Informatiedocument Minder dieren houden
|
|
|
- Lien Vedder
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ACTIEPLAN AMMONIAK & VEEHOUDERIJ - Gedoogbeleid stoppende bedrijven Informatiedocument Minder dieren houden 1. Inleiding Dit document bevat de informatie over de stoppersmaatregel minder dieren houden. Achtereenvolgens wordt beschreven welke uitgangspunten bij deze stoppersmaatregel worden gehanteerd, hoe de uitgangssituatie dient te worden bepaald en wordt per diercategorie aangegeven welke opties er zijn en aan welke voorwaarden daarbij moet worden voldaan. Vervolgens wordt ook ingegaan op intern salderen en omwisselen van dieren in samenhang met minder dieren houden 2. Uitgangspunten Minder dieren houden kan op verschillende manieren. Om in aanmerking te komen als stoppersmaatregel moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: - de methode moet wetenschappelijk beschreven en onderzocht zijn; - de reductiepercentages (voor ammoniak) moeten bekend zijn; - de methode moet niet leiden tot een substantiële toename van andere emissies; - de methode moet controleerbaar zijn aan de hand van administratieve gegevens, eventueel aangevuld met een visuele controle. Op dit moment is er per diercategorie nog maar een beperkt aantal opties die aan deze voorwaarden voldoet. Naar verwachting zullen, afhankelijk van de praktijkbehoefte, nog verschillende opties nader worden onderzocht. Dit kan leiden tot aanvulling van dit document met extra opties. 3. Uitgangssituatie Bij het berekenen van de benodigde reductie geldt als referentie de situatie (aantallen en categorieën dieren, toegepaste huisvestingssystemen) zoals: a. Vergund op 1 januari 2010 voor de bedrijven die onder het Actieplan vallen b. Vergund op 31 december 2012 voor de kleine bedrijven bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit huisvesting (vallen niet onder het Actieplan, omdat ze pas per 1 januari 2013 moesten voldoen aan de emissie-eisen van het Besluit huisvesting) - Uitzonderingen Voor de categorie onder a gelden twee uitzonderingen. - Indien de vergunning na 1 januari 2010 deels is ingetrokken in het kader van het Actieplan omdat minder dieren werden gehouden dan vergund, geldt in plaats van de vergunde situatie op 1 januari 2010, de vergunde situatie op 31 december Indien op 31 december 2012 niet alle vergunde huisvesting aanwezig is (nieuwe stal of uitbreiding stal niet gerealiseerd), geldt in plaats van de vergunde situatie op 1 januari 2010, de situatie op basis van de feitelijk aanwezige huisvesting op 31 december Beschrijving opties per diercategorie varkens - Biggenopfok (Rav D1.1) - Hele jaar door in stal of deel stal (een of meerdere afdelingen) geen biggen houden. Voorbeeld: vergund 2016 gespeende biggen in 7 afdelingen met elk 288 dierplaatsen; sluiten van 1 afdeling levert een reductie op van 14,3 % en 4 afdelingen sluiten 57% reductie. - Minder rondes (per afdeling) per jaar (periode leegstand tussen productieperiodes). Optie is toepasbaar voor gespecialiseerde bedrijven die gespeende biggen opfokken tot 25 kg. Methodiek als bij vleesvarkens.
2 Referentiesituatie: productieperiode 7 weken (is inclusief korte leegstandperiode voor schoonmaken hokken). Aantal rondes per jaar bedraagt 7,4. - Kraamzeugen (Rav D 1.2) - Hele jaar door in stal of deel stal (een of meerdere afdelingen) geen zeugen houden. Voorbeeld: vergund 130 kraamzeugen in 5 afdelingen met elk 26 kraamhokken; sluiten van 1 afdeling levert een reductie op van 20% en 3 afdelingen sluiten 60% reductie. - Guste en dragende zeugen (Rav D 1.3) - Hele jaar door in stal of deel stal geen zeugen houden. In deel stal geen zeugen houden is alleen mogelijk als er meerdere afdelingen zijn voor dragende zeugen die afzonderlijk kunnen worden leeg gelegd. - Vleesvarkens e.a. (Rav D 3) - Hele jaar door in stal of deel stal (een of meerdere afdelingen) geen vleesvarkens houden. Voorbeeld: vergund 960 vleesvarkens in 4 afdelingen met elk 240 dierplaatsen; 1 afdeling sluiten levert een reductie op van 25% en 2 afdelingen sluiten 50% reductie. - Minder rondes (per afdeling) per jaar (leegstand tussen productieperiodes). Referentiesituatie: productieperiode 17 weken (is inclusief korte leegstandperiode voor schoonmaken hokken). Aantal rondes per jaar bedraagt 3,1. Voorbeeld: 2 rondes per jaar (26 weken per ronde, bestaande uit een productieperiode van 17 weken en een leegstandperiode van 9 weken) levert een reductie van 35,5% op. Voorbeeld benodigde reductie realiseren met minder dieren: dan moet aantal rondes worden teruggebracht tot 1,4 : 2,5 x 3,1 = 1,74 ronde. Dit betekent rondes van 52 : 1,74 = 30 weken (17 weken productie + schoonmaak en 13 weken leegstand). - Voorwaarden m.b.t. waarborging emissiereductie Om te waarborgen dat de berekende emissiereductie ook werkelijk wordt gerealiseerd moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: - Het oppervlak (per dier) waarop de varkens worden gehouden mag (gemiddeld genomen) niet toenemen. Voorbeeld als de vleesvarkens worden gehouden in een stalsysteem met een maximum oppervlak per dierplaats van 0,8 m 2 dan mag dat oppervlak bij minder dieren houden niet zodanig worden vergroot dat het oppervlak per dierplaats gemiddeld groter is dan 0,8 m 2, want dan zou de emissiereductie daardoor weer ongedaan worden gemaakt. - Er moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de stalruimte (afdelingen) die leeg staat, toch blijft emitteren door de aanwezigheid van mest (schoonmaken hokken, mest uit kelder verwijderen of roosters afdekken of ruimte niet ventileren). - Bij de optie minder rondes moeten tussen de productieperiodes een vaste leegstandperiode worden aangehouden, zodat de productieperiodes gelijkmatig over het jaar (of over meerdere jaren) worden verdeeld. - Voorwaarden i.v.m. controle en handhaving Administratieve controle van de stoppersmaatregelen moet mogelijk zijn. Daarom moet in ieder geval: - Bij de optie leeg laten staan van stal of deel daarvan op het kennisgevingsformulier worden aangegeven welke stal of welke afdelingen leeg blijven. - Bij de optie minder rondes (periode leegstand tussen productieperiodes) een administratie worden bijgehouden (op papier of digitaal) waarin wordt geregistreerd wanneer en hoeveel varkens worden opgelegd en afgeleverd en worden daarvan bewijzen bewaard (bonnen, nota s e.d. van leverancier en slachterij). - Maandelijks wordt het aantal dieren per categorie geregistreerd dat in de veehouderij aanwezig is, overeenkomstig artikel het Activiteitenbesluit - De administratieve gegevens dienen 5 jaar te worden bewaard en op verzoek beschikbaar te zijn voor de toezichthouder.
3 5. Beschrijving opties per diercategorie kippen - Legkippen (Rav E 2) - Hele jaar door in stal of deel stal geen legkippen houden Voorbeeld: vergund leghennen in twee traditionele scharrelstallen. Als één van de stallen met dierplaatsen leeg blijft staan, levert dat een reductie van 50% op. - Langer leegstand tussen rondes (verlenging cyclus) Referentiesituatie: productieperiode van 58 weken (inclusief 3 weken opfok) en 3 weken leegstand tussen 2 rondes (traditionele scharrelhuisvesting). Aantal rondes per jaar bedraagt dan 0,85. Een langere leegstandsperiode levert de volgende reductie op: Leegstand Reductiepercentage Ronden/jaar 4 weken 1,6% 0,84 5 weken 3,2% 0,83 6 weken 4,7% 0,81 7 weken 6,2% 0,80 8 weken 7,6% 0,79 9 weken 9,0% 0,78 10 weken 10,3% 0,77 - (Groot-)ouderdieren van legkippen (Rav E 2) - Hele jaar door in stal of deel stal geen legkippenouderdieren houden - Voorbeeld: vergund ouderdieren van legkippen in twee traditionele scharrelstallen. Als één van de stallen met dierplaatsen leeg blijft staan, levert dat een reductie van 50% op. - Langer leegstand tussen rondes (verlenging cyclus). Er is geen informatie beschikbaar voor een algemeen toepasbare referentiesituatie. Wil een ondernemer dit toepassen dan zal hij met behulp van documentatie moeten aantonen wat zijn referentiesituatie van vóór het toepassen van de maatregel was. Het reductiepercentage is dan gebaseerd op het verschil met de aangetoonde referentiesituatie. - (Groot-)ouderdieren van vleeskuikens (Rav E 4) - Hele jaar door in stal of deel stal geen vleeskuikenouderdieren houden - Voorbeeld: vergund vleeskuikenouderdieren in twee traditionele stallen (grondhuisvesting). Als één van de stallen met dierplaatsen leeg blijft staan, levert dat een reductie van 50% op. - Langer leegstand tussen rondes (verlenging cyclus). Er is geen informatie beschikbaar voor een algemeen toepasbare referentiesituatie. Wil een ondernemer dit toepassen dan zal hij met behulp van documentatie moeten aantonen wat zijn referentiesituatie van vóór het toepassen van de maatregel was. Het reductiepercentage is dan gebaseerd op het verschil met de aangetoonde referentiesituatie. - Vleeskuikens (Rav E 5) - Hele jaar door in stal of deel stal geen vleeskuikens houden - Voorbeeld: vergund vleeskuikens in twee traditionele stallen (grondhuisvesting). Als één van de stallen met dierplaatsen leeg blijft staan, levert dat een reductie van 50% op. - Minder rondes per jaar, langer leegstand tussen rondes Referentiesituatie: 7,2 rondes per jaar bij een lengte van de groeiperiode van 41 dagen en 10 dagen leegstand.
4 Leegstand Reductiepercentage Ronden/jaar 14 dagen 7% 6,6 16 dagen 11% 6,4 18 dagen 14% 6,2 20 dagen 16% 6,0 - Voorwaarden m.b.t. waarborging emissiereductie Om te waarborgen dat de berekende emissiereductie ook werkelijk wordt gerealiseerd moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: - Het oppervlak (per dier) waarop de kippen worden gehouden mag niet toenemen. Indien een deel van een stal niet wordt gebruikt, zal deze fysiek moeten worden afgescheiden van de rest van de stal. - In een leegstaande stal of deel daarvan mag geen mest aanwezig zijn. In de stallen of delen daarvan waar kippen worden gehouden, moet de mest bij elke ronde direct na het afleveren van de kippen uit de stal worden verwijderd. - Bij de optie minder rondes moeten steeds vaste leegstandperiodes worden aangehouden, zodat de productieperiodes gelijkmatig over het jaar (of over meerdere jaren) worden verdeeld. - Voorwaarden i.v.m. controle en handhaving Administratieve controle van de stoppersmaatregelen moet mogelijk zijn. Daarom moet in ieder geval: - Bij de optie leeg laten staan van stal of deel daarvan wordt op kennisgevingsformulier aangegeven welke stal of welke afdelingen leeg blijven. - Bij de optie minder rondes (langer leegstand tussen rondes) wordt een administratie bijgehouden (op papier of digitaal) waarin wordt geregistreerd wanneer en hoeveel kippen worden aangeleverd en afgeleverd en worden daarvan bewijsstukken bewaard (afleveringsbonnen van broederij en slachterij). - Maandelijks wordt het aantal dieren per categorie geregistreerd dat in de veehouderij aanwezig is, overeenkomstig artikel het Activiteitenbesluit - De administratieve gegevens dienen 5 jaar te worden bewaard en op verzoek beschikbaar te zijn voor de toezichthouder. 6. Wijziging van maatregel Het is mogelijk een eenmaal gemaakte keuze voor een stoppersmaatregel op een later moment te wijzigen. Dit gebeurt dan op dezelfde wijze als de aanmelding, namelijk door middel van het kennisgevingsformulier. Het kan daarbij gaan om vervanging van een maatregel door een gelijksoortige maatregel (bijvoorbeeld een andere optie bij minder dieren houden ) of door een andersoortige maatregel ( minder dieren houden vervangen door een voermaatregel) of een combinatie daarvan. Van een wijziging moet minimaal 4 weken tevoren kennis worden gegeven aan het bevoegd gezag.. - Voorwaarde Bij minder dieren houden is het overschakelen naar een andere maatregel wel aan een voorwaarde gebonden. Met het oog op de te behalen emissiereductie geldt de keuze voor minder dieren houden voor tenminste één jaar, waarbij een lopende ronde inclusief de bijbehorende periode leegstand die doorloopt in een volgend jaar moet worden afgemaakt. Dat geldt ook als wordt gewijzigd van optie binnen deze maatregel. Bij de optie langer leegstand (verlenging cyclus) bij legkippen geldt die keuze voor de duur van tenminste één cyclus (58 weken plus de gekozen leegstandsperiode).
5 7. Intern salderen In het Besluit huisvesting mag op een veehouderijbedrijf tussen de verschillende diercategorieën worden gesaldeerd om aan de emissie-eisen te voldoen. Dat kan echter alleen met de emissiereducerende technieken die in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) zijn opgenomen, niet met stoppermaatregelen. De stoppersmaatregelen kunnen alleen worden toegepast bij het onderdeel of de onderdelen van de veehouderij die (op termijn) worden beëindigd (de hoofdcategorieën Varkens en Kippen ). Dat heeft de volgende consequenties: - Het is niet mogelijk om de benodigde emissiereductie in een stoppende veehouderijtak te realiseren door in het onderdeel van het bedrijf dat wordt voortgezet minder dieren te houden. Bijvoorbeeld: minder melkkoeien houden en die emissiereductie gebruiken voor de stoppende varkenstak is niet mogelijk. - Ook mag een eventueel emissieoverschot bij het toepassen van stoppersmaatregelen niet worden gebruikt ten behoeve van een veehouderijtak die wordt voortgezet. Bijvoorbeeld er worden minder varkens gehouden dan nodig is om de benodigde reductie in de stoppende varkenstak te realiseren. Het daardoor ontstane emissieoverschot mag bijvoorbeeld niet worden gebruikt om meer melkkoeien te gaan houden. - Wel mag tussen de varkenstak en de kippentak worden gesaldeerd met stoppersmaatregelen, op voorwaarde dat beide takken worden beëindigd. - Ook mag een emissieoverschot als gevolg van het toepassen van emissiereducerende technieken (alleen technieken uit de Rav) in een veehouderijtak die wordt voortgezet, worden gebruikt om de emissiereductie in de stoppende tak te realiseren. Bijvoorbeeld een emissieoverschot door het toepassen van een emissiereducerende vloer bij melkrundvee dat beweid wordt, gebruiken voor de stoppende varkenstak. Zie ook de toelichting hierop op de website van InfoMil. 8. Wisselen van diercategorie Stoppende veehouderijbedrijven mogen hun veebezetting niet uitbreiden. Wel is het toegestaan om binnen de stoppend veehouderijtak (varkens of kippen) van diercategorie te wisselen. Bijvoorbeeld zeugen vervangen door vleesvarkens of legkippen door vleeskuikens. Dit zal echter niet altijd mogelijk zijn. Gezien de mogelijke milieugevolgen zal de wisseling van dieren niet altijd aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit kunnen voldoen. In geval van een overbelaste geursituatie, zal vanwege de geurregelgeving niet van diercategorie kunnen worden veranderd. Ook de regelgeving m.b.t. fijn stof en ammoniak kan de mogelijkheid van het veranderen van diercategorie beperken. Het is aan de initiatiefnemer om bij het indienen van de kennisgeving hiermee rekening te houden. 9. Melding Activiteitenbesluit Van het houden van minder dieren hoeft geen melding Activiteitenbesluit te worden gedaan. Het is immers geen reguliere maatregel waarmee aan de ammoniakregelgeving kan worden voldaan, maar een van de maatregelen waarmee aan de voorwaarden van het gedoogbeleid kan worden voldaan. De eerder vergunde situatie, het aantal en de categorie dieren, blijft de referentiesituatie. Het melden van minder dieren zou bovendien de flexibiliteit het kunnen wijzigen van stoppersmaatregel nadelig kunnen beïnvloeden. Het terugdraaien van de maatregel minder dieren houden (dus weer meer dieren gaan houden) kan dan in sommige situaties in strijd komen met de voorschriften voor geur, ammoniak of fijn stof van het Activiteitenbesluit. Ook bij het wisselen van diercategorie wordt binnen het gedoogbeleid geen melding van het Activiteitenbesluit geëist. Niet melden kan alleen bij wijzigingen die plaatsvinden binnen de stoppende veehouderijtak die onder het Actieplan ammoniak valt. Meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit moeten wel gedaan worden indien: Het wijzigingen betreft van een veehouderijtak die niet onder het Actieplan ammoniak valt (bijvoorbeeld melkrundvee of vleeskalveren). Het wijzigingen betreft van een veehouderijtak waarop de termijn van het Actieplan ammoniak reeds is afgelopen (een tak die na 2020 wordt voortgezet).
6 Beide uitzonderingen zijn gevallen waar niet (meer) wordt gedoogd en waar de meldingsregels van het Activiteitenbesluit onverkort gelden. De ondernemer behoudt de plicht om aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit te voldoen, zoals voor geur en geluid. Ook mag de concentratie fijn stof op een te beschermen object niet toenemen. Dit kan zich mogelijk voordoen bij het wisselen tussen diercategorieën. In die gevallen kan niet gewisseld worden. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om hier op te letten bij de kennisgeving. Bij meerdere wijzigingen achter elkaar moet bij de kennisgeving altijd gekeken worden naar de referentiesituatie. Deze is altijd de uitgangssituatie onder 3, het dierenaantal vergund op 1 januari 2010 of één van de genoemde uitzonderingen. Bijvoorbeeld: Een stoppend vleesvarkensbedrijf met vergund op 1 januari vleesvarkens gaat zich richten op de biggenopfok. Zijn referentiesituatie is dus 1000*1,4 = 1400 kg. Na een aantal jaar wil hij toch ook weer vleesvarkens houden, de huisvesting heeft hij daarvoor in stand gehouden. Hij wil nog 800 biggen behouden. Hij kan: 800 biggen*0,75 kg/big = 600 kg benut voor biggen kg = 800 kg 800 kg / 3,5 kg/vleesvarken = 229 vleesvarkens traditioneel. Naast de 800 biggen kan hij dus, op basis van de oorspronkelijke referentiesituatie van 1400 kg nog 229 vleesvarkens houden. 10. Dierenwelzijn In de varkenshouderij moet worden voldaan aan de eisen van het Varkensbesluit. Afhankelijk van de bestaande situatie kan dit inhouden dat binnen de bestaande stalruimte minder dieren kunnen worden gehouden. Een veel voorkomende situatie is dat de vleesvarkens thans op een oppervlak van gemiddeld 0,7 m 2 zijn gehuisvest en per 1 januari 2013 het minimum oppervak per vleesvarken gemiddeld 0,8 m 2 wordt. Daardoor zal de varkenshouder binnen de bestaande stalruimte minder vleesvarkens kunnen houden. De vergunde situatie verandert echter niet. Ook neemt de emissie per vleesvarken niet toe (op grond van de Regeling ammoniak en veehouderij geldt voor beide situaties namelijk dezelfde emissiefactor: die voor een stalsysteem met een hokoppervlak van maximaal 0,8 m 2 ). Het aantal dieren dat de varkenshouder per 1 januari 2013 minder kan houden, mag worden gebruikt als stoppersmaatregel. Voorbeeld: vergund 768 vleesvarkens in 4 afdelingen met elk 192 dierplaatsen (traditionele huisvesting, hokoppervlak per dier maximaal 0,8 m 2 ). Een afdeling telt 16 hokken met elk 12 varkens per hok. De feitelijke hokoppervlak per dier bedraagt gemiddeld 0,65 m 2. Als gevolg van het Varkensbesluit kunnen per 1 januari 2013 nog maar 10 varkens per hok worden gehuisvest. Er kunnen dus 128 (4x16x2) vleesvarkens minder in de stal worden gehouden. Dit aantal vleesvarkens mag worden gebruikt als stoppersmaatregel.
Informatiedocument Minder dieren houden
ACTIEPLAN AMMONIAK & VEEHOUDERIJ - Gedoogbeleid stoppende bedrijven Informatiedocument Minder dieren houden 1. Inleiding Dit document bevat de informatie over de stoppersmaatregel minder dieren houden.
VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008
Inwerkingtreding Besluit Huisvesting Oosterwolde, 11 augustus 2008 Op 1 april jongstleden is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) inwerking getreden. Het Besluit huisvesting
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35929 31 december 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 13 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/297853,
Emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens traditioneel systeem
Bijlage 1 bij de stikstof en Natura2000 Noord-Brabant Emissiefactoren voor de vanuit het dierenverblijf, inclusief de van de mest die in het dierenverblijf is opgeslagen (versie 10 januari 2012) 1 2 Code
Bijlage 2 bij de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013
Bijlage 2 bij de stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013 Lijst met technische staleisen als bedoeld in artikel artikel 3 Emissiefactoren voor de vanuit het dierenverblijf, inclusief de van de mest die
BIJLAGE 2. Milieuneutrale wijziging
BIJLAGE Milieuneutrale wijziging Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting De heer W.B.M. Aarts heeft aan de Polderdreef 5 te Liessel de beschikking over een varkenshouderij. De inrichting
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18729 18 oktober 2011 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 3 oktober 2011, nr. DP2011054569,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16865 1 juli 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 24 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/115905,
Voorlopige lijst maatregelen stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij. Toelichting:
Voorlopige lijst maatregelen stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij Rijk-IPO-VNG-werkgroep Actieplan Ammoniak Veehouderij, 6 juli 12 Toelichting: De lijst is een voorlopige lijst, in die zin dat
Toelichting bij de lijst emissiefactoren fijn stof voor de veehouderij Maart 2010
Toelichting bij de lijst emissiefactoren fijn stof voor de veehouderij Maart 2010 Algemeen De oorspronkelijk in 2008 vastgestelde lijst met emissiefactoren fijn stof (PM 10 ) uit stallen (huisvestingssystemen)
Huisvesting van landbouwhuisdieren 2008
Huisvesting van landbouwhuisdieren 2008 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim = nihil = (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met 0 (0,0) = het getal is
Eventuele voettekst. Tekening wordt aangeleverd. De melding bevat geen tekening. Hoe lost u dit op? Is er een OBM nodig?
Wat gaan we doen U krijgt een situatie beschreven, zoals deze op uw bureau kan komen. Een veehouderij breidt uit RWS Leefomgeving Kenniscentrum InfoMil Edwin Cornelissen U denkt na: wat ga ik doen. Dan
Een veehouderij breidt uit
Een veehouderij breidt uit CASUS 4 april 2013 Annelies Uijtdewilligen Wat gaan we doen U krijgt een situatie beschreven, zoals deze op uw bureau kan komen. U denkt na: wat ga ik doen. Dan max. 3 minuten
Huisvesting van landbouwhuisdieren 2012
Huisvesting van landbouwhuisdieren 07 08 09 10 11 12 13 14 Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer ** nader voorlopig cijfer x geheim nihil (indien
Informatiedocument Leefoppervlaktes in de Intensieve Veehouderij CONCEPT, versie 3 Uitgeprint: 5-4-2007
Informatiedocument Leefoppervlaktes in de Intensieve Veehouderij Inleiding In de milieuvergunning voor veehouderijbedrijven is vastgelegd hoeveel dieren volgens welk huisvestingssysteem op het bedrijf
Brabantbrede toezichtsaanpak stoppers Besluit Ammoniakemissie huisvesting Veehouderij. Speerpunt veehouderij en luchtkwaliteit
Brabantbrede toezichtsaanpak stoppers Besluit Ammoniakemissie huisvesting Veehouderij Speerpunt veehouderij en luchtkwaliteit Opdrachtgever: Bestuurlijke contactgroep Brabant Noord Projectleiding: Yvonne
PROVINCIAAL BLAD JAARGANG: 2013
PROVINCIAAL BLAD JAARGANG: 2013 NR: 87 Officiële naam regeling: Verordening veehouderijen en Natura 2000 Provincie Limburg Citeertitel: Verordening veehouderijen en Natura 2000 Naam ingetrokken regeling:
Varkenshouderij J.F.M. van Gisbergen, De Gagel 16, Hooge Mierde
Varkenshouderij J.F.M. van Gisbergen, De Gagel 16, Hooge Mierde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 31 juli 2012 / rapportnummer 2635 37 1. Oordeel over het MER J.F.M. Van Gisbergen is voornemens
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van..., nr. IENM/BSK-2015/, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij
HOOFDDIRECTIE BESTUURLIJKE EN JURIDISCHE ZAKEN Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van..., nr. IENM/BSK-2015/, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij De Staatssecretaris
Verklaring van geen bedenkingen van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Verklaring van geen bedenkingen van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Op het op 6 januari 2016 door ons ontvangen verzoek om een verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Natuurbeschermingswet
Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij
Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij VROM, LNV In Staatscourant 69 van donderdag 9 april 1998 zijn in de tabel die behoort bij de Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak
Toelichting certificatie Plusstallen (inclusief ambitieniveau per diercategorie)
Toelichting certificatie Plusstallen (inclusief ambitieniveau per diercategorie) Datum van ingang: 1 januari 2017 Geldig tot en met: 31 december 2017 Vastgesteld door: College van Deskundigen agro/food
Varkenshouderij Pluk te Boekel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop
Varkenshouderij Pluk te Boekel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 14 februari 2007 / rapportnummer 1848-64 1. OORDEEL OVER HET MER 1.1 Oordeel De heer Pluk wil zijn varkenshouderij
Toelichting op tabel regels
Toelichting op tabel regels In onderstaande tabel zijn alle veehijbedrijven in de gemeente Bladel weergegeven. In de eerste kolom is de postcode en het huisnummer weergegeven, in de tweede kolom de straat
Aanvullende gegevens WABO Voor de activiteit milieu
Aanvullende gegevens WABO Voor de activiteit milieu Gegevens aanvrager Naam aanvrager (rechtspersoon) Adres Postcode en woonplaats H.F.C. Kuijpers Vinkenweg 8 Gegevens locatie Naam inrichting gegevens
BESLUIT. Omgevingsvergunning (intrekking op verzoek) datum: Gemeente Bronckhorst nr
BESLUIT Omgevingsvergunning (intrekking op verzoek) datum: 31-03-2016 Gemeente Bronckhorst nr. 2015-3024 Onderwerp Op 31 november 2015 is een vergunning op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Beton 15-20. 20 Detricon. 25 Detricon. 43 Anders Beton PAS R-1-7 1. 45 Agro Air Concepts, Ten Hoeve Projecten BV 45 CBgroep BVBA
Diersoort Diercategorie Code Naam maatregel Reductie (%) Indiener RUNDVEE R-1 Melk- en kalfkoeien PAS R-1.1 Beweiden in groep 5-27 ouder dan 2 jaar PAS R-1.2 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot
BIJLAGEN OBM Melkvee- en loonbedrijf De Molswaerd Heulenslag 36 A 2971 VG BLESKENSGRAAF. Projectleider Bouw Rundvee C. de Ruijter
BIJLAGEN OBM Melkvee- en loonbedrijf De Molswaerd Heulenslag 36 A 2971 VG BLESKENSGRAAF Projectleider Bouw Rundvee C. de Ruijter 06 53 16 91 75 Datum 31-05-2017 Inhoudsopgave 1. Rubriek Gegevens inrichting...
Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V7 van november Werkingsprincipe
Nummer systeem Naam systeem Diercategorie BWL 2007.03.V8 Systeembeschrijving van Juli 2018 Biologisch luchtwassysteem 70% ammoniakemissiereductie Vleeskalveren tot circa 8 maanden (A 4.2), geiten ouder
(Tekst geldend op: 12-02-2011)
(Tekst geldend op: 12-02-2011) Bijlage als bedoeld in artikel 2 van de Regeling ammoniak en veehouderij Emissiefactoren voor de emissie vanuit het dierenverblijf, inclusief de emissie van de mest die in
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING HOOGSTRAAT UDEN GEMEENTE Colofon Vormvrije m.e.r.-beoordeling Projectnummer: Versie: 1 Datum: 2 augustus 2016 Opdrachtnemer Agrifirm Waalkade 33 5347 KR Oss Locatie 17 Uden
Bijlage 2 Milieuneutraal veranderen
Bijlage 2 Milieuneutraal veranderen voor de inrichting gelegen aan Molenhuisweg 10 Vlierden Vlierden INHOUDSOPGAVE 1 GEGEVENS INRICHTING 1 2 GEGEVENS VERANDERING (NIET TECHNISCH) 1 3 MER-(BEOORDELINGS)PLICHT
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16866 1 juli 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 24 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/115906,
GPBV bedrijf: begrippen en voorbeelden. Ilse De Vreese Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten
GPBV bedrijf: begrippen en voorbeelden Ilse De Vreese ([email protected]) Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten inhoud Begrip GPBV Begrippen en definities cfr. BREF IRPP GPBV installatie
Bijlage aanvraag omgevingsvergunning
Bergs Advies B.V. Dorpstraat 55 6095 AG Baexem Telefoon Fax E-mail Internet (0475) 49 44 07 (0475) 49 23 63 [email protected] www.bergsadvies.nl Rabobank 14.42.17.414 K.v.K. Roermond nr. 12065400 BTW
V-STACKS GEBIED BEREKENING OMGEKEERDE WERKING
V-STACKS GEBIED BEREKENING OMGEKEERDE WERKING BATUWSEWEG 45A LOPIKERKAPEL Ing. T. van de Beek Mei 2013 Bijlagen bij de berekening Omgekeerde werking Onderstaande bijlagen dienen ter ondersteuning aan de
Geachte heer / mevrouw Deiman-Ottens,
Maatschap Deiman-Ottens Datum : Briefnummer : Zaaknummer : 582107 Behandeld door : P.Stevens Telefoonnummer : (050) 316 4548 E-mailadres : [email protected] Antwoord op : Bijlage
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren Inhoudsopgave Emissiefactoren Biggen... 2 Emissiefactoren kraamzeugen... 3 Emissiefactoren
Programma. Activiteitenbesluit. Introductie Activiteitenbesluit (landbouw) Inhoud. Landbouwbedrijven in het Activiteitenbesluit
14 maart 2013 Programma Activiteitenbesluit Agrarische activiteiten 10.00 Activiteitenbesluit agrarische activiteiten 11.30 Pauze 11.45 Agrarische lozingen 12.45 Lunch 13.15 Glastuinbouw 14.15 Pauze 14.30
Kiplekker Topklimaat
Kiplekker Topklimaat Symposium 3 februari 2015 Arvalis Jan Rutten Adviseur Intensieve veehouderij, Milieu en Vergunningen 06-20995446 [email protected] Kiplekker Topklimaat Wet- en regelgeving: Wat moeten
Advies lucht. Intern Advies
Intern Advies Bevoegd gezag : Datum : 21-06-2016 Kenmerk VTH/DMS : Liza-nummer : 51526 Aan : Ceije Limbeek Van : Herman Brinkman Collegiale toetser : Onderwerp / Locatie : advies gevraagd Alteveersterweg
Bijlagen Obm. Rasing - Kuijpers V.O.F. Kanaalstraat RP LIESSEL. Locatie: Kanaalstraat RP LIESSEL
Bijlagen Obm Rasing - Kuijpers V.O.F. Kanaalstraat 10 5757 RP LIESSEL Locatie: Kanaalstraat 10 5757 RP LIESSEL Adviseur / projectleider A.J.M. de Groot 06-83905420 Datum: 05-08-2014 DLV Bouw, Milieu en
Bijlage OBM & Melding Activiteitenbesluit
Bergs Advies B.V. Leveroyseweg 9a 6093 NE Heythuysen Telefoon (0475) 49 44 07 Fax (0475) 49 23 63 E-mail [email protected] Internet www.bergsadvies.nl BIC code: RABONL2U IBAN: NL76RABO0144217414 K.v.K.
BBT-conclusies intensieve pluimvee- of varkenshouderij
BBT-conclusies intensieve pluimvee- of varkenshouderij Michael Martens ([email protected]) Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten BBT-conclusies: inleiding Gepubliceerd in Publicatieblad
Vermeerderaar in de. En wat komt er nog aan: Wat staat er komend jaar te gebeuren: veranderende wereld van de wet- en regelgeving.
Vermeerderaar in de veranderende wereld van de wet- en regelgeving Wim Hoeve Hoeve Advies BV 0522-291635 06-53610995 20-11-2013 Wat staat er komend jaar te gebeuren: Introductie PAS programmatische aanpak
Uitbreiding agrarisch bedrijf Van Harten te Woubrugge
Uitbreiding agrarisch bedrijf Van Harten te Woubrugge Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de gewijzigde versie van het milieueffectrapport 13 oktober 2006 / rapportnummer 1602-49 College van
v.d. Velden Varkens NA. INGr-'-r-, '~'-1\' MILIEUEFFECTRAPPORTAGE _.1\~ Ihl;'-'\J AANVULLING opdrachtgever
INGr-'-r-, '~'-1\' _.1\~ Ihl;'-'\J opsteller : Ing. H. Stultiens o I MEi 2007 NA. e-mail : h.stultiensl drieweg.com opdrachtgever : De Neulen BV Neulensteeg 2 6035 PG Ospel project : 10073MR01 v.d. Velden
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren Inhoudsopgave Emissiefactoren biggen... 2 Emissiefactoren kraamzeugen... 3 Emissiefactoren
Veehouderij en geur. geurgebiedsvisie en geurverordening Brede Dialoog 20 oktober 2015 Heusden
Veehouderij en geur geurgebiedsvisie en geurverordening 2015 Brede Dialoog 20 oktober 2015 Heusden Geursituatie 2015 Overbelaste locaties Heusden Ommel Concentratie Intensieve veehouderij ten zuiden van
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren Inhoudsopgave Emissiefactoren biggen... 2 Emissiefactoren kraamzeugen... 4 Emissiefactoren
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren Inhoudsopgave Emissiefactoren biggen... 2 Emissiefactoren kraamzeugen... 3 Emissiefactoren
Inhoud. Activiteitenbesluit agrarische activiteiten. Landbouwinrichtingen type B. Introductie Activiteitenbesluit (landbouw)
Inhoud Activiteitenbesluit agrarische activiteiten RWS Leefomgeving Kenniscentrum InfoMil Frences van de Ven Introductie Landbouwinrichtingen type B en C Veehouderijen: OBM, melding, ammoniak & geur Agrarische
Informatiedocument leefoppervlaktes. Relatie tussen welzijns- en milieuregelgeving. H. Ellen, F. de Buisonje
Informatiedocument leefoppervlaktes Relatie tussen welzijns- en milieuregelgeving H. Ellen, F. de Buisonje Informatiedocument leefoppervlaktes Relatie tussen welzijns- en milieuregelgeving H. Ellen F.
