Natuurhistorisch Maandblad
|
|
|
- Gabriël Bogaerts
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Natuurhistorisch Maandblad 5 J A A R G A N G N U M M E R 5 M E I Leefwijze en verspreiding van de Rivierbodemwants in Limburg Prachtschubwortel in Limburg Opmerkelijke opmars van de Elrits in Limburg
2 natuurhistorisch maandblad mei 2011 jaargang Leefwijze en verspreiding van de Rivierbodemwants in Limburg Jeroen van Mil, Waterschap Peel en Maasvallei, Postbus 3390, 5902 RJ, Venlo, [email protected] De Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis) (Fabricus, 1794) is een unieke waterwants vanwege zijn speciale lichaamsbouw en ecologische karakteristieken. De soort kwam lang geleden algemeen voor in snel stromend water, maar was door watervervuiling op veel plaatsen verdwenen. Nu de waterkwaliteit al langere tijd weer beter is, heeft de soort een kans zich opnieuw te vestigen. Echter, door het vrijwel ontbreken van functionele vleugels is de soort afhankelijk van een migratieroute via wateren met voldoende goede waterkwaliteit. Sinds 2007 is de soort aangetroffen in vier nieuwe Limburgse beken. In dit artikel worden de historische gegevens naast de actuele verspreidingsgegevens gelegd. Daarnaast worden de aangepaste lichaamsbouw en levenswijze toegelicht. herkenning De Rivierbodemwants is niet moeilijk te onderscheiden van de twee andere Nederlandse platte waterwantsen: de algemeen voorkomende Platte waterwants (Ilyocoris cimicoides) en de zeer zeldzame Gevlekte platte waterwants (Naucoris maculatus). De Rivierbodemwants onderscheidt zich door zijn lange steeksnuit, die tenminste tot aan de middenpoten reikt. Daarnaast bezit de soort in het volwassen stadium vrijwel altijd gedegenereerde dekvleugels en is de kop in vergelijking met de andere soorten sterk naar voren verlengd, halfcirkelvormig (Tempelman & Van Haaren, 2009)[figuur 1]. draagt lucht slechts als een dunne film op het lijf. Deze zeer dunne, maar stabiele, luchtlaag kan de Rivierbodemwants realiseren doordat een groot oppervlak van de buikzijde en een deel van de rugzijde bezet zijn met een tapijt van zeer korte waterafstotende haartjes, tot vier miljoen per vierkante millimeter, elk twee tot vier μm lang. Het is aan de vorm en dichtheid van deze waterafstotende haartjes te danken dat de luchtbel fysiek niet kan slinken. Het dunne laagje lucht op en tussen de haartjes wordt plastron genoemd. Een plastron wordt gedefinieerd als een dunne film van lucht van een constant maar verwaarloosbaar volume, met een groot oppervlak, in stand gehouden door hydrofobe haartjes of schubben, dat in verbinding staat met het tracheeënstelsel van het insect (Thorpe, 1950). De plastron dient niet als zuurstofvoorraad, maar heeft slechts een functie bij de uitwisseling van gassen met het omringende water. De dunne luchtfilm blijft altijd bestaan en de Rivierbodemwants hoeft nooit bezoeken af te leggen aan het wateroppervlak om lucht aan te vullen. Dit is een groot voordeel bij het leven in in snel stromend water, waar de kans bestaat dat de wants steeds verder stroomafwaarts terecht komt. Er zijn nog meer aquatische insecten die plastronademhaling hebben. Het komt ook voor bij sommige waterkevertjes, zoals in de familie van de Echte beekkevers (Elmidae). Geen van die dieren heeft echter een zo goed werkende plastron als de Rivierbodemwants (Hynes, 1970). stromend water als habitat De Rivierbodemwants is het enige op de waterbodem levende insect met plastronademhaling. De afgeplatte vorm van de soort heeft ook een functie bij de ademhaling; daardoor is er een gunstige oppervlakte/volume verhouding. Daarnaast stelt deze vorm het dier in staat weg te kruipen tussen stenen, om er te schuilen en te jagen, of om bijzondere ademhaling Waterdieren die onder water een luchtbel met zich meedragen, waaronder waterwantsen, waterspinnen en sommige waterkevertjes, gebruiken deze luchtvoorraad tevens als een soort kieuw; als de zuurstof in de luchtbel opraakt, wordt dit deels aangevuld met opgelost zuurstof vanuit het omringende water. Koolstofdioxide raakt het dier kwijt door dit vanuit het tracheeënstelsel uit te ademen naar de luchtbel waarna het kan oplossen in het water. Na een tijdje is de luchtbel en/of de zuurstofconcentratie zodanig geslonken, dat het dier deze moet gaan aanvullen aan het wateroppervlak. In water met weinig opgelost zuurstof moet de luchtvoorraad vaker ververst worden om te voldoen aan de zuurstofbehoefte van de wants (Thorpe, 1950; Hynes, 1970; Wichard et al., 1995). De Rivierbodemwants heeft het middels een luchtlaag uitwisselen van gassen met het omringende water geperfectioneerd. De soort FIGUUR 1 Habitus van Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis) (foto: Ton van Haaren, Grontmij team Ecologie).
3 74 mei 2011 jaargang natuurhistorisch maandblad FIGUUR 2 Onderzijde van de Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis). Let op de lange steeksnuit die tenminste tot aan de basis van de middenpoten reikt (foto: Jeroen van Mil). zich in te graven in het zand. De Rivierbodemwants leeft op de bodem van stromend water, van ondiepe beken tot ongeveer tien meter diepe rivieren. Een enkele keer zijn ze in het buitenland in de oeverzone van meren aangetroffen. Het bodemsubstraat kan variëren van fijn zand tot grind met grote stenen. De dieren zijn vooral s nachts actief en graven zich overdag in het zand in of schuilen tussen stenen. Als ze actief zijn kruipen ze over de bodem. Hoewel ze wel zwemharen hebben aan de laatste poten zwemmen ze zelden (Aukema et al., 2002). Rivierbodemwantsen zijn vrijwel altijd micropteer; ze bezitten slechts kleine, niet functionele vleugels. Dat de soort vrijwel altijd gereduceerde vleugels heeft, hangt mede samen met het feit dat de vleugels geen aanvullende functie hebben om een luchtvoorraad te verbergen. Dit is in tegenstelling met bijvoorbeeld de Platte waterwants, die in het volwassen stadium wel volgroeide en functionele vleugels heeft. Macroptere (grootvleugelige) exemplaren komen echter wel af en toe voor. In Duitsland is recent een macroptere Rivierbodemwants gevonden, na één waarneming in 1869 slechts de tweede waarneming in Duitsland (Landeck, 2009). Vanwege de grote zeldzaamheid van macroptere Rivierbodemwantsen wordt gesteld dat vliegen niet de belangrijkste strategie is om nieuwe leefgebieden te koloniseren. Verspreiding van de Rivierbodemwants zal voornamelijk kruipend over de beekbedding plaats vinden waarbij geschikte stromende wateren met elkaar in verbinding moeten staan. zeldzaam door kwetsbaarheid voedselvoorkeur Een oudere Nederlandse naam voor de Rivierbodemwants was Mosselwantsje. De aanleiding voor deze naam was een waarneming van een hongerig dier in gevangenschap, dat erwtenmosseltjes begon aan te boren en leeg te zuigen. Uit onderzoek betreffende voedselvoorkeur is inmiddels bekend dat het menu voornamelijk bestaat uit larven van eendagsvliegen (Ephemeroptera), dansmuggen (Chironomidae) en in mindere mate larven van kokerjuffers (Trichoptera). De oude naam Mosselwants wordt dus het best vermeden. Net als andere wantsen doorboren Rivierbodemwantsen hun prooi en zuigen de lichaamssappen eruit. Hun lange steeksnuit bevat aangepaste delen voor malen, filteren en zuigen. Ze jagen door met hun lange steeksnuit in holletjes onder stenen en dergelijke te steken om prooidieren op te sporen [figuur 2 en 3] levenscyclus, migratie en voortplanting De ontwikkeling van de Rivierbodemwants van larf tot adult kan twee tot drie jaar duren, wat erg lang is voor waterwantsen. Vanwege het meerjarige larvestadium zou het zelfs de langstlevende wants zijn (Hoffmann, 2009). In de winter kunnen tegelijkertijd eieren, alle larvestadia en het volwassen stadium aangetroffen worden. Onderzoekers nemen aan dat er meerdere keren in het jaar voortplanting plaats vindt (Papácek & Soldan, 2008). De langwerpige eitjes worden op hard substraat gekleefd. In de lente en vroege zomer migreren de volwassen dieren naar stroomopwaarts gelegen delen met sterk stromend water en een stenige bodem waar ze zich voortplanten. Tegen oktober-november gaan de larven en volwassen dieren naar stroomafwaarts gelegen plaatsen met minder stroming en een meer zanderige bodem, waar ze zich ingraven en overwinteren. Deze overwinteringsplaats kan zich wel op een kilometer van de voortplantingsplaats bevinden (Aukema et al., 2002). De plastronademhaling van de Rivierbodemwants werkt alleen in schoon en zuurstofrijk water. In vervuild water met een lagere zuurstofspanning zal zuurstof pas uit het water naar de plastron diffunderen als de zuurstofspanning in de plastron lager is dan de zuurstofspanning van het water. In zuurstofarme wateren is dit echter te laag om adem te halen. Rivierbodemwantsen zijn dus aangewezen op schoon, stromend, zuurstofrijk water. Dat is tevens de reden dat de soort tegenwoordig verdwenen is uit veel potentieel geschikte stromende wateren. Als de soort toeneemt wijst dit vaak op een verbeterde zuurstofhuishouding van het water als gevolg van het terugdringen van organische verontreiniging, hoewel dit moeilijk wetenschappelijk aan te tonen is (Vercauteren et al., 2002; Papácek et al., 2009). De soort wordt aangeduid als kenmerkend voor benedenlopen van laaglandbeken en snelstromende riviertjes (Stowa 2007, Verdonschot & Nijboer, 2000). Dit betekent dat wordt verwacht dat deze soort vaker en in grotere aantallen zal worden waargenomen naarmate stromende wateren zich dichter bij de kwaliteit van het referentiebeeld bevinden. Waarnemingen van kenmerkende beeksoorten zoals de Rivierbodemwants zijn dus zeer relevant voor waterbeheerders. oorspronkelijke verspreiding Er is weinig bekend over de oorspronkelijke verspreiding van de soort in Nederland. Uit de schaarse historische gegevens blijkt dat de Rivierbodemwants in het begin van de 20e eeuw in Limburg in de Maas in Noord-Limburg voorkwam (bron: Stichting European Invertebrate Survey). Waarnemingen uit beken zijn voor het eerst genoteerd van de Beerze (1964, N. Nieser). Daarnaast is een melding bekend uit de Noorderhaven bij het Maas-Waalkanaal in Nijmegen (1987, G. van der Velde) [figuur 4]. De verspreiding had tot nu toe gedeeltelijk een relictkarakter. Dit betekent dat de soort vroeger veel talrijker was, maar teruggedrongen is naar enkele plaatsen waar ze de slechte milieuomstandigheden
4 natuurhistorisch maandblad mei 2011 jaargang FIGUUR 3 Twee Rivierbodemwantsen (Aphelocheirus aestivalis) uit de Swalm nabij de grens op hun voorkeursondergrond, kiezels. De volwassen dieren zijn ongeveer één centimeter lang (foto: Jeroen van Mil). spreiding via de Maas heeft plaatsgevonden. Dit kan bijvoorbeeld plaats hebben gevonden door uitspoelen van dieren uit de grote populatie in de Roer. Eenmaal in de Maas zullen deze dieren op zoek gaan naar geschikte leefgebieden door tegen de stroom in de beken op te trekken. De vindplaatsen in de Uffelse beek en de Aabeek nabij de grens Nederland-België zijn de enige vindplaatsen die niet in dit plaatje passen. Waarschijnlijk gaat het hier om relictpopulaties, populaties die de ongunstige milieuomstandigheden hebben kunnen overleven. De opeenvolgende waarnemingen in de Neerbeek en de Tungelroyse beek kunnen als volgt uitgelegd worden. Vanaf 2000 migreren volwassen Rivierbodemwantsen vanuit de monding in de Maas stroomopwaarts, zoals ze van nature geneigd zijn te doen om zich voort te planten. Ze zoeken daarbij kiezelige/stenige substraten in de beek met grotere stroomsnelheden op. Deze substraten kunnen bij minder geschikte en/of genormaliseerde beken aangetroffen worden bij watermolens, stenige vistrappen en andere kunstmatige objecten. De waarneming van 2001 in de Neerbeek bij de Friedesse Molen in Neer past in dit plaatje. Ook de waarneming van vele juveniele exemplaten op het stuwwerk van de bovenstrooms daarvan gelegen Elisabethmolen in 2003 duidt op een zelfde voortplantingsmigratie. Het is aannemelijk dat deze larven nakomelingen zijn van volwassen dieren die uit de eerste voortplanting bij de Friedesse molen ontstonden. In tussenliggende jaren zijn er geen dieren waargenomen in de beek zelf. Deze waarnemingen komen pas als de Rivierbodemwants talrijker wordt. Met name de Tungelroyse beek in het Leudal blijkt een geschikt leefgebied. Pas sinds de laatste jaren worden Rivierbodemnog kan overleven. De Rivierbodemwants staat in vele Europese landen op de Rode lijst en is dramatisch afgenomen gedurende de laatste eeuw (Damgaard, 2005). Recent wordt de soort in Europa weer in veel wateren aangetroffen. Een forse toename is bekend uit Oostenrijk, Tsjechië, Duitsland en Slowakije (Papácek & Soldan, 2008). In België wordt de soort ook vaker aangetroffen, met name in de Grote en Kleine Nete (Vercauteren et al., 2002). De soort breidt zich hier echter nog niet uit naar andere beken of rivieren. verspreiding in nederland In Nederland wordt de soort de laatste jaren ook vaker aangetroffen. In de Beneden-Dinkel nabij Denekamp (waarneming Waterschap Regge en Dinkel) werden in 2003 en 2007 enkele exemplaren gevonden. In de Berkel bij de landsgrens wordt de soort sinds 2001 in steeds grotere getale aangetroffen (Waterschap Rijn en IJssel). Ook in de IJssel bij Kampen blijkt de soort nu aanwezig (waarneming Rijkswaterstaat). In Brabant bestaat al jaren een populatie in de Keersop en lokaal in de Beerze. Een nieuwe vindplaats in Brabant is sinds 2007 de Kleine Aa (waarneming Gemeenschappelijk Waterschaps Laboratorium). Ondanks deze toename van Nederlandse waarnemingen, blijft de soort buiten Limburg echter betrekkelijk zeldzaam. de actuele verspreiding in limburg In de periode van de waterschapsmonitoring van de ecologische waterkwaliteit met behulp van macrofauna-onderzoek, werden de gegevens langzaam talrijker [tabel 1 en figuur 4]. In de meeste Limburgse beken ligt al vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw een routinemeetnet. Nieuwe vindplaatsen zijn dus niet zozeer het gevolg van een waarnemerseffect. Uit tabel 1 blijkt dat de terugkeer van de Rivierbodemwants al langer aan de gang is. De Roer was de eerste beek in Limburg waar de soort erg talrijk werd. Al vrij snel volgden de Worm, de Geul en in mindere mate de Niers. Vanaf 2007 wordt de soort achtereenvolgens aangetroffen in de monding van de Vlootbeek, in de Tungelroyse beek in het Leudal, in de hele Swalm en in de Oostrumsche beek te Geysteren. De Maas verbindt de beken en rivieren waar de Rivierbodemwants voorkomt. Interessant detail is dat de Tungelroyse beek via de Neerbeek uitmondt in de Maas tegenover de monding van de Swalm. Het tegelijkertijd uitbreiden van het areaal van de Rivierbodemwants naar deze twee beeksystemen, maakt het aannemelijk dat de ver- FIGUUR 4 De actuele verspreiding van de Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis) in Limburg. Klink= Hydrobiologisch adviesbureau Klink, VMM= Vlaamse Milieu Maatschappij, Velde= G. van de Velde 1987, WPM= Waterschap Peel en Maasvallei, WRO= Waterschap Roer en Overmaas, RWS= Rijkswaterstaat. EIS= historische gegevens uit begin 20e eeuw, bron: Stichting European Invertebrate Survey (Deze gegevens hebben slechts onnauwkeurige coördinaten, maar ze volgen de uurhokken van de Maas). Sterretjes zijn incidentele waarnemingen (niet routinematige bemonstering).
5 76 mei 2011 jaargang natuurhistorisch maandblad waarnemer water meetpuntcode KLINK poelen Grensmaas nabij Meers 7 VMM Uffelsebeek Kinrooi (België) grens Aabeek Bree (België) grens WPM Aabeek Luysmolen Niers Zelderheide Klockscherhof Zeldersche Driessen Vogelzang 29 Oordse Brug 14 Milsbeek Neerbeek Friedesse watermolen 2 Tungelroysebeek Spekerhof Elisabethmolen Litsberg Swalm grens Groenewoud Kroppestraat Sint Jansstraat 2 monding 15 Oostrumschebeek Geysteren WRO Roer Steinkirchen (Duitsland) voor instroom Lappegrentlossing Bonnerskoel 135 Roermond, de Ster Worm Haanrade bij visplas Haanrade 1 Mariënberg Geul voor RWZI Wijlre Valkenburg Bunde Vlootbeek monding 2 RWS Maas stuw Grave (Brabant) 1 2 TABEL 1 Verspreidingsgegevens van de Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis) in Limburg sinds Bron: Klink= Hydrobiologisch adviesbureau Klink, VMM= Vlaamse Milieu Maatschappij, WPM= Waterschap Peel en Maasvallei, WRO= Waterschap Roer en Overmaas, RWS= Rijkswaterstaat, Binnendijk & Van Mil, 2009a,b,c. Met behulp van het teken --- is aangegeven wanneer wel gemonsterd is maar geen Rivierbodemwantsen werden aangetroffen. De verschillende locaties in één beek staan in de volgorde stroomopwaarts (bovenloop) -stroomafwaarts (monding). wantsen op alle onderzochte locaties in het Leudal aangetroffen. In de Swalm is deze ontwikkeling niet waargenomen, onder andere vanwege een minder uitgebreid meetnet in tijd en in ruimte. Toch zijn de Rivierbodemwantsen in de Swalm tussen 2005 en 2009 enorm talrijk geworden. Het idee daarbij is dat de dieren vele geschikte voortplantingssubstraten in de beekbedding zelf aantroffen. Door het snel stromende karakter van de Swalm bestaat de beekbedding meer dan in de Tungelroyse beek uit kiezelbanken, hout en stenen. De nieuwe waarneming uit 2010 in de Oostrumsche beek ligt verder van de langer bestaande populaties. Dit betekent dat de Rivierbodemwants langere tijd in de Maas kan overleven en een grote afstand kan overbruggen om uiteindelijk de Oostrumsche beek te bereiken. de maas als migratieroute Helaas zijn weinig gegevens van macrofauna uit de Maas bekend omdat slechts op enkele plaatsen bemonsterd wordt. De waarnemingen van Rijkswaterstaat van 1999 en 2000 bij de stuw van Grave zijn de enige recente waarnemingen van de Rivierbodemwants uit de Maas in Noord-Limburg. Uit dit onderzoek en onderzoek van Rijkswaterstaat bij Kampen bleek bovendien dat enkel waarnemingen van de Rivierbodemwants werden gedaan als er monsters genomen werden met behulp van de knikkerkorf-methode. De methode houdt in dat in het water enkele weken kunstmatig substraat (knikkers in een korf) uitgezet wordt, waarna dit materiaal onderzocht wordt op de gevestigde fauna. De Rivierbodemwantsen werden dan aangetroffen tussen de knikkers. Vaak werd bemonsterd in de nabijheid van stuwen. Helaas paste Rijkswaterstaat deze monstermethode in het verleden niet toe in de Limburgse Maas en nu zelfs helemaal niet meer. De soort wordt daardoor in de Maas in de monsterroutine over het hoofd gezien. Bemonsteringen van Alexander Klink kunnen wel enige informatie geven over het voorkomen van de soort in de Grensmaas. De exemplaren die aangetroffen werden bij een onderzoek tijdens het hoogwater van de Maas in 1995 kunnen echter ook uitgespoeld zijn van populaties in het buitenland. Er zijn de auteur niet meer waarnemingen bekend van Rivierbodemwantsen in de Zand- en Grensmaas. Hydrobiologen van de Limburgse waterschappen verwachten niet dat er een duurzame populatie in de (Grens)Maas voorkomt. Ondanks de sterk verbeterde kwaliteit heeft het leefmilieu vaak nog een te hoge organische belasting. Zelfs in de morfologisch interessante Grensmaas zijn de omstandigheden niet ideaal en zijn steekproefsgewijs geen bijzondere dieren geschept. Het is inmiddels wel gebleken dat zo nu en dan verspreiding van de Rivierbodemwants kan plaatsvinden. Uit populaties met grotere dichtheden zoals in de Roer, Geul, Niers en nu ook in de Swalm zullen regelmatig dieren uitspoelen die ergens langs de Maas een andere beek aantreffen die geschikt is om een nieuwe populatie te vestigen. Misschien zijn er plaatsen in de Maas waar de Rivierbodemwants plaatselijk ook een populatie heeft. Deze plaatselijke populaties worden dan voortdurend aangevuld
6 natuurhistorisch maandblad mei 2011 jaargang met dieren uit de grote populaties van bijvoorbeeld de Roer. Mogelijk wordt de functie van de zeer zeldzame gevleugelde exemplaren toch onderschat en hebben ze een belangrijker functie in de migratie dan algemeen wordt aangenomen. conclusie De Rivierbodemwants heeft de slechte milieuomstandigheden kunnen overleven doordat zich in enkele riviertjes plaatselijk een kleine populatie kon handhaven. Nu de morfologie en de waterkwaliteit verbeteren zijn die riviertjes weer over grote delen gekoloniseerd. Daarnaast is het gezien de nieuwe vindplaatsen aannemelijk dat de Maas nu zover in kwaliteit verbeterd is dat deze ook geregeld geschikt is voor migratie van de Rivierbodemwants. De Maas is een zeer belangrijke migratieroute voor deze hoofdzakelijk vleugelloze en kritische soort. Bij migratie stroomopwaarts van watermolens en stuwen is passeerbaarheid een belangrijke randvoorwaarde. Door een verhoogde Maasafvoer of beekafvoer kan de migratiebarrière tijdelijk opgeheven worden en kunnen enkele volwassen dieren toch stroomopwaarts migreren. Verwacht kan worden dat de komende jaren een verdere gestage op- mars van deze bijzondere soort zal plaatsvinden. De Swalm is zo geschikt gebleken dat zich daar nu al een grote populatie gevestigd heeft. De Rivierbodemwants zal op dezelfde wijze nog vele potentieel geschikte beken en beekmondingen kunnen gaan (her)koloniseren. Waarnemingen graag melden Het is interessant om (bij)vangsten van de Rivierbodemwants in te voeren in de Natuurbank Limburg ( om de verwachte opmars van deze soort goed te kunnen volgen. dankwoord Bedankt voor de medewerking: Bram Koese van stichting EIS Nederland, Roel Boerma van Waterschap Rivierenland, Barend van Maanen en Monique Korsten van Waterschap Roer en Overmaas, Mieke Moeleker voor de data van Brabantse waterschappen via het Gemeenschappelijk Waterschaps Laboratorium Boxtel GWL, Erik Binnendijk en Gabriel Zwart van Waterschap Peel en Maasvallei, Alexander Klink van hydrobiologisch adviesbureau Klink, Saskia Lammens van de Vlaamse Milieu Maatschappij, Arie Naber van Rijkswaterstaat en Moniek van Hirtum als proeflezer. Summary ECOLOGY AND DISTRIBUTION OF THE RIVER BUG APHELOCHEIRUS AESTIVALIS IN LIMBURG The River bug Aphelocheirus aestivalis (Fabricus, 1794) is a unique species that clearly distinguishes itself from other aquatic bugs by its unusual body construction and ecological characteristics. It is the only benthic insect with plastron gills, enabling it to remain permanently under water, unlike other aquatic bugs which have to rise to the water surface regularly to collect air. However, the River bug requires water rich in oxygen. It is assumed that the species was common in Limburg in the past, but disappeared from brooks and rivers as water pollution increased. Lacking functional wings (River bugs with full functional wings are very rare), the species depends on migration routes with a sufficient water quality. River bugs migrate mainly by walking and the occasional washout of specimens from a dense population. In recent decades, River bugs were found in some small and fast flowing rivers in Limburg, and a gradual increase in the number of locations as well as in population sizes has been noted. The species was found in three new brooks in 2009 and These brooks and rivers are linked by the river Meuse. The article presents historical data and describes the current distribution, as well as offering some notes on the River bug s morphology and ecology. Literatuur l aukema, b., j.g.m. CuPPen, n. nieser & D. TemPelman, Verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera). Deel 1: Dipsocoromorpha, Nepomorpha, Gerromorpha & Leptopodomorpha. European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. l binnendijk, e. & j. van mil, 2009a. Meetrapport Tungelroysebeek 2009, t.b.v. KRW-monitoring. Waterschap Peel en Maasvallei, Blerick. l binnendijk, e. & j. van mil, 2009b. Meetrapport Swalm 2009, t.b.v. KRW-monitoring. Waterschap Peel en Maasvallei, Blerick. l binnendijk, e. & j. van mil, 2009c. Meetrapport Niers 2008, t.b.v. KRW-monitoring. Waterschap Peel en Maasvallei, Blerick. l DamgaarD, j., Distribution, phenology and conservation status of three rare water bugs: Aquarius najas, Aphelocheirus aestivalis and Sigara hellensi from lotic waters in Denmark. Entomologiske Meddelelser 73: l hoffmann, h.j., Zur Verbreitung der Grundwanze Aphelocheirus aestivalis. Heteropteron nr. 31: l hynes, h. b. n., The ecology of running waters. Liverpool University Press, Liverpool. l landeck, i., Fund einer flugfähigen Grundwanze Aphelocheirus aestivalis (Fabricus, 1794) (Nepomorpha, Aphelocheiridae) im Süden des Landes Brandenburg. Heteropteron heft nr. 31: l PaPÁCek, m. & T. soldan, Structure and development of the reproductive system in Aphelocheirus aestivalis (Hemiptera: Heteroptera: Nepomorpha: Aphelocheiridae). Acta Entomologica Musei Nationale Pragae 48(2): l PaPÁCek, m., T. DiTriCh, T. soldan & s. ZahraDkova, Note to the effect of environmental conditions on the occurrence of benthic water bug Aphelocheirus aestivalis (Heteroptera: Aphelocheiridae). A communication presented at the 21st SIEEC, l stowa, Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de kaderrichtlijn water. Stichting Toegepast Onderzoek WAterbeheer, Utrecht. l TemPelman, D. & T. van haaren, Water- en Oppervlaktewantsen van Nederland. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht. l ThorPe, w.h., Plastron respiration in aquatic insects. Biological Reviews 25(3): l vercauteren, T., r. bosmans, s. De smedt, j. bruers, g. viskens & b. goddeeris, De Rivierbodemwants Aphelocheirus aestivalis (Fabricus, 1774) in de provincie Antwerpen (Heteroptera, Aphelocheiridae). In: Nieuwborg, H. (red.), 2003: Antwerpse Koepel voor Natuurstudie (ANKONA). Jaarboek Provinciebestuur Antwerpen, pagina l verdonschot, P.f.m. & r.c. nijboer, Ecologische typologie, ontwikkelingsreeksen en waterstreefbeelden, III Referentiegemeenschappen. Alterra-rapport nr Alterra, Wageningen. wichard, w., arens, w. and eisenbeis, g. (1995), Atlas zur Biologie der Wasserinsekten. Gustav Fischer, Stuttgart/Jena/New York.
7 72 april 2011 jaargang natuurhistorisch maandblad nootschap bij Kring Venlo. Aanvang uur in de kinderboerderij Hagerhof, Hagerlei 1 te Venlo. DONDERDAG 14 APRIL houdt Harm Alberts voor Kring Venlo een diapresentatie over natuurwaarnemingen in de Var (Provence, Frankrijk). De bijeenkomst vindt plaats in de kinderboerderij Hagerhof, Hagerlei 1 te Venlo. Aanvang: uur. DONDERDAG 14 APRIL verzorgen Ton en Rob Lenders voor Kring Roermond een lezing over de Adder op de Meinweg. Aanvang:20.00 uur in het GroenHuis, Godsweerderstraat 2 te Roermond. VRIJDAG 15 APRIL leiden Olaf Op den Kamp (tel ) en Tineke de Jong voor de Plantenstudiegroep een stinzenflora-excursie door het Maastrichtse stadspark. Aanvang uur bij hotel Stayokay, Maasboulevard 101, 6211 JW Maastricht, aansluitend daarop is de lezing over de Roggelelie. VRIJDAG 15 APRIL verzorgt Fred Bos voor de Plantenstudiegroep een lezing over de Roggelelie. De lezing vindt plaats in het Natuurhistorisch Museum te Maastricht. Aanvang: uur. ZONDAG 17 APRIL leidt Peter Eenshuistra (tel ) voor de florastudiegroep van Kring Venlo een ochtendexcursie naar de voorjaarsflora in het Leudal. Vertrek om uur vanaf de grote parkeerplaats Leudal nabij Elisabethshof aan de Roggelse weg (tussen Haelen en Roggel). De excursie duurt tot circa uur. WOENSDAG 20 APRIL organiseert de Vlinderstudiegroep een bijeenkomst in het Natuurhistorisch Museum Maas tricht. Aanvang: uur. ZONDAG 24 APRIL wordt door Werkgroep De Driestruik natuurgebied De Driestruik ontdaan van prunussen. Verzamelen om 9.00 uur bij de verzinkte poort aan de Driestruikweg te Roermond. Einde om uur. MAANDAG 25 APRIL trekt de Plantenstudiegroep naar Burg Stolzenburg bij Urft in de Eifel (D). Johan den Boer (tel ) vertrekt om uur vanaf NS-station Maastricht (oostelijke ingang, Meerssenerweg). ZATERDAG 30 APRIL houdt de Plantenstudiegroep een streepexcursie in de omgeving van Rimburg (km-hok ). Guido Verschoor (tel ) vertrekt om uur vanaf de hoek Rimburgerweg-Kraanweg te Landgraaf. C o l o f o n adres Godsweerderstraat 2, 6041 GH Roermond, tel , [email protected]. dagelijks bestuur H. Tolkamp (voorzitter), D. Frissen (secretaris), R. Geraeds (ondervoorzitter) & L. Horst (penningmeester). kantoor O. Op den Kamp, J. Cuypers, S. Teeuwen, K. Letourneur & R. Steverink. NATUURHISTORISCH MAANDBLAD redactie O. Op den Kamp (hoofdredactie), H. Heijligers, J. Hermans, M. Lejeune, A. Lenders, A. Ovaa, G. Verschoor & J. Willems, [email protected]. richtlijnen voor kopij-inzending Diegenen die kopij willen inzenden, dienen zich te houden aan de richtlijnen voor kopij-inzending. Deze kunnen worden aangevraagd bij de re dactie of zijn te bekijken op lay-out & opmaak Van de Manakker, Grafi sche communicatie, Maas tricht, mvandemanakker@xs4 all.nl. editing summaries J. Klerkx, Maastricht. druk SHD Grafimedia, Swalmen. copyright Auteursrecht voorbehouden. Overname slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie. ISSN Het uitgeven van het Natuurhistorisch Maand blad wordt mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de provincie Limburg. lidmaatschap 27,50 p/j. Leden t/m 23 j. & ,75; bedrijven, verenigingen, instellingen e.d. 82,50. O. Weinreich, ledenadministratie@ nhgl.nl. Rekeningnummer: BIC: RABONL2U, IBAN: NL73RABO België: bestellingen/publicatiebureau Publicaties zijn te bestellen bij het publicatiebureau, M. Lenders, [email protected]. Losse nummers 4, ; leden 3,50 (incl. porto), thema nummers 7,. ING-rekening: BIC: INGBNL2A, IBAN: NL31INGB België: STICHTINGEN stichting natuurpublicaties limburg Uitgever van publicaties, boeken en rapporten, [email protected]. stichting de lierelei Projectbureau voor onderzoek van natuur en landschap in Limburg, [email protected]. stichting natuurbank limburg Stichting voor het beheer van de waarnemingsgegevens van het NHGL, [email protected]. Waarnemingen doorgeven: stichting ir. d.c. van schaïk Stichting voor het beheer van onderaardse kalksteengroeven in Limburg. Postbus 2235, 6201 HA Maastricht, [email protected]. STUDIEGROEPEN fotostudiegroep B. Morelissen, Agrimonie 14, 5931 ST Tegelen, [email protected]. herpetologische studiegroep S. de Jong, Madoerastraat 3, 6214 XL Maastricht, [email protected]. libellenstudiegroep J. Hermans, Hertestraat 21, 6067 ER Linne, [email protected]. mollusken studiegroep limburg S. Keulen, Mesweg 10, 6336 VT Hulsberg, [email protected]. mossenstudiegroep P. Spreuwenberg, Kleikoeleweg 25, 6371 AD Landgraaf, [email protected]. paddenstoelenstudiegroep H.J. Henczyk, Schachtstraat 41, 6432 AR Hoensbroek, [email protected]. plantenstudiegroep O. Op den Kamp, Canisiusstraat 40, 6462 XJ Kerkrade, [email protected]. plantenwerkgroep weert J. Verspagen, Biest 18a, 6001 AR Weert, [email protected]. sprinkhanenstudiegroep W. Jansen, Wilhelminalaan 85, 6042 EM Roermond, [email protected]. studiegroep onderaardse kalksteengroeven H. Ogg, Kreugelstraat 37, 5616 SE Eindhoven, [email protected]. vissenwerkgroep V. van Schaik, Sint-Luciaweg 20, 6075 EK Herkenbosch, [email protected]. vlinderstudiegroep J. Queis, Spaanse singel 2, 6191 GK Beek, [email protected]. vogelstudiegroep R. van der Laak, Bethlehemstraat 34, 6418 GK Heerlen, [email protected]. werkgroep driestruik W. Jansen, Wilhelminalaan 85, 6042 EM Roermond, [email protected]. zoogdierenwerkgroep J. Regelink, Papenweg 5, 6261 NE Mheer, [email protected]. KRINGEN kring heerlen J. Adams, Huyn van Rodenbroeckstraat 43, 6413 AN Heerlen, [email protected]. kring maastricht B. Op den Camp, Ambiorixweg 85, 6225 CJ Maastricht, [email protected]. kring roermond M. de Ponti, Parklaan 10, 6045 BT Roermond, [email protected]. kring venlo F. Coolen, La Fontainestraat AX Venlo, [email protected]. kring venray H. Alards, Dokter Kortmannweg 24, 5804 BA Venray, [email protected].
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 4 J A A R G A N G 1 0 0 N U M M E R 4 A P R I L 2 0 1 1 De ontwikkeling van stroomdalflora langs de Maas Larven van prikken in twee Midden-Limburgse beken natuurhistorisch maandblad
Natuurhistorisch Maandblad. Entomologisch onderzoek in Nationaal Park De Meinweg
Natuurhistorisch Maandblad 10 J A A R G A N G 1 0 2 N U M M E R 1 0 O K T O B E R 2 0 1 3 Entomologisch onderzoek in Nationaal Park De Meinweg natuurhistorisch maandblad oktober 2013 jaargang 102 10 249
Natuurhistorisch Maandblad. Bijzondere flora en fauna in het dal van de Roer
Natuurhistorisch Maandblad 8 J A A R G A N G 1 0 3 N U M M E R 8 A U G U S T U S 2 0 1 4 Bijzondere flora en fauna in het dal van de Roer natuurhistorisch maandblad augustus 2014 jaargang 103 8 221 De
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 5 J A A R G A N G 1 0 3 N U M M E R 5 M E I 2 0 1 4 Waterkwaliteit van bronsystemen in het Bunder- en Elsloërbos Waarnemingen van de Mercuurwaterjuffer Uit de flora van Limburg
Natuurhistorisch Maandblad
11 natuurhistorisch maandblad november 2015 jaargang 104 11 I Natuurhistorisch Maandblad J A A R G A N G 1 0 4 N U M M E R 1 1 N O V E M B E R 2 0 1 5 De Blauwe kiekendief als overwinteraar op de Meinweg
DECEMBER 2010 99 G N A RG A JA
Natuurhistorisch Genootschap in Limburg 12 D E C E M B E R 2 0 1 0 N AT U U R H I S T O R I S C H M A A N D B L A D 100 JAAR J A A R G A N G 9 9 natuurhistorisch maandblad december 2010 jaargang 99 12
maart Mededelingenblad 03 jaargang 46 heemkundige kring 'De Oude Vrijheid'
maart 2019 - Mededelingenblad 03 jaargang 46 heemkundige kring 'De Oude Vrijheid' Sint-Oedenrode Uitnodiging voor: maandag 11 maart: heem-natuur dinsdag 19 maart: heem ALGEMENE LEDENVERGADERING Vooruitblik
Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater,
Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater, 1991 2010 Indicator 27 november 2012 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens
Oppervlaktewater in Nederland
Indicator 20 januari 2009 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Nederland heeft een grote verscheidenheid
Herintroductie bever,
Indicator 20 december 2013 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Dankzij herintroducties vanaf
Jan de Brouwer, Piet Verdonschot en Anna Besse
Beekdalbreed hermeanderen Technieken om dood hout in te brengen Jan de Brouwer, Piet Verdonschot en Anna Besse [email protected] [email protected] nl [email protected] team zoetwaterecologie Piet
Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater,
Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater, 1991 2008 Indicator 15 juli 2010 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 3 J A A R G A N G 1 0 3 N U M M E R 3 M A A R T 2 0 1 4 Slanke sleutelbloemen in het IJzerenbosch en het Hout De landslakken van het dal van de Kingbeek Opmerkelijke Luiks-Limburgse
Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water
Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL
Eikenprocessierups en klimaatverandering,
Indicator 31 januari 2012 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Sinds de eerste waarneming van
Presentatie Waterschap De Dommel bij: Volkstuindersvereniging Bladel c.a. Door: Toon Kemps
Presentatie Waterschap De Dommel bij: Volkstuindersvereniging Bladel c.a. Door: Toon Kemps Inhoud presentatie Even voorstellen Waterschappen algemeen Video Vragen Project Beemdstraat Bladel Afsluiting
Vlinders van de Habitatrichtlijn,
Indicator 20 september 2018 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Van de vijf Habitatrichtlijnsoorten
Blauwkeel Zonnebaars - Lepomis macrochirus
Blauwkeel Zonnebaars - Lepomis macrochirus Ecological knowledge base Blankvoorn - Rutilus rutilus - Roach 04 Fish Brakwatergrondel - Pomatoschitus microps Blauwkeel Zonnebaars - Lepomis macrochirus Algemeen
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 4 J A A R G A N G 1 0 2 N U M M E R 4 A P R I L 2 0 1 3 Bijzondere gewervelde dieren in Nationaal Park De Meinweg natuurhistorisch maandblad april 2013 jaargang 102 4 57 Vleermuizen
Eenheid Limburg. Reactietijden politie spoedmeldingen
Eenheid Limburg Reactietijden politie Eenheid Limburg Beek Beesel Bergen (L) Brunssum Echt-Susteren Eijsden-Margraten Gennep Gulpen-Wittem Heerlen Horst aan de Maas Kerkrade Landgraaf Leudal Maasgouw Maastricht
Een leefgebied voor de rugstreeppad
Een leefgebied voor de rugstreeppad Landschapsbeheer Flevoland 1 De rugstreeppad in de Noordoostpolder Op zwoele avonden klinkt in het Noordoostpolder vanuit poelen en sloten de luidruchtige roep van de
Voortgang ontwikkeling Lunterse beek Plan Wittenoord en traject KleinWolfswinkel-Engelaar
Voortgang ontwikkeling Lunterse beek Plan Wittenoord en traject KleinWolfswinkel-Engelaar In de Wijerd van december jl. heeft u in het artikel Kronkelende beek is nog geen natuurlijke beek kunnen lezen
OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen
OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen De halsbandparkiet (Psittacula krameri) komt van oorsprong voor in Afrika, in een gordel ten zuiden van de Sahara en op het Indisch
Stompe grondwaterslak na 33 jaar weer boven water
Stompe grondwaterslak na 33 jaar weer boven water Michael van der Valk Zelf de meest trouwe lezers van Stromingen zal het niet zijn ontgaan dat er soms ook nog wel eens interessante verhalen staan in andere
Hierdense Beek: building with nature in een Veluws beeksysteem. Peter van Beers Waterschap Vallei en Veluwe 3 maart 2016
Hierdense Beek: building with nature in een Veluws beeksysteem Peter van Beers Waterschap Vallei en Veluwe 3 maart 2016 Overzicht presentatie Overzicht presentatie: 1. Systeem & gebied 2. Wat speelt er
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 6 J A A R G A N G 1 0 0 N U M M E R 6 J U N I 2 0 1 1 Beschermingsmaatregelen voor de Hazelmuis Sikkelgoudscherm ingeburgerd in Zuid-Limburg? Vissen vangen en Bevers ontwijken
Helder water door quaggamossel
Helder water door quaggamossel Kansen en risico s Een nieuwe mosselsoort, de quaggamossel, heeft zich in een deel van de Rijnlandse wateren kunnen vestigen. De mossel filtert algen en zwevend stof uit
Waterkwaliteit KRW, 2015
Indicator 12 januari 2016 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. De meeste waterlichamen voldoen
AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON
AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON juni 2007 In
De grote modderkruiper uitgepeild. Jan Kranenbarg & Arthur de Bruin
De grote modderkruiper uitgepeild Jan Kranenbarg & Arthur de Bruin Karakteristieken grote modderkruiper Lang flexibel lichaam (max lengte circa 30 cm) Darm ademhaling, larven hebben uitwendige kieuwen
Data Science bij Waterschap De Dommel
Data Science bij Waterschap De Dommel High Tech meets Data Science, 9 februari 2017 Stefan Weijers Procesmanager Beleid en Innovatie Overzicht Intro Waterschap De Dommel Toepassingen data science Visie
Activiteiten Paddenstoelenstudiegroep Limburg
Activiteiten 2019 Paddenstoelenstudiegroep Limburg Excursieprogramma 2019 PSL Excursies: Alle excursies vertrekken om 10.00 uur vanaf de plaats van samenkomst en duren tot ongeveer 14.30 u. Graag telefonisch
De Heikikker De Heikikker
De Heikikker Brabant Water beheert 2200 hectare grond waarvan 1500 hectare natuurgebied. Hiermee zijn wij een van de grootgrondbezitters in Noord-Brabant. In deze natuurgebieden liggen ook de waterwingebieden
Ecologische kwaliteit oppervlaktewater, 2009
Indicator 2 maart 2010 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. De ecologische kwaliteit van het
april Mededelingenblad 04 jaargang 46
april 2019 - Mededelingenblad 04 jaargang 46 heemkundige kring 'De Oude Vrijheid' Sint-Oedenrode Uitnodiging voor: maandag 01 april: heem-natuur dinsdag 16 april: heem Vooruitblik voor: zondag 05 mei:
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 10 J A A R G A N G 1 0 1 N U M M E R 1 0 O K T O B E R 2 0 1 2 Herpetologisch onderzoek in Nationaal Park De Meinweg Herpetologisch onderzoek in Nationaal Park De Meinweg 200
Grote vos Nymphalis polychloros
Nymphalis polychloros Jan Goedbloed Soortbeschrijving De is een grote bruinrode vlinder, behorend tot de familie van de schoenlappers Nymphalidae waar ook, Atalanta, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Distelvlinder
Reptielen van de Habitatrichtlijn,
Indicator 28 mei 2018 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Gladde slang, muurhagedis en zandhagedis
Exoten in het soortenregister. Berry van der Hoorn Vincent Kalkman
Exoten in het soortenregister Berry van der Hoorn Vincent Kalkman Taxonomie Kenmerken Beschrijvingen Verspreiding Ecologie Beleid & wetgeving Literatuur Sleutels 1. Eerste versie thema exoten (2009)
Methodiek en richtlijnen voor verspreidingsonderzoek naar beekvissen
Methodiek en richtlijnen voor verspreidingsonderzoek naar beekvissen REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Stichting RAVON Methodiek en richtlijnen voor verspreidingsonderzoek naar beekvissen
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 11 J A A R G A N G 1 0 3 N U M M E R 1 1 N O V E M B E R 2 0 1 4 Watermacrofauna van het hellingveen in de Brunssummerheide Landslakken van de Heunsberg te Valkenburg Paddenrus
l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n SPREEKBEURT AXOLOTL AMFIBIEËN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN
l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n SPREEKBEURT AXOLOTL AMFIBIEËN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN WE HEBBEN DE BELANGRIJKSTE INFORMATIE OVER DE AXOLOTL BIJ
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg Nieuwsbrief Versie: januari 2015 Ringslang bij het Wasmeer Inhoud 1. Inleiding 2. Zoogdieren 3. Herpetofauna 4. Erosie 5. Internationaal 6. Colofon Wat dragen de ecoducten
Recente inzichten kwabaal herintroductieproject in Vlaanderen. Lore Vandamme, Inne Vught, Johan Auwerx, Ine Pauwels & Johan Coeck
Recente inzichten kwabaal herintroductieproject in Vlaanderen Lore Vandamme, Inne Vught, Johan Auwerx, Ine Pauwels & Johan Coeck Vissennetwerk 7 september 2017 Indeling Levenscyclus Situatie in Vlaanderen
Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD) Tel: 14040 Brabant Noordoost
Routing aanmelding EED gemeenten Regio Gemeenten Aanmelding EED Dommelvallei + Geldrop-Mierlo * (zie bijlage onderaan pagina), Nuenen, Son en Breugel, Waalre Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD)
Natuurhistorisch Maandblad
11 natuurhistorisch maandblad november 2017 jaargang 106 11 I Natuurhistorisch Maandblad J A A R G A N G 1 0 6 N U M M E R 1 1 N O V E M B E R 2 0 1 7 Onderzoek naar de Zegge-korfslak en de Nauwe korfslak
MONITORING VAN VISMIGRATIEVOORZIENINGEN VOORJAAR 2012
MONITORING VAN VISMIGRATIEVOORZIENINGEN VOORJAAR 2012 WATERSCHAP AA EN MAAS 20 september 2012 076534150:0.7 - Definitief C01012.100177.0100 5 Waterschap Aa en Maas Hevelpassage Kaweise Loop 5.1 KAWEISE
Nader onderzoek vissen polder t Hoekje
Nader onderzoek vissen polder t Hoekje Auteur: Ir. T.F. Kroon Opdrachtgever: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Datum: 25-07-2013 Autorisator: Drs. E. Nat Status: Eindrapport Registratienummer:
Wandeling n 23 : La porte Aïve : Hotton Bewegwijzering :
Wandeling n 23 : La porte Aïve : Hotton Bewegwijzering : Deze wandeling, "porte Aïve" genoemd, is als het ware een speleologische uitstap : ze neemt u mee naar de rotsmeanders van de kalksteenrichel. Op
4.5 Riviervis. Erwin Winter en Joep de Leeuw, RIVO
4.5 Erwin Winter en Joep de Leeuw, RIVO ([email protected]) De toestand van veel riviervissen is verbeterd sinds het dieptepunt in de jaren zeventig, maar de visstand is nog ver verwijderd van de situatie
Oudste landschap van Nederland Natuurparel De Vilt
Oudste landschap van Nederland Natuurparel De Vilt Deze oude Maas-arm is 10.000 jaar geleden gevormd en afgesloten geraakt van de huidige Maas. In de loop van de tijd is hier een uniek natuurlandschap
Verzilting van zoete wateren: Verlies of winst voor de aquatische natuur?
Verzilting van zoete wateren: Verlies of winst voor de aquatische natuur? Ralf Verdonschot 26 juni 2014 [email protected] Inhoud 1. Wat maakt de levensgemeenschap van brakke wateren waardevol? 2.
Groene glazenmaker in de provincie Groningen
Groene glazenmaker in de provincie Groningen Groene glazenmaker in de provincie Groningen Groene glazenmaker in de provincie Groningen Tekst: Albert Vliegenthart Met medewerking van: Herman de Heer, Henk
Dijkavonden 2015. Locatie : WPM Venlo
Dijkavonden 2015 Locatie : WPM Venlo Welkom Programma 2015 19.00 uur Ontvangst met koffie en vlaai 19.15 uur Ontwikkelingen dijkversterking 19.30 uur Ontwikkelingen App dijkwachten 19.45 uur Start oefening
Ecologische effecten van droogte en afvoerpieken in beken
Ecologische effecten van droogte en afvoerpieken in beken Ralf Verdonschot 9 mei 2019 Wageningen Environmental Research, Wageningen UR [email protected] Introductie Klimaatverandering: toename weersextremen
Landschappelijke elementen
Welkomstkaarten voor Landschappelijke elementen Gaan voor groen! Behoud en herstel van landschappelijke elementen? Geweldig! Landschappelijke elementen zijn van culturele en historische waarde. Maar ze
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 9 J A A R G A N G 1 0 1 N U M M E R 9 S E P T E M B E R 2 0 1 2 De terugkeer van de Boomkikker in de Zuidelijke Maasduinen Steilwandjes bij Bemelen Het object van de maand De
Bijlage 6. Kaart met ligging TOP- en Natura 2000-gebieden
Bijlage 6 Kaart met ligging TOP- en Natura 2000-gebieden Rapport bij de Verdrogingsgevoelige Vegetatiekaart Limburg 2013 127 Bijlage 7 de VVL limburg in zes kaarten 128 VVL-Kaart 1 Noord-Limburg Bergen
Ecologie voedselweb van zoetwater
Ecologie voedselweb van zoetwater Inleiding: In een voedselweb worden de relaties tussen organismen duidelijk. In alle voedselketens en dus ook een voedselweb start de reeks / basis met een groen organisme.
Kevers van de Habitatrichtlijn,
Indicator 19 juni 2012 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Het oorspronkelijke areaal van
Foto: Merkske, Noord-Brabant
Foto: Merkske, Noord-Brabant 1 2 Hydraulischeweerstand is een optelsom van diverse soorten weerstand. Vegetatie geeft, met name in de zomer, de grootste weerstand. Ook obstakels als takken en omgevallen
Presentatie tekst Velddag. Verdrogingsbestrijding Groote Peel. Peilopzet in combinatie met peilgesturde drainage
Presentatie 20-06 - 2007 1 tekst Velddag Verdrogingsbestrijding Groote Peel Peilopzet in combinatie met peilgesturde drainage Programma 2 Welkomstwoord door DB-lid Peter van Dijk Presentatie film Peilgestuurde
Bedrijven & Biodiversiteit = 3!
Bedrijven & Biodiversiteit... 1+ 1 = 3! Context, praktijk en kansen 6 Oktober 2016, Robbert Snep Verspreiding van bedrijventerreinen in Nederland Bedrijventerrein ?? ?? Infra-rood beeld: rood is bomen,
Visonderzoek Mangelbeek: 12 en 19 september
Visonderzoek Mangelbeek: 12 en 19 september Locatie 1 1.A 1.B 2 3 4 5 6 7 Het heeft lang geduurd. Maar zaterdag 12 september was het zover. De eerste bemonstering van de LIKONA-Vissenwerkgroep was een
HET VLIEGEND HERT IN GELDERLAND VINCENT KALKMAN & SANDER WIJDEVEN
2003 HET VLIEGEND HERT IN GELDERLAND RESULTATEN 2003 VINCENT KALKMAN & SANDER WIJDEVEN VLIEGEND HERT IN GELDERLAND RESULTATEN 2003 2003 tekst Vincent Kalkman & Sander Wijdeven productie Stichting European
Verkenning van verkeersknelpunten voor de otter
Verkenning van verkeersknelpunten voor de otter Knelpuntenanalyse voor de otter in het Duitse grensgebied (Kreis Kleve, Kreis Borken en Kreis Wesel) Marlies Gräwe ARK Natuurontwikkeling - Molenveldlaan
Herinrichting Boven Slinge. Eerste inzichten na een jaar meten. Inleiding
Herinrichting Boven Slinge Eerste inzichten na een jaar meten Inleiding Aanleiding De Boven Slinge is een bijzondere beek, niet alleen voor de Achterhoek, maar zelfs op landelijke schaal. Er zijn in ons
Amerikaanse rivierkreeft in veenweidegebied. Onderzoek naar de verspreiding, abundantie en beheer in relatie tot het bereiken van de KRWdoelen
Amerikaanse rivierkreeft in veenweidegebied Onderzoek naar de verspreiding, abundantie en beheer in relatie tot het bereiken van de KRWdoelen Inhoud exotische kreeften in Nederland autecologie geknobbelde
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 1 J A A R G A N G 1 0 3 N U M M E R 1 J A N U A R I 2 0 1 4 De visfauna van de Oostrumsche beek Boskap op de Sint-Pietersberg in 2007: effecten op de huisjesslakkenfauna Opmerkelijke
Workshop KRW Maatlatten
Workshop KRW Maatlatten IHW netwerkdag 2018 Frank van Herpen (Royal HaskoningDHV) Marcel Tonkes (provincie Overijssel) 7 November 2018 Programma Opwarmen 15 min Technische toelichting 30 min Aan de slag
Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) H1042. 1. Status:
Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) H1042 1. Status: Dit profiel dient gelezen, geïnterpreteerd en gebruikt te worden in combinatie met de leeswijzer, waarin de noodzakelijke uitleg van de
