Regeling politiehonden 1
|
|
|
- Ludo de Jong
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Regeling politiehonden 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Handelende in overeenstemming met de Minister van Justitie; Gelet op artikel 49 van de Politiewet 1993; Besluit: Paragraaf 1. Begripsbepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanhoudings- en ondersteuningseenheid: eenheid als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen; b. ambtenaar van politie: ambtenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993; c. AOE-hond: hond in eigendom van een regio of de Staat met als doel in politiedienst te worden ingezet bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid; d. explosieven: door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen springstoffen; e. geleider: ambtenaar van politie die toestemming heeft van de korpsbeheerder of de beheerder van het Korps landelijke politiediensten om dienst te doen met een politiespeurhond, politiesurveillancehond of AOE-hond; f. keuringsreglement: als bijlage opgenomen reglement op grond waarvan keuringen plaatsvinden; g. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; h. politiespeurhond: hond in eigendom van een regio of de Staat met als doel in politiedienst te worden ingezet voor de taken, genoemd in artikel 3; i. politiesurveillancehond: hond in eigendom van een regio of de Staat met als doel in politiedienst te worden ingezet bij de surveillancedienst of het optreden van de mobiele eenheid; j. verdovende middelen: producten vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijsten I en II. Paragraaf 2. Algemene bepalingen Artikel 2 Een politiespeurhond, een politiesurveillancehond en een AOE-hond staan onder toezicht van een geleider die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 13. Artikel 3. Uitrusting met politiespeurhond 1. Uitrusting met een politiespeurhond menselijke geur geschiedt uitsluitend voor de speurtaak of geuridentificatietaak, voor zover de desbetreffende politiespeurhond voor die taak is gecertificeerd. 2. Uitrusting met een politiespeurhond verdovende middelen geschiedt uitsluitend voor het opsporen van verdovende middelen. 3. Uitrusting met een politiespeurhond explosieven geschiedt uitsluitend voor het opsporen van explosieven, vuurwapens en munitie. 4. Uitrusting met een politiespeurhond stoffelijke resten geschiedt uitsluitend voor het opsporen van stoffelijke resten van mensen. 5. Uitrusting met een politiespeurhond brandversnellende middelen geschiedt uitsluitend voor het opsporen van brandversnellende middelen. 1 Integrale tekst na wijziging van 5 september 2008 (Stcrt. 2008, 170).
2 Artikel 4. Bewapening met politiesurveillancehond Bewapening met een politiesurveillancehond geschiedt uitsluitend bij het optreden van de surveillancedienst of de mobiele eenheid. Artikel 5. Bewapening met AOE-hond Bewapening met een AOE-hond geschiedt uitsluitend bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid. Paragraaf 3. Keuring en certificering Artikel 6. Keuringscommissies 1. Er is een keuringscommissie voor de politiespeurhond, waarvan de leden worden aangewezen door de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond. De rijksgecommitteerden bepalen voor welke keuring van geleider en politiespeurhond de verschillende leden van de keuringscommissie worden ingezet. 2. Er is een keuringscommissie voor de politiesurveillancehond waarvan de leden worden aangewezen door de rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond, bedoeld in artikel 7. De aanwijzing vindt plaats nadat het aan te wijzen lid is aangemeld bij een door de korpschefs getroffen voorziening voor de organisatie en administratie van keuringen. Aanwijzing vindt niet plaats dan nadat het aan te wijzen lid het examen, bedoeld in het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond, met goed gevolg heeft afgelegd. 3. Er is een keuringscommissie voor de AOE-hond waarvan de leden, uit de kring van leden van de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, worden aangewezen door de rijksgecommitteerden voor de AOE-hond, bedoeld in artikel De leden van de keuringscommissie voor de politiespeurhond, van de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond en van de keuringscommissie voor de AOE-hond zijn ambtenaar van politie. Van de keuringscommissie voor de politiespeurhond kunnen tevens lid zijn buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. 5. De leden van de keuringscommissie voor de politiespeurhonden, respectievelijk de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de keuringscommissie voor de AOE-hond beschikken over een ruime dressuur-technische ervaring en praktische politie-ervaring op het gebied van de inzet en het gebruik van de politiespeurhond, respectievelijk de politiesurveillancehond, respectievelijk de AOE-hond. De leden van de keuringscommissie voor de politiespeurhond beschikken tevens over kennis van de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 7. Rijksgecommitteerden 1. De minister wijst rijksgecommitteerden aan voor de politiespeurhond, de politiesurveillancehond en de AOE-hond. 2. Artikel 6, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond, respectievelijk voor de politiesurveillancehond en voor de AOE-hond. 3. De rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond, respectievelijk de rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de rijksgecommitteerden voor de AOE-hond houden toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuringen en herkeuringen door de keuringscommissie voor de politiespeurhond, respectievelijk de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de keuringscommissie voor de AOE-hond en de juiste naleving van de regels terzake. 4. De rijksgecommitteerden rapporteren jaarlijks over hun activiteiten aan de minister.
3 Artikel 8. Algemene keuringsvoorschriften Voor een keuring komen in aanmerking honden die: a. door een gediplomeerd dierenarts gezond zijn verklaard; en b. ingeënt zijn tegen de in het keuringsreglement aangewezen ziekten. Artikel 9. Keuringsvoorschriften politiespeurhond 1. Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond kunnen deelnemen ambtenaren van politie die zijn aangewezen als geleider. 2. De keuring vindt niet plaats dan nadat de geleider politiespeurhond het examen, bedoeld in artikel 10, met goed gevolg heeft afgelegd. 3. De keuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond geschiedt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond op basis van het keuringsreglement voor de politiespeurhond. 4. Het keuringsreglement voor de politiespeurhond bevat ten minste de volgende eisen: a. voor alle politiespeurhonden met uitzondering van de politiespeurhonden menselijke geur: 1. gehoorzaamheid van de politiespeurhond aan de geleider; 2. een goede samenwerking van de politiespeurhond met de geleider; 3. het niet agressief zijn ten opzichte van mensen en dieren; en 4. de vaardigheid van het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk geen belemmering mogen zijn; b. voor de speurtaak van de politiespeurhonden menselijke geur: 1. het zelfstandig willen en kunnen zoeken van kleine en grote voorwerpen met menselijke geur; 2. het opsporen en lokaliseren van een persoon; en 3. het speuren over gecombineerde terreinen; c. voor de geuridentificatietaak van de politiespeurhond menselijke geur: het uitvoeren van een tweetal geuridentificatieproeven, zoals in het keuringsreglement omschreven; d. voor de politiespeurhond verdovende middelen: 1. het zelfstandig willen en kunnen zoeken van verdovende middelen; en 2. het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die soorten verdovende middelen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen, op te sporen; e. voor de politiespeurhond explosieven: 1. het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar explosieven, wapens en munitie; en 2. het vermogen om binnen redelijke tijd explosieven, wapens en munitie op te sporen en te lokaliseren; f. voor de politiespeurhond stoffelijke resten: het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar stoffelijke resten van mensen; g. voor de politiespeurhond brandversnellende middelen: 1. het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar brandversnellende middelen; en 2. het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die brandversnellende middelen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen, op te sporen; h. voor de politiespeurhond geld: het zelfstandig willen en kunnen zoeken van een aantal bankbiljetten van verschillende soorten, verborgen bij personen, in handbagage, in kluisjes, in kasten en andere plaatsen. 5. De politiespeurhond menselijke geur voert geuridentificatieproeven uit op de wijze waarop deze hond gecertificeerd zal worden. 6. De verdovende middelen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, onder 2, worden geplaatst en verborgen in kleine hoeveelheden, op locaties en in verpakkingen overeenkomstig de praktijk. 7. De politiespeurhond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider. 8. Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen. Voor een combinatie van een geleider en een politiespeurhond menselijke geur die wordt gekeurd voor de geuridentificatietaak bestaat de mogelijkheid van meer herkansingen.
4 9. De rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond stellen de voor de keuring en opleiding van geleiders en politiespeurhonden benodigde hoeveelheden verdovende middelen en explosieven vast. Artikel 10. Examen geleider politiespeurhond 1. De geleider speurhond menselijke geur wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a. zijn kennis met betrekking tot de veiligstelling van goederen en het afnemen van geurmonsters ten behoeve van een geuridentificatieproef; b. de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond menselijke geur; en c. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. 2. De geleider politiespeurhond verdovende middelen wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a. de bekende methoden van verbergen en verpakken van verdovende middelen; b. de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond verdovende middelen; c. de inhoud van de Opiumwet; en d. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. 3. De geleider politiespeurhond explosieven wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a. de bekende methoden van plaatsen, verbergen en verpakken van explosieven, wapens en munitie; b. de opslag en het vervoer van explosieven; c. de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond explosieven; d. de inhoud van de Wet wapens en munitie en de Wet gevaarlijke stoffen; en e. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. 4. De geleider politiespeurhond stoffelijke resten wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a. de theorie inzake het werken met een speurhond stoffelijke resten; b. factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond stoffelijke resten; en c. toepasselijke bepalingen van het Wetboek van strafvordering en van de Wet op de lijkbezorging. 5. De geleider van de politiespeurhond geld wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd over kennis van: a. bankbiljetten; b. de zoekmogelijkheden van de politiespeurhond geld; c. het africhten van de politiespeurhond geld; d. de inzetbaarheid van de politiespeurhond geld bij opsporingsonderzoeken; e. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. 6. De examenvragen en de examenstof worden door de keuringscommissie voor de politiespeurhond in overeenstemming met de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond vastgesteld. 7. Indien het examen niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen. Artikel 11. Keuringsvoorschriften politiesurveillancehond 1. Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond kunnen deelnemen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, vanaf de rang van surveillant van politie die zijn aangewezen als geleider. 2. De keuring van een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond geschiedt door de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond op basis van het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond, met dien verstande dat de leden die keuren afkomstig zijn uit een ander politiekorps dan het korps waar de geleider is aangesteld.
5 3. Het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond bevat tenminste de volgende eisen: a. gehoorzaamheid van de politiesurveillancehond aan de geleider; b. een goede samenwerking van de politiesurveillancehond met de geleider; c. de vaardigheid van de politiesurveillancehond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; en d. het vermogen van de surveillancehond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen. 4. De politiesurveillancehond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider. 5. Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen. Artikel 12. Keuringsvoorschriften AOE-hond 1. Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een AOE-hond kunnen deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid en die zijn aangewezen als geleider. 2. De keuring van een combinatie van geleider en AOE-hond geschiedt door de keuringscommissie voor de AOE-hond op basis van het keuringsreglement voor de AOE-hond. 3. Het keuringsreglement voor de AOE-hond bevat ten minste de volgende eisen: a. volgzaamheid en gehoorzaamheid van de AOE-hond aan de geleider; b. het kunnen participeren in procedures temidden van de leden van de aanhoudings- en ondersteuningseenheid; c. het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn; d. de vaardigheid van de AOE-hond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; en e. het vermogen van de AOE-hond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen. 4. De AOE-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider. 5. Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen. Artikel 13. Certificering 1. De desbetreffende keuringscommissie verstrekt aan de geleider politiespeurhond van de combinatie die de keuring met goed gevolg heeft afgelegd, respectievelijk aan de geleider politiesurveillancehond van de combinatie die de keuring met goed gevolg heeft afgelegd, respectievelijk aan de geleider AOE-hond van de combinatie die de keuring met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat op naam van de combinatie van de geleider en de hond. 2. Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van twee jaar en drie maanden te rekenen vanaf de datum van afgifte van het certificaat. 3. Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend voor de combinatie van geleider en hond op naam waarvan het is afgegeven. 4. De geleider van een politiespeurhond menselijke geur krijgt een certificaat waarop staat aangegeven voor welke taak de politiespeurhond is gecertificeerd: a. de speurtaak van de politiespeurhonden menselijke geur; of b. de geuridentificatietaak van de politiespeurhond menselijk geur.
6 Paragraaf 4. Herkeuringen Artikel 14. Herkeuring 1. Een combinatie van een geleider en een politiespeurhond, respectievelijk een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond, respectievelijk een combinatie van een geleider en een AOE-hond, wordt binnen twee jaar na het behalen van het certificaat, bedoeld in artikel 13, opnieuw gekeurd door de keuringscommissie voor de politiespeurhond, respectievelijk de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de keuringscommissie voor de AOE-hond. 2. De herkeuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond vindt alleen plaats als de geleider aantoont dat hij sinds de laatste keuring of herkeuring jaarlijks een door de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond aangewezen bijscholingscursus heeft gevolgd. 3. Indien de herkeuring met goed gevolg wordt afgelegd, wordt het certificaat verlengd met de duur van twee jaar en drie maanden. 4. Indien de herkeuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, kan binnen de geldigheidsduur van het certificaat een tweede of derde herkeuring plaatsvinden. 5. Indien een eerste, tweede of derde herkeuring niet met goed gevolg wordt afgelegd kan het certificaat voor het verstrijken van de geldigheidsduur worden ingetrokken, indien het naar het oordeel van de keuringscommissie voor de politiespeurhond, respectievelijk de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de keuringscommissie voor de AOE-hond noodzakelijk is de inzet in politiedienst van de desbetreffende combinatie van geleider en hond met onmiddellijke ingang te beëindigen. Paragraaf 4a. Protest Artikel 14a 1. Betrokkenen bij de keuring of herkeuring kunnen bij de voorzitter van de rijksgecommitteerden die toezicht houden op de betreffende keuring of herkeuring, een gemotiveerd schriftelijk protest indienen tegen het keurings- of herkeuringsbesluit van de keuringscommissie. Het protest kan tot acht dagen na ontvangst van het keuringsrapport worden ingediend. 2. Om het protest te beoordelen wijst de voorzitter van de rijksgecommitteerden die het protest ontvangt drie rijksgecommitteerden aan die niet betrokken zijn geweest bij de desbetreffende keuring of herkeuring. 3. De aangewezen rijksgecommitteerden onderzoeken de gronden van het protest en beslissen binnen drie maanden schriftelijk over het protest. 4. De aangewezen rijksgecommitteerden kunnen het besluit van de keuringscommissie bekrachtigen of vernietigen. Bij vernietiging kunnen zij in de plaats van de keuringscommissie een nieuw besluit nemen of bepalen dat er een nieuwe keuring of herkeuring zal plaatsvinden. De rijksgecommitteerden nemen hierbij de keuringsreglementen in acht. Paragraaf 5. Overgangsrecht Artikel 15 Na inwerkingtreding van deze regeling berust het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie van 29 oktober 2003 tot aanwijzing van rijksgecommitteerden politiespeurhond en politiesurveillancehond en samenstelling keuringscommissies op de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid, van deze regeling. Artikel 16 Na inwerkingtreding van deze regeling berusten de op grond van de Regeling politiespeurhonden 1997 en de Regeling politiesurveillancehonden 1999 afgegeven certificaten op artikel 13 van deze regeling.
7 Artikel 17 Na inwerkingtreding van deze regeling berust het certificaat voor de combinatie van een geleider en een AOE-hond, dat op grond van de Regeling pilot AOE-hond is afgegeven en nadien is verlengd, op artikel 13 van deze regeling. Paragraaf 6. Slotbepalingen Artikel 18 De Regeling politiesurveillancehonden 1999 wordt ingetrokken. Artikel 19 De Regeling politiespeurhonden 1997 wordt ingetrokken. Artikel 20 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 21 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling politiehonden. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W. Remkes Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
8 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Besluit bewapening en uitrusting politie
http://wetten.overheinl/bwbr0032136/geldigheidsdatum_12-09-20.. 1 van 8 02/06/2015 15:30 Besluit bewapening en uitrusting politie (Tekst geldend op: 12-09-2014) Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11398 21 juli 2010 Onderlinge regeling houdende kwaliteitseisen, opleidings- en trainingsvereisten politie van Curaçao,
opleiding BOA Besluit BOA
Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd, versie juni 2005. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikt over: a. een titel van opsporingsbevoegdheid,
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;
Besluit van, houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren in verband met de herziening van de geweldsmelding Op de voordracht van
KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND GELD
Bijlage 6 bij de Regeling politiehonden KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND GELD VOORWOORD De politietaak, het praktisch politieoptreden en de eisen die de huidige samenleving aan de politie met betrekking
Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon
JU Regeling toetsing geweldsbeheersing opsporingsambtenaar Regeling van de Minister van Justitie d.d. 27 november 2003, kenmerk 5255744/503/CBK, houdende vaststelling van bepalingen inzake toetsing van
KEURINGSREGLEMENT SPEURHOND EXPLOSIEVEN
KEURINGSREGLEMENT SPEURHOND EXPLOSIEVEN 1. De geleider dient lid te zijn van de Nederlandse Bond voor de Diensthond, of werkzaam te zijn bij leden van de Bond, e.e.a. als bedoeld in artikel 13 van de statuten.
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van 01-01-2013 t/m heden Wet van 29 mei 2006 tot vaststelling van regels met betrekking tot de bijzondere opsporingsdiensten en de instelling van het functioneel
KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND BRANDVERSNELLENDE MIDDELEN
Bijlage 4 bij de Regeling politiehonden. KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND BRANDVERSNELLENDE MIDDELEN VOORWOORD De politietaak, het praktisch politieoptreden en de eisen die de huidige samenleving aan
1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.
Artikel PM1 A.4 Bijlage 4 De Wet veiligheidsregio s wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, toegevoegd korpschef:
Keuringsreglement surveillancehond
Keuringsreglement surveillancehond 1-2008 1 KEURINGS REGLEMENT POLITIE SURVEILLANCEHONDEN COLOFON Opdrachtgever Rijksgecommitteerden Samensteller Opleiding Technische Commissie Rijksgecommitteerden Keurmeesters
wijziging van het Barp in verband met de invoering van de wet op de medische keuringen
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijziging van het Barp in verband met de invoering van de wet op de medische keuringen Datum 27 oktober 1998 Aan de Korpsbeheerders van de regionale
Datum inwerkingtreding: 14 november 2017 (hiermee vervallen alle voorgaande versies van dit reglement)
REGLEMENT voor het afnemen van het examen BEVOEGDHEIDSVERLENGING KEURMEESTER CARAVAN EN CAMPER zoals bedoeld In de Branchetoetsdocumenten Bevoegdheidsverlenging Keurmeester Caravan en Camper. Goedgekeurd
Gemeentewet. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad. Artikel 151b
Verruiming fouilleerbevoegdheden, versie 6 april 2011 internetconsultatie: de relevante bepalingen van de huidige Gemeentewet en Wet wapens en munitie en van de toekomstige Politiewet 201x, met daarin
Citeertitel: Landsbesluit bewaring inbeslaggenomen voorwerpen =====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van ter uitvoering van enkele artikelen van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (AB 1996 no. 75) inzake de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
De Minister van Justitie, Gelet op artikel 3a van de Wet wapens en munitie; Besluit:
Regeling van de Minister van Justitie d.d. 16 december 2004, kenmerk 5325373/504/CBK houdende vaststelling van bepalingen inzake toetsing van buitengewoon opsporingsambtenaren terzake van geweldsbeheersing,
Regeling detachering politie
Ministerie van Binnenlandse Zaken ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Regeling detachering politie Datum 13 juli 1998 Aan De Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen De Korpsbeheerder van
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van Wetgeving en Juridische Zaken, nr. ;
Besluit van... tot vaststelling van nadere regels voor het vastleggen en bewaren van kentekengegevens op grond van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering door de politie Op de voordracht van
Gelet op artikel 97, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006 [Regeling vervalt per 01-04-2015.] Zichtdatum 07-02-2018 Geldend van 01-01-2010 t/m 31-03-2015 Regeling uitkering substantieel bezwarende functies
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2011 No. 7 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2010, nr. 5678825/10, tot vaststelling van de Regeling naturalisatietoets
KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND MENSELIJKE GEUR
Bijlage 1 bij de Regeling politiehonden. KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND MENSELIJKE GEUR VOORWOORD De basis van dit keuringsreglement is het keuringsreglement zoals dat werd opgesteld in 1991. De herzieningen
: LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 27, vijfde lid, van de Landsverordening wegverkeer (AB 1997 no.
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 27, vijfde lid, van de Landsverordening wegverkeer (AB 1997 no. 18) Citeertitel: Landsbesluit onderzoek alcoholgehalte
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet van 3 december 1987, Stb. 635, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 02-12-1993(Stb.759)
ANPR Rotterdam-Rijnmond
ANPR Rotterdam-Rijnmond Onderzoek naar de verwerking van no-hits bij de inzet van Automatic Number Plate Recognition Regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond Rapportage van Definitieve Bevindingen College
Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar 2005
JU Regeling toetsing geweldsbeheersing 2005 Regeling van de Minister van Justitie d.d. 16 december 2004, nr. 5325373/504/CBK, houdende vaststelling van bepalingen inzake toetsing van opsporingsambtenaren
Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies
Datum 23 December 2002 Kenmerk EA2002/101294 Onderdeel directie Politie Inlichtingen R. Demilt T (070) 426 7586 F (070) 426 7440 Blad 1 van 2 Aan De Minister van Justitie de korpsbeheerders van de regionale
==================================================================== De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder.
Intitulé : Bioscoopverordening Citeertitel: Bioscoopverordening Vindplaats : AB 1990 no. GT 12 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder Artikel 1 1. Het
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent taxi s Taxiverordening Breda
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Breda Nr. 25478 4 februari 2019 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent taxi s Taxiverordening Breda Bekendmaking Burgemeester
zoals bedoeld In de Branchetoetsdocumenten Specialist Keuring en onderhoud, vastgesteld door FOCWA en BOVAG.
REGLEMENT voor het afnemen van het examen SPECIALIST KEURING EN ONDERHOUD ONDERSTEL CARAVAN EN AANHANGWAGENS SPECIALIST KEURING EN ONDERHOUD ELEKTRO CARAVAN SPECIALIST KEURING EN ONDERHOUD OPBOUW CARAVAN
Examenreglement Stichting VVRV
Examenreglement Stichting VVRV Algemeen Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: de minister: de minister van Infrastructuur en Milieu exameninstelling: de door de minister gemandateerde stichting
KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND VERDOVENDE MIDDELEN
Bijlage 5 bij de Regeling politiehonden KEURINGSREGLEMENT POLITIESPEURHOND VERDOVENDE MIDDELEN VOORWOORD De politietaak, het praktisch politieoptreden en de eisen die de huidige samenleving aan de politie
Reglement cameratoezicht
Reglement cameratoezicht Inleiding In verschillende situaties worden incidenteel camera s gebruikt, bijvoorbeeld om personen en eigendommen te beschermen. Het is hierbij van groot belang dat organisaties
Klachtenregeling. onderwijs
Klachtenregeling onderwijs maart 2013 Klachtenregeling Stellingwerf College Inhoud Hoofdstuk 1: begripsbepalingen Algemeen Artikel 1 Hoofdstuk 2: behandeling van de klachten Artikel 2: aanstelling en taken
Cameratoezicht. De Nieuwe Kring. Reglement cameratoezicht
Cameratoezicht De Nieuwe Kring Reglement cameratoezicht Reglement cameratoezicht Reglement cameratoezicht onderwijsinstelling De Nieuwe Kring Dit reglement cameratoezicht heeft betrekking op alle locaties
REGLEMENT. Voor het afnemen van EXAMEN BEVOEGDHEIDSVERLENGING LPG-TECHNICUS
REGLEMENT Voor het afnemen van EXAMEN Goedgekeurd door de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) bij brief d.d. 17 december 2013 kenmerk: JBZ 2013 / 11931 datum inwerkingtreding: 01 januari
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad
Wijzigingen: AB 2000 no. 11; AB 2004 no. 47; AB 2010 no. 17; AB 2011 no. 41 ====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 10, vierde lid, 16, derde lid, en 17 van de Landsverordening wegverkeer (AB 1997 no. 18) Citeertitel: Landsbesluit
Bijlagen Uw kenmerk Ons kenmerk Datum 1 E96/U2457 8 oktober 1996. Departementsonderdeel
Aan De korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen De korpsbeheerder van het KLPD i.c. DGPC Justitie i.a.a. de korpschefs van de regionale politiekorpsen de korpschef van het KLPD de (fgd.) hoofdofficieren
: LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen. 1. Algemene bepalingen. Artikel 1
Intitulé : LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen Citeertitel: Landsverordening brandweer Vindplaats : AB 1991 no. 64 Wijzigingen: AB 1993 no. 68; AB 1997 no. 34 1. Algemene
Reglement cameratoezicht
Reglement cameratoezicht Stichting Conexus september 2017 Doel van dit document Dit reglement cameratoezicht heeft betrekking op alle locaties van Stichting Conexus waar toezicht door middel van camerasystemen
Aanbestedingsbesluit Geldend van t/m heden
Aanbestedingsbesluit Geldend van 01-07-2016 t/m heden Besluit van 11 februari 2013, houdende de regeling van enkele onderwerpen van de Aanbestedingswet 2012 (Aanbestedingsbesluit) Wij Beatrix, bij de gratie
Samenwerkingsovereenkomst Buitengewoon Opsporing Ambtenaren Domein III Onderwijs (Leerplicht) gemeenten Enschede, Losser, Oldenzaal, Dinkelland
Samenwerkingsovereenkomst Buitengewoon Opsporing Ambtenaren Domein III Onderwijs (Leerplicht) gemeenten Enschede, Losser, Oldenzaal, Dinkelland Partijen: De burgemeesters van de navolgende gemeenten: 1.
Benoeming, beëdiging en bewapening buitengewoon opsporingsambtenaar
Benoeming, beëdiging en bewapening buitengewoon opsporingsambtenaar JU Circulaire Onderdeel: Directie Opsporingsbeleid Contactpersoon: C.H. Schrijver Doorkiesnummer(s): 070-370 68 22 Datum: 20 oktober
Het bevoegd gezag van Vivente, stichting voor christelijke primair onderwijs, gevestigd te Zwolle,
Het bevoegd gezag van Vivente, stichting voor christelijke primair onderwijs, gevestigd te Zwolle, gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op
Regeling vergoedingen commissies politie 2017
Regeling vergoedingen commissies politie 2017 De korpschef besluit de hierna volgende regels vast te stellen ten aanzien van de vergoedingen voor leden van de plaatsingsadviescommissie, de bezwaaradviescommissie
A 2018 N 51 PUBLICATIEBLAD
A 2018 N 51 PUBLICATIEBLAD MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING van de 26 ste september 2018 ter uitvoering van artikel 2, tweede en derde lid van de Landsverordening van de 25 ste september 1961
Ministerie van Binnenlandse Zaken
Ministerie van Binnenlandse Zaken +++++++++++++++++ + + + + ++ ++ + ++ + ++++ + + + +++ ++ +++ Herziende regeling landelijke Politie-opleidingen Datum 30 juni 1997 Aan * de korpsbeheerders regionale korpsen
Reglement cameratoezicht
Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Begripsbepalingen... 3 3. Werkingssfeer en doelstellingen cameratoezicht... 4 4. Taken en verantwoordelijkheden... 4 5. Inrichten camerasysteem en beveiliging... 4 6. Inzage
KLACHTENREGELING REYNAERTCOLLEGE (AANGEPAST VANUIT MODEL KBVO)
KLACHTENREGELING REYNAERTCOLLEGE (AANGEPAST VANUIT MODEL KBVO) NOVEMBER 2005 1 Aanhef Het bestuur van de Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Hulst gelet op de bepalingen van de Wet op het voortgezet
In deze regeling wordt verstaan onder besluit: Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
REGELING van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende regels met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart) De Minister
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra houdende toetsing van levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek en tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 710 Besluit van 29 september 2010 tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der
Reglement cameratoezicht Stichting Optimus primair onderwijs Reglement camera toezicht Stichting Optimus primair onderwijs 1
Reglement cameratoezicht Stichting Optimus primair onderwijs 190514 Reglement camera toezicht Stichting Optimus primair onderwijs 1 Naam document: Doel document: Reglement cameratoezicht Vaststellen regels
Beheer Team Veiligheid. Reglement cameratoezicht Zadkine
Beheer Team Veiligheid Reglement cameratoezicht Zadkine Inhoud Inleiding... 3 Reglement cameratoezicht... 4 Artikel 1 Begripsbepaling... 4 Artikel 2 Werkingssfeer en doelstellingen cameratoezicht... 5
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 311 Besluit van 14 juni 2011 tot herstel van technische gebreken en het aanbrengen van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse
Reglement cameratoezicht
Reglement cameratoezicht Reglement cameratoezicht ROC TOP Dit reglement cameratoezicht heeft betrekking op alle locaties van ROC TOP waar toezicht door middel van camerasystemen wordt ingezet. Het geeft
Pers. nr Dienst Justis Ministerie van Veiligheid en Justitie. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie; Gezien het verzoek van RDW Bureau handhaving te Veendam, d.d. 14 februari 2014; Gelet op artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon
