Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
|
|
|
- Tessa Driessen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
2 Inhoud Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van Inleiding 9 1 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP De kaders Jaar van invoering van de verschillende RVP-vaccinaties en het actuele vaccinatieschema Het vaccinatieprogramma voor Caribisch Nederland Het individuele vaccinatieplan Asielzoekerkinderen Prematuren Aangepaste vaccinatieschema s voor kinderen met een speciale aandoening Uitbraken en epidemieën van infectieziekten 13 2 Contra-indicaties Absolute contra-indicaties Relatieve contra-indicaties Geen contra-indicaties 16 3 Publieksvoorlichting 17 4 Het tijdstip van vaccinatie Het tijdstip van de 1e DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinatie Het tijdstip van de 2e en 3e DKTP-Hib-HepB-vaccinatie Het tijdstip van de 2e Pneu-vaccinatie Het tijdstip van de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-revaccinatie Het tijdstip van de BMR- en MenC-vaccinatie Het tijdstip van de DKTP-vaccinatie voor de 4-jarigen Het tijdstip van de DTP- en BMR-vaccinatie voor de 9-jarigen Het tijdstip van de HPV-vaccinatie 19 5 Het vaccineren van baby s van moeders die hepatitis B-drager zijn Het tijdstip van vaccinatie Serologische controle 20 6 Combinatievaccins, simultaan vaccineren, intervallen 21 7 Vaccinatietechniek Aandachtspunten bij het vaccineren Toediening van de RVP-vaccinaties De techniek van de intramusculaire en de subcutane injecties Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren 24 8 Inhaalschema s Kaders voor inhaalschema s Afwijken van het RVP-schema, inhaalschema s en beslisboom Vaccinfalen 32 9 Postvaccinale verschijnselen Advies aan ouders De meest voorkomende bijwerkingen Melden van postvaccinale verschijnselen bij Lareb Cold-chain-vaccinincidenten, vaccininstabiliteit Vaccinaties voor kinderen die reizen naar het buitenland 36 2 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
3 12 Postexpositieprofylaxe tetanus bij kinderen Registratie en herinneringsoproepen RVP-Online Vaccinatiekaarten BSN-nummer op de vaccinatiekaart Bijzondere situaties Herinneringsoproepen 39 Bijlage 1 Basisschema s Rijksvaccinatieprogramma Bijlage 2 Literatuur 43 Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 3
4 4 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
5 Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 5
6
7 Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2014 Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/ In paragraaf 1.1 is een alinea opgenomen over hoe te handelen als ouders wat anders willen dan het RVP-schema. 2. In paragraaf 1.5 over asielzoekerkinderen staat vermeld dat er een vaccinatieplan gemaakt moet worden en dat er een internationaal vaccinatiebewijs wordt uitgereikt. 3. In paragraaf 1.6 over prematuren: Indien een prematuur apneus in de voorgeschiedenis heeft, heeft het de voorkeur dat de 1e vaccinatie in het ziekenhuis gegeven wordt met monitorbewaking. 4. Er is een nieuwe paragraaf 1.7 over aangepaste vaccinatieschema s voor kinderen met een speciale aandoening. 5. In 2014 heeft een aantal keren een stukje in RVP Nieuws gestaan over vaccinatietechniek. Dit is nu opgenomen in hoofdstuk In hoofdstuk 7 is het gebruik van veiligenaaldsystemen opgenomen. De vaccins van het RVP zijn geschikt voor veiligenaaldsystemen met uitzondering van DTP- en los Hib-vaccin. Zodra het mogelijk is zal voor DTP en Hib ook een vaccin geleverd worden dat geschikt is voor veiligenaaldsystemen. 7. Voor het maken van een inhaalschema is een beslisboom opgenomen in hoofdstuk 8 om inzichtelijker te maken welke vaccinaties bij welke leeftijd geïndiceerd zijn. Ook is een overzicht in paragraaf opgenomen van de beschikbare vaccins voor toediening van DKTP-Hib-HepB of een onderdeel daarvan. 8. In hoofdstuk 13 is een nieuwe paragraaf opgenomen over het burgerservicenummer (BSN). Op de vaccinatiekaart staat sinds kort niet alleen naam, adres en geboortedatum maar ook het BSN-nummer van het kind. Met deze complete identiteitsgegevens van een kind moet zorgvuldig worden omgegaan, zodat misbruik wordt voorkomen. Als een vaccinatiekaart niet retour wordt gestuurd, dan dient er op gelet te worden dat deze kaart volledig wordt vernietigd, bijvoorbeeld door een papierversnipperaar. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 7
8 8 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
9 Inleiding Uitvoeringsregels De Uitvoeringsregels van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zijn een uitwerking van de Richtlijn RVP (1) en worden periodiek uitgegeven door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. Het hele proces van indicatiestelling tot en met registratie komt aan de orde. De Uitvoeringsregels beschrijven de professionele standaard voor RVP-vaccinaties en gelden ook als deze vaccinaties in bijzondere omstandigheden door zorgverleners buiten de RVP-organisatie, zoals ziekenhuizen of in het kader van onderzoek, worden toegediend. De Landelijke Cöordinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM heeft in het kader van de bestrijding en preventie richtlijnen opgesteld hoe te handelen bij het optreden van RVP-ziekten. De Uitvoeringsregels en de LCI-richtlijnen zijn te vinden op Onderbouwing en recente wijzigingen van het RVP De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) beslist over de samenstelling van het RVP, daartoe geadviseerd door de Gezondheidsraad (Gr). De Gr komt tot haar advies op basis van beoordeling naar de stand van de wetenschap en gegevens over het voorkomen van de doelziekte in Nederland. In 2007 heeft de Gr alle bestaande vaccinaties die op dat moment opgenomen waren in het RVP opnieuw beoordeeld aan de hand van 7 standaardvragen: 1. Gaat het om een ziekte die ernstig is voor individuen en die een omvangrijke groep treft? 2. Staat vast dat gebruik van het vaccin tot een aanmerkelijke reductie van de ziektelast leidt? 3. Doen eventuele bijwerkingen belangrijke afbreuk aan de te behalen gezondheidswinst? 4. Staat de last van de afzonderlijke vaccinatie in redelijke verhouding tot de te behalen gezondheidswinst voor de persoon zelf en de bevolking als geheel? 5. Staat de last van het totale vaccinatieprogramma inclusief deze vaccinatie in redelijke verhouding tot de te behalen gezondheidswinst voor de persoon zelf en de bevolking als geheel? 6. Is de verhouding tussen kosten en gezondheidswinst gunstig in vergelijking met die van andere mogelijkheden om door vaccinatie of preventie de ziektelast te verminderen? 7. Wordt met de keuze voor deze vaccinatie op dit moment een (potentieel) urgent volksgezondheidsbelang gediend? Het advies van de Gr was om de vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, invasieve infecties met Haemophilus influenzae type b, bof, mazelen, rodehond (rubella), invasieve ziekte door meningokokken C en invasieve ziekte door pneumokokken bij kinderen, hepatitis B vaccinatie voor kinderen van draagsters en kinderen van ouders uit risicolanden te handhaven. (2) Aan de hand van dezelfde 7 criteria adviseerde de Gr in 2008 vaccinatie tegen humaanpapillomavirus (HPV) te introduceren voor meisjes op de leeftijd van 12 jaar. (3) In 2009 adviseerde de Gr algemene vaccinatie van zuigelingen tegen hepatitis B, waarmee het apart vaccineren van kinderen van ouders uit risicolanden kwam te vervallen. (4) Door het op de markt komen van 2 nieuwe pneumokokkenvaccins (PCV 10 en PCV 13) en het verdwijnen van het vaccin dat in het RVP gebruikt werd (PCV7) bracht de Gr in 2010 (5) een advies uit over de keuze van het pneumokokkenvaccin. De conclusie was dat met beide vaccins een goede bestrijding van pneumokokkenziekte via het RVP mogelijk was. (6) We gebruiken nu PCV 10-vaccin. In 2013 bracht de Gr opnieuw advies uit over de pneumokokkenvaccinatie. (7) Uit onderzoek was gebleken dat bij een hoge vaccinatiegraad en de inmiddels in Nederland opgebouwde groepsbescherming, een serie van 3 in plaats van 4 vaccinaties goede bescherming biedt tegen pneumokokkenziekte. In 2014 is de bijsluitertekst van het HPV-vaccin (Cervarix) gewijzigd: als een meisje voor de 15e verjaardag de eerste vaccinatie krijgt, zijn 2 vaccinaties voldoende. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 9
10 1 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP 1.1 De kaders Jaarlijks ontvangen de RVP-professionals de RVP-richtlijn. (1) Deze richtlijn is afkomstig van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. In de richtlijn staat het vaccinatieschema met de standaardleeftijden en de jaarcohorten die in het betreffende jaar voor vaccinatie in aanmerking komen. Alle kinderen woonachtig in Nederland en ingeschreven bij de gemeente komen tot hun 19e verjaardag in aanmerking voor het RVP. Daarnaast komen de volgende kinderen in Nederland in aanmerking voor het RVP: kinderen van illegalen; (uitgezette) kinderen in detentiecentra; adoptiekinderen; kinderen, niet woonachtig of geregistreerd in Nederland, die langer dan 1 maand in Nederland verblijven en nog niet basisimmuun zijn; asielzoekers tot 19 jaar (Regeling Zorg Asielzoekers (RZA)); kinderen van Nederlandse diplomaten en militairen in het buitenland. Zie de notitie Wie komen er voor het RVP in aanmerking op de website; In alle twijfelgevallen geldt de regel dat de kinderen die in Nederland wonen deel kunnen nemen aan het RVP. Op individueel niveau stelt een arts de indicatie voor het hele RVP of voor een gedeelte ervan. Dit is afhankelijk van de al gegeven vaccinaties en/of eventuele contra-indicaties. Indien ouders iets anders willen dan de arts indiceert, bespreekt de arts: de mogelijkheden binnen het RVP, als ouders andere toedieningsmomenten of slechts een deel van het RVP willen; de mogelijkheden buiten het RVP, als ouders willen dat er andere vaccins toegediend worden dan voor hun kind geïndiceerd zijn. In dat geval worden ze verwezen naar de huisarts. De huisarts bespreekt vervolgens met de ouders de mogelijkheden. Wensen van ouders kunnen niet altijd gerealiseerd worden, ook niet bij de huisarts. Er zijn kosten verbonden aan een consult en vaccinaties bij de huisarts. 1.2 Jaar van invoering van de verschillende RVP-vaccinaties en het actuele vaccinatieschema 1957 DKT en P apart 1962 DKTP 1974 Rodehond voor 11-jarige meisjes 1976 Mazelen (14 mnd) 1987 BMR (14 mnd en 9 jaar) Haemophilus influenzae type b (Hib) MenC (14 mnd) ak (4-jarigen) Hepatitis B voor risicokinderen DKTP-Hib DKTP-Hib met acellulaire kinkhoestcomponent DKTP-Hib-HepB voor risicokinderen Pneumokokken 7-valent Hepatitis B-0 voor baby s van HBsAg-positieve moeders DKTP voor 4-jarigen 2010 HPV voor meisjes geboren vanaf Pneumokokken 10-valent DKTP-Hib-HepB alle kinderen 2013 Pneumokokken 3-dosesschema (1 prik minder) 2014 HPV 2-dosesschema (1 prik minder) 10 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
11 Alle kinderen komen in aanmerking voor D(K)TP- en BMR-vaccinatie. Voor de MenC-vaccinatie geldt dat kinderen alleen in aanmerking komen als zij geboren zijn op of na Voor de pneumokokkenvaccinatie en vaccinatie tegen Haemophilus influenzae type b (Hib) geldt een leeftijdsgrens tot 2 jaar; deze vaccins worden niet meer gegeven op of na de 2e verjaardag. Voor hepatitis B is de indicatie steeds ruimer geworden (4, 11, 12): vanaf 2011 krijgen alle kinderen geboren op of na 1 augustus 2011 een hepatitis B-vaccinatie als onderdeel van het combinatievaccin DKTP-Hib-HepB; vanaf 2012 krijgen vestigers die al begonnen zijn met vaccinatie tegen hepatitis B de mogelijkheid de serie binnen het RVP af te maken, ongeacht of ze voldoende gevaccineerd zijn voor DKTP; vanaf 2013 krijgen alle kinderen die de basisimmuniteit voor DKTP(-Hib) en hepatitis B nog niet voltooid hebben het combinatievaccin DKTP(-Hib)-HepB; alleen kinderen die de basisimmuniteit voor DKTP(-Hib) al voltooid hebben én geboren zijn voor 1 augustus 2011 komen niet in aanmerking voor hepatitis B -vaccinatie. HPV-vaccinatie is bestemd voor meisjes geboren op of na 1 januari 1997 en wordt aangeboden in het jaar dat zij 13 jaar worden. 1.3 Het vaccinatieprogramma voor Caribisch Nederland Sinds 10 oktober 2010 vormen de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba samen Caribisch Nederland, bijzondere gemeenten van Nederland. Voor oktober 2010 behoorden deze eilanden tot de Nederlandse Antillen, een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De minister van VWS is verantwoordelijk voor de volksgezondheid in Caribisch Nederland en voor het aanbod van het vaccinatieprogramma. Zoals de Gezondheidsraad (Gr) in 2012 adviseerde, zal dat programma vergelijkbaar moeten zijn met het RVP in Europees Nederland, tenzij er op epidemiologische gronden reden is af te wijken. Dit betekent dat het vaccinatieprogramma op de eilanden met enkele vaccinaties uitgebreid kon worden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben die mogelijkheid aangegrepen en de aanpassingen zijn deels in 2013 doorgevoerd. Komend jaar zullen de uitbreidingen verder worden geïmplementeerd. In 3 schema s worden het huidige vaccinatieprogramma voor de eilanden in Caribisch Nederland en de geplande uitbreidingen beschreven. Deze schema s vindt u op Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
12 1.4 Het individuele vaccinatieplan De kaders van het RVP zijn het uitgangspunt voor het opstellen van een individueel vaccinatieplan. Ieder kind krijgt een eigen vaccinatieplan. Het opstellen van individuele vaccinatieplannen is een taak van de arts die betrokken is bij de uitvoering van het RVP. Hij/zij maakt in overleg met de ouders en/of het kind zelf het vaccinatieplan, rekening houdend met (tijdelijke) contra-indicaties en al eerder gegeven vaccinaties. Zo nodig vindt overleg plaats met een medisch adviseur van het RIVM (tabel 10). Het toedienen van RVP-vaccinaties buiten de kaders van de richtlijn RVP, is alleen toegestaan na overleg met een medisch adviseur van het RIVM. De medisch adviseurs van het RIVM ondersteunen artsen bij het vaststellen op welke vaccinaties kinderen recht hebben. Dit gebeurt op basis van de Richtlijn RVP en eventueel al eerder gegeven vaccinaties. Ouders van 4-6 weken oude baby s ontvangen van het RIVM-DVP-regiokantoor een uitnodigingsbrief voor het RVP, een brochure, een vaccinatiebewijs en een set vaccinatiekaarten. Voor kinderen van vestigers worden eerst de vaccinatiegegevens opgevraagd door het RIVM-DVP-regiokantoor. Voor het samenstellen van een individueel vaccinatieplan worden vestigers verzocht om een kopie van het vaccinatiebewijs van hun kind op te sturen naar het RIVM-DVP-regiokantoor. Op basis van die informatie wordt het RVP-vaccinatiebewijs ingevuld. Vestigers ontvangen hierna de vaccinatiekaarten voor het vervolg van het vaccinatieschema. Als vestigers niet reageren op het verzoek om toezending van een kopie vaccinatiebewijs van hun kind, ontvangen ze een volledige oproepset die past bij de leeftijd van hun kind. Als de jeugdarts of jeugdverpleegkundige alsnog informatie krijgt over vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven, dient dit doorgegeven te worden aan het RIVM-DVP-regiokantoor. De vaccinatiestatus kan dan in het RIVM-informatiesysteem Praeventis (14) worden aangevuld. Als er een vaccinatiekaart ontbreekt, bepaalt de arts op basis van de beschikbare informatie welke vaccinatie tijdens het contactmoment kan worden toegediend. Het RIVM-DVP-regiokantoor verstrekt desgewenst de vaccinatiestatus aan de Jeugdgezondheidszorg (JGZ-)organisatie, telefonisch of digitaal.(14) 1.5 Asielzoekerkinderen Op de website van GGD GHOR Nederland staat het JGZ-protocol Vaccineren van asielzoekerkinderen 0-19 jaar: Asielzoekers met in Nederland geboren 4-6 weken oude baby s, ontvangen van het RIVM-DVP-regiokantoor een uitnodigingsbrief voor het RVP, een brochure, een vaccinatiebewijs en een set vaccinatiekaarten. Voor oudere asielzoekerkinderen bepaalt de arts op basis van het vaccinatiebewijs en/of de informatie van de ouders de vaccinatiestatus en maakt een vaccinatieplan. Hiervoor is een digitaal formulier ontwikkeld dat staat op De arts stuurt een kopie hiervan naar het RIVM-DVP-regiokantoor. De toegediende vaccinaties worden in Praeventis geregistreerd en op basis hiervan worden, indien nodig, vaccinatiekaarten met een RVP-vaccinatiebewijs naar de ouders gestuurd. Het JGZ-team dient de ouders een ingevuld internationaal vaccinatiebewijs te overhandigen. Indien het RIVM na 20 weken nog geen kopie van de vaccinatiestatus heeft ontvangen, ontvangen de ouders een set vaccinatiekaarten passend bij de leeftijd van het kind. Voor het vaccineren van asielzoekerkinderen gelden de volgende uitgangspunten (15, 16): asielzoekerkinderen worden conform het RVP gevaccineerd, tenzij er medische of epidemiologische redenen zijn om hen een afwijkend vaccinatieschema aan te bieden; HepB-vaccinatie: alle asielzoekerkinderen hebben recht op deze vaccinatie, ook als de basisimmuniteit voor DKTP(-Hib) is voltooid; BMR-vaccinatie: alle asielzoekerkinderen ontvangen op de leeftijd van 9 maanden een extra BMR-vaccinatie: de BMR-0; HPV-vaccinatie: voor alle meisjes geboren op of na Als zij het (groeps)aanbod op 12/13-jarige leeftijd zijn misgelopen omdat ze bij binnenkomst in Nederland ouder zijn, krijgen zij de HPV-vaccinatieserie alsnog aangeboden. 12 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
13 1.6 Prematuren Te vroeg geboren baby s (prematuren) hebben een verhoogd risico op infectieziekten (17-20), dus tijdig vaccineren is belangrijk. Zij worden gevaccineerd op de leeftijden volgens het RVP-schema. In de regel wordt er niet gecorrigeerd op de zwangerschapsduur. Te vroeg geboren baby s (<33 weken zwangerschapsduur) die nog opgenomen zijn in het ziekenhuis, kunnen eventueel gevaccineerd worden onder monitorbewaking, omdat er in de eerste 24 uur na vaccinatie cardiorespiratoire incidenten kunnen optreden.(18) Bij baby s die al ontslagen zijn, is dit niet nodig, tenzij de kinderarts een ander vaccinatiebeleid heeft afgesproken. Indien een te vroeg geboren baby apneus in de voorgeschiedenis heeft, heeft het de voorkeur dat de eerste vaccinatie in het ziekenhuis wordt gegeven onder monitorbewaking. (44, 45) In de praktijk gebeurt dit ook. De meeste kinderen die dit betreft, liggen dan ook nog in het ziekenhuis. Het is de verwachting dat de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) deze praktijk in hun richtlijnen gaat opnemen. Ook bij te vroeg geboren baby s mag de eerste vaccinatie vanaf de leeftijd van 4 weken worden gegeven, indien daarvoor een indicatie is (zie paragraaf 4.1). 1.7 Aangepaste vaccinatieschema s voor kinderen met een speciale aandoening Voor een aantal aandoeningen is een apart vaccinatieschema opgesteld, dat gedeeltelijk het RVP betreft. Het gaat om: hypo- of asplenie bij kinderen (46); kinderen na stamceltransplantatie; kinderen met een cochleair implantaat. In de praktijk neemt de specialist contact op met de medisch adviseur RIVM over een kind met een dergelijke aandoening. Vervolgens geeft de medisch adviseur (via de stafarts) aan de jeugdarts door hoe het vaccinatieschema er voor het betreffende kind uitziet. Voor meer informatie over deze (re)vaccinatieschema s kunt u bij de medisch adviseurs van het RIVM terecht (Zie tabel 10). 1.8 Uitbraken en epidemieën van infectieziekten Bij een lokale uitbraak van een infectieziekte bepaalt de GGD in principe welke maatregelen genomen worden om de uitbraak te bestrijden. Dit kan onder meer een gericht aanbod zijn van extra vaccinaties, vervroegde vaccinaties of inhaalvaccinaties aan contacten van de patiënt(en), bijvoorbeeld aan klasgenoten of schoolgenoten. Het is belangrijk dat de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD dit afstemt met de lokale JGZ-organisatie en een medisch adviseur van het RIVM als het om een ziekte gaat waar tegen binnen het RVP wordt gevaccineerd. Als er sprake is van een grootschalige uitbraak of epidemie roept de LCI van het RIVM een outbreak management team (OMT) bijeen. Het OMT adviseert zo nodig aan de minister van VWS om op grote schaal kinderen, volwassenen of bepaalde risicogroepen op te laten roepen voor extra of vervroegde vaccinatie. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
14 2 Contra-indicaties Voor het stellen van een contra-indicatie voor een vaccinatie moet een individuele afweging gemaakt worden. 2.1 Absolute contra-indicaties Slechts zeer zelden is er een reden om in het geheel niet te vaccineren in verband met een absolute contra-indicatie. (16) Absolute contra-indicaties voor alle vaccinaties zijn: een aangetoonde ernstige allergie voor 1 van de bestanddelen van het vaccin; een aangetoonde zeer ernstige allergische reactie na een eerdere toediening van hetzelfde vaccin. 2.2 Relatieve contra-indicaties Bij een relatieve contra-indicatie dient overwogen te worden waar het grootste risico ligt, bij de vaccinatie of bij de infectieziekte. (16) Relatieve contra-indicaties zijn: Koorts Als een kind te ziek is, kan een vaccinatie beter uitgesteld worden. Koorts is daarvoor een graadmeter. Bij een temperatuur van 38,5 C of hoger wordt er niet gevaccineerd. Immuunstoornissen Bij ernstige immuunstoornissen (ziekte, behandeling met bijvoorbeeld corticosteroïden of cytostatica, bestraling) is de kans dat vaccineren met geïnactiveerd vaccin tot immuniteit leidt, verminderd. Bij vaccineren met verzwakt levend vaccin is er een risico dat een infectie met het vaccinvirus wordt doorgemaakt. Het kind kan het gerepliceerde vaccinvirus dan niet klaren. De vaccinatie dient te worden uitgesteld en in overleg met de behandelend specialist later weer te worden gestart. Bij gebruik van orale corticosteroïden wordt in overleg met een medisch adviseur van het RIVM beoordeeld of er met levend vaccin gevaccineerd kan worden. Meestal kan 1 maand na het stoppen van de corticosteroïden-behandeling weer gestart worden met vaccinatie. Inhalatie en uitwendig gebruik van corticosteroïden zijn geen contra-indicaties voor vaccineren. Bloedproducten en immunoglobulinen Na toediening van bloedproducten of immunoglobulinen wordt gehandeld volgens tabel 1. (16): Tabel 1 Intervallen na toediening van bloedproducten en immunoglobuline Als eerste toegediend Als tweede toegediend Noodzakelijk interval bloedproduct geïnactiveerd vaccin geen geïnactiveerd vaccin bloedproduct geen levend vaccin bloedproduct 2 weken bloedproduct levend vaccin interval in overleg met medisch adviseur bepalen normaal immunoglobuline levend vaccin 3 maanden RSV-immunoglobuline* intramusculair levend of geïnactiveerd vaccin geen *Andere benamingen: passieve immunisatie tegen RS-virus, Synagis 14 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
15 Toegenomen stollingsneiging Factor-V-Leiden is een erfelijke aandoening waarbij een verhoogde kans bestaat op spontane trombose en longembolie. Dit is géén contra-indicatie tegen intramusculair vaccineren. Verhoogde bloedingsneiging Zowel aangeboren als verworven (door medicatie) verhoogde bloedingsneiging is meestal een contra-indicatie voor intramusculair vaccineren in verband met een verhoogde kans op spierbloedingen. Overleg bij kinderen jonger dan 1 jaar eerst met de behandelend specialist. Soms is intramusculair vaccineren toch geen probleem. Bij het gebruik van coumarinederivaten als geneesmiddel moeten de instructies van de trombosedienst worden opgevolgd, voor zover aanwezig. Bij de volgende kinderen ouder dan 1 jaar wordt subcutane toediening van het vaccin geadviseerd: kinderen met ernstige stollingsstoornissen zoals hemofilie of de ziekte van Von Willebrand; kinderen die coumarinederivaten gebruiken (en geen speciale instructies hebben van de trombosedienst); kinderen die therapeutisch (laagmoleculaire) heparine gebruiken; kinderen die clopidogrel gebruiken in combinatie met hoog gedoseerde salicylaten (therapeutische dosering, zoals bijvoorbeeld bij reuma). Bij de volgende kinderen ouder dan 1 jaar dient te worden overlegd met de behandelend specialist: kinderen met een trombopathie; kinderen met een trombocytopenie en een trombocytenaantal < 50 x 10 9 /l. Bij de volgende kinderen ouder dan 1 jaar kan het vaccin wel intramusculair worden toegediend, mits het langzaam wordt ingespoten: kinderen die salicylaten gebruiken; kinderen die clopidogrel gebruiken; kinderen die preventief (laagmoleculaire) heparine gebruiken. Zwangerschap Zwangerschap is een contra-indicatie voor de BMR- en HPV-vaccinaties. Tijdens de zwangerschap wordt niet met BMRvaccin (levend vaccin) gevaccineerd. Op theoretische gronden wordt het vaccin niet gegeven aan zwangere vrouwen. Vrouwen moeten gedurende 4 weken na vaccinatie zwangerschap vermijden. Tijdens de zwangerschap wordt niet met HPV-vaccin (= geïnactiveerd vaccin) gevaccineerd omdat er nog te weinig gegevens zijn over het effect van vaccinatie tijdens de zwangerschap. Aan meisjes van 12 jaar of ouder dient uitgelegd te worden wat de risico s zijn van een vaccinatie tijdens de zwangerschap. Indien er mogelijk sprake is van een zwangerschap moet de vaccinatie uitgesteld worden. Zo nodig wordt contact opgenomen met de ouders of de betrokken voogdij-instelling om het meisje te begeleiden bij de zwangerschapstest. (21) Als er toch per ongeluk gevaccineerd is tijdens de zwangerschap, dan dient dit gemeld te worden bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb (zie hoofdstuk 9.3). (22) Anesthesie en vaccinaties Een geplande medische ingreep onder volledige anesthesie kan een reden zijn om een vaccinatie uit te stellen. Het in tabel 2 genoemde landelijke advies is opgesteld in overleg met het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht. (16) Het wordt echter nog niet overal gehanteerd. Daarom blijft het aanbevolen om in geval van een medische ingreep onder anesthesie bij het betreffende ziekenhuis te informeren welk interval gehanteerd moet worden. Na de medische ingreep hoeft geen interval gehanteerd te worden. Als in verband met de ingreep plasma of immunoglobuline zijn toegediend, wordt bij vaccinatie met een levend vaccin wel een interval aangehouden (Zie tabel 2). Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
16 Tabel 2 Interval tussen vaccinatie en anesthesie Intervallen 48 uur tussen vaccinatie met geïnactiveerd vaccin en anesthesie 2 weken tussen vaccinatie met levend vaccin en anesthesie BMR Vaccinaties D(K)TP, Hib, MenC, HepB, Pneu, HPV Deze intervallen worden geadviseerd om de volgende redenen: de mogelijke bijwerkingen van de vaccinatie zijn al verdwenen waardoor er geen verwarring op kan treden met eventuele pre- of postoperatieve complicaties. Tevens wordt de kans beperkt dat door de ziekte de ingreep moet worden uitgesteld; het is voor het kind prettiger als het geen anesthesie en medische ingreep moet ondergaan tijdens een periode waarin het zich niet lekker voelt door mogelijke vaccinatiebijwerkingen. 2.3 Geen contra-indicaties Verkoudheid, lichte bovenste luchtweginfectie, lichte maagdarminfecties; Antibioticagebruik; Stabiele neurologische aandoeningen of convulsies in de familie; Chronische aandoeningen, met uitzondering van immuundeficiënties; Stofwisselingsstoornissen; Astma, eczeem, allergie met uitzondering van een allergie voor een bestanddeel van het vaccin; Ondervoeding of dismaturiteit; (Incubatietijd van) waterpokkeninfectie; Kippeneiwitallergie; RSV-monoclonale immunoglobulinen tegen RS-virus (Synagis ); Prematuriteit, bij in het ziekenhuis opgenomen baby s kan extra bewaking op cardiorespiratoire incidenten nodig zijn, na ontslag uit het ziekenhuis is dit niet meer nodig; Bijwerkingen na een vorige vaccinatie. Bijwerkingen zijn doorgaans van voorbijgaande aard en herhalen zich zelden bij volgende vaccinaties. Wel kan het zijn dat na de melding van de bijwerking voorzorgsmaatregelen geadviseerd worden bij een volgende vaccinatie. 16 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
17 Prik en Bescherm restyle_v6.indd :20 3 Publieksvoorlichting Als de pasgeboren baby ongeveer 4 tot 6 weken oud is, ontvangen de ouders een informatieset die bestaat uit: een uitnodigingsbrief, de brochure Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten, vaccinatiekaarten en een vaccinatiebewijs. Op de vaccinatielocaties zijn folders beschikbaar met informatie over alle RVP-vaccinaties en de prikmomenten. Op de publiekswebsite staat uitgebreide informatie voor ouders over het RVP en de RVP-vaccinaties, van veel gestelde vragen tot bijsluiterteksten en uitleg over de vaccinbestanddelen. Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en maanden Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor peuters van 14 maanden Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar Rijksvaccinatieprogramma Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar Rijksvaccinatieprogramma HPV-vaccinatie Informatie over inenten tegen baarmoederhalskanker Begeleiding ouders De uitvoerders van het RVP begeleiden ouders bij hun keuze tot vaccinatie door tijdens een gesprek in te gaan op het belang van vaccinatie, de effectiviteit en mogelijke bijwerkingen te benoemen. Daarnaast wordt ingegaan op eventuele twijfels van ouders en wordt voorlichting op maat gegeven. De ouders worden geattendeerd op de publiekswebsite van het RVP. ( Bovendien wordt expliciet toegelicht dat zij zelf vermoede bijwerkingen bij Lareb kunnen melden. Er zijn 3 brochures online beschikbaar die ondersteuning bieden bij de begeleiding: Bezwaren tegen vaccinatie, perspectief van de weigeraar Brochure_Bezwaren_tegen_vaccinaties_Perspectief_van_de_weigeraar Vaccinatie: voorzienigheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid (voor ouders) Vaccinatie in de reformatorische gezindte: Informatie voor de jeugdgezondheidszorg (voor professionals) Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Vaccinatie: voorzienigheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus BA Bilthoven november 2010 Rijksvaccinatieprogramma Bezwaren tegen vaccinaties Bezwaren tegen vaccinaties Het perspectief van de weigeraar Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
18 18 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
19 4 Het tijdstip van vaccinatie 4.1 Het tijdstip van de 1e DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinatie De eerste vaccinatie wordt in de regel gegeven als de baby 6, 7, 8 of 9 weken oud is. (10, 23, 25) De geboortedag en de dag waarop het consultatiebureau bezocht wordt, zijn mede bepalende factoren. Het blijft wenselijk de vaccinatie zo vroeg mogelijk te geven in verband met risico op kinkhoest. Het is te laat en niet wenselijk om de eerste vaccinatie na de leeftijd van 9 weken te geven. Als die situatie dreigt te ontstaan, moet bekeken worden of de vaccinatie elders op tijd gegeven kan worden, bijvoorbeeld tijdens een inloopspreekuur of op een ander consultatiebureau. In bijzondere situaties is het heel belangrijk om tijdig te vaccineren: Als het gaat om een baby van een moeder die HBsAg-draagster is. De eerste vaccinatie (HepB-0) moet binnen 48 uur na de geboorte gegeven zijn. De leeftijd van 9 weken is dan in principe de deadline waarop de tweede vaccinatie (DKTP- Hib-HepB-1) gegeven moet zijn. Als er een lokale uitbraak van kinkhoest is of als de baby direct contact heeft gehad met een kinkhoestpatiënt. Hoewel het vaccin geregistreerd is voor toepassing vanaf de leeftijd van 6 weken, kan de arts vanwege dit risico overwegen om de eerste vaccinatie vanaf 4 weken (28 dagen, geboortedag is 0) toe te dienen tegelijkertijd met de eerste pneumokokkenvaccinatie (zie LCI-richtlijn Kinkhoest). Bij verwondingen kan het ook nodig zijn de vaccinatie eerder te geven. Het gaat dan om diepe, uitgebreide en/of verontreinigde wonden, in het bijzonder ook tweede- en derdegraads brandwonden (zie hoofdstuk 12 Postexpositieprofylaxe tetanus bij kinderen). Bij reizen naar een risicoland. De vaccins van het zuigelingenschema (DKTP-Hib-HepB en Pneu) zijn geregistreerd en/of uitgebreid onderzocht bij kinderen van 6 weken en ouder. Beperkte onderzoeksgegevens laten zien dat op individuele indicatie de vaccins vanaf de leeftijd van 4 weken kunnen worden toegediend met voldoende effectiviteit en toereikende bescherming. 4.2 Het tijdstip van de 2e en 3e DKTP-Hib-HepB-vaccinatie Voor de 2e en de 3e vaccinatie is tijdigheid net zo van belang als voor de eerste vaccinatie. Het standaard interval is 4 weken. Soms is er een reden om dit interval te verkorten, bijvoorbeeld als het kind voor enkele weken naar het buitenland gaat. Het absolute minimuminterval is 2 weken. Tweemaal een interval van minder dan 4 weken is niet wenselijk. Als het interval korter is dan 2 weken dan moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. De nieuwe vaccinatie wordt gepland zonder rekening te houden met de laatste vaccinatie. De te vroeg gegeven vaccinatie wordt niet meegerekend. Overleg bij twijfel altijd met een medisch adviseur van het RIVM. 4.3 Het tijdstip van de 2e Pneu-vaccinatie Ook bij de 2e Pneu-vaccinatie is tijdigheid van belang. Het standaard interval is 8 weken. Als er een reden is om het interval te verkorten, is het absolute minimuminterval 6 weken. Als het interval korter is, dan moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. De te vroeg gegeven vaccinatie wordt niet meegerekend. Overleg bij twijfel altijd met een medisch adviseur van het RIVM. (5, 7) Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
20 4.4 Het tijdstip van de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-revaccinatie Na 3, respectievelijk 2 vaccinaties (primaire serie) is het kind voorlopig voldoende beschermd. Er is wat meer speling voor het moment van de eerste revaccinatie. Het interval tussen de primaire serie en revaccinatie is bij voorkeur minimaal 6 maanden. Onderzoek heeft uitgewezen dat het effect van de revaccinatie groter wordt naarmate het kind ouder is en het interval groter. Daarom is de vaccinatie op de leeftijd van 11 maanden immunologisch gezien beter dan op de leeftijd van 10 maanden. De eerste revaccinatie wordt rond de leeftijd van 11 maanden gepland. Soms is het wenselijk om dit interval te verkorten. Het absolute minimuminterval is dan 4 maanden. Indicaties hiervoor zijn: een kind dat langdurig naar het buitenland gaat en daar moeilijk aan vaccinaties kan komen; een kind zonder vaste woon- of verblijfplaats; een kind van een HBsAg-draagster, en waarvan onzeker is of het kind de volgende keer, op het gewenste tijdstip, weer op het consultatiebureau komt; een kind met een ernstige wond (zie hoofdstuk 12 Postexpositieprofylaxe tetanus bij kinderen). Als het interval korter is dan 4 maanden dan moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. De nieuwe vaccinatie wordt 6 maanden na de laatste vaccinatie van de primaire serie gepland. De te vroeg gegeven vaccinatie wordt niet meegerekend. 4.5 Het tijdstip van de BMR- en MenC-vaccinatie Deze vaccinaties worden in de regel op de leeftijd van 14 maanden gegeven met een spreiding van 12 tot 15 maanden. Tijdigheid is van belang in verband met een onverhoopte mazelenepidemie. Als de vaccinaties voor de eerste verjaardag gegeven zijn, dan moeten ze na de leeftijd van 1 jaar opnieuw gegeven worden. Binnen het RVP mag de BMR-vaccinatie vanaf de leeftijd van 6 maanden gegeven worden als daarvoor een reizigersindicatie of een epidemische indicatie bestaat (zie hoofdstuk 11 Vaccinaties voor kinderen die reizen naar het buitenland). Voor de MenC-vaccinatie bestaat die indicatie niet. 4.6 Het tijdstip van de DKTP-vaccinatie voor de 4-jarigen In het jaar dat een kind 4 jaar wordt, ontvangt het een oproep voor deze vaccinatie. De vaccinatie mag vanaf de 3e verjaardag gegeven worden, maar wordt normaliter rond de leeftijd van 3 jaar en 9 maanden toegediend. Het verdient de voorkeur de vaccinatie vanaf de leeftijd van 3 jaar en 6 maanden te geven in verband met een voldoende groot interval met de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie. 4.7 Het tijdstip van de DTP- en BMR-vaccinatie voor de 9-jarigen In het jaar dat een kind 9 jaar wordt, ontvangt het een oproep voor deze vaccinaties. De vaccinaties worden tijdens een zogenaamde groepsvaccinatie gegeven. Het moment wordt door de JGZ-organisatie bepaald in overleg met het RIVM-DVP-regiokantoor. 4.8 Het tijdstip van de HPV-vaccinatie De serie HPV-vaccinaties wordt door de JGZ-organisatie in principe gestart in het voorjaar van het jaar waarin het meisje 13 jaar wordt. (3, 26, 27) De serie wordt op deze leeftijd aangeboden om er voor te zorgen dat die is afgerond ruim voor de sexarche. De stelregel is dat de volledige serie van 2 HPV-vaccinaties wordt afgerond in het jaar dat met de 1e vaccinatie is gestart. Als meisjes/ouders niet reageren op de eerste oproep, ontvangen zij na een half jaar nog 1 keer een oproep. 20 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
21 5 Het vaccineren van baby s van moeders die hepatitis B-drager zijn 5.1 Het tijdstip van vaccinatie Postnataal Baby s van moeders die hepatitis B-drager zijn, hebben een verhoogd risico om ook hepatitis B-drager te worden. Om hepatitis B-infectie te voorkomen, krijgen deze baby s direct na de geboorte hepatitis B- immunoglobuline en een 1e hepatitis B-vaccinatie. Uiterlijk binnen 48 uur moet de HepB-0-vaccinatie gegeven zijn. (12) Op het consultatiebureau Op het consultatiebureau wordt de vaccinatieserie DKTP-Hib-HepB gegeven. (zie hoofdstuk 4.1, 4.2 en 4.4). Tijdigheid is hierbij van groot belang. De 1e vaccinatie dient gegeven te worden als de baby 6, 7, 8 of 9 weken oud is. De volgende 2 vaccinaties worden in principe met een interval van 4 weken gegeven; zie ook hoofdstuk 4.2. De 4e vaccinatie wordt rond de leeftijd van 11 maanden gegeven, zie ook hoofdstuk 4.4. (16) 5.2 Serologische controle Bij baby s van moeders die hepatitis B-drager zijn, (28) wordt serologisch onderzoek gedaan om te controleren of er ondanks vaccinatie een hepatitis B-infectie is opgetreden (HBsAg positief) en of de vaccinaties voldoende bescherming hebben gegeven tegen hepatitis B (anti-hbs 10 IE/l). Dit onderzoek wordt bij voorkeur 4-6 weken na de laatste DKTP- Hib-HepB-vaccinatie gedaan via de huisarts. (12) Als die periode is verstreken, dient het onderzoek zo spoedig mogelijk plaats te vinden. Na toediening van de laatste hepatitis B-vaccinatie informeert de JGZ de ouders over de serologische controle en geeft hiervoor een verwijsbrief mee voor de huisarts. Het RIVM-DVP-regiokantoor stuurt van tevoren een herinnering naar de JGZ samen met 2 informatiebladen, 1 voor de ouders en 1 voor de huisarts. Tijdens het 14-maandenconsult informeert de JGZ bij de ouders naar de uitslag. In geval van dragerschap wordt het kind via de huisarts verwezen naar de kinderartsinfectioloog. In geval van onvoldoende bescherming en dragerschap is uitgesloten, worden 3 extra hepatitis B-vaccinaties gepland in een maandenschema. De JGZ geeft dit door aan het RIVM-DVP-regiokantoor en ouders ontvangen vervolgens nieuwe vaccinatiekaarten. De JGZ verwijst na deze vaccinatieserie nogmaals naar de huisarts voor een serologische controle. (4) Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
22 6 Combinatievaccins, simultaan vaccineren, intervallen Binnen het RVP zijn soms gelijktijdig verschillende combinatievaccins met dezelfde componenten beschikbaar. Bijvoorbeeld: Priorix en M-M-R-Vaxpro. Deze combinatievaccins zijn qua samenstelling gelijkwaardig en zijn daarom onderling uitwisselbaar. Simultaan vaccineren betekent dat verschillende vaccinaties op dezelfde dag gegeven worden. Voor het kind is dit het minst belastend. Bij simultaan vaccineren worden meerdere prikken gegeven. In principe worden hiervoor verschillende ledematen gebruikt, zeker beneden de 2e verjaardag. Als dat niet mogelijk is kunnen 2 prikken in 1 ledemaat gegeven worden met een minimale afstand van 2,5 cm. Boven de leeftijd van 2 jaar wordt meestal in de arm gevaccineerd. Als er 2 vaccinaties in 1 ledemaat gegeven worden, zijn dit bij voorkeur een intramusculaire en een subcutane injectie. Hierdoor ontstaat er een goede spreiding van het vaccin. Bij de toediening van vaccins die onderdeel zijn van een serie, zoals DKTP-Hib-HepB, moet het standaardinterval van 4 weken of 6 maanden worden aangehouden (zie hoofdstuk 4.2 en 4.4). Bij toediening van vaccins die geen onderdeel zijn van een serie (bijvoorbeeld de influenzavaccinatie) wordt tabel 3 gehanteerd. (29, 16,30) Tabel 3 Minimum intervallen tussen het toedienen van geïnactiveerde en levende vaccins 1 e vaccin 2 e vaccin minimum interval geïnactiveerd geïnactiveerd geen* levend geïnactiveerd geen* geïnactiveerd levend geen* levend (parenterale(injectie) levend (orale toediening) geen* toediening) levend (orale toediening) levend (parenterale toediening) geen* levend (parenterale toediening) levend (parenterale toediening) 21 dagen** * Simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval ** Simultane toediening is wel toegestaan. Dit geldt voor het BMR- en gelekoortsvaccin NB Voor of na BCG-vaccinatie tegen tuberculose hoeft geen interval in acht te worden genomen! 22 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
23 7 Vaccinatietechniek 7.1 Aandachtspunten bij het vaccineren Handhygiëne bij het vaccineren Handen zijn een belangrijke schakel in de overdracht van micro-organismen. Handen dienen visueel schoon te zijn, vrij van sieraden, de nagels kort geknipt en geen gebruik van kunstnagels. De polsen moeten vrij zijn van bedekkende kleding. Met handhygiëne wordt bedoeld de handen wassen met water en zeep of desinfecteren met handalcohol. Het is niet nodig om voor elke afzonderlijke vaccinatie handhygiëne toe te passen, maar wel op de volgende momenten (16, 31): voor aanvang van de vaccinatiespreekuren; na pauzemomenten; na hoesten, niezen en neussnuiten; na toiletbezoek; voor en na het eten en drinken; na contact met lichaamsvloeistoffen of uitscheidingsproducten; bij zichtbaar vuil. Administratie Administratie is een essentieel onderdeel van de vaccinatie. Alleen bij een zorgvuldige registratie kunnen in het geval van een incident adequate maatregelen genomen worden. Het verdient de voorkeur om voor het toedienen van de vaccinatie de registratie af te handelen. Zo voorkomt men dat er niet-geïndiceerd vaccin wordt toegediend. Expiratiedatum De expiratiedatum geeft de laatste dag of maand aan dat met het vaccin gevaccineerd mag worden. Indien het vaccin per ongeluk toch na die datum gebruikt is, wordt de ouders een nieuwe vaccinatie aangeboden omdat de werkzaamheid niet meer te garanderen is. Dit wordt in het dossier genoteerd, ook als de ouders besluiten de vaccinatie niet opnieuw te laten geven. Dit dient u altijd door te geven aan het RIVM-DVP-regiokantoor. Bijsluiters Bijsluiters moeten op verzoek overhandigd kunnen worden. Het RIVM ondersteunt dit door bijsluiters mee te leveren met het vaccin. Daarnaast staan de actuele bijsluiters op Vaccinflacons Het flip-offkapje beschermt de rubberen afsluitdop. Deze afsluitdop voorkomt contaminatie en zorgt voor het behoud van de steriliteit. Zolang er niet in het flesje is geprikt, is de inhoud steriel. Omdat op het oog niet te zien is of er in het flesje is geprikt, moet diegene die het flip-offkapje heeft verwijderd er persoonlijk voor zorg dragen dat het flesje bij de eerstvolgende gelegenheid wordt gebruikt. Vaccinflesjes die zijn aangeprikt moeten altijd op dezelfde dag worden gebruikt. Injectiespuiten Bij MMRVaxPro en Infanrix hexa kan het voorkomen dat de zuiger niet goed in de zwarte/grijze stopper zit vastgedraaid. Daarom voor gebruik eerst controleren of zuigerstaafje goed in de stopper is geschroefd en deze zo nodig met de klok mee aandraaien. Houd er rekening mee dat de spuit geen rem aan de achterkant heeft. Mengen Gebruik voor het doorpikken van het rubber dopje van de flacon een injectienaald met een kleine diameter. Naalden van 0,6 x 25 mm (23G) zullen minder kans geven op zwarte rubberen deeltjes in de oplossing. Bij gebruik van naalden met een grotere diameter worden wel eens ponsjes van de rubberen dop in de vloeistof gezien. Dat heeft geen invloed op de kwaliteit van het vaccin. Gevriesdroogd vaccin wordt gereconstitueerd (= opgelost) vlak voor toediening en moet na opzuigen in de spuit binnen 15 minuten worden toegediend. Desinfectie Het is niet nodig om de rubberen afsluitdop en de huid van het kind te desinfecteren. (32) Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
24 Ontluchten van de injectiespuit De injectiespuit moet voor de injectie worden ontlucht tot de naaldopzet. Injectienaald In het Arbeidsomstandigheden (Arbo)besluit is het gebruik van veiligenaaldsystemen opgenomen. De vaccins van het RVP zijn geschikt voor veiligenaaldsystemen met uitzondering van het DTP- en los Hib-vaccin. Zodra het mogelijk is zal voor DTP en Hib ook vaccin geleverd worden dat geschikt is voor veiligenaaldsystemen. Voor het gebruik van injectienaalden wordt een naaldlengte van mm met een doorsnede van 0,5 of 0,6 mm geadviseerd. Een (voorgevulde) spuit waar een naald opgezet is, moet dezelfde dag gebruikt worden. Plaats voor injectie De eerste voorkeursplaats voor injecties bij zuigelingen in de leeftijd van 0 tot 12 maanden is het dijbeen (musculus vastus lateralis). Als dit niet mogelijk is, kan in de bovenarm (musculus deltoideus of musculus triceps) gevaccineerd worden. Boven de leeftijd van 12 maanden is er geen voorkeur voor het dijbeen of de bovenarm. Vanaf 2 jaar wordt meestal in de arm gevaccineerd. In de bijsluiter van de vaccins staan de aanbevolen injectieplaatsen. In het protocol van de eigen organisatie staan de afspraken over de exacte prikplaatsen, in welke armen en benen de diverse vaccinaties gegeven worden. Aspireren Controle op het aanprikken van een bloedvat voorafgaand aan het inspuiten van het vaccin is niet noodzakelijk. Toediening Toediening van een (vrijwel) volledige dosis (>90%) van het vaccin is nodig. Als dat niet is toegediend moet de vaccinatie direct worden herhaald. Dit mag in hetzelfde ledemaat. Een eventueel dubbele dosis is niet schadelijk en geeft ook niet meer bijwerkingen. Foutieve menging Bij foutieve menging van vaccins wordt de vaccinatie als niet toegediend beschouwd. 7.2 Toediening van de RVP-vaccinaties Tabel 4 Toediening van de RVP-vaccinaties Vaccin DKTP-Hib-HepB als combinatievaccin of als los DKTP- of Hib- of HepB-vaccin Pneu BMR MenC DTP HPV Toediening Intramusculair Intramusculair Subcutaan of Intramusculair* Intramusculair Intramusculair Intramusculair * Van alle op de markt zijnde producten voor bescherming tegen bof, mazelen en rodehond is vastgesteld dat zowel intramusculaire als subcutane toediening effectief en veilig is. 24 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
25 7.3 De techniek van de intramusculaire en de subcutane injecties De techniek van de intramusculaire injectie Voer achtereenvolgens de volgende handelingen uit: Ontbloot de injectieplaats en laat knellende kleding losmaken of uittrekken. Fixeer de injectieplaats tussen duim en wijsvinger en trek de huid daarbij strak. Verschuif tevens de huid iets ten opzichte van het onderhuidse bindweefsel. Doorsteek de huid snel en loodrecht. Injecteer het vaccin langzaam en volledig. Trek de lege spuit terug met een snelle beweging. Plaats het beschermkapje niet meer terug op de naald. Bescherm de naald conform de gebruiksaanwijzing van het veiligenaaldsysteem. Ontkoppel direct naald en spuit met behulp van de naaldencontainer of gooi spuit en naald als geheel in de naaldencontainer (afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie). Vaccinflacon en spuit kunnen na gebruik bij het huishoudelijk afval, ook als er BMR-vaccin in zat. De techniek van de subcutane injectie Voer achtereenvolgens de volgende handelingen uit: Ontbloot de injectieplaats en laat knellende kleding losmaken of uittrekken. Fixeer de injectieplaats tussen duim en wijsvinger en duw een huidplooi op. Doorsteek de huid snel en onder een hoek van 45 graden. Controleer of de naald los in het onderhuidse bindweefsel ligt (de spuit kan dan soepel heen en weer bewogen worden). Injecteer het vaccin langzaam en volledig. Trek de lege spuit terug met een snelle beweging. Plaats het beschermkapje niet meer terug op de naald. Bescherm de naald conform de gebruiksaanwijzing van het veilige naaldsysteem. Ontkoppel naald en spuit met behulp van de naaldencontainer of gooi spuit en naald als geheel in de naaldencontainer (afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie). Vaccinflacon en spuit kunnen na gebruik bij het huishoudelijk afval, ook als er BMR-vaccin in zat. 7.4 Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren Geef de minst pijnlijke vaccinatie het eerst wanneer er meer vaccinaties tijdens 1 consult gegeven moeten worden. Dus geef eerst de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie en daarna de Pneu-vaccinatie. Geef eerst de intramusculaire injectie en daarna de subcutane injectie. Afleiding tijdens het vaccineren vermindert de pijnsensatie van een vaccinatie. U kunt de huid lokaal verdoven met Emla -crème. Uit onderzoek is gebleken dat Emla -crème het opwekken van antistoffen (de immuunrespons) van vaccins niet nadelig beïnvloedt. Voor een goede werking van het pijnstillend effect moet de crème 1 uur voor de vaccinatie op de injectieplek aangebracht worden. De crème verdooft alleen de huid en niet het onderliggende weefsel. (16) Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
26 8 Inhaalschema s 8.1 Kaders voor inhaalschema s Inhaalschema s worden opgesteld voor kinderen die later dan normaal met de vaccinaties in het kader van het RVP beginnen of die een groter interval hebben tussen de vaccinaties. (16) Het gaat om kinderen die vanuit het buitenland in Nederland zijn gaan wonen, de vestigers, en kinderen waarvan de ouders in eerste instantie niet deel willen nemen aan het RVP en dat op latere leeftijd wel willen, de spijtoptanten. Voor het maken van een individueel inhaalschema is de volgende algemeen geldende regel van toepassing: Vestigers en spijtoptanten mogen tot hun 19e verjaardag (opnieuw) starten met de RVP-vaccinaties met inachtneming van de algemene RVP-richtlijnen. Algemene RVP-richtlijnen Geen DTP-vaccin geven als DKTP-vaccin geïndiceerd is. Geen losse componenten geven als er een combinatievaccin beschikbaar is. Vaccins die normaliter tegelijk gegeven worden, niet gespreid toedienen. Gebruikelijke intervallen hanteren. Indien het streefinterval is overschreden, dient de volgende vaccinatie zo spoedig mogelijk gegeven te worden (zie de volgende paragrafen). Geen halve doses geven. Vaccins van verschillende fabrikanten zijn onderling uitwisselbaar. De series worden afgemaakt met het vaccin dat op dat moment gebruikt wordt in het RVP. Een vaccinatieserie die in het buitenland gestart is met DPT (P = pertussis) + oraal poliovaccin kan op gebruikelijke wijze afgemaakt worden met D(K)TP met HepB en tot de 2e verjaardag ook met Hib. Vaccins die door ouders worden meegebracht vallen buiten het RVP en het inspuiten ervan is ongewenst. Een gestarte serie mag altijd worden afgemaakt. Relevante startleeftijden om voor bepaalde vaccinaties in aanmerking te komen - MenC: geboren op of na 1 juni HPV: meisjes geboren in 1997 of later Er kunnen 3 of 4 vaccinaties gelijktijdig worden gegeven. Dit kan alleen als het in belang van het kind is, naar oordeel van de arts en gebeurt in overleg met de ouders en - bij een ouder kind - het kind zelf. Informatie over vaccinatieschema s in het buitenland vindt u op: Kinderen worden, tot hun 13e verjaardag actief benaderd door de RIVM-DVP-regiokantoren voor inhaalvaccinaties door middel van herinneringsoproepen. Vestigers ontvangen een uitnodigingbrief en vaccinatiekaarten. Kinderen worden vanaf 13 jaar alleen gevaccineerd op eigen verzoek, op verzoek van een ouder of de betrokken professional. In bijlage 1 Basisschema s Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 staat vermeld wat de basisprincipes zijn voor het maken van individuele inhaalschema s. Uitgebreide informatie over inhaalschema s staat in de volgende paragrafen. 26 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
27 8.2 Afwijken van het RVP-schema, inhaalschema s en beslisboom Als er later dan normaal gestart wordt met vaccineren in het kader van het RVP, is in de beslisboom (Tabel 5) te zien welke vaccinaties een kind nodig heeft. (16) Later starten met vaccineren kan betekenen dat er minder vaccinaties nodig zijn. In de beslisboom zijn 4 basisschema s opgenomen, ieder passend bij een bepaalde leeftijd waarop begonnen wordt met vaccineren. Welk basisschema van toepassing is hangt af van de huidige leeftijd van het kind en van de leeftijd waarop eventueel al vaccinaties zijn toegediend. Als er al vaccinaties zijn toegediend moeten deze vergeleken worden met het basisschema. Indien van toepassing kunnen vaccinaties of een onderdeel van een combinatievaccin zoals Hib, uit het basisschema worden weggelaten. Bij twijfel over een toediening is het beter om deze niet uit het basisschema weg te laten. Een eventuele extra vaccinatie heeft de voorkeur boven een incompleet schema. De beschreven intervallen hebben de voorkeur, maar mits onderbouwd, mag daar vanaf geweken worden, zolang de minimumintervallen maar gehanteerd blijven (zie hoofdstuk 4) Beschikbare vaccins voor toediening DKTP-Hib-HepB of onderdelen daarvan Voor de inhaalschema s van DKTP-Hib-HepB kan het zijn dat een kind slechts een deel van het hexavaccin nodig heeft vanwege vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven of vanwege de leeftijd. De volgende vaccins zijn beschikbaar: Infanrix hexa (DKTP-Hib-HepB) kan met of zonder Hib toegediend worden en is geschikt tot 19e verjaardag, ook wat betreft de HepB-component; Infanrix IPV (DKTP) is geschikt voor opbouw basisimmuniteit als er geen HepB meer nodig is, eventueel in combinatie met Act Hib; als DKTP en Hib nodig zijn mag een Infanrix hexa toegediend worden als ouder of kind daar de voorkeur aan geeft boven een Infanrix IPV + Act Hib ; als DTP en HepB nodig zijn, mag een Infanrix hexa zonder Hib toegediend worden als ouder of kind daar de voorkeur aan geeft; Act-HIB is geschikt voor kinderen die geen DKTP-HepB meer nodig hebben; Engerix-B Junior is geschikt voor kinderen t/m 15 jaar die geen DKTP meer nodig hebben; HBVAXPRO adult is geschikt voor kinderen vanaf 16 jaar die geen DKTP meer nodig hebben Inhalen van vaccinaties bij kinderen die gevaccineerd zijn met DKTP(-Hib) of DTP Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gehad, zal de basisimmunisatie bereikt worden volgens de beslisboom in tabel 5. Kinderen die in het buitenland gestart zijn met DKTP(-Hib) krijgen DKTP-(Hib-)HepB aangeboden. Het hepatitis B-vaccinatieschema wordt zo nodig afgemaakt met los HepB-vaccin. Kinderen die gestart zijn met DTP moeten de basisimmuniteit opnieuw opbouwen met DKTP(-Hib)(-HepB) Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Hib- gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van een Hib-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten, ongeacht of het Hib-vaccin los of als component in een combinatievaccin is toegediend: Hib-vaccinatie wordt tot de 2e verjaardag aangeboden omdat vanaf de leeftijd van 2 jaar invasieve Hib-ziekten vrijwel niet meer voorkomen; als op de leeftijd van een half jaar tot de 1e verjaardag is gestart met Hib-vaccinatie, wordt een schema gehanteerd; als de Hib-vaccinatie op de 1e verjaardag of later is gestart, dan is dit meteen de laatste Hib-vaccinatie. De basisimmunisatie voor Hib is dan afgerond; na het bereiken van de basisimmunisatie voor Hib en vanaf de 2e verjaardag worden, voor het voltooien van de vaccinatieserie, combinatievaccins gekozen zonder Hib-component (tabel 5). Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het heeft gehad, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in tabel 5; als een kind 2 jaar of ouder is en toch nog 1 of meer DKTP-HepB-vaccinatie(s) moet hebben, mag er 1 keer de Hib-component bij gegeven worden, indien het kind geen basisimmuniteit heeft voor Hib. Dit is niet noodzakelijk. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
28 Tabel 5 Beslisboom Leeftijd nu Leeftijd 1 e vaccinatie Vaccinatieschema Als er al (deel)vaccinaties gegeven zijn, laat je die weg als dat kan Tot een half jaar Geen vaccinaties gehad of voor de leeftijd van een half jaar begonnen met vaccineren Basisschema 1. Zuigeling 1 e vaccinaties : DKTP-Hib-HepB1 + Pneu1 2 e vaccinatie 4 wk na 1 e : DKTP-Hib-HepB2 3 e vaccinaties 4 wk na 2 e : DKTP-Hib-HepB3 + Pneu2 4 e vaccinaties 6 mnd na 3 e : DKTP-Hib-HepB4 + Pneu3 14 maanden oud : BMR1 + MenC AZC-kinderen 9 maanden oud: BMR0 De vervolgvaccinaties volgens het normale RVP-schema. Half jaar tot 1 e verjaardag Geen vaccinaties gehad of na de leeftijd van een half jaar begonnen met vaccineren Voor de leeftijd van een half jaar begonnen met vaccineren Basisschema 2. Start in 2 e helft 1 e levensjaar 1 e vaccinaties : DKTP-Hib-HepB1 +Pneu1 2 e vaccinatie 4 wk na 1 e : DKTP-Hib-HepB2 3 e vaccinatie 4 wk na 2 e : DKTP-HepB3 (zonder Hib) +Pneu2 4 e vaccinaties 6 mnd na 3 e : DKTP-Hib-HepB4 + Pneu3 14 maanden oud : BMR1 +MenC AZC-kinderen 9 maanden oud: BMR0 De vervolgvaccinaties volgens het normale RVP-schema. Zie Basisschema 1. Zuigeling + onderstaande opmerkingen Hib: Als de 1 e Hib voor de leeftijd van een half jaar gegeven is, geldt een 3+1 schema. Als er nu met de Hib begonnen wordt, geldt een 2+1- schema. 1e tot 2e verjaardag Geen vaccinaties gehad of na de 1 e verjaardag begonnen met vaccineren Basisschema 3. Start vanaf 1 e verjaardag tot 2 e verjaardag 1 e vaccinaties : DKTP-Hib-HepB1 + Pneu1 2 e vaccinaties 4 wk na 1e : DKTP-HepB2 + BMR1 3 e vaccinaties 2 mnd na 1e : Pneu2 + MenC 4 e vaccinaties 6 mnd na 2e : DKTP-HepB3 Als DKTP-HepB3 na 2e verjaardag valt, geldt deze als revaccinatie. Dan geen DKTP bij 4 jaar. De vervolgvaccinaties volgens het normale RVP-schema. Voor de 1 e verjaardag begonnen met vaccineren Zie Basisschema 1. Zuigeling + onderstaande opmerkingen Hib: 1x Hib na 1e verjaardag is voldoende. DKTP(-Hib)-HepB4: als deze na 2e verjaardag valt, geldt het als revaccinatie. Dan geen DKTP bij 4 jaar. Pneu: Als er 1 prik voor de 1e verjaardag is gegeven of als de 1e prik na de 1e verjaardag valt, zijn 2 prikken na de 1e verjaardag voldoende met een interval van 2 maanden. 28 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
29 Leeftijd nu Leeftijd 1 e vaccinatie Vaccinatieschema Als er al (deel)vaccinaties gegeven zijn, laat je die weg als dat kan Geen vaccinaties gehad of na de 2 e verjaardag begonnen met vaccineren Basisschema 4. Start vanaf 2e verjaardag tot 19e verjaardag 1 e vaccinaties : DKTP-HepB1 + BMR1 2 e vaccinaties 4 wk na 1e : DKTP-HepB2 + MenC 3 e vaccinatie 6 mnd na 2e : DKTP-HepB3 DKTP-HepB3: valt na 2e verjaardag en geldt als revaccinatie. Dus geen DKTP bij 4 jaar nodig. Als hij na de 6e verjaardag valt, vervalt ook de DTP bij 9 jaar. Hib: hoeft niet na 2e verjaardag gegeven te worden, mag wel 1x gegeven worden. Pneu: vervalt na 2e verjaardag. BMR2: kan tot 9 jaar tijdens groepsvaccinatie toegediend worden, op oudere leeftijd zo snel mogelijk, minimaal 1 maand na BMR1, toedienen. HPV: worden in principe tijdens groepsvaccinaties toegediend 2e tot 19e verjaardag Voor de 1 e verjaardag begonnen met vaccineren Zie Basisschema 1. Zuigeling + onderstaande opmerkingen Hib: hoeft niet na 2e verjaardag gegeven te worden, mag wel 1x gegeven worden. Pneu: vervalt na 2e verjaardag. BMR1 en MenC: worden zo snel mogelijk ingepland, indien nog niet toegediend. DKTP-HepB4: als deze na 2e verjaardag valt, geldt deze als revaccinatie. Dan geen DKTP bij 4 jaar. Als hij na de 6e verjaardag valt, vervalt ook de DTP bij 9 jaar. BMR2: kan tot 9 jaar tijdens groepsvaccinatie toegediend worden, op oudere leeftijd zo snel mogelijk, minimaal 1 maand na BMR1, toedienen. HPV: worden in principe tijdens groepsvaccinaties toegediend. Tussen de 1 e en 2 e verjaardag begonnen met vaccineren Zie Basisschema 3. Start vanaf 1e verjaardag tot 2e verjaardag + onderstaande opmerkingen Hib: hoeft niet na 2e verjaardag gegeven te worden, mag wel 1x gegeven worden. Pneu: vervalt na 2e verjaardag. BMR1 en MenC: worden zo snel mogelijk ingepland, indien nog niet toegediend. DKTP-HepB3: als deze na 2e verjaardag valt, geldt deze als revaccinatie. Dan geen DKTP bij 4 jaar. Als hij na de 6e verjaardag valt, vervalt ook de DTP bij 9 jaar. BMR2: kan tot 9 jaar tijdens groepsvaccinatie toegediend worden, op oudere leeftijd zo snel mogelijk, minimaal 1 maand na BMR1, toedienen. HPV: worden in principe tijdens groepsvaccinaties toegediend. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
30 8.2.4 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HepB- gevaccineerde kinderen De volgende doelgroepen komen in aanmerking voor een inhaalvaccinatie: alle kinderen die de basisimmuniteit voor DKTP nog niet voltooid hebben. Zij ontvangen een combinatievaccin DKTP- (Hib)-HepB, ongeacht hun geboortejaar. Zo nodig wordt de HepB-vaccinatieserie met los vaccin voltooid. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gehad, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in tabel 5, eventueel met los HepB-vaccin in plaats van het combinatievaccin.; vestigers die de basisimmuniteit voor DKTP al wel bereikt hebben en al begonnen zijn met vaccinaties tegen hepatitis B, maar deze serie nog niet afgemaakt hebben. Het HepB-vaccinatieschema wordt afgemaakt in een 2+1-schema; alle kinderen die begonnen zijn met een HepB-vaccinatieserie op indicatie en deze vaccinatieserie nog niet hebben afgerond. Bijzondere situaties Kinderen van HBsAg-positieve moeders dienen hun vaccinaties tijdig te ontvangen; het gaat immers om postexpositieprofylaxe. De HepB-serie is in het buitenland voltooid met een maandenschema. In veel landen wordt voor bescherming tegen hepatitis B een vaccinatieserie met een maandenschema gehanteerd, waarbij gevaccineerd wordt met los HepB-vaccin. Dit schema mag direct na de geboorte gestart worden. Een kind is hiermee voldoende gevaccineerd. Er is dus een verschil tussen een vaccinatieserie opgebouwd met los HepB-vaccin en een vaccinatieserie voor hepatitis B opgebouwd met een combinatievaccin. Kinderen van 2 jaar of ouder hebben geen Hib-vaccinatie nodig. Indien een DKTP-HepB gegeven dient te worden, wordt er Infanrix hexa gegeven zonder Hib-component. DKTP-HepB is een volwaardig pentavaccin. De Hibcomponent mag wel 1x gegeven worden, maar dit hoeft niet. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gekregen, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in tabel UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
31 8.2.5 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Pneu-gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van een vaccinatie tegen pneumokokken met een geconjugeerd vaccin gelden de volgende uitgangspunten: de Pneu-vaccinatie wordt tot de 2e verjaardag aangeboden; bij een zuigeling (= tot 1e verjaardag) moet gestart worden met een 2+1-schema; aan kinderen die starten tussen de 1e en 2e verjaardag worden 2 vaccinaties gegeven met een interval van 2 maanden; kinderen van 2 jaar en ouder kunnen op medische indicatie, dus buiten het RVP, in aanmerking komen voor de vaccinatie en hebben dan aan 1 Pneu-vaccinatie voldoende. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in tabel 5 en de (minimum) intervallen in tabel 6 (6,7). Tabel 6 Het (inhaal)schema Pneu-vaccinatie tot de 2e verjaardag Startleeftijd 6 weken tot 1 e verjaardag 2 x Pneu met een interval van 8 weken (minimum interval is 6 weken) en 6 maanden daarna: 1 x Pneu Startleeftijd 1 e tot 2 e verjaardag 2 x Pneu met een interval van 2 maanden (minimum interval is 8 weken) Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van een BMR-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten: de volledige BMR-vaccinatie bestaat binnen het RVP uit 2 doses. De 1e vaccinatie wordt gegeven na de 1e verjaardag, meestal rond 14 maanden, en de 2e BMR-vaccinatie in het jaar dat het kind 9 jaar wordt; een BMR-vaccinatie die is gegeven op de leeftijd van 12 of 13 maanden geldt als 1 BMR-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden; een BMR-vaccinatie die op indicatie vóór de 1e verjaardag is gegeven, geldt niet als een BMR-vaccinatie op 14 maanden, omdat de vaccinatie door de aanwezigheid van maternale antistoffen mogelijk nog niet volledig gewerkt heeft. Deze wordt op de leeftijd van 14 maanden opnieuw gegeven. het minimuminterval tussen 2 BMR-vaccinaties is 1 maand; als in het buitenland 1 of 2 losse componenten uit de BMR-vaccinatie zijn toegediend, moet de BMR-vaccinatie opnieuw worden toegediend; een kind met een leeftijd tussen 14 maanden en 9 jaar, krijgt eerst 1 BMR-vaccinatie. De 2e wordt in principe gegeven tijdens de groepsvaccinatie rond de 9e verjaardag; een kind van 9 jaar of ouder, krijgt 2 BMR-vaccinaties met een minimum interval van 1 maand. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in tabel Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig MenC- gevaccineerde kinderen Voor het inhalen van vaccinaties tegen meningokokken C gelden de volgende uitgangspunten: kinderen geboren op of na 1 juni 2001 komen in aanmerking voor de MenC-vaccinatie; vaccinatie in het 2e levensjaar van een kind is noodzakelijk om voldoende immuniteit op te bouwen, ook als het kind op de zuigelingenleeftijd tot 1e verjaardag buiten het RVP 3 doses MenC-vaccin heeft gekregen; na de 1e verjaardag is 1 MenC-vaccinatie voldoende. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in tabel 5. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
32 8.2.8 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HPV-gevaccineerde meisjes Voor het inhalen van HPV-vaccinaties gelden de volgende uitgangspunten (26, 27): de inhaalcampagne is in 2011 afgerond en meisjes geboren in de periode 1993 t/m 1996 komen niet meer in aanmerking voor HPV-vaccinaties; meisjes geboren op of na 1 januari 1997 komen in aanmerking voor inhaalvaccinaties; vestigers die de vaccinatie op 12/13 jarige leeftijd zijn misgelopen, omdat ze later in Nederland zijn gekomen, krijgen de vaccinatieserie alsnog aangeboden; (zie tabel 7 voor het toedieningschema van HPV-vaccin Cervarix ); als het interval kleiner is dan het minimuminterval moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden. Indien dit gebeurt bij het 0-6-schema, moet de derde vaccinatie 5 maanden na de 2e gegeven worden, conform de regels voor een schema; als er al 1 of 2 vaccinaties met Gardasil of een onbekend vaccin is/zijn toegediend en het niet mogelijk is de vaccinatieserie af te maken met hetzelfde vaccin, mag de serie afgemaakt worden met Cervarix. Dit is te verkiezen boven het geven van een nieuwe serie HPV-vaccinaties. Er wordt ook in dit geval tot de leeftijd van 15 jaar een 0-6-schema gehanteerd en vanaf 15 jaar een schema. Tabel 7 Het (inhaal)schema HPV-vaccinatie voor meisjes geboren vanaf 1997 Leeftijd tot 15 jaar HPV Streef-interval Minimum interval Eerste vaccinatie HPV1 6 maanden later HPV2 6 maanden na HPV1 5 maanden (150 dagen) Leeftijd 15 tot 19 jaar Eerste vaccinatie HPV1 1 maand later HPV2 1 maand na HPV1 3 weken (21 dagen) 6 maanden na HPV1 HPV3 5 maanden na HPV2 12 weken (84 dagen) Inhaalschema voor asielzoekerkinderen Asielzoekerkinderen krijgen ook in de leeftijd van 13 tot 19 jaar vaccinatiekaarten toegestuurd als er nog vaccinaties toegediend moeten worden. Dit gebeurt nadat het RIVM-regiokantoor van de JGZ een kopie van vaccinatiestatus en -plan heeft ontvangen óf als er 20 weken na binnenkomst in Nederland nog geen vaccinatiestatus is toegestuurd. HepB-vaccinatie: alle asielzoekerkinderen hebben recht op de HepB-vaccinatie, ook als de basisimmuniteit voor DKTP (-Hib) is voltooid; in principe wordt DKTP(-Hib-)HepB-vaccin gebruikt; Engerix B junior is geschikt voor kinderen t/m 15 jaar die geen DKTP-vaccinatie meer nodig hebben; HBVaxPro adult is geschikt voor kinderen vanaf 16 jaar die geen DKTP-vaccinatie meer nodig hebben. BMR-vaccinatie: alle asielzoekerkinderen ontvangen op de leeftijd van 9 maanden een extra BMR-vaccinatie, de BMR-0. Voor het overige is het aanbod van inhaalvaccinaties voor deze kinderen gelijk aan het aanbod binnen het reguliere RVP (zie tabel 8). Als er gestart is met het RVP, dus ook een inhaalschema, dan wordt dat altijd afgemaakt ongeacht de verblijfsstatus van het kind. Het is van belang dat asielzoekerkinderen na binnenkomst in Nederland snel gevaccineerd worden, met name als de basisimmuniteit nog niet is opgebouwd. Zie ook het JGZ-protocol Vaccineren asielzoekerkinderen 0-19 jaar op de website van GGD GHORKennisnet (15) 32 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
33 Tabel 8 Indicaties voor asielzoekerkinderen vergeleken met RVP Hep B Vaccinaties voor asielzoekerkinderen Alle kinderen tot de 19 e verjaardag, ongeacht land van herkomst Inhaalvaccinaties binnen RVP Alle kinderen die de basisimmuniteit van DKTP(-Hib-HepB) nog niet hebben voltooid Alle vestigers die de HepB-serie wel gestart zijn, maar die nog niet hebben voltooid Alle kinderen die begonnen zijn met een HepB-serie op indicatie, maar die nog niet hebben afgerond MenC Kinderen geboren op of na Kinderen geboren op of na Hib Kinderen tot de 2 e verjaardag Kinderen tot de 2 e verjaardag Pneu Kinderen tot de 2 e verjaardag Kinderen tot de 2 e verjaardag BMR HPV Alle kinderen tot de 19 e verjaardag zuigelingen krijgen een extra BMR op de leeftijd van 9 maanden (BMR-0) Meisjes (geboren in of na 1997) krijgen de serie aangeboden als ze na hun13 e verjaardag in Nederland komen. Alle kinderen tot de 19e verjaardag Vestigers (meisjes geboren in of na 1997) krijgen de serie aangeboden als ze na hun 13 e verjaardag in Nederland komen. 8.3 Vaccinfalen Als een kind een ziekte krijgt waartegen het gevaccineerd is, spreekt men van vaccinfalen. Dit betekent dat ondanks adequate vaccinatie de beoogde immuniteit niet bereikt is. Behalve bij kinkhoest en bof, komt in de praktijk vaccinfalen zelden voor. Ook als een kind de ziekte doormaakt (of heeft doorgemaakt) waartegen wordt gevaccineerd, wordt de vaccinatieserie alsnog volgens schema afgemaakt. Binnen het kader van het RVP is het mogelijk om, op advies van de kinderarts, na het doormaken van een ziekte waartegen gevaccineerd is, een kind opnieuw te laten vaccineren. (33) Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
34 9 Postvaccinale verschijnselen 9.1 Advies aan ouders In de algemene brochure Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten staat informatie en advies over bijwerkingen. Deze brochure wordt bij de eerste vaccinatieoproep meegezonden. Bij de oproep voor 4- en 9-jarigen wordt een aparte folder met informatie over de betreffende vaccinaties meegestuurd. Deze folders zijn beschikbaar op het consultatiebureau en staan op Voor het voorkomen of verminderen van de volgende ongewenste verschijnselen na vaccinatie kan paracetamol gegeven worden (42): bij pijn; bij lang/heftig huilen; als profylaxe als er klachten ontstonden na eerdere vaccinaties. Hierbij is terughoudendheid geboden omdat uit onderzoek is gebleken dat paracetamol een negatief effect op de immuunrespons kan hebben, vooral als het rond het moment van vaccineren wordt toegediend. De eerste dosis paracetamol moet ongeveer een half uur voor de vaccinatie toegediend worden. Bij een BMR-vaccinatie is profylaxe overigens niet zinvol. (34-37) Dus alleen zonodig geven ter voorkoming van klachten na eerdere vaccinaties zoals bij heftige klachten met pijn of meer dan 3 uur ontroostbaar huilen (persistant screaming). Behandeling met paracetamol is geen routine! De huisarts moet gewaarschuwd worden bij heftige, niet te duiden klachten of klachten die na paracetamolgebruik niet overgaan. Mogelijk is er sprake van een (andere) ziekte. Koorts is in principe geen indicatie voor het toedienen van paracetamol. Koorts, ook hoge koorts, is niet gevaarlijk en heeft een belangrijke signaalfunctie die verloren gaat bij het onderdrukken ervan. Koorts is een fysiologisch afweermechanisme van het lichaam tegen pathogenen. Het is belangrijk om een kind met koorts voldoende drinken te geven om uitdroging te voorkomen. (34-37) Tabel Telefoon: 9 Adviesdoseringen van (alleen paracetamol voor zorgprofessionals). (op basis van gewicht Ouders en bij kunnen gebruik ook korter melden dan 3 aan dagen) Lareb. Gewicht Het meldformulier (leeftijd*) staat op Oraal maximaal 90 mg/kg/dag (drank 24 mg/ml) Rectaal maximaal 90 mg/kg/dg 3 kg (geboorte) 4 dd 2 ml 2 dd 1 zetpil 120 mg 6 kg (3 maanden) 4 dd 4 ml 3 dd 1 zetpil 120 mg 10 kg (12 maanden) 4 dd 6 ml 3 dd 1 zetpil 240 mg 15 kg (3 jaar) 4 dd 9 ml of 4 dd 1 tablet 240 mg 4 dd 1 zetpil 240 mg 20 kg (5 jaar) 4 dd 1,5 tablet 240 mg 3 dd 1 zetpil 500 mg 25 kg (7 jaar) 4 dd 1 tablet 500 mg 4 dd 1 zetpil 500 mg 30 kg (9 jaar) 5 dd 1 tablet 500 mg 4 dd 1 zetpil 500 mg 42,5 kg (12 jaar) 6 dd 1 tablet 500 mg 3 dd 1 zetpil mg * Leeftijd die gemiddeld genomen correspondeert met het genoemde gewicht.(38) 34 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
35 9.2 De meest voorkomende bijwerkingen De meeste bijwerkingen beginnen op de dag van de vaccinatie en zijn binnen 2 dagen weer over. De volgende klachten komen vaak voor: koorts, hangerigheid, rode plek/zwelling en/of pijn op de plaats van inenting, last bij bewegen van ingeënte arm of been, onrustig of extra veel slapen (bij baby s) en flauwvallen (vanaf 4 jaar). Ernstigere bijwerkingen zoals collaps, verkleurde benen, koortsstuipen en exanthemen komen veel minder frequent voor. (37, 39, 43) De niet-lokale bijwerkingen (zoals koorts en exanthemen) na de BMR-vaccinatie beginnen 5-12 dagen na de vaccinatie, soms nog later tot 21 dagen na vaccinatie. Anafylactische reacties zijn uitermate zeldzaam. Daarom wordt in het kader van het RVP doses adrenaline of een noodkit tijdens het vaccineren van kinderen niet geadviseerd. In een noodsituatie moet 112 worden gebeld. De jaarraportages met uitgebreide informatie over RVP-bijwerkingen staan op de website van het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, (22) 9.3 Melden van postvaccinale verschijnselen bij Lareb Zorgverleners zijn conform de Geneesmiddelenwet art.78 verplicht om ernstige en onverwachte postvaccinale reacties te melden aan het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Meldt dus altijd, onder vermelding van het chargenummer van het betreffende vaccin bij: ernstige gebeurtenissen, zoals ziekenhuisopnames, blijvende invaliditeit of overlijden, ongeacht het vermeende causale verband; onverwachte of bijzondere bijwerkingen; twijfel over vervolgvaccinaties; onrust of negatieve publiciteit; alles wat u verder van belang vindt. Als u een melding aan Lareb wilt doen, dient u de toestemming van de ouders te hebben om relevante (medische) informatie aan Lareb door te kunnen geven. Noteer dit in het dossier. Vermeld bij het doen van een melding het chargenummer van het betreffende vaccin. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
36 10 Cold-chain-vaccinincidenten, vaccininstabiliteit De weg die vaccins afleggen van producent naar eindgebruiker dient een geheel gekoeld traject te zijn. (16, 40) Hiervoor wordt de term cold chain gebruikt. De productie door de fabrikant, het transport, de opslag, de distributie naar de afnemers en het beheer van de vaccins tot het moment van toedienen, vormen samen deze chain of kwaliteitsketen. De keten is zo sterk als zijn zwakste schakel. Bevriezing van vaccins is een onderschat probleem. Bij gebruik van een koelbox wordt, afhankelijk van de grootte van de koelbox en de hoeveelheid vaccins, geadviseerd om gebruik te maken van 1 of 2 bevroren koelelementen. Om bevriezing van het vaccin te voorkomen, moet direct contact tussen koelelement en vaccin vermeden worden. Hiertoe kan gebruik gemaakt worden van bijvoorbeeld een stuk karton, piepschuim of zogenaamd bolletjesfolie. Voor groepsvaccinaties wordt vaak gebruik gemaakt van speciale koelboxen. Bewaartemperatuur van vaccins is +2 C - +8 C, in het donker (koelkast). Bij elke afwijking van deze bewaarcondities is er sprake van een vaccinincident. Bij een mogelijke over- of onderschrijding van de bewaartemperatuur en bij andere vaccinincidenten moet men zo spoedig mogelijk telefonisch contact opnemen met de vaccinbeheerder van het RIVM-DVP-regiokantoor. Laat, totdat duidelijk is wat er met het vaccin moet gebeuren, het vaccin in de koelkast staan met de volgende tekst opvallend op het vaccinflesje of -doosje: Dit vaccin niet gebruiken! Lees voor meer informatie de richtlijn Cold chain voor uitvoerende organisaties op Professioneel_Praktisch/Richtlijnen/Infectieziekten/Rijksvaccinatieprogramma/Cold_Chain_richtlijn Als blijkt dat vaccins onvoldoende gekoeld zijn toegediend, moet u contact opnemen met een medisch adviseur van het RIVM-DVP-regiokantoor. 36 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
37 11 Vaccinaties voor kinderen die reizen naar het buitenland Advisering over reizen naar verre en/of tropische bestemmingen is een specialistische geneeskundige taak. Hiervoor kunnen ouders terecht bij de GGD afdeling Reizigersadvisering, een gecertificeerd vaccinatiebureau of hun huisarts als die daarin gespecialiseerd is. (30) Deskundig reizigersadvies betekent voor het kind, de ouders en overige gezinsleden advisering over de omgang met het kind in de bijzondere reisomstandigheden, eventuele extra vaccinaties en/of (malaria)medicatie. Een (vervroegde) BMR-vaccinatie kan onderdeel zijn van het reizigersadvies. Deze BMR-vaccinatie is niet nodig voor reizen naar bestemmingen binnen Europa (en Turkije), landen van het Amerikaanse continent (Noord-Amerika, Midden-Amerika, Zuid-Amerika en Caribisch gebied), Australië, Canada en Nieuw-Zeeland. Deze vervroegde BMR-vaccinatie mag ook op het consultatiebureau worden gegeven. Belangrijk is dan wel dat er geen interactie is met een vaccinatie tegen gele koorts (levend vaccin). Tussen de gelekoortsvaccinatie en de BMR-vaccinatie wordt een interval van minimaal 21 dagen geadviseerd. Ook is het mogelijk de 2 vaccins op dezelfde dag te geven. De vervroegde BMR-vaccinatie kan vanaf de leeftijd van 6 maanden gegeven worden. Indien de vervroegde BMR-vaccinatie vóór de 1e verjaardag is gegeven, moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden op de leeftijd van 14 maanden. Kijk voor de noodzaak van een vervroegde BMR-vaccinatie of reisadviezen op de BMR-landenlijst op Infectieziekten/Rijksvaccinatieprogramma/BMR_landenlijst Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
38 12 Postexpositieprofylaxe tetanus bij kinderen In geval van een verwonding bestaat de behandeling uit een combinatie van actieve en passieve immunisatie, uitsluitend actieve immunisatie of geen immunisatie. Passieve immunisatie (toediening van TIG (tetanusimmunoglobuline)) overbrugt de periode totdat de actieve vaccinatie (toediening van tetanustoxoïd) voor voldoende antistoffen zorgt. TIG dient zo spoedig mogelijk gegeven te worden. De kinderdosering is gelijk aan de volwassen dosering. Tetanustoxoïd wordt bij kinderen gegeven in de vorm van D(K)TP, zo nodig gecombineerd met Hib en/of HepB. Een los tetanusvaccin bevat thiomersal. (41) Zie het actuele protocol Tetanus Profylaxe bij open wonden van het LCI: 38 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
39 13 Registratie en herinneringsoproepen Als een baby bij de gemeente wordt aangegeven komen de gegevens in de Basis Registratie Personen (BRP) te staan. Deze gegevens komen ook in de landelijke database van het RIVM, Praeventis. Ongeveer 4-6 weken na de geboorte van hun kind ontvangen de ouder(s) een uitnodigingsset, bestaande uit een vaccinatiebewijs, vaccinatiekaarten en een algemene brochure over het RVP. Voor evaluatie van het programma is het belangrijk dat alle vaccinaties geregistreerd worden in Praeventis. Het RIVM-DVP-regiokantoor heeft de taak de toegediende vaccinaties vast te leggen in Praeventis. Deze registratie vindt plaats met behulp van RVP-Online of op basis van de door de uitvoerende organisaties opgestuurde vaccinatiekaarten en in de nabije toekomst door elektronisch berichtenverkeer tussen JGZ-organisaties en het RIVM RVP-Online Tijdens de vaccinatiezitting worden de vaccinatiegegevens direct met behulp van RVP-Online digitaal geregistreerd of geraadpleegd Vaccinatiekaarten Voor iedere vaccinatie dient de bijbehorende vaccinatiekaart opgestuurd te worden. Indien de ouders geen eigen vaccinatiekaarten bij zich hebben, moet een zogenoemde blauwerandkaart ingevuld en opgestuurd worden. Het is belangrijk dat de kaart volledig ingevuld wordt, bij voorkeur ook met het BSN-nummer van het kind. (1) Op een blauwerandkaart kunnen meerdere vaccinaties vermeld worden. Let op: Indien vaccinnaam en chargenummer niet overeenkomen dan is het chargenummer bepalend BSN-nummer op de vaccinatiekaart Op de vaccinatiekaart staat sinds kort niet alleen naam, adres en geboortedatum maar ook het BSN-nummer van het kind. Met deze complete identiteitsgegevens van een kind moet zorgvuldig worden omgegaan, zodat misbruik wordt voorkomen. Als u een vaccinatiekaart niet retour stuurt, let er dan op dat deze kaart goed wordt vernietigd, bijvoorbeeld door een papierversnipperaar Bijzondere situaties Registratie van in het buitenland gegeven vaccinaties Bij vestiging vanuit het buitenland vraagt het RIVM-DVP-regiokantoor de ouders van de kinderen om een kopie van het vaccinatiebewijs. Op basis van die gegevens krijgen ouders zo nodig vaccinatiekaarten toegestuurd met een vaccinatiebewijs, waarop de reeds gegeven vaccinaties vermeld staan, voor zover deze voor het RVP relevant zijn. Als ouders niet reageren op het verzoek van het RIVM-DVP-regiokantoor, ontvangen ze een oproepset met vaccinatiekaarten voor het hele RVP, passend bij de leeftijd van het kind. Vervroegde BMR-vaccinatie Voor een BMR-vaccinatie die voor de leeftijd van 1 jaar wordt toegediend moet een blauwerandkaart worden gebruikt, zodat de BMR-kaart behouden blijft voor de BMR na de 1e verjaardag. Afzien van deelname RVP Als ouders aan de JGZ-medewerker melden dat zij geheel of gedeeltelijk afzien van deelname aan het RVP (om medische of andere redenen), wordt dit doorgegeven aan het RIVM-DVP-regiokantoor. Afzien van deelname bij de JGZ betekent voor het RIVM afzien van oproepen voor het RVP. Het RIVM-DVP-regiokantoor zal een bevestigingsbrief voor ontvangst van het bericht van afzien van deelname (geheel of gedeeltelijk) sturen naar het BRP-(Basis Registratie Personen)adres van het betreffende kind. Vervolgens zal dit bericht van afzien van deelname in het elektronisch dossier Praeventis worden verwerkt. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
40 De registratie blijft staan totdat ouders zelf aangeven dat zij weer geheel of gedeeltelijk wensen deel te nemen aan het RVP. Bij iedere nieuwe fase van het RVP ( zie paragraaf 1.2) zullen de ouders een brief krijgen van het RIVM waarin staat dat zij afgezien hebben van deelname en voor welke vaccinaties hun kind op die leeftijd wel in aanmerking zou kunnen komen. De ouder kan dan heroverwegen, maar hoeft niets te doen als het besluit onveranderd blijft. Bij een verzoek om uitstel van oproepen om medische redenen kan in Praeventis een einddatum aangegeven worden. Als bijvoorbeeld medicatie langdurig of levenslang gebruikt moet worden, kan het afzien van deelname tot de 19e verjaardag worden vermeld. Hoe te handelen door de JGZ bij afzien van deelname met medische reden? Langdurig afzien van deelname met medische reden: vaccinatiekaart niet opsturen. Doorgeven aan de medisch adviseur: de NAW gegevens en geboorte datum van het kind; de reden van afzien van deelname, om welke vaccinaties het gaat, de gegevens van de specialist en de verwachte duur van contra-indicatie voor vaccinatie. Tijdelijk afzien van deelname met medische reden: vaccinatiekaart niet opsturen. Verkeerd vaccin toegediend Indien verkeerd vaccin is toegediend, moet de vaccinatiekaart wel opgestuurd worden met de vermelding dat de vaccinatie onterecht gegeven is. Een onjuiste toediening wordt door het RIVM-DVP-regiokantoor teruggekoppeld met een advies hoe er vervolgens gehandeld moet worden. Toediening DKTP-HepB Er zijn 2 situaties mogelijk: Hib-component onterecht niet gegeven. Vaccinatiekaarten: barcode doorstrepen en op de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiekaart het hexavlagetiket met chargenummer plakken en er bij vermelden: Hib niet opgelost, toediening Hib-vaccinatie zal alsnog gebeuren. RVP-Online: Kies DKTP-HepB Hexa ZONDER Hib en zet in het memoveld achter de hexavaccinatie: Hib niet opgelost, toediening Hib-vaccinatie zal alsnog gebeuren. Hib-component terecht niet gegeven. Vaccinatiekaarten: barcode doorstrepen en op de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiekaart het hexavlagetiket met chargenummer plakken en er bij vermelden Hib niet opgelost. RVP-Online: Kies: DKTP-HepB Hexa ZONDER Hib Herinneringsoproepen Bij de herinneringsoproep voor vaccinaties zijn de gegevens zoals die in Praeventis staan bepalend. Er worden 4 fasen onderscheiden waarin gevaccineerd wordt en waarvoor uitnodigingsbrieven en vaccinatiekaarten opgestuurd worden: 1. Opbouw basisimmuniteit, normaliter in de eerste 14 levensmaanden. 2. De revaccinatie in het jaar dat een kind 4 jaar wordt. 3. De revaccinatie in het jaar dat een kind 9 jaar wordt. 4. De HPV-serie voor meisjes in het jaar dat ze 13 jaar worden. Termijnen voor herinneringsoproepen Voor de vaccinaties ter opbouw van de basisimmuniteit wordt een rappeltermijn van 4 maanden gehanteerd. Uitzondering hierbij zijn de HepB-vaccinaties voor baby s van moeders die hepatitis B-drager zijn. Dan is de herinneringstermijn: 5 dagen voor HepB-0, 14 dagen voor HepB1, HepB2, HepB3 en 30 dagen voor HepB4. Voor de 4-jarige-vaccinatie, de 9-jarige-vaccinatie en voor de HPV-vaccinaties is de herinneringstermijn ongeveer een half jaar. Bij rappelering maakt het uit of iemand heeft aangegeven geheel of gedeeltelijk af te zien van deelname RVP. Hierbij zijn 2 situaties mogelijk: Er is niet aangegeven afzien van deelname aan het RVP. Indien een vaccinatie niet geregistreerd staat in Praeventis en wel geïndiceerd is, gaat er eenmalig een rappelkaart naar de ouders. Daarnaast wordt bij de verzending van de vaccinatiekaart(en) in fase 2 en 3 nagegaan of er in de vorige fase nog vaccinaties ontbreken. Voor ontbrekende vaccinaties worden dan vaccinatiekaarten meegezonden. Daarna stoppen de herinneringsoproepen. Wel kan er op initiatief van ouder, professional of kind zelf tot de 19e verjaardag gevaccineerd worden. 40 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
41 Er is wel aangegeven afzien van deelname aan het RVP. Indien een vaccinatie niet geregistreerd staat in Praeventis, wel geïndiceerd is, maar er is aangegeven af te zien van deelname aan het RVP (medisch of anders) gaat er geen rappelkaart naar de ouders. Indien de reden van het afzien van deelname aan het RVP niet medisch is maar anders, wordt in de volgende fase (in fase 2, 3 en 4) geen rappelkaart maar een brief aan de ouders gestuurd waarin staat dat zij afgezien hebben van deelname, maar dat zij zich desgewenst toch nog kunnen aanmelden voor deelname. De mening van de ouders kan veranderd zijn. De ontbrekende vaccinaties uit de vorige fase worden in de brief wel genoemd, maar er worden geen vaccinatiekaarten meegezonden. De ontbrekende vaccinaties kunnen op verzoek van de ouder alsnog gegeven worden. Indien er een medische reden is om af te zien van deelname aan het RVP worden er geen rappelkaarten in een volgende fase verstuurd. Als het afzien van deelname aan het RVP met medische reden niet bij het RIVM-DVP-regiokantoor bekend is en er dus niet in Praeventis geregistreerd staat dat er geen oproepen verzonden moeten worden, worden er gewoon rappelkaarten verstuurd. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
42 Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van: Mevrouw M. Conyn-van Spaendonck Mevrouw I. Drijfhout Mevrouw I. Schreuder Mevrouw A. Timen Mevrouw G. Vermeulen Mevrouw R. Verschoof-Puite De heer H. van Vliet De heer G. Weijman Mevrouw Y. Wijnands Mevrouw I. Zonnenberg Mevrouw S. Leeman Mevrouw M. Bouwer Programmamanager RVP Medisch adviseur RIVM-DVP Noord-Oost Beleidsadviseur LCI Hoofd LCI Medisch adviseur RIVM-DVP West Medisch adviseur RIVM-DVP Noord-Oost Medisch adviseur RIVM-DVP West Medisch adviseur RIVM-DVP West Medisch adviseur RIVM-DVP Zuid Accountmanager RVP RVP-communicatie RVP-communicatie Tabel 10 Contactgegevens RIVM-DVP regiokantoren Regio Provincies Telefoon Medisch adviseur Noord-Oost Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland, Overijssel, Gelderland Mevrouw I. Drijfhout Mevrouw R. Verschoof-Puite West Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland De heer G. Weijman Mevrouw G. Vermeulen Zuid Brabant, Limburg, Zeeland Mevrouw Y. Wijnands 42 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
43 Bijlage 1 Basisschema s Rijksvaccinatieprogramma 2015 Zie voor uitgebreidere informatie hoofdstuk 8 DKTP en Hepatitis B 3+1-schema indien start voor 1e verjaardag; 2+1-schema vanaf 1e verjaardag; Minimum interval: primaire serie = 2 weken*, revaccinatie = 4 maanden. bijzonderheid D(K)TP Revaccinatie DKTP met ± 4 jaar en DTP met ± 9 jaar; Indien eerste revaccinatie ná 2e verjaardag: vaccinatie op leeftijd ± 4 jaar vervalt; Indien eerste revaccinatie ná 6e verjaardag: vaccinatie op leeftijd ± 9 jaar vervalt. bijzonderheid Hepatitis B schema met los hepatitis B-vaccin is voldoende, ongeacht leeftijd; Let op: tijdig vaccineren bij kinderen van moeders die hepatitis B-drager zijn. Hib Vervalt indien kind 2 jaar of ouder; 3+1-schema indien start onder leeftijd 6 maanden; 2+1-schema indien start vanaf leeftijd 6 maanden; Minimum interval: primaire serie = 2 weken*, revaccinatie = 4 maanden; 1 Hib na 1e verjaardag gegeven is meteen de laatste. Pneumokokken Vervalt indien kind 2 jaar of ouder; 2+1 schema indien start tot 1e verjaardag, met intervallen van 8 weken en 6 maanden; 1+1 schema vanaf 1e verjaardag, met interval van 2 maanden; Minimum interval: primaire serie = 6 weken, revaccinatie = 4 maanden; Minimum interval bij 1+1 schema vanaf 1e verjaardag = 8 weken. BMR Telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag; Vaccinaties ná 1e verjaardag met minimaal interval 4 weken (normaliter op leeftijden ± 14 maanden en ± 9 jaar). MenC Telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag; 1 vaccinatie ná 1e verjaardag. HPV Voor meisjes geboren vanaf 1997 Start vóór 15e verjaardag: 0-6-maandenschema met minimum interval van 5 maanden (150 dagen). Start vanaf 15e verjaardag: maandenschema minimum interval: primaire serie = 3 weken (21 dagen), revaccinatie = 12 weken; * 3+1-schema: 1 interval in primaire serie korter dan 4 weken, dan bij voorkeur ander interval minimaal 4 weken. Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
44 Bijlage 2 Literatuur 1. Rijksvaccinatieprogramma. RVP richtlijn RIVM Gezondheidsraad. De toekomst van het Rijksvaccinatieprogramma: naar een programma voor alle leeftijden. Den Haag Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Den Haag Gezondheidsraad. Algemene vaccinatie tegen hepatitis B herbeoordeeld. Den Haag Gezondheidsraad. Vaccinatie van zuigelingen tegen pneumokokkeninfecties. Den Haag Spijkerman J et al Immunogenicity of 13-Valent Pneumococcal Conjugate Vaccine Administered According to 4 Different Primary Immunization Schedules in Infants A Randomized Clinical Trial. JAMA 2013, 310: Gezondheidsraad. Vaccinatie van zuigelingen tegen pneumokokkeninfecties. Den Haag Ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma, voor en na introductie van vaccinatie. Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.14, 12 december Kemmeren JE & de Melker HE. The National Immunisation Programme in the Netherlands, Developments in RIVM Whelan J, Hahne S, Berbers G et al. Immunogenicity of a hexavalent vaccine co-administered with 7-valent pneumococcal conjugate vaccine. Findings from the national immunization program in the Netherlands. Human Vaccines & Immunotherapeutics 2012,8: Landelijke Coördinatie Infectieziektenbestrijding. LCI-Richtlijn Hepatitis B. RIVM, herziening Gezondheidsraad. Het Rijksvacinatieprogramma in Caribisch Nederland. Den Haag Praeventis: GGD Nederland. Protocol vaccineren asielzoekerskinderen 0-19 jaar, 2013: Burgmeijer R & Hoppenbrouwers K. Handboek vaccinaties: Deel A, Theorie en Uitvoeringspraktijk. van Gorcum 2de herziene druk Mahieu L. Vaccinatie van prematuur geboren kinderen. Vlaams Infectieziekten bulletin Buijs SC & Boersma B. Cardiorespiratoire verstoringen na 1e vaccinatie bij prematuur geboren kinderen, een prospectief cohortonderzoek. Ned Tijdschr Geneeskd 2012, 156: Furck AK, Richter JW, Kattner E. Very low birth weight infants have only few adverse events after timely immunization. Journal of perinatology 2010, 30: Heath PT. Vaccinology Masterclass Pediatric Infectious Diseases Unit & Vaccine Institute, St. George s, University of London 21. Naleway AL, Kurosky S, Henninger ML et al. Vaccinations Given During Pregnancy, , A Descriptive Study. Am J Prev Med 2014, 46: Nederlands Bijwerkingen Centrum: de Greeff SC, Mooi FR, Westerhof A et al. Pertussis Disease Burden in the Household: How to Protect Young Infants. CID 2010, 50: Greeff SC. Epidemiology of pertussis in the Netherlands and implications for future vaccination strategies. Proefschrift. Utrecht King AJ, van Gorkom T, van der Heide HGJ et al. Changes in the genomic content of circulating Bordetella pertussis strains isolated from the Netherlands, Sweden, Japan and Australia: adaptive evolution or drift? BMC Genomics 2010,11: Puthanakit T, Schwarz T, Esposito S et al. Immune responses to a 2-dose schedule of the hpv-16/18 AS04-adjuvanted vaccine in girls (9-14) versus 3 doses in women (15-25): a randomised trial. EUROGIN Website: EUROGIN-2013-Abstracts-Part-2.pdf 27. Romanowski B, Schwarz T, Ferguson L et al. Immune response to the HPV-16/18 AS04-adjuvanted vaccine administered as a 2-dose or 3-dose schedule up to 4 years after vaccination. EUROGIN Website: EUROGIN-2013-Abstracts-Part-2.pdf28. Draaiboek Prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie: Praktisch/Draaiboeken/Preventie_Ziekte_Zorg/Draaiboek_Prenatale_Screening_Infectieziekten_en Erytrocytenimmunisatie_pdf 44 UItvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016
45 29. Skibinski DAG, Baudner BC, Singhet M et al. Combination Vaccines. J Glob Infect Dis 2011, 3: Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering: de Groot R, Oomen T, Vermeulen G et al. Handhygiene in de jeugdgezondheidszorg, ook bij het vaccineren? Infectieziekten bulletin 2014, 3: Hutin Y, Hauri A, Chiarello L et al. Best infection control practices for intradermal, subcutaneous and intramuscular needle injections. Bulletin of the World Health Organization 2003, Burgmeijer R, Hoppenbrouwers K, van Gompel F. Handboek vaccinaties: Deel B, Infectieziekten en vaccinaties. van Gorcum, 2de herziene druk de Bont EGPM, Brand PLP, Dinant GJ. Wel of geen paracetamol bij kinderen met koorts? Ned Tijdschr Geneeskd 2014,158:A Prymula R, Siegrist C, Chlibek R et al. Effect of prophylactic paracetamol administration at time of vaccination on febrile reactions and antibody responses in children: two open-label randomised controlled trials. Lancet 2009, 374: Chen RT, Clark TA, Halperin SA. The yin and yang of Paracetamol and paediatric immunizations. Lancet 2009, 374: Vermeer PE, Moorer-Lanser N, Phaff TAJ et al. Adverse Events in the Netherlands Vaccination Programme. Reports in 2010 and Review RIVM Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-standaard kinderen met koorts. Herziening Nederlands Bijwerkingen Centrum. Meldingen van bijwerkingen Rijksvaccinatieprogramma, Lareb Richtlijn Cold Chain Voor uitvoerende instellingen van het Rijksvaccinatieprogramma, RIVM Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding. LCI-Richtlijn Tetanus. RIVM, herziening Doedée AMCM, Boland GJ, Pennings JLA, de Klerk A, Berbers GAM, et al. (2014) Effects of Prophylactic and Therapeutic Paracetamol Treatment during Vaccination on Hepatitis B Antibody Levels in Adults: Two Open-Label, Randomized Controlled Trials. PLoS ONE 9(6): e doi: /journal.pone Rümke HC, Kant AC. RVP-vaccinaties: melden van bijwerkingen. TJGZ augustus 2014; jaargang 46 nr 4: Meinus C, Schmalisch G, Hartenstein S, Proquitta H, Roehr CC. Adverse cardiorespiratory events following primary vaccination of very low birth weight infants. J.Pediatr. (Rio J.)2012;88(2): Zhao J, Gonzalez F, Mu D.Apnea of prematurity: from cause to treatment. Eur.J.Pediatr. 2011;170(9): Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding. LCI-richtlijn voor Preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie: LCI_richtlijnen/Asplenie_Preventie_van_infecties_bij_mensen_met_functionele_hypo_en_asplenie Uitvoeringsregels Rijksvaccinatieprogramma 2015/
46 Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het Centrum voor Infectieziektebestrijding Postbus BA Bilthoven juli 2015 De zorg voor morgen begint vandaag
Uitvoeringsregels RVP 2012
Uitvoeringsregels RVP 2012 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM 003234 Uitvoeringsregels RVP 2012 1 2 Uitvoeringsregels RVP 2012 Uitvoeringsregels RVP 2012: Belangrijkste wijzigingen
Uitvoeringsregels RVP 2011
Uitvoeringsregels RVP 2011 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM 001477 Uitvoeringsregels RVP 2011 1 2 Uitvoeringsregels RVP 2011 Uitvoeringsregels RVP 2011: Belangrijkste wijzigingen
Uitvoeringsregels RVP 2009
Uitvoeringsregels RVP 2009 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM 012008V1.0 Inhoud 122008V1.0 Inleiding 4 1 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP 5 1.1 De kaders 1.2
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar Rijksvaccinatieprogramma Als je kind 9 jaar oud is, heeft het voor een aantal infectieziekten al bescherming opgebouwd. Vaccinaties tegen hib-ziekten, kinkhoest en
Wie komen er voor het RVP in aanmerking?
Wie komen er voor het RVP in aanmerking? Vanaf 1 januari 2015 wordt het RVP niet meer via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geregeld, en is dus geen verstrekking meer in het kader van de AWBZ. Met
Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waar tegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland
Rijks- Vaccinaties. programma 2012. Rijksvaccinatieprogramma. RVP-richtlijn. 1 Algemeen. Overzicht van vaccinaties in 2012
Rijks- Rijksvaccinatieprogramma vaccinatie- RVP-richtlijn programma 2012 Deze richtlijn geeft de kaders voor de medisch-professionele uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het RVP bevat vaccinaties
Bescherm je kind tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm je kind tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Bescherm je kind tegen ernstige infectieziekten Bijna alle kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen ernstige infectieziekten. Daarom
Vaccinaties voor peuters van 14 maanden. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor peuters van 14 maanden Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland
Rijksvaccinatieprogramma 2010
Rijksvaccinatieprogramma 2010 Richtlijn voor de uitvoering van vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib-ziekte (ziekte veroorzaakt door Haemophilus influenzae type b), hepatitis
Bescherm je kind tegen infectieziekten
Bescherm je kind tegen infectieziekten Bijna 95% van alle kinderen in Nederland is gevaccineerd tegen infectieziekten. Door betere hygiëne, een betere gezondheidszorg én door vaccinaties komt sterfte door
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland worden
Uit de praktijk. Ingrid Drijfhout en Gert Weijman Medisch adviseurs RIVM
Uit de praktijk Ingrid Drijfhout en Gert Weijman Medisch adviseurs RIVM 1 Disclosure belangen Gert Weijman en Ingrid Drijfhout (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties
Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland worden
RVP-richtlijn Uitvoering RVP voor Bonaire, St. Eustatius en Saba. Vastgesteld Landelijk RVP-overleg 12 februari 2019
RVP-richtlijn Uitvoering RVP voor Bonaire, St. Eustatius en Saba Vastgesteld Landelijk RVP-overleg 12 februari 2019 Inhoud 1 Over deze richtlijn... 3 1.1 Inleiding... 3 2 Wettelijke kaders, organisatie,
Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en 10-11 maanden Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waartegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen
Achtergrond en praktijk. Verandering in het vaccinatieschema Pneumokokken
Verandering in het vaccinatieschema Pneumokokken Achtergrond en praktijk Inhoud 1. Essentie (3) 2. Achtergrond Invasieve Pneumokokkenziekte (4-6) 3. Achtergrond vaccinatieschema (7) 4. Caribisch Nederland
Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind Informatie voor ouders tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Waar gaat deze folder over? De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland.
Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het
Vragen en antwoorden; invoering nieuw inentingsschema tegen pneumokokken. Versie 1. 27.11.2013
Vragen en antwoorden; invoering nieuw inentingsschema tegen pneumokokken. Versie 1. 27.11.2013 De achtergrond van de overgang naar het nieuwe inentingsschema met 1 prik minder Waarom is het niet meer nodig
Uit de Praktijk. VastePrikdag Rolf Appels en Josien van Wijk Medisch adviseurs RIVM
Uit de Praktijk VastePrikdag 2017 Rolf Appels en Josien van Wijk Medisch adviseurs RIVM 1 Disclosure belangen sprekers Rolf Appels en Josien van Wijk (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst
Invoering van de HPV-vaccinatie
Invoering van de HPV-vaccinatie Invoering van de HPV-vaccinatie Op advies van de Gezondheidsraad heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) besloten om per 1 september 2009 de vaccinatie
Veelgestelde vragen over mazelen
Veelgestelde vragen over mazelen Inhoud Wat is er aan de hand? Over de ziekte mazelen Vragen voor ouders met kinderen Vragen voor volwassenen Vragen voor werknemers in gezondheidszorg Vaccin tegen mazelen
Vaccinaties ; informatie voor ouders
Vaccinaties ; informatie voor ouders In deze folder leest u wat vaccineren is, wanneer uw kind kan worden gevaccineerd en tegen welke kinderziekten. U ziet het vaccinatieprogramma en leest welke bijwerkingen
Uit de praktijk: veelgestelde vragen 1
Disclosure GAIA: (potentiële) belangenverstrengeling spreker Vasteprik-dag 2014 Uit de praktijk: veelgestelde vragen Rendelien Verschoof-Puite Yvonne Wijnands Medisch adviseurs Rendelien Verschoof-Puite
Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR GEZONDE JEUGD Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen. Bij sommige kinderen
Liefs Jill. hip, hot & handig nieuws. Prikgids prikken - inentingen - vaccins
Liefs Jill hip, hot & handig nieuws Prikgids prikken - inentingen - vaccins DKTP - Hib - Pneumokokken In de Liefs Jill Prikgids lees je alles over de inentingen die jouw kind tot en met 4 jaar krijgt.
8 HPV. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 95
8 HPV VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 95 96 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 8.1 HPV-vaccinatie Het humaan papillomavirus (HPV) is een zeer besmettelijk virus dat
Kinkhoest en zwangerschap
Kinkhoest en zwangerschap www.jijwij.nl Kinkhoest is een besmettelijke ziekte van de luchtwegen die vooral gevaarlijk is voor niet of onvolledig gevaccineerde baby s. Daarom maakt kinkhoestvaccinatie al
Vragen en antwoorden over het besluit van de minister van VWS van 28 april 2004 over een combinatievaccin met een acellulaire kinkhoestcomponent
Vragen en antwoorden over het besluit van de minister van VWS van 28 april 2004 over een combinatievaccin met een acellulaire kinkhoestcomponent Algemeen 1. Waarom besluit de minister om het DKTP-Hib-vaccin
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 0-4 JAAR GEZONDE JEUGD Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen. Bij sommige kinderen
5 Pneumokokken. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/
5 Pneumokokken VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 63 64 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 5.1 Pneumokokkenvaccinatie Baby s krijgen 3 pneumokokkenvaccinaties op de
1823: Kinderen werden niet zonder pokkenbriefje op de lagere school toegelaten
De geschiedenis en toekomst van het Rijksvaccinatieprogramma De adviserende d rol van de Gezondheidsraad d Inhoud De weg naar het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Vaccins in het RVP Organisatie van het RVP
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR EEN GEZONDE JEUGD HEEFT DE TOEKOMST Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen.
Opname van pneumokokkenvaccinatie in het RVP heeft geleid tot aanzienlijke daling van pneumokokkenziekte
Samenvatting Opname van pneumokokkenvaccinatie in het RVP heeft geleid tot aanzienlijke daling van pneumokokkenziekte Pneumokokken kunnen ernstige ziekten veroorzaken, zoals hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging
Het is een goed moment om na te denken over de toekomst van het RVP
Samenvatting Het is een goed moment om na te denken over de toekomst van het RVP Sinds 1957 worden Nederlandse kinderen gevaccineerd tegen infectieziekten. Dat gebeurt in het kader van het zogenoemde Rijksvaccinatieprogramma
Rijksvaccinatieprogramma De pijlers van het RVP borgen veiligheid en effectiviteit
Rijksvaccinatieprogramma De pijlers van het RVP borgen veiligheid en effectiviteit M.A.E. Conyn-van Spaendonck, M. van Blankers-Zanders, T. van Dijk Sinds de start in 1957 is het Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes Rijksvaccinatieprogramma Waarom vaccineren tegen HPV? Als je je laat vaccineren tegen HPV, ben je goed beschermd tegen baarmoederhalskanker. Elk jaar krijgen ongeveer
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR
JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR INFORMATIE VOOR OUDERS / VERZORGERS Een gezonde jeugd heeft de toekomst Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen
Liefs Jill. hip, hot & handig nieuws. Prikgids prikken - inentingen - vaccins
Liefs Jill hip, hot & handig nieuws Prikgids prikken - inentingen - vaccins DKTP-Hib-HepB In de Liefs Jill Prikgids lees je alles over de inentingen die jouw kind tot en met 4 jaar krijgt. Zo weet je altijd
Reizen en vaccinaties Maag-Darm-Levercentrum
Reizen en vaccinaties Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar Inleiding Deze folder is bestemd voor patiënten (en hun naasten) met een maag,darm- en/of leveraandoening. De folder geeft u informatie over
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinatie tegen HPV voor meisjes van 12 jaar Rijksvaccinatieprogramma Waarom vaccineren tegen HPV? Als je je laat vaccineren tegen HPV, ben je goed beschermd tegen baarmoederhalskanker. Elk jaar krijgen
Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen
Samenvatting Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen In Nederland bestaat al decennia een succesvol programma voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Daarmee
TETRAVAC Geadsorbeerd difterie-, tetanus-, acellulair kinkhoest- en geïnactiveerd poliovaccin
BIJSLUITER Lees de hele bijsluiter aandachtig door voordat u uw kind laat vaccineren. - Bewaar deze bijsluiter totdat het vaccinatieprogramma is afgerond. Het kan nodig zijn om de bijsluiter nogmaals door
Clexane of Fraxiparine. injecteren thuis
Clexane of Fraxiparine injecteren thuis 2 Inleiding Deze folder ondersteunt de mondelinge informatie die u van de arts of verpleegkundige heeft ontvangen. U bent opgenomen in de Ommelander Ziekenhuis Groep
Uitnodiging voor deelname aan KIM-studie
Uitnodiging voor deelname aan KIM-studie Geachte ouder(s) / verzorger(s), Met deze folder willen wij uw kind vragen deel te nemen aan een onderzoek naar de afweer tegen kinkhoest door vaccinatie op de
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Act-HIB 10 microgram/0,5 ml poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie (Geconjugeerd) Haemophilus influenzae type b vaccin Lees goed de hele bijsluiter
Standaard Vaccinaties 2013
VLAAMS WETENSCHAPPELIJKE VERENIGING VOOR JEUGDGEZONDHEIDSZORG VZW Standaard Vaccinaties 2013 VACCINEREN VOOR CLB Dr. Anouk Vanlander, wetenschappelijk medewerker VWVJ maart 2013, laatste update augustus
Om het risico op anafylaxie na vaccinatie te beperken, gelden voor alle vaccins minimum twee absolute contra-indicaties:
4.4 Contra-indicaties (5,10) Bij absolute contra-indicaties is vaccinatie meestal uitgesloten, in sommige gevallen kan overwogen worden toch in hospitaalmilieu te vaccineren. Bij relatieve contra-indicaties
Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen
Samenvatting Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Kinkhoest is een gevaarlijke ziekte voor zuigelingen en jonge kinderen. Hoe jonger het kind is, des te vaker zich restverschijnselen
Secukinumab Cosentyx. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Secukinumab Cosentyx Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: secukinumab. Hoe werkt secukinumab? Bij patiënten
Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit geneesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan gewijzigd zijn.
I B2.4. Ontwerp van de bijsluiter voor TetaQuin Informatie voor de patiënt Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit gesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan
HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma
HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar Rijksvaccinatieprogramma HPV-vaccinatie HPV is de afkorting van humaan papillomavirus. Ongeveer 8 op de 10 vrouwen die seksueel actief zijn, krijgen ooit een HPV-infectie
4.4 Contra-indicaties (5,10)
4.4 Contra-indicaties (5,10) Bij absolute contra-indicaties is vaccinatie meestal uitgesloten, in sommige gevallen kan overwogen worden toch in hospitaalmilieu te vaccineren. Bij relatieve contra-indicaties
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar 2 Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Humira).
4 Meningokokken C. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 55
4 Meningokokken C VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 55 56 VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/2016 4.1 Meningokokken C-vaccinatie Kinderen krijgen de vaccinatie tegen meningokokken
Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet?
Samenvatting Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Omdat het virus steeds verandert, bouwen mensen geen weerstand op die hen een leven lang
U denkt dat uw kind mazelen heeft Wanneer u vermoedt dat uw kind mazelen heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met uw huisarts.
Aan alle ouders en verzorgers, Bij een aantal niet-gevaccineerde kind(eren) in het Land van Heusden en Altena is mazelen geconstateerd. In deze brief willen wij u in overleg met de GGD West-Brabant informeren
Gezondheid Actueel juni 2019
Gezondheid Actueel juni 2019 GEMEENTEN ZIJN VERANTWOORDELIJK VOOR VACCINATIEPROGRAMMA Gemeenten zijn sinds 1 januari 2019 verantwoordelijk voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). De
Vraag en Antwoord Vaccinatieschema & Inhaalvaccinatie
Vraag en Antwoord Vaccinatieschema & Inhaalvaccinatie Dr. Anouk Vanlander, VWVJ Dr. Geert Top, VAZG Prof. Dr. Heidi Theeten, UAntwerpen VRAAG Is er een aangepast vaccinatieschema voor vluchtelingen? Hoe
Module 1 Administrative Information of prescribing Information. Summary of Product Characteristics Tetanus vaccin
Page 1 of 8 Summary of Product Characteristics Tetanus vaccin Page 2 of 8 1 Naam van het geneesmiddel "Tetanus vaccin" 2 Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling (actieve bestanddelen) 1 dosis (0,5
Vedoluzimab. Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa
Vedoluzimab Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa 2 Uw maag-, darm- en leverarts (MDL-arts) heeft u vedoluzimab (merknaam Entyvio ) voorgeschreven voor de behandeling van de ziekte van Crohn of colitis
Regel 1: Het is beter iemand als niet gevaccineerd te beschouwen dan foutief te denken dat hij/zij wel gevaccineerd is.
Inhaalvaccinatie 1. Basisregels INHAALVACCINATIE herziening Elk medisch consult vormt een gelegenheid om de vaccinatiestatus van iemand na te gaan en zo nodig aan te vullen. Voor schoolgaande kinderen
INSTRUCTIEBROCHURE. voor mensen die Metoject 50 mg/ml gebruiken
INSTRUCTIEBROCHURE voor mensen die Metoject 50 mg/ml gebruiken Inhoud Pagina Inleiding 3 Hoe wordt Metoject 50 mg/ml gebruikt? 4 Het vermijden van plaatselijke huidirritatie 7 Het vermijden van verharding
Gebruik van antistolling tegen trombose
Gebruik van antistolling tegen trombose Informatie voor patiënten F0777-6011 november 2014 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260
Abatacept Orencia. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Abatacept Orencia Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: abatacept. Hoe werkt abatacept? Bij patiënten met
Ziektebeleid gastouderbureau Kindercath
Ziektebeleid gastouderbureau Kindercath Gastouderopvang biedt in veel gevallen meer ruimte voor de individuele benadering van een ziek kind. Een ziektegeval moet daarom dan ook per keer worden beoordeeld
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING. Actief bestanddeel: Gezuiverd capsulair Vi polyoside van Salmonella typhi (stam Ty2): 25 microgram
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL TYPHIM Vi, 25 microgram/dosis, oplossing voor injectie Polyoside buiktyfusvaccin 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Eén dosis
Wat u moet weten bij het toedienen van antistolling thuis
Wat u moet weten bij het toedienen van antistolling thuis 2 Binnenkort gaat u met ontslag. In het ziekenhuis kreeg u injecties met medicijnen tegen trombose. Thuis moet u de injecties ook toedienen. U
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar 2 Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Humira).
FORMULIER ZIEKTEGESCHIEDENIS
FORMULIER ZIEKTEGESCHIEDENIS Voor een goede behandeling is het belangrijk je ziektegeschiedenis te kennen. Neem daarom de tijd voor het invullen van onderstaand schema. Het kan zijn dat je soms wat na
Ustekinumab Stelara. Ziekenhuis Gelderse Vallei
Ustekinumab Stelara Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: ustekinumab. Hoe werkt ustekinumab? Bij patiënten
2.1.2.b ZIEKTE EN ONGEVALLEN Verkort VERSIE 6 02-11-2015
2.1.2.b ZIEKTE EN ONGEVALLEN Verkort VERSIE 6 02-11-2015 Verkort ziektebeleid FloreoKids HANDLEIDING VOOR OUDERS/VERZORGERS BIJ ZIEKTE KIND 1. Kan een ziek kind het kindercentrum bezoeken? FloreoKids biedt
Bezoekadres Kenmerk Bijlage(n) Samenvatting
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)
Tocilizumab RoActemra
Tocilizumab RoActemra Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: tocilizumab. Hoe werkt tocilizumab? Bij patiënten
Gebruik van antistolling tegen trombose
Gebruik van antistolling tegen trombose In overleg met uw arts is afgesproken dat u zichzelf een antistollingsmedicijn gaat toedienen om trombose te voorkomen. Hoe u dat moet doen en waarom leest u in
Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
Afdeling: Onderwerp: MDL-centrum (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van (Humira). In deze folder krijgt u informatie
Vaccinatie van asielzoekerskinderen en vluchtelingen
Vaccinatie van asielzoekerskinderen en vluchtelingen In het kader van het RVP Kirsten Slinger GGD GHOR NL Ingrid Drijfhout RIVM 1 Vaccinatie van asielzoekerskinderen en vluchtelingen 2016 Disclosure sprekers
