1 Inleiding Participatiewet

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1 Inleiding Participatiewet"

Transcriptie

1 Voorwoord Het boek De bijstand in praktijk is geschreven voor iedereen die meer wil weten over de Participatiewet (PW). Het is een boek dat naast de juridische kaders veel aandacht heeft voor de toepassing in de praktijk. De PW biedt rechthebbenden mogelijkheden voor een snelle en duurzame re-integratie op de arbeidsmarkt en een inkomensvoorziening voor de periode dat toereikende betaalde arbeid niet voor handen is. De eigen verantwoordelijkheid van de rechthebbende voor het verkrijgen van werk staat daarbij centraal. Het socialezekerheidsstelsel is voortdurend in beweging. De onder dat stelsel vallende wetten en regelingen wijzigen daardoor regelmatig. Zo ook de PW die op 1 januari 2015 is ingevoerd. Met deze wet is er één regeling gekomen voor mensen die door een beperking ondersteuning nodig hebben bij het vinden van een baan. De regeling heeft zowel betrekking op de uitkering als op re-integratie en participatie. De Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) zijn geheel of gedeeltelijk in de PW geïntegreerd. De WSW bestaat alleen nog voor personen die daar op 31 december 2014 al onder vielen. De Wajong is alleen nog maar toegankelijk voor personen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. Met de invoering van de PW is ook de kostendelersnorm ingevoerd. Hiermee wordt de hoogte van de bijstand geregeld als een bijstandsgerechtigde niet alleen woont. Per 1 januari 2016 is de Wet Taaleis van toepassing. Vanaf 1 januari 2017 is de boete gewijzigd en zijn ook in de regels met betrekking tot re-integratie van uitkeringsgerechtigden veranderingen doorgevoerd. In 2018 zijn er geen grote wijzigingen geweest. Jurisprudentie levert aanvullende informatie op voor de uitvoering en brengt daar nuancering in aan. Daarom worden, voor zover van toepassing en relevant, aan het eind van elk hoofdstuk uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank vermeld en toegelicht. In het boek zijn veel schema s en voorbeelden opgenomen. Dit is gedaan om de theorie beter te kunnen begrijpen en toe te toepassen. Er doen zich regelmatig individueel bepaalde bijzondere situaties voor waarin maatwerk moet worden geleverd. De PW dient dan ook niet zozeer gezien te worden als een wet die naar de letter uitgevoerd moet worden, maar meer als een dynamisch instrument dat 13

2 voorwoord ingezet wordt voor werk, re-integratie, participatie en inkomen. Bovendien wordt de uitvoering van de PW steeds meer bezien in samenhang met de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO) en de Jeugdwet (Jw). Dat maakt de uitvoering van de PW niet altijd eenvoudig, maar wel boeiend. 14

3 1 Inleiding Participatiewet 1.1 Algemeen In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1.2: de geschiedenis van de Participatiewet (PW); 1.3: de plaats van de PW binnen het socialezekerheidsstelsel; 1.4: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI); 1.5: de kerntaken van de uitvoering van de PW; 1.6: de grondbepalingen van de PW; 1.7: de financiering van de PW; 1.8: de verantwoording van en het toezicht op de uitvoering van de PW. De uitvoering van de PW is opgedragen aan het college van B&W. In grotere gemeenten zal het college van B&W de uitvoering mandateren aan de directeur van een gemeentelijke dienst of afdeling. Verder is er een ontwikkeling zichtbaar dat gemeenten steeds meer (regionaal) samenwerken. Dat doen ze vaak met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgs). De naamgeving van de dienst of afdeling die de PW uitvoert is per gemeente of samenwerkingsverband van gemeenten verschillend. In dit boek wordt dit uitvoerend orgaan de sociale dienst genoemd. Als in dit boek wordt gesproken over een cliënt, belanghebbende, aanvrager of werkzoekende wordt bedoeld de persoon die een beroep doet op de PW voor een uitkering of ondersteuning bij het verkrijgen van werk, een PW-uitkering ontvangt of heeft ontvangen. 1.2 Historie Met de invoering van de Armenwet midden negentiende eeuw start ook de geschiedenis van de armenzorg en daarmee de inmenging van de overheid. De overheid had toen nog een zeer beperkte rol. Primair moest een beroep worden 19

4 hoofdstuk 1 gedaan op naasten, zoals familie, buren of kennissen en kerk. Later kreeg de overheid een meer actieve rol, welke in 1965 leidde tot de Algemene bijstandswet (ABW). Toen kreeg de overheid de plicht tot bijstandsverlening over te gaan in situaties dat mensen geen geld hadden om in hun levensonderhoud te voorzien. Naar aanleiding van een tweetal onderzoeken van commissies (Van der Zwan en Doelman-Pel) werd de ABW grondig gewijzigd in de Abw, welke in 1996 in werking trad. De vangnetfunctie van de bijstand werd door de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Ad Melkert getransformeerd tot de trampolinefunctie. Met die verandering werd duidelijk gemaakt dat de Abw een tijdelijke voorziening was als overbrugging tot het moment dat de cliënt zelf weer in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien. De Abw was het sluitstuk van het socialezekerheidsstelsel. Als er geen beroep kon worden gedaan op andere voorzieningen, kon pas aanspraak worden gemaakt op bijstand. Daarnaast hadden de overheid en de burger de plicht om het beroep op bijstand zo kort mogelijk te houden. De gemeente kon dit doen door instrumenten in te zetten waardoor bijstandsgerechtigden zelf weer in de kosten van levensonderhoud konden voorzien. De insteek was een vereenvoudiging van de regelgeving, een betere controle bij de instroom (de zogenoemde poortwachtersfunctie), meer aandacht voor uitstroom naar betaald werk en handhaving. De Abw werd op 1 januari 2004 vervangen door de Wet Werk en Bijstand (WWB). Het uitgangspunt van deze wet was nog nadrukkelijker toegespitst op werk boven uitkering. Daarmee wordt bedoeld dat er eerst alles aan gedaan moet worden om de cliënt weer aan het werk te krijgen voor er een uitkering wordt verstrekt. De cliënt werd verantwoordelijk voor zijn arbeidsinschakeling. De gemeente had een wettelijke taak hem daarbij te ondersteunen. Daarvoor moest de gemeente kunnen beschikken over voldoende beleidsvrijheid om dit hogere doel van de wet op een effectieve en efficiënte wijze te realiseren. Met de invoering van de PW op 1 januari 2015 is de WWB niet meer van toepassing. De PW heeft ook consequenties voor de WSW en de Wajong (zie hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie). De verplichtingen zijn verder aangescherpt (hoofdstuk 11 Verplichtingen) en de maatregelen verzwaard (hoofdstuk 13 Maatregel). Met de invoering van de kostendelersnorm is ook de normering van de bijstand ingrijpend gewijzigd (zie hoofdstuk 5 Algemene bijstand). Per 1 januari 2016 is de kostendelersnorm aangepast en is de Wet Taaleis ingevoerd. De Wet Taaleis is vanaf die datum van toepassing voor alle personen die een PW-uitkering ontvangen. 20

5 inleiding participatiewet 1.3 Plaats binnen sociale zekerheid De PW is het sluitstuk van het socialezekerheidsstelsel. Het volgende schema geeft een globaal beeld van de structuur van de Nederlandse sociale zekerheid en welke instanties belast zijn met de uitvoering van de diverse regelingen. SCHEMA SOCIALE ZEKERHEID Ministerie SZW Toezicht Sociaal Domein Inspectie SZW SVB UWV UWV Gemeente (werkplein) Gemeenten AOW ANW AKW AIO WW ZW WAO WIA TW WAJONG IOW Intake Arbeidsbemiddeling Werkgeversbenadering PW IOAW IOAZ Bbz 2004 WMO 2015 WSW Jeugdwet Wet Passend onderwijs Wgs De minister van SZW is eindverantwoordelijk voor het gehele socialezekerheidsstelsel. Met betrekking tot de onderwerpen waarbij gemeenten een taak hebben (in medebewind), zoals de PW, is de minister systeemverantwoordelijk. Het toezicht is belegd bij het Toezicht Sociaal Domein (TSD). Het gaat om de uitvoering van de PW, de Jeugdwet (Jw), de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO) en 21

6 hoofdstuk 1 de Wet passend onderwijs (Wpo). Een belangrijke punt van toezicht voor het TSD is de effectiviteit van de samenwerking tussen instanties en het integraal aanbieden van ondersteuning. De vier inspecties die binnen de TSD samenwerken zijn de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie van het Onderwijs, de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Inspectie SZW. Volgens de Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen (Witgiw) is de minister van SZW niet direct verantwoordelijk voor de controle op de rechtmatige uitvoering van de PW, IOAW, IOAZ en WSW per gemeente afzonderlijk. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeenteraad. Wel behoudt de minister de mogelijkheid het college van B&W een aanwijzing te geven bij gebleken ernstige tekortkomingen in de uitvoering (zie paragraaf 1.3.6). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is belast met de uitvoering van: de Algemene ouderdomswet (AOW), Algemene nabestaandenwet (Anw), de Algemene kinderbijslagwet (AKW) en de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO). Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) voert de Werkloosheidswet (WW), de Toeslagenwet (TW) en diverse arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals de Wajong, de WAO en de WIA. De gemeente is zelf primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de PW. Die verantwoordelijkheid heeft de gemeente ook voor een aantal andere uitkeringen voor levensonderhoud en ondersteunende regelingen zoals: de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers/zelfstandigen (de IOAW en IOAZ); de Wet sociale werkvoorziening (WSW); de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO); de Jeugdwet (Jw); de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Het UWV en de gemeenten werken in het proces rond de WW, PW en de Wajong samen binnen het Werkplein, werkgeversservicepunten en regionale werkbedrijven. Die samenwerking richt zich op de werkzoekenden en werkgevers (hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie). De geleverde diensten variëren van afstemming tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt tot informatievoorziening over de arbeidsmarktontwikkelingen. Daarnaast worden binnen het Werkplein de eerste acties ondernomen voor de uitkeringsintake voor de vermelde regelingen (hoofdstuk 3 Aanvraag). 22

7 inleiding participatiewet 1.4 Structuur uitvoering werk en inkomen De Wet SUWI is een overkoepelende wet voor diverse instanties die zich in de ontwikkeling, uitvoering en controle bezighouden met werk en inkomen. Uitgangspunt van de Wet SUWI is dat werk nadrukkelijk boven uitkering wordt gesteld. Er moet sprake zijn van een complementaire dienstverlening rond de cliënt, waarin de verschillende ketenpartijen een rol spelen. De belangrijkste participanten binnen de Wet SUWI zijn de gemeenten, het UWV en de SVB. Zij moeten hun eigen specifieke taken en instrumenten inzetten ten behoeve van het belang van de cliënt (zowel de werkzoekende als de werkgever). In het vervolg van dit boek wordt de naam Werkplein gebruikt als zijnde het samenwerkingsverband tussen UWV en gemeenten. De complementaire dienstverlening wordt gerealiseerd volgens de volgende principes: één aanspreekpunt; een goede diagnose aan de kop van het proces; een cliëntbenadering die uitgaat van vertrouwen en een snelle dienstverlening; geen verschil in gedrag en houding van de medewerkers van de partners; een sluitend cliëntvolgsysteem; en een gezamenlijke werkgeversbenadering. Voor een meer uitvoerige beschrijving van de samenwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie. Rond de cliënt die afhankelijk is van bijstand en/of op zoek is naar werk, hebben de medewerkers van de gemeente een belangrijke taak. De medewerkers voeren regie over het proces rond werk, inkomen, participatie en zorg. Zij hebben contacten met de werkzoekenden, de werkgevers en met de instellingen die op de hiervoor vermelde werkvelden ook een relatie hebben met de werkzoekenden. Zij dienen het gehele proces te bewaken en zorg te dragen voor een effectieve en efficiënte ondersteuning. Onder de procesbewaking en doelmatige ondersteuning vallen onder meer de onderstaande taken: verificatie en controle van verkregen gegevens; eventueel instellen bijzonder onderzoek; besluitvorming over het recht op een uitkering; administratieve verwerking van de gegevens; betaling van de uitkering; re-integratie en participatie van werkzoekenden (zie hoofdstuk 3 Kring van rechthebbenden en hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie); controle op de rechtmatigheid van de uitkering en de doelmatigheid van de reintegratie. 23

8 hoofdstuk 1 In veel gemeenten worden de taken behorend bij enerzijds rechtmatigheid en anderzijds doelmatigheid door verschillende medewerkers uitgevoerd. Veelvoorkomende functiebenamingen zijn inkomensconsulenten of consulenten rechtmatigheid, respectievelijk werkcoaches, participatiecoaches, consulenten werk of klantmanagers. 1.5 Kerntaken De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de PW. De hoofddoelstellingen van de PW zijn: beperken van de instroom; vergroten van de uitstroom; het correct verstrekken van uitkeringen aan rechthebbenden. Om deze doelstellingen te kunnen realiseren heeft de gemeente verantwoordelijkheid en ruimte gekregen om eigen beleid te formuleren, dat afgestemd kan worden op de lokale en regionale omstandigheden. De ruimte op het gebied van de uitkering wordt wel weer beperkt. Voorbeelden hiervan zijn de verplichting tot het terugvorderen van bijstand en de geüniformeerde verplichtingen met bijbehorende maatregelen, als niet aan die verplichtingen wordt voldaan. Er moet door het college van B&W over keuzes en uitvoering verantwoording worden afgelegd aan de gemeenteraad. Om de instroom te beperken en de uitstroom te bevorderen, moeten cliënten bij het aanvragen van een PW-uitkering al geactiveerd worden om zo snel mogelijk aan het werk te gaan. Hierin speelt het Werkplein een belangrijke rol. Indien toch een uitkering moet worden verstrekt, zijn alle activiteiten erop gericht de cliënt zo snel mogelijk in staat te stellen om zelf weer in de kosten van levensonderhoud te voorzien. Iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt, dient zich dan ook volledig te richten op werk en re-integratie. Alleen in individuele situaties kan daarvan worden afgeweken. In die situaties kan ingestoken worden op het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten. Dit kan door het stimuleren van het doen van vrijwilligerswerk of door het opdragen van een tegenprestatie. De gemeente kan als ondersteuning voor de arbeidsinschakeling een voorziening treffen zodat de kansen op het verkrijgen van werk worden vergroot. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in personen jonger dan 27 jaar en personen van 27 jaar en ouder. Het beleid dat daarvoor is ontwikkeld moet door de gemeenteraad in een re-integratieverordening worden vastgelegd. Een belangrijke taak voor de gemeente blijft het rechtmatig verstrekken van uitkeringen. Het woord rechtmatig houdt in dat misbruik en oneigenlijk gebruik 24

9 inleiding participatiewet moet worden voorkomen en bestreden. De PW-uitkering is onder te verdelen in twee soorten (art. 5 PW): 1. de uitkering voor levensonderhoud. Dit is een maandelijkse verstrekking waarmee de cliënt in de noodzakelijke levensbehoeften kan voorzien; 2. de bijzondere bijstand. Dit is een geldelijke vergoeding voor bijzondere kosten die op grond van individuele omstandigheden niet uit het reguliere inkomen kunnen worden betaald. De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag behoren ook tot de bijzondere bijstand. Het Besluit aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving en de strengere handhavingseisen in de PW beperken de ruimte voor lokaal maatwerk. Sociale diensten zoeken daarom mogelijk minder vaak de afwijkingsmogelijkheden op bij een individuele casus als het risico aanwezig is dat dit leidt tot financiële nadelen, bijvoorbeeld via een aanwijzing van de minister. Daarentegen wordt in samenhang met de uitvoering van de WMO en de Jeugdwet ook vanuit het Rijk gestimuleerd om maatwerk te leveren. 1.6 Grondbepalingen PW Naast de wet zijn er regels in het Nederlandse recht die voortkomen uit andere bronnen: de gemeentelijke verordeningen; de gewoonte; de jurisprudentie; een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. De PW is een sociale voorziening. Het vormt een onderdeel van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel. De PW moet in dit geheel gezien worden als het sluitstuk. Dit blijkt uit art. 11 lid 1 en art. 15 PW. Artikel 11 lid 1 PW Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege. Personen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben kunnen recht hebben op bijstand als ze met Nederlanders worden gelijkgesteld (art. 11 lid 2 en 3 PW). 25

10 hoofdstuk 1 Artikel 15 lid 1 PW Geen recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt. Voorbeeld Esther vraagt bijstand aan voor de kosten van hulp in de huishouding omdat een aanvraag voor een vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015) is afgewezen. Er kan geen bijstand worden verleend omdat de WMO 2015 in dit geval een voorliggende voorziening is en in de gemeentelijke WMO 2015-verordening staat dat de kosten zoals Esther die maakt in haar situatie, niet noodzakelijk zijn. Bij de uitvoering van de PW moet altijd gekeken worden naar de bijzondere omstandigheden van persoon of gezin. Van de algemene regel kan worden afgeweken als de bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dit wordt individualiseren genoemd. Het individualiseringsprincipe blijkt onder meer uit art. 16 en 18 PW. Het afwegen van de individuele omstandigheden dient deel uit te maken van de beoordeling of er recht op bijstand bestaat. Artikel 16 lid 1 PW Aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Voorbeeld Een persoon van zeventien jaar heeft geen recht op bijstand. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgeweken. Hierbij kan gedacht worden aan een situatie dat het voor de veiligheid van de jongere onverantwoord is dat hij bij de ouders blijft wonen en de Jeugdwet (Jw) nog geen passende oplossing biedt. De bepaling van art. 16 PW moet niet aangemerkt worden als een algemene ontsnappingsclausule voor personen die nadrukkelijk van het recht op een uitkering zijn uitgesloten. Er moet bij toepassing van art. 16 PW sprake zijn van zeer dringende redenen (bijvoorbeeld een acute noodsituatie, waarbij gezondheidsredenen die levensbedreigend zijn of leiden tot blijvende invaliditeit een belangrijke rol spelen). Zie verder hoofdstuk 4 Kring van rechthebbenden. Artikel 18 lid 1 PW Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. 26

11 inleiding participatiewet Voor vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven, gelden deze uitzonderingsbepalingen niet. De hierboven genoemde grondbepalingen zijn een selectie uit de gehele wettekst. In de volgende hoofdstukken worden ze verder uitgewerkt. 1.7 Financiering bijstand Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de PW van het Rijk drie verschillende budgetten, te weten: het budget om de PW-uitkeringen voor levensonderhoud (inclusief loonbelasting, premies en bijdrage Zorgverzekeringswet) en de loonkostensubsidies te betalen (het inkomensdeel); het budget voor de financiering van re-integratievoorzieningen die worden ingezet (integratiedeel); het budget voor de bekostiging van de bijzondere bijstand. Deze middelen worden in het gemeentefonds gestort. Deze budgetten worden jaarlijks vastgesteld. Inkomensbudget Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget voor het inkomensdeel vast (uit de SZWbegroting) en stort dit in het Fonds werk en inkomen. Elke gemeente krijgt volgens een bepaalde verdelingssystematiek een uitkering uit het Fonds werk en inkomen, waarmee de gemeente geacht wordt de uitkeringen (inclusief loonbelasting, premies en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)) en de loonkostensubsidies te financieren (art. 69 lid 1 PW). Bij het verdeelmodel wordt uitgegaan van de volgende punten (Besluit Participatiewet): de gemeenten moeten voldoende middelen krijgen om aan de uitkeringsverplichtingen te voldoen; de systematiek moet voldoende prikkels hebben dat een effectief uitkeringsbeleid wordt uitgevoerd. Er wordt niet gesteld dat er een kostendekkende uitkering wordt toegekend voor iedere gemeente afzonderlijk, maar dat er een dekkende vergoeding is voor de geraamde kosten van alle gemeenten tezamen. Het budget wordt in september voorafgaand aan het begrotingsjaar vastgesteld. In augustus van het begrotingsjaar kan het gehele budget hoger of lager worden vastgesteld op grond van actuele werkloosheidscijfers. 27

12 hoofdstuk 1 De budgetten voor de AIO, de dak- en thuislozen, de gehuisveste vergunninghouders en de BBZ worden op een andere wijze vastgesteld en verdeeld. Voor kleinere gemeenten, minder dan inwoners en gemeenten tussen de en inwoners wordt een afzonderlijke berekening gemaakt (art. 3 Besluit PW). Het inwonersaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar is bepalend. Het verdeelmodel doet per gemeente een prognose van de uitgaven. Deze prognose wordt gedaan op objectieve criteria. Enerzijds op kenmerken van de huishouding (leefvormen, soort woning, opleidingsniveau, migratieachtergrond). Anderzijds op kenmerken van de regio, gemeente en wijk (werkloosheid, inkomensniveau, gemiddelde waarde van de woningen). Indien op het inkomensdeel wordt overgehouden, mag de gemeente dit houden en vrij besteden (beloning voor effectief beleid). Het is dan aan de gemeente of zij dit inzet op re-integratie, reserveert voor mogelijk toekomstige tekorten of toevoegt aan de algemene middelen. Indien er een tekort is, zal de gemeente dit tekort zelf moeten financieren. De praktijk wijst uit dat er grote verschillen zijn per gemeente met betrekking tot de toereikendheid van het budget. Gemeenten die een tekort hebben wijten dit niet altijd aan de effectiviteit van hun beleid maar aan de kenmerken van het verdeelmodel die voor de betreffende gemeente negatief uitpakken of dat andere nadelige kenmerken niet in het verdeelmodel zijn meegenomen. Art. 74 PW voorziet in de mogelijkheid voor de gemeente om een vangnetuitkering aan te vragen voor de kosten als bedoeld in art. 69 lid 1 PW (inkomensdeel). De vangnetuitkering moet door het college van B&W worden ingediend bij de toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De adviserende taak van de toetsingscommissie is vastgelegd in art. 73 lid 1 PW. Een vangnetuitkering kan aangevraagd worden als de gemeente meer dan 7,5% van het bedrag van het toegekende inkomensdeel tekortkomt (vanaf het jaar 2019). De eerste 7,5% blijft ten laste komen van de gemeente. Het meerdere wordt als uitkering verstrekt, als de aanvraag wordt toegekend, waarbij van het tekort tussen de 7,5% en 12,5% de helft ten laste van de gemeente blijft. Het maximale eigen risico is dus 10% (art. 10 lid 3 Besluit PW). Voorbeeld De gemeente Korten heeft twee jaar geleden te kampen gehad met een faillissement van een groot bedrijf waar 20% van de beroepsbevolking werkzaam was. Een groot gedeelte 28

Inhoud. Afkortingen 13

Inhoud. Afkortingen 13 Inhoud Afkortingen 13 1 Inleiding in de sociale zekerheid 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Driedeling 28 1.2.1 Werknemersverzekeringen 29 1.2.2 Volksverzekeringen 29 1.2.3 Sociale voorzieningen 30 2 Kinderen 33

Nadere informatie

I. VERKLARINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER L), VAN VERORDENING (EG) NR. 883/2004 DE DATUM VANAF WELKE DE VERORDENING VAN TOEPASSING ZAL ZIJN

I. VERKLARINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER L), VAN VERORDENING (EG) NR. 883/2004 DE DATUM VANAF WELKE DE VERORDENING VAN TOEPASSING ZAL ZIJN Verklaring van het Koninkrijk der Nederlanden uit hoofde van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schiermonnikoog,

De raad van de gemeente Schiermonnikoog, De raad van de gemeente Schiermonnikoog, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Nadere informatie

Hoofdstuk 14 Sociaal zekerheidsrecht

Hoofdstuk 14 Sociaal zekerheidsrecht Hoofdstuk 14 Sociaal zekerheidsrecht Paragraaf 14.1 1. Overzicht van de Nederlandse sociale zekerheid a. Op welke wijze is het Nederlandse sociaal zekerheidsstelsel in te delen? b. Noem de organisaties

Nadere informatie

Raadsvoorstel Zeewolde

Raadsvoorstel Zeewolde Datum Agendapunt Documentnummer 14 R06S008 Onderwerp Verordeningen Participatiewet Raadsvoorstel Zeewolde Beoogd effect De gemeente heeft een verantwoordelijkheid met betrekking tot de invulling van de

Nadere informatie

Participatiewet. 9 september 2014. raadscommissie EM - 1 -

Participatiewet. 9 september 2014. raadscommissie EM - 1 - Participatiewet raadscommissie EM 9 september 2014-1 - Inhoud achtergrond wijzigingen sociale zekerheid hoofdlijnen Participatiewet 1 januari 2015 financiering Rijk wetswijzigingen WWB 1 januari 2015 voorbereidingen

Nadere informatie

Verordening individuele bijzondere bijstand RSDHW 2015

Verordening individuele bijzondere bijstand RSDHW 2015 Verordening individuele bijzondere bijstand RSDHW 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard (RSDHW); Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de RSDHW d.d. 22 december

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venray 2017

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venray 2017 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venray 2017 De raad van de gemeente Venray; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Participatiewet en artikel 35

Nadere informatie

CVDR. Nr. CVDR80772_3. Participatieverordening Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

CVDR. Nr. CVDR80772_3. Participatieverordening Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN CVDR Officiële uitgave van Ooststellingwerf. Nr. CVDR80772_3 12 juni 2018 Participatieverordening 2010 De raad van de gemeente Ooststellingwerf;nr. B.4gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 ================================================================================== De raad van de gemeente (naam gemeente) ; gelezen het voorstel

Nadere informatie

Participatiewet. Veranderingen voor de Oosterschelderegio. 2 juni 2014 Door: Jaap Schipper.

Participatiewet. Veranderingen voor de Oosterschelderegio. 2 juni 2014 Door: Jaap Schipper. Participatiewet Veranderingen voor de Oosterschelderegio 2 juni 2014 Door: Jaap Schipper www.goes.nl Inhoud Huidige situatie Wwb, Wsw en Wajong Veranderingen Participatiewet Wet maatregelen Wwb Regionale

Nadere informatie

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. groep... 4 3. en en uitgangspunten... 5 3.1.

Nadere informatie

PARTICIPATIEWET. Maar nu.wat verandert er allemaal??

PARTICIPATIEWET. Maar nu.wat verandert er allemaal?? PARTICIPATIEWET Inleiding Iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder steuntje in de rug niet redt, valt vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet. De Participatiewet is er namelijk

Nadere informatie

RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012

RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012 RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012 Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 29 maart 2012, nummer R2012.0012 A, gepubliceerd 18 april 2012, in werking getreden met ingang van 19 april

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie 2015. Gemeente Achtkarspelen

Verordening Tegenprestatie 2015. Gemeente Achtkarspelen Verordening Tegenprestatie 2015 Gemeente Achtkarspelen De Raad van de gemeente Achtkarspelen: overwegende dat: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers,

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 16-12-2014 Nummer voorstel: 2015/4

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 16-12-2014 Nummer voorstel: 2015/4 Voorstel aan de raad Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 16-12-2014 Nummer voorstel: 2015/4 Voor raadsvergadering d.d.: 13-01-2015 Agendapunt: 7 Onderwerp:

Nadere informatie

Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Pijnacker-Nootdorp

Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Pijnacker-Nootdorp Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Pijnacker-Nootdorp Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten,

Nadere informatie

Beleidsregels bijzondere bijstand WIHW 2016

Beleidsregels bijzondere bijstand WIHW 2016 Beleidsregels bijzondere bijstand WIHW 2016 Het dagelijks bestuur van WIHW; Gelezen het advies van de Regionale Cliëntenraad WIHW; Gelet op de artikel 35 van de Participatiewet; Besluit vast te stellen

Nadere informatie

H7 Sociale zekerheid en sociale voorzieningen

H7 Sociale zekerheid en sociale voorzieningen Sharon 15-02-1 H Sociale zekerheid en sociale voorzieningen Inhoud.1 Sociale verzekeringen en voorzieningen.2 Verzekeringen.3 Zorgverzekeringswet Alles is samengevat vanuit 24boost.nl. de samenvattingen

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem (versie ) De raad van de gemeente Haarlem;

Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem (versie ) De raad van de gemeente Haarlem; Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem (versie 10-09-2014) De raad van de gemeente Haarlem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel

Nadere informatie

Re-integratieverordening Participatiewet WIHW 2017 gemeente Oud-Beijerland. Artikel 2. Verplichtingen van de persoon uit de doelgroep

Re-integratieverordening Participatiewet WIHW 2017 gemeente Oud-Beijerland. Artikel 2. Verplichtingen van de persoon uit de doelgroep GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Oud-Beijerland Nr. 157294 14 september 2017 Re-integratieverordening Participatiewet WIHW 2017 gemeente Oud-Beijerland Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei 2015 nr. TB 15.5037761; gelet op artikel 8a,

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 De raad van de gemeente Castricum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober [nummer]; gelet op

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015

Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015 Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Tegenprestatie:

Nadere informatie

Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2017 IGSD Steenwijkerland/Westerveld.

Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2017 IGSD Steenwijkerland/Westerveld. Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2017 IGSD Steenwijkerland/Westerveld. Algemeen De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Oldambt 2016

Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Oldambt 2016 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Oldambt. Nr. 136190 5 oktober 2016 Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Oldambt 2016 De raad van de gemeente Oldambt; Gelezen het voorstel van het

Nadere informatie

BELEIDSKADERNOTITIE PARTICIPATIEWET HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE

BELEIDSKADERNOTITIE PARTICIPATIEWET HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE BOB 14/006 Aan de raad, BELEIDSKADERNOTITIE PARTICIPATIEWET HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE Voorgeschiedenis / aanleiding Op 20 februari 2014 is door de Tweede Kamer het wetsvoorstel Participatiewet aangenomen.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Onderwerp Datum 26 oktober 2012 Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Venray 2013 Pagina 1 van 6 De raad van Venray, gelezen het advies van de Cliëntenraad WWB van 16 oktober 2012, gelezen

Nadere informatie

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015 Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015 Per 1 januari 2015 worden de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg BESLUIT

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg BESLUIT Uitvoeringsbesluit re-integratie/werkleeraanbod voor de nadere invulling van de artikelen 12, derde lid, 17, tweede lid, 18, derde lid, 20, tweede lid en 24 derde lid van de Verordening werk en bijstand,

Nadere informatie

Opleiding klantmanager Participatiewet 2015

Opleiding klantmanager Participatiewet 2015 Opleiding klantmanager Participatiewet 2015 Dag 1 Werken bij Sociale Zaken Korte interactieve kennismaking Het werken bij een gemeente (de do s en dont s) De partners binnen de gemeentelijke organisatie

Nadere informatie

Verordeningen Participatiewet

Verordeningen Participatiewet Verordeningen Participatiewet Persbericht van 11 mei jl. 935 extra banen in de arbeidsmarktregio Groningen en Noord-Drenthe In de arbeidsmarktregio Groningen en Noord-Drenthe is afgesproken dat er tot

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 Kenmerk: 183277 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid,

Nadere informatie