FIAT PANDA NL AUTORADIO
|
|
|
- Myriam van Dijk
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 FIAT PANDA NL AUTORADIO
2 CASSETTE- SPELER F0G0503m F0G0505m
3 CD- EN MP3-SPELER F0G0504m
4 INHOUD INLEIDING... 4 TIPS Verkeersveiligheid Ontvangstomstandigheden Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Cassettes Compact Disc Opmerkingen over CD s... 6 BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL... 7 ALGEMEEN Radio Cassettespeler CD-speler Audiosysteem Diefstalbeveiliging VERKLARING WERKING Bedieningsknoppen op het stuurwiel Functies en instellingen Inbouwvoorbereiding telefoon Radio (Tuner) Menu Cassettespeler (Tape) Werking van de CD-wisselaar Technische gegevens BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL ALGEMEEN Radio CD-speler Audiosysteem Diefstalbeveiliging VERKLARING WERKING Bedieningsknoppen op het stuurwiel Functies en instellingen Inbouwvoorbereiding telefoon Radio (Tuner) Menu CD-speler Werking van de CD-wisselaar Technische gegevens CD/ MP3-SPELER BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL INLEIDING MP3-speler Menu Technische gegevens
5 INLEIDING De autoradio van de Fiat Panda is uitgerust met een audiocassettespeler (autoradio met cassettespeler), een CD-speler (autoradio met CD-speler) of een CD/MP3-speler (autoradio met CD/MP3-speler). De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard. De autoradio is vast ingebouwd en kan aan geen enkele andere auto worden aangepast. De autoradio is op een ergonomische positie gemonteerd voor zowel de bestuurder als de passagier en met de symbolen op het front kunnen snel de eenvoudig te gebruiken bedieningsorganen worden herkend. De 5-CD-wisselaar (indien aanwezig) is in het dashboardkastje geplaatst. Hieronder zijn tips en aanwijzingen opgenomen. Het verdient aanbeveling deze aandachtig te lezen. In deze aanwijzingen is ook de bediening van de CD-wisselaar (indien van toepassing) via de autoradio opgenomen. Zie voor het gebruik van de CD-wisselaar het betreffende instructieboekje. TIPS Verkeersveiligheid Voordat u gaat rijden, raden wij u aan om vertrouwd te raken met de verschillende functies van de autoradio (bijv. het opslaan van stations). Ontvangstomstandigheden Tijdens het rijden wisselen de ontvangstomstandigheden voortdurend. De ontvangst kan gestoord worden door de aanwezigheid van bergen, gebouwen of bruggen, vooral als u ver verwijderd bent van de zender waarnaar u luistert. BELANGRIJK Bij verkeersinformatie kan het volume aanzienlijk toenemen in vergelijking tot de normale weergave. ATTENTIE Een te hoog volume tijdens het rijden kan zowel uw leven als het leven van anderen in gevaar brengen. Wij raden u dan ook aan om het volume altijd zo te regelen dat geluiden van buiten (bijv. claxons, sirenes van ambulance, brandweer, politie e.d.) hoorbaar blijven. 4
6 Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Zonder dat er speciale voorzorgsmaatregelen nodig zijn, is een lange levensduur van de speciaal ontworpen autoradio gegarandeerd. Wendt u bij storingen tot de Fiat-dealer. Maak het frontpaneel alleen met een zachte, droge en antistatische doek schoon. Schoonmaak- en glansmiddelen kunnen het front beschadigen. Cassettes Voor een perfecte weergave geven wij u de volgende tips: gebruik geen cassettes van een slechte kwaliteit of cassettes met vervormingen of loszittende etiketten; laat de cassette niet in de cassettespeler zitten als deze niet wordt gebruikt; steek geen andere voorwerpen in de cassetteopening; stel de cassette niet bloot aan zonnestraling, zeer hoge temperaturen of vocht; berg de cassettes na gebruik altijd op in de cassettedoosjes; vuil op de koppen van de cassettespeler kan na verloop van tijd een vermindering van de hogetonenweergave veroorzaken. Wij raden u daarom aan om de koppen regelmatig met een reinigingscassette schoon te maken; gebruik voor een perfecte weergave bij voorkeur cassettes van het C-60 type en in ieder geval geen cassettes die langer dan 90 minuten duren; Het dunne bandje in cassettes met een lange speelduur kan bovendien makkelijk breken; gebruik geen cassettes waarvan het bandje is beschadigd; dit geldt vooral voor cassettes van het C-90 type. Als de cassette in de speler wordt gestoken, kan het bandje in het mechanisme lopen waardoor de cassettespeler blokkeert. Als het bandje niet strak is opgerold of bij soortgelijke problemen, wordt de cassette automatisch uitgeworpen; smeer het mechanisme van de cassettespeler niet; raak de koppen van de cassettespeler niet aan met magnetische of harde voorwerpen. CD s Vuil, krassen of vervormingen kunnen sprongen in de geluidsweergave tot gevolg hebben en hebben een negatieve invloed op de geluidskwaliteit. Voor een perfecte weergave geven wij u de volgende tips: gebruik alleen CD s met het merkteken: 5
7 verwijder eventuele vingerafdrukken en stof van het CD-oppervlak m.b.v. een zachte doek. Houd de CD bij de randen vast en reinig vanuit het midden naar de randen; Gebruik voor het schoonmaken nooit chemische producten (bijv. antistatische sprays of thinner) omdat hierdoor het oppervlak van de CD kan worden beschadigd. berg na het beluisteren de CD weer op in het doosje om te voorkomen dat er vlekken of krassen ontstaan die de weergave kunnen verstoren; stel de CD s niet bloot aan warmtebronnen, zonnestraling of vocht om te voorkomen dat de CD s vervormen; plak geen stickers op het CD-oppervlak en schrijf nooit met een pen of potlood op het weergaveoppervlak van de CD. Neem de CD uit het doosje door in het midden van het doosje te drukken en de CD aan de rand omhoog te trekken. Pak de CD altijd bij de rand vast. Raak nooit het oppervlak aan. Verwijder eventuele vingerafdrukken en stof van het CD-oppervlak m.b.v. een zachte doek. Houd de CD bij de randen vast en reinig de CD vanuit het midden naar de randen. Gebruik geen CD s met krassen, barsten of vervormingen, enz. Het gebruik van dergelijke CD s kan storingen of schade veroorzaken. BELANGRIJK Gebruik geen in de handel verkrijgbare beschermfolies voor CD s of CD s met stabilisatoren enz. omdat deze kunnen vastlopen in het inwendige mechanisme en de CD kunnen beschadigen. BELANGRIJK Als u CD s gebruikt die beschermd zijn tegen kopiëren, kan het enkele seconden duren voordat de CD wordt weergegeven. Nieuwe CD s kunnen oneffenheden hebben rondom de randen. Als u deze CD s gebruikt, kan het geluid van de radio ongewoon klinken. Verwijder de oneffenheden aan de randen. 6
8 BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL CD/MP3-SPELER F0G0500m 7
9 Toets Toetsen en frontpaneel Letter of symbool Functie RADIO Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) AF-TA PTY Cassette-opening SRC-SC BN-AS N O MENU-PS Alternatieve frequentie (AF)/Verkeersinformatie (TA) Programmatype Draairichting cassette omkeren (reverse) Eject Tape (cassette uitwerpen) Audiobron/Scan-functie selecteren Golfband selecteren Automatisch zoeken naar stations Handmatig zoeken naar stations Automatisch zoeken naar stations Menu-functie/Scan-functie Handmatig zoeken naar stations TA ON/OFF PTY ON/OFF Eject Tape (cassette) Cassettespeler, Radio of CD-wisselaar (indien aangesloten) selecteren FM1, FM2, FMT, MW, LW Automatisch zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Handmatig zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Automatisch zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - Menu in-/uitschakelen Handmatig zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - AF ON/OFF PTY: weergave geselecteerd programmatype FM/AM-stations kort beluisteren Automatisch opslaan op de FMT-golfband Snel automatisch zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Snel handmatig zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Snel automatisch zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - Voorkeuzestations kort beluisteren Snel handmatig zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - 8
10 CASSETTE Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-wisselaar Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) TA ON/OFF PTY ON/OFF Reverse inschakelen Eject Tape (cassette) Cassettespeler, Radio of CD-wisselaar (indien aangesloten) selecteren Volgend muziekstuk selecteren Snel vooruitspoelen (tot aan einde band) Vorig muziekstuk selecteren AF ON/OFF Reverse inschakelen Muziekstukken op cassette kort beluisteren Automatisch opslaan op de FMT-golfband Volgend muziekstuk selecteren (continu) Snel vooruitspoelen (tot aan einde band) Vorig muziekstuk selecteren (continu) TA ON/OFF PTY ON/OFF Eject Tape (cassette) Cassettespeler, Radio of CD-wisselaar (indien aangesloten) selecteren Volgende CD selecteren Volgend muziekstuk selecteren Vorige CD selecteren AF ON/OFF Muziekstukken op CD kort beluisteren Automatisch opslaan op de FMT-golfband Volgende CD selecteren (continu) Snel vooruitspoelen Vorige CD selecteren (continu) Menu in-/uitschakelen Snel terugspoelen (tot aan einde band) Snel terugspoelen (tot aan einde band) Menu in-/uitschakelen Muziekstuk herhalen/vorig muziekstuk selecteren Snel terugspoelen 9
11 Toets Toetsen en frontpaneel Letter of symbool Functie RADIO Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) MIX 4-RPT 3-II Voorkeuzestation 6 Voorkeuzestation 5/MIX-functie Voorkeuzestation 4/ REPEAT-functie Voorkeuzestation 3/Pauze weergave FM/AM: oproepen voorkeuzestation 6 FM/AM: oproepen voorkeuzestation 5 FM/AM: oproepen voorkeuzestation 4 FM/AM: oproepen voorkeuzestation 3 FM/AM: opslaan voorkeuzestation 6 FM/AM: opslaan voorkeuzestation 5 FM/AM: opslaan voorkeuzestation 4 FM/AM: opslaan voorkeuzestation M Voorkeuzestation 2/DOLBY FM/AM: oproepen voorkeuzestation 2 FM/AM: opslaan voorkeuzestation Voorkeuzestation 1 FM/AM: oproepen voorkeuzestation 1 FM/AM: opslaan voorkeuzestation AUD-LD VOLUME ON/z VOLUME + Audio-instellingen/Loudness Volumeregeling Autoradio in-/uitschakelen Volumeregeling Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) Volumeregeling: verlagen Bij ingeschakelde radio: Audio Mute in-/uitschakelen Bij uitgeschakelde radio: radio inschakelen Volumeregeling: verhogen Loudness in-/uitschakelen Bij ingeschakelde autoradio: uitschakelen Bij uitgeschakelde radio: inschakelen 10
12 Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-wisselaar Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) Pauze cassetteweergave in-/uitschakelen DOLBY B NR in-/uitschakelen Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) Volumeregeling: verlagen DOLBY B NR in-/uitschakelen Loudness in-/uitschakelen MIX-functie in-/uitschakelen REPEAT-functie in-/uitschakelen Pauze CD-weergave in-/uitschakelen DOLBY B NR in-/uitschakelen Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) Volumeregeling: verlagen DOLBY B NR in-/uitschakelen Loudness in-/uitschakelen Volumeregeling: verhogen Volumeregeling: verhogen 11
13 ALGEMEEN Het apparaat heeft de volgende functies: Scan (opgeslagen stations kort beluisteren). Automatische stereo/mono-weergave. RADIO PLL-tuner voor de golfbanden FM/AM/MW/LW. RDS (Radio Data System) met TA (verkeersinformatie) - PTY (Program Type) - EON (Enhanced Other Network) - REG (Regionale programma s). AF: zoeken naar alternatieve frequenties in RDS. Voorbereid op ontvangst van alarmboodschappen. Automatisch/handmatig afstemmen. Handmatig opslaan van 30 stations: 18 op de FMgolfband (6 op FM1, 6 op FM2 en 6 op FMT), 6 op de MW-golfband en 6 op de LW-golfband. AUTOSTORE (automatisch opslaan van 6 stations op de FMT-band). DX/LO (instellen van de gevoeligheid voor het zoeken naar stations). CASSETTE Autoreverse. Snel vooruit-/terugspoelen. Aanpassing op CrO 2 cassettes. MSS (automatisch zoeken naar vorig/volgend muziekstuk). Repeat (muziekstuk herhalen). Scan (muziekstukken op cassette kort beluisteren). DOLBY B (systeem voor ruisonderdrukking) (*). Servo-bekrachtigd laden en uitwerpen van cassettes. (*) De Dolby-ruisonderdrukking wordt gefabriceerd onder licentie van de Dolby Laboratories Licensing Corporation. Dolby en het D -symbool M zijn door de Dolby Laboratories Licensing Corporation gedeponeerde handelsmerken. 12
14 (als een CD-wisselaar is geïnstalleerd) CD direct selecteren. Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit). Snel vooruit-/terugspoelen. Mix (willekeurige weergave van de muziekstukken). Repeat (muziekstuk herhalen). Scan (muziekstukken op CD kort beluisteren). AUDIOSYSTEEM Mute/Pauze. Loudness. Gescheiden regeling bassen/hoge tonen. Balansregeling kanalen rechts/links. DIEFSTALBEVEILIGING De autoradio is voorzien van een diefstalbeveiliging die gebaseerd is op het invoeren van een geheime code. De geheime code wordt opgeslagen en moet iedere keer worden ingevoerd nadat de voedingsspanning van de autoradio onderbroken is geweest (bijv.: loskoppelen van de accu). Tijdens het invoeren van de code staat het opschrift CODE op het display. Zolang de juiste code niet is ingevoerd, kan het apparaat niet werken. De diefstalbeveiliging zorgt ervoor dat de autoradio onbruikbaar wordt als deze bij diefstal uit het dashboard wordt weggenomen. BELANGRIJK De geheime code moet ingevoerd worden als de autoradio in een andere auto gebruikt wordt, die verschillend is van de auto waarop de autoradio oorspronkelijk was geïnstalleerd. Wendt u voor de installatie en aansluiting van de CD-wisselaar tot de Fiat-dealer. Op een multimedia-cd staan naast audiotracks ook gegevens geregistreerd. Het afspelen van dit type CD s kan piepgeluiden op een zodanig volume opleveren, dat niet alleen de verkeersveiligheid in gevaar komt, maar waardoor ook de eindversterker en de luidsprekers beschadigd kunnen worden. 13
15 Geheime code invoeren Het invoeren van de geheime code voor de werking van de autoradio is noodzakelijk telkens na het onderbreken van de voeding van de autoradio. Als de radio op de voeding van de auto wordt aangesloten, verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift CODE en verschijnen vervolgens vier streepjes De geheime code bestaat uit vier cijfers tussen 1 en 6. Elk streepje staat voor een cijfer. Druk voor het invoeren van het eerste cijfer op de betreffende voorkeuzetoets (tussen 1 en 6). Voer op dezelfde wijze de overige cijfers van de code in. Als de vier cijfers niet binnen 20 seconden worden ingevoerd, verschijnt op het display opnieuw gedurende 2 seconden het opschrift CODE en vervolgens vier streepjes Dit wordt niet beschouwd als het invoeren van een verkeerde code. Na het invoeren van het vierde cijfer (binnen 20 seconden) begint de radio te werken. Als een verkeerde code wordt ingevoerd, hoort u een akoestisch signaal en verschijnt op het display gedurende 2 seconden het opschrift CODE ; vervolgens verschijnen vier streepjes om aan te geven dat de juiste code moet worden ingevoerd. Iedere keer als een verkeerde code wordt ingevoerd, wordt de wachttijd waarna opnieuw een code kan worden ingevoerd, verhoogd (1 min, 2 min, 4 min, 8 min, 16 min, 30 min, 1 uur, 2 uur, 4 uur, 8 uur, 16 uur en 24 uur), totdat de wachttijd van maximaal 24 uur is bereikt. Tijdens de automatische stationopslag, wordt het opschrift WAIT weergegeven. Als dit opschrift is verdwenen, kan een nieuwe invoerprocedure van de code worden gestart. CODE-card Dit document is het eigendomsbewijs van de autoradio. Op dit document staan het model, het serienummer en de geheime code van de autoradio aangegeven. De geheime code moet iedere keer worden ingevoerd nadat de voedingsspanning van de autoradio onderbroken is geweest. BELANGRIJK Bewaar dit document zorgvuldig, zodat u bij diefstal van de autoradio de gegevens aan de bevoegde instantie kunt overleggen. 14
16 VERKLARING AF (Alternatieve frequentie) Met deze functie blijft de radio afgestemd op het gekozen FM-station, waarbij eventueel op een andere zenderfrequentie van hetzelfde station wordt afgestemd als het signaal te zwak wordt. Het RDS-systeem controleert de sterkte en de kwaliteit van het ontvangen signaal en zoekt automatisch naar het station met het sterkste signaal. Autoreverse Met deze functie kunnen beide zijden van een cassette worden beluisterd zonder de cassette in het apparaat om te draaien. AutoSTore Met deze functie kunnen automatisch stations met het sterkste signaal worden opgeslagen. Balance Deze functie regelt de volumeverhouding tussen de linker en rechter luidsprekers. Bass (Lage tonen) Functie voor het regelen van de lage tonen. Blank Skip Met deze functie wordt bij lege stukken op een cassettebandje snel vooruitgespoeld. Hierdoor wordt de wachttijd tussen muziekstukken of aan het einde van de band bekort. CLR (Clear) Met deze functie kunnen een of alle muziekstukken van een CD uit het geheugen van de TPM-functie worden gewist. CD-wisselaar (indien aanwezig) Speler voor meerdere CD s. Distant/Local (Dx/Loc-gevoeligheid) Hiermee kan de ontvangstgevoeligheid op twee niveaus worden aangepast. 1) Distant (maximum gevoeligheid) voor het afstemmen op alle stations, waarvan een signaal kan worden ontvangen. 2) Local (minimum gevoeligheid) voor het afstemmen op stations, waarvan het signaal sterk is, zoals lokale stations. Dolby B Systeem voor ruisonderdrukking voor cassettebandjes dat wordt gefabriceerd onder licentie van de Dolby Laboratories Licensing Corporation. 15
17 EON (Enhanced Other Network) Functie waarbij automatisch wordt afgestemd op een ander station, op het moment dat door het andere station verkeersinformatie wordt uitgezonden. Fader Deze functie regelt de volumeverhouding tussen de luidsprekers voor en achter. Hicut (beperking van de hoge tonen) Deze functie beperkt de weergave van hoge tonen in relatie tot het ontvangen signaal. Loudness Deze functie versterkt automatisch de lage en hoge tonen bij het luisteren op een laag geluidsvolume. De functie schakelt uit bij een maximaal geluidsvolume. MSS (vorig/volgend muziekstuk selecteren) Met deze functie kan naar het vorige/volgende muziekstuk op de cassette geluisterd worden. Mute Met deze functie kan het volume van de ingeschakelde bron op nul worden gezet. Als er een mobiele telefoon op de autoradio is aangesloten, wordt deze functie bij een inkomend gesprek automatisch geactiveerd. Voorkeuzestations Aantal radiostations dat met de hand of automatisch kan worden opgeslagen. PTY (Programmatype) Met deze functie kan een keuze worden gemaakt uit een bepaald programmatype, zoals nieuws en actualiteiten, muziek en sport. Het apparaat stemt automatisch af op programma s van het gekozen type. RDS (Radio Data System) Dit is een informatiesysteem dat gebruik maakt van de 57 khz draaggolf bij normale FM-uitzendingen. Met deze functie kan verschillende informatie worden ontvangen, zoals de naam van het station waarop is afgestemd, de alternatieve ontvangstfrequenties, de automatische afstemming op verkeersinformatie of op bepaalde programma s die met de PTY-functie geselecteerd zijn. 16
18 REG (ontvangst van regionale uitzendingen) Functie voor het afstemmen op lokale (regionale) stations. Repeat (muziekstuk herhalen) Met deze functie wordt het weergegeven muziekstuk van een CD continu herhaald. Functie RM (Radio Monitor) Via deze functie kan naar de radio worden geluisterd tijdens het snel vooruit-/terugspoelen van de cassette. Scan Met deze functie worden alle opgeslagen radiostations ongeveer 10 seconden weergegeven of het begin van alle muziekstukken op een cassette of CD. Scrolling Functie voor ontvangst van diverse programma s binnen hetzelfde netwerk (alleen FM-band). PLL-tuner Digitale afstemming via een Phase Lock Loop (fasegekoppelde kring) voor een optimale afstemming op radiostations. Soft Mute Functie voor het geleidelijk verlagen en vervolgens verhogen van het geluidsniveau bij het in-/uitschakelen van de Mute-functie. Sound Flavour Functie voor het verbeteren van de klankkleur in relatie tot het weergegeven muziektype (klassiek, jazz, rock, enz.). TA (Verkeersinformatie) Functie voor het weergeven van verkeersinformatie via de aangesloten stations, ook als op een ander station is afgestemd of naar een cassette of CD wordt geluisterd. Treble (Hoge tonen) Functie voor het regelen van de hoge tonen. 17
19 WERKING BEDIENINGSKNOPPEN OP HET STUURWIEL (indien aanwezig) Ook op het stuurwiel zijn de bedieningsknoppen van de belangrijkste functies van de autoradio geplaatst, zodat u de autoradio nog eenvoudiger kunt bedienen: (1) Toets voor Mute-functie. (2) Toets verhogen volumeniveau. (3) Toets verlagen volumeniveau. (4) Toets voor golfbandkeuze (FM1, FM2, FMT, MW, LW) en keuze audiobron (Radio - Cassettespeler - CD-wisselaar). (5) Multifunctionele toets: Radio: oproepen voorkeuzestation (van 1 tot 6) Cassettespeler: MSS-functie (volgend muziekstuk zoeken); CD-wisselaar: volgend muziekstuk kiezen. (6) Multifunctionele toets: Radio: oproepen voorkeuzestation (van 6 tot 1); Cassettespeler: MSS-functie (vorig muziekstuk zoeken); CD-wisselaar: vorig muziekstuk kiezen. F E C H 18 F0G0506m
20 Toetsen volumeregeling/inschakeling Mutefunctie De toetsen voor het regelen van het volume (2) en (3) en voor het in-/uitschakelen van de Mute-functie (1) werken op dezelfde wijze als de overeenkomende toetsen op de autoradio. Toets golfbandkeuze en keuze audiobron Door telkens kort toets (4) in te drukken kunt u kiezen uit de beschikbare golfbanden en audiobronnen. De beschikbare golfbanden en audiobronnen zijn: FM1, FM2, FMT, MW, LW, CC (*), CDC (**). (*) Alleen als een cassette is geladen. (**) Alleen als de CD-wisselaar is aangesloten. Multifunctionele toetsen (5) en (6) Met de multifunctionele toetsen (5) en (6) kunt u voorkeuzestations oproepen, het volgende/vorige muziekstuk zoeken als een cassette wordt beluisterd (MSS-functie) of het volgende/vorige muziekstuk selecteren als een CD wordt beluisterd. Druk op toets (5) voor het selecteren van de stations van 1 tot 6 of voor het beluisteren van het volgende muziekstuk op de cassette of CD. Druk op toets (6) voor het selecteren van de stations van 6 tot 1 of voor het beluisteren van het vorige muziekstuk op de cassette of CD. 19
21 20 FUNCTIES EN INSTELLINGEN Functie IGN TIME (in-/uitschakelwijze) (indien aanwezig) Het apparaat schakelt in als u de toets ON (21) ingedrukt houdt. Als de contactsleutel in stand MAR staat, dan is de toets ON altijd verlicht om het inschakelen van de autoradio te vergemakkelijken. Met deze functie kan de uitschakelwijze van de autoradio (2 mogelijkheden) worden ingesteld. De functie kan worden ingeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de gekozen wijze: 00 MIN : uitschakeling afhankelijk van de start-/ contactsleutel; de autoradio wordt automatisch uitgeschakeld zodra u de contactsleutel in stand STOP draait; 20 MIN : uitschakeling onafhankelijk van de start-/ contactsleutel; de autoradio blijft 20 minuten ingeschakeld nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid. BELANGRIJK Als de autoradio automatisch uitschakelt nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid (voor directe uitschakeling of uitschakeling na 20 minuten), dan schakelt hij automatisch weer in als de contactsleutel in stand MAR wordt gedraaid. Als de autoradio daarentegen wordt uitgeschakeld door toets 21 ON in te drukken, en u de contactsleutel in stand MAR draait, dan blijft de autoradio uitgeschakeld. Functies Radio/Cassette/CD-wisselaar selecteren Druk een aantal malen kort op toets 6 (SRC-SC) om achtereenvolgens de volgende functies te selecteren: TUNER (Radio); CASSETTE (Cassette) (alleen als een cassette is geladen); CHANGER (CD-wisselaar) (alleen als de CDwisselaar is aangesloten). Telkens als van audiobron is gewisseld wordt gedurende circa 2,5 seconden de gekozen functie op het display weergegeven: TUNER, CASSETTE of CHANGER. Hierna start de weergave van de geselecteerde audiobron.
22 De niet te selecteren functies (bijv. CASSETTE als geen CASSETTE is ingestoken) worden automatisch overgeslagen. Als geen cassette is geladen en geen CDwisselaar aangesloten en u drukt op toets 6 (SRC-SC), dan verschijnt gedurende 2,5 seconde het opschrift NO CD op het display. Hierna wordt automatisch afgestemd op TUNER (Radio). Pauze-functie Als u naar een cassette of CD luistert en een andere functie selecteert (bijv. de radio), dan wordt de weergave onderbroken. Als de cassette of CD weer wordt gekozen, dan wordt de weergave hervat op het punt waarop de weergave was onderbroken. Als u naar de radio luistert en u selecteert een andere audiobron en daarna weer de radio, dan wordt afgestemd op het laatst gekozen station. Volumeregeling Druk op toets VOL+ (22) om het geluidsniveau te verhogen of op toets VOL (20) om het niveau te verlagen. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt enige seconden het opschrift VOL en het geluidsniveau (van 0 tot 66). Als het volume wordt gewijzigd tijdens de weergave van verkeersinformatie of tijdens een telefoongesprek (als de handsfree-kit is geïnstalleerd), dan wordt deze nieuwe instelling gehandhaafd tot het einde van de verkeersinformatie of het telefoongesprek. Het volume kan ook geregeld worden tijdens het handmatig/automatisch zoeken, het automatisch opslaan (AutoSTore), het kort beluisteren van radiostations of het inschakelen van de CD-wisselaar. BELANGRIJK Als bij uitvoeringen zonder luidsprekers achter het geluidsniveau laag is ook als een hoge waarde is ingesteld, moet gecontroleerd worden of de fader is ingesteld op de waarden F (voor). Als de fader daarentegen is ingesteld op de waarden R (achter), vermindert het uitgangsvermogen van de autoradio en wordt het volume op nul gezet als de fader is ingesteld op de waarde R+9. 21
23 Mute-functie (volume op nul zetten) Druk voor het inschakelen van de Mute-functie kort op toets/z (21). Het volume neemt geleidelijk af (Soft Mute-functie) en op het display verschijnt het opschrift MUTE. Druk voor het uitschakelen van de Mute-functie opnieuw kort op toets/z (21). Het volume wordt geleidelijk verhoogd (Soft Mute-functie) tot op het niveau dat oorspronkelijk voor het inschakelen van de Mute-functie was ingesteld. De Mute-functie wordt ook uitgeschakeld door op VOL+ (22) of VOL- (20) te drukken: in dit geval wordt direct het volume gewijzigd. Bij ingeschakelde Mute-functie: zijn alle overige functies bruikbaar; wordt bij verkeersinformatie (als de TA-functie is ingeschakeld) of bij ontvangst van een alarmbericht, de Mute-functie uitgeschakeld; wordt bij uitvoeringen met Inbouwvoorbereiding Telefoon, tijdens een inkomend telefoongesprek de Mute-functie genegeerd. Na beëindiging van het gesprek, wordt de functie weer ingeschakeld; hoort u een akoestisch signaal als bij ingeschakelde TA-functie het geselecteerde station geen verkeersinformatie uitzendt. Soft Mute-functie Als de Mute-functie wordt in-/uitgeschakeld, neemt het volume geleidelijk af of toe (Soft Mute-functie). De Soft Mute-functie wordt ook ingeschakeld als u een van de zes voorkeuzetoetsen, de toets BN (7) of de toets ON (21) indrukt. Toonregeling (bassen/hoge tonen) Ga als volgt te werk: druk kort een aantal malen op toets 19 (AUD), totdat op het display het opschrift BASS of TREBLE (functie bassen of hoge tonen) verschijnt; druk op toets 8 (N) of 10 (O) voor het versterken/verzwakken van de bassen of hoge tonen. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt gedurende 4 seconden de instelling voor de lage of hoge tonen (van -6 tot +6). Ongeveer 4 seconden na de instelling verschijnt het hoofdscherm weer op het display van de radio. 22
24 Balansregeling Ga als volgt te werk: druk kort een aantal malen op toets 19 (AUD), totdat op het display het opschrift BALANCE (functie balans) verschijnt; druk op toets 8 (N) om het geluid uit de rechter luidsprekers te versterken of op toets 10 (O) om het geluid uit de linker luidsprekers te versterken. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt gedurende enige seconden de balansinstelling tussen R+9 en L+9 (R = rechts, L = links). Ongeveer 4 seconden na de instelling verschijnt het hoofdscherm weer op het display van de radio. Faderregeling Ga als volgt te werk: druk kort een aantal malen op toets 19 (AUD), totdat op het display het opschrift FADER (functie fader) verschijnt; druk op toets 8 (N) om het geluid uit de luidsprekers achter te versterken of op toets 10 (O) om het geluid uit de luidsprekers voor te versterken. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt gedurende enige seconden de balansinstelling tussen R+9 en F+9 (R = achter, F = voor). OPMERKING: De audio-instellingen (Bass, Treble, Fader, Balance) worden in de volgende gevallen automatisch uitgeschakeld (na het uitvoeren van de instellingen worden de waarden opgeslagen): na ongeveer 4 seconden nadat de laatste instelling is uitgevoerd; als opnieuw op toets 19 (AUD) wordt gedrukt; 23
25 als een instelling wordt uitgevoerd of een functie wordt uitgeschakeld waarvoor informatie op het display van de autoradio nodig is; als een nieuwe functie wordt ingeschakeld (bijv. TAfunctie, Tel Mute) of een cassette wordt ingestoken. BELANGRIJK Bij uitvoeringen zonder luidsprekers achter, moet de fader zijn ingesteld op de waarden F (voor), om te voorkomen dat het uitgangsvermogen van de autoradio vermindert en het volume op nul wordt gezet als de fader is ingesteld op de waarde R+9. Loudness-functie Met de Loudness-functie verbetert de geluidsweergave, omdat de bassen en hoge tonen versterkt worden. De functie schakelt uit bij een maximaal geluidsvolume. Houd voor het in-/uitschakelen van deze functie toets AUD (19) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort. De werking van de functie (in- of uitgeschakeld) wordt enige seconden op het display aangegeven door het opschrift LD ON of LD OFF. INBOUWVOORBEREIDING TELEFOON (indien aanwezig) Als op de auto een handsfree carkit is geïnstalleerd en u gebeld wordt, wordt het audiosysteem verbonden met de telefoon en de weergave van het radiostation of de CD onderbroken. Het volume van de telefoon is vast ingesteld, maar het is mogelijk het volume tijdens het gesprek te regelen met toets 22 (VOL+) voor het verhogen van het volume of toets 20 (VOL ) voor het verlagen van het volume. Het vast ingestelde volume kan worden ingesteld met de functie PHONE van het menu (zie de paragraaf MENU ) Alleen de volgende toetsen van de autoradio zijn actief tijdens een telefoongesprek: 20, 21 en 22 (ON, VOL+, VOL-: voor in-/ uitschakelen van de autoradio en regeling van het volume; 1 (AF-TA): verkeersinformatie. Tijdens het uitschakelen van het volume voor een telefoongesprek verschijnt op het display het opschrift PHONE. Tijdens een telefoongesprek zijn alle functies, met uitzondering van de functies AutoSTore en Search (werking selecteren), uitgeschakeld. De weergave van het telefoongesprek wordt onderbroken als er verkeersinformatie of een PTY31- bericht wordt uitgezonden; als u het bericht wilt onderbreken, moet u op toets 15 (AF-TA) drukken. Bij ingeschakelde autoradio en uitgezette motor (contactsleutel in stand STOP) wordt bij een inkomend telefoongesprek de autoradio niet uitgeschakeld. Na beëindiging van het gesprek schakelt de autoradio automatisch uit. 24
26 RADIO (Tuner) Als u de autoradio inschakelt, dan wordt de audiobron ingeschakeld die voor het uitschakelen beluisterd werd (radio, cassettespeler of CD-wisselaar). Om de radio te selecteren tijdens het beluisteren van een cassette of CD, moet u kort een aantal malen op toets 6 (SRC-SC) drukken, totdat de radio wordt weergegeven. Als de radio is ingeschakeld, verschijnen op het display de naam (alleen RDS-stations) of de frequentie van het geselecteerde station, de geselecteerde golfband (bijv. FM1) en het nummer van de voorkeuzetoets (bijv. P1 = station opgeslagen onder toets 1). Golfband selecteren Druk bij ingeschakelde radio kort een aantal malen op toets 7 (BN-AS) om de gewenste golfband te selecteren. Telkens als u op de toets drukt, wordt de volgende golfband geselecteerd in de volgorde FM1, FM2, FMT, MW en LW. De geselecteerde golfband wordt op het display weergegeven. Er wordt afgestemd op het laatst geselecteerde station op de betreffende golfband, ook als het station niet onder een voorkeuzetoets was opgeslagen. Als het geselecteerde station is opgeslagen onder een van de voorkeuzetoetsen, verschijnt op het display enkele seconden het nummer van de voorkeuzetoets; daarna wordt de frequentie van het radiostation weer op het display weergegeven. De FM-band is onderverdeeld in: FM1, FM2 en FMT; de FMT-golfband is gereserveerd voor de stations die met de AutoSTore-functie automatisch worden opgeslagen. De radio is altijd ingesteld op de ontvangst van RDSstations (Radio Data System). 25
27 26 Voorkeuzetoetsen De toetsen met de symbolen van 1 tot 6 ( 18, 17, 16, 15, 14, 13 ) maken de volgende voorkeuzeinstellingen mogelijk: 18 stations op de FM-golfband (6 in FM1, 6 in FM2, 6 in FMT); 6 stations op de MW-golfband; 6 stations op de LW-golfband; 6 PTY programmatypes (alleen op FM-band als de PTY-functie is ingeschakeld). Kies voor het oproepen van een voorkeuzestation de gewenste golfband en druk vervolgens kort op de betreffende voorkeuzetoets (tussen 1 en 6). Op het display verschijnt gedurende enige seconden het nummer van het voorkeuzestation en de bijbehorende frequentie, waarna de golfband en de naam van het RDS-station worden weergegeven. Als van een voorkeuzestation geen PI-code (Program Index) wordt ontvangen, wordt deze code gezocht op een andere frequentie zodra de auto in een ander zendgebied komt. Op het display verschijnt het opschrift SEARCH. Als de PI-code niet op de golfband gevonden kan worden, wordt afgestemd op de opgeslagen frequentie. Als langer dan 2 seconden de betreffende voorkeuzetoets wordt ingedrukt, wordt het geselecteerde station opgeslagen (de frequentie en de PI-code worden altijd opgeslagen). Als het station is opgeslagen, klinkt er een akoestisch signaal. Laatst beluisterde station opslaan De radio onthoudt automatisch naar welk station op de diverse golfbanden is geluisterd. Op dit station wordt afgestemd als de radio wordt ingeschakeld of wanneer van golfband wordt gewisseld. Automatische afstemming Druk kort op toets 8 (N) of 10 (O) om automatisch in de gekozen richting te zoeken naar het eerstvolgende station. Als de toets 8 (N) of 10 (O) langer wordt ingedrukt, dan start het snel zoeken: zodra op het eerstvolgende station is afgestemd, stopt het zoeken gedurende 1 seconde (in de mute-stand) voordat naar het volgende station wordt gezocht. Als de toets wordt losgelaten, wordt er afgestemd op het eerstvolgende te ontvangen station.
28 Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, wordt alleen naar stations gezocht die verkeersinformatie uitzenden. Als de PTY-functie is ingeschakeld, wordt alleen naar PTY-stations gezocht. Tijdens het zoeken verschijnt op het display afwisselend het programmatype en het opschrift SEARCH. Als de frequentie van het station waarop is afgestemd, overeenkomt met een station dat al is opgeslagen onder een voorkeuzetoets, verschijnt enige seconden het nummer van de voorkeuzetoets op het display. Handmatige afstemming U kunt handmatig de stations op de geselecteerde golfband zoeken. Ga als volgt te werk: selecteer de golfband met toets 7 (BN-AS): FM1, FM2, FMT, MW of LW; druk op toets 9 ( ) of 12 ( ) om in de gekozen richting te zoeken. Als toets 9 ( ) of 12 ( ) langer wordt ingedrukt, wordt er snel naar stations gezocht. Als de toets wordt losgelaten, stopt het zoeken. Voor het starten van het handmatig afstemmen moeten de functies PTY en AF (alternatieve frequentie), indien ingeschakeld, worden uitgeschakeld. Als de frequentie van het station waarop is afgestemd, overeenkomt met een station dat al is opgeslagen onder een voorkeuzetoets, verschijnt enige seconden het nummer van de voorkeuzetoets op het display. Scan-functie (stations kort beluisteren) Houd toets 6 (SRC-SC) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort; de stations op de geselecteerde golfband (FM, MW, LW) worden kort weergegeven. Elk gevonden station wordt enkele seconden weergegeven en de naam en de frequentie knipperen op het display. Tijdens het zoeken verschijnt op het display enkele seconden het opschrift FM SCAN, AM SCAN of PTY SCAN. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, dan wordt alleen naar stations gezocht die verkeersinformatie uitzenden. Als de PTY-functie is ingeschakeld, wordt alleen naar PTY-stations gezocht. 27
29 Als de Scan-functie wordt ingeschakeld, worden alle andere functies uitgeschakeld. Als de Scan-functie is ingeschakeld, knipperen de naam van het station en de bijbehorende frequentie op het display. Als u bij ingeschakelde Scan-functie een geselecteerd station wilt blijven beluisteren, moet opnieuw op de toets SRC (6) worden gedrukt. De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 6 (SRC-SC) wordt gedrukt; als op toets 8 (N) of 10 (O) of 9 ( ) of 12 ( ) wordt gedrukt (handmatig of automatisch afstemmen starten); als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt; als de AutoSTore-functie (automatisch opslaan) wordt ingeschakeld; als de functie PTY wordt in-/uitgeschakeld; als van golfband wordt gewisseld; als op toets 11 (MENU-PS) of 19 (AUD) wordt gedrukt; als bij ingeschakelde TA-functie een station wordt gevonden dat verkeersinformatie uitzendt; als een cassette wordt ingestoken. Na het kort weergegeven van de stations op de golfband, wordt het afstemmen uitgeschakeld, ook als geen enkel station wordt geselecteerd. 28
30 Voorkeuzestations kort beluisteren Houd toets 11 (MENU-PS) ingedrukt om de voorkeuzestations op de geselecteerde golfband kort te beluisteren: FM: FM1 1, FM1 2,... FM1 6, FM2 1, FM2 2,... FM2 6, FMT 1, FMT 2,... FMT 6; MW: MW 1, MW 2,... MW 6; LW: LW 1, LW 2,... LW 6. Alle voorkeuzestations worden enkele seconden weergegeven en, als het signaal sterk genoeg is, knipperen de naam en de frequentie op het display. Tijdens de overgang van het ene naar het andere voorkeuzestation verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift SCAN In de eerste 2 seconden waarin het nieuwe voorkeuzestation wordt beluisterd, wordt op het display de geselecteerde golfband getoond en het nummer van de voorkeuzetoets. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, dan wordt alleen naar stations gezocht die verkeersinformatie uitzenden. Als de Scan-functie van de voorkeuzestations wordt ingeschakeld, worden alle andere functies uitgeschakeld. De Scan-functie van de voorkeuzestations wordt in de volgende gevallen onderbroken: als op de toets BN (7) wordt gedrukt; als opnieuw op toets 11 (MENU-PS) wordt gedrukt; als op toets 8 (N) of 10 (O) of 9 ( ) of 12 ( ) wordt gedrukt (handmatig of automatisch afstemmen starten); als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt; als de AutoSTore-functie (automatisch opslaan) wordt ingeschakeld; als de PTY-functie wordt in-/uitgeschakeld; als van audiobron wordt gewisseld (Cassettespeler, CD-wisselaar); als de FM-band of de geselecteerde golfband wordt gewijzigd; als op toets 19 (AUD) wordt gedrukt; als bij ingeschakelde TA-functie een station wordt gevonden dat verkeersinformatie uitzendt; als een cassette wordt ingestoken. Als geen enkel voorkeuzestation wordt geselecteerd, wordt het daarvoor geselecteerde station weergegeven. 29
31 Handmatig opslaan van een station Het station waarnaar u luistert, kan worden opgeslagen op de geselecteerde golfband onder de van 1 tot 6 genummerde toetsen ( 18, 17, 16, 15, 14, 13 ). Houd één van deze cijfertoetsen ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort. Als het station is opgeslagen toont het display het nummer van de toets waaronder het station is opgeslagen. Functie AutoSTore (automatische stationopslag) Voor het inschakelen van de functie AutoSTore (automatische opslag) moet u toets 7 (BN-AS) indrukken, totdat u een akoestisch signaal hoort. Met deze functie worden automatisch de 6 stations met het sterkste signaal op de FMT-golfband opgeslagen (in volgorde van afnemende sterkte). BELANGRIJK Als de Autostore-functie wordt ingeschakeld, worden de eerder opgeslagen stations op de FMT-golfband gewist. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, worden alleen de stations opgeslagen die verkeersinformatie uitzenden. Deze functie kan ook worden ingeschakeld als u naar een cassette of de CDwisselaar (indien aangesloten) luistert. Tijdens de automatische stationopslag knippert op het display het opschrift A-STORE. Om de AutoSTore-functie te onderbreken moet opnieuw op toets 7 (BN-AS) worden gedrukt: er wordt afgestemd op het station waarnaar u luisterde, voordat de functie werd ingeschakeld. Als de AutoSTore-functie is beëindigd, wordt automatisch afgestemd op het eerste voorkeuzestation op de FMT-golfband, dat is opgeslagen onder voorkeuzetoets 1 (18). Onder de van 1 tot 6 genummerde toetsen ( 18, 17, 16, 15, 14, 13 ) worden nu automatisch de stations opgeslagen die op dat moment op de geselecteerde golfband het sterkste signaal uitzenden. 30
32 De autoradio werkt tijdens ingeschakelde Autostorefunctie als volgt: als de AutoSTore-functie wordt ingeschakeld, worden alle andere functies uitgeschakeld; als u op een van de functietoetsen van de radio, bijv. 2 (PTY), 8 (N), 9 ( ), 10 (O), 12 ( ), (13), (14), (15), (16), (17), (18) drukt, dan wordt de automatische stationopslag onderbroken, wordt afgestemd op het station waarnaar u luisterde voordat de Autostore-functie werd ingeschakeld en wordt de functie van de ingedrukte toets uitgevoerd; als u op toets 1 (AF-TA) drukt tijdens de automatische stationopslag, wordt deze laatste onderbroken, de TA-functie (verkeersinformatie) in-/ uitgeschakeld en wordt een nieuwe, automatische stationopslagprocedure gestart; als van audiobron (Radio, Cassettespeler, CDwisselaar) wordt gewisseld tijdens de automatische stationopslag, wordt de Autostore-functie niet onderbroken; als is afgestemd op de MW- of LW-golfband en de AutoSTore-functie wordt ingeschakeld, dan wordt automatisch de FMT-golfband geselecteerd, waarop de functie wordt uitgevoerd. BELANGRIJK Soms slaagt de functie Autostore er niet in 6 stations met een voldoende sterk signaal te vinden. In dat geval worden de vrije voorkeuzetoetsen ongeveer 2 seconden op het display weergegeven door 4 streepjes en wordt op het laatst beluisterde station afgestemd. Opgeslagen stations beluisteren Ga als volgt te werk: selecteer de gewenste golfband (FM, MW, LW); druk kort op één van de zes voorkeuzetoetsen. Op het display verschijnt een nummer dat overeenkomt met het nummer van de toets. Op de FM1-, FM2- en FMT-golfband wordt, als de ontvangst niet goed is en de AF-functie (zoeken naar alternatieve frequentie) is ingeschakeld, automatisch gezocht naar een station met het sterkste signaal dat hetzelfde programma uitzendt. AF-functie (zoeken naar alternatieve frequentie) Met het RDS-systeem kan de autoradio op twee verschillende manieren werken: AF ON : zoeken naar alternatieve frequentie ingeschakeld (op het display verschijnt het opschrift AF ); AF OFF : zoeken naar alternatieve frequentie uitgeschakeld. 31
33 Als het signaal van het RDS-station zwakker wordt, zijn er twee mogelijkheden: bij AF ON en ingeschakeld RDS-systeem wordt, bij stations die deze functie ondersteunen, automatisch afgestemd op de optimale frequentie van de geselecteerde golfband; er wordt dus automatisch afgestemd op het station met het sterkste signaal, dat hetzelfde programma uitzendt. Tijdens het rijden kunt u zo blijven luisteren naar het geselecteerde station, zonder dat u op een andere frequentie hoeft af te stemmen als u in een ander gebied komt. Uiteraard moet het station ontvangen kunnen worden in het betreffende gebied. Bij AF OFF wordt niet automatisch op het station afgestemd met het sterkste signaal en moet handmatig gezocht worden naar het sterkste station met behulp van de afstemtoetsen. Houd voor het in-/uitschakelen van de AF-functie toets 1 (AF-TA) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort. De RDS-naam (indien beschikbaar) blijft op het display weergegeven en, als de AF-functie is ingeschakeld, verschijnt het opschrift AF. Als de radio is afgestemd op de AM-golfband en toets 1 (AF-TA) wordt ingedrukt, dan wordt overgeschakeld naar de FM1-golfband en afgestemd op het laatst beluisterde station. TA-functie (verkeersinformatie) Enkele stations op de FM-golfband (FM1, FM2 en FMT) zenden ook verkeersinformatie uit. In dat geval verschijnt op het display het opschrift TP. Druk voor het in-/uitschakelen van de TA-functie (verkeersinformatie) kort op toets 1 (AF-TA). De weergave en bijbehorende opschriften op het display zijn: TA en TP: als is afgestemd op een station dat verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is ingeschakeld; TP: als is afgestemd op een station dat verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is uitgeschakeld TA(*): als is afgestemd op een station dat geen verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is ingeschakeld TA en TP niet aanwezig op het display: als is afgestemd op een station dat geen verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is uitgeschakeld. (*) Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld maar het geselecteerde station zendt geen verkeersinformatie uit, hoort u iedere 30 seconden een akoestisch signaal. 32
34 Met de TA-functie (verkeersinformatie) is het mogelijk: 1) RDS-stations te zoeken die verkeersinformatie uitzenden op de FM-golfband; 2) verkeersinformatie te ontvangen ook als de cassettespeler of CD-wisselaar is ingeschakeld; 3) verkeersinformatie te ontvangen op een vooraf ingesteld laag geluidsniveau, ook als het volume van de autoradio op nul staat. Hierna staan de benodigde instellingen voor de drie hierboven beschreven omstandigheden. 1) Voor ontvangst van stations die verkeersinformatie kunnen uitzenden: selecteer de FM1-, FM2- of FMT-golfband; druk kort op toets 1 (AF-TA) zodat op het display het opschrift TA verschijnt; druk op de afstemtoets (9) of (12). Voor het opslaan van de stations met ingeschakelde TA-functie, moeten de handelingen voor het opslaan worden uitgevoerd (zie paragraaf Handmatig opslaan van een station ). 2) Als u verkeersinformatie wilt ontvangen tijdens het beluisteren van een cassette of een CD, moet, voordat de cassette wordt ingestoken of de CD-wisselaar wordt ingeschakeld, eerst op een station worden afgestemd dat geschikt is voor het uitzenden van verkeersinformatie (TP) en de TA-functie worden ingeschakeld. Op deze wijze wordt het beluisteren van een cassette onderbroken als er verkeersinformatie wordt uitgezonden, waarbij de weergave van de cassette stopt en na het einde van het bericht automatisch weer start. Als de verkeersinformatie wordt ontvangen, verschijnt op het display kort het opschrift INFO TRA, terwijl op het display het laatste opschrift (frequentie enz.) blijft weergegeven. Als de cassettespeler al werkt en u wilt tegelijkertijd verkeersinformatie ontvangen, moet kort op toets 1 (AF-TA) worden gedrukt; er wordt afgestemd op het laatst beluisterde station op de FM-band, de TAfunctie wordt ingeschakeld en er wordt verkeersinformatie uitgezonden. Als het geselecteerde station geen verkeersinformatie uitzendt, wordt automatisch naar een station gezocht dat wel verkeersinformatie uitzendt. Als u de verkeersinformatie wilt onderbreken, druk dan kort op toets 1 (AF-TA) tijdens het uitzenden van de informatie. 33
35 34 3) Verkeersinformatie ontvangen als niet naar de radio wordt geluisterd: schakel de TA-functie in door kort op toets 1 (AF- TA) te drukken, zodat op het display het opschrift TA verschijnt; stem af op een station dat verkeersinformatie kan uitzenden, zodat op het display het opschrift TP verschijnt; breng het volumeniveau naar nul door toets 20 (VOL ) ingedrukt te houden. Op deze wijze wordt er verkeersinformatie via dit station weergegeven op een vooraf ingesteld minimum volume. BELANGRIJK In enkele landen bestaan radiostations die bij ingeschakelde TP-functie (op het display verschijnt het opschrift TP ) geen verkeersinformatie uitzenden. Als is afgestemd op de AM-golfband, dan wordt als toets 1 (AF-TA) wordt ingedrukt, afgestemd op het laatst beluisterde station op de FM1-golfband. Als het geselecteerde station geen verkeersinformatie uitzendt (opschrift TP niet aanwezig op het display), wordt automatisch naar een station gezocht dat wel verkeersinformatie uitzendt. Het geluidsniveau van de verkeersinformatie is afhankelijk van het ingestelde volume: ingestelde volume lager dan de waarde 20: geluidsniveau van de verkeersinformatie gelijk aan 20 (vaste waarde); ingestelde volume lager dan de waarde 30: geluidsniveau van de verkeersinformatie gelijk aan het normale volume +1. Als het volume tijdens een verkeersbericht wordt gewijzigd, wordt de waarde niet op het display weergegeven en wordt de nieuwe waarde alleen aangehouden voor het verkeersbericht dat wordt uitgezonden. Als u het ontvangstgebied verlaat van het station waarnaar u luistert, kan, afhankelijk van de ingeschakelde audiobron, het volgende gebeuren: bij ingeschakelde Radio: iedere 30 seconden klinkt er een akoestisch signaal; bij ingeschakelde Cassettespeler, CD-wisselaar (indien aangesloten), Telefoon of Mute: er wordt gezocht naar een station dat verkeersinformatie kan uitzenden. Tijdens de verkeersinformatie kunnen de audiofuncties worden ingeschakeld met toets 19 (AUD-LD).
36 BELANGRIJK Als de TA-functie is ingeschakeld en het station waarop is afgestemd geen verkeersinformatie uitzendt of niet meer in staat is verkeersinformatie uit te zenden (op het display verschijnt niet het opschrift TP ), dan gebeurt na ongeveer 1 minuut het volgende: als u naar een cassette luistert, dan wordt automatisch naar een ander station gezocht dat verkeersinformatie kan uitzenden; als u naar de radio luistert, hoort u een akoestisch signaal; dit signaal geeft aan dat het niet mogelijk is verkeersinformatie te ontvangen; om dit signaal te onderbreken moet op een station worden afgestemd dat wel verkeersinformatie uitzendt, of de TA-functie moet worden uitgeschakeld. De TA-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als bij ingeschakelde radio op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt tijdens het uitzenden van verkeersinformatie; als op toets 6 (SRC-SC) wordt gedrukt tijdens het uitzenden van verkeersinformatie; als het automatisch/handmatig zoeken naar stations wordt gestart of als via AutoSTore naar stations wordt gezocht; als de Mute-functie wordt ingeschakeld. Ontvangst van alarmberichten De autoradio is bij ingeschakeld RDS voorbereid op de ontvangst van alarmberichten in geval van uitzonderlijke omstandigheden of gebeurtenissen die gevaar kunnen opleveren (aardbevingen, overstromingen, enz.). Deze berichten worden uitgezonden op het station waarop is afgestemd. Deze functie wordt automatisch ingeschakeld en kan niet worden uitgeschakeld. PTY-functie (Program Type) (programmatype selecteren) De functie PTY (Program Type) maakt het mogelijk (indien door het station ondersteund) om naar stations met een bepaald type programma te luisteren. De PTY-programma s kunnen alarmberichten of andere programma s (bijv. muziekprogramma s, nieuws en actualiteiten) zijn. Druk voor het inschakelen van de PTY-functie kort op toets 2 (PTY) totdat op het display het opschrift PTY verschijnt en het programmatype van het laatst beluisterde station (bijv. NEWS ). Na ongeveer 2 seconden wordt de naam van het station of de frequentie weergegeven. BELANGRIJK Voor het inschakelen van de PTY-functie moet zijn afgestemd op de FM-golfband. 35
37 Als het station geen PTY-programma uitzendt, verschijnt op het display enkele seconden het opschrift NO-PTY. De lijst bevat de volgende PTY-programma s: NEWS Nieuwsuitzendingen AFFAIRS Actualiteitenprogramma s INFO Informatieprogramma s SPORT Sportuitzendingen EDUCATE Educatieve programma s DRAMA Hoorspelen en lezingen CULTURE Cultuurprogramma s SCIENCE Wetenschappelijke programma s VARIED Diverse andere programma s POP M Popmuziek ROCK M Rockmuziek EASY M Easy listening LIGHT M Licht-klassieke muziek CLASSICS Klassieke muziek OTHER M Andere muziekprogramma s WEATHER Weerberichten FINANCE Economisch nieuws CHILDREN Kinderprogramma s SOCIAL Sociale informatie RELIGION Religieuze/filosofische programma s PHONE IN Inbel-programma s (anders dan de functie Phone In die alleen kan worden ingeschakeld als er een handsfree mobiele telefoon is aangesloten) TRAVEL Toeristische informatie LEISURE Vrije tijd en hobby s JAZZ Jazzmuziek COUNTRY Countrymuziek NATION M Nationale programma s OLDIES Golden Oldies FOLK M Folkmuziek DOCUMENT Radiodocumentaires 36
38 Ga voor het wijzigen van het PTY-programmatype als volgt te werk: druk op één van de zes voorkeuzetoetsen; of druk op toets 9 ( ) of 12 ( ). Als op het display in plaats van het programmatype de frequentie of de naam van het station verschijnt, druk dan op toets 9 ( ) of 12 ( ); het op dat moment geselecteerde programma wordt weergegeven. Om het huidige programmatype onder één van de 6 voorkeuzetoetsen op te slaan, moet u de voorkeuzetoets even ingedrukt houden. Als het programmatype is opgeslagen, hoort u een akoestisch signaal. Zie de paragrafen Automatische afstemming en Scan-functie (stations kort beluisteren) om naar een station met het gewenste programmatype te zoeken. Als geen enkel station het geselecteerde programmatype uitzendt, hoort u een akoestisch signaal, wordt afgestemd op het laatst geselecteerde station en verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift NO-PTY. Druk voor het uitschakelen van de PTY-functie opnieuw kort op toets 2 (PTY): op het display verschijnt de indicatie (frequentie enz...) die actief was voor de PTY-functie. PTY-programmatype van het station controleren Om het PTY-programmatype van het beluisterde station te herkennen, moet toets 2 (PTY) ingedrukt worden gehouden, totdat u een akoestisch signaal hoort. Na het akoestische signaal verschijnt op het display het programmatype (zie de vorige paragraaf) dat door het station waarop is afgestemd, wordt aangeboden. Als het station geen enkele PTY-code uitzendt, verschijnt op het display het opschrift NO- PTY. Na enkele seconden wordt op het display opnieuw de RDS-naam of de frequentie van het station weergegeven. EON-functie (Enhanced Other Network) In enkele landen zijn netwerken geformeerd van meerdere stations die verkeersinformatie uitzenden. Als dit het geval is, wordt het programma van het station waarnaar u luistert tijdelijk onderbroken voor verkeersinformatie (alleen bij ingeschakelde TAfunctie), op het moment dat een van de stations van hetzelfde netwerk verkeersinformatie uitzendt. 37
39 Doorlopen van de programma s Het is mogelijk diverse programma s te ontvangen binnen hetzelfde netwerk en deze te doorlopen (alleen op de FM-golfband). Houd voor het inschakelen van deze functie toets 1 (AF-TA) voor het inschakelen van de AF-functie, ingedrukt. Vervolgens kunt u de golfband doorlopen met toets 9 ( ) of 12 ( ). BELANGRIJK Het programma moet ten minste een keer eerder ontvangen zijn. Uitzendingen in stereo Als het ontvangstsignaal te zwak is, wordt de weergave automatisch veranderd van stereo in mono. MENU Functies van toets 11 (MENU-PS) Druk voor het inschakelen van de Menu-functie kort op toets 11 (MENU-PS). Op het display verschijnt het opschrift MENU. Na ongeveer 2 seconden verschijnt op het display het opschrift MEN REG-ON. De menu-functies kunnen worden doorlopen met toets 8 (N) of 10 (O). De geselecteerde functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de geselecteerde functie. De menufuncties zijn: REG (regionale programma s); CDC DISP (instelling display van CD-wisselaar, indien aanwezig); SENS DX/LO (ontvangstgevoeligheid); RM (Radio-Monitor); PHONE (volume van de telefoon, indien geïnstalleerd); HICUT (beperking van de hoge tonen); IGN TIME (uitschakelwijze). Druk om het Menu te verlaten opnieuw op toets 11 (MENU-PS). 38
40 Functie REG (ontvangst van regionale uitzendingen) Enkele nationale stations zenden, op bepaalde uren van de dag regionale programma s uit die per gebied verschillen. Met deze functie wordt alleen op lokale (regionale) stations afgestemd. Als u naar een regionaal programma luistert en u wilt naar dit station blijven luisteren, moet deze functie worden ingeschakeld. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: REG ON : functie ingeschakeld; REG OFF : functie uitgeschakeld. Als de functie is uitgeschakeld en u hebt afgestemd op een regionaal station dat in een bepaald gebied uitzendt, dan zult u als u in een ander gebied komt, het regionale station van dat nieuwe gebied ontvangen. BELANGRIJK Als de functie is uitgeschakeld ( REG- OFF ) en de AF-functie is ingeschakeld (alternatieve frequentie), wordt automatisch afgestemd op de optimale frequentie van het geselecteerde station. Functie CD-wisselaar (weergave van de gegevens van de CD-wisselaar) (indien geïnstalleerd) Deze functie kan alleen worden gekozen als een CDwisselaar is aangesloten. In dat geval verschijnt op het display het opschrift CDC DISP. De functie kan worden gewijzigd met toets 9 ( ) of 12 ( ). Er zijn twee instellingen mogelijk: TIME (verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk); CD NR (nummer van de CD). Functie SENS DX/LO (regeling ontvangstgevoeligheid) Met deze functie kan de ontvangstgevoeligheid bij het automatisch afstemmen automatisch worden gewijzigd. Als de lage ontvangstgevoeligheid is ingesteld SENSITIVITY LO, wordt alleen gezocht naar stations met een optimale ontvangst; als de hoge ontvangstgevoeligheid is ingesteld SENSITIVITY DX, wordt daarentegen naar alle stations gezocht. Als u zich echter in een gebied bevindt waarin vele stations uitzenden en u alleen die stations wilt selecteren met het sterkste signaal, moet de lage ontvangstgevoeligheid SENS LO worden ingesteld. 39
41 De ontvangstgevoeligheid kan worden ingesteld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: SENS LO : lage ontvangstgevoeligheid; SENS DX : hoge ontvangstgevoeligheid. Functie RM (Radio Monitor) Met deze functie kan naar de radio worden geluisterd tijdens het vooruit-/terugspoelen van de cassette. Normaal wordt de radio niet weergegeven tijdens het vooruit-/terugspoelen van een cassette. Schakel de RM-functie in als u tijdens het spoelen naar de radio wilt luisteren. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: RM ON : functie ingeschakeld; RM OFF : functie uitgeschakeld. Functie PHONE (volumeregeling van de telefoon) Met deze functie kan het volume van de telefoon worden geregeld (instellingen van 1 tot 66) of uitgeschakeld (instelling OFF). Het volume kan worden geregeld of uitgeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: PHONE : functie ingeschakeld; PHONE 23 : functie ingeschakeld en volume ingesteld op 23; OFF : functie uitgeschakeld. Functie HICUT (beperking van de hoge tonen) Deze functie beperkt de weergave van hoge tonen in relatie tot het ontvangen signaal. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: HICUT ON : functie ingeschakeld; NO HICUT : functie uitgeschakeld. 40
42 Functie IGN TIME (uitschakelwijze) (indien aanwezig) Met deze functie kan de uitschakelwijze van de autoradio (2 mogelijkheden) worden ingesteld. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 9 ( ) of 12 ( ). Op het display verschijnt de gekozen wijze: 00 MIN : uitschakeling afhankelijk van de start-/ contactsleutel; de autoradio wordt automatisch uitgeschakeld zodra u de contactsleutel in stand STOP draait; 20 MIN : uitschakeling onafhankelijk van de start-/ contactsleutel; de autoradio blijft maximaal 20 minuten ingeschakeld nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid. BELANGRIJK: Als de autoradio automatisch uitschakelt nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid (voor directe uitschakeling of uitschakeling na 20 minuten), dan schakelt hij automatisch weer in als de contactsleutel in stand MAR wordt gedraaid. Als de autoradio daarentegen wordt uitgeschakeld door toets 21 (ON/OFF) in te drukken, en u de contactsleutel in stand MAR draait, dan blijft de autoradio uitgeschakeld. (TAPE) Cassettespeler inschakelen Voor het inschakelen van de cassettespeler moet, ook als de autoradio is uitgeschakeld, een cassette in de opening (4) worden gestoken met de bandopening naar rechts gekeerd. Als er al een cassette in de opening zit, druk dan op toets 6 (SRC-SC) om de cassettespeler te selecteren. De weergave start automatisch. Cassette weergeven Na het inschakelen van de cassettespeler, start de weergave van de cassette automatisch en verschijnt op het display het opschrift SIDE A (kant A) of SIDE B (kant B), afhankelijk van de zijde van de cassette die wordt weergegeven. Als u de cassette plaatst, start de weergave vanaf kant A. Als al een cassette is geladen, verschijnt op het display het opschrift CC-IN. Dit opschrift blijft op het display staan, ook als u een andere functie selecteert (Radio of CD wisselaar). Het opschrift verdwijnt na het uitwerpen van de cassette. 41
43 Draairichting omkeren Als het einde van de cassette is bereikt, wordt automatisch de andere kant van de cassette weergegeven (functie Autoreverse). Op het display wordt de kant getoond die wordt weergegeven. Als u de draairichting van de cassette voor het einde wilt omkeren, moet u op toets 3 ( ) drukken (Reverse-functie); de aanduiding op het display verandert. MSS-functie (vorig/volgend muziekstuk zoeken) Druk kort op toets 8 (N) om het volgende muziekstuk op de cassette te beluisteren of op toets 10 (O) om het vorige muziekstuk te beluisteren. Tijdens het vooruitspoelen verschijnt op het display het opschrift MSS FF gevolgd door het aantal muziekstukken dat wordt overgeslagen. Als u toets 8 (N) of 10 (O) ingedrukt houdt, wordt steeds het volgende/vorige muziekstuk geselecteerd. Houd deze toetsen ingedrukt om het gewenste aantal muziekstukken vooruit/achteruit te gaan. Tijdens het terugspoelen verschijnt op het display het opschrift MSS FR gevolgd door het aantal muziekstukken dat wordt overgeslagen. De MSS-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als van audiobron wordt gewisseld; als de cassette wordt uitgeworpen; als de draairichting van de cassette wordt omgekeerd; als een functie wordt in-/uitgeschakeld waarvoor nieuwe informatie op het display nodig is; als de autoradio wordt uitgeschakeld; als de functies TA (verkeersinformatie) en Tel-mute worden ingeschakeld en als een alarmbericht wordt ontvangen (PTY31). Na het bericht wordt de weergave weer hervat; als op toets 9 ( ) of 12 ( ) wordt gedrukt. 42
44 Snel vooruit-/terugspoelen Druk voor het snel vooruitspoelen op toets 9 ( ) of 12 ( ) afhankelijk van de draairichting van de cassette. Op het display verschijnt een aanduiding van de geselecteerde richting: FORWARD (vooruit); REWIND (terug). Om het snel vooruit-/terugspoelen te onderbreken, moet nogmaals op toets 9 ( ) of 12 ( ) worden gedrukt. Het snel vooruit-/terugspoelen wordt in de volgende gevallen onderbroken: als van audiobron wordt gewisseld; als de cassette wordt uitgeworpen; als de draairichting van de cassette wordt omgekeerd; als een functie wordt in-/uitgeschakeld waarvoor nieuwe informatie op het display nodig is; als de autoradio wordt uitgeschakeld; als de functies TA (verkeersinformatie) en Tel-mute worden ingeschakeld en als een alarmbericht wordt ontvangen (PTY31). Na het bericht wordt de weergave weer hervat; als op toets 8 (N) of 10 (O) wordt gedrukt. Pauze-functie Druk om de cassettespeler in de pauze-stand te zetten op toets 16 (3-II). Op het display verschijnt het opschrift PAUSE. Druk om de weergave te hervatten opnieuw op toets 16 (3-II). De pauze-functie wordt automatisch uitgeschakeld als van audiobron wordt gewisseld. Scan-functie (muziekstukken kort beluisteren) Met deze functie kan het begin van alle muziekstukken op de cassette kort beluisterd worden. Houd toets 6 (SRC-SC) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort, om de eerste 10 seconden van ieder muziekstuk op de cassette weer te geven. Tijdens de weergave van het muziekstuk en het zoeken naar het begin van het volgende muziekstuk, verschijnt op het display het opschrift SCAN. Druk opnieuw op toets 6 (SRC-SC) om tijdens het beluisteren van een muziekstuk de functie te onderbreken: het opschrift SCAN verdwijnt van het display en de cassette wordt vanaf dat muziekstuk weergegeven. 43
45 Weergavevolgorde van de muziekstukken: vanaf het weergegeven muziekstuk tot aan het einde van de muziekstukken op dezelfde zijde van de cassette; als de draairichting wordt omgekeerd, worden alle muziekstukken van die zijde kort weergegeven; als de draairichting wordt omgekeerd, worden alle muziekstukken van die zijde kort weergegeven; Als alle muziekstukken aan beide zijden van de cassette kort zijn weergegeven, wordt de functie uitgeschakeld. De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 6 (SRC-SC) wordt gedrukt om de weergave van het huidige muziekstuk te hervatten; als de pauze-functie wordt ingeschakeld; als op een toets wordt gedrukt voor het zoeken in de 4 richtingen; na indrukken van toets 3 ( ) (Reverse); als op toets 19 (AUD-LD) wordt gedrukt; als de TA-functie is ingeschakeld en het geselecteerde station verkeersinformatie uitzendt; als op toets 11 (MENU-PS) wordt gedrukt. DOLBY B Druk op toets 17 (2-M) voor het in-/uitschakelen van de functie Dolby B (systeem voor ruisonderdrukking dat wordt gefabriceerd onder licentie van de Dolby Laboratories Licensing Corporation. Dolby en het symbool M zijn door de Dolby Laboratories Licensing Corporation gedeponeerde handelsmerken. Als de functie is ingeschakeld, verschijnt op het display het symbool M. Cassette uitwerpen Druk bij ingeschakelde autoradio op toets 5 ( ) voor het uitwerpen van de cassette. Na het uitwerpen van de cassette, wordt de audiobron ingeschakeld die beluisterd werd voordat de cassette werd weergegeven. De cassette kan niet worden uitgeworpen bij uitgeschakelde autoradio. 44
46 WERKING VAN DE CD-WISSELAAR (CDC) (indien aanwezig) Als optional is een CD-wisselaar voor 5 CD s (speler voor meerdere CD s) leverbaar. Deze wordt in het dashboardkastje ingebouwd. CD-wisselaar selecteren Schakel de autoradio in en druk vervolgens kort op toets 6 (SRC-SC) om de functie CHANGER te selecteren. CD plaatsen/verwijderen CD s in CD-wisselaar plaatsen: plaats voorzichtig de CD s met de bedrukte zijde naar boven in de houders van de CD-wisselaar, en duw de houders tot aan de weerstand; de CD s worden automatisch in de speler getrokken. CD s uit CD-wisselaar verwijderen: druk op de genummerde toets naast de houder van de CD die u wilt verwijderen en houd deze ingedrukt. Eventuele foutmeldingen Eventuele foutmeldingen worden in de volgende gevallen weergegeven: geen enkele CD in de CD-wisselaar aanwezig: op het display verschijnt het opschrift NO CD totdat een andere audiobron wordt gekozen; de geselecteerde CD kan niet gelezen worden (de CD bevindt zich niet in de geselecteerde positie of de CD is verkeerd geplaatst): op het display verschijnt, na het nummer van de geselecteerde CD, ongeveer 2 seconden het opschrift CD ERROR. Hierna wordt de volgende CD gekozen; als er geen andere CD s aanwezig zijn of deze zijn ook niet leesbaar, dan verschijnt op het display het opschrift NO CD totdat een andere audiobron wordt gekozen; CD wordt verkeerd gelezen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift CD ERROR. Hierna wordt de volgende CD gekozen; als er geen andere CD s aanwezig zijn (na de laatste CD begint het zoeken opnieuw vanaf de eerste CD) of deze zijn ook niet leesbaar, dan verschijnt op het display het opschrift NO CD totdat een andere audiobron wordt gekozen; als een CD-ROM wordt geplaatst: de volgende beschikbare CD wordt geselecteerd. 45
47 Meldingen op het display Als de CD-wisselaar is ingeschakeld, verschijnen op het display de volgende meldingen: T05 : het nummer van het muziekstuk op de CD; 03:42 : de verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld); CD 04 : het nummer van de CD in de houder. CD selecteren Druk op toets 8 (N) om de volgende CD te selecteren of op toets 10 (O) om de vorige CD te selecteren. Als in het menu is gekozen voor tijdsduurweergave van de CD, dan wordt gedurende 2 seconden het CD-nummer weergegeven en vervolgens de tijdsduur. Als in de houder op de gekozen plek geen CD aanwezig is, dan verschijnt kort op het display het opschrift NO CD. Vervolgens wordt automatisch de volgende CD weergegeven. Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit) Druk kort op toets 9 ( ) om het volgende muziekstuk op de CD te beluisteren en op toets 12 ( ) om het vorige muziekstuk te beluisteren. De muziekstukken worden cyclisch geselecteerd: na het laatste muziekstuk wordt het eerste muziekstuk geselecteerd en omgekeerd. Houd de toets ingedrukt om de muziekstukken te doorlopen. Als het muziekstuk al meer dan 3 seconden wordt weergegeven en kort op de toets 12 ( ) wordt gedrukt, wordt het muziekstuk vanaf het begin herhaald. Als u in dat geval het vorige muziekstuk wilt beluisteren, moet de toets twee maal na elkaar worden ingedrukt. 46
48 Snel vooruit/achteruit spoelen Houd toets 9 ( ) ingedrukt om het gekozen muziekstuk versneld vooruit te spoelen of houd toets 12 ( ) ingedrukt om het gekozen muziekstuk versneld achteruit te spoelen. Het snel vooruit/achteruit spoelen wordt onderbroken als u de toets loslaat. Als in het menu is gekozen voor weergave van het nummer of de naam van de CD, dan wordt deze weergave ongeveer 2 seconden vervangen door de weergave van de speelduur van de CD. Pauze-functie Druk om de cassettespeler in de pauze-stand te zetten op toets 16 (3-II). Op het display verschijnt het opschrift PAUSE. Druk om de weergave te hervatten opnieuw op toets 16 (3-II). De pauze-functie wordt automatisch uitgeschakeld als van audiobron wordt gewisseld. 47
49 Scan-functie (muziekstukken op CD kort beluisteren) Met deze functie wordt het begin weergegeven van alle muziekstukken van de CD s in de CD-wisselaar. Houd toets 6 (SRC-SC) ingedrukt, totdat een akoestisch signaal klinkt, om de eerste 10 seconden van ieder muziekstuk op de CD weer te geven. Tijdens de weergave van het muziekstuk verschijnen ongeveer 2 seconden de indicatie van de gekozen CD-functie (speelduur, naam of nummer van de CD) en het opschrift SCAN afwisselend op het display. Als de functie Scan is ingeschakeld, dan worden de functies Repeat en Mix uitgeschakeld. Weergavevolgorde van de muziekstukken: vanaf het weergegeven muziekstuk tot het laatste muziekstuk op de CD; vanaf het eerste tot het laatste muziekstuk als u de volgende CD in de wisselaar selecteert (dit geldt ook voor alle andere CD s in de wisselaar). als de laatste CD in de CD-wisselaar kort is weergegeven, wordt opnieuw de eerste geselecteerd. De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 6 (SRC-SC) wordt gedrukt om de weergave van het huidige muziekstuk te hervatten; als op toets 8 (N) of 10 (O) wordt gedrukt en daarmee de volgende of vorige CD wordt geselecteerd; als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt (1-6); als de Mute-functie wordt ingeschakeld; als van audiobron wordt gewisseld; als op toets 11 (MENU-PS) of 19 (AUD-LD) wordt gedrukt; als de TA-functie is ingeschakeld en het geselecteerde station verkeersinformatie uitzendt. De Scan-functie duurt voort, totdat deze door de gebruiker wordt beëindigd. 48
50 Repeat-functie (muziekstuk herhalen) Druk op toets 15 (4-RPT) om het weergegeven muziekstuk continu te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REP TR. Druk opnieuw op toets 15 (4-RPT) om de geselecteerde CD te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REP CD. Druk opnieuw op toets 15 (4-RPT) om de Repeatfunctie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REP OFF. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift REP TR of REP CD. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Repeat-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Mix uitgeschakeld. Mix-functie (willekeurige weergave van muziekstukken) U kunt de willekeurige weergave van de muziekstukken op de geselecteerde CD starten door op voorkeuzetoets 14 (5-MIX) te drukken. Er wordt een nieuw muziekstuk weergegeven en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX CD. Druk nogmaals op toets 14 (5-MIX) voor een willekeurige weergave van een CD in de wisselaar: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX MAG (indien aanwezig). Druk opnieuw op toets 14 (5-MIX) om de functie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX OFF. Als de Mix-functie is ingeschakeld, worden alle muziekstukken van de geselecteerde CD of van een willekeurige CD in de CD-wisselaar in willekeurige volgorde weergegeven. Na weergave van een muziekstuk, verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift MIX CD, MIX MAG of MIX OFF. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Mix-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Repeat uitgeschakeld. 49
51 TECHNISCHE GEGEVENS CD-/MP3-SPELER Autoradio Maximaal vermogen: 4x40W. Luidsprekers Het systeem bestaat uit: 2 full-range luidsprekers voor (B) (één per portier) met een diameter van 165 mm en met elk een piekvermogen van 40W; 2 full-range luidsprekers achter (C) (één per portier) met een diameter van 130 mm en met elk een piekvermogen van 35W. CD-wisselaar (indien aanwezig) De auto kan zijn uitgerust met een CD-wisselaar voor 5 CD s in het dashboardkastje. Antenne De antenne is op het dak van de auto geplaatst. Zekering De autoradio wordt beveiligd door een 10A-zekering (A). F0G0507m F0G0508m 50 F0G0510m
52 BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL F0G0502m 51
53 Toets Toetsen en frontpaneel Letter of symbool Functie RADIO Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) SOURCE-SCAN Display CD lade Audiobron/Scan-functie selecteren Eject CD (CD uitwerpen) CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten) of Radio selecteren Eject CD FM/AM-stations kort beluisteren N O 6 Handmatig zoeken naar stations Automatisch zoeken naar stations Voorkeuzestation 6 Handmatig zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - Handmatig zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Automatisch zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Automatisch zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - FM/AM: oproepen voorkeuzestation 6 Snel handmatig zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - Snel handmatig zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Snel automatisch zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Snel automatisch zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - FM/AM: opslaan voorkeuzestation AUDIO-LOUDNESS 5-MIX Audio-instellingen/Loudness Voorkeuzestation 5/MIX-functie Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) FM/AM: oproepen voorkeuzestation 5 Loudness in-/uitschakelen FM/AM: opslaan voorkeuzestation 5 52
54 CD-speler Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-wisselaar Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten) of Radio selecteren Eject CD Muziekstukken op CD kort beluisteren CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten) of Radio selecteren Eject CD CD s in CD-wisselaar kort beluisteren Muziekstuk herhalen/vorig muziekstuk selecteren Snel terugspoelen Muziekstuk herhalen/vorig muziekstuk selecteren Snel terugspoelen Volgend muziekstuk selecteren Snel vooruitspoelen Volgend muziekstuk selecteren Snel vooruitspoelen Volgende CD selecteren Vorige CD selecteren Volgende CD selecteren (continu) Vorige CD selecteren (continu) Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) MIX-functie in-/uitschakelen Loudness in-/uitschakelen Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) MIX-functie in-/uitschakelen Loudness in-/uitschakelen 53
55 Toets Toetsen en frontpaneel Letter of symbool Functie RADIO Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) RPT MENU- PRESET SCAN BAND-AUTOSTORE 3-II AF-TA 2-CLR Voorkeuzestation 4/ REPEAT-functie Menu-functie/Scan-functie Golfband selecteren Voorkeuzestation 3/ Pauze weergave Alternatieve frequentie (AF) /Verkeersinformatie (TA) Voorkeuzestation 2/CLR-functie (opgeslagen muziekstukken wissen) FM/AM: oproepen voorkeuzestation 4 Menu in-/uitschakelen FM1, FM2, FMT, MW, LW FM/AM: oproepen voorkeuzestation 3 TA ON/OFF FM/AM: oproepen voorkeuzestation 2 FM/AM: opslaan voorkeuzestation 4 Voorkeuzestations kort beluisteren Automatisch opslaan op de FMTgolfband FM/AM: opslaan voorkeuzestation 3 AF ON/OFF FM/AM: opslaan voorkeuzestation TPM PTY ON/OFF VOLUME Voorkeuzestation 1/TPM-functie (weergavevolgorde muziekstukken opslaan) Programmatype Autoradio in-/uitschakelen/ Volumeregeling FM/AM: oproepen voorkeuzestation 1 PTY ON/OFF Bij ingeschakelde autoradio: Audio Mute in-/uitschakelen Bij uitgeschakelde radio: autoradio inschakelen Volumeregeling naar links draaien: verlagen naar rechts draaien: verhogen FM/AM: opslaan voorkeuzestation 1 PTY: weergave geselecteerd programmatype Bij ingeschakelde autoradio: uitschakelen Bij uitgeschakelde radio: inschakelen 54
56 CD-speler Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-wisselaar Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) REPEAT-functie in-/uitschakelen Menu in-/uitschakelen Pauze CD-weergave in-/uitschakelen Automatisch opslaan op de FMT-golfband REPEAT-functie in-/uitschakelen Menu in-/uitschakelen Pauze CD-weergave in-/uitschakelen Automatisch opslaan op de FMT-golfband TA ON/OFF AF ON/OFF TA ON/OFF AF ON/OFF Opgeslagen muziekstukken van geselecteerde CD wissen TPM-functie in-/uitschakelen Gewenst muziekstuk opslaan PTY ON/OFF PTY ON/OFF 55
57 ALGEMEEN Het apparaat heeft de volgende functies: RADIO PLL-tuner voor de golfbanden FM/AM/MW/LW. RDS (Radio Data System) met TA (verkeersinformatie) - PTY (Program Type) - EON (Enhanced Other Network) - REG (Regionale programma s). AF: zoeken naar alternatieve frequenties in RDS. Voorbereid op ontvangst van alarmboodschappen. Automatisch/handmatig afstemmen. Handmatig opslaan van 36 stations: 18 op de FMgolfband (6 op FM1, 6 op FM2, 6 op FMT), 6 op de MW-golfband, 6 op de LW-golfband en 6 PTY-stations (alleen op de FM-golfband). Automatisch opslaan (AUTOSTORE-functie) van 6 stations op de gekozen FM-golfband. DX (Distant: maximum gevoeligheid bij het zoeken van radiostations) en LO (Local: minimum gevoeligheid bij het zoeken van radiostations). Scan (opgeslagen stations kort beluisteren). SVC: snelheidsafhankelijke volumeregeling. Automatische stereo/mono-weergave. Wendt u voor de installatie en aansluiting van de CD-wisselaar tot de Fiat-dealer. 56 Op een multimedia-cd staan naast audiotracks ook gegevens geregistreerd. Het afspelen van dit type CD s kan piepgeluiden op een zodanig volume opleveren, dat niet alleen de verkeersveiligheid in gevaar komt, maar waardoor ook de eindversterker en de luidsprekers beschadigd kunnen worden.
58 CD direct selecteren. Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit). Snel vooruit-/terugspoelen. Mix (willekeurige weergave van de muziekstukken). Repeat (muziekstuk herhalen). Scan (muziekstukken op CD kort beluisteren). TPM (weergavevolgorde muziekstukken opslaan). CLR (opgeslagen muziekstukken wissen). AUDIOSYSTEEM Mute/Pauze. Loudness. 7-bands grafische equalizer. Gescheiden regeling bassen/hoge tonen. Balansregeling kanalen rechts/links. DIEFSTALBEVEILIGING De autoradio is voorzien van een diefstalbeveiliging die gebaseerd is op de informatie-uitwisseling tussen de autoradio en de regeleenheid (Body Computer) in de auto. Dit systeem garandeert maximale veiligheid en zorgt ervoor dat de geheime code niet opnieuw hoeft worden ingevoerd, als de voeding van de autoradio onderbroken is geweest. Als de voeding weer wordt aangesloten, wordt het systeem automatisch gecontroleerd. Tijdens deze controle verschijnt op het display ongeveer 1 seconde het opschrift CANCHECK. Als deze controle een positief resultaat heeft, dan begint het apparaat te werken. Als de codes bij de vergelijking echter niet overeenkomen of als de autoradio voor het eerst op de auto wordt aangesloten, dan moet de gebruiker de geheime code invoeren op de wijze die in de volgende paragraaf is beschreven. 57
59 Geheime code invoeren Het invoeren van de geheime code is noodzakelijk voor de werking van de autoradio als deze voor het eerst op de elektrische installatie van de auto wordt aangesloten. Als de radio op de voeding van de auto wordt aangesloten, verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift CODE en verschijnen vervolgens vier streepjes De geheime code bestaat uit vier cijfers tussen 1 en 6. Elk streepje staat voor een cijfer. Druk voor het invoeren van het eerste cijfer op de betreffende voorkeuzetoets (tussen 1 en 6). Voer op dezelfde wijze de overige cijfers van de code in. Als de vier cijfers niet binnen 20 seconden worden ingevoerd, verschijnt op het display opnieuw gedurende 2 seconden het opschrift CODE en vervolgens vier streepjes Dit wordt niet beschouwd als het invoeren van een verkeerde code. Na het invoeren van het vierde cijfer (binnen 20 seconden) begint de radio te werken. Als een verkeerde code wordt ingevoerd, hoort u een akoestisch signaal en verschijnt op het display gedurende 2 seconden het opschrift CODE ; vervolgens verschijnen vier streepjes om aan te geven dat de juiste code moet worden ingevoerd. Iedere keer als een verkeerde code wordt ingevoerd, wordt de wachttijd waarna opnieuw een code kan worden ingevoerd, verhoogd (1 min, 2 min, 4 min, 8 min, 16 min, 30 min, 1 uur, 2 uur, 4 uur, 8 uur, 16 uur en 24 uur), totdat de wachttijd van maximaal 24 uur is bereikt. Tijdens de automatische stationopslag, wordt het opschrift WAIT weergegeven. Als dit opschrift is verdwenen, kan een nieuwe invoerprocedure van de code worden gestart. CODE-card Dit document is het eigendomsbewijs van de autoradio. Op dit document staan het model, het serienummer en de geheime code van de autoradio aangegeven. BELANGRIJK Bewaar dit document zorgvuldig, zodat u bij diefstal van de autoradio de gegevens aan de bevoegde instantie kunt overleggen. 58
60 VERKLARING AF (Alternatieve frequentie) Met deze functie blijft de radio afgestemd op het gekozen FM-station, waarbij eventueel op een andere zenderfrequentie van hetzelfde station wordt afgestemd als het signaal te zwak wordt. Het RDS-systeem controleert de sterkte en de kwaliteit van het ontvangen signaal en zoekt automatisch naar een zender met een sterker signaal. AutoSTore Met deze functies kunnen automatisch stations worden opgeslagen. Balance Deze functie regelt de volumeverhouding tussen de linker en rechter luidsprekers. Bass (Lage tonen) Functie voor het regelen van de lage tonen. CD-wisselaar Speler voor meerdere CD s. CLR (Clear) Met deze functie kunnen een of alle muziekstukken van een CD uit het geheugen van de TPM-functie worden gewist. Distant/Local (Dx/Loc-gevoeligheid) Hiermee kan de ontvangstgevoeligheid op twee niveaus worden aangepast. 1) Distant (maximum gevoeligheid) voor het afstemmen op alle stations, waarvan een signaal kan worden ontvangen. 2) Local (minimum gevoeligheid) voor het afstemmen op stations, waarvan het signaal sterk is, zoals lokale stations. EON (Enhanced Other Network) Functie waarbij automatisch wordt afgestemd op een ander station, op het moment dat door het andere station verkeersinformatie wordt uitgezonden. 59
61 Fader Deze functie regelt de volumeverhouding tussen de luidsprekers voor en achter. Hicut (beperking van de hoge tonen) Deze functie beperkt de weergave van hoge tonen in relatie tot het ontvangen signaal. Loudness Deze functie versterkt automatisch de lage en hoge tonen bij het luisteren op een laag geluidsvolume. De functie schakelt uit bij een maximaal geluidsvolume (niveau 66). Mix Met deze functie wordt willekeurig een CD gekozen uit de CD s in de wisselaar en worden alle muziekstukken op deze CD in willekeurige volgorde weergegeven. Mute Met deze functie kan het volume van de ingeschakelde bron op nul worden gezet. Als er een mobiele telefoon op de autoradio is aangesloten, wordt deze functie bij een inkomend gesprek automatisch geactiveerd. Voorkeuzestations Aantal radiostations dat met de hand of automatisch kan worden opgeslagen. PTY (Programmatype) Met deze functie kan een keuze worden gemaakt uit een bepaald programmatype, zoals nieuws en actualiteiten, muziek, sport. RDS (Radio Data System) Dit is een informatiesysteem dat gebruik maakt van de 57 khz draaggolf bij normale FM-uitzendingen. Met deze functie kan verschillende informatie worden ontvangen, zoals de naam van het station waarop is afgestemd, de alternatieve ontvangstfrequenties, de automatische afstemming op verkeersinformatie of op bepaalde programma s die met de PTY-functie geselecteerd zijn. REG (ontvangst van regionale uitzendingen) Functie voor het afstemmen op lokale (regionale) stations. 60
62 Repeat (muziekstuk herhalen) Met deze functie wordt het weergegeven muziekstuk van een CD continu herhaald. Scan Met deze functie worden alle opgeslagen radiostations ongeveer 10 seconden weergegeven of het begin van alle muziekstukken op een CD. Scrolling Functie voor ontvangst van diverse programma s binnen hetzelfde netwerk (alleen FM-band). PLL-tuner Digitale afstemming via een Phase Lock Loop (fasegekoppelde kring) voor een optimale afstemming op radiostations. Soft Mute Functie voor het geleidelijk verlagen en vervolgens verhogen van het geluidsniveau bij het in-/uitschakelen van de Mute-functie. Sound Flavour Functie voor het verbeteren van de klankkleur in relatie tot het weergegeven muziektype (klassiek, jazz, rock, enz.). SVC Met deze functie wordt automatisch het volume verhoogd/verlaagd als de snelheid toe-/afneemt, waardoor het volumeniveau wordt aangepast aan het achtergrondgeluid in het interieur. TA (Verkeersinformatie) Functie voor het weergeven van verkeersinformatie via de aangesloten stations, ook als op een ander station is afgestemd of naar een CD wordt geluisterd. TPM (Track Program Memory) Functie voor het opslaan van de weergavevolgorde van de muziekstukken op een CD; de muziekstukken op de CD worden dan in de opgeslagen volgorde afgespeeld. Treble (Hoge tonen) Functie voor het regelen van de hoge tonen. 61
63 WERKING BEDIENINGSKNOPPEN OP HET STUUR- WIEL (indien aanwezig) Ook op het stuurwiel zijn de bedieningsknoppen van de belangrijkste functies van de autoradio geplaatst, zodat u de autoradio nog eenvoudiger kunt bedienen: (1) Toets voor Mute-functie. (2) Toets verhogen volumeniveau. (3) Toets verlagen volumeniveau. (4) Toets voor golfbandkeuze (FM1, FM2, FMT, MW, LW) en keuze audiobron (Radio - CD-speler - CDwisselaar). (5) Multifunctionele toets: Radio: oproepen voorkeuzestation (van 1 tot 6) CD-speler: volgend muziekstuk zoeken. CD-wisselaar: volgend muziekstuk kiezen. (6) Multifunctionele toets: Radio: oproepen voorkeuzestation (van 6 tot 1) CD-speler: vorige muziekstuk zoeken. CD-wisselaar: vorig muziekstuk kiezen. F E C H 62 F0G0506m
64 Toetsen volumeregeling/inschakeling Mutefunctie De toetsen voor het regelen van het volume (2) en (3) en voor het in-/uitschakelen van de Mute-functie (1) werken op dezelfde wijze als de overeenkomende toetsen op de autoradio. Toets golfbandkeuze en keuze audiobron Door telkens kort toets (4) in te drukken kunt u kiezen uit de beschikbare golfbanden en audiobronnen. De beschikbare golfbanden en audiobronnen zijn: FM1, FM2, FMT, MW, LW, CD (*), CDC (**). (*) Alleen als een CD is geladen. (**) Alleen als de CD-wisselaar is aangesloten. Multifunctionele toetsen (5) en (6) Met de multifunctionele toetsen (5) en (6) kunt u voorkeuzestations oproepen en het volgende/vorige muziekstuk zoeken als een CD wordt beluisterd. Druk op toets (5) voor het kiezen van de stations van 1 tot 6 of voor het beluisteren van het volgende muziekstuk op CD. Druk op toets (6) voor het kiezen van de stations van 6 tot 1 of voor het beluisteren van het vorige muziekstuk op CD. 63
65 FUNCTIES EN INSTELLINGEN Autoradio inschakelen Druk kort op toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLU- ME). Als de radio is ingeschakeld terwijl de contactsleutel in stand STOP staat, dan schakelt de radio automatisch na circa 20 minuten uit. Na het automatisch uitschakelen, kan de autoradio weer 20 minuten worden ingeschakeld door op toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME) te drukken. Als het apparaat weer wordt ingeschakeld blijven alle instellingen gehandhaafd, met uitzondering van het volume. Als een geluidsniveau boven 20 was ingesteld, dan wordt de waarde 20 ingesteld. Autoradio uitschakelen Houd toets/draaiknop 18 (ON/OF VOLUME) ingedrukt. Functies Radio/CD-speler/CD-wisselaar kiezen Druk een aantal malen kort op toets 1 (SOURCE-SCAN) om achtereenvolgens de volgende functies te selecteren: TUNER (Radio); CD (Compact Disc) (alleen als een CD geladen is); CHANGER (CD-wisselaar) (alleen als de CD-wisselaar is aangesloten). Telkens als van audiobron is gewisseld wordt gedurende circa 2,5 seconden de gekozen functie op het display weergegeven: TUNER, CD of CHANGER. Hierna start de weergave van de geselecteerde audiobron. 64
66 De niet te selecteren functies (bijv. CD als geen CD is geladen) worden automatisch overgeslagen. Als geen enkele CD is geladen of geen CD-wisselaar is aangesloten, en op toets 1 (SOURCE-SCAN) wordt gedrukt, verschijnt op het display ongeveer 2,5 seconden het opschrift NO SOURCE AVAILABLE. Hierna wordt automatisch afgestemd op TUNER (Radio). Pauze-functie Als u naar een CD luistert en u selecteert een andere audiobron (bijv. de radio), dan wordt de weergave onderbroken. Als de CD-speler weer wordt gekozen, dan wordt de weergave hervat op het punt waarop de weergave eerder was onderbroken. Als u naar de radio luistert en u selecteert een andere audiobron en daarna weer de radio, dan wordt afgestemd op het laatst gekozen station. Volumeregeling Het volume kan ingesteld worden op een waarde tussen het minimum niveau ( VOLUME 0 ) en het maximum niveau ( VOLUME 66 ). Stel het volume in m.b.v. toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME). Als u de knop rechtsom/linksom draait, wordt het volume respectievelijk verhoogd/verlaagd. Het volumeniveau (bijv. VOLUME 23 ) wordt ongeveer 4 seconden op het display weergeven. Als het volume wordt gewijzigd tijdens de weergave van verkeersinformatie of tijdens een telefoongesprek (als de handsfree-kit is geïnstalleerd), dan wordt deze nieuwe instelling gehandhaafd tot het einde van de verkeersinformatie of het telefoongesprek. Het volume kan ook geregeld worden tijdens het handmatig/automatisch zoeken, het automatisch opslaan (AutoSTore), het kort beluisteren van radiostations of het inschakelen van de CD-wisselaar. Functie SVC (snelheidsafhankelijke volumeregeling) Met de functie wordt automatisch het volume verhoogd als de snelheid toeneemt, waardoor het volumeniveau wordt aangepast aan het achtergrondgeluid in het interieur. 65
67 Druk voor het inschakelen van de SVC-functie kort op toets 11 (MENU-PRESET-SCAN), kies vervolgens met toets 6 (N) of (O) de SVC-functie in het menu en schakel met toets 5 ( ) of ( ) de functie in of uit; respectievelijk SVC SETTING ON of SVC SETTING OFF. Deze functie kan worden in- of uitgeschakeld ongeacht de audiobron van het apparaat (Radio/CD-speler/CD-wisselaar). Mute-functie (volume op nul zetten) Druk voor het inschakelen van de Mute-functie kort op toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME). Het volume neemt geleidelijk af (Soft Mute-functie) en op het display verschijnt het opschrift MUTE. Druk voor het uitschakelen van de Mute-functie opnieuw kort op toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME). Het volume wordt geleidelijk verhoogd (Soft Mute-functie) tot op het niveau dat oorspronkelijk voor het inschakelen van de Mute-functie was ingesteld. Bij ingeschakelde Mute-functie: zijn alle overige functies bruikbaar; wordt als toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME) wordt gedraaid, het geluidsniveau direct gewijzigd; wordt bij verkeersinformatie (als de TA-functie is ingeschakeld) of bij ontvangst van een alarmbericht, de Mute-functie uitgeschakeld; tijdens een inkomend telefoongesprek wordt de Mute-functie genegeerd. na beëindiging van het gesprek, wordt de functie weer ingeschakeld; hoort u een akoestisch signaal als bij ingeschakelde TA-functie het geselecteerde station geen verkeersinformatie uitzendt. 66
68 Soft Mute-functie Als de Mute-functie wordt in-/uitgeschakeld, neemt het volume geleidelijk af of toe (Soft Mute-functie). De Soft Mute-functie wordt ook ingeschakeld als u één van de zes voorkeuzetoetsen, de toets 12 (BAND- AUTOSTORE) of de toets 18 (ON/OFF VOLUME) indrukt. Toonregeling (bassen/hoge tonen) Ga als volgt te werk: druk kort een aantal malen op toets 8 (AUDIO- LOUDNESS), totdat op het display het opschrift BASS of TREBLE (functie bassen of hoge tonen) verschijnt; druk op toets 6 (N) of (O) voor het versterken/verzwakken van de bassen en hoge tonen. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt gedurende 4 seconden de instelling voor de lage of hoge tonen (van -6 tot +6). Ongeveer 4 seconden na de instelling verschijnt het hoofdscherm weer op het display van de radio. Balansregeling Ga als volgt te werk: druk kort een aantal malen op toets 8 (AUDIO- LOUDNESS), totdat op het display het opschrift BALANCE (functie balans) verschijnt; druk op toets 6 (N) om het geluid uit de rechter luidsprekers te versterken of op toets 6 (O) om het geluid uit de linker luidsprekers te versterken. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt gedurende enige seconden de balansinstelling tussen RIGHT+9 en LEFT+9 (RIGHT = rechts, LEFT = links). Faderregeling Ga als volgt te werk: druk kort een aantal malen op toets 8 (AUDIO- LOUDNESS), totdat op het display het opschrift FADER (functie fader) verschijnt; druk op toets 6 (N) om het geluid uit de luidsprekers achter te versterken of op toets 6 (O) om het geluid uit de luidsprekers voor te versterken. 67
69 Als u de toets kort indrukt, wijzigt de instelling in stappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt gedurende enige seconden de balansinstelling tussen REAR+9 en FRONT+9 (REAR = achter, FRONT = voor). Selecteer de waarde CENTER als u de audio-uitgangen voor en achter op dezelfde waarde wilt instellen. OPMERKING De audio-instellingen (Bass, Treble, Fader, Balance) worden in de volgende gevallen automatisch uitgeschakeld (na het uitvoeren van de instellingen worden de waarden opgeslagen): na ongeveer 4 seconden nadat de laatste instelling is uitgevoerd; als opnieuw op toets 8 (AUDIO LOUDNESS) wordt gedrukt; als een instelling wordt uitgevoerd of een functie wordt uitgeschakeld waarvoor informatie op het display van de autoradio nodig is; als een nieuwe functie wordt ingeschakeld (bijv. TAfunctie, Tel Mute) of een CD wordt ingestoken. BELANGRIJK Bij uitvoeringen zonder luidsprekers achter, moet de fader zijn ingesteld op de waarden F (voor), om te voorkomen dat het uitgangsvermogen van de autoradio vermindert en het volume op nul wordt gezet als de fader is ingesteld op de waarde R+9. Loudness-functie Met de Loudness-functie verbetert de geluidsweergave, omdat de bassen en hoge tonen versterkt worden. De functie schakelt uit bij een maximaal geluidsvolume. Houd voor het in-/uitschakelen van deze functie toets 8 (AUDIO-LOUDNESS) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort. De werking van de functie (in- of uitgeschakeld) wordt enige seconden op het display aangegeven door het opschrift LOUDNESS ON of LOUDNESS OFF. INBOUWVOORBEREIDING TELEFOON (indien aanwezig) Als op de auto een handsfree carkit is geïnstalleerd en u gebeld wordt, wordt het audiosysteem verbonden met de telefoon en de weergave van het radiostation of de CD onderbroken. Het volume van de telefoon is vast ingesteld, maar kan tijdens het gesprek worden geregeld met toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME). Het vast ingestelde volume kan worden ingesteld met de functie PHONE van het menu (zie de paragraaf MENU ). 68
70 Alleen de volgende toetsen van de autoradio zijn actief tijdens een telefoongesprek: 18 (ON/OFF VOLUME): voor in-/uitschakelen van de autoradio en regeling van het volume; 14 (AF-TA): verkeersinformatie. Tijdens het uitschakelen van het volume voor een telefoongesprek verschijnt op het display het opschrift PHONE. Tijdens een telefoongesprek zijn alle functies, met uitzondering van de functies AutoSTore en Search (werking selecteren), uitgeschakeld. De weergave van het telefoongesprek wordt onderbroken als er verkeersinformatie of een PTY31- bericht wordt uitgezonden; als u het bericht wilt onderbreken, moet u op toets 14 (AF-TA) drukken. Bij ingeschakelde autoradio en uitgezette motor (contactsleutel in stand STOP) wordt bij een inkomend telefoongesprek de autoradio niet uitgeschakeld. Na beëindiging van het gesprek schakelt de autoradio automatisch uit. RADIO (Tuner) Als u de autoradio inschakelt, dan wordt de audiobron ingeschakeld die voor het uitschakelen beluisterd werd (Radio, CD-speler of CD-wisselaar). Druk om de radio te selecteren tijdens het luisteren naar een CD kort een aantal malen op toets 1 (SOURCE-SCAN), totdat de radio wordt weergegeven. Als de radio is ingeschakeld, verschijnen op het display de naam (alleen RDS-stations) of de frequentie van het geselecteerde station, de geselecteerde golfband (bijv. FM1) en het nummer van de voorkeuzetoets (bijv. P1 = station opgeslagen onder toets 1). 69
71 Golfband selecteren Druk bij ingeschakelde radio kort een aantal malen op toets 12 (BAND-AUTOSTORE) om de gewenste golfband te selecteren. Telkens als u op de toets drukt, wordt de volgende golfband geselecteerd in de volgorde FM1, FM2, FMT, MW en LW. De geselecteerde golfband wordt op het display weergegeven. Er wordt afgestemd op het laatst geselecteerde station op de betreffende golfband, ook als het station niet onder een voorkeuzetoets was opgeslagen. Als het geselecteerde station is opgeslagen onder een van de voorkeuzetoetsen, verschijnt op het display enkele seconden het nummer van de voorkeuzetoets; daarna wordt de frequentie van het radiostation weer op het display weergegeven. De FM-band is onderverdeeld in: FM1, FM2 en FMT; de FMT-golfband is gereserveerd voor de stations die met de AutoSTore-functie automatisch worden opgeslagen. De radio is altijd ingesteld op de ontvangst van RDSstations (Radio Data System). Voorkeuzetoetsen De toetsen met de symbolen van 1 tot 6 ( 16, 15, 13, 10, 7, 9 ) maken de volgende voorkeuzeinstellingen mogelijk: 18 stations op de FM-golfband (6 in FM1, 6 in FM2, 6 in FMT); 6 stations op de MW-golfband; 6 stations op de LW-golfband; 6 PTY programmatypes (alleen op FM-band als de PTY-functie is ingeschakeld). Kies voor het oproepen van een voorkeuzestation de gewenste golfband en druk vervolgens kort op de betreffende voorkeuzetoets (tussen 1 en 6). Op het display verschijnt gedurende enige seconden het nummer van het voorkeuzestation en de bijbehorende frequentie, waarna de golfband en de naam van het RDSstation worden weergegeven. Als van een voorkeuzestation geen PI-code (Program Index) wordt ontvangen, wordt deze code gezocht op een andere frequentie zodra de auto in een ander zendgebied komt. Op het display verschijnt het opschrift SEARCH. 70
72 Als de PI-code niet op de golfband gevonden kan worden, wordt afgestemd op de opgeslagen frequentie. Als langer dan 2 seconden de betreffende voorkeuzetoets wordt ingedrukt, wordt het geselecteerde station opgeslagen (de frequentie en de PI-code worden altijd opgeslagen). Als het station is opgeslagen, klinkt er een akoestisch signaal. Laatst beluisterde station opslaan De radio onthoudt automatisch naar welk station op de diverse golfbanden is geluisterd. Op dit station wordt afgestemd als de radio wordt ingeschakeld of wanneer van golfband wordt gewisseld. Automatische afstemming Druk kort op toets 6 (N) of (O) om automatisch in de gekozen richting te zoeken naar het eerstvolgende station. Als de toets 6 (N) of (O) langer wordt ingedrukt, dan start het snel zoeken: zodra op het eerstvolgende station is afgestemd, stopt het zoeken gedurende 1 seconde (in de mute-stand) voordat naar het volgende station wordt gezocht. Als de toets wordt losgelaten, wordt er afgestemd op het eerstvolgende te ontvangen station. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, wordt alleen naar stations gezocht die verkeersinformatie uitzenden. Als de PTY-functie is ingeschakeld, wordt alleen naar PTY-stations gezocht. Tijdens het zoeken verschijnt op het display afwisselend het programmatype en het opschrift SEEK. Als de frequentie van het station waarop is afgestemd, overeenkomt met een station dat al is opgeslagen onder een voorkeuzetoets, verschijnt enige seconden het nummer van de voorkeuzetoets op het display. Handmatige afstemming U kunt handmatig de stations op de geselecteerde golfband zoeken. Ga als volgt te werk: selecteer de golfband met toets 12 (BAND-AUTO- STORE): FM1, FM2, FMT, MW of LW; druk kort op toets 5 ( ) of ( ) om in de gewenste richting te zoeken. Als toets 5 ( ) of ( ) langer wordt ingedrukt, wordt er snel naar stations gezocht. Als de toets wordt losgelaten, stopt het zoeken. 71
73 Voor het starten van het handmatig afstemmen moeten de functies PTY en AF (alternatieve frequentie), indien ingeschakeld, worden uitgeschakeld. Als de frequentie van het station waarop is afgestemd, overeenkomt met een station dat al is opgeslagen onder een voorkeuzetoets, verschijnt enige seconden het nummer van de voorkeuzetoets op het display. Scan-functie (stations kort beluisteren) Houd toets 1 (SOURCE-SCAN) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort; de stations op de geselecteerde golfband (FM, MW, LW) worden kort weergegeven. Elk gevonden station wordt enkele seconden weergegeven en de naam en de frequentie knipperen op het display. Tijdens het zoeken verschijnt op het display enkele seconden het opschrift FM SCAN, AM SCAN of PTY SCAN. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, dan wordt alleen naar stations gezocht die verkeersinformatie uitzenden. Als de PTY-functie is ingeschakeld, wordt alleen naar PTY-stations gezocht. Als de Scan-functie wordt ingeschakeld, worden alle andere functies uitgeschakeld. Als de Scan-functie is ingeschakeld, verschijnt op het display het opschrift TUNER-FM-SCAN. De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 1 (SOURCE-SCAN) wordt gedrukt; als op toets 6 (N) of (O) wordt gedrukt (handmatig of automatisch afstemmen starten); als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt; als de AutoSTore-functie (automatisch opslaan) wordt ingeschakeld; als de PTY-functie wordt in-/uitgeschakeld; als van golfband wordt gewisseld; als toets 11 (MENU-PRESET SCAN) of 8 (AUDIO- LOUDNESS) wordt ingedrukt; als bij ingeschakelde TA-functie een station wordt gevonden dat verkeersinformatie uitzendt; als een CD wordt geladen. Na het kort weergegeven van de stations op de golfband, wordt het afstemmen uitgeschakeld, ook als geen enkel station wordt geselecteerd. 72
74 Voorkeuzestations kort beluisteren Houd toets 11 (MENU-PRESET SCAN) ingedrukt om de voorkeuzestations op de geselecteerde golfband kort te beluisteren: FM: FM1 1, FM1 2,... FM1 6, FM2 1, FM2 2,... FM2 6, FMT 1, FMT 2,...FMT 6; MW: MW 1, MW 2,..., MW 6; LW: LW 1, LW 2,...LW 6. Alle voorkeuzestations worden enkele seconden weergegeven en, als het signaal sterk genoeg is, knipperen de naam en de frequentie op het display. Tijdens de overgang van het ene naar het andere voorkeuzestation verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift TUNER-PRESET-SCAN In de eerste 2 seconden waarin het nieuwe voorkeuzestation wordt beluisterd, wordt op het display de geselecteerde golfband getoond en het nummer van de voorkeuzetoets. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, dan wordt alleen naar stations gezocht die verkeersinformatie uitzenden. Als de Scan-functie van de voorkeuzestations wordt ingeschakeld, worden alle andere functies uitgeschakeld. De Scan-functie van de voorkeuzestations wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN) wordt gedrukt; als op toets 6 (N) of (O) wordt gedrukt (handmatig of automatisch afstemmen starten); als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt; als de AutoSTore-functie (automatisch opslaan) wordt ingeschakeld; als de PTY-functie wordt in-/uitgeschakeld; als van audiobron wordt gewisseld (CD-speler, CDwisselaar); als de FM-band of de geselecteerde golfband wordt gewijzigd; als op toets 8 (AUDIO-LOUDNESS) wordt gedrukt; als bij ingeschakelde TA-functie een station wordt gevonden dat verkeersinformatie uitzendt; als een CD wordt geladen. Als geen enkel voorkeuzestation wordt geselecteerd, wordt het daarvoor geselecteerde station weergegeven. 73
75 Handmatig opslaan van een station Het station waarnaar u luistert kan worden opgeslagen op de geselecteerde golfband onder de van 1 tot 6 genummerde toetsen ( 16, 15, 13, 7, 10, 9 ). Houd één van deze cijfertoetsen ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort. Als het station is opgeslagen toont het display het nummer van de toets waaronder het station is opgeslagen. Functie AutoSTore (automatische stationopslag) Voor het inschakelen van de functie AutoSTore (automatische opslag) moet u toets 12 (BAND-AUTOSTO- RE) indrukken, totdat u een akoestisch signaal hoort. Met deze functie worden automatisch de 6 stations met het sterkste signaal op de FMT-golfband opgeslagen (in volgorde van afnemende sterkte). BELANGRIJK Als de Autostore-functie wordt ingeschakeld, worden de eerder opgeslagen stations op de FMT-golfband gewist. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, worden alleen de stations opgeslagen die verkeersinformatie uitzenden. Deze functie kan ook worden ingeschakeld als u naar de CD-speler of de CD-wisselaar (indien aangesloten) luistert of tijdens het gebruik van de Telefoon. Tijdens de automatische stationopslag knippert op het display het opschrift FM AST. Om de AutoSTore-functie te onderbreken moet opnieuw op toets 12 (BAND-AUTOSTORE) worden gedrukt: er wordt afgestemd op het station waarnaar u luisterde, voordat de functie werd ingeschakeld. Als de AutoSTore-functie is beëindigd, wordt automatisch afgestemd op het eerste voorkeuzestation op de FMT-golfband, dat is opgeslagen onder voorkeuzetoets 1 (16). Onder de van 1 tot 6 genummerde toetsen ( 16, 15, 13, 7, 10, 9 ) worden nu automatisch de stations opgeslagen die op dat moment op de geselecteerde golfband het sterkste signaal uitzenden. 74
76 De autoradio werkt tijdens ingeschakelde Autostorefunctie als volgt: als de AutoSTore-functie wordt ingeschakeld, worden alle andere functies uitgeschakeld; als u op een van de functietoetsen van de radio, bijv. 17 (PTY), 6 (N), 5 ( ), 6 (O), 5 ( ), (7), (9), (10), (13), (15), (16) drukt, dan wordt de automatische stationopslag onderbroken, wordt afgestemd op het station waarnaar u luisterde voordat de Autostore-functie werd ingeschakeld en wordt de functie van de ingedrukte toets uitgevoerd; als u op toets 14 (AF-TA) drukt tijdens de automatische stationopslag, wordt deze laatste onderbroken, de TA-functie (verkeersinformatie) in-/uitgeschakeld en wordt een nieuwe, automatische stationopslagprocedure gestart; als van audiobron (Radio, CD-speler, CD-wisselaar) wordt gewisseld tijdens de automatische stationopslag, wordt de Autostore-functie niet onderbroken; Als is afgestemd op de MW- of LW-golfband en de AutoSTore-functie wordt ingeschakeld, dan wordt automatisch de FMT-golfband geselecteerd, waarbinnen de functie wordt uitgevoerd. BELANGRIJK Soms slaagt de functie AutoSTore er niet in 6 stations met een voldoende sterk signaal te vinden. In dat geval blijven onder de vrije voorkeuzetoetsen de reeds opgeslagen stations gehandhaafd. Opgeslagen stations beluisteren Ga als volgt te werk: selecteer de gewenste golfband (FM, MW, LW); druk kort op één van de zes voorkeuzetoetsen. Op het display verschijnt een nummer dat overeenkomt met het nummer van de toets. Op de FM1-, FM2- en FMT-golfband wordt, als de ontvangst niet goed is en de AF-functie (zoeken naar alternatieve frequentie) is ingeschakeld, automatisch gezocht naar een station met het sterkste signaal dat hetzelfde programma uitzendt. AF-functie (zoeken naar alternatieve frequentie) Met het RDS-systeem kan de autoradio op twee verschillende manieren werken: AF ON : zoeken naar alternatieve frequentie ingeschakeld (op het display verschijnt het opschrift AF ); AF OFF : zoeken naar alternatieve frequentie uitgeschakeld. 75
77 Als het signaal van het RDS-station zwakker wordt, zijn er twee mogelijkheden: bij AF ON en ingeschakeld RDS-systeem wordt, bij stations die deze functie ondersteunen, automatisch afgestemd op de optimale frequentie van de geselecteerde golfband; er wordt dus automatisch afgestemd op het station met het sterkste signaal, dat hetzelfde programma uitzendt. Tijdens het rijden kunt u zo blijven luisteren naar het geselecteerde station, zonder dat u op een andere frequentie hoeft af te stemmen als u in een ander gebied komt. Uiteraard moet het station ontvangen kunnen worden in het betreffende gebied; bij AF OFF wordt niet automatisch op het station afgestemd met het sterkste signaal en moet handmatig gezocht worden naar het sterkste station met behulp van de afstemtoetsen. Houd voor het in-/uitschakelen van de AF-functie toets 14 (AF-TA) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort. De RDS-naam (indien beschikbaar) blijft op het display weergegeven en, als de AF-functie is ingeschakeld, verschijnt het opschrift AF. Als de radio is afgestemd op de AM-golfband en toets 14 (AF-TA) wordt ingedrukt, dan wordt overgeschakeld naar de FM1-golfband en afgestemd op het laatst beluisterde station. TA-functie (verkeersinformatie) Enkele stations op de FM-golfband (FM1, FM2 en FMT) zenden ook verkeersinformatie uit. In dat geval verschijnt op het display het opschrift TP. Druk voor het in-/uitschakelen van de TA-functie (verkeersinformatie) kort op toets 14 (AF-TA). De weergave en bijbehorende opschriften op het display zijn: TA en TP: als is afgestemd op een station dat verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is ingeschakeld; TP: als is afgestemd op een station dat verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is uitgeschakeld TA (*): als is afgestemd op een station dat geen verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is ingeschakeld TA en TP niet aanwezig op het display: als is afgestemd op een station dat geen verkeersinformatie uitzendt en de TA-functie is uitgeschakeld. (*) Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld maar het geselecteerde station zendt geen verkeersinformatie uit, hoort u iedere 30 seconden een akoestisch signaal. 76
78 Met de TA-functie (verkeersinformatie) is het mogelijk: 1) RDS-stations te zoeken die verkeersinformatie uitzenden op de FM-golfband; 2) verkeersinformatie te ontvangen ook als de CDspeler of CD-wisselaar is ingeschakeld; 3) verkeersinformatie te ontvangen op een vooraf ingesteld laag geluidsniveau, ook als het volume van de autoradio op nul staat. Hierna staan de benodigde instellingen voor de drie hierboven beschreven omstandigheden. 1) Voor ontvangst van stations die verkeersinformatie kunnen uitzenden: selecteer de FM1-, FM2- of FMT-golfband; druk kort op toets 14 (AF-TA) zodat op het display het opschrift TA verschijnt; Voor het opslaan van de stations met ingeschakelde TA-functie, moeten de handelingen voor het opslaan worden uitgevoerd (zie paragraaf Handmatig opslaan van een station ). 2) Als u verkeersinformatie wilt ontvangen tijdens het beluisteren van een CD, moet, voordat de CD in de speler wordt gestoken of de CD-wisselaar wordt ingeschakeld, eerst op een station worden afgestemd dat geschikt is voor het uitzenden van verkeersinformatie (TP) en de TA-functie worden ingeschakeld. Op deze wijze wordt het beluisteren van een CD onderbroken als er verkeersinformatie wordt uitgezonden. Tegelijkertijd wordt de geluidsweergave van de CD gestopt en na het einde van het bericht automatisch weer gestart. Als de verkeersinformatie wordt ontvangen, verschijnt op het display kort het opschrift TRAFFIC INFORMATION, terwijl op het display het laatste opschrift (frequentie enz.) blijft weergegeven. Als de CD-speler al werkt en u wilt tegelijkertijd verkeersinformatie ontvangen, moet kort op toets 14 (AF-TA) worden gedrukt; er wordt afgestemd op het laatst beluisterde station op de FM-band, de TA-functie wordt ingeschakeld en er wordt verkeersinformatie uitgezonden. Als het geselecteerde station geen verkeersinformatie uitzendt, wordt automatisch naar een station gezocht dat wel verkeersinformatie uitzendt. Als u de verkeersinformatie wilt onderbreken, druk dan kort op toets 14 (AF-TA) tijdens het uitzenden van de informatie. 77
79 3) Verkeersinformatie ontvangen als niet naar de radio wordt geluisterd: schakel de TA-functie in door kort op toets 14 (AF-TA) te drukken, zodat op het display het opschrift TA verschijnt; stem af op een station dat verkeersinformatie kan uitzenden, zodat op het display het opschrift TP verschijnt; breng het volumeniveau naar nul door toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME) te draaien. Op deze wijze wordt er verkeersinformatie via dit station weergegeven op een vooraf ingesteld minimum volume. BELANGRIJK In enkele landen bestaan radiostations die bij ingeschakelde TP-functie (op het display verschijnt het opschrift TP ) geen verkeersinformatie uitzenden. Als de radio is afgestemd op de AM-golfband en toets 14 (AF-TA) wordt ingedrukt, dan wordt overgeschakeld naar de FM1-golfband en afgestemd op het laatst beluisterde station. Als het geselecteerde station geen verkeersinformatie uitzendt, wordt automatisch naar een station gezocht dat wel verkeersinformatie uitzendt. Het geluidsniveau van de verkeersinformatie is afhankelijk van het ingestelde volume: ingestelde volume lager dan de waarde 20: geluidsniveau van de verkeersinformatie gelijk aan 20 (vaste waarde); ingestelde volume lager dan de waarde 20: geluidsniveau van de verkeersinformatie gelijk aan het normale volume +1. Als het volume tijdens een verkeersbericht wordt gewijzigd, wordt de waarde niet op het display weergegeven en wordt de nieuwe waarde alleen aangehouden voor het verkeersbericht dat wordt uitgezonden. Als u het ontvangstgebied verlaat van het station waarnaar u luistert, kan, afhankelijk van de ingeschakelde audiobron, het volgende gebeuren: bij ingeschakelde Radio: iedere 30 seconden klinkt er een akoestisch signaal; bij ingeschakelde CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten), Telefoon of Mute: er wordt gezocht naar een station dat verkeersinformatie kan uitzenden. Tijdens de verkeersinformatie kunnen de audiofuncties en het menu van de radio worden ingeschakeld door respectievelijk op toets 11 (MENU-PRESET SCAN) of 8 (AUDIO-LOUDNESS) te drukken. 78
80 BELANGRIJK Als de TA-functie is ingeschakeld en het station waarop is afgestemd, zendt geen verkeersinformatie uit of is niet meer in staat verkeersinformatie uit te zenden, dan gebeurt na ongeveer 1 minuut het volgende: als u naar een CD luistert, dan wordt automatisch naar een ander station gezocht dat verkeersinformatie kan uitzenden; als u naar de radio luistert, hoort u een akoestisch signaal; dit signaal geeft aan dat het niet mogelijk is verkeersinformatie te ontvangen; om dit signaal te onderbreken moet op een station worden afgestemd dat wel verkeersinformatie uitzendt, of de TA-functie moet worden uitgeschakeld. De TA-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als bij ingeschakelde radio op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt tijdens het uitzenden van verkeersinformatie; als op toets 1 (SOURCE-SCAN) wordt gedrukt tijdens het uitzenden van verkeersinformatie; als het automatisch/handmatig zoeken naar stations wordt gestart of als via AutoSTore naar stations wordt gezocht; als de Mute-functie wordt ingeschakeld. Ontvangst van alarmberichten De autoradio is bij ingeschakeld RDS voorbereid op de ontvangst van alarmberichten in geval van uitzonderlijke omstandigheden of gebeurtenissen die gevaar kunnen opleveren (aardbevingen, overstromingen, enz.). Deze berichten worden uitgezonden op het station waarop is afgestemd. Deze functie wordt automatisch ingeschakeld en kan niet worden uitgeschakeld. PTY-functie (Program Type) (programmatype selecteren) De functie PTY (Program Type) maakt het mogelijk (indien door het station ondersteund) om naar stations met een bepaald type programma te luisteren. De PTY-programma s kunnen alarmberichten of andere programma s (bijv. muziekprogramma s, nieuws en actualiteiten) zijn. Druk voor het inschakelen van de PTY-functie kort op toets 17 (PTY) totdat op het display het opschrift PTY verschijnt en het programmatype van het laatst beluisterde station (bijv. NEWS ). Na ongeveer 2 seconden wordt de naam van het station of de frequentie weergegeven. BELANGRIJK De PTY-functie is uitsluitend beschikbaar voor de FM-band. Als het station niet met PTY-functie uitzendt, verschijnt op het display enkele seconden het opschrift NO PTY PROVIDED. 79
81 De lijst bevat de volgende PTY-programma s: NEWS Nieuwsuitzendingen CURRENT AFFAIRS Actualiteitenprogramma s INFORMATION Informatieprogramma s SPORT Sportuitzendingen EDUCATION Educatieve programma s DRAMA Hoorspelen en lezingen CULTURES Culturele programma s SCIENCE Wetenschappelijke programma s VARIED SPEECH Diverse andere programma s POP MUSIC Popmuziek ROCK MUSIC Rockmuziek EASY LISTENING MUSIC Easy listening LIGHT CLASSIC MUSIC Licht-klassieke muziek SERIOUS CLASSICS Klassieke muziek OTHER MUSIC Andere muziekprogramma s WEATHER & METR Weerberichten FINANCE Economisch nieuws CHILDREN PROGRAMMES Kinderprogramma s SOCIAL AFFAIR Sociale informatie RELIGION Religieuze/filosofische programma s PHONE IN Inbel-programma s (anders dan de functie Phone In die alleen kan worden ingeschakeld als er een handsfree mobiele telefoon is aangesloten) TRAVEL & TOURING Toeristische informatie LEISURE & HOBBY Vrije tijd en hobby s JAZZ MUSIC Jazzmuziek COUNTRY MUSIC Countrymuziek NATIONAL MUSIC Nationale programma s OLDIES MUSIC Golden Oldies FOLK MUSIC Folkmuziek DOCUMENTARY Radiodocumentaires 80
82 Ga voor het wijzigen van het PTY-programmatype als volgt te werk: druk op één van de zes voorkeuzetoetsen; of druk op toets 5 ( ) of ( ). Als op het display in plaats van het programmatype de frequentie of de naam van het station verschijnt, druk dan op toets 5 ( ) of ( ); het op dat moment geselecteerde programma wordt weergegeven. Om het huidige programmatype onder één van de 6 voorkeuzetoetsen op te slaan, moet u de voorkeuzetoets even ingedrukt houden. Als het programmatype is opgeslagen, hoort u een akoestisch signaal. Zie de paragrafen Automatische afstemming en Scan-functie (stations kort beluisteren) om naar een station met het gewenste programmatype te zoeken. Als geen enkel station het geselecteerde programmatype uitzendt, hoort u een akoestisch signaal, wordt afgestemd op het laatst geselecteerde station en verschijnt op het display 2 seconden het opschrift CHOSEN PTY NOT FOUND. Druk voor het uitschakelen van de PTY-functie opnieuw kort op toets 17 (PTY): op het display verschijnt de indicatie (frequentie enz...) die actief was voor de PTY-functie. PTY-programmatype van het station controleren Om het PTY-programmatype van het beluisterde station te herkennen, moet toets 17 (PTY) ingedrukt worden gehouden, totdat u een akoestisch signaal hoort. Na het akoestische signaal verschijnt op het display het programmatype (zie de vorige paragraaf) dat door het station waarop is afgestemd, wordt aangeboden. Als het station geen enkele PTY-code uitzendt, verschijnt op het display het opschrift NO- PTY PROVIDE. Na enkele seconden wordt op het display opnieuw de RDS-naam of de frequentie van het station weergegeven. EON-functie (Enhanced Other Network) In enkele landen zijn netwerken geformeerd van meerdere stations die verkeersinformatie uitzenden. Als dit het geval is, wordt het programma van het station waarnaar u luistert tijdelijk onderbroken voor verkeersinformatie (alleen bij ingeschakelde TAfunctie), op het moment dat een van de stations van hetzelfde netwerk verkeersinformatie uitzendt. 81
83 Doorlopen van de programma s Het is mogelijk diverse programma s te ontvangen binnen hetzelfde netwerk en deze te doorlopen (alleen op de FM-golfband). Houd voor het inschakelen van deze functie toets 14 (AF-TA) voor het inschakelen van de AF-functie, ingedrukt. Vervolgens kunt u de golfband doorlopen met toets 5 ( ) of ( ). Alle stations die al een keer ontvangen zijn, worden opgeslagen met hun PI-code. Als deze functie is ingeschakeld, kunnen stations worden geselecteerd (vooruit/achteruit) door op toets 5 ( ) of ( ) te drukken. BELANGRIJK Het programma moet ten minste een keer eerder ontvangen zijn. Uitzendingen in stereo Als het ontvangstsignaal te zwak is, wordt de weergave automatisch veranderd van stereo in mono. MENU Functies van toets 11 (MENU-PRESET SCAN) Druk voor het inschakelen van de Menu-functie kort op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Op het display verschijnt het opschrift MENU. De menu-functies kunnen worden doorlopen met toets 6 (N) of (O). De geselecteerde functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de geselecteerde functie. De menufuncties zijn: USER EQ SETTING (instellingen van de equalizer, alleen als de equalizer is ingeschakeld); PRESET/USER/CLASSIC/ROCK/JAZZ (uit-/ inschakelen en selecteren van de instellingen van de equalizer); REGIONAL MODE (regionale programma s); CD DISPLAY (instelling display van CD-speler); CDC DISPLAY (instelling display van CD-wisselaar, indien aanwezig); SENSITIVITY (ontvangstgevoeligheid); 82
84 SVC SETTING (snelheidsafhankelijke volumeregeling); CD NAMING FUNCTION (namen toekennen aan CD s, alleen als een CD wordt weergegeven); PHONE SETTING (volume van de telefoon, indien geïnstalleerd); HICUT FUNCTION (beperking van de hoge tonen); IGNITION TIMER (uitschakelwijze); Druk om het Menu te verlaten opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Functie PRESET/USER/CLASSIC/ROCK/JAZZ (in-/uitschakelen van de equalizer) De geïntegreerde equalizer kan worden in- of uitgeschakeld. Als de functie equalizer niet is ingeschakeld, kunnen van de audio-instellingen alleen de bassen ( BASS ) en de hoge tonen ( TREBLE ) geregeld worden, terwijl als de functie is ingeschakeld ook het volume van frequentiebanden gewijzigd kan worden. Selecteer voor het uitschakelen van de equalizer de instelling PRESET met toets 6 (N) of (O). Selecteer voor het inschakelen van de equalizer met toets 6 (N) of (O) een van de instellingen: USER (afstellen van de 7 banden van de equalizer door de gebruiker); CLASSIC (vooraf vastgestelde instelling van de equalizer voor optimale weergave van klassieke muziek); ROCK (vooraf vastgestelde instelling van de equalizer voor optimale weergave van rock- en popmuziek); JAZZ (vooraf vastgestelde instelling van de equalizer voor optimale weergave van jazzmuziek). Selecteer in het Menu met toets 6 (N) of (O) de laatste instelling en wijzig deze met toets 5 ( ) of ( ). Als één van de instellingen van de equalizer ingeschakeld is, verschijnt op het display het opschrift EQ. Functie USER EQ SETTINGS (instellingen van de equalizer, alleen als de instelling USER is geselecteerd) Selecteer voor een persoonlijke instelling van de equalizer met toets 6 (N) of (O) de functie USER EQ SETTINGS. Gebruik voor het wijzigen van de instellingen van de equalizer toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt een diagram met 7 kolommen. Iedere kolom geeft een frequentiebereik aan voor het linker of rechter kanaal. Selecteer het gewenste staafje met toets 5 ( ) of ( ); het geselecteerde staafje begint te knipperen en kan worden geregeld met toets 6 (N) of (O). Druk voor het opslaan van de nieuwe instellingen opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Op het display verschijnt opnieuw het opschrift USER EQ SETTINGS. 83
85 Functie REGIONAL MODE (ontvangst van regionale uitzendingen) Enkele nationale stations zenden, op bepaalde uren van de dag regionale programma s uit die per gebied verschillen. Met deze functie wordt alleen op lokale (regionale) stations afgestemd. Als u naar een regionaal programma luistert en u wilt naar dit station blijven luisteren, moet deze functie worden ingeschakeld. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: REGIONAL MODE: ON : functie ingeschakeld; REGIONAL MODE: OFF : functie uitgeschakeld. Als de functie is uitgeschakeld en u hebt afgestemd op een regionaal station dat in een bepaald gebied uitzendt, dan zult u als u in een ander gebied komt, het regionale station van dat nieuwe gebied ontvangen. BELANGRIJK Als de functie is uitgeschakeld ( REGIONAL MODE-OFF ) en de AF-functie is ingeschakeld (alternatieve frequentie), wordt automatisch afgestemd op de optimale frequentie van het geselecteerde station. Functie CD DISPLAY (weergave van de gegevens van de Compact Disc) Met deze functie kunt u kiezen welke informatie op het display wordt weergegeven als u naar een CD luistert. Nadat u de functie CD hebt geselecteerd in het Menu met de toetsen 6 (N) of (O), verschijnt er op het display het opschrift CD DISPLAY. De instelling kan worden gewijzigd met toets 5 ( ) of ( ). Er zijn twee instellingen mogelijk: TIME (verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk); NAME (naam die aan de CD is toegekend). Functie CDC DISPLAY (weergave van de gegevens van de CD-wisselaar) (indien geïnstalleerd) Deze functie kan alleen worden gekozen als een CDwisselaar is aangesloten. In dat geval verschijnt op het display het opschrift CDC DISPLAY. De functie kan worden gewijzigd met toets 5 ( ) of ( ). Er zijn drie instellingen mogelijk: TIME (verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk); CD NR (nummer van de CD); NAME (naam die aan de CD is toegekend). 84
86 Functie SENSITIVITY (regeling ontvangstgevoeligheid) Met deze functie kan de ontvangstgevoeligheid bij het automatisch afstemmen automatisch worden gewijzigd. Als de lage ontvangstgevoeligheid is ingesteld SENSITIVITY LOCAL, wordt alleen gezocht naar stations met een optimale ontvangst; als de hoge ontvangstgevoeligheid is ingesteld SENSITIVITY DISTANCE, wordt daarentegen naar alle stations gezocht. Als u zich echter in een gebied bevindt waarin vele stations uitzenden en u alleen die stations wilt selecteren met het sterkste signaal, moet de lage ontvangstgevoeligheid SENSITIVITY LOCAL worden ingesteld. De gevoeligheid kan worden ingesteld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: SENSITIVITY: LOCAL : lage ontvangstgevoeligheid; SENSITIVITY: DISTANCE : hoge ontvangstgevoeligheid. Functie SVC SETTING (snelheidsafhankelijke volumeregeling) Met de functie wordt automatisch het volume verhoogd als de snelheid toeneemt, waardoor het volumeniveau wordt aangepast aan het achtergrondgeluid in het interieur. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: SVC SETTING: ON : functie ingeschakeld; SVC SETTING: OFF : functie uitgeschakeld. Functie CD NAMING (namen aan CD s toekennen) Met de functie CD NAMING kunnen maximaal 30 CD s van een naam worden voorzien van maximaal 8 tekens. Deze functie kan alleen worden ingeschakeld als de CD-speler of CD-wisselaar is ingeschakeld. De functie kan worden ingeschakeld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt het opschrift CD NAMING FUNCTION. Als de CD al een naam heeft, verschijnt deze naam op het display; in het tegenovergestelde geval verschijnen er 8 streepjes. Als er geen geheugen meer beschikbaar is voor een nieuwe naam, wordt de eerste naam in het geheugen getoond. 85
87 Om een naam te wijzigen of een naam toe te kennen aan een nieuwe CD, moet op toets 5 ( ) of ( ) worden gedrukt. Druk opnieuw op de toetsen om de positie van het karakter te selecteren dat u wilt wijzigen. Druk op toets 6 (N) of (O) om het karakter te selecteren of te wijzigen. Druk voor het opslaan van de nieuwe naam opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Op het display verschijnt het opschrift CD NAMING. Om de naam van de ingevoerde CD te wissen moet de functie worden ingeschakeld en gedurende circa 5 seconden toets 15 (2-CLR) ingedrukt worden gehouden. U hoort een akoestisch signaal en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift ONE NAME DELETED. U kunt nu de procedure starten voor het toekennen van een nieuwe naam. Om alle namen te wissen moet de functie worden ingeschakeld en gedurende langer dan 8 seconden toets 15 (2-CLR) ingedrukt worden gehouden. U hoort twee akoestische signalen en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift ALL NAMES DELETED. U kunt nu de procedure starten voor het toekennen van nieuwe namen. Functie PHONE SETTING (volumeregeling van de telefoon) Met deze functie kan het volume van de telefoon worden geregeld (instellingen van 1 tot 66) of uitgeschakeld (instelling OFF). De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Stel het volume in m.b.v. toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: PHONE FUNCTION : functie ingeschakeld; PHONE VOLUME: 23 : functie ingeschakeld en volume ingesteld op 23; OFF : functie uitgeschakeld. Functie HICUT (beperking van de hoge tonen) Deze functie beperkt de weergave van hoge tonen in relatie tot het ontvangen signaal. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: HICUT FUNCTION: ON : functie ingeschakeld; HICUT FUNCTION: OFF : functie uitgeschakeld. 86
88 Functie IGN TIME (in-/uitschakelwijze) (indien aanwezig) Het apparaat schakelt in als u de toets 18 (ON/OFF VOLUME) ingedrukt houdt. Als de contactsleutel in stand MAR staat, dan is de toets ON altijd verlicht om het inschakelen van de autoradio te vergemakkelijken. Met deze functie kan de uitschakelwijze van de autoradio (2 mogelijkheden) worden ingesteld. De functie kan worden ingeschakeld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt de gekozen wijze: 00 MIN : uitschakeling afhankelijk van de start-/ contactsleutel; de autoradio wordt automatisch uitgeschakeld zodra u de contactsleutel in stand STOP draait; 20 MIN : uitschakeling onafhankelijk van de start-/ contactsleutel; de autoradio blijft 20 minuten ingeschakeld nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid. BELANGRIJK Als de autoradio automatisch uitschakelt nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid (voor directe uitschakeling of uitschakeling na 20 minuten), dan schakelt hij automatisch weer in als de contactsleutel in stand MAR wordt gedraaid. Als de autoradio daarentegen wordt uitgeschakeld door toets 18 (ON/OFF VOLUME) in te drukken, en u de contactsleutel in stand MAR draait, dan blijft de autoradio uitgeschakeld. CD-speler selecteren Ga voor het inschakelen van de geïntegreerde CDspeler als volgt te werk: Plaats een CD in de speler (als de radio uit is, wordt de CD-speler automatisch ingeschakeld): de weergave start vanaf het eerste muziekstuk; of Schakel als er reeds een CD in de speler zit, de autoradio in en druk vervolgens kort een aantal malen op toets 1 (SOURCE-SCAN) om de werking CD te selecteren: de weergave start vanaf het laatst beluisterde muziekstuk. Als de CD is geladen, verschijnt op het display het opschrift CD en wordt automatisch de werking CD gekozen. Voor een optimale weergave raden wij aan originele CD s te gebruiken. Als u een CD R/RW gebruikt, dan moet deze van goede kwaliteit zijn en tijdens het opnemen op de laagst mogelijke snelheid zijn beschreven. 87
89 Laden/uitwerpen van de CD Steek de CD voorzichtig in de opening, zodat de CD automatisch en op de juiste wijze in de speler wordt geladen. Druk bij ingeschakeld apparaat op toets 4 ( ) voor het automatisch uitwerpen van de CD. Na het uitwerpen (alleen als de radio is ingeschakeld) hoort u de audiobron die voor het beluisteren van de CD werd weergegeven. Als de CD niet uit de speler wordt verwijderd, dan wordt de CD na ongeveer 20 seconden automatisch weer geladen en wordt afgestemd op de Tuner (Radio). De CD kan niet worden uitgeworpen bij uitgeschakelde autoradio. Als u de uitgeworpen CD weer in de speler plaatst zonder dat hij volledig uit de opening is verwijderd, dan wordt afgestemd op de Tuner (Radio). Eventuele foutmeldingen Als de geladen CD niet kan worden gelezen (bijv. als een CD-ROM is geladen, een CD verkeerd is geplaatst of er een leesfout is), verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift CD ERROR. Vervolgens wordt de CD uitgeworpen en hoort u de audiobron die ingeschakeld was voordat de CD-speler werd geselecteerd. Meldingen op het display Als de CD-speler is ingeschakeld, verschijnen op het display de volgende meldingen: T05 : het nummer van het muziekstuk op de CD; 03:42 : de verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld); XXXXXXX : de naam die aan de CD is toegekend. Als de functie CD Naam is geactiveerd en er geen CDnaam is opgeslagen, dan verschijnt op het display de speelduur van het muziekstuk. Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit) Druk kort op toets 5 ( ) om het vorige muziekstuk op de CD te beluisteren en op toets 5 ( ) om het volgende muziekstuk te beluisteren. De muziekstukken worden cyclisch geselecteerd: na het laatste muziekstuk wordt het eerste muziekstuk geselecteerd en omgekeerd. Als het muziekstuk al meer dan 3 seconden wordt weergegeven en op de toets 5 ( ) wordt gedrukt, wordt het muziekstuk vanaf het begin herhaald. Als u in dat geval het vorige muziekstuk wilt beluisteren, moet de toets twee maal na elkaar worden ingedrukt. 88
90 Versnelde weergave muziekstuk (vooruit/achteruit) Houd toets 5 ( ) ingedrukt om het gekozen muziekstuk versneld vooruit weer te geven of houd toets 5 ( ) ingedrukt om het gekozen muziekstuk versneld achteruit weer te geven. Het versneld vooruit/achteruit weergeven wordt onderbroken als u de toets loslaat. Als in het menu de functie is geselecteerd voor weergave van de CD-naam (CD Name), dan wordt deze functie vervangen door de functie die de speelduur aangeeft. Ongeveer 2 seconden nadat de toets is ingedrukt, verschijnt opnieuw de naam van de CD. Pauze-functie Druk om de CD-speler in de pauze-stand te zetten op toets 13 (3-II). Op het display verschijnt het opschrift PAUSE. Druk om de weergave te hervatten opnieuw op toets 13 (3-II). Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. Scan-functie (muziekstukken op CD kort beluisteren) Met deze functie kan het begin van alle muziekstukken op de CD kort beluisterd worden. Houd toets 1 (SOURCE-SCAN) ingedrukt, totdat een akoestisch signaal klinkt, om de eerste 10 seconden van ieder muziekstuk op de CD weer te geven. Tijdens de weergave van het muziekstuk verschijnen ongeveer 2 seconden de indicatie van de gekozen CD-functie (speelduur, naam of nummer van de CD) en het opschrift SCAN afwisselend op het display. Als de functie Scan is ingeschakeld, dan worden de functies Repeat en Mix uitgeschakeld. Weergavevolgorde van de muziekstukken: vanaf het eerste muziekstuk tot het laatste muziekstuk op de CD (als het laatste muziekstuk eenmaal is weergegeven, wordt het eerste weer kort weergegeven en zo verder). vanaf het eerste muziekstuk op de CD tot het muziekstuk dat werd weergegeven toen de Scanfunctie werd ingeschakeld. De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 1 (SOURCE-SCAN) wordt gedrukt om de weergave van het huidige muziekstuk te hervatten; 89
91 als op toets 6 (N) of (O) wordt gedrukt; als een van voorkeuzetoetsen wordt ingedrukt (1-6); als de Mute-functie wordt ingeschakeld; als van audiobron wordt gewisseld; als toets 1 (SOURCE-SCAN), 11 (MENU-PRESET SCAN) of 18 (AUDIO-LOUDNESS) wordt ingedrukt; als de TA-functie is ingeschakeld en het geselecteerde station verkeersinformatie uitzendt. De Scan-functie duurt voort, totdat deze door de gebruiker wordt beëindigd. Repeat-functie (muziekstuk herhalen) Druk op toets 10 (4-RPT) om het weergegeven muziekstuk continu te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT TRACK. Druk opnieuw op toets 10 (4-RPT) om de Repeatfunctie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT OFF. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT TRACK. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Repeat-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Mix uitgeschakeld. Mix-functie (willekeurige weergave van muziekstukken) U kunt de willekeurige weergave van de muziekstukken op de geselecteerde CD starten door op voorkeuzetoets 9 (5-MIX) te drukken. Er wordt een nieuw muziekstuk weergegeven en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX CD. Druk opnieuw op toets 9 (5-MIX) om de functie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX OFF. Als de Mix-functie is ingeschakeld, worden alle muziekstukken van de geselecteerde CD of van een willekeurige CD in de CD-wisselaar in willekeurige volgorde weergegeven. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift MIX CD. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Mix-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Repeat uitgeschakeld. 90
92 TPM-functie (weergavevolgorde muziekstukken opslaan) Met de TPM-functie (Track Program Memory) kan de weergavevolgorde van de muziekstukken op een CD worden opgeslagen; de muziekstukken op de CD worden dan in de opgeslagen volgorde afgespeeld. Druk voor het inschakelen van deze functie kort op toets 16 (1-TPM), tijdens het beluisteren van een CD. Als de functie ingeschakeld is, verschijnt op het display het opschrift TPM ON. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift TPM ON. Als geen enkele weergavevolgorde van muziekstukken is geprogrammeerd, kan de TPM-functie niet worden ingeschakeld. Als op toets 16 (1-TPM) wordt gedrukt, verschijnt op het display het opschrift NO TPM AVAILABLE. Selecteer voor het opslaan van de muziekstukken het gewenste muziekstuk en houd toets 16 (1-TPM) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort; op het display verschijnt het opschrift TRACK IS STORED. Herhaal deze procedure voor alle andere muziekstukken die u wilt opslaan. BELANGRIJK Er kunnen maximaal 40 muziekstukken per CD worden opgeslagen. CLR-functie (opgeslagen muziekstukken wissen) Met de functie CLR (Clear) is het mogelijk: een of alle muziekstukken van een CD uit het geheugen van de TPM-functie te wissen. alle muziekstukken van alle CD s in de CD-wisselaar uit het geheugen van de TMP-functie te wissen. Als u een enkel muziekstuk uit het geheugen wilt wissen, moet u het muziekstuk met de toets 5 ( ) of ( ) selecteren als de TPM-functie is ingeschakeld. Druk vervolgens ongeveer 3 seconden op toets 15 (2- CLR). De TPM-functie wordt uitgeschakeld, er klinkt een akoestisch signaal en op het display verschijnt het opschrift ONE TRACK DELETED. Als u alle muziekstukken van de CD uit het geheugen wilt wissen, moet u de gewenste CD laden en TPMfunctie inschakelen. Druk vervolgens ongeveer 6 seconden op toets 16 (2-CLR); de TPM-functie wordt uitgeschakeld, er klinkt twee maal, na ongeveer 2 en 4 seconden, een akoestisch signaal en op het display verschijnt het opschrift ALL TRACKS DELETED. Als u alle muziekstukken van alle CD s in de wisselaar uit het geheugen wilt wissen, moet u langer dan 8 seconden op toets 15 (2-CLR) drukken; er klinkt drie maal, na ongeveer 2, 4 en 8 seconden, een akoestisch signaal en op het display verschijnt het opschrift COMPLETE TPM CLEARED. 91
93 WERKING VAN DE CD-WISSELAAR (CDC) (indien aanwezig) Als optional is een CD-wisselaar voor 5 CD s (speler voor meerdere CD s) leverbaar. Deze wordt in het dashboardkastje ingebouwd. CD-wisselaar selecteren Schakel de autoradio in en druk vervolgens kort op toets 1 (SOURCE-SCAN) om de functie CHANGER te selecteren. CD plaatsen/verwijderen CD s in CD-wisselaar plaatsen: plaats voorzichtig de CD s met de bedrukte zijde naar boven in de houders van de CD-wisselaar, en duw de houders tot aan de weerstand; de CD s worden automatisch in de speler getrokken. CD s uit CD-wisselaar verwijderen: druk op de genummerde toets naast de houder van de CD die u wilt verwijderen en houd deze ingedrukt. Eventuele foutmeldingen Eventuele foutmeldingen worden in de volgende gevallen weergegeven: geen enkele CD in de CD-wisselaar aanwezig: op het display verschijnt het opschrift CD ERROR totdat een andere audiobron wordt gekozen; de geselecteerde CD kan niet gelezen worden (de CD bevindt zich niet in de geselecteerde positie of de CD is verkeerd geplaatst): op het display verschijnt, na het nummer van de geselecteerde CD, ongeveer 2 seconden het opschrift CD ERROR. Hierna wordt de volgende CD gekozen; als er geen andere CD s aanwezig zijn of deze zijn ook niet leesbaar, dan verschijnt op het display het opschrift NO CD totdat een andere audiobron wordt gekozen; CD wordt verkeerd gelezen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift CD ERROR. Hierna wordt de volgende CD gekozen; als er geen andere CD s aanwezig zijn (na de laatste CD begint het zoeken opnieuw vanaf de eerste CD) of deze zijn ook niet leesbaar, dan verschijnt op het display het opschrift NO CD totdat een andere audiobron wordt gekozen; als een CD-ROM wordt geplaatst: de volgende beschikbare CD wordt geselecteerd. 92
94 Meldingen op het display Als de CD-wisselaar is ingeschakeld, verschijnen op het display de volgende meldingen: T05 : het nummer van het muziekstuk op de CD; 03:42 : de verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld); CD 04 : het nummer van de CD in de houder. XXXXXXX : de naam die aan de CD is toegekend. CD selecteren Druk op toets 6 (N) om de volgende CD te selecteren of op toets 6 (O) om de vorige CD te selecteren. Als in het menu is gekozen voor tijdsduurweergave van de CD, dan wordt gedurende 2 seconden het CD-nummer weergegeven en vervolgens de tijdsduur. Als in de houder op de gekozen plek geen CD aanwezig is, dan verschijnt kort op het display het opschrift NO CD. Vervolgens wordt automatisch de volgende CD weergegeven. Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit) Druk kort op toets 5 ( ) om het vorige muziekstuk op de CD te beluisteren en op toets 5 ( ) om het volgende muziekstuk te beluisteren. De muziekstukken worden cyclisch geselecteerd: na het laatste muziekstuk wordt het eerste muziekstuk geselecteerd en omgekeerd. Houd de toets ingedrukt om de muziekstukken te doorlopen. Als het muziekstuk al meer dan 3 seconden wordt weergegeven en kort op de toets 5 ( ) wordt gedrukt, wordt het muziekstuk vanaf het begin herhaald. Als u in dat geval het vorige muziekstuk wilt beluisteren, moet de toets twee maal na elkaar worden ingedrukt. Snel vooruit-/terugspoelen Houd toets 5 ( ) ingedrukt om het geselecteerde muziekstuk snel terug te spoelen en houd toets 5 ( ) ingedrukt om het muziekstuk snel vooruit te spoelen. Het snel vooruit/achteruit spoelen wordt onderbroken als u de toets loslaat. Als in het menu is gekozen voor weergave van het nummer of de naam van de CD, dan wordt deze weergave ongeveer 2 seconden vervangen door de weergave van de speelduur van de CD. 93
95 Pauze-functie Druk om de cassettespeler in de pauze-stand te zetten op toets 13 (3-II). Op het display verschijnt het opschrift PAUSE. Druk om de weergave te hervatten opnieuw op toets 13 (3-II). De pauze-functie wordt automatisch uitgeschakeld als van audiobron wordt gewisseld. Scan-functie (muziekstukken op CD kort beluisteren) Met deze functie wordt het begin weergegeven van alle muziekstukken van de CD s in de CD-wisselaar. Houd toets 1 (SOURCE-SCAN) ingedrukt, totdat een akoestisch signaal klinkt, om de eerste 10 seconden van ieder muziekstuk op de CD weer te geven. Tijdens de weergave van het muziekstuk verschijnen ongeveer 2 seconden de indicatie van de gekozen CD-functie (speelduur, naam of nummer van de CD) en het opschrift SCAN afwisselend op het display. Als de functie Scan is ingeschakeld, dan worden de functies Repeat en Mix uitgeschakeld. Weergavevolgorde van de muziekstukken: vanaf het weergegeven muziekstuk tot het laatste muziekstuk op de CD; vanaf het eerste tot het laatste muziekstuk als u de volgende CD in de wisselaar selecteert (dit geldt ook voor alle andere CD s in de wisselaar). als de laatste CD in de CD-wisselaar kort is weergegeven, wordt opnieuw de eerste geselecteerd. De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 1 (SOURCE-SCAN) wordt gedrukt om de weergave van het huidige muziekstuk te hervatten; als op toets 6 (N) of (O) wordt gedrukt (als ze bij ingeschakelde CD-wisselaar gelijktijdig worden ingedrukt, wordt een andere CD gekozen); als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt (1-6); als de Mute-functie wordt ingeschakeld; als van audiobron wordt gewisseld; als toets 11 (MENU-PRESET SCAN) of 8 (AUDIO- LOUDNESS) wordt ingedrukt; als de TA-functie is ingeschakeld en het geselecteerde station verkeersinformatie uitzendt. De Scan-functie duurt voort, totdat deze door de gebruiker wordt beëindigd. 94
96 Repeat-functie (muziekstuk herhalen) Druk op toets 10 (4-RPT) om het weergegeven muziekstuk continu te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT TRACK. Druk opnieuw op toets 10 (4-RPT) om de geselecteerde CD te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT CD. Druk opnieuw op toets 10 (4-RPT) om de Repeatfunctie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT OFF. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT TRACK of REPEAT CD. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Repeat-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Mix uitgeschakeld. Mix-functie (willekeurige weergave van muziekstukken) U kunt de willekeurige weergave van de muziekstukken op de geselecteerde CD starten door op voorkeuzetoets 9 (5-MIX) te drukken. Er wordt een nieuw muziekstuk weergegeven en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX CD. Druk nogmaals op toets 9 (5-MIX) voor een willekeurige weergave van een CD in de wisselaar: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX MAGAZINE. Druk opnieuw op toets 9 (5-MIX) om de functie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX OFF. Als de Mix-functie is ingeschakeld, worden alle muziekstukken van de geselecteerde CD of van een willekeurige CD in de CD-wisselaar in willekeurige volgorde weergegeven. Na weergave van een muziekstuk, verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift MIX CD of MIX MAGAZINE. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Mix-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Repeat uitgeschakeld. 95
97 TPM-functie (weergavevolgorde muziekstukken opslaan) Met de TPM-functie (Track Program Memory) kan de weergavevolgorde van de muziekstukken op een CD worden opgeslagen; de muziekstukken op de CD worden dan in de opgeslagen volgorde afgespeeld. Druk voor het inschakelen van deze functie kort op toets 16 (1-TPM), tijdens het beluisteren van een CD. Als de functie ingeschakeld is, verschijnt op het display het opschrift TPM ON. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift TPM ON. Als geen enkele weergavevolgorde van muziekstukken is geprogrammeerd, kan de TPM-functie niet worden ingeschakeld. Als op toets 16 (1-TPM) wordt gedrukt, verschijnt op het display het opschrift NO TPM AVAILABLE. Selecteer voor het opslaan van de muziekstukken het gewenste muziekstuk en houd toets 16 (1-TPM) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaal hoort; op het display verschijnt het opschrift TRACK IS STORED. Herhaal deze procedure voor alle andere muziekstukken die u wilt opslaan. BELANGRIJK Er kunnen maximaal 40 muziekstukken per CD worden opgeslagen. CLR-functie (muziekstukken uit geheugen wissen) Met de functie CLR (Clear) is het mogelijk: een of alle muziekstukken van een CD uit het geheugen van de TPM-functie te wissen; alle muziekstukken van alle CD s in de CD-wisselaar uit het geheugen van de TMP-functie te wissen. Als u een enkel muziekstuk uit het geheugen wilt wissen, moet u het muziekstuk met de toets 5 ( ) of ( ) selecteren als de TPM-functie is ingeschakeld. Druk vervolgens ongeveer 3 seconden op toets 15 (2- CLR). De TPM-functie wordt uitgeschakeld, er klinkt een akoestisch signaal en op het display verschijnt het opschrift ONE TRACK DELETED. Als u alle muziekstukken van de CD uit het geheugen wilt wissen, moet u de gewenste CD laden en de TPMfunctie inschakelen. Druk vervolgens ongeveer 6 seconden op toets 16 (2-CLR); de TPM-functie wordt uitgeschakeld, er klinkt twee maal, na ongeveer 2en 4 seconden, een akoestisch signaal en op het display verschijnt het opschrift ALL TRACKS DELETED. Als u alle muziekstukken van alle CD s in de wisselaar uit het geheugen wilt wissen, moet u langer dan 8 seconden op toets 15 (2-CLR) drukken; er klinkt drie maal, na ongeveer 2, 4 en 8 seconden, een akoestisch signaal en op het display verschijnt het opschrift COMPLETE TPM CLEARED. 96
98 TECHNISCHE GEGEVENS B F0G0509m Autoradio Maximaal vermogen: 4x40W. Luidsprekers Het standaard audiosysteem bestaat uit: 2 full-range luidsprekers voor (B) met een diameter van 165 mm en met elk een piekvermogen van 40W; 2 full-range luidsprekers achter met een diameter van 130 mm en met elk een piekvermogen van 35W. Het hifi-audiosysteem (optional) bestaat uit: twee tweeters (A) en twee woofers (B) voor met elk een piekvermogen van 40W; twee full-range luidsprekers achter met elk een piekvermogen van 40W; een subwoofer van 100W onder de rechter stoel. 97
99 CD-wisselaar (indien aanwezig) De auto kan zijn uitgerust met een CD-wisselaar voor 5 CD s in het dashboardkastje. Antenne De antenne is op het dak van de auto geplaatst. F0G0508m Zekering De autoradio wordt beveiligd door een 10A-zekering (A). F0G0507m 98
100 BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL CD/ MP3-SPELER F0G0501m 99
101 Toets Toetsen en frontpaneel Letter of symbool Functie RADIO Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) SOURCE-SCAN Display CD-lade N O 6-MP3 AUDIOSYSTEEM LOUDNESS 5-MIX Audiobron/Scan-functie selecteren Eject CD (CD uitwerpen) Handmatig zoeken naar stations Automatisch zoeken naar stations Voorkeuzestation 6 Functie MP3-info Audio-instellingen/Loudness Voorkeuzestation 5/MIX-functie CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten) of Radio selecteren Eject CD Handmatig zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - Handmatig zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Automatisch zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Automatisch zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - FM/AM: oproepen voorkeuzestation 6 Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) FM/AM: oproepen voorkeuzestation 5 FM/AM-stations kort beluisteren Snel handmatig zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - Snel handmatig zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Snel automatisch zoeken naar stations TP: zoeken + PTY: zoeken + AF: zoeken + Snel automatisch zoeken naar stations TP: zoeken - PTY: zoeken - AF: zoeken - FM/AM: opslaan voorkeuzestation 6 Loudness in-/uitschakelen FM/AM: opslaan voorkeuzestation 5 100
102 CD/MP3-speler Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-speler Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten) of Radio selecteren Eject CD Muziekstuk herhalen/vorig muziekstuk selecteren Muziekstukken op CD kort beluisteren Snel terugspoelen CD-speler, CD-wisselaar (indien aangesloten) of Radio selecteren Eject CD Muziekstuk herhalen/vorig muziekstuk selecteren CD s in CD-wisselaar kort beluisteren Snel terugspoelen Volgend muziekstuk selecteren Snel vooruitspoelen Volgend muziekstuk selecteren Snel vooruitspoelen Volgend muziekstuk selecteren (continu) Volgend muziekstuk selecteren Vorige map selecteren Vorige map selecteren (continu) Volgende CD selecteren Vorige CD selecteren Volgende CD selecteren (continu) Vorige CD selecteren (continu) Weergave gegevens geselecteerde map Loudness in-/uitschakelen Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) MIX-functie in-/uitschakelen Bass (B) Treble (T) Fader (F) Balance (B) MIX-functie in-/uitschakelen Loudness in-/uitschakelen 101
103 Toets Toetsen en frontpaneel Letter of symbool Functie RADIO Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) RPT MENU-PRESET SCAN BAND-AUTOSTORE 3-II AF-TA 2-CLR Voorkeuzestation 4/ REPEAT-functie Menu-functie/Scan-functie Golfband selecteren Voorkeuzestation 3/ Pauze weergave Alternatieve frequentie (AF) / Verkeersinformatie (TA) Voorkeuzestation 2/CLR-functie (opgeslagen muziekstukken wissen) FM/AM: oproepen voorkeuzestation 4 Menu in-/uitschakelen FM1, FM2, FMT, MW, LW FM/AM: oproepen voorkeuzestation 3 TA ON/OFF FM/AM: oproepen voorkeuzestation 2 FM/AM: opslaan voorkeuzestation 4 Voorkeuzestations kort beluisteren Automatisch opslaan op de FMTgolfband FM/AM: opslaan voorkeuzestation 3 AF ON/OFF FM/AM: opslaan voorkeuzestation TPM PTY ON/OFF VOLUME Voorkeuzestation 1/TPM-functie (weergavevolgorde muziekstukken opslaan) Programmatype Autoradio in-/uitschakelen/volumeregeling FM/AM: oproepen voorkeuzestation 1 PTY ON/OFF Bij ingeschakelde autoradio: Audio Mute in-/uitschakelen Bij uitgeschakelde radio: autoradio inschakelen/ Volumeregeling: naar links draaien: verlagen naar rechts draaien: verhogen FM/AM: opslaan voorkeuzestation 1 PTY: weergave geselecteerd programmatype Bij ingeschakelde autoradio: uitschakelen Bij uitgeschakelde radio: inschakelen 102
104 CD/MP3-speler Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) CD-speler Kort indrukken (minder dan 2 sec.) Lang indrukken (meer dan 2 sec.) REPEAT-functie in-/uitschakelen REPEAT-functie in-/uitschakelen Menu in-/uitschakelen Pauze CD-weergave in-/uitschakelen Automatisch opslaan op de FMT-golfband Menu in-/uitschakelen Pauze CD-weergave in-/uitschakelen Automatisch opslaan op de FMT-golfband TA ON/OFF AF ON/OFF TA ON/OFF AF ON/OFF Opgeslagen muziekstukken van geselecteerde CD wissen TPM-functie in-/uitschakelen Gewenst muziekstuk opslaan PTY ON/OFF PTY ON/OFF 103
105 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt alleen de werking van de MP3- speler beschreven: voor de werking van de Radio, CDspeler en CD-wisselaar wordt verwezen naar het hoofdstuk Autoradio met CD-speler. OPMERKING MPEG Layer-3 audio decoding technology licensed from Fraunhofer IIS and Thomson multimedia. MP3-SPELER Naast het weergeven van normale audio-cd s kan de radio ook CD-ROM s weergeven waarop MP3- bestanden zijn geregistreerd. De autoradio werkt zoals in het voorgaande hoofdstuk is beschreven ( Autoradio met CD-speler ) wanneer een audio CD wordt geladen. Voor een optimale weergave raden wij het gebruik aan van geluidsdragers van goede kwaliteit die tijdens het opnemen op de laagst mogelijke snelheid zijn beschreven. Structuur van een MP3-CD: een hoofdmap met/zonder MP3-muziekstukken; onder deze hoofdmap bevinden zich andere mappen met/zonder submappen en/of MP3- muziekstukken; een submap kan andere submappen en/of MP3- muziekstukken bevatten; Iedere map van een MP3-CD wordt ingedeeld zoals is afgebeeld in het schema (zie het voorbeeld op de volgende pagina). 104
106 Bijvoorbeeld: 1 Hoofdmap Muziekstuk 1 Muziekstuk n 2 Map 1 Muziekstuk 1 Muziekstuk n 3 Submap 1.1 Muziekstuk 1 Muziekstuk n 4 Submap 1.n Muziekstuk 1 Muziekstuk n 5 Map 2 6 Submap 2.1 Muziekstuk 1 Muziekstuk n 7 Submap 2.n Muziekstuk 1 Muziekstuk n 8 Map 3 Muziekstuk 1 Muziekstuk n 9 Submap Submap 3.n Muziekstuk 1 Muziekstuk n 10 Submap Map n Muziekstuk 1 Muziekstuk n Legenda: n = Volgnummer van mappen/muziekstukken = Structuur van de mappen 105
107 aan de hoofdmap wordt altijd het nummer 1 toegekend; de eerste map krijgt het nummer 2 en de submappen van deze map krijgen de nummers 3 en 4; de eerste map krijgt het nummer 5 en de submappen van deze map krijgen de nummers 6 en 7; deze procedure wordt voor alle andere mappen herhaald. Om toegang te krijgen tot de mappen met muziekstukken moet op toets 6 (N) (volgende map selecteren) of (O) (vorige map selecteren) worden gedrukt. Voorbeeld: als map 1 (nr. 2) is geopend, zijn de volgende mappen beschikbaar: als u op toets 6 (O) drukt, wordt de hoofdmap geopend (nr. 1); als u op toets 6 (N) drukt, wordt de submap 4 (nr. 3) geopend. De mappen die geen MP3-muziekstukken bevatten (bijvoorbeeld map 2 (nr. 5) en de submap 3.1 (nr. 9) kunnen niet worden geselecteerd. Bijvoorbeeld: als map 3 (nr. 8) is geopend, zijn de volgende mappen beschikbaar: als u op toets 6 (O) drukt, wordt de submap 2.X (nr. 7) geopend; als u op toets 6 (N) drukt, wordt de submap (nr. 10) geopend. Kenmerken en werking bij de weergave van MP3- bestanden: de CD-ROM s moeten zijn opgenomen in ISO 9660 formaat; de muziekbestanden moeten de extensie.mp3 hebben: bestanden met een andere extensie worden niet weergegeven; de weergavefrequenties zijn: 44.1 khz, stereo (van 96 tot 320 kbit/s) khz, mono of stereo (van 32 tot 80 kbit/s); de weergave van muziekstukken met variabele bitrate is mogelijk. BELANGRIJK De namen van de MP3-muziekstukken mogen de volgende tekens niet bevatten: spaties, (apostroffen), ( en ) (haakjes openen en sluiten). Zorg tijdens het samenstellen van een MP3-CD dat de bestandsnamen deze tekens niet bevatten; als dit wel het geval is, dan kan het systeem de betreffende muziekstukken niet weergegeven. 106
108 Weergave naam map op het display De naam van de op het display weergegeven MP3-map komt overeen met de naam waarmee de CD-map is opgeslagen, gevolgd door een asterisk. Voorbeeld van een naam van een volledige MP3-map: BEST OF *. Weergave naam muziekstuk op het display Er zijn twee mogelijkheden om een naam aan een MP3-muziekstuk toe te kennen: als het geselecteerd muziekstuk het formaat ID3- TAG heeft, wordt de naam van het MP3-muziekstuk als volgt samengesteld: - het eerste deel van de naam van het muziekstuk komt overeen met de titel die is opgeslagen in ID3- TAG, gevolgd door een asterisk; - het tweede deel van de naam van het muziekstuk is de naam van de uitvoerder die is opgeslagen in ID3-TAG, gevolgd door een asterisk. Als het geselecteerde muziekstuk het formaat ID3- TAG niet heeft, komt de naam van het muziekstuk (zonder extensie MP3 ) overeen met de naam van het bestand waarmee het muziekstuk op de CD is opgeslagen, gevolgd door een asterisk (bijv. TITLE1* ). Volgende/vorige map selecteren Druk op toets 6 (N) om de volgende map te selecteren of op toets 6 (O) om de vorige map te selecteren. De naam van de nieuwe map wordt op het display weergegeven. De mappen worden cyclisch geselecteerd: na de laatste map wordt de eerste map geselecteerd en omgekeerd. BELANGRIJK U kunt alleen de mappen selecteren die ten minste één muziekstuk bevatten. Als binnen 2 seconden geen enkele andere map of muziekstuk wordt geselecteerd, wordt het eerste muziekstuk van de nieuwe map weergegeven. Als het laatste muziekstuk op de geselecteerde map is weergegeven, wordt de volgende map weergegeven die ten minste een muziekstuk bevat. 107
109 Meldingen op het display Als de MP3-CD is geladen, verschijnen op het display het opschrift MP3 en de volgende meldingen: T05 : het nummer van het muziekstuk op de MP3- CD; BEST OF : de naam die aan de map is toegekend (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld); XXXXX : de titel van het muziekstuk (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld); 03:42 : de verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld); BEST 01 : de naam die aan het MP3-bestand is toegekend (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld). Als de functie CD Naam is geactiveerd en er geen CDnaam is opgeslagen, dan verschijnt op het display de speelduur van het muziekstuk. Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit) Druk kort op toets 5 ( ) om het vorige muziekstuk te selecteren of op toets 5 ( ) om het volgende muziekstuk te selecteren De muziekstukken worden cyclisch geselecteerd: na het laatste muziekstuk wordt het eerste muziekstuk geselecteerd en omgekeerd. Als binnen 2 seconden geen enkele andere map of muziekstuk wordt geselecteerd, wordt het volgende muziekstuk weergegeven. Als het muziekstuk al meer dan 3 seconden wordt weergegeven en kort op de toets 5 ( ) wordt gedrukt, wordt het muziekstuk vanaf het begin herhaald. Als u in dat geval het vorige muziekstuk wilt beluisteren, moet de toets twee maal na elkaar worden ingedrukt. Snel vooruit-/terugspoelen Houd toets 5 ( ) ingedrukt om het gekozen muziekstuk versneld vooruit weer te geven of houd toets 5 ( ) ingedrukt om het gekozen muziekstuk versneld achteruit weer te geven. Het snel vooruit/achteruit spoelen wordt onderbroken als u de toets loslaat. Als in het menu is gekozen voor weergave van de naam van de map, de titel van het muziekstuk en de naam van de uitvoerder of de bestandsnaam is geselecteerd, dan wordt deze weergave gedurende 2 seconden vervangen door de weergave van de speelduur van het muziekstuk. 108
110 Scan-functie (muziekstukken op MP3-CD kort beluisteren) Met deze functie kan het begin van alle muziekstukken op de CD kort beluisterd worden. Houd toets 1 (SOURCE-SCAN) ingedrukt, totdat een akoestisch signaal klinkt, om de eerste 10 seconden van ieder muziekstuk op de CD weer te geven. Tijdens de weergave van het muziekstuk verschijnen ongeveer 2 seconden de indicatie van de gekozen CD-functie (speelduur, naam of nummer van de CD) en het opschrift SCAN afwisselend op het display. Als de functie Scan is ingeschakeld, dan worden de functies Repeat en Mix uitgeschakeld. Weergavevolgorde van de muziekstukken: vanaf het weergegeven muziekstuk tot het laatste muziekstuk in de map; vanaf het eerste muziekstuk tot het laatste als u een andere map selecteert (en zo verder voor alle mappen in de CD totdat de functie wordt onderbroken). De Scan-functie wordt in de volgende gevallen onderbroken: als opnieuw op toets 1 (SOURCE-SCAN) wordt gedrukt om de weergave van het huidige muziekstuk te hervatten; als toets 6 (N) of (O) wordt ingedrukt (bij een MP3-CD wordt de vorige/volgende map geselecteerd); als een van voorkeuzetoetsen wordt ingedrukt (1-6); als de Mute-functie wordt ingeschakeld; als van audiobron wordt gewisseld; als toets 1 (SOURCE-SCAN), 10 (MENU-PRESET SCAN) of 18 (AUDIO-LOUDNESS) wordt ingedrukt; als de TA-functie is ingeschakeld en het geselecteerde station verkeersinformatie uitzendt. De Scan-functie duurt voort, totdat deze door de gebruiker wordt beëindigd. 109
111 Repeat-functie (muziekstuk herhalen) Druk op toets 10 (4-RPT) om het weergegeven muziekstuk continu te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT TR. Druk nogmaals op toets 10 (4-RPT) om de MP3- muziekstukken in een map continu te herhalen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT DIR. Druk opnieuw op toets 10 (4-RPT) om de Repeatfunctie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT OFF. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift REPEAT TRACK of REPEAT DIRECTORY. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Repeat-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Mix uitgeschakeld. Mix-functie (willekeurige weergave van muziekstukken) U kunt de willekeurige weergave van de MP3- muziekstukken in een map starten door op toets 9 (5- MIX) te drukken. Er wordt een nieuw muziekstuk weergegeven en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX DIRECTORY. Druk nogmaals op toets 9 (5-MIX) voor een willekeurige weergave van de MP3-muziekstukken van alle mappen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX ALL DIRECTORIES. Druk opnieuw op toets 9 (5-MIX) om de functie uit te schakelen: op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift MIX OFF. Als de Mix-functie is ingeschakeld, worden alle muziekstukken van de geselecteerde CD of van een willekeurige CD in de CD-wisselaar in willekeurige volgorde weergegeven. Na weergave van een muziekstuk verschijnt op het display ongeveer 2 seconden het opschrift MIX DIRECTORY of MIX ALL DIRECTORIES. Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de functie uitgeschakeld. BELANGRIJK Als de Mix-functie wordt ingeschakeld, dan worden de functies Scan en Repeat uitgeschakeld. 110
112 Functie MP3-info (informatie mapgegevens) Druk kort op toets 7 (6-MP3 ) voor weergave van de naam van de huidige map: op het display verschijnt tweemaal gedurende ongeveer 5 seconden de naam van de geselecteerde map. Hierna wordt opnieuw de daarvoor geselecteerde werking van de CD getoond. Als u nogmaals op toets 7 (6-MP3 ) drukt tijdens de weergave van de naam van de map, wordt de titel van de weergeven MP3-CD 2 keer gedurende ongeveer 5 seconden op het display weergegeven. Hierna wordt opnieuw de daarvoor geselecteerde werking van de CD getoond. MENU Functies van toets 11 (MENU-PRESET SCAN) Druk voor het inschakelen van de Menu-functie kort op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Op het display verschijnt het opschrift MENU. De menu-functies kunnen worden doorlopen met toets 6 (N) of (O). De geselecteerde functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de geselecteerde functie. De menufuncties zijn: USER EQ SETTINGS (instellingen van de equalizer, alleen als de instelling USER is geselecteerd); PRESET/USER/CLASSIC/ROCK/JAZZ (uit-/ inschakelen en selecteren van de instellingen van de equalizer); REGIONAL MODE (regionale programma s); CD DISPLAY (instelling display van CD-speler); MP3 DISPLAY (instelling display van CD/MP3- speler); CDC DISPLAY (instelling display van CD -wisselaar, indien geïnstalleerd); 111
113 SENSITIVITY (ontvangstgevoeligheid); SVC SETTING (snelheidsafhankelijke volumeregeling); CD NAMING FUNCTION (namen toekennen aan CD s, alleen als de CD-speler of CD-wisselaar is geselecteerd); PHONE SETTING (volume van de telefoon, indien geïnstalleerd); HICUT FUNCTION (beperking van de hoge tonen); IGNITION TIMER (uitschakelwijze); Druk om het Menu te verlaten opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Functie PRESET/USER/CLASSIC/ROCK/JAZZ (in-/uitschakelen van de equalizer) De geïntegreerde equalizer kan worden in- of uitgeschakeld. Als de functie equalizer niet is ingeschakeld, kunnen van de audio-instellingen alleen de bassen ( BASS ) en de hoge tonen ( TREBLE ) geregeld worden, terwijl als de functie is ingeschakeld ook het volume van frequentiebanden gewijzigd kan worden. Selecteer voor het uitschakelen van de equalizer de instelling PRESET met toets 6 (N) of (O). Selecteer voor het inschakelen van de equalizer met toets 6 (N) of (O) één van de instellingen: USER (afstellen van de 7 banden van de equalizer door de gebruiker); CLASSIC (vooraf vastgestelde instelling van de equalizer voor optimale weergave van klassieke muziek); ROCK (vooraf vastgestelde instelling van de equalizer voor optimale weergave van rock- en popmuziek); JAZZ (vooraf vastgestelde instelling van de equalizer voor optimale weergave van jazzmuziek). Selecteer in het Menu met toets 6 (N) of (O) de laatste instelling en wijzig deze met toets 5 ( ) of ( ). Als één van de instellingen van de equalizer ingeschakeld is, verschijnt op het display het opschrift EQ. Functie USER EQ SETTINGS (instellingen van de equalizer, alleen als de instelling USER is geselecteerd) Selecteer voor een persoonlijke instelling van de equalizer met toets 6 (N) of (O) de functie USER EQ SETTINGS. Gebruik voor het wijzigen van de instellingen van de equalizer toets 5 ( ) of ( ). 112
114 Op het display verschijnt een diagram met 7 staafjes. Ieder staafje geeft een frequentiebereik aan voor het linker of rechter kanaal. Selecteer het gewenste staafje met toets 5 ( ) of ( ); het geselecteerde staafje begint te knipperen en kan worden geregeld met toets 6 (N) of (O). Druk voor het opslaan van de nieuwe instellingen opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Op het display verschijnt opnieuw het opschrift USER EQ SETTINGS. Functie REGIONAL MODE (ontvangst van regionale uitzendingen) Enkele nationale stations zenden, op bepaalde uren van de dag regionale programma s uit die per gebied verschillen. Met deze functie wordt alleen op lokale (regionale) stations afgestemd. Als u naar een regionaal programma luistert en u wilt naar dit station blijven luisteren, moet deze functie worden ingeschakeld. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: REGIONAL MODE: ON : functie ingeschakeld; REGIONAL MODE: OFF : functie ingeschakeld. Als de functie is uitgeschakeld en u hebt afgestemd op een regionaal station dat in een bepaald gebied uitzendt, dan zult u als u in een ander gebied komt, het regionale station van dat nieuwe gebied ontvangen. BELANGRIJK Als de functie is uitgeschakeld ( REGIONAL MODE-OFF ) en de AF-functie is ingeschakeld (alternatieve frequentie), wordt automatisch afgestemd op de optimale frequentie van het geselecteerde station. Functie CD DISPLAY (weergave van de gegevens van de Compact Disc) Met deze functie kunt u kiezen welke informatie op het display wordt weergegeven als u naar een CD luistert. Nadat u de functie CD hebt geselecteerd in het Menu met de toetsen 6 (N) of (O), verschijnt er op het display het opschrift CD DISPLAY. De instelling kan worden gewijzigd met toets 5 ( ) of ( ). Er zijn twee instellingen mogelijk: TIME (verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk); NAME (naam die aan de CD is toegekend). 113
115 114 Functie MP3 DISPLAY (weergave van de gegevens van de MP3-CD) Met deze functie kunt u kiezen welke informatie op het display wordt weergegeven als u naar een MP3-CD luistert. Deze functie kan alleen worden ingeschakeld als er een MP3-CD is geladen: in dat geval verschijnt op het display het opschrift MP3 DISPLAY. De functie kan worden gewijzigd met toets 5 ( ) of ( ). Er zijn vier instellingen mogelijk: DIR (naam die aan de map is toegekend); TRACK (naam van het muziekstuk); TIME (verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk); NAME (naam die aan de CD is toegekend). Functie CDC DISPLAY (weergave van de gegevens van de CD-wisselaar) (indien geïnstalleerd) Deze functie kan alleen worden gekozen als een CDwisselaar is aangesloten. In dat geval verschijnt op het display het opschrift CDC DISPLAY. De functie kan worden gewijzigd met toets 5 ( ) of ( ). Er zijn drie instellingen mogelijk: TIME (verstreken speelduur vanaf het begin van het muziekstuk); CD NR (nummer van de CD); NAME (naam die aan de CD is toegekend). Functie SENSITIVITY (regeling ontvangstgevoeligheid) Met deze functie kan de ontvangstgevoeligheid bij het automatisch afstemmen automatisch worden gewijzigd. Als de lage ontvangstgevoeligheid is ingesteld SENSITIVITY LOCAL, wordt alleen gezocht naar stations met een optimale ontvangst; als de hoge ontvangstgevoeligheid is ingesteld SENSITIVITY DISTANCE, wordt daarentegen naar alle stations gezocht. Als u zich echter in een gebied bevindt waarin vele stations uitzenden en u alleen die stations wilt selecteren met het sterkste signaal, moet de lage ontvangstgevoeligheid SENSITIVITY LOCAL worden ingesteld. De gevoeligheid kan worden ingesteld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: SENSITIVITY: LOCAL : lage ontvangstgevoeligheid; SENSITIVITY: DISTANCE : hoge ontvangstgevoeligheid.
116 Functie SVC SETTING (snelheidsafhankelijke volumeregeling) Met de functie wordt automatisch het volume verhoogd als de snelheid toeneemt, waardoor het volumeniveau wordt aangepast aan het achtergrondgeluid in het interieur. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: SVC SETTING: ON : functie ingeschakeld; SVC SETTING: OFF : functie uitgeschakeld. Functie CD NAMING (namen aan CD s toekennen) Met de functie CD NAME kunnen maximaal 30 CD s van een naam worden voorzien van maximaal 8 tekens. Deze functie kan alleen worden ingeschakeld als de CD-speler of CD-wisselaar is ingeschakeld. De functie kan worden ingeschakeld met toets 5 ( ) of ( ). Op het display verschijnt het opschrift CD NAMING FUNCTION. Als de CD al een naam heeft, verschijnt deze naam op het display; in het tegenovergestelde geval verschijnen er 8 streepjes. Als er geen geheugen meer beschikbaar is voor een nieuwe naam, wordt de eerste naam in het geheugen getoond. Om een naam te wijzigen of een naam toe te kennen aan een nieuwe CD, moet op toets 5 ( ) of ( ) worden gedrukt. Druk opnieuw op de toetsen om de positie van het karakter te selecteren dat u wilt wijzigen. Druk op toets 6 (N) of (O) om het karakter te selecteren of te wijzigen. Druk voor het opslaan van de nieuwe naam opnieuw op toets 11 (MENU-PRESET SCAN). Op het display verschijnt het opschrift CD NAME. Om de naam van de ingevoerde CD te wissen moet de functie worden ingeschakeld en gedurende circa 5 seconden toets 15 (2-CLR) ingedrukt worden gehouden. U hoort een akoestisch signaal en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift ONE NAME DELETED. U kunt nu de procedure starten voor het toekennen van een nieuwe naam. Om alle namen te wissen moet de functie worden ingeschakeld en gedurende langer dan 8 seconden toets 15 (2-CLR) ingedrukt worden gehouden. U hoort twee akoestische signalen en op het display verschijnt ongeveer 2 seconden het opschrift ALL NAME DELETED. U kunt nu de procedure starten voor het toekennen van nieuwe namen. 115
117 Functie PHONE (volumeregeling van de telefoon) Met deze functie kan het volume van de telefoon worden geregeld (instellingen van 1 tot 66) of uitgeschakeld (instelling OFF). De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Stel het volume in m.b.v. toets/draaiknop 18 (ON/OFF VOLUME). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: PHONE FUNCTION : functie ingeschakeld; PHONE VOLUME: 23 : functie ingeschakeld en volume ingesteld op 23; OFF : functie uitgeschakeld. Functie HICUT (beperking van de hoge tonen) Deze functie beperkt de weergave van hoge tonen in relatie tot het ontvangen signaal. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Op het display verschijnt de huidige status van de functie: HICUT FUNCTION: ON : functie ingeschakeld; HICUT FUNCTION: OFF : functie uitgeschakeld. Functie IGNITION TIMER (uitschakelwijze) Met deze functie kan de uitschakelwijze van de autoradio (2 mogelijkheden) worden ingesteld. De functie kan worden in-/uitgeschakeld met toets 5( ) of ( ). Op het display verschijnt de gekozen wijze: 00 MIN : uitschakeling afhankelijk van de start-/ contactsleutel. De autoradio wordt automatisch uitgeschakeld zodra u de contactsleutel in stand STOP draait; 20 MIN : uitschakeling onafhankelijk van de start-/ contactsleutel. De autoradio blijft nog maximaal 20 minuten ingeschakeld nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid. BELANGRIJK Als de autoradio automatisch uitschakelt nadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid (voor directe uitschakeling of uitschakeling na 20 minuten), dan schakelt hij automatisch weer in als de contactsleutel in stand MAR wordt gedraaid. Als de autoradio daarentegen wordt uitgeschakeld door draaiknop/toets 18 (ON/OFF VOLUME) in te drukken, en u de contactsleutel in stand MAR draait, dan blijft de autoradio uitgeschakeld. 116
118 TECHNISCHE GEGEVENS B F0G0509m Autoradio Maximaal vermogen: 4x40W. Luidsprekers Het standaard audiosysteem bestaat uit: 2 full-range luidsprekers voor (B) met een diameter van 165 mm en met elk een piekvermogen van 40W; 2 full-range luidsprekers achter met een diameter van 130 mm en met elk een piekvermogen van 35W. Het hifi-audiosysteem (optional) bestaat uit: twee tweeters (A) en twee woofers (B) voor met elk een piekvermogen van 40W; twee full-range luidsprekers achter met elk een piekvermogen van 40W; een subwoofer van 100W onder de rechter stoel. 117
119 CD-wisselaar (indien aanwezig) De auto kan zijn uitgerust met een CD-wisselaar voor 5 CD s in het dashboardkastje. Antenne De antenne is op het dak van de auto geplaatst. F0G0508m Zekering De autoradio wordt beveiligd door een 10A-zekering (A). F0G0507m 118
120 NOTITIES
121 Fiat Auto Nederland B.V. B.U. After Sales Importeur voor Nederland: Fiat Auto Nederland b.v. - Singaporestraat RA Lijnden Druknummer NL - VII/ e editie - Gedrukt door Hoogcarspel Grafische Communicatie, Middenbeemster Eindredactie Satiz - Turijn
122 NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in dit boekje beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Voor de laatste informatie hieromtrent kunt u zich tot de Fiat-dealer wenden. Gedrukt op houtvrij milieuvriendelijk papier.
FIAT PUNTO 603.46.218 NL RADIO-CD
FIAT PUNTO 603.46.218 NL RADIO-CD F0I0001m AUTORADIO MET CASSETTESPELER AUTORADIO MET CD-SPELER F0I0002m AUTORADIO MET CD/MP3-SPELER F0I0003m INHOUD INLEIDING... 4 TIPS... 4 - Verkeersveiligheid... 4 -
FIAT IDEA NL AUTORADIO
FIAT IDEA 603.46.242 NL AUTORADIO F0H0004m F0H0003m INHOUD INLEIDING... 4 TIPS... 4 - Verkeersveiligheid... 4 - Ontvangstomstandigheden... 4 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 5 - Compact Disc...
FIAT MULTIPLA NL AUTORADIO
FIAT MULTIPLA 603.46.004 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING................................. 2 TIPS EN AANWIJZINGEN.................... 3 VERKLARENDE WOORDENLIJST.............. 6 AUTORADIO MET CASSETTESPELER...................
FIAT DOBLÒ NL AUTORADIO
FIAT DOBLÒ 603.46.386 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING... 2 TIPS EN AANWIJZINGEN... 3 VERKLARENDE WOORDENLIJST... 5 AUTORADIO MET CASSETTESPELER... 9 ALGEMENE INFORMATIE... 9 DIEFSTALBEVEILIGING... 10 BEDIENING...
FIAT FUN NL RADIO
FIAT FUN 603.46.875 NL RADIO INHOUD... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 3 - CD... 4 Technische gegevens... 5... 6 Algemene informatie...
FIAT DUCATO 603.46.882 NL AUTORADIO
FIAT DUCATO 603.46.882 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING.................................. 2 TIPS....................................... 3 VERKLARENDE WOORDENLIJST.............. 6 AUTORADIO MET CD-SPELER..........................
Fiat Dobló 603.47.726 NL RADIOBOEKJE
Fiat Dobló 603.47.726 NL RADIOBOEKJE Importeur voor België: FIAT AUTO BELGIO Genèvestraat 175 1140 Brussel Copyright by Fiat Auto Nederland B.V. Importeur voor Nederland: FIAT AUTO NEDERLAND B.V. Hullenbergweg
FIAT ULYSSE NL AUTORADIO
FIAT ULYSSE 603.46.141 NL AUTORADIO De vast ingebouwde autoradio is ontwikkeld volgens de kenmerkende eigenschappen van het interieur en heeft een geheel eigen ontwerp dat volledig is afgestemd op de vormgeving
1. AM/FM-radio gebruiken
De tuner gebruiken 1. AM/FM-radio gebruiken Toets SOURCE MENU RECALL (BRONMENU OPHALEN) Stationsvoorkeuzetoetsen FUNCTION-toets BAND AUTO.P POWER-toets VOL-knop TUNE TRACKtoetsen Luisteren naar de AM/FM-radio
FIAT PUNTO. 603.46.648 NL AUTORADIO HANDSFREESYSTEEM MET SPRAAKHERKENNING EN Bluetooth -TECHNOLOGIE
FIAT PUNTO 603.46.648 NL HANDSFREESYSTEEM MET SPRAAKHERKENNING EN Bluetooth -TECHNOLOGIE INHOUD... 4 Tips... 4 - Verkeersveiligheid... 4 - Ontvangstomstandigheden... 4 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud...
FIAT PUNTO NL AUTORADIO
FIAT PUNTO 603.46.323 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens... 5 BEKNOPTE
FIAT SCUDO NL AUTORADIO
FIAT SCUDO 603.46.374 NL AUTORADIO AUTORADIO RD1 F0F0590m INHOUD INLEIDING... 4 TIPS EN AANWIJZINGEN... 5 AUTORADIO RD1... 7 BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL... 8 BEDIENINGSKNOPPEN OP HET STUURWIEL...
FIAT DOBLÒ NL AUTORADIO
FIAT DOBLÒ 603.46.895 NL AUTORADIO INHOUD... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens... 5 BEKNOPTE HANDLEIDING...
F I A T F I O R I N O NL A U T O R A D I O
F I A T F I O R I N O 603.83.604 NL A U T O R A D I O INHOUD... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens...
&
F I A T D O B L Ò 530.04.021 & 530.04.28 A U T O R A D I O - F U N F I A T D O B L Ò 530.04.021 NL A U T O R A D I O F U N INHOUD... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden...
FIAT STILO 603.46.304 NL AUTORADIO
FIAT STILO 603.46.304 NL AUTORADIO AUTORADIO MET CASSETTESPELER F0C0288m AUTORADIO MET CD-SPELER F0C0289m AUTORADIO MET CD/MP3-SPELER F0C0190m INHOUD INLEIDING... 4 TIPS EN AANWIJZINGEN... 4 Verkeersveiligheid...
Radio SB05
603.83.502 Radio SB05 INHOUD... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens... 5... 6 Bedieningsknoppen op
FIAT PUNTO 603.46.814 NL AUTORADIO
FIAT PUNTO 603.46.814 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens... 5 BEKNOPTE
F I A T 5 0 0 603.83.290 NL A U T O R A D I O
F I A T 5 0 0 603.83.290 NL A U T O R A D I O INLEIDING... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens...
FIAT DUCATO NL AUTORADIO
FIAT DUCATO 603.46.920 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens... 5
FIAT PUNTO 603.46.224 NL NAVIGATIE
FIAT PUNTO 603.46.224 NL NAVIGATIE De auto kan zijn uitgerust met een in het audiosysteem geïntegreerd satelliet-navigatiesysteem. Het navigatiesysteem is aangepast aan de specifieke eigenschappen van
FIAT PUNTO 603.46.335 NL CONNECT
FIAT PUNTO 603.46.335 NL CONNECT De auto kan zijn uitgerust met het satelliet-navigatiesysteem of met het Connect OBN telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van deze systemen zijn aangepast
FIAT STRADA NL RADIO MP3
FIAT STRADA 603.50.932 NL RADIO MP3 INHOUD INLEIDING... 3 TIPS... 3 VERKEERSVEILIGHEID... 3 ONTVANGSTOMSTANDIGHEDEN... 3 VOORZORGSMAATREGELEN EN ONDERHOUD... 3 COMPACT DISC... 4 AUTORADIO MET CD-SPELER/
FIAT SCUDO 603.83.045 NL AUTORADIO
FIAT SCUDO 603.83.045 NL 603.83.045 Radio Scudo G9 NL 02-02-2007 12:03 Pagina 1 De vast ingebouwde autoradio is ontwikkeld volgens de kenmerkende eigenschappen van het interieur en heeft een geheel eigen
F I A T B R A V O 603.46.847 NL A U T O R A D I O
F I A T B R A V O 603.46.847 NL A U T O R A D I O INHOUD INLEIDING... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische
F I A T NL
F I A T 5 0 0 530.03.793 NL A U T O R A D I O INHOUD... 3 Tips... 3 Technische gegevens... 5... 6 Bedieningsknoppen op het stuurwiel... 9 Algemene informatie... 10... 12 Autoradio inschakelen... 12 Autoradio
Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT RIO RCR 87 http://nl.yourpdfguides.com/dref/3310440
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor BLAUPUNKT RIO RCR 87. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de BLAUPUNKT RIO RCR 87 in de gebruikershandleiding
INLEIDING... 3 Tips... 3 Technische gegevens... 5
F I A T F I O R I N O / Q U B O 530.04.331 NL A U T O R A D I O INHOUD... 3 Tips... 3 Technische gegevens... 5... 6 Bedieningstoetsen op het stuurwiel... 9 Algemene informatie... 10... 12 Autoradio inschakelen...
Alfa GTV/SPIDER NL NAVIGATIESYSTEEM
Alfa GTV/SPIDER 604.31.225 NL NAVIGATIESYSTEEM De auto kan zijn uitgerust met een in het audiosysteem geïntegreerd satelliet-navigatiesysteem. Het navigatiesysteem is aangepast aan de specifieke eigenschappen
NL AUTORADIO
604.31.593 NL AUTORADIO INHOUD INLEIDING... 3 Tips... 3 - Verkeersveiligheid... 3 - Ontvangstomstandigheden... 3 - Voorzorgsmaatregelen en onderhoud... 4 - CD... 4 Technische gegevens... 5 Bose HIFI-audiosysteem...
Bedieningen Dutch - 1
Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts
INLEIDING... 3 Tips... 3 Technische gegevens... 5
F I A T P U N T O A U T O R A D I O INHOUD... 3 Tips... 3 Technische gegevens... 5... 6 Bedieningsknoppen op het stuurwiel... 9 Algemeen... 10... 12 Autoradio inschakelen... 12 Autoradio uitschakelen...
Bediening van de CD-speler
Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit
OVERZICHT. Inhoud. Inleiding. Snelgids. Functies en instellingen. Radio (tuner) CD -SPELER MP3 CD -SPELER
OVERZICHT Inhoud 1 Inleiding 2 Snelgids 3 Functies en instellingen 4 Radio (tuner) 5 CD -SPELER 6 MP3 CD -SPELER 7 2 deze pagina is opzettelijk blanco gelaten INHOUD 3 INLEIDING... 5 Tips... 5 Technische
Autoradio NL
Autoradio 530.03.681 NL De vormgeving en specificaties van de vast ingebouwde autoradio zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard. De autoradio heeft een ergonomische
Gebruik van de afstandsbediening
Gebruik van de afstandsbediening Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de afstandsbediening Wees voorzichtig met de afstandsbediening, hij is licht en klein. Als hij valt kan hij kapot gaan, de batterij
Bediening van de Memory Stick-speler
Bediening Bediening van de Memory Stick-speler Over Memory Sticks Stel Memory Sticks niet bloot aan statische elektriciteit en elektrische bronnen. Dit om te voorkomen dat gegevens op de stick verloren
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
Bediening van de CD-speler
Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit
Bediening van de tuner
Bediening Bediening van de tuner FM ontvangstkenmerken Over het algemeen biedt FM een veel betere klankkwaliteit dan AM. FM en FM stereo hebben met andere karakteristieke problemen te kampen die AM niet
FIAT CROMA. 603.46.618 NL CONNECT Nav+
FIAT CROMA 603.46.618 NL CONNECT Nav+ De auto is uitgerust met het CONNECT telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het
603.83.508 CONNECT Nav+
603.83.508 De auto is uitgerust met het telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard. Het systeem
AV-3720 Radio CD-speler Met RDS EON - AV Car Audio Montage/gebruiks aanwijzing.
AV-3720 Radio CD-speler Met RDS EON - AV Car Audio Montage/gebruiks aanwijzing. Afneembaar antidiefstal frontpaneel. Vermogen 4 x 15W Electronische volumeregeling. Gescheiden hoog/laag tonen, fader regeling.
Inhoud van de handleiding
BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen zich vertrouwd te maken met uw Bang & Olufsen-product. De Het bedie- referentiehandboeningshandleiding
BeoSound 9000. Bedieningshandleiding
BeoSound 9000 Bedieningshandleiding BeoVision Avant Guide BeoVision Avant Reference book Inhoud van de bedieningshandleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met
F I A T S C U D O 530.03.688 NL A U T O R A D I O
F I A T S C U D O 530.03.688 NL A U T O R A D I O De vormgeving en specificaties van de autoradio zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard. De autoradio heeft een
BeoSound Handleiding
BeoSound 3000 Handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met uw Bang & Olufsen-product.
ENGLISH DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDS SVENSKA ESPAÑOL PORTUGUÊS. Gebruiksaanwijzing ACR 3250
Gebruiksaanwijzing ACR 3250 1 ESPAÑOL SVENSKA ITALIANO FRANÇAIS ENGLISH DEUTSCH 1 2 3 4 5 6 7 = < ; : 9 8 3 ESPAÑOL SVENSKA ITALIANO FRANÇAIS ENGLISH Inhoudsopgave Beknopte gebruiksaanwijzing... 45 Belangrijke
De auto is uitgerust met een radionavigatiesysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en
De auto is uitgerust met een radionavigatiesysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard. Het systeem heeft een
DT-210/DT-210L/DT-210V. NL Revision 1
DT-210/DT-210L/DT-210V NL Revision 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 A B C D E F G H Plaats van de bedieningsorganen Keuzeschakelaar Stereo/Mono/Luidspreker Toets memory (geheugen) Afstemming Omhoog/Omlaag
DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO
DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO WAARSCHUWING STEL DIT APPARAAT NOOIT BLOOT AAN REGEN OF VOCHT, OM HET ONTSTAAN VAN BRAND EN ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VOORKOMEN. BELANGRIJK
DT-F1/DT-F1V. NL Revision 1
DT-F1/DT-F1V NL Revision 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Plaats van de bedieningsorganen Toets AAN/UIT (dient ook als FM/TV golfbereikschakelaar op DT-F1V) Keuzetoets zendergeheugenplaats en opslaggebied
Radio - werking RADIO - WERKING
M 4 0 - werking - werking RADIO - WERKING Hoofdmenu Instellingen Navigatie N.B. Als de geluidsinstallatie wekt in functie "1-HOUR" (1 UUR), kunnen de bedieningsknoppen op het stuurwiel niet worden gebruikt.
Pocket Radio R16 DT-160
Pocket Radio R16 DT-160 Version 1 31 Bedieningselementen 1 Oortelefoonuitgang 2 Voorkeurzender 1/Tijd instellen 3 Voorkeurzender 2/STEP 4 Voorkeurzender 3 5 Voorkeurzender 4/Mono/Stereo 6 Voorkeurzender
ANCIA NL LANCIA YPSILON CONNECT Nav+
ANCIA 603.46.944 NL LANCIA YPSILON CONNECT Nav+ De auto is uitgerust met het CONNECT Nav+ telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten
Kia, het bedrijf. Veel plezier met uw auto!
Kia, het bedrijf Nu u eigenaar bent van een Kia krijgt u waarschijnlijk veel vragen over uw auto en over het bedrijf, zoals Wat is een Kia?, Wie is Kia? en Wat betekent Kia?. Hier volgen enige antwoorden.
DT-220. NL Version 1
DT-220 NL Version 1 Display symbolen FM/LG radio band Radio AM band en AM /PM (in 12 uurs versie) RDS station Tijd symbool A B C D E 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Continu-RDS kloktijd Knipperend-manuele tijdinstelling
FIAT IDEA. 603.46.432 NL CONNECT Nav+
FIAT IDEA 603.46.432 NL CONNECT Nav+ De auto is uitgerust met het CONNECT telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het
FIAT DUCATO 603.46.926 NL
FIAT DUCATO 603.46.926 NL HANDSFREE FUNCTIE MET SPRAAKHERKENNING Het belangrijkste kenmerk van Blue&Me is het geavanceerde spraakherkenningssysteem ook als de mobiele telefoon daar niet mee is uitgerust.
Audiosysteem RADIOSAT HIFI
Audiosysteem RADIOSAT HIFI - ALGEMEEN - BESCHRIJVING - WERKING - UITBOUWEN - ANTENNE - AANSLUITINGEN - NOODPROGRAMMA S - SPECIALE CONTROLES - STORING ZOEKEN - TECHNISCHE GEGEVENS - DIAGNOSEFORMULIER -
AV-2750 Radio CD-speler AV Car Audio Montage/gebruiks aanwijzing.
AV-2750 Radio CD-speler AV Car Audio Montage/gebruiks aanwijzing. Afneembaar antidiefstal flip frontpaneel. Hoogvermogen 4 x 40W Electronische volumeregeling. Gescheiden hoog/laag tonen, fader regeling.
AV-2720 Car Audio Radio CD-speler Montage/gebruiks aanwijzing.
AV-2720 Car Audio Radio CD-speler Montage/gebruiks aanwijzing. Afneembaar antidiefstal frontpaneel. Vermogen 4 x 10W. Electronische volumeregeling. EQ tonen regeling. LCD display / Klok functie. Loudness
HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2
HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding 9355495 Uitgave 2 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-2R conform is aan de bepalingen
Handleiding U8 Wireless Headset
Voorwoord Bedankt dat je voor de Music Headsets hebt gekozen Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig voor de juiste instructies om het voordeel van ons product te maximaliseren. Onze headsets zijn goed
Spraakbediening WERKINGSPRINCIPE DE SPRAAKBEDIENING GEBRUIKEN. Het systeem activeren
Spraa kbe diening WERKINGSPRINCIPE Met stemcommando s kunt u de geluidsinstallatie en het telefoonsysteem gebruiken zonder uw aandacht van de weg af te halen. U kunt instellingen veranderen en feedback
Cd-speler CD S LADEN CD 1 14 : 54 CD 2 14 : 54. Please Wait. Eén cd in de speler doen. Meerdere cd s in de speler doen
CD S LADEN Eén cd in de speler doen VOORZICHTIG U mag de cd niet in de sleuf forceren. Zorg dat het label van de cd zich aan de bovenkant bevindt, waarna u de cd gedeeltelijk in de sleuf steekt. Het mechanisme
Alicante CD30 Kiel CD30 Lausanne CD30
Radio / CD Alicante CD30 Kiel CD30 Lausanne CD30 Gebruiksaanwijzing Bitte aufklappen Open here Ouvrir s.v.p. Aprite la pagina Hier openslaan a.u.b. Öppna Por favor, abrir Favor abrir 2 ENGLISH DEUTSCH
Wien RD 127 San Remo RD 127
Radio / CD Wien RD 127 San Remo RD 127 Gebruiksaanwijzing 1 Wien RD 127 1 2 2 San Remo RD 127 3 14 3 13 13 4 4 12 11 10 9 11 10 9 5 8 5 8 6 6 7 3 PORTUGUÊS ESPAÑOL SVENSKA NEDERLANDS ITALIANO FRANÇAIS
Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS Uitgave 1
Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS-6 9232426 Uitgave 1 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-6 conform is aan de bepalingen
Denver CD70 Hamburg CD70 Orlando CD70 Phoenix CD70
Radio / CD Denver CD70 Hamburg CD70 Orlando CD70 Phoenix CD70 Gebruiksaanwijzing 2 Bitte aufklappen Open here Ouvrir s.v.p. Aprite la pagina Hier openslaan a.u.b. Öppna Por favor, abrir Favor abrir DEUTSCH
Gebruiksaanwijzing ACR 3231
Gebruiksaanwijzing ACR 3231 1 2 3 4 10 9 8 7 6 5 3 Inhoud Belangrijke aanwijzigingen... 25 Verkeersveiligheid... 25 Inbouw/aansluiting... 25 Radio-gebruik... 25 Golfband kiezen... 25 Zoekafstemming...
Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok
Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok Welkom bij uw nieuwe Sound Rise! Wij hebben Sound Rise ontwikkeld voor muziekliefhebbers zoals u. Begin de dag met uw favoriete muziek,
Caracas RCR 27 Rio RCR 87
Radio / Cassette Caracas RCR 27 Rio RCR 87 Gebruiksaanwijzing 14 13 12 11 1 2 3 4... 5 6 7 8 9 10 2 Inhoudsopgave Beknopte gebruiksaanwijzing... 51 Belangrijke aanwijzingen... 54 Wat u beslist moet lezen...
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING Inhoudsopgave 02 INHOUDSOPGAVE 03 INFORMATIE 04 OVERZICHT FRONTPANEEL 06 OVERZICHT ACHTERPANEEL 08 BEDIENING VAN DE R5 08 WEKKERINSTELLINGEN 09 SLEEP TIMER INSTELLINGEN 09 DIM 09
PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252
PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252 NL HANDLEIDING NL HANDLEIDING WAARSCHUWING: OM HET RISICO OP BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE REDUCEREN, STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT. LET OP Het
HC883 8-KANAALS ZENDER / ONTVANGER
1. Inleiding 8-KANAALS ZENDER / ONTVANGER Dank u voor uw aankoop! U heeft geen vergunning nodig voor dit handige toestel. Bovendien kunt u praten met om het even wie en u hoeft ook geen zendtijd te betalen!
F I A T S C U D O 603.83.587 NL C O N N E C T N a v +
F I A T S C U D O 603.83.587 NL C O N N E C T N a v + De auto is uitgerust met het CONNECT Nav+ telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en
FUNTIONAL OVERVIEW APERCU DES FONCTIONS FUNCIONES FUNKTIONEN - ÜBERBLICK TOETSEN PANORAMICA FUNZIONALE ALARM ALARM ALARM ALARM ALARM
Clock Radio AJ3160 Clock radio 1 English 2 Français Español Deutsch Nederlands Italiano 1 2 3 T F F a 4 5 Svenska Dansk Suomi Português 1 Polski Έλληνικά Meet Philips at the Internet http://www.philips.com
I. Specificaties. II Toetsen en bediening
I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit
ESN bedieningsprocedure beveiliging
ESN bedieningsprocedure beveiliging ESN bedieningsprocedure beveiliging Over ESN Dit deck is voorzien van ESN (Eclipse Security Network). Een voorgeregistreerde muziek CD (Key CD), veiligheidscode met
HANDLEIDING RADIO BOOST CD
HANDLEIDING RADIO BOOST CD VEEL LUISTERPLEZIER MET UW RADIO MINI BUSINESS CD. Aanwijzingen met betrekking tot de handleiding Om zo snel mogelijk plezier van uw autoradio te kunnen hebben, vindt u reeds
Let op: - Houd, zoals hieronder getoond, voor een goede ventilatie, genoeg ruimte rondom het apparaat vrij: (add line drawing)
Let op: - Houd, zoals hieronder getoond, voor een goede ventilatie, genoeg ruimte rondom het apparaat vrij: (add line drawing) - Verwijder a.u.b. niet het plastic kapje van de FM-antenne (A) aan de achterzijde
1. Ingebouwde AM/FM antenne voor goed ontvangst vooraf instelbare stations ( 5 voor elke golflengte ) 3. Waterbestendig tot JIS7 standaard
H201 Version 1 Kenmerken 1. Ingebouwde AM/FM antenne voor goed ontvangst 2. 10 vooraf instelbare stations ( 5 voor elke golflengte ) 3. Waterbestendig tot JIS7 standaard 4. Zoekt automatisch stations 5.
FIAT SCUDO NL CONNECT Nav+
FIAT SCUDO 603.83.051 NL De auto is uitgerust met het telematica-infosysteem. De vormgeving en specificaties van het systeem zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard.
Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT MILANO RCR 127
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
DT-120/DT-180. NL Revision 1
DT-120/DT-180 NL Revision 1 31 Bedieningselementen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 POWER / BAND LCD-display DBB / STEP Mono / Stereo/Tijd instellen Afstemmen omhoog / omlaag Volumeknop Lock-schakelaar Batterijcompartiment
Bediening van de MP3-speler
Bediening Bediening van de MP3-speler Over MP3 MP3 bestanden die zijn opgenomen van bronnen zoals uitzendingen, platen, bandopnames, video's en live optredens zonder toestemming van de copyrighthouder,
Versie: 1,0. Gebruikshandleiding DAB+/FM-radio
Versie: 1,0 Gebruikshandleiding DAB+/FM-radio Productoverzicht 1. Standby/Modus Indrukken om te wisselen tussen de gebruiksmodi FM en DAB, ingedrukt houden om op stand-by te schakelen. 2. Scan Indrukken
Download de WAE Music app
NEDERLANDS 3 5 12 2 6 1 8 7 9 10 11 13 4 1. Laad de speaker volledig op voor eerste gebruik Laad de WAE Outdoor 04Plus FM speaker volledig op voordat u hem de eerste keer gebruikt. Sluit de micro-usb connector
