HAVEN AFVALSTOFFEN PLAN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HAVEN AFVALSTOFFEN PLAN"

Transcriptie

1 HAVEN AFVALSTOFFEN PLAN Noordzeekanaalgebied Conform EU- Richtlijn nr. 2000/59/EG Betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen Dit Haven Afvalstoffen Plan omvat de havens van de Gemeenten: Amsterdam Beverwijk Zaanstad Velsen 1 e herziening (2006)

2 Status: definitief Pagina 2 van 78

3 0. Autorisatie Vaststelling Haven Afvalstoffen Plan Noordzeekanaalgebied Vaststelling door College van Burgemeester & Wethouders van de Gemeente Amsterdam Status: definitief Pagina 3 van 78

4 Status: definitief Pagina 4 van 78

5 Vaststelling door College van Burgemeester & Wethouders van de Gemeente Zaanstad Status: definitief Pagina 5 van 78

6 Status: definitief Pagina 6 van 78

7 Vaststelling door College van Burgemeester & Wethouders van de Gemeente Beverwijk Status: definitief Pagina 7 van 78

8 Status: definitief Pagina 8 van 78

9 Vaststelling door College van Burgemeester & Wethouders van de Gemeente Velsen Status: definitief Pagina 9 van 78

10 Status: definitief Pagina 10 van 78

11 Goedkeuring Haven Afvalstoffen Plan Noordzeekanaalgebied Goedgekeurd door de Minister van Verkeer en Waterstaat, Plaats:.. Datum:.. Status: definitief Pagina 11 van 78

12 Status: definitief Pagina 12 van 78

13 INHOUD 0. AUTORISATIE INLEIDING BEGRIPPEN TOEPASSINGSBEREIK Havens Havenbeheerder Schepen Soorten afval ORGANISATIESTRUCTUUR Haven Afvalstoffen Plan - stuurgroep Inspraak, vaststelling, goedkeuring en evaluatie Havenbeheerder Uitvoering van taken Meldingen aan het CNB Administratieve Organisatie Haven Afvalstoffen Plan (AO HAP) CAPACITEIT HAVENONTVANGSTVOORZIENINGEN Afgifte scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen Huidige capaciteit havenontvangstvoorziening Verwachte afgifte Beoordeling huidige capaciteit met verwachte behoefte Beleid aanwijzingen MELDING & REGISTRATIE Meldingen Procedure vooraanmelden Procedure operationele meldingen Procedure afgiftemelding Registratie scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen Verantwoordelijkheden ten aanzien van melding en registratie Verantwoordelijkheden schip Verantwoordelijkheden inzamelaar Verantwoordelijkheden Administratieve Organisatie HAP AFGIFTE EN INNAME Procedure afgifte en inname Procedure afgifte Annex II restanten van schadelijke stoffen Verantwoordelijkheden ten aanzien van afgifte en inname Verantwoordelijkheden schip Verantwoordelijkheden inzamelaar Verantwoordelijkheden havenbeheerder Verantwoordelijkheden Administratieve Organisatie HAP VERWERKING Procedure verwerking scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen Verantwoordelijkheden inzamelaar Verantwoordelijkheden verwerker FINANCIËLE AFHANDELING Algemeen Verantwoordelijkheden schip Verantwoordelijkheden havenbeheerder Tarieven Afgifterecht Procedure financiële afhandeling KWALITEITSBORGING HAP Status: definitief Pagina 13 van 78

14 10.1 Distributie Evaluatie HAP - overleg Audits VRIJSTELLING, ONTHEFFING EN AFZIEN VAN AFGIFTE Vrijstelling Ontheffing Afzien van afgifte KLACHTEN EN TEKORTKOMINGEN Melden klachten en tekortkomingen Procedure afhandeling klachten en tekortkomingen TOEZICHT EN AANHOUDING VISHAP XI Tabblad A Tabblad B Tabblad C Tabblad D Haven Gemeente Amsterdam Haven Gemeente Zaanstad Haven Gemeente Beverwijk Havens Gemeente Velsen Bijlagen BIJLAGE 1: KAART NOORDZEEKANAALGEBIED...52 BIJLAGE 2: REGELGEVING...53 BIJLAGE 3: INHOUD RAPPORTAGES AAN HAVENBEHEERDER...55 BIJLAGE 4: KWALITEITSCRITERIA HAVENONTVANGSTVOORZIENINGEN...56 BIJLAGE 5: VOORAANMELDINGSFORMULIER...57 BIJLAGE 6: AFGIFTEFORMULIER...58 BIJLAGE 7: KLACHTENFORMULIER...59 BIJLAGE 8: BELEIDSREGELS ONTHEFFING...61 BIJLAGE 9: BELEIDSREGELS AFZIEN VAN AFGIFTE...62 BIJLAGE 10: ADRESSEN...63 Procedures Procedure 1. Goedkeuren HAP...24 Procedure 2: Overzicht van de meldingen...29 Procedure 3: Vooraanmelding aan CNB...30 Procedure 4: Afgiftemelding...31 Procedure 5: Afgifte & inname...33 Procedure 6. Overzicht betaling...42 Procedure 7. HAP-Overleg Procedure 8. Klachten en tekortkomingen...48 Tabellen Tabel 1: HAP-havenbeheerders Noordzeekanaalgebied...20 Tabel 2: Indeling verschijningsvorm ladingstype Tabel 3: Scheepsbewegingen Noordzeekanaalgebied naar GT in Tabel 4: Overzicht soorten afval naar Marpol Annex...22 Tabel 5. Afgiftecijfers Amsterdam Tabel 6: inschatting jaarlijkse hoeveelheid afgifte afval...28 Tabel 7: Samenwerking ter voorkoming van onnodig oponthoud...34 Tabel 8: Standaardafmetingen van flenzen voor aansluitingen voor afgifte...36 Tabel 9: Tarieven voor schepen met verschillende GT-maten...40 Tabel 10: Toepassing van het afgifterecht...41 Tabel 11: Beheerders van het HAP Noordzeekanaalgebied...43 Tabel 12: Beleidslijn voor afzien van afgifte van scheepsafvalstoffen...62 Status: definitief Pagina 14 van 78

15 1. INLEIDING Verplichting In 1986 is in Nederland de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (WVVS) van kracht geworden. Met deze wet voldoet Nederland aan de verplichtingen die voortkomen uit het MARPOL 1 -verdrag. De WVVS bevat ondermeer een verbod op het lozen van schadelijke stoffen door schepen en een verplichting voor havenbeheerders om te zorgen voor voldoende voorzieningen voor het in ontvangst nemen van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen van schepen. Een en ander is nader uitgewerkt in een aantal amvb s en ministeriële regelingen. Op 28 december 2002 is de Richtlijn nr. 2000/59/EG betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van kracht geworden. Deze richtlijn is opgesteld met als doel: het tegengaan van de mariene vervuiling door afvalstoffen afkomstig van zeeschepen. De implementatie van Richtlijn 2000/59 vindt plaats door een aanpassing van de WVVS. Door middel van deze wijziging, worden regels met betrekking tot havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen in de wet opgenomen. In artikel 6 lid 3, 4 en 5 van de WVVS wordt het opstellen van een Haven Afvalstoffen Plan (HAP) voorgeschreven. Het artikel luidt als volgt: Artikel 6 lid 3, 4 en 5 - WVVS 3. De havenbeheerder stelt, na overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder de havengebruikers, voor een termijn van ten hoogste drie jaar, een passend plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval en de in het eerste lid bedoelde andere stoffen vast. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot de inhoud, de wijze van vaststelling, de aanbieding aan het met de goedkeuring belaste bestuursorgaan en de bekendmaking van het havenafvalplan. 4. Twee of meer havenbeheerders kunnen gezamenlijk een havenafvalplan als bedoeld in het derde lid vaststellen, mits daarin de behoefte aan en de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen voor elke haven apart worden vermeld, onverminderd het bepaalde bij en krachtens het derde lid. 5. Het havenafvalplan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat aan het plan goedkeuring wordt verleend dan wel onthouden door een bij die maatregel aangewezen ander bestuursorgaan. Instrumenten De WVVS geeft een aantal instrumenten: Meldplicht 2 : elk schip dat een EU haven nadert, meldt van alle scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen, soort en hoeveelheid, die zich aan boord bevinden, inclusief de daarvoor bestemde totale opslagcapaciteit; Afgifteplicht: elk schip is behoudens bij, of krachtens de WVVS geformuleerde uitzonderingen, verplicht al het scheepsafval en schadelijke stoffen af te geven; Indirecte financiering: elk schip draagt bij in de kosten voor inname en verwerking van scheepsafval (minimaal 30% 3 van de kosten van de havenontvangstvoorzieningen moeten middels indirecte financiering worden geïnd); Haven Afvalstoffen Plan (HAP): elke haven beschikt over een HAP dat de organisatie beschrijft van de inzameling en verwerking van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen; 1 Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door de scheepvaart (Zie hoofdstuk 2). 2 Voor een volledig overzicht van de te melden gegevens, zie Regeling Communicatie en Loodsaanvragen zeevaart en bijlage 5 (Vooraanmeldingsformulier). 3 Dit percentage wordt vastgesteld door middel van een ministeriële regeling. Er wordt begonnen met een percentage van dertig procent indirecte financiering. Het doel is dat dit op termijn honderd procent wordt. Er zal jaarlijks een evaluatie plaatsvinden, waarna dit percentage eventueel zal worden aangepast. Status: definitief Pagina 15 van 78

16 Toezicht en aanhouding: verschillende partijen wisselen informatie uit over het afgiftegedrag van schepen zodat gerichte handhaving mogelijk is. Haven Afvalstoffen Plan Noordzeekanaalgebied Dit Haven Afvalstoffen Plan omvat de zeehavens in het Noordzeekanaalgebied en is door Royal Haskoning in opdracht van de stuurgroep HAP Noordzeekanaalgebied opgesteld. Het doel van het plan is een indicatie te geven van de te verwachten afvalstromen, de behoefte aan ontvangstvoorzieningen te prognosticeren, het beschrijven van de ontvangstvoorzieningen waarover de haven beschikt, het vastleggen van de procedures rondom de afgifte, het beschrijven van het financieringssysteem en het vormen van de basis voor informatieverstrekking aan bezoekende schepen. Dit plan voldoet aan de eisen van de WVVS, als omschreven in artikel 6. Status: definitief Pagina 16 van 78

17 2. BEGRIPPEN In dit Haven Afvalstoffen Plan worden de volgende begrippen gebruikt 4 : Aanwijzing : de door het gemeentelijke bevoegde gezag afgegeven vergunning voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen en (restanten van) schadelijke stoffen in de betreffende gemeente in het Noordzeekanaalgebied. Afval : onder afval wordt in dit plan altijd verstaan scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen. Administratieve Organisatie Haven Afvalstoffen Plan : Organisatie belast met het verwerken van meldingen en de financiële afhandeling die in het kader van dit plan benodigd zijn (AO HAP). Binnen - buiten schepen : schepen met zowel een zee- als binnenvaart meetbrief. Voorbeeld: kruiplijncoaster. Buitenlands schip : een schip, dat daartoe gerechtigd, een andere vlag dan de Nederlandse voert. Centraal Nautisch Beheer (CNB) : een op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gevormd openbaar lichaam. Het oefent binnen het Noordzeekanaalgebied bevoegdheden van de deelnemende gemeenten op het gebied van het nautisch beheer uit. Directe financiering : het rechtstreeks, door een exploitant van een schip aan de ontvanger van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen, betalen van de kosten van die afgifte. Exploitant : de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip. Haven : een rede, pier of steiger en in het algemeen iedere plaats, al of niet in zee, waar schepen ligplaats kunnen hebben of waar opvarenden en zaken ingescheept of ontscheept kunnen worden. Havenbeheerder 5 : de plaatselijke autoriteit, in wiens gebied de haven ligt en die bevoegd is de nodige publiekrechtelijke regels te stellen ter waarborging van een goed verloop van de dagelijkse gang van zaken en goede outillage in die haven 6. Havenontvangstvoorziening : vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval en / of (restanten van) schadelijke stoffen. 4 De definities van de begrippen zijn conform de WVVS en Richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van Europese Unie van 27 november 2000 betreffende haven ontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen. Waar definities van de Richtlijn verschillen van die van de WVVS, is gekozen voor de omschrijvingen van de WVVS. De cursief gedrukte begrippen zijn afkomstig uit artikel 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied. 5 Het begrip havenbeheerder wordt door in WVVS niet nader geduid. Uit de wet volgt echter dat het gaat om de 'lokale regelgevende autoriteit' (Handelingen II, 1982/83, blz. 4833; memorie van antwoord, Kamerstukken II 1982/83, , nr. 6, blz. 4). Dit komt overeen met de definitie in de nota's van toelichting (zoals noot 5) bij de algemene maatregelen van bestuur die tot op heden vastgesteld zijn ter implementatie van de bijlagen bij het Verdrag. 6 Toelichting bij het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen. Status: definitief Pagina 17 van 78

18 Indirecte financiering : het door een exploitant van een schip, ongeacht of het scheepsafval afgeeft of niet, bijdragen in de kosten voor inzameling en verwerking van het scheepsafval door een heffing. Criteria voor de bepaling van de bijdrage hebben betrekking op scheepsgrootte en andere relevante factoren voor de hoeveelheid door het schip gegenereerde afvalstoffen. Kapitein : de gezagvoerder of schipper van een schip dan wel degene die deze vervangt. Als in de tekst wordt vermeld dat het schip een handeling uitvoert dan wordt hiermee de kapitein bedoeld. Restanten van schadelijke stoffen : de restanten van schadelijke stoffen van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen. Lozen : elk vrijkomen (ook bij een calamiteit) van schadelijke stoffen van een schip, hoe ook veroorzaakt, waaronder begrepen ontsnappen, overboord zetten, wegvloeien, weglekken, pompen of ledigen. Marpol 7 73/78 / Verdrag: het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978,188). Minister : De Nederlandse Minister van Verkeer en Waterstaat. Nautisch beheer : het coördineren, optimaliseren, begeleiden en handhaven van een veilige, vlotte, ordelijke en milieuverantwoorde afwikkeling van het scheepvaartverkeer en het scheppen van voorwaarden hiervoor binnen het beheersgebied. Noordzeekanaalgebied (NZKG) : de havenbekkens en aangrenzende havengebieden behorende tot de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad, waar onder mede begrepen havenbekkens en havengebieden in privaatrechtelijk beheer en als nader aangeduid op de bij het Havenafvalstoffenplan Noordzeekanaalgebied behorende kaart (bijlage 1). Pleziervaartuig : schip, bestemt of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding, ongeacht het type en de wijze van voortstuwing. Richtlijn : Richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en restanten van schadelijke stoffen. Schadelijke stof : een stof die, indien zij in zee terecht komt, gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de mens, schade kan toebrengen aan het mariene milieu, de recreatiemogelijkheden die de zee biedt kan schaden of storend kan werken op enig ander rechtmatig gebruik van de zee en die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Scheepsafval : afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde restanten van schadelijke stoffen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder de reikwijdte van de Bijlagen I, IV en V van het Verdrag, alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden. 7 Marine Pollution. Status: definitief Pagina 18 van 78

19 Schip : elk vaartuig, van welk type ook, dat op zee wordt gebruikt waaronder begrepen draagvleugelboten, luchtkussenvoertuigen, afzinkbare vaartuigen en drijvend materieel, alsmede installaties gedurende de tijd dat zij drijven, behoudens wanneer het schip als hierboven bedoeld boven de zeebodem is geplaatst voor het instellen van een onderzoek naar de aanwezigheid van delfstoffen of voor het winnen daarvan. Vissersvaartuig : schip, uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee. Status: definitief Pagina 19 van 78

20 3. TOEPASSINGSBEREIK Het toepassingsgebied van dit Havenafvalstoffenplan Noordzeekanaalgebied wordt beschreven naar geografische indeling (havens), naar scheepstypen en naar soorten afval. 3.1 Havens Dit Haven Afvalstoffen Plan is van toepassing op de zeehavens 8 van de gemeente Amsterdam, Zaanstad, Beverwijk en Velsen. 3.2 Havenbeheerder In het kader van de WVVS wordt het begrip havenbeheerder bewust niet nader omschreven. Wie de beheerder is, volgt volgens de memorie van toelichting bij de WVVS uit de feiten en omstandigheden. Dit kan in de praktijk publiekrechtelijk of privaatrechtelijk georganiseerd zijn. In de nota s van toelichting bij de amvb s die tot op heden vastgesteld zijn ter implementatie van de annexen van het Marpolverdrag, wordt opgemerkt dat de havenbeheerder de plaatselijke autoriteit is, in wiens gebied de haven ligt en die bevoegd is de nodige publiekrechtelijke regels te stellen ter waarborging van een goed verloop van de dagelijkse gang van zaken en goede outillage in die haven. Tabel 1 geeft een overzicht van de havenbeheerders in het Noordzeekanaalgebied. Instantie belast met de verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebied van de uitvoering van afvalinzameling Amsterdam Haven Amsterdam gemandateerd door Gemeente Amsterdam Zaanstad Gemeente Zaanstad Beverwijk Milieudienst IJmond gemandateerd door Gemeente Beverwijk IJmuiden / Velsen Milieudienst IJmond gemandateerd door Gemeente Velsen Tabel 1: HAP-havenbeheerders Noordzeekanaalgebied De rol van de havenbeheerder in dit Haven Afvalstoffen Plan wordt beschreven in hoofdstuk Schepen In artikel 3 en 4 van de WVVS wordt omschreven welke schepen onder de Wet vallen. Deze omschrijving geldt ook voor dit havenafvalstoffenplan. De artikelen luiden: Artikel 3 Het bij of krachtens deze wet bepaalde is niet van toepassing op oorlogsschepen, schepen in gebruik als marinehulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat ten tijde dat zij uitsluitend worden gebruikt in dienst van de overheid voor andere dan handelsdoeleinden. Artikel 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van een of meer krachtens deze wet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd. Dit Haven Afvalstoffen Plan is ook van toepassing op buitenlandse schepen. 8 Voor de begripsomschrijving zie Hoofdstuk 2: haven. Status: definitief Pagina 20 van 78

21 In de WVVS wordt onder schip een vaartuig ( ) dat op zee wordt gebruikt 9 verstaan. Met als gevolg dat de WVVS niet van toepassing is op binnenvaartschepen. Voor de binnenvaart is sinds 1993 het SAB 10 verantwoordelijk voor het creëren, het in stand houden en het uitbreiden van een netwerk van havenontvangstvoorzieningen voor de binnenvaart. Voor binnen-buitenschepen geldt dat de WVVS alleen van toepassing is als deze schepen van zee komen. In dit geval vallen deze schepen ook onder het voorliggende Haven Afvalstoffen Plan. Het Haven Afvalstoffen Plan is niet van toepassing op binnen-buitenschepen die uitsluitend de haven aandoen om in te klaren. Voor visserijvaartuigen en pleziervaartuigen waarmee ten hoogste twaalf passagiers mogen worden vervoerd geldt, dat de afgifteplicht van toepassing is, maar de meldplicht niet (WVVS artikel 12a lid 7). Voor deze vaartuigen kan een andere wijze van financiering worden gekozen (WVVS artikel 6 lid 7). De visserijactiviteiten vallen wel onder het toepassingsgebied van dit plan, maar voor de visserijactiviteiten in de Nederlandse havens wordt door het SFAV 11 een apart Haven Afvalstoffen Plan (VISHAP) opgesteld voor alle Nederlandse havens. Voor pleziervaartuigen geldt een vergelijkbare regeling als voor de visserij. Voor deze schepen is het Jachthavenbesluit van toepassing. In het Noordzeekanaalgebied vinden jaarlijks ruim scheepsbewegingen plaats waarmee een overslag van 68 miljoen ton wordt gerealiseerd. De onderverdeling naar verschijningsvorm is weergegeven in tabel 2. Verschijningsvorm Procentueel aandeel in soort goederen Droge bulk 66 % Natte bulk 24 % Containers 1 % Ro/Ro 1 % Overig 8 % Totaal 100 % Tabel 2: Indeling verschijningsvorm ladingstype Uit deze tabel blijkt dat 90% van de lading die in de havens van het Noordzeekanaalgebied aan- en afgevoerd wordt, in bulkvorm voorkomt. Dit gegeven heeft direct invloed op de soort schepen die de haven aandoen en de kengetallen die hier aanhangen. Met name heeft dit invloed op de inschatting van behoefte aan ontvangstvoorzieningen. Hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 5. Naast de verschijningsvorm is tevens de indeling naar inhoudsgrootte (Gross Tonnage) van het schip van belang (tabel 3). Op basis van deze indeling kan een voorspelling worden gedaan over de in de toekomst te verwachten toename in afvalafgifte. 9 Voor de begripsomschrijving zie Hoofdstuk 2: schip. 10 Stichting Scheepsafvalstoffen Binnenvaart. 11 Stichting Financiering Afvalstoffen Visserij. 12 Bron: aanloopgegevens Centraal Nautisch Beheer. Status: definitief Pagina 21 van 78

22 GT 13 (*1000) Scheepsbewegingen % % % % % % % % % % % > % Totaal % Tabel 3: Scheepsbewegingen Noordzeekanaalgebied naar GT in Soorten afval Dit Haven Afvalstoffen Plan is van toepassing op scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen zoals bedoeld in Annex I, II, IV en V van Marpol 73/78. Het Marpol verdrag maakt onderscheid in een aantal klassen. De betreffende klassen worden in verschillende annexen van dit verdrag besproken. Tabel 4 geeft een overzicht van de verschillende annexen en de bijbehorende soorten en afvalstoffen. Marpol Annex I Soort afval Afvalstoffen Categorie Olie houdend Slops I Ballastwater en -olie Waswater en olie, incl. ladingrestanten Oliehoudende restanten (MK) Afgewerkte (smeer)olie Brandstofresten / sludge Bilgewater (Restanten van) schadelijke stoffen scheepsafval scheepsafval scheepsafval Mogelijkheid tot afgifte in havens van: -Amsterdam -Zaanstad -Beverwijk -Velsen II Chemicaliën in bulk Slops II Waswater / chemicaliën, incl. ladingrestant Overige II Verpakt vloeibaar afval (Restanten van) schadelijke stoffen (Restanten van) schadelijke stoffen -Amsterdam IV 14 V Sanitair afval Vuilnis Sewage Sanitair afval Huisvuil Voedselrestanten Plastic Klein gevaarlijk afval (kga) Overige vaste afvalstoffen, incl. ladinggebonden afval Restanten van droge lading scheepsafval scheepsafval scheepsafval scheepsafval scheepsafval scheepsafval (Restanten van) schadelijke stoffen -Amsterdam -Zaanstad -Beverwijk -Velsen -Amsterdam -Zaanstad -Beverwijk -Velsen Tabel 4: Overzicht soorten afval naar Marpol Annex 13 GT = Gross Tonnage. 14 Van toepassing en vanaf 27 september 2004 operationeel. Status: definitief Pagina 22 van 78

23 4. ORGANISATIESTRUCTUUR Uit de WVVS vloeien een aantal taken voort met het oog op het innemen van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen. In dit hoofdstuk worden de rollen van de verschillende betrokken publieke partijen toegelicht. 4.1 Haven Afvalstoffen Plan - stuurgroep Ter uitvoering van de nieuwe bepalingen 15 in de WVVS is er in het Noordzeekanaalgebied voor gekozen om een gezamenlijk Haven Afvalstoffen plan op te stellen. Om hier invulling aan te geven is er een HAP-stuurgroep ingesteld die zo vaak als nodig samenkomt. De volgende partijen nemen zitting in het overleg: Haven Amsterdam (voorzitter van de HAP - stuurgroep) Haven van Beverwijk Haven van Zaanstad Milieudienst IJmond namens gemeenten Beverwijk en Velsen Zeehaven IJmuiden N.V. CORUS Staal B.V. Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland Deze stuurgroep heeft geen bevoegdheden. Zij is een overlegorgaan waarin bijvoorbeeld de uitvoering en mutaties van het plan en mogelijke oplossingen voor knelpunten worden besproken en voorbereid. De functie van de HAP stuurgroep is drieledig: 1. De stuurgroep geeft advies aan de Colleges van B&W over het vaststellen en van het plan; 2. De stuurgroep geeft advies aan de Colleges van B&W over het actualiseren van het plan; 3. De stuurgroep geeft advies aan de Colleges van B&W over operationele wijzigingen Inspraak, vaststelling, goedkeuring en evaluatie Voor vaststelling van het Haven Afvalstoffen Plan zijn (vertegenwoordigers van de) reders, agenten, cargadoors en de inzamelaars uitgenodigd om deel te nemen aan informatiebijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten is gelegenheid aan de gebruikers geboden om hun mening te geven over het plan en om hun voorkeur aan te geven voor één of meerdere wijzen waarop het plan kan worden uitgewerkt. De stuurgroep heeft de tijdens deze bijeenkomsten opgedane bevindingen verwerkt in het Haven Afvalstoffen Plan. Alvorens het plan wordt aangeboden aan de Colleges van burgemeester en wethouders van Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad wordt het tevens voor advies voorgelegd aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. 15 Verwacht wordt dat de nieuwe bepalingen in oktober 2004 van kracht worden, ten tijde van opstelling van het plan was reeds een voorstel van wet ingediend; Kamerstuk , 29400, nr. 1-2, Tweede Kamer. 16 Operationele wijzigingen zijn wijzigingen die noodzakelijk zijn voor een gedegen uitvoering van de in het plan omschreven taken, verantwoordelijkheden, processen en bevoegdheden. Deze wijzigingen moeten direct doorgevoerd worden en kunnen niet uitgesteld worden tot de 3-jaarlijkse evaluatie. Status: definitief Pagina 23 van 78

24 Havens in het Noordzeekanaalgebied in overleg met havengebruikers Opstellen plan (2004) Colleges van Burgemeester & Wethouders Vaststellen plan Ministerie van Verkeer & Waterstaat Goedkeuren plan Bijstellen plan Havens in het Noordzeekanaalgebied Informeren gebruikers Stuurgroep HAP Noordzeekanaalgebied Evalueren plan (om de 3 jaar) Procedure 1. Goedkeuren HAP Het plan wordt gedurende een periode van acht weken 17 ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden hun zienswijzen naar voren brengen. Voorafgaand aan de ter inzage legging wordt middels publicatie kennis gegeven van het Haven Afvalstoffen Plan. De Colleges van burgemeester en wethouders van Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad stellen het plan vast. Zij laten zich daartoe adviseren door de stuurgroep. Het plan wordt daarna door de stuurgroep ter kennisname aan het Algemeen Bestuur van het Centraal Nautisch Beheer (CNB) (in de hoedanigheid van Rijkshavenmeester ingevolge de Scheepvaartverkeerswet) aangeboden. De stuurgroep kan namens de Colleges voor publicatie van het plan in de Staatscourant zorgdragen. Na vaststelling door de Colleges van Burgemeester en Wethouders wordt het plan ter goedkeuring voorgelegd aan de Minister van Verkeer en Waterstaat. De goedkeuring wordt verleend in overleg met de Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). 4.3 Havenbeheerder De belangrijkste verantwoordelijkheden in het kader van het Haven Afvalstoffen Plan Noordzeekanaalgebied van de havenbeheerders zijn: het schrijven en onderhouden van het Haven Afvalstoffen Plan Noordzeekanaalgebied; het zorg dragen voor de aanwezigheid van voldoende havenontvangstvoorzieningen; het ontvangen en registreren van de meldingen die in het kader van dit Haven Afvalstoffen Plan zijn vereist; het innen van bijdragen in de kosten van de ontvangst en verwerking van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen; 17 De openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in paragraaf 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het Haven Afvalstoffen Plan voor zover het plan of een deel daarvan dient te worden beschouwd als zijnde een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Status: definitief Pagina 24 van 78

25 het, na ontvangst van een verklaring van verwerking, uit de geïnde bijdragen vergoeden van kosten met betrekking tot de verwerking van het scheepsafval gemaakt door de houders van havenontvangstvoorzieningen. 4.4 Uitvoering van taken De uitvoerende taken zoals: het ontvangen en verwerken van meldingen (zie hoofdstuk 6), het afdoen van de financiële handelingen (zie hoofdstuk 9), het geven van informatie, worden zoveel mogelijk centraal verricht door de Administratieve Organisatie HAP (zie 4.4.2). Dit heeft als voordeel dat er één aanspreekpunt is voor alle belanghebbende partijen (1 loketfunctie) Meldingen aan het CNB In het Noordzeekanaalgebied is in 1994 het Centraal Nautische Beheer (CNB) opgericht. Het CNB is een, op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gevormd openbaar lichaam in de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied 18. Het CNB oefent binnen het Noordzeekanaalgebied bevoegdheden van de deelnemende gemeenten op het gebied van het nautisch beheer uit 19. Binnen dit kader ontvangt het CNB reeds andere meldingen bij de aanloop van een schip in het Noordzeekanaalgebied. Daarom is het CNB de aangewezen partij om de gegevens met betrekking tot de in het kader van het Haven Afvalstoffen Plan af te geven afvalstoffen, welke vóór aanloop in een haven in het Noordzeekanaalgebied dienen te worden verstrekt, in ontvangst te nemen 20. De administratieve handelingen behorende bij het ontvangen van deze en de overige meldingen beschreven in dit plan worden uitgevoerd door de Administratieve Organisatie HAP Administratieve Organisatie Haven Afvalstoffen Plan (AO HAP) De havenbeheerders in het Noordzeekanaalgebied hebben besloten om ook ten aanzien van de overige administratieve werkzaamheden voortvloeiende uit het Havenafvalstoffenplan één gezamenlijke administratie te voeren. De administratieve afhandeling van deze werkzaamheden wordt opgedragen aan de daartoe opgerichte Administratieve Organisatie Haven Afvalstoffen Plan. Haven Amsterdam, het hoofd Gevaarlijke Stoffen en Milieu 21 verzorgt namens de vier havenbeheerders de invulling van deze Administratieve Organisatie HAP. De Administratieve Organisatie draagt namens de havenbeheerders zorg voor: 1. het verwerken en registreren van de meldingen die in het kader van dit Haven Afvalstoffen Plan binnen komen; 2. het bewaren van de registratie van de in het Noordzeekanaalgebied afgegeven hoeveelheden scheepsafval en overige schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen, afkomstig van schepen, gedurende tenminste 5 jaar; 3. het afdoen van de financiële handelingen; 4. het beheer van de geïnde bijdragen; 5. het signaleren van de behoefte om de hoogte van de bijdragen of afgifterechten te wijzigen; 6. het, via de stuurgroep, informeren van de havenbeheerders; 7. het op verzoek verstrekken van gegevens aan de havenbeheerders of de minister; 18 Publicatie in het Gemeenteblad van Amsterdam afdeling 3, nummer 40 (1997). 19 Dit betreft bevoegdheden welke krachtens de Scheepvaartverkeerswet en de Regeling Communicatie en Loodsaanvragen Scheepvaart aan de deelnemende gemeenten dan wel direct aan het CNB zijn opgedragen. 20 Dit betreft de gegevens bedoeld in artikel 12a WVVS. 21 In bijlage 10 worden alle adressen gegeven. Status: definitief Pagina 25 van 78

26 8. het opstellen van rapportages. De rapportages bevatten in ieder geval de in bijlage 3 opgenomen onderdelen. Aangezien de verantwoordelijkheid voor de taken die door de Administratieve Organisatie HAP worden uitgevoerd blijven rusten bij de havenbeheerders, dienen de havenbeheerders toezicht te houden op de namens haar uitgevoerde taken. Ten behoeve van de uitoefening van dit toezicht worden ten minste jaarlijks, via de stuurgroep, rapportages aan de havenbeheerders verstrekt. De stuurgroep voegt bij de rapportage haar advies. Wanneer de Administratieve Organisatie HAP signaleert dat het noodzakelijk is dat er een wijziging in de hoogte van de bijdragen en/of de hoogte van de afgifterechten wordt doorgevoerd, stelt zij de stuurgroep daarvan op de hoogte. De stuurgroep beoordeelt vervolgens de noodzaak tot wijziging van de hoogte van de bijdragen en/of de hoogte van de afgifterechten. Indien zij dat noodzakelijk acht doet de stuurgroep een voorstel aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders tot wijziging van de hoogte van de bijdragen en/of de hoogte van de afgifterechten. Een dergelijk voorstel wordt, eventueel gezamenlijk met de periodieke rapportages van de Administratieve Organisatie HAP, aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders voorgelegd. Indien de Colleges van Burgemeester en Wethouders twee maanden nadat zij kennis hebben genomen van een voorstel tot wijziging hierop niet hebben gereageerd dan worden de Colleges van Burgemeester en Wethouders geacht akkoord te zijn gegaan met de voorgestelde wijzigingen en treden deze zonder nadere bekrachtiging door de Colleges van Burgemeester en Wethouders in werking. Status: definitief Pagina 26 van 78

27 5. CAPACITEIT HAVENONTVANGSTVOORZIENINGEN Elke havenbeheerder is verantwoordelijk voor een juiste inschatting van de benodigde capaciteit van havenontvangstvoorzieningen in zijn haven. Voor de bepaling van de benodigde capaciteit van havenontvangstvoorzieningen in de havens wordt eerst gekeken naar de historische cijfers. Vervolgens wordt er gekeken naar de verwachte behoefte en de huidige capaciteit. Door combinatie van deze drie gegevens wordt nagegaan of de capaciteit toereikend is voor de toekomst. 5.1 Afgifte scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen De historische afgiftegegevens voor het gehele Noordzeekanaalgebied zijn niet bekend. Voor de haven van Amsterdam zijn deze gegevens wel beschikbaar. In het Noordzeekanaalgebied is in de periode van 1 september tot en met 21 december 2003 een pilot geweest. De (geëxtrapoleerde) resultaten uit deze pilot vertonen grote overeenkomsten met de historische gegevens van Amsterdam. Om deze twee redenen is er voor gekozen deze historische cijfers te gebruiken (tabel 5). Categorie Annex I Annex II Annex IV Annex V Hoeveelheid op jaarbasis Oliehoudende restanten (MK) m³ Slops I m³ Chemicaliën in bulk 200 m³ Sanitair Afval 800 m³ Huisvuil m³ KGA kg Tabel 5. Afgiftecijfers Amsterdam 2002 Aan bovengenoemde gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. 5.2 Huidige capaciteit havenontvangstvoorziening Conform artikel 6 lid 4 van de WVVS, wordt per haven separaat vermeld wat de beschikbaarheid van de havenontvangstvoorzieningen is. In tabblad A tot en met D staan de bedrijven aangegeven die de havens in het Noordzeekanaalgebied hebben aangewezen. Deze bedrijven zijn aangewezen voor de inname van scheepsafval en of (restanten van) schadelijke stoffen overeenkomstig de uitvoeringsbesluiten 22. Met deze aanwijzingen is de afgiftebehoefte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen zoveel mogelijk op de capaciteit van inname van het afval afgestemd. 5.3 Verwachte afgifte Op dit moment zijn er onvoldoende afgiftegegevens bekend om een gedegen inschatting te maken van de toekomstige capaciteitsbehoefte aan havenontvangstvoorzieningen. Er is een 22 Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (Annex I), het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Annex II) en het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen (Annex V). Status: definitief Pagina 27 van 78

28 inschatting gemaakt van de jaarlijkse hoeveelheid af te geven afval voor de havens van het Noordzeekanaalgebied. Deze inschatting is gemaakt op basis van historische aanloopgegevens en verwachtingen van de toekomstige afgifte van schepen. Aan onderstaande inschatting kunnen geen rechten worden ontleend. Annex I II IV V MK (m 3 ) Slops (m 3 ) (m 3 ) (m 3 ) Huisvuil (m 3 ) Kga (kg) Overig Haven Amsterdam Nvt Haven Beverwijk Nvt Nvt Nvt Haven Zaanstad Nvt Nvt Nvt Haven Velsen nvt Nvt Nvt Totaal Nvt Tabel 6: inschatting jaarlijkse hoeveelheid afgifte afval 5.4 Beoordeling huidige capaciteit met verwachte behoefte Elke havenbeheerder is verantwoordelijk voor een juiste inschatting van de benodigde capaciteit van havenontvangstvoorzieningen in zijn haven. Daarnaast is de havenbeheerder ook verantwoordelijk dat er voldoende capaciteit beschikbaar is. Op dit moment is de verwachting dat de huidige capaciteit voldoende is voor de toekomstige behoefte. In tabblad A tot en met D zijn de specifieke kenmerken van de verschillende havens weergegeven. Hier is de beoordeling van de capaciteit per haven onderbouwd. 5.5 Beleid aanwijzingen Huidige aanwijzingen Het Haven Afvalstoffen Plan treedt in werking zodra de herziening van de WVVS van kracht is. Op dat moment zijn er havenontvangstvoorzieningen die een aanwijzig hebben tot een bepaalde tijd. Deze aanwijzingen zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het Haven Afvalstoffen Plan gebaseerd op verouderde wetgeving. Ook zijn er in dit Haven Afvalstoffen Plan kwaliteitscriteria geformuleerd voor de havenontvangstvoorzieningen (zie bijlage 4). De huidige aanwijzingen komen daarom te vervallen en worden aangepast aan de nieuwe wetgeving en eisen. Alle betrokkenen zullen een nieuwe aanwijzing krijgen voor de resterende periode van de oorspronkelijke aanwijzing. Bijvoorbeeld, een inzamelaar heeft een aanwijzing tot en met mei Hij krijgt een herziene aanwijzing zodra het plan in werking treedt tot en met mei Na mei 2006 is de aanwijzing verlopen en moet verlenging worden aangevraagd bij de betreffende havenbeheerder. Over de gang van zaken en de daadwerkelijke wijzigingen zullen alle betrokkenen tijdig worden geïnformeerd. Nieuwe aanwijzingen Uitgangspunt bij het toelaten van afvalinzamelaars in de havens van het Noordzeekanaalgebied vormt het principe van vrije marktwerking. In het Haven Afvalstoffen Plan zijn kwaliteitscriteria voor deze inzamelaars opgenomen. Uitgangspunt is dat alle inzamelaars worden aangewezen die voldoen aan deze kwaliteitscriteria. Evaluatie kwaliteitscriteria Bij iedere evaluatie van het Haven Afvalstoffen Plan kunnen de kwaliteitscriteria worden herzien. Alle havenontvangstvoorzieningen dienen aan deze nieuwe criteria te voldoen. Alle betrokkenen zullen tijdig worden geïnformeerd over wijzigingen in deze criteria. Status: definitief Pagina 28 van 78

29 6. MELDING & REGISTRATIE Bij de uitvoering van het Haven Afvalstoffen Plan worden drie typen meldingen onderscheiden: vooraanmelding, operationele meldingen en een afgiftemelding. Deze meldingen moeten worden geregistreerd en bewaard. 6.1 Meldingen Door wijziging van de WVVS zijn schepen verplicht een vooraanmelding scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen aan de beheerder van de aanloophaven te doen. Om het proces van aanmelding tot verwerking in goede banen te leiden, is een vooraanmelding niet voldoende. Ook zijn twee operationele meldingen en een melding van afgifte middels het afgifteformulier nodig. Procedure 2 geeft een overzicht van de meldingen die moeten worden gedaan. Vooraanmelding paragraaf 6.2 Operationele melding start inzamelen paragraaf 6.3 Operationele melding einde inzamelen paragraaf 6.3 Afgiftemelding paragraaf 6.4 Procedure 2: Overzicht van de meldingen 6.2 Procedure vooraanmelden De kapitein, reder of agent van een schip, als bedoeld in art 12a WVVS, dat op weg is naar de haven, doet waarheidsgetrouw en nauwkeurig aangifte aan het CNB middels het meldingsformulier 23. De volgende eisen zijn gesteld waarop de vooraanmelding moet worden verricht: a) tenminste 24 uur vóór aankomst 24, wanneer de aanloophaven bekend is, of b) zodra de aanloophaven bekend is, indien deze informatie minder dan 24 uur voor aankomst beschikbaar is, of c) uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, indien de duur van de reis minder dan 24 uur bedraagt. De kapitein, reder of agent neemt zelf tijdig (24 uur vóór aankomst of zodra de aanloophaven bekend is, of uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, indien de duur van de reis minder dan 24 uur bedraagt) contact op met de inzamelaar Zie bijlage 5 Vooraanmeldingsformulier. 24 aankomst dient te worden gelezen als Estimated Time of Arrival (ETA). 25 zie voor aangewezen inzamelaars in het Noordzeekanaalgebied bijlage 10. Status: definitief Pagina 29 van 78

30 De verplichte aanmelding van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen is beschreven in artikel 12a van de WVVS. Artikel 12a luidt: Artikel 12a - WVVS 1. De kapitein van een schip dat op weg is naar een haven die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, verstrekt ten minste 24 uur voor aankomst de havenbeheerder waarheidsgetrouw de bij regeling van Onze Minister in het belang van de doelmatigheid van havenontvangstvoorzieningen en de doeltreffende planning van het afvalbeheer aan te wijzen gegevens. Bij die regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van verstrekking van de gegevens. 2. Voor zover de bestemming niet ten minste 24 uur voor aankomst bekend is, verstrekt de kapitein van dat schip de in het eerste lid bedoelde gegevens, zodra de bestemming bekend is, doch uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, indien de duur van de reis minder dan 24 uur bedraagt. 3. De kapitein bewaart de in het eerste lid bedoelde gegevens in ieder geval tot de volgende aanloophaven aan boord en geeft die desgevraagd ter inzage aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de Europese Unie, waarin die volgende aanloophaven is gelegen. 4. De kapitein van een schip dat vanuit een haven van een lidstaat van de Europese Unie, op weg is naar een haven die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, bewaart aan boord de gegevens die ter uitvoering van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen, al dan niet door tussenkomst van de houder van een havenontvangstvoorziening zijn gemeld aan de daartoe aangewezen bevoegde autoriteit en geeft deze desgevraagd aan Onze Minister ter inzage. De kapitein bewaart deze gegevens in ieder geval tot de eerstvolgende buiten Nederland gelegen aanloophaven aan boord. 5. De havenbeheerder bewaart de aan hem verstrekte gegevens. Artikel 6, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. De havenbeheerder informeert de inspecteur-generaal onverwijld omtrent de gevallen waarin een kapitein van een schip na daartoe strekkend verzoek geen gegevens verstrekt. 6. Het eerste, tweede, vierde en vijfde lid zijn ook van toepassing op buitenlandse schepen. 7. Dit artikel is niet van toepassing op pleziervaartuigen waarmee niet meer dan 12 passagiers mogen worden vervoerd en vissersvaartuigen. Procedure 3 geeft de procedure van vooraanmelden weer. Schip (bestemming NZKG) Agent meldt scheepsafvalstoffen en/of (restanten van) gevaarlijke stoffen aan CNB welke in ontvangst worden genomen door de AO HAP ja AO HAP gaat na of de melding op tijd ontvangen, volledig en juist is ingevuld nee AO HAP neemt contact op met agent nee Blijvende afwijkingen melden aan IVW-DS door AO HAP Registreren vooraanmelding door AO HAP automatiseringssysteem Legenda: Partij Proces Actie Interne opslag Procedure 3: Vooraanmelding aan CNB Status: definitief Pagina 30 van 78

31 6.3 Procedure operationele meldingen De inzamelaar dient de Administratieve Organisatie HAP door middel van een operationele melding op de hoogte te brengen bij aanvang en bij beëindiging van de inzameling van het scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen bij het bewuste schip. Deze operationele meldingen worden door de Administratieve Organisatie HAP vastgelegd in een automatiseringssysteem. 6.4 Procedure afgiftemelding De inzamelaar dient bij de afronding van de inzameling van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen het afgifteformulier 26 in te vullen. Het formulier wordt ondertekend door de kapitein en door de inzamelaar. Vervolgens stuurt de inzamelaar het formulier naar de Administratieve Organisatie HAP. Het afgifteformulier wordt door de Administratieve Organisatie HAP vastgelegd in een automatiseringssysteem. De Administratieve Organisatie HAP controleert de feitelijke afgifte met de vooraanmelding. Indien afwijkingen worden geconstateerd, wordt dit gemeld aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart via periodieke rapportages. Procedure 4 geeft de procedure van de afgiftemelding schematisch weer. Inzamelaar (aangewezen door havenbeheerder) Legenda: Partij Proces Actie Inzamelen Interne opslag Melden afgiftegegevens aan AO HAP AO HAP neemt contact op met inzamelaar Zijn de gegevens compleet? Nee Registreren feitelijk inname HOI door AO HAP Automatiseringssysteem Controleren feitelijke afgifte met vooraanmelding door AO HAP AO HAP stuurt de afgifteformulieren naar betreffende havenbeheerder Rapportages aan IVW-DS door AO HAP Procedure 4: Afgiftemelding 26 Zie bijlage 6 Afgifteformulier Status: definitief Pagina 31 van 78

32 6.5 Registratie scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen De vooraanmelding komt bij het CNB binnen. De operationele meldingen en de afgiftemeldingen komen bij de Administratieve Organisatie HAP binnen. In een automatiseringssysteem worden alle meldingen door de Administratieve Organisatie HAP ingevoerd. Dit systeem is voor de havenbeheerders van het Noordzeekanaalgebied toegankelijk om alle gegevens noodzakelijk voor het uitvoeren van hun taken als genoemd in dit Haven Afvalstoffen Plan inzichtelijk te hebben. 6.6 Verantwoordelijkheden ten aanzien van melding en registratie Deze paragraaf beschrijft de verantwoordelijkheden van het schip, de inzamelaars en de Administratieve Organisatie HAP Verantwoordelijkheden schip Het schip of de agent 27 doet de vooraanmelding en deze informatie wordt door het schip of de agent bewaard in ieder geval tot het schip de volgende haven aandoet na het Noordzeekanaalgebied. De gegevens van de werkelijke afgifte (middels een afgifteformulier) worden aan boord van het schip bewaard tenminste tot de volgende haven na het Noordzeekanaalgebied en wordt desgevraagd ter beschikking gesteld aan de daartoe bevoegde instantie Verantwoordelijkheden inzamelaar De inzamelaar doet een operationele melding aan de Administratieve Organisatie HAP bij de start en het einde van de inzameling. De inzamelaar meldt de door een schip werkelijke hoeveelheid afgegeven scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen aan de Administratieve Organisatie HAP. De inzamelaar bewaart de gegevens tenminste vijf jaar Verantwoordelijkheden Administratieve Organisatie HAP De Administratieve Organisatie HAP ontvangt via het CNB de vooraanmelding en ontvangt zelf de operationele meldingen en de afgiftemeldingen. De meldingen worden door de Administratieve Organisatie HAP geregistreerd in een automatiseringssysteem. De geregistreerde gegevens worden tenminste vijf jaar bewaard en kunnen aan bevoegden worden verstrekt. De Administratieve Organisatie HAP maakt melding van de volgende afwijkingen aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart: indien bij de vooraanmelding niet wordt voldaan van volledigheid, juistheid en tijdigheid; indien er wel een vooraanmelding heeft plaatsgevonden, maar geen operationele melding van de start inzameling is geweest. Ook controleert de Administratieve Organisatie de feitelijke gegevens, die vermeld staan op het afgifteformulier met de opgegeven verwachte afgifte van de vooraanmelding. Middels rapportages wordt de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart van deze gegevens op de hoogte gebracht. Ten slotte stuurt de Administratieve Organisatie HAP de afgifteformulieren naar de desbetreffende havenbeheerder. 27 In de praktijk worden alle aangiftes door de agent gepleegd. 28 Zie voor wetsartikel paragraaf 6.2. Status: definitief Pagina 32 van 78

33 7. AFGIFTE EN INNAME Met de invoering van de wijziging van de WVVS zijn schepen verplicht hun scheepsafval of (restanten van) schadelijke stoffen af te geven. Dit hoofdstuk gaat in op de procedures die doorlopen worden en op de verantwoordelijkheden van de partijen. 7.1 Procedure afgifte en inname De procedure die bij de afgifte en inname van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen wordt doorlopen is schematisch weergegeven in procedure 5. Schip Scheepsafval of (restanten van) schadelijke stoffen afgeven? nee Valt het schip onder een vrijstelling of heeft het schip een ontheffing? nee Is het schip gerechtigd tot het afzien van afgifte? AO HAP meldt aan IVW-DS ja Inzameling vindt plaats, zonder onnodig oponthoud en conform MARPOL 73/78 ja Geen afgifte ja Inzamelaar verstuurt afgifteformulier naar de AO HAP Registreren feitelijke inname HOI door AO HAP Automatiseringssysteem Legenda: Partij Proces Actie Interne opslag Procedure 5: Afgifte & inname Indien een schip scheepsafval of (restanten van) schadelijke stoffen wil afgeven, neemt de kapitein, reder of agent tijdig contact op met een inzamelaar 29. De inzamelaar gaat inzamelen, geeft een operationele melding bij aanvang en beëindiging van de inname en vult het afgifteformulier in. Het formulier stuurt de inzamelaar op naar de Administratieve Organisatie HAP. De Administratieve Organisatie HAP zorgt voor de registratie van de feitelijke inname in het automatiseringssysteem (zie ook procedure 4). 29 Zie bijlage 10 voor adressen inzamelaars in het Noordzeekanaalgebied. Status: definitief Pagina 33 van 78

34 Onnodig oponthoud Procedure 5 laat zien dat tijdens de inname van de inzamelaar wordt verlangd dat hij scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen inneemt zonder onnodig oponthoud en conform MARPOL 73/ Onnodig oponthoud kan ontstaan als de tijd die nodig is voor afgifte van afvalstoffen langer is dan de normale verblijfstijd van het betreffende schip in de betreffende haven. Er kan nooit sprake zijn van onnodig oponthoud als de vertraging is veroorzaakt door het schip, de kapitein, de eigenaar of zijn vertegenwoordigers, veiligheidsmaatregelen of normale havenprocedures. Om te voorkomen dat onnodig oponthoud optreedt, moeten het schip, de overheid en de haven goed samenwerken. Deze samenwerking is in onderstaande tabel weergegeven. Schip Overheid Haven De kapitein of zijn vertegenwoordiger moet tijdig Verzekeren dat de formaliteiten (douane, Moet in staat zijn scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen te (24 uur) melden. Deze melding gezondheid en milieu) een ontvangen die doorgaans in die haven moet in ieder geval omvatten: ETA en verwachte tijd van afgifte. Over dit laatste moet vlot verloop niet belemmeren. Kosten moeten geen omgaan. De ontvangstcapaciteit moet tijdig worden geleverd. De regelingen die moeten worden getroffen om overeenstemming bestaan met belemmering vormen voor het onnodig oponthoud te voorkomen, zoals de HOI. gebruik van de HOI. melding vooraf, aansluitmogelijkheden (leidingen etc.) worden afgesproken tussen het schip en de HOI. Tabel 7: Samenwerking ter voorkoming van onnodig oponthoud De tijd die nodig is voor afgifte van afvalstoffen speelt geen formele rol bij onnodig oponthoud. Hoofdstuk 12 beschrijft hoe klachten kunnen worden gemeld. Vrijstelling, ontheffing en afzien van afgifte Procedure 5 laat tevens zien dat een schip onder bepaalde omstandigheden niet aan haar verplichting om afval af te geven hoeft te voldoen. Dat is het geval als het schip onder een vrijstellingscategorie valt of een ontheffing van de minister van Verkeer en Waterstaat heeft (zie hoofdstuk 11). Een kapitein kan van afgifte afzien, of slechts een deel van het scheepsafval afgeven, voor zover bij of krachtens de WVVS geregeld. De inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart ziet erop toe dat deze regels worden nageleefd conform de WVVS (zie hiervoor het handhavingsbeleid van de Inspectie V&W - DS). Bovengenoemde is weergegeven in artikel 12 b,c en d van de WVVS: Artikel 12 b,c en d - WVVS Artikel 12b 1. De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, geeft voor vertrek van het schip al het scheepsafval af bij een havenontvangstvoorziening. 2. In afwijking van het eerste lid kan de kapitein van afgifte afzien, indien mede uit de op grond van artikel 12a, eerste of tweede lid, gemelde gegevens blijkt dat: a. in de volgende aanloophaven een voldoende havenontvangstvoorziening geschikt voor het in ontvangst nemen van al het scheepsafval beschikbaar zijn, en, b. er aan boord van het schip voldoende afzonderlijke opslagcapaciteit beschikbaar is voor al het scheepsafval dat reeds aan boord is en nog tijdens de voorgenomen reis van het schip naar deze haven zal ontstaan. 3. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. 30 MARPOL 73/78, consolidated edition 2002; IMO (2002). Status: definitief Pagina 34 van 78

35 Artikel 12c 1. De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, geeft de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen af bij een havenontvangstvoorziening. 2. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. Artikel 12d 1. De kapitein van een schip dat een haven aandoet waar overwegend gelegenheid wordt geboden voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van zeegaande pleziervaartuigen en die niet is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, geeft voor vertrek van het schip al het scheepsafval af bij de daartoe bestemde voorziening. 2. In afwijking van het eerste lid kan de kapitein van afgifte afzien, indien aan boord van het schip voldoende afzonderlijke opslagcapaciteit beschikbaar is voor al het scheepsafval dat reeds aan boord is en nog tijdens de voorgenomen reis van het schip zal ontstaan. 3. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. 7.2 Procedure afgifte Annex II restanten van schadelijke stoffen De inzameling van restanten van schadelijke stoffen (ladingresiduen) uit Annex II vindt plaats conform de daarvoor gestelde eisen in het Verdrag. Voor procedures, taken en verantwoordelijkheden wordt verwezen naar MARPOL 73/78. Bij de specifieke kenmerken van de havens bij dit Haven Afvalstoffen Plan (zie tabblad A t/m D) wordt voor restanten van schadelijke stoffen aangegeven bij welke havenontvangstvoorzieningen of bedrijven in het havengebied inname mogelijk is. 7.3 Verantwoordelijkheden ten aanzien van afgifte en inname Deze paragraaf beschrijft de verantwoordelijkheden van het schip, inzamelaars, de havenbeheerder en de Administratieve Organisatie HAP Verantwoordelijkheden schip De kapitein van een schip dat de haven aandoet geeft alvorens het schip weer uit de haven vertrekt het scheepsafval of (restanten van) schadelijke stoffen af bij de daarvoor in aanmerking komende havenontvangstvoorziening(en). De gezagvoerder of zijn agent neemt zelf contact op met een inzamelaar. De inzamelaar moet tijdig op de hoogte zijn van de hoeveelheden en soort van het afval om zo effectief en efficiënt mogelijk het afval in ontvangst te kunnen nemen. Een kapitein kan van afgifte afzien, of slechts een deel van het scheepsafval of (restanten van) schadelijke stoffen afgeven, voor zover bij of krachtens de WVVS geregeld. Standaardaansluitingen voor afgifte van oliehoudende restanten Tevens is de kapitein verantwoordelijk voor de aanwezigheid aan boord van het schip van de voorgeschreven standaardaansluitingen voor de afgifte van oliehoudende restanten afkomstig uit de ruimten voor de machines. De standaardaansluitingen dienen te voldoen aan het bepaalde in artikel 19 van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door zeeschepen. Dit artikel luidt: Artikel Besluit voorkoming olieverontreiniging door zeeschepen Standaardaansluiting voor afgifte van oliehoudende restanten Teneinde de leidingen van ontvangstvoorzieningen te kunnen aansluiten op de scheepspijpleiding bestemd voor de afgifte van restanten afkomstig van de ruimten voor machines, dienen beide leidingen te zijn uitgerust met een standaardaansluiting voor afgifte, overeenkomstig de volgende tabel: Status: definitief Pagina 35 van 78

36 Omschrijving Uitwendige flensdiameter Inwendige flensdiameter Diameter van de steek-cirkel van de bouten Boutgaten Flensdikte Bouten en moeren Afmeting 215 mm overeenkomstig de uitwendige diameter van de pijp 183 mm 6 gaten van 22 mm diameter, aangebracht op onderling gelijke afstanden op de bovenstaande steekcirkel van de bouten, met sleuven radiaal doorgetrokken tot de omtrek 20 mm 6, elk met een diameter van 20 mm en van voldoende lengte Tabel 8: Standaardafmetingen van flenzen voor aansluitingen voor afgifte De flens is zo ontworpen dat er pijpleidingen op kunnen worden aangesloten met een inwendige diameter van ten hoogste 125 mm. Deze flens dient van staal of ander gelijkwaardig materiaal te zijn met een vlakke voorzijde. Deze flens dient, tezamen met een pakking van oliebestendig materiaal, geschikt te zijn voor een werkdruk van 6kg/cm 2. Afgifte van annex II De kapitein draagt er zorg voor dat restanten van in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen in de haven worden afgegeven bij een havenontvangstvoorziening overeenkomstig de voorschriften van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen. Deze moeten ook worden afgegeven wanneer de efficiënt stripping operatie niet volgens het P&A manual 31 van het schip is uitgevoerd. De kapitein draagt er zorg voor dat ook overige restanten van schadelijke stoffen worden afgegeven Verantwoordelijkheden inzamelaar De inzamelaar is verantwoordelijk voor een snelle en verantwoorde wijze van verwijdering van boord van het scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen. De inzamelaar meldt het moment van starten en beëindigen van de inzameling aan de Administratieve Organisatie HAP (operationele melding). De inzamelaar is tevens verantwoordelijk voor het direct verwijderen van mobiele ontvangstvoorziening (bijvoorbeeld vuilcontainer) na vertrek van het schip. Tot slot meldt de inzamelaar de feitelijke inname aan de Administratieve Organisatie HAP Verantwoordelijkheden havenbeheerder De organisatie van de inname van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen in de haven is zodanig opgezet, dat het afgeven van afval aan daartoe bestemde havenontvangstvoorziening(en), de activiteiten van het schip niet onnodig ophoudt (artikel 6.1 WVVS). De havenbeheerders in het Noordzeekanaalgebied zijn verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende capaciteit aan havenontvangstvoorzieningen voor schepen die de haven normaliter aandoen. De havenbeheerder wijst ter uitvoering van deze taak bedrijven aan die zorgen voor de inname van scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen. Deze bedrijven hebben een ontvangstplicht. In de aanwijzing is een voorschrift opgenomen waaruit deze ontvangstplicht bestaat en onder welke omstandigheden de ontvangstplicht voor een bepaald bedrijf niet van toepassing is. Daarbij zijn ook milieu- en veiligheidsaspecten meegewogen. De aanwijzingen worden in Amsterdam en Zaanstad namens burgemeester en 31 Procedures & Arrangement Manual Ieder schip dat Annex II stoffen vervoerd heeft verplicht een P&A Manual aan boord waar de procedures in staan voor de omgang met Annex II stoffen. Status: definitief Pagina 36 van 78

37 wethouders afgegeven door de havenmeester. De colleges van Beverwijk en Velsen hebben deze bevoegdheid gedelegeerd aan de Milieudienst IJmond. Daarnaast heeft de havenbeheerder een faciliterende rol in de haven. Te denken valt aan uitbreidingsmogelijkheden voor de bedrijven Verantwoordelijkheden Administratieve Organisatie HAP De Administratieve Organisatie HAP ontvangt via het CNB de vooraanmelding en ontvangt zelf de operationele meldingen en de afgiftemeldingen. De meldingen worden door de Administratieve Organisatie HAP geregistreerd in een automatiseringssysteem. De Administratieve Organisatie HAP maakt melding van de volgende afwijkingen aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart: indien niet bij de vooraanmelding niet wordt voldaan van volledigheid, juistheid en tijdigheid; indien er wel een vooraanmelding heeft plaatsgevonden, maar geen operationele melding van de start inzameling is geweest; indien de kapitein aangeeft te willen afzien van afgifte. Ook controleert de Administratieve Organisatie HAP de feitelijke gegevens, die vermeld staan op het afgifteformulier met de opgegeven verwachte afgifte van de vooraanmelding. Middels rapportages wordt de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart van deze gegevens op de hoogte gebracht. Ten slotte stuurt de Administratieve Organisatie HAP de afgifteformulieren naar de desbetreffende havenbeheerder. Status: definitief Pagina 37 van 78

38 8. VERWERKING Het laatste proces in de afvalstroom is de verwerking van het scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen. Dit hoofdstuk gaat in op de procedures die doorlopen worden en op de verantwoordelijkheden van de partijen. 8.1 Procedure verwerking scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen In het Noordzeekanaalgebied hebben een aantal bedrijven de beschikking over voorbehandelingsinstallaties. Voor annex I zijn dat bijvoorbeeld Reym en Amsterdam Port Services en voor annex V Is dat bijvoorbeeld Icova BV. Aan voorbehandelingsinstallaties zijn regels gesteld bij of krachtens de Wet Milieubeheer. Afgegeven scheepsafval wordt beschouwd als in het vrije verkeer te zijn gebracht in de zin van artikel 79 van Verordening 2913/92/EEG tot vaststelling van het communautair douanewetboek. De verantwoordelijkheid voor toezicht op een gedegen overdracht van inzamelaar aan verwerker berust niet bij de havenbeheerder en valt buiten de toepassing van dit plan. Verwezen wordt naar desbetreffende vergunningen van de verwerkers en de betreffende artikelen in het Landelijk Afval Plan van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. 8.2 Verantwoordelijkheden inzamelaar De inzamelaar van scheepsafval biedt de ingezamelde afvalstoffen aan bij een verwerker van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen, die over de daartoe vereiste vergunningen beschikt. De inzamelaar is ook verantwoordelijk voor het verkrijgen en tijdig aanleveren van een verklaring van verwerking aan de Administratieve Organisatie HAP. Eveneens dient de inzamelaar een accountantsverklaring van inzameling en verwerking aan te leveren (verificatie). De inzamelaar ontvangt de kosten voor de verwerking pas terug nadat een verklaring van verwerking is overlegd (artikel 6a lid 5 WVVS). Artikel 6a lid 5 5. De havenbeheerder betaalt de kosten met betrekking tot de verwerking van het scheepsafval niet eerder dan na ontvangst van een verklaring van verwerking. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze verificatie. 8.3 Verantwoordelijkheden verwerker De verwerking van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen, inclusief het scheiden en gescheiden houden, geschiedt in overeenstemming met de regels zoals neergelegd: Richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen en andere relevante communautaire afvalstoffenwetgeving; Richtlijn 75/439/EEG inzake de verwijdering van afgewerkte olie en Richtlijn 91/689/EEG betreffende gevaarlijke afvalstoffen; Meerjarenplan Gevaarlijke Afvalstoffen II , juni Status: definitief Pagina 38 van 78

39 9. FINANCIËLE AFHANDELING De uitvoering van het Haven Afvalstoffen leidt ook tot een financiële stroom. Schepen betalen een bepaald tarief naar inhoudsgrootte bij het aanlopen van het Noordzeekanaalgebied. Aan elk tarief is een afgifterecht verbonden. In dit hoofdstuk worden ook de verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken partijen beschreven. 9.1 Algemeen In de WVVS wordt in artikel 6a wat betreft de financiering van de in ontvangst name en verwerking van afvalstoffen het volgende voorgeschreven: Artikel 6a WVVS 1. De havenbeheerder heft van de exploitant van een schip dat zijn haven aandoet, bij iedere aanloop van dat schip een bijdrage in de kosten van het in die haven in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van scheepsafval. 2. De hoogte van de bijdrage wordt door de havenbeheerder vastgesteld. Hij doet dit zodanig dat de som van de jaarlijks geheven bijdragen tenminste gelijk is aan het bij regeling van Onze Minister te bepalen percentage van de totale jaarlijkse kosten van het in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van scheepsafval in de desbetreffende haven. De havenbeheerder maakt de bijdragen alsmede de grondslagen ervan bekend in het havenafvalplan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de bijdrage van schepen die door hun milieuzorgsysteem, het ontwerp, de uitrusting of de exploitatie aantoonbaar minder scheepsafval produceren. 3. Het voldoen van de bijdrage geeft de kapitein van het schip het niet overdraagbare recht gedurende het verblijf van het schip in de desbetreffende haven scheepsafval af te geven bij een houder van een havenontvangstvoorziening zonder daarvoor een afzonderlijke vergoeding verschuldigd te zijn. De havenbeheerder kan de hoeveelheid, de eigenschappen en de wijze van afgifte van het desbetreffende scheepsafval bepalen, indien het krachtens het tweede lid bepaalde percentage minder bedraagt dan 100%. 4. De havenbeheerder gaat met de desbetreffende houder van een havenontvangstvoorziening een overeenkomst aan met betrekking tot het overeenkomstig het derde lid af te geven scheepsafval. 5. De havenbeheerder betaalt de kosten met betrekking tot de verwerking van het scheepsafval niet eerder dan na ontvangst van een verklaring van verwerking. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze verificatie. 6. De exploitant van een schip vergoedt aan de houder van de havenontvangstvoorziening de kosten van de ontvangst, de opslag en de verwerking van de door de kapitein van dat schip bij die houder afgegeven scheepsafval, schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen, voor zover het niet het krachtens het derde lid afgegeven scheepsafval betreft. 7. In afwijking van het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ten aanzien van pleziervaartuigen, waarmee niet meer dan 12 passagiers mogen worden vervoerd, of vissersvaartuigen regels worden gesteld, waarbij de exploitant van een schip aan de beheerder of beheerders van één of meer van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde havens een periodieke vergoeding is verschuldigd, ongeacht het aantal malen dat het schip één of meer van die havens aandoet. 8. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. Het in lid 2 genoemde percentage indirecte financiering zal door middel van een Ministeriële Regeling worden vastgesteld. Er wordt er naar gestreefd om te komen tot een systeem van 100% indirecte financiering 32. Er zal echter worden begonnen met een systeem van 30% indirecte financiering. Jaarlijks zal de werking van dit systeem worden geëvalueerd en kan het percentage indirecte financiering met een Ministeriële Regeling worden bijgesteld. 32 Ieder schip draagt bij aan de financiering van de afgifte, ongeacht of er ook daadwerkelijk wordt afgegeven. Hieraan is wel een maximale afgifte per schip per aanloop gekoppeld. Hebben schepen meer af te geven dan vallen deze kosten buiten het financieringssysteem en moeten deze kosten direct aan de inzamelaar worden vergoed. Status: definitief Pagina 39 van 78

40 De bovengenoemde wijze van indirecte financiering geldt voor al het scheepsafval. (Restanten van) schadelijke stoffen worden direct gefinancierd. Conform lid 3 van artikel 6a van de WVVS verkrijgt het schip een bepaald afgifterecht. De afgifte van al het afval dat buiten dit afgifterecht valt wordt direct gefinancierd (lid 6 van artikel 6a van de WWVS). 9.2 Verantwoordelijkheden schip De exploitant van een schip dat de haven aandoet is een bijdrage in de kosten van voorzieningen voor het in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van scheepsafval een heffing verschuldigd. De kosten voor afgifte van afvalstoffen buiten zijn afgifterecht dienen direct betaald te worden aan de inzamelaar. 9.3 Verantwoordelijkheden havenbeheerder De havenbeheerders bepalen gezamenlijk de hoogte van de bijdrage voor het in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van scheepsafval. De Administratieve Organisatie HAP heft deze bijdrage namens de havenbeheerders. De Administratieve Organisatie HAP voert namens de havenbeheerders ook de betalingen uit aan de gerechtigden. 9.4 Tarieven De onderstaande tabel bevat de tarieven die in rekening worden gebracht bij de schepen met verschillende GT-maten. De tarieven zijn gebaseerd op de historische gegevens en de geschatte afgifte. De tarieven betreffen 30% van de kosten om het potentiële scheepsafval te kunnen inzamelen en verwerken. Heffing (Euro) Afgifterecht (Euro) Toeslag Tarief Totaal Annex I Annex V GT maat administratie kosten exclusief administratie kosten heffing per call > Tabel 9: Tarieven 2006 voor schepen met verschillende GT-maten De tarieven en afgifterechten kunnen jaarlijks worden aangepast, met dien verstande dat in geval het aantal daadwerkelijke aanlopen en/of de daadwerkelijke hoeveelheid afgegeven afval sterk afwijkt van de geschatte hoeveelheid er een tussentijdse aanpassing van de tarieven kan plaatsvinden. De meest actuele tarieven en afgifterechten zijn op te vragen bij de Administratieve Organisatie HAP. 9.5 Afgifterecht Voor de tarieven vermeld in paragraaf 9.4 kan een schip beschikken over het genoemde afgifterecht. In de onderstaande tabel 10 is weergegeven op welke typen scheepsafval het afgifterecht van toepassing is, en op welke type niet. Het afgifterecht is niet van toepassing op de met X gemarkeerde afvalstoffen. De afvalstoffen vallen dan ook buiten het indirecte financieringssysteem (directe financiering). De bijdrage vanuit het indirecte financieringssysteem is gelimiteerd. Voor een aantal stoffen is deze limiet gesteld in een bepaald afgifterecht in Euro s. Voor andere stoffen is er een limiet Status: definitief Pagina 40 van 78

41 gesteld in kubieke meters. Bij iedere evaluatie van het HAP kunnen de bovengenoemde waarden worden herzien of bijgesteld. Annex Type afvalstof Afgifterecht I Slops X Machinekamer Maximaal Euro II Slops Overig X IV Sewage 0 m³ Huisvuil KGA Voedselrestanten V Plastic Maximaal Euro Overige vaste afvalstoffen inclusief ladinggebonden afval Droge ladingrestanten X X = directe financiering Tabel 10: Toepassing van het afgifterecht Buiten het afgifterecht vallen: - extra kosten door vermenging van KGA met huisvuil - extra kosten door vervuiling van annex I machinekamer 33 - extra kosten als gevolg van onvolkomenheden veroorzaakt door het schip 9.6 Procedure financiële afhandeling De financiële afhandeling van de afvalafgifte wordt verricht door de Administratieve Organisatie HAP. Haven Amsterdam geeft namens de vier gemeenten invulling aan deze Administratieve Organisatie HAP. In procedure 6 worden de stappen schematisch weergegeven die worden doorlopen bij de financiële afhandeling. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen schip/agent, Administratieve Organisatie HAP en Havenontvangstinstallatie (HOI). Artikel 6a lid 5 van de WVVS schrijft voor dat de betaling pas kan worden verricht als de verklaring van verwerking bij de Administratieve Organisatie HAP ontvangen is. Omdat er vaak veel tijd zit tussen inname en eindverwerking, wordt er door de Administratieve Organisatie HAP na het ontvangen van de afgifteformulieren en de nota een voorlopige betaling verricht aan de inzamelaar. Periodiek worden er door de havenontvangstinstallatie verklaringen van verwerking en accountantsverklaring(en) toegezonden aan de Administratieve Organisatie HAP. Na controle van deze gegevens, wordt overgegaan tot een definitieve afrekening. Indien de gegevens niet kloppen dient de havenontvangstinstallatie een bedrag terug te betalen. 33 Acceptatie criteria verwerker (parameters) Status: definitief Pagina 41 van 78

42 Procedure 6. Overzicht betaling Status: definitief Pagina 42 van 78

43 10. KWALITEITSBORGING HAP Twee belangrijke factoren in de borging van de kwaliteit van het Haven Afvalstoffen Plan zijn de procedure voor de distributie van het HAP en de evaluatie van het Haven Afvalstoffen Plan Distributie De voorzitter van de Stuurgroep HAP voert een register waarin wordt bijgehouden aan welke personen / functies een exemplaar van het Haven Afvalstoffen Plan is verstrekt. Na wijzigingen is de voorzitter van de Stuurgroep HAP verantwoordelijk dat er een aangepaste versie van het Haven Afvalstoffen Plan wordt verstuurd aan geregistreerde bezitters. Gebruikers krijgen een samenvatting van het Haven Afvalstoffen Plan Noordzeekanaalgebied toegestuurd. De voorzitter van de Stuurgroep HAP zorgt voor het register en verstrekking van de samenvatting. Instantie Haven van Amsterdam Haven van Zaanstad Haven van Beverwijk Haven van IJmuiden / Velsen CORUS Staal B.V. Zeehaven IJmuiden N.V. Rijkswaterstaat Gemeente Amsterdam Gemeente Zaanstad Gemeente Beverwijk Gemeente Velsen Centraal Nautisch Beheer Functie Hoofd Gevaarlijke Stoffen en Milieu Havenmeester Havenmeester Adviseur Milieubeleid Milieudienst IJmond KAM Manager Logistiek en Transport Havenmeester Port Manager Operations Hoofd Gemaal IJmuiden Dienstkring Noordzeekanaal College van Burgemeester & Wethouders College van Burgemeester & Wethouders College van Burgemeester & Wethouders College van Burgemeester & Wethouders Directeur Centraal Nautisch Beheer Tabel 11. Beheerders van het HAP Noordzeekanaalgebied Indien een beheerder wordt vervangen, wordt dit zo snel mogelijk gewijzigd in bovenstaande tabel om continuïteit en actualiteit van elk plan apart te waarborgen Evaluatie Tenminste één maal per drie jaar vindt er een evaluatie van het Haven Afvalstoffen Plan plaats om na te gaan of het plan nog aan de behoeften voldoet. Het plan dient te worden aangepast indien er relevante wijzigingen in de operationele situatie, tarieven of afgifterechten, of in de wetgeving optreden. Input hiervoor volgt ondermeer uit audits, rapportages, meldingen van klachten en tekortkomingen. Daarnaast is het HAP-overleg een belangrijke bron van input. De voorzitter van Stuurgroep HAP is er voor verantwoordelijk dat de wijzigingen zoals voorgesteld door de Stuurgroep spoedig centraal worden doorgevoerd. Jaarlijks kunnen kleine wijzigingen worden doorgevoerd, welke moeten worden vastgesteld door het College van Burgemeester Wethouders. Eén keer per drie jaar wordt het Haven Afvalstoffen Plan ter goedkeuring aan het Ministerie van Verkeer & Waterstaat aangeboden (zie ook procedure 1) HAP - overleg Minstens één keer per drie jaar vindt er een gestructureerd overleg plaats waarin mogelijke knelpunten bij de uitvoering van dit Haven Afvalstoffen Plan worden besproken in een groter verband. Dit overleg wordt georganiseerd door de voorzitter van de Stuurgroep HAP. Bij dit overleg worden havenbeheerders, vergunningverleners, handhavers, ontdoeners, terminals, ontvangers en verwerkers van scheepsafval uitgenodigd. De procedure staat hieronder beschreven in procedure 7. Status: definitief Pagina 43 van 78

44 Input Haven Afvalstoffen Plan NZKG HAP-Overleg Inzamelaar Agent/reder Stuurgroep HAP Inspectie V&W-DS DGG Wijzigingen met motivering doorvoeren Verbeterpunten HAP NZKG Procedure 7. HAP-Overleg Audits Als onderdeel van de kwaliteitsborging kunnen interne audits worden uitgevoerd. In samenspraak met de stuurgroep worden deze audits door een nader te specificeren persoon (functie) uitgevoerd. Gedurende deze audit, zal gelet worden op de interne en externe organisatie, procedures en communicatie in relatie tot dit Haven Afvalstoffen Plan. Gerapporteerd wordt, wat in de praktijk wel en wat niet goed loopt of verbeterd zou kunnen worden. Status: definitief Pagina 44 van 78

45 11. VRIJSTELLING, ONTHEFFING EN AFZIEN VAN AFGIFTE Een schip hoeft in bepaalde omstandigheden niet aan haar verplichting om afval af te geven te voldoen. Dit is het geval als het schip onder een vrijstellingscategorie valt, een ontheffing van de Minister van Verkeer & Waterstaat heeft of afziet van afgifte. In dit hoofdstuk worden deze begrippen behandeld. Het is voor de duidelijkheid belangrijk om te weten dat de begrippen ontheffing en vrijstelling binnen de Richtlijn en de WVVS op een andere manier worden gebruikt. Het voorliggende Haven Afvalstoffen Plan is gebaseerd op de definities uit de WVVS Vrijstelling Uit artikel 4 van de WVVS volgt, dat de Minister van Verkeer & Waterstaat vrijstelling van regels en voorschriften met betrekking tot de afgifte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen, kan verlenen aan categorieën schepen. Artikel 4 - WVVS Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van een of meer krachtens deze wet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd. Bij de implementatie van de richtlijn worden nog geen vrijstellingen verleend aan groepen van schepen. Op het moment dat het Scheepsafvalstoffenbesluit in Nederland van kracht wordt, worden schepen vrijgesteld die onder dit besluit vallen Ontheffing Een ontheffing kan in een Nederlandse haven door de Inspectie Verkeer & Waterstaat Divisie Scheepvaart worden verleend (artikel 35a WVVS) voor meldplicht (artikel 12a WVVS), afgifteplicht (artikel 12b WVVS) of verplichte bijdrage (artikel 6a WVVS) voor de afgifte van scheepsafval. Hiervoor dient het schip een Application Form te gebruiken. Dit geldt ook voor buitenlandse schepen. Een ontheffing wordt verleend als aan de voorwaarden uit de Beleidsregel voor de uitvoering van artikel 35a van de WVVS is voldaan en na een advies van de desbetreffende havenbeheerder. In de WVVS handelt artikel 35a over de ontheffing: Artikel 35a - WVVS 1. Onze Minister kan op verzoek van de exploitant geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6a, 12a of 12b, indien: a. het een schip betreft dat volgens een dienstregeling veelvuldig en regelmatig bepaalde havens aandoet; b. genoegzaam is aangetoond dat er een regeling is getroffen voor de afgifte van scheepsafval in een volgens die dienstregeling aan te lopen haven, en c. voor die afgifte voldoende bijdragen zijn verschuldigd. 2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3. Een gedraging in strijd met de in het tweede lid bedoelde beperkingen en voorschriften is verboden. 4. De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de verlening van de ontheffing alsmede met de afgifte van duplicaten en gewaarmerkte afschriften van de ontheffing worden ten laste gebracht van de aanvrager van de ontheffing. 5. De tarieven ter vergoeding van de kosten worden bij regeling van Onze Minister vastgesteld. 6. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. Status: definitief Pagina 45 van 78

46 De havenbeheerders en het CNB (welke vervangen worden door de Administratieve Organisatie HAP) ontvangen een melding van de ontheffing van Inspectie Verkeer en Waterstaat - Divisie Scheepvaart. Op het moment van vaststelling van het plan gold de beleidsregel voor de uitvoering van artikel 35 a van de Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen (zie bijlage 8). Voor actuele regels wordt verwezen naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart Afzien van afgifte Het is voor een kapitein onder voorwaarden mogelijk om af te zien van afgifte van zijn scheepsafvalstoffen. Uit zijn gemelde gegevens dient te blijken dat hij zijn afval in een volgende haven af kan geven en dat hij voldoende opslagcapaciteit aan boord heeft. In artikel 12b lid 2 van de WWVS wordt deze mogelijkheid beschreven. Bijlage 9 bevat de beleidsregels van Inspectie Verkeer en Waterstaat Dienst Scheepvaart om dit te beoordelen. Deze beleidsregels waren van toepassing op het moment van vaststelling van het plan. Voor actuele regels wordt verwezen naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart. Artikel 12b - WVVS 4. De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, geeft voor vertrek van het schip al het scheepsafval af bij een havenontvangstvoorziening. 5. In afwijking van het eerste lid kan de kapitein van afgifte afzien, indien mede uit de op grond van artikel 12a, eerste of tweede lid, gemelde gegevens blijkt dat: a. in de volgende aanloophaven een voldoende havenontvangstvoorziening geschikt voor het in ontvangst nemen van al het scheepsafval beschikbaar zijn, en, b. er aan boord van het schip voldoende afzonderlijke opslagcapaciteit beschikbaar is voor al het scheepsafval dat reeds aan boord is en nog tijdens de voorgenomen reis van het schip naar deze haven zal ontstaan. 6. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. Status: definitief Pagina 46 van 78

47 12. KLACHTEN EN TEKORTKOMINGEN Klachten en tekortkomingen kunnen het gevolg zijn van ontoereikende havenontvangstvoorzieningen. Klachten kunnen van incidentele of structurele aard zijn. Dit hoofdstuk beschrijft de afhandeling van klachten en tekortkomingen Melden klachten en tekortkomingen Klachten over en tekortkomingen van de havenontvangstvoorzieningen kunnen met een meldingsformulier (zie bijlage 7) worden gemeld aan de Administratieve Organisatie HAP. De Administratieve Organisatie HAP zorgt ervoor dat de betreffende havenbeheerder de klacht ontvangt. Vervolgens neemt de havenbeheerder de klacht in behandeling. Artikel 6b van de WVVS geeft de mogelijkheid aan voor klachten over de havenontvangstvoorzieningen: Artikel 6b - WVVS Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de ontvangst en de behandeling van klachten over vermeende ontoereikendheid van havenontvangstvoorzieningen. Bij of krachtens deze maatregel kunnen taken aan de havenbeheerder en aan de inspecteur-generaal worden opgedragen. De uitwerking hiervan is te vinden in het Besluit Havenontvangsvoorziening onder artikel Melding tekortkomingen en klachtenprocedure Artikel 8 1. Indien naar het oordeel van de kapitein havenontvangstvoorzieningen ontoereikend zijn, kan hij of zijn vertegenwoordiger dit aan desbetreffende havenbeheerder melden. 2. De havenbeheerder registreert de melding, voorziet deze van de datum van ontvangst en zendt een afschrift van de melding aan de inspecteur-generaal. 3. De beheerder stelt de kapitein of zijn vertegenwoordiger schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de melding alsmede van de eventuele conclusies die hij daaraan verbindt. 4. De beheerder doet de inspecteur-generaal een afschrift toekomen van het geschrift, bedoeld in het derde lid. 5. Bij ministeriële regeling kan een formulier worden vastgesteld waarmee de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan. 6. Meldingen over de vermeende ontoereikendheid van in Nederland aanwezige havenontvangstvoorzieningen die vanwege het secretariaat van de Internationale Maritieme Organisatie aan Nederland worden doorgeleid worden in ontvangst genomen door de inspecteurgeneraal. De inspecteur-generaal voorziet de melding van de datum van ontvangst en zendt een afschrift van de melding aan de havenbeheerder. De havenbeheerder zendt de inspecteur-generaal een schriftelijke en gemotiveerde reactie op deze melding. De inspecteur-generaal draagt zorg voor de verzending van een afschrift van deze reactie aan het secretariaat van de Internationale Maritieme Organisatie. 7. De inspecteur-generaal is belast met het verzenden van de afschriften, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder f, van de richtlijn Procedure afhandeling klachten en tekortkomingen Op de klachtenprocedure uit dit hoofdstuk is het Nederlandse recht van toepassing. De procedure is schematisch weergegeven in procedure 8. Status: definitief Pagina 47 van 78

48 Afhandeling De Havenbeheerder onderzoekt de klacht en/of tekortkoming. In samenspraak met alle betrokken partijen wordt naar een aanvaardbare oplossing gezocht. Indien er meerdere vergelijkbare klachten binnenkomen, zoekt de havenbeheerder samen met de Stuurgroep HAP naar structurele oplossingen. Klachten die spoed vereisen (in verband met belemmering van de normale doorvaart van een schip) worden direct door de havenbeheerder behandeld en achteraf in de Stuurgroep HAP besproken. Binnenkomende klacht bij AO HAP Legenda: Partij Proces Actie Is het een klacht over inadequate havenontvangstvoorzieningen? ja nee Geen reden tot starten klachtenprocedure Start klachtenprocedure door havenbeheerder Is er al eerder een klacht van deze aard geregistreerd? nee Classificeer de klacht als incidenteel ja Classificeer de klacht als structureel Bespreek de klacht in de Stuurgroep HAP en neem evt. direct maatregelen Afhandelen van de klacht door havenbeheerder in samenspraak met alle betrokken partijen input Melden van de klacht en de afhandeling hiervan aan IVW-DS IVW-DS stelt de IMO en de Europese Commissie op de hoogte van inadequate havenontvangstvoorzieningen Archiveren van de klacht door AO HAP Procedure 8. Klachten en tekortkomingen Status: definitief Pagina 48 van 78

49 Afsluiting De melding, het onderzoek en de afhandeling van alle klachten en tekortkomingen worden door de Administratieve Organisatie HAP verzameld en opgestuurd naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat. De Inspectie Verkeer en Waterstaat - Divisie Scheepvaart biedt het pakket aan klachten en tekortkomingen aan, aan de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Commissie. Dit volgt uit artikel 12f van de Richtlijn als onderdeel van het in artikel 17 genoemde rapport over de stand van uitvoering de Richtlijn. Artikel 12f luidt: Artikel 12 - Richtlijn Begeleidende maatregelen f) zorgen ervoor dat de Commissie een afschrift van klachten over ontoereikende havenontvangstvoorzieningen als bedoeld in artikel 4, lid 3, ontvangt; De inventarisatie van klachten en tekortkomingen heeft als doel een inzicht te krijgen in de ontoereikendheid van de havenontvangstvoorzieningen. Deze gegevens worden na drie jaar gebundeld in een evaluatierapport zoals aangegeven in artikel 17 van de Richtlijn: Artikel 17 - Richtlijn Evaluatie 1. De lidstaten dienen om de drie jaar bij de Commissie een rapport in over de stand van uitvoering van deze richtlijn. 2. De Commissie legt op basis van de rapporten van de lidstaten, bedoeld in lid 1, aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag voor over de werking van het bij deze richtlijn ingestelde systeem, indien nodig vergezeld van voorstellen betreffende de uitvoering van deze richtlijn. Status: definitief Pagina 49 van 78

50 13. TOEZICHT EN AANHOUDING De Inspectie Verkeer en Waterstaat - Divisie Scheepvaart verricht de taken met betrekking tot toezicht en handhaving. In de WVVS wordt het volgende over toezicht en aanhouding vermeld: Hoofdstuk IV. Toezicht en aanhouding 1. Toezicht Artikel Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie. Zij oefenen hun taak overal ter wereld uit Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in dit artikel bedoelde ambtenaren hun taak uitoefenen. Artikel Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is bevoegd een schip aan te houden:. d. indien hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de kapitein in strijd met artikel 12b, 12c, dan wel 12d handelt dan wel zal handelen; e. indien met betrekking tot het schip door de bevoegde autoriteiten van de betreffende staat is gemeld dat het aldaar vermoedelijk is uitgevaren, zonder dat was voldaan aan de in die staat ter uitvoering van de artikelen 7 en 10 van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen gestelde regels; Het eerste lid, onderdelen d tot en met f, is van overeenkomstige toepassing op een buitenlands schip, dat zich in een Nederlandse haven bevindt. Voor verdere details betreffende de handhaving en aanhouding in het kader van de WVVS wordt verwezen naar het handhavingsbeleid van de Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart. Status: definitief Pagina 50 van 78

51 14. VISHAP Het voorliggende plan heeft géén betrekking op visserijschepen. De afvalafgifte van alle visserijschepen is beschreven in een apart plan, het zogenaamde VISHAP. Dit VISHAP heeft zowel betrekking op de kleinere visserijschepen (zoals kotters), als op de grote visserijschepen (trawlers). Voor de visserij is er een aparte regeling. Deze is opgenomen in het VISHAP. Status: definitief Pagina 51 van 78

52 BIJLAGE 1: KAART NOORDZEEKANAALGEBIED Status: definitief Pagina 52 van 78

53 BIJLAGE 2: REGELGEVING Deze bijlage beschrijft de regelgeving die betrekking heeft op dit Haven Afvalstoffen Plan. Deze regelgeving kan worden onderverdeeld in internationale regelgeving, Europese regelgeving, nationale regelgeving en regionale of lokale regelgeving. Internationale regelgeving Het platform voor internationale regelgeving met betrekking tot de scheepvaart is de International Maritime Organisation (IMO). De belangrijkste internationale regelgeving met betrekking tot dit plan is het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (ook wel Marpol 73/78 genoemd). In paragraaf 3.4 is aangegeven welke afvalstoffen en verschillende annexen van dit verdrag op dit plan van toepassing zijn. Europese regelgeving Voor dit plan is een groot aantal Europese richtlijnen van toepassing. De belangrijkste richtlijn in dit kader is de richtlijn die dit Haven Afvalstoffen Plan voorschrijft: - Richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en restanten van schadelijke stoffen; Naast deze richtlijn zijn ook de volgende Europese richtlijnen van toepassing: - Richtlijn 91/156/EEG van de Raad tot wijziging van Richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen; - Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen; - Richtlijn 94/31/EG van de Raad tot wijziging van Richtlijn 91/689/EEG betreffende gevaarlijke afvalstoffen; - Richtlijn 95/21/EG van de Raad van 19 juni 1995 betreffende de naleving met betrekking tot schepen die gebruik maken van de havens in de Gemeenschap en varen in onder de jurisdictie van de lidstaten vallende wateren, van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (Havenstaatcontrole); - Richtlijn 1836/93/EG van de Raad van 29 juni 1993 inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer en auditsysteem. Nationale regelgeving De internationale en Europese regelgeving is vastgelegd in de nationale regelgeving. Nationale regelgeving die betrekking heeft op dit Haven Afvalstoffen Plan is: - Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen, uitvoeringsbesluiten en ministeriële regelingen; Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen; Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen; Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen; Besluit voorkoming verontreiniging door sanitair afval van schepen; Besluit Havenontvangstvoorzieningen; Regeling Havenontvangstvoorzieningen; - Ministeriële regeling inzake het scheiden en gescheiden houden van gevaarlijke afvalstoffen; - Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart; - Besluit Jachthavens; Status: definitief Pagina 53 van 78

54 - Wet op de Economische Delicten; - Wet Milieubeheer. Provinciale en lokale regelgeving Regelgeving op provinciale en lokaal niveau die relevant is voor dit plan: - Provinciale Milieuverordening Noord-Holland; - Gemeenschappelijke regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied; - Verordening op de haven en het binnenwater van Amsterdam; - Havenverordening Velsen; - Afdeling 3 (artikel t/m ) van Hoofdstuk 5 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Zaanstad; - Havenverordening van Beverwijk; - Verordening havenontvangstvoorzieningen IJmuiden. Status: definitief Pagina 54 van 78

55 BIJLAGE 3: INHOUD RAPPORTAGES AAN HAVENBEHEERDER Ten minste jaarlijks worden, via de stuurgroep, rapportages aan de havenbeheerders verstrekt. De stuurgroep voegt bij de rapportage haar advies. Onderscheid kan gemaakt worden tussen operationele en financiële rapportages. Deze rapportages bevatten ten minste de volgende elementen: Operationele rapportages - Aantal scheepsbewegingen in het Noordzeekanaalgebied en per gemeente - Aantal vooraanmeldingen, totalen voor het Noordzeekanaalgebied en per gemeente - Feitelijke afgifte van afval; totalen voor het Noordzeekanaalgebied en met een onderscheid naar: o Soort afval o Gemeente o GT maat o Inzamelaar Financiële rapportages - Overzicht van de geldende tarieven en afgifterechten - Overzicht van gemaakte kosten o voor schepen 2000 GT o voor schepen > 2000 GT - Overzicht van geïnde bedragen o voor schepen 2000 GT o voor schepen > 2000 GT - Stand van het fonds Indien colleges verdere uitwering willen hebben van de operationele of de financiële rapportages, kan een verzoek worden ingediend aan de Administratieve Organisatie HAP. Status: definitief Pagina 55 van 78

56 BIJLAGE 4: KWALITEITSCRITERIA HAVENONTVANGSTVOORZIENINGEN De gemeenten in het Noordzeekanaalgebied willen goede en milieuverantwoorde inzamelaars in hun havens hebben. Daarvoor worden er kwaliteitscriteria opgesteld waaraan de bedrijven moeten worden voldoen. Deze criteria bevatten ten minste de volgende aspecten: Inzicht in vergunningen o Inzamelvergunning van het Ministerie van VROM of certificaat waaruit blijkt dat inzamelaar op nationale lijst van inzamelaars staat vermeld o Vergunning inzake de Wet Milieubeheer Inzicht in bedrijfsvoering o Openbaarheid van tarieven o Accountantsverklaringen o Verklaring van verwerking Aanvullende/overige criteria o 24 uurs service en beschikbaarheid o administratieve werkwijze conform eisen Haven Afvalstoffen Plan o technische eisen De criteria worden nader omschreven in de aanwijzingen. De havenbeheerders kunnen, naar eigen inzicht en situatie, aanvullende eisen opnemen in de aanwijzingen. Status: definitief Pagina 56 van 78

57 BIJLAGE 5: VOORAANMELDINGSFORMULIER Scheepsnaam Lloydsnummer ETA/ETD / Vorige haven Aantal bemanningsleden Roepletters Vlag Motorvermogen kw Volgende haven Aantal passagiers Soort afval Hoeveelheid die Product- Haven waar het Hoeveelheid af Naam inzamelaar Verwachte Datum Opslag- Hoeveelheid Haven waar het Datum ontstaat tussen naam of resterende afval te geven in de of ontvangend ligplaats verwachte capaciteit die aan boord vorige afval vorige deze melding en VN afgegeven zal haven bedrijf van afgifte afgifte aan boord blijft afgegeven is afgifte de volgende nummer worden aanloophaven 1. Machinekamer (Marpol Annex I) Brandstofresten (specificeren) m³ m³ m³ m³ Lenswater Bilgewater m³ m³ m³ m³ Afgewerkte Olie m³ m³ m³ m³ 2. Accommodatie (Marpol Annex IV en V) Sanitair afval m³ m³ m³ m³ Plastic m³ m³ m³ m³ Voedselrestanten m³ m³ m³ m³ KGA m³ m³ m³ m³ Huishoudelijk m³ m³ m³ m³ 3. Ladingzone (Marpol Annex I, II en V) Annex I Vuil ballastwater m³ m³ m³ m³ Annex I Oliehoudend waswater m³ m³ m³ m³ (inclusief ladingrestant, m³ m³ m³ m³ productnaam of mengsel m³ m³ m³ m³ specificeren) Annex II Waswater schadelijke m³ m³ m³ m³ vloeistoffen (inclusief chemicaliën; m³ m³ m³ m³ ladingrestant, productnaam of m³ m³ m³ m³ mengsel specificeren) Annex II Overig m³ m³ m³ m³ (specificeren: bijv. restant in m³ m³ m³ m³ polycans of vaten) Annex V Droge ladingrestanten m³ m³ m³ m³ Annex V Ladinggebonden afval m³ m³ m³ m³ (specificeren: bijv. stuwhout, kleden) Datum kennisgeving: Tijd:...uur (0/24) Handtekening: Naam scheepsagent: Adres: Postcode en plaats: Status: definitief Pagina 57 van 78

58 BIJLAGE 6: AFGIFTEFORMULIER HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 58 van 78

59 BIJLAGE 7: KLACHTENFORMULIER Aan de havenbeheerder van: (naam van de haven) 1. Gegevens betreffende het schip Naam van het schip: Eigenaar of exploitant van het schip: Kenletters of -cijfers: IMO nummer: Bruto-inhoud in registertonnen: Haven van registratie: Scheepstype: olietanker chemicaliëntanker Ferry cruise-schip vrachtschip bulkcarrier ander type (specificeren) 2. Gegevens betreffende de haven Land: Haven of havengebied: Kade, pier, ligplaats of ankerplaats: Exploitant van de havenontvangstvoorziening (indien bekend): Datum van aankomst: Datum van het voorval: Datum van vertrek: 3. Aard en geschatte hoeveelheid aangeboden scheepsafval 3.1 Olie (Marpol Annex I) Type oliehoudend scheepsafval: Bilgewater Sludge afkomstig van de brandstofzuiveringsinstallatie Schilfers en slops afkomstig van gereinigde tanks Vervuild ballastwater Tankwaswater Ander scheepsafval (specificeren) Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar? Kosten: m3 m3 m3 m3 m3 m3 Ja/Nee 3.2 In bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Marpol Annex II) Type mengsel van water en residu van schadelijke vloeistof dat afkomstig is van tankwassingen en dat aan een havenontvangstvoorziening is aangeboden Categorie A stof m3 Categorie B stof m3 Categorie C stof m3 Andere stof (specificeren) m3 De stof wordt aangemerkt als: stollend of stof met een hoge viscositeit (aankruisen) Gangbare benaming van de vervoerde schadelijke vloeistof: Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar? Ja/Nee Kosten: HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 59 van 78

60 3.3 Vuilnis (Marpol Annex V) Type vuilnis Plastic Stuwhout en verpakkingsmateriaal dat blijft drijven Vermalen resten van papier, lompen, glas, metalen, flessen, aardewerk, etc. Papier, lompen, glas, metalen, lompen, flessen, aardewerk, etc. Voedselresten Asresten uit de verbrandingsinstallatie Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar? Kosten: m3 m3 m3 m3 m3 m3 Ja/Nee 3.4 Overige afvalstoffen 4. Werden aangeboden scheepsafval of restanten van schadelijke stoffen door de exploitant van de havenontvangstvoorziening geweigerd? 5. Ontoereikendheid van de havenontvangstvoorziening 5.1 Opmerkingen over de ontoereikendheid 5.2 Locatie van de havenontvangstvoorziening (dichtbij het schip, moeilijk te bereiken locatie, noodzaak tot verhaalbeweging of andere manouevre) 5.3 Indien u problemen ondervond, met wie hebt u dit probleem besproken, of bij wie heeft u dit eerder gemeld? 5.4 Heeft u voorafgaand aan de aankomst in de haven uw afgiftebehoefte in overeenstemming met de geldende regelgeving gemeld? 5.5 Heeft u bij aankomst een bevestiging ontvangen over de beschikbaarheid van de verlangde havenontvangstvoorziening? Ja/Nee Ja/Nee 6. Aanvullende opmerkingen 7. Handtekening van de kapitein of diens vertegenwoordiger Datum HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 60 van 78

61 BIJLAGE 8: BELEIDSREGELS ONTHEFFING Een ontheffing kan worden verleend voor de meldplicht, afgifteplicht of verplichte bijdrage voor de afgifte van scheepsafval. De Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Scheepvaart kan een ontheffing verlenen. In de Beleidsregel voor de uitvoering van artikel 35a van de WVVS wordt ook de beleidslijn hiervoor aangegeven. Deze beleidslijn houdt het volgende in: Artikel 35a 1. Onze Minister kan op verzoek van de exploitant geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6a, 12a of 12b, indien: a. het een schip betreft dat volgens een dienstregeling veelvuldig en regelmatig bepaalde havens aandoet; b. genoegzaam is aangetoond dat er een regeling is getroffen voor de afgifte van scheepsafval in een volgens die dienstregeling aan te lopen haven, en c. voor die afgifte voldoende bijdragen zijn verschuldigd. 2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3. Een gedraging in strijd met de in het tweede lid bedoelde beperkingen en voorschriften is verboden. 4. De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de verlening van de ontheffing alsmede met de afgifte van duplicaten en gewaarmerkte afschriften van de ontheffing worden ten laste gebracht van de aanvrager van de ontheffing. 5. De tarieven ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 6. Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen. Voorwaarden Voorwaarden waar schepen aan moeten voldoen om voor een ontheffing in aanmerking te komen. Ad 1 a. Onder een schip dat volgens een dienstregeling veelvuldig en regelmatig bepaalde havens aandoet wordt verstaan - een schip dat gedurende een bepaalde periode in het jaar eens per 14 dagen, m.u.v. de haven van Rotterdam, Vlaardingen, Schiedam en Maassluis eens per 7 dagen: o dezelfde Nederlandse haven aanloopt, en o en de haven aanloopt waar men een afvalcontract heeft (kan de betreffende Nederlandse haven zijn). - De ontheffing kan worden verleend voor die bepaalde periode in het jaar (NB Dit geldt bijv voor seizoensgebonden schepen zoals de bruine vloot, sportvissers e.d.). b. Onder genoegzaam is aangetoond dat er een regeling is getroffen voor de afgifte van scheepsafval in een volgens die dienstregeling aan te lopen haven wordt verstaan: indien een contract van afvalafgifte wordt overhandigd in een EU-haven die ook minstens eens in de 14 (7) dagen wordt aangelopen (waaronder ook Noorwegen, IJsland en de Baltische Staten wordt verstaan) c. Onder voor die afgifte voldoende bijdragen zijn verschuldigd wordt verstaan Een bewijs van betaling voor het onder b. genoemde contract. Procedure Een ontheffing van de regeling in een Nederlandse haven dient te worden aangevraagd bij de Divisie Scheepvaart. Dit geldt ook voor buitenlandse schepen. Hiervoor dient bijgaande model Application Form te worden gebruikt. De ontheffing wordt verleend onder de genoemde voorwaarden na een advies van de desbetreffende havenbeheerder. Geldigheidsduur ontheffing De ontheffing blijft geldig tot: de dienstregeling of de frequentie daarvan veranderd of het contract met de verwerker veranderd of vervalt of het schip onvoldoende ruimte heeft om het afval op te slaan of vijf jaar na afgifte Als een schip met ontheffing tijdelijk wordt vervangen door een gelijkwaardig schip om reden van een ongeval, onderhoud of iets dergelijks blijft de ontheffing geldig ook voor dit andere schip op dezelfde voorwaarden. Als dit gebeurd moet IVW DS ogenblikkelijk daarvan op de hoogte worden gesteld. Als het vervangende schip langer dan een maand op deze dienst blijft varen moet IVW DS worden geïnformeerd omtrent de reden hiervoor om te beoordelen of een nieuwe ontheffing is vereist. Wijzigingen in de voorwaarden en eventuele benoemde beperkingen dienen dit onmiddellijk te worden gemeld aan de Divisie Scheepvaart, zodat de ontheffing opnieuw kan worden beoordeeld. Kosten ontheffing De kosten voor een ontheffing bedragen: Beoordelen: 1 uur (83 Euro) Adm. Kosten certificaat: 175 Euro. Totaal 258 Euro. HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 61 van 78

62 BIJLAGE 9: BELEIDSREGELS AFZIEN VAN AFGIFTE Het afzien van afgifte is een besluit van de kapitein waar hij dan ook verantwoordelijkheid voor draagt. De Inspectie Verkeer en Waterstaat Dienst Scheepvaart ziet erop toe dat de kapitein de juiste besluiten neemt. In de Beleidsregel voor de uitvoering van artikel 35a van de WVVS wordt ook de beleidslijn hiervoor aangegeven. Deze beleidslijn houdt het volgende in: Volgend e haven is Euhaven Volgend e haven is geen EUhaven Volgend e haven is onbeken d Annex I Annex IV 1 Annex V De kapitein kan afzien van afgifte van sludge en bilgewater indien er tenminste 25% tankcapaciteit 4 beschikbaar is voor opvang van deze afvalstoffen gedurende de resis naar de volgende haven. De kapitein kan afzien van afgifte van sludge en bilgewater indien er tenminste 75% tankcapaciteit beschikbaar is voor opvang van afvalstoffen gedurende de reis naar de volgende haven én de kapitein genoegzaam kan aantonen dat er in de volgende haven voldoende voorzieningen zijn % tankcapaciteit moet beschikbaar zijn voor de opvang van sludge en bilgewater. De kapitein kan afzien van afgifte van Annex IV afvalstoffen indien er tenminste 25% tankcapaciteit beschikbaar is voor opvang van deze afvalstoffen gedurende de reis naar de volgende haven. De kapitein kan afzien van afgifte van Annex IV afvalstoffen indien er tenminste 25% tankcapaciteit beschikbaar is voor opvang van deze afvalstoffen gedurende de reis naar de volgende haven. 25 % tankcapaciteit moet beschikbaar zijn voor de opvang van afvalstoffen. De kapitein kan afzien van afgifte van Annex V indien er tenminste 75% opslagcapaciteit beschikbaar is voor opvang van deze afvalstoffen gedurende de reis naar de volgende haven. 100 % opslagcapaciteit moet beschikbaar zijn voor de opvang van vuilnis. 100 % opslagcapaciteit moet beschikbaar zijn voor de opvang van vuilnis. 1 Annex IV afval mag altijd onder het MARPOL verdrag worden geloosd buiten de 12 mijlszone (met wat detailuitzonderingen). Dat betekent dat volstaan kan worden met het criterium dat de volgende haven bekend moet zijn en dat nog 25% opslagcapaciteit beschikbaar moet zijn. 2 In EU-havens wordt op basis van de EU-richtlijn verondersteld voldoende voorzieningen beschikbaar te zijn voor het in ontvangst nemen van de afvalstoffen. Onder EU-havens worden ook besgrepen de havens in Noorwegen en Baltische Staten omdat deze i.k.v. HELCOM verdrag ook meedoen aan de EU-richtlijn, en IJsland 3 Aangenomen kan worden dat landen die het verdrag van Basel hebben ondertekend voldoen aan de eisen. Hiervan is een lijst beschikbaar bij IVW DS. 4 Tankcapaciteit is de capaciteit van de tanks vermeld op het IOPP certificaat. Tabel 12: Beleidslijn voor afzien van afgifte van scheepsafvalstoffen HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 62 van 78

63 BIJLAGE 10: ADRESSEN Algemeen Centraal Meldpunt Afvalstoffen Administratieve Organisatie HAP Postbus GK Amsterdam Telefoon: (020) Telefax: (020) Gemeenten Haven Amsterdam Afdeling Gevaarlijke Stoffen en Milieu Postbus GK Amsterdam Telefoon: (020) Contactpersonen: De heer H. van der Weide Mevrouw S. Dieperink Gemeente Zaanstad Dienst Wijken Afdeling Havens en Vaarwegen Postbus GA Zaandam Telefoon: Contactpersoon: De heer T. van der Markt Gemeente Beverwijk Postbus AL Beverwijk Telefoon: (0251) Gemeente Velsen Postbus AL IJmuiden Telefoon: (0255) Contactpersonen voor de Gemeente Beverwijk en Velsen: Milieudienst IJmond Postbus AH Beverwijk Telefoon: (0251) De heer B. Veerman Mevrouw D. Hunsche HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 63 van 78

64 Inzamelaars Amsterdam Port Services De heer E. Uittenbosch Petroleumhavenweg AC Amsterdam Icova BV De heer C. Gerritsen Kajuitweg AP Amsterdam Van Winden Cleaning BV Dwarsweg HP Rozenburg Bek & Verburg BV De heer D. van Mullem De heer H. Engelchor Waalhaven JJ Rotterdam Stroom & Visser BV De heer W. van der Linden Veerplaat LJ Dordrecht Union Milieu De heer C. Kamstra Regulateurstraat 7a 1033 NB Amsterdam Adrichem Transport BV De heer J. Adrichem Postbus AD Beverwijk Stoelgroep BV De heer G.H. Veldhuijzen Postbus AA Vijfhuizen Reym BV De heer T. Vis Postbus AG Beverwijk Reym BV De heer L. Engwegen Postbus BM Amersfoort Oliehandel Klaas de Boer De heer K. de Boer Trawlerkade CB IJmuiden Rein Unie De heer J.R. Kuin Postbus AK IJmuiden Stadsdeel Amsterdam Centrum Afdeling Stadsreiniging Postbus AC Amsterdam Main BV De heer Th. Smit Postbus AB Den Helder Gebroeders Oudejans BV Symon Spiersweg RZ Zaandam Watco Industrial Cleaning Kruisbaken HS Zaandam Watco Industrial Cleaning De heer Strassen Smirnoffweg HE Rotterdam HAP NZKG Datum: Status: definitief Pagina 64 van 78

65 A. Haven van Amsterdam A1. Algemeen Binnen de haven van Amsterdam draagt Haven Amsterdam zorg voor een veilige, vlotte en milieuverantwoorde afhandeling van het scheepvaartverkeer. De afdeling Gevaarlijke Stoffen en Milieu (24 uur per dag bereikbaar) houdt zich onder andere bezig met gevaarlijke en schadelijke afvalstoffen. Tevens is Haven Amsterdam door het College van Burgemeester & Wethouders aangewezen om op grond van de regels gesteld in de verordening op de haven en het binnenwater van Amsterdam havenontvangstvoorzieningen aan te wijzen. In de regel van de WVVS heeft Haven Amsterdam ervoor gezorgd dat er voldoende inzamelaars zijn aangewezen om te kunnen voldoen aan de capaciteitsbehoefte voor scheepsafvalstoffen en (restanten van) schadelijke stoffen. Tevens heeft de haven van Amsterdam als enige haven in het Noordzeekanaalgebied met een Annex II aanwijzing, er zorg voor gedragen dat voor deze afvalsoort adequate havenontvangstvoorzieningen aanwezig zijn. Conform artikel 6 lid 4 van de WVVS wordt voor de haven van Amsterdam separaat vermeldt wat de behoefte aan havenontvangstvoorzieningen en de beschikbaarheid daarvan is. Tevens is een overzicht van scheepsbewegingen opgenomen om per haven een onderscheid te maken naar hoeveelheid en inhoudsgrootte (GT) schepen. A.2 Scheepsbewegingen De scheepsbewegingen worden onder meer gebruikt voor de behoeftebepaling aan ontvangstvoorzieningen. Gekozen is voor een overzicht in Gross Tonnage (GT), aangezien de meeste berekeningen betreffende afvalproductie gerelateerd worden aan het formaat van het schip (denk aan machinekamer afval in relatie tot motorvermogen). De verdeling van schepen naar haven is tevens gebruikt voor de berekening van verwachte afgifte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen. GT (*1000) Scheepsbewegingen % % % % % % % % % % % 110 > - 0% Totaal Amsterdam % % NZKG / % Tabel A.1. Scheepsbewegingen Amsterdam naar GT in 2002 HAP NZKG Tabblad Amsterdam I

66 A.3 Beschikbaarheid havenontvangstvoorzieningen Haven Amsterdam heeft de volgende bedrijven aangewezen voor de inname en verwerking van scheepsafvalstoffen en (restanten van) schadelijke stoffen overeenkomstig het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (Stb. 1986, 160), het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen (Stb. 1988, 636) en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988, 112), alsmede voor de inname van overige restanten van schadelijke stoffen: Annex I Bedrijf Wijze van inzameling Max. Cap. (ton of m³) Duur vergunning MAIN BV 2 X boot + truck 300 m³ September 2004 Milieuzorgsysteem APS Boot + truck 150 ton Augustus 2004 ja Bek & Verburg Boot + truck 200 ton Januari 2007 ja Stroom & Visser 2 X boot + truck 1150 ton September 2004 ja Watco Industrial Cleaning 34 Truck - September 2004 ja Van Winden Cleaning BV 1 Truck - Mei 2005 ja ja II APS Boot + truck 150 ton Augustus 2004 ja Bek & Verburg Boot + truck 200 ton Januari 2007 ja Van Winden Cleaning BV 1 Truck - Mei 2005 ja Stroom & Visser 2 x Boot + truck 882 ton Mei 2005 ja IV Gereserveerd V Van Winden Cleaning BV Truck Mei 2005 APS Boot + truck 150 ton Mei 2005 ja Bek & Verburg Boot + truck 150 ton Januari 2007 ja Stroom & Visser 35 2 X boot + truck - September 2004 ja ICOVA BV Boot + truck 40 m³ per keer November 2006 ja Van der Stoel Containerservice BV Truck 60 m³ per keer November 2006 ja 36 Truck + (verwacht 2 Union Milieu BV boten) 110 ton Mei 2005 Dienst Binnenstad Stadsreiniging Truck - November 2006 Gebroeders Oudejans Truck - November 2006 Tabel A.2. Aangewezen inzamelaars 37 ja ja ja ja Met deze aanwijzingen is de afgiftebehoefte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen zoveel mogelijk op de capaciteit van inname van deze stoffen afgestemd. Alle bedrijven geven aan middels een milieuzorgsysteem te werken. De meeste bedrijven zijn ISO (9001 of 14001) gecertificeerd. 34 Alleen schoonmaken lading restanten. 35 Alleen aanwijzing voor Annex V klein gevaarlijk afval (kga). 36 Ook mogelijk voor ophalen afval bij tankers. 37 Gegevens zijn inschattingen van de inzamelaars en gelden voor het hele gebied. HAP NZKG Tabblad Amsterdam II

67 A.4 Beoordeling behoefte ontvangstvoorzieningen De beoordeling van behoefte aan havenontvangstvoorzieningen is afhankelijk van de volgende factoren: afgiftegedrag in het verleden; verwacht afgiftegedrag; verandering in capaciteitsaanbod van haven ontvangstvoorzieningen. Onderstaande tabel geeft inzicht in de feitelijk afgegeven en verwachte hoeveelheden scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen voor de haven van Amsterdam. Voor een onderbouwing van de kolom verwachte jaarafgifte wordt verwezen naar hoofdstuk 5.3. Annex I II IV MK (m 3 ) Slops (m 3 ) (m 3 ) (m 3 ) Huisvuil (m 3 ) kga (kg) overig Haven Amsterdam 18,855 20, ,400 10, ,248 nvt Tabel A.3. Verwachte afgifte haven Amsterdam In tabel A.2 zijn bij de capaciteit van de trucks en containers geen waardes ingevuld. Aangezien een container en truck, indien deze vol zijn, omgewisseld kunnen worden is moeilijk een inschatting te maken wat de maximale capaciteit is. De inzamelaar zal met inzet van materieel er zorg voor dragen dat er geen onnodig oponthoud ontstaat. Mocht dit onverhoopt toch gebeuren dan wordt verwezen naar de klachtenprocedure. Hieruit volgend zullen er passende maatregelen genomen worden om dit in de toekomst te voorkomen. Op dit moment is de verwachting dat de huidige capaciteit voldoende is voor de toekomstige behoefte. Uit de pilot blijkt dat voor de haven van Amsterdam, het grootste gedeelte van het scheepsafval wordt ingezameld door twee inzamelaars, terwijl de maximale capaciteit nog niet is bereikt. Een explosieve toename van afgifte kan door de overige havenontvangstvoorzieningen worden opgevangen. Verwacht wordt dat er het eerste jaar geen knelpunten qua tekort aan capaciteit zullen ontstaan. V HAP NZKG Tabblad Amsterdam III

68 HAP NZKG Tabblad Amsterdam IV

69 B. Haven van Zaanstad B1. Algemeen Binnen de haven van Zaanstad draagt de gemeente Zaanstad zorg voor een veilige, vlotte en milieuverantwoorde afhandeling van het scheepvaartverkeer. De haven van Zaanstad wordt beheerd door de Gemeente Zaanstad. Binnen de gemeente is de afdeling Havens en Vaarwegen (bereikbaar op werkdagen van ) belast met het maken van beleid, toezicht houden en leidinggeven op het gebied van havenactiviteiten. De afdeling Havens en Vaarwegen is verantwoordelijk voor veiligheid, havenbeheer, inning van de havengelden, ordening op het water en andere verordeningen. De afdeling Havens en Vaarwegen is tevens, middels een mandaat van het College van Burgemeester en Wethouders, verantwoordelijk voor het aanwijzen van voldoende havenontvangstvoorzieningen. Conform artikel 6 lid 4 van de WVVS wordt voor de haven van Zaanstad separaat vermeldt wat de behoefte aan havenontvangstvoorzieningen en de beschikbaarheid daarvan is. Tevens is een overzicht van scheepsbewegingen opgenomen om per haven een onderscheid te maken naar hoeveelheid en inhoudsgrootte (GT) schepen. B.2 Scheepsbewegingen De scheepsbewegingen worden onder meer gebruikt voor de behoeftebepaling aan ontvangstvoorzieningen. Gekozen is voor een overzicht in Gross Tonnage (GT), aangezien de meeste berekeningen betreffende afvalproductie gerelateerd worden aan het formaat van het schip (denk aan machinekamer afval in relatie tot motorvermogen). De verdeling van schepen naar haven is tevens gebruikt voor de berekening van verwachte afgifte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen. GT (*1000) Scheepsbewegingen % % % % % % % % % % % 110 > - 0% Totaal Zaanstad % % NZKG 126 / % Tabel B.1. Scheepsbewegingen Zaanstad naar GT in 2002 HAP NZKG Tabblad Zaanstad V

70 B.3 Beschikbaarheid havenontvangstvoorzieningen De Gemeente Zaanstad heeft de volgende bedrijven aangewezen voor de inname en verwerking van scheepsafvalstoffen en (restanten van) schadelijke stoffen overeenkomstig het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (Stb. 1986, 160), het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen (Stb. 1988, 636) en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988, 112), alsmede voor de inname van overige (restanten van) schadelijke stoffen: Annex I Bedrijf Wijze inzameling van Max. Cap. (ton) Duur vergunning Milieuzorgsysteem MAIN BV 2 X boot + truck 300 m³ Oktober 2007 ja UNION Milieu BV Boot + truck 110 ton Januari 2004 ja Bek & Verburg Boot + truck 200 ton Oktober 2007 ja Stroom & Visser 2 X boot + truck 1150 ton Januari 2004 ja II Niet van toepassing IV Gereserveerd MAIN BV 2 X boot + truck 300 m³ Oktober 2007 ja V UNION Milieu BV Boot + truck 60 m³ per keer Oktober 2007 Ja Bek & Verburg Boot + truck 150 ton Oktober 2007 ja Stroom & Visser 2 X boot + truck 1150 ton Oktober 2007 ja Tabel B.2. Aangewezen inzamelaars 38 Met deze aanwijzingen is de afgiftebehoefte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen zoveel mogelijk op de capaciteit van inname van deze stoffen afgestemd. Alle bedrijven geven aan middels een milieuzorgsysteem te werken. De meeste bedrijven zijn ISO (9001 of 14001) gecertificeerd. 38 Gegevens zijn inschattingen van de inzamelaars en gelden voor het hele gebied. HAP NZKG Tabblad Zaanstad VI

71 B.4 Beoordeling behoefte ontvangstvoorzieningen De beoordeling van behoefte aan havenontvangstvoorzieningen is afhankelijk van de volgende factoren: afgiftegedrag in het verleden; verwachte afgiftegedrag; verandering in capaciteitsaanbod van haven ontvangstvoorzieningen. Onderstaande tabel geeft inzicht in de feitelijk afgegeven en verwachte hoeveelheden scheepsafval voor de haven van Zaanstad. Voor een onderbouwing van de kolom verwachtte jaarafgifte wordt verwezen naar hoofdstuk 5.3 Annex I II IV MK (m 3 ) Slops (m 3 ) (m 3 ) (m 3 ) Huisvuil (m 3 ) kga (kg) overig Haven Zaanstad nvt nvt 277 2,736 nvt Tabel B.3. Verwachte afgifte haven Zaanstad In tabel B.2 zijn bij de capaciteit van de trucks en containers geen waardes ingevuld. Aangezien een container en truck, indien deze vol zijn, omgewisseld kunnen worden is moeilijk een inschatting te maken wat de maximale capaciteit is. De inzamelaar zal met inzet van materieel er zorg voor dragen dat er geen onnodig oponthoud ontstaat. Mocht dit onverhoopt toch voorkomen dan wordt verwezen naar de klachtenprocedure en hieruit volgend zullen er passende maatregelen genomen worden om dit in de toekomst te voorkomen. Op dit moment is de verwachting dat de huidige capaciteit voldoende is voor de toekomstige behoefte. Uit de pilot blijkt dat voor de haven van Zaanstad (net als in Amsterdam), het grootste gedeelte van het scheepsafval wordt ingezameld door twee inzamelaars, terwijl de maximale capaciteit nog niet is bereikt. Een explosieve toename van afgifte kan door de overige havenontvangstvoorzieningen worden opgevangen. Verwacht wordt dat er het eerste jaar geen knelpunten qua tekort aan capaciteit zullen ontstaan. V HAP NZKG Tabblad Zaanstad VII

72 HAP NZKG Tabblad Zaanstad VIII

73 C. Haven van Beverwijk C.1 Algemeen Binnen de haven van Beverwijk draagt de gemeente Beverwijk zorg voor een veilige, vlotte en milieuverantwoorde afhandeling van het scheepvaartverkeer. De haven van Beverwijk wordt beheerd door de Gemeente Beverwijk (bakbeheer). In het bijzonder zorgen het havenmanagement en de havenmeester voor de organisatie, beleid en uitvoering van de havenactiviteiten. Taken op het gebied van havenontvangstvoorzieningen zijn via een Gemeenschappelijke Regeling aan de Milieudienst IJmond (24 uur bereikbaar) gedelegeerd. Voor de beschikbaarheid en behoefte aan havenontvangstvoorzieningen wordt dan ook verwezen naar tabblad D van de Gemeente Velsen. C.2 Scheepsbewegingen De scheepsbewegingen (Zie tabel C.1) worden onder meer gebruikt voor de behoeftebepaling aan ontvangstvoorzieningen. Gekozen is voor een overzicht in Gross Tonnage (GT), aangezien de meeste berekeningen betreffende afvalproductie gerelateerd worden aan het formaat van het schip (denk aan machinekamer afval in relatie tot motorvermogen). De verdeling van schepen naar haven is tevens gebruikt voor de berekening van verwachte afgifte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen, zie hiervoor het tabblad van de Gemeente Velsen. GT (*1000) Scheepsbewegingen % % % % % % % % % % % 110 > - 0% Totaal Beverwijk % % NZKG 235 / % Tabel C.1. Scheepsbewegingen Beverwijk naar GT in 2001 C.3 Beschikbaarheid havenontvangstvoorzieningen Het aanwijzen van de havenontvangstvoorzieningen is door de Gemeente Beverwijk gedelegeerd aan de Milieudienst IJmond. De havenontvangstvoorzieningen van Beverwijk zijn gelijk aan de aangewezen ontvangstvoorzieningen in de Gemeente Velsen. HAP NZKG Tabblad Beverwijk IX

74 C.4 Beoordeling behoefte ontvangstvoorzieningen De beoordeling van behoefte aan havenontvangstvoorzieningen is afhankelijk van de volgende factoren: afgiftegedrag in het verleden; verwachte afgiftegedrag; verandering in capaciteitsaanbod van haven ontvangstvoorzieningen. Onderstaande tabel geeft inzicht in de feitelijk afgegeven en verwachte hoeveelheden scheepsafval voor de haven van Beverwijk. Voor een onderbouwing van de kolom verwachtte jaarafgifte wordt verwezen naar hoofdstuk 5.3. Annex I II IV MK (m 3 ) Slops (m 3 ) (m 3 ) (m 3 ) Huisvuil (m 3 ) kga (kg) overig Haven Beverwijk nvt nvt nvt Tabel C.3. Verwachte afgifte haven Beverwijk Op dit moment is de verwachting dat de huidige capaciteit voldoende is voor de toekomstige behoefte. Uit de pilot blijkt dat voor de haven van Beverwijk de maximale capaciteit nog niet is bereikt. Een explosieve toename van afgifte kan door de overige havenontvangstvoorzieningen worden opgevangen. Verwacht wordt dat er het eerste jaar geen knelpunten qua tekort aan capaciteit zullen ontstaan. V HAP NZKG Tabblad Beverwijk X

75 D. Havens van Velsen D1. Algemeen Binnen de gemeente Velsen liggen de volgende havens: 1. Jachthaven Seaport Marina (particulier); 2. 3 e Haven (particulier: Theo Dekker); 3. Zeehaven IJmuiden (particulier: Theo Dekker); 4. Corus (voor wat betreft de binnenhavens, de staalhavens) (particulier); 5. Buitenhavens (particulier); 6. Rijksbinnenhavens 1, 2, 3 (Rijk); 7. NAM (gemeentelijk); 8. Eurobase (in Velsen Noord) (particulier); 9. NBK havens (Ned. Bevrachtings Kantoor, Zijkanaal A), ook wel Noordwijikermeerhavens genoemd (particulier, dhr. Schram). Het beheer van de kades en havens in de gemeente Velsen is overgedragen aan particuliere corporaties (bakbeheer). Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland is bakbeheerder van de rijksbinnenhavens. Op basis van een gemeenschappelijke regeling hebben de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest en Velsen de gemeentelijke milieutaken gedelegeerd aan de Milieudienst IJmond (24 uur bereikbaar). Op basis van deze regeling zorgt de Milieudienst IJmond tevens voor de aanwijzing van voldoende havenontvangstvoorzieningen voor de havens van Beverwijk en Velsen (ook de Rijksbinnenhavens). Milieudienst IJmond De milieudienst geeft voor bovenstaande gemeenten uitvoering aan milieutaken. Hieronder vallen onder andere de voorbereiding en uitvoering van beleid en aanwijzing van havenontvangstvoorzieningen ingevolge de regels bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen in de havens van Beverwijk en Velsen. I.c. betreft dit een gedelegeerde bevoegdheid. Havenbeheerders zijn echter de gemeenten. Zij zijn immers bevoegd de kaderstellende besluiten, beleidsvaststelling en/of de vaststelling van algemeen verbindende voorschriften, te nemen. Hieronder valt onder andere ook de vaststelling van de tarieven/heffingen voor de zeeschepen HAP NZKG Tabblad Velsen XI

76 D.2 Scheepsbewegingen De scheepsbewegingen (zie tabel D.1) worden onder meer gebruikt voor de behoeftebepaling aan ontvangstvoorzieningen. Gekozen is voor een overzicht in Gross Tonnage (GT), aangezien de meeste berekeningen betreffende afvalproductie gerelateerd worden aan het formaat van het schip (denk aan machinekamer afval in relatie tot motorvermogen). De verdeling van schepen naar haven is tevens gebruikt voor de berekening van verwachte afgifte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen. GT (*1000) Scheepsbewegingen % % % % % % % % % % % 110 > - 0% Totaal Velsen % % NZKG / % Tabel D.1. Scheepsbewegingen IJmuiden / Velsen naar GT in 2002 HAP NZKG Tabblad Velsen XII

77 D.3 Beschikbaarheid havenontvangstvoorzieningen De Milieudienst IJmond heeft voor de havens van Beverwijk, IJmuiden en Velsen de volgende bedrijven aangewezen voor de inname en verwerking van scheepsafvalstoffen en (restanten van) schadelijke stoffen overeenkomstig het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (Stb. 1986, 160), het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen (Stb. 1988, 636) en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988, 112), alsmede voor de inname van overige (restanten van) schadelijke stoffen: Msx. Cap. Annex Bedrijf Locatie Duur vergunning (ton) Velsen / IJmuiden Januari 2005 APS Beverwijk 150 ton Jauari 2005 I Milieuzorgsysteem MAIN BV Velsen / IJmuiden 300 m³ Oktober 2004 ja Bek & Verburg Velsen / IJmuiden April 2006 Beverwijk 200 ton April 2006 ja Stroom & Visser Velsen / IJmuiden November 2005 ja Beverwijk 1150 ton November 2005 Reym 39 Velsen / IJmuiden April 2005 Beverwijk - December 2006 ja ja II APS Velsen/IJmuiden Januari ton Beverwijk Januari 2005 ja IV Gereserveerd V APS Bek & Verburg Stroom & Visser Reym 40 Rein Unie Adrichem Transport Union Milieu BV Van der Stoel Container Service Main BV IJmuiden / Velsen Januari 2005 ja - Beverwijk Januari 2005 IJmuiden / Velsen April m³ ja Beverwijk April 2006 IJmuiden/Velsen November ja Beverwijk November 2005 IJmuiden / Velsen April Beverwijk April 2007 ja IJmuiden / Velsen Aanvraag in procedure - - Beverwijk Aanvraag in procedure IJmuiden / Velsen Aanvraag in procedure - - Beverwijk Aanvraag in procedure IJmuiden / Velsen Augustus 2007 ja 110 ton Beverwijk Augustus 2007 ja IJmuiden / Velsen Mei 2008 ja 60 m³ per keer Beverwijk Mei 2008 ja IJmuiden / Velsen Oktober ton Beverwijk Oktober 2004 ja Tabel C/D.2. Aangewezen inzamelaars 41 Met deze aanwijzingen is de afgiftebehoefte van scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen zoveel mogelijk op de capaciteit van inname van deze stoffen afgestemd. Alle bedrijven, die een inzamelaanwijzing hebben, geven aan middels een milieuzorgsysteem te werken. De meeste bedrijven zijn ISO (9001 of 14001) gecertificeerd. 39 Voor zover de stoffen vrij komen bij schoonmaakwerkzaamheden. 40 Voor zover dit cement, bentoniet en barriet is dat vrijkomt bij schoonmaakwerkzaamheden. 41 Gegevens zijn inschattingen van de inzamelaars en gelden voor het hele gebied. HAP NZKG Tabblad Velsen XIII

78 D.4 Beoordeling behoefte ontvangstvoorzieningen De beoordeling van behoefte aan havenontvangstvoorzieningen is afhankelijk van de volgende factoren: afgiftegedrag in het verleden; verwachte afgiftegedrag; verandering in capaciteitsaanbod van haven ontvangstvoorzieningen. Onderstaande tabel geeft inzicht in de feitelijk afgegeven en verwachte hoeveelheden scheepsafval voor de haven van Velsen. Voor een onderbouwing van de kolom verwachte jaarafgifte wordt verwezen naar hoofdstuk 5.3 Annex I II IV MK (m 3 ) Slops (m 3 ) (m 3 ) (m 3 ) Huisvuil (m 3 ) kga (kg) overig Havens Velsen 6,554 7,244 nvt nvt 3,602 64,770 nvt Tabel D.3. Verwachte afgifte haven Velsen Op dit moment is de verwachting dat de huidige capaciteit voldoende is voor de toekomstige behoefte. Uit de pilot blijkt dat voor de haven van Velsen de maximale capaciteit nog niet is bereikt. Een explosieve toename van afgifte kan door de overige havenontvangstvoorzieningen worden opgevangen. Verwacht wordt dat er het eerste jaar geen knelpunten qua tekort aan capaciteit zullen ontstaan. V HAP NZKG Tabblad Velsen XIV

Sanitair afval Olie Huisvuil Chemicaliën AFGIFTE SCHEEPSAFVAL IN. zeehavens Amsterdam. 1 november 2004 start uitvoering Haven Afvalstoffen Plan (HAP)

Sanitair afval Olie Huisvuil Chemicaliën AFGIFTE SCHEEPSAFVAL IN. zeehavens Amsterdam. 1 november 2004 start uitvoering Haven Afvalstoffen Plan (HAP) Sanitair afval Olie Huisvuil Chemicaliën AFGIFTE SCHEEPSAFVAL IN zeehavens Amsterdam 1 november 2004 start uitvoering Haven Afvalstoffen Plan (HAP) Schonere zee, goed geregeld Een schonere zee via een

Nadere informatie

Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied

Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied Conform Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Wvvs) - artikel 6 Betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen Dit Havenafvalplan

Nadere informatie

HAVEN AFVALBEHEERSPLAN Conform Wet voorkoming verontreiniging door schepen

HAVEN AFVALBEHEERSPLAN Conform Wet voorkoming verontreiniging door schepen HAVEN AFVALBEHEERSPLAN 2010 Conform Wet voorkoming verontreiniging door schepen 0. AUTORISATIE Vaststelling Haven Afvalbeheersplan Zeeland Seaports door het Dagelijks Bestuur van Zeeland Seaports, Goedgekeurd

Nadere informatie

1.1 EU - Richtlijn, 1.2 Bijzondere positie visserij in het kader van indirecte financiering 1.3 Inhoud Visserij Haven - afvalplan

1.1 EU - Richtlijn, 1.2 Bijzondere positie visserij in het kader van indirecte financiering 1.3 Inhoud Visserij Haven - afvalplan Inhoudsopgave 1 Aanleiding 1.1 EU - Richtlijn, 1.2 Bijzondere positie visserij in het kader van indirecte financiering 1.3 Inhoud Visserij Haven - afvalplan 2. Algemeen deel 2.1 Wetgeving 2.2 SFAV systeem

Nadere informatie

3 december 1992, houdende plaatsing in het

3 december 1992, houdende plaatsing in het Beschikking van de Minister van Justitie van 3 december 1992, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet verontreiniging zeewater (Stb. 1981,695), zoals deze luidt na wijziging krachtens

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 2/2000. door de Raad vastgesteld op 8 november 1999

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 2/2000. door de Raad vastgesteld op 8 november 1999 bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 13-01-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 10 van 13/01/2000 GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 2/2000

Nadere informatie

Havenafvalplan Groningen Seaports

Havenafvalplan Groningen Seaports 2017 Havenafvalplan Groningen Seaports Groningen Seaports 01-01-2017 Inhoud Documentbeheer... 3 Voorwoord... 4 1 Inleiding... 5 1.1 Verplichting... 5 1.2 Instrumenten... 5 1.3 Vaststelling... 6 1.4 Afstemming

Nadere informatie

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding Toelichting I. Algemeen 1. Inleiding Aanleiding voor deze regeling is de wet van 21 juni 2001 houdende wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 346) die op 8 mei 2002 in

Nadere informatie

23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25

23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25 23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25 VERORDENING (EU) Nr. 284/2011 VAN DE COMMISSIE van 22 maart 2011 tot vaststelling van specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor de invoer

Nadere informatie

Formulier voor de overdracht van scheepsafvalstoffen Ship waste transfer form

Formulier voor de overdracht van scheepsafvalstoffen Ship waste transfer form van het ontvangende bedrijf of the receiving company Formulier S1 Bewijs van afgifte / Form S1 Proof of waste disposal. Bestemd voor het afgevende schip / For discharging vessel Het ingevulde formulier

Nadere informatie

HOOFDSTUK 5. Bepalingen over het beheer van specifieke materiaalkringlopen en afvalstoffen

HOOFDSTUK 5. Bepalingen over het beheer van specifieke materiaalkringlopen en afvalstoffen VLAREMA 17 FEBRUARI 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen Relevante artikels ivm binnenvaart,

Nadere informatie

BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART IJmond Noordzeekanaalgebied Centraal Nautisch Beheer. Basijn nr: 26/2015 IJmuiden, 12 augustus 2015

BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART IJmond Noordzeekanaalgebied Centraal Nautisch Beheer. Basijn nr: 26/2015 IJmuiden, 12 augustus 2015 BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART IJmond Noordzeekanaalgebied Centraal Nautisch Beheer Basijn nr: 26/2015 IJmuiden, 12 augustus 2015 Onderwerp: Besluit van Havenmeester van Amsterdam en directeur Centraal

Nadere informatie

38350 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD

38350 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD 38350 MONITEUR BELGE 17.07.2003 BELGISCH STAATSBLAD HOOFDSTUK VI. Slotbepalingen Art. 9. Het Besluit ontheffing loodsplicht Scheldereglement wordt ingetrokken. Art. 10. Dit besluit treedt in werking met

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 juni 2013

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 juni 2013 HAVENVERORDENING GEMEENTE KRIMPEN AAN DEN IJSSEL De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 juni 2013 gelet op de artikelen

Nadere informatie

BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART IJmond Noordzeekanaalgebied Centraal Nautisch Beheer

BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART IJmond Noordzeekanaalgebied Centraal Nautisch Beheer BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART IJmond Noordzeekanaalgebied Centraal Nautisch Beheer Basijn nr: 43/2015 IJmuiden, 18 december 2015 Onderwerp: Regeling melding zeeschepen Noordzeekanaalgebied De directeur

Nadere informatie

Burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; gelet op het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens; besluiten:

Burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; gelet op het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens; besluiten: Burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; gelet op het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens; besluiten: vast te stellen de volgende Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Teylingen

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 Standplaatsverordening 2001 (raadsbesluit van 31 mei 2001) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 14 mei 2001 Besluit vast te stellen

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 48 (1996) Nr. 7 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2013 Nr. 9 A. TITEL Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijnen binnenvaart; (met Bijlagen en Aanhangsels)

Nadere informatie

Privacy reglement. Inleiding

Privacy reglement. Inleiding Privacy reglement Inleiding De Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) vervangt de Wet persoonsregistraties (WPR). Daarmee wordt voldaan aan de verplichting om de nationale privacywetgeving aan te passen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Gastouderbureau Alles Kids Zoetermeer Privacyreglement

Gastouderbureau Alles Kids Zoetermeer Privacyreglement Privacyreglement Inhoudsopgave 1. Begripsbepaling... 1 1.1 Persoonsgegevens... 1 1.2 Persoonsregistratie... 1 1.4 Verwerking van persoonsgegevens... 1 1.5 Verstrekken van persoonsgegevens... 1 1.6 Bestand...

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015-2016 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) A herdruk 1 GEWIJZIGD

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

PROCEDURE VOOR DE UITGIFTE VAN HET CERTIFICAAT VAN GOEDKEURING

PROCEDURE VOOR DE UITGIFTE VAN HET CERTIFICAAT VAN GOEDKEURING HOOFDSTUK 1.16 PROCEDURE VOOR DE UITGIFTE VAN HET CERTIFICAAT VAN GOEDKEURING 1.16.1 Certificaat van Goedkeuring 1.16.1.1 Algemeen 1.16.1.1.1 Droge lading schepen die gevaarlijke goederen in grotere hoeveelheden

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Verordening Werkzaamheden kabels en leidingen gemeente Bunnik

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Verordening Werkzaamheden kabels en leidingen gemeente Bunnik Verordening Werkzaamheden kabels en leidingen gemeente Bunnik Aanhef De raad van de gemeente Bunnik; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014; gelet op artikel

Nadere informatie

Model Leegstandverordening

Model Leegstandverordening Model Leegstandverordening De raad van de gemeente - naam-, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van, nr ; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Leegstandwet;

Nadere informatie

TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015

TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015 TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015 Partijen, De Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van

Nadere informatie

Subsidieregeling abortusklinieken

Subsidieregeling abortusklinieken Subsidieregeling abortusklinieken (Tekst geldend op: 19 02 2015) Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 juli 2014, kenmerk 641412 123384 PG, houdende regels voor de subsidiëring

Nadere informatie

Privacyreglement Spoor 3 BV. Artikel 1. Begripsbepalingen. Voor zover niet uitdrukkelijk anders blijkt, wordt in dit reglement verstaan onder:

Privacyreglement Spoor 3 BV. Artikel 1. Begripsbepalingen. Voor zover niet uitdrukkelijk anders blijkt, wordt in dit reglement verstaan onder: Privacyreglement Spoor 3 BV Artikel 1. Begripsbepalingen Voor zover niet uitdrukkelijk anders blijkt, wordt in dit reglement verstaan onder: de wet: de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) het reglement:

Nadere informatie

8.50 Privacyreglement

8.50 Privacyreglement 1.0 Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; 2. Zorggegevens: persoonsgegevens die direct of indirect betrekking hebben

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 074 Wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Concept Bewerkersovereenkomst uitvoering

Concept Bewerkersovereenkomst uitvoering Concept Bewerkersovereenkomst uitvoering in het kader van het verwerken van Persoonsgegevens als bedoeld in artikel 14 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) Ondergetekenden: De gemeente gemeentenaam,

Nadere informatie

Havengeld. Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2016

Havengeld. Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2016 Gemeenteblad Texel 2016 nr 20 26-12-2015 INTREKKING Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2016 1Raadsbesluit Raadscommissie 28-10-2015/01-12-2015 Nummer 090 B Havengeld Gemeenteraad

Nadere informatie

Havenafvalplan Port of Den Helder

Havenafvalplan Port of Den Helder Havenafvalplan Port of Den Helder Documentbeheer: Onderwerp Haven Afval Plan Port of Den Helder 2016 Documentsnaam HAP 2016 Creatiedatum (herziening) 2015-2016 Auteur A.D. van Santen (NV Port of Den Helder)

Nadere informatie

Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers

Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers RAPPORT Versie: 2.0 Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers Raad van Bestuur Postbus 5247 2000 CE Haarlem T 088-777 81 06 F 023-799 37 18 www.bjznh.nl 1 Aanhef Gelet op de

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, nr. BWV gelezen en besluit;

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, nr. BWV gelezen en besluit; Nr. 135 15 maart 2018 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, nr. BWV17.0360 gelezen en besluit; gelet op: - de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); - het Reglement Verkeersregels

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 2004, nr. KvI2004113915 tot wijziging van de Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer

Nadere informatie

De Raad van State gehoord (advies van, nr. ); HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

De Raad van State gehoord (advies van, nr. ); HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN: Concept Besluit van... houdende wijziging van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (zeer laag radioactief afval) Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 27433 1 oktober 2014 Beleidsregel houdende vaststelling van regels voor de naleving en toezicht op de veiligheidsadviseur

Nadere informatie

Privacyreglement KOM Kinderopvang

Privacyreglement KOM Kinderopvang Privacyreglement KOM Kinderopvang Doel: bescherming bieden van persoonlijke levenssfeer van de ouders en kinderen die gebruik maken van de diensten van KOM Kinderopvang. 1. Algemene bepalingen & begripsbepalingen

Nadere informatie

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent taxi s Taxiverordening Breda

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent taxi s Taxiverordening Breda GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Breda Nr. 25478 4 februari 2019 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda houdende regels omtrent taxi s Taxiverordening Breda Bekendmaking Burgemeester

Nadere informatie

Afvalafgifte in de beroepsbinnenvaart Het hoe, wat en waar

Afvalafgifte in de beroepsbinnenvaart Het hoe, wat en waar Afvalafgifte in de beroepsbinnenvaart Het hoe, wat en waar Binnenvaart: schoon en milieuvriendelijk Afval betreft ons allemaal. De wijze van afgifte is van grote invloed op het milieu en onze leefomgeving.

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie L 277/23

Publicatieblad van de Europese Unie L 277/23 18.10.2008 Publicatieblad van de Europese Unie L 277/23 VERORDENING (EG) Nr. 1024/2008 VAN DE COMMISSIE van 17 oktober 2008 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen ter uitvoering van Verordening

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD. Nr Marktverordening gemeente Goirle Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

GEMEENTEBLAD. Nr Marktverordening gemeente Goirle Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Goirle. Nr. 182216 28 december 2016 Marktverordening gemeente Goirle 2017 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Toepassingsgebied Deze verordening is van

Nadere informatie