VAN WENS NAAR WERKELIJKHEID
|
|
|
- Brigitta van der Woude
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 VAN WENS NAAR WERKELIJKHEID de verbetering van de carrièreperspectieven van jonge onderzoekers Derek Jan Fikkers, Koen van Dam Verschenen in: Th&ma, Tijdschrift voor Hoger Onderwijs & Management Jaargang 13, augustus 2006, pp
2 Het rapport Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers 1 laat zien dat het huidige universitaire loopbaanbeleid tekort schiet. Promovendi en postdocs zijn zeer ontevreden zijn over hun carrièreperspectieven binnen de Nederlandse wetenschap. Hierdoor gaat veel talent verloren voor de wetenschap. Naast het feit dat Nederland relatief gezien al een lage instroom aan promovendi heeft, lijken slechte carrièreperspectieven voor jonge excellente onderzoekers het belangrijkste obstakel voor een groeiende kenniseconomie. INLEIDING Als het op de kenniseconomie aankomt, ontbreekt het Nederland niet aan ambities. Het Regeerakkoord van mei 2003 is wat dat betreft zeer helder: Nederland moet tot de Europese voorhoede behoren op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. Het staat buiten kijf dat wetenschappelijk onderzoekers in het algemeen, maar promovendi en postdocs in het bijzonder, van groot belang zijn voor een gezonde kenniseconomie. Zij voeren het leeuwendeel uit van het onderzoek dat op Nederlandse universiteiten wordt gedaan. De Adviesraad voor Wetenschap en Technologie (AWT) geeft aan dat jonge onderzoekers essentieel zijn voor de absorptie en benutting van kennis, het verhogen van de arbeidsproductiviteit en werkgelegenheid, de vernieuwing van onderzoek en de ontwikkeling van talent. 2 De Koninklijke Nederlandse Academie voor de Wetenschappen (KNAW) wijst er op haar beurt op dat de wetenschap wil zij haar excellente infrastructuur in stand houdenafhankelijk is van een constante stroom van jonge, talentvolle jonge onderzoekers. 3 Om de kabinetsdoelstelling te behalen heeft Nederland dus vooral mensen nodig die onderzoek kunnen doen: promovendi en postdocs. De vooruitzichten zijn echter weinig positief. Ten eerste heeft Nederland relatief gezien weinig gepromoveerden. Op elke 1000 werkenden zijn er in Nederland slechts 0,34 gepromoveerd. Dit is bijna de helft lager dan het EU-15 gemiddelde van 0,56. En deze achterstand wordt alleen maar groter. Eind 2003 wees het Ministerie van OCW op een daling van het aandeel gepromoveerden in de Nederlandse bevolking van 5% per jaar terwijl dit aandeel in de ons omringende landen stijgt. 4 Daarnaast is een toenemend percentage promovendi aan Nederlandse universiteiten van buitenlandse komaf. Nederlandse pas-afgestudeerden blijken steeds minder geïnteresseerd in het volgen van een promotietraject. Door de Regering wordt dan ook aangegeven dat dit op termijn een onhoudbare situatie zal blijken. Immers, veel buitenlandse promovendi zullen na de afronding van hun proefschrift Nederland weer verlaten: het saldo op de wetenschappelijk handelsbalans is dan ook ronduit negatief. Daarnaast is de uitval en vertraging onder promovendi hoog. In 2002 heeft het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) becijferd dat gemiddeld slechts 7% van de promovendi binnen de bepaalde tijdsduur van vier jaar hun promotie afronden. De VSNU ging ervan uit dat in datzelfde jaar 11% van de promovendi binnen vier jaar promoveerde. In augustus jongstleden hield het Ministerie van OCW het op minder dan 10%. 1 Zie: 2 AWT, Adviserende brief aan de minister van OCW inzake onderzoeksloopbanen, 15 juli KNAW, Rijzende sterren, om de kwaliteit van de onderzoeksopleiding, Bron: Eurostat Ministerie van OCW, -plan β- techniek, december Zie: PNN, Behoud Talent, februari 2002 / VSNU, Digitaal Ontsloten Cijfers (DOC) Promovendi, 2002 / Ministerie van OCW, Rendement verkend, 2005.
3 Naast deze algemeen erkende problemen, speelt er op de lange termijn echter nog een veel groter probleem: de carrièreperspectieven van jonge onderzoekers op Nederlandse universiteiten zijn ronduit slecht. In dit artikel geeft PNN een overzicht van deze problematiek en enkele aanbevelingen die kunnen leiden tot een sterke verbetering van de huidige situatie. SLECHTE CARRIÈREPERSPECTIEVEN Het wordt jonge talentvolle onderzoekers geenszins aantrekkelijk gemaakt om op een Nederlandse universiteit te gaan werken. Uit het recente onderzoek Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers 5, uitgevoerd in opdracht van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) en het Landelijk Postdoc Platform (LPP), blijkt dat het gros van de jonge onderzoekers ontevreden is over hun carrièreperspectieven op de Nederlandse universiteiten. Hoewel een meerderheid tevreden is over hun huidige werkomstandigheden is slechts één zevende van de jonge onderzoekers te spreken over hun toekomstmogelijkheden op een Nederlandse universiteit. Jonge onderzoekers die na hun promotie aan de universiteit blijven werken, vallen doorgaans van de ene postdoc-aanstelling in de andere. De Minister van OCW erkende dit probleem en sprak van het stapelen van postdocs. Een probleem waar tot op heden, aldus de Minister, nog weinig aan is gedaan. 6 Jonge excellente onderzoekers gaan op deze wijze en masse verloren voor de wetenschap. Vergrijsde personeelsbestanden en slecht personeelsbeleid brengen de doorgroeimogelijkheden van recentelijk gepromoveerden ernstige schade toe. Ook het AWT gaf in juli 2005 aan dat de doorstroommogelijkheden van promovendi de laatste jaren flink verslechterd zijn. 7 Hun kansen op een goede academische carrière zijn in Nederland veel te klein en universiteiten doen er weinig aan om talent, ook op lange termijn, vast te houden. Er zijn op Nederlandse universiteiten simpelweg te weinig banen voor jonge uitmuntende onderzoekers en er kunnen geen heldere vooruitzichten worden geboden. Het stapelen van postdocs is voor veel jonge onderzoekers dan ook reden om de Nederlandse universiteiten de rug toe te keren. Dit wordt nog eens versterkt door de tendens dat er bij het opnieuw toekennen van een postdoc contract vooral wordt gekeken naar de beschikbaarheid van geld en minder naar de talenten die de jonge onderzoeker heeft kunnen laten zien. Door vooral niet op kwaliteit te selecteren laten de universiteiten hun grootste talent weglopen. Uit het genoemde onderzoek, Tussen wens en werkelijkheid bleek dat de slechte carrièreperspectieven op de Nederlandse universiteiten voor bijna de helft van de jonge onderzoekers reden zijn om hun wetenschappelijke carrière in het buitenland te willen vervolgen. Een deel (27%) wil in ieder geval naar het buitenland, maar voor een veel groter deel (46%) is het vooral een reactie op een gebrekkig uitzicht op een vaste aanstelling in Nederland. Slechts 28% wenst onder geen beding naar het buitenland te gaan. Wanneer men kiest voor een contract aan een buitenlandse universiteit, dan blijkt dat vooral een gevolg van de gebrekkige loopbaanperspectieven in Nederland. 5 Zie: 6 Ministerie van OCW, Onderzoekstalent op waarde geschat, september AWT, Adviserende brief aan de minister van OCW inzake onderzoeksloopbanen, 15 juli 2005.
4 Er zijn in Nederland weinig gepromoveerden, er zijn weinig Nederlandse promovendi en er is veel uitval en vertraging. Juist in dat licht is het kwalijk dat Nederlandse universiteiten hun talenten en hun grootste kapitaal de deur wijzen door slechte carrièreperspectieven te bieden. OPLOSSINGEN Een gezond wetenschappelijk klimaat begint met het investeren in die groep mensen die het gros van het wetenschappelijk onderzoek doet: jonge onderzoekers. Het PNN pleit daarom voor de volgende maatregelen. Duidelijker doorstroombeleid en invoering van tenure track Een jonge onderzoeker kijkt aan het begin van een loopbaan in de wetenschap tegen een piramide aan: een hoogleraar met daaronder een aantal Universitair Hoofd Docenten (UHD) en Universitair Docenten (UD) en daaronder een iets groter aantal postdocs en promovendi. Het is duidelijk dat niet iedereen kan doorstromen naar een functie als UHD of hoogleraar, ook al geeft meer dan 30% van de jonge onderzoekers aan die ambitie wel te hebben. Voor slechts een klein aantal is dit weggelegd en op de weg er naartoe moet een goede selectie worden gemaakt. Om het loopbaanbeleid in goede banen te leiden pleit PNN voor de invoering van het tenure track systeem, waarin talent de kans krijgt zichzelf te bewijzen. In dit systeem wordt dan ook alleen aan goed presterende kandidaten een vervolg aan de loopbaan binnen de wetenschap gegeven. Men creëert hiermee een werkomgeving die uitnodigt tot presteren. Dit staat recht tegenover het huidige systeem waarin niet talent de doorslag geeft maar de toevallige aanwezigheid van financiering. Het is niet realistisch te veronderstellen dat de universiteiten alle jonge onderzoekers meer zekerheid kunnen bieden in de vorm van een vast contract direct na een afgeronde promotie. Het is echter wel essentieel om aan jonge onderzoekers duidelijkheid te geven over hun vooruitzichten op een wetenschappelijke carrière. Door duidelijk te maken wat er van hen wordt verwacht én daar conclusies aan te verbinden wordt voor jonge onderzoekers duidelijk dat ze hun academische lot in eigen handen hebben. Minder korte-termijn denken in de allocatie van middelen Het aanstellen van een promovendus of postdoc gebeurt meestal op projectbasis. Veel van deze projecten worden gefinancierd uit de 2 e en 3 e geldstroom. Zodra er geld beschikbaar is moet op korte termijn een onderzoeker worden gevonden. Dit leidt tot een beleid waar geld belangrijker is dan talent en waar de budgettering gericht is op het vermijden van risico's. Dergelijk risicomijdend gedrag is funest voor de wetenschap. De minister van OCW reageerde dan ook negatief verrast op het feit dat 32% van de postdocs vindt dat het tijdelijke karakter van hun aanstelling (zeer) negatieve gevolgen heeft op de kwaliteit van het onderzoek. 8 8 Toespraak van minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Maria van der Hoeven bij het symposium van het Promovendi Netwerk Nederland in Amsterdam d.d , zie:
5 Om toptalent te stimuleren heeft de minister beloofd geld beschikbaar te stellen om vier maal 25 jonge onderzoekers de kans te geven om zelf hun onderzoeksproject op te zetten. 9 Dit initiatief is natuurlijk waardevol, maar het PNN wil daarnaast aandringen op een cultuuromslag aan de universiteiten. Onregelmatige inkomsten zorgen voor een te klein vast budget. Beslissingen worden hierdoor te veel op de korte termijn genomen. De gevolgen spreken voor zich. Echter, door een deel van de vaste aanstellingen te financieren uit meerdere kortlopende projectbudgetten kan de vaste staf van een instituut dat met regelmaat projecten binnenhaalt worden uitgebreid. Hiermee kan worden voorkomen dat succesvolle onderzoekers vertrekken na afloop van een kortlopend project. Bijkomend voordeel is dat de verhouding vaste aanstelling/tijdelijke aanstelling toeneemt, wat onder meer de begeleiding van promovendi zal verbeteren. Dit zal weer gunstige gevolgen hebben voor de te lange promotieduur. Het vereist echter een cultuuromslag op decentraal niveau. Investeren in loopbaanmogelijkheden buiten de universiteit Ook al wil verreweg het grootste deel van de promovendi na de afronding van hun proefschrift het liefst verbonden blijven aan een Nederlandse universiteit, de praktijk wijst uit dat een grote groep gepromoveerden aan de slag gaat buiten deze instellingen. Promovendi zullen tijdens hun promotie moeten worden voorbereid op een carrière in het bedrijfsleven of bij de overheid. Zij zouden een uitgebreid cursusaanbod dienen te ontvangen op het gebied van transferable skills die buiten de universiteit onmisbaar zijn. Al vanaf het begin van een promotietraject moeten aan promovendi mogelijkheden worden geboden om zich vaardigheden op te doen die ook buiten te wetenschap relevant zijn. Dit gebeurt nu nog slechts incidenteel. Universiteiten dienen tevens in een vroegtijdig stadium aan hun promovendi duidelijk te maken dat hun toekomst ook buiten de academie kan liggen. Bovendien moeten universiteiten aan het bedrijfsleven en de overheid duidelijk maken dat promovendi daadwerkelijk een meerwaarde zijn. Analytisch vermogen en onderzoeksvaardigheden zijn slechts de meest in het oog springende kwaliteiten van promovendi. Deze kunnen ook buiten de universiteiten tot hun recht komen. Het feit dat dit besef buiten de universiteiten te weinig leeft, geeft aan dat universiteiten er niet in slagen om hun product doctores- goed te vermarkten bij bedrijfsleven en overheid. Maar de bal ligt ook bij de promovendi. Zij moeten meer vertrouwen in zichzelf en hun mogelijkheden krijgen. Blijvend onderzoek naar carrières en carrièreperspectieven Met het rapport Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers wordt voor het eerst inzicht gegeven in het beeld dat jonge onderzoekers hebben van hun eigen carrièreperspectieven. Het blijkt dat dit waardevolle gegevens oplevert voor universiteiten. Per universiteit, zelfs per faculteit, kan worden gekeken welke verwachtingen jonge onderzoekers hebben van hun loopbaan. Hoe graag willen ze eigenlijk op een universiteit blijven werken? Waar schort het aan? 9 Ministerie van OCW, Onderzoekstalent op waarde geschat, oktober 2005.
6 Het longitudinaal bijhouden van deze gegevens is in het belang van universiteiten en het Ministerie. Universiteiten kunnen met deze gegevens kijken waar hun personeelsbeleid spaak loopt. Hoe komt het eigenlijk dat Maastrichtse promovendi meer dan anderen ontevreden zijn over hun scholingsmogelijkheden? Hoe komt het dat jonge onderzoekers uit Leiden vooral ontevreden zijn over internationale uitwisselingsmogelijkheden en de begeleiding die zij krijgen? Waarom klaagt men vooral op de UvA en in Utrecht over verdere loopbaanmogelijkheden en in hoeverre is daar iets aan te doen? Om bij te houden hoe deze beelden zich ontwikkelen, is lange termijn onderzoek onontbeerlijk. Insteek is dan om deze resultaten te vergelijken met de daadwerkelijk beschikbare plekken en doorgroeimogelijkheden voor jonge onderzoekers aan de Nederlandse universiteiten. Het ontstane overzicht kan gebruikt worden om toekomstig beleid verder op te baseren en de effectiviteit van maatregelen te meten. Het PNN schiet organisatorisch en financieel echter tekort om de continuïteit van een dergelijke jonge onderzoekersmonitor zelfstandig te kunnen waarborgen. Samenwerking met organisaties als de VSNU en het Ministerie is noodzakelijk. CONCLUSIES PNN pleit voor een aanpak van de problemen op het gebied van carrièreperspectieven van jonge onderzoekers. De invoering van het tenure track systeem zal zorgen voor een eerlijker doorstroom op de universiteiten: kwaliteit wordt maatgevend in plaats van het toeval. Dit dient echter wel gepaard te gaan met het loslaten van het korte termijn-denken bij de allocatie van middelen op Nederlandse universiteiten. Door een combinatie van beiden wordt het voor talentvolle onderzoekers weer aantrekkelijk om op Nederlandse universiteiten te werken en wordt hen die mogelijkheid geboden. Aan dat laatste schort het momenteel ten zeerste. Het is reeds gesteld: niet iedereen die wil kan op een universiteit blijven werken. Door meer aandacht te besteden aan transferable skills en loopbanen buiten de wetenschap kunnen de carrièreperspectieven van jonge onderzoekers ook buiten de academische muren sterk worden verbeterd. Hier gaat echter ook een sterke marketing van de promotie aan vooraf. Ook aan het bedrijfsleven moet duidelijk worden gemaakt dat het etiket promovendus staat voor een verzameling aan vaardigheden, die, de moeite meer dan waard is. Door talent en vaardigheden de voornaamste factoren te laten zijn bij de selectie ná het promotietraject én door meer helderheid en perspectief te bieden, kan het toptalent voor Nederland behouden blijven. Daarnaast maakt een positiever beeld van jonge doctores, zowel bij universiteiten als bedrijfsleven, het aantrekkelijker om te starten met een promotietraject. drs. Derek Jan Fikkers is voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) en werkt als promovendus aan het CSTM van de Universiteit Twente drs. Koen H. van Dam is bestuurslid van PNN en promovendus aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft.
Talent in eigen hand. De positie van jonge wetenschappers in Nederland. december 2006
Talent in eigen hand De positie van jonge wetenschappers in Nederland december 2006 Statement Talent in eigen hand: De positie van jonge wetenschappers in Nederland Talent heeft de toekomst. In het akkoord
Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers
Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers Eindrapport Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers Eindrapport Een onderzoek in opdracht
rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies
de jonge akademie rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies samenvatting De afgelopen jaren hebben de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW),
Conferentie Promoveren en promotietrajecten. VU Amsterdam, 15 mei 2013
Conferentie Promoveren en promotietrajecten VU Amsterdam, 15 mei 2013 Heden en toekomst van promoveren Prof. Martin Kropff, rector Wageningen University Promoveren: wat is onveranderd? Kern: het (leren)
Vast en flexibel werk in de wetenschap: wensen & verwachtingen van werknemers. Marian van der Klein, Onderzoekersdag Instituut Gak, 7 december 2015
Vast en flexibel werk in de wetenschap: wensen & verwachtingen van werknemers Marian van der Klein, Onderzoekersdag Instituut Gak, 7 december 2015 Programma Presentatie voorlopige resultaten onderzoek
Position paper. De promotiestudent. Door Liesbeth Enneking en Nicole Grégoire
Position paper De promotiestudent Door Liesbeth Enneking en Nicole Grégoire Aanleiding Sinds enkele jaren bestaat er binnen Nederland een discussie over de rechtspositie van promovendi. In 2004 kwam de
Vrouwen in de Wetenschap 12 januari 2009
Vrouwen in de Wetenschap 12 januari 2009 Samenvatting Het aantal vrouwen in universitaire wetenschappelijke functies neemt gestaag toe. Het percentage vrouwelijke studenten, promovendi, universitair docenten,
Quick-scan Jong Talent
Quick-scan Jong Talent Over loopbanen van jonge wetenschappers (exclusief HOOP-gebied Gezondheid) augustus 2008 Veroni Larsen en Merei Lubbe t.b.v. VSNU programma: loopbanen van jonge wetenschappers Inhoud
VISIETEKST POSTDOCTORAAL LOOPBAANBELEID EN LOOPBAANBEGELEIDING AAN DE UGENT
VISIETEKST POSTDOCTORAAL LOOPBAANBELEID EN LOOPBAANBEGELEIDING AAN DE UGENT Goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 14 februari 2014 1 Deze visietekst werd opgesteld door de stuurgroep van het strategisch
Call for proposals. Westerdijk Talentimpuls. Den Haag, maart 2017 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
1 Call for proposals 2017 Den Haag, maart 2017 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek 2 Inleiding en doel Op 10 februari 2017 was het 100 jaar geleden dat in Nederland de eerste vrouwelijke
Aspasia. Call for proposals. Rondes Vidi en Vici met besluitvorming in 2016
Call for proposals Aspasia Rondes Vidi en Vici met besluitvorming in 2016 Den Haag, april 2016 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Achtergrond 1 1.2 Beschikbaar
Samenvatting. onderzoek kortheidshalve aan met de term aangestelde promovendi.
Samenvatting Introductie Negen jaar geleden vroeg de Universiteit Utrecht haar promovendi om een oordeel over een aantal aspecten van hun promotietraject. Lagen ze op schema, welke steun kregen internationale
Kerncijfers. Onderwijs. Onderzoek [ 6 ]
[ 6 ] Kerncijfers Onderwijs Studenten 2010/2011 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 Instroom propedeuse bachelor 3.857 4.153 4.541 5.222 4.937 Deelnemers excellentie 7,2% 6,3% 6,0% 7,9% 10,4% Contacturen
Versterking van het loopbaanbeleid
Versterking van het loopbaanbeleid februari 2010 1. Inleiding In november 2008 is de nota Helder Perspectief, loopbaanbeleid bij de Radboud Universiteit door het college van bestuur ter bespreking aan
Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum: 22 april 2013 Betreft: Beleidsreactie op het advies "De
Wetenschappelijk loopbaanbeleid van de EUR
Wetenschappelijk loopbaanbeleid van de EUR De EUR is in toenemende mate genoodzaakt de beste mensen aan zich te binden én het beste uit haar mensen te halen. Dit vereist een solide, doch flexibel loopbaanbeleid
De eerste baan is niet de beste
De eerste baan is niet de beste Auteur(s): Velden, R. van der (auteur) Welters, R. (auteur) Willems, E. (auteur) Wolbers, M. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)
Feiten & Cijfers. Academische carrières en loopbaanbeleid. Marije de Goede, Rosalie Belder, Jos de Jonge
Feiten & Cijfers WWW.RATHENAU.NL 2013 Academische carrières en loopbaanbeleid Inhoud Inleiding 1 Karakterisering academische loopbaan 2 De start van de academische loopbaan; promoveren 4 Doorstroom binnen
ii!! Ministerie van OCW A K
A K E-doc Nr. Ministerie van OCW ^DaOh R^I I N K L I J I E N E D E R L A N D S E U W E T E N S C H A P P E N Ter hehandeling aan: j^^dvies aan/aldoening door bewindspersoof) Advies aan/afdoening door lid
Aspasia. Aspasia is gekoppeld aan de rondes Vidi en Vici Call for proposals
Aspasia Aspasia is gekoppeld aan de rondes Vidi en Vici 2018 Call for proposals Den Haag, februari 2019 2018 Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Achtergrond 1 1.2 Beschikbaar budget 1 1.3 Geldigheidsduur call for
ONDERZOEKSTALENT OP WAARDE GESCHAT
ONDERZOEKSTALENT OP WAARDE GESCHAT Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap September 2005 1. AMBITIE Nederland heeft de ambitie om binnen de Europese Unie tot de koplopers te behoren bij het ontwikkelen
COR visie op aanpak promotierendement
COR visie op aanpak promotierendement Doel van dit document In de loop van 2012 zal de Adviescommissie Organisatie en Personeelsbeleid (ACOP) starten. Een CORlid zal uitgenodigd worden om zitting te nemen
Arbeidsvoorwaarden van promovendi
Arbeidsvoorwaarden van promovendi Inhoud Introductie... 2 Data en methoden... 2 Resultaten... 3 Contractduur... 3 FTE... 4 FTE - totaal... 4 FTE gerelateerd aan onderwijstaken en onderzoekstijd... 4 Conclusie...
Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken.
ONDERWIJSVISIE OP HO OFDLIJNEN Geachte collega s, 1 Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. We
Richtlijn Promotietrajecten Universiteit Leiden
Richtlijn Promotietrajecten Universiteit Leiden Deze richtlijn is van toepassing op promovendi van de Universiteit Leiden die vallen in de VSNUcategorieën 1 (werknemer-promovendus) en 3 (contractpromovendus).
dr. Marieke van den Brink Jong talent in de academische wereld
dr. Marieke van den Brink Jong talent in de academische wereld Aandacht voor vrouwelijk talent nog nodig? Aandeel vrouwen daalt naarmate functie stijgt: > 50 masterstudenten, 12% vrouwelijke hoogleraren
Science System Assessment. Universitaire onderzoeksloopbanen. Barbara van Balen & Peter van den Besselaar
Science System Assessment Universitaire onderzoeksloopbanen Barbara van Balen & Peter van den Besselaar Het Rathenau Instituut stimuleert publiek debat en politieke oordeelsvorming over maatschappelijke,
Zwembaden met meerwaarde. Synarchis adviesgroep Zwembaden met meerwaarde
Zwembaden met meerwaarde Inleiding Onze visie op maatschappelijk vastgoed: een integrale benadering van investeren en exploiteren Synarchis benadert maatschappelijke voorzieningen integraal als het gaat
Vertrekredenen jonge docenten in het vo
Vertrekredenen jonge docenten in het vo 1 Inhoudsopgave Inleiding I. Willen jonge personeelsleden het vo verlaten? II. Waarom verlaten jonge docenten het vo? Rob Hoffius, SBO Januari 2010 2 Verlaten jonge
(Alleen het gesproken woord geldt)
1 Toespraak van minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap Van der Hoeven bij de halfjaarlijkse bijeenkomst van het Landelijk Netwerk van Vrouwelijke Hoogleraren op 8 november 2006 in het Academiegebouw
Strategische Personeelsplanning. Basisdocument
Strategische Personeelsplanning Basisdocument Strategische Personeelsplanning Basisdocument SPP als pijler van hr-beleid Om als organisatie in een dynamische omgeving met veel ontwikkelingen en veranderingen
Voor het eerst in zeven jaar stijgt het aantal snelgroeiende bedrijven weer in Nederland
Voor het eerst in zeven jaar stijgt het aantal snelgroeiende bedrijven weer in Nederland Voornamelijk binnen de zakelijke dienstverlening neemt het aandeel snelgroeiende bedrijven snel toe. Binnen de topsectoren
Personeel in cijfers 2013. Bevat gegevens t/m ultimo 2012
Personeel in cijfers 2013 Bevat gegevens t/m ultimo 2012 Bestuursbureau / directie Bedrijfsvoering Afdeling Informatiemanagement Publicatiedatum: november 2013 Opdrachtgever: J. van der Boon, directeur
Betrokkenheid van onderzoekscholen bij het ontwikkelen van onderzoeksgerichte masteropleidingen
Een groot aantal ingevulde vragenlijsten is per 15 augustus 2003 (de deadline) geretourneerd. Een rappel leverde nog eens een aantal ingevulde vragenlijsten op. Uiteindelijk hebben 29 decanen en 22 directeuren
Passend Promoveren. Derde fase van het Hoger Onderwijs vraagt om maatwerk
Passend Promoveren Derde fase van het Hoger Onderwijs vraagt om maatwerk De Nederlandse universiteiten willen met hun promotiebeleid zoveel mogelijk talent aan zich binden. Om deze reden zijn zij een groot
Richtlijn benoeming wetenschappelijk personeel. Universiteit Leiden
Richtlijn benoeming wetenschappelijk personeel Universiteit Leiden 1 september 2015 1 september 2015 1 Richtlijn benoeming van wetenschappelijk personeel Universiteit Leiden 1. Inleiding 2. Algemene uitgangspunten
INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT)
INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) 1. Opzet van het onderzoek 2. Resultaten en conclusies 3. Discussie Vraagstelling 1. Welke omvang heeft intersectorale
Optimale inrichting van lerarenopleidingen
Optimale inrichting van lerarenopleidingen Mirjam Bahlmann Boris Eustatia Dorothy Pillen-Warmerdam Oktober, 2018 In het in oktober 2017 gepresenteerde regeerakkoord: Vertrouwen in de toekomst stelt het
Kootstra Talent Fellowship 2015
Kootstra Talent Fellowship 2015 Inleiding De Raad van Bestuur Maastricht UMC + heeft voor 2015 middelen ter beschikking gesteld voor talentontwikkeling onder jong wetenschappelijk talent. Deze middelen
Personele ontwikkelingen aan de Nederlandse universiteiten 1999 2013. En een advies tot verbetering van het loopbaanbeleid
Personele ontwikkelingen aan de Nederlandse universiteiten 1999 2013 En een advies tot verbetering van het loopbaanbeleid Door: VAWO vakbond voor de wetenschap www.vawo.nl De VAWO is de vakorganisatie
Mekelweg 4, kamer LB02.800 2628 CD Delft 015-2781430 [email protected]
Pagina 1/5 Mekelweg 4, kamer LB02.800 2628 CD Delft 015-2781430 [email protected] Aan: TU Delft, College van Bestuur Van: Betreft: Prestatieafspraken TU Delft Datum: 2 januari 2011
Planning en Evaluatie gespreksverslagen
Promotietraject RU / FNWI Inleiding Planning en Evaluatie gespreksverslagen Plannings en evaluatiegesprekken (minimaal 1 x per jaar) helpen begeleider en promovendus bij het doelgericht werken en plannen.
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 615 Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 1998 Nr. 24 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede
-2- Opleiding, opleidingen en onderwijs aan de universiteiten
Verklaring van Münster omtrent de onderlinge relaties op het gebied van hoger onderwijs, wetenschap en onderzoek tussen Nederland, de Vlaamse Gemeenschap van België, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland
Globale Domeinbeschrijving Personeel (quick win versie)
Globale Domeinbeschrijving Personeel (quick win versie) Versie 1.0 Deze globale domeinbeschrijving MISUT Personeel schetst een beeld van de informatie-inhoud en informatiestructuur van het personeelsdomein
Kootstra Talent Fellowship 2011
Kootstra Talent Fellowship 2011 Inleiding De Raad van Bestuur Maastricht UMC + heeft voor 2011 middelen ter beschikking gesteld voor talentontwikkeling onder jong wetenschappelijk talent. Deze middelen
rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies
de jonge akademie rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies rendement van talent voetregel 1 2010 De Jonge Akademie Sommige rechten zijn voorbehouden / Some
Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel
Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort
Ius promovendi UHD. Universiteit Twente-HR In opdracht van het College van Promoties 6 december 2017 Versie 5 CvP 2017/1098
Ius promovendi UHD Universiteit Twente-HR In opdracht van het College van Promoties 6 december 2017 Versie 5 CvP 2017/1098 1 Verruiming ius promovendi Universiteit Twente Samenvatting In september 2017
BIJLAGE: PROFIEL WETENSCHAPPELIJKE FUNCTIES
BIJLAGE: PROFIEL WETENSCHAPPELIJKE FUNCTIES De promovendus Doel van de functie Het verrichten van en publiceren over wetenschappelijk onderzoek, teneinde een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van
Advies Universiteit van Tilburg
Advies Universiteit van Tilburg De Reviewcommissie (hierna commissie) heeft kennisgenomen van het voorstel van de Universiteit van Tilburg (hierna UvT) dat het College van Bestuur met zijn brieven van
Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case
Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Inleiding Binnen de sector ziekenhuizen is leeftijdsbewust personeelsbeleid een relevant thema. De studie RegioMarge 2006, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen,
Resultaten WO-monitor 2013
Resultaten WO-monitor 2013 Samenvatting: De WO-Monitor is een vragenlijst die wordt afgenomen onder recent afgestudeerden (1-1,5 jaar na afstuderen) van de universiteiten in Nederland. De WO-monitor wordt
VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT
VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT NAAR VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VERDIEPT, VERRIJKT EN VERBINDT De VU wil graag met u werken aan de versterking van de kwaliteit van het voortgezet
Directeur onderzoeksinstituut
Directeur onderzoeks Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het van het en uitvoering en organisatie van onderzoek en onderzoeksondersteuning binnen het, uitgaande van het faculteitsplan
Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour
Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de
Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee?
8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 80 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? Arnaud Dupuy en Philip Marey Na hun afstuderen kunnen ingenieurs in verschillende soorten functies aan
Samenvatting. Samenvatting 9
Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen
