Zomerbedverlaging Beneden IJssel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zomerbedverlaging Beneden IJssel"

Transcriptie

1 Zomerbedverlaging Beneden IJssel Ontwerpbesluit projectplan Waterwet Datum mei 2013 Status Definitief

2

3 Zomerbedverlaging Beneden IJssel Ontwerpbesluit projectplan Waterwet Datum mei 2013 Status Definitief Kenmerk LW-AF

4 Inhoud 1 Projectbeschrijving Aanleiding, doelstelling en initiatief Beschrijving werken Zomerbedverlaging Relatie met andere projecten 20 2 Toetsing aan de hoofddoelstellingen van de waterwet a. voorkoming en waar nodig beperking overstromingen, wateroverlast en waterschaarste b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen c. vervulling van de maatschappelijke functies van het watersysteem 35 3 Wijze van uitvoering Uitvoering werken Zomerbedverlaging Milieueffectrapportage (m.e.r.) Planologische inpassing Overige noodzakelijke vergunningen en relevante besluiten Globale planning Overige uitvoeringsaspecten Calamiteiten of ongewoon voorval 47 4 Maatregelen (mogelijke) nadelige gevolgen Kunstwerken Natuur Scheepvaart Drinkwater en koelwater Recreatie en zwemwater Landbouw en wonen Hinderbeperkend werken Monitoring optreden mogelijke effecten Een loket voor planschade en nadeelcompensatie 51 5 Procedure Rijkscoördinatieregeling van toepassing Crisis- en herstelwet Gezamenlijke voorbereiding van besluiten 55 6 Evaluatie en monitoring Aanzet tot een monitorings- en evaluatieprogramma 56 7 Zienswijzen Contactpersoon uitvoering werken 58 8 Bijlagen en referenties 59 Bijlage A Afkortingen en begrippen 60 Pagina 4 van 72

5 Bijlage B Kaart projectgebied met kadastrale nummers 62 Bijlage C Milieueffectrapport 63 Bijlage D Deelrapport 1a ontwerp zomerbedvergraving 64 Bijlage E Deelrapport 1b Inventarisatie Constructies en Kunstwerken 65 Bijlage F Deelrapport 1e ontwerp uiterwaardmaatregelen 66 Bijlage G Deelrapport 2 Hydraulica en Morfologie 67 Bijlage H Deelrapport 3 Grondwater 68 Bijlage I Vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 69 Bijlage J Ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet 70 Bijlage K Achtergrondrapport D Inventarisatie Kabels & Leidingen 71 Bijlage L Beheer- en onderhoudsplan 72 Pagina 5 van 72

6 De Minister van Infrastructuur en Milieu besluit, gelet op artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet, het onderhavige projectplan Zomerbedverlaging Beneden-IJssel tot wijziging van het waterstaatswerk IJssel vast te stellen en uit te voeren in overeenstemming met het bepaalde in dit projectplan. Pagina 6 van 72

7 Pagina 7 van 72

8 1 Projectbeschrijving Ingevolge artikel 5.4, eerste lid van de Waterwet geschiedt de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Op grond van het tweede lid van artikel 5.4 dient het plan tenminste een beschrijving te bevatten van het betrokken werk en de wijze waarop het wordt uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Door de maatregelen beschreven in dit projectplan wordt het waterstaatswerk IJssel gewijzigd, de wijziging geschiedt op initiatief van Rijkswaterstaat als beheerder van de rivier de IJssel. In onderhavige document wordt een beschrijving gegeven van de werkzaamheden aan het waterstaatswerk IJssel, de wijze van uitvoering en den voorzieningen voor het ongedaan maken of beperken van nadelige gevolgen. 1.1 Aanleiding, doelstelling en initiatief Aanleiding van het project: Ruimte voor de Rivier De hoogwatersituaties van 1993 en 1995 hebben aangetoond dat de bescherming van het rivierengebied in Nederland blijvende aandacht vraagt, temeer omdat er rekening mee gehouden wordt dat de rivierafvoeren in de toekomst verder zullen toenemen. Op de korte termijn dient er daarom uitgegaan te worden van een toename van de maatgevende rivierafvoer tot m 3 /s bij Lobith. In de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier, die vanaf 26 januari 2007 van kracht is, zijn door het Rijk doelstellingen opgenomen voor de veiligheid en de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. In de PKB Ruimte voor de Rivier is gekozen voor een trendbreuk in de wijze van bescherming tegen overstromingen, waardoor niet steeds zal worden gegrepen naar dijkversterking, maar zoveel mogelijk zal worden ingezet op maatregelen die de rivier meer ruimte geven en hoge waterstanden voorkomen. Met deze keuze is een gedeeltelijke herinrichting van het rivierengebied onontkoombaar. In de PKB Ruimte voor de Rivier is een samenhangend pakket aan maatregelen vastgelegd, om in 2015 te voldoen aan het vereiste veiligheidsniveau in het rivierengebied rond de Rijntakken. Dit niveau dient in overeenstemming te zijn met de maatgevende afvoer van m 3 /s bij Lobith. Dit waarborgen van de veiligheid is de hoofddoelstelling van de PKB. De tweede doelstelling is het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. In de PKB Ruimte voor de Rivier zijn vervolgens ruim 30 maatregelen vastgelegd in het zogenaamde Basispakket. Gezamenlijk moeten deze maatregelen er toe leiden dat de veiligheid vóór eind 2015 op het gewenste niveau wordt gebracht. De maatregelen uit het Basispakket worden weergegeven in Figuur 1-1. Pagina 8 van 72

9 Figuur 1-1 Basispakket maatregelen Ruimte voor de Rivier. Bron: Naast het bereiken van de hoogwaterveiligheid, heeft de PKB Ruimte voor de Rivier ook tot doel een bijdrage te leveren aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. Het project Zomerbedverlaging Beneden-IJssel draagt bij aan deze twee doelen Keuze voor Zomerbedverlaging is gemaakt in de PKB In de PKB Ruimte voor de Rivier zijn verschillende type maatregelen en locaties beoordeeld om de waterveiligheid langs de Nederlandse rivieren eind 2015 weer op het gewenste veiligheidsniveau te brengen. Bij de gemaakte keuzen voor de maatregelen bij de IJssel heeft een aantal overwegingen een rol gespeeld. Van belang bij de overwegingen is dat de combinatie van de relatief hoge taakstelling voor de lange termijn en de hoge ruimtelijke kwaliteit, het selecteren van maatregelen langs de IJssel tot een specifiek probleem maakt. Uit de PKB Ruimte voor de Rivier deel 4 en het bijbehorende MER is een aantal overwegingen te herleiden die een rol hebben gespeeld bij de keuze voor de Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. In de strategische beleidskeuzen is opgenomen dat de huidige buitendijkse landschappelijke, geomorfologische, natuur- en cultuurhistorische waarden langs de IJssel zo min mogelijk mogen worden aangetast. In het Regionaal Ruimtelijk Kader (RRK) is de huidige kwaliteit van de gehele IJsselvallei, met name van het buitendijkse gebied, als hoog aangemerkt. Veel uiterwaarden zijn in dit RRK opgenomen als handhavingsgebied respectievelijk aanpassingsgebied (PKB deel 4, 2006). Daarnaast geldt dat een aantal uiterwaarden voor grote delen behoren tot de blijf-af -gebieden uit het Strategisch Kader Vogel- en Habitatrichtlijn (2003). Dit betekent dat buitendijkse, ruimtelijke maatregelen een overwegend negatief effect hebben op de geldende bescherming in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Pagina 9 van 72

10 Een mogelijke maatregel die is beschouwd in het kader van de PKB is kribverlaging. De huidige kribben in de IJssel zijn relatief kort en laag. Daardoor draagt de mogelijkheid van kribverlaging weinig bij aan de verlaging van de toetspeilen. Ook zijn er weinig hydraulische obstakels in de rivier, waardoor het verwijderen van deze obstakels weinig effect zal hebben. Voor de maatregel zomerbedverlaging zijn verschillende mogelijkheden bekeken. Een zomerbedverlaging in het bovenstroomse deel zou leiden tot teveel negatieve effecten op de bodemligging van het rivierbed en de aanwezige infrastructuur zoals de kades. Een verlaging van het zomerbed van het benedenstroomse deel is een optie waarbij de gestelde taakstelling wordt behaald en de effecten worden beperkt (PKB deel 4, 2006). De zomerbedvergraving van de Beneden-IJssel heeft de voorkeur gekregen, boven andere mogelijkheden in de benedenloop van de IJssel, omdat daardoor relatief voordelig een relatief groot effect werd verkregen zonder de bestaande ruimtelijke waarden in de uiterwaarden aan te tasten Besluit tot wijziging basispakket van de PKB In de toelichting bij de PKB (pagina 64) was onderkend dat de zomerbedverlaging van ca. 22 kilometer zou kunnen leiden tot negatieve effecten op bepaalde habitattypen in Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel. Dit wordt veroorzaakt door afname van inundatieduur, -frequentie en sedimentatie. Verwacht werd dat de negatieve effecten gemitigeerd konden worden door bestaande kades in de uiterwaarden (verder) te verlagen. Bij de uitwerking van de planstudie voor de zomerbedverlaging is gebleken dat de negatieve effecten groter waren dan verwacht en dat tevens sprake was van een verlaging van de grondwaterpeilen. Deze daling van de grondwaterpeilen kan een verplaatsing van een grondwaterverontreiniging bij het stationsgebied van Zwolle veroorzaken, waardoor enkele drinkwaterputten verontreinigd kunnen raken. Hiervoor zijn geen directe oplossingen voorhanden. Beperking van de drinkwaterwinning ter plekke is niet mogelijk vanwege de verwachte toename van de vraag naar drinkwater, het ontbreken van alternatieve putten, de hoge kosten voor de aanleg van dergelijke putten en de lange proceduretijd die daarmee gemoeid is. Door deze negatieve effecten is de zomerbedverlaging uit de PKB niet volledig uitvoerbaar. Dit heeft de Staatssecretaris op 21 november 2011 bericht aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2011/12, , nr. 249). Een verkorte zomerbedverlaging van 7,5 kilometer is wel mogelijk (MER deel A, Royal HaskoningDHV 2013). Er is dan echter een aanvullende maatregel nodig om de beoogde waterstanddaling bij Zwolle te realiseren. Hiervoor zijn verschillende alternatieve maatregelen geanalyseerd (Kamerstukken II 2011/12, , nr. 60): 1. De aanleg van een volledige hoogwatergeul IJsseldelta-Zuid (maximale waterstanddaling door aanleg van dijken en een in- en uitlaat en verplaatsing van de Roggebotsluis in zuidelijke richting): Hiermee kan de restopgave ruimschoots worden gerealiseerd. Deze maatregel kan naar verwachting in 2019 gerealiseerd zijn. 2. De aanleg van een beperkte hoogwatergeul IJsseldelta-Zuid (minimaal halen van de benodigde restopgave aan waterstanddaling door de aanleg van dijken en een inen uitlaat en geen verplaatsing van de Roggebotsluis, maar plaatsing van extra spuikokers). Een voordeel van een beperkte hoogwatergeul ten opzichte van de Pagina 10 van 72

11 volledige hoogwatergeul is dat bij het definitieve ontwerp van de Roggebotsluis rekening kan worden gehouden met de beslissingen in het Deltaprogramma. Een beperkte hoogwatergeul past meer bij een adaptieve aanpak. Deze maatregel kan naar verwachting in 2017 gerealiseerd zijn. 3. Uiterwaardvergravingen: Uiterwaardvergravingen zijn niet nader uitgewerkt omdat deze de restopgave niet volledig realiseren en omdat de uitvoerbaarheid negatief wordt ingeschat. De uiterwaardvergravingen zijn zeer ingrijpend voor de landschappelijke en cultuurwaarde van het rivierengebied. 4. Dijkverhoging: Dijkverhoging kan gereed zijn tussen 2018 en 2025, onder andere afhankelijk van de relatie met andere dijkverbeteringen in het kader van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma. De samenhang tussen de rivierverruimende maatregelen op de IJssel wordt bij dijkversterking verstoord. Dit betekent dat op termijn bovenstrooms van Zwolle maatregelen nodig zullen zijn. De levensduur van dijken bovenstrooms Kampen nemen af, doordat de waterstand stijgt of niet verder daalt. Op grond van de analyse van deze alternatieven is gekozen voor de beperkte hoogwatergeul IJsseldelta-Zuid als aanvullende maatregel. Door middel van een scopewijziging van de PKB worden de aangepaste maatregel (verkorte zomerbedverlaging) en de aanvullende maatregel (beperkte hoogwatergeul IJsseldelta-Zuid) opgenomen in het basispakket van de PKB en wordt de oorspronkelijke zomerbedverlaging hieruit verwijderd. Hiervoor wordt de binnenplanse wijzigingsprocedure uit de PKB gevolgd (ter inzage legging van het ontwerp-besluit, zes weken zienswijzentermijn, besluit en reactienota naar de Tweede Kamer, vaststelling besluit door Minister) Doelstelling Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Met het besluit om in plaats van de volledige zomerbedverlaging een verkorte zomerbedverlaging uit te voeren, is de doelstelling voor de zomerbedverlaging aangepast. De opgave van de maatregel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel is verwoord in onderstaande kader. Doelstelling Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Een waterstandverlaging bij de maatgevende afvoer van 21 cm tussen rivierkilometer 979,0 en 980,0 bij Zwolle door een zomerbedvergraving in de Beneden-IJssel en het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in het projectgebied Doelstelling waterveiligheid vergraving zomerbed Met het (gewijzigd) vaststellen van de PKB is bepaald dat de maatregel in de Beneden-IJssel een vergraving van het zomerbed zal zijn. Na studie en overleg is aan de doelstelling van de zomerbedvergraving de randvoorwaarde opgelegd dat deze zonder onacceptabele effecten op de drinkwaterwinning moet plaatsvinden. De bestuurlijke afweging heeft geleid tot een zo groot mogelijke taakstelling zonder effecten op drinkwaterwinning. Dit is een verlaging van de Maatgevende Hoogwaterstand met 21 cm tussen rivierkilometer 979,0 en 980,0 bij Zwolle. Pagina 11 van 72

12 1.1.6 Doelstelling ruimtelijke kwaliteit inrichting uiterwaarden Met de maatregel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel wil de initiatiefnemer een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Aan deze doelstelling is beoogd invulling te geven door: In de uiterwaarden meer ruimte te geven aan de natuurlijke dynamiek, waardoor bijzondere natuur- en landschapswaarden langs de Beneden-IJssel behouden blijven en worden versterkt; Het beleefbaar maken van de landschappelijke en ecologische waarden door de recreatieve toegankelijkheid te vergroten; De uiterwaardmaatregelen zodanig in te passen dat ze voortbouwen op de kenmerken en kernkwaliteiten van de Beneden-IJssel (Visie Ruimtelijke Kwaliteit Zomerbedverlaging, Bosch Slabbers, 2011, Ingezet is op het behoud van de kernkwaliteiten; behoud van openheid, cultuurlandschap en natuurlijk reliëf zijn hierbij bijzondere aandachtspunten Het Initiatief Er zijn twee typen maatregelen uitgewerkt vanuit de dubbele doelstelling voor het project Zomerbedverlaging Beneden-IJssel: 1. vergraving van het zomerbed; 2. uiterwaardmaatregelen voor ruimtelijke kwaliteit. Figuur 1-2 Kaart van het voornemen, vergraving en uiterwaardmaatregelen. Figuur 1-2 toont de ligging van de maatregel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Een kaart van het gebied met kadastrale nummers is opgenomen in bijlage B. Voor het project Zomerbedverlaging Beneden-IJssel heeft de Staatssecretaris in september 2012 de projectbeslissing SNIP3 genomen; waarbij de Staatssecretaris beslist tot uitvoering van het project. Pagina 12 van 72

13 1.2 Beschrijving werken Zomerbedverlaging Werken zomerbedvergraving Door de rivier te verdiepen wordt meer ruimte gecreëerd voor de afvoer van rivierwater. Bij hoogwater komt de waterstand minder hoog ten opzichte van de situatie nu. Daarmee kan de rivier de vereiste waterhoeveelheid aan en op die manier aan de veiligheidseisen voldoen. Voor de zomerbedvergraving is een ontwerp gemaakt. In dit ontwerp zal het zomerbed van de IJssel over een lengte van ca 7,5 km worden verlaagd, tussen de Molenbrug bij Kampen en de Eilandbrug bij de monding van de IJssel. Het zomerbed wordt stroomafwaarts meer verlaagd dan stroomopwaarts. Het meest stroomopwaartse deel, de eerste stap, tussen rivierkilometer 992,9 996,3, wordt gemiddeld 1,8 m verlaagd (het oranje deel in Figuur 1-2). De tweede stap, tussen rivierkilometer 996,3 en 1000,6 (nabij de Eilandbrug), wordt met gemiddeld 2,3 m verlaagd (rode deel in Figuur 1-2). In Figuur 1-3 wordt de dwarsdoorsnede ter hoogte van Kampen gegeven. Zie paragraaf voor een beschrijving van de eisen waaraan het ontwerp voldoet. Het getrapte ontwerp van de vergraving beperkt de verlaging van de waterstand tijdens een representatieve gemiddelde zomerafvoer en daarmee de effecten op de omgeving. Hiermee is de maatregel het meest effectief. Deze maatregel heeft de minste nadelige bijwerkingen/effecten op de omgeving. Een vergraving van het zomerbed in de omgeving van Zwolle met dezelfde taakstelling zal een groter ongewenst effect hebben op de omgeving en dat is niet acceptabel. Figuur 1-3: Dwarsdoorsnee van de IJssel bij Kampen (km 995) met aanduiding van de Zomerbedverlaging (gestippeld) Het ontwerp van de vergraving is opgenomen in bijlage D. De gehanteerde uitgangspunten voor de vergraving, die onderbouwd zijn in bijlage D en E, zijn als volgt: De bodem wordt alleen vergraven op plaatsen waar de huidige bodemhoogte hoger is dan de ontwerp-bodemhoogte, dat betekent dat diepere delen niet worden opgevuld. Op basis van een geotechnische analyse is een contourlijn gedefinieerd waarbinnen de vergraving van het zomerbed zal plaatsvinden. Deze contourlijn ligt op een minimum afstand van 15 m ten opzichte van de kribben, dijken, kades en oevers om de stabiliteit van deze constructies te waarborgen. Als de bodem in de huidige situatie al dieper ligt dan de beoogde aanleg hoogte van de zomerbedverlaging, wordt er niet gegraven. Omdat de contourlijn de beoogde aanleghoogte volgt, kan het op deze locaties voorkomen dat de contourlijn dichterbij de kribben, kades en dijken ligt dan 15 meter. Hierdoor zal de stabiliteit van de constructies niet afnemen ten opzichte van de huidige conditie. Op veel plekken is een veel grotere afstand dan 15 m aangehouden. In de bochten is gekozen voor een smallere ontgravingcontour. De contour ligt aan de binnenbocht zijde minimaal 15 m uit de oever. Aan de buitenbocht zijde ligt de contour ongeveer op de locatie waar de geul op maximale diepte ligt. Dit betekent dat de overwegend diepe buitenbochten niet verder vergraven worden. Pagina 13 van 72

14 Op basis van geotechnische overwegingen vindt de vergraving vanaf de contourlijn plaats onder een helling van 1:7, of flauwer, naar de gewenste ontwerphoogte. Ter hoogte van rivier km 996,5 bevindt zich de archeologische vindplaats van een 15 de -eeuwse Kogge (zie paragraaf 3.6.5). De Kogge blijft niet op deze plek liggen en zal worden geborgen. In Bijlage D, het ontwerprapport en kaartrapport voor de zomerbedvergraving, staat een gedetailleerde beschrijving en onderbouwing van het ontwerp, waarbij verschillende kaarten zijn opgenomen met ligging, vorm en afmeting van het werk. Een aannemer kan het ontwerp verder optimaliseren binnen de eisen zoals deze in paragraaf staan beschreven. Bij een aanpassing van het ontwerp dient de aannemer altijd een aanvulling in te dienen op de ontgrondingsvergunning Werken uiterwaardmaatregelen Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit gebeurt door in de uiterwaarden meer ruimte te geven aan natuurlijke dynamiek, waardoor bijzondere natuur- en landschapswaarden behouden blijven en worden versterkt. Daarbij is de insteek de landschappelijke en ecologische waarden ook beleefbaar te maken, door de recreatieve toegankelijkheid te vergroten. Tenslotte zijn de maatregelen passend bij de kernkwaliteiten van het landschap van de Beneden-IJssel. De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door uiterwaardmaatregelen in Scherenwelle, Koppelerwaard, Zalkerbosch, Bentinckswelle en de Vreugderijkerwaard. In deze uiterwaarden worden als onderdeel van dit initiatief de hierna beschreven maatregelen genomen. In Bijlage F is het ontwerprapport voor de uiterwaardmaatregelen opgenomen. Hierin staat een gedetailleerde beschrijving en onderbouwing van het ontwerp. Maatregelen Scherenwelle (zie Figuur 1-4) Wijziging van waterstaatswerk IJssel Lokaal verlagen zomerkade voor behoud bestaand kievitsbloemhooiland en ontwikkeling van nieuw kievitsbloemhooiland. Graven van laagtes en plaatsen van duiker in zomerkade voor kwaliteitsverbetering en uitbreiding bestaand rietmoeras. Aanleggen eenzijdig aangetakte nevengeul door opschonen en graven buitenste hank. Aanleggen natuurvriendelijke oevers langs nevengeul. Aanleggen natuurvriendelijke oevers langs twee plassen. Overige maatregelen Creëren kleine open plekken (zeer kleinschalig) om ontwikkeling kievitsbloemhooiland te stimuleren. Verwijderen wilgenopslag in rietmoeras en langs de hanken. Omvormen agrarisch beheer naar natuurbeheer. Uitbreiding zachthoutooibos in 2 robuuste kernen. Opschonen oeverzone IJssel door verwijderen struiken en ondergroei. Natuurvriendelijk inrichten van de ijsbaan. Pagina 14 van 72

15 Figuur 1-4 Inrichtingsplan Scherenwelle Pagina 15 van 72

16 Maatregelen Koppelerwaard (zie Figuur 1-5) Wijziging van waterstaatswerk IJssel Plaatsen stuw in sloot Koppelerwaard om lokaal water langer vast te houden t.b.v. kwaliteitsverbetering plasdrassituatie. Plaatsen van een kleine (roos)molen om extra water in het gebied te brengen. Figuur 1-5 Inrichtingsplan Koppelerwaard Maatregelen Zalkerbosch (zie Figuur 1-6) Wijziging van waterstaatswerk IJssel Maaiveldverlaging (gemiddeld 30 cm) t.b.v. plasdrassituatie. Reliëfvolgend bouwvoor verwijderen t.b.v. de ontwikkeling van stroomdalgrasland. Pilot: Stimuleren zandafzetting t.b.v. ontwikkeling stroomdalgrasland. Overige maatregelen Verwijderen graszoden t.b.v. de ontwikkeling van hardhoutooibos. Verwijderen bosjes en opgaande begroeiing op zomerkade en ter plekke van de maaiveldverlaging. Omvormen agrarisch beheer naar natuurbeheer voor die delen waar hardhoutooibos, stroomdalgrasland, natuurlijk grasland en plasdrassituaties worden gerealiseerd. Ontwikkelen hardhoutooibos. Realiseren graanakker (vanuit cultuurhistorie). Realiseren wandelroute door verbinden bestaande en nieuw aan te leggen paden. Pagina 16 van 72

17 Figuur 1-6 Inrichtingsplan Zalkerbosch Pagina 17 van 72

18 Figuur 1-7 Inrichtingsplan Bentinckswelle Pagina 18 van 72

19 Maatregelen Bentinckswelle (zie Figuur 1-7) Wijziging van waterstaatswerk IJssel Aanleggen tweezijdig aangetakte nevengeul Kwaliteitsverbetering plas-dras door introductie IJsselpeil Behouden van geïsoleerde plassen door aanleg grondwal. Overige maatregelen Realiseren wandelroute met nieuw aan te leggen paden Maatregelen Vreugderijkerwaard (zie Figuur 1-8) Wijziging van waterstaatswerk IJssel Kleinschalige maatregelen watergangen ter verbetering bestaand rietmoeras: aanbrengen van drie laagtes. Kleinschalig afplaggen ter verbetering kwaliteit bestaand stroomdalgrasland. Pilot: Stimuleren zandafzetting t.b.v. stroomdalgrasland. Overige maatregelen Verwijderen alle struiken en bomen binnen de aan te brengen laagtes. Pagina 19 van 72

20 Figuur 1-8 Inrichtingsplan Vreugderijkerwaard 1.3 Relatie met andere projecten Pagina 20 van 72

21 1.3.1 Andere initiatieven in de uiterwaarden Beneden-IJssel Naast de Zomerbedverlaging zijn er in de uiterwaarden van de Beneden-IJssel andere initiatieven die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het in onderlinge samenhang uitwerken en uitvoeren van de maatregelen heeft een grotere waarde voor het halen van de ruimtelijke kwaliteitsdoelen en is efficiënter dan het afzonderlijke uitvoeren van de plannen. Bij het opstellen van de maatregelen in de uiterwaarden in de Beneden-IJssel heeft nadrukkelijk afstemming plaats gevonden met de andere initiatiefnemers. Het gaat om de volgende initiatieven en initiatiefnemers: Project IJsseldelta-Zuid (Rijkswaterstaat, programmadirectie Ruimte voor de Rivier); Inrichting Ecologische Hoofdstructuur (provincie Overijssel en gemeente Kampen); Kaderrichtlijn Water (waterschap Vallei en Veluwe in opdracht van Rijkswaterstaat Oost Nederland); Aanleg laarzenpad Zalk (gemeente Kampen); In die uiterwaarden waar vanuit de Zomerbedverlaging maatregelen worden genomen, zijn bij het ontwerp en de beschrijving van de inrichting, de bovenstaande initiatieven zoveel mogelijk meegenomen. In het voorliggende Projectplan Waterwet zijn de maatregelen beschreven welke onderdeel uitmaken van voorliggend initiatief. De uitwerking van de gezamenlijke initiatieven is gebundeld in één integraal inrichtingplan en voor het beheer van de betreffende uiterwaarden zijn afspraken gemaakt gericht op een samenhangend beheer Samenhang met andere projecten PKB Ruimte voor de Rivier In het kader van de PKB Ruimte voor de Rivier wordt naast de Zomerbedverlaging op dit moment ook gewerkt aan andere projecten langs de IJssel. Een overzicht van het gebied en de ontwikkelingen in de omgeving wordt gegeven in Figuur 1-9. Figuur 1-9 Ontwikkelingen in de omgeving Pagina 21 van 72

22 De belangrijkste projecten in de Beneden-IJssel in het kader van Ruimte voor de Rivier zijn: Project IJsseldelta-Zuid Als onderdeel van het project IJsseldelta-Zuid wordt een hoogwatergeul ( bypass ) bij Kampen gerealiseerd Dat project is herijkt wegens de aangepaste doelstelling van de Zomerbedverlaging. IJsseldelta-Zuid fase 1 wordt waarschijnlijk gerealiseerd tussen 2015 en Dat wil zeggen, de aanleg van de dijken t.b.v. de hoogwatergeul, de inrichting tussen de dijken, de Pagina 22 van 72

23 recreatievaargeul, het deels verleggen van de IJsseldijk, de aanleg van een recreatieschutsluis en een inlaatwerk in de nieuwe IJsseldijk, de inrichting van de Onderdijksewaard, de aanleg van de Reevedam en een aantal aanpassingen aan de Roggebotsluis en omgeving. De werkzaamheden voor de aanleg zijn naar verwachting in 2016 afgerond. Dijkverlegging Westenholte Om de IJssel bij Zwolle meer ruimte te geven, wordt de dijk bij de wijk Westenholte ongeveer 300 m landinwaarts verplaatst. In de nieuwe uiterwaard wordt een extra geul gegraven. Ook wordt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbeterd en is in de plannen de aanleg van een landgoed tegen de dijk ter hoogte van de Zalkerveerweg opgenomen. Het bestemmingsplan is vastgesteld. De werkzaamheden voor de aanleg zijn naar verwachting eind 2015 afgerond. Uiterwaardvergraving Scheller en Oldeneler Buitenwaarden In Zwolle wordt ook rivierverruiming gerealiseerd door de aanleg van een aantal geulen in de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden, net ten zuidwesten van Zwolle. Een deel van het gebied wordt voor natuur ingericht. Het bestemmingsplan is vastgesteld. De werkzaamheden voor de aanleg zijn naar verwachting eind 2015 afgerond. Voor zowel de dijkverlegging Westenholte als de uiterwaardvergraving Scheller en Oldeneler Buitenwaarden is de aanbestedingsprocedure afgerond. Aannemerscombinatie Ruimte voor de Rivier Zwolle (Van den Biggelaar en Ploegam) is momenteel bezig met de voorbereidende werkzaamheden voor de uitvoering, zoals het in detail uitwerken van het ontwerp en de planning. Daarna gaan de daadwerkelijke graafwerkzaamheden van start. Voor de IJsseldelta-Zuid (fase 1) heeft de Staatssecretaris in september 2012 de projectbeslissing SNIP3 genomen, gezamenlijk met de projectbeslissing SNIP3 voor de Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. De gecombineerde aanbesteding met Zomerbedverlaging Beneden-IJssel start in Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied Als uitwerking van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra is in 1991 voor het rivierengebied de Nadere Uitwerking voor het Rivieren Gebied (NURG) vastgesteld. Naast het realiseren van nieuwe natuur, wordt ook een bijdrage geleverd aan het verhogen van de waterveiligheid, onder andere door het verminderen van de kans op overstromingen. De bijdrage aan de taakstelling van de NURG- projecten is in mindering gebracht op de taakstelling van de PKB Ruimte voor de Rivier. Langs de IJssel is het project Uiterwaardvergraving Welsummerwaarden en Fortmonderwaarden onderdeel van het NURG-programma. Ook voor dit project geldt dat de waterstandsverlaging in 2015 gerealiseerd dient te zijn Project Stroomlijn Door Rijkswaterstaat wordt in het hele rivierengebied sinds 2007 het project Stroomlijn uitgevoerd. Het project is erop gericht de doorstroomcapaciteit van de grote rivieren te herstellen en daarmee de waterstand te verlagen. Daartoe wordt een inhaalslag gemaakt met het vegetatiebeheer langs de rivieren. De stroombaan dient in principe glad te zijn. Voor de stroomluwe delen geldt in beginsel standstill. Pagina 23 van 72

24 Voor elke uiterwaard wordt een interventiebeeld te worden vastgesteld. Deze wordt in de nog op te stellen legger van de uiterwaarden opgenomen Sanering waterbodem Tussen km 1000,9 en km 1006 (daar waar de IJssel uitmondt in het Ketelmeer) is in het zomerbed van de IJssel bodemverontreiniging vastgesteld. Het Waterdistrict Twentekanalen-IJsseldelta heeft een saneringsvoorstel in 2 fasen voorgesteld aan het Bevoegd Gezag Inspectie Verkeer en Waterstaat. Fase 1 behelst de sanering van de vaargeul, in fase 2 wordt de resterende verontreiniging gesaneerd. De Inspectie Verkeer en Waterstaat heeft in 2005 aan het Waterdistrict een beschikking (goedkeuring) afgegeven onder de vigerende wetgeving van de Wet bodembescherming voor fase 1. Voorwaarde in de beschikking is, dat uiterlijk in 2015 begonnen dient te worden met fase 2. Pagina 24 van 72

25 2 Toetsing aan de hoofddoelstellingen van de waterwet Algemene conclusie toetsing doelstellingen Waterwet: De uitvoering van dit plan is in overeenstemming met de doelstellingen van de Waterwet De toepassing van de Waterwet is op grond van artikel 2.1 van de Waterwet gericht op: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de werken aan de doelstellingen van de Waterwet zijn getoetst en wat de uitkomsten zijn van deze toetsing. In iedere paragraaf wordt eerst de samenvattende conclusie gegeven, waarna de motivering van deze conclusie volgt. 2.1 a. voorkoming en waar nodig beperking overstromingen, wateroverlast en waterschaarste Door uitvoering van de maatregelen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het voorkomen dan wel beperken van overstromingen. Door de realisatie van de Zomerbedverlaging dalen de hoogwaterstanden onder de maatgevende hoogwaterstand op de IJssel. Er wordt voldaan aan de door het Rijk opgelegde taakstelling van 21 cm waterstanddaling. De baggeropgave zal toenemen, waarvoor is voorzien in een baggerprogramma. Vanuit de optiek van wateroverlast en waterschaarste bestaan tegen de maatregelen geen bezwaren. De maatregelen voor de zomerbedverlaging Beneden-IJssel, zoals beschreven in hoofdstuk 1, zijn voor het aspect overstromingen, wateroverlast en waterschaarste getoetst aan de volgende (beleids)documenten: Beleidslijn Grote Rivieren (BGR); Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW) ; Rivierkundig beoordelingskader (RBK) versie In de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR) is onder andere het beleid geformuleerd dat de rivieren voldoende ruimte moeten hebben om ook op de langere termijn het water af te kunnen voeren. Het BPRW beschrijft het beheer van de rijkswateren voor de periode De uitvoering van de PKB Ruimte voor de Rivier uit 2007, waarin Zomerbedverlaging als maatregel is opgenomen, is één van de kernpunten van dit beheer. Het rivierkundig beoordelingskader is de handleiding voor de beoordeling van aanvragen van vergunningen in het kader van de projectplan Waterwet voor wat betreft rivierkundige effecten van ingrepen in de grote rivieren. Pagina 25 van 72

26 2.1.1 Voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen Op basis van de uitkomsten van het rivierkundig onderzoek kan worden geconcludeerd dat het ontwerp van de Zomerbedverlaging, inclusief de inrichtingsmaatregelen in de uiterwaarden, voldoet aan de criteria conform het rivierkundig beoordelingskader. In Tabel 2.1, Tabel 2.2 en Tabel 2.3 zijn de resultaten van de toetsing aan het rivierkundig beoordelingskader voor de relevante aspecten samengevat Voorkomen wateroverlast en waterschaarste Binnendijks Bij hoge waterstanden wordt het IJsselpeil door de Zomerbedverlaging verlaagd, hierdoor neemt het risico op wateroverlast langs de IJssel doorgaans af. Bij Kampen treedt bij gemiddelde en lage waterstanden geen verlaging van het IJsselpeil op, maar wordt wel de aanwezige slecht doorlatende laag vergraven. Hierdoor wordt het contact tussen de IJssel en het grondwatersysteem vergroot. Afhankelijk van de lokale situatie (ontbreken klei- en veenlaag van circa 2-5 m dik binnendijks) kan dit mogelijk leiden tot een toename van grondwaterdruk, dit kan leiden tot wateroverlast (kan verschillen op wijkniveau). De lokale situatie in Kampen wordt gemonitord om eventuele toename van wateroverlast in kaart te brengen. De verwachting is dat de effecten op (grond)wateroverlast gering zullen zijn (zie ook Bijlage H). Voor gemiddelde situaties worden geen negatieve effecten op het waterbeheer verwacht als gevolg van de Zomerbedverlaging. De IJssel en uiterwaard onttrekken in de gemiddelde referentie situatie 117,8 Mm³/jaar (M=miljoen) uit het grondwatersysteem (stroomopwaarts van Zwolle) en infiltreert 67,6 Mm³/jaar (stroomafwaarts van Zwolle). Door het uitvoeren van de zomerbedverlaging wordt er 2,2 Mm³/jaar minder water aan het grondwatersysteem toegevoegd door de IJssel (deelgebied IJssel + uiterwaard). Dit wordt door het systeem opgevangen doordat het oppervlaktewatersysteem binnendijks 2,2 Mm³/jaar minder water afvoert (zie ook Bijlage H). Onder (extreme) laagwateromstandigheden wordt geen significante verlaging van oppervlaktewater- en grondwaterstanden berekend omdat de invloed van het IJsselmeer tot verder stroomopwaarts doorwerkt en het peil van het IJsselmeer niet verandert. De verandering in de waterbalans voor de omliggende polders is zo klein dat dit opgevangen kan worden met bestaande gemaalcapaciteit. Door de geringe daling van de grondwaterstand bestaat geen risico op extra inklinking van het veenweidegebied. Er is geen noodzaak op polderniveau het oppervlaktewatersysteem aan te passen. Buitendijks In de uiterwaarden vindt een verandering van het waterbeheer plaats, zoals beschreven in paragraaf De effecten op de gebruiksfuncties zijn beperkt en worden beschreven in paragraaf 2.3. Pagina 26 van 72

27 Tabel 2-1 Conclusies t.a.v. rivierkundig beoordelingskader hydraulische effecten Beoordeeld aspect Aspect 1.1: MHW stand op de as van de rivier Effect / voorwaarde MHW-verlaging minimaal 21 cm tussen rivier-km Conclusie Bij Zwolle (km 980) bedraagt de waterstanddaling minimaal 21 cm waarmee de maatregel voldoet aan de taakstelling. De waterstanddaling tijdens MHW varieert over de lengte van de ingreep. De maximale waterstanddaling vindt plaats bij rivierkilometer 991 en bedraagt ca. 41 cm. Ter hoogte van de stadsbrug te Kampen bedraagt de waterstanddaling ca. 19 cm. Benedenstrooms van Kampen (vanaf rivierkilometer 999) is de waterstanddaling als gevolg van de Zomerbedverlaging minder dan 1 cm. Bij het ontwerp van de maatregel is beheerruimte voor morfologisch onderhoud aangehouden, zodat met een onderhoudsfrequentie van gemiddeld eens per jaar de waterstanddaling continu aan de doelstelling blijft voldoen. Aspect 1.2: MHW stand buiten de as van de rivier Lokale effecten in de uiterwaarden De ingreep genereert een waterstanddaling in zowel de as van de rivier als in de uiterwaarden. De afname van de waterstand in de uiterwaarden kan door lokale opstuwingen afwijken van de afname van de waterstand in de as van de rivier. Echter, de waterstand als gevolg van deze lokale opstuwing is niet hoger dan in de referentiesituatie. Aspect 1.3: Afvoerverdeling bij MHW Aspect 1.4: Afvoerverdeling bij normaal hoogwater Een significante beïnvloeding kan gevolgen hebben voor de afvoerverdeling Een significante beïnvloeding kan gevolgen hebben voor de afvoerverdeling Er is geen sprake van een significante wijziging van de afvoerverdeling bij de IJsselkop. Er is geen sprake van een significante wijziging van de afvoerverdeling bij de IJsselkop.

28 Tabel 2-2 Conclusies t.a.v. rivierkundig beoordelingskader hinder of schade Beoordeeld aspect Aspect 2.1: Waterstanden en/of inundatiefrequentie van de uiterwaard Aspect 2.2: Stroombeeld in de uiterwaard Aspect 2.3: Stroombeeld in hoofdgeul bij de aan- en aftakking van nevengeul Aspect 2.4: Afvoerverdeling bij normaal hoogwater Aspect 2.5: Afvoerverdeling bij lage afvoeren Effect / voorwaarde Analyse waterstandsverschillen Analyse stroomsnelheidsverschillen Te grote dwarsstromingen kunnen hinder veroorzaken voor scheepvaart Een significante beïnvloeding kan gevolgen hebben voor de afvoerverdeling Een significante beïnvloeding kan gevolgen hebben voor de afvoerverdeling Conclusie De maximale waterstanddaling in de uiterwaarden bij een 1 per 10 jaar afvoergolf bedraagt ca. 44 cm en vindt plaats bij rivier-km 991. Ter hoogte van rivier-km 985 is de waterstanddaling tijdens een 1 per jaar afvoergolf groter dan tijdens een 1 per 10 jaar afvoergolf. Dit verschil in waterstanddaling wordt veroorzaakt door het meestromen, dan wel niet-meestromen van de uiterwaarden. Bij een hogere afvoer zullen de uiterwaarden meestromen. De grootste effectiviteit van de vergraving wordt bereikt wanneer het zomerbed bankfull staat. De frequenties waarmee de uiterwaarden in de nabijheid van de zomerbedvergraving inunderen neemt af. Voor Scherenwelle en de Koppelerwaard wordt door kadeverlaging in samenhang met andere maatregelen per saldo een positief effect bereikt voor de natuurwaarden. Het algemene stroompatroon van de uiterwaarden verandert niet als gevolg van de Zomerbedverlaging. Bovenstrooms neemt de stroomsnelheid in de uiterwaarden licht af. Bovenstrooms van de vergraving zal de stroomsnelheid toenemen, terwijl deze op het vergraven traject zelf zal afnemen. De locatie waar de stroomsnelheid vertraagd wordt, verschilt per afvoerconditie. De dwarsstroming van aan- en aftakkingen van nevengeulen op de hoofdgeul, bovenstrooms van de vergraving, zullen niet toenemen. De maatregel heeft geen invloed op de afvoerverdeling bij normaal hoogwater. De maatregel heeft geen invloed op de afvoerverdeling bij lage afvoeren.

29 Tabel 2.3: Conclusies t.a.v. rivierkundig beoordelingskader hinder of schade Beoordeeld aspect Aspect: 3.1: Aanzanding en erosie van het zomerbed (inclusief de oevers) Vergraving De maatregel Zomerbedverlaging leidt tot de volgende morfologische effecten en bijbehorende beheeropgaven: Er ontstaat een aanzandingsfront op de bovenstroomse rand van de zomerbedverlaging. Zonder verdere maatregelen vermindert de bijdrage aan de veiligheidstaakstelling in snel tempo. De opgave voor het veiligheidsonderhoud is gemiddeld m3 per jaar (+/- 50 %). Dit is mede afhankelijk van de afvoercondities van de IJssel. Bij hogere (piek) afvoeren wordt meer (en grover) sediment meegevoerd. Bij het uitblijven van een hoge afvoer zal er minder sediment dan gemiddeld neerslaan. Het fijne sediment zal tot afzetting komen in het Ketelmeer, gelijk aan de huidige situatie. Benedenstrooms (en mogelijk ook bovenstrooms) van de Zomerbedverlaging zal bodemerosie plaatsvinden. Om ongewenste erosie te voorkomen zal ca m3 per jaar gestort moeten worden. Aspect 3.2: Aanzanding en erosie van uiterwaard en nevengeulen Effect / voorwaarde Analyse stroomsnelheidsverschillen Analyse stroomsnelheidsverschillen Ter plaatse van de vergraving wordt geen verhoogd risico voor erosie verwacht, omdat de stroomsnelheid in de hoofdgeul in het traject van de zomerbedverlaging af neemt. Geen veranderingen.

30 2.2 b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen De Zomerbedverlaging heeft geen permanent effect op de fysisch-chemische waterkwaliteit. Tijdens de uitvoering zijn er beperkt negatieve effecten op fysischchemische KRW parameters. Dit heeft geen effect op de KRW ecologische kwaliteitselementen. De permanente effecten van de Zomerbedverlaging voor de ecologische kwaliteit worden als licht positief ingeschat. De maatregelen van de Zomerbedverlaging, zoals beschreven in hoofdstuk 1, zijn voor het aspect chemische en ecologische kwaliteit getoetst aan de volgende (beleids)documenten: Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW) ; Nationaal Waterplan (NWP); Europese Kaderrichtlijn Water (KRW); Het BPRW beschrijft het beheer van de Rijkswateren voor de periode Rijkswaterstaat voert het beheer uit. Het BPRW is opgesteld binnen de kaders van Europese richtlijnen, nationale wetgeving en nationaal beleid waaronder het Nationaal Waterplan. Onderdeel van het BPRW is een gebiedsgericht programma waarin de beheeropgave is opgenomen van Waterbeheer 21e eeuw (WB21), de KRW en Natura In het BPRW is het toetsingskader waterkwaliteit als bijlage opgenomen. Indien er voor een initiatief een expliciete vergunningplicht bestaat, bijvoorbeeld op grond van de Waterwet, dan is een individuele beoordeling daarvan op grond van dit toetsingskader vereist. Het Nationaal Waterplan (NWP) beschrijft de maatregelen die in de periode genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. In de KRW is voor rivieren en kanalen de doelstelling vastgelegd dat in 2015 het oppervlaktewater een goede chemische en ecologische kwaliteit heeft bereikt. De KRW eist ook dat de chemische en ecologische kwaliteit niet achteruit gaan. In het Besluit kwaliteitseisen monitoring water 2009 (Bkmw 2009) zijn ter implementatie van de KRW eisen gesteld waaraan de kwaliteit van het oppervlaktewater in beginsel moet voldoen. Rijkswaterstaat heeft het bereiken van de KRW-doelstellingen uitgewerkt in het BPRW Huidige situatie Aan de IJssel is het KRW-watertype R7 Langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei toegekend. Het waterlichaam heeft de status van sterk veranderd waterlichaam. Ingrepen zoals bedijking, normalisatie en verdieping en behoeve van veiligheid, scheepvaart, landbouw, industrie, infrastructuur en wonen hebben ertoe geleid dat de IJssel niet meer in een natuurlijke staat verkeert. Maatregelen om die natuurlijke staat te herstellen zijn niet mogelijk zonder disproportionele schade aan genoemde belangen (Ministerie van Verkeer & Waterstaat, 2009). De fysisch-chemische waterkwaliteit in de IJssel wordt in de huidige situatie vooral bepaald door het aangevoerde rivierwater vanuit de Rijn. Van de prioritaire stoffen overschrijdt alleen de som PAK benzo(g,h,i)peryleen en indeno(1,2,3-c,d)pyreen de norm. De andere prioritaire stoffen voldoen aan de norm. Van de overige relevante Pagina 30 van 72

31 stoffen overschrijden koper, kobalt, thallium, zink en individuele PCB s de norm in dit waterlichaam. Indien bij koper, kobalt, thallium en zink met biologische beschikbaarheid en achtergrondconcentratie rekening wordt gehouden, is er geen sprake van normoverschrijding. Alleen voor individuele PCB s is ook na de tweedelijnsbeoordeling nog sprake van normoverschrijding (Ministerie van Verkeer & Waterstaat, 2009). De algemeen fysisch-chemische waterkwaliteitselementen zijn voor 2008 getoetst aan de GEP (Goed Ecologisch Potentieel) behorend bij R7-oppervlaktewaterlichamen (langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei). Zuurstof, chloride, zuurgraad, temperatuur en stikstof voldoen aan de GEP. Alleen de parameter fosfor totaal voldoet niet aan de GEP. Voor in open verbinding met de IJssel staande plassen en (eenzijdig aangetakte) nevengeulen zal de waterkwaliteit in het algemeen overeenkomen met de waterkwaliteit van de IJssel. Belangrijk verschil is dat het water in die plassen niet stroomt en veel minder snel ververst wordt. Met name voor de gemeten fosfaatgehaltes geldt dat deze al niet voldoen aan de GEP voor stromend water type R7, eutrofiëring in de plassen kan daarom niet worden uitgesloten. De ecologische kwaliteit van de IJssel is, zoals voorgeschreven door de Europese Kaderrichtlijn Water, vastgesteld aan de hand van drie ecologische groepen: macrofyten, macrofauna en vis. Voor waterflora (met uitzondering van de deelmaatlat Macrofyten soortensamenstelling) voldoet de IJssel aan het GEP, maar voor macrofauna en vis is de toestand ontoereikend Chemische kwaliteit Permanente effecten Er zijn geen permanente effecten op de fysisch-chemische waterkwaliteit. Op het tracé van de Zomerbedverlaging bevinden zich geen verontreinigingen en bestaat er geen risico op vermenging met het IJsselwater. Benedenstrooms van de vergraving bevindt zich momenteel een verontreiniging. Volgens planning wordt uiterlijk in 2015 met de sanering begonnen (zie paragraaf 1.3.5). Een geringe daling van de waterstanden in bestaande nevengeulen leidt, door een sneller opwarmende waterkolom, tot een lichte verslechtering voor temperatuur, zuurstofgehalten en eutrofiëring in deze geulen, maar deze effecten zijn niet substantieel. In paragraaf 7.3 van bijlage C, MER deel B staan de effecten nader toegelicht. Er is geen effect op de kwaliteit van het water binnendijks. Aanvoer vanuit de IJssel en/of Ketelmeer kan de kwaliteit van het water in het watersysteem veranderen. De aanvoer van verontreinigingen met inlaatwater vanuit de IJssel is echter verwaarloosbaar ten opzichte van de lokale belasting vanuit de landbouw. Tijdelijke en periodieke effecten (uitvoering en onderhoud) Tijdens de uitvoerings- en onderhoudswerkzaamheden is er mogelijk een effect op doorzicht door vertroebeling. De effecten worde nader onderbouwd in de Passende beoordeling paragraaf 8.5 (bijlage I). Pagina 31 van 72

32 Als gevolg van de uitvoering (baggerwerkzaamheden)van de zomerbedverlaging zal er benedenstrooms van de baggerwerkzaamheden vertroebeling optreden. Het doorzicht kan lokaal zeer tijdelijk fors lager zijn dan onder normale omstandigheden. Als gevolg hiervan kan de zuurstofconcentratie tijdelijk afnemen. De vertroebeling duurt echter zo kort dat hier geen sprake is van een substantieel negatief effect op de KRW ecologische kwaliteitselementen Als gevolg van het terugstorten van sediment kan lokaal het doorzicht afnemen. Op basis van monitoring wordt tijdens de uitvoering en de beheerfase bepaald waar terug moet worden gestort. Terugstorten gebeurt in de beheerfase op de locatie waar voortschrijdende erosie wordt verwacht, bij rivier-km Terugstorten gebeurt ook bij rivier-km 992 als daar, tegen de verwachting in, terugschrijdende erosie optreedt. De genoemde locaties zijn indicatief. Indien een nog vast te stellen doorzichtnorm, door de waterkwaliteitsbeheerder voor aanvang van de uitvoering, gedurende twee weken wordt onderschreden, moet de aannemer zijn werkzaamheden stilleggen of aanpassen zodat de mate van vertroebeling en sedimentatie afneemt. De norm zal in de door de aannemer aan te vragen uitvoeringsvergunning worden opgenomen. Voor het vaststellen van de norm zal het doorzicht op de verschillende aangewezen locaties over de periode van een jaar gemeten worden. Er treedt geen eutrofiëring van het IJsselwater op als gevolg van de Zomerbedverlaging. Wanneer een waterbodem met veel fosfaten wordt vergraven, wordt opgewoeld en in suspensie komt kan eutrofiëring optreden. Hoewel de fosfaatconcentratie van de waterbodem van de IJssel hoog is, is er voldoende ijzer aanwezig om het fosfaat te binden. Op de bodem van de IJssel ligt grofvuil, waarbij het meeste vuil ligt in de buurt van steden, bruggen of op locaties waar wegen dicht bij de rivier komen. Voorafgaand aan het baggeren zal het gehele gebied worden onderzocht op de aanwezigheid van grofvuil en zullen grotere objecten verwijderd worden. Kleiner grofvuil kan in de baggerwerken worden opgenomen. De verantwoordelijkheid voor het verwijderen en afvoeren van het gevonden vuil ligt bij de aannemer, uitgangspunt is het grofvuil af te voeren naar een erkende verwerker of opslagplaats. Het materiaal wordt zorgvuldig verwijdert en afgevoerd en er worden geen effecten verwacht op de waterkwaliteit. De wijze van uitvoering zal moeten voldoen aan diverse eisen de vergunningen en besluiten in het kader van de zomerbedverlaging en algemene regels. Op deze wijze wordt er op toegezien dat de maatregelen op verantwoorde wijze worden uitgevoerd. Afhankelijk van de wijze van uitvoering kan een Watervergunning nodig zijn voor lozingsaspecten (zoals depots, retourwaterlozingen, etc.). Dit is afhankelijk van de wijze van uitvoering door de aannemer en zal in de uitvoeringsfase worden bepaald Ecologische kwaliteit Permanente effecten De permanente effecten van de Zomerbedverlaging voor de ecologische kwaliteit worden als licht positief ingeschat. Het graven van nieuwe nevengeulen en het herinrichten van bestaande nevengeulen leidt tot meer differentiatie van habitats en daarmee tot positieve effecten op de ecologische KRW-kwaliteitselementen overige Pagina 32 van 72

33 waterflora (macrofyten en fytobenthos), macrofauna en vissen. Met name de aanleg van oevers met flauw talud zorgt voor een geschikte vestigingsplaats voor oeverplanten. Daarvan profiteren ook macrofauna en vissen, die met de nevengeulen meer paaiplaatsen tot hun beschikking krijgen. Bij het ontwerp van de nevengeulen wordt aangesloten op de KRW-doelen in het gebied. De geringe waterstanddaling in bestaande nevengeulen en de daaraan gerelateerde verslechtering voor temperatuur, zuurstofgehalten en eutrofiëring leidt naar verwachting niet tot een lagere score op de KRW-kwaliteitselementen. In paragraaf 7.3 van bijlage C, MER deel B staan de effecten nader toegelicht. Tijdelijke effecten en periodieke effecten (uitvoering, baggerbeheer en onderhoud) Er is geen tijdelijk effect op de ecologische kwaliteit. De in paragraaf 2.2.2, chemische kwaliteit, beschreven tijdelijke effecten m.b.t. eutrofiëring en het effect op doorzicht door vertroebeling zijn ook van belang voor de ecologische kwaliteit. Het zomerbed zal periodiek op diepte moeten worden gehouden. De daarvoor benodigde werkzaamheden zijn vergelijkbaar met de baggerwerkzaamheden die worden uitgevoerd voor de Zomerbedverlaging, maar minder omvangrijk. Er is geen sprake van wezenlijke negatieve effecten op de chemische waterkwaliteit of op de ecologische toestand. Toetsingskader BPRW Overeenkomstig Bijlage 3 van de BPRW zijn voor de Zomerbedverlaging de relevante toetsingskaders doorlopen. Deel 1: toetsingskader algemeen Vindt de ingreep plaats binnen de begrenzing van het waterlichaam? Ja. De IJssel is aangewezen als KRW-oppervlaktewaterlichaam met watertype R7, Langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei. Staat de ingreep op de lijst met ingrepen die in principe altijd toegestaan zijn of heeft de ingreep enkel positieve effecten op de ecologische kwaliteit? Nee Heeft de ingreep een negatief effect op de omvang van een geplande of al uitgevoerde KRW-maatregel? Nee. De ingreep sluit juist aan bij geplande KRW-maatregelen en is daarmee afgestemd. Deel 2: Toetsingskader per watertype Bij rivieren is het gehele gebied dat onder water staat bij de gemiddelde hoogste waterstand relevant voor de beoordeling met biologische maatlatten. Beslaat de ingreep 1% of meer van het ecologisch relevant areaal? Voor de IJssel zijn de arealen voor waterplanten, macrofauna en vis relevant. In totaal bedragen de ecologisch relevante arealen voor het oppervlaktewaterlichaam IJssel (bron: helpdeskwater): ha voor waterplanten ha voor oeverplanten Pagina 33 van 72

34 - 742 ha voor macrofauna ha voor vis De ingreep betreft verlaging van het zomerbed en uiterwaardmaatregelen. Het zomerbed is niet aangeduid als ecologisch relevant areaal. Dat betekent dat er deze maatregel geen ecologisch relevant areaal (0%) beslaat. Een aantal uiterwaardmaatregelen vindt wel plaats ter plaatse van ecologisch relevant areaal. Het betreft: type maatregel waterplanten (ha) macrofauna (ha) vis (ha) Scherenwelle maaiveldverlaging overige inrichting Koppelerwaard waterbeheer Zalkerbosch herinrichting Bentinckswelle waterbeheer Vreugderijkerwaard afplaggen, sloot verbreden waterplanten macrofauna vis totaal ecologisch relevant areaal 548 ha 742 ha 620 ha ruimtebeslag ingrepen ca. 5 ha ca. 7 ha ca. 6 ha percentage ca. 1% ca. 1% ca. 1% Hieruit blijkt dat de uiterwaardmaatregelen plaatsvinden ter plaatse van circa 1% van de ecologisch relevante arealen voor waterplanten, voor macrofauna en voor vis. Heeft de ingreep een negatief effect op 1% of meer van het ecologisch relevant areaal? Permanente gevolgen van de zomerbedverlaging en uiterwaardmaatregelen zijn positief. Er is geen sprake van een permanent negatief effect op het ecologisch relevant areaal. Het belangrijkste tijdelijke effect van de uitvoering van de zomerbedverlaging is vertroebeling. Tijdelijke effecten van de uitvoering van de uiterwaardmaatregelen zijn beperkt tot de plaats van uitvoering (zie hierboven). Het betreft circa 1% van de ecologisch relevante arealen voor waterplanten, macrofauna en vis. De tijdelijke effecten hebben geen wezenlijke invloed op ecologisch relevant areaal (zie paragraaf 2.2.2). Effecten van beheer en onderhoud betreffen met name de vertroebeling door het op diepte houden en het toepassen van gebaggerd materiaal ter bestrijding van de erosie. Met name dat laatste deel kan negatief effect hebben op de ecologisch relevante arealen in het Ketelmeer. Daarom is als mitigerende maatregel voorgesteld dat de uitvoerder er zorg voor moet dragen dat de vertroebeling als gevolg van toepassing van gebaggerd materiaal beperkt blijft. Onder die omstandigheden is er geen negatief effect op de ecologisch relevante arealen in het Ketelmeer. Worden belangrijke sturende kenmerken van het watertype negatief beïnvloed? Belangrijke sturende kenmerken voor rivieren zijn mogelijkheden voor vismigratie en stromingscondities (debiet, stroomsnelheid en stroomvariatie). Deze kenmerken worden niet (vismigratie) of slechts beperkt beïnvloed (debiet stroomsnelheid), dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de biologische Pagina 34 van 72

35 kwaliteitselementen. Door toename van de stroomvariatie en inrichting van de uiterwaarden ontstaan er meer geschikte habitats en ontwikkelingsmogelijkheden voor oever- en waterplanten, macrofauna en vis. Worden eventuele negatieve effecten op de ecologische waterkwaliteit en/of de sturende kenmerken voldoende gemitigeerd of gecompenseerd? Ja. Werkzaamheden vinden plaats buiten broedseizoen, voortplantingsseizoen of groeiseizoen van beschermde vissen. Vertroebeling en sedimentafzetting worden beperkt bij vergraving van het zomerbed en bij beheer en onderhoud. 2.3 c. vervulling van de maatschappelijke functies van het watersysteem Geconcludeerd wordt dat de gebruiksfuncties door de uitvoering van Zomerbedverlaging niet of slechts in beperkte mate worden belemmerd. De maatschappelijke gebruiksfuncties zijn in het BPRW gedefinieerd als: natuur, scheepvaart, drinkwater, koelwater, recreatie, zwemwater, visserij en landbouw. Er zijn geen effecten op visserij, deze worden daarom hieronder niet opgenomen. Aanvullend op het BPRW worden de effecten op wonen beschreven Natuur Voor de meer gedetailleerde afweging van de effecten op de natuur wordt verwezen naar de toetsing aan de natuurwetgeving en de vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet (Bijlage I) en de ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet (Bijlage J). Permanente effecten Invloed op Natura 2000 De Zomerbedverlaging heeft zowel positieve als negatieve effecten voor verschillende habitattypen, leefgebied van vogels en habitatrichtlijnsoorten. Voor de beïnvloede soorten binnen deze groepen worden de effecten per saldo als neutraal tot positief beoordeeld. Invloed op beschermde soorten Flora en Faunawet De Zomerbedverlaging heeft zowel positieve als negatieve effecten voor de soortgroepen amfibieën, vissen, vogels en planten. Voor de beïnvloede soorten binnen deze groepen worden de effecten per saldo als neutraal beoordeeld. Invloed op EHS De natuurdoelen voor de EHS overlappen voor een groot deel met de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen. Vanuit de EHS geldt een extra doelstelling voor broedende weidevogels. De zomerbedvergraving heeft een negatief effect op weidevogels door verdroging van broedbiotoop. Deze biotoop wordt vanuit de uiterwaardmaatregelen uitgebreid en verbeterd. Per saldo worden de effecten als neutraal beoordeeld. Tijdelijke en periodieke effecten De werkzaamheden leiden tot licht negatieve effecten op een aantal habitattypen en soorten vanuit Natura Omdat het gaat om tijdelijke effecten van beperkte omvang zijn er geen gevolgen voor het halen van de instandhoudingsdoelstellingen. Pagina 35 van 72

36 Verder leiden de werkzaamheden tot tijdelijke verstoring van vissen (rivierdonderpad) en vogels, maar daarbij worden geen verbodsbepalingen in het kader van de Flora- en faunawet overtreden. Tenslotte zijn er voor weidevogels tijdelijke effecten van beperkte omvang te verwachten, dit resulteert niet in significante effecten op de EHS doelstelling voor weidevogels. De gesignaleerde effecten van werkzaamheden zijn een tijdelijke verhoging van stikstofdepositie en verstoring door geluid, licht en trillingen door inzet van materieel. Daarnaast leidt de vergraving tot vernietiging van leefgebied, verstoring van soorten, vertroebeling van het water en begraving van soorten. Zowel tijdens aanleg als onderhoud treden deze effecten in beperkte omvang op Scheepvaart Permanente effecten Aan de eisen ten aanzien van de minimum vaardiepte wordt voldaan als er voldoende gebaggerd wordt. De bagger intensiteit na de aanleg (beheerfase) valt binnen de eisen voor scheepvaart hinder. Het morfologisch gedrag in het Kattendiep verandert. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de baggerinspannning ten behoeve van de scheepvaart in het Kattendiep. Monitoring moet inzichtelijk maken wat de mogelijke gevolgen zijn. Voor het traject van de zomerbedverlaging zal de vaardiepte aanzienlijk toenemen en er ontstaan geen knelpunten voor de vaardiepte bovenstrooms of benedenstrooms. Bovenstrooms neemt de waterstand in de IJssel wel tijdens lage- en gemiddelde afvoer af, maar dit leidt niet tot onderschreiding van de minimum vaardiepte (OLR). Verder volgt uit analyses dat de aan- en aftakkingen van de nevengeulen geen significante invloed hebben op de dwarsstroming in de vaargeul. Zichtlijnen en zichtbaarheid van vaarwegmarkering blijven ongewijzigd. De overgang tussen de zomerbedverlaging en het normale zomerbed is een verantwoorde situatie (methode Schijf). De ontwikkeling van het talud onder invloed van de aanzanding en het baggerwerk wordt gemonitord. Gedurende de beheerfase kan het talud eenvoudig worden bijgesteld als daar vanuit scheepvaart aanleiding toe is. De scheepvaart zal ook hinder ondervinden tijdens de perioden waarin onderhoud van de rivier plaatsvindt. Het benodigde onderhoud zal door de maatregel Zomerbedverlaging aanzienlijk toenemen, dit heeft effect op de veiligheid en de vlotheid van de scheepvaartroute van de IJssel. In paragraaf 4.3 staan de oplossingsrichtingen beschreven om deze effecten te minimaliseren. Tijdelijke en periodieke effecten (uitvoering en onderhoud) De scheepvaart die gebruik maakt van de IJssel zal tijdens uitvoering van de vergraving hinder ondervinden van de baggerwerken, specifiek op locaties waar de rivier een beperkte breedte heeft in bochten en nabij havens. Het voorkomen van hinder heeft gedurende de uitvoering hoge prioriteit. Helemaal uitsluiten van hinder is niet mogelijk. In het Rivierkundig beoordelingskader (Rijkswaterstaat, 2009) staat beschreven dat de hinder voor scheepvaart vijf dagen per jaar in een riviertraject van 15 km mag bedragen. Gezien de omvang van de realisatie is dit niet haalbaar. Er zal daarom ontheffing voor de werkzaamheden worden aangevraagd. Dit wordt gedaan door de aannemer aan de hand van het door hem in te zetten materieel, daarbij Pagina 36 van 72

37 worden afspraken gemaakt met de beheerder over de omgang met de scheepvaartoverlast Drinkwater en koelwater De zomerbedverlaging kan invloed hebben op de beschikbaarheid van winbaar grondwater bij wingebied Engelse Werk, door invloed op de verplaatsing van ernstig mobiele grondwaterverontreinigingen in de binnenstad van Zwolle. Hiervoor wordt door VITENS een mitigerende maatregel getroffen: het verplaatsen van twee putten op het winpark Engelse Werk. Hiermee verplaatst het intrekgebied zich niet in de richting van de winning. Inlaatpunten voor koelwater ondervinden geen hinder als gevolg van de waterstanddaling. Voor koelwater is effect op de aanvoer van water met de juiste temperatuur van belang. De zomerbedverlaging leidt tot minder stroming en lagere gemiddelde waterstanden, waardoor in de nevengeulen de temperatuur kan oplopen. In de hoofdgeul worden geen significante temperatuursveranderingen verwacht als gevolg van de vergraving Recreatie en zwemwater Het rivierwater in de IJssel is niet aangemerkt als zwemwater. Effecten op zwemwater zijn hierdoor niet relevant Landbouw De IJssel wordt veel gebruikt voor recreatietoervaart. Op diverse plaatsen liggen jachthavens, passantenhavens en aanlegplaatsen. In Kampen is een grote concentratie aan jachthavens. De waterdiepte blijft op het gehele traject voldoen aan de vastgestelde waterdiepte voor watergebonden recreatie. Bij lage waterstanden (minder dan 20 dagen per jaar voorkomend) kan lokaal de diepgang beperkt worden bij passantenhaven Wilsum en Wijhe, op het meest ondiepe punt van de haven. De uiterwaarden worden door de aanleg van twee wandelpaden toegankelijker gemaakt en vormen een aanvulling op het bestaande wandelnetwerk. Door de verhoogde landschappelijke waarden, neemt de aantrekkelijkheid van het gebied toe. Dit zorgt voor een toename in de recreatieve mogelijkheden in het gebied, zowel vanaf het land als vanaf het water. Tijdelijke en periodieke effecten (uitvoering en onderhoud) Tijdens uitvoering en onderhoud van de zomerbedverlaging zal de recreatievaart hinder ondervinden van de ontgravingwerkzaamheden. Hengelsportlocaties zullen tijdens de uitvoering mogelijk ongeschikt zijn. Ook zijn tijdens de vergravingswerkzaamheden in de uiterwaarden (bijvoorbeeld graven geulen) mogelijk bestaande recreatieve routes tijdelijk gesloten. Buitendijks De grondwaterstanddalingen ten gevolge van de zomerbedvergraving leiden buitendijks niet tot significant negatieve effecten op de landbouw. De droogteschade kan op enkele plekken iets toenemen (met <5%) en de natschade zal afnemen (met <5%). Pagina 37 van 72

38 De gehele uiterwaarden van de IJssel zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Op een aantal percelen vindt, ondanks deze status, nog steeds intensieve landbouw plaats. Door de uiterwaardmaatregelen wordt een deel van deze percelen omgevormd naar natuur, waar veelal agrarisch medegebruik mogelijk is. Dit past binnen het autonome beleid voor dit gebied. Deze omvorming betekent wel een achteruitgang van de landbouwopbrengsten van deze percelen. Binnendijks In de meeste binnendijkse polders, zoals polder Mastenbroek en Kampereiland, treedt geen effect op voor de landbouw, omdat de sloten op het huidige peil blijven. De inlaat s Heerenbroek kan in situaties van lage afvoer verslechteren als gevolg van de Zomerbedverlaging. Onder de huidige omstandigheden is het inlaten van water bij lage rivierafvoeren lastig. Na de zomerbedverlaging kan de periode waarin dit gebeurt, groter zijn. Ingeschat is dat de mogelijke gewasschade die hierdoor kan optreden beperkt is. Schadegevallen worden afgehandeld via de schaderegeling van RvdR (schadeloket). De effecten op landbouw zijn nader onderbouwd in bijlage H. Pagina 38 van 72

39 3 Wijze van uitvoering 3.1 Uitvoering werken Zomerbedverlaging Uitvoering werken zomerbedvergraving Het is aan de uitvoerende aannemer om een definitief uitvoeringsplan en planning op te stellen voor de realisatie van de Zomerbedvergraving. Hieronder wordt een beschrijving gegeven van de kaders waarbinnen deze moet plaatsvinden. De te realiseren ontgronding moet voldoen aan de volgende eisen: Het ontwerp moet voldoen aan de functionele eis: ten opzichte van de situatie in 1997 een verlaging van de waterstand tijdens MHW bij Zwolle (km 979/980) van 21 cm. Te berekenen volgens de specificaties van de PKB. De effecten van de vergraving op andere belangen mogen niet groter worden dan beschreven in het ontwerp, en zoals deze effecten zijn beschreven in de vergunningaanvragen. Maximale taludhelling in dwarsrichting 1:7 Maximale taludhelling in langsrichting 1:17 Er is een ontwerp opgesteld, dat aan deze eisen voldoet. Dit ontwerp is nader beschreven in Deelrapport 1A - Ontwerp Zomerbedverlaging (zie bijlage D). Op basis van dit ontwerp zijn effecten beschreven in de vergunningaanvragen. Het ontwerp is gespecificeerd met toleranties ten aanzien van de aanleg en het beheer. Binnen deze toleranties zijn de beschreven effecten van toepassing. Voor de contractvorming met een aannemer zijn er twee mogelijkheden: 1. De aannemer maakt een uitvoeringsontwerp en toont aan dat voor het ontwerp aan bovengenoemde eisen wordt voldaan. Daarnaast dient de aannemer een aanvulling op de ontgrondingsvergunning in. 2. De aannemer voert het uitgewerkte ontwerp met bijbehorende vakindeling en toleranties uit. Dit is nader beschreven in het ontwerprapport. In totaal wordt circa 1,8 miljoen m 3 grond ontgraven. Voor de vergraving van het zomerbed zal vanaf het water gewerkt worden. Er wordt uitgegaan van verticaal ongescheiden ontgraving, tenzij dit ongewenst is om redenen zoals verontreinigingen of duidelijk onderscheidbare grondsoort (zoals aanwezige veenlagen). Bij verwerking van grond van de klasse niet toepasbaar wordt verwerking d.m.v. overvloeien niet toegestaan Uitvoering werken uiterwaardmaatregelen In vergelijking met de zomerbedvergraving zijn de initiële werken voor de uiterwaardmaatregelen gering. Uitvoering van de werken leidt niet direct tot het gewenste eindbeeld voor vegetatie, hiervoor is een langjarige beheerinspanning nodig. Het beheer om de natuurwaarden in de uiterwaarden te realiseren wordt beschreven in paragraaf Pagina 39 van 72

40 De initiële inrichting van de uiterwaarden vindt parallel aan de werkzaamheden voor de zomerbedvergraving plaats. Er wordt voornamelijk klein materieel ingezet. Voor elke uiterwaard wordt afzonderlijk het gewenste moment van uitvoering bekeken. De grond die vrijkomt bij de graafwerkzaamheden is veelal ongeschikt voor hergebruik en wordt daarom afgevoerd Zorgplicht Bij de uitvoering is de uitvoerend aannemer gehouden aan de zorgplicht zoals beschreven in artikel 6.15 van het Waterbesluit en de artikelen 6.8 en 6.9 van de Waterregeling. 3.2 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Voor het project Zomerbedverlaging Beneden IJssel wordt een project m.e.r.- procedure doorlopen, waarbij de uitgebreide procedure wordt gevolgd. Het milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld voor twee m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten: projectplan Waterwet; een Ontgrondingvergunning; Uit de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage, categorie D3.2, volgt dat een Projectplan Waterwet dat de activiteit aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken mogelijk maakt, een m.e.r.- beoordelingsplichtig besluit is. De Ontgrondingvergunning is tevens een m.e.r.- beoordelingsplichtig besluit, omdat er sprake is van winning van mineralen door afgraven van de zee-, meer- of rivierbodem dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan (categorie D29.2 van het Besluit milieueffectrapportage). De initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om de m.e.r.-beoordelingsbeslissing van de bevoegd gezaginstanties niet af te wachten, en direct een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Als eerste stap in de m.e.r.-procedure is in maart 2012 het startdocument 1 gepubliceerd. De centrale doelstelling van de m.e.r.-procedure is het milieubelang een volwaardige plaats geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke gevolgen voor het milieu. De procedure resulteert in een milieueffectrapport (MER) dat het bevoegd gezag daarvoor de benodigde informatie biedt. In dit geval zal het MER Zomerbedverlaging Beneden-IJssel de nodige informatie bieden over de milieugevolgen van de zomerbedverlaging (tijdens en na realisatie), zodat het bevoegd gezag deze informatie kan meewegen in het besluit over vaststellen van het projectplan Waterwet en het verlenen van de ontgrondingvergunning. Het MER wordt samen met het ontwerpbesluit projectplan Waterwet ter inzage gelegd. Voor resultaten uit het MER wordt verwezen naar Bijlage C bij dit document. In het MER is een inhoudelijke onderbouwing voor gemaakte keuzes opgenomen voor: ligging vergraving zomerbed; 1 Zomerbedverlaging Beneden-IJssel, start van de m.e.r.-procedure. Pagina 40 van 72

41 ligging uiterwaardmaatregelen; wijze van onderhoud. 3.3 Planologische inpassing De mogelijkheden voor de planologische inpassing van de zomerbedverlagingen en de uiterwaardmaatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit zijn in nauwe afstemming met de gemeenten Kampen en Zwolle en de Programmadirectie Ruimte voor de Rivier (PDR) geïnventariseerd. Hierbij zijn de volgende, geldende bestemmingsplannen betrokken: Bestemmingsplan Uiterwaarden, zoals vastgesteld door de raad van Kampen op 25 september 2003 en (gedeeltelijk) goedgekeurd door gedeputeerde staten van Overijssel op 6 januari 2004; Bestemmingsplan Uiterwaarden IJssel, Vecht en Zwarte Water, zoals vastgesteld door de raad van Zwolle op 22 november 2004 en (gedeeltelijk) goedgekeurd door gedeputeerde staten van Overijssel op 5 juli Uit de inventarisatie bleek dat de in de vorige paragrafen beschreven vergraving c.q.verdieping van het zomerbed volledig past in het geldende bestemmingsplan Uiterwaarden van de gemeente Kampen. De uiterwaardmaatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit passen gedeeltelijk in de geldende bestemmingsplannen Uiterwaarden en Uiterwaarden IJssel, Vecht en Zwarte Water van de gemeenten Kampen en Zwolle. Tabel 3-1 Overzicht van de uiterwaardmaatregelen voor ruimtelijke kwaliteit die niet in het geldende bestemmingsplan passen In tabel 3-1 is een overzicht opgenomen van de uiterwaardmaatregelen voor ruimtelijke kwaliteit die niet in het geldende bestemmingsplan passen. Bovendien is onderbouwd waarom de betreffende maatregel niet binnen de bestemming past. Uiterwaardmaatregel 1. De ontwikkeling van de natuurtypen hardhoutooibos, stroomdalgrasland, natuurlijk grasland en plasdrassituaties en het omvormen van agrarisch beheer naar natuurbeheer ten behoeve van de instandhouding (beheer) van deze natuurtypen in de uiterwaard Zalkerbosch, gemeente Kampen. Onderbouwing Een gedeelte van de gronden waar de ontwikkeling en instandhouding (beheer) van de natuurtypen hardhoutooibos, stroomdalgrasland, natuurlijk grasland en plasdrassituaties is voorzien, ligt binnen de bestemming Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurlijke waarden van het bestemmingsplan Uiterwaarden van de gemeente Kampen. Binnen deze bestemming is agrarisch gebruik toegestaan. Voor de ontwikkeling en instandhouding (beheer) van de natuurtypen hardhoutooibos, stroomdalgrasland, natuurlijk grasland en plasdrassituaties is echter natuurbeheer noodzakelijk. Agrarisch gebruik is niet langer mogelijk. Dit betekent dat de ontwikkeling en instandhouding (beheer) van deze natuurtypen Pagina 41 van 72

42 niet past binnen de geldende bestemming agrarisch gebied met landschappelijk en natuurlijke waarden. 2. De aanleg en het gebruik van een wandelroute door het verbinden van bestaande en nieuw aan te leggen paden in de uiterwaard Zalkerbosch, gemeente Kampen. Een gedeelte van de gronden waar de aanleg en het (recreatieve) gebruik van het wandelpad is voorzien, ligt binnen de bestemming Natuurgebied van het bestemmingsplan Uiterwaarden van de gemeente Kampen. Binnen deze bestemming is recreatief medegebruik niet toegestaan. Dit betekent dat de aanleg en het (recreatieve) gebruik van het wandelpad niet past binnen de geldende bestemming Natuurgebied. 3. De aanleg en het gebruik van een wandelroute met nieuw aan te leggen paden in de uiterwaardbentinckswelle, gemeente Kampen. Een gedeelte van de gronden waar de aanleg en het (recreatieve) gebruik van het wandelpad is voorzien, ligt binnen de bestemming Natuurgebied van het bestemmingsplan Uiterwaarden van de gemeente Kampen. Binnen deze bestemming is recreatief medegebruik niet toegestaan. Dit betekent dat de aanleg en het (recreatieve) gebruik van het wandelpad niet pastbinnen de geldende bestemming Natuurgebied De uiterwaardmaatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit die niet in het geldende bestemmingsplan passen, worden planologisch mogelijk gemaakt door een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan. 3.4 Overige noodzakelijke vergunningen en relevante besluiten Naast dit projectplan zijn andere hoofdvergunningen en besluiten noodzakelijk en moeten voorafgaand aan de realisatie op grond van algemene regels meldingen worden gedaan en uitvoeringsvergunningen worden aangevraagd. De voorbereiding en bekendmaking van de besluiten ter uitvoering van het project Ruimte voor de Rivier Zomerbedverlaging Beneden-IJssel worden gecoördineerd. Voor een overzicht van de hoofdvergunningen en besluiten die onder deze coördinatie vallen wordt verwezen naar paragraaf Globale planning De uitvoering van de Zomerbedverlaging start naar verwachting halverwege 2014 en zal voor het einde van 2015 worden afgerond. De uitvoering van de uiterwaarden start naar verwachting in de loop van 2014 en zal voor het einde van 2016 worden afgerond. Pagina 42 van 72

43 3.6 Overige uitvoeringsaspecten Beheer werken zomerbedvergraving Na verloop van tijd zal de rivier de vergraving weer opvullen met materiaal getransporteerd van bovenstrooms, dit is een natuurlijk proces waarbij het zomerbed naar een evenwichtssituatie convergeert. Periodiek onderhoud is daarom nodig om de Zomerbedverlaging in stand te houden. Bovenstrooms van de zomerbedvergraving vindt sedimentatie plaats, benedenstrooms erodeert de bodem ter hoogte van de Eilandbrug. Naast sedimentatie bovenstrooms bestaat de kans dat bovenstrooms van de vergraving ook (beperkte) bodemerosie plaatsvinden. Bepalend voor het instandhouden van de rivierverruiming is sedimentbeheer. Er is rekening gehouden met een verwachtte sedimentatie van m 3 (+/- 50%) per jaar. Uitgangspunt is dat de vergraving door middel van periodiek beheer op ontwerpdiepte wordt gehouden. Daarbij wordt gesedimenteerd materiaal bovenstrooms gebaggerd. Een deel van het gebaggerde materiaal wordt benedenstrooms teruggestort in de rivier om de erosie te compenseren en te voorkomen dat het erosiefront zich verder verplaatst in stroomafwaartse richting. Voor het onderhoud wordt een jaarlijkse reservering gedaan. Het beheer en onderhoud van de vaarweg wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat. In de projectfasen SNIP 4 en 5 (de voorbereidings- en uitvoeringsbeslissing door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu) wordt door de realisator zorggedragen voor de uitwerking van een Beheer- en Onderhoudplan. In dit plan wordt invulling gegeven aan het permanent behalen van de PKB-doelstellingen (de eisen en doelstellingen vanuit het definitieve planontwerp en de wettelijke vereisten die aan het beheer van delen van het plangebied gesteld worden). In die periode worden de definitieve afspraken over het beheer en onderhoud vastgelegd in beheerovereenkomsten Beheer werken uiterwaardmaatregelen Het beheer in de uiterwaarden is gericht op voorkomen van ongewenste verruwing, uitsluitend binnen de grenzen van het interventieniveau, in de uiterwaarden en het ontwikkelen van de gewenste natuurwaarden voor de ruimtelijke kwaliteit van de uiterwaarden. Het wettelijke beheer van de uiterwaarden ligt vanuit de Waterwet bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Voor het beheer en onderhoud van de eigen terreinen wordt door Rijkswaterstaat een dagelijks beheerder aangesteld. Binnen één uiterwaard gaat de voorkeur uit naar één beheerder omdat dit de beheersbaarheid verbeterd. Voor de overige uiterwaarden is de betreffende terreineigenaar dan wel zijn pachter de dagelijks beheerder. Ongewenste ontwikkeling van de vegetatie zorgt voor verruwing van de uiterwaarden en daarmee opstuwing van de maatgevende hoogwaterstand. Vegetatiebeheer wordt ingezet om deze verruwing te voorkomen, dit beheer kan bestaan uit beweiding of maaien. Bij het beheer van de uiterwaarden wordt uitgegaan van dynamisch ontwikkelbeheer waarbij een procesbenadering voorop staat. De beheersmaatregelen zijn er dan op gericht om natuurlijke processen zoals peildynamiek, morfodynamiek (erosie en sedimentatie) en vegetatiedynamiek (spontane ontwikkeling) volop de ruimte te geven. Voor het beheer wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de eisen die worden Pagina 43 van 72

44 gesteld vanuit het subsidiestelsel Subsidie Natuur en Landschap (SNL). In tabel 3-1 is op hoofdlijnen het beheer weergegeven voor de verschillende beheertypen. Daarbij zijn alleen de beheertypen opgenomen waarbij beheer noodzakelijk is. De nummers per beheertypen sluiten aan bij de SNL. Tabel 3-1. Ontwikkelbeheer op hoofdlijnen per beheertype voor de uiterwaarden Beheertype Ontwikkelbeheer Vochtig weidevogelgrasland (N13.01) t.b.v. plasdras Maai- en graasbeheer, uitvoering sparend voor weidevogel- jongen Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) Geen bemesting toegestaan, extensief agrarisch gebruik Droog schraalland (N11.01) t.b.v. stroomdalgrasland Bemesting is niet toegestaan Regelmatig aanvullen van de Pilot zandafzetting met zand Vochtig hooiland (N10.02) t.b.v. Het beheer bestaat uit jaarlijks maaien, het kievitsbloemhooiland maaisel wordt afgevoerd. Alleen ruige stalmest of bekalking is toegestaan Nabeweiding is toegestaan Rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01) t.b.v. afplaggen graszoden hardhoutooibos periodiek afzetten van gebied Moeras (N05.01) Het riet wordt jaarlijks gefaseerd gemaaid Rivier (N02.01) t.b.v. geulen en poelen Zie Natuurvriendelijke oever (L01.15) Natuurvriendelijke oever (L01.15) Periodiek maaien tussen 15 juli en 1 maart, herhalingstijd eens per 1-2 jaar, het maaisel wordt afgevoerd Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen zijn niet toegestaan Geen betreding en/of beschadiging door vee Geen verwerking van slootmaaisel of bagger Wandelpad over boerenland (L04.01) Waarborgen goed begaanbaarheid Voorzieningen in goede onderhoudsstaat houden Voor het beheer van de kunstwerken wordt aangesloten bij de huidige werkwijze. In de projectfasen SNIP 4 en 5 (de voorbereidings- en uitvoeringsbeslissing door de staatssecretaris van lnfrastructuur en Milieu) wordt door de realisator zorggedragen voor de uitwerking van een Beheer- en Onderhoudplan. In die periode worden de definitieve afspraken over het beheer en onderhoud vastgelegd in beheerovereenkomsten. Daarnaast wordt door Rijkswaterstaat een monitoringsprogramma opgesteld om ongewenste ontwikkelingen van de uiterwaarden op onder andere de aspecten veiligheid, waterkwaliteit en natuurontwikkeling te signaleren en vervolgens te kunnen ondervangen. Het programma biedt daarnaast mogelijkheden om de efficiency van de maatregelen te vergroten door extra inzicht in de effectiviteit van de herinrichting Kabels en leidingen Binnen het gehele projectgebied van de Zomerbedverlaging ligt een groot aantal bestaande kabels en leidingen, in eigendom/ beheer van derden. Een inventarisatie van deze kabels en leidingen heeft plaatsgevonden en daaruit blijkt dat op 15 locaties Pagina 44 van 72

45 de aanwezige kabels na de vergraving onvoldoende dekking hebben. Op 6 van deze locaties worden de kabels verlegd. Op de overige 9 locaties zijn de kabels buiten bedrijf. Deze 9 kabels zullen worden verwijderd. Bij vergravingswerkzaamheden in Scherenwelle en Bentinckswelle liggen op respectievelijk 1 en 2 locaties kabels en leidingen waarvoor mogelijk mitigerende maatregelen nodig zijn. Er wordt als uitgangspunt aangehouden dat de verlegging plaatsvindt voor realisatie van de ontgravingswerkzaamheden. Met de beheerders van deze leidingen wordt door Rijkswaterstaat een projectovereenstemming (POS) gesloten op basis waarvan zij verantwoordelijk zijn voor de verlegging, en het aanvragen en verkrijgen van de hiervoor benodigde vergunningen van het betreffende Bevoegde Gezag. Voor de loze leidingen wordt als uitgangspunt aangehouden dat de aannemer/opdrachtnemer die verantwoordelijk wordt voor de zomerbedverlaging, in afstemming met de eigenaren, zorg draagt voor de verwijdering ervan. De opdracht tot het verleggen van de kabels en leidingen wordt rechtstreeks door het Rijk aan de beheerders c.q. eigenaren opgedragen, dit betekent dat voor de kosten van de verlegging de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999) van toepassing is Niet gesprongen explosieven In 2011 is onderzoek uitgevoerd naar potentiële locaties waar grote hoeveelheden explosieven kunnen worden verwacht in verband met de zomerbedvergraving. In 2012 is onderzoek gedaan naar potentiële locaties in verband met de uiterwaardmaatregelen. In beide onderzoeken zijn geen specifieke aandachtslocaties gevonden. Desondanks dient de uitvoerende partij te allen tijde alert zijn op de mogelijke aanwezigheid van explosieven in het zomerbed Archeologie De IJssel kent verschillende aandachtsgebieden waarin een verhoogde kans op archeologische vondsten bestaat. In het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) zijn voor de zomerbedvergraving twee inventariserende veldonderzoeken uitgevoerd. Bij het onderzoek in 2010 zijn op diverse locaties contacten gekwalificeerd als object of fenomeen met een (middel)hoge archeologische verwachting. In 2011 heeft nader duikonderzoek plaatsgevonden waarbij 20 locaties met archeologische verwachting zijn onderzocht. In dit onderzoek wordt één specifieke aandachtslocatie benoemd, waarnaar in oktober 2012 waarderend onderwater onderzoek is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat aan de rand van de vaargeul, net buiten de haven van Kampen een 15 de -eeuwse Kogge is geïdentificeerd. Gelet op de relatie met de Hanzestad Kampen is dit een unieke vondst voor Nederland De Kogge zal worden geborgen voorafgaand aan de zomerbedvergraving (zie 4.3). Op de rest van het traject van de zomerbedverlaging wordt passieve archeologische begeleiding aangehouden tijdens de uitvoering. Er wordt een programma van eisen met meldingsprotocol opgesteld en tijdens de uitvoering wordt regelmatig contact gehouden met de aan het project verbonden archeoloog. Daarbij vindt Pagina 45 van 72

46 terugkoppeling plaats aan het bevoegde gezag. Uitgangspunt is dat archeologische vondsten in situ worden bewaard. In 2012 is een aanvullend archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de uiterwaarden. Hieruit blijkt dat alle uiterwaarden een zeer jonge geschiedenis kennen (jonge kronkelwaarden van de IJssel met een navenant lage archeologische verwachting voor archeologische resten in situ. Ook de kans op watergerelateerde archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd wordt laag ingeschat. Bij de uitvoering van het werk in de uiterwaarden zal geen passieve archeologische begeleiding worden aangehouden Bodem De fysische bodemkwaliteit in het riviertraject is onderzocht in een gedetailleerd bodemonderzoek in 2008 en een aanvullend bodemonderzoek in Dit onderzoek is uitgevoerd conform de Leidraad waterbodemonderzoek Rivierengebied. In 2012 is de milieukundige kwaliteit van de waterbodem in het zomerbed onderzocht conform NEN5717 en NEN5720. In 2010 is een geactualiseerde bodemzoneringskaart voor de IJsseluiterwaarden opgesteld die een indicatie geeft van de te verwachten milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de beoogde inrichtingsmaatregelen in de uiterwaarden. Ook zijn voor de uiterwaarden die geselecteerd zijn t.b.v. de inrichtingsmaatregelen verwachtingswaarden bepaald conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten. De resultaten van deze onderzoeken zijn verwerkt in het rapport Grondstromen en Uitvoering en het achtergrond rapport Bodemonderzoek. Indien er bij eventuele graafwerkzaamheden (al dan niet verontreinigde) grond, baggerspecie of bouwstoffen vrijkomen, zullen deze conform de geldende wet- en regelgeving worden toegepast of afgevoerd. Voor alle werkzaamheden geldt dat de zorgplichtcriteria uit het Waterbesluit (artikel 6.15) en de Waterregeling (artikelen 6.8 en 6.9) in acht genomen worden. Voor de eindsituatie zal een beheer- en onderhoudsplan worden opgesteld. Daarnaast zal de uitvoering voldoen aan de eisen, die in de vraagspecificatie aan de aannemer zijn gesteld, in zowel de uitvoeringsfase als de eindsituatie. Bij de zomerbedvergraving komt een grondvolume van circa 1,8 miljoen m 3 vrij. De waterbodem ter plaatse van de zomerbedverlaging valt conform het Besluit bodemkwaliteit in klasse B voor toepassing in oppervlaktewater. Dat geldt zowel voor de te verwijderen waterbodem als voor de achterblijvende bodem na ontgraven; de kwaliteit verandert dus niet. De ontgraven waterbodem kan conform het Besluit bodemkwaliteit op landbodems wel vrij worden toegepast. Bij km 997 bevindt zich niet toepasbare klei, als gevolg van een bijmenging met verontreinigd materiaal. Deze klei zal verwijderd worden en afgevoerd worden naar een verwerker. Voorafgaand aan deze werkzaamheden dient de aannemer een werkplan op te stellen en te laten goedkeuren door het bevoegd gezag. Pagina 46 van 72

47 Voor de inrichting van de uiterwaarden wordt circa m 3 grond vergraven. Het gaat voornamelijk om lokale en relatief ondiepe vergravingen in het kader van nieuwe natuurontwikkeling of het verbeteren van bestaande natuurwaarden. Het grootste deel van deze grond is niet geschikt voor hergebruik binnen het project en wordt afgevoerd. De milieuhygiënische kwaliteit die hier vrijkomt varieert van vrij toepasbaar tot klasse B. De rivierbeheerder heeft in een memo voorgeschreven dat de vrijgekomen grond van de aanleg en het beheer van de zomerbedvergraving niet mag worden teruggestort in het zomerbed van de IJssel (memo sedimentbeheer Rijntakken , vastgesteld door de Directie Water en Scheepvaart van Rijkswaterstaat Oost Nederland, 16 maart 2010). Deze memo geeft op uitvoeringsniveau van de rivierbeheerder invulling aan het landelijke beleid voor inperking van het probleem bodemdaling door erosie. Terugstorten van de grond zou de beoogde waterstanddaling van de Zomerbedverlaging tenietdoen. Morfologisch onderzoek laat zien dat onttrekking van de grond in combinatie met de beheermaatregelen niet leidt tot terugschrijdende bodemerosie. Hiermee wordt het doel van het zandwinbeleid gerespecteerd. Zoals beschreven in paragraaf wordt bij het onderhoud van de zomerbedvergraving een deel van het gebaggerde materiaal benedenstrooms teruggestort in de rivier om de erosie te compenseren en te voorkomen dat het erosiefront zich verder verplaatst in stroomafwaartse richting. Het zandwinbeleid wordt voor de zomerbedvergraving op dit punt door de rivierbeheerder aangepast. De vrijgekomen grond bij de aanleg kan gebruikt worden binnen het Ruimte voor de Rivier project IJsseldelta-Zuid. De overige grond wordt afgevoerd en zoveel mogelijk hergebruikt in andere nuttige toepassingen in de omgeving of (tijdelijk) opgeslagen. De uiteindelijke keuze voor toepassing van de grond ligt bij de aannemer. Het aanwezige grofvuil en eventuele andere niet herbruikbare materialen worden afgevoerd naar een erkende verwerker of opslagplaats. Uitgangspunt is dat de werkzaamheden met betrekking tot verplaatsing en afvoer van bodemmaterialen moet voldoen aan de Waterwet en het Besluit bodemkwaliteit Grondverwerving Voor de zomerbedvergraving behoeft geen grondverwerving plaats te vinden. Voor herinrichting van de vijf uiterwaarden is dit wel het geval. In totaal wordt ongeveer 90 ha opnieuw ingericht en/of wordt het beheer aangepast. Ca 60 ha is reeds in eigendom van de overheid (SBB, BBL en Gemeente Kampen) waarbij de grond veelal is verpacht aan agrarische bedrijven. Ca 30 ha is in particulier eigendom waarbij veelal ook sprake is van pachtconstructies. Na vaststelling van de ontwerpen zullen de gesprekken met de betrokken grondeigenaren en pachters worden opgestart. Afhankelijk van de situatie en de wensen van de betrokkenen wordt ingezet op omzetting van het pachtcontract dan wel verwerving van de gronden. 3.7 Calamiteiten of ongewoon voorval Rijkswaterstaat stelt alle directe belanghebbenden onmiddellijk op de hoogte van het voorval en de maatregelen die getroffen worden om de nadelige gevolgen te beperken. Rijkswaterstaat houdt een logboek bij van alle ongewone voorvallen en calamiteiten. Pagina 47 van 72

48 4 Maatregelen (mogelijke) nadelige gevolgen Artikel 5.4 lid 2 van de Waterwet geeft aan dat het projectplan een beschrijving bevat van de voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Het dient te gaan om voorzieningen of (compenserende) maatregelen die niet in het kader van andere besluiten worden getroffen en op hun beurt moeten voldoen aan de doelen van artikel 2.1 van de Waterwet. Nadelige gevolgen van het verlagen van het zomerbed en het inrichten van de uiterwaarden kunnen onder meer bestaan uit aantasting van natuurwaarden en hinder voor de scheepvaart. Op grond van de te nemen beheersmaatregelen wordt verwacht dat nadelige gevolgen grotendeels worden gecompenseerd. De nadelige gevolgen worden beheerst zoals omschreven in dit hoofdstuk. 4.1 Kunstwerken Ondanks de optimalisatie in de lokale inpassing van de zomerbedvergraving en de aangehouden afstand tot de bestaande constructies en kunstwerken is uit analyses naar alle aanwezige kunstwerken gebleken dat enkele aanpassingen noodzakelijk zijn voor de volgende objecten: Object km langs IJssel Uitgewerkte oplossing (schetsniveau) Eilandbrug met Meerpalen: Locatie km1000: vervangen door langere buispalen strekdam - Aanbrengen extra stortsteen op strekdam Stadsbrug Remmingwerk: aanpassen van remmingwerk Meerpalen 996,5 - Palen rond 762 mm: vervangen door langere buispalen 4.2 Natuur Vanuit natuur worden beperking opgelegd aan de uitvoering van de werkzaamheden om de effecten op de ecologie te mitigeren. Het gaat hierbij om: beperken werkzaamheden tijdens het broedseizoen, voortplantingsseizoen of groeiseizoen van beschermde soorten; beperken vertroebeling en sedimentafzetting bij vergraving zomerbed en beheer en onderhoud. Het type beperking en de periode waarin deze van toepassing is, worden per uiterwaard beschreven in het Milieueffectrapport. Het Milieueffectrapport is bijgevoegd als Bijlage C bij dit document. De aannemer moet voor de start van de uitvoering zijn werkwijze vastleggen in een ecologisch werkprotocol. Pagina 48 van 72

49 4.3 Scheepvaart Uitvoering Voor de uitvoering wordt de aannemer gevraagd een uitvoeringsplan op te stellen, met als uitgangspunt de werkwijzer Minder Hinder Vaarwegen van Rijkswaterstaat. Onderdeel van dit uitvoeringsplan is een verkeersmanagementplan dat afgestemd en goedgekeurd wordt door de beheerder om de hinder op beroepsvaart en recreatievaart te minimaliseren. In dit plan kunnen maatregelen voor scheepvaartverkeer worden voorgesteld zoals het varen in konvooi, instellen van eenrichtingsverkeer of het instellen van vaar-windows waarop de scheepvaart de werkzaamheden kan passeren. Voorafgaand aan de zomerbedvergraving zal de Kogge (zie 1.2.1) worden geborgen. De Kogge kan niet op de huidige plek blijven liggen (geen duurzame oplossing) vanwege de hinder voor de scheepvaart en beperking van toekomstige ontwikkelingen, het onderhoud en beheer dat vereist is om de site te behouden. Afhankelijk van de nog te kiezen bergingsmethodiek is er sprake van enige hinder tijdens de bergingswerkzaamheden gedurende minimaal 3 maanden tot naar schatting maximaal 8 maanden. De vaargeul is dan tijdelijk 40 meter breed waardoor bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer moet worden ingesteld. Beheer en onderhoud In de studie Beheersing Morfologie IJssel (HK V, juli 2012) zijn de effecten van de geplande Ruimte voor de Rivier projecten rond Zwolle (onder andere Zomerbedverlaging, Westenholte, Scheller & Oldeneler buitenwaarden, hoogwatergeul Kampen) in beeld gebracht. Bij elke maatregel ontstaan op korte of langere termijn morfologische effecten. De zomerbedverlaging grijpt zodanig in het sedimenttransporterend vermogen van de rivier in dat het ter plaatse van de zomerbedverlaging vrijwel verdwijnt. Het gevolg is dan ook dat vrijwel de gehele sedimentvracht van de IJssel zal sedimenteren bij het begin van de zomerbedverlaging. De maatregel Zomerbedverlaging leidt tot de volgende morfologische effecten en bijbehorende beheeropgaven: Er ontstaat een aanzandingsfront op de bovenstroomse rand van de zomerbedverlaging. Zonder verdere maatregelen vermindert de bijdrage aan de veiligheidstaakstelling in snel tempo. De opgave voor het veiligheidsonderhoud is gemiddeld m3 per jaar (+/- 50 %). Dit is mede afhankelijk van de afvoercondities van de IJssel. Bij hogere (piek) afvoeren wordt meer (en grover) sediment meegevoerd. Bij het uitblijven van een hoge afvoer zal er minder sediment dan gemiddeld neerslaan. Het fijne sediment zal tot afzetting komen in het Ketelmeer, gelijk aan de huidige situatie; Benedenstrooms van de Zomerbedverlaging zal bodemerosie plaatsvinden. Mogelijk vindt ook bovenstrooms bodemerosie plaats; Voor het beheer en onderhoud geldt dat de aannemer uiteindelijk de keuze maakt voor de meest geschikte uitvoeringsmethode. In samenwerking met de rivierbeheerder is een groot aantal potentiële oplossingen geïnventariseerd voor het aanzandingsfront. Hierbij kunnen onder andere de volgende (deel)oplossingen onderscheiden worden: Constructieve maatregel in de vorm van het verhogen van de zomerkades; Constructieve maatregel in de vorm van de aanleg van langsdammen; Pagina 49 van 72

50 Inzet van baggermaterieel in samenhang met lokaal verbreden van de vaargeul; Inzet van methode water injectie baggeren in combinatie met aanleg zandvang in uiterwaard; Inzet flexibel (zelfvarend) en groter baggermaterieel, zoals sleephopperzuigers die vrijwel geen overlast voor het overige scheepvaartverkeer veroozaken. Na uitwerking en beoordeling van de oplossingsrichtingen heeft een combinatie van een tweetal oplossingen met baggermaterieel de voorkeur. Om bij de baggerwerkzaamheden de overlast op de scheepvaart te minimaliseren wordt er voor gekozen om het baggeren zoveel mogelijk buiten de vaarweg te laten plaatsvinden door de combinatie van: Oplossingsrichting 1: in twee fasen verrichten van onderhoudswerkzaamheden zodat de vaargeul (tenminste 80 m breed) beschikbaar blijft voor de scheepvaart. In de binnenbocht van de bocht bij rivier-km 993 vindt momenteel geen scheepvaart plaats omdat hier niet genoeg diepgang is. Door bovenstrooms van en in de binnenbocht uit te diepen wordt deze geschikt als vaargeul. Lokaal wordt de vaargeul hierdoor extra breed. Dat maakt ruimte om met traditioneel vastliggend materieel baggerwerk uit te voeren, mits voldoende ruimte en diepgang in de vaargeul vrij blijft. Het onderhoud kan vervolgens afwisselend in de binnen- en buitenbocht uitgevoerd worden. Scheepvaart kan tijdens het onderhoud doorgang vinden. Oplossingsrichting 2: op plekken waar niet voldoende ruimte in de vaarweg is: Inzet van varend baggermaterieel dat groter is dan gebruikelijk voor de IJssel (voorbeeld: sleephopperzuiger). Doordat het varend baggermaterieel kan uitwijken voor overig scheepvaart is de hinder zeer beperkt (geen structurele hinder). In de praktijk zal door de aannemer, afhankelijk van de vaargeulbreedte, voor een combinatie van materieel gekozen worden. De aannemer moet zijn werkwijze ook laten goedkeuren door de rivierbeheerder. In de realisatiefase zal er hinder voor scheepvaart optreden. Op basis van de Werkwijzer Minder Hinder en overleg met de rivierbeheerder kan en moet de hinder geminimaliseerd worden. Baggertechnieken die gebruik maken van ankers, kabels of dergelijke die in de vaarweg liggen, moeten uitgesloten worden. Het mag ook niet zijn dat een baggertechniek eisen oplegt aan scheepvaart (bv. eisen ter voorkoming van golfslag tegen baggerschip). Tijdelijke stremmingen (bijvoorbeeld bij de stadsbrug Kampen en de Eilandbrug) kunnen niet worden voorkomen. Bovenstaande oplossingsrichtingen hebben als doel de hinder binnen de perken te behouden. De sedimentatie in de beheersituatie is in de orde van m3/jaar. Volgens het rivierkundig beoordelingskader mag de hinder 5 dagen per 15 km zijn. Uitgangspunt daarbij is de huidige vaarwegbreedte. Het grootste gedeelte van de aanzanding zal bij of na rivier-km 993 neerslaan. Door ter plekke van rivier-km 993 de vaarweg (o.a. in de volledige bocht) te verruimen kan de vaarwegbreedte potentieel verdubbeld worden. Daardoor ontstaat er ruimte om een baggerschip zijn werk te laten doen in de vaargeul zonder dat er significante hinder voor de scheepvaart ontstaat. Pagina 50 van 72

51 Benedenstrooms van de vergraving moet er voorkomen worden dat erosie van het zomerbed tot problemen gaat leiden. Hiervoor wordt gemonitord. Op basis van de monitoring en in nauw overleg met de rivierbeheerder wordt bepaald hoeveel sediment er wordt teruggestort. Het materiaal dat bovenstrooms (bij het aanzandingsfront) gewonnen wordt kan hiervoor gebruikt worden. Door middel van het terugstorten van het sediment wordt het sediment weer teruggebracht in het systeem. Wanneer bovenstrooms van de vergraving bodemerosie optreedt en tot problemen leidt, kan een vergelijkbare strategie worden toegepast. 4.4 Drinkwater en koelwater Op de drinkwaterwinning Engelse werk dienen twee pompputten te worden aangepast. Vitens bereid daarvoor de procedure voor en voert het uit. 4.5 Recreatie en zwemwater Voor maatregelen om nadelige gevolgen op recreatievaart te beperken, zie paragraaf 4.3 scheepvaart. De IJssel heeft geen zwemwater functie. 4.6 Landbouw en wonen De inlaat s Heerenbroek kan in situaties van lage afvoer verslechteren als gevolg van de Zomerbedverlaging. Onder de huidige omstandigheden is het inlaten van water bij lage rivierafvoeren lastig. Na de zomerbedverlaging kan de periode waarin dit gebeurd groter zijn. Ingeschat is dat de mogelijke gewasschade die hierdoor kan optreden beperkt is, zie hiervoor bijlage H Deelrapport 3 Grondwater paragraaf Schadegevallen worden afgehandeld via de schaderegeling van RvdR (schadeloket). 4.7 Hinderbeperkend werken De aannemer is verplicht om hinderbeperkend te werk te gaan. De aannemer zal in zijn uitvoeringsplanning moeten aantonen hoe invulling wordt gegeven aan de voorschriften uit de gelijktijdig aangevraagde vergunningen, ontheffingen en algemene regels en de wijze waarop rekening wordt gehouden met belanghebbenden. In relatie tot de uitvoeringshinder betreffen de voornaamste uitvoeringsactiviteiten het ontgraven, toepassen en het transport van grond en bouwstoffen. Het uitvoeringsplan zal worden geoptimaliseerd vanuit het uitgangspunt hinder zoveel mogelijk te voorkomen. De uitvoeringsduur en fasering van de werkzaamheden wordt mede bepaald door het rust- en broedseizoen, hoogwaterperiodes en uitvoeringsbeperkingen ten aanzien van brugpijlers en constructies. 4.8 Monitoring optreden mogelijke effecten Voor de Zomerbedverlaging is een aantal mogelijke nadelige effecten gesignaleerd waarvan onzeker is of deze daadwerkelijk optreden. Om potentiële risico s van het project tijdens en na uitvoering te kunnen beheersen, worden deze effecten gemonitord. De monitoring heeft ten doel gegevens te leveren om ongewenste gevolgen tijdig te kunnen signaleren en te ondervangen. In hoofdstuk 6 wordt hierop nader ingegaan. 4.9 Een loket voor planschade en nadeelcompensatie Bij het maken van de plannen en de uitvoering daarvan wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bewoners van het gebied en de bedrijven die er zijn gevestigd. Eventuele schade wordt waar mogelijk voorkomen of beperkt. Toch zijn er soms geen haalbare alternatieven en dan moet worden beoordeeld of de geleden Pagina 51 van 72

52 schade voor vergoeding in aanmerking komt. Voor eventueel financieel nadeel dat onverhoopt ontstaat als gevolg van de uitvoering van het projectplan kan een benadeelde een beroep doen op artikel 7.14 van de Waterwet. Het verzoek tot vergoeding van de schade bevat een motivering, alsmede een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. De afhandeling van verzoeken om schadevergoeding in verband met de uitvoering van de maatregelen geschiedt met toepassing van de Beleidsregel schadevergoeding Ruimte voor de Rivier, gepubliceerd in de Staatscourant nr.82, 6 mei Voor kabels en leidingen zijn de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen (NKL 1999) en de bijbehorende Overeenkomst voor verleggingen buiten beheersgebied van toepassing. Pagina 52 van 72

53 Pagina 53 van 72

54 5 Procedure Dit besluit is tot stand gekomen met toepassing van procedureregels in de Algemene wet bestuursrecht. 5.1 Rijkscoördinatieregeling van toepassing De voorbereiding en bekendmaking van de (ontwerp) besluiten ter uitvoering van Zomerbedverlaging Beneden-IJssel worden gecoördineerd. Deze coördinatie vindt plaats op basis van het besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 26 april 2011 tot toepassing van de rijkscoördinatieregeling (Staatscourant 2011, nr. 7723, op grond van artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening). Dit besluit (projectplan) staat niet op zichzelf maar gaat gelijktijdig in procedure met de volgende besluiten: vergunning op grond van de Ontgrondingenwet, Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu; vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, ministerie van Economische Zaken en Provincie Overijssel; ontheffing op grond van de Flora- en faunawet, Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken; omgevingsvergunning ten behoeve van afwijking op bestemmingsplan, gemeente Kampen; watervergunning, Waterschap Groot Salland. De rijkscoördinatie heeft tevens betrekking op een aantal uitvoeringsvergunningen. Besluitvorming hierover vindt in een later stadium plaats. De coördinatie heeft tot doel de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten voor het project tussen de betrokken bevoegde gezaginstanties af te stemmen en gelijktijdig te laten plaatshebben. De coördinatie heeft tot gevolg dat op deze besluiten de procedure artikel 3.35 vierde lid Wro van toepassing is. Volgens de procedure zullen genoemde ontwerpbesluiten gedurende een periode van zes weken ter inzage worden gelegd, inclusief de desbetreffende aanvragen en de diverse rapporten en memo s ter nadere onderbouwing van de aanvragen en besluiten. Tijdens deze periode van zes weken kan iedereen zienswijzen indienen. Dit kan schriftelijk of mondeling gebeuren, onder vermelding van het ontwerpbesluit waarop de zienswijze betrekking heeft. Alle zienswijzen worden doorgestuurd naar de desbetreffende bevoegde gezaginstanties. Met inachtneming van de zienswijzen worden definitieve besluiten vastgesteld. Uiterlijk tegelijkertijd met het bekendmaken van de definitieve besluiten wordt iedereen die een zienswijze heeft ingediend, geïnformeerd over wat daarmee is gedaan. Alleen degene die een zienswijze heeft ingediend tegen (één van) de ontwerpbesluiten en bovendien kan worden aangemerkt als belanghebbende kan later tegen de definitieve vaststelling daarvan beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze naar voren te hebben gebracht. Pagina 54 van 72

55 5.2 Crisis- en herstelwet Het projectplan op grond van artikel 5.4, lid 1, van de Waterwet is genoemd in de bijlage bij art. 1.1 van de Crisis- en Herstelwet, zodat de bepalingen in hoofdstuk 1, afdeling 2 van de Crisis- en Herstelwet hierop van toepassing zijn. De Crisis- en Herstelwet bevat onder andere bijzondere procedurele bepalingen voor de beroepsprocedure. Dit betekent onder meer dat: de Raad van Staten binnen 6 maanden beslist op beroep; de relativiteitsvereiste geldt: geschonden norm moet dienen om de belangen van benadeelde te beschermen; er geen pro forma beroep meer ingesteld kan worden: het beroepschrift moet binnen de termijn worden ingediend; 5.3 Gezamenlijke voorbereiding van besluiten Tijdens de planstudie is uitvoerig overleg gevoerd met belanghebbende partijen. Dit overleg kan in hoofdlijnen in drieën worden gedeeld: 1. overleg over het gehele project, dat met name plaatsvond in de Ambtelijke Begeleidingsgroep, de Stuurgroep IJsseldelta en Zomerbedverlaging en de Ambtelijke Werkgroep Bevoegde Gezaginstanties (AWBG). 2. overleg over de inrichting van de uiterwaarden 3. bilateraal overleg over specifieke effecten van de zomerbed, zoals met de gemeente Kampen over grondwateroverlast en VITENS over effecten op de grondwaterwinning. Pagina 55 van 72

56 6 Evaluatie en monitoring 6.1 Aanzet tot een monitorings- en evaluatieprogramma De monitoring en evaluatie zal in een later stadium door bevoegd gezag nader uitgewerkt worden per vergunning, besluit of thema. Dan wordt ook afgesproken hoe vaak gemonitord wordt en op welke momenten geëvalueerd wordt of de optredende effecten overeenkomen met de voorspelde effecten. Het uitgangspunt voor de monitoring en evaluatie is dat de potentiele risico s voldoende kunnen worden beheerst. In deze paragraaf staat beschreven voor welke thema s uit de effectstudies een gedegen afweging voor monitoring een evaluatie nodig is vanuit het bevoegd gezag. Waterstanden in de IJssel. In welke mate veranderen de waterstanden op de IJssel tussen het Ketelmeer en Zwolle, zowel bij lage, gemiddelde als hoge afvoeren? Voldoet deze verandering aan de functionele eis van het project (21 cm verlaging bij Maatgevend Hoog Water in Zwolle)? Blijft de gemiddelde verlaging van het IJsselpeil bij laagwater binnen de verwachting van maximaal 5 cm bij Zwolle? De evaluatie voor dit thema kan plaatsvinden op basis van reguliere metingen vanuit het Landelijk Meetnet Water van Rijkswaterstaat en het meetnet van Waterschap Groot Salland. Er worden op voldoende locaties en met een voldoende frequentie metingen van waterstanden in de IJssel uitgevoerd om de effecten van Zomerbedverlaging Beneden-IJssel op de waterstanden vast te stellen. Risico s tijdens en na de uitvoering. Het project heeft ook neveneffecten, waarvan het onzeker is of deze daadwerkelijk optreden en hoe groot ze zijn. Ook voor beheersing van potentiële risico s van het project tijdens en na uitvoering, maakt het bevoegd gezag een gedegen afweging van benodigde monitoring en evaluatie. Bodemhoogte en hellingen, voor stabiliteit bruggen. Wat zijn de bodemhoogten en taludhellingen van de IJsselbodem in het gebied van de vergraving, en zowel voor, tijdens als na de realisatie? Deze informatie is vooral noodzakelijk op locaties waar de vergraving is voorzien op relatief korte afstand van constructies zoals de Stadsbrug en de kades in Kampen, oeverbescherming en waterkeringen. Snelheid sedimentatie: Hoe snel vindt er sedimentatie plaats in het verlaagde deel van de IJssel, en wat betekent dat voor het reguliere onderhoudsprogramma van Rijkswaterstaat? Erosie en risico s daarvan: Is er bij hoge afvoeren ergens sprake van erosie en levert dat op termijn risico s op voor constructies, oeverbescherming of primaire waterkering? Verandering in grondwaterstijghoogte in Kampen. In welke mate worden de grondwaterstijghoogten bij Kampen verhoogd door het wegbaggeren van weerstandbiedende lagen van de IJsselbodem? In hoeverre en waar ontstaan er daardoor risico s voor grondwateroverlast? Verandering in grondwaterstroming en risico voor grondwaterverontreinigingen: Treedt er in Kampen ter plaatse van Pagina 56 van 72

57 grondwater verontreinigingen een ongewenste verandering van grondwaterstroming op, wat tot verspreidingsrisico s zou kunnen leiden? In welke mate worden grondwaterstijghoogten beïnvloed door de lagere IJsselpeilen? Levert dat risico s op voor irreversibele effecten (bodemdaling en zettingen)? Treden er daardoor ongewenste effecten op bij drinkwaterwinning Engelsewerk in Zwolle, door verplaatsing van de waterscheiding tussen het intrekgebied van de winning en verontreinigd grondwater in de stad? Veranderingen voor natuurwaarden: Blijven de gecombineerde effecten op natuur van zomerbedverlaging, maatregelen ruimtelijke kwaliteit zich bewegen boven de kritische significantie grens voor instandhoudingsdoelen voor het Natura gebied Uiterwaarden IJssel? Voldoen de uiterwaardmaatregelen aan de eisen? Leveren ze de gewenste natuurwaarden op, of is er aanpassing van het beheer noodzakelijk? In de Passende Beoordeling is de voor natuur relevatie monitoringsthema s zijn uitgewerkt. Monitoring van waterstanden In het kader van Landelijk Meetnet Water van Rijkswaterstaat en het meetnet van Waterschap Groot Salland worden er op voldoende locaties en met een voldoende frequentie metingen van waterstanden in de IJssel uitgevoerd. Op basis van die reguliere metingen kunnen de effecten van Zomerbedverlaging Beneden-IJssel op waterstanden worden vastgesteld. De effecten kunnen worden bepaald op basis van een statistische analyse van gemeten waterstanden in combinatie met de factoren die de waterstand beïnvloeden: de afvoer van de IJssel, afvoeren uit het regionale watersysteem (beken en kanalen) en de waterstand op het Ketelmeer. Pagina 57 van 72

58 7 Zienswijzen <<PM, pas in te vullen na ter inzage legging ontwerp>> 7.1 Contactpersoon uitvoering werken Contactpersoon voor dit project is: Naam aanvrager: Contactpersoon: Rijkswaterstaat Directie Oost Nederland Ton Swanenberg, Projectmanager Realisatiefase Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Postadres: Postbus ED Arnhem Telefooon DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE DIRECTEUR NETWERKONTWIKKELING, Drs. J.C. van Hees Pagina 58 van 72

59 8 Bijlagen en referenties Bijlagen A Afkortingen en begrippen B Kaart projectgebied met kadastrale nummers C Milieueffectrapport D Deelrapport 1a ontwerp zomerbedvergraving E Deelrapport 1b Inventarisatie Constructies en Kunstwerken F Deelrapport 1e ontwerp uiterwaardmaatregelen G Deelrapport 2 Hydraulica en Morfologie H Deelrapport 3 Grondwater I Vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet J Ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet K Achtergrondrapport D Inventarisatie Kabels & Leidingen L Beheer- en onderhoudsplan Pagina 59 van 72

60 Bijlage A Afkortingen en begrippen AMvB BPRW hoogwatergeul Inrichtingsplan krib KRW maatgevende afvoer MHW m.e.r. MER Natura 2000 Nb-wet NURG ontgrondingvergunning PDR PKB riviermorfologie SNIP strangen uiterwaard uiterwaardmaatregelen vergraving (van de rivierbodem) Wm Waterbeheer 21e eeuw Algemene Maatregel van Bestuur Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren Bedijkt gebied, dat aftakt van een rivier om een deel van het water via een andere route af te voeren Het complete plan bestaande uit de vergraving en de uiterwaardmaatregelen Korte stenen dam in de rivierbedding, haaks op de zomerkade, die het stroomprofiel van de rivier beperkt Kaderrichtlijn Water, Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen De maximale hoeveelheid water die een rivier moet kunnen afvoeren zonder dat het achterland overstroomt Maatgevende hoogwaterstand, een statistisch bepaalde waterstand in de rivier, behorend bij een bepaald veiligheidsniveau en de daarbij horende maatgevende afvoer (procedure voor) Milieueffectrapportage Milieueffectrapport Europees netwerk van beschermde natuurgebieden Natuurbeschermingswet Nadere Uitwerking voor het Rivieren Gebied Vergunning ingevolge de Ontgrondingenwet Programmadirectie Ruimte voor de Rivier Planologische Kernbeslissing Vorm van de rivier Spelregelkader voor Natte Infrastructuurprojecten Nevengeul van een rivier binnen een uiterwaard Overloopgebied tussen een winterdijk en het zomerbed langs een rivier Het aanvullende pakket aan maatregelen dat uiteindelijk gekozen wordt om te komen tot een vergunbaar project (passend binnen de doelstelling voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit) Verlagen van de bodem van het zomerbed door afgraving Wet milieubeheer Het Nederlandse waterbeleid met betrekking tot veiligheid, wateroverlast en watertekort Pagina 60 van 72

61 zomerbed (maatregel) Zomerbedverlaging Bedding van een rivier, die doorgaans door de rivier wordt gebruikt in de zomer wanneer er relatief weinig water door de rivier wordt afgevoerd De maatregel Zomerbedverlaging bestaat uit twee onderdelen: de vergraving van de rivierbodem en uiterwaardmaatregelen voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Pagina 61 van 72

62 Bijlage B Kaart projectgebied met kadastrale nummers Pagina 62 van 72

63 Bijlage C Milieueffectrapport Losse rapportage Pagina 63 van 72

64 Bijlage D Deelrapport 1a ontwerp zomerbedvergraving Losse rapportage Pagina 64 van 72

65 Bijlage E Deelrapport 1b Inventarisatie Constructies en Kunstwerken Losse rapportage Pagina 65 van 72

66 Bijlage F Deelrapport 1e ontwerp uiterwaardmaatregelen Losse rapportage Pagina 66 van 72

67 Bijlage G Deelrapport 2 Hydraulica en Morfologie Losse rapportage Pagina 67 van 72

68 Bijlage H Deelrapport 3 Grondwater Losse rapportage Pagina 68 van 72

69 Bijlage I Vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet Los document Pagina 69 van 72

70 Bijlage J Ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet Los document Pagina 70 van 72

71 Bijlage K Achtergrondrapport D Inventarisatie Kabels & Leidingen Losse rapportage Pagina 71 van 72

72 Bijlage L Beheer- en onderhoudsplan Losse rapportage Pagina 72 van 72

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 1A: Ontwerp Zomerbedverlaging Planstudie SNIP3 Programma Directie RvdR mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 1A: Ontwerp Zomerbedverlaging

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 2 Hydraulica en Morfologie Dubbelklik op de afbeelding om de afbeelding te wijzigen! Planstudie SNIP3 Programma Directie RvdR Mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Achtergrondrapport D: Inventarisatie K&L Planstudie SNIP3 Programma Directie RvdR Mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Achtergrondrapport D: Inventarisatie

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden IJssel

Zomerbedverlaging Beneden IJssel Zomerbedverlaging Beneden IJssel Toetsing aan de Flora- en faunawet tbv ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet Programmadirectie Ruimte voor de Rivier Mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden IJssel

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Kampen

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Kampen Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Notitie Samenhang RvRmaatregelen rond Zwolle en Kampen 20 mei 2010 Samenvatting In deze notitie wordt de relatie en samenhang tussen de maatregelen van Ruimte voor de Rivier

Nadere informatie

Doel van de informatiebijeenkomst

Doel van de informatiebijeenkomst Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Jacqueline Bulsink Informatiebijeenkomst 12 oktober 2011 Doel van de informatiebijeenkomst Informeren over resultaten planstudie Zomerbedverlaging Beneden- IJssel Gelegenheid

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 3: grondwater Planstudie SNIP3 Programma Directie RvdR Rijkswaterstaat Mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 3: grondwater Planstudie

Nadere informatie

Samenvatting MER Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Samenvatting MER Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Samenvatting MER Zomerbedverlaging Beneden-IJssel plan-mer en project-mer Datum mei 2013 Status Definitief Samenvatting MER Zomerbedverlaging Beneden-IJssel plan-mer en project-mer LW-AF20122234 Datum

Nadere informatie

Witteveen+Bos, RW /torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning

Witteveen+Bos, RW /torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning 2 Witteveen+Bos, RW1809-303-20/torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning BIJLAGE O1-4 PROJECTBESCHRIJVING 1. PROJECTBESCHRIJVING 1.1. Aanleiding De hoogwatersituaties

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-Jssel Passende beoordeling tbv vergunningsaanvraag ex art. 19d en art. 16 Natuurbeschermingswet 1998 Programmadirectie Ruimte voor de Rivier mei 2013 definitief Zomerbedverlaging

Nadere informatie

: KRW Bentinckswelle : Aanvulling op aanvraag watervergunning LW-AF20122221

: KRW Bentinckswelle : Aanvulling op aanvraag watervergunning LW-AF20122221 HaskoningDHV Nederland B.V. Logo MEMO Aan : Waterschap Vallei en Veluwe Van : Esther van den Akker Kopie : Dossier : BA7927-101-100 Project : KRW Bentinckswelle Betreft : Aanvulling op aanvraag watervergunning

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 5: Beheer en Onderhoud Planstudie SNIP3 Programma Directie RvdR mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 5: Beheer en Onderhoud Planstudie

Nadere informatie

Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f

Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f 26 juni 2013 1 1 Projectbeschrijving 1.1 Wat wordt aangelegd of gewijzigd? Zowel binnen als buiten het natuurgebied Empese

Nadere informatie

Aanvraag omgevingsvergunning Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Ruimtelijke Onderbouwing

Aanvraag omgevingsvergunning Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Ruimtelijke Onderbouwing Aanvraag omgevingsvergunning Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Ruimtelijke Onderbouwing Programmadirectie Ruimte voor de Rivier (PDR) oktober 2013 Definitief rapport BA8401-103-102 INHOUDSOPGAVE Blz.

Nadere informatie

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard 9T5318.A0 Definitief 24 maart 2010 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon

Nadere informatie

Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397.

Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397. Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte Willemskade 19-20 postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 1E: Uiterwaardmaatregelen Planstudie SNIP 3 Programma Directie RvdR Oktober 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 1E: Uiterwaardmaatregelen

Nadere informatie

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING notitie Witteveen+Bos van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon 0570 69 79 11 telefax 0570 69 73 44 www.witteveenbos.nl onderwerp project opdrachtgever projectcode referentie opgemaakt

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Zomerbedverlaging Beneden-IJssel en Gebiedsontwikkeling IJsseldelta-Zuid, Overijssel

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Zomerbedverlaging Beneden-IJssel en Gebiedsontwikkeling IJsseldelta-Zuid, Overijssel STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 15335 5 juni 2013 Zomerbedverlaging Beneden-IJssel en Gebiedsontwikkeling IJsseldelta-Zuid, Overijssel Terinzagelegging

Nadere informatie

Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek

Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek 1 Projectbeschrijving 1.1 Wat wordt aangelegd of gewijzigd? Dit Projectplan gaat over het aanpassen van de Heelsumse beek vanaf de N225 tot aan de

Nadere informatie

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag nieuwe waterkering Alexander, Roermond WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag i Datum 17 maart 2014 Status Concept, versie 0.2 Project P0056.9 Naam Paraaf Datum Auteur Drs. R.C. Agtersloot 17-03-2014

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 1B Inventarisatie Constructies en Kunstwerken Planstudie SNIP3 Programma Directie RvdR Mei 2013 Definitief Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Deelrapport 1B Inventarisatie

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE STROOMLI]N MAAS, FASE 3, TRANCHE $ Deelgebied Lithse Ham Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Datum

Nadere informatie

: Projectplan Waterwet voor het aanpassen van de verdeelwerken Baakse Beek en Groene Kanaal

: Projectplan Waterwet voor het aanpassen van de verdeelwerken Baakse Beek en Groene Kanaal Onderwerp Status : Projectplan Waterwet voor het aanpassen van de verdeelwerken Baakse Beek en Groene Kanaal : Ontwerpbesluit Datum vastgesteld door het college van dijkgraaf en heemraden : 3 december

Nadere informatie

Notitie Visie op ruimtelijke kwaliteit Zomerbedverdieping. Bosch Slabbers d.d. 16 december 2011

Notitie Visie op ruimtelijke kwaliteit Zomerbedverdieping. Bosch Slabbers d.d. 16 december 2011 Notitie Visie op ruimtelijke kwaliteit Zomerbedverdieping Bosch Slabbers d.d. 16 december 2011 1. Inleiding Aanleiding Het RvdR-project Zomerbedverlaging Beneden IJssel moet leiden tot verlaging van de

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Start van de project-m.e.r.- procedure

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Start van de project-m.e.r.- procedure Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Start van de project-m.e.r.- procedure oktober 2010 Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Start van de besluit-m.e.r.- project-m.e.r.- procedure dossier : C9783.09.012 registratienummer

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu M.E.RBEOORDELINGSNOTITIE STROOMLIJN MAAS, DEELGEBIED 3, TRANCHE 1 Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Datum RWS-2016/4724 Onderwerp

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 080 Planologische kernbeslissing Ruimte voor de rivier Nr. 46 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu M.E.RBEOORDELINGSNOTITIE STROOMLI]N MAAS, DEELGEBIED 3, TRANCHE 3 Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu RWS-2017/8211 Onderwerp

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding

Samenvatting. Inleiding Samenvatting Inleiding Deze samenvatting hoort bij de rapportage Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) voor het project Dijkversterking Tiel Waardenburg en Rivierverruiming Varik - Heesselt. Werken

Nadere informatie

Ontgrondingenwet: zomerbedverlaging Beneden-IJssel; ontgronding-vergunning in het kader van Ruimte voor de Rivier IJssel

Ontgrondingenwet: zomerbedverlaging Beneden-IJssel; ontgronding-vergunning in het kader van Ruimte voor de Rivier IJssel Nummer ILT-2013/44746 Betreft Ontgrondingenwet: zomerbedverlaging Beneden-IJssel; ontgronding-vergunning in het kader van Ruimte voor de Rivier IJssel Water, Bodem en Bouwen Graadt van Roggenweg 500 UTRECHT

Nadere informatie

Datum 14 december Herstel Meander Lunterse Beek Scherpenzeel. Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe

Datum 14 december Herstel Meander Lunterse Beek Scherpenzeel. Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe PROJECTPLAN WATERWET Datum 14 december 2015 Projectnummer P205508 Onderwerp Herstel Meander Lunterse Beek Scherpenzeel Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe besluit het

Nadere informatie

ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet

ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet Datum: 10 februari 2016 Kenmerk: 201600150 Onderwerp: ontwerp-projectplan voor de realisatie van maatregelen ten behoeve van het nieuwe peilgebied Nieuw-Lekkerland

Nadere informatie

Verdrogingsbestrijding Vossenbroek

Verdrogingsbestrijding Vossenbroek Projectplan Waterwet (definitief besluit) Datum 08-09-2014 Projectnummer P2200C Onderwerp Verdrogingsbestrijding Vossenbroek Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe besluit

Nadere informatie

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen.

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen. Afgedrukt: 21 februari 2014 Project : Ontwerp landgoederen Ossenwaard Datum : 17 februari 2014 Onderwerp : Resultaten van de berekeningen Van : Anne Wijbenga; Joana Vieira da Silva Aan : M. van Berkel

Nadere informatie

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Gemeente Nijmegen 1 oktober 2010 Definitief rapport 9V0718.05 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat

Nadere informatie

Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder

Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder Provincie Gelderland juli 2014 Concept Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder dossier : BD2962-101-100 registratienummer : RDC_BD2962-101_M20140716_NL04500_c0.1

Nadere informatie

Hydraulische toetsing Dijkverlegging Westenholte. Verslag van hydraulische toetsing variant Hanken Dijkverlegging Westenholte.

Hydraulische toetsing Dijkverlegging Westenholte. Verslag van hydraulische toetsing variant Hanken Dijkverlegging Westenholte. Hydraulische toetsing Dijkverlegging Westenholte Verslag van hydraulische toetsing variant Hanken Dijkverlegging Westenholte. Ir. N.G.M van den Brink, 25 januari 2008 Inhoudsopgave........................................................................................

Nadere informatie

Afleiding biologische doelen voor vrijwel ongestoorde, sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen...

Afleiding biologische doelen voor vrijwel ongestoorde, sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen... BIJLAGE F Afleiding biologische doelen voor vrijwel ongestoorde, sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen....................................................................... De milieudoelstellingen

Nadere informatie

: Projectplan Waterwet Realiseren open water verbinding vijver Coehoornsingel in Zutphen met de Berkel

: Projectplan Waterwet Realiseren open water verbinding vijver Coehoornsingel in Zutphen met de Berkel Onderwerp Status : Projectplan Waterwet Realiseren open water verbinding vijver Coehoornsingel in Zutphen met de Berkel : Besluit Datum vastgesteld door het college van dijkgraaf en heemraden : 21 november

Nadere informatie

Watervergunning. Datum 27 september Zaaknummer 16570

Watervergunning. Datum 27 september Zaaknummer 16570 Watervergunning Voor het dempen, graven en verbreden van (een) watergang(en) en het aanleggen van plasbermen op de locatie bij Heeswijk 120 in Montfoort Datum 27 september 2017 Zaaknummer 16570 Poldermolen

Nadere informatie

Watervergunning. Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan

Watervergunning. Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan Watervergunning Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan Datum 4 juli 2017 Zaaknummer 13832 Poldermolen 2 Postbus

Nadere informatie

Ruimte voor de Rivier IJsseldelta Presentatie 15 april 2013 Klankbordgroep

Ruimte voor de Rivier IJsseldelta Presentatie 15 april 2013 Klankbordgroep Ruimte voor de Rivier IJsseldelta Presentatie 15 april 2013 Klankbordgroep Partners Ministerie I&M Ministerie EZ Provincie Overijssel Provincie Flevoland Gemeente Kampen Gemeente Zwolle Gemeente Dronten

Nadere informatie

Beekherstel Dommel door Eindhoven tot het Wilhelminakanaal

Beekherstel Dommel door Eindhoven tot het Wilhelminakanaal Inhoud presentatie Beekherstel Dommel door Eindhoven tot het Wilhelminakanaal 1. Aanleiding 2. Het gebied 3. Doel van het project 4. Ontwerpproces en uitdagingen 5. Voorbeelden Frank Gerritsen, projectmanager

Nadere informatie

Samenvatting PlanMER, obstakelverwijdering Elst

Samenvatting PlanMER, obstakelverwijdering Elst 2 21 mei 2012 versie 1a Document historie Revisienummer. Revisie datum Aanpassingen 0a 13 april 2012 Eerste concept 1a 21 mei 2011 Alle opmerkingen verwerkt 3 21 mei 2012 versie 1a 1 Samenvatting Voor

Nadere informatie

23-1-2014. Bypass IJsseldelta

23-1-2014. Bypass IJsseldelta Bypass IJsseldelta 1 Intro Hein Pijnappel, Mott MacDonald Omgevingsmanagement RWS 2010-2013: Planstudie t/m SNIP3, ZBIJ en raakvlakken met IJDZ Wel/geen ZBIJ Wel/geen ruimtelijke kwaliteit Met/zonder IJDZ

Nadere informatie

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL

Nadere informatie

Projectplan: Realisatie natuurvriendelijke oever Linthorst Homankanaal te Beilen

Projectplan: Realisatie natuurvriendelijke oever Linthorst Homankanaal te Beilen Projectplan: Realisatie natuurvriendelijke oever Linthorst Homankanaal te Beilen Waterschap Drents Overijsselse Delta Dokter van Deenweg 186 8025 BM Zwolle Postbus 60, 8000 AB Zwolle e-mail: [email protected]

Nadere informatie

Rivierkundige effecten terreinuitbreiding Putman te Westervoort

Rivierkundige effecten terreinuitbreiding Putman te Westervoort Rivierkundige effecten terreinuitbreiding Putman te Westervoort Putman Exploitatiemaatschappij b.v. 7 mei 2010 Definitief rapport 9V1079.A0 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat

Nadere informatie

Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem

Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem 5 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma Welkom Stand van zaken project Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De procedure Alternatieven

Nadere informatie

: Projectplan Waterwet 'Beekherstel Ratumse Beek, Willinkbeek, Boven Slinge en Osink-Bemersbeek'

: Projectplan Waterwet 'Beekherstel Ratumse Beek, Willinkbeek, Boven Slinge en Osink-Bemersbeek' Onderwerp Status : Projectplan Waterwet 'Beekherstel Ratumse Beek, Willinkbeek, Boven Slinge en Osink-Bemersbeek' : Definitief besluit Datum vaststelling : 17 juli 2018 Bijlage(n) : Bijlage 1: Overzicht

Nadere informatie

Culemborg aan de Lek

Culemborg aan de Lek Ruimte voor de Rivier Culemborg aan de Lek informatieavond 27 oktober 2008 David Heikens Royal Haskoning Ruimte voor de Rivier Culemborg Inhoud 1. Hoogwaterveiligheid PKB Ruimte voor de Rivier 2. Het alternatief:

Nadere informatie

Ruimte voor de Rivier IJsseldelta

Ruimte voor de Rivier IJsseldelta 23/01/2014 Ruimte voor de Rivier IJsseldelta Samen met omgevingspartners naar succes Heleen van de Velde 23 januari 2014 Er was eens.. 2 1 Maar niet iedereen was het eens 3 Ruimtelijk ontwerp Zomerbedverlaging

Nadere informatie

Projectplan C8514 Aanleg stuw Rooseboom en zandvang in de Zijdewetering (ontwerpbesluit)

Projectplan C8514 Aanleg stuw Rooseboom en zandvang in de Zijdewetering (ontwerpbesluit) Projectplan C8514 Aanleg stuw Rooseboom en zandvang in de Zijdewetering 1 Projectbeschrijving 1.1 Wat wordt aangelegd of gewijzigd? Er wordt een nieuwe automatische stuw en een nieuwe zandvang aangelegd

Nadere informatie

Assetmanagement van nevengeulen

Assetmanagement van nevengeulen Assetmanagement van nevengeulen Kennisdag Platform Beek- en Rivierherstel 15 november 2016 Luc Jans Oost-Nederland Assets; wat zijn dat? Bezittingen, eigendommen, onderdelen, objecten In de wegeninfrastructuur

Nadere informatie

1 HAALBAARHEID VAN AANPASSING LANGSTALUDS ZOMERBEDVERLAGING

1 HAALBAARHEID VAN AANPASSING LANGSTALUDS ZOMERBEDVERLAGING HaskoningDHV Nederland B.V. Logo MEMO Aan : Gerjan Verhoeff en Peter Jesse Van : Johan Henrotte, Ron Stroet Kwaliteitsborging : Lars Hoogduin Kopie : Joost ter Hoeven, Lars Hoogduin, Heleen van de Velde

Nadere informatie

Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe

Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe PROJECTPLAN WATERWET (definitief besluit) Projectnummer Onderwerp CP2119 projectplan voor Molenbeek Nunspeet Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe besluit het projectplan

Nadere informatie

Factsheet: NL43_04 Puttenerbeek

Factsheet: NL43_04 Puttenerbeek Factsheet: NL43_04 Puttenerbeek -DISCLAIMER- De informatie die in deze factsheet wordt weergegeven is bijgewerkt tot en met het moment van het aanmaken van deze factsheet, zoals vermeld in de voettekst.

Nadere informatie

EVZ Oude IJssel; Linkeroever de Pol te Etten (gemeente Oude IJsselstreek)

EVZ Oude IJssel; Linkeroever de Pol te Etten (gemeente Oude IJsselstreek) BIJLAGE 1 Onderwerp Status : Projectplan Waterwet EVZ Oude IJssel; Linkeroever de Pol te Etten (gemeente Oude IJsselstreek) : Definitief besluit Datum vastgesteld door het college van dijkgraaf en heemraden

Nadere informatie

Ecologische doelstelling

Ecologische doelstelling Nevengeulen langs de grote rivieren Leren van de praktijk Margriet Schoor Oost Nederland Platform beek- en rivierherstel Vreugderijkerwaard, oktober 2009 14 december 2011 Waarom nevengeulen? Hoofdgeul

Nadere informatie

het lozen van grondwater bij de realisatie van een WKO systeem

het lozen van grondwater bij de realisatie van een WKO systeem CTF Amsterdam bv Prinsengracht 436 in Amsterdam Datum 21 april 2017 Casecode W-17.00767 Kenmerk 17.070654 Watervergunning het lozen van grondwater bij de realisatie van een WKO systeem Uw kenmerk / projectcode:

Nadere informatie

ontwerp-projectplan Waterwet Renovatie en vispassage stuw Schenkel Lopik

ontwerp-projectplan Waterwet Renovatie en vispassage stuw Schenkel Lopik ontwerp-projectplan Waterwet Renovatie en vispassage stuw Schenkel Lopik Voornemen Het College van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is voornemens, gelet op artikel

Nadere informatie

Besluit. Aan Programmadirectie Ruimte voor de Rivier RWS projecten de heer H.L. Broens Postbus ED ARNHEM

Besluit. Aan Programmadirectie Ruimte voor de Rivier RWS projecten de heer H.L. Broens Postbus ED ARNHEM Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 overijssel.nl [email protected] RABO Zwolle 39 73 41 121 Aan Programmadirectie Ruimte voor de Rivier RWS projecten

Nadere informatie

Toestand KRW-waterlichamen Flevoland medio 2018

Toestand KRW-waterlichamen Flevoland medio 2018 Toestand KRW-waterlichamen Flevoland medio 2018 1. Inleiding In het beheergebied van waterschap Zuiderzeeland liggen 18 KRW-waterlichamen (zie figuur 1 op volgende pagina). Deze waterlichamen worden zowel

Nadere informatie

Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze

Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze Hoofdrapport CONCEPT Waterschap Veluwe maart 2009 concept Plan IJsselsprong 'Alles in 1 keer'- blauwe envelop - Variantkeuze Hoofdrapport

Nadere informatie

De Waterwet en waterbodems De Waterwet. en waterbodems

De Waterwet en waterbodems De Waterwet. en waterbodems De Waterwet en waterbodems De Waterwet en waterbodems Waterbodembeheer Waterbodembeheer onderdeel onderdeel watersysteembeheer watersysteembeheer Een nieuwe, integrale Een nieuwe, integrale Waterwet Waterwet

Nadere informatie

Naar een veilige en aantrekkelijke (bedijkte) Maas voor iedereen! Belangrijkste kenmerken van de potentiële voorkeurstrategie voor de bedijkte Maas (van Heumen/Katwijk tot aan Geertruidenberg), december

Nadere informatie

Rivierkundige compensatie dijkverbetering - Werkendam Rivierkundige Analyse

Rivierkundige compensatie dijkverbetering - Werkendam Rivierkundige Analyse Rivierkundige compensatie dijkverbetering - Werkendam 28 oktober 2009 Definitief 9S6258.E0 Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon (024) 360 54 83 Fax [email protected]

Nadere informatie

Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn

Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn Nieuwsbrief Jaargang 1 Nummer 1 Maart 2010 Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn Beste bewoner, Alstublieft. We bieden u de eerste nieuwsbrief aan over rivierverruiming in de uiterwaarden van de Neder-Rijn.

Nadere informatie

Waterkwaliteit en vergunningverlening. en doe het zelf. Marcel & Victor van den Berg Rijkswaterstaat Waterdienst Waterschap Brabantse Delta

Waterkwaliteit en vergunningverlening. en doe het zelf. Marcel & Victor van den Berg Rijkswaterstaat Waterdienst Waterschap Brabantse Delta Waterkwaliteit en vergunningverlening en doe het zelf Marcel & Victor van den Berg Rijkswaterstaat Waterdienst Waterschap Brabantse Delta Inhoud Waarom vergunningen verlenen? Wettelijk kader Hoe RWS ecologie

Nadere informatie

Factsheet: NL43_11 Bussloo

Factsheet: NL43_11 Bussloo Factsheet: NL43_11 Bussloo -DISCLAIMER- De informatie die in deze factsheet wordt weergegeven is bijgewerkt tot en met het moment van het aanmaken van deze factsheet, zoals vermeld in de voettekst. Deze

Nadere informatie

Projectplan Verplaatsen stuw Arendsduinbrug (Waalblok)

Projectplan Verplaatsen stuw Arendsduinbrug (Waalblok) Projectplan Verplaatsen stuw Arendsduinbrug (Waalblok) Opsteller: P. Verhulst Status: Definitief Projectfase: Projectnummer: DO NVT Datum: 27 04-2011 Kopie: Archief Opdrachtgever Teamleider Projectleider

Nadere informatie