bosgebieden, groene linten en vlakken in de open ruimten. Voor Vilvoorde gelden volgende basisdoelstellingen: het versterken van de stedelijke functies met als zwaartepunt Vilvoorde centrum; het versterken van de overige kernen voor wonen, werken en voorzieningen op hun eigen (lokale) niveau. Daarbij zal een gedifferentieerd beleid worden gevoerd voor het stedelijk gebied en het buitengebied; het beheersen van de inwijking vanuit de grootstad; gpa pagina 131

145 het versterken van de werkgelegenheid op basis van de economische potenties van Vilvoorde. Hierbij zal de stad door zijn selectie als stedelijk gebied en economisch knooppunt een eventueel bijkomende regionale behoefte aan bedrijventerreinen opvangen wanneer de draagkracht van de ruimte dit toelaat. In eerste instantie dient echter de aandacht te gaan naar reconversie en herwaardering van de bestaande zones; het uitbouwen en versterken van het natuurlijk netwerk op basis van de bestaande en potentiële natuurgebieden en dit zowel in stedelijk gebied als in buitengebied; het behoud van de eigen open ruimte en het versterken van de relatie met de omliggende open ruimtes van de omliggende gemeenten; het optimaliseren van de mobiliteit in functie van de verkeersleefbaarheid en verkeersveiligheid met in acht name van de bereikbaarheid. Voor een uitgebreidere beschrijving van de beoogde structuur wordt verwezen naar het GRS Vilvoorde Doelstelling Daarom is het belangrijk om in het algemene lokale beleid enkele prioritaire doelstellingen te bepalen. De stad Vilvoorde stelt dat in het stedelijk beleid steeds een duurzame ontwikkeling wordt nagestreefd, waarbij voldoende aandacht wordt besteed aan de zorg voor milieu. Dat houdt in dat het beleid rond ruimtelijke ordening steeds getoetst kan worden aan de milieudoelstellingen. Bij het opstellen van projecten en plannen die de leefomgeving wijzigen worden volgende aspecten bekeken om tot een integrale beslissing te komen over het al dan niet uitvoeren of aanpassen van projecten. Integraal waterbeleid: aandacht voor infiltratie, niet-verharde oppervlakten, wijziging afstromingspatroon, behoud en herwaardering grachtenstelsel, waterkwaliteit en waterzuivering, uitvoeren watertoets, Energie en duurzaam bouwen: gebruik hernieuwbare energie, gebruik duurzame materialen, gebruik ecologisch verantwoorde materialen, aandacht voor rationeel energiegebruik, Natuur en groen: versnippering, barrière-effect, inname van waardevol natuurgebied, verhoogde druk op natuur- en groengebieden, inbreiding i.p.v. uitbreiding, Afval: verhoging afvaldruk Hinder: geurhinder, geluidshinder, lichthinder, verkeershinder, Hulpmiddelen om dit te bewerkstelligen zijn: de checklist duurzame stedenbouw het principe van milieuzonering, waarbij met de inplanting van nieuwe bedrijven, stadszones, enz. rekening wordt gehouden met de milieu-impact die zij op de huidige toestand en mogelijke toekomstige ontwikkelingen zullen teweegbrengen. gpa pagina 132

146 Een eerste en absolute vereiste om dit te bereiken is de overtuiging bij stadsbestuur en stadspersoneel dat duurzaamheid en milieuzorg een belangrijke plaats in het beleid innemen. Overleg en communicatie tussen de stadsdiensten zijn noodzakelijk om doelstellingen, visies en projecten op elkaar af te stemmen en te komen tot een geïntegreerd milieubeleid. De stad Vilvoorde beschikt reeds over programma-eisen voor gemeentelijke bouwprojecten. gpa pagina 133

147 3.8 Doelgroepenbeleid Algemeen Uit voorgaande thematische en sectoriële benadering van de milieuproblematiek blijkt dat milieuproblemen hoofdzakelijk veroorzaakt worden door menselijke activiteiten. De lokale overheid kan die problemen dan ook niet alleen oplossen. Daarvoor is de medewerking nodig van diegenen die de problemen veroorzaken, maar die we in dit plan vooral zien als mogelijke probleemoplossers. Het leefmilieu wordt door talrijke maatschappelijke sectoren beïnvloed. In onderstaand schema wordt de samenhang aangegeven tussen maatschappelijke sectoren en hun beslag op het milieu. Recreatie Toerisme Ruimte, natuur en landschap Landbouw Bosbouw Gebouwen Infrastructuren Verkeer en vervoer Bevolking Wonen Energie en grondstoffen Industrie Diensten Handel EFFECTEN OP MILIEU Figuur 3-16 Relatie tussen doelgroepen en milieu-effecten Burgers, bedrijven of instellingen met specifieke kenmerkende milieuverstoringsactiviteiten brengen we samen in aparte groepen die we doelgroepen noemen. Samen met die doelgroepen willen we naar oplossingen zoeken om via een gedragswijziging een bijdrage te leveren tot de oplossing van milieuproblemen. Hierbij zal blijken dat een doelgroep niet altijd eenduidig in relatie te brengen is met een specifiek milieuprobleem. Bovendien is het slagen van een doelgroepenbeleid zeer sterk afhankelijk van de bereikbaarheid van de doelgroep. Niet-georganiseerde doelgroepen zoals automobilisten of consumenten, zijn zeer moeilijk te bereiken. Bij de communicatie met de verschillende doelgroepen moeten naast de Dienst Leefomgeving ook andere diensten en sectoren hun verantwoordelijkheid nemen. Overleg over milieuproblemen in de bouw- of huisvestingssector gebeurt via de dienst huisvesting. Analoog geldt dit voor de doelgroepen onderwijs en jeugd, landbouw, toerisme en recreatie, sport, Om dit alles te organiseren moet een degelijke organisatie- en overlegstructuur uitgebouwd worden. De doelgroepen moeten duidelijk afgebakend worden (vertegenwoordigers). Daarna wordt een overleg gestart en worden taken verdeeld. De Dienst Leefomgeving neemt hierbij het initiatief en coördineert. gpa pagina 134

148 3.8.2 Samenwerkingsovereenkomst In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt het doelgroepenbeleid als een optie beschouwd in het instrumentarium op niveau 2. Enkel op niveau 3 bestaat het doelgroepenbeleid nog als een cluster op zich. De doelgroepen die in de SO onderscheiden worden zijn de huishoudens, de scholen, de bedrijven en handelaars, en de verenigingen. Indien de stad de optie doelgroepenwerking onderschrijft verbindt ze er zich toe om in het eerste intekenjaar voor minstens twee deelgroepen een project uit te werken. In het tweede jaar dient er voor een bijkomende deeldoelgroep nog een project te worden uitgewerkt. Er is voor gekozen om de verschillende doelgroepen toch even apart te behandelen in dit plan, om zo het belang van communicatie en sensibilisatie te benadrukken Stadsdiensten Algemeen De stedelijke overheid mag zich niet beperken tot het regulerend optreden, maar dient ook intern een milieubewust beleid te voeren. Een milieubewust denken en handelen wordt gestart door de milieudiensten, waarna deze de doelstellingen, inzichten en acties uitdraagt naar het voltallige personeel. Heel wat activiteiten binnen de stedelijke diensten en instellingen (administratie, scholen, diensten, ) hebben een rechtstreekse of onrechtstreekse impact op het milieu. We denken hierbij aan het lozen van afvalwaters (sanitair, schoonmaak, werkplaatsen, ), gasvormige emissies (stookinstallaties, ), het opslaan van producten (stookolie, afvalstoffen, ), het gebruik van grondstoffen en materialen (papier, (schoonmaak)producten, pesticiden, bouwmaterialen, isolatie, rationeel energieverbruik, ). De stad kan pas overtuigend overkomen t.o.v. de verschillende doelgroepen en de bevolking in het algemeen wanneer ze zelf het voorbeeld stelt. Dit voornemen valt of staat met het engagement van het eigen personeel, al het personeel Knelpunten / sterktepunten Milieubewustzijn van het personeel verhoogt Duurzaamheidsambtenaar Werkgroep bedrijfsinterne milieuzorg Concrete uitwerking interne milieuzorg soms moeizaam (bvb. aankoop papier, frisdrankenautomaat, dossier ASIAT, ) Doelstelling Er moet naar gestreefd worden om de milieubelasting van de gemeentelijke diensten en instellingen te beheersen en te reduceren. Hierbij is het noodzakelijk om concrete afspraken te maken en om verantwoordelijkheden vast te leggen. Dit moet resulteren in een intern milieuzorgsysteem. gpa pagina 135

149 Acties Verschillende van de eerdere acties hebben de stadsdiensten als betrokkenen. Hierbij denken we dan aan sensibilisatie- en informatiecampagnes, de acties rond milieuverantwoord productgebruik, rationeel energiegebruik, afvalvermindering, rationeel watergebruik, opbouwen van een intern milieuzorgsysteem, opbouwen van een energiezorgsysteem,. Zie ook de cluster Instrumentarium. DG 1: Sensibilisatie gericht op stadspersoneel Inhoud van het MBP aan het stadspersoneel toelichten Maximaal gebruik maken van communicatiekanalen (bvb. door middel van memo s, mailings, personeelskrantje, ) Bij opleiding en educatie van personeel het aandacht besteden aan milieuzorg (bvb. inrichten van (twee)maandelijks info-moment) Resultaten van de inspanningen en verwezenlijking op het vlak van milieu terugkoppelen DG 2: Overleg tussen stadsdiensten bevorderen Een horizontale samenwerking uitbouwen als basis voor een geïntegreerd beleid en duurzame ontwikkeling Burgers, huishoudens, consumenten Algemeen Consumenten creëren heel wat milieudruk door verbruik van energie, water, brandstof, grondstoffen en consumptie van verbruiksgoederen. Consumeren is dikwijls een primaire behoefte, maar kan natuurlijk op verschillende manieren gebeuren. Overconsumptie wordt vaak opgedrongen door de omgeving, maar totaal onnodig en erg belastend voor het milieu. Consumenten zijn echter een moeilijk te bereiken doelgroep. Het proberen wijzigen van het consumptiegedrag in een meer duurzaam en milieubewust gedrag is een werk van lange adem. Daarom worden campagnes best voorbereid en uitgevoerd in overleg met intermediaire organisaties zoals consumentenverenigingen, jeugdverenigingen, sociaal-culturele organisaties, milieu- en natuurverenigingen en vormingsinstellingen Doelstelling Naar deze groep toe is de voornaamste doelstelling een mentaliteitswijziging, zodat de duurzaamheidsgedachte, het milieubewustzijn als iets vanzelfsprekend ervaren wordt, waar dagelijks rekening mee gehouden wordt Actuele toestand In de Vilvoordse Stadskrant verschijnen regelmatig artikels met betrekking tot milieu. In de voorgaande clusters wordt er geregeld melding gemaakt van acties die de bevolking trachten te sensibiliseren en soms ook actieve participatie vragen van de inwoners. gpa pagina 136

150 Knelpunten / sterktepunten Het is moeilijk deze doelgroep in zijn geheel te bereiken, daar deze heel verscheiden is. Er is een duidelijke motivatie nodig (rechtstreeks belang) om een wijze van handelen en denken te wijzigen. Er werden reeds verscheiden sensibilisatie-campagnes ondernomen (folders, brochures en info-avonden over afval, duurzaam bouwen, mobiliteit,..) De stad wenst een voorbeeld te zijn voor haar inwoners Acties Verschillende van de eerder voorgestelde acties hebben de bevolking als doelgroep. De meeste van deze acties richten zich op sensibilisatie of promotie. DG 3: Blijvende sensibilisatie gebruik makend van algemene en specifieke communicatiekanalen Blijvende sensibilisatie over alle milieuthema s Inrichten speciale info-avonden voor specifieke wijken of groepen (bvb. nieuwe inwoners, bouwers, ouders, senioren, ) Gebruik maken van de media voor specifieke doelgroepen (bvb. schoolkrantje, jeugdkrantje, internet, parochieblad, milieu-info leveren bij bouwaanvraag, ) Gebruik maken van ondersteuning geboden door verschillende instanties zoals Provincie, Lokaal Gezondheidsoverleg (LOGO), Scholen Algemeen De schoolgaande jeugd is een belangrijke doelgroep. Zij zal zorgen voor het milieu en de leefomgeving van de toekomst. Hoe vroeger en hoe meer ze kennis heeft van en in de milieuproblematiek, hoe beter. Bijkomend werken bewustgemaakte jongeren sterk in op de familiale omgeving, en kan men op die manier ook een grote groep volwassenen warm maken voor de milieumaterie. De Vlaamse regering heeft zijn goedkeuring verleend om te starten met een project voor het onderwijs Milieuzorg Op School vanaf januari Op die manier kunnen het Vlaams Gewest en de provincies een educatief milieuzorgproject aanbieden van kleuterschool tot en met hogeschool. Het lopende project Groene School is bedoeld voor het secundair onderwijs. Het MilieuOntmoetingsProgramma (MOP) en project Groen School wordt een geïntegreerd onderdeel van Milieuzorg Op School (MOS) Actueel In Vilvoorde nemen er 8 basisscholen en 8 secundaire scholen deel aan Milieuzorg op School. Verschillende van deze scholen behaalden reeds een logo (behalen vooropgestelde doelstellingen). De stad ondersteunt de deelname van de scholen aan het MOS-project. gpa pagina 137

151 Knelpunten / sterktepunten Begeleiding stad aan milieu-initiatieven scholen Verschillende scholen met deelname aan MOS Actie DG 4: Scholen stimuleren en begeleiden bij milieu-educatie en milieuzorg, voortzetten en uitbreiding Bedrijven en handelaars Algemeen De milieuproblemen bij bedrijven situeren zich meestal op het vlak van hinderlijke en/of schadelijke emissies en afval. Deze neveneffecten van economische activiteit hebben veelal te maken met onvoldoende kennis van alternatieven, of het nog niet volledig in orde zijn met de milieuwetgeving. Er is nog altijd in grote mate behoefte aan verspreiding van kennis omtrent het gebruik van alternatieve hulpbronnen (grondstoffen en energie) en aangepaste technieken, evenals aan begeleiding bij de administratieve formaliteiten van de milieuwetgeving (specifiek bij milieuvergunningverlening) Acties DG 5: Controle op vergunningen, opleggen bijzondere voorwaarden in milieuvergunningen DG 6: Gerichte sensibilisatie en informatieverlening Verpakking van goederen en handelswaar Gebruik duurzame grondstoffen en hernieuwbare energie Milieuverantwoord aankopen en gebruiken van producten Voldoende communicatie inzake stedelijke dienstverlening en vergunningsvoorwaarden Verenigingen Algemeen Verenigingen (natuurverenigingen, jeugdverenigingen, sportverenigingen, socio-culturele verenigingen) spelen een belangrijke rol in de gemeente en kunnen het milieubeleid mee te helpen realiseren. Daarom dienen ze verder betrokken te worden bij de natuur- en milieuproblematiek. Vooral op natuur- en milieu-educatief vlak zijn zij een belangrijke doelgroep. Zij zijn belangrijk voor het verhogen van het maatschappelijk draagvlak om bepaalde projecten tot een goed einde te brengen. gpa pagina 138

152 Acties DG 7: Gerichte sensibilisatie en informatieverlening DG 8: Ondersteuning van verenigingen bij milieugerichte acties/evenementen gpa pagina 139

153 3.9 Gebiedsgericht beleid Algemeen Dit deel behandelt de ruimtelijke differentiatie inzake beleidsdoelstellingen en maatregelen, aangezien er voor de verschillende milieuthema s een ruimtelijke verscheidenheid binnen de gemeente waar te nemen is. Elk gebied wordt geconfronteerd met specifieke bedreigingen of problemen (bvb. Sterk vervuilde gebieden, kwetsbare natuurgebieden, ) en vergt dus een aangepaste aanpak. De gebiedsgerichte benadering zorgt in deze gevallen voor bvb. een specifiek plan of een geconcentreerde inzet van middelen om specifieke situaties te beveiligen, te herstellen of te ontwikkelen Stad Vilvoorde In de voorgaande hoofdstukken worden vele acties vermeld die door de gemeente kunnen worden uitgevoerd. Verschillende van deze acties passen in het kader van een gebiedsgericht beleid (bvb. acties rond integraal waterbeleid, acties rond natuurlijke entiteiten, acties rond mobiliteit en acties i.v.m. hinder). Over de verschillende clusters heen kunnen er acties worden samengenomen om in een geïntegreerd gebiedsgericht beleid te worden ingepast, waarbij voor een bepaald gebied de sterkte en zwaktepunten worden bepaald. Op basis hiervan wordt er een visie over het desbetreffende gebied opgesteld en worden er acties voorgesteld en uitgevoerd om die visie te vervullen. gpa pagina 140

154 4 Algemene synthese Met dit milieubeleidsplan wil de stad Vilvoorde aangeven wat haar doelstellingen zijn op het vlak van milieu en hoe ze deze doelstellingen wil bereiken. In eerste instantie heeft de stad Vilvoorde de doelstelling om op een vlotte manier de basismilieukwaliteit te kunnen garanderen, behouden en beschermen. Uit dit milieubeleidsplan blijkt echter dat de stad Vilvoorde het ambitieniveau de komende jaren echter wel iets hoger wil leggen. Dit dient evenwel te kunnen gebeuren zonder de bevoegde diensten op te zadelen met extra administratieve taken, die niet in verhouding staan tot de beoogde resultaten. Concreet wil dit zeggen dat de stad Vilvoorde er zich toe zal verbinden om in de komende plantermijn niveau 1 van de samenwerkingsovereenkomst zal nastreven, maar dat dit niet uitsluit dat ook acties en doelstellingen van het tweede ambitieniveau worden uitgevoerd. Het voeren van een effectief milieubeleid zal beginnen met de interne werking. Hierbij is het stroomlijnen en optimaliseren van het intern milieubeleid en de interne milieuzorg een belangrijke doelstelling. Dit wordt bewerkstelligd door de verdere implementatie van het intern milieuzorgsysteem en een vlotte communicatie en samenwerking tussen de verschillende stadsdiensten, zodanig dat milieuzorg ook in de andere beleidsdomeinen geïntegreerd raakt. Naar de bevolking toe wil de stad Vilvoorde zich toeleggen op een verdere communicatie en sensibilisatie, om zo vanuit haar voorbeeldfunctie een milieubewust denken en handelen uit te dragen. In deze plantermijn zullen een aantal aspecten extra aandacht krijgen, zoals het voeren van een duurzaam energiebeleid, het terugdringen van de overlast van zwerfvuil en sluikstorten en de reductie van het pesticidengebruik. gpa pagina 141

155 5 Acties De verschillende acties die doorheen het milieubeleidsplan werden voorgesteld worden hier in een gestructureerde vorm samengebracht. Per actie wordt er een fiche samengesteld die de belangrijkste informatie op een bondige manier samenbundelt. Er wordt gebruik gemaakt van de voorbeeldfiches zoals aangereikt in het kader gemeentelijke milieubeleidsplanning (actualisatie). De acties zijn per thema gerangschikt. Elke actie heeft zijn eigen code, die verwijst naar het thema waaronder de actie valt. SD Stadsdiensten (Instrumentarium) HA Hinder Algemeen MP Milieuverantwoord productgebruik GL Hinder Geluid AF Afval GR Hinder Geur IW Integraal Waterbeleid LI Hinder Licht OW Oppervlaktewater HB Hinder Bodem GW Grondwater LU Hinder Luchtverontreiniging WB Waterbodem MO Mobiliteit DW Duurzaam Watergebruik EN Energie NE Natuurlijke Entiteiten DG Doelgroepgericht beleid De voorgestelde acties zijn soms algemeen van aard; ze dienen verder gespecificeerd te worden in de gemeentelijke milieujaarprogramma s. Het is in dit milieubeleidsplan dan ook moeilijk in te schatten welke kosten verbonden zullen zijn aan de uitvoering van de verschillende acties. De hierna volgende fiches geven slechts een ruwe indicatie van het te voorzien budget voor elke actie. Er worden telkens enkele voorbeelden gegeven van de concrete invulling van de actie, waaraan kosten kunnen verbonden zijn. Het gaat hier echter slechts om voorbeelden; de gemeente kan in haar milieujaarprogramma verkiezen een bepaalde actie anders in te vullen. Het kan ook voorkomen dat de kosten voor bepaalde acties niet gedragen moeten worden door het budget van de Dienst Leefomgeving, maar reeds vervat zitten in andere uitgaven. De kostprijs voor een water-audit bij bvb. verbouwing van een gemeentelijk gebouw kan vervat worden in het bestek hiervan. Informatie en sensibilisatie van de bevolking bij de aanleg van een rioleringssysteem kan reeds in het bestek van de aannemer vervat worden. Toch worden soms bedragen vermeld, zodat dit een indicatie is van het bedrag dat wordt uitgegeven aan milieuzorg. Bij de inschatting van de budgettering is in de eerste plaats aangegeven over welke kosten het gaan: personeelskosten (de actie wordt uitgevoerd door bestaand of nieuw aan te werven personeel) uitvoeringskosten ( het uitvoeren van de actie vergt een bijkomend budget zoals bvb. het drukken van folders, het aankopen van fietsen) Ook de voorziene planningstermijnen zijn indicatief. Het kan voorkomen dat de gemeente bepaalde acties uitstelt omdat zij hier een andere prioriteit aan hechten. Het milieubeleidsplan gpa pagina 142

156 is ook gericht op een termijn van 5 jaar, terwijl sommige acties ook na deze termijn een merkbare invloed zullen hebben of zelfs pas later kunnen uitgevoerd worden. Op sommige acties moet nu reeds de aandacht gevestigd worden om pas in een later stadium uitgevoerd te worden. Anderzijds kunnen acties ook vroeger uitgevoerd worden dan gepland omdat de noodzaak zich opdringt, of omdat het beter past in het algemene beleid. gpa pagina 143

157 IDENTIFICATIE VOORBEELDFICHE Aanduiding VB 1 Titel Titel van de actie Voorbeeld: gemeentelijk subsidiebesluit voor gebruik van hemelwater Classificatie Nummering volgens structuur milieujaarprogramma Voorbeeld: Duurzaam watergebruik SO DULO Indien de actie behoort tot de Samenwerkingsovereenkomst dan wordt hier de cluster en het niveau vermeld. Voorbeeld: Water, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Geef hier de beschrijving van de actie. Geef hier een korte omschrijving van de actie aan de hand van één of meerdere sleutelwoorden. In welk gebied zal deze actie uitgevoerd worden. In de volledige gemeente of een afgebakend gebied. Voorbeeld: volledig grondgebied Welke is de actiedoelstelling? Wat streef je na met de actie. Voorbeeld: stimuleren van het gebruik van regenwater door het geven van subsidies voor de installatie van hemelwatervoorziening. Doelgroep(en) Voor welke doelgroep(en) is deze actie opgezet? Voorbeeld: huishoudens Initiatiefnemer Wie of welke dienst is verantwoordelijk voor deze actie? Voorbeeld: Milieudienst, afdeling water Betrokken actoren Welke diensten en actoren, zowel interne als externe, zijn betrokken bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van deze actie? Voorbeeld: Technische dienst Indicatoren Met welke indicatoren kunnen deze doelstellingen gemeten worden? Indien er geen specifieke of relevante indicatoren zijn, wordt dit veld blank gelaten. Voorbeeld: Het uitgekeerd subsidiebedrag per inwoner (beleidsindicator); het drinkwaterverbruik per inwoner (omgevingsindicator) Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Wat is de lange termijn planning. In welk jaar wordt wat gepland? Voorbeeld: 2002 opstellen en goedkeuren subsidiereglement opvolgen subsidiedossiers Bijkomende informatie Ter ondersteuning van de integratie wordt hier de relaties met andere acties aangeduid Verwijzingen naar de acties in het PMBP (nummer / Omschrijving / bindend of indicatief / Doel) Verwijzingen naar onder andere de acties in het MINA (nummer / Omschrijving / bindend of indicatief / Doel), uitvoeringsplannen (bvb het huishoudelijk afvalstoffenplan, ), MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel Welk budget wordt in het totaal voorzien voor de uitvoering van deze actie? Dit kan desgewenst uitgesplitst worden per jaar en per begrotingsartikel. Welke is de personeelbehoefte m.b.t. deze actie. Is er bijvoorbeeld bijkomend personeel gewenst of gepland? gpa pagina 144

158 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 1 Titel Samenwerkingsovereenkomst elk jaar evalueren Classificatie Samenwerkingsovereenkomst SO DULO Algemeen ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Op het einde van elk jaar wordt de samenwerkingsovereenkomst geëvalueerd. In het kader van het milieujaarprogramma en het verkrijgen van de subsidies wordt dit reeds gedaan. Bedoeling is nu uit die evaluatie ook conclusies te trekken en stappen te ondernemen. Hierbij wordt gedacht aan het evalueren van volgende aspecten: - inlossen van verwachtingen - ondernomen acties - resultaten - financiële aspecten - integratie in stedelijk beleid Samenwerkingsovereenkomst, stadsdiensten, evaluatie Volledig grondgebied Uitvoeren samenwerkingsovereenkomst Stad Vilvoorde: Bestuur Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Evaluatierapport Jaarlijks Samenwerkingsovereenkomst MIDDELEN Totaal voorzien budget personeelsbudget Inzet van personeel Duurzaamheidsambtenaar gpa pagina 145

159 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 2 Titel Opstellen van een milieubarometer Classificatie Milieubarometer SO DULO instrumentarium, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Het opstellen en invullen van een milieubarometer maakt het mogelijk om de evolutie van milieu en natuur in de stad te volgen. Dit gebeurt door het bepalen van (minimum 15) indicatoren, die een goed beeld dienen te geven van de milieutoestand. Deze indicatoren worden jaarlijks bijgewerkt om de evolutie in te kunnen schatten. Bedoeling is om zoveel mogelijk met bestaand en beschikbare gegevens te werken (bvb. afvalcijfers zoals ze in het MJP gebruikt worden). Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de provinciale milieubarometer als inspiratiebron. Milieubarometer, stadsdiensten, evaluatie Volledig grondgebied Inzicht krijgen in de toestand en evolutie van het milieu in de stad Vilvoorde Stad Vilvoorde: Bestuur en Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Aantal indicatoren opgenomen in milieubarometer 2007: opstart 2008: eerste set van indicatoren met cijfergegevens : opvolging en bijsturen milieubarometer Deze actie kan worden opgesplitst in deelacties - opstarten voorbereidende acties in het kader van het opstellen van een milieubarometer - na voltooien opstart wordt de milieubarometer verder uitgewerkt Project 31: Aanspreekpunt lokale overheden MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Duurzaamheidsambtenaar gpa pagina 146

160 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 3 Titel Werking Dienst Leefomgeving optimaliseren Classificatie Milieuzorg SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Een continue aandacht voor de vlotte werking van de dienst Leefomgeving is noodzakelijk voor een goede uitwerking van het te voeren milieubeleid. - permanente scholing onderhouden. - gestructureerd overleg tussen verschillende diensten. - beroep blijven doen op provinciale dienstverlening. - eventueel aannemen extra administratief medewerker - eventueel aannemen extra educatief medewerker Milieuzorg, ondersteuning, werking Dienst Leefomgeving, stadsdiensten, Volledig grondgebied Een vlotte uitvoering van het milieubeleid Stad Vilvoorde: Bestuur en Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Planperiode Alle andere SD acties Verscheidene provinciale acties waarbij de provincie een ondersteunende en coördinerende rol opneemt, zoals project 12: Intensifiëring van de regiowerking milieu en natuur. Project 31: Aanspreekpunt voor lokale overheden MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel Milieuambtenaar, Duurzaamheidsambtenaar gpa pagina 147

161 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 4 Titel Inzetten van MINA-werkers Classificatie Milieuzorg SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk - evalueren van het inzetten van medewerkers bij toegelaten projecten, en indien mogelijk gebruik maken van het inzetten van MINAmedewerkers - voortzetten van huidige werking MINA-werkers Milieuzorg, ondersteuning, werking Dienst Leefomgeving, stadsdiensten, Volledig grondgebied Uitvoering van milieu-acties Stad Vilvoorde: Bestuur en Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Planperiode MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel gpa pagina 148

162 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 5 Titel Sensibilisatie / educatie van het gemeentepersoneel, Uitwerken communicatiestrategie in verband met leefmilieu Classificatie Milieuzorg SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Het voeren van een degelijk milieubeleid begint bij de eigen stadsdiensten, die een voorbeeldfunctie uitoefenen naar de rest van de bevolking. Om de milieugedachte (naar analogie met het duurzaamheidsprincipe) ingang te doen krijgen bij het stadspersoneel is een sensibilisatie (vorming) in deze materie noodzakelijk. Hierbij wordt gedacht aan het organiseren van mailings, opleidingsuurtjes, verspreiden van folders,.. Om te vermijden dat dit ad hoc gebeurt, is het nodig een communicatiestrategie uit te bouwen, waarin de doelstellingen, middelen en acties worden beschreven. Milieuzorg, sensibilisatie, stadsdiensten Volledig grondgebied Stadspersoneel milieubewust maken. Stad Vilvoorde: Bestuur en Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Aantal sensibilisatie-acties gericht op intern personeel planperiode Alle andere SD acties, doelgroepwerking Verscheidene provinciale acties waarbij de provincie een ondersteunende en coördinerende rol opneemt, ook vorming van milieuambtenaren. Project 31: Aanspreekpunt voor lokale overheden MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel Milieuambtenaar, communicatie-ambtenaar. gpa pagina 149

163 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 6 Titel Verdere uitvoering van het intern milieuzorgsysteem Classificatie Milieuzorg SO DULO Instrumentarium, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Een intern milieuzorgsysteem kortweg IMZ bundelt alle interne initiatieven die de werking van de stad als organisatie milieuvriendelijk en duurzaam maken. Doorheen dit milieubeleidsplan worden verschillende acties aangereikt met betrekking tot de milieudiensten. Deze kunnen worden samengebracht in een IMZ. Zo kan bijvoorbeeld het opstellen van en bijwerken van een milieubarometer, uitvoeren van een duurzaamheidstoets of simpelweg de opvolging van de geldende milieuregels in dit systeem worden ondergebracht. Het is dan de bedoeling dat dit systeem door alle stadsdiensten gevolgd wordt. Om dit systeem op punt te stellen worden in de procesvorming volgende fasen onderscheiden. doorlichting van de gemeentelijke diensten analyse van de knelpunten meten en registreren opmaak actieprogramma met o.a. uitwerking van duidelijke procedures en taakomschrijvingen communicatie via mailings, personeelsblad en dienstnota s naar het personeel en terug naar de milieudienst via standaardformulieren opvolging en bijsturing evaluatie van het MZS De uitwerkinging van deze actie zal gebeuren door de voortzetting van het project Bedrijfsinterne Milieuzorg, dat reeds werd opgestart door de stad. Milieuzorg, sensibilisatie, stadsdiensten, Volledig grondgebied Milieu-acties met betrekking tot stad bundelen in éénduidig systeem, maakt de opvolging ook eenvoudiger. Stad Vilvoorde: Bestuur en Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Volledige plantermijn Alle andere SD acties Project 31: Aanspreekpunt lokale overheden, Project 37: Interne Milieuzorg MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, Duurzaamheidsambtenaar gpa pagina 150

164 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 7 Titel Voortzetten werking met duurzaamheidsambtenaar Classificatie Duurzaamheidsambtenaar SO DULO Instrumentarium, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning 2007 Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk De huidige werking met de duurzaamheidsambtenaar wordt in de komende periode voortgezet. Er kunnen evaluatiemomenten voorzien worden om na te gaan of het huidige takenpakket eventueel aangepast dient te worden. Hierbij kan worden nagegaan welk het bereik van de adviezen van de duurzaamheidsambtenaar is en op welke wijze de doelstellingen van de samenwerkingsovereenkomst behaald worden. Milieuzorg, sensibilisatie, stadsdiensten, duurzaamheid Volledig grondgebied Uitwerken van een duurzaam lokaal milieubeleid, werkdruk huidige Dienst Leefomgeving spreiden Stad Vilvoorde: Bestuur en stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Behaalde doelstellingen door duurzaamheidsambtenaar Acties i.v.m. duurzaamheid, acties met betrekking op stadsdiensten Project 31: Aanspreekpunt voor lokale overheden MIDDELEN Totaal voorzien budget - Kost: voor niveau B + 15 % overheadkosten - Subsidie: voor voltijdse ambtenaar (niveau 1), (bij ondertekening van niveau 2) Inzet van personeel gpa pagina 151

165 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 8 Titel Voortzetten werking databanken Classificatie Inventaris en MMIS SO DULO Instrumentarium niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Voortzetten van de aansluiting op de gewestelijke milieudatabank en de nodige gegevens invoeren in deze databanken Databanken, registratie, stadsdiensten Volledig grondgebied Afstemmen van verschillende databanken, snel beschikbaar hebben van informatie Stad Vilvoorde: Bestuur en stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, Technische dienst (systeembeheer) Doorlopend SD9 Project 36: Milieu-informatie MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Dienst Leefomgeving, Technische dienst (systeembeheer) gpa pagina 152

166 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 9 Titel Milieudatabanken aan GIS koppelen Classificatie Inventaris en MMIS SO DULO Instrumentarium niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Koppeling van de milieudatabanken aan het stedelijk GIS-systeem. Dit maakt het mogelijk informatie in verband met milieu snel en duidelijk te lokaliseren Databanken, registratie, stadsdiensten, GIS Volledig grondgebied Afstemmen van verschillende databanken, snel beschikbaar hebben van informatie Stad Vilvoorde: Bestuur en stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, Technische dienst (systeembeheer), politie SD8 Project 36: Milieu-informatie MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Dienst Leefomgeving, Technische dienst (systeembeheer, GISverantwoordelijke) gpa pagina 153

167 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 10 Titel Integratie van het milieubeleid in het volledige gemeenteweefsel optimaliseren Classificatie Integratie op gemeentelijk niveau SO DULO Instrumentarium, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Integratie van het milieubeleid betekent dat er op alle stadsdiensten, in alle beleidsdomeinen, op alle niveaus aandacht besteed wordt aan milieu en duurzaamheid. Dit begint met een goede communicatie en samenwerking tussen de verschillende actoren. Hierbij kan een ambtelijk overlegorgaan worden opgestart. Integratie van het milieubeleid in andere domeinen kan o.a. bestaan uit het uitvoeren van een milieutoets/duurzaamheidstoets voor het uitwerken van projecten, bij het personeelsbeleid (zoeken naar mensen met juiste ingesteldheid), duurzaamheid/milieuzorg in andere domeinen betrekken (jeugdbeleid, seniorenbeleid, mobiliteitsbeleid, ). Alhoewel vele van deze zaken in het niveau 2 van de samenwerkingsovereenkomst vooropgesteld worden, kan toch getracht worden hier naar te streven, zonder zich evenwel vast te leggen. Beleid, duurzaamheid, integratie, communicatie Volledig grondgebied Integratie van het milieubeleid in de andere beleidsdomeinen. De belangrijkste betrachting hierbij is dat het milieubewust denken en handelen in het volledige stadsweefsel wordt ingepast. Stad Vilvoorde: Bestuur, alle stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: alle stadsdiensten Planperiode Doelgroepgericht: alle acties naar stadsdiensten Alle acties in verband met communicatie/sensibilisatie Project 24: Gemeentelijk milieubeleid Project 27: Geïntegreerd overheidsbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, duurzaamheidsambtenaar gpa pagina 154

168 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 11 Titel Verder zetten van controle en handhaving, met een streven naar verbetering Classificatie Toezicht SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk De huidige controle op de naleving van de milieuregelgeving wordt voortgezet. Er dienen echter meer preventieve controles gebeuren en niet enkel ad hoc n.a.v. klachten of calamiteiten. Eveneens is de controle op naleving van de milieuvoorwaarden in de eigen gemeentelijke inrichtingen een belangrijke taak. De invoering van een gestructureerd inspectieprogramma zal hierbij een grote stap voorwaarts zijn. Milieubeleid, toezicht, handhaving Volledig grondgebied Door (preventieve) controle en strenge handhaving de inbreuken op de milieuwetgeving aanpakken Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, Milieu-inspectie, politie Aantal (preventieve) controle-acties Planperiode MIDDELEN Totaal voorzien budget personeelskosten Inzet van personeel gpa pagina 155

169 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 12 Titel Bestaande samenwerkingsverbanden bestendigen en informele samenwerking structureren, aangaan nieuwe samenwerkingsverbanden Classificatie Samenwerkingsverbanden SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Op het vlak van samenwerking met andere actoren zijn er verschillende mogelijkheden: - Structureel overleg met betrokken verenigingen, - Oprichten/aanstellen van een vast aanspreekpunt, - Samenwerking vastleggen (informele samenwerking ook structureren) - Gebruik maken van kennis en ervaring binnen deze organisaties - Steun- en adviesverlening aan deze organisaties - Uitvoeren van milieu-acties in samenwerking met deze organisaties Milieubeleid, samenwerking Volledig grondgebied Door samenwerking met andere organisaties worden de mogelijkheden en kennis vergroot, kunnen er gerichter acties uitgevoerd worden en vergroot het draagvlak van het milieubeleid. Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, milieuraad, organisaties Aantal overeenkomsten/gezamenlijke acties Planperiode Verscheidene provinciale acties die steunen op samenwerking tussen provincie, gemeente en derde organisaties Project 26: Samenwerking met milieu- en natuurverenigingen en andere matschappelijke organisaties MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, duurzaamheidsambtenaar gpa pagina 156

170 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 13 Titel Optimalisatie werking milieuraad. Classificatie 2.3 Adviesraad voor milieu en natuur SO DULO Instrumentarium, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - bestaan, doel en werking milieuraad communiceren aan bevolking - samenstelling milieuraad evalueren (nastreven representatief beeld van bevolking) - permanente vorming leden milieuraad (bvb. cursussen tandem, - deelname aan - financiële onafhankelijkheid bewerkstelligen Sleutelwoorden Milieuraad, beleid Gebied Volledig grondgebied Doelstelling De betrokkenheid van de burgers in het milieubeleid en de inbreng van de milieuraad in het stedelijk beleid vergroten. Doelgroep(en) Stad Vilvoorde: Bestuur, milieuraad Initiatiefnemer Stad Vilvoorde: milieuraad Betrokken actoren Stad Vilvoorde: milieuraad Indicatoren Samenstelling milieuraad Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 31: Aanspreekpunt lokale overheden MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel gpa pagina 157

171 IDENTIFICATIE Aanduiding SD 14 Titel Participatie van de burger in het milieubeleid verhogen Classificatie 2.4. Andere : participatie SO DULO Instrumentarium, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Hiervoor dient er in eerste instantie een strategie uitgewerkt te worden, waarna de verschillende stappen worden uitgevoerd. Enkele mogelijkheden zijn: - aandacht aan communicatie - enquêtes - wijkoverleg, wijkcomités (ook financiële ondersteuning) - participatiedrempel verlagen - participatie reeds in vroeg stadium van plannings- of uitvoeringsproces aanmoedigen - afsluiten van wijkcontracten (bvb energiezuinige wijk) - gerichte acties naar doelgroepen - invoeren van wijkcompostering Milieubeleid, participatie, communicatie Volledig grondgebied De betrokkenheid van de burgers in het milieubeleid vergroten. Stad Vilvoorde: Bestuur, milieuraad, inwoners, aparte doelgroepen, wijken Stad Vilvoorde: milieuraad Stad Vilvoorde: milieuraad, wijkcomités, overlegorganen, inwoners, Planperiode Meer informatie over participatie van burgers aan het beleid is te vinden op en Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel gpa pagina 158

172 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 1 Titel Inventarisatie gebruik producten Classificatie Cluster vaste stoffen : milieuverantwoord productgebruik SO DULO Vaste stoffen, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning 2007 Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Er wordt een gebruiksregister opgesteld waarin jaarlijks minstens aangegeven wordt welke producten en hoeveelheden de stad gebruikt voor bepaalde toepassingen. Het gebruiksregister wordt bijgehouden overeenkomstig het model gebruiksregister opgemaakt door het Vlaamse Gewest en dat na definitieve goedkeuring door het Vlaamse Gewest ter beschikking gesteld wordt. Onder deze actie kan bijvoorbeeld ook een oplosmiddelenboekhouding worden opgesteld. Vaste stoffen, milieuverantwoord productgebruik, inventarisatie, eigen werking Volledig grondgebied Door en inventarisatie van het eigen productgebruik wordt een inzicht gekregen in de mogelijkheden om het productgebruik bij te sturen en kunnen de resultaten van de acties in beeld gebracht worden Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, alle stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: alle stadsdiensten Aanwezigheid gebruiksregister Gaat samen met acties rond het opstellen van een intern milieuzorgsysteem. Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Subsidie voor cluster afvalstoffen: 0,9 per inwoner Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 159

173 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 2 Titel Actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik opstellen Classificatie Cluster vaste stoffen : milieuverantwoord productgebruik SO DULO Vaste stoffen, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Om het milieuverantwoord productgebruik op een gestructureerde manier te implementeren is het aan te raden een actieplan uit te werken. Dit bevat een evaluatie van het productgebruik (op basis van het gebruiksregister), kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen, de verantwoordelijken voor de toepassing, de eigenlijke acties (met timing) en een aanzet tot controle van de behaalde resultaten. Vaste stoffen, milieuverantwoord productgebruik, inventarisatie, eigen werking Volledig grondgebied Om een ad-hoc uitvoering van acties te vermijden wordt er een gestructureerd actieplan opgesteld. Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, alle stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: alle stadsdiensten Aanwezigheid actieplan, aantal productgroepen opgenomen in actieplan Gaat samen met acties rond het opstellen van een intern milieuzorgsysteem. Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel gpa pagina 160

174 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 3 Titel Uitvoeren actieplan inzake milieuverantwoord productgebruik Classificatie Cluster vaste stoffen : milieuverantwoord productgebruik SO DULO Vaste stoffen, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Na het vastleggen van de gewenste resultaten, geplande acties en initiatieven is het tijd om de goede bedoelingen ook in de praktijk om te zetten. Voor Vilvoorde betekent dit dat de reeds ondernomen acties voortgezet dienen te worden en dat er nieuwe acties worden ondernomen. Om dit op een gestructureerde manier te doen is het aan te raden zich jaarlijks op één productgroep toe spitsen (zonder de andere uit het oog te verliezen). Enkele voorbeelden van aandachtspunten: - gebruik gerecycleerd papier - dubbelzijdig afdrukken - gebruik van mail voor communicatie - aankoop producten in bulkverpakking - gebruik FSC-hout en vermijden chemische verduurzaming - gebruik biologisch afbreekbare reinigingsproducten - beperken gebruik solventhoudende stoffen - gebruik milieuvriendelijk verven - aankopen in wereldwinkel - gebruik hervulbare toners - gebruik energiezuinige apparaten - biologische voeding en drank - statiegeldflessen - gebruik Vlaco-compost en Copro gekeurd puin - eventueel centrale aankoopdienst oprichten Vaste stoffen, milieuverantwoord productgebruik, eigen werking Volledig grondgebied Bij aankoop en gebruik van producten wordt er gestreefd naar de beperking van de uitputting van grondstoffen, van de milieuschade van de productie, het gebruik en de verwerking na gebruik. Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, alle stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving (duurzaamheidsambtenaar) Stad Vilvoorde: alle stadsdiensten Gebruiksgegevens producten Planperiode handleiding bij samenwerkingsovereenkomst, Gaat samen met acties rond het opstellen van een intern milieuzorgsysteem. Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Verhoging aankoopbudget % (meerprijs biologische en duurzame producten) Inzet van personeel gpa pagina 161

175 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 4 Titel Sensibilisatie naar andere stadsdiensten inzake milieuverantwoord productgebruik Classificatie Cluster vaste stoffen : milieuverantwoord productgebruik SO DULO Vaste stoffen, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Aangezien het de bedoeling is om het milieuverantwoord productgebruik in de werking van de eigen stadsdiensten toe te passen is het belangrijk hieromtrent een goede en duidelijke communicatie op te bouwen. Dit gebeurt door het rondgaan van mailings, het organiseren van voordrachten, overleg tussen de verschillende diensten en eventueel beloning voor diensten die het best presteren op dit vlak. Vaste stoffen, milieuverantwoord productgebruik, eigen werking Volledig grondgebied Milieubewust denken en handelen bevorderen bij alle stadsdiensten. Milieuverantwoord productgebruik promoten bij alle personeel. Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, alle stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: alle stadsdiensten Productgebruik Planperiode Gaat samen met acties rond het opstellen van een intern milieuzorgsysteem en sensibilisatie-acties naar eigen diensten Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel gpa pagina 162

176 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 5 Titel Voorbeeldfunctie opnemen inzake milieuverantwoord productgebruik: sensibilisatie naar de inwoners toe. Classificatie Cluster vaste stoffen : milieuverantwoord productgebruik SO DULO Vaste stoffen, niveau 1 en niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Om de inwoners te stimuleren de principes van het milieuverantwoord productgebruik over te nemen is een goede communicatie onontbeerlijk. Er wordt geïnformeerd over het doel, de mogelijkheden voor de inwoners, de acties van de gemeente en de behaalde resultaten. Hiervoor kunnen specifieke campagnes opgezet worden naar verschillende doelgroepen, zoals bvb. de scholen toe. Dit kan o.a. bestaan uit het geven van voordrachten, verspreiden van brochures, voorzien van lesmateriaal, ondersteunen van voorbeeldprojecten. Naast het milieuschadelijk effect van bepaalde producten kunnen hierbij ook de (secundaire) nadelige gevolgen voor de gezondheid onder de aandacht gebracht worden. Vaste stoffen, milieuverantwoord productgebruik, eigen werking, sensibilisatie, scholen Volledig grondgebied Het milieuverantwoord productgebruik buiten de eigen stadsdiensten ook promoten. Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, alle stadsdiensten Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: alle stadsdiensten Aantal sensibilisatie-acties, meten van productgebruik in scholen Planperiode Doelgroepgerichte acties en sensibilisering Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel communicatie-ambtenaar gpa pagina 163

177 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 6 Titel Begeleiden van inwoners en scholen bij hun acties Classificatie Cluster vaste stoffen : milieuverantwoord productgebruik SO DULO Vaste stoffen, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Om het proces te versnellen kan er naast het onderdeel sensibilisatie eveneens werk gemaakt worden van een daadwerkelijke ondersteuning van productacties naar de verschillende doelgroepen toe. Hierbij wordt gedacht aan het leveren van voorbeeldproducten, ondersteuning bij het opstellen van actieplannen in de verschillende scholen, uitschrijven van een wedstrijd voor de meest milieuvriendelijke school, aanleveren van lesmateriaal, Vaste stoffen, milieuverantwoord productgebruik, ondersteuning Volledig grondgebied Stimuleren van milieuverantwoord productgebruik bij de verschillende doelgroepen. Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving, Scholen, verenigingen Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving Stad Vilvoorde: Dienst Leefomgeving; communicatie-ambtenaar Aantal sensibilisatie-acties, meten van productgebruik in scholen Planperiode Doelgroepgerichte acties MOS-acties Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel gpa pagina 164

178 IDENTIFICATIE Aanduiding MP 7 Titel Uitvoering reductieprogramma bestrijdingsmiddelen Classificatie 3.3 Milieuverantwoord productgebruik. SO DULO Vaste stoffen, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Om een ecologisch beheer van het aanwezige groen te realiseren is een nauwgezette opvolging van het reductieplan inzake bestrijdingsmiddelen nodig, waarbij uiterlijk tegen 2015 een nulgebruik gehaald wordt. - sensibilisatie medewerkers - risico-evaluatie van de bestrijdingsmiddelen - sensibilisatie van de burgers - beheer van kruidgroei op verharding - beheer van groenzones Sleutelwoorden Natuurlijke entiteiten, bestrijdingsmiddelen, ecologisch beheer Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Komen tot geïntegreerd gebiedsgericht natuurbeleid, milieuverantwoord productgebruik, ecologisch beheer Doelgroep(en) stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Dienst groenvoorziening, dienst WEB Indicatoren Evolutie hoeveelheid gebruikte bestrijdingsmiddelen Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere Milieuverantwoord productgebruik acties Provinciaal Gewestelijk Thema 6: verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Project 5: Beleid milieugevaarlijke stoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, technische dienst gpa pagina 165

179 IDENTIFICATIE Aanduiding AF 1 Titel Voortzetten en uitbreiden van de verschillende preventie- en sensibilisatieacties inzake afval Classificatie Afvalstoffen SO DULO Vaste stoffen, niveau 1 en niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan het blijvend sensibiliseren van de bevolking, door middel van alle media die ter beschikking staan van de gemeente en naar de verschillende doelgroepen gericht. Vele van deze acties worden reeds door de stad uitgevoerd. Toch worden ze hier nogmaals vermeld zodat er zeker aandacht zal worden geschonken in de komende jaren. Het proces van sensibilisatie is een langdurend proces waarbij het onderwerp (in dit geval afvalpreventie) voortdurend onder de aandacht moet blijven. Ook het berichten over de resultaten van de uitgevoerd acties hoort bij sensibilisatie en is een aanmoediging om verder(of nog beter) te doen. Naast sensibilisatie kunnen er natuurlijk ook echte acties worden ondernomen, waarbij in dit geval het eerst gedacht wordt aan acties voor en door de stadsdiensten zelf. Hierbij kunnen de stadsdiensten dan een voorbeeldfunctie ten opzichte van de bevolking uitoefenen. Gemeentediensten - Stimuleren van het gebruik van brooddozen en hervulbare bekers op gemeente - Opnemen van compost en gerecycleerde producten in bestekken - Toepassen milieubewust beleid inzake gebruik van kantoormateriaal: dubbelzijdig afprinten, kopiëren op kladpapier, gebruik gerecycleerd papier, Bevolking - Sensibilisatie via artikels in Vilvoordse Stadskrant - Artikels op de website van de stad - sensibilisatie naar scholen: bijv. geven van voordrachten in scholen. - Verder informatie verstrekken aan de burgers m.b.t. regelgeving sluikstorten - Uitbouwen voorbeeldfunctie van de stad - Opstarten van acties rond afvalarm tuinieren - Begeleiden van acties op scholen, ondersteunen MOS met aandacht voor afval - Promotie van kringloopwinkel - Acties naar lokale handelaars, promotie afvalarm winkelen (linnen boodschappentas) - Organiseren van wedstrijd (scholen, gehele bevolking) voor beste of origineelste idee voor een sensibilisatie-actie - Acties naar bedrijven (PreSti, STIP, promotie van - Voortzetten stimulatie thuiscompostering door verkoop compostvaten, organiseren wijkcompostering, optimaliseren ondersteuning compostmeesters - Sensibilisatie op grote evenementen: Promoten afvalpreventie zoals geen gebruik van wegwerpbekers, selectieve inzameling van afval - Antireclamestickers opnieuw onder de aandacht brengen - Nagaan of herbruikbare luiers kunnen worden aangeboden aan de bevolking - Nagaan of er een compostkippen-project kan worden opgestart gpa pagina 166

180 Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk - Acties specifiek gericht op tuinbezitters - Thuiscompostering ook stimuleren voor grotere hoeveelheden (aanpassen compostopslag) - Cursus afvalarm tuinieren - Subsidiëring aankoop mulchmaaiers Afval, afvalpreventie, sensibilisatie Volledig grondgebied Totale hoeveelheid afval verminderen Stad Vilvoorde: stadsdiensten, bevolking, scholen, middenstand, Dienst Leefomgeving (niet noodzakelijk, vraag kan ook vanuit scholen, Intercommunale) Scholen, Dienst Leefomgeving, Incovo Totale hoeveelheid afval (kg/inw) Planperiode MP5, MP6 Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, Uitvoeringskosten Inzet van personeel gpa pagina 167

181 IDENTIFICATIE Aanduiding AF 2 Titel Voortzetten en uitbreiden acties in verband met afvalophaling en sorteren. Classificatie Afvalstoffen SO DULO Vaste stoffen, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving De bestaande regeling inzake afvalophaling worden verdergezet. Ook hierbij wordt er aandacht besteed aan het luik sensibilisatie. Na het verschaffen van tips over preventie is het zeker zo belangrijk om te blijven informeren over het sorteren. Zo willen we de kwaliteit van het selectief ingezamelde afval verhogen en het sorteerresidu verkleinen. Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Een blijvend aandachtspunt is de selectieve inzameling van de bedrijfsafvalstoffen van de eigen stedelijke diensten. Afval, afvalophaling, Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen, selectieve inzameling Volledig grondgebied Hoeveelheid restafval verkleinen Selectiviteitsgraad verhogen stadsdiensten, bevolking Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, Incovo Hoeveelheid restafval, selectiviteitsgraad Planperiode Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten; ophaal- en verwerkingskosten Inzet van personeel gpa pagina 168

182 IDENTIFICATIE Aanduiding AF 3 Titel Verder controleren en beperken ontwijkgedrag (sluikstorten) Classificatie Afvalstoffen SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Verder opmaken processen-verbaal, vordering van opruimkosten en evalueren van de doeltreffendheid van deze PV s. - Gebruik maken van gemeentelijke administratieve sancties en de wetgeving daaromtrent. - Extra aandacht naar de probleemspots sluikstorten - Zo frequent mogelijk opruimen zodat andere bewoners niet in de verleiding komen om ook te sluikstorten - Oprichten en ondersteuning clean-teams Sleutelwoorden Afval, ontwijkgedrag, hinder, controle, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Sluikstorten inperken Hindergevoel door sluikstort en hondenpoep verminderen (vereist mentaliteitswijziging bij sluikstorters en hondenbezitters) Doelgroep(en) stadsdiensten, bevolking Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Incovo Indicatoren Aantal klachten, hoeveelheid opgekuist zwerfvuil Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere AF4 acties Provinciaal Gewestelijk Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel gpa pagina 169

183 IDENTIFICATIE Aanduiding AF 4 Titel Beperken zwerfvuil Classificatie Afvalstoffen SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Regelmatige opruiming van zwerfvuil langs openbare wegen door de buitendiensten - Evaluatie van aantal en plaatsing vuilbakken, blikvangers e.d. en waar nodig bijplaatsen of herlokaliseren (bvb aan bushaltes, uitgangsbuurt) - Marktkramers wijzen op verantwoordelijkheid - Overeenkomsten bij evenementen (verbod op flyers, gebruik herbruikbare drinkbekers, ) - Zo frequent mogelijk opruimen zodat andere bewoners niet in de verleiding komen om meer zwerfvuil te veroorzaken (aanpassen van het plan voor het opruimen van zwerfvuil en andere ( veegplan ) - Blijvende aandacht besteden aan sensibilisatie Sleutelwoorden Afval, zwerfvuil Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Hoeveelheid zwerfvuil verkleinen Hindergevoel verkleinen Doelgroep(en) stadsdiensten, bevolking Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Incovo Indicatoren Aantal milieuklachten inzake zwerfvuil, hoeveelheid opgeruimd zwerfvuil Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere AF 3 acties Provinciaal Gewestelijk Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Eventueel extern: samenwerking sociale werkplaatsen gpa pagina 170

184 IDENTIFICATIE Aanduiding AF 5 Titel Principe Vervuiler betaalt verder toepassen Classificatie Afvalstoffen SO DULO Vaste stoffen, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Om de hoeveelheid ingezameld afval te doen verminderen, worden de kosten van inzameling en verwerking aan de vervuiler doorgerekend. Volgende acties kunnen hierbij worden uitgevoerd - evaluatie van het huidig systeem - uitbreiding naar andere afvalfracties - aanpassing tarieven - gevolgen inzake sluikstorten onderzoeken Om eventuele aanpassingen vlot te laten gebeuren is een goede communicatie/sensibilisatie naar de bevolking toe onontbeerlijk, net zoals een uitstekende samenwerking met de intercommunale. Om het fenomeen afval-toeristen te vermijden is er ook overleg met de buurgemeenten noodzakelijk over de gehanteerde tarieven. De provincie levert desgewenst advies inzake de invoering van het DIFTAR-principe en de tarifering. Afval, afvalophaling, selectieve inzameling, DIFTAR, vervuiler betaalt, containerpark Volledig grondgebied Hoeveelheid restafval verkleinen Selectiviteitsgraad verhogen, Totale hoeveelheid afval verkleinen stadsdiensten, bevolking Stad Vilvoorde, Incovo Dienst Leefomgeving, Incovo Hoeveelheid restafval, selectiviteitsgraad Planperiode Thema 8: verontreiniging door afvalstoffen MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten,uitvoeringskosten (bvb. aanpassing containerpark) Inzet van personeel Milieu-ambtenaar, personeel containerpark gpa pagina 171

185 IDENTIFICATIE Aanduiding IW 1 Titel Opmaak van Deelbekkenbeheerplannen en actieve deelname aan overleg inzake het opstellen deelbekkenbeheersplan Classificatie Integraal Waterbeleid SO DULO Water, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving De inventarisatiefase en doelstellingennota werden reeds opgesteld. In de komende plantermijn zal het actieplan vervolledigd worden. Sleutelwoorden Water, Integraal waterbeleid, Deelbekkenbeheerplannen, deelbekkens Gebied Volledig grondgebied, deelbekkens Doelstelling - Invoeren van een intergraal duurzaam waterbeleid - Duidelijke communicatie realiseren - Vastleggen van een lange termijnvisie voor de verschillende deelbekkens Doelgroep(en) Stadsdiensten, provincie, waterbeheerders Initiatiefnemer provincie Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, provincie, waterbeheerders Indicatoren Termijnplanning 2007 Extra informatie Relaties met andere Actie 33 en 34: integraal waterbeleid implementeren acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 172

186 IDENTIFICATIE Aanduiding IW 2 Titel Uitvoering actieplannen van de deelbekkenbeheerplannen Classificatie Integraal Waterbeleid SO DULO Water, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving De acties die in het actieplan als prioritair worden vastgelegd dienen het eerste te worden behandeld. Bij de uitvoering van de acties wordt er samengewerkt met verschillende actoren, zoals de provincie en de waterbeheerders. Water, Integraal waterbeleid, Deelbekkenbeheerplannen, deelbekkens Volledig grondgebied, deelbekkens Sleutelwoorden Gebied Doelstelling - Invoeren van een integraal, duurzaam waterbeleid - Uitvoeren van watergerelateerde acties, kaderend in een overkoepelende visie Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk stadsdiensten, provincie, waterbeheerders Stad Vilvoorde, Provincie Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, provincie, waterbeheerders Planperiode MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten Inzet van personeel Thema 9a: Integraal waterbeleid Project 13: Planning integraal waterbeleid Project 29: Integratie waterbeleid gpa pagina 173

187 IDENTIFICATIE Aanduiding IW 3 Titel Integreren van waterthema s in andere beleidsdomeinen. Classificatie Integraal Waterbeleid SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Om van een integraal waterbeleid te kunnen spreken dient het waterbeleid in andere beleidsdomeinen te worden ingepast. Dit betekent dat plannen, beslissingen of acties met betrekking tot bvb. ruimtelijke ordening dienen getoetst te worden aan de doelstellingen van het waterbeleid. Hierbij denken we dan aan het uitvoeren van de watertoets bij bouwprojecten (ruimtelijke ordening), het afstemmen van waterbeleid en natuurontwikkeling, aandacht bij renovatie- en nieuwbouwprojecten aan duurzaam watergebruik of het invoeren van waterbesparingsmaatregelen op de stedelijke diensten. Water, Integraal waterbeleid, deelbekkenbeheerplannen, deelbekkens Volledig grondgebied, deelbekkens Sleutelwoorden Gebied Doelstelling - Het voeren van een integraal, duurzaam waterbeleid - Samenwerking tussen stadsdiensten inzake watergerelateerde thema s optimaliseren - Waterbeleid betrekken op andere beleidsdomeinen Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk stadsdiensten Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, afdeling Werken doorlopend Thema 9a: Integraal waterbeleid Project 13: Planning integraal waterbeleid Project 29: Integratie waterbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten, personeelskosten Inzet van personeel gpa pagina 174

188 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 1 Titel Opvolging van de oppervlaktewaterkwaliteit Classificatie Oppervlaktewater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Opvolgen van meetresultaten (biologisch en fysicochemisch) van derden (VMM) - resultaten in milieubarometer invoeren. Sleutelwoorden Oppervlaktewater, kwaliteit, inventarisatie, monitoring Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Inzicht verwerven in toestand en evolutie waterkwaliteit Doelgroep(en) Stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, VMM, Provincie Indicatoren BBI, PIO, Visindex, Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Project 35: Meetnetten en monitoring MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten, Personeelskosten Afhankelijk van parameters en aantal meetplaatsen Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 175

189 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 2 Titel Opvolging vastlegging zuiveringszones Classificatie Oppervlaktewater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk De stad Vilvoorde dient de procedure te doorlopen om tot een definitief goedgekeurd zoneringsplan te komen. Oppervlaktewater, kwaliteit, inventarisatie, waterzuivering Volledig grondgebied Bepaling zuiveringszones om gebiedsgericht beleid te bevorderen Stad Vilvoorde Aquafin, VMM Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, VMM, Aquafin, dienst stedelijke ontwikkeling Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Project 14: Zuivering huishoudelijk afvalwater MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 176

190 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 3 Titel Voortzetten en verder uitwerken van het beleid m.b.t. gescheiden afvoer van regenwater, aansluiting op de riolering en de verbeterde infiltratie Classificatie Oppervlaktewater SO DULO Water, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Controleren van stedebouwkundige verordeningen inzake installatie van een KWZI. - Om de naleving te bevorderen is een specifieke communicatie naar architecten en bouwheren in Vilvoorde raadzaam. - Inventarisatie van de individuele lozingspunten in zone C. Aanmaning om reglementen op te volgen. Sleutelwoorden Oppervlaktewater, zuivering, infiltratie, regelgeving, controle Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Voorkomen en beperken oppervlaktewatervervuiling Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, inwoners, dienst stedelijke ontwikkeling Indicatoren Rioleringsgraad, zuiveringsgraad Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Project 14: Zuivering huishoudelijk afvalwater MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, Stedenbouwkundig ambtenaar gpa pagina 177

191 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 4 Titel Informeren over en promoten van particuliere zuiveringsinstallaties en afkoppeling hemelwater/infiltratie Classificatie Oppervlaktewater SO DULO Water, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Voortzetting van educatie en sensibilisatie - Opnemen van voorbeeldfunctie en communiceren over de resultaten - Metingen uitvoeren bij bestaande KWZI s om werking bij te sturen en resultaten te kunnen gebruiken in info-campagnes. - Blijvend promoten van stedelijke subsidiereglementen - Promoten van installatie poelen, halfverharde opritten, parkings met infiltratievoorzieningen Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Dit kan gebeuren via folders, publicaties, info-avonden, medewerking aan bovengemeentelijke campagnes,. Oppervlaktewater, zuivering, infiltratie, sensibilisatie, subsidie Volledig grondgebied Voorkomen en beperken oppervlaktewatervervuiling Inwoners Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, dienst communicatie Zuiveringsgraad, indicatoren waterkwaliteit Planperiode Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Thema 9c: Verdroging Project 14: Zuivering huishoudelijk afvalwater MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 178

192 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 5 Titel Verder aanleggen en vernieuwing van rioleringen Classificatie Oppervlaktewater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Inventarisatie aansluiting op riolering (RWZI). - Verhogen zuiveringsgraad door aansluiting op RWZI (Brussel-Noord en Grimbergen) - Uitbouw gescheiden riolering Sleutelwoorden Oppervlaktewater, zuivering, riolering Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Oppervlaktewaterverontreiniging terugdringen Doelgroep(en) Inwoners, stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, Aquafin, dienst stedelijke ontwikkeling Indicatoren Aansluitingsgraad, investeringsbedrag Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Project 14: Zuivering huishoudelijk afvalwater gpa pagina 179

193 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 6 Titel Behoud en herstel van grachtenstelsel Classificatie Oppervlaktewater SO DULO Water, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - controle op naleving van stedebouwkundige verordening inzake baangrachten - Waar mogelijk grachtenstelsel herstellen - Toepassing ecologisch verantwoord waterlopenbeheer - Informeren over onderhoud private grachten - Opstellen actieplan herwaardering grachtenstelsel - Toepassen NTMB bij herstellen grachten Sleutelwoorden Oppervlaktewater, grachten, ecologisch beheer Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Verhogen natuurwaarde, maximale infiltratie van hemelwater, tegengaan verdroging Doelgroep(en) Inwoners, stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, afdeling Werken, watering, dienst stedelijke ontwikkeling Indicatoren Lengte overwelfde baangrachten Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 9b: Verontreiniging van oppervlaktewater Thema 9c: Verdroging MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 180

194 IDENTIFICATIE Aanduiding OW 7 Titel Toepassen van strikt vergunningenbeleid Classificatie Oppervlaktewater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Inventarisatie vergunde afvalwaterlozingen - Strikt toezicht op naleving reglementering - Afbouw van niet-vergunde of gemelde lozingen - Bij het verlenen van een vergunning specifieke aandacht besteden aan de lozingsproblematiek en afkoppeling en hergebruik van hemelwater. De VMM vraagt dat elke aanvraag voor een milieuvergunning of melding gestoffeerd wordt met een rioleringsplan waaruit blijkt hoe het hemelwater, huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater afgevoerd worden. Indien een hemelwaterput aanwezig is, dient het volume aangegeven te worden. Bij lozing op riool van het hemelwater dient in de aanvraag een motivatie opgenomen te worden waarom de lozing niet in oppervlaktewater gebeurt en waarom het hemelwater niet opgevangen wordt en hergebruikt of geïnfiltreerd. Sleutelwoorden Oppervlaktewater, controle, vergunningen Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Voorkomen en beperken oppervlaktewatervervuiling, strikt beleid en integrale naleving milieuwetgeving Doelgroep(en) Inwoners, bedrijven, stad Vilvoorde, dienst stedelijke ontwikkeling Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, afdeling Werken Indicatoren Aantal vergunning, totaal vergund lozingsdebiet Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 39: Milieuvergunningenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 181

195 IDENTIFICATIE Aanduiding GW 1 Titel Opvolgen grondwaterkwaliteit Classificatie Grondwater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - bestaande gegevens inventariseren - opvolgen van meetcampagnes van derden - campagne naar particulieren toe: bepaling putwaterkwaliteit Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar Grondwater, inventarisatie, monitoring Volledig grondgebied Inzicht verwerven in toestand en evolutie grondwaterkwaliteit stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, VMM, provincie Meetresultaten grondwaterkwaliteit Planperiode Thema 5: Vermesting Thema 6: Verspreiding milieugevaarlijke stoffen Project 35: Meetnetten en monitoring gpa pagina 182

196 IDENTIFICATIE Aanduiding GW 2 Titel Vergunningenbeleid optimaliseren Classificatie Grondwater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Bij grondwaterwinningvergunning verplichten om mogelijk minimum hoeveel benodigd grondwater te onderzoeken - niet-vergunde winningen (huishoudelijk) inventariseren - Afbouw van diepe waterwinningen - Toezicht op vergunde GWW en opsporen en voorkomen van illegale oppompingen Sleutelwoorden Grondwater, grondwaterwinning, vergunningen Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Duurzaam grondwaterbeheer Doelgroep(en) stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving Indicatoren Vergunde onttrekkingshoeveelheden Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 9c: Verdroging MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 183

197 IDENTIFICATIE Aanduiding GW 3 Titel Bevorderen hemelwaterinfiltratie Classificatie Grondwater SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Promotie van stedelijke subsidiereglementen Uitoefenen voorbeeldfunctie Grondwater, grondwaterwinning, vergunningen Volledig grondgebied Voorkoming van uitputting grondwaterlagen stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, dienst communicatie, dienst stedelijke ontwikkeling Planperiode Thema 9c: Verdroging MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 184

198 IDENTIFICATIE Aanduiding WB 1 Titel Opvolgen van resultaten uit het waterbodemmeetnet Classificatie Waterbodem SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - De metingen en resultaten van de VMM op te volgen. - De resultaten van de metingen kunnen in de milieubarometer worden opgenomen. Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar Waterbodem, monitoring, inventarisatie Volledig grondgebied Verwerven van inzicht in toestand en evolutie van waterbodemkwaliteit Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, VMM, Provincie Indicatoren waterbodemkwaliteit (triade) Planperiode Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem Project 7: Waterbodemverontreiniging Project 35: Meetnetten en monitoring gpa pagina 185

199 IDENTIFICATIE Aanduiding WB 2 Titel Opvolgen en uitvoeren actieplan deelbekkenbeheerplannen Classificatie Waterbodem SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk In de deelbekkenbeheerplannen wordt de opmaak van een ruimingsplan voorzien. Waterbodem, slibruiming Volledig grondgebied Verbetering van waterkwantiteit en waterkwaliteit stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, technische dienst, beheerders waterlopen Resultaten slibanalyses, hoeveelheid geruimd slib Planperiode Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem Project 7: Waterbodemverontreiniging MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 186

200 IDENTIFICATIE Aanduiding DW 1 Titel Voorbeeldfunctie vervullen inzake duurzaam watergebruik Classificatie Duurzaam watergebruik SO DULO Water, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Sensibilisatie naar eigen personeel - Bij bouw- en verbouwingswerken van stedelijke gebouwen steeds het gebruik van hemelwater voorzien. - Uitvoeren van wateraudits bij de stedelijke gebouwen Sleutelwoorden Duurzaam watergebruik, voorbeeldfunctie, sensibilisatie, wateraudit Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Vermindering van het gebruik van drinkwater Doelgroep(en) stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, stadspersoneel, dienst gebouwen, WEB, Indicatoren Waterverbruik intern Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 9b: Verontreiniging oppervlaktewater Thema 9c: Verdroging Project 16: Strategische visie watervoorziening en watergebruik MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Wateraudits: geïntegreerd in kosten verbouwing of nieuwbouw 5.000/jaar Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 187

201 IDENTIFICATIE Aanduiding DW 2 Titel Stimulatie van duurzaam watergebruik via sensibilisatiecampagnes en acties Classificatie Duurzaam watergebruik SO DULO Water, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Het voeren van sensibilisatie is belangrijk om de inwoners aan te sporen om milieubewust om te gaan met het drinkwater. Het uitdragen van de voorbeeldfunctie (informeren over uitgevoerde acties, behaalde resultaten) is hiervan een essentieel onderdeel. Enkele onderwerpen waarvoor promotie gevoerd kan worden - gebruik van regenwater voor spoelen toilet - spaarknop op toilet - spaardouchekop - gebruik regenwater voor het wassen van de auto - wasmachine en vaatwasmachine enkel gebruiken wanneer volledig gevuld - besproeien van tuin met regenwater - Het opzetten van een voorbeeldproject in één van de stadsgebouwen waar deze principes in de praktijk worden gebracht is een belangrijk educatief middel. Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk We verwijzen hier ook nog naar het voortzetten en promoten van de stedelijke subsidieregelingen inzake hemelwatergebruik Duurzaam watergebruik, voorbeeldfunctie, sensibilisatie, Volledig grondgebied Vermindering van het gebruik van drinkwater Inwoners Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving Waterverbruik Planperiode OW 4, NE 3 Thema 9b: Verontreiniging oppervlaktewater Thema 9c: Verdroging Project 16: Strategische visie watervoorziening en watergebruik MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Uitvoeringskosten: bvb sensibiliseringscampagne: Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 188

202 IDENTIFICATIE Aanduiding NE 1 Titel Verder uitwerken acties van GNOP + evaluatie en actualisatie Classificatie 3.3 Natuurlijke entiteiten SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Verder uitwerken van het GNOP, met aandacht voor een gebiedsgericht beleid en specifieke acties. Evaluatie van reeds uitgevoerde acties en relevantie nog niet uitgevoerde acties, met eventueel actualisatie van het GNOP Natuurlijke entiteiten, GNOP, inventarisatie, actieplan Volledig grondgebied Komen tot geïntegreerd gebiedsgericht natuurbeleid, inventarisatie en behoud van natuurwaarden stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, eventueel studiebureau, dienst groenvoorziening aantal uitgevoerde acties Planperiode Alle andere NE-acties Thema 11: Versnippering Thema 12: Verlies aan biodiversiteit Project 18: Prioriteiten ontsnippering Project 19: Ruimte voor natuur Project 20: Soortendiversiteit Project 21: Bosbeleid Project 22: Zorg voor natuur MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, extern studiebureau gpa pagina 189

203 IDENTIFICATIE Aanduiding NE 2 Titel Optimalisatie en promoten van subsidiereglementen Classificatie 3.3 Natuurlijke entiteiten SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Promoten van eigen subsidiereglementen zoals subsidie groendaken - Informeren over en promoten van bovengemeentelijke subsidiereglementen (bvb. subsidies VMM) - Promotie van groendaken, o.a. door installatie van groendaken op eigen gebouwen (voorbeeldfunctie) en promotie subsidiereglement Sleutelwoorden Natuurlijke entiteiten, subsidiereglementen Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Gebruik van subsidiereglementen verhogen, installatie en onderhoud groendaken en KLE bevorderen Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst groenvoorziening, dienst communicatie Indicatoren Hoeveelheid aangevraagde en verleende subsidies Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 190

204 IDENTIFICATIE Aanduiding NE 3 Titel Aangaan en/of voortzetten samenwerkingsverbanden natuurbeheer en natuureducatie Classificatie 3.3 Natuurlijke entiteiten SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - Door de bestaande samenwerkingen (bvb. Provincie en Econet) voort te zetten is een ecologisch en actief natuurbeheer verzekerd. - Door de scholen bij het natuurbeheer te betrekken wordt ook aan natuureducatie gewerkt. - Ondersteunen van verenigingen (materiaal, lokalen, ) Sleutelwoorden Natuurlijke entiteiten, natuurbeheer, samenwerking Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Verhogen van natuurwaarden in de stad, toepassen van ecologisch beheer Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, natuurverenigingen Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, natuurverenigingen, scholen, Indicatoren Aantal samenwerkingsverbanden, aantal ondernomen acties Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 26: Samenwerking met milieu- en natuurverenigingen en andere maatschappelijke organisaties MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar en educatief medewerker gpa pagina 191

205 IDENTIFICATIE Aanduiding NE 4 Titel Het voeren van een groen ruimtelijk beleid met een geïntegreerd gebiedsbericht natuurbeleid als basis Classificatie 3.3 Natuurlijke entiteiten SO DULO Natuurlijke entiteiten niveau 1/niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving - Bij het opstellen en uitvoeren van BPA s en RUP s rekening houden met natuurontwikkeling, natuurpotenties, zachte functies en de visie uit het (geactualiseerde ) GNOP. - Juridisch vastleggen van de potentiële natuurgebieden - Voorkomen van verdere versnippering, aandacht voor kleine landschapselementen, creëren van stapstenen, verbindingszones - Streng toezicht op verlenen kapvergunningen, opleggen van compensatieverplichting - Bij aanplantingen gebruik maken van streekeigen vegetatie - Sleutelwoorden Natuurlijke entiteiten, natuurbeheer, gebiedsgericht beleid Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Verhogen van natuurwaarden in de stad, toepassen van ecologisch beheer, educatie en sensibilisatie, toepassen van gebiedgericht beleid Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, natuurverenigingen, Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst groenvoorziening, natuurverenigingen, Indicatoren Oppervlakte groen Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 11: Versnippering Thema 12: Verlies aan biodiversiteit Project 18: Prioriteiten ontsnippering Project 19: Ruimte voor natuur Project 20: Soortendiversiteit Project 21: Bosbeleid Project 22: Zorg voor natuur MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, gpa pagina 192

206 IDENTIFICATIE Aanduiding NE 5 Titel Voorbeeldfunctie uitdragen inzake natuur-, groen- en bosbeheer Classificatie 3.3 Natuurlijke entiteiten SO DULO Natuurlijke entiteiten niveau 1/niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving - Opstellen groeninventaris, berminventaris, - Deelname aan week van het bos - Promotie van ecologisch tuinieren (bvb. met wedstrijd) - Uitvoeren van nestkastjes-actie - Boomplant-acties - Aanleggen van een ecologisch beheerde tuin bij een openbaar gebouw - Informeren over ondernomen acties - Blijvende aandacht voor onderhoud openbaar groen Sleutelwoorden Natuurlijke entiteiten, natuurbeheer, voorbeeldfunctie, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Verhogen van natuurwaarden in de stad, toepassen van ecologisch beheer, educatie en sensibilisatie Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, natuurverenigingen, scholen, inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst groenvoorziening, natuurverenigingen, scholen, Indicatoren Aantal groene acties Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten, personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, dienst groenvoorziening gpa pagina 193

207 IDENTIFICATIE Aanduiding HA 1 Titel Voortzetten drempel om klachten in te dienen verlagen Classificatie 3.4 Hinder SO DULO Hinder; niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - inwoners informeren over de mogelijkheden om hinder te rapporteren - Opnemen van artikels in stadskrant over de afhandeling van de binnengekomen klachten Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Hinder, opvolging en behandeling klachten Volledig grondgebied Drempel om klachten in de dienen te verlagen Stad Vilvoorde, inwoners Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving Aantal klachten Planperiode SD 11, SD 12 Thema 10: Hinder Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 194

208 IDENTIFICATIE Aanduiding HA 2 Titel Voortzetten maximale opvolging van milieuklachten Classificatie 3.4 Hinder SO DULO Hinder, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Nagaan van de objectieve gegrondheid van de milieuklachten Omdat hinder veelal subjectief is, is het nodig de klacht te toetsen aan het voorzien kader van wetten en reglementeringen - Aanklager op de hoogte houden van afhandeling klacht - Afstemming met intergemeentelijke politiezone inzake registratie en behandeling klachten - Verdere toepassing MKROS Sleutelwoorden Hinder, opvolging en behandeling klachten Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Eénduidige opvolging milieuklachten Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving Indicatoren Aantal afgehandelde klachten Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere SD 11, SD 12 acties Provinciaal Gewestelijk Thema 10: Hinder Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 195

209 IDENTIFICATIE Aanduiding HA 3 Titel Voorbeeldfunctie vervullen: hinder beperken Classificatie 3.4 Hinder SO DULO Hinder, niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving - Inventaris opstellen van eigen activiteiten en eigen installaties die potentieel hinder veroorzaken - Hinder veroorzaakt door eigen activiteiten en installaties tot een minimum beperken Sleutelwoorden Hinder, inventarisatie, eigen werking Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van hinder door eigen werking Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, technische dienst Indicatoren Aantal afgehandelde klachten Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 10: Hinder Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 196

210 IDENTIFICATIE Aanduiding GL 1 Titel Sensibilisatie inzake voorkomen van geluidshinder Classificatie Geluid SO DULO Hinder, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, - Bemiddelingsfunctie tussen klagers en beklaagden Sleutelwoorden Hinder, geluid, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van geluidshinder door preventie en sensibilisatie Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Politie Indicatoren Aantal klachten inzake geluid Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 10a: Verstoring door geluid Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Uitvoeringskosten sensibilisatiecampagne: Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 197

211 IDENTIFICATIE Aanduiding GL 2 Titel Uitwerken van een inzake geluidshinder Classificatie Geluid SO DULO Hinder, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Aanpassen politiereglement aan Vlaams modelreglement - Opstellen geluidshinderkaart of geluidsklachten in GIS-database opnemen - Geluidshinder integreren in mobiliteitsbeleid en ruimtelijke ordening - Aspect geluid opnemen in vergunningsvoorwaarden - Voortzetten transportconvenanten - Opvolgen evolutie luchthavenproblematiek Sleutelwoorden Hinder, geluid, reglementering Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van geluidshinder door inventarisatie en reglementering Doelgroep(en) Inwoners, stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, politie Indicatoren Aanpassing politiereglement, aantal klachten geluidshinder Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 10a: Verstoring door geluid Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 198

212 IDENTIFICATIE Aanduiding GR 1 Titel Sensibilisatie inzake het voorkomen van geurhinder Classificatie Geur SO DULO Hinder, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, en dit voornamelijk naar het verbranden van afval toe. Sleutelwoorden Hinder, geur, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van geurhinder door sensibilisatie Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst communicatie Indicatoren Aantal klachten inzake geur Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 10b: Verstoring door geur Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Uitvoeringskosten sensibiliseringsactie : Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 199

213 IDENTIFICATIE Aanduiding GR 2 Titel Voortzetten beperken van geurhinder Classificatie Geur SO DULO Hinder, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Opvolgen informatie omtrent uitgevoerde geuranalysen. - Naleving afspraken en voorwaarden geurbestrijding Sleutelwoorden Hinder, geur, inventarisatie, controle Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van geurhinder Doelgroep(en) Bedrijven Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving Indicatoren Aantal klachten inzake geur Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 10b: Verstoring door geur Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 200

214 IDENTIFICATIE Aanduiding LI 1 Titel Sensibilisatie inzake het voorkomen van lichthinder Classificatie Licht SO DULO Hinder, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Informatie verschaffen aan de verschillende doelgroepen: - eigen diensten: milieuzorgsysteem met aandacht voor lichthinder bij de eigen gebouwen, parkeerterreinen, sportterreinen, parken, verlichte monumenten en culturele gebouwen, doven van nietnoodzakelijke verlichting na 24u, deelname aan Nacht van de Duisternis - bevolking: naderingslampen installeren i.p.v. permanente verlichting, voor de verlichting van tuinen, opritten en portalen - industrie: beperken en 's nachts doven van lichtreclame, aandacht voor beperken van lichthinder bij parkeerterreinen, ingangsdeuren, open procesinstallaties (naderingslampen), - landbouw (serres): afscherming in serres (assimilatieverlichting), - recreatie (uitbaters van sportvelden): gebruik van verlichtingstoestellen die niet naar de hemel stralen, doven van de verlichting bij niet-gebruik van de terreinen, - handel en diensten: 's nachts doven van lichtreclame en verlichte uitstalramen. Hinder, licht, sensibilisatie Volledig grondgebied Beperken van lichthinder door sensibilisatie Bedrijven, bevolking, eigen diensten, handelaars, Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, milieuraad, middenstandsraad Aantal klachten inzake lichthinder Planperiode Thema 10c: Verstoring door licht Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 201

215 IDENTIFICATIE Aanduiding LI 2 Titel Voortzetten verwijderen of beperken van niet strikt noodzakelijke straaten klemtoonverlichting van de gemeentediensten of onder gemeentelijke bevoegdheid Classificatie Licht SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving De gemeente dient een voorbeeldfunctie te vervullen en voldoende te communiceren over reeds gedane acties. Zo wordt ondermeer de klemtoonverlichting worden uitgeschakeld tussen 0.00u 6.00u. Bij beslissing tot doven moet wel rekening gehouden worden met de maatschappelijke voordelen van continue openbare verlichting zoals het waarborgen van de (verkeers)veiligheid. Bij de vervanging van verouderde armaturen worden efficiëntere armaturen voorzien waarbij het licht enkel naar beneden gericht is. Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Verscherpt toezicht op de Vlarem-wetgeving (eerstelijnstoezicht bij klasse 2 en klasse 3 inrichtingen alsook niet ingedeelde inrichtingen). Lichtreclame mag de intensiteit van de openbare verlichting bijvoorbeeld niet overtreffen. Hinder, licht, voorbeeldfunctie Volledig grondgebied Beperken van lichthinder Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, technische dienst Aantal klachten inzake lichthinder, vernieuwde lichtarmaturen Planperiode Thema 10c: Verstoring door licht Project 17: Integratie hinderbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 202

216 IDENTIFICATIE Aanduiding HB 1 Titel Systematisch verder registreren en inventariseren van de grondkwaliteit in de gemeente Classificatie Bodem SO DULO Hinder, optionele bepalingen ACTIEPLAN Beschrijving - Een inschatting opmaken van de omvang en de situering van potentieel verontreinigde sites door analyse van het milieuvergunningenbestand - Verdere uitwerking databank en koppelen aan GIS-systeem - Een oriënterend onderzoek uitvoeren bij nieuwe verkavelingen. Sleutelwoorden Hinder, bodem, inventarisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Inzicht verwerven in toestand bodemkwaliteit Doelgroep(en) Stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, OVAM Indicatoren Aantal verontreinigde percelen, aantal uitgevoerde bodemsaneringen Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar Thema 7: verontreiniging en aantasting van de bodem Project 6: Bodemsanering gpa pagina 203

217 IDENTIFICATIE Aanduiding HB 2 Titel Sensibilisatie inzake bodemverontreiniging en bodemsanering Classificatie Bodem SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, Hinder, bodem, sensibilisatie Volledig grondgebied Inwoners Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, OVAM Aantal sensibilisatie-campagnes planperiode Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem Project 6: Bodemsanering MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 204

218 IDENTIFICATIE Aanduiding HB 3 Titel Het doen van vaststellingen met betrekking tot bodemverontreiniging in situaties waarop de niet-klassieke regelingen van toepassing zijn Classificatie Bodem SO DULO Hinder, optionele bepalingen ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk De stad doet een beroep op een erkend bodemsaneringsdeskundige om de nodige vaststellingen te doen met betrekking tot een acuut geval van bodemverontreiniging en indien nodig om verdere maatregelen in het kader van het bodemsaneringsdecreet te laten voorstellen. De stad meldt een schadegeval aan de OVAM indien er verdere maatregelen moeten getroffen worden met betrekking tot de vastgestelde bodemverontreiniging. Onmiddellijk OVAM op de hoogte brengen en inschakelen van een erkende bodemsaneringdeskundige bij acute gevallen van bodemverontreiniging Hinder, bodem, sensibilisatie, bodemsanering Volledig grondgebied Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, OVAM Planperiode Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem Project 6: Bodemsanering MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 205

219 IDENTIFICATIE Aanduiding HB 4 Titel Adviesverlening inzake Vlarebo, historisch verontreinigde gronden en consequenties aan de burgers Classificatie Bodem SO DULO Hinder, optionele bepalingen ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Coördinatie bij sanering en herwaardering van de oude industrieterreinen. Opvolging en coördinatie van de uitwerking en uitvoering van specifieke projecten voor zwaar verontreinigde sites in de stad. Uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken op potentieel verontreinigde stadsgronden i.f.v. overdracht of bij risico voor de volksgezondheid. Hinder, bodem, sensibilisatie, bodemsanering Volledig grondgebied Inwoners, bedrijven, handelaars Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, OVAM planperiode Thema 7: verontreiniging en aantasting van de bodem Project 6: Bodemsanering MIDDELEN Totaal voorzien budget Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 206

220 IDENTIFICATIE Aanduiding LU 1 Titel Sensibilisatie inzake de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen Classificatie Luchtverontreiniging SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk De burgers en doelgroepen worden gesensibiliseerd aan de hand van infofolders, artikels in het informatieblad, informatieavonden, - overschakeling van verwarming op stookolie naar aardgas: sensibilisatie naar inwoners en specifiek naar serrehouders - Sensibilisatie inzake het verbranden van afval in de tuin - Sensibilisatie over het belang van onderhoud van de verwarmingsinstallatie - Informeren over bijdrage aan luchtverontreiniging en gevolgen ervan voor de gezondheid - Sensibilisatie inzake milieuvriendelijke alternatieven voor ozonafbrekende stoffen - Sensibilisatie en acties inzake asbest(verwijdering) Hinder, luchtverontreiniging, sensibilisatie Volledig grondgebied Beperken van uitstoot verontreinigende stoffen door sensibilisatie Inwoners Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, Aantal klachten afvalverbranding, resultaten meetnet planperiode Thema 1: Verdunning van de ozonlaag Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Uitvoeringskosten, sensibiliseringscampagne Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 207

221 IDENTIFICATIE Aanduiding LU 2 Titel Toezicht op een correcte naleving van de milieureglementering bij installaties met een belangrijke impact op luchtverontreiniging Classificatie Luchtverontreiniging SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving - controle op naleving politiereglement - opstellen nieuwe reglement naar Vlaams model Sleutelwoorden Hinder, luchtverontreiniging, controle Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van uitstoot verontreinigende stoffen door controle en regelgeving Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Politie Indicatoren Aantal klachten inzake afvalverbranding Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar Thema 1: Verdunning van de ozonlaag Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht gpa pagina 208

222 IDENTIFICATIE Aanduiding MO 1 Titel Mobiliteitsbeleid evalueren naar milieu-aspecten toe Classificatie 3.5 Mobiliteit SO DULO Mobiliteit, niveau 1/niveau 2 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk In het mobiliteitsplan zelf worden geen milieudoelstellingen vermeld en worden ook bij de acties geen verwijzingen naar milieu-aspecten teruggevonden. Daarom is het belangrijk om de milieueffecten van de voorgestelde maatregelen en acties te onderzoeken. Mobiliteit, evaluatie, toetsing, mobiliteitsprojecten, integratie Volledig grondgebied Mobiliteitsbeleid linken aan milieubeleid Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, Technische dienst, dienst beheer der wegen Planperiode Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 10a: Verstoring door geluid Thema 11: Versnippering Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht Project 30: Milieu en mobiliteit MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, mobiliteitsambtenaar gpa pagina 209

223 IDENTIFICATIE Aanduiding MO 2 Titel Fietsgebruik stimuleren door sensibilisatie en uitbouw van het fietsroutenetwerk / promotie van trage wegen Classificatie 3.5 Mobiliteit SO DULO Mobiliteit niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - voortzetten bestaande sensibilisatie-acties ( met belgerinkel naar de winkel, folders, ) - doelgroepgerichte sensibilisatie-acties: scholen, jeugdverenigingen - uitbouwen fietsroutenetwerk: zowel in als naar de stad, in samenwerking met provincie - aanleggen/opwaarderen fietspaden - beveiligen fietsroutes/oversteekplaatsen - oprichten fietsenstallingen - gratis fietscontroles - fietsgravering - ondersteuning fietspool - Bij promotie van fietsgebruik ook nadelige effecten van luchtverontreiniging (autogebruik) op de gezondheid aanhalen. Sleutelwoorden Mobiliteit, fietsgebruik, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Het promoten van alternatieve vervoerswijzen, zodat de milieubelasting door het autoverkeer vermindert. Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, bevolking Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Technische dienst, AWV, Regionaal landschap Indicatoren Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 10a: Verstoring door geluid Thema 11: Versnippering Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht Project 30: Milieu en mobiliteit MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel mobiliteitsambtenaar (aan te werven of aan te duiden) + educatieve medewerker gpa pagina 210

224 IDENTIFICATIE Aanduiding MO 3 Titel Mobiliteit gemeentediensten aanpassen / voorbeeldfunctie gemeentediensten uitoefenen Classificatie 3.5 Mobiliteit SO DULO Mobiliteit niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Een omschakeling naar alternatieve vervoerswijzen begint bij de eigen stadsdiensten, die hun inspanningen en resultaten dan kunnen aanwenden als sensibilisatie voor de bevolking. - uitkering fietsvergoeding - gebruik dienstfietsen voor kleine verplaatsingen - ter beschikking stellen van regenkledij voor fietsend personeel - fietsenstallingen aan stadsgebouwen inrichten/reserveren - inventaris wagenpark - milieutoetsing wagenpark - bij vervanging of aankoop van voertuigen kiezen voor milieuvriendelijke alternatieven (zie Mobiliteit, voorbeeldfunctie, fietsgebruik, stadsdiensten Volledig grondgebied Het promoten en gebruiken van alternatieve vervoerswijzen, zodat de milieubelasting door het autoverkeer vermindert. Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, Technische dienst, dienst personeel, OCMW, politie Aantal werknemers die met de fiets komen, bedrag uitgekeerde fietsvergoeding Planperiode Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 10a: Verstoring door geluid Thema 11: Versnippering Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht Project 30: Milieu en mobiliteit MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel mobiliteitsambtenaar (aan te werven of aan te duiden) gpa pagina 211

225 IDENTIFICATIE Aanduiding MO 4 Titel Gebruik openbaar vervoer stimuleren door sensibilisatie en uitbouw infrastructuur. Classificatie 3.5 Mobiliteit SO DULO Mobiliteit niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Sensibilisatie door middel van folders, - deelname aan week van vervoering - promoten van gebruik openbaar vervoer naar scholen - aanpassen verkeersinfrastructuur - bereikbaarheid van openbare gebouwen met het openbaar vervoer verzekeren - wachthokjes, fietsenstallingen aan haltes Sleutelwoorden Mobiliteit, openbaar vervoer, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Het promoten en gebruiken van alternatieve vervoerswijzen, zodat de milieubelasting door het autoverkeer vermindert. Doelgroep(en) Stad Vilvoorde, bevolking Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, Technische dienst, de Lijn, NMBS, AWV, dienst beheer der wegen Indicatoren Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 10a: Verstoring door geluid Thema 11: Versnippering Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht Project 30: Milieu en mobiliteit MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel mobiliteitsambtenaar (aan te werven of aan te duiden) gpa pagina 212

226 IDENTIFICATIE Aanduiding MO 5 Titel Blijvende sensibilisatie naar scholen toe / begeleiding bij opstellen scholenvervoerplan Classificatie 3.5 Mobiliteit SO DULO Mobiliteit niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Men kan speciale acties organiseren rond het openbaar vervoer of de fiets, stimuleren van fietspoolen, bereikbaarheid van scholen met het openbaar vervoer vergroten, sensibilisatie van de ouders via hun kinderen, Een gestructureerde manier om dit aan te vangen is de opmaak van een scholenvervoersplan (naar analogie met een bedrijvenvervoersplan). Mobiliteit, openbaar vervoer, scholen Volledig grondgebied Het promoten en gebruiken van alternatieve vervoerswijzen, zodat de milieubelasting door het autoverkeer vermindert, naar een specifieke doelgroep toe Stad Vilvoorde, scholen Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, Technische dienst, de Lijn, NMBS, AWV, Provincie, dienst onderwijs Aantal leerlingen dat per fiets of openbaar vervoer komt Planperiode Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 10a: Verstoring door geluid Thema 11: Versnippering Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht Project 30: Milieu en mobiliteit MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Sensibilisatie: Scholenvervoersplan opstellen: Inzet van personeel mobiliteitsambtenaar (aan te werven of aan te duiden) gpa pagina 213

227 IDENTIFICATIE Aanduiding MO 6 Titel Deelname aan sensibilisatie-acties Classificatie 3.5 Mobiliteit SO DULO ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Deelname aan mobiliteitsacties, zoals ROB en autoluwe (autovrije) dagen. Mobiliteit, openbaar vervoer, scholen Volledig grondgebied Het promoten en gebruiken van alternatieve vervoerswijzen, zodat de milieubelasting door het autoverkeer vermindert, naar een specifieke doelgroep toe Inwoners Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving Planperiode Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Thema 4: Verzuring Thema 10a: Verstoring door geluid Thema 11: Versnippering Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht Project 30: Milieu en mobiliteit MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel mobiliteitsambtenaar (aan te werven of aan te duiden) gpa pagina 214

228 IDENTIFICATIE Aanduiding EN 1 Titel Verdere realisatie energiezorgsysteem Classificatie 3.6. Energie SO DULO Energie, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - bijhouden energieboekhouding + gevolge geven aan conclusies analyse boekhouding - uitvoering energie-audits + realisatie aanbevelingen - uitbreiding energiezorgsysteem naar bijkomende gebouwen - bij aanpassing bestaande infrastructuur voor energiezuinige en duurzame oplossingen kiezen - bij nieuwbouw principes van duurzaam energiebeleid toepassen - vereist overleg en goede samenwerking betrokken diensten en energiecoördinator - aanpassing lastenboek aan nieuwe energieprestatieregeling Sleutelwoorden Energie, REG, intern milieuzorgsysteem Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Vermindering energiegebruik, wijziging energiebronnen Doelgroep(en) Stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, technische dienst, dienst gebouwen, WEB Indicatoren Verbruiksgegevens Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar (evt. energiecoördinator) gpa pagina 215

229 IDENTIFICATIE Aanduiding EN 2 Titel Energiebewust denken en handelen (intern) Classificatie 3.6. Energie SO DULO Energie, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Sensibilisatie naar stadsdensten toe (bvb. verwarming uitzetten, lichten doven, niet te warm stoken, ) - Bestaande infrastructuur optimaliseren (overschakelen aardgas (HR+), of andere energiebronnen (zonne-energie, WKK). Aanbevelingen uit energie-audits uitvoeren, gebouwen isoleren (samenwerking met TD) - Idem voor nieuwe infrastructuur - Vervanging van openbare verlichting door energiezuinige exemplaren - Vervangen van oude voertuigen door energiezuiniger exemplaren Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Deze voorgaande acties worden gestructureerd in het intern energiezorgsysteem. Energie, energiebewustzijn, energiebesparing, voorbeeldfunctie Volledig grondgebied Beperken van het energieverbruik, overschakelen naar hernieuwbare energiebronnen Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, technische dienst, dienst gebouwen, WEB Energieverbruik Planperiode Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar (evt. energiecoördinator) gpa pagina 216

230 IDENTIFICATIE Aanduiding EN 3 Titel Energiebewust denken en handelen stimuleren (bevolking) Classificatie 3.6. Energie SO DULO Energie, niveau 1 ACTIEPLAN Beschrijving - Voorbeeldfunctie uitoefenen: resultaten en verwezenlijkingen intern energiebeleid bekend maken - Uitvoeren sensibilisatiecampagnes - Promoten van bovenlokale initiatieven, promoten van bovenlokale subsidies - Subsidieregeling voor zonne-energiesystemen promoten - Voortzetten coördinatie aan particulieren voor aankoop en installatie van zonne-energiesystemen - Opzetten voorbeeldproject op stadsgebouw (bvb. bibliotheek, (sensibilisatie, educatie) Sleutelwoorden Energie, energiebewustzijn, energiebesparing, voorbeeldfunctie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Beperken van het energieverbruik, overschakelen naar hernieuwbare energiebronnen Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, technische dienst Indicatoren energieverbruik Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen Project 3: Klimaatbeleid Project 4: Emissiereductiebeleid lucht MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar (evt. energiecoördinator) gpa pagina 217

231 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 1 Titel Sensibilisatie gericht op gemeentepersoneel Classificatie Doelgroepenbeleid : gemeentediensten SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving - Inhoud van het MBP aan het stadspersoneel toelichten - Maximaal gebruik maken van communicatiekanalen (bvb. door middel van memo s, mailings, personeelskrantje, ) - Bij opleiding en educatie van het aandacht besteden aan milieuzorg (bvb. inrichten van maandelijks info-moment) - Resultaten van de inspanningen en verwezenlijking op het vlak van milieu terugkoppelen Sleutelwoorden Doelgroepenbeleid, eigen diensten, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Bereiken van alle gemeentepersoneel, milieubewust denken en handelen stimuleren Doelgroep(en) Stad Vilvoorde Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst personeel Indicatoren Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 218

232 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 2 Titel Overleg tussen stadsdiensten bevorderen Classificatie Doelgroepenbeleid : stadsdiensten SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Doelgroepenbeleid, eigen diensten, sensibilisatie Volledig grondgebied Een horizontale samenwerking uitbouwen als basis voor een geïntegreerd beleid en duurzame ontwikkeling. Stad Vilvoorde Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, alle diensten Planperiode Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 219

233 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 3 Titel Blijvende sensibilisatie gebruik makend van algemene en specifieke communicatiekanalen Classificatie Doelgroepenbeleid : burgers, huishoudens, consumenten SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving - Blijvende sensibilisatie over alle milieuthema s - Inrichten speciale info-avonden voor specifieke wijken of groepen (bvb. nieuwe inwoners, bouwers, ouders, senioren, ) - Gebruik maken van de media voor specifieke doelgroepen (bvb. schoolkrantje, jeugdkrantje, internet, parochieblad, milieu-info leveren bij bouwaanvraag, ) - Gebruik maken van ondersteuning geboden door verschillende instanties zoals bvb. Provincie of Lokaal Gezondheidsoverleg Sleutelwoorden Doelgroepenbeleid, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Zo veel mogelijk mensen bereiken om door sensibilisatie tot een mentaliteitswijziging te komen Doelgroep(en) Inwoners Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst onderwijs Indicatoren Termijnplanning Planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar, communicatie-ambtenaar gpa pagina 220

234 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 4 Titel Scholen stimuleren en begeleiden bij milieu-educatie en milieuzorg Classificatie Doelgroepenbeleid: scholen en jeugdverenigingen SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving - Ondersteuning van jeugdverenigingen bij organisatie van milieuactiviteiten - Ondersteuning van milieuzorg op school - rondleidingen en natuurbeheersactiviteiten Sleutelwoorden Doelgroepenbeleid, sensibilisatie, scholen Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Op jonge leeftijd het milieubewustzijn laten groeien Doelgroep(en) Scholen, jeugdverenigingen Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, scholen, jeugdverenigingen, provincie Indicatoren Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten, Uitvoeringskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 221

235 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 5 Titel Controle op vergunningen, opleggen bijzondere milieuvoorwaarden in vergunningen Classificatie Doelgroepenbeleid: bedrijven en handelaars SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving - controleren zonder aanleiding of vermoeden van overtreding - opleggen van opmaak geurhinderplan - opleggen van opmaak geluidshinderplan - grondig onderzoek naar noodzaak bij verlening grondwaterwinningvergunning Sleutelwoorden Doelgroepenbeleid, controle, regelgeving Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Door middel van een strikt vergunningenbeleid de milieu-impact tot een minimum beperken Doelgroep(en) Bedrijven, handelaars Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, technische dienst Indicatoren Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 222

236 DENTIFICATIE Aanduiding DG 6 Titel Gerichte sensibilisatie en informatieverlening naar middenstand en industrie Classificatie Doelgroepenbeleid: bedrijven en handelaars SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving - Verpakking van goederen en handelswaar - Gebruik duurzame grondstoffen en hernieuwbare energie - Milieuverantwoord aankopen en gebruiken van producten Sleutelwoorden Doelgroepenbeleid, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Door middel van gerichte sensibilisatie de doelgroep beter bereiken Doelgroep(en) Bedrijven, handelaars, industrie Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, milieuraad, middenstandsraad Indicatoren Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 223

237 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 7 Titel Gerichte sensibilisatie en informatieverlening naar verenigingen Classificatie Doelgroepenbeleid: Verenigingen SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving Sleutelwoorden Gebied Doelstelling Doelgroep(en) Initiatiefnemer Betrokken actoren Indicatoren Termijnplanning Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Sensibilisatie en communicatie voeren in functie van de te bereiken doelgroep omtrent welbewust gekozen thema s Doelgroepenbeleid, sensibilisatie Volledig grondgebied Door middel van gerichte sensibilisatie de doelgroep beter bereiken Verenigingen Stad Vilvoorde Dienst Leefomgeving, dienst cultuur planperiode Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 224

238 IDENTIFICATIE Aanduiding DG 8 Titel Ondersteuning van verengingen bij milieugerichte acties / evenementen Classificatie Doelgroepenbeleid: Verenigingen SO DULO Instrumentarium, optie doelgroepen ACTIEPLAN Beschrijving - Ondersteuning bij zwerfvuilacties - Ondersteuning bij boomplantacties - Ondersteuning bij organisatie evenementen: tips voor beperken afvalhinder, geluidshinder Sleutelwoorden Doelgroepenbeleid, sensibilisatie Gebied Volledig grondgebied Doelstelling Door middel van gerichte sensibilisatie de doelgroep beter bereiken Doelgroep(en) Verenigingen Initiatiefnemer Stad Vilvoorde Betrokken actoren Dienst Leefomgeving, dienst groenvoorziening, milieuraad Indicatoren Termijnplanning planperiode Extra informatie Relaties met andere acties Provinciaal Gewestelijk Project 25: Doelgroepenbeleid MIDDELEN Totaal voorzien budget Personeelskosten Inzet van personeel Milieuambtenaar gpa pagina 225

239 6 Afkortingen ARAB Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming AMINAL Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer BBI Belgisch Biotische index BPA Bijzonder Plan van Aanleg BS Belgisch Staatsblad B.Vl.R. Besluit van de Vlaamse Regering CFK Chloorfluorkoolwaterstoffen CH 4 Methaan CO Koolstofmonoxide CO 2 Koolstofdioxide Copro Onpartijdige instelling voor de controle van de bouwproducten DABM Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Diftar Gedifferentieerde tarieven DuLo Duurzaam Lokaal FSC Forest Stewardship Council GFT Groente-, fruit- en tuinafval GIS Geografisch Informatie Systeem GNOP Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan GRS Gemeentelijk Ruimtelijk structuurplan HR Hoog rendement IBA Individuele Behandelingsinstallatie IMZ Interne Milieuzorg IMZS Intern Milieuzorgsysteem IVON Integraal verbindings- en ondersteuningsnetwerk KGA Klein Gevaarlijk Afval KLE Kleine landschapselementen KWZI Kleinschalige Waterzuiveringsinstallatie MAP Mestactieplan MBP Milieubeleidsplan MER Milieueffectrapport MINA Milieu en Natuur MJP Milieujaarprogramma MKROS Milieuklachten-, registratie- en opvolgingssysteem MMIS Milieu managements- en informatiesysteem MOP Milieuontmoetingsprogramma MOS Milieuzorg op school MZS Milieuzorgsysteem NME Natuur- en milieu educatie NOx Stikstofoxide OVAM Openbare Afvalstoffen Maatschappij voor het Vlaamse Gewest PIO Basis Prati Index PMD Plastiek flessen en flacons, Metalen en Drankkartons Presti Preventie en Stimuleren PV Proces-Verbaal PV-systeem Foto-Voltaïsch systeem (een netgekoppeld PV-systeem is een systeem waarbij de energie afkomstig uit zonnepanelen aan het elektriciteitsnet geleverd wordt) REG Rationeel Energie Gebruik gpa pagina 226

240 RSV RWZI SBZ SO SO 2 STIP Vlaco VEN VHA Vlarea Vlarebo Vlarem VLM VMM VN VOS Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Rioolwaterzuiveringsinstallatie Speciale Beschermingszone Samenwerkingsovereenkomst Zwaveldioxide Steunpunt en informatiecentrum voor preventie en emissies Vlaamse Compostmaatschappij Vlaams Ecologisch Netwerk Vlaamse hydrografische Atlas Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en beheer Vlaams reglement op de bodemsanering Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning Vlaamse Landmaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij Verenigde Naties Vluchtige Organische Stoffen gpa pagina 227

241 7 Geraadpleegde literatuur en informatie AMINAL, Actualisatie Kader gemeentelijke Milieubeleidsplanning, 2003 AMINAL, afdeling algemeen Milieu- en natuurbeleid, MKROS-nieuwsbrief, 2003 AMINAL, afdeling water, Code van goede praktijk voor duurzaam lokaal waterbeleid, 2002 AMINAL, afdeling water, Watergebruik in Vlaanderen: Een blik op de toekomst, 2003 AMINAL, afdeling water, Watergebruik in Vlaanderen: Huidige situatie, 2002 AMINAL, Caplo en OVAM, Stip, Dossier interne milieuzorg voor het lokaal beleid, 2003 AMINAL, cel MER, Kwetsbaarheidskaarten voor fauna en flora, 2001 AMINAL, Evaluatiewijzer: Tussentijdse evaluatie MJP 2003, 2004 AMINAL, Kader gemeentelijk milieubeleidsplan, 1999 AMINAL, sectie lucht, Milieu en mobiliteit, 2002 Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen, Gemeentelijke handleiding integraal waterbeheer, ICDO, Voorontwerp van het federaal plan inzake duurzame ontwikkeling , 2004 Instituut voor Natuurbehoud, Biologische Waarderingskaarten OVAM, Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen , 2002 SLA21, Vlaamse duurzaamheidsspiegel VIWC, Ruimte voor Water: Bronnen van inspiratie, 2003 Vlaamse Regering, Milieubeleidsplan , 2004 Vlaamse Regering, Samenwerkingsovereenkomst : milieu als opstap naar een duurzame ontwikkeling, VMM, Lozingen in de lucht , 2005 VMM, Luchtkwaliteit in het Vlaams Gewest 2004, 2005 VMM, MIRA-T 2003: Milieu en natuurrapport Vlaanderen, 2003 VMM, Ontwerp van investeringsprogramma voor de uitbouw van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur binnen het Vlaams Gewest, 2003 VMM, Stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur, 2005 VMM, Waterkwaliteit: lozingen in het water 2000, gpa pagina 228

242 8 Bijlagen Bijlage 1: Strategische doelstellingen uit het provinciaal MBP met de gemeenten/steden als externe betrokkene (doelgroep) Projectnummer LEEFM-SD- 1/18 LEEFM-SD- 3/18 LEEFM-SD- 4/18 LEEFM-SD- 5/18 LEEFM-SD- 6/18 LEEFM-SD- 7/18 LEEFM-SD- 8/18 LEEFM-SD- 9/18 LEEFM-SD- 10/18 LEEFM-SD- 2/18 Projecttitel Duurzaam energiegebruik Reductie verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Samenwerking voor een gestroomlijnd huishoudelijk afvalbeleid Samenwerking voor een gestroomlijnd bedrijfsafvalbeleid Duurzaam waterbeheer door het op elkaar afstemmen van de ecologische dimensie en de beheersing van de waterkwantiteit Uitwerken van een provinciaal geluids-, geur- en lichthinderbeleid Meer natuur natuurlijke entiteiten kwantitatief bevorderen Betere natuur natuurlijke entiteiten kwalitatief bevorderen Samenwerking bevorderen bij gebiedsgerichte initiatieven Duurzame land- en tuinbouw stimuleren Strategische doelstelling Duurzaam energiegebruik wordt bevorderd door enerzijds de vermindering van het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen en anderzijds door het stimuleren van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Rond bestrijdingsmiddelen, vluchtige organische stoffen en producten van onvolledige verbranding kan een algemeen beleid, gericht op reductie en vermindering van de verspreiding, gevoerd worden omdat grote delen van de maatschappij er mee te maken hebben. Rond de andere milieugevaarlijke stoffen zal eerder een ad hoc -beleid gevoerd worden, inspelend op de noodwendigheden in de provincie. De provincie geeft uitvoering aan de specifieke rol die haar krachtens het (gewijzigde) Afvalstoffendecreet wordt toebedeeld als initiator, coördinator, en ondersteuner van samenwerkingen in de huishoudelijke afvalsector. De provincie geeft ook uitvoering aan de taken die in het kader van de provinciale Samenwerkingsovereenkomst met het Gewest zijn overeengekomen. De provincie geeft uitvoering aan de taken die in het kader van het Afvalstoffendecreet en in de provinciale Samenwerkingsovereenkomst met het Gewest zijn opgelegd/overeengekomen. De Vlaams-Brabantse Kamers voor Handel en Nijverheid werken verder aan het project Bedrijfsmilieuzorg in opdracht van en in samenwerking met de Provincie. De initiële doelstelling van het project Bedrijfsmilieuzorg, het verminderen van de restfractie bedrijfsafval tot 200/kg werknemer/jaar is uitgebreid tot een algemene afvalemissiepreventie-aanpak. Het voeren van een duurzaam waterbeleid door het op elkaar afstemmen van de beheersing van de waterkwantiteit en het maximaal beschermen en verhogen van de ecologische waarde van waterlopen en waterrijke biotopen zowel in het buitengebied als in de bebouwde omgeving door planning en uitvoering van concrete geïntegreerde projecten. Het uitwerken van een provinciaal geluids-, geur- en lichthinderbeleid dat bijdraagt aan bewustwording en responsabilisering en aan de oplossing van specifieke hinderproblemen. Beschermen en herstellen van biodiversiteit door natuurlijke milieus te vrijwaren, de oppervlakte met ecologische waarde te doen toenemen en de verbinding en netwerking tussen de natuurlijke entiteiten te versterken Beschermen en herstellen van biodiversiteit door natuurlijke milieus kwalitatief op te waarderen door gepaste inrichting, beheer en soortenbescherming De samenwerking tussen lokale overheden, verenigingen en andere partners bevorderen door de coördinatie van / participatie in en de ondersteuning van gebiedsgerichte intiatieven Er is een provinciaal land- en tuinbouwbeleid uitgewerkt dat bijdraagt aan de bewustwording en responsabilisering van de sector/doelgroep en aan de oplossing van specifiek door die sector/doelgroep veroorzaakte milieuproblemen. gpa pagina 229

243 Projectnummer LEEFM-SD- 12/18 LEEFM-SD- 15/18 LEEFM-SD- 17/18 LEEFM-SD- 11/20 LEEFM-SD- 13/18 LEEFM-SD- 14/18 Projecttitel Intensifiëring van de regiowerking milieu en natuur Milieuzorg op school Duurzaam verkeer en vervoer Duurzaam bouwen, wonen, werken en leven Evaluatie en ondersteuning d.m.v. onderzoek Een regionaal NMEaanbod vanuit de provinciedomeinen en andere steunpunten Strategische doelstelling De ondersteuning en coördinatie van het gemeentelijk milieu- en natuurbeleid is gecontinueerd en de gemeentebesturen zijn op een meer pro-actieve manier benaderd Met alle betrokkenen wil MOS ervoor zorgen dat iedere school wordt geholpen bij het ontwikkelen van werkplannen voor natuur- en milieuactiviteiten waarbij niet alleen de studenten en het onderwijzend personeel maar de hele scholengemeenschap (onderhoudspersoneel, ouders, ) dienen te worden betrokken. Het project beoogt met al deze actoren om rond de vijf MOS thema s (water, afval, natuur in de school, energie en mobiliteit) te komen tot een milieuvriendelijk(er) gedrag. De provincie speelt een voortrekkersrol in de uitwerking van een aantal concrete stappen richting duurzame mobiliteit in Vlaams-Brabant. De duur-zaaamheid van de mobiliteit wordt bevorderd door een keuze voor alternatieven voor het wegverkeer, door het bestrijden van de schadelijke milieueffecten van verkeer en vervoer en door een betere integratie/afstemming van het milieu- en mobiliteitsbeleid. De principes van duurzaam bouwen, wonen, werken en leven integreren binnen de eigen provinciale werking en stimuleren bij verschillende doelgroepen. De realisatie van een gesystematiseerde procedure voor de inzameling van gegevens, beheer, verwerking en analyse met het oog op onderbouwing en evaluatie van het provinciaal beleid. De realisatie van een gesystematiseerde procedure voor de inzameling van gegevens, beheer, verwerking en analyse met het oog op onderbouwing en evaluatie van het provinciaal beleid. gpa pagina 230

244 Bijlage 2: Operationele doelstellingen uit het Provinciaal MBP met de gemeenten/steden als externe betrokkene (doelgroep) Projectnummer LEEFM-SD1- OD-2/2 LEEFM-SD3- OD1/4 LEEFM-SD3- OD2/4 LEEFM-SD4- OD-1/5 LEEFM- SD4-OD- 2/5 LEEFM-SD4- OD-3/5 LEEFM-SD4- OD-4/5 LEEFM-SD4- OD-5/5 LEEFM-SD5- OD-1/3 LEEFM-SD6- OD-1/7 Operationele subdoelstelling Communicatiebeleid rond duurzaam energiegebruik is uitgebouwd voor specifieke doelgroepen. De reductie van bestrijdingsmiddelen De reductie van milieugevaarlijke solventen Het bestendigen en uitbouwen van de samenwerking met de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en gemeenten Mogelijke acties ondersteuning van gemeenten op vlak van duurzaam energiegebruik in het kader van het provinciaal samenwerkingsverband (aanmaak vulgariserende brochure, milieutips, infovergaderingen, ) organiseren van vorming rond duurzaam onkruidbeheer voor gemeentebesturen ondersteuning gemeenten op vlak van duurzaam onkruidbeheer (in kader van provinciaal samenwerkingsverband d.m.v. vulgariserende brochure, milieutips, infovergaderingen, handleiding) van gemeenten om een informatievergadering te organiseren rond duurzaam onkruidbeheer door het aanbieden van een draaiboek en een financiële ondersteuning ondersteuning van gemeenten i.v.m. solventvrije verven en aanverwante producten in kader van provinciaal samenwerkingsverband (aanmaak vulgariserende brochure, milieutips, infovergaderingen, handleiding ) aanmaak tentoonstellingspanelen voor uitlening aan gemeenten Diverse acties van het overlegplatform Vlabra fval, bestaande uit een stuurgroep en twee werkgroepen rond afvalsensibilisatie en kringloopcentra. Afvalpreventie stimuleren effectieve realisatie van preventieondersteunende pakketten voor regionale en lokale besturen en bijhorende acties ondersteuning lokale compostmeesterwerking (rechtstreekse gemeentelijke begeleiding en adviesverlening, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, nieuwsbrief, educatiepakketten, provinciale trefdag, evaluatie ondersteuning regionale en lokale preventieprojecten: inhoudelijk, logistiek, financieel jaarlijkse workshop succesvolle door de provincie ondersteunde afvalpreventieprojecten Herbruik stimuleren financiële ondersteuning van de inzamelsystemen, kringloopwinkels en herstelwerkzaamheden Selectieve inzameling bijtrekken gemeenten die geen of slecht uitgebouwde selectieve bewaken inzameling ter beschikking hebben of geen alternatieven bieden Geharmoniseerde economische en milieuverantwoorde verwijdering Algemene ondersteuning van bedrijfsmilieuzorg in Vlaams-Brabantse bedrijven Permanente overlegstructuren met alle belanghebbenden worden Samenwerking voor verwijdering: opvolging vergaderingen, coördinerende rol provincie samenwerking voor verwijdering: externe studies en medebegeleiding harmonisatie van kostenaanrekening inzameling restafval in het kader van Samenwerking voor verwijdering ondersteuning en adviesverlening naar bedrijven toe, wegwijs bedrijfsafval naar gemeentebesturen toe aandacht voor afvalbeleid op evenementen organisatie van lokaal waterbeleidsoverleg per deelbekken (jaarlijks) met alle betrokken actoren van het waterbeleid actieve participatie en regie bij Deelbekkenbeheerplannen gpa pagina 231

245 Projectnummer LEEFM-SD6- OD-2/7 LEEFM-SD6- OD-3/7 LEEFM-SD6- OD-4/7 LEEFM-SD6- OD-5/7 LEEFM-SD6- OD-6/7 LEEFM-SD6- OD-7/7 LEEFM-SD7- OD-1/4 LEEFM-SD7- OD-2/4 Operationele subdoelstelling gecreërd en ondersteund Stimuleren van de opslag en het hergebruik van hemelwater en van vertraagde afvoer naar het oppervlaktewater rationeel watergebruik Vermijden van erosie en verminderen van de schadelijke gevolgen ervan Mogelijke acties infocampagne en permanente ondersteuning rond afkoppeling en infiltratie (na goedkeuring provinciale verordening) gemeenten stimuleren voor het toepassen van provinciale verordening voor het afkoppelen van dakvlakken en verharde oppervlakken, uitoefenen toezicht op bouwberoep info en sensibilisatiecampagne rond rationeel watergebruik en hergebruik van hemelwater (o.a. brochures) voeren van stringent vergunningenbeleid (voorwaarden rond grondwatergebruik, afkoppeling, hergebruik en infiltratie stimuleren van controle op het gebruik en onderhoud van hemelwaterinstallaties coördinatie van de opmaak van de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen en werken in het kader van het erosiebesluit deelname aan het Interreg-project erosie met o.a. de opmaak van een handboek, vuistregels, conceptie, uitvoering, Ruimte voor water in kaart brengen overstromingsgebieden of wachtbekkens, opmaak planning voor inrichting inrichten provinciale waterlopen voor komberging, ecologische inrichting en beheer van gecontroleerde overstromingsgebieden inrichten van oeverzones en bufferstroken door stimuleren van natuurlijke ontwikkeling of toepassing NTMB plannen en uitvoeren kleinschalige hermeanderinsprojecten opstellen watertoets rond bouwen in overstromingsgebieden Een gedifferentieerd en onderbouwd beleid inzake ruimings-, onderhouds-, en herstellingswerken aan waterlopen Stimuleren van open grachten Verbeteren van waterkwaliteit Het uitbouwen van een en het beleidsinstrumentarium De integratie van de hinderproblematiek in het gemeenten sensibiliseren en stimuleren voor toepassen van code van goede praktijk voor uitvoering van ecologisch verantwoorde onderhouds-, ruimings- en herstellingswerken aan waterlopen 3 e categorie uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor het nemen van slibstalen en het onderzoek van deze stalen per deelbekken, onafhankelijk van de categorie van de waterloop, en concrete afspraken van de verdeling van de kosten tussen de lokale overheden stimuleren van (gemeentelijke) gescheiden rioleringsprojecten met maximale regenwaterafvoer via open grachten gemeenten sensibiliseren en stimuleren voor planning en uitvoering van concrete projecten rond zichtbaar maken van zuiver water in de bebouwde omgeving voor waterlopen van 3e categorie motiveren/ stimuleren van gemeenten voor maximale aansluiting van woningen op de openbare riolering stimuleren van de controle door gemeenten op het gebruik en onderhoud van gesubsidieerde installaties (IBA's, KWZI's) Aankoop sonometers ter ondersteuning gemeenten Inventarisatie hinderbronnen (geluid, geur en licht) in probleemgebieden d.m.v. een enquête bij de gemeentebesturen, analyse en opmaak van actieplan Meldpunt hinderklachten (MKROS) verder uitbouwen t.b.v. potentiële gebruikers (invoer klachten, doorverwijzing/behandeling/opvolging klachten, evaluatie) Opleiding/vorming provinciale en gemeentelijke ambtena(a)r(en) in de geluids-, geur- en lichtproblematiek (wettelijk kader, normering, meettechnieken, kennis alternatieven en oplossingen, kennis actoren, ) Enquête bij de bevolking omtrent hinder (schriftelijk leefbaarheidsonderzoek) Ondersteuning van gemeenten met type-politiereglement hinder Ondersteuning gemeenten en politie(zones) i.v.m. correcte en versterkte gpa pagina 232

246 Projectnummer LEEFM-SD7- OD-3/4 LEEFM-SD7- OD-4/4 Het uitwerken van sterk op specifieke doelgroepen gerichte communicatieinstrumenten LEEFM-SD8- OD-1/3 LEEFM-SD8- OD-2/3 LEEFM-SD8- OD-3/3 LEEFM-SD9- OD-1/3 LEEFM-SD9- OD-2/3 LEEFM-SD9- OD-3/3 LEEFM- SD10-OD- 2/2 Operationele subdoelstelling juridisch instrumentarium met het oog op de versterking van de handhaving Het uitwerken van provinciaal geluids-, geuren lichthinderbeleid Het areaal aan natuurlijke entiteiten kwantitatief verhogen door verwerving Natuurlijke entiteiten ruimtelijk veilig stellen door het voeren van een consequent natuurvergunningenbeleid Natuurlijke entiteiten ruimtelijk veilig stellen door de afbakening van natuurverbindingsgebiede n (NVG) en ecologische infrastructuur (EI) van bovengemeentelijk belang Het areaal aan natuurlijke entiteiten kwalitatief bevorderen door inzet van inrichtingsinstrumenten Het areaal aan natuurlijke entiteiten kwalitatief bevorderen door inzet van beheersinstrumenten Onderzoeken, instandhouden en herstellen van de populaties van kwetsbare, zeldzame en bedreigde soorten De samenwerking tussen lokale overheden, verenigingen en andere partners bevorderen door de participatie in en de Mogelijke acties handhaving/toezicht van het milieurecht inzake hinder waar mogelijk - bewaken hinderaspecten bij opmaak gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen Het hinderbeleid integreren in het aankoopbeleid van openbare besturen (bv. via checklists voor aankoop van verlichtingsarmaturen, ) Het hinderbeleid integreren in het milieuvergunningensysteem, indien nodig via het opleggen van bijzondere voorwaarden Maatregelen ter voorkoming van hinder subsidiëren (bv. geluidsarme producten, geurbestrijdingsplannen Intercommunales aanmoedigen zich in te schrijven in het kader van REG-actieplan 'REG en lichthinder' Ondersteuning gemeenten bij informatie- en sensibiliseringscampagnes inzake hinder (bv. met informatiepakketten, vormingsaanbod,...) Uitwerken tentoonstellingsmateriaal rond hinder (vooral rond het effect van geluid, geur en licht op mens, dier en ecosysteem; het belang van stilte, donkerte, ) Openbare besturen aanmoedigen om de verlichting van monumenten aan te passen (eerder doven, anders richten,...) ondersteuning van gemeenten voor de aankoop van natuurterreinen in het kader van het subsidiereglement voor de ondersteuning van het gemeentelijk natuurbeleid - deel verwerving Gemeenten sensibiliseren om natuurvergunningsaanvragen consequent te behandelen, en om het principe van de natuurzorgplicht en het beginsel van natuuroverwegingen in andere vergunningenstelsels toe te passen door de opname van het onderwerp in vormingsmomenten en infosessies Het natuurvergunningenloket uitbouwen door invoegen van aanvragen, meldingen en beroepen in een natuurvergunningendatabank met raadpleegbaarheid i.f.v. de procedure afbakening van alle provinciale natuurverbindingsgebieden en alle provinciale gebieden met ecologische infrastructuur van bovenlokaal belang (via RUP's of op andere wijze) Het natuurvergunningenloket uitbouwen door invoegen van aanvragen, meldingen en beroepen in een natuurvergunningendatabank met raadpleegbaarheid i.f.v. de procedure subsidiereglement voor de ondersteuning van het gemeentelijk natuurbeleid - deel natuurinrichting - door de gemeenten streven naar aangepaste ontsluiting, toegankelijkheid van natuurgebieden door provincie, gemeenten en verenigingen te wijzen op hun verantwoordelijkheid naar natuur- en landschapsbeleving en de toepassing hiervan als instrument i.f.v. draagvlakverbreding voor natuur ondersteunen vrijwilligerswerk in natuurgebieden subsidiereglement voor de ondersteuning van het gemeentelijk natuurbeleid - deel soortbescherming - door de gemeenten deelname in bosuitbreidingsprojecten deelname in diverse werkgroepen (provinciaal fietsroutenetwerk, provinciaal ruimtelijk structuurplan, landinrichtingsproject Brabants plateau, PDPO, strategisch toeristische planning gpa pagina 233

247 Projectnummer LEEFM- SD12-OD- 1/6 LEEFM- SD12-OD- 2/6 LEEFM- SD12-OD- 3/6 LEEFM- SD12-OD- 4/6 LEEFM- SD12-OD- 5/6 LEEFM- SD12-OD- 6/6 Operationele subdoelstelling ondersteuning van gebiedsgerichte initiatieven van derden De samenwerkingsovereenkomst (SO) tussen de gemeenten en het Vlaams Gewest Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling wordt intensief opgevolgd De opmaak van gemeentelijke milieubeleidsplannen wordt ondersteund en begeleid De aanspreekpunten inzake milieu en natuur (loketfunctie doorgeeffunctie - scharnierfunctie) worden bestendigd en uitgebouwd Projecten en initiatieven in de gemeenten worden geïnitieerd, gestimuleerd en gecoördineerd De milieuregiowerking is op een actievere manier aanwezig in de gemeenten Aan het provinciaal samenwerkingsverband met de intercommunales Haviland en Interleuven en IGO-Leuven wordt actief meegewerkt en dit samenwerkingsverband wordt verder opgevolgd en uitgebouwd Mogelijke acties organiseren van regiovergaderingen met kleinere groepen van gemeenten over specifieke thema s omtrent de uitvoering van de SO secretariaatsfunctie op het gestructureerd Milieuambtenarenoverleg (MAO) organiseren of mee-organiseren van vormings-, info- en overlegmomenten over onderwerpen van de SO met het Vlaams Gewest, o.a. in het kader van het samen-werkingsverband met de intercommunales Haviland en Interleuven en IGO-Leuven regelmatige publicaties over de SO (stand van zaken, interpretatie contracttekst, evaluatie, ) via de eigen provinciale informatiekanalen: de digitale milieunieuwsbrief, de website, de Vlaams-Brabantse Milieukrant, de gemeenten zullen actief gestimuleerd worden om deel te nemen aan de SO met het Vlaams Gewest (individueel overleg + bijstand gemeenten niveau 3) rapportering aan het Vlaams Gewest omtrent de opvolging van de gemeentelijke SO met het aangeven van eventuele knelpunten en mogelijkheden organisatie van vormings- en infomomenten op vraag van de gemeentebesturen kan de milieuregiowerking de gemeentelijke stuurgroepen voor het opstellen van het gemeentelijk milieubeleidsplan begeleiden vragen omtrent milieu en natuur van gemeenten beantwoorden up-to-date houden van de loketdatabank en van de inventaris van voorbeelddocumenten uitbouw van een extranet voor de Vlaams-Brabantse milieuambtenaren als deelsite van de website van het provinciebestuur van Vlaams-Brabant bemiddelingsrol bij gemeenteoverschrijdende hinderproblemen scharnierfunctie van de milieuregiowerking: aandacht voor het doorgeven van informatie van het ene beleidsniveau naar het andere individueel benaderen/stimuleren van de gemeenten tot het opzetten van projecten (subsidies, actiemodellen, draaiboeken, zoals bv. subsidies voor afvalpreventieprojecten, de campagne duurzame levensstijlen, acties van andere cellen, rondgang/bezoeken in de gemeenten zoeken naar oplossingen en (materiële) ondersteuningsmaatregelen voor gemeentelijke knelpunten en invulling van de mogelijkheden op maat van de betrokken gemeenten Vragen omtrent milieu en natuur van de gemeenten beantwoorden. Up-to-date houden van de loketdatabank (en aanpassen van de structuur ter verhoging van de gebruiksvriendelijkheid) en van de inventaris van voorbeelddocumenten. Uitbouw van een extranet voor de Vlaams-Brabantse milieuambtenaren als deelsite van de website van het provinciebestuur Vlaams-Brabant Bemiddelingsrol bij gemeentegrensoverschrijdende hinderproblemen. Scharnierfunctie van de milieuregiowerking: aandacht voor het doorgeven van informatie van het ene beleidsniveau naar het andere. gpa pagina 234

248 Projectnummer LEEFM- SD15-OD- 1/3 LEEFM- SD15-OD- 3/3 Operationele subdoelstelling Rekruteren van MOSscholen. De uitbouw van een provinciale strategie voor het rekruteren van MOS-scholen Organisatorisch uitbouwen van Milieuzorg op School (MOS) via netwerkvorming LEEFM- SD17-OD- 1/3 LEEFM- SD17-OD- 2/3 LEEFM- SD17-OD- 3/3 LEEFM- SD11-OD- 3/5 Het stimuleren van de uitbouw en het gebruik van een optimale multimodale mobiliteits-infrastructuur op provinciaal niveau met het oog op een duurzame mobiliteit Het bestrijden van de schadelijke milieu-effecten van verkeer en vervoer Het bewerkstelligen van een beter bestuurlijk beleid (geïntegreerd, participatief, doelgroep- en/of gebiedsgericht) met betrekking tot de raakvlakken tussen milieu en mobiliteit Het uitwerken van communicatieinstrumenten rond duurzaam (ver)bouwen voor specifieke doelgroepen Mogelijke acties MOS voorstellen aan de verschillende scholen binnen een gemeente via samenwerking met gemeentebesturen (presentatie en handleiding ter beschikking) verder contacten leggen met het stimuleren van scholen om MOS in te voeren, gebruik makend van de bestaande samenwerkingsovereenkomsten en netwerken contacten leggen met de tussenschakels in de provincie: gemeenten, milieu- en duurzaamheidsambtenaren, intercommunales om op de hoogte te blijven van het lokale aanbod, mogelijke linken leggen met MOS en om eventuele samenwerkingen te onderzoeken en op te starten aanbodgerichte acties: RegioNet: rondetafelgesprekken met groepen van gemeenten, geleidelijke uitbouw van het RegioNet (à rato van 2 lijnen per jaar) Realisatie van het fietsroutenetwerk (à rato van 75km/jaar) Sensibilisatie/ondersteuning: Sensibiliseren/organiseren gemeentegrensoverschrijdende milieu-vriendelijke mobiliteitsprojecten: openstraatdag, dag fietsende werknemer, week zwakke weggebruiker (via ondersteuning gemeenten, ) Opstellen van sensibiliserend en educatief materiaal voor gemeente-besturen Vlotte verkeersafwikkeling Initiëren van gemeentegrensoverschrijdende projecten omtrent verkeersveiligheid (meer in het bijzonder omtrent zone 30, schoolomgevingen en zwaar vervoer) met het oog op het verminderen van het aantal ongevallen Subsidiëring van ecoducten, ecokoker, ecotunnel, ecoduiker, vismigratiehulpmiddelen, amfibieëntunnels en geleidingswanden, bermbruggen, faunadrempels, wildkerende rasters, gebiedsgerichte ontsnipperingsprojecten, inrichten van wegberm als buffer, corridorfunctie van lijninfrastructuren, De provincie coördineert en ondersteunt de gemeentelijke acties, bv. het Gemeentelijk Provinciaal Overleg Luchthaven informeren bevolking rond duurzaam bouwen door het organiseren van Bouw-Teams (i.s.m. Dialoog), School voor duurzaam bouwen (i.s.m. VIBE), andere inforeeksen rond duurzaam bouwen of een Bouwhappening. Gemeenten worden hierbij zoveel mogelijk betrokken. ondersteuning gemeenten op vlak van duurzaam bouwen in het kader van het provinciaal samenwerkingsverband (infovergaderingen, excursies, milieutips, draaiboeken,...). uitbouwen en ondersteunen van samenwerkingsverbanden rond duurzaam bouwen (met gemeenten, intercommunales, verenigingen, bedrijven, projectontwikkelaars, architecten, sociale huisvestingsmaatschappijen enz. ) met het oog op het stimuleren van doelgroepgerichte en gebiedsgerichte acties rond duurzaam bouwen en het uitvoeren van voorbeeldprojecten (vb, duurzame wijk, duurzame sociale woningbouw, duurzame bedrijventerreinen ) gpa pagina 235

249 Projectnummer LEEFM- SD11-OD- 4/5 LEEFM- SD11-OD- 5/5 LEEFM- SD13-OD- 2/4 LEEFM- SD13-OD- 4/4 Operationele subdoelstelling Het uitwerken van communicatieinstrumenten rond duurzaam wonen, werken en leven voor specifieke doelgroepen Het uitwerken van een provinciaal subsidiebeleid rond duurzaam bouwen, wonen, werken en leven De deelname aan externe databanken (waaronder het MMIS: overkoepelende databank voor het Vlaamse Gewest, op initiatief van het Vlaamse Gewest) Een uitgebouwd digitaal netwerk door: het verder opbouwen en actualiseren van de rubriek milieu en natuur op de provinciale website; het opvolgen en publiceren van kalenderen nieuwsitems op de website Mogelijke acties organiseren van campagnes in verband met duurzaam wonen, werken en leven (EcoTeams, Ecoscore) in samenwerking met gespecialiseerde organisaties. Gemeenten worden zoveel mogelijk betrokken. ondersteuning en stimuleren van gemeenten m.b.t. duurzaam werken (milieugedragsscan, EcoTeam, op kantoor) ondersteuning gemeenten op vlak van duurzaam wonen, werken en leven in het kader van het provinciaal samenwerkingsverband: infovergaderingen, vulgariserende brochures, excursies, draaiboeken, milieutips (rond lokale agenda 21, ecologische voetafdruk,...). uitbouw van een duurzaam loket waar inwoners van Vlaams-Brabant kunnen informeren rond duurzaam wonen, werken en leven en duurzame ontwikkeling in het algemeen (door netwerkvorming met diverse partners). uitwerken van een subsidiereglement voor projecten rond duurzaam bouwen, wonen, werken en leven: via een projectenfonds worden gemeenten, verenigingen, bedrijven aangemoedigd om initiatieven te nemen inzake duurzaam bouwen, wonen en leven Waterbodemdatabank: inbrengen van nieuwe gegevens, afkomstig van meetcampagnes of occasionele metingen door de provincies, de gemeenten en de polders en wateringen MKROS: initiëren van de databank in de provincie, begeleiden van de inbreng van binnenkomende klachten MOS-databank: begeleiden van installatie, updaten, eventuele aanpassingen aan de databank. Verder uitbouwen van het ter beschikking stellen van informatie aan de gemeenten in het kader van de ondersteuningsopdracht van de gemeenten. gpa pagina 236

Gemeentelijk Milieubeleidsplan Overijse

Gemeentelijk Milieubeleidsplan Overijse Provincie Vlaams-Brabant Gemeente Overijse Gemeentelijk Milieubeleidsplan Overijse 2010-2015 in opdracht van COLOFON Opdracht: Gemeentelijk Milieubeleidsplan Overijse 2010-2015 Opdrachtgever: Gemeentebestuur

Nadere informatie

Gemeente Kampenhout MILIEUJAARPROGRAMMA 2005

Gemeente Kampenhout MILIEUJAARPROGRAMMA 2005 Gemeente Kampenhout *************************************************************************** *************************************************************************** MILIEUJAARPROGRAMMA 2005 ***************************************************************************

Nadere informatie

RUP Dennenstraat Gemeente Lanaken. Procesnota Juli 2018

RUP Dennenstraat Gemeente Lanaken. Procesnota Juli 2018 RUP Dennenstraat Gemeente Lanaken Procesnota Juli 2018 COLOFON Opdracht: RUP Dennenstraat Opdrachtgever: Gemeente Lanaken Jan Rosierlaan 1 3620 Lanaken Opdrachthouder: Antea Belgium nv Corda Campus gebouw

Nadere informatie

Gemeente Bocholt RUP AFSCHAFFING OMLEIDINGSWEG N747 KAULILLE. procesnota november 2018

Gemeente Bocholt RUP AFSCHAFFING OMLEIDINGSWEG N747 KAULILLE. procesnota november 2018 Gemeente Bocholt RUP AFSCHAFFING OMLEIDINGSWEG N747 KAULILLE procesnota november 2018 COLOFON Opdracht: RUP Afschaffing omleidingsweg N747 Kaulille Opdrachtgever: Gemeente Bocholt Dorpsstraat 16 3950 Bocholt

Nadere informatie

Gemeente Schilde RUP "De Vogelenzang " Procesnota Juli 2018

Gemeente Schilde RUP De Vogelenzang  Procesnota Juli 2018 Gemeente Schilde RUP "De Vogelenzang " Procesnota Juli 2018 COLOFON Opdracht: RUP De Vogelenzang Opdrachtgever: Gemeente Schilde Ruimtelijke Ordening Brasschaatsebaan 30 2970 Schilde Opdrachthouder: Antea

Nadere informatie

RUP Tabaart Stad Bilzen. Procesnota oktober 2017

RUP Tabaart Stad Bilzen. Procesnota oktober 2017 RUP Tabaart Stad Bilzen Procesnota oktober 2017 COLOFON Opdracht: RUP Tabaart Opdrachtgever: Stad Bilzen Schureveld 19 3740 Bilzen Opdrachthouder: Antea Belgium nv Corda Campus gebouw 6 Kempische steenweg

Nadere informatie

1. De gemeente... 3. 2. Instrumentarium... 4

1. De gemeente... 3. 2. Instrumentarium... 4 Inhoud 1. De gemeente... 3 2. Instrumentarium... 4 2.1 Beleidsinstrumenten... 4 2.1.1 Milieubeleidsplan / Milieujaarprogramma... 4 2.1.2 Samenwerkingsovereenkomst Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling...

Nadere informatie

Decreet van 30 april 2004 houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen

Decreet van 30 april 2004 houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen BIJLAGE 2 Decreet van 30 april 2004 houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen Dit decreet wil onder meer de ontwikkeling van een lokaal ouderenbeleid

Nadere informatie

Gemeente Kampenhout ONTWERP GEMEENTELIJK MILIEUBELEIDSPLAN

Gemeente Kampenhout ONTWERP GEMEENTELIJK MILIEUBELEIDSPLAN Gemeente Kampenhout ONTWERP GEMEENTELIJK MILIEUBELEIDSPLAN 2005-2009 LIMBURG VLAAMS-BRABANT Herckenrodesingel 101 Domeinstraat 11A 3500 HASSELT 3010 KESSEL-LO tel: 011/26.08.70 fax: 011/26.08.80 tel: 016/89.34.40

Nadere informatie

Gebiedsgerichte Werking

Gebiedsgerichte Werking Wat komt er aan bod? Inleiding Historiek Gebiedsgerichte Werking Gent Gebiedsgerichte Werking 1. Doelstellingen 2. Organisatie 3. Proces 4. Instrumenten 4 december 2007 Even terug in de tijd GGW heeft

Nadere informatie

Statuten Gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur

Statuten Gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur Statuten Gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur Artikel 1. Oprichting Het gemeentebestuur richt, op initiatief van de milieuverenigingen van Dilbeek, een gemeentelijke adviesraad voor milieu en

Nadere informatie

Goedkeuringsverslag milieueffectrapport

Goedkeuringsverslag milieueffectrapport Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Goedkeuringsverslag

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Deskundige Milieu (m/v)

Functiebeschrijving: Deskundige Milieu (m/v) Functiebeschrijving: Deskundige Milieu (m/v) Graad Deskundige (m/v) Functietitel Deskundige Milieu (m/v) Doelstelling van de functie Als Deskundige Milieu adviseert u de milieuvergunningen die op het grondgebied

Nadere informatie

BRONNEN VAN HET MILIEURECHT BEVOEGDHEIDSVERDELING INZAKE MILIEUBELEID HOOFDSTUK I. INLEIDING 3

BRONNEN VAN HET MILIEURECHT BEVOEGDHEIDSVERDELING INZAKE MILIEUBELEID HOOFDSTUK I. INLEIDING 3 INHOUDSOPGAVE DEEL I. BRONNEN VAN HET MILIEURECHT BEVOEGDHEIDSVERDELING INZAKE MILIEUBELEID HOOFDSTUK I. INLEIDING 3 HOOFDSTUK II. DE BRONNEN VAN HET (MILIEUHYGIËNE) RECHT 4 1. Overzicht 4 2. Kenbronnen

Nadere informatie

Vallei van de Benedenvliet/Grote Struisbeek tussen E19 en A12

Vallei van de Benedenvliet/Grote Struisbeek tussen E19 en A12 Vallei van de Benedenvliet/Grote Struisbeek tussen E19 en A12 gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan procesnota 1 Procesnota 1 van 7 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Overlegstructuur... 4 2.1 Planteam...

Nadere informatie

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Door de invoering van het decreet ruimtelijke ordening moeten alle gemeenten een adviescommissie voor ruimtelijke ordening oprichten.

Nadere informatie

Milieubeleidsplan 2006-2010

Milieubeleidsplan 2006-2010 Provincie Vlaams-Brabant Gemeente Drogenbos Milieubeleidsplan 2006-2010 Opdrachtgever: Opdrachthouder: Gemeente Drogenbos Haviland, Intercommunale Grote Baan 222 Brusselsesteenweg 617 1620 DROGENBOS 1731

Nadere informatie

MILIEUBELEIDSPLANNING...

MILIEUBELEIDSPLANNING... Inhoudstafel 1 MILIEUBELEIDSPLANNING... 1 1.1 ACHTERGROND... 1 1.2 BELEIDSKADER... 2 1.3 PROCEDURE... 4 1.4 PLANPERIODE... 5 1.5 OPVOLGING... 5 1.6 OPBOUW PLAN... 6 1.7 TOTSTANDKOMING... 7 2 SITUERING

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed; Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Scheldepolders Hingene in Bornem DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de Vlaamse

Nadere informatie

De overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en het. bedrijfsleven over de aanpak van zwerfvuil

De overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en het. bedrijfsleven over de aanpak van zwerfvuil RVB 2016_14 Overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en het bedrijfsleven over de aanpak van zwerfvuil Standpunt Raad van Bestuur VVSG Dit document is bestemd voor Het betreft Gewenste beslissing van de RVB

Nadere informatie

Gemeenteraadsverkiezingen 2012. Memorandum voor de politieke partijen van Kampenhout. Gemeentelijke Raad voor OntwikkelingsSamenwerking (GROS)

Gemeenteraadsverkiezingen 2012. Memorandum voor de politieke partijen van Kampenhout. Gemeentelijke Raad voor OntwikkelingsSamenwerking (GROS) Gemeenteraadsverkiezingen 2012 Memorandum voor de politieke partijen van Kampenhout Gemeentelijke Raad voor OntwikkelingsSamenwerking (GROS) Als erkende adviesraad van het gemeentebestuur groepeert de

Nadere informatie

1 INLEIDING 1.1 SITUERING VAN DE GEMEENTE HOOGLEDE EN HAAR MILIEU SITUERING EN NATUURBELEID

1 INLEIDING 1.1 SITUERING VAN DE GEMEENTE HOOGLEDE EN HAAR MILIEU SITUERING EN NATUURBELEID 6 1 INLEIDING Het milieubeleidsplan is een vorm van duurzame planning omtrent milieu en leefkwaliteit. Het vernieuwende aan dit document is dat de gemeente Hooglede zijn visie over de gewenste ontwikkelingen

Nadere informatie

Nieuwpoort Gemeentelijk Milieubeleidsplan 2005-2009

Nieuwpoort Gemeentelijk Milieubeleidsplan 2005-2009 Nieuwpoort Gemeentelijk Milieubeleidsplan 2005-2009 Colofon Opdrachtgever Stad Nieuwpoort Opdrachthouder wvi West-Vlaamse Intercommunale dienstverlenende vereniging Projectteam Ann Tack, Nathalie Garré,

Nadere informatie

Pittem RUP Ruimtelijke kwaliteit centrum pittem

Pittem RUP Ruimtelijke kwaliteit centrum pittem 06426 Pittem RUP Ruimtelijke kwaliteit centrum pittem mei 2019 procesnota - fase startnota plan.id. RUP_37011_214_00009_00001 WVI www.wvi.be BARON RUZETTELAAN 35 8310 BRUGGE T +32 50 36 71 71 E [email protected]

Nadere informatie

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN bvba Advies Ruimtelijke Kwaliteit (bvba ARK) Augustijnenlaan

Nadere informatie

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ZELZATE ONTWERP

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ZELZATE ONTWERP GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ZELZATE ONTWERP COLOFON Opdracht: Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Zelzate Opdrachtgever: Gemeentebestuur Zelzate Grote Markt 1 9060 Zelzate Opdrachthouder: SORESMA

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen

Ontwerp van decreet. houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen stuk ingediend op 1716 (2011-2012) Nr. 6 28 november 2012 (2012-2013) Ontwerp van decreet houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen Tekst aangenomen

Nadere informatie

Functieprofiel deskundige mobiliteit

Functieprofiel deskundige mobiliteit Functieprofiel deskundige mobiliteit 1. NAAM: 2. Datum in dienst: 3. FUNCTIENAAM a. Functionele benaming: Deskundige mobiliteit b. Graadbenaming: Deskundige c. Niveau: B functie d. Datum opmaak: 15/01/2018

Nadere informatie

Het bodembeleid in Vlaanderen. Martien Swerts Dienst Land en Bodembescherming Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Het bodembeleid in Vlaanderen. Martien Swerts Dienst Land en Bodembescherming Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Het bodembeleid in Vlaanderen Dienst Land en Bodembescherming Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Milieubeleidsplan 2011-2015 (MINA 4) Kader voor milieubeleid Om de 5 jaar Decretaal bepaald Per milieuthema

Nadere informatie

Bijlagen. Ontwerp Milieubeleidsplan Harelbeke december 2004, ontwerp

Bijlagen. Ontwerp Milieubeleidsplan Harelbeke december 2004, ontwerp Bijlagen Ontwerp Milieubeleidsplan Harelbeke 2005-2009 december 2004, ontwerp Lijst met gebruikte afkortingen AEEA Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur AMINAL Administratie voor Milieu-,

Nadere informatie

Gemeentelijke milieuraden: wat met de nieuwe legislatuur?

Gemeentelijke milieuraden: wat met de nieuwe legislatuur? Gemeentelijke milieuraden: wat met de nieuwe legislatuur? Lokale milieuraden zijn een goed instrument om de verschillende belangengroepen, en in het bijzonder de milieubeweging, inspraak te geven bij het

Nadere informatie

Het nieuwe beleidskader lokaal mobiliteitsbeleid. (Ver)nieuw(d)e regelgeving. (Ver)nieuw(d)e regelgeving

Het nieuwe beleidskader lokaal mobiliteitsbeleid. (Ver)nieuw(d)e regelgeving. (Ver)nieuw(d)e regelgeving Het nieuwe beleidskader lokaal mobiliteitsbeleid Erwin Debruyne - VVSG Decreet van 10 februari 2012 Wijziging van Mobiliteitsdecreet van 20 maart 2009 Opheffing van het Convenantendecreet Uitvoering vastgelegd

Nadere informatie

Deskundige milieu en natuur (B1-B3)

Deskundige milieu en natuur (B1-B3) Deskundige milieu en natuur (B1-B3) Aanwervingsvoorwaarden In het bezit zijn van Bachelordiploma, of een diploma dat hiermee gelijkgesteld werd, in de richting van chemie, biologie of milieuzorg of een

Nadere informatie

RUP Stedelijk Wonen versterkt woonbeleid Stad Gent

RUP Stedelijk Wonen versterkt woonbeleid Stad Gent RUP Stedelijk Wonen versterkt woonbeleid Stad Gent Het Gentse stadsbestuur maakt een thematisch ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op, het RUP Stedelijk Wonen. Daarmee wil de Stad stedenbouwkundige problemen

Nadere informatie

Afsprakennota tussen het bestuur en de administratie. Overeenkomstig artikel 86 2 van het OCMW-decreet van 19 december 2008.

Afsprakennota tussen het bestuur en de administratie. Overeenkomstig artikel 86 2 van het OCMW-decreet van 19 december 2008. Afsprakennota tussen het bestuur en de administratie Overeenkomstig artikel 86 2 van het OCMW-decreet van 19 december 2008. A - Afspraken over de samenwerking van de raadsleden met de leden van het managementteam.

Nadere informatie

Gemeentelijk milieubeleidsplan Wichelen

Gemeentelijk milieubeleidsplan Wichelen Gemeentelijk milieubeleidsplan Wichelen 2005 2009 Opdrachtgever : Gemeentebestuur Wichelen Projectnr : 1456 Auteur : Wendy Hendrickx Augustus 2005 INHOUD pagina 1 INLEIDING...9 1.1 Historiek van het milieubeleid

Nadere informatie

STRATEGIE EN JEUGD STAD ANTWERPEN

STRATEGIE EN JEUGD STAD ANTWERPEN STRATEGIE EN JEUGD STAD ANTWERPEN De stad Antwerpen Antwerpen = stad + 9 districten Stad : bovenlokale bevoegdheden: ruimtelijk structuurplan, Districten: lokale bevoegdheden: cultuur, sport, jeugd, senioren,

Nadere informatie

Inputnota Vlaamse Jeugdraad: lokaal jeugdbeleid in de nieuwe gemeentelijke beleids- en beheerscyclus

Inputnota Vlaamse Jeugdraad: lokaal jeugdbeleid in de nieuwe gemeentelijke beleids- en beheerscyclus VJR-20100511 Inputnota Vlaamse Jeugdraad: lokaal jeugdbeleid in de nieuwe gemeentelijke beleids- en beheerscyclus Inleiding De Vlaamse regering wil de lokale sectorale en thematische beleidsplannen, waaronder

Nadere informatie

Gemeentebestuur Ravels

Gemeentebestuur Ravels Gemeentebestuur Ravels Functiebeschrijving Afdeling Dienst Functiebenaming Ruimtelijke ordening en leefmilieu Milieu omgevingsambtenaar Milieu 1. Plaats in de organisatie De omgevingsambtenaar milieu rapporteert

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 22 februari 2018 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP Afbakening kleinstedelijk

Nadere informatie

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf - Diensthoofd Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen

Nadere informatie

BBC EN PLANNING IN GEEL

BBC EN PLANNING IN GEEL BBC EN PLANNING IN GEEL Geel? GEEL? Geel? 38.000 inwoners Antwerpse Kempen Gezinsverpleging - Barmhartige Stede Uitgestrekt grondgebied: ca 11.000 ha Stedelijke kern versus landelijk buitengebied Aanwezigheid

Nadere informatie

De 2030-agenda voor duurzame ontwikkeling in Vlaanderen

De 2030-agenda voor duurzame ontwikkeling in Vlaanderen De 2030-agenda voor duurzame ontwikkeling in Vlaanderen Duurzame ontwikkeling in België Grondwet art. 7bis Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen

Nadere informatie

RUP Hippodroom Stad Tongeren. Procesnota Maart 2018

RUP Hippodroom Stad Tongeren. Procesnota Maart 2018 RUP Hippodroom Stad Tongeren Procesnota Maart 2018 COLOFON Opdracht: RUP Hippodroom Opdrachtgever: Stad Tongeren Maastrichterstraat 10 3700 Tongeren Opdrachthouder: Antea Belgium nv Corda Campus gebouw

Nadere informatie

Functiebeschrijving Dossierbehandelaar stedenbouwkundige dossiers

Functiebeschrijving Dossierbehandelaar stedenbouwkundige dossiers Functiebeschrijving Dossierbehandelaar stedenbouwkundige dossiers Algemene informatie Functietitel Cluster Dienst Team Plaats in de organisatie Niveau Weddeschaal Statuut Dossierbehandelaar (bestuurssecretaris)

Nadere informatie

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ASSENEDE. ONTWERP GRS Bindend deel

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ASSENEDE. ONTWERP GRS Bindend deel GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ASSENEDE ONTWERP GRS Bindend deel Identificatienummer : 104792414/kja Datum Status/beschrijving revisie Paraaf 21.05.2007 Voorontwerp GRS 2007 jpa 20.03.2008 Ontwerp

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst Contracttekst Vlaams Gewest - Gemeenten

Samenwerkingsovereenkomst Contracttekst Vlaams Gewest - Gemeenten Contracttekst Vlaams Gewest - Gemeenten Samenwerkingsovereenkomst. 'Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling.' Uitvoeringsfase 2005-2007 Inhoudsopgave. 1 Hoofdstuk 1:Definities 1 2 Hoofdstuk 2: Duur

Nadere informatie

Besluit van de Deputatie

Besluit van de Deputatie vergadering van Besluit van de Deputatie aanwezig, kenmerk betreft verslaggever 1. Feitelijke en juridische gronden, dossiernummer: zittingnummer: termijn: Het provinciedecreet, inzonderheid artikel 57.

Nadere informatie

inleiding ruimtelijk structuurplan tienen stad TIENEN Juli 2006 Erwin Lammens ruimtelijk planner - planoloog

inleiding ruimtelijk structuurplan tienen stad TIENEN Juli 2006 Erwin Lammens ruimtelijk planner - planoloog stad TIENEN ruimtelijk structuurplan tienen Juli 2006 opdrachthouder Erwin Lammens ruimtelijk planner - planoloog ruimtelijk planner - stedenbouwkundige 2 inhoud I. Doel...4 II. Structuurplanning en structuurplan...4

Nadere informatie

INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S)

INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S) INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S) 8 september 2015 Vlaams Regeerakkoord 2014-2019 We betrekken zo veel als mogelijk de lokale besturen bij het erfgoedbeleid en bij de maatregelen die

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 26 januari 2017 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP De Beunt Lier voorlopige

Nadere informatie

COLOFON. Intergemeentelijke Milieudienst Interleuven. Verantwoordelijke uitgever: Gemeentebestuur Tremelo Veldonkstraat 1 3120 Tremelo

COLOFON. Intergemeentelijke Milieudienst Interleuven. Verantwoordelijke uitgever: Gemeentebestuur Tremelo Veldonkstraat 1 3120 Tremelo Milieubeleidsplan 2011-2015 Tremelo COLOFON Opdrachthouder: Uitvoerders: Intergemeentelijke Milieudienst Interleuven Frieda Stroobans Verantwoordelijke uitgever: Gemeentebestuur Tremelo Veldonkstraat 1

Nadere informatie

GEMEENTELIJK MILIEUBELEIDSPLAN

GEMEENTELIJK MILIEUBELEIDSPLAN GEMEENTE BEVEREN GEMEENTELIJK MILIEUBELEIDSPLAN 2006-2010 Tekstdeel BODEMKUNDIGE DIENST VAN BELGIE vzw W. de Croylaan 48 3001 Leuven-Heverlee INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND VAN HET LAND VAN WAAS

Nadere informatie

Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen

Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed Afdeling ruimtelijke planning Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen 1. Krijtlijnen

Nadere informatie

PITTEM RUP DE POSTERIJ

PITTEM RUP DE POSTERIJ 06008 PITTEM RUP DE POSTERIJ DECEMBER 2018 procesnota plan.id. RUP_37011_2.14_00010_00001 WVI www.wvi.be BARON RUZETTELAAN 35 8310 BRUGGE T +32 50 36 71 71 E [email protected] datum aanpassing fase algemeen

Nadere informatie

De Gemeenteraad, In openbare vergadering,

De Gemeenteraad, In openbare vergadering, STATUTEN MILIEURAAD De Gemeenteraad, In openbare vergadering, Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 22 maart 2004 houdende wijzigingen van de statuten van de milieuraad ingevolge richtlijnen vastgelegd

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING, VLAAMSE REGERING Besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische

Nadere informatie

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen (4)

Nadere informatie