Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Lander Michiels
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 30 oktober 2015 Op 29 september 2015 is een medewerker van de politie aangehouden op verdenking van corruptie. Hij wordt op dit moment door het Openbaar Ministerie verdacht van het delen van vertrouwelijke politie-informatie met onbevoegden. Tijdens het mondelinge vragenuur van 13 oktober 2015 (Handelingen II 2015/16, nr. 13, item 2) en het Algemeen Overleg Politie van 14 oktober 2015 heb ik toegezegd de Kamer zo spoedig mogelijk nader over deze zaak te informeren, voor zover dit met het oog op het strafrechtelijk onderzoek mogelijk is. Voorts geef ik u, zoals toegezegd, een nadere toelichting op het integriteitsbeleid van de politie. Met deze brief beantwoord ik tevens de vragen van het lid Helder (PVV), d.d. 16 oktober Laat ik voorop stellen dat ik dit als een zeer ernstige zaak beschouw. Integriteit is de ruggengraat van de politie en dient voor alle medewerkers van de politie boven alle twijfel verheven te zijn. Ik zal in deze brief met name ingaan op die kwesties die het beheer van de politie raken. Op dat vlak zijn door mij de volgende maatregelen getroffen: A. De korpschef laat naar aanleiding van deze zaak bij alle vertrouwensfuncties waarvoor een Veiligheidsonderzoek A is vereist, controleren of aan de daarop aangestelde medewerker een «Verklaring van geen bezwaar» is afgegeven; B. De korpschef laat steekproeven nemen in hoeverre de thans toegekende autorisaties voldoen aan het landelijke autorisatiemodel, gebaseerd op een dwarsdoorsnede van de organisatie; zowel binnen opsporing, als binnen handhaving met hierbij het accent op opsporing. Op grond hiervan zal bekeken worden of aanvullend(e) onderzoek of maatregelen nodig zijn; C. Uiterlijk per 1 januari 2016 zal het toekennen van autorisaties boven een nader vast te stellen niveau alleen mogelijk zijn nadat twee bevoegde functionarissen hiervoor toestemming hebben gegeven (het «vier-ogen» principe); kst ISSN s-gravenhage 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 86 1
2 D. De korpschef laat de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de begeleiding van studenten evalueren. Daarnaast zal een eenduidig escalatiemodel worden ontwikkeld; E. Ik bereid een wetsvoorstel screening voor, waarin onder meer voor specifieke functies een grondslag wordt gecreëerd voor het uitvoeren van een omgevingsonderzoek, als onderdeel van de BGO-screening; F. De Inspectie van Veiligheid en Justitie zal een onderzoek instellen naar de opzet en werking van het integriteitsbeleid, het screeningsbeleid, het autorisatiebeleid alsmede het beleid om onjuist gebruik van politiesystemen tegen te gaan; G. Naar aanleiding van recent bekend geworden verdenkingen van ambtelijke corruptie bij handhavingsdiensten zal ik het WODC vragen om een fenomeenonderzoek uit te voeren ter beantwoording van de vraag of de dreiging van corruptie binnen handhavingsorganisaties is toegenomen door de ontwikkeling van de georganiseerde criminaliteit. Feitenrelaas De korpschef heeft mij een feitenrelaas gestuurd waaruit ik het volgende kan mededelen, gegeven de beperkingen van het lopende strafrechtelijke onderzoek. De betrokken medewerker volgde een specifiek opleidingstraject tot allround politiemedewerker. Dit maatwerktraject was ontwikkeld om sneller dan bij het reguliere opleidingstraject te kunnen voorzien in capaciteit voor de Dienst Nationale Recherche. Hiermee kon de operationele druk worden verlicht en kon versneld aan de sterkteafspraken worden voldaan. Na het eerste deel van de opleiding gingen de deelnemers direct aan de slag in de opsporing, met als doel zo spoedig mogelijk expertise en ervaring op te doen en inzetbaar te zijn binnen de recherche. Hierna vervolgden de studenten de opleiding weer om deze af te ronden. In dit specifieke traject zijn 3 klassen van rond de 50 studenten gestart met hun opleiding ten behoeve van de Dienst Nationale Recherche, waarvan 1 klas in 2007 en 2 klassen in De betrokken medewerker is in januari 2009 gestart met zijn opleiding aan de Politieacademie. Voordat hij aan de opleiding begon, heeft hij een geheimhoudingsverklaring ondertekend. Daarnaast is hij, zoals gebruikelijk voor alle nieuwe medewerkers, onderworpen aan een betrouwbaarheids- en geschiktheidsonderzoek (BGO). Bij het BGO worden politiegegevens en justitiële documentatie geraadpleegd en vindt een gesprek met de betrokkene plaats. Op basis van het BGO is voor de betreffende medewerker een positief advies afgegeven. Uit het onderzoek kwam dus geen bezwaar voor zijn aanstelling bij de politie naar voren. Op 1 augustus 2010 is betrokkene aan het werk gegaan als Generalist Tactische Recherche bij de Dienst Nationale Recherche. Dit betreft een vertrouwensfunctie, waarvoor een «Verklaring van geen bezwaar» van de AIVD is vereist. Op 2 juni 2010 heeft tussen betrokkene en zijn toenmalige leidinggevende een arbeidsvoorwaardengesprek plaatsgevonden voor de betreffende vertrouwensfunctie. Tijdens dit gesprek heeft betrokkene de formulieren voor de aanvraag van het veiligheidsonderzoek ontvangen, met het verzoek deze zo spoedig mogelijk in te vullen. Ondanks meerdere verzoeken heeft betrokkene pas op 22 maart 2011 aan dit verzoek gevolg gegeven en kon dus pas op deze datum het Veiligheidsonderzoek A worden aangevraagd. Op 24 maart 2011 heeft de AIVD de aanvraag in behandeling genomen. Terwijl het veiligheidsonderzoek nog liep, is aan betrokkene op 29 augustus 2011 de autorisatie «Opsporing basis» in Blueview toegekend. Blueview is een ICT-voorziening die gegevens, onder Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 86 2
3 andere informatie uit strafrechtelijke onderzoeken, ontsluit uit politiesystemen. Op 14 oktober 2011 heeft de AIVD schriftelijk het Korps Landelijke Politiediensten meegedeeld dat aan verdachte geen «Verklaring van geen bezwaar» wordt afgegeven. Dit betekende dat de betrokkene nooit op de betreffende vertrouwensfunctie geplaatst had mogen worden. De betrokken medewerker is op 15 oktober 2011 overgeplaatst naar de Dienst Infra, Dienst Verkeerspolitie. Voor deze functie was geen Veiligheidsonderzoek A vereist. Bij de overplaatsing is verzuimd om betrokkene ook administratief-technisch over te plaatsen van de Dienst Nationale Recherche naar de Dienst Infra, waardoor hij de autorisatie «Opsporing Basis» heeft behouden. Door de leidinggevende is geen signaal afgegeven om deze autorisatie in te trekken. Hierdoor heeft de betrokkene ten onrechte circa vier jaar gebruik kunnen maken van een onjuiste autorisatie voor toegang tot het systeem. Signalen over verdachte Op verschillende momenten is door zowel de trajectbegeleider als de leidinggevende aandacht gevraagd voor het niet goed functioneren van betrokkene. Voor ontslag werd echter onvoldoende (juridische) grondslag aanwezig geacht. Wel zijn met betrokkene specifieke afspraken met formele beoordelingsmomenten gemaakt. Doordat betrokkene er niet in is geslaagd voor 1 september 2015 zijn opleiding af te ronden, heeft hij op 15 september 2015 een negatief bindend studieadvies gekregen. Op 27 september jl. is de opleiding uiteindelijk van rechtswege beëindigd en op 29 september is met betrokkene een «Exit»-gesprek gevoerd. Daarnaast was bij de politie in 2010 bekend dat betrokkene een eigen bedrijf had. Dit bedrijf was niet actief en is door de politie als zodanig in 2010 formeel geregistreerd en vastgelegd. Voorts heeft betrokkene in 2013 op eigen initiatief de aankoop van een Porsche Cayenne bij zijn leidinggevende gemeld, met als bouwjaar Conclusie Op basis van de nu bekende feiten constateer ik dat er grote fouten zijn gemaakt, waardoor betrokkene in de gelegenheid is gekomen respectievelijk gebleven om politie-informatie aan onbevoegden te verstrekken: a. betrokkene is aan het werk gegaan op een vertrouwensfunctie zonder dat daarvoor de vereiste «Verklaring van geen bezwaar» was afgegeven; b. ondanks dat meerdere keren is gerappelleerd door de leidinggevende, is c. getolereerd dat betrokkene pas na ruim 9 maanden de voor het d. veiligheidsonderzoek benodigde formulieren heeft ingeleverd; e. bij de overplaatsing van betrokkene naar de Dienst Infra is de autorisatie ten onrechte niet ingetrokken. Integriteitsbeleid Integriteit is één van de kernwaarden van de politie. Zowel de samenleving als politiemensen onderling moeten hierop kunnen vertrouwen. Binnen de politie is daarom veel aandacht voor het vergroten van het bewustzijn ten aanzien van integriteit. Het integriteitsbeleid van de politie is zowel gericht op organisatieniveau, op procesniveau als op mensniveau. Hierbij komen met name de volgende onderdelen aan bod: Regelingen op de onderwerpen nevenwerkzaamheden en aannemen geschenken; Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 86 3
4 Beroepscode Politie; Landelijk meldpunt voor het melden van vermoedens van misstanden; Vertrouwenspersoon omgangsvormen. Al bij de werving en selectie wordt expliciet aandacht besteed aan integriteit. Bovendien wordt iedere politieambtenaar voor diens aanstelling onderworpen aan een betrouwbaarheids- en geschiktheidsonderzoek. Hierbij wordt getoetst of de beoogde politieambtenaar integer is en geen risico vormt voor de integriteit en betrouwbaarheid van de politieorganisatie. Gedurende de opleiding is integriteit een vast onderdeel in het initiële onderwijs. Zo wordt aan de hand van de Beroepscode Politie gediscussieerd over vraagstukken van integriteit en verantwoordelijkheid en hoe kan worden bijgedragen aan een open en eerlijke werkomgeving. Ook is de Beroepscode aan vrijwel alle opdrachten en studenten- en docentenhandleidingen van het Politieonderwijs 2.0 gekoppeld. De politieorganisatie bevordert dat medewerkers zich vrij voelen en de noodzaak zien om dilemma s te bespreken. Dit kan met leidinggevenden, die zijn toegerust om het gesprek aan te gaan over integriteit, gedrag en dilemma s (ook preventief), maar ook met de afdelingen Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK), het Meldpunt misstanden en de vertrouwenspersonen omgangsvormen. Bij signalen over vermeende integriteitsschendingen wordt onderzoek verricht door de afdelingen VIK bij de politie-eenheden. Deze signalen kunnen zowel van burgers als van collega s en leidinggevenden afkomstig zijn. Als uit onderzoek blijkt dat sprake is van een normschending, treedt de politie disciplinair op. Als blijkt dat sprake is van strafbare feiten, wordt er altijd aangifte gedaan. De politie rapporteert jaarlijks in haar jaarverslag over de interne onderzoeken naar vermoedelijke normschendingen. Verbetermaatregelen Op basis van de nu bekende feiten in deze zaak heb ik de korpschef gevraagd verbeteringen door te voeren. Dit is inmiddels door de korpschef met voorrang opgepakt. Autorisatiebeheer Het toekennen en intrekken van autorisaties gebeurt per systeem en op aanvraag van de bevoegde leidinggevende. Dit is een kwetsbaar proces zoals ook de onderhavige zaak aantoont. De politie heeft dit risico al eerder onderkend en heeft daarom in het Aanvalsprogramma ICT een speciaal project ingericht om het autorisatieproces te verbeteren. Dit betreft de realisatie van een landelijk autorisatiemodel voor toegang tot alle systemen voor politiefunctionarissen. Hierdoor vindt een automatische koppeling plaats tussen toegekende autorisaties en de functie in het personeelssysteem Beaufort. Uiterlijk eind 2016 zal deze toepassing voor iedere politieambtenaar zijn gerealiseerd. Hierdoor wordt onder meer voorkomen dat autorisaties blijven voortbestaan wanneer een medewerker van functie wisselt. Vooruitlopend daarop zullen steekproeven worden genomen in hoeverre de thans toegekende autorisaties voldoen aan het landelijke autorisatiemodel gebaseerd op een dwarsdoorsnede van de organisatie; zowel binnen opsporing, als binnen handhaving met hierbij het accent op Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 86 4
5 opsporing. Op grond hiervan zal bekeken worden of aanvullend(e) onderzoek of maatregelen nodig zijn. Voorts zal zo spoedig mogelijk en uiterlijk per 1 januari 2016 het toekennen van autorisaties boven een nader vast te stellen niveau alleen mogelijk zijn nadat twee bevoegde functionarissen hiervoor toestemming hebben gegeven (het «vier-ogen» principe). Vertrouwensfunctie Binnen de politie is een specifiek aantal functies aangemerkt als vertrouwensfunctie. Voor deze functies is een veiligheidsonderzoek vereist. Het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken is een wettelijke taak van de AIVD, die staat beschreven in de Wet veiligheidsonderzoeken. In het algemeen geldt dat een veiligheidsonderzoek binnen acht weken na de aanvraag moet worden afgerond. Wanneer informatie van een derde partij noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer iemand voor een langere periode in het buitenland is verbleven, of de onderzoeksvragen nadere uitwerking behoeven, bestaat de mogelijkheid dat het onderzoek langer duurt dan acht weken. Wanneer er geen «Verklaring van geen bezwaar» is afgegeven, mag de betreffende kandidaat niet op een vertrouwensfunctie worden aangesteld. Het niet verstrekken van een verklaring van geen bezwaar hoeft niet te betekenen dat de desbetreffende medewerker niet op een andere functie geplaatst kan worden. De kwetsbaarheden worden immers door de AIVD getoetst aan de specifieke functie. Er zijn verschillende redenen waarom een «Verklaring van geen bezwaar» kan worden onthouden, zoals het ontbreken van voldoende gegevens om te kunnen beoordelen of er voldoende waarborgen zijn dat de vertrouwensfunctie zonder risico s kan worden vervuld. Zoals uit het feitenrelaas is gebleken, is betrokkene in 2010, vooruitlopend op de aanvraag voor het veiligheidsonderzoek, op een vertrouwensfunctie gestart. Deze handelwijze werd in het verleden bij meerdere korpsen toegepast, mits medewerkers wel over een geldig BGO beschikten. De korpschef heeft opdracht gegeven om te bezien of er andere politieambtenaren uit de klassen van dit specifieke opleidingstraject zijn aan wie geen verklaring van geen bezwaar is afgegeven. Deze handelwijze wordt binnen de politie niet getolereerd. Medewerkers mogen pas op een vertrouwensfunctie geplaatst worden vanaf het moment dat de vereiste «Verklaring van geen bezwaar» is afgegeven. Integriteit en veiligheid gaan boven capaciteit. De korpschef laat naar aanleiding van deze zaak bij alle vertrouwensfuncties waarvoor een Veiligheidsonderzoek A is vereist, controleren of aan de daarop aangestelde medewerker een «Verklaring van geen bezwaar» is afgegeven. Voorts bereid ik in afstemming met de politie een wetsvoorstel screening voor. In dit wetsvoorstel wordt onder meer beoogd voor specifieke functies een grondslag te creëren voor het uitvoeren van een omgevingsonderzoek als onderdeel van de BGO-screening. Met een omgevingsonderzoek kan ook informatie over de partner van de betrokken medewerker in de politiesystemen en justitiële documentatie worden geraadpleegd. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 86 5
6 Opleiding en begeleiding De betrokken docenten van de Politieacademie, de trajectbegeleiders en de leidinggevende hebben diverse malen contact gehad over het niet goed functioneren van betrokkene. Desondanks is niet tot beëindiging van de opleiding of ontslag overgegaan. De korpschef laat naar aanleiding van deze zaak de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de begeleiding van studenten evalueren. Daarnaast zal een eenduidig escalatiemodel worden ontwikkeld. Hiermee wordt het voor alle betrokken partijen duidelijk op welke wijze bij complexe personele casuïstiek bij studenten geëscaleerd kan worden. Tevens heb ik aan de korpschef verzocht om mij te berichten of hij in deze zaak aanleiding ziet tot het treffen van personele maatregelen. Tot slot Integriteit is de ruggengraat van de politie. Blijvende aandacht is nodig binnen alle geledingen van de politie om schendingen van integriteit te minimaliseren. Helaas kan de politie niet altijd voorkomen dat binnen de organisatie ambtenaren werkzaam zijn die gegevens lekken of anderszins corrupt zijn. Andere gevallen van corruptie zijn dus niet uit te sluiten. De politie heeft echter wel maatregelen getroffen die de medewerkers en de organisatie tegen integriteitsschendingen moeten wapenen. Om er zeker van te zijn dat die maatregelen (nog steeds) adequaat zijn heb ik de Inspectie van Veiligheid en Justitie verzocht een onderzoek in te stellen naar de opzet en werking van het integriteitsbeleid, het screeningsbeleid, het autorisatiebeleid alsmede het beleid om onjuist gebruik van politiesystemen tegen te gaan. Ik heb de Inspectie verzocht daarbij expliciet aandacht te besteden aan de aanstelling op vertrouwensfuncties binnen de politie. Tevens zal ik naar aanleiding van de recent bekend geworden verdenkingen van corruptie bij diverse handhavingsdiensten, het WODC vragen om een fenomeenonderzoek uit te voeren ter beantwoording van de vraag of de dreiging van corruptie binnen handhavingsorganisaties is toegenomen door de ontwikkeling van de georganiseerde criminaliteit. De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 86 6
Integriteitsmaatregelen
Integriteitsmaatregelen Een onderzoek naar integriteitsmaatregelen die moeten voorkomen dat onbevoegd gebruik wordt gemaakt van politie-informatie 1 Plan van aanpak Integriteitsmaatregelen Plan van aanpak
Onderzoek naar de Dienst Bewaken en Beveiligen. Hoe worden mogelijke integriteitsschendingen bij de DBB voorkomen en/of bestreden?
Onderzoek naar de Dienst Bewaken en Beveiligen Hoe worden mogelijke integriteitsschendingen bij de DBB voorkomen en/of bestreden? 1 Aanleiding 3 2 Afbakening 4 3 Doel- en probleemstelling 5 3.1 Doelstelling
Maatregelen integriteit. Een onderzoek naar maatregelen die moeten voorkomen dat politieambtenaren onjuist gebruik maken van politie-informatie
Een onderzoek naar maatregelen die moeten voorkomen dat politieambtenaren onjuist gebruik maken van politie-informatie Voorwoord 3 Samenvatting 4 1 Aanleiding en onderzoeks-verantwoording 8 1.1 Aanleiding
Betrouwbaarheidsen geschiktheidsonderzoek. Externen
Betrouwbaarheidsen geschiktheidsonderzoek Externen U gaat werkzaamheden voor de politie verrichten. Voordat u kunt beginnen, is een onderzoek naar uw betrouwbaarheid en geschiktheid vereist. Dit betreft
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013 Het bevoegd gezag van [GEMEENTE OF ORGANISATIE INVULLEN]; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
> Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk
Vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken
Vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken Vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken Voor wie is deze brochure? U heeft gesolliciteerd naar een vertrouwensfunctie of u werkt in een functie die recent
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hoorn. Nr. 21726 17 april 2014 Regeling Melding Vermoeden Misstand 2014 Zaaknummer: 1026247 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,
Gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ;
Gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente, gelet
Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Stichtse Vecht
Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Stichtse Vecht I. ALGEMENE BEPALINGEN 1. Algemeen 1.1. Onder politieke ambtsdrager worden verstaan: de burgemeester, de leden
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning
Datum 12 april 2012 Onderwerp Inspectie Openbare Orde en Veiligheid rapport "Follow the Money"
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den
REGELINGEN EUR HOLDING BV 1
REGELINGEN EUR HOLDING BV 1 Ongewenste omgangsvormen, waaronder wordt verstaan: seksuele intimidatie pesten discriminatie agressie (inclusief intimiderend gedrag) geweld in de werksituatie en de studieomgeving.
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11669 4 mei 2015 Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie van 20 april 2015, nr. 634348, houdende instelling
Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358
Rapport Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011 Rapportnummer: 2011/358 2 Klacht Verzoekster klaagt erover, dat de gemeentesecretaris
Wijziging Barp en Brvp 10 maart 2006
Onderdeel DGV/POL/OenL Inlichtingen A. Schukken T 070-426 7435 F 070-426 7440 1 van 5 Aan de korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen de korpsbeheerder van het Klpd de voorzitter van het college
Workshop 3: Hoe zeker ben ik van mijn collega s? Personele screening ONGERUBRICEERD
Workshop 3: Hoe zeker ben ik van mijn collega s? Personele screening ONGERUBRICEERD Inhoud 1. Personele screening = onderdeel security management 2. Zelfanalyse personeel en bewustwording 3. Maatregel
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 066 Belastingdienst Nr. 28 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5
Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving
ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Klokkenluidersregeling Woonpartners Midden-Holland
Klokkenluidersregeling Woonpartners Midden-Holland Waddinxveen, 15 december 2014 Doc.nr.: 1412025 / # Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1 Inleiding 3 1.1 Waarom een klokkenluidersregeling... 3 1.2 Definities...
CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid
CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid 2015 Veiligheid en Justitie Samenvatting resultaten Aanleiding Op basis van artikel 8 van het Besluit Verstrekking Gegevens Telecommunicatie is opdracht gegeven
2006 no. 14 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA
2006 no. 14 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van 12 mei 2006 ter uitvoering van de artikelen 15 en 16, derde lid, van de Landsverordening Veiligheidsdienst Aruba
Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen;
Gemeenteblad van de gemeente Dinkelland Jaargang: 2016 Nummer: 26 Uitgifte: 7 april 2016 Besluit van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen d.d. 22 maart 2016,
Betrouwbaarheidsen geschiktheids. onderzoek. Sollicitant
Betrouwbaarheidsen geschiktheids onderzoek Sollicitant 1 U heeft gesolliciteerd naar een functie bij de politie. Voordat u kunt beginnen, is een onderzoek naar uw betrouwbaarheid en geschiktheid vereist.
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 129 Besluit van 3 februari 2006 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit
Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO
Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: de natuurlijke persoon/personen of het orgaan
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 54a, vierde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22401 30 juli 2015 Regeling vergoeding beroepsziekten politie De Minister van Veiligheid en Justitie, Gelet op artikel
Integriteit en de vertrouwenspersoon
Integriteit en de vertrouwenspersoon Contactbijeenkomst Integriteit Instituut voor Integriteitsmanagement en BedrijfsEthiek Sacha Spoor 2 juli 2015 Leadership Entrepreneurship Stewardship [email protected]
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
> Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk Uw kenmerk 2014Z17589 Betreft
Aan de voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Sector Aan de voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Regeling Melding Vermoeden Misstand
Regeling Melding Vermoeden Misstand 1. ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. Ambtenaar: een ieder die werkzaam is of is geweest bij de Modulaire Gemeenschappelijke
Luisteren naar antwoorden die vragen opwekken. Voor een eerlijke overheid. De Rijksrecherche.
Luisteren naar antwoorden die vragen opwekken Voor een eerlijke overheid. De Rijksrecherche. Een integere overheid is een verantwoordelijkheid voor de hele samenleving Voor een goed functionerende samenleving
Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie
CVDR Officiële uitgave van BAR-organisatie. Nr. CVDR399024_1 16 mei 2017 Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling
Nr Melding. vermoedens misstanden gemeente Alkmaar (voormalig Klokkenluidersregeling)
Dit gebied vrijhouden Begin onder de streep van gemeenteblad Via menu kunt u een nieuw artikel beginnen, met de [Tab] toets is het niveau aan te passen. Met ga je naar de
Klokkenluidersregeling Kalorama
Klokkenluidersregeling Kalorama Klokkenluidersregeling Kalorama Preambule Deze klokkenluidersregeling regelt dat Kalorama aanspreekbaar is op te goeder trouw gedane meldingen van redelijke vermoedens van
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13672 27 mei 2013 Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
Basisnormen integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie
Basisnormen integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie 1. Inleiding De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen, de Raad van Hoofdcommissarissen,
Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving
ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 29 628 Politie Nr. 591 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23
KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG
KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG 1. Algemeen In de Governancecode Woningcorporaties d.d. november 2006 wordt gesteld dat de directeurbestuurder ervoor zorgt dat werknemers zonder gevaar
Onderzoek integriteit inhuur personeel bij woningcorporaties
Onderzoek integriteit inhuur personeel bij woningcorporaties Onderzoek integriteit inhuur personeel bij woningcorporaties Datum 1 november 2018 Uitgegeven door Inspectie Leefomgeving en Transport ILT/Autoriteit
