RISICOANALYSE (PLAN)SCHADE
|
|
|
- Theophiel Verstraeten
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 RISICOANALYSE (PLAN)SCHADE met betrekking tot het project ondergrondse CO 2 -opslag in de gemeente Barendrecht. CONCLUSIE Door de planologische mutatie zal naar verwachting geen schade optreden die op basis van artikel 6.1 Wro voor tegemoetkoming in aanmerking kan komen. De kans op het ontstaan van schade door bodembewegingen, die op de voet van de schadevergoedingsregeling van de Mijnbouwwet voor vergoeding in aanmerking kan komen, lijkt op voorhand klein doch wij kunnen dit niet inschatten of uitsluiten. Deze schade wordt als Pro Memorie aangemerkt. Uit eigen onderzoek naar recente transacties hebben wij tot nu toe geen effecten van de voorgenomen CO 2 -opslag op de huizenmarkt kunnen afleiden. Er kunnen zich in de (nabije) toekomst echter tijdelijke psychologische effecten op de woningmarkt voor gaan doen, met name door ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de markt doch mogelijk ook door autonome ontwikkelingen aan de vraagzijde. Een en ander is echter thans nog niet vast te stellen; mogelijke effecten laten zich pas achteraf vaststellen aan de hand van een analyse van woningtransacties in Barendrecht. Voor een eventuele compensatie van deze nadelige psychologische effecten biedt het huidige stelsel van schadevergoedingsrecht geen mogelijkheden. Opdrachtnummer: Datum: mei 2009 Behandelend adviseur: mr. drs. C.M.L. van der Lee
2 INHOUDSOPGAVE 1 UITGANGSPUNTEN Opdracht Gesprek Conceptadvies Ontvangen stukken Het plangebied De vigerende planologie De ontwikkeling Overige relevante informatie BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN Eerder onderzoek bij vergelijkbare projecten? Toepasselijke schadevergoedingsstelsels Indicatie van eventuele waardevermindering Mogelijkheden voor (planschade)kostenverhaal ALGEMENE OVERWEGINGEN M.B.T. DE SCHADEVERGOEDINGSSTELSELS Wet ruimtelijke ordening Invoeringswet wet ruimtelijke ordening (IWro) Relevante kaders Mijnbouwwet BEOORDELING SCHADERISICO S Planschade: planologische vergelijking Schadevergoeding op grond van de Mijnbouwwet Waardevermindering, anders dan op basis van artikel 6.1 Wro? VERGOEDBAARHEID Algemeen Beoordeling op hoofdlijnen CONCLUSIE... 19
3 1 UITGANGSPUNTEN 1.1 Opdracht Op 14 januari 2009 heeft de gemeente Barendrecht, hierna te noemen: opdrachtgever, de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken te Rotterdam, hierna afgekort tot SAOZ, gevraagd een risicoanalyse planschade uit te brengen met betrekking tot het project ondergrondse CO 2 -opslag. Het project bestaat uit het realiseren van ondergrondse opslag van CO 2 in bestaande, bijna lege gasvelden in de gemeente Barendrecht. Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wil de gemeente geïnformeerd worden over mogelijke consequenties voor de waarde van de in de invloedssfeer van het project gelegen woningen. Het onderzoek beperkt zich tot het project nabij de A29 (locatie Barendrecht ). De onderzoeksvragen zijn: 1. Zijn er vergelijkbare projecten bekend waarbij de consequenties voor de waarde van onroerende zaken zijn onderzocht? 2. Welke schadevergoedingsstelsels zijn hier mogelijk van toepassing? 3. Is een indicatie te geven van de totale omvang van de waardevermindering, zo deze aan de orde blijkt te zijn? 4. Wat zijn de gemeentelijke mogelijkheden ten aanzien van (planschade)kostenverhaal? 1.2 Gesprek Op 12 januari 2009 heeft deskundige, de heer mr. drs. C.M.L. van der Lee, adjunctdirecteur van de SAOZ, het dossier aan de hand van de beschikbare gegevens besproken met de heer M. Vink namens opdrachtgever. 1.3 Conceptadvies Conform onze gebruikelijke werkwijze bij het uitbrengen van risicoanalyses hebben wij op 5 maart 2009 aan opdrachtgever een conceptadvies gestuurd ter beoordeling van de in het conceptadvies verwerkte gegevens. Het conceptadvies is op 4 mei 2009 door deskundige besproken met de heren S.N. Zuurbier en M. Vink namens opdrachtgever. De reactie van opdrachtgever is verwerkt in dit definitieve advies. 1
4 1.4 Ontvangen stukken Ten behoeve van het opstellen van deze risicoanalyse planschade hebben wij de volgende stukken ontvangen: Relevante delen van het vigerende bestemmingsplan Carnisselande-Zuid ; Startnotitie MER Ondergrondse opslag van CO 2 in Barendrecht d.d. december 2007; Rapport CO2-opslag Barendrecht Integrale projectbeschrijving (definitief rapport) van Shell CO2 Storage B.V. d.d. 8 december 2008; Diverse overige stukken o.a. via internet, waaronder de Veiligheidsanalyse Ondergrondse Opslag van CO2 in Barendrecht van Tebodin d.d. 20 oktober 2008 en de Milieu Effect Rapportage d.d. december 2008 (inclusief publiekssamenvatting); Kadastrale informatie (bron: kadaster online); Transactie- en marktgegevens (bronnen: kadata, funda, brixter). 1.5 Het plangebied Het plangebied betreft een voormalig gaswinningsgebied in de gemeente Barendrecht, gelegen op een bedrijventerrein tussen de autosnelweg A29 ten oosten en de woonwijk Carnisselande-Zuid ten westen. In de genoemde woonwijk bevinden zich woningen van uiteenlopende typen en prijsklassen. Afbeelding: luchtfoto (bron: Google Earth) met daarop omcirkeld de gaswinningslocatie. 2
5 1.6 De vigerende planologie De vigerende planologie dient als basis voor onze risicoanalyse. Hierbij houden we, binnen door de wetgeving en rechtspraak gegeven kaders, rekening met de maximale mogelijkheden van het vigerende planologische regime, ongeacht of de realisering daarvan heeft of zou hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van het plangebied en de directe omgeving vigeert momenteel het bestemmingsplan Carnisselande-Zuid zoals vastgesteld op 29 maart De locatie heeft de bestemming gaswin- en verwerkingsgebied. De gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor de winning en behandeling van koolwaterstoffen, één en ander met bijbehorende bebouwing en voorzieningen, alsmede voor waterstaatsdoeleinden en ondergrondse infrastructuur (leidingen). Het bestemmingsvlak mag tot 20% worden bebouwd met gebouwen tot een hoogte van 6 meter. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming mogen maximaal 20 meter hoog zijn. Afbeelding: fragment plankaart vigerend bestemmingsplan 3
6 1.7 De ontwikkeling Door derden wordt overwogen om ondergronds CO 2 op te slaan in twee bijna lege gasvelden onder Barendrecht. Inmiddels is hiertoe een MER-procedure in gang gezet. Naar het zich thans laat aanzien, zal het project mocht het doorgaan worden mogelijk gemaakt door een Rijksinpassingsplan op grond van artikel 3.28 Wro. Ten behoeve van het project zijn verder nog vergunningen nodig op basis van de Wet milieubeheer en de Mijnbouwwet. Afbeelding: ligging gasveld (bron: startnotitie MER) Op de hiernaast weergegeven afbeelding is de ligging op grote diepte (2 tot 3 kilometer) zichtbaar (bron: startnotitie MER). De voormalige gasvelden bevinden zich deels onder woonbebouwing. De vulplaats (de huidige gaswinningslocatie) is blauw weergegeven. Het project behelst de opslag in de diepe ondergrond van chemisch zuiver CO 2, afkomstig van de Shell raffinaderij in Pernis. Met behulp van een nieuw aan te leggen ondergrondse pijpleiding zal het CO 2 vanaf de raffinaderij naar de injectielocaties worden getransporteerd om daar permanent te worden opgeslagen. Het gaat in het onderhavige geval om een injectie van ongeveer 0,8 miljoen ton CO 2 vanaf begin 2011 gedurende bijna drie jaar. De opslag geschiedt via technisch hiertoe aan te passen - bestaande putten op de gaswinningslocatie. Daarvoor wordt één van de bestaande putten aangepast met behulp van een onderhoudsmast. De andere put wordt voor monitoring van de injectieput gebruikt. Op de locatie zal tevens een injectiecompressor komen. De compressor zorgt er voor dat het aangevoerde CO2 vanaf de transportdruk van maximaal 40 bar, in druk wordt verhoogd. De injectiedruk neemt toe van minder dan 40 bar tot circa 130 bar in een periode van 3 jaar. De injectiecapaciteit bedraagt maximaal 52,5 ton per uur. Na afloop van het project worden de putten hermetisch afgesloten. 4
7 1.8 Overige relevante informatie Algemeen: Uit de MER hebben wij het navolgende afgeleid. CO 2 is een van nature in de atmosfeer aanwezig en relatief onschuldig gas (circa 0,04% van de atmosfeer bestaat uit CO 2 ), dat evenwel afhankelijk van de concentratie en de duur van de blootstelling - kan leiden tot verschijnselen als hoofdpijn, bewusteloosheid tot en met overlijden. Bij concentraties beneden 5% worden geen sterfgevallen verwacht; een concentratie van 10% of meer (ergo 250 maal de in de atmosfeer aanwezige concentratie) wordt aangenomen als zijnde dodelijk. Veiligheidsonderzoek Tebodin: In het kader van de totstandkoming van de MER is door bureau Tebodin onderzoek gedaan naar de veiligheidsaspecten, verbonden aan het transport en de ondergrondse opslag van CO 2. Tebodin komt, kort samengevat, tot de conclusie dat voor alle activiteiten geldt dat binnen de contouren van het Plaatsgebonden Risico (PR) van 10-6 /jaar geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn en dat althans wat betreft de locatie te Barendrecht - de risico s van alle onderdelen van het CO 2 transport en opslagsysteem lager zijn dan de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (GR). In het geval van lekkages en zelfs bij een volledig falen van de injectieleiding ( worst case scenario ) zijn volgens het onderzoek geen gezondheidsrisico s buiten de inrichting aanwezig. De kans op fatale ongevallen is blijkens het onderzoek verwaarloosbaar klein. 5
8 2 BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN Zoals hiervoor is uiteengezet zijn zijdens opdrachtgever in relatie tot de eventuele ondergrondse opslag van CO 2 de navolgende onderzoeksvragen gesteld: 1. Zijn er vergelijkbare projecten bekend waarbij de consequenties voor de waarde van onroerende zaken zijn onderzocht? 2. Welke schadevergoedingsstelsels zijn hier mogelijk van toepassing? 3. Is een indicatie te geven van de totale omvang van de waardevermindering, zo deze aan de orde blijkt te zijn? 4. Wat zijn de gemeentelijke mogelijkheden ten aanzien van (planschade)kostenverhaal? In de navolgende paragrafen gaan wij in op de gestelde vragen. 2.1 Eerder onderzoek bij vergelijkbare projecten? Voor zover ons bekend is nimmer althans: openbaar een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de effecten op de waarde van omliggende woningen in verband met projecten als de onderhavige. Overigens laat het onderhavige project zich moeilijk vergelijken met projecten zoals bijvoorbeeld gaswinning aangezien het te dezen nu juist gaat om de opslag van stoffen in plaats van de winning daarvan. In het verleden zijn wel onderzoeken uitgevoerd naar de invloed van maatschappelijk impopulaire bestemmingen op het prijspeil van onroerend goed (zoals de invloed van vliegvelden, asielzoekerscentra e.d.), doch het betrof in alle gevallen projecten waarbij de invloed van de ontwikkeling zich bovengronds èn ruimtelijk deed gevoelen. Hierin verschilt het onderhavige project (zijnde een ondergrondse ontwikkeling zonder aanwijsbare bovengrondse ruimtelijke invloeden) dusdanig met eerdere onderzoeken, dat de resultaten daarvan onbruikbaar zijn om als referentiekader te dienen. Op micro/niveau worden regelmatig onderzoeken (risicoanalyses) uitgevoerd naar de effecten op de waarde van woningen van voorgenomen projecten, doch de uitkomsten daarvan zijn voor het onderhavige project evenmin bruikbaar. 6
9 2.2 Toepasselijke schadevergoedingsstelsels Voor de toepasselijkheid van het bestuursrechtelijke schadevergoedingsrecht is van essentieel belang, dat ten behoeve van het project een planologische maatregel benodigd is, zijnde in het onderhavige geval een Rijksinpassingsplan op basis van artikel 3.28 Wro. Het betreft derhalve op de Wro gebaseerd bestuursoptreden waarop blijkens toepasselijke jurisprudentie louter het planschadestelsel (thans: artikel 6.1 Wro) van toepassing is. Het stelsel van artikel 6.1 Wro is imperatief, hetgeen er op duidt dat indien sprake is van schade als gevolg van één van de maatregelen zoals genoemd in artikel 6.1 Wro, dit schadeartikel voor de ruimtelijke effecten van projecten bij uitsluiting van alle andere schadevergoedingsstelsels van toepassing is. Een en ander is gebleken uit ondubbelzinnige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de casus Egmond (ABRS 17 juli 2002, zaaknummer /1) had de aanvrager verzocht tot het nemen van een zogenoemd zuiver schadebesluit (nadeelcompensatie) ter zake van schade als gevolg van een bestemmingsplan, zulks nadat een eerdere planschadeprocedure op niets was uitgelopen. De Raad van State overwoog: nu artikel 49 van de WRO een uitputtende regeling geeft voor de vergoeding van schade, veroorzaakt door op de WRO gebaseerd veroorzaakt bestuursoptreden en vast staat dat de gestelde schade is veroorzaakt door het bestemmingsplan ( ), heeft de raad het verzoek om schadevergoeding in de vorm van een zuiver schadebesluit daarom af kunnen wijzen. (einde citaat). In latere jurisprudentie is deze lijn onverkort doorgezet (zie bijvoorbeeld ABRS 12 november 2003 inzake Heerlen en ABRS 31 maart 2004 inzake Margraten). Een en ander laat onverlet, dat er in verband met het voorgenomen project ook andere effecten dan louter ruimtelijke effecten aan de orde kunnen zijn, waarop andere schadevergoedingsstelsels op van toepassing kunnen zijn. In het onderhavige geval is relevant, dat voor het project een vergunning is vereist op grond van de Wet milieubeheer en de Mijnbouwwet. De Wet milieubeheer bevat een schadevergoedingsregeling, opgenomen in de artikelen en Wm. Deze schadevergoedingsregeling heeft echter betrekking op de fi- 7
10 nanciële gevolgen van het verlenen van een milieuvergunning (bijvoorbeeld als daarin kostenverhogende milieu-eisen zijn vervat) en richt zich daardoor primair tot degene, aan wie de beschikking is gericht, zijnde de vergunninghouder. In de Mijnbouwwet is evenwel een uitgebreide regeling opgenomen ter zake van schade, die ontstaat door bodembewegingen als gevolg van o.a. de ondergrondse opslag van stoffen. Indien als direct gevolg van het voorgenomen project bodembewegingen zouden optreden die schade veroorzaken aan onroerende zaken van derden, dan kan op basis van deze schadevergoedingsregeling een vergoeding worden verstrekt op basis van een door een onafhankelijke deskundigencommissie (de Technische commissie bodembeweging ) opgestelde rapportage. 2.3 Indicatie van eventuele waardevermindering Gelet op de exclusieve toepasselijkheid van artikel 6.1 Wro dient de vraag naar het ontstaan van eventuele waardevermindering als gevolg van ruimtelijk relevante wijzigingen, alsmede het bepalen van de hoogte daarvan, te worden beantwoord aan de hand van een daartoe te maken planologische vergelijking. Het aspect bodembeweging valt onder de reikwijdte van de schadevergoedingsregeling van de Mijnbouwwet. In hoofdstuk 3 en verder wordt dit deel van het onderzoek uitgewerkt. 2.4 Mogelijkheden voor (planschade)kostenverhaal Uitgaande van het gegeven dat het project mogelijk wordt gemaakt door een Rijksinpassingsplan, is het bepaalde in artikel 6.6 Wro van toepassing, meer in het bijzonder lid 2 en lid 4 van dit artikel. Deze luiden als volgt: Artikel 6.6 ( ) 2. Indien Onze Minister met toepassing van artikel 3.28, eerste lid, een inpassingsplan vaststelt, of met toepassing van artikel 3.29, een projectbesluit neemt of een besluit als bedoeld in artikel 3.42 neemt, treedt hij voor de toepassing van de bij of krachtens deze afdeling gestelde regels in de plaats van burgemeester en wethouders. ( ) 4. Bij toepassing van dit artikel wordt de aanvraag voor een tegemoetkoming in de schade ingediend bij burgemeester en wethouders. Deze dragen ervoor zorg dat de aanvraag onverwijld wordt doorgezonden naar het desbetreffende bestuursorgaan dat op de 8
11 aanvraag beslist. Het recht, genoemd in artikel 6.4, wordt geïnd door het beslissend bestuursorgaan; de gemeentelijke verordening, bedoeld in artikel 6.4, derde lid, is hierop niet van toepassing. Uit het voorgaande blijkt, dat het Rijk rechtstreeks verantwoordelijk zal zijn voor het afwikkelen van procedures ex artikel 6.1 Wro. De gemeente vervult ingevolge het vierde lid louter de rol van doorgeefluik van aanvragen. Een en ander betekent, dat het sluiten van een planschadekostenverhaalsovereenkomst niet nodig is, nu het Rijk zèlf rechtstreeks beslist over aanvragen. Voorts biedt artikel 6.8 Wro wellicht mogelijkheden voor het verhaal van kosten (anders dan planschadekosten). Dit artikel luidt: Artikel Indien ten behoeve van belangen, uitsluitend of mede behartigd door een ander openbaar lichaam dan de gemeente, op schriftelijk verzoek van dat openbare lichaam, dan wel krachtens wettelijk voorschrift bepalingen in een bestemmingsplan of inpassingsplan, een daaraan voorafgaand projectbesluit daaronder begrepen, zijn opgenomen die hogere kosten voor de gemeente ten gevolge kunnen hebben en over de verdeling van deze kosten geen overeenstemming is bereikt, kunnen gedeputeerde staten op schriftelijk verzoek van burgemeester en wethouders dat openbare lichaam verplichten om aan de gemeente een vergoeding toe te kennen, voor zover: a. de kosten redelijkerwijs niet voor rekening van de gemeente behoren te blijven, b. de vergoeding niet voldoende anderszins is verzekerd en c. de vergoeding niet krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten. 9
12 3 ALGEMENE OVERWEGINGEN M.B.T. DE SCHADEVERGOEDINGS- STELSELS 3.1 Wet ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. In hoofdstuk 6 (Financiële bepalingen) zijn de financiële aspecten opgenomen. Afdeling 6.1 (Tegemoetkoming in schade) van dit hoofdstuk is gewijd aan planschade en omvat acht artikelen (6.1 tot en met 6.7). Artikel 6.1 is het belangrijkste artikel aangezien daarin het recht op een tegemoetkoming in de schade wordt vastgelegd: Burgemeester en wethouders kennen degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. In lid 2 a t/m g worden alle oorzaken genoemd voor een tegemoetkoming in de schade als bedoeld in voormeld lid 1. Hieronder noemen wij de belangrijkste schadeoorzaken: een bepaling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of beheersverordening; een planwijziging, -uitwerking of een ontheffing; een projectbesluit genomen door de gemeenteraad, provinciale staten of de minister; een tijdelijke ontheffing van een bestemmingsplan. In de overige artikelen worden zaken geregeld als: het normaal maatschappelijk risico (6.2); de in de beoordeling te betrekken aspecten voorzienbaarheid en mogelijkheden tot schadebeperking (6.3); het heffen van een recht van een aanvrager om vergoeding van planschade (6.4); de mogelijkheid tot het aangaan van een planschadeovereenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer (6.4a); de vergoeding van kosten van bijstand en wettelijke rente aan de aanvrager om een planschadevergoeding (6.5). 10
13 3.2 Invoeringswet wet ruimtelijke ordening (IWro) In deze wet zijn onder meer bepalingen opgenomen aangaande de status van vrijstellingen ex artikel 15, 17 en 19 WRO, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (de oude WRO) alsmede een overgangregeling met betrekking tot planschade. Voorts heeft deze regeling invloed op de wijze waarop het bestaande planologische regime in het kader van de planologische vergelijking ingevuld dient te worden. Artikel heeft specifiek betrekking op aanvragen om een planschadevergoeding. Dit artikel luidt als volgt: 1. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen om schadevergoeding ingevolge artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet of die ingevolge artikel II, tweede en derde lid, van de wet van 8 juni 2005, Stb. 305, tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (verjaring van en heffing bij planschade vergoedingsaanspraken, alsmede planschadevergoedingsovereenkomsten), nog tot 1 september 2010 kunnen worden ingediend. 2. Artikel 6.2, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening geldt tot 1 september 2010 niet voor aanvragen ingevolge artikel 6.1 van die wet om tegemoetkoming in schade die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ontstaan. 3.3 Relevante kaders Uit het vorenstaande vloeit voort dat wanneer de planschade ontstaat na 1 juli 2008 op alle daarop betrekking hebbende aanvragen de regeling zoals opgenomen in de Wro van toepassing is. Ter verduidelijking merken wij op dat de planschade ontstaat op het moment waarop de betreffende planologische maatregel in werking treedt. In het onderhavige kader betekent dit dat wij, nu de benodigde planologische maatregel per definitie na 1 juli 2008 in werking treedt, volledig met de regeling zoals opgenomen in hoofdstuk 6 van de Wro rekening houden: oude bestemmingsplannen dienen maximaal te worden ingevuld exclusief de binnenplanse vrijstellingsregels (tenzij deze zijn aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Wro; het maatschappelijk risico wordt verwerkt. 11
14 3.4 Mijnbouwwet De Mijnbouwwet bevat in paragraaf 6.2 (artt. 113 t/m 122) een schadevergoedingsregeling in verband met de gevolgen van mijnbouwactiviteiten voor beweging van de aardbodem. Onder deze mijnbouwactiviteiten worden tevens verstaan: het brengen of houden van stoffen op een diepte van meer dan 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem. Ter zake van schadeclaims wordt advies uitgebracht door de Technische commissie bodembeweging. 12
15 4 BEOORDELING SCHADERISICO S 4.1 Planschade: planologische vergelijking Op grond van het vigerende bestemmingsplan bestaat de planologisch maximale invulling uit de aanwending daarvan als gaswinningslocatie, waartoe het oprichten van bebouwing en het ontplooien van bedrijfsactiviteiten binnen de grenzen van geldende milieuregelgeving is toegestaan. In de nieuwe situatie zal geen sprake zijn van het winnen van stoffen, doch van het ondergronds opslaan van stoffen. Hiertoe vinden althans bovengronds geen grote ruimtelijke wijzigingen plaats. Bij de beoordeling van planologische maatregelen in het licht van het planschadestelsel staat voorop, dat alleen zogenaamde ruimtelijke effecten c.q. gevolgen in ogenschouw worden genomen. Onder ruimtelijke effecten van planologische maatregelen kan worden gedacht aan factoren zoals uitzicht, bezonning, privacy, geluidhinder en andere vormen van (door milieuregels gereguleerde) milieuhinder zoals stank- en stofhinder. Factoren die niet ruimtelijk van aard zijn, blijven blijkens bestendige jurisprudentie buiten beschouwing. Voorbeelden van factoren die bij de beoordeling van planschade-aanvragen buiten beschouwing blijven zijn o.a.: openbare orde-problematiek (bijvoorbeeld vandalisme en baldadigheid); fysieke schadeberokkening (zoals scheurvorming en wateroverlast); wijziging van concurrentieverhoudingen; emotionele factoren c.q. invloed van NIMBY (Not In My Backyard) bestemmingen Het thans geldende bestemmingsplan maakt in het gebied de winning van gas mogelijk, waartoe bebouwing en bouwwerken mogen worden opgericht. Als gevolg van het gedachte Rijksinpassingsplan zal in plaats van de winning van gas sprake zijn van de opslag van gas. Aangezien hiervoor voor zover ons uit de stukken is gebleken geen aanvullende bebouwing noodzakelijk is en de bovengrondse milieu-effecten niet wezenlijk van elkaar verschillen leidt het Rijksinpassingsplan in louter ruimtelijk opzicht niet tot een wezenlijk andere planologische situatie. 13
16 Ook eventueel nadeel in verband met een reactie op de huizenmarkt door mogelijk levende onzekerheden en/of de maatschappelijke impopulariteit van projecten als de onderhavige, is niet het gevolg van ruimtelijk relevante factoren doch van emotionele factoren die buiten het bereik van artikel 6.1 Wro vallen. In paragraaf 4.3 gaan wij nog nader in op een mogelijk emotioneel effect op de onroerend goed-markt. Op grond van het voorgaande zal naar verwachting geen sprake zijn van schade in de vorm van waardevermindering, die op de voet van artikel 6.1 Wro voor vergoeding in aanmerking komt. Het planschaderisico van dit project begroten wij derhalve op NIHIL. 4.2 Schadevergoeding op grond van de Mijnbouwwet Ten aanzien van de effecten op de bodemgesteldheid blijkt uit de ons bekende rapportages dat niet gevreesd wordt voor duidelijke effecten. De kans op succesvolle claims op basis van de Mijnbouwwet lijkt daardoor klein doch wij kunnen dit verder niet beoordelen of inschatten. Indien als direct gevolg van de opslag door bodembewegingen schade aan bovengronds gelegen onroerende zaken op zou treden, dan betreft het schade waarop het schadevergoedingsstelsel van de Mijnbouwwet van toepassing is. In dit stadium is deze schade alleen als Pro Memorie aan te merken. 4.3 Waardevermindering, anders dan op basis van artikel 6.1 Wro? Zijdens opdrachtgever is verzocht om een algemeen oordeel over de mogelijke waardedrukkende effecten van de voorgenomen CO 2 -opslag op woningen in de omgeving van het vulpunt Barendrecht. Gedoeld wordt op een mogelijk waardedrukkend effect in verband met maatschappelijke onrust rondom de voorgenomen CO 2 -opslag. Vooropgesteld zij, dat de prijsvorming op de onroerend goed-markt plaatsvindt onder invloed van een groot aantal factoren (waaronder o.a. de situatie ten aanzien van de hypotheekrente, de algemene financieel-economische situatie etcetera), waardoor het zeer moeilijk is om de effecten van een individuele factor te meten. Voorts is het project nog niet gestart. 14
17 In het algemeen is onze ervaring, dat indien de kring van getroffen objecten relatief klein en duidelijk aanwijsbaar is en ook de waardedrukkende factor duidelijk is (zoals een individueel object of een cluster objecten waar locale verontreiniging is aangetroffen), een effect op de prijsvorming op micro-niveau beter is vast te stellen dan wanneer het, zoals in casu, gaat om een relatief groot gebied waarin zich veel woningen bevinden en waarbij nog weinig of geen ervaringen zijn opgedaan met de voorgestane ontwikkeling. In het onderhavige geval ligt het gasveld op zeer grote diepte onder een groot aantal woningen, waarbij voorts niet precies bekend is tot waar het gasveld (c.q. de voorgenomen opslag) precies reikt. Het voorgaande indachtig hebben wij niettemin onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen op de onroerend goed-markt in een deel van de betrokken woonwijk in 2008 en Voor deze periode is gekozen omdat begin 2008 het voornemen tot het uitvoeren van het project openbaar bekend werd; wij hebben bezien of in 2008 de huizenmarkt hierop gereageerd heeft door een ontwikkeling die niet door andere factoren te verklaren zou zijn. Wij hebben gekozen voor het deel van de wijk, dat het dichtst bij het vulpunt is gelegen. Het betreft de navolgende straten: Kuilkant, Geepwater, Weerkant, Kreeftwater, Spieringwater, Haringwater, Fuikkant, Aalwater, Beugkant, Harderwater, Zalmwater, Scharwater, Kabbelkant en Steurwater. Uit een analyse van gemiddelde koopsommen, individuele transacties en eigendomsakten is ons gebleken dat in het overgrote deel van de genoemde straten in het jaar 2008 geen enkele aanwijsbare waardedruk aan de orde is geweest. Alleen bij de straten Zalmwater en Weerkant is een duidelijk lager gemiddeld prijsniveau in 2008 te constateren ten opzichte van In het geval van de Zalmwater is dit eenvoudig te verklaren door het feit, dat de gemiddelde koopsom is beïnvloed door de verkoop van een onverdeelde helft van een woning (Zalmwater 135). Bij de Weerkant speelt een rol, dat in 2007 zeer weinig transacties van vergelijkbare objecten hebben plaatsgevonden (slechts één) waardoor dat jaar eigenlijk niet als referentie geschikt is. Zijdens opdrachtgever is aandacht gevraagd voor mogelijke psychologische effecten op de woningmarkt als gevolg van langdurige (negatieve) publiciteit rondom de CO 2 -opslag die in de komende jaren nog wordt verwacht in verband met media-aandacht, procedures en zo het project doorgang zou vinden het daadwerkelijke opslaan van CO 2. Alhoewel wij, zoals reeds gesteld, tot op heden nog geen effecten op de woningmarkt hebben kunnen vaststellen, achten wij het niet ondenkbaar dat dergelijke psychologische 15
18 effecten zich niettemin kunnen gaan voordoen. Een en ander is echter thans nog niet vast te stellen; mogelijke effecten laten zich pas achteraf vaststellen aan de hand van een analyse van woningtransacties specifiek in Barendrecht c.q. de gedeelten daarvan die in de omgeving van de vulpunten gelegen zijn. Door deze gegevens te vergelijken met transactiegegevens in de regio zou achteraf mogelijk een effect kunnen worden vastgesteld, doch zekerheid daarover is thans nog niet te geven. Wij verwachten in elk geval, dat een eventueel psychologisch effect, zo zich dit al gaat voordoen en zo dit al vast te stellen zal zijn, van tijdelijke aard zal blijken te zijn in verband met het feit dat de activiteiten van het vullen van de voormalige gasvelden circa 3 jaar duren, waarna uiteindelijk de maatschappelijke belangstelling hiervoor (en daarmee tevens de publiciteit) zal afnemen. Het psychologische effect kan zich in elk geval voordoen indien er drastische ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de markt plaatsvinden: indien eigenaren van objecten in de betrokken wijk (om wat voor reden dan ook) binnen een relatief korte tijdsspanne massaal hun woning te koop gaan zetten treedt een verzadiging van de markt op, met als gevolg een te verwachten daling van de huizenprijzen zolang het aanbod de vraag overtreft. Een autonoom effect aan de vraagzijde van de markt is veel moeilijker te voorspellen c.q. vast te stellen, doch wordt door ons op zichzelf beschouwd niet uitgesloten. Opgemerkt zij, dat voor een eventuele compensatie van de nadelige psychologische effecten het huidige stelsel van schadevergoedingsrecht geen mogelijkheden biedt. 16
19 5 VERGOEDBAARHEID 5.1 Algemeen Er zijn met betrekking tot het onderwerp vergoedbaarheid vier deelonderwerpen te onderscheiden: - passieve risicoaanvaarding; - actieve risicoaanvaarding; - anderszins verzekerd; - mogelijkheden om schade te voorkomen of te beperken. In het vorenstaande hebben wij het risico op planschade in beeld gebracht. In dit hoofdstuk beoordelen wij op hoofdlijnen het onderwerp vergoedbaarheid. Passieve risicoaanvaarding Het beperken of wegnemen van bebouwings- en/of gebruiksmogelijkheden op gronden van een aanvrager kan directe planschade tot gevolg hebben. Indien dit het geval is dient te worden bezien of aanvrager gedurende langere tijd zijn mogelijkheden onbenut heeft gelaten, terwijl men op de hoogte was of kon zijn van de toekomstige nadelige ontwikkeling (het zogeheten verwijtbaar stilzitten ). Ten aanzien van het onderwerp passieve risicoaanvaarding merken wij op dat zich binnen het plangebied geen gronden van derden bevinden zodat dit onderwerp niet nader onderzocht hoeft te worden. Actieve risicoaanvaarding Het is bestendige jurisprudentie dat ten aanzien van de vergoedbaarheid van de geleden schade het aspect van risicoaanvaarding ten tijde van aankoop van de onroerende zaak een rol kan spelen. In algemene zin kan worden gesteld dat indien voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan of een besluit sprake is geweest van (een reeks van) planologisch relevante besluiten waaraan een bestendige lijn in de (toekomst) visie op de uiteindelijke planologische bebouwings- en/of gebruiksmogelijkheden van de betreffende locatie kan worden ontleend (bijvoorbeeld een structuurplan, een voorbereidingsbesluit of een ter inzage gelegd bestemmingsplan), voorzienbaarheid in beginsel kan worden tegengeworpen indien (één van) deze planologisch relevante besluiten ten tijde van aankoop kenbaar waren. 17
20 Anderszins verzekerd Indien directe of indirecte planschade is ontstaan kan het voorkomen dat deze schade al anderszins is vergoed of verzekerd. De opgetreden schade komt dan niet nogmaals voor tegemoetkoming in schade in aanmerking. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld de situatie waarin een gemeente of ontwikkelaar gronden van een aanvrager heeft gekocht, waarbij partijen op kenbare wijze zijn overeengekomen dat in het verkoopbedrag een schadetegemoetkoming in schade voor de toekomstige planologische verslechtering is opgenomen. Mogelijkheden om schade te voorkomen of te beperken Op basis van artikel 6.3 Wro betrekken burgemeester en wethouders in hun beslissing de mogelijkheden van aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken. Uitgaande van de door de wetgeving en rechtspraak gegeven kaders en de thans beschikbare informatie, zijn er geen omstandigheden te voorzien waarmee een eventuele aanvrager de schade zou kunnen voorkomen of zou kunnen beperken, zodat wij dit onderwerp verder buiten beschouwing laten. 5.2 Beoordeling op hoofdlijnen Gelet op de conclusie zoals getrokken in de paragrafen 4.1 en 4.2 is een nader onderzoek naar het aspect vergoedbaarheid niet opportuun. 18
21 6 CONCLUSIE Door de planologische mutatie, zoals hiervoor omschreven, zal naar verwachting geen schade optreden die op basis van artikel 6.1 Wro voor tegemoetkoming in aanmerking kan komen. De kans op het ontstaan van schade door bodembewegingen, die op de voet van de schadevergoedingsregeling van de Mijnbouwwet voor vergoeding in aanmerking kan komen, lijkt op voorhand klein doch wij kunnen dit niet inschatten of uitsluiten. Deze schade wordt als Pro Memorie aangemerkt. Uit eigen onderzoek naar recente transacties hebben wij tot nu toe geen effecten van de voorgenomen CO 2 -opslag op de huizenmarkt kunnen afleiden. Er kunnen zich in de (nabije) toekomst echter tijdelijke psychologische effecten op de woningmarkt voor gaan doen, met name door ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de markt doch mogelijk ook door autonome ontwikkelingen aan de vraagzijde. Een en ander is echter thans nog niet vast te stellen; mogelijke effecten laten zich pas achteraf vaststellen aan de hand van een analyse van woningtransacties in Barendrecht. Voor een eventuele compensatie van deze nadelige psychologische effecten biedt het huidige stelsel van schadevergoedingsrecht geen mogelijkheden. Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken, mr. J. Brandwijk, Directeur. 19
Kees van der Lee Sinds 1996 werkzaam voor de SAOZ, vanaf 2001 als adjunctdirecteur.
Spreker: Kees van der Lee Sinds 1996 werkzaam voor de SAOZ, vanaf 2001 als adjunctdirecteur. De SAOZ adviseert overheden inzake o.a. planschade- en nadeelcompensatieclaims van burgers en bedrijven (objectief
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste
Gemeente Heumen Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008
Gemeente Heumen Procedureverordening tegemoetkoming in planschade, gemeente Heumen 2008 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld
RISICOTOETS PLANSCHADE
RISICOTOETS PLANSCHADE met betrekking tot de vestiging van Iriszorg op de locatie Gondel 3611 te Lelystad. CONCLUSIE Het planschaderisico taxeren wij op: 16.000,--. Opdracht: 3232360 Datum: mei 2012 Adviseur:
Kees van der Lee Sinds 1996 werkzaam voor de SAOZ, vanaf 2001 als adjunctdirecteur.
Spreker: Kees van der Lee Sinds 1996 werkzaam voor de SAOZ, vanaf 2001 als adjunctdirecteur. De SAOZ adviseert overheden inzake o.a. planschade- en nadeelcompensatieclaims van burgers en bedrijven (objectief
RISICOANALYSE PLANSCHADE
RISICOANALYSE PLANSCHADE met betrekking tot de uitbreiding van het museum Kranenburgh aan de Hoflaan te Bergen. CONCLUSIE Door de planologische mutatie zal geen schade optreden die, op basis van artikel
Nr JORI Houten, 23 mei 2000
Nr. 2000-83-JORI Houten, 23 mei 2000 Aan de gemeenteraad Onderwerp Verzoek om planschadevergoeding van de heer P.J.M. Kamman en mevrouw E.H.W. Kamman- Croese op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
Spreker: mr. drs. C.M.L. (Kees) van der Lee KRMT
Spreker: mr. drs. C.M.L. (Kees) van der Lee KRMT Commercieel directeur van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) te Rotterdam. Onderwerpen van deze presentatie: Beoordelingskader planschade
RISICOANALYSE PLANSCHADE
RISICOANALYSE PLANSCHADE met betrekking tot het project Windpark Bijvanck in de gemeente Zevenaar. (herijking oktober 2014) CONCLUSIE Door de planologische mutatie zal zich een waardevermindering voordoen
Artikel 2: Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst Eerste lid
Toelichting bij de Procedureregeling planschadevergoeding 2005 Algemene toelichting Op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) heeft een belanghebbende de mogelijkheid om van de
Planschaderisicoanalyse
Planschaderisicoanalyse Aanpassing bestemmingsplan Nieuw Den Helder Zuid 2012 In opdracht van Tog Nederland Midden West b.v. Veenendaal, 30 maart 2012 Inhoudsopgave Pagina Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Artikel
Afdeling: CZ Leiderdorp, 31 oktober 2006
Agendapunt 15 2006 VOORSTELLEN Nr. 185 (1) Afdeling: CZ Leiderdorp, 31 oktober 2006 Onderwerp: Beslissing op bezwaar afwijzing planschade Spiegheldreef 2 Aan de raad. Beslispunten 1. het bezwaarschrift
Wat en hoe. druk: Huisdrukkerij gemeente Smallingerland
Wat en hoe PLANSCHADE druk: Huisdrukkerij gemeente Smallingerland 2008 afdeling Bestuursondersteuning / COM-EJ-102008 2 11 Als de nieuwe wet en de twee procentregel van toepassing is op het voorbeeld dan
Gemeente Landgraaf - Planschadeverordening provincie Limburg, Buitenring Parkstad Limburg
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Landgraaf. Nr. 24933 2 maart 2016 Gemeente Landgraaf - Planschadeverordening provincie Limburg, Buitenring Parkstad Limburg Aldus vastgesteld door Provinciale
Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e
Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e maal een advies inzake de bezwaarschriften van de heer B.J.H. Brugge, De Goedemeent 15 en de
«JG» Actueel commentaar
Actueel commentaar Planschade beperken of ongedaan maken met toepassing van artikel 6.1.3.4 Bro? Bestemmingsplannen moeten elke tien jaar worden geactualiseerd (art. 3.1 lid 1 Wro). 1 Dan zal voor vergelijkbare
Concept GEACTUALISEERDE RISICOANALYSE PLANSCHADE. met betrekking tot het project CPO Locatie Chrysantenstraat Naaldwijk.
Concept GEACTUALISEERDE RISICOANALYSE PLANSCHADE met betrekking tot het project CPO Locatie Chrysantenstraat Naaldwijk. CONCLUSIE Als gevolg van het bestemmingsplan Chrysantenstraat Naaldwijk zal geen
Procedureverordening tegemoetkoming in planschade gemeente Tiel
Nr. 5a, afdeling SO De raad van de gemeente Tiel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op hoofdstuk 6, afdeling 6.1 'Tegemoetkoming in schade', Wet ruimtelijke ordening (Wro); gelet
AOVISEUR IN ONROERENDE ZAKEN
ra S A O Z 111.02038 AOVISEUR IN ONROERENDE ZAKEN Gemeente Noordenveld vakgroep Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw T.a.v. mevrouw L. Beerlink r Postbus 109 t 9300 AC RODEN i r-f- 5 m Rotterdam, 14 maart
Procedureregeling planschadevergoeding Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vianen;
Procedureregeling planschadevergoeding 2005 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vianen; gelet op de artikelen 49 en 49a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, besluit vast te stellen
Jaargang 20 01 Nummer. planschadeverzoek van de heer Van Liere en mevrouw Kasius.
Raadsvoorstel Datum Dienst/sector/afdeling DSO/JZ/S&M Jaargang 20 01 Nummer 213 Kenmerk DSO 01.102518/01.005439 BGS Onderwerp Bijlagen planschadeverzoek van de heer Van Liere en mevrouw Kasius. rapport
Aan de commissie VROM
Made, 20 maart 2002 Commissievergadering d.d. 16 april 2002 Aan de commissie VROM Agendapunt: Onderwerp: Verzoek om planschadevergoeding Toelichting: De verzoek om planschadevergoeding is ingediend door
Aanvraagformulier tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 6.1 Wro
Aanvraagformulier tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 6.1 Wro Ingevolge artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening kennen Burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving
3. Relatie met bestaand beleid De gevolgen kunnen worden uitgesplitst in wijzigingen en het overgangsrecht.
Raadsnota Raadsvergadering d.d.: Agenda nr: Onderwerp: Planschade, de gevolgen van de nieuwe Wro Aan de gemeenteraad, 1. Doel, Samenvatting en Advies van het raadsvoorstel Uw raad te informeren over de
AANVRAAG OM TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE
Bezoekadres Osdorpplein 1000 1068 TG Amsterdam Postbus 90460 1006 BL Amsterdam Telefoon 020 518 0800 Fax 020 619 9426 www.osdorp.amsterdam.nl AANVRAAG OM TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE In te vullen door
Definitieve beschikking
Algemene wet bestuursrecht 1 Wet milieubeheer Definitieve i Aanleiding Aan NS Railinfiabeheer B.V., 1998 een revisievergunning ingevolge is beroep ingesteld op grond waarvan grond hiervan is de verlenen
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum De raad van de gemeente Renkum; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2012; Gelet op artikel
Onderwerp: Notitie Planschade en Procedureverordening advisering tegemoetkoming in planschade
Raadsvergadering, 12 mei 2009 Voorstel aan de Raad Nr: 302 Agendapunt: 8 Datum: 21 april 2009 Onderwerp: Notitie Planschade en Procedureverordening advisering tegemoetkoming in planschade Onderdeel raadsprogramma:
AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE. afdeling Ruimte en Leefomgeving postbus 9000 6600 AH Wijchen
AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE Gegevens gemeente (datum ontvangst) Verzendadres: Gemeente Wijchen afdeling Ruimte en Leefomgeving postbus 9000 6600 AH Wijchen De Wet ruimtelijke ordening
Onderwerp: Procedureverordening tegemoetkoming in planschade 2010
Vergadering: 9 februari 2010 Agendanummer: 18 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: J. Steen Behandelend ambtenaar A. Spier, 0595-447793 E-mail: [email protected] (t.a.v. A. Spier) Aan de gemeenteraad,
Wat en hoe PLANSCHADE
Wat en hoe PLANSCHADE 1 2 Planschade In het kort komt planschade erop neer dat paticulieren en bedrijven die schade lijden door een verandering van een bestemmingsplan in bepaalde gevallen van de overheid
Aanbiedingsbrief. Aan de raad.
Sector: Stad Kerkrade, 18 januari 2006. Aanbiedingsbrief Aan de raad. Nr. 05it00871. Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissing een ontwerpbesluit, nr. 05Rb083, inzake toekenning planschadevergoeding
Inleiding. Partijen. Inhoud overeenkomst
Notitie bij raadsvoorstel Bestuursovereenkomst tussen de provincie Noord-Brabant en de gemeenten in de provincie Noord-Brabant in het kader van de uitvoering van reconstructieen gebiedsplannen ex artikel
PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG
PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming
Planschade risicoanalyse
Planschade risicoanalyse Caravanhoff, Hemmerbuurt 138 te Hem September 2012-48-1 Batterijstraat 1 5396 NT Lithoijen (Oss) 0412 48 48 22 Pasmaat advies www.pasmaat.com 1. Aanleiding 1.1. Verzoek Initiatiefnemer
Gemeente Utrecht De heer O. van Schaick Postbus 16200 3500 CE UTRECHT. Onderwerp: planschaderisicoanalyse/ Catharijnesingel Noord
Gemeente Utrecht De heer O. van Schaick Postbus 16200 3500 CE UTRECHT Onderwerp: planschaderisicoanalyse/ Catharijnesingel Noord Geachte heer Van Schaick, Hierbij ontvangt u een planschaderisicoanalyse
Onderwerp: Uitkeren planschadevergoeding naar aanleiding van het oprichten van 18 appartementen aan de Schoolstraat in Drunen
Onderwerp: Uitkeren planschadevergoeding naar aanleiding van het oprichten van 18 Samenvatting: Inleiding: Op 4 januari 2008 heeft Ceelen rentmeesterskantoor, namens de eigenaren van het pand Schoolstraat
RISICOTOETS PLANSCHADE
fa ^ ADVISEUR IN ONROERENDE ZAKEN RISICOTOETS PLANSCHADE met betrekking tot de ontwikkeling van het recreatiegebied Oortjespad te Woerden. CONCLUSIE Het planschaderisico taxeren wij op nihil. Opdracht:
Nadeelcompensatie onder de Omgevingswet. Mr. dr. Dirk Sanderink
Nadeelcompensatie onder de Omgevingswet Mr. dr. Dirk Sanderink Algemene regeling van art. 4:126 e.v. Awb (1) Art. 4:126 lid 1 Awb (Stb. 2013/50 nog niet in werking) Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige
Beslissen op verzoeken tegemoetkoming planschade eigenaren/ bewoners de Meeuwse Acker 12-33, 12-35, 12-37 en 12-43
Embargo tot vrijdag 6 maart 2015 Onderwerp Beslissen op verzoeken tegemoetkoming planschade eigenaren/ bewoners de Meeuwse Acker 12-33, 12-35, 12-37 en 12-43 Programma Stedelijke ontwikkeling BW-nummer
ra S A O z ADVISEUR IN ONROERENDE ZAKEN
ra S A O z ADVISEUR IN ONROERENDE ZAKEN iiiniiiuiiiniiiiviiii i I! 15INK14338 151NK14338 Ontv: 02/09/2015 BPZ/WV/RZ Gemeente Pijnacker-Nootdorp Ruimtelijke Zaken T.a.v. mevrouw M.L. van Winden Postbus
categorie/agendanr. stuknr. B. en W. 2004 RA04.0108 A 11 04/696 Onderwerp: Bezwaarschrift Sluyter Advocaten tegen besluit raad m.b.t.
Raadsvoorstel jaar stuknr. Raad categorie/agendanr. stuknr. B. en W. 2004 RA04.0108 A 11 04/696 Onderwerp: Bezwaarschrift Sluyter Advocaten tegen besluit raad m.b.t. gebied Zijtak Portefeuillehouder: J.
PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 4: NORMAAL MAATSCHAPPELIJK RISICO
PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 4: NORMAAL MAATSCHAPPELIJK RISICO In deze aflevering van de Nieuwsbrief de vierde episode van de serie planschadespecials. Als vaste planschadecommissie voor een groot aantal
Procedureverordening planschade Arnhem 2011
Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvraag: aanvraag om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
Aanvraagformulier tegemoetkoming planschade. Let op: Velden gemarkeerd met een * moeten verplicht worden ingevuld.
Aanvraagformulier tegemoetkoming planschade Let op: Velden gemarkeerd met een * moeten verplicht worden ingevuld. In artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staat dat het college op aanvraag
2007. Nr. : Dnst. : BOWO. Planschadeverzoeken Oude Vest 49 en 53. Leiden, 7 augustus 2007.
2007. Nr. : 07.0100 Dnst. : BOWO Planschadeverzoeken Oude Vest 49 en 53. Leiden, 7 augustus 2007. Inleiding Op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bestaat voor een belanghebbende
Toelichting bij de Procedureverordening planschade gemeente Tiel
Nr. 5a,afdeling SO Toelichting bij de Procedureverordening planschade gemeente Tiel Algemene toelichting Krachtens artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan degene die in de vorm van inkomensderving
AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING PLANSCHADE
AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING PLANSCHADE artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (indien dit formulier te weinig ruimte voor de beantwoording biedt, kunt u extra informatie op een bijlage toevoegen) 1.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
29 Wet van 6 november 2008, houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied
Beslissen op verzoek tegemoetkoming planschade Dijkstraat 1 te Lent
Embargo tot vrijdag 29 september 2017 Onderwerp Beslissen op verzoek tegemoetkoming planschade Dijkstraat 1 te Lent Programma Stedelijke ontwikkeling BW-nummer Portefeuillehouder B. Velthuis Samenvatting
Aan de commissie: Datum vergadering: Agendapunt :
Aan de Raad Made, 15 februari 2005 Aan de commissie: Datum vergadering: Agendapunt : Raadsvergadering: 3 maart 2005 Nummer raadsnota: 10 Onderwerp: Referendabel: ja nee Verzoek om planschadevergoeding.
2005. Nr. : 05.157. Planschadeverzoek de heer Van Groen. Leiden, 6 december 2005.
2005. Nr. : 05.157. Dnst. : BOWO Planschadeverzoek de heer Van Groen. Leiden, 6 december 2005. Op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bestaat voor een belanghebbende die schade lijdt
2004. Nr. : Dnst. : BOWO. Afhandeling planschadeverzoek van de bewoners van de Aloëlaan 43 inzake de Oranjerie. Leiden, 21 december 2004.
Nr. : 04.0190. Dnst. : BOWO Afhandeling planschadeverzoek van de bewoners van de Aloëlaan 43 inzake de Oranjerie. Leiden, 21 december 2004. 2004. Op 28 maart 2003 is bij de gemeente Leiden een verzoek
Procedureverordening advisering tegemoetkoming planschade gemeente Noordenveld 2008
Procedureverordening advisering 1/8 tegemoetkoming planschade gemeente Noordenveld 2008 De raad van de gemeente Noordenveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2008; gelet
INFORMATIEFOLDER PLANSCHADE
INFORMATIEFOLDER PLANSCHADE Gemeente Landgraaf Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Maart 2010 N.b.: hoewel nu ook nog planschadeclaims kunnen worden ingediend op grond van oude wetgeving (artikel 49 WRO)
V A L K E N S WA A R. D
G E M E E N T E V A L K E N S WA A R. D Agendapunt commissie: steller telefoonnummer email C. Evers 678 cev(o)valkenswaard.nl agendapunt kenmerk datum raadsvergadering 10raad00743 onderwerp Vaststellen
GEMEENTEBLAD VAN HELMOND
GEMEENTEBLAD VAN HELMOND Jaar : 2006 Nummer: 47 Besluit : B & W 7 maart 2006 Bekendmaking Procedureregeling planschadevergoeding 2006 van de gemeente Helmond. Burgemeester en wethouders van Helmond maken
Planschaderisicoanalyse
Planschaderisicoanalyse Concept-bestemmingsplan Hoek Molenstraat Troelstralaan Gemeente Assen Opdrachtgever: BügelHajema Betreft: Planschaderisicoanalyse met betrekking tot het concept-bestemmingsplan
Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Rotterdam, 24 juni 2008 A.B.2008.3.01313/CL - " '"' - Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Aan de gemeenteraad.
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade.
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hulst. Nr. 124636 23 december 2015 Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade. De raad van de gemeente Hulst; Gelezen het voorstel van
Doelstelling van onderhavig plan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van de bouw van maximaal één woning op voornoemde locatie.
Raadsvoorstel Zaaknummer: 2017-008843 gemeente Onderwerp Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Zandeind 29a" (Riel) Datum voorstel Datum raadsvergadering Bijlagen 20-06-2017 30-01-2018 Ter inzage 1.
Tegemoetkoming in planschade 2014
Tegemoetkoming in planschade 2014 Achtergrond informatie De Wet ruimtelijke ordening stelt in artikel 6.1 dat belanghebbenden die schade hebben geleden door een ruimtelijk besluit in aanmerking kunnen
AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING SCHADE EX ARTIKEL 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)
AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING SCHADE EX ARTIKEL 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) De vragen gemarkeerd met een * hoeft u alleen te beantwoorden als ze voor u van toepassing zijn. Gegevens aanvrager
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Borger-Odoorn 2010.
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Borger-Odoorn 2010. Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een aanvraag
WABO EN OVERGANGSRECHT; EEN NADERE BESCHOUWING
WABO EN OVERGANGSRECHT; EEN NADERE BESCHOUWING Dat het vaststellen van overgangsrecht bij nieuwe wet- en regelgeving niet altijd een gemakkelijke opgave is, bleek al met de invoering van de nieuwe Wet
Procedureverordening aanvragen om tegemoetkoming in planschade
CVDR Officiële uitgave van Ede. Nr. CVDR8623_1 3 januari 2017 Procedureverordening aanvragen om tegemoetkoming in planschade De raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders
003. Verordening advisering planschade
003. Verordening advisering planschade Inhoudsopgave 003. Verordening advisering planschade... 2 Raadsvoorstel verordening planschade... 3 003. Verordening advisering planschade 003. Verordening advisering
PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 3: VOORZIENBAARHEID
PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 3: VOORZIENBAARHEID In deze aflevering van de Nieuwsbrief de derde episode van de serie planschadespecials. Als vaste planschadecommissie voor een groot aantal gemeenten
