Uitvoeringsregels RVP 2012
|
|
|
- Bertha de Coninck
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Uitvoeringsregels RVP 2012 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM Uitvoeringsregels RVP
2 2 Uitvoeringsregels RVP 2012
3 Uitvoeringsregels RVP 2012: Belangrijkste wijzigingen en aanvullingen ten opzichte van De regeling zorgaanspraken AWBZ is in 2011 gewijzigd en de leeftijdsgrens voor het RVP is uitgebreid tot de 19 e verjaardag. Met de wijziging is beoogd om in voorkomende gevallen de vaccinatiestatus van oudere kinderen op individuele basis te optimaliseren. Deze wijziging is echter niet bedoeld om systematische inhaalcampagnes te organiseren. RIVM-RCP benadert ouders actief met oproepkaarten en rappelkaarten tot de 13e verjaardag. Na de 13 e verjaardag kan op individueel niveau gevaccineerd worden, op verzoek van ouder, het kind zelf of de betrokken professional. 2. De procedure voor de serologische evaluatie van hepatitis B bij kinderen van draagsters is opgenomen in hoofdstuk 4.4. In het consult van de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie geeft de JGZ een verwijsbrief voor de huisarts mee aan de ouder. In deze brief wordt de huisarts verzocht het serologisch onderzoek te verzorgen, 4-6 weken na de laatste DKTP-Hib-HepB-prik. RIVM-RCP stuurt hiervoor van te voren een reminder naar de JGZ samen met twee informatiebrieven: één voor de ouders en één voor de huisarts. 3. In hoofdstuk 7 is opgenomen dat er voor een DKTP-HepB-vaccinatie gevaccineerd kan worden met Infanrix hexa zonder de Hib-component. De wijze van registratie van deze vaccinatie op de vaccinatiekaart of in RVP Online staat beschreven in hoofdstuk De inhaalschema s in hoofdstuk 7 voor DKTP, DKTP-Hib en DKTP-Hib-HepB zijn sterk vereenvoudigd, omdat voortaan ook boven de leeftijd van 6 jaar aanbevolen wordt een vaccin te gebruiken dat bescherming biedt tegen kinkhoest. Dit advies wijkt af van de registratietekst op de bijsluiter (off-label use). Het is echter toegestaan op basis van artikel 68 van de Geneesmiddelenwet dat stelt: Het buiten de door het College geregistreerde indicaties voorschrijven van geneesmiddelen is alleen geoorloofd wanneer daarover binnen de beroepsgroep protocollen of standaarden zijn ontwikkeld. De Uitvoeringsregels zijn de standaarden die in dit artikel bedoeld worden. De belangrijkste redenen voor inhaalvaccinaties met kinkhoestvaccin zijn het feit dat ook bij oudere kinderen kinkhoest tot ziekenhuisopnames kan leiden en dat bescherming hiertegen met de huidige acellulaire vaccins goed mogelijk is. De nadelen van de bijwerkingen (die beperkt zijn) wegen ruimschoots op tegen de voordelen van de bescherming tegen kinkhoest. De revaccinatie op 9 jaar blijft een DTP-vaccinatie. 5. Vestigers kunnen, als ze de vaccinatieserie tegen hepatitis B in het buitenland zijn begonnen, de serie afmaken binnen het RVP. Ook als ze geboren zijn vóór en volgens het RVP geen indicatie hebben. Dit is aangepast in hoofdstuk In hoofdstuk 10 staat beschreven wanneer bij reizen naar het buitenland met een baby jonger dan 1 jaar een vervroegde BMR nodig is. Een vervroegde BMR-vaccinatie is niet nodig voor reizen naar bestemmingen binnen Europa, Turkije, landen van het Amerikaanse continent ( Noord-Amerika, Midden- Amerika, Zuid- Amerika en Caribisch gebied), Australië, Canada en Nieuw-Zeeland, tenzij er wegens plaatselijke epidemieën een indicatie is afgegeven. 7. In hoofdstuk 11 is een beschrijving van de rappelleringssystematiek van Praeventis toegevoegd Uitvoeringsregels RVP
4 4 Uitvoeringsregels RVP 2012
5 Inhoud Belangrijkste wijzigingen en aanvullingen ten opzichte van Inleiding 7 1 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP De kaders 1.2 Invoerjaren van de verschillende vaccinaties 1.3 Het individuele vaccinatieplan 1.4 Asielzoekerskinderen 1.5 Prematuren 1.6 Regionale infectiedruk 2 Contra-indicaties Absolute contra-indicaties 2.2 Relatieve contra-indicaties 2.3 Geen contra-indicaties 3 Publieksvoorlichting 13 4 Het tijdstip van vaccinatie Het tijdstip van de eerste DKTP-Hib-HepB- en pneumokokkenvaccinatie 4.2 Het tijdstip van de tweede en de derde DKTP-Hib-HepB- en pneumokokkenvaccinatie 4.3 Het tijdstip van de DKTP-Hib-(HepB)- en pneumokokkenrevaccinatie 4.4 Het tijdstip van de titercontrole bij kinderen van hepatitis B-draagsters 4.5 Het tijdstip van de BMR- en MenC-vaccinatie 4.6 Het tijdstip van de DKTP-vaccinatie voor de 4-jarigen 4.7 Het tijdstip van de DTP- en BMR-vaccinatie voor de 9-jarigen 4.8 Het tijdstip van de HPV-vaccinatie 5 Combinatievaccins, simultaan vaccineren, intervallen 16 6 Vaccinatietechniek Aandachtspunten bij het vaccineren 6.2 De techniek van de intramusculaire injectie 6.3 De techniek van de subcutane injectie 6.4 Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren 7 Inhaalschema s Kaders voor inhaalschema s 7.2 Inhaalschema s bij afwijken van het RVP-schema Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig DKTP-Hib-gevaccineerde kinderen Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig DKTP-Hib-HepB-gevaccineerde kinderen Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Hib-gevaccineerde kinderen Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig MenC-gevaccineerde kinderen Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig pneumokokken-gevaccineerde kinderen Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HPV-gevaccineerde meisjes Inhaalschema voor asielzoekerskinderen Vaccinatieschema s in het buitenland begonnen 7.3 Vaccinfalen Uitvoeringsregels RVP
6 8 Ongewenste verschijnselen na vaccinatie Advies aan ouders 8.2 Melden van postvaccinale verschijnselen 9 Cold Chain vaccinincidenten, vaccininstabiliteit Vaccinaties voor kinderen die reizen naar het buitenland Registratie en rappellering RVP Online 11.2 Vaccinatiekaarten 11.3 Bijzondere situaties 11.4 Rappellering 6 Uitvoeringsregels RVP 2012
7 Inleiding De Uitvoeringsregels over het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zijn een uitwerking van de RVP-richtlijn en worden jaarlijks uitgegeven door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. Het hele proces van indicatiestelling tot en met registratie komt aan de orde. De Uitvoeringsregels zijn opgenomen in de VaccInformatiemap, de complete praktische handleiding voor het RVP. De digitale versie van deze map is terug te vinden op onder het kopje RVP-uitgaven. Voor alle RVP-ziekten zijn LCI-richtlijnen gemaakt. Deze richtlijnen zijn te vinden op: Bij het opstellen van deze Uitvoeringsregels is dankbaar gebruik gemaakt van de wetenschappelijke onderbouwing en tabellen in het tweedelige boek: Handboek vaccinaties deel A: Theorie en uitvoeringspraktijk ISBN deel B: Infectieziekten en vaccinatie ISBN Redactie: Rudy Burgmeijer, Karel Hoppenbrouwers, Nico Bolscher 1 e druk juni e herziene druk 2011 (betreft alleen deel A) Uitvoeringsregels RVP
8 1. De indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP 1.1 De kaders Jaarlijks ontvangen de RVP-professionals de Richtlijn Rijksvaccinatieprogramma. Deze richtlijn is afkomstig van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM en bevat zowel het vaccinatieschema met de standaardleeftijden als de jaarcohorten die in het betreffende jaar voor vaccinatie in aanmerking komen. De richtlijn beschrijft het kader waarbinnen de vaccinaties gegeven worden. Alle kinderen woonachtig in Nederland en ingeschreven bij de gemeente komen tot hun 19 e verjaardag in aanmerking voor het RVP. Op individueel niveau stelt een arts de indicatie voor het hele RVP of voor een gedeelte ervan. Dit is afhankelijk van de al gegeven vaccinaties en/of eventuele contra-indicaties. Van de kinderen geboren tot en met 31 juli 2011 komen alleen de volgende kinderen in aanmerking voor hepatitis B-vaccinatie: kinderen waarvan ten minste één ouder afkomstig is uit een land waar hepatitis B middel- of hoogendemisch voorkomt én geboren op of na ; kinderen van HBsAg-positieve moeders; kinderen met het syndroom van Down én geboren op of na ; kinderen die zich vanaf in Nederland vestigen en al begonnen zijn met vaccinaties tegen hepatitis B. Alle kinderen geboren op of na krijgen een hepatitis B-vaccinatie als onderdeel van het combinatievaccin DKTP-Hib-HepB. 1.2 Invoerjaren van de verschillende RVP-vaccinaties 1957 DKT en P apart 1962 DKTP 1974 Rodehond, voor 11-jarige meisjes 1976 Mazelen (zuigelingen) 1987 BMR (14 mnd en 9 jaar) Hib MenC ak (4-jarigen) Hepatitis B, voor risicokinderen DKTP-Hib-combinatievaccin DKTP-Hib-vaccin met acellulair kinkhoestcomponent DKTP-Hib-HepB-combinatievaccin (risicokinderen) Pneumokokken 7-valent Hepatitis B-0 voor baby s van HBsAg-positieve moeders DKTP voor 4-jarigen 2010 HPV (meisjes geboren vanaf 1997) Pneumokokken 10-valent DKTP-Hib-HepB-combinatievaccin (alle kinderen) Alle kinderen komen in aanmerking voor D(K)TP- en BMR-vaccinatie. Voor MenC- en hepatitis B-vaccinatie geldt dat kinderen alleen in aanmerking komen als zij geboren zijn op of na de datum die hierboven genoemd staat. Voor pneumokokken en Haemophilus influenzae type b (Hib) geldt een leeftijdsgrens tot 2 jaar; het vaccin wordt niet meer gegeven op of na de tweede verjaardag. HPV vaccinatie is bestemd voor meisjes geboren op of na en wordt steeds aangeboden in het jaar dat het meisje 13 jaar wordt. 8 Uitvoeringsregels RVP 2012
9 1.3 Het individuele vaccinatieplan De kaders van het RVP zijn het uitgangspunt voor het opstellen van een individueel vaccinatieplan. Het opstellen van het individuele vaccinatieplan is een taak van de arts, meestal consultatiebureau-arts of jeugdarts die betrokken zijn bij de uitvoering van het RVP. Deze arts stelt de indicatie en maakt in overleg met de ouders en/of het kind zelf het vaccinatieplan, rekening houdend met (tijdelijke) contra-indicaties, bezwaren van ouders en al eerder gegeven vaccinaties. Zo nodig vindt hierover overleg plaats met de medisch adviseur. Het toedienen van RVP-vaccinaties buiten de kaders gesteld in de Richtlijn Rijksvaccinatieprogramma, is alleen toegestaan na overleg met de medisch adviseur van het regiokantoor RIVM-RCP. Het RIVM-RCP heeft als taak vast te stellen op welke vaccinaties kinderen recht hebben. Dit gebeurt op basis van de algemene Richtlijn Rijksvaccinatieprogramma en eventueel al eerder gegeven vaccinaties. Het RIVM-RCP stuurt ouders een uitnodigingsbrief voor het RVP, een vaccinatiebewijs en een set oproepkaarten, normaliter als de pasgeboren baby 4 tot 6 weken oud is. Voor het samenstellen van een individueel vaccinatieplan voor vestigers wordt aan hen gevraagd een kopie van het vaccinatiebewijs op te sturen. Op basis van die informatie wordt het RVP-vaccinatiebewijs al gedeeltelijk gevuld en worden de vaccinatiekaarten voor het vervolg van het vaccinatieschema opgestuurd. Als ouders niet op dit verzoek reageren ontvangen ze een volledige oproepset dat past bij de leeftijd van het kind. Als de professional toch nog informatie krijgt over vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven, dient dit doorgegeven te worden aan RIVM-RCP. De vaccinatiestatus kan dan in Praeventis aangevuld worden. Als er een oproepkaart ontbreekt, bepaalt de professional op basis van de beschikbare informatie welke vaccinatie tijdens het contactmoment kan worden toegediend. Het RIVM-RCP verstrekt desgewenst de vaccinatiestatus aan de JGZ-organisatie via de telefoon, via RVP Online of via een elektronisch bericht tussen het DD JGZ en het RIVM-informatiesysteem Praeventis. 1.4 Asielzoekerskinderen Voor het inhalen van vaccinaties voor asielzoekerskinderen gelden de volgende uitgangspunten: Asielzoekerskinderen houden recht op vaccinaties tot de 19e verjaardag. Zij worden conform het RVP gevaccineerd, tenzij er medische of epidemiologische redenen zijn om hen een afwijkend vaccinatieschema aan te bieden. Afwijkingen van het RVP: - Hepatitis B-vaccinatie: alle asielzoekerskinderen hebben recht op deze vaccinatie, ook als ze vóór geboren zijn. - BMR-vaccinatie: alle asielzoekerskinderen ontvangen op de leeftijd van 9 maanden een extra BMR: de BMR-0. - HPV-vaccinatie: alle meisjes geboren op of na Als zij het (massale) aanbod op 12/13-jarige leeftijd zijn misgelopen omdat ze bij binnenkomst in Nederland ouder zijn, krijgen zij de HPV-serie alsnog aangeboden. 1.5 Prematuren Prematuren worden gevaccineerd op de standaardleeftijden binnen het RVP. Normaliter wordt er niet gecorrigeerd voor de zwangerschapsduur. 1.6 Regionale infectiedruk Als er sprake is van een regionaal epidemische verheffing wordt het beleid door de afdeling infectieziektebestrijding van de regionale GGD bepaald. Als het om een ziekte gaat waartegen gevaccineerd wordt binnen het RVP dan is contact met de afdeling infectieziektebestrijding en de medisch adviseur van het RIVM-RCP van belang in verband met eventuele veranderingen in de uitvoering van vaccinatie. Vervroegd vaccineren kan dan bijvoorbeeld tijdelijk het regionale beleid zijn Uitvoeringsregels RVP
10 2. Contra-indicaties Voor het stellen van een contra-indicatie voor vaccinatie moet een individuele afweging gemaakt worden. 2.1 Absolute contra-indicatie Absolute contra-indicaties voor alle vaccinaties zijn: een aangetoonde ernstige allergie voor één van de bestanddelen van het vaccin; een aangetoonde zeer ernstige allergische reactie na een eerdere toediening van hetzelfde vaccin. In deze gevallen moet er een individuele afweging gemaakt worden. Slechts zeer zelden is er een reden om in het geheel niet te vaccineren. 2.2 Relatieve contra-indicatie Bij een relatieve contra-indicatie dient de afweging gemaakt te worden wat het grootste risico heeft: de vaccinatie of de infectieziekte. Vaak betreft het tijdelijke of gedeeltelijke contra-indicaties. Relatieve contra-indicaties zijn: Koorts Als een kind te ziek is kan een vaccinatie beter uitgesteld worden. Koorts is daarvoor een graadmeter. Bij een temperatuur van 38.5 C of hoger wordt er niet gevaccineerd. Immuunstoornissen Bij ernstige immuunstoornissen (ziekte, behandeling met bijvoorbeeld corticosteroïden of cytostatica, bestraling) is de kans dat vaccineren met geïnactiveerd vaccin tot immuniteit leidt mogelijk verminderd. Bij vaccineren met verzwakt levend vaccin is er een risico dat een milde variant van de ziekte waartegen gevaccineerd is, daadwerkelijk wordt doorgemaakt. Het kind kan het gerepliceerde vaccinvirus dan niet klaren. De vaccinatie dient te worden uitgesteld en in overleg met behandelend specialist weer worden gestart. Bij gebruik van orale corticosteroïden wordt in overleg met de medisch adviseur beoordeeld of er met levend vaccin gevaccineerd kan worden. Eén maand na het stoppen van corticosteroïden kan weer gestart worden met vaccinatie. Inhalatie en uitwendig gebruik van corticosteroïden vormen geen contra-indicatie voor vaccineren. Bloedproducten en immunoglobulinen Na toediening van bloedproducten of immunoglobulinen wordt als volgt gehandeld: Tabel 1 Intervallen na toediening van bloedproducten en immunoglobuline Als eerste toegediend Als tweede toegediend Noodzakelijk interval bloedproduct geïnactiveerd vaccin geen geïnactiveerd vaccin bloedproduct geen levend vaccin bloedproduct 2 weken bloedproduct levend vaccin interval in overleg met medisch adviseur bepalen normaal immunoglobuline levend vaccin 3 maanden RSV-immunoglobuline i.m. levend of geïnactiveerd vaccin geen Stollingsstoornissen Zowel een aangeboren als een verworven (door medicatie) stollingsstoornis is meestal een contraindicatie voor intramusculair vaccineren in verband met een verhoogde kans op spierbloedingen. Bij kinderen jonger dan 1 jaar: eerst overleggen met de behandeld specialist. Soms is intramusculair vaccineren toch geen probleem. Bij coumarine-gebruik moeten instructies van de trombosedienst worden opgevolgd als deze aanwezig zijn. Bij kinderen ouder dan 1 jaar gelden de onderstaande adviezen: 10 Uitvoeringsregels RVP 2012
11 Bij de volgende patiënten wordt subcutane toediening geadviseerd: patiënten met ernstige stollingsstoornissen zoals hemofilie of de ziekte van Von Willebrand; patiënten die coumarinederivaten gebruiken (en geen speciale instructies hebben van de trombosedienst); patiënten die therapeutisch (laagmoleculaire) heparine gebruiken; patiënten die clopidogrel gebruiken in combinatie met hoog gedoseerde salicylaten (therapeutische dosering, zoals bijvoorbeeld bij reuma). Bij de volgende patiënten dient te worden overlegd met de behandelend specialist: patiënten met een trombopathie; patiënten met een trombopenie en een trombocytenaantal < 50 x 10 9 /l. Bij de volgende patiënten kan het vaccin wel intramusculair worden toegediend, mits het langzaam wordt ingespoten: patiënten die salicylaten gebruiken; patiënten die clopidogrel gebruiken; patiënten die preventief (laagmoleculaire) heparine gebruiken. Zwangerschap Zwangerschap is een contra-indicatie voor de BMR- en HPV-vaccinatie. Tijdens de zwangerschap wordt niet met BMR-vaccin (levend vaccin) gevaccineerd. Op theoretische gronden wordt het vaccin niet gegeven aan zwangeren en dient de gevaccineerde gedurende 4 weken na vaccinatie zwangerschap te vermijden. (zie Handboek vaccinaties, LCI-richtlijnen, LCR-richtlijnen) Aan meisjes van 12 jaar of ouder dient uitgelegd te worden wat de risico s zijn van een vaccinatie tijdens de zwangerschap. Indien er mogelijk sprake is van een zwangerschap moet de vaccinatie uitgesteld worden. Zo nodig wordt contact opgenomen met de ouders of de betrokken voogdij-instelling om het meisje te begeleiden bij de zwangerschapstest. Tijdens de zwangerschap wordt niet met HPV-vaccin (VLP, niet-levend vaccin) gevaccineerd omdat er nog te weinig gegevens zijn over het effect van vaccinatie tijdens de zwangerschap. Als er toch gevaccineerd is tijdens de zwangerschap, dan dient dit gemeld te worden bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, (zie hoofdstuk 8.2). Anesthesie en vaccinaties Een geplande ingreep onder algehele anesthesie kan een reden zijn om een vaccinatie uit te stellen. Het in tabel 2 genoemde landelijke advies is opgesteld in overleg met het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ). Het wordt echter nog niet overal gehanteerd. Daarom blijft het aanbevolen om in geval van een ingreep onder anesthesie bij het betreffende ziekenhuis te informeren welk interval gehanteerd moet worden. Na de ingreep hoeft geen interval gehanteerd te worden. Als in verband met de ingreep plasma of immunoglobuline zijn toegediend, wordt bij vaccinatie met een levend vaccin wel een interval aangehouden; zie tabel Tabel 2 Interval tussen vaccinatie en anesthesie Vaccinatie en anesthesie voor electieve ingrepen Tijdsinterval tussen vaccinatie met geïnactiveerd vaccin en anesthesie D(K)TP Hib MenC Hepatitis B Pneumokokken HPV = 48 uur Tijdsinterval tussen vaccinatie met levend vaccin en anesthesie BMR = 2 weken Uitvoeringsregels RVP
12 Deze intervallen worden geadviseerd om de volgende redenen: De mogelijke bijwerkingen van de vaccinatie zijn al verdwenen waardoor geen verwarring meer optreedt met eventuele pre- of postoperatieve complicaties. Tevens wordt de kans beperkt dat door ziekte de ingreep moet worden uitgesteld. Het is voor het kind prettiger als het geen anesthesie en operatie moet ondergaan tijdens een periode waarin het zich niet lekker voelt door mogelijke vaccinatiebijwerkingen. 2.3 Geen contra-indicaties - verkoudheid, lichte bovenste luchtweginfectie, lichte maagdarminfecties; - antibioticagebruik; - stabiele neurologische aandoeningen of convulsies in de familie; - chronische aandoeningen, m.u.v. immunodeficiënties ; - stofwisselingsstoornissen; - astma, eczeem, allergie m.u.v. een allergie voor een bestanddeel van het vaccin; - ondervoeding of dismaturiteit; - (incubatietijd van) waterpokkeninfectie; - kippenei-eiwitallergie; - RSV-monoclonale immunoglobulinen. 12 Uitvoeringsregels RVP 2012
13 3. Publieksvoorlichting Als de pasgeborene ongeveer één maand oud is ontvangen de ouders een informatieset bestaande uit: uitnodigingsbrief, de brochure Bescherm uw kind tegen infectieziekten, vaccinatiekaarten en een vaccinatiebewijs. Op de vaccinatielocaties zijn folders per vaccinatiemoment beschikbaar. Deze folders geven informatie over de vaccinaties die per prikmoment worden gegeven. Voor ouders is een website beschikbaar: Op deze vernieuwde website is uitgebreide informatie over het RVP te vinden, van veelgestelde vragen tot bijsluiterteksten. Daarnaast is voor meisjes en hun ouders op de website informatie te vinden over de HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Ook op Facebook is het Rijksvaccinatieprogramma te vinden. Daar worden actualiteiten vermeld en kunnen ouders algemene vragen stellen. Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Informatie over Informatie over Informatie over DKTP-Hib-HepB DKTP-Hib en BMR en Voor baby s van 2, 3, 4 en 11 maanden en Pneu-prikken Rijksvaccinatieprogramma Voor peuters van 14 maanden MenC-prikken Rijksvaccinatieprogramma Informatie over Voor kleuters van 4 jaar DKTP-prik Rijksvaccinatieprogramma Rijksvaccinatieprogramma Voor baby s van 2, 3, 4 en 11 maanden Pneu-prikken Uitvoeringsregels RVP
14 4. Het tijdstip van vaccinatie 4.1 Het tijdstip van de eerste DKTP-Hib-HepB- en pneumokokkenvaccinatie Vaccinatie op de leeftijd van 2 maanden betekent dat de eerste vaccinatie normaliter gegeven dient te worden als de baby 6, 7, 8 of 9 weken oud is. De geboortedag en het tijdstip waarop consultatiebureau gehouden wordt zijn hierin medebepalende factoren. Het blijft wenselijk de vaccinatie zo vroeg mogelijk te geven in verband met risico op kinkhoest. Het is te laat en niet wenselijk de eerste vaccinatie na de leeftijd van 9 weken te geven. Als die situatie dreigt te ontstaan moet bekeken worden of de vaccinatie elders op tijd gegeven kan worden, bijvoorbeeld tijdens een inloopspreekuur of op een andere cb-locatie. Soms zijn er bijzondere situaties, waarin tijdigheid van groot belang is: Als het een kind betreft van een moeder die HBsAg-draagster is. De eerste vaccinatie (HepB-0) moet binnen 48 uur na de geboorte gegeven zijn. De leeftijd van 2 maanden is dan in principe de deadline waarop de tweede vaccinatie (DKTP-Hib-HepB-1) gegeven moet zijn. Als er een lokale uitbraak van kinkhoest is of als een kind direct contact heeft gehad met een geval van kinkhoest. De eerste vaccinatie mag dan vanaf 4 weken (28 dagen) gegeven worden tegelijkertijd met de eerste pneumokokkenvaccinatie (zie LCI-richtlijn kinkhoest). Bij verwondingen kan het ook nodig zijn de vaccinatie eerder te geven. Het gaat dan om diepe, uitgebreide en/of verontreinigde wonden, in het bijzonder ook tweede- en derdegraads brandwonden (zie LCI-richtlijn tetanus). 4.2 Het tijdstip van de tweede en derde DKTP-Hib-HepB- en pneumokokkenvaccinatie Voor de tweede en de derde vaccinatie is tijdigheid net zo van belang als voor de eerste vaccinatie. Omdat deze vaccinaties onderdeel zijn van een serie is het standaardinterval 4 weken. Soms is er een reden om dit interval te verkorten, bijvoorbeeld als het kind voor enige weken naar het buitenland gaat. Het absolute minimuminterval is 2 weken. Tweemaal een interval van minder dan 4 weken is niet wenselijk. Als het interval korter is dan 2 weken dan moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. De nieuwe vaccinatie wordt 4 weken na de op één na laatste vaccinatie gepland. De te vroeg gegeven vaccinatie wordt niet meegerekend. Bij twijfel altijd met de medisch adviseur van RIVM-RCP overleggen. 4.3 Het tijdstip van de DKTP-Hib-(HepB)- en pneumokokkenrevaccinatie Na drie vaccinaties (primaire serie) is het kind voorlopig voldoende beschermd. Er is wat meer speling voor het moment van de eerste revaccinatie. Het interval tussen de derde en vierde vaccinatie is bij voorkeur minimaal 6 maanden. Onderzoek heeft uitgewezen dat het effect van de revaccinatie groter wordt naarmate het kind ouder is. Daarom is de vaccinatie op de leeftijd van 11 maanden immunologisch gezien beter dan op de leeftijd van 10 maanden. De eerste revaccinatie wordt rond de leeftijd van 11 maanden gepland. Soms is het wenselijk om dit interval te verkorten. Het absolute minimuminterval is dan 4 maanden. Indicaties hiervoor zijn: een kind dat langdurig naar het buitenland gaat en daar moeilijk aan vaccinaties kan komen; een kind zonder vaste woon- of verblijfplaats dat uit het oog verloren kan raken; een kind van een HBsAg-draagster, waarvan onzeker is of het kind de volgende keer, op het gewenste tijdstip, weer op het consultatiebureau komt; een kind met een ernstige wond (zie LCI-richtlijn tetanus). Als het interval korter is dan 4 maanden dan moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. De nieuwe vaccinatie wordt 6 maanden na de laatste vaccinatie van de primaire serie gepland. De te vroeg gegeven vaccinatie wordt niet meegerekend. 4.4 Het tijdstip van titercontrole bij kinderen van hepatitis B-draagsters De serologische controle wordt bij deze kinderen gedaan om te checken of: - er ondanks vaccinatie een hepatitis B-infectie is opgetreden (HBsAg positief); - de vaccinaties voldoende bescherming geven tegen hepatitis B (anti-hbs 10 IE/l). Na toediening van de laatste hepatitis B-vaccinatie informeert JGZ de ouder over de serologische controle. Deze controle vindt 4-6 weken na deze laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie plaats en wordt door 14 Uitvoeringsregels RVP 2012
15 de huisarts uitgevoerd. RIVM-RCP stuurt van te voren een herinnering naar de JGZ samen met twee informatiebladen, één voor de ouders en één voor de huisarts. Tijdens het 14-maandenconsult informeert JGZ bij de ouders naar de uitslag. In geval van onvoldoende bescherming worden er 3 extra hepatitis B-vaccinaties gepland in een 0,1 en 2 maanden-schema. Vervolgens wordt nogmaals naar de huisarts verwezen voor een serologische controle. 4.5 Het tijdstip van de BMR- en MenC-vaccinatie Deze vaccinaties worden normaliter op de leeftijd van 14 maanden gegeven met een spreiding van 12 tot 15 maanden. Tijdigheid is van belang in verband met onverhoopte mazelenepidemieën. Als de vaccinaties voor de eerste verjaardag gegeven zijn, dan moeten ze na de leeftijd van een jaar opnieuw gegeven worden. Binnen het RVP mag de BMR-vaccinatie vanaf de leeftijd van 6 maanden gegeven worden als daarvoor een reizigersindicatie bestaat (zie hoofdstuk 10). Voor de MenC-vaccinatie bestaat die indicatie niet. 4.6 Het tijdstip van de DKTP- vaccinatie voor de 4-jarigen In het jaar dat een kind 4 wordt, ontvangt het een oproep voor deze vaccinatie. De vaccinatie mag vanaf de 3e verjaardag gegeven worden, maar wordt normaliter rond de leeftijd van 3 jaar en 9 maanden toegediend. Het verdient de voorkeur de vaccinatie in de 2e helft van dat jaar te geven in verband met het interval met de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie. 4.7 Het tijdstip van de DTP- en BMR- vaccinatie voor de 9-jarigen In het jaar dat een kind 9 wordt, ontvangt het een oproep voor deze vaccinaties. De vaccinaties worden tijdens een zogenaamde massavaccinatie gegeven. Het moment daarvan wordt door de GGD bepaald in overleg met RIVM-RCP. 4.8 Het tijdstip van de HPV-vaccinatie De serie HPV-vaccinaties wordt door de GGD in principe zodanig aangeboden dat de vaccinaties starten in het voorjaar van het jaar waarin het meisje 13 jaar wordt. De serie wordt op deze leeftijd aangeboden om er voor te zorgen dat die is afgerond ruim voor de sexarche. De stelregel is dat de volledige serie van drie HPV-vaccinaties wordt afgerond in het jaar dat met de 1e vaccinatie is gestart. Als er niet gereageerd wordt op de eerste oproep, wordt er een half jaar later nog eenmaal een herhaalde oproep gestuurd Uitvoeringsregels RVP
16 5 Combinatievaccins, simultaan vaccineren, intervallen Binnen het RVP zijn verschillende combinatievaccins met dezelfde componenten beschikbaar. Bijvoorbeeld: Infanrix-Hib-IPV en Pediacel. Deze combinatievaccins zijn qua samenstelling gelijkwaardig en zijn daarom onderling uitwisselbaar. Simultaan vaccineren betekent dat verschillende vaccinaties op dezelfde dag gegeven kunnen worden. Voor het kind is dit het minst belastend. Bij simultaan vaccineren worden meerdere prikken gegeven. In principe worden hiervoor verschillende ledematen gebruikt, zeker beneden de tweede verjaardag. Als dat niet mogelijk is kunnen twee prikken in één ledemaat gegeven worden met een minimale afstand van 2,5 cm. Boven de leeftijd van 2 jaar wordt meestal in de arm gevaccineerd. Als er twee vaccinaties in één ledemaat gegeven worden betreft dit bij voorkeur een intramusculaire en een subcutane injectie. Hierdoor is een goede spreiding van het vaccin. Bij de toediening van vaccins die onderdeel zijn van een serie, zoals DKTP-Hib-(HepB), moet het standaardinterval van vier weken worden aangehouden (zie hoofdstuk 4.2). Bij toediening van vaccins die geen onderdeel zijn van een serie (bijvoorbeeld de influenzavaccinatie) wordt tabel 3 gehanteerd. Tabel 3 Minimum intervallen tussen het toedienen van geïnactiveerde en levende vaccins 1 ste vaccin 2 de vaccin minimum interval geïnactiveerd geïnactiveerd geen* levend geïnactiveerd geen* geïnactiveerd levend geen* levend (parenterale toediening) levend (orale toediening) geen* levend (orale toediening) levend (parenterale toediening) geen* levend (parenterale toediening) levend (parenterale toediening) 21 dagen** * Simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval ** Simultane toediening is wel toegestaan NB Voor of na een BCG-vaccinatie hoeft geen interval in acht te worden genomen! 16 Uitvoeringsregels RVP 2012
17 6. Vaccinatietechniek 6.1 Aandachtspunten bij het vaccineren Administratie: Het verdient de voorkeur vooraf aan het vaccineren de registratie af te handelen. Zo voorkomt men dat er niet-geïndiceerd vaccin wordt toegediend. Vaccinflacons: Het flip-off kapje is bedoeld als bescherming van de rubberen afsluitdop. Deze afsluitdop voorkomt contaminatie en zorgt voor het behoud van de steriliteit. Zolang er niet in het flacon is geprikt, is de inhoud steriel. Omdat op het oog niet te zien is of er in het flesje is geprikt, moet diegene die het flip-off kapje heeft verwijderd er persoonlijk voor zorg dragen dat het betreffende flesje bij de eerstvolgende gelegenheid wordt gebruikt. Vaccinflacons die zijn aangeprikt moeten altijd op dezelfde dag worden gebruikt. Mengen: Stelregel: gevriesdroogd vaccin wordt gereconstitueerd (=opgelost) vlak voor toediening en na opzuigen in de spuit wordt het direct ( = binnen 15 minuten) toegediend. Desinfectie: Desinfectie van de rubberen afsluitdop en de huid van het kind, voorafgaand aan vaccinatie, is niet nodig. Ontluchten van de injectiespuit: De injectiespuit wordt voor injectie ontlucht tot de naaldopzet. Injectienaald: Voor het gebruik van injectienaalden wordt een naaldlengte van mm met een doorsnede van 0,5 of 0,6 mm geadviseerd. Een (voorgevulde) spuit waar een naald opgezet is, moet dezelfde dag gebruikt worden. Plaats voor injectie: De eerste voorkeursplaats voor injecties bij zuigelingen in de leeftijd van 0 tot 12 maanden is het dijbeen (musculus vastus lateralis). Als dit niet mogelijk is kan in de bovenarm (musculus deltoideus of musculus triceps) gevaccineerd worden. Boven de leeftijd van 12 maanden is geen voorkeur voor het dijbeen of de bovenarm. Vanaf 2 jaar wordt meestal in de arm gevaccineerd. In de bijsluiter van de vaccins staan de aanbevolen injectieplaatsen. Aspireren: Controle op het aanprikken van een bloedvat voorafgaand aan het inspuiten van de vloeistof is niet noodzakelijk. Toediening: Toediening van een (vrijwel) volledige dosis ( > 90%) van het vaccin is nodig. Als dat niet is toegediend moet de vaccinatie direct worden herhaald. Dit mag in hetzelfde ledemaat. Een eventueel dubbele dosis is niet schadelijk en geeft ook niet meer bijwerkingen. Foutieve menging: Bij foutieve menging van vaccins wordt de vaccinatie als niet toegediend beschouwd Expiratiedatum: De expiratiedatum geeft de laatste dag of maand aan dat met het vaccin gevaccineerd mag worden. Indien het vaccin per ongeluk toch na die datum gebruikt is wordt de ouders een nieuwe vaccinatie aangeboden, omdat de werkzaamheid niet meer te garanderen is. Dit wordt in het dossier genoteerd ook Uitvoeringsregels RVP
18 als de ouders besluiten de vaccinatie niet opnieuw te laten geven. Dit graag doorgeven aan RIVM-RCP. 6.2 De techniek van de intramusculaire injectie Voer achtereenvolgens de volgende handelingen uit: 1 Ontbloot de injectieplaats en laat knellende kleding losmaken of uittrekken. 2 Fixeer de injectieplaats tussen duim en wijsvinger en trek de huid daarbij strak. Verschuif tevens de huid iets ten opzichte van de onderlaag. 3 Doorsteek de huid snel en loodrecht. 4 Injecteer het vaccin langzaam en volledig. 5 Trek de lege spuit terug met een snelle beweging. 6 Plaats het beschermkapje niet meer terug op de naald. 7 Ontkoppel direct naald en spuit met behulp van de naaldencontainer of gooi spuit en naald als geheel in de naaldencontainer (afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie). 8. Vaccinflacon en spuit kunnen na gebruik bij het huishoudelijk afval, ook als het BMR betreft. 6.3 De techniek van een subcutane injectie Voer achtereenvolgens de volgende handelingen uit: 1 Ontbloot de injectieplaats en laat knellende kleding losmaken of uittrekken. 2 Fixeer de injectieplaats tussen duim en wijsvinger en duw een huidplooi op. 3 Doorsteek de huid snel en onder een hoek van 45 graden. 4 Controleer of de naald los in het onderhuidse bindweefsel ligt (de spuit kan dan soepel heen en weer bewogen worden). 5 Injecteer het vaccin langzaam en volledig. 6 Trek de lege spuit terug met een snelle beweging. 7 Plaats het beschermkapje niet meer terug op de naald. 8 Ontkoppel naald en spuit met behulp van de naaldencontainer of gooi spuit en naald als geheel in de naaldencontainer (afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie). 9. Vaccinflacon en spuit kunnen na gebruik bij het huishoudelijk afval, ook als het BMR betreft 6.4 Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren In zijn algemeenheid geldt: De minst pijnlijke vaccinatie kan het beste als eerste gegeven worden, wanneer er meerdere vaccinaties in één consult gegeven moeten worden. Dat betekent concreet: - eerst de DKTP-Hib(HepB)-vaccinatie, daarna de pneumokokkenvaccinatie; - eerst de intramusculaire injectie, daarna de subcutane injectie. Afleiding tijdens het vaccineren vermindert de pijnsensatie van een vaccinatie. 18 Uitvoeringsregels RVP 2012
19 7 Inhaalschema s 7.1 Kaders voor inhaalschema s Inhaalschema s worden opgesteld voor kinderen die later dan normaal met de vaccinaties in het kader van het RVP beginnen of die een groter interval hebben tussen de vaccinaties. Het betreft vaak kinderen die vanuit het buitenland in Nederland zijn gaan wonen, de zogenoemde vestigers. Maar ook kinderen waarvan de ouders in eerste instantie niet mee willen doen aan het RVP en dat op latere leeftijd wel willen, de zogenoemde spijtoptanten, krijgen een inhaalschema. Voor het maken van een individueel inhaalschema is de volgende algemeen geldende regel van toepassing: Vestigers en spijtoptanten t/m 18 jaar mogen altijd weer starten met inachtneming van de algemene RVP-richtlijnen. De algemene RVP-richtlijnen zijn: geen DTP-vaccin geven als DKTP-vaccin geïndiceerd is; geen losse componenten geven als er een combinatievaccin beschikbaar is; vaccins die normaliter tegelijk gegeven worden, niet gespreid toedienen; gebruikelijke intervallen hanteren; geen halve doses geven. Tot de 13 e verjaardag worden kinderen actief benaderd door RIVM-RCP voor inhaalvaccinaties door middel van rappelkaarten. Na vestiging vanuit het buitenland ontvangt de ouder een uitnodigingbrief en vaccinatiekaarten. Boven de 13 e verjaardag gebeurt dat niet en wordt er alleen gevaccineerd op verzoek van ouder, kind zelf of betrokken professional. 7.2 Inhaalschema s bij afwijken van het RVP-schema Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig DKTP-Hib-gevaccineerde kinderen Afhankelijk van de leeftijd van het kind en reeds ontvangen vaccinaties zal de basisimmunisatie bereikt worden volgens het schema in tabel 4a en 4b Uitvoeringsregels RVP
20 Tabel 4 a Voltooien van de basisimmunisatie voor DKTP-Hib, DKTP en DTP bij niet of onvolledig gevaccineerde kinderen van 12 maanden en ouder en gestart vóór de 1 e verjaardag Ontvangen op de Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) leeftijd van: < 12 maanden 1 tot 2 jaar (12 t/m 23 maanden) 1 x DKTP-Hib Op dit moment toedienen: DKTP-Hib en 4 weken daarna: DKTP DKTP 2 x DKTP-Hib Op dit moment toedienen: DKTP-Hib DKTP 3 x DKTP-Hib Op dit moment toedienen: DKTP-Hib (mits 6 maanden na de laatste dosis) 2 t/m 18 jaar (24 t/m 216 maanden) Op dit moment toedienen: DKTP en 4 weken daarna: DKTP DKTP # Op dit moment toedienen: DKTP DKTP # Op dit moment toedienen: DKTP # (mits 6 maanden na de laatste dosis) # Geldt als revaccinatie op de leeftijd van 4 jaar als het kind ouder is dan 24 maanden en jonger is dan 6 jaar of als revaccinatie op de leeftijd van 9 jaar als het kind 6 jaar of ouder is. Tabel 4 b Voltooien van de basisimmunisatie voor DKTP-Hib, DKTP en DTP bij niet of onvolledig gevaccineerde kinderen van 12 maanden en ouder en gestart na de 1 e verjaardag Ontvangen op de Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) leeftijd van: 12 maanden 1 tot 2 jaar (12 t/m 23 maanden) 0 x DKTP-Hib Op dit moment toedienen: DKTP-Hib en 4 weken daarna: DKTP DKTP 1 x DKTP-Hib Op dit moment toedienen: DKTP DKTP 2 x DKTP-Hib Op dit moment toedienen: DKTP (mits 6 maanden na de laatste dosis) 2 t/m 18 jaar (24 t/m 216 maanden) Op dit moment toedienen: DKTP en 4 weken daarna: DKTP DKTP # Op dit moment toedienen: DKTP DKTP # Op dit moment toedienen: DKTP # (mits 6 maanden na de laatste dosis) # Geldt als revaccinatie op de leeftijd van 4 jaar als het kind ouder is dan 24 maanden en jonger is dan 6 jaar of als revaccinatie op de leeftijd van 9 jaar als het kind 6 jaar of ouder is. 20 Uitvoeringsregels RVP 2012
21 7.2.2 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig DKTP-Hib-HepB-gevaccineerde kinderen De volgende doelgroepen komen in aanmerking voor een inhaalvaccinatie: alle kinderen geboren op of na ; kinderen van HBsAg-positieve moeders; kinderen die zich vanaf in Nederland vestigen en al begonnen zijn met vaccinaties tegen hepatitis B En voor zover ze niet vallen onder de bovengenoemde doelgroepen: kinderen waarvan ten minste één ouder afkomstig is uit een land waar hepatitis B middel- of hoogendemisch voorkomt én geboren op of na ; kinderen met het syndroom van Down én geboren op of na Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens het schema in tabel 5a en 5b op pagina 22. Indien een DKTP-HepB gegeven dient te worden, wordt er Infanrix hexa gegeven zonder Hib-component. DKTP-HepB is een volwaardig penta-vaccin. Indien de hepatitis B-serie in het buitenland is voltooid: In veel landen wordt voor bescherming tegen hepatitis B een serie met een maandenschema gehanteerd, waarbij gevaccineerd wordt met los hepatitis B-vaccin. Dit schema mag direct na de geboorte gestart worden. Een kind is hiermee voldoende gevaccineerd. Er is dus een verschil tussen een serie opgebouwd met los hepatitis B-vaccin en een serie voor hepatitis B opgebouwd met een combinatievaccin Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Hib-gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van een Hib-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten, ongeacht of het Hib-vaccin los of als component in een combinatievaccin is toegediend: Hib-vaccinatie wordt tot de tweede verjaardag aangeboden; als met Hib-vaccinatie in de leeftijd van 6 t/m 11 maanden is gestart, wordt een schema gehanteerd; als de Hib-vaccinatie op de leeftijd van 12 maanden of ouder is gestart, dan is dit meteen de laatste Hib-vaccinatie. De basisimmunisatie voor Hib is dan afgerond; kinderen van 24 maanden en ouder kunnen op indicatie, dus buiten het RVP, in aanmerking komen voor de vaccinatie en hebben dan aan één Hib-vaccinatie voldoende. Na het bereiken van de basisimmunisatie voor Hib en boven de leeftijd van 2 jaar worden combinatievaccins gekozen zonder Hib-component (zie tabel 4a/b, 5a/b en 6). Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens het schema in tabel 4a/b, 5a/b en 6, op pagina 20, 22, Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van een BMR-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten: de volledige BMR-vaccinatie bestaat uit twee doses. De eerste vaccinatie wordt gegeven na de eerste verjaardag en de tweede BMR in het jaar dat het kind 9 jaar wordt. een BMR-vaccinatie die is gegeven op de leeftijd van 12 of 13 maanden geldt als een BMR-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden; een BMR-vaccinatie die op indicatie vóór de leeftijd van 12 maanden is gegeven, geldt niet als een BMRvaccinatie op 14 maanden, omdat de vaccinatie door de aanwezigheid van maternale antistoffen mogelijk nog niet gewerkt heeft. Deze wordt op de leeftijd van 14 maanden alsnog gegeven. als in het buitenland één of twee losse componenten van BMR zijn toegediend, moet de BMR-vaccinatie opnieuw worden uitgevoerd. een kind met een leeftijd tussen 14 maanden en 9 jaar, krijgt eerst één BMR-vaccinatie. De tweede wordt in principe gegeven tijdens de massavaccinatie rond de 9e verjaardag. een kind met een leeftijd van 9 jaar of ouder, krijgt twee BMR-vaccinaties. minimuminterval tussen twee BMR-vaccinaties is één maand. afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens het schema in tabel 7, op pagina 24. Uitvoeringsregels RVP
22 Tabel 5a Voltooien van de basisimmuniteit voor DKTP-Hib-HepB bij niet of onvolledig gevaccineerde kinderen van 12 maanden en ouder en gestart vóór de 1 e verjaardag Ontvangen op de leeftijd van: Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) < 12 maanden 1 tot 2 jaar (12 t/m 23 maanden) 1 x DKTP-Hib-HepB Op dit moment toedienen: DKTP-Hib-HepB en 4 weken daarna: DKTP-HepB DKTP-HepB 2 x DKTP-Hib-HepB Op dit moment toedienen: DKTP-Hib-HepB DKTP-HepB 3 x DKTP-Hib-HepB Op dit moment toedienen: DKTP-Hib-HepB (mits 6 maanden na de laatste dosis) 2 t/m 18 jaar (24 t/m 216 maanden) Op dit moment toedienen: DKTP-HepB en 4 weken daarna: DKTP-HepB DKTP-HepB # Op dit moment toedienen: DKTP-HepB DKTP-HepB # Op dit moment toedienen: DKTP-HepB # (mits 6 maanden na de laatste dosis) # Geldt als revaccinatie op de leeftijd van 4 jaar als het kind ouder is dan 24 maanden en jonger is dan 6 jaar of als revaccinatie op de leeftijd van 9 jaar als het kind 6 jaar of ouder is. Tabel 5b Voltooien van de basisimmuniteit voor DKTP-Hib-HepB bij niet of onvolledig gevaccineerde kinderen van 12 maanden en ouder en gestart na de 1 e verjaardag Ontvangen op de leeftijd van: Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) 12 maanden 1 tot 2 jaar (12 t/m 23 maanden) 0 x DKTP-Hib-HepB Op dit moment toedienen: DKTP-Hib-HepB en 4 weken daarna: DKTP-HepB DKTP-HepB 1 x DKTP-Hib-HepB Op dit moment toedienen: DKTP-HepB DKTP-HepB 2 x DKTP-Hib-HepB Op dit moment toedienen: DKTP-HepB (mits 6 maanden na de laatste dosis) 2 t/m 18 jaar (24 t/m 216 maanden) Op dit moment toedienen: DKTP-HepB en 4 weken daarna: DKTP-HepB DKTP-HepB # Op dit moment toedienen: DKTP-HepB DKTP-HepB # Op dit moment toedienen: DKTP-HepB # (mits 6 maanden na de laatste dosis) # Geldt als revaccinatie op de leeftijd van 4 jaar als het kind ouder is dan 24 maanden en jonger is dan 6 jaar of als revaccinatie op de leeftijd van 9 jaar als het kind 6 jaar of ouder is. 22 Uitvoeringsregels RVP 2012
23 Tabel 6 Voltooien van de basisimmunisatie voor Hib bij niet of onvolledig gevaccineerde kinderen Ontvangen op de leeftijd van: 0 t/m 5 maanden 6 t/m 11 maanden 12 maanden 0 x Hib 3 x Hib met 4 weken interval 1 x Hib 1 x Hib 2 x Hib met 4 weken interval 1 x Hib 2 x Hib 1 x Hib 1 x Hib Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) 0 t/m 5 maanden 6 t/m 11 maanden 1 tot 2 jaar 2 x Hib met 4 weken interval 1 x Hib 2 x Hib met 4 weken interval 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 3 x Hib 1 x Hib 1 x Hib (mits 6 maanden na de laatste dosis) 0 x Hib 2 x Hib 1 x Hib met 4 weken interval 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 1 x Hib 2 x Hib 1 x Hib 1 x Hib (mits 6 maanden na de laatste dosis) 3 x Hib 1 x Hib 4 x Hib Niets Niets 0 x Hib 1 x Hib 1 x Hib Niets Uitvoeringsregels RVP
24 Tabel 7 Inhaalschema voor BMR bij kinderen in de leeftijd van 14 maanden tot en met 18 jaar Ontvangen op de leeftijd van: Nog toe te dienen indien kind 6 t/m 11 maanden 12 of 13 maanden 14 maanden t/m 18 jaar nog geen 19 jaar is* 0 x BMR 2 x BMR 1 x BMR 2 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR 1 x BMR niets * voor de leeftijden en intervallen zie tekst Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig MenC-gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van vaccinaties tegen meningokokkose C gelden de volgende uitgangspunten: kinderen geboren op of na 1 juni 2001 komen in aanmerking voor de MenC-vaccinatie; ook als op de zuigelingenleeftijd (= 0 t/m 11 maanden) buiten het RVP 3 doses MenC zijn gegeven, is een revaccinatie in het tweede jaar noodzakelijk om voldoende immuniteit op te bouwen. minimuminterval tussen 3e en 4e vaccinatie is 4 maanden; na de eerste verjaardag volstaat 1 MenC-vaccinatie Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig pneumokokken-gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van een vaccinatie tegen pneumokokkose met geconjugeerd 7-valent vaccin Prevenar en 10-valent vaccin Synflorix gelden de volgende uitgangspunten: pneumokokkenvaccinatie wordt tot de tweede verjaardag aangeboden; op zuigelingenleeftijd (= 0 t/m 11 maanden) moet bij een startleeftijd van 2 t/m 6 maanden een 3+1-schema gehanteerd worden. Bij een startleeftijd van 7 t/m 11 maanden wordt een 2+1-schema gehanteerd; bij kinderen in de leeftijd van 12 t/m 23 maanden worden twee vaccinaties gegeven met een interval van 2 maanden; in principe wordt in de hele serie hetzelfde vaccin gebruikt; kinderen van 24 maanden en ouder kunnen op medische indicatie, dus buiten het RVP, in aanmerking komen voor de vaccinatie en hebben dan aan één pneumokokken-vaccinatie voldoende. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens het schema in tabel 8, op pagina Uitvoeringsregels RVP 2012
25 Tabel 8 Inhaalschema pneumokokkenvaccinatie (Prevenar 7 en Synflorix 10) voor kinderen in de leeftijd van 2 t/m 23 maanden Startleeftijd en toe te dienen doses: 2 t/m 6 maanden (RVP-schema) 7 t/m 11 maanden 12 t/m 23 maanden 3 x Pneu met steeds een interval van 4 weken en daarna: 1 x Pneu in het 2 de levensjaar* 2 x Pneu met een interval van 4 weken en 6 maanden na de tweede: 1 x Pneu in het 2 de levensjaar* * in het RVP wordt deze dosis op de leeftijd van 11 maanden toegediend 2 x Pneu met een interval van 2 maanden Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HPV-gevaccineerde meisjes Voor het inhalen van HPV-vaccinaties gelden de volgende uitgangspunten: de inhaalcampagne is in 2011 afgerond en meisjes geboren van 1993 t/m 1996 komen niet meer in aanmerking voor HPV-vaccinaties; meisjes geboren op of na komen in aanmerking voor vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Inhaalvaccinaties bij HPV zijn alleen mogelijk als het meisje (nog) geen kans heeft gehad zich in te laten enten, bijvoorbeeld bij medische of andere serieuze redenen, waardoor de eerste kans gemist is; meisjes (vestigers) die de vaccinatie op 12/13 jarige leeftijd zijn misgelopen, omdat ze later in Nederland zijn gekomen, krijgen de serie alsnog aangeboden; voor het HPV-vaccin Cervarix geldt een toedieningschema van maanden; minimuminterval tussen de 1e en 2e vaccinatie is 21 dagen; minimuminterval tussen de 2e en 3e vaccinatie is 12 weken; indien het interval kleiner is dan het minimuminterval moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. indien er al 1 of 2 vaccinaties met Gardasil of een onbekend vaccin is toegediend en het niet mogelijk is de serie af te maken met hetzelfde vaccin, mag de serie afgemaakt worden met Cervarix. Dit is te verkiezen boven het geven van een nieuwe serie van HPV-vaccinaties Inhaalschema voor asielzoekerskinderen Voor het inhalen van vaccinaties voor asielzoekerskinderen gelden de volgende uitgangspunten: asielzoekerskinderen houden recht op vaccinaties tot de 19e verjaardag; hepatitis B-vaccinatie: - alle asielzoekerskinderen hebben recht op hepatitis B-vaccinaties, ook als ze vóór geboren zijn. - kinderen vanaf 15 jaar (HBVaxPro) of vanaf 16 jaar (Engerix-B) krijgen een volwassenen dosis HepB-vaccin. BMR-vaccinatie: - alle asielzoekerskinderen ontvangen op de leeftijd van 9 maanden een extra BMR: de BMR-0. Voor het overige is het aanbod van inhaalvaccinaties voor asielzoekerskinderen gelijk aan het aanbod binnen het reguliere RVP (zie tabel 9 op pagina 26). Als er gestart is met het RVP, dus ook een inhaalschema, dan wordt dat altijd afgemaakt ongeacht de verblijfsstatus van het kind. Het is van belang dat asielzoekerskinderen snel na binnenkomst in Nederland de vaccinaties ontvangen, met name als de basisimmuniteit nog niet is opgebouwd Vaccinatieschema s in het buitenland begonnen Een serie die in het buitenland gestart is met DPT (P = pertussis) + oraal poliovaccin kan op gebruikelijke wijze afgemaakt worden met D(K)TP al of niet in combinatie met Hib. Een HepB-serie zonder een in Nederland gehanteerde indicatie, mag afgemaakt worden in het kader van het RVP. Het inspuiten van door ouders meegebracht vaccin is geen onderdeel van het RVP en is ongewenst Uitvoeringsregels RVP
26 Tabel 9 Inhaalschema voor asielzoekerskinderen vergeleken met RVP Hepatitis B Vaccinaties voor asielzoekerskinderen alle kinderen tot en met 18 jaar, ongeacht land van herkomst Inhaalvaccinaties binnen RVP kinderen van ouders afkomstig uit hoog- of middelendemisch gebied én geboren op of na kinderen van HBsAg-positieve draagsters kinderen met Down en geboren op of na alle kinderen geboren op of na Meningokokken C kinderen geboren op of na kinderen geboren op of na Pneumokokken kinderen tot de leeftijd van 2 jaar kinderen tot de leeftijd van 2 jaar BMR HPV alle kinderen tot en met 18 jaar zuigelingen krijgen een extra BMR op de leeftijd van 9 maanden (BMR-0) meisjes (geboren in of na 1997) krijgen de serie aangeboden als ze na hun 13 e jaar in Nederland komen. alle kinderen t/m 18 jaar vestigers (geboren in of na 1997) krijgen de serie aangeboden als ze na hun 13 e jaar in Nederland komen. 7.3 Vaccinfalen Als een kind een ziekte krijgt waartegen het gevaccineerd is, spreekt men van vaccinfalen. Dit betekent dat ondanks adequate vaccinatie de beoogde immuniteit niet bereikt is. Behalve bij kinkhoest en bof, komt in de praktijk vaccinfalen zelden voor. Indien een kind nog bezig is met de opbouw van de basisimmuniteit en dan een ziekte krijgt waartegen gevaccineerd wordt, wordt de serie na de ziekte verder afgemaakt. Indien de kinderarts adviseert om opnieuw te vaccineren, na het doormaken van een ziekte waartegen gevaccineerd is, dan kan dat in het kader van het RVP. 26 Uitvoeringsregels RVP 2012
27 8. Ongewenste verschijnselen na vaccinatie In het kader van het RVP is de beschikbaarheid van adrenaline of een noodkit bij vaccinatie van kinderen niet nodig, omdat anafylactische reacties uitermate zeldzaam zijn. In de algemene brochure Bescherm uw kind tegen infectieziekten staat informatie en advies over bijwerkingen. Deze brochure wordt bij iedere nieuwe fase meegezonden. Ook in de folders per prikmoment, te vinden in het folderrek op het CB, is hierover informatie te vinden. Op onder het kopje RVP-uitgaven kunt u de folders vinden. 8.1 Advies aan ouders Voor het voorkomen of verminderen van ongewenste verschijnselen na vaccinatie kan een paracetamoladvies aan de ouder gegeven worden. Echter: Behandeling met paracetamol is geen routine! Voor een paracetamoladvies gelden de volgende uitgangspunten: 1 Paracetamolbehandeling (dosering zie tabel 10) zo nodig geven bij: pijn; lang/heftig huilen; ziek voelen. Koorts is in principe geen indicatie voor paracetamol. Koorts, ook hoge koorts, is niet gevaarlijk en heeft een belangrijke signaalfunctie die verloren gaat bij het onderdrukken van de koorts. Behandeling van koorts bestaat primair uit koel (uit)kleden, afsponsen en laten drinken. 2 Paracetamolprofylaxe kan eventueel gegeven worden als eerder gegeven vaccinaties klachten gaven. Hierbij is terughoudendheid geboden, omdat uit onderzoek is gebleken dat paracetamol een negatief effect op de immuunrespons kan hebben, vooral als het rond het moment van vaccineren wordt toegediend. Dus alleen zo nodig geven ter voorkoming van klachten na eerdere vaccinaties: heftige klachten met pijn; > 3 uur ontroostbaar huilen ( persistent screaming ). N.B. Bij BMR is profylaxe niet zinvol. Toedieningsvoorschrift voor paracetamolprofylaxe: eerste toediening ongeveer ½ - 1 uur voor het CB-bezoek. 3 De huisarts waarschuwen bij heftige, niet te duiden klachten of klachten die na paracetamolgebruik niet overgaan. Mogelijk is er sprake van een (andere) ziekte Uitvoeringsregels RVP
28 Tabel 10 Dosering paracetamol Adviesdoseringen van paracetamol (op basis van gewicht en bij gebruik korter dan drie dagen). Gewicht en leeftijd Oraal maximaal 90 mg/kg/dag Rectaal maximaal 90 mg/kg/dg (drank 24 mg/ml) 3 kg (geboorte) 4 dd 2 ml 2 dd 1 zetpil 120 mg 6 kg (3 maanden) 4 dd 4 ml 3 dd 1 zetpil 120 mg 10 kg (12 maanden) 4 dd 6 ml 3 dd 1 zetpil 240 mg 15 kg (3 jaar) 4 dd 9 ml of 4 dd 1 tablet 240 mg 4 dd 1 zetpil 240 mg 20 kg (5 jaar) 4 dd 1,5 tablet 240 mg 3 dd 1 zetpil 500 mg 25 kg (7 jaar) 4 dd 1 tablet 500 mg 4 dd 1 zetpil 500 mg 30 kg (9 jaar) 5 dd 1 tablet 500 mg 4 dd 1 zetpil 500 mg 42,5 kg (12 jaar) 6 dd 1 tablet 500 mg 3 dd 1 zetpil 1000 mg Bron: NHG 8.2 Melden van postvaccinale verschijnselen Ernstige en onverwachte postvaccinale verschijnselen of reacties moeten altijd gemeld worden aan het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb, onder vermelding van het chargenummer van het betreffende vaccin. Meldt dus altijd bij: ernstige gebeurtenissen, zoals ziekenhuisopnames, blijvende invaliditeit of overlijden, ongeacht het vermeende causale verband (bij overlijden loopt de melding meestal via andere instanties); onverwachte of bijzondere verschijnselen; twijfel over vervolgvaccinaties; onrust of negatieve publiciteit; en alles wat u verder van belang vindt. Vraag voorafgaand aan de melding toestemming van de ouders voor het doorgeven van relevante (medische) informatie aan Lareb. Noteer dit in het dossier. Ouders kunnen ook direct digitaal melden. Digitaal meldformulier: Telefoon: (alleen voor zorgprofessionals). 28 Uitvoeringsregels RVP 2012
29 9. Cold Chain vaccinincidenten, vaccininstabiliteit De weg die vaccins afleggen van producent naar eindgebruiker moet een geheel gekoeld traject zijn. Hiervoor wordt de term Cold Chain gebruikt. De productie door de fabrikant, het transport, de opslag, de distributie naar de afnemers en het beheer van de vaccins tot het moment van toedienen, vormen onderdelen van deze chain of kwaliteitsketen. Die keten als geheel is zo sterk als zijn zwakste schakel. Bewaartemperatuur van vaccins is +2 C - +8 C, in het donker (koelkast) bewaard. Bij elke afwijking van deze bewaarcondities is er sprake van een vaccinincident. Bij een mogelijke temperatuursover- of onderschrijding en bij andere vaccinincidenten dient men altijd zo spoedig mogelijk telefonisch contact op te nemen met de vaccinbeheerder van RIVM-RCP voor overleg over het gebruik van het betreffende vaccin. Laat, totdat duidelijk is wat er met het vaccin moet gebeuren, het vaccin in de koelkast staan met de volgende tekst opvallend op het vaccinflacon of -doosje: dit vaccin niet gebruiken! Lees voor meer uitgebreide informatie de Richtlijn Cold Chain voor RVP-uitvoerende instellingen op onder het kopje de uitvoering Uitvoeringsregels RVP
30 10. Vaccinaties voor kinderen die reizen naar het buitenland Advisering over reizen naar verre en/of tropische bestemmingen is een specialistische geneeskundige taak. Hiervoor dienen ouders verwezen te worden naar de GGD: afdeling Reizigersadvisering, een gecertificeerd vaccinatiebureau of hun huisarts als die daarin gespecialiseerd is. Een deskundig reizigersadvies behelst voor het kind, de ouders en overige gezinsleden advisering over de omgang met het kind in de bijzondere reisomstandigheden, eventuele extra vaccinaties en/of (malaria) medicatie. Een vervroegde BMR kan een onderdeel zijn van dit reizigersadvies. Deze vervroegde BMR-vaccinatie is niet nodig voor reizen naar bestemmingen binnen Europa (inclusief Turkije), landen van het Amerikaanse continent ( Noord-Amerika, Midden- Amerika, Zuid- Amerika en Caribisch gebied), Australië, Canada en Nieuw-Zeeland. Deze vervroegde BMR mag ook op het CB worden gegeven. Belangrijk is dan wel dat er geen interactie ontstaat met een eventuele gelekoortsvaccinatie (levend vaccin). Tussen de gelekoortsvaccinatie en de BMR wordt een interval van minimaal 21 dagen geadviseerd. Ook is het mogelijk de twee vaccins op dezelfde dag te geven. De BMR wordt opnieuw gegeven op de leeftijd van 14 maanden, indien de vervroegde BMR vóór de eerste verjaardag gegeven is. 30 Uitvoeringsregels RVP 2012
31 11. Registratie en rappellering Als een baby na de geboorte bij de gemeente wordt aangegeven, komen de gegevens in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) te staan. Deze gegevens komen ook in de landelijke database van het RIVM, genaamd Praeventis. Ongeveer 4-6 weken na de geboorte ontvangen de ouder(s) een uitnodigingsset, bestaande uit een vaccinatiebewijs, vaccinatiekaarten en een algemene brochure over het RVP. Voor evaluatie van het programma is het belangrijk dat alle vaccinaties geregistreerd worden in Praeventis. RIVM-RCP heeft de taak de toegediende vaccinaties vast te leggen in Praeventis. Deze registratie vindt plaats met behulp van RVP Online of op basis van de door de uitvoerende organisaties opgestuurde vaccinatiekaarten RVP Online Tijdens de vaccinatiezitting worden de vaccinatiegegevens direct met behulp van RVP Online digitaal geregistreerd of geraadpleegd Vaccinatiekaarten Voor iedere vaccinatie dient de bijbehorende vaccinatiekaart opgestuurd te worden. Indien de ouders geen eigen vaccinatiekaarten bij zich hebben dient een zogenoemde blauwerandkaart ingevuld en opgestuurd te worden. Het is belangrijk dat de kaart volledig ingevuld wordt. Op een blauwerandkaart kunnen meerdere vaccinaties vermeld worden. Let op: Indien vaccinnaam en chargenummer niet overeenkomen dan is het chargenummer bepalend Bijzondere situaties - Registratie van in het buitenland gegeven vaccinaties Bij vestiging vanuit het buitenland vraagt RIVM-RCP een kopie van het vaccinatiebewijs op. Op basis van die gegevens krijgen ouders zo nodig vaccinatiekaarten toegestuurd met een vaccinatiebewijs, waarop de reeds gegeven vaccinaties vermeld staan, voor zover deze voor het RVP relevant zijn. Indien ouders niet reageren, ontvangen ze een oproepset met vaccinatiekaarten voor het hele RVP, passend bij de leeftijd van het kind. - Volgens de consultatiebureaumedewerker ten onrechte geen hepatitis B-kaarten Soms is bij het GBA niet bekend dat er een inwonende ouder uit een middel- of hoog hepatitis B-endemisch land komt. In dat geval wordt het kind wel tegen hepatitis B gevaccineerd. Op de blauwerandkaart dient te worden genoteerd waar de ouder vandaan komt. In alle andere gevallen eerst overleggen met de medisch adviseur. - Vervroegde BMR-vaccinatie Voor een BMR-vaccinatie die voor de leeftijd van 1 jaar wordt toegediend wordt een blauwerandkaart gebruikt, zodat de BMR-kaart behouden blijft voor de BMR na de 1 e verjaardag Bezwaar tegen vaccineren Als ouders bezwaren (religieus/principieel) tegen vaccinatie hebben, wordt dit op de vaccinatiekaart genoteerd. Deze vaccinatiekaart wordt naar RIVM-RCP gestuurd. Het bezwaar kan een vaccinsoort betreffen, maar ook het hele RVP. De registratie van het bezwaar geldt slechts voor één fase van het RVP. Daarna moet eventueel opnieuw bezwaar aangetekend worden. Zie ook hoofdstuk 11.4 over rappellering. Bij een medisch bezwaar kan een einddatum aangegeven worden. Als bijvoorbeeld medicatie langdurig of levenslang gebruikt moet worden, kan het bezwaar tot de 19e verjaardag vermeld worden. Hoe te handelen bij medisch bezwaar: 1. indien langdurig: vaccinatiekaart opsturen waarop de barcode is doorgestreept, de reden van bezwaar is vermeld, de gegevens van de specialist is vermeld en de verwachte duur van contraindicatie voor vaccinatie is aangegeven. 2. indien tijdelijk: vaccinatiekaart niet opsturen. Uitvoeringsregels RVP
32 - Verkeerd vaccin toegediend Indien verkeerd vaccin is toegediend, moet de vaccinatiekaart wel opgestuurd worden met de vermelding dat vaccinatie onterecht gegeven is. - Toediening DKTP-HepB Er zijn 2 situaties mogelijk: 1. Hib-component onterecht niet gegeven: Vaccinatiekaarten: barcode doorstrepen en op de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiekaart het hexavlagetiket met chargenummer plakken en er bij vermelden: Hib niet opgelost, toediening Hib-vaccinatie zal alsnog gebeuren. RVP Online: Kies DKTP-HepB Hexa ZONDER Hib en zet in het memoveld achter de hexa- vaccinatie: Hib niet opgelost, toediening Hib-vaccinatie zal alsnog gebeuren. 2. Hib-component terecht niet gegeven. Vaccinatiekaarten: barcode doorstrepen en op de DKTP-HepB-vaccinatiekaart het hexa-vlagetiket met chargenummer plakken en er bij vermelden: Hib niet opgelost. RVP Online: Kies: DKTP-HepB Hexa ZONDER Hib Rappellering Bij de rappellering van vaccinaties zijn de gegevens zoals die in Praeventis staan bepalend. Er worden een aantal fasen onderscheiden waarin gevaccineerd wordt en waarvoor uitnodigingsbrief en vaccinatiekaarten opgestuurd worden: 1. Opbouw basisimmuniteit, normaliter in de eerste 14 levensmaanden 2. De revaccinatie in het jaar dat een kind 4 wordt 3. De revaccinaties in het jaar dat een kind 9 wordt 4. De HPV-serie voor meisjes in het jaar dat ze 13 worden Termijnen waarop gerappelleerd wordt: Voor de vaccinaties ter opbouw basisimmuniteit wordt een rappeltermijn van 4 maanden gehanteerd. Uitzondering hierbij zijn de hepatitis B-vaccinaties bij baby s van draagsters. Dan is de rappeltermijn: 5 dagen voor HepB-0, 14 dagen voor HepB1, HepB2, HepB3 en 30 dagen voor HepB4. Voor de 4-jarigenprik is de rappeltermijn 4 maanden, voor 9-jarigenprik 1 jaar en voor de HPV-vaccinaties een half jaar. Omdat het bij de rappellering uitmaakt of er een bezwaar is aangetekend, zijn er twee verschillende situaties mogelijk: Er is geen bezwaar aangegeven Indien een vaccinatie niet geregistreerd staat in Praeventis en wel geïndiceerd is, gaat er eenmalig een rappelkaart naar de ouders. Daarnaast wordt bij de verzending van de oproepkaart(en) in fase 2 en 3 nagegaan of er in de vorige fase nog vaccinaties ontbreken. Voor ontbrekende vaccinaties worden dan vaccinatiekaarten meegezonden. Daarna stopt de rappellering. Wel kan er op initiatief van ouder, professional of kind zelf tot de 19e verjaardag gevaccineerd worden. Er is wel bezwaar aangegeven Indien een vaccinatie niet geregistreerd staat in Praeventis, wel geïndiceerd is, maar er is een bezwaar aangegeven (medisch of principieel) gaat er geen rappelkaart naar de ouders. Indien het een principieel bezwaar betreft worden in de volgende fase (in fase 2,3 en 4) opnieuw oproepkaart(en) verstuurd, omdat de mening van de ouder inmiddels veranderd kan zijn of anders kan zijn t.a.v. de nieuw aangeboden vaccinatie(s). Voor ontbrekende vaccinaties uit de vorige fase worden in fase 2 en 3 eveneens vaccinatiekaarten meegezonden. De ontbrekende vaccinaties kunnen alsnog gegeven worden. Indien het een medisch bezwaar betreft, wat nog geldig is, worden er geen vaccinatiekaarten in een volgende fase verstuurd. Als het medisch bezwaar niet bij RIVM bekend is, en dus niet geregistreerd staat in Praeventis, worden er gewoon vaccinatiekaarten verstuurd. 32 Uitvoeringsregels RVP 2012
33 Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van: Mevrouw L. Castricum Medisch adviseur RIVM-RCP Oost Mevrouw M. Conyn-van Spaendonck Programmamanager RVP Mevrouw I. Drijfhout Medisch adviseur RIVM-RCP Noord Mevrouw A. Kant Lareb Mevrouw M. Oey-Spauwen Medisch adviseur RIVM-RCP Midden-West De heer H. Rümke Lareb Mevrouw H. Smit Communicatieadviseur RVP Communicatie Mevrouw A. Timen Hoofd LCI De heer H. van Vliet Medisch adviseur RIVM-RCP Midden-West De heer G. Weijman Medisch adviseur RIVM-RCP Zuid-West Mevrouw Y. Wijnands Medisch adviseur RIVM-RCP Zuid Mevrouw I. Zonnenberg Accountmanager RVP Voor advies en consultatie over individuele kinderen kunt u terecht bij de medisch adviseur in uw regio: Regio Noord mevr. I. Drijfhout [email protected] (Groningen, Friesland Drenthe) Regio Oost mevr. L. Castricum [email protected] (Flevoland, Overijssel, Gelderland) Regio Midden-West mevr. M. Oey-Spauwen [email protected] (Noord-Holland, Utrecht) dhr. H. van Vliet [email protected] Regio Zuid-West dhr. G. Weijman [email protected] (Zuid-Holland) Regio Zuid mevr. Y. Wijnands [email protected] (Brabant, Limburg, Zeeland) Uitvoeringsregels RVP
34 34 Uitvoeringsregels RVP 2012
Uitvoeringsregels RVP 2011
Uitvoeringsregels RVP 2011 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM 001477 Uitvoeringsregels RVP 2011 1 2 Uitvoeringsregels RVP 2011 Uitvoeringsregels RVP 2011: Belangrijkste wijzigingen
Uitvoeringsregels RVP 2009
Uitvoeringsregels RVP 2009 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM 012008V1.0 Inhoud 122008V1.0 Inleiding 4 1 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP 5 1.1 De kaders 1.2
Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 Inhoud Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2014 7 Inleiding 9 1 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP 10 1.1 De kaders 10 1.2 Jaar
Rijksvaccinatieprogramma 2010
Rijksvaccinatieprogramma 2010 Richtlijn voor de uitvoering van vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib-ziekte (ziekte veroorzaakt door Haemophilus influenzae type b), hepatitis
Uit de praktijk. Ingrid Drijfhout en Gert Weijman Medisch adviseurs RIVM
Uit de praktijk Ingrid Drijfhout en Gert Weijman Medisch adviseurs RIVM 1 Disclosure belangen Gert Weijman en Ingrid Drijfhout (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties
Rijks- Vaccinaties. programma 2012. Rijksvaccinatieprogramma. RVP-richtlijn. 1 Algemeen. Overzicht van vaccinaties in 2012
Rijks- Rijksvaccinatieprogramma vaccinatie- RVP-richtlijn programma 2012 Deze richtlijn geeft de kaders voor de medisch-professionele uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het RVP bevat vaccinaties
Invoering van de HPV-vaccinatie
Invoering van de HPV-vaccinatie Invoering van de HPV-vaccinatie Op advies van de Gezondheidsraad heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) besloten om per 1 september 2009 de vaccinatie
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar Rijksvaccinatieprogramma Als je kind 9 jaar oud is, heeft het voor een aantal infectieziekten al bescherming opgebouwd. Vaccinaties tegen hib-ziekten, kinkhoest en
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland worden
Vaccinaties voor peuters van 14 maanden. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor peuters van 14 maanden Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland
Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind Informatie voor ouders tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Waar gaat deze folder over? De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland.
Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het
Wie komen er voor het RVP in aanmerking?
Wie komen er voor het RVP in aanmerking? Vanaf 1 januari 2015 wordt het RVP niet meer via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geregeld, en is dus geen verstrekking meer in het kader van de AWBZ. Met
Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland worden
Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waar tegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland
Liefs Jill. hip, hot & handig nieuws. Prikgids prikken - inentingen - vaccins
Liefs Jill hip, hot & handig nieuws Prikgids prikken - inentingen - vaccins DKTP - Hib - Pneumokokken In de Liefs Jill Prikgids lees je alles over de inentingen die jouw kind tot en met 4 jaar krijgt.
8 HPV. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 95
8 HPV VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 95 96 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 8.1 HPV-vaccinatie Het humaan papillomavirus (HPV) is een zeer besmettelijk virus dat
Uit de Praktijk. VastePrikdag Rolf Appels en Josien van Wijk Medisch adviseurs RIVM
Uit de Praktijk VastePrikdag 2017 Rolf Appels en Josien van Wijk Medisch adviseurs RIVM 1 Disclosure belangen sprekers Rolf Appels en Josien van Wijk (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst
RVP-richtlijn Uitvoering RVP voor Bonaire, St. Eustatius en Saba. Vastgesteld Landelijk RVP-overleg 12 februari 2019
RVP-richtlijn Uitvoering RVP voor Bonaire, St. Eustatius en Saba Vastgesteld Landelijk RVP-overleg 12 februari 2019 Inhoud 1 Over deze richtlijn... 3 1.1 Inleiding... 3 2 Wettelijke kaders, organisatie,
Bescherm je kind tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm je kind tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Bescherm je kind tegen ernstige infectieziekten Bijna alle kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen ernstige infectieziekten. Daarom
Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen
Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het
Liefs Jill. hip, hot & handig nieuws. Prikgids prikken - inentingen - vaccins
Liefs Jill hip, hot & handig nieuws Prikgids prikken - inentingen - vaccins DKTP-Hib-HepB In de Liefs Jill Prikgids lees je alles over de inentingen die jouw kind tot en met 4 jaar krijgt. Zo weet je altijd
Bescherm je kind tegen infectieziekten
Bescherm je kind tegen infectieziekten Bijna 95% van alle kinderen in Nederland is gevaccineerd tegen infectieziekten. Door betere hygiëne, een betere gezondheidszorg én door vaccinaties komt sterfte door
TETRAVAC Geadsorbeerd difterie-, tetanus-, acellulair kinkhoest- en geïnactiveerd poliovaccin
BIJSLUITER Lees de hele bijsluiter aandachtig door voordat u uw kind laat vaccineren. - Bewaar deze bijsluiter totdat het vaccinatieprogramma is afgerond. Het kan nodig zijn om de bijsluiter nogmaals door
Kinkhoest en zwangerschap
Kinkhoest en zwangerschap www.jijwij.nl Kinkhoest is een besmettelijke ziekte van de luchtwegen die vooral gevaarlijk is voor niet of onvolledig gevaccineerde baby s. Daarom maakt kinkhoestvaccinatie al
Vaccinaties ; informatie voor ouders
Vaccinaties ; informatie voor ouders In deze folder leest u wat vaccineren is, wanneer uw kind kan worden gevaccineerd en tegen welke kinderziekten. U ziet het vaccinatieprogramma en leest welke bijwerkingen
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR GEZONDE JEUGD Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen. Bij sommige kinderen
Vragen en antwoorden over het besluit van de minister van VWS van 28 april 2004 over een combinatievaccin met een acellulaire kinkhoestcomponent
Vragen en antwoorden over het besluit van de minister van VWS van 28 april 2004 over een combinatievaccin met een acellulaire kinkhoestcomponent Algemeen 1. Waarom besluit de minister om het DKTP-Hib-vaccin
Standaard Vaccinaties 2013
VLAAMS WETENSCHAPPELIJKE VERENIGING VOOR JEUGDGEZONDHEIDSZORG VZW Standaard Vaccinaties 2013 VACCINEREN VOOR CLB Dr. Anouk Vanlander, wetenschappelijk medewerker VWVJ maart 2013, laatste update augustus
Achtergrond en praktijk. Verandering in het vaccinatieschema Pneumokokken
Verandering in het vaccinatieschema Pneumokokken Achtergrond en praktijk Inhoud 1. Essentie (3) 2. Achtergrond Invasieve Pneumokokkenziekte (4-6) 3. Achtergrond vaccinatieschema (7) 4. Caribisch Nederland
Veelgestelde vragen over mazelen
Veelgestelde vragen over mazelen Inhoud Wat is er aan de hand? Over de ziekte mazelen Vragen voor ouders met kinderen Vragen voor volwassenen Vragen voor werknemers in gezondheidszorg Vaccin tegen mazelen
Vragen en antwoorden; invoering nieuw inentingsschema tegen pneumokokken. Versie 1. 27.11.2013
Vragen en antwoorden; invoering nieuw inentingsschema tegen pneumokokken. Versie 1. 27.11.2013 De achtergrond van de overgang naar het nieuwe inentingsschema met 1 prik minder Waarom is het niet meer nodig
Vaccinatie van asielzoekerskinderen en vluchtelingen
Vaccinatie van asielzoekerskinderen en vluchtelingen In het kader van het RVP Kirsten Slinger GGD GHOR NL Ingrid Drijfhout RIVM 1 Vaccinatie van asielzoekerskinderen en vluchtelingen 2016 Disclosure sprekers
5 Pneumokokken. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/
5 Pneumokokken VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 63 64 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 5.1 Pneumokokkenvaccinatie Baby s krijgen 3 pneumokokkenvaccinaties op de
4 Meningokokken C. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 55
4 Meningokokken C VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 55 56 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 4.1 Meningokokken C-vaccinatie Kinderen krijgen de vaccinatie tegen meningokokken
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR GEZONDE JEUGD Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen. Bij sommige kinderen
Uit de praktijk: veelgestelde vragen 1
Disclosure GAIA: (potentiële) belangenverstrengeling spreker Vasteprik-dag 2014 Uit de praktijk: veelgestelde vragen Rendelien Verschoof-Puite Yvonne Wijnands Medisch adviseurs Rendelien Verschoof-Puite
Regel 1: Het is beter iemand als niet gevaccineerd te beschouwen dan foutief te denken dat hij/zij wel gevaccineerd is.
Inhaalvaccinatie 1. Basisregels INHAALVACCINATIE herziening Elk medisch consult vormt een gelegenheid om de vaccinatiestatus van iemand na te gaan en zo nodig aan te vullen. Voor schoolgaande kinderen
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes Rijksvaccinatieprogramma Waarom vaccineren tegen HPV? Als je je laat vaccineren tegen HPV, ben je goed beschermd tegen baarmoederhalskanker. Elk jaar krijgen ongeveer
Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit geneesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan gewijzigd zijn.
I B2.4. Ontwerp van de bijsluiter voor TetaQuin Informatie voor de patiënt Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit gesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar 2 Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Humira).
2.1.2.b ZIEKTE EN ONGEVALLEN Verkort VERSIE 6 02-11-2015
2.1.2.b ZIEKTE EN ONGEVALLEN Verkort VERSIE 6 02-11-2015 Verkort ziektebeleid FloreoKids HANDLEIDING VOOR OUDERS/VERZORGERS BIJ ZIEKTE KIND 1. Kan een ziek kind het kindercentrum bezoeken? FloreoKids biedt
NVKP DOSSIERS: KEUZE-MOGELIJKHEDEN TEN AANZIEN VAN DE
NVKP DOSSIERS: KEUZE-MOGELIJKHEDEN TEN AANZIEN VAN DE VERSCHILLENDE VACCINATIES INHOUD Inleiding... 2 Hoe kom ik als ouder tot een verantwoorde keuze voor mijn kind?... 2 Standaardschema Rijksvaccinatieprogramma
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar 2 Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Humira).
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes van 12 jaar Rijksvaccinatieprogramma Waarom vaccineren tegen HPV? Als je je laat vaccineren tegen HPV, ben je goed beschermd tegen baarmoederhalskanker. Elk jaar krijgen
Clexane of Fraxiparine. injecteren thuis
Clexane of Fraxiparine injecteren thuis 2 Inleiding Deze folder ondersteunt de mondelinge informatie die u van de arts of verpleegkundige heeft ontvangen. U bent opgenomen in de Ommelander Ziekenhuis Groep
INSTRUCTIEBROCHURE. voor mensen die Metoject 50 mg/ml gebruiken
INSTRUCTIEBROCHURE voor mensen die Metoject 50 mg/ml gebruiken Inhoud Pagina Inleiding 3 Hoe wordt Metoject 50 mg/ml gebruikt? 4 Het vermijden van plaatselijke huidirritatie 7 Het vermijden van verharding
4.4 Contra-indicaties (5,10)
4.4 Contra-indicaties (5,10) Bij absolute contra-indicaties is vaccinatie meestal uitgesloten, in sommige gevallen kan overwogen worden toch in hospitaalmilieu te vaccineren. Bij relatieve contra-indicaties
Vaccinatie tegen tetanus
Vaccinatie tegen tetanus Albert Schweitzer ziekenhuis juli 2013 pavo 0376 Inleiding U bent zojuist behandeld aan een verwonding. Door uw verwonding loopt u risico op een besmetting met tetanus. Daarom
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING. Actief bestanddeel: Gezuiverd capsulair Vi polyoside van Salmonella typhi (stam Ty2): 25 microgram
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL TYPHIM Vi, 25 microgram/dosis, oplossing voor injectie Polyoside buiktyfusvaccin 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Eén dosis
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Act-HIB 10 microgram/0,5 ml poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie (Geconjugeerd) Haemophilus influenzae type b vaccin Lees goed de hele bijsluiter
Vraag en Antwoord Vaccinatieschema & Inhaalvaccinatie
Vraag en Antwoord Vaccinatieschema & Inhaalvaccinatie Dr. Anouk Vanlander, VWVJ Dr. Geert Top, VAZG Prof. Dr. Heidi Theeten, UAntwerpen VRAAG Is er een aangepast vaccinatieschema voor vluchtelingen? Hoe
Om het risico op anafylaxie na vaccinatie te beperken, gelden voor alle vaccins minimum twee absolute contra-indicaties:
4.4 Contra-indicaties (5,10) Bij absolute contra-indicaties is vaccinatie meestal uitgesloten, in sommige gevallen kan overwogen worden toch in hospitaalmilieu te vaccineren. Bij relatieve contra-indicaties
Gebruik van antistolling tegen trombose
Gebruik van antistolling tegen trombose Informatie voor patiënten F0777-6011 november 2014 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR INFORMATIE VOOR OUDERS / VERZORGERS Een gezonde jeugd heeft de toekomst Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen
Reizen en vaccinaties Maag-Darm-Levercentrum
Reizen en vaccinaties Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar Inleiding Deze folder is bestemd voor patiënten (en hun naasten) met een maag,darm- en/of leveraandoening. De folder geeft u informatie over
Secukinumab Cosentyx. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Secukinumab Cosentyx Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: secukinumab. Hoe werkt secukinumab? Bij patiënten
De onderstaande teksten zijn gekopieerd van de site http://www.rivm.nl ofwel de site van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu.
De onderstaande teksten zijn gekopieerd van de site http://www.rivm.nl ofwel de site van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu. De dikgedrukte koppen geven de verschillende pagina s van de
Module 1 Administrative Information of prescribing Information. Summary of Product Characteristics Tetanus vaccin
Page 1 of 8 Summary of Product Characteristics Tetanus vaccin Page 2 of 8 1 Naam van het geneesmiddel "Tetanus vaccin" 2 Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling (actieve bestanddelen) 1 dosis (0,5
U bent opgenomen in het ziekenhuis met een longembolie. In deze folder krijgt u meer informatie over een longembolie.
Longembolie U bent opgenomen in het ziekenhuis met een longembolie. In deze folder krijgt u meer informatie over een longembolie. Wat is een longembolie? Een longembolie is een afsluiting van een longslagader.
Rijksvaccinatieprogramma Terugblik en blik vooruit
Rijksvaccinatieprogramma Terugblik en blik vooruit Tweede Vasteprik-dag Amersfoort, 26 april 2012 Marina Conyn-van Spaendonck Programmamanager RVP RVP in 2011 Van pneu-7 naar pneu-10 Van selectieve naar
Adalimumab (Humira ) MDL-centrum. Bij de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa
Adalimumab (Humira ) Bij de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa Uw behandelend arts en/of IBD verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Humira ). In deze folder krijgt u informatie
Wat u moet weten bij het toedienen van antistolling thuis
Wat u moet weten bij het toedienen van antistolling thuis 2 Binnenkort gaat u met ontslag. In het ziekenhuis kreeg u injecties met medicijnen tegen trombose. Thuis moet u de injecties ook toedienen. U
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Difterie- Tetanus-, Poliomyelitisvaccin, suspensie voor injectie 1ml en 10 ml Difterie (geadsorbeerd), Tetanus (geadsorbeerd), geïnactiveerd Poliomyelitis vaccin
Gebruik van antistolling tegen trombose
Gebruik van antistolling tegen trombose In overleg met uw arts is afgesproken dat u zichzelf een antistollingsmedicijn gaat toedienen om trombose te voorkomen. Hoe u dat moet doen en waarom leest u in
Vedoluzimab. Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa
Vedoluzimab Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa 2 Uw maag-, darm- en leverarts (MDL-arts) heeft u vedoluzimab (merknaam Entyvio ) voorgeschreven voor de behandeling van de ziekte van Crohn of colitis
Tijdelijk een andere bloedverdunner gebruiken rondom uw ingreep
Tijdelijk een andere bloedverdunner gebruiken rondom uw ingreep Bridging Informatie voor patiënten F1107-2134 februari 2015 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester
Abatacept Orencia. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Abatacept Orencia Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: abatacept. Hoe werkt abatacept? Bij patiënten met
Interne Geneeskunde Allergologie Immunotherapie met inhalatieallergenen
Interne Geneeskunde Allergologie Immunotherapie met inhalatieallergenen Desensibilisatie Interne Geneeskunde Allergologie Inleiding U reageert allergisch op stuifmeel, huisstofmijt, of huidschilfers van
U denkt dat uw kind mazelen heeft Wanneer u vermoedt dat uw kind mazelen heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met uw huisarts.
Aan alle ouders en verzorgers, Bij een aantal niet-gevaccineerde kind(eren) in het Land van Heusden en Altena is mazelen geconstateerd. In deze brief willen wij u in overleg met de GGD West-Brabant informeren
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR EEN GEZONDE JEUGD HEEFT DE TOEKOMST Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen.
HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar Rijksvaccinatieprogramma HPV-vaccinatie HPV is de afkorting van humaan papillomavirus. Ongeveer 8 op de 10 vrouwen die seksueel actief zijn, krijgen ooit een HPV-infectie
BIJSLUITER. COXEVAC, suspensie voor injectie voor runderen en geiten
BIJSLUITER COXEVAC, suspensie voor injectie voor runderen en geiten 1. NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE, INDIEN
Ustekinumab Stelara. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Ustekinumab Stelara Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: ustekinumab. Hoe werkt ustekinumab? Bij patiënten
FORMULIER ZIEKTEGESCHIEDENIS
FORMULIER ZIEKTEGESCHIEDENIS Voor een goede behandeling is het belangrijk je ziektegeschiedenis te kennen. Neem daarom de tijd voor het invullen van onderstaand schema. Het kan zijn dat je soms wat na
Tocilizumab RoActemra
Tocilizumab RoActemra Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: tocilizumab. Hoe werkt tocilizumab? Bij patiënten
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
Afdeling: Onderwerp: MDL-centrum (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van (Humira). In deze folder krijgt u informatie
7 DTP. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 83
7 DTP VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 83 84 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 7.1 DTP-vaccinatie De vaccinatie beschermt tegen difterie, tetanus en polio (DTP).
Adalimumab (Hyrimoz ) bij IBD
Adalimumab (Hyrimoz ) bij IBD Uw behandelende arts en/of IBD verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Hyrimoz ). In deze folder krijgt u informatie over de werking en het
Humaan Papillomavirus (HPV) Polikliniek Gynaecologie
Humaan Papillomavirus (HPV) Polikliniek Gynaecologie Humaan Papilloma Virus (HPV) Inleiding Als u nog nooit van het HPV (Humaan Papilloma Virus) gehoord heeft, is dat niet raar: want ondanks dat het virus
Afwezige of niet goed werkende milt. Behandeling en voorkomen van infecties
Afwezige of niet goed werkende milt Behandeling en voorkomen van infecties In deze folder vindt u informatie over de risico s die een afwezige milt of een milt die niet goed werkt met zich mee kunnen brengen.
Vervroegde "vakantie" BMR. Gerard Sonder hoofd LCR Gert Weijman medisch adviseur RCP
Vervroegde "vakantie" BMR Gerard Sonder hoofd LCR Gert Weijman medisch adviseur RCP 1 26 april 2011 Inhoud 1. Casus 2. Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering 3. Vakantie-BMR: zin en onzin 4.
